KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een notaoverleg, gehouden op 29 september 2025, over Mensenrechtenbeleid

21 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c1b3234bffcc9e0b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 735Mensenrechten in het buitenlands beleidNr. 421 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 21 oktober 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 29 september 2025overleg gevoerd met de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken,over:–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 11 febru-ari 2025 inzake IOB-evaluatie van het Nederlandse mensen-rechtenbeleid in een veranderende wereldorde (2017–2022) enuitstel beleidsreactie (Kamerstuk 32 735, nr. 402);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 21 maart2025 inzake kabinetsreactie op de IOB-evaluatie van mensen-rechtenbeleid 2017–2022 (Kamerstuk 32 735, nr. 403);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 23 mei2025 inzake Rapportage 2024: Internationale Mensenrechten-procedures (Kamerstuk 32 735, nr. 404);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 30 mei2025 inzake Rapportage Mensenrechten, Democratie enInternationale Rechtsorde 2024, en herinrichting decentraalMensenrechtenfonds (Kamerstuk 32 735, nr. 405);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 30 mei2025 inzake beleidsreactie op de periodieke rapportageVersterkte internationale rechtsorde (2015–2022) (Kamerstuk31 271, nr. 40).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,KlaverDe griffier van de commissie,Westerhoff kst-32735-421ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4211 Voorzitter: De RoonGriffier: WesterhoffAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van der Burg, Ceder,Dobbe, Kahraman, Paternotte, Piri en De Roon,en de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 18.32 uur.De voorzitter:Goedenavond, dames en heren. Ik open dit notaoverleg van de TweedeKamercommissie voor Buitenlandse Zaken over het onderwerp mensen-rechtenbeleid. Het debat wordt gevoerd met de Minister van BuitenlandseZaken, die ik met zijn ondersteuning in het bijzonder hartelijk welkomheet.U heeft de spreektijden gezien. Die heeft u in een procedurevergadering alvastgelegd. Ik ga ze nog even noemen. PVV: eerste termijn zeven minutenen tweede termijn vier minuten. GroenLinks-PvdA, VVD, NSC, D66 enBBB: eerste termijn zes minuten en tweede termijn drie minuten. Deoverige fracties: eerste termijn vier minuten en tweede termijn tweeminuten. Als u in de eerste termijn de behoefte heeft om over deafgesproken tijd heen te gaan, dan vind ik dat prima, maar dat gaat danten koste van de tijd die u voor de tweede termijn heeft. Als de periodevan uw eerste termijn, zoals die hier op de convocatie staat, is verstreken,dan zal ik dat even kort roepen, «zes minuten» of «vier minuten» of watdan ook. Dan weet u dat u daar bent. Als u door wilt praten, dan doet udat gewoon, maar dan gaat het ten koste van uw spreektijd in de tweedetermijn.Voor alle duidelijkheid zeg ik ook nog eventjes het volgende. Dat doe ikniet zozeer voor de leden of de Minister, maar voor andere aanwezigen ofmensen die dit op welke manier dan ook volgen. In een notaoverlegspreken we over een aantal stukken die de Minister ons heeft toege-zonden. Het is misschien wel handig dat als we naar die stukkenverwijzen, we dat ook memoreren.Ik begin met het woord te geven aan mevrouw Piri van GroenLinks-Partijvan de Arbeid.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over het mensenrechten-beleid van Nederland. De wereld verandert sneller dan wij ons kunnenvoorstellen. Autoritaire leiders rukken op en gebruiken hun macht om devrijheid van burgers, journalisten en het maatschappelijk middenveld in teperken. Europa hanteert een dubbele standaard door te weigeren ommensenrechtenschendingen, waar dan ook, consistent te beantwoordenmet sancties. Rusland en China springen maar al te graag in de gaten diepresident Trump overal ter wereld achterlaat.Voorzitter. Het gaat niet goed met de vrijheid, de democratie en derechtsstaat in de wereld. Dat raakt ook de veiligheid, welvaart en stabiliteitin ons eigen land. De fractie van GroenLinks-PvdA vindt dat Nederlandhier dus veel meer tegen kan en moet doen.Voorzitter, allereerst een woord over de Global Sumud Flotilla, de vlootvan honderden activisten, onder wie ook Nederlandse staatsburgers, diehumanitaire hulp willen brengen naar de uitgehongerde bevolking inGaza, maar al meerdere keren is bestookt met drones. Hier op de tribunezijn ook familieleden van die Nederlandse staatsburgers – ik sprak hen net– die eigenlijk doen wat de taak zou moeten zijn van Europese regeringen:ervoor zorgen dat de blokkade wordt opgeheven en humanitaire hulp aande bevolking in Gaza kan worden geleverd. Kan de Minister dezebeschietingen, die de Flotilla al heeft meegemaakt, klip-en-klaar veroor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4212 delen? Hoe wil de Minister de veiligheid van Nederlandse staatsburgersbeschermen? Is de Minister bereid om net als Spanje, Italië, Griekenlanden nu ook, volgens een recent bericht, Turkije, de vloot te beschermentegen dit soort aanvallen?Voorzitter. Ten tweede de interne situatie in Turkije. Iedere keer dat weelkaar in de Kamer over mensenrechten spreken, zijn de democratie en derechtsstaat in Turkije weer een stukje afgebroken. Een paar jaar geledenwaren er de arrestaties van politieke tegenstander Selahattin Demirtas¸ enmensenrechtenactivist Osman Kavala. Het Europees Hof voor de Rechtenvan de Mens sprak uit dat ze onterecht vastzitten en onmiddellijk moetenworden vrijgelaten. Daarna, recent, werden ontelbare burgemeesters doorErdogan uit het ambt gezet, met als dieptepunt de arrestatie van opposi-tieleider en burgemeester van Istanbul Ekrem Imamoglu in maart dit jaar.Deze zomer kreeg hij zijn vonnis: een celstraf van twintig maanden.Erdogan zet de afbraak van de democratie en de rechtsstaat in Turkije ineen steeds sneller tempo voort. Sinds oktober heeft Erdogan meer dan500 mensen met betrokkenheid bij de grootste oppositiepartij CHPvastgezet. Hij blijft de grenzen opzoeken, maar vanuit Europese hoofd-steden of vanuit Brussel horen we vrijwel niks.Voorzitter. Vorig jaar stemde de Kamer voor een motie van collegaKahraman en mijzelf om het moderniseren van de douane-unie metTurkije voorwaardelijk te maken aan de naleving van de uitspraak van hetEuropees Hof. Hoe geeft de Minister hier navolging aan? Heeft het kabinetdit standpunt ook luid en duidelijk overgedragen aan de verantwoordelijkeeurocommissaris Marta Kos, die deze zomer nog op bezoek was inIstanbul, maar in een statement over Europees-Turkse toenadering vrijwelniets schreef over de autocratisering van dat land?Voorzitter. Ten derde de situatie in Marokko. Drie weken geleden overleedAhmed Zefzafi, vader van de bekendste politieke gevangene in Marokko,Nasser Zefzafi. Ik heb Ahmed leren kennen en mocht meemaken hoe hijde afgelopen jaren alles op alles heeft gezet om zijn zoon vrij te krijgen.De liefde en toewijding voor zijn zoon waren een inspiratie. Het is diep-,dieptreurig dat hij een vrijlating niet meer zal meemaken.Voorzitter. Dit Marokkaanse regime veroorzaakt voor vele familiesongelofelijk veel leed, voor de Hirak-activisten. Nog steeds houden deautoriteiten vele mensen onterecht vast. We zien daarnaast de repressieen de beknelling van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting: decensuur, de lastercampagnes, de intimidatie van journalisten enactivisten. We zagen ook dit weekend weer hoe protesten tegen eenfalende en onderdrukkende overheid hardhandig worden neergeslagen.Veel jongeren ervaren niet alleen een gebrek aan burgerlijke vrijhedenmaar ook de armoede, de ondermaatse publieke voorzieningen enbovenal het gebrek aan een toekomst. Daarom kiezen veel Marokkaansejongeren, zeker uit de Rif, in de hoop op een beter leven voor de gevaar-lijke overtocht naar Europa. Het is dus onze taak, ook in ons eigen belang,om daar iets aan te doen. Daarom stel ik de volgende vragen aan deMinister.Zet het kabinet zich nog steeds in voor de vrijlating van Zefzafi en deandere Hirak-activisten? Is het Actieplan Nederland-Marokko nog actief?Wat is op dit moment de mensenrechtendialoog met Marokko? Wanneerheeft de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken zich voor het laatstkritisch geuit over de interne mensenrechtensituatie? Heeft deze Ministernog over mensenrechten gesproken met zijn Marokkaanse collega in NewYork op 24 september?Voorzitter. Tot slot een overkoepelend punt. Ik ken de achtergrond vandeze Minister, zijn tijd bij Defensie, als raadsadviseur van de Minister-President en als topfunctionaris bij de NAVO. Het staat buiten kijf dat deMinister de wereld vanuit een geopolitieke en strategische bril bekijkt.Daarom zou ik hem willen vragen of hij ook kan erkennen dat de interna-tionale politiek niet alleen een strijd met wapens is, maar ook een strijdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4213 met ideeën. Het is voor hem, als liberaal, ook cruciaal om voor Neder-landse waarden op te komen, om op te komen voor de vrijheid vanmeningsuiting in Marokko, voor het kiesrecht en de onafhankelijkerechtspraak in Turkije en voor alle vrijheden en rechten die nu in Gaza enop de Westelijke Jordaanoever op grote schaal worden geschonden, zekernu de Amerikaanse president USAID heeft ontmanteld, steun voorjournalisten, onderzoekers en activisten overal ter wereld intrekt en ineigen land de rechtsstaat probeert af te breken. Daarom hoop ik dat deMinister ook de instrumenten waardeert die wij zelf hebben omdemocratie, rechtsstaat en mensenrechten te bevorderen. Bij aanvang vandit kabinet is besloten om flink te korten op de mensenrechtenpro-gramma’s. Ik zal per motie een voorstel doen om in ieder geval de Matra-en Shiraka-fondsen te repareren. Ik hoop dat de Minister ook bereid is omverder te kijken naar het herstel van bijvoorbeeld het Mensenrechten-fonds. Graag een reactie.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Piri; precies in de u toegemeten tijd, waarvan akte.Ik zie dat er op dit moment geen interrupties zijn. Het woord is dus aanmevrouw Dobbe van de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Met het oog op de tijd zou ik me graag willen aansluiten bij devragen van mevrouw Piri als het gaat over de uitholling van het internati-onaal recht door het hanteren van een dubbele standaard en over hoe hetstaat met het beschermen van de Flotilla.Ik wil het ook hebben over vrouwenrechten. Vrouwenrechten zijnmensenrechten. Daarmee gaat het niet goed. In de rapportage overmensenrechten lezen we dat discriminatie van meisjes en vrouwen istoegenomen en dat de juridische bescherming van meisjes en vrouwen isverslechterd. Tegelijkertijd beschrijft het rapport een sterke groei van deantirechtenbeweging. Dat is wat we zien en horen van vrouwenrechten-verdedigers van over de hele wereld. De rechten van vrouwen en meisjesstaan wereldwijd zwaar onder druk.Het laatste onderzoek van het European Parliamentary Forum laat zien datin totaal 1 miljard dollar – 1 miljard dollar! – wordt geïnvesteerd in diewereldwijde antirechtenbeweging, afkomstig van religieuze organisatiesin de Verenigde Staten en Europa, maar bijvoorbeeld ook van organisatiesdie banden hebben met Poetins Rusland. Dit gaat om de rechten vanvrouwen zoals Azenath uit Kenia, die zich inzet tegen geweld tegenvrouwen, van Sidel uit Zuid-Sudan, die werd mishandeld toen ze zwangerwas en nu voor zichzelf en andere vrouwen opkomt, van Rabo uit BurkinaFaso, die zich inzet voor vrouwen die zelfstandig als boer aan de slagwillen, van de vrouwen zonder gezicht, die steeds verder onzichtbaarworden gemaakt in Afghanistan of van vrouwen die slachtoffer wordenvan het enorm toegenomen, fatale huiselijke geweld in Oekraïne.Vrouwenrechten zijn mensenrechten; vandaar dat ik de volgende vragenheb voor de Minister.De regering bezuinigt op vrouwenrechten en het feministische buitenland-beleid. Begrijpt de Minister dat het onuitlegbaar is, zeker als deantirechtenbeweging zo toeneemt en de rechten van vrouwen verslech-teren? Welke gevolgen hebben deze bezuinigingen nou eigenlijk? Daarhebben we namelijk meermaals om gevraagd en nog steeds geenantwoord op gekregen.In de rapportage wordt ook het belang genoemd van het decentraalMensenrechtenfonds. We hebben verschillende ambassades gesprokendie zeiden dat ze belangrijke projecten op het gebied van mensenrechtenof vrouwenrechten moeten stoppen. Wat zijn de gevolgen daarvan? Kande Minister daar inzicht in geven? Het uitsluiten van beleidsbeïnvloedingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4214 op nationaal niveau betekent dat het werk van veel organisaties wordtbemoeilijkt. Denk aan vrouwenrechtenactivisten die worden belemmerd inhet spreken met bijvoorbeeld Nederlandse beleidsmakers. Of denk aansituaties waarin organisaties mensenrechtenschendingen in conflictge-bieden met Kamerleden willen delen. Erkent de Minister dat? Is hij bereiddeze uitsluiting te schrappen en bij het subsidiekader op inhoud te kijken?In de mensenrechtenrapportage lezen wij ook dat Nederland als gastlandvan het Internationaal Strafhof zich ervoor inzet dat het Strafhof onafhan-kelijk kan functioneren. Dat staat onder druk. De Verenigde Staten legdeneerder al sancties op aan het Internationaal Strafhof en op 20 augustuswerden door Trump weer nieuwe sancties ingesteld. Want volgens Trumpis het hof een bedreiging voor de nationale veiligheid van de VerenigdeStaten. Vorige week kwam het nieuws dat de Verenigde Staten overwegenalgehele sancties op te leggen aan het Strafhof. We verwachten dan eenstevige reactie en steun van onze regering. Ik heb ook naar de persconfe-rentie vorige week gekeken. Schoof zei daar: «Die nieuwe sancties zijn ernog niet. We beraden ons op het moment dat die sancties er zijn en danzullen we kijken wat onze reactie zal zijn.» Nou, in mijn oren klinkt dat nietals een stevige reactie. Kan de Minister ons vertellen wat precies dereactie en de actie van dit kabinet is geweest op deze nieuwe rondesancties in augustus tegen het Strafhof? Wat gaat de Minister doen tegende dreiging van nog meer sancties? Het kan toch niet zo zijn dat we alleenmaar afwachten?2024 was een dieptepunt als het gaat om geweld tegen journalisten. Hetwegvallen van Amerikaanse steun zorgt ervoor dat de onafhankelijke persnog zwaarder onder druk staat. Onafhankelijke journalistiek is cruciaalvoor elke democratie. Is er een actieplan van deze regering om ditdieptepunt te keren? Wat gaat deze Minister daartegen doen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Dobbe. Ook u zit binnen de u toegemeten tijd. Dankunnen we luisteren naar de heer Kahraman van Nieuw Sociaal Contract.De heer Kahraman (NSC):Voorzitter, dank u wel. Voor Nieuw Sociaal Contract zijn mensenrechteneen kernwaarde. Wij vinden het belangrijk dat Nederland zich internati-onaal blijft inzetten voor de bescherming daarvan. Ook erkennen wij datons land, ondanks zijn relatief beperkte omvang, met zijn mensenrechte-nagenda stevig bijdraagt. Met belangstelling hebben wij de IOB-evaluatievan het Nederlandse mensenrechtenbeleid gelezen, inclusief de aanbeve-lingen. Ik hoor graag van de Minister welke lessen hij daaruit trekt enwelke aanbevelingen volgens hem duurzaam te implementeren zijn enwelke helaas botsen met de politieke realiteit van vandaag.Voorzitter. Persoonlijk ligt één mensenrecht mij heel na aan het hart,namelijk geloofsvrijheid. Anno 2025 staat dit recht wereldwijd zwaaronder druk. Of het nu gaat om vervolgende christenen in het Midden-Oosten, Afrika of Azië, Oeigoeren in China of hindoes in Pakistan enBangladesh: steeds vaker worden mensen vervolgd om hun geloof. Hetlijkt wel of onze eeuw de eeuw van de jacht op andersgelovigen dreigt teworden. Laat ik het Midden-Oosten als voorbeeld nemen, de bakermatvan het christendom. In 1940 leefden daar circa 13 à 14 miljoen chris-tenen, zo’n 13% van de bevolking. Vandaag zijn het er nog maar 5 tot 6miljoen, slechts 3% van de bevolking. Daarmee is het absolute aantalchristenen in de regio sinds 1940 gehalveerd, terwijl de totale bevolkingruim verviervoudigd is. Geweld en vervolging hebben hele christelijkegemeenschappen uit het Midden-Oosten verdreven. Daarom ben ik ookhier; misschien kent u mijn geschiedenis.Maar dit is geen verleden tijd. Ook vandaag worden christenen massaalverdreven. Op de website van Open Doors lezen wij bijvoorbeeld overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4215 Sub-Sahara-Afrika: «Gewelddadige aanvallen zijn er aan de orde van dedag. Extreem geweld verdrijft christenen van huis en haard. Hunbezittingen worden verbrand, hun levens ontwricht, families getraumati-seerd. Het geweld is doelgericht en strategisch. Mannen wordengebroken, vrouwen vernederd, gezinnen opgejaagd, met als doel de kerkte verzwakken.» Ook in Afrika zien we dus een explosie van geweld tegenchristenen. Met 380 miljoen vervolgden vormen zij de grootste vervolgdegeloofsgroep ter wereld. Mijn vraag aan de Minister is dan ook: wat doetNederland zowel in EU-verband als mondiaal om ervoor te zorgen datchristenen niet van hun geboortegrond worden verdreven?Voorzitter. Vandaag spreken we in algemene zin over het Nederlandsemensenrechtenbeleid, maar ik wil in dit debat – een van mijn laatste indeze Kamer – stilstaan bij twee specifieke casussen. De eerste is Tibet.Sinds de inlijving van de jaren vijftig door China leeft de bevolking daaronder zware onderdrukking. Culturele, sociale en politieke rechten wordensystematisch geschonden. De Tibetaanse taal verdwijnt uit scholen. Dedalai lama, inmiddels 90 jaar oud, heeft decennialang internationaalaandacht gevraagd voor de Tibetaanse zaak. Zelfs mijn kinderen wetenwie hij is. Maar wat gebeurt er als deze bijzondere man er straks niet meeris? Zijn we voorbereid op het vacuüm dat dan zal ontstaan? Zien wij in datChina dat moment ongetwijfeld zal aangrijpen om meer grip te krijgen opTibet en dat het Tibetaanse volk mogelijk opnieuw in verzet zal komen,met alle risico’s van verschrikkelijk geweld van dien? Ik vraag de Ministerof zulke scenario’s in internationaal verband besproken worden. Daar isook een motie over ingediend en aangenomen een tijd geleden. Ik bendus heel benieuwd hoe die motie is uitgevoerd.De tweede casus is Papoea-Nieuw-Guinea. Kort na mijn aantreden alsKamerlid ontving ik daar vertegenwoordigers van. Zij vertelden over hetontzetten van zelfbeschikking, landonteigening en ernstige ecologischeproblemen. Hun verhalen maakten diepe indruk op mij en eerlijk gezegdwist ik toen nauwelijks iets van de mensenrechtensituatie daar. Des tebelangrijker dat ik het hier aankaart. Gelet op onze historische band metde regio en met Indonesië in het bijzonder, vind ik dat Nederland hier eenbijzondere verantwoordelijkheid draagt. Mijn vraag aan de Minister: is hijbekend met de situatie in Papoea-Nieuw-Guinea en ziet hij ruimte voorNederland of de EU om hierin een rol van betekenis te spelen? Een van deindringende verzoeken die ik van de vertegenwoordigers heb gehoord,was of de mensenrechtenambassadeur van Nederland en liefst die van deEU eindelijk eens West-Papoea wil bezoeken, een bezoek dat de brood-nodige internationale aandacht kan geven aan hun erbarmelijke en vaakvergeten situatie.De voorzitter:Er is een vraag voor u van de heer Ceder. Ik merk voor de heer Ceder ende heer Van der Burg nog even op: in deze termijn vier interrupties perfractie, en interrupties in tweeën. Het woord is nu aan de heer Ceder voorzijn eerste interruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Fijn dat ik hier mag zijn. Even een dubbelcheck. Uheeft het over Papoea-Nieuw-Guinea, maar u bedoelt denk ikWest-Papoea.De heer Kahraman (NSC):Ja.De heer Ceder (ChristenUnie):Even ook voor de mensen die meekijken. Dat wilde ik even dubbel-checken. Dank.