KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op de motie van de leden Van Campen en Podt over een plan van aanpak uitwerken voor vaccinatie tegen de dierziekten in de dierhouderij (Kamerstuk 29683-290) en op de moties van het lid Graus over een adequaat registratie- en monitoringssysteem ter voorkoming van toekomstige virusuitbraken (Kamerstuk 29683-293) en over onderzoek naar de effecten en gevolgen van toegediende vaccins (Kamerstuk 29683-294)

28 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d334e213bf31273a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 683DierziektebeleidNr. 309 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 mei 2025Op 27 juni 2024 hebben de leden Van Campen (VVD) en Podt (D66), en lidGraus (PVV) moties ingediend over vaccinatie en de monitoring vanvaccinatie en spreiding van infectieuze agentia in de dierhouderij. In dezebrief geef ik mijn reactie op deze moties.Motie-Van Campen en PodtDe Kamer verzoekt de regering een plan van aanpak uit te werken voorvaccinatie tegen de dierziekten in de dierhouderij en daarbij demeerwaarde in kaart te brengen van een vaccinatieplicht en van eenmonitoring op vaccinatiegraad voor de belangrijkste dierziekten(Kamerstuk 29 683, nr. 290).AlgemeenIn Nederland worden veel dieren van veel verschillende diersoortengehouden. Het gaat daarbij niet alleen om dieren die worden gehoudenvoor productie van voedsel, maar ook om gezelschapsdieren zoalshonden, katten en siervogels, allerlei exotische diersoorten, en water-dieren. Er zijn daarbij heel veel infectieziekten. Sommige ziekten zijn inNederland en/of de Europese Unie afwezig, sommige komen algemeenvoor. Sommige ziekten kennen een vaak ernstig verloop, andere ziektenleiden tot milde ziekteverschijnselen. Soms is sprake van een ziektekiemdie zoönotisch is, waardoor niet alleen dieren maar ook mensen wordenbesmet.In Nederland is al decennia een goed functionerend systeem vanmonitoring en surveillance voor (infectie-)ziekten in de dierhouderij. Dit iszowel aspecifiek (meldplicht, en basismonitoring door de Gezondheids-dienst voor Dieren) als specifiek voor bepaalde dierziekten.Er zijn heel veel infectieziekten, met wisselende karakteristieken. Deregering wordt verzocht een plan van aanpak uit te werken voor de kst-29683-309ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 683, nr. 3091 belangrijkste dierziekten. Niet aangegeven is wat wordt verstaan onder de«belangrijkste» dierziekten, en op grond waarvan deze belangrijk zoudenzijn. Deze motie is dus zeer ruim te interpreteren en zou van toepassingkunnen zijn op bijna alle dierziekten en gehouden diersoorten. Daarbij kaneen ziekte die vandaag belangrijk is dat morgen niet meer te zijn, en viceversa. Het is mijns inziens disproportioneel om voor alle denkbare ziekteneen plan van aanpak op te stellen. Dat geldt ook voor monitoringspro-gramma’s of risico’s, zoals in de motie wordt voorgesteld. Ik zal daarommijn reactie op deze motie beperken tot een aantal specifieke ziekten,zoals ik hieronder uiteenzet. Daarbij houd ik ook rekening met hetdraagvlak in de verschillende sectoren.Specifieke dierziektenIn de Europese Unie hebben de lidstaten besloten voor een aantaldierziekten regelgeving op te stellen. Die regelgeving bestaat al decenniaen is in 2016 opgenomen in één Europese diergezondheidsverordening,de animal health regulation (AHR: (EU) 2016/429). Daarnaast gelden eraanvullend nationale regels, die nodig zijn vanwege specifieke nationaleomstandigheden, bijvoorbeeld vanwege speciale risico’s voor devolksgezondheid, de dierdichtheid in Nederland, of de exportbelangen.Naast deze gereguleerde dierziekten zijn er heel veel infectieziektenwaarvoor noch door de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH),noch in de Europese Unie of in Nederland regels zijn opgesteld. Deoverheid heeft geen rol bij deze «ongereguleerde» dierziekten. Als er weleen rol moet zijn, gezien de kenmerken van een ziekte, kan «de Ministereen ziekte aanwijzen», volgens artikel 5.3 van de Wet dieren.Ongereguleerde ziektenBij ongereguleerde ziekten is het aan de dierhouders om te bepalen welkemaatregelen wenselijk zijn om de gezondheid van hun dieren te borgen.Voor deze ziekten is de dierhouder zelf verantwoordelijk. Wat betreft demogelijkheden om te vaccineren is de farmaceutische industrie verant-woordelijk voor het ontwikkelen en op de markt te brengen van vaccins.Vervolgens bepalen houders of ze deze willen inzetten. De rol voor deoverheid hierin is het opstellen van een juridisch kader voor goede enveilige diergeneesmiddelen.Er zijn heel veel dierziekten die niet zijn gereguleerd, maar waar dehouders al de nodige maatregelen nemen, en waarvoor vaccinsbeschikbaar zijn. Voorbeelden zijn infectieuze bronchitis bij pluimvee,influenza bij paarden of parvo bij honden. Noch dierhouders noch ikachten ingrijpen in deze bestaande vaccinatiepraktijk, op private bedrijvenof door particulieren, nodig of wenselijk. Mocht er echter aanleiding zijn,door nieuwe ontwikkelingen in een dierziektesituatie of wetenschap, danzal ik uiteraard overwegen om een ziekte aan te wijzen en eventuelemaatregelen te nemen.Gereguleerde dierziektenEr zijn ook veel ziekten waar al wel (Europese) regelgeving voor is. Dit zijnziekten uit de AHR. Voor de AHR is een indeling gemaakt in categorieën (Atot en met E), mede op basis van ernst van de verschijnselen en de matevan aanwezigheid in de Europese Unie (EU). Dit zou kunnen wordenbeschouwd als indeling op basis van mate van belangrijkheid. Vijf ziektenstaan zelfs in de basistekst van de verordening genoemd (artikel 5), omdatdeze door alle lidstaten en de EC als de ernstigste ziekten wordenbeschouwd. Dit zijn mond-en-klauwzeer (MKZ), klassieke en Afrikaansevarkenspest (KVP, AVP), Afrikaanse paardenpest (APP) en hoogpathogeneaviaire influenza (HPAI, vogelgriep). Alle gereguleerde ziekten staan in eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 683, nr. 3092 gedelegeerde verordening (EU) 2018/1629. De indeling in categorieën ende gevoelige diersoorten staan in uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882.Ziekten uit de categorie A komen meestal niet voor bij gehouden dieren inde EU, en deze dienen bij een uitbraak in een houderij onmiddellijk teworden bestreden. Dat geldt ook voor ziekten uit de categorie B, zoalsrundertuberculose en rabiës, maar deze komen nog voor in een aantallidstaten. Voor categorie-C-ziekten kan een lidstaat een eradicatiepro-gramma opstellen. Nederland heeft dat gedaan voor de ziekte vanAujeszky bij varkens en er wordt gewerkt aan een plan voor infectieuzeboviene rhinotracheïtis (IBR) en boviene virus diarree (BVD). Voor andereziekten uit de verordening geldt een vrijwaringsplicht voor houders diewillen handelen met andere EU-lidstaten (categorie D) of een meldplicht(categorie E).Ik zal een aantal overwegingen bij een vaccinatieplicht en aansluitendmonitoringprogramma voor gereguleerde dierziekten uiteenzetten.Vaccinatieplicht en gevolgenEen vaccinatieplicht heeft grote gevolgen voor houders en overheid. Hetvraagt per ziekte een zorgvuldige afweging van voor- en nadelen, van dekosten, de verwachte gezondheidswinst, het dierenwelzijn, de administra-tieve lasten en technische aspecten als de beschikbaarheid van vaccins,en de opbrengsten voor houders.Voordelen vaccinatieplichtVoor sommige ziekten is de Nederlandse dierhouderij kwetsbaar. Er zijnziekten die al geruime tijd niet meer in Nederland voorkomen zoalsmond-en-klauwzeer of klassieke varkenspest, en waartegen niet wordtgevaccineerd. Daardoor zijn de dieren gevoelig voor infectie en kan eenintroductie van de ziekteveroorzaker tot snelle verspreiding, veel ziekte ensterfte bij dieren en veel financiële schade