Onderzoek naar de verwachte gevolgen van de verlaging vrijstelling groen beleggen bij Belastingplan 2025
Brontekst
Versie d83510a7dc7fe0b3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 418Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2024)Nr. 149 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2024Bij de behandeling van het Belastingplan 2024 op 26 oktober 2023 heeftuw Kamer een amendement aangenomen waarmee de fiscale vrijstellingin de inkomstenbelasting voor groen sparen en groen beleggen (hierna:vrijstelling groen beleggen) per 2025 meer dan gehalveerd wordt.Hiermee wordt met ingang van 1 januari 2025 de vrijstelling groenebeleggingen verlaagd van € 71.251 (fiscale partners: € 142.502) naar€ 30.000 (fiscale partners: € 60.000). Dit betreft een dekkingsmaatregelvoor aanpassingen in de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de schenk-en erfbelasting (omvang verwachte dekking: € 27 miljoen).Vanuit de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en de groenfondsenheeft dit geleid tot weerstand en bezorgdheid over de gevolgen van ditbesluit voor de continuïteit van de Regeling groenprojecten. Om meerzicht te krijgen op de verwachte gevolgen van deze maatregel voor deRegeling groenprojecten is door de Staatssecretaris van IenW onderzoekhiernaar toegezegd aan uw Kamer op 15 maart jl.1.Hierbij stuur ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën –Fiscaliteit en Belastingdienst, de uitkomsten van dit onderzoek, waarvanhet rapport is opgesteld door de Rijksdienst voor OndernemendNederland (RVO).Groen beleggen heeft tot doel om kapitaal van particuliere spaarders enbeleggers aan te trekken en deze beschikbaar te stellen voor de finan-ciering van innovatieve duurzame projecten die anders niet zoudenworden gerealiseerd. Met deze regeling kunnen spaarders en beleggerseen belastingvoordeel krijgen als zij erkende innovatieve duurzameprojecten ondersteunen. Banken kunnen daardoor tegen gunstige tarieven1Kamerbrief over reactie inbreng Nederlandse Vereniging van Banken aan commissiedebatCirculaire Economie | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl kst-36418-149ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 418, nr. 1491 «innovatieve groene projecten» financieren, terwijl spaarders eninvesteerders door het belastingvoordeel een tegemoetkoming krijgenvoor het lagere rendement op «groene» beleggingen ten opzichte van«gewone» beleggingen. Op dit moment zijn er twee regelingen voorparticulieren om groene beleggingen (groene spaartegoeden en anderegroene bezittingen) te stimuleren, namelijk een vrijstelling in box 3 en eenheffingskorting over het vrijgestelde deel van de groene beleggingen.Projecten die aan de eisen van de Regeling groenprojecten voldoen,komen in aanmerking voor een «groenverklaring» op basis waarvangroenfondsen meerjarige leningen verstrekken tegen een aantrekkelijktarief.In deze brief wordt eerst ingegaan op de conclusies uit het rapport.Daarna wordt de kabinetsreactie toegelicht.Bevindingen van het onderzoeksrapportDe daadwerkelijke gevolgen van de verlaging van de vrijstelling zullenvermoedelijk pas eind 2024 zichtbaar worden. Interesse in groen sparenen beleggen is historisch hoog, met bijna € 6,7 miljard aan ingelegdvermogen op 31 december 2023 (cijfers NVB). Het aantal groenespaarders en beleggers lag op dat moment op bijna 170.000, een toenamevan ruim 18% ten opzichte van twee jaar eerder. Het ingelegd vermogenneemt al sinds 2018 elk jaar toe met de grootste stijging in 2023. Deonderzoekers beschrijven de verwachte gevolgen op drie onderdelen:Spaarders en beleggers: forse daling in ingelegd vermogenDe verlaging van de vrijstelling voor groen sparen en beleggen zorgtvolgens de onderzoekers naar verwachting voor een daling van 30% tot37% van het ingelegde vermogen in 2025. In absolute zin zou dit eendaling van het ingelegde vermogen van de huidige € 6,7 miljard naar€ 4,2 miljard tot € 4,7 miljard betekenen. Dit komt met name door eenverschuiving van de inleg van spaarders en beleggers van de huidige naarde verlaagde vrijstellingsgrens. Hoewel 38% van de spaarders enbeleggers in 2021 een inleg had van meer dan € 30.000, zorgt deze groepwel voor 72% van het ingelegde vermogen voor de financiering vangroenprojecten.De verlaging heeft naar verwachting een meerjarig effect op het ingelegdevermogen. Hoe snel het fiscale product groen sparen en beleggen vandeze verwachte daling herstelt, is onzeker. Wel is het is de verwachting dathet ingelegde vermogen vanaf 2026 niet zomaar weer toeneemt. En als ditweer toeneemt, zal het naar verwachting nog meerdere jaren durenvoordat de omvang van het