KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 27 jan 2026 · Tweede Kamer

Stand van zaken en ontwikkelingen die betrekking hebben op het waterdomein

minister van Infrastructuur en Waterstaat (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 625WaterbeleidNr. 735 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 januari 2026Nederland staat wereldwijd bekend om de omgang met water. We zijnberoemd om onze deltawerken en de goede kwaliteit van ons drinkwater.We kunnen echter niet achteroverleunen. De waterkwaliteit staat onderdruk en daarmee ook de kwaliteit van ons drinkwater. De waterveiligheidvereist aandacht en met het veranderende klimaat moet Nederland zichvoorbereiden op weersextremen. Daarnaast is de wereld onveiligergeworden. Ook voor de vitale infrastructuur in de watersector geldt dat dedigitale en fysieke weerbaarheid versterkt moet worden.Met deze brief wordt de Tweede Kamer voor het WetgevingsoverlegWater (WGO Water) van 2 februari 2026 geïnformeerd over de stand vanzaken en ontwikkelingen die betrekking hebben op het waterdomein.Daarnaast wordt met deze brief invulling gegeven aan een aantal motiesen toezeggingen. In de brief komen de volgende onderwerpen aan bod:1.Waterkwaliteit2.Klimaatadaptatie3.Vitale infrastructuur watersector4.Overig1. Waterkwaliteit Voldoende, schoon en gezond water is essentieel voor mens en natuur:voor ons drinkwater, onze landbouw en industrie, onze recreatie en alsleefgebied voor dieren en planten. Ondanks verbeteringen staat dewaterkwaliteit nog steeds onder druk. Daarom is het van groot belang datwe gezamenlijk blijven inzetten op een goede waterkwaliteit. Met volleinzet zijn veel partijen bezig om de waterkwaliteit zoveel als mogelijk teverbeteren en de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) tehalen, uiterlijk in 2027. Met het landelijke impulsprogramma KRW sturende overheden gezamenlijk op het tijdig uitvoeren van afgesprokenmaatregelen en het nemen van aanvullende maatregelen. Dat heeftresultaat, want in 2025 is het doelbereik verder gestegen naar 83% van de kst-27625-735ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7351 ruim 100.000 KRW doelen. Het gaat om zo’n 750 KRW-waterlichamen metongeveer 140 doelen per waterlichaam. Deze stijging van het doelbereikvereist echter blijvende aandacht en investering, want de door KRWvereiste ecologische en chemische toestand wordt nog niet gehaald.Over de bijdrage van de landbouw aan de verontreiniging van oppervlak-tewater met meststoffen wordt de Kamer apart geïnformeerd. In deNitraatrapportage is onderstaande figuur voor de belasting met stikstofopgenomen1. Voor fosfor is het beeld vergelijkbaar. Dit betreft hier alleende binnenlandse bronnen. Over buitenlandse belasting zijn we in gesprekmet onze buurlanden. De Ministeries van LVVN en IenW gaan intensiefsamenwerken om een 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn te maken dat inlijn is met verplichtingen uit de KRW en de Nitraatrichtlijn.Inbreukprocedure Kaderrichtlijn WaterSinds 25 juli 2024 loopt vanuit de Europese Commissie een inbreukpro-cedure tegen Nederland wegens een implementatietekort met betrekkingtot de KRW. De Commissie wees op het ontbreken van een verplichting innationale wetgeving om toestemmingen voor lozingen en wateronttrek-kingen voldoende frequent te actualiseren. De Commissie wees verder opeen tekortkoming in de vergunningplichten voor onttrekkingen van grond-en oppervlaktewater. De ingebrekestellingsbrief van de Commissie iseerder vertrouwelijk met de Kamer gedeeld en daarover heeft ook eenvertrouwelijke technische briefing plaatsgevonden.2Naar aanleiding van deze inbreukprocedure en om uitvoering te gevenaan moties van de Kamer (Bromet/Van Esch3 en Van Ginneken/Tjeerd deGroot4) is op dit moment regelgeving in voorbereiding voor de reguleringvan lozingen en onttrekkingen van grond- en oppervlaktewater. Het betrefteen wijziging van de Omgevingswet en de uitvoeringsregelgeving onder1Kamerstukken 33 037, nr. 565.2Kamerstukken 27 625, nr. 692.3Kamerstukken 27 625, nr. 650.4Kamerstukken 27 625, nr. 636.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7352 de Omgevingswet (namelijk het Besluit kwaliteit leefomgeving, Besluitactiviteiten leefomgeving en het Omgevingsbesluit), waarin wordtgeregeld dat vergunningen voor onttrekkingen van grond- en oppervlakte-water en voor directe en indirecte lozingen op oppervlaktewater met eenbepaalde frequentie geactualiseerd moeten worden. Datzelfde geldt voorde algemene regels voor directe en indirecte lozingen. Daarnaast wordt inde gewijzigde regelgeving verzekerd dat een vergunningplicht geldt voorde onttrekking van grond- en oppervlaktewater in alle gevallen die opgrond van de KRW verplicht zijn. Ten slotte wordt door middel van meld-,meet en registratieplichten geregeld dat er meer inzicht komt in kleinereonttrekkingen van grond- en oppervlaktewater.De uitgangspunten voor de op te stellen regelgeving, de verkenning vandiverse varianten en de mogelijke gevolgen daarvan zijn het afgelopenjaar onderzocht en besproken met belanghebbenden, waarondermedeoverheden, koepelorganisaties en (drinkwater)bedrijven. Dit isgedaan mede ter uitvoering van de toezegging aan de Kamer in de briefvan 25 januari 2024 om een vervolgonderzoek te starten om de uitvoer-baarheid van een landelijke vergunning- of meldingsplicht te toetsen aande hand van enkele scenario’s.5 Het voornemen is om de conceptregel-geving die momenteel op basis van deze afstemming wordt opgesteld,binnenkort in consultatie te brengen om later in 2026 het voorstel aan deKamer aan te bieden6, met als doel om de wetswijziging uiterlijk in 2027 inwerking te laten treden.Extra uitzonderingsgronden en nieuwe meetmethodiek KaderrichtlijnWaterAfgelopen juli is de Kamer uitgebreid geïnformeerd over de uitzonde-ringen van de KRW7. Lidstaten kunnen onder voorwaarden legitiemeuitzonderingen inroepen als doelen niet tijdig worden behaald. Een grondvoor zo’n uitzondering is bijvoorbeeld als het niet halen van een doelkomt door buitenlandse belasting of door exoten zoals de rivierkreeft.Tijdens het CD Water van 24 september 2025 (Kamerstuk 27 625, nr. 720)is toegezegd de Kamer voor het wetgevingsoverleg Water nader teinformeren over «de twee extra uitzonderingsgronden en de nieuwemeetmethodiek die vanuit Europa zijn ingesteld» voor de KRW.8Deze nieuwe onderdelen van de KRW zijn tot stand gekomen dankzij eeninitiatief en actieve inzet van Nederland. De Kamer is vanaf het beginhierin meegenomen en is in februari 2024 geïnformeerd over de start vandit traject en de non-papers.9 Deze onderwerpen zijn onderdeel gewordenvan een Europees voorstel om de KRW, de richtlijn Prioritaire Stoffen ende Grondwaterrichtlijn te wijzigen en daaraan nieuwe normen toe tevoegen voor verontreinigende stoffen in grond- en oppervlaktewater.Inmiddels is een voorlopig akkoord bereikt over het richtlijnvoorstel doorhet Europees Parlement en de Raad.10 Het is de verwachting dat dezewijziging begin 2026 van kracht wordt, waarna de lidstaten tot22 december 2027 de tijd krijgen deze in hun nationale stelsel te imple-menteren.5Kamerstukken 27 625, nr. 663.6TZ202409-114.7Kamerstukken 27 625, nr. 7168TZ202510-056.9Kamerstukken 27 625, nr. 664.10https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2025/09/23/water-pollution-council-and-parliament-reach-provisional-deal-to-update-priority-substances-in-surface-and-ground-waters/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7353 De nieuwe uitzonderingen maken het mogelijk om onder strengevoorwaarden af te wijken van het op grond van de KRW geldende verbodop achteruitgang van de toestand van een waterlichaam. De uitzonde-ringen zien op activiteiten die alleen een tijdelijke achteruitgang veroor-zaken of die bestaan uit het enkel verplaatsen van al verontreinigdsediment of water binnen of tussen waterlichamen. Dit is voor Nederlandzeer relevant, want het gaat om activiteiten die veelvuldig voorkomen,zoals het baggeren van waterlopen, aanlegprojecten en bouwputbema-lingen. Deze activiteiten zouden anders onmogelijk kunnen worden doorde nieuwe normen die het voorstel bevat, zonder dat daarmee extraverontreinigingen aan het milieu worden toegevoegd. Deze nieuweartikelen worden momenteel in de Nederlandse regelgeving overgezetzodat ze vanaf eind 2027 toepasbaar zijn.11Met de «nieuwe meetmethodiek» wordt gedoeld op de mogelijkheid dewaterkwaliteit op een wijze te presenteren die een beter beeld geeft vande voortgang van de ontwikkeling van de waterkwaliteit. Het gaat niet omnieuwe metingen of meetmethodieken, maar om een andere wijze van hetpresenteren van de resultaten naast de «one out all out» (OOAO)presentatie. Op basis van het richtlijnvoorstel is de Europese Commissieaan zet om voorstellen te doen hoe een format er concreet uit moet zien.Dit OOAO-principe houdt in dat als één parameter (bijvoorbeeld eenchemische stof) niet voldoet aan de KRW-norm, het hele waterlichaamdaarmee niet voldoet. Het OOAO-principe is een verplichting uit de KRW,die uitdrukking geeft aan het streven om uiteindelijk goed te scoren voorelke parameter die relevant is voor de menselijke gezondheid en/of hetaquatische milieu. Deze indicator geeft echter geen inzicht in de verbe-tering (totdat alle parameters in een waterlichaam aan de norm voldoen).Om deze reden heeft Nederland in de huidige stroomgebiedbeheer-plannen ook geen kaarten op basis van OOAO weergegeven, maar alleenvan de afzonderlijke resultaten van de waterkwaliteit.De Commissie rekent landen overigens niet af op het resultaat van dewaterkwaliteit op basis van het OOAO principe. Dat geldt ook voor deeigen vergunningverlening. Daarbij wordt de toestand van de afzonder-lijke parameters als vertrekpunt genomen.De commissie IenW heeft in de vorige samenstelling op 14 januari 2024en 18 maart 2025 een technische briefing ontvangen over de KRW. Indiendaar behoefte aan is zou ook voor de huidige commissie zo’n briefinggeorganiseerd kunnen worden om toelichting