KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie tussentijdse evaluatie en verdiepend onderzoek Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (wet Vbvv)

3 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d8db30765cec5d40 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202424 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 768 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 september 2024InleidingOp 1 januari 2021 is de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (hierna: wetVbvv) in werking getreden. Volgens de evaluatiebepaling wordt de wet navijf jaar geëvalueerd. Omdat met de wet belangrijke wijzigingen zijndoorgevoerd in het proces rond beslaglegging en bij de berekening entoepassing van de beslagvrije voet, is ervoor gekozen om al eerder eentussentijdse evaluatie uit te laten voeren.1 De tussentijdse evaluatie moetinzicht bieden in de werking van de wet in de praktijk om eventueleknelpunten in kaart te brengen en zo nodig bij te sturen.Omdat de tussentijdse evaluatie vooral kijkt naar de algemene werkingvan de wet is ook een verdiepend onderzoek uitgevoerd naar hoe de wetin de praktijk uitpakt voor verschillende groepen die te maken krijgen metde beslagvrije voet. De nieuwe berekeningswijze van de beslagvrije voetmaakt onderscheid naar leef- en gezinssituaties. In het verdiependonderzoek wordt gekeken of de wijzigingen overeenkomen zoals met hetwetsvoorstel was beoogd. Daarnaast worden de verschillende uitkomstenvan de beslagvrije voet naar leef- en gezinssituaties vergeleken met deminimumvoorbeeldbegrotingen, zoals berekend door de Commissiesociaal minimum, om te bezien of in de praktijk voldoende rekening wordtgehouden met leef- en gezinsspecifieke uitgaven.2 In deze beleidsreactiezal tevens worden stilgestaan bij recente bevindingen van de Raad voorVolksgezondheid en Samenleving en KPMG over de werking van debeslagvrije voet.3, 41Kamerstukken II 2020/21, 24 515, nr. 607.2Commissie sociaal minimum (2023) Een zeker bestaan3RVS (2023) Kinderen uit de knel4KPMG (2023) Onderzoek naar de ervaren complexiteit van rekenregels kst-24515-768ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7681 Aanleiding van de wet Vbvv was dat de beslagvrije voet voorheen in veelgevallen te laag werd vastgesteld. Vaak kwam dat doordat belangrijkeinformatie ontbrak die door beslagenen zelf had moeten wordenaangeleverd. Als beslagenen informatie aanleverden was dit doorgaans teweinig of onjuist waardoor de beslagvrije voet niet correct kon wordenbepaald.Ook werden de procedures gezien als complex en ontstonden erproblemen bij samenloop van beslagen, bijvoorbeeld doordat er geregeldbeslag werd gelegd op meerdere inkomstenbronnen tegelijk, er gebrekwas aan overzicht over beslagen en doordat de beslagene te maken konkrijgen met verschillende beslagvrije voeten berekend door verschillendebeslagleggende partijen.Hoewel een definitieve conclusie nog niet mogelijk is, is het beeld na detussentijdse evaluatie dat voor meer mensen die te maken krijgen metbeslag, de beslagvrije voet sinds 2021 correct wordt vastgesteld. Voor eensluitend antwoord zijn meer gegevens nodig op casusniveau waaroverlater in deze brief meer informatie. Door afspraken over de beslag-volgorde, sinds de invoering van de wet Vbvv, wordt er zoveel mogelijkop één inkomstenbron beslag gelegd waardoor de beslagvrije voet beterwordt geborgd. In geval van samenloop van meerdere beslagen is decoördinatie tussen beslagleggende partijen sterk verbeterd door deintroductie van de beslagvolgorde en de rol van coördinerenddeurwaarder maar kent de uitvoeringspraktijk nog beperkingen.Met tevredenheid stel ik vast dat het systeem in de meeste gevallen beterfunctioneert. Aanvullend aan de hoofdconclusie biedt het rapport nuttigeaanknopingspunten voor verbetering en ondersteuning bij de berekeningen uitvoering van de beslagvrije voet en ondersteuning van de publiekeen private ketenpartners. Verder beveelt het rapport vervolgonderzoek aanrichting de definitieve wetsevaluatie in 2026. Hoewel de nieuwe wet inalgemene zin tot verbeteringen heeft geleid, vraagt het verdiependonderzoek aandacht voor de doorwerking van de beslagvrije voet onderspecifieke omstandigheden. Hierop zal in deze brief nader wordeningegaan.De belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van de onderzoekenzullen in deze brief worden besproken aan de hand van vier thema’s:i.Balans tussen eenvoud en eenduidigheid tegenover begrijpelijkheid encontroleerbaarheid;ii.Balans tussen uniforme werkwijze tegenover rekening houden metspecifieke