Verslag Landbouw- en Visserijraad 22-23 september 2025
Brontekst
Versie 8913adfd49abfe33 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1729 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 oktober 2025Op 22 en 23 september jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna:Raad) plaats in Brussel. Met deze brief informeren wij de Kamer over deuitkomsten van de Raad. Tevens maken wij van de gelegenheid gebruikom de Kamer te informeren over het jaarverslag van de voortgang van hetPOP3-programma en over de aangenomen compromistekst ten aanzienvan het Omnibusvoorstel met betrekking tot het GemeenschappelijkLandbouwbeleid (GLB).I. Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 22–23 september 2025 Vangstmogelijkheden voor 2026 – EU-VK en EU-Noorwegen en kuststatenDe jaarlijkse gedachtewisseling over de onderhandelingen met hetVerenigd Koninkrijk (VK), Noorwegen en de Atlantische kuststaten biedtde lidstaten al in een vroeg stadium de gelegenheid hun prioriteitenkenbaar te maken. Het onderhandelingsmandaat wordt begin oktoberdoor de lidstaten vastgesteld, waarna de onderhandelingen van startkunnen gaan.De Europese Commissie (hierna: Commissie) wees op de vele uitdagingenvoor de komende onderhandelingen, die de afgelopen jaren steedsmoeizamer zijn verlopen. Een positieve ontwikkeling is de Handels- enSamenwerkingsovereenkomst met behoud van dezelfde visquota met hetVK, waarin wederzijdse toegang tot elkaars wateren tot 2038 isvastgelegd. Dit biedt stabiliteit voor de sector. De Commissie benoemdedat tegelijkertijd veel gezamenlijk beheerde bestanden, zoals kabeljauw,schelvis, wijting en tong in de Keltische Zee, onder biologisch veiligegrenzen zijn gekomen. De Commissie benadrukte in dit verband dewettelijke verplichting om aanvullende herstelmaatregelen te treffen. kst-21501-32-1729ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17291 Verder benadrukte de Commissie de zorgelijke ontwikkelingen van depelagische visbestanden, zoals Noordzeeharing en makreel. Deze vragenom een stevig en gecoördineerd Europees standpunt. Daarnaastonderstreepte de Commissie dat landen die de duurzaamheidsregels nietnaleven, met consequenties geconfronteerd moeten worden, en dat deUnie moet blijven inzetten op duurzaam beheer, wetenschappelijkonderbouwde besluiten en internationale samenwerking om de toekomstvan de visserij en kustgemeenschappen veilig te stellen.De lidstaten benoemden hun prioriteiten voor de onderhandelingen enbenadrukten het belang van de relaties met het VK en Noorwegen.Verschillende lidstaten stelden dat de historische verdelingsarrange-menten het uitgangspunt moeten blijven in de onderhandelingen, vanuithet oogpunt van duurzaam bestandsbeheer en stabiliteit voor devisserijondernemingen. Daarbij wezen veel lidstaten, waaronderNederland, op het belang van een evenwichtige afweging tussen demilieudoelstellingen en de sociaaleconomische doelstellingen van hetGemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB).De Staatssecretaris heeft zijn zorgen uitgesproken over het in toenemendemate moeilijke verloop van de onderhandelingen met het VK enNoorwegen en vroeg in dat kader om visserij onderdeel te maken van debredere buitenlandse betrekkingen met deze landen. Hij dankte deCommissie voor haar inzet bij de totstandkoming van de langdurigetoegangsafspraak met het VK. Ook verzocht hij de Commissie om tevoorkomen dat technische maatregelen en gebiedssluitingen met het oogop natuurherstel door het VK er alsnog voor zorgen dat EU-vissers niet inde VK-wateren kunnen vissen.Verder benadrukte de Staatssecretaris het belang van vangstmogelijk-heden op het niveau van maximaal duurzame oogst (MSY), waarbijrekening wordt gehouden met sociaaleconomische impact voor devissers. In reactie op het voorstel van de