Voortgangsrapportage Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten (NAP)
Brontekst
Versie 4dc8993e3049557b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 735Mensenrechten in het buitenlands beleidNr. 401 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL ENONTWIKKELINGSHULP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 november 2024In september 2022 is het Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensen-rechten 2022–2026 (NAP) gepubliceerd en aan uw Kamer gestuurd (bijlagebij Kamerstuk 32 735, nr. 344). Het NAP definieert 33 actiepunten dieonder staand beleid worden uitgevoerd.In de bijlage «Voortgangsrapportage Nationaal Actieplan bedrijfsleven enmensenrechten 2024» presenteert het kabinet wat de stand van zaken isten aanzien van de actiepunten, met per actiepunt een toelichting. Devoortgangsrapportage is opgezet langs de drie pijlers van het NAP, tevensde drie pijlers van de UN Guiding Principles for Business and HumanRights (UNGP’s). De drie pijlers zijn: 1) de verplichting van de staat ommensenrechten te beschermen, 2) de verantwoordelijkheid van hetbedrijfsleven om mensenrechten te respecteren en 3) het bieden vaneffectieve remedie.Zowel het NAP als de voortgangsrapportage is tot stand gekomen insamenwerking met de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat (nuopgesplitst in het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie vanKlimaat en Groene Groei), Infrastructuur en Waterstaat, Financiën,Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Veiligheid enSociale Zaken en Werkgelegenheid. Ten behoeve van de voortgangsrap-portage heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) inopdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op 25 juni 2024 eenstakeholderconsultatie georganiseerd, waaraan vertegenwoordigers vanhet bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en experts hebbendeelgenomen. De inzichten uit deze consultatie zijn in de voortgangsrap-portage meegenomen.In deze brief zal ik de belangrijkste resultaten en aandachtspuntenuitlichten. Met deze brief en voortgangsrapportage voldoet het kabinetaan lopende toezeggingen om uw Kamer jaarlijks te informeren over de kst-32735-401ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4011 voortgang van het NAP, zonder daarmee een voorschot te nemen opnieuw beleid.InleidingDe ambitie in het NAP is het bevorderen van de eerbiediging vanmensenrechten door het bedrijfsleven in overeenstemming met deUNGP’s, een wereldwijd kader waarmee de VN-Mensenrechtenraad(United Nations Human Rights Council, UNHRC) in 2011 unanieminstemde. Het doel is om mensenrechtenschendingen te voorkomen inbedrijfsactiviteiten, rechtstreeks en in productieketens. Deze inzet draagtbij aan weerbare internationale waardeketens, een toekomstbestendig enefficiënt handelssysteem, en een gelijk speelveld voor Nederlandsebedrijven.Pijler 1: De verplichting van de staat om mensenrechten tebeschermenDe actiepunten onder pijler 1 beslaan een breed terrein van verplichtingenvan de Nederlandse overheid om bescherming te bieden tegen mensen-rechtenschendingen door derden, waaronder ondernemingen, binnen hungrondgebied en/of jurisdictie. Staten dienen passende stappen te nemenom dergelijke schendingen te voorkomen, te onderzoeken, te bestraffenen herstel mogelijk te maken, met effectieve beleidsmaatregelen, wet- enregelgeving, en gerechtelijke procedures.Op deze pijler wordt goede voortgang geboekt. In de BZ-interne civicspace guidelines en internationaal maatschappelijk verantwoordondernemen (IMVO)-richtlijnen voor posten zijn handelingsperspectievenopgenomen voor ambassades om maatschappelijk verantwoordondernemen te bevorderen. Het aanmoedigen van een dialoog tussenNederlands bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld wordt hieringenoemd. Mensenrechtenverdedigers kunnen hier onderdeel van zijn.Daarnaast spelen ambassades een belangrijke rol in het structureelmonitoren van de mensenrechtensituatie in een land, waardoor milieu-,sociale en veiligheidsrisico’s vroegtijdig geadresseerd kunnen worden. Ditwordt meegenomen in de advisering richting bedrijven. Met betrekkingtot het ondernemen in conflictgebieden en fragiele gebieden zal wordenonderzocht hoe informatievoorziening aan bedrijven in Nederland enbuitenland over conflictsensitief ondernemen dient te worden ingericht.Een concreet voorbeeld dat laat zien hoe de Nederlandse overheid dealgemene verplichting om mensenrechten te beschermen uitvoert, is deagendering van dit thema binnen bestaande mensenrechtenbescher-mingsprogramma’s. Een mooi resultaat is dat, mede dankzij Nederlandseinzet, het belang van veiligheid van