te geven op de diverseonderdelen van de KRW.Kaderrichtlijn Water uitvoeringsprogramma RijkswaterstaatMet de brief van 11 februari 202512 is de Tweede Kamer geïnformeerdover het KRW Uitvoeringsprogramma van Rijkswaterstaat (RWS). HetKRW Uitvoeringsprogramma richt zich op de aanleg van bijvoorbeeldnevengeulen, natuurvriendelijke oevers en vispassages om de ecolo-gische waterkwaliteit te verbeteren. Deze maatregelen moeten ookuiterlijk 22 december 2027 zijn gerealiseerd en RWS zet alles op alles omdit te halen.11Het gaat om artikel 1, punten (4a) en (4b) in dit wetsvoorstel (momenteel alleen nog in hetEngels beschikbaar): https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-13706-2025-INIT/en/pdf12Kamerstukken 27 625, nr. 699Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7354 In de Kamerbrief van februari is aangegeven dat RWS maatregelen treft inde beheersing van het uitvoeringsprogramma om tijdige realisatie van demaatregelen zoveel als mogelijk te borgen en de budgetspanning teverminderen. RWS heeft het afgelopen jaar de nodige stappen gezet. Detot nu toe getroffen aanpassingen in de aanpak hebben ertoe geleid datde huidige budgetspanning op het uitvoeringsprogramma verder isverminderd en tijdige realisatie haalbaar blijft. Zo is een aantal projectbe-sluiten in procedure gebracht, is voor een groot aantal maatregelen deaanbesteding gestart en voor een aantal heeft ook de gunning plaatsge-vonden. Dit betreft onder andere de langsdammen in de NieuweWaterweg en het project Uiterwaarden Wamel Dreumel Heerewaarden.De budgetspanning is afgelopen jaar door een aantal concrete stappenverder afgenomen (ruim 70 mln.). Enkele projecten met hoge investe-ringskosten zijn heroverwogen en stopgezet, als uit een heroverwegingbleek dat dit geen afbreuk zou doen aan het kunnen halen van deKRW-doelen. Indien noodzakelijk worden voor deze projecten alterna-tieven uitgewerkt. Zo is er een overeenkomst getekend met een privatepartij voor de aanleg van een nevengeul langs de Waal om hetKRW-doelbereik te realiseren.Om te versnellen heeft RWS onder andere een raamovereenkomst metvaste voorwaarden voor maatregelen in Oost- en Midden-Nederlandopgesteld waarbinnen verschillende KRW-projecten moeten wordenuitgevoerd. Het voordeel hiervan is dat niet elk individueel project eenaanbestedingsprocedure hoeft te doorlopen.Ook zijn er meerdere projecten afgerond, waaronder de nevengeul bij hetZwarte Water, de uiterwaardverlaging Elster Buitenwaarden en deherinrichting natte oevers Kleine Noorder IJplas. In de JaarrapportageKRW, als bijlage bij de Staat van Ons Water, wordt de Tweede Kamerjaarlijks over de stand van zaken geïnformeerd.Het doel is en blijft om te voldoen aan de KRW opgaven. Tijdige realisatievan de maatregelen staat daarbij nog steeds onder druk. De belangrijksterisico’s zijn de langere tijd die nodig is voor de vaststelling van debenodigde besluiten en vergunningen en de beschikbaarheid van debenodigde gronden voor de uitvoering van maatregelen. Met deverstevigde inzet is daarnaast nog niet de gehele budgetspanningweggenomen. In de nu lopende begrotingsronde wordt opnieuw eenafweging gemaakt over een aanvullend budget. De Kamer wordt hierovervia de reguliere begrotingslijnen geïnformeerd.Implementatie herziene richtlijn Stedelijk AfvalwaterDe oorspronkelijke Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater, die dateert uit1991, bevat regels voor de opvang en zuivering van stedelijk afvalwater.Deze richtlijn was verouderd en is in 2024 herzien.De herziene richtlijn Stedelijk Afvalwater13 (hierna: de herziene richtlijn)stelt regels vast voor onder meer de opvang, behandeling en lozing vanstedelijk afvalwater om het milieu en de menselijke gezondheid tebeschermen.14 Daarbij worden aanvullende eisen gesteld aan het effluentuit de rioolwaterzuiveringsinstallaties (hierna: rwzi’s) voor nutriënten enmicroverontreinigingen. Ook zijn regels opgenomen voor onder andereenergieneutraliteit, meer transparantie van de sector die stedelijkafvalwater verwerkt en voor het monitoren van volksgezondheidpara-meters in stedelijk afvalwater. Deze herziene richtlijn moet uiterlijk op31 juli 2027 zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Voor een13Richtlijn (EU) 2024/3019 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024,inzake de behandeling van stedelijk afvalwater14Kamerstukken 22 112, nr. 3570.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7355 aantal verplichtingen uit die herziene richtlijn geldt een latere datum vanimplementatie.De uitvoering van de herziene richtlijn vraagt om een grote investering incapaciteit, tijd en geld van gemeenten en waterschappen. Met name debouw van de vierde zuiveringstrap om microverontreinigingen, zoalsmedicijn- en cosmeticaresten, te verwijderen zal tot grote investeringenleiden, omdat op veel installaties een aanvullende zuivering gebouwdmoet worden. In de herziene richtlijn is opgenomen dat de bouw en hetbeheer van nieuwe vierde trappen in de toekomst voor een groot deelbetaald zal moeten gaan worden door de producenten van medicijnen encosmetica (via een zogenaamde uitgebreide producenten verantwoorde-lijkheid (UPV)). De UPV kan gevolgen hebben voor de beschikbaarheid enbetaalbaarheid van medicijnen en cosmetica (zoals tandpasta enzonnebrandcrème).15De implementatie van de richtlijn in wet- en regelgeving wordt nuvoorbereid door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), insamenwerking met de andere betrokken ministeries en medeoverheden.Ter implementatie van de herziene richtlijn Stedelijk Afvalwater moetenonder meer wetten worden gewijzigd, zoals de Omgevingswet en de Wetmilieubeheer. Het voornemen is om de internetconsultatie van dezewetswijzigingen te starten in het eerste kwartaal van 2026.Motie prioritering bouw vierde trap bij drinkwaterbronnenZoals hierboven al besproken is de verplichting tot verwijderen vanmicroverontreinigingen, waaronder medicijn- en cosmeticaresten, metbehulp van een vierde trap nieuw in de herziene richtlijn. Een deel van demicroverontreinigingen wordt nu al uit het effluent gehaald in de rwzi’s inde secundaire en tertiaire behandeling, maar een deel wordt nietafgebroken en komt alsnog in het oppervlaktewater terecht. In Nederlandzijn inmiddels twaalf rwzi’s voorzien van een vierde trap waarmeemicroverontreinigingen kunnen worden verwijderd16, daarnaast zal er dekomende jaren nog een aantal rwzi’s gebouwd worden met subsidie vande Minister van IenW via de Tijdelijke subsidieregeling stimuleringverwijdering medicijnresten tweede tranche.17 De herziene richtlijnverplicht lidstaten op grote rwzi’s (>150.000 inwonerequivalent (hierna:«i.e.»)) een vierde trap te bouwen.Daarnaast moeten lidstaten op grond van de herziene richtlijn uiterlijk op31 december 2030 een lijst met gebieden opstellen waar microverontreini-gingen een risico voor mens of milieu opleveren.18 Bij kleinere rwzi’s(tussen 10.000 en 150.000 i.e.) die lozen op wateren in deze gebiedenmoet ook een vierde trap worden geplaatst. Op de lijst van gebiedenmoeten in elk geval de afwateringsgebieden van onttrekkingspunten voordrinkwater staan, tenzij uit de risicobeoordeling op grond van deDrinkwaterwaterrichtlijn blijkt dat microverontreinigingen geen risicovormen. De verwachting is dat op een aanzienlijk deel van de rwzi’s inNederland een vierde trap verplicht zal worden vanuit de herzienerichtlijn, omdat de waterkwaliteit van het ontvangende oppervlaktewateren grondwater in Nederland nog niet voldoende is.1915Kamerstukken 21 501-08, nr. 965.16Kamerstukken 27 625, nr. 717.17Staatscourant 2025, nr. 3561818De Europese Commissie werkt momenteel nog aan het opstellen van een uitvoeringshan-deling voor het bepalen van de kwetsbare gebieden.19Hierbij wordt gekeken naar o.a. de eisen van de KRW, richtlijn Prioritaire Stoffen, Grondwater-richtlijn en Kaderrichtlijn Marien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7356 De verantwoordelijkheid voor de bouw van de vierde trappen ligt bij deexploitant van de rwzi’s, in het algemeen de waterschappen. Samen metde waterschappen zal een lijst worden opgesteld met welke rwzi’s alseerste zullen worden aangepakt, op zo’n wijze dat voldaan wordt aan deingroeieisen van de richtlijn, waarmee per 2045 alle aangewezen rwzi’saan de eisen voldoen. Daarbij zal ik de waterschappen verzoeken hierbijprioriteit te geven aan de rwzi’s die afwateren op wateren die alsdrinkwaterbron gebruikt worden en degene met de hoogste prioriteit zoveel mogelijk voor 2035 aan te pakken. Hiermee wordt invulling gegevenaan de motie van de leden Hagen/Tjeerd de Groot.20 De herziene richtlijnvolgt een ingroeipad voor de bouw van de vierde trap, met in 2045 een100% realisatie van de vierde trap op alle benodigde rwzi’s. Daarmee sluitde gestelde datum van 2035 en het percentage van 100% voor rwzi’s diedrinkwaterbronnen beïnvloeden in de motie niet aan bij het groeipad voorhet installeren van een vierde trap van de herziene richtlijn. Gezien degrote investeringsopgave die er ligt voor de waterschappen in tijd, geld enschaarse (bouw)capaciteit, is het onwaarschijnlijk dat tijdig alle rwzi’s dieafwateren op drinkwaterbronnen in 2035 al zijn aangepakt. Daarbij moeteen waterschap rekening houden met alle relevante belangen, waaronderook de opgave vanuit de KRW. Dit vraagt om een zorgvuldige afwegingdoor de waterschappen. Dit betekent dat de motie naar verwachting nietvolledig kan worden uitgevoerd voor 2035.Motie onderzoek naar absolute indicatorenDe leden Hagen en Tjeerd de Groot hebben in een motie ook gevraagd teonderzoeken of verdere verslechtering van de waterkwaliteit betervoorkomen kan worden met absolute indicatoren voor de kwaliteit van hetdoor rwzi’s geloosde water dan met verwijderingsrendementen21. In derichtlijn is een keus opgenomen voor een lidstaat om te kiezen tussen eenmaximale concentratie voor een parameter (in deze motie absoluteindicator genoemd) of een verminderingspercentage (ook wel verwijde-ringsrendement genoemd: hierbij