omstandigheden;iii.Balans tussen de belangen van de schuldeiser en de schuldenaar;iv.Coördinatie en ketensamenwerking.Balans tussen eenvoud en eenduidigheid tegenover begrijpe-lijkheid en controleerbaarheidIn vergelijking met de oude systematiek, onder de wet- en regelgevingvan voor 1 januari 2021, wordt de beslagvrije voet zo veel mogelijkgeautomatiseerd berekend. Hierdoor hangt er minder af van de gegevensdie mensen zelf moeten aanleveren, waardoor het berekeningsproceseenvoudiger is voor mensen die met beslag te maken krijgen. Ook voor deuitvoering zijn de werkprocessen op een aantal punten eenvoudigergeworden.De keerzijde van de systematiek van de nieuwe wet is dat de complexiteitvan de berekening is toegenomen waardoor de rekenregels moeilijker zijnuit te leggen en de berekening en de uitkomsten minder makkelijk kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7682 worden gecontroleerd. Eerder is dit ook al vastgesteld in het onderzoekvan KPMG over de ervaren complexiteit van de rekenregels.Dit is met name het geval bij de groep met een inkomen boven bijstands-niveau en onder de toeslagengrens waar bij de berekening van debeslagvrije voet wordt rekening gehouden met een compensatiekop voorinkomsten uit toeslagen. De onderzoekers zien de complexiteit van derekenregels achter de berekening van de beslagvrije voet op zichzelf nietals problematisch.Ook zien zij geen directe mogelijkheden om de complexiteit te vermin-deren zonder dat dit ten koste gaat van de uitlegbaarheid voor mensenmet beslag en de uitvoering.Op basis van de resultaten van de tussentijdse evaluatie kom ik voorlopigtot de conclusie dat de voordelen van het nieuwe systeem opwegen tegende nadelen, omdat de beslagvrije voet minder vaak te laag wordtvastgesteld. Het definitieve oordeel zal volgen uit de uiteindelijkewetsevaluatie in 2026. Wel vind ik van belang dat bij de berekening van debeslagvrije voet, vooruitlopend op de definitieve evaluatie, voldoendeuitleg en ondersteuning wordt geboden zodat mensen kunnen begrijpenhoe hun beslagvrije voet is berekend en kunnen controleren of debeslagvrije voet correct is. Ik neem daarom de aanbevelingen van deonderzoekers ter harte om de informatievoorziening uit te breiden.Met name in de informatievoorziening aan de beslagene zie ik ruimte voorverbetering. De tussentijdse evaluatie signaleert de noodzaak vanverduidelijking maar komt niet tot concrete aanbevelingen. Daarom zal ereen, zoveel mogelijk representatief, gebruikersonderzoek plaatsvinden omscherp te krijgen hoe de eenvoud en duidelijkheid van de modelmede-deling, begeleidende brief en toelichting op de website waar mensen debeslagvrije voet ter controle kunnen laten narekenen, worden verbeterd.In dit onderzoek zal ook worden gekeken naar andere knelpunten diemensen kunnen ervaren rondom het vaststellen en toepassen van debeslagvrije voet, zoals bij het aanvragen van een herberekening. Verderzal de suggestie worden verkend of betere ondersteuning mogelijk is doorde samenwerking met en de informatievoorziening aan hulpverleners enandere professionals te versterken.Balans tussen uniforme werkwijze tegenover rekening houdenmet specifieke omstandighedenDe vereenvoudiging van de beslagvrije voet leidt tot een zekere grofma-zigheid in de berekening van de beslagvrije voet. Zo zijn de rekenregelsingericht op basis van vastgestelde normwaarden waarop op verzoek vanmensen met beslag correcties kunnen worden toegepast, bijvoorbeeld bijhoge woonkosten of als er geen recht op huurtoeslag is. In de meestegevallen werkt dit goed uit doordat de beslagvrije voet automatisch kanworden berekend zonder aanvullende informatie. Wanneer omstandig-heden afwijken van de normwaarden is er een aangepaste berekeningnodig. Bij de aangepaste berekening vraagt de beslagleggende partijaanvullende informatie op aan de beslagene. Het komt voor dat deinformatie die nodig is voor correcties niet altijd door de beslageneaangeleverd wordt waardoor de beslagvrije voet niet goed kan wordenvastgesteld. Door de nieuwe werkwijze is de impact echter minder grootdan in de voorgaande situatie, omdat er bij het ontbreken van persoons-specifieke informatie met aannames wordt gewerkt. In de uiteindelijkewetsevaluatie in 2026 zal, waar mogelijk, casusonderzoek worden gedaanom vast te stellen hoe vaak dit in de praktijk nodig is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7683 Structurele inkomensveranderingenBij langer lopende beslagen schrijft de wet Vbvv voor dat er iedere12 maanden een herberekening moet plaatsvinden om met inkomensver-anderingen