KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Nationale strategie rond de positie van mensen met een beperking (Kamerstuk 24170-309)

28 mrt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie faf5d9bdfa9e0b04 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202424 170GehandicaptenbeleidNr. 311 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 28 maart 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 9 februari 2024 over deNationale strategie rond de positie van mensen met een beperking(Kamerstuk 24 170, nr. 309).De vragen en opmerkingen zijn op 7 maart 2024 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 28 maart 2024zijn de vragen, voorzien van een inleiding, beantwoord.De fungerend-voorzitter van de commissie,AgemaAdjunct-griffier van de commissie,Heller kst-24170-311ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3111 Inleiding Hierbij bied ik u mijn reactie aan op de vragen die gesteld zijn in hetVerslag van het schriftelijk overleg inzake de Nationale strategie rond depositie van mensen met een beperking.Een aantal van de gestelde vragen gingen in op de coördinerendeverantwoordelijkheid voor de implementatie van het VN-verdraghandicap. Hierop geef ik graag voorafgaand aan de beantwoording eennadere toelichting. Met deze toelichting geef ik tevens invulling aan demotie Werner.1Allereerst zie ik het als mijn coördinerende rol om ervoor te zorgen dat hetVN-verdrag handicap in het kabinet breed op de agenda staat en ookwordt vertaald in de relevante beleidsagenda’s. In het kader van deNationale strategie voor dit VN-verdrag is deze coördinerende rol juist nuzeer intensief. Voortdurend staat de samenwerking met alle betrokkendepartementen maar ook met ervaringsdeskundigen, hun vertegenwoor-digers, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven voorop.Juist in de werkagenda bij de Nationale strategie zal het samenwerken enhet integraal kijken naar drempels in het leven van mensen met eenbeperking dwars door leefdomeinen als werk, onderwijs, wonen, zorg envervoer centraal staan. Een goede coördinatie van deze samenwerkingvanaf een goede plek is relevant en daar werk ik dagelijks aan. Zodat wesamen tot verdere en integrale oplossingen kunnen komen die de positievan mensen met een beperking in onze samenleving verbeteren.Ik wijs u er verder graag op dat ik in december 2022 Guusje ter Horst hebaangesteld als bestuurlijk aanjager om partijen zoals bedrijven, overhedenen maatschappelijke organisaties bij elkaar te brengen om samen tewerken aan opgaven rond het VN-verdrag handicap, bijvoorbeeld inzogeheten inclusiepacten. Guusje ter Horst is in 2023 nauw betrokkengeweest bij de ontwikkeling van de Nationale strategie. En in 2024 is zijvolop actief rond de vorming van nieuwe inclusiepacten verbonden aandeze strategie en het intensiveren van de samenwerking met gemeentenrond de lokale aanpak.De rol van bestuurlijk aanjager op het VN-verdrag handicap wordtvervolgens na deze activiteiten aan het einde van 2024 geëvalueerd. Dezeevaluatie biedt in mijn ogen een beter passend ijkmoment voor de wijzevan coördinatie.Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties3Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie10Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie10Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie11II.Reactie van de Minister12 1Kamerstukken II 2023/24, 24 170, nr. 299.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3112 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deNationale strategie rond de positie van mensen met een beperking enhebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen. Deze strategie bevatde opgave om gelijkwaardige deelname voor mensen met een beperkingmogelijk te maken. Daar hoort ook aandacht voor de positie van hunnaasten bij. Welke vernieuwing van de wet- en regelgeving is het kabinetvoornemens naar de Kamer te sturen voor de verbetering van eeninclusieve en toegankelijke samenleving?De leden van de PVV-fractie lezen dat er vele gesprekken hebbenplaatsgevonden met mensen met een beperking bij het opstellen van deNationale strategie. Hebben deze gesprekken ook interdepartementaalplaatsgevonden? Deze leden vragen of mensen met een beperking enpartijen die hen vertegenwoordigen ook betrokken zullen worden bij deuitvoering, monitoring en evaluatie van de strategie en de werkagenda.Het succes van de uitvoering van de strategie is een gezamenlijkeverantwoordelijkheid van zowel overheden, bedrijven, sociale partners,maatschappelijke organisaties en iedere burger in Nederland. De ledenvan de PVV-fractie willen weten in hoeverre de overheidsvoorzieningentoegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Zijn alle openbaregebouwen zoals gemeentehuizen, ziekenhuizen etc. al volledig toegan-kelijk voor mensen met een beperking? Deze leden ontvangen graag eenoverzicht in hoeverre het openbaar vervoer (ov) volledig toegankelijk isvoor mensen met een (zintuiglijke/lichamelijke) beperking.In de Nationale strategie voor de implementatie van het Verenigde Naties(VN-)verdrag lezen de leden van de PVV-fractie dat sommige mensen hetkilometerbudget voor Valys als een beperking ervaren. Waarom schrapthet kabinet de kilometerbegrenzing (hoog/laag persoonlijk kilometer-budget (pkb)) niet? Waarom moeten mensen met een beperking zevenkeer het treintarief betalen voor het ov als ze door hun pkb heen zijn? Hetis niet gelijkwaardig als mensen met een beperking moeten administrerenwaar ze wanneer naartoe gaan, en mensen zonder beperking niet.Voorts vragen de leden van de PVV-fractie op welke manier gemeentesbetrokken zijn bij het opstellen en de uitvoering van de strategie en dewerkagenda. Kan het kabinet aangeven op welke manier hij vanNederland een voorloper wil maken op het gebied van emancipatie engelijke rechten van mensen met een beperking? Welke verandering in demanier van kijken naar de inrichting van de maatschappij is nodig en watzijn daarvan de financiële gevolgen? Kan het kabinet aangeven welkelanden op dit moment vooroplopen op het gebied van emancipatie engelijke rechten van mensen met een beperking?De leden van de PVV-fractie menen dat de kosten die mensen door hunbeperking moeten maken er niet toe mogen leiden dat de behoorlijkelevensstandaard in gevaar komt. Hoe wordt voorkomen dat het herin-voeren van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wet maatschap-pelijke ondersteuning (Wmo) zal leiden tot financiële problemen bijmensen met een beperking? Hoe wordt voorkomen dat mensen met eenbeperking met een hoge energierekening, doordat veel apparatenwaarvan zij gebruik maken veel energie gebruiken, zal leiden tot financiëleproblemen voor hen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3113 De leden van de PVV-fractie vragen op welke manier het kabinet ervoorzorg gaat dragen dat naasten en mantelzorgers voldoende mogelijkhedenkrijgen om werk en zorg te combineren. Op welke mogelijkheden doelt hetkabinet? Op welke manier gaan ouders van kinderen met een intensievezorgvraag, die vanwege hun zorgtaak minder kunnen werken, financieelgecompenseerd worden voor extra kosten waar het bestaansminimumniet in voorziet?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn zeer verheugd met het feitdat er nu een Nationale strategie ligt voor de implementatie van hetVN-verdrag handicap tot 2040. Deze leden hebben met interesse kennisge-nomen van de strategie en zij hebben nog een aantal vragen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de besluitvorming overhet vaststellen van de werkagenda, de praktische vertaling van destrategie naar nieuw beleid, wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.Tegelijkertijd lezen deze leden ook dat de Minister de ambitie heeft om inhet vierde kwartaal van dit jaar een werkagenda naar de Tweede Kamer testuren. Zij willen de huidige demissionaire Minister aanmoedigen om hierinderdaad mee door te gaan. En indien er geen nieuw kabinet zit,besluitvorming over te laten aan de Tweede Kamer. Zij vragen de Ministertevens of het benodigde budget voor de uitvoering van de werkagenda alin de begroting van 2025 opgenomen kan worden.Voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is het erg belangrijk dat erdit jaar nog een werkagenda komt met bijbehorend budget. Een Nationalestrategie heeft enkel zin als deze ook wordt uitgevoerd. En voor deuitvoering is een stevige werkagenda en budget nodig. Om tot een goeduitgevoerde strategie te komen, moeten in de ogen van de deze leden nogeen aantal randvoorwaarden worden ingevuld. Zo moeten de verschil-lende ministeries, overheidslagen en uitvoeringsinstanties in samenhangwerken. Kan het kabinet toelichten hoe deze samenhang bewaakt zalworden?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er voor de Nationalestrategie vijf belangrijke principes zijn en zeven levensdomeinen waarverbetering nodig is. Over de doelstellingen bij deze principes enlevensdomeinen hebben deze leden nog een aantal vragen, te beginnenbij het eerste principe: gelijke rechten. Als speerpunt staat opgeschrevendat wet- en regelgeving zo veel als mogelijk in lijn is met het VN-verdraghandicap. Deze leden vragen het kabinet of hij een beeld heeft van wet- enregelgeving die nu nog niet in lijn is met het VN-verdrag. En of zij bereid ismet ervaringsdeskundigen, als deel van de werkagenda, wet- en regel-geving door te lichten om te bezien of deze in strijd is met het VN-verdrag.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat eigen regie de leidraadis bij het maken van uitvoeren van beleid en wet- en regelgeving. Dezeleden ondersteunen dit doel volledig. Tegelijkertijd constateren zij dat hetmet de huidige wet- en regelgeving in de zorg vaak erg moeilijk is voormensen met een beperking om de juiste zorg, ondersteuning of hulpmid-delen te vinden, terwijl deze juist essentieel zijn voor het voeren van eigenregie. Een probleem hierbij is dat zorg en ondersteuning voor mensenmet een (levenslange en levensbrede) beperking is versnipperd tussenverschillende zorgdomeinen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractievragen het kabinet hoe hij kijkt naar het onderbrengen van alle zorg enondersteuning voor mensen met een beperking, en tenminste voorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3114 mensen in de categorie levenslang en levensbreed, in één zorgwet. Is hetkabinet bereid om dit te laten onderzoeken?Een ander belangrijk principe in de Nationale strategie is bestaansze-kerheid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de kosten diemensen moeten maken er niet toe mogen leiden dat de behoorlijkelevensstandaard in gevaar komt. Deze leden zouden daar graag aan toewillen voegen dat hetzelfde moet gelden voor het inkomen. Zij maken zichzorgen over de wisselwerking tussen inkomensregelingen voor mensenmet een beperking, de stapeling van eigen bijdragen en zorgkosten dievoor eigen rekening zijn. De combinatie van de verschillende regelingenmaken het moeilijk voor voornoemde leden om te doorgronden wat heteffect is op het besteedbaar inkomen van mensen met een beperking.Deze leden vragen of het kabinet deze wisselwerking goed wil latenonderzoeken, zodat de Tweede Kamer en het kabinet goed kunnenbeoordelen wat de effecten van de verschillende maatregelen zijn.Tot slot vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naar demonitoring. Het is deze leden nog niet helemaal duidelijk hoe demonitoring plaats moet gaan vinden. Daarnaast lezen zij dat het kabinetvan plan is op tweejaarlijkse basis een monitor naar buiten te brengen. Zijvragen het kabinet waarom hij er niet voor kiest om jaarlijks te rappor-teren en aan te sluiten bij de monitor van het College voor de Rechten vande Mens, zodat deze monitor ook ter sprake kan komen bij het jaarlijksdebat in de Tweede Kamer over de implementatie van het VN-verdrag.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Nationalestrategie rond de positie van mensen met een beperking. Deze ledenvinden het goed te lezen dat mensen met een beperking betrokken zijn bijhet maken van de strategie. Zij hopen dat zij ook betrokken blijven bij deuitwerking van de strategie. Deze leden hebben nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de VVD-fractie merken op dat meerdere ministeries zijnbetrokken bij dit thema. Deze leden moedigen interdepartementalesamenwerking op dit gebied aan. Zij vragen de Minister wel hoe decoördinatie tussen de verschillende ministeries verloopt. Welke rol heeftde Minister daarin?De leden van de VVD-fractie merken verder op dat de Nederlandseeilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba nog niet meedoen aan hetVN-verdrag handicap. Op welke termijn zullen deze eilanden meedoenaan het verdrag?De leden van de VVD-fractie lezen in de bijlage «Werken aan eensamenleving voor iedereen. Het VN-verdrag handicap in Nederland» datmensen met een beperking vaak gescheiden leven van mensen zonderbeperking en dat het doel is dat in 2040 alle kinderen en jongeren, met enzonder beperking, samen opgroeien. Deze leden onderschrijven hetstreven naar regulier onderwijs met de juiste ondersteuning. Voor eenaantal kinderen met een beperking zal het speciaal onderwijs echter demeest passende vorm blijven. Is de Minister het met deze leden eens dathet gespecialiseerd onderwijs van grote waarde is en behouden moetblijven, juist om kinderen en jongeren met een beperking passendonderwijs te bieden en is de Minister het eens dat ingezet moet wordenop passend onderwijs voor elk individueel kind? Zo ja, hoe verhoudt ditzich tot de genoemde passage in de bijlage?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3115 Voorts vragen de leden van de VVD-fractie wat de stand van zaken is metbetrekking tot lopend beleid dat in 2023 afgerond zou moeten zijn. Zolezen deze leden bij vervoer en mobiliteit de doelstelling dat eind 2023 allestations reisassistentie hebben waar NS stopt en die door ProRailtoegankelijk zijn gemaakt.De leden van de VVD-fractie merken op dat Nederland vooralsnog geendeel uitmaakt van de pilot European Disability Card. Een belangrijke kaartvoor gehandicapten om zich eenvoudiger door heel Europa te bewegen.Hoe kijkt de Minister hiernaar? Overweegt de Minister om Nederland ookdeel uit te laten maken van de pilot? Krijgt deze kaart ook een rol in deuitvoering van het VN-verdrag handicap?De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier midden- enkleinbedrijven (mkb’ers) betrokken worden in de uitvoering om deregeldruk voor deze bedrijven, die toch al groot is, binnen de perken tehouden. Wat zal de impact zijn van de uitvoering van de strategie?De leden van de VVD-fractie vragen wat de laatste stand van zaken isomtrent het langer en beter beschikbaar maken van hulpmiddelen.De leden van de VVD-fractie vragen hoe de monitoring van de strategiewordt vormgegeven. Hoe zorgt de Minister ervoor dat de integralebenadering hierin terugkomt?De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier gemeenten en deVereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) betrokken worden in degovernance, uitvoering en monitoring van de strategie en de werkagenda.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van NSC-fractie hebben de brief van de Minister met interessegelezen en hebben hierover enkele vragen. In de brief wordt vooralstrategie bepaald en er komt een werkagenda. Deze leden vragen deMinister of en hoe er in de werkagenda concrete doelstellingen wordenopgenomen.De leden van de NSC-fractie lezen in het rapport «Waardevol werken, destand van zaken» van Movisie en Divosa uit 2022 dat ruim een miljoenNederlanders geen toegang heeft tot de arbeidsmarkt, ondanks dekrapte.2 Het gaat om mensen met een beperking of kwetsbaarheid, fysiek,verstandelijk, psychisch of sociaal. Om migranten, om ouderen, omlangdurig werklozen. Kan de Minister toelichten wat de resultaten zijn vanhet beleid tot nu toe, zoals de Banenafspraak om extra banen te creëren,het Breed Offensief om drempels op de arbeidsmarkt weg te nemen,Simpel Switchen om de overgangen tussen uitkering en (betaald) werk(en vice versa) te versoepelen en het Sociaal Innovatiefonds om inclusiefwerkgeverschap aan te moedigen? Wat is de analyse van de Minister datnog steeds zoveel mensen met een beperking of kwetsbaarheid opafstand van de arbeidsmarkt staan? Op welke manier gaat de Minister nogmeer prioriteit geven om deze groepen te laten deelnemen aan dearbeidsmarkt zodat het aantal mensen met een beperking of kwets-baarheid dat aan de kant staat flink gereduceerd wordt?2Movisie, mei 2022, «Waardevol werken, de stand van zaken», (https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2022–06/Waardevol_werken_de_stand_van_zaken.pdf).