KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad 15-16 juli 2024

27 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9b78f89bc98eb09b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2052 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 juni 2024Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda van de vergaderingen van deEurogroep en Ecofinraad van 15 en 16 juli a.s.Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of datbepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot devolgende vergadering.Graag wijs ik u erop dat het aan mijn ambtsopvolger is om de Neder-landse inzet tijdens de Eurogroep en Ecofinraad van juli verder vorm tegeven. Het is door de op handen zijne regeringswissel op dit moment nogniet bekend wie er aan deze vergaderingen namens Nederland zaldeelnemen.In aanvulling op de geannoteerde agenda informeer ik u over detechnische informatie die de Europese Commissie onlangs deelde tenbehoeve de voorbereiding van het Nederlandse budgettair-structureleplan voor de middellange termijn in het kader van het herzieneStabiliteits- en Groeipact.De Minister van Financiën,S.P.R.A. van Weyenberg kst-21501-07-2052ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20521 Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad 15–16 juli 2024 EurogroepMacro-economische ontwikkelingen en begrotingsbeleid in deeurozoneDocument:•Het rapport van het EFB wordt naar verwachting eind juni gepubli-ceerd: https://commission.europa.eu/business-economy-euro/economic-and-fiscal-policy-coordination/european-fiscal-board-efb_en•Notitie van de Commissie over het geaggregeerde begrotingsbeleidkomt beschikbaar na de Eurogroep: https://www.consilium.europa.eu/en/eurogroup/Aard bespreking: gedachtewisseling en (mogelijk) aanname verklaringBesluitvormingsprocedure: indien een verklaring wordt aangenomenzal dit met consensus zijnToelichting:De Eurogroep zal van gedachten wisselen over het geaggregeerdebegrotingsbeleid, de zogenaamde fiscal stance, in de eurozone. Vanwegede overgang naar het nieuwe Stabiliteits- en Groeipact zal er dit jaar geenanalyse van de Commissie van de stabiliteits- en convergentiepro-gramma’s van lidstaten plaatsvinden. Naar verwachting zullen lidstaten inhet najaar van 2024 hun nationaal meerjarig begrotingsplan indienen voorde periode 2025–2028. De gedachtewisseling zal zich naar verwachtingbaseren op het jaarlijkse rapport van de European Fiscal Board (EFB) overhet geaggregeerde begrotingsbeleid in de eurozone en een notitie van deEuropese Commissie, die beide bij het schrijven van deze geannoteerdeagenda nog niet beschikbaar zijn.Nederland is van mening dat de begrotingspositie (fiscal stance) voor deeurozone een nuttig concept is om zicht te houden op de budgettaire eneconomische ontwikkelingen in de eurozone als geheel. Nederland isvooralsnog echter niet overtuigd van het nut om dit concept ook tegebruiken om sturing te geven aan het nationale begrotingsbeleid van deeurozonelidstaten. Dit zou kunnen leiden tot procyclisch begrotingsbeleidin landen met lage en middelhoge schulden, waarbij deze hun economiein goede tijden onnodig stimuleren en bijdragen aan oververhitting vanhun economie.Mogelijk zal de Eurogroep, net als vorig jaar, een gezamenlijke verklaringaannemen over de oriëntatie van het begrotingsbeleid voor het komendejaar. De inhoud van een dergelijke verklaring is op dit moment nog nietbekend. Voor Nederland is van belang dat deze verklaring consistent ismet het recent inwerking getreden herziene Stabiliteits- en Groeipact.Nederland zal indien opportuun het belang van prudent begrotingsbeleidbenadrukken.Uitbreiding van de eurozone: convergentierapportenDocument: Convergentierapporten Europese Commissie1 en EuropeseCentrale Bank2Aard bespreking: PresentatieBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:Op 26 juni jl. publiceerden de Europese Commissie (Commissie) en deEuropese Centrale Bank (ECB) hun convergentierapporten. Deze worden1https://economy-finance.ec.europa.eu/euro/enlargement-euro-area/convergence-reports_en2https://www.ecb.europa.eu/press/other-publications/convergence/html/index.en.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20522 op basis van artikel 140 van het Verdrag betreffende de werking van deEuropese Unie ten minste eens in de twee jaar gepubliceerd en monitorenin welke mate alle EU-lidstaten die de euro nog niet hebben ingevoerdvoldoen aan de voorwaarden om de euro in te voeren. Daarbij kijken deinstellingen naar de convergentiecriteria ten aanzien van prijsstabiliteit,wisselkoersstabiliteit, publieke financiën, staatsrente en naar de verenig-baarheid van relevante nationale wetten met de onafhankelijkheid van decentrale bank en de statuten van het Europees Stelsel van CentraleBanken en de ECB zoals opgenomen in het werkingsverdrag. Gezien dekorte periode tussen publicatie van het rapport en het verzenden van dezegeannoteerde agenda geven wij een overzicht van de hoofdpunten.Inhoud convergentierapportenMomenteel zijn er zeven EU-lidstaten die geen onderdeel zijn van deeurozone: Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Hongarije, Polen, Roemeniëen Zweden. Een van de voorwaarden voor eurotoetreding is dat een landministens 2 jaar heeft deelgenomen aan het vaste wisselkoersmecha-nisme (ERM-II). Van deze zeven landen zitten er twee in ERM-II, zijndeBulgarije en Denemarken. Denemarken heeft geen verplichting om deeuro in te voeren en heeft geen intentie om op korte termijn de euro in tevoeren. Vandaar dat met name de beoordeling van Bulgarije in hetrapport relevant is. Bulgarije heeft de intentie om snel de euro in tevoeren en heeft verschillende stappen gezet om te voldoen aan dewettelijke vereisten en de convergentiecriteria, zoals ook eerder aan deKamer is gemeld in de geannoteerde agenda van de Eurogroep enEcofinraad van 7–8 december 20233.Bulgarije voldoet op basis van de convergentierapporten aan de verdrags-voorwaarden om de euro in te voeren, met uitzondering van het prijssta-biliteitscriterium aangezien hun inflatie te hoog is. De gemiddelde inflatievan de afgelopen 12 maanden in Bulgarije was 5,1%, terwijl de inflatieonder de 4,1% dient te zijn (gebaseerd op de inflatiewaarde van de drieEU-landen met de laagste inflatie plus 1,5%-punt). Mogelijk daalt deinflatie in Bulgarije later dit jaar voldoende snel om aan alle vereisten tevoldoen. Op dat moment zal Bulgarije hoogstwaarschijnlijk een conver-gentierapport aanvragen. Als vervolgens uit die rapporten een positiefbeeld naar voren komt kan de Europese Commissie de benodigdevoorstellen doen aan de Raad van de Europese Unie om Bulgarije de euroals munt in te laten voeren.Naast de formele convergentiecriteria heeft Bulgarije een aantal toezeg-gingen gedaan bij toetreding tot ERM-II, de zgn. «post-entry commit-ments» die relevant zijn voor het invoeren van de euro als munt. Daarbijgaat het om toezeggingen op het gebied van versterking van het toezichtop de financiële sector, verbetering van het insolventieraamwerk enanti-witwasraamwerk en verbeteren van het bestuur van staatsbedrijven.De convergentierapporten gaan niet in op de voortgang met dezetoezeggingen.Nederland zal de presentatie van de Europese Commissie en de EuropeseCentrale Bank aanhoren.Proces EurotoetredingMocht Bulgarije blijkend uit het volgende convergentierapport aan allevoorwaarden voldoen, dan gaat het formele proces van eurotoetredingvan start. Daartoe doet de Europese Commissie de benodigde voorstellen3Kamerstuk 21 501-07, nr. 1999Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20523 aan de Raad, geven de eurolanden een advies, wordt het EuropeesParlement geraadpleegd en wordt de zaak besproken in de EuropeseRaad. Formele besluitvorming vindt plaats in de Ecofinraad, waarbij metgekwalificeerde meerderheid besloten wordt over toetreden tot deeurozone. Na een besluit tot toetreding moet de Ecofinraad ook deomrekeningskoers vaststellen van het desbetreffende land. Dit gebeurt opbasis van unanimiteit. Als een land eenmaal is toegetreden, dan zal eenland ook deelnemen in het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM).Het parlement wordt voorafgaand aan besluitvorming over de mogelijketoetreding van Bulgarije tot de eurozone geïnformeerd via de geanno-teerde agenda’s van de relevante Eurogroepen, Raden en de EuropeseRaad.Concurrentievermogen van de eurozone: het aanpakken van hetfinancieringstekortDocument: n.v.t.Aard bespreking: GedachtewisselingBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:De Ministers zullen van gedachten wisselen over het concurrentiever-mogen van de EU, met deze keer een specifieke focus op financiering. Ophet moment van schrijven van de geannoteerde agenda zijn er nog geenvoorbereidende stukken opgesteld. Het is niet zeker of er voor of na debespreking wel stukken beschikbaar zullen zijn.De titel van de