leiden. Vaccineren zal degevoeligheid verlagen en dieren beschermen tegen de gevolgen van eeninfectie. Daarbij kan een vaccin in specifieke gevallen, als de vaccinatie-graad in de populatie voldoende hoog is, ook bijdragen aan het terug-dringen van verspreiding van de ziektekiem. Ook kan vaccinatie in eenaantal gevallen een bijdrage leveren aan de bescherming van devolksgezondheid.In de AHR worden enkele typen vaccinatie onderscheiden, waaronderpreventieve vaccinatie en beschermende noodvaccinatie. Bij preventievevaccinatie is er geen sprake van een besmetting in een land of regio. Eenvaccinatieplicht hiervoor biedt als voordeel dat een groot deel van dedieren beschermd is tegen ziekte en mogelijk infectie. Hiermee kunnengrote epidemieën waarschijnlijk worden voorkomen. Bij noodvaccinatie iser wel sprake van een uitbraak in een lidstaat. De vaccinatie wordt daningezet om verder verspreiding zo goed mogelijk te voorkomen. Eendergelijke aanpak in Nederland is op dit moment opgenomen in dedraaiboeken bij een uitbraak van MKZ of KVP.Nadelen vaccinatieplichtNadelen zijn er ook. Vaccinatie betekent voor houders hogere kosten(vaccin, toediening), meer regelgeving, en een toename van de adminis-tratieve lasten. Daarbij kan het herhaaldelijk toedienen van vaccins ookeen negatief effect hebben op het dierenwelzijn, zoals in het verleden bijMKZ en de ziekte van Aujeszky in de zeugenhouderij het geval was(entreacties, herhaaldelijk prikken). Voor de samenleving betekent eenverplichting een grotere inzet van algemene middelen, inzet van NVWAvoor toezicht en surveillance, van RVO voor de identificatie en registratie,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 683, nr. 3093 en de rijksoverheid voor de extra regelgeving. Er komt meer administratiebij kijken en hogere uitgaven etc. Ten slotte zal vaccinatie tegen specifiekeziekten ook gevolgen hebben voor het intraverkeer en voor de handel metderde landen. Derde landen of private partijen kunnen besluiten geenproducten uit Nederland meer af te nemen; dit kan hele grote conse-quenties hebben. Daarnaast wordt aan het intraverkeer hoge eisengesteld, onder andere aan de kanalisatie van gevaccineerde dieren en deproducten en de behandeling van producten bij afzet in een anderelidstaat. Dit houdt bijvoorbeeld in dat verwerking in aangewezeninrichtingen moet gebeuren, dat er kenmerken moeten worden aange-bracht en dat de verwerking gescheiden dient te verlopen van deverwerking van producten van niet-gevaccineerde dieren. Dit leidt tothoge kosten en een bewerkelijke logistieke aanpak.Kosten-batenafwegingPer ziekte zou een kosten-batenanalyse moeten worden gedaan. Voor veelziekten is het niet goed mogelijk om alle kosten en baten in geld uit tedrukken, bijvoorbeeld het waarborgen van de dier- en volksgezondheid,en de mate waarin Nederlandse houders hun dieren of producten kunnenblijven exporteren. Voor MKZ en KVP zijn in het verleden wel bereke-ningen gemaakt1. Dit heeft mede aan de wieg gestaan van het huidigebeleid voor de bestrijding van beide ziekten.De sectoren zijn vooral zeer beducht op het wegvallen van afzetmarkten,en de kosten van vaccinatie en surveillance. Dit is een aspect dat ik in elkgeval meeneem bij besluiten over het inzetten van preventieve vaccinatieof noodvaccinatie en het al dan niet verplichten ervan.