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4216 De heer Kahraman (NSC):Mijn verzoek aan de Minister is dus om te kijken of de mensenrechtenam-bassadeur van Nederland, en liefst ook die van de EU, een keer eenbezoek kan brengen aan West-Papoea om de situatie onder de aandacht tebrengen. Mijn vraag aan de Minister is of hij dit verzoek wil omarmen enof hij wil toezeggen dat hij zich hiervoor actief zal inzetten.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Kahraman. Dan is het woord aan de heer Paternottevan D66.De heer Paternotte (D66):Dank u wel, voorzitter. Wie weleens in het Watersnoodmuseum inOuwerkerk is geweest, die kent misschien wel de Weg van de Buiten-landse Pers aldaar. Ik zie geknik. Dat is een bijzondere straatnaam vooreen weg in een klein dorpje in Zeeland, die zijn oorsprong kent in deWatersnoodramp van 1953. Toen daar de dijken doorbraken, 1.836mensen omkwamen en ruim 100.000 mensen al hun bezittingen verloren,kreeg Nederland hulp van over de hele wereld. Dat was mede met dankaan de internationale journalisten die verslag deden en de ravage en hetleed naar huiskamers over het de hele wereld brachten.Dat laat precies zien waarom een vrije en veilige pers zo belangrijk is, enprecies daarom zouden wij ons allemaal zorgen moeten maken over hetfeit dat record na record wordt gebroken als het gaat om opgepakte,gewonde en zelfs gedode journalisten. «Op een dag zal deze camera uitmijn handen vallen», zei fotojournaliste Mariam Abu voordat zij gedoodwerd door het Israëlische leger. In maart dit jaar werd journalist Faroukgedood tijdens een droneaanval in Sudan. Of neem Javier Hércules, dieop straat werd doodgeschoten in Honduras.Voor D66 is het heel belangrijk dat we journalisten wereldwijdbeschermen. Niet alleen omdat zij het recht hebben om vrij en veilig hunwerk te doen, maar ook omdat zij een cruciale rol spelen in het tegengaanvan desinformatie vanuit landen als Rusland en China. Vorig jaar deed ikdaarom samen met collega Boswijk een voorstel voor het versterken vanonafhankelijke media in West-Afrika. Ons amendement is aangenomen.Rusland is daar actief bezig met het ondermijnen van het Westen metpropaganda. Kan de Minister toelichten wat de stand van zaken hiervanis?Voorzitter. Ik was begin dit jaar in Oekraïne en zag daar ook met eigenogen wat het effect is van Russische desinformatie. Er was een Oekra-ïense vrouw die mij vertelde dat haar familie in Rusland nog steedsgelooft dat er in Oekraïne wordt gevochten tegen de nazi’s, zelfs als zijhaar familieleden vertelt dat het niet zo is. Zowel voor nu als voor detoekomst van Oekraïne in Europa is journalistiek dan ook van levens-belang. Ik vond het daarom teleurstellend dat vrije en onafhankelijkemedia geen expliciet onderdeel was van de inzet gericht op de weder-opbouw van Oekraïne. Ik zou de Minister willen vragen of hij bereid is datalsnog te agenderen en/of Nederlandse middelen bedoeld voor dewederopbouw in te zetten voor de ondersteuning van onafhankelijkemedia.Voorzitter. Over de forse bezuinigingen op de Shiraka- en Matra-programma’s heeft collega Piri een aantal heel belangrijke dingen gezegd.Daar sluit ik mij graag bij aan. Ik zou nog willen vragen of de Ministererkent dat het Shiraka-programma aantoonbaar bijdraagt aan stabiliteit,goed bestuur en economisch perspectief in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en daarmee ook aan de Europese veiligheid en het beheersen vande migratiedruk.Voorzitter. Dan ga ik naar Gaza, zonder er een Gazadebat van te maken,zeg ik tegen BBB, hier overigens niet aanwezig. Als het om mensen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4217 rechten gaat, dan vraagt dat ook om consequent te zijn, want in Gaza zijninmiddels meer dan 1.700 zorgverleners omgekomen. Dat zijn de mensendie het recht op zorg voor burgers mogelijk maken. De toegang totziekenhuizen en basiszorg krimpt met de dag. Ik zag net nog het berichtdat UNICEF heeft gevraagd om de evacuatie van 25 couveusekinderen naeen aanval op weer een ziekenhuis in Gaza-Stad.Ziekenhuizen in Nederland hebben aangegeven bereid te zijn om dezekinderen op te vangen. Niet allemaal, maar in ieder geval een aantal. Er iszelfs financiering. Er is gespecialiseerde hulp beschikbaar die in de regioniet voorhanden is en er zijn bovendien ook kinderen door de WHOgeselecteerd die dringend in aanmerking komen voor een medischeevacuatie. Het gaat dus om een concrete, haalbare en levensreddendestap. Hoe kan de Minister dan toch blijven pleiten voor hulp in de regio,terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie, UNICEF en Save the Childrenaangeven dat de noodzakelijke medische capaciteit daar ontbreekt? Wat iser precies zo controversieel aan het helpen van een aantal zieke engewonde kinderen dat dit hier nog niet gebeurt? Het feit dat we het hierniet over eens kunnen worden en dat er steeds met slechts één stemverschil wordt besloten over het lot van deze kinderen, is moeilijk teverteren.Voorzitter. Voor de familieleden van de Flotilla die nu onderweg is naarGaza... Er zijn een aantal mensen hier aanwezig. Mevrouw Piri heeft daarvragen over gesteld. Ik zou de Minister nog willen vragen of hij misschienkans ziet om ook even kort met de familieleden van gedachten tewisselen.Voorzitter. Mevrouw Dobbe zei terecht dat ook vrouwenrechtenwereldwijd onder druk staan. Alle bezuinigingen van dit kabinet, zowel opde begroting van deze Minister als op die van de Staatssecretaris vanOntwikkelingssamenwerking, maken de positie nog weer iets kwets-baarder dan die al was. Kan de Minister toelichten wat er per 2026 zalveranderen met betrekking tot de inzet voor vrouwenrechten, aangeziener dan weer een nieuwe bezuinigingsronde plaatsvindt?Ik zou in dat kader ook willen benoemen dat ik teleurgesteld ben dat zo’ngroot deel van deze Kamer het recht op zelfbeschikking niet serieus neemten het voorstel van D66 om abortus aan te merken als mensenrecht nietwilde steunen. De Minister wilde dat wel, maar een meerderheid van deKamer deelt dat niet. Partijen als CDA of NSC zeggen zich niet te willenbemoeien met wet- en regelgeving in andere landen, maar dat hoor ikeigenlijk nooit als het gaat over bijvoorbeeld christenvervolging, waar zezich – terecht! – stevig tegen inzetten, zoals net ook weer. Ik hoop dus datde Minister hier kan toezeggen dat hij zich onverminderd voor het rechtop veilige abortus zal blijven inzetten.Voorzitter, tot slot een paar woorden in aanvulling op wat de heerKahraman zei. We hadden hierover laatst ook samen een motie ingediend.Recent is in China de jonge activiste Zhang Yadi opgepakt op beschul-diging van separatisme. Ze had zich tijdens haar studie in Frankrijkuitgesproken voor de rechten van Tibetanen. Dat raakt ons ook hier inEuropa persoonlijk, omdat zij deel uitmaakte van onze academische enmaatschappelijke netwerken. Wij zien steeds vaker dat Chinese studentenhier eigenlijk niet meer de vrijheid van meningsuiting hebben waarvan jezou willen dat iedereen in Europa erover beschikt. Kan de Ministertoezeggen dit signaal onder de aandacht te brengen bij het kabinet en bijonze Europese partners? Het is belangrijk dat studenten en activisten hierin vrijheid hun stem kunnen laten horen.De voorzitter:Dank, meneer Paternotte. Een vraag voor u van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4218 Een van de vele onderwerpen die hier vandaag langskomen, heeft de heerKahraman aangestipt, namelijk de situatie in West-Papoea. Het is mijafgelopen zomer niet gelukt om deel te nemen aan de delegatiereis, maarik weet dat een aantal Kamerleden dat wel hebben gedaan. U was daareen van. Ik vroeg me af of de situatie van de Papoea’s daar besproken is.Ik kon in het reisverslag lezen dat de situatie aldaar wel aangestipt is,maar niet of en in hoeverre het ook een factor was om te bekijken wat weals commissie voor dit vaak vergeten conflict kunnen betekenen.De heer Paternotte (D66):Ja, het is een onderwerp dat vaak langs is gekomen. We hebben onderandere een bezoek gebracht aan een groep Indonesische journalisten diedaar voor een groot tijdschrift werkt. Je zou kunnen zeggen: dat is hetElsevier of Vrij Nederland of De Groene Amsterdammer van Indonesië. Zijvertelden, vanuit het perspectief van de vrijheid van journalistiek, hoemoeilijk het is om verslag te doen vanuit West-Papoea van de ontbossingdaar en van de impact die dat op lokale gemeenschappen heeft. Dat geldtsowieso voor de situatie van de gemeenschappen in West-Papoea, dienatuurlijk vaak geïsoleerd leven. Daarbij is het enorme welvaartsverschilbinnen Indonesië tussen het meest westelijke deel en het meest oostelijkedeel van het land ook heel duidelijk zichtbaar. In die context is daar dusover gesproken. Het ging bijvoorbeeld ook over dat handelsverdrag metIndonesië. In de gesprekken die in het kader daarvan kunnen ontstaan, ishet van belang om ook aandacht te vragen voor de situatie inWest-Papoea, ook vanwege het verleden en het feit dat West-Papoeanatuurlijk twaalf jaar langer, meen ik, bij Nederland heeft gehoord danIndonesië.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank voor deze toelichting, die breder is dan de toelichting die ik zelf hadkunnen vinden. U heeft gelijk over de schrijnende situatie. En los van datWest-Papoea onderdeel van Nederland is geweest, heeft Nederland hunooit ook onafhankelijkheid beloofd, maar dat is niet waargemaakt.Decennia later zien we dat er mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Ikkan dan niet anders dan concluderen dat Nederland vanuit een historischeverantwoordelijkheid in ieder geval nog de zorgplicht heeft om zichdaarover te buigen.U noemde net ook de handelsovereenkomst. Die is volgens mij inconcept; het loopt nu, maar is nog niet akkoord bevonden door beidepartijen. U gaf aan dat u dat wilt gebruiken om het gesprek aan te gaan. Ikzou eerder willen dat je dat randvoorwaardelijk maakt, dus voordat je diestap maakt. Dan gebruik je het nu dus als hefboom om verbeteringenomtrent die structurele schendingen af te dwingen. Ik vroeg me af hoe udaarnaar kijkt. Vinden wij D66 daarbij aan onze zijde?De heer Paternotte (D66):Om iets af te dwingen in een land als Indonesië heb je invloed nodig. Ikvond het bijzonder om te merken dat wij nog best veel met Indonesiëbezig zijn, als voormalige kolonie, terwijl in geen enkele van degesprekken ook maar één gesprekspartner actief de koloniale geschie-denis heeft opgebracht. Het is voor Indonesiërs gewoon iets wat heel verin de achteruitkijkspiegel zit, omdat er sinds die tijd in dat land ongelo-felijk veel is gebeurd. Ze kijken naar de regio: Australië is voor henbelangrijk en China is voor hen het allerbelangrijkst. En China heeft nulkomma nul scrupules bij alle operaties daar, bij nikkelmijnen bijvoorbeeld.Denk aan de omstandigheden van de arbeiders in het oosten, bij Celebesen de eilandengroepen daar. Als je daar dus impact wil hebben, dan moetje daar zijn. Je moet dus bijvoorbeeld niet je diplomatieke netwerkafbouwen, je moet inderdaad vanuit mensenrechten investeringen doenén je moet handeldrijven om überhaupt betekenis te hebben voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 4219 Indonesiërs. Er zit daar echt wel frustratie over het feit dat het zo langduurt en zo ingewikkeld is om met Europa tot handelsafspraken te komen.Ik denk dat dat inderdaad heel erg belangrijk is voor Europa. Dat isoverigens ook in ons eigen belang, vanwege alles wat Trump doet, maarook omdat we dan misschien een positief verschil kunnen maken, nietalleen voor die gemeenschappen, maar bijvoorbeeld ook voor het klimaat,want de ontbossing in West-Papoea is natuurlijk ook buitengewoon slechtvoor het klimaat.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van der Burg van de VVD.De heer Van der Burg (VVD):Ja, voorzitter, en ik ga mijn tijd absoluut niet volmaken. Om te beginnengeef ik even aan dat ik het volledig eens ben met het laatste antwoord vande heer Paternotte richting mijn collega Ceder. Ik denk dat we daar echtvolstrekt op dezelfde manier in zitten. Dat is ook een beetje kenmerkendvoor dit debat, want daar waar de een voor een huurverhoging is en deander ertegen of de een voor een bezuiniging is of de ander ertegen,zitten hier volgens mij alleen maar partijen aan tafel die mensenrechtenbuitengewoon belangrijk vinden. Dat blijkt ook wel uit het feit dat mijnhalve bijdrage door collega’s al min of meer is genoemd. In die zin houdik het dus kort.Ik begin met twee enigszins wezensvreemde onderwerpen voor vandaag,beide ook al eerder genoemd. De eerste is de Flotilla. Er wordt inNederland natuurlijk verschillend gedacht over of die vloot had moetengaan, ja of nee. Maar dat laat onverlet dat één, schepen op open zee in z’nalgemeenheid veilig moeten zijn en twee, er Nederlanders bij betrokkenzijn en Nederlanders in den vreemde altijd ondersteuning kunnen krijgenvan de Nederlandse overheid als zij die hulp nodig hebben. Ik hoor daardus graag de reactie van de Minister op.Het tweede raakt een beetje aan dit onderwerp en werd ook al genoemddoor mevrouw Piri. U kunt ook niet uitsluiten dat er later in dit proces eenmotie ten tonele verschijnt waar de naam van mevrouw Piri onder staat,maar ook die van mij. Dat betreft de Matra- en Shiraka-vragen die zijngesteld. Dat lijkt te gaan over het versterken van democratie in anderelanden en dat lijkt te gaan over het versterken van partijstructuren, maardaarmee gaat het indirect natuurlijk heel nadrukkelijk over mensen-rechten, daar democratie toch de beste waarborg is om mensenrechten tehandhaven, te verkrijgen of te verbeteren. Dus in die zin sluit ik me ookaan bij mijn collega’s.Laten we kijken naar de Nederlandse prioriteiten op het gebied vanmensenrechten. Ik pik er op dit moment even drie uit, ook omdat voor mijde heer Kahraman al sprak en na mij de heer Ceder zal spreken. De heerCeder kennende denk ik dat hij een prioriteit zal benoemen die de heerKahraman ook al heeft benoemd. Ik pik er op dit moment dan even devrouwenrechten uit. Waarom pik ik de vrouwenrechten eruit? Los van hetfeit dat vrouwen in het algemeen in de wereld in heel veel landen eenslechtere startpositie hebben dan mannen, zien we dat geweld tegenvrouwen, zeker als er sprake is van conflictsituaties – daarbij kun jebijvoorbeeld denken aan Oekraïne en Rusland, of aan Nigeria en BokoHaram – als oorlogswapen wordt ingezet. Denk aan seksuele uitbuiting enalles wat daarbij komt. Dat geeft nog een extra dimensie als het gaat omvrouwenrechten. Daar vraag ik specifiek aandacht voor bij de Minister enik vraag om een reflectie erop.Een ander punt dat ik toch even wil benoemen, hoewel we er in ditgezelschap niet over zullen verschillen, betreft de lhbti-rechten. Die rakensowieso aan seksuele vrijheid, waar mijn collega ter rechterzijde al watover heeft gezegd. Dat was specifiek in relatie tot abortus, maar in ditgeval heb ik het over lhbti, het kunnen zijn wie je wilt zijn. Er zijn nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42110 steeds 35 landen waar het verboden is, 9 landen waar je levenslang kuntkrijgen en 7 landen waar de doodstraf erop staat, gewoon op zijn wie jebent, op houden van wie je houden wilt. Dus ook daar vraag ik extraaandacht voor.Tot slot, voorzitter, de mensenrechtenactivisten. Ik houd het kort, want denamen die ik op mijn lijstje had staan, zijn al door collega’s vanGroenLinks-PvdA en D66 genoemd. Waarom noem ik juist de mensen-rechtenactivisten? Omdat wij hier met enige regelmaat stevige discussieshebben in de Kamer. Omdat wij hier demonstraties hebben tegen hetregeringsbeleid, waar soms de wenkbrauwen bij worden gefronst. Maardat alles kunnen wij doen in de vrijheid van onze democratie. Uiteindelijkstaat er voor ons zoals we hier om deze tafel zitten en voor de mensen diedemonstreren in Den Haag en zich daarbij aan wet- en regelgevinghouden, niets op het spel. Voor deze mensenrechtenactivisten – ik verwijsdan even naar de al eerder genoemde mevrouw Yadi uit China – staatletterlijk hun vrijheid, zo niet hun leven, op het spel. Ik vind dat wij dus inveel meer gevallen die individuen moeten steunen, en niet alleen dieactivisten die om wat voor reden dan ook de internationale media veelweten te halen. Navalny was daar natuurlijk een nadrukkelijk voorbeeldvan. Juist die individuen houden in heel veel landen het vuur van de hoopovereind. Daarom vraag ik daar nog specifiek aandacht voor bij deMinister.De voorzitter:Dank, meneer Van der Burg. U krijgt een interruptie van de heerPaternotte.De heer Paternotte (D66):Dit raakt even aan waar ik zelf net over begon. Ik had vlak voor dit debatnog even contact met het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie.Er zijn drie kinderen geselecteerd door de WHO. Eentje heeft leukemie.Eentje heeft een ewingsarcoom en de andere heeft een neuroblastoom.Het zijn kinderen tussen 6 en 15 die heel dringend hulp nodig hebben dieniet in de regio geboden kan worden. De kinderen komen uit Gaza. DeVvAA, de artsenvereniging, wil dit helemaal financieren. Op dit momentzijn er geen andere kinderen in het Prinses Máxima Centrum die deze zorgnodig hebben, dus ze zouden dit kunnen krijgen. De WHO wil ookvoorzien in het transport. Is er een mogelijkheid dat Nederland deze weekde stap kan zetten om deze drie kinderen te helpen?De heer Van der Burg (VVD):Ik ga erop antwoorden, zeg ik tegen de heer Paternotte. Dit raakt inbeginsel niet aan het onderwerp van vandaag, mensenrechten. Als deheer Paternotte vindt dat het wel raakt aan mensenrechten, zeg ik dat ergeen verschil is tussen deze drie kinderen die in Gaza wonen, envergelijkbare kinderen die in Sudan, in Mali, in Congo of in tientallenandere landen in de wereld wonen waar de gezondheidszorg heel slechtis. Zij komen met de ziektes die de heer Paternotte net beschreef ook nietin aanmerking. Dat vind ik het ingewikkelde aan het debat dat we op ditpunt met elkaar hebben. Gaza staat volledig terecht flink in de belang-stelling. Maar dat betekent niet dat de situatie in andere landen op hetgebied van gezondheidszorg niet vergelijkbaar is, of wellicht nog erger.Hier staat in ieder geval nog een schijnwerper op, die niet op andere staat.Ik kende het voorbeeld van de heer Paternotte niet. Op het moment dat deheer Paternotte de vraag stelde, heb ik wel meteen aan mijn medewerkersgevraagd om hier informatie over op te halen. Want ik vind niet dat ik ietsins Blaue hinein moet zeggen. Ik wil me er even in verdiepen. Dus dievraag heb ik uitgezet.Ik ga nu dus geen antwoord geven op de vraag, maar de Minister gaat erongetwijfeld op reageren. Dat is één. En twee. We hebben deze week nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42111 een aantal andere debatten, waarin u dan een duidelijk antwoord van mijmag verwachten. Nu wil ik even wat meer informatie erover hebben, maarin zijn algemeenheid zeg ik: verschrikkelijk. U noemt nu toevallig driekinderen met drie verschrikkelijke ziektes, maar zo kunnen we er nog meerdoen. Dat geldt helaas niet specifiek voor Gaza. In heel veel landen in dewereld is dat het geval.De heer Paternotte (D66):Dat klopt inderdaad. Een ander land is bijvoorbeeld Oekraïne. Ik denk datwe heel trots mogen zijn dat we heel veel kinderen uit Oekraïne hier inNederland hebben kunnen helpen en ook hebben kunnen opereren. Integenstelling tot de rest van West-Europa geldt dat nog voor geen enkelPalestijns kind uit Gaza, terwijl dat natuurlijk wel de plek op de