Verslag
Brontekst
Versie 301e08ea8c3d51ee · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 855Wijziging van het voorstel van wet tot wijzigingvan de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemenewet bestuursrecht in verband met maatregelenom de asielketen te ontlasten en de instroomvan asielzoekers te verminderen(Asielnoodmaatregelenwet) (novelle aanpassingstrafbaarstelling illegaal verblijf)Nr. 5 VERSLAGVastgesteld 24 november 2025 De vaste commissie voor Asiel en Migratie, belast met het voorbereidendonderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit tebrengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen engemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht decommissie de openbare behandeling van het voorstel van wetgenoegzaam voorbereid.INHOUDSOPGAVEI.ALGEMEEN21.Inleiding22.Aanleiding voor het voorstel42.1De ontstane discussie over het amendement42.2De voorlichting van de Afdeling advisering van de Raadvan State53.Kern van het voorstel64.Handhaving strafbaarstelling illegaal verblijf104.1Algemeen104.2Nut en noodzaak134.3Gevolgen voor betrokkenen164.4Verhouding tot hoger recht195.Consultatie215.1Algemeen215.2Instemming met het blijven toestaan van hulp aanvreemdelingen zonder rechtmatig verblijf215.3Kritiek op het behoud van de strafbaarstelling van illegaalverblijf215.4Scepsis over de uitvoerbaarheid van de strafbaarstellingvan illegaal verblijf226.Uitvoeringsaspecten257.Overig31 kst-36855-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 51 I. ALGEMEEN 1. Inleiding De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging vanhet voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en deAlgemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om deasielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen(Asielnoodmaatregelenwet) (novelle aanpassing strafbaarstelling illegaalverblijf) (hierna: de novelle) en hebben hierbij nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de novelle. Zijzijn verheugd dat dankzij het aangenomen amendement van het lidVondeling (Kamerstuk 36 704, nr. 44) illegaliteit strafbaar wordt. Doorillegaliteit strafbaar te stellen wordt de illegale komst naar en illegaalverblijf in Nederland voorkomen en bestreden. Illegaal verblijf inNederland wordt hiermee onaantrekkelijker. Strafbaarstelling vanillegaliteit is een noodzakelijke «stok achter de deur» om illegalen temotiveren Nederland te verlaten.De leden van de PVV-fractie constateren echter dat de regering in dezenovelle er bewust voor heeft gekozen om andere deelnemingsvormen nietstrafbaar te stellen. In het oorspronkelijke aangenomen amendement vanhet lid Vondeling was expliciet opgenomen dat ook het opzettelijk helpenonderduiken van illegaal verblijvende vreemdelingen door personen oforganisaties strafbaar zou zijn. De regering kiest er nu voor om hetfaciliteren van illegaal verblijf straffeloos te laten, waardoor een groot gatin de handhaving ontstaat en een vrijbrief wordt gegeven aan derden diebewust het terugkeerbeleid saboteren. Deze leden vinden deze keuzeonbegrijpelijk. Hierover hebben voornoemde leden dan ook de volgendevragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie vragen hoeveel illegalen er op dit moment inNederland zijn en waar zij zich precies bevinden. Hoeveel vreemdelingendie illegaal in Nederland verblijven zijn er de afgelopen vijf jaar uitgezet?Hoeveel illegalen zijn de afgelopen vijf jaar betrokken geweest bij eenmisdrijf en hoeveel daarvan zijn er inmiddels uitgezet? Welke organisatiesen gemeenten in Nederland bieden hulp en onderdak aan illegaalverblijvende vreemdelingen? Ontvangen deze organisaties subsidie vande overheid?De leden van de VVD-fractie hebben met veel interesse kennisgenomenvan de novelle. De leden kijken uit naar een spoedige plenaire behan-deling.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van de novelle. Deze leden zijn zeer ontstemd over deonzorgvuldige behandeling van het amendement van het lid Vondelingwaarin de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf is opgenomen en hetfeit dat de regering met de novelle enkel een zin toevoegt, maar destrafbaarstelling van onrechtmatig verblijf behoudt. Zij merken op dat detoevoeging door de novelle weer nieuwe vragen oproept over dejuridische haalbaarheid en uitvoerbaarheid.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het bijzonder teleur-stellend dat de regering, in plaats van werk te maken van effectief enhumaan terugkeerbeleid, de asielketen verder doet vastlopen met dezoveelste ineffectieve symboolmaatregel. Deze leden constateren dat, netals bij de Asielnoodmaatregelenwet (ANMW), er geen onderbouwing isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 52 die de effectiviteit of de noodzaak van de maatregel aantoont. Wederomzijn nagenoeg alle uitvoeringsorganisaties zeer kritisch en wordt dezekritiek wel erkend, maar vervolgens terzijde geschoven. Ondanks degeconstateerde juridische onduidelijkheid, uitdagingen in de uitvoering ende verstrekkende gevolgen van de maatregel ziet de regering geen enkelenoodzaak om de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf te schrappen.Dat roept de vraag op in hoeverre de regering echt openstaat vooradviezen van deskundigen die niet in haar straatje passen. Tenslotteconstateren voornoemde leden dat deze ineffectieve maatregel wordtgenomen tegen de achtergrond van een nijpend cellentekort, waardoor deregering recent nog genoodzaakt is geweest om strafrechtelijk veroor-deelden vervroegd vrij te laten. Derhalve hebben de aan het woord zijndeleden vragen over de consequenties van de novelle.Tenslotte willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ofgeconcludeerd kan worden dat met de novelle hulpverleners, kerkelijkeorganisaties en andere humanitaire organisaties of derden weliswaar nuuitgezonderd worden van de straf, maar nog steeds een misdrijf plegenvolgens de wet. Zo ja, kan de regering toelichten wat de consequentieshiervan zijn voor andere misdrijven en kan de regering een reflectie gevenop de vraag of de term «misdrijf» zo niet devalueert?De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van onderhavigenovelle en maken van de gelegenheid gebruik om aanvullende vragen testellen aan de regering.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de novelle enhebben hier geen vragen over.De leden van de DENK-fractie hebben met ontsteltenis en zorgenkennisgenomen van de voorgestelde wijzigingen van de Vreemdelin-genwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht. Zij constateren dat deregering ervoor kiest de strafbaarstelling van illegaal verblijf volledig instand te laten, ondanks uitgebreide kritiek van deskundigen, maatschap-pelijke organisaties en adviesorganen. In de memorie van toelichtingbetoogt de regering dat strafbaarstelling zal bijdragen aan «meer grip opmigratie», maar deze leden missen een onderbouwing die stoelt opempirisch en wetenschappelijk onderbouwd bewijs voor zowel dewerkzaamheid als de uitvoerbaarheid van de voorgestelde strafbaar-stelling.De leden van de SGP-fractie hebben met bijzondere belangstellingkennisgenomen van de novelle op de ANMW. Zij vinden het van grootbelang dat glashelder is dat hulp uit medemenselijkheid onder geenbeding strafbaar wordt als wordt overgegaan tot strafbaarstelling vanillegaal verblijf in Nederland. In dat kader zien zij ook dit wetsvoorstel. Zijzijn van oordeel dat personen die een vertrekplicht hebben (na zorgvul-dige procedure van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) enrechtsgang) en desondanks niet meewerken aan hun terugkeer maar hierblijven, strafbaar kunnen worden gesteld. Deze strafbaarstelling zien zij alsbegrijpelijk sluitstuk en de achterliggende doelstelling is daarbij geenszinshet bestraffen van personen, maar het bevorderen van de terugkeer. Daarzal ook in handhaving op moeten worden ingezet.De leden van de PvdD-fractie hebben met grote zorg kennisgenomen vande novelle. Zij constateren ook dat de Afdeling vaststelt dat de «voorbe-reiding van de voorgestelde strafbaarstelling van onrechtmatig verblijfniet zorgvuldig is geweest en dat een volwaardige en integrale wegingvan alle relevante belangen en overwegingen niet heeft plaatsgevonden».De spoed waarmee het reeds aangenomen artikel 108a Vw met dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 53 novelle wordt «gerepareerd», doet afbreuk aan de vereiste zorgvul-digheid. Bovendien wijzen deze leden erop dat de Afdeling benadrukt datonduidelijk blijft op welke wijze de strafbaarstelling van onrechtmatigverblijf daadwerkelijk bijdraagt aan het door de regering geformuleerdedoel om spoedmaatregelen te nemen om de asielketen te ontlasten en deinstroom van asielzoekers te verminderen. Voornoemde leden vragen deregering hoe zij deze kritische bevindingen weegt en waarom, ondanksdeze duidelijke waarschuwingen, toch wordt vastgehouden aan dezewetgevingsroute. Daarom stellen de aan het woord zijnde leden devolgende vragen: Waarom blijft de regering vasthouden aan dezewetgevingsroute terwijl de Afdeling stelt dat de voorbereiding «nietzorgvuldig is geweest» en dat «geen integrale weging van alle relevantebelangen» heeft plaatsgevonden? Welk exact probleem wordt metstrafbaarstelling opgelost dat niet al met bestaande instrumenten wordtaangepakt? In hoeveel EU-lidstaten is strafbaarstelling door jurisprudentieingeperkt? Welke Europese landen met strafbaarstelling zagen eenaantoonbare daling in asielinstroom die direct te relateren is aanstrafbaarstelling?De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met zorg kennisgenomenvan de novelle. Zij maken van de gelegenheid gebruik om enkele vragente stellen over de novelle.2. Aanleiding voor het voorstel 2.1 De ontstane discussie over het amendement De leden van de D66-fractie betreuren de wijze waarop het wetsvoorsteltot stand is gekomen. Het is zeer ongebruikelijk dat een voorstel metdusdanig grote consequenties per amendement wordt aangenomen,zonder dat serieuze behandeling ervan heeft plaatsgevonden. Uitvoerings-organisaties en de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: deAfdeling) geven dan ook terecht aan dat zij niet in staat zijn gesteld om deconsequenties van het voorstel goed in kaart te brengen en dus ook nietkunnen aangeven of de positieve effecten opwegen tegen de negatieveeffecten. Er heeft geen deugdelijke belangenafweging plaatsgevondenover de wenselijkheid van het voorstel. Deze leden verzoeken de regeringdan ook om een ex ante uitvoeringstoets uit te laten voeren en deze metde beantwoording op deze vragen aan de Kamer te doen toekomen.De leden van de CDA-fractie merken nogmaals op dat het vanuit hetoogpunt van zorgvuldige wetgeving, waar de Tweede Kamer voor dient testaan, onbegrijpelijk is dat het amendement dat ten grondslag ligt aandeze novelle zonder enige vorm van debat of appreciatie van de regeringten tijde van de behandeling van de ANMW is aangenomen. Directaansluitend hierop hebben deze leden aangegeven dat strafbaarstellingvan medemenselijkheid onacceptabel is. Door aanvaarding van hetamendement hebben deze leden besloten om geen steun te verlenen aande ANMW. Was dit amendement geen onderdeel geweest van de wet, danhadden de leden van de CDA-fractie voor de wet gestemd en had de wetnu reeds in het Staatsblad gestaan na aanvaarding door de Eerste Kamer.Voornoemde leden zijn de regering erkentelijk voor de expliciete wijzewaarop zij direct kenbaar maakte dat het amendement van het lidVondeling, zoals deze leden ook direct hebben aangegeven, zou leiden tothet kunnen vervolgen van mensen die uit medemenselijkheid een anderhelpen.De nu ontstane druk om deze novelle te behandelen omdat de uitvoeringanders in de problemen zou kunnen komen, is dan ook volledig voorrekening van de indiener van het amendement en de partijen die hierTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 54 steun aan hebben gegeven. Het ontbreken van meer tijd zal er ook toeleiden dat de leden van de CDA-fractie meer vragen in deze ronde zullenstellen omdat de tijd ontbreekt om een aantal zaken te bespreken metrelevante ketenpartners. Graag ontvangen deze leden een toelichting opwelke wijze de uitvoering hinder ondervindt van het uitblijven vanduidelijkheid over aanvaarding van de ANMW, ook in het licht van deinvoering van het EU-migratiepact in juni 2026.De leden van de DENK-fractie vragen waarom de regering ervoor heeftgekozen een zwaarwegende en ingrijpende strafrechtelijke maatregel tehandhaven, terwijl uit de consultaties blijkt dat de effectiviteit, proportio-naliteit en uitvoerbaarheid ervan breed worden betwijfeld. Hoe verhoudtdeze keuze zich tot het feit dat het kabinet zich in een demissionaire eninmiddels dubbel-demissionaire positie bevindt, met een daarmeegepaard gaand beperkt politiek mandaat om controversiële beleidswijzi-gingen met verstrekkende maatschappelijke gevolgen door te voeren?De leden van de DENK-fractie verzoeken de regering om een uitgebreidetoelichting waarom zij, ondanks de substantiële kritiek en ondanks haarbeperkte status, toch vasthoudt aan een strafrechtelijke verzwaring diedoor velen als disproportioneel en potentieel schadelijk wordtbeschouwd.