KamerkringInloggen
Kamerstuk

Voorstel van wet

16 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 66317c5f52bc5273 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden,Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is fiscalemaatregelen te treffen die voortvloeien uit de koopkrachtbesluitvormingvoor het jaar 2026 en dat het ook in het kader van het fiscale beleid voorhet jaar 2026 en volgende jaren wenselijk is in een aantal belastingwettenen enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van Stategehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedge-vonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:ARTIKEL I De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd: ADe in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 2.10a,eerste lid, opgenomen tabel worden als volgt gewijzigd:1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordtverhoogd met € 1.143.2. In de laatste kolom wordt:a. het als eerste vermelde percentage verlaagd met 0,12%-punt;b. het als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,08%-punt. BAan artikel 3.20a wordt een lid toegevoegd, luidende: kst-36812-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 21 5. Indien de fiets niet meer dan bijkomstig bij het woon- of verblijfadresvan de belastingplichtige wordt gestald, wordt de onttrekking in afwijkingvan het eerste lid gesteld op nihil. Van stallen wordt geacht geen sprake tezijn indien de belastingplichtige in de periode waarin de fiets zich bij hetwoon-of verblijfadres bevindt niet de beschikkingsmacht over de fietsheeft. CArtikel 3.95b wordt als volgt gewijzigd:1. Aan het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De voordelendie ingevolge de eerste zin in aanmerking worden genomen ingevolgehoofdstuk 4 of afdeling 7.3 worden voor de berekening van het inkomenuit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen voor A/B gedeelte,waarbij wordt verstaan onder:A: het in artikel 2.13 opgenomen percentage, geldend voor het jaarwaarin de voordelen zijn genoten;B: het in de vierde kolom van de in artikel 2.12 opgenomen tabel alstweede vermelde percentage, geldend voor het jaar waarin de voordelenzijn genoten.2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:6. Indien middellijk gehouden vermogensbestanddelen die tot eenwerkzaamheid als bedoeld in artikel 3.92b behoren worden gehouden viavermogensbestanddelen die pas op enig moment na het verkrijgen vandie werkzaamheid tot een aanmerkelijk belang als bedoeld in hoofdstuk 4of afdeling 7.3 behoren, is het vijfde lid ter zake van die vermogensbe-standdelen niet van toepassing op voordelen als bedoeld in dat lid, voorzover de waarde in het economische verkeer van deze vermogensbe-standdelen op het moment direct voorafgaand aan het ontstaan van hetaanmerkelijk belang het opgeofferde bedrag van het lucratieve belangovertreft. DIn artikel 5.5 wordt «€ 57.684» vervangen door «€ 51.396». EArtikel 5.20 wordt als volgt gewijzigd:1. Het derde lid, tweede zin, vervalt.2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:5. Het derde lid is niet van toepassing indien sprake is van:a. een voor bepaalde tijd aangegane huurovereenkomst als bedoeld inartikel 271 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; ofb. gelieerde partijen die een zodanige huurprijs of pachtprijs zijnovereengekomen dat deze tussen willekeurige derden niet zou zijnovereengekomen. FAan artikel 5.26 wordt een lid toegevoegd, luidende:4. Bij het bepalen van het werkelijke rendement van bezittingen enschulden is artikel 5.12 uitsluitend van toepassing, indien het achterlig-gende vermogensbestanddeel, bedoeld in dat artikel, een banktegoed isals bedoeld in artikel 5.2, derde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 22 GArtikel 5.31 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «met dien verstande dat de waarde van eenwoning wordt bepaald op basis van het tweede tot en met vijfde lid»vervangen door «met dien verstande dat:a. de waarde van een woning wordt bepaald op basis van het tweedetot en met vijfde lid;b. artikel 5.21 niet wordt toegepast, indien ter zake van het betreffendeeffect sprake is van een lopende termijn van inkomsten of verplichtingenwaarvan de waarde niet of niet volledig in de notering in de prijscourant isverdisconteerd».2. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:a. In de aanhef wordt na «derde» ingevoegd «en vijfde».b. In onderdeel a vervalt «eerste zin,». HArtikel 8.11, tweede lid, eerste zin, wordt als volgt gewijzigd:1. Het in onderdeel b als tweede vermelde bedrag wordt verhoogd met€ 25.2. Het in onderdeel c als tweede vermelde bedrag wordt verhoogd met€ 27. IAan de in artikel 10.6ter, vijfde lid, opgenomen formule wordt toege-voegd «+ 3,35%».ARTIKEL II De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2027als volgt gewijzigd: AHet in artikel 5.13, eerste lid, als eerste genoemde bedrag wordtvervangen door «€ 200» en het in dat lid als tweede genoemde bedragwordt vervangen door «€ 400». BDe in artikel 10.6ter, vijfde lid, opgenomen formule «rlozt–1» wordtvervangen door rlozt–1 – 