Verslag schriftelijk overleg over 'Samenvattend rapport Zorgverzekeringswet 2025' van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)(Kamerstuk 29689-1327)
Brontekst
Versie 01ef20b8aea731a5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 689Herziening ZorgstelselNr. 1332 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 2 juni 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 1 april 2026 over «Samen-vattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de Nederlandse Zorgau-toriteit (NZa) (Kamerstuk 29 689, nr. 1327).De vragen en opmerkingen zijn op 16 april 2026 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 2 juni 2026zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-29689-1332ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13321 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de GroepMarkuszower8II.Reactie van de Minister10 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het «Samen-vattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de Nederlandse Zorgau-toriteit (NZa) en de begeleidende brief van de Minister. Deze leden dankende NZa voor het inzicht in de uitvoering van de Zorgverzekeringswet en deMinister voor de bijgevoegde brief. Zij hebben hierover enkele vragen.De leden van de D66-fractie lezen dat de premie voor de basisverzekeringin 2025 minder sterk is gestegen dan in voorgaande jaren, mede doordatzorgverzekeraars hun reserves hebben ingezet. Deze leden vragen deMinister hoe zij kijkt naar de houdbaarheid van deze ontwikkeling. Kan deMinister aangeven wat de mogelijke effecten van het verhogen entrancheren van het eigen risico zijn op de premieontwikkeling?De leden van de D66-fractie lezen de opmerkingen van de NZa overzorgverzekeraars die vanuit hun zorgplicht een verantwoordelijkheidhebben om tijdige toegang tot zorg te waarborgen. Hoe stuurt de Ministermomenteel op deze zorgplicht in de ggz? Wat zijn de resultaten daarvan,en wat zijn alternatieve instrumenten die de Minister zou kunnen inzettenom deze impact te vergroten?De leden van de D66-fractie constateren dat de NZa aangeeft datzorgverzekeraars nog stappen te zetten hebben in de invulling van hunzorgplicht in de kraamzorg. Deze leden vinden dit zorgelijk, juist omdat detoegankelijkheid van kraamzorg al langere tijd onder druk staat. Wat doetde Minister om zorgverzekeraars nadrukkelijker aan te spreken op hunzorgplicht in de kraamzorg? Hoe neemt de Minister hierin haar stelselver-antwoordelijkheid en hoe wordt geborgd dat de uitvoering van dezezorgplicht daadwerkelijk op orde komt? De NZa geeft aan deze ontwikke-lingen te blijven volgen. Kan de Minister aangeven hoe zij de Kamer actiefzal informeren over de voortgang?De leden van de D66-fractie lezen dat de NZa constateert dat de contrac-tering in 2025 later tot stand kwam dan in het jaar ervoor. Deze ledenvinden dit een zorgelijke ontwikkeling, omdat dit zowel voor zorgaan-bieders als voor verzekerden leidt tot onzekerheid over zorgaanbod envergoeding. Welke mogelijkheden ziet de Minister om te bevorderen datcontractering tijdiger plaatsvindt? Welke rol ziet de Minister hierbij voorzichzelf en de NZa, en acht zij aanvullende maatregelen nodig?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13322 De leden van de D66-fractie lezen dat het aantal polissen hoog blijft,terwijl veel polissen nauwelijks van elkaar verschillen, wat de transpa-rantie voor consumenten niet ten goede komt. Deze leden delen de zorgdat dit het maken van een weloverwogen keuze bemoeilijkt. Welkestappen is de Minister voornemens te zetten om de transparantie van hetpolisaanbod te verbeteren? Ziet de Minister mogelijkheden om zorgverze-keraars sterker te prikkelen om zich te onderscheiden op relevanteaspecten, zoals de mate waarin zij voldoen aan hun zorgplicht?De leden van de D66-fractie lezen dat de NZa het onwenselijk vindt dataanvullende verzekeringen worden gekoppeld aan bepaalde basisverzeke-ringen, omdat dit de keuzevrijheid van consumenten beperkt en kanleiden tot hogere kosten. Hoe beoordeelt de Minister deze analyse van deNZa? Welke vervolgstappen is de Minister bereid te zetten om dezepraktijk tegen te gaan en de keuzevrijheid van consumenten tebeschermen?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet «Samenvattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de Neder-landse Zorgautoriteit. Ze hebben hierover nog een enkele vraag.De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de beperkte stijging van dezorgpremie te wijten is aan het feit dat zorgverzekeraars hun reserveshiervoor hebben ingezet. Kan de Minister aangeven hoe groot het deelvan hun reserves zij hiervoor hebben ingezet, procentueel gezien? Inwelke mate was de zorgpremie gestegen als zorgverzekeraars geengebruik hadden gemaakt van hun reserves?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief van de Minister over het «Samenvattend rapportZorgverzekeringswet 2025» van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)».Genoemde leden hebben nog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over demedicijntekorten in Nederland. De genoemde leden lezen dat «Om dieregierol goed te kunnen oppakken, is verbetering nodig van hun inzicht inhuidige en toekomstige vraag en aanbod van generieke geneesmiddelendie mensen bij de apotheek kunnen krijgen.» Kan nader worden toegelichtwat er concreet van zorgverzekeraars wordt verwacht ten aanzien vanmedicijntekorten Worden er ook concrete doelen opgesteld ten aanzienvan het verminderen van medicijntekorten? Zijn er ook zorgverzekeraarswaar de medicijntekorten relatief laag zijn? Zo ja, kan worden toegelichtwaarom de medicijntekorten bij die zorgverzekeraars minder problema-tisch zijn dan bij andere? In hoeverre draagt het preferentiebeleid bij aandeze tekorten?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich tevens grote zorgenover de tekorten in de kraamzorg. Vooral in kwetsbare wijken zijn detekorten nijpend. Kan de Minister toelichten of een differentiatiebeleidtussen wijken mogelijk is? Kunnen er verschillende scenario’s vanminimumtarieven worden geschetst waarbij er vooral wordt ingegaan watdit betekent voor het aanbod en de impact op de tekorten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13323 In het onderzoek naar de toegankelijkheid van fysiotherapie worden ergeen prognoses gedaan voor de toekomst. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de verwachting is van de tekorten en wachtlijstenvoor de fysiotherapie over 2, 5 en 10 jaar. Uit een enquête van Fysio-vakbond FDV blijkt namelijk dat 70 procent van de fysiotherapeutenoverweegt iets ander te doen1. Kan ook worden toegelicht hoe dit zichverhoudt tot de beweging naar passende zorg waarin fysiotherapie eensteeds belangrijkere rol krijgt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de NZa aanraadt omde eerste twintig behandelingen voor chronisch zieken te vergoeden viade basisverzekering. Kan worden toegelicht welke kosten hiermee zijngepaard en wat de impact is op de gemiddelde zorgpremie per jaar?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het aantal polissen delaatste jaren niet afneemt, waardoor patiënten met een gigantischpolisaanbod te maken hebben. Kan worden toegelicht welke middelen ofmaatregelen genomen kunnen worden om het aantal polissen te latenafnemen?Ten aanzien van de contractering blijkt uit het onderzoek dat het aantalgesloten contracten op 8 december 2025 voor het jaar 2026 in veelsectoren lager is dan vorig jaar. Deze leden vinden dat een zorgelijkeontwikkeling. Kan worden toegelicht waarom dit aantal lager is? Welkestappen gaan de veldpartijen (NZa, zorgverzekeraars, zorgaanbieders)zetten om de contractering voor aankomend jaar eerder rond te hebben?Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het «Samen-vattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de Nederlandse Zorgau-toriteit en van de aanbiedingsbrief van de Minister. Deze leden lezen in hetrapport opnieuw een aantal hardnekkige problemen terug waar patiëntenen premiebetalers in de praktijk gewoon last van hebben. De druk op dezorg neemt toe, wachttijden blijven bestaan, de rol van zorgverzekeraarsschiet op onderdelen tekort, het polisaanbod blijft onoverzichtelijk en ookde contractering loopt opnieuw achter. De leden van de PVV-fractie vindendat dit geen papieren problemen zijn, maar zaken die mensen direct rakenop het moment dat zij zorg nodig hebben.De leden van de PVV-fractie lezen dat de NZa van zorgverzekeraars eenactievere en meer proactieve rol verwacht bij het signaleren en oplossenvan knelpunten. Deze leden vragen de Minister hoe zij dit beoordeelt.Waarom is die actieve opstelling kennelijk nog steeds niet vanzelf-sprekend? Hoe kan het dat zorgverzekeraars, terwijl zij binnen dit stelseljuist zo’n belangrijke regierol hebben, op wezenlijke punten nog steedsdoor de toezichthouder tot extra inzet moeten worden aangespoord?De leden van de PVV-fractie lezen daarnaast dat in 2025 sprake is geweestvan verscherpt toezicht op een zorgverzekeraar vanwege tekortkomingenbij de uitvoering van de zorgplicht in de geestelijke gezondheidszorg (ggz)en de medisch-specialistische zorg in een specifieke regio. Deze ledenvinden dat een ernstig signaal. Kan de Minister aangeven wat hier preciesmisging, hoeveel verzekerden hierdoor geraakt zijn en wat dit zegt over demanier waarop de zorgplicht in de praktijk wordt ingevuld? Hoe wordt1AD, 16 juni 2025, «Duizenden fysio’s in een jaar tijd gestopt: «Ze kunnen hun boodschappen enhypotheek niet betalen», Duizenden fysio’s in een jaar tijd gestopt: «Ze kunnen hunboodschappen en hypotheek niet betalen» | Binnenland | AD.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13324 voorkomen dat verzekerden pas merken dat hun zorgverzekeraartekortschiet als de toezichthouder al heeft moeten ingrijpen?De leden van de PVV-fractie vinden het ook zorgelijk dat de NZa bij deinvulling van de zorgplicht voor generieke geneesmiddelen nog steedsduidelijke verbeterpunten ziet. Deze leden vragen de Minister hoe zij hetbeoordeelt dat zorgverzekeraars kennelijk nog onvoldoende zicht hebbenop de huidige en toekomstige beschikbaarheid van geneesmiddelen enniet altijd tijdig kunnen ingrijpen bij tekorten. Wat betekent dit concreetvoor patiënten die afhankelijk zijn van deze middelen? Welke eisen stelt deMinister aan zorgverzekeraars om te zorgen dat mensen niet de dupeworden van tekorten en gebrekkige regie?De leden van de PVV-fractie lezen verder dat ook de toegankelijkheid vande kraamzorg nog altijd onder druk staat en dat de NZa verwacht datzorgverzekeraars meer doen om hun zorgplicht op dit punt waar temaken. Deze leden vragen de Minister hoeveel regio’s in 2025 metserieuze problemen in de kraamzorg te maken hadden, in hoeveelgevallen minder zorg kon worden geleverd dan normaal en hoe vaakmoest worden teruggevallen op een minimumvariant of digitale zorg.Acht de Minister het aanvaardbaar dat juist rond zwangerschap engeboorte zulke structurele knelpunten blijven bestaan?De leden van de PVV-fractie lezen dat de gemiddelde premie in 2025uitkwam op 157 euro per maand en dat zorgverzekeraars 0,4 miljard eurouit hun reserves hebben ingezet om de premiestijging te dempen. Dezeleden vragen de Minister hoe houdbaar zij dit vindt. Is hier niet gewoonsprake van het tijdelijk dempen van de pijn, terwijl de onderliggendekosten in het stelsel blijven oplopen? Hoe groot acht de Minister het risicodat premiebetalers de komende jaren alsnog met forse premiestijgingente maken krijgen?De leden van de PVV-fractie constateren daarnaast dat er in 2025 nogsteeds 59 basispolissen zijn, en dat de NZa zelf aangeeft dat veel polissennauwelijks van elkaar verschillen en dat dit de transparantie niet tengoede komt. Deze leden delen die kritiek. Voor veel mensen is het al langniet meer duidelijk waar zij precies uit kunnen kiezen en wat nu echt hetverschil is tussen al die polissen. Waarom sleept dit probleem al jarenvoort? Wat gaat de Minister concreet doen om dit aanbod overzichtelijkeren begrijpelijker te maken?De leden van de PVV-fractie lezen bovendien dat er per 2025 geenrestitutiepolissen meer worden aangeboden en dat deze zijn vervangendoor combinatiepolissen met vergoedingsbeperkingen. Deze leden vragende Minister hoe zij deze ontwikkeling beoordeelt. Wat betekent dit voormensen die juist waarde hechtten aan keuzevrijheid of die afhankelijk zijnvan niet-gecontracteerde zorg? Hoeveel verzekerden zijn hierdoor er in depraktijk op achteruitgegaan?De leden van de PVV-fractie lezen verder dat aanvullende verzekeringennog steeds worden gekoppeld aan bepaalde basisverzekeringen en dat deNZa dit onwenselijk vindt, omdat dit de keuzevrijheid beperkt en tothogere kosten kan leiden. Deze leden vragen de Minister waarom dezepraktijk nog steeds mogelijk is. Is de Minister bereid te kijken hoe aan dezevorm van koppelverkoop een einde kan worden gemaakt? Is de Ministervan mening dat de NZa de mogelijkheid moet krijgen om op te