wereld iswaar ... Ik weet niet of er ergens zo’n hoog percentage van de bevolkinggedood is of zwaar gewond is geraakt. Mede daarom is er natuurlijk zo’nenorme behoefte, ook bij heel veel Nederlanders, om iets bij te dragen,zodat een aantal kinderen het wel overleeft. Ik vind het heel bemoedigenddat de heer Van der Burg zegt hierover informatie op te vragen. Ik zal hemzelf ook nog even meer informatie sturen. Ik hoop heel erg dat we hier alsTweede Kamer in deze laatste Kamerweek een stap in kunnen zetten, datwe ervoor kunnen zorgen dat het kabinet het mandaat heeft om eenaantal kinderen wel te gaan helpen.De heer Van der Burg (VVD):Enige nuancering naar aanleiding van de woorden van de heer Paternotte:we zijn niet het enige land in West-Europa. Er zijn andere landen inWest-Europa die hetzelfde beleid voeren als Nederland, namelijk geenkinderen of mensen hiernaartoe halen. Dat is één. Twee. De aantallen diegehaald worden, verschillen heel sterk per land. Ze blijven een druppel opeen gloeiende plaat. Ik zeg er meteen bij: als jij toevallig onder die druppelvalt, ben je daarmee wel degelijk geholpen. Maar ik zie het kabinet, ook inzijn voorstellen van vorige week, voorstellen neerleggen waarmee hetzegt: wij kunnen voor hetzelfde geld – dat bedoel ik letterlijk, maar ookfiguurlijk – meer doen daar dan wij hier zouden kunnen doen. Dat is nogeven los van het feit dat we de snelheid van hulp daar hoger kunnen latenzijn. Het kabinet komt als het goed is naar aanleiding van de discussie diewe vorige week hebben gehad nog met meer informatie. Die moet nietalleen de stelling van het kabinet onderbouwen, namelijk dat men daarmeer en sneller kan dan hier, maar ook aangeven hoe de 25 miljoen die isvrijgemaakt, wordt besteed en welk effect dat heeft. Ik wil dat dus in iedergeval even afwachten.Tot slot klopt het dat er een onderscheid is tussen Oekraïne en niet alleenGaza, maar ook Sudan en andere landen. Dat heeft ermee te maken datOekraïne letterlijk, zeg ik tegen de Europeaan Jan Paternotte, onze buur is.Wij zeggen: wij moeten onze verantwoordelijkheid als buur pakken vooronze buren. Dat is iets wat de afgelopen jaren het verschil heeft gemaakttussen oorlogsvluchtelingen vanuit Oekraïne en mensen die vluchten vooroorlogen in de rest van de wereld, of het nu gaat om Gaza of Sudan ofCongo.De voorzitter:Uw tweede interruptie, meneer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Volgens mij zegt niemand: laten we hetzelfde doen als bij Oekraïne. Ikgeloof dat er iets van 120.000 Oekraïners in Nederland zijn. Van henworden er inderdaad veel geholpen. Met die medische evacuaties gaat hetnatuurlijk alleen om de mensen die echt geen hulp in de regio kunnenkrijgen. Als zij in die regio de hulp kunnen krijgen, ben ik daar helemaalvoor. Maar dit gaat om mensen over wie Artsen zonder Grenzen en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42112 Wereldgezondheidsorganisatie allemaal zeggen: de plekken zijn er in deregio gewoon niet meer. Dan wordt er echt een beroep gedaan opwesterse landen die welvarend genoeg zijn en goede ziekenhuizenhebben om daar te hulp te schieten, om levens te redden. Dus «eendruppel op een gloeiende plaat» ... Het gaat gewoon om een aantalkinderen die je kunt redden en anders niet. Dat maakt de vergelijking metalle andere landen natuurlijk mank gaan, of het nou Oekraïne is of Sudan.Ik hoop dat wat de heer Van der Burg zegt, betekent: we gaan er in iedergeval over nadenken en we zeggen deze week niet «never nooit niet». Ikdenk dat dat belangrijk is. Ik stelde de vraag ook in dit debat omdat deMinister morgen niet bij het debat met de Minister-President is, maar ikdenk dat deze Minister wel een belangrijk stempel drukt op het besluit datwe deze week uiteindelijk gaan nemen.De voorzitter:Meneer Van der Burg, mag het kort zijn? We blijven namelijk wel heel langop dit onderwerp hangen.De heer Van der Burg (VVD):Ja, voorzitter, maar ik zat zeer ernstig ruim binnen mijn acht minuten, dusin die zin geef ik u ook weer wat tijd terug.De voorzitter:In die zin neem ik u ook niks kwalijk, maar het zou toch prettig zijn als wetoekomen aan meer thema’s, die ook aan de mensenrechten raken –misschien wel meer dan dit onderwerp.De heer Van der Burg (VVD):Maar dat is een inhoudelijk standpunt en daar gaat u als voorzitter, metalle respect, niet over.Dat gezegd hebbende zeg ik tegen de heer Paternotte dat ik samen metcollega Bevers en collega Van Campen afgelopen week een goed gesprekheb gehad met Artsen zonder Grenzen. Als VVD hebben wij ook medesteun gegeven aan het voorstel van GroenLinks-PvdA tot de sessie vanafgelopen donderdag. We hebben gezorgd dat het aankomendedonderdag door kan gaan. Als het goed is, heeft mevrouw Piri daarvandaag mede namens ons stappen in gezet. Zij knikt, dus dat beschouwik maar even als een bevestiging. Dat hebben we nou juist ook gedaan omdie informatie boven tafel te krijgen.Dat voor nu, voorzitter.De voorzitter:Dan een vraag van mevrouw Piri. Ik zie dat mevrouw Dobbe daarna ooknog wil.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja, ik wil hier even op doorgaan. Het klopt wat de heer Van der Burg zegt:we hebben donderdag nog een rondetafel met artsen uit de regio die daarook gewerkt hebben. Maar ik wil toch even ingaan op de argumenten vande heer Van der Burg. Natuurlijk, er zijn overal ter wereld conflicten;waarom zou je het ene kind wel helpen en het andere kind niet? Is de heerVan der Burg het met mij eens dat er twee belangrijke verschillen zijn tenopzichte van alle andere kinderen in andere conflicten? Het eerste is datde Wereldgezondheidsorganisatie heel specifiek een verzoek heeftneergelegd bij Europese regeringen om nu door te gaan met dezeevacuatie, waar veel van onze bondgenoten op zijn ingegaan. Dieverzoeken liggen er niet vanuit andere conflictgebieden. Dat ten eerste.Ten tweede: Israël is traditioneel een bondgenoot van Nederland. Allemogelijkheden voor medische behandelingen en ziekenhuizen in Gaza zelfzijn door onze bondgenoot kapot gebombardeerd, waardoor er ter plekkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42113 op dit moment geen enkel functionerend ziekenhuis is. Brengt dat nietmet zich mee dat wij natuurlijk een extra verantwoordelijkheid hebben tenopzichte van andere conflicten?De heer Van der Burg (VVD):Ik wil op beide punten graag ingaan, ten eerste op het WHO-verzoek. Alsik nou één punt van kritiek mag hebben op de WHO, dan is het dat datverzoek er inderdaad alleen ligt vanuit Gaza, want de World HealthOrganization zou in tegenstelling tot andere instanties juist neutraalbegaan moeten zijn met alle conflictslachtoffers in de wereld of allepersonen in de wereld die ziektes hebben, zoals de heer Paternotte diezojuist in zijn drie voorbeelden beschreef. Ik verwijt de World HealthOrganization dat ze dat juist niet heeft gedaan, want dat klinkt als meeraandacht besteden aan de een dan aan de ander, wat je juist van de WorldHealth Organization niet mag verwachten, los van het feit dat we eenprobleem zouden hebben als bij al die conflicten dezelfde vraag wordtgesteld aan westerse landen.Op het tweede punt heeft mevrouw Piri natuurlijk volledig gelijk. Hetwoord «blij» past niet bij dit hele conflict, maar ik was tevreden dat dezeMinister samen met zijn Deense collega en nog een hele trits anderecollega’s – ik heb begrepen dat het initiatief werd genomen doorDenemarken – heeft gezegd dat die gezamenlijke groep landen, waarvande Minister ongetwijfeld het exacte aantal kan noemen, Israël onder drukgaat zetten in de zin van: «Luister even, mensen; jullie zijn verantwoor-delijk voor wat er gebeurd is in Gaza. Wij willen de Gazanen helpen. Danmoeten jullie dat mogelijk maken op de Westbank, waar de voorzieningendaarvoor zijn.» Ik had dit bewaard voor een debat later deze week, maarnu dit toch door mevrouw Piri op tafel is gelegd, hoor ik graag van deMinister of hierin stappen zijn gezet en, zo ja, welke en wat de reactie is.Hierin heeft mevrouw Piri immers gewoon een punt: Israël is verantwoor-delijk als dader van het vernietigen van die ziekenhuizen. Er ligt dus eenextra verantwoordelijkheid bij Israël om te kijken of dit kan wordenopgelost. Aangezien wij een andersoortige relatie hebben, snap ik devraag van mevrouw Piri goed.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Met dat laatste ben ik blij. Wat dat eerste betreft: ik ben niet van oordeeldat het een politiek besluit is van de Wereldgezondheidsorganisatie. Ikdenk dat dat te maken heeft met ...De heer Van der Burg (VVD):Ik heb het woord «politiek» niet gebruikt.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dat klopt, maar u impliceert dat daar misschien met verschillende matenwordt gemeten. Dat zou ik niet willen zeggen. Ik denk dat er bijna geenconflict ter wereld is waar zo veel slachtoffers kind zijn en dat er ook geenconflict ter wereld is waar op dit moment in de regio én in het land zelfgeen enkele medische faciliteit meer beschikbaar is. Ik heb geen kritiek opwat deze regering nu doet, namelijk extra hulp vrijmaken. Het is heel goedom Palestijnen door Palestijnen te laten helpen op de Westelijke Jordaan-oever. Ik moedig dat ook echt van harte aan. Volgens mij is dat de besteoplossing, maar dat zal niet morgen gebeuren. Op dit moment zijn ergewoon duizenden ernstig zieke kinderen en we krijgen elke dag hetbericht dat mensen die op de evacuatielijst staan, komen te overlijdenomdat geen van de landen hen heeft opgenomen. Ik was van plan om indit debat een motie in te dienen. Daar gaan we wel pas donderdag overstemmen; dan hebben we ook de rondetafel gehad. Al vraag je deregering niet om de evacuatie te doen – er zijn genoeg organisaties diebereid zijn om dat vliegtuig en medisch personeel te regelen – ik zou deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42114 heer Van der Burg toch willen vragen om de regering te vragen om inieder geval toe te staan dat Nederlandse ziekenhuizen die mensen kunnenbehandelen. Het enige wat we vragen van het kabinet is om die visa af tegeven.De heer Van der Burg (VVD):Ik hoor vooral een vraag aan het kabinet, via de interruptiemicrofoon, viamij. We hebben deze week nog een aantal debatten. Ik sluit niet uit dat dieallemaal een Gazaanse component zullen kennen, zodat we de besluit-vorming donderdagavond aan het eind, met al die informatie, kunnendoen. We hebben deze week ook een debat dat, als het goed is, zoumoeten gaan over bijvoorbeeld een land als Sudan, en niet over Gaza.Niet omdat Gaza niet belangrijk is, maar omdat we een aantal anderedebatten hebben, zoals nu, waarin het wel aan bod komt. Ik heb mezelfheel ernstig voorgenomen om de komende tijd niet het conflict metcollega’s te zoeken, maar verbinding te zoeken binnen en buiten dezeKamer. Maar dan, zo zeg ik tegen mevrouw Piri, weet ik niet of ik het methaar stelling eens ben dat dit het ergste of heftigste conflict is. Want als jekijkt naar Sudan, waar het niet gaat om 2 miljoen mensen on the run,maar waar het gaat om 10 miljoen mensen in beweging, waar het gaatom 150.000 doden... Percentages zijn belangrijk, maar het gaat uiteindelijkom de absolute aantallen, want een mens is geen onderdeel van eenpercentage. Maar absolute aantallen dus, en dan zie je dat zo’n conflict alsin Sudan er ook wel heel erg in hakt. Maar goed, we hebben komendedonderdagavond alle informatie, ook van de Minister, en dan zullen weonze – weer een Engelse term – mind opmaken. Nou ja, u begrijpt wat ikbedoel.De voorzitter:Mevrouw Piri voor een vervolginterruptie.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja, dat is misschien goed, want ook dit argument wordt vaak gebruikt. Wezullen dan in al mijn compromisbereidheid ook even meegaan, enschappelijk antwoorden aan de heer Van der Burg dat ik denk dat er eenheel groot verschil met dit conflict is: het is namelijk onze bondgenoot diedit doet. Sterker nog, het zijn westerse landen die wapens leveren. Wij zijnde grootste handelspartner van het land. Dat brengt een bepaaldeverantwoordelijkheid met zich mee, omdat je veel meer instrumentenhebt en dan druk kan zetten, ook om iets als zo’n conflict te stoppen. Maarik zeg hierbij toe aan de heer Van der Burg: elk voorstel dat vanuit de VVDzal komen om humanitaire hulp mogelijk te maken, al is het de evacuatievan mensen naar Nederland vanuit Sudan, zal mijn fractie steunen, en ikhoop hetzelfde voor de kinderen uit Gaza.De heer Van der Burg (VVD):Ik meen dat er nu écht geen vraag richting mij meer in zat, voorzitter, dusdan laat ik dit even voor nu.De voorzitter:Dat klopt. Dan is mevrouw Dobbe aan het woord, voor haar interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, dank u wel. Mevrouw Piri gaf eigenlijk twee extra redenen om nog teoverwegen waarom dit anders is dan bijvoorbeeld het leed, dat ook heelerg is, op andere plekken in de wereld. De heer Van der Burg weetbijvoorbeeld dat ik ook echt begaan ben met Sudan en het menselijk leeddaar, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Ik wil daar een extra argumentaan toevoegen, ter overweging, voor de heer Van der Burg. Is de heer Vander Burg het met ons eens dat er, omdat wij het Genocideverdrag hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42115 getekend, een extra verantwoordelijkheid ligt, ook voor Nederland, zodraer een risico op genocide is of genocide plaatsvindt? Het is maar hoe jedat weegt op dit moment. Dus zelfs als we het niet op dezelfde manierzouden wegen, dan is er nu dus een extra verantwoordelijkheid om diegenocide te voorkomen, dan wel te stoppen. En er is dus ook een extrareden om die medische evacuaties van kinderen uit Gaza toe te staan.De heer Van der Burg (VVD):De hier aanwezige collega’s zal ik geen van allen een verwijt maken metbetrekking tot hun stellingname als het gaat om andere conflicten, zoalsdat in Sudan. En al helemaal mevrouw Dobbe niet, want zij is wel degrootste voorvechtster als het gaat om aandacht blijven vragen voorSudan. Ik voorspel wel – en doordat ik dit in de openbaarheid zeg, kanmijn voorspelling vrij makkelijk teniet worden gedaan – dat als we dezeweek een debat hebben over Sudan, de kans dat daar dan vijftien fractieshet woord voeren, vrij gering is, terwijl als wij een debat agenderen datgaat over Gaza, normaal gesproken alle vijftien partijen aan tafel zitten.Dat is niet alleen maar een agendakwestie; dat is ook een prioriteits-kwestie van een aantal partijen. En overigens terecht noemt mevrouw Piribuiten de microfoon een aantal partijen die er nu niet zijn, waarbij ik terrechterzijde van de VVD kijk – dit voor de kijkers. Dus dat onderscheidwordt wel degelijk gemaakt.Dat gezegd hebbende, het feit dat wij het verdrag ondertekend hebben,vind ik een minder relevant gegeven. Of we het verdrag nou wel of nietgetekend hadden: wij dienden er altijd alles aan te doen om genocidetegen te gaan. Dat kan voor mij dus niet ter discussie staan. Ook als wijgeen verdragspartij waren geweest bij het Genocideverdrag, denk ik nogsteeds dat mevrouw Dobbe en ik alle twee hadden gevonden dat je eralles aan moet doen om genocide waar ook ter wereld tegen te gaan.Mevrouw Dobbe en ik verschillen erover van mening of we met devoorstellen die hier zijn gedaan, niet in dit specifieke debat maar in denbrede in de afgelopen tijd, de maatregelen hadden kunnen nemenwaarmee een bepaald gedrag van de Israëlische regering gecorrigeerdzou zijn. Door sommige partijen hier wordt datgene genocide genoemd.Andere partijen blijven daarvan weg. De meeste partijen in deze Kamer, inieder geval de VVD, vinden dat mensenrechten geëerbiedigd dienen teworden, dat verdragen geëerbiedigd dienen te worden en dat hetoorlogsrecht geëerbiedigd dient te worden. We hebben de afgelopen tijdeen heleboel voorbeelden gezien waarin dat niet het geval is, en dus dienter te worden opgetreden. Daarover verschillen mevrouw Dobbe en ik nietvan mening. Maar dat betekent voor mij niet dat we in deze specifiekesituatie om die reden een extra verplichting hebben om mensen uit, in ditgeval, Gaza op te nemen. Daarmee heb ik niet gezegd dat er geen andereredenen kunnen zijn.De voorzitter:Mevrouw Dobbe nog.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel voor het wat uitgebreide antwoord. Kijk, dat Genocideverdragbestaat natuurlijk niet voor niets. Als je het vraagt, is natuurlijk iedereentegen genocide. Iedereen vindt dat je ertegen moet optreden. Maar hetGenocideverdrag is niet alleen een morele verplichting. Je gaat ook eenjuridische verplichting aan. Dat is wel een verschil. Er zijn natuurlijkallerlei redenen om deze kinderen hiernaartoe te halen en kinderlevens teredden. Als je dan kijkt naar de juridische verplichting en de extraverplichting die er door dat Genocideverdrag bestaat, dan zou je welkunnen zeggen dat je alles moet doen wat kan om die genocide tevoorkomen of stoppen. Dat betekent dus ook dat je het onder dat verdragmoet doen als je de kans krijgt om kinderlevens te redden. Is de heer VanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42116 der Burg het daarmee eens? Het gaat hier niet over de kinderen die wel inde regio geholpen kunnen worden doordat we daar investeren in decapaciteit – dat is supergoed – maar specifiek om de kinderen voor wie datte laat komt en die door die investeringen niet geholpen zijn, bijvoorbeeldongetwijfeld de drie voorbeelden die de heer Paternotte noemde.De heer Van der Burg (VVD):Als u het goedvindt, blijf ik weg bij de drie voorbeelden die de heerPaternotte noemde. Misschien dat mevrouw Dobbe het kan en misschiendat de heer Paternotte het kan, maar ik kan met de data die ik op ditmoment heb niet beoordelen of die drie kinderen hier morgen welgeholpen kunnen worden terwijl dat niet sneller zou kunnen in de regio.Dat zeg ik op basis van de informatie die ik heb, zeg ik tegen de heerPaternotte. Ik wil wel graag van de Minister, hopelijk al voor een deel in ditdebat, maar ten behoeve van de besluitvorming donderdag in ieder gevalook voor de debatten die we verderop in deze week hebben, weten of erinderdaad stappen zijn gezet om ervoor te zorgen dat het daar sneller enmeer kan dan hier zou kunnen. Dat is namelijk het argument dat deMinister namens het kabinet steeds gebruikt; dat is de onderbouwinggeweest van het argument van het kabinet. Dat moeten we dan ook welzien. Stel dat de Minister nu niks zou zeggen en over een maand met eenantwoord komt, dan ondergraaft dat zijn stelling dat het daar sneller kon.Daar wil ik dus graag meer over horen van de Minister, alsook over destappen die zijn gezet na het Deense initiatief. Dan kan ik mijn meningdaarover opnieuw opmaken.De voorzitter:We kunnen nog niet naar de volgende spreker, want we gaan naar de heerPaternotte voor zijn interruptie.De heer Paternotte (D66):Ik zit nog een beetje na te denken. Zit ik nu te luisteren naar de heer Vander Burg die zegt «we hebben een goed gesprek gehad met Artsen zonderGrenzen en twijfelen of er misschien niet toch een reden is om hier alsNederland een beweging te maken» of somt hij een aantal redenen op omdat toch niet te doen? Dat is het een beetje: ik weet niet waar ik nu naarheb zitten luisteren. Het voorbeeld van Sudan is enerzijds natuurlijk heelbegrijpelijk, want er vallen daar ongelofelijk veel slachtoffers, net als inGaza en bijvoorbeeld inderdaad ook in Congo. Aan de andere kant isEuropa niet de grootste handelspartner van Sudan, zoals wel van Israël.We zijn geen belangrijke bondgenoot van Sudan of van de Rapid SupportForces, zoals wel van Israël. Zoals mevrouw Piri inderdaad zegt, heeft deWereldgezondheidsorganisatie daar ook geen directe oproep gedaanomdat er daar geen mogelijkheid is om een aantal kinderen daar weg tehalen. Ik zal de informatie