wordt gekeken naar de vermindering inconcentratie tussen het influent en het effluent van een rwzi). Hierbij geldtdat de herziene richtlijn aangeeft dat als een verminderingspercentagewordt gebruikt, dezelfde graad van milieubescherming moet wordenbereikt als bij gebruik van een concentratie. Een concentratie-eis kaninderdaad tot andere effluentkwaliteit leiden dan een verminderingsper-centage. Het Ministerie van IenW is voornemens een onderzoek uit tevoeren ten behoeve van de uitwerking van de herziene richtlijn in deNederlandse wet- en regelgeving, waarin dit punt wordt onderzocht, zodater zicht komt op de gevolgen van concentratie-eisen dan wel verminde-ringspercentage voor het effluent. Hiermee is de motie van de ledenHagen/Tjeerd de Groot afgedaan.Motie Omgang overstorten in de herziene richtlijn Stedelijk AfvalwaterZoals eerder in deze brief aangegeven, wordt momenteel gewerkt aan deimplementatie van de herziene richtlijn in Nederlandse wet- en regel-geving. Vanuit de herziene richtlijn wordt onder andere meer aandachtgegeven aan het verminderen van de belasting van het oppervlaktewaterdoor riooloverstorten.Landelijk gezien vormen, op het geheel aan belastingen voor de water-kwaliteit, riooloverstorten een kleine bron, zoals ook aangegeven in debeantwoording van eerdere Kamervragen over overstorten.22 Omdat20Kamerstukken 22 112, nr. 3641.21Kamerstukken 22 112, nr. 3642.22Aanhangsel Handelingen 2024–2025, nr. 34Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7357 overstorten wel kunnen leiden tot verminderde waterkwaliteit, is er in deherziene richtlijn extra aandacht opgenomen voor het functioneren vanriooloverstorten. Zo moet er in middelgrote agglomeraties een geïnte-greerd beheerplan voor stedelijk afvalwater worden opgesteld, indienriooloverstorten op basis van historische gegevens, modellering en denieuwste klimaatprognoses een risico voor het milieu of de gezondheidvan de mens vormt. Daarnaast moeten middelgrote agglomeraties eengeïntegreerd beheerplan opstellen als de overstorten ervoor zorgen dat erniet wordt voldaan aan andere milieurichtlijnen, waaronder de KRW ofwanneer de overstorten meer dan 2% van de jaarlijkse vracht van hetopgevangen stedelijk afvalwater vertegenwoordigen.In de geïntegreerde beheerplannen zal inzicht in het rioolnetwerk en deoverstorten moeten worden gegeven en zullen maatregelen moetenworden opgenomen om verontreiniging uit overstorten te minimaliseren.Om goed in beeld te krijgen wat de gevolgen van overstorten op hetoppervlaktewater zijn, zal een betere inschatting van de vuilvrachten uitriooloverstorten moeten worden gemaakt op basis van metingen en/ofmodellen waarbij ook de nieuwste klimaatprognoses worden meege-nomen. Daarnaast verplicht de herziene richtlijn een representatievemonitoring van de hoeveelheid overstorting in grote agglomeraties enmiddelgrote agglomeraties met risicovolle overstorten, om een schattingte maken van de concentraties en vracht van de overstorten. Dezemonitoringsgegevens kunnen daarmee ook gebruikt worden om demodellen te actualiseren en aan te passen aan de lokale omstandigheden.Belangrijk is dat er meer meetgegevens over overstortingen beschikbaarzullen komen in de komende jaren. Bij de uitvoering van de herzieneRichtlijn zullen de komende veertien jaar voor veel gebieden geïnte-greerde beheerplannen voor stedelijk afvalwater worden opgesteld,waaronder ook in middelgrote agglomeraties waar riooloverstorten eenrisico vormen. De komende jaren zal daarmee extra aandacht uitgaan naarriooloverstorten. De aanpak van risicovolle overstorten zal wordenmeegenomen in de toekomstige stroomgebiedbeheerplannen en deaanpak zal in het Bestuurlijk overleg KRW worden besproken. Hiermeewordt invulling gegeven aan de motie van de leden Pierik en Soepboer23,die de regering verzocht om in beeld te brengen welke overstorten lozenop wateren die vallen onder de KRW en het effect daarvan op dewaterkwaliteit in beeld te brengen door middel van metingen.Daarnaast wil ik u, zoals ik ook heb toegezegd aan de leden van de EersteKamer24, meedelen dat dit jaar een quick scan uitgezet wordt om meerinzicht te verkrijgen in de aanpak van (risicovolle) overstorten doorgemeenten in samenwerking met waterschappen. Dit zal zowel landelijkals lokaal meer inzicht geven in de mate van inzicht in de problematiekvan overstorten en de mogelijke aanpak hiervan.Vergunningverlening toezicht en handhaving (VTH) WaterkwaliteitRWS is, namens de Minister van IenW, bevoegd gezag voor directelozingen op de Rijkswateren (vergunningverlening, toezicht enhandhaving). Voor de Rijkswateren zijn circa 700 lozingsvergunningenverleend. Daarvan zijn er ongeveer 211 van IPPC-bedrijven (grotereindustriële lozers), op grond van de Europese richtlijn IndustriëleEmissies.25 Dit zijn omvangrijke en complexe vergunningen. In overeen-23Kamerstukken 27 625, nr. 708.24Kamerstukken I 2025–2026, 27 625, O.25Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzakeindustriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging)(herschikking) (Voor de EER relevante tekst)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7358 stemming met de motie van het lid Bamenga wordt daarbij gewerkt aaneen volledig beeld van de vergunde ZZS-lozingen waaronder PFAS.26Gelet op de omvang van de opgave en de KRW-deadline van 22 december2027, is een prioritering in de tijd aangebracht. RWS focust bij hetactualiseren sinds twee jaar allereerst op de vergunningen die relevantzijn voor het behalen van de KRW-doelen. In expertsessies binnenIenW/RWS is vastgesteld dat dit gaat om de vergunningen vanIPPC-bedrijven en afvalverwerkende bedrijven. Er zijn in totaal ongeveer211 IPPC-vergunningen, waarvan er 180 zijn bezien. Van die 180 zijn er 76actueel bevonden of herzien. Van de overige 516 vergunningen zijn er intotaal 136 bezien. Van die 136 vergunningen zijn er 101 actueel bevondenof herzien. Er moeten dus nog 31 IPPC-vergunningen en 380 anderevergunningen worden bezien en indien nodig ook herzien. Bezien enherzien zijn beide een bewerkelijk en tijdrovend proces vanwege deomvang van de vaak complexe vergunningen en de schaarse en zeerspecialistische kennis die hiervoor benodigd is.Van de lozingsvergunningen die reeds bezien zijn, is tot nu ongeveer dehelft nog steeds actueel bevonden en hoeft dus niet te worden herzien. Bijongeveer een kwart van de vergunningen die reeds bezien zijn, is eenherziening aan de orde in de vorm van een administratieve wijziging. Eenadministratieve wijziging betreft bijvoorbeeld een andere tenaamstelling.Bij het laatste kwart van de vergunningen die reeds bezien zijn, gaat hetom een inhoudelijke herziening. Een inhoudelijke herziening betekentbijvoorbeeld dat de vergunning aangepast moet worden aan de huidigestand van de best beschikbare technieken om emissies te voorkomen. Ingeen enkel geval was tot nu toe sprake van een dermate hoge impact vaneen lozing dat direct ingrijpen noodzakelijk was.Het beeld van de ZZS-lozingen, waaronder PFAS, is volledig zodra allelozingsvergunningen bezien en waar nodig herzien zijn. Voor Rijkswaterenis naar verwachting eind 2027 het grootste deel bekend. Dan zijn delozingsvergunningen actueel van alle IPPC-bedrijven en afvalverwerkerswaarvoor het Rijk bevoegd gezag is actueel. Een volledig overzicht kanworden gegeven als alle vergunningen – naar verwachting eind 2033 – zijnbezien.Om eind 2027 alle vergunningen van IPCC-bedrijven en afvalverwerkers tehebben bezien en indien nodig herzien, zijn aanvullende maatregelennodig. RWS heeft hiertoe de volgende maatregelen getroffen of invoorbereiding:•Werving en behoud van VTH-medewerkers. Het bezien of herzien vanlozingsvergunningen (en voor VTH-werkzaamheden in de breedte)behoeft specialistische kennis en die is schaars aanwezig op dearbeidsmarkt. In 2024 heeft RWS een wervingscampagne gevoerd,waardoor er 10 VTH-collega’s waterkwaliteit zijn aangenomen. Dit jaarwordt er opnieuw een wervingscampagne gestart. Daarnaast is er voorde juiste kennis en kunde en het behoud van medewerkers een nieuwopleidingsprogramma opgezet.•Scherpere prioritering en efficiëntere inzet van de schaarse capaciteit.Het op peil krijgen van de waterkwaliteit en VTH staat in grotemaatschappelijke en politieke belangstelling, in het bijzonder tenaanzien van de lozingsvergunningen. Deze belangen worden vanzelf-sprekend onderschreven. Prioritering is echter niet eenvoudig, mededoor deze druk, die zich uit in de vele vragen en Woo/handhavings-verzoeken, die bij dezelfde inhoudelijk gespecialiseerde medewerkersterechtkomen. Zij kunnen de capaciteit maar één keer inzetten. Binnen26Kamerstukken 28 089, nr. 325.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7359 RWS is recent dan ook afgesproken dat nieuwe vergunningaanvragenen bezien en herzien prioriteit krijgen. Andere taken worden risicoges-tuurd of minder snel opgepakt, waaronder de advisering aan derden.•De mogelijkheden van AI onderzoeken. Momenteel wordt onderzochtof met behulp van AI veel tijd kan worden bespaard bij het bezien vanvergunningen. Begin 2026 is een prototype gereed waarmee kanworden vastgesteld of de techniek voldoende betrouwbaar is.