rekening te houden.5 Inkomensveranderingen kunnen zichuiteraard gedurende het hele jaar voordoen waardoor vanaf dat momenttot aan het moment van de herberekening de beslagvrije voet niet aansluitbij het actuele inkomen.Naar aanleiding van de motie Kat en Van Kent6 heeft mijn voorganger uwKamer in februari 2023 geïnformeerd over de afspraken in de keten voorderdenbeslag7 en met maatschappelijke stakeholders8 om bij structureleinkomensveranderingen, zoals bij de indexatie van het minimumloon engekoppelde uitkeringen, een vervroegde herberekening mogelijk te makenen die mogelijkheid actief onder de aandacht te brengen bij betrokkenen.9De afspraak in de keten houdt in dat zij zich gezamenlijk inspannen vooradequate informatievoorziening en het bieden van ondersteuning dicht bijmensen te brengen die te maken krijgen met beslag. Met deze brief kom iktegemoet aan het verzoek van de gewijzigde motie Kat c.s.10 Rekeninghoudend met de uitvoerbaarheid zien de onderzoekers op dit momentgeen mogelijkheden voor een meer automatische aanpassing van debeslagvrije voet bij inkomensveranderingen. Het advies om samen metketenpartners en stakeholders voort te bouwen op de gemaakte afsprakenneem ik graag ter harte. Daarbij wordt voortgebouwd op bovengenoemdeafspraken van 2023.Fluctuerende inkomensBij de berekening van de beslagvrije voet kan op dit moment onvoldoenderekening worden gehouden met fluctuerende inkomensveranderingen. Debeslagvrije voet kan uitsluitend worden berekend op basis van eerdermaandelijks inkomen waarbij beperkt kan worden ingespeeld opfluctuaties. Voor mensen waarvan het inkomen fluctueert, bijvoorbeeldomdat ze tijdelijk uit een uitkering naar werk stromen of op basis vanflexibele contracten werken, wordt gekeken naar het gemiddeld inkomenover een bepaalde periode voorafgaand aan het beslag. Dit kan ertoeleiden dat de gehanteerde beslagvrije voet niet goed past bij het inkomendat zij ten tijde van het beslag hebben. Op dit moment wordt er samenmet ketenpartijen in beeld gebracht of en welke structurele maatregelenmogelijk zijn om beter op fluctuerende inkomens in te spelen.Achteruitgang AOW-gerechtigdenAanvullend op de tussentijdse evaluatie van de wet is een verdiependonderzoek uitgevoerd om beter zicht te krijgen op de uitkomsten vannieuwe berekening van de beslagvrije voet voor specifieke leef- engezinssituaties. Aanleiding hiervoor waren signalen van ketenpartners,waaronder de SVB, vanaf 2021 dat voor AOW-gerechtigden de negatieve5Ongeveer 50% van alle beslagen heeft een looptijd die langer is dan een jaar op basis van I&Oresearch (2016) Profielschets beslagenen.6Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XV, nr. 49.7Belastingdienst, CJIB, UWV, SVB, KBvG, VNG namens gemeenten, LBIO, en de Unie vanWaterschappen. Vanuit rekentool betrokken zijn BKWI, SNG en IB.8De stakeholders zijn Bureau Wsnp, Brancheorganisatie voor Professionele Bewindvoerders(NBBI), Nederlandse Vereniging van gecertificeerde Incasso-ondernemingen (NVI), Neder-landse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), Sociaal Werk Nederland, Landelijke OrganisatieSociale Raadslieden (LOSR) en Divosa.9Kamerstukken II 2022/23, 24 515, nr. 675.10Kamerstukken II 2022/23, 24 515, nr. 691.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7684 gevolgen van de beslagvrije voet groter zijn dan in het wetsvoorstel werdvoorzien.In reactie op deze signalen heeft het vorige kabinet onderzoek aange-kondigd naar onvoorziene gevolgen voor AOW-gerechtigden.11 Later isook aangekondigd dat er over dit onderwerp wetgeving in voorbereidingis.12Mensen die te maken krijgen met beslag moeten gedurende een perioderondkomen van weinig geld en dit is in vrijwel alle gevallen een zwareperiode. Het blijft van belang om continu af te wegen of met de beslag-vrije voet de juiste balans is gevonden tussen het afbetalen van schuldenen kunnen rondkomen. Hierbij moet oog zijn voor specifieke omstandig-heden en verschillen in bijvoorbeeld leeftijd en gezin- en huishoudsamen-stelling. Daarbij hecht ik veel waarde aan zorgvuldigheid. De systematiekvan de beslagvrije voet zou uitsluitend gewijzigd moeten worden als daarvoldoende aanleiding voor is. Zodoende zorgen we ervoor dat iedereendie met beslag te maken krijgt op een gelijkwaardige wijze wordtbehandeld.In het wetsvoorstel Vbvv werd voorzien dat alleenstaande AOW-gerechtigden er ten opzichte van de oude systematiek, onder gelijkblij-vende omstandigheden, 5% en gehuwde AOW-gerechtigden 6% opachteruit zouden gaan, omdat er in de berekening van de beslagvrije voetniet langer