KamerkringInloggen
Kamerbrief

Gezond naar het pensioen

16 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 45c1f601607cf8de · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 043Toekomst pensioenstelselNr. 658 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 september 2024Met deze brief informeer ik uw Kamer over de situatie rond het vraagstuk«gezond naar het pensioen», in het bijzonder voor mensen met zwaarwerk. Daarbij deel ik graag langs welke lijnen ik dit vraagstuk zouaanpakken, en hoe mijn overleg met werkgevers- en werknemersverte-genwoordiging daarover is verlopen. Ik geef daarmee ook uitvoering aande motie Flach (Kamerstuk 32 043, nr. 641) en eerdere moties Nijboer-Maatoug (Kamerstuk 36 067, nr. 140) en Crone (Kamerstuk 36 067, Y).Met het stijgen van de levensverwachting worden loopbanen steedslanger. De meeste werknemers kunnen gelukkig gezond doorwerken totde AOW-leeftijd1, maar dat geldt niet voor iedereen. Met name mensendie langdurig zwaar werk hebben verricht, verdienen onze extra aandacht.En een gezamenlijke inzet van werkgevers, vakbonden en overheid op eenbreed pakket aan maatregelen.Wat we zien is dat de discussie over zwaar werk zich al lange tijd vooralricht op vervroegd uittreden. Aan de ene kant begrijpelijk, omdat defiscale ruimte die bij Pensioenakkoord van 2019 is geboden om eenregeling voor vervroegd uittreden (RVU) aan te bieden, zonder naderebesluitvorming eindigt per 2026. Aan de andere kant doet de smalle focusop de RVU geen recht aan de veelzijdigheid van de vraag hoe we mensengezond werkend de pensioenleeftijd kunnen laten bereiken. Eerderuittreden alleen lost het probleem van zwaar werk niet op. Daarvoor zijnandere maatregelen nodig, die helpen de omstandigheden te creëren dienodig zijn om ervoor te zorgen dat mensen wél gezond kunnendoorwerken.Vervroegd uittreden brengt bovendien een dilemma met zich mee. Velenzullen begrip hebben voor de wens van een werknemer die een leven lang1ROA, Vijfde editie van de AOW Monitor 2023: Effect van verhoging van de AOW-leeftijd opwerk, inkomen en gezondheid kst-32043-658ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6581 zwaar werk heeft verricht en niet gezond werkend de AOW-leeftijd haalt,om met RVU te gaan. Maar als eerder uittreden te zeer gemeengoed zouworden, vergroot dat de druk op de samenleving. Doordat de krapte op dearbeidsmarkt toeneemt en het draagvlak voor de sociale zekerheid kleinerwordt.Mijn visie is dat we samen met sociale partners moeten inzetten op eenbrede aanpak op gezond langer doorwerken, waar een voortzetting van deRVU-maatregel onderdeel van uitmaakt zo lang dit nodig én verantwoordblijft. Maar dan moeten we er met werkgevers en werknemers wel voorzorgen dat de RVU-regelingen alleen daar landen waar ze echt nodig zijn.Hieronder licht ik deze elementen toe, zoals ik ze ook richting vertegen-woordigers van sociale partners heb voorgesteld.Gezond langer doorwerkenHet vraagstuk zwaar werk vraagt om inspanningen op preventie enduurzame inzetbaarheid. Juist het gegeven dat eerder uittreden voorsommige werknemers nog nodig is, laat zien dat de oorzaken van nietgezond kunnen doorwerken nog niet zijn weggenomen. Ik wil vast blijvenhouden aan de stip op de horizon, dat uiteindelijk iedereen gezondwerkend zijn of haar pensioen kan halen. Iedere werkende zou immersgezond zijn of haar werk moeten kunnen uitvoeren. Hier moeten wevooruitgang op blijven boeken, waarbij we ook aandacht hebben voorjongere werknemers. Sociale partners dragen een gezamenlijke verant-woordelijkheid om werknemers hiertoe in staat te stellen en afspraken temaken over gezonde arbeidsomstandigheden. De overheid