Weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen
Brontekst
Versie dad97c56b3f70609 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 821Nationale VeiligheidNr. 249 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VANDEFENSIE EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 december 2024De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren sterkverslechterd en dit raakt Nederland. Statelijke en niet-statelijke actorenbedreigen in toenemende mate de nationale veiligheidsbelangen van hetKoninkrijk.1 We zien nu al dat Nederland doelwit is van hybride aanvallen,zoals cyberoperaties, spionage en sabotage. Geopolitieke ontwikkelingenen in het bijzonder de Russische agressieoorlog in Oekraïne hebbenhierop een versterkend effect. Voor het eerst in lange tijd is het reëel datNederland via de collectieve verdedigingsclausule in het NAVO-verdrag(«artikel 5») direct betrokken raakt bij een grootschalig gewapend conflict.Dit blijkt onder andere uit het bijgevoegde dreigingsbeeld van de MIVD enAIVD.2 Het is daarom van belang om verspreiding van deze oorlog tevoorkomen. Ook de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en deWetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stellen in hunrecente adviezen dat de tijd waarin Nederland zich niet of nauwelijkszorgen hoefde te maken over de weerbaarheid van de maatschappij,voorbij is.3 Deze ontwikkelingen maken het noodzakelijk om deweerbaarheid van onze maatschappij te verhogen.Deze Kamerbrief heeft als doel om in samenhang uiteen te zetten wat eenweerbare maatschappij inhoudt en welke opgave er ligt om deze tebereiken. De noodzaak is reeds vastgesteld in het regeerprogramma enwordt op Europees niveau onderstreept door het rapport van speciaaladviseur Sauli Niinistö, waarin wordt opgeroepen tot het versterken van1De zes nationale veiligheidsbelangen zijn: territoriale veiligheid, fysieke veiligheid, econo-mische veiligheid, ecologische veiligheid, sociale en politieke stabiliteit, en internationalerechtsorde en stabiliteit.2MIVD en AIVD, Dreigingsbeeld militaire en hybride dreigingen, 2024.3Adviesraad Internationale Vraagstukken, Hybride dreigingen en maatschappelijkeweerbaarheid, 2024Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, WRR-rapport nr. 109 Nederland in eenfragmenterende wereldorde, 2024. kst-30821-249ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2491 de civiele en militaire paraatheid en weerbaarheid van de Europese Unieen haar lidstaten.Een weerbare samenleving helpt in de eerste plaats om een conflict tevoorkomen. Het maakt ons minder kwetsbaar, schrikt statelijke actoren afen ontmoedigt hen om Nederland te raken. Dat wordt ook door de NAVOonderschreven: weerbaarheid heeft een basis in Artikel 3 van het Verdragvan Washington (NAVO-Verdrag), waarmee weerbaarheid zowel eenbondgenootschappelijke opgave als een nationale verantwoordelijkheidis. Daarnaast kunnen we met het verhogen van onze weerbaarheidbovendien beter weerstand bieden en veerkracht tonen mocht hetonverhoopt toch tot een conflict komen. Een weerbare maatschappijdraagt daardoor bij aan de bescherming van onze veiligheid, vrijheid,welvaart en waarden. Dit geldt niet alleen bij hybride aanvallen of eenmilitair conflict, maar ook bij andere crises of rampen, zoals grootschaligeoverstromingen, een pandemie of langdurige uitval van vitale processen.Verder weegt mee dat de overheid bij een oorlogsdreiging of eendaadwerkelijk conflict, niet in staat zal zijn om alles op te lossen. Daarommoet de samenleving als geheel meer doordrongen raken van het belangvan zelf- en samenredzaamheid, zodat individuen en gemeenschappenbeter voorbereid zijn op mogelijke crises. Hier ligt ook een belangrijke rolvoor gemeenten en veiligheidsregio’s om de kracht van burgers enorganisaties te verbinden aan de weerbaarheidsopgave.De Russische agressieoorlog in Oekraïne toont het belang van eenweerbare maatschappij. Hoewel het kabinet niet uitgaat van een conflictop Nederlands grondgebied, zijn er lessen te trekken uit de Oekraïensesituatie. Oekraïense burgers kennen een hoge mate van zelfredzaamheiden sociale cohesie, bedrijven leveren een bijdrage aan de landsverde-diging, in delen van het land zijn energienetwerken voldoende redundant,en de Oekraïense overheid is in staat geweest om salarissen, pensioenenen uitkeringen onder alle omstandigheden door te blijven betalen. Ditheeft er voor gezorgd dat Oekraïne in staat is zichzelf te verdedigen en dattegelijkertijd een groot deel van de Oekraïense samenleving zo goedmogelijk doordraait.In Nederland ligt er al een solide basis om weerbaarheid te versterken:onder meer de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden,maar ook de NAVO Weerbaarheidsdoelen (Resilience Objectives) enEU-initiatieven, waaronder de verwachte EU Preparedness Union-strategie, vormen het raamwerk.4 Ervaringen van andere landen,waaronder Oekraïne, Finland en Zweden zijn bij de kabinetsaanpakbetrokken.Hoewel dit een stap in de goede richting is, is het niet genoeg. In hethuidige tijdsgewricht, met een verslechterende veiligheidssituatie,ontkomen we er niet aan om een flinke stap extra te zetten. Bovendien isNederland als open samenleving gericht op internationale samenwerkingen handel, en vanwege onze rol als logistieke spil binnen de NAVO,kwetsbaar voor dreigingen van buitenaf.De regie voor versterking van de nationale veiligheid ligt bij de overheid.Maar voor een veilige en weerbare maatschappij is de inzet van iedereen4De NAVO Resilience Objectives zien toe op een basisniveau van weerbaarheid op zevenverschillende gebieden (continuïteit van overheid, energievoorziening, grootschalige opvangvan personen, voedsel-en drinkwatervoorziening, opvang van gewonden, (tele)communicatieen transport), met als doel om bij te dragen aan de continuïteit van overheid, de samenlevingen de ondersteuning van bondgenootschappelijke verdediging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2492 nodig. Dit geldt voor de overheid (inclusief veiligheidsregio’s engemeenten), bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisatieen burgers. Deze brief vormt daarom het startpunt van een nauwesamenwerking en dialoog met de samenleving om zo de maatschappij-brede aanpak vorm te geven.LeeswijzerHet kabinet zet daarom, in lijn met de moties van en toezeggingen aan uwKamer,5 in deze brief voor de eerste keer in samenhang uiteen wat eenweerbare maatschappij inhoudt en welke opgave er ligt om deze tebereiken. Dit op basis van bestaand beleid, geleerde lessen uit hetOekraïne-conflict, een internationale vergelijking, de NAVO Weerbaar-heidsdoelen en een nationale weerbaarheidsanalyse met betrokkenheidvan alle relevante departementen. Deze brief bestaat uit de volgendeparagrafen:1)Ambitie: een weerbare maatschappij en parate krijgsmacht2)Maatschappijbrede aanpak3)Waar bouwen we op verder?4)De aanvullende opgave: maatschappijbrede aanpak op basis van 6pijlers5)Internationale ervaringen6)Communicatie over dreiging en handelingsperspectief7)ConclusieHiermee zorgen we voor een gedeeld beeld die de basis vormt voor deverdere aanpak. De maatschappijbrede aanpak in deze brief borgt debetrokkenheid van maatschappelijke partners in het adresseren van degezamenlijke opgave. Ook wordt in deze Kamerbrief de intensivering vande communicatieaanpak ten aanzien van de dreiging en handelingsper-spectieven nader toegelicht. De opgave rond communicatie is in dezebrief bewust al verder uitgewerkt, juist vanwege het belang