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering de risico’s opklachtenprocedures, schadeclaims en maatschappelijke onrust beoordeeltbij onterechte aanhoudingen onder artikel 108a Vw?De leden van de PvdD-fractie vragen wat de regering doet om tevoorkomen dat wijkteams, kerken en sociaal werk vreemdelingen gaanmijden uit angst voor betrokkenheid bij strafzaken?Hoe lang duurt het volgens de regering voordat een afschrikkend effect zaloptreden, en wat gebeurt er wanneer dit effect uitblijft, zo vragen de ledenvan de PvdD-fractie.De leden van de ChristenUnie-fractie betreuren het wetgevingsproces datvoorafging aan deze novelle: een zeer verstrekkend aangenomenamendement waarover achteraf advies van de Afdeling werd gevraagd ende noodzaak van een novelle om een en ander gedeeltelijk te repareren.Deze leden vragen of de regering lering trekt uit het proces en welkelessen dan worden getrokken. Ook de Tweede Kamer als medewetgeverheeft hierin een verantwoordelijkheid, zo menen deze leden.2.2 De voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering het oordeel van deAfdeling dat het wetsvoorstel slecht past binnen het bestaande rechts-systeem en «juridische willekeur in de hand werkt» weegt.De leden van de PvdD-fractie constateren dat de Afdeling wijst op hetrisico dat hulpverlening formeel strafbaar blijft en pas achteraf wordtbeoordeeld door een rechter. Hoe beoordeelt de regering dit risico voorhulpverleners?De leden van de PvdD-fractie vragen waarom niet is onderzocht hoestrafbaarstelling zich verhoudt tot de plicht om kinderen en kwetsbaremensen te beschermen tegen gezondheidsschade door overheidsbeleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 55 De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering heeftoverwogen om de strafbaarstelling van illegaliteit in het geheel uit deANMW te halen en in een aparte wet te behandelen, zoals de Afdeling inoverweging geeft. Wat zou dat af hebben gedaan aan het pakket aanmaatregelen dat met de ANMW voorlag? De regering heeft de strafbaar-stelling van illegaal verblijf zelf ook niet in het wetsvoorstel opgenomen.En, zo vragen voornoemde leden, zou deze optie niet juist voor meersnelheid in de behandeling van de ANMW hebben gezorgd, gezien het feitdat de Eerste Kamer de ANMW pas behandelt als de novelle in de TweedeKamer is behandeld, nog afgezien van het feit dat het verkrijgen van eenmeerderheid in de Eerste Kamer door het amendement wellicht verderbuiten bereik komt te liggen.Het lid van de Volt-fractie constateert dat de Afdeling stelt dat devoorbereiding van deze wet onzorgvuldig is en dat een integrale belan-genafweging ontbreekt. Hoe beoordeelt de regering het feit dat dehoogste onafhankelijke adviseur van de regering de basis van ditwetsvoorstel onvoldoende acht?3. Kern van het voorstel De leden van de D66-fractie lezen in het voorstel dat alle deelnemings-vormen aan onrechtmatig verblijf zijn uitgezonderd van de strafbepaling.Dit geldt echter niet voor het verlenen van hulp aan vreemdelingen dieongewenst zijn verklaard of tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd.Zij vragen de regering hoe zij dit in praktijk uitvoerbaar acht, aangezienhet voor een hulpverlener niet direct duidelijk zal zijn in welke categoriede vreemdeling valt. De aan het woord zijnde leden maken zich dan ookzorgen over de mogelijkheid dat een hulpverlener toch wordt vervolgd inhet geval deze buiten de eigen schuld om niet wist dat een vreemdelingniet slechts ongedocumenteerd was, maar ook ongewenst was verklaard.Kan de regering toelichten op welke manier dit wordt voorkomen?De leden van de PVV-fractie lezen dat in de memorie van toelichting staatdat de uitsluiting van de overige deelnemingsvormen bij de strafbaar-stelling van illegaal verblijf niet geldt voor de huidige strafbepalingen diebetrekking hebben op illegaal verblijf in weerwil van een inreisverbod ofongewenstverklaring. Dit gaat dan onder andere om vreemdelingen dieeen gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid, en diebij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld zijn wegenseen misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer isbedreigd dan wel hem terzake de maatregel van terbeschikkingstelling(TBS) is opgelegd. Deze leden vragen waarom de regering ervoor kiestom precies dezelfde deelnemingsvormen straffeloos te laten bij overlast-gevende en criminele illegalen die «slechts» voor een misdrijf met minderdan drie jaar cel zijn veroordeeld. Deelt de regering de mening dat dezeuitzondering een onacceptabele vrijbrief geeft aan iedereen die «gewone»criminele of overlastgevende illegalen helpt onderduiken?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het opmerkelijk dat in dememorie van toelichting staat dat «het kabinet vindt dat hulpverleningniet strafbaar moet zijn». Kan de regering deze mening nader toelichtenen kan de regering daarbij expliciet ingaan op de vraag waarom dezemening niet geldt voor andere strafbaarstellingen waarbij medeplegen ofmedeplichtigheid strafbaar is gesteld? Kan de regering daarbij aangevenvoor welke andere strafbaarstellingen er een algemene uitzondering geldtvoor medeplegen en medeplichtigheid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 56 Voorts lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de uitzonderingvan de overige deelnemingsvormen bij de strafbaarstelling van onrecht-matig verblijf niet geldt voor de huidige strafbepalingen die betrekkinghebben op onrechtmatig verblijf in weerwil van een inreisverbod ofongewenstverklaring. Klopt het dat een uitgeprocedeerde asielzoeker alsdeze een terugkeerbesluit heeft ontvangen en niet binnen de gesteldetermijn vertrekt een inreisverbod opgelegd krijgt of kan krijgen? Klopt hetdat met deze novelle hulpverlening aan vreemdelingen met een lichtinreisverbod strafbaar is als sprake is van «een nauwe en bewustesamenwerking met de betreffende vreemdeling» oftewel medeplegen?Hoe verantwoordt de regering dat strafbaarstelling van hulpverleningblijft bestaan terwijl de Minister van Asiel en Migratie heeft aangegevendat het de bedoeling was hulpverlening helemaal uit te zonderen vanstrafbaarstelling, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Hoewordt voorkomen dat medische professionals, sociaal werkers envrijwilligers, die niet kunnen weten of iemand een licht inreisverbod heeft,toch strafrechtelijk risico lopen? Kan het zijn dat hulp aan vreemdelingendie in andere Europese landen een inreisverbod opgelegd hebbengekregen maar in Nederland verblijven, strafbaar is? Geldt dit ook voorkerkasiel? Geldt dit ook wanneer een kerkelijke gemeente bijvoorbeeldeen inzameling houdt voor de betreffende vreemdeling?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe ver de vrijheid vanvereniging (artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van deMens (EVRM)) reikt bij criminalisering van non-profit activiteiten, ook alshet gaat om non-profit organisaties die zonder aanziens des persoonshulp bieden, mogelijk dus ook aan vreemdelingen met een licht inreis-verbod.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat onder andereDokters van de Wereld heeft aangegeven dat zij mensen zonder verblijfs-papieren altijd zullen blijven helpen als zij medische zorg nodig hebben. Inhoeverre kan de regering garanderen dat medewerkers van Dokters vande Wereld nooit strafrechtelijk vervolgd zullen worden, ook niet als zij (aldan niet onbedoeld) zorg leveren aan vreemdelingen met een lichtinreisverbod? Hoe verhoudt de strafbaarstelling zich tot de artseneed?Betekent dit dat een arts die zich aan de eed houdt door een vreemdelingin nood kan helpen, zich volgens de letter en de geest van deze wet ooktegelijkertijd een misdrijf pleegt? Kan een voedselbank worden vervolgdvoor het helpen van mensen zonder papieren onder bepaalde omstandig-heden? Wat zijn de gevolgen in juridische en praktische zin voorgemeenten en individuen die subsidie, donaties of een andere vorm vanhulp bieden aan instanties als voedselbanken? Klopt het dat zij indirectmisdrijven faciliteren al is deze niet strafbaar? Hoe verhoudt het risico opstrafbaarheid van kerkasiel zich tot de grondwettelijke bescherming vanvrijheid van godsdienst (artikel 6 GW), nu de memorie van toelichtinggeen «kerkelijke exceptie» bevat?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen in hoeverre hetwetsvoorstel gevolgen heeft voor bijvoorbeeld pedagogischmedewerkers, kinderpsychologen, of onderwijspersoneel die kinderenopvangen of lesgeven waarvan een ouder of verzorger niet rechtmatig inNederland verblijft. Uit de novelle blijkt dat zij immers ook gekwalificeerdkunnen worden als derde die hulp verleent aan een persoon die volgensde letter van de wet een misdrijf pleegt. Heeft de regering hierover ookgesproken met vertegenwoordigers uit het onderwijsveld, de kinder-opvang en de jeugdhulp? Zo nee, waarom niet? Hoe verhoudt dewettelijke systematiek om bij afzonderlijke delicten af te wijken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 57 algemene uitgangspunten zich tot de keuze die de regering zegt te makenom alle deelnemingsvormen uitgezonderd het plegen zelf, uit te sluiten?De leden van de CDA-fractie vragen de regering uiteen te zetten wat hetexacte verschil is in de wijze waarop de regering de strafuitsluitingsgrondheeft vormgegeven ten opzichte van het voorstel in het advies van deAfdeling. Klopt het, zo vragen de leden van de CDA-fractie, dat deregering een verdergaande strafuitsluitingsgrond heeft gekozen dan hetgenoemde advies omdat de regering iedere vorm van medemenselijkheidin tegenstelling tot het amendement van het lid Vondeling niet strafbaarwenst te stellen?Klopt het, zo vragen de leden van de CDA-fractie, dat er in het vreemdelin-genrecht bij aanvaarding van deze novelle straks drie strafbepalingenbestaan, te weten: de ongewenstverklaring, het inreisverbod en deillegaliteit? En dat in het geval van deelnemingsvormen aan het negerenvan de ongewenstverklaring of een inreisverbod een derde persoonvervolgd kan worden, maar niet voor illegaliteit?Kan de regering aan de leden van de CDA-fractie uitleggen waarom deuitsluitingsgrond vanwege het niet willen bestraffen van medemense-lijkheid expliciet geldt bij de strafbaarstelling illegaliteit, maar niet bij deongewenstverklaring en het inreisverbod?De leden van de JA21-fractie vragen in hoeverre een vreemdeling kan enzal worden vervolgd voor illegaal verblijf, die nog niet eerder in beeld wasvan de overheid, en waarvan derhalve geen terugkeertermijn wasvastgesteld.De leden van de SGP-fractie vragen de regering uitgebreider in te gaan opde vloeiende overgang die er is tussen medeplichtigheid en medeplegen,en de consequenties daarvan aangezien bij een overtreding niet in allegevallen kan worden uitgesloten dat hulpverlening buiten de reikwijdtevan de strafbepaling valt.De leden van de SGP-fractie hebben begrip voor de gekozen route waarbijdoor middel van een strafuitsluitingsgrond hulpverlening niet strafbaarwordt gesteld. Zij vragen daarnaast wel in hoeverre het actief tegen-werken van de overheid bij uitzetting, het opzettelijk voordeel halen uit hethelpen bij illegaal verblijf (bijvoorbeeld in de vorm van mensenhandel enuitbuiting) of de vreemdeling ernstige schade berokkenen strafbaar zalzijn of blijven in de nieuwe situatie. Deze leden vragen daarnaast hoe ditvoorstel zich verhoudt tot de huidige contouren van de nieuweEU-mensensmokkelrichtlijn.De leden van de SGP-fractie zijn geïnteresseerd in de vraag hoe om zalworden gegaan met situaties van evidente overmacht en ontoereken-baarheid. Hoe verhouden de strafuitsluitingsgronden onder het Wetboekvan Strafrecht hieromtrent (artikelen 39 en 40 Sr) zich tot de voorgesteldemaatregelen in de ANMW en novelle, en hoe werkt dit naar verwachtinguit in de praktijk?De leden van de SGP-fractie vragen de regering hoe op grond van debepalingen in de ANMW in combinatie met onderhavige novelle wordtomgegaan met slachtoffers van mensenhandel, bijvoorbeeld eenslachtoffer van gedwongen prostitutie die door een pooier naar Nederlandis gehaald, vervolgens weet te ontsnappen en zonder verblijfspapieren opstraat komt te staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 58 De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering de proportionaliteitvan een strafmaximum van zes maanden beoordeelt voor gedrag dat nietgericht is op gevaar of schade.De leden van de PvdD-fractie vragen waarom geen expliciete bescher-ming is opgenomen voor kerken, terwijl religieuze hulpverlening inverschillende EU-landen juridisch problematisch bleek.De leden van de ChristenUnie-fractie stellen een aantal vragen over deconstructie die de regering heeft gekozen om hulpverlening niet strafbaarte stellen. Kan de regering