•Informatie en systemen op orde brengen. RWS werkt op dit momentmet verouderde digitale systemen, waardoor informatie oververgunningverlening, toezicht en handhaving niet altijd directbeschikbaar is. Dit maakt het beantwoorden van informatieverzoekenarbeidsintensief en vertraagt het werkproces. In 2026 investeert RWSdaarom in een nieuw, modern informatiesysteem dat beter aansluit bijde huidige eisen aan digitale toegankelijkheid en gegevensuit-wisseling. Na ingebruikname wordt het systeem zorgvuldig gevuldmet alle relevante informatie over vergunningverlening, toezicht enhandhaving.Met deze extra inzet wordt het actualiseren van alle KRW-relevantevergunningen, vóór eind 2027 nog steeds haalbaar geacht.Innovatie en waterkwaliteitOm kennis en innovatie op het gebied van waterzuivering en PFAS testimuleren, financiert het kabinet verschillende projecten. Zo is er vanuithet Nationaal Groeifonds € 135 mln. beschikbaar gesteld via hetprogramma UPPwater27. Het UPPwater-project richt zich op het heleinnovatietraject (onderzoeksfase, pilotfase, demonstratiefase en marktont-wikkeling). Een van de vijf focusgebieden binnen UPPwater richt zichspecifiek op microverontreinigingen zoals PFAS.Daarnaast financiert het Ministerie van IenW het PFASE-OUT project. Ditdriejarige project valt binnen het Topconsortium voor Kennis en Innovatie(TKI) Agri & Food en richt zich op het ontwikkelen van effectievemethoden voor het detecteren en afbreken van PFAS, en om innovatieveoplossingen te vinden voor het verwijderen van deze stoffen uit afval-water28.Ook is dit jaar een kennis- en innovatieprogramma gestart dat zich richtop het beter mogelijk en goedkoper maken van de afbraak en verwijderingvan PFAS uit het water-bodemsysteem. Voor dat programma is€ 11 miljoen gereserveerd voor een geplande looptijd van vijf jaar29. Enom meer zicht te krijgen op de verspreidingsroutes van PFAS start hetmeerjarig onderzoek naar seaspray, samen met de kustprovincies endrinkwaterbedrijven en in samenwerking met verschillende kennisinstel-lingen30.Satellietdata monitoring PFAS-lozingenTijdens het Commissiedebat Water van 24 september jl. is aan het lidHertzberger toegezegd om de Kamer nader te informeren over demogelijkheid tot het gebruiken van satellietbeelden voor het monitorenvan PFAS-lozingen.31 Het Ministerie van IenW heeft al eerder, in oktober2023, een onderzoek laten uit voeren naar de (on)mogelijkheden van het27https://www.nationaalgroeifonds.nl/overzicht-lopende-projecten/thema-landbouw-voedsel-en-land-en-watergebruik/groeiplan-watertechnologie28Bijlage bij Kamerstuk 35 334, nr. 40729Kamerstukken 30 015, nr. 14130Kamerstukken 27 625, nr. 71731TZ202510-070Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73510 gebruik van aardobservatie voor het monitoren van waterkwaliteit, zoalsbijvoorbeeld voor PFAS.32Voor het monitoren van waterkwaliteit worden satellieten met camera’sgebruikt. Deze satellieten maken geavanceerde beelden vanuit de ruimte.Zonlicht dat op de aarde valt, wordt deels geabsorbeerd door het waterzelf en door eventueel aanwezige vegetatie, algen en zwevende deeltjes,tot de diepte waarin het licht in het water nog kan doordringen. Hetniet-geabsorbeerde deel wordt teruggekaatst, mogelijk beïnvloed door deatmosfeer, en geregistreerd door de satelliet. Op basis van deze reflectiekan informatie worden verkregen over de eigenschappen van waterli-chamen.Belangrijk is dat een te meten eigenschap zichtbaar moet zijn in hetspectrum dat de satelliet registreert. PFAS betreft een groep kleurlozechemische stoffen die niet in het zichtbare spectrum waarneembaar zijn.Bovendien komen PFAS voor in relatief lage concentraties. Het is daaromniet mogelijk om PFAS direct met satellietbeelden in kaart te brengen. Welkunnen satellietdata worden ingezet voor het monitoren van anderezichtbare parameters in het water, zoals bijvoorbeeld chlorofyl-a,zwevende stof en blauwalg. RWS maakt hier al volop gebruik van envanuit het Ministerie van IenW worden projecten van kennisinstellingenondersteund. Indien is aangetoond dat resultaten van aardobservatie enandere innovatieve technieken vergelijkbaar zijn, agenderen wij bij deEuropese Commissie dat deze kunnen worden ingezet in plaats van de nugeldende monitoringsvereisten. Daarmee kan de kosteneffectiviteit vandeze monitoring op termijn verbeterd worden.Meetcapaciteit PFAS voor burgerpartijen en uitbreiding van regulieremassaspectrometrie-apparatuur voor PFAS-meetnetwerkTijdens het Commissiedebat Water van 24 september is eveneens aan hetlid Hertzberger toegezegd dat de Kamer geïnformeerd wordt overbeschikbaarheid van meetcapaciteit voor PFAS-metingen door burgerpar-tijen.33Het is primair aan commerciële laboratoria om te voorzien in voldoendecapaciteit voor PFAS-metingen. Er zijn op dit moment geen signalenontvangen dat uitbreiding van de beschikbaarheid van commerciëleanalysecapaciteit noodzakelijk is. Door tijdige communicatie overbeleidsontwikkelingen en normstelling krijgen de commerciële laboratoriade noodzakelijke voorspelbaarheid om in analysecapaciteit en meetme-thode te investeren. Indien de situatie ontstaat dat vraag en aanbod te veruit elkaar komt te liggen, zal worden bezien welke aanvullende maatre-gelen passend zijn.Beleidsappreciatie RIVM-kennisnotitie «Inventarisatie van de mogelijkegezondheidsrisico’s en beheersmaatregelen bij het gebruik van hemel-water en/of grijs water in de gebouwde omgeving»Op 22 september jl. heeft het RIVM een kennisnotitie gepubliceerd vaneen «Inventarisatie van de mogelijke gezondheidsrisico’s en beheersmaat-regelen bij het gebruik van hemelwater en/of grijs water in de gebouwdeomgeving»34. Deze inventarisatie is in opdracht van de Ministeries IenW32Bureaustudie Aardobservatie voor waterkwaliteit, M. Laanen en A. Hommersom, WaterInsight, oktober 2023.33TZ202510-06634https://www.rivm.nl/publicaties/inventarisatie-van-mogelijke-gezondheidsrisicos-en-beheersmaatregelen-bij-gebruik-vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73511 en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) uitgevoerd, naaraanleiding van aanbevelingen uit het rapport «Hemel- en grijswaterge-bruik in het gebouw. Mogelijke verplichting in het Besluit bouwwerkenleefomgeving (Bbl)»35 die in oktober 2023 in een gezamenlijke beleidsre-actie van VRO en IenW met de kamer zijn gedeeld.36In de kennisnotitie37 wordt alleen ingegaan op de microbiologischerisico’s van huishoudwater, omdat het risico van blootstelling aanchemische stoffen door huishoudwater laag is. In de kennisnotitie is eenoverzicht gegeven van mogelijke beheersmaatregelen om de microbiolo-gische risico’s te beperken.De toepassing van regen-/hemelwater voor toiletspoeling is nu al mogelijkin het Drinkwaterbesluit. Als daar een andere bron dan regenwater ofgrondwater wordt gebruikt, dan is een beoordeling van de ILT nodig.Er zijn al diverse lokale initiatieven om gebruik van grijs- en/of hemelwatertoe te passen binnen de huidige drinkwaterwetgeving (bv. TilburgKoningswei, Pampus, Zwarte Cross).De conclusie van het RIVM is dat, hoewel het gebruik van huishoudwaterbijdraagt aan het verminderen van het drinkwaterverbruik, er momenteelonvoldoende maatregelen van kracht zijn voor het ontwerp, de aanleg enhet beheer van een huishoudwatersysteem om mogelijke risico’s, zoalsfoutaansluitingen tussen het huishoudwater- en drinkwatersysteem,volledig uit te sluiten. Daarom wordt aanbevolen om dit soort systemennu niet in het Besluit bouwwerken leefomgeving te verplichten. Ik neemdeze conclusie en aanbeveling over.Daarmee ligt ook het toevoegen van bad- en douchewater (licht grijswater) als automatisch goedgekeurde bron voor huishoudwater aan hetDrinkwaterbesluit nu niet voor de hand.Toch wil ik stappen blijven zetten om dit in de toekomst wellicht welmogelijk te maken. Daarvoor worden met de ILT afspraken gemaakt omdit soort «pilotprojecten» te monitoren, zodat (positieve) ervaringen enresultaten kunnen worden gebruikt om te onderbouwen of opname inwet- en regelgeving verantwoord is. Ook wil ik verkennen of eenfinanciële bijdrage geleverd kan worden aan nieuwe pilotprojecten,waarin de hieronder genoemde beheersmaatregelen worden getest.Verder wordt in afstemming met het Ministerie van VRO de komende2 jaar invulling gegeven aan de aanbevelingen die het RIVM doet in dekennisnotitie:•Bestaande beheersmaatregelen, zoals NEN-EN 16941-1 en 2, voorontwerp, aanleg en beheer van een huishoudwatersysteem, samenmet de branche aanvullen, voor zowel hemel- als grijswater;•Deze beheersmaatregelen vast te leggen in richtlijnen en werkprotocol-len;•Onderzoeken of dit in de praktijk wordt opgevolgd en hoe effectief demaatregelen zijn;35https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/06/rapport-hemelwater-en-grijswatergebruik-in-het-gebouw-mogelijke-verplichting-in-bbl36Kamerstukken 27 625, nr. 658.37Huishoudwater is volgens de Drinkwaterwet water dat in collectieve systemen enkel en alleengebruikt wordt voor het spoelen van toiletten en dat zijn oorsprong vindt in regenwater datvan een dak af stroomt of van grondwater. Het RIVM heeft onderzocht of daar veilig bad- endouchewater (licht grijs water) als bron aan toegevoegd kan worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73512 •Kwaliteitseisen op te stellen voor huishoudwater voor toiletspoelingafkomstig van grijswater en/of prestatiestreefwaarden op te stellenvoor de zuivering van het systeem.Daarnaast worden de brancheverenigingen voor leveranciers en installa-teurs aangespoord om de aanbevelingen van het RIVM op te pakkengericht op: borging van correcte aanleg en ingebruikname van huishoud-watersystemen, beheersmaatregelen om wanverbindingen te voorkomenen het voorlichten van leveranciers en bewoners over mogelijke risico’s.Op basis van bovenstaande doe ik hiermee de volgende moties af dieingaan op dit thema:•Motie Van Esch en Bromet (Kamerstuk 32 813, nr. 1094)•Motie Grinwis c.s. (Kamerstuk 36 410 VII, nr. 51)•Motie Grinwis/Stoffer (Kamerstuk 27 625, nr. 677)In de beleidsreactie op het rapport «Hemel- en grijswatergebruik in hetgebouw. Mogelijke verplichting in het Bbl» stonden nog drie aanbeve-lingen die uitgevoerd zouden worden, waaronder een maatschappelijkekosten en baten onderzoek (MKBA) en een onderzoek naar de integralemilieuprestatie van grijs- en hemelwatersystemen (LCA). Daarop is geenactie ondernomen, hangende het onderzoek naar de risico’s voor devolksgezondheid. Ik pak de uitwerking samen met mijn collega van VROzo snel mogelijk op, nadat de aanbevolen aanpassingen van beheersmaat-regelen, zoals in de NEN-EN 16941-1 en 2 definitief zijn. Inzicht in deomvang en intensiteit van deze aanpassingen zijn immers nodig voor eengoede bepaling van de effecten in termen van kosten en milieubelastingvan woningen. Voor de derde aanbeveling om te werken aan alternatieveoplossingen om vraag en