Verslag van een commissiedebat, gehouden op 10 februari 2026, over vrouwengezondheid
Brontekst
Versie 99ea9ee4bcb4e677 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 765Kwaliteit van zorgNr. 974 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 19 maart 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op10 februari 2026 overleg gevoerd met mevrouw Tielen, StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport, over:–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 7 april 2025 inzake reactie op verzoek commissie overconcrete actie met betrekking tot het onderzoek over effectenvan behandelingen en medicatie op vrouwen (Kamerstuk31 765, nr. 912);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 mei 2025 inzake tweede voortgangsrapportageVWS-brede aanpak discriminatie en gelijke kansen in zorg,welzijn en sport (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 182);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 2 juli 2025 inzake de Nationale Strategie Vrouwengezond-heid (Kamerstuk 31 765, nr. 936);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.27 november 2025 inzake reactie op aangeboden petitie Meeronderzoek naar (onverklaarde) gezondheidsklachten vanvrouwen (Kamerstuk 31 765, nr. 953);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.1 oktober 2025 inzake uitvoeringstoets MRI voor vrouwen metzeer dicht borstweefsel (Kamerstuk 31 765, nr. 947);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.27 november 2025 inzake toezegging gedaan tijdens hetcommissiedebat Publieke gezondheidszorg van 10 september2025, over gesprek met Dokters van de Wereld over abortus-zorg voor onverzekerde vrouwen (Kamerstuk 32 793, nr. 874).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,Esmeijer kst-31765-974ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9741 Voorzitter: MohandisGriffier: MeijerinkAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bevers, Van Brenk,Claassen, Dobbe, Krul, Maeijer, Mohandis, Paulusma en Vliegenthart,en mevrouw Tielen, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.Aanvang 18.01 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. Welkom allemaal bij het commissiedebatVrouwengezondheid. We gaan beginnen. Ik verzoek degenen op detribune om ... Ik wilde «orde» zeggen, maar zo streng zal ik niet zijnvandaag. We hebben een goede opkomst aan de zijde van de Kamer.Staatssecretaris, van harte welkom. Iedereen die dit debat volgt, hier oflive via het scherm: van harte welkom. De volgende fracties geef ik zo hetwoord. We beginnen met mevrouw Vliegenthart van GroenLinks-Partijvan de Arbeid. Daarnaast zitten mevrouw Dobbe van de SP-fractie, deheer Claassen van de Groep Markuszower, mevrouw Paulusma van D66,de heer Krul van het CDA, mevrouw Van Brenk van 50PLUS, de heerBevers van de VVD-fractie en mevrouw Maeijer van de PVV-fractie.U heeft vier minuten spreektijd en maximaal vier interrupties aan de zijdevan de Kamer. We zitten echt met een eindtijd. Dat is wat het is. U kent mijals voorzitter: als er wat ruimte is, zal ik niet al te streng zijn. Als u deinterrupties binnen de 30 seconden houdt en gewoon een vraag stelt, danzal ik coulant omgaan met het aantal.Ik begin bij de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. MevrouwVliegenthart, aan u het woord.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Een op de vier vrouwen lijdt aan adenomyose, een aandoeningdie leidt tot hevige menstruaties, onvruchtbaarheid, miskramen envroeggeboorte. Gemiddeld duurt het elf jaar voordat vrouwen eendiagnose krijgen. Nog altijd is er geen passende behandeling in ontwik-keling. Dit is geen uitzondering; het is een patroon. Het is een van de velevrouwenproblemen die structureel te weinig prioriteit krijgen, en datterwijl vrouwen en de samenleving dagelijks de gevolgen en kostendragen. Daarom ben ik blij dat er, dankzij vele vrouwen binnen en buitendeze ruimte, eindelijk een Nationale Strategie Vrouwengezondheid ligt.Eindelijk is er de zo nodige erkenning en actie, maar die blijdschap sloegsnel om in teleurstelling. De strategie bestaat namelijk uit nauwelijks vijfpagina’s, er is geen financiering voor en er wordt vooral geleund opbestaande initiatieven. Een grote groep vrouwen blijft onzichtbaar:vrouwen van kleur, vrouwen met een laag inkomen en queer personen. Zijzijn juist degenen die extra hard geraakt worden door gezondheidsonge-lijkheid.Aandacht, aandacht, aandacht: dat is het motto van de Staatssecretaris.Gelukkig is er ook in het coalitieakkoord aandacht voor vrouwenge-zondheid. Het mag duidelijk zijn: die aandacht is ontzettend belangrijk.Maar met aandacht alleen lossen we dit probleem niet op. Ik verwacht danook van deze minderheidscoalitie dat ze ervoor zorgen dat deze strategiegeen lege huls blijft, maar daadwerkelijk leidt tot verandering. Dat vraagtwat mij betreft om een langdurige aanpak met meetbare doelen,voldoende financiering en een duidelijk kartrekkende rol van het minis-terie. Tot nu toe is het onduidelijk of de Staatssecretaris die verantwoorde-lijkheid wil nemen. Daarom vraag ik haar: welk advies geeft zij haaropvolger over de rol en verantwoordelijkheid van het ministerie bij dezestrategie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9742 Experts zijn duidelijk: als we nu verantwoordelijkheid nemen en nuinvesteren, kunnen we binnen tien jaar enorme stappen zetten. Danvoorkomen we dat tienduizenden vrouwen zich ongehoord en ongezienvoelen en noodgedwongen rondlopen met onverklaarde klachten ofzoeken naar alternatieve zorg omdat de reguliere zorg tekortschiet. Juistdaarom is het cruciaal dat vrouwen structureel worden betrokken bijbeleid. Vrouwengezondheid verbetert alleen als vrouwen worden gezienals gelijkwaardige partners. In Engeland laat een succesvolle strategie zienhoe dat kan: met patiëntenpanels, openbare consultaties en een verplichteterugkoppeling over wat er met die inbreng is gedaan. Mijn vraag is danook: is de Staatssecretaris bereid om de stem van vrouwen structureel teverankeren in deze strategie? Hoe wil zij dat gaan doen?Voorzitter. Laten we ervoor zorgen dat de meisjes die nu opgroeien nietzoals hun moeders jarenlang ongezond hoeven te leven en dat ze niethoeven te strijden voor ze serieus genomen worden. De onderzoeken zijnhelder: deze investering betaalt zich driedubbel en dwars terug in lagerezorgkosten, minder leed, minder uitval en maatschappelijke winst.Voorzitter. Ik sprak eerder al over vrouwen die extra hard geraakt wordendoor gezondheidsongelijkheid. Nog steeds zijn er jaarlijks honderdenvrouwen die in Nederland wonen en werken maar onvoldoende toeganghebben tot abortuszorg, simpelweg omdat de financiering niet geregeldis. Dat gebeurt terwijl reproductieve rechten echt een randvoorwaarde zijnvoor goede vrouwengezondheid. Waar financiering voor Oekraïensevrouwen in 2022 gelukkig snel geregeld werd, wordt abortuszorg vooronverzekerden vooral doorgeschoven en wordt er geen verantwoorde-lijkheid genomen, terwijl er al jaren over gesproken wordt. Steeds meervrouwen worden daarvan de dupe. Tijdens mijn werk hoorde ik de meestschrijnende verhalen, bijvoorbeeld van een dakloze vrouw die uitwanhoop een suïcidepoging deed, omdat zij geen toegang kreeg tot deabortus die zij verdiende en nodig had. Maar ik hoorde ook verhalen vanvrouwen die uit pure nood abortusmedicatie op de zwarte markt kochten,met alle medische risico’s van dien.Voorzitter. Dit raakt aan een fundamenteel mensenrecht: het recht opgezondheid en lichamelijke autonomie. Dit probleem ís niet ingewikkeld.Het is oplosbaar door de financiering van abortuszorg voor onverzekerdenonder te brengen bij de CAK-regelingen, zoals we dat ook doen bij anderenoodzakelijke zorg. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is hoe zij hieropreflecteert. Deelt zij deze zorgen en is ze het met me eens dat abortusopnemen in een CAK-regeling dé oplossing is om te voorkomen dat nogmeer vrouwen noodgedwongen voor een abortus in onveilige omstandig-heden moeten kiezen?De voorzitter:Dank u wel. Volgens mij bent u aan het einde gekomen van uw inbreng. Ikhad een interruptie genoteerd van mevrouw Van Brenk en van mevrouwPaulusma. Eerst 50PLUS.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik heb een vraag over het mooie betoog van de collega vanPvdA-GroenLinks over beschikking van vrouwen over hun eigen lichaam.We hebben het er recent over gehad dat vrouwenbesnijdenis nog steedsvoorkomt in Nederland. Dat gebeurt bij meisjes die meegenomen wordenop vakantie. Ik zou willen weten hoe PvdA-GroenLinks hierin staat en ofdit niet ook veel prominenter verankerd moet worden in de NationaleStrategie Vrouwengezondheid.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Er zijn wittevlekkenanalyses gedaan door de NVOG samen met WOMENInc. Mijn voorstel zou zijn om daar te starten waar we de grootste winstkunnen behalen. Dat is bij de vrouwspecifieke zorg. Daar liggen deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9743 plannen voor de problemen klaar, dus daar zou ik allereerst meebeginnen. Maar ik ben het natuurlijk zeker eens met u dat meisjesbesnij-denis een probleem is waar we prioriteit aan moeten geven. Als verlos-kundige heb ik zorg verleend aan Eritrese vrouwen, bij wie ook veelbesnijdenissen plaatsvinden. Ik heb daar gezien dat een gelijkwaardiggesprek aangaan met vrouwen, met toekomstige ouders, een ontzettendbelangrijk instrument is om besnijdenis te voorkomen, dus ik ben hetabsoluut met u eens dat daar prioriteit aan moet worden gegeven. Ik vindook zeker dat we moeten kijken naar goede, passende maatregelen opverschillende vlakken.Mevrouw Paulusma (D66):Het is goed dat mevrouw Vliegenthart zegt dat we focus moetenaanbrengen, maar dan ben ik benieuwd wat voor haar – laten we er drienoemen – de drie belangrijkste onderdelen zijn in ofwel deze agendaofwel de agenda van mevrouw Vliegenthart zelf die aangepakt zoudenmoeten worden de komende periode.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Zoals ik zei hebben we een heel duidelijke wittevlekkenanalyse liggen. Hetis heel duidelijk waar de gaten zitten. Ik zou zeggen: laten we de expertsvolgen, die heel duidelijk laten zien wat de eerste stappen zijn. Begin metde vrouwspecifieke gezondheid. Ik laat het aan de Staatssecretaris en hetministerie om dan te kiezen waar we het snelst op kunnen inzetten. Latenwe tegelijkertijd – dat vind ik heel belangrijk – niet alleen naar vrouwspeci-fieke aandoeningen kijken, maar ook naar vrouwsensitieve onderwerpen.Volgens mij kan dat hand in hand met elkaar.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik bij de volgende spreker. Dat is mevrouw Dobbevan de SP-fractie.Mevrouw Dobbe (SP):Dank je wel, voorzitter. Ik begin met het verhaal van Angel. Angel is 38jaar oud en had elke maand opnieuw pijn en zware, heftige menstruatie-bloedingen. Ze kon dan niet naar het werk en ’s nachts moest ze dewekker zetten om niet door te lekken. Door de vele ziekmeldingen is zehaar baan kwijtgeraakt. Er is nu niet altijd voldoende geld om maand-verband te kopen. Ze was vaak duizelig en viel soms flauw. Angel haddeze klachten als sinds haar 20ste. De huisarts stuurde haar naar depsycholoog. Ze kreeg verschillende behandelingen, die niet werkten.Uiteindelijk bleek ze in totaal twintig myomen in haar baarmoeder tehebben, samen zo groot als een kleine voetbal. Myomen, zoals bij Angel,komen bij meer dan 40% van alle vrouwen voor. Uit onderzoek vanWOMEN Inc. blijkt ook dat investeren in vrouwengezondheid in Nederland7,6 miljard euro kan opleveren. Met het verhaal van Angel kun je je datgoed voorstellen, want hoeveel leed en hoeveel kosten zouden haarbespaard zijn gebleven als zij gewoon direct een goede diagnose hadgekregen en behandeld zou zijn? Als de diagnose bij Angel eerder zou zijngesteld, hadden de myomen ook verwijderd kunnen worden toen ze nogklein waren en was al dit leed niet nodig geweest. Daarom zijn we nu ookheel blij dat er gehoor is gegeven aan de vele vragen vanuit de samen-leving van vrouwen die zich hiervoor hebben ingezet, ook vanuit deKamer, om eindelijk een Nationale Strategie Vrouwengezondheid tehebben. Maar we missen wel een aantal dingen, en dat is een under-statement, want deze strategie is wel heel kort en vooral een opsommingvan dingen die we al doen. Daarnaast zit er geen geld en geen budget bij.Er is budget nodig voor meer onderzoek naar oorzaken, behandeling,medicijnen en bijwerkingen, voor aanpassing van curriculum enonderwijs en voor bijscholing. Er is gewoon geld nodig voor maatschap-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9744 pelijke acceptatie van vrouwengezondheid. Is de Staatssecretaris hetdaarmee eens?Wij dienen ook een amendement in bij de begroting van VWS dat in iedergeval voor dit jaar extra middelen regelt om deze strategie op te starten.Als partijen daar overigens aan mee willen doen, zijn zij van hartewelkom. Wij pleiten ook voor een langetermijnstrategie in plaats van eenstrategie voor slechts vijf jaar, want vrouwengezondheid blijft ook na dievijf jaar belangrijk. Ook pleiten wij ervoor dat dit in de werkplannen wordtverwerkt. Is de Staatssecretaris bereid om dat te doen?Ik wil nog vragen naar de poli voor vrouwspecifieke aandoeningen in hetAmsterdam UMC, waar we zijn geweest. Die levert hele goede resultatenop met zeer snelle diagnoses en toegankelijke zorg. De kosten voor hetspreekuur zijn nu voor de werkgever. Ik vraag mij af: is de Staatssecretarisbereid om te kijken welke rol de zorgverzekeraars hierin kunnen spelen?En als het zo succesvol is, welke mogelijkheden zijn er dan om op meerplekken dit soort spreekuren te realiseren?Voorzitter. Een op de zeven vrouwen krijgt ooit borstkanker. Bevolkingson-derzoek en het vroegtijdig opsporen van borstkanker redden vrouwen-levens. Maar op steeds meer plekken verdwijnt de onderzoeksbus voorborstkanker. In Zutphen verdween de «borstenbus» in 2024, waardoorvrouwen nu naar Deventer moeten. De opkomst voor het bevolkingson-derzoek in Zutphen is gedaald van 70% naar 60%. Een petitie om deborstenbus terug te brengen naar Zutphen, ook gesteund door de SP, isbijna 1.000 keer getekend. Er mogen geen locaties voor borstkankeron-derzoek sluiten en de borstenbus in Zutphen moet terug. Gaat deStaatssecretaris zich daarvoor inzetten?Na veel maatschappelijke druk is nu eindelijk het besluit genomen omvrouwen met dicht borstweefsel toegang te geven tot een MRI bij hetbevolkingsonderzoek borstkanker. Het is onacceptabel dat het vanwegeaanbestedingsregels uit Europa tot 2030 duurt totdat dit deels is geregeld,want vrouwen hebben nu die zorg nodig. Vrouwen moeten nu eendiagnose krijgen. Vrouwen die nu geen diagnose kunnen krijgen doordeze vertraging, komen onnodig in gevaar. Vrouwen die dicht borstklier-weefsel hebben, moeten dit ook gewoon weten in plaats van dat ze ditniet zouden mogen weten. Ze moeten zo snel als mogelijk een MRIkrijgen. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat dit eerder wordtgeregeld en dat dit voor alle vrouwen die dit nodig hebben beschikbaarkomt?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dat vraagt om een interruptie van mevrouw Van Brenkrichting de SP.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Mevrouw Dobbe maakt een opmerking over zorgverzekeraars. In de notawordt gezegd dat er met nog niet aangesloten partijen wordt samenge-werkt; ook zorgverzekeraars worden genoemd. Ik vond het nogalbijzonder dat we praten over vrouwengezondheid en dat zorgverzekeraarsdaar zo’n vreemde rol in spelen. Je zou toch denken dat passende zorgook voor zorgverzekeraars prioriteit moet zijn. Ik ben benieuwd hoe de SPdaartegen aankijkt.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel voor de vraag. Er valt natuurlijk veel te zeggen over de rol vanzorgverzekeraars. Wij vinden daar ook wat van. Ik doel op de manierwaarop het zorgverzekeringsstelsel nu werkt. We hebben in Nederlandverzekerde zorg. Zorg die voor vrouwen belangrijk is om snel eendiagnose te kunnen krijgen en om te kunnen overleven, zou wat onsbetreft gewoon verzekerd moeten zijn zonder eigen risico. Daarmee werpTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9745 je namelijk altijd een extra belemmering op voor die zorg. Wat interessantis aan die poli van het Amsterdam UMC is dat zij een manier hebbengevonden om toch, door net wat meer tijd te nemen, heel veel vrouwen tezien die net als Angel – daar komt dit voorbeeld ook vandaan – héél langrondlopen met klachten. Door gespecialiseerde zorg kunnen ze de tijdnemen om toch de diagnose te stellen waar die vrouwen al zo lang opwachten. Vervolgens krijgen ze ook een behandeling, voor zover diebehandeling nu beschikbaar is. Dat vond ik daar heel mooi om te zien.Dan denk ik: als dat gebeurt, dan moet het natuurlijk niet afhankelijk zijnvan een goedwillende werkgever. We moeten kijken of we dat op de eenof andere manier kunnen krijgen, zodat meer vrouwen daar gebruik vankunnen maken. Vandaar ook mijn vraag aan de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aangekomen bij de volgende spreker, de heerClaassen namens de Groep Markuszower. Aan u het woord.De heer Claassen (Groep Markuszower):Dank u wel. Zonder goede data is goede zorg toeval. Voor te veel vrouwenis dat helaas realiteit: 90% loopt langer dan een jaar met onverklaarbareklachten, vrouwen worden tot 66% vaker misgediagnosticeerd en 80% vande patiënten met onverklaarbare klachten is vrouw. De Nationale StrategieVrouwengezondheid 2025–2030 verdient erkenning als kompas datinitiatieven bundelt, maar er zit geen budget bij, er zitten geen meetbaredoelen bij en er zitten geen harde uitvoeringsgaranties bij. Het is tevrijblijvend voor een probleem van deze omvang. Onze simpele vraagluidt dan ook: gaan de vrouwen hier dan echt beter van worden?Voorzitter. Er is een duidelijke seksegebonden zorgkloof. Vrouwen wordenlater gediagnosticeerd, zijn ondervertegenwoordigd in onderzoek enkrijgen vaker gemiste of vertraagde diagnoses. Aandoeningen alsendometriose, PCOS, vrouwspecifieke hart- en vaatziekten,auto-immuunziekten en overgangsklachten vragen om structureleaandacht.Om de zorg voor vrouwen echt te verbeteren zijn wat ons betreft driedingen nodig. Ten eerste: een snellere en betere diagnostiek, hardenormen voor wachttijden en doorlooptijden, regionale transparantie,seksespecifieke richtlijnen en snelle inbedding van artificial intelligence endigitale beslisondersteuning – niet als pilot maar als standaard. Tentweede: een gerichte investering in diagnostiek. Diagnostiek bepaalt tot70% van de klinische beslissingen maar kost relatief weinig geld. Tochontbreekt in deze strategie expliciet budget voor vroege diagnostischeinnovatie en in-vitrodiagnostiek. Wij pleiten voor een apart meetbaarbudget om de zorgkloof te verkleinen. Ten derde: de juiste prioriteiten. Deaandacht voor gender en lhbtiq+-sensitiviteit, op 5,3 miljoen euro begroot,en de taakopdracht Gender en Gezondheid, op 4,05 miljoen euro begroot,mag niet ten koste gaan van concrete, medische verbetering voorbiologische vrouwen, die nu ondergediagnosticeerd blijven. Het biolo-gische geslacht moet leidend zijn in onderzoek en richtlijnen, waar datmedisch relevant is. Dat is puur wetenschappelijk noodzakelijk en nietideologisch bedoeld. Tegen de achtergrond van het coalitieakkoord, datzorguitgaven omlaag wil brengen, worden keuzes dus urgent. Bijschaarste moeten we focussen op de grootste gezondheidswinst voor hetgrootste aantal vrouwen. Dat vraagt om scherpe prioriteiten en geenstapeling van ambities. Tot slot: bewustwording en netwerken zijnwaardevol, maar vervangen geen klinisch bewijs. Translationeel enklinisch onderzoek, vooral diagnostisch, moet een zwaardere plek krijgen.Daarom heb ik nog de volgende drie vragen aan de Staatssecretaris. Hoeis de 15 miljoen euro uit het ZonMw-programma Vrouwspecifiekegezondheid verdeeld tussen enerzijds onderzoek en anderzijds netwerk enbewustwording? Hoe wordt de 4,05 miljoen euro in de taakopdrachtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9746 Gender en Gezondheid precies verdeeld tussen de biologische sekse engenderaspecten? En welk deel van het budget in deze strategie isdaadwerkelijk bestemd voor translationeel en klinisch onderzoek, met alsoormerk diagnostisch onderzoek?Tot slot, voorzitter. Kan de Staatssecretaris aangeven of er inmiddels eenupdate is van de voortgang van de uitvoering van de Kamerbreedaangenomen motie die oproept tot maximale ondersteuning vanBevolkingsonderzoek Nederland bij het inzetten van artificial intelligencein de borstkankerscreening binnen het domein ICT en zorg?