een ander voorbeeld geven in het Nederlandse(straf)recht waarin slechts de pleger strafbaar is en medeplegers enmedeplichtigen niet? Zo niet, waarom heeft de regering gekozen voor eenunieke constructie? Hoe geeft de regering er rekenschap van dat dezenovelle een precedent schept? De regering beroept zich op de ruimte diede wet biedt om bij afzonderlijke delicten af te wijken van algemeneuitgangspunten. Waarom vond de regering het geoorloofd om voor ditgeval deze ruimte te benutten? Deelt de regering de mening dat dewetgever een grote verantwoordelijkheid heeft voor deugdelijke,kwalitatieve wetgeving en dat grote terughoudendheid moet wordenbetracht in het voorstellen van unieke en uitzonderlijke constructies? Dezeleden ontvangen van de regering graag een dragende motivatie waaromdeze weg toch is ingeslagen.Kan de regering toelichten of met de gekozen formulering in de novellehet feit an sich van hulp aan illegale vreemdelingen wel of niet strafbaaris, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Of is het aan de rechterom hulpverleners te ontslaan van rechtsvervolging? Schuift de regeringde verantwoordelijkheid voor rechtszekerheid en rechtsbescherming opdeze manier niet naar de rechtspraak?De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat met het aangenomenamendement van de leden Rajkowski en Van Zanten (Kamerstuk 36 704,nr. 52) hulp aan vreemdelingen die vanwege een veroordeling vanbijvoorbeeld huisvredebreuk of het aanzetten tot discriminatie of geweldeen ongewenstverklaring hebben gekregen strafbaar is. Vindt de regeringdit proportioneel?Het lid van de Volt-fractie constateert dat de regering ervoor kiest ommedeplegen en medeplichtigheid uit te sluiten van strafbaarheid door eenimprovisatorische noodoplossing binnen het bestuursrecht. Hierdoor blijfthet feit strafbaar, en kan alleen de rechter hulpverleners ontslaan vanrechtsvervolging. Hoe voorkomt de regering dat er hierdoor onduide-lijkheid blijft bestaan over de bescherming van hulpverleners, en hunmogelijkheden tot het bieden van hulp? Hoe voorkomt de regering dathierdoor de verantwoordelijkheid voor rechtszekerheid en beschermingwordt doorgeschoven naar de rechtspraak? Hoe voorkomt de regering datstrafrechtelijk vooronderzoek alsnog plaats kan vinden?Het lid van de Volt-fractie constateert dat het VN-Comité voor Econo-mische, Sociale en Culturele Rechten (CESCR) zich in haar ConcludingObservations over Nederland (oktober 2025) expliciet uitspreekt over(concept)wetgeving die irreguliere migranten criminaliseert of huntoegang tot basisrechten beperkt, en Nederland oproept af te zien vandergelijke wetgeving. Hoe beoordeelt de regering deze oproep, gezienonze ratificatie van het Internationaal Verdrag inzake Economische,Sociale en Culturele Rechten en onze verplichtingen daartoe?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 59 4. Handhaving strafbaarstelling illegaal verblijf 4.1 Algemeen De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet schrijft dat de reikwijdtevan de strafbaarstelling is beperkt tot de groep vreemdelingen die welkunnen, maar niet willen meewerken aan vertrek en dat vertrek effectieffrustreren. Kan de regering dit nader toelichten, en daarbij duidelijkekaders schetsen over wanneer iemand wel en niet meewerkt? Het isbekend dat bepaalde landen van herkomst terugkeer frustreren en denotie dat iedereen die wil terugkeren dat ook kan, is feitelijk onjuist. Dezeleden vragen daarom hoe de regering van plan is te voorkomen datmensen buiten hun schuld strafbaar worden gesteld. Kan de regeringtoelichten of en, zo ja, hoe het huidige kader voor de buitenschuldpro-cedure hiervoor voldoende geschikt is of dat deze moet wordenaangepast?Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie toelichtenwaarop de stelling «strafbaarstelling kan bijdragen aan betere grip opmigratie» is gebaseerd? Kan de regering daarbij aangeven welkeonderzoeken deze aanname ondersteunen? Kan de regering aangevenwat het verband is tussen de aantallen asielzoekers en de strafbaarstellingvan onrechtmatig verblijf? Op basis van welke empirische gegevens gaatde regering ervan uit dat strafbaarstelling leidt tot minder asielzoekers?Welke empirische onderbouwing toont dat asielzoekers juridische detailsvan Nederlands strafrecht kennen en daar hun keuze voor het land vanbestemming op baseren?Kan de regering daarbij voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieingaan op ervaringen van de landen waar strafbaarstelling van onrecht-matig verblijf reeds al in ingevoerd? Zo stelt een rapport van Clingendaeldat België sinds 1980 een formele strafbaarstelling van «onwettig verblijf»kent, en dat het land toch naar schatting 122.000 mensen zonderverblijfsvergunning telt. Dit is ruim het dubbele van het hoogste schat-tingsgetal in Nederland (23.000–58.000). Deelt de regering de constateringdat ondanks dat de wet in België al 45 jaar van kracht is, het effect isuitgebleven? Zo ja, welke lessen kan de regering daaruit trekken? Zo nee,waarom niet? Voorts stelt het rapport van Clingendael dat gezien debeperkte celcapaciteit en vervolgingscapaciteit in België ontdekking vanonrechtmatig verblijvende mensen vaak niet leidt tot detentie, maar totuitzetting. Deze leden constateren dat de beperkte celcapaciteit envervolgingscapaciteit van België vergelijkbaar zijn met Nederland. Deeltde regering deze constatering? Zo ja, betekent dat dat Nederland ookenkel over zou gaan tot uitzetting? En dat, verglijkbaar met België, aanuitzetting de voorkeur wordt gegeven boven vervolging?Wat zegt het volgens de regering, dat ondanks dat de strafbaarstelling vanonrechtmatig verblijf wel in een aantal Europese landen de praktijk is,maar dat er toch geen onderzoeken zijn die aantonen dat het eeneffectieve maatregel is om mensen terug te laten keren, zo vragen deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de regering ookstelt dat strafbaarstelling beperkt wordt tot vreemdelingen die welkunnen, maar niet willen meewerken aan vertrek en dat effectieffrustreren. In hoeverre is er sprake van effectief terugkeerbeleid, alsmensen die niet hier mogen blijven, maar die wel kunnen vertrekken,eerst een gevangenisstraf van een jaar moeten uitzitten? Deelt de regeringde mening dat Nederland door deze maatregel juist meer mensen dieonrechtmatig in Nederland blijven in Nederland houdt? Zo nee, waaromTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 510 niet? Hoe wil de regering voorkomen dat strafoplegging juist leidt totvertraging en stagnatie van terugkeer? Hoe worden de begrippen «nietmeewerken» en «vertrek frustreren» precies gedefinieerd? Wie beoordeeltdit en op basis van welke criteria? Kan de regering garanderen datvreemdelingen die wel meewerken aan hun vertrek niet strafbaar zullenzijn? Zo ja, op welke manier? En waarom is niet dit expliciet in dewetstekst opgenomen?De leden van de CDA-fractie vragen aan de regering of zij heeftoverwogen om de strafbaarstelling van illegaliteit vorm te geven alsovertreding in plaats van een misdrijf en zo ja, wat uiteindelijk deoverwegingen zijn geweest om het als misdrijf strafbaar te stellen.De leden van de JA21-fractie constateren dat bestaande jurisprudentiebetekent dat een gevangenisstraf vanwege illegaal verblijf pas mogelijk isals de terugkeerprocedure is doorlopen. Kan de regering aangeven opwelk moment dat het geval is? Wanneer wordt het vervolgingsbeleidnader ingevuld en kan de regering dat te zijner tijd aan de Kamer doentoekomen?De leden van de DENK-fractie lezen dat strafrecht het «ultimumremedium» moet blijven. Hoe realistisch is deze benadering wanneer hetOpenbaar Ministerie (OM) zelf aangeeft nieuw vervolgingsbeleid temoeten ontwikkelen? Hoe voorkomt de regering dat in de praktijk tochkwetsbare vreemdelingen worden opgepakt?De leden van de PvdD-fractie vragen welke indicatoren het OM gebruiktom te bepalen of iemand «door toedoen van hemzelf» terugkeerfrustreert. Worden deze vooraf met de Kamer gedeeld?De leden van de PvdD-fractie vragen hoe het risico wordt beperkt datrechtsongelijkheid ontstaat doordat verschillende rechtbanken uiteenlo-pende drempels voor medeplegen hanteren.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de regering vasthoudt aande stelling dat strafbaarstelling van illegaal verblijf bij kan dragen aanbetere grip op migratie. Welke ervaringen uit andere landen overtuigen deregering ervan dat strafbaarstelling van illegaal verblijf bijdraagt aan hetterugdringen van de instroom en het bevorderen van terugkeer?Erkent de regering dat de voorgestelde maatregelen niet direct totuitzetting leiden maar tot het vastzetten op Nederlandse grond? Klopt hetdat de regering alleen een indirect effect verwacht van de strafbaarstellingvan illegaal verblijf? Is de wet daarmee doelmatig, zo vragen de leden vande ChristenUnie-fractie.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke reactie de regeringheeft op de concluding observations van het CESCR waarin het ComitéNederland oproept af te zien van deze wetgeving.Het lid van de Volt-fractie constateert dat strafbaarstelling alleen mogelijkis nadat de Terugkeerrichtlijn volledig is toegepast en slechts voor zoverdit de werking van de richtlijn niet doorkruist. De Dienst Terugkeer enVertrek (DTenV) signaleert dat een terugkeerprocedure nooit echtbeëindigd is en zij door deze maatregel juist minder zullen toekomen aanhet organiseren van vertrek. Hoe garandeert de regering dat strafrechte-lijke sancties nooit eerder of gelijktijdig aan het terugkeertraject wordentoegepast, en niet in strijd is met de Terugkeerrichtlijn en jurisprudentievan het Hof van Justitie van de EU? Welke juridische waarborgen kan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 511 regering hiervoor geven? Wat is de toegevoegde waarde van dit voorstelals het de terugkeer juist belemmert?Het lid van de Volt-fractie constateert dat Nidos aangeeft aan dat destrafbaarstelling van onrechtmatig verblijf voor meerderjarigen eennegatief effect kan hebben op alleenstaande minderjarigen die ondervoogdij staan, vooral rond de overgang naar achtien jaar. Hoe beoordeeltde regering de risico’s voor het welzijn van deze jongeren, en welkemaatregelen zouden volgens de regering nodig zijn om te voorkomen datzij angst of ontwikkelingsachterstanden oplopen als gevolg van ditwetsvoorstel?Het lid van de Volt-fractie constateert dat voor kinderen in gezinnen dieonder toezicht staan, kan van de ouders kan leiden tot extra stress oftraumatische situaties, terwijl de kinderrechter al ernstige zorgen heeftgeconstateerd. Welke maatregelen voorziet de regering om ervoor tezorgen dat de belangen van kinderen beschermd blijven wanneer hunouders strafbaar worden gesteld wegens onrechtmatig verblijf?Het lid van de Volt-fractie constateert dat het College voor de Rechten vande Mens in haar wetgevingsadvies stelt dat strafbaarstelling ernstigegevolgen kan hebben voor fundamentele mensenrechten, zoals toegangtot medische zorg, opvang, bescherming tegen geweld en mensenhandel.Hoe beoordeelt de regering de risico’s dat de toegang tot deze rechten nuin de praktijk worden beperkt?Het lid van de Volt-fractie constateert dat volgens het College voor deRechten van de Mens onvoldoende is aangetoond dat strafbaarstellingproportioneel of effectief is bij het terugdringen van onrechtmatig verblijf,en dat internationale ervaringen wijzen op juridische en maatschappelijkeknelpunten. Hoe beoordeelt de regering de verwachte impact van dezemaatregel op de leefbaarheid en veiligheid in Nederland?Het lid van de Volt-fractie constateert dat de regering in de memorie vantoelichting stelt dat de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf kanbijdragen aan «betere grip op migratie» en dat deze vooral zou wordeningezet tegen criminele en overlastgevende vreemdelingen. Tegelijkertijdgeeft de DTenV in haar uitvoeringstoets aan dat deze maatregel niet zalbijdragen aan meer terugkeer. Hoe duidt de regering deze discrepantietussen beleidsdoel en uitvoeringsrealiteit?Het lid van de Volt-fractie constateert dat de Adviesraad Migratie opmerktdat strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf mensen kan ontmoedigenom contact te zoeken met zorg, onderwijs of politie, waardoor zegemarginaliseerd raken. Nederland heeft immers een juridische enhumanitaire plicht om toegang te bieden tot medische zorg, onderwijs enbescherming tegen misbruik, óók voor mensen zonder rechtmatig verblijf.Hoe kan de regering deze verplichtingen nog waarborgen als de strafbaar-stelling er tegelijkertijd toe leidt dat mensen uit angst voor vervolginggeen gebruik meer durven maken van deze voorzieningen? Zijn erervaringen uit andere lidstaten die laten zien dat strafbaarstelling juistleidt tot meer of minder samenwerking met overheid en maatschappelijkeorganisaties?Het lid van de Volt-fractie vraagt of het denkbaar is dat de politieke kleurvan een toekomstig Minister van Justitie en Veiligheid tot andereinstructies aan het OM kan leiden. Wat betekent dit voor het juridischgrijze gebied als het gaat om hulpverlening? Kan de regering daarbij eenonderscheid maken tussen de generieke strafbaarstelling en die die bijeen licht of een zwaar inreisverbod?