kan de inzetop duurzame inzetbaarheid ondersteunen en faciliteren. Ik zie dat we opverschillende vlakken voortgang kunnen boeken, zoals door te kijken naarmaatregelen die werkgevers en werknemers kunnen nemen om de fysiekeof mentale werkbelasting te verlichten, zo dicht mogelijk bij de bron. Daarwaar het lastiger is om de zwaarte van werkzaamheden te verlichten,kunnen werkgevers en werknemers kijken hoe het werk anders georgani-seerd kan worden, bijvoorbeeld door taakafwisseling, het bieden vanextra hersteltijd en door ervoor te zorgen dat werknemers tijdig eenoverstap kunnen maken van zwaar naar lichter werk binnen of buiten desector. Verder kunnen mkb-werkgevers beter worden ondersteund metruimte voor leren en ontwikkelen en duurzame inzetbaarheid. Met eengezamenlijke meerjarige agenda voor duurzame inzetbaarheid kunnensociale partners en overheid hierop vooruitgang boeken. Met de huidigesubsidieregeling Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en EerderUittreden (MDIEU) doen we relevante ervaringen op die we kunnengebruiken bij het nadenken over de invulling van die agenda. Samen-werking met werkgevers en vakbonden is daarbij essentieel; zij wetenimmers het beste wat er speelt op de werkvloer.Bredere mogelijkheden overgang werk naar pensioenHet is belangrijk dat werknemers op tijd nadenken over hoe ze deovergang van werk naar pensioen willen vormgeven. Juist bij zwaar werkvraagt het laatste deel van de loopbaan extra aandacht. Hiervoor zijnbinnen het arbeidsvoorwaardelijke domein meer mogelijkhedenbeschikbaar dan alleen de RVU; denk aan deeltijdpensioen, vitali-teitspacten en de inzet van gespaard verlof. Het is belangrijk om eenbreed palet aan mogelijkheden te onderzoeken omdat mensen verschil-lende wensen hebben; er zijn ook mensen die liever geleidelijk afbouwenaan het eind van de loopbaan dan helemaal uit te treden. Een gerichteinzet van vitaliteitspacten voor oudere werknemers met zwaar werk, zodatzij hun arbeidsduur terug kunnen schroeven met gedeeltelijke doorbe-taling van loon en pensioenopbouw, zou dan interessant kunnen zijn. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6582 wil kijken welke mogelijkheden en belemmeringen er zijn rond het gebruikvan maatregelen die de overgang van werk naar pensioen kunnenvergemakkelijken. Hierbij denk ik in elk geval aan de uitvoering van hetverlofsparen, waarbij gespaard verlof kan worden ingezet voor hersteltijdens de loopbaan of voor eerder uittreden. Uiteindelijk is het belangrijkdat sociale partners zorgen voor een breed instrumentarium in dearbeidsvoorwaarden waaruit de werknemer datgene kan kiezen dat zogoed mogelijk aansluit bij zijn of haar persoonlijke situatie.Regeling vervroegde uittredingDaar waar gezond doorwerken nog niet haalbaar is, kan een voortzettingvan de RVU-drempelvrijstelling ruimte blijven bieden voor eerderuittreden. Maar bij een voortzetting van de regeling, is het wel nodig datwe deze alleen richten op werknemers met zwaar werk die niet gezondwerkend de AOW-leeftijd kunnen bereiken. De RVU-drempelvrijstellingzelf is een generieke fiscale maatregel – de overheid kan niet op centraalniveau bepalen wat zwaar werk is. Het is dus aan sociale partners om deRVU aan de cao-tafel gericht in te zetten. Door op centraal niveau metsociale partners afspraken te maken over de vormgeving vanRVU-regelingen, kunnen we sturen op een betere gerichtheid. Overheid,werkgevers en vakbonden hebben uitgesproken niet terug te willen naarde oude VUT. Dit kan door gezamenlijk afspraken te maken hoeRVU-regelingen eruit moeten zien. RVU-regelingen zouden altijd moetenzijn toegespitst op een onderbouwde afgebakende