zo delen, maar voor alle duidelijkheid: hetvoorbeeld dat ik net aanhaalde, kwam van experts van het PrinsesMáxima Centrum, die binnen het wereldwijde netwerk voor kinderen metkanker in de regio kinderen hebben onderzocht en zeggen dat ze dezekinderen niet in die regio kunnen helpen. Dat wordt onderschreven doorde WHO, Artsen zonder Grenzen en Save the Children. De Wereldgezond-heidsorganisatie wil het transport ook verzorgen. Het enige wat Nederlanddus zou hoeven doen, is het niet eens betalen, maar zorgen dat diekinderen de reis mogen maken.De heer Van der Burg (VVD):Drie dingen. Eén. De heer Paternotte zei net: de grootste handelspartnerEuropa. Mevrouw Piri zei net: de grootste handelspartner Nederland. Ikmeen dat ik de Minister in zijn bijdrage vorige week, of de week daarvoor– we hebben vaak debatten over dit onderwerp, dus ik weet niet meerprecies wanneer de Minister het heeft gezegd – heb horen zeggen dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42117 vooral veroorzaakt werd door wat ik kortheidshalve nu maar even de«Zuidas-constructies» noem. Daar hoor ik dus graag een reflectie op vande Minister. Ik maak daarom even een onderscheid tussen mevrouw Pirien de heer Paternotte, want die zeiden volgens mij net iets anders. Datgezegd hebbende, het is niet aan mij om van het gesprek dat ik samenmet mijn twee collega’s met Artsen zonder Grenzen heb gehad de inhoudnaar buiten te brengen van wat Artsen zonder Grenzen erover heeftgezegd.Komende donderdag hebben we een rondetafelgesprek. Dan zal ik eenaantal vragen stellen, bijvoorbeeld over de hoeveelheid kinderen dievolgens Artsen zonder Grenzen in Nederland geholpen kan worden, enwat dit zou betekenen. In de beslotenheid van dat gesprek hebben we datbesproken. Ik zal dat daar dan ook vragen, opdat we die data vanuit mijnkant gezien in ieder geval publiekelijk hebben. Dan kunnen we erbijstilstaan, in vergelijking tot datgene wat de Minister zegt. Dus nog evenlos van de drie specifieke casuïstieken gaat het mij erom dat er zo veelmogelijk kinderen worden geholpen. Onder andere daarover wil ik in hetrondetafelgesprek van donderdag dus vragen stellen, omdat we daar danook... Als ik «de Minister ermee confronteren» zeg, klinkt het agressief,maar zo bedoel ik het niet. We kunnen het de Minister dan in ieder gevalvoorhouden, zodat de Minister kan aangeven hoe het kabinet ernaar kijktals het gaat om «maar we kunnen ergens anders meer doen» of «nee, datkan toch niet». Daar wil ik dan graag meer over weten van de Minister.De voorzitter:Meneer Paternotte nog? Nee? Dan zie ik dat mevrouw Dobbe nog eeninterruptie wil plaatsen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik hoop echt dat de VVD serieus gaat kijken en ook goed gaat luisteren indat rondetafelgesprek. Ik hoop ook echt dat we daar deze week hetverschil kunnen maken. Ik heb nog een andere vraag voor de heer Van derBurg, die gaat over het Strafhof. We zien dat er sancties richting hetStrafhof zijn gegaan, al eerder dit jaar, vanuit de Verenigde Staten. Inaugustus zagen we nieuwe sancties. Nu hangt er geloof ik een algeheelsanctiepakket in de lucht. Dat komt er misschien nog aan. Ik vraag mij afof de heer Van der Burg het met ons eens is dat we meer zouden moetenen kunnen doen om het Strafhof daartegen te beschermen. Het is eenonafhankelijk hof, maar het is ook cruciaal voor de internationalerechtsorde, bijvoorbeeld ook om mensen zoals Duterte onafhankelijk tekunnen aanklagen. Moeten wij niet veel meer doen? Ik hoorde Schoof indie persconferentie zeggen dat we nog even moeten kijken en dat ermisschien wel of geen sancties komen. Er zijn al sancties. Wat vindt deheer Van der Burg daarvan?De heer Van der Burg (VVD):Wij zijn verdragspartner bij het Verdrag van Rome, waar het Strafhof uitvoortkomt. Ik vind dat alle verdragspartners moeten staan voor hetverdrag, voor het hof en voor de uitvoering daarvan. Ook wat dit betreftvind ik het feit dat wij gastheer zijn – ik moet in dit geval eigenlijk«gastland» zeggen – minder relevant dan het feit dat wij verdragspartnerzijn. Op het moment dat de onafhankelijke positie van het hof in gevaardreigt te komen doordat een niet-verdragspartner een actie onderneemt,vind ik dat het kabinet, samen met andere verdragspartners, alles uit dekast moet halen om het hof daartegen te beschermen. Ik verwacht ook datde Minister daarin de maximale stappen zet.Mevrouw Dobbe (SP):Heeft de heer Van der Burg ook ideeën over welke stappen dat zoudenmoeten zijn? Als wij vragen welke acties wij nu als Nederland onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42118 nemen om het Strafhof te beschermen, dan horen we vooral dat er«diplomatie is achter de schermen», voor zover ik dat goed heb begrepen.Maar er zijn natuurlijk ook andere maatregelen mogelijk. Je zou bijvoor-beeld kunnen denken aan het geven van meer ondersteuning wat betreftde ICT-systemen; dat is iets waar het Strafhof misschien onder lijdt.Mevrouw Piri heeft eerder een motie aangenomen gekregen over deantiboycotverordening vanuit Europa. Daarvan heeft het kabinet gezegd:dat is nu nog niet opportuun. Zijn dat bijvoorbeeld maatregelen die deheer Van der Burg zou kunnen steunen als het kabinet daarmee komt? Zouhij dat alsnog kunnen steunen als het kabinet daar niet mee komt, maarde Kamer?De heer Van der Burg (VVD):Of ik überhaupt nog vertrouwen heb in bijvoorbeeld een bedrijf alsMicrosoft, is afhankelijk van wat er de komende tijd in de VerenigdeStaten gebeurt. De signalen die ik tot nu toe krijg wat betreft anderebedrijven in Amerika zijn daarbij weinig tot niet hoopgevend. Deeerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat wij als Nederlandse overheid totaalafhankelijk zijn – dat geldt overigens ook voor een groot deel van onzeeconomie – van een aantal van die Amerikaanse techbedrijven. Ik denk datmevrouw Dobbe dus een goed punt neerlegt als het gaat om wat wehierin kunnen doen en wat hierbij de risico’s zijn voor een land alsNederland. Als Microsoft rare dingen doet, zou het die niet alleen kunnendoen met het hof, maar ook met andere organisaties in de Nederlandsesamenleving, inclusief de overheid. Enerzijds hoor ik graag, voor zover datin de openbaarheid kan, de reflectie van de Minister daarop. Maar ik kanme ook heel goed voorstellen dat sommige dingen niet in deopenbaarheid worden gezegd, omdat het gaat over zaken waarop danweer door een bedrijf dan wel een regering kan worden gereageerd. Losdaarvan verwacht ik eigenlijk ook van de Minister – ik bedoel dit niet in dezin dat ik hem nu een opdracht geef, maar in de zin dat ik hem zo inschat –gezien zijn karakter en zijn capaciteiten, dat hij alles zal doen om ervoor tezorgen dat het hof zo sterk mogelijk kan blijven functioneren.De voorzitter:Dank voor deze vragen. Dank voor de antwoorden van de heer Van derBurg. Dan kunnen we nu volgens mij wel door naar de heer Ceder, voorzijn inbreng namens de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank, voorzitter. Het is goed dat we vandaag spreken over het Neder-landse mensenrechtenbeleid, want de mensenrechten staan wereldwijdonder druk, de geopolitieke wereldorde verandert en kwetsbare mensenzijn daarvan de dupe. Ik wil in dat kader allereerst stilstaan bij een vaakvergeten conflict: de situatie in West-Papoea. Want het klopt, zoals net ookis gezegd, dat vrijwel alle partijen aanschuiven bij een debat over Gaza,maar dat er veel minder aanwezig zijn bij een debat over Sudan. Bij eenhoorzitting over de situatie in West-Papoea van een tijdje geleden, was ernaast de ChristenUnie maar één andere partij aanwezig: de Partij voor deDieren.West-Papoea is een wond in de wereldgeschiedenis die vaak wordtvergeten. Nederland heeft onafhankelijkheid beloofd; dat is een beloftedie nooit is ingelost. Nederland heeft in dat proces daarom ook eenbijzondere verantwoordelijkheid en zorgplicht als het gaat om demensenrechtenschendingen, juist omdat wij historisch gezien verbondenzijn. Toch valt mij op hoe weinig aandacht dit thema krijgt in de Kamer,terwijl de feiten schrijnend zijn. Volgens verschillende organisaties zijn erde afgelopen jaren vele, vele Papoea’s gedood door geweld. Tiendui-zenden zijn intern ontheemd geraakt. Er is sprake van gigantischeontbossing en een gigantisch armoedeverschil tussen Indonesië en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42119 westelijke gedeelte, waaronder West-Papoea. Tegelijkertijd wordenvreedzame demonstraties regelmatig hard neergeslagen en zittenpolitieke gevangenen vast omdat zij hun recht op vrije meningsuitingoefenden. Die mensen wachten op gerechtigheid en op een stem, ookvanuit de Kamer. Daarom ook de vraag of de Minister kan bevestigen ofde situatie in West-Papoea besproken is tijdens het recente bezoek van deIndonesische president aan onze Koning. Zo niet, waarom niet?Juist in een tijd waarin mensenrechten onder druk staan, moet ik helaasconstateren dat het bevorderen van mensenrechten steeds minderprioriteit heeft gekregen van de Nederlandse regering, zeker ook onder ditdemissionaire kabinet. Economische belangen lijken te prevaleren. Eenconcreet voorbeeld hiervan is de CEPA-overeenkomst, waarover vorigeweek de onderhandelingen tussen de EU en Indonesië zijn afgerond,terwijl er mensenrechtenschendingen plaatsvinden, zoals ik al eerder hebaangegeven, en daar weinig tot geen aandacht voor is. Nederland heeftdaarin wel een zorgplicht jegens de bevolking daar. Daarom mijn vraag:op welke manier wordt met CEPA geborgd dat mensenrechten wordengerespecteerd? Is dit nu volgens de Minister voldoende? En als dit nietvoldoende is, is de Minister dan bereid om zich binnen de Raad hard temaken voor een stevige mensenrechtenbepaling? En wil hij zich ookverzetten tegen een akkoord, zolang die mensenrechtenschendingentegen de bevolking voortduren? Wil hij dit randvoorwaardelijk maken?Erkent de Minister dat economische belangen mogelijk misschien juistook een schroom vormen om de situatie in West-Papoea structureel aante kaarten?Voorzitter. Dan over vrijheid van godsdienst en christenvervolging. Daarvraag ik geregeld aandacht voor. Wat hieraan gekoppeld is, is dat er inveel landen waar vervolging plaatsvindt geen recht is op godsdienst-vrijheid. Sterker nog, in een aantal landen staat er nog de doodstraf opgodslastering, blasfemie of afvalligheid. Christenen bevinden zich daarmet enige regelmaat, vaak zelfs na onbewezen beschuldigingen, in dedodencel. Als we vanuit Nederland een geloofwaardig mensenrechten-beleid willen voeren, kunnen we daarover niet stil blijven. Er moet eeneinde komen aan blasfemiewetgeving waar de doodstraf op staat. Het isook raar dat landen waarin deze wetgeving geldt, die ook misbruikt wordt,alsnog lid kunnen worden van een orgaan zoals deVN-Mensenrechtenraad en vervolgens moeten toezien op naleving vanmensenrechten elders. Is de Minister daarom bereid om zich ervoor in tezetten om landen waarin geen volledige godsdienstvrijheid geldt, metblasfemiewetten en daaropvolgend de doodstraf, te weren uit deVN-Mensenrechtenraad? En is de Minister bereid om zich met eenkopgroep van gelijkgezinde landen in te zetten voor het opstellen van eenverdrag dat de doodstraf op godslastering, blasfemie of afvalligheidafschaft?Voorzitter. Nog twee vragen. Hoe garandeert de Minister dat bepaaldeprioriteiten, bijvoorbeeld de vrijheid van religie en levensovertuiging,binnen het grotere geheel van de landenlijst van het Mensenrechtenfondsniet het onderspit delven? Wordt het budget bijvoorbeeld wel evenredigverdeeld over de prioriteiten?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ceder. Dan wil ik zelf ook nog een inbreng brengen. Ikvraag aan de heer Paternotte of hij daarvoor de voorzittershamer wilhanteren. Dat wordt aangemoedigd door anderen, zie ik.Voorzitter: PaternotteDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42120 Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer De Roon. Hij spreektnamens de fractie van de PVV.De heer De Roon (PVV):Dank u, voorzitter. Als het begrip «mensenrechten» een synoniem zou zijnvoor het begrip «economie», dan kun je niet anders dan concluderen datwe al negentien jaar in een diepe recessie zitten, want in iedere jaarlijksemensenrechtenrapportage die we mogen ontvangen, wordt steeds weergeconstateerd dat het telkens weer slechter gaat met de mensenrechtensi-tuatie wereldwijd. Het holt achteruit, voor het negentiende jaar op rij dus.Dat lees ik tenminste allemaal in de Mensenrechtenrapportage 2024.Voorzitter. Nederland probeert die achteruitgang te stoppen en mensen-rechten te beschermen en te bevorderen door middel van de uitvoeringvan beleid dat jaarlijks tientallen miljoenen euro’s kost. En hoewel de PVVtegen alle vormen van ontwikkelingshulp is en we ook deze vorm willenstoppen, zien we dat sommige projecten en initiatieven met betrekking totde mensenrechten op zichzelf beschouwd natuurlijk wel nobel zijn, zoalsde internationale projecten tegen antisemitisme en projecten voor devrijheid van meningsuiting. Nobel, maar slechts een druppel op eengloeiende plaat: in het grote geheel van de wereldgemeenschap is hettotaal niet effectief wat Nederland doet, vooral niet in landen waarin dereligieuze en culturele gewoonten verdere positieve ontwikkelingen in deweg staan. Het blijft daar dus vechten tegen de bierkaai. Het kabinetnoemt de opkomst van autocratische landen als voornaamste oorzaak vanhet verval. Die analyse klopt deels, maar met de belangrijke toevoegingdat het Westen ten opzichte van die opkomende landen ook verzwakt. Datis vooral een enorm probleem, temeer omdat internationale mensen-rechten een belangrijk maar wel degelijk westers construct zijn. Deelt deMinister de analyse dat de afnemende macht van het vrije Westen vrijwelparallel loopt aan de verslechterende mensenrechtensituatie wereldwijd?Graag een reactie van de Minister.Meer filosofisch kun je ook de vraag oproepen of universele mensen-rechten nog wel universeel zijn. Ze worden namelijk niet meer breedgedragen. Ook daarop graag een reactie van de Minister.Voorzitter. Met dit pleidooi wil ik zeggen dat de achteruitgang van demensenrechtensituatie fundamentele oorzaken kent. Dat zijn oorzaken dieniet zullen verdwijnen vanwege door Nederland gefinancierde mensen-rechtenprojecten. Ook de aanbevelingen van de IOB, die geagendeerdstaan voor dit debat, zullen dat tij niet keren. In de eerste plaats is datnatuurlijk omdat de evaluatie van het Nederlandse mensenrechtenbeleideen hoog gehalte heeft aan de slager keurt zijn eigen vlees. Daarnaast zietmijn fractie ook niet in hoe de aanbevelingen, zoals het gerichteraansturen van ambassades, het behoud van capaciteit en het verankerenvan mensenrechten in het beleid, gaan helpen om de mensenrechteninternationaal te versterken. Het lijkt alleen maar meer van hetzelfdezonder dat het resultaat beter wordt.Bovendien veranderen op mensenrechtengebied foute landen – ik noemer maar een paar: China, Rusland, Iran, Pakistan, Noord-Korea enAfghanistan – echt niet van koers als wij de IOB-aanbevelingen opvolgen.Met meer overheid, meer subsidies, meer diplomaten en meer consul-tants herovert het vrije Westen echt geen terrein op figuren als Poetin, Xien Kim Jong-un. Ook zullen de door ons opgelegde mensenrechten nietwinnen van de diepgewortelde religieuze en culturele gewoonten inandere werelddelen, als Afrika en Azië. Dat gebeurt in nog geen honderdjaar, zou ik willen zeggen. Of denkt de Minister van wel? Dan hoor ik datgraag, want dan wil ik ook weten waarop hij de hoop dat dat welveranderen kan, baseert.Zoals bekend is de PVV tegen alle vormen van ontwikkelingshulp. Daaromis mijn fractie van mening dat het geld beter kan worden uitgegeven aanproblemen in Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42121 Ook is het hoogst opmerkelijk dat er op pagina 10 van de mensenrechten-rapportage staat dat Nederland religieus milieuactivisme heeft gestimu-leerd in Indonesië. Er staat «religieus milieuactivisme». We weten niet wiedit verzonnen heeft, maar we zien nog niet zo goed wat dit te maken heeftmet mensenrechten. Het idee van vrijheid is toch juist dat mensen,gelovig of niet, zelf kunnen kiezen welke vorm van activisme ze willenbedrijven of ondersteunen, of het nou wel of niet religieus is geïnspi-reerd? Dan rijst bij mij toch de vraag, die ik maar aan de Ministervoorhoud: waarom stimuleert Nederland religieus milieuactivisme onderde noemer van mensenrechten, en dan ook nog islamitisch milieuacti-visme? Graag een reactie op de vraag hoe dat mogelijk is.Ik wil mijn bijdrage eindigen met waarmee ik ook ben begonnen. Dat is deconstatering dat de mensenrechtensituatie al negentien jaar achteruitgaat.Dat is een trend die voormalig Minister Veldkamp van Buitenlandse Zakenin zijn voorwoord bij de rapportage «de erosie van universele waarden enrechten» noemt. Die erosie is dus al negentien jaar geleden begonnen.Toevallig is dat ook het jaar waarin de VN-Mensenrechtenraad werdopgericht. Die raad is wat mijn fractie betreft eigenlijk een soort symboolvoor die erosie. Waarom? Dat is omdat die Mensenrechtenraad van deVerenigde Naties een podium geeft aan schurkenstaten en omdat die raadIsraël op het menu heeft staan als voor-, hoofd- en nagerecht zodatnotoire andere mensenrechtenschenders al negentien jaar grotendeelsbuiten schot blijven. Buitenlandcommentator Bernard Hammelburg vattede raad onlangs nog mooi samen als «een opportunistisch zooitjeongeregeld». Ik neem die woorden niet over, maar het signaleert welhoezeer die raad in de visie van mensen is afgegleden tot iets waar weniet veel aan hebben.De PVV vindt dat Nederland niet meer aan de VN-Mensenrechtenraad zoumoeten meewerken omdat het de dictaturen en opkomende autocratieënalleen maar rugdekking geeft en in zekere zin legitimeert. Ik vraag deMinister of hij bereid is om Nederland nog dit jaar uit die Mensenrech-tenraad terug te trekken. Of wil de Minister blijven bijdragen aan de erosievan mensenrechten die de VN-Mensenrechtenraad sinds 2006 eerderheeft gedoogd in plaats van heeft tegengegaan?Tot zover mijn inbreng, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie voor u van de heer Ceder van deChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):U raadt het al: ik wil vandaag de nadruk leggen op de situatie inWest-Papoea, juist omdat daar weinig aandacht voor is. Ik ben benieuwdhoe de PVV, de grootste partij, naar de situatie daar kijkt. Heeft Nederlanddaarin nog iets van een verantwoordelijkheid in uw ogen, gelet op hethistorisch verband? Zoals u weet is West-Papoea onafhankelijkheidbeloofd. Door omstandigheden die u vast bekend zijn, is dat niet gebeurd.Uit een publicatie van de heer Drooglever, die overigens door het kabinetniet in ontvangst werd genomen, blijkt dat er van alles mis was met hetreferendum. We zien decennia later nog steeds dat er sprake is vanmensenrechtenschendingen. Ik vraag me af hoe de PVV naar de situatievan de Papoea’s kijkt.De heer De Roon (PVV):Ik ben het helemaal met u eens dat Nederland daar een steek heeft latenvallen. Dat is decennia geleden gebeurd. U verwijst zelf naar het rapportvan Drooglever. Daar zou ik in deze context ook over willen beginnen,maar u noemt dat zelf al. Het rapport-Drooglever is in de jaren negentigaangeboden aan de Minister van Buitenlandse Zaken, maar die heeftgeweigerd om het in ontvangst te nemen. De politieke partijen die hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42122 destijds voor het zeggen hadden in de Kamer namen daar genoegen mee.Niemand trok aan de bel om te zeggen: Minister, je zit fout; we gaan hetrapport-Drooglever zelf in behandeling nemen en we gaan je daaropaanspreken. Dat is allemaal niet gebeurd, dus daar ligt de grootsteverantwoordelijkheid voor het foute spoor waarop we zijn gebleven. Mijnwedervraag aan u zou zijn – maar dat mag natuurlijk niet – of u ook vindtdat het rapport-Drooglever alsnog door de Kamer in behandeling zoumoeten worden genomen. Want daar staat naar mijn idee precies in water allemaal mis is gegaan, waardoor de verantwoordelijkheid dieNederland zou hebben onder het tapijt is geschoven.De voorzitter:Ik zie dat maar even als een retorische vraag. Ik kan natuurlijk niet op hetmagische schermpje van de griffier kijken om te zien hoeveel interruptiesde heer Ceder nog heeft, maar ik geloof dat hij nog even mag, dus ik geefde heer Ceder van de ChristenUnie weer het woord. Hij heeft er al viergehad, hoor ik. Dan ga ik hem de mond snoeren. Ik zie dat er verder geeninterrupties voor de heer De Roon zijn. Ik denk dat hij net naar mij keek alsvoorzitter omdat ik na hem de meeste dienstjaren heb in dit huis.De heer De Roon (PVV):Dat is een punt. Maar ik kijk in een situatie als deze natuurlijk ook ofiemand al door zijn interrupties heen is.De voorzitter:Ah, het was zowel pragmatisch als op anciënniteit gebaseerd. Ik geef hetvoorzitterschap terug aan de heer De Roon.Voorzitter: De RoonDe voorzitter:De Minister geeft aan dat hij graag 25 minuten wil gebruiken. Laten wezeggen dat we tot 20.05 uur pauzeren. O, sorry, ik kijk niet goed. U heefthelemaal gelijk: tot 20.15 uur. Dank u wel. Om 20.15 uur gaan we verder;dan gaan we luisteren naar de Minister.De vergadering wordt van 19.50 uur tot 20.18 uur geschorst.De voorzitter:We gaan verder met het notaoverleg, met de eerste termijn van de kantvan de Minister. Ook in deze termijn houd ik vier interrupties aan. Ik geefhet woord aan de Minister.