Visie op een nationale investeringsinstelling
Brontekst
Versie 3ca02509fec50882 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 637Bedrijfslevenbeleid35 529Machtiging tot oprichting van de Nederlandsefinancierings- en ontwikkelingsinstelling InvestInternational (Machtigingswet oprichting InvestInternational)35 123Machtiging tot oprichting van de Nederlandsefinancierings- en ontwikkelingsinstellingInvest-NL (Machtigingswet oprichting Invest-NL)Nr. 701 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juli 2025Uw Kamer heeft mij de afgelopen maanden meermaals opgeroepen omstappen te zetten naar het oprichten van een nationale investeringsin-stelling. Daarnaast is vanuit een vijftigtal initiatiefnemers een publiekeoproep gedaan voor de oprichting van een krachtige nationale investe-ringsinstelling. Ik ga hier in deze brief op in. Deze brief is aanvullend ophet vandaag aangekondigde besluit tot integratie van Invest Internationalen Invest-NL.Ik omarm het idee om (binnen de juiste randvoorwaarden) een nationaleinvesteringsinstelling op te richten. Het is daarbij belangrijk om lessen tetrekken uit initiatieven die er in het verleden op dit vlak zijn geweest. Indeze brief beschrijf ik de randvoorwaarden waaraan moet worden voldaanom tot een nationale investeringsinstelling te komen en hiervan eensucces te maken. Tot slot ga ik in op de vervolgstappen in de komendeperiode.Meerwaarde nationale investeringsinstellingOp een aantal vlakken kan een nationale investeringsinstellingmeerwaarde hebben: (1) een nationale investeringsinstelling kan hetNederlandse concurrentievermogen versterken door het gat in definancieringsmarkt te dichten. De kapitaalmarkt in Nederland en de EUkent tekortkomingen waar deze instelling een antwoord op kan geven. (2)Daarnaast kan het een meer effectieve en efficiënte toegang tot hetEuropese financieringsinstrumentarium bieden en als volwaardigecounterpart voor de Europese Investeringsbank (EIB) functioneren. (3) Totslot kan een nationale investeringsinstelling de versnippering van het kst-32637-701ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7011 huidige publieke financieringsinstrumentarium tegengaan. Ik ga hierondernader op deze drie punten in.1. Versterking kapitaalmarktVoor ons concurrentievermogen is een goed functionerende kapitaalmarktessentieel. Bedrijven in Nederland en de EU zijn nu veelal te afhankelijkvan bancaire financiering. Dit is voor kleine en startende ondernemersniet altijd voldoende beschikbaar of passend, vanwege het risicovollerekarakter van hun investeringen. Voor alle bedrijven geldt dat hunafhankelijkheid van rente-ontwikkelingen dan ook groter wordt. Dekapitaalmarkt in Europa is niet aantrekkelijk en toegankelijk genoeg voorbedrijven en hierdoor is durfkapitaal voor veel (snelgroeiende) bedrijvennu onvoldoende beschikbaar. Daarom zet het kabinet zich in voor deversterking van de kapitaalmarktunie. Hiervoor moeten er nu op nationaalen Europees niveau stappen gezet worden, zodat er een diepe engeïntegreerde Europese kapitaalmarkt ontwikkeld kan worden die voorzietin de behoeften van bedrijven, burgers en private investeerders.1Met de ontwikkeling van een nationale investeringsinstelling kanNederland nationaal de verdieping van de kapitaalmarkt ondersteunen,zeker op de korte tot middellange termijn. Participatie door een nationaleinvesteringsinstelling geeft een belangrijk signaal aan (buitenlandse)private investeerders over de kwaliteit van een investering. Dit is metname van belang bij sectoren waar de barrières om privaat kapitaal aan tetrekken het hoogst zijn. Hiermee kan een investeringsinstelling hetmobiliseren van privaat kapitaal versnellen en bijdragen aan hetverdiepen van de Europese kapitaalmarkten en de financieringsuitda-gingen van bedrijven. Dit is cruciaal voor het groeivermogen van deNederlandse economie. Een goed gekapitaliseerde nationale investerings-instelling kan een bijdrage leveren aan