bespreking, met nadruk op financieringstekort, suggereertdat de voorzitter stil wil staan bij de manier waarop financiering in hetkader van concurrentiekracht beter kan worden vormgegeven. Er zijnmeerdere studies die duiden op een mogelijk investeringsgat binnen deEU, bijvoorbeeld in het kader van investeringen in algemene zin, dedigitale transitie, innovatie en/of de klimaattransitie. Het bestaan van, ende grootte van een dergelijk gat zijn afhankelijk van de gehanteerdemethodologie en de geïdentificeerde doelen. Een berekening van eeninvesteringsgat richt zich over het algemeen op de benodigde totaleinvesteringen om publieke doelen te bereiken, waarbij er geen onder-scheid gemaakt wordt tussen private en publieke investeringen.Het kabinet hecht waarde aan het vergroten van Europese investeringenin de duurzame economie van de toekomst. Momenteel worden er reedspublieke investeringen gedaan op Europees niveau om ons verdienver-mogen te versterken, zoals onder andere Horizon, het Innovatiefonds, deHerstel- en Veerkrachtfaciliteit, en investeringen via de EuropeseInvesteringsbank. Publieke investeringen in de klimaattransitie en in R&Ddoen in grootte in de EU niet onder voor investeringen van andere grotelanden. Het kabinet ziet wel dat financiering in Europa bij de ontwikkelingvan nieuwe technologieën in de scale-up fase een obstakel kan vormen.Het is daarom van belang dat naast ontwikkeling en innovatie ook wordtingezet in opschaling naar de markt, zowel nationaal als Europees. Hetkabinet ziet ten aanzien van de versterking van de concurrentiepositiedaarom vooral een belangrijke rol weggelegd voor het aanjagen vanprivate investeringen. Het verdiepen van de interne markt en de Europesekapitaalmarktunie speelt een cruciale rol in het aanjagen van privateinvesteringen voor het versterken van het concurrentievermogen.Daarnaast kan het EU-concurrentievermogen versterkt worden doordrempels voor grensoverschrijdend investeren binnen de EU, zoalsadministratieve lasten, zoveel mogelijk weg te nemen. Nederland kan opbasis van deze noties deelnemen aan de discussies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20524 Werkprogramma Eurogroep tot en met maart 2025Document: nog niet beschikbaar, wordt gepubliceerd op:https://www.consilium.Europa.eu/en/eurogroup/work-programme/Aard bespreking: GedachtewisselingBesluitvormingsprocedure: N.v.t.Toelichting:In de Eurogroep zal het werkprogramma voor de Eurogroep tot en metmaart 2025 worden toegelicht. Deze bespreking stond in eerste instantiegepland voor 20 juni.4 Voor de Eurogroep wordt gewoonlijk per halfjaareen werkprogramma opgesteld met de onderwerpen die waarschijnlijkbesproken zullen worden. Dit draagt bij aan meer lange termijn focus enkan helpen bij het voorbereiden van de discussies. Net als afgelopen jaarheeft de voorzitter van de Eurogroep ook een indicatie voor de eerste paarmaanden van 2025 in het werkprogramma opgenomen (tot en met maart2025).De besprekingen in de Eurogroep voor het komende halfjaar zullen opbasis van het werkprogramma gaan over de coördinatie van begrotings-en economisch beleid, de toekomst van de Economische en MonetaireUnie (EMU) en het versterken van de rol van de euro. De Eurogroep zal inhet bijzonder aandacht hebben voor het versterken en verdiepen van deEMU, waaronder de strategische visie voor de verdere verdieping van dekapitaalmarktunie en voortgang op elementen van de bankenunie, en eencontinuerende betrokkenheid ten aanzien van de vormgeving enontwikkeling van de digitale euro en het versterken van de internationalerol van de euro. Daarnaast zullen ook de reguliere terugkoppelingenplaatsvinden, waaronder van internationale vergaderingen en vanpost-programma surveillancemissies (voor Ierland, Portugal, Cyprus,Spanje en Griekenland). Nederland kan de toelichting over het werkpro-gramma aanhoren.EcofinraadWerkprogramma Hongaars voorzitterschapDocument: n.v.t.Aard bespreking: Presentatie en gedachtewisselingBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:Hongarije is in de tweede helft van 2024 de voorzitter van de Raad van deEuropese Unie (EU) en heeft voor die periode haar werkprogrammagepubliceerd.5 In dit programma zijn de volgende zeven algemeneprioriteiten benoemd:•Concurrentiekracht van de EU•Versterking van het EU-defensiebeleid•Een consistent en op merites gebaseerd beleid voor EU-uitbreiding•Tegengaan van illegale migratie•Vormgeven van de toekomst van cohesiebeleid•Een op de boer gericht EU-landbouwbeleid•Aanpakken van demografische uitdagingenSpecifiek voor de Ecofinraad en het economisch en financieel beleid vande EU geeft het Hongaars voorzitterschap aan de dialoog te willen4https://open.overheid.nl/documenten/6aa1c691-b105-49c7-ad53-f3e52a2398c4/file5Werkprogramma Hongaars voorzitterschap, «Programme of the Hungarian presidency of theCouncil of the European Union in the second half of 2024», https://hungarian-presidency.consilium.europa.eu/media/32nhoe0p/programme-and-priorities-of-the-hungarian-presidency.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20525 bevorderen over oplossingen op EU-niveau die bijdragen aan hervor-mingen en investeringen ten bate van de groene en digitale transitie,evenals een substantiële verbetering van het concurrentievermogen vande Europese economie, ondanks de afnemende begrotingsmogelijkhedenals gevolg van de diverse crises de afgelopen jaren. Tevens wil hetvoorzitterschap de gezamenlijke inspanningen van de EU richten op diegebieden waar het optreden van de EU toegevoegde waarde heeft enwaar dit bijdraagt aan de macro-economische stabiliteit en het welzijn vande burgers van de EU terwijl tegelijkertijd de veerkracht van de Europeseeconomieën wordt vergroot. Daarbij geeft het Hongaars voorzitterschapaan zich in te spannen voor voortgang op de volgende dossiers:•implementatie van nieuwe begrotingsregels van het Stabiliteits- enGroeipact;•de economische en financiële gevolgen van de Russische agressietegen Oekraïne;•implementatie van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit;•implementatie van de jaarbegroting 2024 van de Unie en tijdigeaanname van de begroting voor 2025;•nieuwe eigen middelen;•financiële diensten, waaronder de kapitaalmarktunie en het crisisraam-werk voor banken•belastingen, waaronder de aanpak van belastingontwijking•herziening van het douanewetboek.Tijdens de vergadering van de Ecofinraad zal Hongarije het werkpro-gramma presenteren en nadere toelichting geven op de prioriteiten voorde periode juli 2024 tot en met december 2024. Nederland kan depresentatie van het Hongaarse voorzitterschap aanhoren.Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF)Document: nog niet beschikbaar, wordt gepubliceerd op:https://commission.europa.eu/business-economy-euro/economic-recovery/recovery-and-resilience-facility/country-pages/finlands-recovery-and-resilience-plan_enAard bespreking: Aanname uitvoeringsbesluit van de RaadBesluitvormingsprocedure: gekwalificeerde meerderheidToelichting:Tijdens de Ecofinraad zal een aanpassing van het uitvoeringsbesluit tergoedkeuring van het Finse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) ter besluit-vorming voorliggen. Finland heeft op 16 mei 2024 een aanvraag bij deCommissie ingediend voor een aanpassing van het oorspronkelijke HVPdat middels een uitvoeringsbesluit van de Raad op 29 oktober 2021 werdgoedgekeurd.Finland maakt gebruik van de mogelijkheid om een HVP aan te passen opgrond van objectieve omstandigheden en dit heeft betrekking op 16maatregelen. Deze omstandigheden hebben betrekking op de gevolgenvan de Russische oorlog in Oekraïne en uiten zich in hogere rentekosten,inflatie en de kosten voortkomend uit onderbrekingen in de toeleverings-ketens. Daarnaast heeft Finland aangegeven dat vier maatregelen nietlanger haalbaar zijn door vertragingen in aanbestedingsprocedures.Verder heeft Finland aangegeven dat twee maatregelen gedeeltelijk niethaalbaar zijn door onvoorziene maatregelspecifieke uitdagingen diebetrekking hebben op datacollectie en rapportage. Andere redenen vooraanpassingen waren een slechter investeringsklimaat door de Russischeoorlog in Oekraïne, gewijzigde administratieve omstandigheden door eenoverweldigend aantal aanvragen voor financiering, en een wijzigingomdat er een beter alternatief voor handen is om het originele doel vande maatregel te bereiken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20526 De Commissie oordeelt dat de redenen die Finland aandraagt eenaanpassing van het plan rechtvaardigen en dat het herstelplan ook na deaanpassing voldoet aan de eisen van de HVF- verordening. Het kabinetkan zich vinden in het oordeel van de Commissie. Nederland is daaromvoornemens om in te stemmen met het voorstel tot aanpassing van hetuitvoeringsbesluit van de Raad.Mogelijk worden meer voorstellen tot aanpassing van uitvoeringsbe-sluiten ter goedkeuring van