tredentegen ongewenste koppelingen tussen basis- en aanvullende verzeke-ringen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13325 De leden van de PVV-fractie vinden het ook zorgelijk dat de contracteer-graad op 8 december 2025 in veel sectoren lager lag dan een jaar eerder.Juist in de overstapperiode moeten mensen weten waar zij aan toe zijn.Deze leden vragen de Minister wat dit concreet heeft betekend voorverzekerden. Hoe kan iemand een weloverwogen keuze maken voor eenpolis indien nog niet duidelijk is of zijn of haar zorgaanbieder welgecontracteerd zal zijn? Welke maatregelen worden genomen om tevoorkomen dat deze onzekerheid zich jaar op jaar blijft herhalen? Hoe gaatde Minister ervoor zorgen dat alle premies bij de start van het overstap-seizoen bekend zijn?De leden van de PVV-fractie lezen daarnaast dat de NZa relatief veelmeldingen heeft ontvangen van ggz-aanbieders over contractvoorstellenvan zorgverzekeraars en daarom een toezichtonderzoek is gestart. Dezeleden vragen de Minister hoe zij dit beoordeelt, juist in een sector waar dewachttijden al hoog zijn en waar patiënten juist gebaat zijn bij duide-lijkheid en continuïteit. Deelt de Minister de opvatting dat onduidelijke ofonvoldoende onderbouwde contractvoorstellen de problemen in de ggzalleen maar verder kunnen vergroten?De leden van de PVV-fractie lezen dat de NZa bij fysiotherapie op ditmoment geen acute problemen in de toegankelijkheid ziet, maar welwaarschuwt voor risico’s voor de continuïteit van zorg in de toekomst.Deze leden vinden dat een zorgelijk signaal, juist omdat fysiotherapie voorveel mensen belangrijk is om klachten te beperken, zwaardere zorg tevoorkomen en zo lang mogelijk mobiel en zelfstandig te blijven. Als detoegankelijkheid onder druk komt te staan, raken de gevolgen patiëntendirect. Hoe wil de Minister de toegankelijkheid van fysiotherapievergroten?De leden van de PVV-fractie lezen verder dat de resultaten van hetonderzoek naar de bruikbaarheid van de informatie op websites vanzorgverzekeraars in het voorjaar van 2026 worden gepubliceerd. Dezeleden vragen de Minister de Kamer direct na publicatie hierover teinformeren, inclusief een reactie op de uitkomsten. Welke maatregelen isde Minister bereid te nemen als uit dat onderzoek blijkt dat de informatievoor consumenten onvoldoende duidelijk of bruikbaar is?De leden van de PVV-fractie lezen voorts dat de NZa het onderzoek naarde risicoverevening heeft geïntensiveerd en dat een verdiependonderzoek loopt naar kosten zonder vastgesteld NZa-tarief of prestatie,waardoor de definitieve vaststelling van de verantwoordingsinformatieover 2022 is uitgesteld. Deze leden vragen de Minister hoe ernstig zij ditvindt. Om welke bedragen gaat het precies en welke risico’s ziet zij voorde rechtmatigheid en controleerbaarheid van de besteding van collectievezorgmiddelen?De leden van de PVV-fractie hebben ook vragen over de transformatiemid-delen. Zij lezen dat voor de periode 2023–2028 1,9 miljard eurobeschikbaar is en dat de NZa oordeelt dat deze middelen plausibel zijnbesteed en rechtmatig kunnen worden ingebracht. Deze leden merken opdat dit nog niet automatisch betekent dat patiënten daar ook echtverbetering van merken. Kan de Minister daarom concreet aangevenwelke aantoonbare resultaten in 2025 met deze middelen zijn bereikt alshet gaat om wachttijden, toegankelijkheid, personeel en passende zorg?Hoeveel van deze middelen zijn daadwerkelijk in de zorgpraktijk terechtge-komen en hoeveel zijn opgegaan aan proceskosten, overlegstructuren,monitoring en organisatie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13326 De leden van de PVV-fractie lezen ten slotte in de beslisnota dat hetrapport volgens het ministerie geen nieuwe informatie bevat en dat deKamer over deze onderwerpen al eerder is geïnformeerd. Deze ledenvragen de Minister of dat niet juist onderstreept dat dezelfde problemenrond toegankelijkheid, keuzevrijheid, contractering en transparantie steedsterugkomen, zonder dat mensen daar in de praktijk voldoende verbeteringvan merken. Kan de Minister per hoofdonderwerp aangeven welkeconcrete verbetering patiënten en verzekerden in 2026 daadwerkelijkmogen verwachten?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het «Samen-vattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de NZa en hebbenhierover nog enkele vragen.Naar aanleiding van paragraaf 2.5 Toegang tot fysiotherapie. De leden vande CDA-fractie lezen dat de NZa (opnieuw) in overweging geeft om deeerste twintig behandelingen voor chronisch zieken te vergoeden via debasisverzekering. Deze leden vragen wat de reactie van de Minister is opdeze oproep, die eerder ook door het Zorginstituut Nederland is gedaanen wat de implicaties hiervan zijn.Naar aanleiding van paragraaf 3 Polismarkt. De leden van de CDA-fractievragen hoe het komt dat de korting bij een eigen risico van 885 euro perjaar de afgelopen jaren is afgenomen (figuur 1).Voorts lezen de leden van de CDA-fractie dat het aantal combinatiepo-lissen is gestegen, met als oorzaak het niet meer aanbieden van restitutie-polissen. Deze leden vragen hoe de Minister hiernaar kijkt. Wat is hetverschil tussen een combinatiepolis en een restitutiepolis en hoe sturenzorgverzekeraars via de combinatiepolis op minder niet-gecontracteerdezorg? Wat is daar voor hen het voordeel van een combinatiepolis tenopzichte van de restitutiepolis?De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister met de NZa deelt dathet grote aantal polissen, dat ook niet afneemt, onwenselijk is vanwege dekleine verschillen tussen polissen en het daarmee gepaard gaande gebrekaan transparantie voor verzekerden. Deze leden vragen ook hoe deMinister aankijkt tegen het koppelen van aanvullende verzekeringen aan(duurdere) basisverzekeringen. Deelt de Minister dat dit in het nadeel vanverzekerden is en niet past bij de maatschappelijke verantwoordelijkheidvan zorgverzekeraars?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het «Samen-vattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de Nederlandse Zorgau-toriteit (NZa). Zij hebben hier nog een aantal opmerkingen en een enkelevraag over.De leden van de SP-fractie lezen dat er in 2025 één zorgverzekeraar onderverscherpt toezicht stond van de NZa vanwege de gebrekkige uitvoeringvan de zorgplicht op het gebied van de ggz en de medisch specialistischezorg. Zij constateren echter dat de zorgplicht structureel wordtgeschonden door meerdere zorgverzekeraars als het gaat om de ggz. Dewachtlijsten in de ggz zijn namelijk structureel te lang, waardoor deTreeknormen niet worden gehaald. Zorgverzekeraars hanteren onder-tussen nog steeds een inkoopbeleid dat niet is gericht op het maximaalverkorten van de wachtlijst, door bijvoorbeeld omzetplafonds op teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13327 leggen. Waarom grijpt de NZa niet vaker in bij zorgverzekeraars op ditgebied? Welke mogelijkheden heeft de NZa om zorgverzekeraarsverantwoordelijk te houden voor het schenden van de zorgplicht?Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep MarkuszowerDe leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van het«Samenvattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de NZa. Dezeleden constateren dat het rapport wederom symptomen beschrijft van eenstelsel met dieperliggende architectuurproblemen: een zorgplicht die tevrijblijvend wordt ingevuld, een polismarkt die schijnkeuze biedt en eenbekostigingssysteem dat preventie actief ontmoedigt. Structurelereparatie vraagt om een eerlijk debat over de prikkels waarop het gehelesysteem (verzekeraars, ziekenhuizen en specialisten) feitelijk reageert.Deze leden hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.Inzake het onderdeel: Zorgplicht: verwachten of handhaven? De leden vande Groep Markuszower constateren dat de NZa bij kraamzorg engeneesmiddelentekorten meerdere jaren achtereen dezelfde verbeter-punten vaststelt, maar zich beperkt tot het uiten van «verwachtingen» en«oproepen». Is de Minister het met deze leden eens dat vrijblijvende taalbij structurele tekortkomingen niet langer passend is? Welke concretehandhavingsinstrumenten worden dit jaar daadwerkelijk ingezet enwanneer kan de Kamer de eerste resultaten verwachten?Genoemde leden merken tevens op dat restitutiepolissen per 2025volledig zijn verdwenen en dat zorgverzekeraars aanvullende verzeke-ringen blijven koppelen aan specifieke basispolissen, iets wat de NZa zelf«onwenselijk» noemt. Is de Minister bereid een wettelijk verbod in tevoeren op deze koppelverkoop?Inzake het onderdeel: Preventie en «longevity»: het stelsel beloont ziekte,niet gezondheid. De leden van de Groep Markuszower constateren dat hetNZa-rapport opnieuw zwijgt over de structurele rem die de huidigebekostigingsarchitectuur legt op preventie. Dit is geen nieuw inzicht. Uitonderzoek van het Talma-instituut (VU) bleek dat van elke euro bespaarddoor passende zorg via de risicoverevening slechts circa 24 cent bij deverzekeraar terugvloeit. Gezondheidseconoom Xander Koolman formu-leerde het als volgt: een zorgverzekeraar kan nooit meer dan 24 euroinvesteren om in de toekomst 100 euro aan zorgkosten te besparen, wil hijzijn concurrentiepositie niet schaden. Investeren in preventie is daarmeevoor individuele verzekeraars financieel irrationeel, niet omdatbestuurders het niet willen, maar omdat het systeem het afstraft2.Genoemde leden wijzen op het groeiende internationale wetenschappe-lijke inzicht dat gezondheidszorg fundamenteel moet verschuiven vancuratie naar preventie, niet als moreel appel, maar als economische endemografische noodzaak. Arts en longevity-expert dr. Peter Attia(Stanford/Johns Hopkins)3 betoogt in Outlive: The Science and Art ofLongevity (2023) dat het huidige medische model de vier grote chronischeverouderingsziekten (hart- en vaatziekten, kanker, dementie en type 2diabetes) structureel te laat en te reactief aanpakt. Vroegtijdige screeningop biomarkers zoals ApoB-cholesterol, bloeddruk en insulineresistentiekan hart- en vaatziekten, wereldwijd de grootste doodsoorzaak, significant2Zorgvisie, 26 november 2025, «Risicoverevening hindert zorgverzekeraars in het streven naarpassende zorg».3Attia, P. & Gifford, B. (2023). Outlive: The Science and Art of Longevity. Harmony Books; Milevet al. (2024). «Climbing the longevity pyramid.» Frontiers in Aging, 5. DOI: 10.3389/fragi.2024.1495029.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13328 uitstellen of voorkomen. Een review in Frontiers in Aging (Milev et al.,2024) bevestigt dat evidence-gedreven preventiestrategieën, inclusiefleefstijlinterventies en biomarkermonitoring, de meest kosteneffectieveroute zijn om gezonde levensjaren te winnen.Inzake het onderdeel: Stelselarchitectuur: een systeem dat zichzelf instand houdt. De leden van de Groep Markuszower stellen een fundamen-telere vraag, die dit rapport onbeantwoord laat: is het huidige zorgstelselals geheel nog optimaal ontworpen voor de uitdagingen van de komendedecennia, of worden perverse prikkels op systeemniveau structureelgereproduceerd? Genoemde leden verwijzen daarbij naar de economischeliteratuur over principal-agent problemen in de gezondheidszorg.Het huidige stelsel kent een gestapeld principal-agent probleem.Zorgaanbieders (de agenten) worden per verrichting betaald, dezogenoemde p×q-bekostiging waardoor zij een financiële prikkel hebbenom zo veel mogelijk handelingen te verrichten, ongeacht de gezondheids-uitkomst.4 Verzekeraars (als principaal tegenover zorgaanbieders) hebbenin theorie belang bij lagere kosten, maar worden via de risicovereveningfeitelijk gecompenseerd voor hogere zorguitgaven. De overheid (alsprincipaal tegenover verzekeraars) wil lagere kosten en betere gezond-heidsuitkomsten, maar beschikt niet over de informatie en instrumentenom dit effectief te sturen. De uitkomst van dit driedubbele principal-agentprobleem is een stelsel dat structureel meer productie, meer behande-lingen en hogere kosten genereert dan noodzakelijk is voor de volksge-zondheid.De NZa erkende dit zelf al eerder. Toenmalig bestuursvoorzitter MarianKaljouw stelde onomwonden dat de zorg «te veel een verdienmodel isgeworden» en dat 15 tot 20 procent van de behandelingen niet bewezeneffectief is.5 Haar opvolger Josefien Kursten formuleerde de logischeconsequentie van passende zorg nog scherper: «Als mensen minder naarhet ziekenhuis gaan, zullen ziekenhuizen moeten afslanken.»Dit is de kern van het probleem dat dit rapport niet durft te benoemen:een consequente preventieagenda, waarbij een significant deel vanpatiënten door vroegtijdige interventie niet ziek wordt, ondermijnt deomzetbasis van ziekenhuizen en specialisten die nu juist per verrichtingworden betaald. De prikkel om te investeren in preventie en gezondheidbestaat daarmee voor geen enkele actor in het stelsel. Ziekenhuizenworden financieel geraakt als hun patiëntenpopulatie krimpt. Specialistenverdienen minder als ze minder behandelen. Verzekeraars profiterennauwelijks