Commissie om de zogenaamde5%-regel uit de Europese meerjarenplannen ook toe te passen opgezamenlijk beheerde bestanden, riep de Staatssecretaris op om tevoorkomen dat de EU zichzelf eenzijdig strengere maatregelen oplegt,waardoor de Europese visserijsector een nadelige concurrentiepositie zoukrijgen. Daarnaast bracht hij het gebrek aan wetenschappelijke onder-bouwing van het Noorse verbod op de boomkorban naar voren enverzocht hij de Commissie om zich in de onderhandelingen metNoorwegen te blijven inzetten voor het opheffen van deze maatregel. Totslot sprak de Staatssecretaris zijn zorgen uit over de verwachte sterkedaling van de pelagische vangstadviezen en gaf hij aan dat de toepassingvan de Haagse preferenties in dat kader opnieuw tegen het licht gehoudenmoet worden.Vaststelling van voorwaarden voor de uitvoering van de steun van deUnie aan het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, het Europees Oceaanpacten het maritieme en aquacultuurbeleid van de Unie 2028–2034De Commissie presenteerde op 16 juli jl. de plannen voor de Steunveror-dening GVB, dat onderdeel is van het Meerjarig Financieel Kader (MFK)voor de begroting van 2028–2034. De Commissie lichtte de structuur enomvang van de steun toe. Zij benadrukte dat de genoemde geoormerktebudgetten minimumbedragen zijn voor de activiteiten die genoemdworden in de verordening van het Europees fonds voor economische,sociale en territoriale cohesie, landbouw, platteland, visserij en maritiem,voorspoed en veiligheid (NRP-fonds). De wettelijke taken, zoals controle,handhaving en datacollectie worden hierin niet genoemd en zoudenvolgens de commissaris uit niet-geoormerkte budgetten van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17292 NRP-fonds of uit de EU Facility gefinancierd moeten worden. Voor visserijkan geput worden uit meerdere Europese fondsen. Dat biedt de lidstatenmeer flexibiliteit. Door meer te sturen op de prestaties worden de fondseneffectiever benut.In reactie op de presentatie gaven meerdere lidstaten aan nog veel vragenen onduidelijkheden te hebben. De meeste lidstaten vinden het geoor-merkte budget van € 2 miljard voor visserij veel te weinig in relatie tot deopgaven waar de visserijsector voor staat. Er werd benoemd dat het gaatom een korting van 70% ten opzichte van de huidige periode. Er werdenzorgen geuit of visserijgemeenschappen en innovaties met dezevoorstellen financieel ondersteund kunnen blijven worden.De Staatssecretaris bracht in dat de MFK-voorstellen een grote veran-dering zijn. De Staatssecretaris verwees in dit verband naar het door hemin maart jl. ingebrachte diversenpunt waar de urgentie om vissers teondersteunen breed werd gedeeld. Vanwege het parlementairvoorbehoud op het MFK-pakket beperkte de Staatssecretaris zich tot hetstellen van enkele vragen. Zo vroeg hij naar de juridische basis van de€ 2 miljard voor de visserij waar door de Commissie over wordtgesproken. Ook vroeg hij of de Raad wordt betrokken bij de invulling vanhet Do No Significant Harm principe. Verder sprak de Staatssecretaris zijnzorg uit dat middelen binnen één jaar na committering moeten zijngedeclareerd waar dat nu binnen drie jaar kan. Ten slotte bepleitte hij eengelijk speelveld voor alle vlootsegmenten.GLB-voorstellen post-2027De Commissie presenteerde haar voorstellen voor het GLB na 2027(onderdeel van het pakket voorstellen voor het volgende MFK) en er vondeen eerste oriënterend debat hierover plaats. Op de agenda stonden hetvoorstel voor het GLB na 2027, het voorstel voor de EU-schoolregeling enhet voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke Marktordening(GMO). Gezien de nauwe samenhang van deze drie voorstellen met hetvoorstel voor Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP),kwam ook dat voorstel veelvuldig ter sprake.1 