een HVP van landen gepubliceerd in aanloopnaar de Ecofinraad. Als er aanvullende voorstellen worden gepubliceerden geagendeerd voor de Ecofinraad van juli zal de Kamer hierover eennazending van deze geannoteerde agenda ontvangen waarin deaanpassing wordt toegelicht en een kabinetsappreciatie wordt gegeven.Tenslotte wijs ik u graag op het verslag van de Eurogroep en Ecofinraadvan juni 2024. Hier is in meer detail uitleg gegeven over objectieveomstandigheden om een HVP te wijzigen en is een toelichting gegevenhoe vaak landen dit reeds gedaan hebben.Economische en financiële impact van de Russische agressie-oorlog tegen OekraïneDocument: N.v.t.Aard bespreking: GedachtewisselingBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:De Ecofinraad zal van gedachten wisselen over de economische enfinanciële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne en overEuropese steunmaatregelen. Voor 2024 is USD 37,3 miljard nodig aanbegrotingssteun en voor herstel en wederopbouw.6 De EU-Oekraïne-faciliteit van EUR 50 miljard voor de periode 2024–2027 en het IMFprogramma7 zijn belangrijke onderdelen van de internationale inzet omdeze tekorten en noden (deels) te dekken en om Oekraïne in staat testellen de strijd tegen Russische agressie voort te zetten. Kabinetsbeleid isdat Nederland haar «fair share» bijdraagt aan de internationale steuninzet– zowel bilateraal8 als via de EU en overige multilaterale kanalen – enmoedigt andere landen aan om dit ook te doen. Tijdens de Ecofinraad van21 juni jl. heeft het Belgisch voorzitterschap aangegeven dat de voorberei-dende werkgroep van de Ecofinraad verder zal werken aan de voortgangvan de uitwerking van het G7-akkoord over het gebruik van de buiten-gewone rente-inkomsten van geïmmobiliseerde tegoeden van deRussische Centrale Bank voor een lening voor Oekraïne. Dit is tervoorbereiding op nadere voorstellen van de Commissie.De Europese Commissie heeft een positief oordeel gevormd over hetOekraïneplan en heeft op 15 april een uitvoeringsbesluit van de Raadvoorgesteld ter goedkeuring van die beoordeling. Op 14 mei jl. is met dituitvoeringsbesluit van de Raad ingestemd. Het Oekraïneplan is de basisvoor de macro-financiële steun die wordt verleend onder de EU Oekraïne-faciliteit en bevat hervormingen en investeringen waaraan moet wordenvoldaan door Oekraïne voordat tot uitbetaling van nieuwe tranchesovergegaan kan worden. Uw Kamer is hier eerder over geïnformeerd inde geannoteerde agenda van de Raad Buitenlandse Zaken van 7 mei6Ukraine - Third Rapid Damage and Needs Assessment (RDNA3) February 2022 – December2023 (worldbank.org)7Ukraine: Third Review of the Extended Arrangement Under the Extended Fund Facility (imf.org)8https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/overheidsfinancien/documenten/publicaties/2024/04/15/voorjaarsnota-2024 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/overheidsfinancien/documenten/publicaties/2024/04/15/voorjaarsnota-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20527 2024.9 De Commissie streeft ernaar de laatste benodigde overeenkomstenmet Oekraïne deze maand af te sluiten om tot reguliere uitbetaling van detranches over te gaan. Tot nu toe werd EUR 6 mld. overbruggingsfinan-ciering uit de Oekraïne-faciliteit overgemaakt. De Commissie streeft er ooknaar deze maand EUR 1,89 mld. prefinanciering over te maken. Dit volgtuit een aanvraag die Oekraïne kon indienen bij de Commissie bij hetinleveren van het Oekraïneplan. Naar verwachting volgt een eersteregulier betalingsverzoek van Oekraïne van 4,4 mld. euro in juli, uitbe-taling hiervan zal waarschijnlijk plaatsvinden in het derde kwartaal van ditjaar. De Commissie zal de mate waarin Oekraïne aan de corresponderendeconditionaliteiten voldoet beoordelen en een concept-Raadsuitvoerings-besluit aan de Raad voorleggen voordat tot uitbetaling over kan wordengegaan.Lentepakket Europees Semester 2024 – landspecifieke aanbeve-lingen en macro-economische onevenwichtighedenprocedureDocument: De voorliggende Raadsconclusies en (gewijzigde) landspeci-fieke aanbevelingen komen voorafgaand aan de vergadering beschikbaarop delegates portal. De voorstellen van de Europese Commissie voor delandspecifieke aanbevelingen van de Raad aan de lidstaten, landenrap-porten en overkoepelende mededeling zijn publiek beschikbaar10.Aard bespreking: Goedkeuring Raadsconclusies Macro-economischeonevenwichtighedenprocedure en goedkeuring landspecifieke aanbeve-lingenBesluitvormingsprocedure: Consensus voor Raadsconclusies engekwalificeerde meerderheid voor landspecifieke aanbevelingen.Toelichting:Op 19 juni jl. heeft de Europese Commissie (de Commissie) het lente-pakket in het kader van het Europees Semester gepubliceerd. HetEuropees Semester is het jaarlijkse proces waarin EU-lidstaten huneconomisch, arbeidsmarkt- en begrotingsbeleid coördineren. Deoorsprong hiervan ligt in het Verdrag betreffende de werking van deEuropese Unie, in bijzonder Artikel 121(2), 126(3) en 148(4), en deafspraken die daarin zijn gemaakt over het economisch beleid en hetwerkgelegenheidsbeleid. Zo is afgesproken dat de lidstaten hun econo-misch beleid als aangelegenheid van gemeenschappelijk belangbeschouwen en het coördineren in de Raad en dat de lidstaten buiten-sporige tekorten vermijden. Ook is afgesproken dat de lidstaten doormiddel van hun werkgelegenheidsbeleid bijdragen aan het bereiken vande bevordering van scholing, opleiding en het aanpassingsvermogen vanwerknemers en arbeidsmarkten die soepel reageren op economischeveranderingen. Deze afspraken over het economisch beleid en hetwerkgelegenheidsbeleid hebben als doel om bij te dragen aan hetbereiken van de doelstellingen van de Unie, zoals die zijn opgenomen inartikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.Het Semester combineert het toezicht op macro-economische oneven-wichtigheden, overheidsfinanciën, arbeidsmarktbeleid en het bevorderenvan inclusieve economische groei in de EU. Dit lentepakket valt binnen de2024 Semestercyclus en volgt op het herfstpakket dat is gepubliceerd innovember 2023, waarover uw Kamer reeds is geïnformeerd.11 Om u tijdigte informeren over de inhoud en kabinetsappreciatie van het lentepakketen met oog op de efficiëntie van de informatievoorziening aan uw Kamervervangt deze bijdrage aan de geannoteerde agenda de losse brief over9Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking van7 mei 2024 | Rijksoverheid.nl102024 European Semester: Spring package - European Commission (europa.eu)11Kamerstuk 21 501-20, nr. 2006Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20528 het lentepakket van het Europees Semester zoals die in het verleden werdgestuurd. Uw Kamer wordt elders in deze geannoteerde agenda geïnfor-meerd over het rapport van de Commissie met het onderzoek naarbuitensporige overheidstekorten in het kader van het Stabiliteits- enGroeipact.Hieronder volgt eerst een overzicht van de overkoepelende mededeling bijhet lentepakket. Vervolgens worden de Raadsconclusies over de macro-economische onevenwichtighedenprocedure en de door de Commissievoorgestelde landspecifieke aanbevelingen van de Raad toegelicht enbeoordeeld door het kabinet. Daarbij wordt ook aangegeven dat hetkabinet verwacht dat Nederland in kan stemmen met zowel de Raadscon-clusies als de landspecifieke aanbevelingen. Daarnaast heeft deCommissie per lidstaat het gebruikelijke landenrapport opgesteld. In delandenrapporten analyseert de Commissie de financieel-economische ensociaaleconomische ontwikkelingen in de lidstaten, beziet zij de voortgangmet de investerings- en hervormingsagenda en identificeert zij belangrijkeuitdagingen voor het financieel-economische beleid, en een analytischeonderbouwing voor de voorgestelde landspecifieke aanbevelingen.Overkoepelende mededelingIn de overkoepelende mededeling gaat de Commissie in op de doelen ende context van het lentepakket. Allereerst gaat de Commissie in op deeconomische situatie in de EU. De afgelopen vijf jaar heeft de EU eenhoge mate van economische en sociale veerkracht laten zien in tijden vancrises, mede dankzij een gecoördineerde beleidsreactie. Hierbij wijst deCommissie erop dat het Europees Semester het gerichte en efficiëntegebruik van EU-fondsen, zoals het Herstel-en Veerkrachtplan, heeftondersteund.Een ontwikkeling waar de Commissie bij stilstaat is het Stabiliteits- enGroeipact, waarvan de hervorming op 30 april jl. in werking is getreden.Het hervormde begrotingsraamwerk is gericht op het versterken vanschuldhoudbaarheid door middel van geleidelijke begrotingsconsolidatiemet behoud van investeringen en zal worden ingebed in het EuropeesSemester. De Commissie werkt samen met de lidstaten aan de tijdigeindiening, beoordeling en goedkeuring van de eerste reeks budgettair-structurele plannen voor middellange termijn. Ook wijst de Commissie erop dat de voorgestelde landspecifieke