Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 2 december 2024, over Begrotingsonderdeel Sport en Bewegen
Brontekst
Versie 51fe3de8391f30b1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2025Nr. 162 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 13 januari 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op2 december 2024 overleg gevoerd met de heer Karremans, Staatssecre-taris Jeugd, Preventie en Sport, over:–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voorhet jaar 2025 (Kamerstuk 36 600-XVI);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 2 april 2024 inzake schriftelijke toelichting opvolgingmoties meerjarige strategie sportverenigingen en openbarezwembaden in publieke handen houden (Kamerstuk 30 234, nr.389);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 9 april 2024 inzake advies van de Nederlandse Sportraadover het toekomstbestendig maken van organisatie enfinanciering van de topsport in Nederland: De opstelling aande top (Kamerstuk 30 234, nr. 390);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 24 april 2024 inzake advies Nederlandse Sportraad:Nederland, sta op! (Kamerstuk 32 793, nr. 747);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 juni 2024 inzake beleidsreactie op wettelijke evaluatieNederlandse Sportraad (Kamerstuk 30 234, nr. 391);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 juni 2024 inzake stand van zaken BOSA-regeling 2024en ontzorgingstrajecten (Kamerstuk 29 214, nr. 104);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 18 juni2024 inzake wijzigingen van Bijlage I bij het InternationaalVerdrag tegen doping in de sport; Parijs, 19 oktober 2005(Kamerstuk 30 952, nr. 455);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 20 juni 2024 inzake beleidsreactie op het advies Deopstelling aan de top (Kamerstuk 30 234, nr. 393); kst-36600-XVI-162ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1621 –de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 28 juni 2024 inzake verzamelbrief moties en toezeggingensport en bewegen (Kamerstuk 30 234, nr. 394);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.17 september 2024 inzake werkprogramma NederlandseSportraad 2025 (Kamerstuk 30 234, nr. 395);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.27 november 2024 inzake afronding onderzoek verkeersveilig-heid wielerwedstrijden (Kamerstuk 29 398, nr. 1136).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1622 Voorzitter: ThiadensGriffier: HellerAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Blaauw, Inge van Dijk, Vanden Hil, Mohandis, Van Nispen, Paulusma, Saris en Thiadens,en de heer Karremans, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.Aanvang 16.18 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Hierbij open ik de vergadering van de vastecommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de orde is hetwetgevingsoverleg over het begrotingsonderdeel Sport en Bewegen. Ikheet allereerst de Staatssecretaris van VWS, de heer Karremans, van hartewelkom in deze Kamer. Datzelfde geldt natuurlijk voor de aanwezige ledenvanuit de Kamer: de heer Mohandis van GroenLinks-PvdA, de heerBlaauw van de PVV, mevrouw Saris van NSC, mevrouw Van den Hil vande VVD, mevrouw Paulusma van D66, de heer Van Nispen van de SP enmevrouw Van Dijk van het CDA. Tot slot heet ik de mensen op de publieketribune en de mensen die het debat op afstand volgen van harte welkom.U heeft het indicatieve aantal minuten spreektijd voor de eerste en detweede termijn gezamenlijk ontvangen. Met het oog op de tijd stel ik voorom vijf interrupties in de eerste termijn van de Kamer toe te staan ennogmaals vijf in de eerste termijn van de Staatssecretaris. Mocht de tijddit toelaten, zal ik proberen hier ruimhartig mee om te gaan.Dan nog een opmerking vooraf. We hebben donderdag een grote briefmet achttien stukken van de Staatssecretaris ontvangen. Ik wil hem ervriendelijk op wijzen dat de termijn maximaal vijf dagen voor de start vanhet WGO is. Ik zie een mea culpa.Dan gaan we nu snel beginnen en geef ik het woord aan de heerMohandis... O, excuus. De heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Ik heb een punt van orde. Ik wil er geen grote show van maken, maar wehebben dit overleg eerder staand gedaan. Dat is nu niet gelukt, maar hetwordt een hele lange zit als we niet oppassen. Ik ga niet vragen om heelveel extra schorsingen, want dat past niet in de tijd. De heer Mohandisgeeft al het goede voorbeeld door even te gaan staan. Ik wil aankondigendat sommige mensen af en toe zullen gaan staan, want langdurig staan isook niet goed. Het kan zijn dat mensen in het publiek dat doen, en datikzelf dat doe. Mensen kunnen zich hier vrij in voelen en dat betekent nietmeteen een verstoring van de orde, zeg ik tegen de voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw opmerking vooraf. Ik zie het misschien ook als eenwaarschuwing. Dan geef ik nu met enige vertraging het woord aan deheer Mohandis van GroenLinks-PvdA.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Als ik hier had kunnen staan met een verhoogd spreekge-stoelte, had ik dat meteen gedaan. Misschien is dat iets om over na tedenken, maar dat is een andere discussie.Dank voor het woord. Voordat ik inga op heel veel onderwerpen, wil ikaansluiten bij wat de voorzitter heeft gezegd over de stukken; ik noem hetmaar even de «gele kaart». Ik vind het belangrijk dat we dit op tijd krijgen.Het is me gelukt om het allemaal door te pluizen. Ik had vanochtend nogeen ander debat, het WGO Media. Het vraagt om een goede voorbe-reiding. Het is allemaal gelukt, maar ik zeg er gelijk bij dat het wel eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1623 uitdaging was. Maar goed, er is genoeg over gezegd. Laten we dat devolgende keer gewoon anders doen.Voorzitter. Het is goed dat we met de Staatssecretaris Sport – ik beperk mealleen tot zijn portefeuille Sport – spreken over sport en bewegen. Wat mijbetreft is zijn portefeuille Preventie daarvan zeker niet los te denken. Ikvind het belangrijk om te beginnen met de ambities van deze Staatssecre-taris, want dat viel me op in de stukken die we donderdag nog hebbengekregen. De ambitie om het aantal kinderen dat beweegt omhoog tekrijgen. Sprongetjes – kleine percentagesprongetjes noem ik dat dan maareven – in 2028, sportdeelname van mensen met een handicap, kinderen inarmoede. Dit zijn allemaal uit het hart gegrepen, fantastische onder-werpen. Maar hoe gaat deze Staatssecretaris dat realiseren? Ik verwijsnaar de hele beweging die we nu in de sportsector zien. Als we het overde BOSA hebben – ik ga er allemaal uitgebreider op in – zou ik bijnazeggen «gevoelsmatig kachelt het achteruit en u wilt vooruit». Ik vind hetheel bewonderenswaardig, maar het lijkt me ook best lastig met definanciële plaat waar u zelf voor heeft getekend. Het is dus een fantas-tische ambitie, maar hoe dan? Om nog maar niet te spreken overgemeenten die de komende jaren voor moeilijke keuzes komen te staan.Als deze Staatssecretaris echt de ambitie zal hebben, zal er geïnvesteerdmoeten worden. We weten namelijk al lang – we hebben dit in meerderedebatten vastgesteld – dat investeren in sport gezondheidswinst opleverten op termijn de zorgkosten kunnen drukken. Dat vraagt om durf. Datvraagt om het willen forceren van een trendbreuk, zodat we investeren inruimte, in sportinfrastructuur, zodat sporten gewoon weer iets is dat alsbasis voelt, dat toegankelijk is en financieel geen drempel kent voormensen om mee te kunnen doen. Investeren zorgt niet alleen voor eengezondere samenleving. Het brengt mensen ook bij elkaar, juist in een tijdwaarin we allemaal wegtrekken in onze eigen bubbels.Voorzitter. Voordat ik inga op de verschillende onderwerpen, wil ik eenpersoonlijke noot delen. Afgelopen zomer was ik met mijn gezin opvakantie in Portugal. Hartstikke leuk. Iedereen denkt: waar gaat ditnaartoe? Het was voor het eerst dat we naar een zwembad gingen en datpapa een zwemdiploma had. Het zwembad was 2,5 meter diep. Ik zal ueerlijk bekennen dat ik alle zomers daarvoor altijd begon in het ondiepe endan af en toe deed alsof het lukte, maar halverwege weer terugging naarhet ondiepe. Mijn oudste twee kinderen daagden mij uit om van een soortduikplank af te springen in het diepe, een soort steigerachtig iets van 2,5meter hoog. Het was best spannend. Het voelde als een bevrijding. Hetvoelde als wauw, als iets gaafs. Helemaal in het water en weer naarboven. Mijn oudste twee kinderen zeiden heel stoer en trots: papa, je kuntzwemmen, goed dat je dat voorbeeld hebt gegeven. Sorry voor mijnpersoonlijke noot.Ik ga gelijk door. Het behalen van een zwemdiploma is niet voor iedereenvanzelfsprekend. In Nederland kunnen steeds minder kinderen eenzwemdiploma halen. Dat grijpt mij aan. Het is zo belangrijk dat we alles uitde kast halen om deze trend te breken. De rapporten stapelen zich op.Afgelopen zomer weer, in het vragenuur, bij de eerste confrontatie met denieuwe bewindspersoon voor Sport, stonden we stil bij het nieuweonderzoek van EenVandaag. Daarin staat bijvoorbeeld dat kosten steedsmeer een afweging zijn om niet naar zwemles te gaan, niet alleen voor delage inkomensgroepen, maar ook voor mensen met gewone banen,richting modaal. We zien dat de percentages niet de goede kant op gaan.Het zwembad komt steeds verder van huis af te staan, waardoor ook defysieke toegankelijkheid ter discussie staat. Ook het Mulier-onderzoekheeft laten zien wat betaalbaarheid met zich meebrengt.Als ik het heb over gewone inkomens, moeten we ons afvragen of iets datpubliek is in een waterrijk land, als zo ontoegankelijk moet wordenervaren. Moeten we op dat punt niet veel meer doen? Er zijn diversevoorstellen aangenomen het afgelopen jaar, of eigenlijk daarvoor al. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1624 moet zeggen: dit jaar nog. Het lijkt alsof het het afgelopen jaar was, maarde laatste sportbegroting hebben we in februari van dit jaar behandeld.Toen hebben we bijna Kamerbreed gezegd: we moeten de zwembadenovereind houden. Overeind houden betekent: ervoor zorgen dat ze eenpubliek doel blijven dienen, een handremprocedure inbouwen op hetmoment dat er te weinig zwemwater dreigt te zijn, zwembaden nietzomaar sluiten en een nationaal fonds om samen met gemeenten tekunnen ingrijpen als essentieel zwemwater dreigt te verdwijnen. Samenmet de SP en anderen vroegen wij om scenario’s uit te werken om tekijken welke rol de school kan spelen om zwemonderwijs verder in terichten. Ook vroegen we het kabinet om te garanderen dat kinderen uitarme gezinnen altijd toegang hebben tot het behalen van een zwemdi-ploma, ongeacht in welke gemeente ze wonen.Ik moet bekennen dat het best moeilijk is om te duiden waar we nu staan.We kunnen nu met nieuwe voorstellen komen, maar ik kan me goedvoorstellen dat die weer op zich laten wachten. Ik zal proberen om eenpaar voorstellen te doen. Die doe ik vanuit de ervaring van de afgelopendrie à vier maanden, waarin ik als stagiair zwembegeleider voor kinderenmet een handicap heb mogen zien wat zwemmen qua toegankelijkheidwerkelijk doet met kinderen met een beperking, maar ook met deervaringen van ouders over de toegankelijkheid van zwembaden.Laat ik beginnen met de tarieven. Kinderen met een handicap zwemmenvaak in kleinere groepen en doen er vaak langer over om een zwemdi-ploma te halen. Zij hebben vaak te maken met hogere kosten. Op zich isdat goed te verklaren. Maar we hebben in Nederland, bijvoorbeeld in hetonderwijs, het principe dat passend onderwijs voor kinderen niet meerkost dan het reguliere onderwijs. We zien dat dat hier anders is. Ik wil dateven tot ons laten doordringen. We zeggen immers ook allemaal datzwemmen geen «nice to have» is of alleen bewegen, maar dat hetessentieel is voor de veiligheid. Ik zag bijvoorbeeld ook dat fondsen hierniet goed op inspelen. De ouders van kinderen met een handicap hebbenrecht op een vast budget per jaar, maar de zwemlessen zijn duurder. In depraktijk zie ik dat ouders waarvan wij de kinderen begeleiden, aangeven:«Het dekt de kosten gedurende negen à tien maanden, maar dan krijg iktwee maanden niets. Ik moet me dan uitschrijven, voordat het fonds hetjaar daarop weer kan ingaan.» Van dat type bureaucratie moeten we echtaf. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris daarnaar kijkt.Ik wil bij één punt langer stilstaan, namelijk bij het aantal zwembaden. Iksnap dat er in gemeenteland meer discussie is over zwembaden. Wehebben recent Gulpen-Wittem gehad, maar er zijn er meer. Ik ga ze nietallemaal noemen, want dat creëert onrust. Je ziet dat er in gemeentelandvolop discussie is over het overeind houden van zwembaden. Ik zou deStaatssecretaris willen vragen om in onderzoekende vorm eens na tedenken over hoe een wettelijke zorgplicht – net zoals we die hebben voorde bibliotheek – kan werken. Waarom vraag ik dat? Toen ik afgelopendonderdag de stukken goed doorlas, las ik ergens in een paragraaf op eentoezegging op een vraag van volgens mij collega Van Nispen dat er bij ditkabinet de bereidheid is om te komen tot een verkenning van een sport-en beweegwet. Als dat echt zo is, dan wil ik daar bijna een complimentvoor maken. Ik hoor het graag in de termijn van de Staatssecretaris. Mijnvraag is of zo’n wettelijke zorgplicht daarin kan worden betrokken.Het is echt fantastisch om het enthousiasme te zien van alle belangenbe-hartigers, verenigingen en iedereen die zich betrokken voelt bij de sporten die dit debat volgt in deze zaal en in de zaal hiernaast. Ik roep hen opom mee te denken over zo’n beweegwet. Als we het wat meer met elkaargaan vastleggen zonder het heel bureaucratisch te maken, wat zijn dan deminimale voorwaarden?Eerder hebben we ook gesproken over de aanscherping van deOmgevingswet bij nieuwbouw. Volgens mij heeft NOC*NSF vorig jaarzelfs nog heel concreet bepleit om bij nieuwbouw te kijken naar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1625 wettelijke norm voor de infrastructuur, zodat sport- en beweegruimtewordt gegarandeerd. Volgens mij ligt er zelfs een aangenomen motie vande SP. Volgens mij heet dat de «sportnorm».Voorzitter. Ik kom gelijk op een ander punt, namelijk Uniek Sporten en hetFonds Gehandicaptensport. Zij roepen ons wederom op om te kijken naarcentrale, toegankelijke loketten. Dit is een terugkerend onderwerp. Ik krijggraag een reactie van de Staatssecretaris. Ik krijg ook graag een reactievan de Staatssecretaris op het verdwijnen van een stichting als StichtingSpecial Heroes Nederland. Zij maken meer dan 15.000 jongeren met eenbeperking blij met bewegen. Nu is voorgenomen om hen weg tebezuinigen. Ik kan dat niet helemaal rijmen met de kabinetsdoelstellingen.Dus ik krijg graag een reactie.Dan kom ik nog even op één punt met betrekking tot zwemmen, namelijkde fondsen. Er ligt een amendement van de SP en het CDA om ook opkorte termijn, dus komend jaar, extra geld uit te trekken voor het stuttenvan fondsen voor kinderen die alleen maar via een fonds uitzicht houdenop een zwemdiploma of op zwemveilig zijn. Niet alle kinderen met eenbeperking kunnen dat diploma halen, maar zij kunnen wel zichzelf reddenals ze maar genoeg les krijgen. We zien de wachtlijsten. Er wordt nuvoorgesteld om een half miljoen bij te plussen voor komend jaar. Ik kijkook naar alle partijen in de coalitie. Ik hoop echt dat we elkaar daar gaanvinden. Ik geef toe dat dit een voorstel voor de korte termijn is. Structureelmoet er veel meer gebeuren, maar we kunnen nu ook heel veel wacht-lijsten een beetje voorzien van lucht en zekerheid. Ik hoop dat we datamendement breed kunnen aannemen.Voorzitter. Ik kom op een ander punt, namelijk de staat van sportvereni-gingen. In de afgelopen twee jaar is daar al veel over gezegd in dit huis. Erzijn tal van rapporten verschenen. Ik beperk me tot de dit jaar aange-nomen motie van ons, het CDA, SP en D66 om een meerjarige strategievoor sportverenigingen uit te werken. Ik lees nu dat de Staatssecretarisdaartoe bereid is. Sportverenigingen zijn ook hier vandaag weer massaalaanwezig en laten zich al twee jaar horen in de Kamer. Ik ben heel ergbenieuwd op welke punten waar echt overeenstemming over is en waargeen verschillen zijn tussen Rotterdam en Groningen of tussen Maastrichten Den Helder, hij denkt dat we ze echt kunnen helpen. De analyse die hijdonderdag naar de Kamer heeft gestuurd, is prima, maar – ik wil nietonaardig zijn – we wisten dat al. Het zal nu echt concreter moeten worden.Ik hoor heel graag wanneer dat gebeurt en of de Staatssecretaris daar danook de laatste onderzoeken bij wil betrekken. Recent waren er nog eenonderzoek van het Mulier Instituut over de betaalbaarheid en eenuitgebreide rondgang van de RVVB over die betaalbaarheid. Dit waswederom een duidelijke noodklok om dat heel concreet met elkaar te gaanuitwerken. Ik weet dat er voorgesprekken zijn geweest met belangenbe-hartigers, maar wij willen nu ook echt boter bij de vis, in Q1 van 2025, watmij betreft, als dat even lukt.Dan heb ik gelijk ook een vraag over het Mulier Instituut. Daar wordt opbezuinigd in de meerjarige subsidietaakstelling. Waarom? Wilt u daarvoorander onderzoek dat gewoon gedaan wordt in de plaats stellen, ofbijvoorbeeld andere peilingen onderzoeken, van bijvoorbeeld de RVVB?Hoe moet ik dat rijmen? Wat gaat dat precies betekenen, wat gaan ze danminder doen?Dan de clubondersteuning. Er zijn veel zorgen over het feit dat die opeensis gestopt. Ik weet dat bijvoorbeeld RVVB een soort onlineplatformontwikkelt. Ik ben even benieuwd naar wat dit nu betekent, als dieclubondersteuning verdwijnt. Gaat u dan van andere soorten clubonder-steuning gebruikmaken? Wat is nu precies de stand van zaken? Graag eenreactie. En betrekken we de nieuwe vormen die worden ontwikkeld metbelastinggeld – ik weet dat SZW ook heeft meebetaald aan dit onlineplatform – hier ook bij? Of is dat gewoon weer weggegooid geld?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1626 Ik heb over de visie van de sportverenigingen al veel gezegd. Wat ikbelangrijk vind, is dat betrokkenen daarin verder worden gehoord. Maarbelangrijker is de vraag of de Staatssecretaris bereid is om verenigingsbe-stuurders, die hier vandaag ook zitten en die zelf wekelijks, maar ookdagelijks, alles op alles zetten om die verenigingen draaiende te houdenin deze tijd, te gebruiken als klankbord, om hen te bevragen en erbij tebetrekken. Het gaat erom er niet alleen maar vanuit een helikopterviewnaar te kijken, maar ze ook echt te betrekken in de oplossingen.Dan BOSA. Ik snap echt niet hoe deze Staatssecretaris, maar ook vooralhet kabinet, de doelstellingen en ambities wil realiseren als we, waar weecht collectief een opgave hebben, het verduurzamen en onderhoudenvan sportaccommodaties, gaan bezuinigen. Er is een megaopgave.Honderden sportverenigingen staan as we speak in de wacht, en het geldis nu al op. Gaat u zelf maar kijken bij de BOSA-regeling; het geld is op.Volgend jaar opnieuw proberen. En we weten eigenlijk nu al, met dehonderden die in de wacht staan, dat die regeling misschien na één weekal leeg is getrokken. Dus ik ben echt benieuwd wat het alternatief is. Alsde Staatssecretaris zegt «DUMAVA», dan zeg ik: ik weet dat de DUMAVAnog niet helemaal – ik zeg het heel zacht – sportvriendelijk is. Dan is devraag: bent u bereid om een apart bedrag te laten alloceren binnenDUMAVA, expliciet bestemd voor sport?Over die ontzorgingstrajecten waar ook over wordt gesproken, vraag ik:hoe dan? Ook in de brief van het Nationaal Klimaat Platform wordtgezegd: werk het verder uit, ook met uw collega’s van VRO en KGG,Klimaat en Groene Groei. Ik zou bijna willen zeggen: maak er een bredebusinesscase van; zet geld dat misschien over is in op de begroting. Wantvolgens mij is verduurzaming en onderhoud van het op twee na grootsteoppervlaktedeel van Nederland, na landbouw en woningbouw, toch eenbredere opgave dan die van u alleen. Maar ik zou zeggen: als u zichaangemoedigd voelt door ons, maak dit dan groter en stop met dieineffectieve bezuiniging op de BOSA. Het moet juist sneller en het betaaltzich terug. Dus dat is een win-win-winsituatie voor de club, voor onsallemaal, het klimaat en de overheidsfinanciën.Mevrouw Van den Hil (VVD):Meneer Mohandis houdt een mooi pleidooi, en wie ben ik om daartegenin te gaan? Dat ga ik dus ook niet doen. Maar ik heb een aanvullendevraag daarop. Ik voel immers mee, maar als ik kijk naar die verduur-zaming, zie ik het volgende. Ik kom zelf uit een regio die wel groot is, maarweinig inwoners heeft, en waarin je ziet dat ook er bij sportclubs tochdingen samengevoegd moeten worden, maar dat dat eigenlijk nog maarmondjesmaat gebeurt. Ik vraag me af of meneer Mohandis dan kijkt naarhet volgende. Stel dat er iets gedan kan worden voor sportverenigingen.Zou er dan ook iets tegenover kunnen staan, dus dat er ook wel samenge-werkt moet worden en er niet twee clubhuizen op één kilometer afstandstaan? Ik ken tennisclubs waarin de mensen van 70-plus nu allemaalstoppen. Dan houden ze tien leden over en willen ze toch door en tochverduurzamen. Hoe kijkt de heer Mohandis daartegen aan?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik had wel twee pagina’s kunnen vullen met wat er allemaal nodig is.Maar ik weet dat collega Van Dijk bijvoorbeeld meer ingaat op debureaucratie die sportverenigingen ervaren; daar hebben we de vorigekeer ook uitgebreid over gesproken. Maar ook is het de vraag hoe we hetaantrekkelijk maken. Ik kijk ook bijvoorbeeld naar uw eigen regio, de regioZeeland, waar je best wel slimmere combinaties kunt maken. Ik zie ookcombinaties op het gebied van de niet-verenigingssport, zoals ik het maareven noem, de commerciële sport, bijvoorbeeld de sportvereniging incombinatie met een fitnessschool; er zijn allerlei combinaties mogelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1627 Dat zullen we echt aantrekkelijker moeten maken. Maar dat gaat nietvoorbij aan de noden die de verenigingen ervaren.Het gaat er dus niet alleen maar over dat de verenigingen alleen maarwillen doorgaan op de oude voet. Het is ook zoeken naar hoe zij diehelpende hand ervaren. Het helpt als zij niet het gevoel hebben dat eengemeente, een provincie of het Rijk zich op het standpunt stelt: doe hetmaar zelf. Het zijn immers zijn vaak vrijwilligers die het er allemaal bijdoen. Zij mogen ook niet het gevoel hebben dat ze als een bedrijf wordenbenaderd, of dat ze op kosten worden gejaagd die niet eerlijk zijn. Zijmogen ook geen aansprakelijkheid aan hun broek krijgen, alsof ze eenwoningbouwcorporatie besturen.Als we echt kijken naar wat wij kunnen betekenen om de verenigingen hetgevoel te geven dat het om hen draait, dan ben ik ervan overtuigd dat hetvoor hen makkelijker wordt om naar de buren te kijken en te zeggen: wehebben allebei vijf sportvelden, zullen we daar niet eens slimmer naargaan kijken? Ik ken de voorbeelden uit mijn eigen stad Gouda. Daar delentwee voetbalclubs heel slim de sportvelden, maar zij denken ook samenna over het verduurzamen van het clubgebouw. Alleen moet er dan weleen betrouwbare overheid zijn, die niet de BOSA wegbezuinigt. Er zijnveel sportclubs die best open voor staan voor samenwerken, maar danmoeten ze wel weten waar ze aan toe zijn als ze gaan lenen en danmoeten ze wel weten welk percentage ze krijgen van de rijksoverheid. Danontstaat er een win-winsituatie waarin iedereen blij wordt en de kostenook niet omhoog hoeven voor de leden. Want een hogere energierekeningbetekent bij de meeste clubs in Nederland – niet bij die ene helft waar hetover het algemeen goed gaat, maar bij die andere helft – een hogerecontributie. Dat moeten we niet hebben. Dat laten de rapporten van hetRVVB ook zien.Wij moeten dus als rijksoverheid echt betrouwbaar zijn wat betreft deregelingen die goed werken. Daar moeten we niet lukraak op gaanbezuinigen. Ik noemde de BOSA even, maar er zijn meer dingen die ikecht niet snap, met alle doelstellingen die we moeten halen.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Van den Hil.Mevrouw Van den Hil (VVD):Helemaal mee eens. Ik zit alleen nog een beetje te zoeken. Ik heb zelfbridgen geleerd op de tennisclub. Ik vond dat een mooie combinatie. Is deheer Mohandis ook bereid om, als we daar op een gegeven moment ietsmee gaan doen, ook voorwaarden te stellen en in de regio ook te gaankijken wat er allemaal is? Ik snap wat de heer Mohandis zegt: je moet eenbetrouwbare overheid zijn als je dingen voor elkaar kunt krijgen. Maar ikvind dat je er dan ook wel naar mag kijken: als we een hand aanreiken,hoe gaat het dan aan de andere kant?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik wil heel graag doorpraten over hoe we onze sportinfrastructuurdoorinnoveren, met slimme samenwerkingsverbanden en regionalesamenwerkingsverbanden. Daar ben ik allemaal voor. Maar we moetenniet voorbijgaan aan het feit dat, even grof gezegd, bijna 50% van desportorganisaties, verenigingen en sportclubs, zegt «wij geloven in detoekomst, wij zitten in een goede wijk, in een goede omgeving, en hetaantal leden groeit», en dat je de andere helft de andere kant op zietbewegen. Dan kun je niet alleen maar zeggen: jullie moeten meer gaansamenwerken. Dan zul je ook echt heel concreet moeten kijken hoe je dieandere helft verder helpt. De basis, waarop de verenigingen moetenkunnen rekenen, moet goed zijn. Ik ben ervan overtuigd dat als die basisgoed is, de verenigingen zullen zeggen: wij voelen ons goed bij die basis,we weten waar we op kunnen rekenen van de kant van de gemeente enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1628 het Rijk, dus we staan open voor innovatieve vormen om toekomstbe-stendig te zijn. Maar ik wil niet voorbijgaan aan het feit dat het nu op zoveel punten piept en kraakt.De rijksoverheid formuleert enorme doelstellingen, en ook wij als Kamerzeggen dat er een tandje bij moet. Maar dat rijmt niet met de daden die iknu zie. Ik vrees dat we over een paar jaar moeten vaststellen dat er nogminder kinderen, nog minder mensen bewegen. Dat is volgens mij echtstrijdig met hoe wij onze zorgkosten op termijn beheersbaar willenhouden. Ik denk dat mevrouw Paulusma het op dit punt met mij eens zalzijn. We zullen echt fundamenteel iets moeten doen. Sport moet veel meerop één. De S van Sport moet op het ministerie vooraan staan. Het moetgaan om Sport, Welzijn en Volksgezondheid. Dat vraagt om een anderebenadering en niet alleen maar om de constatering «het is leuk, het isbelangrijk voor de samenleving», zonder wettelijke basis, zonder eenzekere financiering en met veel te veel versnippering, zoals nu het gevalis. Dan zijn doelstellingen vaak leuk op papier, maar moeilijk te realiseren.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik ga nu iets sneller door mijn betoog. Ik heb net al iets gezegdover het verduurzamen en het in breder verband kijken met andereministeries.Dan kom ik bij het revolverend fonds. Heel kort daarover: dank voor deuitwerking van de motie van NCS, CDA en GroenLinks-PvdA. Maar nu isde vraag: bent u bereid om voorbereidingen te treffen om tot een dergelijkfonds te komen? De analyse is mooi, maar collega Olger van Dijk wil ookheel duidelijk die volgende stap. Ik ben dus benieuwd waar die bereidheidzit om tot zo’n fonds te komen, omdat het per saldo een fonds is dat nietper se geld kost, maar waar geld uit gaat en weer geld in komt. Ik bendaar wel benieuwd naar, gezien de enorme opgave als het gaat omaccommodaties en onderhoud. Volgens mij kunnen we het daar snel overeens worden.Dan kom ik op het punt van de regeldruk en bureaucratie. Gemakshalvezeg ik dat ook collega Van Dijk daarop zal ingaan. Wat ik alleen wil zeggenis dat als we de regeldruk willen terugdringen, we dat concreet moetenmaken, bijvoorbeeld op de WBTR. Ik begreep dat er vandaag iets naar deKamer komt wat ik nog niet heb gelezen. Maar de regeldruk is een wassenneus, als we het niet concreet maken.Dan over bewegen. Het Platform Ondernemende Sportaanbieders en demaatschappelijke organisaties voor sport zeggen terecht: kijk breder danalleen waar wordt gesport. Er wordt te weinig bewogen. Er zijn allerleiinitiatieven die toeleiden naar een sportvereniging, zoals via de buurt-sportcoaches. Ze verschillen nog weleens van naam per gemeente, maarde kern is de emanciperende factor om kinderen in heel veel wijken toe teleiden naar sport. Heb dat scherp, juist als deze Staatssecretaris deStaatssecretaris wil worden van kinderen die meer moeten gaanbewegen.Tot slot, nog een paar punten. We kregen recent een bericht vanNOC*NSF dat er 20 miljoen extra nodig is om het huidige topsportniveaute kunnen behouden. Dat geld komt er niet. Ik ben heel erg benieuwd watdat betekent voor onze doelstelling. We hebben afgelopen zomer kunnengenieten van die fantastische Olympische en Paralympische Spelen. Maargaan we dat ook doen over vier jaar en acht jaar, als ik deze zorg lees?Over het dansdossier verwijs ik naar collega Van Nispen.Wat betreft evenementen wielrennen: er ligt een amendement over depolitiebegeleiding. Ik kan dat nog een keer gaan toelichten, maar volgensmij spreekt dat voor zich.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1629 Dan kort nog even over die vreselijke documentaire – zo heb ik dat in iedergeval ervaren – afgelopen donderdag van BOOS en Tim Hofman overFeyenoord en alle racisme, homofobie en discriminatie uit een deel vande harde kern van Feyenoordsupporters. Graag hoor ik van de Staatsse-cretaris wat hij nodig heeft om, in samenspraak met zijn collega vanJustitie en Veiligheid, Rotterdam te helpen waar dat moet. Ik weet datdeze Staatssecretaris Rotterdam goed kent vanuit een vorige rol. Het iseen hardnekkig probleem en het is niet nieuw, maar het is ook niet ietswaarvoor we kunnen wegkijken.Voorzitter, tot slot. Ik begon over van alles rondom zwemmen, ik heb hetover de fondsen gehad, over dat er echt iets moet gebeuren in detarieven, over een zorgplicht voor zwembaden en alles samen, om heelveel kinderen hoop en perspectief te geven om in het diepe te mogenspringen. Ik sluit dan ook af met dat er een flinke uitdaging is als het gaatom de ambities, maar dat dat niet rijmt met alle bezuinigingen. Daaromroep ik deze Staatssecretaris op: durf voor de hele sport- en beweegsectorin het diepe te springen, wees geen toeschouwer van de sloopkogel diewe af en toe zien en ervaren, maar heb het lef om het verschil te maken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Mohandis. Keurig binnen de opgegeven tijd. Dan geefik nu graag het woord aan de heer Blaauw van de PVV.De heer Blaauw (PVV):Dank u wel, voorzitter. Allereerst mijn complimenten aan de heerMohandis voor zijn prachtige persoonlijke noot over het zwemmen. Ikvind het altijd mooi als zoiets in het debat betrokken wordt. Ik zal straksook nog ingaan op de zwemlessen.Maar allereerst het volgende. Gisteren was ik de hele dag te vinden op hetvoetbalveld. ’s Morgens als fanatieke linkshalf waar mijn team, uiteraardonterecht, verloor van een minder goed team dat helaas wel de kansenafmaakte. Daarna speelde ons eerste elftal, overigens toevallig, tegen TerApel. Ook wel een bekend dorp hier in de Kamer! Dat was toevallig dewedstrijd en daar werden de opstellingen omgeroepen en werd de muziekverzorgd door mij als vrijwilliger. Iedere week weer zien wij hoe velevrijwilligers, in welke rol dan ook, hun sport beleven en zich voor die sportinzetten. Ik wil mijn betoog dan ook graag beginnen met mijn waarderinguit te spreken voor al die vrijwilligers die de duizenden sportverenigingendie ons land kent, overeind en levendig houden.Een van de mooiste voorbeelden hiervan is wat mij betreft het verhaal vanmultifunctioneel centrum De Hardenberg in mijn eigen gemeenteOldambt. Dorpsbewoners hebben daar door het oprichten van een eigenstichting ervoor gezorgd dat dit gebouw, waarin onder andere eenzwembad is gehuisvest, na een lange strijd met de gemeente open konblijven. Maar daarover later nog iets meer.Deze prachtige sportzomer ben ik in volledige instemming een geregis-treerd partnerschap aangegaan met mijn vrouw, en wel een voormaligtopsportster in de niet te onderschatten sport acrogym. Ze werd daarinooit Nederlands kampioen en ze deed ook mee aan internationalewedstrijden. Ondanks dat deze topsportmentaliteit nog altijd een beetjevoortleeft in ons huis, heeft ze er behalve de prachtige ervaringenfinancieel niks aan overgehouden. Integendeel, het heeft haar veel meergekost dan het haar heeft opgeleverd. Maar ondanks het aanschaffen vaneen auto, de reiskosten, de opgeofferde tijd en de vele blessures zou zehet zo weer overdoen.Ik vind deze mentaliteit iedere dag weer een inspirerend voorbeeld vanhoe men kan leven voor de sport. Wij zien dat bij onze topsporters terugen ook dat dat zelfs kan resulteren in de titel «wereldatlete van het jaar».Dit jaar terecht gewonnen door Sifan Hassan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16210 Voorzitter. Het is en blijft voor het grootste deel een eigen verantwoorde-lijkheid van mensen om te sporten en te bewegen. Dat zal ook wel de kernvan mijn verhaal zijn. De overheid moet hierin niet te ver doorslaan, maarmoet wel dienstbare en aantrekkelijke kaders scheppen voor sportorgani-saties, bijvoorbeeld in de vorm van verenigingen of stichtingen, door deregeldruk, die nu helaas te vaak ervaren wordt, te verminderen. Denkbijvoorbeeld aan het voorbeeld dat ik mijn inleiding noemde: AFC DeHardenberg. Mijn vraag is dan ook hoe de Staatssecretaris dit denkt tekunnen gaan doen. Het kan namelijk niet zo zijn dat de kennis en de inzet,die al die sportorganisaties bezitten, zowel bij bestuurders als bijvrijwilligers, verloren gaan door te veel bureaucratie en regeldruk.Ook is mijn fractie benieuwd in hoeverre de Staatssecretaris denkt dat debeweegdoelen voor 2040 gehaald gaan worden, waarbij 75% van demensen voldoende moet gaan bewegen. Daarbij maak ik nog wel dekanttekening dat ook bewegen uiteindelijk een eigen verantwoordelijkheidis en blijft van mensen. Er is namelijk wel een verschil tussen sporten enbewegen. Ik wil de Staatssecretaris verder ook vragen in hoeverre ditbeleid rekening houdt met mindervalide sporters en senioren, want als ik«eigen verantwoordelijkheid» zeg, hoor ik u denken «maar hoe zit dat danmet sporters die minder in staat zijn om dat te doen?» Daarom explicietdie vraag aan de Staatssecretaris.Voorzitter. Het kabinet schreef in het regeerprogramma: «Het kabinet wildat iedereen veilig kan sporten en bewegen. Daarom hebben we volopaandacht voor integriteit binnen de sport.» Daarop wilde ik evenaanhaken, want wij krijgen meer en meer berichten binnen over onveiligesituaties in vooral de vrouwensport en in vrouwenkleedkamers. Ik had nietsnel gedacht dat ik dit ooit zou moeten stellen, maar dan toch: mannenhoren deel te nemen aan mannencompetities en vrouwen horen deel tenemen aan vrouwencompetities, omdat er nou eenmaal, vooral op latereleeftijd, verschillen zitten in spiermassa. Ik wil er geen biologischediscussie van maken, want ik denk dat dit duidelijk is.Wij zien hiervan niet alleen internationaal voorbeelden, maar inmiddelsook in ons eigen land. Ik zei net al dat we helaas te veel berichten hieroverbinnenkrijgen. Mannen die zich omkleden in vrouwenkleedkamers... Eenrecent voorbeeld speelt in de dartsport, want die competitie wordtinmiddels ook gedomineerd... Ik noem het een man, maar het is iemanddie...De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Paulusma. Nog niet?De heer Blaauw (PVV):Dan maak ik de zin even af. Een nationaal voorbeeld is de dartsport, waarde vrouwencompetitie gedomineerd wordt door... Ik noem het danexpliciet wel een man, omdat diegene pas op latere leeftijd is overgestaptnaar de vrouwencompetitie, punt.De voorzitter:Dank u wel. Een interruptie van mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Een klein stukje eerder hoorde ik de heer Blaauw zeggen: we krijgen veleberichten over die mannen- en vrouwenkleedkamers. Kan de heer Blaauwdat specificeren?De heer Blaauw (PVV):Wij krijgen inderdaad berichten binnen van vrouwen die zich onveiligvoelen in hun kleedkamers, omdat er mannen zijn die zich op latereleeftijd vrouw voelen; daarom noemde ik dat even. Dat kan en ook diemensen moeten juist de mogelijkheid om veilig te sporten. Maar het isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16211 naar onze mening niet goed voor de vrouwensport om dat toe te laten.Volgens mij hoef ik de berichten niet tot in detail... We krijgen gewoon dieberichten binnen en er zijn inmiddels zelfs petities opgestart. Daaromwilde ik het punt toch even benoemen.Mevrouw Paulusma (D66):Maar het komt voor mij wel heel precies. Ik zie ook af en toe berichtenvoorbijkomen – ik noem dat een hetze – tegen mensen die op latereleeftijd een transitie hebben ondergaan. De heer Blaauw praat zo overveiligheid, maar wat hij nu doet is heel onveilig. Ik vind het ook watongemakkelijk om dat onderwerp te koppelen aan veiligheid in kleed-kamers. Dus of meneer Blaauw heeft een aantal concrete voorbeelden,komt met een voorstel en kan dit duiden. Of meneer Blaauw zegt: ik doeniet mee aan deze hetze, want daarmee maak ik het voor nog meermensen onveilig in de sportwereld.De heer Blaauw (PVV):Dat het een «hetze» is, laat ik echt bij mevrouw Paulusma. Dat zijn haarwoorden. De vrouwensport is er naar onze mening niet bij gebaat dat wedit toelaten. Ik zei expliciet dat ook mensen die op latere leeftijd intransitie gaan juist op een veilige manier moeten kunnen sporten, maarwel in een competitie – ik wil de biologische discussie voorkomen –waarin het ook veilig is voor vrouwen om optimaal te kunnen presteren. Ikhoef bij mevrouw Paulusma toch niet op te komen voor het feminismedoor te stellen dat vrouwen nog niet zo heel lang geleden nog niet eenskonden en mochten sporten? En dan laten we dit toe, want het is nogtoegestaan. Ik wil later nog een vraag hierover stellen aan de Staatssecre-taris. Dat kan toch niet? Het kan toch niet zo zijn dat we iemand die oplatere leeftijd in transitie is gegaan qua chromosomen en qua spiermassatoelaten in een competitie met vrouwen? Dat noem ik onveilig.Mevrouw Paulusma (D66):Ik hoop dat dit niet als interruptie telt, want dit was enige uitlokking vande heer Blaauw als het gaat om mijn dagelijkse strijd voor feminisme. Ikvind het heel kwalijk dat de heer Blaauw hier twee dingen op een hoopgooit, namelijk mensen die in transitie zijn en onveiligheid. Dat vind ikecht heel kwalijk en ook niet zorgvuldig.De voorzitter:De heer Blaauw vervolgt zijn betoog.De heer Blaauw (PVV):Ik noemde het net al even in een interruptie. Laat duidelijk zijn dat ookdeze sporters hun sport optimaal moeten kunnen beoefenen, maar danwel in de juiste competitie.Voorzitter. Op welke manier is de vrouwensport gebaat bij dit soortontwikkelingen? Laten we het echt zover komen dat vrouwen in de sport,wat nog niet zo heel lang een vanzelfsprekendheid is, hoe hard ze ooktrainen, een achterstand zullen hebben in de competitie, wanneer weblijven toestaan dat ook mannen toegelaten kunnen worden? Hoe kijkt deStaatssecretaris hiernaar? Gaat hij hier concrete maatregelen tegennemen?Ten slotte, voorzitter, heeft mijn fractie zich altijd ingezet voor toeganke-lijke zwemlessen en ook gepleit voor herinvoering van het school-zwemmen. In antwoord op Kamervragen van onder anderen de heer VanNispen en de heer Mohandis heeft de Staatssecretaris aangegevenhiernaar te kijken en begin volgend jaar met een plan te komen. Hoe staathet daarmee? Kan de Staatssecretaris hier al iets meer over prijsgeven?Ook is maar bij ongeveer de helft van de mensen met lagere inkomensbekend dat er voor de financiële toegang tot zwemlessen toeslagen zijn inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16212 sommige gemeenten. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat ditmeer onder de aandacht komt bij mensen voor wie dit een prachtigemogelijkheid kan zijn om hun kinderen toch een of meerdere zwemdi-ploma’s te laten halen?Echt ten slotte, voorzitter. Wanneer kan ik de antwoorden op mijnKamervragen over onwel geworden Vitessesuporters verwachten? Diehad ik nog niet gekregen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dan heeft u een vraag van mevrouw Van den Hil.Mevrouw Van den Hil (VVD):Ik wil het niet hebben over de onwel geworden Vitessesupporters, maar ikkom nog even terug op het voorgaande punt over mannen in vrouwen-kleedkamers. Volgens mij haalt meneer Blaauw twee dingen door elkaar:mannen in vrouwenkleedkamers en deelname van transgenders aansport. Naar mijn idee wordt per sportbond gekeken of de competitiegeschikt is op dat moment. Bij schaken en bridgen – het werd net algenoemd – lijkt me dat heel anders. Ik denk dat het goed is dat daarnaargekeken wordt en dat bonden met mensen zelf aan zet zijn. Is de heerBlaauw het met mij eens dat er een differentiatie in zit, dat het tweeverschillende dingen zijn? Mannen in vrouwenkleedkamers; dat is watanders, want voor darten hoef je je niet om te kleden. Dat kan je ook thuisdoen, denk ik. Dat is het eerste. Het tweede is dat er echt per sportgekeken gaat worden – daar zijn ze ook mee bezig – of het mogelijk is omgezamenlijk te sporten.De heer Blaauw (PVV):Kleedkamers kun je heel algemeen zien. Een zwembad heeft kleedkamers.U noemt de dartsport, maar daar heb ik het niet over. Ik heb het erover datwij berichten krijgen dat er een stijgende lijn is in het aantal vrouwen diezich onveilig voelen doordat zij zich moeten omkleden – nou ja, onveilig –en zich daarbij niet op hun gemak voelen. Dat begrijp ik heel goed. Dieonveiligheid in de sport is iets anders. Want mevrouw Van den Hil moethet toch met mij eens zijn dat er nou eenmaal een aantal fysieke sportenzijn, bijvoorbeeld bepaalde vechtsporten, waar het gewoon niet wenselijkis dat je meer situaties krijgt waarin je in het kader van inclusiviteit, eenman die rond zijn 30ste in transitie gaat, wat ik helemaal kan begrijpenhoor – ik bedoel: dat is helemaal aan diegene zelf – toelaat in eenvrouwencompetitie? Dat wil ik daarmee aangeven.De voorzitter:Ja, dank u wel. Dan een interruptie van de heer Van Nispen. O, eerst eenvervolgvraag van mevrouw Van den Hil.Mevrouw Van den Hil (VVD):Ja, voorzitter, sorry. Ik hoop niet dat dit telt als interruptie, want meneerBlaauw stelt een tegenvraag op mijn vraag of hij het met mij eens is dathet goed is dat sportkoepels zelf met de sporters kijken waar het wel enniet kan – volgens mij is het nu zo geregeld in Nederland – en dat diesportkoepels zelf kijken hoe ze dit oppakken.De heer Blaauw (PVV):Ik kan daar op zich wel in meegaan. Alleen, ik vond het zo’n belangrijkpunt dat ik de Staatssecretaris wel de vraag wilde stellen of het kabinetmet maatregelen gaat komen. Misschien wordt wat mevrouw Van den Hilzegt uiteindelijk het antwoord van de Staatssecretaris, maar dat weet iknog niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16213 De voorzitter:Dank u wel. Dan een interruptie van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Volgens mij was de heer Blaauw aan het einde gekomen van zijn betoog.Hij heeft vrij veel aandacht besteed aan de kleedkamerdiscussie, watvolgens mij een opgeklopt – ik zeg het met enige voorzichtigheid –niet-bestaand probleem is. Ik denk dat de sport daar heel goed zelf meeom kan gaan en dat de sport dat ook doet. Volgens mij is dit dus geenreëel probleem in de praktijk en weet de sport daar goed mee om te gaan.Maar ik begrijp iets niet goed van de heer Blaauw. De PVV is toch eenpartij die zich inzet voor mensen die last hebben van weinig koopkracht,van armoede bijvoorbeeld? Hij begon zelf zijn betoog met een prachtigverhaal over het belang van sportverenigingen, waar hij zelf vrijwilliger is.Hij weet waarschijnlijk dat sportverenigingen enorm in de knel zitten; hijheeft de enquêtes ook gekregen van het Register voor Verenigingsbe-stuurders. Ik hoop dat hij ook de kranten heeft gelezen, want die staan ervol van. Mensen kunnen de contributies niet meer betalen en dit kabinetstort een enorme berg bezuinigingen uit over het hele sport en bewegen.Ik heb het dan niet alleen over de Staatssecretaris, maar over het kabinetin zijn totaliteit, waarin de partij van de heer Blaauw toch de grootstepartij is. Ik begrijp niet dat je met deze inbreng komt, waarin geenvoorstellen zitten voor de toegankelijkheid van mensen in armoede, voorkinderen voor wie de contributie niet betaald kan worden, voor degehandicaptensport, voor de vitaliteit van sportverenigingen. Kom op, jekunt toch wel minstens tien voorstellen bedenken die echt wat doen voorsport en bewegen in plaats van al die tijd besteden aan een kleedkamer-discussie? Nog even wat spreektijd voor minstens vijf voorstellen die echtwat doen voor sport en bewegen in Nederland.De heer Blaauw (PVV):We moeten volgens mij wegblijven bij: geef mij drie voorbeelden, geef metwee voorbeelden, geef me één voorbeeld. Ergens kon ik een eindmeegaan in het verhaal van meneer Van Nispen, die gelijk heeft dat wijhiervoor staan. Daarom zeg ik ook dat de overheid een goed fundamentdient te leggen voor de sportbeoefening in Nederland. Daar zijn allerleiregelingen voor. Maar als je genoeg wil bewegen, dan is dat mogelijk. Ikzei het al in mijn betoog, of in een interruptie: er is een verschil tussensporten en bewegen. Wat nu voorligt ... Natuurlijk, het kan altijd beter,maar met de huidige maatregelen en met een koopkrachtverbetering dieeraan zit te komen zal het hopelijk wel toegankelijker worden voormensen en kunnen ze de contributie betalen. Ik begrijp dat de heer VanNispen wel een voorstel gaat doen, maar ja, dat kost ontzettend veel gelden dat is er nou eenmaal niet. Het is een kwestie van repareren. Wemoeten kijken naar wat wel kan. Daar stel ik vragen over. Wellicht kan ikdaar in tweede termijn nog een motie over indienen.De voorzitter:Dan een vervolgvraag van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Gaat de heer Blaauw nou echt volhouden dat dit kabinet een fundamentlegt zodat mensen goed kunnen sporten en bewegen en zodat deverenigingen... Ik vroeg de heer Blaauw of hij de krant had gelezen en hadgezien dat al die verenigingen onder druk staan. Ik heb nog steeds geenconcrete voorstellen van de heer Blaauw gehoord die gaan zorgen voorde randvoorwaarden om het fundament echt goed te kunnen leggen. Wemoeten het dus hebben van de koopkrachtverbetering en verder moetenmensen het zelf maar uitzoeken. Maar hoe kun je dit nou volhouden als jede grootste fractie bent in een kabinet dat financiële afspraken heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16214 gemaakt die leiden tot een hogere kansspelbelasting, tot eenbtw-verhoging – die is eigenlijk nog niet van de baan; dat moeten we nogmaar afwachten – tot een enorme bezuiniging op het Gemeentefonds, tot10% korting op SPUK? De verduurzaming van sportaccommodaties? Daargaat een streep doorheen. De impuls voor het bewegingsonderwijs? Eenstreep erdoorheen. Onderzoek naar sport? Een streep erdoorheen. En danhier volhouden dat dit een kabinet is dat goed bezig is voor de sport eneen fundament legt zodat mensen kunnen sporten en bewegen.Nogmaals de vraag om met voorstellen te komen. Niet pas in de tweedetermijn, ik vraag het nu, daar besteed ik een interruptie aan. Welkevoorstellen van de PVV gaan ertoe leiden dat sport en bewegen toeganke-lijker wordt voor mensen met lage inkomens en voor mensen met eenbeperking, zodat heel Nederland de mogelijkheid heeft om te sporten ente bewegen? We hebben die gezondere en sportievere samenlevingnamelijk nodig in de toekomst. Die bezuinigingen van het kabinet leidenop de korte termijn misschien tot een plusje in de boeken, maar op delange termijn leiden ze tot enorme maatschappelijke schade. Als het goedis, weet de heer Blaauw dat ook.De heer Blaauw (PVV):Dit is toch wel een beetje wat we gewend zijn van de SP. Er wordt weermet dingen gegooid dat ik denk: waar moeten we dan in godsnaam hetgeld vandaan halen? Er zijn afspraken gemaakt. Er ligt een begroting. Opbasis daarvan moeten we kijken ... Natuurlijk, het liefst zou ik dat ookwillen. Maar we moeten kijken waar ruimte zit om dingen uit te geven,want het geld klotst helaas niet tegen de plinten.De voorzitter:Een interruptie van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik zeg het niet snel – de meeste collega’s kennen me echt als een redelijkecollega – maar ik zou me echt kapot schamen als ik de PVV was. Dat meenik oprecht. We zijn al twee jaar met elkaar in deze Sportcommissie aan hetanalyseren wat de problemen zijn. Er liggen rapporten en er liggenvoorstellen, alleen al voor dit debat. Ik hoopte in uw inbreng iets te horenvan een voorstel, iets concreets, iets waarbij u ook alle inbrengen kuntbetrekken die we hebben gekregen, net als de onderzoeken en dehonderden sportverenigingen die ons en ook u hebben gemaild en diehier aanwezig zijn. Om dan richting collega Van Nispen te zeggen: «Wehoren weer de SP; die wil weer van alles en dat kost geld» ... Er liggengewoon gedekte voorstellen, bijvoorbeeld van collega Van Dijk, van eenandere partij, over de BOSA-regeling. Er ligt een amendement voor 50miljoen; dat zeg ik uit mijn hoofd. Ik check dat even; ja, dat gaat over 50miljoen, gedekt en al. Daar kunt u donderdag voor stemmen. Daarmeekunt u honderden sportverenigingen, die voor een deel ook op de PVVstemmen, gewoon tegemoetkomen. Zo, met boter bij de vis, werkt depolitiek. U kunt in deze commissie niet een soort algemeen praatjehouden en een paar losse dingen opnoemen zonder serieus iets tebetrekken van de inbrengen van bijna alle sportorganisaties, bijvoorbeeldover de BOSA: de bonden, het RVVB, NOC*NSF. Ik noem ze echt allemaalwaarvan we brieven hebben gekregen, bijvoorbeeld over de BOSA. Dat iséén rode draad in alle brieven die we hebben gekregen. Dan denk ik: PVV,kom op; u bent de grootste regeringspartij en u draagt nu verantwoorde-lijkheid. Dat heb ik ook gedaan, in een andere periode. Dan moet uconcreet leveren. Dan kunt u hier niet een beetje algemeen zitten zijn en,als een collega terecht vragen stelt, zeggen: «De SP wil meer geld». Ubent ook aan zet om dat geld met ons te vinden of om in ieder gevalwelwillend te kijken naar voorstellen die gedekt en wel voorliggen. Dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16215 ook uw rol. Het is niet zomaar even een rol die u heeft; u heeft een grotereverantwoordelijkheid dan zoals u zich gedraagt.De heer Blaauw (PVV):Ik wil niet terugkomen op wat ik net tegen de heer Van Nispen zei, maarnatuurlijk begrijp ik de inzet van onder anderen de heer Van Nispen en deheer Mohandis op dit gebied. Daar staan wij alleen anders in. Wij staandaar zo in dat sport en bewegen hartstikke belangrijk zijn, maar dat wijhierin een iets kleinere verantwoordelijkheid voor de overheid zien dan deheer Van Nispen en de heer Mohandis. Ik denk dat de discussie daarovergaat. Dan stel ik gewoon vragen. Ik betoog onder andere ... Ik sprak ookmet sportorganisaties en sportverenigingen. Die zijn gebaat bij minderregeldruk, omdat er ontzettend veel goede initiatieven uit die wereldkomen die vaak worden tegengewerkt door de groeiende bureaucratie.Dat is toch – ik klop me nu even op de borst – een voorbeeld van eenprima voorstel dat ik dan doe?De voorzitter:Dan een interruptie van ... O, nog een vervolgvraag van de heerMohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):«Een voorstel over vermindering van bureaucratie» ... Er liggen al gewoonhele concrete voorstellen die hier zijn gedaan door meerdere partijen,zelfs nog dit jaar, in ieder geval van het CDA, NSC, wij en andere partijen.Het is dus niet zo dat die voorstellen nu opeens worden besproken. Mijnpunt blijft dat u van de grootste regeringspartij bent. U draagt nu meerverantwoordelijkheid. U heeft ook een verantwoordelijkheid richting eendeel van uw achterban. Daar spreek ik u op aan. Het zijn ook mensen diein het zwembad tegen mij zeggen: «Ik heb de laatste keer PVV gestemd,maar die wachtlijsten zijn vreselijk; doe daar wat aan.» Er worden heleconcrete voorstellen gedaan over de wachtlijsten en de betaalbaarheidvan contributies. Als u hier dan een soort VVD-verhaal houdt – dan bedoelik de klassieke VVD, niet de VVD-woordvoerder Sport ... Nee, serieus, er zithier ook een oud-woordvoerder Sport, die een supergroot hart voor desport had, soms tegendraads ten opzichte van de eigen partij. Dat is echtserieus bewonderenswaardig, maar wat u hier doet, is het vertellen vaneen klassiek verhaal in de zin van: de overheid heeft helemaal geenverantwoordelijkheid. Die verenigingen zeggen dat de overheid niet levertop de punten waar ze wél moet leveren. Wij doen daar voorstellen voor.We gaan ze echt niet overladen met nieuwe regels; integendeel. Dan moetu leveren. Dan moet u zeggen: dat amendement van mevrouw Van Dijkvoor 50 miljoen extra om die accommodaties te helpen verduurzamengaan wij steunen, want dat is een goed plan en dat wordt gedekt vanuithet Klimaatfonds. Waar kunnen we dan op rekenen? Wat zijn uw 37 zetelswaard voor de sportsector als dit is wat u nu zegt?De heer Blaauw (PVV):Ik wil er als volgt op reageren. U moet het niet te luchtig opvatten, maar ikzag laatst een filmpje van Johan Cruijff voorbijkomen, die zei: er wordtvaak in het veld gecoacht met «help hem of haar». Het gaat er dan om datje naar iemand toe kan komen. Maar creatieve spelers, die graag actiesmaken, help je door juist weg te blijven. Daar bedoel ik mee te zeggen datje als overheid de kaders, de randvoorwaarden moet kunnen scheppen,waarbij je organisaties en verenigingen juist initiatieven kan latenontplooien. Dat is wat ik vandaag betoog. Dat is eigenlijk ook hetantwoord dat ik heb op de vraag van meneer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16216 Ik heb veel respect voor Cruijff, maar weinig respect voor dit nietszeg-gende wat ik zojuist heb gehoord. Alles wat wij doen heeft te maken metde randvoorwaarden en met het faciliteren. Het heeft niets te maken metprecies vertellen wat een vereniging, een zwembad of wie dan ook moetdoen. Het gaat juist om het scheppen van de juiste randvoorwaarden, omervoor te zorgen dat de wachtlijsten omlaaggaan, zodat ook uw kiezerskunnen rekenen op een zwemdiploma. Het gaat erom dat de contributiesweer een beetje onder controle komen en dat de energierekening diestijgt, er niet voor zorgt dat de contributie omhoog gaat. Mensen hakengewoon af omdat sporten elitair wordt. Dat zou u moeten aanspreken.Dus ik zou zeggen: kijk eens goed naar wat er ligt. Ik mis al een beetje uwvoorganger, mevrouw Maeijer, als het gaat om sport. Zij was altijd welbereid om echt met ons te zoeken naar een oplossing. Dan zeg ik: waar isuw verantwoordelijkheid? Wat doet u voor alle kinderen van Henk enIngrid die wel problemen ervaren in de sportsector? Wat doet u voor al diebestuurders die het gevoel hebben: de PVV is aan de macht, maar watzien we eigenlijk? Eigenlijk niet zo veel nog. Dus ik zeg: u moet leveren. Uzit daar nu. U zit aan de knoppen en ik spreek u daarop aan. Dat is af entoe wennen voor de PVV, maar het is hoe de rollen zijn. U bent aan de bal.Als u geen enkel voorstel doet, en al helemaal geen voorstel steunt, danweet ik echt niet wat die sportverenigingen en al die sportvertegenwoor-digers aan de PVV hebben. Vooralsnog helemaal niets.De heer Blaauw (PVV):Voordat ik in herhaling val, wil ik nog wel gezegd hebben dat ik noghelemaal niets heb gezegd over het wel of niet steunen van amende-menten.De voorzitter:Dan is er een interruptie van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Altijd fijn als anderen het amendement zo aanprijzen. Fijn ook dat er nogruimte is om daarover te beslissen. Ik ga het gewoon nog een keerproberen. Zoals Cruijff zegt: als je niet schiet, kun je niet scoren. Eenaantal dingen in het verhaal van de PVV spreken mij heel erg aan: deeigen verantwoordelijkheid van mensen, een kleinere verantwoorde-lijkheid van de overheid en vooral regels weghalen. Daar strijd ik al jarenvoor. Tot nu toe ben ik nog niet verder gekomen dan een procesbriefje,helaas. De heer Blaauw gaf ook aan dat er een goed fundament nodig isonder de basissportinfrastructuur. Daar maak ik me heel erg veel zorgenover. Als we echt willen dat de verenigingen zich niet heel veel zorgenhoeven te maken over de vraag of ze überhaupt wel een dak boven hunhoofd en een veld hebben, maar tijd hebben voor ledenwerving, mooietrainingen aanbieden en vrijwilligers werven, dan moeten we toch echtervoor zorgen dat de basissportinfrastructuur op orde blijft. Deelt de PVVdat, en als zij dat deelt, zou zij dan misschien met een hele warme bliknaar ons amendement willen kijken om in ieder geval die BOSA-regelingovereind te houden, zodat we sportaccommodaties niet verder achteruitlaten gaan?De heer Blaauw (PVV):Ik ben uiteraard altijd bereid om overal naar te kijken; dat heb ik net ookaangegeven. Ik deel ook voor een groot deel het eerste deel van deinterruptie van mevrouw Van Dijk. Er is een groot verschil in degezondheid van verenigingen. Ik ken sportverenigingen in mijn omgevingdie financieel hartstikke gezond zijn, maar ook verenigingen die welmoeite hebben met het in stand houden van hun voorzieningen. Ookdaarvan denk ik: het kabinet probeert te prioriteren als het gaat omsportgelden, want er is nou eenmaal niet meer en dus moet je gaan kijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16217 naar waar je het aan besteedt. Ik heb gewoon vertrouwen in een goede,duurzame toekomst en instandhouding, gelet op hoe ik de meesteverenigingen ken, met de kennis en inzet die daar zijn.De voorzitter:Mevrouw Van Dijk met een vervolgvraag.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Er zijn recent best wel wat rapporten naar buiten gekomen waaruit blijktdat verenigingen toch wel zorgen hebben. Sommige verenigingen staaner financieel inderdaad slecht voor. Soms is dat misschien ook wel deschuld van hoe de vereniging wordt bestuurd, maar heel vaak ook niet. Ikhoop toch dat we over een halfjaar hier weer zitten en dat deze Sport-woordvoerder zegt: ik zit hier nu wat langer, ik heb me wat beter in dematerie verdiept en mijn blik op de samenleving is misschien toch ietsgenuanceerder geworden.De voorzitter:Dan nog een interruptie van mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Helemaal aan het begin van het betoog sprak de heer Blaauw vol trotsover het multifunctioneel centrum De Hardenberg. Ik kom ook uit hetnoorden. Dat multifunctioneel centrum doet het ontzettend goed vanwegealle vrijwilligers, maar vooral vanwege de financiële steun vanuit het Rijk.In het vorige kabinet is er een motie geweest van de heer Nijboer, toennog Partij van de Arbeid denk ik, die ervoor heeft gezorgd dat denoodzakelijke financiële steun er kwam. Maar dit geldt, meneer Blaauw,natuurlijk voor heel veel sportverenigingen en centra specifiek in hetnoorden. De PVV heeft het daar heel goed gedaan, omdat u iedereen heeftbeloofd dat de zon weer gaat schijnen. Maar wat is dan als het om sportgaat, in uw betoog het verhaal voor al die clubs in het noorden diemorgen dreigen om te vallen?De heer Blaauw (PVV):Nou, ik wil niet zo pessimistisch zijn door te stellen dat al die verenigingenin het noorden op omvallen staan. Er zijn ontzettend veel financieelgezonde verenigingen, maar er zijn inderdaad ook verenigingen die hetmoeilijker hebben. Ik zag onlangs nog een voetbalclub in de buurt die opomvallen stond omdat ze geen vrijwilligers meer hadden. Er kwam eenactie, een oproep en vervolgens kunnen ze zo weer anderhalf voetbalteamvullen. Dat zijn de verhalen waar we inspiratie uit moeten halen. Dan komthet verhaal weer terug dat de overheid het fundament kan leggen, maarwat daarna gebeurt, komt bij vrijwilligers en bestuurders vandaan die eralles onder zetten om er een succes van te maken, net als bij MFC DeHardenberg.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties. Dan geef ik nu graag hetwoord aan mevrouw Paulusma voor haar inbreng.Mevrouw Paulusma (D66):Voorzitter. Iedere zaterdag sta ik langs de lijn bij het voetbalveld om mijnzoon en dochter aan te moedigen. Ik ga even gebruikmaken van alletoehoorders en alle mensen die meekijken: laten we vooral in heelNederland meer aandacht hebben voor het meidenvoetbal! Ik sta daarmet andere ouders langs het veld en we draaien geregeld een bardienst,praten wat bij en moedigen onze kinderen aan, maar altijd correct en methet juiste stemvolume. Als ik dan kijk naar de kinderen op het veld en naarde ouders die naast mij staan, valt het mij op dat het allemaal mensen zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16218 met verschillende achtergronden, verschillende beroepen en verschil-lende dromen. Het valt me ook op dat het dus niet uitmaakt wie je bent enwaar je vandaan komt. Als onze kinderen datzelfde oranje-zwarte tenueaanhebben, hoort iedereen er evenveel bij. Sport verbindt, sport brengtonze samenleving samen. Sport en bewegen is ook nog eens hartstikkegezond. Juist in een tijd waarin steeds meer mensen ongezond zijn en dedruk op de zorg steeds groter wordt – meneer Mohandis had het er al over– is het belangrijk dat mensen bewegen en blijven bewegen. Bewegenmaakt gezond. Het houdt je fysiek en mentaal fit en is ook een middel omeenzaamheid te doorbreken. Denk bijvoorbeeld aan sportklasjes voorouderen op datzelfde voetbalveld waar ik elke zaterdagochtend mijnkinderen sta aan te moedigen, of aan boksen voor parkinsonpatiënten.Met een samenleving die steeds verder uit elkaar lijkt te liggen enNederlanders die steeds ongezonder worden, vindt D66 het daarom nietalleen belangrijk maar ook noodzakelijk dat we investeren en blijveninvesteren in sport en bewegen.Dit kabinet spreekt wel van het inzetten op een fitte en gezonde samen-leving, maar ik zou zo graag – en vele collega’s doen dat – «geen woordenmaar daden willen», om maar direct in voetbaltermen te spreken. Hetkabinet lijkt het tegenovergestelde te doen. Sterker nog, dit kabinetbezuinigt op preventie en op sport. Ondertussen lees ik in de krant dat deStaatssecretaris vindt dat jongeren het zelf maar moeten uitzoeken.Gelukkig heeft D66 samen met het CDA, de ChristenUnie en SGP debtw-verhoging op sport tegen kunnen houden. Maar ondertussen zie ik deene na de andere bezuiniging op bewegen en sport. Ik noem er eenaantal: de subsidie aan NOC*NSF, het Kenniscentrum Sport & Bewegen,het Mulier Instituut. Die worden allemaal met minimaal een tiende gekort.En dan is er nog de algemene kaasschaaf op de specifieke uitkeringen aangemeenten en de verhoging van de kansspelbelasting, waardoorsportorganisaties inkomsten mislopen. En de verduurzamingsregelingvoor sportclubs gaat eraan. Dit is echt fataal voor de sport en daarmeevoor de gezondheid van Nederlanders. Al die sportverenigingen zittenmassaal in de problemen, zeker in het noorden. Ze weten totaal niet waarze aan toe zijn. Ik wil graag weten hoe de Staatssecretaris het ene,namelijk het voornemen van die fitte en gezonde samenleving, verenigtmet het andere, namelijk forse bezuinigingen. Hoe gaat de Staatssecre-taris voorkomen dat sportclubs hun contributie moeten laten stijgen,waardoor sport straks alleen nog maar voor mensen met een groteportemonnee toegankelijk is? Of nog erger: waardoor ze moeten sluitenzodat niemand meer kan sporten.Ik noemde al even de bezuiniging op de verduurzamingsregeling, deBOSA. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris kijkt naar de verschillendeamendementen die hierop zijn ingediend en hoe hij van plan is omverduurzaming en groeimogelijkheden voor de sportclubs toch mogelijkte maken.Dit debat gaat niet alleen om sportmogelijkheden, maar ook over kunnenbewegen, in de buurt en het liefste om de hoek. Helaas is de buitenspeel-ruimte of bewegingsruimte het sluitstuk bij de indeling van de openbareruimte. Nu is er een nota Ruimte in ontwikkeling. Hoe gaat de Staatssecre-taris ervoor zorgen dat bewegen voor jong en oud in de buurt niet pas inhet staartje wordt besproken of erger nog, wordt vergeten? Zitten sport-en maatschappelijke organisaties voldoende aan tafel? Hoe kijkt deStaatssecretaris naar een norm, zoals in zijn thuisstad Rotterdam, waar ereen buitenspeelnorm is?Als we kijken naar beweging op latere leeftijd, ontkomen we er niet aanom juist naar kinderen en jongeren te kijken. Hoe meer motorischevaardigheden je aan het begin ontwikkelt, hoe groter de kans is dat je gaatof blijft sporten en bewegen als je ouder wordt. Nu lees ik bijzonder veelzorgelijke berichten dat er te weinig beweging is in het basisonderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16219 Juist voor kinderen waarbij sporten niet vanuit huis wordt meegegeven, ishet belangrijk dat zij die mogelijkheid wél op school krijgen.Vorige week is heel mooi het kerndoel sport en bewegen gepubliceerd.Gaat de Staatssecretaris zich ervoor inzetten dat dit kerndoel blijftbestaan, zodat scholen hiermee aan de slag kunnen? Hoe gaat deStaatssecretaris zich hard maken voor bewegend leren? Wij vinden hetnamelijk belangrijk dat bewegen en sporten niet enkel naschoolseactiviteiten zijn. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar?Ik had het niet in mijn tekst opgenomen, maar ik sluit mij aan bij de vraagvan de heer Mohandis naar aanleiding van de afschuwelijke documentairedit weekend.Tot slot. Zoals ik aan het begin van mijn betoog zei: sport en bewegenverbindt en maakt gezond. Het gaat eenzaamheid en ziekte tegen en hetgeeft plezier. Ik heb zeer, zeer hoge verwachtingen van deze Staatssecre-taris.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Paulusma. Dan geef ik nu het woord aan mevrouwVan den Hil van de VVD.Mevrouw Van den Hil (VVD):Voorzitter, dank. Ik spreek vandaag ook namens BBB, want MariskaRikkers is helaas ziek. Vanuit hier wens ik haar beterschap.Sport is van belang voor een weerbare samenleving en zeker ook voor hetcreëren van een weerbare jeugd. Het is een activiteit die voor iedereentoegankelijk is en waarin iedereen zich kan vinden, ongeacht achtergrondof sociale status. In de sport komen essentiële waarden naar voren diebijdragen aan een goed en gezond leven. Sport bevordert niet alleen defysieke gezondheid, maar helpt ook bij het ontwikkelen van socialevaardigheden en het versterken van mentale veerkracht.In een gezonde samenleving spelen vier pijlers een cruciale rol: goedslapen, goed eten, bewegen en verbinding maken met anderen. Dezeelementen vormen samen de basis voor welzijn en succes, zowel oppersoonlijk als op collectief niveau. Helaas is beweegarmoede eengroeiend probleem. Het idee dat beweging alleen mogelijk is binnen degrenzen van georganiseerde, betaalde verenigingen is echter eenmisvatting. Beweging kan op vele verschillende manieren plaatsvinden,van wandelen en fietsen tot improviseren met sportieve activiteiten in deopenbare ruimte. Gelukkig gebeurt dit al veel, vooral onder ouderen. Zomocht ik vorige week het advies «Laat ze niet zitten» van de NederlandseSportraad in ontvangst nemen, waarin dit ook nog eens bevestigd wordt.In mijn inbreng wil ik focussen op de volgende punten: veilig kunnensporten, meedoen door sporten in de buurt, inclusief sporten enNederland topsportland.Veilig kunnen sporten. De VVD vindt veiligheid tijdens sporten van grootbelang. Voor grensoverschrijdend gedrag en agressie in de sport is ergeen plaats. Hier moeten we echt actie op ondernemen. Zo zagen wekortgeleden het verhaal in de krant over olympisch kogelstootster endiscuswerpster Jorinde van Klinken. Ook zij kreeg te maken met grens-overschrijdend gedrag en kon de weg naar de juiste hulp niet vinden.Daarom heeft zij een bedrijf opgericht om medeatleten voorlichting tegeven over hoe om te gaan met grensoverschrijdend gedrag. Ik vond dezezin die zij uitsprak zeer treffend: «Atleten en trainers moeten hun grenzengaan herkennen om samen een veilig klimaat te creëren.» Zo is het exact.Er moet bewustzijn komen over wat wel en niet kan en er moetbespreekbaar gemaakt worden wat niet getolereerd wordt. Hier zal snelwerk van gemaakt moeten worden. Gelukkig zien we ook dat er al meerwordt gemeld. Dat is goed, maar het vervolg zal ook vorm moeten krijgen.Mijn voorganger Rudmer Heerema heeft zich hier ook enorm voor ingezet.De Staatssecretaris werkt aan een wetsvoorstel over de ontwikkeling vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16220 een onafhankelijk Integriteitscentrum Sport. Dat is mooi, maar deStaatssecretaris zal wel het tempo erin moeten houden. Er wordt namelijkal te lang gepraat. Ik hoop dat de Staatssecretaris het met mij eens is – hetis al meer genoemd – dat de spreuk van ons beider favoriete voetbalclub«geen woorden, maar daden» bij uitstek op dit onderwerp van toepassingis. Ik sluit me aan bij de vragen van de heer Mohandis en mevrouwPaulusma over wat de Staatssecretaris kan doen aan de dingen die bijFeyenoord gebeuren. Dat gaat mij als groot fan namelijk zeer aan het hart.De VVD heeft de volgende vragen over de integriteit. Hoe gaat deStaatssecretaris ervoor zorgen dat de oprichting van een integriteits-centrum in een versnelling komt, zodat het doel dat mensen veilig kunnensporten sneller wordt bereikt? Heeft de Staatssecretaris al in beeld hoe debijbehorende financiering vorm gaat krijgen? Hoe gaat de Staatssecretariservoor zorgen dat in de tussentijd de mensen wel veilig kunnen melden,de weg naar de melding nog beter kunnen vinden en dat er ook opvolgingis geregeld na melding? Hoe gaat de Staatssecretaris een wettelijkegrondslag regelen voor het verwerken van gegevens van beschuldigdenbij meldingen? Hoe is de Staatssecretaris van plan om meer aandacht tegenereren voor dat agressie in de sport, bijvoorbeeld tegen scheids-rechters en van ouders langs de lijn, niet toelaatbaar is?Voorzitter. Dan het volgende onderwerp: meedoen door sporten in debuurt. Sporten kan bij een sportclub, maar kan ook prima op andereplaatsen. Hiervoor worden in veel gemeenten op een goede manierbuurtsportcoaches ingezet. En hoe mooi is het om langs de kustlijn tewandelen? Sportcoaches werken samen met allerlei andere organisatiesbinnen een gemeente, zoals het welzijnswerk. Er zijn gemeenten die dit algoed geregeld hebben, maar er zijn ook gemeenten die dit minder goedvoor elkaar hebben. In veel gemeenten en provincies, waaronder deprovincie Zeeland, is al een sportakkoord. Dit zorgt voor samenwerking enverbinding met andere domeinen. Het geld dat per gemeente aan sportwordt uitgegeven, verschilt enorm. Mijn eigen gemeente Goes besteedtdit jaar € 90 per inwoner aan sport, terwijl dit voor de gemeente Arnhem€ 163 per inwoner is, dus bijna twee keer zoveel. Er vindt een overhe-veling plaats van de Brede SPUK-regeling en de SPUK Stimulering Sportnaar het Gemeentefonds om zo een flinke daling in de administratievelasten te bewerkstelligen en gemeenten meer autonomie te geven over debesteding van de middelen. Dit zal wat de VVD betreft echter niet tenkoste moeten gaan van de sport.Sporten kan ook individueel door te wandelen of hard te lopen in deomgeving. In veel wijken zijn sportmogelijkheden.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik heb een vraag over de SPUK’s en over dat de 10% korting niet ten kostemag gaan van sport. Hoe wil de VVD dat realiseren?Mevrouw Van den Hil (VVD):Ik bedank mevrouw Van Dijk voor de vraag, want dan kan ik het nog eenbeetje toelichten. Het is de bedoeling dat er minder administratie tengrondslag gaat liggen aan wat volledig overgaat naar de gemeente. Ikmoet natuurlijk ook nog zien hoe het allemaal verder wordt uitgewerkt.Straks heb ik ook nog de vraag of de Staatssecretaris gaat kijken naar hoedit ter beschikking van de sport wordt gehouden. Maar ik denk dat je hetin de breedte en in zijn algeheel moet zien, namelijk dat de overgang vande SPUK hopelijk minder administratieve lasten geeft en het ookeenvoudiger maakt. Dat is ook de doelstelling.De voorzitter:Mevrouw Van Dijk heeft een vervolgvraag.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16221 Ik denk dat het inderdaad heel wenselijk is om de gemeenten te verlossenvan de administratieve lasten. Alleen heeft de eerste analyse uitgewezendat het echt geen 10% is. Hoe gaan we daar dan mee om?Mevrouw Van den Hil (VVD):Kijk, het moet nog allemaal uitgewerkt worden. Het gaat ook niet om1 januari 2025, maar om het jaar daarop. Ik denk dus wel dat de Staatsse-cretaris daarnaar gaat kijken en ervoor gaat strijden dat er voldoendemiddelen beschikbaar blijven. Zo ken ik hem wel. Dus ik ben het metmevrouw Van Dijk eens dat we moeten kijken naar die administratievelasten. Als dat geen 10% is, moeten we verder kijken naar de manierwaarop we dan wel dingen aan elkaar kunnen koppelen en voor elkaarkunnen krijgen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Van den Hil (VVD):Sporten kan ook individueel.De voorzitter:De heer Van Nispen heeft een interruptie.De heer Van Nispen (SP):Sorry, voorzitter, ik moet hier ook nog op door. Ik vind het immers eensympathieke vraag, maar we weten eigenlijk al wat hier gaat gebeuren. Erkomt een financiële ramp op de gemeentes af, dat wordt het ravijnjaar: in2026 en 2027 komen er miljarden aan bezuinigingen op de gemeentes af.Ze hebben er veel debatten over gevoerd. We weten wat er gaatgebeuren. Dat bleek ook uit het Mulier-onderzoek. De wettelijk verplichtetaken, vooral op zorg- en inkomensondersteuning, gaan door, want diemoeten gebeuren. Wat gaat er niet door? De kinderboerderij, maar ooksport en cultuur. Die gaan er gewoon aan, omdat er een financiële rampop de gemeentes afkomt, tenzij de coalitie nog tot inkeer komt en dat gaatrepareren in 2025. We kunnen dus nu de vraag stellen: als je de specifiekeuitkeringen overhevelt naar het gemeentefonds, hoe ga je dan zorgen datdat geld naar sport gaat? Maar dan heb je gewoon nog steeds een SPUK,een gelabelde uitkering. Is dat nou het voorstel van de VVD? Anders zie ikimmers echt niet hoe die 10% administratieve lastenverlichting, diehoogst onzeker is, gaat zorgen voor voldoende middelen voor de sport.Dus ik wil het heel graag heel concreet maken, en anders ook vragen ofmevrouw Van den Hil die grote zorg toch deelt. Die zie ik trouwens ook inde ogen van de Staatssecretaris, nu al.Mevrouw Van den Hil (VVD):Ja, in de ogen van de Staatssecretaris zie je al veel terug. Wat de VVDbetreft gaan we niet weer alles labelen, want dan kunnen we net zo goedstoppen met die overheveling. Maar waar ik wel naar wil kijken, is of wedingen kunnen combineren. Ik hoop dat dat in de uitwerking zit en ik denkdat we ook bij elkaar zijn om daarnaar te kijken. Mevrouw Paulusma hadhet over het inrichten van de buitenruimte. Dat kan in gemeenten opallerlei manieren. In mijn gemeente wordt er, als er een nieuwe wijk wordtgebouwd, ook een speeltuin gebouwd. Als er een zorginstelling komt, dankomt er ook een beweegtuin bij. Dus ik hoop dat we kunnen gaan kijken ofwe dingen kunnen bundelen en bij elkaar kunnen voegen. De kosten voorde jeugdzorg kennen we allemaal; die zijn enorm hoog. Die zitten toevalligook bij deze Staatssecretaris. Daar kunnen we, denk ik, kijken of we dieeenvoudige, laagdrempelige hulp kunnen inzetten. Buurtsportcoaches zijndaar echt enorm bij betrokken. Dus ik hoop dat we die dingen bij elkaarkunnen voegen. Over sporten en jeugd zeg ik: iedereen wil meedoen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16222 hoop dat we dat op die manier voor elkaar krijgen. Zo zal ik zelf naar dieplannen kijken, namens de VVD.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Die had ik misschien aan het eind van het betoog van mevrouw Van denHil moeten stellen, maar ik stel «m nu toch maar. We kennen de VVD-partijimmers als volgt. De heer Rutte ging er altijd prat op dat hij geen visiehad; dat stond maar in de weg. Maar op sport en bewegen heb ik de VVDbest wel op een visie kunnen betrappen. Ik hoop die ook aan te treffen bijmevrouw Van den Hil. Ik ben namelijk erg benieuwd naar de, laat ik danzeggen, mening van de VVD over de financiële gevolgen van dit regeerak-koord. Daar zit volgens mij toch echt een cumulatie van bezuinigingen in,die de sport- en beweegsector onevenredig hart gaan treffen, en dievolgens mij ook nooit beoogd zijn bij de onderhandelingen. Ik was daarniet bij, mevrouw Van den Hil was daar ook niet bij. Maar er staat een zinin het regeerprogramma die op zich nog best aardig klinkt, iets over hetbelang van preventie. Nou, hartstikke goed. Vervolgens sla je diefinanciële tabel open, en je schrikt je wezenloos. Ik ga die maatregelenniet weer allemaal opsommen, maar je ziet wat ze voor uitwerking gaanhebben, niet alleen de bezuinigingen van deze Staatssecretaris, maar ookop allerlei andere ministeries, aan lastenverhogingen, en wat die gaandoen met sport en bewegen.Als de VVD dat ziet, dan kan ik me niet voorstellen dat zij zegt: nou, datvinden we wel prima; we gaan het hier en daar wat slimmer organiserenen dan komt het wel goed. Dus ik hoop mevrouw Van den Hil te vindenaan mijn zijde, maar ook aan die van andere oppositiepartijen, in demening dat we echt moeten gaan kijken hoe we kunnen voorkomen datdit gaat gebeuren. Nogmaals, het lijkt misschien verstandig om tebezuinigen, want dat moet dan, of zo; ik weet niet van wie dat moet, maardat is dan een keuze. Maar waarschijnlijk kost dat op termijn veel meergeld. Ik hoop echt de VVD weer aan mijn zijde te vinden, zoals ik die deafgelopen jaren ook vond, bij dit soort debatten over sport en bewegen enhet belang daarvan.Mevrouw Van den Hil (VVD):Dank voor deze vraag. Vandaag hebben we het over de sportbegroting,maar heel eerlijk gezegd zit daar niet het grootste knelpunt. Ik kijk evennaar de btw en de kansspelbelasting. Dat zijn twee dingen. In het voorjaargaan we weer bekijken wat we daar nog wel of niet in kunnen doen. Ikbegrijp dat de kansspelbelasting gedifferentieerd gaat worden, zodat diede sport wat minder treft, want je hebt hoogrisicokansspelen en laagrisi-cokansspelen, waarbij het geld van de laagrisicokansspelen, de loterijen,juist naar de sport gaat. Het meeste komt dus van buiten deze sportbe-groting. Het stukje wat daar wel in zit – daarin heeft de heer Van Nispengelijk – is bijvoorbeeld de BOSA, waarbij wij al gezien hebben dat dat naarde DUMAVA gaat.Er is gesproken over lasten voor sportverenigingen en lasten voormensen. De energiekosten worden gedempt. Dus buiten de dingen diehier nu bij de sport liggen, komen er aan de andere kant ook lastenverlich-tingen. Als de energiekosten wat lager gehouden worden, heeft datinvloed op sportverenigingen, maar ook op de individuele keuzes vanmensen, de keuzes van de hardwerkende Nederlanders – ik heb dieaanduiding nog niet genoemd; u dacht waarschijnlijk: wanneer komt die?De hardwerkende Nederlander kan ook wel zelf kijken: waar ga ik het aanbesteden? Ik denk dat dat het totaalplaatje is.U vindt mij zeker aan uw zijde, nu ik sportwoordvoerder ben, om samen tekijken hoe we in de toekomst andere dingen kunnen doen en hoe we metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16223 elkaar kunnen optrekken. Maar ik ben ook een realistisch mens – dat benik gelukkig altijd geweest – dus ik vind dat we ook de eigen verantwoorde-lijkheid bij de individuele mens moeten leggen. We gooien het nuallemaal op bezuinigingen op dit moment. Die gaan overigens pas in 2026in, dus ik hoop zeker dat we daar nog naar kunnen kijken. Maar het isnatuurlijk niet zo dat de bewegingsarmoede van nu is. We hebben in deafgelopen jaren veel meer geld uitgegeven, maar er werd niet meerbewogen. Juist in de coronatijd, toen de sportverenigingen allemaalgesloten waren, gingen we buiten dingen organiseren en gingen we metelkaar kijken hoe we dingen konden oppakken. Ik zou die twee dingen welsamen willen pakken. Dus ja, ik ga zeker constructief meedenken met diecommissie om te kijken hoe we dat in de komende jaren kunnenbevorderen.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.Mevrouw Van den Hil (VVD):Sporten kan ook individueel gebeuren, door te wandelen of hard te lopenin de omgeving. Er zijn in veel wijken ook sportmogelijkheden zoalsbeweegtuinen ingericht; ik had het er net al over. Hier wordt over hetalgemeen nog weinig gebruik van gemaakt. Wat de VVD betreft is het eenbelangrijke uitdaging om dit in de komende jaren wel te stimuleren. DeBeweegalliantie speelt hierin een goede rol. Ze zorgt ervoor dat bewegenzo normaal mogelijk wordt en ingepast wordt in het normale leven. Zelfnam ik bijvoorbeeld deel aan de Diabetes Challenge van de Bas van deGoor Foundation, een eenvoudige manier om van diabetes af te komen.Laagdrempelig, op mijn tijd en in mijn eigen tempo kon ik langzaam meergaan bewegen. Dit kwam mijn gezondheid ten goede. De VVD heeft devolgende vragen aan de Staatssecretaris over dit onderwerp. Hoe gaat deStaatssecretaris ervoor zorgen dat goede voorbeelden tussen gemeentenmeer uitgewisseld worden? Hoe gaat de Staatssecretaris bewerkstelligendat ook op provinciaal niveau de samenwerking beter tot stand komt? Hoegaat de Staatssecretaris stimuleren dat mensen zelf sporten en dat ouderskinderen aanzetten tot bewegen? Is hij het met de VVD eens dat juist eenBas van de Goor Foundation een positieve rol speelt, door met weinigmiddelen veel meer mensen te laten bewegen? We hadden het net al evenover de SPUK-gelden. Hoe gaat de Staatssecretaris kijken dat gemeententoch het geld uitgeven aan sport, zonder dat die labeling weer terug optafel komt?Voorzitter. Dan kom ik op inclusief sporten.De voorzitter:Eerst een interruptie van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Mevrouw Van den Hil noemde de Bas van de Goor Foundation – dat is ertrouwens een die mijn oproep heeft ondertekend, maar daar kom ik zo opterug. Mevrouw Van den Hil noemde ook de Beweegalliantie. Ik ben hetermee eens dat die ongelofelijk belangrijk werk doet. We hebben het hierheel veel over sporten, maar we moeten het ook hebben over bewegen, inde zorg, op het werk, op scholen. Maar mevrouw Van den Hil weet ook dathet programma Nederland Beweegt – dat trouwens voortkomt uit eenoproep vanuit deze Tweede Kamer – gaat stoppen; eind 2025 loopt datprogramma af. Dit is nu een voorbeeld waarover we vandaag eengezamenlijke oproep aan de Staatssecretaris zouden kunnen doen – umaakte het net heel groot over een visie, maar laat ik het nu heel klein enpraktisch maken. Kan ik dan de VVD aan mijn zijde vinden bij het aan deStaatssecretaris vragen hoe we gaan voorkomen dat al dat belangrijkewerk gaat stoppen in december 2025? We hebben nog even de tijd – datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16224 klopt – maar laten we dan gezamenlijk die oproep doen. Steunt de VVD deSP, of iemand anders die die oproep doet, bij het doen van die oproep?De voorzitter:Dank voor uw vijfde interruptie.Mevrouw Van den Hil (VVD):Wat een eer, al die interrupties. Meneer Van Nispen stelt een goede vraag,maar er zijn natuurlijk meer subsidies. Ik weet dat er is gekeken naarsubsidies die niet de directe sport raken. Eind 2025 stoppen de overkoepe-lende subsidies. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris dingen gaatbundelen, want dat zou ook kunnen. Provincies – ik noemde net Zeelandal, maar ook de Achterhoek in Gelderland – en gemeenten koppelendingen en kijken: hoe gaan we bewegen? Iedere organisatie apart vraagtnu een eigen subsidie aan om door te kunnen gaan. Dat snap ik en dat zouik ook doen. Ik ben er ook altijd helemaal voor dat een programmadoorgaat. Bij individuele organisaties moeten we goed kijken wat wekunnen bundelen, wat we met elkaar kunnen doen en hoe we dingenkunnen voortzetten. Een programma lijkt mij altijd goed. Maar ik vind weldat je zo veel mogelijk moet kijken naar het dagelijks leven. Dat is nietalleen omdat dat geld oplevert, maar dat is omdat ik dat weet uit eigenervaring. Als Tweede Kamerlid is het best lastig om te bewegen. Datweten we allemaal. Een aantal van ons zijn superfanatiek sporter, maar jekan ook ’s ochtends naar de Kamer lopen en weer terug. Dat zijn dingendie erin moeten sluipen, maar die je wel zelf moet doen. Ik ben het dusmet meneer Van Nispen eens dat die dingen niet stil moeten gaan vallen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog. Maar eerst zie ik nog een interruptie van mevrouwPaulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ik moest er ook even over nadenken. Je kan het niet met mevrouw Vanden Hil oneens zijn dat mensen zelf wat kunnen doen. Ik heb in voorbe-reiding op dit debat heel erg moeten zoeken naar de rode draad. Ik hoordemevrouw Van den Hil iets heel beleidsmatigs zeggen over een overkoepe-lende subsidie. Het voelt voor mij meer als dat deze Staatssecretarisgewoon tien ballen uit de bingobank gepakt heeft. Dat werden debezuinigingen. Het raakt sportverenigingen direct; het is niks overkoepe-lends. Het is gewoon de dagelijkse realiteit van sportverenigingen as wespeak. Het was vast geen ballenbak, maar ik ben wel op zoek naar de rodedraad. Kan mevrouw Van den Hil vanuit de VVD daarop reflecteren?Mevrouw Van den Hil (VVD):Heel af en toe zoek ik ook nog naar een rode draad; daar ben ik heel eerlijkin. Wat de VVD betreft hebben we die rode draad gevonden in hetbundelen van dingen, het kijken naar hoe je dingen gezamenlijk kanoppakken en naar hoe je op een eenvoudige manier die dingen kanvoortzetten. We hadden nu wel heel veel aparte subsidies. Dat weet ik,want ook vanuit mijn werk in de zorg kon ik subsidieaanvragen doen bijvereniging A en vereniging B. Ik zoek wel veel meer. Ook mijn voorgangerheeft daar met de buurtsportcoaches naar gekeken. Hoe kunnen we zeintegreren? Hoe kun je ze dingen laten doen samen met welzijnsorgani-saties? Hoe kan je ze een rol geven voor jongeren en ouderen? Ik denk datdat is wat we moeten willen. Mijn visie is om dat allemaal eenvoudiger temaken.De voorzitter:Mevrouw Paulusma, voor alweer haar laatste interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16225 Mevrouw Paulusma (D66):Ja, dat gaat altijd snel, hè? We kunnen bundelen wat we willen, maar danmoet er wel iets overblijven om te bundelen. Ik vond dat meneerMohandis dat net ook goed duidde: het gaat hier over basisvoorzieningen,over bestaansrecht, over zuurstof in verenigingen. Als dat allemaal zorücksichtslos geschrapt en gekort wordt, dan blijft er niet zo veel over omte bundelen. Dan zijn het mooie woorden, maar dan gaan we daar desporters en bewegers niet mee helpen. Nogmaals, wat is de rode draad,behalve overkoepelen en bundelen? Wat is het verhaal richting de mensenop de publieke tribune en de mensen die meekijken?Mevrouw Van den Hil (VVD):De rode draad is dat we dat as we speak op 1 januari 2025 nog niet in dezebegroting hebben zitten. Dus ja... Ik denk wel dat we slim moeten kijkenhoe je dingen op een andere manier kunt organiseren en hoe je organi-saties die heel goed werk doen, wel in de lucht kunt houden. Ik denk datdat mijn rode draad is. Hoe gaat deze Staatssecretaris met zijn grote hartvoor de sport volgend jaar echt met een visie komen op de komendejaren? Er zitten wat de VVD betreft ook een aantal dingen in waar we echtnaar moeten kijken. En natuurlijk moeten we kijken naar de financieringen de wijze waarop het nu gefinancierd is. Natuurlijk moeten we kijken ofwe dingen eenvoudiger kunnen doen. Maar ik ben het met mevrouwPaulusma eens: natuurlijk moet je ook kijken naar wat er ligt en naar watwe kunnen uitgeven.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik heb aanvullend op wat andere collega’s al hebben gezegd, ook eenvraag voor de VVD. Vandaag is het moment om met elkaar te zoeken naarwat we slimmer kunnen doen. Ik weet dat ook de Staatssecretaris iets wilmet BOSA, maar soms is het dan nog zoeken naar wat we kunnen. Eenvan mijn voorstellen was om te kijken naar wat andere ministeries doenrondom klimaat. Hoe kunnen we ambities bijvoorbeeld versnellen? Maarer ligt ook een heel concreet amendement van collega Van Dijk, collegaVan Nispen en ondergetekende om op een slimme manier geld vrij temaken voor BOSA. Dat geld zit in het Klimaatfonds, maar is niet bestemdvoor sportverenigingen. Ik vind dat een heel slim amendement. Het levertnamelijk iets op en bovendien biedt het zekerheid aan een hele grotesector. Ik zoek een beetje en ik denk dat het zou helpen als u zegt: ik kan uniks beloven, maar ik ga wel goed kijken naar dat amendement. Want datsoort amendementen helpt, omdat doel en middelen hier samenlopen. Ukunt dan echt verschil maken, net zoals uw voorganger, Rudmer Heerema,dat ook graag deed.Mevrouw Van den Hil (VVD):Het zijn grote schoenen om te vullen, hoor!Natuurlijk kijk ik heel serieus naar alle voorstellen. Ik ben ook welbenieuwd hoe we toch nog uit die DUMAVA-pot geld kunnen krijgen.Natuurlijk kijk ik daar serieus naar, maar aan de andere kant vind ik ookdat we voor een grote opgave staan als land en dat we ook moeten kijkenhoe we de kosten kunnen drukken. Ik ben het ook met de heer Mohandiseens dat dat niet speciaal hier hoeft, maar het moet wel in een totaal-pakket. We moeten dus overal kijken waar we wat kunnen doen.As we speak zit ik hier met potje A... Nou goed, ik wou een grap maken,maar... Maar aan de andere kant worden er dus ook andere dingenbekeken. Ik vind wel dat ik, juist als VVD’er die op de staatskas let,verplicht ben om het in z’n geheel te bekijken. Ik ben het met meneerMohandis eens dat daar waar het over ministeries heen kan... Dat isnamelijk een ergernis die ik al vanaf dag één dat ik in de Kamer ben, voel.Het is makkelijk om over ministeries heen regels in te stellen die andereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16226 ministeries treffen, maar die regels terugdraaien of terughalen vind ik heelingewikkeld.De voorzitter:De vervolgvraag van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik heb ook die rol gehad in de coalitie, maar het is wel uw Staatssecretaris.De Staatssecretaris is natuurlijk van ons allemaal, maar hij is meer van u,want hij is van dezelfde politieke kleur als u. Ik zou u daarom toch willenvragen... Kijk, hij is ook met handen en voeten gebonden aan dat akkoordwaar vier handtekeningen onder staan. Maar als ik zie hoe sport er heelnauw van afkomt en als ik zie waar geld nog wel aanwezig is, met somsdezelfde doelstelling... Ik noemde al Klimaat en Groene Groei. Er liggendus ook amendementen. Ik denk dan: «Kom op, VVD-fractie. Het is uwStaatssecretaris. Hij moet shinen op sport met al die mooie verhalen enambities, maar dat moet dan wel waargemaakt worden.» U heeft daar ookeen rol in door richting uw fractie te zeggen: «Goh, die Staatssecretarisvan ons is ook van onze kleur en die moeten we wel een beetje helpen dekomende tijd. Zoals het nu wordt voorgeschoteld, gaat het niet.» Ik denkdan: «Ja, VVD, kom op. Het is uw Staatssecretaris. U moet hem wel eenbeetje helpen, want anders, vrees ik, gaan we die ambities nietrealiseren.»Mevrouw Van den Hil (VVD):Ik verdenk de heer Mohandis ervan dat hij af en toe als een vliegje op mijnschouder in de fractievergadering zit, terwijl ik ook soms... We citerennooit uit de vergadering, maar de heer Mohandis kan er echt van uitgaandat ook ik heel af en toe diezelfde woorden bezig, dat ook ik naar dieamendementen ga kijken en dat ook ik mijn financieel woordvoerder eenseventjes aankijk: wat kunnen we nog wel en wat kunnen we nog niet?Natuurlijk, maar dan toch weer terug naar hier. Ik vind wel dat we onzeogen niet moeten sluiten, want zo ben ik ook. Het geld moet eerstverdiend worden, wil je het uit kunnen geven. Dat zal ook deze Staatsse-cretaris moeten doen. Soms noem ik hem positief en soms denk ik: jemoet af en toe ook de tering naar de nering zetten.De voorzitter:Dank u wel. Dan nog de laatste interruptie van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik ga even door over financiën. We weten natuurlijk dat de VVD naast eenStaatssecretaris Sport ook een strenge Minister van Financiën heeft, diegraag binnen de kaders blijft. Ik hou ook van prudent begroten; daar benik heel eerlijk in. Maar bezuinigen op sport is eigenlijk kosten, zorgkosten,op de lange termijn veroorzaken. Ik weet zeker dat mevrouw Van den Hilhet met me eens is dat er een enorm probleem aankomt. Dat weten wegewoon. Bezuinigen op sport, bezuinigen op bewegen betekent gewoonhogere zorgkosten. Het bruto vrijwilligersproduct is 13 miljard per jaar.Dat leveren onze vrijwilligers Nederland ieder jaar op. Bezuinigen opsportinfrastructuur, bezuinigen op onze verenigingen betekent gewoondat daar geld wegvalt. Als we toch door de financiële bril naar debegroting kijken – dat doe ik graag – hoe rijmt u dan de bezuiniging opsport met prudent financieel beleid?Mevrouw Van den Hil (VVD):Als VWS-woordvoerder, ook op heel andere domeinen, voel ik natuurlijkmee met... Bij preventie gaan de kosten altijd voor de baten. Het enige is –dat heb ik echt gemist de afgelopen jaren; ik heb het überhaupt gemist –dat er echt sluitende businesscases komen: als je één euro aan A uitgeeft,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16227 dan moet dat ook werkelijk zo zijn. Ik zou het mooi vinden om er op diemanier naar te kijken. Volgens mij heeft deze Staatssecretaris dat in eenandere rol ook al eens geprobeerd in een gemeente hier dichtbij. Ik roepde Staatssecretaris dan ook op om te kijken hoe we dat nu wel kunnendoen. Daar zal ik zelf ook heel graag aan mee willen doen. Tot nu toebenoemen we het wel, zie ik het en zegt mijn gevoel ook: het is zo. Maarhet is nog altijd niet zo, want dat betekent dat je ook moet kijken wat je bijzorgverzekeraars kan doen. Er zijn zorgverzekeraars waar je al pakkettenkan krijgen – tijdens de lockdown kon dat ook bij mijn zorgverzekeraar –en mee kan doen aan bepaalde programma’s en activiteiten. Ik denk datwe die allemaal moeten bundelen. Ik ben het met mevrouw Van Dijk eensdat we dat veel meer zouden moeten doen. Dat is dan een extra vraag aandeze Staatssecretaris: kom nou ook eens met die businesscase, ga daarsamen met ons aan werken. We zien het allemaal, iedereen die hier zit, enwe weten het. Alleen is het nog niet gelukt om het daar weg te halen,want dat betekent dat er elders op VWS ook wat weg zal moeten. Dat isgewoon een kwestie van durven en doen. Dat ben ik met mevrouw VanDijk eens. Ik zal de eerste zijn die als het er ligt, daar vol voor zal zijn.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.Mevrouw Van den Hil (VVD):Ik was bij inclusief sporten. Wat de VVD betreft zal iedereen naar zijn ofhaar mogelijkheden mee moeten kunnen doen, ook tijdens het sporten.Kijk naar de paralympische sporters. Juist zij zijn een voorbeeld voorvelen, in doorzettingsvermogen en kijken naar mogelijkheden in plaatsvan onmogelijkheden. Wat heb ik genoten van het basketballen tijdens deParalympische Spelen in Parijs. En wat was het mooi om te zien hoe zijelkaar weer overeind hielpen als er een rolstoel gekanteld was. Veelsportverenigingen maken samen sporten al mogelijk, maar er is een grootgebrek aan kennis die nodig is voor de aanschaf van hulpmiddelen. UniekSporten speelt een belangrijke rol. Een belemmering is nog wel datgemeenten en zorgverzekeraars verschillend omgaan met het aanvragenvan hulpmiddelen om te sporten. Ook hulpmiddelen zoals prothesen voorkinderen zijn belangrijk om volwaardig mee te kunnen doen en zo tekunnen genieten van sport. Dat werkt ook nog preventief als het gaat omde gezondheid; we hadden het er net over. Dat zijn zaken die wat de VVDbetreft aandacht behoeven. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgendat de weg naar de aanvraag van sporthulpmiddelen nog beter gevondenwordt en dat dit ook mogelijk gemaakt wordt voor verenigingen in plaatsvan individuele sporters? Is de Staatssecretaris van mening dat hetcentrale loket van Uniek Sporten nog steeds overeind staat? Kan hijaangeven wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot hetuniforme modelbeleid voor sporthulpmiddelen gericht op gemeenten enzorgverzekeraars? Welke maatregel worden genomen om te waarborgendat gemeenten en zorgverzekeraars dit beleid breed implementeren, zodatbetrokken partijen optimaal gebruik kunnen maken van het centraal loketen kunnen profiteren van de deskundigheid van Uniek Sporten? Is deStaatssecretaris bereid om bij De Hoogstraat Revalidatie in Utrecht tegaan kijken en te spreken over de belemmeringen die ervaren worden bijde aanschaf van sportprothesen voor kinderen? Dat is een uitdaging.Voorzitter. Nederland is een topsportland. Nederland presteert internati-onaal goed bij topsport. Zo hebben topsporters een voorbeeldfunctie voorkinderen en volwassenen om meer te gaan bewegen. We hebbentopsportevenementen in eigen land, die ook een maatschappelijke rolvervullen. Zo worden naast het evenement vaak ook participatiestimule-ringsevenementen georganiseerd. Bij het EK Beachvolleybal afgelopenzomer was dit ook het geval. Hier konden kinderen kennismaken metbeachvolleybal. Ik heb met mijn eigen ogen kunnen zien hoe mooi datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16228 was. Wat de VVD betreft blijven we als Nederland kijken of we mooiesportevenementen naar Nederland kunnen halen. Dit heeft een positievespin-off op de samenleving. Het is goed voor het aanzien van Nederlanden stimuleert tot extra sporten. Natuurlijk denk ik daarbij aan de beeldenvan de Oosterscheldekering, tijdens de waaieretappe van de Tour deFrance enige jaren geleden.De VVD heeft de volgende vragen over dit onderwerp. Hoe gaat deStaatssecretaris bonden, natuurlijk binnen de afgesproken financiëlemogelijkheden, ondersteunen om grote topsportevenementen naarNederland te halen? Zo wil de KNVB graag het WK Vrouwen onder 21 ofeen WK Zaalvoetbal gaan organiseren. Voor een succesvolle bid is steunvan de overheid en vooral de politiek essentieel. Daarom zou een gesprekvan de Staatssecretaris in het voorjaar van 2025 van groot belang kunnenzijn. Tijdens dit gesprek zou dan gesproken kunnen worden over kansrijkevoetbaltornooien, die voldoen aan twee criteria: een grote maatschappe-lijke impact en een duidelijke sportieve ambitie. Is de Staatssecretarishiertoe bereid? Hoe gaat hij helpen om Nederland als topsportland eentoekomst te geven?Voorzitter. Sporten is mooi. Beginnen met bewegen is nog mooier. Datkan iedereen overal doen, elke dag op allerlei manieren. Loop naar jewerk, pak de fiets of geniet als kind en ook als volwassene in de speeltuin.Maar maak ook plezier op een sportclub, waar je met anderen actief bezigbent en je vriendschappen sluit. Ik herinner mij de sportclubs die ikbezocht heb als volgt: zelf sporten, weliswaar van een belabberd niveaubehalve bij schaken en bridgen, kantinedienst, vlaggen bij het eerste vande dames, de F’jes van De Hansweertse Boys trainen en later vriendenmaken tijdens de studie bij volleybalclub Snoopy. Ik roep de Staatssecre-taris ertoe op om ervoor te gaan, af en toe een stapje bij te zetten, zijncollega’s altijd voor te zijn en schaakmat te zetten bij de verdeling van debudgetten om zo iedereen een mooie sporttoekomst te bieden.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Dijk van de fractie vanhet CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Nederland heeft een van de meest succesvollesportzomers achter de rug. Wat hebben we staan juichen en wat zijn weterug op onze sportvelden, ik tenminste wel. Aangezien het in dit debataltijd wel een beetje gebruikelijk is om je regio te promoten, hier komt ie:wat bijzonder dat Gemert, waar ik woon, tegenwoordig met Sharon vanRouwendaal een olympisch kampioen in haar midden heeft! Samenjuichen voor onze kampioenen brengt mensen samen, ongeachtverschillen in achtergrond, cultuur, leeftijd of overtuiging. Ze inspirerenons en onze jeugd. Dat is hard nodig in een samenleving die steeds meerzit en hangt in plaats van loopt en rent.Laten we vandaag ook eerlijk het gesprek voeren met elkaar en samenconstateren dat er door de keuzes van deze coalitie donkere wolken bovende sportsector hangen. Als we de stapeling van effecten op de sport vanandere maatregelen zien, dan kunnen we alleen maar concluderen datdeze coalitie en dit kabinet geen warm hart voor sport hebben. Dus eventerug naar de werkelijkheid van vandaag. De kansspelbelasting wordtverhoogd, waardoor de afdrachten uit loterijen aan de basisfinancieringhard geraakt worden. De SPUK’s worden overgeheveld naar het Gemeen-tefonds – we hebben het er al over gehad – met een korting van 10%,waardoor gemeentebestuurders in feite in de hoek gezet worden en bijnaniet anders kunnen dan lokaal op sport beknibbelen aangezien sport geenwettelijke verplichting is voor gemeentes vanuit het Rijk. Denk aan demeer dan halvering van de subsidieregeling Stimulering bouw enonderhoud sportaccommodaties, waardoor de basissportinfrastructuur,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16229 zeg maar gewoon de sport om de hoek, nog verder dan nu het geval isonder druk komt te staan. Deze bezuiniging alleen al gaat volgens deberekening van Stichting Waarborgfonds Sport gemiddeld € 7.000 pervereniging kosten.Sport is bij deze coalitie duidelijk niet in veilige handen. Daar waar we alsCDA in het verleden nog niet altijd overtuigd waren van het belang vanhet wettelijk vastleggen van sport, neigen we er nu daarom steeds meertoe om sport wettelijk te beschermen. Sport moet blijkbaar eenbeschermde status krijgen om serieus genomen te worden in dit land. Ikheb de maatregelen die het kabinet voornemens is te nemen voor mezelfproberen te matchen met de brief van de Staatssecretaris. Hij is nu veelaan het onderzoeken en komt de komende tijd met allerlei voorstellen omsport en bewegen in Nederland te bevorderen. Maar voorstellen zijn tochniet gratis? In het regeerakkoord staat dat er extra investeringen in sporten bewegen komen en dat iedereen de gelegenheid moet hebben omvoldoende te kunnen sporten en bewegen. «Onze investeringen dragen bijaan vitale verenigingen en toegankelijke sport voor iedereen», staat er.Wil dat zeggen dat ik me druk maak om niks? Wordt er in de komendeVoorjaarsnota en in de volgende begroting juist wel weer flink geldgeïnvesteerd in sport? Dat zou een hele hoopvolle gedachte zijn. Ik denkdat Nederland ook op het gebied van sport en bewegen een hoopvolverhaal nodig heeft. Graag een reactie van de Staatssecretaris.Wat ik overigens erg kan waarderen, is dat deze Staatssecretaris hetaandurft om zijn ambities concreet te maken: over vier jaar is hetpercentage kinderen van 4 tot en met 11 dat voldoet aan debeweegrichtlijn gestegen van 60 naar 65 en is het percentage jongeren dataan de beweegrichtlijn voldoet gestegen 40 naar 50. Verder wil hij desportdeelname van gehandicapten laten toenemen van 38% naar 50% envan kinderen en volwassenen in armoede van 44% naar 52% in 2028.Voorzitter. Wat het CDA betreft moeten we in plaats van bezuinigen juistinvesteren in sport, omdat het veel meer oplevert dan het kost, namelijkfysieke gezondheid, vitale gezondheid, zorgpreventie, sociale cohesie,ontwikkeling van jongeren, trots, economische groei en een meerinclusieve samenleving. Wat betreft dat laatste, die samenleving: weweten allemaal dat onze verenigingen en vrijwilligers een belangrijkehoeksteen van de samenleving zijn. Die verenigingen en vrijwilligersmoeten ontzorgd worden. Het rapport over regeldruk bij vrijwilligersorga-nisaties gaf daartoe een goede voorzet. We zijn nu anderhalf jaar verder, ikheb inmiddels vier keer moeten vragen om een beleidsreactie en vlakvoor dit debat worden we afgescheept met een nietszeggend proces-briefje. De ondersteuning van onze vrijwilligers heeft duidelijk geenprioriteit. Ik ben er echt geïrriteerd door geraakt. Dit rapport laat zien datwe het onze vrijwilligers onnodig moeilijk maken. Na anderhalf jaar is ernog geen concreet voorstel om onze verenigingen te helpen. Ookfinancieel hebben sportverenigingen het zwaar, wat het mooie, laagdrem-pelige karakter van sportverenigingen onder druk zet.Naast regeldruk en financiën wil ik nog een ander pijnlijk voorbeeldnoemen waarover we de afgelopen dagen ook hebben kunnen lezen.Mensen die als vrijwilliger een bestuurstaak op zich nemen, kunnen sindseen paar jaar persoonlijk aansprakelijk gesteld worden. We zien datinmiddels helaas ook steeds vaker gebeuren. Vrijwilligers dreigen doorrechtszaken voor tonnen in de schulden te komen en hun huis teverliezen. En waarom? Omdat ze bereid waren zich vrijwillig voor onzesamenleving in te zetten en daarbij mogelijk, vaak zonder het zelf teweten, een keer een foutje hebben gemaakt of omdat ze mogen opdraaienvoor fouten van anderen. Dit is het gevolg van de invoering in 2021 vande Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, een wet die enkel alsbedoeling had om de aansprakelijkheidsprocedure van bestuurders teverduidelijken maar verder niet te wijzigen. Ik heb de behandeling van diewet er nog eens op nagelezen. Tot mijn plaatsvervangende schaamte wasTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16230 er destijds in de Kamer maar heel weinig aandacht voor. In een bijna leegzaaltje werd destijds door de aanwezige Kamerleden en de Ministeroverigens al wel geconcludeerd dat zodra het fout zou gaan met deze wet,de zaal waarschijnlijk wel overvol zou zitten. Ik vrees dat ze gelijk gaankrijgen.Als doekje voor het bloeden is destijds een verzekering voor verenigingenin het leven geroepen. De verzekering dekt nauwelijks de schade, het ismoeilijk om iets uitgekeerd te krijgen en er is geen goede rechtsbe-scherming voor deze bestuurders. Is de Staatssecretaris het met het CDAeens dat we niet op deze manier met onze vrijwillige bestuurders moetenomgaan? Is de Staatssecretaris bereid te laten onderzoeken hoe we dewet zo kunnen wijzigen dat vrijwillige bestuurders beter beschermdworden tegen aansprakelijkheidstelling? Los van de vraag of de WBTRgewijzigd zou moeten worden – dat is niet zomaar geregeld, dat besef ikheel goed – zou ook op korte termijn de rechtsbescherming voorvrijwillige verenigingsbestuurders verbeterd moeten worden. Het RVBB,het Register voor Verenigingsbestuurders, pleit ervoor om in de tussentijdin overleg met de Nederlandse orde van advocaten gedragsregels op testellen met als doel dat voorkomen wordt dat vrijwillige verenigingsbe-stuurders onnodig juridisch bedreigd worden. Daarnaast pleit het RVVBervoor om te organiseren dat vrijwillige verenigingsbestuurders op eenlaagdrempelige wijze direct contact kunnen krijgen voor ondersteuning enbegeleiding in juridische conflictsituaties. Hoe kijkt de Staatssecretarisnaar deze voorstellen en is het kabinet bereid hiermee aan de slag tegaan?Voorzitter. Vrijwilligers en verenigingen bouwen aan de samenleving. Deoverheid moet daarbij faciliteren. In de sport gaat het dan bijvoorbeeldover ervoor zorgen dat er fysiek voldoende ruimte is om te sporten. Wezien nu al dat er een grote druk op sportvoorzieningen is. Wachtlijstennemen toe, zeker bij de binnensport. Uit onderzoek van het MulierInstituut blijkt dat als we erin slagen om 75% van de mensen te latenbewegen conform de beweegrichtlijn, 10% tot 15% extra ruimte nodig zalzijn voor sportaccommodaties zoals velden, hallen en zwembaden.Daarnaast is in de openbare ruimte tot 70% extra ruimte nodig om tekunnen sporten, spelen en bewegen. Mijn vraag aan de Staatssecretarisis: staat het kabinet nog steeds achter de doelstelling dat in 2040 minimaal75% van de Nederlanders aan de beweegnorm moet voldoen? Want als ikde ambitie van de Staatssecretaris lees, lijkt die norm naar beneden bij teworden gesteld. Dat begrijp ik niet in een samenleving die steeds minderbeweegt en waarvan we weten dat in 2050 64% lijdt aan overgewicht, metalle gezondheidsgevolgen van dien. Is deze ambitie bijgesteld om minderte hoeven investeren in sportaccommodaties, vraag ik me dan tegelij-kertijd af. Graag een reactie.Hoewel we meer sporthallen, velden en zwembaden nodig hebben, komtdit kabinet met een ruime halvering van de middelen voor de subsidiere-geling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties, waardoorde basisinfrastructuur onder druk staat. Even voor de achtergrond: dezeregeling is een aantal jaren geleden opgezet als compensatie richting desport voor een vorige btw-verhoging op de sport, namelijk de afschaffingvan de btw-vrijstelling op sport per 1 januari 2019. Die btw-maatregel washet gevolg van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie en is doorniemand bedoeld als een bezuiniging op de sport. Het kabinet kiest er nudus wél voor om hier fors op te bezuinigen. Hoe kijkt de Staatssecretarismet de kennis van deze achtergrond nu aan tegen deze forse bezuiniging?De BOSA-regeling is sinds de invoering ervan bijzonder succesvolgeweest, zozeer zelfs dat het tot op heden nauwelijks geïndexeerdebudget al een aantal jaren op rij niet toereikend blijkt te zijn. Ik hebinderdaad samen met GroenLinks, de PvdA en de SP een amendementingediend met een deugdelijke dekking om het budget voor de BOSA met50 miljoen te verhogen. Er moet wat ons betreft namelijk eerder meer danTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16231 minder geld naar deze regeling gaan. De Staatssecretaris heeft hetamendement bij de begrotingsbehandeling al ontraden. Kan de Staatsse-cretaris helder aangeven waarom hij dit amendement heeft ontraden?Tijdens het begrotingsdebat gaf hij aan dat sportverenigingen vanafvolgend jaar ook gebruik kunnen maken van de DUMAVA en dat daarmeeook de korting op de BOSA opgevangen wordt, maar dit is, met allerespect, echt onzin. Ten eerste heeft deze Subsidieregeling duurzaammaatschappelijk vastgoed natuurlijk ook al andere doelen waaraan datbudget besteed wordt. Als we kijken naar dit jaar, zien we dat per8 november nog 7% van het jaarbudget over is; dat is ongeveer 33 miljoeneuro. Met andere woorden, de DUMAVA wordt al volledig gebruikt voorhet verduurzamen van bijvoorbeeld scholen, overheidsgebouwen,zorginstellingen en monumenten. Ten tweede heeft de DUMAVA alleen alsdoelstelling het verduurzamen van gebouwen en niet ook het bouwen vannieuwe gebouwen. Het bouwen van nieuwe sportaccommodaties, die perdefinitie duurzamer zijn dan verouderde gebouwen, kan dus niet vanuit deDUMAVA medegefinancierd worden. Ook het toegankelijker maken vanbestaande sportaccommodaties valt niet onder de voorwaarden. Tenderde is de DUMAVA voor sportverenigingen wéér een nieuwe regelingen complexer om aan te vragen dan de BOSA. Dit verhoogt opnieuw dedruk op de vrijwillige sportbestuurders. Kan de Staatssecretaris op dezepunten ingaan? Waarom kiest de Staatssecretaris er niet gewoon voor omde BOSA-regeling, die in het algemeen goed werkt, overeind te houden?Voorzitter. Ook de topsport wordt door dit kabinet hard geraakt. Ik noemdeal de verhoging van de kansspelbelasting. Afgelopen zomer zei deStaatssecretaris in een interview in de Volkskrant dat er veel te voorbarigis gesteld dat de verhoging van de kansspelbelasting tot minderafdrachten aan sport zal leiden. Hoe naïef kun je zijn? Kan de Staatssecre-taris uitleggen wat hij hiermee bedoeld heeft? Hij gaf aan dat deberekening die NOC*NSF heeft gemaakt, gestoeld is op de assumptie datwe op elk terrein een even groot deel van de subsidie af halen, maar daarmoesten nog keuzes gemaakt worden. Kan de Staatssecretaris hierinmiddels meer duidelijkheid over geven?Voorzitter. We hadden het er al over: heel Nederland heeft afgelopenzomer trots meegeleefd met de fantastische resultaten van onzetopsporters op de Olympische Spelen. Tegelijk moeten we ook vaststellendat een groot deel van die topsporters niet zeker zijn van hun bestaansze-kerheid. Een aantal topsporters is gelukkig in staat om zelfstandig in hetlevensonderhoud te voorzien, bijvoorbeeld dankzij sponsordeals,prijzengeld en commerciële samenwerkingen. Maar dat geldt lang nietvoor alle topsporters. Uit onderzoek van het Noord-Hollands Dagbladblijkt dat vier op de tien olympische sporters nauwelijks meer dan hetminimumloon verdienen. Topsporters die geen of onvoldoende inkomenhebben, kunnen daarom al bijna 30 jaar een financiële tegemoetkomingkrijgen in de vorm van het stipendium. Jaarlijks maken ongeveer 400 tot500 sporters daarvan gebruik. In antwoord op mijn schriftelijke vragenhierover schrijft de Staatssecretaris dat er een verkenning plaatsvindt naareen nieuw voorzieningenmodel voor topsporters en dat de Kamerhierover in het najaar wordt geïnformeerd. Klopt het dat we daar nogniets over ontvangen hebben? Kan de Staatssecretaris toelichten wat ertot nu toe uit die verkenning is gekomen?In antwoorden die we hebben ontvangen, geeft de Staatssecretaris ookdiverse malen aan dat het aan NOC*NSF en de sportbonden is om tebepalen welke voorzieningen voor topsporters wenselijk zijn en dat zijnprimair verantwoordelijk zijn voor de invulling daarvan. Daar ben ik het opzich wel mee eens, maar snapt de Staatssecretaris dat het lastig wordt omdie verantwoordelijkheid te nemen als er steeds minder geld naar desportbonden gaat?Voorzitter. Nederlanders hebben de twijfelachtige eer om Europeeskampioen zitten te zijn. Ik doe er in dit debat ook weer goed aan mee, zegTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16232 ik tegen de heer Van Nispen. Al decennia voldoet meer dan de helft vande Nederlandse bevolking niet aan de beweegrichtlijnen. Er staan daaromin het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma terecht mooieambities op het gebied van sport en bewegen. In de uitwerking zien weechter nog weinig daadwerkelijk beleid om hier werk van te maken.De SP komt zo meteen met een voorstel. Ik ben benieuwd wat de reactievan de Staatssecretaris daarop zal zijn. Dit voorstel is een onorthodoxemaatregel, maar wat het CDA betreft is het de hoogste tijd vooronorthodoxe maatregelen. We moeten er ook voor zorgen dat meerbewegen effectief wordt geïntegreerd in de normale dag, voor zowel jongals oud. In het onderwijs, in de kinderopvang, tijdens een werkdag, in envanuit de zorg, in de vrije tijd, in de leefomgeving en onderweg. In juli2023 is met incidenteel geld het actieplan Nederland Beweegt gestart, metals doel een verandering in gang te zetten om meer mensen meer te latenbewegen. Begin 2025 rapporteert het RIVM de eerste resultaten van hetactieplan. Is de Staatssecretaris bereid om toe te zeggen dat hij, als dezeresultaten positief blijken te zijn, welwillend wil kijken of het mogelijk isom vanuit de rijksoverheid verdere ondersteuning na 2025 mogelijk temaken, voor het opschalen en verankeren van de resultaten uit hetactieplan?Op welke manier zorgt de Staatssecretaris ervoor dat ook bij andereministeries – mevrouw Van den Hil gaf het al aan: we moeten stoppen metvanuit ministeries te denken – in ieder geval bij OCW, SZW, IenW en BZK,voldoende tussen de oren zit dat het stimuleren van bewegen integraalonderdeel van beleid moet zijn?Als CDA vragen we ook al jarenlang aandacht voor het faciliteren van enhet kunnen doorgaan van amateurwielrenwedstrijden. Zo vragen webijvoorbeeld al jaren om duidelijk te maken onder welke voorwaardenburgermotorrijders kunnen worden ingezet ter vervanging van politiemo-tards, die begrijpelijkerwijs door capaciteitsproblemen bij de politie steedsminder hiervoor kunnen worden ingezet. Ik heb het even teruggezocht.Hanke Bruins Slot vroeg hier in 2016 al voor de eerste keer aandacht voor.Vorige week ontvingen we eindelijk het rapport van de Antea Grouphierover. Heel eerlijk: de oplossing die daarin wordt voorgesteld, is verrevan ideaal, maar het kan een stap in de goede richting zijn. Dan heeft deWielerunie wel middelen nodig om een richtlijn voor de inzet vanburgermotorrijders op te kunnen stellen en om die vervolgens ook tekunnen opleiden. Daarover heb ik samen met de SP en GroenLinks-PvdAeen amendement ingediend. Ik mag hopen dat deze Staatssecretaris hetvoorstel omarmt en zo snel mogelijk zal uitvoeren. Het probleem is nuinmiddels urgenter dan ooit, nu het kabinet heeft aangegeven komendjaar maar liefst acht maanden lang geen politiecapaciteit voor wieler-koersen te willen inzetten, vanwege de NAVO-top in juni. Graag eenreactie van de Staatssecretaris op dit voorstel.Het amendement regelt middelen om de richtlijn mogelijk te maken, maardan zijn we er nog niet. Vervolgens is er jaarlijks € 40.000 nodig om dekosten te dekken die organisatoren maken voor de inzet van dezeverkeersregelaars. Ik weet dat het amendement ontraden wordt als ik destructurele middelen erin laat staan. Dus ik heb het amendementaangepast, maar ik vraag wel om de toezegging van de Staatssecretarisom in overleg met IenW en JenV te bekijken hoe we deze structureledekking samen voor elkaar kunnen krijgen. Ook vraag ik de Staatssecre-taris of hij zich als vertegenwoordiger van de sport vol wil inzetten om tebewerkstelligen dat de politie de grootste koersen tijdens deze periodewel blijft begeleiden, denk aan de Olympia’s Tour, de Amstel Gold Race ende Renewi Tour, die één dag door Nederland gereden zal worden.Voorzitter. Ten slotte wil ik het hebben over spelen. Tijdens het vorigedebat heb ik de aanbeveling gedaan – ik snap de jullie die niet allemaalhebben opgevolgd – om de Ted Talk van Peter Gray te kijken: The Declineof Play. Die is echt de moeite waard. Uit de eerste onderzoeken blijkt datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16233 naast een uitdagende omgeving het bevorderen van spelen ook te makenheeft met het hebben van iemand om mee te spelen en ouders die jevoldoende uitdagen om te spelen. Daar zie ik een mooie kans. Ook voorons ouderen is het belangrijk af en toe wat meer kind te zijn. Ik heb heteven opgezocht: spelen voor volwassenen vermindert stress, maaktendorfine aan, stimuleert creativiteit, bevordert sociale verbinding,verbetert cognitieve functies, ondersteunt emotionele gezondheid en isook nog eens goed voor onze fysieke gezondheid. Ik sluit af met: je bentimmers nooit te oud om te spelen, alleen duurt je herstel soms wat langer.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van Dijk. Dan is nu het woord aan mevrouw Sarisvan de fractie van NSC.Mevrouw Saris (NSC):En dat geldt ook voor sporten, mevrouw Van Dijk, weet ik uit ervaring.Voorzitter. Een aantal weken geleden mocht ik de werkgroep Phoenix uitmijn woonplaats Winterswijk ontvangen. Deze werkgroep is gestart doorYvonne, die geleidelijk aan beide ogen blind is geworden. De missie vanPhoenix is om mensen met een beperking te ondersteunen door bewegentoegankelijk te maken. Tonny, ook lid van de werkgroep, vertelde mij hoehij als vrijwilliger betrokken is om één keer per week mensen uit hunrolstoel op een framerunner te krijgen om zo dat ene uur per weekhelemaal zelfstandig en vrij te kunnen bewegen op de plaatselijkeatletiekbaan. Deze mensen komen daardoor even uit hun rolstoel, komenin contact met anderen en zijn in de frisse buitenlucht. Tot slot Boudewijn,de superenthousiaste trainer van het G-team van De Graafschap uitDoetinchem. Dit team speelt in de bijzondere eredivisie. Bij al deze mooieinitiatieven is het geweldig om te zien hoe sport verbindt. Het zelfver-trouwen wordt vergroot en men komt letterlijk in beweging. Tot zover ookde zendtijd voor mooie initiatieven uit de Achterhoek, want die regiohebben we nog niet veel genoemd vanmiddag. Ook in andere delen vanNederland zijn prachtige initiatieven te vinden, van Zeeland tot aanGroningen. Initiatieven van mensen en verenigingen vanuit de regio, diewe moeten koesteren en bewaken.Voorzitter. Deze verhalen raken mij. Het raakt me omdat ze laten zien hoebelangrijk sport en beweging is voor mensen. Er is nog genoeg te doen.Het is hier vanmiddag al vaker gezegd. Minder dan de helft van deNederlanders voldoet aan de beweegrichtlijnen. Voor mensen met eenbeperking zijn de cijfers nog schrikbarender. Minder dan een op de viermensen met een verstandelijke beperking beweegt voldoende. Daarnaastis er sprake van een ongekende gezondheidsongelijkheid in ons land.Kwetsbare groepen leven vele jaren korter en in minder goedegezondheid.In mijn bijdrage ga ik in op sport en preventie, regionale samenwerking ensporten voor mensen met een beperking. Allereerst noem ik het UniekSporten. Zoals ik eerder zei, is sporten niet voor iedereen vanzelfsprekend.Mensen met een beperking sporten significant minder dan mensenzonder beperking, niet omdat ze niet willen, maar omdat ze somssimpelweg niet kunnen. De fractie van Nieuw Sociaal Contract is blij om telezen dat er wordt gewerkt aan mogelijkheden om tot één landelijk loketvoor sporthulpmiddelen te komen. De fractie van Nieuw Sociaal Contractondersteunt dit van harte. Dit model lijkt ons duurzamer, efficiënter enflexibeler. Mensen kunnen hierdoor eenvoudig de hulpmiddelengebruiken die ze nodig hebben, zonder dat er vooraf een grote investeringgedaan moet worden voor een sporthulpmiddel waarvan niet zeker is ofde sporter het na een jaar nog wel gaat gebruiken. Wij willen daarnaastgraag dat wordt gekeken of de vergoedingen voor sporthulpmiddelen inalle gemeenten kunnen worden gerealiseerd, zodat de toegang totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16234 sporthulpmiddelen eenvoudiger en gelijkwaardiger wordt voor mensenmet een beperking. Dit alles zou voor ons een mooi fundament kunnenzijn voor de positionering en ontwikkeling van één centraal loket voorsporthulpmiddelen. Ik overweeg op dat punt een motie. Die wordt in iedergeval ondersteund door de fracties van VVD, BBB, SP en GroenLinks-PvdA. Dat is een mooi voorstel dat we hier vandaag op tafel kunnenleggen.Voorzitter. Dit kabinet wil de inclusie- en diversiteitsstrategie, bedoeld ommensen met een beperking volledig mee te kunnen laten doen in hetbeweegbeleid, pas in 2030 starten. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is:waarom wachten we zo lang met deze uitvoeringsstrategie? Kan diebijvoorbeeld niet al in 2026 starten?Dan de sport- en beweegwet. De fractie van NSC vindt dat we inNederland meer moeten inzetten op een stevige positionering van hetsport- en beweegbeleid, vooral door sport te verbinden aan jeugdzorg,zorg, onderwijs, mentale gezondheid, inrichting openbare ruimte,versterken van sociale cohesie tegen eenzaamheid en het voorkomen vanarbeidsongeschiktheid. Fitte en mentaal gezonde werknemers zijn vangroot belang voor de samenleving, en ook de financiering hiervan. Dandoel ik op kosten in zorg en sociale zekerheid. Dit vergt naar onze meningeen veel betere samenwerking, een meerjarige visie en een kijk opfinanciering van de sport. Nu ontbreken een taakverdeling, verdeling vanverantwoordelijkheden of structurele aandacht voor het beweegbeleid inNederland. Het is alsof we een wedstrijd spelen zonder coach, zonderaanvoerder, zonder tactiek en zonder doel. Dat vind ik jammer. Dit kunnenwe beter doen.In de najaarsbrief lezen we dat de Staatssecretaris de mogelijkheden vooreen visie op sport en beweging voor de langere termijn wil verkennen,inclusief wetgevingsopties. Mijn fractie ondersteunt dit voornemen vanharte. In onze Grondwet, artikel 22, is immers vastgelegd dat de overheidmaatregelen treft ter verbetering van de volksgezondheid. Voldoendebewegen is wat ons betreft een van de interventies om de volksge-zondheid te bevorderen. Het sportakkoord 2.0 en het GALA hebbenpositieve voorbeelden opgeleverd, zoals de regionale platforms inFriesland, de Achterhoek en Zeeland. Maar zonder structurele onder-steuning dreigen ook deze initiatieven te verdwijnen. Regionale platformshebben bewezen dat samenwerking tussen sportverenigingen, scholen,zorginstellingen en lokale overheden effectief is. Kan de Staatssecretarisde regionale platforms een centrale plek geven binnen het sport- enbeweegbeleid en in de wet? De Nederlandse Sportraad heeft al eerdergeconstateerd dat een betere samenwerking tussen stakeholders enministeries noodzakelijk is en dat de overheid haar verantwoordelijkheidmoet nemen. Daar doelde mevrouw Van Dijk zojuist ook op.Laten we kiezen voor de toekomst, want investeren in bewegen loont. Elkeeuro die we investeren in het beweegbeleid, levert bijna € 3 op. Bewegenmoet een standaardonderdeel in beleid worden. Laten we dan ook samende verantwoordelijkheid nemen voor een gezonder Nederland. Ook op ditpunt overweeg ik een motie.De heer Van Nispen (SP):Ik hoorde mevrouw Saris praten over die SROI, die Social Return onInvestment. Een euro in het sport- en beweegbeleid levert € 2,70 op.Tegenwoordig is het geloof ik € 2,76. Ik vraag me af of dat ook andersomgeldt. Dat betekent dat een euro bezuinigen op sport en bewegen ookweleens tot veel maatschappelijke schade zou kunnen leiden. Het voorsteldat ik hier concreet ga neerleggen, is of het niet verstandig is om dat eerstte onderzoeken, om eerst eens na te gaan wat we op het punt staan om tedoen. Ik zeg het nogmaals: het gaat niet alleen om deze Staatssecretarismaar ook om andere ministeries. Deze coalitie, waar NSC ook onderdeelvan is, stort deze bezuinigingen uit over het sporten en bewegen inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16235 Nederland. Met alle mooie woorden van mevrouw Saris, echt een heelmooi betoog, vraag ik: moeten we niet eerst onderzoeken welkemaatschappelijke schade we op het punt staan om aan te richten? Kanmevrouw Saris dat, gelet op de mooie woorden van zojuist, steunen?Mevrouw Saris (NSC):Dank voor uw vraag en uw ondersteuning van mijn betoog. Meneer VanNispen, u haalt een terecht punt aan, namelijk dat bezuinigd moetworden. De fractie van Nieuw Sociaal Contract zit er zo in dat wij eenhoofdlijnenakkoord met elkaar hebben ondertekend. Dat betekent ook datje die afspraken met elkaar aangaat. Daar staan wij voor. Tegelijkertijdstaat mijn fractie ook voor het inzetten op preventie en kijken naar detoekomst. Gelukkig hebben we in het regeerprogramma kunnen lezen datde Staatssecretaris wil inzetten op preventiemodellen. Ik deel de visie vanmevrouw Van den Hil hierop. Laat de Staatssecretaris vaart maken methet inzetten op preventiemodellen. Ik hoop dat de Staatssecretaris daar zoin zijn eerste termijn op ingaat. Verder wil ik ook echt naar de toekomstkijken, waarbij we met elkaar fundamenten voor de toekomst gaanbouwen. We moeten wat minder afhankelijk worden van allerlei pilots dieover Nederland worden uitgestort, waar allerlei glossy folders enbureautjes als paddenstoelen voor uit de grond schieten. Ik zou graagwillen bouwen naar een mooi fundament in een sport- en beweegwet,waarin je die taken en verantwoordelijkheden met elkaar op een goedemanier kunt neerleggen. Ik heb daar een motie op voorbereid. MeneerVan Nispen, ik zou het heel mooi vinden als u vanuit de SP hier ook uwnaam onder zou willen zetten.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Saris (NSC):Dan wil ik het graag hebben over de financiering van de sport. De sport inNederland wordt momenteel voor een groot deel gefinancierd uit deopbrengsten van de kansspelbelasting. Ik ben benieuwd naar de visie vande Staatssecretaris op de financiering van de sportsector. Wil de Staatsse-cretaris samen met de sportsector naar andere alternatieve financieringenkijken? Dan denk ik bijvoorbeeld aan andere branches dan de gokin-dustrie.Voorzitter. Ik ben ook blij met het standpunt van de Staatssecretaris dat hijsamen met gemeenten, provincies en de sportsector in overleg wil om tekomen tot een plan van aanpak dat gericht is op het creëren van eentoekomstbestendige sport- en beweeginfrastructuur en de mogelijkhedenwil verkennen voor een gerichte aanpak van bouw en renovatie vansportaccommodaties. Deze sportaccommodaties vormen namelijkbelangrijke ontmoetingspunten in de steden en wijken. Het is ook mooiom te lezen dat de Staatssecretaris een verkenning wil houden naar eenopenstelling voor een breder publiek. In het land zijn hier mooievoorbeelden van. Staatssecretaris, u raadt het al: u bent van harteuitgenodigd om naar de Achterhoek te komen, want daar hebben we ze al.Ik heb ook gelezen dat een revolverend fonds nu nog niet aan de orde isvoor de Staatssecretaris, maar dat hij de opzet van dit instrument wilmeenemen om te komen tot een toekomstbestendige sportinfrastructuur.In de bijlage van de brief van de Staatssecretaris zien we echter dat er ookvarianten van het revolverend fonds zijn waar wel voldoende budgetbeschikbaar is uit het Klimaatfonds. Bij de keuze om niet de gehelesportsector te verduurzamen, vallen de kosten namelijk uit op 250 miljoen.Kan de Staatssecretaris zijn afweging toelichten over voor welke variantvan het revolverend fonds hij de voorkeur heeft? Kan hij zijn meningtoelichten over of de optie van de 250 miljoen niet al een mooi startpuntTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16236 zou zijn voor het verduurzamen van de sportaccommodaties inNederland? Iets is tenslotte beter dan niets.Voorzitter, tot slot. In de Kamer hebben wij allen hetzelfde doel: Nederlandfit en gezond houden. Laten we niet langer afwachten, terwijl de uitda-gingen groter worden. Sport en beweging zijn niet alleen een investeringin gezondheid, maar ook in een sterke en inclusieve samenleving. Samenkunnen we de koers verleggen en zorgen voor een Nederland waarbewegen de makkelijke en vanzelfsprekende keuze is en waar iedereen dekans krijgt om gezond en vitaal te leven. Laten we vandaag de eerste stapzetten in beweging naar een gezonder Nederland.Dank u wel.De voorzitter:Een hele korte, puntige interruptie van mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ja, ik kan de interruptie heel kort en bondig houden. Ik had het antwoordgemist op de hele goede vraag van collega Van Nispen over of niet eerstonderzocht moet worden wat de effecten zijn van deze bezuinigingen.Mevrouw Saris (NSC):Mijn antwoord was dat in het hoofdlijnenakkoord staat dat wij met elkaarhet huishoudboekje op orde willen krijgen. Helaas is in de afgelopen jarente veel uitgegeven, waardoor we nu wat meer op de blaren moeten zitten.Volgens mij heeft mevrouw Van Hil in haar bijdrage ook aangegeven dateen aantal bezuinigingen vanaf 2026 gaan lopen. Het lijkt NSC goed om tegaan bouwen aan fundamenten voor de toekomst, ook in tijden dat er watminder geld of geen geld is. Vervolgens kunnen we kijken naar hoe we hetin de toekomst beter kunnen doen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Nispen als laatste sprekervan de zijde van de Kamer in de eerste termijn.De heer Van Nispen (SP):Het is verleidelijk om terug te blikken op een sportzomer die heeftaangetoond waartoe ons land in staat is. Er was veel om trots op te zijn,aldus de Koning, namens de regering, in de troonrede. Wat een hypocrisieom de Koning dit te laten zeggen en om mooie sier te maken in Parijs metde olympische medailles van onze sporters, terwijl de inkt van hetregeerakkoord nog niet droog is. Het is een regeerakkoord waarinhistorische bezuinigingen op de sport zijn vastgelegd. Mijn conclusie isdat dit kabinet een ramp is voor de sport in Nederland. Het is eenstapeling van maatregelen die de sport- en beweegsector keihard gaanraken. Het verhogen van de kansspelbelasting leidt, zonder alternatief vande overheid, tot fors minder geld voor de topsport, bonden en vereni-gingen. Het verhogen van de btw maakt sport duurder en dus mindertoegankelijk voor veel mensen. Let op: die verhoging is nog niet van tafel,maar staat in de wet. Wat de SP betreft gaat de btw op sport en bewegenniet omhoog, maar naar nul. Graag een reactie van de Staatssecretaris opdit voorstel.Het korten van alle specifieke uitkeringen met 10% raakt de sport ook.Lokale sportakkoorden, stimulering van sport en de combinatiefunctiona-rissen moeten het met minder budget doen. Het is doelbewust beleid datde sport raakt. Als je de SPUK’s afschaft en onderdeel maakt van hetGemeentefonds dan weet je wat er gebeurt. Dezelfde regering bezuinigtmiljarden op de gemeentes. Die gemeentes moeten straks kiezen of zij hetzwembad sluiten, of ze de kinderboerderij sluiten of dat ze bezuinigen opzorg en inkomensondersteuning. Alle gemeentelijke uitgaven die nietwettelijk verplicht of gelabeld zijn, zoals cultuur en sport, komen onderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16237 enorme druk. We weten dat al. Daarnaast wordt er grof bezuinigd op deBOSA-regeling, Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties. Ditraakt ook de verduurzaming. Ik vind dat een heel erg dom beleid, juist ookin deze tijd. Dat geldt ook voor het beleid rondom het toegankelijk makenvan accommodaties voor mensen met een beperking. Laat de sportclubsop dit punt niet in de steek, Staatssecretaris. Natuurlijk heb ik het goedeamendement van collega Inge van Dijk ook ondertekend.Er gaat bezuinigd worden op onderzoek en innovatie in de sport. Waarom,dat vraag je je af. Ook het bewegingsonderwijs moet eraan geloven, wantook daar gaat de bijl in de regeling Impuls en innovatie bewegingson-derwijs. Dus gym op de basisschool wordt weggehakt. Nogmaals, degrote vraag is: waarom? Waarom gebeurt dit nu allemaal? Haten julliesport en bewegen nou zo erg? Vinden jullie het echt zo onbelangrijk omeen gezondere en sportievere samenleving te hebben in de toekomst?Wie heeft dit nu eigenlijk bedacht? Hoe is dit gegaan? Ik vraag het me echtoprecht af. Hoe zijn die financiële afspraken in het regeerakkoord tot standgekomen? Eerst is er een mooie zin bedacht over het belang van preventieen sport, maar als je naar de financiële tabel gaat kijken, dan schrik je jeecht wezenloos. De vraag is of dit doelbewust beleid is of per ongeluk eengevolg van, met andere woorden, bewust kortzichtig beleid of onbewustonbekwaam. Dat is de vraag.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Van den Hil.Mevrouw Van den Hil (VVD):Nog even over het stukje daarvoor. Het lijkt dan net alsof er op het sport-of bewegingsonderwijs op de lagere school wordt bezuinigd, maarvolgens mij is het zo dat de subsidie om dat tot stand te brengen in 2027stopt. Dat wordt niet automatisch verlengd en volgens mij bedoelt de heerVan Nispen dat het belangrijk is dat die uren sport en bewegen op descholen blijven.De heer Van Nispen (SP):Dan moeten we even de parlementaire geschiedenis goed weergeven.Rudmer Heerema, de voorganger van mevrouw Van den Hil, en ik hebbenervoor gezorgd dat het bewegingsonderwijs goed in de wet is komen testaan, dat wil zeggen: minimaal twee uur bewegingsonderwijs van eenvakleerkracht. Nu zijn we een paar jaar verder. We hebben iets goedsbereikt met elkaar. We waren het er hartstikke over eens, want jonggeleerd is oud gedaan. Je moet zorgen voor meer en beter bewegingson-derwijs op de bassischolen. Uit onderzoeken blijkt dat de scholen zich noghelemaal niet aan die wettelijke plicht houden. Dat was een impuls, eensubsidieregeling van een miljoen of 8, geloof ik, om ervoor te zorgen datmeer scholen zich hier wel aan gingen houden, zodat ze de wet zoudennaleven. Ik ken alle argumenten vanuit het onderwijs. Daar hebben ze hetook allemaal hartstikke druk; dat klopt allemaal. Maar dan heb je eensubsidieregeling, die ervoor zorgt dat scholen de wet naleven en scholenhelpt om ook dat tweede uur van een vakleerkracht te geven, en danbezuinigen we die subsidie weg, nog voordat gerealiseerd is wat wij metelkaar zo belangrijk vinden. Dat is wat er volgens mij aan het gebeuren is.Dat vind ik buitengewoon spijtig, net als de cumulatie van al die anderemaatregelen en bezuinigingen, die volgens mij ook echt heel onverstandigzijn. Dus dat blijft mijn punt.En mijn vraag is inderdaad – ik hoop dat iemand die hier kan beant-woorden – hoe die financiële afspraken nou gegaan zijn, hoe die tot standzijn gekomen. Waarom heeft werkelijk niemand gedacht aan wat ditallemaal gaat doen voor sport en bewegen? Want nu zit je eraan vast enben je een soort slaaf van die financiële plaat. We lopen allemaal aan deleiband van de Minister van Financiën. Immers, dit moet nu eenmaal, erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16238 kan helemaal niks meer: dat is wat ik hier hoor. Ik wist eigenlijk al wat erging gebeuren vandaag. Iedereen heeft de mond vol van het groterebelang van sport. We vinden het allemaal prachtig en belangrijk. De eenheeft nog mooiere woorden dan de ander. Dat is nou precies hetprobleem, omdat we hier geen gepolariseerd politiek debat hebben. Wevinden het allemaal belangrijk. Dan kun je er blijkbaar peilloos opbezuinigen. Wat is dit voor gekkigheid? Aan het eind van de dag staan aldie grove bezuinigingen fier overeind. Maar je kunt volgens mij niet eenbak aan bezuinigingen uitstorten, en vervolgens zeggen hoe belangrijk jehet allemaal vindt. Ik vind dat ongeloofwaardig. En ik hoef geen mooiewoorden. Daar hebben we niets aan. Het is aardig, maar het hoeft niet.Het gaat om daden. Het gaat om doelen, ambities en resultaten. Dat iswaar het om gaat in de sport, en dat is volgens mij ook waar het om gaatin de politiek, wat mij betreft. Ook ik zeg het hier: geen woorden maardaden, Staatssecretaris. Want de Staatssecretaris is er voor sporten enbewegen. Hij wil ongetwijfeld niet de geschiedenisboeken in gaan als deStaatssecretaris die de historische vergissing beging om sport enbewegen de rambam in te bezuinigen, in deze tijd, waarin volgens mijexact het tegenovergestelde nodig is.Ik wil graag de toezegging – ik probeerde het net al bij mevrouw Saris –dat we eerst onderzoek gaan doen, naar de cumulatie van maatregelendie de sport raken. Tegelijkertijd moeten we een pas op de plaats makenmet al deze bezuinigingen en lastenverhogingen. We kennen immers dieSROI van 2,7: een euro die je investeert in sport, komt 2,7 keer terug aanmaatschappelijke opbrengsten en baten, zoals gezondheidswinst etcetera. Maar is het omgekeerde ook waar? Als je bezuinigt op sport, is danniet de maatschappelijke schade nog groter dan die financiële besparing?Volgens mij weten we dat niet precies, maar ik wil het wel weten, envolgens mij de Staatssecretaris ook. Laten we dit nou toch eerst onder-zoeken. Het lijkt me een heel redelijk verzoek. Graag een toezegginghierop, maar ik heb ook een motie klaarliggen, mocht dat nodig zijn.Voorzitter. Ik ga niet alleen maar kritiek leveren, ook al is daar misschienalle reden toe. Geïnspireerd geraakt door gesprekken met jongeren vanUnicef en de Stichting Leergeld over armoede komen wij dus vandaagmet een eigen voorstel, samen met de KNVB en vele anderen: gratis sportvoor jongeren tot 23 jaar, door een sportpas met budget. Veel kinderenzitten nu immers te veel en bewegen te weinig. Sporttrainers en gymle-raren zien de motorische vaardigheden bij jongeren achteruitgaan.Obesitas is een steeds groter probleem. In 2050 heeft 64% overgewicht.Dit is allang geen individuele kwestie meer, echt allang niet meer. Hetraakt de gezondheid en het welzijn van de hele samenleving. Voor veelmensen wordt het simpelweg ook te duur om gezond te eten envoldoende te bewegen. Dat zorgt voor nog meer tweedeling en noggrotere sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Daarom is het mijnvisie dat we sport en bewegen weer vanzelfsprekend moeten maken, omte beginnen bij onze jongeren, want de jeugd heeft de toekomst.Dus om die samenleving sportiever en gezonder te krijgen en detweedeling tegen te gaan, bepleiten wij dus gratis sport voor jongeren,door die sportpas in te voeren, een budget van € 240 per jaar, waarmeejongeren tot 23 jaar kunnen sporten. Er is brede steun voor. Ik zal hetondertussen uitdelen. U kunt er één afpakken en doorgeven; dat ismisschien het makkelijkst. Ik zei het al, heel veel personen hebben ditmedeondertekend: de KNVB, andere sportbonden, NOC*NSF, vakbonden,jongerenorganisaties, ondernemers, sporters, beweegprofessor ErikScherder, wie eigenlijk niet? Een lidmaatschap van een sportvereniging ofsportschool wordt zo voor iedereen bereikbaar en vanzelfsprekend. Hethangt dan niet meer van de dikte van de portemonnee van je ouders af ofje deel kunt nemen aan sport. Om tweedeling tegen te gaan, is dit voorsteler juist voor iedereen, want sport en bewegen is van belang voor allejongeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16239 De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Van den Hil.Mevrouw Van den Hil (VVD):Ik vind het natuurlijk een mooi voorstel van de heer Van Nispen, maar ikben ook een beetje verbaasd. Jongeren die een kleine portemonneehebben, kunnen echt al een beroep doen op allerlei fondsen. Dit voorstelkost geld, en gratis is niet gratis, want het geld moet eerst verdiendworden voordat het kan worden uitgegeven. Is de heer Van Nispen hetmet mij eens dat hij eigenlijk mijn achterban aan het sponsoren is,doordat hij er juist voor zorgt dat mensen met hogere inkomens nog meerkunnen uitgeven door die sportpas?De heer Van Nispen (SP):Weet u, mevrouw Van den Hil, het interesseert me helemaal niks welkeachterban ik hiermee een plezier doe. Het gaat mij erom dat we met elkaarde discussie voeren over verstandige voorstellen. Laten we er inderdaadover discussiëren of dit het verstandigste voorstel is. Prima! Maar latenwe proberen met voorstellen te komen die leiden tot een gezondere ensportievere samenleving in de toekomst. Dat is het doel.Natuurlijk pleit ik ook voor andere belangrijke zaken. Ik heb ook hetamendement van de heer Mohandis medeondertekend waarin wordtgepleit voor extra budget voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Hartstikkebelangrijk; dat fonds doet goed werk. Je hebt ook de Stichting Leergeld inDen Haag. Ook op andere plekken zijn er heel veel goede lokale initia-tieven, armoedepotjes et cetera. Maar het lukt nog niet altijd om iedereente bereiken, ondanks alle goede inzet. Hier en daar gaat het steeds beter.Soms is dat heel ingewikkeld. Soms ook hebben mensen schaamte endoen zij er geen beroep op. Je hebt in Den Haag de Ooievaarspas. Maar ikhoor van jongeren: «Als je met zo’n pasje loopt, dan ziet iedereen dat jearm bent. Dat is niet fijn.»Nog los van deze praktische bezwaren, die misschien overkomelijk zijn, ishet mijn stellige overtuiging dat obesitas niet alleen een probleem isonder kinderen uit armere gezinnen, maar een breed maatschappelijkprobleem. Net als oudere mensen hun AOW hebben, studenten hunov-kaart hebben en kinderen allemaal naar school kunnen, zouden we hetheel vanzelfsprekend moeten vinden – daar voeren we nu de discussieover – dat we tegen alle jongeren van 6 tot 23 jaar zeggen «ga sporten»,zonder dat er een financiële drempel is. Juist om de tweedeling tegen tegaan, is het heel goed om dit voor alle kinderen te doen, zodat je nietkrijgt dat de ene sportvereniging wel meedoet, waar dus de kinderen uitarmere gezinnen zitten, en de andere sportvereniging niet, waar dan dekinderen uit de rijke gezinnen zitten. Dat hebben we al veel te veel in desamenleving. Ik vind het juist heel mooi om dat voor iedereen voor testellen.Dan over de financiële dekking. Natuurlijk kost mijn voorstel geld. Maar ikvoer de discussie – ik heb het net al gezegd – over de maatschappelijkeopbrengsten. Wat kost het ons als we zo gaan bezuinigen op sport enbewegen zoals deze coalitie voorstelt? Ik vind dat je daarin juist moetinvesteren. Ik ben ervan overtuigd dat zich dat terug zal verdienen. Latenwe dat dus onderzoeken. Dat is ook de vraag die ik aan de Staatssecretarisstel. Ik heb nog geen amendement liggen waarin voorgesteld om dat per1 januari overal in te voeren; dat zou ook te kort dag zijn. Wel denk ik dathet goed is om hiermee te experimenteren in bijvoorbeeld een of tweegemeenten, zodat we kunnen kijken hoe dat gaat. De gemeenteWaadhoeke in Friesland doet dit ook al, met veel succes. In bepaaldeandere landen kan het wel. Waarom zou het bij ons dan niet kunnen?De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16240 De heer Van Nispen (SP):Ik heb voorgesteld dat we gaan onderzoeken wat dit mogelijk gaatopleveren. Ik heb ook al gezegd dat ik vind dat we dit in een of tweewijken zouden moeten uitproberen. Graag ontvang ik van de Staatssecre-taris een uitgebreide reactie op dit plan, die hopelijk iets verder gaat dan«niks is gratis» of «dat wordt wel erg duur allemaal». Ik hoop echt dat deStaatssecretaris mee kan denken over dit begin van een visie. Het gaaterom wat we wél kunnen doen, in plaats van zo ontzettend te bezuinigenop sport en bewegen.Ik zeg er nog iets bij. Dit voorstel is bedoeld om sportverenigingen vooruitte helpen en niet om het onmogelijke van hen te vragen. Ik snap best weldat er bezorgdheid is over de mogelijk enorme toestroom van nieuweleden, die de verenigingen misschien niet aankunnen. Dat snap ik. Deverenigingen hebben het al lastig zat. De SP heeft daar vaak aandachtvoor gevraagd, samen met het CDA, GroenLinks, de PvdA en anderepartijen. Van vrijwilligers wordt gevraagd om te professionaliseren en hungebouw te verduurzamen. Daar wordt bij gezegd: als je een fout maakt,ben je ook aansprakelijk. Dat maakt het vrijwilligerswerk niet zo heel ergaantrekkelijk, hoewel het prachtig is, want iedereen heeft er wel eengezicht bij wie op zaterdag de kantine opent en wie er training geeft, ookaan mijn zoontjes, bij de atletiekvereniging. We vragen dus om deverenigingen ruimhartig te ondersteunen, zonder tijdrovende bureaucra-tische belasting van vrijwilligers. Geef sportverenigingen direct zeggen-schap over waarin, door wie en hoe ze ondersteund wensen te worden.En hou sporten in verenigingsverband betaalbaar. Ik deed net eenvoorstel, maar zolang dat niet gerealiseerd is, kunnen we toch niettoestaan dat de contributies stijgen en sporten bij een vereniging iets voorde elite wordt? Ik zou ook wel een reactie van de Staatssecretaris willenop de twee enquêtes die de FFB heeft afgenomen onder de sportvereni-gingen. Eentje gaat over de betaalbaarheid en eentje gaat over de risico’sen bescherming van verenigingsbestuurders, waarvoor mevrouw Van Dijknet ook uitgebreid aandacht vroeg. Breng die verenigingen niet nogverder in de problemen door te bezuinigen op de subsidie voor desportaccommodaties. De situatie is dreigend, het is echt code rood. Welkestrategie heeft de Staatssecretaris om de sportverenigingen te onder-steunen en te versterken?De SP blijft voorstander van een sportwet, waarin sport en bewegen eenrecht is en sport als publieke voorziening wordt gezien. Lees ik het nugoed dat de Staatssecretaris verdergaat met de voorbereidingen en hetschrijven van die wet? Ik zou dat goed nieuws en verstandig vinden. Maarwat we nog wel moeten doen, is het hebben over de financiering van desport. De SP bepleit al jaren dat de sport minder afhankelijk zou moetenzijn van de opbrengsten uit gokken. Ik heb het altijd heel raar gevondendat sporters als levende reclamezuilen met foute gokbedrijven op hunshirt rondlopen en we ons druk moeten maken over de kansspelbelasting,omdat de sport er zo afhankelijk van is. Ik vind dat een slechte zaak. Datmoet en dat kan anders. De Nederlandse Sportraad heeft dat ookonderzocht en erover geadviseerd, maar de vraag is wanneer deStaatssecretaris hier actie op gaat ondernemen. Er zijn alternatieven; datkan niet anders.We moeten het niet alleen hebben over sport, maar ook over bewegen.Ook hier vragen we al jaren aandacht voor. Ik roep de motie-Marijnissenin herinnering, die de regering vroeg om met plannen te komen om desamenleving in beweging te krijgen in alle sectoren: op scholen, in dezorg en op het werk. Die voorstellen liggen er. Er is nu volop beweging enactie, maar we zijn nog lang niet klaar, want de helft haalt de beweegricht-lijnen nog niet. We zijn kampioen zitten, we hebben schermen, we hebbene-bikes, we weten het allemaal, maar het Actieplan «Nederland Beweegt»loopt af en voortzetting is nog niet verzekerd. Waarom is dat? Ik vraag deStaatssecretaris om hier een toezegging op te doen. Ik dacht de VVD netTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16241 aan mijn zijde te vinden met dat voorstel. Volgens mij is dit de meestlaagdrempelige manier om Nederland in beweging te krijgen. Zo nodig,dienen we op dit punt een motie in.Over het bewegingsonderwijs hebben we het al een beetje gehad. Wehebben ons daar jarenlang voor ingezet, maar een derde van de basis-scholen voldoet nog steeds niet aan die wettelijke norm van 90 minutengym per school. Wat doet het kabinet dan? Dat bezuinigt onder andere opdie impuls. Ik zou het niet doen, maar wat doe je wel om die 90 minutenvan een vakleerkracht te halen? Ik zou ook nog specifiek aandacht willenvragen voor het mbo. Is de Staatssecretaris ook niet van mening dat wedaarnaar zouden moeten kijken? Zouden we met gericht beleid diejongeren niet meer aan het bewegen moeten krijgen? Volgens mij geldtdaarvoor nu helemaal geen norm. Ik snap het dat die er niet is, maarmoeten we niet ook dat gesprek voeren? Of is er ander beleid mogelijk?Graag een reactie daarop.Er moet ook ruimte zijn om te sporten en te bewegen; het kwam al vaakvoorbij. Daarom heeft de SP altijd een sportnorm bepleit. 3% van denieuw aan te leggen wijken zou ruimte moeten bieden om te bewegen ofte spelen. Ik hoorde de Rotterdamse buitenspeelnorm al voorbijkomen.Gunnen we dat niet ook aan de rest van Nederland? Er loopt ookonderzoek naar de sportnorm. Wanneer horen we daar meer over? Hoestaat het met de plannen om het buitenspelen van kinderen te stimuleren?Wanneer zal er in iedere gemeente minstens één speeltuin zijn diegeschikt is voor het gehandicapte kind? Ook daar hebben we al heel vaakaandacht voor gevraagd en voorstellen voor gedaan. Nog steeds is dat inde helft van de gemeenten niet het geval. In de andere helft is dat dus welhet geval, en dat is positief, maar ik gun dat ieder kind. Samen spelen istoch ook samen leven.Er moet breder aandacht komen voor mensen met een beperking en degehandicaptensport. We hebben hier veel voorstellen voor gedaan en inhet verleden ook een nota over geschreven. Dank voor de reactie daaropen voor de voortgangsrapportage. We hebben dat destijds samen metD66 en GroenLinks gedaan. Hoe staat het nu met die afgesproken ambitiedat de beweegverschillen tussen mensen met en zonder beperkingmoeten zijn weggewerkt in 2030? Ik wilde vragen of we op schema zitten,maar volgens mij is dat niet het geval. Er is meer nodig om ervoor tezorgen dat sporten en bewegen voor mensen met een beperking in 2030vanzelfsprekend is en de verschillen zijn weggewerkt. Ik vrees dat dat doorgebrek aan beleid een beetje onhaalbaar aan het worden is, tenzij deStaatssecretaris gaat vlammen op dit onderwerp.Wat volgens mij niet helpt, is het wegbezuinigen van de Stichting SpecialHeroes Nederland, die voor duizenden jongeren met een beperking perjaar sport en bewegen mogelijk maakt. Met solide samenwerking,netwerken en andere partners zorgen zij onder andere voor kennisma-kingslessen en helpen zij verenigingen. Waarom wil de Staatssecretaris ditook in de waagschaal stellen? Waarom zouden we dit afschaffen en nietcontinueren? Hij gunt al die kinderen toch ook een toekomst waarin sporten bewegen erbij hoort? Ook hier weet je dat de kosten elders hogerzullen worden als je dit schrapt. Bovendien geldt hier ook nog eens dathet niet zo is dat alleen de overheid dit betaalt, want ze halen juist ookheel veel geld van buiten. Er is heel veel cofinanciering. Stel je die 1miljoen euro van het Rijk in de waagschaal, dan scheelt dat dus ook eenheleboel cofinanciering en dat zou eeuwig zonde zijn. Mijn concrete vraag:is de Staatssecretaris bereid om uiterlijk voor de Voorjaarsnota eenoplossing te vinden voor de jaren 2026 en verder?Ik sluit me aan bij de vragen die gesteld zijn over sporthulpmiddelen alsprotheses, sportrolstoelen enzovoort. Mensen waren in het verleden eenspeelbal van verzekeraars en gemeenten en werden van het kastje naar demuur gestuurd. We hebben echt één loket nodig. Er gebeuren goedeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16242 dingen, maar er zijn nu ook goede vragen over gesteld. Verder sluit ik meaan bij het voorstel dat er op dat punt is gedaan.Maar we moeten het wel nog hebben over het dossier dansmisbruik.Terwijl er afschuwelijke zaken zijn onthuld, blijft het te stil in dedanswereld, maar ook bij de overheid. Tegemoetkomingen, excuses entraumazorg: het blijft eigenlijk allemaal uit. Ik vind dat onbegrijpelijk. Erzijn ook Kamermoties aangenomen. We hebben het debat gevoerd. Wevinden het allemaal erg, maar waar blijft nou die concrete actie en waarblijft nou de reactie?Ook de klokkenluider krijgt geen fatsoenlijke behandeling of erkenning. Debehandeling is kil. Ik vraag de Staatssecretaris daarom nogmaals: laat deklokkenluider niet in de kou staan.Ik wil me aansluiten bij de vragen van Inge van Dijk over wielerwed-strijden en de motorbegeleiding. We vragen daar inderdaad al jarenaandacht voor, net zoals de VVD en vooral ook het CDA. Ik zou het heelraar vinden dat we dankzij twee dagen NAVO-top acht maanden geenwielerwedstrijden zouden kunnen hebben. Ik denk niet dat we dat metelkaar moeten accepteren. Ik hou er ook niet van om sporten tegen elkaarop te zetten, maar ik begrijp wel het gevoel, want hoe kan het nou dat erdan wel elk weekend heel veel politie-inzet is bij eredivisiewedstrijden?Gelukkig wordt dat wel steeds minder, omdat clubs en de KNVB er zelfook veel aan doen. Dat de bescheiden inzet van motoragenten bijwielerwedstrijden niet mogelijk zou zijn, gaat er bij mij dus echt niet in.Dat moeten we niet doen.Ik wil nog kort aandacht vragen voor mastersport. Ik doe dat niet omdat ikinmiddels zelf al een paar jaar in die leeftijdscategorie val, maar omdat ikvan verschillende kanten hoor dat daar relatief weinig aandacht voor is bijsportbonden en NOC*NSF. Er zijn weinig wedstrijden en toernooien. Er isweinig aandacht voor en daarom wordt er gewoon niet genoeg georgani-seerd. Dus ook voor de oudjes – ik zeg dat met alle respect – en mezelf zegik dat je met veel plezier en erkenning sporten en bewegen kuntvolhouden als je weer een leuke sportwedstrijd of een leuk toernooi in hetvooruitzicht hebt. Hij hoeft het niet allemaal zelf te gaan organiseren,maar is de Staatssecretaris bereid om het gesprek aan te gaan met desportbonden en NOC*NSF om te kijken wat we de mastersport kunnenbieden?Ten slotte over het zwemmen. Ik hou het relatief kort vandaag, omdat er alzo veel over gezegd is door de heer Mohandis. Maar het is wel zo datiedereen in een rijk en waterrijk land als Nederland zwemvaardig moetzijn. Sociaaleconomische ongelijkheid in de zwemveiligheid kunnen wegewoon niet accepteren. We hebben er in het verleden al veel voorstellenvoor gedaan en veel daarvan zijn ook aangenomen. Er loopt nu onderzoeknaar de scenario’s om schoolzwemmen weer mogelijk te maken en in tevoeren, zwemonderwijs voor iedereen. Ik ben echt benieuwd wat daaruitgaat komen. We zullen dat af moeten wachten, maar wat we alvast welkunnen doen, is met elkaar nadenken over de uitgangspunten die wedaarbij zouden willen benadrukken. Wat wil je nou bereiken?Als ik een voorzet mag doen: wat de SP betreft zouden alle 12-jarigenminimaal één maar het liefst meer zwemdiploma’s moeten hebben. Twee.Alle kinderen op de basisschool moeten in aanraking komen metzwemmen. Drie. Hiervoor zou wat ons betreft geoormerkt geld vanuit hetRijk beschikbaar gesteld moeten worden. Dat zijn de drie uitgangspuntendie ik hier vandaag toch neer wil leggen. Graag een reactie van deStaatssecretaris. Wat is zijn visie hierop? Ik weet dat er een onderzoekkomt, maar ik denk dat het goed is om hier alvast over na te denken.Helemaal ten slotte. Omdat zwemveiligheid zo belangrijk is in eenwaterrijk land, moeten we zuiniger zijn op onze zwemonderwijzers. Diezijn er nu al te weinig en dat komt onder andere omdat dit prachtige vakniet aantrekkelijk genoeg is. De lonen zijn te laag voor dit levensreddendewerk! Zij verdienen onze steun. Wat kan de Staatssecretaris hierTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16243 betekenen? Wat kan hij doen om te zorgen voor betere beloning? Gooi dezwemonderwijzers de reddingsboei toe en laat ze niet verzuipen! Doe dat,voordat het te laat is.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de Kamer. Voordat ik zo 50 minuten ga schorsen tot 19.45 uur,wil ik de bezoekers erop wijzen dat er in de Statenhal hiernaast koffie, theeen water klaarstaan. Wij gaan dus om 19.45 uur weer verder. Herstel: deschorsing duurt tot 20.00 uur!De vergadering wordt van 18.54 uur tot 20.03 uur geschorst.De voorzitter:Aan de orde is de eerste termijn van de Staatssecretaris. Het woord is aande Staatssecretaris.Staatssecretaris Karremans:Dank u wel, voorzitter. Toen ik hiernaartoe liep, lagen mijn mapjes met aldie papiertjes – ik kom zo op de kopjes die ik ga behandelen --allemaalverspreid over de trap. Die vielen uit mijn handen. Mevrouw Van Dijk kanhet beamen; die heeft het gezien. Ik heb het net vijf minuten staanoprapen, weer sorteren, kijken of alles weer goed zit. Als u straks eenantwoord over jeugd terugvindt bij ruimte voor sport en bewegen, danweet u dus waardoor dat komt. Dan is het puur daardoor.Zal ik beginnen met de kopjes? Dan ga ik daarna naar mijn introductie. Ikbegin met de kopjes, want ik weet dat Kamerleden het altijd prettig vindenals die worden aangegeven: BOSA/DUMAVA, jeugd in relatie tot sport,ruimte voor sport en bewegen, veilige en integere sport, handicap/armoede, vitale verenigingen, SPUK’s en overige. Dat zijn de kopjes.Laat mij allereerst beginnen met het aanbieden van mijn excuus voor dete laat verzonden stukken. Die gele kaart noteren we. We hopen dat die opeen gegeven moment wordt kwijtgescholden door de tuchtcommissie.Het is er nog één. Ik bied mijn excuus aan. Ik weet dat het niet zo hadgemoeten, dus mea culpa. Dat allereerst.Dan wil ik graag beginnen met het verhaal dat de heer Mohandis verteldeen het prachtige artikel in de Volkskrant vanochtend. Hij weet dat ik hembewonder, ook daarom. Dat wil ik ook hier zeggen: niets anders danrespect en bewondering. Het is echt een heel aangrijpend en mooi verhaaldat mij ook inspireert. Dat wil ik daarover gezegd hebben.Sport en bewegen betekent heel veel voor de heer Mohandis. Heel veelKamerleden hebben dat, denk ik, vandaag ook goed verwoord. Ook voormij persoonlijk betekent sport ontzettend veel. Ik sport nog steeds veel,probeer dat veel te doen. Morgenavond rond dit tijdstip sta ik op depadelbaan. Ik probeer nog af en toe hard te lopen en te fietsen om heelveel redenen. Maar natuurlijk niet alleen voor mij, maar ook voor heel veelNederlanders betekent het heel veel, zeker ook voor onze jeugd. Daarhebben we het ook al veel over gehad. Sporten is natuurlijk leuk. Sport enspel is hartstikke leuk. Het is ook goed en gezond. Het is goed voor jefysiek, maar ook mentaal. Het leert je omgaan met verliezen en winnen,omgaan met prestatiedruk en het leert je in een team spelen. Zoals ik ookin mijn brief heb gezet, zijn dat niet alleen lessen waar je wat aan hebtbinnen de lijnen van het veld of op de mat, maar eigenlijk je hele leven.Daarom is sport voor mij zoveel meer dan alleen jezelf in het zweetwerken.Ik zei al even dat dat voor veel Nederlanders geldt, maar het geldtspecifiek voor mensen met een handicap. Ik was bij de ParalympischeSpelen. De timing van mijn staatssecretariaat Sport had niet beter gekund.Ik kwam midden in het EK voetbal. Het is er weinig over gegaan, maar weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16244 stonden toch voor de eerste keer in twintig jaar weer in de halve finalevan het EK. Wij Nederlanders zijn natuurlijk nog altijd een beetjechagrijnig over het resultaat, maar het was toch een mooie prestatie. Hetwas voor mij natuurlijk ook geweldig om bij de Olympische Spelen en deParalympische Spelen te zijn. Ik sprak bij de Paralympische Spelen meteen groep jongeren met een handicap, die hopen bij toekomstigeParalympische Spelen Nederland te mogen vertegenwoordigen en datprachtige Team NL-shirt aan te kunnen doen. Zij vertelden mij wat sportvoor hen betekent. Er was een jongen die rolstoelrugby deed, waar wij alsNederlanders nog wel een stukje beter in moeten worden, want we doennog niet mee op paralympisch niveau. Die zei: ik ken al mijn vrienden vande sport. Dat ging de kring rond en ze beaamden dat allemaal. Daar zie jede sociale functie van sport, zeker voor jonge mensen, in dit geval meteen handicap. Die is waanzinnig groot. Ik vond dat heel inspirerend. Het isniet voor niets dat ik het een van mijn prioriteiten heb gemaakt: jeugd,mensen met een handicap en mensen met lage inkomens. Volgens mijzijn dat groepen die onze aandacht verdienen. Daar wil ik volop opfocussen, ook op de jeugd, want jong geleerd is oud gedaan. Dat zien wenatuurlijk ook, dus dat is belangrijk.Het is tijdens dit debat ook veel gegaan over geld en dat snap ik ook. Ikkom dadelijk op de vragen die door de individuele Kamerleden zijngesteld met een algemene zin. Er zijn veel analogieën met de sportgemaakt in dit debat, maar laat ik er een aan toevoegen, namelijk dat hetniet altijd om het geld gaat. Kijk naar Feyenoord. Dat heeft een begrotingvan 120 miljoen, terwijl Manchester City 7,5 keer meer geld op debegroting heeft. En toch kan je even goed presteren. Dat is het mooie vansport: juist in de sport kan dat. Daar kan je als underdog – ik zie mezelfmaar even als underdog – presteren. Dat ga ik doen. Daarom heb ik datdoel gesteld van groei in deelname aan sport en bewegen onder de jeugd,onder mensen met een handicap en onder mensen met een sportpas ... O,sorry, «sportpas»; die hebben nog geen sportpas, maar daar kom ik zo op.Ik ben wel enthousiast over het idee, moet ik zeggen. Ik vroeg me alleen afof de sportpas, SP, nog iets betekende. Als je dat afkort, kom je een heelend. Dat even ter inleiding.Ook in de sport gaat het om resultaten. Dat ben ik absoluut met decommissie eens. Het gaat om resultaten. Geen woorden maar daden.Daar mag de commissie mij op afrekenen. Dat is ook de reden dat ikinderdaad concrete doelen heb gesteld; ik vind het fijn dat mevrouw VanDijk dat is opgevallen. Ik wil daar niet omheen dansen. Dit is mijndoelstelling. Daar ga ik voor. Dat moeten we wel met z’n allen doen. Daarheb ik verenigingen, gemeentes, provincies, bonden, iedereen voor nodig.Die ga ik natuurlijk zo goed mogelijk in staat stellen om dat te doen, maardat is wel de reden dat ik het wilde doen, want die ambitie is er overdui-delijk. Die is ook gerechtvaardigd, gezien de trends. Dat was even kort alsinleiding.Voorzitter. Ik ga beginnen met de BOSA. Daar is het logischerwijs veelover gegaan en daar wil ik ook niet van weglopen. Mevrouw Van Dijk wasuitmuntend goed op de hoogte van de ontstaansgeschiedenis daarvan.Dat komt uit een soort btw-compensatiemaatregel. Die kunnen vereni-gingen niet alleen voor duurzaamheidsmaatregelen inzetten, maar ookvoor bouw- en onderzoekskosten voor sportaccommodaties en deaanschaf van sportmaterialen. Vanaf «26 is daar een korting op ingeboekt.Er is voor volgend jaar geen korting op ingeboekt. Dat hebben wegelukkig weten te voorkomen. Alle kortingen, die overigens wel in detaakstelling stonden, hebben we op een andere manier weten op telossen, waardoor er volgend jaar net zo veel geld beschikbaar is voor desport als dit jaar.Maar de vraag werd gesteld waarom ik in de BOSA heb gesneden.Allereerst, om dat even helemaal terug te pellen, omdat VWS eentaakstelling kreeg van ongeveer een kwart miljard euro op subsidies. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16245 is een afspraak uit het hoofdlijnenakkoord. Dat is gedaan om de rijksfi-nanciën weer op orde te krijgen. Daar is afgesproken dat er rijksoverheids-breed 1 miljard wordt gekort op subsidies waarvan een kwart miljardneerslaat op VWS. Een heel groot deel van de subsidies zit nou eenmaalbij VWS, en een heel groot deel van de subsidies van VWS zit bij mij. Datgeldt ook voor subsidies voor bevolkingsonderzoeken en voor hetvaccineren van kinderen. Het RS-vaccin wordt via een subsidie gefinan-cierd. Hetzelfde geldt voor darmkankeronderzoek. Daar wilde ik niet insnijden. Sterker nog, daar kan je met goed fatsoen niet in snijden, wantdat betekent morgen meer ziekteleed en mensen die komen te overlijden.Ik weet zeker dat niemand die keuze zou maken. Daardoor kom jenoodgedwongen op andere terreinen terecht, waar de opgave dannatuurlijk weer groter wordt. Dat is ontzettend lastig.Waarom ik dat op de BOSA heb laten landen, is omdat ik, los vanvaccineren of bevolkingsonderzoek, ook niet wilde snijden in hetJeugdfonds Sport & Cultuur, in de gehandicaptensport en in topsportpro-gramma’s. Daarom heb ik een heel groot weggeboekt op de BOSA. Als ikdat nu bijvoorbeeld had ingeboekt op een instellingssubsidie vanbijvoorbeeld van NOC*NSF of iets anders – want het zit vooral in «29;«28-«29 is het jaar waarin de grootste korting bereikt moet worden – danhadden zij nu al mensen moeten gaan ontslaan. Maar mocht je bij wijzevan spreken een jaar van tevoren bedenken dat je geld over hebt, dan kandat alsnog naar de BOSA. Omdat het een fonds is, kun je daar makkelijkermee schuiven. Dat is ook de reden waarom dat gedaan is.Het was ook mogelijk om de DUMAVA te openen voor sportverenigingen.Daar hebben we wel wat werk voor moeten verzetten. Ik weet dat dat nieteen totale compensatie is, maar dat was voorheen niet voor sportvereni-gingen mogelijk. De heer Mohandis had een heel terecht punt over detoegankelijkheid daarvan. Dat willen we aanpakken. Er wordt nu aangewerkt om dat toegankelijker te maken voor sportverenigingen enmakkelijker voor verenigingsbestuurders, maar die DUMAVA gaat weldegelijk open. Daarmee wordt de maatregel niet opgeheven, maar hijwordt wel verzacht.Voor de langere termijn werk ik aan twee plannen. Bij het eerste plan – datstaat ook in de brief – gaan we met gemeenten en de sportsector inoverleg om te komen tot een plan van aanpak gericht op het creëren vaneen toekomstbestendige infrastructuur. Dat gaat inderdaad over sportac-commodaties. We financieren sportaccommodaties afhankelijk van wie deeigenaar is: gemeenten of verenigingen. We willen kijken of dat geld beteren effectiever besteed kan worden. Daarin kun je ook prioriteitenaanwijzen. Naar onze mening kan het ook efficiënter. Daar werken we aan.We willen dat plan nog voor de zomer naar de Kamer sturen. Ten tweede –dat is ook gezegd, en terecht – liggen er kansen in de verduurzaming.Onder anderen mevrouw Paulusma zei dat er in de verduurzaming kansenliggen voor de sport. Dat ben ik helemaal met mevrouw Paulusma eens.We verkennen daarom ook gezamenlijk met het Ministerie van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening en het Ministerie van KGG de mogelijk-heden om sportverenigingen sneller en beter te laten verduurzamen. Weweten dat veel sportkantines uit de jaren zestig, zeventig of tachtig komen.Die zijn op een gegeven moment aan het einde van hun levensduur. Zezijn echt toe aan verduurzaming, of het nu hernieuwbouw of nieuwbouwis. Daar wil ik met mijn collega’s van de andere ministeries naar kijken.Daar ligt ook een rapport van het Klimaat Platform aan ten grondslag dathierover adviseert. Het mooie is dat je niet alleen kunt helpen verduur-zamen en daarmee daadwerkelijk kilotonnen uitstoot kunt voorkomen,maar ook de continuïteit van verenigingen kunt waarborgen.Dat even als introductie op de BOSA, voorzitter.