Reactie op verzoek commissie over Sociale Media en Inmenging
Brontekst
Versie 133605e6786cf368 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)35 165VerkiezingenNr. 1516 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKENEN KLIMAAT EN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juni 2026Met deze brief bied ik u, samen met de Minister van Binnenlandse Zakenen Koninkrijksrelaties, de appreciatie aan van het rapport «Scrollend naarde stembus: De rol van aanbevelingsalgoritmen bij inmenging inverkiezingen» van het Rathenau Instituut (2026).1 Het Rathenau Instituutheeft dit onderzoek op verzoek van de Vaste Kamercommissie voorDigitale Zaken (hierna: Kamercommissie) verricht. Wegens de overeen-komst in het onderwerp geven wij in deze brief ook de reactie op hetrapport van het Hybrid Election Integrity Observatory (HEIO) «DutchParliamentary Elections 2025»2 die door de Kamercommissie is gevraagd.Het HEIO heeft gedurende de campagneperiode voor de TweedeKamerverkiezing van 2025 op eigen initiatief de integriteit van hetverkiezingsproces op sociale mediaplatforms gemonitord en doet op basisdaarvan aanbevelingen. Ook gaan we op uw verzoek in op het rapport vanhet Commissariaat voor de Media (CvdM) «Naar democratisch gezondefeeds» dat recent is verschenen.3 Daarnaast betrekken wij in deze brief hetin opdracht van het Ministerie van BZK uitgevoerde onderzoek «AuditingContent Moderation on Social Media Platforms» van de Digital MethodsInitiative van de Universiteit van Amsterdam (hierna: UvA), dat als bijlagebij deze brief aan uw Kamer wordt aangeboden.Deze brief starten wij met een overzicht van de vier rapporten. Vervolgenszetten wij aan de hand van de ambities uit het coalitieakkoord (bijlage bijKamerstuk 36 848, nr. 31) uiteen welke acties het kabinet neemt om eenvrij en gelijkwaardig online publiek debat te borgen: het versterken van dedigitale weerbaarheid, het verbeteren van de informatiepositie ten aanzienvan online inmenging en effectieve regulering van sociale mediaplat-1https://www.rathenau.nl/sites/default/files/2026-03/Scrollend_naar_de_stembus_Rathenau_Instituut.pdf2https://www.heio.nl/wp-content/uploads/2026/01/260115-HEIO-Final-Report.pdf3https://www.cvdm.nl/documents/3834/Rapport_naar_democratisch_gezonde_feeds.pdf kst-26643-1516ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15161 forms. Ook zet het kabinet een stap naar een meer soevereine toekomstmet keuzevrijheid voor gebruikers en dat het online publieke debat plaatskan vinden op basis van democratische waarden. Op deze manier wordtvormgegeven aan de ambitie uit het coalitieakkoord om «verslavende,polariserende en anti-democratische algoritmes» aan te pakken.1. Overzicht van de rapporten 1.1 Kernboodschap In de drie onderzoeksrapporten van het Rathenau Instituut, het HEIO en deUvA wordt gezamenlijk een scherp en samenhangend beeld geschetst vande digitale staat van de Nederlandse democratie tijdens de TweedeKamerverkiezing van 29 oktober 2025 (TK25). Hoewel de onderzoekenverschillende methodologische invalshoeken hanteren, komen zij in grotelijnen tot dezelfde bevinding: de TK25 is vrij en eerlijk verlopen. Institutieszoals journalistiek, toezichthouders en politieke partijen waren in staatveel onjuiste of misleidende narratieven te corrigeren of te weerleggen.Tegelijk benadrukken de onderzoekers dat de verkiezing plaatsvond onderhoge digitale druk, waarin gecoördineerd inauthentiek gedrag4 en dewerking van platforms elkaar versterkten. Het rapport van het CvdMonderzoekt hoe aanbevelingsalgoritmes van sociale media de democra-tische meningsvorming beïnvloeden en doet aanbevelingen om feedstransparanter, betrouwbaarder