van communi-catie voor het begrip van het vraagstuk en het draagvlak van de samen-leving voor de benodigde aanpak.Deze brief en bijlage beschrijft de weerbaarheidsopgave waar het kabinetvoor staat. Vanwege de omvang van de totale opgave is een stapsgewijzeaanpak noodzakelijk. Keuzes en prioriteitstelling zijn onontkoombaar. In2025 volgt een aanvullende Kamerbrief met daarin de eerste concretebeleidsinzet van het kabinet om de weerbaarheid te vergroten. Om totkeuzes en prioriteitstelling te komen, worden de komende periodevarianten voor beleidsintensivering uitgewerkt, inclusief opties, draai-knoppen en financiële gevolgen. Hierbij zal scherp gekeken worden naarwat de NAVO van ons vraagt. Besluitvorming hierover volgt op dereguliere financiële (hoofd)besluitvormingsmomenten. De volgendeKamerbrief wordt daarom na de publicatie van de Voorjaarsnota 2025 aande Kamer verstuurd. Voor de financiële consequenties van het versterkenvan de maatschappelijke weerbaarheid is de Miljoenennota leidend.5Kamerstuk 21 501-02, nr. 2825, motie Dassen / Kamerstuk 36 410 X, nr. 45, motie Erkens enDassen / Kamerstuk 36 410 X, nr. 48, motie Nordkamp / Toezegging van de Staatssecretaris vanDefensie om rond de zomer van 2024 een brief aan de Kamer te zenden over het in beeldbrengen van wat er nodig is om de maatschappij voor te bereiden op een militaire dreiging enwelke beleidskeuzes er zijn. / Toezegging van de Minister van Justitie en Veiligheid om in deKamerbrief Weerbaarheid tegen militaire dreigingen dieper in te gaan op het in kaart brengenvan de gevolgen van een potentieel conflict om zicht te krijgen op waar een versterkte inzetnodig is om de weerbaarheid van ons land, van onze maatschappij, van onze samenleving teverhogen en waar we nu al intensief op inzetten om de weerbaarheid te verhogen zoals hetbeschermen van de vitale infrastructuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2493 Deze brief ontvangt u gelijktijdig met de kabinetsreactie op het AIV-advies«Hybride dreigingen en maatschappelijke weerbaarheid» en de Voort-gangsbrief van de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Neder-landen 2023–2029. De kabinetsreactie op het rapport «Nederland in eenfragmenterende wereldorde» van de Wetenschappelijke Raad voor hetRegeringsbeleid (WRR) volgt op korte termijn.Deze Kamerbrief gaat in op Europees Nederland, het gedeelte van hetKoninkrijk dat onder het NAVO bondgenootschap valt. Een dreiging ofinzet hier kan echter ook gevolgen hebben in het Caribisch deel van hetKoninkrijk. Daarbovenop geldt dat voor Bonaire, Saba en Sint Eustatiusweerbaarheidsversterkende trajecten ook op hen van toepassing zijn,tenzij er redenen zijn om dat niet te doen. In dat geval is maatwerk nodig,om hiermee alsnog het gewenste resultaat in Caribisch Nederland tebereiken6.1) Ambitie: een weerbare maatschappij en parate krijgsmachtEen solide, weerbare maatschappij kan schokken aan – ongeacht wat erop ons afkomt. Het is een maatschappij waarin overheid, publieke enprivate partners, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen eninwoners zoveel mogelijk voorbereid zijn op maatschappelijkeontwrichting en het vermogen hebben deze te weerstaan, op te vangen enervan te herstellen.7 Niet alleen bij hybride aanvallen of een militairconflict, maar ook bij andere crises, zoals grootschalige overstromingen,een pandemie of langdurige uitval van vitale processen. We moetenkunnen omgaan met een combinatie van langdurige uitval, schaarste enverstoring. Door ons weerbaar te maken, kunnen we dat aan. Metbedrijven die voorbereid zijn, met een samenleving die makkelijker incrisissituaties een nieuw evenwicht vindt en met mensen die (samen)veerkracht tonen mocht de dreiging zich daadwerkelijk manifesteren.Veiligheid is één van de kerntaken van de overheid. Het kabinet zet zichhierbij in voor de bescherming van alle groepen in de maatschappij.Honderd procent veiligheid bestaat echter niet. De overheid kan in eendreigings- en conflictscenario sterk onder druk komen te staan door eenstapeling van crises of de omvang ervan, zeker in de eerste fase. Het isdaarom van belang dat mensen, bedrijven en maatschappelijke instel-lingen – met oog voor ieders kunnen, draagkracht en de diversiteit in demaatschappij – kennis hebben over de dreiging, een eigen verantwoorde-lijkheid nemen in de voorbereiding op schokken en met deze schokkenkunnen omgaan. De overheid moet erop kunnen vertrouwen dat desamenleving tijdelijk of gedeeltelijk zelfredzaam is. Daarnaast helptgedegen voorbereiding om de impact te verkleinen, mocht het onver-hoopt toch mis gaan.In geval van een aanval of conflict moet de Nederlandse overheidreageren. Met bijvoorbeeld diplomatieke, economische, juridische enmilitaire middelen. De krijgsmacht moet, ingevolge artikel 97 van deGrondwet, in staat zijn om het eigen en bondgenootschappelijk grond-gebied te verdedigen, de internationale rechtsorde te beschermen enciviele autoriteiten te ondersteunen bij rampen en crises. En andersom:6Gelet op de doorwerking en de verantwoordelijkheid voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius zalde opvolging hiervan separaat worden opgepakt in samenspraak met de verantwoordelijkeautoriteiten en de maatschappij aldaar. Vanuit de Veiligheidsstrategie van het Koninkrijk zullenook de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten betrokken worden. Hiermee kan ookrecht worden gedaan aan het unieke karakter en lokale context die een eigenstandige aanpakvraagt.7Kamerstuk 30 821 nr. 205, Eindrapport «Weerbaarheid becijferd» van RAND Europe, Ministerievan Justitie en VeiligheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2494 Defensie heeft de gehele samenleving nodig voor het uitoefenen van demilitaire taken. Daarvoor moet de maatschappij op de krijgsmacht kunnenvertrouwen – en andersom. Hiertoe werkt Defensie interdepartementaal,interbestuurlijk en met maatschappelijke partners aan de militaireparaatheid van Nederland.2) Maatschappijbrede aanpakHet Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Defensiezijn gezamenlijke verantwoordelijk voor de coördinatie van de overheids-brede inzet en maatschappijbrede aanpak om de weerbaarheid in hetkader van militaire en hybride dreiging te versterken. Hierbinnen richt hetMinisterie van JenV (de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding enVeiligheid) zich met name op de weerbaarheid van de overheid, economieen samenleving (civiele weerbaarheid). Defensie concentreert zich op deparaatheid van de krijgsmacht en wat hiervoor nodig is van demaatschappij. Alle departementen werken in deze aanpak samen, met ééngezamenlijk doel, maar ieder vanuit hun eigen beleidsverantwoorde-lijkheid. Bijvoorbeeld op het terrein van de gezondheidszorg, transport enlogistiek, crisisbeheersing, voedsel, energie, (tele)communicatie, migratie,de economie, arbeidsmarkt of de democratische rechtsorde. Belangrijkuitgangspunt is dan ook dat aanvullend beleid in het kader van deweerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen zo goed mogelijkaansluit op bestaande beleidsinitiatieven.Voorliggende brief is een eerste stap in het vormgeven van eenmaatschappijbrede aanpak tegen militaire en hybride dreigingen. Hetkabinet zet in samenhang uiteen wat een weerbare maatschappij voorhaar inhoudt en wat er – in het licht van een hybride en militaire dreiging– nodig is om deze te bereiken. Niet als blauwdruk van de overheid, maarvooral als startpunt van het gesprek en uitgestoken hand aan