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16246 Ik heb een vraag over het tweede voorstel. Het eerste voorstel is, zo heb ikhet zelf uitgelegd, dat we met z’n allen gaan kijken of het slimmer,efficiënter et cetera kan. Wat betreft het tweede voorstel, ernaar kijken:wat bedoelt u dan? Bedoelt u dan dat we allerlei specialisten naar eensportaccommodatie laten kijken om te concluderen dat het vijf ton kost,waarna het ophoudt? Ik weet niet zo goed wat u bedoelt met «ernaarkijken».Staatssecretaris Karremans:Dank voor de gelegenheid om dat te verduidelijken. We gaan met deMinisters van VRO en van KGG, in reactie op het rapport van het KlimaatPlatform, een plan maken voor hoe we daar beleid op kunnen maken.Daaruit ontstaat mogelijk een financieringsvraag, maar we moeten eerstbekijken met elkaar: hoe willen we dit vormgeven, wat is de klimaatwinsten hoe kunnen we de sport daarin het beste meenemen?Mevrouw Paulusma (D66):Ik wil aansluiten op de vraag van de collega van het CDA. Complimentendat de Staatssecretaris heel scherp was op het formuleren van doelstel-lingen, maar dat wil ik hier ook heel graag horen. De Staatssecretaris heefthet over resultaten. Dan is het goed om deze ambitie in doelen om tezetten. De voorzitter wil ik vragen of we bij alle toezeggingen die deStaatssecretaris doet – dat zullen er wellicht heel veel zijn vanavond – ookeen termijn krijgen. Anders moet ik daar steeds naar vragen en dan gaatde Staatssecretaris een grapje maken over welk jaartal dat zou zijn. Hethelpt ons als de Staatssecretaris een termijn deelt.Staatssecretaris Karremans:Dat is de Paulusmadoctrine: koppel er een termijn aan. «En resultaten»,hoor ik mevrouw Paulusma zeggen. Jazeker, en resultaten. We gaan aande slag. Ik ga in gesprek. Laat ik het zo formuleren: we werken samen metde Minister van KGG en de Minister van VRO om hierop specifiek beleid temaken in reactie op het rapport van het Klimaat Platform. Omdat we daarnog mee bezig zijn, kan ik niet zeggen «dit zijn de doelen die eruitvoortvloeien». Ik kan wel meenemen dat we daar concrete doelen aanwillen hangen, net zoals ik heb gedaan wat betreft de sportambitie. Devraag wat de ambitie dan is, is denk ik terecht. Denk alleen al aan hetaantal kiloton CO2 dat je wilt voorkomen, maar ook aan het aantalverenigingen dat je wilt helpen. Dat zijn heel gerechtvaardigde vragen, dieik ook mee zal nemen. Ik kijk even naar rechts: wanneer verwachten wedaarop terug te komen? We zijn natuurlijk ook afhankelijk van andereministeries. Medio 2025, begrijp ik.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Om het dan nog wat concreter te maken. Dan hebben we dadelijk beleid.Dat beleid moet uitgevoerd worden. Het zou zomaar kunnen dat er eenrapport komt waaruit blijkt dat de gemeentes voor 2030 al hun sportac-commodaties op niveau dit en dat moeten hebben zitten. Maar ja, dankrijgen we weer de financieringsvraag en ik ben zo bang dat we weertaken bij de gemeentes of de verenigingen neerleggen waarvan ze nu alweten dat ze het nooit kunnen betalen. Dan hebben we mooi beleid enmooie ambities en kunnen we dadelijk de schuld geven aan de sportver-enigingen of de gemeentes omdat ze niet zijn waargemaakt. Dat zou ikwel heel cynisch vinden.Staatssecretaris Karremans:Dat ben ik met mevrouw Van Dijk eens, want dat zou ik ook heel cynischvinden. Maar ik denk dat mevrouw Van Dijk ook snapt dat ik, als ik nogmet collega’s in gesprek moet over de invulling van dat beleid, nietvooruit kan lopen op wat dat precies is. Maar ik geef aan wat deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16247 doelstelling is van een dergelijk beleid, wat we daarmee willen bereikenen dat we daar ook echt een kans zien. Dat zie niet alleen ik; dat zien ookmijn collega’s. Mevrouw Van den Hil had het ook over het aan elkaarkoppelen van die opgaven. Hoe dat vormgegeven gaat worden, gaan wenaar de Kamer sturen. Ik denk dat dat juist de goede plek en de goede tijdzijn om het hier met de Kamer over te hebben, wellicht niet alleen metdeze commissie maar ook met de commissie die klimaat doet, en om ditdan met elkaar te bespreken.De voorzitter:U vervolgt uw betoog. Nee, ik zag meneer Mohandis over het hoofd.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik weet dat dit punt bij een ander debat, namelijk bij de commissie voorKlimaat en Groene Groei, wel degelijk aan de orde is geweest. Mij valt opdat uw collega’s in het kabinet dit wel zien als een opgave, maar niet alsde hunne; ik weet niet of dat goed Nederlands is. Precies daar zit mijnzorg. Ik denk dat u een geweldig voorstel hebt of in ieder geval eengeweldig asset wat betreft de noodzaak en de kans die er ligt omsportinfrastructuur in haar geheel sneller en slimmer te verduurzamen,ook met meer landelijke regie, want het is nu gewoon te versnipperd. Mijnzorg, die blijft en nog niet is weggenomen, is dat de BOSA-bezuinigingengewoon als een zwaard van Damocles boven de markt hangen. U zegt datde DUMAVA per 1 april 2025 opengaat, maar we weten nog niet precieshoe dat eruit gaat zien. Heel veel sportverenigingen zitten nu letterlijk inde wacht en gaan op 31 december ’s nachts gewoon gelijk weer mee in denieuwe aanvraag. Dit bij elkaar roept bij mij de vraag op wat we nou echtkunnen verwachten. Die andere bewindspersonen gaan immers nietzomaar lopen. Er zal dus echt iets moeten gebeuren om medio juni ietsmet elkaar te besluiten. Komt er een revolverend fonds dat hieronder ligt?Komt er een zak geld vanuit het Klimaatfonds om in ieder geval een beginte maken met landelijke regie op het verduurzamen? Er zijn ook motiesaangenomen. Ik vrees dus een beetje dat we dezelfde zoektocht tegemoetgaan met dezelfde uitkomst, waar we eigenlijk al anderhalf jaar omvragen. Dat zou ik onvoldoende vinden.Staatssecretaris Karremans:Allereerst over de DUMAVA, het feit dat die opengaat per 1 april en deBOSA. We halen volgend jaar geen euro van de BOSA af. Het plusje krijgtde DUMAVA erbij. Het wordt dus echt beter dan wat het nu is, in 2025sowieso. En we hebben tijd om naar 2026, 2027, 2028 en verder te kijken.Ik heb net ook benoemd dat ik die opgave qua duurzaamheid maar ookqua continuïteit van sportverenigingen zie. Het is inderdaad zaak omopgaven te koppelen, maar daar heb ik inderdaad collega’s bij nodig; datklopt. Dat geldt sowieso in het kabinet: je moet met elkaar het geldverdelen. Dat is natuurlijk continu een onderhandeling. Dan zal ik staanvoor sport; reken maar! Het is dus een opgave voor mij om dat te doen,maar ik zie dat er ook Ministers zijn, ook de Minister van KGG, die hierecht oren naar hebben. Dat betekent niet dat het nu in kannen en kruikenis, maar iedereen ziet dit. Nota bene het Klimaat Platform, dat niet isopgericht voor de sport, geeft aan dat er een enorme klimaatwinst tebehalen valt. Dat helpt dus al enorm om het ook vanuit die kant tebelichten. We zijn er absoluut nog niet en er is ook geen enkele garantie,want er zijn op heel veel gebieden duurzaamheidsuitdagingen, maar hetzal niemand verbazen dat ik als Staatssecretaris Sport daar natuurlijk ookeen hele mooie opgave zie vanuit de sportsector.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Maar als dat echt zo is – als u dat zo zegt, moet ik geloven dat u dat meent– dan is het, gelet op het aantal verenigingen die uiteindelijk zijn gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16248 versnellen door de debatten die we hier met elkaar hebben gevoerd, bestsimpel om heel snel een resultaat te boeken door te zeggen: wij gaanplannen maken voor verduurzaming en voor onderhoud. We zien dat er, inmijn eigen woorden, een soort run is ontstaan op de BOSA. Er ligt eenamendement van meerdere partijen – misschien ga ik daar nog op in – omjuist met het Ministerie van KKG te kijken of we hier een bedrag kunnenalloceren met hetzelfde doel en dezelfde middelen en of we daarom eengarantstelling moeten geven en iets meer geld beschikbaar moetenmaken voor de BOSA, voor die enorme berg aan sportverenigingen die nugewoon staan te wachten en willen verduurzamen. Het kan in 2025allemaal snel leeg raken, alweer in februari of in maart. Dan snap ik nietdat zo’n motie van 50 miljoen, gedekt uit het alloceren van een deel vanhet Klimaatfonds, niet kan. Ik begrijp dat niet. Het is uw collega. U bentvan dezelfde politieke partij. Ik merk dat daar een goede wil zit. Dan denkik: doe het dan gewoon, maak het dan gewoon concreet.Staatssecretaris Karremans:Ik zou willen zeggen: het is niet de Minister van KGG, maar de Ministervan Financiën. Maar goed, die is ook van mijn partij. Dat maakt hetverhaal niet anders, maar dat is ook niet relevant, want iedereen zit er, nietom het partijbelang te dienen, maar om het landsbelang te dienen vanuitieders rol. Dat gezegd hebbende: dankzij de Minister van KGG en dankzijde Minister van VRO kunnen we die DUMAVA openstellen voor sportver-enigingen. Daar ben ik ook wel dankbaar voor, want het is in het verledennooit gelukt en de deur werd altijd dichtgehouden. Maar het is nu gelukt.Dat is mooi. Er zat nog wat wel wat onderbesteding in, dus er zit wel watruimte in de DUMAVA, maar er wordt elke keer door KGG gekeken naar:moet er meer bij of kan het met minder? Dat is een afweging die hetministerie zelf maakt, omdat zij natuurlijk gaan over verduurzamingsam-bities. Dus daar ben ik wel heel dankbaar voor en ik zie niet een absoluteonwelwillendheid bij andere ministeries. Absoluut niet zelfs. Ik denk dat erheel goed wordt meegedacht. Als er echt onwelwillendheid was geweest,zouden we dit onderzoek niet zijn aangegaan. Ik heb nu duidelijk in mijnbrief geschreven dat we dit onderzoek met de Minister van VRO en deMinister van KGG gaan doen, juist ook in relatie tot sport. Dus er is grotewelwillendheid om tot stappen te komen. Voor de korte termijn hebbenwe de BOSA-regeling, waar geen euro vanaf gaat. Dat houden weovereind in 2025. Plus de DUMAVA, waarop verenigingen aanspraakkunnen maken voor duurzaamheidsmaatregelen. Die is nu een derde vande BOSA-regeling. Dus een flink deel kan dan vervolgens naar deDUMAVA. Ik denk dat je dan echt een forse winst te pakken hebt. Voor detoekomst ben ik het met de heer Mohandis eens, en overigens ook metalle andere Kamerleden die daarvan een punt gemaakt hebben, dat weeen opgave hebben. Die wil ik ook adresseren. Alleen, ik kan niet alles inmijn eentje. Dat is ook het punt van de heer Mohandis. Dus ik probeer tekoppelen. Ik zie niet alleen mogelijkheden met betrekking tot klimaat,maar ook op andere terreinen. Daar kom ik zo op. We hebben het al gehadover onderwijs. We zullen daar natuurlijk wel goede plannen voor moetenhebben en die plannen willen we gaan maken. Daar ga ik graag mee aande slag. Ik denk dat medio 2025 al heel snel is om daar een goed plan voorte hebben.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):In het kader van elkaar helpen het volgende. Die plannen liggen er danhalverwege 2025. Dan moet er natuurlijk dekking gezocht worden enbeleidsregels moeten worden uitgewerkt. Dan wordt het 2026, misschien2027. Ondertussen staan die verenigingen startklaar. Ze hebben geldklaarliggen. Vaak hebben de gemeentes een deel van de financieringklaarliggen. We kunnen gewoon die verduurzamingsslag nu dus maken,als we voldoende geld hebben. Ik vind het zo’n gemiste kans. Dan kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16249 we ons verschuilen achter nieuwe regeltjes en «moeilijk, moeilijk,moeilijk», maar hier hebben we gewoon iets concreets te pakken. Heelveel geld voor de verduurzaming van de sportaccommodaties komtnatuurlijk gewoon van de verenigingen en de gemeentes zelf. Het niet zodat de BOSA-regeling het hele bedrag dekt. Laten we alsjeblieft de sprintdie we nu aan het inzetten zijn – want we zijn die aan het inzetten – vooralniet stoppen, maar doorgaan. Dan heeft de Staatssecretaris mooi de kansom samen met zijn collega beleidsregels te maken en met een voorstel tekomen. Dan hebben ondertussen wel hartstikke veel kunnen doen. Ik vindhet zo’n gemiste kans. We gaan gewoon maximaal op de rem.Staatssecretaris Karremans:Nou, we gaan niet maximaal op de rem. We geven nog wat gas bij. Dat iswel wat er volgend jaar gebeurt, om het in formule 1-termen te zeggen.Daarna moeten we goed kijken hoe we het toch hobbelige circuit dat voorons ligt, goed gaan berijden. Ik heb er vertrouwen in dat we dat goedkunnen doen. Daar gaan we plannen voor maken en we zijn ons met z’nallen, ook op verschillende ministeries, er echt wel van bewust dat dieopgave er ligt en daar willen we ook mee aan de slag. Dus ik ben het erniet mee eens dat we op de rem trappen. Sterker nog, we doen er echteen tandje bij. Maar die opgave blijft, ook voor de lange termijn. Daaromheb ik twee plannen aangekondigd voor hoe ik daarmee wil omgaan.De heer Van Nispen (SP):In zijn inleiding maakte de Staatssecretaris de vergelijking tussen hetbudget van Feyenoord en dat van Manchester City. Leuk bedacht, maar ikheb nog geen reflectie gezien op de totale omvang van de bezuiniging ende opgave en op de vragen die ik daarover heb gesteld. Dat had toch welgepast in de inleiding. Wat je nu ziet in het eerste blokje is dat deStaatssecretaris de eerste bezuiniging, op de BOSA-regeling, hier weet teverkopen als: het is geen bezuiniging maar gas bij, en «we gaan hetallemaal beter maken». Ik heb er toch behoefte aan dat de Staatssecretariswel ingaat op wat hij vindt van de totale omvang van bezuinigingen opsport en bewegen. De Staatssecretaris zei net: als het geld verdeeld moetworden, sta ik voor de sport. Maar, het geld is al verdeeld. De Staatssecre-taris was daar niet bij, maar er is een afspraak gemaakt en hij moet dieuitvoeren. Er zitten dus forse bezuinigingen op sport en bewegen. Ik hoopniet dat de Staatssecretaris daarvoor weg gaat lopen en wil weten wat hijdaarvan vindt. Ook wil ik weten wat hij vindt van het voorstel om eerst teonderzoeken of er ook een omgekeerde SROI is en deze gigantischebezuinigingsopgave op de sport-en-beweegparagraaf misschien meerkost dan het oplevert. Want nogmaals, ik vind de positiviteit en hetoptimisme hartstikke leuk, maar er hoort ook geld bij, laten we daar eerlijkover zijn.Staatssecretaris Karremans:Dank voor de vraag. Het zijn meerdere vragen en ik zal de proberen ze tebeantwoorden. Hoort er geld bij? Ja. Tegelijkertijd spreekt mijn onderne-mershart dat ook weer tegen, want ik ben van de stellige overtuiging dathet niet gaat om het absolute bedrag dat op de begroting staat, maarvooral om wat je met dat geld doet. Ja, ik heb ook in de sportbegrotingdingen gezien waarvan ik denk: «Nou, wat heeft dat opgeleverd? Kan datbeter? Kan dat efficiënter? Kan dat op een andere manier wordeningezet?» Dat zie ik overigens op verschillende terreinen langskomen.Tegelijkertijd wordt heel veel geld heel goed ingezet. En zou ik opbepaalde terreinen meer geld willen hebben? Absoluut. Maar dat geldtdenk ik voor elke bewindspersoon.Geen enkele bewindspersoon zal een departement binnenkomen enbeginnen te juichen over het feit dat hij of zij voor een besparingsopgavestaat. Zoals ik daar ook voor stond toen ik binnenkwam bij VWS; dat wistTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16250 ik donders goed. Maar ja, dat is nou eenmaal de realiteit en ik wil er watvan gaan maken. Dat heeft wel te maken met optimisme. U kunt me datkwalijk nemen, maar dat is hoe ik erin zit. Ik ga niet zitten sikkeneuren overwat er is afgesproken voordat ik hier voor het eerst bij een hoorzitting aaneen tafel zat. Ik ga er wat van maken met de beschikbare middelen die ikheb. Ik denk dat we een heel eind kunnen komen. We investeren alsnogals VWS honderden miljoenen in sport volgend jaar, ook in de komendejaren, en ook in 2029. Daarnaast worden er in Nederland breed miljardenin sport geïnvesteerd. Dat blijft zo en daarmee blijven we absoluutkoploper in Europa.Ik was afgelopen dinsdag bij de Sportraad in Brussel. De tendens daarbestaat uit twee dingen. Eén. Mijn Griekse collega herhaalt de hele tijd datde Olympische Spelen uit Griekenland komen. Twee. Iedereen komt naarNederland toe, naar mij toe, om te vragen of ze een keer mogen langs-komen om te kijken hoe wij omgaan met het investeren in sport: «Jullieinvesteren zo veel. Mag ik daarvan komen leren?» Dat is een beetje detendens. Ik kan mijn agenda leegvegen voor collega’s die de komende tijdwillen langskomen. Ik heb dan geen ruimte meer om andere dingen tedoen. Ik houd er niet van – ik denk ook niet dat het gerechtvaardigd is –om daar een extreem negatief verhaal van te maken. Ja, er zijn uitda-gingen. En ja, we hebben ook heel veel dingen goed voor elkaar. En voorde uitdagingen die we hebben, hebben we oplossingen en plannen omdaaraan te werken. Ook in die zin sta ik er positief in. Als het gaat om detotale bezuiniging op sport, heb ik al iets gezegd over hoe het hoofdlijnen-akkoord is doorvertaald naar het Ministerie van VWS en naar mijnportefeuille.De heer Van Nispen (SP):Ten eerste. De Staatssecretaris richt zich enkel en alleen op zijn eigenbegroting, terwijl wij hier vanuit de Kamer de hele tijd proberen om overdie kolommen van andere ministeries heen te kijken. Dus wij kijken ooknaar de verhoging van de kansspelbelasting, de nog steeds dreigendebtw-verhoging, en de bezuiniging op bewegingsonderwijs. Loop daar nietvoor weg! Want hoort dat ook allemaal bij de bezuinigingen op sport enbewegen? Ten tweede. Ik vroeg niet aan de Staatssecretaris om negatiefte gaan zitten zijn en te gaan sikkeneuren. Ik vroeg de Staatssecretaris erwat aan te doen en in de ministerraad te zeggen: «Beste mensen, ik benjuist hartstikke trots op hoe we het in Nederland hebben geregeld. Diebuitenlandse collega’s willen allemaal naar ons toe komen.» Dan moet hettoch niet de reactie zijn om daar maar eens stevig op te gaan bezuinigen?Wat is dat nou toch voor rare reactie? Hoezo wordt alles beter omdat dezeStaatssecretaris zo slim is en alles beter kan doen met minder geld? Ikgeloof daar gewoon niet in. Ik hoef er niet eens meer een reactie op. Ikvind het een hele rare redenering om te zeggen «we maken alles beter,omdat we erop gaan bezuinigen». Dat is toch heel vreemd?Misschien mag ik nog wel een reactie op mijn concrete voorstel om heteerst te onderzoeken voordat we dingen gaan slopen. Voordat we gaanbezuinigen lijkt het me heel goed om eerst te onderzoeken wat demaatschappelijke schade is op de langere termijn. Verder zal ik meproberen in te houden.Staatssecretaris Karremans:Ik ga er toch op reageren. Het is natuurlijk niet zo dat ik het departementvan VWS ben binnengekomen, ervan uitgaande dat er geen enkeletaakstelling was, alsof die bezuinigingen niet nodig zijn, en dat ik tegenambtenaren heb gezegd «jongens, ik wil betere sport», en dat het adviestoen was: dan moet je bezuinigen. Natuurlijk niet. Er is een taakstelling inhet hoofdlijnenakkoord en daar heb ik mee te maken. Die moet ik invullen.Ik moet mijn bijdrage leveren aan gezonde overheidsfinanciën. Dat vind ikook belangrijk. Daar heb ik voor getekend en dat doe ik ook. Dat is deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16251 reden waarom het nodig is. Je bedenkt natuurlijk niet vanuit sportper-spectief dat je daar geld gaat weghalen. Tegelijkertijd denk ik ook dat jedingen anders kunt invullen – daar komen we straks op – door eensportwet, een sport- en bewegenwet en de mogelijkheden die we hebben.Dat ben ik als wethouder ook gewend. Je moest het elk jaar doen metminder budget. Als ondernemer ben ik dat ook gewend. Je hebt slechtejaren, waarin je minder verkoopt dan je denkt. Dan moet je de tering naarde nering zetten en wil je toch groeien. En dat kan. Daar moet je voorondernemen en daar moet je creatief voor zijn, maar die mogelijkhedenzijn er. En dat wil ik ook voor de sport.En als het gaat over de maatschappelijke waarde ... Ik kan tegen deMinister van Financiën zeggen: haal dit maar even uit de tabel, want wegaan eerst even de maatschappelijke waarde onderzoeken. Maar danmoet het ergens anders ingevuld worden. Dan zal een collega van mijzeggen: dat gaan we niet doen. Die bezuinigingen staan. Daar sta ik ookvoor. Ik denk dat ze op een verantwoorde manier zijn ingevuld. Zijn zeleuk? Nee, maar we gaan ze wel doen. Volgend jaar niet. De jaren daarnazijn ze wél ingevuld. Het punt van de maatschappelijke waarde hoor ikveel terugkomen. We hebben het er in het preventiedebat ook over gehad.Een euro die je investeert in sport levert € 8 aan maatschappelijke waardeop. Dat zeggen we bij zo veel dingen.Het punt is dat je van maatschappelijke waarde geen boodschappen kuntdoen. Ik kan er geen mensen van aannemen, ik kan er geen sporthallenvan laten bouwen. En die heb ik nodig. Je hebt uiteindelijk keihard geldnodig. Daarom ben ik aan het werk – dat heb ik ook in het regeerpro-gramma gezet – met een investeringsmodel voor preventie. Daar valtsporten ook onder. We moeten veel harder kunnen maken wat deopbrengsten van bepaalde investeringen zijn. Mevrouw Van den Hil zeihet heel treffend: de kost gaat voor de baat uit. Maar het gaat wel omkeiharde knaken. Dat is nou eenmaal de realiteit. Nogmaals, ik kan zeggendat het zo veel maatschappelijke waarde oplevert, maar daar kan ik hetsalaris van iemand niet van betalen. Dat kan ik alleen met harde euro’s.Daarom is de koppeling met het geld daadwerkelijk naar voren krijgenheel belangrijk. Er zit een stukje risicoverdeling in. Dat is echt onderdeelvan preventie. Daar is sport ook onderdeel van. Dat zei de heer Mohandisook. Daar zijn we mee bezig. Dat ben ik hartstikke eens met de heer VanNispen.De voorzitter:Even richting de leden. We zijn bij het eerste blokje.Staatssecretaris Karremans:Ja, zeker.De voorzitter:We hebben in totaal vijf interrupties. Gelieve daar rekening mee tehouden. Een interruptie van mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ik snap dat u dat zegt, voorzitter, maar ik heb het vermoeden dat in deinleiding dit onderwerp aan de orde komt en dat de Staatssecretarisdaarna heel praktisch allerlei vragen in blokjes gaat afronden. Ik deel heelerg wat mijn collega’s op links zeggen: ik mis het verhaal van de Staatsse-cretaris, een visie, een perspectief over waar het naartoe moet. Ik hoor deStaatssecretaris een aantal keren zeggen: het is allemaal niet volgend jaar,er is veel te veel paniek en er komt volgend jaar nog meer geld bij. Danheeft de Staatssecretaris nog een heel jaar de tijd om te doen waar wij alsKamer om vragen: ga onderzoeken wat de effecten zijn. Ik kan het bijnauittekenen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16252 Ik hoor de Staatssecretaris in dit debat maar ook in eerdere debattenzeggen: we moeten gaan uitrekenen wat de maatschappelijke waarde is.Dat hebben we al gedaan. Er is onder het vorige kabinet een technischecommissie vanuit Financiën aan de slag geweest. U heeft al een heelmodel op touw gezet. Er ligt allemaal werk. Het ligt voor open doel, om insporttermen te blijven. Dan stelt hij me toch een beetje teleur. En dat lijktbesmettelijk, want ook de collega’s op VWS weigeren om uitvoerings-toetsen te doen, met het veld te overleggen en te onderzoeken wat deeffecten zijn. Ik ben zeer van gezonde overheidsfinanciën, maar dit is echtheel hard in je eigen vingers snijden. De bal komt straks keihard terug endan heeft de Staatssecretaris een veel groter probleem. Als de Staatsse-cretaris tijd heeft – wat hij nu een aantal keren heeft aangegeven – kan hijprecies doen waar wij samen met collega Van Nispen om vragen, namelijkonderzoeken wat de effecten zijn van deze bezuinigingen.Staatssecretaris Karremans:Het punt is het volgende. Het grote blok van die bezuinigingen ziet op deBOSA. Dat is het grote blok waar ik veel op weggeboekt heb, ook ombezuinigingen op andere terreinen, zoals Jeugdfonds Sport & Cultuur,gehandicaptensport en topsportprogramma’s te voorkomen. Daar gaatgeen euro vanaf. Sterker nog, bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur komt ergeld bij, zeker voor zwemlessen. Dat willen we juist stimuleren. Ik heb netten aanzien van de accommodaties gezegd dat heel veel dingen beterkunnen. In 2026 gaat de eerste korting van de BOSA inderdaad in. Wehebben daarin wel nog steeds de demping van de DUMAVA. Richting2026 en verder wil ik juist aan de slag gaan met het onder de loep houdenvan al die verschillende maatregelen om te kijken hoe we dingen beterkunnen regelen. Natuurlijk kijken we dan ook naar de maatschappelijkeimpact van dingen, voor zover dat mogelijk is. We kijken dan vooruit naarhoe we dat invullen. Natuurlijk willen we zo veel mogelijk maatschappe-lijke waarde realiseren, maar we zullen ook andere doelen meenemen. Wekijken niet alleen naar maatschappelijke waarde. Misschien is de derdesporthal in Rotterdam-Zuid bijvoorbeeld wel meer waard dan de eerstesporthal in Deventer, maar je wil ook regionale spreiding hebben. Je kuntdaar dus niet alleen een absolute waarde aan hangen. Maar natuurlijkhouden we rekening met maatschappelijke waarde, want we willen metsport maatschappelijke impact hebben. Dat heb ik ook in mijn inleidinggezegd.De voorzitter:Vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Karremans:De volgende vraag die ik voor me heb, is de vraag van de heer Mohandis,namelijk of ik bereid ben om in de DUMAVA een apart bedrag specifiekvoor sport te reserveren. Daar ga ik niet over. We weten natuurlijk ook eenbeetje hoe het werkt. Ik kan hier niet voor andere bewindslieden spreken.De Minister van VRO is verantwoordelijk voor de DUMAVA-regeling. Ik kannatuurlijk wel vragen of ik alsjeblieft een hekje om geld voor sport kanzetten, maar dat willen ziekenhuizen of scholen ook. Het is dus niet voorniets zo. Voor al het maatschappelijk vastgoed, gelukkig straks ook voorsportaccommodaties, is in de komende jaren 1,9 miljard euro beschikbaar.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik zit echt te rekenen met de interrupties, want we hebben er natuurlijkmaar vijf. Ik vind het lastig dat de Staatssecretaris het hele verhaal dat hijhier houdt over de BOSA in één zin onderuithaalt. Staatssecretaris, u zegt:ik hang de vlag uit, want de DUMAVA gaat open. Als woordvoerderCultuur zeg ik daar dan gelijk bij dat uw collega op Cultuur precieshetzelfde zei: laten we meer doen met DUMAVA. Morgen is er een debatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16253 over het erfgoed. U wilt niet weten hoeveel erfgoedinstellingen die kantop zijn geredigeerd. Ik kan een hele waslijst noemen. Dat is precies mijnpunt. Het siert u dat u die zoektocht aangaat. Dat meen ik oprecht, maarbeseft u het volgende. U zegt eigenlijk dat u niet over de DUMAVA gaat endat u ook niet gaat over hoe er wordt geprioriteerd en hoeveel garantie eris voor sportverenigingen. Dan is het leuk dat het hekje opengaat, maar ikkan u verzekeren dat een aantal sectoren, zoals onderwijs en cultuur,komend jaar gaat dringen bij de DUMAVA. Ik kan alle maatschappelijkeinstellingen wel opnoemen. Het is een enorme opgave. Dat is geenoplossing. Het zou helpen als u eerlijk zou zeggen: «Die BOSA zit me nietlekker. Het is eigenlijk gewoon onverstandig. Het staat nu in de boeken,maar ik ga elke maand of elke twee maanden mijn best doen om geld tezoeken. Ik kijk naar onderbestedingen. Ik ga me rot vechten richtingandere bewindspersonen.» Dan komen we ergens. Maar ga niet wat kromis, verdedigen, want dat kan gewoon niet.Staatssecretaris Karremans:Ik benoem feitelijk hoe de DUMAVA werkt. Ik lul niks krom. Ik ben bezigmet het openstellen van de DUMAVA. Voor regelingen waar meerdereorganisaties aanspraak op kunnen maken, geldt natuurlijk altijd dat daarconcurrentie plaatsvindt. Dat is nu ook zo in de BOSA. Dat geldt voor heelveel regelingen. De realiteit is ook dat nu in de DUMAVA een stukjeonderbesteding zit. Het is aan het Ministerie van KGG om het geld voor deDUMAVA te verstrekken. Ik zal er natuurlijk mijn uiterste best voor doen –datzelfde geldt voor mijn collega – om ervoor te zorgen dat er voldoendemiddelen in de DUMAVA zitten, zodat sport daar goed in vertegen-woordigd kan zijn. In theoretische zin kan het ook zijn dat sportvereni-gingen straks heel veel gaan binnenhalen, wat weer ten nadele gaat vancultuur of onderwijs. Dat weten we niet. Dat kunnen we in de komendetijd mooi in de gaten houden. Feit is dat de DUMAVA opengaat en dat ereen stukje onderbesteding in zit. Ik denk dat de heer Mohandis ook heelgoed begrijpt dat ik natuurlijk niet voor de Minister van VRO kan zeggen:we gaan nu een hekje om sport zetten en dat is het.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Maar wat doet de Staatssecretaris nou als over een halfjaar blijkt dat erheel veel geld overal naartoe is gegaan en maar een heel klein beetje naarsport? Hoe boos word je dan? Hoe hard knok je dan?Staatssecretaris Karremans:Op welke schaal?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Nou, de schaal van 1 tot 100 dan.Staatssecretaris Karremans:1 tot 100! Het is moeilijk te zeggen hoe boos je wordt als er minder gelddan verwacht naar sportverenigingen gaat. Je hebt dan altijd met elkaareen gesprek. Ik ben de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor sporten ik wil dat belang zo goed mogelijk behartigen. Dat kan op meerderemanieren.DUMAVA gaat open voor sportverenigingen en dat is echt hartstikke mooi.Hoeveel geld er vervolgens naar sportverenigingen gaat, weten we niet.We verwachten dat dit een substantiële hoeveelheid geld is, maar hoeveelhet precies is dat weten we niet. Je houdt dat vervolgens in de gaten enop het moment dat dingen in de knel komen, dan voer je daar met elkaarhet gesprek over. Dat is hoe het gaat met betrekking tot besluitvorming inhet kabinet ten aanzien van het verstrekken van middelen voor regelingen.Ik ben hartstikke blij dat de DUMAVA opengaat. Ik vind het geengeweldige maatregel en ik vind de BOSA een vervelende maatregel. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16254 niet dat ik binnenkwam bij VWS met als doel de BOSA flink te korten.Absoluut niet.Ik reken niet op begrip, maar ik heb net geprobeerd om uit te leggenwaarom ik het daar heb laten landen. Ik wilde juist bezuinigingen opandere terreinen voorkomen. Ik kan niet doen alsof er geen taakstelling is.Ik kan die taakstelling niet wegtoveren of wegdromen. Ik moet dietaakstelling invullen. Dat is nu eenmaal de afspraak die we daarovergemaakt hebben. De heer Van Nispen heeft daarnaar gevraagd en ik benzo eerlijk om uit te leggen hoe ik die afweging gemaakt heb. Meer kan iker niet van maken. Het gaat over bevolkingsonderzoeken, over vaccinerenen over hoe het hier is geland. Dit is de uitleg die ik erbij te geven heb.Kamerleden kunnen het daarmee oneens zijn, maar ik stond voor de keuzeom de taakstelling in te vullen. Als het niet op de BOSA valt, dan moet hetergens anders vallen en dat wilde ik niet op terreinen als JeugdfondsSport & Cultuur, gehandicaptensport of topsport.De voorzitter:Ik kijk even naar de klok en ik wil u allen verzoeken om iets korter enpuntiger te zijn. We zijn nu nog steeds bij het eerste blokje en het isinmiddels 20.45 uur. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van den Hil.Mevrouw Van den Hil (VVD):Anders nemen we maar wat blessuretijd. Mevrouw Van Dijk vroeg hoekwaad de Staatssecretaris zou worden, maar achteraf kwaad worden heeftgeen zin. Ik wil aan de Staatssecretaris vragen om vooraf die collegaschaakmat te zetten en niet als de pap al gestort is. Ik wil die urgentie welzien van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Karremans:Volgens mij ziet u die urgentie ook, omdat ik probeer om het goed teregelen voor die sportverenigingen en sportaccommodaties. Daar ben ikmee bezig. Was het maar zo dat ik met die taakstelling naar het ministeriekwam en vervolgens als een soort Bruce Almighty op alles «ja» konzeggen. Dat kan helaas niet als je een taakstelling hebt. Je moet hetergens op een bepaalde post laten landen. Ik heb dat op deze maniergedaan. We hebben die taakstelling nu eenmaal, dat is het punt. Ik heb zogoed mogelijk geprobeerd uit te leggen waarom dat zo is. Ik word nooitecht kwaad, maar ik zal mijn best doen om aan de slag te gaan voor desportaccommodaties in Nederland, want dat is overduidelijk nodig.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Zo gaan we er wel snel doorheen, maar ik merk aan veel collega’s dat hetecht heel onbevredigend is. Ik heb best veel begrip voor de Staatssecre-taris en ik weet dat hij voor een opgave staat. Dat zal voor meer bewinds-personen gelden en dat geldt voor de Staatssecretaris op VWS wellichtnog meer. Maar de Staatssecretaris krijgt ook zo’n enorm cadeau van aldeze woordvoerders Sport die zich al jaren inzetten voor dit onderwerp.En dan komen we ook nog eens met amendementen die gedekt zijn. Wezijn de Staatssecretaris enorm, maar dan ook enorm aan het helpen. Hetzou voor het debat, de inhoud, en ook de tijd, meneer de voorzitter, heelerg helpen als we elkaar midden op de stip ergens zouden tegenkomen,want er ligt een cadeau op tafel. Het helpt niet voor dit gesprek als deStaatssecretaris blijft zeggen: ik heb een opgave, en ik doe heel erg mijnbest, maar het leven is heel ingewikkeld.Staatssecretaris Karremans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16255 Het is nog maar 2 december, en er ligt een cadeau op tafel. Het is bijnapakjesavond, en zo voel ik het ook. Ik vond het een erg prettig debat. Ikvond ook dat er een aantal goeie ideeën zijn geopperd waar ik zo meteenop zal ingaan en positief op zal reageren. Op een aantal amendementenzal ik oordeel Kamer geven, dus ik zal ook daar positief op reageren. Ikhoop dat ik daarmee het cadeau een beetje uitpak, hoewel ik daar zelfvoor betaal. Maar dat wil ik graag doen. Wij met z’n allen betalen het, zegtMohandis. Dat is zeker zo; goede correctie. Dus dat is het. Ik kom zo op deindividuele amendementen. Maar ik kan niet zeggen: ik krijg meer geldvoor sport, en een ander ministerie betaalt. Dat kan ik hier helaas nietdoen. Dat zou wat zijn; dan zou het toch een beetje een rotzooi wordenhier in Den Haag. Dus dat gaat helaas niet. Maar ik snap het punt wel, endaarom moeten we naar die plannen gaan kijken, om dat goed onder-bouwd te doen, en wie weet komt er nog wat uit. Daar gaan we wel voor,in ieder geval.Op de vraag over het revolverend fonds heb ik gereageerd in de brief. Ikvind het een interessant instrument en ik wil het meenemen in deontwikkeling van die plannen. Dus we gaan aan de slag met die plannen,waarvan ik ook al heb gezegd: we gaan dingen meer bij elkaar brengen.Bij sommige sportverenigingen verandert de vraag weleens. Daar had deheer Blaauw het over: de vraag verandert weleens. Hoe ga je daar meeom als sportvereniging? En kunnen we ze daar ook meer mee helpen? Deheer Mohandis zei: grofweg 30% van de sportverenigingen heeft hetmoeilijk, maar ook 30%, dus ongeveer een even groot aandeel, of zelfswellicht zelfs een groter aandeel, doet het beter dan ooit. Je ziet dus ookenorme succesverhalen in de wereld van sportverenigingen. We zien datwe meer individueel zijn gaan sporten bij sportscholen. Kinderen zijnbijvoorbeeld meer gaan dansen dan traditioneel voetballen, wat wevroeger misschien massaal deden. Je ziet daarin verandering. Desportsector moet daarop inspelen, dus het vraagt ook iets van desportsector. Je ziet ook steeds meer tennisclubs die tennisbanenombouwen naar padelbanen. Dat is een goed voorbeeld van hoe wordtgeanticipeerd op een veranderende vraag. Maar dat gaat niet altijd evenmakkelijk; de ene doet het beter dan de andere. Daar valt nog een heleopgave te behalen.Dan heb ik de vragen over de BOSA en de DUMAVA allemaal beantwoord.Als dat niet zo is, dan komt het door het incident op de trap, denk ik. Danzit die vraag ergens anders.