onderscheid wordt gemaakt naar leeftijd.13 Bij de beslagvrijevoet staan de noodzakelijke kosten van levensonderhoud centraal endestijds is geoordeeld dat hierin geen onderscheid dient te wordengemaakt tussen AOW-gerechtigden en mensen onder deAOW-gerechtigde leeftijd. Daarnaast is hiervoor gekozen om deberekening van de beslagvrije voet zo eenvoudig mogelijk te houden.In het verdiepend onderzoek wordt geconcludeerd dat AOW-gerechtigdener inderdaad in algemene zin op achteruit zijn gegaan ten opzichte van deoude systematiek, maar niet sterker dan door de wetgever was voorzien.De wet pakt daarmee voor alleenstaande AOW-gerechtigden uit zoals wasvoorzien. Voor gehuwde AOW-gerechtigden is de achteruitgang zelfsminder sterk dan verwacht. Het verdiepend onderzoek geeft geenaanleiding voor een specifieke verhoging van de beslagvrije voet alleenvoor AOW-gerechtigden aangezien de uitkomsten van de beslagvrije voetniet negatiever – en voor gehuwden zelfs gunstiger – uitpakken dan wasbeoogd met het wetsvoorstel.Desalniettemin heb ik het onderzoek aangegrepen om breder naar degevolgen van de wet te kijken voor AOW-gerechtigden, in vergelijking metandere groepen die te maken krijgen met beslag. Daarom is in hetverdiepend onderzoek de verhouding tussen beslagvrije voet en uitgavenvoor AOW-gerechtigden vergeleken met andere leef- en gezinssituaties.Bij de vergelijking is gebruik gemaakt van minimumvoorbeeldbegrotingenvan de Commissie sociaal minimum als indicatie van minimale uitgavenvoor verschillende leef- en gezinssituaties. In het verdiepend onderzoek isgeconcludeerd dat AOW-gerechtigden die te maken krijgen met beslag erniet slechter uitkomen dan andere voorbeeldhuishoudens. Daarvoor isgekeken naar het beschikbaar inkomen op basis van de beslagvrije voeten toeslagen. Daarmee is op dit moment onvoldoende onderbouwing omde wet uitsluitend voor AOW-gerechtigden aan te passen. Hiermee11Kamerstukken II 2021/22, 24 515, nr. 617.12Kamerstukken II 2022/23, 24 515, nr. 670.13Kamerstukken II 2016/17, 34 628, nr. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7685 reageer ik op de motie Van Baarle/Ceder over de beslagvrije voet voorAOW-gerechtigden.14Heroverweging regeling voor terugvordering SVB en UWVGerelateerd aan dit onderwerp heeft de Centrale Raad van Beroep (hierna:CRvB) op 26 januari jl. een uitspraak gedaan over het gebruik van devolledige aflossingscapaciteit door SVB bij mensen vanaf deAOW-gerechtigde leeftijd.15 De Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijkeboeten en terugvordering onverschuldigde betalingen (hierna: deRegeling) regelt de wijze waarop UWV en de SVB geldschulden invor-deren die uitkeringsgerechtigden niet binnen de standaardtermijn vanzes weken kunnen terugbetalen.UWV en de SVB dienen bij invorderingen uit te gaan van de beslagvrijevoet om de hoogte van de aflossingscapaciteit te berekenen, ook al is erfeitelijk geen sprake van beslaglegging. Met de invoering van de wet Vbvvpassen de SVB en UWV dan ook bij invordering de nieuwe berekenings-wijze van de beslagvrije voet toe bij uitkeringsgerechtigden.De CRvB concludeert dat de wetgever de voorliggende Regeling nietkenbaar en deugdelijk heeft heroverwogen toen de wet Vbvv in 2021 inwerking trad. Gelet op de mogelijke nadelige gevolgen van de nieuwebeslagvrije voet voor mensen boven de AOW-gerechtigde leeftijd had ditwel moeten gebeuren. Totdat heroverweging heeft plaatsgevonden,mogen de SVB en UWV niet meer de volledige aflossingscapaciteit innen.De CRvB sloot daarbij niet uit dat de heroverweging tot de conclusie zoukunnen leiden dat het uitgangspunt «volledige aflossingscapaciteit» geenwijziging behoeft.Ik begrijp dat er naar aanleiding van de conclusie van de CRvB wellichtverwachtingen zijn gewekt bij betrokkenen. Echter, zoals hierboven isgeconcludeerd, is er op basis van het verdiepend onderzoek geenaanleiding om voor AOW-gerechtigden af te wijken van de berekeningvan beslagvrije voet. Uitkomst van de heroverweging, waar de CRvB omheeft gevraagd, is dan ook dat de Regeling niet wordt aangepast op hetonderdeel dat bepaalt hoe de beslagvrije voet voor AOW-gerechtigdendoor SVB en UWV moet worden toegepast. Daarmee blijft de Regelingaansluiten bij de wet. Bijkomende reden om op de wet aan te sluiten, isdat de Regeling alleen geldt voor SVB en UWV. Als SVB en UWV op basisvan de Regeling niet de volledige aflossingsruimte mogen benutten,kunnen andere beslagleggende partijen op basis van de wet Vbvv alsnogde resterende aflossingscapaciteit benutten waardoor AOW-gerechtigdennog steeds niet meer dan de beslagvrije