aanbevelingen een belangrijkepilaar zijn onder de hervormingen en investeringen in die plannen.Op het gebied van macro-economische stabiliteit wijst de Commissie o.a.op het belang van het vervolmaken van de bankenunie en voortgang opde kapitaalmarktunie, staat ze stil bij het voorstel voor het openen vanbuitensporigtekortprocedures en wordt vanwege de vergrijzing het belangvan versterken van de houdbaarheid van de langdurige zorg en pensioen-stelsels benadrukt.Daarnaast wijst de Commissie op de vertraging in de productiviteitsgroeisinds deze eeuw in de EU. Verdiepen van de interne markt, een industrie-beleid ter ondersteuning van technologische transformatie en weerbareaanbodketens, handelsbeleid, investeren in onderzoek en innovatie,onderwijs en skills, en toegang tot financiering, in bijzonder voor start- enscale-ups, zijn volgens de Commissie allemaal belangrijke elementen omde productiviteitsgroei en het concurrentievermogen te versterken.Ten aanzien van ecologische duurzaamheid laat de Commissie zien dat,ondanks vooruitgang, er een gat bestaat tussen de gestelde 2030 doelenvoor duurzame energie en energie-efficiëntie en het voorgenomen beleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20529 Daarnaast wijst de Commissie op de bijdrage van onder andere de NetZero Industry Act (NZIA) en de Critical Raw Materials Act (CRMA) aanklimaatneutraliteit in 2050 en de open strategische autonomie.Tenslotte wijst de Commissie op het gebied van rechtvaardigheid op hetfeit dat de arbeidsmarkt veerkrachtig is gebleken, waardoor het reëleinkomen van veel inwoners weer is gestegen. Tegelijkertijd blijven detekorten aan arbeidskrachten, ondanks een lichte afname in de afgelopenkwartalen, wijdverbreid over alle sectoren en vaardigheidsniveaus, terwijlde werkloosheid in sommige regio’s hoog blijft en er ongelijkheid blijftbestaan. Ook geeft de Commissie aan dat er nog veel ruimte is om dearbeidsmarktparticipatie van ondervertegenwoordigde groepen teverbeteren. De Commissie wijst er tevens op dat de sociale zekerheids-stelsel toekomstbestending gemaakt moeten worden.Raadsconclusies macro-economische onevenwichtighedenprocedureTijdens de Ecofinraad liggen Raadsconclusies ter besluitvorming voorover de resultaten van de diepteonderzoeken in het kader van demacro-economische onevenwichtigheden procedure (MEOP). In het AlertMechanism Report (AMR) 2024, gepubliceerd in november 2023, stelde deCommissie vast dat ze voor 11 lidstaten diepteonderzoeken zou gaanuitvoeren naar mogelijke macro-economische onevenwichtigheden.Hierover is uw Kamer op 22 december jl. geïnformeerd.12 Het diepteon-derzoek voor Nederland is op 25 maart gepubliceerd. Hierover is uwKamer middels de geannoteerde agenda van de Eurogroep en Ecofinraadvan 11 en 12 april reeds geïnformeerd.13 In het lentepakket heeft deCommissie, op basis van deze diepteonderzoeken, voor Cyprus, Duitsland,Griekenland, Hongarije, Italië, Nederland, Slowakije en Zweden macro-economische onevenwichtigheden vastgesteld. Roemenië ondervindtbuitensporige macro-economische onevenwichtigheden, waar deCommissie vorig jaar nog een onevenwichtigheid had vastgesteld.Spanje, Frankrijk en Portugal ondervinden geen onevenwichtighedenmeer in tegenstelling tot vorig jaar. Italië en Griekenland ondervondenvorig jaar nog buitensporige onevenwichtigheden. Voor Nederlandconcludeert de Commissie op basis van het diepteonderzoek, net als invoorgaande jaren, dat er een macro-economische onevenwichtigheid isdie verband houdt met de hoge private schulden. Ten aanzien van hetoverschot op de lopende rekening concludeert de Commissie dat dekwetsbaarheden gemitigeerd zijn door een relatief sterke groei van debinnenlandse vraag. Hierdoor zijn ook de spillover risico’s naar de rest vande Unie minder zorgwekkend geworden.In de Raadsconclusies wordt bevestigd dat de macro-economischeonevenwichtigheidsprocedure een belangrijk onderdeel is van hetEuropees Semester en de Europese economische beleidscoördinatie omeventuele nieuwe macro-economische risico’s te signaleren, voorkomenen corrigeren. Tevens wordt aangegeven dat de Raad zich kan vinden inde conclusies van de Commissie over het bestaan van (buitensporige)onevenwichtigheden in voornoemde lidstaten. Het kabinet kan zich vindenin de Raadsconclusies en is van mening dat Nederland er mee in kanstemmen. Besluitvorming vindt plaats met consensus.Landspecifieke aanbevelingen van de Raad aan de lidstatenOok ligt in de Ecofinraad de goedkeuring van de landspecifieke aanbeve-lingen van de Raad aan de lidstaten voor. De Commissie doet haar12Kamerstuk 21 501-20, nr. 200613Kamerstuk 21 501-07, nr. 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205210 voorstellen voor de landspecifieke aanbevelingen van de Raad aan delidstaten op basis van de jaarlijkse duurzaamheidsgroeianalyse van deEuropese Commissie en de aanbeveling van de Raad over het econo-mische beleid van de eurozone, die in maart door de Europese Raadwerden onderschreven, en op basis van de economische analyse in delandenrapporten voor de individuele lidstaten en de door lidstateningediende Nationale Hervormingsprogramma’s14 en Stabiliteitspro-gramma’s15.De Commissie heeft haar voorstellen voor de landspecifieke aanbeve-lingen van de Raad aan de lidstaten dit jaar onderverdeeld in 4 delen.1.Begrotings- & fiscaal beleid, en evt. fiscaal-structurele hervormingenVoor Nederland behelst deze voorgestelde aanbeveling:«Het budgettair-structurele plan voor de middellange termijn tijdigindienen. In overeenstemming met de vereisten van het hervormdestabiliteits- en groeipact de groei van de netto-uitgaven in 2025beperken tot een percentage dat verenigbaar is met de doelstelling omhet overheidstekort onder de in het Verdrag vastgestelde referentie-waarde van 3% van het bbp te houden. De belastingheffing op deverschillende soorten inkomsten uit vermogen op één lijn brengen,onder meer om de bevoordeling van schulden van huishoudens tebeperken. Belemmeringen voor de bouw van nieuwe woningenwegnemen en zorgen voor betaalbare en beschikbare woningen op departiculiere huurmarkt. De verwachte toename van leeftijdsgerela-teerde uitgaven aanpakken door het stelsel van langdurige zorgkosteneffectiever te maken.»Andere lidstaten worden in deze categorie aanbevolen om onderandere hun investeringen te verhogen (Duitsland), kwantitatievedoelen op te nemen voor uitgavenbesparingen in het begrotingspro-ces (Frankrijk) en het belastingsysteem te hervormen om groei meer teondersteunen (Italië).2.Implementatie van het Herstel- en Veerkrachtplan & Cohesieprogram-ma’sVoor Nederland behelst deze voorgestelde aanbeveling:«De uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip vanhet REPowerEU-hoofdstuk, aanzienlijk versnellen en ervoor zorgen datde hervormingen en investeringen uiterlijk in augustus 2026 tot eengoed einde zijn gebracht. De uitvoering van de cohesiebeleidspro-gramma’s versnellen. In het kader van de tussentijdse evaluatiedaarvan gericht blijven op de overeengekomen prioriteiten en hettesten en proefdraaien van oplossingen ter beperking van de congestieop het elektriciteitsnet bevorderen, daarbij de kansen die het platformvoor strategische technologieën voor Europa biedt om het concurren-tievermogen te verbeteren, in overweging nemend.»Andere lidstaten worden in deze categorie aanbevolen om onderandere de implementatie van het herstel- en veerkrachtplan ofwelaanzienlijk te versnellen (Duitsland) of te continueren (Frankrijk).Anderen worden opgeroepen om de administratieve capaciteit voorhet beheren van EU-fondsen te vergroten (Italië).3.Arbeidsmarkt & onderwijsVoor Nederland behelst deze voorgestelde aanbeveling:«Maatregelen nemen om het minder aantrekkelijk te maken omgebruik te maken van flexibele of tijdelijke arbeidscontracten.Structurele en sectorspecifieke tekorten aan arbeidskrachten envaardigheden aanpakken, onder meer door onderbenut arbeidspotenti-eel aan te boren en de overstap naar sectoren met een hoge producti-viteit en naar sectoren met sociale uitdagingen te stimuleren. De14Kamerstuk 21 501-07, nr. 203415Kamerstuk 21 501-07, nr. 2033Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205211 basisvaardigheden verbeteren, onder meer door lerarentekorten aan tepakken en kansarme scholen ondersteuning op maat te bieden.»Andere lidstaten worden in deze categorie onder andere aanbevolenom het tekort aan geschoolde werknemers aanpakken, met name doorde basis- en digitale vaardigheden te verbeteren (Duitsland), deprestaties en rechtvaardigheid van het onderwijssysteem te verbeteren(Frankrijk) en negatieve demografische trends te mitigeren doorhoogopgeleide arbeidskrachten aan te trekken en te behouden enarbeidsmarkt uitdagingen te adresseren (Italië).4.Concurrentievermogen, energietransitie & duurzaamheidVoor Nederland behelst deze voorgestelde aanbeveling:«Randvoorwaarden