van kostenbesparingen. En de overheid compenseert dit allesvia de risicoverevening en de premie.Genoemde vragen de Minister of zij bereid is een onafhankelijke evaluatiete laten uitvoeren van de fundamentele prikkels in het zorgstelsel,specifiek gericht op de vraag of de huidige combinatie vanp×q-bekostiging, risicoverevening en marktwerking compatibel is met eenstelsel dat serieus inzet op preventie, longevity en gezondheidswinst inplaats van zorgvolume.6 Is de Minister bereid de Kamer voor het eindevan 2026 een onderzoeksopdracht voor te leggen die deze vraag beant-4Eijkenaar & Schut (2015), geciteerd in ESB, «Zorgstelsel gebaat bij verzekeraars opgericht doorzorgaanbieders», 24 oktober 2024; NTvG, «Bekostiging van zorgaanbieders», januari 2020.5NZa-bestuursvoorzitter Kaljouw, NRC Handelsblad (via PraktijkmanagersNetwerk);NZa-directeur Kursten, Zorgvisie, april 2021.6MedischOndernemen, «Betaling per verrichting geeft een perverse prikkel», 2023; ESB,«Zorgstelsel gebaat bij verzekeraars opgericht door zorgaanbieders», oktober 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 13329 woordt, met expliciete aandacht voor alternatieve bekostigingsmodellenzoals populatiebekostiging en value-based healthcare?Inzake het onderdeel: Financiële verantwoording: openstaand onderzoek.De leden van de Groep Markuszower constateren dat het NZa-onderzoeknaar de risicoverevening over 2022 opnieuw is uitgesteld. Wat is definanciële omvang van de posten onder verdiepend onderzoek, en isterugvordering mogelijk als declaraties onrechtmatig blijken? Deze ledenvragen tevens of de Minister bereid is de Kamer jaarlijks te informerenover concreet behaalde gezondheidsuitkomsten per zorgverzekeraar metde 1,9 miljard euro aan IZA-transformatiemiddelen en niet slechts over deplausibiliteit van besteding, maar over meetbare gezondheidswinst.Tot slot vragen deze leden de Minister wanneer de Kamer een beleidsre-actie op het NZa-rapport kan verwachten die verder gaat dan het herhalenvan bekende doelstellingen en met concrete wetgevingsacties, handha-vingsmaatregelen, en een eerlijk antwoord op de vraag of het huidigestelsel structureel geschikt is voor een gezondheidspolitiek die preventieserieus neemt.II. Reactie van de Minister De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het «Samen-vattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de Nederlandse Zorgau-toriteit (NZa) en de begeleidende brief van de Minister. Deze leden dankende NZa voor het inzicht in de uitvoering van de Zorgverzekeringswet en deMinister voor de bijgevoegde brief. Zij hebben hierover enkele vragen.De leden van de D66-fractie lezen dat de premie voor de basisverzekeringin 2025 minder sterk is gestegen dan in voorgaande jaren, mede doordatzorgverzekeraars hun reserves hebben ingezet. Deze leden vragen deMinister hoe zij kijkt naar de houdbaarheid van deze ontwikkeling. Kan deMinister aangeven wat de mogelijke effecten van het verhogen entrancheren van het eigen risico zijn op de premieontwikkeling?Het kabinet vindt het positief dat eventuele meevallers bij verzekeraarsterug worden gegeven aan de premiebetaler via lagere premies. De inzetvan reserves vormt echter geen manier om op structurele wijze depremiegroei tegen te gaan. Ook een eenmalige meevaller in het Zorgver-zekeringsfonds zoals de meevaller die de premieontwikkeling in 2026heeft gedempt, is geen manier om op structurele wijze de premiegroeitegen te gaan. Verder volgt de ontwikkeling van de premie de ontwik-keling van de zorguitgaven. De zorguitgaven zullen naar verwachting ookin de komende jaren toenemen door de stijging van de lonen in de zorg,de inflatie en de invloed van de vergrijzing op de zorguitgaven. Hierdoorzal ook de premie moeten stijgen. In het coalitieakkoord heeft dit kabinetmaatregelen aangekondigd om het stelsel houdbaar en betaalbaar tehouden. Dit doet het kabinet door passende zorg de norm te maken. Ookzal de verhoging van het eigen risico de premie minder hard doen latenstijgen.Het kabinet is voornemens het verplicht eigen risico per 2027 weer teindexeren met de stijging van de zorguitgaven en daarnaast te verhogenmet € 60. Volgens huidige inzichten leidt dit tot een € 57 minder hogenominale premie. Daarnaast is het kabinet voornemens het verplichteigen risico per 2028 te trancheren op € 150 per behandelprestatie in demedisch-specialistische zorg. Dit leidt naar verwachting in 2028 tot een€ 2 minder hoge nominale premie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133210 De leden van de D66-fractie lezen de opmerkingen van de NZa overzorgverzekeraars die vanuit hun zorgplicht een verantwoordelijkheidhebben om tijdige toegang tot zorg te waarborgen. Hoe stuurt de Ministermomenteel op deze zorgplicht in de ggz? Wat zijn de resultaten daarvan,en wat zijn alternatieve instrumenten die de Minister zou kunnen inzettenom deze impact te vergroten?Het toezicht op de zorgplicht is in handen van de Nederlandse Zorgauto-riteit (NZa). In de ggz zijn lange wachttijden en de NZa heeft in deafgelopen jaren diverse onderzoeken gedaan naar de zorgplicht in de ggz.Recent is er onderzoek afgerond waarin gekeken is of zorgverzekeraarsvoldoende proactief handelen bij overschrijding van de Treeknormen.Twee zorgverzekeraars zijn hierop aangesproken door de NZa, en bij éénzorgverzekeraar is er een periode geweest van verscherpt toezicht. De NZablijft alert op de rol van zorgverzekeraars in de zorgplicht ggz. Het kabinetblijft in gesprek met de NZa en zorgverzekeraars om de wachtlijsten in deggz aan te pakken.Het kabinet is daarnaast stelselverantwoordelijk en zet zich in om detoegankelijkheid van de ggz te verbeteren. Zo zet het kabinet in op hetversterken van de mentale veerkracht via de Versterkingsagenda MentaleGezondheid en ggz. Daarnaast voert het kabinet de afspraken uit het IZAen AZWA uit om de organisatie van ggz-zorg en ondersteuning structureelte verbeteren, onder meer door mentale gezondheidsnetwerken teversterken, verkennende gesprekken in te zetten en exclusiecriteria tebeperken. Samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders ontwikkelenwe een routekaart voor de verbetering van de contractering. Het doel isom de randvoorwaarden zodanig te verbeteren dat de contractering ensturing op passende ggz-zorg worden versterkt.De leden van de D66-fractie constateren dat de NZa aangeeft datzorgverzekeraars nog stappen te zetten hebben in de invulling van hunzorgplicht in de kraamzorg. Deze leden vinden dit zorgelijk, juist omdat detoegankelijkheid van kraamzorg al langere tijd onder druk staat. Wat doetde Minister om zorgverzekeraars nadrukkelijker aan te spreken op hunzorgplicht in de kraamzorg? Hoe neemt de Minister hierin haar stelselver-antwoordelijkheid en hoe wordt geborgd dat de uitvoering van dezezorgplicht daadwerkelijk op orde komt? De NZa geeft aan deze ontwikke-lingen te blijven volgen. Kan de Minister aangeven hoe zij de Kamer actiefzal informeren over de voortgang?Het kabinet vindt het belangrijk dat de toegankelijkheid en continuïteit vankraamzorg zoveel als mogelijk geborgd is. Hier zijn in eerste instantiekraamzorgaanbieders en zorgverzekeraars voor verantwoordelijk. DeInspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de NZa houden hier toezicht op.Zorgverzekeraars Nederland en Bo geboortezorg pakken hun verantwoor-delijkheid. Sinds 2023 hebben zij convenanten afgesloten om de zorg opkorte en middellange termijn te borgen. Voor de lange termijn hebben zijeen visie en versnellingsagenda opgesteld. Voor een deel van de agendais € 9,8 miljoen aan IZA-transformatiemiddelen toegekend. Met behulpvan deze middelen wordt onder andere aan passende kraamzorg gewerktdoor de implementatie van de Kraamzorg landelijke Indicatie methodiek(KLIM). Sinds 1 januari 2026 wordt gewerkt met regionale maatwerkaf-spraken. In de brief van 3 maart7 jongstleden is de inzet van het kabinetop kraamzorg toegelicht. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwgezeten informeert de Kamer begin 2027 over de kraamzorg.7Kamerstukken, 2025–26, 32 279, nr. 270.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133211 De leden van de D66-fractie lezen dat de NZa constateert dat de contrac-tering in 2025 later tot stand kwam dan in het jaar ervoor. Deze ledenvinden dit een zorgelijke ontwikkeling, omdat dit zowel voor zorgaan-bieders als voor verzekerden leidt tot onzekerheid over zorgaanbod envergoeding. Welke mogelijkheden ziet de Minister om te bevorderen datcontractering tijdiger plaatsvindt? Welke rol ziet de Minister hierbij voorzichzelf en de NZa, en acht zij aanvullende maatregelen nodig?De NZa heeft in mei 2026 de informatiekaart gepubliceerd met debelangrijkste ontwikkelingen rondom het overstapseizoen 2025/2026. Tenaanzien van de contracteergraad zijn in deze informatiekaart ook depeildata van 22 december en 22 januari opgenomen. Het samenvattendrapport gaat alleen in op de peildatum van 8 december.In de informatiekaart komt naar voren dat de contractering in 2025(gericht op 2026) vergelijkbaar is met de contractering in 2024. De stijgingten opzichte van 2023 heeft zich in 2025 grotendeels gestabiliseerd. Vanaf22 december ontstaat een volledig beeld en zit de contracteergraad in demeeste sectoren, de zbc’s uitgezonderd, boven de 90 procent. De meesteoverstappers wisselen van zorgverzekeraar tussen kerst en nieuwjaar,wanneer de meeste contracten rond zijn.De NZa ziet toe op het soepel verlopen van het contracteerproces en heefthiertoe handvatten opgesteld. Op basis van een uitgebreide evaluatie metbetrokken partijen heeft de NZa de Handvatten Zorgcontractering en deRegeling transparantie zorgcontractering Zvw aangepast. Deze nieuwehandvatten zijn ingegaan op 1 maart 2026 en gelden voor het contracteer-proces vanaf 2027. De handvatten zijn verduidelijkt en daar waar mogelijkvereenvoudigd met oog voor het beperken van de administratieve lasten.Voor zorgverzekeraars geldt voortaan een maximale reactietermijn vanzes weken bij offertes. Hiermee zijn de verplichtingen van zorgverzeke-raars en zorgaanbieders beter in balans. Ook moeten zorgverzekeraarstransparant maken hoe hun inkoopbeleid bijdraagt aan hun maatschappe-lijke opgave, het waarborgen van toegankelijke, kwalitatief goede enbetaalbare zorg voor al hun verzekerden. De verwachting is dat dezenieuwe handvatten een positief effect hebben op het contracteerproces.Het kabinet is daarnaast voornemens een aantal maatregelen te treffendie van invloed zullen zijn op het contracteerproces, zoals beschreven inde beleidsbrief VWS.8 Het kabinet zet in op passende zorg als norm,waarbij onder andere de inzet is dat niet gecontracteerde zorg vanaf 2029niet meer wordt vergoed. Dit zal effect hebben op het contracteerproces.De leden van de D66-fractie lezen dat het aantal polissen hoog blijft,terwijl veel polissen nauwelijks van elkaar verschillen, wat de transpa-rantie voor consumenten niet ten goede komt. Deze leden delen de zorgdat dit het maken van een weloverwogen keuze bemoeilijkt. Welkestappen is de Minister voornemens te zetten om de transparantie van hetpolisaanbod te verbeteren? Ziet de Minister mogelijkheden om zorgverze-keraars sterker te prikkelen om zich te onderscheiden op relevanteaspecten, zoals de mate waarin zij voldoen aan hun zorgplicht?Voor 2026 betreft het 58 polissen. Er zijn 10 concerns en dus minder dan 6polissen per concern. Maar het is wel zo dat het voor verzekerden moeilijkis een verschil te zien tussen bepaalde polissen. Het kabinet vindt datinformatieverstrekking aan verzekerden helder en transparant moet zijn.Het moet bijvoorbeeld duidelijk zijn of het om een natura- of eencombinatiepolis gaat of welke vergoeding er wordt gegeven bij niet8Kamerstukken, 2026/27, 36800 XVI, nr. 191.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133212 gecontracteerde zorg. Hiervoor is de regel informatieverstrekking aanverzekerden door de NZa gemaakt (TH/NR-027 regeling informatiever-strekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten). In deze regeling isook opgenomen dat een zorgverzekeraar transparant moet zijn overpolissen die op elkaar lijken.De NZa is een onderzoek begonnen naar hoe bruikbaar de informatie voorconsumenten was op de websites van zorgverzekeraars tijdens hetafgelopen overstapseizoen. Daarbij wordt vooral gekeken naar informatieover het eigen risico, de zorgplicht, (on)gecontracteerde zorg en nagenoeggelijke polissen, vanuit het perspectief van de consument. De NZa zal deresultaten van dit onderzoek in de loop van 2026 bekend maken. Hetkabinet kijkt uit naar de resultaten van het onderzoek.Alle zorgverzekeraars moeten aan de zorgplicht voldoen. Op onderdelenwaarop zorgverzekeraars zich wel kunnen onderscheiden, zoals actievezorgbemiddeling en aandacht voor preventie, profileren zij zich al. Hetkabinet onderneemt verder geen actieve stappen om het polisaanbod aante passen.De leden van de D66-fractie lezen dat de NZa het onwenselijk vindt dataanvullende verzekeringen worden gekoppeld aan bepaalde basisverzeke-ringen, omdat dit de keuzevrijheid van consumenten beperkt en kanleiden tot hogere kosten. Hoe beoordeelt de Minister deze analyse van deNZa? Welke vervolgstappen is de Minister bereid te zetten om dezepraktijk tegen te gaan en de keuzevrijheid van consumenten tebeschermen?Het is bekend dat er een aantal aanvullende verzekeringen aan specifiekebasisverzekeringen zijn gekoppeld. In 2024 is door zowel de NZa als ACMgevraagd om deze koppeling tegen te gaan.9 Hier is in een brief van mijnvoorganger op ingegaan.10 Het standpunt in deze brief, dat er voldoendekeuzemogelijkheden voor verzekerden moeten overblijven en datverzekeraars eigen voorwaarden aan aanvullende verzekeringen mogenstellen, wordt door dit kabinet onderschreven.Het kabinet zal deze praktijk dus niet actief tegengaan, maar wel aandachthouden voor de ontwikkeling en verlangen dat verzekeraars transparanten duidelijk zijn over de voorwaarden.