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 512 Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering voorkomt dat hetonderscheid tussen nieuwe en oude strafbepalingen alsnog leidt totstrafbaarheid of onduidelijkheid over de strafbaarheid van medische ofsociale hulp.Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering voorkomt dat mensenmet acute gezondheidsproblemen – die geen vluchtgevaar vormen –onnodig in politiecellen worden geplaatst waar slechts beperkte medischezorg aanwezig is.Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering voorkomt dat strafrech-telijke detentie op grond van 108a Vw 2000 feitelijke verwijderingbelemmert, hetgeen in strijd is met de Terugkeerrichtlijn.Het lid van de Volt-fractie vraagt wat de strafbaarstelling van illegaliteitbetekent voor het werk dat ngo’s zoals Dokters van de Wereld of het Legerdes Heils doen.Het lid van de Volt-fractie vraagt of de regering bereid is in gesprek tegaan met burgemeesters om te bezien op welke wijze ervoor gezorgd kanworden dat burgemeesters op uniforme wijze uitvoering geven aan dewet. Hoe wil de regering zich gaan verhouden tot burgemeesters dieaangeven geen prioriteit te willen geven aan uitvoering van de wet?Het lid van de Volt-fractie vraagt of een kerk kan weigeren informatie tedelen met instanties zonder het risico op strafvervolging te lopen.Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe wordt voorkomen dat gezinnen metminderjarige kinderen op locaties van het Centraal Orgaan opvangAsielzoekers (COA) indirect worden geraakt door strafrechtelijke maatre-gelen gericht op de ouders. Wat gebeurt er met minderjarige kinderen alsouders strafrechtelijk in beeld komen vanwege illegaal verblijf? Is hetdenkbaar dat kinderen opgevangen moeten worden in pleeggezinnenomdat de ouders gedetineerd raken vanwege illegaal verblijf?Het lid van de Volt-fractie vraagt of er EU-lidstaten zijn waar kerken ofreligieuze instellingen in conflict zijn gekomen met het strafrecht.4.2 Nut en noodzaak De leden van de D66-fractie zijn zich ervan bewust dat er reeds eenstrafbaarstelling rust op verblijf in weerwil van een ongewenstverklaringof zwaar inreisverbod en de mogelijkheid tot vervolging ter zake vanovertreding van een licht inreisverbod. Zij vragen de regering tot hoeveelvervolgingen dit per jaar leidt. Daarnaast vragen zij in hoeveel gevallen ditook heeft geleid tot effectieve terugkeer met bekende bestemming en hoevaak dit heeft geleid tot terugkeer met onbekende bestemming. Kan deregering daarnaast toelichten hoe zij voornemens is te voorkomen datmensen vertrekken met onbekende bestemming, aangezien dit vaak nietbetekent dat iemand daadwerkelijk Nederland heeft verlaten maar zich inplaats daarvan heeft onttrokken aan toezicht, zo vragen de aan het woordzijnde leden. Hierbij verwijzen zij ook naar de zorgen van meerdereorganisaties, zoals bijvoorbeeld de Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG), die vrezen voor een schaduwsamenleving.Onrechtmatig verblijvende vreemdelingen kunnen volgens hetwetsvoorstel worden bestraft met een geldboete van de derde categorie.Het is echter inherent aan de status van onrechtmatig verblijf dat dezevreemdelingen geen betaald werk kunnen verrichten waarmee het nietaannemelijk is dat de vreemdeling de middelen heeft voor een dergelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 513 boete. Waarom acht de regering dit een nuttige sanctie, zo vragen de aanhet woord zijnde leden. Kan de regering toelichten wat de gevolgen zijnvan het niet betalen van deze boete en daarmee aangeven hoeveeladministratief werk dit oplevert en welke kosten hieraan zij verbonden?Wordt de boete kwijtgescholden op het moment dat iemand vertrekt ofmag iemand pas vertrekken nadat de boete is betaald? Daarnaast zijn deleden van de D66-fractie op de hoogte van de grote tekorten bij de DientJustitiële Inrichtingen (DJI), die daarom zelf aangeeft dit voorstel in iedergeval de komende jaren niet uit te kunnen voeren. De aan het woordzijnde leden vragen de regering welk effect zij denken dat de strafbaar-stelling heeft, als zowel de geldboete als de gevangenisstraf in praktijkniet tot uitvoering zullen komen.Voorts meent de regering dat de strafbaarstelling van onrechtmatigverblijf kan bijdragen aan effectiever terugkeerbeleid. De leden van deD66-fractie vragen de regering waarop zij dit baseert, mede in het lichtvan de reactie van de DTenV die aangeeft niet bekend te zijn metonderzoeken waaruit blijkt dat deze strafbaarstelling een effectievemaatregel is. De onderzoeken die wel bij de DTenV bekend zijn, lateneerder het omgekeerde zien. Kan de regering de onderzoeken waarnaarde DTenV verwijst met de Kamer delen, zo vragen zij. Deze leden vragende regering daarnaast of zij bereid is zelf ook onderzoek te (laten) doen,gezien het doel moet zijn om méér terugkeer te realiseren in plaats vanmínder terugkeer. Zij vragen daarbij ook in te gaan op de argumenten diein 2005 door de toenmalige Minister van Justitie zijn aangevoerd om af tezien van het strafbaar stellen van onrechtmatig verblijf.In dit licht verwijzen de leden van de D66-fractie naar een vergelijkendonderzoek van Instituut Clingendael uit de zomer van 2025, waarin zijervaringen uit België, Duitsland, Zweden en Italië hebben geanalyseerd.Uit deze analyse blijkt dat de maatregel daadkrachtig klinkt, maar vaak«juridisch broos, praktisch onwerkbaar en maatschappelijk ontwrichtend»blijkt. Uit de vergelijking blijkt bijvoorbeeld dat in België ruim twee keerzoveel ongedocumenteerde vreemdelingen verblijven als in Nederland,terwijl onrechtmatig verblijf al sinds 1980 strafbaar is en dat de afschrik-kende kracht verwaarloosbaar is. Kan de regering ingaan op de resultatenvan dit onderzoek, zo vragen zij.De leden van de D66-fractie lezen dat de DTenV in haar advies heeftaangegeven dat het wenselijk is dat in de memorie van toelichtinguitsluitsel wordt geboden over de mogelijkheid dat medewerkers van deDTenV aangifte moeten doen tegen vreemdelingen die door eigentoedoen niet terugkeren. Deze leden merken op dat de regering hier welaandacht aan heeft besteed in de memorie van toelichting, maar het nogsteeds bij de DTenV zelf neerlegt. De aan het woord zijnde leden betreurendit en vragen de regering in samenspraak met de DTenV tot een duide-lijker kader te komen en dit met de Kamer te delen. Daarnaast vragen zijde regering nog in te gaan op de zorgen die door de DTenV worden geuitover de mogelijke gevolgen hiervan voor DTenV-medewerkers in de vormvan bijvoorbeeld agressief of intimiderend gedrag.Deelt de regering de mening dat illegalen Nederland direct moetenverlaten, zo vragen de leden van de PVV-fractie. Vindt de regering hetwenselijk dat personen of organisaties illegalen helpen om uit het zichtvan de overheid te blijven? Zo nee, waarom kiest de regering er dan voorom dit in geen enkel geval strafbaar te stellen? Erkent de regering dat hetbewust onttrekken van een persoon die illegaal in Nederland verblijft aanhet toezicht van de overheid geen vorm van «medemenselijkheid» of«barmhartigheid» is, maar pure sabotage van het wettelijke terugkeer-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 514 beleid, illegaliteit faciliteert en een ernstige ondermijning van derechtsstaat is? Zo nee, hoe kwalificeert de regering dit wangedrag danwél?Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ingaan opde wenselijkheid van de gewijzigde strafmaat van ten hoogste één jaar inplaats van zes maanden ten gevolge van het amendement van de ledenVan Zanten en Rajkowski (Kamerstuk 36 704, nr. 47), in combinatie met destrafbaarstelling?Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nadertoelichten wat in de memorie van toelichting bedoeld wordt met«handhaving zal, net als nu, primair plaatsvinden met toepassing van debestaande bestuursrechtelijke instrumenten, waaronder de ongewenstver-klaring»? Betekent dit de facto dat de strafbaarstelling niet wordt ingezet,of dat er een hiërarchie is in de handhavingsinstrumenten, waarbij destrafbaarstelling onderaan staat? Verderop in de memorie van toelichtingstelt de regering vervolgens dat de strafbaarstelling als een ultimumremedium wordt toegepast, nadat het bestaande bestuursrechtelijkeinstrumentarium is uitgeput. Welke uitvoeringsorganisaties hebbenaangegeven dat de huidige instrumenten onvoldoende zijn en dat er eenultimum remedium noodzakelijk is? In hoeveel procent van de gevallen isde afgelopen jaar gebleken dat de huidige bestuursrechtelijke instru-menten onvoldoende zijn? Kan de regering aantonen, met onderzoeken,dat de terugkeer van mensen die onrechtmatig in Nederland verblijven,belemmerd wordt door het ontbreken van een strafrechtelijk instrument?Kan de regering toelichten waarom een licht inreisverbod, wat standaardwordt opgelegd aan mensen die niet binnen de gestelde termijnvetrekken, onvoldoende is in de terugkeeraanpak? Kan de regering tevensreageren op de constatering van de Commissie Meijers dat doorgaans dereeds bestaande instrumenten, zoals de vreemdelingenbewaring, deongewenstverklaring en het inreisverbod volstaan? Deelt de regering dezeconstatering? Zo nee, waarom niet? Waarom is er niet voor gekozen omeerst te onderzoeken wat de meerwaarde is van een dergelijke strafbaar-stelling?Klopt het dat onrechtmatig verblijf nu al strafbaar is, aangezien mensendie worden aangetroffen zonder verblijfsstatus in Nederland in over-treding zijn van de Vreemdelingenwet 2000 en beboet kunnen worden meteen geldboete, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Zo ja,kan de regering aangeven hoe vaak deze maatregel wordt ingezet enwaarom deze maatregel niet voldoende is?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen met verbazing dat de matewaarin een vreemdeling crimineel of overlastgevend gedrag vertoont,wordt betrokken bij het vervolgingsbeleid. Dat zijn juist precies degedragingen waar al bestuursrechtelijke instrumenten voor zijn, zoals deongewenstverklaring en het inreisverbod, zo constateren deze leden.Betekent dit dat de strafbaarstelling enkel dezelfde doelgroep strafbaarstelt? Voornoemde leden delen hierbij de opmerking van de CommissieMeijers dat deze beperkte doelstelling niet blijkt uit de wetstekst zelf.Waarom heeft de regering er niet voor gekozen om dit ook op te nemen inde wetstekst? Erkent de regering hiermee dat toekomstige kabinetten opbasis van de huidige wetstekst de politie en het OM opdracht kunnengeven om alle onrechtmatig verblijvende mensen aan te houden enstrafrechtelijk te vervolgen? Zo ja, is dat wenselijk volgens de regering?De leden van de CDA-fractie vragen de regering, nu er een nieuwestrafbepaling dient te worden beoordeeld, om deze drie strafbepalingenjuridisch en qua praktische toepasbaarheid uiteen te zetten zodat dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 515 leden ze in onderlinge samenhang kunnen beoordelen. Is er naar hetoordeel van de regering een schaal waarop de drie strafbepalingengeplaatst dienen te worden in termen van licht naar zwaar en zo ja, wat isdaarin het oordeel van de regering?De leden van de CDA-fractie vragen de regering om uitvoerig aan tegeven hoe de volgende formuleringen uit de memorie van toelichting zichtot elkaar verhouden en of de regering hiermee bedoelt dat ze in elkaarsverlengde liggen maar er altijd eerst vanuit de ongewenstverklaring zalworden opgetreden: «Als dit voorstel en de ANMW tot wet wordenverheven, zal de bestuursrechtelijke inzet op terugkeer en verwijderingonverminderd leidend blijven» en «De aanwezigheid in Nederland na deoplegging van de ongewenstverklaring kan worden beschouwd als eengekwalificeerde vorm van het delict onrechtmatig verblijf dat isneergelegd in artikel 108a Vw 2000».De leden van de CDA-fractie vragen de regering of inmiddels verderoverleg heeft plaatsgevonden met de DTenV over de geuite zorgen tenaanzien van de toepassing van artikel 162 Sv. Daarnaast vragen dezeleden of de regering voornemens is om met toepassing van artikel 162lid 5 Sv nadere regels te stellen waarmee de regering de medewerkersvan DTenV tegemoet kan komen.De leden van de DENK-fractie constateren dat de regering stelt datstrafbaarstelling «een afschrikwekkende werking» heeft, maar nergensempirisch bewijs levert. Kan de regering voorbeelden noemen vanEU-lidstaten waar strafbaarstelling aantoonbaar heeft geleid tot meerterugkeer? Waarom volgt de regering niet het advies van de DTenV, diejuist aangeeft geen onderzoeken te kennen die deze bewering onder-steunen?De leden van de PvdD-fractie vragen of strafbaarstelling volgens deregering zal leiden tot méér gedwongen vertrek en, zo ja, op basis vanwelke onderbouwing.De leden van de PvdD-fractie vragen waarom de regering kiest voorstrafbaarstelling in plaats