en minder polariserend te maken.1.2 Drie risicofactoren: platformontwerp, inmenging en AI De eerste risicofactor die genoemd wordt in de rapporten is de commer-ciële optimalisatielogica in het ontwerp van de onderzochte socialemedia-diensten. Systemen bevelen content aan op basis van engagement(betrokkenheid). Daardoor verspreidt content met sterke emotionelelading sneller, ook als deze polariserend of misleidend is. Zo kanplatformontwerp5 bijdragen aan de verspreiding van gecoördineerdinauthentiek gedrag. Als tweede factor beschrijven de rapporten verschil-lende vormen van gecoördineerd inauthentiek gedrag. Zoals het gebruikvan botnetwerken6 of de inzet van Telegram Application ProgrammingInterfaces (API’s)7. De gevonden voorbeelden tonen dat beïnvloedinggrensoverschrijdend en gecoördineerd plaatsvindt, waarbij platformsworden ingezet om bestaande narratieven te versterken. De derde factoris generatieve AI. Hoewel AI-content slechts een klein deel was (circa1,3%), bereikte het een groot publiek en had 23 keer meer interactie danberichten zonder AI. Daarbij is de verwachting dat de impact van AI groterzal worden. Aan de ene kant omdat synthetische content steeds mindervan echt te onderscheiden zal zijn, aan de andere kant vanwege eenverschuiving naar beïnvloeding van Large Language Models (LLM’s).4Gecoördineerd inauthentiek gedrag is het samenwerken van groepen echte of nepaccounts opsociale media om gebruikers te misleiden door de aandacht voor specifieke onderwerpenkunstmatig te vergroten of te onderdrukken, vaak door middel van nep-engagement zoals likesen reposts.5Platformontwerp is het geheel van bewuste keuzes over de inrichting van de gebruikersin-terface, contentmoderatie en aanbevelingsalgoritmen, die gezamenlijk bepalen hoe informatiewordt gerangschikt en gemodereerd op basis van de visie en het verdienmodel van eenplatform.6Botnetwerken zijn georkestreerde groepen van duizenden geautomatiseerde accounts dieworden ingezet om de zichtbaarheid en viraliteit van (politieke) berichten kunstmatig tevergroten en (mis)informatie over sociale mediaplatformen te verspreiden.7In deze context zijn Telegram API’s open technische interfaces die externe systemen vrijwelonbeperkte toegang bieden tot berichten in publieke kanalen, waardoor kwaadwillende actorenpropaganda automatisch en op grote schaal kunnen kopiëren en hergebruiken voor netwerkenvan nep-nieuwswebsites.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15162 1.3 Structureel obstakel: informatieachterstand Een probleem dat wordt genoemd in de rapporten is de informatieachter-stand waarmee onderzoekers te maken hebben. De Digitaledienstenveror-dening (Digital Services ACT, hierna: DSA) biedt via artikel 40 mogelijk-heden voor datatoegang, maar de technische en procedurelevoorwaarden waren nog niet inwerking getreden tijdens de TK25. Ditgebeurde op 29 oktober 2025. De onderzoekers van HEIO, UvA en hetRathenau Instituut geven aan dat de gelimiteerde toegang tot data van deonderzochte sociale media platformen een beperking was voor hetonderzoek. Daarnaast is monitoring van systeemrisico’s en gecoördineerdinauthentiek gedrag grotendeels afhankelijk van academische enmaatschappelijke organisaties met beperkte middelen. Er vindt door dezepartijen geen structurele, permanente monitoring plaats en daardoor isvroegtijdige signalering buiten de campagneperiode van verkiezingen nietmogelijk.1.4 Aanbevelingen In de rapporten worden aanbevelingen gedaan die in de kern neerkomenop: een weerbare digitale samenleving, verbeterde informatiepositie,aanpassen van het platformontwerp en keuzevrijheid in de publiekedigitale infrastructuur.Voor