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet «Samenvattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de Neder-landse Zorgautoriteit. Ze hebben hierover nog een enkele vraag.De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de beperkte stijging van dezorgpremie te wijten is aan het feit dat zorgverzekeraars hun reserveshiervoor hebben ingezet. Kan de Minister aangeven hoe groot het deelvan hun reserves zij hiervoor hebben ingezet, procentueel gezien? Inwelke mate was de zorgpremie gestegen als zorgverzekeraars geengebruik hadden gemaakt van hun reserves?Verzekeraars bepaalden in 2024 de inzet van de reserves voor de premiein 2025.9Kamerstukken, 2025/26, 29 689, nr. 1252.10Kamerstukken, 2025/26, 29 689, nr. 1295.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133213 Daarom wordt de vergelijking gemaakt tussen de totale reserves in 2024en de inzet van de reserves voor de premiedemping in 2025. In 2024hadden verzekeraars in totaal 11,4 mld euro aan reserves. De inzet van 0,4mld euro bedraagt dan 3,5% van de totale reserves.Als verzekeraars geen reserves hadden ingezet, dan was de premie in2025 1 euro per maand hoger geweest. De gemiddelde maandelijksepremie was dan niet met € 11 maar met € 12 gestegen in 2025.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief van de Minister over het «Samenvattend rapportZorgverzekeringswet 2025» van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)».Genoemde leden hebben nog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over demedicijntekorten in Nederland. De genoemde leden lezen dat «Om dieregierol goed te kunnen oppakken, is verbetering nodig van hun inzicht inhuidige en toekomstige vraag en aanbod van generieke geneesmiddelendie mensen bij de apotheek kunnen krijgen.» Kan nader worden toegelichtwat er concreet van zorgverzekeraars wordt verwacht ten aanzien vanmedicijntekorten Worden er ook concrete doelen opgesteld ten aanzienvan het verminderen van medicijntekorten? Zijn er ook zorgverzekeraarswaar de medicijntekorten relatief laag zijn? Zo ja, kan worden toegelichtwaarom de medicijntekorten bij die zorgverzekeraars minder problema-tisch zijn dan bij andere? In hoeverre draagt het preferentiebeleid bij aandeze tekorten?De verwachtingen van de NZa aan zorgverzekeraars voor de invulling vande zorgplicht staan in algemene zin beschreven in de HandvattenZorgplicht van de NZa.11 Verder heeft de NZa naar aanleiding van haaronderzoek naar de invulling van de zorgplicht voor het onderwerp«geneesmiddelen» bij brief van 5 juni 2025 haar verwachtingen vanzorgverzekeraars concreet beschreven.12 Deze verwachtingen zijn in lijnmet de verwachtingen ten aanzien van de zorgplicht in het bijzonder.Daarnaast geldt dat medicijnen vaak onderdeel zijn van zorg waarvoortoegankelijkheidsnormen opgesteld zijn. Het kabinet heeft geen signalendat geneesmiddelentekorten verzekerden van de ene zorgverzekeraarmeer raken dan verzekerden van de andere zorgverzekeraar. Het preferen-tiebeleid kan effect hebben op de beschikbaarheid van geneesmiddelen.Het kan bijdragen aan de toegankelijkheid en beschikbaarheid vangeneesmiddelen voor de patiënt, maar het kan ook leiden tot een afnamevan de beschikbaarheid van geneesmiddelen. In de VoortgangsbriefBeschikbaarheid Geneesmiddelen van 1 april 2026 heeft het kabinet deKamer daarover nader geïnformeerd. Tevens heeft het kabinet de Kamerbij die gelegenheid geïnformeerd over de lopende onafhankelijkeevaluatie van het preferentiebeleid, die beoogt meer inzicht te geven in diteffect maar ook in andere effecten van het preferentiebeleid.13De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich tevens grote zorgenover de tekorten in de kraamzorg. Vooral in kwetsbare wijken zijn detekorten nijpend. Kan de Minister toelichten of een differentiatiebeleidtussen wijken mogelijk is? Kunnen er verschillende scenario’s van11De zorgplicht: handvatten voor zorgverzekeraars – Nederlandse Zorgautoriteit12Terugkoppeling onderzoek zorgplicht generieke geneesmiddelen 2025 – NederlandseZorgautoriteit.13Kamerstuk 2025/26, 29477, nr. 969.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133214 minimumtarieven worden geschetst waarbij er vooral wordt ingegaan watdit betekent voor het aanbod en de impact op de tekorten?Op dit moment wordt kraamzorg per uur bekostigd. De NZa heeft latenweten dat op basis van de huidige kostprijzen geen differentiatieaangebracht kan worden in de tarifering van de kraamzorg. Een uur zorgleveren in een kwetsbare wijk kan complexer zijn, maar heeft niet per seeen hogere kostprijs. Wel is er ruimte om in de contractering het leverenvan zorg in deze wijken aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld met behulpvan de max-max tarieven. De toepassing van minimumtarieven in dekraamzorg ligt niet voor de hand. Minimumtarieven worden gebruikt inhet geval de macht van de zorgverzekeraars zo hoog is dat druk ontstaatop de prijs en de zorgaanbieder daarvoor beschermd moet worden. Ditprobleem speelt niet in de kraamzorg. Zorgverzekeraars hebben deafgelopen jaren, juist door het afsluiten van convenanten met debrancheorganisatie van de kraamzorg, laten zien op basis van afsprakenhogere tarieven te bieden.Tegelijkertijd werken kraamzorgaanbieders en zorgverzekeraars aan eenexperimentele bekostigingsstructuur met de intentie om de huidigebekostiging per uur te vervangen. Hiermee wordt meer rekeninggehouden met verschillen in zorgbehoefte tussen verschillende gezinnen.In het onderzoek naar de toegankelijkheid van fysiotherapie worden ergeen prognoses gedaan voor de toekomst. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de verwachting is van de tekorten en wachtlijstenvoor de fysiotherapie over 2, 5 en 10 jaar. Uit een enquête van Fysio-vakbond FDV blijkt namelijk dat 70 procent van de fysiotherapeutenoverweegt iets ander te doen14. Kan ook worden toegelicht hoe dit zichverhoudt tot de beweging naar passende zorg waarin fysiotherapie eensteeds belangrijkere rol krijgt?Het onderzoek van de NZa bevat enkele prognoses over toekomstiggebruik van fysiotherapie (tot 2040) op basis van demografische ontwikke-lingen en de historische trend in zorggebruik. Volgens deze scenario’sstijgt het gebruik van fysiotherapie jaarlijks met 0,1–0,8%. Het gaatdaarmee om een relatief kleine toename in zorggebruik. Tegelijkertijdplaatst de NZa in haar rapport relevante kanttekeningen bij dezeprognoses. Zo zijn de prognoses gebaseerd op zorggebruik en niet dezorgvraag. Daarnaast is uitgegaan van gelijkblijvend beleid. De bewegingnaar passende zorg is niet meegenomen in de prognoses. Deze bewegingkan zowel leiden tot een afname als toename van zorggebruik vanfysiotherapie, bijvoorbeeld door meer inzet op zelfredzaamheid (afname)en het ontlasten van bijvoorbeeld de medisch specialist (toename).De NZa constateert dat er momenteel voldoende eerstelijnsfysiothera-peuten zijn om aan de huidige zorgvraag te voldoen. Tegelijkertijd voorzietde NZa wel risico’s die op middellange termijn de sector onder drukkunnen zetten. Knelpunten in de beweging naar passende zorg spelendaarin ook een rol. Fysiotherapeuten zijn een onmisbare schakel in debeweging naar passende zorg. Zij leveren zorg dichtbij huis, ontlasten dehuisarts en nemen waar mogelijk zorg over van de tweede lijn. Daarmeedragen zij bij aan het voorkomen van zwaardere en duurdere zorg. In debrief van 26 maart jl. heeft het kabinet gereageerd op het rapport en deaanbevelingen van de NZa.15 Het kabinet zet in op het versterken in deeerstelijnszorg en passende zorg als norm. Het kabinet verwacht van14AD, 16 juni 2025, «Duizenden fysio’s in een jaar tijd gestopt: «Ze kunnen hun boodschappenen hypotheek niet betalen», Duizenden fysio’s in een jaar tijd gestopt: «Ze kunnen hunboodschappen en hypotheek niet betalen» | Binnenland | AD.nl.15Kamerstukken 2025/26, 33 578, nr. 176.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133215 zorgaanbieders, zorgprofessionals en verzekeraars dat zij uiteenlopendevisies overbruggen door inzet op professionalisering. Daarnaast zet ditkabinet in op structurele monitoring met gebruik van bestaandegegevensbronnen en zo min mogelijk administratieve lasten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de NZa aanraadt omde eerste twintig behandelingen voor chronisch zieken te vergoeden viade basisverzekering. Kan worden toegelicht welke kosten hiermee zijngepaard en wat de impact is op de gemiddelde zorgpremie per jaar?Het vergoeden van de eerste twintig behandelingen voor aandoeningenopgenomen op Bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering zal naarverwachting ongeveer € 116 miljoen per jaar kosten. Zonder overigewijzigingen in het basispakket resulteert dit in een toename van degemiddelde zorgpremie met circa € 4 per jaar.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het aantal polissen delaatste jaren niet afneemt, waardoor patiënten met een gigantischpolisaanbod te maken hebben. Kan worden toegelicht welke middelen ofmaatregelen genomen kunnen worden om het aantal polissen te latenafnemen?Voor 2026 betreft het 58 polissen. Er zijn 10 concerns en dus minder dan 6polissen per concern. Het is voor verzekerden moeilijk om een verschil tezien tussen bepaalde polissen. Het kabinet vindt dat informatiever-strekking aan verzekerden helder en transparant moet zijn. Het moetbijvoorbeeld duidelijk zijn of het om een natura- of een combinatiepolisgaat of welke vergoeding er wordt gegeven bij ongecontracteerde zorg.Hiervoor is de regel informatieverstrekking aan verzekerden door de NZagemaakt (TH/NR-027 regeling informatieverstrekking ziektekostenverzeke-raars aan consumenten). In deze regeling is ook opgenomen dat eenzorgverzekeraar transparant moet zijn over polissen die op elkaar lijken.De NZa is een onderzoek begonnen naar hoe bruikbaar de informatie voorconsumenten was op de websites van zorgverzekeraars tijdens hetafgelopen overstapseizoen. Daarbij wordt vooral gekeken naar informatieover het eigen risico, de zorgplicht, (on)gecontracteerde zorg en nagenoeggelijke polissen, vanuit het perspectief van de consument. De NZa zal deresultaten van dit onderzoek in de loop van 2026 bekend maken. Hetkabinet kijkt uit naar de resultaten van het onderzoek.Ten aanzien van de contractering blijkt uit het onderzoek dat het aantalgesloten contracten op 8 december 2025 voor het jaar 2026 in veelsectoren lager is dan vorig jaar. Deze leden vinden dat een zorgelijkeontwikkeling. Kan worden toegelicht waarom dit aantal lager is? Welkestappen gaan de veldpartijen (NZa, zorgverzekeraars, zorgaanbieders)zetten om de contractering voor aankomend jaar eerder rond te hebben?De NZa heeft in mei 2026 de informatiekaart gepubliceerd met debelangrijkste ontwikkelingen rondom het overstapseizoen 2025/2026. Tenaanzien van de contracteergraad zijn in deze informatiekaart ook depeildata van 22 december en 22 januari opgenomen, waar het samen-vattend rapport alleen ingaat op de peildatum van 8 december.In de informatiekaart komt naar voren dat de contractering in 2025(gericht op 2026) vergelijkbaar is met de contractering in 2024. De stijgingten opzichte van 2023 heeft zich in 2025 grotendeels gestabiliseerd. Decontractering van de ggz is wat achtergebleven in vergelijking met vorigjaar, met name door discussies over tarieven naar aanleiding van eenkostprijsonderzoek dat is uitgevoerd door de NZa. Bij de medischspecialistische zorg (msz) bleef de contractering in het begin van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133216 seizoen wat achter doordat offertes boven de in het IZA afgesprokentarieven lagen en/of een hogere prijsindex dan de OVA. Vanaf22 december ontstaat een volledig beeld en zit de contracteergraad in demeeste sectoren, de zbc’s uitgezonderd, boven de 90 procent. De meesteoverstappers wisselen van zorgverzekeraar tussen kerst en nieuwjaar,wanneer de meeste contracten rond zijn.De NZa ziet toe op het soepel verlopen van het contracteerproces en heefthiertoe handvatten opgesteld. Op basis van een uitgebreide evaluatie metbetrokken partijen heeft de NZa de Handvatten Zorgcontractering en deRegeling transparantie zorgcontractering Zvw aangepast. Deze nieuwehandvatten zijn ingegaan op 1 maart 2026 en gelden voor het contracteer-proces vanaf 2027. De handvatten zijn verduidelijkt en daar waar mogelijkvereenvoudigd met oog voor het beperken van de administratieve lasten.Voor zorgverzekeraars geldt voortaan een maximale reactietermijn vanzes weken bij offertes. Hiermee zijn de verplichtingen van zorgverzeke-raars en zorgaanbieders beter in balans. Ook moeten zorgverzekeraarstransparant maken hoe hun inkoopbeleid bijdraagt aan hun maatschappe-lijke opgave, het waarborgen van toegankelijke, kwalitatief goede enbetaalbare zorg voor al hun verzekerden. De verwachting is dat dezenieuwe handvatten een positief effect hebben op het contracteerproces.Het kabinet is daarnaast voornemens een aantal maatregelen te treffendie van invloed zullen zijn op het contracteerproces, zoals beschreven inde beleidsbrief VWS.16 Het kabinet zet in op passende zorg als norm,waarbij onder andere de inzet is om niet gecontracteerde zorg vanaf 2029niet meer te vergoeden. Dit zal effect hebben op het contracteerproces.