demaatschappij. Verdieping en uitwerking van deze aanpak en de weerbaar-heidsopgave is nodig, samen met inwoners, gemeenten, veiligheidsre-gio’s, maatschappelijke organisaties, publieke- en private partijen,kennisinstellingen, uitvoeringsorganisaties en belangenverengingen.Hierbij staat de vraag centraal; hoe kan een ieder bijdragen aan hetrealiseren van de weerbaarheidsopgave waar we als Nederland voorstaan? Risicocommunicatie vanuit de overheid over dreigingen, wat deoverheid hieraan doet, en over de mogelijke impact op onze manier vanleven, dragen hieraan bij.De strategische koers van de weerbaarheidsopgave wordt integraal in deNationale Veiligheidsraad besproken. Besluitvorming over de gecoördi-neerde beleidsinzet geschiedt via de reguliere onderraden en de minis-terraad. Belangrijke andere instrumenten om het gesprek met demaatschappij te faciliteren zijn het opzetten van een weerbaarheids-netwerk en het organiseren van een Veiligheidstop8 om kennis, ervaringenen informatie uit te wisselen. Mede naar aanleiding van zowel de motievan de leden Brekelmans en Veldkamp inzake inrichting van een geopoli-tieke raad als de motie van het lid Timmermans inzake de NationaleVeiligheidsraad zal door het kabinet tevens een publiek-private geopoli-tieke en weerbaarheidsberaad worden ingericht. Dit beraad heeft als doelleden van het kabinet, bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappe-lijke partners in wisselende samenstelling regulier samen te brengen ineen informele en vertrouwelijke setting om relevante ontwikkelingen tebespreken met het oog op versterking van onze weerbaarheid. Dezeoverleggen hebben een niet-besluitvormend karakter.8Ministerie van Algemene Zaken, Regeerprogramma Kabinet-Schoof, 13 september 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2495 Het is van belang om met alle bij het weerbaar maken van demaatschappij betrokken partijen het juiste gesprek te kunnen voeren. Omdit goed te kunnen doen, delen we in aanvulling op deze Kamerbrief tweestukken:a.Een dreigingsbeeld; opgesteld door de inlichtingen- en veiligheids-diensten waarin de dreiging nader wordt geschetst en dat denoodzaak voor aanvullende inzet onderschrijft. Dit beeld draagt bijaan bewustwording en helpt maatschappelijke partners om teanticiperen op de dreiging.b.Een uitwerking van de weerbaarheidsopgave; waarin is aangegevenwat er op diverse beleidsterreinen nodig is om de weerbaarheid teversterken. Deze opgave biedt handvatten om het gesprek aan tegaan over het verder invullen van de maatschappijbrede aanpak.3) Waar bouwen we op verder?De afgelopen jaren is er – gericht op een breed palet aan dreigingen diede nationale veiligheid kunnen schaden – intensief gewerkt aan deweerbaarheid van Nederland. De Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijkder Nederlanden9 vormt hiervoor het kader. Zo wordt er Rijksbreed en ininternationaal verband gewerkt aan het tegengaan van statelijke enhybride dreigingen, het tegengaan van ongewenste buitenlandseinmenging, aan (internationale) cyberveiligheid, het versterken van defysieke en digitale weerbaarheid van de vitale infrastructuur, de Rijksbredestrategie voor de effectieve aanpak van desinformatie, het bevorderen vaneconomische veiligheid en kennisveiligheid, het beschermen van deeconomie en samenleving, ruimteveiligheid, het versterken van decrisisbeheersingsketen en met de Digitaliseringsstrategie10 aan de digitaleweerbaarheid van de overheid.Ook zijn de investeringen in Defensie de afgelopen jaren fors toegenomenom de krijgsmacht beter voor te bereiden op een mogelijk gewapendconflict. Verschillende lopende trajecten van Defensie dragen bij aan deversterking van de krijgsmacht. Zo lopen er diverse initiatieven tenbehoeve van personeelsuitbreiding, waaronder het dienjaar en hetecosysteem HR, en wordt er intensief gewerkt aan de capaciteitsopbouw,het uitbreiden van voorraden en intensivering van de samenwerking metde industrie. In aanvulling daarop zet het kabinet zich op internationaalvlak in voor de bevordering van het internationaal veiligheids- endefensiebeleid.Met voorliggende aanpak intensiveert het kabinet de actielijnen uit deVeiligheidsstrategie op onderwerpen als het versterken van de krijgs-macht, hybride conflictvoering, economische en digitale weerbaarheid,kennisveiligheid, sociale stabiliteit, vitale infrastructuur, crisisbeheersingen het vergroten van de (pandemische) paraatheid van de samenleving.Door de grensoverschrijdende verbondenheid van Nederland vormendreigingen in andere landen ook een dreiging voor de nationaleveiligheid. Daarnaast levert Nederland, als onderdeel van de interne markten doorvoerland, een belangrijke bijdrage aan de weerbaarheid vanandere landen en de EU. Het is nodig om niet alleen op nationaal maarook op Europees en internationaal niveau te zoeken naar nieuweoplossingen voor grensoverschrijdende problemen. Het kabinet spant zichdaarom ook in internationaal verband in om het weerbaarheidsbeleidbinnen de EU en NAVO te versterken.9Kamerstuk 30 821, nr. 178, Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden, Ministerievan Justitie en Veiligheid en Ministerie van Buitenlandse Zaken.10Verwacht Voorjaar 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2496 Het kabinet ondersteunt de versterking van de weerbaarheid in EUverband en heeft met interesse kennisgenomen van het rapport vanspeciaal adviseur Sauli Niinistö.11 Het rapport dient als basis voor deaankomende Preparedness Union Strategy van de Europese Commissie,die ook zal werken aan Europese paraatheid en weerbaarheid. Een beteresamenwerking tussen de NAVO en EU blijft een speerpunt van hetkabinet. Artikel 5 van het Verdrag van Washington is het uitgangspunt vanhet NAVO- bondgenootschap en vereist gedegen militaire voorbereiding.Met een basis in Artikel 3 van het Verdrag is weerbaarheid, een bondge-nootschappelijke opgave en een nationale verantwoordelijkheid, zohebben regeringsleiders in 2022 op de NAVO-top in Madridbevestigd.12Om aan die totale opgave te voldoen zijn weerbaarheidsdoelstellingenvastgesteld: de zogenoemde NAVO Weerbaarheidsdoelen.4) Wat is de aanvullende opgave?De afgelopen periode is de weerbaarheidsopgave inzichtelijk gemaakt,met betrokkenheid van alle relevante departementen. Dit is gedaan doormiddel van een weerbaarheidsanalyse op basis van een onderstaandscenario en met behulp van geleerde lessen uit het Oekraïne-conflict eneen internationale vergelijking. Op de lacunes die zijn geïdentificeerd, isaanvullende inzet nodig. In de analyse is tevens de noodzakelijke inzet opzeven NAVO Weerbaarheidsdoelen meegenomen13.De weerbaarheidsopgave is bepaald aan de hand van eenscenario waarin:•Er een militair conflict is in Oost-Europa;•Nederland moet voldoen aan bondgenootschappelijke verplich-tingen;•Er sprake is van een significante hybride dreiging (o.a. desinfor-matie, cyber, sabotage, spionage), in aanloop van en tijdens eenconflict;•Nederland een voorname functie heeft in de doorvoer vantroepen en materieel;•Er dreiging is ten aanzien van de vitale infrastructuur, strategi-sche (militaire) objecten en de inspanningen ter ondersteuningvan het bondgenootschappelijk optreden (logistieke lijnen);•Er sprake is van langdurige en brede verstoring van de economie.arbeidsmarkt en de samenleving;•Er sprake is van significante migratie- en/of gewondenstroom.Op basis van bovenstaande analyse is het kabinet gekomen tot onder-staande pijlers van de weerbaarheidsopgave.14 De pijlers vormen hetraamwerk