KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

20 sep 2022 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8fce31d944297fac · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–202336 200 AVaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2023MEMORIE VAN TOELICHTINGNr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 INHOUDSOPGAVEGeraamde uitgaven en ontvangsten3A.Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel4B.Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen51.Leeswijzer52.Uitvoeringsagenda Mobiliteit82.1Mijlpalen en resultaten82.2Begroting op hoofdlijnen92.3Overzicht Coalitieakkoordmiddelen Rutte IV122.4Overprogrammering132.5Flexnorm153.Productartikelen173.1Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte173.2Artikel 12 Hoofdwegennet243.3Artikel 13 Spoorwegen403.4Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's503.5Artikel 15 Hoofdvaarwegennet533.6Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer643.7Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten733.8Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk754.Bijlagen76Bijlage 1: Voeding van het Mobiliteitsfonds en begrotingsstaat per productartikelonderdeel76Bijlage 2: Verdiepingsbijlage81Bijlage 3: Overzichtsconstructie Kustwacht124Bijlage 4: Instandhouding127Bijlage 5: ProRail141Bijlage 6: DBFM-conversies144Bijlage 7: Tol146Bijlage 8: Lijst van afkortingen1492Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTENFiguur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over productartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 8.696 miljoen.1.0971.0973.1453.1452.7002.700331.3511.3514004000011. Verkenningen,reserveringen eninvesteringsruimte 1.09712. Hoofdwegennet 3.14513. Spoorwegen 2.70014. Regionaleinfrastructuur enbereikbaarheidsprogramma's315. Hoofdvaarwegennet1.35117. MegaprojectenVerkeer en Vervoer 40018. Overige uitgaven enontvangsten 001.0002.0003.0004.000Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over productartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 8.696 miljoen.0088209209006656568.4178.41711. Verkenningen,reserveringen eninvesteringsruimte 012. Hoofdwegennet 813. Spoorwegen 20914. Regionaleinfrastructuur enbereikbaarheidsprogramma's015. Hoofdvaarwegennet 617. MegaprojectenVerkeer en Vervoer 5619. Bijdragen anderebegrotingen Rijk 8.417010.0002.5005.0007.500Figuur 3 Gemiddelde jaarlijkse uitgaven per productartikel in de periode 2021–2035 (bedragen x € 1 miljoen). Totaal € 8.452 miljoen.1.4691.4692.8462.8462.6532.65320201.0551.0554214210011. Verkenningen,reserveringen eninvesteringsruimte 1.46912. Hoofdwegennet 2.84613. Spoorwegen 2.65314. Regionaleinfrastructuur enbereikbaarheidsprogramma's2015. Hoofdvaarwegennet1.05517. MegaprojectenVerkeer en Vervoer 42118. Overige uitgaven enontvangsten01.0002.0003.0003Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTELWetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzon­derlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijks­begroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begro­tingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).De Minister van Infrastructuur en WaterstaatM.G.J. Harbers4Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN1. LeeswijzerStructuurDe opzet en de structuur van de begroting voor het Mobiliteitsfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.1. Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2023 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikel­niveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.2. In de Uitvoeringsagenda Mobiliteit is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2023 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2023 begint.3. Het laatste onderdeel van de agenda, Begroting op hoofdlijnen, verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.4. In de artikelgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT-tabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerkingpro­gramma’s opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT-tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is:- van een wijziging (anders dan door de verwerking van prijsbijstelling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen;- van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project. De stand vorig betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2022.Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden, kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2023. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht.5. In de verdiepingsbijlage is door middel van een meerjarige mutatietabel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand, voor de volledige looptijd van het fonds.6. De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten in deze begroting verwerkt:5Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 1. Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015–2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotings­artikelen op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is hiermee als volgt:Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoenBeleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)< 5012=> 50 en < 20024=> 200 < 1000510=> 100010202. In bijlage 1 wordt de voeding van het Mobiliteitsfonds weergegeven. Daarbij is het verschil met artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van de begroting Hoofdstuk XII uitgewerkt. Dit verschil betreft de overige ontvangsten van het fonds.3. Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extra­comptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2036.4. Significante kasschuiven en begrotingsmutaties op de beschikbare budgetten worden in de verdiepingsbijlage op hetzelfde detailniveau (artikelonderdeel) tot en met 2036 toegelicht. Dit rekening houdend met de norm zoals hierboven is aangegeven.5. Voor beheer, onderhoud en vervanging is een aparte bijlage opgenomen. Specifiek voor Spoorwegen (artikelonderdeel 13.02) geldt dat een meer uitgebreide inhoudelijke toelichting is opgenomen op de aanwending van de bijdrage aan ProRail. In deze begroting is een specificatie van de uitgaven opgenomen, conform de specificatie zoals opgenomen in het beheerplan en de jaarrekening van ProRail.In het Wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek van 12 oktober 2016 is uitgebreid met de Kamer gesproken over kasschuiven op de fondsbegro­tingen. In het kader van de informatievoorziening wordt hieronder aangegeven waarom deze kasschuiven worden doorgevoerd op de fonds­begrotingen en op welke plek de in de begroting 2023 doorgevoerde kasschuiven worden toegelicht.Op de begrotingen van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds vinden jaarlijks kasschuiven plaats. Middels kasschuiven wordt ervoor gezorgd dat de beschikbare kas per jaar en per modaliteit blijft aansluiten op de geactua­liseerde programmering. Kasschuiven zijn altijd budgetneutraal, hetgeen betekent dat de hoeveelheid middelen die meerjarig beschikbaar is niet wijzigt als gevolg van de kasschuif. In de verdiepingsbijlage van de begrotingen van het Mobiliteitsfonds en Deltafonds zijn de significante kasschuiven in de begroting 2023 over de gehele looptijd van de begroting inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Indien sprake is van politiek relevante 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 kasschuiven dan worden deze tevens opgenomen en toegelicht in de begroting op hoofdlijnen. De begroting op hoofdlijnen treft u aan in Uitvoe­ringsagenda Mobiliteit.De apparaatsuitgaven en apparaatsontvangsten van het kerndepartement worden geraamd op artikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement van de begroting Hoofdstuk XII.GroeiparagraafConform de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) 2022 zijn de volgende wijzigingen ten opzichte van de begroting van vorig jaar doorgevoerd:•Geschatte budgetflexibiliteit: de geschatte budgetflexibiliteit wordt vanaf deze begroting verfijnder gepresenteerd waardoor het inzicht in de budgetflexibiliteit wordt vergroot.7Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 2. Uitvoeringsagenda Mobiliteit2.1 Mijlpalen en resultatenHieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt, welke projecten in 2023 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2023 start.Exploitatie, onderhoud en vernieuwingIn 2023 gaat IenW onder meer de volgende activiteiten in het kader van exploitatie, onderhoud en vernieuwing uitvoeren.Tabel 1 Exploitatie, onderhoud en vernieuwingMijlpaalProjectHoofdwegen‒Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare route- en reisinformatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility.‒Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen.‒Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen.Spoorwegen‒Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bij verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations.‒Groot onderhoud, waaronder het slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen.‒Het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers en wissels en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeveiliging en treinbeheersing.Hoofdvaarwegen‒Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.‒Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties en afronding «NoMo AOV» achterstallig onderhoud vaarwegen programma.‒Beheer en onderhoud maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te kunnen laten functioneren.Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Projectenoverzicht 2023.OntwikkelingHieronder zijn de mijlpalen voor 2023 per modaliteit opgenomen.Tabel 2 HoofdwegennetMijlpaalOpenstelling‒A27 Houten-HooipolderStart aanleg‒A2 Vonderen-KerensheideTabel 3 SpoorwegenMijlpaalIndienststelling‒Diverse deelprojecten bij landelijke programma’s (o.a. Fietsparkeren, Toegankelijkheid Stations, Kleine Functiewijzigingen, Overwegenaanpak en Meerjarenprogramma Geluidsanering Spoor)‒Programma suïcide preventie‒ERTMS: diverse deelprojecten‒PHS Sloterdijk be – en bijsturing Haarlemcorridor8Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Start aanleg‒Diverse deelprojecten bij landelijke programma’s (o.a. Fietsparkeren, Toegankelijkheid Stations, Kleine Functiewijzigingen, Overwegenaanpak en Meerjarenprogramma Geluidsanering Spoor)‒Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, diverse deelprojecten‒PHS Nijmegen‒ERTMS, diverse deelprojectenTabel 4 HoofdvaarwegennetMijlpaalOpenstelling‒Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden Lek‒Zeetoegang IJmondStart aanleg‒Onzekerheid MIRT-programma i.v.m. stikstofproblematiekHet MIRT-programma ondervindt gevolgen van de stikstofproblematiek. Met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is de basis gelegd voor het op termijn oplossen van de stikstofproblematiek, waarna het Coalitie­akkoord de doelen naar voren heeft gehaald. De komende jaren zal dit echter nog geen ruimte bieden voor nieuwe aanlegprojecten. In de tussentijd wordt beleid en regelgeving getoetst in gerechtelijke procedures. Dit leidt voor het MIRT-programma tot onzekerheid en extra vertraging. Afgegeven planningen zijn daarom ook met meer onzekerheden omgeven.Voor MIRT-projecten is het nodig om stikstofberekeningen op te stellen en de mogelijke effecten hiervan op de natuur te beoordelen. Daarbij moet worden aangegeven welke maatregelen worden genomen om negatieve effecten op de natuur te voorkomen. Omdat niet alle projecten tegelijk van de beschikbare deskundigen gebruik kunnen maken, moeten keuzes worden gemaakt in welke volgorde de projecten worden voorbereid. Eind juni 2022 is met de Tweede Kamer een lijst gedeeld van 11 projecten die de komende jaren als eerste worden voorbereid (Kamerstukken 35 925-A, nr.76). In het najaar kan hiervoor een indicatieve planning worden gegeven. Als alles volgens planning loopt, zijn voor deze projecten begin 2025 de projectbesluiten genomen. Omdat de overige projecten pas daarna kunnen worden opgepakt, betekent dit dat deze projecten minimaal twee jaar zullen vertragen. Op dit moment kan nog geen concrete planning voor deze projecten worden gemaakt. Rapportage over de planning per project vindt plaats via de reguliere voortgangsrapportages.Voor een nadere toelichting op de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Projectenoverzicht 2023.2.2 Begroting op hoofdlijnenBelangrijkste wijzigingenDe onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en ontvangsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in verdiepings­bijlage.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 5 Belangrijkste wijzigingen (bedragen x € 1.000)art.2022202320242025202620272028-20352036Stand ontwerpbegroting 20227.201.30515.123.0846.809.8597.146.4237.111.2286.441.04845.579.975Mutaties 1e suppletoire begroting 2022699.1391.869.5842.666.2092.991.6991.627.7581.283.8363.855.879Stand na 1e suppletoire begroting 20227.900.44416.992.6689.476.06810.138.1228.738.9867.724.88449.435.854Belangrijkste mutaties Mobiliteitsfonds387.137‒ 8.296.5648.367.646‒ 384.98057.994630.2424.784.5996.655.461Kaderrelevante mutaties hoofdstuk MF1Bijdragen derden60.318‒ 2817.82511.64715.52612.57176.4422.649- Hoofdwegennet1257‒ 2.6654.8618.58612.19210.32072.7062.649- Spoorwegen13/1139.747- Megaprojecten1720.5142.3842.9643.0613.3342.2513.7362Extrapolatie6.324.109- Bijdrage aan MF6.068.846- Ontvangsten derden255.2633Loon- en prijsbijstelling344.005362.413325.533342.982343.033308.3702.466.960308.3704Kaderaanpassing MF‒ 1.167.098‒ 355.416‒ 809.738‒ 376.758285.4982.052.933- CA-middelen11/12/19‒ 761.125‒ 770.570‒ 636.305‒ 105.000‒ 20.0002.293.000- Wegenprojecten12/19‒ 503.600483.70019.900- beheersbare programmeringdivers97.627‒ 68.546‒ 193.333‒ 271.758305.498‒ 240.067370.5795Omvorming ProRail13/19‒ 7.557.0008.318.00020.00020.00020.000160.00020.0006Overboekingen HXIIdivers‒ 12.202‒ 14.759‒ 7.157‒ 3.7321.632‒ 6588481067Werken aan uitvoeringdivers3.0007.1005.8005.8006.5006.40025.6008Overboekingen andere begrotingendivers‒ 12.290‒ 1.939‒ 1.939‒ 1.939‒ 1.939‒ 1.9391.8162279CA-middelen verkeersveiligheid N-wegen12/1950.00050.00050.00050.00010CA-middelen fietsinfrastructuur13/1925.00025.00011Afroming eigen vermogen RWS184.306Stand ontwerpbegroting 20238.287.5818.696.10417.843.7149.753.1428.796.9808.355.12654.220.4536.655.461Toelichting1.Dit betreft de wijziging van diverse bijdragen van derden op het Mobili­teitsfonds. De voornaamste bijdragen zijn het gevolg van de afrekening voorschotten ProRail over de laatste helft 2021 (€ 52,4 miljoen in 2022);2.Bij de begroting 2023 wordt de looptijd van het Mobiliteitsfonds met een jaar verlengd tot en met 2036. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2035 in de begroting 2021 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken. Met de verlenging tot en met 2036 komt in totaal – inclusief structurele ontvangsten – een ruimte van circa € 6,3 miljard beschikbaar op het Mobiliteitsfonds. Deze ruimte wordt met voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die benodigd zijn voor de instandhouding van het huidige 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 areaal. Hiervoor is in 2036 circa € 4,8 miljard benodigd. De ruimte die in 2036 resteert na aftrek van de doorlopende verplichtingen bedraagt circa € 1,5 miljard en wordt toegevoegd aan de generieke investeringsruimte;3.Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling voor het jaar 2022. De middelen die bij de eerste suppletoire begroting 2022 voor de loon- en prijsbijstelling aan de begroting Hoofdstuk XII zijn toegevoegd, worden toebedeeld naar diverse artikelen op de begroting Hoofdstuk XII en de investeringsfondsen;4.Om de kaders aan te laten sluiten op de geactualiseerde programmering is er een kaderaanpassing doorgevoerd onder het investeringsplafond. De raming van de CA-middelen voor de NGF-projecten en instand­houding is geactualiseerd. Hierdoor schuift vanuit 2023 € 761 miljoen naar latere jaren. Daarnaast is voor een aantal wegenprojecten de raming aangepast. Het gaat om de ViA15 (€ 340 miljoen), de A16 Rotterdam (€ 143,7 miljoen) en Ring Utrecht (€ 19,9 miljoen). Bovendien is het kader aangepast om een beheersbaar kader ten opzichte van de programmering neer te zetten. Zie onderdeel 2.3 van deze begroting voor een nadere toelichting;5.De begroting 2022 was gebaseerd op het voornemen om ProRail met ingang van 1 januari 2022 om te vormen tot een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Middels een nota van wijziging is dat voornemen aangepast en zijn de middelen doorgeschoven naar 2023. Op dit moment wordt uitgegaan van een omvorming per 1 janurai 2024. De begroting 2023 is hierop aangepast, maar blijft uiteraard mede afhankelijk van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. Deze effecten worden budgettair neutraal in de Rijksbegroting opgenomen. In de Rijksbegroting worden de inkomsten- en uitgavenra­mingen opgehoogd: eenmalig hogere belastinginkomsten en eenmalig hogere uitgaven op de begroting van het Ministerie van IenW. Deze bedragen zijn gelijk aan elkaar, waardoor deze correctie budgettair neutraal uitpakt voor de Rijksbegroting;6.Voor de uitvoering van verschillende programma's is in totaal € 32,1 miljoen overgeboekt naar Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting, de beleidsbegroting van IenW. In de verdiepingsbijlage zijn de mutaties nader inzichtelijk gemaakt;7.Voor het programma Werk aan Uitvoering is in totaal € 85,8 miljoen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds. Dit wordt voornamelijk ingezet bij RWS;8.Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofd­stukken binnen de Rijksbegroting (- € 9 miljoen). Het gaat voornamelijk om overboekingen naar het Ministerie van Defensie voor de Kustwacht (- € 11,7 miljoen);9.Vanuit het Coalitieakkoord is in totaal € 200 miljoen beschikbaar gesteld voor de verkeersveiligheid van N-wegen. Deze middelen zijn toegevoegd aan artikel 12. Zie onderdeel 2.4 van deze begroting voor een nadere toelichting;10.Vanuit het Coalitieakkoord is in totaal € 50 miljoen beschikbaar gesteld voor fietsinfrastructuur. Deze middelen zijn toegevoegd aan artikel 13. Zie onderdeel 2.4 van deze begroting voor een nadere toelichting;11.Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen wordt door Rijkswaterstaat overschreden (€ 4,3 miljoen). Conform de Regeling agentschappen wordt het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat – in lijn met het zwaartepunt van de herkomst – deze middelen vooralsnog toegevoegd worden aan het Mobiliteitsfonds.2.3 Overzicht Coalitieakkoordmiddelen Rutte IVIn het Coalitieakkoord kabinet Rutte IV zijn middelen gereserveerd voor verschillende doelen van het Mobiliteitsfonds. Bij 1e suppletoire begroting 2022 is er in totaal € 14,1 miljard toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. Met dit wetsvoorstel wordt aanvullend € 250 miljoen toevoegd aan het Mobili­teitsfonds. Het gaat om middelen voor verkeersveiligheid Rijks N-wegen en fietsinfrastructuur.Tabel 6 Overzicht toegekende middelen Coalitieakkoord (bedragen x € 1 miljoen)20222023202420252026202720282029Verkeersveiligheid Rijks-N-wegen50.00050.00050.00050.000Fietsinfrastructuur25.00025.0002030203120322033203420352036totaalVerkeersveiligheid Rijks-N-wegen200.000Fietsinfrastructuur50.000Verkeersveiligheid Rijks-N-wegenDe afgelopen jaren is vanuit het programma Meer Veilig gewerkt aan het verbeteren van de verkeersveiligheid op het hoofdwegennet, op zowel autosnelwegen als N-wegen in beheer van het Rijk. Door het nieuwe Kabinet is € 200 miljoen beschikbaar gesteld voor de verbetering van verkeersvei­ligheid op Rijks-N-wegen. Dit betreft een forse intensivering ten opzichte van het huidige budget. Deze middelen komen vanaf 2023 beschikbaar op het Mobiliteitsfonds en in dat jaar zullen ook de eerste maatregelen worden getroffen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar artikel 12 Hoofdwegennet.Fietsinfrastructuur (Fietsknooppunten- en fietsenstallingen OV)In het Coalitieakkoord is aangegeven dat geïnvesteerd wordt in fietsenstal­lingen bij OV-knooppunten. Voor fietsknooppunten OV en fietsenstallingen is € 50 miljoen euro gereserveerd in het Coalitieakkoord. Deze middelen zijn toegevoegd aan het programma Fietsparkeren. De maatregelen beogen een bijdrage te leveren aan het verminderen van de congestie op het (hoofd)wegennet en een modal shift naar duurzame vormen van personen­vervoer, waarmee een reductie van de CO2-uitstoot bereikt wordt. Bovendien bevordert fietsen de gezondheid. Om een goede ketenreis met het OV te kunnen bieden is voldoende fietsparkeercapaciteit bij OV-knopen een belangrijke voorwaarde. De huidige capaciteit aan fietsparkeerplaatsen bij OV-knooppunten is onvoldoende om te voorzien in de groeiende behoefte. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar artikel 13 Spoorwegen.InstandhoudingIn het Coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijksinfrastructuur. De komende jaren groeit de extra bijdrage stapsgewijs toe naar jaarlijks € 1,125 miljard extra vanaf 2026 en structureel € 1,25 miljard extra vanaf 2038 voor de instandhouding van onze wegen, spoor, bruggen, viaducten 12Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 en vaarwegen, ook met het oog op de verkeersveiligheid. Er wordt extra geïnvesteerd in het Deltafonds (€ 250 miljoen structureel vanaf 2026) om achterstanden weg te werken en de uitvoering van het Nationale Deltapro­gramma te versnellen. De extra middelen uit het Coalitieakkoord voor de jaren 2022-2025 zijn bij deze begroting verdeeld over de netwerken van ProRail en RWS op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds om de program­mering van exploitatie en onderhoud in deze jaren op te hogen. Voor vernieuwing is in de periode 2026 tot en met 2030 € 200 miljoen per jaar gereserveerd (€ 160 miljoen voor het Mobiliteitsfonds en € 40 miljoen voor het Deltafonds).2.4 OverprogrammeringHet kabinet Rutte IV heeft een nieuw investeringsplafond geïntroduceerd voor investeringsmiddelen. O.a. het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds vallen onder dit plafond. Beheersing van het totaalbedrag en het behalen van concrete resultaten staat hierin centraal. De kasuitputting per jaar is minder relevant. Onder het investeringsplafond kan eenvoudig budget naar achteren in de tijd worden geschoven als er vertragingen optreden in de programmering/uitvoering, om budget en programmering weer in balans te brengen. Doordat vertragingen eenvoudig verwerkt kunnen worden, wordt de kans op niet-bestede middelen in enig jaar kleiner. Komend jaar wordt verder uitgewerkt hoe het investeringsplafond optimaal benut kan worden.De programmering van projecten wordt doorlopend geactualiseerd op basis van de laatst beschikbare informatie. De kasramingen van de projecten in de begroting worden hier op de reguliere begrotingsmomenten op aangepast. De afgelopen jaren heeft bijvoorbeeld de stikstofproble­matiek bij meerdere projecten geleid tot (kas)vertraging. De kasramingen in de begroting zijn hier vervolgens op aangepast.Onderuitputting ontstaat als in enig jaar alsnog (kas)vertraging in de programmering optreedt. Het instrument overprogrammering wordt ingezet om te voorkomen dat dergelijke vertragingen direct tot onderuit­putting leiden en de beschikbare budgetten voor het investeringspro­gramma zo veel mogelijk tot besteding komen in de jaren waarin deze beschikbaar zijn gesteld. Hiermee wordt geanticipeerd op een voorspelbare mate van vertraging, die zich altijd voordoet. Overprogrammering houdt in dat de programmering in de eerste jaren hoger is dan het beschikbaar budget. Over de planperiode zijn beiden in evenwicht. Ook zal de komende tijd – zoals het IBO Publieke investeringen aanbeveelt –worden onderzocht hoe het gebruik van de instrumenten overprogrammering en het nieuwe investeringsplafond in de praktijk nog meer bij dragen aan realistische planningen, effectief doelbereik en transparante en heldere communicatie aan het parlement.Overprogrammering kan alleen worden ingezet voor beheersing van reguliere ramingsonzekerheden. Onzekerheden van exogene aard, bijv. juridische ontwikkelingen of krapte op de arbeidsmarkt, kunnen hiermee niet (volledig) opgevangen worden. De hoogte van de overprogrammering wisselt van jaar op jaar binnen een bepaalde marge en hangt af van bijv. het risicobeeld van de onderliggende programmering. Over de maximale hoogte hebben IenW en het Ministerie van Financiën afspraken.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 7 Overprogrammering Mobiliteitsfonds (bedragen x € 1 miljoen)Artikel2021202220232024202520262021-20262027-203512 Hoofdwegennet‒ 193‒ 266‒ 252‒ 258‒ 369‒ 415‒ 1.7521.752- Aanleg‒ 139‒ 162‒ 20813621615700- Planning en studies‒ 54‒ 104‒ 44‒ 394‒ 585‒ 572‒ 1.7521.75213 Spoorwegen‒ 93‒ 128‒ 144‒ 164‒ 769‒ 595595- Aanleg‒ 62‒ 156‒ 158‒ 67‒ 40‒ 26‒ 5080- Planning en studies‒ 312715‒ 97‒ 3635‒ 878715 Hoofvaarwegennet‒ 44‒ 102‒ 144‒ 84‒ 81‒ 4‒ 458458- Aanleg‒ 64‒ 32‒ 2464322400- Planning en studies20‒ 70‒ 120‒ 148‒ 113‒ 28‒ 45845817 Megaprojecten‒ 48‒ 134‒ 200‒ 50‒ 59‒ 69‒ 561561- Aanleg‒ 48‒ 134‒ 200‒ 50‒ 59‒ 69‒ 561561Totale overprogrammering‒ 379‒ 630‒ 739‒ 555‒ 584‒ 479‒ 3.3663.366Tabel 8 Totale overprogrammering fondsen (bedragen x € 1 miljoen)Fonds2021202220232024202520262021-20262027-2035Mobiliteitsfonds‒ 379‒ 630‒ 739‒ 555‒ 584‒ 479‒ 3.3663.366Deltafonds‒ 46‒ 46‒ 46‒ 178‒ 148‒ 95‒ 559559Totale overprogrammering‒ 425‒ 676‒ 785‒ 733‒ 732‒ 574‒ 3.9253.925De voorliggende begroting 2023 voor het Mobiliteitsfonds laat het volgende beeld zien:•In de eerste jaren van deze begroting is sprake van een sterke toename van de budgetten, als gevolg van de intensiveringen uit het coalitieak­koord Rutte IV. Er wordt hard gewerkt aan de onderliggende program­mering;•In de jaren 2020-2022 zijn kasvertragingen opgetreden, o.a. door corona en door stikstof. De vertraagde programmering is doorgeschoven naar de jaren 2023-2026. Het budgettair kader is hiervoor eerder niet volledig gecorrigeerd. Dat is nu alsnog gebeurd;•Voor sommige onderwerpen is de programmering nog niet (volledig) rond, of is bekend dat uitgaven in latere jaren plaatsvinden. Het budgettair kader is hier naar de meest recente inzichten op aangepast. De volgende aanpassingen zijn verwerkt:•De uitgavenraming van de NGF-projecten is aangepast. De grote uitgaven verschuiven naar latere jaren, omdat eerst verkenningen en planuitwerking plaatsvinden, waar kleine uitgaven mee gemoeid zijn;•De uitgavenramingen van de projecten ViA15, A16 Rotterdam en Ring Utrecht zijn aangepast, omdat diverse mijlpaalbetalingen vanwege corona vertraagd zijn;•De instandhoudingsbudgetten vanuit het coalitieakkoord Rutte IV zijn in de juiste jaren gezet;•Aangezien het realiseren van de nieuwe ambities uit het coalitieakkoord bovenop het lopende programma een forse uitdaging is die plannings­onzekerheden met zich meebrengt, bijvoorbeeld voor de middelen voor ontsluiting woningbouw van in totaal € 7,5 miljard, wordt in de jaren 2022-2027 gewerkt met een overprogrammering:•De programmering in 2023 en 2024 ligt hoger dan in voorgaande jaren. Om de onzekerheden in die jaren te beheersen wordt een overprogrammering van 15% (ca. € 700 mln. per jaar) gehanteerd;•Voor de programmering in de jaren 2025-2027 is er meer voorberei­dingstijd. Daarom is de mogelijkheid voor beheersing van onzeker­heden in die jaren nu nog groter en wordt een overprogrammering van 10% (ca. € 530 mln. per jaar) gehanteerd.14Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Figuur 4 Investeringsprogramma en -budget (bedragen x € 1.000)In de bovenstaande grafiek wordt het investeringsprogramma over 15 jaar weergegeven, onderverdeeld naar de MIRT-categorieën. De categorieën geïntegreerd (DBFM-contracten), planning en studies en aanleg vallen onder de budgetten voor ontwikkeling. De categorie vernieuwing valt onder de budgetten voor exploitaite, onderhoud en vernieuwing. Deze categorieën vormen het investeringsprogramma binnen het Mobiliteits­fonds. De onderliggende projecten komen middels het kas-verplichtingen­stelsel tot betaling. Het instrument overprogrammering wordt toegepast op het investeringsprogramma, omdat er sprake kan zijn van kasversnellingen en kasvertragingen als gevolg van geactualiseerde projectramingen. Op het onderhoudsprogramma vindt geen overprogrammering plaats, omdat kasversnellingen en –vertragingen hierop worden opgevangen binnen de begroting van de uitvoeringsorganisaties.De zwarte lijn geeft het totale beschikbare budget weer en geldt als het vastgestelde budgettaire uitgavenkader onder het investeringsplafond. De grafiek laat zien dat het investeringsprogramma in de eerste jaren hoger ligt dan het beschikbare budget; er is sprake van overprogrammering. Vanaf 2030 is sprake van de omgekeerde situatie en ligt het beschikbare budget hoger dan het investeringsprogramma; er is sprake van onderprogram­mering. Het totale programma en budget over de looptijd van het fonds zijn hiermee aan elkaar gelijk, zodat het investeringsprogramma volledig budgettair gedekt is.2.5 FlexnormIn de begroting 2018 is de flexnorm geïntroduceerd, waarmee het inzicht in de meerjarige hardheid van de bestuurlijke afspraken is aangescherpt. De flexnorm is een percentage dat aangeeft welk aandeel van de aanlegbud­getten (inclusief investeringsruimte) naar mening van het kabinet flexibel is 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 om bij nieuwe planvorming te betrekken. Het betreft de ruimte binnen de begroting waar nog geen definitieve oplossing is bepaald en gekozen kan worden voor een alternatieve aanwending of oplossing. Overigens geldt ook dat waar wél bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar er nog geen juridische verplichtingen zijn aangegaan, de budgetten nog altijd onver­minderd door de Tweede Kamer te amenderen zijn.In onderstaande tabel is weergegeven welke budgetten in de begroting 2023 conform hierboven geschetste flexnorm flexibel zijn om bij nieuwe planvorming te betrekken.Tabel 9 FlexnormArtikel onderdeelOmschrijvingBudgetten t/m 2036 (x € 1 miljoen)11.01Verkenningen2.58711.02Korte termijn mobiliteitsmaatregelen111.03Reserveringen13.72411.04Generieke investeringsruimte5.724Totaal22.035Als percentage van de budgetten (inclusief investeringsruimte)17,4%16Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 3. Productartikelen3.1 Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimteA. Omschrijving van de samenhang in het beleidMet het artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte wordt invulling gegeven aan een meer flexibele planning van infrastructuur zoals toegezegd in de kabinetsreactie op IBO Flexibiliteit in infrastructurele planning (Kamerstukken II 2016-2017, 34 550 A, nr. 5).Het artikel bevat alle (plan)flexibele budgetten die gereserveerd zijn voor het verbeteren van de bereikbaarheid en gerelateerd aan de beleidsdoel stellingen zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII, de Schets Mobiliteit naar 2040 en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De planfle­xibele budgetten zijn de budgetten die naar mening van het kabinet flexibel zijn om bij (nieuwe) planvorming te betrekken. Het gaat om de (beschikbare) investeringsruimte, reserveringen die worden aangehouden en om budgetten voor projecten in de verkenningsfase. Over deze budgetten zijn nog geen (definitieve) bestuurlijke afspraken gemaakt en ze zijn niet-juridisch verplicht. Door deze budgetten te plaatsen op één artikel zijn alle flexibele budgetten overzichtelijk gepresenteerd. Na besluitvorming, zoals een voorkeursbeslissing, wordt budget overgeheveld naar het desbetref­fende productartikel. Het gaat om algemene reserveringen, de investerings­ruimte, verkenningen naar bereikbaarheidsopgaven en reserveringen voor korte termijn mobiliteitsmaatregelen. De budgetten op artikel 11 zijn de basis voor het berekenen van de flexnorm in de uitvoeringsagenda mobiliteit.In dit artikel staan ook de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan deze verkenningen is dat ze – indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking, maar dat een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. Dit is vastgelegd in de MIRT- werkwijze. In deze werkwijze staat het opgavengericht werken voorop. Samen met bestuurlijke partners wordt steeds bezien welke maatregel op welk schaalniveau, op de korte en op de lange termijn het meest bijdraagt aan de opgave bereikbaarheid. Zo ontstaat een mix van maatregelen die samen met andere partners over een langere periode worden uitgevoerd.17Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 B Budgettaire gevolgen van uitvoeringTabel 10 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte (bedragen x € 1.000)2021202220232024202520262027Verplichtingen128.4431.085.8251.193.6851.567.0001.518.3681.849.848Uitgaven73.4421.096.8261.210.0851.545.5161.559.6081.842.15811.01 Verkenningen2.0192.75017.1004.111223.903368.27511.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen67211.03 Reserveringen68.7091.088.0351.178.6071.472.9701.192.2471.288.10211.03.01 Programma's8.3003.5015.00014.00015.00014.00011.03.02 Overige reserveringen53.181169.692160.537175.500100.17787.03211.03.03 Reserveringen Coalitieakkoord7.228914.8421.013.0701.283.4701.077.0701.187.07011.04 Generieke investeringsruimte2.0426.04114.37868.435143.458185.781Ontvangsten47.50011.09 Ontvangsten47.500Geschatte budgetflexibiliteitDe budgetten zijn in 2023 niet juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2023. De verkenningen zijn bestuurlijk gebonden, de reserveringen en de risicoreserveringen binnen de generieke investeringsruimte zijn in 2023 beleidsmatig gereserveerd.Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit art. 112023Juridisch verplichtBestuurlijk gebonden0%Beleidsmatig gereserveerd100%Nog niet ingevuld/vrij te besteden0%C Toelichting11.01 VerkenningenMotiveringIn dit artikel staan de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan de verkenningen nieuwe stijl is dat ze - indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. De verkenningen op dit artikel dragen bij aan de bereikbaarheidsdoelstellingen uit de Schets Mobiliteit naar 2040 en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).ProductenBelangrijkste (budgettaire) aanpassingenDe aanlegprojecten in de verkenningenfase zijn geïndexeerd naar prijspeil 2022.Tabel 12 Projectoverzicht behorende bij 11.01: Verkenningen (bedragen x € 1 miljoen.)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigVoorkeurs­beslissingProjecten Noordwest-NederlandA9 Rottepolderplein35322021Amsterdam Zuid 5e en 6e spoor181172nnb18Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigVoorkeurs­beslissingOV en Wonen Utrecht164154nnbA27 Zeewolde-Eemnes2322nnbProjecten Zuidwest-NederlandA15 Papendrecht-Gorinchem7727342021Oeververbinding Rotterdam211205RegioProjecten Zuid-NederlandA2 Deil-Den Bosch/Vught8948502022A58 Breda-Tilburg59562021Spoorhub Den Bosch7066nnbProjecten Oost-NederlandA50 Bankhoef-Paalgraven7471nnbN35 Wijthmen-Nijverdal108102nnbTotaal verkenningsprogramma2.5912.464Begroting (MF 11.01)2.5912.46411.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelenMotiveringOp dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor korte termijn mobiliteitsmaatregelen. Met het programma Beter Benutten is de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan door met kleine en/of slimme maatregelen mobiliteitsvraagstukken aan te pakken. De gereserveerde middelen op dit artikel zijn nog niet specifiek toegewezen aan decentrale overheden of specifieke uitvoeringsmaatregelen. Daarmee zijn deze budgetten planfle­xibel.ProductenEr zijn nog geen middelen gereserveerd voor aanvullende mobiliteitsmaat­regelen na het programma Beter Benutten. Om de toekomstige bereikbaar­heidsopgaven aan te pakken is naast aanleg van infrastructuur ook noodzakelijk om in te zetten op innovatie en benutting. Op dit artikelon­derdeel kunnen specifiek voor deze onderdelen middelen worden gereser­veerd.Belangrijkste (budgettaire) aanpassingenKortetermijnaanpak filesEr hebben in deze begroting geen wijzigingen plaatsgevonden.Tabel 13 Projectoverzicht behorende bij 11.02: Korte termijn maatregelen (bedragen x € 1 miljoen)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigVoorkeurs­beslissingProjecten NationaalKortetermijnaanpak files11nvtTotaal kortetermijnmaatregelen11Begroting (MF 11.02)1111.03 ReserveringenMotiveringOp dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor beleidsprioriteiten of voorziene omstandigheden waarbij nog geen sprake is van een formele verkenning of gedragen uitwerking. Deze middelen zijn bestemd voor specifieke toekomstige opgaven. Dit zijn bijvoorbeeld de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s. In deze gebiedsgerichte 19Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 bereikbaarheidsprogramma’s wordt de bereikbaarheidsopgave in deze gebieden adaptief en integraal opgepakt. Daarbij wordt samengewerkt met de verschillende decentrale overheden. Wanneer duidelijk is hoe en wanneer de opgaven worden aangepakt, bijvoorbeeld met een verkenning of ander soortige (korte termijn) maatregelen worden de gereserveerde middelen overgeboekt naar het betreffende productartikel of artikelon­derdeel op artikel 11.De middelen die vanuit het Coalitieakkoord Rutte IV aan het Mobiliteitsfonds zijn toegevoegd zijn gereserveerd op artikel 11.03. Zodra tot het aangaan van verplichtingen of uitgaven wordt overgegaan, worden de middelen naar het betreffende productartikel overgeheveld. De stand van zaken rond de CA-middelen is toegelicht in onderdeel 2.3 van deze begroting.ProductenBelangrijkste (budgettaire) aanpassingen•BenO infrastructuur Caribisch Nederland: het extrapolatiejaar 2036 is toegevoegd aan de reservering;•ERTMS: voor de Noordelijke Lijnen is € 60 miljoen toegevoegd aan programma ERTMS;•Strategisch Plan Verkeersveiligheid: ten behoeve van de tweede tranche van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid wordt € 98 miljoen beschikbaar gesteld;•Modaliteitspecifieke Reservering: om specifieke afwegingen binnen modaliteiten te kunnen maken is € 45 miljoen beschikbaar, evenredig verdeeld over de modaliteiten;•Reservering instandhouding: de middelen die in het Coalitieakkoord beschikbaar zijn gekomen om de tekorten op het gebied van instand­houding in te lopen zijn gedeeltelijk toegekend aan de modaliteiten en overgeboekt naar de betreffende productartikelen (€ 157,4 miljoen naar artikel 12, € 840 miljoen naar artikel 13 en € 22,9 miljoen naar artikel 15). Daarnaast zijn middelen onttrokken ten behoeve van de afrekening SLA RWS 2018-2021 (€ 173 miljoen).Voorzover hierboven niet toegelicht zijn de getroffen reserveringen geïndexeerd naar prijspeil 2022Tabel 14 Projectoverzicht behorende bij 11.03: Reserveringen (bedragen x € 1 miljoen)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigVoorkeurs­beslissingProjecten Noordwest-NederlandGebiedsprogramma Amsterdam153152nvtProjecten Zuidwest-NederlandStedelijk Openbaar Vervoer Den Haag-Rotterdam10599nvtReserveringenBenO infrastructuur Caribisch Nederland7766nvtSpoorgoederenvervoer88nvtERTMS583716nvtSlimme en duurzame mobiliteit187180nvtSchone Lucht Akkoord88nvtStrategisch Plan Verkeersveiligheid194291nvtKlimaatneutrale netwerken00nvtPakket Zeeland6764nvtKnooppuntontwikkeling OV4845nvt20Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigVoorkeurs­beslissingRobuuste Hoofdvaarwegen161153nvtGoederenvervoercorridors7181nvtReservering Stikstof150150nvtModaliteitspecifieke reservering45Reservering SCM56Overige reserveringen725Reserveringen CoalitieakkoordLelylijn99Projecten Nationaal Groeifonds3.3503.350Ontstluiting woningbouw7.4857.500Reservering Instandhouding961961Totaal reserveringen13.72413.858Begroting (MF 11.03)13.72413.85811.04 Generieke investeringsruimteMotiveringOp dit artikelonderdeel is de generieke investeringsruimte tot en met 2036 begroot. Dit betreft de investeringsruimte waarvoor nog geen bestemming is aangegeven, en ook niet specifiek is toebedeeld aan een beleidsreser­vering, (gebieds)programma, verkenning of een modaliteit.Deze generieke investeringsruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico’s en nieuwe beleidswensen onder andere op basis van de NOVI, toekomstbeelden en de IMA (Integrale Mobiliteitsanalyse). Deze investeringsruimte wordt jaarlijks gevoed door de verlenging van het fonds. Na bestuurlijke overleggen MIRT informeert het kabinet de Tweede Kamer over de voorstellen om de voor het huidig kabinet beschikbare investeringsruimte in te zetten.De beschikbare investeringsruimte in de ontwerpbegroting 2022 bedroeg € 5,1 miljard. Door de aanpassingen doorgevoerd bij de 1e suppletoire begroting 2022 en de aanpassingen zoals hieronder vermeld bedraagt de omvang van de investeringsruimte in de begroting 2023 € 5,7 miljard tot en met 2036. Binnen de investeringsruimte van € 5,7 miljard zijn risicoreser­veringen opgenomen van in totaal circa € 3,5 miljard. Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer zijn de risicoreserveringen nader gespecificeerd in onderstaand meerjarig beeld. Hierbij is rekening gehouden met het financieel risico behorende bij het transitievangnet op Hoofdstuk XII, artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor. Een nadere uitsplitsing is vanwege marktgevoeligheid niet gemaakt in deze begroting.Tabel 15 11.04 Generieke investeringsruimte (bedragen x € 1.000)20222023202420252026202720282029Vrije investeringsruimteRisicoreserveringen2.0426.04114.37868.435143.458185.781230.940363.458Voorfinanciering vrachtwagenheffingTotaal2.0426.04114.37868.435143.458185.781230.940363.458Tabel 16 (vervolg) 11.04 Generieke investeringsruimte (bedragen x € 1.000)20302031203220332034203520362022-2036Vrije investeringsruimte1.112.4751.543.9702.656.445Risicoreserveringen348.791457.374349.918481.642279.626279.692255.6923.467.26821Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 20302031203220332034203520362022-2036Voorfinanciering vrachtwagenheffing‒ 160.000‒ 80.000‒ 80.000‒ 80.000000‒ 400.000Totaal188.791377.374269.918401.642279.6261.392.1671.799.6625.723.713ProductenBelangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Mee- en tegenvallers Hoofdwegennet (€ 2,4 miljoen) en Hoofdvaarwe­gennet (- € 39,2 miljoen): dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet;•Mee- en tegenvallers Spoorwegen: per saldo is er € 9,1 miljoen aan de investeringsruimte onttrokken als gevolg van het saldo mee- en tegen­vallers Spoorwegen;•Innovatieagenda: ten behoeve van de innovatieagenda is € 18,5 miljoen overgeboekt naar de beleidsbegroting Hoofdstuk XII;•SCM Cybersecurity: om capaciteit voor cybersecurity te realiseren bij RWS is € 9,7 miljoen overgeboekt naar artikel 12.06;•Smart Mobility: om invulling te geven aan de ambities op het gebied van Smart Mobility is € 32,2 miljoen onttrokken en overgeboekt naar artikel 12.03;•Implementatie RISM Richtlijn: voor implementatie van de RISM (Road Infrastructure Safety Management) richtlijn is € 9,8 miljoen onttrokken en overgeboekt naar artikel 12.03;•COVID-19: voor noodzakelijke maatregelen vanwege COVID-19 voor de realisatieprojecten op het Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet is € 34,9 miljoen onttrokken en overgeboekt naar de artikelen 12.03 en 15.03;•Reservering SCM: er is een reservering gemaakt op artikelonderdeel 11.03 ten behoeve van het Strategisch Capaciteitsmanagement (SCM) van RWS in de jaren 2023-2025 met een omvang van € 55,8 miljoen;•Maatregelenpakket HSL-Zuid: er is € 37,5 miljoen overgeboekt naar artikelonderdeel 13.03 ten behoeve van het maatregelenpakket HSL-Zuid;•Brandwerenheid Tunnels: de gereserveerde middelen voor het programma Brandwerendheid Tunnels (€ 125,6 miljoen) zijn vrijgegeven en overgeboekt naar artikel 12.04;•A2 Het Vonderen-Kerensheide: ten behoeve van het uitvoeringsbesluit voor het project A2 Het Vonderen-Kerensheide wordt het realisatie­budget en de getroffen reservering voor areaalgroei opgehoogd met € 42,2 miljoen en overgeboekt naar artikel 12.03;•A1/A28 Knooppunt Hoevelaken: het realisatiebudget voor het project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken is opgehoogd met € 275 miljoen en overgeboekt naar artikel 12.03;•Vertragingskosten ViA15: ter compensatie van de kosten van de vertraging als gevolg van stikstofproblematiek van de realisatie van de A12/A15 Ressen (ViA15) is € 42 miljoen overgeboekt naar artikel 12.03;•Exploitatie, onderhoud en vernieuwing spoor: er is in totaal € 165 miljoen overgeboekt naar artikelonderdeel 13.02 om tegenvallers op exploitatie, onderhoud en vernieuwing spoor te dekken. De tegen­vallers hebben voornamelijk plaatsgevonden op havenproblematiek, incidentenbestrijding, beheer en vervanging ICT en indexeringsproble­matiek;•Brandblusvoorziening Rotterdamse haven: er is in totaal € 100 miljoen overgeboekt naar artikel 13.03 ten behoeve van de brandblusvoor­ziening Rotterdamse haven;22Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 •Modaliteitspecifieke reservering: om specifieke afwegingen binnen modaliteiten te kunnen maken is € 45 miljoen gereserveerd op artikel 11.03, evenredig verdeeld over de modaliteiten;•Realisatiefase Vrachtwagenheffing: na afronding van de voorberei­dingfase (inclusief het wetgevingstraject) wordt ten behoeve van de realisatiefase van de Vrachtwagenheffing € 320,3 miljoen aan het programmabudget toegevoegd op artikel 12.03. Dit betreft een voorfi­nanciering uit de toekomstige ontvangsten uit de Vrachtwagenheffing. De voorfinanciering komt hiermee over de totale looptijd van het fonds niet ten laste van de vrije investeringsruimte;•PHS Meteren Boxtel: er is € 7,5 miljoen onttrokken aan de investerings­ruimte voor stikstofkosten bij het PHS-project Meteren Boxtel;•Actieve verkeersbegeleiding Waddenzee: voor het project actieve verkeersbegeleiding Waddenzee is € 10 miljoen onttrokken aan de inves­teringsruimte;•Programma suïcidepreventie: voor het progamma suïcidepreventie is € 10 miljoen overgeboekt naar artikelonderdeel 13.03;•Loon- en prijsbijstelling: er is in totaal € 4,8 miljard toegevoegd aan de investeringsruimte. Hiermee zijn de budgetten op het Mobiliteitsfonds naar het prijspeil 2022 gebracht;•Aanvullend is een aantal kleinere uitnames gedaan met diverse doeleinden, optellend tot € 24,8 miljoen, zoals voor Beleidsonder­steuning en Advies (BOA), het op diepte en breedte houden van vaargeul de Boontjes, het programma Onderweg in Nederland en een bijdrage aan het Aerius-model.23Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 3.2 Artikel 12 HoofdwegennetA. Omschrijving van de samenhang in het beleidOp dit artikel worden de producten op het gebied van het hoofdwegennet verantwoord. Dit betreft de onderdelen exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling, geïntegreerde contractvormen/PPS, en netwerkgebonden kosten. Deze producten zijn gerelateerd aan de beleids doelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.B Budgettaire gevolgen van uitvoeringTabel 17 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)2021202220232024202520262027Verplichtingen2.467.0485.666.0693.405.3452.985.9342.811.8942.683.6012.128.926Uitgaven2.952.2543.393.8923.145.3503.905.8093.789.1893.134.9992.861.03212.01 Exploitatie4.5894.4794.4784.2664.1594.1594.159- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS4.5894.4794.4784.2664.1594.1594.15912.02 Onderhoud en vernieuwing844.6451.279.3491.135.9791.228.7761.371.067742.576698.81312.02.01 Onderhoud693.7671.014.725837.575903.683892.027373.275373.852- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS693.7671.014.725837.575903.683892.027373.275373.85212.02.04 Vernieuwing150.878264.624298.404325.093479.040369.301324.96112.03 Ontwikkeling634.468663.012714.4181.113.1861.124.1591.159.608891.57012.03.01 Aanleg517.371453.167501.639842.293865.475741.963584.420- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS58.84125.07521.3792.7242.0361.93412.03.02 Planning en studies117.097209.845212.779270.893258.684417.645307.150- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS25.73845.69914.32214.32213.95413.95413.95412.03.03 Optimalisering gebruik12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS733.664606.138514.098887.350616.391628.301677.37412.06 Netwerkgebonden kosten HWN734.888840.914776.377672.231673.413600.355589.11612.06.01 Apparaatskosten RWS560.583582.422582.103568.417570.839497.254484.923- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS560.583582.422582.103568.417570.839497.254484.92312.06.02 Overige netwerkgebonden kosten174.305258.492194.274103.814102.574103.101104.193- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS165.705249.992185.774103.814102.574103.101104.193Ontvangsten130.876155.5038.30744.79749.95159.67670.97512.09 Ontvangsten130.876155.5038.30744.79749.95159.67670.97512.09.01 Ontvangsten155.5038.3079.85915.0163.91715.21612.09.02 Tolopgave0034.93834.93555.75955.759BudgetflexibiliteitMet uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2023 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2023. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.Tabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit art. 122023Juridisch verplicht93%Bestuurlijk gebonden7%Beleidsmatig gereserveerdNog niet ingevuld/vrij te besteden24Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 C Toelichting12.01 ExploitatieMotiveringMet exploitatie streeft IenW naar een veilig en optimaal gebruik van de beschikbare weginfrastructuur en het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur op de meest duurzame manier en met oog voor de leefomgeving. Daarmee worden de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid in Nederland bevorderd.ProductenDe uitgaven voor de exploitatie hebben betrekking op het verzamelen en verspreiden van verkeersdata en op besturingssoftware voor informatiepa-nelen en andere apparatuur. Samen met de weginspecteurs van Rijkswa­terstaat (RWS) resulteert dit in:–Verkeersbegeleiding bij grote drukte, inclusief grootschalige evenementen en crisissituaties zoals bij een weeralarm;–Hulpverlening, bevorderen doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement);–Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag, bijvoorbeeld ter voorkoming van het negeren van rode kruizen en vlucht-strookparkeren;–Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden.De meeste van deze maatregelen worden ingezet vanuit vijf regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking.De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden bekostigd uit het budget voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer exploitatie, onderhoud en vernieuwing is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 'Instandhouding' bij deze begroting.Meetbare gegevensTabel 19 Specificatie bedieningsareaal m.b.t. exploitatie1AreaalomschrijvingEenheidRealisatie 2021Prognose 2022Prognose 2023Verkeerssignaleringkm op rijbaan2.9142.9142.914Verkeerscentralesaantal666Spitsstrokenkm3083082931Bron: Rijkswaterstaat 2022ToelichtingVoor de verkeerssignalering (de matrixborden) is in 2023 geen wijziging voorzien.De lengte spitsstroken zal in 2023 afnemen doordat in het project A1 Apeldoorn-Azelo de spitsstroken tussen knooppunt Beekbergen en Twello vervallen om te worden vervangen door volwaardige rijstroken.25Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 20 Indicator exploitatie1Realisatie 2020Realisatie 2021Streefwaarde 2022Streefwaarde 2023Levering verkeersgegevens: op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis en routeinformatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders1. beschikbaarheid data voor derden: % van de RWS-meetlocaties dat goed functioneert93%94%90%90%2. actualiteit data voor derden: % van de gegevens van een meetminuut, dat binnen 75 sec. daarna door RWS wordt geleverd aan NDW100%96%95%95%1Bron: Rijkswaterstaat 2022ToelichtingDeze indicator geeft aan in welke mate RWS intensiteit- en snelheidsge-gevens van de meetlocaties beschikbaar heeft en ze tijdig doorgeeft aan het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW).De indicator kent twee aspecten, namelijk:–De mate van beschikbaarheid van de RWS-meetlocaties (aantal x tijd);–De mate waarin meetgegevens tijdig (binnen 75 seconden) verstuurd zijn naar de NDW.De percentages worden berekend ten opzichte van de totalen.12.02 Onderhoud en vernieuwingMotiveringDoor middel van onderhoud en vernieuwing worden het hoofdwegennet en de direct omgeving op orde gehouden, zodat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van veilig, vlot en comfortabel vervoer van personen en goederen met aandacht voor de kwaliteit van het milieu. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen regulier onderhoud enerzijds en vernieuwingen anderzijds.ProductenHet regulier onderhoud van hoofdwegen omvat maatregelen aan verhar­dingen, kunstwerken (zoals bruggen, tunnels en viaducten), verkeersvoor-zieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement (zoals signalering en verkeerscentrales).In bijlage 4 Instandhouding van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verant­woordelijkheid van IenW vallen.MaatregelenToevoeging Coalitieakkoord middelen instandhoudingIn het Coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijksinfrastructuur. De komende jaren groeit de extra bijdrage stapsgewijs toe naar jaarlijks € 1,125 miljard extra vanaf 2026 en structureel € 1,25 miljard extra vanaf 2038 voor de instandhouding van onze wegen, spoor, bruggen, viaducten en vaarwegen, ook met het oog op de verkeersveiligheid. Er wordt extra geïnvesteerd in het Deltafonds (€ 250 miljoen structureel vanaf 2026) om achterstanden weg te werken en de uitvoering van het Nationale Deltapro­gramma te versnellen. De extra middelen uit het Coalitieakkoord voor de jaren 2022-2025 zijn bij deze begroting verdeeld over de netwerken van ProRail en RWS op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds om de program­mering van exploitatie en onderhoud in deze jaren op te hogen. Voor 26Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 vernieuwing is in de periode 2026 tot en met 2030 € 200 miljoen per jaar gereserveerd (€ 160 miljoen voor het Mobiliteitsfonds en € 40 miljoen voor het Deltafonds).Programma brandwerendheid tunnelsIn deze begroting is een nieuw programma op artikel 12.02 geplaatst, het programma Brandwerendheid tunnels. Dit programma richt zich op het aanbrengen van hittewerende bekleding in tunnels ten behoeve van brand­werendheid. RWS voert dit programma uit en verstrekt de opdracht zoveel mogelijk binnen bestaande werkzaamheden (zoals aanleg en onderhoud). Om de wegtunnels aantoonbaar te laten voldoen aan de wettelijke normen voor brandwerendheid is in 2018 besloten om hittewerende bekleding aan te brengen (Kamerstukken 29 296, nr. 34). Het gaat daarbij om de wegtunnels opgeleverd in de periode 2000 ‒ 2017. Op 24 december 2022 is de Kamer geïnformeerd (Kamerstukken 29296, nr. 41) dat uit nader onderzoek is gebleken dat het op grote schaal aanbrengen van hittewerende bekleding in landtunnels mogelijk achterwege kan worden gelaten of slechts in beperkte mate hoeft te worden aangebracht. Dit vereist wel dat voor de verschillende landstunnels gezamenlijk met de gemeente (bevoegd gezag) tunnelspecifiek onderzoek wordt uitgevoerd. Samen met de desbe­treffende gemeenten wordt momenteel door RWS gekeken naar de aanpak en planning van het vervolgtraject en de prioritering welke tunnels als eerste onderzocht worden.Tunnels onder water zijn niet meegenomen in het onderzoek. Bij tunnels onder water kan de mogelijke gevolgschade van een brand namelijk zeer omvangrijk zijn en wordt om deze reden vastgehouden aan herstel met hittewerende bekleding. Dit vanwege de bereikbaarheid van een regio en de hoge kosten bij herstel van de tunnel. De eerste tunnel die wordt opgepakt is de 2e Coentunnel, de eerste werkzaamheden zijn voorzien in 2023.12.02.01 OnderhoudIenW zet IenW in op een optimale veiligheid, beschikbaarheid en betrouw­baarheid van het hoofdwegennet over de hele levenscyclus van de infrstructuur. Die omhels wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrix borden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Daarbij gelden de eisen ten aanzien van het landschap en het milieu rond de rijkswegen als randvoorwaarden. Onderhoud betreft zowel het preventief als het correctief onderhoud.De uitgaven voor het onderhoud bestaan hoofdzakelijk uit:–Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronderhet herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan;–Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken;–Uitgaven voor onderhoud aan (Dynamisch Verkeersmanagement) DVM-systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales;–Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorzieningen, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting;–Uitgaven voor geluidmaatregelen (landschap en milieu) als gevolg van naleving van geluidproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.Meetbare gegevens27Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Figuur 5Verhardingen28%Verhardingen28%Kunstwerken 30%37%Kunstwerken 30%37%DVM9%DVM9%Verkeersvoorzieningen13%Verkeersvoorzieningen13%Landschap en Milieu12%Landschap en Milieu12%Tabel 21 Areaal rijkswegen1EenheidRealisatie 2021Prognose 2022Prognose 2023RijbaanlengteHoofdrijbaankm5.8425.8395.839RijbaanlengteVerbindingswegen en op- en afrittenkm1.7941.7951.795Areaal asfaltHoofdrijbaankm277,277,377,3Areaal asfaltVerbindingswegen en op- en afrittenkm215,315,315,3Groen areaalkm21841841841Bron: Rijkswaterstaat 2022ToelichtingIn 2023 zijn op dit moment geen wijzigingen voorzienTabel 22 Omvang areaal1AreaalEenheidOmvang 2023Budget x € 1.000 2023WegenOppervlakte wegdek (Exclusief verzorgingsbanen)km292,6745.6051Bron: Rijkswaterstaat 2022ToelichtingIn deze tabel wordt het totale areaal exclusief verzorgingsbanen weergegeven. In 2023 betreft dit in totaal 92,6 km2.Tabel 23 Indicatoren onderhoud1Realisatie 2020Realisatie 2021Streefwaarde 2022Streefwaarde 2023Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onder-houd (1):5,8%6,5%10,0%10,0%Technische Beschikbaarheid: deel van lengte en tijd (%) dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rij- of vluchtstroken zijn afgesloten als gevolg van aanleg of geplande onderhoudswerkzaamheden98,5%98,5%90,0%97,0%Veiligheid (2):a. voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming)99,70%99,80%99,70%99,70%b. voldoen aan norm gladheidbestrijding (binnen 2 uur preventief strooien).‒99%95%95%1Bron: Rijkswaterstaat 2022Toelichting28Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 1.Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onderhoud (1): Deze indicator betreft de verhouding ‘Files door aanleg, beheer en onderhoud’ ten opzichte van ‘Alle files’. Hierbij worden alleen files meegeteld die een snelheid hebben lager dan 50 km/uur en een lengte van minstens 2 km. De overige vertragingen, namelijk die met een snelheid tussen 50 en 100 km/uur en/of over korte lengte, worden niet benoemd als files, maar als congestie2.Veiligheid (2): Deze indicator kent twee aspecten, namelijk: (a) het voldoen aan de veiligheidsnormen: dit wordt gemonitord aan de hand van de schadekenmerken stroefheid en spoorvorming en (b) het tijdig bestrijden van wintergladheid: dit wordt gemonitord aan de hand van de situaties waarin tijdig preventief dient te worden gestrooid.12.02.04 VernieuwingOp dit artikel staan de beschikbare budgetten voor vervanging en renovatie van het hoofdwegennet. Sinds medio vorige eeuw is in hoog tempo een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Op basis van onderzoek wordt jaarlijks een analyse gemaakt voor welke kunstwerken vervanging of renovatie aan de orde is. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtpe­riode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma op een later moment concreet. De werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 4 'Instandhouding'. In het MIRT-projectenoverzicht worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt.12.03 OntwikkelingMotiveringOm een betrouwbaar netwerk te realiseren en de verwachte verkeersgroei te faciliteren, worden infrastructuurprojecten voorbereid en uitgevoerd. Zo wordt bereikt dat de noodzakelijke wegcapaciteit beschikbaar is en komt. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.Onzekerheid MIRT-programma in relatie tot stikstofproblematiekHet MIRT-programma ondervindt gevolgen van de stikstofproblematiek. Dit is toegelicht in de Uitvoeringsagenda Mobiliteit.MaatregelenVerkeersveiligheid hoofdwegennetEr wordt op verschillende manieren gewerkt aan het verder verbeteren van de verkeersveiligheid op het hoofdwegennet. De infrastructuur wordt veiliger gemaakt door bijvoorbeeld het verwijderen van obstakels uit de berm of het aanpassen van kruispunten. Dit betreffen maatregelen op zowel A- als N-wegen in beheer van het Rijk. Hieronder wordt voor de verschil­lende onderdelen een stand van zaken gegeven.1.Toevoeging Coalitieakkoord middelen Verkeersveiligheid Rijks-N-wegenEr is vanuit het Coalitieakkoord voor de jaren 2023-2026 in totaal € 200 miljoen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de verkeersvei­ligheid op Rijks-N-wegen. Op 28 juni 2022 is de Tweede Kamer geïnfor­meerd over de aanpak die hiervoor is uitgewerkt (Kamerstukken 29398, nr. 29Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 1014). De middelen zijn verdeeld in twee tranches. In tranche 1 is gepriori­teerd op een snelle uitvoerbaarheid en gebruik gemaakt van inzichten uit de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) (Kamerstukken 31305, nr. 328). Binnen deze tranche wordt gewerkt aan het verder verbeteren van de bermvei­ligheid en worden specifieke knelpunten aangepakt, zoals gevaarlijke kruispunten. Hiervoor is € 24,2 miljoen beschikbaar. Met de uitvoering van de eerste maatregelen in tranche 1 wordt gestart in de loop van 2023. In tranche 2 is gekozen voor een grootschalige en integrale aanpak van een beperkt aantal trajecten. Daarbij is gebruik gemaakt van inzichten uit de IMA en onderzoek van Arcadis (Kamerstukken 29398, nr. 970). Het zwaartepunt in tranche 2 ligt op het aanbrengen van fysieke rijbaanscheiding op de N36 en de N50 tussen Kampen en Ramspol. Daarnaast wordt nader onderzoek gedaan naar maatregelen op de N44, N14, N59, en N915. Voor de maatregelen in tranche 2 is € 170,5 miljoen beschikbaar. Daarnaast is € 5,3 miljoen gereserveerd voor programmamiddelen. De Tweede Kamer wordt voor de zomer van 2023 geïnformeerd over de nadere uitwerking en de planning van de maatregelen in tranche 2.2. Programma Veilige BermenHet programma Veilige Bermen richt zich volledig op het veiliger maken van de bermen langs autosnelwegen door obstakels in de berm te verwijderen, verplaatsen of af te schermen. Dit met als doel om het relatief grote aantal eenzijdige ongevallen met ernstige afloop als gevolg van een botsing met een obstakel in de berm terug te dringen. Voor de uitvoering van het programma is € 40 miljoen gereserveerd. Het programma is in uitvoering. Daarnaast is € 25 miljoen beschikbaar voor het veilger maken van de bermen van N-wegen in beheer van het Rijk. De Tweede Kamer is op 23 april 2018 geïnformeerd over de inzet van deze middelen (Kamerstukken 34775-A nr. 64). Deze middelen zijn toegevoegd aan het Meer Veilig programma. Het budget wordt ingezet voor maatregelen op de N7, N14, N31, N33, N35, N36 en N48. Ook dit programma is inmiddels in uitvoering.3. Programma Meer VeiligIn het kader van Meer Veilig worden maatregelen gerealiseerd voor de drie programma’s Meer Veilig 3, Veilige Bermen Rijkswegen en aanpak veiligheid N-wegen in beheer van het Rijk. In het programma Meer Veilig 3 wordt gewerkt aan het realiseren van kosteneffectieve maatregelen, waarmee locaties met een relatief hoog veiligheidsrisico worden aangepakt. Concrete voorbeelden van maatregelen zijn het aanleggen van een rotonde, het plaatsen van geleiderail of het aanpassen van invoegers, uitvoegers en de belijning. Van de derde tranche van het servicepakket Meer Veilig zijn van de 62 maatregelen 54 maatregelen gerealiseerd. Er worden nog 8 maatregelen uitgevoerd, waarvan er 2 in uitvoering en 6 in voorbe­reiding zijn.12.03.01 AanlegMijlpalen AanlegprojectenIn 2023 wil IenW de volgende mijlpalen realiseren:Tabel 24 Mijlpalen AanlegprojectenMijlpaalProjectOpenstellingStart AanlegA27 Houten-HooipolderA2 Vonderen-Kerensheide30Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Kleine projecten / Afronding projecten: de stijging van het budget wordt voornamelijk veroorzaakt door de prijsbijstelling 2022 (€ 3 miljoen) en een nadeel (€ 3 miljoen) door het herzien van overeenkomsten met grondeigenaren ten behoeve van de veiligheid van het Dampoortac­quaduct over de N57 Middelburg-Veersedam;•A1/A28 Knooppunt Hoevelaken: dit project (inclusief budget) is teruggegaan van de realisatiefase naar de planuitwerkingsfase in verband met verbreken van het contract en uitvoeringstoetsen;•A12-A15 Ressen – Oudenbroeken (ViA15): naast een verhoging van het projectbudget met toegekende prijsbijstelling 2022 (€ 23 miljoen), zijn er vertragingskosten gemaakt in verband met de stikstofproblematiek (€ 42 miljoen);•Meer kwaliteit leefomgeving: voor de aanleg van het Ecoduct Notterveld over het traject N35 Nijverdal-Wieren wordt het projectbudget met € 7 miljoen verhoogd;•Meer veilig: naast een verhoging van het project­budget met toegekende prijsbijstelling 2022 (€ 2 miljoen), is het budget verhoogd met € 1 miljoen als gevolg van een compensatie vanuit de Provincie Zeeland voor het BTW component op de Zanddijk.De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbij­stellingen 2022.Tabel 25 Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Aanleg Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetOpenstellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigProjecten Zuidwest-NederlandA15 Papendrecht-Sliedrecht222215720212021A4/A44 Rijnlandroute56154728597965627RegioRegioA4 Burgerveen - Leiden54154154120152015A4 Delft - Schiedam64264264220152015A4 Vlietland / N1416161620202020N57/59 EuroRAP (verkeersveiligheid)181745920242023N61 Hoek-Schoondijke111111110120152015Projecten NationaalKleine projecten / Afronding projecten62561710322226Programma 130 km555551211Programma aansluitingen1291291218Quick Wins Wegen121212ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding)1.4771.4771.476‒120162016Projecten Noord-NederlandA7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 28558365031359261381511‒20252025N31 Leeuwarden (De Haak)220220219120142014Projecten Noordwest-NederlandA10 Amsterdam praktijk-proef FES41413832018201831Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 ProjectbudgetKasbudgetOpenstellingA10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel (Zuidas)333320551730353232321002032-20362032-2036A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere1.1961.1839172523331613720272027A1 Bunschoten-Knooppunt Hoevelaken19201920152015A1/A28 Knooppunt Hoevelaken‒814n.t.b.n.t.b.A2 Holendrecht-Oudenrijn1.2101.2101.210‒‒20122012A9 Badhoevedorp30630428412120172017N50 Ens-Emmeloord19191920162016Projecten Oost-NederlandA12-A15 Ressen - Oudenbroeken (ViA15)665598162551385322163n.t.b.n.t.b.A1 Apeldoorn-Azelo: fase 1 en 2a479467243308683325‒2023-20252023-2025A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen292929‒20172017A50 Ewijk - Valburg26926926920172017N35 Combiplan Nijverdal319319317‒1120152015N35 Wijthmen - Nijverdal232231431220182018N35 Zwolle - Wijthmen505049‒120182018Projecten Zuid-NederlandA27 Houten-Hooipolder1.9321.8417736792472602602147592029-20312029-2031A2 Passage Maastricht68568567811620162016A4 Dinteloord-Bergen op Zoom260260259120142014A76 Aansluiting Nuth60604515RegioRegioA2 Vonderen-Kerensheide3374118161317327611253Projecten OverigFileaanpak616152711Meer kwaliteit leefomgeving1571501501222Meer veilig1151127818181Afrondingen3‒‒11‒ 111Totaal uitvoeringsprogramma13.28913.5568.966446540926595490377950Aanleg uitgaven op MF 12.03.01 mbt Planning en studies1.3199145091461241241343650172Programma Aanleg14.60814.4709.4755926641.0507295264271.122Budget Aanleg (MF 12.03.01)453502842865742584Overprogrammering (-)‒ 139‒ 162‒ 20813621615712.03.02 Planning en studiesBelangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Geluidsanering Hoofdwegennet: dit gecombineerde spoor- en wegen­programma loopt vanaf 2012. Op basis van de initiële ramingen was het grootste deel van het budget opgenomen binnen het programma 32Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Hoofdwegennet. Op basis van verschuivingen, in de toenmalige globale MJPG-ramingen, is bij de Begroting van 2013 € 129 miljoen overgeboekt van MJPG-Wegen naar MJPG-Spoor. Inmiddels is het programma in uitvoering, zijn de ramingen verder gehard en is gebleken dat er een groter deel van het budget benodigd is voor het Hoofdwegenpro­gramma. Om die reden is € 151,1 miljoen overgeboekt van MJPG-Spoor naar MJPG-Wegen;•Toevoeging Coalitieakkoord middelen verkeersveiligheid Rijks-N-wegen: vanuit de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën zijn de middelen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds op artikel 12.03.02. De middelen zijn overgeheveld in het ritme zoals opgenomen in het Coalitieakkoord: viermaal € 50 miljoen. Middels een generale kasschuif zijn deze middelen in een realistischer ritme geplaatst: in 2023 en 2024 tweemaal € 25 miljoen en in 2025 en 2026 tweemaal € 75 miljoen;•Reservering Life Cycle Costs (LCC): de toename van het bedrag wordt verklaard door een toevoeging ten behoeve van het project A2 Het Vonderen-Kerensheide en het toepassen van de jaarlijkse extrapolatie en prijsindexering;•Kosten voorbereiding tol: ophoging van € 72 miljoen ten behoeve van werkzaamheden voor de uitvoeringsfase van het project Tijdelijke Tolheffing. De totale uitvoeringskosten komen hiermee op € 115 miljoen. Dit is in lijn met de actuele ramingen en zoals vermeld aan de Kamer (Kamerstukken 35925-A, nr. 37);•Kosten voorbereiding Vrachtwagenheffing: met de goedkeuring van het wetsvoorstel Vrachtwagenheffing door de Tweede- en Eerste Kamer wordt het budget opgehoogd met € 320 miljoen voor de realisatiefase. De totale uitvoeringskosten komen hiermee op € 400 miljoen. Dit is in lijn met de actuele ramingen en zoals vermeld aan de Kamer (Kamer­stukken 31305, nr. 333). De raming kan bij de 1e suppletoire begroting van 2023 worden bijgesteld als de second opinion naar de kostenraming daar aanleiding toe geeft;•Impuls Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV): dit betreft een ophoging van € 98 miljoen ten behoeve van de tweede tranche van de Impuls vanuit de reservering SPV op artikel 11.03;•A1/A28 Knooppunt Hoevelaken: dit project is van de realisatiefase teruggezet naar planning en studies (€ 811 miljoen) vanwege de toegenomen onderzoekslast in verband met stikstofdepositie. Het tekort op dit project wordt aangevuld uit de getroffen risicoreservering binnen de generieke investeringsruimte (artikel 11.04; € 275 miljoen). Het tekort is ontstaan bij herijking van de raming na ontbinding van het contract met de aannemerscombinatie (Kamerstukken II, 2018–2019, 29 385, nr. 99). Ook is nu rekening gehouden met renovatie van de Arkervaartbrug;•A27/A12 Ring Utrecht: het vervangen van de tuien Galecopperbrug, onderdeel van het VenR-programma, wordt niet meer gelijktijdig met het MIRT-project uitgevoerd in verband met de stikstofproblematiek. De hiervoor aanvullend benodigde middelen (€ 23 miljoen) zijn toegevoegd aan het projectbudget uit artikelonderdeel 12.02 Onderhoud en vernieuwing. Het overige verschil wordt verklaard door het toepassen van de prijsindexatie;•A2 Het Vonderen-Kerensheide: het projectbudget is met € 35 miljoen opgehoogd ten laste van de generieke investeringsruimte (artikel 11.04) vanwege diverse hogere kostenposten zoals kabels en leidingen, hogere organisatiekosten, extra benodigd zand en minder hinder maatregelen;33Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 •N50 Kampen - Kampen Zuid: om de kostenstijging door prijsstijgingen, aangescherpte verkeersveiligheidsnormen en gewijzigde uitgangs­punten voor de kostenraming op dit project te dekken heeft een ophoging van het projectbudget plaatsgevonden ten laste van de generieke investeringsruimte (artikel 11.04; € 3,2 miljoen).De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbij­stellingen 2022.34Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 26 Projectoverzicht behorende bij 12.03.02: Planning en Studies Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigTBOpenstellingAanleg uitgaven op MF 12.03.01 mbt Planning en studies -projecten‒ 1.263‒ 1.674nvtnvtProjecten NationaalBeter Benutten9595nvtGeluidsaneringprogramma – weg528356nvtKosten voorbereiding tol11339nvtLucht - weg (NSL hoofdwegennet)22nvtReservering voor LCC416378nvtSnelfietsroutes22nvtReservering Blankenburgverbinding en ViA15121115nvtVoorbereiding vrachtheffing36848nvtImpuls Strategisch Plan Verkeersveiligheid279174nvtVerkeersveiligheid Rijks-N-wegen200Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen197188nvtProjecten Noordwest-NederlandA1/A28 Knooppunt Hoevelaken1.137814A12/A27 Ring Utrecht1.6401.5412020*A7/A8 Corridor Amsterdam-Hoorn35333520252030-2032A6 Almere Oostvaarders-Lelystad107101**Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht196187nvtRegioStedelijke Bereikbaarheid Almere3028nvtRegioProjecten Zuidwest-Nederland0A20 Nieuwerkerk a/d IJssel – Gouda14513820242028- 2030A4 Burgerveen – N1424823620232029-2031A4 Haaglanden – N14726691**Projecten Zuid-Nederland0A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken54**N65 Vught – Haaren8884nvtRegioProgramma SmartwayZ.NL: A67 Leenderheide-Geldrop21020020242030-2032Programma SmartwayZ.NL: InnovA5845943620232028-2030Programma SmartwayZ.NL: ITS en Smart Mobility109nvtnvtSmartWayZ.NL programmaorganisatie00nvtProjecten Oost-NederlandA1/A30 Barneveld89842023-2026*N35 Nijverdal – Wierden119121**N35 Knooppunt Raalte1413nvtRegioN50 Kampen – Kampen Zuid85**Reservering terugbetaling voorfinanciering A1 Apeldoorn – Azelo3231nvtnvtVerkeersmaatregelen A283230nvtnvtA1/A35 Azelo-Buuren55nvtnvtProjecten Noord-NederlandN33 Zuidbroek-Appingedam110104**Overige projecten en reserveringen173146Projecten in voorbereidingProjecten NationaalStudiebudget Verkenningen / MIRT onderzoekenProgramma DUMOProgramma FietsStrategisch plan VerkeersveiligheidAfrondingenTotaal programma planning en studies6.9965.070Begroting (MF 12.03.02)6.9965.07035Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 12.03.03 Optimalisering gebruikMotiveringOp dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van infrastructuur op de weg bevorderen. Voorbeelden zijn intelligent verkeersmanagement, informatie over werk in uitvoering en beperkte infrastructurele aanpassing van weginfrastructuur.ProductenTabel 27 Projectoverzicht behorende bij 12.03.03 Optimalisering gebruik hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigTotaal Optimalisering gebruikBegroting (MF 12.03.03)12.04 Geïntegreerdecontractvormen/PPSMotiveringBij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en finan­ciering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeenge­komen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na openstelling van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financierders op de opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zeker stellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschik­baarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbtreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.De verplichting aan de DBFM-opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten geraamd worden op het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 12.02 Onderhoud en Vernieuwing).36Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 ProductenBij de projecten N18 Varsseveld-Enschede, N31 Leeuwarden-Drachten, N33 Assen-Zuidbroek, 2e Coentunnel, A12 Lunetten-Veenendaal, A12 Veenendaal-Ede-Grijsoord, A15 Maasvlakte-Vaanplein, A1/A6 Diemen- Almere-Havendreef, A27/A1 Utrecht Noord-Eemnes-Bunschoten, A6 Almere en A9 Holendrecht-Diemen (Gaasperdammerweg) is sprake van volledige beschikbaarheidsvergoedingen. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.De projecten A16 Rotterdam, A24 Blankenburgverbinding, A9 Badhoe-vedorp-Holendrecht en A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15) verkeren in de bouwfase en kennen een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald.Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (Badhoevedorp-Holendrecht): naast een verhoging van € 23 miljoen van het project­budget met toegekende prijsbijstelling 2022 is het budgetverhoogd met € 8 miljoen ter dekking van gemaakte meerkosten bij RWS door COVID-19;•A16 Rotterdam: naast een verhoging van € 30 miljoen van het project­budget met toegekende prijsbijstelling 2022 is het budget verhoogd met € 5 miljoen ter dekking van gemaakte meerkosten bij RWS door COVID-19;•A24 Blankenburgtunnelverbinding: naast een verhoging van € 37 miljoen van het projectbudget met toegekende prijsbijstelling 2022 is het budget verhoogd met € 6 miljoen ter dekking van gemaakte meerkosten bij RWS door COVID-19.De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbij-stellingen 2022.Tabel 28 Projectoverzicht behorende bij 12.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)Project­budgetKasbudgetOpenstellingEind contractProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027LaterHuidgVorigProjecten Oost-NederlandA12-A15 Ressen - Oudenbroeken (ViA15)197196177202022-2024A12 Ede-Grijsoord1841828510101010101039201620162032N18 Varsseveld-Enschede450447255161111111111124201820182043Projecten Noord-NederlandN31 Leeuwarden-Drachten169168155824‒200720072022N33 Assen-Zuidbroek350348158141414141415107201420142034Projecten Noordwest-NederlandA10 Tweede Coentunnel2.2092.1901.338575757575757529201320132037A12 Lunetten-Veenendaal705698422272627262626125201220122033A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (Badhoevedorp-Holendrecht)1.2961.265373028272760190897202720272040A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (deeltraject A1/A6)1.8671.846743636362656262747201920192042A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (deeltraject A6 Almere)384379100201818151916178201920192040A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg)1.1961.181451565050516650422202020202038A27/A1 Utrecht-Eemnes-Bunschoten3713658418151515151519420192019204437Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Project­budgetKasbudgetOpenstellingEind contractProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027LaterHuidgVorigAflossing tunnels968959794382929302820Projecten TolgefinancierdTolgefinancierde uitgaven A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15)531505‒‒0262626453Tolgefinancierde uitgaven A24 Blankenburgtunnel‒‒‒‒‒‒‒‒Projecten Zuid-NederlandA59 Rosmalen-Geffen2722722711200520052020Projecten Zuidwest-NederlandA15 Maasvlakte-Vaanplein2.3072.2891.573825959655657356201520152035A16 Rotterdam1.7461.7113007867269906855819202520252043A24 Blankenburgtunnelverbinding2.0171.9743216965241116105701.030202420242043Afrondingen‒ 6‒ 1‒ 2‒ 21‒ 3Totaal17.21316.9747.2646065148876166286776.021Budget (MF 12.04)60651488761662867712.06 Netwerkgebonden kosten HoofdwegennetMotiveringOp dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaats-kosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkge-bonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan exploitatie, onderhoud, vernieuwing, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.12.09 OntvangstenMotiveringOp dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijkswegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.ProductenTotaal geraamde inkomsten tolMet de Wet Tijdelijke Tolheffing (TTH) Blankenburgverbinding en ViA15, die op 15 maart 2016 in werking is getreden, is vastgelegd dat bij de projecten A24 Blankenburgverbinding en A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15) tol geheven kan worden. De toekomstige tolontvangsten zijn geraamd op artikel 12.09. Bij tolheffing is tot voor kort uitgegaan van een periode van 25 jaar. Met de komst van Betalen Naar Gebruik (BNG) per 2030 zal de tolheffing voortijdig worden beëindigd. De resterende tolopgave wordt per 2030 gedekt uit de opbrengsten BNG. Voor een overzicht van de totaal geraamde inkomsten tol wordt verwezen naar bijlage 7 Tol.Bijdragen van derdenDit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten in de investeringen van Rijkswegenprojecten.38Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 In 2023 wordt een bijdrage van € 8,3 miljoen verwacht. Dit komt met name ten bate van de projecten A7 Zuidelijke Ringweg Groningen (€ 2,6 miljoen) en A27 Houten-Hooipolder (€ 3,1 miljoen). Het restant is een optelsom van kleinere bijdragen ten bate van diverse andere projecten.Tabel 29 Ontvangsten artikel 12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)20222023202420252026Bijdragen van derden156810154geraamde inkomsten tol00353556Totaal156845506039Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 3.3 Artikel 13 SpoorwegenA. Omschrijving van de samenhang in het beleidOp dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord. Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleids­doelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII over 2023 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.B Budgettaire gevolgen van uitvoeringTabel 30 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)2021202220232024202520262027Verplichtingen2.441.7603.353.4722.520.01710.568.8931.750.1991.694.9151.487.802Uitgaven2.156.4632.717.1922.699.74710.897.5582.494.2832.069.0922.088.33813.02 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing1.595.7701.965.3071.990.7661.974.8931.968.6901.570.1851.635.04413.03 Ontwikkeling370.295552.933506.053444.210349.614322.018278.63813.03.01 Aanleg personenvervoer331.281348.020286.268267.671264.194245.305170.26313.03.02 Aanleg goederenvervoer12.49978.203112.78561.12449.69218.2763.90113.03.03 Optimalisering gebruik2.0002.0002.0001.50013.03.04 Planning en studies personenvervoer24.27395.68498.745109.10025.82427.43764.47413.03.05 Planning en studies goederenvervoer2.24229.0266.2554.3158.40431.00040.00013.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS190.398198.952202.928180.455175.979176.889174.65613.07 Rente en aflossing8.298.000Ontvangsten187.656246.722209.263229.802359.115203.784203.78413.09 Ontvangsten187.656246.722209.263229.802359.115203.784203.784BudgetflexibiliteitMet uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2023 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2023. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.Tabel 31 Geschatte budgetflexibiliteit art. 132023Juridisch verplicht96%Bestuurlijk gebonden4%Beleidsmatig gereserveerdNog niet ingevuld/vrij te bestedenC. Toelichting13.02 Exploitatie, onderhoud en vernieuwingMotiveringOp grond van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfra­structuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenW heeft op 14 december 2014 aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015 tot en met 2024. In de beheerconcessie staan de afspraken tussen de overheid en ProRail over het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze afspraken gaan onder meer over de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en de daarmee 40Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 samenhangende voorzieningen, maar ook over de kwaliteit van de infor­matievoorziening. Jaarlijks wordt aan ProRail subsidie verstrekt voor de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur, overeenkomstig het bepaalde in de Wet Mobiliteitsfonds.De beheerconcessie bevat instrumenten als prestatie-indicatoren, programma’s en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenW te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenW en ProRail over de te bereiken prestaties en de te nemen maatregelen. De Minister van IenW geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een beheerplan op en consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het ontwerp beheerplan. Vervolgens legt ProRail het beheerplan ter instemming voor aan de Minister van IenW.Nadat de Minister van IenW heeft ingestemd met het beheerplan, wordt deze toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail op grond van de Concessie verantwoording af in de jaarrapportage en op grond van de Wet Mobiliteitsfonds in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze documenten zijn vastgesteld worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.Het voornemen is om ProRail om te vormen tot zbo. Dit heeft onder andere tot gevolg dat bovengenoemde ‘instrumenten’ zoals de beheerconcessie, het beheerplan, de subsidie en de beleidsprioriteitenbrief zullen worden vervangen door de instellingswet, het meerjarenplan, de begrotingsbij­drage en de jaarbrief. De financiële verwerking van de omvorming van ProRail in de begroting wordt met een jaar doorgeschoven van 1 januari 2023 naar 1 januari 2024. Definitieve bepaling van het moment van inwer­kingtreding zal plaatsvinden na afronding van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, waarbij met het oog op een zorgvuldige en beheerste start van het zbo voldoende implementatietijd in acht zal worden genomen.ProductenDe exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatie­gebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met verkeersleiding en capaci­teitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een subsidie van het Rijk. Bij de vaststelling van de subsidie voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten. Nadere informatie over areaal, prestaties en budgetten is opgenomen in bijlage 4 Instandhouding en bijlage 5 ProRail.MaatregelenToevoeging Coalitieakkoord middelen instandhoudingIn het Coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijksinfrastructuur. De komende jaren groeit de extra bijdrage stapsgewijs toe naar jaarlijks 41Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 € 1,125 miljard extra vanaf 2026 en structureel € 1,25 miljard extra vanaf 2038 voor de instandhouding van onze wegen, spoor, bruggen, viaducten en vaarwegen, ook met het oog op de verkeersveiligheid. Er wordt extra geïnvesteerd in het Deltafonds (€ 250 miljoen structureel vanaf 2026) om achterstanden weg te werken en de uitvoering van het Nationale Deltapro­gramma te versnellen. De extra middelen uit het Coalitieakkoord voor de jaren 2022-2025 zijn bij deze begroting verdeeld over de netwerken van ProRail en RWS op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds om de program­mering van exploitatie en onderhoud in deze jaren op te hogen. Voor vernieuwing is in de periode 2026 tot en met 2030 € 200 miljoen per jaar gereserveerd (€ 160 miljoen voor het Mobiliteitsfonds en € 40 miljoen voor het Deltafonds).13.03 Ontwikkeling SpoorIenW is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfra­structuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:–door ProRail uit te voeren planningen en studies;–door IenW uit te voeren planningen en studies;–voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;–uitvoering van deze projecten.13.03.01 Aanlegprogramma personenvervoer spoorMaatregelenToevoeging Coalitieakkoord middelen fietsinfrastructuur (Fietsknooppunten- en fietsenstallingen OV)Voor fietsenstallingen bij fietsknooppunten OV is € 50 miljoen gereserveerd in het Coalitieakkoord. Deze middelen zijn toegevoegd aan het programma Fietsparkeren. De maatregelen beogen een bijdrage te leveren aan het verminderen van de congestie op het (hoofd)wegennet en een modal shift naar duurzame vormen van personenvervoer, waarmee een reductie van de CO2-uitstoot bereikt wordt. Bovendien bevordert fietsen de gezondheid. Om een goede ketenreis met het OV te kunnen bieden is voldoende fiets­parkeercapaciteit bij OV knopen een belangrijke voorwaarde. De huidige capaciteit aan fietsparkeerplaatsen bij OV-knooppunten is onvoldoende om te voorzien in de groeiende behoefte de komende jaren. De middelen zullen voornamelijk worden ingezet voor: medebekostiging van aanleg, betere en veilige bereikbaarheid van fietsenstallingen door middel van kleinschalige maatregelen bij de toegangswegen van fietsparkeerplekken, programma­kosten ProRail (personeel ProRail en inhuur van extern advies voor project­voorbereiding en engineering), bijdragen aan innovatieve benuttingsmaatregelen, pilots en innovaties om benutting te bevorderen en beleidsonderzoek (monitor klimaateffecten). Net als bij de fietsparkeerpro­jecten geldt ook voor deze maatregelen de co­financieringsregel.Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Geluidsanering Spoorwegen: dit gecombineerde spoor- en wegenpro­gramma loopt vanaf 2012. Op basis van de initiële ramingen was het grootste deel van het budget opgenomen binnen het programma Hoofd­wegennet. Op basis van verschuivingen, in de toenmalige globale MJPG-ramingen, is bij Begroting 2013 € 129 miljoen overgeboekt van MJPG-Wegen naar MJPG-Spoor. Inmiddels is het programma in uitvoering, zijn de ramingen verder gehard en is gebleken dat er een groter deel van het budget benodigd is voor het Hoofdwegenpro­gramma. Om die reden is € 151,1 miljoen overgeboekt van MJPG-Spoor naar MJPG-Wegen.42Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 •Maatregelenpakket HSL-zuid: eind 2020 is gestart met het eerste deel van de realisatie van de geluidschermen van de HSL. Met de aanbieding van het tweede deel van de realisatie bleek het oorspronkelijke budget van € 70 miljoen niet meer toereikend. Het budget is aangepast voor inflatie, maar niet voor de veel hogere prijsstijgingen in de bouwsector. Daarnaast bleken de constructies complexer dan gedacht. Er is daarom bij de Begroting van 2022 een risicoreservering getroffen om alle beoogde maatregelen uit te kunnen voeren. Hiervan is in de begroting 2023 € 38 miljoen overgeheveld naar het budget. Daarnaast is er € 3 miljoen van het budget overgeboekt naar artikel 13.04 in verband met het in beheer nemen van de wind- en geluidschermen en de schakelaars in de spanningssluizen.•Nazorg gereed gekomen lijnen en halten: de scope «trillingsmaatregelen deelproject Sporen in Den Bosch» is ondergebracht bij het project Nazorg PHS waardoor deze werkzaamheden binnen het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer uitgevoerd kunnen worden. Het hiervoor binnen het projectbudget Nazorg gereedgekomen lijnen en halten gereserveerde budget ad € 3,2 miljoen is overgeboekt naar het PHS project Nazorg (artikel 17.10).•Ontsnippering meerjarenprogramma tranche 2: de scope Notterveld wordt uitgevoerd door RWS en de hiervoor benodigde middelen ad € 6,7 miljoen zijn overgeboekt (artikel 12.03). Op basis van de door ProRail uitgevoerde inventarisatie van de nog uit te voeren activiteiten, de nog te verwachten kosten en het risico-dossier bleek het verantwoord om de resterende middelen ad € 3,5 miljoen van het projectbudget onvoorzien vrij te laten vallen. Dit bedrag is toegevoegd aan de generieke investeringsruimte (artikel 11.04).•Programma Suïcide: het projectbudget is met € 10 miljoen verhoogd vanuit de generieke investeringsruimte (artikel 11.04) waardoor het programma verlengd kan worden tot en met 2026. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie uit de Beleidsagenda Spoorveiligheid om het aantal suïcides op het spoor te verminderen en wordt aangesloten bij de ambities vanuit de landelijke agenda suïcidepre­ventie.•Maaslijn: In verband met de faseovergang van planuitwerking naar realisatie is het project overgeboekt van het planuitwerkingsprogramma naar het realisatieprogramma.•Traject Oost: het deelproject Driebergen-Zeist is in dienstgesteld. Op basis van de door ProRail uitgevoerde inventarisatie van de nog uit te voeren activiteiten, de nog te verwachten kosten en het risico-dossier bleek het verantwoord om € 16,8 miljoen van het projectbudget onvoorzien vrij te laten vallen. Dit bedrag is toegevoegd aan de generieke investeringsruimte (artikel 11.04).De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbij­stellingen 2022.Tabel 32 Projectoverzicht behorende bij 13.03.01: Aanlegprogramma Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetIndienststellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigProjecten NationaalGeluidsanering Spoorwegen58271098182242627778185diversdiversProgramma Behandelen en Opstellen1611552019272722211015diversdivers43Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 ProjectbudgetKasbudgetIndienststellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigUitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)2827131323342011/ 2018- 20242011/ 2018- 2024Verbeteraanpak stations12114311111220232021Spoorcapaciteit 2030250240356485585003diversdiversInnovatieprogramma Spoortrillingen21203465310diversMaatregelenpakket HSL Zuid167128944021120000diversStations en stationsaanpassingenKleine stations12120066diversdiversToegankelijkheid stations51450533934222816181641diversdiversOverige projecten/lijndelen etc.Aanleg ATBvv757284551515158diversdiversFietsparkeren bij stations47841720629354751302357diversdiversKleine projecten personenvervoer140133333023233000diversdiversNazorg gereedgekomen lijnen/halten27304567320diversdiversProgramma Overwegen911889474107916248712929diversdiversOntsnippering69796810000diversdiversProgramma aanpak suïcidepreventie2111942222020212021Programma kleine functiewijzigingen38938225716151515181340diversdiversProjecten Noordwest-NederlandAmsterdam CS, Cuypershal272717341120222022Projecten Zuidwest-NederlandEmplacement Den Haag centraal7471152102019452023‒ 20262023‒ 2026Maaslijn1561480225755210002024Projecten Oost NederlandTraject Oost220236189121012213diversdiversProjecten Noord NederlandZwolle - Herfte266264236195240002017- 20222021Sporendriehoek Noord-Nederland14414294262032diversdiversAfrondingen111Totaal ProRail projecten4.7444.7092.179455469432339296197383Totaal overige (niet ProRail) projectenTotaal uitvoeringsprogramma4.7444.7092.179455469432339296197383Planning en studieuitgaven binnen het aanlegprogramma‒ 218‒ 354‒ 61‒ 83‒ 37‒ 15‒ 13‒ 100Afrekening voorschotten21818718730Programma Aanleg4.7444.5422.305402432417326286197383Aanleguitgaven binnen planning en studies36291810105000Budget Aanleg (MF 13.03.01)3482862682642451700Overprogrammering (-)‒ 62‒ 156‒ 159‒ 67‒ 40‒ 2650844Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 13.03.02 Aanlegprogramma goederenvervoer spoorBelangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Programma emplacementen op orde: om aan de eisen van de omgevingsvergunningen te voldoen zijn aanpassingen aan de brand­blusvoorzieningen in het havengebied van Rotterdam noodzakelijk. Het projectbudget is hiervoor opgehoogd met € 100 miljoen vanuit de generieke investeringsruimte (artikel 11.04).•Kleine projecten: in Moerdijk worden twee sporen aangelegd om de overbelastverklaring (capaciteitsknelpunt) en het opstelknelpunt op te lossen. In het MIRT 2018 was hiervoor € 7 miljoen gereserveerd. Uit de nadere uitwerking bleek echter sprake van hogere bouwkosten dan geraamd, voornamelijk veroorzaakt door het moeten dempen van een kanaal en het moeten verleggen van kabels en leidingen. Om die reden is € 3,2 miljoen toegevoegd vanuit de generieke investeringsruimte (artikel 11.04).•Geluidmaatregelen Zeeuwselijn: op basis van een inventarisatie van de nog uit te voeren werkzaamheden, de nog te verwachte kosten en het risico-dossier bleek het verantwoord het projectbudget onvoorzien te verlagen met € 0,9 mln. Dit bedrag is toegevoegd aan de investe­ringsruimte (artikel 11.04).•Goederenroute Elst – Deventer – Twente (NaNOV): het deelproject Rheden is geconfronteerd met een kostenstijging veroorzaakt door de plaatselijk complexe treinbeveiliging waar in het verleden te weinig rekening mee is gehouden. Hiervoor is extra engineering nodig en is een extra treinvrije periode van 7 dagen nodig gedurende de bouw. Daarnaast is er sprake van duurdere grondstoffen en onverwachte prijs­stijgingen op de aannemersmarkt. Tot slot moet de onderdoorgang robuuster worden uitgevoerd dan ingeschat als gevolg van de hoge grondwaterstand in het aangrenzende natuurgebied. Vanuit de generieke investeringsruimte (artikel 11.04) is € 3,75 miljoen toegevoegd ter dekking van de kostenstijging.De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbij­stellingen 2022.Tabel 33 Projectoverzicht behorende bij 13.03.02: Aanlegprogramma Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetIndienststellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigProRail ProjectenProjecten NationaalOptimalisering Goederencorridor Rotterdam-Genua1701701591111443diversdiversProgramma Emplacementen op orde1989419679715‒‒‒‒diversdiversKleine projecten goederenvervoer10‒‒541Projecten Zuidwest-NederlandGeluidmaatregelen Zeeuwselijn22232011‒‒diversdiversSpooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding23923173743046252530diversdiversProjecten Zuid-NederlandProjecten Oost NederlandUitv.progr Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)14313811167114300diversdiversOverige projecten45Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 ProjectbudgetKasbudgetIndienststellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigNazorg gereedgekomen projecten77‒1222diversdiversAfrondingen111‒ 1Totaal uitvoeringsprgramma789663382831166455332930Planning en studieuitgaven binnen het aanlegprogramma‒ 116‒ 112‒ 29‒ 7‒ 3‒ 3‒ 5‒ 15‒ 25‒ 30Afrekening voorschotten2018182Programma Aanleg6935693717811361501840Aanleguitgaven binnen planning en studiesBudget Aanleg (MF 13.03.02)6935693717811361501840Overprogrammering (-)13.03.03 Optimalisering gebruikMotiveringOp dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van Infrastructuur. Dit zijn maatregelen die door ProRail worden uitgevoerd.Tabel 34 Projectoverzicht behorende bij 13.03.03 Optimalisering spoorwegen (bedragen x € 1 miljoen)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigModal shift OVS88Totaal Optimalisering gebruik88Begroting (MF 13.03.03)8813.03.04 Planning en studies personenvervoerBelangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Grensoverschrijdend Spoorvervoer: vanuit de generieke investerings­ruimte is € 1,4 miljoen toegevoegd ter dekking van de kostenstijging.De hogere projectkosten worden enerzijds veroorzaakt doot de toevoeging van het deelproject Opheffen ATBNG & NABO’s Landgraaf-Grens en anderzijds door de toevoeging van de prijsbijstelling 2022.•Studie- en innovatie: het budget voor Studie en Innovatie is verhoogd met € 4,675 miljoen vanuit de beschikbare € 500 miljoen ter uitwerking van het stikstofreductiepakket in de bouw. Dit wordt uitgewerkt binnen het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB). ProRail heeft voor 2022 een bestedingsplan (projectniveau) opgesteld ter grootte van € 4,675 miljoen.De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbij­stellingen 2022.Tabel 35 Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Planning en studies Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigPB of TBIndienststellingPlanning- en studiekosten van aanlegprogramma MF 13.03.01218354Projecten NationaalBeter Benutten Decentraal Spoor (fase 2)1010diversGrensoverschrijdend Spoorvervoer115108divers46Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 BudgetPlanningKleine projecten Personenvervoer4331diversReizigersfonds33diversProjecten Zuid-NederlandToekomstvast Spoor Zuid NL107101diversKnooppunt Den Bosch11Projecten Zuidwest-NederlandProjecten Oost-NederlandQuick scan decentraal spoor Gelderland1212diversProjecten Noordwest-NederlandMultimodale knoop Schiphol278264diversOverige projecten en reserveringenStudie en innovatiebudget3125afrekening voorschotten119Totaal planning en studies personenvervoer829918Aanleguitgaven binnen planning en studies personenvervoer‒ 36‒ 29Begroting (MF 13.03.04)79388913.03.05 Planning en studies goederenvervoerBelangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Calandbrug: in de overeenkomst Theemswegtracé van 2016 tussen HBR en IenW is opgenomen dat IenW, naast de reeds beschikbaar gestelde € 112 miljoen, maximaal € 16,7 miljoen aanvullend bijdraagt indien de totale projectkosten meer dan € 262 miljoen zouden bedragen. Aangezien dit het geval is, is € 16,7 miljoen toegevoegd aan het project­budget vanuit de generieke investeringsruimte (artikel 11.04).De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties voor verwerking van de prijsbijstelling 2022.Tabel 36 Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Planning en studies Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigPB of TBIndienststellingPlanuitwerkingskosten van realisatieprogramma MF 13.03.02116112Projecten NationaalKleine projecten Goederenvervoer39nvtdiversCalandbrug1821632020/ 2025Overige projecten en reserveringenAfrekening voorschotten11Totaal programma planning en studies goederenvervoerBegroting (MF 13.03.05)30128513.04 Geïntegreerde contractvormen/PPSMotiveringDe Staat betaalt volgens de contractuele overeenkomst met Infraspeed voor de beschikbaarheid van de HSL-Zuid infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en 47Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 wordt onderhouden (onder- en bovenbouw) tot en met 2031. Het contract­beheer, inclusief het verrichten van betalingen, wordt uitgevoerd door ProRail, met uitzondering van de rente- en belastingaanpassingen. ProRail ontvangt hiervoor een bijdrage van IenW.ProductenTabel 37 Tabel Projectoverzicht behorende bij 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS Spoorwegennet (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetContractduurProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterstarteindeBeschikbaarheidsvergoeding3.7783.7782.32221220117817417517334320062031Rente- en belastingaanpassingen‒ 138‒ 138‒ 142‒ 13222227Totaal3.6403.6402.180199203180176177175350Begroting (MF 13.04)3.6403.6402.18019920318017617717535013.07 Rente en aflossingMotiveringOp dit artikelonderdeel worden de eenmalige uitgaven verantwoord die samenhangen met de afrekeningen van de incidentele Vennootschapsbe­lasting, dividendbelasting en herzienings-btw tussen ProRail en de Belas­tingdienst als gevolg van de voorgenomen omvorming van ProRail tot zbo per 1 januari 2024. Over de achtergrond hiervan is de Kamer geïnformeerd bij de brieven van 11 december 2020 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 396, nr. 13) en 4 februari 2021 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 396, nr. 13). De begrote transitie-bedragen zijn gebaseerd op transitie per 1 januari 2024. Bij vaststelling van de transitiedatum worden deze bedragen herbezien door middel van een vaststellingsbijeenkomst met de Belastingdienst.Vanaf de begroting 2021 maakt de rente op leningen van ProRail onderdeel uit van artikel 13.02 'exploitatie, onderhoud en vernieuwing'.13.09 OntvangstenMotiveringDit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenW voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiks­vergoeding van vervoerders en het grootste deel van de onderhoudsbij­dragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikelonderdeel 13.02.ProductenConcessievergoeding NSDit betreft de concessieprijs die NS betaalt voor de vervoerconcessie hoofd­railnet (artikel 66 van de Concessie HRN 2015–2025) en de HSL­heffing die NS betaalt ter dekking van de uitgaven voor de aanleg van de HSL-Zuid infrastructuur (Besluit HSL­heffing 2015), alsmede de betaling van de uitgestelde concessievergoeding HSL-Zuid 2009-2014 (Onderhandelak­koord tussen IenW en de NS in 2011) en de boetes die NS moet betalen wanneer de afgesproken prestaties niet zijn behaald.Bijdragen van derdenDit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten en onderhoud.48Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 38 Ontvangsten artikel 13 Spoorwegen (bedragen x € 1 miljoen)Omschrijving202220232024202520262027Concessievergoedingen201207228358203203Terugbetaling voorschotten42Bijdragen van derden422111Totaal247209230359204204Begroting (MF 13.09)24720923035920420449Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 3.4 Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma'sA. Omschrijving van de samenhang in het beleidOp dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstru menten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.B. Budgettaire gevolgen van uitvoeringTabel 39 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's (bedragen x € 1.000)2021202220232024202520262027Verplichtingen5.93960.4512.6772.67710.40710.40710.408Uitgaven77.53387.1773.29037.74070.56969.07010.40814.01 Regionale infrastructuur77.53336.0683.29037.74070.56969.07010.40814.01.02 Planning en studies prg reg/lok4962.6772.67710.40710.40610.40714.01.03 Aanleg reg/lok77.53335.57261335.06360.16258.664114.03 Bereikbaarheidsprogramma's51.10914.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten514.03.02 Regionaal Mobiliteitsprojecten51.10314.03.03 Ruimtelijke economisch programma1Ontvangsten1.0044214.09 Ontvangsten1.00442BudgetflexibiliteitMet uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2023 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2023. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.Tabel 40 Geschatte budgetflexibiliteit art. 142023Juridisch verplicht19%Bestuurlijk gebonden81%Beleidsmatig gereserveerdNog niet ingevuld/vrij te bestedenC. Toelichting14.01 Regionale infrastructuurMotiveringBinnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente ‘s-Gravenhage is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerea­liseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor 50Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de begroting Hoofdstuk XII beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor, de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) en het Toekomstbeeld OV.ProductenAlgemeenRegionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoorde­lijkheid van de decentrale overheid. IenW levert een bijdrage aan de aanleg kosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.Planning en studiesVoor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart planning-en studieprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De planningen en studies worden onder verantwoordelijkheid van de decentrale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenW al dan niet opgenomen in het planning- en studieprogramma.14.01.02 Planning en studies Regionaal/lokaalTabel 41 Projectoverzicht behorende bij 14.01.02: Planning en studies Regionaal/lokaal (bedragen x € 1 miljoen)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigPB of TBIndienst­stellingOverige projecten en reserveringennvtProjecten in voorbereiding1818Overige projecten in voorbereiding3634Gesignaleerde risico'sTotaal planning en studies5452Begroting (MF 14.01.02)5452Legenda PB = Projectbesluit TB = Tracébesluit14.01.03 Aanlegprogramma Regionaal/lokaalHieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.Tabel 42 Projectoverzicht behorende bij 14.01.03: Aanlegprogramma Regionaal/lokaal (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetIndienststellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigProjecten Noordwest-NederlandAmstelveenlijn838154292020/ 20242020/ 2024Projecten Zuidwest-NederlandHOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn)22521763713560590diversdiversAfrondingenTotaal30829811736135605900Begroting (MF 14.01.03)3082981173613560590051Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 14.03 Bereikbaarheidsprogramma'sBinnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de bereikbaarheids programma's.14.03.02 Regionaal MobiliteitsprojectenMotiveringIn 2009 is het Regionaal Mobiliteitsfonds (RMf) RSP opgericht voor Noord Nederland (zie Regionale Mobiliteit in tabel). Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het Rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten; zie 14.03.02. Deze bijdrage vervalt als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is en blijft beschikbaar voor het RMf RSP. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die kunnen worden gerealiseerd vóór 2020. Enkele projecten lopen langer door dan 2020, zoals ook eerder is gemeld in de voortgangsrapportages van het Regio specifiek pakket Zuiderzeelijn.Tabel 43 Projectoverzicht behorende bij 14.03.01 t/m 14.03.03: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetIndienststellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorig14.03.02 Regionaal Mobiliteitsprojecten59258954151Begroting (MF 14.03)059258954151Totale rijksbijdrage Noord-Nederland5925895415152Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 3.5 Artikel 15 HoofdvaarwegennetA. Omschrijving van de samenhang in het beleidOp dit artikel worden de producten op het gebied van rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkge bonden kosten en de investeringsruimte. De doelstellingen van het onder liggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII en vinden hun oorsprong in de NOVI. Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Mobili­teitsfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting Hoofdstuk XII.B. Budgettaire gevolgen van uitvoeringTabel 44 Budgettaire gevolgen van uitvoering art.15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)2021202220232024202520262027Verplichtingen1.035.5821.293.4511.286.1021.441.2641.365.5301.422.971859.115Uitgaven1.385.2941.530.3251.351.2291.441.2251.443.6721.447.464935.84615.01 Exploitatie11.15810.97210.1529.8269.6619.6619.661- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS11.15810.97210.1529.8269.6619.6619.66115.02 Onderhoud en vernieuwing463.177541.864591.958744.527704.055352.138270.35115.02.01 Onderhoud414.571468.168455.603511.220489.630161.838158.685- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS364.617452.426454.710510.522488.693161.354158.30915.02.04 Vernieuwing48.60673.696136.355233.307214.425190.300111.666- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS111111115.03 Ontwikkeling277.290379.028219.577210.532290.144693.336262.06815.03.01 Aanleg271.446324.134139.53569.335105.19340.09333.15615.03.02 Planning en studies5.84445.51470.642131.767177.841653.043228.912- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS4.2558.0188.0191.7091.9071.2391.07815.03.03 Optimalisering gebruik9.3809.4009.4307.11020015.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS250.652185.834117.96191.11665.28454.63354.63615.06 Netwerkgebonden kosten HVWN383.017412.627411.581385.224374.528337.696339.13015.06.01 Apparaatskosten RWS338.582353.663353.302352.554341.761304.635305.414- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS338.582353.663353.302352.554341.761304.635305.41415.06.02 Overige netwerkgebonden kosten44.43558.96458.27932.67032.76733.06133.716- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS44.43558.96458.27932.67032.76733.06133.716Ontvangsten97.62167.3965.58710.1219.441174148915.09 Ontvangsten97.62167.3965.58710.1219.4411741489BudgetflexibiliteitMet uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2023 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2023. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.Tabel 45 Geschatte budgetflexibiliteit art. 152023Juridisch verplicht95%Bestuurlijk gebonden5%Beleidsmatig gereserveerdNog niet ingevuld/vrij te besteden53Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 C. Toelichting15.01 ExploitatieMotiveringDe activiteiten binnen exploitatie worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren. Er zijn met RWS voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing prestatieafspraken gemaakt en er zijn indicatoren opgesteld om aan te sluiten op de beleidsdoelen.ProductenBij exploitatie gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten:–Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;–Monitoring en informatieverstrekking;–Vergunningverlening en handhaving;–Crisisbeheersing en preventie.In het goederenvervoer over water is een groei voorzien (NMCA goederen-vervoer integraal 2017), diedeels met exploitatie wordt gefaciliteerd. Daarnaast dient de betrouwbaarheid en reistijd op orde te worden gebracht. Beleidsdoelstellingen op het gebied van exploitatie zijn:–Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;–Het afstemmen van de bedieningvan bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.Vanaf 2014 wordt in overleg met de sectorgewerkt aan het zo goed mogelijk vormgeven van de bediening van sluizen en beweegbare bruggen. De Kamer is geïnformeerd over de wijze waarop RWS en haar collega vaarweg beheerders dit vormgeven, via het stuk «vergezicht bediening sluizen en bruggen»(Kamerstukken II 2015-2016, 34 300 A, nr. 56). In 2019 is de Kamer geïnformeerd welke maatregelen Rijkswaterstaat samen met de sector heeft geselecteerd om de betrouwbaarheid van reistijden te verbeteren in het kader van Beter Bediend(Kamerstukken, 2018–2019,31 409, nr. 219).Met het toezicht op het water dat door RWS (onder andere samen met de Politie) wordt uitgevoerd, wordt beoogd de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerking treding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door IenW (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de Politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel.Tabel 46 Specificatie bedieningsareaalAreaalomschrijvingEenheid202120222023Begeleide vaarwegkm592592592Bediende objectenstuks243242243ToelichtingIn bovenstaande tabel staat de lengte, in kilometer, van vaarwegen waarop de scheepvaart wordt begeleid vanuit vaste verkeersposten. De vaarwegen die worden begeleid door middel van patrouillevaartuigen zijn hierin niet meegerekend. Daarnaast staat in de tabel het aantal bediende objecten dat 54Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 RWS beheert. Dit zijn beweegbare bruggen en schutsluizen die op afstand worden bediend door Rijkswaterstaat. In 2023 neemt het aantal bediende objecten toe door de ingebruikname van de nieuwe sluis bij Terneuzen.15.02 Onderhoud en VernieuwingMotiveringOnderhoud en vernieuwing wordtuitgevoerd om het Hoofdvaarwegennet in een staat te houden die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, betrouwbaar, veilig en duurzaam vervoervan goederen.ProductenHet regulier onderhoud en vernieuwing van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor exploitatie, zoals verkeerscentrales. In bijlage 4 Instandhouding van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vallen.MaatregelenToevoeging Coalitieakkoord middelen instandhoudingIn het Coalitieakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de Rijksinfrastructuur. De komende jaren groeit de extra bijdrage stapsgewijs toe naar jaarlijks € 1,125 miljard extra vanaf 2026 en structureel € 1,25 miljard extra vanaf 2038 voor de instandhouding van onze wegen, spoor, bruggen, viaducten en vaarwegen, ook met het oog op de verkeersveiligheid. Er wordt extra geïnvesteerd in het Deltafonds (€ 250 miljoen structureel vanaf 2026) om achterstanden weg te werken en de uitvoering van het Nationale Deltapro­gramma te versnellen. De extra middelen uit het Coalitieakkoord voor de jaren 2022-2025 zijn bij deze begroting verdeeld over de netwerken van ProRail en RWS op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds om de program­mering van exploitatie en onderhoud in deze jaren op te hogen. Voor vernieuwing is in de periode 2026 tot en met 2030 € 200 miljoen per jaar gereserveerd (€ 160 miljoen voor het Mobiliteitsfonds en € 40 miljoen voor het Deltafonds).15.02.01 OnderhoudEen voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen.De activiteiten zijn erop gericht,om de scheepvaart (beroeps- en recreatie vaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizenen bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimumte beperken, worden zowel de werkzaamheden binnen onderhoud als werkzaamheden die voortkomen uit het ontwikkelingprogramma goed afgestemd. Binnen onderhoud vallen zowel het preventief als het correctief onderhoud.KustwachtDe Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast. De directeur Kustwacht beschikt over een informatiecentrum, schepen, surveillance vliegtuigen en helikopters.55Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 De Minister van IenW is als coördinerend minister voor Noordzee-aangele-genheden verantwoordelijk voor totstandkoming van geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht. De overzichtsconstructie Kustwacht is als bijlage 3 'Overzichts constructie Kustwacht' aan deze begroting toegevoegd.Overdracht Brokx-NatDe nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-Nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2002–2003, 28 600 XII, nr. 17). Op dit artikel wordt o.a. de betaling aan provincies en gemeenten voorhet onderhoud aan kanalen in Drenthe en wegen en paden Texel verantwoord. Er is met de provincies Groningen en Drenthe overeenstemming bereikt over de hoogte van de afkoop van het onderhoud, waarmee de overdracht aan de provincies Groningen en Drenthe in 2023 definitief kunnen worden afgerond.Meetbare gegevensIn onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de onderhoudskosten voor kunstwerken oevers, bodems en verkeersvoorzieningen. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.Figuur 6Oevers HVWN18%Oevers HVWN18%Verkeervoorzieningen …12%Verkeervoorzieningen …12%Bodems 28%28%Bodems 28%28%Kunstwerken HVWN42%Kunstwerken HVWN42%Tabel 47 Areaal onderhoudEenheidOmvang 2023Budget x € 1.000 2023Vaarwegenkm7.071455.603ToelichtingIn bovenstaande tabel staat de totale omvang van het areaal aan vaarwegen. Dit betreft hoofdtransportassen, hoofdvaarwegen, zeecor­ridors, zeetoegangsgeulen, en overige vaarwegen. In totaal afgerond 3.426 kilometer en zeecorridors en zeetoegangsgeulen van in totaal afgerond 3.646 kilometer. Tezamen is dit afgerond 7.071 kilometer. Er worden in 2023 geen veranderingen voorzien.56Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 48 Indicatoren OnderhoudIndicator20202021Streef­waarde 2022Streef­waarde 2023Geplande stremmingen (gehele areaal)0,3%2,0%0,8%0,8%- Hoofdtransportas0,1%1,7%0,8%0,8%- Hoofdvaarweg0,2%1,1%0,8%0,8%- Overige Vaarweg0,5%3,2%0,8%0,8%Ongeplande stremmingen (gehele areaal)0,4%1,0%0,2%0,2%- Hoofdtransportas0,1%0,4%0,2%0,2%- Hoofdvaarweg0,4%1,3%0,2%0,2%- Overige Vaarweg0,4%0,8%0,2%0,2%ToelichtingDe geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouw­baarheid en beschikbaarheid van de sluizen en bruggen op de vaarwegen. De percentages zijn berekend door de gestremde uren voor het maatgevend schip af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten. De streef­waarden betreffen de afgesproken maximale waarden. Door uitgesteld onderhoud, ouderdom en intensiever gebruik neemt de kans op ongeplande uitval van objecten toe.De indicator Passeertijd sluizen is opgenomen bij beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de begroting Hoofdstuk XII.15.02.04 VernieuwingOp dit artikelstaan de beschikbare budgetten voor Vervanging en Renovatie van het Hoofdvaarwegennet. Sinds medio vorige eeuw is in hoog tempo een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het Hoofdvaarwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. De verwachting is dat deze problematiek geleidelijk toeneemt. Op basis van onderzoek wordt een analyse gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma in latere jaren concreet. De werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 4 'Instandhouding'. In het MIRT-projectenoverzicht worden onder­liggende projecten inzichtelijk gemaakt.Vernieuwingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het Hoofdvaarwe gennet. De projecten in het programma Vervanging en Renovatie verlengen de levensduur van de kunstwerken, zodat de veiligheid en de beschik-baarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.15.03 OntwikkelingMotiveringOnder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de realisatie- en studie activiteiten bij het hoofdvaarwegennet.57Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 15.03.01 AanlegProductenIn 2023 wil IenW de volgende mijlpalen realiseren:Tabel 49 Mijlpalen Hoofdvaarwegennet 2023MijlpaalProjectOpenstellingCapaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden LekZeetoegang IJmondBelangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Walradarsystemen: naar aanleiding van het convenanten overleg tussen I&W en de Koninkijke Marine over de invulling van de nautische veiligheid nabij de haven van Den Helder is de programming voor de VTS Den Helder voor 2022 opgesteld. Hieruit blijkt een tegenvaller van € 3 miljoen, hetgeen aan het projectbudget is toegevoegd;•Nieuwe Sluis Terneuzen: de stijging van het budget wordt voornamelijk veroorzaakt door de prijsbijstelling 2022 (€ 12,7 miljoen) en toekennen claim voor extra kosten Covid-19 (€ 7,7 miljoen);•Maasroute, modernisering fase 2: de stijging van het budget wordt veroorzaakt door de prijsbijstelling 2022 (€ 3 miljoen) enextra budget ( € 24 miljoen) doordat de waterdichte bodem van het Julianakanaal in het proefvak niet deugdelijk is hersteld;•Toekomstvisie Waal: de stijging van het budget wordt veroorzaakt door de prijsbijstelling 2022;•Verruiming Twentekanalen fase 2: de stijging van het budget wordt veroorzaakt door de prijsbijstelling 2022 (€ 5,8 miljoen) en door hogere kosten als gevolg van scheefstand van de damwanden, waarvoor het budget is opgehoogd (€ 12 miljoen).De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbij­stellingen 2022.Tabel 50 Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: Aanleg Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetOpenstellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigProjecten NationaalBeter Benutten161616Impuls Dynamisch Verkeermanagement101101100120182018Walradarsystemen2926254Regeling Kademuren10106211Subsidie Walstroom00Projecten Noordwest-NederlandDe Zaan (Wilhelminasluis)131310320202020Lichteren buitenhaven Ijmuiden3937141418120232023Projecten Zuidwest-NederlandCapaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek141457220232023Capaciteitsuitbreiding overnachtingsplaatsen Merwede1010732021202158Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 ProjectbudgetKasbudgetOpenstellingNieuwe Sluis Terneuzen1.0581.038723168104501220232023Projecten Zuid-NederlandMaasroute modernisering fase 26846576041816184441620232023Wilhelminakanaal Tilburg98989511120192019Wilhelmina kanaal Sluis II7742120252025Zuid-Willemsvaart: aanleg Maximakanaal en opwaarderen tot Veghel4314314241620152015Projecten Oost-NederlandToekomstvisie Waal142138632629131120242024Verruiming Twenthekanalen fase 2194175641201020232023Vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis)59595920172017Projecten Noord-NederlandVaarwewg Lemmer-Delfzijl fase 1: verbreding tot klasse Va2932932821120192019Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee393937220172017Overige ProjectenKleine projecten / afronding projecten1911911901Afrondingen‒ 21‒ 1‒ 1Totaal uitvoeringsprogramma3.4283.3512.72237816393197934Aanleg uitgaven op MF 15.03.01 mbt planning en studies1080221Programma Aanleg38817193418934Budget Aanleg (MF 15.03.01)32413969105403334Overprogrammering (-)‒ 64‒ 32‒ 2464322415.03.02 Planning en studiesBelangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Bijdrage aan agentschap RWS: door de extrapolatie naar 2036 en prijs­bijstelling over 2022 is de bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen met € 6 miljoen toegenomen;•Reservering Life Cycle Costs (LCC): door de extrapolatie naar 2036 en prijsbijstelling over 2022 is de reservering voor LCC met € 40 miljoen toegenomen;•Door de extrapolatie naar 2036 en prijsbijstelling over 2022 zijn de overige projecten en reserveringen met € 94 miljoen toegenomen.De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van prijsbij­stelling 2022.59Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 51 Projectoverzicht behorende bij 15.03.02: Planning en studies Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigTBOpenstellingAanleg uitgaven op MF 15.03.01 mbt planning en studies‒ 41‒ 43nvtnvtUitgaven mbt planning en studies op IF 15.03.02 mbt het programma aanleg1514nvtnvtProjecten NationaalBijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen3731nvtnvtReservering voor LCC346306nvtnvtProjecten Noordwest-NederlandCapaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-Lemmer762025- 2027Vaarweg IJsselmeer-Meppel3028nvtProjecten Zuidwest-NederlandCapaciteit Volkeraksluizen1651572025- 2027Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep-Dordtsche Kil101020162025- 2027Projecten Oost-NederlandBovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen)39382026- 2028Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel302920192023- 2024Projecten Noord-NederlandVerbreding sluiscomplex Kornwerderzand102972025- 2028Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 223322220172024- 2028Overige projecten en reserveringen14911397Projecten in voorbereidingProjecten Noordwest-NederlandVaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2; reservering verkenning bruggen (AP)Projecten Zuidwest-NederlandKreekraksluizenProjecten Oost-NederlandVerkenning IJssel fase 2Overige projecten in voorbereidingGesignaleerde risico'safrondingen‒ 11Totaal programma planning en studies2.4632.293Begroting (MF 15.03.02)2.4632.29315.03.03 Optimalisering gebruikMotiveringOp dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van Infrastructuur op de vaarwegen bevorderen. Dit zijn maatregelen die door RWS worden uitgevoerd. Een voorbeeld is de optima-lisatie van logistieke routes om modal shift te bevorderen.60Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 52 Projectoverzicht behorende bij 15.03.03 Optimalisering hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)BudgetPlanningProjectomschrijvinghuidigvorigModal shift van weg naar water3636nvtTotaal Optimalisering gebruik3636Begroting (MF 15.03.03)363615.04 Geïntegreerde contractvormen/PPSMotiveringBij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels eenPubliek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM- contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build,Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, financiering en onderhoud) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienstuitgevraagd, te wetende beschikbaarheid van de infra structuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project;tijdens de bouwdient de DBFM-Opdrachtnemer daaromzelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door bankenen/of institutionele beleggers, is sprake van eensterke druk vanuitde financiers op de privateopdracht nemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lagerprestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In debouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding), alssprake is vande uitbreiding van eenbestaande sluis die ook tijdensde verbouwing beschikbaar moet blijven voor de scheepvaart. Bij openstelling van de sluiswordt overgegaan naar eenvolledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbe steding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanlegals ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op ditbegrotingsar tikel bestaatdaarmee geen enkelebudgetflexibiliteit. Slechts bij onderpres teren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervaltaan het eindevan de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze vaarwegdelen en/of objecten terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallenonder het reguliere onderhoudsartikel (artikelon derdeel 15.02 Onderhoud en Vernieuwing).ProductenDe projecten Zeetoegang IJmond, Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis en sluis Eefde zijn opengesteld. Er is sprake van een volledige beschikbaar­heidsvergoeding. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneerde contracten eindigen.Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis: de verhoging van het projectbudget wordt verklaard door mutaties ten aanzien van prijsbijstelling 2022;61Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 •Zeetoegang IJmond: de verhoging van het projectbudget wordt verklaard door de mutaties ten aanzien van prijsbijstelling 2022.Tabel 53 Projectoverzicht behorende bij 15.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)Project­budgetKasbudgetOpenstellingEind contractProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigProjecten Noordwest-NederlandLekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen40640080161515151515235201920192046Zeetoegang IJmond1.1821.1592981609368403131461202220222045Projecten Oost-NederlandCapaciteitsuitbreiding sluis Eefde1571553776576683202020202047Projecten Zuid-NederlandKeersluis Limmel92912833333346201820182048afrondingen11Totaal1.8381.8054431861189165555582515.06 Netwerkgebonden kosten HoofdvaarwegennetMotiveringOp dit artikelonderdeel wordende aan het netwerk te relateren apparaats kosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overigenetwerkge bonden kosten geraamd.De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan exploitatie, onderhoud, ontwikkeling en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS wordenopgepakt. Het gaatbij deze zogeheten landelijke taken onder meerom het verzamelen van basisinfor matie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaalen de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.RijksrederijDe Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals het Ministerie van EZK, Financiën (Douane), IenW en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoor-delijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:•Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;•Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;•Het leverenvan kennisintensief adviesop het gebiedvan eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.15.09 OntvangstenMotiveringOp dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijksvaarwegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.ProductenBijdragen van derdenDit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten.62Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 54 Ontvangsten artikel 15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)202220232024202520262027Bijdragen van derden67610920Ontvangsten Vaarwegen6761092063Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 3.6 Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en VervoerA. Omschrijving van de samenhang in het beleidMegaprojecten zijn door de Tweede Kamer aangewezen grote projecten (grootprojectstatus). De aanwijzing van grote projecten gebeurt op basis van artikel 2 van de Regeling Grote Projecten. De grootprojectstatus behelst dat de Regeling Grote Projecten van toepassing is, die voorschrijft dat de Minister ten minste halfjaarlijks de Tweede Kamer informeert over de voortgang en verantwoording aflegt via een Voortgangsrapportage.Onder dit artikel vallen de megaprojecten Verkeer en Vervoer:–Project Mainportontwikkeling Rotterdam;–Programma ERTMS;–Zuidasdok;–Programma Hoogfrequent Spoorvervoer.Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 14 Wegen en Verkeersveiligheid, 16 Openbaar Vervoer en Spoor en 18 Scheepvaart en havens op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.B. Budgettaire gevolgen van uitvoeringTabel 55 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 17 Megaprojecten verkeer en vervoer (bedragen x € 1.000)2021202220232024202520262027Verplichtingen1.268.8571.025.455857.315137.447606.44061.61721.923Uitgaven351.089479.702399.662351.297409.913516.747617.34417.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam1.7001.33579970081069081017.07 ERTMS84.040107.71246.07454.226123.354125.816158.99817.07.01 Aanleg ERTMS82.517106.47944.86454.226123.354125.816158.99817.07.02 Planning en studies ERTMS1.5231.2331.210000017.08 Zuidasdok60.312137.750183.980157.21277.265119.759155.13617.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer204.858232.905168.809139.159208.484270.482302.40017.10.01 Aanleg PHS192.580225.523162.118131.231113.829182.400193.88017.10.02 Planning en studies PHS12.2787.3826.6917.92894.65588.082108.520Ontvangsten51.67592.08356.23267.07862.36667.92645.85217.09 Ontvangsten51.67592.08356.23267.07862.36667.92645.852BudgetflexibiliteitMet uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2023 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2023. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.Tabel 56 Geschatte budgetflexibiliteit art. 172023Juridisch verplicht98%Bestuurlijk gebonden2%Beleidsmatig gereserveerdNog niet ingevuld/vrij te besteden64Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 C. Toelichting17.06 Project Mainportontwikkeling RotterdamMotiveringHet Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) heeft een tweeledige doelstelling:–het versterken van de positie van de mainport Rotterdam, en;–het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond.In drie deelprojecten wordt deze dubbele doelstelling verwezenlijkt. Dat zijn: Bestaand Rotterdams Gebied (BRG) (uitgevoerd door de gemeente Rotterdam), 750 hectare natuur- en recreatiegebied (uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland) en Landaanwinning (uitgevoerd door Havenbedrijf Rotterdam NV (HbR)). In samenhang met de Landaanwinning dient voldoende natuurcompensatie te worden gerealiseerd.IenW beschouwt PMR als een bijdrageproject, waarbij de verantwoorde­lijkheid en risico’s voor de uitvoering bij andere partijen zijn belegd. Uitzon­dering vormt de natuurcompensatie waarmee RWS is belast met de uitvoering. LNV is het aan te spreken ministerie voor de 750 hectare, IenW voor de landaanwinning en BZK voor BRG.IenW is in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten (Kamer­stukken II 2006–2007, 30 351, nr. 3) aangewezen als coördinerend project­ministerie. Als zodanig is de Minister van IenW verantwoordelijk voor de overall-projectbeheersing. De projectbeheersing is zodanig ingericht dat zij adequaat kan rapporteren over de processen die leiden tot de realisatie van de deelprojecten en sturing kan geven aan de uitvoering van het deelproject Natuurcompensatie dat rechtstreeks onder haar verantwoordelijkheid valt. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer heeft op voorstel van de minister (Kamerstukken II 2015–2016, 24 691, nr. 125), vanwege de fase waarin PMR zich bevindt, ingestemd met een eenvoudiger governance structuur en ermee ingestemd dat de voortgangsrapportage voortaan bestaat uit toezending van de jaarlijkse monitorinformatie van de Tafel van Borging (de zogenoemde Integrale rapportage Visie en Vertrouwen). De laatste reguliere Voortgangsrap­portage betreft de veertiende Voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2015–2016, 24 691, nr. 123/124).De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer heeft op 25 september 2018 in een brief aan de minister van IenW aangegeven de procedure te zijn gestart die zal leiden tot de beëindiging van de grootprojectstatus. De commissie heeft daarin de minister van IenW verzocht een eindevaluatie op te stellen, zoals bedoeld in artikel 15 van de Regeling Grote Projecten. Deze eindevaluatie is Q2 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden. De Tweede Kamer heeft vervolgens in Q3 2021 ingestemd met het beëindigen van de grootprojectstatus, waarop de Commissie IenW tegelijkertijd heeft verzocht om jaarlijks geïnformeerd te worden over de resterende aandachtspunten van PMR.ProductenIn 2006 heeft het parlement de herstelde PKB PMR vastgesteld en ingestemd met het Bestuursakkoord (juni 2004) en de Uitwerkingsovereen­komsten van de afzonderlijke deelprojecten (september 2005). De PKB PMR (deel 4: de definitieve tekst na parlementaire instemming) is uitgebracht (Staatscourant nr. 247, 2006). De eerste fase van het deelproject landaan­winning is gereed, de tweede fase is gestart, de natuurcompensatie is 65Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 aangelegd en wordt gemonitord en van het BRG-programma is meer dan de helft van de projecten uitgevoerd. Van het deelproject 750 hectare zijn onderdelen Schiezone en Vlinderstreek vrijwel gereed, het onderdeel Buytenland van Rhoon is in uitvoering nadat het nieuwe streefbeeld in 2018 is vastgesteld.De volgende producten worden onderscheiden:–Uitvoeringsorganisatie: betreft de kosten die samenhangen met de coördinatie van het project en de projectbeheersing;–750 hectare Natuur- en recreatiegebied: betreft de vaste bijdrage van het Rijk voor de omvorming van agrarisch gebied naar natuurgebied met recreatief medegebruik en tot openluchtrecreatiegebied met natuur­waarden. De deelbijdrage van IenW is in 2006 volledig betaald aan de Stichting Nationaal Groenfonds;–Groene Verbinding: betreft de kosten voor een verbinding tussen Midden-IJsselmonde en het stedelijk gebied van Rotterdam-Zuid. Dit is een gemaximeerde IenW-bijdrage;–BRG: dit bevat een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren;–Natuurcompensatie: betreft de aanleg van de Duincompensatie Delfland (Spanjaards Duin), welke nog de nodige tijd nodig heeft om te ontwik­keling, en het Monitorings- en Evaluatieprogramma. Betreft tevens de natuurcompensatie in de Voordelta, waarover momenteel een dialoog plaatsvindt tussen de PMR-partijen en de meest betrokken omgevings­partijen (natuur- en milieuorganisaties en visserij) om tot adequate natuurcompensatiemaatregelen te komen. Voorts zijn uit dit budget de Stimuleringsregelingen recreatie en toerisme en visserij en wordt de planschade/ nadeelcompensatie gefinancierd;–Landaanwinning: betreft de vaste bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van de aanleg van de buitencontour;–Btw Buitencontour: betreft de niet-compensabele btw over de buiten­contour naar rato van de overheidsbijdrage;–Onvoorzien: dient onder voorwaarden ter bekostiging van onvoorziene uitgaven aan PMR. Als gevolg van de verbreding van het Breeddiep is een aanvulling op de uitwerkingsovereenkomst met het Havenbedrijf Rotterdam afgesloten. Dit was reeds als scopewijziging aangekondigd in de 13e Voortgangsrapportage PMR (Kamerstukken II 2014–2015, 24 691, nr. 121 en Kamerstukken II 2014–2015, 24 691, nr. 122). De dekking van de bijdrage van IenW wordt gevonden in de Post Onvoorzien;–Voor de verdieping van de Nieuwe Waterweg als concurrentieverster­kende maatregel voor de mainport Rotterdam heeft IenW € 35 miljoen beschikbaar gesteld (Kamerstukken II 2015–2016, 34 003, nr. 25). De dekking van de bijdrage van IenW is gevonden in de post onvoorzien. Wegens opgetreden projectrisico’s (zoals aangetroffen kabels en leidingen en extra baggerinspanningen) is de post onvoorzien verder aangesproken, zodat de verdieping in totaal € 44 miljoen heeft gekost. Met het Havenbedrijf Rotterdam is een addendum op de Uitwerkings­overeenkomst (UWO) Landaanwinning PMR overeengekomen.Project Mainportontwikkeling Rotterdam–2009 Procedures met betrekking tot landaanwinning en natuurcompen­satie afgerond;–2010 Uitvoering Duincompensatie Delfland gereed;–2011 Eerste terreinuitgifte Maasvlakte II;–2011 Afronding procedure bestemmingsplanprocedures 750 hectare;–2012 Bestemmingsplannen 750 hectareonherroepelijk;66Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 –2013 Landaanwinning eerste fase gereed;–2014 Groene Verbinding opgeleverd en in gebruik genomen;–2014 Laatste infrastructurele projecten voor aansluiting Maasvlakte II op Maasvlakte I gereed;–2015 Officiële opening eerste terminal Maasvlakte II;–2016 De verbreding van het Breeddiep is toegevoegd aan het project en gerealiseerd;–2018 De verdieping van de Nieuwe Waterweg is toegevoegd aan het project;–2018 Deelproject 750 hectare natuur- en recreatieterrein: nieuw streefbeeld onderdeel Buytenland van Rhoon (650 ha) gereed;–2019 Verdieping van de Nieuwe Waterweg gereed;–2020 Eindevaluatie PMR volgens Regeling Grote Projecten naar Tweede Kamer;–2022 Deelprojecten BRG en 750 hectare natuur- en recreatieterrein, onderdelen Vlinderstrik en Schiezone afgerond;–2026 Deelproject 750 hectare natuur- en recreatieterrein, onderdeel Buytenland van Rhoon (650 ha) afgerond;–Voor 2040 Terreinen Tweede Maasvlakte volledig uitgegeven.Tabel 57 Projectoverzicht behorende bij 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetOpenstellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2020202120222023202420252026laterhuidigvorigProject Mainportontwikkeling RotterdamUitvoeringsorganisatie2020181nnbnnb750 ha303030nnbnnbGroene verbinding31313120112011Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)20212021LandaanwinningVoorfinanciering FES monitoringsprogramma20072007Voorfinanciering FES natuurcompensatie104103951111116nnbnnbLandaanwinning74274274220132013BTW Buitencontour13813813820132013Onvoorzien10110046152nnbnnbAfrondingsverschillen21Programma1.1681.1651.10021111159Begroting (MF 17.06)1.1681.1651.1002111115917.07 European Rail Traffic Management System (ERTMS)MotiveringDe Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040 (Kamerstukken II 202/21, 23645, nr. 746) zet erop in lange termijn keuzes voor het OV met bijdragen aan wonen, werken en recreëren in een duurzaam en welvarend Nederland te realiseren. Het digitaliseren van het treinbeveiligingssysteem is een van de bouwstenen om de doelen van Toekomstbeeld OV te bereiken. Het vervangen van het analoge huidige systeem, dat stamt uit de jaren ’50-60, door de digitale Europese standaard wordt vormgegeven binnen het groot project ERTMS. Deze vervanging sluit aan bij het algemene uitgangspunt om prioriteit te geven aan de instandhouding van het bestaande netwerk. Met deze beslissing wordt ook invulling gegeven aan Europese afspraken over de aanleg van ERTMS op de belangrijkste nationale en internationale 67Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 verbindingen (TEN-T kernnetwerk). Daarnaast biedt ERTMS meer mogelijk­heden dan de huidige treinbeveiliging, zoals meer veiligheid, de mogelijkheid om meer treinen te laten rijden, en op termijn automatisch rijden.ProductenOp 17 mei 2019 heeft het Kabinet de programmabeslissing ERTMS (Kamer stukken II 2018/19, 33652, n2. 65) genomen en besloten het huidige treinbe veiligingssysteem landelijk te vervangen door ERTMS. Tot en met 2030 worden door ProRail en vervoerders tientallen werkprocessen aangepast om treinen te kunnen laten rijden, circa 1.300 treinen en locomotieven omgebouwd of opgewaardeerd naar ERTMS en tenminste 15.000 gebruikers opgeleid. Ook zal het systeem en de operatie worden beproefd en uiteindelijk 345 km spoor op zeven baanvakken van ERTMS voorzien. Het Kabinet heeft in 2019 tevens besloten structureel middelen te reserveren voor de uitrol van ERTMS in de rest van Nederland in de periode 2030-2050. Hiervoor zijn middelen gereserveerd op artikelonderdeel 11.03.Het programma ERTMS is in volle uitvoering en steeds wordt duidelijker wat nodig is om de opgave te realiseren. In het voorjaar van 2022 is de aanbesteding voor het ERTMS-systeem voor de infrastructuur volgens planning gegund. Met de marktpartijen wordt getoetst of de in de studiefase bedachte plannen haalbaar zijn, zodat er meer zekerheid komt voor wat betreft het tijdpad richting de uitrol van ERTMS op de eerste baanvakken en het benodigde budget. In het najaar van 2022 worden de planning en het budget van het programma herijkt op basis van de uitkomsten van enkele grote aanbestedingen. Ook komt de landelijke uitrol van ERTMS steeds dichterbij en hiervoor worden de nodige voorbereidingen getroffen. In 2023 verschijnt het eindrapport van de studie naar de landelijke uitrolvolgorde van ERTMS na 2030, zodat het meegenomen kan worden in de evaluatie van de Europese uitrolstrategie van ERTMS in 2023. Daarnaast blijkt dat de aangebrachte scheiding tussen nu en 2030 en daarna minder hard is dan gedacht; er wordt bekeken hoe de opgave (ook budgettair) meer integraal bekeken kan worden.Het programma ERTMS is door de Kamer aangewezen als Groot Project. De Kamer wordt daarom twee keer per jaar door middel van een voort gangsrapportage geïnformeerd. De laatste voortgangsrapportage van de staatssecretaris van IenW betreft de zestiende voortgangsrapportage (Kamerstukken II 20/21, 33562, nr. 84).Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Naar aanleiding van het besluit om de uitrol van ERTMS op de Noordelijke Lijnen toe te voegen aan de scope van het programma ERTMS is € 60 miljoen toegevoegd aan het projectbudget vanuit de hiervoor op MF 11.03 gereserveerde middelen. Dit bedrag zal, conform de afgesloten bestuursovereenkomst, via een Specifieke Uitkering (SPUK) als eenmalige lumpsumbijdrage aan de regio worden overgemaakt (zie TK 2020-2021, 33652, nr. 80 en VGR15 ERTMS, bijlage bij TK 2020-2021, 33652, nr. 82).Tabel 58 Projectoverzicht behorende bij 17.07 ERTMS (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetOpenstellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigERTMSAanleg2.5912.4182401211091431421451831.509diversdivers68Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 ProjectbudgetKasbudgetOpenstellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigPlanning en studies9696891100005diversdiversProgramma2.6872.5143291221101431421451831.514Afrekening voorschotten2422222Begroting (MF 17.07.01)2.7112.53635110846541231261591.744Overprogrammering (-)‒ 16‒ 64‒ 89‒ 19‒ 19‒ 2423017.08 ZuidasdokMotiveringDe ruimtelijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer-Almere en op de Zuidas versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Noord-Zuidlijn, Hanzelijn en OV-SAAL neemt het aantal reizigers op station Amsterdam-Zuid toe. De vergroting van de stations capaciteit ben kwalitatieve opwaardering van station Amsterdam Zuid is nodig om de groeiende reizigersstromen te accommoderen en te voldoen aan de NSP-kwaliteitsnorm. Om ruimte te bieden aan de uitbreiding van de ov-terminal en de wegcapaciteit te vergroten, wordt de A10 ondergronds gebracht en verbreed. Een investering in de ruimtelijke kwaliteit van de Zuidas draagt verder bij aan de versterking van een internationale toplocatie. In de Kamerbrief van 17 mei 2022 is de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van Zuidasdok (Kamerstukken 32668, nr. 20).Producten–Programmaorganisatie en voorbereiding (inclusief A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, artikel 12.03.01 op het Mobiliteitsfonds);–Uitbreiding van de ov-terminal (regionaal ov en ketenmobiliteit);–Tunnel en uitbreiding van de wegcapaciteit A10-zuid;–Inrichting van de openbare ruimte en generieke uitgaven.Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•Het projectbudget is verhoogd door het toerekenen van de prijsbij­stelling 2022.Tabel 59 Projectoverzicht behorende bij 17.08 Zuidasdok (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetOpenstellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigZuidasdokGenerieke en ruimtelijke inrichting8787798Projectorganisatie en voorbereiding2922852025238Tunnel en A10901945103648581883155430OVT incl. keerspoor5224201577298995937AfrondingenProgramma1.8021.737541138184157771201554302032- 20362032- 2036Begroting (MF 17.08)1.8021.73754113818415777120155430Overzicht van de bijdragenIn onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de financiering van het programma. Deze middelen kunnen tijdens de realisatieperiode integraal aan alle productuitgaven worden besteed. Tussentijds en achteraf zal inzichtelijk worden gemaakt waaraan de middelen zijn besteed (verant­woording).69Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 60 Overzicht van de bijdragen (bedragen x € 1 miljoen)Tabel 50 Overzicht van de bijdragen (bedragen x € 1 miljoen)ProjectomschrijvingTotaalt/m 2021202220232024202520262027laterBijdragen Rijk1.16533567135971553109354Bijdrage gemeente Amsterdam24065212733343723Bijdrage Vervoersregio Amsterdam19849202227283022Bijdrage Provincie Noord Holland875730EU-ontvangsten33Bijdrage derden10932176Totaal programma1.80254113818415777120155430Begroting (IF 17.08)1.8025411381841577712015543017.10 Programma Hoogfrequent SpoorvervoerMotiveringVanaf 2018 heeft het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer de status van groot project. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven van PHS verantwoord. De basisrapportage, die voortvloeit uit de status van groot project, is in april 2019 naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2018-2019, 32 404, nr. 92). Sindsdien zijn er halfjaarrapportages naar de Kamer gestuurd, de laatste betreft de eerste helft van 2022 (VGR 2021-2). Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. Ook het spoorgoederenvervoer neemt toe. Dat vraagt om een aanpak om meer capaciteit te bieden en een hoogwaardig spoorvervoer mogelijk te maken. Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) heeft tot doel op de drukste trajecten in het land te komen tot hoogfrequent spoorvervoer en een toekomst vaste routering van het goederenvervoer met zo intensief mogelijk gebruik van de Betuweroute. Er gaan meer treinen rijden in de drukste delen van het land en er komt extra ruimte voor goederenvervoer op het spoor naast maatregelen om het gebruik van de Betuweroute nog extra te stimuleren. Het gaat om de volgende corridors en frequenties:–Alkmaar-Amsterdam (6 intercity’s en 6 sprinters);–Amsterdam-Utrecht-Eindhoven (6 intercity’s op de corridor en 6 sprinters tussen Utrecht en Geldermalsen);–Schiphol-Utrecht-Arnhem/Nijmegen (6 intercity’s op de corridor en 4 sprinters tussen Breukelen en Driebergen-Zeist);–Den Haag-Rotterdam-Breda (8 intercity’s en 6 sprinters tussen Den Haag en Rotterdam en 4 intercity’s tussen Rotterdam en Breda);–Breda-Eindhoven (4 intercity’s en 4 sprinters Breda-Tilburg);–Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (SAAL) Schiphol-Amsterdam Zuid-Almere-Lelystad (4 intercity’s en 4 sneltreinen tussen Flevoland, via Amsterdam Zuid, en Schiphol, 4 intercity’s tussen Schiphol, via Amsterdam Zuid, en Hilversum, 6 sprinters tussen Almere en Amsterdam Centraal, 4 sprinters tussen Hilversum/Gooi en Amsterdam Centraal);–Goederenroutering Zuid-Nederland.Het PHS-programma en de diverse projecten die hier onderdeel van uit maken moeten de gewenste treinaantallen mogelijk maken in combinatie met een zo goed mogelijke dienstregeling (goede verdeling van de treinen over het uur, goede aansluitingen, combinatie met goederenvervoer e.d.). Daarbij is een belangrijk aandachtspunt dat de PHS-corridors onderdeel vormen van een samenhangend spoorwegnet en treindienstregeling, waarbij er vele afhankelijkheden bestaan en er in de loop der tijd rekening moet worden gehouden met nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De uitein­delijke dienstregeling wordt conform de vervoerconcessie van IenW aan NS 70Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 opgesteld door NS. NS stelt deze vast op basis van de daadwerkelijk beschikbare infrastructuur, de daadwerkelijk marktvraag per traject, overleg met betrokken overheden en consumentenorganisaties. De scope, planning en financiële stand van zaken (peildatum eind 2018) zijn opgenomen in de basisrapportage PHS; deze dient als referentie voor de opeenvolgende voortgangsrapportages over PHS die elk half jaar verschijnen. Producten Op 4 juni 2010 (Kamerstukken II 2009-2010, 32 404, nr. 1) heeft het kabinet een voorkeursbeslissing genomen over PHS. Sinds begin 2011 loopt de planuit­werking. PHS is een samenhangend en langlopend programma en wordt stap voor stap gerealiseerd. Fasegewijs zullen de frequenties worden verhoogd, als de benodigde infrastructuur dat mogelijk maakt. Inmiddels is een aantal projecten uitgevoerd en gaat PHS steeds verder in realisatie en worden onderdelen vastgelegd in subsidiebeschikkingen. In het MIRT overzicht is per onderdeel in realisatie een MIRT-blad opgenomen en is de voortgang van de diverse PHS onderdelen aangegeven. Elk halfjaar wordt in de opeenvolgende voortgangsrapportages PHS de inhoudelijke en financiële voortgang van PHS en de diverse corridors aangegeven. In de laatste VGR2021-2 is aangegeven dat het PHS-programma in volle uitvoering is en tot circa 80% van het budget in 2021 is verplicht. Ook is duidelijk geworden dat een aantal belangrijke onderdelen eerst rond 2029-2030 gereed zullen zijn. Zoals aangegeven in de VGR 2021-2 en het beleidsprogramma IenW ter uitwerking van het coalitieakkoord zijn de eerstvolgende verbeteringen in de treindienst eind 2024 gepland.Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen•PHS projecten < € 50 miljoen: ten behoeve van de scope trillingsmaat­regelen deelproject Sporen in Den Bosch is € 3,2 miljoen toegevoegd vanuit het MIRT project Nazorg Personenvervoer waardoor deze werkzaamheden binnen het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast is het projectbudget verhoogd met € 7,7 miljoen in verband met de faseovergang van planuitwerking naar realisatie van het deelproject Geluidschermen Bloemendaler­polder;•PHS Planuitwerking: de scope seinoptimalisatie Gouda-Woerden wordt gelet op de efficiency uitgevoerd binnen het project ‘Saneren Oudewater’ (onderdeel van het EOV). Om die reden is deze scope en het bijbehorende budget ad € 4,2 miljoen overgeboekt naar dit programma. Daarnaast was binnen het budget Spoorcapaciteit 2030 rekening gehouden met uitgaven voor het onderzoek naar een ingroei­model Alkmaar – Amsterdam. Omdat deze studie wordt uitgevoerd binnen PHS is het hiervoor gereserveerde budget ad € 0,9 miljoen overgeboekt van Spoorcapaciteit 2030 naar PHS. Tot slot is vanuit de voor de stikstofproblematiek gereserveerde middelen is € 7,5 miljoen toegevoegd ten behoeve van de stikstofproblematiek bij de deelpro­jecten PHS Meteren-Boxtel en PHS Boxtel.Tabel 61 Projectoverzicht behorende bij 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (bedragen x € 1 miljoen)ProjectbudgetKasbudgetIndienststellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigProgramma Hoogfrequent SpoorvervoerAanleg3.3863.2871.457242220178130209223724PHS: Doorstroomstation Utrecht25325325200020172017PHS: Spooromgeving Geldermalsen14114113461020212021PHS: Meteren - Boxtel681649412228365091933202028- 20292028- 202971Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 ProjectbudgetKasbudgetIndienststellingProjectomschrijvinghuidigvorigt/m 2021202220232024202520262027laterhuidigvorigPHS: Rijswijk - Rotterdam375364146804926181812262023- 20262023- 2025PHS Ede615881714921820242024PHS Amsterdam8708328267436445901013782030- 20322030-2032OV-SAAL korte termijn63063063020162016OV-SAAL middellange termijn991039632026- 20282026-2028PHS maatregelen TEV77748152629diversdiversPHS Alkmaar-Amsterdam272665162027/ 20282027/2028PHS Nijmegen en West-entree1010154120272027PHS: Overige maatregelen (projecten < € 50 miljoen)16214753223914151090diversdiversAfrondingenPlanning en studies923888Corridor Alkmaar-AmsterdamCorridor Amsterdam-Utrecht-EindhovenCorridor Schiphol-Utrecht-Arnhem/NijmegenCorridor Breda-EindhovenCorridor Den Haag– RotterdamCorridor OV SAAL middellange termijnRoutering goederenvervoer Zuid-NederlandOverige (planstudiekosten)Afrondingen121Programma4.3094.1751.457243220180131209223724Afrekening voorschotten63484815Begroting (MF 17.10.01)4.3724.2231.505226162131114182194936Overprogrammering (-)‒ 32‒ 58‒ 49‒ 17‒ 27‒ 2921217.09 OntvangstenMotiveringOp dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden voor de realisatie van de Megaprojecten verkeer en vervoer, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord en de afrekeningen van voorschotten op de subsidies aan ProRail.Tabel 62 Ontvangsten artikel 17 (bedragen x € 1 miljoen)202020212022202320242025Bijdragen van derden3313228772Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 3.7 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangstenA. Omschrijving van de samenhang in het beleidDit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.Het projectartikel is gerelateerd aan het beleidsartikel 22 Omgevingsvei­ligheid en milieurisico’s (Externe veiligheid) van de begroting Hoofdstuk XII.B. Budgettaire gevolgen van uitvoeringTabel 63 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)2021202220232024202520262027Verplichtingen1.5835.993Uitgaven1.6195.85118.06 Externe veiligheid1.6193.34518.08 Netwerkoverstijgende kosten2.50618.08.03 Afroming Eigen Vermogen Rijkswaterstaat2.50618.12 Nader toe te wijzen Onderhoud en vernieuwing18.12.01 Onderhoud18.12.02 VernieuwingOntvangsten‒ 279.865245.27018.09 Ontvangsten4.31018.10 Saldo van de afgesloten rekeningen‒ 279.865240.960BudgetflexibiliteitDe budgetten voor externe veiligheid zijn 2023 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2023. De middelen afroming eigen vermogen Rijkswa­terstaat zijn beleidsmatig gereserveerd.Tabel 64 Geschatte budgetflexibiliteit art. 182023Juridisch verplicht57%Bestuurlijk gebondenBeleidsmatig gereserveerd43%Nog niet ingevuld/vrij te bestedenC. Toelichting18.06 Externe VeiligheidMotiveringHet budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS) (Kamerstukken II 2005–2006, 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet.18.08 Netwerkgebonden kostenMotiveringDit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswater­staat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. 73Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 De maximale omvang van het eigen vermogen is door Rijkswaterstaat in 2021 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat – in lijn met het zwaartepunt van de herkomst – deze middelen zijn toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. De middelen worden in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.Belangrijkste budgettaire aanpassingVan het surplus aan eigen vermogen dat de dit jaar is afgeroomd (totaal € 4,3 miljoen euro) is € 1,8 miljoen overgeboekt naar de netwerkgebonden kosten RWS (artikel 12.06) en wordt ingezet voor de verbetering van generieke processen.18.09 OntvangstenMotiveringDit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswater­staat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen is door Rijkswaterstaat in 2021 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat – in lijn met het zwaartepunt van de herkomst – deze middelen zijn toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. De middelen zijn in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.74Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 3.8 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen RijkA. Omschrijving van de samenhang in het beleidOp dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting Hoofdstuk XII komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII.Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investe­ringsfondsen op de begroting Hoofdstuk XII.B. Budgettaire gevolgen van uitvoeringTabel 65 Budgettaire gevolgen van uitvoering art. 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000)2021202220232024202520262027Ontvangsten6.976.2467.480.5658.416.71517.491.9169.272.2698.463.8537.986.52619.09 Ten laste van begroting IenW6.976.2467.480.5658.416.71517.491.9169.272.2698.463.8537.986.526C. ToelichtingMotiveringDit begrotingsartikel is technisch van aard.75Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 4. BijlagenBijlage 1: Voeding van het Mobiliteitsfonds en begrotingsstaat per productartikelonderdeelTabel 66 Voeding van het MobiliteitsfondsBedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 203611Verkenningen, reserveringen en investeringsruimteUitgaven11.01Verkenningen2.0192.75017.1004.111223.903368.275644.736554.517409.001260.71699.7932.586.92111.02Korte termijn mobiliteitsmaatregelen67267211.03Reserveringen68.7091.088.0351.178.6071.472.9701.192.2471.288.1021.322.5601.261.3581.442.8001.279.208919.208732.208224.370117.028136.21613.723.62611.04Generieke investeringsruimte2.0426.04114.37868.435143.458185.781230.940363.458188.791377.374269.918401.642279.6261.392.1671.799.6625.723.713Ontvangsten11.09Ontvangsten47.50047.500Bijdrage van hfdst XII (art 26)73.4421.096.8261.210.0851.545.5161.559.6081.794.6582.198.2362.179.3332.040.5921.917.2981.288.9191.133.850503.9961.509.1951.935.87821.987.432Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 203612HoofdwegennetUitgaven12.01Exploitatie4.4794.4784.2664.1594.1594.1594.1684.1684.1684.1684.1684.1684.1684.1684.16863.21212.02Onderhoud en vernieuwing1.279.3491.135.9791.228.7761.371.067742.576698.813590.563498.495618.164780.550780.550816.988848.038824.842863.68913.078.43912.03Ontwikkeling663.012714.4181.113.1861.124.1591.159.608891.5701.225.505809.373587.039832.067396.672561.5061.022.902573.354267.48911.941.86012.04Geïntegreerde contractvormen/PPS606.138514.098887.350616.391628.301677.374543.998537.679531.440520.293485.222476.934369.844391.663374.3658.161.09012.06Netwerkgebonden kosten HWN840.914776.377672.231673.413600.355589.116596.034591.394591.394591.394585.667585.667586.172586.172586.1729.452.472Ontvangsten12.09Ontvangsten155.5038.30744.79749.95159.67670.97581.082134.38489.76661.68655.759151.38674.80253.97853.9781.146.030Bijdrage van hfdst XII (art 26)2.616.3773.103.8153.681.8243.539.4342.836.6192.506.1572.554.8581.769.1891.883.3752.420.0421.973.4841.688.3332.457.1142.110.3091.825.99336.966.92376Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 2036Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 203613SpoorwegenUitgaven13.02Exploitatie onderhoud en vernieuwing1.965.3071.990.7661.974.8931.968.6901.570.1851.635.0441.439.8121.464.5551.610.5231.630.0351.672.1551.761.2861.860.6991.834.0411.979.71326.357.70413.03Ontwikkeling552.933506.053444.210349.614322.018278.638251.042170.206134.11283.145103.625234.99064.995120.87866.9773.683.43613.04Geïntegreerde contractvormen/PPS198.952202.928180.455175.979176.889174.656131.49585.81586.05346.9891.460.21113.07Rente en aflossing8.298.0008.298.000Ontvangsten13.09Ontvangsten246.722209.263229.802359.115203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.7843.286.526Bijdrage van hfdst XII (art 26)2.470.4702.490.48410.667.7562.135.1681.865.3081.884.5541.618.5651.516.7921.626.9041.556.3851.571.9961.792.4921.721.9101.751.1351.842.90636.512.825Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 203614Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma'sUitgaven14.01Regionale infrastructuur36.0683.29037.74070.56969.07010.40817.392244.53714.03Bereikbaarheidsprogramma's51.10951.109Ontvangsten14.09Ontvangsten4242Bijdrage van hfdst XII (art 26)87.1353.29037.74070.56969.07010.40817.392295.604Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 203677Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 203615HoofdvaarwegennetUitgaven15.01Exploitatie10.97210.1529.8269.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.661146.88215.02Onderhoud en vernieuwing541.864591.958744.527704.055352.138270.351241.556224.286202.278317.978332.437350.732423.300395.642395.6426.088.74415.03Ontwikkeling379.028219.577210.532290.144693.336262.068296.832257.21387.49782.39782.39882.54893.06598.51498.0133.233.16215.04Geïntegreerde contractvormen/PPS185.834117.96191.11665.28454.63354.63654.57554.47753.55553.61452.93054.02352.08952.46541.5361.038.72815.06Netwerkgebonden kosten HVWN412.627411.581385.224374.528337.696339.130340.806341.324339.804339.804339.104339.104339.104339.104339.1045.318.044Ontvangsten15.09Ontvangsten67.3965.58710.1219.4411.74148915015015015015015015015015096.125Bijdrage van hfdst XII (art 26)1.462.9291.345.6421.431.1041.434.2311.445.723935.357943.280886.811692.645803.304816.380835.918917.069895.236883.80615.729.435Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 203617Megaprojecten Verkeer en VervoerUitgaven17.06Project Mainportontwikkeling Rotterdam1.3357997008106908101.81069069069069057.18666.90017.07ERMTS107.71246.07454.226123.354125.816158.998249.867456.615314.896276.330319.15350.53725.53725.53725.5362.360.18817.08ZuidasDok137.750183.980157.21277.265119.759155.136149.941100.965107.53144.22327.8681.261.63017.10Programma Hoogfrequent Spoorvervoer232.905168.809139.159208.484270.482302.400408.461338.338151.938113.677106.88578.86536.75336.75636.7532.630.665Ontvangsten17.09Ontvangsten92.08356.23267.07862.36667.92645.852276.111467.650Bijdrage van hfdst XII (art 26)387.619343.430284.219347.547448.821571.492810.077896.608498.944434.920454.596186.58862.29062.29362.2895.851.73378Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 2036Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 203618Overige uitgaven en ontvangstenUitgaven18.06Externe veiligheid3.3453.34518.08Netwerkoverstijgende kosten2.5062.506Ontvangsten18.09Ontvangsten4.3104.31018.10Saldo van de afgesloten rekeningen240.960240.960Bijdrage van hfdst XII (art 26)‒ 239.419‒ 239.419Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 203619Bijdragen andere begrotingen RijkOntvangsten19.09Ten laste van begroting IenW7.480.5658.416.71517.491.9169.272.2698.463.8537.986.5268.466.7367.786.2697.101.5247.378.6936.328.4116.242.7255.961.5876.544.0806.766.784121.688.653Bijdrage van hfdst XII (art 26)7.480.5658.416.71517.491.9169.272.2698.463.8537.986.5268.466.7367.786.2697.101.5247.378.6936.328.4116.242.7255.961.5876.544.0806.766.784121.688.653Totaal Uitgaven8.287.5818.696.10417.843.7149.753.1428.796.9808.355.1268.751.7548.124.5877.471.3357.644.3136.588.1046.598.0456.240.3236.801.9927.024.696126.977.79679Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bedragen € x 1.0002022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022‒ 2036Totaal Ontvangsten807.016279.389351.798480.873333.127368.600285.018338.318369.811265.620259.693355.320278.736257.912257.9125.289.143Totaal Bijdrage van hfdst XII (art 26)7.480.5658.416.71517.491.9169.272.2698.463.8537.986.5268.466.7367.786.2697.101.5247.378.6936.328.4116.242.7255.961.5876.544.0806.766.784121.688.65380Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bijlage 2: VerdiepingsbijlageIn de verdiepingsbijlage is per productartikel een meerjarige begrotings­mutatietabel opgenomen op artikelonderdeelniveau met daarbij de aansluiting tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds. Bij het toelichten van de begrotingsmutaties wordt de normering die is opgenomen in de leeswijzer gehanteerd. Dit houdt in dat de begrotingsmutaties, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant). De begrotingsmutaties zijn in alfabetische volgorde in de tabellen opgenomen en worden ook in deze volgorde toegelicht.81Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimteTabel 67 Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte (bedragen x € 1.000)11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimteTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 11.01 Verkenningen5.0004.000109.063173.871339.458474.467634.519544.365181.032Mutaties Voorjaarsnota 2022‒ 1.481‒ 1.500‒ 91.963‒ 170.267‒ 116.949‒ 108.815‒ 1.536‒ 1.467212.310213.94161.888Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 11.01 Verkenningen3.5192.50017.1003.604222.509365.652632.983542.898393.342213.94161.888Kasschuiven verkenningen, reserveringen en investeringsruimte0‒ 1.500250‒ 2501.500Loon- en prijsbijstelling 2022126.9855071.6441.12311.75311.61915.65946.77537.905Mutaties Miljoenennota 2023‒ 1.5002505071.3942.62311.75311.61915.65946.77537.905Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 11.01 Verkenningen2.0192.75017.1004.111223.903368.275644.736554.517409.001260.71699.793Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 11.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen5.639Mutaties Voorjaarsnota 2022‒ 5.000Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 11.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen639Loon- en prijsbijstelling 20223333Mutaties Miljoenennota 202333Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 11.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen672Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 11.03 Reserveringen176.256171.825110.00169.001103.65787.195161.612109.75066.269105.000159.000106.700287.352116.770107.354Mutaties Voorjaarsnota 2022339.8301.962.2902.673.3472.947.5001.218.4731.222.8051.187.806930.000912.907750.000‒ 54.000‒ 1.700‒ 7.550Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 11.03 Reserveringen516.0862.134.1152.783.3483.016.5011.322.1301.310.0001.349.4181.039.750979.176855.000105.000105.000279.802116.770107.354Aanvulling beveiligde truckparking‒ 8.000‒ 8.000Aanvulling cybersecurity55.80013.95013.95013.95013.950Afrekening Service Level Agreement (SLA)‒ 173.100‒ 173.100Aanvulling SPV Regeling 2022‒ 98.000‒ 49.000‒ 49.000Aanvulling uitrol scope ERTMS op Noordelijke Lijnen‒ 60.000‒ 60.000HXII: Bijdrage Aerius‒ 2.800‒ 1.400‒ 1.400HXII: Opdrachten MaaS‒ 1.667‒ 400‒ 667‒ 600HXII: Overboeking inhuur MaaS‒ 833‒ 600‒ 233HXII: Opdrachten Caribisch Nederland (CN)‒ 200‒ 20082Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimteTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036HXII: Personele uitgaven Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV)‒ 2.000‒ 1.000‒ 1.000HXII: Roemer‒ 3.680‒ 1.200‒ 2.480Kaderaanpassingen reserveringen Coalitieakkoord0‒ 736.125‒ 745.570‒ 661.305‒ 130.000‒ 20.000260.000450.000470.000500.000613.000Kasschuiven verkenningen, reserveringen en investeringsruimte0‒ 151.639‒ 119.76745.183117.7711.750‒ 32.496‒ 49.000‒ 11.250288.750‒ 11.250‒ 78.052Loon- en prijsbijstelling 202288.8067621.29714.0065.2281.2971.0325.63810.60813.6242582582585.42025828.862Modaliteitsspecifieke reservering45.00011.25011.25011.25011.250Overboeking fte's voor ontsluiting woningbouw‒ 14.650‒ 2.930‒ 2.930‒ 2.930‒ 2.930‒ 2.930Overboeking Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)‒ 5.000‒ 5.000Toevoegingen ten behoeve van EOV (Exploitatie, onderhoud en vernieuwing)‒ 840.400‒ 66.000‒ 313.941‒ 460.459Verdeling CA-middelen naar RWS-netwerken‒ 1.275.100‒ 133.775‒ 599.489‒ 541.836Mutaties Miljoenennota 2023‒ 447.377‒ 1.046.080‒ 1.604.741‒ 1.543.531‒ 129.883‒ 21.898‒ 26.858221.608463.624424.208814.208627.208‒ 55.43225828.862Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 11.03 Reserveringen68.7091.088.0351.178.6071.472.9701.192.2471.288.1021.322.5601.261.3581.442.8001.279.208919.208732.208224.370117.028136.216Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 11.04 Generieke investeringsruimte356.5191.046.387536.755907.457541.0571.679.3631.728.019Mutaties Voorjaarsnota 20222.500‒ 67.069‒ 57.680‒ 7.680‒ 85.680‒ 7.680‒ 23.000Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 11.04 Generieke investeringsruimte2.500289.450988.707529.075821.777533.3771.656.3631.728.019Aanvulling A2 Vonderen-Kerensheide‒ 42.200‒ 497‒ 35.880‒ 647‒ 647‒ 647‒ 647‒ 647‒ 647‒ 647‒ 647‒ 647Aanvulling actieve verkeersbegeleiding Waddenzee‒ 10.000‒ 10.000Aanvulling activiteiten voor Smart mobility‒ 32.188‒ 32.188Aanvulling brandblusvoorzieningen Rotterdamse Haven‒ 100.000‒ 25.000‒ 25.000‒ 25.000‒ 25.000Aanvulling budget gemaakte Covid-19-kosten‒ 34.855‒ 6.531‒ 281‒ 15‒ 6.162‒ 8.100‒ 6.000‒ 7.766Aanvulling budget knooppunt Hoevelaken‒ 275.000‒ 76.250‒ 66.250‒ 66.250‒ 66.250Aanvulling budget vertragingskosten ViA15‒ 42.000‒ 26.000‒ 16.000Aanvulling cybersecurity‒ 55.800‒ 13.950‒ 13.950‒ 13.950‒ 13.950Aanvulling Jan Blankenbrug (Hoofdwegennet/Fiets)‒ 250‒ 25083Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimteTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Aanvulling maatregelenpakket HSL-zuid‒ 37.531‒ 37.531Aanvulling minregel Vrachtwagenheffing‒ 320.291‒ 80.291‒ 80.000‒ 80.000‒ 80.000Aanvulling N50 Kampen-Kampen Zuid‒ 3.100‒ 3.100Aanvulling suicidepreventie‒ 10.000‒ 10.000BTW Zanddijk provincie Zeeland‒ 1.070‒ 1.070Claim stikstofreservering naar PHS Meteren Boxtel‒ 6.293‒ 6.293Correctie indexering 2021 nazorg109109Cybersecurity‒ 9.656‒ 4.828‒ 4.828Extrapolatie 2036‒ 9.179‒ 9.179HXII: BOA Agentschapsbijdrage‒ 6.350‒ 3.215‒ 1.920‒ 1.215HXII: Bijdrage Aerius‒ 5.000‒ 1.000‒ 1.000‒ 1.000‒ 1.000‒ 1.000HXII: Implementatierichtlijn RISM‒ 9.800‒ 1.400‒ 1.400‒ 1.400‒ 1.400‒ 1.400‒ 1.400‒ 1.400HXII: Onderweg in Nederland (ODiN)‒ 2.752‒ 688‒ 688‒ 688‒ 688HXII: Unit innovatie‒ 18.500‒ 3.500‒ 5.000‒ 5.000‒ 5.000Kaderaanpassingen en kaderruilen (tussen modaliteiten)0147.435278.733188.791‒ 273.70973.579‒ 164.668‒ 202.282‒ 47.879Kasschuiven verkenningen, reserveringen en investeringsruimte‒ 35.991‒ 42.117‒ 10.286‒ 16.59420.24586.127163.93385.54738.342‒ 95.740‒ 115.622‒ 7.569‒ 12.455‒ 7.112‒ 127.3454.655Kustwacht Maritieme Veiligheid‒ 1.890‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135‒ 135Loon- en prijsbijstelling 2022629.21762.68831.67939.00662.17367.75457.863‒ 1.26053.165‒ 52.60955.158‒ 77.57665.22299.39588.21078.349Modaliteitsspecifieke reservering‒ 45.000‒ 11.250‒ 11.250‒ 11.250‒ 11.250Reservering niet verschuldigde treinpaden op 50% brengen0‒ 1.5001.500Reservering voor prestatiebonus op 50% brengen0‒ 1.0001.000Saldo mee- en tegenvallers spoorwegen‒ 9.163‒ 1‒ 9.162Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet2.440936‒ 1.0005191.985Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet‒ 39.185‒ 39.185Stikstofreservering voor PHS Meteren Boxtel‒ 1.177‒ 1.177Toevoeging nieuw programma: (reservering) Brandwerendheid tunnels‒ 125.600‒ 25.120‒ 25.120‒ 25.120‒ 25.120‒ 25.120Toevoeging voor tegenvallers subsidieaanvraag ProRail 2022‒ 165.000‒ 165.000Vaargeul de Boontjes 2022-2026‒ 2.500‒ 500‒ 500‒ 500‒ 500‒ 500Mutaties Miljoenennota 2023‒ 4586.04114.37868.435143.458185.781230.940363.458‒ 100.659‒ 611.333‒ 259.157‒ 420.135‒ 253.751‒ 264.19671.64384Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimteTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 11.04 Generieke investeringsruimte2.0426.04114.37868.435143.458185.781230.940363.458188.791377.374269.918401.642279.6261.392.1671.799.662Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2022 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte186.895175.825219.064242.872443.115561.662796.131654.115603.8201.151.387695.7551.014.157828.4091.796.1331.835.373Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2022 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte522.7442.136.6152.800.4483.020.1051.544.6391.675.6521.982.4011.582.6481.661.9682.057.648695.963926.777813.1791.773.1331.835.373Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2023 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte73.4421.096.8261.210.0851.545.5161.559.6081.842.1582.198.2362.179.3332.040.5921.917.2981.288.9191.133.850503.9961.509.1951.935.878Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 11.09 Ontvangsten17.50030.000Mutaties Voorjaarsnota 2022‒ 17.500‒ 30.00047.500Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 11.09 Ontvangsten47.500Mutaties Miljoenennota 2023Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 11.09 Ontvangsten47.500Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2022 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimteTotaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2022 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte47.500Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2023 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte47.50085Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Aanvulling A2 Vonderen-KerensheideDit betreft een budgettoevoeging om het uitvoeringsbesluit te kunnen nemen. De bedragen vallen uiteen in aanvullingen voor het aanlegbudget, maatregelen voor geluidsanering en instandhouding. De middelen zijn overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.02 (planning en studies hoofdwegennet).Aanvulling actieve verkeersbegeleiding WaddenzeeMet deze aanvulling vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 is budget vrijgemaakt voor actieve verkeersbegeleiding op de Waddenzee. Het budget wordt toegevoegd aan artikel 15.03.02 (planning en studies hoofdvaarwe­gennet).Aanvulling activiteiten voor Smart mobilityDit betreft een ophoging van de middelen voor Smart Mobility vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.02 (planning en studies hoofdwegennet) ten behoeve van urgente activiteiten. Het betreft uitgaven voor onder andere uitvoeringstoetsen van de RDW, het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) en de Centrale Netwerkregistratie.Aanvulling beveiligde truckparkingVanuit het programma Goederenvervoer Corridors (GVC) zijn middelen gereserveerd voor beveiligde truckparkings. Afgesproken is om deze middelen over te hevelen van artikel 11.03 (reserveringen) naar artikel 12.03.02 (planning en studies hoofdwegennet) om de opdrachten te kunnen uitgeven.Aanvulling brandblusvoorzieningen Rotterdamse HavenDit betreft een overboeking vanuit de generieke investeringsruimte op artikel 11.04 naar artikel 13.03.02 (aanleg spoorwegen) ten behoeve van brandblusvoorzieningen Rotterdamse haven.Aanvulling budget gemaakte Covid-19-kostenEr zijn extra kosten gemaakt als gevolg van Covid-19-maatregelen. Deze kosten zijn tijdelijk voorgefinancierd. Ter compensatie hiervan is het project­budget verhoogd met de hoogte van de gemaakte Covid-19-kosten. Dit budget is overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte op artikel 11.04 naar de artikelen 12 (hoofdwegennet) en 15 (hoofdvaarwegennet).Aanvulling aanlegbudget knooppunt HoevelakenHet aanlegbudget van knooppunt Hoevelaken wordt opgehoogd in verband met vervanging van de Arkervaartviaduct. Hiervoor wordt budget overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.02 (planning en studies hoofdwegennet).Aanvulling budget vertragingskosten ViA15Vanwege vertragingskosten is budget overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.01 (aanleg hoofdwegennet).Aanvulling cybersecurityDit betreft een aanvulling van de apparaatsmiddelen voor versterking van de cybersecurity van RWS. De beveiliging van de primaire processen is nodig om het cyberrisico te verlagen naar een acceptabel niveau voor RWS. De middelen zijn overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.06.01 (apparaat hoofdwegennet).86Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Aanvulling maatregelenpakket HSL-zuidDit betreft een overboeking vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar het opdrachtenbudget op artikel 13.03.01 (aanleg spoorwegen) ten behoeve van een opdracht voor geluidsmaatregelen.Aanvulling minregel vrachtwagenheffingMet de goedkeuring van het wetsvoorstel Vrachtwagenheffing door de Tweede- en Eerste Kamer is het budget opgehoogd met € 320 miljoen voor de realisatiefase. De totale uitvoeringskosten komen hiermee op € 400 miljoen. Dit is in lijn met de vigerende kostenramingen. De hogere uitvoeringskosten worden voorgefinancierd met een minregel op de generieke investeringsruimte op artikel 11.04. De middelen zijn overgeboekt naar artikel 12.03.02 (planning en studies hoofdwegennet). De raming kan bij de 1e suppletoire begroting van 2023 worden bijgesteld als de second opinion naar de kostenraming daar aanleiding toe geeft.Aanvulling SPV Regeling 2022Dit betreft een overheveling van vanuit de reservering Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) op artikel 11.03 (reserveringen) naar artikel 12.03.02 (planning en studies hoofdwegennet) ten behoeve van de ophoging van de Regeling Impuls Verkeersveiligheid.Aanvulling suicidepreventieMet inachtneming van de evaluatie heeft ProRail aan IenW een voorstel gedaan om het huidige programma suicidepreventie te verlengen voor de periode 2022-2026. De middelen zijn overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 13.03.01 (aanleg spoorwegen).Aanvulling uitrol scope ERTMS op Noordelijke LijnenDit betreft een aanvulling vanuit de op artikel 11.03 gereserveerde middelen ten behoeve van het besluit om de uitrol van ERTMS toe te voegen aan de Noordelijke lijnen. De scope van het programma ERTMS wordt hiermee uitgebreid. Dit bedrag zal conform de afgesloten bestuursovereenkomst via een Specifieke Uitkering (SPUK) als eenmalige lumpsum bijdrage aan de regio worden overgemaakt. De middelen zijn toegevoegd aan artikel 17.07.01 (aanleg ERTMS).Afrekening Service Level Agreement (SLA)Dit betreft de afrekening van de SLA 2018-2021 waarbij het verschil tussen de ontvangen agentschapsbijdrage en gemaakte kosten over deze periode wordt afgerekend. Budget voor deze afrekening is overgeboekt vanuit de reservering voor de Coalitieakkoord-middelen instandhouding op artikel 11.03.Kaderaanpassingen en kaderruilen (tussen modaliteiten)Dit beteffen kaderaanpassingen (via het generale beeld) en kaderruilen om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen onder de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelondertdelen op te lossen.Kaderaanpassingen reserveringen CoalitieakkoordDit betreft kasschuiven op de reserveringen artikel 11.03. In totaal wordt er € 2,3 miljard van 2029-2033 naar 2023-2027 geschoven. Het gaat hier om de reservering Nationaal Groeifonds (€ 2,3 miljard) en de instandhoudings­middelen (€ 52 miljoen van 2024-2025 naar 2023).87Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Kasschuiven verkenningen, reserveringen en investeringsruimteOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.Loon- en prijsbijstelling 2022Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2022 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investerings­ruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.Modaliteitsspecfieke reserveringOm specifieke afwegingen binnen modaliteiten te kunnen maken zijn middelen overgeheveld vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 11.03 (reserveringen).Overboeking fte's voor ontsluiting woningbouwDit betreft middelen voor fte's die ten behoeve van de uitvoering van het programma ontsluiting Woningbouw naar IenW en van IenW naar het Ministerie van BZK worden overgeheveld. Deze middelen zijn centraal gereserveerd op artikel 11.03 (reserveringen).Overboeking Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)Op basis van het bestedingsplan 2022 voor het traject Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) worden middelen overgeboekt van artikel 11.03 (reserveringen) naar artikel 13.02.01 (exploitatie, onderhoud en vernieuwing spoorwegen) en 13.03.04 (planning en studies personen­vervoer).Saldo mee- en tegenvallers spoorwegenDit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Spoorwegen.Toevoeging nieuw programma: (reservering) brandwerendheid tunnelsIn deze begroting is een nieuw programma op artikel 12.02 geplaatst, het programma Brandwerendheid tunnels. Dit programma richt zich op het aanbrengen van hittewerende bekleding in tunnels ten behoeve van brand­werendheid. RWS voert dit programma uit en verstrekt de opdracht zoveel mogelijk binnen bestaande werkzaamheden (zoals aanleg en onderhoud). Dit budget is overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte op artikel 11.04 naar artikel 12.02.04 (vernieuwing hoofdwegennet).Toevoegingen ten behoeve van EOV (Exploitatie, onderhoud en vernieuwing)Dit betreffen overboekingen met betrekking tot tegenvallers in 2021 als gevolg van de gerechtelijke uitspraak inzake de PGO-contracten die vanuit de Coalitieakkoord middelen wordt gedekt. Daarbij betreft dit ook een overboeking vanuit de Coalitieakkoord middelen EOV Spoor om het tekort in de periode 2024 en 2025 af te dekken. Deze middelen zijn overgeboekt vanuit de reservering van de Coalitieakkoord middelen op artikel 11.03 naar artikel 13.02.01 (exploitatie, onderhoud en vernieuwing spoorwegen).Toevoeging voor tegenvallers subsidieaanvraag ProRail 2022In de subsidieaanvraag 2022 van ProRail worden tegenvallers gemeld waarvan de havenproblematiek, incidentenbestrijding beheer, vervanging ICT en indexering de belangrijkste zijn. Om deze tegenvallers te dekken zijn middelen overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 13.02.01 (exploitatie, onderhoud en vernieuwing spoorwegen).88Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Verdeling Coalitieakkoord-middelen naar RWS-netwerkenDit betreft de verdeling van de Coalitieakkoord middelen instandhouding met een verdeelsleutel over de netwerken.HXII: BOA AgentschapsbijdrageDit betreft een overboeking vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar Hoofdstuk XII artikel 14 (Wegen en verkeersveiligheid) ten behoeve van een afgesproken bijdrage voor de inzet van fte's ten behoeve van Beleids­ondersteuning en advies (BOA).HXII: Bijdrage AeriusDit betreft een overboeking vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar Hoofdstuk XII artikel 14 (Wegen en verkeersveiligheid) ten behoeve van de jaarlijkse bijdrage voor de Aerius-calculator (rekeninstrument voor stikstofneerslag voor toestemmingsverlening en monitoring).HXII: Implementatierichtlijn RISMNaleving van de implementatierichtlijn RISM leidt tot een budgetoverhe­veling vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.02 (planning en studies hoofdwegennet). Daarnaast is budget overgeheveld naar de begroting Hoofdstuk XII.HXII: Unit innovatieDit betreft een overboeking vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar Hoofdstuk XII artikel 14 (Wegen en verkeersveiligheid) ten behoeve van diverse beleidsopdrachten voor innovatieprojecten voor met name een «toekomstvast» mobiliteitssysteem. Ook uitgaven in het kader van datage­dreven monitoring en evaluatie worden hieruit betaald.89Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Artikel 12 HoofdwegennetTabel 68 Artikel 12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)12 HoofdwegennetTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 12.01 Exploitatie3.9593.9583.9573.9553.9553.9553.9633.9633.9633.9633.9633.9633.9633.9633.963Mutaties Voorjaarsnota 2022300300100Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 12.01 Exploitatie4.2594.2584.0573.9553.9553.9553.9633.9633.9633.9633.9633.9633.9633.9633.963Loon- en prijsbijstelling 20223.106220220209204204204205205205205205205205205205Mutaties Miljoenennota 2023220220209204204204205205205205205205205205205Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 12.01 Exploitatie4.4794.4784.2664.1594.1594.1594.1684.1684.1684.1684.1684.1684.1684.1684.168Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 12.02 Onderhoud en vernieuwing1.192.1661.362.001864.1121.021.045696.951603.388497.207497.335479.188631.609631.609666.260773.305882.777821.293Mutaties Voorjaarsnota 2022‒ 2.077‒ 285.221‒ 17.107‒ 3.5741.16453.13856.382‒ 37.00075.52677.52177.52177.519Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 12.02 Onderhoud en vernieuwing1.190.0891.076.780847.0051.017.471698.115656.526553.589460.335554.714709.130709.130743.779773.305882.777821.293Aanvullend budget gemaakte Covid-19-kosten6.1261266.000Afrekening Service Level Agreement (SLA)140.700140.700Kasschuiven hoofdwegennet02.6047.9857.9857.9857.9857.9857.9857.9857.9857.9857.9857.9857.985‒ 98.424Loon- en prijsbijstelling 2022612.49561.75157.57444.53753.09936.47634.30228.98924.17530.34538.31538.31540.10441.62840.48942.396Overeenkomst beheer en onderhoud 2022-2023‒ 193.798‒ 115.242‒ 78.556Overboeking budget vervanging tuien A12/A27 Ring Utrecht‒ 23.353‒ 553‒ 19.900‒ 2.900Toevoeging nieuw programma: (reservering) brandwerendheid tunnels125.60025.12025.12025.12025.12025.120Verdeling Coalitieakkoord-middelen naar RWS-netwerken716.63191.970332.149292.512Mutaties Miljoenennota 202389.26059.199381.771353.59644.46142.28736.97438.16063.45071.42071.42073.20974.733‒ 57.93542.396Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 12.02 Onderhoud en vernieuwing1.279.3491.135.9791.228.7761.371.067742.576698.813590.563498.495618.164780.550780.550816.988848.038824.842863.689Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 12.03 Ontwikkeling600.636830.865896.302942.495949.299629.404604.567603.5171.170.545582.900719.052693.411766.59036.83157.318Mutaties Voorjaarsnota 202287.785139.74722.236169.659138.354105.944‒ 50.13379.477‒ 218.441‒ 253.352‒ 140.872‒ 99.230‒ 1.05016.757Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 12.03 Ontwikkeling688.421970.612918.5381.112.1541.087.653735.348554.434682.994952.104329.548578.180594.181765.54053.58857.31890Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 12 HoofdwegennetTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Aanvulling A2 Vonderen-Kerensheide42.20049735.880647647647647647647647647647Aanvulling aanlegbudget knooppunt Hoevelaken275.00076.25066.25066.25066.250Aanvulling activiteiten voor Smart mobility32.18832.188Aanvulling beveiligde truckparking8.0008.000Aanvulling budget gemaakte Covid-19-kosten1.5902001401.250Aanvulling budget vertragingskosten ViA1542.00026.00016.000Aanvulling minregel vrachtwagenheffing320.29180.29180.00080.00080.000Aanvulling N50 Kampen-Kampen Zuid3.1003.100Aanvulling SPV-regeling 202298.00049.00049.000Aanvulling tijdelijke tolheffing71.8927.1917.1897.1897.1897.1897.1897.1897.1897.1897.189Bijdragen derden Hoofdwegennet‒ 3.903‒ 20‒ 2.700‒ 3.7652.582BTW Zanddijk provincie Zeeland1.0701.070Extrapolatie 20369.1789.178Externe inhuur OVS‒ 74‒ 74HXII: Aanvulling inhuur Beter Benutten (uit 2021)‒ 893‒ 293‒ 200‒ 200‒ 200HXII: Bijdrage uitvoeringstoetsen RDW‒ 5.100‒ 3.538‒ 1.054‒ 508HXII: Implementatierichtlijn RISM9.8001.4001.4001.4001.4001.4001.4001.400HXII: Inhuur N35 Wijthmen - Nijverdal‒ 687‒ 335‒ 352HXII: Ondersteuning capaciteit RWS‒ 140‒ 70‒ 70HXII: Personele budgetten Mobiliteit en Gebieden‒ 9.000‒ 1.800‒ 1.800‒ 1.800‒ 1.800‒ 1.800HXII: Proceskosten Bouw‒ 1.200‒ 600‒ 600HXII: Subsidie Onderzoek TSL0500‒ 500ILT: Vrachtwagenheffing‒ 578‒ 289‒ 289Jan Blankenbrug (Hoofdwegennet/Fiets)250250Kaderaanpassingen A16 Rotterdam, Ring Utrecht en ViA150‒ 359.900340.00019.900Kaderaanpassingen en kaderruilen (tussen modaliteiten)0‒ 129.000‒ 176.000205.000598.90349.076‒ 785.957129.720‒ 406.844‒ 238.206141.155420.143192.010Kasschuiven Hoofdwegennet35.991‒ 86.26375.360‒ 44.494‒ 138.595‒ 50.385‒ 131.265‒ 61.0362.673125.816141.63536.33441.22035.87785.4513.663Loon- en prijsbijstelling 2022550.61917.55668.79245.04246.82827.53029.41895.36836.794142.0416.5786.4168.8254.03312.1253.273Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet‒ 455‒ 9361.000‒ 51991Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 12 HoofdwegennetTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Toevoeging Coalitieakkoord middelen: Verkeersveiligheid Rijks-N-wegen200.00025.00025.00075.00075.000Opdrachten Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV)1.0001.000Overboeking budget vervanging tuien A12/A27 Ring Utrecht23.35355319.9002.900Overboeking MJPG spoor naar wegen151.10010.00010.00030.00030.00030.00030.00011.100Overboeking ontsnippering Notterveld6.6551.0791.8011.9361.839Mutaties Miljoenennota 