verbeteren om investeringen in hetelektriciteitstransmissie- en het elektriciteitsdistributienet te stimule-ren, en met name de inzet van hernieuwbare energiebronnen teversnellen en het concurrentievermogen te verbeteren. Verdereinspanningen leveren voor duurzame landbouw.»Andere lidstaten worden in deze categorie onder andere aanbevolenom de decarbonisatie van de transportsector te versnellen, door hetspoornetwerk te vernieuwen (Duitsland). De R&D-intensiteit van deprivate sector te versterken, door subsidies beter te richten (Frankrijk)en restricties voor concurrentie in voornamelijk de retail sector,gereguleerde beroepen en spoorwegen, weg te nemen (Italië).Een overzicht van de Commissievoorstellen voor aanbevelingen van deRaad per beleidsterrein en lidstaat is opgenomen in annex 1.Het kabinet hecht waarde aan het Europees Semester en de landspecifiekeaanbevelingen, omdat de Raad de lidstaten hiermee wijst op belangrijkemogelijkheden om hun financieel-economische beleid te versterken en zoook het functioneren en stabiliteit van de Economische en Monetaire Uniete versterken. Een sterke en stabiele Europese Unie, met sterke lidstatendie duurzame en opwaartse economische convergentie en financiëlestabiliteit nastreven, is voor Nederland als open economie met aanzien-lijke verwevenheid van financiële- en handelsstromen binnen de EuropeseUnie van groot belang. De huidige geopolitieke ontwikkelingen hebbenhet belang voor Nederland van een financieel-economisch sterke Unienog verder vergroot. Vanzelfsprekend hoort daar ook bij dat we inNederland blijven werken aan ons duurzame groeipotentieel en hetversterken van onze financieel-economische stabiliteit.Het kabinet hecht aan het behouden van de focus van het Semester opeconomisch, begrotings- en werkgelegenheidsbeleid. Dit is met devoorliggende landspecifieke aanbevelingen voldoende het geval. Delandspecifieke aanbevelingen die de Commissie voorstelt zijn in de ogenvan het kabinet gebaseerd op een grondige analyse in de landenrapportendie de Commissie opstelde en in lijn met de eerder door de EuropeseRaad onderschreven duurzamegroeianalyse en aanbevelingen van deRaad voor het economische beleid van de eurozone. Het kabinet vindtbovendien dat de landspecifieke aanbevelingen voldoende beleidsvrijheidgeven om de aanbevelingen te adresseren, wat van belang is voornationaal draagvlak, eigenaarschap en uitvoerbaarheid.Bij het schrijven van deze geannoteerde agenda worden deze voorstellenvan de Commissie nog besproken in de voorbereidende comités van deRaad. Op basis hiervan kunnen nog wijzigingen optreden. Doorgaansverandert de kern van de aanbevelingen daarbij niet. Het kabinet verwachtdaarom dat Nederland in kan stemmen met de goedkeuring van devoorliggende aanbevelingen van de Raad aan de lidstaten. Besluitvormingvindt plaats met gekwalificeerde meerderheid in de Raad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205212 Na goedkeuring door deze Ecofinraad, zullen de landspecifieke aanbeve-lingen worden besproken tijdens de Europese Raad in oktober. Deaanbevelingen zullen vervolgens worden aangenomen tijdens deeerstvolgende Ecofinraad na die bespreking. Uw Kamer zal via degeannoteerde agenda’s van deze Europese Raad en Ecofinraad over devoortgang worden geïnformeerd.Het kabinet merkt op dat landspecifieke aanbevelingen op zichzelfniet-bindend zijn. Als landen zich in de context van de Herstel- enveerkrachtfaciliteit (HVF) en het Stabiliteits- en Groeipact op basis van hunlandspecifieke aanbevelingen verbinden aan specifieke investeringen enhervormingen dan kan het niet implementeren van deze investeringen enhervormingen wel (financiële) consequenties hebben.In de HVF is bij de beoordeling van de herstel- en veerkrachtplannenonder andere bezien of het plan naar verwachting bij zal dragen aan eendoeltreffende aanpak van alle of een aanzienlijk deel van de uitdaging diezijn vastgesteld in de relevante landspecifieke aanbevelingen. In hetStabiliteits- en Groeipact nemen lidstaten in hun meerjarenplan naast eenuitgavenpad ook investeringen en hervormingen op. Als een lidstaataanspraak wil maken op een langere budgettaire aanpassingsperiode danmoet het plan een reeks investeringen en hervormingen bevatten dietezamen genomen in de regel aan een aantal criteria voldoen. Één vandeze criteria behelst dat de investeringen en hervorming moeten ingaanop de relevante landspecifieke aanbevelingen (inclusief eventueleaanbevelingen die zijn gedaan in het kader van de macro-economischeonevenwichtigheden procedure).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205213 Annex 1: overzicht beleidsterreinen in de 2024 landspecifiekeaanbevelingen1616https://commission.europa.eu/publications/2024-european-semester-spring-package-communication_en p.17Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205214 Implementatie van het Stabiliteits- en GroeipactDocument: het 126.3-rapport van de Commissie17 en het voorstel voorhet Raadsbesluit om vast te stellen dat Roemenië geen effectieveopvolging heeft gegeven aan de Raadsaanbeveling om een buitensporigtekort te corrigeren18 is publiek beschikbaar. De voorstellen voorRaadsbesluiten om het bestaan van buitensporig tekorten vast te stellenzijn nog niet beschikbaar.Aard bespreking: besluitvormingBesluitvormingsprocedure: gekwalificeerde meerderheidToelichting:Op 19 juni 2024 heeft de Europese Commissie (Commissie) haaronderzoek naar de aanwezigheid van buitensporige tekorten in lidstatengepubliceerd in het kader van artikel 126 van het Verdrag betreffende dewerking van de Europese Unie (VWEU) en zoals verder uitgewerkt in deonlangs gewijzigde verordening 1467/97 van de Raad19, ook wel hetcorrectieve deel van het Stabiliteits- en Groeipact genoemd. Daarbijbestaat ook een relatie met het preventieve deel van het SGP, wat onlangsdoor verordening 2024/1263 van Raad en Europees Parlement werdvervangen20.Op basis van de gerealiseerde cijfers voor het begrotingstekort in 2023 ende verwachte cijfers voor het begrotingstekort in 2024 en 2025 heeft deCommissie onderzoek gedaan naar het bestaan van een buitensporigtekort in twaalf lidstaten, namelijk België, Tsjechië, Estland, Spanje,Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Finland.De Commissie stelt naar aanleiding van haar onderzoek voor ombuitensporige tekorten vast te stellen voor België, Frankrijk, Italië,Hongarije, Malta, Polen en Slowakije en zal daartoe naar verwachting inde week van 1 juli voorstellen doen aan de Raad. Voor Roemenië,waarvoor de Raad in april 2020 reeds vaststelde dat sprake is van eenbuitensporig tekort en aanbevelingen deed voor de correctie daarvan,heeft de Commissie onderzocht of effectief gevolg aan deze aanbeve-lingen is gegeven. De Commissie concludeert dat dit niet het geval is enstelt op basis daarvan aan de Raad voor om dit vast te stellen.Naar verwachting zal de Ecofinraad op 16 juli 2024 in navolging van dezeonderzoeken van de Commissie besluiten over het vaststellen van hetbestaan buitensporige tekorten in een aantal lidstaten. Daarnaast zal deEcofinraad besluiten over het vaststellen dat Roemenië geen effectieveopvolging heeft gegeven aan aanbevelingen van de Raad om hetbuitensporig tekort te corrigeren. In het najaar of de winter zal de Raadbesluiten over aanbevelingen van de Commissie aan de Raad voor decorrectie van de buitensporige tekorten.Deze geannoteerde agenda beschrijft de buitensporigtekortprocedure,gaat in op de Nederlandse inzet ten aanzien van de mogelijke Raadsbe-sluiten voor het vaststellen van het bestaan van buitensporige tekorten inlidstaten en dat Roemenië geen effectieve opvolging heeft gegeven aanaanbevelingen, en schetst het vervolgproces. Het beschreven procesvormt de eerste toepassing door de Commissie en Raad van de herziene17https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/omnibus-report-under-art-1263_en18https://economy-finance.ec.europa.eu/document/download/da9256f6-fb21-4454-a8b1-24f552413691_en?filename=COM_2024_597_1_EN_ACT_part1_v1.pdf19https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:01997R1467-2024043020https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=OJ:L_202401263Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205215 begrotingsregels. Over de werking van het herziene begrotingsraamwerkis de Kamer eerder uitgebreid geïnformeerd21.De buitensporigtekortprocedureIn april 2024 zijn de onderhandelingen over de herziening van deEuropese begrotingsregels afgerond. Daarbij zijn de referentiewaardenvan 3% van het bruto binnenlands product (bbp) voor het begrotings-tekort en 60% bbp voor de staatschuld (of voldoende snel dalend)ongewijzigd gebleven. Naast de ongewijzigde referentiewaarden voor hetbegrotingstekort en de overheidsschuld, blijft ook de verdragsbasis voorhet vermijden van buitensporige tekorten op het niveau van het werkings-verdrag ongewijzigd. Deze