De Commissie lichtte denieuwe architectuur van het MFK na 2027 toe en gaf aan dat hervor-mingen volgens de Commissie noodzakelijk zijn.Lidstaten waren overwegend kritisch op de voorstellen. Veel lidstatenherhaalden, onder verwijzing naar de in december 2024 aangenomenRaadsconclusies over de toekomst van het GLB, de oproep aan deCommissie voor behoud van een zelfstandig GLB met twee pijlers om devoedselzekerheid in de EU te garanderen.2 Een groot aantal lidstaten uittezorgen over het beschikbare budget voor het GLB. Nederland heeftaangegeven zich zorgen te maken dat de toedeling van het NRPP-budgetnadelig uitpakt voor landbouw. Nederland heeft daarbij benadrukt dat deambitieuze doelen evenredig moeten zijn met het beschikbare budget.Daarnaast uitten veel lidstaten hun ongenoegen over de aan hentoebedeelde bedragen. De Commissie benadrukte in reactie hierop dat ditslechts minimumbedragen zijn en dat lidstaten bedragen kunnen – en insommige gevallen moeten – aanvullen met middelen uit de vrijebestedingsruimte van het NRPP. Ook uitten lidstaten hun ongenoegenover het feit dat de voor landbouw relevante bepalingen verspreid zijnover verschillende voorstellen: een groot aantal lidstaten pleitte ervoorom alle relevante bepalingen bij elkaar in één voorstel te plaatsen enonderstreepte dat deze allemaal besproken moeten worden door de1Kamerstuk 22 112, nr. 4144; Kamerstuk 22 112, nr. 4145; Kamerstuk 22 112, nr. 4147.2Kamerstuk 21 501-32, nr. 1688Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17293 Landbouw- en Visserijraad. Andere zorgen zagen op het gelijk speelveld,iets waar Nederland ook vragen over heeft gesteld, en het behouden vanhet gemeenschappelijke karakter van het GLB, de verplichte openstellingvan bepaalde interventies, de cofinancieringsregels en de uitvoering engovernance. Lidstaten hebben grote twijfels of deze voorstellen zullenleiden tot vereenvoudiging en vermindering van administratieve lasten.Ook Nederland heeft vragen gesteld over de uitvoering en governance, endaarbij verwezen naar de opgedane ervaringen met de GLB-nationaalstrategische plannen. Een enkele lidstaat vroeg aandacht voor het belangvan het GLB voor de groene transitie en voor het behalen van deklimaatambities van de EU. Sommige lidstaten spraken zich positief uitover de kansen die de nieuwe structuur biedt voor meer synergie in hetMFK en de aandacht voor jonge boeren en generatievernieuwing, iets datook Nederland expliciet heeft verwelkomd.De Commissie benadrukte dat het debat slechts het begin is van langeonderhandelingen en riep lidstaten op om constructief samen te werkenin het vervolgproces.Handelsgerelateerde landbouwvraagstukkenZoals gebruikelijk informeerde de Commissie de Raad over de laatstehandelscijfers en de stand van zaken in lopende bilaterale onderhande-lingen over handelsakkoorden. De Commissie gaf aan dat de EU in deeerste helft van 2025 een positieve handelsbalans heeft met een handels-overschot van € 21,9 miljard en dat de vooruitzichten goed zijn. Hierbijblijven geopolitieke spanningen en onzekerheden een aandachtspunt. DeCommissie en de lidstaten onderstreepten hierbij het belang vandiversificatie in de handel met derde landen.De Commissie ging in op de op 3 september jl. door de Commissie aan deRaad aangeboden Raadsbesluiten ter ondertekening en sluiting van hetEU-Mercosur akkoord. De Commissie besteedde hierbij aandacht aan dedoor haar voorgestelde aanvullende maatregelen ter bescherming van delandbouwsector. De Commissie gaf aan dat het akkoord gebalanceerd isen dat de aanvullende maatregelen een aantal garanties bieden. Zobieden de maatregelen bescherming aan de meest gevoelige landbouw-sectoren van de EU en versterken ze controle van de naleving van hetakkoord. Lidstaten reageerden wisselend: een aantal lidstaten