2023‒ 25.409‒ 256.194194.64812.00571.955156.222671.071126.379‒ 365.065502.519‒ 181.508‒ 32.675257.362519.766210.171Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 12.03 Ontwikkeling663.012714.4181.113.1861.124.1591.159.608891.5701.225.505809.373587.039832.067396.672561.5061.022.902573.354267.489Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS525.002644.721721.101580.398633.084658.461527.463524.864521.563519.351480.595434.526352.917392.094375.305Mutaties Voorjaarsnota 202255.969‒ 3.9824.45816.644‒ 28.5875.3875.7322.246‒ 846‒ 7.438‒ 4.89529.3918.730‒ 16.757Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS580.971640.739725.559597.042604.497663.848533.195527.110520.717511.913475.700463.917361.647375.337375.305Aanvullende Covid-19 claim HWN en HVWN19.0556.0434.9128.100Kaderaanpassingen A16 Rotterdam, Ring Utrecht en ViA150‒ 143.700143.700Kasschuiven Hoofdwegennet08.318‒ 8.318Loon- en prijsbijstelling 2022186.52319.12417.05918.09114.43715.70413.52610.80310.56910.72310.3659.52213.0178.1978.0087.378Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet‒ 1.985‒ 1.985Mutaties Miljoenennota 202325.167‒ 126.641161.79119.34923.80413.52610.80310.56910.7238.3809.52213.0178.19716.326‒ 940Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS606.138514.098887.350616.391628.301677.374543.998537.679531.440520.293485.222476.934369.844391.663374.365Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN660.477652.834630.344634.318569.517564.305571.030566.535566.535566.535566.509566.509566.997566.997566.997Mutaties Voorjaarsnota 202210.9225.9177.9895.471‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN671.399658.751638.333639.789568.173562.961569.686565.191565.191565.191565.165565.165565.653565.653565.653Aanvulling cybersecurity8.5684.2844.28492Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 12 HoofdwegennetTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Afrekening Service Level Agreement (SLA)16.70016.700Bijdrage aan RWS vanuit Programma Open Overheid1.344448448448HXII: Detachering DG Clima2346811749HXII: Maatwerk KNMI-RWS‒ 695‒ 695HXII: SAP Verbetering Generieke Processen‒ 1.800‒ 1.800Loon- en prijsbijstelling 2022313.86823.62323.00122.55322.57720.27120.12220.31520.17020.17020.17020.16920.16920.18620.18620.186Overeenkomst beheer en onderhoud 2022-2023193.798115.24278.556POK aanvulling1.2571.257SAP Verbetering Generieke Processen1.8001.800SZW: Teruggave structurele bijdrage financiering RSO3.405227227227227227227227227227227227227227227227Verbetering informatievoorziening RWS: wettelijke verplichtingen27.0495.6554.5875.4155.6145.778Verdeling teruggekeerde fte's EB RWS1.590106106106106106106106106106106106106106106106Werk aan Uitvoering53.4002.6006.3005.1005.1005.8005.7005.7005.7005.7005.700Mutaties Miljoenennota 2023169.515117.62633.89833.62432.18226.15526.34826.20326.20326.20320.50220.50220.51920.51920.519Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN840.914776.377672.231673.413600.355589.116596.034591.394591.394591.394585.667585.667586.172586.172586.172Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2022 Hoofdwegennet2.982.2403.494.3793.115.8163.182.2112.852.8062.459.5132.204.2302.196.2142.741.7942.304.3582.401.7282.364.6692.463.7721.882.6621.824.876Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2022 Hoofdwegennet3.135.1393.351.1403.133.4923.370.4112.962.3932.622.6382.214.8672.239.5932.596.6892.119.7452.332.1382.371.0052.470.1081.881.3181.823.532Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2023 Hoofdwegennet3.393.8923.145.3503.905.8093.789.1893.134.9992.861.0322.960.2682.441.1092.332.2052.728.4722.252.2792.445.2632.831.1242.380.1992.095.883Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten27.72455.35160.02665.35759.08847.74956.38690.56746.18646.18846.186137.11971.13151.32951.329Mutaties Voorjaarsnota 2022127.722‒ 44.379‒ 20.090‒ 23.992‒ 11.60412.90614.51032.56332.3385.634Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten155.44610.97239.93641.36547.48460.65570.896123.13078.52451.82246.186137.11971.13151.32951.329Aanvulling Tijdelijke Tolheffing71.8927.1917.1897.1897.1897.1897.1897.1897.1897.1897.189Bijdragen derden Hoofdwegennet‒ 3.903‒ 20‒ 2.700‒ 3.7652.582Loon- en prijsbijstelling 202240.71777351.4351.3972.4213.1312.9974.0654.0532.6752.3847.0783.6712.6492.649Mutaties Miljoenennota 202357‒ 2.6654.8618.58612.19210.32010.18611.25411.2429.8649.57314.2673.6712.6492.64993Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 12 HoofdwegennetTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten155.5038.30744.79749.95159.67670.97581.082134.38489.76661.68655.759151.38674.80253.97853.978Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2022 Hoofdwegennet27.72455.35160.02665.35759.08847.74956.38690.56746.18646.18846.186137.11971.13151.32951.329Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2022 Hoofdwegennet155.44610.97239.93641.36547.48460.65570.896123.13078.52451.82246.186137.11971.13151.32951.329Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2023 Hoofdwegennet155.5038.30744.79749.95159.67670.97581.082134.38489.76661.68655.759151.38674.80253.97853.97894Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Aanvulling A2 Vonderen-KerensheideDit betreft een budgettoevoeging om het uitvoeringsbesluit te kunnen nemen. De bedragen vallen uiteen in aanvullingen voor het aanlegbudget, maatregelen voor geluidsanering en instandhouding. De middelen zijn overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.02 (planning en studies).Aanvulling aanlegbudget knooppunt HoevelakenHet aanlegbudget van knooppunt Hoevelaken wordt opgehoogd in verband met vervanging van de Arkervaartviaduct. Hiervoor wordt budget overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.02 (planning en studies).Aanvulling activiteiten voor Smart mobilityDit betreft een ophoging van de middelen voor Smart Mobility vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.02 (planning en studies) ten behoeve van urgente activiteiten. Het betreft uitgaven voor onder andere uitvoeringstoetsen van de RDW, het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) en de Centrale Netwerkregistratie.Aanvulling beveiligde truckparkingVanuit het programma Goederenvervoer Corridors (GVC) zijn middelen gereserveerd voor beveiligde truckparkings. Afgesproken is om deze middelen over te hevelen van artikel 11.03 (reserveringen) naar artikel 12.03.02 (planning en studies) om de opdrachten te kunnen uitgeven.Aanvulling budget gemaakte Covid-19-kostenEr zijn extra kosten gemaakt als gevolg van Covid-19-maatregelen. Deze kosten zijn tijdelijk voorgefinancierd. Ter compensatie hiervan wordt het projectbudget verhoogd met de hoogte van de gemaakte Covid-19-kosten. Dit budget is overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar de artikelen 12.02 (onderhoud en vernieuwing), 12.03 (aanleg) en 12.04 (Geïntegreerde contractvormen/PPS).Aanvulling budget vertragingskosten ViA15Vanwege vertragingskosten is budget overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.01 (aanleg).Aanvulling cybersecurityDit betreft een aanvulling van de apparaatsmiddelen voor versterking van de cybersecurity van RWS. De beveiliging van de primaire processen is nodig om het cyberrisico te verlagen naar een acceptabel niveau voor RWS. De middelen zijn overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.06.01 (apparaat).Aanvulling minregel vrachtwagenheffingMet de goedkeuring van het wetsvoorstel Vrachtwagenheffing door de Tweede- en Eerste Kamer is het budget opgehoogd met € 320 miljoen voor de realisatiefase. De totale uitvoeringskosten komen hiermee op € 400 miljoen. Dit is in lijn met de vigerende kostenramingen. De hogere uitvoeringskosten worden voorgefinancierd met een minregel op de generieke investeringsruimte op artikel 11.04. De middelen zijn overgeboekt naar artikel 12.03.02 (planning en studies). De raming kan bij de 1e suppletoire begroting van 2023 worden bijgesteld als de second opinion naar de kostenraming daar aanleiding toe geeft.95Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Aanvulling SPV-regeling 2022Dit betreft een budgetoverheveling vanuit de reservering Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) op artikel 11.03 (reserveringen) naar artikel 12.03.02 (planning en studies) ten behoeve van de ophoging van de Regeling Impuls Verkeersveiligheid.Aanvulling tijdelijke tolheffingIn 2022 is er een doorstart gemaakt van het programma en is een nieuwe raming opgesteld. Hiervoor zijn door de uitvoerende partijen uitvoering­stoetsen uitgevoerd met als gevolg dat het taakstellend budget van Tijdelijke Tolheffing is opgehoogd op artikel 12.03.02 (planning en studies). Ophoging van het budget wordt gefinancierd uit de toekomstige tolont­vangsten.Afrekening Service Level Agreement (SLA)Dit betreft de afrekening van de SLA 2018-2021 waarbij het verschil tussen de ontvangen agentschapsbijdrage en gemaakte kosten over deze periode wordt afgerekend. Budget voor deze afrekening is overgeboekt vanuit de reservering voor de Coalitieakkoord-middelen instandhouding op artikel 11.03.Bijdrage derden hoofdwegennetDe bijdrage van ProRail inzake MJPG ecoduct Notterveld is komen te vervallen. Deze wordt rechtstreeks aan RWS verstrekt. Op het project ViA15 is per abuis een ontvangst van Hengelder dubbel gesaldeerd in verband met niet ontvangen ontvangsten. Dit wordt met met een mutatie gecorrigeerd.HXII: Bijdrage uitvoeringstoetsen RDWDit betreft een bijdrage voor 2 uitvoeringstoetsen van Smart Mobility die zijn ontstaan vanuit het Europese Reglement 155 en 156. Deze middelen zijn overgeboekt naar de begroting Hoofdstuk XII (artikel 14 Wegen en Verkeers­veiligheid).HXII: Personele budgetten Mobiliteit en GebiedenDe projectenpool van DGMo is de afgelopen jaren flink in omvang van fte's gegroeid zonder dat hier structurele financiële dekking tegenover staat. Tevens worden er fte's ‘uitgeleend’ aan de directies Wegen en Verkeersvei­ligheid en Openbaar Vervoer en Spoor voor werkzaamheden welke eveneens niet structureel zijn gefinancierd. Voor de korte termijn (2022-2026) is budget overgeboekt naar de begroting Hoofdstuk XII.HXII: Implementatierichtlijn RISMNaleving van de implementatierichtlijn RISM leidt tot een budgetoverhe­veling vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 12.03.02 (planning en studies). Daarnaast is budget overgeheveld naar de begroting Hoofdstuk XII.Kaderaanpassingen A16 Rotterdam, Ring Utrecht en ViA15Er zijn generale kaderaanpassingen doorgevoerd voor de A16 Rotterdam, Ring Utrecht en ViA15. Budgetten worden via het generale beeld doorge­schoven naar latere jaren. Voor de A16 Rotterdam worden middelen doorge­schoven van 2023 naar 2024 vanwege een doorgeschoven betaling; voor Ring Utrecht schuiven middelen door van 2023 naar 2025 als gevolg van stikstofproblematiek en voor de ViA15 worden middelen doorgeschoven van 2023 naar 2024 omdat realisatie niet is voorzien in 2023 omdat de uitspraak van de Raad van State over dit project pas in het najaar van 2022 wordt verwacht.96Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Kaderaanpassingen en kaderruilen (tussen modaliteiten)Dit beteffen kaderaanpassingen (via het generale beeld) en kaderruilen om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen onder de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelondertdelen op te lossen.Kasschuiven HoofdwegennetOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.Loon- en prijsbijstelling 2022Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2022 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investerings­ruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.Overboeking budget vervanging tuien A12/A27 Ring UtrechtVanuit artikelonderdeel 12.02.04 (vernieuwing) is budget overgeboekt naar artikelonderdeel 12.03.01 (aanleg) ten behoeve van vervanging van de tuien.Overboeking MJPG spoor naar wegenIn de huidige MJPG (Meerjarenprogramma Geluidsanering) programma-ramingen is er bij het MJPG-wegendeel een budgetspanning en op het spoordeel een overschot. Vanuit RWS is aangegeven dat voor de verdere uitvoering van de sanering op rijkswegen een dekkingsprobleem dreigt waardoor vanaf medio 2022 geen verplichtingen meer kunnen worden aangegaan voor de vast te stellen saneringsplannen. Gelet op deze situatie is de beheersmaatregel voorgesteld om de MJPG-middelen over te boeken van artikel 13 naar artikel 12.Overboeking ontsnippering NotterveldHet deelproject Notterveld wordt gelet op de samenhang met het project N35 Nijverdal uitgevoerd door RWS. Hiervoor is aanlegbudget overge­heveld van artikel 13 naar artikel 12.Overeenkomst beheer en onderhoud 2022-2023Op basis van de overeenkomst Beheer en Onderhoud 2022-2023 heeft er per netwerk een budgetneutrale overboeking plaatsgevonden van artike­londerdeel 12.02.01 (Onderhoud) naar artikelonderdeel 12.06 (Overige Netwerkgebonden Kosten).Toevoeging nieuw programma: (reservering) brandwerendheid tunnelsIn deze begroting is een nieuw programma op artikel 12.02 geplaatst, het programma Brandwerendheid tunnels. Dit programma richt zich op het aanbrengen van hittewerende bekleding in tunnels ten behoeve van brand­werendheid. RWS voert dit programma uit en verstrekt de opdracht zoveel mogelijk binnen bestaande werkzaamheden (zoals aanleg en onderhoud). Dit budget is overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte op artikel 11.04 naar artikel 12.02.04 (vernieuwing).Toevoeging Coalitieakkoord middelen: Verkeersveiligheid Rijks-N-wegenVanuit het Coalitieakkoord zijn middelen ter beschikking gesteld voor verbetering van de verkeersveiligheid op Rijks-N-wegen. Vanuit de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën zijn de middelen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds op artikel 12.03.02 (planning en studies). De middelen zijn overgeheveld in het ritme zoals opgenomen in 97Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 het Coalitieakkoord: viermaal € 50 miljoen. Middels een generale kasschuif zijn deze middelen in een realistischer ritme geplaatst: in 2023 en 2024 tweemaal € 25 miljoen en in 2025 en 2026 tweemaal € 75 miljoen.Verbetering informatievoorziening RWS: wettelijke verplichtingenHet zeer kritische rapport Ongekend Onrecht van de Parlementaire Onder­vragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft er toe geleid dat het Kabinet aan alle onderdelen van het Rijk (dus ook RWS) opdracht heeft gegeven om de informatievoorziening te verbeteren. Hiervoor zijn middelen ter beschikking gesteld op artikel 12.06.01 (apparaat).Verdeling Coalitieakkoord-middelen naar RWS-netwerkenDit betreft de verdeling van de Coalitieakkoord middelen instandhouding met een verdeelsleutel over de netwerken.Werk aan uitvoeringVanuit het Ministerie van Financiën is budget beschikbaar gesteld voor het programmabureau Werk aan Uitvoering. Deze middelen zijn toegevoegd aan artikel 12.06.01 (apparaat).98Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Artikel 13 SpoorwegenTabel 69 Artikel 13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)13 SpoorwegenTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 13.02 Exploitatie onderhoud en vernieuwing1.559.2431.705.8421.467.8241.326.3411.472.7611.534.4361.348.2461.372.6801.509.3951.530.2701.570.5821.736.4021.891.1751.867.6341.863.540Mutaties Nota van Wijziging40.000Mutaties Voorjaarsnota 20226.7933.0585.8031.2482002002001.0173.2137725002501.902Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 13.02 Exploitatie onderhoud en vernieuwing1.606.0361.708.9001.473.6271.327.5891.472.9611.534.6361.348.4461.373.6971.512.6081.531.0421.571.0821.736.6521.893.0771.867.6341.863.540Kasschuiven spoorwegen0212.458153.81091.55692.176‒ 85.000‒ 150.000‒ 315.000Loon- en prijsbijstelling 20221.226.28280.48888.05675.76968.46676.02479.20869.59670.85877.91578.99381.07389.63497.62296.40796.173Omvorming ProRail tot zbo300.00040.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.000Overboeking Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)325325Overboeking scope PHS naar EOV (Exploitatie, onderhoud en vernieuwing)4.1701.2001.2001.770Toevoegingen ten behoeve van EOV (Exploitatie, onderhoud en vernieuwing)840.40066.000313.941460.459Toevoeging voor tegenvallers subsidieaanvraag ProRail 2022165.000165.000Mutaties Miljoenennota 2023359.271281.866501.266641.10197.224100.40891.36690.85897.91598.993101.07324.634‒ 32.378‒ 33.593116.173Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 13.02 Exploitatie onderhoud en vernieuwing1.965.3071.990.7661.974.8931.968.6901.570.1851.635.0441.439.8121.464.5551.610.5231.630.0351.672.1551.761.2861.860.6991.834.0411.979.713Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 13.03 Ontwikkeling424.047365.959318.628450.140286.531228.991193.600152.731187.448137.275440.16612.7527.55748.4504.000Mutaties Voorjaarsnota 202218.6571.7282.654‒ 893‒ 13.91111.4411.929‒ 25.981‒ 21.68941.21053.50079.450‒ 85223.000Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 13.03 Ontwikkeling442.704367.687321.282449.247272.620240.432195.529126.750165.759178.485493.66692.2026.70571.4504.000Aanvulling brandblusvoorzieningen Rotterdamse Haven100.00025.00025.00025.00025.000Aanvulling maatregelenpakket HSL-zuid37.53137.531Aanvulling suicidepreventie10.00010.000Afrekening voorschotten ProRail 202135.53235.532BCF afdracht SPUK Deurne (Liesselseweg)‒ 56‒ 56BCF afdracht SPUK Enschede-Zwolle‒ 79‒ 79Correctie indexering 2021 nazorg‒ 109‒ 109Kaderaanpassingen en kaderruilen (tussen modaliteiten)038.776206.889181.717‒ 24.67043.64538.09367.82161.751‒ 20.908‒ 107.179‒ 131.443‒ 20.524‒ 120.465‒ 276.48062.97799Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 13 SpoorwegenTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Kasschuiven spoorwegen021.442‒ 103.398‒ 92.244‒ 92.864‒ 6886.502‒ 296.25088.750153.750315.000Loon- en prijsbijstelling 2022165.9063.33310.95411.16419.83621.47710.11317.69211.70519.26133717.09012.031510.908Overboeking MJPG spoor naar wegen‒ 151.100‒ 10.000‒ 10.000‒ 30.000‒ 30.000‒ 30.000‒ 30.000‒ 11.100Overboeking ontsnippering Notterveld‒ 6.655‒ 1.079‒ 1.801‒ 1.936‒ 1.839Overboeking Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)4.6754.675Overboeking Scope Den Bosch‒ 3.197‒ 3.197Reservering niet verschuldigde treinpaden op 50% brengen01.500‒ 1.500Reservering voor prestatiebonus op 50% brengen01.000‒ 1.000Saldo mee- en tegenvallers spoorwegen13.3784.21519.162Studie ZuidasDok‒ 908‒ 908Toevoeging Coalitieakkoord middelen: Fietsknooppunten- en fietsenstallingen OV50.00025.00025.000Mutaties Miljoenennota 2023110.229138.366122.928‒ 99.63349.39838.20655.51343.456‒ 31.647‒ 95.340‒ 390.041142.78858.29049.42862.977Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 13.03 Ontwikkeling552.933506.053444.210349.614322.018278.638251.042170.206134.11283.145103.625234.99064.995120.87866.977Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS167.006168.799171.467171.639172.945176.309156.99089.32189.48442.301Mutaties Voorjaarsnota 202231.94634.1298.9884.3403.944‒ 1.653‒ 25.495‒ 3.506‒ 3.4314.688Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS198.952202.928180.455175.979176.889174.656131.49585.81586.05346.989Mutaties Miljoenennota 2023Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS198.952202.928180.455175.979176.889174.656131.49585.81586.05346.989Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 13.07 Rente en aflossing7.336.000Mutaties Nota van Wijziging‒ 7.336.0007.597.000Mutaties Voorjaarsnota 2022Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 13.07 Rente en aflossing7.597.000100Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 13 SpoorwegenTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Omvorming ProRail tot zbo701.000‒ 7.597.0008.298.000Mutaties Miljoenennota 2023‒ 7.597.0008.298.000Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 13.07 Rente en aflossing8.298.000Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2022 Spoorwegen2.190.2969.837.6001.957.9191.948.1201.932.2371.939.7361.698.8361.614.7321.786.3271.709.8462.010.7481.749.1541.898.7321.916.0841.867.540Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2022 Spoorwegen2.247.6929.876.5151.975.3641.952.8151.922.4701.949.7241.675.4701.586.2621.764.4201.756.5162.064.7481.828.8541.899.7821.939.0841.867.540Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2023 Spoorwegen2.717.1922.699.74710.897.5582.494.2832.069.0922.088.3381.822.3491.720.5761.830.6881.760.1691.775.7801.996.2761.925.6941.954.9192.046.690Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten208.458214.089217.180329.108203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784Mutaties Voorjaarsnota 2022‒ 1.441‒ 4.82612.62230.007Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten207.017209.263229.802359.115203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784Afrekening voorschotten ProRail 202135.53235.532Correctieboeking aanpassen negatieve stand artikel 14958958Saldo mee- en tegenvallers spoorwegen3.2153.215Mutaties Miljoenennota 202339.705Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten246.722209.263229.802359.115203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2022 Spoorwegen208.458214.089217.180329.108203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2022 Spoorwegen207.017209.263229.802359.115203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2023 Spoorwegen246.722209.263229.802359.115203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784203.784101Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Afrekening voorschotten ProRail 2021Het betreft hier de terugbetaling van de te hoge bevoorschotting aan ProRail van het 2e halfjaar 2021. Dit wordt in 2022 als ontvangst verantwoord. Om het uitgavenbudget in stand te houden zijn tegelijkertijd de uitgaven verhoogd.Aanvulling brandblusvoorzieningen Rotterdamse HavenDit betreft een overboeking vanuit de generieke investeringsruimte op artikel 11.04 naar artikel 13.03.02 (aanleg) ten behoeve van brandblusvoor­zieningen Rotterdamse haven.Aanvulling maatregelenpakket HSL-zuidDit betreft een overboeking vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar het opdrachtenbudget op artikel 13.03.01 (aanleg) ten behoeve van een opdracht voor geluidsmaatregelen.Aanvulling suicidepreventieMet inachtneming van de evaluatie heeft ProRail aan IenW een voorstel gedaan om het huidige programma suicidepreventie te verlengen voor de periode 2022-2026. De middelen zijn overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 13.03.01 (aanleg).Kaderaanpassingen en kaderruilen (tussen modaliteiten)Dit beteffen kaderaanpassingen (via het generale beeld) en kaderruilen om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen onder de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelondertdelen op te lossen.Kasschuiven spoorwegenOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.Loon- en prijsbijstelling 2022Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2022 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investerings­ruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.Omvorming ProRail tot zboDe omvorming van ProRail tot zbo zal een aantal incidentele en structurele fiscale gevolgen hebben die in deze begroting zijn verwerkt. Overal waar kostenverhogingen of verlagingen als gevolg van de genoemde fiscale effecten optreden, ontstaan even grote verhogingen of verlagingen voor de belastingopbrengsten. Dat maakt verrekening via plafondcorrecties mogelijk. De fiscale verrekeningen worden op basis van ex ante ramingen ingepast. Dit betreft de plafondcorrectie voor de incidentele dividendbe­lasting, omzetbelasting en herzieningsbtw, incidentele vpb in verband met de omvorming van ProRail tot zbo en plafondcorrecties voor de btw-vrijval op de apparaatsuitgaven van ProRail en btw-compensatie voor derden­werken.Overboeking MJPG spoor naar wegenIn de huidige MJPG (Meerjarenprogramma Geluidsanering) programma-ramingen is er bij het MJPG-wegendeel een budgetspanning en op het spoordeel een overschot. Vanuit RWS is aangegeven dat voor de verdere uitvoering van de sanering op rijkswegen een dekkingsprobleem dreigt waardoor vanaf medio 2022 geen verplichtingen meer kunnen worden 102Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 aangegaan voor de vast te stellen saneringsplannen. Gelet op deze situatie is de beheersmaatregel voorgesteld om de MJPG-middelen over te boeken van artikel 13 naar artikel 12.Overboeking ontsnippering NotterveldHet deelproject Notterveld wordt gelet op de samenhang met het project N35 Nijverdal uitgevoerd door RWS. Hiervoor wordt aanlegbudget overge­heveld van artikel 13 naar artikel 12.Overboeking scope PHS naar EOV (Exploitatie, onderhoud en vernieuwing)De scope seinoptimalisatie Gouda-Woerden wordt gelet op de efficiency uitgevoerd binnen het project «Saneren Oudewater» (onderdeel van het programma Exploitatie, onderhoud en vernieuwing). Om die reden wordt deze scope en het bijbehorende budget overgeboekt van artikel 17.10 (PHS) naar artikel 13.02.01 (exploitatie, onderhoud en vernieuwing).Saldo mee- en tegenvallers spoorwegenDit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Spoorwegen.Toevoeging Coalitieakkoord middelen: Fietsknooppunten- en fietsenstallingen OVVanuit het Coalitieakkoord zijn middelen ter beschikking gesteld voor inves­teringen in fietsknooppunten en fietsenstallingen bij OV-knooppunten. Vanuit de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën worden de middelen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds op artikel 13.03.01 (aanleg).Toevoegingen ten behoeve van EOV (Exploitatie, onderhoud en vernieuwing)Dit betreffen overboekingen met betrekking tot tegenvallers in 2021 als gevolg van de gerechtelijke uitspraak inzake de PGO-contracten die vanuit de Coalitieakkoord middelen wordt gedekt. Daarbij betreft dit ook een overboeking vanuit de Coalitieakkoord middelen EOV Spoor om het tekort in de periode 2024 en 2025 af te dekken. Deze middelen zijn overgeboekt vanuit de reservering van de Coalitieakkoord middelen op artikel 11.03 naar artikel 13.02.01 (exploitatie, onderhoud en vernieuwing).Toevoeging voor tegenvallers subsidieaanvraag ProRail 2022In de subsidieaanvraag 2022 van ProRail worden tegenvallers gemeld waarvan de havenproblematiek, incidentenbestrijding beheer, vervanging ICT en indexering de belangrijkste zijn. Om deze tegenvallers te dekken zijn middelen overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 13.02.01 (exploitatie, onderhoud en vernieuwing).103Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma'sTabel 70 Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's (bedragen x € 1.000)14 Regionale infrastructuur en bereik­baarheidsprogramma'sTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 14.01 Regionale infrastructuur41.77434.82735.96542.55743.14819.00114.742Mutaties Voorjaarsnota 2022‒ 7.113‒ 31.5371.77528.01217.999‒ 8.593Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 14.01 Regionale infrastructuur34.6613.29037.74070.56961.14710.40814.742Loon- en prijsbijstelling 202211.9801.4077.9232.650Mutaties Miljoenennota 20231.4077.9232.650Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 14.01 Regionale infrastructuur36.0683.29037.74070.56969.07010.40817.392Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 14.03 Bereikbaarheidsprogramma's48.59448.594Mutaties Voorjaarsnota 202266Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 14.03 Bereikbaarheidsprogramma's48.600Loon- en prijsbijstelling 20222.5092.509Mutaties Miljoenennota 20232.509Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 14.03 Bereikbaarheidsprogramma's51.109Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2022 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's90.36834.82735.96542.55743.14819.00114.742Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2022 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's83.2613.29037.74070.56961.14710.40814.742Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2023 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's87.1773.29037.74070.56969.07010.40817.392Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 14.09 OntvangstenMutaties Voorjaarsnota 2022Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten104Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 14 Regionale infrastructuur en bereik­baarheidsprogramma'sTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Correctieboeking aanpassen negatieve stand artikel 14‒ 958‒ 958Saldo mee- en tegenvallers spoorwegen1.0001.000Mutaties Miljoenennota 202342Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten42Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2022 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma'sTotaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2022 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma'sTotaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2023 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's42105Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Loon- en prijsbijstelling 2022Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2022 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investerings­ruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.106Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Artikel 15 HoofdvaarwegennetTabel 71 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)15 HoofdvaarwegennetTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 15.01 Exploitatie10.4339.6549.3449.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.187Mutaties Voorjaarsnota 2022Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 15.01 Exploitatie10.4339.6549.3449.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.1879.187Loon- en prijsbijstelling 20227.207539498482474474474474474474474474474474474474Mutaties Miljoenennota 2023539498482474474474474474474474474474474474474Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 15.01 Exploitatie10.97210.1529.8269.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.661Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 15.02 Onderhoud en vernieuwing450.556460.281396.001428.415341.046258.768227.226212.064192.237345.086358.826376.222402.194376.222376.222Mutaties Voorjaarsnota 202277.18079.02755.7702.460‒ 7.724‒ 2.4391.6171.120‒ 11‒ 42.716‒ 42.706‒ 42.705328Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 15.02 Onderhoud en vernieuwing527.736539.308451.771430.875333.322256.329228.843213.184192.226302.370316.120333.517402.522376.222376.222Afrekening Service Level Agreement (SLA)21.00021.000Afwerken slibdepot Lateraalkanaal10.2005008.3001.400Bijdrage noodsleephulp en betonningsvaartuigen 2022‒ 2.700‒ 2.700Loon- en prijsbijstelling 2022277.15027.27928.03623.51623.35618.31614.02212.71311.10210.05215.60816.31717.21520.77819.42019.420Overeenkomst beheer en onderhoud 2022-2023‒ 58.442‒ 32.451‒ 25.991Vaargeul de Boontjes 2022-20262.500500500500500500Verdeling Coalitieakkoord middelen naar RWS-netwerken558.46941.805267.340249.324Mutaties Miljoenennota 202314.12852.650292.756273.18018.81614.02212.71311.10210.05215.60816.31717.21520.77819.42019.420Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 15.02 Onderhoud en vernieuwing541.864591.958744.527704.055352.138270.351241.556224.286202.278317.978332.437350.732423.300395.642395.642Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 15.03 Ontwikkeling357.466184.835219.754259.425266.798168.34058.197137.443141.008118.906143.57278.712259.59856.89242.515Mutaties Voorjaarsnota 2022‒ 36.588‒ 91.823‒ 24.89126.333436.4209.39029.93221.96658.18849.99639.87438.584‒ 2.851‒ 9.128Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 15.03 Ontwikkeling320.87893.012194.863285.758703.218177.73088.129159.409199.196168.902183.446117.296256.74747.76442.515Aanvulling budget gemaakte Covid-19-kosten8.08428815157.766Afwerken slibdepot Lateraalkanaal‒ 10.200‒ 500‒ 8.300‒ 1.400Bijdrage RWS buisleidingen‒ 20‒ 20HXII: Inhuur beleidsondersteuning‒ 19‒ 19107Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 15 HoofdvaarwegennetTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Kaderaanpassing en kaderruilen (tussen modaliteiten)0129.000100.498197.90075.311‒ 75.041‒ 58.658‒ 73.201‒ 52.506‒ 203.161‒ 93.44553.303Kasschuiven Hoofdvaarwegennet047.849‒ 4.0748.608‒ 6.838‒ 44.539‒ 42.273‒ 1.120‒ 38.061‒ 29.250‒ 29.250‒ 30.60437.552132.000Kustwacht Maritieme veiligheid‒ 9.072‒ 9.072Loon- en prijsbijstelling 2022156.34119.6249.9248.44611.22434.65726.11311.92322.4931.4031.4031.4031.4111.9272.1952.195Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet39.18539.185Waddenzee actieve verkeersbegeleiding10.00010.000Mutaties Miljoenennota 202358.150126.56515.6694.386‒ 9.88284.338208.70397.804‒ 111.699‒ 86.505‒ 101.048‒ 34.748‒ 163.68250.75055.498Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 15.03 Ontwikkeling379.028219.577210.532290.144693.336262.068296.832257.21387.49782.39782.39882.54893.06598.51498.013Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS106.058106.04591.65759.77855.12854.68662.29654.53453.54059.87349.10048.88542.08542.39340.618Mutaties Voorjaarsnota 202272.7697.761‒ 3.3993.938‒ 1.539‒ 1.095‒ 8.763‒ 1.094‒ 1.009‒ 7.2802.8324.1219.0239.128Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS178.827113.80688.25863.71653.58953.59153.53353.44052.53152.59351.93253.00651.10851.52140.618Loon- en prijsbijstelling 202226.6597.0074.1552.8581.5681.0441.0451.0421.0371.0241.0219981.017981944918Mutaties Miljoenennota 20237.0074.1552.8581.5681.0441.0451.0421.0371.0241.0219981.017981944918Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS185.834117.96191.11665.28454.63354.63654.57554.47753.55553.61452.93054.02352.08952.46541.536Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN371.163368.925368.112358.702323.834325.210328.000328.002327.779327.779327.779327.779327.779327.779327.779Mutaties Voorjaarsnota 20221.8762.5763.6522.7001.8861.8867501.250Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN373.039371.501371.764361.402325.720327.096328.750329.252327.779327.779327.779327.779327.779327.779327.779Afrekening Service Level Agreement (SLA)‒ 5.300‒ 5.300Bijdrage RWS buisleidingen2020Cybersecurity1.088544544EZK: Gevolgkosten Wind op Zee terugboeking‒ 610‒ 610HXII: Maatwerk KNMI-RWS‒ 578‒ 578Kustwacht Maritieme Veiligheid1.890135135135135135135135135135135135135135135Loon- en prijsbijstelling 2022173.31512.66112.61012.62512.29111.14111.19911.22111.23711.19011.19011.19011.19011.19011.19011.190Overeenkomst beheer en onderhoud 2022-202358.44232.45125.991108Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 15 HoofdvaarwegennetTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Werken aan Uitvoering6.800400800700700700700700700700700Mutaties Miljoenennota 202339.58840.08013.46013.12611.97612.03412.05612.07212.02512.02511.32511.32511.32511.32511.325Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN412.627411.581385.224374.528337.696339.130340.806341.324339.804339.804339.104339.104339.104339.104339.104Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2022 Hoofdvaarwegennet1.295.6761.129.7401.084.8681.115.507995.993816.191684.906741.230723.751860.831888.464840.7851.040.843812.473796.321Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2022 Hoofdvaarwegennet1.410.9131.127.2811.116.0001.150.9381.425.036823.933708.442764.472780.919860.831888.464840.7851.047.343812.473796.321Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2023 Hoofdvaarwegennet1.530.3251.351.2291.441.2251.443.6721.447.464935.846943.430886.961692.795803.454816.530836.068917.219895.386883.956Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten74.2415.9579.6272.9711.741489150150150150150150150150150Mutaties Voorjaarsnota 2022‒ 6.845‒ 3704946.470Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten67.3965.58710.1219.4411.741489150150150150150150150150150Mutaties Miljoenennota 2023Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten67.3965.58710.1219.4411.741489150150150150150150150150150Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2022 Hoofdvaarwegennet74.2415.9579.6272.9711.741489150150150150150150150150150Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2022 Hoofdvaarwegennet67.3965.58710.1219.4411.741489150150150150150150150150150Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2023 Hoofdvaarwegennet67.3965.58710.1219.4411.741489150150150150150150150150150109Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Aanvulling actieve verkeersbegeleiding WaddenzeeMet deze aanvulling vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 is budget vrijgemaakt voor actieve verkeersbegeleiding op de Waddenzee. Het budget wordt toegevoegd aan artikel 15.03.02 (planning en studies).Aanvulling budget gemaakte Covid-19-kostenEr zijn extra kosten gemaakt als gevolg van Covid-19-maatregelen. Deze kosten zijn tijdelijk voorgefinancierd. Ter compensatie hiervan is het project­budget verhoogd met de hoogte van de gemaakte Covid-19-kosten. Dit budget is overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte op artikel 11.04 naar artikel 15.03.01 (aanleg).Afrekening Service Level Agreement (SLA)Dit betreft de afrekening van de SLA 2018-2021 waarbij het verschil tussen de ontvangen agentschapsbijdrage en gemaakte kosten over deze periode wordt afgerekend. Budget voor deze afrekening is overgeboekt vanuit de reservering voor de Coalitieakkoord-middelen instandhouding op artikel 11.03.Kaderaanpassingen en kaderruilen (tussen modaliteiten)Dit beteffen kaderaanpassingen (via het generale beeld) en kaderruilen om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen onder de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelondertdelen op te lossen.Kasschuiven HoofdvaarwegennetOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.Loon- en Prijsbijstelling 2022Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2022 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investerings­ruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.Overboeking afwerking slibdepot LateraalkanaalDit betreft een opdacht tot uitvoering van de meest urgente maatregelvoor het afdekken van het slibdepot Lateraalkanaal (drinkwaterveiligheid). De middelen