van investering in vertrekgesprekken ofinternationale terugkeerdeals.De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de regering schetstdat de bestuursrechtelijke inzet op terugkeer en verwijdering leidend zalzijn in de aanpak. Gaat de regering er dus vanuit dat deze, reedsbestaande, bestuursrechtelijke instrumenten, meer resultaat opleverendan het strafrechtelijke instrument? De strafrechtelijke toevoeging van hetamendement van het lid Vondeling lijkt de regering echter wel zoessentieel te vinden dat ervoor is gekozen om deze in de geamendeerdeANMW te houden. Kan de regering die weging toelichten? Van welkemaatregel in het geheel van bestuursrechtelijke en strafrechtelijkeinstrumenten verwacht de regering het meeste resultaat om de instroomte beperken en de terugkeer te bevorderen?Is de regering van plan om het College van procureurs-generaal te vragenbeleidsregels op te stellen om de DTenV richting te geven bij het doen vanaangifte?4.3 Gevolgen voor betrokkenen De leden van de D66-fractie lezen dat de regering na een belangenaf-weging van mening is dat de mogelijk negatieve gevolgen voor betrok-kenen opwegen tegen het doel van het amendement van het lidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 516 Vondeling, zijnde een effectiever terugkeerbeleid. Echter, alle geconsul-teerde organisaties hebben aangegeven dat het op zijn minst hoogstonzeker is dat het voorstel daadwerkelijk zal leiden tot effectieverterugkeerbeleid en wordt eerder verwacht dat het zal leiden tot minderterugkeer. Deze leden vragen de regering dan ook nader toe te lichten hoedeze belangenafweging is gemaakt en op welke onderzoeken, signalen ofandere informatie dit is gebaseerd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat door angst voorstrafvervolging mensen zonder de juiste papieren contact kunnen mijdenmet overheidsinstanties en hulporganisaties, waardoor hun basisvoorzie-ningen in het gedrang komem. Dat raakt ook slachtoffers van mensen-handel of uitbuiting, staatlozen en anderen die al in precair bestaan leven.Deze leden stellen daarbij dat enkel met klem benadrukken in de memorievan toelichting van een novelle dat de strafbaarstelling geen afbreuk doetaan de toegang van mensen zonder rechtmatig verblijf tot voorzieningzoals zorg, onderwijs en GGZ, zoals de regering dat nu doet, onvoldoendeis, gezien de grote maatschappelijke onrust die is ontstaan door hetamendement. Zij vragen de regering hoe professionals of hun vertegen-woordigers in deze werkvelden dat zelf zien. Zijn zij expliciet geconsul-teerd?Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie aangevenop welke wijze mensen die geen rechtmatig verblijf hebben in Nederlandworden geïnformeerd over deze rechten? Hoe voorkomt de regering datstrafbaarstelling ertoe leidt dat mensen permanent onder de radarverdwijnen met alle gevolgen van dien, voor henzelf, en voor de samen-leving? Hoe gaat de regering om met de vrees onder hulpverleners dat zij,ondanks de novelle, alsnog strafrechtelijke risico’s lopen of in een «grijsgebied» belanden? Gaat de regering hen bijstaan met juridische kennis enadvies? Zo nee, waarom niet? Hoe wordt gegarandeerd dat beroeps-groepen zoals verloskundigen, straatdokters en GGD-artsen niet wordengeconfronteerd met onduidelijke juridische risico’s?Hoe wil de regering voorkomen dat kinderen in gezinnen zonder papierenslachtoffer worden van zorgmijding door strafrechtelijke druk op ouders,zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Welke stappenworden gezet om te voorkomen dat zwangere vrouwen zonder de juistepapieren vrezen voor strafrechtelijke handhaving en daardoor noodzake-lijke perinatale zorg mijden? Is de regering bereid om met GGZ-instel-lingen in gesprek te gaan hoe geborgd kan worden dat vreemdelingenmet psychische problemen niet onterecht worden vervolgd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat hulporgani-saties, waaronder artsenorganisatie Dokters van de Wereld, aangeven datze nu al zien dat patiënten angst hebben om medische hulp te vragen. Isde regering bereid om met organisaties zoals Dokters van de Wereld ingesprek te gaan om dat te proberen te voorkomen?Hoe worden huisartsen in staat gesteld veiligheid en vertrouwelijkheid tegaranderen terwijl strafbaarstelling angst creëert bij patiënten, vragen deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Is de regering bereid om met deLandelijke Vereniging van Huisartsen in gesprek te gaan om ditbespreken? Is de regering bereid te borgen dat niet rechtmatig verblij-vende kwetsbare personen (slachtoffers mensenhandel, medischegevallen) uitgezonderd worden van vervolging? Zo nee, waarom niet?Hoe wordt beoordeeld of een vreemdeling met complexe medischeproblematiek een «reëel vertrekperspectief» heeft, en wie draagt deverantwoordelijkheid voor die beoordeling, zo vragen de leden van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 517 GroenLinks-PvdA-fractie. Kunnen mensen tegen deze beoordeling inberoep?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het klopt dat deAfdeling concludeert dat de in de novelle voorgestelde uitsluitingsgrondwaarmee medeplichtigheid volledig uitgesloten zou worden, binnen hethuidige strafrecht niet mogelijk is. Blijft daarmee het risico bestaan datsociaal werkers die mensen zonder rechtmatig verblijf ondersteunen,strafrechtelijk vervolgd kunnen worden? Erkent de regering dat dus dekans op handelingsverlegenheid van professionals en vrijwilligers stijgt?De leden van de CDA-fractie vragen de regering waarom zij het noodza-kelijk acht om met klem te benadrukken dat het amendement van het lidVondeling geen afbreuk doet aan de toegang van vreemdelingen zonderrechtmatig verblijf tot elementaire voorzieningen zoals zorg, onderwijs enbescherming door de politie. Is de regering van mening dat zij hierovernog meer duidelijkheid dient te verschaffen naar alle maatschappelijke enpublieke organisaties die met vreemdelingen zonder rechtmatig verblijfwerken en op welke wijze gaat de regering hier invulling aan geven?Hoewel de regering benadrukt dat toegang tot basale voorzieningen«gewaarborgd blijft», lezen de leden van de DENK-fractie in de consulta-tiereacties dat organisaties juist vrezen dat vreemdelingen uit angst geenhulp meer durven te vragen. Hoe gaat de regering actief voorkomen dateen schaduwsamenleving ontstaat: een situatie waarin mensen zichnoodgedwongen onttrekken aan zorg, toezicht en bescherming, waardoorzij kwetsbaarder worden voor uitbuiting, gezondheidsrisico’s endakloosheid en feitelijk buiten het bereik van de rechtsstaat komen testaan? Voornoemde leden vragen de regering hoe zij concreet gaatvoorkomen dat deze schaduwsamenleving ontstaat en hoe zij garandeertdat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf wél veilig toegang houdentot zorg, hulpverlening en bescherming.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat mensendoor angst voor strafrechtelijke gevolgen zorg, TB-behandeling,GGD-contact of onderwijs vermijden.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt gegarandeerd datmedische zorg altijd prevaleert boven strafdetentie wanneer artsenaangeven dat zorg in detentie niet verantwoord is.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat gezinnenhun kinderen van school houden uit angst voor signalering.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering het risico beoordeeltdat uitbuiting en mensenhandel toenemen wanneer mensen zonderverblijfsrecht onder de radar verdwijnen. Hoe wordt geborgd datzwangere vrouwen, slachtoffers van mensenhandel en mensen meternstige psychische problemen niet in strafdetentie terechtkomen zonderpassende zorg?De regering hecht er belang aan om te benadrukken dat met de novellegeen afbreuk wordt gedaan aan de toegang van vreemdelingen zonderrechtmatig verblijf tot elementaire voorzieningen. De leden van deChristenUnie-fractie vragen of de regering kan volgen dat, hoewel intheorie die toegang beschikbaar blijft, in de praktijk het erop neer kankomen dat die toegang beperkt wordt, omdat vreemdelingen zonderrechtmatig verblijf bang zijn om bestraft te worden voor onrechtmatigverblijf als ze op de radar komen van politie, zorginstanties of onderwijs-instellingen. Heeft de regering lering getrokken uit het gedrag van huidigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 518 ongedocumenteerden, die vrezen voor vastzetting en daarom hulpmijden? Zo ja, welke lessen heeft de regering daaruit getrokken? Zo nee,wilt u zich alsnog laten informeren hierover?Wat betekenen de novelle en de geamendeerde ANMW voor vreemde-lingen zonder rechtmatig verblijf die niet terug kunnen naar hun land vanherkomst vanwege het ontbreken van geldige papieren en/of eenweigering van het land van herkomst om iemand terug te nemen, zovragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Worden zij zes maandengevangen genomen en weer vrijgelaten totdat ze weer op de radarverschijnen? Kan de regering uitleggen wat het nut en de proportionaliteithiervan zou zijn? Erkent de regering dat voor deze mensen dit geenpassende maatregel is? Welk beleid voert de regering om deze mensenperspectief te geven?4.4 Verhouding tot hoger recht De leden van de D66-fractie lezen bij meerdere organisaties de zorg dat eronduidelijkheid bestaat over wanneer het terugkeerproces juridisch gezienis doorlopen en op welk moment dus zal worden overgegaan totstrafbaarstelling. De DTenV merkt daarbij terecht op dat een terugkeer-proces de facto nooit ophoudt aangezien zij zich blijven inzetten voorgedwongen terugkeer totdat iemand daadwerkelijk is vertrokken. Ook hetOM geeft aan dat moet worden voorkomen dat een verdenking vanartikel 108a Vw 2000 te vroeg het vreemdelingenrechtelijke procesonderbreekt, omdat dat het bewerkstelligen van terugkeer zou kunnenfrustreren. De aan het woord zijnde leden vragen de regering hier eenduidelijk juridisch kader voor op te stellen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het opmerkelijk dat deregering, anders dan de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) niettwijfelt aan de verenigbaarheid van het amendement met het EU-recht,met name de Terugkeerrichtlijn. Kan de regering de onderliggendestukken van deze constatering aan de Kamer doen toekomen? Zo nee,waarom niet? Kan de regering de juridische analyse delen waardoor zij totdeze conclusie is gekomen? Zo nee, waarom niet?Kan de regering ingaan op het spanningsveld dat ontstaat door destrafrechtelijke veroordeling voor onrechtmatig verblijf, waardoor de wegnaar legalisering van verblijf in de toekomst ook wordt uitgesloten, zovragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de maatregel zichverhoudt tot jurisprudentie dat strafrecht niet mag worden gebruiktwanneer terugkeer feitelijk onmogelijk is. Kan de regering aangeven hoewordt voorkomen dat artikel 108a Vw 2000 wordt toegepast wanneer eenvreemdeling in een lopende IND-procedure slechts tijdelijk niet rechtmatigverblijft?Hoe verhoudt deze maatregel zich tot het feit dat het Hof van Justitieherhaaldelijk heeft geoordeeld dat detentie uitsluitend als ultimumremedium mag worden toegepast en dat de strafbaarstelling vanonrechtmatig verblijf automatisch leidt tot detentie als sanctie? Hoegarandeert de regering dat de strafbaarstelling niet leidt tot schending vanartikel 8 EVRM?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waar de regering destelling op baseert dat het amendement geen gevolgen heeft voortoegang tot elementaire voorzieningen zoals zorg, onderwijs enbescherming door de politie. Wat is de onderbouwing voor de beweringTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 519 dat er geen strijdigheid is met het in internationale verdragen verankerderecht op gezondheid, geestelijke en lichamelijke integriteit, recht opopvang en toegang tot basale voorzieningen en recht op menselijkewaardigheid? Deelt de regering de mening dat het verklaren en strabaar-stellen van een mens tot illegaal om wie deze persoon is, en niet om watdeze persoon heeft gedaan, de facto al een aantasting is van de mense-lijke waardigheid en gevolgen heeft voor de geestelijke en lichamelijkegezondheid en integriteit? Zo nee, dan zijn deze leden benieuwd naar deprecieze uitleg van de regering van deze begrippen.De leden van de CDA-fractie vragen aan de regering of zij kan aangevenop welke uitspraak van de Hoge Raad zij doelt waarin een gevangenisstrafwerd opgelegd aan een ongewenst vreemdeling verklaarde derdelanderop wie de terugkeerprocedure was toegepast.Klopt het, zo vragen de leden van de CDA-fractie, dat de toelichting tenaanzien van de geldende jurisprudentie een zeer elementair onderdeelzichtbaar maakt voor de toepassing van de strafbaarstelling in artikel108a Vw 2000, te weten dat dit enkel en alleen kan worden toegepast tenaanzien van vreemdelingen die na een afwijzing in de asielprocedure welterug kunnen maar niet willen meewerken aan vertrek?Hoe ziet dit op vreemdelingen die ten tijde van de terugkeerprocedure zichhieraan hebben onttrokken? En, zo vragen de leden van de CDA-fractie,wanneer is hiervan sprake als een vreemdeling zich onttrekt aan deterugkeerprocedure? Is dit enkel en alleen binnen de 28 dagen of kan ditook daarna?Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie of dit betekent dat er defacto enkel in juridische zin sprake kan zijn van strafbaarstelling vanillegaliteit als er sprake is van het niet meewerken aan terugkeer. Is dit ookwat de regering in de uitvoeringspraktijk wenst te bereiken? Deze ledenontvangen graag een uitvoerige reactie van de regering op dit punt.De leden van de CDA-fractie vragen de regering om aan te geven wat zijbedoelt met het «door het OM voorziene vervolgingsbeleid».De leden van de CDA-fractie constateren dat op grond van artikel HHa lid2 de strafbaarheid van de illegale pas aanvangt nadat de vetrektermijn isverstreken, terwijl volgens artikel HHa van het gewijzigde wetsvoorsteleen vreemdeling strafbaar is indien hij weet of ernstige reden heeft tevermoeden dat het verblijf niet rechtmatig is. Deze leden vragen of hetklopt dat hiermee wordt gedoeld op de vertrektermijn van 28 dagen dieNederland verbindt aan een terugkeerbesluit uit de Terugkeerrichtlijn.Aansluitend daarop vragen voornoemde leden of het klopt dat destrafbaarheid in werking treedt wanneer de 28 dagen van vrijwillig vertrekzijn verstreken. De aan het woord zijnde leden vragen of dit juridischgezien in lijn is met de Terugkeerrichtlijn.Als de wet in de praktijk wel een drempel blijkt te zijn voor toegang totelementaire voorzieningen, is de wet dan nog steeds in lijn met interna-tionale verdragen, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Hoeverhoudt deze praktijk zich tot de uitspraak van het Hof van Justitie in dezaak Changu (C-352/23), zo willen deze leden van de regering weten.Daarnaast vragen voornoemde leden wat de regering gaat doen omvreemdelingen zonder rechtmatig verblijf de veiligheid te bieden omgebruik te maken van elementaire voorzieningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 520 Hoe moet de politie ermee omgaan als zij er weet van heeft dat iemandeen illegaal verblijvende vreemdeling is, zo vragen de leden van deChristenUnie-fractie. Welke plicht hebben zij om aangifte te doen tegenillegaal verblijvende vreemdelingen? Zou het gevangen zetten vanvreemdelingen die wel terug willen maar niet kunnen in lijn zijn met deTerugkeerrichtlijn? Waarom wel of niet? Zo niet, voorkomt de ANMW dathier sprake van zal zijn?5. Consultatie 5.1 Algemeen De leden van de JA21-fractie lezen dat een aantal organisaties vreest datbepaalde vreemdelingen kwetsbaarder worden voor mensenhandel enuitbuiting, omdat zij een grotere drempel kunnen ervaren om hulp tezoeken. Welke (flankerende) maatregelen zijn er om dat risico te beperken,bijvoorbeeld ten aanzien van buitenlandse vrouwen die gedwongen in deprostitutie zijn beland?De leden van de DENK-fractie vragen, gezien de korte consultatietermijn,hoe de regering de kwaliteit van deze consultatie beoordeelt, gezien dekritiek dat de uitvoeringsimpact onvoldoende kon worden onderzocht.De leden van de PvdD-fractie vragen waarom in de uitvoeringstoets niet isgesproken met zorgkoepels, terwijl zorgaanbieders direct geraakt worden.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering maatschappelijkeorganisaties ondersteunt die waarschuwen dat strafbaarstellingvertrouwen ondermijnt?De leden van de ChristenUnie-fractie hadden liever een langere consulta-tietijd gezien voor deze novelle, zodat uitvoerings- en belangenorgani-saties meer tijd hadden gehad om hun inbreng te leveren. De spoed diede regering wil zetten achter de invoering van de ANMW had wat dezeleden betreft ook bereikt kunnen worden als het amendement als eenaparte wet in een later stadium zou worden behandeld.5.2 Instemming met het blijven toestaan van hulp aan vreemdelingenzonder rechtmatig verblijf De leden van de DENK-fractie begrijpen dat maatschappelijke organisatiesniet langer risico lopen op vervolging binnen het huidige voorstel, maarvragen hoe wordt gegarandeerd dat ook informele vrijwilligers, buurtnet-werken en religieuze instellingen volledig beschermd zijn.De leden van de PvdD-fractie vragen of de regering bereid is alsnog eenbepaling op te nemen die onvoorwaardelijk bepaalt: «Hulpverlening isnimmer strafbaar»?De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de burger of vrijwilliger geachtwordt te begrijpen of iemand een licht of zwaar inreisverbod heeft?5.3 Kritiek op het behoud van de strafbaarstelling van illegaal verblijf De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de regeringslechts een opsomming geeft van de reacties van de geconsulteerdepartijen, maar vervolgens nauwelijks ingaat op de bezwaren en kritiek-punten. Derhalve voelen deze leden zich genoodzaakt nogmaals te vragenof de regering specifiek kan ingaan op de afzonderlijke argumenten vanuitvoeringsorganisaties. Kan de regering ingaan op de capaciteit vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 521 uitvoeringsorganisaties en daarbij de vraag beantwoorden of zijvoldoende gekwalificeerd personeel hebben om deze extra taken uit tevoeren?Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naderingaan op de zorgen van het Rode Kruis dat de strafbaarstelling opzichzelf ertoe kan leiden dat mensen zonder rechtmatige verblijfsstatus uitangst voor vervolging hulp gaan vermijden, waarbij dit tot grotemaatschappelijke gevolgen kan leiden, zoals het niet-melden vaninfectieziektes? Kan de regering ingaan op de kritiek van mensenrechten-organisaties die erop wijzen dat de strafbaarstelling van illegaliteit ertoekan leiden dat mensen zich niet durven melden bij hulporganisaties eneen toename van uitbuiting door criminele netwerken zien?De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering voorkomt dathulpverleners terughoudend worden door de onzekerheid of hunhandelen strafbaar is.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering de waarschuwingvan politie, Inspectie Justitie en Veiligheid en maatschappelijke organi-saties beoordeelt dat de maatregel contraproductief is.Wat is de reactie van de regering op de mogelijke consequentie dat doorillegaal verblijf strafbaar te stellen vreemdelingen zonder verblijfs-vergunning minder snel een beroep zullen doen op bescherming en hulpen daardoor een groter risico lopen om slachtoffer te worden vanarbeidsuiting of mensenhandel, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Op welke manieren wil de regering deze risico’s mitigeren?De leden van de ChristenUnie-fractie zien nog te weinig rekenschap bij deregering van het feit dat strafbaarstelling van illegaal verblijf zal leiden totmeer vreemdelingen die onder de radar verdwijnen, zoals politie engemeenten aangeven. Als ervaringen uit andere EU-lidstaten en analysesvan advies- en uitvoeringsinstanties laten zien dat dergelijke maatregelentot langduriger en onzichtbaar verblijf leiden, waarom kiest de regeringdan toch voor deze maatregelen? Hoe beredeneert de regering datstrafbaarstelling van illegaliteit een effectieve maatregel is om terugkeerte bevorderen?5.4 Scepsis over de uitvoerbaarheid van de strafbaarstelling van illegaalverblijf Zowel DTenV als de Inspectie Justitie en Veiligheid verwijzen naar het feitdat minderjarige kinderen niet strafbaar kunnen worden gesteld, maarhun ouders wel. De leden van de D66-fractie lezen hierop geen reactieterug in de memorie van toelichting. Zij vragen de regering in te gaan opdeze zorgen en daarbij in ieder geval toe te lichten wat dit betekent voorbijvoorbeeld docenten en zorgverleners, die veelal op de hoogte zullenzijn van de verblijfsstatus van deze kinderen en hun ouders, en ook zullenbeschikken over bijvoorbeeld adresgegevens. Dit geldt ook voor andereNederlandse burgers, zoals buren of ouders van klasgenoten. Wordt vanhen verwacht aangifte te doen van onrechtmatig verblijf of om mee tewerken aan strafrechtelijk onderzoek, zo vragen deze leden. Beidediensten benoemen ook de immateriële effecten op kinderen, zoals hetrisico dat ouders zich terugtrekken uit het openbare leven en de gevolgenhiervan voor de kinderen. De Inspectie stelt dat een kinderrechtentoets tenonrechte niet is uitgevoerd en de aan het woord zijnde leden vragen deregering deze toets alsnog uit te voeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 522 Meerdere organisaties, waaronder de Koninklijke Marechaussee (KMar)en de DTenV waarschuwen voor verdringingseffecten met het risico dat zijniet aan hun kerntaak toe zullen komen. Hoe gaat de regering ditvoorkomen, zo vragen de leden van de D66-fractie. Daarnaast gevenmeerdere organisaties aan dat zij minder benaderbaar worden vooronrechtmatig verblijvende vreemdelingen. In het geval van de KMar enpolitie betekent dit bijvoorbeeld dat zij geen hulp zullen zoeken als ze zelfslachtoffer zijn of dreigen te worden van een misdrijf, wat criminaliteit inde hand kan werken. In het geval van DTenV kan het ertoe leiden datvreemdelingen zich niet melden voor hulp bij terugkeer, omdat zij bangzijn vervolgd te worden. Dit alles maakt het terugkeerbeleid mindereffectief en heeft gevolgen voor de leefbaarheid en veiligheid op straat.De aan het woord zijnde leden vragen de regering hoe zij voornemens isdeze effecten te voorkomen.De leden van de PVV-fractie merken op dat het voorgestelde artikel 108aVw 2000 zich uitsluitend richt op het verwijtbaar niet naleven van devertrekplicht, waarbij strafrecht als ultimum remedium aanvullend wordttoegepast nadat het bestaande bestuursrechtelijke instrumentarium isuitgeput. Voornoemde leden vragen de regering dit nader toe lichten. Inwelke gevallen wordt er strafrechtelijk opgetreden?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom er geenintegrale uitvoeringstoets is gedaan, maar slechts een quick-scan,ondanks de omvangrijke gevolgen. Is de regering voornemens om eenvolwaardige ex ante uitvoeringstoets te verrichten, zoals de politie, KMAren DTenV dat vragen? Zo nee, waarom niet? Waarom zijn beroepsvereni-gingen in de zorg niet betrokken bij de quick-scan, terwijl de impact opzorgprofessionals groot kan zijn?Hoe worden de wachttijden in vreemdelingenbewaring, die nu al oplopen,beïnvloed wanneer politie massaal dossiers gaat aanleveren, zo vragen deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Kan de regering de Kamer jaarlijksrapporteren over de toename in wachttijden als gevolg van de in tevoeren strafbaarstelling? In hoeverre is er sprake van een risico op eenstructureel verdringingseffect bij de Afdeling Vreemdelingenpolitie,Identificatie en Mensenhandel (AVIM), terwijl deze al structureel onder-bezet is? Hoe beoordeelt de regering de constatering datAVIM-medewerkers mogelijk niet bevoegd zijn om strafrechtelijke takenuit te voeren?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen in hoeverre de regeringheeft onderzocht welke gevolgen de strafbaarstelling zal hebben op degrenscontroles die plaatvinden. Betekent dit dat ongedocumenteerdenautomatisch aan de grens opgepakt zullen worden? Hoe verhoudt zich dattot het recht om asiel aan te vragen?Kan de regering voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ingaan opde opmerking van de Commissie Meijers dat de vergaande wettelijkebeperkingen die volgen uit het EU-recht expliciet in de tekst van destrafbepaling moeten worden opgenomen?Kan de regering afzonderlijk ingaan op de onderzoeken die juist aangevendat strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf niet effectief is, zoals deDTenV aangaf in de consultatie, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. En kan de regering daarbij ook ingaan op de ervaring van deDTenV zelf die aangeeft dat uit signalen van medewerkers niet op temaken is dat strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf wezenlijk gaathelpen om meer terugkeer te organiseren? Kan de regering explicietingaan op de zorgen van de DTenV die stelt dat de maatregel kan leidenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 523 tot meer extra administratieve lasten, waardoor mogelijk minder wordttoegekomen aan de kerntaak van DTenV: het organiseren van vertrek? Isdit wenselijk volgens de regering, zo vragen deze leden. Zo nee, welkeacties is de regering voornemens te ondernemen indien blijkt dat DTenVdoor deze maatregelen niet meer toekomt aan het uitvoeren van dekerntaak? Hoe verzekert de regering dat de capaciteit van de DJI(55–165 plaatsen per jaar) kan worden gerealiseerd terwijl tot 2030 geenextra detentiecapaciteit beschikbaar is?Wat is de reactie van de regering op de constatering van DTenV dat hetvooruitzicht de van strafbaarstelling in de eerste plaats tot gevolg kanhebben dat «onrechtmatig verblijvende mensen zich minder snel totDTenV zullen wenden voor (zelfstandig) vertrek», zo vragen de leden vande GroenLinks-PvdA-fractie. Erkent de regering dat een ongewenst effectvan de strafbaarstelling dus zou kunnen zijn dat hierdoor minder mensenzelfstandig terugkeren? Kan de regering aangeven hoe wordt voorkomendat strafbaarstelling leidt tot dalend vertrouwen in DTenV, zoals deuitvoeringstoets constateert?