onder-streepte hun zorgen, terwijl andere lidstaten het akkoord juist verwel-komden. Nederland heeft aangegeven dat het akkoord nationaal gevoeligligt,3 en dat het kabinet het akkoord en de nieuwe maatregelenmomenteel bestudeert.Ten aanzien van de door de Commissie afgesloten akkoorden metOekraïne en Moldavië tot wijziging van de EU-Oekraïne brede vrijhandels-ruimte (DCFTA) onder de Associatieakkoorden met beide landen, gaf deCommissie het geopolitieke belang van de akkoorden aan. Verder sprakde Commissie de verwachting uit dat de Raad de herziening zalgoedkeuren. Reacties van lidstaten waren divers. Terwijl de meestelidstaten het belang van de akkoorden onderstreepten, gaven sommigelidstaten aan dat steun aan Oekraïne niet ten koste mag gaan van deEU-landbouwsector. Hierbij werd het belang van het in overeenstemmingbrengen van Oekraïense wet- en regelgeving met EU-wet- en regelgevingbenoemd.3Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 36Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17294 Ten aanzien van het Chinese antidumpingonderzoek naar varkensvlees ende recent door China aangekondigde voorlopige importheffingen in ditkader, gaf de Commissie aan een aantal opties te overwegen terbescherming van de belangen van producenten en exporteurs in de EU.Meerdere lidstaten noemden de economische gevolgen van heffingenvanuit China en onderstreepten het belang van een uniforme reactievanuit de EU. Nederland heeft zorgen uitgesproken over de mogelijkeimpact van de Chinese antidumpingheffingen op de EU-markt voorvarkensvlees, en de acties van de Commissie gesteund. Ook heeftNederland dank uitgesproken aan de Commissie voor de steun in hetlopende onderzoek ter plaatse in een aantal lidstaten, waaronderNederland, door de Chinese overheid naar zuivelsubsidies.4Ten slotte meldde de Commissie dat het 22 september jl. met Indonesiëeen onderhandelingsakkoord heeft bereikt over een handelsverdrag.Diversenpunt: Europese wijnmarktDuitsland stelde voor om een Europese rooiregeling voor wijnstokken inte stellen om een oplossing te bieden voor de huidige situatie in deEuropese wijnmarkt. Duitsland liet weten dat wijnproducenten kampenmet acute liquiditeitsproblemen die ook consequenties kunnen hebbenvoor andere actoren in de keten. Volgens Duitsland kan alleen door hetwijnareaal te beperken de markt- en inkomenssituatie in de wijnsectorverbeteren. Meerdere lidstaten spraken de hoop uit dat het pakket aanmaatregelen voor de wijnsector, dat eerder dit jaar is gepubliceerd doorde Commissie en waarover inmiddels een Raadspositie is vastgesteld,5spoedig wordt aangenomen. De meeste lidstaten stonden kritischtegenover het voorstel van Duitsland voor een Europese wijnrooiregeling,omdat dit een te grote impact op de economieën van plattelandsgebiedenzal hebben. De Commissie stelde dat de wijnsector inderdaad te kampenheeft met diverse uitdagingen. Het Duitse voorstel kent volgens deCommissie echter hoge kosten en zou veelal onomkeerbare gevolgenhebben. De Commissie gaf aanvullend aan dat de zorgen van de lidstatenmomenteel al worden gereflecteerd in het eerder voorgestelde wijnpakketen hoopt net als de lidstaten dat hierover snel een akkoord kan wordenbereikt. Nederland heeft dit punt aangehoord.Diversenpunt: Handel met OekraïneSlowakije vroeg aandacht voor de handelsrelatie met Oekraïne en uittezorgen over effecten op grenslanden bij de instroom van goedkopeproducten uit Oekraïne, en de effecten op de eigen boerenpopulatie.Verder benoemde Slowakije de termijn voor implementatie vanEU-productiestandaarden (2028) als een probleem. Hierbij riep Slowakijeop tot de oprichting van een speciaal compensatiefonds. Reacties vanlidstaten waren uiteenlopend: sommige lidstaten gaven het belang aanvan bescherming van producenten en landbouwers tegen