aanbod in balans te houden, wordt verwezennaar de doorlopende inspanningen in het Actieprogramma VoldoendeDrinkwaterbronnen 2023–2030 (Kamerstuk 27 625, nr. 697) en hetNationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing (Kamerstuk 27 625,nr. 671).Over twee jaar maak ik samen met de Minister van VRO de balans op uitbovengenoemde acties en bezien we of het verantwoord is om de wet- enregelgeving aan te passen.Verontreiniging Maas met propamocarbVorig jaar is in diverse media bericht over een verontreiniging metpropamocarb die in de Maas aangetroffen werd. De stof kwam vanuitWallonië. Tijdens het commissiedebat Water op 24 september 2025 heb iku hierover geïnformeerd. Wallonië heeft inmiddels Nederland gemeld datde bron van de verontreiniging is gevonden en dat maatregelen zijngenomen. Sinds 18 december 2025 wordt deze verontreiniging niet meergemeten in de Maas. Zowel bilateraal als in de Internationale Maascom-missie zal met Wallonië gesprek gevoerd worden hoe we in de toekomstin dergelijke situaties nog beter met elkaar kunnen optrekken om bronsnel te vinden.2. Klimaatadaptatie Aanpak gevolgen klimaatverandering en de rol van KennisportaalKlimaatadaptatie en de KlimaateffectatlasBinnen het Rijk wordt interdepartementaal gewerkt aan de nieuweNationale Adaptatie Strategie, terwijl binnen het DeltaprogrammaRuimtelijke Adaptatie interbestuurlijke samenwerking plaatsvindt. Vaniedereen wordt een bijdrage verwacht bij de benodigde stappen richtingklimaatbestendigheid: overheden, burgers en bedrijven. Het is cruciaal datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73513 hier voldoende basisinformatie en kennis voor beschikbaar is. IenW heeftdaar de afgelopen 10 jaar voor gezorgd via het Kennisportaal Klimaat-adaptatie38 en de Klimaateffectatlas.39 Het Kennisportaal heeft op ditmoment gemiddeld 1.500 unieke bezoekers per dag en de Klimaateffect-atlas wordt door gemiddeld 600 gebruikers per dag bezocht, bijvoorbeeldvoor het uitvoeren van klimaatstresstesten. In bijlage bij deze brief vindt uhierover meer informatie.40Nationale Adaptatie Strategie (NAS)De NAS is een rijksbrede aanpak om Nederland voor te bereiden op enweerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dezewordt momenteel herzien. Hierin zullen we voor vijftien sectorale opgaven-zoals landbouw, natuur en wonen- de ambities, verbeterdoelen enaanpak presenteren. Daarnaast doen we dit ook voor de vier rijksbrede,integrale opgaven op het gebied van ruimtelijke ordening, maatschappe-lijke weerbaarheid, bestuur en financiering. De planning is dat deontwerpNAS in het tweede kwartaal van dit jaar zal worden vastgesteld,waarna deze ter inzage zal worden gelegd.Onderzoek rekening houden met water en bodem in financiële instru-menten gebiedsontwikkelingDe urgentie om rekening te houden met het water- en bodemsysteem ishoog, zoals bijvoorbeeld de wateroverlast in Enschede (2024) en eerderook in Limburg (2021) laten zien. Op dit moment wordt het financieelinstrumentarium bij gebiedsontwikkeling gebruikt voor de korte termijnexploitatie en financiële haalbaarheid. Hierdoor hebben langere termijnkosten en opbrengsten en daarmee de maatschappelijke gevolgennauwelijks of geen rol in de besluitvorming.Om de mogelijkheden voor betere besluitvorming te onderzoeken, heefthet Ministerie van IenW in afstemming met het Ministerie van VRO eenplaneconomisch onderzoek laten uitvoeren: «Bouwstenen uit de theorieen praktijk om water en bodem te borgen in gebiedsontwikkelingen»41.Uit dit onderzoek blijkt dat het anders gebruiken van bestaand (financieel)instrumentarium de mogelijkheden geeft voor het rekening houden methet water- en bodemsysteem. Decentrale overheden vervullen hierin eencruciale rol. Door tijdig inzichtelijk te maken welke water- en bodemmaat-regelen op een specifieke bouwlocatie nodig zijn, hebben projectontwikke-laars beter zicht op initiële meerkosten, kunnen werkzaamheden slimworden gecombineerd en is het mogelijk investeringen naar voren tehalen. Dit voorkomt financiële risico’s voor de langere termijn, en versneltde woningbouw door discussie en vertraging te voorkomen. Een nadereuitwerking in afstemming met andere departementen en decentraleoverheden is nodig om verdere stappen te zetten.Toetsen landelijke maatlat groene en klimaatadaptieve gebouwdeomgevingNederland staat voor een forse woningbouwopgave, met een stevige inzetop betaalbaarheid, kwaliteit en snelheid. Tegelijkertijd vraagt dezegroeiende behoefte aan woningen om zorgvuldige ruimtelijke inpassing,het veranderend klimaat in acht nemend. De Kamer heeft via motie Peter38https://klimaatadaptatienederland.nl/samen/klimaatbestendig/39https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/40Zie bijlage 1 «kennisportaal Klimaatadaptatie en Klimaateffectatlas».41https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/11/28/bouwstenen-uit-de-theorie-en-praktijk-om-water-en-bodem-te-borgen-in-gebiedsontwikkelingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73514 de Groot c.s. in oktober 2024 aan de regering verzocht te toetsen of hetrekening houden met water en bodem de woningbouwopgave nietonevenredig bemoeilijkt.42De Ministeries van IenW en van VRO hebben onderzoek uit laten voerenom de in de motie genoemde instrumenten – het Ruimtelijk afwegings-kader klimaatadaptieve gebouwde omgeving (waar te bouwen) en deLandelijke maatlat groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving (hoete bouwen) – te toetsen of deze de woningbouwopgave niet onevenredigte bemoeilijken. De Landelijke Strategie en Interbestuurlijke Uitvoerings-agenda 2023–2024 registreert de voortgang of en zo ja hoe rekening wordtgehouden met water en bodem in beleid wordt opgenomen en vormtdaarmee geen beperking.43In het uitgevoerde onderzoek is gekeken naar mogelijke effecten oplocatiekeuze, kosten en baten, en snelheid van de ontwikkeling. Daaruitkomen de volgende resultaten naar voren:•Klimaatadaptief bouwen en het principe van rekening houden metwater en bodem zijn niet nieuw: Uit de interviews blijkt niet dat demaatlat en het ruimtelijk afwegingskader woningbouw als zodanigbemoeilijken of daarvoor nieuwe belemmeringen opwerpen. Bovenalzijn deze instrumenten een formalisering en uniformering van eenwerkwijze die al langer gangbaar was op locaties die uitdagingenkennen ten aanzien van water en bodem.•Geen directe belemmering aantal woningen: Het totaal aantal tebouwen woningen blijft veelal overeind en is bovendien afhankelijkvan meerdere factoren.•Ruimtelijke keuzes binnen de gekozen locatie kunnen wel veranderen:De inzichten uit het afwegingskader kunnen (indirecte) gevolgenhebben voor de ruimtelijke indeling van een gebied. Dat vertaalt zichbijvoorbeeld in compacter bouwen of op hoger gelegen delen, zeker ingebieden waar extra ruimte nodig is voor water, groen of verkoeling.•Locatiekeuze niet wezenlijk beïnvloed: Mobiliteit, eigendom engemeentelijke grenzen zijn de bepalende factoren voor waar gebouwdwordt. Uit de interviews blijkt dat ook voor de introductie van dezelandelijke instrumenten al op verschillende manieren werd nagedachtwelke woningbouwlocaties vanuit water en bodem het meest geschiktzijn.•Geen vertraging, mits tijdig toegepast: Het effect van deze instrumen-ten op de snelheid van het planproces is niet eenduidig. Wel blijkt datvroegtijdige inzet van de instrumenten vertraging later in het procesvoorkomt.•Hogere investeringskosten en lagere beheer- en onderhoudskostenvoor een toekomstbestendige leefomgeving. Uit de interviews blijktdat kosten aan de voorkant van een ontwikkeling hoger kunnen zijn oplocaties die een opgave hebben ten aanzien van water en bodem,bijvoorbeeld omdat daar meer vooronderzoek en afstemming nodig is,en maatregelen in het ontwerp moeten worden opgenomen. Gemeen-ten verwachten daarentegen dat dergelijke investeringen in klimaat-adaptiviteit zich later terugbetalen in de vorm van onder andere lagerebeheers- en onderhoudskosten.Dit neemt niet weg dat woningbouwprojecten gevolgen kunnen onder-vinden van lokale water- en bodemopgaven, bijvoorbeeld om verzak-kingen of wateroverlast te voorkomen. Via de uitwerking van deWoontopafspraak over water en bodem zet het kabinet daarom in op42Kamerstukken 27 625, nr. 680.43https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/11/27/bijlage-2-water-en-bodem-sturend-landelijke-strategie-en-interbestuurlijke-uitvoeringsagendaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73515 uniforme kaders, duidelijke en vroegtijdige afspraken daarover, en wordthandelingsperspectief geboden door middel van innovatieve ontwerpcon-cepten. Met dit onderzoek is invulling gegeven aan de motie Peter deGroot c.s.In het proces van de woontop wordt er gewerkt door de Ministeries vanIenW, VRO en de medeoverheden aan een uniform kader met landelijkenormen voor wateroverlast door piekbuien, en voor bodemdalingsbe-stendig bouwen. Beide landelijke normen worden uitgewerkt voornieuwbouwprojecten. Verder wordt er ook gewerkt aan een convenantmet een geüniformeerde werkwijze tussen gemeenten en waterschappen,om zo het waterbelang goed en duidelijk te borgen binnen nieuwbouw-processen, om verrassingen en vertragingen te voorkomen.De voortgang op de Woontopafspraken en op het externe STOER-adviesstaan verder uitgewerkt in de kabinetsreactie op het Adviesrapport STOERvan 10 oktober 202544. Ten slotte worden de kosten van klimaatadaptiefbouwen steeds scherper in beeld gebracht, zo is er onderzocht hoe kostenlager kunnen door soms tijdelijk meer overlast te accepteren in deopenbare ruimte, zonder dat het risico toeneemt. Resultaten van hetonderzoek laten zien dat er flinke kostenbesparingen mogelijk zijn.45Lancering Dutch Climate Risk PortalOp 18 november 2025 is het Dutch Climate Risk Portal (DCRP) gelan-ceerd.46 Het portaal is in opdracht van het Ministerie van IenW ontwikkelddoor stichting Climate Adaptation Services (CAS) en heeft als doel om de(internationale) financiële sector en bedrijven te voorzien vanbetrouwbare