(Voorgenomen) beleid rondom vaccinatieCategorie A ziektenVoor MKZ en KVP (A-ziekten), twee zeer belangrijke ziekten, is het beleidvastgelegd in de bestrijdingsdraaiboeken, die in de brief van 17 april 2023(Kamerstuk 29 683, nr. 274) met de Tweede Kamer zijn gedeeld. Bij eenuitbraak kan besloten worden alle gevoelige dieren op locaties in een 2km zone rondom een besmet bedrijf te vaccineren. Dat zou verplichtworden voor alle houders in die ring. Doel daarvan is vooral om te zorgendat er voldoende koppel(groeps)immuniteit wordt bereikt om verspreidingvan het virus af te remmen en uiteindelijk uit te roeien. De draaiboekenvoor deze zogenaamde «vaccinatie voor het leven» zijn afgestemd met desectoren. Het is van belang dit beleid geregeld op nut en noodzaak tetoetsen. Ik heb sectoren gewezen op hun rol bij de gekanaliseerde afzetvan de producten van gevaccineerde dieren en de eisen die gelden voorhet vervoer van gevaccineerde dieren en de producten daarvan. Ikevalueer de Nederlandse reactie naar aanleiding van de recenteMKZ-uitbraken in Duitsland, Hongarije en Slowakije. Over de uitkomst zalik de Kamer voor de zomer informeren.Monitoring van de immuunrespons ten tijde van een noodvaccinatiecam-pagne, zoals in de motie is opgenomen, is mijn inziens niet zinvol. Deeffectiviteit van de vaccinatie blijkt uit het verloop van de epidemie. Alsuitbraken uitblijven, zal het lukken het virus uit te roeien. Dat zal uitein-delijk worden vastgesteld aan de hand van serologische monitoring, opgezette tijden, om te zien of er nog wildtype virus circuleert. Daarna zalmonitoring niet meer relevant zijn.1Vaccinatie bij varkenspest : epidemiologische en sociaaleconomische effecten - WageningenUniversity & Research;Scenario-onderzoek effectiviteit vaccinatie en impact op afzet productenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 683, nr. 3094 Tegen HPAI (A-ziekte) wordt nu nog niet op grote schaal gevaccineerd. Ikwerk volgens een stappenplan dat moet leiden tot grootschalige vacci-natie om in de toekomst de kans op uitbraken verder te verkleinen en zobij te dragen aan een betere dier- en volksgezondheid. Op 10 maart jl. isde pilot, onderdeel van dit stappenplan, gestart (Kamerstuk 28 807,nr.306). Ik verwijs naar het plan van aanpak voor verdere toelichting overmijn inzet om tot vaccinatie te komen. In dat traject werken we intensiefsamen met onder andere de pluimveesector. De aanpak is beschreven inhet vaccinatiestappenplan, en de Kamer wordt geregeld geïnformeerdover de voortgang.Tegen Newcastle disease (ND, A-ziekte), een zeer ernstige ziekte bijpluimvee vergelijkbaar met vogelgriep, wordt al decennia verplichtpreventief gevaccineerd. Overigens is ND ook een zoönose, maar tot nutoe niet met ernstige infecties bij mensen. Vaccinatie tegen ND is eenverplichting in nationale regelgeving (Besluit houders van dieren artikel2.76id). Een monitoringsprogramma om de immuniteit van gevaccineerdekoppels pluimvee te volgen wordt eveneens al decennia toegepast.Vaccinatie wordt in heel veel landen toegepast en er zijn geen noemens-waardige negatieve gevolgen voor de handel. Er is geen aanleiding om ditbeleid te veranderen.Tegen andere ziekten uit de categorie A, zoals peste des petits ruminants(PPR), schapen- en geitenpokken (SGP) en nodulaire dermatitis (LSD) isgeen vaccinatieprogramma opgesteld. Preventieve vaccinatie tegen dezeziekten is niet opportuun. De sectoren willen dit evenmin. Wel zien weuitbraken in enkele oostelijk lidstaten, en dienen we alert te zijn opverspreiding van virus naar Nederland. Er is voor sommige ziekten in deEU een vaccinbank opgericht waar lidstaten gebruik van kunnen makenom een uitbraak te bestrijden. Mocht er aanleiding voor zijn, dan zal ik,indien mogelijk, een noodvaccinatie overwegen.Tegen Afrikaanse varkenspest (AVP) en Afrikaanse paardenpest (APP) zijngeen vaccins toegelaten. Tegen AVP zijn geen effectieve vaccins op demarkt. Mocht er dus een uitbraak van AVP komen, dan is de enige manierom spreiding tegen te gaan besmette dieren te doden en de karkassen tevernietigen, zoals in het beleidsdraaiboek is beschreven. Voor APP zijn welvaccins, maar deze zijn vanwege de veiligheid van de vaccins niettoegelaten in de Europese Unie. Ik heb de afgelopen jaren onderzoek naarvaccins tegen AVP en APP gefinancierd. Hoewel er soms wel kandidaat-vaccins zijn, hebben fabrikanten nog geen vaccins op de Europese marktgebracht. De