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we gekomen bij de volgende spreker van de zijde vande Kamer, mevrouw Paulusma. Zij spreekt namens D66.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik ga een deel van mijn spreektijd gebruiken om deStaatssecretaris te bedanken. Ik denk dat zij de wind van deze Kamermeehad ten aanzien van het onderwerp vrouwengezondheid, maar zijheeft het daadwerkelijk ook op de agenda gezet. Dat is mede gebeurddoor haar voorganger, maar ik weet dat u daar veel energie in heeftgestoken. Daar wil ik u uitzonderlijk voor bedanken. Ik vind het echtjammer dat u naar een ander departement gaat, maar daar kunt u op hetgebied van emancipatie wellicht ook nog een heleboel betekenen. Maarnogmaals, mijn complimenten en grote dank.Voorzitter. We zijn het met elkaar eens dat vrouwengezondheid te lang eenblinde vlek is geweest in onze zorg. Te veel vrouwen lopen jarenlang rondmet ernstige klachten, zonder erkenning, zonder diagnose en zonderpassende behandeling. Dat geldt, zoals meerdere collega’s al zeiden, inhet bijzonder voor vrouwsensitieve en vrouwspecifieke aandoeningen,zoals cyclusstoornissen en endometriose.Voorzitter. De cijfers zijn confronterend. De gemiddelde tijd voor eendiagnose ligt tussen de zeven en de acht jaar. Voor vrouwen van kleurkomt hier nog eens twee jaar bij. Vrouwen hebben vaak al vijf tot zeszorgverleners bezocht voordat duidelijk wordt wat er aan de hand is.Minder dan 1% van het farmacologische onderzoek is gericht op vrouwen-gezondheid, terwijl de ruime meerderheid van de vrouwen in hun leven temaken krijgt met een of meerdere aandoeningen waarvoor medicatienodig is. Anders gezegd: we slikken te veel of te weinig qua dosering, metalle gevolgen van dien.Voorzitter. Dat heeft enorme gevolgen, niet alleen voor gezondheid enwelzijn, maar ook voor school, werk en economische zelfstandigheid.Vrouwspecifieke aandoeningen leiden aantoonbaar tot beperkt functio-neren en een hoog ziekteverzuim, bijvoorbeeld in de zorg. Daarmee raaktdit niet alleen vrouwen persoonlijk, maar ook onze arbeidsmarkt, onzezorgcapaciteit, onze economie en dus ook mannen. Wie vrouwenge-zondheid serieus aanpakt, pakt dus ook structurele capaciteitsproblemenaan, of het nu in de zorg, in het onderwijs of in andere sectoren is.Voorzitter. Ik wil dit concreet maken aan de hand van het persoonlijkeverhaal van Viola. Zij had een goede fulltimebaan, maar door extreempijnlijke menstruaties en wekenlang hevig bloedverlies kon zij uiteindelijknog maar twee dagen per week werken. Zij bezocht talloze zorgverlenersen kreeg pijnstillers maar geen antwoorden. Pas na geavanceerdonderzoek bleek er sprake van adenomyose. Dat is een aandoening die bijongeveer een kwart van de vrouwen voorkomt. Er bestaan nauwelijksbehandelingen, er is weinig kennis en er is zelfs geen duidelijke richtlijn.Uiteindelijk restte Viola alleen een baarmoederverwijdering. Dit is geenuitzondering. Dit is het gevolg van jarenlange onderinvestering in kennis,diagnostiek en innovatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9747 Tegelijk zien we dat een gerichte aanpak wél werkt; mevrouw Dobberefereerde daar ook al aan. Bij de triagepoli van het Amsterdam UMCkrijgt 80% van de vrouwen al na één bezoek een diagnose. Klachtenverbeteren sneller. Vrouwen voelen zich gehoord. Uitval op het werkneemt af. Dit schept het perspectief dat we met de juiste aandacht eenhele grote impact kunnen hebben.Voorzitter. In het coalitieakkoord staat terecht dat er een inhaalslag moetkomen in de vrouwsensitieve en vrouwspecifieke zorg, met belangrijkeaandacht voor inclusieve zorg en geneesmiddelenonderzoek. D66 vindtdat we met die inhaalslag moeten beginnen waar de impact het grootsteis: bij cyclusstoornissen, adenomyose en myomen. Hier is de kennisach-terstand het grootst. De maatschappelijke schade hiervan is enorm en dewinst is hiermee het allersnelst te behalen. Daarom vraag ik de Staatsse-cretaris of zij bereid is om samen met partijen zoals Invest-NL, ZonMw enandere subsidiegevers in gesprek te gaan over hoe gerichte investeringenin vrouwspecifieke aandoeningen gestimuleerd kunnen worden, zodat wede juiste prioriteit krijgen binnen de investeringsagenda?Door vrouwengezondheid eindelijk de aandacht te geven die ze verdient,zorgen we ervoor dat vrouwen niet onnodig uitvallen en benutten we deenorme kansen voor betere, passende zorg, meer welzijn en eentoekomstbestendige samenleving.Dank u wel.De voorzitter:Ik ga het rijtje af voor de interrupties. Als eerste GroenLinks-PvdA.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik ben ontzettend blij om te horen dat mevrouw Paulusma dit zoontzettend belangrijk vindt. Dat is natuurlijk geen verrassing, want zijheeft al die jaren heel hard gewerkt om te zorgen dat die strategie erkomt. Ik ben heel erg blij dat het ook in het coalitieakkoord staat. Eén dingmist er wat mij betreft in het coalitieakkoord, namelijk de financiën. Ik bendus wel benieuwd. Er worden ambities neergezet en mevrouw Paulusmawil daaraan werken, maar ja, nu mist die financiering. Hoe ziet zij dat?Mevrouw Paulusma (D66):We hebben gelukkig financiering tot 2030, ook al vinden we dat destrategie wellicht te weinig pagina’s heeft. Ik weet niet wie dat net zei;volgens mij mijn collega. Ik ben blij dat we het in het coalitieakkoordbenoemd hebben, maar dat we ook ruimte gelaten hebben. Ik weet nogniet welke van de twee Ministers dit in haar pakket krijgt, maar u zult mijzeer aan uw zijde vinden om ervoor te zorgen dat we met elkaar nietalleen de strategie voor na 2030 bepalen, maar ook kijken hoe we datfinancieel kunnen organiseren. Daarbij wil ik ook zeggen: niet alles hoeftgeorganiseerd en gefinancierd te worden vanuit hier. In Groningen heb ikzelf lang in het ziekenhuis gewerkt. Daar hebben ze zelf bewust de keuzegemaakt om geld vrij te maken voor meer onderzoek naar vrouwspeci-fieke aandoeningen, omdat zij het belangrijk vonden. Wat mij betreft is diteen gezamenlijke financiële opdracht.De voorzitter:Duidelijk. GroenLinks-PvdA, in tweede instantie.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Mevrouw Paulusma heeft het over die financiering tot 2030, maar als ikhet goed heb, is dat een ZonMw-financiering die er al was voordat deStrategie Vrouwengezondheid werd gelanceerd. Dit gaat om een eersteonderzoek voor vrouwspecifieke zorg, waarover experts zeggen dat diteigenlijk niet genoeg is, ook niet om de drie prioriteiten die u benoemdete doen. Ik wil dus ook graag horen of u bereid bent om ook vanuit deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9748 Kamer eraan te werken om voor 2030 extra financiering hieraan toe tevoegen. Ik ben het er zeker mee eens dat de financiën voor deze strategieniet alleen vanuit het ministerie moeten komen, maar volgens mij is hetheel duidelijk dat we wel een financiële push nodig hebben om dit echtgoed en structureel in te zetten.Mevrouw Paulusma (D66):Mevrouw Vliegenthart vindt mij altijd aan haar zijde als het gaat om ditonderwerp. Ik ben ook zeker bereid om ervoor te zorgen dat er meertempo komt op resultaten, want ik denk: je kunt een zak geld klaarzettenvoor iets wat nog gaat komen, maar dan zou ik wel graag willen wetenwaarvoor. Laten we dus zorgen dat er tempo en druk op dit onderzoekkomt. We hebben volgens mij ook nog een begroting VWS, dus mevrouwVliegenthart gaat mij vanavond geen financiële uitspraken ontlokken. Endat geldt ook voor mevrouw Dobbe!Mevrouw Dobbe (SP):Nou, daar komt ie, hoor! Wij hebben een amendement liggen voor debegroting VWS, dus ik hoop dat mevrouw Paulusma daar serieus naar wilkijken. Er is wel financiering, maar ook de ambitie die wij hier allemaalmet elkaar delen en de inhaalslag waar mevrouw Paulusma het zelf netover had, verdient wel meer dan de financiën die nu zijn toegekend aandeze strategie.Ik wilde eigenlijk iets anders vragen. Dat gaat over wat we maar de«borstenbussen» noemen: de mobiele centra voor borstonderzoek. Er zijner heel wat in Nederland, maar die worden wel afgebroken omdat definanciering daarvoor stopt. Dit betekent dus ook dat de participatie vanvrouwen aan borstonderzoek daarmee afneemt. Kunnen wij mevrouwPaulusma aan onze zijde vinden als we bijvoorbeeld zeggen dat – ik noemmaar wat – de borstenbus in Zutphen en op andere plekken waar die isverdwenen, terugkomt en dat we zorgen dat die niet op andere plekkenverdwijnt?Mevrouw Paulusma (D66):Ik ga natuurlijk ook even reageren op de inleiding, want mevrouw Dobbekennende doet zij het altijd in twee delen. Kijk, ik doe niet voor niks deoproep aan de Staatssecretaris om breder te kijken, ook met onder andereInvest-NL, hoe we dit probleem kunnen adresseren. Dit is immers nietalleen een vrouwenprobleem, dit is ook een mannenprobleem. Dit is eenprobleem van de samenleving, want als wij uitvallen omdat we nietgezien, gehoord, geholpen en gediagnosticeerd worden, kost ons dat alssamenleving te veel geld. Ik wil dus dat de Staatssecretaris reflecteert opde vraag hoe we dit probleem groter kunnen maken dan VWS alleen,omdat het anders alleen het vrouwenprobleem blijft. En daar zijn we nietmee geholpen. Ik zou ook wel op zoek willen naar een ander woord dan«de borstenbus», want volgens mij doet dit geen recht aan ... Desuggestie van rechts, die net buiten de microfoon werd gedaan, is er ookniet een die ik overneem! Volgens mij doet het woord geen recht aan dediagnostiek die hiermee uitgevoerd wordt. Ik ben wel heel erg zoekendehoe we ervoor zorgen dat we op de juiste plek met de juiste mensen dejuiste zorg verlenen. In het hele zorgveld hebben we, zo weet mevrouwDobbe, te maken met schaarste van personeel. Laten we nou kijken naardit bevolkingsonderzoek. Ik kan alvast aankondigen dat ik straks in eeninterruptie een vraag ga stellen over het bevolkingsonderzoek in hetalgemeen, de datahack en de afname bij vrouwen om hieraan deel tenemen. Wat mij betreft is het passende zorg, de juiste zorg op de juisteplek met de mensen die daarvoor geëquipeerd zijn. Als er dan somsafwegingen gemaakt worden om ervoor te zorgen dat het op de ene plekwel heel goed gedaan wordt, kan ik me daar organisatorisch heel goed invinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9749 De voorzitter:Mevrouw Van Brenk. O, wacht. Ik zag uw hand, mevrouw Dobbe, maar hetleek erop dat ... Sorry. Oké. Mevrouw Dobbe in tweede instantie.Mevrouw Dobbe (SP):Over het tweede punt. De reden die wordt gegeven voor het verdwijnenvan de borstenbus ... Ik noem die voor het gemak toch maar even zo,maar je kunt ook de term «lokale diagnostische centra op wielen»gebruiken, of «mobiele centra». In ieder geval is het de plek dichtbij, wantdaar gaat het natuurlijk over: dat je dichtbij kan deelnemen aan bevol-kingsonderzoek. Als oorzaak voor de afname van die deelname worden depersoneelstekorten genoemd, maar op die andere plek heb je natuurlijkook personeel nodig, dus daar komt meer druk op te staan. Aan de anderekant kan de oplossing dan ook zijn dat we gewoon volle bak erop gaaninzetten om te zorgen dat daar personeel wordt opgeleid, zodat we dieplekken niet verliezen. Je ziet namelijk dat dit de deelname aan bevol-kingsonderzoek doet afnemen. Dat hebben we ook gezien in Zutphen. Alswe kijken naar een oplossing voor personeelstekorten, zou het dan nieteen betere strategie zijn om geen plekken weg te nemen, maar dieplekken op te vullen met personeel?Mevrouw Paulusma (D66):Ik wacht toch op het knikje van de voorzitter. Deze commissie staat erombekend op dit onderwerp heel erg eensgezind te zijn en elkaar ook vrijvriendelijk te bejegenen, maar dit laatste vind ik echt heel erg naïef vanmevrouw Dobbe. We gaan het personeelstekort namelijk niet oplossendoor hier in deze ruimte te zeggen: «We gaan het personeelstekortoplossen. We knippen met onze vingers en morgen is er weer genoegpersoneel.» We hebben te dealen met de capaciteit die we nu hebben. Ikben het bijvoorbeeld heel erg eens met de oproep van de heer Claassenom slim na te denken over diagnostiek en hoe we daarin een versnellingkunnen aanbrengen. Het lijkt al een eeuwigheid geleden, maar ik heb er,volgens mij tijdens mijn eerste Kamerperiode – dat is nog geen vijf jaargeleden – voor gezorgd dat de HPV-zelftest er kwam. Dat was een manierom de drempel te verlagen voor vrouwen om thuis dit onderzoek te doen.Dat kan natuurlijk niet als het gaat om de diagnostiek rond je borsten,maar we kunnen wel nadenken over slimmere manieren van hetorganiseren van het aanbod. Maar we zijn het station wel een beetjegepasseerd dat je kunt roepen dat je met het knippen van je vingers meerpersoneel kunt krijgen.De voorzitter:Mevrouw Van Brenk heeft een interruptie in de richting van D66.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):We hebben recent een debat gehad over long covid, over dePAIS-patiënten. We zien dat er ook bij die ziekte meer vrouwen wordengetroffen. We weten dat er expertisecentra zijn waar onderzoek gedaanwordt. Over slim nadenken gesproken: zou dit niet ook een mooiegelegenheid zijn om bij die expertisecentra nog eens de nadruk te leggenop het idee om specifiek naar vrouwen te kijken bij het onderzoek?Mevrouw Paulusma (D66):Dat is een hele interessante suggestie, want ik weet ook dat die ziektemeer vrouwen treft. Ik ben er alleen wel altijd een beetje huiverig voor omop de stoel van de onderzoeker te gaan zitten en te bepalen hoe zoietseruit moet zien. Ik vind dat dat niet onze rol is, maar het is misschien weliets om over na te denken, zeker omdat dit ook veel vrouwen treft die inde zorg werken. Wat alles rondom PAIS heel ingewikkeld maakt, is datzoiets ook weer tijd gaat kosten. Dat is altijd een hele pijnlijke boodschapTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97410 als het jezelf betreft, maar ik denk dat dat wel de realiteit is. Ik wil hier welover nadenken. Ik weet niet of ik het mag vragen, maar ik ben ook welbenieuwd wat de Staatssecretaris daarvan vindt.De voorzitter:De inbreng van mevrouw Van Brenk komt straks ook nog. Wellicht is datnog een gelegenheid! Er wordt nu heel slim via mevrouw Paulusma eenvraag gesteld. Ik kijk even naar mevrouw Paulusma. Was u aan het eindegekomen van uw inbreng, of nog niet?Mevrouw Paulusma (D66):Ja. Ik had keurig «dank u wel» gezegd, toch?De voorzitter:Ja, hoor. Ik dacht: ik check het even. Helemaal goed. Dan zijn we gekomenbij de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Dat is de heer Krul, diespreekt namens de CDA-fractie.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Allereerst sluit ik mij helemaal aan bij de complimenten vanmevrouw Paulusma aan het adres van deze Staatssecretaris. Het voelttoch een beetje gek, want ik denk zomaar dat dit ons laatste debat is,terwijl dit ook een beetje ons eerste debat is. Hoewel we met dezeStaatssecretaris al wel over jeugd en sport gedebatteerd hebben in dezeperiode, is dit namelijk de eerste keer dat we het gewoon over de «hardezorg» hebben; zo noem ik het maar. Dit is dan een heel mooi onderwerpom mee af te sluiten, ook omdat deze Staatssecretaris zich heel hard heeftingezet voor dit onderwerp.Het is ook heel belangrijk dat we hier vandaag over spreken, want tallozevoorbeelden laten zien hoe groot de impact is van onvoldoende kennis,onderzoek en bewustzijn over verschillen tussen mannen en vrouwen.Een hartinfarct wordt bij vrouwen veel minder snel herkend. Verschillendesoorten kanker, zoals blaaskanker, worden bij vrouwen vaak pas veel laterontdekt. Vrouwen zijn ook ondervertegenwoordigd in klinische trials.Deze zaken zorgen ervoor dat Nederland in Europa – schrik niet! – op plek25 van de 27 staat als het gaat om een gezonde levensverwachting vanvrouwen; die is 62 jaar. Er is dus enorm veel werk aan de winkel, want ditis een positie die Nederland onwaardig is. Als je dan toch nog eeneconomisch argument wil hebben, naast de argumenten die mevrouwPaulusma al gegeven heeft: 1,5 miljoen vrouwen werken in de sector zorgen welzijn; dat is 84% van de werknemers daar. Meer inzet op vrouwenge-zondheid is dus ook gewoon ontzettend belangrijk voor de zorg zelf. Het isgoed dat er een Nationale Strategie Vrouwengezondheid ligt, die zich richtop meer onderzoek, meer ondersteuning en meer bewustwording, maardie moet wel wat meer body krijgen. Het voelt toch alsof we een nietjedoor de lopende initiatieven hebben geramd en zeggen: dit is onzestrategie. Ik ga toch even citeren. Onder het kopje Werkagenda staat: «Debasis voor deze agenda is gelegd door het consortium dat de urgentie-analyse uitvoerde, met de oplevering van een wetenschappelijke,maatschappelijke en implementatieagenda eind 2024. Deze agenda’s, metdaarin geprioriteerde kennisvragen, worden uitgewerkt en aangescherptop basis van de thema’s en doelstellingen van deze strategie.» Los vanhet feit dat we af moeten van dit soort Haagse vaagtaal in strategieën,snap ik ook gewoon niet wat er staat. Wanneer komt die werkagenda? Watkomt daarin? Bevat die concrete doelen of een monitor? Het lijkt mijhandig om dat hier met elkaar op te lossen.Het zou vanzelfsprekend moeten zijn om de stem van vrouwen mee tenemen in de aanpak. Dat gebeurt in Nederland onvoldoende, maar inEngeland gebeurt dat wel. Daar heeft een grootschalige consultatieplaatsgevonden onder meer dan 100.000 vrouwen, over wat zij nodigTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97411 hebben en belangrijk vinden als het gaat om vrouwengezondheid. Ziet deStaatssecretaris er iets in om dat ook in Nederland te doen?Voorzitter. De aanpak moet zich niet alleen richten op vrouwspecifiekeaandoeningen, maar ook op vrouwsensitieve aandoeningen. Dit zijnaandoeningen die zowel bij mannen als vrouwen voorkomen, maarbijvoorbeeld een heel ander beeld hebben of veel vaker bij vrouwenvoorkomen. Wij vinden het belangrijk dat hier meer aandacht voor is. Ditsoort sensitieve aandoeningen hebben namelijk een enorme maatschap-pelijke impact. Hoe krijgt dit uitwerking? Er is nu bijvoorbeeld eenZonMw-programma met budget voor onderzoek naar vrouwspecifiekeaandoeningen, maar wat is er op het gebied van vrouwsensitieveaandoeningen? Neem bijvoorbeeld migraine. In Nederland lijdenongeveer 2,5 miljoen mensen hieraan, maar het komt veel en veel vakervoor bij vrouwen dan bij mannen. Het zorgt voor een ernstige beperkingin het dagelijks functioneren. Denk ook aan hart- en vaatziekten. Vrouwenervaren vaak andere, minder duidelijke klachten bij bijvoorbeeld eenhartinfarct. Vrouwen hebben daardoor een hogere kans op een verkeerdeof vertraagde initiële diagnose. Dit kan zelfs dodelijke gevolgen hebben. Ikheb een aantal vragen hierover. Is de Staatssecretaris bereid om in dewerkagenda concrete acties op te nemen ten aanzien van vrouwsensitieveaandoeningen, zoals migraine en hart- en vaatziekten? Kan de Staatsse-cretaris aangeven waarom het niet gelukt is om tot overeenstemming tekomen over een vergoeding voor Emgality voor episodische migraine,terwijl dit voor Ajovy wel gelukt is?Dan nog een ander punt. Voor mensen die zijn genezen van kankerbestaat de zogeheten schone-lei-regeling, die het makkelijker maakt ombijvoorbeeld een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten. Dat isbelangrijk, omdat mensen die genezen zijn van kanker weer volwaardigmee moeten kunnen doen. We zien in de praktijk ook dat de overlevings-kansen voor bijvoorbeeld jonge mensen steeds groter worden. Pas in2025 – dat is heel erg laat – is borstkanker aan de schone-lei-regelingtoegevoegd. Wij hebben hier twee vragen over. Zijn er signalen dat determijn bij borstkanker verkort kan worden? Zo ja, wanneer gaat ditgebeuren? Wat is er gedaan met de aanbeveling van het NederlandsKanker Collectief om te kijken of de regeling kan worden uitgebreid naarandere verzekeringen, zoals de arbeidsongeschiktheidsverzekering?Voorzitter, tot slot. Ik sluit me aan bij de vraag van mevrouw Dobbe op ditpunt. Het is ongelofelijk belangrijk dat de Staatssecretaris eind 2025bekend heeft gemaakt dat het voor vrouwen met zeer dicht borstweefselmogelijk is om een extra MRI-scan te krijgen. Dat dit pas in 2030 kan, iswat ons betreft veel te laat. Kan dat versneld worden? De Kamer is vastbereid daarbij te helpen.