Uitvoering van de motie van het lid Dik-Faber (Kamerstuk 33 400 XVI, nr. 78) over 100% rookvrije horeca
Brontekst
Versie 98c88dc34fd1e93c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 32 011Tabaksbeleid Nr. 23 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 27 februari 2013 De leden van de Tweede Kamer hebben mij via het aannemen van de motie van Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie) verzocht de horeca 100% rookvrij te maken (Kamerstuk 33 400 XVI, nr. 78). Tevens is gevraagd om een brief van het kabinet over hoe deze motie uitgevoerd zal worden. Bij de wijze waarop de motie kan worden uitgevoerd is aandacht nodig voor een aantal uitvoeringsaspecten die te maken hebben met de juridische grondslag en de handhaving. Ten aanzien van de juridische grondslag wil ik nader bezien of aanpassing van de Tabakswet opportuun is. Weliswaar is in eerder gevoerde juridische procedures vastgesteld dat artikel 11a, vierde lid van de Tabakswet voldoende basis bood voor het afkondigen van een rookverbod in de gehele horeca (dus ongeacht met of zonder personeel), maar de praktijk is dat het rookverbod in de horeca heeft geleid tot veel maatschappelijke discussie en tot rechtszaken met verschillende uitkomsten. Ik wil derhalve bezien of met een aanpassing van het Besluit uitvoering rookvrije werkplek kan worden volstaan (dit is de AMVB waarmee de uitzondering in 2011 werd ingevoerd), danwel dat een aanpassing van de Tabakswet een meer solide basis biedt. Aangezien het rookverbod nu is gebaseerd op een samenstel van bepalingen in de Tabakswet 1984 en enkele algemene maatregelen van bestuur is vereen-voudiging mogelijk. Daarnaast heeft uitvoering van deze motie consequenties voor de handhaving. Aan de ene kant wordt het werk van de NVWA eenvoudiger uitvoerbaar, doordat niet langer op uitzonderingscriteria gecontroleerd hoeft te worden. Aan de andere kant komen er ca. 2000 horecagelegenheden bij, bovenop de huidige 8000 cafés in Nederland die niet onder de huidige uitzondering vallen en waar de naleving overigens nog sterk verbeterd kst-32011-23ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 32 011, nr. 231 moet worden. Een daling van de nalevingscijfers op korte termijn kan derhalve een gevolg zijn. De NVWA heeft aangegeven hier in elk geval op korte termijn extra inzet voor nodig te hebben. Dit zal binnen de huidige financiële kaders gevonden moeten worden hetgeen mogelijk gevolgen heeft voor de andere handhavingsactiviteiten. Of de NVWA op de langere termijn structureel minder capaciteit nodig heeft, is nu nog niet te voorspellen. Dit hangt ervan af of een eenduidiger norm daadwerkelijk leidt tot betere naleving door de horeca. Ik neem mij voor om u, in overleg met de Minister van Veiligheid en Justitie, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 1 april nader te informeren over de wijze van uitvoering van de motie, rekening houdend met bovenge-noemde consequenties. De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.J. van RijnTweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 32 011, nr. 232
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.