Aanpassingen in het stelsel van instandhouding en opheffing in het primair onderwijs
Brontekst
Versie 3e0b8540325471a2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair OnderwijsNr. 778 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2024Nederland kent een groot en divers aanbod aan basisscholen. Om goedonderwijs op al deze scholen te kunnen borgen wordt hard gewerkt aangrote opgaven, zoals het lerarentekort en het realiseren van goedeonderwijshuisvesting. Zo wordt in de onderwijsregio’s gewerkt aan hetterugdringen van het lerarentekort, richt het programma onderwijshuis-vesting zich op de huisvestingsproblematiek en wordt met het herstelplankwaliteit funderend onderwijs ingezet op verbetering van de kwaliteit vanons onderwijs. Ook een vermindering van het aantal te kleine scholen enkrachtenbundeling door samenwerking kan in (grote) steden eenwezenlijke bijdrage leveren aan het terugdringen van het lerarentekort.1, 2De G4 heeft recent nadrukkelijk aangegeven dat de hoeveelheid kleinescholen in de stad drukt op de grote opgaven.3, 4 De nood is hoog en actieis gewenst. Om het overschot aan kleine scholen in grote steden teverminderen moet de regelgeving rondom instandhouding en opheffingin het primair onderwijs veranderd worden en moet de kleinescholen-toeslag omgevormd worden. De G4 heeft aangegeven dat dergelijkeaanpassingen positieve gevolgen hebben voor het onderwijsaanbod inhun steden. Dat zou ook de samenwerking stimuleren, die hoognodig isom positieve resultaten te bereiken.Tegelijkertijd vraagt het behoud van een bereikbaar en goed onderwijs-aanbod in de regio ook de volle aandacht. Bereikbaar onderwijs is inkleine dorpen immers essentieel voor de ontwikkeling van kinderen, én1Onderwijsinspectie: «Samenvoegen kleine scholen in Amsterdam drukt lerarentekort» | HetParool2Alweer kleine basisschool na de zomer dicht: «Droevig, maar helpt wel tegen lerarentekort» -AT53Met G4 wordt bedoeld: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.4Brief 15 november 2024, via Kamerstukken II 2024–2025, nr.2024D43630. Uw Kamer heeftverzocht een afschrift van het antwoord op de brief van de G4 over stichten en opheffen teontvangen. In overleg met de G4 is besloten het gesprek over optimalisering van het stelselaan te blijven gaan. kst-31293-778ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7781 voor de leefbaarheid van deze kleine kernen.5, 6 Momenteel is sprake vaneen dekkend en bereikbaar onderwijsaanbod, ook in de regio. Om in deregio een voldoende aanbod te behouden en dat waar nodig te versterkenis een omvorming van de kleinescholentoeslag naar een dunbevolktheids-toeslag, zoals ook in het regeerprogramma staat, noodzakelijk. Dit zorgt ervoor dat beschikbare financiële middelen terechtkomen in regio’s die zehet hardst nodig hebben. Met de uitdrukkelijke aandacht voor behoud vanbereikbaar onderwijs in de regio wordt tegemoetgekomen aan een motievan het lid Van Zanten (BBB) c.s. om bij de ontwikkeling van nieuw beleidexpliciet te onderzoeken wat de effecten hiervan zijn voor dunbevolkte(krimp)regio’s.7 Ook in de regio zullen er soms moeilijke keuzes gemaaktmoeten worden en is samenwerking van alle betrokken partijen nodig.Hier zijn al veel mooie voorbeelden van: zo worden bijvoorbeeld«samenwerkingsscholen» gevormd tussen openbare en bijzonderescholen8 en gaan besturen en gemeenten steeds vaker samen met oudersen leraren in gesprek over de beste manier om onderwijs in de eigenregio te behouden en stimuleren.In lopende gesprekken met de sector is samenwerking en het faciliterenhiervan een belangrijk thema. Dit is ook in lijn met de KamerbriefHerijking sturing funderend onderwijs, waarin staat dat samenwerkingmeer de norm moet worden.9Naar een evenwichtig en toekomstbestendig stelselHet huidige stelsel is in de basis gedifferentieerd naar leerlingdichtheid.10Zo kent Den Haag een opheffingsnorm van 200 leerlingen en Terschellingeen norm van 23 leerlingen. Een «kleine» school is daarmee een relatiefbegrip dat afhangt van waar de school zich bevindt. De differentiatiemaakt het mogelijk dat er in dunbevolkt