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat mevrouw Dobbe een interruptie heeft.Mevrouw Dobbe (SP):Ik wil het CDA dezelfde vraag stellen over de borstenbus. Die verdwijntnamelijk op steeds meer plekken. We zien bijvoorbeeld in Zutphen, zoalsik net al zei, dat de deelname aan het bevolkingsonderzoek daardoorafneemt. Dat is problematisch, want we willen niet dat het afneemt, maardat het toeneemt. We moeten niet van 70% naar 60%, maar van 70% naar80%, 90%, 100%. Hoe kijkt het CDA daarnaar? Zouden we vanuit de Kamerniet veel meer moeten sturen op de toegankelijkheid van het bevolkings-onderzoek? Moeten we niet zeggen dat die plekken dichtbij niet moetenverdwijnen, maar juist in stand moeten blijven, en dat als die zijnverdwenen en dat een negatief effect heeft gehad, die gewoon terugmoeten komen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97412 De heer Krul (CDA):Met het eerste deel van de vraag van mevrouw Dobbe ben ik het weleens. Als je constateert dat de drempel voor deelname hoger wordt doorde toegankelijkheid van het bevolkingsonderzoek, dus als het aantalmensen dat deelneemt lager is, zoals in Zutphen, dan moet je nadenkenover hoe je er toch voor kan zorgen dat de groep die niet meer deelneemt,deel kan nemen. Met de oplossing ben ik het echter niet eens. Bevolkings-onderzoek Nederland heeft heel duidelijk gezegd dat zij niet meer hetpersoneel hebben om overal die mobiele diagnostische centra te runnenen dat zij dus keuzes moeten maken in schaarste. Dan zou ik het veelinteressanter vinden om te kijken hoe je er via zo’n gemeente voor kuntzorgen dat die vrouwen, die dus moeilijk die drempel over gaan, toch naarDeventer kunnen komen. Dat vind ik een veel interessantere richting danzeggen: als we er maar geld tegenaan gooien, kunnen al die bussenblijven bestaan. We kunnen namelijk wel meer mensen opleiden voorbevolkingsonderzoek, maar dan zijn we ze ergens anders in de zorg kwijt.Op het eerste deel zeg ik dus ja. Over het tweede deel, dus de vraag hoewe daar precies komen, zijn de SP en het CDA het denk ik wat minder snelmet elkaar eens.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind het toch een beetje makkelijk. U kunt nu niet meer reageren, maarik had dat net met mevrouw Paulusma ook: alsof het personeelstekort niethet resultaat is van beleid, alsof het personeelstekort iets is wat wij nietkunnen oplossen, alsof het personeelstekort iets is waar wij geen invloedop hebben hier in de Kamer. Natuurlijk hebben wij daar wel invloed op. Jemoet daarin keuzes maken. Het is geen natuurwet dat er nu een tekort isaan mensen die in de zorg werken; dat is ook het gevolg van beleid. Jekunt ook beleid voeren om te zorgen dat het personeelstekort wordtopgelost of om personeel te verschuiven naar de plekken waar het hethardst nodig is. Het gaat om een plek waar je ziet dat het heel effectief is.Het gaat om laagdrempelig borstonderzoek, dichtbij. We weten dat als hetis verdwenen, dat een negatief effect heeft op deelname aan het bevol-kingsonderzoek. Ik zou zeggen: laten we dan kijken hoe we hetpersoneelstekort daar kunnen oplossen, in plaats van dat we allerleiandere manieren gaan bedenken om dit op te lossen, die niet aangetoondeffectief zijn, terwijl dít aangetoond effectief was. Daar zou ik toch eenreflectie op willen. Het raakt natuurlijk ook aan de bredere discussie overhet personeelstekort. Daar hebben wij natuurlijk wel degelijk invloed op.De heer Krul (CDA):Ten principale vind ik het juist gemakkelijk om te zeggen dat de arbeids-marktkrapte een beleidsmatige keuze is. De belangrijkste oorzaak isgewoon de demografie en de demografie is weliswaar geen natuurver-schijnsel, maar het is wel iets waar wij hier in deze zaal toch wat minderinvloed op hebben dat we misschien zouden willen, anders dan dat wemensen misschien iets langer zouden kunnen laten werken, maar daar zijnook niet alle partijen even groot voorstander van. Feit blijft dat ik het veelbelangrijker vind om na te denken over de volgende vraag. Als je weet dater schaarste is, dat Bevolkingsonderzoek Nederland met schaarste kampten dus nadenkt over een manier om het zodanig te concentreren dat hetbevolkingsonderzoek wel blijft bestaan en toegankelijk blijft, waarbij zomin mogelijk mensen afhaken, hoe kun je er dan voor zorgen dat je degroep die je kwijtraakt, de groep die de drempel van Zutphen naarDeventer te groot vindt, toch nog kunt bereiken? Ik denk dat er slimmeremanieren zijn dan zeggen dat alles moet blijven zoals het was maar metnieuwe mensen, meer geld of hoe we het ook oplossen, want dan houdenwe het uiteindelijk niet houdbaar met elkaar. Ik denk veel liever na overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97413 slimme oplossingen, want ik denk dat we het personeelsprobleem nietoplossen met beleidsintensivering. Ik denk dat dat, helaas, gewoon nietkan.De voorzitter:Niet buiten de microfoon spreken, graag.De heer Claassen (Groep Markuszower):Ik ben op zoek naar een haakje. We hebben het over ... Ik weet niet welkwoord we nu bedacht hebben. Het was «borstenbus», maar wat is hetuiteindelijk geworden? Dat weet ik niet. Mobiele diagnostische centra,hoor ik, voor mamma-ca-screening, voor borstscreening.De voorzitter:Ik heb het net gegoogeld. Beide termen krijgen dezelfde uitleg. Het is opzich dus niet verwarrend.De heer Claassen (Groep Markuszower):Maar het is een beetje hetzelfde als ... Ik heb gezegd: laten we deNederlandse Kanker Agenda de «oncologische agenda» noemen. Het gaatom de connotatie die je bij bepaalde woorden hebt.Er zijn een heleboel innovaties aan de gang om mensen te bereiken.Volgens mij hebben we het daar te weinig over, ook op dit onderwerp. Ikgeef maar een voorbeeld: de ctDNA-detectie, waarmee je tumor-DNA kuntdetecteren in bloed of in slijmvliezen. Dat kunnen mensen thuis zelfopvangen en insturen; dan heb je ook een screening. Dat is heel dicht inde buurt. Mijn vraag aan de heer Krul is dus: als we moeten kiezen,kunnen we dan niet beter investeren in dit soort technologieën, zeker voorde langere termijn? Zo kunnen we niet alleen kosten besparen, maar ookpersoneel, omdat dat dan elders kan worden ingezet dan in de borstenbusof in mobiele centra, waar allemaal mensen naartoe moeten.De heer Krul (CDA):Eens. De vorige Minister van VWS maakte een soort totempaal van AI,wat ik heel overdreven vond, maar hier zit wel ook een kans in. Ik hebvorige week nog gesproken met Parkstad, een regio die bij de heerClaassen bekend is. In de ziekenhuizen daar hebben ze een heel hoogpercentage no-shows. Philips runt daar een pilot. Middels AI kunnen zeheel goed voorspellen waar die no-shows vandaan komen. Met één extraherinnering hebben ze het aantal no-shows met meer dan 10% naarbeneden kunnen brengen. Ook dat soort technologieën zijn hiervoorhandig. Als je weet in welke wijken de kans kleiner is dat mensenparticiperen in bevolkingsonderzoeken door bijvoorbeeld eenreisdrempel, dan zou je ook kunnen kijken of je door middel van eeninterventie toch de participatie omhoog kunt krikken. Ik vind dat soortinnovatieve technologieën héél erg interessant. Ik ben ook benieuwd hoede Staatssecretaris daarnaar kijkt. Ik zie daar op de lange termijn veelmeer heil in voor de houdbaarheid van de zorg dan alleen maar meerpersoneel.De voorzitter:Dan komen we bij de volgende spreker. Dat is mevrouw Van Brenknamens 50PLUS. Aan u het woord.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Dank, voorzitter. It’s a man’s world. De wereld draait om mannen. Degezondheidszorg draait om mannen. Zij zijn de maatstaf van de werkingvan het lichaam. Nog iedere dag worden vrouwen door de zorg in desteek gelaten. Nog iedere dag worden hun klachten niet serieus genomen.Er is onvoldoende kennis over de werking van het vrouwenlichaam bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97414 artsen. Dit krijgt ook onvoldoende aandacht tijdens de opleiding van deartsen. Zorgverzekeraars geven geen prioriteit aan vrouwengezondheid.Het is bizar dat pas in 2025 de nota Nationale Strategie Vrouwenge-zondheid 2025–2030 het levenslicht zag.De cijfers zijn namelijk keihard. Vrouwen leven gemiddeld 25% langer inslechtere gezondheid dan mannen. Ze krijgen vaker verkeerde of te latediagnoses. Hun medicatie is dikwijls nog ontwikkeld en onderzocht op delichamen van jonge, gezonde mannen. Het gaat al vele decennia zo. Het iseen ingesleten patroon bij de totstandkoming van geneesmiddelen.Bovendien geloven artsen vrouwen minder snel als ze pijn of andereklachten melden.Dit alles zorgt niet alleen voor gezondheidsproblemen en de gezondheids-achterstelling van vrouwen, maar ook – het werd net al gezegd – vooreconomische schade. De maatschappelijke kosten zijn jaarlijks zo’n12,6 miljard euro aan verloren arbeidsproductiviteit. Ik vind het mooi dater een virtueel kenniscentrum is gestart, het Netherlands Women’s HealthResearch & Innovation Center – prachtig! – waar artsen, wetenschappersen beleidsmakers samenwerken. Maar hoe breed bekend is dit kennis-centrum? Het onderzoek richt zich specifiek op vrouwenaandoeningen– het werd net al genoemd – als endometriose en de menopauze, maarook op ziektes die bij vrouwen net iets anders lopen, zoals hart- envaatziekten en botziekten. Ook mentale gezondheid en invloed engevolgen van huiselijk geweld krijgen daar aandacht.Voorzitter. Iedere vrouw krijgt minstens één keer in haar leven te makenmet die aandoeningen, zoals cyclusstoornissen, bekkenbodemklachten enovergangsproblemen. Er zijn dus genoeg redenen om daar aandacht aante besteden. De impact op werk is net al door heel veel mensen genoemd.De overgang en menstruatie hebben heel veel effect op werk. Het is heelvreemd dat als onze recente Olympisch kampioen Jutta Leerdam zegt datmenstruatie prestaties kan beïnvloeden, dat groot nieuws is. Dat iseigenlijk heel gek. Snelle herkenning zou jaarlijks naar schatting7,6 miljard aan baten opleveren; dat werd net al gezegd. Vrouwenverdienen tijdige en passende zorg en ondersteuning te ontvangen. Watons betreft is het heel vreemd – ik noemde het net al – dat zorgverzeke-raars genoemd worden als nog niet aangesloten partijen die een rolkunnen spelen. Hoe moet ik dat nou rijmen met passende zorg? Kan deStaatssecretaris dat toelichten?Maar liefst een op de drie vrouwen krijgt last van een vorm van dementie,terwijl dit cijfer bij mannen een op de zeven is. Deels kan dat verklaardworden door het feit dat vrouwen ouder worden dan mannen, maar er zijnook aanwijzingen dat er biologische factoren zijn. Volgens AlzheimerNederland gaan vrouwen sneller achteruit dan mannen. Het is nietduidelijk waar dat door komt. Ik wil graag een reflectie van de Staatssecre-taris op wat we hiermee doen. Het gaat namelijk écht om forse aantallen.Dan misschien wel de meest cruciale vraag: is vrouwengezondheid nuecht een nationale prioriteit? We hebben namelijk toch gezien hoe eromgegaan is met vrouwen met een dicht borstweefsel: «We vertellen nietdat het bestaat. We vertellen niet dat u het heeft. We trekken er jaarlijksnog geen geld voor uit.» Dat betekent dat er jaarlijks 110 vrouwen stervenomdat het niet tijdig is gezien. Hoe staat het met de planning voor dezevrouwen? Moeten zij echt nog wachten tot 2030 voordat zij een MRI-scankrijgen? Al met al denk ik dat er een cultuuromslag nodig is om dit alles tebereiken. Ook daar moet aandacht voor zijn.Voorzitter. Ik wil de initiatiefnemers van het virtueel kenniscentrum,Jeanine Roeters van Lennep, Greet Vink en Hanneke Takkenberg,bedanken. Ik sluit af met een uitspraak die zij deden: een probleem vanvrouwen is uiteindelijk een probleem van iedereen.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97415 De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Claassen.De heer Claassen (Groep Markuszower):Ook 50PLUS benoemt onderwerpen die vrouwspecifiek, seksespecifiek,zijn. Toch gaat er ongeveer 10 miljoen euro niet naar die seksespecifiekeaandoeningen, waar we tot nu toe wel allemaal over spreken. Ik noemdedat net in mijn bijdrage. Ik ben nog niet bekend met het standpunt van50PLUS daarover. Hoe kijkt 50PLUS naar het feit dat er 10 miljoen eurogaat naar gender- en lhbtq-sensitiviteit en de taakopdracht Gender enGezondheid, die niks te maken hebben met alle onderwerpen die we totnu toe hebben besproken? Ik was een beetje benieuwd hoe 50PLUSdaarin zit.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Laat het duidelijk zijn: als wij in de coalitie hadden gezeten en aan deknoppen hadden gezeten – dat zitten we niet – dan hadden we vast andereprioriteiten gesteld, kan ik wel zeggen.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we gekomen bij de volgende spreker. Dat is de heerBevers van de VVD.De heer Bevers (VVD):Dank u wel, voorzitter. In 1490, om maar even actueel te zijn, maakteLeonardo da Vinci zijn wereldberoemde tekening die de ideale lichaams-verhoudingen van de mens toont, ingeschreven in een cirkel en eenvierkant. Deze mens van Vitruvius, genoemd naar de gelijknamigeRomeinse architect, staat echter beter bekend als de Vitruviusman.Vitruvius, die overigens leefde van 85 tot 20 voor Christus, om het nogactueler te maken, ging namelijk niet in op de verschillen tussen man envrouw, maar beschreef slechts een mannelijk lichaam.Nu is de medische wetenschap niet begonnen bij of door Leonardo daVinci, maar de man en zijn lichaam als uitgangspunt voor verderwetenschappelijk onderzoek is in de eeuwen daarna de standaardgebleven. Pas eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuwgaf met name de vrouwenbeweging een aanzet tot meer bewustwordingover vrouwen en hun gezondheid. Het is nog niet zo lang geleden dat hetbesef is ingedaald dat ziektes zich bij vrouwen anders manifesteren en dathet vrouwenlichaam anders reageert op behandelingen en medicijnen.Maar dat inzicht beperkte zich zeker in het begin nog tot met name dereproductieve gezondheid en voortplantingsgeneeskunde, tot conceptie,zwangerschap en geboorte, en ging veel minder over vrouwspecifiekeaandoeningen. Het is nog geen 25 jaar geleden, in 2003, dat professorAngela Maas startte met een specifiek spreekuur voor vrouwen methartklachten.Laat ik duidelijk zijn: de VVD denkt dat er nog de nodige stappen gezetmoeten worden om dit onacceptabele verschil te verkleinen. Ik weet datde Staatssecretaris hiervan doordrongen is – ik heb ook op een anderemanier met haar samengewerkt – en met de werkagenda werk wil gaanmaken van betere gezondheid en zorg voor vrouwen. Ik begreep uit debrief die we gisteren mochten ontvangen naar aanleiding van de recentewerkconferentie dat de Staatssecretaris voornemens is om de Kamer in dezomer in ieder geval een verdere uitwerking van de werkagenda tepresenteren. Ik wil de Staatssecretaris vragen om toe te zeggen dat daarook een goede financiële paragraaf bij zit, met name als het gaat om deperiode na 2030, zodat wij daar als Kamer bij de begroting voor 2027eventueel nog verder op kunnen sturen.Voorzitter. Dat brengt me gelijk bij mijn tweede vraag aan de Staatssecre-taris, over de huidige Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025–2030,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97416 die de basis vormt voor die werkagenda. Er is nogal wat kritiek, ook vanmaatschappelijke organisaties, over het ambitieniveau. Die is er overigensook bij ons. Is de Staatssecretaris zelf tevreden over het huidige ambitie-niveau? Heeft het ZonMw-kennisprogramma Vrouwspecifieke gezondheid,dat twee jaar geleden is gestart, nog tot nieuwe aanvullingen of verbete-ringen geleid?Voorzitter. Heel veel vragen zijn al gesteld door de collega’s. Die ga ik nietherhalen. Ik wil één specifieke vraag stellen over het onderwerp PTSS. Wijwillen benadrukken dat de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelatiesen seksueel geweld enorm belangrijk is, ook in het voorkomen vanbepaalde lichamelijke en psychische klachten bij vrouwen, vrouwsensi-tieve klachten. Veel slachtoffers ontwikkelen een vorm van PTSS. Kan deStaatssecretaris aangeven of zij over dit onderwerp ook contact heeft metbijvoorbeeld haar collega’s op JenV, met name wat betreft de keten vanslachtofferhulp, en of dat goed verloopt?Laten we niet vergeten dat de mentale en fysieke gezondheid ook wordenbeïnvloed door de sociale gezondheid. De positie van meisjes en vrouwenin de samenleving blijft dus een belangrijk aandachtspunt. Ik hebbegrepen dat deze Staatssecretaris in haar toekomstige nieuwe functieook emancipatie in haar portefeuille krijgt. Dit zal ongetwijfeld haarblijvende aandacht hebben.Voorzitter. De VVD staat natuurlijk ook voor gelijkwaardige medische zorgvoor vrouwen. Het is een illusie om te denken dat we een snelleinhaalslag kunnen maken, aangezien medisch onderzoek eeuwenlangprimair op mannen gericht is geweest. Aandacht voor vrouwspecifiekeaandoeningen moet daarom een hoge prioriteit hebben en blijvenhouden. Gelukkig zijn verschillende partijen aan het samenwerken omdeze kennisachterstand verder terug te dringen en om onze gezond-heidszorg voor vrouwen te verbeteren. We willen dat de Staatssecretarisen haar eventuele opvolgster zich blijven inzetten om deze samenwerkingwaar nodig verder te ondersteunen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie heel veel vingers tegelijkertijd. Ik begin bij de heerClaassen.De heer Claassen (Groep Markuszower):Wij hebben natuurlijk naar het coalitieakkoord gekeken. Volgens mij krijgtde ouderenzorg het moeilijk. We moeten nog zien of dat daadwerkelijkgaat gebeuren. Een op de zeven mannen ontwikkelt dementie. Bijvrouwen is dat een op de drie. Dat is tweeënhalf keer zoveel. Hetvervelende is dat de kosten voor dementiezorg voor vrouwen ooktweeënhalf keer zo hoog zijn. Men denkt dat het een hormonaleoorsprong heeft dat vrouwen eerder dementie ontwikkelen en ook snellerachteruitgaan in die dementie. Als we daar iets aan willen doen, danmoeten we echt investeren in de dementiezorg. Ik ben benieuwd hoe deVVD daarnaar kijkt, met het coalitieprogramma in het achterhoofd.De heer Bevers (VVD):Het kan ook zonder het coalitieprogramma in het achterhoofd. Wij hebbenons altijd hardgemaakt voor onder andere de Nationale Dementiestra-tegie, waarin een aantal zaken die u beschrijft, nader onderzocht worden.Daar is aandacht voor. Dat is en blijft belangrijk. Dat heeft altijd deaandacht gehad. Ik denk dat dat ook voor de coalitiepartners geldt, maardie kunnen voor zichzelf spreken. Ik denk dat dat verdergaat. We hebbendie aandacht voor de Nationale Dementiestrategie ook steeds uitge-dragen. Ik denk dat dat doorloopt. Het is zeker een belangrijk onderdeel,maar ik geloof niet dat dat door het coalitieakkoord in gevaar komt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97417 De voorzitter:Meneer Claassen, in tweede instantie. Nee? Dan ga ik naar mevrouwVliegenthart en dan naar mevrouw Paulusma.