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Excuus voor de kleine vertraging in mijn aanwezigheid. Ikheb even een hand gegeven aan de familieleden van de mensen die aanboord zitten van de Flotilla. Ik zal daar later in mijn betoog nog verder opterugkomen.Ik begin met de redeneerlijn. Daarna heb ik algemeen beleid, de evaluatie,het mensenrechtenfonds en bezuinigingen. Dan ga ik in op de diverselandensituaties, daarna op diverse thema’s in de mensenrechtenpriori-teiten en dan zijn er nog een aantal overige belangrijke zaken.Laat ik beginnen bij het begin. Nederland is gebaat bij een stabiele, veiligeen vrije wereld. Dat is een wereld waarin de mensenrechten wordengeëerbiedigd, waarin de democratische rechtsstaat functioneert en deinternationale rechtsorde wordt hooggehouden. En ja, deze pijlers staanallemaal wereldwijd onder toenemende druk. Wij zien oorlogen enconflicten maar ook andere zorgwekkende trends waardoor deze waardenonder druk staan: meer repressieve wetgeving, het inperken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42123 fundamentele vrijheden en het morrelen aan de multilaterale samen-werking.Met dat alles zou je kunnen betogen: wat maakt het eigenlijk nog uit datNederland hieraan bijdraagt of geeft om de mensenrechten? Maar datdoen we wel. Uiteindelijk is een wereld gestoeld op fundamentele enuniversele mensenrechten een wereld waarin ons multilaterale systeemhet beste functioneert, waarin democratieën kunnen bloeien en waarin demultilaterale samenwerking overeind blijft. Als land met heel veelbuitenland, wat Nederland toch is, met een grote afhankelijkheid van hetbuitenland, moeten wij er alles aan doen om die rechtsorde overeind tehouden. Dat betekent niet alleen, zeg ik tegen mevrouw Piri via devoorzitter, via harde veiligheid, via onze bijdrage aan de NAVO en viadefensie-inspanningen, maar ook door middel van diplomatie en doormiddel van inzet op thema’s als mensenrechten. Daar ziet u mij dus zekerals een advocaat.De recente week die ik heb doorgebracht bij de Algemene Vergaderingvan de VN in New York geeft inderdaad een gesplitst beeld, een beeld vanlanden die de wereldorde zoals we die na de Tweede Wereldoorloghebben ingericht onderuit willen halen of willen vervangen door eenander systeem dat meer gebaseerd is op machtsblokken dan op gelijkheidvoor alle landen. Tegelijkertijd zie je ook ontzettend veel landen die juisthechten aan het systeem dat wij hebben opgebouwd. Die landen zijn wijwel wat verplicht als welvarend, westers land en een van de architectenvan het mensrechtenbeleid dat we hebben; die landen verdienen onzesteun. Ik heb dus ook twee evenementen daar voorgezeten: een overmensenrechten in het algemeen samen met Chili, en het andere ook metChili, de LGBTI Core Group, waar wij al vele jaren niet alleen initiatief-nemer maar ook voorzitter van zijn. De verhalen die je hoort zijnschrijnend en gaan over achteruitgang in diverse delen van de wereld vanvrouwenrechten, van rechten van religieuze minderheden, van rechtenvan de lhbtiq+-gemeenschap. Maar dat neemt niet weg dat we ons daarwel volop hard voor moeten maken. Dat motiveert mij. Heel veel meerwoorden in algemene zin wil ik hier niet aan vuilmaken. Ik kom graag sneltot de inhoud.Het algemene beleid. Laat ik beginnen met de Mensenrechtenraad, met alzijn voor- en nadelen. Ik zeg dat in antwoord op vragen van de heer DeRoon. Ja, de Mensenrechtenraad kent soms bijzondere samenstellingen.Ik denk dat dat zowel het voor- als het nadeel is van de manier waarop deMensenrechtenraad is opgesteld, namelijk op democratische wijze. Het iseen verkiezing. Dat kunnen wij dus niet altijd inhoudelijk volgen. Thenagain: dit is de wereldgemeenschap die kiest. Daarmee zien we dusprecies wat we net zeiden, namelijk dat die universaliteit van die mensen-rechten wel onder druk staat. Steeds meer landen lijken die repressievelijn te volgen. Ik vind dat zorgelijk, maar geen reden om ons juist terug tetrekken hieruit. Juist als je ziet dat het achteruitholt, denk ik dat dat voorons een gelegenheid is om in zo’n Mensenrechtenraad wel ons eigengeluid te laten horen. We bereiken daar ook resultaten. Er wordenonderzoekscommissies opgesteld voor de mensenrechtensituatie inSudan, Syrië en Oekraïne. Wij gaan volgend jaar uit de Mensenrech-tenraad, want dan zit ons mandaat erop. Maar zeggen dat het geen zinmeer heeft vanwege de samenstelling, waarbij ik de bedenkingen bijsommige van de leden absoluut kan volgen, is volgens mij niet deoplossing.De heer Kahraman vroeg welke lessen wij trekken uit de IOB-evaluatie,welke aanbevelingen we duurzaam kunnen realiseren en welke aanbeve-lingen botsen met de realiteit van vandaag. Ik denk dat de evaluatie heelduidelijk maakt waar wij sterk in zijn, maar ook waar ruimte ligt voorverbeteringen. We hebben echt dingen bereikt; denk aan het tegengaanvan de straffeloosheid in Oekraïne en Afghanistan. Die lijn zetten wevoort. We zetten ook in op een betere, meer gefocuste besteding van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42124 middelen uit het Mensenrechtenfonds. Met een kleiner aantal landen –ook met beperktere middelen, moet ik er helaas bij zeggen, want debegroting blijft wat die is – blijven we wel impact maken.Ik moet erbij zeggen dat het Mensenrechtenfonds, zowel centraal alsdecentraal, blijft bestaan. Naast de lijst van landen bestaat er ook voorandere landen en posten de mogelijkheid om voor specifieke projecteneen claim te doen op het Mensenrechtenfonds. Daarvoor is een flexibeleschil ingericht, waarmee het Mensenrechtenfonds ook kan worden ingezetin landen die niet meer op de corelijst staan.Dan Matra en Shiraka. Ik heb daar een hoop van u eensgezind overgehoord. Ik neem dat serieus. Er is een motie aangekondigd, dus ik wil erniet heel veel op vooruitlopen. Ik snap het belang van deze projecten,zeker ook voor het democratische speelveld in deze landen en hetdemocratisch gehalte van deze landen. Ik wacht de motie af en zal dievervolgens passend appreciëren.Dat was het algemene beleid. Ik kom nu bij de landen. Laat ik beginnenmet de Freedom Flotilla. Ik heb net – dat was een van uw verzoeken –even gesproken met familieleden van de betrokkenen. Ik snap hun zorgen.Ook het kabinet is bezorgd over het risico dat deelnemers lopen. Laat ikhet heel straight forward zeggen: Gaza is op dit moment een oorlogs-gebied. We raden daarom niemand aan om zelfstandig naar een oorlogs-gebed te reizen, ongeacht de nobelheid van het doel.Wij delen de zorg dat er te weinig humanitaire hulp in Gaza komt. Wijdelen de zorgen over het toelaten van hulp door Israël. Er is ook geengebrek aan humanitaire hulp; die staat gewoon klaar aan de grenzen vanGaza. Het probleem is de toegang daartoe. Daar moeten we op inzetten;op dat punt moeten we de druk opbouwen. Ik denk dat de aandacht die deFlotilla nu genereert zeker kan helpen bij het opbouwen van die druk.Maar ik mag hopen dat dit uiteindelijk niet leidt tot ongelukken.Wij hebben in ieder geval contact met de Israëlische autoriteiten. Wehebben ook onze bezorgdheid aangegeven. We hebben opgeroepen omgeen geweld te gebruiken, zeker niet tegen Nederlandse staatsburgers.Als wij consulaire hulpverzoeken ontvangen – die hebben we nog nietgekregen – zullen we daarnaar kijken. Op dit moment varen de Spaanseen Italiaanse marine mee. Dat geeft in ieder geval een vangnet. Als er ietsmocht gebeuren, kunnen mensen worden gered en opgevangen. Hoe ditzich in de komende dagen zal ontvouwen, weet ik niet. We zullen daarcontact over opnemen met de Spaanse en Italiaanse autoriteiten, ook omte zien wat hun plannen uiteindelijk zijn. Ik kan mij eerlijk gezegd nietvoorstellen dat zij tot aan Gaza, tot aan de kust, zullen meevaren, ookvanwege de risico’s die daarmee worden afgeroepen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Mijn fractie heeft ooit een motie in stemming laten brengen die volgensmij op twee stemmen na een meerderheid kreeg. Er was dus geenmeerderheid, maar wel bijna. Die ging erover dat op het moment dat ereen blokkade is van Gaza voor humanitaire hulp, je niet alleen mettoestemming van Israël humanitaire hulp kunt leveren, maar dat je er allesaan moet doen om humanitaire hulp te leveren. Is de Minister het met mijeens dat wat deze dappere activisten nu doen gewoon de taak wasgeweest van de internationale gemeenschap, namelijk ervoor zorgen dathumanitaire hulp de Palestijnse bevolking bereikt, ook als Israël geentoestemming geeft? Is hij het daarmee eens?Minister Van Weel:Natuurlijk moeten wij er alles aan doen om te zorgen dat humanitaire hulpde Palestijnen bereikt. Maar dan is even de vraag: wat is «alles»? Wehebben recent met een aantal landen voedseldroppings uitgevoerd, maardat is een druppel op de gloeiende plaat. Wat de Flotilla met zichmeebrengt, is natuurlijk geen leniging van de humanitaire noden. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42125 vooral een symbolische doorbreking van een blokkade. Geloof me,ontzettend veel landen zetten nu heel veel druk op Israël. Ik hoop dat wezo meteen in de persconferentie van Trump en Netanyahu wat betekenis-volle stappen gaan zien naar het beëindigen van de oorlog. Wat er echtmoet gebeuren, is het toelaten van ongebreidelde humanitaire hulp. Dat ishet probleem. In de oplossing daarvoor hebben wij allemaal een rol tespelen, maar ook Israël zal uiteindelijk onder die druk moeten bewegen. Ikzeg het met alle voorzichtigheid, maar ik ben bang dat deze Flotilla datniet gaat doorbreken. Dat neemt niet weg – dat zei ik net – dat ik hetsymbool en de inhoud daarvan wel degelijk begrijp, namelijk: er moetmeer humanitaire hulp naar Gaza.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Met alle respect voor de Minister, maar de droppings, die mijn fractie zeergevaarlijk vond en waarvan mensenrechtenorganisaties hebben gezegd«doe dit nou niet», waren met toestemming van Israël. Het hele punt isnatuurlijk dat we al sinds oktober «23 zien dat de hele Palestijnsebevolking constant collectief gestraft wordt en er geen humanitaire hulpbinnenkomt. Dat gezegd hebbende, hierop verschillen we van mening metde Minister. Nu zijn er Nederlandse staatsburgers op de Flotilla. AndereEuropese bondgenoten beschermen hun mensen op allerlei manieren, ofhet nou met een vloot is of met drones. Wat is dit kabinet bereid te doen,los van het eventueel leveren van consulaire bijstand? Is het kabinetbereid om, net als de Spanjaarden, net als de Italianen en net als deGrieken deden toen de Flotilla bij Griekenland in de buurt was, ook fysiekbescherming te bieden aan deze mensen?Minister Van Weel:Nee, dat zijn we niet voornemens. Wij zijn ook geen land rond deMiddellandse Zee. U kunt zich voorstellen dat landen als Spanje, Italië enGriekenland enorm veel schepen permanent hebben rondvaren in deMiddellandse Zee. Ik snap dat ze die nu tijdelijk laten meevaren.Nogmaals, we weten ook niet wat de intenties zijn. Ik kan me nietvoorstellen dat deze schepen daadwerkelijk tot aan Gaza zullen meevaren.Het gevaar is hiermee dus ook niet geweken. Wij spreken Israëlischeautoriteiten aan om deze mensen ongedeerd te laten. Tegelijkertijd moetik ook zeggen dat de risico’s echt niet nul zijn. Het is afreizen naar eenoorlogsgebied. Dat heeft gewoon inherente risico’s. Ik kan die zorgen dusniet wegnemen.De voorzitter:Was er nog iemand anders? Ja, mevrouw Dobbe wil ook interrumperen.Gaat uw gang.Mevrouw Dobbe (SP):Is de Minister het met ons eens dat de risico’s vanuit Israël komen en nietzozeer vanuit de dappere mensen die nu op die schepen zitten? Dat teneerste. De Minister zei ook «we moeten er alles aan doen om te zorgen dathumanitaire hulp de Gazanen bereikt» en vroeg toen «wat is dan «alles»?»Dat klonk alsof de Minister daar een beetje mee worstelt. Maar we hebbennatuurlijk gewoon het Genocideverdrag. We hebben uitspraken van hetInternationaal Gerechtshof. Daarin staat heel duidelijk dat we alles moetendoen wat redelijkerwijs kan. Dat lijkt me dan overduidelijk. Een van dedingen die we redelijkerwijs zouden kunnen doen, is dat als er eenverzoek ligt voor bescherming van onze eigen staatsburgers op die boten,dus niet alleen voor consulaire bijstand – dat verzoek is blijkbaar nog nietgekomen – we dat dan ook gaan doen als Nederlandse Staat. Hoe gaatdeze Minister dat verzoek tot bescherming dan inwilligen?Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42126 Maar dan toch even: dit lijkt alsof we nu worden gevraagd om alsNederlandse krijgsmacht te gaan vechten tegen Israëlische strijdkrachtenom daarbij mensen te beschermen die deze blokkade willen doorbreken.Begrijp ik dat verkeerd?Mevrouw Dobbe (SP):U zult mij niet snel horen zeggen dat we de Nederlandse strijdkrachtenmoeten inzetten, zeg ik even tegen de Minister. Ik sluit het niet helemaaluit, maar dat heeft u mij niet horen zeggen. Dat is wel een hele vrijeinterpretatie van wat ik zei. Er zijn natuurlijk verschillende manierenwaarop we onze staatsburgers kunnen beschermen zonder dat we directonze krijgsmacht inzetten. Kan de Minister daar dan wat over zeggen?Minister Van Weel:Jazeker, maar dan kom ik terug op wat ik eerder zei, namelijk de contactendie wij hebben met de Israëlische autoriteiten om te zorgen dat duidelijk isdat wij willen dat onze burgers ongedeerd zullen blijven en goed zullenworden behandeld.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Dobbe nog.Mevrouw Dobbe (SP):Dan is mijn vraag: wat wordt er dan gezegd in de contacten die dezeMinister heeft met de Israëlische regering op het moment dat er eendreiging is van bijvoorbeeld onderschepping, entering, aanvallen of zelfsdrones? Die signalen hebben wij ook gekregen. Die heeft deze Ministerook gehad. Wordt er dan gezegd «zorg dat je onze staatsburgers met rustlaat, want anders»? Wat voor consequenties worden daar dan alvast aanverbonden?Minister Van Weel:Wij keuren elk geweld tegen geweldloze actievoerders af. Dat maken weook duidelijk. We hebben ook de berichten gezien over de droneaanvallen.We hebben daar zelf geen informatie over, maar ook geen reden om tetwijfelen aan voorvallen die er zijn geweest. Ik denk dat schepen die al inde buurt lagen, daarom nu ook daar kijken of ze in ieder geval hulpkunnen bieden op het moment dat er iets gebeurt. Wij zullen duidelijkmaken dat geweld tegen geweldloze actievoerders voor ons onacceptabelis. Dat blijven we doen, ook in de komende dagen, waarin de Flotilladichter bij Israël komt.De voorzitter:Is er nog iemand anders die wil interrumperen? Nee, dat is niet het geval.Dan kan de Minister verder met zijn betoog. Gaat uw gang.Minister Van Weel:Dank. Dat brengt mij bij een ander onderwerp, waar we al vaak overgewisseld hebben. Dat zullen we ook blijven doen. Dat gaat over Gaza, deziekenhuizen, de opvang van kinderen en medische evacuaties. Ik wil dateigenlijk nu wat procedureel afdoen, niet omdat het een procedurelekwestie is – dat is het bij lange na niet; u weet dat dit ons hoog zit en datwij alles willen doen om elk kind te helpen – maar wel omdat wij nu volopbezig zijn om de toezegging die wij hebben gedaan, gestand te doen. Datis de toezegging om nog deze week te komen met een brief waarin staathoe wij concreet invulling gaan geven aan het initiatief dat we twee wekengeleden hebben aangekondigd met de 25 miljoen euro. Ik kan u vertellendat een groot deel van mijn week in New York in het teken heeft gestaanvan dit initiatief en van gesprekken met ongeveer alle landen in de regio,maar ook met andere Europese landen. Ook daarvan zal ik verslag doen inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42127 die brief. De heer Van der Burg noemde al even het Deense initiatief. Zoheb ik ook contact gehad met landen die wel evacuaties hebben gedaan,maar die dat nu in de regio willen doen, om daarvan te leren waarom zehet op deze manier doen. Ik kom dus donderdag met die brief. Ik kom daaroverigens niet alleen mee, die is ook van de Staatssecretaris BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp. Die is er dan in ieder geval tijdig, innavolging van de heer Van der Burg, voor de discussie die u heeft in derondetafel en daarna ’s avonds in het debat dat wij nog zullen hebben.De voorzitter:Sorry, meneer Paternotte, ik zag het niet. Gaat uw gang.De heer Paternotte (D66):Ik weet niet of de Minister bekend is met wat het Prinses Máxima Centrumnu heel graag zou willen doen in samenwerking met de artsenvereniging,de VvAA. Zou het kabinet er misschien naar willen kijken om dat op eeniets kortere termijn dan donderdag mogelijk te maken? Het gaat hieruiteindelijk echt om kwesties van leven en dood. In dit geval is er eenconcreet verzoek, niet alleen van Artsen zonder Grenzen en de WHO, maarook van Save the Children, om die kinderen te laten behandelen inUtrecht.Minister Van Weel:Ik heb echt tot donderdag nodig om dit overzicht te maken. Zoals u weet,is het niet onze insteek om kinderen te evacueren naar Nederland. Onzeinsteek is om dat te doen in de regio. Ik zal zeker zorgen dat we ook ditgeval bij de taskforce onder de aandacht brengen, met diezelfde insteek.De voorzitter:Ik denk dat de heer Paternotte nog even zijn interruptie wil afmaken. Gaatuw gang.De heer Paternotte (D66):In dit geval gaat het niet eens over kinderen evacueren, omdat hettransport allemaal geregeld kan worden en het ook betaald kan worden.De artsenvereniging wil dat graag betalen, dus alles staat in principe klaar.Het enige wat nodig is, is de toestemming. Ik snap dat het kabinet zegt«we zijn niet van plan om zelf die evacuaties op touw te gaan zetten»,maar dit gaat om een heel concreet voorstel vanuit het ziekenhuis en deartsen zelf om dat te doen.Minister Van Weel:Dan nog komt er meer bij kijken dan de heer Paternotte hier nu stelt.Kinderen komen niet alleen naar Nederland. Er zal familie mee moetenkomen. Daarvoor moet toestemming komen vanuit Israël. De ervaring methet contact in de regio leert dat Israël op dit moment niemand terug Gazain laat. Dat betekent dus dat je kinderen en delen van families voorlangere tijd ontwortelt. Ik wil nu niet uitputtend zijn, maar het is geenkwestie van «we leveren visa af en dan komt alles goed». Nogmaals, hetgaat ons om de beste hulp voor de kinderen, ook om de complexemedische hulp, zeg ik daarbij. Ook dit geval zullen we meenemen in detaskforce. U krijgt daar donderdag een brief over.De heer Paternotte (D66):Mevrouw Piri wil een procesvoorstel doen, voorzitter.De voorzitter:Ja, mevrouw Piri kan haar procedurele voorstel doen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42128 Mijn procedurele voorstel zou zijn om als commissie in ieder geval aan deMinister te kunnen vragen om die dan voor de rondetafel op donderdag10.00 uur aan de commissie te doen toekomen. Dan kunnen we hetnamelijk inbrengen. Dan blijft het dus donderdag, maar wel graag voordatde rondetafel start.De voorzitter:Minister, dat is in wezen een verzoek aan u, dus daar kunt u op reageren.Minister Van Weel:Dat wordt breed gesteund, dus daar ga ik mijn uiterste, uiterste best voordoen. Ik kan mij ook voorstellen wat het nut daarvan is voor uwrondetafel.