doelgroep, gericht opfuncties en werkzaamheden die belastend zijn en die langdurig wordenuitgevoerd. Die afbakening in de cao zou bovendien periodiek moetenworden herzien om aan te sluiten bij veranderingen in het werk. En eenRVU-afspraak zou altijd samen moeten gaan met een inzet op duurzameinzetbaarheid voor diezelfde doelgroep.Of iemand eerder kan stoppen met werken, hangt ook samen met hetinkomen. Hogere inkomens, ook als ze zwaar werk hebben, hebben meerhandelingsperspectief om vervroegd uit te treden met inzet van eigenmiddelen. Het ligt voor de hand om de RVU-uitkeringen met name terichten op de groep die dat gezien de aard van het werk en de hoogte vanhet inkomen het meest nodig heeft. Dat zijn in eerste instantie niet dehogere inkomens. Daarom vind ik het wenselijk dat er een inkomensgrenskomt.Een ander element is de toegankelijkheid van de RVU. Met de drempelvrij-stelling wordt in feite een lagere AOW-leeftijd nagebootst, betaald door dewerkgever en niet belast met RVU-heffing vanuit de overheid. Dewerknemer die met RVU gaat kan zijn of haar aanvullend pensioen naarvoren halen om de RVU-uitkering aan te vullen. Bij een ontoereikendpensioen kan deelname aan een RVU-regeling echter lastiger zijn, zekervoor werknemers met lagere inkomens. Een gerichte verhoging van hetdrempelbedrag kan voor deze werknemers net het verschil maken. Het ligtvoor de hand dat deze verhoging alleen wordt benut in sectoren en bijwerknemers bij wie dit ook echt nodig is.We hebben inmiddels meer informatie beschikbaar over de RVU-instroomen de profielen van RVU-deelnemers. Een overzicht daarvan is bijgevoegdbij deze Kamerbrief. Dit biedt inzicht in hoe de groep eruitziet die op ditmoment van de RVU gebruikmaakt. Ook is een overzicht bijgevoegd vande RVU-afspraken die zijn gemaakt in de grootste cao’s in Nederland. Hetbeeld dat hieruit naar voren komt, is dat er bij een voortzetting van deRVU-maatregel na 2026 aan gerichtheid te winnen is, langs de lijnen zoalshiervoor beschreven. Dit kan ook het gesprek over de gerichtheid van deRVU-drempelvrijstelling na 2025 verder brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6583 Monitoring en ijkmomentenNaarmate de inzet op duurzame inzetbaarheid succesvoller is, zouvervroegd uittreden steeds minder noodzakelijk moeten worden. Maar hetis niet eenvoudig hieraan een tijdpad te koppelen. Ik heb daaromaangegeven bereid te zijn de RVU-drempelvrijstelling onder voorwaardenvoort te zetten. Er is structureel geld hiervoor gereserveerd. We evaluerenperiodiek of de regeling doeltreffend is of dat er iets anders nodig is. Ditvraagt een doelgerichte inzet door sociale partners, zodat RVU’s terecht-komen bij de mensen die ze echt nodig hebben en eerder uittreden geengemeengoed wordt. Daarbij hoort ook het monitoren van de totaleontwikkeling van RVU’s in Nederland. Om daarvoor duidelijke verwach-tingen te creëren, stel ik voor een signaalwaarde te hanteren. Het totaalaantal RVU’s is een optelsom van decentrale afspraken aan de cao-tafelsin combinatie met de persoonlijke afweging van werknemers; maken zijgebruik van een RVU, kiezen ze voor een andere route richting hetpensioen, of kunnen en willen ze toch doorwerken tot of na deAOW-leeftijd? Wel weten we dat de optelsom van al deze factoren moetleiden tot uitkomsten die de samenleving kan dragen, en die niet dearbeidsmarktkrapte onverantwoord vergroot. Daarom hecht ik eraan datkabinet en sociale partners een signaalwaarde – dat is dus geen quotum –afspreken, zodat we gezamenlijk zicht houden op ontwikkelingen en tijdigmet elkaar afspraken maken om bij te sturen als we een ongericht ofonverantwoord gebruik van RVU’s waarnemen. Als