overmatigeinvoer vanuit Oekraïne. Zij onderstreepten dat marktverstoring moetworden voorkomen. Andere lidstaten noemden juist het belang van desteun aan Oekraïne door handel met Oekraïne te faciliteren. DeCommissie gaf aan dat er een gebalanceerd akkoord met Oekraïne isbereikt, en dat de nodige voorzorgsmaatregelen met het oog op debelangen van producenten en landbouwers worden getroffen in hetvrijwaringsmechanisme. Nederland heeft dit punt aangehoord.4Kamerstuk 21 501-02, nr. 32145Kamerstuk 21 501-32, nr. 1720Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17295 Diversenpunt: N+3Letland, gesteund door een groot deel van de lidstaten, uitte zorgen overde N+2-decommiteringstregel voor plattelandsontwikkelingsinterventiesin de GLB-NSP. Letland voerde aan dat de huidige economische, geopoli-tieke en klimatologische omstandigheden het moeilijk maken omprojecten tijdig uit te voeren, waardoor er een reëel risico op verlies vanmiddelen ontstaat. De lidstaten deden daarom een oproep aan deCommissie om de periode te verlengen naar N+3, dat wil zeggen dat deperiode waarna begrotingsvastlegging voor plattelandsontwikkelingsinter-venties automatisch vrij worden gemaakt indien niet gebruikt wordtverlengd. Een aantal lidstaten uitte ook hun ongenoegen over de door deCommissie voor de volgende MFK-periode voorgestelde periode van éénjaar (N+1) en gaven aan dat dit voor grote problemen kan zorgen. Zoalsaangegeven in het BNC-fiche over het NRPP-voorstel, zal het kabinet zichervoor inzetten dat er een realistische termijn voor decommitering vanmiddelen wordt opgenomen in het NRPP.6 De Commissie gaf aan dat deN+2-regel tijdens de onderhandelingen over het huidige GLB isafgesproken door de regeringsleiders en is vastgelegd in de GLB-verorde-ning. Aanpassing van de regel zou dus enkel kunnen door het amenderenvan de basisverordening. De Commissie herkent het door de lidstatengeschetste risico op het verlies van middelen niet en benadrukte metlidstaten samen te willen werken om ervoor te zorgen dat er zo minmogelijk geld op de plank blijft liggen. Nederland heeft dit punt aange-hoord.Diversenpunt: Terugkoppeling FAO-conferentieHet Deens voorzitterschap gaf een terugkoppeling van de 44ste FAO-conferentie die van 28 juni tot 4 juli jl. plaatsvond. De Commissie gafhierbij aan dat de aangenomen resolutie over antimicrobiële resistentieeen succes is, en onderstreepte hierin het goede verloop van hetEU-coördinatieproces. Nederland heeft dit punt aangehoord.Diversenpunt: Uitbraak Afrikaanse varkenspestEstland vroeg, met steun van Tsjechië, Luxemburg en Slowakije, aandachtvoor de uitbraak van de Afrikaanse varkenspest in Estland. Hierbijverzocht Estland de Commissie om een efficiënte en toekomstbestendigebestrijding van Afrikaanse varkenspest. Hierbij benoemde Estland degegroeide wilde zwijnenpopulatie in Estland, en riep het op tot mogelijk-heden om beheer van deze populatie te faciliteren. Meerdere lidstatenspraken steun uit voor een gecoördineerde aanpak, en riepen deCommissie op om gemeenschappelijke middelen vrij te maken voorbestrijding van de dierziekte. Sommige lidstaten onderstreepten ook hetbelang van bioveiligheidsmaatregelen op het boerenerf ter voorkomingvan uitbraken. Nederland heeft zijn oprechte medeleven aan Estlanduitgesproken en de Commissie gevraagd om de inbreng van Estland meete nemen in de bredere gesprekken die worden gevoerd over efficiëntebestrijding van dierziekten binnen de EU. De Commissie beaamde hetbelang van een snel optreden in geval van uitbraken en gaf aan datonderzoek gefinancierd moet worden om de oorzaken van Afrikaansevarkenspest te analyseren. Hierin benoemde zij ook de rol die vaccinatieskunnen spelen in het voorkomen van uitbraken van de dierziekte.6Zie BNC-fiche over het NRPP (Kamerstuk 22 112, nr. 