voor de maatschappijbrede aanpak, die wordt vormgegevenlangs twee sporen: maatschappelijke weerbaarheid en militaireparaatheid.Concreet vereist maatschappelijke weerbaarheid:1.Het beschermen van vitale en andere belangrijke processen in demaatschappij;2.Een parate en veerkrachtige samenleving;3.Het overeind houden van de Nederlandse democratie, rechtstaat enoverheid;11Uw Kamer wordt binnen afzienbare tijd geïnformeerd over de kabinetsappreciatie.12Kamerstuk 28 676, nr. 417, Verslag NAVO-top Madrid, Ministerie Buitenlandse Zaken enDefensie.13Zie voetnoot 4.14Zie bijgevoegde publicatie «Weerbaarheidsopgave – Versterken van weerbaarheid in het lichtvan militaire en hybride dreigingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2497 4.Een weerbare economie.Militaire paraatheid draait daarnaast om:5.Het beschermen en verdedigen van het eigen en bondgenootschap-pelijk grondgebied;6.Het waarborgen van civiele ondersteuning aan de krijgsmacht bij deuitoefening van de militaire taak.N.B. Een uitwerking van de weerbaarheidsopgave is als apartepublicatie bijgevoegd. Een samenvatting volgt hieronder.1. Het beschermen van vitale en andere belangrijke processen in demaatschappijNederland is als (digitaal) knooppunt en poort naar Europa een mogelijkdoelwit, bijvoorbeeld om logistieke steun naar Oekraïne of militairetroepenaanvoer naar Oost-Europa te verstoren. Wanneer vitale of anderebelangrijke processen verstoord worden, kan dit snel leiden totmaatschappelijke ontwrichting, maatschappelijke onrust en/of aanzienlijkeeconomische schade.Om de maatschappij hier tegen te wapenen is verdere versterking van deweerbaarheid van onze vitale infrastructuur noodzakelijk, zowel fysiek alsdigitaal, specifiek in het licht van een hybride dreiging of militair conflict.Onze vitale infrastructuur moet robuust en meervoudig redundant zijn. Ditgeldt in het bijzonder voor processen waar veel andere processen vanafhankelijk zijn, zoals energievoorziening, mobiele communicatienet-werken, internet, plaats- en tijdbepaling (vb. GPS en het Galileo-navigatiesysteem) en transport (via het spoor, lucht, wegen, havens, deNoordzee en rivieren) of processen die raken aan primaire levensbe-hoeftes zoals noodzorg, voedsel- en drinkwatervoorziening.Juist op gebied van grensoverschrijdende processen is het nodig om nietalleen op nationaal maar ook in Europees en internationaal verband tezoeken naar nieuwe oplossingen om de weerbaarheid te vergroten. Zoheeft de energiecrisis ons laten zien hoe belangrijk het is om snel inEU-verband maatregelen te kunnen treffen om bestaande risicovolleafhankelijkheden te diversifiëren en waar mogelijk af te bouwen om deweerbaarheid te versterken.Gegeven de hybride dreigingscontext in een crisis- en conflictscenario iser een proactieve inzet nodig om beter weerstand te kunnen bieden aanfysieke sabotage en (cyber)spionage. Ditzelfde geldt in het digitaledomein. Nederland moet zich digitaal kunnen verdedigen. Het is vancruciaal belang om gezamenlijke en publiek-private inspanningenmogelijk te maken om aanvallen op netwerk- en informatiesystemen metsucces te voorkomen, op te sporen, aan te pakken en tegen te houden.Het verzorgen van adequate toegang tot voldoende, veilig en gezondvoedsel onder buitengewone omstandigheden, ook ter ondersteuning vanmilitaire operaties, is voor de maatschappij cruciaal. Ditzelfde geldt vooreen slagvaardige, wendbare en opschaalbare gezondheidszorg dieberekend is op (langdurige) crises of conflicten, en daarmee in staat is omgrote aantallen slachtoffers op te vangen en ondersteuning kan biedenaan nationale en bondgenootschappelijke troepen. Voorts moetenvoorbereidingen getroffen worden voor de opvang van grote groepenmensen als gevolg van een dreiging of conflict. Ook moeten instrumentenontwikkeld worden om het functioneren van de arbeidsmarkt, decontinuïteit van het onderwijs en de onafhankelijkheid van de mediatijdens en in de aanloop van een conflict zo veel mogelijk zeker te stellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2498 Om ervoor te zorgen dat de maatschappij beter kan omgaan metverstoringen, moeten er maatregelen worden genomen om beter om tekunnen gaan met een situatie wanneer zich schaarste voordoet, rekeninghoudend met de continuïteit van de samenleving. Bijvoorbeeld bijtekorten aan producten, grondstoffen, personeel en capaciteit. Hiervoorzullen kennis en instrumenten moeten worden ontwikkeld om – indiennoodzakelijk – te kunnen sturen op de verdeling van schaarste.2. Een parate en veerkrachtige samenlevingOntwrichtende hybride aanvallen of een militair conflict hebben groteinvloed op ons dagelijks leven. Ook als het conflict zich niet direct inNederland afspeelt. Wanneer onze vrijheid wordt geraakt, er sprake is vanaantasting van onze politiek-sociale stabiliteit, als we te maken krijgen metlangdurige uitval, schaarste of misschien zelfs verwoesting raakt onsdagelijkse leven ernstig verstoord. Dit kan leiden tot bezorgdheid, eenhulpvraag en in sommige gevallen maatschappelijke onrust. Tegelijkertijdzal de coördinatie en het oplossingsvermogen van de overheid, zowelnationaal als decentraal, in een conflictscenario sterk onder druk komen testaan door een stapeling van crises, zeker in de eerste fase.Dit vraagt in het kader van het gehanteerde scenario om aanvullende inzetop overheidscommunicatie over dreiging en handelingsperspectievenzodat mensen voorbereid worden en kunnen omgaan met langdurigeuitval, tekorten of schade (Zie ook onderstaande paragraaf «Communi-catie over dreiging en handelingsperspectief»). Het integraal bezien vande redundanties van de communicatie- en informatiesystemen moetervoor zorgen dat alle crisispartners elkaar ook tijdens de eerdergeschetste scenario’s op een verantwoorde wijze kunnen bereiken en alleinwoners worden gewaarschuwd in geval van gevaar15. Daarmee wordtonder meer het vermogen tot crisisbeheersing verzekerd. Een landelijkplatform of netwerk zal traditionele hulpverleners, (vrijwilligers)organi-saties en bedrijven moeten verbinden ter voorbereiding op groteverstoringen, uitval en ramp- en crisisscenario’s, waaronder een conflict.Om de zelf- en samenredzaamheid van inwoners te versterken zalburgerhulpverlening verder moeten worden vormgegeven, evenals eengeactualiseerd handelingsperspectief op schuilen en evacueren. Ook zal erintensiever en maatschappijbreed moeten worden geoefend, getraind enopgeleid. Daarnaast werkt het kabinet aan een weerbare samenlevingwaarin ook jongeren bijdragen aan de whole of society-approach en hetversterken van de samenleving. We leren hierbij van bestaande initia-tieven en evidence based interventies op het gebied van jongerenpartici-patie. Samenwerking met gemeenten en veiligheidsregio’s is onmisbaarom te komen tot een parate en veerkrachtige samenleving.3. Het overeind houden van de Nederlandse democratie, rechtstaat enoverheidTer beïnvloeding van de Nederlandse bevolking kunnen statelijke actorenals onderdeel van hybride conflictvoering een breed palet aan middeleninzetten zoals sabotage, spionage, desinformatie en ongewensteinmenging. Hiermee kunnen onze democratie, rechtstaat en overheidworden ontregeld en ondermijnd en onze democratische rechtsordeworden bedreigd. Ook neemt het risico op extremisme, radicalisering enpolarisatie toe, juist in een situatie dat vertrouwen in de overheid gewenstis en de overheid er moet staan. Het openbaar bestuur moet blijven15Kamerstuk 21 501-20, nr. 2040, motie EerdmansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2499 