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik ben natuurlijk heel blij om te horen dat de heer Bevers bij de begrotingvoor 2027 wil kijken naar de financiële middelen die nodig zijn om vandeze strategie een succes te maken. Ik ben overigens ook blij dat we hierniet alleen maar met vrouwen zitten, maar ook met drie mannen, die hetbelang inzien van vrouwengezondheid, want dat is een probleem en issuevan ons allemaal. We zitten hier zelfs met vier mannen! Ik wilde al zeggen:het ligt eraan wat meneer Mohandis gaat bijdragen.Mijn vraag aan de heer Bevers is: welke ambities en prioriteiten ziet hijwat betreft het gebruiken van de financiële middelen, en waar moet alseerste op worden ingezet?De heer Bevers (VVD):Ik heb heel duidelijk gezegd dat ik van de opvolgster van deze Staatssecre-taris verwacht dat er bij de uitwerking van de werkagenda een stevigefinanciële paragraaf komt. Waarom? Dat is ook de reden waarom ik heelkritisch ben op het amendement van mevrouw Dobbe. We weten op ditmoment nog niet wat er precies nodig is, waar de prioriteiten komen teliggen en hoeveel geld daarvoor nodig is. Ik vind dat je dat besluit paskunt nemen als je weet waar het kabinet mee komt, welke prioriteiten hetkabinet zelf gaat leggen in de begroting en wat wij daar als Kamervervolgens van vinden. Ik denk dat het belangrijk is dat we die agendagaan uitwerken. Er zijn hier ook een aantal opmerkingen gemaakt over destem van vrouwen in de ontwikkeling van de werkagenda. Ik denk dat dieheel essentieel is. Daar moeten we goed naar luisteren bij het bepalen vande prioriteiten. Ik heb verschillende prioriteiten gehoord. Ik denk dat hetzaak is dat we daar goed naar luisteren en dat de prioriteiten op basisdaarvan worden gesteld. Want heel eerlijk, ik durf niet te zeggen wat hetbelangrijkst is op de lijst van zaken die we met elkaar constateren. Ik vinddat dus echt een opdracht aan het kabinet. Ik vind dat het kabinet danvervolgens inderdaad moet aangeven wat daaraan gedaan wordt, ookfinancieel. We moeten dan als Kamer bij de behandeling van de begrotingvoor 2027 kunnen aangeven of we dat voldoende vinden of niet. Dankunnen we daarop sturen.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik zou nog wel, via de heer Bevers, aan de volgende Staatssecretaris hetvolgende willen vragen. We krijgen de werkagenda voor de zomer, maarhet is voorlopig nog onduidelijk hoe die eruitziet, welke rol het ministeriekrijgt en hoe die ingevuld gaat worden. Ik zou dus wel via de heer Beversaan de Staatssecretaris willen vragen: krijgen wij dan wel voldoendeoverzicht, zodat we in het najaar daadwerkelijk financieel inzicht hebbenen we daar als Kamer op kunnen sturen? Want ik ben bang dat we dantoch weer niet de goede punten hebben, we eigenlijk hetzelfde antwoordkrijgen en we dan toch die stap in 2027 niet maken.De heer Bevers (VVD):Via mij: ik ben het met u eens, dus ik kan die vraag doorzetten.De voorzitter:Zuiver dat u dat even doet, meneer Bevers.Mevrouw Paulusma (D66):We hebben wel een hele nieuwe variant van debatten voeren. Dat smaaktnaar meer, moet ik zeggen. De heer Bevers maakte een opmerking waar ikheel nieuwsgierig naar ben, al is het misschien een kleine zijstraat in ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97418 debat. Hij maakte een heel terecht punt over PTSS die is ontstaan bijhuiselijk geweld of seksueel geweld, als ik hem juist citeer. Dat isafschuwelijk. Dat is een trauma dat vrouwen vaak hun hele leven bijblijften waar een heleboel therapie vaak niet afdoende voor is. Er zijn heleinteressante onderzoeksprojecten als het gaat om het gebruik vanpsychedelica voor PTSS. Ik ben heel benieuwd hoe de heer Beversdaarnaar kijkt als het gaat om dit onderwerp.De heer Bevers (VVD):Dank, mevrouw Paulusma. U weet het antwoord ook. U weet dat wij daargeen voorstander van zijn. Ik zie heus wel dat er onderzoeken zijn en dater soms goede resultaten zijn, maar ik vind dat veel te mager om daar nuin zijn algemeenheid van te zeggen: dat gaan we toepassen bij PTSS.PTSS is een hele brede verzamelnaam voor een aantal verwerkings-klachten bij een trauma. Wat ik hier heb willen noemen, is de specifiekevorm die zich bij vrouwen kan ontwikkelen op het moment dat zeslachtoffer zijn van huiselijk of seksueel geweld. Daar wil ik met nameaandacht voor vragen. Er zijn in de loop van de tijd heel veel nieuwetherapieën gekomen voor PTSS, maar die moeten nog wel hun gelijkbewijzen. Zover ben ik echt nog niet op dit moment.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Paulusma? U kijkt ... Wilt u wel of niet interrum-peren?Mevrouw Paulusma (D66):Nee. Ik kijk zeer vriendelijk naar mijn coalitiegenoot, net zoals ik ook heelvriendelijk naar de heer Claassen kijk, en naar de voorzitter.De voorzitter:Heel goed. Ik wilde u niet de kans ontnemen om nog een keer te reageren,maar ik zag u niet meteen kijken. Dus ik ga naar de volgende spreker. Datis mevrouw Maeijer namens de PVV.Mevrouw Maeijer (PVV):Dank u wel, voorzitter. Vrouwen brengen 25% meer van hun leven door inslechte gezondheid dan mannen; dat is al vaker genoemd vandaag. Datheeft niet alleen invloed op de gezondheid en het welzijn van vrouwen,maar ook op de economie en de samenleving als geheel, aldus despecialisten van het onderzoekscentrum van het Erasmus MC. Ruim 30%van de vrouwen ervaart zo veel hinder dat het dagelijks functioneren enhet werk negatief worden beïnvloed. Die cijfers zijn u allen bekend; die zijnhier ook al vaak voorbijgekomen vanavond. Achter die cijfers gaatnatuurlijk een wereld van leed en frustratie schuil. Er is sprake van leedomdat vrouwen langer doorlopen met klachten voordat de juiste diagnosewordt gesteld of omdat ze gewoonweg de verkeerde diagnose krijgen. Eris sprake van frustratie omdat je onbegrepen of niet serieus genomenvoelen afdoet aan de ernst van de situatie.Voorzitter. Ik denk dat het goed is dat er een Nationale Strategie Vrouwen-gezondheid ligt over een onderwerp dat de Staatssecretaris zeer aan hethart gaat. Dat is te zien aan haar inzet. Het is natuurlijk goed dat deStaatssecretaris inzet op het vergroten van kennis, op passende zorg enondersteuning, op bewustwording en op samenwerking. Maar wat nudan, vraag ik me af. We hebben nu een strategie en een convenant. Wemoeten komen tot een werkagenda. Ik denk dat dat nog best een taaiproces wordt, hoe goedbedoeld het ook allemaal is. Ik zou dan ook heelgraag van de Staatssecretaris willen weten: hoe ziet zij dat? Wat adviseertzij aan haar opvolger zodat er straks een werkagenda komt waar we echtallemaal wat mee opschieten en waarin de acties en de doelen zoconcreet mogelijk zijn? Kan zij dus aangeven hoe ze de uitwerking van dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97419 nationale strategie precies voor zich ziet? Zijn er dan bepaalde tussen-doelen voor de doelen die tot 2030 worden gesteld? Welke concretestappen worden er gezet, waar bijvoorbeeld vrouwen en meisjes al opkorte termijn iets van zullen merken? Zitten die er ook in? Wordt ergemonitord? Die vraag is volgens mij ook al vaker gesteld. Als wij voor dezomer een werkagenda krijgen, wordt er dan ook per doel aangegevenwat daar dan eventueel nog voor nodig zou moeten zijn? Gewoon even inalle breedte en alle openheid: hoe ziet de Staatssecretaris het proces voorzich voor de komende tijd? Wat is haar verwachting van wat er dan in diewerkagenda zou moeten staan? Is zij het met mij eens dat dat daneigenlijk zo concreet mogelijk zou moeten zijn om te voorkomen dat jedadelijk een soort kerstboom optuigt waar alles in benoemd wordt, maarwat dan zo veel is dat het gewoon ondersneeuwt in het geweld van hetgeheel? Dat zou volgens mij namelijk heel zonde zijn.Voorzitter. Dan even een klein zijstapje. Er gebeurt natuurlijk ook al eenhoop. Er zijn best wel wat voorbeelden genoemd waarbij vrouwen enmeisjes misschien wel op een goede manier geholpen worden. Maar isdat ook voldoende bekend? Vindt de Staatssecretaris dat dat voldoendebekend is voor de vrouwen en meisjes die niet kunnen wachten op diewerkagenda met doelen voor de langere termijn? Zouden daar op kortetermijn nog mogelijkheden zijn voor verbetering? Wie schuift er eigenlijkaan bij het uitwerken van die agenda?Voorzitter. Dat zijn een hele hoop vragen. Ik ben gewoon erg benieuwdhoe de Staatssecretaris met het startpunt dat we nu hebben, het voor zichziet om te komen tot een agenda waar al die vrouwen en meisjes, die hieral zo vaak benoemd zijn, uiteindelijk iets mee opschieten. Zijn de cijfersover werkverzuim bij vrouwen, die hoger zijn, bijvoorbeeld doorpsychische klachten – ik vraag me af of die al vaker genoemd zijn hier –ook een onderwerp dat meegenomen wordt in die werkagenda? Betekentdat dan ook dat er een ander departement zal aanhaken? Zo ja, hoe ziet deStaatssecretaris dat dan voor zich? Ik heb er enigszins ervaring meeopgedaan. Dat wordt er niet altijd eenvoudiger op; laat ik dat even zozeggen. Ik ben dus erg benieuwd hoe de Staatssecretaris het voor zichziet.Helemaal tot slot, voorzitter. Ik weet niet of ik nog tijd heb. Hier is ook aleen aantal keer de MRI-scan voor vrouwen met dicht borstweefselvoorbijgekomen. Dat is ook iets waar de Staatssecretaris zich, ook in eenandere hoedanigheid, al langer voor inzet. Het budget is er. Er is ook eenuitvoeringstoets. Dat het niet meteen morgen geregeld is, begrijpt ookiedereen. Maar we lezen nu – ik deel die frustratie wel – dat het vanaf 2030is. Dat is natuurlijk goed nieuws, maar het is ook nog heel erg ver weg.Kan de Staatssecretaris toch nog eens uitleggen wat de achterliggendereden is waarom het nog enige jaren zal duren? Waarom is er dangekozen voor die organisatievorm 3 en niet voor 1, zoals ik in de briefdaarover nog las? De Borstkankervereniging was ook voorstander vanvorm 1, geloof ik. Kan de Staatssecretaris een update geven over deontwikkelingen die gaande zijn sinds de brief die wij volgens mij innovember hebben ontvangen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van dezijde van de Kamer. Ik wil ongeveer 40 à 45 minuten schorsen, dus om19.50 uur zien we elkaar weer. Dat is inclusief dinerpauze. O, een halfuur,Minister? 19.40 uur.De vergadering wordt van 19.08 uur tot 19.40 uur geschorst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97420 De voorzitter:Het is tijd. Het is precies tijd. Ik heropen de vergadering. We zijn gekomenbij de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik geef zo het woord aanStaatssecretaris Tielen. Voor ik dat doe, heb ik even de vraag hoe u onsmeeneemt in de beantwoording, of er blokken zijn en dergelijke. Aan u hetwoord.Staatssecretaris Tielen:Voorzitter, ik zal beginnen met een korte doch vlammende inleiding. Danvolgen de strategie en de werkagenda. Daarna komen de bevolkingson-derzoeken en dan de abortuszorg. En dan heb ik nog een mapje met devlammende titel overig, waarin nog een aantal van de andere gesteldevragen van een antwoord zullen worden voorzien.De voorzitter:Yes. Gaat uw gang. Aan u het woord.Staatssecretaris Tielen:Dank u wel, voorzitter. Wat is waar? Wat is echt? Het verschijnselmannengriep? Of de symptomen van de zogenoemde nerveuze vrouw,zoals die in de jaren vijftig en zestig werden genoemd, zoals hoofdpijn enrugpijn? Dat zijn nog steeds vaak onbegrepen klachten. Daar werd vaaklacherig over gedaan. Volgens een aantal van de verhalen die Kamerledenook al uit ervaring vertelden, is vrouwengezondheid heel vaak niet serieusgenomen.Maar inmiddels is er momentum ontstaan, lijkt het wel. Tenminste, zo hebik dat de afgelopen maanden ervaren. Overal waar je het hebt over hetverschijnsel dat vrouwen weliswaar langer leven, maar veel korter ingoede gezondheid, ontstaat energie om met elkaar de gezondheidsver-schillen te verkleinen. In de zomer heeft het Ministerie van VWS deNationale Strategie Vrouwengezondheid 2025–2030 gepubliceerd endaarmee een start gemaakt met de inzet op structurele verbeteringen ingezondheid en het verkleinen van de gezondheidsverschillen tussenmannen en vrouwen. Ik ben heel blij dat het de afgelopen maanden ookgelukt is om met al die wetenschappers, zorgverleners, bedrijven,werkgevers en ervaringsdeskundigen een impuls te geven aan deuitwerking van die strategie, op weg naar een werkagenda. Die gaat overde gezondheid van vrouwen en meiden, lichamelijk, mentaal en sociaal.Vorige week, op 4 februari, heb ik samen met twaalf partijen eenhandtekening gezet onder een convenant. Dan denkt u: wat hebben wenou aan een convenant? Dat denk ik ook altijd, maar het is wel eenbelangrijke stap. Het heet Samen in actie voor betere vrouwenge-zondheid. Het zorgt ervoor dat we niet met z’n allen naar de overheidwijzen om hier een verschil in te maken, maar dat dat echt een opdracht isaan heel veel partijen. Ik noemde net al onderzoekscentra, maar het gaatook om investeerders, zorgverleners, zorgverzekeraars en andere partijen.Dat moet gaan leiden tot betere technologie, betere diagnostiek, beterezorg en betere innovatie, en is gericht op snellere diagnostiek en beterpassende zorg voor vrouwen en meiden. Dat kan alleen maar doordat wedaar allemaal aandacht, aandacht en aandacht aan geven. Vrouwen zijnnamelijk niet een klein groepje waar we te weinig naar gekeken hebben.Nee, de halve samenleving bestaat uit vrouwen. Het is dus ook niet ietswat boven op het werk van wetenschappers, zorgverleners en werkgeversmoet komen. Het moet onderdeel zijn van hun dagelijkse aandacht voorgezondheid.Ik heb in de praktijk prachtige voorbeelden gezien. Ook daar hebben eenaantal van uw sprekers al bij stilgestaan, bijvoorbeeld bij de pilot van hetvrouwenspreekuur in het Amsterdam UMC, waar ook veel ziekenhuizenmee bezig zijn. Bedrijfsartsen hebben een richtlijn Overgang en Werkgemaakt en die is vorige week aan het Ministerie van SZW aangebodenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97421 tijdens de conferentie. Er zijn ook een aantal echt innovatieve innovaties– dat is dubbelop. Er zijn een aantal innovaties. We moeten dus op al dievlakken investeren, met aandacht en andere middelen, om het helespectrum van zorg en ondersteuning een stap verder te brengen. Zoalsook door een aantal van uw leden al is gezegd: dat doen we niet alleenvoor vrouwen; dat doen we ook voor de mannen, voor onze helesamenleving en daarmee ook voor onze economie. Ik kijk ernaar uit omsamen verder te werken aan die Nationale Werkagenda Vrouwenge-zondheid, waarin we – ik kom daar zo in een aantal antwoorden nog opterug – zo concreet mogelijk stappen gaan zetten richting de toekomst.Dat was mijn inleiding. Dan begin ik nu met de antwoorden op de vragendie voor mij vallen onder het kopje nationale strategie. Een van de eerstevragen ging over de 15 miljoen euro die een paar jaar geleden voor deperiode tot 2030 is vrijgesteld voor ZonMw, voor het kennisprogrammaVrouwspecifieke gezondheid. De vraag was hoe die middelen zijningericht. De helft daarvan, dus 7,5 miljoen, is gericht op kennisontwik-keling over gynaecologische aandoeningen, 2,25 miljoen op de kennisont-wikkeling over vrouwspecifieke problematiek van niet-gynaecologischesomatische aandoeningen, ruim 2 miljoen op het netwerk, de infra-structuur, de implementatie en de zogenoemde «bewustwording» – datgaat dus over zorgen dat al die partijen aan de slag gaan – en dan hebbenwe nog wat restant voor de ondersteuning van al die programma’s.Inmiddels zijn de eerste zes projecten die gefinancierd worden, van startgegaan. Langs die lijnen wordt gewerkt aan netwerkvorming en hetbekendmaken van de mogelijkheden die er zijn.Een vraag van onder andere het CDA en de VVD was wanneer diewerkagenda nou beschikbaar komt. Dat zei ik net al. Die komt voor dezomer van 2026 naar uw Kamer. Daarin wordt dus zowel voor lichamelijkeen mentale als sociale gezondheid bekeken hoe we door alle levensfasenheen de vrouw-manverschillen kunnen verkleinen en daarmee vrouwen-gezondheid kunnen verbeteren. Uiteraard zal daar een financiëleparagraaf in zitten. Ik herken de vraag van meneer Bevers, want ik bendaar zelf ook altijd voor. Er zitten ook een aantal andere vragen bij waar iknog op kom, maar het is echt niet alleen iets wat de overheid moet doen.Ik zei al: vrouwen zijn de helft van onze samenleving, dus al het werk datoveral gedaan wordt, zou je eigenlijk voor de helft aan vrouwen moetenbesteden. En er komt een monitor. Volgens mij vroeg iemand daar ooknog naar. Ik denk dat het mevrouw Van Brenk was. We moeten niet alleenzeggen dat we dit allemaal willen en een keer gaan doen, maar daarbijook de vinger aan de pols houden, om het maar in de terminologie tehouden.De vraag was ook of het ambitieniveau voldoende is. De vraag is dannatuurlijk altijd wat «ambitie» is. Het liefst zou ik willen dat je kan zeggen:in het jaar 20xx zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen nulgeworden. Dat zou natuurlijk mooi zijn, maar op basis van wat we nuweten en zien, kunnen we dat nog niet zo specifiek maken. Ik denk wel datalle stappen die gezet worden, moeten leiden tot kleinere gezondheidsver-schillen tussen vrouwen en mannen, én daarmee ook tot het langer levenin goede gezondheid van vrouwen en meiden. Ik zei al dat het gaat omalle levensfasen. Als je het op een rijtje zet, zie je bij mannen een leven ingoede gezondheid die tot de middelbare leeftijd redelijk stabiel is endaarna langzaam minder wordt. Dat is gemiddeld; het is allemaalgemiddeld, hè? Bij vrouwen beginnen er al rond de puberteit een soortpieken en dalen komen. Een aantal van de voorbeelden van de ervarings-deskundigen zijn heel duidelijk, denk ik. Bij vrouwen begint dat al eerder.Dat betekent dus ook dat vrouwen zes tot zeven jaar langer metchronische aandoeningen leven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97422 De heer Claassen (Groep Markuszower):De Staatssecretaris zei net iets over die vrouwspecifieke aandoeningen. Ikheb net ook in mijn interruptie aangegeven dat dementie niet eenvrouwspecifieke aandoening is, maar we zien ook de incidentie en demobiliteit. Vrouwen zijn zieker van die dementie dan mannen. Ziet deStaatssecretaris ook ruimte voor dat onderdeel als het gaat om vrouwen-gezondheid? Het is namelijk toch te relateren aan dat het vrouwen zijn endat er dus waarschijnlijk ook onderliggende redenen zijn, zoals hormoon-huishouding, waardoor zij dementie sneller ontwikkelen en daar ziekervan zijn. Is het in die gedachte dan misschien logisch – we kunnen hetgeld maar één keer uitgeven – om een soort ranking te maken van welkevrouwspecifieke aandoeningen de meeste impact hebben op de vrouwzelf en op de maatschappij als het gaat om de kosten die dat ziek zijnheeft?Staatssecretaris Tielen:Ja. Ik denk dat dementie een heel mooi voorbeeld is. Als je kijkt naar hettotaal aantal dementiepatiënten, zie je dat dat gewoon twee keer zoveelvrouwen als mannen zijn. Enkelen van u, waaronder mevrouw Van Brenkvolgens mij, refereerden er al aan dat dit deels komt doordat vrouwen inhet algemeen ouder worden en deels door andere onderliggendeoorzaken. Bij vrouwen verloopt het sneller en wordt het later gediagnosti-ceerd. Het is dan ook heftiger. Maar bijvoorbeeld ook een aantal mentaleaandoeningen, zoals angststoornissen, ADHD en stoornissen in hetautismespectrum, uiten zich echt heel anders bij vrouwen en worden dusook veel later gediagnosticeerd. De vraag van meneer Claassen is inhoeverre nader onderzoek helpt om daadwerkelijk het moment vandiagnose en behandeling te vervroegen, net als meer aandacht van dezorgprofessionals en wellicht aangepaste richtlijnen rondom diagnostieken behandeling. En welke impact heeft dat op die vrouwen zelf maarinderdaad ook breder, zoals op het gebied van ziekteverzuim, maatschap-pelijke kosten en zorgkosten? Hij vraagt dat heel terecht. We zullenmoeten kijken hoe we dit een plek geven in de werkagenda. Het is goedom dat te doen. Ik denk dat het wel een heel ingewikkelde som is, en ikzou het jammer vinden als we eerst een jaar gaan lopen rekenen, om hetmaar eventjes flauw te zeggen, voordat we zo’n ranking kunnen maken. Ikzou dus willen voorstellen om de elementen waar meneer Claassen omvraagt, wel te verwerken in de werkagenda maar nog niet doorgerekendtot in de decimalen. Ik denk namelijk dat dat heel ingewikkeld is. Welkunnen we een soort richting kiezen met een aantal nadrukken, en bijwijze van spreken ook aangegeven: als na een jaar uit de monitor blijkt datdit toch ingewikkelder is of juist sneller gaat ... Dan maak je er echt eensoort werkagenda van.De voorzitter:Eerst mevrouw Paulusma en dan mevrouw Van Brenk.Mevrouw Paulusma (D66):Wellicht komt de Staatssecretaris er nog op, maar we hebben het nu overdie werkagenda. Ze noemt ook heel bewust hoelang het duurt voordatvrouwen een diagnose hebben. Nou duurt dat voor vrouwen van kleurnog langer. Vindt de Staatssecretaris dat er nu voldoende specifiekeaandacht is voor vrouwen van kleur?Staatssecretaris Tielen:We hebben daar in ieder geval vorige week tijdens de werkconferentiebest wat aandacht aan besteed. Ik denk dat we moeten kijken hoe dat eenplek kan krijgen in het totaal. Ik ga even een omweg maken, voorzitter, alsu dat toelaat. Er zijn biologische verschillen tussen genders en seksen,maar we weten ook dat vrouwen in de spreekkamer minder vaak wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97423 doorverwezen en minder vaak aanvullend onderzoek krijgen. We wetenook dat dat inderdaad nog steviger geldt voor vrouwen met een bepaaldeetnische afkomst. Ik denk dus dat dit onderdeel moet zijn van dewerkagenda.De voorzitter:Ik had nog niet gezegd dat we in totaal vier interrupties hebben in dezeronde.