4144, p. 20); decommiteringen zijnaangegane verplichtingen die uiteindelijk niet tot uitbetaling zijn gekomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17296 Diversenpunt: Gewasbescherming/Basic substancesDuitsland vroeg, met steun van een aantal andere lidstaten, de Commissieom wijziging van artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 inzake degoedkeuringscriteria voor basisstoffen. Deze lidstaten pleitten ervoor dateenmaal goedgekeurde basisstoffen hun status behouden, ook als zij latertevens als werkzame stof worden toegelaten. Dit zou innovatie stimuleren,keuzevrijheid voor boeren vergroten en de inspanningen van publiekeinstellingen en producenten beschermen. De Commissie werd verzocht ditpunt te betrekken bij een komende omnibuswijziging. Veel lidstaten,waaronder Nederland, steunden de oproep van Duitsland en benadruktenhet belang van goede beschikbaarheid van laagrisicomiddelen. Een aantallidstaten verwees expliciet naar het belang van dit voorstel voor hetconcurrentievermogen van boeren in de EU en het belang van vereenvou-diging van regelgeving op dit gebied. De Commissie sprak steun uit voorhet voorstel van Duitsland en gaf aan in het vierde kwartaal van 2025 eenOmnibusvoorstel te presenteren met gerichte wijzigingen van wetgeving,onder andere op dit gebied.Diversenpunt: WaterweerbaarheidsstrategieDe Commissie presenteerde de in juni jl. door haar gepubliceerdeWaterweerbaarheidstrategie.7 Onder dit agendapunt vroeg Duitsland,gesteund door een aantal lidstaten, aandacht voor enkele zorgen tenaanzien van de strategie vanuit landbouwperspectief, o.a. over betrok-kenheid van de landbouwsector bij waterbeleid, de impact van het 10%besparingsdoel op de landbouwsector, methodologie voor dataverza-meling en de inzet van GLB-middelen. Duitsland en andere lidstatengaven aan dat de strategie geen afbreuk mag doen aan het GLB-budget.Lidstaten benadrukten het belang van water voor de landbouwsector envoor voedselzekerheid alsmede het belang van een holistische aanpak.Veel lidstaten gaven aan dat er voldoende ruimte moet zijn voor flexibi-liteit om rekening te houden met verschillen tussen lidstaten, en dat hetbelangrijk is om de administratieve lasten en regeldruk te verlagen.Nederland verwelkomde de strategie en benadrukte het belang vansamenwerking en kennisuitwisseling op dit thema in de EU. Naarverwachting worden tijdens de Milieuraad op 21 oktober a.s. Raadscon-clusies aangenomen over de strategie.Diversenpunt: AalscholverZweden, met steun van een aantal andere lidstaten, wees op de negatieveimpact van toenemende aalscholverpopulaties op kwetsbare visbe-standen en de biodiversiteit en riep de Commissie op tot coördinatie opdit thema. Daarnaast vroeg Zweden om opname van de aalscholver inbijlage II van de Vogelrichtlijn, zodat deze als bejaagbare soort kanworden aangemerkt. Een aantal lidstaten gaf aan de zorgen en proble-matiek van Zweden te herkennen en de voorgestelde aanpak te steunen.Ook Nederland steunde de Zweedse inzet en benadrukte het belang vaneen gezamenlijke Europese aanpak. Een paar lidstaten benadrukte hetbelang van het vinden van een balans tussen het beschermen van desector enerzijds en biodiversiteit anderzijds. De Commissie gaf aan zichbewust te zijn van de problemen die sommige lidstaten ervaren met deaalscholver en benadrukte dat lidstaten onder de Vogelrichtlijn verschil-lende preventieve maatregelen kunnen nemen en dat, waar nodig,derogatie mogelijk is. De Commissie heeft twijfels over de effectiviteit vanopname van de aalscholver in bijlage II, o.a. vanwege de tijd die dit kostomdat de basiswetgeving zou moeten worden aangepast, en kondigde7Kamerstuk 22 112, nr. 4105Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17297 aan aangepaste richtsnoeren te publiceren over hoe