functioneren en grondrechten moeten zoveel mogelijk wordengewaarborgd.Om die reden dient er gewerkt te worden aan het verbeteren van hetintegrale beeld van de (potentiële) hybride dreiging, het voorkomen enmitigeren van kwetsbaarheden als spionage, sabotage, statelijkeinmengingen of (heimelijke) beïnvloeding, het borgen van kennisvei-ligheid en het vergroten van het vermogen van de overheid om «terug teduwen» of «terug te slaan» als respons op hybride conflictvoering.Enerzijds als afschrikking en anderzijds omdat ondermijning vanNederland niet mag lonen. Een proactieve inzet op het tegengaan vanhybride dreigingen is noodzakelijk. Met de doorontwikkeling van deaanpak Statelijke Dreigingen wordt hier in 2025 invulling aan gegeven.Daarnaast is het van belang dat er gewerkt wordt aan een sterkergeopolitiek handelingsvermogen door internationale samenwerking teintensiveren, zowel bilateraal als in EU-, NAVO- en VN-verband.Het tijdig onderkennen van dreigingen tegen de nationale veiligheid en dedemocratische rechtsorde en deze zo nodig te voorkomen of te verstorenvereisen een sterke inlichtingenpositie. Daarnaast is het zicht houden opde dreiging en de mogelijkheid hebben om te kunnen intensiverenwanneer de geopolitieke context erom vraagt van belang. Dat geldt nietalleen voor dreigingen als fysieke sabotage en (cyber)spionage; eenproactieve en maatschappijgerichte benadering ter voorkoming van(heimelijke) beïnvloeding en/of inmenging is noodzakelijk. Het gaat danbijvoorbeeld om activiteiten gericht op het beïnvloeden van maatschappe-lijke sentimenten, zoals het verspreiden van desinformatie door statelijkeactoren16, maar ook om al dan niet heimelijke activiteiten die de integriteitvan ons politieke en bestuurlijke stelsel ondermijnen. Vertrouwen in deoverheid vraagt onafhankelijke controle door journalisten. In de aanpakvoor maatschappelijke weerbaarheid erkennen we daarom het belang vande continuïteit van onafhankelijke journalistiek.Ook de overheid zal in een crisis- en conflictscenario te maken krijgen metuitval, schaarste en verstoring waardoor de werking van overheids-diensten niet kan worden gegarandeerd. Om ervoor te zorgen dat decontinuïteit van de overheid zo goed mogelijk is verzekerd, de democra-tische controle plaats kan blijven vinden, het openbaar bestuur kandoorwerken, er toegang is tot onafhankelijke rechtspraak en grondrechtenzo goed mogelijk worden gewaarborgd, is inzet nodig om overheidspro-cessen en bedrijfsvoering schokbestendig te maken. Dit geldt in hogemate voor het uitkerings- en belastingsysteem, de beschikbaarheid vaneigen financiële middelen, toegang tot de schuldenmarkt en beschermingvan overheidsvoorzieningen zoals sociale zekerheid.Daarnaast is het noodzakelijk om de besluitvormingsprocessen in zowelhet kabinet als in het parlement dusdanig te bestendigen, dat deze ook indit soort situaties zo goed mogelijk doorgang blijven vinden. Lokaal is vanbelang dat het gezag de openbare orde kan handhaven. In een gepolari-seerde samenleving keren mensen zich makkelijker af van het overheids-gezag. Processen zullen robuust en meervoudig redundant gemaaktmoeten zijn en de overheid zal moeten beschikken over voldoendeherstelvermogen.16Zoals aangekondigd in de Voortgangsbrief Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak vandesinformatie, gaat het Ministerie van BZK een brede verkenning uitvoeren kwetsbaarheden inhet open publieke debat, waaronder de wijze waarop desinformatie de Nederlandse democra-tische rechtsstaat in de breedte kan beïnvloeden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24910 Om ervoor te zorgen dat de overheid kan blijven functioneren indienonverhoopt alle reguliere communicatie uitvalt, moet de noodzakelijkeredundantie van informatie- en communicatiesystemen integraal wordenbezien, inclusief de doorontwikkeling van de noodcommunicatievoor-ziening ten behoeve van de (bestuurlijke) crisisbesluitvorming.Om meervoudige en gestapelde crisis zoals (een aanloop naar) een Artikel5-scenario aan te kunnen, is versterkte crisisstructuur en -besluitvormingmet goede aansluiting op lokale, sectorale, nationale, Europese eninternationale en militaire crisisstructuren noodzakelijk. Intensieveregrensoverschrijdende samenwerking, inclusief de mogelijkheid tot(gerubriceerde) informatie-uitwisseling, is daarbij een belangrijkerandvoorwaarde. Vanwege de noodzaak militaire en civiele behoeften enactiviteiten op elkaar af te stemmen, te prioriteren en coördineren is eenstructurele civiel-militaire crisiscoördinatie, besluitvorming en aansturingvereist.Als laatste zal er gewerkt moeten worden aan een passend wettelijk kader,inclusief afwegingskader en communicatie hierover richting de samen-leving, ook in aanloop naar een conflict. Bezien wordt of er binnen hetstaatsnoodrecht en het reguliere recht leemten zijn die gedicht moetworden. Het kan daarbij gaan om eventueel aanvullende bevoegdhedenof inzetmogelijkheden voor verschillende conflictscenario’s.4. Een weerbare economieEen sterke en concurrerende economie zorgt ervoor dat de samenlevingin haar basisbehoeften – zoals voedsel, energie en gezondheidszorg – kanblijven voorzien. Hier is uiteraard ook voldoende personeel voor nodig datin deze sectoren kan (blijven) werken. Er dient daarom verder nagedachtte worden over welke economische processen doorgang moeten vindenin tijden van grote dreiging, en hoe er ook op zulke momenten voldoendemobiliteit op de arbeidsmarkt gegarandeerd kan worden. Behoud van hetNederlands verdienvermogen houdt tevens de (materiële) welvaart oppeil. Het is cruciaal om in tijden van schaarste, verstoring en schade onsverdienvermogen op peil te houden en eventuele schokken in dewerkgelegenheid en investeringen op te vangen. Bovendien ondersteunteen draaiende economie de inzet van de krijgsmacht.Een conflict kan de Nederlandse economie, arbeidsmarkt en internationalehandel ernstig verstoren, hetgeen de overheid belemmert in hetwaarborgen van publieke belangen. Dit geldt vooral wanneer de beschik-baarheid van belangrijke producten of diensten in gevaar komt. Indergelijke situaties is efficiënt en proportioneel overheidsingrijpen vaaknoodzakelijk om toegang te waarborgen tot cruciale producten incrisistijd. Het is daarbij belangrijk om vroegtijdig in te grijpen en de marktzo min mogelijk te verstoren.Het kabinet zet in op het vergroten van de weerbaarheid van de Neder-landse economie tegen schokken. Het bedrijfsleven, inclusief het MKB,speelt hierbij een cruciale rol, aangezien bedrijven primair verantwoor-delijk zijn voor het inrichten van hun eigen waardeketens. Ter voorbe-reiding op een conflictsituatie zullen bepaalde sectoren of bedrijven terondersteuning van de inzet van onze krijgsmacht gevraagd kunnenworden om hun productie en middelen aan te passen aan de toenemendevraag naar goederen en diensten die essentieel zijn voor Defensie. Hierbijgaat het om bijvoorbeeld voedsel, medische benodigdheden, transport-middelen en militaire uitrusting. Daarom werkt het kabinet aan de snelleinvoering van het wetsvoorstel voor de weerbaarheid van de defensie- enveiligheids-gerelateerde industrie. Een dergelijk verzoek heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24911 logischerwijs effect op de maatschappij, daarom is het belangrijk dat erook rekening wordt gehouden met de civiele behoefte en de gevolgenvoor de sectoren en bedrijven die het aangaat.Bovenstaande maatregelen zijn erop gericht ervoor te zorgen