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het «Samen-vattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de Nederlandse Zorgau-toriteit en van de aanbiedingsbrief van de Minister. Deze leden lezen in hetrapport opnieuw een aantal hardnekkige problemen terug waar patiëntenen premiebetalers in de praktijk gewoon last van hebben. De druk op dezorg neemt toe, wachttijden blijven bestaan, de rol van zorgverzekeraarsschiet op onderdelen tekort, het polisaanbod blijft onoverzichtelijk en ookde contractering loopt opnieuw achter. De leden van de PVV-fractie vindendat dit geen papieren problemen zijn, maar zaken die mensen direct rakenop het moment dat zij zorg nodig hebben.De leden van de PVV-fractie lezen dat de NZa van zorgverzekeraars eenactievere en meer proactieve rol verwacht bij het signaleren en oplossenvan knelpunten. Deze leden vragen de Minister hoe zij dit beoordeelt.Waarom is die actieve opstelling kennelijk nog steeds niet vanzelf-sprekend? Hoe kan het dat zorgverzekeraars, terwijl zij binnen dit stelseljuist zo’n belangrijke regierol hebben, op wezenlijke punten nog steedsdoor de toezichthouder tot extra inzet moeten worden aangespoord?Het is niet zo dat zorgverzekeraars niet actief zijn. Maar voor zorgverzeke-raars geldt – net als voor aanbieders, maar ook voor de overheid – dat eenmeer proactieve rol gewenst is. In de afgelopen jaren zijn er zorgak-koorden afgesloten waarin iedere partij aangezet wordt tot bepaaldeacties. In het coalitieakkoord wordt ook ingegaan op de rol van dezorgverzekeraar en wat er verwacht wordt. Dergelijke ontwikkelingenmoeten door alle partijen omarmd en gestimuleerd worden. En het isgoed dat er een toezichthouder is die bekijkt of partijen voldoende inzetplegen.16Kamerstukken 2026/27, 36 800 XVI, nr. 191.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133217 De leden van de PVV-fractie lezen daarnaast dat in 2025 sprake is geweestvan verscherpt toezicht op een zorgverzekeraar vanwege tekortkomingenbij de uitvoering van de zorgplicht in de geestelijke gezondheidszorg (ggz)en de medisch-specialistische zorg in een specifieke regio. Deze ledenvinden dat een ernstig signaal. Kan de Minister aangeven wat hier preciesmisging, hoeveel verzekerden hierdoor geraakt zijn en wat dit zegt over demanier waarop de zorgplicht in de praktijk wordt ingevuld? Hoe wordtvoorkomen dat verzekerden pas merken dat hun zorgverzekeraartekortschiet als de toezichthouder al heeft moeten ingrijpen?Het toezicht op de zorgplicht is in handen van de NZa. De NZa onderzochtde grootste zorgverzekeraar in vier regio’s met wachttijden boven deTreeknormen voor de geestelijke gezondheidszorg en ziekenhuiszorg. Uithet onderzoek bleek dat er verbetermogelijkheden zijn voor alle zorgverze-keraars bij het uitvoeren van de zorgplicht.Daarbij handelt de NZa vanuit het publieke belang van een toegankelijke,betaalbare en kwalitatief goede gezondheidszorg. De verwachtingen tenaanzien van zorgverzekeraars in het kader van de zorgplicht heeft de NZanader geduid in «De zorgplicht: handvatten voor zorgverzekeraars».Idealiter wordt voorkomen dat verzekerden gevolgen ondervinden vantekortschietende invulling van de zorgplicht. Daarom wordt ingezet opvroegsignalering, transparantie over wachttijden, monitoring en het tijdigaanspreken van zorgverzekeraars door de NZa. Formele interventies doorde toezichthouder zijn nadrukkelijk bedoeld als laatste stap wanneereerdere bijsturing onvoldoende effect heeft.De leden van de PVV-fractie vinden het ook zorgelijk dat de NZa bij deinvulling van de zorgplicht voor generieke geneesmiddelen nog steedsduidelijke verbeterpunten ziet. Deze leden vragen de Minister hoe zij hetbeoordeelt dat zorgverzekeraars kennelijk nog onvoldoende zicht hebbenop de huidige en toekomstige beschikbaarheid van geneesmiddelen enniet altijd tijdig kunnen ingrijpen bij tekorten. Wat betekent dit concreetvoor patiënten die afhankelijk zijn van deze middelen? Welke eisen stelt deMinister aan zorgverzekeraars om te zorgen dat mensen niet de dupeworden van tekorten en gebrekkige regie?De NZa ziet inderdaad mogelijkheden tot verbetering van de inzet vanzorgverzekeraars. Net als in andere zorgsectoren verwacht de NZa ook inde geneesmiddelensector dat zorgverzekeraars de regie nemen. Zorgver-zekeraars moeten zorgen dat ze meer en scherper inzicht krijgen in dezorgvraag en in de beschikbare hoeveelheid geneesmiddelen. Dat is nodigom tijdig in te kunnen grijpen, bijvoorbeeld in geval van een dreigendtekort. Het kabinet beschouwt het als een positieve ontwikkeling dat deNZa meer duidelijkheid over de rol en de verantwoordelijkheid vanzorgverzekeraars schept en verwacht van zorgverzekeraars dat die daarinvulling aangeven. Van alle stakeholders mag verwacht wordt dat zij hetmaximale doen om de beschikbaarheid van geneesmiddelen tewaarborgen, ook van zorgverzekeraars. De NZa heeft het kabinet latenweten dat zorgverzekeraars sinds het verschijnen van de resultaten vanhet onderzoek, afgelopen zomer, inderdaad stappen hebben gezet.Zorgverzekeraars kijken naar de mogelijkheden die er nog zijn om debeschikbaarheid van generieke geneesmiddelen te bevorderen. Bijvoor-beeld door hun informatieposities onderling te delen. Voor het daadwer-kelijk structureel verbeteren van de beschikbaarheid van geneesmiddelendienen echter alle stakeholders zich in te zetten. Daarom zijn er met allebetrokken partijen, waaronder ook de zorgverzekeraars, in het AanvullendTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133218 Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) afspraken gemaakt om de beschik-baarheid van geneesmiddelen te verbeteren.17De leden van de PVV-fractie lezen verder dat ook de toegankelijkheid vande kraamzorg nog altijd onder druk staat en dat de NZa verwacht datzorgverzekeraars meer doen om hun zorgplicht op dit punt waar temaken. Deze leden vragen de Minister hoeveel regio’s in 2025 metserieuze problemen in de kraamzorg te maken hadden, in hoeveelgevallen minder zorg kon worden geleverd dan normaal en hoe vaakmoest worden teruggevallen op een minimumvariant of digitale zorg.Acht de Minister het aanvaardbaar dat juist rond zwangerschap engeboorte zulke structurele knelpunten blijven bestaan?Kraamzorgorganisaties werken met elkaar samen in regionaal verband, inkraamzorg samenwerkingsverbanden (KSV’s). Op basis van navraag bijZorgverzekeraars Nederland (ZN) en Bo geboortezorg ontstaat hetvolgende beeld. In totaal zijn er 41 KSV-regio’s. Op basis van declara-tiedata uit Vektis komt naar voren dat er in 2025 in totaal tien regio’s metkrapte waren. In die regio’s werken zorgverzekeraars en aanbieders aan deinzet van interventies om de regionale problemen het hoofd te bieden.Hierbij kan gedacht worden aan wachtlijstcoördinatie, partuspools, eenkraamcentrum of zo nodig extra opleiden. Daarnaast zijn er negenKSV-regio’s waar er nog geen optimale verdeling is van de schaarse zorg.Daar worden gesprekken gevoerd over de precieze situatie en wordt in hetgesprek bepaald of aanvullende interventies nodig zijn.Bo geboortezorg hanteert een normenkader continuïteit kraamzorg intijden van krapte.18 Dit zijn afspraken die gericht zijn op het als regio inzijn geheel afschalen naar minimale zorg en daarmee het verdelen van deuren over alle cliënten. Uit een inventarisatie in het voorjaar van 2025onder de wachtlijstcoördinatoren van de KSV-regio’s bleek dat in 25regio’s sprake was van code rood. Bij de meeste tussen april en oktober.Op dit moment wordt kraamzorg thuis geïndiceerd volgens het landelijkindicatieprotocol (2008), waarbij kraamvrouwen gemiddeld 49 uurgeïndiceerd krijgen met een minimum van 24 uur. Digitale kraamzorgwordt altijd aanvullend ingezet op fysieke kraamzorg en gemiddeld nogminder dan 1 uur per cliënt. Bo geboortezorg laat weten dat uit dekwaliteitsverantwoording 2025 van kraamzorgaanbieders naar voren komtdat 33 procent van de 154.491 cliënten minder uren kraamzorg hebbenontvangen dan geïndiceerd, zonder dat zij dat zelf wilden. Voor 18 procentvan de cliënten geldt dat zij minder uren ontvingen op eigen verzoek. Metbetrekking tot bieden van minimale zorg volgt dat 20 procent van 143.104cliënten, minimale zorg heeft ontvangen.Het kabinet vindt het van belang dat iedereen die dat nodig heeft toegangheeft tot passende kraamzorg. Het kabinet hecht daarom ook veel waardeaan de implementatie van de Kraamzorg Landelijke Indicatie Methodiek(KLIM). Ook zetten kraamzorgaanbieders en zorgverzekeraars belangrijkestappen om de duurzame toegankelijkheid van kraamzorg voor iedereendie dit nodig heeft te verbeteren. De inzet van het kabinet voor dekraamzorg is uiteengezet in de brief van 3 maart jl.De leden van de PVV-fractie lezen dat de gemiddelde premie in 2025uitkwam op 157 euro per maand en dat zorgverzekeraars 0,4 miljard eurouit hun reserves hebben ingezet om de premiestijging te dempen. Dezeleden vragen de Minister hoe houdbaar zij dit vindt. Is hier niet gewoon17Kamerbrief aanbieding Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) | Kamerstuk |rijksoverheid.nl18Bo Geboortezorg, 25 april 2024, Normenkader Continuïteit kraamzorg in tijden van krapte V1.3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133219 sprake van het tijdelijk dempen van de pijn, terwijl de onderliggendekosten in het stelsel blijven oplopen? Hoe groot acht de Minister het risicodat premiebetalers de komende jaren alsnog met forse premiestijgingente maken krijgen?Het klopt dat verzekeraars een euro uit de reserve alleen kunnen inzettenom de premie eenmalig te dempen. De inzet van reserves vormtinderdaad geen manier om op structurele wijze de premieontwikkelingtegen te gaan. Het kabinet vindt het wel positief dat verzekeraars eenteveel aan reserves teruggeven aan de premiebetaler via lagere premies.Ook een eenmalige meevaller in het Zorgverzekeringsfonds zoals demeevaller die de premieontwikkeling in 2026 heeft gedempt, is geenmanier om op structurele wijze de premiegroei tegen te gaan.De ontwikkeling van de premie volgt de ontwikkeling van de zorguitgaven.De zorguitgaven zullen naar verwachting ook in de komende jarentoenemen door de stijging van de lonen in de zorg, de inflatie en deinvloed van de vergrijzing op de zorguitgaven. Hierdoor zal ook de premiemoeten stijgen.In het coalitieakkoord heeft het kabinet maatregelen aangekondigd om dezorg houdbaar en betaalbaar te houden. Dit doet het kabinet doorpassende zorg de norm te maken. Ook zal de verhoging van het eigenrisico de premie minder hard doen laten stijgen.De leden van de PVV-fractie constateren daarnaast dat er in 2025 nogsteeds 59 basispolissen zijn, en dat de NZa zelf aangeeft dat veel polissennauwelijks van elkaar verschillen en dat dit de transparantie niet tengoede komt. Deze leden delen die kritiek. Voor veel mensen is het al langniet meer duidelijk waar zij precies uit kunnen kiezen en wat nu echt hetverschil is tussen al die polissen. Waarom sleept dit probleem al jarenvoort? Wat gaat de Minister concreet doen om dit aanbod overzichtelijkeren begrijpelijker te maken?Voor 2026 betreft het 58 polissen. Er zijn 10 concerns en dus minder dan 6polissen per concern. Het is wel zo dat het voor verzekerden moeilijk iseen verschil te zien tussen bepaalde polissen. Het kabinet vindt datinformatieverstrekking aan verzekerden helder en transparant moet zijn.Het moet bijvoorbeeld duidelijk zijn of het om een natura- of eencombinatiepolis gaat of welke vergoeding er wordt gegeven bij ongecon-tracteerde zorg. Hiervoor is de regel informatieverstrekking aan verze-kerden door de NZa gemaakt (TH/NR-027 regeling informatieverstrekkingziektekostenverzekeraars aan consumenten). In deze regeling is ookopgenomen dat een zorgverzekeraar transparant moet zijn over polissendie