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik wil even doorgaan op het punt dat wij inbrachten over alzheimer bijvrouwen, en op de reactie van de Staatssecretaris op de vraag van decollega. Is dit niet iets wat heel specifiek gevraagd zou kunnen wordenaan Alzheimer Nederland? Is het mogelijk een onderdeel van hunonderzoek? Ik was even benieuwd hoe die samenwerking is, en of ditüberhaupt mogelijk is.Staatssecretaris Tielen:Ik vind het een hele mooie vraag van mevrouw Van Brenk, want die maaktzo duidelijk wat ik ook graag wil, namelijk dat het geen kwestie is vanwijzen naar het Ministerie van VWS en dan kijken wat er gebeurt. Het isecht een gezamenlijke opdracht, waarin inderdaad kennisinstellingenmaar ook patiëntenverenigingen een rol hebben. Het is goed om datexpliciet te benoemen en om contact te hebben met de betrokken kennis-en onderzoeksinstellingen op een aantal ziektegebieden zoals alzheimer,maar ook ziekten op het gebied van mentale gezondheid en hart- envaatziekten. Wat doen zij nu al en wat is er aanvullend nodig? Dat is ookonderdeel van het convenant waarmee we aan de slag zijn gegaan: watkun je zelf doen? Ook de Patiëntenfederatie heeft daar namens allepatiëntenverenigingen een rol in genomen. Dus ja. Dat was een langantwoord, sorry.Overigens heb ik hier internationaal ook aandacht voor gevraagd, wantalzheimer is natuurlijk geen typisch Nederlandse aandoening. Deproblematiek waar we het over hebben is ook niet typisch Nederlands, alschrik ik ook altijd weer van de ranking van Nederland op de EU-lijstjes. Ikweet niet meer wie van u die noemde. Ook internationaal is er echt welenergie om vrouwen daarin aandacht te geven.De voorzitter:Gaat u door.Staatssecretaris Tielen:Ja, sorry, voorzitter. Ik heb er zo’n lol in, want ik verheug me hier al heellang op!Groep Markuszower maar ook de SP en D66 vroegen naar het budget,eigenlijk vanuit de stelling dat het gek is dat er bij de strategie geen extrabudget wordt genoemd. Dat snap ik heel goed. Tegelijkertijd loopt erbudget waar we ook heel veel van leren. Nogmaals, ik vind ook niet datwe met z’n allen naar het ministerie moeten kijken en zeggen: lossen julliehet maar op. Daarom was vorige week ook die werkconferentie. Ik heb algenoemd wie daar ongeveer allemaal waren. Daar is het convenantgetekend en daarmee ook het commitment, inclusief aandacht, aandacht,aandacht en middelen die daarbij horen, van ondertekenaars als Health-~Holland, TNO, FemTechNL, een investeringsfonds met de klinkendenaam Borski Fund en Salland Zorgverzekeraar, die zeggen dat ze ook gaanbijdragen aan het geheel. Bij het tot stand laten komen van dewerkagenda moeten we kijken hoe het financieel uitpakt met alleverschillende ondertekenaars, zodat ik de door meneer Bevers gewenstefinanciële paragraaf ook enige vorm kan geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97424 Gevraagd was wat ik aan mijn opvolger vraag. De oplettende lezer heeftgezien dat in het coalitieakkoord twee keer de term «vrouwengezondheid»staat, in twee verschillende paragrafen. Ik vind dat mijn opvolger haareigen weg daarin moet kiezen. Ik denk dat er een aantal heel stevige eninspirerende bouwstenen liggen om mee voort te gaan, maar ik denk datdaar in ieder geval ook door de Staatssecretaris van Emancipatie metkracht en energie aan doorgewerkt zal worden.De vraag van zowel GroenLinks-PvdA als het CDA is ...De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Tenminste, dit ging over het budget, en de vragen over het budget en definanciële paragraaf waren afgelopen, toch? Ja. Wij zien nu de NationaleStrategie Vrouwengezondheid, waar we heel lang op hebben gewacht. Wijhebben al gezegd dat er vooral dingen in staan die al worden gedaan.Daar zitten inderdaad financiën aan gekoppeld, want die waren er al. Datzijn dingen die al worden gedaan. Tegelijkertijd hoor je hier Kamerbreeddat er meer moet gebeuren. Er is een achterstand en we moeten hier echtin gaan investeren. Er is zo veel wat we nog moeten doen aan onderzoeken behandeling. Iedereen hier vindt het belangrijk dat er veel extra moetgebeuren om de achterstand in te halen. Dan hoor ik dat er een aantalpartijen zijn die misschien ook kunnen bijdragen, maar wat wij nu extragaan doen en wat extra nodig is, kan toch niet beperkt worden tot wat diepartijen eventueel gaan bijdragen? Daar moet VWS toch ook een bijdrageaan leveren? Het gaat over gezondheid. Daar is toch gewoon extra budgetvoor nodig? Wij kunnen de Staatssecretaris daar namelijk ook bij helpendoor te zorgen dat we dat hier in de Kamer ook vinden.Staatssecretaris Tielen:Voorlopig loopt er dus nog een budget, waar heel veel uit geleerd moetworden. Mijn boodschap is juist dat het allemaal niet extra is. Al dieorganisaties hebben als doelgroep Nederland. Daarvan is de helft vrouw.Heel veel dingen die al gebeuren, kunnen gewoon veel meer aandachtkrijgen als het gaat om vrouwen. We weten uit onderzoek dat investe-ringen in nieuwe technologieën minder vaak naar vrouwelijke ontwikke-laars gaan en ook minder vaak naar producten en ontwikkelingen gerichtop vrouwen. Ja, je hoeft de bril maar op te zetten en naar de andere kantte kijken en dan helpt het al. Ik vind oprecht niet dat we nu vanuit VWS perse heel veel extra geld moeten investeren. Het gaat om bewustzijn en deaandacht goed verdelen. Wellicht zijn er wat regels nodig voor de manierwaarop gerapporteerd wordt over bijvoorbeeld onderzoeken naargeneesmiddelen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik weet zeker dat daar op die manier nog heel veel winst te behalen valt.Dat had natuurlijk ook wel gekund zonder deze nationale strategie, maargoed. Het is goed dat er binnen bestaand onderzoek meer aandacht komtvoor vrouwen en dat je bijvoorbeeld bij de werking van medicijnen ooknaar vrouwen kijkt. Dat is natuurlijk winst, maar waar het hier ook omgaat, is dat er heel veel extra onderzoek nodig is om diagnoses te kunnenstellen en behandelingen te kunnen doen. Je hebt bijvoorbeeld ook geldnodig voor bijscholing. Er is zo ontzettend veel meer nodig dan alleenhetgeen de Staatssecretaris nu beschrijft en dan we al doen. Daaromzitten we hier en hadden we ook zo’n behoefte aan de Nationale StrategieVrouwengezondheid. Is de erkenning er dan wel dat we dat ook extramoeten doen? Anders twijfel ik toch een beetje aan het ambitieniveau datwij hier nu met z’n allen hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97425 Staatssecretaris Tielen:Ik hoor bijna een soort cynisch toontje in de vraag van mevrouw Dobbe. Ikdenk dat dat niet terecht is. Nogmaals, heel veel dingen gebeuren al, maarworden met de verkeerde focus uitgevoerd. Het is dus niet allemaal extra.Er is ook niet allemaal extra geld voor nodig. Daarnaast loopt er vanuitVWS en ZonMw dus al extra onderzoek. Ik heb net uitgelegd welkeelementen daarin zitten. Met name bedrijven kunnen al heel veel zelfdoen. Wat dat betreft vond ik de vraag van mevrouw Dobbe overAmsterdam UMC en het initiatief daar, ook wel bijzonder. Zij zei namelijk:waarom moeten werkgevers dat doen? Dat moeten werkgevers doenomdat die er op relatief korte termijn direct profijt van hebben als zeervoor zorgen dat het ziekteverzuim bij vrouwen minder groot is. Daarhebben ze bijna direct profijt van, ook financieel. Het is dus echt eenopdracht aan de hele samenleving. Ik denk dat VWS hierin een aanja-gende of een coördinerende rol kan spelen en partijen bij elkaar kanbrengen. Maar ik denk niet per se dat dit alleen maar vanuit de schatkistgefinancierd hoeft te worden, nog afgezien van het feit dat er tot 2030geld is. Ik denk dat we de komende jaren moeten gebruiken om te kijkenwaar we eventueel wel of niet extra geld in zouden willen of moetensteken.De voorzitter:Eerst de heer Claassen en dan mevrouw Vliegenthart.De heer Claassen (Groep Markuszower):Er werd net gezegd dat alle partijen vinden dat hier meer geld naartoemoet. Dat klopt niet. Ik vind niet per definitie dat er meer geld naartoemoet. Mijn bijdrage ging vooral over het feit dat het geld dat er naartoegaat, op de juiste manier moet worden besteed.Dan kom ik op de financiële paragraaf. Ik had begrepen dat de Staatsse-cretaris daarmee klaar was. Ik had daar nog wel vragen over gesteld. Hoewordt bijvoorbeeld die 4 miljoen voor de taakopdracht Gender enGezondheid verdeeld tussen aspecten die te maken hebben met biolo-gische sekse en genderaspecten? Het zou namelijk heel raar zijn als dateen evenredige verdeling is. Wat doe je dan precies aan vrouwenge-zondheid? Daar zit een beetje een pijnpunt. Er moet in de toekomst, als erwel meer geld naartoe gaat, meer oog zijn voor een goede verdeling,zodat je echt iets kunt betekenen.Mijn derde vraag was welk deel van het budget en de strategie daadwer-kelijk bestemd is voor translationeel en klinisch onderzoek, met alsoormerk diagnostisch onderzoek. Volgens mij zit daar namelijk de cruxwat betreft vrouwengezondheid. Ik denk dat daar een heleboel winst tebehalen is.Staatssecretaris Tielen:O, ik had mijn microfoon aan laten staan. Ik zat ook een beetje te zoeken,maar ik luisterde wel goed naar meneer Claassen.De voorzitter:Gaat uw gang.Staatssecretaris Tielen:Ik weet namelijk dat hij die vraag stelde. Dat translationeel en klinischonderzoek is onderdeel van die 15 miljoen. De onderzoeksgelden die erzijn voor kennisontwikkeling rondom aandoeningen, zowel gynaecolo-gische als niet-gynaecologische somatische aandoeningen, zijn ookgericht op translationeel en klinisch onderzoek, met uiteindelijk inderdaadals doel om daar ook praktische richtlijninput voor te krijgen. Als de heerClaassen mij dan vraagt hoeveel procent dat is, dan zeg ik dat ik die vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97426 lastig vind om te beantwoorden. Daar kan ik geen antwoord op geven.Maar dit is daar echt wel onderdeel van.Gender en sekse. Ik heb de vraag van meneer Claassen zo begrepen dathij ervan uitging dat die 5 miljoen rond gender en gezondheid niet opsekse zou zijn gericht, maar die zaken horen in dit geval bij elkaar. Hetvolgende is namelijk het gekke. Dit gaat over biologische verschillen. Allecellen van biologische vrouwen hebben inderdaad twee X-chromosomen.Dat heeft invloed op hormonale ontwikkelingen enzovoorts enzovoorts.Dat speelt een rol. Maar dan kom ik nu op wat ik net zei over bijvoorbeelddoorverwijzingen en aanvullend onderzoek: het is nog steeds zo datartsen, ongeacht of die zelf van het vrouwelijk of mannelijk geslacht zijn,andere denklijnen volgen op het moment dat zij een vrouw met klachtentegenover zich hebben vergeleken met wanneer er een man tegenoverhen zit. Dat noemen we gender. Dat is een niet-biologisch, maar weleffectief verschil. Dat is heel bijzonder. Het is echt heel interessant omdaar dieper op in te gaan, maar ik ga het maar even niet doen.Ik was namelijk gebleven bij de vraag van zowel CDA als GroenLinks-PvdAover het betrekken van ...De voorzitter:Er is nog een interruptie. U heeft de vraag van de heer Claassen beant-woord. Het woord is nu aan mevrouw Vliegenthart.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch nog een keer terugkomen op die financiering. Ik hoor deStaatssecretaris zeggen dat al die organisaties dat convenant hebbengetekend en ook hun verantwoordelijkheid gaan nemen. Maar ik heb ookeen groot deel van die organisaties gesproken. Diezelfde organisatieszeggen: «We lopen zo achter wat betreft vrouwengezondheid. Daar is zoveel te halen. Er is zo veel winst te behalen.» We hebben het net al gehadover de miljardenwinst die we behalen als we investeren in degezondheid van vrouwen. Het gaat dus niet alleen maar om gezondheid;er is ook een economisch aspect. We hebben het daar al genoeg overgehad. Ik vind het dus toch wel een beetje makkelijk om alleen maar naardie organisaties te wijzen. We zeggen hier allemaal volgens mij niet datalleen het ministerie zou moeten investeren, maar dit heeft zo veelverschillende facetten – mevrouw Dobbe zei dat ook – dat ik het eigenlijkwel een beetje makkelijk vind om alleen maar organisaties te noemen,want volgens mij is er echt wel een gedeelde verantwoordelijkheid als erzo veel winst te behalen is. Die is er dan dus ook voor het ministerie.Staatssecretaris Tielen:Nou, ik vind het juist makkelijk om te zeggen: ik trek ergens een laatjeopen en dan komt het allemaal goed. Dat is namelijk echt niet wat ik wilmeegeven aan deze organisaties, die commitment hebben om er zelf ookiets aan te doen. Plus, er loopt al 15 miljoen euro vanuit het Ministerie vanVWS. Er lopen al programma’s. ZonMw is echt goed bezig om dat tecoördineren en om te netwerken. Ik denk ook dat we nu nog niet heelscherp hebben wat er precies nodig is. Nogmaals, ik kom even terug opdie werkgevers. Als je als werkgever hier oog voor hebt, als onderdeel vanje normale, goede werkgeverschap, en als je bijvoorbeeld met goedeinitiatieven komt, zoals bij het Amsterdam UMC, maar er zijn er nog meer,om aandacht te geven aan het vergroten van vrouwengezondheid, danheb je daar direct effect van. Dus volgens mij moeten we bij het opstellenvan de werkagenda en bij het uitvoeren van de werkagenda dat soortaspecten meenemen om te laten zien dat het een gezamenlijke verant-woordelijkheid in de samenleving is. Ik kan me voorstellen dat we, als weonderweg heel bijzondere dingen tegenkomen, zeker opnieuw definancieringsvraag stellen. Ik reken erop dat uw Kamer dat ook steeds zalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97427 doen, maar ik wil er niet bij voorbaat al dat antwoord op geven, ookomdat dat geld nog loopt tot 2030.De voorzitter:Gaat u door.Staatssecretaris Tielen:Dan toch de vraag van GroenLinks-PvdA en het CDA over het betrekkenvan de stem van vrouwen, onder andere zoals ze dat in het VerenigdKoninkrijk hebben gedaan. Ik heb onder andere bij het Verenigd Koninkrijkmijn oor te luisteren gelegd om te horen hoe ze dat hebben gedaan. Ikheb dat weer hiermee naartoe genomen, om te kijken of we dat op diemanier moeten doen of op een andere manier. We doen het eigenlijkvooral op een andere manier. De stem van vrouwen wordt structureelmeegenomen in de strategie maar straks ook bij het opstellen van dewerkagenda. Dat gebeurt onder andere met bijeenkomsten, zoals eenrondetafel op 11 december bij ZonMw, waar veel vrouwen, vrouwenorga-nisaties en patiëntenverenigingen bij betrokken waren. Vorige week warener werkconferenties. Al die partijen die zich eraan committeren via hetconvenant, zoals WOMEN Inc., Voices for Women en de Nederlandsevereniging van gynaecologen, zijn onderdeel van het proces dat wesamen doorlopen om de werkagenda vast te stellen. Daarnaast hebbenwe voortdurend ervaringsdeskundigen. In dit Kamerdebat, in de eerstetermijn van de Kamer, hadden we het al over Angel en Viola, maarbijvoorbeeld ook over Bo en Alja. We hebben een hele hoop ervaringsdes-kundigen aan het woord gehoord, ook vorige week, om ons te blijvenherinneren aan voor wie we dit eigenlijk allemaal doen.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Het is natuurlijk heel mooi dat vrouwen op deze manier geconsulteerdworden, maar volgens mij hebben we ook al met z’n allen gezegd: dévrouw bestaat niet. Die enkele vrouw in zo’n rondetafelgesprek, diepatiëntenorganisaties of die drie casussen die we hier hebben gehoord:de Engelse strategie heeft succes omdat ze 100.000 vrouwen geconsul-teerd hebben. Elke vrouw heeft een andere achtergrond en anderebehoeften. Dat is echt een structureel andere manier om vrouwen erbij tebetrekken dan door alleen rondetafels te doen of alleen met patiëntenor-ganisaties te praten, die ook maar een deel van de mensen zien. Ik wilnogmaals benadrukken dat die gezondheidsachterstand juist nog meergeldt voor mensen die in een kwetsbare positie zitten. Hoe consulteren weook die vrouwen? Dat wil ik heel graag horen. Daarbij gaat het wat mijbetreft in twee stukken. Het eerste stuk is het opzetten van de vrouwenge-zondheid en de werkagenda, en vervolgens dat wat erna gebeurt. Ik zoudus ook graag over die tweescheiding willen horen.Staatssecretaris Tielen:Die tweescheiding heb ik niet helemaal scherp, volgens mij, maar ik zalproberen antwoord te geven. De manier van het Verenigd Koninkrijk wasinderdaad om een heel grote uitvraag te doen. Het was eigenlijk opnieuween heel groot onderzoek. De vraag is wat het doel ervan is: betrok-kenheid, kennis of nieuwe inzichten? Volgens mij moet je dat alleen doenals je het doel ook echt moet bereiken. Mijn opvatting, gebaseerd op watmen in het Verenigd Koninkrijk heeft gedaan en op wat de partijen zeggenwaarmee we nu al het proces doorlopen, is dat we al heel veel weten.Heel veel nieuwe inzichten verwachten we dus niet op te halen uit eenheel grootschalig onderzoek. De betrokkenheid is dus via heel veelorganisaties geborgd. Ik heb er al een aantal genoemd. Ik denk dat het nuvooral zaak is om in actie te komen en een groot onderzoek uit te voerenin plaats van weer een stap terug te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97428 De voorzitter:Mevrouw Van Brenk, op dit punt.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):De Staatssecretaris noemt een aantal partijen. We hebben ook een briefgehad van Ava – ik neem aan dat de Staatssecretaris daar ook kennis vanheeft genomen – waarin wordt gezegd: richt een patiëntenraad op voorvrouwengezondheid. Is dat nou ook een partij die hierbij betrokken is?Kan je zo’n gezamenlijke werkagenda zien als een soort patiëntenraad?De voorzitter:Dat was de vraag van 50PLUS.Staatssecretaris Tielen:Ik kan natuurlijk een heel lijstje maken van iedereen die we een keer ofvaker gesproken hebben, maar ik weet niet of we daar heel erg meegeholpen zijn. Mag ik daar in de tweede termijn op terugkomen?De voorzitter:Ja, dat noteren we.Staatssecretaris Tielen:Ik wil een goed antwoord geven; laat ik het zo zeggen.De voorzitter:Waar was u gebleven?Staatssecretaris Tielen:Ik was bij een volgend blokje gekomen.De voorzitter:Ja, precies. Dat is ... O, mevrouw Maeijer heeft nog een vraag.