KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de Formele Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO-Raad) van 17 oktober 2025 in Luxemburg voor het onderdeel ‘sociaal beleid’ (Kamerstuk 21501-31-801)

8 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 673be794766660c4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 802 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 8 oktober 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief van 29 september 2025over de volgende brieven: van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d.12 september 2025 inzake de geannoteerde agenda van de Formele RaadWerkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken(EPSCO-Raad) van 17 oktober 2025 in Luxemburg voor het onderdeel«sociaal beleid» (Kamerstuk 21 501-31, nr. 801); brief van de Staatssecre-taris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake het verslag van deinformele EPSCO-Raad Gelijkheid van 16 april 2025 (Kamerstuk 21 501-31,nr. 786).De vragen en opmerkingen zijn op 3 oktober 2025 aan de Staatssecretarisvan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van 8 oktober2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Van Thiel kst-21501-31-802ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8021 Inhoudblz.IVragen en opmerkingen uit de fracties en reactie van debewindspersoon2• Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2• Inbreng van de leden van de NSC-fractie3• Inbreng van de leden van de BBB-fractie3IIReactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap4 I Vragen en opmerkingen uit de fracties en reactie van debewindspersoon Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de Formele Raad Werkgelegenheid, SociaalBeleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO-Raad) van17 oktober 2025 in Luxemburg voor het onderdeel «sociaal beleid». Hierhebben deze leden nog enkele vragen en opmerkingen bij.AlgemeenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat op het moment vanhet schrijven van de geannoteerde agenda alleen nog de agenda van deRaad bekend is en er nog geen stukken zijn gedeeld. Indien er nog stukkennagezonden worden, zouden deze ook nog gedeeld kunnen worden metde Kamer?Beleidsdebat over lhbtiq+-gelijkheid in de EUDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat inSlowakije het parlement een grondwetswijziging heeft aangenomen diede rechten van lhbtiqia’ers inperkt. Zij lezen dat deze wet tevens regelt dathet Slowaakse recht boven het EU-recht gaat bij zaken die raken aan de«nationale identiteit», zoals kwesties rond het gezin en gender. Is deregering het met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie eens dat hetzeer zorgelijk is dat de mensenrechten en fundamentele rechten vanlhbtiqia-personen in Slowakije zo worden ingeperkt? Zo ja, welke rol zietde regering voor zich om binnen Europees verband zich in te zetten voorgelijkheid en de emancipatie van lhbtiqia-personen in alle Europeselidstaten? Heeft de regering kennisgenomen van de oproep aan hen omsamen met andere Europese lidstaten bezwaar aan te tekenen bijSlowakije in verband met de aangenomen wetswijziging? Is zij bereiddeze oproep te steunen? Zo nee, waarom niet?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat inHongarije voor de tweede keer dit jaar een Pride bijeenkomst is verboden,ditmaal de Pride in Pécs op 4 oktober. Is de regering bereid dit punt meete nemen in het overleg van de Raad? Is de regering het met de leden vande GroenLinks-PvdA-fractie eens dat het zeer zorgelijk is dat de Hongaarsepresident Viktor Orbán wederom een Pride bijeenkomst heeft verboden enhiermee het demonstratierecht en de rechten van lhbtiqia-personenverder onder druk zet? Zo ja, welke rol ziet de regering voor zich metbetrekking tot internationaal regenboogbeleid/emancipatiebeleid?