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3116 De leden van de NSC-fractie lezen in een onderzoek uit 2021 van de VNGen Movisie dat gemeenten vooral behoefte hebben aan handzamekennisproducten en een (interactieve) website.3 Op welke manier is deMinister bezig om dit te realiseren met de VNG en Movisie?Tenslotte vinden de leden van de NSC-fractie dat de overheid hetvoorbeeld moet geven bij inclusief beleid en toegankelijkheid. Concreet ishet gebouw van de Tweede Kamer niet goed toegankelijk voor mensenmet een rolstoel. Op welke manier gaat de Minister haast maken om hethuidige Tweede Kamergebouw meer rolstoeltoegankelijk te maken?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief en de bijbehorende strategie voor de implementatie van hetVN-verdrag handicap. Deze leden hebben nog enkele vragen en opmer-kingen over de stukken.De leden van de D66-fractie lezen dat de planning is dat de werkagenda inhet vierde kwartaal van 2024 met de Tweede Kamer zal worden gedeeld.De voorbereidingen daarvoor zijn reeds gestart, maar de Ministervermeldt ook dat de inhoudelijke en financiële afweging over dewerkagenda aan een volgend kabinet is. Deze leden hopen dat de Ministerbedoelt dat dit alleen aan een volgend kabinet is wanneer hij aantreedt. Indemissionaire staat kan de huidige Minister doorgaan met het voorbe-reiden en voor zover mogelijk uitvoeren van de werkagenda. Deelt deMinister deze overtuiging van deze leden?De leden van de D66-fractie constateren dat de Minister een overzichtheeft gestuurd van lopend en voorgenomen beleid rondom hetVN-verdrag handicap. Deze leden vragen de Minister dit overzicht aan tepassen, zodat ook duidelijk is wat de actuele stand van zaken is van ditgeplande beleid en in hoeverre het beleid is doorberekend of begroot.De leden van de D66-fractie lezen dat mensen met een beperking nog tevaak drempels in de samenleving ervaren. Deze leden zien graag eenverheldering hoe vaak dit precies voorkomt en of ook wordt gemonitordom wat voor soort drempels dit gaat. Ondanks dat deze leden zien dat erveel betrokkenheid is bij de implementatie van een Nationale strategie,mag in gevallen de ambitie omhoog worden bijgesteld. Zo schrijft deMinister dat er in 2025 minstens tien inclusiepacten gevormd moeten zijn,maar ook dat de helft van de gemeenten géén lokaal inclusiebeleiduitvoert. Deze leden zien graag een aanscherping van deze gesteldedoelen. Waarom ligt de lat niet hoger, en welke rol neemt de Minister omgemeenten en andere overheden te bewegen om aan de gestelde doelente voldoen?In het algemeen zien de leden van de D66-fractie dat er op de zevengeïdentificeerde leefdomeinen goede doestellingen zijn geformuleerd.Tegelijkertijd vraagt het ook om een verduidelijking over prioritering enover wat ervoor nodig is om de doelstellingen te halen. Deze leden ziengraag een toelichting van de Minister in hoeverre er wetgevingstrajectennodig zijn om de doelstellingen te behalen. In hoeverre is er een speci-fieke prioritering die de Minister voor ogen heeft (en mogelijk zaldoorgeven aan haar opvolger) als het gaat over de doelstellingen? Wat3VNG/Movisie, 2021, «Inventarisatie implementatie VN-verdrag Handicap in gemeenten»,(https://vng.nl/sites/default/files/2021–06/trendrapportage_implementatie_vn-verdrag_handicap_in_gemeenten_2018–2021.pdf).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3117 zijn de grootste bedreigingen om aan de doelstellingen te voldoen, zovragen deze leden.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Nationalestrategie rond de positie van mensen met een beperking. Deze ledenhebben nog een aantal vragen.Om te beginnen lezen de leden van de BBB-fractie dat in 2040 mensenmet een beperking altijd betrokken zijn bij het beleid door de Nederlandseoverheid. Mensen met een beperking hebben inspraak bij het maken,uitvoeren en beoordelen van beleid dat hen aangaat. Kan de Minister dezeleden inzicht geven in hoe de uitvoering hiervan eruit gaat zien, worden erenquêtes gehouden of regelmatige afspraken met mensen met eenbeperking die de praktijk ervaren?Ook lezen de leden van de BBB-fractie dat in 2040 de overheid rekeninghoudt met de eigen regie van mensen. Mensen met een beperking krijgenondersteuning bij het maken van keuzes als zij dat willen. Mensen meteen beperking kunnen zelf keuzes maken over hun levenswijze en kunnendaarbij onafhankelijke ondersteuning krijgen. Hoe ziet deze onafhankelijkeondersteuning eruit?Verder lezen de leden van de BBB-fractie dat in 2040 de overheid altijddenkt aan toegankelijkheid bij het maken van beleid. Op dit moment gaatdit nog niet goed als er bijvoorbeeld gekeken wordt naar de toeganke-lijkheid van het ov. Daarom vragen deze leden wat de Minister nu gaatdoen waardoor dit wel wordt verbeterd. Zal er meer overleg en samen-werking plaatsvinden tussen de ministeries?Daarnaast lezen de leden van de BBB-fractie dat in 2040 de overheid altijdrekening houdt met de bestaanszekerheid van mensen met een beperking.Werken voor mensen met een beperking is net zo gewoon als voormensen zonder beperking. Er zijn voldoende passende banen en gelijkekansen op werk en inkomen. Hoe wil de Minister ervoor zorgen dat hetvoor iedereen met een uitkering en een beperking mogelijk wordt om destap naar betaald werk te zetten?De leden van de BBB-fractie lezen dat in 2040 kinderen en jongeren meten zonder beperking samen opgroeien. Wat gaat de Minister doen om hetsociale aspect hiervan te verbeteren, want jongeren met en zonderbeperking samen te laten opgroeien is alleen mogelijk als jongeren meteen beperking niet alleen maar worden gezien als het label dat demaatschappij hen heeft opgeplakt? Hoe kan er worden gestimuleerd ommeer Samen naar School (SnS-)scholen in te richten? Wat is daarvoornodig van de overheid en in hoeverre is daar een samenspel met hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)? Verder zijnSnS-scholen heel succesvol. Hier groeien kinderen met een beperking op,samen met kinderen zonder beperking. Ze hebben een sociaal leven, wanter wordt met elkaar gespeeld, geleerd en de kinderen worden bijvoor-beeld ook uitgenodigd voor verjaardagsfeestjes. De kinderen zonderbeperking leren omgaan met kinderen met een beperking en zullen zo, alsze volwassen zijn, mensen met een beperking eerder accepteren, omdatze ermee bekend zijn. Hoe gaat de Minister dit soort initiatieven brederuitrollen met het oog op de Nationale strategie? Tot slot, ook op hetgebied van onderwijs en ontwikkeling zijn doelstellingen gesteld. Mensenmet een beperking moeten toegang hebben tot verschillende vormen vanonderwijs en ontwikkeling. Verder moet zorg en ondersteuning aansluitenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3118 bij de behoeften van mensen met een beperking, ongeacht waar zijwonen. Deze leden vragen hoe de regio betrokken wordt bij dit voorstel.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieAlgemeenDe leden van de CDA-fractie zijn positief gestemd dat de contouren van deNationale strategie voor mensen met een handicap naar de TweedeKamer is gestuurd. En dat hiermee uitvoering wordt gegeven aan demotie Werner c.s.4, de toezegging aan het lid Werner bij het commissie-debat gehandicaptenbeleid gehouden op 5 oktober 2023 en het eerstedeel van de motie Krul en Westerveld.5 De leden van de CDA-fractievinden het goed dat de Tweede Kamer op deze manier betrokken wordtom het verdere proces van de werkagenda richting te geven. Deze ledenzijn heel positief dat mensen met een handicap betrokken zijn bij detotstandkoming van de Nationale strategie. Hoe denkt de Minister demonitoring van de strategie vorm te geven? Hoe komt dat in de integralebenadering terug?(b) de bedoeling en de status van de Nederlandse strategieDe leden van de CDA-fractie vragen waarom er gekozen is de stip op dehorizon in 2040 te zetten. Deze leden begrijpen dat sommige verande-ringen langere tijd in beslag nemen en dat er soms naar «iets» moetworden toegewerkt, maar het lijkt hen raadzaam om zowel op korte alslange termijn doelen te stellen. Ziet de Minister dit punt ook en zo ja, hoewil zij dit vorm geven?De leden van de CDA-fractie constateren dat het probleem van stippen opde horizon is dat die kunnen vervagen doordat ze ver weg zijn en deNationale strategie dan niet de prioriteit krijgt die het verdient. Hoeverhoudt de tijdlijn met betrekking tot de werkagenda zich tot delangetermijntijdlijn van de strategie? Het gaat deze leden er ook om dat ermeer bewustwording ontstaat bij andere departementen (naast VWS),maatschappelijke organisaties, lokale overheden, provinciale overhedenen bedrijven. Wat betekent dit beleid en/of de uitvoering daarvan voormensen met een handicap? Wat deze leden niet duidelijk is, is welkdepartement nu eindverantwoordelijk wordt voor de Nationale strategie.Blijft dat het Ministerie van VWS? Zo ja, hoe zorgt de Minister er dan voordat de focus breder is en blijft?De leden van de CDA-fractie vinden het heel belangrijk dat het perspectiefniet zorg is, maar het potentieel van de groep mensen met een handicapzelf. Deelt de Minister dit uitgangspunt?(c) Vooruitblik op de vertaling van de strategie van de werkagendaDe leden van de CDA-fractie vragen op welke manier de list of issueswordt betrokken bij het ontwerpen van de Nationale strategie. En wordtde list of issues meegenomen in of bij het opstellen van de werkagenda’s?De leden van de CDA-fractie lezen dat de interdepartementale werkgroeprond het VN-verdrag handicap de samenwerking binnen de Rijksoverheidrond de werkagenda gaat organiseren. Hoe moeten deze leden dit lezen?Waar wordt de interdepartementale werkgroep precies verantwoordelijkvoor en hoeveel keer per jaar komt deze werkgroep bij elkaar?4Kamerstuk 36 200 XVI, nr. 70.5Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 64.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3119 (d) Aansluiting tussen de strategie en lopen beleidDe leden van de CDA-fractie vinden het positief inzicht te hebben in al hetlopende beleid en alle initiatieven op de verschillende departementen.Deze leden snappen ook dat het kabinet dit als vertrekpunt heeft gekozen.Maar wat is het vervolg hierop? Wat deze leden interessant zoudenvinden, is om de projecten en het lopende beleid ook eens te bezien metde blik «welke projecten lopen goed en hebben de grootste kans om teslagen?». Waarom nu juist die projecten of beleidsdoelen? Het lijkt dezeleden, dat wij hier «ons» voordeel mee kunnen doen. Tenslotte willen zijaangeven dat er veel onderzoek naar mensen met een handicap isgedaan. Wordt dat ook betrokken bij de uitwerking van de werkagenda?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavigestukken en hebben hier nog een aantal vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie vinden het positief dat er wordt gewerkt aanhet verbeteren van de positie van mensen met een beperking. Tegelij-kertijd merken deze leden op dat er met deze strategie nog niet concreetiets gebeurt om deze positie te verbeteren, daarvoor is het nog noodza-kelijk om verdere stappen te zetten.De leden van de SP-fractie merken daarnaast op dat er expliciet geennieuw beleid wordt aangekondigd om de positie van mensen met eenbeperking te verbeteren en dat de Minister dit besluit in haar brief vooralonderbouwt door te wijzen op de demissionaire status van het kabinet.Deze leden wijzen er echter op dat de problemen van mensen met eenbeperking niet opeens kleiner of minder urgent zijn, omdat het kabinet hetniet eens kon worden over het migratiebeleid.De leden van de SP-fractie vragen de Minister tot slot hoe het nu gaat metde ratificatie van het facultatief protocol bij het VN-verdrag handicap. Is ditproces inmiddels al afgerond? Zo nee, wanneer zal dit wel het geval zijn?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdraghandicap. Deze leden juichen het toe dat het kabinet zich tot 2040langjarig committeert aan het verbeteren van de positie van mensen meteen beperking. Verder vinden zij het terecht dat de strategie integraalwordt benaderd. Zij hebben nog een aantal vragen over de strategie,mede in het licht van de nog te verwachten werkagenda die aan eennieuw kabinet wordt overgelaten.De leden van de SGP vragen de Minister toe te lichten hoe zij ervoor wilzorgen dat de strategie inderdaad over kabinetsperiodes heen en integraalwerkt. Hoe bewaakt de Minister de samenhang in de uitvoering doorministeries, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, vertegenwoordigendeorganisaties en andere betrokken partijen?De leden van de SGP-fractie lezen dat het opstellen van de werkagendaeen intensief en co-creatief proces is, dat ook afhankelijk is van dekabinetsformatie. Kan de Minister toelichten hoe dit proces de komendemaanden wordt vormgegeven en welke stappen het kabinet voor zichziet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31110 De leden van de SGP-fractie vragen hoe de voortgang van de Nationalestrategie en de werkagenda wordt gemonitord. Hoe wordt gemonitord inhoeverre we op koers zijn voor het behalen van de doelstellingen voor2040? Is of wordt er een nulmeting uitgevoerd? Is het een overweging ombijvoorbeeld een onafhankelijke instantie te betrekken bij de monitoring?Welke organisaties zouden daarvoor in aanmerking kunnen komen? Zijner wat de Minister betreft naast het staande beleid aanvullende maatre-gelen nodig om de gestelde doelen te behalen?Ten aanzien van de governance vragen de leden van de SGP-fractie wie ernu precies verantwoordelijk is voor de Nationale strategie. Is dat deMinister? Kan de Minister aangeven of gemeenten en de VNG betrokkenzijn bij de governance, uitvoering en monitoring van de strategie enwerkagenda, mede gelet op lokale plannen die gemeenten ook reedshebben opgesteld om de doelen van het VN-verdrag handicap te behalen?De leden van de SGP-fractie vragen ten aanzien van vervoer en mobiliteitspecifiek naar het vervoer met Valys. Deze leden krijgen signalen dat dezelandelijke voorziening voor reizigers met een mobiliteitsbeperking nietaltijd levert wat het zou moeten leveren. Zij constateren dat Valys landelijkwordt bekostigd vanuit VWS. Zij vragen de Minister hoe het Ministerievan VWS toezicht houdt op de kwaliteit van deze dienstverlening. Heeft deMinister de indruk dat voldaan wordt aan de voorwaarden en verplich-tingen waar de aanbieder aan zou moeten voldoen?Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie steunen de ambities en doelen diede Minister in de Nationale strategie verwoordt en waarderen de inzet vande Minister om samen met de doelgroep de strategie op te stellen. Wordtde doelgroep op dezelfde manier betrokken bij de vormgeving van dewerkagenda? Zo nee, waarom niet? Op welke manier borgt de Minister deinbreng en betrokkenheid van de doelgroep dan wel?De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Minister de Nationalestrategie beschrijft als een kompas. Wat betekent dit voor de mate waarinde Minister af te rekenen is op de doelen en inzet, vragen deze leden. Zietzij het ook als wenselijk dat een nieuw kabinet een werkagenda makenmet afrekenbare resultaten en doelen?