op elkaar lijken. De NZa is een onderzoek begonnen naar hoebruikbaar de informatie voor consumenten was op de websites vanzorgverzekeraars tijdens het afgelopen overstapseizoen. Daarbij wordtvooral gekeken naar informatie over het eigen risico, de zorgplicht,(on)gecontracteerde zorg en nagenoeg gelijke polissen, vanuit hetperspectief van de consument. De NZa zal de resultaten van dit onderzoekin de loop van 2026 bekend maken. Het kabinet kijkt uit naar de resultatenvan het onderzoek.De leden van de PVV-fractie lezen bovendien dat er per 2025 geenrestitutiepolissen meer worden aangeboden en dat deze zijn vervangendoor combinatiepolissen met vergoedingsbeperkingen. Deze leden vragende Minister hoe zij deze ontwikkeling beoordeelt. Wat betekent dit voormensen die juist waarde hechtten aan keuzevrijheid of die afhankelijk zijnvan niet-gecontracteerde zorg? Hoeveel verzekerden zijn hierdoor er in depraktijk op achteruitgegaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133220 Het kabinet vindt het belangrijk dat verzekerden toegang hebben totpassende zorg als dat nodig is. Een zorgverzekeraar heeft in het geval vaneen naturapolis de plicht om ervoor te zorgen dat zijn verzekerden tijdige,bereikbare en kwalitatief goede zorg krijgen. Deze zorgplicht omvat allezorg van het basispakket. Een zorgverzekeraar moet dus voor het gehelebasispakket voldoende zorg contracteren. En hij moet een verzekerdebemiddelen naar een alternatieve zorgaanbieder als die verzekerde metzijn of haar zorgvraag niet snel genoeg bij een bepaalde gecontracteerdeaanbieder terecht kan. Zorgverzekeraars bieden naturapolissen aan meteen ruime keuze aan zorgaanbieders. Verzekerden die uit veel zorgver-leners willen kiezen kunnen voor zo’n polis kiezen.Zoals ook aangekondigd in de beleidsbrief van 24 april is het kabinetvoornemens de ruimte voor niet-passende zorg te verkleinen.19 Voorzorgverzekeraars is de contractering het belangrijkste instrument omniet-passende, ondoelmatige en daarmee onnodig dure zorg te vermijden,en daarmee ook een onnodig groot beroep op de schaarse tijd vanzorgverleners te voorkomen. Voor de verzekerde stond bij een restitutie-polis tegenover het voordeel van volledige vergoeding van alle zorg bijalle zorgaanbieders het nadeel dat de verzekeraar ten behoeve van deverzekerde minder goed op de kwaliteit, toegankelijkheid en doelma-tigheid kan sturen, met als mogelijk gevolgen hogere zorgkosten, eenhogere premie en minder doelmatige inzet van schaarse zorgcapaciteit,wat de toegankelijkheid van zorg onder druk zet. Zorgverzekeraars moetenkunnen sturen op het zorgaanbod om te kunnen waarborgen datpassende zorg nu en in de toekomst toegankelijk is. Daarom wil hetkabinet stoppen met de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg. In ditlicht staat het kabinet niet negatief tegenover het verdwijnen van derestitutiepolis.De leden van de PVV-fractie lezen verder dat aanvullende verzekeringennog steeds worden gekoppeld aan bepaalde basisverzekeringen en dat deNZa dit onwenselijk vindt, omdat dit de keuzevrijheid beperkt en tothogere kosten kan leiden. Deze leden vragen de Minister waarom dezepraktijk nog steeds mogelijk is. Is de Minister bereid te kijken hoe aan dezevorm van koppelverkoop een einde kan worden gemaakt? Is de Ministervan mening dat de NZa de mogelijkheid moet krijgen om op te tredentegen ongewenste koppelingen tussen basis- en aanvullende verzeke-ringen?Het is bekend dat er een aantal aanvullende verzekeringen aan specifiekebasisverzekeringen zijn gekoppeld. In 2024 is door zowel de NZa als ACMgevraagd om deze koppeling tegen te gaan.20 Hier is in een brief van mijnvoorganger op ingegaan.21 Het standpunt in deze brief is dat verzekeraarseigen voorwaarden aan aanvullende verzekeringen mogen stellen, dit isimmers een vrije markt. Bovendien zijn er nog steeds voldoendekeuzemogelijkheden voor verzekerden. Het kabinet onderschrijft ditstandpunt en zal deze praktijk dus niet actief tegengaan, maar welaandacht houden voor de ontwikkeling en verlangen dat verzekeraarstransparant en duidelijk zijn over de voorwaarden.De leden van de PVV-fractie vinden het ook zorgelijk dat de contracteer-graad op 8 december 2025 in veel sectoren lager lag dan een jaar eerder.Juist in de overstapperiode moeten mensen weten waar zij aan toe zijn.Deze leden vragen de Minister wat dit concreet heeft betekend voorverzekerden. Hoe kan iemand een weloverwogen keuze maken voor een19Kamerstukken 2026/27, 36 800 XVI, nr. 191.20Kamerstukken, 2025/26, 29 689, nr. 1252.21Kamerstukken, 2025/26, 29 689, nr. 1295.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133221 polis indien nog niet duidelijk is of zijn of haar zorgaanbieder welgecontracteerd zal zijn? Welke maatregelen worden genomen om tevoorkomen dat deze onzekerheid zich jaar op jaar blijft herhalen? Hoe gaatde Minister ervoor zorgen dat alle premies bij de start van het overstap-seizoen bekend zijn?De NZa heeft in mei 2026 de informatiekaart gepubliceerd met debelangrijkste ontwikkelingen rondom het overstapseizoen 2025/2026. Tenaanzien van de contracteergraad zijn in deze informatiekaart ook depeildata van 22 december en 22 januari opgenomen, waar het samen-vattend rapport alleen ingaat op de peildatum van 8 december.In de informatiekaart komt naar voren dat de contractering in 2025(gericht op 2026) vergelijkbaar is met de contractering in 2024. De stijgingten opzichte van 2023 heeft zich in 2025 grotendeels gestabiliseerd. Vanaf22 december ontstaat een volledig beeld en zit de contracteergraad in demeeste sectoren, de zbc’s uitgezonderd, boven de 90 procent. De meesteoverstappers wisselen van zorgverzekeraar tussen kerst en nieuwjaar,wanneer de meeste contracten rond zijn.Om een weloverwogen keuze te maken voor een zorgverzekeringspolis ishet belangrijk dat verzekerden goed geïnformeerd zijn over de vergoedingvan zorg. De zorgverzekeraar moet daarom aan zijn verzekerden inzichtgeven in de hoogte van de vergoeding voor de zorg. Met behulp vankernboodschappen lichten zorgverzekeraars aan (potentiële) verzekerdende status van de contractering toe, maar belangrijker nog, lichten zij metde kernboodschappen toe in hoeverre de zorg bij een aanbieder volledigwordt vergoed onafhankelijk van de contractstatus.Op basis van deze kernboodschappen is in de overstapperiode voor deverzekerden duidelijk of zij wel of geen recht hebben op volledigevergoeding van de zorg als zij naar een bepaalde zorgaanbieder willen.Voorafgaand aan het overstapseizoen hebben IZA partijen aanvullendeafspraken gemaakt met betrekking tot de informatievoorziening vanuitzorgaanbieders richting verzekerden. Er zijn afspraken gemaakt over heteenduidig informeren van (toekomstige) patiënten via de website vanzorgaanbieders, waarbij actief verwezen wordt naar de online zorgzoekersvan zorgverzekeraars. Hiermee worden door zowel zorgverzekeraars alszorgaanbieders de verzekerden/patiënten op uniforme wijze geïnfor-meerd.Het kabinet is daarnaast voornemens een aantal maatregelen te treffendie van invloed zullen zijn op het contracteerproces, zoals beschreven inde beleidsbrief VWS.22 Het kabinet zet in op passende zorg als norm,waarbij onder andere de inzet is om niet gecontracteerde zorg vanaf 2029niet meer te vergoeden. Dit zal effect hebben op het contracteerproces.De leden van de PVV-fractie lezen daarnaast dat de NZa relatief veelmeldingen heeft ontvangen van ggz-aanbieders over contractvoorstellenvan zorgverzekeraars en daarom een toezichtonderzoek is gestart. Dezeleden vragen de Minister hoe zij dit beoordeelt, juist in een sector waar dewachttijden al hoog zijn en waar patiënten juist gebaat zijn bij duide-lijkheid en continuïteit. Deelt de Minister de opvatting dat onduidelijke ofonvoldoende onderbouwde contractvoorstellen de problemen in de ggzalleen maar verder kunnen vergroten?22Kamerstukken 2026/27, 36 800 XVI, nr. 191.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133222 Contractvoorstellen moeten duidelijk en goed onderbouwd zijn. Daarom ishet belangrijk dat de NZa scherp toeziet op de transparantie van hetcontracteringsproces en de informatievoorziening aan verzekerden. DeNZa doet dit via de Regeling transparantie zorgcontractering Zvw, diebeoogt de transparantie voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars tevergroten. Daarmee wordt bevorderd dat verzekerden tijdig – namelijk bijde keuze voor een zorgverzekering – inzicht hebben in het gecontracteerdezorgaanbod en de gevolgen voor de vergoeding van zorg.De leden van de PVV-fractie lezen dat de NZa bij fysiotherapie op ditmoment geen acute problemen in de toegankelijkheid ziet, maar welwaarschuwt voor risico’s voor de continuïteit van zorg in de toekomst.Deze leden vinden dat een zorgelijk signaal, juist omdat fysiotherapie voorveel mensen belangrijk is om klachten te beperken, zwaardere zorg tevoorkomen en zo lang mogelijk mobiel en zelfstandig te blijven. Als detoegankelijkheid onder druk komt te staan, raken de gevolgen patiëntendirect. Hoe wil de Minister de toegankelijkheid van fysiotherapievergroten?De NZa constateert dat er op dit moment geen acuut toegankelijkheids-probleem is binnen de fysiotherapie. Tegelijkertijd voorziet de NZa risico’sdie op middellange termijn de toegankelijkheid sector onder druk kunnenzetten. Die signalen neemt het kabinet serieus. In de brief van 26 maart jl.heeft het kabinet gereageerd op het rapport en de aanbevelingen van deNZa. Het kabinet zet in op het versterken van de eerstelijnszorg enpassende zorg als norm.23 Daarbij verwacht het kabinet van zorgaan-bieders, zorgprofessionals en verzekeraars dat zij uiteenlopende visiesoverbruggen door verdere professionalisering, wat bijdraagt aan eentoekomstbestendige en daarmee toegankelijke sector. Daarnaast zet hetkabinet in op structurele monitoring van de marktomstandigheden, metgebruik van bestaande gegevensbronnen en zo min mogelijk administra-tieve lasten, zodat tijdig kan worden bijgestuurd wanneer de toeganke-lijkheid onder druk dreigt te komen.De leden van de PVV-fractie lezen verder dat de resultaten van hetonderzoek naar de bruikbaarheid van de informatie op websites vanzorgverzekeraars in het voorjaar van 2026 worden gepubliceerd. Dezeleden vragen de Minister de Kamer direct na publicatie hierover teinformeren, inclusief een reactie op de uitkomsten. Welke maatregelen isde Minister bereid te nemen als uit dat onderzoek blijkt dat de informatievoor consumenten onvoldoende duidelijk of bruikbaar is?De Kamer ontvangt de resultaten van het onderzoek na publicatie. Vanuithet kabinet zal ook een reactie volgen op de uitkomsten.De leden van de PVV-fractie lezen voorts dat de NZa het onderzoek naarde risicoverevening heeft geïntensiveerd en dat een verdiependonderzoek loopt naar kosten zonder vastgesteld NZa-tarief of prestatie,waardoor de definitieve vaststelling van de verantwoordingsinformatieover 2022 is uitgesteld. Deze leden vragen de Minister hoe ernstig zij ditvindt. Om welke bedragen gaat het precies en welke risico’s ziet zij voorde rechtmatigheid en controleerbaarheid van de besteding van collectievezorgmiddelen?Het kabinet is blij met de rol die de NZa als onafhankelijke toezichthoudervervult in het zorgstelsel. De NZa heeft daarbij als toezichthouder demogelijkheid om, indien nodig, haar jaarlijks toezichtsonderzoek teverdiepen. De NZa heeft het later opleveren van de uitkomsten van haar23Kamerstukken 2025/26, 33 578, nr. 176.