Reactie op CBS-bericht dat meer huurders relatief duur wonen
Brontekst
Versie 4211076ebebea221 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 27 926Huurbeleid 32 847Integrale visie op de woningmarkt Nr. 260 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 28 april 2016 Op verzoek van de commissie Wonen en Rijksdienst wordt onderstaand nader ingegaan op het CBS-bericht over de toename van het aantal huurders dat relatief duur woont volgens het WoON2015. Het CBS constateert dat het aantal goedkope scheefwoners is gedaald van 28 naar 18 procent in de periode 2009–2015. Tevens meldt het CBS dat, in dezelfde periode, het aantal dure scheefwoners is toegenomen van 8 naar 18 procent. Ook in de kernpublicatie van het WoON2015, die ik u recent heb doen toekomen (bijlage bij Kamerstuk 32 847, nr. 223), staan deze cijfers. Beide ontwikkelingen in de afgelopen jaren hangen samen met dalende inkomens bij huurders, huurharmonisatie en huurstijgingen, verbeterde woningtoewijzing en een verdere concentratie van huishoudens met een laag inkomen in de huur-sector. De netto woonuitgaven van eigenaren-bewoners in 2015 liggen, volgens het CBS, lager dan in voorgaande jaren: gemiddeld 894 euro per maand in 2015 tegenover 819 euro per maand in 2012 en 920 euro per maand in 2009. Deze daling in uitgaven komt vooral door lagere hypotheek- en energielasten. In de huursector zijn de netto woonuitgaven gestegen van gemiddeld 554 euro in 2009, via 604 euro per maand in 2012 naar 654 euro in 2015 als gevolg van een stijging van de netto huur door harmonisatie en reguliere huurstijgingen en een daling van de energielasten. Het CBS vermeldt verder een aantal verschillen in kenmerken van de woning-voorraad en in de woonlasten van huurders en eigenaren-bewoners tussen regio’s. Zowel huurders als eigenaren-bewoners in de provincie Utrecht en Noord-Holland hebben volgens het CBS de hoogste kst-27926-260ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 27 926, nr. 2601 woonlasten in 2015. Voor een beoordeling van de verschillen in betaal-baarheid van het wonen tussen regio’s zijn, naast de feitelijke woonuit-gaven echter ook regionale verschillen in inkomensniveau van belang. De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. BlokTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 27 926, nr. 2602
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.