informatie over overstromings- en klimaatrisico’s inNederland. Dit is van belang omdat internationale risicoanalyses encommerciële data-aanbieders niet altijd gebruikmaken van de juistegegevens en vaak geen rekening houden met bestaande beheersmaatre-gelen, zoals waterveiligheidsmaatregelen. Door actuele en gevalideerdeinformatie centraal te ontsluiten, helpt het portaal om zowel over- alsonderschatting van fysieke risico’s te voorkomen.Het DCRP is ontwikkeld in samenwerking met de overheid, de financiëlesector en inhoudelijke experts en sluit aan bij de groeiende behoefte aangestandaardiseerde en goed onderbouwde klimaatrisico-informatie. Hetportaal is vormgegeven met oog voor internationale financiële rapporta-gevereisten en wordt daarom in het Engels aangeboden. Hiermee vormthet DCRP een solide basis voor het beoordelen van risico’s in financiëleproducten, investeringsbeslissingen en bredere klimaatadaptatiestrate-gieën.Grondwater – Verkenning naar de verzekerbaarheid van grondwaterpro-blematiekNaar aanleiding van een toezegging aan de Kamer uit het WGO van29 januari 2024 (Kamerstuk 36 410 J, nr. 8)47 is in de Kamerbrief oververzekerbaarheid overstromingsrisico48 aangegeven dat er apart aandachtbesteed zal worden aan de verzekerbaarheid van grondwateroverlast. Indit kader hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen demedeoverheden, verzekeraars en het Rijk. Uit deze gesprekken blijkt dat44Kamerstukken 32 847, nr. 138345Zie bijlage 2 «Kosten klimaatbestendige nieuwbouw».46Https://dutchclimaterisk.nl/47TZ202402-05148Kamerstukken 32 013, nr. 291Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73516 alle partijen de gevolgen van grondwateroverlast erkennen. Tegelijkertijdis er ook behoefte aan meer inzicht in de wijze waarop dit probleem zichmanifesteert. Daarom is in samenwerking met Deltares een kaart met eentoelichting ontwikkeld over grondwateroverlast.49 Deze kaart laat zienwelke gebieden in Nederland kans hebben op grondwateroverlast alsgevolg van langdurige regen en hoe de kans hierop toeneemt doorklimaatverandering. De focus ligt hierbij op grondwateroverlast in degebouwde omgeving.Momenteel is grondwateroverlast niet verzekerbaar omdat het geenonverwachte gebeurtenis is. Door het ontsluiten van goede data eninformatie (zoals het kaartverhaal) zijn verzekeraars beter in staat omrisico’s af te wegen en te beoordelen waar (aanvullende) dekking wel ofniet mogelijk is. De keuze om grondwateroverlast te verzekeren ligtvervolgens bij de verzekeraars zelf.Daarnaast is het voor huiseigenaren met natte kelders en kruipruimtenbelangrijk om te weten wat oorzaken kunnen zijn, wie waarvoor verant-woordelijk is en welke maatregelen getroffen kunnen worden. Op dezemanier kan schade aan de woning zoveel mogelijk worden voorkomen ofverholpen. Informatie hierover is te vinden bij het InformatiepuntLeefomgeving.50In het licht van een veranderend klimaat en meebewegend waterbeheer, ishet belangrijk om scherp te blijven op de ontwikkelingen rond deze vormvan wateroverlast. Daarom worden huiseigenaren, verzekeraars,waterschappen en gemeenten aangemoedigd om, binnen de bestaandebevoegdheden, te zoeken naar mogelijke maatregelen die getroffenkunnen worden om (langdurige) grondwateroverlast en potentiëlefunderings- en gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk te voorkomen.Bovendien wordt meegegeven dat toekomstige grondwateroverlast hetbeste voorkomen kan worden door bij de bouw en locatiekeuze vannieuwe woningen en bedrijventerreinen rekeningen te houden met hetrisico van grondwateroverlast. Als onderdeel van de nieuwe NationaleAdaptatie Strategie (NAS) die dit jaar wordt gepubliceerd, zal wordengewerkt aan het vergroten van de bewustwording over dergelijke risico’sen hoe rollen en verantwoordelijken verdeeld zijn.Waterbewust gedrag inwonersHet veranderende klimaat zorgt ervoor dat we steeds vaker te makenkrijgen met weersextremen zoals droge perioden of juist extremeneerslag. Bestaande oplossingen voor de uitdagingen op het gebied vanwater volstaan niet altijd meer. We moeten anders met ons water omgaan– de overheid, bedrijven én alle inwoners van Nederland.Via de brief van 27 november 2023 is de Kamer geïnformeerd over hetvoornemen om het waterbewustzijn onder Nederlanders te vergroten eninwoners aan te zetten tot anders handelen, bijvoorbeeld in geval vanextreme weerssituaties.51 Het programma Leven met Water dat per juni2025 is gestart biedt inwoners informatie en praktische handvatten omeen bijdrage te kunnen leveren aan de volgende vier wateropgaven:•Voorkomen van watertekort•Verminderen van wateroverlast•Voorbereiden op wateroverlast•Verbeteren van de waterkwaliteit49https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/grondwateroverlast50https://iplo.nl/thema/water/beheer-watersysteem/wateroverlast/grondwateroverlast/51Kamerstukken 27 625, nr. 659.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73517 Leven met Water is een samenwerkingsverband van waterschappen,waterbedrijven, watermusea, RWS, provincies, gemeenten, Ministerie vanIenW, het Nationaal Deltaprogramma, Unie van Waterschappen, Vewin,VNG en IPO.Per wateropgave is in kaart gebracht wat overheden, bedrijven en andereorganisaties al doen om mogelijke problemen te voorkomen. Hetoverzicht met maatregelen die inwoners kunnen nemen om mogelijkeproblemen te voorkomen wordt regelmatig geactualiseerd. Aan de handvan gedragsonderzoek wordt bepaald voor welke maatregelen het meestedraagvlak is en hoe de maatregelen in de praktijk uitvoerbaar zijn voorinwoners. Die maatregelen worden via www.levenmetwater.nl, viaactiviteiten en bijeenkomsten van waterpartners en via gerichte gedrags-interventies en communicatiecampagnes onder de aandacht gebracht.Daarnaast zijn en worden diverse andere middelen en initiatieven ingezetzoals educatiemateriaal voor scholen, open dagen bij waterschappen enzuiveringslocaties en projecten en publieksactiviteiten gericht op hetvergroenen van tuinen.NK TegelwippenAfgelopen jaar vond als onderdeel van Leven met Water de vijfdelandelijke editie van het NK Tegelwippen plaats. Doel van dit initiatief isom gemeenten en hun inwoners aan te zetten tot het vergroenen vantuinen, straten en pleinen. Meer groen draagt bij aan een betere water-afvoer bij hevige regenval en minder hittestress in de zomer.Met bijna 6 miljoen verwijderde tegels won Nederland de Gouden Gieterin het Duel der Lage Landen, waartoe Vlaanderen ons had uitgedaagd.Venlo won de Gouden Schep in de categorie grote gemeenten,Roosendaal voor de middelgrote gemeenten en Valkenburg in decategorie kleine gemeenten. Utrecht ging er met de Gouden Tegelvandoor voor het verwijderen van de meeste tegels in absolute aantallen.Het NK Tegelwippen biedt concrete handvatten voor inwoners om zelf metklimaatadaptatie aan de slag te gaan.DrinkwaterbesparingIn het voorjaar van 2026 start, ook als onderdeel van Leven met Water,een landelijke communicatiecampagne gericht op drinkwaterbesparing.Deze publiekscampagne moet samen met de andere interventies uit hetplan van aanpak drinkwaterbesparing bijdragen aan het behalen van hetdoel: naar 100 liter drinkwater per persoon per dag in 2035. De campagneis een samenwerking tussen het ministerie en de drinkwaterbedrijven.WaterkalenderHet afgelopen jaar stond het instrument waterkalender meermaals in debelangstelling, zowel bij de politiek, als bij departementen en stake-holders. IenW gaat in overleg met decentrale overheden aan de slag metde invulling van de kalender. De Deltacommissaris wordt eveneensbetrokken bij de invulling van de waterkalender. Het voornemen is ommet de waterkalender te voorzien in een overzicht van de momenten in detoekomst waarop het ministerie beleid over de breedte van de wateron-derwerpen zal opleveren. De waterkalender zelf zal dus geen nieuw beleidbevatten. De weergave zal duidelijkheid geven over de thema’s van hetbetreffende beleidsproduct, welke schaalniveau’s geraakt worden, énwelke doelgroepen in meer of mindere mate er mee te maken gaankrijgen. Ook zal worden voorzien in inzicht in de daadwerkelijke waterbe-heersituatie op een bepaalde locatie. Belangrijk daarbij is ook eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73518 communicatieve verbeelding. Het kan een nuttige onderlegger zijn voorgesprekken met andere departementen, mede-overheden, waterbe-heerders en stakeholders. En stelt hen in staat zelf te anticiperen opklimaatadaptatieve maatregelen. De ontwikkeling van de waterkalenderwordt in 2026 ter hand genomen.Europees initiatief inzake klimaatveerkracht en het beheer van klimaatri-sico’sDe Europese Commissie is voornemens om in oktober 2026 het«Europees initiatief inzake klimaatveerkracht en het beheer van klimaatri-sico’s» te publiceren. Het gaat daarbij om een breed en integraal kader enactieplan, gericht op ondersteuning van de EU-lidstaten bij het vergrotenvan hun weerbaarheid op het gebied van klimaatverandering. Centraalstaat het borgen van wetenschappelijk onderbouwde risicobeoordelingen,meer harmonisatie van methoden voor risicobeoordelingen, het stimu-leren van grensoverschrijdende samenwerking, ondersteuning vanpublieke en private partijen en het vergroten van een rechtvaardigeaanpak. De Commissie benadrukt dat het werken aan klimaatweer-baarheid mogelijkheden biedt om de concurrentiepositie van de EU tevergroten en wil met hier met het initiatief een impuls aan geven. Op1 december 2025 heeft de Commissie een publieke consultatie gestart, dieopen staat tot 23 februari a.s. IenW zal een reactie namens het Rijkcoördineren, deze zal conform vaste afspraak tussen Kamer en kabinetook met de Kamer gedeeld worden.Rapport Onderzoeksraad voor Veiligheid en Nationale Aanpak Water-overlastOp 22 januari 2026 heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) hetrapport «Onveiligheid door extreme regen»52 gepubliceerd. Met ditrapport rondt de OvV het onderzoek af naar de wijze waarop Nederlandzich voorbereidt op de gevolgen van extreme regen vanuit een