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Van Weel:Het raakt eraan, maar het kwam natuurlijk voort uit de lange discussie dieontstond over de handelsrelaties van Nederland en de EU. Het klopt dateen heel groot deel van de handel wordt gedaan door buitenlandsefirma’s die in Amsterdam hun hoofdkantoor hebben, waardoor dehandelsvolumes uit balans zijn. Ik wil er niet heel veel woorden aan vuilmaken, maar wel even rechtzetten dat Nederland de grootste handels-partner is. De EU is wel degelijk de grootste handelspartner. Daarom spanik mij er zo ontzettend voor in om in EU-verband, nu hopelijk echt op kortetermijn, stappen te kunnen zetten, ook met betrekking tot het associatieak-koord.Dan beland ik in Oekraïne. Zijn wij bereid om middelen bedoeld voor dewederopbouw in te zetten voor onafhankelijke media in Oekraïne, vroegde heer Paternotte. Het antwoord is ja. Ik zal hem daarbij ook een nieuwtjeverklappen. Binnen het steunpakket voor Oekraïne voor 2026 wordt 3miljoen beschikbaar gemaakt voor activiteiten voor het bevorderen enversterken van de democratie en de rechtsstaat, waaronder expliciet ookde onafhankelijke media. Ik ben het namelijk geheel eens met zijnargumentatie en pleidooi.Een aantal vragen mevrouw Kati Piri ging over Marokko. Mensenrechtenzijn een ontzettend belangrijk onderdeel van de dialoog met Marokko. Datis niet nieuw. Ik heb dat in het verleden ook zelf meermaals mogen zien.We nemen dat mee in de jaarlijkse politieke consultaties. Ook demensenrechtenambassadeur van Nederland is medio september, dus heelrecent, op bezoek geweest in Marokko om ook de mensenrechtensituatiete bespreken. Dat was voor het eerst sinds jaren.Het Nederland-Marokko-actieplan is ook nog steeds actief. Ook daar vroegu naar. U vroeg of ik dit in New York ook aan de orde had gesteld bij mijncollega. Dit was mijn eerste ontmoeting met hem. Ik streef ernaar om hemop korte termijn wat langer te zien. Dan zullen mensenrechten daar ookeen onderdeel van uitmaken. Ik moet wel opmerken dat hij opmerkte datik ongeveer de negende Minister van Buitenlandse Zaken was in zijnperiode. Maar ook deze Minister zal dat aan de orde brengen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Kan ik dat zien als een toezegging van de Minister om in de bilateralecontacten met Marokko nadruk te blijven leggen op de vrijlating vanNasser Zefzafi en andere politieke gevangenen? Hij noemde zijn naamniet, dus vandaar dat ik het expliciet vraag.Minister Van Weel:Ja, ik ga hier ook niet in op individuele gevallen, maar u kunt ervanuitgaan dat wij sowieso aandacht vragen voor mensenrechten en politiekeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42129 gevangenen. Daarbij zouden we ook in de beslotenheid – dat werkt meteen land als Marokko namelijk vaak beter – individuele gevallen kunnenaankaarten.U vroeg ook naar de douane-unie met Turkije en het voorwaardelijkmaken daarvan. Hoe geven we daar navolging aan en hebben we ditstandpunt overgebracht aan de Eurocommissaris? Op dit moment lopener geen onderhandelingen met Turkije over het moderniseren van dedouane-unie. Daartoe zou er eerst een onderhandelingsmandaat van deRaad nodig zijn en daar wordt op dit moment niet actief over gesproken,dus dat proces ligt op dit moment stil.Dat brengt ons bij China.De voorzitter:Sorry, er is nog een vraag van mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik had natuurlijk niet alleen naar de motie gevraagd. Zoals de Ministerweet, ligt er al heel lang een uitspraak van het Europees Hof voor deRechten van de Mens inzake de zaak-Osman Kavala en de zaak-SelahattinDemirtas¸. Daaraan wordt geen opvolging gegeven. Wekelijks worden erbij bosjes lokale vertegenwoordigers van een oppositiepartij opgepakt. Ikzie geen persbericht van het ministerie, ik zie weinig actie daarop. Nousnap ik dat Turkije een belangrijk land is en een NAVO-bondgenoot, maarik weet ook dat Nederland zich er altijd, ook bijvoorbeeld in Straatsburg,hard voor heeft gemaakt om te komen tot bepaalde sancties alsuitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nietworden nageleefd. Mijn vraag is dus iets specifieker. Ik vond dat deMinister wat al te kort was. Zetten wij ons daarvoor nog in? Het is in iedergeval niet zichtbaar.Minister Van Weel:Ook voor Turkije geldt, net als voor Marokko, dat mensenrechten weldegelijk steevast onderdeel zijn van de dialoog die we hebben. We kennende recente situaties. We zijn ook vaak aanwezig bij rechtszaken, zoals bijdie van Imamoglu, de burgemeester van Istanbul. Ik denk dat we zeker oplokaal niveau daar heel actief zijn met de ambassade en daar ookaandacht voor vragen. Dat doen we ook op politiek niveau.De voorzitter:Dan gaat de Minister voort met zijn betoog.Minister Van Weel:China en Tibet. Ook voor China geldt dat we ons in blijven zetten voor demensenrechtenverdedigers en dat we bilateraal en multilateraal regel-matig onze zorgen overbrengen over de arbitraire detentie van Chinesemensenrechtenverdedigers en oproepen tot vrijlating. Dat zullen we ookblijven doen. Ik vind het ook ontoelaatbaar dat studenten hier inNederland worden lastiggevallen dan wel geïntimideerd. Overigens wasook in New York vorige week erg zichtbaar dat bij een tegendemonstratiebinnen een halfuur ongeveer twee keer zo veel voordemonstrantenaanwezig waren om het geluid te overstemmen. Ik denk dat dat welweergeeft hoeveel druk er staat op mensen die zich uitspreken. Zekerstudenten moeten in vrijheid en in een veilige omgeving hun plaatskunnen vinden. Tegen deze vorm van ongewenste buitenlandseinmenging zullen we ons dus blijven verzetten. Dat geldt ook specifiekvoor deze zaak van Zhang Yadi.In algemene zin vroeg de heer Kahraman naar de mensenrechtensituatiein Tibet en hoe we kunnen garanderen dat China zich niet mengt in hetaanwijzen van een opvolger van de dalai lama. Wat ik net beschreef overde mensenrechtensituatie in China geldt ook specifiek voor de TibetanenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42130 en de Oeigoeren. Ook zij hebben nadrukkelijk onze aandacht. Wij staanvoor de vrijheid van religie en de vrijheid van levensovertuiging, ook vande Tibetaanse gemeenschap als het gaat om het aanwijzen van eenopvolger voor de dalai lama. Daarom steunen we ook een verklaring vanzeven Europese landen die zeer recent, op 6 juli, deze boodschap hebbenafgegeven op de 90ste verjaardag van de dalai lama. We zullen dezesituatie uiteraard blijven volgen, mocht hij komen te overlijden.De heer Ceder vroeg aandacht voor de situatie in West-Papoea. Laat meallereerst hem en ook anderen ermee complimenteren dat we het hier ookhebben over conflicten waar we niet elke week over spreken maar dienatuurlijk wel onze aandacht verdienen. Onze mensenrechtenfocus isimmers niet lokaal maar mondiaal. Daar hoort West-Papoea natuurlijk ookbij. De vraag was of hierover is gesproken tijdens het recente bezoek vande Indonesische president. Ik kan niet treden in wat het Koninklijk Huisheeft gewisseld met de president. Helaas lukte het logistiek niet om ookde Minister-President te laten spreken met de president, maar inalgemene zin blijven mensenrechten een belangrijk onderdeel van onzebilaterale relatie. Dat doen we in direct overleg met de Indonesischeoverheid en in EU-verband, maar ook in multilaterale fora. Ik hoop deKamervragen die hierover zijn gesteld zo snel mogelijk te kunnenbeantwoorden.U vroeg ook of de mensenrechten voldoende zijn geborgd in CEPA. Ja. Ikdenk dat dat de kracht is van deze alomvattende handelsakkoorden die weals EU kunnen sluiten, dat die niet alleen maar gaan over de handel, maardat we daarin ook voorwaarden kunnen stellen op het gebied vanmensenrechten, arbeidsrechten en klimaat. Dat zijn bindende afsprakendie worden vastgelegd in CEPA en die zijn ook handhaafbaar. Daarnaastheeft de EU een separate mensenrechtendialoog met Indonesië waarinmensenrechtenschendingen aan de orde worden gesteld. Uiteraardkomen alle stukken met betrekking tot CEPA te zijner tijd naar u toe, naakkoord van de Commissie, de Raad en het Europees Parlement.De voorzitter:Een vraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank dat er aandacht voor is. Ik kijk uit naar de uitkomst daarvan. Mijnvraag is of dit in verdere onderhandelingen gezien de ernst van de situatieniet eigenlijk randvoorwaardelijk zou moeten zijn. Dit gaat namelijk nietover het verbeteren van leefomstandigheden, maar om structurelemensenrechtenschendingen: mensen die vermoord worden en tiendui-zenden mensen die ontheemd zijn, intern verplaatst. Volgens mij zijn ertwee smaken. Je kunt het verdrag sluiten en het gebruiken als hefboom,maar volgens mij is het in deze situatie logischer om verbetering tevragen met in het vooruitzicht een handelsverdrag. Mijn vraag is of deMinister de situatie als dusdanig ernstig aanmerkt dat het wel degelijkgerechtvaardigd is om dat aan de voorkant al te bespreken met elkaar.Minister Van Weel:In eerste instantie is het aan de Commissie om die onderhandelingen tevoeren. Daarvoor hebben zij het mandaat gekregen van de lidstaten. Wijhebben daarbij voorwaarden gesteld over wat er dan in dat verdrag moetkomen te staan, ook met betrekking tot mensenrechten en de handhaaf-baarheid daarvan. Dat onderhandelingsresultaat heeft de Commissiebereikt op 23 september. De volgende stap is dat het naar de lidstaten toekomt. Dat duurt meestal een paar maanden. Ik denk dat dat het moment isdat wij voor het eerst van gedachten kunnen wisselen over of we vindendat dat op een adequate manier in dat verdrag is neergezet door deCommissie. U weet dat we al een tijdje bezig met Mercosur en dat we metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42131 CETA ook heel lang bezig zijn geweest. Die trajecten om te komen tot dieverdragen en dat ratificeren zijn lang.De heer Ceder (ChristenUnie):Het is natuurlijk belangrijk dat de mensenrechtenbepalingen er stevig instaan. Ik snap dat dat pas over een paar maanden in te zien is. Er is weleen verschil met Mercosur. Onze fractie is ook kritisch op Mercosur, maardat is van een andere orde. De situatie in West-Papoea vraagt volgens mijom acute actie, terwijl het bij Mercosur misschien ook om een combinatievan productiestandaarden en het verbeteren van omstandigheden gaat.Mijn vraag is eigenlijk niet of Nederland erop gaat toezien dat debepalingen er goed in staan, maar of het als de lidstaten aan de beurt zijnrandvoorwaardelijk maakt dat voor het afsluiten – daar moeten delidstaten mee instemmen – de situatie in West-Papoea verbeterd moet zijnvoor de Papoea’s, dat er gewoon niet meer gemoord wordt, dat er eenduurzame oplossing komt voor die vluchtelingen en dat er een plan vanaanpak is voor de ontbossing, zodat ze niet van huis en haard verjaagdworden. Mijn vraag is of de Minister de situatie als dusdanig ernstigtaxeert, ook omdat heel veel internationale officials het gebied niet eens inmogen, dat dat wel aan de voorkant een gesprek met gelijkgestemdelanden rechtvaardigt om dit randvoorwaardelijk te maken.Minister Van Weel:Ik bestrijd niet dat we het hierover moeten hebben, ook met uw Kamer.Waar we nu zitten in het traject is dat alleen dat de Commissie aan zet isgeweest en dat wij het zo meteen zullen moeten doen met het resultaatwat daaruit komt om daar dan vervolgens onze input weer op te geven. Indeze fase van het traject kunnen we dus niet meer de Commissie met ietsanders op pad sturen dan waar we ze destijds mee op pad hebbengestuurd. We moeten nu even wachten tot het resultaat hier ligt en dangaan we dat gesprek met open vizier met elkaar aan.De voorzitter:De heer Kahraman heeft ook een vraag.De heer Kahraman (NSC):Ik heb nog een vraag over West-Papoea. Ik heb die mensen gesprokentoen ik net Kamerlid was en ik was echt onder de indruk van hun verhaal.Ik kende dit niet, maar ik ben gelukkig door hen bijgepraat. Zij vroegen mijook: kan de Minister de mensenrechtenambassadeur of de Europesemensenrechtenambassadeur niet een keer naar West-Papoea sturen omblijk te geven van de situatie die daar gaande is, met eigen ogen te zienwat er gebeurt en het gesprek aan te gaan met de mensen? Kan deMinister toezeggen dat hij zich daar hard voor wil gaan maken?Minister Van Weel:Ik wil toezeggen dat ik ga kijken of dat mogelijk is, maar onze mensen-rechtenambassadeur naar een gebied sturen terwijl de regering die daarde facto zeggenschap over heeft daar niet voor voelt, is meestal niet heelconstructief voor de bilaterale relatie, ook niet op het gebied vanmensenrechten. Dus u merkt mijn aarzeling daarin een beetje.De heer Ceder (ChristenUnie):Mijn laatste interruptie op dit punt. In mijn laatste interruptie op de heerDe Roon van de PVV heb ik het ook gehad over het rapport-Drooglever, umisschien bekend of niet. Dat rapport gaat terug naar de onafhanke-lijkheid of eigenlijk het tenietdoen van de onafhankelijkheidsbelofte vanNederland aan West-Papoea. Het kabinet heeft altijd geweigerd om datrapport officieel in ontvangst te nemen. Daar zit een formele of eensymbolische weigering achter. Het formeel in ontvangst nemen zou ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42132 moeten leiden tot een inhoudelijke reactie en ik denk dat dat het gesprekook verder brengt over wat Nederland nou te bieden heeft als het gaat omonze relatie met Indonesië, die historisch ook ingewikkeld is, en specifiekWest-Papoea. Mijn concrete vraag is of de Minister bereid is om datrapport alsnog in ontvangst te nemen, waardoor er ook symbolischherstel komt voor de heer Drooglever en zijn familieleden, en binnen eenafzienbare termijn met een inhoudelijke reactie daarop te komen.Minister Van Weel:De heer Ceder zit op dit moment dieper in het onderwerp dan ik zit, dus ikzal daarop moeten terugkomen. Ik ga kijken of het voor de tweede termijnlukt om hier met een zinvolle reactie op te komen en anders krijgt u die opeen andere manier.De heer De Roon vroeg nog naar het religieus milieuactivisme. Er wordtgewerkt met verschillende organisaties en in Indonesië ook met religieuzeactoren. Het gaat in dit geval niet zozeer om religie, maar om dat dezereligieuze instanties wel een maatschappelijke rol kunnen vervullen in hetverder brengen van de dialoog over vergroening, waar wij ook Indonesiëhard nodig zullen hebben als enorm land.Dat brengt mij op de thematische mensenrechtenprioriteiten. Diebehelzen vrouwenrechten, lhbtiq+, christenvervolging of godsdienst-vrijheid in algemene zin, persvrijheid, journalistiek en mensenrechtenacti-visme. Ik zal proberen om dat zo adequaat en toch snel mogelijk te doen.Mevrouw Dobbe vroeg naar de bezuinigingen op vrouwenrechten en hetfeministisch buitenlandbeleid en welke gevolgen die bezuinigingenhebben. De bescherming en bevordering van rechten van vrouwen enmeisjes is en blijft een belangrijk onderdeel van het buitenlandbeleid. Hetis ook een prioriteit binnen ons mensenrechtenbeleid. We blijven hier onsdus voor inzetten. Ook zonder het etiket van «feministisch buitenland-beleid» heeft mijn voorganger de Kamers per brief op 8 juli medegedeeldhoe we dat zullen gaan doen in de nieuwe situatie. Internationaal zettenwe ons in voor de naleving van de internationale verplichtingen, hetbehoud van internationale standaarden. Dat doen we samen metgelijkgezinde landen. Ook binnen de BHO-begroting blijft er inzet opvrouwenrechten en gendergelijkheid. Dat is onderdeel van het Focuskadervoor maatschappelijke organisaties en daarbinnen is 200 miljoengereserveerd voor het tegengaan van geweld tegen vrouwen, voor hetondersteunen van vrouwenrechtenverdedigers, voor het bevorderen vanvrouwelijk ondernemerschap en vrouwen en voor vrede en veiligheid. Eris op verzoek van de Kamer jaarlijks 20 miljoen beschikbaar voor artikel3.2 ten behoeve van vrouwenrechten en gendergelijkheid.Een vraag in het verlengde daarvan van de heer Paternotte was: wat gaater per 2026 nou veranderen voor vrouwenrechten, aangezien er dan weereen bezuinigingsronde plaatsvindt? Ja, dat betekent inderdaad mindergeld voor nieuwe projecten en nieuwe programma’s op het gebied vanvrouwenrechten. Het vorige kabinet gaf hier gemiddeld 78 miljoen perjaar aan uit. In 2026 en 2027 wordt daar gemiddeld 30 miljoen per jaar opbezuinigd. Nogmaals, dat is niet vanwege het belang dat we daaraanhechten, maar wel vanwege de bezuiniging die helaas ook hier haarweerslag vindt. Daarnaast richt een flink deel van het nieuwe subsidie-kader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties zich opvrouwenrechten; ik heb dat net genoemd. Dat is het Focuskader waarmeede Staatssecretaris BHO nu aan de slag is. Met een aangenomenamendement van het lid Hirsch tijdens het WGO van 27 juni is hetbegrotingsartikel Vrouwenrechten en gendergelijkheid in ieder geval instand gehouden. Op dit moment kijken we hoe deze middelen het meesteffectief kunnen worden ingezet.De aandacht voor vrouwenrechten geldt ook voor vrouwenrechten inconflict, zeg ik tegen de heer Van der Burg. Het is de bedoeling om dat tedoen via de agenda Vrouwen, Vrede en Veiligheid bilateraal, multilateraalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42133 en via financiële inzet. Het interdepartementale Nationaal Actieplan 1325is hierbij richtinggevend. Ik noemde net het nieuwe Focuskader al, waarindit een van de thema’s is waaraan aandacht zal worden besteed. Ook inVN- en NAVO-verband blijven we hier aandacht aan besteden.Dat geldt ook voor de lhbtiq+-gemeenschap. Ik vertelde net al dat iktijdens de AVVN de United Nations LGBTI Core Group heb voorgezeten.Heartwarming om te zien hoe propvol de zaal zat met alle VN-lidstaten.Zorgwekkend als je luistert naar de verhalen die verschillende leden vande gemeenschap vertellen over hun kwaliteit van leven en in sommigegevallen echt de achteruitgang van de rechten zoals we die kennen. Voorons is gelijke behandeling van individuen ongeacht hun seksueleoriëntatie en genderidentiteit prioritair in het Nederlandse mensen-rechtenbeleid en daar blijven we ons internationaal voor inzetten. Ookbinnen het nieuwe Focusbeleidskader voor vrouwen, waar ik net al aanrefereerde, zullen deze rechten prominent als prioriteit blijven fungeren.En dan van deze gemeenschap naar de vrijheid van religie.De voorzitter:Er is nog een vraag voor u van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dit was het blokje vrouwenrechten, toch? Ja. Ik heb de Minister gehoord.Ik heb ook alle stukken gelezen. Daarin lees ik natuurlijk een heleboel overwat we wel doen, maar niet over wat we niet meer doen en wat daar degevolgen van zijn. Ik heb eerder in debatten geprobeerd om te achter-halen of we de gevolgen van de bezuinigingen scherp kunnen krijgen,want we doen een heleboel wel, maar we bezuinigen ook 30 miljoen euroop vrouwenrechten-- dat zegt de Minister ook net – en dat tegelijkertijdmet bezuinigingen op USAID en die antirechtenagenda waar ik het overhad. Je hebt dus eigenlijk twee hele negatieve tegenbewegingen die depositie van vrouwen en de rechten van vrouwen onder druk zetten entegelijkertijd vinden er bezuinigingen plaats. Ik zou heel graag willenweten wat de gevolgen daarvan zijn, zodat we het er hier in de Kamerover kunnen hebben: vinden we dit wel wenselijk of vinden we dat er watextra’s gedaan moet worden in deze omstandigheden? Is deze Ministernu, met deze omstandigheden, bereid om die gevolgen ook in kaart tebrengen?Minister Van Weel:Wij hebben het hier recent over gehad in een debat waarin het met nameging over het wegvallen van USAID en wat we daartegen kunnen doen.Heel weinig, was helaas de trieste constatering. Ik heb ook in New Yorkheel veel gesprekken gevoerd. De terugtrekkende beweging van de VSslaat diepe gaten die door andere lidstaten nooit gevuld zullen kunnenworden. Dat betekent dat we in die schaarste moeten gaan kijken wat wenou prioritair vinden. Het is primair aan ons om ook binnen onze eigenfinanciële kaders te kijken wat wij nu het belangrijkst vinden. Daar zijnnatuurlijk ook posterioriteiten geweest. Er zijn dingen die we niet meerkunnen doen vanwege die bezuinigingen. Ik geleid uw vraag graag doornaar de Staatssecretaris – het betreft immers haar budget – om te kijken ofzij inzichtelijk kan maken wat de posterioriteiten zijn die met die 30miljoen die nu komen te vervallen in 2026 niet meer op de kaart staanwaar ze dat voorheen wel stonden.