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren ook dat de KMaraangeeft dat de maatregel kan leiden tot verdringingseffecten. Welkemaatregelen is de regering voornemens te nemen voor de KMar? Hoewordt gewaarborgd dat het OM voldoende capaciteit heeft om100–300 extra zaken te behandelen, vooral bij complexe dossiervorming?De leden van de CDA-fractie vragen of de regering de analyse van deDTenV deelt dat er een uitgewerkt juridisch kader dient te zijn om invullingte geven aan de strafbaarstelling van illegaliteit in relatie tot de vraag watde definitie is van «het terugkeerproces is doorlopen». Zo ja, hoe gaat deregering daar invulling aan geven via lagere regelgeving en bestaathiervoor een wettelijke basis op basis van deze novelle? Zo nee, hoe zietde regering dan het handelingsperspectief van de DTenV-medewerkers diehier op een zorgvuldige wijze en juridisch houdbaar invulling aan moetengeven?De leden van de CDA-fractie vragen of de regering uiteen kan zetten watde Inspectie Justitie en Veiligheid aangeeft over de jurisprudentie en of ditin relatie tot de Terugkeerrichtlijn klopt. Zo ja, betekent dit dan dat de factoenkel in juridische zin sprake kan zijn van strafbaarstelling van het nietmeewerken aan terugkeer en is dit ook wat de regering in de uitvoerings-praktijk wenst te bereiken?De leden van de CDA-fractie vragen de regering om zorgen bij maatschap-pelijke organisaties weg te nemen dat ondanks de voorgestelde strafuit-sluitingsgrond, het alsnog mogelijk zou zijn dat hulpverleners te makenkrijgen met een strafrechtelijk proces waarin de rechter vervolgensontslag van alle rechtsvervolging kan verlenen en er dus geen straf wordtopgelegd. Houdt dit dan in dat het risico op een strafproces voorhulpverleners theoretisch blijft bestaan? Zo ja, deelt de regering demening dat deze onzekerheid effect kan hebben op de bereidheid vanhulpverleners om illegalen hulpverlening aan te bieden? Zo nee, kan deregering met behulp van juridische argumentatie en jurisprudentieuiteenzetten waaruit blijkt dat hulpverleners niet het risico lopen omalsnog te maken te kunnen krijgen met een strafproces, los van demogelijkheid dat ontslag van alle rechtsvervolging verleend kan worden?De leden van de DENK-fractie constateren dat de uitvoeringstoets nietvolledig is uitgevoerd. Hoe rechtvaardigt de regering het invoeren van eenstrafrechtelijke maatregel zonder volledig zicht op de impact op politie,OM, DTenV en KMar?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 524 Wat is de reactie van de regering op de DJI die signaleert dat er tot 2030geen detentiecapaciteit over is en elke wetswijziging die tot extrastrafoplegging leidt tot 2030 niet uitvoerbaar is, zo vragen de leden van deChristenUnie-fractie. Hoeveel cellen zijn er extra nodig en hoeveel gaat ditaan middelen kosten?De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat strafzakendie geen vertrek realiseren disproportioneel beslag leggen op capaciteitvan OM en politie.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt omgegaan met situatieswaarin vreemdelingen strategisch verdwijnen vlak vóór afronding vandossiers.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen voor hoeveel rechtszakendeze wet naar verwachting gaat zorgen en hoeveel extra gesubsidieerderechtsbijstand naar verwachting zal worden geboden. Wat betekent dezeextra druk op de rechtspraak voor de snelheid waarmee andere rechts-zaken worden behandeld?Wat is de reactie van de regering reactie op de IND, het COA en de DJI dieaan de invoering van het Europees Asiel- en Migratiepact hun handenmeer dan vol hebben en deze systeemwijziging er niet bij kunnen hebben,zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.Is de regering bereid een gedegen ex ante-uitvoeringstoets uit te latenvoeren, zoals de politie, KMar en DTenV verzoeken, zo vragen de ledenvan de ChristenUnie-fractie.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen de zorgen van de DTenV overde aangifteplicht en de reactie van de regering dat aangifte in de meestegevallen niet aan de orde zal zijn. Welke werkinstructies en kaders krijgt deDTenV mee? Hoe vaak verwacht de regering dat de DTenV per jaaraangifte zal moeten doen?6. Uitvoeringsaspecten De leden van de D66-fractie lezen dat de regering verwacht dat hetvoorstel niet leidt tot een toename van administratieve lasten vooruitvoeringsorganisaties. Dit wordt echter niet gedeeld door DTenV, dieaangeeft wel degelijk administratieve lasten te zullen ondervinden van hetvoorstel. Zij geven daarbij aan zorgen te hebben over een verdringings-effect waardoor zij minder zullen toekomen aan de kerntaak van DTenV,zijnde het organiseren van vertrek. Hoe gaat de regering er zorg voordragen dat dit effect niet optreedt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn verbaasd over de consta-tering dat de strafbaarstelling van onrechtmatig verblijf niet zou leiden tottoename van administratieve lasten. Immers, uit de eerste quick-scan tenaanzien van de gevolgen van de strafbaarstelling blijkt dat het voorstelgrote consequenties heeft voor veel uitvoeringsorganisaties, waaronderde DTenV. Deelt de regering de constatering van de DTenV, dat hetnoodzakelijk is dat er ketenbreed een ex-ante uitvoeringstoets wordtuitgevoerd?Kan de Minister aangeven wat de laatste schattingen zijn aangaande deomvang van mensen die onrechtmatig in Nederland verblijven, zo vragende leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 525 De regering verwacht geen extra lasten voor uitvoeringsorganisaties. Deleden van de DENK-fractie vragen hoe deze inschatting te rijmen valt metde unanieme en expliciete zorgen van uitvoeringsinstanties, waaronder depolitie, de KMar, de IND, de DTenV en de Inspectie Justitie en Veiligheid,die juist waarschuwen voor een aanzienlijke toename van werkdruk,capaciteitsproblemen en uitvoeringsrisico’s. Deze leden vragen deregering toe te lichten op welke wijze zij tot haar inschatting is gekomenen waarom de praktijkwaarschuwingen van ketenpartners daarin kennelijkgeen gewicht hebben gekregen. Voorts vragen voornoemde leden hoewordt voorkomen dat opsporingsinstanties via andere strafbepalingenalsnog humanitaire hulpverlening criminaliseren.De leden van de SGP-fractie vragen de regering te bevestigen dat destrafbaarstelling wordt ingezet als «stok achter de deur» met als doelterugkeer te bevorderen en dat het middel met name zal wordentoegepast in de handhavingspraktijk bij overlastgevende en crimineleasielzoekers.De leden van de PvdD-fractie vragen welke afspraken gemaakt zijn metgemeenten over de toegang tot nachtopvang voor vreemdelingen diestrafbaar zijn onder artikel 108a Vw 2000.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe de regering omgaat metsignalen dat de DJI geen detentiecapaciteit heeft tot 2030.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe gegevensdeling wordt geregeldtussen AVIM, OM en DTenV in het licht van de Algemene verordeninggegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg).De leden van de PvdD-fractie vragen welke training politieagenten krijgenover humanitaire hulp in relatie tot een inreisverbod.De leden van de PvdD-fractie vragen of kerken worden betrokken bij deverdere uitwerking.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat vaccinatie-en TB-controleprogramma’s instorten doordat mensen zich niet meerdurven te melden?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om in te schattenwelke impact het strafbaar stellen van illegaal verblijf heeft op dejeugdzorg, in de gevallen dat ongedocumenteerden met kinderen in eenstrafrechtelijk traject belanden. Hoeveel opvangcapaciteit, in pleegge-zinnen en zorginstellingen, zal hiervoor nodig zijn? Hoeveel familierechts-zaken verwacht de regering door deze ontwikkeling? Heeft de regeringgesproken met gecertificeerde instellingen (GI’s) over de gevolgen van dewetgeving?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de impact op hetonderwijs van de strafbaarstelling illegaal verblijf. Hoeveel schoolgaandekinderen zijn momenteel ongedocumenteerd in Nederland? Is er met hetonderwijs gesproken over wat de impact op kinderen zal zijn als ouderszijn opgepakt? Hoe moet een school daarmee omgaan? Heeft de regeringgesproken met de besturen van MBO-, HBO- en WO-onderwijsinstellingenover de gevolgen van deze wet voor ongedocumenteerde studenten?Hoe wordt de motie van het lid Ceder (Kamerstuk 19 637, nr. 3488)uitgevoerd ten aanzien van hier opgegroeide kinderen met een Neder-landse scholing, in het licht van de strafbaarstelling van illegaal verblijf, zovragen de leden van de ChristenUnie-fractie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 526 Het lid van de Volt-fractie constateert dat de politie haar zorgen heeft geuitover de uitvoerbaarheid, de effectiviteit en de negatieve gevolgen voor deopenbare orde van deze maatregel. Hoe beoordeelt de regering deduidelijke waarschuwing van uitvoeringsorganisaties zoals politie, DTenVen KMar dat strafbaarstelling ingrijpende aanpassingen voorziet inwerkprocessen, de inzet van veel capaciteit en scholing van personeel,terwijl er risico’s ten aanzien van legitimiteit en proportionaliteit wordengesignaleerd?Het lid van de Volt-fractie constateert dat de DJI signaleert dat zij tot 2030geen detentiecapaciteit over heeft. Iedere wetswijziging die tot extrastrafoplegging leidt, waaronder deze, is voor de DJI in ieder geval tot 2030niet uitvoerbaar. Hoe verwacht de regering deze maatregel alsnog tekunnen uitvoeren in de praktijk?Het lid van de Volt-fractie constateert dat de politie nu al merkt datmensen door deze voorgestelde maatregel niet naar de politie durven bijuitbuiting en criminaliteit. Ook gemeenten en ngo’s geven aan dat angstvoor dit voorstel er nu al voor zorgt dat ouders kinderen niet meer naarschool durven te sturen en zieke mensen niet meer naar de dokter durven.Erkent de regering het mogelijke neveneffect dat personen zonderrechtmatig verblijf zich uit angst onttrekken aan hulpverlening enoverheidsinstanties? Hoe voorkomt het de implicaties, zoals de angst voorhet aanvragen van bescherming (in strijd met het Vluchtelingenverdrag),het doen van politieaangifte, of het melden voor vrijwillige terugkeertra-jecten?Het lid van de Volt-fractie constateert dat als mensen onder de radarverblijven dit ook een impact heeft op hun toegang tot basisvoorzieningen(zoals opvang, medische zorg, onderwijs voor minderjarigen, rechtsbij-stand). Hoe voorkomt de regering dat het hiermee in strijd is metartikel 14 van de Terugkeerrichtlijn en artikel 1 en 4 van het EU Handvest?Het lid van de Volt-fractie constateert dat de DTenV in haar schriftelijkereactie op de novelle aangeeft dat zij niet bekend is met enig onderzoekdat aantoont dat strafbaarstelling leidt tot een toename van terugkeer.Volgens de DTenV blijkt uit bestaande onderzoeken en adviezen juist hettegendeel. Daarnaast signaleren medewerkers geen wezenlijk positiefeffect van de maatregel op terugkeer en wijzen zij op de extra administra-tieve lasten die zij vrezen. Welke bewijzen kan de regering aanleveren datdeze maatregel daadwerkelijk zal bijdragen aan meer grip of migratie eneen effectiever terugkeerbeleid?Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering voorkomt dat personendie, buiten hun eigen schuld om, Nederland niet kunnen verlaten maarhier (nog) geen bewijs voor kunnen aanleveren (en daardoor mogelijkworden aangemerkt als «niet meewerkend»), zoals staatlozen, strafrech-telijk worden gesanctioneerd.Het lid van de Volt-fractie vraagt waarom de andere mogelijkheden voorstrafrechtelijke vervolging, zoals het zwaar inreisverbod en de mogelijk-heden binnen de nieuwe Wet Terugkeer en Vreemdeling, niet voldoendegeschikt zijn om op te treden. Hoe verhouden deze zich tot elkaar?Het lid van de Volt-fractie constateert dat kwetsbare mensen risico lopenop misbruik door werkgevers. Welke maatregelen neemt de regering omdit te voorkomen en slachtoffers te helpen, juist als zij door dit voorstelbang zijn gemaakt om in strafdetentie te komen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 527 Het lid van de Volt-fractie constateert dat het COA in de Uitvoeringstoetsbenoemt dat er situaties kunnen ontstaan waarin een ouder strafbaar isgesteld onder artikel 108a Vw 2000 terwijl hij of zij op een COA-gezins-locatie verblijft. Hoe wordt in die situaties de opvang en zorg voorminderjarige kinderen gewaarborgd als een ouder wordt gedetineerd?Het lid van de Volt-fractie constateert dat er reeds bestuursrechtelijke (enstrafrechtelijke) instrumenten bestaan om op te treden tegen onrecht-matig verblijf. Kunt u aangeven in welke mate deze instrumenten,waaronder vervolging vanwege verblijf met een zwaar inreisverbod,momenteel daadwerkelijk worden ingezet? Zijn er specifieke factoren diehet gebruik van deze instrumenten beïnvloeden?Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de mogelijke cumulatie vanstrafrechtelijke antecedenten vanwege onrechtmatig verblijf de kansen opregularisatie van het verblijf in Nederland beïnvloedt. In hoeverre leidt deuitbreiding van de mogelijkheden van het opleggen van een ongewenst-verklaring in de ANMW tot een stapeling van uitsluitingsgronden?Het lid van de Volt-fractie vraagt in hoeverre de regering het risico dat destrafbaarstelling van onrechtmatig verblijf een afschrikkend effect heeft opmensen zonder verblijfsrecht die via bemiddeling van de DTenV toegangzouden kunnen krijgen tot de buitenschuldprocedure, onderkent enmonitort.Het lid van de Volt-fractie vraagt welke beleidsmatige maatregelen ofwaarborgen er zijn om te voorkomen dat deze strafbaarstelling debereidheid tot medewerking aan terugkeer of aan de buitenschuldpro-cedure ondermijnt, en op welke wijze dit risico in beleid en uitvoeringwordt geëvalueerd.Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering en de betrokkenuitvoeringsinstanties (IND) waarborgen dat de strafbaarstelling vanonrechtmatig verblijf niet leidt tot vermijding van contact met instantiesdoor vreemdelingen met medische problematiek, waardoor zij buitennoodzakelijke zorg of een verblijfsrechtelijke beoordeling op grond vanartikel 64 Vw 2000 vallen, en daardoor hun medisch noodzakelijkebehandeling in Nederland mislopen.Het lid van de Volt-fractie vraagt welke concrete maatregelen de regeringen uitvoeringsinstanties (IND) kunnen nemen om te voorkomen dat dezegroep mensen door angst voor strafrechtelijke vervolging essentiële zorgof een verblijfsrechtelijke beoordeling misloopt.Het lid van de Volt-fractie constateert dat de politie in de Quickscan/Uitvoeringstoets signaleert dat het opsporen en vervolgen van onrecht-matig verblijf complex is, mede omdat het OM nog geen concreetopsporings- en vervolgingsbeleid heeft vastgesteld. Hoe beoordeelt deregering de haalbaarheid van het strafbaar stellen van onrechtmatigverblijf met de huidige capaciteit en middelen?Het lid van de Volt-fractie vraagt welke knelpunten de regering voorziet bijde uitvoering. Helpt de strafbaarstelling van ongedocumenteerden bij hetpolitiewerk?Het lid van de Volt-fractie constateert dat het al mogelijk is mensen zonderverblijfsvergunning te beboeten wanneer zij zich niet melden bij dekorpschef (bijv. feitcode E 822 a-g) of wanneer hij of zij met een inreis-verbod in Nederland verblijft (bijv. feitcode E 844 a-g). Kan de regeringaangeven hoe vaak deze instrumenten in de praktijk worden ingezet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 528 Het lid van de Volt-fractie constateert dat uit de uitvoeringstoets blijkt datextra strafrechtelijke onderzoeken vanwege onrechtmatig verblijf kunnenleiden tot verdringing van reguliere politietaken, waardoor andereoperationele werkzaamheden vertraging oplopen. Welke gevolgenverwacht de regering hiervan voor de algehele effectiviteit en veiligheid inde samenleving?Het lid van de Volt-fractie constateert dat de politie in de Uitvoeringstoetswijst op het risico van onnodige aanhoudingen van mensen die pas náonderzoek onder de Terugkeerrichtlijn blijken te vallen (en dus nietvervolgd zouden kunnen worden), met mogelijke druk op cellencapaciteiten arrestantenafdelingen. Hoe kan de politie zich volgens de regeringverhouden tot dit risico en wat betekent dit voor de legitimiteit van depolitie in de samenleving?Het lid van de Volt-fractie constateert dat in de brief van de InspectieJustitie en Veiligheid (van 16 juli jongstleden) staat dat onrechtmatigverblijvende mensen mogelijk geen toegang meer durven zoeken totbasale hulpstructuren zoals onderwijs, zorg of aangifte bij uitbuiting. Hoebeoordeelt de regering de maatschappelijke risico’s van deze vermijding,en op welke manier kan worden voorkomen dat kwetsbare groepen nogverder buiten beeld raken?Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe, gelet op eerdere signalen van de DJI(in de Uitvoeringstoets) dat er geen capaciteit is om strafbaarstelling uit tevoeren tot ten minste 2030, de regering de haalbaarheid van dezemaatregel op korte en middellange termijn beoordeelt.Het lid van de Volt-fractie constateert dat de Inspectie Justitie enVeiligheid (in de brief van 16 juli) het belang benadrukt van toetsing opverenigbaarheid met ander recht. Hoe beoordeelt de regering desamenhang van dit wetsvoorstel met andere bestaande instrumenten,zoals de Wet Terugkeer en Vreemdelingenbewaring, en met Europeesrecht, in het bijzonder waar het gaat om strafbaarheid van onrechtmatigverblijf en proportionaliteit?Het lid van de Volt-fractie vraagt of een langdurige behandelrelatie als«structurele samenwerking» kan worden uitgelegd? Kan dit leiden totstrafbarheid bij een licht inreisverbod?Het lid van de Volt-fractie vraagt wat strafbaarstelling betekent voorgemeenten die samenwerken met ngo’s om gezondheidszorg voormensen zonder papieren te organiseren. Is de regering met gemeenten ingesprek om ervoor te zorgen dat de mensen die in hun gemeenteverblijven de zorg krijgen die ze nodig hebben en overlast voorkomenwordt?Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe ngo’s worden beschermd dieopvang, eten of medische zorg bieden aan vreemdelingen met een lichtinreisverbod.Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de risico’s worden gemitigeerd dateen opgelegde geldboete niet betaalbaar is en onuitvoerbaar blijkt.Het lid van de Volt-fractie vraagt waarom ervoor is gekozen om alleen eenuitzondering voor hulpverlening te maken bij de nieuw ingesteldestrafbaarstelling, terwijl bestaande strafbaarstellingen bewust onver-anderd blijven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 529 Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe wordt voorkomen dat politiemede-werkers zonder medische expertise conclusies trekken over medisch nietuitzetbare personen. Hoe wordt de medische beoordeling van personenzonder geldige verblijfsdocumenten gedaan? Hoe worden de mensen diehet betreft op hun rechten gewezen en kunnen ze ergens in beroep als zijonterecht beschuldigd worden van niet mee werken aan uitzetting?Het lid van de Volt-fractie vraagt of het bieden van nachtrust in eenkerkzaal strafbaar kan zijn in het geval er sprake is van een licht inreis-verbod?Het lid van de Volt-fractie constateert dat de verwachting is dat demaatregel zal zorgen voor zorgmijding omdat ongedocumenteerden uitbeeld van instanties zullen willen blijven. Hoe garandeert de regering datgemeenten en GGD’s voldoende middelen krijgen om gezondheidspro-blemen in de doelgroep op te sporen?Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe wordt voorkomen dat mensenzonder papieren hun kinderen niet meer laten vaccineren omdat mensenzonder papieren bang zijn in aanraking te komen met officiële instantiesen autoriteiten.Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering gaat voorkomen dat ergrote aantallen zinloze boetezaken ontstaan die niet te innen zijn omdat demensen die het betreft vaak niet de financiële middelen hebben omboetes te voldoen, zoals het OM benadrukt.Het lid van de Volt-fractie vraagt wat de regering doet om te voorkomendat hulpverleners door angst of onduidelijkheid mensen zonder papierenminder snel behandelen of doorverwijzen. Hoe beoordeelt de regering hetrisico dat hulpverleners onder druk worden gezet omdat vreemdelingenstrafvervolging vrezen?Het lid van de Volt-fractie vraagt waarom hulpverlening bij een lichtinreisverbod mogelijk strafbaar wordt geacht, terwijl de novelle toch juistwas bedoeld om alle hulpverleners te beschermen.Het lid van de Volt-fractie vraagt of het mogelijk is dat strafbaarstellingjuist mensen aanmoedigt om sneller asiel aan te vragen, om strafrecht tevermijden.Het lid van de Volt-fractie constateert dat de DJI aangeeft dat hetstructureel 55–165 extra detentieplaatsen nodig heeft, terwijl er tot 2030geen capaciteit is. Waarom stelt de regering invoering van deze wet nietuit totdat er voldoende detentiecapaciteit is gerealiseerd? Is het denkbaardat de invoering van deze wet direct of indirect de consequentie zalhebben dat andere veroordeelden eerder vrijgelaten moeten worden alsgevolg van capaciteitsgebrek zoals we in het verleden al hebben gezien?Het lid van de Volt-fractie vraagt of een voedselbank bij vermoedens vanillegaliteit moet ingrijpen, of dat dit juist leidt tot discriminatierisico’s.Het lid van de Volt-fractie vraagt of de regering contact gezocht heeft metandere lidstaten om de verschillende wet- en regelgeving te vergelijken.Zo nee, is de regering bereid dat alsnog te doen?Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe huisartsen, ziekenhuizen, GGD’s enmaatschappelijke organisaties geïnformeerd worden over de grenzen vanhun rol bij 108a Vw 2000.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 530 7. Overig De leden van de PVV-fractie hebben vernomen dat er verschillendelidstaten zijn waar illegaal verblijf strafbaar is. Kan de regering eenuitgebreid overzicht geven van de landen die illegaliteit strafbaar stellen,de hoogte van de straf op illegaliteit in deze landen en hoe deze landenhierop handhaven? Kan de regering bevestigen dat de hulp aan illegalenin andere lidstaten wel strafbaar is en, zo ja, waarom de regering ervoorkiest om geen enkele vorm van hulpverlening strafbaar te stellen?De leden van de PVV-fractie vragen wat de huidige personele capaciteitvan de AVIM is. Hoeveel fte werkt er op dit moment landelijk bij de AVIM,uitgesplitst per regiokorps en per taakonderdeel (identificatie, recherche,mobiel toezicht vreemdelingen, uitzettingen)? Voornoemde leden vragenof de regering bereid is extra fte vrij te maken exclusief voor de AVIM, tefinancieren uit de miljarden die nu naar asielopvang gaan, zodat meerwerk kan worden gemaakt van het aanpakken van illegaal verblijf?De leden van de SGP-fractie ontvangen graag een overzicht van devormgeving van strafbaarstelling van illegaliteit in andere lidstaten. Inhoeverre is bij de totstandkoming van deze novelle ook verkend hoeandere EU-lidstaten strafbaarstelling van illegaliteit vormgeven, en welkelessen zijn hieruit getrokken en meegenomen in dit voorstel ook tenaanzien van hulp aan onrechtmatig verblijvende vreemdelingen?De leden van de PvdD-fractie vragen of steun aan iemand met een lichtinreisverbod wél strafbaar kan zijn. In welke omstandigheden.De leden van de PvdD-fractie vragen of je als voedselverstrekker juridischsneller onder strafbaarheid valt wanneer voedsel wordt geregistreerd danbij straatuitdeling.De leden van de PvdD-fractie vragen of de regering bereid is de wetbinnen één jaar te evalueren en de Kamer hierover te informeren.De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat hulpver-leners of kerken onder artikel 197 Sr of artikel 108a Vw 2000 vallen bijkerkasiel of pastorale hulp?Het lid van de Volt-fractie vraagt wat het doel is van de wet. Is datgedragsverandering bij illegaal verblijvende vreemdelingen en, zo ja, welkgedrag precies? Is er onderzocht of de maatregel onderduiking zalstimuleren waardoor vertrek bemoeilijkt wordt?Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering omgaat met het risicodat politie en KMar legitimiteit verliezenwaar de uitvoeringstoets explicietvoor waarschuwt.Het lid van de Volt-fractie vraagt of onderzocht is in hoeverre het risico opcriminalisering leidt tot uitgestelde zorg, late diagnoses en hogere kostenin acute zorg. Hoe wordt gegarandeerd dat zorgprofessionals niet onderdruk komen te staan om patiëntgegevens te delen ten behoeve vanstrafrechtelijke of vreemdelingrechtelijke doeleinden? Is de regeringbereid om in overleg te treden met zorgorganisaties?Het lid van de Volt-fractie vraagt hoeveel landen hulpverlening nietstrafbaar stellen maar huisvesting of werkverschaffing van vreemdelingenzonder geldige verblijfspapieren vervolgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 531 Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de directe strafbaarstelling vanverblijf onder artikel 108a Vw 2000 zich verhoudt tot de vereiste voorrangvan terugkeerprocedures, zoals die volgt uit de jurisprudentie van het Hofvan Justitie (o.a. Achughbabian).Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe de regering heeft beoordeeld ofstrafbaarstelling van illegaliteit een effectievere aanpak is dan bijvoor-beeld betere terugkeerovereenkomsten met herkomstlanden.Het lid van de Volt-fractie vraagt waarom niet is gekozen voor eenuitputtende wettelijke koppeling aan het bestaan van een terugkeerbesluit,terwijl dit in de praktijk wel nodig blijkt.Het lid van de Volt-fractie vraagt hoe wordt bepaald welk gedrag «actievefrustratie» is, gezien de centrale rol daarvan in vervolging op grond van108a Vw 2000?De fungerend voorzitter van de commissie,VijlbriefDe griffier van de commissie,BurgerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 855, nr. 532
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.