veilig-heidsperspectief. Wateroverlast door extreme regenval kan naastmateriële schade ook leiden tot veiligheidsrisico’s. Onderdeel van hetonderzoek is de vraag wat verschillende partijen doen om risicofactoren tebeheersen en welke knelpunten zich voordoen bij de risicobeheersing. DeRaad concludeert dat veiligheidsrisico’s door extreme regen niet kunnenworden uitgesloten.Het beschermen van burgers in Nederland tegen overlast door extremeregen is een belangrijk en actueel thema. Zoals beschreven in deKamerbrief «Wateroverlast door grootschalige extreme regen»53 die op30 oktober 2025 aan de Tweede Kamer is gestuurd, kan wateroverlastdoor extreme regen leiden tot schade aan (vitale) infrastructuur,woningen, landbouw, natuur en cultureel erfgoed. Extreme regen kan ookeen grote impact hebben op de (mentale) gezondheid van burgers.Zoals in de brief aangekondigd werkt het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat (IenW) samen met andere betrokken departementen, decen-trale overheden, waterschappen, veiligheidsregio’s en vitale sectoren, aanhet vergroten van inzicht in knelpunten en aan maatregelen om degevolgen van extreme regen te beperken. In dat kader ontwikkelt hetMinisterie van IenW een Nationale Aanpak Wateroverlast, die zal wordengeborgd in het Nationaal Waterprogramma. Het rapport van de OvVonderstreept het belang van het ontwikkelen van deze Nationale AanpakWateroverlast. Daarnaast biedt het rapport aanvullende aanbevelingen52Kamerstukken 27 625, nr. 734.53Kamerstukken 27 625, nr. 721.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73519 om burgers beter te beschermen tegen de veiligheidsrisico’s vanwateroverlast door extreme regenval.Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 23 januari jl. zal het kabinetbinnen zes maanden een reactie op de conclusies en aanbevelingen aande OvV sturen54. De Kamer wordt hier voor het zomerreces nader overgeïnformeerd.3. Vitale infrastructuur watersector Met de brief die door het kabinet op 12 december 2025 aan de Kamer isgezonden over «weerbaarheid en militaire paraatheid tegen hybride enmilitaire dreigingen» wordt de voortgang aangegeven van de beleidsiniti-atieven die in gang zijn gezet om Nederland weerbaarder te maken en defysieke en digitale veiligheid van vitale inrfastructuur te versterken.55 Tebeginnen bij die sectoren die rand voorwaardelijk zijn voor de continuïteitvan de maatschappij, waaronder Keren en Beheren.Opnemen waterveiligheid in Europese richtlijn voor kritieke entiteitenNaar aanleiding van een vraag van het lid Verkuijlen tijdens het Commis-siedebat Water van 24 september jl. is de toezegging gedaan tot eenoriëntatie op het opnemen van waterveiligheid in de Europese richtlijnvoor kritieke entiteiten en de kamer hierover te informeren.56In de Europese Critical Entities Resilience-richtlijn (CER) zijn verschillendeprocessen als «kritiek» aangewezen.57 Dit is niet voor het proces Keren enBeheren Waterkwantiteit (waaronder waterveiligheid en peilbeheer)gebeurd, zoals het lid Verkuijlen heeft geconstateerd. Achtergrond is datdit proces alleen voor Nederland kritiek is, gezien de unieke ligging in eenlaaggelegen delta, en niet voor andere landen. Daarbij geldt dat deCER-richtlijn het mogelijk maakt voor lidstaten om zelf kritieke processente identificeren en kritieke entiteiten binnen deze processen aan te wijzen.Deze kritieke processen hebben dezelfde status als processen die al in deCER-richtlijn gernoemd zijn. De sector Keren en Beheren waterkwantiteitzal op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wet weerbaarheid kritiekeentiteiten worden aangewezen. Van belang is dat het proces Keren enBeheren Waterkwantiteit sinds 2005 is aangemerkt als een vitaal procesbinnen de Nederlandse beschermingsaanpak van vitale infrastructuur.Cyberveiligheid waterwerkenNaar aanleiding van een vraag van het lid Hertzberger is toegezegd dat deKamer voor het wetgevingsoverleg Water wordt geïnformeerd over destappen die zijn gezet sinds het verschijnen van het rapport van deAlgemene Rekenkamer over cyberveiligheid en wordt daarbij ookingegaan op de huidige stand van zaken van de netwerkveiligheid van dewaterwerken58.In het rapport «Digitale dijkverzwaring: cybersecurity en vitale water-werken» van de Algemene Rekenkamer van 11 maart 2019 is een achttalaanbevelingen geformuleerd aan de Minister van IenW.59 Op basis vandeze aanbevelingen is Rijkswaterstaat (RWS) het versterkingsprogramma54Kamerstukken 27 625, nr. 73455Kamerstukken 30 821, nr. 326.56TZ202510-100.57Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EGvan de Raad (Voor de EER relevante tekst).58TZ202510-06759Kamerstukken 30 821, nr. 69.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73520 Cybersecurity gestart. Dit programma bestaat uit 21 deeltrajecten die decyberweerbaarheid van RWS over de volle breedte heeft versterkt.De Tweede Kamer is al eerder op een aantal momenten geïnformeerdover de voortgang van het versterkingsprogramma. Tijdens het Wetge-vingsoverleg Water van 1 december 2020 is door de Minister van I&Wuitvoerig ingegaan op de maatregelen van RWS ter implementatie van deaanbevelingen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer. Op27 januari 2021 is de Kamer in een besloten technische briefing geïnfor-meerd over de opvolging van de aanbevelingen en moties. Ook in dekamerbrief van 7 juni 2022, getiteld «Versterken cyberweerbaarheid in dewatersector» is ingegaan op de voortgang van de implementatie van deaanbevelingen van de Rekenkamer.60 Van de 21 deeltrajecten zijn erinmiddels 18 naar tevredenheid afgerond. De overige 3 trajecten zijn ineen afrondende fase en worden verder opgenomen en verantwoord in dereguliere programmeringscyclus van RWS.RWS investeert structureel risicogestuurd in het verstevigen van haarcyberweerbaarheid in navolging van de aanbevelingen van de AlgemeneRekenkamer. Als onderdeel van het versterkingsprogramma investeertRWS onder meer in digitale veiligheid vanaf de ontwerpfase bijvernieuwing & renovatie van de objecten. Daarnaast wordt er stevigingezet op onderwerpen als bewustzijn en monitoring & detectie.Met de uitvoering van het versterkingsprogramma is een goede impulsgegeven aan cybersecurity binnen RWS. Toenemende dreigingen en deimplementatie van nieuwe wetgeving waaronder de Cyberbeveiligingsweten de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten vragen blijvende aandacht omde digitale weerbaarheid op peil te blijven houden.4. Overig Herijking DeltaprogrammaElke zes jaar wordt voor het Deltaprogramma een herijking uitgevoerd.Via een gestructureerde aanpak onderzoeken de partners van hetDeltaprogramma – het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen,Rijkswaterstaat, kennisinstellingen en verschillende maatschappelijkeorganisaties – in hoeverre het nodig is om de koers van het Deltapro-gramma bij te stellen.De zesjaarlijkse herijking richt zich op de deltabeslissingen en devoorkeursstrategieën per deelgebied (het IJsselmeergebied, Rijnmond-Drechtsteden, de rivieren Rijn en Maas, de Zuidwestelijke Delta, de Kust,het Waddengebied, de Hoge Zandgronden en Centraal Holland). Deinzichten en voorstellen uit de tweede herijking worden onderdeel van hetDeltaprogramma 2027 en als advies aangeboden aan het kabinet. In dekabinetsreactie op het Deltaprogramma 2027, welke de Kamer opPrinsjesdag ontvangt, zal het kabinet aangeven hoe het met de adviezenzal omgaan en hoe deze worden verwerkt in het Nationaal WaterProgramma (NWP) 2028–2033.Nationaal Waterprogramma 2028–2033Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk enleefbaar te houden, wordt het Nationaal Water Programma (NWP)geactualiseerd. Het NWP 2028–2033 legt het nationaal waterbeleid voorzes jaar vast. Goed waterbeleid is cruciaal voor een toekomstbestendigNederland en vraagt keuzes. Het Ministerie van IenW start de procedure60Kamerstukken 27 625, nr. 570.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73521 voor het NWP met het ter inzage leggen van de Notitie Reikwijdte enDetailniveau (NRD) en het participatieplan.De NRD is de eerste stap om te komen tot een plan-milieueffectrapport(plan-MER) voor het NWP. De NRD beschrijft welke thema’s en beleids-keuzes onderzocht gaan worden en op welke wijze de effecten van keuzesworden beoordeeld. Het participatieplan beschrijft hoe IenW anderepartijen wil betrekken bij het opstellen van het NWP. Eenieder kanreageren op de NRD en het participatieplan van dinsdag 20 januari tot enmet maandag 2 maart 2026. Ook wordt advies gevraagd aan deCommissie voor de MER. Het Ministerie van IenW betrekt de zienswijzenen adviezen bij het opstellen van het milieueffectrapport en het ontwerpNationaal Water Programma.Programmatische Aanpak Grote WaterenMet de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) verbetert hetRijk de ecologische waterkwaliteit en de natuur in, op en rond deNederlandse grote wateren. Daarmee is de PAGW essentieel voor hetduurzaam behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water, de Vogel-en Habitatrichtlijn en de Europese Natuurherstelverordening.In het IJsselmeergebied wordt ingezet op een natuurlijker peilbeheer, eengroter areaal oeverzones en op het aanleggen van verbindingen tussenzoet en zout water. Bij de aanleg van de vismigratierivier bij Kornwer-derzand is de provincie Friesland geconfronteerd met een financieel tekortvan € 13 miljoen. Om dit tekort te dekken is vanuit PAGW-middelen eenbedrag van € 6,5 miljoen toegezegd, het Waddenfonds en de NationalePostcode Loterij financieren de andere helft van het tekort. Het verbeterenvan de vismigratiemogelijkheden door de Afsluitdijk versterkt de(internationale) connectiviteit van het gehele Rijnstroomgebied.De verkenning naar kansrijke maatregelen ter verbetering van deecologische waterkwaliteit langs de Noord-Hollandse Markermeerkust isafgerond. Het ontwerpvoorkeursalternatief bestaat uit maatregelen op eendrietal locaties langs de Markermeerkust: Kinselbaai, de Nes en Schar-dammer Kogen. Het betreft de aanleg