werkgevers,vakbonden en kabinet hierover een gedeeld beeld kunnen vormen endaarover afspraken maken, kan de einddatum die nu aan deRVU-drempelvrijstelling is gekoppeld, worden vervangen door eengezamenlijk systeem van jaarlijkse rapportage monitoring, periodiekeijking en bijsturing; op het gehele pakket aan maatregelen. Zo houden wegezamenlijk de vinger aan de pols of de ontwikkeling verantwoord blijft.Budgettaire gevolgenEen voortzetting van de drempelvrijstelling in de RVU-heffing brengtbudgettaire gevolgen met zich mee. In voorbereiding op gesprekken metsociale partners, heeft het kabinet budget vrijgemaakt om deRVU-drempelvrijstelling te verlengen. Voor de periode na het ijkmomentwordt een reservering aangemaakt. Dit is gedekt door verhoging van hetRVU-heffingspercentage en een toename van de Aof-premie.Tot slotEen voorstel langs de bovenstaande lijnen heb ik gedeeld met centralevakbonden en werkgeversorganisaties. Ik betreur het dat de vakbeweginghierin geen basis heeft gezien om verder te praten. Juist door samen tewerken als overheid en sociale partners kunnen we tot oplossingenkomen zodat zoveel mogelijk mensen na hun loopbaan gezond van hunpensioen kunnen genieten. Mijn uitnodiging richting vakbonden enwerkgevers blijft staan. Intussen gaat mijn ministerie door met hetuitwerken van de elementen voor het beleid rond gezond naar hetpensioen na 2025. Ik reken erop dat ik de gesprekken met sociale partnersover dit belangrijke onderwerp op korte termijn kan hervatten.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6584 Bijlage: informatie over RVUGebruik RVUUit de RVU-registraties in de Polisadministratie van UWV blijkt dat ersinds 1 januari 2021 tot en met Q2 2024 ongeveer 32.0002 mensen metRVU zijn gegaan.3 Grafiek 1 toont de ontwikkeling van het aantal nieuweRVU’ers sinds 2021, per half jaar en cumulatief. Per jaar zijn er in deperiode 2021–2023 respectievelijk 4.500, 9.500 en 11.500 mensen met RVUgegaan.Vaak vindt deelname aan een RVU-regeling plaats middels deelname aaneen collectieve regeling. Maar ook maatwerkregelingen en individueleafspraken tussen werkgever en werknemer komen voor. Het grootstegebruik van RVU-regelingen komt voor in de sectoren Politie, Bouw enInfra, Rijk, Verpleging verzorging thuiszorg en jeugdgezondheidszorg,Sociale werkvoorziening, Gemeenten, Beroepsgoederenvervoer over deweg, Metaal en techniek en Nederlandse spoorwegen Dit zijn sectorenmet meer dan 1.000 RVU’ers sinds 2021. Op 1.500 RVU’ers is geenreguliere cao van toepassing. Het overgrote deel van de RVU’s zijn dus (aldan niet collectief) afgesproken waar ook een cao van toepassing is.Profiel RVU’erDoor middel van koppeling van deze registraties in de Polisadministratieaan microdata van het CBS kan een beeld worden geschetst van eenaantal persoonskenmerken van mensen die met RVU gaan. Hierin is onderandere gekeken naar geslacht, opleidingsniveau en inkomen.4Uit de analyse blijkt dat RVU’ers relatief vaak man zijn; ruim driekwart vande mensen die met RVU gaan is man, tegenover de helft van de ouderewerknemers in de werkzame beroepsbevolking (60–65 jaar). Ongeveer de2Afgerond op 500 personen3Dit aantal is exclusief het RVU-gebruik bij Defensie. Dit zijn mensen die een uitkeringontvangen op basis van de Uitkeringswet Gewezen Militairen, die ook als RVU-regeling wordtaangemerkt. Deze regeling hangt niet samen met de verruimde mogelijkheden voorRVU-regelingen sinds 2021, dus wordt hier verder buiten beschouwing gelaten.4Resultaten gebaseerd op eigen berekeningen door het Ministerie SZW op basis vanniet-openbare microdata van het Centraal Bureau voor de StatistiekGrafiek 1: Ontwikkeling gebruik RVU sinds 2021* Voor 2021 zijn alleen jaarcijfers bekend, daarom is het gebruik in de grafiek gelijk weergegevenover het jaar. Aannemelijk is dat de instroom in het tweede halfjaar hoger was dan in het eerste.