bedrijven waar het huidigeinstrumentarium en de private financieringsmarkt vanwege marktfalenniet in kan voorzien.2. Aansluiting op de Europese InvesteringsbankDe Europese Investeringsbank (EIB) mist in ons land een volwaardigecounterpart. Nederland heeft op dit moment geen centraal aanspreekpuntin de vorm van één loket voor de EIB, zoals andere Europese landen datwel hebben (bijvoorbeeld BpiFrance in Frankrijk en KfW in Duitsland).Daarmee mist Nederland de mogelijkheid om input te leveren opstrategische initiatieven die door de EIB en EU worden ontwikkeld enworden besproken tussen de vijf grootste nationale investeringsbankenvan de EU (Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Polen). Een krachtigenationale investeringsinstelling is van meerwaarde als deze perspectiefbiedt op een meer effectieve en efficiënte toegang tot hetEU-instrumentarium en fungeert als een volwaardige counterpart van deEIB.Verder kan Nederland met een nationale investeringsinstelling mogelijkmeer impactvolle financiering richting Nederland aantrekken vanuitEuropese en internationale financiële instellingen. Andersom kan denationale investeringsinstelling meedoen in EIB-initiatieven in hetbuitenland die ten gunste komen van Nederlandse bedrijven.1Kamerstukken II 2024/25, 21 501–07, nr. 2099.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7012 3. Tegengaan van versnippering van het huidige publieke financierings-landschapHet Nederlandse publieke financieringsinstrumentarium bestaat op ditmoment uit onder andere Invest-NL, Invest International, de RVO en deRegionale Ontwikkelingsmaatschappijen. Ze kennen verschillende typeninstrumenten, van subsidies tot leningen.2 Het instrumentarium is zoingericht dat er zoveel mogelijk additioneel aan de markt geopereerdwordt. Naast het financieringsinstrumentarium voor het bedrijfslevenwordt er ook middels de Rijksbegroting fors geïnvesteerd in transitie-vraagstukken, zoals de energietransitie, concurrentievermogen endefensie. Hoewel de omvang van het Nederlandse instrumentarium gelijkis aan dat van andere vergelijkbare landen, is het landschap in vergelijkingmet die andere landen versnipperd. Een nationale investeringsinstellingkan fungeren als één loket voor het bedrijfsleven en zo de versnipperingbinnen het instrumentarium tegengaan. Daarmee kan de effectiviteit enslagkracht van het instrumentarium vergroot worden. Dit kan er daarnaastvoor zorgen dat de rapportagelast voor bedrijven wordt verminderd.De aangekondigde integratie van Invest International en Invest-NL moetmede in de context van het tegengaan van versnippering gezien worden.Dit is een belangrijke bouwsteen voor een nationale investeringsinstelling.Randvoorwaarden voor een effectieve nationale investeringsin-stellingOm een nationale investeringsinstelling op te richten die bovengenoemdpotentieel kan waarmaken, is een aantal randvoorwaarden van grootbelang. De scope moet helder zijn, de instelling moet additioneel aan demarkt functioneren en gericht zijn op het oplossen van marktfalen.Daarnaast dient de aansturing zakelijk en professioneel plaats te vinden.Alleen dan kan een nationale investeringsinstelling duurzaam ensuccesvol opereren. Hieronder licht ik dit nader toe.Allereerst moet de scope van een nationale investeringsinstelling duidelijkzijn. Het komen tot een heldere scope vergt ook politiek een zekereterughoudendheid. Het is niet mogelijk één instelling verantwoordelijk temaken voor het oplossen van alle uitdagingen. Veel publieke uitdagingenworden al opgepakt via de Rijksbegroting. Dat is vaak ook de juiste plek.Ook moet de instelling een zekere flexibiliteit hebben zodat snel kanworden ingespeeld op de uitdagingen waar het Nederlands bedrijfslijvenvan tijd tot tijd mee geconfronteerd wordt en de instelling eenvolwaardige counterpart van de EIB kan zijn. Tegelijkertijd is het vanbelang dat het mandaat voldoende afgebakend is, zodat dit niet leidt totconflicten met Europese