is vastgelegd in artikel 126 VWEU. Dit artikelbevat een stappenplan voor het onderzoeken, vaststellen en corrigerenvan buitensporige tekorten in lidstaten:1.Artikel 126(1): lidstaten vermijden buitensporige tekorten.2.Artikel 126(2): de Commissie ziet toe op de ontwikkeling van debegrotingstekorten en schuld van lidstaten teneinde aanzienlijketekortkomingen vast te stellen.3.Artikel 126(3): de Commissie stelt een verslag op wanneer een lidstaatde referentiewaarde van 3% voor het begrotingstekort overschrijdt ofwanneer de schuld de referentiewaarde van 60% overschrijdt én deschuld onvoldoende snel daalt. In het herziene raamwerk betekent ditlaatste concreet dat de Commissie een onderzoek start wanneer delidstaat drempelwaarden overschrijdt voor de afwijking van hetuitgavenpad dat de Raad aan de lidstaat heeft aanbevolen in het kadervan de onlangs in werking getreden verordening 2024/1263 van hetEuropees Parlement en de Raad22 (preventieve arm). Verder onder-zoekt de Commissie of de overschrijding van het tekortcriteriumbeperkt, tijdelijk of exceptioneel is. Daarnaast houdt de Commissieonder andere rekening met economische en budgettaire ontwikkelin-gen in een lidstaat, of het overheidstekort groter is dan de investe-ringsuitgaven van de overheid, een toename van de defensie-investeringen, de ontwikkeling en risico’s van de schuldpositie en alleandere relevante factoren. Bij de beoordeling of sprake is van eenbuitensporig tekort op basis van overschrijding van het tekortcriteriumkunnen deze relevante factoren alleen worden toegepast voor lidstatenmet een schuld lager dan 60% bbp óf voor lidstaten met een schuldhoger dan 60% bbp maar met een beperkte én tijdelijke overschrijdingvan de 3%-referentiewaarde.4.Artikel 126(4): het Economisch en Financieel Comité (EFC) brengt eenadvies uit over het onderzoek van de Commissie.5.Artikel 126(5): Indien de Commissie na dit advies oordeelt dat er sprakeis van een buitensporig tekort, dan kan zij een advies richten tot debetrokken lidstaat.6.Artikel 126(6): de Raad kan, op voorstel van de Commissie, besluitendat er sprake is van een buitensporig tekort.7.Artikel 126(7): de Raad stelt, op aanbeveling van de Commissie,aanbevelingen vast voor correctie van het buitensporige tekort.8.Artikelen 126(8), 126(9), 126(11): indien de betrokken lidstaat geeneffectief gevolg geeft aan deze aanbevelingen om het buitensporigtekort terug te dringen, dan kan de Raad maatregelen nemen,waaronder ten aanzien van de landen die de euro als munt hebben hetopleggen van sancties.21Zie Kamerstuk 21 501-07 nr. 2004 voor Kamerbrief over het Raadsakkoord en Kamerstuk21 501-07 nr. 2009 voor Kamerbrief over het triloogakkoord22https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32024R1263Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205216 Omdat de herziene begrotingsregels per 30 april 2024 in werking zijngetreden en het uitgavenpad van lidstaten in het kader van verordening2024/1263 (preventieve arm) pas in het najaar 2024 wordt aanbevolendoor de Raad, is 2024 een transitiejaar. Ten eerste betekent dit dat in 2024geen beoordeling van het bestaan van een buitensporig tekort zal wordengedaan op basis van het schuldcriterium naar aanleiding van eenmogelijke overschrijding van het uitgavenpad boven de drempelwaarden.Dit is omdat lidstaten nog geen door de Raad aanbevolen uitgavenpad inhet kader van verordening 2024/1263 (preventieve arm) hebben. Tentweede betekent dit dat de Raad tijdens de Ecofinraad van 16 juli 2024 opbasis van het tekortcriterium waarschijnlijk wel voor een aantal lidstatenhet bestaan van een buitensporig tekort vaststelt volgens artikel 126(6).Echter, de Raad zal niet zoals gebruikelijk tegelijkertijd een aanbevelingdoen voor de correctie van dit buitensporige tekort volgens artikel 126(7).De verwachting is dat de Raad tijdens de Ecofinraad in december 2024 ofjanuari 2025 deze aanbevelingen voor de correctie van buitensporigetekorten zal doen. De reden voor deze tijdslijn is dat het correctieveuitgavenpad in het kader van de buitensporigtekortprocedure medeafhankelijk is van het uitgavenpad dat de Raad aan de lidstaat zalaanbevelen in het kader van verordening 2024/1263 (preventieve arm),naar verwachting ook tijdens de Ecofinraad in december 2024 of januari2025.Onderzoek Europese Commissie naar buitensporige tekorten en effectieveopvolging aanbevelingenDe Commissie heeft volgens artikel 126(3) VWEU onderzoek gedaan naarde aanwezigheid van buitensporige tekorten in twaalf lidstaten, namelijkBelgië, Tsjechië, Estland, Spanje, Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta, Polen,Slovenië, Slowakije en Finland. In deze landen is in 2023 en/of 2024 sprakevan een (geplande) overschrijding van de referentiewaarde voor hetbegrotingstekort. Daarbij heeft de Commissie onderzocht of deoverschrijding van de 3%-referentiewaarde tijdelijk, beperkt of excepti-oneel is. Daarnaast heeft de Commissie, zoals voorgeschreven in hetwerkingsverdrag en verordening 1467/97 van de Raad, in haar onderzoekrekening gehouden met relevante factoren zoals de schulduitdaging vanlidstaten, een eventuele toename in defensie-investeringen, de hoogtevan de overheidsinvesteringen, het nationale begrotingsraamwerk en demacro-economische en budgettaire omstandigheden in de lidstaten opmiddellange termijn.De Commissie stelt naar aanleiding van haar onderzoek voor ombuitensporige tekorten vast te stellen voor België, Frankrijk, Italië,Hongarije, Malta, Polen en Slowakije. Voor Polen, Slowakije en Malta is deCommissie van mening dat de relevante factoren onvoldoende aanleidinggeven om de overschrijding van het tekortcriterium niet als buitensporigte zien, hoewel hoge publieke investeringen en een stijging van dedefensie-investeringen voor Polen wel als verzachtende relevante factorgezien kunnen worden. Voor de overige landen mag bij de beoordeling opbasis van het tekortcriterium geen rekening worden gehouden metrelevante factoren.Op basis van haar onderzoek stelt de Commissie voor om geen buiten-sporig tekort vast te stellen voor Tsjechië, Estland, Spanje, Slovenië enFinland. De Commissie beoordeelt dat voor Spanje de overschrijding in2023 tijdelijk is en dat het tekort in 2024 en 2025 onder de referentie-waarde van 3% komt zonder additionele maatregelen. Een additionelebegrotingsopgave in een buitensporigtekortprocedure zou daarmee nietnoodzakelijk zijn om het tekort onder de referentiewaarde te krijgen.Daarnaast geeft de Commissie aan dat het de begrotingssituatie in SpanjeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205217 zal monitoren en herbeoordelen in het najaar. De Commissie beoordeeltdat voor Tsjechië de overschrijding in 2023 tijdelijk is en voor Estlandbeperkt en exceptioneel is, dat voor Slovenië de geplande overschrijdingin 2024 onzeker, beperkt en naar verwachting ook tijdelijk is en dat voorFinland de geplande overschrijding in 2024 tijdelijk is. De Commissie steltdat de relevante factoren voldoende verzachtend zijn voor Tsjechië,Estland en Slovenië. De tabel aan het eind van deze bijdrage aan degeannoteerde agenda biedt een overzicht van het onderzoek van deCommissie.Tot slot heeft de Commissie onderzocht of Roemenië effectief gevolg heeftgegeven aan de eerdere Raadsaanbeveling voor de correctie van hetbuitensporig tekort. De Raad heeft in 2020 vastgesteld dat er sprake is vaneen buitensporig tekort. In 2022 heeft de Raad aanbevolen aan Roemeniëom het buitensporig tekort uiterlijk in 2024 te corrigeren. De Commissieconcludeert dat Roemenië hier geen effectief gevolg aan heeft gegeven.Om die reden stelt de Commissie aan de Raad voor om voor Roemeniëvast te stellen dat geen effectief gevolg is gegeven aan de aanbeveling omeen eind te maken aan het buitensporig tekort.Beoordeling kabinet ten aanzien van Raadsbesluiten voor vaststellen vanbuitensporige tekorten en geen effectieve opvolging geven aanaanbevelingenHet kabinet heeft herhaaldelijk gepleit voor opening van buitensporigte-kortprocedures in 2024 en vindt het daarom positief dat de Commissiedaartoe de eerste stappen heeft gezet en naar verwachting binnenkort ookvoorstellen zal doen aan de Raad om het bestaan van een buitensporigtekort in een aantal lidstaten vast te stellen.Gelet op de recente inwerkingtreding van de herziene begrotingsregelssteunt het kabinet de hierboven beschreven werkwijze en tijdslijn, metname de ongebruikelijke periode tussen het vaststellen van het bestaanvan een buitensporig tekort en de aanbeveling voor het corrigeren ervan.Naar verwachting kan deze werkwijze ook op steun rekenen van anderelidstaten.Het kabinet kan zich vinden in het onderzoek van de Commissie en is vanmening dat de Commissie op gepaste wijze rekening heeft gehouden metrelevante factoren. Het kabinet heeft er ook begrip voor dat de Commissievoor landen die dit jaar naar verwachting hun tekort onder