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister op welke manierde inzichten uit het Interdepartementaal Beleidsoverleg «Mensen met eenlicht verstandelijke beperking» (IBO-LVB) verwerkt zijn in deze Nationalestrategie.Welke rol en taken heeft de bestuurlijk aanjager in relatie tot deze strategieen de werkagenda, vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen op welke manier de Ministerervoor gaat zorgen dat de werkagenda’s van de verschillende ministeriesmet elkaar samenhangen. Deze leden vinden het bovendien belangrijk datdeze strategie en de agenda’s niet alleen iets worden van overheden(nationaal en lokaal) maar ook van de rest van de samenleving (bedrijfs-leven, onderwijs, zorg). Op welke manier krijgen de verschillendeverantwoordelijkheden van overheid, maatschappelijke organisaties enprivate organisaties en privédomein een plek in de werkagenda’s en opwelke manier haken deze organisaties aan bij het opstellen van deagenda’s?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31111 Op welke manier is de list of issues betrokken bij het ontwerpen van deNationale strategie en op welke manier wordt die meegenomen in hetopstellen van de werkagenda’s, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.Ten aanzien van de verdere samenwerking met gemeenten vragen deleden van de ChristenUnie-fractie wat de Minister concreet bedoelt met de«extra impuls» die zij gaat geven om de gemeenten die nog geen lokaalinclusiebeleid hebben te bereiken, zodat ook zij lokaal beleid opstellen.Heeft de Minister een tijdspad en jaartal in gedachten waarop allegemeenten lokaal inclusiebeleid hebben?II Reactie van de Minister PVVDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief over deNationale strategie rond de positie van mensen met een beperking enhebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen. Deze strategie bevatde opgave om gelijkwaardige deelname voor mensen met een beperkingmogelijk te maken. Daar hoort ook aandacht voor de positie van hunnaasten bij. Welke vernieuwing van de wet- en regelgeving is het kabinetvoornemens naar de Kamer te sturen voor de verbetering van eeninclusieve en toegankelijke samenleving?Zoals ik heb toegelicht in mijn aanbiedingsbrief bij de Nationale strategie:bij de ratificatie heeft het kabinet uiteengezet hoe het VN-verdraghandicap zich reeds verhoudt tot Nederlandse wet- en regelgeving.6Recente vernieuwingen zijn de aanpassing van artikel 1 van de Grondwet,het principebesluit tot invoering van het facultatief protocol bij hetVN-verdrag handicap7 en het wetsvoorstel tot invoering van de EuropeseToegankelijkheidsrichtlijn.Op elk van de afzonderlijke domeinen van de Nationale strategie zijn erbovendien specifieke wettelijke kaders die het beleid voor het vergrotenvan de mogelijkheden van mensen met een beperking verder inrichten.Deze kaders heb ik in mijn aanbiedingsbrief toegelicht. Dit bestaandewettelijk kader is nu het vertrekpunt voor het verder werken aan toeganke-lijkheid en inclusie en het invulling geven aan de werkagenda. Op ditmoment zijn verdere wettelijke vernieuwingen rond het VN-verdragdaarom nog niet aan de orde. Wel zal ik, met mijn collega’s in het kabinet,in het proces tot invulling van de werkagenda steeds afwegen ofbestaande wet- en regelgeving aanpassing behoeft om waar nodigknelpunten op te lossen of de ambitie verder te ondersteunen.De leden van de PVV-fractie lezen dat er vele gesprekken hebbenplaatsgevonden met mensen met een beperking bij het opstellen van deNationale strategie. Hebben deze gesprekken ook interdepartementaalplaatsgevonden? Deze leden vragen of mensen met een beperking enpartijen die hen vertegenwoordigen ook betrokken zullen worden bij deuitvoering, monitoring en evaluatie van de strategie en de werkagenda.Verschillende ministeries, decentrale overheden, ervaringsdeskundigen enhun vertegenwoordigende organisaties waren betrokken bij de totstand-koming van de nationale strategie. In een co-creatief proces zijn zij metelkaar in gesprek gegaan. De nationale strategiedagen in mei 2023 die ik6In de memorie van toelichting bij de aangenomen goedkeuringswet rond het VN-verdraghandicap (2016) (Kamerstuk 33 992 (R2034), nr. 37Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 284.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31112 in mijn aanbiedingsbrief beschreef, zijn een onderdeel van die werkwijze.Ik ga door met deze manier van werken voor de totstandkoming van dewerkagenda. De doelstellingen uit de Nationale strategie beslaan debeleidsterreinen van meerdere departementen. Ieder departement isindividueel verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van demaatregelen die onder hun beleidsterrein vallen. Een interdepartementalewerkgroep onder voorzitterschap van VWS coördineert de samenwerkingtussen departementen op de werkagenda. Ervaringsdeskundigen en hunvertegenwoordigende organisaties zullen, net als bij de strategie het gevalwas, vanaf het begin van dit proces betrokken worden. Vanuit mijncoördinerende rol faciliteer ik ook het gesprek tussen alle partijen voor deinvulling van de werkagenda. In deze gesprekken komt ook monitoring enevaluatie aan bod.Het succes van de uitvoering van de strategie is een gezamenlijkeverantwoordelijkheid van zowel overheden, bedrijven, sociale partners,maatschappelijke organisaties en iedere burger in Nederland. De ledenvan de PVV-fractie willen weten in hoeverre de overheidsvoorzieningentoegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Zijn alle openbaregebouwen zoals gemeentehuizen, ziekenhuizen etc. al volledig toegan-kelijk voor mensen met een beperking?Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna:BZK) heeft geen overzicht van voor het publiek toegankelijke gebouwen inNederland (zoals bijvoorbeeld een gemeentehuis of een ziekenhuis)waaruit blijkt of deze gebouwen toegankelijk zijn. Het beeld op basis vanervaringen is dat in elk geval de nieuwere openbare gebouwen goedtoegankelijk zijn en dat bestaande openbare gebouwen door de eigenaartoegankelijk worden gemaakt vanuit een maatschappelijke verantwoorde-lijkheid. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de bouwregels in hetBesluit Bouwwerken Leefomgeving die gelden voor nieuwbouw enbinnenkort ook van de NEN 9120 voor Toegankelijk Bouwen als aanvullingop de bouwregelgeving. Aanvullend kunnen gemeenten in hun LokaleInclusie Agenda ambities op lokaal niveau opnemen ten aanzien van detoegankelijkheid van deze openbare gebouwen.Deze leden ontvangen graag een overzicht in hoeverre het openbaarvervoer (ov) volledig toegankelijk is voor mensen met een (zintuiglijke/lichamelijke) beperking.Vanuit het Bestuursakkoord Toegankelijkheid OV 2022–2032 werken hetRijk, decentrale ov-autoriteiten, vervoerders, ProRail en belangenorgani-saties samen aan een toegankelijker OV. Ten eerste is sinds eind 2022ruim 90% van alle treinstations in Nederland toegankelijk voor mensenmet een beperking. Daarnaast beschikken alle regionale treinen reedsover een toegankelijke instap, en is per eind 2021 al hetNS-sprintermaterieel toegankelijk. Voor regionale treinen, die rijden opgrond van een door provincies verleende concessie, geldt dat deze albeschikken over een toegankelijke instap. Gaandeweg krijgt hierdoorsteeds een groter deel van het treinvervoer een zelfstandige instap. Verderis sinds december 2023 reisassistentie beschikbaar op alle stations waarNS stopt en die door ProRail toegankelijk zijn gemaakt. In het bestuursak-koord is tevens afgesproken dat reisassistentie in 2025 ook beschikbaarzal zijn op stations waar regionale vervoerders stoppen. Ten slotte heefthet Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: IenW) per 2023€ 1,5 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor OV-ambassadeurs.Zij kunnen mensen met een beperking (en andere reizigers) wegwijsmaken bij het reizen met het ov. Voor de laatste stand van zaken op hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31113 gebied van toegankelijkheid in het ov verwijs ik u naar de Kamerbrief vanIenW van 8 maart 2023.8In de Nationale strategie voor de implementatie van het Verenigde Naties(VN-)verdrag lezen de leden van de PVV-fractie dat sommige mensen hetkilometerbudget voor Valys als een beperking ervaren. Waarom schrapthet kabinet de kilometerbegrenzing (hoog/laag persoonlijk kilometer-budget (pkb)) niet? Waarom moeten mensen met een beperking zevenkeer het treintarief betalen voor het ov als ze door hun pkb heen zijn? Hetis niet gelijkwaardig als mensen met een beperking moeten administrerenwaar ze wanneer naartoe gaan, en mensen zonder beperking niet.Als het maximaal aantal kilometers wordt afgeschaft dan zou iederepashouder onbeperkt met Valys kunnen reizen. Daarmee zou de regelingeen «open einde karakter» krijgen. Dit is niet mogelijk, omdat er geenmiddelen op de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport zijn om de extra kosten te dekken. Inhoudelijk vind ik hetook niet wenselijk als mensen met een beperking onbeperkt met Valyskunnen reizen. Hiermee vervalt immers iedere prikkel voor mensen om(deels) met het openbaar vervoer te reizen. In het bevorderen vanzelfredzaamheid en participatie heeft het reizen met het openbaar vervoer– als dat mogelijk is – mijn voorkeur. Tevens zal – met het afschaffen vanhet maximaal aantal kilometers – extra druk ontstaan op andere vormenvan doelgroepenvervoer, waaronder het leerlingenvervoer. Gezien dehuidige schaarste van personeel en vervoersvoorzieningen vind ik ditonwenselijk.Uitgangspunt van het basis kilometerbudget is dat mensen ook met hetopenbaar vervoer kunnen reizen. Zo is de regeling ook bedoeld. Daarommoeten mensen, als zij door hun kilometerbudget heen zijn, een tariefbetalen dat veel hoger ligt dan het treintarief. Taxivervoer «van deur totdeur» is immers een zeer kostbare vorm van vervoer. Het taxitarief voorpashouders die door hun kilometerbudget heen zijn ligt overigenssubstantieel lager dan het «reguliere» taxitarief.Voorts vragen de leden van de PVV-fractie op welke manier gemeentesbetrokken zijn bij het opstellen en de uitvoering van de strategie en dewerkagenda.Vertegenwoordigers van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna:VNG) en een aantal individuele gemeenten hebben meegedaan aan destrategiedagen in mei 2023. Zij waren onderdeel van een breder verbandaan partijen, vertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen die inputhebben geleverd tijdens deze strategiedagen. Bij de ontwikkeling van dewerkagenda is de VNG wederom ambtelijk en bestuurlijk betrokken voorde beleidsthema’s met een lokaal component.Bestuurlijk aanjager Guusje ter Horst richt zich daarnaast op de lokaleimplementatie van het VN-verdrag handicap. Om ervoor te zorgen dat allegemeenten uiterlijk in 2025 werk maken van lokaal inclusiebeleid voormensen met een beperking. Hierbij werkt zij samen met de VNG, omgemeenten aan te spreken en hen te ondersteunen bij het ontwikkelen vaneen Lokale Inclusie Agenda.Kan het kabinet aangeven op welke manier hij van Nederland eenvoorloper wil maken op het gebied van emancipatie en gelijke rechten vanmensen met een beperking? Welke verandering in de manier van kijkennaar de inrichting van de maatschappij is nodig en wat zijn daarvan de8Kamerstukken II, 2023/24, 23 645, nr. 819.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31114 financiële gevolgen? Kan het kabinet aangeven welke landen op ditmoment vooroplopen op het gebied van emancipatie en gelijke rechtenvan mensen met een beperking?De Nationale strategie is belangrijk voor het kabinet om een voorloper teworden bij de participatie en emancipatie van mensen met een beperking.Nederland heeft immers gekozen voor ratificatie van het VN-verdraghandicap en de Nationale strategie versterkt het vervolg van de imple-mentatie ervan. Bij de ontwikkeling van de strategie in 2023 heb ikmeerdere internationale perspectieven, zoals bijvoorbeeld de strategie inAustralië en het Verenigd Koninkrijk, als inspiratiebron gebruikt om toteen aanpak te komen die in onze nationale context passend is. DeNationale strategie voor het VN-verdrag handicap gaat uit van het sociaalmodel: niet de beperking is het probleem, maar de manier waarop desamenleving is ingericht. De kern van dit model is dat een handicapvooral ook door ontoegankelijkheid ontstaat; door de manier waaropdingen zijn georganiseerd of gemaakt.De maatregelen die ontwikkeld worden in de werkagenda zullen bijdragenaan het toegankelijker maken van ons land, volgens het sociaal model. Opde onderdelen waar dit van toepassing is, zal deze werkagenda gepaardgaan met een financiële vertaling.Zweden is een land dat inspiratie en inzichten kan bieden op het gebiedvan beleid voor mensen met een beperking, zoals eerder ook is aange-geven door uw Kamer.9Over de Zweedse wetgeving voor mensen met een beperking, op hetterrein van zorg en ondersteuning, ontvangt uw Kamer uiterlijk in hetderde kwartaal van 2024 mijn toegezegde reactie.De leden van de PVV-fractie menen dat de kosten die mensen door hunbeperking moeten maken er niet toe mogen leiden dat de behoorlijkelevensstandaard in gevaar komt. Hoe wordt voorkomen dat het herin-voeren van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wet maatschap-pelijke ondersteuning (Wmo) zal leiden tot financiële problemen bijmensen met een beperking? Hoe wordt voorkomen dat mensen met eenbeperking met een hoge energierekening, doordat veel apparatenwaarvan zij gebruik maken veel energie gebruiken, zal leiden tot financiëleproblemen voor hen?De herinvoering van de inkomensafhankelijke bijdrage voor huishoude-lijke hulp moet de financiële druk op de Wmo doen verminderen. Hetabonnementstarief zorgde voor een veel grotere toestroom naar de Wmodan verwacht. Deze stijging was procentueel het grootste onder hogereinkomens. Elke burger kon profiteren van hetzelfde lage abonnements-tarief van 19 euro per maand. Als gevolg van de grote aanzuigendewerking kwam de toegankelijkheid van de Wmo onder druk te staan voordoelgroepen die de zorg het hardste nodig hebben. Veel mensen staan opeen wachtlijst en krijgen niet de ondersteuning die zij eigenlijk nodighebben voor hun beperking.De regering verwacht met herintroductie van een inkomensafhankelijkebijdrage een uitstroom van hogere inkomens voor deze vorm vanondersteuning vanuit de Wmo per 2026, waardoor er weer ruimte ontstaatvoor ondersteuning aan mensen die niet een levensstandaard hebbenwaarmee ze de hulp zelf op de private markt kunnen inkopen. Deze9Kamerstukken 2023–2024, 24 170, nr. 303.