een weerbare digitale samenleving beveelt het Rathenau Instituutaan op betere digitale geletterdheid in te zetten, zodat burgers informatiekritischer kunnen beoordelen. Om zicht op online inmenging te verbeterenwordt in de verschillende rapporten gepleit voor een permanent,onafhankelijk nationaal orgaan dat systemische risico’s continu monitort,aangevuld met structurele financiering voor onderzoek en maatschappe-lijke monitoring buiten verkiezingsperiodes. Ten aanzien van het platform-ontwerp wordt in de rapporten aanbevolen om minder afhankelijk teworden van engagement-gedreven algoritmen en over te stappen opzogeheten «bridging»-systemen die meer gericht zijn op het verbindenvan perspectieven.8 In het verlengde hiervan heeft het CvdM eenroutekaart ontwikkeld voor toezicht en beleid die moet bijdragen aandemocratischere feeds. Tot slot pleiten het Rathenau Instituut en CvdMvoor een meer pluriform sociaal media landschap via interoperabiliteit9 en«middlewares»10, waardoor ook meer digitale autonomie ontstaat. Zohebben gebruikers keuzevrijheid in filtering en aanbeveling en neemt deafhankelijkheid van dominante technologiebedrijven af.2. Appreciatie van de rapporten Het kabinet waardeert de analyses van het Rathenau Instituut, het HEIO,het CvdM en de UvA. De onderzoeken laten zien dat aanbevelingsalgo-ritmen, contentmoderatie en andere ontwerpkeuzes van sociale media-platforms bijdragen aan vervorming van het online publieke debat enruimte bieden voor digitale inmenging, waarbij AI deze effecten kanversterken. Tegelijkertijd is dit beeld genuanceerd. Evenals de8Bridging-algoritmen zijn aanbevelingssystemen die niet gericht zijn op het maximaliseren vanengagement, maar op het vergroten van onderling vertrouwen door inhoud aan te bevelen diebruggen slaat tussen groepen met uiteenlopende perspectieven.9Interoperabiliteit is de technische en juridische mogelijkheid voor verschillende digitalesystemen om met elkaar te communiceren en gegevens uit te wisselen, wat burgers in staatstelt om gemakkelijker tussen platformen over te stappen of diensten van externe partijen tegebruiken binnen bestaande online omgevingen.10Middlewares zijn technologieën van derden die fungeren als tussenpersoon tussen gebruikersen platforms, waardoor gebruikers meer controle over hun eigen feeds krijgen en externepartijen een rol kunnen spelen in de governance en algoritmen van sociale media.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15163 HEIO-onderzoekers concludeert het kabinet dat de TK25 eerlijk, trans-parant en controleerbaar is verlopen. Het kabinet baseert zich daarbijonder meer op de resultaten van de commissie voor het onderzoek van degeloofsbrieven.11 De HEIO-onderzoekers wijzen erop dat het sterke entransparante optreden van gemeenten en de Kiesraad, de controlerenderol van de journalistiek en de waakzaamheid van burgers hieraan hebbenbijgedragen. Dat neemt niet weg dat het kabinet de gesignaleerde risico’sserieus neemt.Sociale media en inmenging vragen om een brede, samenhangendeaanpak. Het kabinet zet in op een weerbare digitale samenleving alsfundament van de democratie, versterkt de informatiepositie rond ForeignInformation Manipulation and Interference (FIMI) om tijdig te kunnenoptreden. Daarnaast is het van belang om bestaande platforms tereguleren en nieuwe platforms te stimuleren. We zetten blijvend in opeffectieve regulering van bestaande sociale mediaplatforms waar hetpublieke debat nu plaatsvindt. Tegelijkertijd kijken we naar de toekomst enwerkt het kabinet aan meer grip op de invloed van AI op informatie-integriteit en aan een meer soevereine en diverse online publieke ruimteop