de referentie-waarde van 3% zullen brengen en voor landen waarvoor de overschrijdingvan de referentiewaarde naar verwachting alleen voor 2024 geldt geennoodzaak ziet om de Raad te laten besluiten dat sprake is van eenbuitensporig tekort. Dit alles past goed bij het verdragsprincipe dat deCommissie zich richt op het vaststellen van aanzienlijke tekortkomingen inde begrotingsdiscipline. Het kabinet steunt dat de Commissie debegrotingssituatie in Spanje, Tsjechië en Slovenië blijft monitoren enopnieuw beoordeelt in het najaar.Het kabinet steunt het voornemen van de Commissie om volgensartikel 126(6) VWEU aan de Raad voorstellen te doen voor het besluitenover het bestaan van een buitensporig tekort in zeven lidstaten: België,Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta, Polen en Slowakije en is van mening datNederland met dergelijke besluiten kan instemmen.Tot slot kan het kabinet zich vinden in het voorstel van de Commissie vooreen Raadsbesluit om vast te stellen dat Roemenië geen effectieveopvolging heeft gegeven aan de aanbeveling van de Raad om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205218 buitensporig tekort te corrigeren en is van mening dat Nederland daarmeekan instemmen.VervolgprocesIn aanloop naar de Ecofinraad op 16 juli 2024 brengt het EFC volgensartikel 126(4) een opinie uit over het onderzoek van de Commissie.Vervolgens doet de Commissie naar verwachting voorstellen aan de Raadom volgens artikel 126(6) VWEU te besluiten dat een buitensporig tekortbestaat in België, Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta, Polen en Slowakije. Opbasis van het onderzoek van de Commissie is Nederland voornemens omsteun uit te spreken voor het verslag van de Commissie en in deEcofinraad op 16 juli 2024 in te stemmen met mogelijke Raadbesluitenvoor het vaststellen van een buitensporig tekort voor België, Frankrijk,Italië, Hongarije, Malta, Polen en Slowakije. De Kamer wordt in het verslagvan de Ecofinraad op 16 juli 2024 nader geïnformeerd over de uiteindelijkeRaadsbesluiten over het vaststellen van buitensporige tekorten vanlidstaten.De Kamer zal in aanloop naar de Ecofinraad in december 2024 of januari2025 middels de geannoteerde agenda geïnformeerd worden over hetCommissievoorstel en de kabinetsinzet voor Raadsaanbevelingen voorhet vaststellen van het correctieve uitgavenpad voor de landen waarvoorde Raad in juli besluit dat sprake is van een buitensporig tekort en voorRoemenië. Daarnaast doet de Commissie in het kader van verordening2024/1263 in het najaar voor alle lidstaten aanbevelingen aan de Raadvoor het vaststellen van uitgavenpaden, waaruit een begrotingsopgavevolgt voor alle lidstaten. Voor de lidstaten in een buitensporigtekortpro-cedure moet dit uitgavenpad consistent zijn met het correctieve uitga-venpad voor het corrigeren van het buitensporig tekort.lidstaatTekort enschuld20231(% bbp)Tekort enschuld20242(% bbp)Tekort enschuld20252(% bbp)Criteriaoverschrijding:beperkt, tijdelijk,uitzonderlijkRelevante factorenOordeel Commissie: sprakevan buitensporig tekort?België• – 4,4• 105,2• – 4,4• 105,0• – 4,7• 106,6Overschrijding is:• Niet beperkt• Niet tijdelijk• Niet uitzonderlijkN.v.t.3Ja, tekortcriterium is duidelijkoverschreden en relevantefactoren kunnen niet wordenmeegewogen.Tsjechië• – 3,7• 44,5• – 2,4• 45,2• – 1,9• 45,5Overschrijding is:• Niet beperkt• Tijdelijk• Niet uitzonderlijk• Overheidsinvesteringenhoger dan begrotingstekort• Toename defensie-investeringen• Middelhoog schuldhoud-baarheidsrisico middellangetermijnNee, overschrijding tekortcri-terium is tijdelijk en verzach-tende relevante factoren.Spanje• – 3,6• 107,7• – 3,0• 105,5• – 2,8• 104,8Overschrijding is:• Niet beperkt• Tijdelijk• Niet uitzonderlijkN.v.t.3Nee, overschrijding tekortcri-terium is tijdelijk; geenaanvullende begrotingsin-spanning nodig om het tekortbinnen de referentiewaarde tebrengen.Estland• – 3,4• 19,6• – 3,4• 21,4• – 4,3• 24,6Overschrijding is:• Beperkt• Niet tijdelijk• Uitzonderlijk• Overheidsinvesteringenhoger dan begrotingstekort• Toename defensie-investeringen• Middelhoog schuldhoud-baarheidsrisico middellangetermijn• Zelf aangedragen:budgettaire impact vaneconomische krimp met 3%in 2023Nee, overschrijding tekortcri-terium is beperkt en onderuitzonderlijke omstandighe-den overschreden enverzachtende relevantefactoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205219 lidstaatTekort enschuld20231(% bbp)Tekort enschuld20242(% bbp)Tekort enschuld20252(% bbp)Criteriaoverschrijding:beperkt, tijdelijk,uitzonderlijkRelevante factorenOordeel Commissie: sprakevan buitensporig tekort?Frankrijk• – 5,5• 110,6• – 5,3• 112,4• – 5,0• 113,8Overschrijding is:• Niet beperkt• Niet tijdelijk• Niet uitzonderlijkN.v.t.3Ja, tekortcriterium duidelijkoverschreden, relevantefactoren kunnen niet wordenmeegewogen.Italië• – 7,4• 137,3• – 4,4• 138,6• – 4,7• 141,7Overschrijding is:• Niet beperkt• Niet tijdelijk• Niet uitzonderlijkN.v.t.3Ja, tekortcriterium duidelijkoverschreden, relevantefactoren kunnen niet wordenmeegewogen.Hongarije• – 6,7• 73,5• – 5,4• 74,3• – 4,5• 73,8Overschrijding is:• Niet beperkt• Niet tijdelijk• Niet uitzonderlijkN.v.t.3Ja, tekortcriterium duidelijkoverschreden en relevantefactoren kunnen niet wordenmeegewogen.Malta• – 4,9• 50,4• – 4,3• 52,0• – 3,9• 52,6Overschrijding is:• Niet beperkt• Niet tijdelijk• Niet uitzonderlijk• Overheidsinvesteringenlager dan begrotingstekort• Middelhoog schuldhoud-baarheidsrisico middellangetermijn• Zelf aangedragen: kostengerelateerd aan deherstructurering van denationale luchtvaartmaat-schappij in 2023: 0,7% bbpJa, tekortcriterium duidelijkoverschreden en onvol-doende verzachtenderelevante factoren.Polen• – 5,1• 49,6• – 5,4• 53,7• – 4,6• 57,7Overschrijding is:• Niet beperkt• Niet tijdelijk• Niet uitzonderlijk• Overheidsinvesteringenhoger dan begrotingstekortin 2025• Toename defensie-investeringen• Hoog schuldhoudbaar-heidsrisico middellangetermijn• Zelf aangedragen:versterking oostelijke grens(0,3%) en buitengewonesteun voor boeren (0,4%)Ja, tekortcriterium duidelijkoverschreden en onvol-doende verzachtenderelevante factoren.Slovenië• – 2,5• 69,2• – 2,8• 68,1• – 2,2• 66,4Verwachte overschrij-ding in 2024 o.b.v.nationale notificatieswordt niet bevestigddoor de lenteramingvan de EuropeseCommissie• Overheidsinvesteringenhoger dan begrotingstekort• Toename defensie-investeringen• Middelhoog schuldhoud-baarheidsrisico middellangetermijn• Zelf aangedragen:budgettaire gevolgenoverstromingen: 1,7% bbpin 2024Nee, overschrijding tekortcri-terium is beperkt en tijdelijkoverschreden en verzach-tende relevante factoren.Slowakije• – 4,9• 56,0• – 5,9• 58,5• – 5,4• 59,9Overschrijding is:• Niet beperkt• Niet tijdelijk• Niet uitzonderlijk• Overheidsinvesteringenlager dan begrotingstekort• Hoog schuldhoudbaar-heidsrisico middellangetermijn• Zelf aangedragen:stijgende rentelastenJa, tekortcriterium duidelijkoverschreden en relevantefactoren per saldo verzwa-rend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205220 lidstaatTekort enschuld20231(% bbp)Tekort enschuld20242(% bbp)Tekort enschuld20252(% bbp)Criteriaoverschrijding:beperkt, tijdelijk,uitzonderlijkRelevante factorenOordeel Commissie: sprakevan buitensporig tekort?Finland• – 2,7• 75,8• – 3,4• 80,5• – 2,8• 82,4Overschrijding is:• Beperkt• Tijdelijk• Niet uitzonderlijk• Overheidsinvesteringenhoger dan begrotingstekort• Hoog schuldhoudbaar-heidsrisico middellangetermijn• Toename defensie-investeringenNee, overschrijding tekortcri-terium wordt beperkt entijdelijk overschreden.1 Eurostat2 Lenteraming Europese Commissie3 Doordat de schuld groter is dan 60% en de overschrijding van de 3% tekortnorm niet tijdelijk en beperkt is kunnen relevante factoren niet wordenmeegewogen door de Commissie en de Raad in het proces tot het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort. Convergentierapporten van de Commissie en de EuropeseCentrale BankDocument: Convergentierapporten Europese Commissie23 en EuropeseCentrale Bank24Aard bespreking: PresentatieBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Rechtsbasis: n.v.t.Toelichting:Zie de bijdrage bij het Eurogroep-agendapunt «Uitbreiding van deeurozone: convergentierapporten».Voorbereiding van de bijeenkomst van de Ministers van Financiënen de presidenten van de centrale banken van de G20:EU-mandaat voor de G20De Ecofinraad zal de inzet bepalen van de EU bij de bijeenkomst vanMinisters van Financiën en presidenten van centrale banken van de G20die eind juli zal plaatsvinden in Brazilië. Deze inzet wordt vastgesteldmiddels de EU G20 Terms of Reference (EU ToR).De G20-vergadering zal stilstaan bij de staat van de mondiale economieen huidige risico’s, gerelateerd aan geopolitieke spanningen. De EU zalonder andere aandacht vragen voor de voortdurende oorlog van Ruslandtegen Oekraïne en blijvende steun voor Oekraïne uitspreken.Tijdens de G20-vergadering zal vermoedelijk besproken worden hoemultilaterale ontwikkelingsbanken kunnen bijdragen aan klimaatmitigatieen adaptatie en hoe ze ondersteuning kunnen bieden bij het mobiliserenvan binnenlandse financiële middelen en privaat kapitaal in ontwikkelings-landen.Nederland steunt onder andere de inzet van G20-voorzitter Brazilië vooreffectievere internationale coördinatie van schuldherstructureringen enpleit voor verbetering van schuldentransparantie. Nederland heeft vanG20-voorzitter Brazilië geen volledige uitnodiging ontvangen voordeelname aan de G20 en doet alleen mee aan een aantal specifiekeG20-bijeenkomsten en werkgroepen.23https://economy-finance.ec.europa.eu/euro/enlargement-euro-area/convergence-reports_en24https://www.ecb.europa.eu/press/other-publications/convergence/html/index.en.