3,35.ARTIKEL III De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd: AAan artikel 13ter wordt een lid toegevoegd, luidende:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 23 5. Indien de fiets niet meer dan bijkomstig bij het woon- of verblijfadresvan de werknemer wordt gestald, wordt het voordeel in afwijking van heteerste lid gesteld op nihil. Van stallen wordt geacht geen sprake te zijnindien de werknemer in de periode waarin de fiets zich bij het woon- ofverblijfadres bevindt niet de beschikkingsmacht over de fiets heeft. BDe in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 20b, eerstelid, opgenomen tabel worden als volgt gewijzigd:1. Het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag wordtverhoogd met € 1.143.2. In de laatste kolom wordt:a. het als eerste vermelde percentage verlaagd met 0,12%-punt;b. het als tweede vermelde percentage verhoogd met 0,08%-punt. CArtikel 22a, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:1. Het in onderdeel b als tweede vermelde bedrag wordt verhoogd met€ 25.2. Het in onderdeel c als tweede vermelde bedrag wordt verhoogd met€ 27. DAan artikel 31a, tweede lid, onderdeel e, wordt toegevoegd «, met dienverstande dat voor zover de vergoeding of verstrekking ziet op de periodewaarin de werknemer in Nederland arbeid verricht dan wel in Nederlandverblijft en in een ander land arbeid verricht de volgende kosten wordenuitgezonderd:1°. uitgaven van levensonderhoud;2°. uitgaven voor gesprekskosten voor privédoeleinden». EArtikel 32ba wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «52%» vervangen door «57,7%».2. In het achtste lid, tweede zin, wordt na «op» ingevoegd «de som van»en aan die zin wordt toegevoegd «en € 300.» Voorts wordt een zintoegevoegd, luidende: Indien de vervanging tot een ander bedrag leidt,geldt dat bedrag bij toepassing van het zevende lid niet met betrekking totmaanden uit op dat moment reeds verstreken kalenderjaren.4. Onder vernummering van het negende en tiende lid tot tiende enelfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:9. Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in het achtste lid, tweedezin, laatstgenoemde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door eenander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag tevermenigvuldigen met de contractloonontwikkelingsfactor, bedoeld inartikel 10.2b, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, envervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 24 voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bijvervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.ARTIKEL IV De Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2027als volgt gewijzigd: AIn artikel 32ba, eerste lid, wordt «57,7%» vervangen door «64%». BNa artikel 32bb wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 32bc 1. In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wetbepaalde, wordt de waarde van een door een inhoudingsplichtige aan eenof meer werknemers ook voor privédoeleinden ter beschikking gesteldefossiele personenauto aangemerkt als loon dat als een eindheffingsbe-standdeel wordt belast naar een tarief van 12%.2. Voor de toepassing van dit artikel wordt woon-werkverkeer geachtvoor privédoeleinden plaats te vinden.3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt verstaanonder:a. een fossiele personenauto: een personenauto als bedoeld in artikel 2,onderdeel c, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrij-wielen 1992, waarvan niet uit het kentekenregister blijkt dat deCO2-uitstoot 0 gram per kilometer is;b. de waarde van een fossiele personenauto: de catalogusprijs in de zinvan artikel 9 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrij-wielen 1992 vermeerderd met de belasting van personenauto’s enmotorrijwielen ingevolge de artikelen 9 tot en met 9c van die wet, metdien verstande dat de waarde van een auto die meer dan 25 jaar geledenvoor het eerst in gebruik is genomen, wordt gesteld op de waarde in heteconomische verkeer;c. ter beschikking stellen: ter beschikking stellen als bedoeld in artikel13bis, eerste lid4. Indien een personenauto slechts een deel van een kalendermaandook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, wordt deze geachtdie gehele kalendermaand ook voor privédoeleinden ter beschikking tezijn gesteld.5. De verschuldigde belasting, bedoeld in het eerste lid, wordt, inafwijking van artikel 27a, tweede lid, uiterlijk aangegeven en voldaantegelijk met de aangifte, onderscheidenlijk afdracht, over het tweedeloontijdvak van het volgende kalenderjaar. Ingeval de inhoudingsplicht isgeëindigd in de loop van het kalenderjaar wordt voor het tweedeloontijdvak van het volgende kalenderjaar, bedoeld in de eerste volzin,gelezen: het loontijdvak waarin de inhoudingsplicht is geëindigd. CNa artikel 39i wordt een artikel ingevoegd, luidende:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 25 Artikel 39j Artikel 32bc is tot 17 september 2030 niet van toepassing metbetrekking tot personenauto’s die door de inhoudingsplichtige vóór1 januari 2027 voor het eerst aan een of meer werknemers ter beschikkingzijn gesteld.ARTIKEL V In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari2028 in artikel 32ba, eerste lid, «64%» vervangen door «65%».ARTIKEL VI In de Wet op de loonbelasting 1964 komt met ingang van 1 januari 2031artikel 39j te vervallen.ARTIKEL VII In de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen vervalt artikel V,onderdelen E en G.ARTIKEL VIII 1. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid monitort hetgebruik van regelingen voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 en zendt aan de Staten-Generaal hiervan jaarlijks een verslag dat in ieder geval de volgendeelementen omvat:a. de gerichtheid van de regelingen voor vervroegde uittreding, waarbijaandacht wordt geschonken aan:1°. de hoogte van gehanteerde inkomensgrenzen;2°. de afbakening van de doelgroep en eventuele herijking hiervan;3°. het gebruik en de onderbouwing van de extra ruimte in dedrempelvrijstelling;b. het profiel van deelnemers aan regelingen voor vervroegdeuittreding;c. het totale gebruik van de drempelvrijstelling voor regelingen voorvervroegde uittreding;d. de voortgang op duurzame inzetbaarheid gekoppeld aan collectieveregelingen voor vervroegde uittreding.2. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid rapporteertjaarlijks over het gebruik van de drempelvrijstelling voor regelingen voorvervroegde uittreding. Bij overschrijding van een signaalwaarde van15.000 nieuwe deelnemers op jaarbasis aan een regeling voor vervroegdeuittreding treedt het kabinet in overleg met sociale partners over deoorzaken hiervan, de gerichtheid van regelingen voor vervroegdeuittreding en het bijsturen hierop.3. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid draagt zorgvoor een driejaarlijks ijkmoment, te beginnen in 2028, waarbij aan dehand van de rapportages, bedoeld in het eerste lid, in overeenstemmingmet Onze Minister van Financiën wordt beoordeeld of de drempelvrij-stelling in dezelfde vorm kan blijven bestaan of dat er bijsturing, afbouwof beëindiging moet plaatsvinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 26 4. Voor de bijsturing of afbouw, bedoeld in het tweede en derde lid, kanbij of krachtens algemene maatregel van bestuur een regeling wordengetroffen.5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellenalgemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vierweken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal isovergelegd.ARTIKEL IX Onze Minister zendt drie jaar na de inwerkingtreding van de in artikel IV,onderdelen B en C, opgenomen pseudo-eindheffing een verslag aan deTweede Kamer der Staten-Generaal over de doeltreffendheid en deeffecten hiervan.ARTIKEL X De Successiewet 1956 wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 11 wordt als volgt gewijzigd:1. Het vierde lid komt te luiden:4. Hetgeen aan een echtgenoot bij ontbinding van een huwelijksgoeder-engemeenschap, meer toekomt dan de helft van die gemeenschap of, ingeval van een verrekenbeding, hetgeen aan een echtgenoot meer toekomtdan de helft van de te verrekenen som, wordt voor de toepassing vandeze wet en de daarop berustende bepalingen:a. in geval van ontbinding of verrekening bij overlijden: geacht van deandere echtgenoot te zijn verkregen krachtens erfrecht door diensoverlijden;b. in geval van ontbinding of verrekening tijdens leven: geacht van deandere echtgenoot te zijn verkregen krachtens schenking.2. Onder vernummering van het vijfde lid tot zesde lid wordt een lidingevoegd, luidende:5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing bij verrekening opgrond van een beding dat is overeengekomen door personen die op hetmoment van verrekening partners als bedoeld in artikel 1a zijn of zijngeweest. BArtikel 12 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid, eerste zin, wordt «, voor de regeling van deerfbelasting,» vervangen door «voor de toepassing van deze wet».2. In het derde lid, aanhef, wordt «eerste volzin» vervangen door «eerstezin». CArtikel 19 wordt als volgt gewijzigd:1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slotvan onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 27 luidende:f. kinderen die niet in familierechtelijke betrekking staan tot de persoonwaarvan uit een genetische test blijkt dat die hun biologische ouder is,met kinderen die wel in familierechtelijke betrekking staan tot die persoon.2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteldmet betrekking tot de genetische test waarmee de belastingplichtige hetbiologische ouderschap kan doen blijken. DArtikel 21 wordt als volgt gewijzigd:1. Het achtste lid, tweede zin, vervalt.2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:16. Het achtste lid is niet van toepassing indien sprake is van:a. een voor bepaalde tijd aangegane huurovereenkomst als bedoeld inartikel 271 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; ofb. gelieerde partijen die een zodanige huurprijs of pachtprijs zijnovereengekomen dat deze tussen willekeurige derden niet zou zijnovereengekomen. EIn artikel 35a, tweede lid, wordt «artikel 45, derde lid, tweede zin»vervangen