gebied kleinere scholen in standgehouden kunnen worden dan in stedelijk gebied.11 In dunbevolkte regio’skunnen kleinere scholen een onmisbare rol spelen in het behoud van eenbereikbaar onderwijsaanbod en veel betekenen voor de leefbaarheid inkleine kernen. Deze differentiatie moet behouden blijven.Heroverweging uitzonderingsgrond «gemiddelde schoolgrootte»Op dit moment kunnen scholen door het hele land heen een beroep doenop uitzonderingsgronden die ervoor zorgen dat een school bekostigdblijft, ook als haar leerlingaantal zich jarenlang onder de opheffingsnormbevindt. Dat betekent in de praktijk dat de regionale differentiatie van deopheffingsnormen niet consistent is doorgevoerd. De «gemiddeldeschoolgrootte» is de meest gebruikte uitzondering. Hiermee hebben(grote) besturen de mogelijkheid om (relatief) kleine scholen onder denorm in stand te houden. Zo worden in de G5 nu ruim 80 scholen in standgehouden door toepassing van deze uitzonderingsgrond. In heel5Dit dorp in West-Brabant heeft geen school, inwoners doen er alles aan om leefbaarheid niet telaten verdwijnen | Moerdijk | bndestem.nl[1857474177]6Echten in actie om basisschool te redden: «Verdwijnt stukje leefbaarheid» - RTV Drenthe[1857474174]7Kamerstukken II 2023–2024, 36 410-VIII, nr. 798Niet meer samen bidden in de klas: hoe een Fries dorp twee compleet verschillende scholenaan het fuseren kreeg | de Volkskrant9Kamerstukken II 2023–2024, 31 293, nr. 72710De opheffingsnorm (ook wel instandhoudingsnorm) is het minimale aantal leerlingen datingeschreven moet staan op een school om bekostiging te ontvangen. Indien een schoolgedurende drie achtereenvolgende jaren een leerlingaantal heeft dat onder de gemeentelijkeopheffingsnorm ligt, wordt de bekostiging in principe beëindigd.11Gemeentes met grote verschillen in bebouwingskarakter en bevolkingsdichtheid er ook voorkiezen om zich voor de berekening van de gemeentelijke opheffingsnorm in twee delen tesplitsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7782 Nederland gaat het om circa 450 scholen. Mijn uitgangspunt is om dezeuitzonderingsgrond te herzien.Waarborgen onderwijsaanbod in de regioScholen die noodzakelijk zijn voor een bereikbaar onderwijsaanbodmoeten behouden kunnen blijven, ook wanneer deze scholen leerlingaan-tallen hebben onder hun gemeentelijke norm. Een nieuwe uitzonderings-grond op basis van een afstandscriterium kan daarbij helpen. Deuitwerking hiervan wordt verkend. Een nieuwe uitzonderingsgrond moetvoorkomen dat scholen die van essentieel belang zijn voor de bereik-baarheid van onderwijs sluiten.Dunbevolktheidstoeslag voor versterking van de regioOok bekostiging speelt een rol bij de instandhouding van scholen.Momenteel ontvangen alle scholen in het land met minder dan 150leerlingen kleinescholentoeslag, ook in grote steden. Daarom wordtvoorgesteld de kleinescholentoeslag om te vormen naar een dunbevolkt-heidstoeslag. Hiermee worden kleine scholen die belangrijk zijn voor hetbehoud van een bereikbaar onderwijsaanbod doelgericht bekostigd.Scholen in grote steden zullen niet langer kleinescholentoeslagontvangen. De hierdoor vrijgevallen financiële middelen wordengeherinvesteerd in kleine scholen in dunbevolkte regio’s. De omvormingis daarmee budgetneutraal en sluit aan bij de oproep uit de motie van hetlid Krul (CDA) c.s. om een plan te ontwikkelen voor het versterken vanonderwijs dicht bij huis in de regio’s.12Zorgvuldige uitwerkingWijzigingen aan het stelsel kunnen ingrijpend zijn, dus dit traject vraagtom zorgvuldigheid en tijd voor de uitwerking. Door krachtenbundeling,samenwerking en een doelmatiger ingericht scholenaanbod kunnen wede kwaliteit van het onderwijs borgen, nu en in de toekomst. Deze brief iseen startschot voor verdere gesprekken met het onderwijsveld, waarbijgoede ideeën welkom zijn. Uw Kamer wordt periodiek van de vorderingenop de hoogte gehouden.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. Paul12Kamerstukken II 2023–2024, 36 410-VIII, nr. 77Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7783
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.