ingelegde vermogen weer op het huidigeniveau ligt.Groenfondsen: fondsen krimpenHoewel er op dit moment geen aanwijzingen zijn dat groenbanken en-fondsen hun activiteiten door de verlaging van de vrijstelling zullenbeëindigen, is de verwachting dat een daling van de inleg in groen sparenen beleggen een negatief effect heeft op de omvang van groenbanken en-fondsen. Die zullen volgens het rapport (deels) krimpen. Dit zal dezoektocht naar kwalitatief goede en impactvolle groenprojecten in detoekomst lastiger maken. Bovendien bestaat hiermee een verhoogd risicodat de financiering van meer complexe projecten, waar de ondernemer opadvies van het groenfonds een extra inspanning doet om aan de eisenvan de Regeling groenprojecten te voldoen, onder druk komt te staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 418, nr. 1492 Hierdoor zullen ook de beoogde innovatie en milieueffecten die met degroenprojecten gerealiseerd worden naar verwachting lager zijn.Rem op (nieuwe) innovatieve en groene financieringenGroenbanken en -fondsen geven aan dat, uitgaande van een lageringelegd vermogen, zij geen of nauwelijks ruimte zullen hebben voor definanciering van nieuwe projecten. De huidige financieringscontractenlopen namelijk vaak zo’n 10 jaar, waardoor het eerst zaak is om de allopende projecten te blijven financieren voordat men nieuwe projectenkan financieren.De combinatie van een lager ingelegd vermogen en langlopende huidigefinancieringscontracten zal tot gevolg hebben dat er in ieder geval in 2025,geen tot weinig nieuwe groenprojecten gefinancierd zullen worden.Concreet betekent dit dat alleen al in 2025 naar verwachting maximaal1.450 groenprojecten met een totaal projectvermogen van c.a.€ 1,6 miljard niet voor groenfinanciering in aanmerking zullen komen endaardoor mogelijk niet zullen worden gerealiseerd. Dit kan ten koste gaanvan nieuwe, kansrijke en tegelijkertijd risicovolle innovatieve ontwikke-lingen in sectoren zoals biobased bouwen, waterstof en geothermie.Groenbanken en -fondsen zien mogelijkheden om dergelijke projecten tefinancieren maar zullen dit op korte termijn door gebrek aan ingelegdvermogen niet kunnen doen. Op de (middel)lange termijn betekent eenlager ingelegd vermogen dat er jaarlijks ook minder groenprojectengefinancierd kunnen worden. Hoeveel lager zal grotendeels afhangen vanhoe het ingelegd vermogen zich vanaf 2026 ontwikkelt.Tot slot geven de groenbanken en -fondsen aan door deze maatregelonzekerheid te ervaren voor de lange termijn bedrijfsvoering vangroenfinanciering. De onderzoekers wijzen er daarbij op dat de groen-banken en -fondsen de verlaging moeilijk uitlegbaar vinden en dat ditvoor ondernemers en burgers onbetrouwbaar kan overkomen. Zij zijnbang dat de opschaling van technische en economische innovatiehierdoor in gevaar komt.KabinetsreactieDit onderzoek biedt aanvullend inzicht ten aanzien van het door deStaatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst destijdsontraden amendement.2 Voorts is deze brief aanvullend op zijn brief van16 mei jl. met een overweging om deze maatregel te beperken3, naaraanleiding van een motie door het lid Idsinga c.s. met als strekking deongewenste gevolgen van het aangenomen amendement 11 terug tedraaien, uiterlijk in het Belastingplan 2025.4Groen beleggen en de daaraan verbonden Regeling groenprojecten isgericht op het bevorderen van innovatieve en duurzame private investe-ringen en het verhelpen van de knelpunten in de financiering vaninnovatieve en duurzame projecten. Voor duurzame economischeontwikkeling en groene groei zijn dit type technische en economischeinnovaties belangrijk. Doordat dit instrument private investeringenaantrekt en slim gebruik maakt van de expertise van de banken, komen2Kamerstukken II 2023/24, 36 421, nr. 11.3Kamerstukken II 2023/24, 36 421, nr. 12.4Kamerstukken II 2023/24, 36 128, nr. 16. Ondertekend door de leden Idsinga en Omtzigt (NSC),Sneller (D66) en Stultiens (GL-PvdA).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 418, nr. 1493 met relatief weinig middelen heel veel financieringen tot stand5. Eeneffectievere manier om financiering te stimuleren van beleidsmatigwenselijke maar lastig financierbare innovatieve projecten ligt nietvoorhanden.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. Harbers5Uit de laatste beleidsevaluatie (2019) blijkt dat tegenover iedere euro gederfde belastingin-komsten staan tussen de 29 en 34 euro private investeringen in innovatieve duurzameprojecten die zonder de regeling niet zouden zijn gefinancierd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 418, nr. 1494
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.