zijn overgeboekt van artikel 15.03.02 (planning en studies) naar 15.02.01 (onderhoud).Overboeking van het Mobiliteitsfonds naar het Ministerie van DefensieVanaf 2021 is de noodsleephulp op de Noordzee door de Kustwacht Nederland uitgebreid om de veiligheid ten behoeve van Windenergie op Zee te waarborgen. Het betreffende schip (ETV Zuid) huurt de Kustwacht bij de Rijksrederij. In de loop van 2022 zal de capaciteit met een tweede schip worden uitgebreid. In het tariefvoor de inzet in 2022 is met deze uitbreiding rekening gehouden. De middelen zijn overgeheveld van artikel 15.03.02 (planning en studies) naar het Ministerie van Defensie.Overeenkomst Beheer en Onderhoud 2022-2023Op basis van de overeenkomst Beheer en Onderhoud 2022-2023 heeft er per netwerk een budgetneutrale overboeking plaatsgevonden van artikel 15.02.01 (Onderhoud) naar artikel 15.06.02 (Overige Netwerkgebonden Kosten; de zogenoemde Landelijke Taken).110Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Saldo mee- en tegenvallers HoofdvaarwegennetDit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het programma Hoofdvaarwegennet.Verdeling Coalitieakkoord middelen naar RWS-netwerkenDit betreft de verdeling van de Coalitieakkoord middelen instandhouding met een verdeelsleutel over de netwerken.Waddenzee actieve verkeersbegeleidingVanuit de generieke investeringsruimte 11.04 zijn middelen overgeboekt naar artikel 15.03.02 (planning en studies) voor actieve verkeersbegeleiding op de Waddenzee ten behoeve van scheepvaartveilidgheid.Werken aan UitvoeringVanuit het Ministerie van Financiën is budget beschikbaar gesteld voor het programmabureau Werk aan Uitvoering. Deze middelen zijn toegevoegd aan artikel 15.06.01 (apparaat).111Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Artikel 17 Megaprojecten verkeer en vervoerTabel 72 Artikel 17 Megaprojecten verkeer en vervoer (bedragen x € 1.000)17 Megaprojecten Verkeer en VervoerTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam67967967966966966966966966966966954.712Mutaties Voorjaarsnota 20223.338Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam4.01767967966966966966966966966966954.712Bijdrage derden Project Mainport Rotterdam (PMR)152152Kasschuiven Megaprojecten verkeer en vervoer0‒ 2.8341201201201.1201.354Loon- en prijsbijstelling 20221.3092121212121212121211.120Mutaties Miljoenennota 2023‒ 2.68212021141211411.141212121212.474Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam1.3357997008106908101.81069069069069057.186Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 17.07 ERMTS146.04173.28210.371229.142262.553180.164172.208185.059244.164278.483339.2555.52747.524Mutaties Voorjaarsnota 2022‒ 2.8247.6786.694Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 17.07 ERMTS143.21780.96017.065229.142262.553180.164172.208185.059244.164278.483339.2555.52747.524Aanvulling uitrol scope ERTMS op Noordelijke Lijnen60.00060.000Afrekening voorschotten ProRail 20211.9421.942Kaderaanpassing en kaderruilen (tussen modaliteiten)0‒ 37.417‒ 34.88637.161‒ 105.788‒ 136.737‒ 21.16677.659271.55670.732‒ 62.153‒ 133.05745.010‒ 21.98725.53725.536Loon- en prijsbijstelling 2022112.955112.955Overboeking naar agentschapsbijdrage subsidieregeling ERTMS‒ 30‒ 30Mutaties Miljoenennota 2023‒ 35.505‒ 34.88637.161‒ 105.788‒ 136.737‒ 21.16677.659271.55670.732‒ 2.153‒ 20.10245.010‒ 21.98725.53725.536Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 17.07 ERMTS107.71246.07454.226123.354125.816158.998249.867456.615314.896276.330319.15350.53725.53725.53725.536Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok91.541132.554138.892113.344134.383149.937143.24898.232104.46356.08012.462Mutaties Voorjaarsnota 202239.44742.39410.603‒ 39.872‒ 20.503‒ 2.416‒ 667‒ 2.223‒ 2.210‒ 14.02814.038Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok130.988174.948149.49573.472113.880147.521142.58196.009102.25342.05226.500Loon- en prijsbijstelling 202261.9316.7629.0327.7173.7935.8797.6157.3604.9565.2782.1711.368Mutaties Miljoenennota 20236.7629.0327.7173.7935.8797.6157.3604.9565.2782.1711.368112Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 17 Megaprojecten Verkeer en VervoerTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok137.750183.980157.21277.265119.759155.136149.941100.965107.53144.22327.868Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer217.569244.198246.285272.001446.324314.17589.279200.513225.11466.527135.47813.24213.242Mutaties Voorjaarsnota 20221.559‒ 2.958‒ 500‒ 2.000‒ 1250000000Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer219.128241.240245.785270.001446.199314.17589.279200.513225.11466.527135.47813.24213.242Afrekening voorschotten ProRail 202114.96414.964kaderaanpassing en kaderruilen (tussen modaliteiten)0‒ 1.359‒ 74.376‒ 111.424‒ 62.875‒ 178.666‒ 16.927316.088126.578‒ 82.55918.854‒ 62.42132.06723.51136.75636.753Loon- en prijsbijstelling 2022128.3731721.9453.8901.3589526.3524.86411.2479.38322.00332.65133.556Overboeking Scope Den Bosch3.1973.197Scope PHS naar Exploitatie, onderhoud en vernieuwing (EOV)‒ 4.170‒ 1.200‒ 1.200‒ 1.770Studie ZuidasDok908908Toevoeging budget naar aanleiding van nieuwe regels na PAS-uitspraak7.4706.2931.177Mutaties Miljoenennota 202313.777‒ 72.431‒ 106.626‒ 61.517‒ 175.717‒ 11.775319.182137.825‒ 73.17647.150‒ 28.59365.62323.51136.75636.753Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer232.905168.809139.159208.484270.482302.400408.461338.338151.938113.677106.88578.86536.75336.75636.753Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2022 Megaprojecten Verkeer en Vervoer455.830450.713396.227615.156843.929644.945405.404484.473574.410401.759487.86473.48160.766Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2022 Megaprojecten Verkeer en Vervoer497.350497.827413.024573.284823.301642.529404.737482.250572.200387.731501.90273.48160.766Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2023 Megaprojecten Verkeer en Vervoer479.702399.662351.297409.913516.747617.344810.079896.608575.055434.920454.596186.58862.29062.29362.289Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten49.02043.86957.07557.70862.92936.56972.375Mutaties Voorjaarsnota 202222.5499.9797.0391.5971.6637.0322Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten71.56953.84864.11459.30564.59243.601272.375Afrekening voorschotten ProRail 202116.90616.906Bijdrage derden Project Mainport Rotterdam (PMR)152152Loon- en prijsbijstelling 202221.1863.4562.3842.9643.0613.3342.2513.736113Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 17 Megaprojecten Verkeer en VervoerTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Mutaties Miljoenennota 202320.5142.3842.9643.0613.3342.2513.736Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten92.08356.23267.07862.36667.92645.852276.111Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2022 Megaprojecten Verkeer en Vervoer49.02043.86957.07557.70862.92936.5690072.375Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2022 Megaprojecten Verkeer en Vervoer71.56953.84864.11459.30564.59243.6012072.375Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2023 Megaprojecten Verkeer en Vervoer92.08356.23267.07862.36667.92645.8522076.111114Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Aanvulling uitrol scope ERTMS op Noordelijke LijnenDit betreft een aanvulling vanuit de op artikel 11.03 gereserveerde middelen ten behoeve van het besluit om de uitrol van ERTMS toe te voegen aan de Noordelijke lijnen. De scope van het programma ERTMS wordt hiermee uitgebreid. Dit bedrag zal conform de afgesloten bestuursovereenkomst via een Specifieke Uitkering (SPUK) als eenmalige lumpsum bijdrage aan de regio worden overgemaakt. De middelen zijn toegevoegd aan artikel 17.07.01 (aanleg ERTMS).Afrekening voorschotten ProRail 2021IenW beschikt de budgetten voor aanlegprojecten op basis van een subsi-diebeschikking aan ProRail. Hierna wordt er per kwartaal een voorschot verstrekt aan ProRail op basis van de door ProRail ingeschatte uit te voeren werkzaamheden in dat kwartaal. Tevens wordt op basis van de werkelijke uitgaven het voorschot van het kwartaal ervoor afgerekend.Kasschuiven Megaprojecten verkeer en vervoerOm binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.Loon- en prijsbijstelling 2022Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2022 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investerings­ruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.Toevoeging budget naar aanleiding van nieuwe regels na PAS-uitspraakHet betreft hier budget voor de kosten die - direct en indirect – extra zijn gemaakt om te voldoen aan de nieuwe regels na de PAS-uitspraak. Procedures zijn weer opnieuw gedaan (indirecte kosten) en stikstofrechten zijn aangekocht (directe kosten). De middelen zijn overgeboekt vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar artikel 17.10.02 (planning en studies PHS) ten behoeve van PHS Boxtel.115Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangstenTabel 73 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)18 Overige uitgaven en ontvangstenTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 18.06 Externe veiligheidMutaties Voorjaarsnota 20223.345Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 18.06 Externe veiligheid3.345Mutaties Miljoenennota 2023Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 18.06 Externe veiligheid3.345Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende kostenMutaties Voorjaarsnota 2022Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende kostenAfroming eigen vermogen RWS4.3064.306SAP Verbetering Generieke Processen‒ 1.800‒ 1.800Mutaties Miljoenennota 20232.506Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende kosten2.506Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en VervangingMutaties Voorjaarsnota 2022Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en VervangingMutaties Miljoenennota 2023Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en VervangingTotaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2022 Overige uitgaven en ontvangstenTotaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2022 Overige uitgaven en ontvangsten3.345116Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 18 Overige uitgaven en ontvangstenTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2023 Overige uitgaven en ontvangsten5.851Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 18.09 OntvangstenMutaties Voorjaarsnota 202244Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten44Afroming eigen vermogen RWS4.3064.306Mutaties Miljoenennota 20234.306Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten4.310Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningenMutaties Voorjaarsnota 2022240.960Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen240.960Mutaties Miljoenennota 2023Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen240.960Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2022 Overige uitgaven en ontvangstenTotaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2022 Overige uitgaven en ontvangsten240.964Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2023 Overige uitgaven en ontvangsten245.270117Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 De mutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en hoeven daarom niet te worden toegelicht.118Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen RijkTabel 74 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000)19 Bijdragen andere begrotingen RijkTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Ontwerpbegroting 2022 artikelonderdeel 19.09 Ten laste van begroting IenW14.137.8627.189.3186.435.9516.691.2796.783.6866.152.4575.543.9295.396.2636.107.6076.178.0596.234.4395.701.1936.017.4576.152.0896.068.847Mutaties Nota van Wijziging‒ 7.296.0007.597.000Mutaties Voorjaarsnota 2022316.1901.926.6802.696.1442.977.6171.637.6991.216.3981.181.898931.898913.756748.656‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344‒ 1.344Stand eerste suppletoire wet 2022 artikelonderdeel 19.09 Ten laste van begroting IenW7.158.05216.712.9989.132.0959.668.8968.421.3857.368.8556.725.8276.328.1617.021.3636.926.7156.233.0955.699.8496.016.1136.150.7456.067.503BCF afdracht SPUK Deurne (Liesselseweg)‒ 56‒ 56BCF afdracht SPUK Enschede-Zwolle‒ 79‒ 79Bijdrage aan RWS vanuit Programma Open Overheid1.344448448448Bijdrage noodsleephulp en betonningsvaartuigen 2022‒ 2.700‒ 2.700Externe inhuur OVS‒ 74‒ 74Extrapolatie 2036‒ 1‒ 1EZK: Gevolgkosten Wind op Zee terugboeking‒ 610‒ 610HXII: Aanvulling inhuur Beter Benutten (uit 2021)‒ 893‒ 293‒ 200‒ 200‒ 200HXII Bijdrage Aerius‒ 5.000‒ 1.000‒ 1.000‒ 1.000‒ 1.000‒ 1.000HXII: Bijdrage uitvoeringstoetsen RDW‒ 5.100‒ 3.538‒ 1.054‒ 508HXII BOA AGB 2022‒ 6.350‒ 3.215‒ 1.920‒ 1.215HXII: Detachering DG Clima2346811749HXII: Implementatierichtlijn RISM‒ 2.800‒ 1.400‒ 1.400HXII: Inhuur beleidsondersteuning‒ 19‒ 19HXII: Inhuur N35 Wijthmen - Nijverdal‒ 687‒ 335‒ 352HXII: Maatwerk KNMI-RWS‒ 1.273‒ 1.273HXII: Opdrachten Caribisch Nederland (CN)‒ 200‒ 200HXII: Opdrachten MaaS‒ 1.667‒ 400‒ 667‒ 600HXII: Ondersteuning capaciteit RWS‒ 140‒ 70‒ 70HXII Onderweg in Nederland (ODiN)‒ 2.752‒ 688‒ 688‒ 688‒ 688HXII: Overboeking inhuur innovatieve projecten‒ 4.530‒ 750‒ 1.260‒ 1.260‒ 1.260HXII: Overboeking inhuur MaaS‒ 833‒ 600‒ 233HXII: Personele budgetten Mobiliteit en Gebieden‒ 9.000‒ 1.800‒ 1.800‒ 1.800‒ 1.800‒ 1.800HXII: Personele uitgaven Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV)‒ 2.000‒ 1.000‒ 1.000119Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 19 Bijdragen andere begrotingen RijkTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036HXII Proceskosten Bouw‒ 1.200‒ 600‒ 600HXII: Roemer‒ 3.680‒ 1.200‒ 2.480HXII: SAP Verbetering Generieke Processen‒ 1.800‒ 1.800HXII Subsidie Onderzoek TSL0500‒ 500HXII: Unit innovatie‒ 13.970‒ 2.750‒ 3.740‒ 3.740‒ 3.740ILT: Vrachtwagenheffing‒ 578‒ 289‒ 289Kaderaanpassingen A16 Rotterdam, Ring Utrecht en ViA150‒ 503.600483.70019.900kaderaanpassingen (modaliteiten)097.627‒ 68.546‒ 193.333‒ 271.758305.4981.405.806863.005‒ 704.942‒ 353.125‒ 733.387‒ 398.827‒ 383.22964.632370.579Kaderaanpassingen reserveringen Coalitieakkoord0‒ 736.125‒ 745.570‒ 661.305‒ 130.000‒ 20.000260.000450.000470.000500.000613.000Kustwacht Maritieme veiligheid‒ 9.072‒ 9.072Loon- en prijsbijstelling 20224.801.666344.005362.413325.533342.982343.033308.370308.370308.370308.370308.370308.370308.370308.370308.370308.370Omvorming ProRail tot zbo1.001.000‒ 7.557.0008.318.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.00020.000Opdrachten Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV)1.0001.000Overboeking fte's voor ontsluiting woningbouw‒ 14.650‒ 2.930‒ 2.930‒ 2.930‒ 2.930‒ 2.930Overboeking naar agentschapsbijdrage subsidieregeling ERTMS‒ 30‒ 30POK aanvulling1.2571.257SZW: Teruggave structurele bijdrage financiering RSO3.405227227227227227227227227227227227227227227227Toevoeging Coalitieakkoord middelen: Fietsknooppunten- en fietsenstallingen OV50.00025.00025.000Toevoeging Coalitieakkoord middelen: Verkeersveiligheid Rijks-N-wegen200.00025.00025.00075.00075.000Verbetering informatievoorziening RWS: wettelijke verplichtingen27.0495.6554.5875.4155.6145.778Verdeling teruggekeerde fte's EB RWS1.590106106106106106106106106106106106106106106106Werken aan Uitvoering60.2003.0007.1005.8005.8006.5006.4006.4006.4006.4006.400Mutaties Miljoenennota 2023322.513‒ 8.296.2838.359.821‒ 396.62742.468617.6711.740.9091.458.10880.161451.97895.316542.876‒ 54.526393.335699.281Stand ontwerpbegroting 2023 artikelonderdeel 19.09 Ten laste van begroting IenW7.480.5658.416.71517.491.9169.272.2698.463.8537.986.5268.466.7367.786.2697.101.5247.378.6936.328.4116.242.7255.961.5876.544.0806.766.784120Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 19 Bijdragen andere begrotingen RijkTotaal mutatie202220232024202520262027202820292030203120322033203420352036Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2022 Bijdragen andere begrotingen Rijk6.841.86214.786.3186.435.9516.691.2796.783.6866.152.4575.543.9295.396.2636.107.6076.178.0596.234.4395.701.1936.017.4576.152.0896.068.847Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2022 Bijdragen andere begrotingen Rijk7.158.05216.712.9989.132.0959.668.8968.421.3857.368.8556.725.8276.328.1617.021.3636.926.7156.233.0955.699.8496.016.1136.150.7456.067.503Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2023 Bijdragen andere begrotingen Rijk7.480.5658.416.71517.491.9169.272.2698.463.8537.986.5268.466.7367.786.2697.101.5247.378.6936.328.4116.242.7255.961.5876.544.0806.766.784121Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 HXII: Bijdrage AeriusDit betreft een overboeking vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar Hoofdstuk XII artikel 14 (Wegen en verkeersveiligheid) ten behoeve van de jaarlijkse bijdrage voor de Aerius-calculator (rekeninstrument voor stikstofneerslag voor toestemmingsverlening en monitoring).HXII: Bijdrage uitvoeringstoetsen RDWDit betreft een bijdrage voor 2 uitvoeringstoetsen van Smart Mobility die zijn ontstaan vanuit het Europese Reglement 155 en 156. Deze middelen zijn overgeboekt naar de begroting Hoofdstuk XII (artikel 14 Wegen en Verkeers­veiligheid).HXII: Personele budgetten Mobiliteit en GebiedenDe projectenpool van DGMo is de afgelopen jaren flink in omvang van fte's gegroeid zonder dat hier structurele financiële dekking tegenover staat. Tevens worden er fte's ‘uitgeleend’ aan de directies Wegen en Verkeersvei­ligheid en Openbaar Vervoer en Spoor voor werkzaamheden welke eveneens niet structureel zijn gefinancierd. Voor de korte termijn (2022-2026) is budget overgeboekt naar de begroting Hoofdstuk XII.HXII: Unit innovatieDit betreft een overboeking vanuit de generieke investeringsruimte 11.04 naar Hoofdstuk XII artikel 14 (Wegen en verkeersveiligheid) ten behoeve van diverse beleidsopdrachten voor innovatieprojecten voor met name een «toekomstvast» mobiliteitssysteem. Ook uitgaven in het kader van datage­dreven monitoring en evaluatie worden hieruit betaald.Kaderaanpassingen (modaliteiten)Dit beteffen kaderaanpassingen via het generale beeld om de overprogram­mering in een beheersbaar ritme te krijgen.Kaderaanpassineng reserveringen CoalitieakkoordDit betreft kasschuiven op de reserveringen artikel 11.03. In totaal wordt er € 2,3 miljard van 2029-2033 naar 2023-2027 geschoven. Het gaat hier om de reservering Nationaal Groeifonds (€ 2,3 miljard) en de instandhoudings­middelen (€ 52 miljoen van 2024-2025 naar 2023).Loon- en prijsbijstelling 2022Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2022 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investerings­ruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.Overboeking van het Mobiliteitsfonds naar het Ministerie van DefensieVanaf 2021 is de noodsleephulp op de Noordzee door de Kustwacht Nederland uitgebreid om de veiligheid ten behoeve van Windenergie op Zee te waarborgen. Het betreffende schip (ETV Zuid) huurt de Kustwacht bij de Rijksrederij. In de loop van 2022 zal de capaciteit met een tweede schip worden uitgebreid. In het tariefvoor de inzet in 2022 is met deze uitbreiding rekening gehouden. De middelen zijn overgeheveld van artikel 15.03.02 (planning en studies) naar het Ministerie van Defensie.Omvorming ProRail tot zboDe omvorming van ProRail tot zbo zal een aantal incidentele en structurele fiscale gevolgen hebben die in deze begroting zijn verwerkt. Overal waar kostenverhogingen of verlagingen als gevolg van de genoemde fiscale effecten optreden, ontstaan even grote verhogingen of verlagingen voor 122Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 de belastingopbrengsten. Dat maakt verrekening via plafondcorrecties mogelijk. De fiscale verrekeningen worden op basis van ex ante ramingen ingepast. Dit betreft de plafondcorrectie voor de incidentele dividendbe­lasting, omzetbelasting en herzieningsbtw, incidentele vpb in verband met de omvorming van ProRail tot zbo en plafondcorrecties voor de btw-vrijval op de apparaatsuitgaven van ProRail en btw-compensatie voor derden­werken.Overboeking fte's voor ontsluiting woningbouwDit betreft middelen voor fte's die ten behoeve van de uitvoering van het programma ontsluiting Woningbouw naar IenW worden overgeheveld. Deze middelen worden gereserveerd op artikel 11.03.Toevoeging Coalitieakkoord middelen: Fietsknooppunten- en fietsenstallingen OVVanuit het Coalitieakkoord zijn middelen ter beschikking gesteld voor inves­teringen in fietsknooppunten en fietsenstallingen bij OV-knooppunten. Vanuit de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën worden de middelen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds op artikel 13.03.01 (aanleg).Toevoeging Coalitieakkoord middelen: Verkeersveiligheid Rijks-N-wegenVanuit het Coalitieakkoord zijn middelen ter beschikking gesteld voor verbetering van de verkeersveiligheid op Rijks-N-wegen. Vanuit de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën zijn de middelen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds op artikel 12.03.02 (planning en studies). De middelen zijn overgeheveld in het ritme zoals opgenomen in het Coalitieakkoord: viermaal € 50 miljoen. Middels een generale kasschuif zijn deze middelen in een realistischer ritme geplaatst: in 2023 en 2024 tweemaal € 25 miljoen en in 2025 en 2026 tweemaal € 75 miljoen.Verbetering informatievoorziening RWS: wettelijke verplichtingenHet zeer kritische rapport Ongekend Onrecht van de Parlementaire Onder­vragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft er toe geleid dat het Kabinet aan alle onderdelen van het Rijk (dus ook RWS) opdracht heeft gegeven om de informatievoorziening te verbeteren. Hiervoor zijn middelen ter beschikking gesteld op artikel 12.06.01 (apparaat).Werk aan uitvoeringVanuit het Ministerie van Financiën is budget beschikbaar gesteld voor het programmabureau Werk aan Uitvoering. Deze middelen zijn toegevoegd aan artikel 12.06.01 (apparaat).123Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bijlage 3: Overzichtsconstructie KustwachtDe minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)is als coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming geïntegreerd beleid voorde Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht Nederland, wat betekent dat deze medeverantwoordelijk is voor het opstellen van het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht alsmede voorde uitvoering daarvanmet inzet van eigen en toegewezen mensen en middelen. Alle bij de Kustwacht Nederland betrokken ministeries behoudenhun eigen wettelijke verantwoordelijkheden. Het integrale beleid en het daarvanafgeleide Gecombineerd Jaarplanvoor de uitvoeringtaken door de Kustwacht waarover de Ministerraad beslist, worden zodanig concreet dat elke ministerzich daarover in het parlement kan verantwoorden en vormen in feite een integraal contracttussen de verschillende departementen en de Kustwacht Nederland.De overzichtsconstructie is gebaseerd op het «Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht» en wordt door IenW gepubliceerd in de rol van coördinerend ministerie. In de overzichtsconstructie wordt een onderscheid gemaakt in de uitgaven van de Kustwacht Nederland zelf (exploitatie en investering) en de uitgaven die de deelnemende departe menten ten behoeve van de Kustwacht Nederland verrichten (kosten).Defensie / CSZK / Kustwacht Nederland (uitgaven):•Exploitatie: Betreft het uitgavenbudget in beheer van de Kustwacht Nederland. Defensie is beheerder van het Kustwachtcentrum (KWC). Het Kustwachtcentrum is het informatiecentrum van de Noordzee, waar het actuelebeeld van (scheeps-)activiteiten, (veiligheids-)incidenten en verontreinigingen op de Noordzee beschikbaar is;•Investering: Betreftonder andere de investeringen voor het Maritiem Operatie Centrum (MOC), maar ook de investeringen van de walradar.•Bijdrage departementen (kosten).Justitie en Veiligheid:•De inzetvan Politie helikopters op planning of afroep voorluchtwaar neming en spoedeisende zoekvluchten. De bedragen zijn afkomstig uit de begrotingvan de Nationale Politie;•De inzetvan de Politie (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison;•Bijdrage voor de inhuur van SAR helikopter.Financiën:•De inzet van de Douane (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, luchtwaarnemers, Maritiem Informatie Knooppunt, handha vingsdesk en liaison.Defensie:•De inzet van de Koninklijke Marechaussee (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, luchtwaarnemers, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison;•De inzetvan de Koninklijke Marine (personeel) bestaande uit; Kustwacht centrum, Maritiem Informatie Knooppunt, de beheerskosten van Defensie en inzet Mijnenbestrijdingsvaartuigen;•Bijdrage voor de inhuurvan SAR helikopter, Defensie beheerd daarbij vanaf 2022 het contract. Tot die tijd is dit in beheer van I&W.124Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Infrastructuur en Waterstaat:•De inzet voor instandhouden vaarwegmarkering, betonningsvaartuigen, C2000/P2000t.b.v. KNRM en MIRG.NL. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van Rijkswaterstaat;•De inzetvan Rijkswaterstaat (personeel) bestaande uit; luchtwaarnemers en liaison;•De inzet van ILT (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen en liaison;•Bijdrage voor de inhuur van SAR helikopter.Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:•De inzetvan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, luchtwaarnemers, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.Economische Zaken en Klimaat:•De inzet van Staatstoezicht op de Mijnen (personeel) bestaande uit; opstappers en liaison.125Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 75 Overzichtsconstructie Kustwacht Nederland (bedragen x € 1.000)DepartementBegrotingActiviteitDoel2021202220232024202520262027DEFENSIE / KUSTWACHT (Uitgaven):Defensie / KustwachtXUitvoering Kustwachttaken (exploitatie personeel)Centrale coördinatie Kustwachttaken7.4727.4728.4778.4778.4778.477Defensie / KustwachtXUitvoering Kustwachttaken (exploitatie materieel)Centrale coördinatie Kustwachttaken36.32626.93335.33635.36635.37535.37335.373Defensie / KustwachtXUitvoering Kustwachttaken (investering)Investeringen, o.a. t.b.v het MOC (DMO/JIVC en DLP)11.87646.50541.13745.43529.58129.56433.287Subtotaal eigen uitgaven Kustwacht48.20273.43876.47380.80164.95664.93768.660UITGAVEN BIJ DEELNEMENDE DEPARTEMENTEN (Kosten):PolitieVIInzet Politie personeel & helikopter,Algemene handhaving /wetgeving scheepvaartverkeer /bemanningcontrole1.7792.0212.0212.0212.0212.0212.021FinanciënIXInzet Douane personeelFraudecontrole1.0811.3761.3761.3761.3761.3761.376DefensieXInzet KM personeel, beheerskosten, Kmar personeel, vliegers Dornier, ICT uitgaven bij DMO/JIVC en mijnenbestijdingsvaartuigenUitvoering grensbewaking /luchtsurveillances /beheerskosten Defensie / mijnenbestrijding11.4318.5317.9167.7667.7667.7667.766Infrastructuur en WaterstaatXIIInzet ILT personeel, RWS personeel, RWS materieel, inhuur SAR helikopter tot medio 2022, ETV/betonningsvaartuigen en Windenergie op Zee.Bijdragen aan veilig vaarwater, handhaving via luchtsurveillance12.31224.63824.50424.45626.76026.76026.760Economische zaken en KlimaatXIIIInzet SodM-personeelStaatstoezicht op de Mijnen19282828282828Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitXIVInzet NVWA-personeelVisserijcontrole591617617617617617617Subtotaal uitgaven bij deelnemende departementen27.21337.21136.46236.26438.56838.56838.568Totale uitgaven ten behoeve van de Kustwacht75.415110.649112.935117.065103.524103.505107.228126Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bijlage 4: InstandhoudingHet ministerie van IenW is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en instandhouding van het hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet, hoofdspoor­weginfrastructuur en het hoofdwatersysteem. Dit doet IenW samen met Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail. De netwerken beschermen ons tegen het water, dragen bij aan de economische ontwikkeling van ons land en zorgen ervoor dat mensen elkaar kunnen ontmoeten, goederen en diensten kunnen worden vervoerd en dat Nederland in verbinding staat met de rest van de wereld.Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw is een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Deze raakt op leeftijd en kent een steeds intensiever en zwaarder gebruik. Daarnaast stellen ontwikkelingen op het gebied van klimaat, duurzaamheid en cyberveiligheid nieuwe eisen aan onze infrastructuur. In de afgelopen perioden heeft de instandhouding achterstanden opgelopen. Om het benodigde kwaliteitsniveau voor een bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland vast te houden zijn extra inspanningen nodig.In deze bijlage wordt eerst toegelicht wat de vier netwerken omvatten, en hoe de instandhouding van deze netwerken wordt aangepakt. Vervolgens zijn de overzichten met de benodigde en beschikbare middelen voor instandhouding tot en met 2036 opgenomen. Tot slot wordt ingegaan op de opgave van de toekomst, waaronder de toenemende budgetbehoefte voor instandhouding en de ontwikkelingen met betrekking tot het uitgestelde onderhoud.1. Instandhouding van de netwerkenDe Nederlandse infrastructuurnetwerken behoren tot de beste én meest intensief gebruikte netwerken ter wereld. Een goede instandhouding van netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland. Om dit zo te houden, borgen IenW en de uitvoeringsorganisaties RWS en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus. De netwerken worden, naast het intensieve gebruik, gekenmerkt door inpassing in een sterk verstede­lijkte delta. Daardoor omvatten de netwerken voorzieningen als beweegbare bruggen, tunnels, op- en afritten, geluidschermen, sluizen en stormvloedkeringen. Deze elementen zorgen voor netwerken met een hoog serviceniveau , maar vergen ook onderhoud. Figuren 1 en 2 illustreren de omvang van netwerken.127Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Netwerken RijkswaterstaatNetwerk ProRailScope van instandhoudingBij instandhouding gaat het om het behouden van de huidige functie van de infrastructuur. De begrippen die hierbij in het Mobiliteitsfonds en Deltafonds worden gehanteerd zijn: exploitatie, onderhoud en vernieuwing infrastructuur:•- Tot het domein van de exploitatie behoren (beheer)activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding en capaci­teitsmanagement, verkeersmanagement en watermanagement.•- Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren.128Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 •- Vernieuwing is gericht op het begin van een nieuwe levenscyclus van een nieuw object of het verlengen van de levensduur van het bestaande object (vervanging en renovatie). Het gaat bij vernieuwing expliciet niet om activiteiten die gericht zijn op toevoeging van functies of om aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande infrastructuur (ontwikkeling).Werkwijze instandhoudingBij de instandhouding van de netwerken staan de prestaties die deze netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van instandhoudingswerk­zaamheden centraal. Het zijn de prestaties – de beschikbaarheid, betrouw­baarheid, duurzaamheid en veiligheid van de infrastructuur – die de gebruikers direct ervaren. Over deze te leveren prestaties en de bijhorende budgetten maakt IenW afspraken met ProRail en RWS. De slijtage van de infrastructuur vanwege veroudering en gebruik in combinatie met deze afspraken vormen de basis van de instandhoudingswerkzaamheden die door ProRail en RWS jaarlijks worden uitgevoerd. Onderstaande aspecten geven samen een beeld van de systematische aanpak en daarmee hoe de programmering ten behoeve van de instandhouding van de Rijksinfra­structuur tot stand komt:• De aanlegbesluiten zijn het meest bepalend voor de budget- en capaci­teitsbehoefte, zowel voor de aanlegkosten zelf als de structurele instand­houdingskosten in de decennia daarna. Zo kost het instandhouden van een tunnel meer dan een brug (in geval van een oeververbinding) of dan een weg op maaiveld (in geval van een landtunnel). Bedenk daarbij dat een tunnel meer is dan een betonnen bak onder de grond, maar dat deze ook vol zit met andere voorzieningen zoals vluchtwegen met brandveilige deuren, luchtzuiveringssystemen en elektronica die ook bediend en onderhouden moet worden.• De beheerders werken volgens een werkwijze waarbij de gehele levens­cyclus van de onderdelen en objecten wordt betrokken. Als eenmaal wordt besloten tot de aanleg van infrastructuur is op basis van ervaring al bekend wat voor instandhoudingswerkzaamheden aan de diverse objecten gemiddeld per jaar nodig zijn. Dit is vastgelegd in de instandhoudingsre­gimes. De instandhoudingsregimes zijn één onderdeel op basis waarvan de instandhoudingsprogrammering wordt opgesteld.• De extra budgetbehoefte voor instandhouding in verband met de uitbreiding van de infrastructuur wordt bij het besluit om tot aanleg over te gaan ook toegevoegd aan de instandhoudingsbudgetten vanaf het jaar na beoogde openstelling.• In de instandhoudingsregimes zijn ook regelmatige inspecties opgenomen, die leiden tot het inventariseren van de toestand van de objecten en – indien nodig – het nemen van maatregelen (concrete maatregelen of intensiveren inspecties). De inspecties krijgen een plaats in de instandhoudingsprogrammering.• Tevens wordt bezien of er vanuit doelmatigheidsoogmerk en het beperken van hinder voor onze gebruikers, maatregelen gekoppeld kunnen worden (werk met werk): onderhoudswerkzaamheden met andere onderhouds­werkzaamheden, maar ook mogelijkheden om onderhoudsmaatregelen te koppelen aan vernieuwings- of aanlegprojecten die in de komende jaren gepland zijn. Het kan dus zijn dat in de regimes beoogde maatregelen naar een later moment worden verschoven om werk met werk te maken.129Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 • Het kan ook voorkomen dat een bepaald schadebeeld of een ongeplande gebeurtenis vraagt om tussentijds ingrijpen (bijvoorbeeld de overstro­mingen in Limburg of de aanvaring bij de Gerrit Krolbrug). Die tussentijdse maatregelen worden dan geprioriteerd ten koste van een reeds geprogram­meerde maatregelen. Het onderhoud dat als gevolg daarvan wordt uitgesteld, dient vervolgens opnieuw een plek te krijgen in de instandhou­dingsprogrammering.