basis van democratische waarden.2.1 Weerbare democratische rechtstaat Een weerbare democratie bestaat uit processen die onder alle omstandig-heden betrouwbaar blijven functioneren en een open (digitaal) publiekdebat waarin beweringen publiekelijk kunnen worden getoetst.Dat begint bij een veilig en betrouwbaar verkiezingsproces. Na iedereverkiezing wordt het verloop van de verkiezing geëvalueerd. In de verkorteevaluatie van de TK25 deelde de Minister van BZK zorgen over bedrei-gingen van politici, deepfakes, desinformatie en online nepaccounts. Omlokale bestuurders weerbaarder te maken ontwikkelde het Ministerie vanBZK de website www.desinformatieingemeente.nl, waar raadsleden enwethouders laagdrempelig ondersteuning kunnen vinden. Daarnaast ishet Ministerie van BZK in gesprek met aanbieders als Anthropic enOpenAI over hun verantwoordelijkheid voor zorgvuldige en betrouwbareinformatievoorziening rond verkiezingen. Ook heeft het kabinet in dekabinetsreactie op de voorlichting van de Raad van State over geschilbe-slechting in het verkiezingsproces de uitgangspunten voor de inrichtingvan het proces van geschilbeslechting en de hoofdlijnen van eenaangepaste procedure uiteengezet. De Kamer wordt over de geschilbe-slechting in het verkiezingsproces eind 2026 nader geïnformeerd.De kracht van een weerbare democratische rechtstaat ligt in het vermogenvan de samenleving om samen vorm te geven aan het Nederland dat wijwillen zijn. Verschil staat daarin centraal. Een democratische samenlevingfunctioneert niet doordat iedereen hetzelfde denkt, maar doordatverschillen van inzicht vreedzaam en legitiem blijven. Door middel vanburgerdialogen versterken we de verbinding tussen mensen, overheid ensamenleving. Zo organiseert het Ministerie van BZK een burgerdialoogover welke randvoorwaarden nodig zijn voor een vrij en open publiekedebat, welke rol burgers zien voor zichzelf en welke rol voor de overheid isweggelegd. Het Ministerie van EZK organiseert burgerdialogen via hetplatform www.praatmeemetdeoverheid.nl, gebaseerd op de delibera-tietool Polis. Tussen 2026 en 2028 worden op dit platform dialogengefaciliteerd over normen online, AI en de inrichting van het onlinepublieke ruimte. Het kabinet verkent ook de oprichting van een reflec-tieraad: een multidisciplinaire commissie van deskundigen op het gebied11Kamerstukken II, 2025–2026, 35 165, nr. 102.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15164 van online illegaal en schadelijke inhoud. De raad krijgt een onafhankelijkepositie ten opzichte van politiek en beleid, en richt zich op maatschappe-lijke en technologische ontwikkelingen die bijdragen aan een veilige envrije online omgeving.Tot slot zet het kabinet zich in voor digitaal burgerschap: de kennis envaardigheden die nodig zijn om actief, kritisch en verantwoordelijk deel tenemen aan de digitale samenleving. Het kabinet volgt de ontwikkeling vandigitale competenties in Nederland via de DigiQ2.0-monitor, die dezevaardigheden sinds 2025 in kaart brengt.12 Eind september ontvangt hetkabinet de meest recente resultaten. In dezelfde periode wordt ook hetonderzoek Grip op digitaal burgerschap van de UvA opgeleverd, waarinwordt onderzocht hoe digitaal burgerschapsbeleid effectief kan wordenvormgegeven. Op basis van beide rapporten wordt uw Kamer begin 2027geïnformeerd over nieuwe beleidsmaatregelen. Bij het vormgeven vandeze maatregelen worden ook de bevindingen van het Rathenau Instituutbetrokken, waaruit blijkt dat het huidige juridische kader gebruikers weldegelijk mogelijkheden biedt om hun rechten te beschermen, maar datveel gebruikers hier vaak niet van weten. Er zal in het bijzonder