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de EuropeseCommissie sinds 2020 een gerichte Europese strategie voert om degelijkheid van lhbtiqia-personen te bevorderen. De huidige strategie looptTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8022 in 2025 af en tijdens deze Raad zal waarschijnlijk een nieuwe strategiebesproken worden. Gelet op de inperkingen van rechten van lhbtiqia-personen in meerdere Europese lidstaten, zoals Slowakije en Hongarije,lijkt het de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie cruciaal dat er eengoede, effectieve strategie komt ter bevordering van de emancipatie vanlhbtiqia-personen. Zij lezen dat Nederland een vervolg op de strategieverwelkomt, omdat er nog veel en grote uitdagingen zijn om hetfundamentele recht op gelijkheid, ongeacht wie je bent en van wie jehoudt, te realiseren. Zou de regering nader kunnen toelichten, met behulpvan voorbeelden, op welke concrete uitdagingen zij doelt? Aanvullenddaarop, welke concrete uitdagingen, onderbouwd met recentevoorbeelden, ziet de regering nog met betrekking tot de emancipatie vanlhbtiqia-personen in Nederland? Zou de regering nader kunnen toelichtenhoe zij een nieuwe strategie idealiter voor zich zien, met concrete doelenen maatregelen?EU antidiscriminatiebeleid op personen met een beperkingDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er in de Raad ookstilgestaan zal worden bij beleid gericht op personen met een beperking.Deze leden lezen tevens dat Nederland kan instemmen met het aannemenvan de Raadsconclusies. Hebben zij hiervoor ook contact gehad metmensen met een beperking en hun belangenorganisaties? Ziet de regeringbaat bij structurele verankering van inclusief en toegankelijk beleid inbredere EU-strategieën en toekomstig beleid? Ziet de regering baat bijstructurele verankering van inclusief en toegankelijk beleid in Nederlandsestrategieën en toekomstig beleid? Waar zitten, volgens de regering,momenteel nog concrete beleidslacunes? In hoeverre maakt Nederlandmomenteel gebruik van EU-middelen en het AccessibleEU-platform? Waarzitten eventuele verbeterpunten?Raadsconclusies preventie van geweld tegen vrouwenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet vanmening is dat zij door middel van het Nationaal Actieprogramma Aanpakgrensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP) invulling geeft aande wensen van het Deens voorzitterschap. In hoeverre geeft het NAPinvulling aan de verplichtingen voortvloeiend uit het Verdrag vanIstanbul? Welke lessen zou Nederland kunnen trekken uit de aanpak tegengendergerelateerd geweld en femicide, in het bijzonder de wettelijkekaders, van andere EU-landen zoals Spanje en België?Inbreng van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda van de Formele EPSCO-Raad van 17 oktober 2025 inLuxemburg voor het onderdeel «sociaal beleid» en andere aanverwantestukken en hebben daarover nu geen vragen of opmerkingen.Inbreng van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de FormeleEPSCO-Raad (Gelijkheidsraad) d.d. 17 oktober 2025. De leden hebbengeen vragen aan de Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8023 II Reactie van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen van de fractie ende overige reacties van uw Kamer. Ik dank hen voor hun inbreng. Deantwoorden houden dezelfde volgorde aan zoals in de inbreng van defractie. De vragen zijn cursief weergegeven.Daarnaast wil ik een rectificatie aanbrengen. Er wordt verwezen naar eenbrief met geannoteerde agenda van de EPSCO-Raad van de Minister vanBuitenlandse Zaken d.d. 12 september. Dit moet zijn de brief van deStaatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 september,met Kamerstuk 21 501-31, nr. 801.Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of eventuele nagezondenstukken met de Kamer worden gedeeld.Er zijn nog geen documenten vastgesteld die op de agenda van de Raadzullen worden geplaatst. Conform de vaste informatieafspraken reflec-teren we in het verslag van de Raad op de inhoud van de plaatsgevondengedachtewisselingen en eventuele onderliggende documenten. Ditverslag wordt aan het parlement gestuurd.Voorts vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie of de regering hetmet hen eens is dat de inperking van de rechten van lhbtiq+-personen inSlowakije en het verbod op de Pride in Pécs op 4 oktober in Hongarije zeerzorgelijk zijn. Zij vragen welke rol de regering binnen Europees verbanden in internationaal emancipatiebeleid voor zich ziet, of zij bereid is dezekwesties in de Raad te agenderen en of zij kennis heeft genomen van deoproep om samen met andere lidstaten bezwaar tegen Slowakije aan tetekenen en of de regering bereid is deze oproep te steunen.Ik ga eerst in op het gemeenschappelijke beleid en daarna de vragen percasus afzonderlijk beantwoorden.Het kabinet deelt de zorgen over de