dat zowel desamenleving als de krijgsmacht tijdens economische verstoringentoegang blijven houden tot essentiële goederen en diensten.Bovendien wordt ingezet op het verminderen van risico’s van strategischeafhankelijkheden, onder meer door diversificatie, het stimuleren vancirculariteit, het inzetten op alternatieve producten of substituten en hetaanleggen van (strategische) voorraden. Dit draagt bij aan de onafhanke-lijkheid van Nederland en de EU in crisis- en conflictsituaties. De interde-partementale Taskforce Strategische Afhankelijkheden speelt hierbij eenbelangrijke ondersteunende rol.5. Het beschermen en verdedigen van het eigen en bondgenootschap-pelijk grondgebiedDe verslechterde veiligheidssituatie en de reële mogelijkheid datNederland direct betrokken raakt bij een militair conflict vragen omstructurele investeringen in Defensie. Alleen zo is het mogelijk om heteigen en bondgenootschappelijk grondgebied te kunnen beschermen enverdedigen. De investeringen in Defensie zijn de afgelopen jaren forstoegenomen, vooral sinds de Russische agressieoorlog in Oekraïne. Hethuidige kabinet brengt de defensie-uitgaven structureel naar minimaal 2%van het bruto binnenlands product (bbp) om er voor te zorgen dat dekrijgsmacht beter in staat is om invulling te geven aan de drie hoofdtaken.Bovendien wil de Tweede Kamer, met steun van het Kabinet, wettelijkvastleggen dat structureel minimaal 2% van het BBP aan Defensie wordtbesteed. Dit biedt Defensie meerjarige zekerheid om langdurige verplich-tingen aan te gaan. Hiermee kan de versterking van Defensie de komendejaren worden versneld.Een krijgsmacht die op haar taken is toegerust en die een voorsprongbehoudt op tegenstanders vraagt echter meer dan een financiële impuls.Er zijn al diverse initiatieven ontwikkeld die bijdragen aan zowel demilitaire paraatheid als de maatschappelijke weerbaarheid. Voorbeeldendaarvan zijn het Landelijk Crisisplan Militaire Dreigingen, het NationaalDefensie Plan Kritieke Infrastructuur en het Nationaal Plan Ruimte voorDefensie.Hoewel deze initiatieven een stap in de goede richting zijn, is er aanvul-lende inzet nodig, zowel in voorbereiding op als in aanloop naar eenmilitair conflict. Defensie zal meer moeten oefenen en trainen om militairparaat te zijn. Dat betekent dat er meer fysieke ruimte nodig is. Bovendienkan dit tot geluidshinder leiden. Dit vergt nu al dat de samenleving meerbegrip heeft voor de behoeften van Defensie. Daarnaast heeft Defensieook wet- en regelgeving nodig die deze voorbereiding mogelijk maakt enbijdraagt aan afschrikking. De huidige wet- en regelgeving is voornamelijkingericht voor vredestijd17, terwijl Nederland zich helaas in een grijze zonetussen vrede en oorlog bevindt. Om haar taken goed uit te kunnen voerenen Nederland veilig te kunnen houden, werkt Defensie met partners aanpassende wet- en regelgeving. Daarnaast moet duidelijk worden welketaken Defensie kan en moet (blijven) uitvoeren tijdens een conflictsituatieen welke politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdhedendaarbij horen. Dit vergt ook dat er wordt nagedacht over het opvullen vaneventuele lacunes.17Huidige wet- en regelgeving omvat ook het Staatsnoodrecht waaronder de Oorlogswet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24912 Verder is het belangrijk dat de betrokkenheid van de samenleving bijDefensie wordt vergroot. Dat is onder meer nodig als het aankomt op hetbegrip vanuit de samenleving ten aanzien van meer ruimte voor Defensieom te oefenen en te trainen. Met betrekking tot de noodzaak om tebeschikken over voldoende personeel voert Defensie een dienmodel in enwordt het reservistenbestand uitgebreid.18 Ook wordt het aantal dienjaar-militairen verhoogd. Middels een vrijwillige enquête onder jongeren wilDefensie de instroom vergroten.19De bekendheid met reservisten en het vertrouwen dat deze samenwerkingvoor alle partijen van voordeel is, nemen toe. In samenwerking metmarktpartijen en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemerswerken we eraan dat het vanzelfsprekend wordt om als reservist aanmeerdere werkgevers verbonden te zijn. Om grote aantallen reservisten tegenereren is het cruciaal om de samenwerking voor werkgevers aantrek-kelijker te maken. Daarnaast is het van belang dat reservisten afsprakenmaken met hun werkgever over de momenten dat zij beschikbaar zijnvoor bijvoorbeeld trainingen. Ook zal worden onderzocht welke andereafspraken in CAO- (en waar nodig wettelijk) verband vanzelfsprekendkunnen worden en dus ook meer verplichtend werken. Om de samen-leving te kunnen blijven informeren en betrekken over en bij Defensieacti-viteiten, ook in crisissituaties, is een robuust online platform voorinformatieverstrekking nodig.Tot slot is het nodig een aantal randvoorwaarden in te regelen: hetontwikkelen van analoge alternatieven als digitale systemen uitvallen,versterken van de slagkracht van inlichtingen- en veiligheidsdiensten inhet cyberdomein, en het continue stimuleren van innovatie. Het kabinetzet zich daarbij in voor een betere synergie tussen NAVO en EU watbetreft crisismanagement, weerbaarheidsvraagstukken en een Artikel 5situatie om zo civiele en militaire inzet beter op elkaar aan te laten sluiten.6. Het waarborgen van civiele ondersteuning aan de krijgsmacht bij deuitoefening van de militaire taakAls toegangspoort tot het Europese binnenland vervult Nederland eenbelangrijke rol als knooppunt en doorvoerland voor militair materieel entroepen, bijvoorbeeld via de havens van Rotterdam of Vlissingen, maarook via de wegen, spoorwegen en waterwegen. Dit geldt nu al, bijvoor-beeld tijdens NAVO-oefeningen, en zal nog meer gelden in aanloop naaren tijdens een militair conflict. Dit zal grote impact hebben op reguliere,civiele transportstromen en de import en export van goederen.In geval van een militair conflict heeft Defensie bovendien behoefte aanvoldoende civiele ondersteuning op het gebied van voedsel, transport,infrastructuur, gezondheidzorg, energievoorziening, internet en mobielenetwerken. Om met de maatschappij in gesprek te gaan over dezebehoefte, spant het kabinet zich in om de precieze behoefte van Defensiein aanloop naar en tijdens een conflict in kaart te brengen.Tegelijkertijd is de arbeidsmarkt krap, de ruimte schaars en zijn demiddelen beperkt. Het is waarschijnlijk dat de maatschappij en krijgs-macht tijdens een conflict dezelfde schaarse mensen, middelen encapaciteiten moeten delen en dat er een afweging moet worden gemaakttussen de behoefte van de maatschappij en de krijgsmacht, en er in het18Kamerbrief «Een dienmodel dat past bij een schaalbare krijgsmachtskrijgsmacht», Kamerstuk36 124, nr. 45, 3 juni 2024.19Kamerbrief «Enquête dienmodel Defensie», Kamerstuk 36 592, nr. 2, 3 oktober 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24913 uiterste geval moet worden geprioriteerd.20 Daarom is het noodzakelijk teverkennen wat er nodig is om deze afweging te kunnen maken. Daarnaastzijn voorbereidingen noodzakelijk om de schaarste te beperken of deimpact van de afweging te verkleinen. Zo is het bijvoorbeeld noodzakelijkom in kaart te brengen welke voorbereidingen getroffen dienen te wordenom tijdens een conflict de zorglevering (zorgcapaciteit en medischevoorraden) voor zoveel mogelijk mensen, inclusief (bondgenootschappe-lijke) troepen, zo lang mogelijk toegankelijk te houden met passendekwaliteit.Daarnaast is het cruciaal om een schaalbare krijgsmacht te realiseren. Dieis in staat is om capaciteiten (personeel, materieel, infrastructuur, enkennis) uit zowel de Defensieorganisatie als de samenleving in korte tijd inte zetten, waarbij snel op- en afschalen essentieel is. Geïntensiveerdepubliek-private samenwerking, o.a. op het gebied van personele uitwis-seling, logistieke ondersteuning (waaronder medische capaciteiten),bewaken en beveiligen, IT infrastructuur en digitale ruimte, en versterkingvan de samenwerking met de industrie is daarbij een vereiste. Inaanvulling daarop moet ook nauwer worden samengewerkt met kennisin-stellingen om de kennis- en innovatiebasis van Defensie te versterken enverbreden.5) Internationale ervaringenVeel landen in Europa en elders in de wereld staan voor dezelfde opgaveen hebben te maken met dezelfde soort dreigingen. Het kabinet heeftdaarom gekeken naar ervaringen van andere landen op het gebied vanversterking van de weerbaarheid. Daarbij is specifiek gekeken naarOekraïne, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk (VK), gezien deervaring die zij in de afgelopen jaren hebben opgedaan en de inzet die zijhebben gepleegd op het vlak van weerbaarheid.21 Om permanent teblijven leren van landen met een sterke weerbaarheidscultuur en desamenwerking op dit gebied structureel vorm te kunnen geven is er, medeonder leiding van Nederland, gebouwd aan een coalitie met Zweden,Finland, Estland, Letland, Litouwen, België, Luxemburg en het VerenigdKoninkrijk. Dit is onderdeel van de bredere internationale samenwerkingin zowel bilateraal als in EU-, NAVO- en VN-verband gericht op (multila-terale) samenwerking op basis van gedeelde belangen – ook met mindergelijkgezinde landen.De weerbaarheid van Oekraïne is met de illegale militaire inval vanRusland zwaar op de proef gesteld. Ondanks dat er een oorlog woedt inhet land, gaat het leven in grote delen van het land zoveel mogelijk door.De weerbaarheid van de bevolking hierbij is bewonderenswaardig groot.Hier kunnen we van leren, zoals aandacht voor strategische communicatieen het tegengaan van desinformatie. Hierbij zet de overheid in op zowelsterke centrale overheidscommunicatie als bottom-up-communicatie viabijvoorbeeld sociale media-kanalen. Ook de betrokkenheid van burgers envrijwilligersorganisaties is groot, bijvoorbeeld bij initiatieven op lokaalniveau. Een les die hieruit geleerd kan worden is dat het organiseren vandeze betrokkenheid al vóór een conflictsituatie zich voordoet van belangis. Ook onderstrepen de ervaringen uit Oekraïne de noodzaak om teinvesteren in cyberveiligheid en bedrijfscontinuïteit, waaronder hethebben van back-up-systemen, het kunnen voortzetten van essentiëlediensten en aandacht voor behoud van medewerkers. Ook de noodzaakvan investeren in meervoudige redundantie van energienetwerken is20Zoals ook beschreven in de NAVO Resilience Objectives.21Kamerstuk 30 821, nr. 222, Motie TuinmanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24914 essentieel. Deze ervaringen betrekt het kabinet bij de verdere uitwerking,zoals ook hierboven beschreven.In Finland en Zweden is veel – en deels hernieuwde – aandacht voorweerbaarheid, zoals heldere informatiestromen richting hun burgers overzelfredzaamheid ten tijde van een crisis of oorlog en het Total DefenceConcept. Total Defence betekent voor Zweden dat iedereen die er woonten tussen de 16 en 70 jaar oud is, kan worden ingeschakeld om opverschillende manieren – militair en civiel – te helpen als een oorlog dreigtof uitbreekt. In Finland geldt een vergelijkbaar concept met contractueleafspraken met diverse bedrijven over hun rol en productgaranties. In hetVK heeft de National Preparedness Commission – als privaat initiatief ennetwerk – een sterk aanjagende en agenderende rol om het beleid tenaanzien van een weerbare maatschappij te beïnvloeden.Deze internationale ervaringen, waaronder het Total Defence Concept ende rol van de National Preparedness Commission in het VerenigdKoninkrijk, nemen we mee in onze maatschappijbrede aanpak. Echter zijnde aanpakken van andere landen niet één op één over te nemen. Veelalverschilt de veiligheidscultuur, dreigingscontext en (beleids)geschiedenis.Om die reden zullen we zoeken naar een Nederlands antwoord en zullende ervaringen vertaald moeten worden naar de Nederlandse context.6) Communicatie over dreiging en handelingsperspectiefOm de samenleving in beweging te krijgen en de maatschappelijkeweerbaarheid te verhogen gaat de overheid helder communiceren over 1)wat de dreiging is, 2) hoe de overheid en andere partners zich voorbe-reiden en 3) wat inwoners zelf kunnen doen om paraat en veerkrachtig tezijn.Het is de eerste keer sinds lange tijd dat de overheid zich richtinginwoners zo nadrukkelijk gaat uiten over de dreiging en de noodzaak tothet nemen van maatregelen. Dit vergt dan ook een gedegen aanpak.KoersbepalersHet kabinet hanteert de volgende vertrekpunten voor de communicatie-aanpak:•We bieden controle en gripHet doel is om mensen te informeren over hoe zij zich kunnenprepareren op mogelijke gevolgen van de huidige dreiging, zoalslangdurige uitval van vitale processen. Onbedoeld kan met dezeboodschap ook het gevoel van onveiligheid worden versterkt. Het is deopgave om met behulp van concrete informatie en onderbouwdehandelingsperspectieven, mensen juist het gevoel van controle en gripte bieden.•Voeren van het gesprek is onderdeel van de aanpakOp www.denkvooruit.nl is sinds enige tijd alle basisinformatie overrisico’s in Nederland te vinden. Maar de komende periode wordt erlandelijk proactief aandachtgevraagd voor risico’s en de rol dieinwoners en maatschappelijke organisaties vervullen om daar beter opvoorbereid te zijn. Dit kan tot vragen en gesprekken leiden over de rolvan de overheid, van bedrijven en organisaties, over de samen- enzelfredzaamheid van de samenleving. Als overheid zullen we diegesprekken aan gaan, landelijk en regionaal.•We werken in lijn met bestaand beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24915 De versterking van risicocommunicatie is opgenomen in de Veilig-heidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden22 en de LandelijkeAgenda Crisisbeheersing23; de militaire en hybride dreiging leidt nu totversnelling en focus.•We doen dit voor alle inwoners, met de whole-of-societyHet is de ambitie van het kabinet om iedereen in Nederland tebereiken. Te delen informatie moet daarom voor iedereen begrijpelijk,relevant en toepasbaar zijn. Met de whole-of-society aanpak wordenorganisaties en maatschappelijke netwerken zoveel mogelijk benut ommensen te bereiken.