voet overhouden.Na deze publicatie van de heroverweging in deze beleidsreactie, gaan deSVB en UWV bij hun invorderingsbeleid in nieuwe situaties weer uit vande volledige aflossingscapaciteit zoals de Regeling voorschrijft. Situatieswaarin sinds de uitspraak van de CRvB een lagere aflossingscapaciteitwas vastgesteld voor zolang de heroverweging nog niet had plaatsge-vonden, blijven in ieder geval ongewijzigd tot het moment van dejaarlijkse herberekening. De SVB en UWV gaan in voorkomende gevallenin gesprek met de burger, waarbij rekening wordt gehouden metpersoonlijke omstandigheden. Op het moment van de jaarlijkse herbere-kening is de nieuwe Regeling van kracht. Deze Regeling biedt meermogelijkheden om een schuld te spreiden over een lange periode.14Kamerstukken II 2022/23, 24 515, nr. 681.15ECLI:NL:CRVB:2024:1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7686 Achteruitgang bij meerdere factoren die de hoogte van de beslagvrije voetbeïnvloedenIn het verdiepend onderzoek zijn desondanks knelpunten geconstateerdbij een deel van de AOW’ers die te maken krijgen met de beslagvrije voetvoor het aflossen van een schuld onder de wet Vbvv ten opzichte van deoude systematiek. In de memorie van toelichting bij de wet Vbvv zijn degevolgen van de wet alleen los per factor bekeken. Voorzien was dat naastAOW-gerechtigden ook mensen met woonkosten tussen de 100 en 110%van de huurtoeslaggrens en mensen met een hoge zorgpremie te makenzouden krijgen met een (beperkte) achteruitgang. In het geval dat dezefactoren zich gelijktijdig voordoen kan de beslagvrije voet op individueelniveau lager uitvallen. Ook voor mensen onder de AOW-gerechtigdeleeftijd pakt een combinatie van woonkosten tussen de 100 en 110% vande huurtoeslaggrens en hoge zorgpremie negatiever uit dan onder deoude systematiek. Deze uitkomst was voorzien in het wetsvoorstel en isinherent aan de vereenvoudiging. Beslagleggende partijen zouden andersimmers steeds specifiek rekening moeten houden met de combinatie vanleeftijd, hoogte van de huur en aanvullende zorgverzekering en ditbemoeilijkt een geautomatiseerde vaststelling van de bvv. In de afwegingtussen tegemoetkoming aan deze specifieke gevallen en uitvoerbaarheidwordt hierin op dit moment geen andere keuze gemaakt.Beslag bij huishoudens met kinderenVoor huishoudens met kinderen komt er een gemengd beeld uit hetverdiepend onderzoek. Dit heeft met name te maken met de wijze waaroper (al dan niet) rekening wordt gehouden met compensatie van hetkindgebonden budget en kinderopvangtoeslag.Voor gezinnen met een huishoudinkomen tot ongeveer 20% boven hetmodaal inkomen (ongeveer € 52.000) is de beslagvrije voet gelijk of hogerdan de beslagvrije voet vóór 2021. Afgezet tegen de voorbeeldbereke-ningen van de Commissie sociaal minimum beschikken deze huishoudensmaandelijks over een hoger budget dan de strikte noodzakelijke uitgavenvolgens het Nibud.Het beeld dat in het verdiepend onderzoek wordt geschetst voor anderegezinssamenstellingen wijkt hiervan af. Naarmate het huishoudinkomenverder boven de € 52.00016 uitkomt, neemt het gat tussen beschikbaarinkomen bij beslag en uitgaven toe. Dit geldt met name voor eenouderge-zinnen, gezinnen met meer dan twee kinderen en/of kinderen boven de12 jaar, en huishoudens waarbij gebruik wordt gemaakt van de kinder-opvang. Een belangrijke kanttekening bij dit beeld is wel dat in deberekeningen van het verdiepend onderzoek van de beslagvrije voet uit isgegaan van de hoogte van toeslagen en andere tegemoetkomingen in2023, terwijl er voor 2024 verschillende koopkrachtmaatregelen zijngetroffen die ook voor gezinnen van invloed zijn op de hoogte van hetinkomen. Het gaat hierbij onder meer over een aanzienlijke verhoging vanhet kindgebonden budget17, de huurtoeslag en de arbeidskorting vanaf2024.Hieronder wordt nader ingegaan op de situatie van gezinnen die te makenkrijgen met beslag en de wijze waarop er in de beslagvrije voet (al dan16De afbouwgrens van de compensatiekop ligt rond een inkomen van € 52.000.17De kindbedragen van het kindgebonden budget zijn vanaf 2024 aanzienlijk verhoogd. Hierstaat tegenover dat de extra toeslag voor ouders zonder toeslagpartner en de inkomens-drempel voor ouderparen worden verlaagd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7687 niet) rekening wordt gehouden met kindgebonden budget en kostenkinderopvang.