motie over verplichting werk ik hier daarom niet verder uit.Ook kwade droes, een bacteriële infectie bij paarden, is een categorie Aziekte. Er is geen vaccin op de Europese markt. De ziekte komt inNederland niet voor en zal worden bestreden door zieke paarden tedoden.Categorie B ziektenIn deze categorie zijn drie ziekten opgenomen. Voor de ziekten Tuber-culose (TB) en Brucellose van diverse soorten (bijvoorbeeld varken enhond) is preventieve vaccinatie niet opportuun. De ziekten komen nietwijd verspreid in de EU voor en spreiden niet snel. Als er een besmettingis door bijvoorbeeld import van een besmet dier, is dat vrijwel altijd eenindividueel, separaat geval. Met quarantaine of doden van het besmettedier, zoals nu gebeurt bij TB, kan effectief worden voorkomen dat erverdere verspreiding optreedt.Voor rabiës, een zeer belangrijke en dodelijk verlopende ziekte, geldt eenvaccinatieplicht voor hondeneigenaren die met hun hond naar hetbuitenland willen reizen. De vaccinatieplicht is hier dus al op vantoepassing. Uitbreiding naar het vaccineren van alle honden in Nederland,zoals in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, acht ik disproportioneel,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 683, nr. 3095 gezien de prevalentie van rabiës in de EU en de al bestaande vaccinatie-plicht voor hondeneigenaren die naar het buitenland gaan.Categorie C ziektenVoor de Ziekte van Aujeszky (ZvA) is er bij een uitbraak een vaccinatie-plicht. Dit is beschreven in het bestrijdingsdraaiboek. Ondanks het feit dater in Frankrijk en België incidenteel ZvA bij wilde zwijnen wordt geconsta-teerd, willen noch de sector noch ik nu de verplichte vaccinatie zoalsuitgevoerd in de jaren negentig van de vorige eeuw, opnieuw invoeren.Bij een uitbraak wordt er in Nederland preventief gevaccineerd, eenbeleidslijn die is afgestemd met de sector. Ik zie geen reden dit teveranderen.Voor infectieuze bovine rhinotracheïtis (IBR) wordt momenteel gewerktaan regelgeving voor de wettelijke bestrijding. Verplichte vaccinatie isonderdeel van de aanpak om vrij te worden van IBR. Ook voor bovienevirus diarree (BVD) werk ik aan regelgeving voor wettelijke bestrijding.Vaccinatie speelt in die bestrijding geen rol en zal dus ook niet verplichtworden. Het staat houders echter vrij om hun dieren tegen BVD tevaccineren als dat in hun specifieke situatie wenselijk is.Voor blauwtong (BT) is de rol voor de overheid beperkt, zolang er geenbestrijdingsprogramma gericht op herkrijgen van de vrijstatus loopt.Sinds september 2023 is blauwtong (BTV-3) weer aanwezig in Nederlanden de verwachting is dat de komende jaren het virus blijft circuleren.Daarbij geeft de blauwtongsituatie in de rest van de EU aanleiding om teverwachten dat bestrijden om te proberen volledig vrij te worden vanblauwtong niet opportuun is. Ter illustratie: België heeft na jarenbesmettingen met BTV-8 in juni 2023 opnieuw de blauwtong-vrijstatusgekregen. Door de besmettingen met BTV-3 was België die vrijstatus inoktober 2023 alweer kwijt.Vaccinatie is de belangrijkste manier om dieren te beschermen.Blauwtong kent meer dan 24 serotypen, waarbij vaccinatie specifiek tegenéén serotype werkt, en er geen kruisimmuniteit is. Voor BTV-3 was totvorig jaar nog geen toegelaten vaccin beschikbaar. LVVN heeft zich in2023 en 2024 ingezet om te zorgen dat er snel vaccins tegen serotype 3zouden worden geproduceerd. Net als in 2008 is er met de beschikbarevaccins op grote schaal gevaccineerd, op vrijwillige basis. Ik verwacht datook in 2025 weer door veel houders wordt gevaccineerd. Ik heb uw Kamerop 12 mei geïnformeerd over de situatie en het beleid rondom blauwtong(Kamerstuk 30 669, nr. 32).Bovenstaande uiteenzetting is van toepassing op de categorie A-C ziekten.Voor categorie D en E ziekten acht ik extra regelgeving of verplichtepreventieve vaccinatie nu niet opportuun. Het