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31115 wetswijziging komt daarom ten goede aan mensen met een beperking diede hulp niet zelf kunnen bekostigen.Daarnaast blijven bij de wetswijziging ook de regels van kracht voormensen die financiële problemen ervaren bij het betalen van de bijdrage(minimabeleid) en houden gemeenten de bevoegdheid om daarnaast eenpersoonlijke vrijstelling te verlenen aan cliënten die om wat voor redendan ook de bijdrage niet kunnen betalen. Ook moeten gemeenten door debeoogde afschaffing van het abonnementstarief vanaf 2026 al bij detoegang tot de Wmo kijken naar de betaalbaarheid van de bijdrage voorcliënt.Voor beantwoording op de vraag rondom energiekosten van medischeapparaten verwijs ik u naar eerdere Kamerstukken rondom de Energie-toeslag en speciale regelingen voor mensen met hoge energiekosten.10De leden van de PVV-fractie vragen op welke manier het kabinet ervoorzorg gaat dragen dat naasten en mantelzorgers voldoende mogelijkhedenkrijgen om werk en zorg te combineren. Op welke mogelijkheden doelt hetkabinet?Op 6 juli 2023 hebben de Staatssecretaris van VWS en ik de Kamerbrief«Sociale basis inclusief de mantelzorgagenda 2023–2026» aangebodenaan uw Kamer.11 In deze agenda zijn maatregelen en acties opgenomeno.a. om werkende mantelzorgers te ondersteunen op de korte en langetermijn. De Staatssecretaris van VWS en de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (hierna: SZW) ondersteunen de stichting Werk enMantelzorg bij het ontwikkelen en uitvoeren van een ondersteuningspro-gramma voor werkgevers en leidinggevenden, gericht op de combinatievan werk en mantelzorg en het voorkomen van verzuim. Daarnaast is doorde Stichting van de Arbeid een inspiratiedocument gemaakt voorwerkgevers en werknemers over het combineren van werk en mantelzorg.Dit zijn acties die nu al lopen, gericht op het vergroten van bewust-wording, begrip en flexibiliteit. De Staatssecretaris van VWS, de Ministervan SZW, de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingen en de Ministervan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) hebben gezamenlijkeen aanvraag aan de Sociaal-Economische Raad gedaan voor de verderefundamentele verkenning naar het faciliteren van werk en mantelzorg inde toekomst.12Op welke manier gaan ouders van kinderen met een intensieve zorgvraag,die vanwege hun zorgtaak minder kunnen werken, financieel gecompen-seerd worden voor extra kosten waar het bestaansminimum niet invoorziet?Ouders van kinderen met een intensieve zorgvraag kunnen op dit momentvanuit de Wmo een beroep doen op regelingen op het gebied vanmobiliteitshulpmiddelen, woningaanpassingen en de lokale meerkosten-regelingen. Voor ouders met een thuiswonend kind tussen de 3 en 18 jaardie een intensieve zorgvraag heeft, is het ook mogelijk om dubbelekinderbijslag te krijgen. Daarnaast wordt de zorg vergoed: voor kinderen(jonger dan 18 jaar) die gebruik maken van zorg op grond van de Wetlangdurige zorg geldt geen eigen bijdrage. Voor zorg uit de Zorgverzeke-10In de eerdere beantwoording is gedetailleerd ingegaan op de regelingen die beschikbaar zijnvoor mensen met een beperking en hoge energiekosten. Zie onder andere recente Kamerbe-antwoording d.d. 23 november 2023, Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 443, enKamerstuk 36 200 XVI, nr. 218.11Kamerstukken II, 2022/2023, 30 169, nr. 7512Kamerstukken II, 2023/2024, 30 169, nr. 76Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31116 ringswet zijn kinderen gratis meeverzekerd en hoeven dus voor kinderengeen premies of eigen risico betaald te worden. Voor bepaalde zorg ofhulpmiddelen bestaat wel een eigen bijdrage. Bijvoorbeeld bij brillen,orthopedische schoenen en bij bepaalde medicijnen. Tenslotte is er delandelijke regeling aftrek specifieke zorgkosten en als laatste optie debijzondere bijstand. De bijzondere bijstand (artikel 35 Participatiewet) kanverstrekt worden door een gemeente als een huishouden uit onvoorzieneomstandigheden voortkomende noodzakelijke kosten van het bestaan nietkan voldoen.Ik hecht daarnaast veel waarde aan de cliëntondersteuning die zowelvanuit de Wmo 2015 als de Jeugdwet er is om gezinnen te ondersteunenbij het organiseren van passende ondersteuning en zorg en om de ouderste informeren over relevante wet- en regelgeving en bovengenoemdemogelijkheden. Het is belangrijk dat gemeenten op de mogelijkheden vancliëntondersteuning wijzen. Bij de invulling van de werkagenda bij deNationale strategie zal besproken worden in hoeverre deze bestaandemogelijkheden aansluiten bij de wijze waarop ouders van kinderen meteen intensieve zorgvraag passende zorg en ondersteuning organiseren endit financieel ook mogelijk maken. En waar dit nodig is, inventariseren wein het proces met alle partijen mogelijkheden voor verbeteringen.GroenLinks-PvdADe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn zeer verheugd met het feitdat er nu een Nationale strategie ligt voor de implementatie van hetVN-verdrag handicap tot 2040. Deze leden hebben met interesse kennisge-nomen van de strategie en zij hebben nog een aantal vragen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de besluitvorming overhet vaststellen van de werkagenda, de praktische vertaling van destrategie naar nieuw beleid, wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.Tegelijkertijd lezen deze leden ook dat de Minister de ambitie heeft om inhet vierde kwartaal van dit jaar een werkagenda naar de Tweede Kamer testuren. Zij willen de huidige demissionaire Minister aanmoedigen om hierinderdaad mee door te gaan. En indien er geen nieuw kabinet zit,besluitvorming over te laten aan de Tweede Kamer. Zij vragen de Ministertevens of het benodigde budget voor de uitvoering van de werkagenda alin de begroting van 2025 opgenomen kan worden.Voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is het erg belangrijk dat erdit jaar nog een werkagenda komt met bijbehorend budget. Een Nationalestrategie heeft enkel zin als deze ook wordt uitgevoerd. En voor deuitvoering is een stevige werkagenda en budget nodig.In mijn aanbiedingsbrief gaf ik u een beeld van het inclusieve ontwerp-proces dat aan de basis stond van de vorming van de Nationale strategie.Net als bij de strategie het geval was, vergt het opstellen van dewerkagenda een soortgelijk proces met ruimte voor een goede betrok-kenheid van ervaringsdeskundigen, ondernemers, gemeenten, overigeorganisaties en alle betrokken departementen. Het kost tijd om met aldeze partijen een ambitieus en zorgvuldig proces te doorlopen. Pas in deloop van dit proces wordt duidelijk op welke onderdelen een financiëledoorrekening van baten en lasten van toepassing zou moeten zijn. Op ditmoment is een effect van de werkagenda op de begroting van 2025daarom nog niet in beeld. In mijn aanbiedingsbrief heb ik verderaangegeven dat de demissionaire status van het kabinet van invloed is ophet wegen van eventuele beleidsmatige en/of budgettaire consequenties.Dit kan ook invloed hebben op de aanpak rond de werkagenda en deplanning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31117 Bij de aanbieding van de Nationale strategie stuurde ik u tevens eeninventarisatie van bestaand beleid dat bijdraagt aan de doelstellingen vande Nationale strategie. Uiteraard blijft dit beleid, voorzien van haarfinanciële doorwerking zoals deze reeds via de departementale begro-tingen is verantwoord, in werking terwijl de ontwikkeling van dewerkagenda vorm krijgt.Om tot een goed uitgevoerde strategie te komen, moeten in de ogen vande deze leden nog een aantal randvoorwaarden worden ingevuld. Zomoeten de verschillende ministeries, overheidslagen en uitvoeringsin-stanties in samenhang werken. Kan het kabinet toelichten hoe dezesamenhang bewaakt zal worden?Ik deel de mening van de GroenLinks – PvdA fractie dat het van belang isdat meerdere partijen in samenhang werken aan de totstandkoming vande werkagenda. Zoals ik in mijn aanbiedingsbrief aangaf organiseert encoördineert een interdepartementale werkgroep de samenwerking binnende Rijksoverheid. De Ministeries van VWS, SZW, OCW, IenW, BZK, Justitieen Veiligheid (hierna: JenV), Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK)en Financiën zijn hierin vertegenwoordigd. Gezamenlijk zal er gekekenworden naar concrete en uitvoerbare maatregelen. De ministeries zijnindividueel verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van demaatregelen die onder hun beleidsterrein vallen en het betrekken vanrelevante uitvoeringsinstanties. Bij de ontwikkeling van de werkagenda isde VNG ambtelijk en bestuurlijk betrokken voor de beleidsthema’s meteen lokaal component. Sturend op de voortgang en samenhang zijn ergedurende het proces overleggen op DG-niveau.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er voor de Nationalestrategie vijf belangrijke principes zijn en zeven levensdomeinen waarverbetering nodig is. Over de doelstellingen bij deze principes enlevensdomeinen hebben deze leden nog een aantal vragen, te beginnenbij het eerste principe: gelijke rechten. Als speerpunt staat opgeschrevendat wet- en regelgeving zo veel als mogelijk in lijn is met het VN-verdraghandicap. Deze leden vragen het kabinet of hij een beeld heeft van wet- enregelgeving die nu nog niet in lijn is met het VN-verdrag. En of zij bereid ismet ervaringsdeskundigen, als deel van de werkagenda, wet- en regel-geving door te lichten om te bezien of deze in strijd is met het VN-verdrag.Zoals ik heb toegelicht in mijn aanbiedingsbrief bij de Nationale strategie:bij de ratificatie heeft het kabinet uiteengezet hoe het VN-verdraghandicap zich reeds verhoudt tot Nederlandse wet- en regelgeving.13Recente vernieuwingen zijn de aanpassing van artikel 1 van de Grondwet,het principebesluit tot invoering van het facultatief protocol bij hetVN-verdrag handicap14 en het wetsvoorstel tot invoering van de EuropeseToegankelijkheidsrichtlijn.Op elk van de afzonderlijke domeinen van de Nationale strategie zijn erbovendien specifieke wettelijke kaders die het beleid voor het vergrotenvan de mogelijkheden van mensen met een beperking verder inrichten.Deze kaders heb ik in mijn aanbiedingsbrief toegelicht. Dit bestaandewettelijk kader is nu het vertrekpunt voor het verder werken aan toeganke-lijkheid en inclusie en het invulling geven aan de werkagenda. Op ditmoment zijn verdere wettelijke vernieuwingen rond het VN-verdragdaarom nog niet aan de orde. Wel zal ik, met mijn collega’s in het kabinet,in het proces tot invulling van de werkagenda steeds afwegen of13In de memorie van toelichting bij de aangenomen goedkeuringswet rond het VN-verdraghandicap (2016).14Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 284.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31118 bestaande wet- en regelgeving aanpassing behoeft om waar nodigknelpunten op te lossen of de ambitie verder te ondersteunen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat eigen regie de leidraadis bij het maken van uitvoeren van beleid en wet- en regelgeving. Dezeleden ondersteunen dit doel volledig. Tegelijkertijd constateren zij dat hetmet de huidige wet- en regelgeving in de zorg vaak erg moeilijk is voormensen met een beperking om de juiste zorg, ondersteuning of hulpmid-delen te vinden, terwijl deze juist essentieel zijn voor het voeren van eigenregie. Een probleem hierbij is dat zorg en ondersteuning voor mensenmet een (levenslange en levensbrede) beperking is versnipperd tussenverschillende zorgdomeinen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractievragen het kabinet hoe hij kijkt naar het onderbrengen van alle zorg enondersteuning voor mensen met een beperking, en tenminste voormensen in de categorie levenslang en levensbreed, in één zorgwet. Is hetkabinet bereid om dit te laten onderzoeken?Dit onderwerp vergt besluitvorming van een nieuw kabinet. Deknelpunten die mensen met een levenslange en levensbrede beperkingervaren herken ik. En het gesprek hierover wordt al gevoerd in het kadervan de Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met eenbeperking en zal zeker verder gevoerd worden in de totstandkoming vande werkagenda. Voor nu zie ik mogelijkheden om binnen de huidigekaders de zorg en ondersteuning verder te verbeteren voor de mensenmet een levenslange en levensbrede beperking.Een ander belangrijk principe in de Nationale strategie is bestaansze-kerheid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de kosten diemensen moeten maken er niet toe mogen leiden dat de behoorlijkelevensstandaard in gevaar komt. Deze leden zouden daar graag aan toewillen voegen dat hetzelfde moet gelden voor het inkomen. Zij maken zichzorgen over de wisselwerking tussen inkomensregelingen voor mensenmet een beperking, de stapeling van eigen bijdragen en zorgkosten dievoor eigen rekening zijn. De combinatie van de verschillende regelingenmaken het moeilijk voor voornoemde leden om te doorgronden wat heteffect is op het besteedbaar inkomen van mensen met een beperking.Deze leden vragen of het kabinet deze wisselwerking goed wil latenonderzoeken, zodat de Tweede Kamer en het kabinet goed kunnenbeoordelen wat de effecten van de verschillende maatregelen zijn.Om de wisselwerking tussen inkomensregelingen voor mensen met eenbeperking, de stapeling van eigen bijdragen en onverzekerde zorgkostenin kaart te brengen heb ik het Nibud gevraagd een aantal voorbeeldbegro-tingen te maken voor huishoudens van mensen met een beperking. Devoorbeeldbegrotingen geven inzicht in de meerkosten van het leven meteen beperking voor verschillende huishoudens in verschillende inkomens-situaties. De uitkomsten van dit onderzoek geven deels inzicht in deuitwerking van de combinatie van regelingen op het besteedbaar inkomenvan mensen met een beperking. U kunt de uitkomsten van dit onderzoekinclusief mijn beleidsreactie in de tweede helft van 2024 verwachten.Daarnaast kijkt het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuningvoor Mensen (VIM) specifiek naar het besteedbaar inkomen van mensendie meerkosten hebben in verband met een beperking en de knelpuntendie zich daarbij voordoen, om ervoor zorg te dragen dat mensen nietonder het sociaal minimum terecht komen.15 Hierbij valt te denken aan desamenloop tussen inkomensondersteuning, meerkosten en eigenbijdragen. Of aan het feit dat sommige mensen maar weinig overhoudenvan de verhoging van hun uitkering, door doorwerking van deze15Kamerstukken II 2023/24, 29 362, nr. 347.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31119 verhoging op belastingen, toeslagen en andere regelingen. Dit doet hetprogramma onder meer in samenwerking met belangenorganisatieIeder(in).Tot slot vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naar demonitoring. Het is deze leden nog niet helemaal duidelijk hoe demonitoring plaats moet gaan vinden. Daarnaast lezen zij dat het kabinetvan plan is op tweejaarlijkse basis een monitor naar buiten te brengen. Zijvragen het kabinet waarom hij er niet voor kiest om jaarlijks te rappor-teren en aan te sluiten bij de monitor van het College voor de Rechten vande Mens, zodat deze monitor ook ter sprake kan komen bij het jaarlijksdebat in de Tweede Kamer over de implementatie van het VN-verdrag.Eerder informeerde ik u over de wijze waarop monitoring rond hetVN-verdrag handicap in de periode 2018 – 2022 vorm kreeg en hoe er metalle betrokken partners in de aanpak is gekeken naar vernieuwingen in dewijze van monitoring.16 In dat traject is afgesproken om deze vernieuwingte hervatten zodra de Nationale strategie zou zijn vastgesteld, eenmoment dat we nu met elkaar hebben bereikt. Dit met als doel om ervoorte zorgen dat in de wijze van monitoring wordt aangesloten op delevensdomeinen van de strategie en de kernonderdelen uit dewerkagenda. Het denken over de vernieuwing van de monitor wordt dusnu hervat, parallel aan de ontwikkeling van de werkagenda. De keuze vooreen tweejaarlijkse basis voor de monitoring is gemaakt op basis vanervaringen met de monitor in de periode 2018 – 2022. Hieruit bleek datmonitoring om de twee jaar een goed ritme is om ontwikkelingen in detijd te volgen én daarbij nieuwe informatie en inzichten uit achterliggendebronnen te kunnen ontsluiten.In het proces tot vernieuwing van de monitor zal ik ook met het Collegevoor de Rechten van de Mens (hierna: College) spreken. Het College isreeds bij de eerdere stappen in het vernieuwingstraject betrokken engeïnformeerd. Wel geef ik hierbij op voorhand aan dat de monitor van hetCollege op twee belangrijke punten verschilt van de wijze van monitoringrond de Nationale strategie. Allereerst heeft het College op grond vanVN-verdrag handicap artikel 33 lid 2 een eigenstandige en onafhankelijketaak op het gebied van monitoring. Om die reden moet een monitor vande regering rond de strategie hier los van georganiseerd blijven. Tentweede vult het College die taak in door per rapportage één specifiekthema uit het VN-verdrag in haar monitor te belichten, met dus elke keereen ander thema uitgelicht. De monitor van de regering moet ook eenoverkoepelend beeld over meerdere thema’s kunnen schetsen, en diethema’s in de tijd blijven volgen.VVDDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Nationalestrategie rond de positie van mensen met een beperking. Deze ledenvinden het goed te lezen dat mensen met een beperking betrokken zijn bijhet maken van de strategie. Zij hopen dat zij ook betrokken blijven bij deuitwerking van de strategie. Deze leden hebben nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de VVD-fractie merken op dat meerdere ministeries zijnbetrokken bij dit thema. Deze leden moedigen interdepartementalesamenwerking op dit gebied aan. Zij vragen de Minister wel hoe decoördinatie tussen de verschillende ministeries verloopt. Welke rol heeftde Minister daarin?16Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31120 Ik deel de mening van de VVD fractie dat het van belang is dat meerderepartijen in samenhang werken aan de totstandkoming van dewerkagenda. Zoals ik in mijn aanbiedingsbrief aangaf organiseert encoördineert een interdepartementale werkgroep onder voorzitterschapvan VWS de samenwerking binnen de Rijksoverheid. De Ministeries vanVWS, SZW, OCW, IenW, BZK, Justitie en Veiligheid (hierna: JenV),Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK) en Financiën zijn hierinvertegenwoordigd. Gezamenlijk zal er gekeken worden naar concrete enuitvoerbare maatregelen. Sturend op de voortgang en samenhang zijn ergedurende het proces overleggen op DG-niveau.De leden van de VVD-fractie merken verder op dat de Nederlandseeilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba nog niet meedoen aan hetVN-verdrag handicap. Op welke termijn zullen deze eilanden meedoenaan het verdrag?Er is onder meer uitvoeringswetgeving nodig om de burgerlijke enpolitieke rechten uit het verdrag in Caribisch Nederland te laten gelden.Een belangrijke stap hierin is het traject om de gelijke behandelingswet-geving in werking te laten treden voor Caribisch Nederland. Ondertussenwerken uitvoeringsorganisaties, openbare lichamen en departementen inCaribisch Nederland aan het verbeteren van de toegankelijkheid enparticipatie voor mensen met een beperking. Om zo goed mogelijk aan tesluiten bij de lokale context van de eilanden ontwikkelen zij een apartprogramma voor de eilanden, met acties die samen met mensen met eenbeperking, lokale overheden, zorgaanbieders en andere organisaties opde eilanden zijn vastgesteld en die aansluiten bij deze nationale strategie.De leden van de VVD-fractie lezen in de bijlage «Werken aan eensamenleving voor iedereen. Het VN-verdrag handicap in Nederland» datmensen met een beperking vaak gescheiden leven van mensen zonderbeperking en dat het doel is dat in 2040 alle kinderen en jongeren, met enzonder beperking, samen opgroeien. Deze leden onderschrijven hetstreven naar regulier onderwijs met de juiste ondersteuning. Voor eenaantal kinderen met een beperking zal het speciaal onderwijs echter demeest passende vorm blijven. Is de Minister het met deze leden eens dathet gespecialiseerd onderwijs van grote waarde is en behouden moetblijven, juist om kinderen en jongeren met een beperking passendonderwijs te bieden en is de Minister het eens dat ingezet moet wordenop passend onderwijs voor elk individueel kind? Zo ja, hoe verhoudt ditzich tot de genoemde passage in de bijlage?Elk individueel kind heeft recht op onderwijs dat eraan bijdraagt dat hij/zijzich het beste kan ontwikkelen. Het uitgangspunt is dat dit in principethuisnabij op een reguliere school is, met de ondersteuning die daarvoornodig is. Bijvoorbeeld met ondersteuning van experts uit de zorg of hetonderwijs, op het gebied van hoogbegaafdheid of dyslexie. Dit heeft vooriedereen voordelen. Voor het kind betekent dit bijvoorbeeld minderreistijd en meestal meer keuzemogelijkheden dan wanneer deze naar hetspeciaal onderwijs zou gaan. En in algemene zin betekent het bijvoorbeeldeen kleinere druk op het leerlingenvervoer en meer ruimte op hetgespecialiseerd onderwijs voor andere kinderen die dat (tijdelijk) nodighebben. Er zal altijd een groep zijn die (tijdelijk of voor langere tijd) meerextra ondersteuning nodig heeft dan in het reguliere onderwijs kanworden geboden, en voor deze kinderen blijft de mogelijkheid van hetgespecialiseerd onderwijs bestaan. Hierover zal de Minister voor Primairen Voortgezet Onderwijs uw Kamer begin mei 2024 nader over infor-meren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31121 Voorts vragen de leden van de VVD-fractie wat de stand van zaken is metbetrekking tot lopend beleid dat in 2023 afgerond zou moeten zijn. Zolezen deze leden bij vervoer en mobiliteit de doelstelling dat eind 2023 allestations reisassistentie hebben waar NS stopt en die door ProRailtoegankelijk zijn gemaakt.De inventarisatie van lopend beleid is voorzien van aanklikbare verwij-zingen naar achterliggende informatie over dit bestaande beleid. Zo ookvoor het Bestuursakkoord Toegankelijkheid OV 2022–2032. Dit overzichtheeft als doel u inzicht te geven in de raakvlakken tussen dit beleid en hetVN-verdrag Handicap, maar had niet als doel de reguliere informatievoor-ziening over dit beleid aan uw Kamer te veranderen. Voor al dezeachterliggende beleidsaanpakken geldt dat u hierover reeds door mijncollega’s in het kabinet of mijzelf wordt geïnformeerd. Vanuit hetBestuursakkoord Toegankelijkheid OV 2022–2032 werken het Rijk,decentrale ov-autoriteiten, vervoerders, ProRail en belangenorganisatiessamen aan een toegankelijker OV. Eén van de onderdelen van dit lopendebeleid betreft reisassistentie. Reisassistentie is sinds december 2023inderdaad beschikbaar op alle stations waar NS stopt en die door ProRailtoegankelijk zijn gemaakt.De leden van de VVD-fractie merken op dat Nederland vooralsnog geendeel uitmaakt van de pilot European Disability Card. Een belangrijke kaartvoor gehandicapten om zich eenvoudiger door heel Europa te bewegen.Hoe kijkt de Minister hiernaar? Overweegt de Minister om Nederland ookdeel uit te laten maken van de pilot? Krijgt deze kaart ook een rol in deuitvoering van het VN-verdrag handicap?De pilot met een European Disability Card (hierna: EDC) werd van 2016 toten met 2018 gehouden in acht lidstaten van de EU. Voortbouwend op depilot heeft de Europese Commissie op 6 september 2023 een voorstelgedaan voor een definitief EDC. En op 31 oktober 2023 een uitbreidings-voorstel gedaan om de richtlijn van toepassing te verklaren op derde-landers. In eerdere correspondentie aan uw Kamer over de voorstellenvan de Commissie heb ik aangegeven dat Nederland hier positief in staaten de doelen van de EDC onderschrijft.17 Nadat de EDC in Europeesverband is aanvaard, zal het kabinet bezien hoe deze Nederland gaatimplementeren.De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier midden- enkleinbedrijven (mkb’ers) betrokken worden in de uitvoering om deregeldruk voor deze bedrijven, die toch al groot is, binnen de perken tehouden. Wat zal de impact zijn van de uitvoering van de strategie?Ik betrek VNO-NCW en MKB-Nederland bij het proces voor de invullingvan de werkagenda. Daarnaast zal ik in de uitwerking van de werkagendaaandacht houden voor de uitvoerbaarheid van maatregelen voorondernemers.De leden van de VVD-fractie vragen wat de laatste stand van zaken isomtrent het langer en beter beschikbaar maken van hulpmiddelen.Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor hetverstrekken van hulpmiddelen aan burgers die niet meer zelfredzaam zijnen niet meer mee kunnen doen in de samenleving. Als er knelpuntenworden ervaren bij de toegang tot- of verstrekking van hulpmiddelen danis het belangrijk dat overleg hierover plaatsvindt tussen gebruiker,17Kamerstukken II 2023/24, 22 112, nr. 3791 en Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3848Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31122 gemeente en aanbieder (op casusniveau) of tussen aanbieder(koepel) engemeente(koepel) bij vraagstukken van algemene aard.Vanwege meerdere klachten en signalen rondom de toegang tot- enverstrekking van hulpmiddelen heeft VWS in 2019 een landelijk actieteamopgericht. Vervolgens is de VNG op 1 juni 2020 gestart met het projectVerbeteragenda Hulpmiddelen. Dit heeft geleid tot vele handreikingen enconvenanten, zoals het convenant meeverhuizen. Ook zijn afsprakengemaakt over het behouden van Wmo-hulpmiddelen thuis bij hetverhuizen naar een Wlz-instelling.18De leden van de VVD-fractie vragen hoe de monitoring van de strategiewordt vormgegeven. Hoe zorgt de Minister ervoor dat de integralebenadering hierin terugkomt?Eerder informeerde ik u over de wijze waarop monitoring rond hetVN-verdrag handicap in de periode 2018–2022 vorm kreeg en hoe er metalle betrokken partners in de aanpak is gekeken naar vernieuwingen in dewijze van monitoring.19 In dat traject is afgesproken om deze vernieuwingte hervatten zodra de Nationale strategie zou zijn vastgesteld, eenmoment dat we nu met elkaar hebben bereikt. Het denken over devernieuwing van de monitor wordt dus nu hervat, parallel aan deontwikkeling van de werkagenda. In de wijze van monitoring wordtaangesloten op de levensdomeinen van de strategie en de belangrijkeonderdelen uit de werkagenda, hiermee komt een integrale benaderingterug in de wijze van monitoring.De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier gemeenten en deVereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) betrokken worden in degovernance, uitvoering en monitoring van de strategie en de werkagenda.Vertegenwoordigers van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna:VNG) en een aantal individuele gemeenten hebben meegedaan aan destrategiedagen in mei 2023. Zij waren onderdeel van een breder verbandaan partijen, vertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen die inputhebben geleverd tijdens deze strategiedagen. Bij de ontwikkeling van dewerkagenda is de VNG wederom ambtelijk en bestuurlijk betrokken voorde beleidsthema’s met een lokaal component.Bestuurlijk aanjager Guusje ter Horst richt zich daarnaast op de lokaleimplementatie van het VN-verdrag handicap. Om ervoor te zorgen dat allegemeenten uiterlijk in 2025 werk maken van lokaal inclusiebeleid voormensen met een beperking. Hierbij werkt zij samen met de VNG, omgemeenten aan te spreken en hen te ondersteunen bij het ontwikkelen vaneen Lokale Inclusie Agenda.NSCDe leden van NSC-fractie hebben de brief van de Minister met interessegelezen en hebben hierover enkele vragen. In de brief wordt vooralstrategie bepaald en er komt een werkagenda. Deze leden vragen deMinister of en hoe er in de werkagenda concrete doelstellingen wordenopgenomen.18https://vng.nl/artikelen/vng-project-verbeteragenda-hulpmiddelen-handreikingen-convenanten-qas-etc19Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31123 Om de opgenomen doelstellingen in de Nationale strategie te bereikenwerk ik nu, samen met mijn collega’s in het kabinet, aan de werkagenda.Deze werkagenda gaat concrete maatregelen bevatten die bijdragen aande doelstellingen in de Nationale strategie.De leden van de NSC-fractie lezen in het rapport «Waardevol werken, destand van zaken» van Movisie en Divosa uit 2022 dat ruim een miljoenNederlanders geen toegang heeft tot de arbeidsmarkt, ondanks dekrapte.20 Het gaat om mensen met een beperking of kwetsbaarheid,fysiek, verstandelijk, psychisch of sociaal. Om migranten, om ouderen, omlangdurig werklozen. Kan de Minister toelichten wat de resultaten zijn vanhet beleid tot nu toe, zoals de Banenafspraak om extra banen te creëren,het Breed Offensief om drempels op de arbeidsmarkt weg te nemen,Simpel Switchen om de overgangen tussen uitkering en (betaald) werk(en vice versa) te versoepelen en het Sociaal Innovatiefonds om inclusiefwerkgeverschap aan te moedigen? Wat is de analyse van de Minister datnog steeds zoveel mensen met een beperking of kwetsbaarheid opafstand van de arbeidsmarkt staan? Op welke manier gaat de Minister nogmeer prioriteit geven om deze groepen te laten deelnemen aan dearbeidsmarkt zodat het aantal mensen met een beperking of kwets-baarheid dat aan de kant staat flink gereduceerd wordt?Op de huidige krappe arbeidsmarkt is het van belang dat we de talentenvan mensen met een beperking benutten. Het kabinet blijft inzetten opstimulering van het extra arbeidsaanbod en ondersteuning van demensen hierbij. Werk biedt de mensen kansen: naast eigen inkomen, kanwerk ook bijdragen aan zelfontplooiing en welbevinden. Een aanzienlijkegroep mensen staat nog langs de kant. De arbeidsmarkt is nog onvol-doende inclusief. De inventarisatie van lopend beleid die bij de brief van9 februari 202421 over de nationale strategie is gevoegd, geeftvoorbeelden van maatregelen die het kabinet genomen heeft.•Sociaal ontwikkelbedrijven spelen een belangrijke rol bij het aan hetwerk helpen van mensen met een beperking. De afgelopen tijd heeftde Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen nauwsamengewerkt met VNG, Cedris, Divosa, UWV en sociale partners omvarianten uit te werken voor een toekomstbestendige infrastructuurvan sociaal ontwikkelbedrijven. In de brief aan de Tweede Kamer van21 december 202322heeft zij een breed pakket aan maatregelengepresenteerd met incidentele en structurele investeringen.•Verder heeft de banenafspraak tot en met 2022 ruim 81.000 extramensen met een arbeidsbeperking aan het werk geholpen. Met haarbrief van 7 juni 202323heeft de Minister voor Armoedebeleid, Participa-tie en Pensioenen extra maatregelen omtrent de banenafspraakaangekondigd.•Per 1 juli 2023 zijn de meeste maatregelen uit de wet BreedOffensief24in werking getreden. Deze maatregelen beogen ook dearbeidsdeelname van mensen met een beperking (onder meerbehorend tot de doelgroep banenafspraak) te bevorderen. De wetverbetert onder meer het instrument loonkostensubsidie van deParticipatiewet en er zijn meer waarborgen gekomen voor ondersteu-ning op maat. Het kabinet blijft de ontwikkelingen volgen en de inzetvan het instrument bevorderen.20https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2022–06/Waardevol_werken_de_stand_van_zaken.pdf21Kamerstukken II, 2023/24, 24 170, nr. 30922Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 30723Kamerstukken II, 2022/23, 34 352, nr. 28124Wet van 30 november 2022 (Stb. 2022, nr. 499)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31124 •Ook zijn de resultaten van de pilot het Sociaal Innovatiefonds (SIF) totnu toe veelbelovend. Zo hebben de huidige zeven werkgeversdealsbijna 450 inclusieve (duurzame) banen gerealiseerd. De pilot heeft totnu toe uitgewezen dat het fonds financiële drempels voor werkgeversweg kan nemen en tegelijkertijd de verbinding kan leggen met dearbeidsmarktregio.•Verder beoogt het kabinet met het programma Simpel Switchen datmensen makkelijker en veiliger kunnen switchen tussen uitkering enwerk en tussen dagbesteding – beschut werk – banenafspraak –regulier werk. Mede hierom stelt het kabinet in het wetsvoorstelParticipatiewet in Balans voor om de bijverdiengrenzen te verruimenen komen er maatregelen die bijdragen aan het oplossen van de(financiële) problemen rondom het verrekenen van inkomsten uit werkmet de bijstand. Een meerjarige monitor is in ontwikkeling om meerinzicht te krijgen in de data en resultaten van Simpel Switchen.Deze maatregelen dragen reeds bij aan het behalen van de doelstellingenuit de Nationale strategie. Het proces met alle betrokken partners brengtverder in beeld of en wat aan aanvullende maatregelen nodig is en ditleidt tot de uitgewerkte werkagenda.De leden van de NSC-fractie lezen in een onderzoek uit 2021 van de VNGen Movisie dat gemeenten vooral behoefte hebben aan handzamekennisproducten en een (interactieve) website.25 Op welke manier is deMinister bezig om dit te realiseren met de VNG en Movisie?VWS ondersteunt het VNG-project «Iedereen doet mee», om gemeentente voorzien van informatie over het VN-verdrag Handicap en hoe zij lokaalbeleid voor én met mensen met een beperking kunnen ontwikkelen.Vanuit dit project zijn diverse webinars en regionale (live)bijeenkomstengeorganiseerd en diverse handreikingen opgesteld, zoals de handreikingLokale Inclusie Agenda.26 Ook is het VN-verdrag Handicap en de lokaleimplementatie van dit verdrag een onderdeel van het werkprogrammavan Movisie. Movisie voert onder andere een jaarlijks onderzoek uit ondergemeenten hoe de lokale implementatie van het VN-verdrag Handicapverloopt.Bestuurlijk aanjager Guusje ter Horst richt zich daarnaast op de lokaleimplementatie van het VN-verdrag handicap. Om ervoor te zorgen dat allegemeenten uiterlijk in 2025 werk maken van lokaal inclusiebeleid voormensen met een beperking. Hierbij werkt zij samen met de VNG, omgemeenten aan te spreken en hen te ondersteunen bij het ontwikkelen vaneen Lokale Inclusie Agenda.Tenslotte vinden de leden van de NSC-fractie dat de overheid hetvoorbeeld moet geven bij inclusief beleid en toegankelijkheid. Concreet ishet gebouw van de Tweede Kamer niet goed toegankelijk voor mensenmet een rolstoel. Op welke manier gaat de Minister haast maken om hethuidige Tweede Kamergebouw meer rolstoeltoegankelijk te maken?Bij renovaties en nieuwbouw van rijkskantoren wordt het niveau van deIntegrale Toegankelijkheidsstandaard (ITs2012) als norm gehanteerd. Dit iseen breed erkende standaard voor toegankelijk bouwen. Door toepassingvan deze norm worden rijkskantoren geleidelijk steeds toegankelijker. Ookwordt gewerkt aan een nationale standaard die nog beter invulling geeftaan integrale toegankelijkheid.25https://vng.nl/sites/default/files/2021–06/trendrapportage_implementatie_vn-verdrag_handicap_in_gemeenten_2018-2021.pdf26https://vng.nl/artikelen/handreiking-lokale-inclusie-agenda.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31125 In de tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer voldoet het gehelepublieke gedeelte aan ITs. Voor de zones buiten het publieke gebied is hierzoveel als mogelijk rekening mee gehouden en is de afspraak gemaakt datoplossingen op maat worden verzorgd in nauw overleg met de gebouw-gebruiker. Er is altijd ruimte om zo goed mogelijk tegemoet te komen aanspecifieke behoeftes van gebouwgebruikers, die tijdens het gebruik aanhet licht komen. Zo heeft het Rijksvastgoedbedrijf, na overleg met deTweede Kamer, aanpassingen gedaan om drempels te weg te nemen, ommeer contrast op wegwijzers aan te brengen, knoppenpanelen in liften teverlagen en is automatische bediening aangebracht op de deuren van dehuidige plenaire zaal van de Tweede Kamer waardoor deze makkelijker teopenen zijn.D66De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief en de bijbehorende strategie voor de implementatie van hetVN-verdrag handicap. Deze leden hebben nog enkele vragen en opmer-kingen over de stukken.De leden van de D66-fractie lezen dat de planning is dat de werkagenda inhet vierde kwartaal van 2024 met de Tweede Kamer zal worden gedeeld.De voorbereidingen daarvoor zijn reeds gestart, maar de Ministervermeldt ook dat de inhoudelijke en financiële afweging over dewerkagenda aan een volgend kabinet is. Deze leden hopen dat de Ministerbedoelt dat dit alleen aan een volgend kabinet is wanneer hij aantreedt. Indemissionaire staat kan de huidige Minister doorgaan met het voorbe-reiden en voor zover mogelijk uitvoeren van de werkagenda. Deelt deMinister deze overtuiging van deze leden?In mijn aanbiedingsbrief kon ik u een inkijk geven in het inclusieveontwerpproces dat aan de basis stond van de vorming van de Nationalestrategie. Net als bij de strategie het geval was, vergt het opstellen van dewerkagenda een dergelijk proces met ruimte voor een goede betrok-kenheid van ervaringsdeskundigen, ondernemers, gemeenten, overigeorganisaties en alle betrokken departementen. Het kost tijd om met aldeze partijen een zorgvuldig proces te doorlopen. Op dit onderdeel vanhet vervolgproces is nu ten eerste mijn inzet gericht en de tijd in 2024 isvolop nodig om vanuit dit proces tot een volledige werkagenda te komen.In mijn aanbiedingsbrief heb ik verder aangegeven dat de demissionairestatus van het kabinet van invloed is op het wegen van eventuelebeleidsmatige en/of budgettaire consequenties. Dit kan ook invloedhebben op de aanpak rond de werkagenda en de planning.De leden van de D66-fractie constateren dat de Minister een overzichtheeft gestuurd van lopend en voorgenomen beleid rondom hetVN-verdrag handicap. Deze leden vragen de Minister dit overzicht aan tepassen, zodat ook duidelijk is wat de actuele stand van zaken is van ditgeplande beleid en in hoeverre het beleid is doorberekend of begroot.Bij de aanbieding van de Nationale strategie stuurde ik u een inventari-satie van bestaand beleid dat bijdraagt aan de doelstellingen van deNationale strategie. Deze inventarisatie is bovendien voorzien vanaanklikbare verwijzingen naar achterliggende informatie over ditbestaande beleid. Bijvoorbeeld de mantelzorgagenda 2023–2026 of hetprogramma «een thuis voor iedereen». Dit overzicht heeft als doel uinzicht te geven in de raakvlakken tussen dit beleid en het VN-verdragHandicap, maar had niet als doel de reguliere informatievoorziening overdit beleid aan uw Kamer te veranderen. Voor al deze achterliggendebeleidsaanpakken geldt dat u hierover reeds door mijn collega’s in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31126 kabinet of mijzelf wordt geïnformeerd. Financiële informatie overspecifieke maatregelen, activiteiten en projecten wordt bovendien viadepartementale begrotingen verantwoord.De leden van de D66-fractie lezen dat mensen met een beperking nog tevaak drempels in de samenleving ervaren. Deze leden zien graag eenverheldering hoe vaak dit precies voorkomt en of ook wordt gemonitordom wat voor soort drempels dit gaat. Ondanks dat deze leden zien dat erveel betrokkenheid is bij de implementatie van een Nationale strategie,mag in gevallen de ambitie omhoog worden bijgesteld. Zo schrijft deMinister dat er in 2025 minstens tien inclusiepacten gevormd moeten zijn,maar ook dat de helft van de gemeenten géén lokaal inclusiebeleiduitvoert. Deze leden zien graag een aanscherping van deze gesteldedoelen. Waarom ligt de lat niet hoger, en welke rol neemt de Minister omgemeenten en andere overheden te bewegen om aan de gestelde doelente voldoen?Wat betreft de inclusiepacten ben ik hard aan de slag om de eerdergestelde doelstelling te verwezenlijken om in 2025 minstens 10 inclusie-pacten te hebben ontwikkeld. Zoals ik in de aanbiedingsbrief bij deNationale strategie aangaf: er zijn nu o.a. in het praktijk- en voortgezetspeciaal onderwijs van de regio Zwolle, in de revalidatiesector en binnende gemeente Deventer op het thema inclusieve generatie voorstellen voorinclusiepacten ontwikkeld. En deze pacten gaan vanuit een kleinschaligerschaalniveau concrete resultaten en aanknopingspunten opleveren voorlandelijke vernieuwingen. In 2024 ontwikkelen initiatiefnemers op diverseandere terreinen voorstellen voor pacten, waarmee doorgewerkt wordtaan de gestelde doelstelling voor 2025.Ten aanzien van de inzet van gemeenten is het mijn ambitie en de ambitievan bestuurlijk aanjager Guusje ter Horst dat in 2025 alle Nederlandsegemeenten lokaal inclusiebeleid ontwikkelen of uitvoeren, bijvoorbeeld inde vorm van de lokale inclusie agenda. Bestuurlijk aanjager Guusje terHorst werkt hierbij samen met de VNG, om gemeenten aan te spreken enhen te ondersteunen bij het ontwikkelen van een Lokale Inclusie Agenda.In het algemeen zien de leden van de D66-fractie dat er op de zevengeïdentificeerde leefdomeinen goede doestellingen zijn geformuleerd.Tegelijkertijd vraagt het ook om een verduidelijking over prioritering enover wat ervoor nodig is om de doelstellingen te halen. Deze leden ziengraag een toelichting van de Minister in hoeverre er wetgevingstrajectennodig zijn om de doelstellingen te behalen.Zoals ik heb toegelicht in mijn aanbiedingsbrief bij de Nationale strategie:bij de ratificatie heeft het kabinet uiteengezet hoe het VN-verdraghandicap zich reeds verhoudt tot Nederlandse wet- en regelgeving.27Recente vernieuwingen zijn de aanpassing van artikel 1 van de Grondwet,het principebesluit tot invoering van het facultatief protocol bij hetVN-verdrag handicap28 en het wetsvoorstel tot invoering van de EuropeseToegankelijkheidsrichtlijn.Op elk van de afzonderlijke domeinen van de Nationale strategie zijn erbovendien specifieke wettelijke kaders die het beleid voor het vergrotenvan de mogelijkheden van mensen met een beperking verder inrichten.Deze kaders heb ik in mijn aanbiedingsbrief toegelicht. Dit bestaandewettelijk kader is nu het vertrekpunt voor het verder werken aan toeganke-27In de memorie van toelichting bij de aangenomen goedkeuringswet rond het VN-verdraghandicap (2016).28Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 284.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31127 lijkheid en inclusie en het invulling geven aan de werkagenda. Op ditmoment zijn verdere wettelijke vernieuwingen rond het VN-verdragdaarom nog niet aan de orde. Wel zal ik, met mijn collega’s in het kabinet,in het proces tot invulling van de werkagenda steeds afwegen ofbestaande wet- en regelgeving aanpassing behoeft om waar nodigknelpunten op te lossen of de ambitie verder te ondersteunen.In hoeverre is er een specifieke prioritering die de Minister voor ogenheeft (en mogelijk zal doorgeven aan haar opvolger) als het gaat over dedoelstellingen? Wat zijn de grootste bedreigingen om aan de doelstel-lingen te voldoen, zo vragen deze leden.Bij de invulling van de doelstellingen van de levensdomeinen is in deNationale strategie gekeken vanuit een brede, integrale blik.29 Levensdo-meinen zijn met elkaar verbonden en hebben invloed op elkaar. Verbe-tering in het onderwijs leidt bijvoorbeeld tot meer perspectief op werk.Verbetering van de rechtspositie kan leiden tot een hoger welzijnsniveau.Juist om die reden is er geen prioritering in de doelstellingen van delevensdomeinen aangebracht en wordt elk van de doelstellingen in dewerkagenda nader uitgewerkt. Wel kunnen de betrokken partners in hetproces van de werkagenda afspraken maken over welke maatregelenonder de doelstellingen veel prioriteit krijgen.De kracht achter de totstandkoming van de Nationale strategie is hetproces met ruimte voor een goede betrokkenheid van ervaringsdeskun-digen en hun vertegenwoordigende organisaties, ondernemers,gemeenten, overige organisaties en alle betrokken departementen. Debelangrijkste uitdaging is om voor de werkagenda wederom de tijd tecreëren en de betrokkenheid te organiseren.BBBDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Nationalestrategie rond de positie van mensen met een beperking. Deze ledenhebben nog een aantal vragen. Om te beginnen lezen de leden van deBBB-fractie dat in 2040 mensen met een beperking altijd betrokken zijn bijhet beleid door de Nederlandse overheid. Mensen met een beperkinghebben inspraak bij het maken, uitvoeren en beoordelen van beleid dathen aangaat. Kan de Minister deze leden inzicht geven in hoe deuitvoering hiervan eruit gaat zien, worden er enquêtes gehouden ofregelmatige afspraken met mensen met een beperking die de praktijkervaren?Het samenwerken met vertegenwoordigende organisaties en mensen opwie beleid invloed heeft, staat centraal in de stappen van hetBeleidskompas.30Hoe mensen met een beperking precies betrokkenworden bij het maken, uitvoeren en beoordelen van beleid is afhankelijkvan het type beleids- of wetgevingstraject. In mijn brief van 5 juli 2023 hebik u informatie gestuurd over hoe deze werkwijze nu binnen het Rijk vormkrijgt en hierbij ook een aantal voorbeelden geschetst, zoals de samen-werking met ervaringdeskundigen in het Bestuursakkoord ToegankelijkOV, in het Gebruikernetwerk Digitale Incusie en bij de aanpak SimpelSwitchen.3129Zie Nationale Strategie, p. 20.30https://www.kcbr.nl/beleid-en-regelgeving-ontwikkelen/beleidskompas31Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 287Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31128 Wat ik belangrijk vind is dat de mensen en organisaties die meepraten eengoede representatie zijn van de groep mensen met een beperking wie hetbeleid aangaat. En dat hun inbreng serieus genomen wordt. Tijdens deontwikkeling van de werkagenda doe ik daar, samen met mijn collega’s inhet kabinet, ook zelf opnieuw ervaring mee op. Ik benut daarbij deervaring en geleerde lessen uit het co-creatieve proces dat geleid heeft totde Nationale strategie.Ook lezen de leden van de BBB-fractie dat in 2040 de overheid rekeninghoudt met de eigen regie van mensen. Mensen met een beperking krijgenondersteuning bij het maken van keuzes als zij dat willen. Mensen meteen beperking kunnen zelf keuzes maken over hun levenswijze en kunnendaarbij onafhankelijke ondersteuning krijgen. Hoe ziet deze onafhankelijkeondersteuning eruit?Een voorbeeld van wat hier wordt bedoeld, is dat alle gemeentenonafhankelijke clientondersteuning aanbieden. Onafhankelijke clienton-dersteuning houdt in dat het belang en perspectief van de persoon meteen ondersteuningsvraag centraal staan, de clientondersteuner staatnaast de persoon. De persoon met een ondersteuningsvraag wordt dus opverzoek ondersteund bij het aanvragen van ondersteuning en zorg.Onafhankelijke clientondersteuning kan bijvoorbeeld helpen bij het inkaart brengen van de verschillende opties, mogelijkheden en gevolgenhiervan en dit op een begrijpelijke manier te bespreken.Verder lezen de leden van de BBB-fractie dat in 2040 de overheid altijddenkt aan toegankelijkheid bij het maken van beleid. Op dit moment gaatdit nog niet goed als er bijvoorbeeld gekeken wordt naar de toeganke-lijkheid van het ov. Daarom vragen deze leden wat de Minister nu gaatdoen waardoor dit wel wordt verbeterd.De afgelopen jaren is er hard gewerkt aan het verbeteren van de toegan-kelijkheid van het openbaar vervoer. Het uiteindelijke doel is om hetopenbaar vervoer voor iedereen toegankelijk te maken in 2040, conformhet VN-verdrag Handicap. Dit is reeds vastgelegd in het ToekomstbeeldOV. De spoorsector werkt hier sinds 2006 aan via het ImplementatieplanToegankelijkheid. Hiermee wordt in totaal ongeveer € 550 miljoengeïnvesteerd in betere toegankelijkheid van stations, waaronder de aanlegvan liften en hellingbanen. Deze inspanningen staan niet op zichzelf, maarmoeten worden gezien in de bredere context van internationaleverdragen, Europese en nationale wet- en regelgeving en (interdeparte-mentale) beleidsprogramma’s om reizen met het openbaar vervoer voormensen met een beperking te verbeteren. Zo zijn sinds respectievelijk2011 en 2012 het Besluit en de Regeling toegankelijkheid van hetopenbaar vervoer van kracht.Voorts geeft het Ministerie van IenW onder meer met het Bestuursakkoordtoegankelijkheid 2022–2032 samen met decentrale ov-autoriteiten,vervoerders, ProRail en belangenorganisaties van mensen met eenbeperking verder invulling aan de ambitie om vanuit het VN-verdraghandicap de toegankelijkheid van het openbaar vervoer te vergroten. Voorde laatste stand van zaken op het gebied van toegankelijkheid in het ovverwijs ik u naar de Kamerbrief van 8 maart 2023.32Zal er meer overleg en samenwerking plaatsvinden tussen de ministeries?32Kamerstukken II, 2023/24, 23 645, nr. 819.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31129 Zoals ik in mijn aanbiedingsbrief bij de Nationale strategie aangaforganiseert en coördineert een interdepartementale werkgroep ondervoorzitterschap van VWS de samenwerking binnen de Rijksoverheid. DeMinisteries van VWS, SZW, OCW, IenW, BZK, JenV, EZK en Financiën zijnhierin vertegenwoordigd. Gezamenlijk zal er gekeken worden naarconcrete en uitvoerbare maatregelen. Sturend op de voortgang ensamenhang zijn er gedurende het proces overleggen op DG-niveau.Daarnaast lezen de leden van de BBB-fractie dat in 2040 de overheid altijdrekening houdt met de bestaanszekerheid van mensen met een beperking.Werken voor mensen met een beperking is net zo gewoon als voormensen zonder beperking. Er zijn voldoende passende banen en gelijkekansen op werk en inkomen. Hoe wil de Minister ervoor zorgen dat hetvoor iedereen met een uitkering en een beperking mogelijk wordt om destap naar betaald werk te zetten?In de brief van 9 februari 2024 worden voorbeelden van de aanpakgenoemd: de banenafspraak, het Breed Offensief, de pilot SociaalInnovatiefonds en het programma Simpel Switchen.