door «artikel 45, tweede lid, tweede zin». FArtikel 45 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «acht maanden» vervangen door «twintigmaanden».2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tottweede lid.3. In het tweede lid (nieuw) wordt «acht maanden» telkens vervangendoor «twintig maanden». GIn artikel 53, zesde lid, wordt «artikel 45, derde lid» vervangen door«artikel 45, tweede lid». HIn artikel 66, eerste lid, onderdeel 1°, wordt «artikel 45, tweede en derdelid» vervangen door «artikel 45, tweede lid».ARTIKEL XI De Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992wordt als volgt gewijzigd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 28 AArtikel 9, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:1. De tabel komt te luiden:Bij een CO2-uitstootvanafTotbedraagt de belasting het in kolom IIIvermelde bedrag, vermeerderd met hetbedrag dat wordt berekend door het in kolomIV vermelde bedrag te vermenigvuldigen methet aantal gram/km CO2-uitstoot dat de inkolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaatIIIIIIIV0 gram/km77€ 687€ 277 gram/km100€ 841€ 82100 gram/km139€ 2.727€ 181139 gram/km155€ 9.786€ 297155 gram/km–€ 14.538€ 594 2. In de laatste zin wordt «€ 109,87» vervangen door «€ 114,83» en«70 gram/km» vervangen door «69 gram/km». BNa artikel 9 wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 9a 1. In afwijking van artikel 9, derde lid, onderdeel a, bedraagt debelasting tot 1 januari 2031 voor een bijzondere personenauto als bedoeldin dat onderdeel met een aandrijving uitsluitend op elektriciteit ofwaterstof: het tarief voor een personenauto met een uitstoot van 0 gramper kilometer als bedoeld in artikel 9, eerste lid.2. In afwijking van artikel 9, derde lid, onderdeel b, bedraagt debelasting tot 1 januari 2031 voor een motorrijwiel met een aandrijvinguitsluitend op elektriciteit of waterstof: € 200. CIn artikel 16b, eerste lid, wordt «en artikel 9, derde lid, onderdeel c»vervangen door «, artikel 9, derde lid, onderdeel c, en artikel 9a, tweedelid». ARTIKEL XII Artikel 16b van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrij-wielen 1992 vindt bij het begin van het kalenderjaar 2026 geen toepassingop de bedragen, genoemd in de tabel die is opgenomen in artikel 9, eerstelid, van die wet en op het bedrag, genoemd in de laatste zin van dat lid.ARTIKEL XIII De Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992wordt met ingang van 1 januari 2027 artikel 9, eerste lid, als volgtgewijzigd:1. De eerste en tweede kolom van de tabel komen te luiden:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 29 Bij een CO2-uitstoot vanafTotIII0 gram/km7676 gram/km9898 gram/km137137 gram/km152152 gram/km– 2. In de laatste zin, wordt «69 gram/km» vervangen door «68 gram/km».ARTIKEL XIV 1. In de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992worden in artikel 9, eerste lid, de bedragen, genoemd in de vierde kolomvan de tabel, bij het begin van het kalenderjaar 2027 bij ministeriëleregeling verhoogd met 1,48 procent. Het bedrag in het eerste lid, laatstezin, wordt eveneens verhoogd met 1,48 procent.2. Bij ministeriële regeling worden, na toepassing van het eerste lid, debedragen, genoemd in artikel 9, eerste lid, derde kolom van de tabel,dienovereenkomstig aangepast.ARTIKEL XV In de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992wordt met ingang van 1 januari 2028 artikel 9, eerste lid, als volgtgewijzigd:1. De eerste en tweede kolom van de tabel komen te luiden:Bij een CO2-uitstoot vanafTotIII0 gram/km7575 gram/km9797 gram/km135135 gram/km150150 gram/km– 2. In de laatste zin wordt «68 gram/km» vervangen door «67 gram/km».ARTIKEL XVI 1. In de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992worden in artikel 9, eerste lid, de bedragen, genoemd in de vierde kolomvan de tabel, bij het begin van het kalenderjaar 2028 bij ministeriëleregeling verhoogd met 1,40 procent. Het bedrag in het eerste lid, laatstezin, wordt eveneens verhoogd met 1,40 procent.2. Bij ministeriële regeling worden, na toepassing van het eerste lid, debedragen, genoemd in artikel 9, eerste lid, derde kolom van de tabel,dienovereenkomstig aangepast.ARTIKEL XVII De Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt als volgt gewijzigd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 210 AArtikel 23b, eerste lid, komt te luiden:1. In afwijking van de artikelen 23 en 23a bedraagt de belasting voor eenmotorrijtuig dat een aandrijving heeft uitsluitend op elektriciteit ofwaterstof een percentage van de ingevolge die artikelen verschuldigdebelasting. Dat percentage is:– voor het jaar 2026: 70%;– voor het jaar 2027: 70%;– voor het jaar 2028: 70%;– voor het jaar 2029: 75%. BArtikel 30, eerste lid, aanhef, komt te luiden:Voor een bestelauto die:.ARTIKEL XVIII In de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 vervalt met ingang van1 januari 2028 artikel 30.ARTIKEL XIX De Wet belastingen op milieugrondslag wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 14, eerste en derde lid, wordt «300 kubieke meter» vervangendoor «50.000 kubieke meter». BIn