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb deze vraag vaker gesteld, ook aan verschillende bewindspersonen.Ik vraag me dan af of we daar ook een terugkoppeling op krijgen en of datkan voor de begroting, zodat we daadwerkelijk dat debat hier in de Kamergoed kunnen voeren. Ik had ook nog een vraag gesteld over het belangvan pleitbezorging. Wij krijgen namelijk ook zorgelijke signalen, bijvoor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42134 beeld van organisaties die actief zijn in conflictgebieden, die zeggen: wijzien hier mensenrechtenschendingen. Ze zeggen dat ze daarover welmogen rapporteren aan bijvoorbeeld Nederlandse beleidsmakers, maardat ze geen financiering meer krijgen om dat te kunnen doen. Wij hebbennamelijk een uitsluitselclausule gemaakt, waardoor pleitbezorging inNederland niet meer kan. Ik vraag mij af of de Minister zich bewust is vandit negatieve bijeffect. Zouden we niet gewoon toe moeten naar eensituatie waarin we dingen op inhoud beoordelen? Dan kunnen wijafwegen wat we belangrijk vinden in plaats van dat er een uitsluitselwordt gemaakt met dit soort negatieve effecten.Minister Van Weel:Ik kom zo nog terug op de pleitbezorging, in een separaat antwoord.Volgens mijn beste informatie bent u op 19 september jongstleden doorde Staatssecretaris geïnformeerd over het effect van de bezuinigingen opdeze post. Mocht dat niet zo zijn, dan kom ik daar graag op terug. Dat isechter de informatie die ik doorkreeg.De heer Ceder vroeg hoe we er nou voor kunnen zorgen dat in delandenlijst van het nieuwe Mensenrechtenfonds de vrijheid van religieniet het onderspit delft. Ook dit is en blijft een kernprioriteit van hetNederlandse mensenrechtenbeleid. In 2024 is er ruim 11,3 miljoen eurobesteed aan de inzet op vrijheid van religie en de steun aan religieuzeminderheden. Daarnaast is het ook opgenomen in het focusbeleidskadervoor de samenwerking met het maatschappelijk middenveld. Ik kan nietvoor een volgend kabinet spreken, maar in het hervormde Mensenrech-tenfonds is er naar onze verwachting in ieder geval blijvend aandachtvoor de vrijheid van religie.De heer Ceder vroeg ook naar het weren van landen uit deVN-Mensenrechtenraad bij het hebben van bepaalde wetten, zoals dedoodstraf bij afvalligheid of godslastering. Helaas is dat niet altijdhaalbaar. We hebben daar eerder over gewisseld. Het is een democratischproces wie er in de Mensenrechtenraad komt. Helaas wordt er ookdemocratisch gekozen voor landen die wel de doodstraf kennen en op eenheel andere mensenrechtenplaneet leven dan wij. Ik noemde net al dat ditveel frictie oplevert. Dat komt soms cynisch of ironisch over. Dan nog ishet wat ons betreft beter om wel aan die tafel te zitten om daar je geluid tekunnen laten horen dan om het helemaal aan dit soort landen te laten. Hetop een andere manier kiezen van landen, volgens andere standaarden,daar zul je de handen niet wereldwijd voor op elkaar krijgen. Ik vrees datdat juist het idee voedt dat wij proberen om waarden op te leggen, terwijlwe proberen uit te dragen dat het hier universele mensenrechten betreft.Als EU dragen we natuurlijk wel gewoon principieel ons antidoodstraf-beleid uit, in bredere zin. Dat doen we ook in de VN-Mensenrechtenraad.We laten ons geluid en ons protest dus wel degelijk horen.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank voor de reactie. Het klinkt een beetje gek, maar mijn pleidooi wasniet gericht op het weren van landen die de doodstraf hanteren. Dat is nietzo omdat ik voor de doodstraf zou zijn, maar omdat het mij specifiek gaatom landen die de doodstraf hanteren vanwege blasfemie of afvalligheid,dus het recht om te geloven of niet meer te geloven. Er zijn landen waarinje het met de doodstraf moet bekopen als je betrapt wordt op bekering tothet christendom. Je ziet dat er in die rechtssystemen vaak ook misbruikvan wordt gemaakt. Mensen worden bijvoorbeeld onterecht beschuldigdvan blasfemie. Mensen zitten in de cel omdat ze ervoor kiezen om ietsanders te geloven of om niet te geloven. Ik noem een aantal landen, zoalsPakistan, Iran en Nigeria. Dat zijn toevallig de landen waarin de mate vangeloofsvervolging en specifiek christenvervolging vrij hoog is. Diekoppeling is er dus. Ik vraag specifiek aandacht voor de landen waarin dedoodstraf op afvalligheid staat. Dat is maar een aantal, een handjevolTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42135 landen, maar je ziet wel dat het recht op geweten daarin sterk onder drukstaat. Maar mijn vraag is van een andere, behapbaardere orde, namelijkom daarvan met gelijkgestelde landen te zeggen: vrijheid van gewetenstaat zo centraal en is zó de kern van menselijke waardigheid, waaroverwe als VN proberen samen te komen, dus daar maken we wel een puntvan.Minister Van Weel:Dit is eigenlijk een subcategorie van de bredere categorie landen dieandere mensenrechtenstandaarden hanteren dan wij. Nogmaals, vanmens tot mens en vanuit het Nederlandse kabinet zeg ik tegen u alsparlementslid en tegen de hele bevolking: ik ben het met u eens en ik vindhet verwerpelijk dat mensen überhaupt vervolgd kunnen worden voor ditsoort zaken, laat staan dat ze er de doodstraf voor krijgen. Maar ik vreesdat het niet haalbaar is om er in VN-verband de handen voor op elkaar tekrijgen om óf te komen tot een nieuw internationaal verdrag om dit teverbieden, óf om dit soort landen te kunnen weren uit de Mensenrech-tenraad. Daarvoor is de groep landen die zich hier actief tegen afzet teklein. Dan kom ik weer terug bij mijn eerdere punt: zoals wij de universelemensenrechten interpreteren, wordt dat niet wereldwijd gedaan.Wat doen we nationaal, maar ook in EU-verband om ervoor te zorgen datchristenen niet van hun geboortegrond worden verdreven? Dat was eenvraag van de heer Kahraman en dat is natuurlijk zeer begrijpelijk, gelet opzijn achtergrond. Wij zetten ons daartegen in en vragen in diverse foraspeciale aandacht voor de vervolging van minderheden zoals christenen.In EU-verband pleit Nederland ook voor sancties tegen daders vanreligieus gemotiveerd geweld. Die zorgen bespreken we ook bij debeoordeling van de GSP+-status, dus de handelspreferenties. Dat doen webijvoorbeeld bij een land als Pakistan.Daarnaast steunen we VN-instellingen die mensenrechtenschendingenonderzoeken en we roepen via de Mensenrechtenraad op tot afschaffingvan blasfemiewetgeving. Dat geeft ook een klein beetje antwoord op devorige vraag. Ook financieren we een vijfjarig programma van 37 miljoeneuro gericht op interreligieuze dialoog en het tegengaan van extremismein verschillende landen. Ik kan u vertellen dat ik ook in de bilateralegesprekken die ik heb gehad, aandacht heb gevraagd voor dit onderwerp,zo ook in mijn gesprek met de Syrische Minister van Buitenlandse Zakenzeer recent in New York.Mevrouw Dobbe vroeg of er een actieplan is om de negatieve trend vooronafhankelijke journalistiek te keren. Ook persvrijheid is een kernprioriteiten ook hiervoor blijft het Mensenrechtenfonds beschikbaar. Het Safety forVoices-programma bijvoorbeeld voorziet in 20 miljoen in vijf jaar voor debescherming van journalisten en onafhankelijke media. Ook ambassadeswereldwijd steunen onafhankelijke journalistiek en journalisten. Anderevoorbeelden die we hebben op dit gebied zijn 3 miljoen euro voor RadioFree Europa naar aanleiding van het wegvallen van de Amerikaansesteun.We hebben € 500.000 beschikbaar gesteld voor onafhankelijke journa-listiek in de Palestijnse gebieden en € 500.000 voor journalisten diedesinformatie in West-Afrika tegengaan. Dat is ook meteen het antwoordop de vraag van de heer Paternotte hoe wij zijn omgegaan met hetvoorstel van het versterken van de onafhankelijke media in West-Afrika. Ikdeel compleet zijn analyse: als wij het hebben over de informatieoorlog,dan zijn we die daar heel hard aan het verliezen, tot een punt dat we nieteens meer gezien worden als een geloofwaardige boodschapper. Dat isom verschillende redenen zeer, zeer zorgelijk.De heer Van der Burg vroeg nog om extra aandacht voor vervolgdemensenrechtenactivisten die niet de media halen. Het gaat om deindividuen. Ik ben het daar helemaal mee eens. We blijven ons inzettenvoor de mensenrechtenactivisten op individueel niveau. We halen ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42136 informatie op over individuen die niet in de media komen. Waar passendbesteden we aandacht aan die zaken, bijvoorbeeld door rechtszaakmoni-toring of door bespreking in EU-verband. U weet dat we via het ShelterCity-programma ook jaarlijks 30 mensenrechtenverdedigers een plekgeven om in Nederland even op adem te komen voor het belangrijke werkdat zij onder druk uitoefenen.Voorzitter. Dat brengt mij bij het blokje overige belangrijke vragen. Dat isook het laatste blokje. Mevrouw Dobbe vroeg naar het ICC, het Internati-onaal Strafhof, en anderen sloten zich daarbij aan. Dat is een zeerzorgelijke situatie. Dat betreft inderdaad niet alleen wat er boven de markthangt, maar ook de sancties die tot op heden al zijn opgelegd. Ondanksdat we met in totaal 125 verdragspartijen verantwoordelijk zijn voor hetStatuut van Rome en voor het Internationaal Strafhof, voelen wij alsgastland natuurlijk een bijzondere verantwoordelijkheid.Ik heb vanmorgen nog met de president van het Hof en haar plaatsver-vanger gezeten om te spreken over de situatie op dit moment. Ze zijn onserkentelijk voor de inspanningen die we hebben gepleegd om de impactvan de sancties die tot nu toe aan individuen zijn opgelegd, te mitigeren.Volgens de president is er daardoor op dit moment geen sprake van eeninbreuk op het functioneren van het Hof. Een van de belangrijke zaken diewe daarbij voor elkaar hebben gekregen, is dat in ieder geval de bankreke-ningen behouden blijven, die natuurlijk cruciaal zijn voor het kunnenfunctioneren.Maar natuurlijk denken we evengoed na over wat donkerdere scenario’s,waarbij er ook institutionele sancties komen tegen het Hof, los van watonze reactie op dat moment zou zijn en het feit dat wij bij elk contact metde VS aangeven hoe onwenselijk we dat vinden en dat het InternationaalStrafhof onafhankelijk moet kunnen blijven opereren. We zijn daaroverook met alle andere verdragspartijen in overleg. Uiteindelijk kunnen wijmet 125 landen een veel sterker signaal afgeven dan wanneer Nederlanddat als gastland in zijn eentje doet. Dat doen we dus.Daarnaast zijn we natuurlijk ook samen met het Hof aan het bedenken hoewe, als die sancties er komen, het Hof alsnog kunnen laten functioneren.Daar is het Hof zelf ook mee bezig, is mij vandaag gebleken. Ook zij zijnopties aan het bekijken, met IT-dienstverleners, met banken en anderszins.Dat gesprek blijven we voeren. Er zijn dus meerdere sporen. Eén. Wemoeten voorkomen dat het gebeurt. Twee. Als het toch gebeurt, moetenwe ons ondubbelzinnig daartegen uitspreken met zo veel mogelijkpartijen. En drie. We moeten ook nadenken over wat de effecten zijn alshet gebeurt, zodat we het Hof dan in ieder geval door kunnen latenfunctioneren.U vroeg naar Microsoft als specifiek voorbeeld. Dat is een van deonderwerpen waarvoor opties worden bekeken. Men is aan het kijkennaar IT-dienstverleners om te bezien hoe het Hof met een hele bredeparaplu alsnog het eigen functioneren overeind zou kunnen houden, quaICT, qua financiën en anderszins, ingeval deze sancties van kracht zoudenworden. Het zou niet eenvoudig worden, kan ik u zeggen, want de invloedvan extraterritoriale sancties door de VS is groot. Maar wij spannen onsdaar wel tot het uiterste voor in.Dan kom ik bij de beleidsbeïnvloeding en het beleidskader Focus. Dat isde verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp, maar de nadruk ligt daarbij op lokaal eigenaarschapen maatschappelijke organisaties in lage- en middeninkomenslanden. Eris dus ook financiering beschikbaar voor beleidsbeïnvloeding in lage- enmiddeninkomenslanden, op regionaal, nationaal en internationaal niveau.Maar lobbyen binnen Nederland is inderdaad niet subsidiabel. We achtenhet onwenselijk om middelen voor Ontwikkelingshulp aan te wenden voorbeleidsbeïnvloeding hier in Nederland. Dat is de tweestap die daarin zit.De heer Paternotte vroeg of ik mij blijf inzetten voor het recht op veiligeabortus.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42137 De voorzitter:Er is een vraag voor u van de heer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):Het punt was van mijn collega’s ter rechterzijde. U zegt: het is nietsubsidiabel. Nu heb ik mijn collega’s horen spreken over «dat weermogelijk maken». Dat kan over iets anders gaan. Ik vraag het dus in ditgeval even aan de Minister, want ook als iets niet subsidiabel is, kan hetwel binnen het takenpakket vallen dat een organisatie uitvoert, alleen danzonder subsidie van het Rijk. Kunt u daarop reflecteren in antwoord opvolgens mij mijn rechterbuurvrouwen of in ieder geval één buurvrouw?Minister Van Weel:Dat zegt u goed. Wij gaan niet over de taakuitvoering van de organisaties.We gaan wel over wat er gebeurt met dat deel van het geld dat vanuit deoverheid komt. Dat is exact. En volgens mij gebeurt dat ook op diversemomenten.Het recht op veilige abortus; laat ik daar heel kort over zijn tegen de heerPaternotte. We hebben daar uitgebreid overleg over gehad. Ja, ik steundat. Ik sta welwillend tegenover dit onderwerp. We hebben het erovergehad op 8 september. Daar waar het gaat om het verankeren hiervan inverdragen moeten wel echt de verhoudingen veranderen. Dat was ookmijn grote kanttekening die ik plaatste bij het voorstel dat toen voorlag.Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee aan het einde ben gekomen van devragen die aan mij zijn gesteld.De voorzitter:Daar lijkt het inderdaad op. Dan kunnen we naar de tweede termijn van dekant van de Kamer. Ik geef weer als eerste het woord aan mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dan kom ik met mijn moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen(NFRP) een belangrijk instrument is om democratie en rechtsstaat inlanden om Europa heen te bevorderen;overwegende dat dit fonds op allerlei manieren het Nederlandse belangdient;verzoekt het kabinet om ruimte te zoeken op de begrotingsposten waarvaak onderuitputting is om het NFRP, inclusief het Nederlandse PolitiekePartijen Programma, in 2026 en 2027 budgettair onverminderd tenopzichte van 2025 voort te zetten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Van der Burg, Paternotte,Boswijk, Dobbe, Teunissen, Dassen, Ceder en Kahraman.Zij krijgt nr. 406 (32 735).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42138 Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):MotieDe Kamer, gehoord de beraadslaging,constaterende dat in 2018 leiders van de vreedzame Hirak-beweging inMarokko zijn veroordeeld tot lange gevangenisstraffen;overwegende dat het Europees Parlement, de Werkgroep ArbitraireDetentie van de VN en verschillende mensenrechtenorganisatieswaaronder Human Rights Watch en Amnesty International spreken vanpolitieke gevangenen die ten onrechte zijn veroordeeld;verzoekt het kabinet om de druk op de Marokkaanse regering verder op tevoeren voor de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van NasserZefzafi en de andere politieke gevangenen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Piri en Dobbe.Zij krijgt nr. 407 (32 735).Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Erdogan sinds oktober 2024 meer dan 500 politieketegenstanders van de grootste oppositiepartij in Turkije heeft gearres-teerd, waaronder oppositieleider en burgemeester van Istanbul EkremImamoglu;constaterende dat Erdogan de uitspraken van het EHRM over SelahattinDemirtas¸ en Osman Kavala nog steeds niet heeft gerespecteerd;verzoekt het kabinet om de druk op de Turkse regering verder op tevoeren voor de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating vanImamoglu, Demirtas¸, Kavala en de honderden andere politiekegevangenen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Piri en Van der Burg.Zij krijgt nr. 408 (32 735).Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42139 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) Europeselanden heeft verzocht om ernstig zieke en gewonde kinderen uit Gaza teevacueren voor medische behandeling en reeds veel van onze bondge-noten hier gehoor aan hebben gegeven;verzoekt de regering om parallel aan het verbeteren en ondersteunen vande medische behandelingen in de regio, ook toe te laten dat Nederlandseziekenhuizen Palestijnse kinderen – voor wie in de regio geen adequatezorg is – mogen behandelen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Dobbe, Paternotte, Ceder,Van Baarle, Dassen en Kahraman.Zij krijgt nr. 409 (32 735).Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Tot slot een laatste motie, die pas donderdag in stemmingwordt gebracht, nadat we er ook een debat over hebben gevoerd.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Tweede Kamer in oktober 2023 het kabinet heeftverzocht om werk te maken van de overbrenging van onder anderen deAfghaanse ambassadebewakers;overwegende dat Afghaanse bewakers hun leven hebben geriskeerd terbescherming van Nederlandse diplomaten en militairen en ernstig gevaarlopen vanwege hun werk voor Nederland;overwegende dat het abrupte kabinetsbesluit vorig jaar om de bewakersniet over te brengen de morele en humanitaire verplichtingen vanNederland ondermijnt en aanzienlijke schade toebrengt aan onzeinternationale reputatie en toekomstige diplomatieke en militairesamenwerking;verzoekt het kabinet om de reeds gedane toezeggingen na te komen en deveilige overbrenging van Afghaanse bewakers, inclusief hun directegezinnen, naar Nederland per direct te realiseren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Paternotte, Dobbe, Ceder,Dassen en Van Baarle.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42140 Zij krijgt nr. 410 (32 735).Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister.De voorzitter:We gaan door naar de volgende. Het woord is aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Mag ik nog een vraag stellen aan mevrouw Piri? Ik ben zo benieuwdwaarom ze die motie bij dit debat indient.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Goede vraag! De reden is dat de heer Paternotte vorige week dinsdag hadgevraagd om een tweeminutendebat, zodat we moties kunnen indienenna het debat dat gepland staat over consulaire zaken. Daar zal ditonderwerp natuurlijk, wat mijn fractie betreft, prominent aanwezig zijn.Maar een meerderheid van de Kamer heeft ons de mogelijkheidontnomen om er moties over in te dienen. Aangezien het wel mensen-rechten zijn, dacht ik: nou, dan dienen we ’m in bij dit debat en is er demogelijkheid na dat debat, nadat we alle vragen hebben kunnen stellenaan de Minister hierover, om te stemmen over deze motie, met de hoop –ik kijk heel lief naar de heer Kahraman – dat er dit keer met steun van NSCgewoon een Kamermeerderheid voor is.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat vrouwen en kinderen onevenredig getroffen wordendoor oorlog en conflict, en maatschappelijke organisaties een cruciale rolspelen in het monitoren van deze schendingen;constaterende dat recente beleidswijzigingen het voor deze organisatiesmoeilijker maken om onderzoek uit te voeren en resultaten te delen metNederlandse beleidsmakers en volksvertegenwoordigers;verzoekt de regering om nationale pleitbezorging weer mogelijk te makenbinnen het beleidskader voor samenwerking met maatschappelijkeorganisaties, in het bijzonder voor de instrumenten «Vrouwen, vrede enveiligheid» en «Tegengaan van geweld tegen vrouwen en steun aanvrouwenrechtenverdedigers»,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Paternotte en Piri.Zij krijgt nr. 411 (32 735).Mevrouw Dobbe (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42141 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Nederlandse regering geen feministisch buitenland-beleid meer voert en vrouwenrechten uit de begroting BHO wordenwegbezuinigd;constaterende dat er een groeiende internationale antirechtenbewegingactief is, waardoor rechten van vrouwen en meisjes steeds meer onderdruk komen te staan;overwegende dat Nederland zich wel moet blijven inzetten voor debevordering van vrouwenrechten;verzoekt de regering de gevolgen van de bezuinigingen op vrouwen-rechten en het niet langer voeren van een feministisch buitenlandbeleidvoor de Kamer inzichtelijk te maken, en hierover voor de begrotingsbe-handeling BHO of BuZa aan de Kamer te rapporteren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Piri.Zij krijgt nr. 412 (32 735).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de VS nieuwe sanctiemaatregelen tegen het Internati-onaal Strafhof hebben genomen en een nieuw pakket aan sanctiesoverwegen;overwegende dat Nederland als gastland een bijzondere verantwoorde-lijkheid richting het Strafhof heeft;overwegende dat de Europese Commissie in juni het inzetten van deEU-antiboycotverordening nog niet «opportuun» achtte, maar datomstandigheden inmiddels zijn veranderd;verzoekt de regering een pakket aan maatregelen uit te werken om hetInternationaal Strafhof te beschermen tegen Amerikaanse sancties en ditvoor de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken aan de Kamer voor teleggen;verzoekt de regering in ieder geval een nieuwe inzet op deEU-antiboycotverordening en het aanbieden van alternatieveICT-faciliteiten door Nederland aan het Internationaal Strafhof in dit pakketop te nemen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42142 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Piri en Paternotte.Zij krijgt nr. 413 (32 735).Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dan is het woord aan de heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie. Het zal u niet verbazen dat dieover geloofsvrijheid gaat.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de aanwezigheid van christelijke gemeenschappen inhet Midden-Oosten eeuwenoude wortels heeft en van groot belang isvoor de culturele en religieuze diversiteit van de regio;overwegende dat deze gemeenschappen de afgelopen decennia in aantaldrastisch zijn afgenomen door vervolging, geweld en discriminatie,waardoor velen gedwongen werden hun land te verlaten;overwegende dat het in het belang is van de internationale rechtsorde,stabiliteit en regionale vrede dat minderheden, waaronder christenen, inhet Midden-Oosten, Afrika en Azië in vrijheid en veiligheid kunnen blijvenwonen;constaterende dat Nederland zich inzet voor vrijheid van godsdienst enlevensovertuiging wereldwijd;verzoekt de regering zich in Europees en internationaal verband in tezetten voor de bescherming van christelijke gemeenschappen in hetMidden-Oosten, Afrika en Azië, zodat zij in hun eigen landen in veiligheiden waardigheid kunnen blijven leven, en niet gedwongen worden tevluchten naar Europa,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Kahraman en Ceder.Zij krijgt nr. 414 (32 735).De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank, meneer Kahraman. Dan is het woord aan de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42143 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat vrije en onafhankelijke media cruciaal zijn voor dedemocratische ontwikkeling en de Europese toekomst van Oekraïne;overwegende dat er naar verwachting rond het einde van dit jaar circa 100mediaorganisaties in Oekraïne hun deuren hebben moeten sluiten;overwegende dat onafhankelijke media nog geen expliciet onderdeel zijnvan de Nederlandse inzet voor de wederopbouw van Oekraïne;verzoekt de regering om vrije en onafhankelijke media expliciet op tenemen in de Nederlandse inzet en hiervoor ook middelen uit de wederop-bouwfondsen beschikbaar te stellen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Van der Burg.Zij krijgt nr. 415 (32 735).Dat was het wat u betreft, begrijp ik, meneer Paternotte?De heer Paternotte (D66):Ik deed de microfoon uit, voorzitter.De voorzitter:Ja, dat hoort u altijd te doen als u niet aan het woord bent. Wij gaan doornaar de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter. Een paar moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de VN-Mensenrechtenraad zich richt op de nalevingvan de mensenrechten, waaronder het recht op de vrijheid vangodsdienst;constaterende dat er niet in alle landen die onderdeel zijn van deVN-Mensenrechtenraad volledige godsdienstvrijheid geldt en ook landendie de doodstraf op godslastering kennen, zoals Pakistan, Nigeria, Iran enAfghanistan, onderdeel kunnen zijn van de raad;overwegende dat het onbestaanbaar is als christenen en andere minder-heden worden vervolgd en veroordeeld vanwege hun geloof, zeker inlanden die vervolgens toezien op de naleving van mensenrechten elders;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42144 verzoekt de regering om zich ervoor in te zetten om landen waar dedoodstraf op godslastering of afvalligheid geldt, te weren uit deVN-Mensenrechtenraad,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 416 (32 735).De heer Ceder (ChristenUnie):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de mensenrechten van de bevolking in West-Papoea aldecennialang worden geschonden door de Indonesische autoriteiten;constaterende dat de EU juist de economische banden met Indonesië wilaanhalen middels CEPA;overwegende dat de EU zich moet inzetten voor het bevorderen vanmensenrechten wereldwijd;verzoekt de regering om, eventueel na een onafhankelijk onderzoek naarmensenrechtenschendingen in West-Papoea door de Indonesischeregering, met gelijkgestemde landen mensenrechtenverbeteringenrandvoorwaardelijk te maken voor akkoord gaan met CEPA en daarvoorhet draagvlak binnen de EU te vergroten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 417 (32 735).De heer Ceder (ChristenUnie):En tot slot.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het rapport-Drooglever ten aanzien van West-Papoeanooit officieel in ontvangst is genomen;verzoekt het kabinet het rapport alsnog officieel in ontvangst te nemen eneen formele reactie te geven,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42145 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 418 (32 735).Dan zijn we daarmee aan het einde van de tweede termijn gekomen vande kant van de Kamer. Ik kijk naar de Minister. Is tien minuten voor uvoldoende om u te beraden?Minister Van Weel:Met twee minuten voor de lift erbij red ik dat.De voorzitter:Twaalf minuten. We gaan door om 21.40 uur.De vergadering wordt van 21.26 uur tot 21.41 uur geschorst.De voorzitter:We gaan verder met het overleg. Het woord is aan de Minister voor debeoordeling van de moties.Minister Van Weel:Voorzitter, dank. Dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn.Terwijl we hier zaten in de eerste termijn is er ook een persconferentiegeweest van president Trump samen met premier Netanyahu met daarinde presentatie van een plan om een einde te maken aan de oorlog inGaza. Dit komt op hoofdlijnen overeen met de contouren zoals ik dieafgelopen week in New York van verschillende landen in de regio hebgehoord. Ik denk dat daar zeker goede elementen in zitten. Het is echternog te vroeg om te juichen, omdat uiteraard ook Hamas zich een meningzal moeten vormen over dit plan. Linksom of rechtsom, laten we hopendat dit in ieder geval leidt tot meer druk om het conflict zo snel mogelijk tebeëindigen.Voorzitter. Dan kom ik nu bij de beoordeling van de moties.De heer Ceder (ChristenUnie):Dit is allemaal vers, maar u heeft het plan vorige week al gezien. Ligt er nueen plan dat de goedkeuring heeft van Qatar, Amerika en Israël, en isHamas de enige die nog moet instemmen? Of zijn er nog andererandvoorwaarden? Ik vraag dit om even duidelijk te krijgen waar we dekomende dagen op mogen hopen en ook waar we op moeten inzetten alslanden om de druk op de juiste plek te zetten.De voorzitter:Ik zou toch willen voorstellen om dit kort te houden.Minister Van Weel:Ja, ik zal het heel kort houden, voorzitter. U stelt het iets te scherp, meneerCeder. Ik heb vorige week met een heleboel landen gesproken die eenbijdrage hebben geleverd aan elementen van het plan. Of dat plan inongeschonden staat vandaag is besproken in het Witte Huis, weet ik niet.Daarvoor zit ik nog net niet aan genoeg tafels. Maar met de elementenvan het plan die ik vorige week heb gehoord kon men in bredere zininstemmen. We zullen moeten zien wat het uiteindelijke plan is en ook watHamas daarmee zal gaan doen.De voorzitter:Dit ligt eigenlijk wel een beetje op de rand, zo niet buiten de orde van dezevergadering. Maar ja, nadat ik meneer Ceder het woord heb gegeven, zalik ook mevrouw Piri de kans geven om een vraag te stellen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42146 Om nou te zeggen dat Gaza niet gaat over mensenrechten, voorzitter... Ikzou dat niet zo stellen. We hebben deze week nog drie debatten met dezeMinister staan en nog een debat met premier Schoof over buitenlandseaangelegenheden. Is het te verwachten dat we een korte appreciatie vande Minister kunnen krijgen voor een van die debatten? Ik snap dat datvandaag niet gaat. Gewoon een korte appreciatie: hoe kijkt het Neder-landse kabinet ertegen aan?Minister Van Weel:Ik hoop dat we snel meer horen over de concrete invulling van dit plan.Nu doe ik dat op basis van gesprekken die ik heb gevoerd. Ik zat niet bijhet gesprek van vandaag. Daar zal de komende 24 uur meer helderheidover komen, denk ik. Ik denk ook dat we meer te horen krijgen over deopstelling van Hamas en de haalbaarheid. Mijn voornemen is om de standvan de wereld met u door te nemen op donderdagavond. Daar staat nunog een veegdebat, maar dat komt waarschijnlijk te vervallen en dankunnen we dit op donderdag doen. Dat is dan mogelijk ook de laatstegelegenheid om zo veel mogelijk te vertellen. Ik probeer u dat dan vantevoren te doen toekomen. Ik heb het zelf uitgelokt; excuses, voorzitter,voor deze korte interruptie. Maar het onderwerp is, denk ik, belangrijkgenoeg om toch even te noemen.Dan de moties. De motie op stuk nr. 406, van mevrouw Piri, geef ikoordeel Kamer. Strikt genomen hoort de motie bij de begrotingsbehan-deling. Ik ga ervan uit dat ze daar ook nog een keer langskomt, maarhiermee heeft u in ieder geval mijn welwillende insteek vernomen.De motie op stuk nr. 407, over de Marokkaanse regering, geef ik oordeelKamer.De motie op stuk nr. 408, over de Turkse regering: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 409, over behandeling in Nederlandse ziekenhuizen,moet ik ontraden met verwijzing naar eerdere debatten en de kabinetslijndie is gekozen voor hulp in de regio.De motie op stuk nr. 410, over Afghaanse bewakers, moet ik om tweeredenen ontraden. Eén. Dit is nog onder de rechter. Wij wachten nog opde uitspraak na de hoorzitting die vandaag in deze zaak is geweest. Twee.We zijn het niet eens met de referentie aan de gedane toezeggingen. Westaan daar anders in, maar dat is ook onderdeel van het pleidooi van deregering in deze zaak.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik snap dat de regering het er niet mee eens is. Er staat ook kritiek in ophet besluit dat het kabinet heeft genomen. Maar dat het onder de rechteris, vind ik niet echt een reden om dit te ontraden. De Eerste Kamer heeftdit eerder aangenomen, precies de tekst uit het dictum. Dat was nog langvoor er een rechtszaak speelde. Dus volgens mij staat het de TweedeKamer gewoon vrij om diezelfde uitspraak te doen.Minister Van Weel:Het staat de Kamer vrij om die uitspraak te doen. Maar de regering niet,omdat wij doorgaans geen uitspraken doen over zaken die onder derechter liggen. Dus vandaar.De voorzitter:Dan de motie op stuk nr. 411.Minister Van Weel:De motie op stuk nr. 410. Nee, de motie op stuk nr. 411. Excuus. U bentnog scherp op dit uur van de dag. Die moet ik ontraden met verwijzingnaar dit debat, maar vooral naar de debatten die u heeft gehad met deStaatssecretaris hierover.De motie op stuk nr. 412 van mevrouw Dobbe: oordeel Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42147 De motie op stuk nr. 413 van mevrouw Dobbe over het InternationaalStrafhof wil ik oordeel Kamer geven, maar wel met die verbijzonderingdat we dat informeren van uw Kamer op hoofdlijnen zullen doen. Dat zegik in het belang van het Internationaal Strafhof. Wij gaan niet in detailplannen op tafel leggen voor hoe wij eventueel Amerikaanse sanctiesgaan omzeilen, want dat is de facto wat we dan doen.De motie op stuk nr. 414: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 415: oordeel Kamer, met verwijzing naar de aankon-diging die ik net in mijn termijn heb gedaan.Dan de motie op stuk nr. 416. Het houdt nu op, denk ik. Het ligt aan uwbuurman, zeg ik tegen de heer Ceder. De heer Ceder kan ervan uitgaan datwe dit soort landen zelf nooit in een Mensenrechtenraad zullen verkiezen,maar wat deze motie vraagt is daar een soort campagne tegen te gaanvoeren. Ik zie het toch echt niet in het belang van Nederland om als eenVN-lidstaat zich kandidaat stelt actief campagne te gaan voeren tegen eendergelijke kandidaat. Het omgekeerde kan ik me wel voorstellen, dat wijons hard zullen maken voor kandidaten die niet aan dit profiel voldoen.Maar in deze vorm moet ik ’m ontraden, want dat kunnen we niet maken.Wij zouden ook geen campagne tegen ons lidmaatschap waarderen. Datgeldt ook voor deze landen, al zijn het er maar acht.De motie op stuk nr. 417 moet ik ontraden. De mensenrechtensituatiePapoea is zorgelijk. Daarom blijft het bespreken van mensenrechtenonderdeel van de brede relatie met Indonesië, maar over de inhoud vanhet akkoord zullen we, zoals ik heb gezegd, een positie innemen in hetdebat op het moment dat we alle stukken hebben ontvangen van deCommissie. Daar kunnen we nu geen invloed meer op uitoefenen. Wekomen elkaar dan te spreken, maar voor nu moet ik deze motie dusontraden.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik volg de redenering van de Minister, maar mijn tekst sluit dat volgensmij niet uit. Ik vraag om in de periode dat de landen aan zet zijn, dus nietnu, eventueel na een onafhankelijk onderzoek de baton op te pakken endit wel bespreekbaar te gaan maken. Dus volgens mij sluit het tijdpadmijn motie niet uit. Tenzij de Minister het niet wil doen. Dat kan, maarvolgens mij zitten we qua tijdpad wel op dezelfde lijn.Minister Van Weel:Waar het ’m in zit, is het woord «mensenrechtenverbeteringen». Het iseen behoorlijke stap om als EU in een handelsakkoord met een ander landte eisen: we gaan dit allemaal pas doen, als dit of dat. Ik wil graag kijkennaar de waarborging van de mensenrechten zoals die staan in hetconceptakkoord. Dan kunnen we alsnog van gedachten wisselen. Als uvindt dat dat onvoldoende is, dan zijn er nog meerdere smaken. Dat isnamelijk ons hard maken voor het verharden van die paragraaf dan welde route aangaan die u hierin schetst, die overigens wel zeer ongebrui-kelijk is, namelijk dat je eerst een verbetering wilt zien. Op dit momentvind ik het te vroeg om me hieraan te committeren.Dan de motie op stuk nr. 418. Ik heb begrepen dat het rapport wel eenofficiële reactie heeft gekregen, in 2005 al. Het is dus destijds welgeapprecieerd, maar ik heb ook begrepen dat in het recente debat overhet slavernijverleden op 11 juni jongstleden door de Ministers van OCWen BZK is toegezegd om alsnog te komen met een nieuwe appreciatiehierop. In dat licht moet ik deze motie ontijdig verklaren, met verwijzingnaar die reactie.Dat brengt mij aan het einde, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42148 Dan zijn we gekomen aan het eind van de tweede termijn van de kant vande Minister. Dan ga ik de toezeggingen nog even voorlezen. Het zijn ertwee. De eerste luidt als volgt.–De Minister zegt toe, in navolging van de Staatssecretaris BuitenlandseHandel en Ontwikkelingssamenwerking, om voorafgaand aan hetrondetafelgesprek over medische evacuaties van kinderen uit Gaza, dedato 2 oktober 2025 om 10.00 uur, de Kamer schriftelijk te informerenover hoe het hulppakket van 25 miljoen voor Gaza en de regio precieswordt besteed en daarbij specifiek in te gaan op de inzet voor de meestkwetsbare kinderen die acute medische hulp nodig hebben.Klopt dat allemaal? Ik kijk nog even naar de Minister, maar ook naar dekant van de Kamer. Minister?Minister Van Weel:Ik miste even... Ik heb het een «hele harde inspanningsverplichting»genoemd. Ik doe dat mede namens de Staatssecretaris. Harder dan datzou ik het nu niet willen formuleren. Ik ga mijn uiterste best doen.De voorzitter:Helder. Dan noteren we dat als een inspanningsverplichting, een hardeinspanningsverplichting. Dan de tweede toezegging.–De Minister zegt toe de Kamer voor het laatste debat met de commis-sie van aanstaande donderdag een nadere appreciatie te sturen van derecente vredesdeal over Gaza, zoals net aangekondigd door presidentTrump.De Minister zegt toe de Kamer voor het laatste debat met de commissievan aanstaande donderdag een nadere appreciatie te sturen van derecente vredesdeal over Gaza, zoals net aangekondigd door presidentTrump.Is iedereen akkoord met deze weergave van de toezegging? Dat is hetgeval.Dan zijn we nu klaar met dit notaoverleg, denk ik. Ik dank de leden voor deinbreng en de Minister voor de beantwoording. Daarmee sluit ik dezebijeenkomst.Sluiting 21.52 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 735, nr. 42149

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d88e0e4f365823cb

14 okt 2026 · 5c87a340693c29f4

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingMensenrechtenbeleid
    Verslag van een notaoverleg, gehouden op 29 september 2025, over Mensenrechtenbeleid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.