aandachtzijn voor AI vaardigheden voor het herkennen en omgaan met AIgegenereerde content.2.2 Tegengaan van online inmenging Elke heimelijke, gecoördineerde buitenlandse campagne die het publiekedebat beïnvloed is, ongeacht de omvang van die campagne, volstrektonwenselijk. Momenteel werkt het kabinet onder aanvoering van deMinister van BZK aan wetgeving en de inrichting van een organisatie diebuitenlandse informatiemanipulatie en inmenging gericht op onder-mijning van de democratische rechtsstaat structureel kan detecteren. Ditwordt vaak aangeduid als «FIMI». Dat staat voor Foreign InformationManipulation and Interference. De aanbeveling van het Rathenau Instituuten HEIO, om inmenging te kunnen signaleren, sluit hier direct op aan.Het kabinet vindt het van groot belang dat de overheid zelf kan detecterenwelke FIMI-activiteiten plaatsvinden in het Nederlandse informatiedomeinen daartoe wordt deze FIMI-detectie-organisatie ingericht. Maar vooruit-lopend hierop doet het kabinet wat mogelijk is om tijdig zicht te krijgen opbuitenlandse inmenging. Daarom heeft de Minister van BZK voor degemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 (GR26) een FIMI-detectie-pilot ingericht waar door wetenschappers en maatschappelijke organi-saties onderzoek wordt gedaan naar gecoördineerde buitenlandseinformatiemanipulatie en inmenging. Deze pilot wordt voortgezet tot deFIMI-detectieorganisatie van start is en zal dus onderzoek doen naarFIMI-campagnes rond de verkiezingen voor de waterschappen, provincialestaten en eilandsraden op 17 maart 2027. De lessen uit de pilotFIMI-detectie worden tevens gebruikt voor het inrichten en verbeteren vanhet zicht van de overheid op de herkomst en verspreiding van buiten-landse informatiemanipulatie en inmenging. Daarnaast laat het Ministerievan BZK ook onderzoek doen door een consortium van wetenschappersonder leiding van de Wageningen Universiteit naar de impact vandesinformatie op de Nederlandse democratische rechtsstaat. De resul-taten van dit onderzoek volgen in september van dit jaar en wordenmeegenomen in de opzet van de detectie-organisatie.12https://www.uva.nl/content/nieuws/persberichten/2025/11/nederlanders-zijn-digitaal-minder-handig-dan-ze-denken.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15165 Journalisten, onderzoekers en andere partijen uit het maatschappelijkmiddenveld hebben een belangrijke rol in de democratie. Ook in hetdetecteren van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging hebbenpartijen in het maatschappelijk middenveld een rol. Zo kunnen zijbijvoorbeeld onderzoek doen en informatie publiceren. In opdracht vanhet Ministerie van BZK is een onderzoek van IPSOS/I&O naar de rol vanhet maatschappelijk middenveld in de detectie van desinformatieafgerond. Het onderzoek van IPSOS/I&O schetst hoe het maatschappelijkmiddenveld de rol van de overheid ziet en welke rol zij zichzelf toedichtenten aanzien van detectie van buitenlandse informatiemanipulatie eninmenging.Eind 2026 informeert de Minister van BZK uw Kamer over de stand vanzaken rond de inrichting van een organisatie die buitenlandse informatie-manipulatie en inmenging kan detecteren. De vereiste wetgeving zal danook in consultatie worden gebracht. Ook zullen dan de resultaten van deFIMI-pilot tijdens de GR26, de onderzoeksresultaten en de appreciatie vanhet kabinet over de onderzoeken over de rol van het maatschappelijkmiddenveld in de detectie van desinformatie, en de impact van desinfor-matie op de democratische rechtsstaat met uw Kamer worden gedeeld.2.3 Effectieve regulering van platforms Het online publieke debat vindt op dit moment grotendeels plaats opcommerciële sociale