•De publiekscommunicatie loopt vooropWe kunnen niet langer wachten om de samenleving actief te informe-ren. Het handelingsperspectief dat we inwoners geven, sluit aan bij allhazard risico’s – ook bij de gevolgen van militaire en hybride dreiging.Gevolg is dat we vooruit lopen op de resultaten en de handelingsper-spectieven die volgen uit de specifieke opgave om de weerbaarheid teverhogen tegen militaire en hybride dreiging.De communicatie-aanpak bestaat concreet uit de volgende elementen:1. Informatie bieden over de dreiging en gevolgen voor NederlandDe hybride conflictvloering kent diverse verschijningsvormen en ismaatschappelijk nog niet breed bekend. Uit onderzoek24 weten we datbijna de helft van de Nederlanders (47%) behoefte heeft aan meerinformatie van de Rijksoverheid over de mogelijke gevolgen voorNederland van de oorlog in Oekraïne. Er is dus een informatiebehoefte.Met goede uitleg over de geopolitieke ontwikkelingen en de positie engevolgen voor Nederland kan in deze behoefte worden voorzien. Dit isook de oproep van de Wetenschappelijke Raad voor het Regerings-beleid25: leg duidelijk uit wat er op het spel staat en hoe groot deuitdagingen zijn. Er is veel deskundigheid op dit gebied: De recenteadviezen van de Adviesraad Internationale Vraagstukken en de Weten-schappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zijn daar voorbeelden van.Het kabinet spant zich ervoor in om deze informatie over het voetlicht tebrengen en zo bij te dragen aan de kennis en gedachtenvorming in deNederlandse samenleving. Dat gebeurt op vele manieren: door gebruik temaken van bestaande communicatiemomenten (zoals toespraken), hetbieden van informatie aan journalistieke media of media-optredens vanbewindspersonen. Met een nieuw dossier op www.Rijksoverheid.nl isdeze informatie bovendien gebundeld te vinden voor het algemeenpubliek, aangevuld met relevante actualiteiten.2. Informatie over hoe de overheid en maatschappelijke partners zichvoorbereidenVoordat we de vraag aan de samenleving stellen om bij te dragen aan hetverhogen van de weerbaarheid, is het van belang om inzicht te geven inhoe de overheid en vitale sectoren zich hiervoor inspannen. Uit onderzoekweten we dat slechts 20% van de mensen in Nederland aangeeft dat het22Kamerstuk 30 821, nr. 178, Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden, Ministerievan Justitie en Veiligheid en Ministerie van Buitenlandse Zaken.23Kamerstuk 29 517, nr. 255, Landelijke Agenda Crisisbeheersing, Ministerie van Justitie enVeiligheid.24Laatste flitspeiling Oekraïne (21) van 6 november 2024, beschikbaar op nctv.nl.25Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, WRR-rapport nr. 109 Nederland in eenfragmenterende wereldorde, 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24916 voor hen duidelijk is wat de Rijksoverheid doet om de gevolgen van deRussische agressieoorlog in Oekraïne in Nederland te beperken.26Dit deel van de communicatieopgave is: de samenleving goed inzichtbieden in de paraatheid in de Nederlandse samenleving. Wat kan menverwachten van de inspanningen van professionals om te kunnenomgaan met schokken? En ook: waarin kunnen de overheid en haarpartners níet direct voorzien? De informatie uit dit spoor wordt via allerleicommunicatiekanalen over het voetlicht gebracht, met vele afzenders:overheden, organisaties en bedrijven worden uitgenodigd om transparantte zijn in hun inspanningen. Publieksvoorlichting vanuit Defensie geldt alsvoorbeeld: hier wordt concreet uitleg gegeven over hoe de krijgsmachtwerkt aan de paraatheid, inclusief zichtbare oefeningen.3. Activerende publiekscommunicatie met handelingsperspectiefVerhoging van de maatschappelijke weerbaarheid is het meest gediend bijmensen die voorbereid zijn op de consequenties van een ramp of crisis,ongeacht de aard van de dreiging. Dit vraagt om meer dan het aanpassenvan één gedraging. Want we willen dat Nederlanders niet alleen eennoodpakket samenstellen, maar ook praten met naasten over hetonderwerp (risicobewustzijn) én een noodplan opstellen. Daarom zijn debelangrijkste communicatie-inspanningen gericht op het overbrengen vanconcrete handelingsperspectieven. Uit onderzoek27 blijkt dat hier eengrote opgave ligt. In het voorjaar van 2024 geeft ruim driekwart (77%) vande inwoners van Nederland aan dat ze geen actie ondernomen hebbenom beter voorbereid te zijn op risico’s en dreigingen. Het aandeel datgeen actie onderneemt, is sinds 2022 aan het stijgen; van 61% in hetvoorjaar van 2022 naar 77% twee jaar later.In opdracht van de NCTV is publieksonderzoek uitgevoerd naar weerbaar-heidsgedrag en de weerbaarheidsmindset van de Nederlandse bevolkingin het algemeen, en van speciale doelgroepen zoals jongeren en minder-zelfredzamen. De resultaten vormen de basis voor de meerjarige aanpakvoor risicocommunicatie en maatschappelijke weerbaarheid van deRijksoverheid. Concrete uitwerking van deze aanpak is (de start van) een(multimediale) publiekscampagne in 2025, met een differentiatie naarverschillende doelgroepen zoals jongeren. Een huis-aan-huis-brochure(zoals geopperd in motie X28) is een optie als dit uit onderzoek effectiefblijkt te zijn. Met deze aanpak wordt invulling gegeven aan motie X29.Organisatie van de communicatieIn lijn met de algemene inzet op maatschappelijke en militaireweerbaarheid, geven de NCTV en Defensie coördinerend leiding aan deinterdepartementale communicatieaanpak. De aanpak wordt gedragen énmede-uitgevoerd door een actief communicatienetwerk. Door in ditnetwerk samen te werken met andere overheden, bedrijven enmaatschappelijke organisaties, wordt het perspectief van inwoners enmaatschappelijke groepen automatisch meegenomen. Hiermee wordt inde communicatieaanpak invulling gegeven aan motie X30. Ook interna-tionale netwerken worden benut bij de ontwikkeling van de communica-26Zie voetnoot 25.27Onder meer Risico- en Crisisbarometer28Kamerstuk 36 410 X, nr. 54, motie Tuinman.29Kamerstuk 30 821, nr. 224, motie Erkens.30De toezegging van de Minister van Justitie en Veiligheid om in de Kamerbrief Weerbaarheidtegen Militaire en Hybride Dreigingen in te gaan op hoe de samenleving en het bedrijfslevenbetrokken kunnen worden in het weerbaar maken van Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24917 tieaanpak. Zo komen we tot een aanpak waarbij lessen zijn geleerd uitervaringen elders. (Voorbereiding op) Crisiscommunicatie is onderdeelvan de reguliere planvorming voor verschillende crisistypes in de vormvan Landelijke Crisisplannen (LCP’s). Het LCP Militaire Dreigingen wordtvoorzien van specifieke afspraken voor communicatie. Hiermee wordtinvulling gegeven aan motie X31 en lessen uit de PACE die in oktober 2024plaatsvond.7) ConclusieDe verslechterde internationale veiligheidssituatie maakt het noodzakelijkde weerbaarheid van de Nederlandse samenleving te verhogen. In hethuidige tijdsgewricht, met een verslechterende veiligheidssituatie,ontkomen we er niet aan om een flinke stap extra te zetten. Met deze briefis een belangrijk begin gemaakt door inzichtelijk te maken wat die extrastap is waar we voor staan in het licht van militaire en hybride dreigingen,oftewel de weerbaarheidsopgave. Deze weerbaarheidsopgave bestaat uithet vergroten van zowel de maatschappelijke weerbaarheid als demilitaire paraatheid. Hiermee zijn we er nog niet. Komende tijd isverdieping en uitwerking van de weerbaarheidsopgave nodig. Dit kan deoverheid niet alleen. Hoewel de regie voor versterking van onze veiligheidbij de overheid ligt, is voor een veilige en weerbare maatschappij de inzetvan iedereen nodig.Komende periode wordt daarom de weerbaarheidsopgave door alledepartementen in samenwerking met decentrale overheden enmaatschappelijke partijen geconcretiseerd. Hierbij staat de vraag centraal;hoe kan ieder bijdragen aan het realiseren van de weerbaarheidsopgavewaar we als Nederland voor staan? Risicocommunicatie vanuit deoverheid over dreigingen, wat de overheid hieraan doet, en over demogelijke impact op onze manier van leven, dragen hieraan bij. In 2025volgt een aanvullende Kamerbrief met daarin de eerste concrete beleids-inzet van het kabinet om de weerbaarheid te vergroten. Een veiligNederland maken we samen.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Minister van Defensie,R.P. BrekelmansDe Staatssecretaris van Defensie,G.P. Tuinman31Kamerstuk 21 501-20, nr. 2039, motie BikkerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 24918
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.