aantal ziekten in dezecategorieën van de AHR is lang en betreft veelal ziekten waarvoor dehouder zelf maatregelen kan nemen, zoals porcine reproductive andrespiratory syndrome, mycoplasmosis, en equine arteritis virus. Alleenvoor Q-koorts, een categorie E ziekte, is er nationaal een verplichting voorvaccinatie van specifieke schapen- en geitenhouderijen. Dat beleid zal ikvoortzetten.Daar waar de diergezondheidssituatie erom vraagt, bijvoorbeeld doordateen D- of E-ziekte tot grote ziektelast leidt, zal ik opnieuw beoordelen ofinzet vanuit de overheid noodzakelijk is om dierhouders te ondersteunenzoals dat ook bij de blauwtongvaccins is gebeurd.Plan van aanpakEr zijn ziekten die de afgelopen decennia tot uitbraken in de Nederlandseveehouderij hebben geleid. Er zijn ook opkomende dierziekten of ziektendie tot voorheen vaak in warmere streken voorkwamen. De dierziektesi-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 683, nr. 3096 tuatie in Europa verandert voortdurend en niet altijd in gunstige zin.Voorbeelden zijn blauwtong, epizoötische hemorraghische ziekte (EHD),Afrikaanse varkenspest en peste des petits ruminants (PRR). Sommige zijnin opmars in de EU, andere zijn al wijd verspreid. De risico’s voor eenveedicht gebied als Nederland kunnen daardoor toenemen. Ook hiervooris het belangrijk om vaccins in te zetten indien mogelijk en wenselijk.Daarbij moeten we ook rekening houden met de gevolgen voor de handel,mede vanwege Europese eisen en die van derde landen. Het ismomenteel een belangrijk onderwerp van discussie binnen de EU en hetvraagt om een strategisch gesprek in de EU hoe vaccinatie kan wordeningezet om de kans op ziekten te verkleinen of de gevolgen ervan tebeperken. Ik zal mij hiervoor inzetten.Voor elke dierziekte zal ik, al gelang de ontwikkelingen, preventievevaccinatie overwegen. Dit kan bijvoorbeeld als er een directe dreiging isvan een besmetting en als er een goed werkend vaccin beschikbaar is,zoals nu bij Newcatle disease. Bij het afwegen van het dreigingsniveauwegen diverse aspecten mee. Ik zal over het beleid geregeld met onderandere het Ministerie van VWS en de sectoren overleggen. Mocht hetnodig zijn om mijn beleid aan te passen en vaccinatie tegen specifiekeziekten te verplichten, dan zal ik daarvoor na overleg met sectoren eenplan van aanpak opstellen. Vooralsnog zie ik voor geen van de bovenge-noemde ziekten reden om dat nu al te doen, met uitzondering van IBR enHPAI, waar die al zijn opgesteld.Daarnaast is de afgelopen jaren veel onderzoek uitgevoerd ten behoevevan vaccinontwikkeling. Daar blijf ik op inzetten, om de mogelijkheden totpreventieve vaccinaties om technische redenen, uit te kunnen breiden.Intussen wordt ook wereldwijd geregeld over vaccinatie gesproken, enblijf ik inzetten op het wegnemen van handelsbarrières ten gevolge vanpreventieve vaccinatie.Moties-Graus Registratie en identificatie, monitoringIn de eerste motie wordt de regering verzocht om een adequaatregistratie- en monitoringssysteem, ter voorkoming van toekomstigevirusuitbraken of om deze tijdiger te beteugelen en veterinair te regis-seren (Kamerstuk 29 683, nr. 293). In een tweede motie verzoekt de Kamerde regering de effecten en gevolgen van toegediende vaccins te onder-zoeken, evenals het al dan niet ontstaan van al dan niet snellere virusmu-taties (Kamerstuk 29 683, nr. 294).Zoals eerder in mijn reactie aangegeven hebben we in Nederland eengoed functionerend monitoringssysteem. Voor alle in de Wet Dierengereguleerde ziekten geldt een meldingsplicht. Aanvullend op demeldplicht hebben we in Nederland veel goedlopende surveillancesys-temen om dierziekten snel te kunnen opsporen. Allereerst zijn dat voorspecifieke ziekten opgerichte monitoringsprogramma’s. Daarnaast wordtsinds 2.002 jaar de basismonitoring door de Gezondheidsdienst voorDieren (Royal GD) uitgevoerd om algemene signalen van verandering inde gezondheid van dieren op te sporen. Door het Dutch Wild Life HealthCenter wordt een algemene monitoring uitgevoerd om signalen vanverandering in de gezondheid van wilde dieren te detecteren. Via hetsignaleringsoverleg zoönosen worden signalen van infecties metzoönotische ziektekiemen bij dieren en mensen gedeeld en besproken.Met de huidige meldingssystematiek en surveillance wordt een uitbraakzo snel mogelijk opgespoord, waarmee getracht wordt de gevolgen voordier en mens zo klein mogelijk te houden.Naast deze monitoringsinstrumenten is in Nederland een identificatie- enregistratiesysteem voor dieren (I&R), mede vanwege de verplichting uit deDiergezondheidsverordening (EU) 2016/429. Veel houders van dieren zijnverplicht hun bedrijf en hun dieren bij RVO te registreren (https://Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 683, nr. 3097 www.rvo.nl/onderwerpen/identificatie-en-registratie-dieren). In deEuropese Unie worden data over transporten tussen lidstaten geregis-treerd via TRACES.Er worden met regelmaat aanpassingen doorgevoerd in deze systemen.Zo zijn in de Europese diergezondheidsverordening (2016/429) deregistratieverplichtingen uitgebreid voor paarden, herten, bijen enhommels, en in gevangenschap levende vogels, wat zal leiden totaanpassingen in het nationale I&R systeem. Met het huidige registratie-systeem zijn dierverplaatsingen snel op te sporen, wat vaak van belang isbij de preventie en bestrijding van dierziekten, of zoals in de motie wordtgesteld, het beteugelen van een dierziekte-uitbraak. Wel is bij de MKZ-uitbraak in Duitsland aan het licht gekomen dat de herkomst van dierendie via bijvoorbeeld verzamelplaatsen worden getransporteerd nieteenvoudig is te achterhalen in TRACES. De Europese Commissie ishiermee bekend en kijkt naar mogelijkheden om dit te verfijnen. Ik zal hierde komende tijd aandacht aan blijven besteden.Ik onderken het belang van een goed registratie- en monitoringssysteemen het belang hiervan voor de gezondheid van dieren en mensen, zekerindien het gaat om zoönosen. Ik beschouw het registratie- en monitorings-systeem dat Nederland heeft als zeer adequaat en ben voornemens hierde komende jaren op voort te bouwen.De tweede motie gaat over vaccinatie, en de gevolgen ervan. Vaccinatie iseen beproefde methode om dieren te beschermen tegen ziekte. HetEuropees Medicijn Agentschap (EMA) en het Bureau Diergeneesmiddelen(BD/aCBG) beoordelen aanvragen van producenten, waarna bij eenpositief advies een handelsvergunning wordt afgegeven. Kwaliteit,veiligheid en werkzaamheid van het diergeneesmiddel staan hierbijcentraal.Wanneer vaccins worden ingezet als (nood-)vaccinatie, dan worden dezedieren nog lange tijd gevolgd om mogelijke besmettingen op te sporen.Dat is een vereiste vanuit de AHR. Het duurt immers enige tijd eer eenvaccin werkt en bovendien zijn vaccinaties zelden tot nooit 100% effectief.Voor categorie-A ziekten, waaronder vogelgriep, is dit in de Europeseverordening (EU) 2023/361 nader ingevuld. Als uit de surveillance blijktdat er sprake is van een besmetting, dan worden de oorzakelijke ziekte-kiemen, veelal virussen, geïsoleerd en worden de eigenschappengekarakteriseerd. Mocht er aanleiding zijn dat er significante verande-ringen in virussen optreden, wordt bekeken hoe daar gevolg aan wordtgeven. Daarbij worden zeker ook deskundigen geraadpleegd. In zo’n gevalzullen Kamer, Europese Commissie, Bureau Diergeneesmiddelen enfarmaceut worden geïnformeerd.Met bovenstaande uiteenzetting en toelichting heb ik aangegeven hoe ikuitvoering geef of heb gegeven aan de drie moties en beschouw ik dezeals afgedaan.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 683, nr. 3098

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d2e02ac8a3a7f534

14 okt 2026 · 665c174f49ec7fc2

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.