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6585 helft van de RVU’ers is middelbaar opgeleid (met name mbo), en een ietsgroter deel is lager opgeleid (met name vmbo) dan hoger opgeleid (metname hbo).5 Hiermee zijn RVU’ers relatief vaker middelbaar opgeleid enminder vaak hoogopgeleid in vergelijking met alle oudere werknemers.Verder werken mensen die met RVU gaan gemiddeld minder uren dan dewerkzame beroepsbevolking (55–65 jaar).Grafiek 2 laat de inkomensverdeling van RVU’ers zien. Gemiddeldverdienen RVU’ers circa € 50.000 per jaar. Ongeveer twee op de vijfRVU’ers verdient minder dan modaal (€ 44.000) en ongeveer één op detien meer dan twee keer modaal. Vergeleken met de inkomensverdelingvan alle 64-jarige werknemers zien we dat RVU’ers relatief vaak eenmiddeninkomen hebben en zich minder vaak aan de onderkant van deinkomensverdeling bevinden (grafiek 3). Voor de leesbaarheid zijn degrafieken gemaximeerd op € 150.000.Tot slot laat de analyse zien dat RVU’ers gemiddeld meer huishoudver-mogen hebben uit bank- en spaartegoeden. Wanneer ook effecten en/ofde eigen woning worden meegenomen vervalt dit verschil.Cao-afspraken over RVU o.b.v. cao-onderzoek 149 grootste cao’s5Voor een groot deel van de RVU’ers in de onderzoekspopulatie is het opleidingsniveauonbekend. Dit beeld is gebaseerd op ongeveer 10.000 RVU’ers.Grafiek 2: Inkomensverdeling RVU’ersGrafiek 3: Inkomensverdeling RVU’ers en 64-jarige werknemersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6586 caonrcaonaamSoort afspraakDoelgroep-afbakeningAantaldienstjaren10BOUW EN INFRA (CAO)collectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren2015PHILIPScollectieve RVU-regelingfunctie21BEROEPSGOEDERENVERVOER OVER DE WEGEN DE VERHUUR VAN MOBIELE KRANENcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren1826VLEESSECTORcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren2051TIMMERINDUSTRIEcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren20163OPENBAAR VERVOERcollectieve RVU-regelingdienstjaren10214BIBLIOTHEKEN, OPENBARERVU maatwerk243HOVENIERSBEDRIJF IN NEDERLANDRVU onderzoek254AFBOUWcollectieve RVU-regelingdienstjaren10359ZOETWARENINDUSTRIEcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren10433SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBEDRIJFcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren10526INTERIEURBOUW EN MEUBELINDUSTRIEcollectieve RVU-regelingdienstjaren20634BEDRIJFSVERZORGINGSDIENSTENRVU maatwerk + onderzoek637VERZEKERINGSBEDRIJFcollectieve RVU-regelingdienstjaren10748SLAGERSBEDRIJFcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren20750CONTRACTCATERINGBRANCHEcollectieve RVU-regelingdienstjaren15759SCHILDERS-, AFWERKINGS-,VASTGOEDONDERHOUD- EN GLASZETBEDRIJFIN NEDERLANDcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren20822M&T CARROSSERIEBEDRIJFcollectieve RVU-regelinganders824M&T METAALBEWERKINGSBEDRIJFcollectieve RVU-regelinganders857MERCK SHARP & DOHMEcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren5985HOLLAND CASINOcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren151287GRAFIMEDIAcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren101296INFORMATIE-, COMMUNICATIE- EN KANTOOR-TECHNOLOGIEBRANCHE (ICK)collectieve RVU-regelinggeneriek1496BAKKERSBEDRIJFcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren201587DEFENSIE PERSONEELcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren351633ABN-AMROcollectieve RVU-regelingdienstjaren101635ING-BANK