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik was even aan het puzzelen. Waren dit de antwoorden op de nationalestrategie?De voorzitter:Ja.Mevrouw Maeijer (PVV):Oké.De voorzitter:Dan ... Ja? Toch nog een vraag van de PVV-fractie?Mevrouw Maeijer (PVV):Ja, een beetje vooruitlopend daarop. De Staatssecretaris geeft netmeerdere malen aan dat er de afgelopen tijd al veel gesprekken zijngevoerd. Er is een werkconferentie geweest. Ook op andere momentenheeft zij belangenbehartigers en patiënten ontvangen. De werkagendaverwacht ze ergens voor de zomer. Dat duurt nog even. Zijn er uit degesprekken die de afgelopen periode zijn gevoerd al zaken, knelpunten oflaaghangend fruit, iets wat in de weg zit of wat dan ook, omhooggekomenwaarvan zij zegt: dat zou mijn opvolger nu al kunnen opvangen? Zijn datsoort punten die niet hoeven te wachten op die werkagenda, bovenkomen drijven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97429 Staatssecretaris Tielen:Heel veel dingen lopen inderdaad al. Nogmaals, het initiatief vanAmsterdam UMC wordt nu ook al door andere ziekenhuizen opgepakt. Datgeldt bijvoorbeeld voor het Haaglanden Medisch Centrum. Dat vind ik hetmooie van de tijd waar we in zitten: er gebeurt al heel veel, zonder dat ikhoef te zeggen «ga eens met die praten». Er is al heel veel kruisbestuiving,zou ik bijna zeggen. Ja, er zijn nog allerlei kennisvragen. Een aantal lopenmee in het ZonMw-onderzoek. Eind deze maand worden er ook weer eenaantal onderzoeksvoorstellen gehonoreerd. Ik zie nu geen hele grotebelemmeringen. Op het moment dat ik dit zeg, weet ik dat ze er ook welzijn, maar het opstellen van die werkagenda is hét proces om dit allemaalbij elkaar te brengen. Vorige week woensdag hebben we geprobeerd omdat al zo goed mogelijk overzichtelijk te krijgen.De voorzitter:Mevrouw Maeijer nog.Mevrouw Maeijer (PVV):Een korte vraag dan over wat men dan straks kan verwachten, dus eenbeetje verwachtingsmanagement. VWS heeft een faciliterende rol, begrijpik. Er wordt nadrukkelijk naar de andere partijen aan tafel gekeken, zodatzij hun rol oppakken. Hier komen al een hoop onderwerpen naar voren diebijvoorbeeld niet in de nationale strategie staan, zoals dementie. Zoworden er steeds, terecht, onderwerpen bij gevoegd. Maar hoe wordt nouvoorkomen dat het een soort kerstboom wordt, waar heel veel in staat,maar die niet concreet genoeg is?Staatssecretaris Tielen:Die vraag sluit volgens mij een beetje aan bij de vraag die meneerClaassen ook stelde, namelijk: kunnen we een soort van prioriteitenlijstjekrijgen? Ik zei daarop: we gaan niet zeggen «dit allemaal wel» en «datallemaal niet». Dat hangt van een aantal zaken af. Dat is ook het proces.We gaan de komende maanden gebruiken om de werkagenda concreet tekrijgen. Ik snap namelijk heel goed wat mevrouw Maeijer bedoelt. Het zouzonde zijn als we er een soort van «we laten duizend bloemen bloeien eniedereen doet een beetje» van maken, maar dat we vervolgens niet verderkomen. Tegelijkertijd kan een beetje doen al een groot verschil maken. Hetlijkt me goed om alles op een rijtje te zetten, waarbij niet een gelimiteerdelijst van aandoeningen, ziekten of klachten langskomt. Het lijkt me goedom te kijken waar we ons op richten en vanuit welke rollen we dat gaandoen. Wat mij betreft wordt het wel wat concreter inderdaad. Daarom heethet ook een «werkagenda», op basis van een strategie die zegt welke kantwe opgaan. In de werkagenda staat op welke manier we dingen gaandoen, welke partij iets doet en wat we kunnen verwachten. Het wordt duseen echte agenda.De heer Krul (CDA):Ik moest toch even nadenken over de antwoorden van de Staatssecretarisop het vorige punt, over de consultatie. Want ik begrijp heel goed dat deStaatssecretaris zegt: we weten al heel veel en ik wil gewoon aan de slag.Wat ik heel interessant vond aan die consultatie in het Verenigd Koninkrijkis enerzijds de schaal. Daarnaast bleek dat heel veel vrouwen wel klachtenhadden, maar die zelf niet herkenden als een zorgvraag of zorgprobleem.Dat leverde heel veel nieuwe inzichten op. Ik kan me haast niet voorstellendat dat soort resultaten hier niet van waarde kunnen zijn. Daarmee wil iknatuurlijk niks afdoen aan het hele belangrijke en goede werk van heelveel organisaties die zich hiermee bezighouden, maar zo’n schaal is tochjuist iets nieuws?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97430 Staatssecretaris Tielen:Meneer Krul doelt concreet op vrouwen die klachten hebben waarmee zesoms niet naar een dokter gaan, maar zich wel ziekmelden. Dat is eentypisch voorbeeld van iets wat in Amsterdam tot actie heeft geleid bijgynaecoloog Judith Huirne en tot een vrouwenpoli waar inderdaad heelveel vrouwen terechtkwamen die dachten: laat ik het hier maar eensproberen. Vervolgens werden zij wél geholpen. De vraag is dus of dat metactie en initiatieven moet, of met een onderzoek. Mijn voorkeur is echt hettweede.De voorzitter:Dan gaan we door met het volgende blok.Staatssecretaris Tielen:Het volgende mapje heeft de titel bevolkingsonderzoek.De voorzitter:Gaat uw gang.Staatssecretaris Tielen:Dat ging onder andere over de mobiele mammografiebussen. De SPvroeg naar het verdwijnen van bevolkingsonderzoeksbussen. Dieverdwijnen niet. Mevrouw Dobbe zei tussen de regels door iets overfinanciering. De financiering is ook niet verminderd. Het gaat om deroutes die die bussen rijden en waar ze stil staan. Dat heeft inderdaad,zoals een aantal van uw leden al zei, te maken met het tekort aanpersoneelscapaciteit. Uiteindelijk geeft het RIVM opdracht aan Bevolkings-onderzoek Nederland om te zorgen dat de uitvoering van het bevolkings-onderzoek borstkanker kwalitatief goed is en goed bereikbaar is en dat ergoede toegang is. De routes van de bussen zijn gewijzigd vanwegecapaciteitstekorten. Dan kan het dus gebeuren dat door andere routes,andere plekken worden aangedaan. Dat is het geval in Zutphen. Aan deandere kant is het zo dat als je een andere route rijdt, andere vrouwenweer dichterbij zijn. Dat is de puzzel waar Bevolkingsonderzoek Nederlandmee worstelt. Uiteindelijk gebeurt dat altijd volgens de lijnen kwaliteit,bereikbaarheid en zo groot mogelijke toegang.Over capaciteit gesproken, meneer Claassen stelde de vraag: hoe staat hetnou met de inzet van artificial intelligence, oftewel kunstmatige intelli-gentie? Ik zie meneer Claassen moeilijk kijken, dus ik weet niet of dat zijnvraag was.De voorzitter:Ik zit even te kijken. Mevrouw Dobbe heeft nog een interruptie. Gaat uwgang.Mevrouw Dobbe (SP):Dit is wel een heel «semantische discussie»-antwoord, om het maar evenzo te zeggen. Die vrouwen in Zutphen, die nu minder deelnemen aan hetbevolkingsonderzoek omdat de bus daar niet meer komt, zien die busverdwijnen. Zij gaan dus minder vaak deelnemen aan het bevolkingson-derzoek, terwijl Zutphen nou juist zo’n plek is waar de behoefte daaraanblijkbaar heel erg groot is. Dat is toch wel de praktijk. Dan kan deStaatssecretaris wel zeggen «ze verdwijnen niet; ze rijden een andereroute vanwege personeelsinzet», maar er zijn gewoon plekken waar diebus dus verdwijnt. Laten we dat wel even met z’n allen constateren. Latenwe ook tegen elkaar zeggen dat dat dus niét goed is, dat deelname aanbevolkingsonderzoek daardoor afneemt, dat vrouwen daarvan de dupezijn en dat we dat niet moeten willen. Die borstenbus moet daar dusgewoon blijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97431 Staatssecretaris Tielen:Ik snap wat mevrouw Dobbe bedoelt, maar ze suggereerde iets anders.Dat wil ik even uit de weg hebben. Nogmaals, de opdracht aan Bevol-kingsonderzoek Nederland is: een zo hoog mogelijke kwaliteit, een zogoed mogelijke bereikbaarheid en een zo hoog mogelijke toegang. Ik hoorde cijfers die mevrouw Dobbe aanhaalt over de deelname, maar die ken ikniet, dus die kan ik ook niet verifiëren. Als inderdaad blijkt dat nieuweroutes leiden tot over het algemeen een lagere deelname, zal Bevolkings-onderzoek Nederland opnieuw aan de slag gaan om te zorgen dat diedeelname zo hoog mogelijk is. Dat is namelijk onze gezamenlijkeopdracht, wens en ambitie. Daar zijn we het volgens mij met elkaar overeens. Alleen, ik ga Bevolkingsonderzoek Nederland niet via het RIVMvertellen hoe ze wel of niet met die bussen moeten rijden. Dat is niet mijntaak; daar heb ik ook geen kennis van.De voorzitter:Uw laatste interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Maar het is denk ik wel aan ons om ervoor te zorgen dat bevolkingson-derzoek goed wordt uitgevoerd en dat alle vrouwen in Nederland daaringoed worden bediend. Er wordt nu gesproken over bepaalde keuzes diegemaakt worden door een personeelstekort. In plaats van het personeels-tekort te willen oplossen, gaan we bepaalde locaties overslaan, waardoorvrouwen de dupe worden en deelname aan het bevolkingsonderzoekvermindert. Dat kan natuurlijk niet de oplossing zijn. Mijn oproep is omhierin gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen en te zeggen: wijzorgen dat die bussen niet verdwijnen en dat de borstenbus gewoonbeschikbaar blijft, ook in Zutphen en op die andere plekken. Er zijnnamelijk nog andere plekken waar die bus eerst wel kwam, maar nu ookniet meer komt, waar vrouwen dus ook de dupe worden.Staatssecretaris Tielen:Mevrouw Dobbe en ik trekken volgens mij aan dezelfde kant van het touw,als je het over touwtjetrekken zou willen hebben. We willen allemaal datde deelname aan het bevolkingsonderzoek zo hoog mogelijk is, want weweten allemaal dat we door vroege opsporing heel veel ellende kunnenvoorkomen en levens kunnen beschermen. Maar het hoe, waar en watprecies vind ik echt aan Bevolkingsonderzoek Nederland. Daar zitten heleslimme, goede mensen met kennis van zaken, die het logistiek goedkunnen inregelen om zo veel mogelijk capaciteit ter beschikking te hebbenom een zo hoog mogelijke toegang tot in dit geval mammografieën tehebben. Daar ga ik dus niet in treden.De voorzitter:Gaat u door met uw betoog.Staatssecretaris Tielen:De heer Claassen vroeg naar de overcapaciteit en zijn motie daarover, inhet kader van de inzet van kunstmatige intelligentie. Daar zijn we heeldruk mee bezig. Ik heb daar ook iets over geschreven in een brief van eindnovember. Het gaat met name over de mogelijkheid om minder personeelnodig te hebben bij het beoordelen van de mammogrammen. Het makenvan de mammogrammen moet nog steeds wel gebeuren. Het is overigenseen vervelend type onderzoek. Ik weet dat er ondertussen mensen drukbezig zijn om te kijken of daar een betrouwbaar alternatief voor te vindenis.De fracties van SP, CDA en 50PLUS vroegen naar de vervolgstappen opMRI’s voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel. Dit is iets waar ik hardop heb lopen duwen, om het zo maar te zeggen, want ik vind echt – datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97432 weet u van mij, toen ik nog aan de andere kant van de tafel zat – dat wehier een oplossing voor moeten hebben. We hebben een oplossing. Omdie goed uit te voeren, hebben we tot 2030 nodig. Ik heb er hard opgeduwd om ervoor te zorgen dat dat een jaar eerder is dan oorspronkelijkhet plan was, onder andere door een aanvullend Gezondheidsraadadviesover te slaan. Dat doen we door zo dicht mogelijk bij de manier te blijvenwaarop het al eerder door de Gezondheidsraad was bekeken. Er zit onderandere een aanbestedingsplicht in; daar werd aan gerefereerd. Dat kosttijd. Het kost ook tijd om vergunningen te geven om de hoge kwaliteit tekunnen waarborgen en verdringing te voorkomen. Er zit gewoonorganisatorische voorbereidingstijd in. Dan denk je: moet dat echt vierjaar duren? We hebben allerlei dingen geprobeerd om het korter te latenduren, onder andere geen aanvullend Gezondheidsraadadvies. Ik denkechter niet dat het heel veel sneller dan 2030 kan. Tegelijkertijd heb ik aanhet RIVM meegegeven dat ik bij alle stappen die het RIVM zet, continu wilweten of het toch nog sneller kan; welke mogelijkheden hebben we nogom het parallel te laten lopen? Ik begrijp namelijk heel goed dat mensendit gewoon lang vinden duren.Mevrouw Paulusma (D66):Toen ik nog met de Staatssecretaris aan deze kant van de tafel zat, hebbenwij hier vrij heftige debatten over gevoerd met haar voorganger. Ik baalenorm van 2030, maar ik baal nog meer ... Nee, ik ga het niet kwalificeren.Ik heb een grote aanvaring met de voorganger van deze Staatssecretarisgehad, omdat hij zei: we gaan het vrouwen niet vertellen, omdat ze nietmet deze informatie om kunnen gaan. Ik wil ergens nog wel meegaan iniets organisatorisch en heb ook wel vertrouwen in de druk die dezeStaatssecretaris legt op het vervroegen van de uitvoering, maar ik blijf hetheel ongemakkelijk vinden dat vrouwen dit niet mogen weten. Ik ben heelbenieuwd hoe de Staatssecretaris daarnaar kijkt in de rol die ze nu heeft.Staatssecretaris Tielen:Daarbij refereer ik aan iets wat ik in mijn inleiding al zei, omdat het ook bijmij heel gevoelig ligt, namelijk het serieus nemen van vrouwen. Ik kan medat debat nog goed herinneren en ook het gevoel dat het niet serieusgenomen werd kwam heel snel boven. Ik zei intern en tegen een aantaladviesorganen: grote mond. Ik ben in gesprek gegaan met de betrokkenorganisaties, zoals de patiëntenorganisaties, de radiologen en deoncologen. Ik heb aan een volle tafel met allerlei betrokken instanties eengesprek daarover gehad. Ook het RIVM en BevolkingsonderzoekNederland waren daarbij. Er waren er in ieder geval heel veel. De vraagwas: wat kunnen we doen, wat willen we doen en wat is verstandig? Datwas de vraag, wetende dat er in het huidige bevolkingsonderzoek geenuitslag is die aangeeft welk borstweefsel iemand heeft. Daarvoor moeteen extra handeling worden gedaan. En dan? Je bent op zich niet ziek alsje dicht borstweefsel hebt. Het is geen diagnose of wat dan ook. Als je datdeelt, dan moet je dus wel een vervolgstap kunnen aanbieden. Dat kan alser een MRI is. Dan kom ik op de vraag. Nogmaals, we hebben daaruitgebreid over van gedachten gewisseld. Ik heb heel goed geluisterd naariedereen die daarover heeft nagedacht, en heb uiteindelijk toch beslotendat het verstandig is om het mee te geven op het moment dat we die MRIaan kunnen bieden.Mevrouw Paulusma (D66):De Staatssecretaris zal kunnen verwachten dat ik het daar niet mee eensben. Ik wilde een vraag stellen over de afname van de deelname aanbevolkingsonderzoeken naar aanleiding van de datahack, maar dit is ookeen reden waarom vrouwen minder vertrouwen krijgen in het bevolkings-onderzoek. Want als je ernaartoe gaat, je eigenlijk niet zeker weet in welkecategorie je valt, je er geen mededelingen over krijgt, je er niet over wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97433 geïnformeerd en je eigenlijk niet serieus genomen wordt, waarom zou jedan nog gaan? Ik vind dat wij als volwassenen bejegend kunnen wordenen dus prima de mededeling kunnen krijgen dat we in de categorie dichtborstweefsel vallen of dat het daarop lijkt. Vrouwen stellen zichzelf nuallemaal deze vraag als ze geweest zijn. Word dan geïnformeerd! Wij zijnvolwassen genoeg om met een mededeling om te kunnen gaan. DeStaatssecretaris werkt heel hard om die MRI naar voren te halen, maar dieis er nu nog niet. Ik vind eigenlijk dat de Staatssecretaris niet voorvrouwen in Nederland het besluit kan nemen om het niet te weten.Staatssecretaris Tielen:Nogmaals, ik begrijp die stelling van mevrouw Paulusma; het is eigenlijkgeen vraag. Ik heb me daar echt in verdiept. Ik heb er met heel veelpersonen, vrouwen, mannen, dokters, patiënten enzovoort enzovoort overgesproken. Uiteindelijk heb ik de weging gemaakt om het momentwaarop je een MRI kunt krijgen als vervolg, toch ook als moment tenemen om het te delen met de vrouwen.De heer Krul (CDA):Ik ben het hier echt hartstochtelijk mee oneens. Vrouwen met zeer dichtborstweefsel hebben twee tot vier keer meer kans op borstkanker. Je kuntmeer doen dan alleen een MRI. Contrastmammografie of zelfs een echokan kanker beter detecteren bij vrouwen met zeer dicht borstweefsel. Er isdus wel iets wat je kan doen. Ik hoor de Staatssecretaris eigenlijk – ik gahet maar gewoon zeggen zoals ik het hoor – op een veel nettere manierbewoorden wat haar voorganger ook zei: we willen vrouwen niet vertellendat ze dat risico lopen, want we vinden dat we ze dan ook een vervolgstapmoeten kunnen aanbieden. Ik vind dat je dat niet kunt bepalen. Ik ben weleven benieuwd naar het volgende. De Staatssecretaris heeft een afweginggemaakt. Als de Kamer een andere afweging maakt, hoop ik wel dat wedat dan ook gewoon gaan doen. Ik heb namelijk wel principieel moeitemet deze uitleg.Staatssecretaris Tielen:U zegt: we willen het ze niet vertellen. Nee, we kúnnen het ze nu nietvertellen. In het huidige mammografieprotocol zit niet iets van: u valt indie klasse. Dat zit er gewoon niet in. Dan moeten we iets toevoegen aanhet bevolkingsonderzoekprotocol op zichzelf. Nogmaals, ik snap heel goedwat de heer Krul zegt. Het is ook echt een duivels dilemma, om het maarzo te zeggen. Alles afwegende wil ik toch heel graag dat we het vertellenzodra we die MRI’s kunnen aanbieden.De voorzitter:Ik geef u zo het woord, mevrouw Van Brenk. Meneer Krul, had u nog eenvervolgvraag? Mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):We zullen vast een tweeminutendebat gaan doen. Ik kan me zomaarvoorstellen dat de Kamer hier inderdaad anders over denkt. Ik benbenieuwd wat er dan gaat gebeuren. Ik zou graag van de Staatssecretariswillen horen wat de gevolgen zouden zijn als wij met z’n allen toch vindendat het wél zou moeten.Staatssecretaris Tielen:Het betekent dat wij een beslissing nemen voor iedereen. Dat is natuurlijkgewoon het dilemma van dit soort beslissingen. Als medewetgevers enmederegelgevers beslissen wij met elkaar altijd voor heel veel mensen.Dat betekent dat dat invloed heeft op het bevolkingsonderzoekprotocol,dus hoe we het überhaupt inregelen en hoe de communicatie verloopt. Ikvermoed dat dat ook heel veel gevolgen zal hebben voor de vervolgonder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97434 zoeken, die nu dus nog niet helemaal geregeld zijn. Daar zouden vrouwendan uiteraard wel gebruik van willen maken.De heer Krul (CDA):Ik wil toch nog even inzoomen op al die redenen waarom het tot 2030moet duren. Ik begrijp wat de Staatssecretaris zei over Europees aanbe-steden, maar zij noemde ook twee andere redenen, namelijk verdringingen het kunnen leveren van een goede kwaliteit van zorg. Zou de Staatsse-cretaris daar iets meer over kunnen vertellen? Wat voor verdringingsef-fecten treden precies op op het moment dat we vrouwen met zeer dichtborstweefsel die extra MRI aanbieden en wat voor dilemma is er nou nogop het gebied van goede kwaliteit van zorg?Staatssecretaris Tielen:Dat moet ik even uit mijn hoofd halen. De heer Krul verwijst deels naar debrief. Die moet ik eventjes scherp hebben. In het RIVM-advies zijn eenaantal verschillende vormen gepresenteerd waarin het kan. Die hebbendaar deels mee te maken. Ik probeer dat nu even op te ... In theorie is hetsneller als we het via de zorg zouden regelen en zouden zeggen: je kuntgewoon van alle MRI’s gebruikmaken als je een mammogram hebt latenmaken. Maar het detecteren van kleine tumoren verloopt anders als je eenknobbeltje hebt of op een andere manier al een indicatie hebt dat ervervolgonderzoek nodig is dan als je meedoet aan het bevolkingson-derzoek, waarbij in principe gezonde vrouwen de routes ingaan, om hetmaar zo te zeggen. Dat vergt een andere kwaliteit van de mensen. Ik wilzeker weten dat de kwaliteit van zorg daarbij goed is. Als je het hebt oververdringing, gaat het ook over vrouwen met bijvoorbeeld erfelijke aanleg,die ook eens in de zoveel tijd aanvullend onderzoek nodig hebben omzeker te weten dat ze nog gezond zijn. Die zitten bij wijze van sprekenweer in andere routes dan vrouwen die meedoen aan het bevolkingson-derzoek. Het is voor zowel de kwaliteit als de toegang het handigst om hetvia de bevolkingsonderzoekroute goed te regelen.De voorzitter:Dat was duidelijk. U kunt door met uw beantwoording.Staatssecretaris Tielen:Wat ik net zei, was volgens mij ook het antwoord op de vraag diemevrouw Maeijer daarover heeft gesteld. Ik denk dat dat de antwoordenop de vragen over bevolkingsonderzoeken waren, maar ik weet datmevrouw Paulusma nog een interruptie gaat doen.De voorzitter:U weet dat mevrouw Paulusma nog een interruptie gaat doen. Dat zoudan haar laatste interruptie zijn. Ik zeg het maar even.Mevrouw Paulusma (D66):Daarom ga ik wat tegen de voorzitter zeggen, als dat mag.De voorzitter:En dat is?Mevrouw Paulusma (D66):Ik weet dat dit mijn laatste interruptie is. Daarom had ik net een inleidendevraag gesteld toen ik begon over de screening bij dicht borstweefsel,namelijk over de deelname aan bevolkingsonderzoeken in het algemeen.Ik hoop niet dat dat mijn laatste vraag was, want ik had ’m net heel slim ineen andere vraag gemanoeuvreerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97435 De voorzitter:Is uw vraag nu of uw vraag is beantwoord?Staatssecretaris Tielen:Mevrouw Paulusma zei volgens mij ergens in een interruptiedebat meteen van de andere leden ook dat ze nog een interruptie zou doen over dedeelname aan bevolkingsonderzoeken, dus vandaar dat ik ’m aan voeldekomen. Mevrouw Paulusma verwees daarbij ook naar de datahack bijBevolkingsonderzoek Nederland van afgelopen zomer. Daar kunnen wenog geen heel eensluidende conclusies over trekken. We hebben eerstgezien dat de deelname wat lager werd. Vervolgens trok die weer eenbeetje bij, maar nog niet helemaal tot op het niveau van een jaar geleden.Dat kunnen we echter ook niet helemaal zeggen, omdat er gek genoegdoor het jaar heen – ik ga nu echt in technische details zakken – golfbewe-gingen zijn in deelname, terwijl het uitnodigingsbeleid redelijk rechtlijnigis. Dat betekent dus dat we daar nu nog geen harde conclusies overkunnen trekken. Dat kunnen we pas doen als de cijfers over heel 2025bekend zijn. Weet wel dat we er scherp op zijn, want zoals ik al zei toen hetging over het bevolkingsonderzoek borstkanker, is ons allemaal ernatuurlijk alles aan gelegen om de deelname zo hoog mogelijk te krijgenof ieder geval niet af te laten buigen. Daar doen we dus ook ons uiterstebest voor, samen met Bevolkingsonderzoek Nederland.De voorzitter:Dan heeft mevrouw Maeijer nog een vraag.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik heb nog een andere vraag. Ik las in de brief namelijk ook dat het RIVMadviseert om te komen tot een gefaseerde invoering van de MRI. Datbetekent dus dat niet alle vrouwen gelijk een uitnodiging krijgen wanneerhet aanbod start. De Staatssecretaris geeft eigenlijk ook een aantalwinstwaarschuwingen, in de zin van dat de kans, als ik het zelf evenparafraseer, vrij groot is dat er in beginsel een kleinere groep zal zijn. Danzitten we dus eigenlijk al met een termijn waar we nog even op moetenwachten. De terugkoppeling, waar de collega’s het net over hadden, laatook nog op zich wachten. Ook is er een gefaseerde instroom, waardoordus eigenlijk een kleinere groep dan je zou willen een uitnodiging krijgt.Kan de Staatssecretaris daar nog op ingaan? In hoeverre kan ze de tijd dieze nodig heeft om dit allemaal te regelen, gebruiken om dit gewoon goedregelen, zodat ook de hele groep meegepakt kan worden?Staatssecretaris Tielen:Het gaat natuurlijk over duizenden vrouwen. Alles wat ik in een paarregels op papier zet, heeft vervolgens enorme consequenties voor heelveel locaties, professionals en vrouwen. Dat betekent dus dat als we opdat moment de belofte doen dat iemand een vervolgonderzoek krijgt, wedie ook waar moeten kunnen maken. Dat betekent dat we dat gewoon opmoeten bouwen. Dat is dus niet voor iedereen van de eerste op de tweededag beschikbaar, want dan lopen we het risico dat we die hele belangrijkebelofte niet waar kunnen maken. Het tweede deel van de vraag vanmevrouw Maeijer gaat over het organiseren en voorbereiden. Dat is dusafhankelijk van de MRI-capaciteit die we hebben en de protocollen dieervoor gemaakt worden, zodat, nogmaals, op het moment dat het vanstart gaat en we tegen mensen zeggen dat ze een vervolg-MRI krijgen, dieer ook komt en er niet alsnog allerlei wachtlijsten zijn.De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie, mevrouw Maeijer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97436 Mevrouw Maeijer (PVV):Heeft de Staatssecretaris nu enig beeld van welke groep vrouwen dan inbeginsel zal worden uitgenodigd op het moment dat die scan beschikbaaris?Staatssecretaris Tielen:Daar heb ik nu geen beeld van, maar die vraag heb ik uiteraard ookgesteld. Het RIVM gaat dat ook op een rijtje zetten in de uitvoeringsvoor-bereiding die het nu aan het maken is.Dan ben ik gekomen bij het volgende mapje. Daar zit één vraag in, overabortus voor onverzekerden. Dat was een vraag van mevrouwVliegenthart. Zij vroeg of het handig is om de financiering voorabortuszorg voor onverzekerden op te lossen door die onder te brengenbij CAK. Volgens mij zei mevrouw Vliegenthart dat er mensen zijn die alheel lang in Nederland wonen of werken, niet verzekerd zijn en dan dusgeen abortus vergoed krijgen. Dat klopt niet helemaal. Als iemand inNederland woont of werkt, is die persoon namelijk meestal verzekerdvolgens de Wlz, de Wet langdurige zorg. Voor die mensen is abortuskosteloos. Daarnaast hebben we een aantal aparte zorgregelingen waarabortuszorg ook onder valt. Die zijn met name voor asielzoekers enOekraïense ontheemden. Mevrouw Vliegenthart verwees daar volgens mijook al naar. Voor ongedocumenteerden is er inderdaad geen financiëleregeling. Specifiek de CAK-regelingen zijn daar geen oplossing voor. Diezijn namelijk gekoppeld aan het basispakket van de Zorgverzekeringswet.Abortus is daar geen onderdeel van, dus die bieden geen oplossing. Danzou je een heel grote stelselwijziging moeten doen, en dat was ik nietvoornemens.De voorzitter:Mevrouw Vliegenthart, uw laatste interruptie.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik ben eigenlijk blij dat de Staatssecretaris begint over wonen en werkenin Nederland. Ik heb inderdaad eerder gehoord dat vrouwen die wonen enwerken in Nederland allemaal toegang hebben tot abortus. Maar ik heb inal die jaren dat ik bij Dokters van de Wereld als verloskundige hebgewerkt, en in al die jaren dat ik me keihard aan het inzetten ben voor dietoegang in Nederland, gezien dat het vrouwen betreft die wel wonen enwerken in Nederland. Het zijn internationale studenten die hier studeren,onvoldoende werken en daardoor niet volledig in aanmerking komen voordie Wlz-regeling. Het zijn ook ongedocumenteerde vrouwen die heel veelwerken in Nederland. Zij doen dat weliswaar niet volgens de officiëlerichtlijnen, maar zij draaien wel mee in onze economie. Dat zijn mensendie oppassen, schoonmaken en een heel groot deel aan onzemaatschappij toevoegen. Het zijn ook arbeidsmigranten die in Nederlandzijn en zich niet helemaal goed hebben ingeschreven, en daardoor niet inaanmerking komen. U zei over de CAK-regeling dat die alleen voor hetbasispakket is, maar die is er ook voor de Wlz. Die zorg kan ook voorongedocumenteerden uit de Wlz gehaald worden. Wat ik zie, is dat weeigenlijk al jaren heen en weer aan het gaan zijn met vragen als: wie gaatdit betalen, wie gaat dit doen? Voor Oekraïense vrouwen is het ook in deCAK-regeling geregeld.De voorzitter:Wat is uw vraag?Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik zou dus toch nogmaals willen vragen wat de Staatssecretaris hieraanzou willen doen. We hebben nu namelijk gewoon allerlei onveiligeabortussen in Nederland. Die moeten we toch willen voorkomen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97437 Staatssecretaris Tielen:We hebben het hier echt best wel vaak over gehad. Ik zeg het nogmaals:de oplossing zoals mevrouw Vliegenthart die voorstelt, is wat mij betreftgewoon geen oplossing. Ik snap de oproep van mevrouw Vliegenthartwel, al helemaal omdat ze er zelf natuurlijk mee te maken heeft. Dan voelje het toch altijd wat meer. Wat nu in de praktijk wel gebeurt, is datsommige klinieken lagere tarieven vragen. Ze kunnen soms ook geldbesteden uit hun eigen financiële buffers. Daar hebben we het ook eerderover gehad. Het voert nu echt te ver om daar een aparte regeling voor opte zetten, juist omdat we al zo veel regelingen rondom abortus hebben.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ja, voorzitter, ik weet dat dit mijn laatste interruptie is. In dit blokjeabortuszorg is het wat mijn fractie betreft ook belangrijk dat vrouwen deabortuspil bij de huisarts kunnen krijgen. Daar hebben we ook samen metde partij van deze Staatssecretaris om gestreden in de vorige periode ofdie daarvoor. Maar nu las ik een aantal weken geleden dat nog maar 3,5%van de Nederlandse huisartsen de verplichte onlinetraining heeft gevolgdom de abortuspil ook te kunnen verstrekken. Vrouwengezondheid gaatwat mij betreft ook over toegang tot dit soort zorg. Ik ben heel benieuwdhoe de Staatssecretaris hiernaar kijkt, maar vooral wat ze hieraan gaatdoen.Staatssecretaris Tielen:Hoe ik daarnaar kijk, is een goede vraag. Ik vind het lastig om eenconclusie te verbinden aan de cijfers die ik heb gezien, omdat we pasrelatief kort bezig zijn, om het zo maar te zeggen. Huisartsen hebben metheel veel onderwerpen te maken. De vraag of er iets achter zit waar weiets mee willen, kan ik nu nog niet beantwoorden, maar ik ben daar welnieuwsgierig naar. Ik denk dat we daar later dit jaar wat duiding overmoeten kunnen geven, maar nu vind ik het lastig om daar een oordeelover te vellen. Ik zie dat mevrouw Paulusma iets naar mij gebaart, maar ikweet niet wat ze bedoelt.Mevrouw Paulusma (D66):Nou, «later dit jaar» is een beetje een breed concept.Staatssecretaris Tielen:Ergens rond de zomer van dit kalenderjaar. Is dat wat?De voorzitter:Dat komt dan in een brief?Staatssecretaris Tielen:Ja. Over de vraag of ik, of mijn opvolger, dit ergens bijvoeg of dit apartstuur, wil ik nu niets zeggen, maar er komt op schrift een invulling van denieuwsgierigheid die mevrouw Paulusma en ik hebben over wat dezecijfers betekenen.De voorzitter:Oké, duidelijk. Gaat u door.Staatssecretaris Tielen:Dan heb ik een rondje met overige vragen.Ik heb onder andere een vraag van mevrouw Van Brenk. Zij vroeg inhoeverre zorgverzekeraars passende zorg leveren, terwijl in de strategiestaat dat ze nog niet helemaal zijn aangesloten. Ik vond dat een heleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97438 scherpe vraag. Overigens zag ik dat passende zorg en vrouwenge-zondheid in het regeerakkoord aan elkaar gekoppeld worden, dus volgensmij is de intentie er. Zoals ik al zei zijn VGZ, Salland en een aantal andereverzekeraars nadrukkelijk betrokken bij het proces dat we nu doorlopen.Zij hebben zich ook gecommitteerd aan de volgende stappen. Ik denk datwe daarmee zien dat zorgverzekeraars dit zelf ook inzien en daar actie opondernemen.Dan een vraag van de SP over de poli voor vrouwspecifieke aandoeningenvan Amsterdam UMC. Daar hebben we het eigenlijk al over gehad. Ik ziedat ook andere werkgevers, met name zorgwerkgevers, hier zelf mee aande slag gaan om op een redelijk makkelijke, actiegerichte manier invullingte geven aan goed werkgeverschap ten aanzien van vrouwengezondheid.Mevrouw Van Brenk vroeg ook naar het Netherlands Women’s HealthResearch & Innovation Center. Ik moet even lachen, want ik heb een heelleuk T-shirt gekregen van mevrouw Roeters van Lennep met de tekst«girls just wanna have funding». Daar moest ik even aan denken. Dat iseen heel goed initiatief waarbij kennis bij elkaar wordt gebracht omaandacht, aandacht en aandacht te geven aan ontwikkeling van kennis enbewustwording van die verschillen. Ook binnen het ZonMw-programmawordt ingezet op landelijke multidisciplinaire samenwerkingsverbandenzoals deze, waarbij partijen bij elkaar komen. Ik zag dat mevrouw Roetersvan Lennep al heel actief het land doorging om medestanders hiervoor tevinden.De vraag van meneer Claassen over de sekse- en genderaspecten heb ikeigenlijk al beantwoord. Daar wou ik het bij laten.Het CDA vroeg naar migraine. We hebben het gehad over alzheimer eneen aantal mentale gezondheidsproblematieken. Ik denk hierbij ook aanmigraine en postacute infectiesyndromen, PAIS-achtige klachten. Devraag waar we mee moeten beginnen of wie waarmee wil beginnen,moet, denk ik, onderdeel zijn van de werkagenda. Misschien zijn er eenaantal convenantpartners die zich daar heel specifiek op willen richten.Migraine is zeker een klacht die ik herken. Vorige week heeft de HoofdpijnAlliantie daar ook specifiek aandacht voor gevraagd.Het CDA vroeg ook naar de vergoeding voor Emgality.De voorzitter:Mevrouw Van Brenk, dit is uw laatste interruptie.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Over PAIS heb ik gevraagd of er nog iets specifieks kan worden meege-nomen bij de expertisecentra ten aanzien van vrouwen en PAIS. Daar hebik nog geen antwoord op gekregen.Staatssecretaris Tielen:Nee, maar dat is een goede vraag. De Minister heeft natuurlijk vorigeweek het debat over PAIS gedaan. Ik ben zeker bereid om met de Ministerte kijken of we het met aandacht met hen kunnen hebben over wat ze daarnu al aan doen en of ze daar vanuit de Werkagenda Vrouwengezondheideen rol in kunnen en willen spelen. Daar durf ik niks over te zeggen, maardat neem ik met de Minister op als mevrouw Van Brenk dat oké vindt. Ookals ze het niet oké vindt, neem ik het gewoon met de Minister op.Meneer Krul vroeg naar Emgality. Ik snap die vraag heel goed. Het istegelijkertijd heel ingewikkeld. De Minister van VWS onderhandelt met defarmaceuten over de prijs van geneesmiddelen die impact hebben op hettotale zorgbudget. De constatering is dat de leverancier van Emgality ende Minister van VWS geen akkoord hebben kunnen bereiken over definanciële voorwaarden. Dat betekent dat de vergoedingsvoorwaardenvoor Emgality niet worden uitgebreid en Emgality vooralsnog niet wordtvergoed voor preventie van episodische migraine. Het wordt wel vergoedvoor chronische migraine, maar volgens mij benoemde meneer Krul datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97439 zelf ook. De vergoedingsvoorwaarden voor die andere CGRP-remmer – ikweet niet hoe je dat uitspreekt – worden wél uitgebreid. Dat is onderdeelvan de onderhandelingen zoals we die gewoon zijn tussen de Minister ende farmaceuten.De vraag van mevrouw Van Brenk over dementie heb ik volgens mij almeegenomen. Het interessante bij dementie, even los van het fysieke, isdat vrouwen vaak ook nog degenen zijn die voor andere dementie-patiënten zorgen. Dat is eigenlijk een ander vraagstuk, maar dat zoudenwe eventueel mee kunnen nemen in dat deel van de werkagenda.Dan een vraag van meneer Bevers over PTSS en de aanpak van geweld inafhankelijkheidsrelaties. Daar is veel aandacht en prioriteit voor vanuit hetkabinet. Daarvoor werken we samen met andere ministeries, onderandere met Justitie en Veiligheid, Onderwijs en Sociale Zaken. MeneerBevers weet waarschijnlijk ook wel dat we bezig zijn met de werving vaneen nationaal coördinator voor de aanpak van geweld tegen vrouwen enhuiselijk geweld, om te zorgen dat de samenhang tussen die verschillendebeleidsterreinen daadwerkelijk actief kan worden ingezet. PTSS zelf istypisch zoiets waarbij er waarschijnlijk best grote verschillen zijn tussenmannen en vrouwen. Daar was een paar weken geleden een documen-taire over. Heel veel fundamenteel onderzoek wordt alleen nog gedaan opbijvoorbeeld mannetjesratten. Ook daarvoor geldt: moeten we dan heelveel extra dingen gaan doen of moeten we vooral en-en gaan regelen?Nou, dat lijkt me hiervoor typisch een actiepunt.Meneer Krul had een vraag over de schone-lei-regeling. Dat is eenregeling om mensen die genezen zijn van kanker, minder effecten te latenervaren van de invloed van hun ziekte op bijvoorbeeld verzekeringen.Zoals meneer Krul al zei, is borstkanker per 1 januari vorig jaar, dus 2025,opgenomen in de regeling met verkorte termijnen. Die termijnen wordeneens in de zoveel tijd geëvalueerd op basis van medische inzichten. Ik kannu niet zeggen of dat wel of niet kan gaan gebeuren op basis van dieinzichten. In ieder geval wordt het over een tijd weer geëvalueerd. Deaanbevelingen die het Nederlands Kanker Collectief heeft gedaan, zijnbetrokken bij de doorontwikkeling van de regeling en zijn onderdeel vande uitbreiding per 2025.De laatste vraag die ik hier in mijn mapje heb – ik hoop dat ik dancompleet ben – is die van mevrouw Maeijer over de cijfers omtrentwerkverzuim. Daar heb ik eigenlijk ook al iets over gezegd. Het Ministerievan Sociale Zaken is betrokken bij de uitwerking van de WerkagendaVrouwengezondheid, onder andere wat betreft de richtlijn die bedrijfs-artsen hebben gemaakt rondom werk en de overgang. We kwamen ereerder al op dat er gemiddeld gezien inderdaad een groot verschil inziekteverzuim is tussen mannen en vrouwen. Daar hebben dus ookwerkgevers echt een rol in. Sociale Zaken kan daaraan bijdragen en doetdat ook al.Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee bijna alle vragen heb beantwoord.De voorzitter:Bijna? Ja, u heeft nog iets voor de tweede termijn. Kan dat nu al of zullenwe dat echt in de tweede termijn doen? Wat vindt u fijn?Staatssecretaris Tielen:Het is wel handig om het in de tweede termijn te doen. Dan kan ikeventueel ook nog andere aanvullende vragen meenemen.De voorzitter:Akkoord. Dan zijn we aan het einde gekomen van de beantwoording vanhet kabinet.We gaan gelijk door. U krijgt ongeveer een derde van de spreektijd,1 minuut en 20 seconden. Mevrouw Vliegenthart, uw tweede termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97440 Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Het is fijn om te merken dat iedereen hier in ieder gevalhet belang van vrouwengezondheid inziet. Laat ik nogmaals benadrukkenhoe belangrijk het is dat deze strategie en de werkagenda er straks zijnvoor alle vrouwen, ook voor vrouwen van kleur, queer vrouwen envrouwen met een laag inkomen. Hoewel we het vanavond over veel eenszijn, is er ook nog heel veel onduidelijk en gaven de antwoorden van deStaatssecretaris helaas niet heel veel meer vertrouwen dan waar ik deavond mee startte. Dat neemt niet weg dat ik blij ben met de aandacht eninzet van de Staatssecretaris.Ik wil nog wel één ding toevoegen. Het is er al meerdere keren overgegaan vanavond: de best practice van het Amsterdam UMC-spreekuur.Dat spreekuur is gestart omdat het huidige zorgsysteem faalt. Juist diebest practice laat dus zien dat er een structurele verandering nodig is, eenverandering waar niet alleen het zorgveld, zorgverzekeraars en organi-saties voor verantwoordelijk zijn, maar waar ook VWS een verantwoorde-lijkheid voor heeft. Daarom wil ik heel graag een tweeminutendebatVrouwengezondheid aanvragen, om ervoor te zorgen dat we vrouwenge-zondheid echt gaan verbeteren.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een tweeminutendebat aangevraagd; dat noteren we.De volgende spreker is mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Dank voor dit debat, allen. Vrouwen die meedoen aanbevolkingsonderzoek en niet weten of zij dicht borstklierweefsel hebben,moeten we dat gewoon vertellen. Daar ben ik een hartgrondigvoorstander van. Elke motie die hierover wordt ingediend – ik vermoeddat die gaan komen – zullen wij zeker steunen, want ik vind het echt opgeen enkele wijze tonen dat je vrouwen serieus neemt door iets wel teweten en het ze niet te zeggen, terwijl ze het wel willen weten. Dat moetenwe gewoon vertellen. Dit kan wat ons betreft echt niet zo doorgaan.Dan over de borstenbus. Die verdwijnt op sommige plekken. Daar hebbenwe het over gehad. Die bus verdwijnt uit Zutphen, Rijswijk en andereplekken in Nederland. Er wordt gezegd: misschien moeten we kijken naarcreatieve oplossingen. Maar die creatieve oplossingen zijn er niet. Erwordt gezegd: misschien moeten we kijken naar AI. Maar eenAI-oplossing is er nog niet. Er wordt gezegd: we moeten kijken naar eenoplossing voor het personeelstekort. Maar die is er niet. Vervolgensverdwijnt de borstenbus echter wel uit Zutphen en andere plekken. Daarzijn vrouwen de dupe van. Wij willen echt van deze Staatssecretaris horendat ze ervoor zorgt dat die borstenbus nog steeds zal komen op alleplekken waar die kwam, en dat er niet nog meer plekken verdwijnen. Dievrouwen hebben de bus gewoon nodig.Tot slot, want ik ben natuurlijk over mijn tijd heen. Excuses daarvoor. Er isgewoon budget nodig. Als je een Nationale Strategie Vrouwengezondheidwil, als je dat echt serieus wil doen, als je extra dingen wil doen – je moetextra doen, want je kan niet alles binnen de bestaande maatregelendoen – is daar gewoon budget voor nodig.De voorzitter:Dank u wel. De heer Claassen.De heer Claassen (Groep Markuszower):Dank, voorzitter. Ik heb afgelopen tweeënhalf jaar geleerd dat het goed isom met een puntenplan te komen. Ik had een driepuntenplan. Het eerstepunt was snellere en betere diagnostiek, met harde normen voorwachttijden, doorlooptijden, regionale transparantie, seksespecifiekeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97441 richtlijnen, de snelle inbedding van AI en digitale beslisondersteuning,niet als pilot maar als standaard. Ik heb het standpunt van de Staatssecre-taris daarover nog niet gehoord. Misschien kan dat nog in de tweedetermijn.We hebben wel gesproken over het tweede punt: gerichte investeringen inde diagnostiek. Dat was goed.Het derde punt ging over de juiste prioriteiten. Over een onderdeeldaarvan wil ik nog iets vragen aan de Minister. Die prioriteiten en dat planvan aanpak ... Eigenlijk is het een toezegging dat daarnaar gekeken wordt.De vraag is of daar ook niet specifiek bij zou moeten dat het biologischgeslacht leidend moet zijn voor onderzoeken en richtlijnen als datmedisch relevant is. Daar wil ik graag een zienswijze op van de Staatsse-cretaris.Ik waardeer de Staatssecretaris omdat ik heb gezien dat zij zich hier heelerg hard voor heeft gemaakt toen ze aan deze kant zat en ze het niet heeftnagelaten om dat als Staatssecretaris aan de andere kant van de tafeldoor te zetten. Dank daarvoor.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dank, voorzitter. Ik begin positief. Ik ben blij met de toezeggingen als hetgaat om inclusieve zorg en de toegang tot de abortuspil. Ik kijk ook uitnaar de toegezegde vervolgaanpak met de financiële paragraaf die daarbijhoort. Ik kijk ook uit naar de samenwerking met deze commissie als hetgaat om vrouwengezondheid. Er is één ding waar ik last van heb. DeStaatssecretaris zal daar niet verrast over zijn. Een van de grootsteproblemen als het gaat om vrouwengezondheid, is dat wij niet serieusworden genomen. Als de Staatssecretaris blijft volharden dat vrouwenniet geïnformeerd hoeven te worden, kijk ik niet alleen uit naar desamenwerking met deze commissie, maar ook naar de motie die wedaarover gaan indienen. Het begint bij het serieus nemen van vrouwen.Daar kan de Staatssecretaris met deze Kamer een hele grote stap inzetten.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De volgende spreker is de heer Krul.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Ik dank ook de Staatssecretaris voor de beantwoording. Heelveel van onze vragen zijn naar tevredenheid beantwoord, maar dit is welhet punt waarop ik de beantwoording wat zwak vond. Daar ben ik gewoonheel eerlijk in. De Staatssecretaris zegt: wij vinden dat je, als je het vertelt,ook een vervolgstap moet kunnen aanbieden. Ik wil oprecht op zoek gaannaar waarom dat zo is, want je «ontneemt» – dat is een woord dat eenCDA’er misschien niet snel in de mond neemt – toch een vorm vanzelfbeschikking. Ik kan voor € 300 – ik vind overigens dat dit zo snelmogelijk vergoed moet worden – volgende maand een particuliere MRIlaten doen. Als ik weet dat ik vier keer meer kans heb op borstkanker, zouik dat ervoor over hebben. Je ontneemt mensen die kans op het momentdat je het niet vertelt. Ik begrijp dat daarvoor een protocol aangepast moetworden. Ik begrijp dat daar nu niks over wordt vermeld bij de uitslag vaneen mammografie, maar ik vind dat we dat wel moeten doen. Dat we danpas in 2030 daadwerkelijk de zorg kunnen leveren, vind ik vervelend, maarals het niet anders is, is het niet anders. Je geeft vrouwen dan tenminstewel de kans om te zeggen ... Ook in Nederland kan je zonder verwijzingnaar een particuliere MRI-kliniek, maar dat is een stukje duurder. In Belgiëis het alweer een stuk goedkoper. Dat het moet, vind ik erg, maar dan geefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97442 je ze in ieder geval de kans. Ik wil de Staatssecretaris dus nog één keervragen om dit te heroverwegen en hierin toch een stukje mee te bewegenmet de Kamer.De voorzitter:Mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Voorzitter. Ik ga natuurlijk door op hetzelfde punt. BorstkankerverenigingNederland zegt: laten we ons hiervoor hardmaken. Als onnodige MRI’s,zoals veel onderzoeken van de lage rug, worden afgebouwd, komt erruimte vrij bij vrouwen voor wie de nood hoog is. Ze zeggen ook dat alleapparaten binnen het bevolkingsonderzoek dicht borstweefsel kunnenmeten. Zij roepen ook op: laat vrouwen niet in het ongewisse. Die vraagstel ik ook aan de Staatssecretaris. Ik vind echt dat vrouwen dat moetenweten. Ik wil de Staatssecretaris bedanken voor haar betrokkenheid enhaar heel veel succes wensen op de andere portefeuille. Ik hoop van hartedat haar motie over ouderenconsultatiebureaus wordt aangenomen enuitgevoerd.De voorzitter:Dank u wel. De heer Bevers.De heer Bevers (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording van de vragen, ookde vragen die ik specifiek heb gesteld. Ik wacht nog even op het antwoordover de MRI’s, maar ook ik blijf daar een onprettig gevoel over houden. Ikhoor graag de reactie van de Staatssecretaris.Ten slotte. Dit is het laatste debat op het VWS-domein van deze Staatsse-cretaris. We hebben – dat weten de meesten van u – in de fractie langsamen het woord gevoerd op dat domein. Ik vind het dus heel vreemd datze naar iets anders toe gaat dan ons VWS. Ik wens haar daar wel heel veelsucces. Heel veel dank voor alles wat we hier samen hebben gedaan,zowel aan deze kant als aan die kant van de tafel.Dank.De voorzitter:Mevrouw Maeijer.Mevrouw Maeijer (PVV):Voorzitter, dank u wel. Ook mijn dank aan de Staatssecretaris voor debeantwoording vandaag en haar inzet in de afgelopen maanden. Ik wenshaar heel veel succes in haar nieuwe functie.Ik denk dat het goed is dat vrouwengezondheid hoog op de agenda staat.Ik kijk ook uit naar de uitwerking van de agenda, die we voor de zomerzullen zien. Ik hoop oprecht op zo concreet mogelijke acties die resultaatgaan opleveren, met duidelijke doelen en desnoods tussendoelen, zodatecht helder is waar dit toe moet leiden en wanneer.Een van mijn vragen is blijven liggen in de eerste termijn, namelijk devolgende. Zorgbreed hoor je wel dat mensen, in dit geval vrouwen enmeisjes, niet weten waar ze terecht moeten als ze een zorgvraag of eenandere vraag hebben. Ze weten niet wat de mogelijkheden nu al zijn. Ikvroeg mij af of de Staatssecretaris daar op dit moment al kansen voor ziet,of dat ze het eventueel mee kan nemen als onderdeel van de werkagenda.Ik wacht ook de antwoorden ten aanzien van de MRI-scan af. Ik zou daarhet volgende aan toe willen voegen. Wat is er exact voor nodig om datprotocol nu zo te wijzigen dat dat gewoon kan? Ik hoor veel bezwaren,maar waar zit dat ’m in?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97443 De voorzitter:Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de tweede termijn van dezijde van de Kamer. In overleg met de Staatssecretaris is besloten om kortte schorsen. Na een korte schorsing van vijf minuten gaan we door naarde beantwoording in tweede termijn.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn aangekomen bij de tweede termijn vande zijde van het kabinet. Ik geef het woord aan de Staatssecretaris voorhaar tweede termijn.Staatssecretaris Tielen:Voorzitter. Ik begin maar gelijk met de zure appel, want dan kan ikmisschien een beetje vrolijk eindigen. Die zure appel – ik kwam er straks alop – is mij namelijk even zuur. Het gaat namelijk over het terugkoppelenvan de borstdensiteit. Ik wil even heel duidelijk zeggen dat het niet gaatover het wel of niet serieus nemen van vrouwen. Ik snap waar hetvandaan komt, maar ik wil daar echt afstand van nemen. Het serieusnemen van vrouwen is juist de hele portee van de strategie, de aandachtenzovoort enzovoort. Sterker nog, het serieus nemen van vrouwen speeltook een rol in de andere beslissing dan enkele van uw Kamerleden lieverzouden willen. Ik maak even een uitstapje naar een andere vorm vanbevolkingsonderzoek om dan nog een keer een aantal mogelijke conse-quenties te benoemen van het toch anders doen. Denk bijvoorbeeld aandarmkankeronderzoek. Vergeleken met borstkankeronderzoek is dat eenrelatief makkelijk onderzoek, waarbij wordt gekeken of er een aanwijzingis dat er een risico is op kanker en, als dat zo is, aanvullend onderzoekwordt aangeboden, namelijk endoscopisch onderzoek. Dat is ook geenpretje. Dat is ja of nee. Is er een signaal, ja of nee? Er wordt aan mensendie deelnemen aan het onderzoek niet teruggekoppeld: we hebben die endie waarden gevonden en dat is net onder of net boven de afkapwaardeop basis waarvan we wetenschappelijk gezien die risico-inschattingmaken. Het is ja of nee. Dat is wat we nu met borstkanker ook doen: ja ofnee; we zien het wel of niet.De stelling dat alle «mammografen» ... Is dat een woord? Over de stellingdat alle mammografieapparatuur dat kan, zeg ik: in theorie. Er wordt nogniet gemeten. Het is dus niet zo dat we het nu wel weten, maar niet delen.We meten het niet. We weten het niet. Op het moment dat er vervolgon-derzoek mogelijk is, kunnen we dat wel gaan regelen. Ik hecht gewoonheel veel waarde aan de vraag: wat betekent het? Dus wat betekent het alswe de informatie zouden geven: u heeft wel of niet zeer dicht borst-weefsel? Meneer Krul zei het, denk ik, heel goed: als ik dat was, zou ik eenextra MRI gaan aanvragen. Dat snap ik heel goed, want op zichzelf ben jeniet ineens ziek verklaard, maar zeker gezien alle discussies die we hier enin de media daarover zien, zou je dat gevoel wel kunnen hebben en danga je dus aanvullend onderzoek betalen, als je daar tenminste geld voorhebt. Ik vind oprecht dat als wij als overheid een dergelijke beslissingnemen, het dan ook voor iedereen – het woord «toegang» is vandaag alvaak genoemd – toegankelijk zou moeten zijn en niet alleen voor demondige vrouwen, niet alleen voor de vrouwen die daar geld voor hebbenof daar «geld voor over hebben». Ik hoorde meneer Krul dat heel duidelijkook zo zeggen. Ik vind het gewoon niet verantwoord die beslissing anderste nemen; ik vind dat ook niet het serieus nemen van vrouwen. Nogmaals,ik vind dit echt een duivels dilemma. U hoort dat ook aan mij. Maar ik vindhet wel belangrijk om er op die manier naar te kijken. Ik wil dus ook datwe zo snel mogelijk MRI-onderzoek kunnen aanbieden, als we het ookmeten, aan iedereen die dat kan hebben en kan krijgen om de kwaliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97444 van het bevolkingsonderzoek borstkanker ook naar een zo hoog mogelijkniveau te krijgen.Ik kan er nog veel meer over zeggen, maar dit is mijn antwoord daarop.De voorzitter:Is er nog een prangende vraag? Ik ga namelijk niet weer een helediscussie heropenen. Heel kort dan.De heer Claassen (Groep Markuszower):Ik wil toch een motie indienen. Ik was even aan het denken vanuitinformed consent. Als een vrouw na een mammografie vraagt of zij eenhoge densiteit heeft, wat wordt dan het antwoord van degene die datonderzoek gedaan heeft?Staatssecretaris Tielen:Dan is het antwoord: dat hebben we niet gemeten. Meneer Claassen heeftvast weleens ... Ik heb weleens een middag meegelopen. Overigens wordter veel geïnvesteerd in opleiding van zorgprofessionals om het ze tekunnen laten doen. Ik heb ook weleens meegekeken. Je ziet wel wat opeen scherm, maar je kunt het niet meten puur op basis van naar eenscherm kijken. Daar is echt software voor nodig en die is nu niet geïnstal-leerd voor het bevolkingsonderzoek borstkanker.De voorzitter:Gaat u door. O, de heer Krul.De heer Krul (CDA):Ik ga geen vraag formuleren, maar meer een soort verzoek. Ik denknamelijk dat we hier vaker over gaan praten, in elk geval in het tweeminu-tendebat. Ik wil echt vragen of de Staatssecretaris of haar opvolger danook alvast kan kijken naar de Verenigde Staten en dan niet naar de huidigeadministratie, maar naar die daarvoor. De regering-Biden heeft in 2023een dense breast notification act ingevoerd. Dat is federale wetgeving diezegt: vrouwen hebben het recht om dit te weten. In Amerika wordt eenMRI ook niet vergoed. Via een federale wet is daar vanuit ethischeoverwegingen besloten om federaal te bepalen dat staten niet langervrouwen deze informatie mogen onthouden en daar is een reden voor. Ikzou de Staatssecretaris willen vragen of ze dat in elk geval mee wil nemenrichting het tweeminutendebat.Staatssecretaris Tielen:Het is fijn dat de heer Krul dit niet als een vraag verwoordde, want dit hadik niet zo voor bril en dan had ik daar nu geen antwoord op kunnen geven.Maar natuurlijk. Laat me dit dan toch aangrijpen om ook nog eens tezeggen dat dit echt iets is wat we met heel veel verschillende instekenopnieuw hebben bekeken en gewogen en daar oplossingen voor hebbengezocht. Ik neem graag de oude Amerikaanse, zeg ik subtiel, kennisdaarover mee.Dan een aantal, denk ik, iets lichtere onderwerpen. Er was een vraag vanmevrouw Van Brenk over de betrokkenheid van Ava bij de strategie en dewerkagenda. Zij zijn nog niet betrokken geweest, de Patiëntenfederatiewel, die alle betrokken organisatie uiteraard vertegenwoordigt, en eenaantal organisaties die zich zelf hebben gemeld. Dus als zij mee willendoen, zijn ze van harte welkom. Graag.De heer Claassen vroeg nog specifiek naar zijn puntenplan. Ik neem zijnideeën rond dat puntenplan uiteraard mee in het compact en concreetmaken van een werkagenda. Dat zijn altijd goede tips. Specifiek vroeg deheer Claassen volgens mij wat ik vind van snellere en betere diagnostiekmet harde normen. Ik denk dat diagnostiek en verbetering daarvan eenbelangrijk element is in de hele strategie en de werkagenda, juist omdatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97445 daar – uw Kamer heeft een aantal voorbeelden gegeven – gewoon echtnog veel aan schort en vrouwen heel lang met onbegrepen klachten weernaar huis worden gestuurd en niet serieus worden genomen.Mevrouw Dobbe had een vraag over de bus. Ik heb daar eigenlijk al heelveel over gezegd. Dan hebben we het over de bus van het bevolkingson-derzoek borstkanker. Ik vind gewoon echt niet dat ik mij moet mengen inde routes die door Bevolkingsonderzoek Nederland worden samengesteldop basis van – ik zeg het toch nog maar een keertje – hoge kwaliteit, hogebereikbaarheid en zo maximaal mogelijke toegang en effectieve inzet, duszo optimaal mogelijk gebruik van alle capaciteit. Dat doen zij heel erggoed. Volgens mij is er een set schriftelijke vragen over gesteld. Zijn dievan mevrouw Dobbe? Ongetwijfeld, zegt ze. Als mevrouw Dobbe deantwoorden op die vragen niet voldoende vindt, vind ik het prima omüberhaupt als het gaat om bevolkingsonderzoek rond de zomer nog eenswat nader in te gaan op wat de achtergrond daarvan is. Want nogmaals,volgens mij willen wij allemaal hetzelfde: maximale toegang tot bevol-kingsonderzoek en ook zorgen dat iedereen daar zo veel mogelijk aandeelneemt. Dus die cijfers horen omhoog te gaan.De voorzitter:Is dat laatste een toezegging of een wens?Staatssecretaris Tielen:Als u dat als een toezegging wil formuleren, dan mag dat.De voorzitter:Even voor de duidelijkheid.Mevrouw Dobbe (SP):Ik ben meer tevreden met een toezegging dat deze Staatssecretaris zichgaat inzetten voor het behoud van de borstenbus waar die was.De voorzitter:Oké. Ik denk dat we daar in het tweeminutendebat nog op doorgaan, dusik laat het even zo.Ik dank de Staatssecretaris voor de beantwoording in tweede termijn.Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit commissiedebatVrouwengezondheid. Ik dank alle Kamerleden, de ondersteuning, debewindspersoon, alle aanwezigen en iedereen die via het scherm heeftmeegekeken.Ik heb enkele toezeggingen genoteerd.–De Staatssecretaris zegt de commissie toe om de door de heerClaassen genoemde elementen op te nemen in de werkagenda die wijvoor de zomer krijgen.Klopt dat, Staatssecretaris?Staatssecretaris Tielen:Voor de zomer heb ik inderdaad gezegd. De zomer hier in dit huis kaninderdaad het zomerreces zijn.De voorzitter:Voor het zomerreces, dat is iets duidelijker. Dat is een. Twee.–De Staatssecretaris zegt toe rond de zomer een brief aan de Kamer tedoen toekomen waarin zij probeert duiding te geven aan de cijfersrondom de deelname aan de verplichte cursussen voor het voorschrij-ven van de abortuspil.Dat zijn de twee punten die ik genoteerd heb als toezegging. MevrouwVan Brenk nog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97446 Mevrouw Van Brenk (50PLUS):De Staatssecretaris zou ook nog met de Minister kortsluiten over de PAISen het onderzoek bij de expertisecentra.De voorzitter:Ja, dat kan. Dat is een toezegging.Staatssecretaris Tielen:Daar ga ik geen acht kantjes over schrijven, maar ik snap best dat u evenwil horen wat we daarvan vinden.De voorzitter:Komt daar een brief over voor het zomerreces?Staatssecretaris Tielen:Is het goed als we dat meenemen in de werkagenda, dus dat we er daarinexpliciet een paar regels aan wijden?De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Van Brenk daarmee instemt. Dan voegen we dat toeaan de eerste toezegging. Dank.Er is een tweeminutendebat aangevraagd door mevrouw Vliegenthart,met haar als eerste spreker. Dat verzoek geleiden we door. Het is vrijwelzeker dat dat met een nieuwe bewindspersoon gaat zijn. Dan weet u datook gelijk.Ik wil ook nog, ik denk namens de commissie, deze Staatssecretarisenorm bedanken voor haar inzet. Ik mocht dat ook al doen als woord-voerder Sport afgelopen maandag. Afgelopen maandag klinkt heel langgeleden, maar dat was gisteren. Nogmaals dank en ook succes in uwnieuwe rol. Dat is ook een mooie portefeuille, dus dat gaat helemaal goedkomen.Heel veel dank. Ik ga de vergadering sluiten voor nu.Staatssecretaris Tielen:Dank u wel allemaal voor de plezierige samenwerking. En wordt vervolgd,zou ik zeggen.Sluiting 21.20 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 97447
Gerelateerde bronnen
- Vrouwengezondheid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 10 februari 2026, over vrouwengezondheid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.