artikel 63, eerste lid, wordt het bedrag verhoogd met € 9,30. CArtikel 71p wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 87,90» vervangen door «vooreen broeikasgasinstallatie of lachgasinstallatie € 78,67 en voor eenafvalverbrandingsinstallatie € 100,74».2. Het tweede lid komt te luiden:2. Het tarief voor een afvalverbrandingsinstallatie, genoemd in heteerste lid, onderdeel a, wordt bij aanvang van de volgende kalenderjaren,alvorens artikel 90 wordt toegepast, telkens verhoogd. Deze verhoging isvoor:– het kalenderjaar 2027: € 48,26;– het kalenderjaar 2028: € 49,00;– het kalenderjaar 2029: € 49,00; en– het kalenderjaar 2030: € 48,00.Artikel 90 vindt geen toepassing op een bedrag in dit lid nadat daarmeehet tarief is verhoogd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 211 DArtikel 71q, tweede lid, komt te luiden:2. De herberekening geschiedt in de aflopende volgorde die isgebaseerd op de hoogte van het tarief beginnend met het belastingtijdvakmet het hoogste tarief.ARTIKEL XX Artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag vindt bij het beginvan het kalenderjaar 2026 geen toepassing op het tarief voor eenbroeikasgasinstallatie of lachgasinstallatie, genoemd in artikel 71p, eerstelid, onderdeel a, van die wet.ARTIKEL XXI De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari2027 als volgt gewijzigd: AArtikel 12 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:a. leidingwater: drinkwater als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van deDrinkwaterwet of ander water dat voldoet aan de eisen, gesteld in de opartikel 21, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Drinkwaterwetberustende algemene maatregel van bestuur, dat door een drinkwaterbe-drijf of een afzonderlijke watervoorziening aan derden ter beschikkingwordt gesteld;.2. Het eerste lid, onderdeel e, vervalt, onder verlettering van deonderdelen f tot en met h tot e tot en met g.3. In het tweede lid, aanhef, wordt «onderdeel f» vervangen door«onderdeel e». BArtikel 14 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid vervalt «, met dien verstande dat de belasting wordtgeheven over een hoeveelheid van maximaal 50.000 kubieke meter perverbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting» en vervalt detweede zin.2. Het tweede lid komt te luiden:2. Als een levering als bedoeld in het eerste lid wordt niet aangemerktde levering van leidingwater aan een verbruiker via een kleine of zeerkleine collectieve watervoorziening als bedoeld in artikel 1, eerste lid, vande Drinkwaterwet.3. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde lid totderde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 212 CArtikel 17 wordt als volgt gewijzigd:1. In het tweede lid vervalt «in samenhang met artikel 14, eerste lid,».2. Het derde vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derdelid.3. In het derde lid (nieuw) wordt «onderdeel g» vervangen door«onderdeel f». DIn artikel 18a, eerste zin, vervalt «met inachtneming van artikel 14,eerste lid, tweede volzin». EIn artikel 22, eerste lid, vervalt onderdeel o, onder vervanging van depuntkomma aan het slot van onderdeel n door een punt. FArtikel 29a vervalt. GHoofdstuk III, afdeling 6, vervalt.ARTIKEL XXII In de Wet belastingen op milieugrondslag worden met ingang van1 januari 2028 in artikel 28, eerste lid, onderdelen a, b en d, de tarievenverhoogd met € 53,25.ARTIKEL XXIII In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van1 januari 2029 artikel 28 als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:a. Onder verlettering van de onderdelen a tot en met d tot b tot en met ewordt een onderdeel ingevoegd, luidende:a. het storten van afvalstoffen waarvoor op grond van de op de artikelen8.40, eerste lid, en 10.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer berustendealgemene maatregel van bestuur, houdende een stortverbod binneninrichtingen voor aangewezen categorieën van afvalstoffen, op verzoekeen ontheffing is verleend van het in die algemene maatregel van bestuuropgenomen stortverbod: € 145,50 per 1.000 kilogram.b. In onderdeel b (nieuw) wordt na «afvalstoffen» ingevoegd «in anderegevallen dan als bedoeld in onderdeel a» en wordt het tarief verhoogdmet € 2,61.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 213 c. In de onderdelen c (nieuw) en e (nieuw) wordt het tarief verhoogdmet € 2,61.2. In het tweede lid, eerste zin, wordt «onderdeel d» vervangen door«onderdeel e».3. In het vierde lid wordt «onderdeel a» vervangen door «onderdeel b».ARTIKEL XXIV In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van1 januari 2030 artikel 28, eerste lid, als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt het tarief verhoogd met € 4,76.2. In de onderdelen b, c en e worden de tarieven verhoogd met € 31,00.ARTIKEL XXV In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van1 januari 2031 artikel 28, eerste lid, als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt het tarief verhoogd met € 0,88.2. In de onderdelen b, c en e worden de tarieven verlaagd met € 12,26.ARTIKEL XXVI In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van1 januari 2032 artikel 28, eerste lid, als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt het tarief verhoogd met € 0,83.2. In de onderdelen b, c en e worden de tarieven verlaagd met € 8,20.ARTIKEL XXVII In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van1 januari 2033 artikel 28, eerste lid, als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt het tarief verhoogd met € 0,51.2. In de onderdelen b, c en e worden de tarieven verlaagd met € 4,67.ARTIKEL XXVIII In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van1 januari 2034 artikel 28, eerste lid, als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt het tarief verlaagd met € 0,90.2. In de onderdelen b, c en e worden de tarieven verhoogd met € 8,98.