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Saris.Mevrouw Saris (NSC):Ik had nog een vraag gesteld aan de Staatssecretaris over die 250 miljoen,maar ik kan me voorstellen dat die op de trap is blijven liggen.De voorzitter:Wat was de vraag?Mevrouw Saris (NSC):Ik had de Staatssecretaris een vraag gesteld over het feit dat in de bijlagevan de brief een keuze wordt voorgesteld om bijvoorbeeld niet de gehelesportsector te verduurzamen, maar te gaan voor die 250 miljoen voor desportaccommodaties. Ik vroeg mij af wat uw afweging daarin was.Staatssecretaris Karremans:Als het goed is, komen we daar even op terug in de tweede termijn.Dan kom ik nu bij het blokje jeugd. De eerste vraag is van het lidPaulusma, of ik mij in ga zetten voor het kerndoel bewegingsonderwijs enbewegend leren, en niet alleen na school. Met de oplevering van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16256 nieuwe concept kerndoelen wordt onder andere aandacht besteed – datvalt onder OCW, hè – aan leren bewegen, samen bewegen en betrokkenbewegen. Dat ziet op verschillende dingen, zoals het aangaan vanbeweeguitdagingen, het samen zoeken naar oplossingen, eigen vaardig-heden en experimenteren met verschillende beweegvormen. Dezekerndoelen worden de komende periode uitgeprobeerd in de praktijk,begreep ik van mijn collega.Er zijn meer vragen gesteld over bewegen in het onderwijs. Dat isnatuurlijk een belangrijk onderwerp. Ik heb met Erik Scherder, die ik haduitgenodigd op het Ministerie van VWS, gesproken over de mogelijk-heden die er op dit vlak zijn. Daarover ben ik ook in gesprek met mijncollega van OCW. We zitten natuurlijk met het lastige dilemma dat we nietnog meer verplichtingen in het onderwijs willen duwen. Ik snap dat mendaar bij OCW terughoudend mee wil zijn, maar wij voeren het gesprekover wat wel kan.Er ligt ook een opgave ten aanzien van schoolpleinen. Traditioneel zien wein Nederland dat schoolpleinen grijze massa’s van tegels zijn. Zo was inelk geval het schoolplein bij mijn school en ik denk dat heel veel mensendat herkennen. Welk effect hebben dergelijke schoolpleinen? Bijvoorbeeldin stenige wijken in grote steden zoals Rotterdam worden schoolpleinendie bestaan uit tegels of asfalt ’s zomers heel heet. Ik kan natuurlijk geenvragen stellen aan de Kamer, anders had ik de vraag gesteld: hoe heetdenkt u dat het asfalt werd op het Driehoeksplein in Spangen op een hetezomerse dag? Dan had de heer Mohandis geantwoord: 72 graden. En datis correct. Dat asfalt werd 72 graden en daar kun je niet op voetballen. Watgaan kinderen dan vervolgens doen? Die gaan binnen zitten gamen. Dat iswat er gebeurt. Dat zie je natuurlijk bij heel veel schoolpleinen. Daarom iseen belangrijke ontwikkeling dat wij, met veel investeringen, groenblauweschoolpleinen realiseren. Die zorgen voor veel meer verkoeling ennodigen ook uit tot bewegen. Veel scholen zijn daar heel enthousiast over,evenals de buurten waarin die scholen gelegen zijn, omdat die school-pleinen zorgen voor verkoeling in plaats van hittestress. En kinderen uitde buurt kunnen daar ook in het weekend spelen. Daar zijn we druk meebezig, zoals ook in de brief staat. We proberen daar het onderwijs echt opaan te haken, ook via de gemeenten.Dan over de zwemdiploma’s. Het is een heel terecht punt van de heerMohandis dat steeds meer kinderen geen zwemdiploma halen. In eenwaterrijk land als het onze is dat echt een probleem.De voorzitter:U krijgt een interruptie van mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):De Staatssecretaris noemde het net de «Paulusmadoctrine». Daar kom ikdan toch weer. Ik hoorde de Staatssecretaris een heleboel dingen overOCW zeggen en toen kwam er een heleboel afleiding rondom heelverhitte schoolpleinen. Ik denk dat de Staatssecretaris ook het conceptrijke schooldag kent. Het onderwijs is daar heel enthousiast over, dusvolgens mij ligt de bal wederom voor open doel. Ik ben vooral heel ergbenieuwd naar de termijn die de Staatssecretaris voor ogen heeft als hetgaat om dit soort ambities.Staatssecretaris Karremans:Dat moet ik even nagaan bij mijn collega van OCW, want dat beleid ligtdaar. Dat gaan wij dus even na en dan komen wij erop terug. Als dat lukt,doen we dat in de tweede termijn, anders schriftelijk.Ik was gebleven bij de zwemdiploma’s. Het is een terecht punt van deheer Mohandis dat steeds meer kinderen geen zwemdiploma halen. Wijdoen daar onderzoek naar. Wij kijken ook naar scenario’s om hetschoolzwemmen terug te brengen. Dat kost alleen tijd. Wat ik zal doen, isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16257 volgend jaar twee ton extra overmaken naar het Jeugdfonds Sport &Cultuur, specifiek voor zwemlessen. Dat geld is dus geoormerkt voorzwemlessen, aangejaagd door de heer Mohandis, om dat op korte termijngoed te doen. Daarover is ook een amendement ingediend. Daar zal ik zoover komen te spreken, maar ik kan alvast een tipje van de sluiteroplichten: dat amendement zal ik oordeel Kamer geven. Als datamendement wordt aangenomen, zal er al een dikke verdubbelingplaatsvinden van het geld dat we overmaken naar het Jeugdfonds Sport &Cultuur.In het amendement staat ook iets over de vindbaarheid van de regelingen.Op dat punt zien we echt een opgave. Ik heb daar al een aantalwethouders op gewezen. Overal waar ik wethouders spreek – vaak zijn dewethouders die zich bezighouden met preventie ook de wethouders diezich bezighouden met sport – wijs ik hen op de vindbaarheid van deregelingen. Ik krijg nu vaak feedback via LinkedIn in de trant van «bedanktvoor de aanmoediging en we hebben het aangepast», of «we hebben hetgecheckt en het is in orde». Maar daar ligt in alle eerlijkheid best nog weleen opgave. Ik heb zelf de proef op de som genomen en ben naar dewebsite van verschillende gemeenten gegaan om informatie te krijgenover zwemlessen. Het blijkt vaak moeilijk zoeken naar de regeling voorgratis zwemlessen voor kinderen van ouders met een laag inkomen. Ikben gewend om elke dag door ingewikkelde stukken te gaan, maar voormij was het hier en daar echt een uitdaging. Dat zegt veel. Daar is echtnog wel winst te behalen; daar ligt echt een opgave. Daarom vind ik hetidee van het onderzoeken van die sportpas ook zo interessant. Dat geeftwat meer uniformiteit en voorkomt dat iedereen weer zijn eigen systeemaan het ontwikkelen is. Maar daarover zo meteen meer. Dan de vraag vande heer Blaauw over hoe het staat met de plannen voor toegankelijkezwemlessen en schoolzwemmen. Dat nemen we mee in het onderzoek datis gevraagd door de heer Mohandis over schoolzwemmen en het aantalteruglopende zwemdiploma’s dat gehaald wordt door kinderen. Hetzelfdegeldt voor de vraag hoe we ervoor zorgen dat dat onder de aandachtkomt. Die vraag heb ik net al beantwoord: daar valt nog wel wat aan tedoen.Mevrouw Van den Hil vroeg hoe ik ervoor ga zorgen dat ouders hunkinderen stimuleren om te bewegen. Dat vind ik een goed punt. Ik vind datdat uiteindelijk ook onderdeel moet zijn van de strategie die wevormgeven richting dat doel. Ik heb drie doelen, noem het een visie opsport. Ik vind dat we daarop moeten focussen en winst moeten behalenvoor de langere termijn. Ik denk dat ouders daar een belangrijke hulp bijzijn, ook de ouders van kinderen met een handicap. Daarvoor proberenwe het vervoer nu beter te regelen, want dat is vaak een grote barrière. Ikkom zo nog terug op wat er bestemd is voor sporthulpmiddelen. We gaandat meer naar één loket brengen, zodat het makkelijker wordt. We gaanbarrières slechten. Daar is ook het punt van de heer Van Nispen over despeeltuinen een belangrijk onderdeel van. Dat zijn we allemaal aan hetdoen. Ik ga ook een ouderavond organiseren. De heer Dijk van de SP heeftzich aangemeld om dat samen met mij te doen. Dan gaat het onderandere over vapen. Wellicht kunnen we daar nog aan toevoegen datsporten belangrijk is voor kinderen.Dan het punt van de heer Van Nispen dat het uitgangspunt moet zijn datieder kind voor het verlaten van de basisschool minimaal één zwemdi-ploma heeft, dat alle kinderen in aanraking moeten komen met zwemmenen dat er geoormerkt geld voor beschikbaar zou moeten worden gesteld.Wat is daarop mijn reactie? De onderzoeken doen we nu. Het liefste zie ikook dat iedereen een zwemdiploma heeft. We zien nu echt een zorgelijkeontwikkeling van kinderen die geen zwemdiploma hebben: van 6% naar13%. Dat is heel zorgelijk. Het is zaak eerst die trend te keren. Dan kijkenwe hoe we naar 0% kunnen komen. De scenario’s van schoolzwemmenworden onderzocht en die sturen we naar de Kamer. Het is goed om opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16258 dat moment met elkaar te spreken over wat realistische doelen zijn, opwelke termijn, en welke acties we daaraan kunnen koppelen. Maar wevoeren eerst het onderzoek uit waartoe de Kamer opdracht heeft gegeven.Als het gaat om zwemveiligheid en de lonen van zwemonderwijzers is hetbelangrijk om hen goed te belonen om zo veel zwemonderwijzers tebehouden. Maar het is wel een zaak tussen werkgever en werknemer. Erzijn veel commerciële partijen, maar ook niet-commerciële partijen die datdoen. Het is echt zaak dat zij dat doen, maar ik onderstreep het belang omdat goed te regelen.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Er moet heel veel gebeuren om de trend te keren als het gaat om hetaantal kinderen zonder zwemdiploma. Dat is precies mijn vraag. DeStaatssecretaris erkent dat het die kant opgaat. Hij noemde zelf die 6% tot13%. Dat wordt eerder erger dan minder erg als we naar alle indicatorenkijken. Alleen vaststellen dat we de trend moeten keren, is niet voldoende.Er komen allerlei onderzoeken naar de Kamer, maar ik wil even ingaan opde vraag van de heer Van Nispen op dit punt. Als u echt meent dat dit nietkan, dan moeten we elkaar echt de komende maanden gaan vinden alsdie onderzoeken naar de Kamer komen. Op welk punt gaan we hetvastpinnen? Hoe gaan we ervoor zorgen dat we de garantie gaanontwikkelen dat bijvoorbeeld elk kind in elke gemeente kan zwemmen viaeen armoederegeling? Dat zijn hele concrete dingen die we kunnen doen.Wat mij betreft moeten we die ook vastleggen in een richtlijn. Geef hetmaar een naam. Maar het gaat niet lukken als we alleen een trend willenkeren met woorden en onderzoeken. Ik hoop dus echt dat wat we over eenpaar maanden met elkaar ergens kunnen vinden, concreter is dan waarwe nu staan.Staatssecretaris Karremans:Ik ben het helemaal eens met de heer Mohandis. Daarom is er nu ooktwee ton extra gereserveerd speciaal voor zwemmen. Dat is supercon-creet. Het gaat om een aantal dingen: geld voor het Jeugdfonds Sport &Cultuur, het amendement van de hand van de heer Mohandis dat daar ookop ziet, en het geld dat we daar zelf extra voor beschikbaar hebbengesteld, plus de vindbaarheid – dus het makkelijk maken dat je daarvangebruik kan maken – plus dat er genoeg zwemvoorzieningen zijn. Dan hebje al drie punten te pakken die heel concreet zijn en die we willenvormgeven.Dan kom ik op de cliffhanger waar ook naar gevraagd is: wil ik een sport-en beweegwet? Het antwoord daarop is ja. Ik denk dat dat nodig is. Datproces ga ik hernemen. We gaan natuurlijk kijken hoe dat er preciesuitziet. Ik kan nog niet zeggen dat dat eruitziet als wat er in conceptvoorlag, maar ik vind wel dat er noodzaak is om het te doen. Ik denk dat erop die manier heel veel afspraken gemaakt kunnen worden, ook tervervanging van die SPUK’s. Daar is natuurlijk ook nog een vraag overgesteld, maar op die vraag kom ik zo nog. Maar ik denk dat het echt eenmooie stap zou zijn en daar kunnen we natuurlijk ook iets in meenemenover zwemmen. Dus we gaan daar graag mee aan de slag en daar ga iknatuurlijk ook nog graag verder over in gesprek met de Kamer. Maar dat isdus mijn inzet.De voorzitter:Daar is nog een vraag over van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16259 Laat ik dan één complimentje uitdelen vanavond, maar daar laat ik hetdan verder wel bij. Het is heel goed dat er een sportwet komt. Dat is echtuitstekend.We hebben net uitgangspunten geformuleerd voor het zwemmen. Het zoutoch wel goed zijn dat de Staatssecretaris zegt: dat moet ook mijn doelzijn. Ik hoorde de Staatssecretaris zeggen «doelen en ambities, daar ben ikvan en daar kunt u me op afrekenen», maar dan is het toch niet heel veelgevraagd om als uitgangspunt van beleid te formuleren dat alle 12-jarigenminimaal één en het liefst drie zwemdiploma’s hebben. Dat zou nou echtprima bij de Staatssecretaris passen, gelet op zijn mooie woorden.Voorzitter, ik wil hier nog een vraag aan koppelen. Als we vinden dat hetvak van zwemonderwijzer zo ontzettend belangrijk is en we zeggenvervolgens dat het wel iets is van werkgevers en werknemers, dan doenwe de facto ook niks, terwijl het wel levensreddend werk is. Sterker nog,als we deze mensen niet beter gaan belonen, dan zijn er straks te weinigvan en nemen de wachtlijsten alleen maar toe. Dan kunnen we allemaalwel vinden dat die kinderen zwemdiploma’s moeten hebben, maar danloopt het vast. Ik wil daarom dat de Staatssecretaris de komende tijd zijncreativiteit aanspreekt om toch te kijken wat hij op dit punt kan betekenen.Staatssecretaris Karremans:Zo’n aanmoediging is altijd mooi en een uitdaging vind ik prachtig. Als uithet onderzoek komt dat dat het knelpunt is, dan hebben we denk ik metelkaar een gesprek. En dan alsnog zijn ze niet in dienst bij VWS, hè. Danzijn ze nog steeds ergens anders in dienst en zullen we dus ook nogsteeds moeten kijken of daar iets voor te bedenken is. Maar ik wil dat echteven afwachten. Mijn doel is het resultaat en al die andere zaken zijnmiddelen om te komen tot een resultaat, ook het Jeugdfonds Sport &Cultuur. Als je geld in dat fonds doet, is het nog steeds niet geregeld. Hetzijn allemaal middelen en het gaat om het resultaat. Dat laatste ben ik metde heer Van Nispen eens.Het is natuurlijk mooi om te zeggen dat we het doel stellen op «iedereenheeft een zwemdiploma», maar dat is wel een beetje van: we lossen hetprobleem in één keer op. Ik kan me voorstellen dat dat een heel mooi doelis, hoor, maar ik wil dat onderzoek afwachten en daarna met de Kamerbekijken wat voor een, twee, drie, vier, vijf jaar een realistische maarambitieuze doelstelling is. We gaan nu echt de andere kant op, maar omdan te zeggen «we zitten over een paar jaar op 0%»... Het zou heel mooizijn, maar ik moet ook realistisch zijn. Het antwoord is «ik weet het niet»,want misschien is het wel realistisch. Maar we zien nu al dat we de windniet mee hebben, om het maar in zeiltermen te zeggen. Dat is hetantwoord op de vraag: ik ga graag aan de slag met die uitdaging om erstraks vervolgens een concreet doel aan vast te plakken. Maar dat doe ikwel graag op basis van alle informatie, want dan weet ik waar ik het overheb en kan ik het doel ook goed onderbouwen. Zo doen?De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Karremans:Voorzitter, ik ben dus klaar met het kopje jeugd, hè. Daarmee kom ik nu bijhet blokje ruimte voor sport en bewegen.De eerste vraag is een vraag van de heer Van Nispen. Ben ik van meningdat wij het mbo meer aan het bewegen moeten krijgen? Ja, maaroverigens geldt dat niet alleen voor het mbo. Ik zal de naam van hetsportmerk niet noemen, maar in een heel mooi filmpje van dat merkwordt gezegd: het meest dodelijke is je bureau. Ik vond het initiatief vande heer Van Nispen heel mooi. Ik heb er zelf ook aan meegedaan door afen toe te gaan staan. Dat is zo belangrijk. Maar als je een een-op-eenvergadering hebt, is het ook heel goed om even met elkaar te gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16260 lopen in plaats van aan een tafel te gaan zitten. Frisse lucht en lekker watbeweging! Dat praat ook wat makkelijker; dat is althans mijn ervaring. Dusdat moeten we er overal in zien te krijgen, ook op het mbo. Daar zijnprogramma’s voor, onder andere de programma’s Gezonde School enActieve mobiliteit.Wat is er nodig voor een zorgplicht voor zwembaden? Kunnen we debibliotheken betrekken bij het denken over de sportwet? Ik denk dat wedat daarin kunnen meenemen.De aanscherping van de Omgevingswet bij nieuwbouw. Dat is een vraagvan de heer Mohandis. «Laten we kijken of we een wettelijke normkunnen maken voor nieuwbouw en infrastructuur, zodat sporten enbewegen aandacht krijgt.» Er lag inderdaad al een motie van de SP vooreen sportnorm. De leden Leijten en Van Nispen vragen in die motie om inieder geval te onderzoeken of we voor de ruimtelijke ordening, die onderdruk staat, een norm kunnen opnemen voor sport en bewegen. Datonderzoek komt medio 2025 naar de Kamer. Het komt eraan en we nemenhet ook ter harte. Overigens was dat ook mijn ervaring als wethouderBuitenruimte in Rotterdam. Juist in wijken waar de sociaaleconomischestatus toch wat lager was, probeerden we te zorgen dat de buitenruimteuitnodigde om te sporten. De realiteit is dat juist daar de straten smal zijnen het moeilijker is om lekker een stukje hard te lopen of te wandelen.Daar zit echt nog een opgave. Groen is natuurlijk fijn, maar dat is er daarvaak ook weinig. Ook daar gaan we graag met gemeenten over ingesprek.Mevrouw Van Dijk vraagt of ik de beweegdoelen voor 2040 wil halen enhoe ik dat zie. Het antwoord is ja. Juist de ambities die ik heb geformu-leerd, zijn precies in lijn met het halen van de beweegdoelen voor 2040.We lopen daar inderdaad wat op achter, dus ik wil die inhaalslag maken,juist om weer in lijn te komen met het doel dat we hebben gesteld voor2040. Het antwoord is dus ja.Hoe zorg ik ervoor, vraagt mevrouw Paulusma, dat bewegen voor jong enoud in de buurt niet pas in het staartje wordt besproken of erger nog,wordt vergeten? Zitten maatschappelijke organisaties voldoende aan tafelbij de Nota Ruimte? Ja, NOC*NSF is betrokken bij het OverlegorgaanFysieke Leefomgeving. Dit overlegorgaan wordt betrokken bij de NotaRuimte, dus NOC*NSF zit daarbij aan tafel. Daarnaast laten we op ditmoment onderzoeken of sport en bewegen onder druk staat binnen deruimtelijke ordening. Dit is conform de motie van onder anderen de heerVan Nispen voor het vaststellen van een sport- en beweegnorm. Hierwordt buitenspeelruimte in meegenomen. Buitenspelen is heel belangrijk,dus dat willen we op die manier doen.Is de Staatssecretaris het met de VVD eens, vraagt mevrouw Van den Hil,dat juist de Bas van de Goorstichting een positieve rol speelt door metweinig middelen veel mensen te laten bewegen? Absoluut! Ik heb viaLinkedIn een beetje contact met Bas, dus dat is leuk. Het is denk ik tijd datwe een keer gaan afspreken om het daarover te hebben. Het is natuurlijkhartstikke mooi om met minder middelen meer resultaat te boeken. Datkan ik wel gebruiken, dus dat is hartstikke mooi.Mevrouw Van Dijk vraagt of ik er nog steeds achter sta dat 75% van deNederlanders aan de beweegrichtlijnen moet voldoen. Ja, ik heb ookgezegd dat dat precies in lijn is met de doelstelling die ik gesteld heb in debrief over sport.Ben ik bereid om toe te zeggen om verdere ondersteuning van hetActieplan Nederland Beweegt te organiseren, wanneer er positieveresultaten zijn? Dat is een vraag van de heer Van Nispen. Ik kan hier op ditmoment geen toezeggingen over doen. Ik ben bereid er welwillend naar tekijken, maar ik heb er nu geen financiële middelen voor. Ik zou er op datmoment dekking voor moeten vinden. Maar ik onderschrijf de ambitieabsoluut. Ik beraad me om hier gevolg aan te kunnen geven, dus weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16261 kijken met aandacht naar het actieplan en nemen de resultaten van deevaluatie mee. Die verwachten we in januari.Hoe zorg ik ervoor dat op andere ministeries voldoende tussen de oren zitdat het stimuleren van bewegen integraal onderdeel van beleid moet zijn?We werken hierop samen. We komen binnenkort met een brief overHealth in All Policies of gezondheid op alle departementen, hoe je hetnoemen wil. Er is ook aandacht voor gezondheid en bewegen bij anderedepartementen. Ik heb ook wat gezegd over bewegen als onderdeel vanhet werkende leven.Hoe staat het met het sportnormonderzoek? In het eerste kwartaal van2025 komen we daarmee naar de Kamer. Ik heb natuurlijk al iets gezegdover sport... Ik noem het wel de sport- en beweegwet. Dat is de term,tenzij de Kamer daar allemaal dingen aan toe wil voegen.De voorzitter:U heeft een vraag van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Toch over het programma Nederland Beweegt. De Beweegalliantie isonder andere volop bezig met allerlei samenwerkingsverbanden, in dezorg, op scholen, op het werk, noem maar op, om dat volop te stimuleren.Het komt ook voort uit een wens van de hele Tweede Kamer, met volgensmij 150 stemmen voor op dat moment. Dat programma loopt nu en hetwordt in januari tussentijds geëvalueerd. We weten nog niet wat eruitkomt; dat begrijp ik allemaal. Eind 2025 loopt het programma af. Ik zou hetecht onverteerbaar vinden als de Staatssecretaris zegt: het loopt af en ikheb geen financiële middelen. Dat weet ik, want dat is het verhaal in dithele debat: er zijn geen financiële middelen. Als je een programma hebtdat zo laagdrempelig is, met zulk laaghangend fruit om mensen inbeweging te brengen, en als het succesvol is – dat moeten we zien injanuari, dus daar kan ik niet op vooruitlopen – dan kun je toch niet zeggen:er zijn geen financiële middelen, dus het stopt allemaal? Dat kan tochniet? Dat kan toch geen weldenkend mens verzinnen? Dus ik wil wel datde Staatssecretaris richting de Voorjaarsnota met voorstellen komt, wantdan heeft hij een heel jaar om te kijken wat er gedaan kan worden om, alshet programma succesvol blijkt, het te continueren in de jaren 2026 endaarna, juist omdat dit veel op gaat leveren.Staatssecretaris Karremans:We staan helemaal achter die ambitie. We moeten even bekijken of hetsuccesvol is. Ten eerste wil ik dat echt even afwachten, ook in relatie totandere opgaven. Ten tweede kan ik mij ook voorstellen ... Want ik zie ...Laat ik het zo zeggen: het is wel heel druk op het sportveld. Er staan meerdan 22 spelers op. Ik denk dat we hier en daar kritisch moeten kijken of erniet dingen dubbel worden gedaan – ik zie dat op preventiegebied ook –en of we dingen niet efficiënter met elkaar kunnen doen, terwijl we wel deambitie en de resultaten ondersteunen. Ik ben het eens met de ambitie dieer is, zeg ik tegen de heer Van Nispen, maar geef mij alsjeblieft even deruimte om dat in te vullen op een manier waarvan ik denk dat dat hetbeste is en dan kunnen we het daar met elkaar over hebben. Dat zal danrichting de begroting van 2026 zijn. We willen het ook meenemen in desamenhangende preventiestrategie. Die komt al eerder. Dat betekentsowieso ergens voor de zomer volgend jaar. Dat is de samenhangendepreventiestrategie. Dat nemen we daarin mee, want dat is voor mij ookeen belangrijk onderdeel. Sport is voor mij ook een onderdeel vanpreventie, dus ik wil het ook onderdeel laten zijn van de samenhangendepreventiestrategie. Dus dat nemen we daar ook in mee.Dat waren mijn vragen op ruimte voor sport en bewegen, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16262 Dat is mooi. Dank u wel. Dan zijn we nu volgens mij bij blokje 4, veiligsporten.Staatssecretaris Karremans:Ja, veilig sporten. Er waren vragen naar aanleiding van deBOOS-uitzending. Wat heb ik nodig om in samenspraak met mijn collegavan JenV te helpen bij het tegengaan van dit gedrag – racisme, homofobieen discriminatie – bij Feyenoord? Ik had hierover al even contact met deheer Mohandis, die hier ook erg van geschrokken was. Dat heeft hij zelfook gezegd. Hetzelfde geldt voor mij, maar helaas kende ik het dossier alheel goed als wethouder in Rotterdam. Ik ken de oprichter van de RozeKameraden heel goed. Ik ben met hem samen al eens een keer bij deFeyenoorddirectie geweest om dit te bespreken, dus ik ken het dossierhelaas heel goed. Ik keur alle vormen van geweld, antisemitisme,homohaat en geweld tegen scheidsrechters ook ten zeerste af. Ik ken ookhet probleem van gebiedsverboden ten opzichte van stadionverboden, dejuridische ingewikkeldheid daarvan. De aanpak van hooligans en huncriminele gedrag ligt natuurlijk bij JenV. Er zijn er ook een aantalveroordeeld. Van collega-wethouders is destijds het huis beklad. Diewerden zwaar geïntimideerd, dus ik heb dat van dichtbij meegemaakt. Datkeuren we uiteraard ten strengste af.We werken gelukkig met de KNVB op allerlei manieren aan een verbeterdevorm van acceptatie. Ik vind dat daar ook goede stappen op worden gezetdoor de bond via Ons voetbal is van iedereen, maar als het gaat om deactie die ik kan doen ... Kijk, ik zou als wethouder niet willen dat eenStaatssecretaris daartussendoor gaat fietsen. Ik weet dat het college van Ben W daarmee bezig is. Het is in eerste instantie ook hun zaak. Ik kan welcontact opnemen met het college van B en W om mijn hulp aan te biedenen te vragen of er iets is wat ze van mij nodig hebben, maar ik kan mezomaar voorstellen dat ze zeggen: laat ons dat vooral even zelf doen. Diezaak ligt echt bij hen, maar dat aanbod kan ik wel doen. Maar laat ikvooropstellen dat ik het echt een verwerpelijke zaak vind.De heer Blaauw had een vraag naar aanleiding van berichten overvrouwen die zich onveilig voelen in kleedkamers. Dartsport. Vrouwencom-petitie wordt gedomineerd door mannen in transitie. Het kan toch niet zozijn dat vrouwen er met hard trainen niet komen in hun eigen competitie?Hoe kijk ik hiernaar en wil ik hier concrete maatregelen tegen nemen? Ikvind het belangrijk dat alle sporters op een fijne, veilige manier kunnensporten. Dat geldt voor mannen, vrouwen, maar ook voor transgenders,voor iedereen. Daar sta ik voor. Dat is absoluut heel belangrijk. Uiteindelijkis het aan de sport om per sportdiscipline te bepalen wie waaraan kandeelnemen. Dat gaat de overheid niet doen. Het is aan bonden zelf om datte bepalen. De sportsector heeft ook al een Handreiking gender- enseksediverse personen opgesteld. Aan de hand hiervan kunnen per sportconcrete afspraken worden gemaakt. Sportverenigingen kunnen met diehandreiking goed uit de voeten. Er is dus ook helemaal geen probleem datwe oplossen met extra maatregelen of wat je maar kan bedenken. Dat ishet antwoord op die vraag. Bonden maken er zelf afspraken over, ook ininternationaal verband.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Paulusma, en dat is ook haar laatsteinterruptie.Mevrouw Paulusma (D66):Oké. De inbreng over veiligheid en transgenders had twee smaken. Opéén smaak heeft de Staatssecretaris nu gereageerd, maar ik zou het ookbijzonder waarderen als de Staatssecretaris afstand neemt van dewoorden die gebezigd werden rondom verhalen die opgeklopt zijn en nietbestaan, maar die transgenders in gevaar brengen en die ook op socialTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16263 media een enorme vlucht nemen. Ik zou het zeer waarderen als deStaatssecretaris afstand neemt van die hetze, want die komt namelijkhelemaal niemand ten goede.Staatssecretaris Karremans:Zeker, dat deel ik met mevrouw Paulusma. Dat is echt schadelijk.Transgenders, die zich toch al vaak kwetsbaar voelen in de sport, voelenzich hierdoor nog onveiliger en kiezen er soms voor om niet meer tesporten. Dat wil ik absoluut niet. Laat ik heel helder onderstrepen dat wedat niet willen. Verder heb ik, denk ik, net adequaat proberen te reagerenop de vraag van de heer Blaauw hierover.Dan de vraag van mevrouw Van den Hil over het integriteitscentrum: of ikal in beeld heb hoe de bijbehorende financiering vorm gaat krijgen. Op debegroting hebben we daarvoor middelen gereserveerd. Daar is dus geldvoor. De kerntaken van het integriteitscentrum zullen zijn: het aannemen,registreren en onderzoeken van meldingen en het geven van opvolgings-advies naar aanleiding van zo’n onderzoek. Daarvoor hebben we onderandere een wettelijke grondslag nodig. Die wet komt eraan. Die gaat inconsultatie begin volgend jaar, Q1 2025. Over tempo gesproken: hettraject loopt al een tijdje en we zijn er druk mee bezig. De wet gaat dus inQ1 in consultatie.Nog een vraag van mevrouw Van den Hil: hoe wil de Staatssecretaris ermeer aandacht voor genereren dat agressie in sport niet toelaatbaar is?Dat vind ik een heel terecht punt. We zien problematische cijfers. Ik herkenhet ook zelf. Zelf heb ik weleens gefloten. Ik voetbalde zelf in B2 bijBlauw-Zwart. Af en toe moesten we fluiten bij de F’jes. Ik dacht altijd: aldie verhalen over agressieve ouders aan de zijlijn, het zal wel. Je gelooftdat bijna niet. Maar ja hoor, on-ge-lo-fe-lijk. Met geen pen te beschrijven.Daar sta je dan met je goeie gedrag op zaterdagochtend om acht uur, ineen leeftijd dat je daarvoor, op vrijdagavond, nog wat andere dingengedaan hebt. Je staat met de beste bedoelingen te fluiten voor zo’n teamF’jes die op een kluitje achter elkaar aan rennen, terwijl ouders je de huidvolschelden. Ongelofelijk. Ik vind dat echt beschamend. Ik denk dat heelveel mensen die bij een voetbalvereniging hebben rondgelopen ... Ik weeteerlijk gezegd niet of het bij andere sporten ook zo gaat, maar dit isonacceptabel. Laat ik er nog één ding over zeggen. De KNVB doetoverigens goede dingen op dit gebied. De KNVB is veel harder opincidenten bij verenigingen. Dat juich ik echt toe. Ik vind dat de KNVB daargoede stappen zetten. Laat ik er één ding over zeggen: het gedrag vantopsporters. Ik kijk al vanaf mijn 7de of 8ste op zondagavond naar StudioSport. Wat je topsporters, dus professionele voetballers daar af en toe zietdoen ... De agressie richting scheidsrechters, de agressie richting elkaar ...We praten dat met z’n allen een beetje goed, zo van: sport is emotie. Ja,de groeten, «sport is emotie»; je hebt je maar gewoon te gedragen, jehebt ook een voorbeeldfunctie. Ik erger me kapot aan sporters die zichmisdragen op het veld. Ik heb daar overigens ook contact over met deKNVB. Ik vind het heel goed dat ze inmiddels gezegd hebben dat je directgeel krijgt als je gaat protesteren bij de scheidsrechter als je geenaanvoerder bent. Ik sta daar volledig achter. Ik vind dat topsportersabsoluut een voorbeeldrol hebben en dat ze die voorbeeldrol op ditmoment niet altijd vervullen. Het wordt wel heel makkelijk met de mantelder liefde bedekt, zo van: ach ja, sport is emotie. Je hebt je gewoon tegedragen, want je hebt een voorbeeldfunctie. Dat gedrag wordtgekopieerd op de amateurvelden en zeker ook door jonge mensen. Datdaarover; fijn dat ik mijn hart daar even over heb kunnen luchten.Een wettelijke grondslag regelen voor het verwerken van gegevens enbeschuldigingen bij meldingen. Dat is een vraag van mevrouw Van denHil. Die grondslag komt dus in het wetsvoorstel.Waar blijft de concrete actie in het dansdossier? Er worden nu concretestappen gezet naar aanleiding van het onderzoek dat heeft plaatsge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16264 vonden. De Alliantie Dans Veilig werkt samen met de sectorpartijen enmet steun van VWS en OCW aan deze adviezen. Daar wordt onder andereonder verstaan het oprichten van een opvolgingscommissie en eenethische commissie. Daar zijn we dus mee bezig. Er zijn ook expert-groepen opgericht die inhoudelijke uitwerking geven aan specifiekeonderwerpen. We werken ook aan het punt van de klokkenluidster. Wekijken dus of we daar op een goede manier met haar uit kunnen komen.Daar wordt dus aan gewerkt en daar heb ik aandacht voor.Dan de sporthulpmiddelen: kunnen die ook door sportverenigingenmogelijk worden gemaakt? Ik snap niet waarom die vraag bij veilige enintegere sport staat. Maar goed, ik denk dat dat door het trapincidentkomt. Als we daar toch zijn, doen we die vraag gewoon straks. We willengraag naar één loket. Nu hebben we eigenlijk het loket van Uniek Sporten.Dat is hartstikke goed, maar dat fungeert als vangnet. Het is een beetjeeen soort loket achteraf. We willen eigenlijk naar een loket aan devoorkant, zodat je gewoon één landelijk loket hebt en zodat het heelmakkelijk is om sporthulpmiddelen aan te vragen. We doen wel meer,maar dat komt in het volgende blokje. Ik zou bijna zeggen: nu eerst dereclame. Maar die hebben we hier natuurlijk niet. Dit was het blok veiligeen integere sport.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Karremans:Dan ben ik inderdaad bij handicap en sport voor mensen met lageinkomens. We doen drie dingen om het aanvragen van sporthulpmid-delen, waar ik nu dus gelijk op kom, makkelijker te maken. We zijn bezigmet een modelbeleid. Samen met VSG wordt gewerkt aan het latenaansluiten van gemeenten op dit modelbeleid. Dat wil zeggen dat elkegemeente op dezelfde wijze omgaat met het toekennen of afwijzen vansporthulpmiddelen, dus ook met die eenloketgedachte. Daar werken wemet de Esther Vergeer Foundation aan. Zorgverzekeraars wijzensporthulpmiddelen nu ook op verschillende manieren toe. Dat gaan weuniformeren; daar zijn we nu dus mee bezig, zodat ze allemaal op dezelfdemanier worden toegewezen. Dat zijn de dingen die we op dat punt doen.We doen hier dus ook een kostprijsonderzoek naar.Voorzitter. Staat het centraal loket van Uniek Sporten nog steedsovereind? Ja, maar zoals ik al zei, is dat een centraal loket aan deachterkant. We willen juist naar de voorkant met een centraal loket. Dat ishet antwoord op die vraag.Dan de vraag van mevrouw Saris over inclusiviteit en diversiteit in 2030.Waarom wachten we zo lang met deze uitvoeringsstrategie? Kunnen weniet in 2026 starten? Ja, het doel is in 2030. Vandaar dat het «2030» heet,maar we beginnen hier al het volgende kwartaal mee. Dat is het antwoorddaarop. Ik denk en hoop dat dit een bevredigend antwoord is op de vraagvan mevrouw Saris: we gaan daar al gelijk mee aan de slag.Dan de vraag van de heer Blaauw in hoeverre het beleid rekening houdtmet invalide sporters en senioren. Ik heb mensen met een handicap nietvoor niets tot een van de drie topprioriteiten van mijn beleid benoemd.Dat zien we dus juist echt als een prioriteit en we doen daar verschillendedingen aan, onder andere met vervoer en sporthulpmiddelen, die ik net alnoemde.De vraag van de heer Mohandis over centrale loketten is volgens mij ookal benoemd.O ja, er is ook een vraag gesteld over Special Heroes. Die subsidie looptinderdaad af. Dat was een tijdelijke subsidie, die afloopt in 2025. Er lopennu gesprekken om te kijken op welke manier dat ook kan. Het wil dus nietzeggen dat alles ... Laat ik het zo zeggen: we kijken hoe we dit goedTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16265 kunnen waarborgen, ofwel door verlenging ofwel door financiering viaandere bronnen. Daar lopen gesprekken over. Daar zijn we dus mee bezig.Dan het gratis toegankelijk maken van sporten en wat dat oplevert voorjongeren, met het verzoek om een uitgebreide reactie van de Staatssecre-taris. Ik heb in mijn inleiding al iets gezegd over de waarde van sport, ookover verbinding en de waanzinnig belangrijke sociale waarde van sport.Ik ga ook gelijk in op het punt van de sportpas. We zien nu inderdaad datheel veel regelingen heel verschillend zijn per gemeente. Je hebt daarindus best wel wat verschillende regelingen. Die zijn niet altijd even goed;die werken niet altijd even goed en doen niet altijd even goed wat zezouden moeten doen. Dat is dus een terecht punt, maar dat zit natuurlijkbij de gemeenten. Met een sportpas zouden we meer landelijke regiepakken. Ik heb het twee weken geleden met mijn Zweedse collegahierover gehad. Het is heel grappig dat in Nederland sport en gezondheidvaak in één portefeuille zitten, zowel op lokaal niveau als hier in Den Haag,op het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik begreep datnaamswijzigingen van ministeries echt miljoenen kosten. Ik denk dat we,als we dat al zouden doen, dat geld beter in de sport kunnen steken. Hetzit dus bij elkaar. In andere landen is dat niet zo. Daar is het vaak cultuuren sport. Kijk naar hoe het in Denemarken is georganiseerd. In Duitslandis het Binnenlandse Zaken en Sport. Dus heel vaak zijn het geen gezond-heidsministers, behalve in Zweden. Ik heb dus één collega met wie ik eenbeetje een overlappende portefeuille heb. Zij hebben in het kader vanpreventie net een sportpas ingevoerd. Dat wil ik als voorbeeld noemen:kijk hoe ze het daar doen, hoe dat werkt en hoe het gaat. Ik vind het eeninteressant idee om dat te gaan onderzoeken. Als we dat onderzoekgedaan hebben, moeten we bekijken of we dat eventueel in een pilotvormkunnen gieten. Dan moeten we daar middelen voor vinden, maar voor nuzou ik kunnen zeggen dat ik dat graag zou willen onderzoeken. Ik geloofdat er ook nog een motie zit aan te komen, maar dat is in ieder geval watik erop kan zeggen.De voorzitter:De heer Van Nispen met zijn laatste interruptie.De heer Van Nispen (SP):Het zou inderdaad zomaar kunnen dat daar straks nog een motie overgaat komen. Dat klopt. Er ligt trouwens ook een amendement. Ik vind hetheel goed dat de Staatssecretaris met de Zweedse collega overlegt, maarik zou hem willen vragen om dat ook te doen met bijvoorbeeld dewethouder van de gemeente Waadhoeke in Friesland, waar het ook eengroot succes is en waar al echt concreet extra jongeren zijn toegeleid naarsport en bewegen, die dat voorheen niet deden. Dat zou ik de Staatssecre-taris nog willen meegeven en ik zou hem willen vragen wanneer hij datonderzoek afgerond denkt te kunnen hebben. Het is best ingrijpend, maarhet is erg interessant dat het onderzoek gedaan gaat worden, vooral ookomdat ik denk dat er in het Nationaal Programma Leefbaarheid enVeiligheid – denk aan Rotterdam-Zuid, Heerlen-Noord; dat soort wijken –echt potentie zou kunnen zijn omdat dit daar juist heel goed bij aansluit. Ikwil niet overvragen, maar ik zou wel de Staatssecretaris willen vragen ommet zijn collega in gesprek te gaan om te kijken of je juist in een van diewijken te zijner tijd een experiment zou kunnen opstarten. Daar zijn ookbudgetten voor, volgens mij bij andere ministeries.Staatssecretaris Karremans:Ik vind het een terechte vraag, maar sta mij toe om daar op korte termijnschriftelijk op terug te komen, omdat dit natuurlijk een relatief nieuwvoorstel is van de heer Van Nispen. Dan kan ik een planning aangeven.Als de motie die er komt wordt aangenomen, zullen we er snel opreageren en aangeven hoe we dat voor ons zien. Het lijkt me overigensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16266 goed om met de wethouder uit Waadhoeke in gesprek te gaan. Dat ismooi. Ik ga binnenkort een zwembad openen in Friesland, dusmisschien... Er worden ook nog zwembaden geopend.Dan de vraag over sporthulpmiddelen en het breed implementeren vaneen en ander met verzekeraars. Zoals ik zei: stel dat het wordt geünifor-meerd, dan werken we daar nu aan met een werkgroep om dat te doen.Hoe gaat het met de ambitie om mensen met een beperking meer te latenbewegen? Op 14 oktober jongstleden is de strategie ondertekend doorruim 55 partijen. Daar was ik zelf ook bij. Ik vind het een belangrijkonderwerp en ben er zelf ook bij geweest. In 2025 start de uitvoering vandie strategie. Niet voor niets heb ik het onderdeel gemaakt van mijn driedoelstellingen. In Q1 van komend jaar is het uitvoeringsplan hiervoorgereed. Ondertussen gebeurt er al heel veel met de Johan CruyffFoundation, met de Esther Vergeer Foundation en met het FondsGehandicaptensport. Er wordt ontzettend hard aan gewerkt en dat ishartstikke goed.Er is breder aandacht nodig voor mensen met een beperking, om dit in2030 vanzelfsprekend te laten zijn. Daar ben ik het mee eens. Dat is hetpunt van de heer Van Nispen. Over de Special Heroes heb ik het netgehad. Ik denk dat de paralympische sport daar onderdeel van kan zijn. Ikwas zelf wethouder toen de European Para Championships in Rotterdamwerden gehouden. Dat was een waanzinnig evenement, met veel meerbezoekers dan we verwacht hadden. Parasport is gewoon waanzinnig leukom naar te kijken, maar er zit ook een uitdaging in. We weten ook dat deOlympische Spelen heel veel aandacht krijgen. Daar gaan heel veelmensen naartoe. Complimenten voor hoe de Fransen de afgelopen editievan de Paralympische Spelen hebben neergezet in Parijs, maar er gaangewoon minder mensen naartoe. Ik heb het er met Esther Vergeer ookover: er valt gewoon winst te behalen om het kijken van parasport leukerte maken. Ik stond Jetze Plat aan te moedigen. Om heel eerlijk te zijn eneven uit de school te klappen: ik vond het leuker om bij de ParalympischeSpelen te zijn dan bij de Olympische Spelen. De sfeer is daar veel leukeren veel toegankelijker. Je kan heel dicht bij de atleten komen. Ze zijn heelbenaderbaar. Het is echt fantastisch. Ik verwees ook naar die ParisPotentials. Ik stond naast de baas van de triatlonbond en vroeg hem naarde spelregels. Dat heb ik overigens ook bij het kogelstoten bij deOlympische Spelen. Je hebt verschillende classificaties, want na zoveelminuten start de volgende en dan de volgende. Het is dus deels weldezelfde race en deels niet. Ik vroeg hem hoe dat nou werkt en zelfs hijkon dat niet helemaal goed aan mij uitleggen. Dat komt omdat hetingewikkeld is om te volgen, ook als je tv zit te kijken. Er is echt nog welwinst te behalen om het ook voor het bredere publiek aantrekkelijker temaken om naar parasport te kijken. Daar zit zo veel in. Er zit ook gewooncompetitie in, net als bij elke sport, maar er zitten ook waanzinnigeverhalen aan vast. Mensen die heel veel hebben overwonnen, maarverder is het ook gewoon echt topsport. Het is zo knap. Zo’n Jetze Plat iseen superman. Het is ongekend wat die man heeft gepresteerd op deParalympische Spelen en zo zijn er ontzettend veel voorbeelden. Ik kan ernog uren over doorgaan en ik denk dat er een enorme opgave zit om datmeer onder de aandacht te brengen.De voorzitter:We gaan eerst luisteren naar een interruptie van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik kan er wel van genieten als mensen ergens enthousiast over zijn. Ik benmet mijn voormalige collega Lucille Werner een keer naar een openingvan een golftoernooi voor mensen met hulpmiddelen geweest. «Fantas-tisch hè, Lucille, dat we dat hebben», zei ik toen. «Weet je wat ik pasfantastisch zou vinden», zei Lucille, «als we het tegelijk zouden doen, alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16267 we het meer zouden integreren, ook de Olympische en ParalympischeSpelen.» Laat die verhalen tussendoor verteld worden op de televisiezodat er ook echt naar gekeken en geluisterd wordt. Zou het nou niet ietszijn om daarover na te denken? Ik weet wel dat Nederland geen organi-sator is. Deze Staatssecretaris geeft aan, te houden van creativiteit enondernemerschap. Zou hij misschien een poging kunnen wagen?Staatssecretaris Karremans:Sterker nog, ik heb het er al over gehad, precies ook over dit punt. Kunnende Paralympische Spelen niet voorafgaand aan of tegelijkertijd wordengeorganiseerd? Daar zit echter ook weer politiek bij, het IOC en het IPC.Dat zijn twee verschillende organisaties. Bij ons is het hetzelfde. Dat isuniek in de wereld. Het NOC*NSF is voor ons zowel het NederlandsParalympisch comité als het Olympisch comité. In heel veel landen is datuit elkaar gehaald en ook internationaal zijn dat twee verschillendeorganisaties. Ik wil hier wel een compliment uitdelen aan NOC*NSF. Zijhebben het TeamNL Huis opgezet bij de Olympische Spelen in Parijs. Datwas waanzinnig druk en daar is veel geld mee verdiend. Dat is mooi. Endat geld hebben ze gestoken in het Paralympisch TeamNL Huis. Dat wasook waanzinnig gaaf. Voor het eerst zo’n huis. Waar Tsjechië tijdens deOlympische Spelen het Tsjechiëhuis had, hadden wij een waanzinniggrote locatie: het TeamNL Huis tijdens de Paralympische Spelen. Dat waszo ontzettend gaaf. Echt een groot compliment voor NOC*NSF hoe zijdaar zo veel aandacht aan besteden. Ook als het gaat om koninklijkeonderscheidingen en zo, is het allemaal gelijk. Ik ben het helemaal eensmet Lucille Werner. Dat zeggen ook sporters tegen mij. Er is eenvoorbeeld van de marathon. Een vrouw met een visuele beperking liep demarathon met een begeleider aan een elastiek, maar dat mag nietlosgelaten worden. Uiteindelijk kwam de vrouw relatief moeiteloos overde finish, maar was de begeleider helemaal kapot waardoor die hetelastiek losliet. Hierdoor is de vrouw gediskwalificeerd. Wij vonden datallemaal niet kunnen, maar de paralympische sporters zeiden: nee, dit zijnde regels en topsport is hard. Dat is wel de echte mentaliteit. Het istopsport en zo moet je het ook behandelen, niet als iets anders. Dat is ookde visie die ik erop heb. En daarmee ondersteun ik veel atleten en ookLucille Werner, die dat volgens mij ook zo ziet.De voorzitter:En nog een laatste interruptie van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik vind het een mooi verhaal, maar wat gaan we nou doen? Wat gaan wenou doen om die andere landen te overtuigen? Als wij echt willen dat hetop een hoger niveau komt, moeten we daarvoor toch onze nek uitsteken?Staatssecretaris Karremans:Nou, wat gaan we hieraan doen? Ik heb het hier afgelopen dinsdag metcollega’s uit Duitsland, Denemarken en Griekenland over gehad. Ditprobeer ik internationaal op de agenda te zetten, ook op de agenda van deSportraad. Dat doe ik er concreet aan. Volgens mij is dat ook de plek omdat te doen. Je moet landen mee krijgen. Landen hebben een heleverschillende visie op parasport. Wij zien het als topsport, maar anderelanden zenden zo veel atleten als ze maar kunnen, want «hoe meermensen meedoen, hoe meer vreugd». Wij sturen alleen de allerbesteatleten. Andere landen pleiten voor zo veel mogelijk classificaties, wantdan kunnen zo veel mogelijk mensen meedoen. Wij willen minderclassificaties zodat we meer kunnen focussen op topsport, waardoor hetook aantrekkelijker wordt om naar te kijken. Die gesprekken voer ik inBrussel met mijn Europese collega’s en waar ik kan ook internationaal.Australië en Amerika zitten heel erg op onze hand, maar er zijn veel meerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16268 IPC-leden. Ik geloof dat het er wel meer dan 160 zijn. Er zijn heel veelparalympische bonden. Ik hoop dat dit de vraag enigszins beantwoordt. Ikheb het vorige week dinsdag in Brussel nog bij verschillende collega’sonder de aandacht gebracht.Mevrouw Van den Hil (VVD):Ik kan me zo voorstellen dat er nog een vraag ergens op een trap ligt ...Geld? Ja, dat zou nog beter zijn. Ik had nog gevraagd, omdat protheses bijkinderen met name vanuit een revalidatiecentrum specifieke aandachtbehoeven, of de Staatssecretaris bereid is om de Hoogstraat Revalidatie inUtrecht te bezoeken.Staatssecretaris Karremans:Die ligt niet op de trap. Dat gaan we doen. Dat is goed. Dat zeg ik toe.Voorzitter. Ik kom bij vitale verenigingen. Ik probeer er snel doorheen tegaan. Wanneer verwachten we de concrete uitwerking van de sportstra-tegie? Die wil ik samen laten lopen met de sportaccommodaties, dus voorde zomer 2025. De heer Mohandis kijkt me nu heel lief aan. Ik weet dat hijliefst Q1 wil. Ik had natuurlijk tactisch kunnen zeggen Q3 en dan zoudenwe in het midden uitkomen, Q2. Voor de zomer. Dan laat ik die meelopenmet de sportaccommodaties. Anders wordt het een beetje een onaf stuk.Dat wordt dus voor de zomer, Q2.Dan de vraag wat er gebeurt als de clubondersteuning verdwijnt. Dieverdwijnt gelukkig niet. Wel is het ondersteuningsbudget eerder uitgeputvanwege de enorme vraag. Maar we gaan nu ook aan de slag met diemicrobudgetten. Die kan NOC*NSF dan uitdelen, budgetten van € 1.000,voor de clubs die ze het meest nodig hebben. Dat loopt nog tot eind 2026.Het is gelukkig niet zo dat dat verdwijnt.Dan de vraag of ik bereid ben verenigingsbestuurders als klankbord tegebruiken voor de strategie, een vraag van de heer Mohandis. Dat vind ikeigenlijk een hele interessante vraag. Dat doe ik graag. Ik vind het eengoed idee om verenigingsbestuurders als klankbord te gebruiken. Danbaseren we het niet op van alles en nog wat, maar gaan we in gesprekmet bestuurders. Dat doe ik zelf.De heer Blaauw vroeg hoe we de regeldruk gaan verminderen. Eenterecht punt. Mijn collega Maeijer van Langdurige en MaatschappelijkeZorg op VWS heeft samen met de Staatssecretaris Rechtsbescherming, deheer Struycken, de Minister van Financiën en de StaatssecretarisFiscaliteit en Belastingdienst een concrete aanpak ontwikkeld omtrent deregeldruk bij vrijwilligersorganisaties en filantropische instellingen. Dezeis op 28 november jongstleden naar uw Kamer gestuurd met verschil-lende actielijnen. Ik zal die doorvertalen naar de sportsector en ook dieneem ik mee in de toegezegde sportverenigingstrategie.De volgende vraag is hoe ik ga voorkomen dat sportclubs de contributiemoeten laten stijgen, zonder dat sporten alleen voor de elite wordt, of hoeik ga voorkomen dat de sport helemaal moet sluiten. Een terecht punt. Ikheb net een verzoek bij de Sportraad gedaan over kansengelijkheid in desport. Ik heb gevraagd hoe we er het beste voor kunnen zorgen dat diekansengelijkheid gewaarborgd blijft. Daar gaat de Sportraad mee aan deslag. Voor de rest hebben we verschillende ondersteuningsregelingen. Ergebeurt al heel veel op dat gebied. Daar hebben we het al over gehad.Regelingen moeten beter vindbaar zijn. Ik heb ook al op de vraag van deheer Van Nispen gezegd dat ik de sportpas wil gaan onderzoeken.Dan de vrijwilligers die in de schulden dreigen te komen door de WBTR,een vraag die is gesteld door mevrouw Van Dijk en de heer Van Nispen.Dat ligt primair bij de Staatssecretaris Rechtsbescherming. Die is namelijkverantwoordelijk voor de WBTR. Ik moet het doen met de informatie diewe daarover hebben. Tot zover lijkt het overigens niet aannemelijk dat deWBTR invloed heeft gehad op het aantal rechtszaken waar het ging om deaansprakelijkheid van vrijwillige bestuurders en verenigingen. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16269 aanscherping van de aansprakelijkheid van verenigingsbestuurders in deWBTR beperkt zich namelijk tot de aansprakelijkheid in faillissement, dusniet in algemene zin. Uit gepubliceerde rechtspraak zijn geen gevallenbekend waarin een curator specifiek van de mogelijkheid gebruik heeftgemaakt om vrijwillige bestuurders van verenigingen in faillissement aante spreken. Veel bestuurders van verenigingen zijn verzekerd, maar wetendat niet. Dat komt doordat de vrijwilligersverzekering die de VNG samenmet Centraal Beheer Achmea heeft ontwikkeld, ervoor gezorgd heeft datvrijwilligers gezamenlijk verzekerd zijn via de gemeente. Ik geloof datdaarbij 300 gemeenten zijn aangesloten. Dat betekent dat 85% van devrijwilligers daarvoor verzekerd zijn. Daarnaast zijn er ook sportvereni-gingen die los daarvan nog een verzekering afsluiten.Dan over de gedragsregels met betrekking tot de bescherming vanvrijwilligers. Ben ik bereid om met de Nederlandse orde van advocatenover dit onderwerp te spreken?De voorzitter:Een heel korte interruptie van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):We hebben met deze onderzoeken gewapperd. De Staatssecretaris heefthet nu weer over die Wet bestuur en toezicht rechtspersonen. Die gaatalleen over het geval van in faillissement. Zou de Staatssecretarisalsjeblieft met het RVVB in gesprek willen gaan, naar deze enquêtes willenkijken en die willen betrekken bij zijn reactie voor de zomer van 2025 alshet gaat om de verenigingsstrategie? Misschien gaat het niet alleen om infaillissement, maar ook om net buiten faillissement. De angst vooraansprakelijkheid is er gewoon bij bestuurders. Mevrouw Van Dijk zegtterecht dat dit gewoon een reëel probleem is. Ik hoop dus echt dat deStaatssecretaris zich erin wil verdiepen en erop terug wil komen hoe diezorgen kunnen worden weggenomen, omdat het heel belangrijkevrijwilligers zijn.De voorzitter:Een kort antwoord van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Karremans:Ik reageer erop, omdat het ging over de WBTR en aansprakelijkheid bijfaillissement, terwijl dat niet het geval is. Als het niet gaat om de WBTR enandere aansprakelijkheidsstellingen ben ik natuurlijk bereid om in gesprekte gaan met het RVVB. Dat is prima, want het is natuurlijk geen wenselijkgegeven. De heer Van Nispen zei dit zelf ook: je doet dit vrijwillig, het kostje veel tijd en als je niet oppast, dan word je ook nog... Het klinkt niet als:sign me up. Dat willen we juist wel, want de Nederlandse sportcultuurdrijft op vrijwilligers. Dus dat is heel belangrijk. Maar gelukkig worden dusook heel veel goede dingen gedaan, ook met de verzekering die de VNGsamen met Centraal Beheer Achmea heeft ontwikkeld. Daar wordt veelgedaan.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik zat eigenlijk stiekem te kijken of het blokje sport en verenigingen klaarwas.Staatssecretaris Karremans:Nee, ik heb nog een vraag gekregen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik wacht nog even. Dan pak ik «m zo.Staatssecretaris Karremans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16270 Er is dus nog één vraag. Wil ik in gesprek gaan met de Nederlandse ordevan advocaten, zodat zij misschien minder vrijwilligers aanspreken?Advocaten hebben een bijzondere positie in het rechtsbestel. Zij staanonafhankelijk ten opzichte van de overheid. Ze zijn gehouden om hunberoep op een betamelijke wijze uit te oefenen. Daar leggen ze ook eeneed voor af. Uit dat kader wordt dus ook al verwacht dat advocaten nietonnodig procederen en hun beroep op een fatsoenlijke wijze beoefenen.Onnodige juridische bedreiging past daar niet bij. Ik zei al dat deadvocatuur daarnaast een onafhankelijke positie ten opzichte van deoverheid heeft. Het is dus ook niet passend voor mij om met de Neder-landse orde van advocaten in gesprek te gaan en te zeggen: doe iets niet.Zij hebben gewoon echt een heel onafhankelijke positie. Die wil ik ook nietaantasten. Dus dat is het antwoord op die vraag.Dat was mijn laatste vraag.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Aanvullend op de inbreng van collega Van Nispen over de actiebereidheidvan de Staatssecretaris om in gesprek te gaan met bijvoorbeeld het RVVBover datgeen dat naar voren is gebracht, wijs ik op het volgende. Mijnadvies zou zijn dat de Staatssecretaris zelf met het RVVB gaat praten. Kanhij dan ook even kijken naar de sportverenigingen die al bereikt worden?Er is een enorme waslijst aan sportverenigingen die zich al melden. Diekomen ook voor in onderzoeken. Met «bereikt worden» bedoel ik dat er alheel veel sportverenigingen zijn die zich laten horen. In de afgelopen tweejaar komen die voor in allerlei onderzoeken. Mijn advies zou zijn: als u dantoch via een klankbord gaat praten, maak dan gebruik van de vereni-gingen die zich al vaak bij ons hebben gemeld om heel concretevoorstellen te doen, in de zin van: let op politiek, hier en daar lopen wetegenaan. Ik zou u oproepen om dat ook zelf te doen in uw rol alsbestuurder. Dan kom ik bij de clubondersteuning. Dat liep langs elkaar. Ikbegrijp het antwoord. Ik begrijp dat er ook allerlei onlineplatforms zijn dieworden gefinancierd door SZW. Mijn vraag is meer: hoe gaan we al dielosse projecten slim ontsluiten, zodat zij ook toegankelijk worden voor allesportverenigingen? Streeft u nu naar één soort oplossing? Maar er is veelmeer. Kijkt u daarnaar, betrekt u die et cetera?Staatssecretaris Karremans:Ik denk dat het verstandig is om dat laatste mee te nemen in de sportver-enigingstrategie. Dat is het punt dat ik al noemde over dat het veld af entoe een beetje vol is. Er zijn verschillende regelingen. We nemen dat meein de sportverenigingstrategie, omdat ondersteuning en ontzorging daaronderdeel van zijn, tenminste als het aan mij ligt.Dan het punt over het spreken met verenigingen. Dat lijkt me prima. Wemoeten juist goede voorbeelden gebruiken van mensen die nu met depoten in de modder staan. Dat is ook de reden waarom ik op zaterdagenmee ga draaien met kantinediensten. Ik heb dat al gepland bij vereni-gingen met kantinediensten. Ook de voorzitter of penningmeester sluitdan aan. We draaien dan een paar uur mee aan de bar. We verkopen geensnoep, maar bananen. Ik heb nu de directeur preventie naast me zitten. Ikwil dat zelf, omdat ik graag met bestuurders van sportverenigingen ingesprek ga over wat er speelt. Ik probeer dat te doen bij verschillendesporten. Ik denk dat dat mooi past bij de oproep van de heer Mohandis.De voorzitter:De heer Mohandis, tot slot.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Laten we dit dan samen oppakken. Het is ongebruikelijk wellicht, eenStaatssecretaris en de Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16271 Staatssecretaris Karremans:U kunt ons inhuren!De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Laten we samen kijken hoe we de diversiteit binnen verenigingen waarhet goed gaat en waar het niet goed gaat in kaart kunnen brengen. Ik gagraag met u mee of gaat u met mij mee, want dan komen we ergens.De voorzitter:Dat is een mooie handreiking.Staatssecretaris Karremans:Laten we dat doen. Ik ga natuurlijk ook graag mee met Kamerleden diekantinediensten runnen bij sportverenigingen. Ik doe bij deze de oproepaan sportbestuurders: als u nog een gat heeft in het rooster, dan kan dezecommissie misschien soelaas bieden.De voorzitter:Dan komen we bij uw laatste blokje, denk ik.Staatssecretaris Karremans:Ja, de SPUK’s, dat blokje kan snel.De voorzitter:Er is eerst nog een interruptie van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ja, de allerlaatste. Het ging over de vrijwilligersverzekering. Wij betalen erals rijksoverheid wel degelijk ieder jaar geld voor om dat mogelijk temaken. Ik denk dat het wel verstandig is om eens goed te kijken of het nogsteeds voldoet aan de wens van deze tijd en aan wat wij belangrijk vindenom onze vereniging te beschermen.Staatssecretaris Karremans:Op zich is dat terecht, maar volgens mij is dat van de VNG en zit daar geldin. Het maakt het punt hetzelfde, denk ik. Ik wil wel toezeggen dat we hetgewoon meenemen in het punt van sportverenigingstrategie. Dat punt isgemarkeerd en dat nemen we mee. Dat wil ik toezeggen.Dan heb ik dat hele kleine kopje: SPUK’s. Dat bestaat uit één vraag vanmevrouw Van den Hil. De heer Van Nispen benoemde dat als gemeentenstraks alleen de wettelijke taken gaan doen er ook dingen moetenvervallen. Hij vroeg zich af of dat dan sport zou zijn. Ik ben aan het werkenaan een sport- en bewegenwet. Die wet is nog niet klaar voor 2026. DeKamer weet hoelang wetstrajecten duren, maar tot die tijd is mijn intentieom de SPUK’s te houden. Zo kunnen we ervoor zorgen dat we sturinghouden, totdat er een wettelijke verankering is. In het eerste kwartaal van2025 komt daar vanuit het kabinet integrale besluitvorming over. Mijnintentie is dus om het te houden, om zo de sturing te houden.Dan kom ik bij het blokje overige en dat is een groot blokje. Omwille vande tijd zal ik het zo snel mogelijk proberen te doen, voorzitter, want u heeftal een paar keer op de tijd gewezen. Mevrouw Van Dijk gaf aan datvoorstellen niet gratis zijn. Nee, dat klopt. Ik heb al gezegd wat wel kan enwat niet kan. En ik heb ook gezegd hoe we het binnen bestaandemiddelen willen doen. Nu gaat het te snel? Oké. De vraag van mevrouwVan Dijk was als volgt: in de brief van de Staatssecretaris staanvoorstellen om sport en bewegen te stimuleren, maar voorstellen zijn tochniet gratis? Dat klopt, sommige wel en sommige niet. We moeten hetdoen binnen bestaande middelen. Ik pak dit op, omdat ik dingen andersga alloceren. Soms moeten we dat dus ook slimmer doen. Ik vind het eenmooie uitdaging en ik ga daar graag mee aan de slag. Over de redenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16272 waarom de bezuinigingen in de sportsector nodig zijn, hebben we het ookal gehad. Dat geldt ook voor het realiseren van ambities. MeneerMohandis gaf aan dat er 20 miljoen euro extra nodig is om het huidigeniveau te behouden. Dat ging over NOC*NSF. André Cats – ik heb hemveel gesproken tijdens de Olympische Spelen – heeft tegen mij gezegd dathij 20 miljoen euro extra nodig heeft. Ik heb toen gezegd dat ik het overzou maken. Nee hoor, dat gaat helaas niet met de beperking die wedaarop hebben. Maar ik wil daar wel met NOS*NSF over in gesprek. Watbetekent die 20 miljoen euro? Wat zijn de verschillende scenario’s? Eentopsportklimaat is belangrijk. Het is wel mijn stellige overtuiging dat hettopsportklimaat uiteindelijk wordt gevormd door de basis. Dat is die bredebasis, die unieke brede sportcultuur in Nederland. Die is echt uniek in dewereld. Dat heb je in Amerika niet. Daar hebben ze hele mooie top-notchuniversitaire sportcentra. Dat is fantastisch, maar daar hebben ze niet dieprachtige verenigingsstructuur die wij in Nederland hebben. Dat is echtuniek. Die brede basis van onze Nederlandse Olympusberg begint daar,op die velden bij de sportverenigingen, op zaterdagmorgen om acht uur.Dat «All Stars»-idee gaat over voetbal, maar het geldt ook voor korfbal,hockey en noem maar op. Dat is waarom we zo succesvol zijn, maar daarmoeten we voorzichtig mee omgaan, dus dat hebben we ook te koesteren.Op de topsportprogramma’s besparen we niks. Maar NOC*NSF zegt: omgelijk te blijven, moeten we meer investeren. Daar ga ik graag over met zein gesprek, dus dat ga ik doen.Hoe helpen wij in de toekomst mee om Nederland de status topsportlandte geven? Dat doen we nog steeds. We geven nog steeds waanzinnig veelgeld uit aan sport, ook na de besparingen, en er wordt op topsportpro-gramma’s niet beknibbeld, dus daar gaat nog steeds heel veel geldnaartoe.Hoe zorgt de Staatssecretaris ervoor dat goede voorbeelden tussengemeenten worden gewisseld? Dat vind ik een terecht punt. Ik vind ookdat gemeenten daar af en toe een beetje te ingewikkeld over doen. Somskrijg ik een voorstel in de trant van: we moeten een centrum oprichten datideeën tussen gemeenten gaat uitwisselen. Nou, dat kan op een redelijksimpele manier; het kan letterlijk in een appgroep of mailgroep. Gooigewoon goeie ideeën over de mail of ga bij elkaar op bezoek. Dat deed ikals wethouder ook. Maak het niet ingewikkelder maken dan nodig.Subsidies bundelen door de Staatssecretaris. Inderdaad, ik ben van planom dat te doen. We kunnen dingen slimmer aanpakken. Het is af en toewel heel druk op het veld; dat heb ik net al gezegd. Er kan wat meergebundeld worden, dan kunnen we met hetzelfde geld meer doen.Dan topsportevenementen binnenhalen. Ja, daar hebben we ook nogsteeds geld voor, evenveel geld als we altijd al hadden. We blijven dusinvesteren in topsportevenementen. Topsportevenementen zijnwaanzinnig belangrijk. Laatst was er ook weer de Tour de France Femmes,een geweldig succes in Rotterdam, en in de hele regio, van Dordrecht totDen Haag. Het was fantastisch. Die Prudhomme, de directeur van de Tourde France, sprak ik daar. Ik heb als wethouder geprobeerd de Tour deFrance Femmes naar Rotterdam te halen. Daarvoor ben ik naar Bilbaogeweest. Uiteindelijk was de tour in Rotterdam, en Prudhomme keek zijnogen uit: er stonden veel meer mensen langs de kant dan ze ooit haddengehad in Frankrijk. Wij zijn een wielergek land. Het was zo waanzinniggaaf om te zien. Dat zien die Fransen natuurlijk ook. Het was echt eenwereldsucces, en daar zijn we heel trots op, dus dat blijven we doen.De kansspelbelasting. Het gaat om ongeveer 50 miljoen per jaar, die deNederlandse loterij steekt in de Nederlandse topsport en breedtesport. Opzich, zo zegt NOC*NSF ook, is het goed om meerdere inkomstenbronnente hebben. Maar ik ben er inderdaad ook kritisch op dat de sportsector eensoort verkapt lobbyvehikel wordt voor de gokindustrie; dat wil ik niet.Alleen het punt is: als ik die lijn doorknip, dan heb ik wel een heel grootbedrag op te vangen, en dat heb ik niet. Dus de realiteit is ook: aan de eneTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16273 kant levert een goededoelenloterij heel goed werk en is deze een helegewaardeerde partner in de sportsector. Dan heb ik het niet over deBetCity’s en dat soort zaken, maar over de Nederlandse Loterij, die eenheel gewaardeerde partner is; laat ik daar heel helder over zijn. Daarbijgaat de kansspelbelasting mogelijk een effect hebben. Ik zeg «mogelijk»,omdat er ook scenario’s zijn – dat was bij mijn collega – waarin er geeneffect is wat betreft de afdracht voor de sport. Dus daarin kunnen ook nogkeuzes gemaakt worden, maar daarvoor verwijs ik naar mijn collega vanFinanciën.Dan de vraag van mevrouw Van Dijk of ik kan bevestigen dat we nog nikshebben ontvangen over het nieuwe voorzieningenmodel voortopsporters.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Saris.Mevrouw Saris (NSC):Het duurt wel even voordat het kwartje bij mij valt, en het kwartje is nogniet helemaal gevallen. Want wat zegt de Staatssecretaris nu eigenlijk?Zegt hij dat de Minister van Financiën maar met de sportsector in gesprekmoet gaan voor een alternatieve financiering?Staatssecretaris Karremans:Nee, het punt is het volgende. Door de kansspelbelasting komt er mogelijkminder geld naar de sport. En is het wenselijk dat we zeggen «we willenniet meer dat de Nederlandse Loterij bijdraagt»? Ik denk: een loterij is tochecht iets anders dan de blackjackcategorie. Als je die financiering wiltdoorknippen – dat is wettelijk zo geregeld: het gaat naar goede doelen, enook naar de sport – dan moet je dat geld ergens anders vandaan halen. Endat geld heb ik niet. Het beleid van de kansspelbelasting zit bij Staatsse-cretaris Van Oosthuizen. Die neemt de maatregelen rond de kansspelbe-lastingen. Mogelijk heeft dat een doorwerkend effect voor de sport, maarer zijn ook scenario’s – die heeft de vorige Staatssecretaris Idsinga latenuitrekenen – zonder gevolgen voor de sport. Maar het is aan de loterijenen de sport om dat zelf vorm te geven.Mevrouw Saris (NSC):Het is overigens uw collega Van Oostenbruggen, maar het is natuurlijk allaat op de avond.Staatssecretaris Karremans:Van Oostenbruggen, ja. Sorry.Mevrouw Saris (NSC):Maar mijn vraag aan de Staatssecretaris is of hij bereid is om samen metde sportsector te kijken naar alternatieve financiering. Wil hij daarover hetgesprek aangaan?Staatssecretaris Karremans:Ik heb dat weleens opgeworpen bij de sportsector. Daar heb ik precies devraag gesteld: is het wel wenselijk dat het zo gaat? De sportsector zegt dathet wel goed is om meerdere inkomstenbronnen te hebben; als je alleenafhankelijk bent van het Rijk, ben je ook kwetsbaar als bepaaldeinkomsten in een keer wegvallen. Ik vind het echt goed dat er een stukjeuit de maatschappij komt. Ik kan dat nog wel een keer voorleggen, maarhet antwoord zal dan zijn: waarvandaan dan? Elke extra euro zal de sectorwillen gebruiken om te investeren in de sport. Dat is wel de realiteit. Iksnap het punt van mevrouw Saris, maar tegelijkertijd zie ik ook het puntvan NOC*NSF.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16274 De voorzitter:Een korte verduidelijkende vraag van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dit is om een beetje te helpen. Ik doe natuurlijk ook fiscaliteit; daar hebbenwe heel uitgebreid gesproken over de kansspelbelasting. Vroeger was ereen andere fiscale systematiek om wel die knip te maken. Mijn vraag aande Staatssecretaris is of hij er bij zijn collega Fiscaliteit op zou willenaandringen om de aangenomen motie over het onderzoek op dit punt metspoed uit te voeren, zodat de Kamer in staat is om te kijken of er op diemanier toch geld naar sport kan blijven gaan?Staatssecretaris Karremans:Ik ken die motie niet, maar ik kan natuurlijk niet tegen het met spoeduitvoeren van moties zijn.Mevrouw Van Dijk heeft een vraag gesteld over nieuwe voorzieningenvoor topsporters. Het klopt dat NOC*NSF in de afgelopen twee jaar eenverkenning heeft gedaan naar een nieuw voorzieningenmodel, hetstipendium, met het doel om deze beter te laten aansluiten op debehoeften van topsporters. De resultaten daarvan verwachten wij begin2026 te ontvangen en die vervolgens nog in datzelfde jaar aan de Kamerte sturen.Dan het revolverend fonds. Ik heb inderdaad gezegd dat dit nu niet aan deorde is. Dat is die 250 miljoen euro waar mevrouw Saris op doelde. Dat isinderdaad een interessant instrument, alleen geldt voor die 250 miljoeneuro dat de kost voor de baat uit gaat. Het geld gaat er eerst uit, dus danmoet je het geld wel hebben. En dat geld heb ik niet. Dat is het eerlijkeverhaal daarover. Ik heb al op een vraag van de heer Mohandis geant-woord dat we daarnaar zullen kijken in relatie tot de sportverenigingen-strategie, maar zonder de garantie dat het gaat lukken.We hebben het gehad over de loterijmiddelen. Ook over NOC*NSFhebben we het gehad. Het is inderdaad moeilijker om invulling te gevenaan voorzieningen met steeds minder middelen. Er wordt in elk gevalvanuit VWS niet gekort op NOC*NSF. Ook over de kansspelbelasting hebik net al iets gezegd.Opgemerkt is dat het Sportakkoord 2.0 en het GALA positievevoorbeelden hebben opgeleverd, zoals de regionale platforms inFriesland, de Achterhoek en Zeeland, maar dat zonder structureleondersteuning ook deze initiatieven dreigen te verdwijnen. Gesteld wordtdat regionale platforms hebben bewezen dat samenwerking tussensportverenigingen, scholen, zorginstellingen en lokale overheden effectiefis. Gevraagd wordt of de Staatssecretaris de regionale platforms eencentrale plek kan geven binnen het sport- en beweegbeleid en in de wet.Ook de GALA-middelen en het sportakkoord gaan we evalueren. Ik kijkook wat ik gezegd heb over wettelijke borging, dus om het te doen via eensport- en beweegwet. Hetzelfde geldt voor GALA.Dan de vraag of ik kan reageren op het amendement om geld vrij temaken voor richtlijnen voor motards bij wielerkoersen. Dat is inderdaadeen punt. Dat is ook iets wat ook mijn bureau heeft bereikt. Ik ben geloofik niet uitgenodigd voor de NAVO-top, maar we krijgen wel te maken metde gevolgen daarvan voor de politie-inzet rondom wielerkoersen. Daar zieje natuurlijk dat de schaarste breder in de maatschappij gevolgen heeft.Dat is lastig. Nou, er is wel een rapport over geschreven. Dat heb ik ookgezien en naar de Kamer gestuurd. Ik weet dat de politie in gesprek is metde KNWU om te kijken hoe wielerwedstrijden mogelijk te maken zijn enhoe ze passend en metend te krijgen zijn, zonder garanties. Dat gesprekvindt nu plaats. Ik hoop dat daar iets uitkomt, maar het lijkt me welevident dat er een effect is voor wielerwedstrijden. Dan is het aan deKNWU en de lokale driehoek – want die nemen daar uiteindelijk eenbesluit over – en natuurlijk de organisatoren om dat op een goede manierTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16275 in te vullen of eventueel anders in te vullen dan ze dat tot nu toe gedaanhebben.De voorzitter:En dan is er een vraag van mevrouw Van den Hil.Mevrouw Van den Hil (VVD):Praatjes vullen geen gaatjes, zal ik maar zeggen. Ik begrijp dat ergesprekken zijn, maar dat het nog lang duurt en dat ze pas begin januariweten of bepaalde koersen kunnen doorgaan. Volgens mij hebben meercollega’s dat te horen gekregen. Een Amstel Gold Race is niet eenwielerwedstrijdje van de buurjongetjes om de hoek. Daar moet je wel optijd mee beginnen. Ik zoek even of daar nog wat druk op uitgeoefend kanworden. Ik vind het anders onbestaanbaar.Staatssecretaris Karremans:Dat vind ik natuurlijk ook. Die druk heb ik natuurlijk ook al uitgeoefend.Reken maar dat ik mijn collega van Justitie hierover heb opgebeld. Gadaar maar van uit. Maar die kan er ook geen agenten bij printen. Ik snapdat dat lastig is. Ik heb hoop dat de KNWU, zeker voor de Amstel GoldRace, daar op een goede manier uit kan komen met de lokalebevoegdheid. Maar dat moeten we afwachten; het zit nu echt daar. Maarik deel het belang van sport. Dat wil ik graag onderstrepen en ook dat ik,waar het kan, daar natuurlijk mijn rol in vervul.Mevrouw Saris (NSC):Ik heb ook even een vraag naar aanleiding van de wielerkoersen. Ikbegrijp best dat de NAVO-top buitengewoon veel capaciteit van onzepolitieorganisatie vraagt. Echter, rondom de wielerkoersen heb jespecifieke agenten nodig, namelijk de motoragenten. Ik kan me nietvoorstellen dat de motoragenten nu al rondrijden. Ik kan me ook nietvoorstellen dat er eind maart en half april geen motoragent beschikbaaris, terwijl de NAVO-top pas eind juni plaatsvindt. Ik blijf het gewoon eenheel vreemd verhaal vinden. Ik wil de collega’s hier in de Kamer daarinondersteunen en ik zou u willen oproepen ...De voorzitter:... de Staatssecretaris willen oproepen ...Mevrouw Saris (NSC):... de Staatssecretaris willen oproepen om hier toch wat meer druk op uitte oefenen. Ik kan me echt niet voorstellen dat de motoragenten vanafjanuari al op de motor zitten om de NAVO-top te beschermen.Staatssecretaris Karremans:Vanzelfsprekend oefen ik daar druk op uit vanuit sportbelang. Dat doe ikook. Ik denk dat we het daar echt wel over eens zijn. Maar ik kan natuurlijkgeen garantie geven dat het lukt.Mevrouw Van den Hil (VVD):Ik snap dat de Staatssecretaris geen garantie kan geven, maar vancollega’s die hier al veel langer mee bezig zijn weet ik dat de KNWU bezigis geweest met opleiden – daar gaat het amendement van mevrouw VanDijk ook over – en dat ze afgesproken hebben dat als ze opgeleid zijn, hetomgegooid kan gaan worden. Ik zie aan de ene kant een organisatie dieheel druk bezig is om het aan te passen. Ik ben als geen ander voorveiligheid en wat niet kan, kan niet. Maar ik vind wel dat je moet kijkenwat nu een redelijk termijn is waarbinnen je een antwoord hebt. Het klinktnu misschien heel cru, maar nee is ook een antwoord. Dat willen weallemaal niet horen, maar ik vind wel dat je dan man en paard moetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16276 noemen en moet kijken of er vanuit België of Duitsland motards kunnenmeerijden die wel die bevoegdheid hebben en die dat op die dag welzouden kunnen doen. Ik snap de krapte, we zitten met schaarste, maar ikzoek een beetje naar welwillendheid om er met elkaar uit te komen.Staatssecretaris Karremans:Wat wel helpt, is dat de Kamer zich hier nadrukkelijk over uitspreekt. Datkan ik weer gebruiken in de gesprekken die ik daarover heb. Laat ik datdus meenemen. Ook het punt van snelheid neem ik ter harte. En laat éénding duidelijk zijn: ik ben het er volstrekt mee eens.Kan ik toezeggen dat ik met de Ministers van IenW en JenV in gesprek gaover een structurele uitgave van € 40.000 per jaar voor het dekken van dekosten van de burgermotorverkeersregelaars? Ja! Dat kan ik doen.Wil ik mij vol inzetten om de grote koersen wel door te laten gaan metpolitieondersteuning?De voorzitter:Er is de vraag welke termijn u daaraan kunt verbinden.Staatssecretaris Karremans:Op welke termijn? Halverwege volgend jaar? Het zijn veel gesprekken enwe moeten ook die kantinediensten nog draaien, hè. Dus dat... Er wordt inieder geval geen weg meer voor ons afgezet, want dat is natuurlijk... Maargoed...Kunt u zich er vol voor inzetten dat de grote koersen wel met politie doorkunnen gaan? Nou, daar heb ik net al wat over gezegd. Ik heb ook al watgezegd over kansspelen en de Beweegalliantie.Dan de btw: de btw op sport niet omhoog maar naar nul. Dat schijnt dusniet mogelijk te zijn vanwege het Europees recht. Ik zie de heer VanNispen me aankijken en denken: dan maar uit Europa. Neenee, dat lijkt megeen goed idee. Dus dat is het eerlijke antwoord op die vraag.Het is nog wel belangrijk om te zeggen dat de meeste sport natuurlijk nietbtw-belast is. Ik zal de krant niet noemen, maar ik heb in een groteserieuze kwaliteitskrant gelezen: dit doet de btw-verhoging op sport metjouw contributie van de hockeyvereniging. Er zit geen btw op de contri-butie van de hockeyvereniging of de korfbalvereniging! Er zijn dus welwat misverstanden de wereld in geslingerd. Daarom is het ook belangrijkom dit te zeggen over die voorgenomen btw-verhoging. Die heeft nu eenandere status, maar er zit dus sowieso geen btw op.Mastersport. Ik vind dat een terecht punt en ik heb het er met deSportraad ook al over gehad. Ik heb een vader van 73 en die tennist nogen die golft nog. Hij denkt zelf dat ie het nog vrij aardig doet, maar dat valtreuze tegen; ik speel weleens met hem mee. Heel veel ouderen zijn nogactief, maar dat kan beter, zeker in sommige sporten. En ook daar kan desportsector beter op inspelen, zeker nu de bevolking steeds meer vergrijst.Dat weten we ook allemaal en daar kan dus nog echt wel een tandje bij.We zien overigens ook wel een paar goede voorbeelden, bijvoorbeeld bijzwemmen.Ik heb het over de NAVO-top al gehad. Ik ben er dus doorheen! Alleen deamendementen nog.De voorzitter:Vier amendementen.Staatssecretaris Karremans:Maar ik ben wel door de vragen heen.De heer Van Nispen (SP):Over dat laatste punt. Het spijt me zeer, maar de vraag over demastersport is verkeerd begrepen. Dat gaat over 70-plussers, maar ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16277 over 35-plussers. Er zijn voor die mensen bijna geen toernooien enwedstrijden meer. De vraag was of de staatsecretaris daarover in gesprekwil gaan met de sportbonden en NOC*NSF en of hij dat bij hen onder deaandacht wil brengen.Staatssecretaris Karremans:Onder die categorie val ik ook. Dus in het kader van eigenbelang zal ik datdoen.De voorzitter:Dank u wel. Dan heeft u nog vier amendementen te apprecieerden. En erzijn zo te zien dus ook nog twee interrupties.Staatssecretaris Karremans:Onbeantwoorde vragen.De voorzitter:Allereerst een vraag van mevrouw Van den Hil.Mevrouw Van den Hil (VVD):Dank voor alle antwoorden die we hebben gehad. Ondanks het verwis-selen van de mapjes is het redelijk goed gegaan. Ik mis nog wel eenantwoord op mijn vraag over de KNVB en de dingen die die bond wilorganiseren. Ik heb letterlijk gevraagd: kunt u in het voorjaar van 2025 methen in gesprek gaan om te kijken of er een WK vrouwen onder 21 of eenWK zaalvoetbal gerealiseerd kan worden? Ik ga het niet helemaalherhalen, want dat zou te lang duren.Staatssecretaris Karremans:Dat doen we altijd. Ik onderteken best veel ondersteunende brieven voorbids en sportevenementen. Ik heb met de KNVB echt geregeld contact enik zal zorgen dat we dat met elkaar gaan bespreken.De voorzitter:Dan nog een interruptie van mevrouw Saris.Mevrouw Saris (NSC):Vanuit de regio, voorzitter. Mijn vraag of de Staatssecretaris de regionaleplatformen een centrale plek kan geven in de wet en binnen het sport- enbeweegbeleid is volgens mij nog niet beantwoord.Staatssecretaris Karremans:Ja, dat is... Even kijken. Mag ik daar zo op terugkomen? Ja? Dan doen wedat in tweede termijn. Dank.Dan de amendementen. Ik heb vier amendementen. Conform aanwij-zingen van de voorzitter zal ik eerst de nummers noemen en daarna deappreciatie geven. Allereerst het amendement op stuk nr. 112 van het lid...Is het gewijzigd?De voorzitter:We beginnen bij 114.Staatssecretaris Karremans:Dat is het amendement van de heer Mohandis. «In artikel 6 Sport enbewegen worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedragverlaagd...» Dat is de € 500.000 voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Danheb ik het goed. Oordeel Kamer.Dan het amendement op stuk nr. 115 van de leden Jetten en Paulusma omde BOSA met 18 miljoen te verhogen. «Dekking hiervoor wordt gevondenin de 13 miljoen op de aanvullende post bij het gemeentefonds/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16278 provinciefonds 2024, waarbij het kabinet in antwoorden op de feitelijkevragen stelt dat deze middelen resteren omdat de benodigde compensatieinclusief loon- en prijsontwikkeling te ruim ingeschat bleken te zijn en de 5miljoen op de aanvullende post bij het gemeentefonds/provinciefonds in2025, die resteert nadat de middelen voor het schrappen van de oploopvan de opschalingskorting te zijn overgeheveld naar het gemeentefonds.»De appreciatie is «ontraden». Het amendement vraagt om een ophogingvan het budget in 2025, maar de onderuitputting op de aanvullende postheeft zich voorgedaan in 2024. Daarnaast is het budget voor 2025 reedsgereserveerd voor indexering van het Gemeentefonds en Provinciefonds.Aangezien het amendement niet voldoende dekkend is, moet ik hetontraden.Dan het amendement van de leden Van Nispen en Mohandis om€ 750.000 vrij te maken om in een of twee NPLV-gebieden de sportpas aante bieden. Het verzoek is om het aan te houden.De voorzitter:Hebben we het dan over nr. 118?Staatssecretaris Karremans:Ja... Nee, het is nr. 116.De heer Van Nispen (SP):Amendementen kun je niet aanhouden.Staatssecretaris Karremans:Dan is het ontraden. Ik zou zeggen: eerst een onderzoek. Ik ben echtwelwillend en wil dat doen. Volgens mij heb ik er veel over gezegd.Daarna kijken we naar de sportpas, een eventuele pilot en hoeveel gelddat kost. Ik wil dat in die volgorde doen, zonder garantie dat ik dan hetgeld heb, zeg ik voor de goede orde. Ik wil wel graag eerst dat onderzoekdoen. Als ik dan met een claim kom, helpt dat mij weer om het goed tedoen. Ik heb er dan wel een goed verhaal bij nodig. Zo zou ik het willenvoorstellen.De voorzitter:En dan 118, als u dat ook heeft.Staatssecretaris Karremans:118 is het oude 112, of niet? Ja? Dat is oordeel Kamer. Dat is over demotor...De voorzitter:Nee, nee. 118 is het oude 116.Staatssecretaris Karremans:Ah, 118 is het oude 116. Volgt u het nog? Ik niet in ieder geval. Dat heb iknet ontraden, toch? Ja, dat heb ik net ontraden. Twee ontraden, tweeoordeel Kamer.De voorzitter:Voor de volledigheid: wat is de appreciatie van 117?Staatssecretaris Karremans:112 is nog steeds 112, toch?De voorzitter:Nee, nee. Dat is 117.Staatssecretaris Karremans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16279 O, dat is 117 geworden. Oké. 117 is oordeel Kamer. 118, het oude 116, isontraden. En 114 is nog steeds 114, denk ik. Dat is nog steeds oordeelKamer.De voorzitter:Oké, dank u wel.Staatssecretaris Karremans:Dank.De voorzitter:Als er verder geen vragen zijn, stel ik voor om een paar minuten teschorsen. Of zijn er nu nog vragen? Is er geen behoefte aan eenschorsing? Toch wel? Een paar minuten? Dan stel ik voor dat we om 22.17uur verdergaan.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik geef voor de tweede termijn van de zijde van de Kamer het woord aande heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen met de Staatssecretaris tebedanken voor de toezeggingen, ook als het gaat om de amendementen.Het allerbelangrijkste is dat de Staatssecretaris wat betreft de sport- enbeweegwet – ik gebruik toch even die metafoor – in het diepe wil springenen met elkaar wil kijken hoe zo’n sport- en beweegwet eruit kan komen tezien. Dat lijkt me alleen maar heel erg noodzakelijk in deze tijd. Ikbewonder uw bevlogenheid en enthousiasme, maar u bent wel met eenbijzonder lastig kader opgezadeld.Waar ik minder hoopvol over ben, is over hoe we die doelen gaanbereiken, in ieder geval uw eigen doelen. Ik vind ze al niet heel ambitieus,maar het siert u dat u de doelen formuleert, maar het is de vraag of we diemet elkaar gaan halen. Ik vind dat echt een enorme opgave met allefinanciële uitdagingen die op ons afkomen maar ook op gemeentes afgaan komen, ook omdat sport vaak heel erg bovenwettelijk is in gemeen-teland, in ieder geval tot de tijd dat die discussie plaatsvindt. Er zijngenoeg alarmbellen en seinen die op rood staan om snel in te grijpen.Dus ik hoop echt dat we komend debat, hopelijk ergens in het voorjaar,niet weer dit soort voorstellen gaan doen maar dat we echt zeggen: wehebben hier een hele concrete stap gezet die de afgelopen vijf jaar niet isgezet. Daar ga ik u aan houden. Dat wordt de uitdaging.Als u denkt: Mo ... eh, meneer Mohandis ... Het is al laat. Ik had tweedebatten vandaag; ik ben vroeg begonnen, namelijk om 10.00 uur al methet eerste WGO. Maar als u het gevoel heeft «meneer Mohandis, ik ben inhet diepe gesprongen; het is best ingewikkeld», dan kom ik u niet alleengraag redden maar dan kom ik ook met voorstellen die u weer naar bovenlaten zwemmen, zodat we het echt gaan bereiken. Dus u zult altijd eenhelpende hand ervaren, maar het ligt ook aan u als voorman op ditonderwerp om het komend halfjaar te zeggen: deze nieuwe Staatssecre-taris is niet alleen heel enthousiast, ik ga het ook waarmaken. Daar zal ik uaan houden.Dan kom ik met twee moties naar aanleiding van het debat. Ik dien zegelijk in. Gelet op de tijd zal ik niet allerlei toelichtingen en inleidingendoen. Ik doe gelijk de motie.MotieDe Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16280 gehoord de beraadslaging,constaterende dat gemeentes vanaf volgend jaar een gemeentelijkezorgplicht hebben voor bibliotheken, met de daarbij behorende wettelijketaken en gelden;overwegende dat steeds meer zwembaden onder druk staan en de Kamerzich eerder heeft uitgesproken om zwembadwater zo veel mogelijk inpublieke handen te houden;overwegende dat zwemmen essentieel is voor de veiligheid van jong enoud en er daarom voldoende zwembadwater moet zijn voor hetABC-zwemmen;overwegende dat sport geen wettelijke taak is voor gemeentes en erdaarom sneller op bezuinigd kan worden, zeker bij financiële tekorten ineen gemeente;verzoekt de regering de mogelijkheden te onderzoeken voor een gemeen-telijke zorgplicht voor zwembaden, en de Kamer hier halverwege 2025over te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis, Van Nispen, Inge vanDijk en Paulusma.Zij krijgt nr. 119 (36 600-XVI).De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik wil nog even benadrukken dat deze motie bedoeld is om uw verkenningnaar een sport- en beweegwet verder te versterken. Vandaar deze motie.De volgende motie. We hebben het over de amendementen gehad. Hetlijkt me een hele goede stap om op korte termijn die wachtlijsten ... Nouja, die zijn enorm. Er is een grotere opgave, maar dat we al heel snel meerkinderen blij kunnen maken doet mij goed. Vandaar ook dank voor uw«oordeel Kamer» op het amendement. De volgende motie is voor de watmeer lange termijn.