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133223 toezichtsonderzoek 2025 met het Ministerie van VWS en de ketenpartijenafgestemd. Omdat het verdiepend onderzoek van de NZa nog niet isafgerond kan nog niets gezegd worden over de bevindingen. Het kabinetwacht de resultaten van het verdiepend onderzoek van de NZa af.De leden van de PVV-fractie hebben ook vragen over de transformatiemid-delen. Zij lezen dat voor de periode 2023–2028 1,9 miljard eurobeschikbaar is en dat de NZa oordeelt dat deze middelen plausibel zijnbesteed en rechtmatig kunnen worden ingebracht. Deze leden merken opdat dit nog niet automatisch betekent dat patiënten daar ook echtverbetering van merken. Kan de Minister daarom concreet aangevenwelke aantoonbare resultaten in 2025 met deze middelen zijn bereikt alshet gaat om wachttijden, toegankelijkheid, personeel en passende zorg?Hoeveel van deze middelen zijn daadwerkelijk in de zorgpraktijk terechtge-komen en hoeveel zijn opgegaan aan proceskosten, overlegstructuren,monitoring en organisatie?De kosten van impactvolle transformaties worden door de zorgaanbiedersvolgens het verantwoordingskader van de NZa verantwoord en aan dezorgverzekeraars wordt gevraagd om de kosten te toetsen op plausibi-liteit. De NZa beoordeelt jaarlijks of zij kan komen tot een bestuurlijkrechtsoordeel dat de kosten van de impactvolle transformaties, diegefinancierd zijn met de transformatiemiddelen, plausibel zijn.Veel projecten lopen pas vanaf 2025 en er zijn daarmee nog weinig hardecijfers over impact en effecten op het zorggebruik. De Kamer wordt welreeds via voortgangsrapportages en jaarlijkse «monitoring van debeweging» geïnformeerd over de voortgang van het IZA. In de Kamerbriefvan 9 april jl. is toegelicht dat met de totstandkoming van het AZWA dekomende periode wordt benut om tot een geïntegreerde IZA/AZWA-monitor te komen.24De leden van de PVV-fractie lezen ten slotte in de beslisnota dat hetrapport volgens het ministerie geen nieuwe informatie bevat en dat deKamer over deze onderwerpen al eerder is geïnformeerd. Deze ledenvragen de Minister of dat niet juist onderstreept dat dezelfde problemenrond toegankelijkheid, keuzevrijheid, contractering en transparantie steedsterugkomen, zonder dat mensen daar in de praktijk voldoende verbeteringvan merken. Kan de Minister per hoofdonderwerp aangeven welkeconcrete verbetering patiënten en verzekerden in 2026 daadwerkelijkmogen verwachten?Het klopt dat het rapport geen nieuwe informatie bevat omdat het eensamenvatting is van de activiteiten en publicaties van de NZa over 2025.In 2025 gepubliceerde onderzoeksresultaten zijn in 2025 al richting dekamer gestuurd.De NZa heeft de Handvatten Zorgcontractering en de Regeling transpa-rantie zorgcontractering Zvw aangepast. De nieuwe regels, die geldenvoor het contracteerproces vanaf 2027, verduidelijken en vereenvoudigenhet proces en beperken administratieve lasten. Zo geldt voor zorgverzeke-raars voortaan een maximale reactietermijn van zes weken bij offertes enmoeten zij transparanter zijn over hoe hun inkoopbeleid bijdraagt aantoegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare zorg. De verwachting is datdit het contracteerproces verbetert.Verder hanteren zorgverzekeraars kernboodschappen waarmee ze aan(potentiële) verzekerden de status van de contractering toelichten, maarbelangrijker nog in hoeverre de zorg bij een aanbieder volledig wordt24Kamerstukken 2025/26, 31 765, nr. 976.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133224 vergoed onafhankelijk van de contractstatus. Het is ook van belang datzorgaanbieders (toekomstige) patiënten goed informeren over de statusvan de contractering. Aan de IZA-thematafel Contractering, is afgesprokendat zorgaanbieders (toekomstige) patiënten via hun website eenduidiginformeren en actief verwijzen naar de online zorgzoekers van zorgverze-keraars. Deze afspraken zijn in het Bestuurlijk Overleg IZA in september2025 bekrachtigd en zullen dus effect hebben tijdens het overstapseizoenvan dit jaar.Het kabinet is daarnaast voornemens een aantal maatregelen te treffendie van invloed zullen zijn op het contracteerproces, transparantie entoegankelijkheid zoals beschreven in de beleidsbrief VWS.25 Het kabinetzet in op passende zorg als norm, waarbij onder andere niet gecontrac-teerde zorg niet meer vergoed wordt.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het «Samen-vattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de NZa en hebbenhierover nog enkele vragen.Naar aanleiding van paragraaf 2.5 Toegang tot fysiotherapie. De leden vande CDA-fractie lezen dat de NZa (opnieuw) in overweging geeft om deeerste twintig behandelingen voor chronisch zieken te vergoeden via debasisverzekering. Deze leden vragen wat de reactie van de Minister is opdeze oproep, die eerder ook door het Zorginstituut Nederland is gedaanen wat de implicaties hiervan zijn.In de reactie op het eindrapport over het marktonderzoek fysiotherapeu-tische zorg van de NZa heeft het kabinet een reactie gegeven.26 Hetkabinet onderkent dat opname van de eerste twintig behandelingen vooraandoeningen opgenomen op Bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering inhet basispakket kan bijdragen aan een stevigere positie van de fysiothera-peutische sector binnen het zorgstelsel. Op dit moment zijn geenmiddelen beschikbaar op de VWS-begroting voor een uitbreiding met deeerste twintig behandelingen. Het kabinet voert deze uitbreiding daaromniet door.Naar aanleiding van paragraaf 3 Polismarkt. De leden van de CDA-fractievragen hoe het komt dat de korting bij een eigen risico van 885 euro perjaar de afgelopen jaren is afgenomen (figuur 1).Zorgverzekeraars bepalen zelf de korting die zij aan verzekerden willengeven als ze kiezen voor een hoger vrijwillig eigen risico. De reden voorde daling van de korting ligt waarschijnlijk in de verbetering van hetrisicovereveningsmodel. In de afgelopen jaren is de overcompensatievoor (jonge) gezonde verzekerden afgenomen. Het is voor zorgverzeke-raars daardoor minder interessant geworden om zich op deze doelgroepte richten. En het is juist de groep overstappers, die gezond is en gevoeligis voor een grotere korting op het vrijwillig eigen risico. Sinds deinvoering van de verbeteringen is er een afname is van de korting op hetvrijwillig eigen risico te zien.Voorts lezen de leden van de CDA-fractie dat het aantal combinatiepo-lissen is gestegen, met als oorzaak het niet meer aanbieden van restitutie-polissen. Deze leden vragen hoe de Minister hiernaar kijkt. Wat is hetverschil tussen een combinatiepolis en een restitutiepolis en hoe sturen25Kamerstukken 2026/27, 36 800 XVI, nr. 191.26Kamerstukken 2025/26, 33 578, nr. 176.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133225 zorgverzekeraars via de combinatiepolis op minder niet-gecontracteerdezorg? Wat is daar voor hen het voordeel van een combinatiepolis tenopzichte van de restitutiepolis?Een restitutiepolis en een combinatiepolis verschillen voornamelijk in devergoeding van niet-gecontracteerde zorg. Een restitutiepolis biedtverzekerden in beginsel vrije keuze van zorgaanbieder, ook wanneer dezegeen contract heeft met de zorgverzekeraar. De kosten worden daarbijvergoed tot het wettelijk of marktconforme tarief.Een combinatiepolis is, zoals de naam aangeeft, een combinatie van eenrestitutiepolis en een naturapolis. Voor bepaalde vormen van zorg geldteen marktconforme vergoeding, ook wanneer de zorg wordt geleverddoor een niet-gecontracteerde aanbieder (restitutie). Voor andere vormenvan zorg, vaak in de ggz of wijkverpleging, geldt bij niet-gecontracteerdezorg een lagere vergoeding dan marktconform (natura). Daarmee wordenverzekerden gestimuleerd gebruik te maken van gecontracteerdezorgaanbieders.Voor zorgverzekeraars is de contractering het belangrijkste instrument omniet-passende, ondoelmatige en daarmee onnodig dure zorg te vermijden,en daarmee ook een onnodig groot beroep op de schaarse tijd vanzorgverleners te voorkomen. Voor de verzekerde stond bij een restitutie-polis tegenover het voordeel van volledige vergoeding van alle zorg bijalle zorgaanbieders het nadeel dat de verzekeraar ten behoeve van deverzekerde minder goed op de kwaliteit, toegankelijkheid en doelma-tigheid kan sturen, met als mogelijk gevolgen hogere zorgkosten, eenhogere premie en minder doelmatige inzet van schaarse zorgcapaciteit,wat de toegankelijk van zorg onder druk zet.De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister met de NZa deelt dathet grote aantal polissen, dat ook niet afneemt, onwenselijk is vanwege dekleine verschillen tussen polissen en het daarmee gepaard gaande gebrekaan transparantie voor verzekerden. Deze leden vragen ook hoe deMinister aankijkt tegen het koppelen van aanvullende verzekeringen aan(duurdere) basisverzekeringen. Deelt de Minister dat dit in het nadeel vanverzekerden is en niet past bij de maatschappelijke verantwoordelijkheidvan zorgverzekeraars?Voor 2026 betreft het 58 polissen. Er zijn 10 concerns en dus minder dan 6polissen per concern. Het is wel zo dat het voor verzekerden moeilijk iseen verschil te zien tussen bepaalde polissen. Het kabinet vindt datinformatieverstrekking aan verzekerden helder en transparant moet zijn.Het moet bijvoorbeeld duidelijk zijn of het om een natura- of eencombinatiepolis gaat of welke vergoeding er wordt gegeven bij ongecon-tracteerde zorg. Hiervoor is de regel informatieverstrekking aan verze-kerden door de NZa gemaakt (TH/NR-027 regeling informatieverstrekkingziektekostenverzekeraars aan consumenten). In deze regeling is ookopgenomen dat een zorgverzekeraar transparant moet zijn over polissendie op elkaar lijken. De NZa is een onderzoek begonnen naar hoebruikbaar de informatie voor consumenten was op de websites vanzorgverzekeraars tijdens het afgelopen overstapseizoen. Daarbij wordtvooral gekeken naar informatie over het eigen risico, de zorgplicht,(on)gecontracteerde zorg en nagenoeg gelijke polissen, vanuit hetperspectief van de consument. De NZa zal de resultaten van dit onderzoekin de loop van 2026 bekend maken. Het kabinet kijkt uit naar de resultatenvan het onderzoek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133226 Het is bekend dat er een aantal aanvullende verzekeringen aan specifiekebasisverzekeringen zijn gekoppeld. In 2024 is door zowel de NZa als ACMgevraagd om deze koppeling tegen te gaan.27 Hier is in een brief van mijnvoorganger op ingegaan.28 Het standpunt in deze brief is dat verzekeraarseigen voorwaarden aan aanvullende verzekeringen mogen stellen, dit isimmers een vrije markt. Bovendien zijn er nog steeds voldoendekeuzemogelijkheden voor verzekerden. Het kabinet onderschrijft ditstandpunt en zal deze praktijk dus niet actief tegengaan, maar welaandacht houden voor de ontwikkeling en verlangen dat verzekeraarstransparant en duidelijk zijn over de voorwaarden.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het «Samen-vattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de Nederlandse Zorgau-toriteit (NZa). Zij hebben hier nog een aantal opmerkingen en een enkelevraag over.De leden van de SP-fractie lezen dat er in 2025 één zorgverzekeraar onderverscherpt toezicht stond van de NZa vanwege de gebrekkige uitvoeringvan de zorgplicht op het gebied van de ggz en de medisch specialistischezorg. Zij constateren echter dat de zorgplicht structureel wordtgeschonden door meerdere zorgverzekeraars als het gaat om de ggz. Dewachtlijsten in de ggz zijn namelijk structureel te lang, waardoor deTreeknormen niet worden gehaald. Zorgverzekeraars hanteren onder-tussen nog steeds een inkoopbeleid dat niet is gericht op het maximaalverkorten van de wachtlijst, door bijvoorbeeld omzetplafonds op teleggen. Waarom grijpt de NZa niet vaker in bij zorgverzekeraars op ditgebied? Welke mogelijkheden heeft de NZa om zorgverzekeraarsverantwoordelijk te houden voor het schenden van de zorgplicht?De NZa ziet toe op de naleving van de zorgplicht door zorgverzekeraars enbeschikt daarbij over verschillende instrumenten, variërend van aanwij-zingen en verscherpt toezicht tot het opleggen van een last onderdwangswom. Wanneer signalen bestaan dat verzekerden niet tijdigpassende zorg ontvangen, onderzoekt de NZa of zorgverzekeraarsvoldoende inspanningen leveren om aan hun zorgplicht te voldoen.Daarbij kijkt de NZa niet alleen naar wachttijden, maar ook naar deinspanningen die zorgverzekeraars verrichten op het gebied van zorgbe-middeling, regionale samenwerking en contractering.Tegelijkertijd is in de ggz sprake van een structurele mismatch tussen dezorgvraag en het beschikbare zorgaanbod, met name voor mensen meternstige en complexe psychische problematiek. Dat ontslaat zorgverzeke-raars niet van hun zorgplicht, maar maakt wel dat de oplossing breder isdan handhaving alleen. Daarom wordt samen met zorgverzekeraars enzorgaanbieders gewerkt aan maatregelen om het zorgaanbod beter aan telaten sluiten op de zorgvraag.Samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders ontwikkelen we eenroutekaart voor de inzet van omzetplafonds in de contractering. Doel isom deze gerichter en effectiever toe te passen én om de sturing oppassende ggz-zorg te versterken. Daarbij zorgen we voor duidelijkerandvoorwaarden op het gebied van informatievoorziening, kwaliteit,aanspraken en alternatieve sturingsinstrumenten. In lijn met de afsprakenuit het AZWA moet dit ertoe leiden dat het zorgaanbod beter aansluit bij27Kamerstukken 2023/24, 29 689, nr. 1252.28Kamerstukken 2024/25, 29 689, nr. 1295.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133227 de zorgvraag en dat zorgverzekeraars hun zorgplicht goed kunnenvervullen.Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep MarkuszowerDe leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van het«Samenvattend rapport Zorgverzekeringswet 2025» van de NZa. Dezeleden constateren dat het rapport wederom symptomen beschrijft van eenstelsel met dieperliggende architectuurproblemen: een zorgplicht die tevrijblijvend wordt ingevuld, een polismarkt die schijnkeuze biedt en eenbekostigingssysteem dat preventie actief ontmoedigt. Structurelereparatie vraagt om een eerlijk debat over de prikkels waarop het gehelesysteem (verzekeraars, ziekenhuizen en specialisten) feitelijk reageert.Deze leden hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.Inzake het onderdeel: Zorgplicht: verwachten of handhaven? De leden vande Groep Markuszower constateren dat de NZa bij kraamzorg engeneesmiddelentekorten meerdere jaren achtereen dezelfde verbeter-punten vaststelt, maar zich beperkt tot het uiten van «verwachtingen» en«oproepen». Is de Minister het met deze leden eens dat vrijblijvende taalbij structurele tekortkomingen niet langer passend is? Welke concretehandhavingsinstrumenten worden dit jaar daadwerkelijk ingezet enwanneer kan de Kamer de eerste resultaten verwachten?Het klopt dat de NZa in haar brief over de beschikbaarheid van generiekegeneesmiddelen en kraamzorg in eerste instantie heeft opgeroepen totverbetering.29 De oproep in de brief moet echter niet als vrijblijvendworden gezien. Het onderzoek is onderdeel van een reeks thema-onderzoeken naar de zorgplicht. De NZa gebruikt deze uitkomsten omvoor haar toezicht- en handhavingstaken een overkoepelend beeld tekrijgen van de inspanningen die zorgverzekeraars leveren op zorgplichtom zo patronen in beeld te brengen. Indien nodig intervenieert de NZagericht.De inzet van handhavingsinstrumenten binnen het toezicht is primair aande NZa als onafhankelijke toezichthouder. Het kabinet treedt niet inindividuele toezicht- of handhavingsbesluiten. De NZa beschikt inalgemene zin over een breed palet aan instrumenten, variërend vanaanwijzingen en verscherpt toezicht tot lasten onder dwangsom enbestuurlijke boetes. Welke instrumenten in concrete gevallen wordeningezet, hangt af van de aard en ernst van de signalen en is aan detoezichthouder zelf.Genoemde leden merken tevens op dat restitutiepolissen per 2025volledig zijn verdwenen en dat zorgverzekeraars aanvullende verzeke-ringen blijven koppelen aan specifieke basispolissen, iets wat de NZa zelf«onwenselijk» noemt. Is de Minister bereid een wettelijk verbod in tevoeren op deze koppelverkoop?Het is bekend dat er een aantal aanvullende verzekeringen aan specifiekebasisverzekeringen zijn gekoppeld. In 2024 is door zowel de NZa als ACMgevraagd om deze koppeling tegen te gaan.30 Hier is in een brief van mijnvoorganger op ingegaan.31 Het standpunt in deze brief is dat verzekeraarseigen voorwaarden aan aanvullende verzekeringen mogen stellen, dit isimmers een vrije markt. Bovendien zijn er nog steeds voldoende29Terugkoppeling onderzoek zorgplicht generieke geneesmiddelen 2025 – NederlandseZorgautoriteit.30Kamerstukken, 2025/26, 29 689, nr. 1252.31Kamerstukken, 2025/26, 29 689, nr. 1295.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133228 keuzemogelijkheden voor verzekerden. Het kabinet onderschrijft ditstandpunt en zal deze praktijk dus niet actief tegengaan, maar welaandacht houden voor de ontwikkeling en verlangen dat verzekeraarstransparant en duidelijk zijn over de voorwaarden.Inzake het onderdeel: Preventie en «longevity»: het stelsel beloont ziekte,niet gezondheid. De leden van de Groep Markuszower constateren dat hetNZa-rapport opnieuw zwijgt over de structurele rem die de huidigebekostigingsarchitectuur legt op preventie. Dit is geen nieuw inzicht. Uitonderzoek van het Talma-instituut (VU) bleek dat van elke euro bespaarddoor passende zorg via de risicoverevening slechts circa 24 cent bij deverzekeraar terugvloeit. Gezondheidseconoom Xander Koolman formu-leerde het als volgt: een zorgverzekeraar kan nooit meer dan 24 euroinvesteren om in de toekomst 100 euro aan zorgkosten te besparen, wil hijzijn concurrentiepositie niet schaden. Investeren in preventie is daarmeevoor individuele verzekeraars financieel irrationeel, niet omdatbestuurders het niet willen, maar omdat het systeem het afstraft32.Genoemde leden wijzen op het groeiende internationale wetenschappe-lijke inzicht dat gezondheidszorg fundamenteel moet verschuiven vancuratie naar preventie, niet als moreel appel, maar als economische endemografische noodzaak. Arts en longevity-expert dr. Peter Attia(Stanford/Johns Hopkins)33 betoogt in Outlive:The Science and Art of Longevity (2023) dat het huidige medische modelde vier grote chronische verouderingsziekten (hart- en vaatziekten, kanker,dementie en type 2 diabetes) structureel te laat en te reactief aanpakt.Vroegtijdige screening op biomarkers zoals ApoB-cholesterol, bloeddruken insulineresistentie kan hart- en vaatziekten, wereldwijd de grootstedoodsoorzaak, significant uitstellen of voorkomen. Een review in Frontiersin Aging (Milev et al., 2024) bevestigt dat evidence-gedreven preventie-strategieën, inclusief leefstijlinterventies en biomarkermonitoring, demeest kosteneffectieve route zijn om gezonde levensjaren te winnen.Inzake het onderdeel: Stelselarchitectuur: een systeem dat zichzelf instand houdt. De leden van de Groep Markuszower stellen een fundamen-telere vraag, die dit rapport onbeantwoord laat: is het huidige zorgstelselals geheel nog optimaal ontworpen voor de uitdagingen van de komendedecennia, of worden perverse prikkels op systeemniveau structureelgereproduceerd? Genoemde leden verwijzen daarbij naar de economischeliteratuur over principal-agent problemen in de gezondheidszorg.Allereerst werkt het kabinet in het hier en nu aan de uitvoering van onzebeleidsbrief voor de gezondste generatie ooit en passende zorg als datnodig is.34 Daarnaast treft het kabinet voorbereidingen voor de instellingvan de Staatscommissie Zorg, in lijn met het coalitieakkoord en de eerderaangenomen motie Krul c.s. die de regering verzoekt om voorbereidingente treffen voor een staatscommissie voor een toekomstbestendige enweerbare inrichting van het Nederlandse zorgstelsel.35 Het kabinet streefternaar de Kamer voor de zomer te informeren over een voorstel voor deinvulling daarvan.32Zorgvisie, 26 november 2025, «Risicoverevening hindert zorgverzekeraars in het streven naarpassende zorg».33Attia, P. & Gifford, B. (2023). Outlive: The Science and Art of Longevity. Harmony Books; Milevet al. (2024). «Climbing the longevity pyramid.» Frontiers in Aging, 5. DOI: 10.3389/fragi.2024.1495029.34Kamerstukken 2026/27, 36 800 XVI, nr. 191.35Kamerstukken 2024/45, 36 600 XVI, nr. 69.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133229 Het huidige stelsel kent een gestapeld principal-agent probleem.Zorgaanbieders (de agenten) worden per verrichting betaald, dezogenoemde p×q-bekostiging waardoor zij een financiële prikkel hebbenom zo veel mogelijk handelingen te verrichten, ongeacht de gezondheids-uitkomst.36 Verzekeraars (als principaal tegenover zorgaanbieders) hebbenin theorie belang bij lagere kosten, maar worden via de risicovereveningfeitelijk gecompenseerd voor hogere zorguitgaven. De overheid (alsprincipaal tegenover verzekeraars) wil lagere kosten en betere gezond-heidsuitkomsten, maar beschikt niet over de informatie en instrumentenom dit effectief te sturen. De uitkomst van dit driedubbele principal-agentprobleem is een stelsel dat structureel meer productie, meer behande-lingen en hogere kosten genereert dan noodzakelijk is voor de volksge-zondheid.De NZa erkende dit zelf al eerder. Toenmalig bestuursvoorzitter MarianKaljouw stelde onomwonden dat de zorg «te veel een verdienmodel isgeworden» en dat 15 tot 20 procent van de behandelingen niet bewezeneffectief is.37 Haar opvolger Josefien Kursten formuleerde de logischeconsequentie van passende zorg nog scherper: «Als mensen minder naarhet ziekenhuis gaan, zullen ziekenhuizen moeten afslanken.»Dit is de kern van het probleem dat dit rapport niet durft te benoemen:een consequente preventieagenda, waarbij een significant deel vanpatiënten door vroegtijdige interventie niet ziek wordt, ondermijnt deomzetbasis van ziekenhuizen en specialisten die nu juist per verrichtingworden betaald. De prikkel om te investeren in preventie en gezondheidbestaat daarmee voor geen enkele actor in het stelsel. Ziekenhuizenworden financieel geraakt als hun patiëntenpopulatie krimpt. Specialistenverdienen minder als ze minder behandelen. Verzekeraars profiterennauwelijks van kostenbesparingen. En de overheid compenseert dit allesvia de risicoverevening en de premie.Genoemde vragen de Minister of zij bereid is een onafhankelijke evaluatiete laten uitvoeren van de fundamentele prikkels in het zorgstelsel,specifiek gericht op de vraag of de huidige combinatie vanp×q-bekostiging, risicoverevening en marktwerking compatibel is met eenstelsel dat serieus inzet op preventie, longevity en gezondheidswinst inplaats van zorgvolume.38 Is de Minister bereid de Kamer voor het eindevan 2026 een onderzoeksopdracht voor te leggen die deze vraag beant-woordt, met expliciete aandacht voor alternatieve bekostigingsmodellenzoals populatiebekostiging en value-based healthcare?Allereerst werkt het kabinet in het hier en nu aan de uitvoering van onzebeleidsbrief voor de gezondste generatie ooit en passende zorg als datnodig is.39 Daarnaast treft het kabinet voorbereidingen voor de instellingvan de Staatscommissie Zorg, in lijn met het coalitieakkoord en de eerderaangenomen motie Krul c.s. die de regering verzoekt om voorbereidingente treffen voor een staatscommissie voor een toekomstbestendige enweerbare inrichting van het Nederlandse zorgstelsel.40 Het kabinet streefternaar de Kamer voor de zomer te informeren over een voorstel voor deinvulling daarvan.36Eijkenaar & Schut (2015), geciteerd in ESB, «Zorgstelsel gebaat bij verzekeraars opgericht doorzorgaanbieders», 24 oktober 2024; NTvG, «Bekostiging van zorgaanbieders», januari 2020.37NZa-bestuursvoorzitter Kaljouw, NRC Handelsblad (via PraktijkmanagersNetwerk);NZa-directeur Kursten, Zorgvisie, april 2021.38MedischOndernemen, «Betaling per verrichting geeft een perverse prikkel», 2023; ESB,«Zorgstelsel gebaat bij verzekeraars opgericht door zorgaanbieders», oktober 2024.39Kamerstukken 2026/27, 36 800 XVI, nr. 191.40Kamerstukken 2024/45, 36 600 XVI, nr. 69.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133230 Inzake het onderdeel: Financiële verantwoording: openstaand onderzoek.De leden van de Groep Markuszower constateren dat het NZa-onderzoeknaar de risicoverevening over 2022 opnieuw is uitgesteld. Wat is definanciële omvang van de posten onder verdiepend onderzoek, en isterugvordering mogelijk als declaraties onrechtmatig blijken? Deze ledenvragen tevens of de Minister bereid is de Kamer jaarlijks te informerenover concreet behaalde gezondheidsuitkomsten per zorgverzekeraar metde 1,9 miljard euro aan IZA-transformatiemiddelen en niet slechts over deplausibiliteit van besteding, maar over meetbare gezondheidswinst.Het kabinet is blij met de rol die de NZa als onafhankelijke toezichthoudervervult in het zorgstelsel. De NZa heeft daarbij als toezichthouder demogelijkheid om, indien nodig, haar jaarlijks toezichtsonderzoek teverdiepen. De NZa heeft het later opleveren van de uitkomsten van haartoezichtsonderzoek 2025 met het Ministerie van VWS en de ketenpartijenafgestemd. Omdat het verdiepend onderzoek van de NZa nog niet isafgerond kan nog niets gezegd worden over de bevindingen. Het kabinetwacht de resultaten van het verdiepend onderzoek van de NZa af.Veel projecten lopen pas vanaf 2025 en er zijn daarmee nog weinig hardecijfers over impact en effecten op het zorggebruik. De Kamer wordt welreeds via voortgangsrapportages en jaarlijkse «monitoring van debeweging» geïnformeerd over de voortgang van het IZA. In de Kamerbriefvan 9 april jl is toegelicht dat met de totstandkoming van het AZWA dekomende periode wordt benut om tot een geïntegreerde IZA/AZWA-monitor te komen.41Tot slot vragen deze leden de Minister wanneer de Kamer een beleidsre-actie op het NZa-rapport kan verwachten die verder gaat dan het herhalenvan bekende doelstellingen en met concrete wetgevingsacties, handha-vingsmaatregelen, en een eerlijk antwoord op de vraag of het huidigestelsel structureel geschikt is voor een gezondheidspolitiek die preventieserieus neemt.Allereerst werkt het kabinet in het hier en nu aan de uitvoering van onzebeleidsbrief voor de gezondste generatie ooit en passende zorg als datnodig is.42Daarin worden een aantal maatregelen voorgesteld ten behoeve vanpreventie. Zo zet het kabinet in op extra aandacht voor een kansrijke startvoor kinderen, mentale gezondheid, sport en bewegen, verminderen vanmiddelengebruik onder jongeren en betere, toegankelijkere jeugdhulp.Verder investeert het kabinet in laagdrempelige medische preventie, zoalshet verhogen van de vaccinatiegraad en deelname aan bevolkingsonder-zoeken, én in een betere voorbereiding van de zorg op toekomstige crisesen pandemieën.Daarnaast treft het kabinet voorbereidingen voor de instelling van deStaatscommissie Zorg, in lijn met het coalitieakkoord en de eerderaangenomen motie Krul c.s. die de regering verzoekt om voorbereidingente treffen voor een staatscommissie voor een toekomstbestendige enweerbare inrichting van het Nederlandse zorgstelsel.43 Het kabinet streefternaar de Kamer voor de zomer te informeren over een voorstel voor deinvulling daarvan.41Kamerstukken 2025/26, 31 765, nr. 976.42Kamerstukken 2026/27, 36 800 XVI, nr. 191.43Kamerstukken 2024/45, 36 600 XVI, nr. 69.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 689, nr. 133231
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.