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 214 ARTIKEL XXIX In de Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van1 januari 2035 artikel 28, eerste lid, als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt het tarief verlaagd met € 0,88.2. In de onderdelen b, c en e worden de tarieven verhoogd met € 9,35.ARTIKEL XXX De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 16b.17, derde en vierde lid, komt te luiden:3. De reductiefactor bedraagt 1,023.4. De correctiefactor voor broeikasgasinstallaties voor de verbrandingvan stedelijk afval bedraagt voor het jaar 2026 0,85, voor het jaar 20270,70, voor het jaar 2028 0,55, voor het jaar 2029 0,40, voor het jaar 20300,25, voor het jaar 2031 0,17, voor het jaar 2032 0,09 en voor het jaar 2033en de daaropvolgende jaren 0. BAan artikel 16b.27 wordt een lid toegevoegd, luidende:3. Exploitanten van broeikasgasinstallaties voor de verbranding vanstedelijk afval kunnen uitsluitend dispensatierechten leveren aan enontvangen van andere exploitanten van broeikasgasinstallaties voor deverbranding van stedelijk afval.ARTIKEL XXXI In de Provinciewet komt artikel 222, derde lid, onderdeel d te luiden:d. dit tarief voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 23b, eerste lid, vande Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, wordt vermenigvuldigd methet percentage, genoemd in dat artikel;.ARTIKEL XXXII In de Provinciewet vervalt met ingang van 1 januari 2028 artikel 222,derde lid, onderdeel a, onder 3°, onder vervanging van de puntkommaaan het slot van onder 2° door een punt.ARTIKEL XXXIII In de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt artikel 30g als volgtgewijzigd:1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:a. In onderdeel a wordt «8 maanden» vervangen door «twintigmaanden».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 215 b. In onderdeel b wordt «acht maanden» vervangen door «twintigmaanden».2. In het vierde lid wordt «negende maand» vervangen door «eenen-twintigste maand».3. In het zevende lid wordt «artikel 45, tweede en derde lid» vervangendoor «artikel 45, tweede lid».ARTIKEL XXXIV De Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken wordt metingang van 1 januari 2027 als volgt gewijzigd: AArtikel 2 wordt als volgt gewijzigd:1. In onderdeel j wordt «zoals deze luidde op 1 januari 2022» vervangendoor «zoals deze luidde op 1 januari 2025».2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j door eenpuntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:k. Verordening (EU) nr. 609/2013: Verordening (EU) nr. 609/2013 van hetEuropees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingenen peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik ende dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbe-heersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie,Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en deVerordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie(PbEU 2013, L 181). BArtikel 6 komt te luiden:Artikel 6 Onder alcoholvrije dranken worden verstaan vruchten- en groentesapen water, mineraalwater en spuitwater voor zover niet vallend onderGN-code 2201 en overige alcoholvrije drank, ook indien zij alcoholbevatten, voor zover zij niet worden aangemerkt als bier, wijn, tussenpro-ducten of overige alcoholhoudende producten in de zin van de Wet op deaccijns. CArtikel 9 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «limonade» vervangen door «overigealcoholvrije drank».2. In het tweede lid wordt «limonade» telkens vervangen door «overigealcoholvrije drank».3. Het derde lid komt te luiden:3. Als overige alcoholvrije drank worden niet aangemerkt:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 216 a. alcoholvrije dranken van GN-code 2202 99 11 met een suikergehaltevan niet meer dan 5,0 gewichtspercenten en een verzadigd vetgehalte vanniet meer dan 1,1 gewichtspercenten;b. volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en voedingvoor medisch gebruik als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen c, d,onderscheidenlijk g, van Verordening (EU) nr. 609/2013.4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:4. Als overige alcoholvrije drank wordt evenmin aangemerkt de drank,bedoeld in het derde lid, in vaste vorm of als concentraat in kleinhandels-verpakking of in een