• Afbouw kindgebonden budgetVia de compensatiekop wordt in de berekening van de beslagvrije voetrekening gehouden met het kindgebonden budget, huur- en zorgtoeslag.Het verdiepend onderzoek en nadere analyse laat zien dat de compensa-tiekop voor een groot deel borgt dat mensen die geen of mindertoeslagen en kindgebonden budget ontvangen, na toepassing van debeslagvrije voet, toch voldoende beschikbaar inkomen overhouden. Decompensatiekop gaat echter standaard uit van een gezin met tweekinderen tot 12 jaar en de compensatie is gemaximeerd tot een inkomenvan ongeveer € 52.000. Hierdoor lopen huishoudens met een inkomenboven € 52.000 die te maken krijgen met beslag een deel van hetkindgebonden budget mis. Op maandbasis zijn zij hierdoor slechter uitdan lage inkomens. Het verschil met lage inkomens neemt toe naarmatehet inkomen hoger is, met name als zij meer dan twee kinderen hebben ofwanneer de kinderen ouder zijn dan 12 jaar.Ook de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving komt tot eenvergelijkbare bevinding, al wordt in dat rapport gemist dat het verschilzich voordoet bij inkomens vanaf € 52.000.18 Afhankelijk van invulling vande voorgenomen verhoging kindgebonden budget, kan dit verschil in detoekomst verder oplopen.Zoals onderstaande tabel laat zien, kan bovenstaande bevinding ertoeleiden dat het maandelijks beschikbaar inkomen voor een gezin met eeninkomen van drie keer modaal, € 585 lager is ten opzichte van een gezinmet een inkomen op minimumloonniveau.Het verschil in beschikbaar inkomen tussen hoge en lage inkomens die temaken krijgen met beslag is de afgelopen jaren toegenomen, omdat hetkindgebonden budget aanzienlijk is gestegen. Dit bedrag zou eventueelnog kunnen oplopen als er gebruik wordt gemaakt van kinderopvang. Ziehierover de volgende paragraaf.Het is waarschijnlijk dat deze situatie voor zeer hoge inkomens in depraktijk weinig voorkomt. Naarmate het inkomen toeneemt, hebbenmensen minder te maken met beslag. De inschatting is dat een zeer kleindeel van mensen met beslag 3,5 keer modaal verdient.19Hiervan heeft een nog kleiner deel drie of meer kinderen. Hoewel dezesituatie niet vaak voorkomt, heeft mogelijk 5% van alle gezinnen die temaken krijgen met beslag nadeel van de wijze waarop rekening wordtgehouden met de afbouw van het kindgebonden budget. Naar aanleidingvan deze bevinding zal de omvang van deze groep nader in beeld wordengebracht en wordt overwogen om beleidsopties uit te werken om diteffect te dempen. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met degevolgen voor de uitvoering.18RVS (2023) Kinderen uit de knel19Op basis van onderzoek uit 2016 heeft 4 tot 5% van de beslagenen een inkomen van boven€ 24.000. Rekening houdend met de inflatie en loonstijging van afgelopen negen jaar zou eenop de twintig mensen die te maken krijgen met beslag een inkomen hebben van ongeveer€ 33.000.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7688 Tabel 1: Beschikbaar inkomen per maand naar gezinssamenstelling en inkomen op basis van beslagvrije voet en kindgebondenbudget 2024alleen-staandeouder 1 kind<12alleen-staandeouder 2kinderen<12, 12–16alleen-staandeouder 3kinderen 1x<12, 2x 12–162 ouders 1kind <122 ouders 2kinderen<12, 12–162 ouders 3kinderen 1x<12, 2x 12–16Bijstand (alleenstaande€ 15.406 partners 22.009)KGB5.9169.04612.1762.4365.5668.696compensatie000000basis BVV14.63614.63614.63620.90820.90820.90820.55223.68226.81223.34426.47429.604WML (24.833)KGB5.9169.04612.1762.4365.5668.696compensatie000000basis BVV14.63614.63614.63620.90820.90820.90820.55223.68226.81223.34426.47429.604Inkomen op max bvv(52.000)KGB4.2727.40210.5321.4024.5327.662compensatie1.6441.6441.6441.0341.0341.034basis BVV14.63614.63614.63620.90820.90820.90820.55223.68226.81223.34426.47429.604Inkomen van 104.000KGB7623.8927.02201.0224.152compensatie1.6441.6441.6441.0341.0341.034basis BVV14.63614.63614.63620.90820.90820.90817.04220.17223.30221.94222.96426.0943,5x modaal (156.000)KGB03823.51200642compensatie1.6441.6441.6441.0341.0341.034basis BVV14.63614.63614.63620.90820.90820.908 16.27916.66219.79221.94221.94222.584 Toelichting 1: Lees de tabel van boven naar beneden voor verschillen inbeschikbaar inkomen naarmate inkomen toeneemt voor vergelijkbarehuishoudsamenstellingen. In bovenstaande tabel zijn de bedragenkindgebonden budget van 2024 gebruikt.Toelichting 2: Bovenstaande berekeningen van beschikbaar inkomen gaanuit van fictieve situaties omdat (de compensatie van) huur- en zorgtoeslagniet zijn meegenomen.