toename van wetten en wetswijzi-gingen die afgelopen jaren zijn voorgesteld en geïntroduceerd, die zichrichten op de inperking van de gelijke behandeling van lhbtiq+ personen,ook in Europa. In de EU hebben we namelijk duidelijke afspraken overonze democratische rechtsstaat, grondrechten en fundamentele waarden.Daarom blijft het kabinet zich als onderdeel van de bescherming enbevordering van de mensenrechten, de democratische rechtsstaat en deinternationale rechtsorde inzetten voor vrouwenrechten, gendergelijkheid,seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en gelijke rechten vanlhbtiq+ personen. Op 28 januari jl. bent u geïnformeerd over de inzethierop in Europa.1In lijn met de motie Van Campen c.s.2 volgt het kabinet de rechtsstaatont-wikkelingen in Slowakije nauwgezet en is op bilateraal niveau hierover indialoog met Slowakije. Ook de Europese Commissie is hierover metSlowakije in gesprek. Het kabinet kijkt met teleurstelling en zorg naar degrondwetswijziging en het risico dat hiermee gepaard gaat opniet-naleving van het beginsel dat het Unierecht voorrang geeft bovennationaal recht (voorrangsbeginsel). De gevolgen van de grondwetswij-ziging en de verenigbaarheid met het Unierecht moeten echter nog nader1Kamerstuk II 2024/2025, 30 420, nr. 4152Kamerstuk II 21 501-20, nr. 2076Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8024 worden bestudeerd, op het gebied van adoptie en genderidentiteit. Hetkabinet benadrukt dat Slowakije het Europees Verdrag voor de Rechtenvan de Mens (EVRM) en het Unierecht moet naleven, waaronder metname het non-discriminatie beginsel en het recht op eerbiediging van hetprivéleven waaronder van lhbtiq+ personen. Het is voor het kabinet vanbelang dat de Commissie snel en effectief optreedt om terugval vanlidstaten op rechtsstatelijk vlak te voorkomen en aan te pakken, en daarbijgebruik maakt van al het beschikbare EU-rechtsstaatinstrumentarium.Voor de volledige reactie van het kabinet op de oproep van lid Dassen(Volt) van 29 september jl.3, waarnaar de fractie waarschijnlijk verwijst,verwijs ik naar de kabinetsreactie van 30 september jl.4Het kabinet vindt de aangenomen anti-lhbtiq+ wetswijzigingen inHongarije zeer zorgelijk. Het spreekt zich daarover uit, onder meer viaverklaringen, en onderstreept daarbij de fundamentele waarden vangelijke behandeling en non-discriminatie. De Europese Commissie heefteen inbreukprocedure aangespannen tegen Hongarije over de anti-lhbtiq+wet, die nauw verbonden is met het verbod op Pride bijeenkomsten.Nederland steunt de Europese Commissie in die zaak. Ook heeft hetkabinet, ter uitvoering van de motie van het lid Dassen (Kamerstuk 21501-02, nr. 3193), op 15 juli jl. een brief aan de Europese Commissieverstuurd met de oproep zo spoedig mogelijk in actie te komen om dewetgeving waarmee Pride-marsen worden verboden direct een halt toe teroepen.5 Nederland zal bij de Raad de Europese Commissie er opnieuwtoe oproepen haar rol als hoedster van de verdragen te vervullen, snel eneffectief op te treden en daarbij gebruik te maken van al het beschikbareEU-rechtsstaatinstrumentarium.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de EuropeseCommissie sinds 2020 een gerichte Europese strategie voert om degelijkheid van lhbtiq+-personen te bevorderen en dat deze strategie in2025 afloopt, waarbij tijdens deze Raad waarschijnlijk een nieuwestrategie besproken zal worden. De leden van de fractie lezen dat deregering een vervolg op de strategie verwelkomt vanwege de nogbestaande grote uitdagingen om het fundamentele recht op gelijkheid terealiseren en vragen de regering welke concrete uitdagingen zij ziet, zowelinternationaal als in Nederland, en hoe zij een nieuwe strategie idealitervormgeeft met duidelijke doelen en maatregelen.De concrete uitdagingen waarop wordt gedoeld, betreffen onder anderede problemen die regenboogfamilies ervaren bij het wonen en leven inandere EU-landen, de toename van (online) haat en discriminatie die ooklandsgrenzen overstijgt, en het ondermijnen van fundamentele rechtenzoals non-discriminatie en gelijke behandeling door sommige lidstaten.Daarom wordt de nieuwe Europese strategie idealiter vormgegeven metals doelen dat iedereen veilig is en volwaardig kan meedoen – in lijn metde Emancipatienota: Veilig Meedoen.6 De strategie zou maatregelenmoeten bevatten zoals versterkte