staatssteunregels.Ten tweede is het essentieel dat de financiering additioneel is aan demarkt om verdringingseffecten te voorkomen en effectief bij te dragen aanhet versterken van het Nederlandse verdienvermogen voor de toekomst.Dit betekent dat de instelling niet moet concurreren met marktpartijen,maar aanvullend aan de markt moet opereren. Een passend en heldermandaat is daarom van belang – zowel een te smal als te breed mandaatkan privaat kapitaal verdrijven, terwijl het doel juist is om privaat kapitaalte mobiliseren. Pensioenfondsen en ander privaat kapitaal moeten deruimte krijgen voor cofinanciering. Op voorhand zie ik geen meerwaardein het betrekken van bijvoorbeeld de Bank Nederlandse Gemeenten ofNederlandse Waterschapsbank. Beide banken vervullen een belangrijke2Publieke projectfinanciering: wanneer en hoe?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7013 rol voor specifieke vraagstukken en sectoren in Nederland. Er is geenaanleiding om hier iets in te veranderen.Ten derde is het wenselijk dat de nationale investeringsinstelling zichfocust op het verschaffen van leningen en eigenvermogensfinanciering, integenstelling tot subsidies. Naast maatschappelijke meerwaarde, moeteninvesteringen ook rendabel zijn. Hierdoor kan de investeringsinstellingook profiteren van succesvolle investeringen en zichzelf hiermeefinancieren. De EIB laat zien dat dit mogelijk is. Belangrijk daarbij is dat depublieke investeringsinstelling op termijn financieel zelfstandig is en nietstructureel verlieslatend opereert.Ten vierde is het van belang dat de instelling op afstand van politieke(financiële) besluitvorming kan opereren. Het is daarbij belangrijk dat eendergelijke instelling professioneel aangestuurd wordt, acteert waarmarktfalen optreedt, een langetermijnhorizon heeft en zakelijke financie-ringsbeslissingen neemt. Op deze manier kan de overheid richting demarkt meer beleidscontinuïteit en langetermijncommitment uitstralen –iets wat in andere vormen van overheidsbeleid, zoals subsidies oftijdelijke fondsen, lastiger is te realiseren. Hierbij moeten de lessen uit hetFonds Economische Structuurversterking (FES) en het Nationale Groei-fonds (NGF) meegenomen worden, waar fondsengeld uiteindelijk dooronvoldoende waarborgen en tussentijds veranderende beleidsprioriteitenvoor andere doelen werd ingezet dan initieel bedoeld. Bij die fondsenwerden middelen ook ingezet ten behoeve van subsidies, wat het creërenvan de benodigde politieke afstand problematisch maakte. Ik zal ditbetrekken bij het vervolg.Tot slot, indien deze instelling ook vreemd vermogen aantrekt, wordt ditenkel niet meegerekend bij de EMU-schuld als deze instelling door deEuropese Commissie als «outside-the-government» wordt geclassificeerd.Dit is voor mij een belangrijke indicatie, omdat dit laat zien dat deinstelling op voldoende afstand opereert.VervolgstappenUit het voorgaande komt naar voren dat ik de oprichting van eennationale investeringsinstelling omarm binnen de hiervoor geschetsterandvoorwaarden. Ik ga daarom de komende periode verder met hetuitwerken van de inrichting van een dergelijke instelling. Ik breng in kaartof en hoe de instelling op zorgvuldige en complementaire wijze kanworden geïntegreerd in het huidige financieringslandschap en op welkemanier de instelling effectief privaat kapitaal kan mobiliseren. Aan devoorkant lijkt een bankvergunning niet noodzakelijk. Ik zal uiteraard weluitwerken op welke manier het toezicht adequaat vormgegeven kanworden en of er nieuwe wetgeving nodig is. Ik neem daarbij ook bestpractices van andere Europese landen mee. In het najaar zal ik uw Kamerinformeren over de uitwerking van de randvoorwaarden, de verdereinvulling, financiering en vormgeving, zodat deze inzichten desgewenstook bij de volgende kabinetsformatie betrokken kunnen worden.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 637, nr. 7014
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.