• Kosten kinderopvangBij de invoering van de wet Vbvv is de kinderopvangtoeslag, als enigetoeslag, niet meegenomen als onderdeel van de compensatiekop in derekenregels van de beslagvrije voet. De belangrijkste reden om de kostenvan kinderopvang niet mee te nemen was destijds dat dit ook geenonderdeel was in het systeem van vóór 2021. Inhoudelijk kwam daarbijdat de kinderopvangtoeslag een arbeidsmarkt stimulerende en geeninkomensondersteunende maatregel is. Aanvullend speelde mee dat hetmee laten wegen van de kosten van kinderopvang tot meer complexiteitzou leiden. De gegevens voor de berekening van de hoogte van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 7689 kinderopvangtoeslag konden namelijk niet centraal opgevraagd worden,terwijl de wet een vereenvoudiging beoogde en het niet duidelijk was opwelke termijn de kinderopvangtoeslag zou worden vervangen door eenandere financieringswijze.Het verdiepend onderzoek laat echter zien dat na toepassing van debeslagvrije voet met name voor de midden- en hoge inkomens de kostenvoor kinderopvang kunnen leiden tot grote tekorten tussen hetbeschikbaar inkomen en de uitgaven. Het potentiële gevolg hiervan is datouders stoppen met hun werk, omdat zij de daarvoor benodigdekinderopvang niet meer kunnen betalen. Deze uitkomsten zijn aanleidingom de keuze om geen rekening te houden met kosten van kinderopvangbij de berekening van de beslagvrije voet te heroverwegen. Naaraanleiding van het verdiepend onderzoek worden beleidsopties uitge-werkt met voor- en nadelen van manieren om hier alsnog rekening mee tekunnen houden.Tabel 2: Netto kosten kinderopvang per maandBijstandWML52.000104.000156.0001 kind 2 dagen BSO (totaal 10,5 uur perweek)1981987692.3173.3091 kind 2 dagen KDV en 1 kind 2 dagenBSO (totaal 32,5 uur per week)6676672.0906.0718.7992 kinderen 4 dagen KDV en 1 kind4 dagen BSO (totaal 109 uur per week)2.2732.2735.47114.95722.217 Aanname: De berekening gaat uit van een instellingstarief gelijk aan demaximum uurprijs (€ 10,25 voor KDV en € 9,12 voor BSO). Als hetinstellingstarief hoger is dan de maximum uurprijs, betalen ouders hetverschil volledig zelf, waardoor de netto kosten hoger zijn.Balans tussen de belangen van de beslagene en de schuldeiserBij de totstandkoming van de wet Vbvv is een afweging gemaakt tussende belangen van mensen die te maken krijgen met beslag en deschuldeiser.De beslagvrije voet moet borgen dat schulden worden afgelost waarbij errekening mee wordt gehouden dat mensen die met beslag te makenkrijgen voldoende overhouden om van rond te komen. Dit betekent dat bijieder inkomen, ongeacht de hoogte, sprake is van aflossing van schulden,ook al gaat het hier bij de laagste inkomens slechts om een klein bedragper maand waarmee wordt afgelost.De tussentijdse evaluatie komt niet tot een definitieve conclusie over devraag of de wet erin slaagt om zowel de belangen van de beslagene als deschuldeiser voldoende te borgen. Ook volgt er geen conclusie uit hetonderzoek of de 5%-regeling op een verantwoorde wijze uitpakt. Volgensde onderzoekers is er nog te weinig bekend over de groep op wie de5%-regeling van toepassing is, welke aflossing uit deze groep voortkomten wat de (neven)effecten van de regeling zijn (op beslagene en schuld-eiser). Een vraag die hierbij relevant is, maar geen onderdeel was van detussentijdse evaluatie, is of de beslagvrije voet toereikend is om van rondte komen. In het verdiepend onderzoek wordt in ieder geval aandachtgevraagd voor mensen met een inkomen onder de bijstandsnorm omdatdeze groep er, zoals voorzien, relatief sterk op achteruit is gegaan tenopzichte van de oude systematiek. In de definitieve wetsevaluatie diegepland staat voor 2026 zal hier nader op in worden gegaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 76810 Vooruitlopend op de wetsevaluatie in 2026 geeft het verdiependonderzoek inzicht in de mate waarin de beslagvrije voet toereikend is.Hoewel er geen objectieve maatstaf is hoeveel iemand nodig heeft voorminimale uitgaven, hebben de onderzoekers de beslagvrije voet afgezettegen de voorbeeldberekeningen van de Commissie sociaal minimum.In de vorige paragraaf is reeds ingegaan op de uitkomsten door te stellendat met name het beschikbare inkomen voor een deel van dehuishoudens met kinderen lager is dan de voorbeeldberekeningen van deCommissie sociaal minimum. Dit is in lijn met het rapport van deCommissie sociaal minimum.In de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie sociaal minimumzijn aan de inkomstenkant koopkrachtmaatregelen aangekondigdwaarmee het verschil tussen beschikbaar inkomen en uitgaven deelswordt gedicht. Deze bedragen zijn echter niet meegenomen in de analysevan het verdiepend onderzoek omdat hierin wordt uitgegaan van debedragen van 2023. Ten aanzien van het systeem van de beslagvrije voetwordt daarnaast in deze brief