Europese samenwerking, verdedigingen handhaving van fundamentele rechten, ondersteuning van slachtoffersvan discriminatie en het optreden tegen lidstaten die rechten schenden,bijvoorbeeld door Europese fondsen in te houden of naar het Europesehof te stappen. In reactie op de vraag over de nationale inzet, verwijs ik32025Z18008/2025D42274 Brief d.d. 29 september 20254Kamerstuk II 36 800 V, nr. 155Zie hiervoor, evenals de reactie van de Commissie van 13 augustus jl. daarop, de bijlagen bij degeannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 16 september 2025, Kamerstuk II2024/2025, 21 501-02, nr. 3225.6Kamerstuk II 2024/2025, 30 420, nr. 418Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8025 naar de Emancipatienota. Deze geeft een overzicht van de inspanningenvan het kabinet.Op het gebied van antidiscriminatiebeleid gericht op inclusie vanpersonen met een beperking, vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie of de regering contact heeft gehad met mensen met een beperkingen hun organisaties, of zij baat ziet bij structurele verankering vaninclusief beleid in EU- en Nederlandse strategieën, waar nog beleidsla-cunes zitten, en hoe Nederland gebruikmaakt van EU-middelen zoals hetAccessibleEU-platform en welke verbeterpunten er zijn.De regering heeft aangaande de Raadsconclusies geen contact gehad metervaringsdeskundigen of hun belangenorganisaties. De Raadsconclusiessluiten aan bij de toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensenmet een beperking. Daarnaast sluiten de conclusies aan bij de inhoud vande werkagenda VN-verdrag Handicap. Beide documenten zijn tot standgekomen in nauw overleg met mensen met een beperking en hunbelangenorganisaties.Het verankeren van inclusief en toegankelijk beleid in bredereEU-strategieën en toekomstig beleid ziet de regering als een belangrijkekans om toe te werken naar toegankelijkheid en inclusie. De regering heeftkennis genomen van de European Disability strategy 2021–2030 engeparticipeerd in de daaruit voortvloeiende flagship initiatieven, bijvoor-beeld in de «Disability Employment Package». Een ander mooi voorbeeldis de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn7, die op 28 juni 2025 inNederland in werking trad. Hierin staan toegankelijkheidsvoorschriftenvoor specifieke producten en diensten die alle Europese marktdeelnemersdie onder de richtlijn vallen moeten opvolgen. Hiermee wordt een grootaantal producten en digitale diensten die op de Europese markt wordengebracht toegankelijk voor mensen met een beperking. Een andervoorbeeld, waar het kabinet op dit moment aan werkt, is de invoering vande European Disability Card. Het beoogde doel van deze kaart is hetbereiken van wederzijdse erkenning van de nationale gehandicaptenstatustussen de EU-lidstaten, zodat EU-burgers met een beperking kunnenprofiteren van dezelfde speciale voorwaarden en/of preferentiëlebehandeling die overheidsinstanties en particuliere ondernemers alaanbieden. In de zomer van 2028 moeten de eerste kaarten zijn geprodu-ceerd.De regering verstuurde voor de zomer van 2025 de werkagendaVN-verdrag Handicap8 naar de Tweede Kamer. Dit is de inzet van deregering op het verankeren van toegankelijk en inclusief beleid op zevenlevensdomeinen, zoals Onderwijs en ontwikkeling en Vervoer enmobiliteit, in de komende 5 jaar en daarna tot 2040. De regering heeft debeleidslacunes in kaart gebracht door het organiseren van sprintsessiesmet ervaringsdeskundigen, vertegenwoordigende organisaties en andererelevante partijen. De beleidslacunes zijn omgezet in maatregelen waar dekomende vijf jaar aan gewerkt wordt. De werkagenda bevat daarmeeconcrete stappen richting de doelen in de nationale strategie VN-verdragHandicap, die gericht is op het bereiken van een toegankelijke eninclusieve samenleving voor mensen met een beperking. De werkagendabevat ook acties op het gebied van zelfstandig leven en toegankelijkwonen.7Kamerstukken II, 2023/24, 24 170, nr. 3098Kamerstukken II 2024/25 24 170, nr. 362Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8026 Nederland neemt sinds de oprichting van het kennisplatform Accessi-bleEU met interesse kennis van de onderzoeken en evenementen diegeorganiseerd worden door het netwerk van nationale en Europesetoegankelijkheidsexperts. Ook maakt Nederland gebruik van EU-middelen,bijvoorbeeld