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205221 OverigTechnische informatie herziene Europese begrotingsregelsAanleidingIn het kader van de herziene Europese begrotingsregels heeft de EuropeseCommissie (Commissie) op 21 juni 2024 technische informatie gedeeldmet Nederland. Deze technische informatie geeft inzicht in de begrotings-opgave die nodig is om ervoor te zorgen dat het begrotingstekort onderde referentiewaarde van 3% bbp en de overheidsschuld onder dereferentiewaarde van 60% bbp blijft op de middellange termijn. Onder deherziene Europese begrotingsregels dient Nederland rekening te houdenmet deze technische informatie bij het opstellen van het meerjariguitgavenpad, dat onderdeel is van het meerjarig plan voor het begrotings-beleid, investeringen en hervormingen (het budgettair structureel planvoor de middellange termijn, afgekort het plan)25. De technischeinformatie heeft geen gevolgen voor de eisen die worden gesteld aan hetplan.Technische informatieIn de herziene begrotingsregels kan de Commissie op verzoek vanlidstaten technische informatie verschaffen aan lidstaten met een tekorten schuld onder de referentiewaarden. Deze technische informatie bevateen structureel primair saldo26 dat aan het einde van de budgettaireaanpassingsperiode (4 of maximaal 7 jaar) nodig is om het tekort in de10 jaar na de aanpassingsperiode onder de 3% te houden en de schuld opeen prudent niveau onder de 60% te houden. De technische informatiegeeft daarmee aanvullend inzicht in de eisen die worden gesteld aan hetuitgavenpad dat lidstaten opnemen in hun budgettair-structureel planvoor de middellange termijn. Deze technische informatie is op basis vande lenteraming van de Commissie. Bij het opstellen van het plan vaart hetkabinet in beginsel op ramingen van het CPB. Wanneer lidstaten eenuitgavenpad opstellen op basis van aannames die afwijken van het kadervan de Europese Commissie of dat afwijkt van de technische informatie,moeten zij dit op basis van deugdelijke economische argumentenuitleggen in hun plan. De Commissie heeft de technische informatievertrouwelijk gedeeld met de betreffende lidstaten en het Economisch enFinancieel Comité. De informatie wordt daarmee niet gelijk openbaar.Lidstaten dienen de technische informatie op te nemen in hun plan, datopenbaar wordt bij indiening ervan.Lidstaten met een tekort en/of schuld boven de referentiewaarden krijgenautomatisch een referentie-uitgavenpad van de Commissie. Dit uitga-venpad bevat een maximale netto-uitgavengroei voor de budgettaireaanpassingsperiode, dat ertoe moet leiden dat de schuld op een geloof-waardig neerwaarts pad richting de 60% wordt gebracht en blijft en dathet tekort onder de 3% wordt gebracht en blijft op de middellange termijnzonder aanvullende beleidsmaatregelen. Ook deze informatie is vertrou-welijk gedeeld met de lidstaten en het Economische en Financieel Comitéen wordt openbaar bij indiening van het budgettair-structureel plan voorde middellange termijn.25Zie Kamerbrieven over het Raadsakkoord (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2004) en triloogakkoord(Kamerstuk 21 501-07, nr. 2009) voor toelichting over de herziene begrotingsregels.26Het structureel primair saldo is het overheidssaldo geschoond voor de conjunctuur enrentelasten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205222 BegrotingsopgaveDe Commissie stelt op basis van haar lenteraming dat Nederland in deaanpassingsperiode zou moeten toe bewegen naar een structureel primairsaldo van 0,1% bbp in 2028 (zonder verlenging) of 2031 (met verlenging)om begrotingstekorten en de overheidsschuld op de middellange termijnop een prudent niveau te houden. Ten opzichte van het door deCommissie geraamde structureel primair saldo van -0,6% bbp in 2024 isdit een benodigde verbetering van het saldo van circa 0,7% bbp.Om de grootte van de budgettaire aanpassing te bepalen die nodig is omte komen tot een structureel primair saldo van 0,1% bbp in 2028 wordtgekeken naar het verschil tussen het doel en het structurele primaire saldoin 2028 in het basispad (zonder aanvullend beleid). Op basis van de laatsteraming (van het CPB), de doorrekening van de Voorjaarsnota, kan op dezemanier de begrotingsopgave worden bepaald. Hierbij moet in achtworden genomen dat veranderende macro-economische omstandighedenertoe kunnen leiden dat de ramingen voor het structureel primair saldobijgesteld worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van aanpassingen.Mogelijk kan dit leiden tot een aanpassing van de begrotingsopgave.Onderstaande getallen bieden een indicatie en zijn geen exacte opgave.Het geraamde primair saldo in 2028 bedroeg bij de Voorjaarsnota 2024–1,6% bbp volgens de ex-ante raming van het CPB. Hiermee komt hetverschil ten opzichte van het beoogde saldo uit op 1,7% bbp. Dit komtneer op een aanpassing van ruim 0,4% bbp per jaar gedurende deaanpassingsperiode van 4 jaar. Het is op dit moment niet mogelijk om deopgave te berekenen voor het scenario waarin de aanpassingsperiodewordt verlengd naar 7 jaar, omdat er nog geen raming beschikbaar is voorhet structureel primair saldo in 2031.Tabel 1. Jaarlijkse aanpassing ten opzichte van het basispad op basis van deVoorjaarsnota 2024In % bbpA. Beoogd structureel primair saldo 20280,1%B. Geraamd structureel primair saldo 20281– 1,6%C. Aanvullende begrotingsopgave (A-B)1,7%D. Jaarlijkse aanpassing (4 jaar)0,4%1 CPB: Budgettaire analyse Voorjaarsnota 2024 In bovenstaande berekening is het effect van het Hoofdlijnenakkoord nogniet meegenomen. De CPB doorrekening van het Hoofdlijnenakkoord laatzien dat deze het EMU-saldo (en daarmee het structureel primair saldo)verbetert met ongeveer 0,5% bbp in 2028. Dit verkleint de begrotings-opgave om tot een structureel primair saldo van 0,1% bbp te komen in2028 tot 1,2% bbp en daarmee de jaarlijkse benodigde aanpassing naar0,3% bbp. Bij deze berekening moet echter wel de kanttekening geplaatstworden dat het EMU-saldo uit de Voorjaarsnota wordt vergeleken met hetEMU-saldo uit de CPB doorrekening. Deze getallen bieden een indicatie,en niet een exacte opgave.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205223 Tabel 2. Jaarlijkse aanpassing ten opzichte van het basispad inclusief Hoofdlijnenak-koordIn % bbpA. Beoogd structureel primair saldo 20280,1%B. Geraamd structureel primair saldo 20283– 1,6%C. Verbetering EMU-saldo 2028 HLA1+ 0,5%D. Geraamd structureel primair saldo 2028 HLA (B+C)– 1,1%E. Aanvullende begrotingsopgave (A-D)1,2%F. Jaarlijkse aanpassing (4 jaar)0,3%1 CPB: Publicatie analyse hoofdlijnenakkoord VervolgLidstaten voeren de komende tijd een technische dialoog met deCommissie op basis van deze technische informatie. Deze dialoog biedtnadere informatie en uitleg over de methoden en aannames die tengrondslag liggen aan de verwachting dat een structureel primair saldovan 0,1% bbp nodig is om de schuld en het tekort op middellange termijnbinnen de referentiewaarden te houden. Daarmee biedt deze dialoognadere informatie voor het opstellen van het uitgavenpad en het bredereplan voor begrotingsbeleid, hervormingen en investeringen. De deadlinevoor indiening van het plan is 20 september 2024, maar dit kan uitgesteldworden met een redelijke termijn in overleg met de Commissie. VoorNederland ligt het voor de hand om dit uitstel aan te vragen omvoldoende tijd te geven aan Kamerleden om het plan door te nemen enhierover eventueel vragen te stellen. Het Nederlandse plan zal opPrinsjesdag, 17 september, tegelijk met de Miljoenennota wordenaangeboden aan beide Kamers. De Commissie beoordeelt het plan binnenzes weken na indiening door de lidstaat. Vervolgens doet de Commissie inhet najaar voor alle lidstaten aanbevelingen aan de Raad voor hetvaststellen van de uitgavenpaden van lidstaten, naar verwachting tijdensde Ecofinraad in december 2024 of januari 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205224

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b3fba5971ca81b9d

14 okt 2026 · edaebde838e78c50

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.