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Kamer zich heeft uitgesproken ervoor te zorgen datalle gemeenten in Nederland zwemlessen aanbieden aan kinderen uithuishoudens met een lager inkomen;overwegende dat armoederegelingen soms in worden gevuld voor sporten daardoor ten koste gaan voor zwemles en vice versa;overwegende dat het Mulier Instituut in 2022 verschillende aanbevelingendeed om zwemles te garanderen via armoederegelingen die een kansverdienen;verzoekt de regering de centrale regie te nemen en in samenspraak metgemeentes met een landelijke richtlijn te komen voor een minimaleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16281 benodigde tegemoetkoming voor zwemles voor kinderen in armoede,zodat het niet meer uitmaakt in welke gemeente een kind woont,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis, Van Nispen en Ingevan Dijk.Zij krijgt nr. 120 (36 600-XVI).De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik weet dat u heel druk bent. Daarom stel ik voor om ergens beginvolgend jaar, ergens in februari, samen een kantinedienst te draaien. Ik zalkijken welke sportverenigingen daarbij kunnen aansluiten. Dan kunnen wehet ook nog eens hebben over wat er allemaal in die strategie moetkomen. Er liggen al heel veel bouwstenen. Ik denk daar graag over door,ook om te voorkomen dat u het alleen moet doen. Volgens mij ligt er alheel veel, is er al heel veel aangeboden. Ik pak die handschoen graagsamen op.Ik laat het hierbij, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Blaauw, PVV.De heer Blaauw (PVV):Dank u, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor het beantwoordenvan de vragen. Naar aanleiding van het debat heb ik twee moties, eennaar aanleiding van het stukje over het verminderen van de regeldruk.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat veel sportorganisaties en sportverenigingen aangevenhinder te ondervinden bij het samenwerken met elkaar en/of de overheiddoor een te hoge regeldruk;constaterende dat hierdoor minder projecten op het gebied van sport enbewegen doorgang kunnen vinden;verzoekt de regering te onderzoeken hoe in samenwerking met lokaleoverheden de regeldruk op het gebied van sport- en beweegbeleidverminderd kan worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Blaauw en Inge van Dijk.Zij krijgt nr. 121 (36 600-XVI).De heer Blaauw (PVV):Motie twee. Daar wil ik kort nog wat over zeggen. Ik wilde «m eigenlijkgewoon indienen. Ergens dank voor de beantwoording, maar ik vond hetwel jammer dat de Staatssecretaris meeging in een vals frame, als zou ikeen antitransgenderbetoog hebben gehouden. Ik heb zelfs drie keergezegd dat ook die mensen veilig moeten kunnen sporten. Het was vooralTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16282 een soort shout-out ter bescherming van de vrouwensport, wat wevolgens mij allemaal heel belangrijk vinden. Desondanks de volgendemotie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat mannen niet meer mogendeelnemen aan vrouwencompetities in de vrouwensport,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Blaauw en Wilders.Zij krijgt nr. 122 (36 600-XVI).De heer Blaauw (PVV):Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Paulusma, D66.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik eindigde mijn bijdrage in de eerste termijn metde zin «ik heb hoge, hoge verwachtingen van deze Staatssecretaris». Delat lag te hoog. Ik heb de Staatssecretaris vooral heel veel horen praten enanekdotes delen. Vrij vertaald is dat: veel woorden, maar weinig daden. Ikheb de Staatssecretaris ook veel plannen horen beloven waar sportvereni-gingen geen tijd meer voor hebben en daar baal ik van.D66 blijft met heel veel zorgen zitten. Wij hebben geen commissie nodigom te weten dat alles waar de Staatssecretaris nu op bezuinigt – sport enpreventie – als een hele dure rekening weer terug gaat komen.Voorzitter. Wij steunen een aantal moties, waaronder de belangrijkste watmij betreft: het onderzoek naar het effect van deze botte bezuinigingenvoordat de Staatssecretaris met zijn ogen dicht van een veel te hogeduikplank springt.De voorzitter:Dank u wel. Dan mevrouw Van den Hil van de VVD.Mevrouw Van den Hil (VVD):Voorzitter, dank. Allereerst dank aan de Staatssecretaris voor hetbeantwoorden van de vragen. Ook dank aan u voorzitter, want u doet diter vandaag maar even bij, terwijl u eigenlijk geen voorzitter van dezecommissie bent. Ook dank aan het ondersteunend personeel en vooralook aan de mensen die hier nog zitten of die thuis bij de buis zitten en hetzo lang hebben volgehouden; een compliment alvast. Dit debat volgenwas een redelijke uitputtingsslag, denk ik.Namens de VVD dien ik drie moties in.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16283 gehoord de beraadslaging,constaterende dat toegang tot sport en beweging voor mensen met eenbeperking van groot belang is voor participatie, gezondheid en welzijn;constaterende dat de aanschaf en vergoeding voor hetzelfde sporthulp-middel voor mensen met een beperking verschilt tussen gemeenten;overwegende dat de huidige versnipperde aanpak rondom sporthulpmid-delen leidt tot inefficiëntie, onduidelijkheid en ongelijke toegang;van mening dat een duurzaam, efficiënt en toekomstbestendig systeemnoodzakelijk is om zowel individuele behoeften als collectieve oplos-singen te ondersteunen;verzoekt de regering één centraal loket bij Uniek Sporten te realiserenvoor sporthulpmiddelen, ondersteund door passende middelen en binnende financiële kaders, ervoor te zorgen dat dit systeem ruimte biedt voormaatwerkoplossingen, waarbij ook topsporters gebruik kunnen makenvan een basisvoorziening voor sporthulpmiddelen en het centraal lokettevens de mogelijkheid te bieden sporthulpmiddelen bij sportvereni-gingen te plaatsen wanneer dit efficiënter en effectiever is dan individueleverstrekking;verzoekt de regering te onderzoeken of de vergoeding voor sporthulpmid-delen in alle gemeenten kan worden gerealiseerd, zodat de toegang totsporthulpmiddelen eenvoudiger en gelijkwaardiger wordt voor mensenmet een beperking,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Hil, Saris, Van Nispen,Mohandis en Paulusma.Zij krijgt nr. 123 (36 600-XVI).Mevrouw Van den Hil (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat veel (top)sporters regelmatig te maken krijgen metgrensoverschrijdend gedrag;constaterende dat via NOC*NSF het Centrum Veilige Sport Nederland(CVSN) bestaat maar dat de weg naar dit centrum nog lastig gevondenwordt en er daarom inmiddels ook diverse andere initiatieven opgerichtzijn;constaterende dat er gewerkt wordt aan het wetsvoorstel Integriteits-centrum sport voor de oprichting van een onafhankelijk integriteits-centrum;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16284 overwegende dat iedereen veilig moet kunnen sporten en aan sport deelmoet kunnen nemen en dat er adequate hulp moet zijn als men wel temaken krijgt met grensoverschrijdend gedrag;overwegende dat de schrijnende situatie met betrekking tot grensover-schrijdend gedrag in de sport al te lang bestaat;verzoekt de regering vaart te maken met het wetsvoorstel Integriteits-centrum sport en de daarbij behorende gereserveerde financiering,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Hil en Paulusma.Zij krijgt nr. 124 (36 600-XVI).Mevrouw Van den Hil (VVD):Voorzitter. Ik zei dat ik er drie had, maar dat is niet helemaal waar, want ikheb er nog één. Die dien ik in namens de BBB, maar dan moet mijn naambovenaan staan. Dat hoort volgens mij; zo heb ik dat begrepen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat ontwikkeling van groot belang is voor de toekomst vanjonge sporters;overwegende dat talentontwikkeling niet alleen gericht moet zijn optechnische vaardigheden, maar ook op de pedagogische, sociale enemotionele ontwikkeling van de jeugd;overwegende dat in een veranderende samenleving de weerbaarheid vanjongeren afneemt en er behoefte is aan integrale ontwikkeling;van mening dat voorbeelden zoals bij de KNVB en Ajax, die jonge talentenprikkelen door cognitieve ontwikkeling en het aanmoedigen van nieuws-gierigheid, waardevol zijn voor de groei van jongeren op zowel sportiefals persoonlijk vlak;verzoekt de regering om het belang van een pedagogische basis voortrainers en coaches in de sport te onderschrijven en in overleg met deKNVB te gaan om te onderzoeken of het mogelijk is om pedagogischeelementen, waaronder weerbaarheid en sociale vorming, nog verder teintegreren in de opleiding van nieuwe coaches en dit te betrekken bij hetvervolg van het Sportakkoord,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Hil en Rikkers-Oosterkamp.Zij krijgt nr. 125 (36 600-XVI).Mevrouw Van den Hil (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16285 Poeh, van dat «Ajax» moet ik even bijkomen. Daar ben ik even ontdaanvan, voorzitter. Dat hier mijn naam onder staat... Ik hoop dat de motieontraden wordt. Nee hoor.Ik vergat helemaal mijn collega-sportwoordvoerders te bedanken. Wiekeviel vandaag in. Ik hoop dat we met elkaar en met de Staatssecretarissamen nu toch gewoon een mooie tijd ingaan om de sport verder tebrengen, want dat is toch waar we het allemaal voor doen.Dank je wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van den Hil. Dan geef ik nu het woord aan mevrouwVan Dijk van het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Om maar bij de taal van een sportcoach te blijven:vaak moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt. Maar er gebeurt vanalles. We hebben te veel welvaartsziektes en we bewegen te weinig. Watgebeurt er dan? Dat weten we eigenlijk nog niet zo goed, want er lopenheel veel onderzoeken. Hopelijk komen er plannen, gemaakt door eenStaatssecretaris met een ondernemershart, die praat over keihardeknaken. Mijn oproep is: ga ondernemen, durf te investeren, dus met diekeiharde knaken, om ergens anders weer keiharde knaken te besparen ende rekening, keiharde knaken, niet door te schuiven naar de toekomst. Endoe dit met een warm hart en een koel hoofd.Voorzitter. Ik heb twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen 2021 in depraktijk hard kan uitpakken voor vrijwillige bestuurders voor verenigingen;constaterende dat de genomen mitigerende maatregelen, communicatieen de huidige vrijwilligersverzekering onvoldoende bescherming biedenvoor onze vrijwilligers;verzoekt de regering de WBTR met spoed te evalueren;verzoekt de regering te onderzoeken of de huidige vrijwilligersverzekeringverenigingen en bestuurders voldoende beschermt;verzoekt de regering samen met strategische partners bestuurders enverenigingen beter te informeren, zowel over welke verantwoordelijk-heden de WBTR met zich meebrengt als over de vrijwilligersverzekering,met als doel de rechtsbescherming van bestuurders te bevorderen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk, Mohandis en VanNispen.Zij krijgt nr. 126 (36 600-XVI).Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16286 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat op dit moment «te duur» de meest voorkomende redenis om een sportlidmaatschap van een vereniging op te zeggen;overwegende dat sport geen wettelijke taak is voor gemeenten en erdaarom sneller op bezuinigd kan worden;overwegende dat uit onderzoek van het RVVB blijkt dat de overgrotemeerderheid van de ondervraagde sportverenigingen stelt dat er in hungemeentes al bezuinigd is of dat de kosten zijn verhoogd voor sport;overwegende dat sportaccommodaties een steeds grotere kostenpost zijnvoor sportverenigingen;verzoekt de regering om:–voor de zomer van 2025 met vijf concrete maatregelen te komen hoeregeldruk bij verenigingen te verminderen, zodat bij bestuurders meertijd overblijft voor fondsenververing, ledenwerving en investeren in desport zelf;–in samenspraak met gemeentes sportverenigingen zo veel mogelijk teontlasten bij het onderhoud en verduurzaming van hun sportaccom-modaties en op deze manier bij te dragen aan het betaalbaar houdenvan sport;–voor de aankomende Voorjaarsnota duidelijkheid te bieden over lokalebudgetten voor sport, zodat gemeentes hier op tijd rekening meekunnen houden in hun begroting;verzoekt de regering deze zaken te betrekken bij de verdere uitwerkingstrategie sportverenigingen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk, Mohandis en VanNispen.Zij krijgt nr. 127 (36 600-XVI).Dank u wel, mevrouw Van Dijk. Ik geef het woord aan mevrouw Saris vanNSC.Mevrouw Saris (NSC):Voorzitter. Dank u wel. Er zijn al hele mooie woorden gesproken door mijncollega’s hier. Daar sluit ik mij graag bij aan. Ik nodig de Staatssecretarisvan harte uit in de Achterhoek om kantinediensten mee te draaien. Zoalsvelen hier aan tafel, ben ik ook barkeepster, taxichauffeur, lotenver-koopster en rommelmarktstaander; allemaal voor het goede doel. U bentdus van harte welkom. Als u dat nog in de winter kunt doen, dan kunt uonze mooie ijsbaan bewonderen in Winterswijk.Ik heb nog wel wat zorgen geuit in mijn eerste termijn. Die zorg zit metname op het revolverend fonds. Mijn zorgen zijn nog niet helemaalweggenomen, dus ik zou graag willen dat de Staatssecretaris in deuitwerking van die toekomstbestendige sportinfrastructuur daar tochmeer aandacht voor vraagt. Mijn gevoel is dat de BOSA-regeling wordtwegbezuinigd en dat er een douceurtje wordt gegeven vanuit andereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16287 fondsen. Waar blijft dat dan? Daar heb ik nog weinig beeld bij, terwijl iklees dat er bijna 300 miljoen beschikbaar is in het Klimaatfonds. Dus als udaar nog wat meer aandacht voor zou willen hebben, zou mij dat een liefding waard zijn.Ik heb twee moties. Die wil ik graag voorlezen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het actieplan Nederland Beweegt! veelbelovende eersteresultaten oplevert en in 2025 afloopt, en de voortzetting van ditprogramma nog niet is gewaarborgd;constaterende dat er vanuit het Sportakkoord II regionale krachtigestructuren/platformen zijn ontstaan, waaruit zowel sport als bewegenregionaal worden gestimuleerd in samenwerking met stakeholders inverschillende sectoren;constaterende dat in 2025 een evaluatie plaatsvindt van het SportakkoordII;constaterende dat een meer regionaal gerichte aanpak, zoals Achterhoekin Beweging en Zeeland aantonen dat samenwerking tussen aanbiedersen gemeenten kan leiden tot meer impact zonder direct afhankelijk te zijnvan extra financiële middelen;constaterende dat slimmer omgaan met de beschikbare middelen doorbetere samenwerking en kennisdeling een versnelling kan betekenen inhet behalen van GALA-doelen en Sportakkoord II-ambities;overwegende dat regionale samenwerking en betere afstemming tussenaanbieders, gemeenten en kennisinstellingen kansen bieden om debeschikbare middelen efficiënter en effectiever in te zetten;overwegende dat onder het motto «regionaal wat kan, lokaal wat moet»gemeenten en regio’s worden gestimuleerd om maatwerk te leveren engoede voorbeelden uit te wisselen, wat ook kan bijdragen aan kostenbe-sparingen en een hogere maatschappelijke opbrengst;verzoekt de regering:–bij de evaluatie van het Sportakkoord en Nederland Beweegt en deverkenning naar de mogelijkheden van een nieuwe sport- en beweeg-wet in 2025 te onderzoeken hoe de verbinding tussen het SportakkoordII, GALA-doelen en lokaal beleid verder kan worden versterkt;–de meer regionaal gerichte aanpak te stimuleren en een centrale plekte geven;–gemeenten en regio’s te ondersteunen bij het optimaliseren vansamenwerking en afstemming tussen sportaanbieders, welzijnsorgani-saties en zorgverleners om met minder middelen meer te bereiken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Saris, Van den Hil en Rikkers-Oosterkamp.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16288 Zij krijgt nr. 128 (36 600-XVI).Mevrouw Saris (NSC):De tweede motie is iets korter, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering in 2025 wil verkennen om beleidsdoelen ophet terrein van sport en bewegen te realiseren en verantwoordelijkhedenwil vastleggen om te komen tot een sport- en beweegwet;constaterende dat de Nederlandse Sportraad in zijn rapport uit 2021 detaakverdeling en verantwoordelijkheden voor alle stakeholders in hetbeweegbeleid heeft onderzocht;constaterende dat het Sportakkoord 2.0 en het GALA in 2026 aflopen en ernu noodzaak is om na te denken over een alternatieve visie voor hettoekomstige sport- en beweegbeleid, mochten deze akkoorden niet hetgewenste resultaat opleveren zonder kostbare tijd te verspillen;overwegende dat de huidige initiatieven als het Sportakkoord 2.0 en hetGALA te vrijblijvend zijn in hun interventies;overwegende dat de verantwoordelijkheid voor voldoende bewegen en desamenwerking tussen de sectoren en de ministeries kan wordenbevorderd;verzoekt de regering:–te verkennen of de taken en verantwoordelijkheden in het sport- enbeweegbeleid voor alle lagen van de overheid vast kunnen wordengelegd (inclusief regionale samenwerking) en de aanbevelingen uit hetrapport van de Nederlandse Sportraad uit 2021 hierin mee te nemen;–in gesprek te gaan met de ministeries van VWS, SZW, BZK, IenW, EZ,VRO en OCW over een gezamenlijke aanpak van de beweegarmoedeen hoe deze ministeries dit het best in hun beleid onder kunnenbrengen;–voor het herfstreces van 2025 de Kamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Saris.Zij krijgt nr. 129 (36 600-XVI).Dan geef ik nu ten slotte het woord aan de heer Van Nispen van de SP.De heer Van Nispen (SP):Aan optimisme en enthousiasme ontbreekt het niet bij de Staatssecretaris,en aan mooie woorden ook niet. Dan wil ik toch mijn linkerbuurvrouwInge van Dijk quoten, die op enig moment heel treffend zei: ik vind het eenmooi verhaal, maar wat ga je nou doen? Dat vind ik toch wel de quote vande dag, als ik dat mag zeggen. Er liggen gewoon financiële afspraken dieecht een enorme bedreiging zijn voor het sporten en bewegen. Terwijl wetoe moeten naar een gezondere en sportievere samenleving in detoekomst, doet dit kabinet precies het tegenovergestelde door metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16289 kortzichtig beleid snoeihard te bezuinigen. Ik vind dat de coalitiepartijenzich daar veel te makkelijk bij neerleggen. Dat valt me echt tegen. Dat wilik hier gezegd hebben.Wat ik lastig vind, is dat de Staatssecretaris net doet of hij het met mindergeld allemaal veel beter en slimmer gaat maken. Daarmee degradeert hijeigenlijk al zijn voorgangers tot een stelletje sukkels. Waarom konden zijdat dan niet? Waarom hadden zij dan zo veel meer geld nodig? Dat vind iktoch bijzonder.Wat ik ook lastig vind, is de claim dat er geen geld is, dat hij geen geldheeft en dat dit nou eenmaal moet. Het zijn politieke keuzes. Je kunt diekeuze maken en daarover verschillen we van mening. Volgens mij is er neteen najaarsnota verschenen waarin staat dat er dit jaar 3,2 miljard over isdoor onderuitputting. Stel je voor dat je 100 miljoen zou investeren insport, dan kun je dat daarmee de komende 30 jaar doen. Dat zou toch ookeen aardig idee zijn geweest. Maar goed, daar wordt allemaal niet voorgekozen. Ik vind het zo kwalijk, omdat het een helekortetermijnblik is. Alsje zegt «ik heb nu geen geld, dus ik moet bezuinigen op sport enbewegen», terwijl je weet dat het risico levensgroot is dat dat op langeretermijn meer schade gaat opleveren, waarom doen we dat dan? Zo werktde overheidsbegroting dus helemaal niet. Zeggen «ik heb nu geen geld,dus ik moet nu bezuinigen, ook al weet ik dat ik over een paar jaar meergeld kwijt ben», is heel dom en dat kan iedereen bedenken. Zo werkt hetook niet. Maar goed, daarvoor wordt gekozen en ik ben het daar zeer meeoneens.Ik heb zes moties, dus ik ga maar beginnen met voorlezen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de maatschappelijke opbrengsten van Sport enBewegen momenteel 2,76 keer hoger zijn dan de kosten;overwegende dat verschillende voorgestelde maatregelen van het kabinetnegatieve effecten hebben op de sport, via onder andere de bezuinigingop SPUK’s en subsidies, verhoging van de kansspelbelasting en hetschrappen van de regeling bewegingsonderwijs;constaterende dat nog niet bekend is wat de (maatschappelijke) schadezal zijn van de bezuinigingen en lastenverhogingen;verzoekt de regering om eerst in kaart te brengen wat de gevolgen zoudenzijn voor de maatschappelijke en financiële baten van sport, voordat debezuinigingen en lastenverhogingen op de sport worden doorgevoerd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Mohandis, Inge vanDijk en Paulusma.Zij krijgt nr. 130 (36 600-XVI).De heer Van Nispen (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16290 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat steeds minder jongeren en volwassenen voldoendebewegen;overwegende dat het onwenselijk is dat mensen met een lager inkomengemiddeld minder bewegen en een slechtere gezondheid hebben;constaterende dat er veel maatschappelijke steun bestaat voor het ideevan een sportpas voor alle jongeren tot 23 jaar, waar jaarlijks een bedragop wordt gezet ter hoogte van een gemiddeld sportabonnement;verzoekt de regering onderzoek te laten doen naar de effecten van hetconcept van de sportpas, ook in termen van maatschappelijke enfinanciële opbrengsten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Mohandis en Ingevan Dijk.Zij krijgt nr. 131 (36 600-XVI).De heer Van Nispen (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het idee van een sportpas voor alle jongeren tot 23 jaarals doel heeft om drempels weg te nemen voor jongeren om te sporten ente bewegen en zou moeten leiden tot gezondheidswinst;constaterende dat met het Nationaal Programma Leefbaarheid enVeiligheid twintig stedelijke gebieden zijn aangewezen waar problemen,waaronder slechte gezondheid, met langjarige en samenhangendeplannen worden aangepakt;constaterende dat slechte gezondheid leidt tot hogere zorgkosten, voorsamenleving en zorgverzekeraars, en dat dit temeer geldt voor gebiedenmet een grote sociaaleconomische opgave en derhalve de te behalengezondheidswinst juist in deze gebieden ook het grootst is;verzoekt de regering een proef te starten in NPLV-gebieden, waarinjongeren tot 23 jaar een individuele sportpas ontvangen met budget om tebesteden aan sporten of bewegen en te bezien welke rol zorgverzekeraarskunnen spelen met betrekking tot de (co)financiering,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16291 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Mohandis.Zij krijgt nr. 132 (36 600-XVI).De heer Van Nispen (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat nog altijd minder dan de helft van de Nederlandersvoldoet aan de beweegrichtlijnen;overwegende dat het actieplan Nederland Beweegt eind 2025 afloopt;verzoekt de regering om structureel op minstens hetzelfde niveau in teblijven zetten op het stimuleren en faciliteren van dagelijks bewegen enop basis van de tussenevaluatie in januari voor de Voorjaarsnota met deKamer te delen hoe zij dit gaat doen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Mohandis.Zij krijgt nr. 133 (36 600-XVI).De heer Van Nispen (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Stichting Special Heroes Nederland duizendenkinderen met een beperking helpt om te sporten en bewegen;overwegende dat de financiering voor deze stichting vanaf 2026 dreigt tevervallen, waarmee tevens alle cofinanciering dreigt te vervallen;verzoekt de regering om uiterlijk bij de Voorjaarsnota 2025 metvoorstellen te komen die ervoor zorgen dat deze stichting haar belangrijkewerk voort kan zetten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Mohandis.Zij krijgt nr. 134 (36 600-XVI).De heer Van Nispen (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16292 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering om te zorgen voor een fatsoenlijke behandeling enerkenning voor de klokkenluider in het dansmisbruikdossier,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Mohandis, Inge vanDijk en Paulusma.Zij krijgt nr. 135 (36 600-XVI).De heer Van Nispen (SP):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik schors vijf minuten tot 22.50 uur.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik geef het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Karremans:Voorzitter. Er waren nog drie vragen van de eerste termijn blijven liggen.Daar kom ik nu graag even op terug. Dat is de vraag van mevrouw Sarisover aandacht voor het revolverend fonds meenemen in de accommoda-tieaanpak. Dat kan ik inderdaad doen. Dan de vraag of er in het beweeg-beleid een plek voor de regionale platformen is. Daar gaan we inderdaadmee starten in de versnelling van het Sportakkoord waar we nu mee bezigzijn. Een voorbeeld daarvan is Achterhoek in Beweging. Ik weet niet ofmevrouw Saris dat kent, maar het is een mooi voorbeeld. Ga er vooraleens kijken, zou ik zeggen. Ik heb van mevrouw Saris een bal gekregenmet daarop: Achterhoek in Beweging. Die bal staat nog steeds op mijnkamer.Dan de vraag van mevrouw Paulusma over wanneer ik terug kan komenop de schoolpleinentermijn en of dit in afstemming moet met OCW enLVVN. Dat is medio 2025.Mevrouw Paulusma (D66):Ik vond juist dat de Staatssecretaris heel erg uitweidde over school-pleinen, terwijl ik daar mijn vraag niet over had gesteld. Mijn vraag gingover of sport en bewegen op school niet steeds een soort naschoolseactiviteit is, maar gewoon onderdeel is van het programma. Toen zei deStaatssecretaris: dat moet ik overleggen met mijn collega van OCW. Toenzei ik: daar wacht ik dan met spanning op in de tweede termijn. Dus dieschoolpleinen was iets van de Staatssecretaris zelf. Het ging mij oversport en bewegen binnen het onderwijs.Staatssecretaris Karremans:Ik heb de vraag in alle oprechtheid goed proberen te beantwoorden.Mevrouw Paulusma (D66):Maar daar zei ik nu nog niets van.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16293 Staatssecretaris Karremans:Ik kom daar schriftelijk op terug. Dat waren de vragen die waren blijvenliggen.Voorzitter. Dan kom ik bij de moties.De motie op stuk nr. 119 over de zorgplicht van gemeenten voorzwembaden geef ik oordeel Kamer. Ik ben voornemens om met de sport-en beweegwet te komen. We hebben het daar ook in het debat overgehad. We kunnen dit daarin opnemen.De motie op stuk nr. 120 van de heer Mohandis verzoekt de regering decentrale regie te nemen en in samenspraak met gemeentes met eenlandelijke richtlijn te komen voor een minimale benodigde tegemoet-koming voor zwemles voor kinderen in armoede, zodat het niet meeruitmaakt in welke gemeente een kind woont. Op dit moment is dit echtnog een gemeentelijke bevoegdheid, dus ik kan dat nu niet gaan bepalen.We gaan natuurlijk aan de slag met een sportwet. Ik kijk de heer Mohandiseven aan. Ik kan regie nemen, zeker als het gaat om het verbeteren van devindbaarheid. Ik kan mijn rol pakken binnen de bevoegdheden die ik heb,maar ik heb er nu geen extra financiële middelen voor anders dan dat ikextra middelen naar het Jeugdfonds Sport & Cultuur breng. Ik kannatuurlijk de rol spelen die ik binnen de wettelijke middelen heb. Ik ganatuurlijk naar die sport- en beweegwet kijken. Als ik het zo kan opvatten,dan kan ik de motie oordeel Kamer geven. Dat is hoe ik hem wilteruggeven.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik hou «m aan.De voorzitter:Op verzoek van de heer Mohandis stel ik voor zijn motie (36 600-XVI, nr.120) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Karremans:Dan de motie op stuk nr. 121 van de heer Blaauw, over regeldruk op hetgebied van sport- en beweegbeleid. Deze motie kan ik overnemen. Het isdan dus aan de heer Blaauw om aan te geven wat hij wil, maar ik kan «movernemen. Ja? Een krul erdoor en verder.De voorzitter:De motie-Blaauw/Inge van Dijk (36 600-XVI, nr. 121) is overgenomen.Staatssecretaris Karremans:Dan de motie op stuk nr. 122 van de heer Blaauw, over geen mannenmeer in de vrouwensport. Ik verwijs naar het debat. Deze motie isoverbodig. Er zijn niet voor niets mannen- en vrouwencompetities; datheb ik al gezegd. De bonden gaan daar op dit moment heel goed mee om.Zij doen het hartstikke goed. De motie is dus overbodig.De voorzitter:De motie op stuk nr. 122 is overbodig.Staatssecretaris Karremans:«Overbodig» is een officiële appreciatie tegenwoordig. Datzelfde geldtvoor «ontijdig». Maar de motie is overbodig.Dan de motie op stuk nr. 123 van mevrouw Van den Hil, mevrouw Saris ende heer Van Nispen, met de vraag of de vergoeding voor sporthulpmid-delen in alle gemeenten kan worden gerealiseerd voor mensen met eenbeperking. Deze motie wil ik overnemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16294 De voorzitter:De motie-Van den Hil c.s. (36 600-XVI, nr. 123) is overgenomen.Staatssecretaris Karremans:De motie is dus overgenomen. Een krul erdoor!Dan de motie op stuk nr. 124, van mevrouw Van den Hil en mevrouwPaulusma over het wetsvoorstel Integriteitscentrum sport, en de daarbijbehorende financiering. Oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 124: oordeel Kamer.Staatssecretaris Karremans:Dan de motie op stuk nr. 125. Gaat het hierin over Ajax? O ja. Er staat hier«overnemen», haha. Nee, de motie op stuk nr. 125 wil ik overnemen. Ikben ook de Staatssecretaris van Ajax, hè.De voorzitter:De motie-Van den Hil/Rikkers-Oosterkamp (36 600-XVI, nr. 125) isovergenomen.Mevrouw Van den Hil (VVD):Daar ben ik echt heel erg blij mee, want dan komt de motie niet instemming. Ik vreesde al een hoofdelijke stemming. Dank u wel.Staatssecretaris Karremans:Ik dacht ook: daar moet je maar zo snel mogelijk vanaf zijn. Er zijn volgensmij veel fans van Feyenoord hier in de Kamer. Dat was de motie op stuknr. 125.Nu gaat het over de motie op stuk nr. 126, die de regering verzoekt samenmet strategische partners bestuurders en verenigingen beter te infor-meren over welke verantwoordelijkheden de WBTR met zich meebrengtals het gaat over de vrijwilligersverzekering, met als doel de rechtsbe-scherming van bestuurders te bevorderen. Die kan ik oordeel Kamergeven, indien de evaluatie medio 2025 start. Dat gaan we doen. OordeelKamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 126 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Karremans:Dan de motie op stuk nr. 127 van mevrouw Van Dijk, de heer Mohandis ende heer Van Nispen, die de regering verzoekt vóór de zomer van 2025 metvijf concrete voorstellen te komen over hoe de regeldruk bij verenigingenkan worden verminderd, en nog een aantal andere zaken. Die kan ikovernemen. Dit gaat over de motie op stuk nr. 127.De voorzitter:De motie-Inge van Dijk c.s. (36 600-XVI, nr. 127) is overgenomen.Staatssecretaris Karremans:We kunnen dit gelijk meenemen in de sportstrategie. Is dat oké?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik weet dat die appreciaties er nu zijn. Het is voor mij nog even wennenwat dat betekent, maar als de motie wordt overgenomen, dan komt dieook niet meer op een website te staan. Ik vind het dan belangrijk dat uhem echt zo laat terugkomen in de stukken die wij dan krijgen. Anders isde motie overgenomen en weer verdwenen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16295 Staatssecretaris Karremans:Ik neem «m over en neem het mee in de sportstrategie. We vermeldendan even hoe we «m verwerkt hebben.De motie op stuk nr. 128, die «regionaal» heet, kan ik oordeel Kamergeven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 128 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Karremans:De motie op stuk nr. 129, «verkenning wetgeving», krijgt ook oordeelKamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 129 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Karremans:De motie op stuk nr. 130 van de heer Van Nispen wordt ontraden. Daarverwijs ik voor naar het debat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 130 is ontraden.Staatssecretaris Karremans:De motie op stuk nr. 131 over onderzoek doen naar de sportpas geef ikoordeel Kamer, ook met een verwijzing naar het debat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 131 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Karremans:Over de motie op stuk nr. 132, die gelijk vraagt om daar een vervolg aan tegeven, heb ik het verzoek om die aan te houden richting de heer VanNispen. Ik snap «m helemaal. Maar ik heb ook in het debat gezegd: ik wileerst dat onderzoek. Ik sta er echt welwillend in, maar dan wil ik datonderzoeken. En dan zou een volgende stap om bij het NPLV aan tesluiten helemaal niet gek zijn, maar daar heb ik nu geen middelen voor,dus dat kan ik ook niet toezeggen. Dat wordt dan stap twee van dedrietrapsraket. Dus het verzoek is om die aan te houden.De heer Van Nispen (SP):Dat verzoek snap ik. Ik vind het zelf lastig, want ik zou denken: je moet ookiets hebben om te onderzoeken. Dus het zou juist heel slim zijn om hetwel te gaan uitproberen en het gelijktijdig te onderzoeken. Maar ik kijk eenbeetje rond en ik denk dat dit het maximaal haalbare is. Dus ik denk dat ikblij zal zijn met het onderzoek en deze motie aan zal houden. Maar danverzoek ik wel aan de Staatssecretaris om vaart te maken met hetonderzoek, nog één keer te bevestigen wanneer dat er dan komt entegelijkertijd, of in de tussentijd, bij het Nationaal ProgrammaLeefbaarheid en Veiligheid op zoek te gaan naar middelen. Als je ditimmers doet, kom je op 2 à 3 miljoen ongeveer, voor één gebied, en jezou ook nog kunnen kijken of je een deel kunt halen bij de zorgverzeke-raars in cofinanciering, of juist lokaal. Het hoeft dus niet allemaal uit depot met sportgeld te komen; juist niet, zou ik zeggen.Staatssecretaris Karremans:Die handschoen neem ik graag op. Laat ik het dan zo zeggen. Over hetonderzoek heb ik in het debat al gezegd: ik kom schriftelijk terug op deplanning. Maar ik kan in het onderzoek de financieringsmogelijkhedenmeenemen. Zullen we dat dan zo afspreken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16296 De heer Van Nispen (SP):Dan houd ik de motie aan.De voorzitter:Op verzoek van de heer Van Nispen stel ik voor zijn motie (36 600, nr. 132)aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Karremans:De motie op stuk nr. 133 is ontraden. Ik verwijs ook naar het debat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 133 is ontraden.Staatssecretaris Karremans:De motie op stuk nr. 134.De heer Van Nispen (SP):Voorzitter, mag ik een vraag stellen over de motie op stuk nr. 133?De voorzitter:De heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Over het Actieplan Nederland Beweegt heeft de Staatssecretaris volgensmij gezegd: er komt een tussenevaluatie in januari. We hebben daar hetdebat over gevoerd, waarin ik zei: het is zonde om iets dat goed werkt,meer bewegen in de zorg, op het werk, op scholen et cetera, overboord tekieperen. Ik heb niet gezegd «hou precies met dezelfde middelen dehuidige Beweegalliantie, in dat drukke speelveld, in de woorden van deStaatssecretaris, in stand.» Als dat in de motie wordt gelezen, dan is datniet wat ik bedoel. Wat ik wel bedoel, is: als in januari blijkt dat het goedwerkt, en het gaat om het programma Nederland Beweegt, dan zullen degoede elementen daarvan wel een vervolg moeten krijgen. Die kunnen weniet allemaal uit onze handen laten vallen. Dat is het doel van de motie.Als ik dat niet duidelijk heb opgeschreven, dan licht ik hierbij toe dat dathetgeen is wat ik bedoel.Staatssecretaris Karremans:Ik begrijp dat ik het zo kan interpreteren dat ik de goede dingen meeneem.Uiteindelijk is het altijd zo dat het, als je een begroting maakt, meegaat inde afweging. Maar als ik «m zo mag lezen dat we het op een goedemanier willen borgen, in de zin van «zorg ervoor dat je de goede dingendie werken, zo kan behouden» – mits dat financieel inpasbaar is, wantdaar zitten ook deels structurele middelen in – dan vind ik «m goed. Dankunnen we dat afspreken. Ik las er inderdaad in «ga er sowieso mee door,op die manier en met dat geld», maar dat kan ik niet toezeggen. Maar inde leeswijze dat we op een bepaalde manier dingen die werken en die onsbeleid ondersteunen, kunnen waarborgen, wil ik «m wel oordeel Kamergeven.De heer Van Nispen (SP):Dan moet ik nu eigenlijk mijn mond houden, maar het gaat me om hettussenzinnetje «mits het financieel inpasbaar is». Je moet juist, voor dedingen die goed werken, zorgen dat je die financieel kan inpassen. Daarkunnen we het dan toch wel over eens worden?Staatssecretaris Karremans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16297 Dat snap ik, maar als ik dat weer uit de BOSA moet gaan halen, danhebben we weer die andere discussie. Dat is wel de realiteit waar ik in zit,snap je? Dus ik zit even te kijken welke formulering we eraan kunnenkoppelen. Ik wil geen valse verwachtingen wekken. Ik heb gezegd: «Ik vinddat er goed werk wordt verricht. We gaan die evaluatie doen.» Goededingen wil ik natuurlijk in de basis altijd meenemen. Dat is volgens mijgoed. Maar ze staan wel altijd in relatie tot wat ze kosten. Iets kan in debasis goed zijn. Laten we zeggen dat we daar heel graag mee door zoudenwillen gaan. Maar ik zit even te worstelen, dat merkt u wel aan mij. Ik kandaar geen financiële claim op leggen. Laten we afspreken dat de motieniet zegt: er gaat sowieso gegarandeerd geld naartoe. Maar de motie iswel een stevig signaal vanuit de Kamer, dus we moeten daar iets mee. Wezullen de motie dan ook als zodanig opvatten.De heer Van Nispen (SP):Daarmee ben ik akkoord. Dus op basis van die tussenevaluatie... Dat staater ook. Dan horen we voor de Voorjaarsnota, of voor de zomer, iets in dierichting, hoe de Staatssecretaris daar gevolg aan wil geven. Dan weten weook wat er in de evaluatie staat. Met die interpretatie ben ik akkoord.Staatssecretaris Karremans:Er zit nu geen gegarandeerde claim in, maar wel de intentie om ermeedoor te gaan. Dan krijgt de motie oordeel Kamer.De voorzitter:Oké. De motie op stuk nr. 133 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Karremans:Maar er zit geen financiële claim in; ik heb de motie uitgelegd zonderfinanciële claim. De motie gaat in combinatie met mijn uitleg.Mevrouw Van den Hil (VVD):Ik snap dat, maar als je moties krijgt met een hele uitleg erbij, en wekrijgen voor donderdag weet ik veel hoeveel uitleggen... Ik ga daar niet inmee. Dan moet de rest het maar doen, maar ik vind dat gewoon nietprettig. Ik zeg: de uitleg van de Staatssecretaris is duidelijk anders dan water in de motie staat.De voorzitter:De heer Van Nispen, met een toelichting.De heer Van Nispen (SP):We vallen in herhaling. Het gaat erom om de goede dingen die werken inte blijven zetten voor het stimuleren en faciliteren van dagelijks bewegen.Dit debat gaat over het stimuleren van sport en bewegen voor eengezonde en sportieve samenleving in de toekomst. We kunnen het nu nieteens worden over iets wat goed werkt, wat ook blijkt uit een evaluatie.Daarvan zeggen we: nee, daar gaan we toch mee stoppen. Dat kan tochniet? Volgens mij hebben we nu de duidelijke afspraak dat de Staatssecre-taris terugkomt naar de Kamer en dat de motie een steuntje in de rug isom die goede dingen te bewaren. Dat is volgens mij de afspraak.Staatssecretaris Karremans:Volgens mij ook. In mijn brief heb ik ook gezegd: bewegen in het dagelijksleven is onderdeel van mijn beleid. Daar wil ik dus sowieso meedoorgaan. De oproep van de heer Van Nispen is daarbij: kijk goed naar dedingen die goed werken en neem die mee. Dat lijkt me prima. En danzonder financiële claim. Dat hebben we nu een paar keer gemarkeerd. Ikdan de motie oordeel Kamer geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16298 Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 134, over Special Heroes. Ik heb algezegd dat ik in gesprek ga. Ik kan de motie oordeel Kamer geven indienik de motie zo mag interpreteren dat we welwillend staan tegenover deborging van de inhoudelijke projecten. De gesprekken daarover lopen. Alsik de motie zo kan interpreteren, kan ik die oordeel Kamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 134 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Karremans:Dat kan nog allerlei varianten opleveren, maar we staan er welwillend in.Tot slot de motie op stuk nr. 135, over de klokkenluider in het dansmis-bruikdossier. Die motie ga ik overnemen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Met uw goedvinden, voorzitter, merk ik het volgende op. Ik heb mij eenbeetje verdiept in het dossier. Wat ik belangrijk vind, ook bij hetovernemen van de motie, is om daar wel een duidelijke terugkoppelingvan te krijgen middels een brief. Anders blijft het bij overnemen, met allegoede bedoelingen.Staatssecretaris Karremans:Het gaat om een individueel persoon. Om dat publiekelijk te doen ...De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik snap dat.Staatssecretaris Karremans:Ik kan toezeggen dat we dat een-op-een direct naar de Kamerleden doen.Zullen we dat dan afspreken? Dan neem ik de motie over en dan ...De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):De route-Van Nispen is dan voldoende. Dan vindt Van Nispen ons welweer. Anders gaat het alle kanten op.De heer Van Nispen (SP):Eens, voor zover het informatie betreft die in het belang van een individuniet openbaar kan worden gemaakt. Maar ik denk dat een openbaaringediende Kamermotie deels ook een openbaar antwoord zou moetenverdienen, voor zover dat kan. Maar hoe dat precies gaat, laat ik verderaan het ministerie over.Staatssecretaris Karremans:Oké. Prima.De voorzitter:De motie-Van Nispen c.s. (36 600-XVI, nr. 135) is overgenomen.Dank u wel. Voordat ik de vergadering sluit, wil ik de Staatssecretarisbedanken voor zijn komst naar de Kamer en de bodes voor de goedeverzorging. Ik wens iedereen wel thuis.O, nog één ding! Donderdag wordt er gestemd over de ingediendemoties.Excuus. De toezeggingen die zijn gedaan door de Staatssecretaris, wordennagestuurd. Ik denk dat u daar een vraag over had.Dan sluit ik hierbij wel de vergadering.Sluiting 23.10 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 16299
Gerelateerde bronnen
- Begrotingsonderdeel Sport en Bewegen
Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 2 december 2024, over Begrotingsonderdeel Sport en Bewegen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.