•De totale programmering is een samenstel van preventieve en correctieve maatregelen. Leidend daarbij is het principe de kosten over de gehele levenscyclus van de infrastructuur (Life Cycle Costing; LCC) zo laag mogelijk te krijgen binnen de gegeven kaders en ontwikkelingen op de netwerken, rekening houdend met de gewenste netwerkprestaties. Waar sprake is van uitgesteld onderhoud, is vaak ook meer sprake van verstoringen en hinder. De beheerders proberen dit voor het gehele netwerk zoveel mogelijk te beperken.Het is van belang te beseffen dat veiligheid te allen tijde bovenaan staat. Indien geconstateerd wordt dat de veiligheid voor de gebruikers in het geding is, dan worden direct maatregelen genomen om het gebruik van de infrastructuur weer binnen de geldende kaders plaats te laten vinden, bijvoorbeeld (tijdelijke) snelheidsverlagingen ter plaatse of andere (tijdelijke) gebruiksbeperkingen of fysieke infrastructuur ondersteunende maatregelen.Om de systematische werkwijze op een hoger niveau te brengen worden externe toetsingen ingezet. Deze leveren waardevolle inzichten op voor zowel de interne processen als het in beeld hebben van de opgave buiten. In 2020 is de budgetbehoefte van RWS en ProRail extern gevalideerd: eerst door Horvat en vervolgens door PWC│REBEL. Aan de aanbevelingen uit deze validaties wordt voor RWS invulling gegeven via het Ontwikkelplan Assetmanagement.Werkwijze vernieuwing bij RWSDe objecten en onderdelen zoals sluizen, bruggen en tunnels, hebben een beperkte levensduur en dienen aan het eind hiervan te worden vernieuwd. Door grootschalige aanleg, met name vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw, en het intensievere gebruik is sprake van een flinke vernieuwingsopgave.Om de veiligheid en de beschikbaarheid van de netwerken in stand te houden wordt voor alle netwerken en onderdelen daarvan de opgave in kaart gebracht.Allereerst wordt op basis van het ontwerp ingeschat wanneer vernieuwing aan de orde zal zijn. Daarnaast worden de objecten onderworpen aan inspecties en berekeningen. Dit leidt tot het inzicht in, en een prognose van, waar op een termijn van vijf tot vijftien jaar vernieuwing nodig is. Zo worden, steeds vooruitkijkend, objecten en onderdelen geïdentificeerd waarvoor een planfase wordt gestart. In de planfase wordt de uiteindelijke opgave vastgesteld en daarna volgt een definitief besluit over de aanpak van het betreffende object.Het vernieuwingsprogramma (programma Vervanging en Renovatie) kent een technische aanleiding, namelijk het einde van de technische levensduur van onderdelen en objecten in het hoofdwegennet. Vanuit dit perspectief hoeven geen aanvullende wensen of functionaliteiten te worden toegevoegd. Maar omdat het relatief grote ingrepen in het netwerk betreft, 130Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 wordt ook gekeken naar eventuele verstandige, aanvullende investeringen in het kader van beleidsdoelstellingen zoals bereikbaarheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het primaire doel blijft echter het borgen van de beschikbaarheid en veiligheid van de Rijksnetwerken. Door het vernieuwen van objecten en onderdelen worden de beschikbaarheid en veiligheid van de netwerken op lange termijn geborgd.Te leveren prestatiesDe prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in indicatoren. Over de indicatoren met daarbij horende (streef)waarden worden prestatieafspraken gemaakt met RWS en ProRail en hiervoor worden budgetten beschikbaar gesteld. Met RWS is een tweejarig Service Level Agreement gesloten (looptijd 2022-2023), waarin afspraken zijn gemaakt over de uit te voeren werkzaamheden. Met ProRail zijn prestatie­afspraken gemaakt die zijn opgenomen in de tienjarige beheerconcessie (2015-2025)en de (twee)jaarlijkse beheerplannen.Voor de korte termijn (periode tot en met 2025) worden de extra middelen uit het coalitieakkoord Rutte IV ingezet om de programmering van RWS en ProRail op te hogen. Er wordt toegewerkt naar een stabilisatie van het uitgestelde onderhoud en hiervoor moeten keuzes worden gemaakt. Dit betekent dat in de eerste jaren, ondanks de grotere financiële ruimte, het uitgestelde onderhoud op de RWS-netwerken nog niet kan worden ingelopen. De extra middelen uit het coalitieakkoord Rutte IV zijn daarbij niet toereikend om al onze wensen en ambities (tegelijk) te realiseren. In deze kabinetsperiode zal daarom ook kritisch moeten worden gekeken naar het benodigde kwaliteitsniveau van de netwerken voor een bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Dit betekent dat er keuzes worden gemaakt over prestatieniveaus voor instand­houding, nieuwe eisen aan de infrastructuur, zoals klimaatadaptatie, circulair en cyberveiligheid. Vooruitlopend hierop zullen wel de eerste (no-regret) stappen worden gezet op het gebied van klimaatadaptatie, duurzaamheid en cybersecurity.Tabel 76 Inidicatoren RWSIndicatorStreef­waarde 2019-2022Realisatie 2020Realisatie 2021HoofdwegennetBeschikbaarheidTechnische beschikbaarheid van de weg90%99%99%Files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud10%6%7%Levering verkeersgegevens:– Beschikbaarheid data voor derden90%93%94%– Actualiteit data voor derden95%100%96%Veiligheid– Voldoen aan norm voor verhardingen99,70%99,70%99,80%– Voldoen aan norm voor gladheidbestrijding95%voldoende99%HoofdvaarwegennetBeschikbaarheid / BetrouwbaarheidStremmingen gepland onderhoud0,80%0,30%2,00%Stremmingen ongepland onderhoud0,20%0,40%1,00%Tijdig melden ongeplande stremmingen97%98%98%Vaargeul op orde (% oppervlakte op orde)– Toegangsgeulen99%100%100%– Hoofdtransportassen90%92%92%131Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 IndicatorStreef­waarde 2019-2022Realisatie 2020Realisatie 2021– Hoofdvaarwegen85%83%80%– Overige vaarwegen85%87%83%VeiligheidVaarwegmarkering op orde95%91%92%HoofdwatersysteemWaterveiligheidHandhaving kustlijn90%91%90%Beschikbaarheid stormvloedkeringen100%83%83%Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden100%50%100%Betrouwbaarheid informatievoorziening95%100%96%Tabel 77 Inidcatoren ProRailKPIBodemwaarde1StreefwaardeRealisatie 2020Realisatie 2021Klantoordeel reizigersvervoerders6777Klantoordeel goederenvervoerders6766Reizigerspunctualiteit HRN (5 min) (met NS)88,9%91,5%93,5%94,4%Reizigerspunctualiteit HRN (15 min) (met NS)96,7%97,4%97,9%98,1%Reizigerspunctualiteit HSL (5 min) (met NS)82,1%84,2%85,2%89,2%Betrouwbaarheid regionale series (3 min)90,7%93,7%94,4%93,7%Impactvolle verstoringen5204503614101Toelichting bodemwaarde: Waarde voor het jaarlijks minimaal te realiseren prestatieniveau op een prestatie indicator. In het geval van de prestatie indicator ‘Impactvolle storingen op de infra’ geldt een maximum.2. Budgettair beeldIn het coalitieakkoord Rutte IV zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor beheer, onderhoud en vernieuwing van de Rijksinfrastructuur. De komende jaren groeit de extra bijdrage stapsgewijs toe naar jaarlijks €1,125 miljard extra vanaf 2026 en structureel €1,25 miljard extra vanaf 2038 voor de instandhouding van onze wegen, spoor, bruggen, viaducten en vaarwegen, ook met het oog op de verkeersveiligheid. Er wordt extra geïnvesteerd in het Deltafonds (€250 miljoen structureel vanaf 2026) om achterstanden weg te werken en de uitvoering van het Nationale Deltaprogramma te versnellen. De extra middelen uit het coalitieakkoord voor de jaren 2022-2025 zijn bij deze begroting verdeeld over de netwerken van ProRail en RWS op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds om de programmering van beheer en onderhoud in deze jaren op te hogen. Voor Vernieuwing is in de periode 2026 tot en met 2030 € 200 miljoen per jaar overgeheveld naar de betreffende begrotingen van IenW (€ 160 miljoen voor het Mobiliteitsfonds en € 40 miljoen voor het Deltafonds).In het Beleidsprogramma IenW zoals gedeeld met de Kamer wordt aangegeven dat in lijn met de motie Stoffer c.s.1 wordt toegewerkt naar een meerjarenplan voor instandhouding van de Rijksinfrastructuur. Het plan is gericht op een stabiele langdurige programmering, waarbij op termijn het uitgesteld onderhoud kan worden ingelopen. Het versterken van asset­management blijft noodzakelijk2. Voor de langere termijn werkt het ministerie van IenW samen met de Kamer, decentrale overheden en overige externe partners toe naar het definiëren van een nieuw kwaliteitsniveau van de hoofdinfrastructuurnetwerken. Bij het in kaart brengen van de keuzes en 1 Kamerstuk 35 570 A, nr. 632 Kamerstuk 35 570-A, nr.46 132Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 prioriteringen voor het aangepaste basiskwaliteitsniveau wordt het ministerie van IenW ondersteund door een externe audit. Zoals u bent geïnformeerd wordt de audit voor de RWS-netwerken in 2022 uitgevoerd en de audit ProRail in 20243. Middelen, (netwerk) prestaties en risico’s worden in evenwicht gebracht en er wordt ook rekening gehouden met het toekomstbestendig maken van onze infrastructuurnetwerken.Instandhoudingsopgave RWSBudgetbehoefteIn december 2021 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de validatie door Horvat en PwClRebel. Daaruit is gebleken dat wanneer alle kosten voor instandhouding worden opgeteld, de budgetbehoefte (prijspeil 2019) uitkomt op een bandbreedte van € 2,1 ‒ € 2,4 miljard per jaar voor de korte termijn (2022–2025) en van € 2,3 ‒ € 2,6 miljard per jaar voor de lange termijn (2026–2035).Bovenop de validatie van PWC│REBEL zijn er nog enkele ontwikkelingen waardoor de kosten voor instandhouding verder zullen stijgen:•De huidige tijd stelt nieuwe eisen aan het areaal, u kunt daarbij denken aan ontwikkelingen zoals klimaatverandering en bodemerosie, wijziging van wet- en regelgeving, de transitie naar klimaatneutrale en circulaire infrastructuur en ook aan de mogelijkheden van smart maintenance, smart shipping en smart mobility•Beheersing van risico’s als gevolg van het uitgesteld onderhoud. In het jaarverslag 2021 is uw Kamer geïnformeerd dat het uitgesteld onderhoud ultimo 2021 een volume heeft van € 1,333 miljard. Dit zal ook in 2022-2023 nog verder oplopen.•Q3 2022 is een nieuw prognoserapport VenR opgeleverd.De budgetbehoefte voor deze ontwikkelingen zal de komende periode verder gevalideerd worden. Voor de langere termijn werkt het ministerie van IenW toe naar het definiëren van een nieuw kwaliteitsniveau van de hoofdinfrastructuurnet­werken.Beschikbare budgetten Exploitatie en onderhoudMet eerdere financiële impulsen is het beschikbare budget de afgelopen jaren toegenomen. Met het coalitieakkoord Rutte IV worden ook in de toekomst structureel extra middelen uitgetrokken voor instandhouding en het inlopen van achterstanden. Met de beschikbaar gekomen middelen zullen de budgetten voor exploitatie en onderhoud verder worden opgehoogd. Vanaf 2023 loopt dit budget op naar in totaal ca. € 2,1 miljard per jaar voor de RWS-netwerken (prijspeil 2022). Uitgangspunt is het uitgesteld onderhoud RWS zo spoedig mogelijk te stabiliseren en vervolgens in te zetten op het inlopen van het uitgesteld onderhoud. Het beschikbare budget in de periode 2022-2025 sluit hiermee aan bij de tot nu gevalideerde behoefte.Beschikbare budgetten VernieuwingTot dit moment zijn voor 4 tranches vernieuwingsprojecten opdracht verleend aan RWS. Een deel van de projecten is reeds afgerond. Een deel van de projecten bevindt zich in de planfase, een ander deel is in voorbe­reiding of realisatie. Tranche 4 beslaat 50 projecten verdeeld over de drie netwerken van RWS. Opdracht voor deze tranche is in 2018 verleend aan 3 Kamerstuk 35 925-A, nr. 14 133Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 RWS. Deze tranche is groter dan de eerste drie tranches gezamenlijk. In het MIRT-overzicht zijn de lopende vernieuwingsprojecten (onder het Programma Vervanging en Renovatie) opgenomen.Het budget voor vernieuwing zal de eerstkomende jaren over de drie RWS netwerken tezamen groeien van ca. € 355 miljoen in 2022 naar ruim € 600 miljoen in 2026. Ten opzichte van de begroting 2022 zijn middelen naar achteren geschoven in verband met de complexiteit van de opgave. Enkele projecten hebben meer tijd nodig om de uitvoering goed voor te bereiden.Na 2026 nemen de budgetten weer af tot gemiddeld € 445 miljoen per jaar, hoewel de vernieuwingsopgave in deze periode naar verwachting juist blijft doorgroeien richting de € 1.000 miljoen per jaar. Dit bedrag is nog niet gevalideerd. Om gesteld te staan voor deze oplopende vernieuwings­opgave, worden de extra middelen vanuit het coalitieakkoord Rutte IV ook ingezet om de budgetten voor vernieuwing op te hogen. In eerste instantie is vanuit de middelen uit het coalitieakkoord Rutte IV in de periode 2026-2030 jaarlijks € 160 miljoen overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds en € 40 miljoen naar het Deltafonds.Instandhoudingsopgave ProRailBudgetbehoefteIn december 2021 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de validatie door Horvat en PwClRebel. Daaruit is gebleken dat de budgetbehoefte uitkomt op gemiddeld ca. € 1,7 miljard per jaar op prijspeil 2019. Rekening houdend met achtereenvolgens de indexering naar prijspeil 2021 en 2022 (GWW 4212b - publicatie CBS) is dat gemiddeld resp. ca. € 1,8 miljard per jaar en ca. € 2,1 miljard per jaar.Bovenop de validatie van PWC│REBEL zijn er nog enkele ontwikkelingen waardoor de kosten voor instandhouding stijgen:•Mutaties in de subsidieaanvraag van ProRail voor 2022: gemiddeld ca. € 100-150 miljoen per jaar;•Nieuwe eisen aan de infrastructuur voor duurzaamheid, klimaat en cyber: ca. € 150-200 miljoen per jaar.De totale budgetbehoefte komt hiermee uit op gemiddeld ca. € 2,4 miljard per jaar op prijspeil 2022. In de periode 2022-2024 zullen de uitgavenreeksen van ProRail opnieuw worden herijkt en extern worden gevalideerd. Voor de langere termijn werkt het ministerie van IenW toe naar het definiëren van een nieuw kwaliteitsniveau van de hoofdinfrastructuurnetwerken.Beschikbare budgettenMet eerdere financiële impulsen is het beschikbare budget in de afgelopen jaren toegenomen tot gemiddeld ca. € 1,5 miljard per jaar op prijspeil 2021. Met het coalitieakkoord Rutte IV worden extra middelen uitgetrokken voor instandhouding en het inlopen van achterstanden. Met de beschikbaar gekomen middelen zullen de budgetten voor instandhouding spoor verder worden opgehoogd met gemiddeld ca. € 300 miljoen per jaar, waarmee er gemiddeld ca. € 1,8 miljard per jaar beschikbaar is op prijspeil 2021.Rekening houdend met de prijsbijstelling 2022 (op basis van de IBOI) en de dekking van de tegenvallers voor het jaar 2022 van ca. € 165 miljoen die binnen de bestaande middelen op het Mobiliteitsfonds is gevonden, bedragen de totale beschikbare middelen gemiddeld ca. € 2,0 miljard per jaar voor de periode 2022-2025 (op prijspeil 2022). Het beschikbare budget in deze periode sluit hiermee aan bij de tot nu gevalideerde behoefte.134Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Budgetten instandhoudingIn de periode tot en met 2036 zijn de volgende budgetten beschikbaar voor instandhouding:Tabel 78 Budgetten Exploitatie, Watermanagement en Onderhoud RWSArtikelonderdeel2022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022-2036HoofdwegenMF 12.01Exploitatie4.4794.4784.2664.1594.1594.1594.1684.1684.1684.1684.1684.1684.1684.1684.16863.212MF 12.02.01Onderhoud1.014.725837.575903.683892.027373.275373.852410.566449.220450.519512.436512.436514.976546.026549.247588.0948.928.657MF.12.06.02Overige netwerkgebonden kosten249.992185.774103.814102.574103.101104.193102.990102.990102.990102.990102.963102.963102.989102.989102.9891.776.301Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdwegen1.269.1961.027.8271.011.763998.760480.535482.204517.724556.378557.677619.594619.567622.107653.183656.404695.25110.768.170HoofdvaarwegenMF 15.01Exploitatie10.97210.1529.8269.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.6619.661146.882MF 15.02.01Onderhoud452.426454.710510.522488.693161.354158.309190.051196.081194.230187.822187.822187.823232.733232.733232.7334.068.042MF 15.06.02Overige netwerkgebonden kosten58.96458.27932.67032.76733.06133.71632.09632.09632.09632.09632.09632.09632.09632.09632.096538.321Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdvaarwegen522.362523.141553.018531.121204.076201.686231.808237.838235.987229.579229.579229.580274.490274.490274.4904.753.245HoofdwatersysteemDF 3.01.01Watermanagement8.0288.0288.0558.0558.0558.2837.8297.8297.8297.8297.8297.8297.8297.8297.829118.965DF 3.02.01Onderhoud Waterveiligheid143.882253.507280.907315.655110.956113.266109.256111.948108.06686.74376.08780.393110.034110.034110.0342.120.768DF 3.02.02Onderhoud Zoetwatervoorziening88.60194.93920.02619.9973.8903.8903.8903.8903.8903.8893.8893.8893.8893.88919.436281.894DF 5.02.01Overige netwerkgebonden kosten103.83193.44971.06571.38471.51373.20369.42469.08369.08369.08369.08369.08369.08369.08369.0831.106.533Totaal budget Watermanagement en Onderhoud Hoofdwatersysteem344.342449.923380.053415.091194.414198.642190.399192.750188.868167.544156.888161.194190.835190.835206.3823.628.160Totaal budget Exploitatie, Watermanagement en Onderhoud2.135.9002.000.8911.944.8341.944.972879.025882.532939.931986.966982.5321.016.7171.006.0341.012.8811.118.5081.121.7291.176.12319.149.575135Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 79 Budgetten Vernieuwing RWSArtikelonderdeel2022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022-2036HoofdwegenMF 12.02.04Vernieuwing264.624298.404325.093479.040369.301324.961179.99749.275167.645268.114268.114302.012302.012275.595275.5954.149.782HoofdvaarwegenMF 15.02.04Vernieuwing73.696136.355233.307214.425190.300111.66651.23628.0427.992130.145130.144148.397148.397148.397148.3971.900.896HoofdwatersysteemDF 3.02.03Vernieuwing17.29515.16819.30963.51162.72311.17186.68478.49061.320166.320166.317106.29996.299106.299106.2991.163.504Totaal budget Vernieuwing355.615449.927577.709756.976622.324447.798317.917155.807236.957564.579564.575556.708546.708530.291530.2917.214.182136Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 80 Gereserveerde budgetten instandhoudingArtikelonderdeel2022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022-2036MobiliteitsfondsMF 12.03.02Reservering areaalgroei hoofdwegen2843472.9198.43339.19148.49548.49549.41250.07950.07950.07954.14753.903455.863MF 15.03.02Reservering areaalgroei hoofdvaarwegen20.68420.68420.68320.68424.00026.28426.30026.85726.85726.85826.52426.52426.52426.524345.987MF 11.03.03Reservering CA Rutte IV instandhouding161.400160.000160.000160.000160.000160.000961.400Totaal reserveringen Mobiliteitsfonds20.68420.968182.430183.603192.433225.475234.795235.35276.26976.93776.60376.60380.67180.4271.763.250DeltafondsDF 1.02.01Reservering areaalgroei hoofdwatersysteem1.7411.7411.7411.7411.7411.7411.7411.74213.929DF 5.04.01Reservering CA Rutte IV instandhouding7.50012.00012.00012.22555.00062.50040.00040.000241.225Totaal reserveringen Deltafonds7.50012.00013.74113.96656.74164.24141.74141.7411.7411.742255.154Totaal reserveringen28.18432.968196.171197.569249.174289.716276.536277.09378.01078.67976.60376.60380.67180.4272.018.404137Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Tabel 81 Budgetten Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing SpoorArtikelonderdeel2022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362022-2036HoofdspoorweginfrastructuurMF 13.02Exploitatie258.756261.121247.879243.466242.268241.950241.943241.952241.935241.954241.956242.570242.969242.997240.9733.674.689MF 13.02Onderhoud894.307830.497831.521830.654832.153831.543829.937831.897845.592847.442877.765892.729889.760911.308917.64112.894.746MF 13.02Vernieuwing804.562941.740951.175943.701524.918503.430408.904440.989571.500587.198595.163678.754780.249760.962904.37410.397.619MF 13.02Overige netwerkgebonden kosten406.722348.079338.610355.425379.762467.864369.448370.690372.559374.897379.449380.992382.195353.269349.4635.629.424MF 13.02Gebruiksheffing vervoerders‒ 399.040‒ 390.671‒ 394.292‒ 404.556‒ 408.916‒ 409.743‒ 410.420‒ 420.973‒ 421.063‒ 421.456‒ 422.178‒ 433.759‒ 434.474‒ 434.495‒ 432.738‒ 6.238.774Totaal budget Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing Spoor1.965.3071.990.7661.974.8931.968.6901.570.1851.635.0441.439.8121.464.5551.610.5231.630.0351.672.1551.761.2861.860.6991.834.0411.979.71326.357.704138Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 DBFMEen deel van de instandhouding van de netwerken gebeurt via DBFM-contracten (Design-Build-Maintain-Finance). Bij deze contractvorm is aan een consortium niet alleen het ontwerp en de bouw van een project gegund, maar ook het onderhoud voor een langdurige periode. Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt het Rijk een product in: bijvoorbeeld een rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt het Rijk echter een dienst af: een beschikbare rijksweg. Het benodigde budget komt uit drie bronnen: (i) het aanlegbudget, (ii) het beschikbare exploitatie en onderhoudsbudget van reeds aanwezige infrastructuur en (iii) het budget voor areaalgroei voor dat deel van de infra­structuur dat nieuw wordt aangelegd. Ten behoeve van de aanbesteding van een DBFM-contract wordt een referentieraming opgesteld voor de te verwachten aanleg- en exploitatie en onderhoudskosten bij traditionele uitvoering. Deze referentieraming wordt gebruikt om de plafondprijs (het acceptabele maximum) voor de bieding te bepalen. Deze ramingen worden op dezelfde wijze uitgevoerd als de ramingen die voor LCC worden uitgevoerd. De aanbesteding verloopt in een aantal stappen. Na de laatste stap vindt ook de budgettaire verwerking in de begroting plaats. De beschikbare middelen vanuit Aanleg en exploitatie en onderhoud (incl. areaalgroei) worden overgeboekt naar het GIV/PPS-artikel. De middelen worden met eenzelfde «netto contante waarde» omgezet in een langjarige reeks ter betaling van de beschikbaarheidsvergoedingen. Dit is de zogenaamde financiële inpassing of DBFM conversie. Er wordt hiermee geen budget toegevoegd aan het project, de kasreeks wordt alleen aangepast aan de contractvorm. De prestatie-eisen en uitrustingsniveaus van de infrastructuur binnen het DBFM-contract zijn dezelfde als die aan RWS worden gesteld. Op het moment van aanbesteden wordt bij de M (maintain) van DBFM, een serviceniveau uitgevraagd dat past bij het onder­houdsregime wat op dat moment van toepassing was. Dat niveau geldt voor de looptijd van het contract en is daarmee niet budgettair flexibel. Bij DBFM geldt dat voor een periode van 20–25 jaar het consortium verantwoordelijk is voor het onderhoud van infrastructuur. Na afloop van het DBFM-contract valt dit deel van het areaal weer binnen het reguliere exploitatie en onderhoud van RWS. De mutaties tussen het exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingartikel (voor wegen artikelonderdeel 12.02, vaarwegen artike­londerdeel 15.02, voor het hoofdwatersysteem artikel 3.02) en het DBFM artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.04, vaarwegen artikelonderdeel 15.04, voor het hoofdwatersysteem artikel 4.02) zijn zichtbaar in de begroting en worden toegelicht. Na afloop van een DBFM-contract wordt het exploitatie- en onderhoudsdeel weer aan de reguliere exploitatie- en onderhouds-budgetten van RWS toegevoegd. In onderstaand overzicht is aangegeven voor welke projecten DBFM-contracten zijn afgesloten. Voor de financiering van deze projecten is het genoemde exploitatie- en onder­houdsbudget (per jaar) ingezet. Dit komt na afloop van het DBFM-contract weer beschikbaar tegen het dan geldende prijspeil.Tabel 82 Overzicht DBFM-projectenProjectAreaalinformatieEinde DBFM-contractUitgenomen BenO-budget/jaarHoofdwegennetBaanlengte1Grote kunstwerkenWegconfiguratie in M-faseA12 Lunetten–Veenendaal65 km2x4, 2x320335,9 mln.A10 Tweede Coentunnel39 km1ste en 2de Coentunnel2x3+2x2, 2x4203712,0 mln.139Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 ProjectAreaalinformatieEinde DBFM-contractUitgenomen BenO-budget/jaarN33 Assen–Zuidbroek105 km2x220342,8 mln.A15 Maasvlakte–Vaanplein129 kmnieuwe Botlekbrug, Thomassentunnel, Botlektunnel2x3+2x2, 2x3, 2x2203531,7 mln.A1/A6 Diemen–Almere Havendreef (SAA)72 kmAquaduct Muiden, verbrede Hollandse Brug2x5+2, 2x4+2204211,9 mln.A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord50 km2x320322,2 mln.A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg, SAA)41 kmGaasperdammer-tunnel2x5+1203814,2 mln.N18 Varsseveld Enschede70 km2x2+2x120431,8 mln.A27/A1 Utrecht Noord - knpt. Eemnes - Bunschoten53 km2x3+2x420433,9 mln.A6 Almere (SAA)39 km2x520393,3 mln.A24 Blankenburgverbinding35 kmMaasdeltatunnel, Hollandtunnel2x3204310,1 mln.A16 Rotterdam37 kmRottemerentunnel2x2+2x320437,2 mln.A9 Badhoevedorp – Holendrecht (Amstelveen)52 km2x4+120382,6 mln.A15/A12 Ressen - Oudbroeken (ViA15)87 kmBrug over het Pannerdensch kanaal2x3 + 2x220446,1 mln.HoofdvaarwegennetVaarweglengteGrote kunstwerkenKeersluis LimmelNieuwe Keersluis Limmel, incl. verkeersbrug over sluis20480,4 mln.Beatrixsluis 3e Kolk4 kmComplex Prinses Beatrixsluis incl. baggeren, onderhoud oevers en ligplaatsen langs Lekkanaal20462,8 mln.Zeetoegang IJmondNieuwe zeesluis en sluiseilanden20452,5 mln.Sluis EefdeNieuwe schutsluis inclusief onderhoud voorhavens (bestaande schutsluis tot 2021)20471,0 mln.HoofdwatersysteemGrote kunstwerkenAfsluitdijkAfsluitdijk, spuicomplexen en keringen Den Oever en Kornwerderzand20479,3 mln.HoofdspoorweginfrastructuurSpoorweglengteGrote kunstwerkenHSL85 kmTunnel Groene Hart, Doorgaand Spoorviaduct Bleiswijk, Tunnel Rotterdam Noord, Tunnel Oude Maas, Tunnel Dordtse Kil, Brug Hollands Diep2031N.v.t.1Baanlengte omvat: hoofdrijbanen, verbindingswegen en op- en afritten.140Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bijlage 5: ProRailIn de kabinetsreactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie spoor (Kamerstukken II 2011–2012, 32 707, nr. 16) is een pakket maatregelen aangekondigd om de informatievoorziening naar de Tweede Kamer beter en transparanter te maken (aanbevelingen 14 en 15). Een deel van deze maatregelen is verwerkt in de verdiepingsbijlagen. In deze bijlage wordt de informatie verstrekt die de aansluiting tussen de middelen op het Mobiliteitsfonds en de bestedingen door ProRail betreft. In deze bijlage zijn de volgende onderdelen opgenomen:A. Kasstroomoverzicht ontvangsten en uitgaven Mobiliteitsfonds 2023 (spoor);B. Overzicht van de baten en lasten ProRail 2021–2027;C. Kasstroomoverzicht ontvangsten en uitgaven ProRail 2021;D. Balansposten ProRail 2021.In bijlage 4 Instandhouding zijn de gegevens over het areaal, de prestaties en budgetten opgenomen.In verband met de voorgenomen omvorming van ProRail van bv naar zbo wordt bezien of deze bijlage vanaf de ontwerpbegroting 2024 blijft bestaan. De Kamer zal hier te zijner tijd over worden geïnformeerd.A. Kasstroomoverzicht ontvangsten en uitgaven Mobiliteitsfonds 2023 (spoor)141Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Figuur 7B. Overzicht van de baten en lasten ProRail 2021–2027Tabel 83 Staat van baten lasten ProRail (bedragen x € 1 miljoen)Staat van baten en lasten ProRail 2021-20272021202220232024202520262027Bedragen x EUR mlnExploitatiebijdrage moederdepartement9109579349619909591.027Gebruiksvergoeding vervoerders343383373379390389390Geactiveerde uren en overige opbrengsten173189196189185172168Baten1.4261.5291.5031.5291.5651.5201.585Kosten van uitbesteed werk780808785820860823822Personeelskosten en overige kosten629622619610606598591Kapitaallasten1029999999999172Lasten1.5111.5291.5031.5291.5651.5201.585Saldo van baten en lasten‒ 85000000C. Kasstroomoverzicht ontvangsten en uitgaven ProRail 2021Tabel 84 Kasstroomoverzicht ProRail 2021 (bedragen x € 1 miljoen)Kasstroomoverzicht ProRail 2021 (Bron: jaarrekening ProRail 2021)Operati­onele activiteitenInveste­rings-activiteitenTotaalBedragen x EUR mln142Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Kasstroomoverzicht ProRail 2021 (Bron: jaarrekening ProRail 2021)Operati­onele activiteitenInveste­rings-activiteitenTotaalOntvangsten uit Infrastructuurfonds1.0761.0542.130Ontvangsten van vervoerders3430343Ontvangsten van derden105147252Ontvangsten totaal1.5241.2012.725Betalingen aan leveranciers1.2131.0742.287Betalingen aan werknemers316109425Betalingen aan banken (rente en aflossing)505Afdracht BTW aan fiscus1030103Betalingen totaal1.6371.1832.820Mutatie liquide middelen‒ 11318‒ 95Liquide middelen per 31-12-2021276Liquide middelen per 31-12-2020371Afname liquide middelen 2021‒ 95D. Balansposten ProRail 2021Tabel 85 Balansposten ProRail (bedragen x € 1 miljoen)Liquide middelen ProRail 2021 (Bron: jaarrekening ProRail 2021)EOVAanlegTotaalBedragen x EUR mlnVooruit ontvangen bijdragen van derden19344237Vooruit ontvangen bijdragen van IenW‒ 6218‒ 44Vooruit ontvangen bijdragen13162193Nog te egaliseren investeringsbijdragen355893Nog te egaliseren exploitatiebijdragen‒ 580‒ 58Nog te egaliseren bijdragen‒ 235835Getroffen voorzieningen en overige reserves63Saldo nog te betalen / vooruit betaalde kosten‒ 15Nog te betalen kosten48Liquide middelen per 31-12-2021276143Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bijlage 6: DBFM-conversiesKenmerken DBFM-contractenEen DBFM-contract is een geïntegreerde contractvorm, waarbij de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerp (design), de bouw (build), financiering (finance) en het onderhoud (maintain). De opdracht­gever gaat binnen een DBFM-contract een langlopende verplichting aan met een consortium van private partijen. Gedurende een periode van 20–25 jaar betaalt het Rijk een vergoeding aan het consortium voor de beschikbaarheid van de infrastructuur (beschikbaarheidsvergoeding). Voorts is een kenmerk van DBFM-contract een langjarig en vlak betalingsritme.Verwerking potentiële DBFM-projecten in de verkenning- en planuit-werkingBij de DBFM-projecten in voorbereiding wordt in de begroting op voorhand geen rekening gehouden met dit afwijkende betalingsritme dat kenmerkend is voor DBFM-contracten.4 Net als voor andere MIRT-projecten wordt bij de betreffende modaliteit het volledige bedrag voor aanleg geraamd op het artikel voor verkenning en planuitwerking en wordt een reservering voor het onderhoud gemaakt binnen de reguliere onderhoudsbudgetten en/of de investeringsruimte. Mocht in een later stadium een aanbesteding in DBFM-vorm toch niet mogelijk of opportuun blijken, dan blijft een meer klassieke aanbesteding via deze werkwijze altijd mogelijk.Verwerking DBFM-contracten na overgang in de realisatie- en exploitatiefaseBij de afronding van de aanbesteding van een DBFM-contract is de exacte omvang van de langjarige verplichting bekend. In de eerstvolgende begroting worden in samenspraak met het Ministerie van Financiën de klassieke reserveringen op de IenW-begroting gecorrigeerd voor het afwijkende kasritme van het DBFM-contract.5 Een betaling aan een DBFM-consortium is een gecombineerde vergoeding voor onder meer de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur, daarom wordt het volledige budget vervolgens geplaatst op het artikel voor geïntegreerde contractvormen bij de betreffende modaliteit.4 Deze werkwijze vloeit voort uit begrotingsregel 28 van het kabinet-Rutte II. Deze regel is door het huidig kabinet bestendigd.5 Technisch gezien betekent dit een verlaging van het uitgavenplafond (van het begrotingstotaal van het Mobiliteitsfonds) in de jaren waarin het kasbudget geraamd stond en een verhoging van het uitgavenplafond (van het begrotingstotaal van het Mobiliteitsfonds) in de jaren waarin er een beschikbaarheidvergoeding nodig is.144Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Figuur 8145Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bijlage 7: TolScopeDe Wet Tijdelijke Tolheffing (TTH) Blankenburgverbinding en ViA15, die op 15 maart 2016 in werking is getreden, bevat het wettelijk kader om voor de projecten A24 Blankenburgverbinding en A12/A15 Ressen-Oudbroeken (ViA15) tol te heffen. In de wet is opgenomen dat het tolsysteem verder wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan en een handhavingsplan die aan de Staten-Generaal worden voorgehangen voordat de tolheffing van start gaat. Het uitvoeringsplan bevat een algemene beschrijving van het tolsysteem, registratiemiddelen, de betalingsmogelijkheden en de klanten­service.Het uitvoeringsplan en het handhavingsplan worden naar verwachting in 2023 aan de Kamer voorgelegd. Dat is ruim voor de openstelling van de A24 Blankenburgverbinding en de start van de tolheffing, die naar verwachting in het vierde kwartaal van 2024 plaatsvindt.Eind 2017 is de start van de realisatie aangehouden als gevolg van vertra­gingen in de uitvoeringsprojecten. In het tweede kwartaal van 2020 heeft het project Tijdelijke Tolheffing, op basis van de huidige planning van de beide aanlegprojecten (openstelling van de Blankenburgverbinding is voorzien in Q4 2024), een herstart gemaakt. De Kamer is in het voorjaar van 2022 geïnformeerd over de actuele stand van zaken sindsdien (Kamer­stukken 35925-A, nr. 37). De begroting is hierop bijgesteld. De wet ter wijziging van de vigerende wet Tijdelijke Tolheffing is voor het zomerreces ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken 36137, nr. 2).FinancieelPer aanlegproject is een tolopgave vastgesteld. Voor de Blankenburgver­binding (BBV) is deze tolopgave € 363 miljoen (prijspeil 2022) en voor de ViA15 € 328 miljoen (prijspeil 2022). Dit betreffen de absolute getallen/netto contante waarde (de ontvangsten worden begroot op artikel 12.09 van het Mobiliteitsfonds).In deze bedragen zijn tevens inbegrepen de uitvoeringskosten die gepaard gaan met het innen van tol, de handhaving en het beheren en onderhouden van het tolsysteem. Bij tolheffing werd tot voor kort uitgegaan van een periode van 25 jaar. Als de tolopgave op een wegdeel eerder zou worden gerealiseerd, dan zou de tolheffing op dat wegdeel worden beëindigd en vice versa. Met de komst van Betalen Naar Gebruik (BNG) per 2030 zal de Tijdelijke Tolheffing voortijdig worden beëindigd. De resterende tolopgave wordt gedekt uit de opbrengsten uit BNG. De uitwerking van dit voorstel wordt in een volgende begroting verwerkt.PlanningDe tolheffing wordt samen met de beoogde uitvoeringsorganisaties verder uitgewerkt. Deze uitwerking landt in het uitvoeringsplan en het handha­vingsplan. De realisatie van het systeem en de voorbereiding van de organisatie is voorzien in de periode 2020-2024.De faseovergang van de voorbereidings- naar de realisatiefase is in 2018 aangehouden in verband met de aansluiting op de openstellingen van beide projecten. De herstart is gekoppeld aan de openstellingen van de Blanken­burgverbinding en de ViA15 en heeft in 2020 plaatsgevonden.146Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 OrganisatieOm te komen tot een werkend tolsysteem werkt het Ministerie van IenW aan het technisch en organisatorisch mogelijk maken van de heffing. Daarnaast wordt er gewerkt aan de juridische voorwaarden voor de tolheffing.Specificatie inkomsten en uitgavenIn onderstaande tabel is het totaaloverzicht opgenomen van de verwachte inkomsten en uitgaven voor de periode 2022–2024 en wordt een doorkijk gegeven voor wat betreft de tolinkomsten voor de jaren daarna. Hiermee wordt informatie verstrekt die de financiële stromen en de voortgang van het realiseren van de tolopgave per project inzichtelijk maakt.Tabel 86 Specificatie inkomsten en uitgaven (bedragen x € 1.000)Uitgavenartikelt/m 20212022202320242025202620272028202920302031203220332034203520362037 e.v.Rijksbijdrage voor project BlankenburgverbindingMF 12.0423.21223.21223.21223.21223.21223.21223.21223.21123.21256.37033.15433.15433.154233.460Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie1.72716.43019.93814.5704.0308.6148.6150000000000- bijdrage aan RijkswaterstaatMF 12.06/12.0305959491.0170- bijdrage aan Rijksdienst voor het WegverkeerMF12.0320211.34413.73412.4943.434- bijdrage aan ILTHXII art. 2400000- bijdrage aan Centraal Justitieel IncassobureauMF 12.0304203.52000- uitgaven programmaorganisateMF 12.03/HXII art. 9814193.9841.1621.036504- nog toe te wijzenMF12.031078757424928.6148.615Subtotaal Blankenburgverbinding1.72716.43019.93837.78227.24231.82631.82723.21223.21223.21223.21123.21256.37033.15433.15433.154233.460Rijksbijdrage voor project ViA15MF 12.0420.82420.82420.82420.82420.82420.82720.82483.29741.64820.82420.824219.581Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie1.05810.07010.0628.9302.4705.3585.3570000000000- bijdrage aan RijkswaterstaatMF 12.06/12.0303655816230- bijdrage aan Rijksdienst voor het WegverkeerMF12.031236.9538.4177.6572.105- bijdrage aan ILTHXII art. 2400000- bijdrage aan Centraal Justitieel IncassobureauMF 12.030257000- uitgaven programmaorganisatieMF 12.03/HXII art. 988692.442712635309- nog toe te wijzenMF12.03655435115565.3585.357000000000Subtotaal ViA151.05810.07010.0628.9302.47026.18226.18120.82420.82420.82420.82720.82483.29741.64820.82420.824219.581Totaal uitgaven Tol2.78526.50030.00046.71229.71258.00858.00844.03644.03644.03644.03844.036139.66774.80253.97853.978453.041Reservering Blankenburgverbinding en ViA15MF 12.0315.70917.42523.35617.42517.42514.9004.2254.2256.132000Ontvangsten tolsysteemMF 12.0911.72611.72311.72311.72311.72311.72311.72311.72311.72311.719Totaal geraamde inkomsten TolMF 12.09‒‒‒34.93834.93555.75955.75955.75955.75955.75955.76155.759151.38674.80253.97853.978453.041147Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Toelichting op de tabel–Voor de realisatie en exploitatie van tol is er een aantal rollen en taken die vervuld worden, die betrekking hebben op zowel reguliere inning als voor de wettelijke aanmaning en handhaving. Daarnaast betreft het ook de uitvoeringskosten van IenW.–Voor het mogelijk maken om tol te kunnen innen, moeten de uitvoe­ringsorganisaties zich gedegen voorbereiden, systemen aanpassen en producten en diensten inkopen. De kosten die hierbij worden gemaakt komen ten laste van de tolopgave en worden voorgefinancierd uit de reservering tol. Voor de verdeling van de kosten over de projecten is een verdeelsleutel bepaald op basis van verkeersvolumes.–De kosten van de beoogde uitvoeringsorganisaties worden toebedeeld aan respectievelijk de Blankenburgverbinding en ViA15 en zullen worden gedekt uit de toekomstige tolontvangsten op deze verbindingen. De resterende tolopgave na 2030 wordt gedekt uit de ontvangsten BNG.–De kostenverhouding tussen de Blankenburgverbinding en de ViA15 is momenteel gebaseerd op een verdeelsleutel.–Het kasritme van de ontvangsten wordt geactualiseerd na vaststelling van het uitvoerings- en handhavingsplan;–Cijfers per uitvoeringsorganisatie zijn gespecificeerd op basis van de Uitvoeringstoetsen en Plannen van Aanpak van de uitvoeringsorgani­saties en het project tijdelijke tolheffing.148Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 Bijlage 8: Lijst van afkortingenTabel 87 Lijst van afkortingenAfkortingAOVAchterstallig Onderhoud VaarwegenATBNGAutomatische Treinbeïnvloeding Nieuwe GeneratieATB-VvAutomatische Treinbeïnvloeding – Verbeterde versieBBVBlankenburgverbindingBenOBeheer en onderhoudBNGBetalen naar gebruikBOABeleidsondersteuning en AdviesBO MIRTBestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en TransportBRGBestaand Rotterdams GebiedBZKMinisterie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesCACoalitieakkoordCSZKCommando ZeestrijdkrachtenDBFMDesign, Build, Finance and MaintainDFDeltafondsDUMODuurzame MobiliteitDVMDynamisch VerkeersmanagementEOVExploitatie, onderhoud en vernieuwingERMTSEuropean Rail Traffic Management SystemETVEmergency Towing VesselsEUEuropese UnieEZKMinisterie van Economische Zaken en KlimaatFESFonds Economische StructuurversterkingGFGemeentefondsGWWGrond-, weg- en waterbouwHBRHavenbedrijf RotterdamHOVHoogwaardig openbaar vervoerHRNHoofdrailnetHSLHogesnelheidslijnHVWNHoofdvaarwegennetHWNHoofdwegennetHXIIHoofstuk 12 begroting Ministerie van Infrastructuur en waterstaatIBOInterdepartementaal BeleidsonderzoekIenWMinisterie van Infrastructuur en WaterstaatIMAIntegrale MobiliteitsanalyseIRInvesteringsruimteIWKSIntelligente wegkantsystemenKPIKernprestatie indicatorenLNVMinisterie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitLTSaLange Termijn SpooragendaKWCKustwachtcentrumLCCLife Cycle CostsMFMobiliteitsfondsMOCMaritiem Operatie CentrumMIRTMeerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en TransportMJPGMeerjarenprogramma GeluidsaneringNaNovNa Noord-Oostelijke VerbindingNCWNetto contante waardeNDWNationale Databank WegverkeergegevensNGFNationaal GroeifondsNMCANationale Markt- en CapaciteitsanalyseNoMoNota MobiliteitNOVINationale Omgevingsvisie149Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2 NSNederlandse SpoorwegenNSPNieuwe SleutelprojectenNVGSNota Vervoer Gevaarlijke StoffenOVOpenbaar VervoerOVSOpenbaar Vervoer en SpoorOV SAALOpenbaar Vervoer Schiphol-Amsterdam-Almere-LelystadOVTOpenbaar Vervoer TerminalPBProjectbesluitPFProvinciefondsPHSProgramma Hoogfrequent SpoorvervoerPKBPlanologische KernbeslissingPMRProject Mainportontwikkeling RotterdamPPCPubliek Private ComparatorPPSPubliek-Private SamenwerkingRBVRijksbegrotingsvoorschriftenRDWRijksdienst voor WegverkeerRISMRoad Infrastructure Safety ManagementRMfRegionale MobiliteitsfondsenRSPRegiospecifiek PakketRWSRijkswaterstaatSAASchiphol-Amsterdam-AlmereSAALSchiphol-Amsterdam-Almere-LelystadSARSearch and Rescue-helikoptersSCMStrategisch CapaciteitsmanagementSEBSchoon en Emissieloos BouwenSLAService Level AgreementSPVStrategisch Plan VerkeersveiligheidTBTracébesluitTEN-TTrans Europese Transport NetwerkenTTHTijdelijke TolheffingUPGEUitvoeringsprogramma geluidemplacementenUWOUitwerkingsovereenkomstVGRVoortgangsrapportageVTSVessel Trafic ServicezboZelfstandig bestuursorgaanZZLZuiderzeelijn150Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 A, nr. 2

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a7cd8cefd7f9bd1b

14 okt 2026 · dc419c17e0876882

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.