mensenrechtenverdedigers expliciet isopgenomen in de in 2023 herziene OESO-richtlijnen voor multinationaleondernemingen inzake internationaal maatschappelijk verantwoordondernemen. De OESO-richtlijnen zijn samen met de UNGP’s de basis vanhet IMVO-beleid.Een ander voorbeeld van hoe deze verplichting in de praktijk wordtgebracht is de facilitering door de overheid van breed overleg met entussen ketenpartners, met name rondom voor Nederland belangrijkeketens als cacao, palmolie en textiel. Dit heeft geresulteerd in meerstrategische samenwerking, specifiek gericht op ondersteuning vanbedrijven bij de naleving van Europese wetgeving zoals de Europeserichtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebiedvan duurzaamheid, de Corporate Sustainability Due Diligence Directive(CSDDD), mede ten behoeve van een positieve ontwikkelingsimpact. InTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4012 dat kader kunnen Nederlandse bedrijven sinds 25 september 2023, samenmet lokale partijen, zoals toeleveranciers in productielanden, vakbondenen niet-gouvernementele organisaties (NGO’s), subsidie aanvragen via hetSubsidieprogramma Verantwoord Ondernemen (SPVO) bij de RVO terondersteuning bij het identificeren en adresseren van duurzaamheidsri-sico’s in de keten. SPVO is een vernieuwende, strategische spil inketenverduurzaming en daarmee aanvullend aan en versterkend voor hetoverheidsbeleid op het gebied van IMVO, zoals onder pijler 2 toegelicht.In het NAP heeft de Nederlandse overheid tevens verschillende actiesopgenomen om mensenrechten in Nederland beter te beschermen. Omarbeidsuitbuiting bij arbeidsmigranten beter te bestraffen en slachtoffersbeter te beschermen wordt artikel 273f van het Wetboek van Strafrechtgemoderniseerd. Een wetsvoorstel daartoe ligt momenteel voor in deTweede Kamer. Op dit moment worden hierover eerste schriftelijke vragenvanuit de Tweede Kamer beantwoord (Kamerstuk 36 547, nr. 4).De actiepunten onder pijler 1 zijn alle voltooid of in uitvoering.Pijler 2: De verantwoordelijk van het bedrijfsleven om mensen-rechten te respecterenDe actiepunten onder pijler 2 hangen nauw samen met het overheids-beleid op het gebied van IMVO. Op EU-niveau gaat het voornamelijk omhet wetgevingsproces rond gepaste zorgvuldigheid, in het bijzonder deCSDDD en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Andereactiepunten onder deze pijler gaan over sectorale samenwerking en hetIMVO-steunpunt voor bedrijven.Op 25 juli jl. is de CSDDD in werking getreden. Mede door de inzet vanNederland is een risicogerichte benadering onderdeel geworden van degepaste zorgvuldigheidsnormen voor bedrijven. Hiermee is conformiteitmet internationale standaarden, namelijk de UNGP’s en deOESO-richtlijnen, versterkt. Vanaf de inwerkingtreding op 25 juli jl. hebbenlidstaten twee jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationalewetgeving. Binnen het implementatietraject wordt ingezet op zuivere enlastenluwe omzetting van de CSDDD en op ondersteuning van hetbedrijfsleven middels het IMVO-steunpunt en sectorale samenwerking.De CSRD wordt geïmplementeerd door een algemene maatregel vanbestuur (AMvB) van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en eenwetsvoorstel van de Minister van Financiën. Het wetsvoorstel is ter adviesvoorgelegd aan de Raad van State en wordt vervolgens in de TweedeKamer en Eerste Kamer behandeld. De AMvB is eerst naar de TweedeKamer en Eerste Kamer gestuurd en zal daarna aan de Raad van Stateworden voorgelegd voor advies.De ondersteuning van sectorale samenwerking is bedoeld om hetbedrijfsleven binnen een sector te helpen bij gezamenlijk toepassen vangepaste zorgvuldigheid. Op 2 augustus jl. is het nieuwe subsidiebeleids-kader gepubliceerd (Stcrt. 2024, 25516). Hierin zijn de kaders vastgelegdvoor sectorale samenwerking, zoals eerder beschreven in de KamerbriefUitkomst Peilmoment Sectorale Samenwerking van 6 november 2023(Kamerstuk 26 485, nr. 430).Sinds 30 september 2022 kunnen bedrijven terecht bij hetIMVO-steunpunt, ondergebracht bij de RVO. Door middel van hetIMVO-steunpunt verleent de Nederlandse overheid actieve ondersteuningaan het Nederlandse bedrijfsleven bij het toepassen van gepastezorgvuldigheid in de bedrijfsvoering en waardeketen. Deze ondersteuningTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4013 betreft een doorlopende doelstelling binnen het NAP. Om de bekendheidvan het steunpunt onder bedrijven te bevorderen, wordt in 2024 en 2025extra ingezet op communicatie. Tevens zijn er op basis van de behoeftevan bedrijven en het soort vragen die binnenkomen, nieuwe tools enwebinars ontwikkeld.De actiepunten onder pijler 2 zijn alle voltooid of in