mediaplatforms. Het kabinet vindt het belangrijk dathet ontwerp en functioneren van deze platforms het publieke debat endemocratische processen niet ondermijnen. Op basis van de onderzoekenziet het kabinet vijf belangrijke aandachtspunten: consequente entransparante handhaving van platformbeleid tegen onder meer desinfor-matie en inauthentiek gedrag, onafhankelijke toetsing van platformmaat-regelen, versterking van het handelingsperspectief en de regie vangebruikers, aanpassing van platformontwerp om negatieve effecten tebeperken en meer transparantie over de herkomst van content.De DSA is het belangrijkste Europese kader voor de regulering van socialemedia platforms. De DSA bevat al verplichtingen op deze punten, zoalsregels over contentmoderatie (Artikel 14 en 16), transparantie (artikel 15)en gebruikersrechten (Artikel 17, 20 en 21) en het tegengaan vanmisleidende interfaces (Artikel 25). Ook voorziet de DSA in datatoegangvoor onderzoekers (artikel 40) en verplichtingen voor grote platforms omsysteemrisico’s13 zoals een negatieve invloed op grondrechten en hetdemocratisch debat, te beperken (artikel 34 en 35).De onderzoekers vinden dat de regulering vanuit de DSA op dit momentniet het gewenste effect bereikt en doen verschillende aanbevelingen.Deze, en specifiek de routekaart van het CvdM, worden meegenomen inonderzoek dat het Ministerie van EZK laat doen naar de technischehaalbaarheid, maatschappelijke wenselijkheid en juridische inbedding vanmogelijke maatregelen, zoals bridging-algoritmen. De resultaten van ditonderzoek worden, samen met de resultaten van lopende onderzoekennaar interoperabiliteit14, en de herleidbaarheid van content15, gedeeld metonder meer de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de EuropeseCommissie. De uitkomsten worden betrokken bij de Nederlandse inzet13Systeemrisico’s zijn grootschalige gevaren die voortvloeien uit het ontwerp en de werking vangrote online platforms (zoals hun algoritmen en moderatiesystemen) en die de potentiehebben om de samenleving, grondrechten of democratische processen zoals verkiezingenernstig te ontregelen.14https://www.sidnfonds.nl/projecten/interoperable-futures-advancing-algorithmic-pluralism15https://www.sidnfonds.nl/projecten/c2paTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15166 voor de evaluatie van de DSA in 2027. Ook andere juridische kaders, zoalsde Digital Fairness Act (DFA) en de Europese Richtlijn AudiovisueleMediadiensten (AVMSD), zullen worden meegenomen. In een non-paperover de aanstaande herziening van de AVMSD van april dit jaar stelde hetkabinet al dat de huidige praktijk van gedragscodes voor videoplatform-diensten te licht is, gezien de grote kijktijd die gebruikers besteden aanmedia-aanbod op de videoplatformdiensten16. Het kabinet zal na de zomerkomen met een vervolgreactie op het rapport van de WetenschappelijkeRaad voor Regeringsbeleid (WRR) «Aandacht voor media. Naar nieuwewaarborgen voor hun democratische functies». Daarvoor bestuderen weook de aanbevelingen van het CvdM. Tot slot onderschrijft het kabinet deaanbeveling om platforms aan te spreken op hun rol en te vragen welkeinterventies zij hebben overwogen of getest en welke afwegingen daarbijzijn gemaakt.Het kabinet hecht belang aan datatoegang voor onderzoekers en volgt deontwikkelingen hierop. Sinds oktober 2025 kunnen onderzoekers via deACM toegang aanvragen tot niet-openbare platformdata en heeft deEuropese Commissie een Data Access Portal geopend. Het Ministerie vanEZK blijft onafhankelijk onderzoek steunen naar contentmoderatie ennaleving van platformbeleid om hierop onze informatiepositie teverbeteren en onvolkomenheden