•De banenafspraak heeft tot en met 2022 ruim 81.000 extra mensen meteen arbeidsbeperking aan het werk geholpen. Met haar brief van 7 juni202333 heeft de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioe-nen extra maatregelen omtrent de banenafspraak aangekondigd.•Per 1 juli 2023 zijn de meeste maatregelen uit de wet Breed Offensief34in werking getreden. Deze maatregelen beogen ook de arbeidsdeel-name van mensen met een beperking (onder meer behorend tot dedoelgroep banenafspraak) te bevorderen. De wet verbetert onder meerhet instrument loonkostensubsidie van de Participatiewet en er zijnmeer waarborgen gekomen voor ondersteuning op maat. Het kabinetblijft de ontwikkelingen volgen en de inzet van het instrumentbevorderen.•Ook zijn de resultaten van de pilot het Sociaal Innovatiefonds (SIF) totnu toe veelbelovend. Zo hebben de huidige zeven werkgeversdealsbijna 450 inclusieve (duurzame) banen gerealiseerd. De pilot heeft totnu toe uitgewezen dat het fonds financiële drempels voor werkgeversweg kan nemen en tegelijkertijd de verbinding kan leggen met dearbeidsmarktregio.•Verder beoogt het kabinet met het programma Simpel Switchen datmensen makkelijker en veiliger kunnen switchen tussen uitkering enwerk en tussen dagbesteding – beschut werk – banenafspraak –regulier werk. Mede hierom stelt het kabinet in het wetsvoorstelParticipatiewet in Balans voor om de bijverdiengrenzen te verruimenen er komen maatregelen die bijdragen aan het oplossen van de(financiële) problemen rondom het verrekenen van inkomsten uit werkmet de bijstand. Een meerjarige monitor is in ontwikkeling om meerinzicht te krijgen in de data en resultaten van Simpel Switchen.•Sociaal ontwikkelbedrijven spelen tenslotte ook een belangrijke rol bijhet aan het werk helpen van mensen met een beperking. De afgelopentijd heeft de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenennauw samengewerkt met VNG, Cedris, Divosa, UWV en socialepartners om varianten uit te werken voor een toekomstbestendigeinfrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. In de brief aan deTweede Kamer van 21 december 202335heeft zij een breed pakket aanmaatregelen gepresenteerd met incidentele en structurele investerin-gen.33Kamerstukken II, 2022/23, 34 352, nr. 28134Wet van 30 november 2022 (Stb. 2022, nr. 499)35Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 307Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31130 Deze maatregelen dragen reeds bij aan het behalen van de doelstellingenuit de Nationale strategie. Het proces met alle betrokken partners brengtverder in beeld of en wat aan aanvullende maatregelen nodig is en ditleidt tot de uitgewerkte werkagenda.De leden van de BBB-fractie lezen dat in 2040 kinderen en jongeren meten zonder beperking samen opgroeien. Wat gaat de Minister doen om hetsociale aspect hiervan te verbeteren, want jongeren met en zonderbeperking samen te laten opgroeien is alleen mogelijk als jongeren meteen beperking niet alleen maar worden gezien als het label dat demaatschappij hen heeft opgeplakt? Hoe kan er worden gestimuleerd ommeer Samen naar School (SnS-)scholen in te richten? Wat is daarvoornodig van de overheid en in hoeverre is daar een samenspel met hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)? Verder zijnSnS-scholen heel succesvol. Hier groeien kinderen met een beperking op,samen met kinderen zonder beperking. Ze hebben een sociaal leven, wanter wordt met elkaar gespeeld, geleerd en de kinderen worden bijvoor-beeld ook uitgenodigd voor verjaardagsfeestjes. De kinderen zonderbeperking leren omgaan met kinderen met een beperking en zullen zo, alsze volwassen zijn, mensen met een beperking eerder accepteren, omdatze ermee bekend zijn. Hoe gaat de Minister dit soort initiatieven brederuitrollen met het oog op de Nationale strategie? Tot slot, ook op hetgebied van onderwijs en ontwikkeling zijn doelstellingen gesteld. Mensenmet een beperking moeten toegang hebben tot verschillende vormen vanonderwijs en ontwikkeling.Samen naar schoolklassen (hierna: SNS-klassen) zijn een goed middel omkinderen met en zonder beperking elkaar meer te laten ontmoeten enwaar mogelijk samen onderwijs te laten volgen. Er zijn op dit moment almeer dan 50 SNS-klassen, en dit aantal groeit nog verder. Voor onder-steuning van de SNS-klassen hebben de Ministeries van VWS en OCWeerder een handreiking laten ontwikkelen voor het opzetten van dit soortinitiatieven in het primair onderwijs, samen met o.a. de Stichting HetGehandicapte Kind en de PO-Raad. Daarnaast wordt er subsidie verstrektvoor het ondersteunen van startende initiatieven door experts. Devolgende stap is dat met het veld wordt bezien wat er nodig is om ook inhet voortgezet onderwijs SNS-klassen op te kunnen zetten. Het isbelangrijk om het mogelijk te maken dat kinderen en jongeren met enzonder een beperking samen kunnen opgroeien. Dit beoogt OCW doorthuisnabij onderwijs meer mogelijk te maken. Hierover zullen de Ministervoor Primair en Voortgezet Onderwijs en de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport uw Kamer begin mei 2024 nader overinformeren.Verder moet zorg en ondersteuning aansluiten bij de behoeften vanmensen met een beperking, ongeacht waar zij wonen. Deze leden vragenhoe de regio betrokken wordt bij dit voorstel.De komende periode gaan we gezamenlijk met allerlei partijen aan de slagom de maatregelen voor de werkagenda op te stellen voor de komendejaren. Ervaringsdeskundigen en hun vertegenwoordigende organisatiesspelen hierin een belangrijke rol, maar ook andere partijen zoalsgemeenten en zorgaanbieders.Het streven is om een diversiteit van stakeholders hierbij te betrekkenvanuit de verschillende regio’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31131 CDAAlgemeen. De leden van de CDA-fractie zijn positief gestemd dat decontouren van de Nationale strategie voor mensen met een handicap naarde Tweede Kamer is gestuurd. En dat hiermee uitvoering wordt gegevenaan de motie Werner c.s.36, de toezegging aan het lid Werner bij hetcommissiedebat gehandicaptenbeleid gehouden op 5 oktober 2023 en heteerste deel van de motie Krul en Westerveld.37 De leden van deCDA-fractie vinden het goed dat de Tweede Kamer op deze manierbetrokken wordt om het verdere proces van de werkagenda richting tegeven. Deze leden zijn heel positief dat mensen met een handicapbetrokken zijn bij de totstandkoming van de Nationale strategie. Hoe denktde Minister de monitoring van de strategie vorm te geven? Hoe komt datin de integrale benadering terug?Eerder informeerde ik u over de wijze waarop monitoring rond hetVN-verdrag handicap in de periode 2018 – 2022 vorm kreeg en hoe er metalle betrokken partners in de aanpak is gekeken naar vernieuwingen in dewijze van monitoring.38 In dat traject is afgesproken om deze vernieuwingte hervatten zodra de Nationale Strategie zou zijn vastgesteld, eenmoment dat we nu met elkaar hebben bereikt. Het denken over devernieuwing van de monitor wordt dus nu hervat, parallel aan deontwikkeling van de werkagenda. In de wijze van monitoring wordtaangesloten op de levensdomeinen van de strategie en de belangrijkeonderdelen uit de werkagenda, hiermee komt een integrale benaderingterug in de wijze van monitoring.(b) de bedoeling en de status van de Nederlandse strategie.De leden van de CDA-fractie vragen waarom er gekozen is de stip op dehorizon in 2040 te zetten. Deze leden begrijpen dat sommige verande-ringen langere tijd in beslag nemen en dat er soms naar «iets» moetworden toegewerkt, maar het lijkt hen raadzaam om zowel op korte alslange termijn doelen te stellen. Ziet de Minister dit punt ook en zo ja, hoewil zij dit vorm geven?De leden van de CDA-fractie constateren dat het probleem van stippen opde horizon is dat die kunnen vervagen doordat ze ver weg zijn en deNationale strategie dan niet de prioriteit krijgt die het verdient. Hoeverhoudt de tijdlijn met betrekking tot de werkagenda zich tot delangetermijntijdlijn van de strategie? Het gaat deze leden er ook om dat ermeer bewustwording ontstaat bij andere departementen (naast VWS),maatschappelijke organisaties, lokale overheden, provinciale overhedenen bedrijven. Wat betekent dit beleid en/of de uitvoering daarvan voormensen met een handicap?De Nationale strategie beschrijft wat we in 2040 bereikt willen hebben.Daarvoor werken we met een werkagenda met een looptijd van vijf jaar,waarin we beschrijven wat we gaan doen om de doelstellingen tebereiken. Aan het einde van die looptijd zullen we de werkagendaherijken. We zullen in de werkagenda realistisch zijn: niet alles kan in kortetijd en voor sommige ambities is een langere adem dan 5 jaar nodig.Tegelijkertijd moeten we zaken die snel kunnen niet uitstellen en daaromin de werkagenda haalbare, ambitieuze en realistische doelen stellen.Door iedere vijf jaar de werkagenda te herijken en nieuwe ambities tebepalen, willen we borgen dat de ambities niet achter de horizon36Kamerstuk 36 200 XVI, nr. 70.37Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 64.38Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31132 verdwijnen. Door de werkagenda gezamenlijk met ervaringsdeskundigenen hun vertegenwoordigende organisaties, de verschillende departe-menten, andere overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organi-saties te ontwikkelen, werken we tegelijk aan een grotere bewustwordingover het belang van verbeteringen.Wat deze leden niet duidelijk is, is welk departement nu eindverantwoor-delijk wordt voor de Nationale strategie. Blijft dat het Ministerie van VWS?Zo ja, hoe zorgt de Minister er dan voor dat de focus breder is en blijft?De doelstellingen uit de Nationale strategie beslaan de beleidsterreinenvan meerdere departementen. De Ministeries van SZW, OCW, IenW, BZK,JenV, EZK en Financiën zijn dan ook vanaf het begin van het procesbetrokken bij de invulling van de werkagenda. Zij committeren zichhiermee ook aan de inhoud en het behalen van de doelstellingen die in dewerkagenda worden uitgewerkt. En zijn verantwoordelijk voor demaatregelen die binnen hun beleidsterrein vallen. Zelf neem ik dezeverantwoordelijkheid op de beleidsterreinen van zorg, welzijn en sport enheb ik een coördinerende rol bij de werkagenda als geheel.De leden van de CDA-fractie vinden het heel belangrijk dat het perspectiefniet zorg is, maar het potentieel van de groep mensen met een handicapzelf. Deelt de Minister dit uitgangspunt?Ja, de Nationale strategie voor het VN-verdrag handicap gaat daarom uitvan het sociaal model: niet de beperking is het probleem, maar de manierwaarop de samenleving is ingericht. De kern van dit model is dat eenhandicap vooral ook door ontoegankelijkheid ontstaat; door de manierwaarop dingen zijn georganiseerd of gemaakt.(c) Vooruitblik op de vertaling van de strategie van de werkagenda.De leden van de CDA-fractie vragen op welke manier de list of issueswordt betrokken bij het ontwerpen van de Nationale strategie. En wordtde list of issues meegenomen in of bij het opstellen van de werkagenda’s?De list of issues heb ik bij het opstellen van de Nationale strategiegebruikt.39 Ook bij de invulling van de werkagenda neem ik de list ofissues mee bij het kijken naar passende maatregelen die bijdragen aan hetrealiseren van de doelstellingen.De leden van de CDA-fractie lezen dat de interdepartementale werkgroeprond het VN-verdrag handicap de samenwerking binnen de Rijksoverheidrond de werkagenda gaat organiseren. Hoe moeten deze leden dit lezen?Waar wordt de interdepartementale werkgroep precies verantwoordelijkvoor en hoeveel keer per jaar komt deze werkgroep bij elkaar?De doelstellingen uit de Nationale strategie beslaan de beleidsterreinenvan meerdere departementen. De ministeries zijn individueel verantwoor-delijk voor het opstellen en uitvoeren van de maatregelen die onder hunbeleidsterrein vallen. De interdepartementale werkgroep komt elke 4weken samen en coördineert de samenwerking tussen departementen opde werkagenda. In ieder geval de Ministeries van VWS, SZW, OCW, IenW,BZK, JenV, EZK en Financiën zijn in de werkgroep vertegenwoordigd.39Kamerstukken II 2021/22, 24 170, nr. 268.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31133 (d) Aansluiting tussen de strategie en lopend beleidDe leden van de CDA-fractie vinden het positief inzicht te hebben in al hetlopende beleid en alle initiatieven op de verschillende departementen.Deze leden snappen ook dat het kabinet dit als vertrekpunt heeft gekozen.Maar wat is het vervolg hierop? Wat deze leden interessant zoudenvinden, is om de projecten en het lopende beleid ook eens te bezien metde blik «welke projecten lopen goed en hebben de grootste kans om teslagen?». Waarom nu juist die projecten of beleidsdoelen? Het lijkt dezeleden, dat wij hier «ons» voordeel mee kunnen doen.Ik neem de suggestie van de CDA-fractie over om de inventarisatie lopendbeleid op deze manier als bron te gebruiken bij de totstandkoming van dewerkagenda.Tenslotte willen zij aangeven dat er veel onderzoek naar mensen met eenhandicap is gedaan. Wordt dat ook betrokken bij de uitwerking van dewerkagenda?Onderzoek dat reeds beschikbaar is of binnenkort zal verschijnen, zalinderdaad als bron van kennis worden benut bij de ontwikkeling van dewerkagenda. Een voorbeeld is het onderzoek van het Nibud naarmeerkosten van het leven met een beperking voor verschillendehuishoudens in verschillende inkomenssituaties dat in de tweede helft van2024 verschijnt.SPDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavigestukken en hebben hier nog een aantal vragen en opmerkingen over. Deleden van de SP-fractie vinden het positief dat er wordt gewerkt aan hetverbeteren van de positie van mensen met een beperking. Tegelijkertijdmerken deze leden op dat er met deze strategie nog niet concreet ietsgebeurt om deze positie te verbeteren, daarvoor is het nog noodzakelijkom verdere stappen te zetten.De leden van de SP-fractie merken daarnaast op dat er expliciet geennieuw beleid wordt aangekondigd om de positie van mensen met eenbeperking te verbeteren en dat de Minister dit besluit in haar brief vooralonderbouwt door te wijzen op de demissionaire status van het kabinet.Deze leden wijzen er echter op dat de problemen van mensen met eenbeperking niet opeens kleiner of minder urgent zijn, omdat het kabinet hetniet eens kon worden over het migratiebeleid.Zoals ik in mijn aanbiedingsbrief toelichtte: de Nationale strategie is eenfundament op basis waarvan het kabinet en daaropvolgende kabinettensamen met alle partners nieuwe initiatieven en activiteiten aan devoortdurende implementatie van het VN-verdrag handicap kunnenverbinden. De eerstvolgende stap is nu om te komen tot een werkagenda.Graag had ik u deze werkagenda reeds tezamen met deze strategiegepresenteerd. Net als bij de strategie het geval was, vergt het opstellenvan de werkagenda echter een intensief en co-creatief proces met ruimtevoor een goede betrokkenheid van ervaringsdeskundigen, ondernemers,gemeenten, overige organisaties en alle betrokken departementen. Eengrondige uitwerking is nodig om de werkagenda robuust, toekomstbe-stendig, gedragen en effectief te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31134 Bij de aanbieding van de Nationale strategie stuurde ik u tevens eeninventarisatie van bestaand beleid dat bijdraagt aan de doelstellingen vande Nationale strategie. Uiteraard blijft dit beleid in werking terwijl deontwikkeling van de werkagenda vorm krijgt.De leden van de SP-fractie vragen de Minister tot slot hoe het nu gaat metde ratificatie van het facultatief protocol bij het VN-verdrag handicap. Is ditproces inmiddels al afgerond? Zo nee, wanneer zal dit wel het geval zijn?Het kabinet heeft het principebesluit genomen om het facultatief protocolbij het VN-verdrag handicap te ratificeren. Mei 2023 heeft u de Kamerbriefontvangen waarin dit principebesluit verwoord stond.40 De voorbereidingvan het goedkeuringsproces voor het protocol bij het VN-verdraghandicap is vervolgens gestart. Een eerste stap in dit proces is hetopstellen van een nadere beleidsreactie over de voorlichting van de Raadvan State, die een basis vormde voor het genomen principebesluit. Hetopstellen en afstemmen van deze reactie nam de afgelopen periode meertijd in beslag dan verwacht, maar ik zal u deze beleidsreactie spoedigtoesturen. Daarnaast zijn de goedkeuringsstukken voor het facultatiefprotocol bij het VN-verdrag handicap in voorbereiding. De goedkeurings-stukken worden na instemming van de ministerraad en na ontvangst vanhet advies van de Raad van State bij het parlement ingediend teruitdrukkelijke goedkeuring. Mijn verwachting is dat dat uiterlijk in heteerste kwartaal van 2025 zal gebeuren.SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdraghandicap. Deze leden juichen het toe dat het kabinet zich tot 2040langjarig committeert aan het verbeteren van de positie van mensen meteen beperking. Verder vinden zij het terecht dat de strategie integraalwordt benaderd. Zij hebben nog een aantal vragen over de strategie,mede in het licht van de nog te verwachten werkagenda die aan eennieuw kabinet wordt overgelaten.De leden van de SGP vragen de Minister toe te lichten hoe zij ervoor wilzorgen dat de strategie inderdaad over kabinetsperiodes heen en integraalwerkt. Hoe bewaakt de Minister de samenhang in de uitvoering doorministeries, gemeenten, uitvoeringsorganisaties, vertegenwoordigendeorganisaties en andere betrokken partijen?Ik deel de mening van de SGP fractie dat het van belang is dat meerderepartijen in samenhang werken aan de totstandkoming van dewerkagenda. Zoals ik in mijn aanbiedingsbrief aangaf organiseert eeninterdepartementale werkgroep de samenwerking binnen de Rijks-overheid. De Ministeries van VWS, SZW, OCW, IenW, BZK, Justitie enVeiligheid, Jen, EZK en Financiën zijn hierin vertegenwoordigd.Gezamenlijk zal er gekeken worden naar concrete en uitvoerbaremaatregelen. Sturend op de voortgang en samenhang zijn er gedurendehet proces overleggen op DG-niveau.Verder is het voor het realiseren van de samenhang waar de SGP fractienaar vraagt van belang dat er voor de werkagenda een intensief enco-creatief proces met ruimte voor een goede betrokkenheid vanervaringsdeskundigen, ondernemers, gemeenten en overige organisatiesplaatsvindt.40Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 284.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31135 De leden van de SGP-fractie lezen dat het opstellen van de werkagendaeen intensief en co-creatief proces is, dat ook afhankelijk is van dekabinetsformatie. Kan de Minister toelichten hoe dit proces de komendemaanden wordt vormgegeven en welke stappen het kabinet voor zichziet?Verschillende ministeries, decentrale overheden, ervaringsdeskundigen enhun vertegenwoordigende organisaties waren betrokken bij de totstand-koming van de Nationale strategie. In een co-creatief proces zijn zij metelkaar in gesprek gegaan. De nationale strategiedagen in mei 2023 die ikin mijn aanbiedingsbrief beschreef, zijn een onderdeel van die werkwijzegeweest. Ik ga door met deze manier van werken voor de totstandkomingvan de werkagenda. De departementen, ervaringsdeskundigen en hunvertegenwoordigende organisaties zullen, net als bij de strategie het gevalwas, vanaf het begin van dit proces betrokken worden. Dit zorgt voor degoede betrokkenheid en de aandacht voor samenhang waar de leden vande SGP-fractie naar vragen. Vanuit mijn coördinerende rol faciliteer ik hetgesprek tussen alle partijen voor de invulling van de werkagenda.De Nationale strategie heeft als horizon 2040, juist om de integralewerkwijze in meerdere kabinetsperiodes te realiseren waar de leden vande SGP-fractie naar vragen. De eerste werkagenda bij de strategie wordtgevormd voor een periode van vijf jaar.Mijn ambitie is om de werkagenda aan het einde van 2024 te kunnenafronden. In mijn aanbiedingsbrief heb ik verder aangegeven dat dedemissionaire status van het kabinet van invloed is op het wegen vaneventuele beleidsmatige en/of budgettaire consequenties. Dit kan ookinvloed hebben op de aanpak rond de werkagenda en de planning.De leden van de SGP-fractie vragen hoe de voortgang van de Nationalestrategie en de werkagenda wordt gemonitord. Hoe wordt gemonitord inhoeverre we op koers zijn voor het behalen van de doelstellingen voor2040? Is of wordt er een nulmeting uitgevoerd? Is het een overweging ombijvoorbeeld een onafhankelijke instantie te betrekken bij de monitoring?Welke organisaties zouden daarvoor in aanmerking kunnen komen?Eerder informeerde ik u over de wijze waarop monitoring rond hetVN-verdrag Handicap in de periode 2018–2022 vorm kreeg en hoe er metalle betrokken partners in de aanpak is gekeken naar vernieuwingen in dewijze van monitoring.41 In dat traject is afgesproken om deze vernieuwingte hervatten zodra de Nationale strategie zou zijn vastgesteld, eenmoment dat we nu met elkaar hebben bereikt. Het denken over devernieuwing van de monitor wordt dus nu hervat, parallel aan deontwikkeling van de werkagenda.In de wijze van monitoring wordt aangesloten op de levensdomeinen vande strategie en de belangrijke onderdelen uit de werkagenda. Samen metde betrokken partners stel ik de uitgangspunten voor de wijze vanmonitoring verder vast. Op basis daarvan kan ik bezien welke instantie debenodigde ervaring en expertise heeft om de monitor vorm te geven.Zijn er wat de Minister betreft naast het staande beleid aanvullendemaatregelen nodig om de gestelde doelen te behalen?Ik ga er van uit dat er naast het huidige beleid aanvullende maatregelennodig zullen zijn, al zal dat per levensdomein en doelstelling in verschil-lende mate het geval zijn. Het proces met alle betrokken partners brengt41Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 287.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31136 dit verder in beeld en leidt tot een uitgewerkte werkagenda. Mijn ambitieis om de werkagenda aan het einde van 2024 te kunnen afronden. In mijnaanbiedingsbrief heb ik verder aangegeven dat de demissionaire statusvan het kabinet van invloed is op het wegen van eventuele beleidsmatigeen/of budgettaire consequenties. Dit kan ook invloed hebben op deaanpak rond de werkagenda en de planning.Ten aanzien van de governance vragen de leden van de SGP-fractie wie ernu precies verantwoordelijk is voor de Nationale strategie. Is dat deMinister? Kan de Minister aangeven of gemeenten en de VNG betrokkenzijn bij de governance, uitvoering en monitoring van de strategie enwerkagenda, mede gelet op lokale plannen die gemeenten ook reedshebben opgesteld om de doelen van het VN-verdrag handicap te behalen?De doelstellingen uit de Nationale strategie beslaan de beleidsterreinenvan meerdere departementen. De ministeries zijn individueel verantwoor-delijk voor het opstellen en uitvoeren van de maatregelen die onder hunbeleidsterrein vallen. Een interdepartementale werkgroep organiseert encoördineert de samenwerking tussen departementen op de werkagenda.Sturend op de voortgang en samenhang zijn er gedurende het procesoverleggen op DG-niveau. Verder betrek ik vanuit het perspectief vangemeenten en ondernemers VNG en VNO-NCW en MKB Nederland bij detotstandkoming van de werkagenda.De leden van de SGP-fractie vragen ten aanzien van vervoer en mobiliteitspecifiek naar het vervoer met Valys. Deze leden krijgen signalen dat dezelandelijke voorziening voor reizigers met een mobiliteitsbeperking nietaltijd levert wat het zou moeten leveren. Zij constateren dat Valys landelijkwordt bekostigd vanuit VWS. Zij vragen de Minister hoe het Ministerievan VWS toezicht houdt op de kwaliteit van deze dienstverlening. Heeft deMinister de indruk dat voldaan wordt aan de voorwaarden en verplich-tingen waar de aanbieder aan zou moeten voldoen?Het Ministerie van VWS krijgt elk kwartaal van de opdrachtnemer – die hetValys-vervoer uitvoert – een rapportage met daarin onder anderegegevens over de stiptheid van de gereden ritten, het aantal verwijtbareklachten, het aantal verreden kilometers en de wachttijden bij hetcallcenter. Mede op basis van deze gegevens vindt elk kwartaal eencontractmanagementoverleg plaats. Daarnaast is er minimaal maandelijksoverleg over operationele zaken en vindt jaarlijks een klanttevredenheids-onderzoek plaats. Op deze manier houd ik zicht op de uitvoering van hetValys-vervoer.De uitvoering is tot op heden conform contractafspraken en dus binnen deafgesproken marges. Als het Valys-vervoer niet conform contractaf-spraken wordt uitgevoerd dan is het aan de opdrachtnemer om metverbeterplannen komen. Dat is op dit moment niet aan de orde.Bovenstaande betekent uiteraard niet dat er geen klachten zijn en/of dat ergeen ontevreden pashouders zijn. Soms gaat er helaas iets mis in dedienstverlening door bijvoorbeeld het uitvallen van chauffeurs ofmiscommunicatie. Mijn indruk is dat signalen en klachten door deopdrachtnemer adequaat worden opgepakt.ChristenUnieDe leden van de ChristenUnie-fractie steunen de ambities en doelen diede Minister in de Nationale strategie verwoordt en waarderen de inzet vande Minister om samen met de doelgroep de strategie op te stellen. Wordtde doelgroep op dezelfde manier betrokken bij de vormgeving van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31137 werkagenda? Zo nee, waarom niet? Op welke manier borgt de Minister deinbreng en betrokkenheid van de doelgroep dan wel?Ervaringsdeskundigen en hun vertegenwoordigende organisaties warenbetrokken bij de totstandkoming van de Nationale strategie. De Nationalestrategiedagen in mei 2023 die ik in mijn aanbiedingsbrief beschreef, zijneen onderdeel van die werkwijze geweest. Ik ga door met deze manier vanwerken voor de totstandkoming van de werkagenda. Ervaringsdeskun-digen en hun vertegenwoordigende organisaties worden, net als bij destrategie het geval was, vanaf het begin van dit proces hierbij betrokken.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Minister de Nationalestrategie beschrijft als een kompas. Wat betekent dit voor de mate waarinde Minister af te rekenen is op de doelen en inzet, vragen deze leden. Zietzij het ook als wenselijk dat een nieuw kabinet een werkagenda makenmet afrekenbare resultaten en doelen?Ik vind het belangrijk dat we als kabinet met alle betrokken partnersstappen blijven zetten naar een meer toegankelijke en inclusievesamenleving. Daarom moet de werkagenda concrete maatregelenbevatten, maar ook een beschrijving geven van de beoogde resultatendaarvan in het leven van mensen met een beperking. Zodoende kan iksteeds samen met mensen met een beperking, hun vertegenwoordigendeorganisaties en alle overige betrokken partners blijven toetsen of we opde goede weg zitten. En tijdens de uitvoering van de werkagendabijsturen, of bij de herijking van de werkagenda na 5 jaar waar nodigkomen met aanvullende maatregelen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister op welke manierde inzichten uit het Interdepartementaal Beleidsoverleg «Mensen met eenlicht verstandelijke beperking» (IBO-LVB) verwerkt zijn in deze Nationalestrategie.De Nationale strategie is tot stand gekomen in samenwerking metervaringsdeskundigen en organisaties die hen vertegenwoordigen. Opbasis van hun input zijn de doelstellingen in de strategie geformuleerd. Inhet proces is gebleken dat het vooral toepasselijk is om de inzichten uithet Interdepartementaal Beleidsonderzoek «Mensen met een lichtverstandelijke beperking» (IBO-LVB) mee te nemen bij het opstellen vande maatregelen in de werkagenda. Daarnaast zijn verschillende aanbeve-lingen uit het IBO-LVB reeds meegenomen in de Toekomstagenda zorg enondersteuning voor mensen met een beperking.Welke rol en taken heeft de bestuurlijk aanjager in relatie tot deze strategieen de werkagenda, vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.Bestuurlijk aanjager Guusje ter Horst richt zich in relatie tot de NationaleStrategie op de lokale implementatie van het VN-verdrag handicap. Omervoor te zorgen dat alle gemeenten uiterlijk in 2025 werk maken vanlokaal inclusiebeleid voor mensen met een beperking. Hierbij werkt zijsamen met de VNG, om gemeenten aan te spreken en hen te onder-steunen bij het ontwikkelen van een Lokale Inclusie Agenda.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen op welke manier de Ministerervoor gaat zorgen dat de werkagenda’s van de verschillende ministeriesmet elkaar samenhangen. Deze leden vinden het bovendien belangrijk datdeze strategie en de agenda’s niet alleen iets worden van overheden(nationaal en lokaal) maar ook van de rest van de samenleving (bedrijfs-leven, onderwijs, zorg). Op welke manier krijgen de verschillendeverantwoordelijkheden van overheid, maatschappelijke organisaties enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31138 private organisaties en privédomein een plek in de werkagenda’s en opwelke manier haken deze organisaties aan bij het opstellen van deagenda’s?Ik werk samen met mijn collega’s in het kabinet aan één werkagenda voorde uitvoering van de Nationale strategie. Alle departementen hebbendaarin hun eigen verantwoordelijkheid op onderdelen van diewerkagenda. Maar het bereiken van de doelstellingen in de Nationalestrategie vraagt inderdaad inspanning van alle partijen die u benoemt.Daarom organiseer ik per leefdomein een aantal sessies waar juist ookdeze partijen bij uitgenodigd worden.Daarnaast blijf ik ook de samenwerking voortzetten met gemeenten,ondernemers en maatschappelijke initiatiefnemers, waar ik u eveneensover informeerde in mijn aanbiedingsbrief. Ik zet de aanpak met inclusie-pacten voort, met als doel om in 2025 minstens 10 inclusiepacten tehebben die impact realiseren voor mensen met een beperking. In hetkader van de Nationale strategie werk ik samen met de VNG en bestuurlijkaanjager Guusje ter Horst aan een extra impuls, om juist gemeenten tebereiken die nog geen beleid ontwikkelen voor én met mensen met eenbeperking. En in het programma MKB Toegankelijk werk ik met VNO-NCWen MKB Nederland, en ondernemers verder aan de ontwikkeling enoplevering van nog eens 150 Toegankelijke Routes. Ik verbind de inzet indeze initiatieven ook aan de ontwikkeling en uitvoering van dewerkagenda.Op welke manier is de list of issues betrokken bij het ontwerpen van deNationale strategie en op welke manier wordt die meegenomen in hetopstellen van de werkagenda’s, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.De list of issues heb ik bij het opstellen van de Nationale strategiegebruikt.42 Ook bij de invulling van de werkagenda neem ik de list ofissues mee bij het kijken naar passende maatregelen die bijdragen aan hetrealiseren van de doelstellingen.Ten aanzien van de verdere samenwerking met gemeenten vragen deleden van de ChristenUnie-fractie wat de Minister concreet bedoelt met de«extra impuls» die zij gaat geven om de gemeenten die nog geen lokaalinclusiebeleid hebben te bereiken, zodat ook zij lokaal beleid opstellen.Heeft de Minister een tijdspad en jaartal in gedachten waarop allegemeenten lokaal inclusiebeleid hebben?Alle Nederlandse gemeenten dienen uiterlijk in 2025 lokaal inclusiebeleidte ontwikkelen of uit te voeren, bijvoorbeeld in de vorm van lokaleinclusieagenda. Bestuurlijk aanjager Guusje ter Horst richt zich daaromspecifiek op de lokale implementatie van het VN-verdrag handicap. Omervoor te zorgen dat alle gemeenten uiterlijk in 2025 werk maken vanlokaal inclusiebeleid voor mensen met een beperking. Hierbij werkt zijsamen met de VNG, om gemeenten aan te spreken en hen te onder-steunen bij het ontwikkelen van een Lokale Inclusie Agenda.42Kamerstukken II 2021/22, 24 170, nr. 268.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 31139

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 432d0163afdd07c8

14 okt 2026 · 7ea2431e8869bb64

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.