uitvoering.Pijler 3: Het recht op effectieve remedieDe actiepunten onder pijler 3 richten zich op de door staten te nemenmaatregelen om te waarborgen dat personen die getroffen zijn doormensenrechtenschendingen door bedrijven binnen hun grondgebieden/of jurisdictie toegang hebben tot effectief herstel en/of verhaal. Deactiepunten onder pijler 3 gaan over het verbeteren van de informatie-voorziening voor betrokkenen, het verstevigen van de klachten- engeschillenmechanismen, de versterking van het maatschappelijkmiddenveld, de versterking van niet-juridische statelijke mechanismen ende verbetering van toegankelijkheid van juridische mechanismen.Een voorbeeld van vooruitgang binnen deze pijler betreft een verplichtingvoor bedrijven onder de CSDDD om, wanneer relevant, herstel te biedenof daaraan bij te dragen. Deze verplichting is mede dankzij de inzet van deNederlandse overheid tot stand gekomen, en verplicht ondernemingenonder meer om een klachtenprocedure in te richten.Ter ondersteuning van het Nederlands bedrijfsleven in de uitvoering ennaleving van Europese IMVO-wetgeving, waaronder de CSDDD, is destrategische samenwerking met externe partners voortgezet, bijvoorbeeldvia het Vakbondsmedefinancieringsprogramma (VMP). In het VMP werkenCNV Internationaal en FNV mondiaal samen met partners zoals deInternationale Arbeidsorganisatie (ILO), het Initiatief Duurzame Handel(IDH) en vakbondspartners in productielanden waar Nederlandsebedrijven actief zijn, zoals Indonesië, Vietnam en Ivoorkust. Binnen hetVMP werken de partners aan het versterken van de dialoog tussen lokalevakbonden, bedrijfsleven en overheden. In de palmoliesector in Indonesië,heeft de samenwerking tussen werkgevers en werknemers en lokalevakbonden geresulteerd in een sociaal dialoog bij 17 palmoliebedrijven.Dit proces is cruciaal voor goede arbeidsverhoudingen en het aanpakkenvan problemen binnen arbeidsmarkten aldaar, zoals sociale ongelijkheiden armoede. Hierdoor zijn arbeiders beter geïnformeerd over hun rechtenen krijgen zij ondersteuning bij het aankaarten van schendingen van dezerechten. Bovendien worden klachten steeds beter geregistreerd, mededankzij digitalisering van klachtenmechanismes, en krijgen zowel lokalevakbonden als bedrijven praktische handvatten hoe opvolging te gevenaan de klachten. Dit helpt Nederlandse bedrijven om risico’s in hun ketente mitigeren en zodoende aan (toekomstige) EU-wetgeving te voldoen.Een ander voorbeeld van strategische samenwerking tussen de Neder-landse overheid en een externe partner is met IDH in de cacaosector. IDHfaciliteert het «Dutch Initiative on Sustainable Cocoa» (DISCO). Hetinitiatief voor DISCO is begin 2019 genomen door Nestlé, Mars,Vereniging voor Bakkerijen en Zoetwaren (VBZ) en Koninklijk Instituutvoor de Tropen (KIT), en in de zomer van 2019 ondertekend. DISCO is eenvrijwillig partnerschap van de Nederlandse cacaosector om de cacao-sector in productielanden robuuster te maken zodat Nederland als ’swereld grootste cacao importeur ook in de toekomst cacaobonen kanblijven importeren. Partijen zijn: cacaohandelaren en -verwerkers,cacaomerken, supermarkten, overheid, financiële instellingen, keurmerkenen het maatschappelijk middenveld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4014 Een specifiek aandachtspunt binnen deze pijler is de beperkte bekendheidbij slachtoffers van mensenrechtenschendingen waar een Nederlandseonderneming bij betrokken is over reguliere rechtsbijstand in interna-tionale aansprakelijkheidszaken met een mensenrechtencomponent. Ditonderstreept het belang van intensieve informatievoorziening enbevordering van rechtsbijstandsopties. Het Ministerie van Justitie enVeiligheid en de Raad voor Rechtsbijstand erkennen het belang hiervan enwillen meer aandacht besteden aan de toegankelijkheid en het gebruikvan monitoring in het huidige systeem.De actiepunten onder pijler 3 zijn alle in uitvoering.Overkoepelende vooruitgangAlle actiepunten onder het NAP zijn in de fase van uitvoering. Een aantalacties is voltooid, andere zijn in uitvoering volgens planning of zijn in(formele) consultatie. Sommige actiepunten betreffen doorlopendeactiviteiten die gedurende de looptijd van het huidige (en het daaropvol-gende) NAP relevant blijven. Op alle drie de pijlers wordt goedevoortgang geboekt met mooie resultaten. De voortgangsrapportage laatdoor middel van concrete resultaten zien hoe het kabinet invulling heeftgegeven aan zijn ambities, en wat verder nodig is om deze ambities terealiseren.De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,R.J. KleverTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4015
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.