vroegtijdig te signaleren. Tot slotbenadrukt het kabinet dat naast regulering ook handelingsperspectief vangebruikers belangrijk is. Zo ondersteunt het kabinet Offlimits, datmeldingen van illegale en schadelijke online content behandelt, en wil hetde bekendheid vergroten van geschilbeslechtingsorganisaties (Artikel 21)waar gebruikers terechtkunnen bij conflicten over moderatiebesluiten vanplatforms.2.4 Toekomst van de online publieke ruimte Regulering van grote platforms blijft noodzakelijk, omdat het onlinepubliek debat grotendeels daar plaatsvindt. Tegelijk werkt het kabinet toenaar een digitale publieke ruimte waarin publieke waarden, gebruikersbe-langen, keuzevrijheid en democratische weerbaarheid centraler staan.Daarom verkent het kabinet welke normen en principes er ten grondslagzouden moeten liggen aan een online publieke ruimte. Het kabinet kijktnadrukkelijk naar meer keuzevrijheid voor gebruikers: open sourcealternatieven die de afhankelijkheid van dominante platforms kunnenverminderen, zoals interoperabiliteit, open standaarden, middleware-oplossingen en Nederlandse en Europese publieke of decentraleplatforminitiatieven. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij is hetversterken van Nederlandse en Europese technologische innovatie. HetMinisterie van EZK wil daarom bijdragen aan zowel experimenten alsopschaling van initiatieven die zorgen voor diversiteit, publieke waardencentraal stellen en de digitale strategische autonomie van Nederland enEuropa versterken. De overheid verkent zelf ook het gebruik van alterna-tieven die minder afhankelijk zijn van de algoritmen en commerciëlebelangen van grote platforms. Onder meer via het voorgenoemdewww.praatmeemetdeoverheid.nlen door te investeren in Mastodon viasocial.overheid.nl.Daarnaast ziet het kabinet (generatieve) AI, naast aanbevelingsalgoritmen,als een ontwikkeling die grote invloed heeft op het publieke debat. AI kanrisico’s vergroten, bijvoorbeeld door verdere fragmentatie, manipulatie ofvervorming van informatie, maar biedt ook kansen voor betere publiekedeliberatie, bredere participatie en het inzichtelijk maken van verschil-16Bijlage bij Kamerstukken II, 2025–26, 21501–34, nr. 456Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15167 lende perspectieven. Daarom wil het Ministerie van EZK investeren inonderzoek naar de maatschappelijke effecten van aanbevelingssystemenen AI, en ruimte geven aan publieke en waardengedreven toepassingenvan deze technologie.3. Tot slot Het rapport Scrollend naar de stembus van het Rathenau Instituut, deHEIO-bevindingen, het rapport van het CvdM en het UvA-onderzoek latenzien dat desinformatie, informatiemanipulatie, gecoördineerde inmengingen platformontwerp risico’s vormen voor het democratisch proces,waarbij AI deze effecten kan versterken. Hoewel de TK25 vrij en eerlijk isverlopen, vragen de bredere bevindingen om gerichte opvolging.De DSA vormt het centrale Europese kader voor toezicht en handhaving.Echter, deze rapporten bevestigen ook de ambities in het coalitieakkoord:er is meer nodig. Daarom kiest het kabinet voor aanvullende maatregelengericht op digitale weerbaarheid, versterking van de informatiepositie eneffectieve regulering van platforms. Tegelijk wordt gewerkt aan meer gripop AI en aan een digitale publieke ruimte die beter verankerd is indemocratische waarden, zodat het online debat weerbaarder en toekomst-bestendiger wordt.De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,W.J.M. AerdtsDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E. HeermaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 15168
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.