caocollectieve RVU-regelingdienstjaren51869GLASTUINBOUWRVU onderzoek1944OPEN TEELTENRVU onderzoek2266VISDETAILHANDELRVU onderzoek2297M&T TECHNISCH INSTALLATIEBEDRIJFcollectieve RVU-regelinganders2861NXPRVU onderzoek2988AEGON NEDERLAND N.V.collectieve RVU-regelingdienstjaren103768UITVAARTBRANCHEcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6587 caonrcaonaamSoort afspraakDoelgroep-afbakeningAantaldienstjaren3798UITGEVERIJBEDRIJFcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren103981ASR NEDERLAND N.V. DE ANDERE CAOcollectieve RVU-regelingdienstjaren54059SIGNIFYcollectieve RVU-regelingfunctie4161FEDEX CAOcollectieve RVU-regeling136HTM-CAOcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren10144ROYAL FLORAHOLLANDcollectieve RVU-regelingdienstjaren10156ZIEKENHUIZENcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren10170FOKUS EXPLOITATIE, STICHTINGcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren35234JEUGDZORGRVU maatwerk301WELZIJN MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLE-NING SOCIAAL WERKRVU maatwerk316LEVENSMIDDELENBEDRIJFcollectieve RVU-regelingdienstjaren40365ANWB CAOcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren10426CBR, STICHTING CENTRAAL BUREAU RIJVAAR-DIGHEIDSBEWIJZENcollectieve RVU-regelingdienstjaren10448ALBERT HEIJN BV (VOOR HET PERSONEEL VANLOGISTICS)collectieve RVU-regelinggeneriek487METALEKTROcollectieve RVU-regelinganders488METALEKTRO VOOR HET HOGER PERSONEEL(HP)collectieve RVU-regelinganders533LEVENSMIDDELEN, GROOTWINKELBEDRIJVENVGLcollectieve RVU-regelingdienstjaren40559IKEA NEDERLAND B.V. EN INTER IKEASYSTEMS B.V.collectieve RVU-regelingdienstjaren5625HOGER BEROEPSONDERWIJSRVU decentraal823MOTORVOERTUIGENBEDRIJF EN TWEEWIELER-BEDRIJFcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren5941WATERBEDRIJVEN AANGESLOTEN BIJ DE WWBRVU maatwerk1165RECREATIERVU maatwerk1285TANKSTATIONS EN WASBEDRIJVENRVU onderzoek1336WELKOOPcollectieve RVU-regelingdienstjaren251345SOCIALE WERKVOORZIENINGcollectieve RVU-regelingdienstjaren51428ECTcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren351512ACHMEA B.V.collectieve RVU-regelingdienstjaren101521POSTNL CAO VOOR POSTNLcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren201536NEDERLANDSE UNIVERSITEITENRVU maatwerk1540KPN Collectieve arbeidsovereenkomstcollectieve RVU-regelinggeneriek1574GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG (GGZ)RVU maatwerk1618UNIVERSITAIR MEDISCHE CENTRAcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren20Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6588 caonrcaonaamSoort afspraakDoelgroep-afbakeningAantaldienstjaren1630BRANCHE CAO GEMEENTENcollectieve RVU-regelingdienstjaren431636POLITIE PERSONEELcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren351637PROVINCIALE SECTORRVU maatwerk1646RIJKcollectieve RVU-regelingdienstjaren431681FNV-ORGANISATIEScollectieve RVU-regelingdienstjaren451989DNBcollectieve RVU-regelingdienstjaren52028SABIC LIMBURG BVcollectieve RVU-regelingdienstjaren22161PRORAILcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren102948VERPLEEG- VERZORGINGSHUIZEN ENTHUISZORG EN JEUGDGEZONDHEIDSZORGcollectieve RVU-regelingfunctie en dienstjaren453313NETWERKBEDRIJVENRVU maatwerk3707DSM NL SERVICES B.V.collectieve RVU-regelingdienstjaren24043TSORVU maatwerk4090KADASTER CAORVU maatwerk4091BRANCHE CAO SAMENWERKENDE GEMEENTE-LIJKE ORGANISATIEScollectieve RVU-regelingdienstjaren43 Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6589

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 82a02b1e81ae6a04

14 okt 2026 · 668cbeeddaf6e2e4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.