van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) 2021–2027.Vanuit dit fonds is er € 413 miljoen beschikbaar gesteld voor Nederland.Dit budget wordt verdeeld over verschillende projecten die bijvoorbeeldgaan over de begeleiding van leerlingen in het Voortgezet SpeciaalOnderwijs (VSO) en het Praktijkonderwijs (Pro) richting de arbeidsmarkten projecten met als doel de (integrale) ondersteuning van mensen meteen kwetsbare arbeidsmarktpositie. Deze projecten dragen bij aan hetbereiken van de doelstellingen van de Europese Pijler van sociale rechten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen in hoeverre hetNationaal Actieprogramma (NAP) invulling geeft aan de verplichtingen uithet Verdrag van Istanbul en welke lessen Nederland kan trekken uit deaanpak van gendergerelateerd geweld en femicide in andere EU-landen,zoals Spanje en België.Het Verdrag van Istanbul stelt verschillende eisen aan de aanpak vangeweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het Verdrag benadrukt onderandere het belang van een gendersensitieve aanpak en voorlichting enbewustwording. Ook moeten landen maatregelen nemen om mannen enjongens te stimuleren om actief bij te dragen aan het voorkomen vangeweld tegen vrouwen. Verder stelt het Verdrag eisen aan de onder-steuning van slachtoffers. Het Nationaal Actieprogramma Aanpakseksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP) draagthieraan op verschillende manieren bij. Het programma zet in op hetbespreekbaar maken van gewenste en ongewenste omgangsvormen,activeren van omstanders, aanscherpen van normen en wetgeving,stimuleren van organisaties en sectoren om hun aanpak op orde tehebben en verbeteren van de hulpverlening. Het doel is een cultuurveran-dering te bereiken, waarbij gelijkwaardigheid tussen vrouwen en mannenuitgangspunt is. Hiervoor worden verschillende activiteiten uitgevoerd.Deze zijn onder andere gericht op het vergroten van bewustwordingonder jongeren en ouders, deskundigheidsbevordering van professionalsin het onderwijs, de zorg en de veiligheid, kennis over wat je alsomstander kan doen en de toegankelijkheid van de hulpverlening. Ook iser specifiek aandacht voor de rol van jongens en mannen. Zo start op3 november een publiekscampagne gericht op mannen om hen testimuleren andere mannen binnen hun sociale kring aan te spreken op(potentieel) seksueel grensoverschrijdend gedrag, zoals seksueel getintegrappen, opmerkingen of gebaren. De campagne biedt daarbij handvattenen herkenbare voorbeelden.De aanpakken in Spanje en België sluiten in grote lijnen aan bij dekernambities van het Nederlandse Plan van Aanpak Stop femicide!: hetvoorkomen van geweld door schadelijke gendernormen en signalenvroegtijdig te adresseren, het versterken van slachtofferbescherming enhulpverlening, beter gebruik van data en monitoring, en nauwe samen-werking tussen politie, justitie, zorg en gemeenten. Een belangrijk verschilis dat Spanje en inmiddels ook België deze inzet grotendeels hebbengeconcentreerd in één wet. Spanje heeft daarnaast een gespecialiseerdeinfrastructuur met aparte rechtbanken en politie-eenheden. Nederlandkiest voor een meer gespreide mix van beleid en wetgeving. Voorbeeldenhiervan zijn het Besluit slachtoffers van strafbare feiten, de Wetmaatschappelijke ondersteuning, en binnenkort ook het wetsvoorstel voorde implementatie van de EU-richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijkgeweld. Deze maand wordt er op ambtelijk niveau vanuit de Ministeriesvan OCW, VWS en J&V met Spaanse collega’s verder gesproken over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8027 voor- en nadelen van hun aanpak en wetgeving, om te bezien welkelessen daarvan voor Nederland relevant kunnen zijn. Ook kijken wenadrukkelijk naar ervaringen in andere landen, zowel binnen als buitenEuropa. Uitwisseling vindt regelmatig plaats, onder meer via het Comitévan Partijen van het Verdrag van Istanbul, het Europese preventienetwerkter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en viabilaterale contacten. Uiteraard zal ik ook tijdens deze Raad bilateraal metmijn ambtsgenoten spreken over deze thematiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8028

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f2125b764d9a1799

14 okt 2026 · 49718c433bca5f6c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.