Reactie op het verzoek van het lid Özütok, gedaan tijdens de Regeling van werkzaamheden van 7 september 2017, over externen bij de overheid die een hoger salaris verdienen dan een minister
Brontekst
Versie cb21fb9638670a65 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 31 490Vernieuwing van de rijksdienst 30 111Topinkomens Nr. 228 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 september 2017 Tijdens het ordedebat van 7 september jl. (Handelingen II 2016/17, nr. 100, item 6) heeft u mij gevraagd om een brief naar aanleiding van het bericht van het Algemeen Dagblad dat veel externen bij de overheid een hoger salaris verdienen dan een Minister. Reeds eerder op 13 juni 2017 heeft u gevraagd na berichtgeving in de media over de kosten van externe inhuur bij enkele veiligheidsregio’s om een brief over hoe het kabinet omgaat met externe inhuur (Handelingen II 2016/17, nr. 86, item 8). Op 31 augustus jl. ben ik naar aanleiding hiervan, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, bij brief1 ingegaan op de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid inzake externe inhuur door decentrale overheden, externe inhuur in relatie tot de Wet normering topinkomens en de afspraken met uw Kamer inzake externe inhuur bij de rijksoverheid. Ik ben, samen met de Staatssecretaris van Financiën, verantwoordelijk voor het beheren van het Gemeente- en Provinciefonds. De decentrale overheden zijn, als autonome bestuurslaag zelf verantwoordelijk voor hun uitgaven en bedrijfsvoering. Het is aan de decentrale overheden om in bepaalde situaties al dan niet gebruik te maken van externe inhuur om de gestelde doelen te realiseren. Democratische controle hierop is georgani-seerd via de provinciale staten, gemeenteraden en waterschapsbesturen. Via de Wet normering topinkomens (WNT) zijn de kosten van extern ingehuurde topfunctionarissen aan een maximum gebonden. Externe inhuur van niet topfunctionarissen vallen buiten de WNT. Indien een volgend kabinet besluit het wetsvoorstel Uitbreiding personele reikwijdte WNT (WNT-3) bij uw Kamer in te dienen zal dit consequenties hebben voor de normering en openbaarmaking van de bezoldiging van niet-topfunctionarissen. 1Kamerstukken 29 517 en 31 490, nr. 128. kst-31490-228ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 31 490, nr. 2281 Ten aanzien van de inhuur van extern personeel door de rijksoverheid heeft het kabinet naast de in de Wet normering topinkomens vastgelegde wet- en regelgeving afspraken met uw Kamer gemaakt. Er geldt een maximum uurtarief van € 225 excl. BTW en per ministerie een uitga-vennorm voor externe inhuur van maximaal 10% van de totale personele uitgaven. In het geval die norm op departementaal niveau wordt overschreden, is het uitgangspunt «leg uit». Er zijn immers redenen denkbaar waarom de norm niet behaald kan worden. Over de omvang van de externe inhuur rapporteren de ministeries in hun jaarverslag. Over rijksbrede ontwikkelingen wordt gerapporteerd in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A. PlasterkTweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 31 490, nr. 2282
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.