aangekondigd dat er beleidsopties wordenuitgewerkt om beter rekening te houden met de afbouw van het kindge-bonden budget voor midden- en hoge inkomens en de kosten vankinderopvang.Dat neemt niet weg dat zelfs met invoering van de koopkrachtmaatregelenen aanpassing van de compensatiekop van de beslagvrije voet hetbeschikbare inkomen gedurende beslag krap is om van te leven. Het blijftvan belang om continu te blijven afwegen of met de beslagvrije voet dejuiste balans is gevonden tussen het afbetalen van schulden en kunnenrondkomen.Om op basis van de wetsevaluatie van 2026 tot een volledig afgewogenoordeel te kunnen komen over de mate waarin de beslagvrije voettoereikend is en of hierin voldoende evenwicht is gevonden tussenbeslagene en schuldeiser, adviseren de onderzoekers om nader onderzoekte doen naar de effecten van de 5%-regeling.Aanvullend suggereren de onderzoekers om over het evenwicht tussenbeslagene en schuldeiser in gesprek te blijven met de partners in de ketenvoor derdenbeslag. Deze aanbevelingen neem ik ter harte zodat er nuwordt doorgepakt om in 2026 tot een definitief oordeel te komen.Aanvullend hoop ik met deze nadere inventarisatie ook beter zicht tekrijgen op het verzilveringsprobleem van ophogingen bij de 5%-regel ende impact van de beslagvrije voet bij langer lopend beslag.Coördinatie en ketensamenwerkingAls laatste thema wordt er in het rapport van de tussentijdse evaluatie eenaantal aanbevelingen gedaan ten aanzien van de samenwerking enafstemming in de keten voor derdenbeslag. De keten bestaat uit allepublieke en private partijen die beslag mogen leggen. Omdat het gaat omeen relatief nieuwe keten is de governance en samenwerking nog volop inontwikkeling en wordt de samenwerking continu geëvalueerd enbijgesteld om tot optimalisatie te komen. Dit heeft er volgens de tussen-tijdse evaluatie toe geleid dat ketenpartners en stakeholders zich over hetalgemeen betrokken en gehoord voelen en enthousiast zijn over deverbeterde ketensamenwerking. Volgens de onderzoekers versterkt dezesamenwerking het gezamenlijk identificeren van knelpunten, vinden vanoplossingen en onderling leren. In de verdere ontwikkeling van de ketenworden de aanbevelingen van de onderzoekers ten aanzien van verdereevaluatie en verbetering van de samenwerking en governance opgepakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 76811 Ook zullen richting de definitieve evaluatie van de wet in 2026 samen metde keten de mogelijkheden voor verbetering van gegevensverzamelingvoor sturingsinformatie worden bekeken.Met de inwerkingtreding van de wet Vbvv is de rol van coördinerenddeurwaarder geïntroduceerd. In de tussentijdse evaluatie van de wetwordt geconcludeerd dat de rol van coördinerend deurwaarder decoördinatie bij samenloop van beslagen sterk heeft verbeterd. Verdereverbetering van een correcte uitvoering van de regeling van de beslagvrijevoet is mogelijk door gegevensuitwisseling tussen beslagleggendepartijen over beslagen op verschillende inkomstenbronnen te verbeteren.Hiervoor is het wetsvoorstel Stroomlijning keten voor derdenbeslag invoorbereiding. De verwachting is dat u hierover aan het begin van hetvolgende jaar wordt geïnformeerd. Ook de aanbeveling om de keten teondersteunen bij een uniforme invulling van de rol van coördinerenddeurwaarder zal worden opgepakt. Mogelijk kan het afsprakenkadercoördinerend deurwaarder hiervoor worden aangepast. De aanbevelingom tot één coördinerend deurwaarder per beslagene in plaats van perinkomstenbron te komen, heeft verstrekkende gevolgen voor de wijze vanbeslaglegging en voor de beslagene. Daarom zal dit richting de definitieveevaluatie in 2026 nader moeten worden bekeken.Tot slotDe wet leidt tot op grote hoogte tot uitkomsten zoals was beoogd. Derapporten bieden een helder overzicht van de instrumenten en deafwegingen en vragen met name aandacht voor de doorwerking van debeslagvrije voet onder specifieke omstandigheden. Het is belangrijk omwaar mogelijk voort te bouwen op de positieve voortgang die is bereiktmet de wet tot dusver en te investeren in de verdere ontwikkeling ensturing in de keten. Richting de definitieve wetsevaluatie in 2026 zullenvoor gevonden knelpunten beleidsopties verder worden uitgewerkt en zalaanvullende informatie worden verzameld. Uiteraard worden de ketenpar-tijen en stakeholders hierbij betrokken.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 515, nr. 76812

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 31af6a62adc2cdc5

14 okt 2026 · 7e9470a2d6dbfa53

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.