verpakking die is bestemd voor afnemers die voorgebruik gerede overige alcoholvrije drank vervaardigen voor gebruik terplaatse. DIn artikel 10, tweede lid, wordt «limonade» telkens vervangen door«overige alcoholvrije drank».ARTIKEL XXXV In de Wet inkomstenbelasting BES komt in artikel 24a, eerste lid, detabel te luiden:Bij een belastbaresom van meer dandoch niet meer danbedraagt de belasting het in kolom IIIvermelde bedrag, vermeerderd met hetbedrag berekend door het in kolom IVvermelde percentage te nemen van hetgedeelte van de belastbare som dat het inkolom I vermelde bedrag te boven gaatIIIIIIIV–USD 51.250–29,4%USD 51.250–USD38,4% ARTIKEL XXXVI In het Belastingplan 2023 wordt artikel XLA als volgt gewijzigd:1. Onderdeel A vervalt.2. Onderdeel B komt te luiden: BIn artikel 6 wordt «water, mineraalwater en spuitwater voor zover nietvallend onder GN-code 2201» vervangen door «mineraalwater».ARTIKEL XXXVII In het Belastingplan 2024 vervallen de artikelen III en IX.ARTIKEL XXXVIII Het Belastingplan 2025 wordt als volgt gewijzigd:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 217 AArtikel II, artikel III, onderdelen D en E, en artikel IX, onderdeel A,vervallen. BArtikel IV wordt als volgt gewijzigd:1. De aanhef wordt vervangen door:De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2028als volgt gewijzigd: ADe in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en de in artikel 2.10a,eerste lid, opgenomen tabel worden als volgt gewijzigd:.2. Er worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: BAfdeling 5.3 vervalt. CArtikel 8.19 vervalt. CArtikel XXV, onderdeel F, vervalt. DIn artikel XLIII wordt «1 januari 2026» vervangen door «1 januari 2027»en worden de bedragen «€ 973,84», «€ 635,90» en «€ 425,43» vervangendoor respectievelijk «€ 1.002,07», «€ 654,33» en «€ 437,77». EIn artikel LVIII, onderdeel a, wordt «onderdeel IV» vervangen door«onderdeel B».ARTIKEL XXXIX Artikel X, onderdeel A vindt geen toepassing op verkrijgingen op grondvan huwelijkse voorwaarden die zijn aangegaan voor 16 september 2025,16:00 uur, alsmede op verkrijgingen op grond van een notarieel samenle-vingscontract dat is afgesloten voor 16 september 2025, 16:00 uur. Deeerste zin is niet langer van toepassing zodra die huwelijkse voorwaarden,onderscheidenlijk dat notariële samenlevingscontract, op of na dat tijdstipworden, onderscheidenlijk wordt, gewijzigd met betrekking tot hetaandeel in de huwelijksgoederengemeenschap of de te verrekenen som.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 218 ARTIKEL XL De artikelen 5.26, vierde lid, en 5.31, eerste lid, onderdeel b, van de Wetinkomstenbelasting 2001 blijven buiten toepassing voor zover hetwerkelijke rendement van bezittingen en schulden, bedoeld in artikel 5.25,eerste lid, van die wet, wordt bepaald over bezittingen of schulden diedirect voorafgaand aan 25 augustus 2025, 16.00 uur tot de bezittingen,bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van die wet, onderscheidenlijk deschulden, bedoeld in artikel 5.3, derde lid, van die wet, behoorden. ARTIKEL XLI 1. Bij de toepassing van de artikelen 10.1, eerste lid, 10.3, tweede lid, en10bis.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 20a, tweedelid, en 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van hetkalenderjaar 2026 worden de betreffende bedragen niet vermenigvuldigdmet de tabelcorrectiefactor, maar met 1,027782.2. Bij de toepassing van artikel 10.1, tweede lid, van de Wet inkomsten-belasting 2001 en artikel 20b, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting1964 bij het begin van het kalenderjaar 2026 wordt het betreffende bedragniet vermenigvuldigd met de uitkomst van de daarin opgenomen formule,maar, in afwijking van het eerste lid, met 1,02083650.3. Het eerste lid is niet van toepassing op de bedragen, genoemd inartikelen 9.4, eerste lid, onderdeel c, en 9.4a, eerste lid, onderdeel a, vande Wet inkomstenbelasting 2001.ARTIKEL XLII De bedragen, bedoeld in de artikelen en onderdelen, genoemd in artikelXXXV, onderdeel c, van het Belastingplan 2024, waarop artikel 10.1, eerstelid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassingis bij het begin van het kalenderjaar 2026, worden daarbij niet vermenig-vuldigd met de tabelcorrectiefactor, maar met 1,027782.ARTIKEL XLIII Bij de toepassing van artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001en artikel 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van hetkalenderjaar 2026 met betrekking tot de in artikel 8.11, tweede lid, eerstezin, onderdelen b en c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweedevermelde bedragen en artikel 22a, tweede lid, onderdelen b en c, van deWet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedragen worden diebedragen berekend door het vóór toepassing van artikel I, onderdeel B, inartikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdelen b en c, van de Wetinkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedragen, te vermenigvul-digen met 1,027782 en vervolgens te verhogen met de in artikel I,onderdeel B, vermelde bedragen.ARTIKEL XLIV Artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vindt met betrekkingtot artikel 5.5 van die wet geen toepassing bij het begin van het kalen-derjaar 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 219 ARTIKEL XLV Artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vindt met betrekkingtot artikel 5.13 van die wet geen toepassing bij het begin van hetkalenderjaar 2027.ARTIKEL XLVI Na toepassing van de artikelen I, onderdeel A, en III, onderdeel B, artikel10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 20a, tweede lid,en 20b, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin vanhet kalenderjaar 2026 worden de bedragen in kolom III van de tabellen inde artikelen 2.10, eerste lid, en 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbe-lasting 2001 en in de artikelen 20a, eerste lid, en 20b, eerste lid, van deWet op de loonbelasting 1964 bij ministeriële regeling gewijzigd in debedragen die na toepassing van die bepalingen voortvloeien uit de bij hetbegin van het kalenderjaar 2026 in de kolommen I en II van die tabellenvermelde bedragen en de in kolom IV van die tabel vermelde percentages.ARTIKEL XLVII Artikel 27a van de Wet op de accijns vindt bij het begin van hetkalenderjaar 2026 geen toepassing op de bedragen, genoemd in artikel 27,eerste lid, onderdeel a, tweede bedrag, onderdeel b, tweede bedrag, enonderdeel d, van die wet.ARTIKEL XLVIII 1. Indien het bij koninklijke boodschap van 24 april 2025 ingediendevoorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige anderewetten (Fiscale verzamelwet 2026) tot wet is of wordt verheven, en eerderin werking treedt dan deze wet komt de in artikel XIX, tweede lid, vanOverige fiscale maatregelen opgenomen wijziging van artikel 222, derdelid, onderdeel a, onder 2°, van de Provinciewet te luiden:2°. dit tarief voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 23b, eerste lid,van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, wordt vermenigvuldigdmet het percentage, genoemd in dat lid;.2. Indien het bij koninklijke boodschap van 24 april 2025 ingediendevoorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige anderewetten (Fiscale verzamelwet 2026) tot wet is of wordt verheven, en later inwerking treedt dan deze wet komt de in die wet in artikel XII, onderdeel B,in de in artikel XIX, tweede lid, van Overige fiscale maatregelen 2018opgenomen wijziging van artikel 222, derde lid, onderdeel a, onder 2°, vande Provinciewet te luiden:2°. dit tarief voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 23b, eerste lid,van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, wordt vermenigvuldigdmet het percentage, genoemd in dat lid;.ARTIKEL XLIX Ingeval de samenloop van wetten die in 2025 in het Staatsblad zijn ofworden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in een of meer belasting-wetten, niet of niet juist is geregeld, of indien als gevolg van dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 220 samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelen,artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten,kunnen die wetten op dit punt bij ministeriële regeling worden gewijzigd.ARTIKEL L 1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met dienverstande dat:a. artikel I, onderdeel A, onder 1, en artikel III, onderdeel B, onder 1,eerst toepassing vinden nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting2001 bij het begin van het kalenderjaar 2026 is toegepast;b. artikel I, onderdeel B, en artikel III, onderdeel A, terugwerken tot enmet 1 januari 2020;c. artikel I, onderdelen F en G, onder 1, en artikel XL terugwerken tot enmet 25 augustus 2025, 16.00 uur;d. artikel VII toepassing vindt voordat artikel V, onderdelen E en G, vande Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen wordt toegepast;e. artikel XI, onderdeel B, terugwerkt tot en met 1 januari 2025;f. artikel XXXIII voor het eerst toepassing vindt met betrekking totbelastingaanslagen erfbelasting ter zake van overlijdens die op of na1 januari 2026 plaatsvinden;g. artikel XXXVII toepassing vindt voordat de artikelen III en IX van hetBelastingplan 2024 worden toegepast;h. artikel XXXVIII, onderdeel A, toepassing vindt voordat de artikelen IIen IX, onderdeel A, van het Belastingplan 2025 worden toegepast;i. artikel XXXVIII, onderdeel D, toepassing vindt voordat artikel XLIII vanhet Belastingplan 2025 wordt toegepast.2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XVII, onderdeel B, inwerking op het tijdstip waarop artikel 2, eerste lid, van de Wet vrachtwa-genheffing in werking treedt.ARTIKEL LI Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 221 Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst endat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulksaangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.GegevenDe Minister van Financiën,De Staatssecretaris van Financiën,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 222

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f2968654d5c3b8ec

14 okt 2026 · 48d23565ddc7cd73

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.