van ca. 85 hectare (helofyten)moe-raszones, overstromingsgrasland en ondiep water met ondergedokenwaterplanten. Het ontwerpvoorkeursbesluit heeft in het najaar 2025 terinzage gelegen en zal in het voorjaar van 2026 definitief worden vastge-steld.In het HWBP-project Versterking IJsselmeerdijk van Waterschap Zuider-zeeland doet zich de mogelijkheid voor om in de luwte tussen de nieuwaan te leggen vooroever en de huidige dijk (± 115 ha) zoetwaterecotopente realiseren. Dit project is een voorbeeld van een nature based solution61door met een natuurlijke inrichting positief bij te dragen aan watervei-ligheid, natuur en waterkwaliteit. Met een PAGW bijdrage van€ 4,0 miljoen worden deze extra ecologische inrichtingsmaatregelengerealiseerd en voor 10 jaar gemonitord en onderhouden. De budgettaireverwerking volgt bij de voorjaarsnota 2026. Medio 2026 start hetWaterschap met de werkzaamheden van het HWBP-project. Opleveringvan het werk is voorzien eind 2030.Bij de KRW-maatregel Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden(UWDH) doet zich de mogelijkheid voor om 50–100 hectare ooibos enoverstromingsvlaktes aan te leggen. Met een bijdrage van € 15 mln extrafinanciering vanuit de PAGW kan deze KRW-maatregel met een «ecoplus-61Kamerstukken 36 410 XII, nr. 69Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73522 variant» worden gerealiseerd waarmee de KRW-maatregel kan wordengerealiseerd en afgerond.Het project Getijdenmaas62 vormt een belangrijke ecologische stapsteenin de corridor Biesbosch-Gelderse Poort-Maas. Het project legt eenverbinding tussen de maasuiterwaarden en de aanliggende beken overeen lengte van 23 km en zorgt daarmee voor het verbeteren van denatuurlijke dynamiek en habitatverbetering dit ten behoeve van de KRWen PAGW-opgave. Met dit project wordt meegekoppeld aan de dijkver-sterking Lith-Bokhoven (HWBP). Hiervoor wordt € 12,5 miljoenbeschikbaar gesteld.Met een bijdrage van € 2,5 mln aan het HWBP-project Moerdijk-Drimmelen kan natuurinclusieve dijkversterking en 50–100 hectarezoetwatergetijdengebied worden gerealiseerd in de Biesbosch. DeBiesbosch is een van de laatste zoetwatergetijdengebieden van Europamet unieke planten- en diersoorten. Hiermee is het ook een voorbeeld vaneen nature based solution. Aanleg is mogelijk binnen vijf jaar.Evaluatie Operationaliseren Flexibel Peilbeheer IJsselmeergebiedIn de zomer van 2018 is het destijds nieuwe peilbesluit voor het IJssel-meergebied ondertekend. Met dit besluit is flexibel peilbeheer ingevoerd,waarbij het beoogde waterpeil in de meren van het IJsselmeergebied magfluctueren binnen een bandbreedte. RWS heeft sinds 2019 de effectengemonitord, als basis voor de evaluatie.63 Met de uitvoering van hetflexibele peilbeheer is een extra zoetwaterbuffer gerealiseerd. Uit deevaluatie blijkt onder andere dat het nieuwe peilbesluit werkt, deflexibiliteit is vergroot en dat aan de watervraag kan worden voldaan (isgebleken) in de afgelopen, toch relatief droge jaren. Schommelingen vanhet waterpeil als gevolg van het peilbesluit zijn minimaal. Schommelingenworden veroorzaakt door veel neerslag, veel verdamping, hoge en lagerivierafvoer en wind. De afgelopen jaren zijn geen significante negatieveeffecten gemeten die aantoonbaar het gevolg zijn van het flexibelepeilbeheer: de waargenomen effecten zijn niet te onderscheiden vanautonome of klimatologische effecten.In het kader van het Deltaprogramma wordt momenteel onderzocht of enop welke wijze de streefpeilen op termijn zouden moeten wordenaangepast. De resultaten van deze monitoring worden meegenomen in ditproces.Vervolgtraject ontwikkeling stelsel waterschapsbelastingenIn de Verzamelbrief Water die voorafgaand aan het CommissiedebatWater van 24 september jl. is verstuurd, is toegezegd dat de Kamergeïnformeerd zou worden over de voortgang van het onderzoek naar hetvervolgtraject voor de ontwikkeling van het stelsel van waterschapsbelas-tingen.64 Het onderzoek is inmiddels van start gegaan en de resultatenworden medio dit jaar verwacht. Naar verwachting wordt de Kamer in hetnajaar geïnformeerd over de onderzoeksresultaten en de vervolgstappen.62Kamerstukken 27 625, nr. 59563https://platformijsselmeergebied.nl/evaluaties-operationaliseren-flexibel-peilbeheer-ijsselmeergebied-gereed64Kamerstukken 27 625, nr. 717.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73523 Munitiedepot ZierikzeeMet de Verzamelbrief Water van 17 juni 2021 is de Kamer geïnformeerdover de staat van de munitie en de water- en bodemkwaliteit bij hetmunitiedepot bij Zierikzee.65 Zoals aangegeven in die brief is geconclu-deerd dat de ecologische waterkwaliteit en de volksgezondheid niet in hetgeding komen als gevolg van uit het munitiedepot vrijkomen vanspringstoffen, afbraakproducten van springstoffen en zware metalen. Ditgeldt voor de directe omgeving van het munitiedepot en ook voor deOosterschelde als geheel.Afgesproken is dat RWS de waterkwaliteit rondom het munitiedepot elke5 jaar zal monitoren. Met het rapport meegezonden met deze briefontvangt de Kamer de laatste monitoringsresultaten.66 De volgendeconclusies komen uit het rapport naar voren:•Er zijn geen lokale verhogingen van zware metalen gemeten. Deconcentraties liggen daarmee lager dan de waterkwaliteitsnormen.•De hoogst gemeten waarde van TNT ligt 70 maal lager dan de veiligeconcentratie en ook de afbraakproducten hebben gemeten concentra-ties ruim onder de waterkwaliteitsnormen.De metingen onderschrijven de conclusie uit 2021 en geven geenaanleiding om de huidige vijfjaarlijkse monitoring aan te passen.Modernisering Modelinstrumentarium IenW-DeltaresSinds haar bestaan heeft Deltares samen met o.a. het Ministerie van IenW(en haar voorlopers) en RWS modellen ontwikkeld die ondersteunen bijbeleid en uitvoering rond waterveiligheid, waterbeschikbaarheid enwaterkwaliteit. Modellen leveren informatie voor bijvoorbeeld hetontwerp van dijken, sluizen of kades, voor het voorspellen en beheersenvan waterstanden en voor crisisbeheersing. Belangrijke keuzes kunnenniet goed gemaakt worden zonder deze informatie. Tegelijkertijd zijn deeisen aan software toegenomen, groeit de hoeveelheid sensoren, data enapplicaties en wordt er doorgebouwd op oude software.Deltares heeft erkend dat het modelinstrumentarium aangepast moetworden aan de huidige eisen en om mee te kunnen bewegen met nieuwetechnologische ontwikkelingen. Daarom heeft Deltares de organisatievoor softwareontwikkeling opnieuw ingericht. Met die nieuwe organisatieis gebleken dat er structureel meer middelen nodig zijn voor beheer enonderhoud. Daarnaast is er onvoldoende ruimte voor vernieuwing.Deltares heeft samen met IenW onderzocht wat nodig is om het beheer enonderhoud structureel te dekken en om het modelinstrumentarium temoderniseren. Modernisering van zowel de techniek als van de aansturingdie past bij een modern instrumentarium van deze omvang. Daarbij zijnexperts betrokken van Deltares, EZ, IenW en RWS, maar ook van anderekennisinstituten en bedrijven. EZ speelt een centrale rol als coördinator enfinancierder in het beleid voor kennisinstellingen voor toegepastonderzoek (TO2-instellingen) zoals Deltares.De verzamelde informatie biedt aanknopingspunten voor aansturing,bredere samenwerking, technisch ontwerp en financiering. Dit wordtuitgewerkt naar een gefaseerd plan voor zowel beheer en onderhoud alsvoor vernieuwing van het instrumentarium. In het voorjaar zal dit planmet de Kamer gedeeld worden.65Kamerstukken 35 570 X, nr. 106.66Zie bijlage 3: rapport «Waterkwaliteit munitiedepot gat van Zierikzee».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73524 Voortgangsrapportage Noordzeeoverleg (NZO)In lijn met de motie van de leden Dijkstra en De Groot is de voortgangs-rapportage van de voorzitter van het Noordzeeoverleg op 8 januari jl. naarde Kamer gestuurd.67 Hierin rapporteert de voorzitter onder andere overde implementatie van het Noordzeeakkoord, waarbij zij de NZA-afsprakenbenoemt waaraan in de voorliggende periode is gewerkt, met nameafspraak 4.38 over de invulling van de laatste 1,2% van bodem beroerendevisserij te vrijwaren binnen natuurgebieden. Daarnaast blikt de voorzitterin de rapportage ook vooruit naar de toekomst van de Noordzee, hetprogramma Noordzee 2028–2033 en nieuwe ontwikkelingen op het gebiedvan veiligheid en weerbaarheid op zee.RivierkreeftDe bestrijding van de uitheemse rivierkreeft is op basis van de Exotenver-ordening de bevoegdheid van LVVN (biodiversiteit). In dat kader heeft deStaatssecretaris van LVVN op 12 januari jl. het Landelijk aanvalsplaninvasieve exoten naar de kamer gestuurd.Tijdens het commissiedebat van 24 september 2025 is aangegeven datIenW een tijdelijke brugfunctie tussen het Rijk en de medeoverheden wilvervullen. Zoals toegezegd tijdens het debat wordt samen met deStaatssecretaris van LVVN in het eerste kwartaal van 2026 een brief naarde Kamer gestuurd over de te nemen stappen in de aanpak van derivierkreeften. Op dit moment overleggen IenW, LVVN, waterschappen enprovincies over de aanpak van de rivierkreeften. In die brief wordt ook demotie over natuurvriendelijke oevers van het lid Kostic´ meegenomen68.Ter afsluitingDe grote diversiteit aan onderwerpen in deze brief laat zien dat er op veelvlakken stappen worden gezet om onze belangrijke wateropgaven aan tepakken. De uitdagingen op het gebied van water nemen toe, en maken hethard nodig om hier samen met andere overheden en onze partnersdoortastend aan te werken. Met deze brief bent u hopelijk voldoendegeïnformeerd over de voortgang die de afgelopen periode is geboekt ende stappen die er zullen worden gezet.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. Tieman67Kamerstukken 33 450, nr. 13868Kamerstukken 27 625, nr. 730Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 73525

Versie 12cfc0b28087c9c25a3af628587f7affaf3969ea080fa35fa5fbf91f2100e5f0 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · ce56cb3cc26e7931

13 okt 2026 · f1d4196efff81a8b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.