lidstaten gebruikkunnen maken van bestaande uitzonderingen voor populatiebeheer onderde Vogelrichtlijn. Daarnaast kondigde de Commissie aan op korte termijneen dialoog te starten met stakeholders en lidstaten over dit onderwerp.II. GLB POP3-jaarverslag Nederland rapporteert jaarlijks over de voortgang van het GLB-programma. Naast het officiële, technische jaarverslag aan de EuropeseCommissie, is er ook een voor het publiek toegankelijk verslag. Ditjaarverslag rapporteert over de uitvoering van het inmiddels afgeslotenGLB-programma 3e plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3). Hetjaarverslag wordt als bijlage meegestuurd met deze brief.De POP3-programmaperiode liep tot en met 2022. Vanaf 2023 is hetNationaal Strategisch Plan (NSP) van start gegaan. Een aantal gesubsidi-eerde projecten van POP3 wordt nog uitgevoerd en afgerond. Eind 2025wordt het programma definitief afgerond. Dit verslag geeft de stand vanzaken van het POP3-programma tot en met 2024 weer.Het POP3-programma heeft een totaalbudget van € 2,1 miljard, verdeeldover zeven maatregelen, zoals investeringen voor innovatie en moderni-sering, het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer en LEADER. Hetgehele programma en andere documenten over het POP3-programma zijnte vinden op de website van Netwerk Platteland.8III. Omnibusvoorstel Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) Over het Omnibusvoorstel met betrekking tot het GLB9 heeft de Raad eenpolitiek akkoord bereikt op basis van de compromistekst langs de lijnwaarover de Kamer op 27 augustus jl. is geïnformeerd.10 De tekst wijkt opvijf punten af van het voorstel dat de Commissie in mei jl. heeft gedaan.Allereerst is de «één controle per jaar» een inspanningsverplichting voorde lidstaten geworden. Ten tweede is verduidelijkt dat de prestatieverant-woording komt te vervallen per financieel jaar 2025. Hier heeft Nederlandvoor gepleit. Ten derde is de nieuwe crisisinterventie in de eerste pijlergeschrapt, evenals de bepaling dat de landbouwreserve alleen noggebruikt mag worden voor marktverstoringen. Deze voorstellen zijn welopgenomen in de voorstellen voor het GLB post-2027. De crisisinterventiein de tweede pijler wordt in stand gehouden. Ten vierde is de verplichteaanwijzing van een nationale autoriteit om het databeheer en datasys-temen voor boeren te vereenvoudigen geschrapt uit het voorstel. Ook ditmaakt wel onderdeel uit van de voorstellen voor het GLB na 2027. Tot slotzullen niet alleen volledig biologisch gecertificeerde landbouwbedrijvenautomatisch voldoen aan de meeste goede landbouw- en milieucondities,maar ook alle andere biologische gecertificeerde percelen.Nederland steunt de Commissievoorstellen over de crisisarchitectuur ende verbeterde data governance, maar heeft met het oog op snellebesluitvorming ingestemd met de compromistekst die voorlag in de Raad.8POP3 | Netwerk Platteland9Kamerstuk 36 749 nr. 2 (BNC-fiche Omnibus GLB)10Kamerstuk 21 501-32, nr. 1724Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17298 Via de vereenvoudigde procedure is het omnibusvoorstel op24 september 2025 voorgelegd aan de Commissie voor landbouw enplattelandsontwikkeling van het Europees Parlement. Hierna zal detriloogfase starten.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17299
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
- Verslag Landbouw- en Visserijraad 22-23 september 2025Actuele officiële versie
- application/xml kst-21501-32-1729.xmlDownload ↗
- application/x-unknown-content-type kst-21501-32-1729.odtDownload ↗
- PDF kst-21501-32-1729.pdfDownload ↗
- text/html kst-21501-32-1729.htmlDownload ↗
- Metadata metadata_owms.xmlOpen metadata ↗
- Metadata metadata.xmlOpen metadata ↗
Bijlagen
Bij dit hoofddocument
Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie