KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een notaoverleg, gehouden op 26 januari 2026, over meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)

12 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4539a19708d5c697 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2026Nr. 38 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 12 maart 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 26 januari2026 overleg gevoerd met de heer Aartsen, Staatssecretaris OpenbaarVervoer en Milieu, en de heer Tieman, Minister van Infrastructuur enWaterstaat, over:–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.5 september 2025 inzake tweede halfjaarrapportage 2024Zuidasdok (Kamerstuk 32 668, nr. 25);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.21 juli 2025 inzake reactie op door gemeenteraad Reimerswaalaangenomen gemeentemotie «Bereikbaarheid Zeeland bijafsluiting A58» d.d. 15 april 2025 (Kamerstuk 36 600-A,nr. 65);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.15 september 2025 inzake toezegging balans woon-werkverkeer en recreatievaart (Kamerstuk 36 600-A, nr. 69);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.16 september 2025 inzake het MIRT Overzicht 2026 (Kamer-stuk 36 800-A, nr. 3);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.25 november 2025 inzake de publicatie «Mobiliteitsbeeld2025» van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (Kamer-stuk 31 305, nr. 526);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.10 november 2025 inzake woningbouw en mobiliteit (Kamer-stuk 32 847, nr. 1389);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.28 oktober 2025 inzake reactie op verzoek commissie overeen afschrift van de brief aan de Slimme Aanpak 27 overbesluit omtrent verbreding westelijke Houtensebrug binnenhet project A27 Houten–Hooipolder (Kamerstuk 36 800-A,nr. 7);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.17 oktober 2025 inzake langetermijnperspectief infrastructuuren woningbouw (Kamerstuk 29 435, nr. 270); kst-36800-A-38ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 381 –de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.11 december 2025 inzake vermoeiingsverschijnselen Haring-vlietbrug (Kamerstuk 29 385, nr. 145);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.19 december 2025 inzake voortgangsrapportage 2024programma Woningbouw en Mobiliteit (Kamerstuk 32 847,nr. 1399);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.16 december 2025 inzake besluit toekomst vuurtoren Kijkduin(«Lange Jaap») (Kamerstuk 36 800-XII, nr. 12);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.14 januari 2026 inzake de Beleidsagenda Goederenvervoer(Kamerstuk 34 244, nr. 13);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.15 januari 2026 inzake beantwoording vragen commissie overhet MIRT Overzicht 2026 (Kamerstuk 36 800-A, nr. 3) (Kamer-stuk 36 800-A, nr. 12);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.13 januari 2026 inzake MIRT-brief januari 2026 (Kamerstuk36 800-A, nr. 11);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.23 januari 2026 inzake toezegging over geactualiseerdoverzicht financiële opgaven Mobiliteitsfonds, Deltafonds ende beleidsbegroting Infrastructuur en Waterstaat (Kamerstuk36 800-A, nr. 19);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.26 januari 2026 inzake toezegging gedaan tijdens het begro-tingsdebat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaatvan 22 januari 2026, over werking Meerjarenplan Instandhou-ding Rijkswaterstaat (Kamerstuk 29 385, nr. 146);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.19 januari 2026 inzake uitvoering van de motie van de ledenFlach en Grinwis over opties voor de problemen met detolheffing bij de Blankenburgtunnel (Kamerstuk 36 850, nr. 5)(Kamerstuk 36 800-A, nr. 14);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 januari 2026 inzake vernieuwing gemaal- en spuicomplexIJmuiden (Kamerstuk 27 625, nr. 732);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.21 januari 2026 inzake tijdelijke verbinding Gerrit Krolbrug(Kamerstuk 36 800-A, nr. 17).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 382 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: MeedendorpAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Van Asten, Boelsma-Hoekstra, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, De Hoop, Chris Jansen,Van der Plas en Stoffer,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, en deheer Tieman, Minister van Infrastructuur en Waterstaat.Aanvang 10.02 uur.De voorzitter:Een hele goede morgen, dames en heren. Ik open deze vergadering.Vandaag is aan de orde het notaoverleg Meerjarenprogramma Infra-structuur, Ruimte en Transport, kortweg het MIRT genaamd. Ik wil alseerste iedereen op de publieke tribune van harte welkom heten. Ook eenhartelijk welkom aan de mensen die dit eventueel op afstand volgen.Hartelijk welkom aan de Minister, de Staatssecretaris en de ambtelijkeondersteuning. Welkom ook aan de leden. We gaan er vandaag een mooidebat van maken. We hebben tot 20.00 uur de tijd. Met een beetje effectiefvergaderen hebben we dat misschien niet nodig, maar dat gaan we zienmet elkaar. We beginnen vandaag met de inbreng van de rapporteurWoningbouw en Mobiliteit. Daarna zal het kabinet reageren op de inbrengvan de rapporteur. Daarna beginnen we met de eerste termijn aan de kantvan de Kamer. Ik wil dus graag de heer Van Asten het woord geven.De heer Van Asten (D66):Dank, voorzitter. U vergat volgens mij de «s» nog in «rapporteurs», wantna mij zal de heer De Hoop nog spreken. Samen zijn wij de rapporteurs opdit onderwerp. Dank voor de mogelijkheid om samen op te mogen tredenvoor het programma Woningbouw en Mobiliteit. Zowel de woningbouwzelf als het zorgen voor de goede bereikbaarheid van de woningbouwlo-caties blijven de komende jaren zeer belangrijke opgaven voor zowel hetRijk als alle decentrale overheden. We zullen onder meer ingaan op devoortgang en financiën van het eerste pakket van 7,5 miljard, het tijdigsignaleren van risico’s, de samenhang tussen woningbouw en infra-structuur, de informatiewaarde van de voortgangsrapportage, deverdeling van het tweede pakket van 2,5 miljard en de toekomstigesamenwerking met decentrale overheden.In de recente voortgangsrapportage over 2024 en de MIRT-brief wordtgemeld dat van de 7,5 miljard voor het eerste pakket inmiddels circa 700miljoen euro is afgeroomd. Dat is niet gebeurd bij specifieke uitkeringen,zoals de taakstelling van het kabinet-Schoof voorschreef, maar bij denetwerkinvesteringen in vijf wegenprojecten, waarbij onder meer de A50,de A7, de A8 en de A4 zijn gepauzeerd. 357 miljoen hiervan is ingezetbinnen het programma Woningbouw en Mobiliteit. Het resterende deelvan 358 miljoen is ingezet voor andere opgaven binnen het Mobiliteits-fonds. Hiermee zijn weliswaar de budgetten van de specifieke uitkeringenaan de decentrale overheden ontzien, maar er is wel budget verdwenenvoor de bereikbaarheid van woningbouwlocaties, terwijl hiervoor eenaanzienlijke budgetbehoefte bestaat. We hebben hierbij de volgendevragen. Waarom worden niet de hele afgeroomde budgetten ingezet voorandere onderdelen van het programma Woningbouw en Mobiliteit? Watzijn de gevolgen van het pauzeren van de netwerkinvesteringen en hetafromen voor de woningbouw en de bereikbaarheid? Welke middelenblijven beschikbaar voor de gepauzeerde wegprojecten?Voorzitter. Dan het tijdig signaleren van risico’s. Het programma is inbeweging gekomen. De uitvoering van de maatregelen is gestart. Devraag is wel of we haperingen bij de ontsluiting van de woningbouwlo-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 383 caties tijdig in beeld hebben, zodat die ook aangepakt kunnen worden. Dedecentrale overheden signaleren breed dat er risico’s zijn die gevolgenkunnen hebben voor de scope, de financiële haalbaarheid en/of detijdsplanning van de projecten. Veelgenoemde risico’s zijn prijsstijgingenen vertragingen door procedures en capaciteitsproblemen. Ook eenveranderend politiek-bestuurlijk draagvlak wordt als risico genoemd.Hierbij is de vraag of deze vertragingen, kostenstijgingen en anderetegenvallers tijdig worden gemeld als ze zich echt gaan voordoen en hoede Minister daarmee omgaat. De gegevensverzameling voor de jaarlijksevoortgangsrapportage vindt immers pas enige tijd na afloop van hetbegrotingsjaar plaats. Zo heeft de Kamer pas voor het kerstreces devoortgangsrapportage over 2024 ontvangen, waarin onder meer te lezenis dat de oplevering van de mobiliteitsmaatregelen bij de regelingwoningbouw op korte termijn achterloopt op de planning.Wij hebben hierover de volgende vragen. Hoe stelt de Minister vast of demaatregelen volgens de planning worden uitgevoerd en goed aansluitenop de woningbouw zelf? Worden hiervoor de bestuurlijke overleggen inhet voor- en najaar benut? Wat is de reden dat de oplevering vanmaatregelen voor de WoKT achterloopt op de planning? Wat zijn hiervande gevolgen voor de betrokken woningbouwlocaties? Is de vertraging nuwe een jaar verder zijn inmiddels ingelopen of is deze juist grotergeworden? Kan de Minister de Kamer in de junibrief over de voortgangvan het MIRT ook informeren over actuele ontwikkelingen binnen hetprogramma of kan hij de voortgangsrapportage over het voorgaande jaarmeesturen?In de voortgangsrapportage zelf zijn duidelijke verbeteringen te zien diehet ministerie naar aanleiding van de verzoeken van onze voorgangerheeft aangebracht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de grafieken over devoortgang van de bereikbaarheidsmaatregelen en de woningbouw, envoor de uitgebreidere beschrijving van de risico’s. Dank voor dezeresponsiviteit. Ook dank voor de toelichting die uw ambtenaren onseerder deze maand hebben gegeven.Een goede samenhang tussen de woningbouw en de infrastructurelemaatregelen is van cruciaal belang voor een geslaagde aanpak van dewoningbouwopgave. Onze voorganger heeft hier al diverse malenaandacht voor gevraagd. De begrotingsrapporteurs van de commissievoor VRO hebben ook gevraagd om de aansluiting tussen woningbouwen bereikbaarheid periodiek inzichtelijk te maken en de Kamer teinformeren over knelpunten die zich gaan voordoen. Vanwege dit grotebelang van een goede samenhang hebben wij de volgende vragen aan deMinister. Hoe bewaakt de Minister vanuit de regiefunctie in hetprogramma de samenhang tussen woningbouw en de bereikbaarheids-maatregelen? Kan in de voortgangsrapportages op het niveau van deindividuele locaties worden gerapporteerd over deze samenhang in deplanning en over de risico’s en de voortgang, zodat kan worden gesigna-leerd of deze samenhang al dan niet wordt bedreigd? Kan dit ten minsteworden gedaan voor de grootschalige projecten, de netwerkinvesteringenen de schaalsprongen?Daarnaast hebben wij enkele verzoeken over de voortgangsrapportages.Kunnen de risico’s concreter worden uitgewerkt in kans van optreden,impact op de planning, en kosten en maatregelen om deze risico’s tebeheersen? Kan in het hoofdstuk Financieel weer worden gerapporteerdover alle onderdelen van het programma, en niet alleen over de subsidie-regelingen, zodat de voortgangsrapportage weer een totaalbeeld biedt?Voorzitter. Dan was dit mijn onderdeel van dit rapport.De voorzitter:Ik dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 384 Dank u wel, voorzitter. Ik zal verdergaan over het betrekken van bredewelvaart in het programma Woningbouw en Mobiliteit. Daar hebben wehet in deze commissie al eerder over gehad. Eigenlijk hadden doelstel-lingen en streefwaarden voor brede welvaart natuurlijk al bij de start vanhet programma geformuleerd moeten zijn, zodat ze ook een rol haddenkunnen spelen bij de afweging tussen de maatregelen en de verdeling vande middelen. Nu wordt aangekondigd dat in de volgende voortgangsrap-portage een referentiebeeld wordt opgenomen dat daarna zal wordengebruikt voor de monitoring van de WoMo-locaties. Wij onderstrepennogmaals dat wij het als commissie van groot belang vinden dat goedwordt gemonitord hoe de brede welvaart zich rond nieuwe woningbouw-locaties ontwikkelt.Dan kom ik nu bij de verdeling van de 2,5 miljard die het kabinet-Schoofheeft toegevoegd. Deze middelen zijn in principe verdeeld over dedecentrale overheden. De Kamer moet dit nog goedkeuren en deregelingen moeten nog worden gepubliceerd. 1,3 miljard wordt ingezetvoor de woningbouw op korte termijn, met 145.000 nieuwbouwwoningen,en 1,2 miljard wordt gereserveerd voor de bereikbaarheid van degrootschalige woningbouwgebieden, met 128.000 nieuwe woningen. Voorbeide regelingen zijn meer goede voorstellen gedaan dan gehonoreerdkonden worden. Dat geldt ook voor de voorstellen voor nieuwe groot-schalige woningbouwgebieden die in de ontwerpNota Ruimte zijnaangewezen, Alkmaar, Apeldoorn, Helmond, Hengelo en Enschede, waarwe recent ook antwoorden op Kamervragen over ontvingen. De Ministerblijft met deze gebieden in gesprek en de Kamer wordt hierover in hetvoorjaar geïnformeerd, maar het is aan een nieuw kabinet om keuzes temaken. Wat zijn de gevolgen voor de woningbouw in de gebiedenwaarvan de voorstellen niet zijn gehonoreerd?Voor de noordelijke provincies, Groningen, Fryslân en Drenthe, en ookvoor Zeeland concludeert de Minister dat het zinvol is om gezamenlijk metde regio te onderzoeken wat het effect is van het toepassen van generiekerendementseisen voor de landelijke WoKT-regeling en op deWoKT-voorstellen. De vraag is of een landelijke WoMo-regeling recht kandoen aan de verschillen in woningbouwopgaven in verschillende regio’s,mede in het licht van het uitgangspunt dat elke regio telt. Wij hebbenhierover de volgende vragen. Kan de Minister toelichten in hoeverre enwaarom voorstellen van de noordelijke provincies en Zeeland voor deWoKT nu minder hoog scoren en ook minder budget krijgen dan andereprovincies? Wat zijn dan de mogelijkheden voor deze provincies om hunwoningbouwlocaties goed te ontsluiten?In de MIRT-brief van 13 januari is te lezen dat de rijksbijdrage tot aan hetmoment van uitkeren jaarlijks wordt geïndexeerd met het door hetMinisterie van Financiën vastgestelde IBOI-prijsbijstellingspercentage. Opdie prijsbijstelling is echter twee keer deels beslag gelegd door hetkabinet. Bij de Voorjaarsnota 2025 werd 50% ingehouden en in deMIRT-brief wordt aangekondigd dat bij de Voorjaarsnota 2026 weer eenpercentage zal worden ingehouden. Deze inhoudingen van de prijsbij-stelling werken meerjarig door en zorgen dus voor structurele tekorten.Wat zijn de gevolgen van het inhouden van de prijsbijstellingen voor deuitvoering van het programma Woningbouw en Mobiliteit? In hoeverrekrijgen decentrale overheden last van deze kortingen op de prijsbij-stelling?Dan kom ik tot slot bij de langjarige samenwerking tussen Rijk endecentrale overheden en de omgang met onzekerheden die verbondenzijn aan meerjarige infrastructurele projecten. De Minister schrijft in debrief van 17 oktober dat bij de middelen voor woningbouw en mobiliteitdie de afgelopen jaren beschikbaar zijn gesteld, onvoldoende rekening isgehouden met scopewijzigingen, tegenvallers, omgevingsfactoren,realistische doorlooptijden en instandhoudingskosten. Bij de grotereMIRT-projecten leidt het tot vertraging en moeizame gesprekken over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 385 dekking van extra kosten. Kan de Minister aangeven hoe hij de komendejaren de samenwerking met de decentrale overheden voor zich ziet, medein het licht van de budgettaire uitdagingen van het kabinet? Is ervoldoende flexibiliteit ingebouwd in het programma Woningbouw enMobiliteit om te kunnen omgaan met financiële tegenvallers en dreigendevertragingen? In hoeverre worden deze risico’s gedeeld door het Rijk? Enwelke mogelijkheden zijn er om bij tegenvallers te herprioriteren, budgettoe te voegen of te versoberen?Voorzitter. Tot zover onze bijdrage als rapporteurs Woningbouw enMobiliteit. Dank aan collega Van Asten en ook aan de griffie voor deondersteuning.De voorzitter:Ik dank u wel voor uw inbreng als rapporteurs. De Minister zal als eerste uvan antwoorden gaan voorzien. Gaat uw gang.Minister Tieman:Goedemorgen. Dank aan de nieuwe rapporteurs Woningbouw enMobiliteit, de heer De Hoop en de heer Van Asten, voor hun inbreng envragen. Voordat ik overga tot de beantwoording van de vragen van derapporteurs, heb ik nog een aantal korte, algemene opmerkingen. DeStaatssecretaris en ik, alsmede de Minister van VRO, zijn erg blij dat erdoor alle regio’s zo veel goede proposities voor woningbouw en mobiliteitzijn ingediend. Hiermee hebben we op de BO’s MIRT, eerder in de maandjanuari, afspraken kunnen maken over zo’n 3,4 miljard euro aanwoningbouw- en mobiliteitsmiddelen en gebiedsbudget. Daarmee kan deregio veel mooie projecten ontwikkelen. Hiermee kunnen we écht aan deslag.Helaas kunnen we zelfs met al deze middelen niet alles doen wat wehadden willen doen op basis van de inhoud van de voorstellen. Datbetekent dat er ook veel kwalitatief goede voorstellen nu niet gehonoreerdzijn, zoals die van de nieuwe grootschalige woningbouwgebieden inAlkmaar, Apeldoorn, Helmond, Hengelo en Enschede. Maar ook goedevoorstellen van kleinere steden zijn niet altijd gehonoreerd. Dat doetnatuurlijk pijn, maar we gaan ze zeker niet weggooien. Deze projectenblijven dicht bij ons liggen, niet zozeer op een plank, maar ze worden, alshet aan mij ligt, dynamisch gemaakt. Dan komen we daar ook weer opterug, want die staan gewoon gereed om ingezet te gaan worden als diefinanciële plaat wat verbetert.We blijven in gesprek en het is aan een nieuw kabinet om hier keuzes in temaken, zoals ik net ook al hoorde, waarbij de ingediende proposities alsbasis kunnen gaan dienen. Ook gaan we, zoals ook al is aangegeven,gezamenlijk met de regio onderzoeken wat het toepassen van dezegenerieke rendementseisen voor de landelijke woningbouw op kortetermijn betekent voor de voorstellen in de provincies Groningen,Friesland, Drenthe en Zeeland. Wellicht moet je het daarna nog wat bredergaan trekken, want het rapport van de Rli was ook duidelijk: elke regio telt.Een aanzet voor dit onderzoek is onlangs met de betrokken provincies algedeeld. Hiervan zal op korte termijn al een gezamenlijke opdrachtbe-schrijving worden opgesteld. Dit gaan we dus niet pas over een jaar doen.Dan ga ik over tot de beantwoording van de gestelde vragen. De heer VanAsten vroeg waarom niet de gehele afgeroomde budgetten wordeningezet voor andere onderdelen van het programma WoMo. Er is geensprake geweest van afromen. Bij de voorjaarsbegroting moesten keuzesworden gemaakt. Daarbij is ervoor gekozen om 1,8 miljard van de vijfgepauzeerde wegenprojecten te herprioriteren om projecten die welmaakbaar en uitvoerbaar zijn doorgang te kunnen laten vinden. Circa 700miljoen daarvan was afkomstig vanuit het WoMo-programma voornetwerkversterkingen. Daarvan was 358 miljoen euro nodig voor dedekkingsopgave op het Mobiliteitsfonds, zoals het tekort op de A27Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 386 Houten–Hooipolder en de ViA15 Nijmegen–Arnhem. Dat zijn projectenwaarbij de verschillende regio’s aandringen op realisatie ervan, omdat zenodig zijn voor de algehele bereikbaarheid van al die woningbouw. Bij hetverdelen van de middelen in 2022 ging men ervan uit dat deze netwerk-versterkingen gerealiseerd zouden worden. De rest van het budget blijftbinnen het programma Woningbouw en Mobiliteit ten behoeve vanbijvoorbeeld de ondersteuning van de projecten Groningen, Dordrecht enHaarlem alsmede het opvangen van de SPUK-korting voor de gemeentenin het gehele land. We zetten het budget dus in om dit alsnog voor elkaarte krijgen.De heer Van Asten vroeg: wat zijn de gevolgen van het pauzeren van denetwerkinvesteringen voor de woningbouw en de bereikbaarheid? Ik zalhet even heel kort neerzetten: dit heeft een negatief effect op de bereik-baarheid. Het moeten pauzeren van de projecten heeft een breed effect.De netwerkinvesteringen zijn niet met specifieke afspraken gebonden aanwoningbouwprojecten, maar dragen wel bij aan de bereikbaarheid vanwonen, werken en vrienden in de verschillende regio’s. Ik kan u vertellendat IenW in het kader van het MIRT continu in gesprek is en blijft met dezeregio’s over de gevolgen van het pauzeren. Helaas had ik geen anderemogelijkheid.De heer Van Asten vroeg ook: welke middelen blijven beschikbaar voordeze gepauzeerde wegprojecten? Het budget van vijf gepauzeerdewegprojecten is geherprioriteerd binnen het MIRT en het WoMo. Voor eenvan deze projecten, de A6 tussen Almere Oostvaarders en Lelystad, is hetprojectbudget van 153 miljoen euro behouden voor de toekomstigeherstart van het project, mede met het oog op de ontwikkeling van dewoningbouw die we in Lelystad voorzien. Voor de A7/A8 tussenAmsterdam en Hoorn is nog eens 20 miljoen euro gereserveerd voor hethiermee samenhangende project van de Guisweg. Voor de A4Burgerveen–N14 is circa 3 miljoen euro beschikbaar gesteld voor hetverbeteren van de fietsverbinding tussen Leidschendam-Voorburg enLeiden. Voor de twee overige projecten, de A50 en de A16, is vooralsnog,zeg ik daarbij, geen budget meer beschikbaar.De heer Van Asten vroeg: hoe stelt de Minister vast of de maatregelenvolgens de planning worden uitgevoerd en goed aansluiten op dewoningbouw zelf? We hebben een jaarlijkse monitoring. De realisatie vande afgesproken mobiliteitsmaatregelen en de woningbouwaantallenwordt jaarlijks gemonitord. Gemeenten die de rijksbijdrage hebbenontvangen via de SPUK zijn verplicht een jaarlijkse «single information,single audit»-verantwoording – excuus voor de Engelse terminologie –aan te leveren. Hierin wordt zowel de realisatiestand van de woningbouwals de voortgang van de mobiliteitsmiddelen opgenomen. Aanvullendworden jaarlijks voortgangsgesprekken gevoerd met de gemeenten dieeen rijksbijdrage hebben mogen ontvangen. De voortgangsinformatieover netwerkinvesteringen en schaalsprongen wordt jaarlijks geactuali-seerd in het MIRT-overzicht. Uiteraard heb ik ook nog bestuurlijkeoverleggen. We hebben net een hele ronde gehad, die ik zeer nuttig vond.Die gesprekken gaan over details, maar van alle regio’s heb ik goedefeedback gekregen. Regulier voeren we gesprekken met de water-schappen, wethouders en gedeputeerden. Daarbij wordt goed geagen-deerd en genotuleerd.De heer Van Asten vroeg: worden de bestuurlijke overleggen in het najaarhiervoor benut? Het korte antwoord is ja. Ik had dat net al even aange-geven. Daarbij horen ook de bestuurlijke overleggen van het MIRT en deactualisering van het Plan van Aanpak Beheersing programmaWoningbouw en Mobiliteit.De heer Van Asten vroeg: wat is de reden dat de oplevering van maatre-gelen van de WoKT achterloopt ten opzichte van de planning? Het kloptdat vier van de elf in 2024 geplande inframaatregelen zijn gerealiseerd. Deoverige zeven zijn nog in realisatie. De redenen die gemeenten vaakTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 387 geven voor de vertraging zijn prijsstijgingen, bezwaren en beroep – daarhebben we het vorige week ook heel even over gehad – krappe capaciteitbij de gemeente en in de markt, en het veranderende politiek-bestuurlijkedraagvlak. Gemeenten kunnen op verzoek de kennis van het ExpertteamWoningbouw inzetten ter ondersteuning bij het omgaan met deze risico’s,zoals bijvoorbeeld bepaalde bouwteams in Noord-Holland die vanuit deprovincie opereren. Wij zien het als een rijkstaak om gemeenten daarbij tehelpen. Bij het uitblijven van voortgang van een project kan terugvor-dering van de subsidie uiteindelijk een uitkomst zijn; dat doen we nietgraag, maar we hebben immers ook nog andere projecten op de plankliggen.Is de vertraging inmiddels ingelopen nu we een jaar verder zijn, of is dezejuist gegroeid? Vanaf juli dit jaar krijgen we van de gemeenten een nieuwevoortgangsinformatierapportage over het voorgaande jaar. Op ditmoment kan ik dus nog niet zeggen of de vertraging is ingelopen of groteris geworden. Ik zal de Kamer hierover informeren met de voortgangsrap-portage van 2025, die met de MIRT-brief van dit najaar naar de Kamergestuurd zal worden.«Kan de Minister de Kamer in juni ook informeren over de actueleontwikkelingen binnen het programma, of de voortgangsrapportage overhet voorgaande jaar meesturen?» Ik kan de Kamer met de MIRT-brief injuni informeren over de actuele ontwikkelingen en de trends op hetgebied van WoMo, voor zover ik die signalen ontvang. Het lukt mij nietom de voortgangsrapportage over 2025 toe te sturen. Om de administra-tieve lasten voor gemeenten te beperken, is ervoor gekozen aan te sluitenbij het reguliere aanlevermoment van de jaarverantwoording. Dit was ookconform het verzoek van uw Kamer. Om die reden lukt het mij niet om injuni de voortgangsrapportage over 2025 toe te sturen. Het vaker uitvragenvan informatie wijkt af van de eerder gemaakte bestuurlijke afspraken enzou een aanzienlijke verzwaring van de administratieve lasten voorgemeenten betekenen. Daarvoor zou ook een additionele impuls vanuitIenW nodig zijn; dat vraagt echt extra inzet. Op dit moment is het, zoals uweet, alle hens aan dek.De heer Van Asten vroeg naar de bewaking van de regiefunctie vanuitIenW voor de samenhang tussen woningbouw en de bereikbaarheids-maatregelen. Bij het toekennen van de middelen zijn de voorstellengetoetst op de samenhang tussen woningbouw en bereikbaarheidsmaat-regelen. In de voortgangsrapportage monitoren we jaarlijks de voortgangvan zowel de bereikbaarheidsmaatregelen als de woningbouw, alsmedede belangrijke samenhang daartussen. Gezamenlijk met het Ministerievan VRO voeren we jaarlijks voortgangsgesprekken met de gemeenten.In de voortgangsrapportage wordt op het niveau van de individuelelocaties gerapporteerd over de samenhang. In de volgende voortgangs-rapportage wil ik proberen inzicht te bieden in de samenhang tussen devoortgang in de woningbouw en de MIRT-projecten, maar ik wil niet zover gaan om programmabreed over de individuele projecten te rappor-teren. Ook hierbij gaat dat in tegen de afspraken met gemeenten over hetdelen van gevoelige marktinformatie van deze projecten over de bouw.We werken aan het samenbrengen van de bij VRO en IenW beschikbareinformatie over de voortgang van de woningbouw in de grootschaligewoningbouwgebieden, zodat er meer inzicht ontstaat in de voortgang.De heer Van Asten vraagt of de risico’s concreter kunnen wordenuitgewerkt naar kans van optreden, impact op de planning en kosten, ende maatregelen om deze risico’s zo goed mogelijk te beheersen. Derisico’s in de voortgangsrapportage worden op geaggregeerd niveaugerapporteerd. Het delen van risico’s per gemeente kan gevoelig liggen,omdat gemeenten vertrouwelijke voortgangsinformatie bij ons aanle-veren, onder de toezegging dat deze alleen op geaggregeerd niveau zalworden gedeeld. Omdat het risicoprofiel per gemeente verschilt, zouconcreter rapporteren ook echt maatwerk vereisen. We hebben het danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 388 over meer dan 200 individuele projecten. Dat vraagt op dit moment heelveel capaciteit, terwijl wij de meerwaarde voor die enorme opgave op ditmoment als beperkt inschatten. Misschien moeten we nog een keer dediscussie voeren over wat dan wél acceptabel is, maar op dit moment ishet een enorme inspanning om dat te doen.De heer Van Asten vraagt of in het hoofdstuk Financieel weer kan wordengerapporteerd over alle onderdelen van het programma en niet alleenover de subsidieregelingen. In het hoofdstuk Financieel van de voort-gangsrapportage wordt gerapporteerd over de uitgaven voortkomend uitde specifieke uitkeringen WoMo. De nieuwe specifieke uitkeringen uit de2,5 miljard zullen bij de volgende voortgangsrapportage aan deze tabelworden toegevoegd. Netwerkinvesteringen, alsmede schaalsprongen, zijnniet in dit overzicht opgenomen, omdat de voortgang van dit typeinvesteringen per project wordt bijgehouden in het MIRT-overzicht en inhet hoofdstuk Mobiliteitsfonds van de rijksbegroting 2026.De heer De Hoop vraagt wat de gevolgen zijn voor de woningbouw nu devier grootschalige woningbouwlocaties, die ik net heb genoemd, net alsde heer De Hoop, niet zijn gehonoreerd. Gemeenten geven aan dat derealisatie van de totale woningbouwaantallen vertraging oploopt als ergeen financiering wordt gevonden voor de noodzakelijke inframaatre-gelen. De Ministeries van VRO en IenW blijven, zoals net ook is aange-geven, op hoog ambtelijk niveau in overleg met de vier nieuwe groot-schalige woningbouwgebieden over de exacte gevolgen van het besluitom – onderstreept – in deze fase geen inframaatregelen toe te kennen.Daarbij wordt ook gekeken naar wat wél kan, bijvoorbeeld met hettoegekende gebiedsbudget, om vertraging zo veel mogelijk te voorkomen.Dit gesprek – we zijn daarmee bezig – kan input leveren voor de besluit-vorming van een nieuw kabinet. Ik heb net aangegeven dat dit goedeprojecten zijn. Ze zijn echt top of mind. Ze worden zelfs nog beter, maardat geldt ook voor de projecten vanuit de kleinere gemeenten, die nietgrootschalig zijn en die kwalitatief ook erg goed waren.De heer De Hoop vraagt in hoeverre en waarom de voorstellen voor denoordelijke provincies en Zeeland nu minder scoren voor dezeWoKT-middelen. Weet dat de Staatssecretaris en ik echt Elke regio telt!hebben willen onderstrepen ten aanzien van de eerder gemaakteafspraken over die toekenningscriteria. Het viel ons dus ook op. Wehebben daarin een aanpassing gedaan, maar nog steeds zie je eenverschil. De voorstellen zijn deels afgewezen op indieningsvereisten, zoalsde maximumbijdrage per woning – daar was het echt om te doen: debiggest bang for your buck voor de woningbouw op korte termijn – hetbestedingsdoel of de afweegcriteria, bijvoorbeeld de noodzaak van devoorgestelde infra voor de woningbouw en de realisatietermijn. Bijprioritering op rendement werd er ten opzichte van de andere provinciesrelatief slecht gescoord. Waarom dit het geval is, wordt op korte termijnnader onderzocht met de betreffende regio’s. Misschien willen we dat nogwat breder gaan doen, maar we doen in ieder geval de uitvraag hetzelfde.We trekken daar gewoon gezamenlijk in op. We gaan dat verder onder-zoeken met de provincies. Daarna komen we weer bij elkaar en hebbenwe daar ook met uw Kamer een afdronk over. De geprioriteerdevoorstellen op rendement leveren per euro rijksbijdrage minder woningenop dan een ander goed beoordeeld voorstel.De heer De Hoop vroeg: wat zijn de mogelijkheden voor deze provinciesom hun woningbouwlocaties goed te ontsluiten? Het aantal in deze faseafgevallen voorstellen in deze provincies laat zien dat in deze provinciesde behoefte blijft staan aan middelen voor de ontsluiting van woning-bouwlocaties en dat op basis van de gestelde criteria inhoudelijk goedeplannen klaarliggen. De 2,5 miljard aan woningbouw- en mobiliteitsmid-delen is volledig verdeeld. Het is dan ook aan een nieuw kabinet omverdere keuzes te maken ten aanzien van een toekomstig potje. Ik hebdaar veel vertrouwen in, want we hebben zo veel woningen met elkaar teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 389 bouwen. Veertien voorstellen uit deze provincies zijn afgevallen. Achtvoldeden niet aan de gestelde criteria. Zes voldeden wel aan de criteria,maar zijn afgevallen op het prioriteringsrendement. Bij het BO MIRTNoord en het BO MIRT Zuidwest hebben we dan ook aangegeven dat wedie rendementscriteria nog eens goed tegen het licht gaan houden.De heer De Hoop vroeg: wat zijn de gevolgen van het inhouden van deprijsbijstellingen voor het programma Woningbouw en Mobiliteit? Datvind ik een pijnlijk puntje. Conform de vastgelegde afspraken keert IenWde verkregen prijsbijstellingen uit. Voor 2025 gaat het om 1,65%. Bijsommige projecten vergt het wellicht een extra inspanning om met debeschikbare budgetten uit te komen, maar weet dat deze prijsbijstellingecht nog onderdeel is van verdere discussie in het kabinet en met uwKamer. Ten aanzien van effectuering et cetera kijk ik ook echt naar deVoorjaarsnota. Ik geef u hier het antwoord op de vraag wat de impact is.In hoeverre krijgen decentrale overheden last van deze kortingen op deprijsbijstelling? Omdat een deel van de projectbudgetten al voor 2025naar de gemeenten is overgeboekt, raakt de korting uit 2025 maar eendeel van de budgetten. Dit neemt niet weg dat het voor decentraleoverheden wellicht uitdagender wordt om binnen het budget te blijven.De heer De Hoop vroeg: kan de Minister aangeven hoe hij de samen-werking met de decentrale overheden in de komende jaren voor zich ziet,ook kijkende naar de budgettaire uitdagingen van het kabinet? Ik zou bijnawillen zeggen: wellicht worden we op vrijdag in een andere realiteitwakker ten aanzien van wat daarin gaat staan of niet. Dat geef ik even aande voorkant mee. Ik heb nog wel te maken met de wereld van hier en nu.Het Rijk en de regio zien de woningbouw en bereikbaarheid als eengezamenlijke opgave. Meneer De Hoop, de verdeling van die 1,5 miljardeuro was echt een schoolvoorbeeld van hoe wij interdepartementaal – datis ook zo’n woord – met VRO, maar ook met de lokale regionaleoverheden een enorm goede samenwerking hebben gecreëerd. Dit zou jeeigenlijk op andere gebieden ook eens een keertje moeten gaan bekijken.Denk aan de NAS, de klimaatstrategie, waarmee we in 2026 naar uwKamer komen. Alle overheden, iedereen is betrokken. De terugkoppelingdie ik heb gekregen, is dat die samenwerking echt waardevol is. We latenelkaar in mijn optiek niet los, ook al is er misschien geen 2,5 miljard meer.We informeren elkaar namelijk heel erg goed. Samenwerken vanuiteenieders eigen rol en verantwoordelijkheid om de gemaakte afsprakenna te komen; dit samenspel is zeer waardevol.De heer De Hoop vroeg naar de flexibiliteit waarmee het WoMo kanomgaan met financiële tegenvallers en dreigende vertragingen. Inhoeverre worden deze risico’s gedeeld door het Rijk? In het Plan vanAanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit, dat onlangs isgeactualiseerd en tegelijk met de MIRT-brief met u is gedeeld, kunt u demate van flexibiliteit van het programma teruglezen. Flexibiliteit is opverschillende niveaus ingebouwd. Het totale budget – 7,5 miljard vanuithet kabinet-Rutte en 2,5 miljard vanuit het kabinet-Schoof – uit hetMobiliteitsfonds ten behoeve van investeringen in bereikbarewoningbouw is taakstellend. Indien er sprake is van een wijziging alsgevolg van financiële tegenvallers of vertraging, wordt er eerst gekeken ofdat opgelost kan worden binnen het huidige pakket van maatregelen.Hierbij kan er ondersteuning geboden worden vanuit het ExpertteamWoningbouw, waar ik het net al over had, om te adviseren over optimali-saties of over eventuele versoberingsopties. Als er sprake is van eenwijzigingsvoorstel buiten de gestelde kaders, zullen de bewindspersonenmoeten instemmen met de wijziging. De aangepaste afspraken wordendan ook vastgelegd in de diverse bestuurlijke overleggen die we metelkaar hebben.Mij werd ook gevraagd welke mogelijkheden er zijn om bij tegenvallers teherprioriteren, om budget toe te voegen of te versoberen. Hiervoor zijnduidelijke afspraken opgenomen in het Plan van Aanpak BeheersingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3810 programma Woningbouw en Mobiliteit. De rijksbijdragen aan gemeentenen projecten uit de middelen voor Woningbouw en Mobiliteit zijn, zoals iknet al aangaf, taakstellend en daarna ook onderdeel van een bestuurlijkoverleg.Tot zover, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Kijk eens aan. Ik kijk even naar de rapporteurs of dat nog tot reacties leidt.Ik geef als eerste het woord aan de heer Van Asten. Gaat uw gang.De heer Van Asten (D66):Dank voor de beantwoording. Die is zeer uitgebreid, dus ik moet eventerugkijken, want ik was druk aan het meeschrijven. De Minister noemdede mogelijkheid van terugvordering bij vertraging van woningbouwlo-caties et cetera. Dat geldt waarschijnlijk ook voor de beantwoording overde taakstellendheid van opdrachten. Wanneer ... Mijn vraag zit eigenlijknet op het andere punt. Is het Rijk de partner van lagere overheden in ditsoort projecten of alleen de subsidieverlener ervoor? De vraag is namelijkhoe je taakstellendheid oppakt. Je kunt dat afspreken met elkaar, maar ophet moment dat je het samen nog steeds een goed idee vindt omwoningbouw en ontsluiting op te pakken, welke rol zie je als overheid danvoor jezelf? Of is het dan zo: gemeentes moeten puur efficiënt zijn en alsdat niet lukt, dan is het klaar en mag het geld terug? Dat is de eerstevraag.Dan had ik ook nog een vraag over de rapportages. Op zich heb ik erbegrip voor dat we de lagere overheden niet met veel meer rapportage-verplichtingen moeten opzadelen. Er wordt al druk genoeg op gerappor-teerd. Ik zit echter wel met een timingsissue. We hebben gezien dat wijzelf pas vlak voor kerst 2025 de voortgangsrapportage 2024 kregen, terwijler best harde financiële druk op zit, waarbij zelfs wordt gezegd datterugvordering in het uiterste geval een mogelijkheid is. Dan is ernatuurlijk ook voor de Kamer geen enkele manier meer om tijdig bij tekunnen sturen, omdat wij voortgangsrapportages met daarin de risico’spas vrij laat zelf in het vizier krijgen. Dus hoe kunnen wij daar nou een rolpakken om bij te sturen en dat goed in de gaten te houden? Graag nog alslaatste een antwoord op deze twee vragen.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb twee korte vragen over de verdeling van de middelen. In de briefdie de Minister in november naar de Kamer heeft gestuurd, zien we welheel duidelijk de bedragen die per project uitgegeven worden. Mijn beeldis dat dat niet geldt voor de scores op de afwegingscriteria vanuitverschillende regio’s. Zouden die nog met de Kamer gedeeld kunnenworden? De Minister geeft ook aan dat de Staatssecretaris en de Ministerzelf opnieuw gekeken hebben naar de verdeling en daarop ook bijge-stuurd hebben. Ik zie daar niets over staan in de beslisnota’s. Kan ookgedeeld worden met de Kamer waarom de bewindspersonen daar noggeschoven hebben richting verschillende regio’s? Wat is daar de afweginggeweest vanuit het kabinet?De voorzitter:Ik dank u wel. De Minister.Minister Tieman:De Staatssecretaris zal even ingaan op uw vraag, meneer De Hoop,althans op een klein gedeelte daarvan. Voor uw informatie: ik gaf net ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3811 al aan dat in elke regio een aantal zaken telt. Anders had dat project vanZeeland er niet eens op gestaan. Dat viel mij in ieder geval op.Dan kom ik bij de heer Van Asten. Ik zie ons echt als een partner. Wehebben echt goede overleggen, maar we moeten het wel binnen hetbudget doen met elkaar. Ik heb nog geen project terug hoeven trekken enhet geld opnieuw hoeven herbestemmen. Laat dat ook helder zijn.Wanneer het zich echter zou voordoen, is dat wel echt de stok achter dedeur die we hebben wanneer een ander project in de wacht staat. Datkunnen we dan wel vlottrekken. Maar dat heb ik nog niet meegemaakt.Het is wel echt een mogelijkheid om dat te kunnen terugvorderen. Ik hebhet nog niet gedaan en ik zie ons echt als een partner mét de overhedenvoor wanneer het moeilijk wordt. Dan kunnen we ook nog eens met elkaarnaar maatwerk kijken, alvorens we tot zo’n middel komen.Wat betreft de timingsissue: projecten duren erg lang. Ik ga nog eensgoed kijken wat we kunnen doen zonder die administratieve lasten teverhogen, hoe die timing goed synchroniseert met elkaar en of we daaralle slimmigheden al op tafel hebben gelegd. Het moet namelijk niet zozijn dat we dan een sturingsmiddel overschieten omdat het net eenmaand te laat is aangeleverd. Hebben we daar nu echt de scherpte metelkaar gezocht of niet? Maar projecten duren inderdaad wel erg lang.Tijdens zo’n bestuurlijk overleg ga ik met de regio in overleg om metelkaar de diepte in te gaan over de timing. Dan koppel ik terug aan u of wedaar nog slagen in zouden kunnen maken.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nog even het woord aan de Staatssecretaris. Gaatuw gang.Staatssecretaris Aartsen:Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad goed om nog even kleuring tegeven aan dat proces. Bij de begrotingsbehandeling zei ik al dat hetsowieso een enorm lastige keuze is geweest, omdat we op basis van dekwaliteit die voorlag eigenlijk al twee keer zoveel projecten en dus ooktwee keer zoveel woningen hadden kunnen bouwen. Ik denk dat het ookwel belangrijk is om te zeggen dat alle maatregelen die erin staan, inbeginsel gemeentelijke aangelegenheden zijn. Het is dus de verantwoor-delijkheid van de gemeente om dat te doen, maar ik denk dat het heelgoed is om juist ook woningbouw als uiting vanuit de infrastructuurcentraal te zetten. Dat is ook de reden voor de WoMo-gelden. Dus dat isgebeurd. Op basis van de criteria is daarvoor een lijst beschikbaargekomen.Vanuit het kabinet hebben we gezegd: een aantal dingen moeten we nogbekijken. Het eerste is inderdaad het aspect van Elke regio telt! Daarbijhebben we vooral gekeken naar de witte vlekken. Zeeland is zo’n fameusvoorbeeld, waarvan je zegt: het kan niet zo zijn dat een provincie volledigzonder zit. Dus dat hebben we eruit gelicht. Ik moet eerlijk zeggen – dathebben we ook aangegeven bij de bestuurders uit het Noorden, zowel inde bilaterale gesprekken als in de MIRT-besprekingen – dat we misschienin retrospectief ook aandacht hadden moeten besteden aan de «licht-grijze» vlekken, zoals ik ze maar even noem. Dat was denk ik ook welverstandig geweest. Maar goed, op een gegeven moment zit je in eenproces en wil je ook recht doen aan de criteria die je aan de voorkant hebtafgesproken. Hoe meer je gaat schuiven en hoe meer kleuring je gaatgeven aan zo’n lijst, hoe groter de kans dan is dat er aan de andere kantook weer projecten afvallen. Die balans moet je dus continu zoeken. Wehebben ook nog gekeken naar een aantal bijzondere projecten, dusprojecten met een hoge impact. Vanuit VRO is het aspect van het NPLVnatuurlijk een belangrijk onderdeel daarvan. Maar natuurlijk zijn er ookbepaalde emplacementen waarvan je weet dat je er impact mee kuntTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3812 creëren om ook naast het WoMo een stap te kunnen zetten. Dat zijnallemaal elementen die je daarin laat meewegen. Al met al denk ik dat wetot een pakket zijn gekomen waarmee we in balans goede stappenvooruitzetten.We hebben zelf gezegd dat we een paar dingen moeten doen. Ik denk dathet verstandig is dat er over de afgevallen grootschalige projecten, zoalsAlkmaar, Helmond en Hengelo, vanuit VRO nog doorgepraat wordt; datheeft VRO volgens mij ook toegezegd. We hebben ook heel bewustgezegd dat we dat namens de beide ministeries aanbieden aan deformatietafel. Als je de ambitie hebt om meer woningen te bouwen inNederland – ik kan me zo voorstellen dat veel politieke partijen die ambitiehebben – liggen er hele goede pakketten klaar om die stappen snel tekunnen zetten, zowel grootschalig als op korte termijn. Dat is dus actiefaangeboden en blijft wat beide ministeries betreft op de plank liggen.Gelet op wat ik zei over die lichtgrijze gebieden – zo noem ik ze maar even– hebben we de noordelijke provincies toegezegd dat het verstandig is omdaar ook nog eens naar te kijken. We hebben goede gesprekken gevoerdover hoe het komt dat die zo laag scoren op de criteria die wij hanteren.Daar zijn een aantal verklaringen voor en daar moeten we naar kijken meteen correctiefactor of een ander instrument. Dat moet wat meer wordengeïnstitutionaliseerd in de criteria. Dat is een van de punten die we daarinhebben opgenomen.Ik blijf zeggen dat dit gaat om de verdeling van schaarste; het gaat om hetverdelen van teleurstellingen versus blijdschap. Dat blijft altijd een lastigepuzzel, dus ik probeer dat zo objectief mogelijk te doen en blijf politiekwegen wat er speelt. Laten we vooral hopen dat een nieuw kabinet metdezelfde ambitie, ook financieel gezien, doorgaat met dit soort projecten.Er liggen namelijk gewoon goede projecten, en het zou zonde zijn als daarniks mee gebeurt.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn vande inbreng van de rapporteurs. Als voorzitter wil ik de rapporteurshartelijk danken namens de commissie. Dank voor het gedane werk. Ookdank aan de ondersteuning voor de hulp bij het maken van de inbrengvan de rapporteurs. Dank ook voor de beantwoording van het kabinet.Dat betekent ook dat we nu zijn aangekomen bij de eerste termijn van dekant van de Kamer. Ik wilde voorstellen om gewoon de rij af te gaan. Uweet wat uw spreektijd is; die staat in de convocatie. Ik zou willenvoorstellen om in eerste instantie vier interrupties toe te staan. We kijkeneven of dat lukt. Als dat gewoon nette en korte interrupties zijn, kunnenwe er nog wat bij doen indien dat nodig is. Dat zal van de lengte van deinterrupties afhangen. Ik wil het woord graag geven aan de heer De Hoopvoor zijn inbreng in de eerst termijn van de kant van de Kamer. Hij spreektnamens GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil dit debat eigenlijk beginnen met eeninformatieverzoek. Ik ben heel erg blij met de geactualiseerde lijst van definanciële opgaven, de update van de lijst-Grinwis, die we voor deverkiezingen hebben gehad. Maar ik miste nog wel een aantal zaken overAmelisweerd. Op pagina 29 staat dat IenW op verzoek van de Raad vanState een nadere motivatie van het tracébesluit heeft gegeven en dat hetaan de Raad van State is om tot een oordeel te komen. Er staat ook:«Gezien de lange tijd tussen het vaststellen van het tracébesluit en dedefinitieve uitspraak, en vanwege excessieve prijsstijgingen, is hetbeschikbare budget onvoldoende.» Met de Raad van State is gedeeld dater een grove schatting is van het minimale tekort, maar dat staat niet indeze brief. Ik vroeg mij af waarom dat niet met de Kamer gedeeld konTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3813 worden terwijl dit wel met de Raad van State gedeeld kon worden. Kandaar nog aan voldaan worden? Dat is vooraf dus nog een informatie-verzoek.De voorzitter:Ik kijk even naar de Minister om te zien wat hij kan toezeggen wat betreftdat informatieverzoek. U mag er straks ook even op terugkomen.Minister Tieman:Ik kom er zo snel mogelijk op terug.De voorzitter:Oké. Helemaal goed. Meneer De Hoop, vervolgt u uw betoog.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik vind dat wel relevant voor de verdeling van demiddelen. Morgen wordt er ook gestemd over een motie waarvoor datook relevant is, denk ik.Voorzitter. Tijdens de begrotingsbehandeling is al uitgebreid gesprokenover de forse en toenemende tekorten voor onderhoud, de oplopendeachterstanden en de grote maatschappelijke risico’s die deze ontwikke-lingen met zich meebrengen. Ik zag grote eensgezindheid in de commissiedat we dit moeten oplossen en dat er een stevige opdracht moet komenvoor het nieuwe kabinet. Er moet geld bij komen. We zullen ook moetenheroverwegen waar we wanneer in investeren. De plannen en ambitiesvan tien tot vijftien jaar geleden zijn gemaakt onder een ander gesternte.Dat onverminderd willen doorzetten, is niet verantwoord en brengt onsniet de infrastructuur die wij en toekomstige generaties nodig hebben. Datgaat niet alleen om het zinvol besteden van geld, maar ook om hetcreëren van netwerken die ook op de lange termijn duurzaam en zinvolzijn, die het grootste probleemoplossende vermogen hebben en die ookdaadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd, met het geld dat we hebben,maar ook met de mankracht en binnen de wetgeving en afspraken overnatuur, klimaat, luchtkwaliteit, verkeersveiligheid en bereikbaarheid.Afgelopen zomer is voor de derde keer door de rechter bevestigd datboeren niet mogen worden uitgekocht om met hun stikstofrechtensnelwegen of vliegvelden aan te leggen. Alle vrijkomende stikstof gaateerst naar de natuur totdat die voldoende is hersteld. De conclusie is datNederland dus grotendeels nog steeds stilligt vanwege de stikstofproble-matiek. Die constatering geeft ons ook de ruimte om mensen en middelenverstandiger en productief in te zetten voor onderhoud en duurzamealternatieven. De overprogrammering waar we afgelopen jaren omvroegen om zo de productie overeind te houden, is zelf grotendeels stilkomen te vallen. Transport en Logistiek Nederland verwoordde het alsvolgt: «We zijn niet eerlijk over wat wel of niet uitvoerbaar is. Daardoorverliest het MIRT zijn functie en wordt het vooral een wensenlijstje.»In navolging van de oproep van de logistieke sector wil ik de Ministervragen om de nu onuitvoerbare projecten serieus te heroverwegen. Wat isnog de toegevoegde waarde? Wat zijn de geactualiseerde kosten? Wat zijnde maatschappelijke opbrengsten? Wat zijn de realiseerbare alterna-tieven? Ook hiervan zou ik graag nog een goed onderbouwde lijst willenhebben voor het MIRT-debat van komende zomer.Voorzitter. Er zijn meer ontwikkelingen die niet goed genoeg gaan. Tegende afspraken in neemt het autogebruik weer toe, vooral door veelwoon-werkverkeer. In het Klimaatakkoord heeft de regering afsprakengemaakt over het terugdringen van autogebruik. Welke extra maatregelenkunnen we hierop verwachten?Ook de multimodaliteit staat onder druk; dat kwam ook al ter sprake bijhet debat over duurzaam vervoer en bij de begroting. Maar juist slimgebruik van onze netwerken kan heel veel problemen oplossen. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3814 hebben het Infrafonds getransformeerd naar Mobiliteitsfonds zodat wemeer multimodale en verkeersvraagbesparende oplossingen kunnenrealiseren. Dat kan meestal zonder stikstofproblemen of grote aannemers-combinaties. Waarom staan die niet bovenaan het lijstje?Dan twee laatste punten, over het doel en de systematiek van het MIRT.Het MIRT moet Nederland ontsluiten en bereikbaarheidsproblemenoplossen, maar dat is niet hetzelfde als het bestrijden van files. Een file isniet maatgevend voor een bereikbaarheidsissue. Er zijn vaak slimmeremanieren om bereikbaarheid en mobiliteit te faciliteren dan asfalteren,bijvoorbeeld verkeer spreiden, functies zoals wonen en werken dichter bijelkaar brengen of alternatieve modaliteiten faciliteren. Ik kom dat nog veelte weinig tegen. Ik wil graag dat de Minister hier heel nadrukkelijk naarkijkt als we het onuitvoerbare MIRT-lijstje gaan heroverwegen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik hoorde de heer De Hoop boeren noemen. Nou las ik afgelopen weekook dat GroenLinks-PvdA wel graag wil samenwerken met het minder-heidskabinet. Ik vraag me eigenlijk af: wat kunnen boeren vanGroenLinks-PvdA verwachten als er wordt samengewerkt? Ligtgedwongen onteigening van boeren op basis van stikstof ook op tafel? Isdat een taboe of zegt GroenLinks-PvdA: «dat gaan wij niet doen»?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Wat betreft de onteigening van boeren is er, gezien onze insteek vanvorige week, niets veranderd ten opzichte van eerder. We willen namelijkkijken hoe je samen met boeren het stikstofprobleem kunt oplossen enhoe je ervoor kunt zorgen dat voor boeren op locaties dicht bij Natura2000 een oplossing wordt gevonden, bijvoorbeeld door mensen vrijwilliguit te kopen. Er kunnen scenario’s ontstaan waarbij dat gedwongen moet.Maar ik denk: hoe eerder je samen met boeren aan tafel zorgt voorperspectief, des te minder snel is gedwongen uitkoop nodig. Hoe langerhet duurt, hoe eerder je daar terechtkomt. GroenLinks-PvdA wil heel graagvan het stikstofslot af. Dat is een van de punten waarop wij met hetkabinet willen samenwerken, omdat dat voor woningbouw en infra-structuur, maar ook voor boeren zelf, ontzettend belangrijk is.Mevrouw Van der Plas (BBB):Goed. Ik constateer dat het minderheidskabinet aangeeft eventueel over tegaan tot gedwongen onteigening van boeren op basis van stikstof.GroenLinks-PvdA is het daar ook mee eens. Ik wens de boeren dus heelerg veel sterkte de komende tijd. Maar denkt de heer De Hoop nou echtdat boeren hun levenswerk afpakken, dus gedwongen onteigening, denatuur gaat herstellen? Komt het dan goed met de natuur? En waaropbaseert de heer De Hoop dat?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het beeld dat mevrouw Van der Plas schetst, vind ik niet terecht. Ik bedoel,ik ben zelf boerenzoon en ik weet heel goed wat het betekent om je eigenplek te hebben waar je boert. Tegelijkertijd zitten we ook met de stikstof-crisis en moeten we kijken hoe we die oplossen. Ik constateer dat heelveel infraprojecten stilliggen omdat wij Nederland niet van het stikstofslothalen. Dat heb ik ook geprobeerd aan te geven in mijn inleiding. Ik vindhet zelf soms ingewikkeld als bepaalde partijen – dat zijn met namepartijen aan de rechterzijde en ook die van mevrouw Van der Plas – heelerg boos zijn als bepaalde projecten niet doorgaan. Dat komt namelijkdoordat de bewindspersonen van diezelfde partijen Nederland nog nietvan het stikstofslot hebben gehaald. Dat vind ik soms wel ingewikkeld,omdat ik ervan overtuigd ben dat als wij met elkaar een daadkrachtigestikstofaanpak hebben, inderdaad knooppunt Hoevelaken in Gelderlandverbreed en aangepakt kan worden. Als we dat niet doen, gebeurt datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3815 niet. Daar help je boeren niet mee en daarmee haal je Nederland niet vanhet stikstofslot. Dat is het probleem dat wij hier neerleggen. Het is ook ietswat GroenLinks-Partij van de Arbeid nadrukkelijk wil oplossen, en ook ietswat het afgelopen kabinet helaas wederom níét heeft opgelost.De voorzitter:Ook voor u geldt: kortere antwoorden graag.Mevrouw Van der Plas (BBB):Nederland zit in een stikstoffuik omdat wij in Nederland redeneren opbasis van een modellenwerkelijkheid. We hebben een stikstofwet in elkaargeflanst – nou, niet «wij», want ik zat nog niet in de politiek; dan was hetwat mij betreft nooit gebeurd – die ons zodanig gewurgd heeft injuridische regelgeving dat we daar niet meer uit komen. Dat is er aan dehand. Als de heer De Hoop, samen met dit minderheidskabinet, blijftdoorgaan met die modellenwerkelijkheid zullen we er nooit uit komen. Erliggen ...De voorzitter:Wat is uw vraag?Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja, oké, ik stop. Ik wacht even op het antwoord en dan kan ik eventueelverdergaan.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik deel de constatering van mevrouw Van der Plas niet. Zelf constateer ikdat BBB heel goed is in het problematiseren van een aantal benodigdemaatregelen om uit het stikstofslot te komen, waarvan niet alleenGroenLinks-Partij van de Arbeid, maar ook de rechter zegt dat het nodig isen dat je eerst moet inzetten op natuurherstel. Maar dat het de bewinds-persoon van BBB niet gelukt is om het stikstofprobleem daadwerkelijk opte lossen, is niet alleen slecht voor de landbouw, maar ook voor infra-structuur die we in Nederland nodig hebben.Mevrouw Van der Plas (BBB):De rechter is geen ecoloog. Nee. Dus als de rechter zegt «dat moet, wanthet is ook goed voor de natuur», zegt hij dat omdat wij onszelf gewurgdhebben met dwingende wet- en regelgeving. Daar toetst een rechter aan.Het is ook al langer bekend dat stikstof niet hét probleem is voor denatuur. Je hebt natuurgebieden met stikstofgevoelige natuur, en daarwaar stikstof een probleem is, kun je het aanpakken. Maar bijvoorbeelddroogte, hydrologie en menselijke activiteiten geven veel meer druk op denatuur dan alleen stikstof. Ik vind het dus, opnieuw, heel erg dat deboeren hier weer verantwoordelijk worden gehouden voor het op slotzetten van Nederland, terwijl dat komt omdat wij hier dwingende wet- enregelgeving hebben. Het is geen vraag, maar ik wilde hier wel meeafsluiten.De voorzitter:Meneer De Hoop, misschien wilt u daar nog op reageren, en anders ...De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Nou ja, ik heb niet meer te zeggen dan dat mevrouw Van der Plas mijwoorden in de mond legt die ik zelf niet eens uitgesproken heb. Destelligheid waarmee mevrouw Van der Plas dit schetst en het gebrek aandaadkracht van haar eigen Minister hebben ons niet geholpen. Verder zouik graag verdergaan met mijn betoog.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3816 Vervolgt u dan uw betoog, zou ik zeggen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Daarnaast is mijn fractie toch wel deels verbolgen over deverdeling van de middelen voor woningbouw en bereikbaarheid. Ik mochtdaar zojuist als rapporteur ook al over spreken met collega Van Asten. Ikvind het echt onbegrijpelijk dat slechts 0,4%, dus 4 promille, van demiddelen naar de drie noordelijke provincies gaat, en dat je zelfs als jeZeeland erbij optelt, slechts op 1,2% uitkomt. En ja, de Staatssecretarisnoemde die 4 promille een grijze vlek, maar ik vind het ook een behoorlijkwitte vlek. «Lichtgrijs», hoor ik de Staatssecretaris nu zeggen, maar dannog. Het is echt ontzettend weinig. Hoe kan het dat hier door een vanbeide bewindspersonen niet verder bijgestuurd is op de onevenredigeverdeling? Ik kan mij herinneren dat bij de presentatie van het rapport Elkeregio telt!, een van de commissarissen van de Koning uit Noord-Nederland – het was Groningen, geloof ik – de vraag kreeg: waar bent unou het meest bang voor? Hij zei toen: de macht der gewoonte. Op hetmoment dat er schaarste aan middelen is, gaat het geld vaak het eerstenaar de grote steden, omdat we dan altijd kijken naar rendement. Datgebeurt hier nu eigenlijk weer. Als je toetst op rendement, op maatschap-pelijke kosten en baten, zul je altijd zien dat dit soort regio’s benadeeldworden. Dat is misschien niet de intentie, maar dat is dan wel de uitkomst.Ik vind het heel erg jammer dat hier sinds het rapport Elke regio telt! nietgenoeg in veranderd is.Voorzitter. Net als bij de weginfra zien we dat er bij het spoor grotetekorten zijn. Als we willen voorkomen dat we in Nederland met het spoorDuitsland achternagaan, moeten we de komende jaren fors meerinvesteren in onderhoud en zorgen dat de budgetten toereikend zijn. Veelonderdelen van het drukbereden Nederlandse spoornetwerk gaan richtinghet einde van de levensduur. Ik noem een slappe bodem en de spoor-dijken. Reizigers ervaren hier nu al hinder van, want er zijn vakersnelheidsbeperkingen, er moeten lichtere treinen worden ingezet metminder capaciteit en er zijn vaker werkzaamheden. Als er in de toekomstvaker militair materieel over het spoor vervoerd moet worden, moeten weecht fors meer investeren in bestaande spoornetwerken. Een van definanciële problemen is echter dat het instandhoudingsbudget voor spoorniet realistisch is en structureel niet wordt geïndexeerd, terwijl dat wel eennoodzakelijke randvoorwaarde is om de kwaliteit van het bestaandespoornetwerk te garanderen. Het is op de lange termijn juist ookgoedkoper. Goedkoop is immers duurkoop. Graag een reactie van deStaatssecretaris daarop.Voorzitter. Ik kom bij mijn vragen over concrete projecten en regionaleproblemen, die om een oplossing vragen. Ik begin uiteraard – ik hoop datu mij dat niet kwalijk neemt – in het noorden, met Friesland. Bij het vorigeMIRT-overleg vroegen we in de Kamer om een oplossing voor deAfsluitdijksluizen. We begrijpen vanuit de regio dat dit proces goedverloopt, dus laat ik positief beginnen en daarvoor mijn dank uitspreken,ook aan de Minister. Hoe ziet hij het vervolgproces rondom de Afsluitdijk?Ik maak me grote zorgen over de haven van Terschelling. Dat is misschiengeen MIRT-project, maar de omvang en het regionale belang van dewerkzaamheden vragen denk ik wel om een groter aandeel hierin van hetRijk. Hoe kan de Staatssecretaris hier op korte termijn bij helpen?De vaarroute Lemmer–Delfzijl kent vier, nee, zelfs vijf bruggen diegerenoveerd moeten worden. Dat is een enorme ingreep, met grotegevolgen voor het verkeer in de regio. Dat gaat niet allemaal tegelijk.Lokaal vreest men de staat van verschillende bruggen, die nu al zo slechtis dat ze eerder vervangen moeten worden om de bereikbaarheid op peilte houden. Hoe loopt het tijdpad tot 2030, geloof ik, of tot 2035, wanneerdie bruggen vervangen zouden worden? Is dat nog steeds het tijdpadTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3817 waaraan voldaan kan worden, of zouden sommige bruggen misschien aleerder aangepakt moeten worden?Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie van BBB enGroenLinks-PvdA, de motie-Pierik/De Hoop, over het uitfaseren vandieseltreinen in Noord- en Oost-Nederland? Welke dieseltreinen moetennog geëlektrificeerd worden en welk tijdpad staat hiervoor?Voor het spooraquaduct bij Leeuwarden, dat op termijn waarschijnlijkgoedkoper is dan een nieuwe brug, is er nog een tekort van 214 miljoen.Dat kan de regio niet alleen opbrengen. Wat kan het kabinet op dit puntdoen om toch te voldoen aan de MIRT-systematiek en hierin stappen tezetten?Voorzitter. Dan de Gerrit Krolbrug in Groningen. We hebben daar recent aleen paar keer over gesproken. We hebben ook veel brieven vanomwonenden gekregen. Dit weekend nog waren er grote acties inGroningen die duidelijk maken hoe belangrijk deze plek is voor debereikbaarheid. Een noodbrug, een tijdelijke brug of desnoods een pontje,maar ook iets om op een veilige manier met je fiets naar de overkant tekomen, zijn toch wel extra nodig. Ik dank de Minister voor de toezeggingdat hij hier nogmaals met de lokale bestuurder naar wil kijken. Wij horenook vanuit de regio dat men bereid is om te kijken naar cofinanciering. Ikhoop dat de Minister echt de handschoen oppakt om in de tussentijd tezorgen voor tijdelijke oplossingen.Voorzitter. Deze brug staat natuurlijk niet op zichzelf. Ik heb eerder ookvragen gesteld over de brug bij Urmond, in Limburg, en over verschil-lende andere plekken in Nederland waar de veiligheid van bruggen onderdruk staat. Ik vind dat dat nog te vaak voorkomt. Dan zetten we omrijd-bordjes neer voor automobilisten en fietsers, maar we moeten dekomende jaren heel veel bruggen renoveren in Nederland. Ik vraag deStaatssecretaris waarom Rijkswaterstaat en IenW niet meer inzetten op deaanschaf van pontjes om flexibeler om te gaan met dit soort situaties.Kunnen we meer pontjes inzetten om dit soort problemen op te lossen?We kunnen namelijk aan zien komen dat dit soort situaties zich dekomende jaren nog meer gaan voordoen.Voorzitter. Ik kan het MIRT-debat niet voeren zonder aandacht te bestedenaan de Lelylijn. Het beschikbare budget is, zoals we al vaker hebbenbesproken, tot onze spijt vrijwel volledig verdwenen. Deze week komtgezant Klaas Knot met zijn rapportage. Ik hoop dat we daarna echt snelconcrete stappen kunnen gaan zetten. Ik roep het kabinet en de toekom-stige coalitie ertoe op om de noordelijke regio’s niet opnieuw teleur testellen.Voorzitter. Dan door naar Drenthe en Overijssel. Ook daar zit ik metonveilige N-wegen. Er wordt gekeken naar de aanpak daarvan en naarwegverbreding, maar mijn vraag is of er ook gekeken kan worden naarrijbaanscheidingen. Het grootste risico bij smalle N-wegen zit ’m namelijkin frontale botsingen op hoge snelheid. Een snelle en effectieve oplossingis dan een lagere snelheid met een stalen rijbaanscheiding in het midden.Qua schaal zou je dat denk ik buiten het MIRT om kunnen doen. Daar zijngeen stikstofruimte of extra asfalt voor nodig en er hoeven geen bomenvoor omgezaagd te worden. Het lijkt mij enorm effectief. Wordt ook naardie oplossingen gekeken?Verder wil ik het belang benadrukken van het oplossen van de knelpuntenop het spoor tussen Amsterdam, Deventer en Twente. Dat is niet alleengoed voor de verbinding tussen het oosten van het land en de Randstad,maar ook van cruciaal belang voor een snelle treinverbinding richtingBerlijn. Het gaat om verschillende punten, onder andere het vierde perronin Deventer. Hoe denkt het kabinet hieraan te kunnen bijdragen? Wanneerkunnen reizigers ook echt verbeteringen ervaren bij het knooppuntflessenhals Meppel? Hoe zit het met de spoorverdubbeling bij Deventer–Zwolle? Hoe loopt het MIRT-proces voor de Nedersaksenlijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3818 Gelderland. De aanpak van knooppunt Hoevelaken zit helaas hopeloosvast. «Het is niet uit te leggen», kopte De Gelderlander afgelopen week.We weten wat de oorzaak daarvan is, namelijk stikstof. Hoe kan het dat deMinister zijn collega van LVVN er niet toe heeft kunnen bewegen om ditprobleem daadkrachtig op te lossen? De maakbaarheid zit ’m in deplanning van de capaciteit van Rijkswaterstaat en de aannemers. Nietstikstof, maar de vergunbaarheid ligt daar wel. Wat kunnen we daar opkorte termijn toch nog verwachten?Noord-Holland. Wat we echt niet kunnen oplossen zonder geld, maar watwel elke cent waard is, is Zuidasdok over de A10. We zijn al heel ver, maarhet is heel complex. Het is van grote waarde voor de hele regio en ookvoor de toekomst van internationale treinen. De vertraging door dekostenoverschrijding resulteerde in heel veel extra kosten. Dit nu nietfixen is onnodig duur. Zuidasdok en het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol hebben voor GroenLinks-Partij de Arbeid echtprioriteit, want die zijn cruciaal voor de verbindingen naar het noorden,oosten en zuiden en bieden veel meer ruimte voor de internationaletreinen, omdat het reguliere spoor wordt ontlast. Hier moeten we dus meturgentie aan doorwerken. Wat kunnen we van de Staatssecretarisverwachten?De verkeerschaos die we kunnen zien aankomen, is het afsluiten van deIJ-tunnel in Amsterdam. 60.000 auto’s per dag moeten een alternatieveroute vinden. Die kunnen we, denk ik, in de stad niet echt kwijt. Het isechter bijna allemaal lokaal verkeer. Wat wordt er geregeld om dezemensen op de fiets of in het ov te krijgen? Of zetten we in op eenomleiding richting de A10? Dat leidt alleen maar tot nog meer files, denkik.Een ander heikel punt, waar we het in het recente CD Spoor ook overhebben gehad, is het spoorknooppunt Haarlem. Uit de MIRT-brief en ookuit de regio begrijpen we dat de gesprekken nog niet het gewensteresultaat hebben opgeleverd. Dit debat staat grotendeels in het teken vangrote financiële tekorten. In Haarlem dreigen we nu onnodig 50 miljoenover de balk te gooien, omdat we toekomstbestendige herinrichting enhet vervangen van oude wissels lostrekken. Ook toekomstige dienstrege-linguitbreiding komt in gevaar. Dat is zeer onverstandig. Graag detoezegging van de Staatssecretaris dat hij zich gaat inspannen om alsnogheel snel tot een positief resultaat te komen.Voorzitter. Dan nog twee asfaltpunten over Utrecht. Die liggen ookletterlijk in elkaars verlengde. Op de website van Rijkswaterstaat zie je bijde planning voor de A27 Houten–Hooipolder staan: «Start: 2024. Klaar:onbekend.» We zijn net begonnen, maar lijken nu al de controle kwijt tezijn over de planning en de kosten. Wat is de verwachting van de Ministervoor de planning? Ook de A12/A27 Amelisweerd heeft alle ingrediëntenom een technisch-verkeerskundige en ook financiële ramp te worden,terwijl het alternatief op vrijwel alle punten beter scoort. We zijn nog niette laat om te kiezen voor een slimmere oplossing. Ik heb hier ook niet voorniks vorige week een motie over ingediend. In de brief van afgelopenvrijdag lazen we dat het budget inmiddels onvoldoende is. IenW heeftnadere cijfers aan de Raad van State gegeven. Wederom is de vraag of dieook met de Kamer gedeeld kunnen worden.Voor de regio Utrecht is de Merwedelijn van cruciaal belang. Mijn fractieis blij met de rijksbijdrage. Hopelijk kunnen Rijk en regio samen snel devervolgstappen zetten.De voorzitter:Meneer De Hoop, ik wil u er even op wijzen dat u inmiddels een minuutvan uw tweede termijn heeft gebruikt. U bent lekker bezig met uw rondjeNederland, dus dat wilt u waarschijnlijk ook afmaken, maar ik wijs u erwel even op, zodat u het zelf in ieder geval in de gaten heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3819 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank. Daar was ik van op de hoogte. Mijn inschatting is dat ik geen zevenminuten nodig heb in de tweede termijn.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog. Wij houden het bij.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Dan kom ik bij Zuid-Holland. Mijn fractie maakt zich zorgen overde kosten van de schaalsprong van de Oude Lijn. Er is een tekort van 2miljard. Hoe gaat het kabinet hier met de regio samen een oplossing voorvinden? Verder maken wij ons zorgen over het feit dat er nog geen budgetis voor het herstel van de hsl-viaducten. Is er inmiddels zicht op de kostenen of die deels verhaald kunnen worden omdat er constructiefouten zijngemaakt?Voorzitter. Dan Zeeland. Treinreizigers in Zeeland krijgen door deERTMS-proef langdurig te maken met hinder. Eerder hebben we alsKamer aangedrongen op goede compensatie. Hoe staat het met deplannen daarvoor? Is er al zicht op de mogelijkheden om de Zeeuwse Lijnin de toekomst aan te sluiten op de hsl? Ook de Zeelandbrug is inverkenning. Die is van groot belang voor de bereikbaarheid van de regio.Ook hier moet wat ons betreft zo snel mogelijk een oplossing voor komen.Voorzitter. Noord-Brabant. We weten allemaal dat de regio Eindhoven,met onder andere ASML, enorm belangrijk is voor onze economie. Het isdaarom ook belangrijk dat de bereikbaarheid hier zo snel mogelijk op ordekomt, zodat de economie hier op een duurzame manier kan groeien. Er isdaarom een grote opgave bij station Eindhoven. Dat station moet snelaangepakt worden, zodat onder andere de intercity naar het Ruhrgebiedkan worden gestart. Ook hier ontbreken voldoende middelen. Welkemogelijkheden ziet het kabinet om samen met de regio snel volgendestappen te kunnen zetten om te voorkomen dat de economische groeiachterblijft als gevolg van uitstel van investeringen?Voorzitter. Tot slot Limburg. De Kamer is vorig jaar op werkbezoekgeweest in Weert-Hamont, om te spreken over de heropening van hetspoor tussen Nederland en Belgisch-Limburg. De Belgische trein staat alklaar om de grens over te rijden, alleen moet het spoor bij Weert nogaangepast worden. Welke mogelijkheden ziet het kabinet om samen metde Belgen met bijvoorbeeld Europees geld te werken aan de heropeningvan deze lijn? Ik weet dat deze Staatssecretaris ook voorzitter was van decontactgroep België, waar ik met veel plezier met hem mee bezig bengeweest. Ik ga er dus van uit dat hij dat met enthousiasme omarmt. Totslot heb ik nog de vraag hoe het staat met het gesprek over het afzien vande sloop van de spoorbrug bij Maastricht.Dank.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Die resulteert erin dat u vier minuten over heeftvoor de tweede termijn. Dan weet u dat voor de voorbereiding daarvanstraks. Dank voor uw inbreng. Het woord is aan mevrouw Van der Plas,namens de BBB-fractie. Gaat uw gang.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. Als je door Nederland rijdt, geniet je gewoon vanhet landschap. Als je vanuit andere landen terugkomt in Nederland, dandenk je: wat zitten de wegen hier toch allemaal goed in elkaar. Maar dat isgeen vanzelfsprekendheid. We hebben grote investeringen nodig om onzeinfrastructuur op orde te houden. De groei van Nederland valt of staat metde aanleg en het onderhoud van onze bruggen, wegen, tunnels, dijken enspoorlijnen, of het nu is om onze regio’s economisch te versterken, hetland bereikbaar te houden of mensen simpelweg veilig van A naar B teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3820 laten komen. Voor BBB is er in dit notaoverleg maar één belang: in deregio en in de stad erop kunnen vertrouwen dat mobiliteit geen luxewordt. Juist dat vertrouwen staat op steeds meer plekken onder druk.Het kabinet heeft meerdere regio’s aangewezen als nieuwe grootschaligewoningbouwgebieden. Daar ligt een forse en hoognodige opgave vooronze woningcrisis. Het gaat hier om tienduizenden woningen in sommigeregio’s, oplopend tot ruim 30.000 woningen richting 2035, zoals ook in hetMIRT 2026 wordt benoemd. Voor de mensen thuis die niet weten wat hetMIRT is: dat is het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte enTransport. Die aanwijzing schept wel verwachtingen, maar de BBB ziet inhet MIRT 2026 dat de uitvoering achterblijft. Zonder bereikbaarheid is ergeen woningbouw; zo simpel is het. Zonder de hoognodige investeringenom deze nieuwe woningbouwlocaties te ontsluiten en te verbinden,blijven ambities papieren tijgers en kan de Minister van Volkshuisvestingde ambities niet ten volle realiseren. Is de Minister het daarmee eens? Hetbelang van de samenhang tussen woningbouw en mobiliteit wordtonderschreven, maar er ontbreekt duidelijkheid over wanneer en hoe debenodigde infrastructuur volgt. Regio’s moeten nu tempo maken, terwijlhet Rijk blijft hangen in uitstel. Hoe verantwoordt de Minister dat erregio’s worden aangewezen voor grootschalige woningbouw, terwijl er inhet MIRT 2026 geen concreet besluitmoment is vastgelegd voor debijbehorende infrastructuur en de woningbouw zonder die investeringensimpelweg stilvalt?Voorzitter. Dan de grote spoorverbindingen in het noorden en het oostenvan het land. We hebben het er vorige week ook al over gehad: de Lelylijnen de Nedersaksenlijn zijn geen prestigeprojecten, maar strategischeverbindingen voor bereikbaarheid, woningbouw, economische ontwik-keling en spreiding van groei, juist ook buiten de Randstad. In deschriftelijke beantwoording bij de begrotingsbehandeling van afgelopenweek wordt erkend dat volledige realisatie tijd kost, en geld uiteraard. Datbegrijpt BBB. Tegelijkertijd lezen we in MIRT 2026 dat deze verbindingenvooral in de langetermijnperspectieven tot 2040 en verder zijn geplaatst,maar dat mag geen reden zijn om niets te doen, zoals we vorige week ookal aangaven. Juist daarom hebben wij gepleit voor een gefaseerde aanlegvan de Lelylijn, zodat regio’s niet nog decennia hoeven te wachten opperspectief. Bij de begrotingsbehandeling gaf de Minister op vragen ofeen gefaseerde aanleg van de Lelylijn wenselijk is aan dat dat aan eennieuw kabinet is, maar kan de Minister dan in ieder geval aangeven of erbinnen mogelijke plannen voor gefaseerde aanleg, dus binnen plannenwaar al aan gewerkt wordt of projecten die al klaar liggen, ruimte is om tebeginnen met een verbinding tussen Groningen en Drachten? Welkemogelijkheden ziet de Minister binnen zijn termijn nog om bij zowel deLelylijn als de Nedersaksenlijn vorderingen te maken? Dit hoeft niet grootte zijn; dat kan waarschijnlijk ook niet, maar ik ben wel benieuwd welkeruimte er nog is.Voorzitter. In de MIRT-brief van januari wordt het belang van stationDeventer voor de bereikbaarheid van Oost-Nederland expliciet erkend.Deventer is naast de mooiste stad van het land, met het mooiste plein vanhet land en met het mooiste voetbalstadion van het land van de mooistevoetbalclub van het land ook een bovenregionaal knooppunt waarmeerdere hoofdverbindingen samenkomen richting Zwolle, Amersfoort,Arnhem en Twente. Daarmee speelt het station een sleutelrol in hetdagelijkse woon-werkverkeer en in de verdere groei van de regio.Tegelijkertijd zien we dat het in de praktijk achteruitgaat. Door capaciteits-gebrek worden treinen op belangrijke corridors structureel ingekort. Datbetekent: minder vervoerscapaciteit op lijnen waar dagelijks tiendui-zenden reizigers van afhankelijk zijn, meer druk op het wegennet en eendirecte rem op regionale doorstroom en ontwikkeling. In MIRT 2026 lezenwe vooral analyses, terwijl het knelpunt zich nu al manifesteert. Analysealleen helpt reizigers niet verder. Zonder zicht op besluitvoering enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3821 uitvoering wordt het probleem vooruitgeschoven, terwijl de gevolgenvandaag al voelbaar zijn. Wil de Minister het belang van de aanpak vanstation Deventer meenemen in adviezen aan een volgend kabinet om opte pakken? Daarbij is vooral de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding,waaronder het vierde perron, van groot belang voor de regio. Ik wijs deMinister ook op de vele steunbetuigingen van meerdere steden voor ditpleidooi.Voorzitter. De grensregio’s. Of het nu gaat om noord, oost of zuid, steedsweer zien we dat deze regio’s extra afhankelijk zijn van een goedeinfrastructuur, terwijl zij vaak als laatste aan bod komen. In MIRT 2026wordt dit ook erkend, maar zonder duidelijke vertaling naar investerings-prioriteiten. Voor BBB zijn grensregio’s geen randgebieden maarvolwaardige delen van Nederland. Het zijn vaak ook delen van Nederlanddie niet op Rotterdam of Den Haag gericht zijn maar juist op regio’s overde grens, in Duitsland en België. Slechte bereikbaarheid werkt hier directdoor in de economie, de voorzieningen en de leefbaarheid, en vergrootjuist de afstand tot werk en onderwijs. Hoe borgt de Minister binnen hetMIRT dat grensregio’s niet structureel achterblijven bij investeringen inbereikbaarheid, terwijl zij juist extra afhankelijk zijn van een goedfunctionerend netwerk?Voorzitter. Al jaren is de N50 een weg waar het vaak misgaat: gewondenen doden. De zorgen over de verkeersveiligheid zijn al vaak aangekaart,maar totdat de N50 veilig is, zal BBB dit blijven aanstippen. In MIRT 2026wordt veiligheid benoemd als prioriteit, maar tegelijkertijd blijft de N50vastzitten in taakstellende budgetten en vertraging, terwijl juist op dezeweg het aantal ernstige ongevallen al jaren boven het landelijk gemid-delde ligt. Voor BBB is dat niet acceptabel. Veiligheid mag niet afhankelijkzijn van rekenkundige beperkingen. Wij hebben een motie klaarliggen opdit punt.Voorzitter, afrondend. MIRT 2026 laat zien dat keuzes moeilijk zijn. Datbegrijpt BBB, maar keuzes niet maken is ook een keuze. Die keuze raakt nuvooral de regio, de grensgebieden en de veiligheid van mensen.Voorzitter, ik rond af. Ik heb nog twee vragen. Ik heb begrepen dat deMinister op werkbezoek gaat naar Ameland voor wat betreft de watertaxi.Kan de Minister ons even meenemen in wat daarbij de inzet gaat wordenen wat de Amelanders kunnen verwachten? Ik wil graag ook nog eenstand van zaken over de haven van Terschelling. Daar hebben we hetvorige week uitgebreid over gehad in het begrotingsdebat. Ik neem aandat er de afgelopen dagen al contact is geweest. Ik wil graag van deMinister weten wat daarvoor de mogelijkheden zijn en wat de stand vanzaken is.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een minuutje van uw tweede termijn gebruikt. U heeftook nog een interruptie van de heer De Hoop voor wat extra spreektijd.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag over de N50. Ik ben het met mevrouw Van der Plas eensover de noodzaak die aan te pakken. Ik denk dat Sander de Rouwe, deburgemeester van Kampen, hier de afgelopen jaren wel vijf keer isgeweest met een petitie om die weg aan te pakken. Nu leek het bij devorige Voorjaarsnota even alsof de BBB erin geslaagd was daar geld voorvrij te maken. Helaas is dat toen net niet gelukt. Welke mogelijkheden zietmevrouw Van der Plas nu om die N50 nog aan te pakken? Met geldschuiven wordt misschien ingewikkeld. Welke oplossing ziet BBB nu voorzich?Mevrouw Van der Plas (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3822 Een terechte vraag. De N50 viel er bij de Voorjaarsnota inderdaad helaasnet uit, omdat wij toch nog een potje wilden houden voor de Lelylijn. Alsdat op nul zou komen ... Nul is nul; dan is er gewoon niks meer. Ik heb eenmotie klaarliggen. Kijk, er zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over deMIRT-verkenning. Daarvoor staat 200 miljoen klaar. Voor de start van deMIRT-verkenning moet het grootste deel van de benodigde middelen albeschikbaar zijn. Voor de A27 is dit al het geval. Dit geeft de mogelijkheidom binnen het gereserveerde bedrag van 200 miljoen ook ruimte temaken voor het verbeteren van de veiligheid op de N50. Ik ga later op dedag de regering dus verzoeken om te kijken of binnen dit bedrag voor deMIRT-verkenning A27 Zeewolde–Eemnes 150 miljoen kan wordengereserveerd voor de verkenning en 40 miljoen kan worden ingezet vooreen fysieke rijbaanscheiding tussen Kampen en Ramspol. Ik neem aan datde heer De Hoop dat een heel goed idee vindt. Hij kan deze motiemedeondertekenen, als hij wil.De voorzitter:De heer De Hoop gaat daarop reageren, zie ik.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik moet zeggen dat dit goed klinkt. Ik vind dat we, juist in de tijd dat webeperkte stikstofruimte hebben, inderdaad meer moeten inzetten oprijbaanscheidingen op N-wegen. Het klinkt dus als een sympathieke motie.Ik wacht de reactie van het kabinet af. Ik vind het verstandig.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de inbreng van de heer Stoffer namens deSGP. Gaat uw gang.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Ik begin met de instandhoudingsopgave, want dat is eenrace tegen de klok. Naast extra geld zijn slimme keuzes nodig. In datverband heb ik een eerste vraag. We kunnen honderden miljoenen euro’sbesparen door risicogericht te werken met behulp van sensoren, data enmodellen; dat geven vele experts aan. Als ik zou vragen of hier maximaalop wordt ingezet, ga ik ervan uit dat het antwoord ja zal zijn. Daarom ismijn echte vraag: hoe wordt deze aanpak zodanig verankerd in deorganisatie dat de kansen ook echt gepakt gaan worden?Voorzitter. Ik dank de Minister voor de brief over het MeerjarenplanInstandhouding. Het gaat mij erom dat voor aannemersbedrijven tien jaarof verder vooruit duidelijk is welke projecten op de markt zullen komen,zodat ze hier ook gewoon op in kunnen spelen. Voor ons als Kamer is hetgoed om inzicht te hebben in de concrete investeringsopgave op langeretermijn. Volgens mij vinden we elkaar in de wens om bij de jaarlijkseactualisering van het meerjarenplan zo ver mogelijk vooruit kijken.De indexering van rijksbijdragen aan projecten vindt plaats aan de handvan de generieke index bruto overheidsinvesteringen, maar de praktijkleert dat bouwkosten sneller stijgen dan die generieke indexering.Daardoor komen projecten klem te zitten. Mijn vraag is: hoe kunnen debewindslieden ervoor zorgen dat deze indexering beter gaat aansluiten bijde actuele bouwkostenontwikkeling?Voorzitter. Ook nieuwe aanlegprojecten blijven nodig. De afgelopen jarenis flink geïnvesteerd in lokale ontsluiting van woningbouw. Dat zijn weernieuwe verkeersbewegingen op de hoofdwegen. Daar moet de schop dandus ook in de grond, zeg ik tegen de beoogde nieuwe coalitie. We zijnbenieuwd wat er in de plannen staat die wellicht eind deze week onze kantop komen.Voorzitter. Verschillende provincies, in het bijzonder die in het Noorden enZeeland – de collega’s hiervoor refereerden er al aan – zijn teleurgesteldover het minimale aantal toegekende projecten voor woningbouw enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3823 mobiliteit. Het gros van de middelen gaat naar de Randstad. De vraag isdan: hoezo «elke regio telt»? Veel kleine en middelgrote projecten makensamen namelijk veel woningen. Dat is ook qua inpassing eenvoudiger.Mijn vraag is: hoe kijken de bewindslieden hierop terug? Voor enkelegrootschalige woningbouwprojecten in Hengelo, Enschede en Apeldoornis wel gebiedsbudget toegekend, maar geen infrabudget. Dan zal je tocheigenlijk moeten constateren dat deze projecten niet van de grond gaankomen. Mijn vraag is: wat is het perspectief hiervoor?Voorzitter. Dan een aantal concrete projecten. Ik begin met Hoevelaken.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik gun mijn collega wat extra spreektijd. Een vraag aan collega Stoffer. Hijbenoemt heel terecht het punt van Hengelo en de woningbouwplannenzonder geld voor bereikbaarheid. Toont dit ook niet aan dat we hier alsrijksoverheid veel te sectoraal werken en dat we gebiedsgerichteinstrumenten nodig hebben om dit gebiedsgericht te ondersteunen? Nukan het zo zijn dat we wel geld voor woningbouw uittrekken als Rijk, maarniet voor bereikbaarheid. Dan willen we dus blijkbaar wel een thuis geven,maar of we ook thuiskomen, blijft een grote vraag.De voorzitter:We kunnen het antwoord daarop wel dromen, denk ik.De heer Stoffer (SGP):Ik zou gewoon ja kunnen zeggen. Sterker nog, ik ben zelf civiel ingenieur.Toen ik dat net was, had ik nog een beetje vrije tijd. Met een aantalvrienden hadden wij een studieclub. Toen hebben we weleens bijbepaalde symposia zaken ingediend, waarbij we zeiden: eerst de infra endan pas gaan bouwen. Dat antwoord bedachten we 25 jaar geledennatuurlijk al. Ik kan er alleen maar ja op zeggen. Eigenlijk denk ik dat wehet er, zoals we hier met elkaar zitten, over eens zijn. Ik schat in dat hetkabinet en de ambtenaren ook exact hetzelfde zullen zeggen. Toch komenwe er niet toe. Het gaat dus inderdaad om dat gebiedsgerichte. Ik denk datwe het nog meer moeten verinnerlijken en dat nog meer aan de voorkantmet elkaar moeten gaan oppakken. Ik ben echt niet negatief over alles,hoor. Er zijn de afgelopen periode natuurlijk ook een aantal goedevoorbeelden bovengekomen: Hengelo, Enschede, Apeldoorn; er zijn erongetwijfeld nog meer. Daarbij zie je het net niet de goede kant opgaan. Ikben het er dus helemaal mee eens. Laten we er gewoon met elkaar deschouders onder zetten, er aandacht voor blijven vragen en gaan zorgendat we het steeds meer gaan verinnerlijken.De voorzitter:Meneer Grinwis, heeft u nog een vervolgvraag? Ik zag u bewegen. Nee?Dat is niet het geval. U heeft inderdaad vier interrupties. U bent er zuinigop. Hartstikke goed. Meneer Stoffer, vervolgt u uw betoog.De heer Stoffer (SGP):Ik ga verder met knooppunt Hoevelaken. De Kamer heeft gezegd dat deaanpak van knooppunt Hoevelaken prioriteit moet krijgen en dat in iedergeval gestart moet worden met een gefaseerde aanpak. Nu ligt er eenplan van aanpak voor de eerste stap van variant 4. Maar de Minister zegt:ik doe er niks mee tot de stikstofoplossing er is. Dat schiet natuurlijk nietop, want stikstof is bijna overal een knelpunt. We kunnen wat dat betrefttoch niet met de armen over elkaar blijven zitten? Mijn vraag is: wil deMinister, gezien de Gelderse stikstofaanpak en de salderingsmogelijk-heden, de voorbereidingen voor variant 4 gewoon doorzetten?Voorzitter. Dan stations. De regio Zuidplas gaat aan de slag met eenonderzoek naar de nut en noodzaak van een eventueel nieuw stationZuidplas-Westergouwe. Het Rijk ziet er weinig in en houdt zich afzijdig. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3824 zie ook voor andere voorstellen voor stations weinig enthousiasme,behalve bij de Oude Lijn. Eerder is een SGP-motie aangenomen waarinwerd verzocht om te kijken naar stations bij Barneveld-Noord en Stroe opde lijn Amersfoort–Apeldoorn. Die is ook aangenomen, maar ik hoor erweinig meer over. Als we mensen vanuit de auto in de trein willen krijgen,dan zullen we stations moeten bouwen en uitbreiden, zoals in Deventer.Daar had mijn buurvrouw het zojuist al over. Dat is inderdaad een heelmooie stad, maar ik ken nog mooiere, hoor. Overigens doet de SGP daarvoor het eerst mee aan de verkiezingen, dus het kan een nog betere stadworden; ik benoem het maar even. Het is ook van belang om eenintercitystatus te geven aan stations als Harderwijk – daar zal de voorzitterhet vast ook mee eens zijn – en Utrecht Lunetten. Zeker nu het wegennetsteeds meer gaat vastlopen, neemt het belang van die stations gewoontoe. Mijn vraag is: waar blijft de proactieve inzet hiervoor? Die tweeminuten tijdsverlies voor de een is voor de ander het verschil tussen deauto of het ov, of zelfs misschien tussen een baan of geen baan.Voorzitter. De SGP pleit voor versnelling van het realiseren van stationDordrecht Leerpark. Er is budget beschikbaar, maar de aanleg wordt nugekoppeld aan de ontwikkeling van station Dordrecht en de Oude Lijn. Datbetekent dat het zomaar naar achteren schuift. Mijn vraag is: wil deMinister Dordrecht Leerpark als apart project behandelen en zo snelmogelijk de paal in de grond slaan? Het zou echt helpen om de A15 eenbeetje te ontlasten. De noodzakelijke verbreding van die weg staat in deijskast en ik denk dat we daar echt nog wel een paar jaar op moetenwachten.Voorzitter. Dan de Noord/Zuidlijn. Een mogelijke verlenging van deNoord/Zuidlijn, waar al geld voor gereserveerd staat, is een potentieelkoekoeksjong. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid en andereexperts wijzen op de mogelijkheid van een andere aanpak in en rondAmsterdam. Een opiniestuk in De Telegraaf repte daar onlangs ook over.Ze suggereren hoogfrequente metroverbindingen over bestaand spoor,het buiten de stad houden van intercity’s en het inzetten van intercity’svoor het vervoer over lange afstanden. Dan zou het aansluiten van hetmetronetwerk op het spoornet voldoende kunnen zijn, in plaats vanaanleg van een nieuwe metrolijn. Of dat echt zo is, zul je moetenbestuderen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus of hij deze variantzou willen meenemen in de onderzoeken die dit jaar plaatsvinden.Voorzitter. Dan het spoor Gent–Terneuzen. Het spoor is niet alleen vanbelang voor vervoer van mensen, maar ook voor vervoer van goederen. Indit verband hoor ik graag waar het startbesluit voor verbetering enverlenging van het spoor tussen Terneuzen en Gent blijft. Het geld isgereserveerd, ook aan de Vlaamse zijde, en het startschot voor dit projectzou toch een mooi saluutschot zijn bij het aanstaande vertrek van onzeStaatssecretaris. Ik zou dus zeggen: schiet op, want dat is volgens mij zeernabij.Voorzitter. De N-wegen. Collega’s hebben het zojuist al benoemd en wehebben het ook vorige week aan de orde gehad: we moeten investeren inonze N-wegen voor verkeersveiligheid en doorstroming. Ik maak mezorgen over de gang van zaken bij onder meer de N35 en de N50. Bij deN50 Kampen-Ramspolbrug is sprake van een groot budgettekort. En als ervoldoende budget is, blijkt er ineens sprake van een tekort aan personeel.De projecten N35 en N50 worden daarom niet opgepakt. Mijn vraag is hoedie afweging gemaakt wordt. Het gaat toch ook om verkeersveiligheid?Sowieso hoor ik uit verschillende regio’s dat ze daar geen inzicht krijgenin de verdeling van capaciteit bij Rijkswaterstaat. Dat maakt het lastig omplannen en verwachtingen hierop af te stemmen en het gesprek daaroveraan te gaan. Ik begrijp dat er overleg komt met de provincies. Is hetinderdaad de bedoeling om de bestuurlijke partners meer inzicht te gevenin de capaciteitsverdeling en hen beter mee te nemen in de afwegingendie gemaakt gaan worden? Dat is mijn vraag aan de bewindslieden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3825 Voorzitter, afrondend. Zeeland met zijn eilanden is gebaat bij goedecalamiteitenroutes en de Vlaketunnel is daarbij een zwakke schakel. Er zijndaar regelmatig stremmingen. Het is goed dat de Minister met Zeelandkijkt naar de aanleg van calamiteitendoorsteken, maar tegelijk schrijft hijdaarbij: «binnen de kaders van de Tunnelwet». Die zegt dat tweerichtings-verkeer in een tunnelbuis niet mag. Dat betekent dat de grootste kans –een doorsteek van de ene naar de andere kant van de snelweg – gemistwordt. Mijn vraag is of de Minister bereid is die wet, als dat veilig kan, zonodig aan te passen. Bij tijdelijk tweerichtingsverkeer kun je de veiligheidborgen door snelheidsaanpassing. Europese regels bieden in ieder gevaldie ruimte.Daar laat ik het bij, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:De heer Grinwis heeft nog een interruptie voor u, en ik wil u graagmededelen dat u een minuutje van uw tweede termijn heeft gebruikt.De heer Grinwis (ChristenUnie):Meneer Stoffer heeft veel te veel goede punten in te brengen in veel teweinig spreektijd. Daar hebben meer collega’s vandaag last van.Ik miste het punt van de A24, de Blankenburgtunnel. Heel veel mensenworden met een negatieve verrassing geconfronteerd als ze daar eens eenkeer doorheen rijden. Mensen uit de buurt weten dat je daar tol moetbetalen; mensen die daar minder regelmatig doorheen reizen, komen nogweleens op de koffie. Moeten we daar gewoon zo mee doorgaan? Is dat,zoals de Minister zegt, inderdaad een kwestie van wennen? Of moeten weconstateren dat we in ons Nederlandse infrastructurele netwerk heelweinig tolwegen en toltunnels hebben, twee stuks, en dat we daargewoon mee moeten stoppen? Of nee, we hebben er drie, de Kiltunnel, deWesterscheldetunnel voor vrachtverkeer en dan deze. Is het niet tijd omdaar eens een punt van te maken en dat te stoppen?De voorzitter:Dank u wel. De heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Mooie vraag. We hebben dit vorige week bij de begroting ook aangekaart;de heer Grinwis heeft dat met mijn collega Flach ook eerder bij deAlgemene Financiële Beschouwingen aangekaart. Op zich denk ik dat hetgoed is om ermee te stoppen, maar dan komt gelijk het dekkings-vraagstuk. Ik ben dus benieuwd of de nieuwe coalitie daar de komendetijd iets van vindt. Ik vind het te gemakkelijk om al te roepen: doe het maarniet. Ik heb vorige week wel gevraagd of deze Minister nog kan kijken of jeer niet op z’n minst die boetes een jaar vanaf kunt halen. Natuurlijk zitdaar misschien ook een dekkingsvraagstuk, maar als het niet lukt om heteraf te halen, geef dan op z’n minst nog een jaar gewenning. Mensen zijner namelijk nog niet aan gewend. Dat zou ik de eerste stap vinden, maarals uiteindelijke stip op de horizon komen we misschien toch op een heelander bekostigingsvraagstuk. Dat is echt de grote toekomstvraag. Vanbepaalde delen afstand doen, is uiteindelijk verstandiger. Dank voor devraag. Ik zou in eerste instantie in willen zetten op een jaartje eraanwennen en kijken of we die boetes voor het eerste jaar eraf kunnen halen.Ik ben benieuwd wat de Minister daarvan vindt; dat vragen we vastsamen.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Asten namens D66.Gaat uw gang.De heer Van Asten (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3826 Dank. Nederland is een klein en dichtbebouwd land en de opgaven op hetgebied van de aanleg van infrastructuur zijn groot. Dat levert lastigepuzzels op. Als Haags wethouder had ik al genoeg van die puzzels, maarals Kamerlid krijg ik er nog een paar dozen puzzels bij, over heelNederland. Dit MIRT-overleg, waarin alle projecten de revue passeren, ishet belangrijkste overleg dat we over die puzzels voeren. Het belangrijksteuitgangspunt daarbij is: als je beperkt geld hebt, moet je dat op een zoslim mogelijke manier inzetten. Volgens mij laten we op dit moment nogweleens kansen lopen om dat slim te doen.Een concreet voorbeeld daarbij is de Nedersaksenlijn. Goed dat weperspectief geven aan Oost-Nederland, maar als ik met mensen in dieregio spreek, dan zeggen ze: wij hebben er geen middelen voor dewoningbouwambities bij gekregen. Zij moeten nu de komende jaren metde pet in de hand naar Den Haag voor extra geld voor woningbouw. Datdat niet altijd makkelijk gaat, blijkt wel uit de verdeling van deWoKT-middelen; «wokt» is misschien toch de meest makkelijke uitspraak.Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe dat is gegaan. Er wordt een beslissinggenomen, namelijk «de Nedersaksenlijn wordt aangelegd», maarvervolgens zijn er geen middelen voor de woningbouw daaromheen. Wegaan dus een lijn aanleggen die een waarde op zich heeft – dat ontken ikniet – maar de potentie daarvan wordt niet gebruikt. Dat vind ik geenslimme manier van investeren. Hoe gaan die discussies nou tussen deMinisteries van IenW en VRO?Een ander punt betreft de mobiliteitsmaatregelen die moeten wordengenomen om woningbouw mogelijk te maken. Welke eisen stelt hetministerie aan het beperken van het privéautogebruik in een gebied? Doorte sturen op lage parkeernormen, het garanderen van deelmobiliteit en ov,en natuurlijk veilige en directe fiets- en wandelroutes kan de noodzaak vandure fysieke ingrepen deels beperkt worden. Maar wie bepaalt nou wat deparkeernormen zijn in een gebied en of die ook daadwerkelijk strengworden gehandhaafd, zodat er minder behoefte is aan dit soort dureinvesteringen?Dan de niet toegekende projecten in de afgelopen ronde. Vorige weekvroeg ik al aandacht voor de vier grootschalige woningbouwgebieden dieniet bediend zijn; collega’s noemden dat net ook al. De Minister zegteigenlijk: dit is aan het nieuwe kabinet. Daar gaan we natuurlijk ons bestvoor doen, maar wat ik niet hoorde in de beantwoording van de Minister,en wat voor ons nog wat mistig blijft, is een totaaloverzicht van deprojecten die nu geen geld hebben gekregen bij de toekenningen voor deontsluiting van woningbouw. Is het mogelijk om daar toch een finaaloverzicht van te geven, ook met de mogelijke winsten voor dewoningbouw en het aantal arbeidsplaatsen dat daarmee te winnen is?Dan hebben wij als Kamer echt een overzicht van wat de projecten wel enniet behelzen.Dan aandacht voor twee steden en de bijbehorende regio’s die mettoenemende verbazing naar de besluitvorming hier in Den Haag aan hetkijken zijn. In Haarlem ziet men de huidige wissels rond het station straksvervangen worden, waardoor tijdenlang zware hinder is voor reizigers,terwijl we weten dat over niet al te lange tijd weer nieuwe wissels inmoeten worden gelegd. In Eindhoven wordt het busstation, aangrenzendaan het station, aangepakt – althans, de middelen worden hiervoorbeschikbaar gesteld – maar de uitbreiding van het station met nieuweperrons wordt niet direct meegenomen, waardoor de reizigers van, naaren door de lichtstad tweemaal zware hinder zullen gaan ondervinden. Ikbegrijp de budgettaire beknelling bij het ministerie natuurlijk al te goed;daar hebben we uitgebreid over gesproken. Daarom vraag ik me des temeer af waarom is gekozen voor de verdeling van middelen op de huidigemanier, wat ons uiteindelijk meer gaat kosten en meer hinder gaatopleveren. Met andere woorden, hebben we nu niet te veel projecten inéén keer op de lijst gezet, terwijl we projecten beter in hun totaliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3827 hadden kunnen aanpakken? Ik ben dus wel benieuwd naar de mening vande Minister en Staatssecretaris daarover.Voorzitter. Als oud-voorzitter van de Verstedelijkingsalliantie – dat is hetsamenwerkingsverband rondom de Oude Lijn van inmiddels achtgemeentes en de provincie Zuid-Holland – ben ik toch wel zeer in mijnnopjes. Het harde werk geleverd door de regio en het Rijk heeft geresul-teerd in forse investeringen in de stations op deze lijn. Er staat zelfs bij dathet een ongekend hoge maatschappelijke kosten-batenscore kent. Elkegeïnvesteerde euro levert namelijk € 3 op. Kom daar nog maar eens om!Dit is echter fase één. De viersporigheid blijft volgens alle partijennoodzakelijk voor het einddoel. Ook moeten er nog nieuwe stations opdeze lijn worden gebouwd om de woningbouw te kunnen ontsluiten.Hiervoor wordt volgens de stukken een pact gesloten. Hoe krijgen wij alsKamer inzicht in dat pact en in de onderdelen van dit omvangrijke project,dat zo cruciaal is voor grootschalige woningbouw en economischeontwikkeling in de Zuidelijke Randstad? Er staat bij dat er nog 2 miljardnodig is. Dat rendeert dus blijkbaar maal drie, dus het gaat 6 miljardopleveren. Soms is het een mooie snelle rekensom.Voorzitter. Dan wil ik aandacht vragen voor Dordrecht. Vervoer van dehaven langs de Drechtsteden loopt behoorlijk vast. De A15 wordt nietaangepakt op dit moment, waardoor goederenvervoer en daarmee ookhet personenvervoer langzaam steeds meer gaat vastlopen. Mijn vraag isof de Minister om tafel wil met Rotterdam en de Drechtsteden om demodal shift van wegverkeer naar vracht- en spoorverkeer mogelijk temaken en daar afspraken over te maken.Dan heb ik een vraag over het Zuidasdok in Amsterdam. Naar aanleidingvan het rapport dat de heer De Hoop en ik namens de commissie hebbenopgeleverd, hebben we net een discussie gehad over het kaderstellendbudget. Ik maak mij zorgen over de versoberingsopties die wordenvoorgesteld en die nodig zijn om alles binnen het budget te houden, watde eis is. Het klinkt langzamerhand toch een beetje als schrapen enspreadsheetrekensommen maken, bijvoorbeeld dat je wellicht van tweedoelbuizen terug zou moeten gaan naar één doelbuis. Wanneer stopt demogelijkheid van versobering en komen de uitgangspunten van hetproject finaal onder druk te staan, waardoor je die eigenlijk zou moetenheroverwegen? Hoe ziet in dit geval de Staatssecretaris de reikwijdte vandit project voor heel Nederland? Wat zijn de passende eisen die we aan ditproject zouden moeten opleggen?Mijn uitgangspunt «geen rails, geen woning» heb ik al een paar keermogen zeggen. Dit is mijn uitgangspunt omdat ov onontbeerlijk is voor deontsluiting van grootschalige woningbouwgebieden en eigenlijk voor allewoonwijken, bestaand, in aanbouw of nog gepland. Helaas looptwoningbouw in Nederland voor op de komst van hoogwaardig ov. In datopzicht kunnen we nog veel leren van gebiedsontwikkeling in onderandere Stockholm en Wenen, waar ik vrij recent op studiereis bengeweest: eerst de aanleg van de metrolijnen en dan pas de woningbouw.De regio Groningen-Drenthe heeft er een mooie slogan bij, namelijk hetuitgangspunt «de eerste paal is een haltepaal». Hiermee wordt ovgeborgd voor de komst van de eerste bewoners. Ik ben benieuwd hoe deMinister aankijkt tegen deze aanpak en of deze aanpak ook uit te werken isvoor alle andere regio’s waar afspraken over woningbouw wordengemaakt. Het is immers van groot belang dat bewoners vanaf het momentdat ze hun nieuwe woning betrekken, een goedwerkend alternatiefhebben voor privéauto’s. Zodra de eerste privéauto toch voor het huisstaat, is de mobiliteitstransitie een stuk moeilijker.Voorzitter. Dan kom ik bij de Gerrit Krolbrug. In het begrotingsdebat werdik positief verrast door de Minister. Hij leek toch mogelijkheden te zien omde tijdelijke busbaanvariant of een andere variant voor de komende driejaar mogelijk te maken. De meer dan 18.000 ondertekenaars van de petitievond hij een flinke aanmoediging om toch nog naar de mogelijkheden omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3828 te kijken. Het begrotingsdebat stond onder een behoorlijke tijdsdruk, wantwe moesten om 15.00 uur klaar zijn. Een uitgebreid debat over demogelijkheden was dus niet helemaal mogelijk, maar ik ben wel benieuwdwelke mogelijkheden dat zijn en waar dit toe leidt. Graag antwoord van deMinister daarop.Voorzitter. Ik zou nog heel Nederland door kunnen gaan, maar sommigecollega’s hebben dat al gedaan. Ik sluit af met een positief slot. Ik eindigmet een lichtpunt, want na vier jaar onzekerheid kregen we een maandgeleden toch de brief met de blijde boodschap dat Rijkswaterstaatvuurtoren Lange Jaap gaat herstellen. Als inwoner van Den Haag geniet ikzelf van de Scheveningse vuurtoren. Ik ken ook goed de verhalen van demensen die groot geworden zijn met het licht van de toren en voor wiehet nog steeds een baken in hun leven is. Die waarde mogen we zeker nietonderschatten, dus een compliment aan de Minister. Naast alle groteopgaven die we hebben en die om alle aandacht vragen, wordt er tochvoor gekozen om ook een Nederlands icoon te behouden. Dat geeft tochook het vertrouwen dat we kunnen kiezen om te bouwen aan Nederland.Dat voelt goed.Dank.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Dan is het woord nu aan de heer Grinwisnamens de ChristenUnie. Ik kijk of hij er klaar voor is. Dat is het geval.Gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Het spijt me dat ik mijn bijdrage moet beginnenmet een ietwat chagrijnige constatering. De afgelopen periode isNederland niet alleen tot stilstand gekomen, maar ook in zijn achteruitgezet. Alleen al de inhouding op de prijsbijstelling voor 2025–2026 vanbijna 4 miljard tot 2040 is een enorme aanslag. Die is wat mijn fractiebetreft niet alleen een stille roof, zoals vorige week werd gezegd, maareen regelrechte ramp voor een bereikbaar Nederland. Draai die inhoudingop de prijsbijstelling terug. Voor de opvolgers zeg ik: voer de motie uit dieik bij de Financiële Beschouwingen heb ingediend om investerings-fondsen te ontzien bij inhoudingen op loon- en prijsbijstellingen.Uit de actualisatie van de financiële opgaven voor IenW, waarvoor dank,blijkt dat er op mobiliteit tot 2050 zeker 90 miljard nodig is en voor dewateropgave meer dan 6 miljard, waarbij tal van opgaven nog niet eenszijn gekwantificeerd. Dat betekent dat er tot 2050 elk jaar minstens 4miljard bij moet. Oké, dat is dan inclusief de Lelylijn, maar nog zonderontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties. Wil je dat serieus doen, danga je richting de 5 miljard per jaar. Ik begreep dat de coalitieonderhande-lingen over de financiën nog lopen. Beknibbel daar niet op, is mijndringende advies.Dan start ik mijn rondje Nederland. Ik begin in het Noorden, met als vraag:telt elke regio nou echt? Het Noorden kwam er met 0,36% van demiddelen voor ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties zeer bekaaidvanaf. Als ik Zeeland erbij betrek, ook een onderbedeelde regio, dan komik op slechts een dikke 0,6% van de 2,5 miljard voor de vier provinciesDrenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland, terwijl deze provincies toch echteen aanmerkelijk groter aandeel van de landelijke woningbouwopgavevoor hun rekening nemen dan de totale WoKT-bijdrage doet vermoeden.Waarom? Ik vind dit onbegrijpelijk, juist ook van dít kabinet. Ik overweeghierover een motie in te dienen in de tweede motie.Dan kom ik bij de hoofdvaarweg Lemmer–Delfzijl en specifiek hetonderdeel Prinses Margrietkanaal. Daar moeten vijf bruggen wordenvervangen maar er zitten slechts vier bruggen in de portfolio vanRijkswaterstaat om voor 2030 af te ronden. Lukt dat inderdaad voor 2030?En waarom zit die vijfde brug, de brug Schuilenburg, er nog niet in?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3829 Over Terschelling, de Gerrit Krolbrug, de HRMK-spoorbrug bijLeeuwarden – is een aquaduct nog wel haalbaar? – de Lelylijn en deonveilige N-wegen sluit ik mij kortheidshalve aan bij collega De Hoop.Hoe gaat het nou echt met de verruiming van het sluiscomplex Kornwer-derzand en de renovatie en vervanging van de spuisluizen? Ik ben in iedergeval bij dat mijn motie van het afgelopen jaar over de tijdelijke fiets-bruggen over de sluiscomplexen in de Afsluitdijk serieus is uitgevoerd endat deze bruggen er komen. Hoewel de vorige Minister geen idee had datdaar aan het begin dan wel aan het einde van de Afsluitdijk, dus aan beidekanten, een gapend gat zat in het glanzende fietspad, kan ik nu consta-teren: eind goed, al goed.Voorzitter. We fietsen de Afsluitdijk over, komen in Noord-Holland enstappen over op de trein. Op het spoor is het treurigheid troef. Zelfs reedslopende projecten worden nu geschrapt, niet vanwege stikstof maar doorgeldtekort. De Staatssecretaris heeft geen geld gevonden voor empla-cement Haarlem. Hier dreigt uitstel afstel te worden, want het empla-cement over een paar jaar alsnog verbouwen kost straks 50 miljoen euromeer, omdat de slimme combinatie met onderhoud die was bedacht, nietmeer mogelijk is als er vandaag geen oplossing komt. De Staatssecretarisschrijft over «andere potentiële knelpunten», maar noemt er geen éénconcreet.Voorzitter. Die andere locaties kan het komende kabinet oplossen, maarHaarlem kan niet wachten, want de aanbesteding vindt de komendemaand plaats. Ik heb daarom een motie in mijn achterzak om dezeverspilling van belastinggeld te voorkomen, maar hopelijk komt deStaatssecretaris alsnog met een oplossing in zijn termijn. Bieden demiddelen uit de geflopte Onderwegpas geen soelaas?Voorzitter. Ik snap dat de Minister blij is dat de forse uitbreiding van de A6Almere–Lelystad en de A27 Zeewolde–Eemnes weer wordt opgestart,maar treinreizigers wachten al jaren op extra treinen. De komst vanERTMS is uitgesteld; dat duurt nog een paar jaar of nog jaren. De vraag isof ERTMS voldoende extra capaciteit oplevert voor twee extra treinen peruur. Ik lees dat deze toekomstige dienstregeling onder druk staat, terwijldie dienstregeling al een compromis zou zijn. Er zou dan geen enkeleintercity meer rijden tussen Almere en Amsterdam Centraal en overigensook tussen Amersfoort en Amsterdam Centraal.Voorzitter. De balans tussen de auto en het ov is rond Almere compleetzoek. De rode loper is straks uitgerold op een superbrede snelweg, maarmet de trein kun je alleen maar over twee sporen boemelen tussen decentrale stations van de eerste en straks de vijfde stad van het land.Ondertussen komen er duizenden huizen bij in de polder. Kan de Ministerdat uitleggen? Of komt het nieuwe kabinet met een grote zak geld voor deuitbreiding van het spoor en de aanleg van de IJmeermetro, de IJmeerver-binding, zodat Almere Pampus en in de toekomst IJstad in hetMarkermeer goed worden ontsloten?Waarom is met het herstarten van de MIRT-verkenning A27 Zeewolde–Eemnes niet ook de aloude railverbinding tussen Utrecht, Hilversum enAlmere meegenomen in de verkenning, met het station aan de oostkantvan de gemeente Huizen? Langs de A27 is daar immers al ruimte voorgereserveerd. Kunnen de bewindspersonen dit toezeggen?Ik ben overigens blij met het geld voor de Merwedelijn, maar waar blijftde herstart van het knooppunt Hoevelaken? Kunnen bij Amersfoort in detussentijd wel alvast meer geluidswerende maatregelen wordengenomen? Die zijn nu immers onvoldoende. Graag een toezegging.De heer Van Asten (D66):Het is hollen om het rondje Nederland van de heer Grinwis bij te houden,maar dat zal ook vanwege de spreektijd zijn. Ik heb een vraag over hetmeenemen van de spoorverbinding Utrecht–Almere in de verkenning. Nuis het natuurlijk wel zo dat de MIRT-verkenning om 75% zicht op finan-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3830 ciering vraagt. Wil de heer Grinwis dit dan laten vallen en eindigen wedadelijk met een plan zonder enig zicht op financiering? Zijn we dan nietonze eigen teleurstelling aan het creëren in het land?De heer Grinwis (ChristenUnie):Volgens mij heb ik eerder een motie ingediend of in ieder geval eentoezegging ontlokt aan het kabinet om bij echt grote projecten nog eensgoed naar die financieringseis van 75% te kijken, bijvoorbeeld bij deLelylijn. Dit is natuurlijk een kleiner project. Het wrange hierbij is dat dit inhet verleden een MIRT-project is geweest. Volgens mij is dat in 2018definitief afgevoerd, maar er is nog altijd een ruimtelijke reservering langsde A27 om die lijn aan te leggen. Als je zoveel tienduizenden woningengaat bouwen, ook aan de oostkant van Almere, dan is het toch bizar dat jedaarbij niet ook gelijk nadenkt over de aanleg van een spoorlijn vanAlmere via de oostkant van Huizen en Hilversum naar Utrecht? Dat isnamelijk maar een klein stukje. Ik pleit daar dus heel erg voor. Ik snapheus wel dat het met de huidige spelregels misschien lastig is om mee tenemen, maar misschien kan er toch aandacht aan worden gegeven in deMIRT-verkenning die nu gaat lopen. Dat is mijn vraag. Ik vraag duseigenlijk van deze Minister en Staatssecretaris en hun ambtenaren omargumenten over hoe het wel kan, in plaats van alleen maar te horen hoehet niet kan.De voorzitter:Zo te zien is de vraag naar tevredenheid beantwoord, dus u vervolgt uwbetoog.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Dan kom ik bij Oost-Nederland. Na volgens mij twintig jaarpraten is er eindelijk geld voor het keerspoor in Harderwijk, maar daarmeehoudt het wat het spoor betreft wel op met het maatwerk in de MIRT-brief.Er is nog steeds geen besluit over extra capaciteit voor de Berlijntrein, metonder andere een extra perron in Deventer. Er is al veel over gezegd: hetis echt hartstikke hard nodig om de woningbouw te accommoderen, maarook om internationaal te kunnen reizen en te stoppen met die wachttijd inApeldoorn. Hoe gaan we dat nou dichterbij brengen, is mijn vraag aan deStaatssecretaris.Er is opnieuw geen geld voor de fly-over bij Arnhem Velperpoort.Hierdoor staan de woningbouwplannen rondom Arnhem op losseschroeven. Hoe gaan we dat nou aanpakken?Een station in Staphorst is na al die jaren ook nog geen stap dichterbij.Hoeveel jaar moet Staphorst nog wachten, vraag ik de Staatssecretaris.Kan dit niet worden aangelegd in samenhang met de uitbreiding van hetmunitiedepot aldaar? Maken we wel voldoende verbinding tussenDefensie en IenW? Grijpen we daar alle kansen?Wat betreft Hengelo en Enschede sluit ik me aan bij collega Stoffer. Deeerste paal in de grond is wat mij betreft inderdaad een haltepaal.Waarom is de toezegging van toenmalig Staatssecretaris Jansen nog nietuitgevoerd om met de regio in gesprek te gaan over het verminderen vangeluids- en trillingsoverlast bij de spoorbruggen over de Maas en deWaal? Willen de bewindspersonen dan ook maar gelijk in gesprek met deregio voor een fietsbrug over de Lek bij Culemborg?Dan kom ik bij Zuid-Nederland. De spoorbrug Maastricht. De Staatssecre-taris wil na een gesprek met België binnen een paar weken een besluitnemen over de sloop, terwijl er nog geen zicht is op een duurzame, snelleov-verbinding tussen de steden Hasselt en Maastricht. Deze brug is eencruciale schakel voor de oplossing. In plaats van 10 miljoen voor beter ovgebruikt de Staatssecretaris dit geld om de laatste kans op eenov-verbinding te slopen. De ChristenUnie roept de Staatssecretaris opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3831 juist bruggen te slaan en met België te werken aan een plan voorheropening van de spoorlijn. Ik overweeg een motie op dit punt.Wat betreft Eindhoven Centraal sluit ik me aan collega Van Asten.Ten slotte Zuidwest-Nederland. Wat betreft de Zeelandbrug sluit ik me aanbij collega De Hoop en wat betreft Gent–Terneuzen bij collega Stoffer. DeWesterscheldetunnel wordt volgend jaar gerenoveerd. Wat is er nog tedoen aan wel vier maanden afsluiting van de oostbuis richting Borsele?Wanneer is de vierde intercity naar Zeeland een feit? Hoe gaat het met hetflankerend pakket rondom de ERTMS-proef in Zeeland?Ik had het al eerder over onveilige N-wegen. In dit kader vraag ik ookbijzondere aandacht voor de N57 en N59. Ook de capaciteit van de N57 inrelatie tot woningbouw vraagt om inzet van IenW. Graag een reactie.De noodzakelijke verbreding van de A15 komt maar niet dichterbij. Vanafjuni gaat de Papendrechtsebrug er voor negen maanden uit. Voor detussentijd heb ik daarom de volgende vragen. Zijn die werkzaamhedenook echt binnen negen maanden afgerond? Vindt de Minister het pakketflankerende maatregelen om verkeersoverlast tegen te gaan voldoende enwaarom? Is de Minister bereid om in overleg met de regio Drechtstedenen Rotterdam een pilot modal shift goederenvervoer te starten?Ten slotte over de Oude Lijn en Dordrecht Campus Leerpark. Ik sluit mehelemaal aan bij de vraag van volgens mij collega Van Asten. Ik ben bangdat er nu zoveel geld aan het opknappen van bestaande stations wordtuitgegeven dat die nieuwe stations er niet komen en dat nieuwe treinennog niet gaan rijden.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel, meneer Grinwis. U heeft heel snel gesproken. U was bijnabuiten adem door uw rondje Nederland. Dat heeft u toch een minuut vanuw tweede termijn gekost; dan weet u dus waar u straks voor staat. Deheer Stoffer wil u nog wat extra spreektijd geven.De heer Stoffer (SGP):Ik moest inderdaad ook mijn best doen om het te volgen. Gelukkig zit ik aleen poosje in de commissie en komen er wel bekende termen voorbij. Hetis heel knap om zoveel in een paar minuten te persen. De heer Grinwiseindigde met Dordrecht, en wat je het laatst zegt, blijft altijd het langsthangen. Ik heb zojuist ook het station Dordrecht Leerpark aangekaart, methet voorstel om dat misschien los te knippen van het geheel. Ik ben welbenieuwd hoe de heer Grinwis daartegen aankijkt.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat station Campus Leerpark moet er gewoon komen. Ik heb er vorig jaarook al voor gepleit. Toen kreeg ik een soort halve toezegging van: ja, nee,we hebben er aandacht voor. Het eind van het liedje is dat er zoveel tekortis dat ik ervoor vrees. Als het losknippen kan helpen om het station terealiseren, ben ik ervoor. Tegelijkertijd weet ik niet of dat de kans vergroot.Uit mijn hoofd meen ik dat er 70 miljoen voor nodig is. Dat moeten wegewoon linksom of rechtsom regelen. Het is echt zonde dat we die heleOude Lijn en die woningbouw gaan aanpakken en dit station dan nietzouden toevoegen aan het geheel. Dus als het helpt, dan omarm ik het; alshet er maar komt. Volgens mij is het meneer Stoffer en mij daar beidenom te doen. Dat geldt ook voor de heer Van Asten, als ik hem goedbegreep. Ik zou dus zeggen: Staatssecretaris, kom zo maar eens over debrug.De voorzitter:Kijk eens aan. De Staatssecretaris is op zoek naar zijn portemonnee, zie ik.Daar zullen we straks in de eerste termijn van de kant van het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3832 meer over horen. De vraag is afdoende beantwoord, zie ik. Dan gaan wedoor naar de heer Goudzwaard voor zijn inbreng namens JA21. Gaat uwgang.De heer Goudzwaard (JA21):Dank u, voorzitter. Ik hoop dat ik niet te veel tijd van mijn tweede termijnga afsnoepen. We gaan het zien.Nederland staat voor een steeds groter mobiliteitsprobleem. Terwijl onsinwonersaantal en aantal verkeersbewegingen blijft toenemen, neemt debeschikbare wegcapaciteit af door grootschalig onderhoud en noodzake-lijke renovaties. Niet tijdig ingrijpen heeft grote gevolgen voor bereik-baarheid, economische bedrijvigheid en ook natuurlijk verkeersveiligheid.De bewindslieden van IenW staan in het voorwoord van het MIRTOverzicht 2026 stil bij de enorme opgave die voor ons ligt. Het pak zitkrap; eigenlijk te krap, zo valt te lezen. Dat komt niet alleen door beperktefinanciële ruimte, maar ook door een tekort aan technisch geschooldpersoneel en – hoe kan het ook anders – onvoldoende stikstofruimte. Hethuidige stikstofslot is daarmee niet alleen een rem op bereikbaarheid eneconomie, maar werkt volgens mij ook milieutechnisch averechts. Hethoudt files structureel in stand en leidt daarmee tot juist meer uitstoot.Daarbij valt overigens op dat er geen helder overzicht is van hoeveelmiddelen er per MIRT-project beschikbaar zijn en hoeveel stikstofruimteper project nodig en beschikbaar is. Zonder dit inzicht kunnen projectenfeitelijk niet goed worden beoordeeld op haalbaarheid en prioriteit.Dan een kort stukje over de Lelylijn; ik hoorde de heer De Hoop er ook alover. Sinds de oprichting van JA21 pleit mijn partij voor de komst van deLelylijn, want zonder deze verbinding verslechtert het investerings- envestigingsklimaat in onze regio’s, stagneert arbeidsdiversificatie en blijfttalent wegvloeien. Die optelsom is helder en pijnlijk. Op lange termijnzetten wij de weerbaarheid en leefbaarheid van onze landelijke gebiedenop het spel. Wij kijken dan ook met grote interesse uit naar de adviezenvan de Lelylijngezant die op 30 januari worden gepresenteerd. Het kabinetmoet deze kansen aangrijpen om het echec rond de geplunderdeLelylijngelden te herstellen. Maar mocht het budget van de Lelylijn alsnogworden aangevuld, dan blijft de ongemakkelijke vraag hangen: hoevoorkomen we dat een volgend kabinet opnieuw niet het geduld kanopbrengen om toe te werken naar die 75%-eis? Hoe reflecteert deStaatssecretaris op zoiets?Voorzitter. Ondermijning is het gevolg van verschillende vormen vancriminaliteit waarbij de grenzen tussen de boven- en onderwereldvervagen. We zien dat criminaliteit zich steeds vaker verplaatst van degrote mainports naar de kleinere zee- en binnenhavens. Dat wordtonderkend door opsporingsdiensten, ondernemers en politie. Het vormtdaarmee ook echt een groeiend probleem. Zes gemeenten, waaronderHarlingen, bundelen inmiddels de krachten in de strijd tegen georgani-seerde, ondermijnende criminaliteit. JA21 onderschrijft het belang vandeze initiatieven, maar constateert dat de beschikbare middelen onvol-doende zijn. Bovenal zijn ze veelal incidenteel van aard. Dit is primair eenverantwoordelijkheid van Justitie en Veiligheid. Daar ben ik mij terdegevan bewust. Tegelijkertijd investeert het Rijk via het MIRT niet alleen inhavens en logistieke knooppunten, maar ook in de kleinere zeehavens.Deze investeringen zijn alleen toekomstbestendig als ondermijningstructureel wordt meegewogen, want de problematiek rondom sabotageen spionage op de Noordzee – ik verwijs even naar het ProgrammaBescherming Noordzee Infrastructuur dat vorige week ook is benoemd inde plenaire zaal – laat zien hoe gemakkelijk ministeries langs elkaar heenkunnen werken. Hoe borgt de Minister dat MIRT-projecten ook in kleinezeehavens standaard worden getoetst op veiligheids- en weerbaarheidsa-specten, in samenhang met het Ministerie van JenV? Is de Minister danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3833 ook bereid om voor MIRT-investeringen structureel aan te sluiten bij hetPlatform ondermijning kleine zeehavens?Voorzitter. Op 20 januari bood een afvaardiging van Terschelling de petitie(G)ÉÉN TOEGANG aan aan de vaste commissie voor I&W. Halverwege2026 volgt een nieuwe keuring van de Willem Barentszkade. Bij afkeuringdreigt uitval of beperking van de enige gemotoriseerde toegangsweg totdit eiland. De gevolgen zijn ingrijpend voor deze kleine eilandgemeen-schap, niet alleen voor de bevoorrading van essentiële goederen, maarook voor de hulpdiensten, de zorg en de regionale economie. Het doetJA21 deugd dat deze noodkreet is gehoord; dat blijkt onder meer uit devele vragen en interrupties tijdens de tweede termijn van de begrotings-behandeling van IenW vorige week. De gemeente legde wat ons betreftterecht de vinger op de zere plek. Deze opgave staat in geen verhoudingtot de financiële draagkracht van een zeer kleine gemeente. Een bijdragevan € 3.000 per inwoner is wat ons betreft buitenproportioneel. Welkegaranties kan de Minister vandaag geven dat het Rijk zal bijspringen om tevoorkomen dat Terschelling vanaf 2026 wordt geconfronteerd met uitvalof beperking van zijn enige gemotoriseerde toegangsweg?Voorzitter. Over de hoofdvaarweg Lemmer–Delfzijl en het PM-kanaalliggen vijf bruggen. Voor vier bruggen is een voorkeursoplossingvastgesteld en is budget gereserveerd. Desondanks lijkt de eerderuitgesproken planning om deze uiterlijk in 2030 te vervangen niethaalbaar. Ondertussen is het onduidelijk of de bestaande bruggen, geziende huidige aslastbeperkingen en de staat van het onderhoud, duurzaamen veilig in gebruik kunnen blijven. Kan de Minister duidelijkheid gevenover de realistische planning voor vervanging van de vier bruggenwaarvoor al budget is gereserveerd, het besluitvormingsproces en determijn waarbinnen duidelijkheid komt over de toekomst van de brug bijSkûlenboarch, waarbij het verval van de verbinding wat de regio betreftgeen uitgangspunt mag zijn?Dan de flessenhals Meppel. Ik heb al meerdere Kamerleden hierovergehoord. Het traject rondom Meppel heeft gemiddeld negen uur per weeklast van storingen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: is er inmiddelsook winst geboekt ten opzichte van 2024 wat betreft de wekelijkse urenaan storingen op dit traject; kan u ons wellicht verblijden met goednieuws op dat vlak?Mijn dank gaat uit naar de heer Grinwis, omdat hij twee jaar geleden ruim40 miljoen extra beschikbaar heeft weten te stellen voor de aanpak van despoorknooppuntproblematiek bij Meppel. Volgens ProRail wordt het totalepakket aan maatregelen rondom Meppel in 2030 opgeleverd. Dat is heelfijn om te horen, maar wij weten allemaal dat het vierde perron eenrelatief duur en bovenal belangrijk component is van de aanpak van deflessenhals. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: wanneer wordt officieelgestart met de aanleg hiervan en waarom is er tot op heden nog geenjaartal gecommuniceerd; kunt u daar even bij stilstaan?Voorzitter. Dan nog kort aandacht voor de Merwedelijn. MeerdereKamerleden hebben deze al genoemd. Geheel terecht werd dit punttijdens het vorige notaoverleg MIRT aangesneden door D66, VVD en CDA.De komende vijftien jaar maakt de Metropoolregio Utrecht ruim 165.000nieuwe woningen mogelijk. Drie maanden geleden bracht ik een bezoekaan Merwede LAB, een eigenarencollectief dat zich richt op innovatieve enduurzame gebiedsontwikkeling. Daarbij werd mij nog eens te meerduidelijk hoe groot de opgave is. Zonder de Merwedelijn is de bereik-baarheid van de woningen die we gaan bouwen simpelweg niet teborgen. Een bussysteem kan op termijn geen 80.000 reizigers per dagverwerken. Daarnaast ontlast de Merwedelijn bovendien de A2, de A12 ende A27, en vangt tot 75.000 dagelijkse autoritten op de Ring Utrecht af.Daarmee voorkomt deze lijn toekomstige files en is deze van cruciaalbelang voor het functioneren van de welbekende draaischijf vanNederland. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: op welk momentTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3834 verwacht de Staatssecretaris dat de Rijnenburgtak wordt geïntegreerd inde besluitvorming over het voorkeursalternatief voor de Merwedelijn?Dan kan worden toegewerkt naar één samenhangende Merwede- enRijnenburglijn.Tot slot: treinstation Eindhoven Airport. Waar Nederland vroeger gold alskweekvijver voor ondernemerschap, zien wij vandaag de dag dat steedsmeer bedrijven erover twijfelen of Nederland nog wel het land is waar zijhun toekomst zien. Grote spelers zijn vertrokken en bedrijven als ASMLgeven aan dat het vestigingsklimaat onder druk staat door personeelste-korten, infrastructuurproblemen en ruimtegebrek. In de BrainportregioEindhoven is daarom Operatie Beethoven gestart, want die opgave isenorm. ASML verwacht in tien jaar tijd 20.000 extra banen te creëren, metdaarbovenop nog eens 45.000 banen bij toeleveranciers. Goede infra-structuur en bereikbaarheid zijn daarbij zowel cruciaal voor economischegroei als voor een aantrekkelijke leefomgeving. Daarom wil JA21 graaginzetten op een station bij Eindhoven Airport, ook wel bekend als stationAcht. Kan de Staatssecretaris aangeven of er op dit moment bestuurlijkcommitment vanuit de regio is voor een station bij Eindhoven Airport? Enligt er een onderbouwde mobiliteitsopgave die opname in het MIRTdaarbij rechtvaardigt?Voorzitter, daar wil ik het bij laten. Bedankt voor de tijd.De voorzitter:Het was uw tijd. U heeft tien minuten gebruikt. Dat betekent dat u in detweede termijn nog vier minuten over heeft, zeg ik voor de administratie.Ik kijk even of er nog interrupties zijn. Dat is niet het geval. Dan wil ikmevrouw Boelsma het woord geven voor haar inbreng namens deCDA-fractie. Gaat uw gang.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn eerste notaoverleg MIRT. Ik wil u evenmeenemen naar het jaar 2016. Zoals misschien bekend kom ik uit hetmooiste deel van Fryslân, namelijk uit de gemeente De Fryske Marren. Viade polder kom je deze gemeente bij Lemmer via de A6 binnen. Na eenkleine tien minuten sta je in de zomer regelmatig stil voor de brug over deSkarster Rien. Als er in 2016 niet besloten was om de plannen voor eenaquaduct te schrappen, dan was de situatie wezenlijk anders geweest. Dereden voor het schrappen van dit plan was – hoe actueel? – een gebrekaan financiële middelen. Als toenmalig enthousiast raadslid besloot iksamen met andere raadsleden om Den Haag naar Fryslân te halen. DeKamerleden moesten met eigen ogen zien wat voor een grote fout er wasgemaakt door dit plan te schrappen. Dit slaagde. Ze kwamen naar Fryslân,dus de lobby was in gang gezet. Nu het vervolg. Vanuit Den Haag kregenwe het signaal: we hebben het genoemd in het MIRT-debat. In mijnnaïviteit dacht ik: nu komt het goed. Lang verhaal kort: we staan nogsteeds stil voor de brug. En nu ik in het kerstreces alle MIRT-stukken,verslagen en input gelezen heb, moet ik toch een beetje om mezelf lachenen dan met name om m’n naïviteit. In alle voorgaande debatten wordenprojecten meermaals genoemd en er worden moties ingediend, maar deprojecten zijn vaak niet of ten dele opgepakt. De ironie is dat het noemenvan projecten in dit overleg ook gaat gebeuren; sterker nog: dat is algebeurd. Vergeef het me, maar ik ga het zelf ook doen. Ik hoop niet dat wedaarmee onze eigen teleurstelling organiseren, zoals de teleurstelling dieik al tien jaar voel. Ik hoor graag een reflectie van de Minister en deStaatssecretaris hierop.Maar voordat ik aan mijn rondje begin, wil ik in zijn algemeenheid ietszeggen. Het MIRT-boek is nog steeds te dun voor de regio. Bij de verdelingvan de WoKT-gelden, zoals ik ze maar even noem, zien we tot onze schrikdat het Noorden en Zeeland er met een fooi van af zijn gekomen. Dat ditgebeurt, ligt niet aan deze commissie. De indicatoren brede welvaart ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3835 bereikbaarheidsdoelen worden door elk Kamerlid genoemd, het rapportElke regio telt! komt in dit debat veelvuldig aan bod en als klap op devuurpijl zit deze commissie vol met regio-Kamerleden. Vraag aan deMinister: hoe kan het dat het maar niet lukt om een methodiek teontwikkelen waardoor de maatschappelijke effecten van infrastructurelekeuzes worden meegenomen? Wat heeft u van deze commissie, na alleinzet van mijn voorgangers, nog nodig om dit wel te borgen?Dan nu het welbekende rondje Nederland. Omdat het mijn eersteMIRT-debat is, probeer ik het nogmaals op deze manier, maar wat zou hetmooi zijn als we op termijn wat meer houvast krijgen door een strate-gische langetermijnvisie te ontwikkelen. Dit heb ik ook tijdens hetbegrotingsonderzoek van de commissie genoemd.Eerst de woningbouwmiddelen. In de inleiding noemde ik het geld datNoord-Nederland en Zeeland hebben gekregen een «fooi», en dat is hetook. Er is voor 8,59% aangevraagd – dat is dan Noord-Nederland – maarin totaal is aan Noord-Nederland en Zeeland minder dan 1% toegekend.Hoe kan dit? We hebben allemaal de mond vol van Elke regio telt!, maar iksnap eigenlijk niet zo goed hoe de Ministers – het gaat ook om VRO – dezeverdeling hebben kunnen maken. Graag een reflectie hierop.Voorzitter. Ik denk ook dat veel aanvragers van projecten die buiten deboot vallen, zich afvragen wat er de volgende keer wellicht beter kanwaardoor ze meer kans maken. Kunt u hun helderheid geven, bijvoor-beeld via een Kamerbrief, over de gehanteerde criteria – het is al eerdergevraagd – en over de reden waarom ze er niet bij zitten?Voorzitter. We hopen natuurlijk op zo min mogelijk hobbels, maar bij eendeel van de 100 plus projecten van de WoKT zal de aanleg soms stilkomen te staan of ontstaan er andere redenen waarom het beschikbaregeld niet kan worden uitgegeven. Logischerwijs gaat dit dan eerst naartegenvallers bij andere projecten, maar er zal ook een reservelijst zijn metprojecten die het net niet gehaald hebben. Het lijkt me logisch om in diereservelijst hoge prioriteit te geven aan een aantal projecten in regio’swaar nu te weinig is toegevoegd, uiteraard met inachtneming van dekansrijkheid van die projecten. Ik denk bijvoorbeeld aan Noord-Nederland,Zeeland, Etten-Leur, maar ook aan Oss, een middelgrote stad metgrootstedelijke problemen. Er zijn er vast meer. Kunt u prioritering in diereservelijst aanbrengen en daarover communiceren? Ik denk dat wedaarmee werken aan vertrouwen naar elkaar toe.Mijn collega Steen heeft bij de VRO-begroting al vragen gesteld over hetwegvallen van de inframiddelen voor Alkmaar, Apeldoorn, Enschede,Hengelo en Helmond. Zij zijn gestimuleerd om grote woningbouwlocatieste worden. Daarmee laten ze de aanspraak op middelen vanuit de WoKTlos; dat weten ze. Vervolgens zijn ze grote locaties – wat we allemaalwillen, want we willen meer bouwen – maar blijkt er geen geld voor hente zijn. Ze vallen dus heel hard tussen wal en schip. Ik hoor graag eenreflectie van de Minister op deze gang van zaken. Het is belangrijk dat wezaken samen doen, dus dat Rijk, decentrale overheden, corporaties enbouwers het met elkaar doen. Dat is een belangrijke voorwaarde. Je moetdus ook doen wat je zegt. Ik vind dat deze gebieden op z’n minst vooraanmoeten komen te staan mocht er in de toekomst meer geld verdeeldworden voor infra bij grootschalige woningbouw. Graag een reflectie vande Minister.Dan het rondje. Zuid-Nederland, te beginnen bij de verbetering van deA27 tussen Houten en Hooipolder. Door extra fasering van de werkzaam-heden neemt de doorlooptijd toe en daardoor ook de hinder op de wegenvan de andere wegbeheerders, zoals sluipverkeer. Kan de Minister opkorte termijn een perspectief en een tijdspad schetsen?Spoorknooppunt Eindhoven. Ik sluit me aan bij de eerdere inbreng vanmeerdere partijen, met name over de fasering. Mocht er gestart worden,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3836 kan het dan in één keer worden opgepakt? Vanuit Brabant wordt ookaangegeven dat het niet combineren van fasen op termijn veel duurderuitpakt.Zeeland en Brabant blijven zitten met de bereikbaarheid wanneer erproblemen zijn op de A58, zoals bij Bergen op Zoom. We hebben hiereerder naar gevraagd en kregen als antwoord: «Ten aanzien van hetknooppunt Zoomland bij Bergen op Zoom is het op dit moment helaasniet mogelijk om een studie te doen naar dat traject.» Zijn er verande-ringen waardoor zo’n studie wel mogelijk is en kan de Minister dattoezeggen?Dan naar oost, Gelderland, maar ook Utrecht en het in deze commissieveelvuldig genoemde knooppunt Hoevelaken. In een motie is aangegevendat we dit knooppunt als topprioriteit van alle gepauzeerde projecten zien.Daarnaast is er in de motie-Grinwis/Vedder verzocht om met de regio’s engemeenten in gesprek te gaan over hoe de A28, A2 en A15 weer kunnenworden opgepakt. Kan de Minister aangeven waartoe deze gesprekkenhebben geleid?Overijssel en de N-wegen. Ik sluit me aan bij de eerdere inbrengen, en ookwat betreft het vierde perron in Deventer.Flevoland. Ik noem bij deze provincie de Lelylijn, maar die kan natuurlijkook en zeker genoemd worden bij Noord-Nederland. Er is in de vorigecommissiedebatten al uitgebreid gesproken over het weghalen van definanciering door het huidige kabinet. We wachten het advies van gezantKlaas Knot eind deze week af.Dan als tweede de kazerne in Zeewolde. Dit heeft consequenties voor dedruk op de wegen en de kunstwerken. Hoe wordt hiermee omgegaan alshet gaat om de Nijkerkerbrug en de wegen? Zou de Minister in overlegmet betrokken gemeenten en provincies die druk in kaart willen brengen?Dan zijn we aangekomen bij Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. Er is aleerder gevraagd naar de stand van zaken rond Zuidasdok en het spoor inHaarlem. Hoe wordt er omgegaan met de bereikbaarheid van de A1, die in2040 structureel dichtslibt tussen knooppunt Eemnes en Muiderberg doorwoningbouw in aangrenzende regio’s?Dan het gemaal IJmuiden. Kan in de reflectie daarop van de Minister ookingegaan worden op de problematiek van de gemalen in de Afsluitdijk?Kan de Minister inzicht geven in de consequenties als er niets gebeurt en,zo ja, op welke termijn dit speelt?Zuid-Holland. In het vorige MIRT-debat heeft de Minister de volgendetoezegging gedaan: de Minister gaat langs bij het traject Bodegravenboogen zal de Kamer informeren over de uitkomsten van die gesprekken. Watzijn de uitkomsten van deze gesprekken? Ik heb deze namelijk niet kunnenvinden bij de stukken. Ik heb ook een vervolgvraag: is de Minister op dehoogte van de brief van VNO-NCW, die pleit voor het alvast aanleggenvan één deel van de boog? Is de Minister bereid om dit te onderzoeken?We weten dat de regio financieel wil bijdragen.Wat betreft de Merwedelijn in Utrecht sluit ik me aan bij mijnvoorgangers.En dan Noord-Nederland. Over de WoKT-gelden heb ik het aan het beginvan mijn bijdrage al gehad.De veilige oversteek van de Gerrit Krolbrug in Groningen is ook eerderbenoemd. Mijn vraag aan de Minister is of hij kan garanderen dat door dewerkzaamheden aan deze brug geen onveilige situatie voor langzaamverkeer gaat ontstaan. De regio heeft ook aangegeven dat de brugmisschien versoberd kan worden, zodat er een tijdelijke brug gecreëerdkan worden. Het is nu wel erg ver omfietsen. Is een tijdelijke brug eendenkrichting?Voorzitter. Al eerder gevraagd door anderen: graag een stand van zakenvan de flessenhals Meppel, waar de Kamer nu al meerdere keren heeftbijgestuurd op het gebied van financiën.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3837 Uiteraard zijn we blij dat er gestart wordt met de MIRT-verkenningNedersaksenlijn. In dit kader heb ik een vraag met betrekking tot deEemshaven. Gaat deze haven een rol spelen in het kader van defensie? Zoja, zijn er dan mogelijkheden in de MIRT-verkenning om financiering metEuropees geld mee te nemen in het kader van dual use?Last but not least Fryslân.De voorzitter:Mevrouw Boelsma, ik zou u graag even willen onderbreken, want u heefteen interruptie van de heer De Hoop op een van de voorgaande punten.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Sorry. Ik heb het tempo er goed in.De voorzitter:Dat heeft u zeker. Gaat uw gang, meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag over de Gerrit Krolbrug in Groningen. Het is terecht watmevrouw Boelsma daarbij aanstipt: 16.000 mensen fietsen om; afgelopenweek was daar nog een grote actie over. Wij krijgen zelfs signalen dat delokale overheden bereid zijn om te kijken naar cofinanciering en om tekijken wat voor oplossingen we kunnen vinden. Zou het CDA vandaag eenvoorstel kunnen steunen dat de Minister de opdracht geeft om samen metde regio’s te kijken wat voor tijdelijke oplossing je nou kunt vinden, zoalseen brug of een pontje, om daar toch nog een keer een poging te doenom die Groningers te helpen die de komende jaren moeten omfietsen,wat echt iets doet met de bereikbaarheid daar in de regio?Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dank je wel voor deze vraag. Ik heb de publiciteit omtrent dit punt goedgevolgd. Volgens mij was een van de motivaties van deze Minister dat hijhet geld niet kon vinden. Ik ben dus heel benieuwd op wat voor manierdat dan geregeld moet worden, want we weten dat er geen geld is.Daarom stel ik die vraag. Er is aangegeven dat de brug eventueelversoberd zou kunnen worden. Misschien liggen daar kansen. Ik wachtdus even de beantwoording van de Minister af; misschien heeft hij in detussentijd iets heel moois innovatiefs bedacht waardoor het geregeldwordt in Groningen. Als dat niet zo is, dan wacht ik even af waar u meekomt.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik was in een hele mooie provincie, in Fryslân. Met een hoog percentageFriezen in deze commissie zou je toch moeten denken dat het spoor-aquaduct Leeuwarden er moet komen. Het amendement van VVD en CDAstamt uit 2022. Graag een stand van zaken en een update over welkevolgende stap eraan komt.Ik blijf bij het spoor: de verduurzaming van het spoor van Noord en Oost.De heer De Hoop heeft het er ook al over gehad. In het spoordebat heeftde Staatssecretaris aangegeven dat er in Q1 duidelijkheid komt over desysteemkeuze. Kan de Staatssecretaris aangeven wat de vervolgstappenzijn in de tijd?Dan Terschelling. We hebben een petitie aangenomen en er zijn vragenover gesteld: mocht de kade van Terschelling wegvallen, dan heeft datgrote consequenties voor de bereikbaarheid, niet alleen voor de eilandbe-woners maar ook voor de mensen die op het eiland komen. Graag eenstand van zaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3838 Als laatste en zeker niet als minst belangrijke: de bruggen die aanvervanging toe zijn. We gaan ervan uit dat de vier bruggen zoalsafgesproken in 2030 vervangen worden. Kan de Minister dit toezeggen? Indit kader missen we dus de eerder genoemde brug Skûlenboarch. Waar isdeze gebleven? En als we het dan toch over ontbrekende projectenhebben: ik ben toch wel heel erg benieuwd waar het aquaduct waar ik inhet begin over begon, in die tien jaar gestrand is.Dank u wel. Tot zover mijn bijdrage.De voorzitter:Ik dank u wel voor uw bijdrage. U bent netjes binnen de tijd gebleven; uheeft elf minuten gebruikt. We gaan nu naar de inbreng van de heer ChrisJansen namens de PVV-fractie. Gaat uw gang.De heer Chris Jansen (PVV):Dank, voorzitter. Ten eerste excuus voor het wat later aansluiten. Ik hadeen andere afspraak, die ik helaas niet kon verzetten. U begrijpt dat ergezien de ontwikkelingen van vorige week bij ons wat is geschoven metwoordvoerders. Ik mag hier tijdelijk het woord voeren. Het zal u verbazen:dit is mijn eerste BO MIRT als Tweede Kamerlid. Ik heb er wel enigeervaring mee, maar het is op zich een primeur voor mij.De voorzitter:Zeker. Wij noemen het hier een notaoverleg. Aan de kant van het kabinetworden de bestuurlijke overleggen gedaan en aan deze kant voeren wijhet notaoverleg. Ik snap dat het wennen is. Gaat uw gang voor uwinbreng.De heer Chris Jansen (PVV):U kunt mij altijd corrigeren, voorzitter, mocht dat nodig zijn.Voorzitter. Ik sta hier namens de PVV Laten we wel wezen: op het gebiedvan infrastructuur is het helaas – ik zeg helaas – al jarenlang kommer enkwel in Nederland, of je nou praat over asfalt waar spontaan gaten invallen, tand-nokconstructies in viaducten waardoor we enorme ellendehebben, de investeringen in het spoor waar we continu tegenaan lopen ofhet onderhoud van met name het asfalt maar ook het spoor, dat ongelo-felijk veel geld vraagt. Dan kom je bij de discussie over hoe je dit noumoet oplossen.Voorzitter. Ik begrijp niet waarom Defensie een vast percentage van debegroting krijgt, maar waarom deze bewindspersonen, en zeker deStaatssecretaris, met het oog op een eventueel volgend kabinet nietinzetten op een vast percentage van de begroting voor de infrastructuur.Dan kan je makkelijker combinaties zoeken. Volgens mij werd dat net ookgezegd door de heer Grinwis; er werd bijvoorbeeld een combinatie metDefensie genoemd. Defensie heeft een aantal routes in gedachten, zoalsvan de kust en de havens richting het oosten van Europa. Ik heb begrependat daar binnen Defensie budget voor is gereserveerd. Het zou dan tochlogisch zijn dat wij onze budgetten rondom infrastructuur inzetten op diepunten waar dat nog niet het geval is? Even heel plat gezegd: je kanDefensie dan laten opdraaien voor de kosten rondom de knelpunten dievoor Defensie belangrijk zijn. Dat lijkt mij een hele logische conclusie.Daarnaast vind ik het opmerkelijk dat het de ambitie is om ieder jaar eenvan de 22 gepasseerde MIRT-projecten weer op te starten. Dat klinkt heelgoed, maar we zijn 22 jaar verder voordat we ze allemaal hebben gehad.De lijst zal niet korter worden. Sterker nog, er zullen in de komende jarenongetwijfeld weer projecten bij komen. Je bent dus altijd bezig met eeninhaalslag. Los van het voorstel dat ik deed over een vast percentage vande begroting: hoe zien deze bewindspersonen dit zelf voor ogen? Is daareen versnelling mogelijk? Is er überhaupt een andere werkwijze mogelijk?Er werd net gesproken over de 75% financiering. We hebben gezien hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3839 ze dat in Duitsland anders doen. Daar heb je op een gegeven momenttientallen jaren ellende op een snelweg, omdat het budget even op is. Danmoeten ze sparen en als er weer geld is, gaan ze weer door. Hoe zien dezebewindspersonen dat zelf voor zich?De heer Van Asten, geloof ik, memoreerde net dat stikstof, financiën encapaciteit eigenlijk de drie bottlenecks zijn. Ik heb begrepen dat capaciteitinmiddels niet meer de grootste bottleneck is. Klopt dat? Zo ja, hoe zit hetdan met stikstof? Is het niet verstandiger om er eens rustig naar te kijken?We hebben natuurlijk op andere beleidsterreinen ook wel eens geopperdom de KDW, de kritische depositiewaarde, te verhogen naar 1 mol. Danheb je heel veel van de discussie over stikstof niet meer. Ik denk dan:waarom wordt die stap niet gezet binnen het kabinet?Er zijn door mijn collega’s eerder al een aantal projecten genoemd waarwij blij van worden. Ik denk dat het een goede zet is dat de A6 tussenAlmere Buiten en Lelystad wordt opgepakt. Over de N50 heb ik wel nogwat twijfels, in de zin van: hoe gaan we daar dan mee door, met het oogop de toekomst, op het gebied van veiligheid, maar ook vandoorstroming? De N35 en de N36 zijn volgens mij ook al genoemd doorcollega’s. Ik heb nog wel een vraag. Als de bewindspersonen kijken naarde kaart van Nederland, welke regio’s zijn er op dit moment dan eigenlijktekortgedaan met de voorstellen zoals die er nu liggen? En ik zou bijnazeggen: hoe wordt dat in de komende jaren dan hersteld? Uiteindelijkmoet je natuurlijk ook kijken naar de totale bereikbaarheid van Nederland.Er werd net ook gezegd dat elke regio telt. Ik zeg niet dat de projecten dieop dit moment voorrang krijgen fout zijn, maar het is volgens mij niethelemaal in lijn met Elke regio telt! Graag dus een reactie daarop van debewindspersonen.De benzineprijs schiet natuurlijk door het dak. Dat heeft ook weer effect opde kosten. Een automobilist betaalt die. Tegelijkertijd sta je overal in defile. Overal in Nederland zie je enorme files in de spits, zeker op dinsdagen donderdag. Die kosten bakken met geld en brengen heel veel ergernis.Het is ook gewoon een bron van onveiligheid. Hoe zien de bewindsper-sonen dit voor zich? Spitsmijden klinkt heel leuk, maar je komt ersimpelweg niet als je kijkt naar de consequenties daarvan. Je kuntnamelijk niet verwachten dat het onderwijs maar even een halfuur of eenuurtje eerder of later begint. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor mensendie aan het werk moeten. Je kunt niet zomaar verwachten dat bedrijvenhun complete business gaan aanpassen vanwege het feit dat wijinfrastructuur helaas niet op orde hebben.Even kijken, hoor.De voorzitter:Terwijl u even kijkt, krijgt u in de tussentijd een interruptie van de heer VanAsten.De heer Van Asten (D66):Ja, over dat laatste. U zei: we kunnen niet verwachten dat bijvoorbeeldscholen een halfuur later beginnen. In deze regio, die ik goed ken, hebbenwe juist heel vaak gesproken over de vraag of bijvoorbeeld De HaagseHogeschool niet later kan beginnen, al is het maar een kwartier tot twintigminuten, om de studenten uit de hyperspits te houden. Volgens mij kandat prima goed werken. We zorgen dat die treinen dan net wat aantrekke-lijker zijn voor de mensen die wel gewoon ergens om 09.00 uur zoudenmoeten zijn. Ik zie niet waarom dat niet zou werken. Ik zou daar dus graagwat meer uitleg over willen hebben.De heer Chris Jansen (PVV):Dank voor deze vraag, zeg ik richting de heer Van Asten. Ik zeg niet dat hetniet werkt. Ik zeg alleen: het is niet de oplossing. Dit betreft onderwijs ineen bepaalde regio; het is niet over de hele linie realistisch. Er zijn scholenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3840 die inderdaad kunnen spelen met een kwartiertje of misschien zelfs eenhalfuur eerder of later, maar kijk naar de consequenties voor bijvoorbeeldkinderopvang als het basisonderwijs een halfuur eerder zou stoppen oflanger zou doorgaan. Werkende ouders moeten dan weer een oplossinggaan zoeken. Daarom zeg ik: het lijkt makkelijk, en als het kan wordengerealiseerd is het een denkrichting, maar ik denk niet dat dit uiteindelijkde oplossing is voor het probleem. Zeker niet. Het aantal gebruikers vaninfrastructuur zal de komende jaren namelijk alleen maar blijven groeien.De heer Van Asten (D66):We moeten natuurlijk oppassen dat we niet alleen maar beren op de wegzien. «Het kan wel» is daar natuurlijk een betere slogan voor. Het gaat ernatuurlijk om dat we ongeveer 10% van de weg of het spoor halen uit dehyperspits, om ervoor te zorgen dat het verkeer dat er wel op zit kanblijven doorvloeien. Dit zijn toch maatregelen die bij uitstek verderuitgewerkt moeten worden? We zouden daar toch veel meer op moeteninzetten? Dat is toch ook een veel goedkopere oplossing dan alleen maarwerken aan extra verbreding of extra spoor et cetera, zodat we, als wetoch moeten prioriteren – er zal namelijk niet spontaan veel meer geld zijn– echt kunnen kiezen voor de projecten waar de bottleneck op dat momentzit?De heer Chris Jansen (PVV):Volgens mij hebben wij juist ook besloten dat het Rijk het voorbeeld zougeven. Rijksambtenaren zouden met name moeten proberen om de spitste mijden, door anders te werken, zoals vaker thuis te werken, of door opeen ander moment het openbaar vervoer of de auto te pakken. In mijneerste beantwoording zei ik ook: het is niet per definitie fout; alleen, het iste makkelijk gedacht dat we met deze oplossing een heel eind gaankomen. Het is een pleister op een wondje. Je pakt dan niet de oorzaakaan, want de oorzaak is gewoon dat er onvoldoende capaciteit is, zowelop de weg als op het spoor, om iedereen te verwerken. Je corrigeert dandus eigenlijk een gevolg in plaats van dat je de oorzaak aanpakt. Volgensmij is de enige oplossing om meer te investeren in infrastructuur.De voorzitter:Meneer Van Asten, uw laatste interruptie.De heer Van Asten (D66):Een laatste interruptie. Ik hoor de heer Jansen toch zeggen dat weeigenlijk, met het aanbieden van mobiliteit, dus met de breedte vanwegen en spoorwegen et cetera, ons volledig moeten richten op de vraagvan dat moment. Met een groeiende bevolking is dat een stijgende vraag.Om iedereen in die hyperspits maar te kunnen accommoderen, zoudenwe daar de infrastructuur op moeten inzetten. Dat is toch eigenlijkverspilling van middelen? We kunnen het toch beter spreiden over de dag,zodat we niet heel Nederland hoeven te asfalteren of miljarden enmiljarden hoeven te investeren in iets wat maar twee à drie uur per daggebruikt gaat worden?De heer Chris Jansen (PVV):Als de PVV de keuze heeft tussen meer spreiden of meer aan de regiodenken, om maar een voorbeeld te noemen, dan kiezen wij voor de regio.Er zijn regio’s in Nederland waar ze überhaupt al blij zijn als ze twee keerper dag gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer, om maar wat tenoemen. Ik zeg dan: ik heb liever dat mijn geld daaraan wordt gespen-deerd dan aan meer spreiding in de Randstad. Even in het grotere geheel:als je de hele Randstad vol blijft bouwen, wordt de vraag alleen maargroter. Je moet dus juist buiten de Randstad, ertegenaan, gaan bouwen.Daarmee voorkom je dat je iedere keer de druk tijdens de spits in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3841 Randstad krijgt. Dat is volgens mij de situatie, en op die manier zou je diekunnen oplossen.De voorzitter:Meneer Jansen, vervolgt u uw betoog.De heer Chris Jansen (PVV):De N36 in de provincie Overijssel heb ik al genoemd. Dat is een van dedodenwegen in Nederland, waar volgens mij veel te veel ongelukkengebeuren. Ik zou graag willen weten hoe we die beter gaan aanpakken.Waarom wordt er bij de uitgaven die wij doen überhaupt beknibbeld opverkeersveiligheid? Kan een bewindspersoon daar misschien eens eenreflectie op geven? Ik vind het namelijk tegenstrijdig aan ons streven omhet aantal slachtoffers juist te beperken.Het project Hoevelaken is volgens mij ook al langsgekomen. De vraag isalleen wel: hoe gaan we daar nu mee verder? In welke stap zitten weprecies? Wat betekent dat voor de komende periode qua overlast maarook voor de datum waarop het project uiteindelijk gerealiseerd is?ERTMS tussen Schiphol, Amsterdam en Lelystad: dat doel is mijn optiekvrij vaag omschreven. Kan de Staatssecretaris daar misschien eens opreflecteren? Waarom is dat traject op die manier beschreven?De voorzitter:Meneer Jansen, u heeft een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst: fijn dat de PVV-fractie deelneemt aan het debat, gezien deingewikkeldheden nu misschien met de portefeuilleverdeling. Maar ikhoorde de Staatssecretaris, of de voormalig Staatssecretaris ... Het is nietvoor niks dat ik «de Staatssecretaris» zeg. Ik hoorde de voormaligStaatssecretaris ook over openbaar vervoer spreken. Ik moet eerlijkzeggen dat ik daar wat ongemak bij voel, omdat deze Staatssecretaris zelfmeegeschreven heeft aan de Voorjaarsnota en, denk ik, ook nog in hetMIRT-traject besprekingen heeft gehad. Het is een ongeschreven regel dateen voormalig bewindspersoon niet over zijn eigen portefeuille debat-teert, zeker niet op zo’n korte termijn. Ik zou de Staatssecretaris vanuit datperspectief willen vragen – het is misschien niet mijn rol, maar ik doe hettoch – of hij zich wat meer bij de kant van de Minister wil houden en nietzozeer over het ov-deel wil spreken, want ik voel daar ongemak bij. Het iseen soort ongeschreven regel dat een voormalig Staatssecretaris niet overzijn eigen portefeuille spreekt, zeker niet als hij ook nog een aandeel heeftgehad in deze begroting.De heer Chris Jansen (PVV):Ik ben het niet met de heer De Hoop eens, om de heel simpele reden – ikheb het net aan het begin heel kort samengevat – dat wij vorige weekhelaas onze beide woordvoerders zijn kwijtgeraakt. Dan breekt nood wet.Ik ben tijdelijk woordvoerder. En misschien ook voor de heer De Hoop: ikheb van tevoren de hoogste ambtenaar van het ministerie benaderd en ikheb hem dit netjes verteld. Ik heb ook de PA van de Minister benaderd ennetjes aangegeven wat de situatie is. Ik denk dus dat de heer De Hoopeerst moet nadenken voordat hij deze opmerking maakt.De voorzitter:Meneer De Hoop, u heeft geen interrupties meer, maar een punt van ordekunt u altijd maken. Gaat uw gang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het gaat natuurlijk over de orde van de vergadering; het is niet richting deStaatssecretaris als persoon. Ik begrijp best dat hij probeert dit zo goedTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3842 mogelijk te doen, maar de Staatssecretaris weet ook – het staat misschienniet als regel op papier – dat het toch een soort niet-afgesproken regel indeze Kamer is dat voormalig bewindspersonen niet over hun eigenportefeuille debatteren. Dat gezegd hebbende zou ik toch een beroep opdeze Staatssecretaris willen doen om zich te houden bij het deel van deMinister, waar hij misschien minder invloed op heeft gehad. Ik vind ditbezwaarlijk en ik wilde dat wel gezegd hebben, ook als punt van orde.De voorzitter:Helder. Vervolgt u uw betoog.De heer Chris Jansen (PVV):Heel plat: dat interesseert me geen zak. Sorry dat ik het op die manier zeg,maar zo is het wel.De voorzitter:Ik weet niet of het zo moet, maar u kunt gewoon uw betoog vervolgen.Het punt van orde is gemaakt. Het staat u vrij om hier een inbreng televeren, want het staat niet vermeld in ons Reglement van Orde; dat wil iknog even benadrukken. Het punt van orde is gemaakt. Mevrouw Boelsmaheeft een interruptie.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Nou, een interruptie... Misschien ook een punt van orde, want ik vind deopmerking in deze commissie niet netjes. Tot nu toe zijn wij goed metelkaar omgegaan. Wat betreft de woordkeuze zou ik willen voorstellen datwe dat hier niet gaan doen.De voorzitter:Waarvan akte. Ik zou de heer Jansen willen vragen om zijn betoog tevervolgen.De heer Chris Jansen (PVV):Ik was trouwens bijna aan het einde gekomen. De A16 Rotterdam isvolledig in gebruik genomen ... Herstel: ten opzichte van de regioZuidwest kunnen we opmerken dat de A16 bij Rotterdam volledig ingebruik is genomen. Dat is volgens mij een goede ontwikkeling.Wat ik in elk geval wil noemen – dat is volgens mij net ook door een vande collega’s genoemd – is Holwerd, de afvaart naar Ameland. Daar makenwe ons wel zorgen om. Graag een reflectie daarop van, als ik het mij goedherinner, de Staatssecretaris.Wat is de stand van zaken rondom de verkenning A2/N2 en de Brainport-regio? Ik heb daarover niet zo heel veel kunnen lezen. Graag een reactiedaarop van de Minister.Ik had eigenlijk nog een vraag over mitigerende maatregelen vanwege degepasseerde projecten. Uit mijn hoofd zeg ik dat het gaat om 206 miljoen.Hadden we dat geld niet op een andere manier kunnen inzetten? Kan daarop de een of andere manier slimmer mee worden omgegaan? Nu is heteigenlijk zondegeld, om het zo te zeggen. Misschien is dat wel noodza-kelijk, maar kunnen de bewindspersonen misschien nog een andereafweging maken?Daarnaast nog één vraag. We hebben het nu onder andere over debeschikbaarheid van openbaar vervoer, maar hoe zit het met deveiligheid? Het lijkt wel alsof in iedere gemeente waar op dit moment eenazc is gevestigd, de veiligheid ook in het geding kan komen. Misschieneven een reflectie van de Staatssecretaris ook op dat onderwerp.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3843 Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zou graag het voorzitterschap even willenoverdragen aan de heer De Hoop, zodat ik namens de VVD-fractie eenbijdrage kan leveren.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Dan geef ik nu het woord aan de heer De Groot namens de VVD-fractie.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Voor de VVD is infrastructuur geen doel op zich.Bereikbaarheid is de basis voor onze economie, onze veiligheid en onzewoningbouwopgave. Juist daarom maakt de VVD zich zorgen – nietomdat er geen plannen zijn, want die zijn er genoeg, maar omdat deuitvoering structureel achterblijft. Wie buiten deze zaal kijkt, ziet geenpapieren ambities maar vooral files, vertragingen, onveilige situaties enheel veel projecten die al jarenlang in voorbereiding zijn. Dat ondermijntniet alleen het vertrouwen van mensen en bedrijven, maar remt ook dewoningbouw en schaadt onze economische kracht.De VVD wil dit debat niet alleen gebruiken voor een rondje langsNederlandse regio’s en projecten, maar ook om het te hebben over tempoen prioritering. Natuurlijk, er volgen straks nog wat projecten, alhoewel erdoor veel collega’s al wat is gezegd over diezelfde projecten.Voorzitter. Laat ik beginnen met de kern. De afstand tussen plannen enrealisatie is groot, eigenlijk te groot geworden. Te veel MIRT-projectenblijven hangen in verkenningen en planstudies, terwijl de druk op onsnetwerk toeneemt en knelpunten verergeren. Goed onderhoud isnoodzakelijk; daar is geen discussie over. Maar onderhoud mag nietstructureel ten koste gaan van uitbreiding waar die aantoonbaar nodig enmogelijk is. Juist op plekken waar de bereikbaarheid onder druk staat,waar verkeersveiligheid in het geding is en economische activiteit wordtafgeremd, moet het tempo omhoog. Mijn vraag aan de Minister is danook helder: welke concrete maatregelen neemt het kabinet om meerprojecten sneller van planfase naar uitvoering te brengen? Waar ziet hijruimte om procedures te versnellen zonder afbreuk te doen aan zorgvul-digheid en draagvlak? Want plannen maken is geen topprestatie – het isoverigens wel belangrijk werk – maar projecten uiteindelijk goed totuitvoering brengen, is dat wel. Dat zeg ik met dertien jaar ervaring in deuitvoering van infrastructuurprojecten.Voorzitter. Dan de nationale weerbaarheid. De internationale veiligheidssi-tuatie laat zien dat infrastructuur meer is dan een civiele voorziening.Wegen, bruggen, spoorpunten en knooppunten zijn cruciaal voor deverplaatsing van militair materieel, personeel en strategische voorraden.Nationale weerbaarheid vraagt om een robuust en redundant netwerk datook onder uitzonderlijke omstandigheden blijft functioneren. De VVD vindtdat deze strategische dimensie explicieter moet worden meegewogen inde keuzes binnen het MIRT. Dat vraagt om structurele afstemming tussenInfrastructuur en Waterstaat en Defensie, en om duidelijkheid over welkeinfrastructuur essentieel is voor militaire mobiliteit. Mijn vraag aan deMinister is daarom: welke projecten beschouwt het kabinet als cruciaalvoor de nationale weerbaarheid en militaire inzetbaarheid? Hoe wordtgeborgd dat deze projecten binnen het MIRT daadwerkelijk prioriteit enhet vereiste tempo krijgen?Voorzitter. Dan het derde punt, dat direct raakt aan de dagelijkse werke-lijkheid van heel veel mensen, namelijk woningbouw. Iedereen in dezezaal weet het, maar we moeten het ook consequent toepassen: zonderbereikbaarheid is woningbouw niet mogelijk. Ontsluitingswegen,aanpassingen aan het hoofdnet en voldoende spoorcapaciteit zijnrandvoorwaarden voor het daadwerkelijk kunnen realiseren vanwoningbouw, niet per se alleen bij «straatje erbij». Bij een wijkje erbij kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3844 een gemeente vaak zelf nog heel veel regelen. Maar bij grootschaligewoningbouw of middelgrote woningbouwplannen van 1.000 tot 10.000woningen zijn op rijksniveau bereikbaarheidsinvesteringen nodig.Toch is bij de recente verdeling van middelen voor woningbouw – veelcollega’s hebben daar al iets over gezegd – gebleken dat op korte termijnhet beschikbare budget voor mobiliteit simpelweg ontoereikend is. Hetgevolg is dat goed voorbereide gemeenten met plannen die inhoudelijkop orde zijn, geen toekenning hebben gekregen. Het is al hier al vakergenoemd: dit betreft de grootschalige gebieden, zoals Alkmaar,Apeldoorn, Helmond en Hengelo, maar ook gemeenten die goedeplannen voor duizenden woningen hebben, zoals de gemeente Tiel, ennatuurlijk de regio’s. Deze gemeenten lopen nu het risico dat hunwoningbouw vertraagt, niet door gebrek aan ambitie of plannen, maardoor het ontbreken van financiering van noodzakelijke mobiliteitsmaatre-gelen.Voorzitter. Dat vindt de VVD onwenselijk. Als het Rijk grootschaligewoningbouwgebieden aanwijst, dan moet de financiering van mobiliteitrealistisch en toereikend zijn. Gemeenten die hun huiswerk hebbengedaan, mogen niet langdurig stilvallen. Samen met onder andere hetCDA werken we daarom ook aan een motie om deze gemeenten van degrootschalige gebieden te bedienen zodra er weer middelen beschikbaarkomen. Mijn vraag aan de Minister is of hij erkent dat een tekort aan dezemiddelen direct gevolgen heeft. Welke gevolgen heeft dat voor diewoningbouwopgave? Wat kan hij nog doen om dit knelpunt op te lossen?Voorzitter. Dan de concrete wegknelpunten. Ik kom toch bij die projectenin Nederland. Dat doe ik niet per se om een lijstje af te vinken, maaromdat hiervoor keuzes nodig zijn. Ik begin – er is hier vandaag al vakeriets over gezegd – bij knooppunt Hoevelaken. De Kamer heeft hierinmiddels meerdere keren duidelijke uitspraken over gedaan. Demotie-Veltman c.s. is aangenomen. Daarin is Hoevelaken explicietaangemerkt als prioriteit nummer één binnen de gepauzeerdeMIRT-projecten. In een vervolgmotie heeft de Kamer verzocht te komenmet een gefaseerde aanpak, inclusief het inrichten van een projectteam enhet maken van afspraken met de regio.Voorzitter. De Kamer heeft zich hierover uitgesproken, maar het kabinetblijft zeggen dat dit niet kan, en het kabinet gaat nota bene aan de slagmet projecten in Flevoland, waar geen filedruk is. Mijn vraag aan deMinister is hoe dit kan. Ik heb wederom een motie klaarliggen om hetkabinet aan te sporen om wél aan de slag te gaan met de fasering vanknooppunt Hoevelaken.Dan de A18 en N18 in de Achterhoek. Namens de VVD is door collegaVeltman in eerdere debatten expliciet aandacht gevraagd voor dezecorridor, onder meer door vragen te stellen over de voortgang en de inzetvan eerder toegezegde middelen voor de N18. Deze inzet is nietvrijblijvend. Het gaat hierbij om een structurele oost-westverbinding, dievan groot belang is voor de bereikbaarheid, verkeersveiligheid eneconomische ontwikkeling in de regio. De knelpunten zijn bekend en deregionale ambities zijn duidelijk, maar de stap naar concrete besluit-vorming blijft uit. Hoe wil de Minister de A18 en N18 binnen het MIRTverder brengen richting besluitvorming en uitvoering? Is hij bereid samenmet de regio te kijken welke vervolgstappen nodig zijn om dit structureelte verbeteren?Ik zou graag nog even kort willen stilstaan bij de verbinding tussenFlevoland en Gelderland bij Nijkerk. Collega Boelsma had het er ook alover. Er is een grote kazerne gepland in Flevoland. We weten dat richtinghet oosten veel wegtransport van Defensie ook over die toch wel smallesluis bij Nijkerk zal gaan. Ook daarvoor heb ik een motie in voorbereiding,over wat er nodig is om die verbinding, die sluis, toekomstbestendig temaken voor deze opgave.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3845 Als laatste wat betreft de wegknelpunten wil ik nog heel kort stilstaan bijde N50. Over deze weg praten we al zolang ik hier in deze Kamer zit. Dezeweg heeft nadrukkelijke aandacht nodig, vooral als het gaat omdoorstroming en verkeersveiligheid. Het is geen nieuw dossier, maar deVVD zal blijven aandringen op vooruitgang, wat dat ook mag zijn.Voorzitter. Naast wegen wil ik kort ook nog even stilstaan bij een aantalurgente spoorknelpunten. Natuurlijk ben ik als inwoner van Harderwijkverheugd met de gelden die beschikbaar zijn gesteld voor de keervoor-ziening en de mogelijke toekomst voor een intercitystop in Harderwijk.Maar daar blijft het niet bij. In Zeeland speelt namelijk de Zeeuwsespoorlijn binnen het compensatiepakket Wind in de zeilen. ProRail heeftvastgesteld dat het gereserveerde budget van 45 miljoen euro onvol-doende is om alle afgesproken maatregelen uit stap 1 te realiseren. Hetcompensatiepakket zelf staat niet ter discussie, en dat mag ook niet, maarwat zijn de stappen die de Staatssecretaris dan voorstelt voor de komendejaren?Het knooppunt Haarlem is al vaker genoemd in het debat. Er dreigenkeuzes gemaakt te worden die later kunnen leiden tot kapitaalvernietigingen hogere kosten. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is of hij samen metde regio wil voorkomen dat hier onomkeerbare en mogelijk dure keuzesworden gemaakt.De heer Grinwis (ChristenUnie):Zeer terecht dat ook collega De Groot hier aandacht voor vraagt. Eigenlijkvindt iedereen die tot nu toe over Haarlem gesproken heeft in dezecommissie wat nu dreigt te gebeuren kapitaalvernietiging. Over eenmaandje start, normaal gesproken, de aanbesteding. Hoever wil collegaDe Groot gaan om te voorkomen dat hier 50 miljoen euro wordtverbrand? De brief van het kabinet was helder: de middelen zijn er niet.Dat betekent dus dat je creatief moet nadenken over kasschuiven, eennieuwe jaarschijf die beschikbaar komt en een coalitieakkoord waarmogelijk wat financiële ruimte in zit om dat risico te durven nemen. Durftde heer De Groot dat vandaag te doen, om te voorkomen dat we 50miljoen gaan verbranden?De heer Peter de Groot (VVD):Het korte antwoord is natuurlijk dat de formatie nog loopt en nog niet isafgerond. Dat is dus het eerste deel van het antwoord. Daar zijn we meebezig, dus daar zal ik geen uitspraken over doen. Ik zal ook geen garantiesgeven voor wat u dan ook van plan bent om voor te stellen. Maar het zouzonde zijn als we 50 miljoen in de prullenbak gooien; dat is zeker waar. Ikben dus aan het kijken welke innovatieve wegen de Staatssecretaris nogkan bewandelen om dat te voorkomen. Dat is de vraag die ik op tafel leg.Voorzitter. Ik wilde nog even stilstaan bij de spoortunnel bij Schiphol. Denoodzakelijk capaciteitsuitbreiding dreigt te stagneren, met het risico datcofinanciering weglekt en de beperkingen voor sneltreinen enhsl-verbindingen blijven bestaan. Hoe voorkomt de Staatssecretaris datuitstel leidt tot blijvende capaciteitsproblemen op een van de belangrijksteknooppunten van Nederland op het spoor?Voorzitter. Ik sla een aantal projecten over, omdat die door collega’s al zijnbenoemd. Ik heb nog wel een laatste vraag over de hogesnelheids-spoorlijn als internationale economische corridor. We hebben natuurlijk temaken met constructiefouten, snelheidsbeperkingen en verzakkingen diede betrouwbaarheid ondermijnen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris ishoe hij dit structureel op orde gaat brengen.Voorzitter, afrondend. De VVD wil geen papieren ambities, maar tastbarevooruitgang; daar zit het ’m in. Geen eindeloze planvorming, maar echttempo richting de uitvoering. We moeten duidelijke keuzes maken.Infrastructuur is de basis onder woningbouw, economie en onzeveiligheid. Die basis moet op orde zijn en blijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3846 Dank u wel.De voorzitter:Ik zie dat er allereerst een interruptie is van de heer Stoffer van de SGP.De heer Stoffer (SGP):De heer De Groot sprak onder andere over de N18. Mevrouw Veltmanheeft daar in het verleden inderdaad ook over gesproken en heeft daarvolgens mij ook wel moties over ingediend. Wat is het toekomstper-spectief waar de VVD met de N18 naartoe wil? Waar wordt aan gedacht?De heer Peter de Groot (VVD):Het is natuurlijk als eerste belangrijk dat er gewerkt wordt aan verkeers-veiligheid en doorstroming. We willen het beschikbare budget daargewoon voor inzetten. Dat lijkt nu niet te gebeuren. Dat is stap één. Dat isvoor de korte termijn het belangrijkste wat moet gebeuren. Daarnaast zijner allerlei wensenlijstjes in Nederland voor wegen en wegverbredingen.De N50 heb ik ook genoemd. Over de N35 hebben we het ook al vakergehad. Zo zijn er natuurlijk allerlei wensenlijstjes. Als we daar zicht ophebben, zullen we er met elkaar verder naar kijken.De voorzitter:Ik kijk of er verder nog interrupties zijn. Dat is niet het geval. Dan geef ikhet voorzitterschap terug aan de heer De Groot.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel. Als ik het goed heb, zijn we aan het einde gekomen van deeerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk even naar de klok. Het is12.45 uur. We gaan een uur schorsen. Dat uur is bedoeld voor devoorbereiding van de beantwoording door het kabinet en tegelijkertijd alslunchpauze. Ik zou de Minister graag in herinnering willen brengen dat ernog een informatieverzoek van de heer De Hoop is. Als de heer De Hoopdaarmee geholpen zou kunnen worden, ofwel in de eerste termijn van hetkabinet, ofwel daaraan voorafgaand nog, dan heel graag.De vergadering wordt van 12.43 uur tot 13.45 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen dit debat. Aan de orde is het notaoverleg MIRT. In de schorsingheeft het kabinet zich kunnen voorbereiden op de beantwoording van devragen die zijn gesteld in de eerste termijn van de kant van de Kamer.Mijn verzoek aan de Minister en Staatssecretaris is natuurlijk om het korten bondig te houden. We hebben vorige week met elkaar ook al uren hetdebat gevoerd over de begroting. Herhaling daarvan is niet nodig. Wilt uzich richten op de beantwoording van de vragen? Ik zal voor de beant-woording in de eerste termijn van de kant van het kabinet eerst deMinister het woord geven. Gaat uw gang.Minister Tieman:Dank u wel, voorzitter. Geachte commissieleden, fijn dat we, zo snel na debegrotingsbehandeling van vorige week, weer met uw Kamer het debatkunnen voeren over het MIRT. Tijdens de BO’s MIRT van 5 januari tot enmet 8 januari hebben we gesproken over de voortgang van deMIRT-projecten en de programma’s door het hele land. Hierover is uwKamer geïnformeerd middels de MIRT-brief. We hebben het zojuist gehadover de verdeling van de woningbouwmiddelen. Het is goed dat we dezestappen hebben kunnen zetten met de grote woningbouwopgave die voorons ligt. De situatie ziet er daarnaast echter niet rooskleurig uit. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3847 hebben we tijdens de begrotingsbehandeling ook al met elkaar kunnenvaststellen. Er zijn grote aanlegprojecten nodig om Nederland op termijnbereikbaar te houden, maar dat lukt niet vanwege de beperkte financiëlemiddelen, het gebrek aan stikstofruimte en krapte op de arbeidsmarkt.Ook de noodzakelijke onderhoudsprojecten lopen hiertegenaan. We willengezamenlijk inzetten op wat echt moet en daarna op het afmaken van watwe nu in de portefeuille hebben door gepauzeerde projecten zo snelmogelijk weer op te starten. Dat betekent dat onze prioriteit daar ligt. Datbetekent dus ook dat zo lang deze situatie voortduurt, er een stop opnieuwe projecten is. Er is helaas alleen ruimte voor iets nieuws alsdaarvoor andere projecten worden geschrapt en er tegelijkertijdvoldoende zicht is op stikstofruimte en capaciteit.Dan ga ik nu over tot de beantwoording van de vragen. Dat doe ik middelsmapjes. Ik begin met het mapje algemeen. Daarna zal de Staatssecretarishet mapje algemeen pakken. Daarna ga ik in op de regio’s Oost,Noordwest, Zuidwest, Noord en Zuid. Ik rouleer met de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank u wel. Ik zou graag nog even aan de leden willen melden dat we ookhierbij in principe weer vier interrupties toestaan. We kijken straks even ofer meer nodig zijn, maar in principe lijken vier interrupties me prima. Uvervolgt uw beantwoording.Minister Tieman:Ik begin meteen met het informatieverzoek dat de heer De Hoop aan devoorkant had neergelegd. «Er is onvoldoende budget beschikbaar voorAmelisweerd. Waarom is dat wel met de Raad van State gedeeld en nogniet met de Kamer? Kan dat alsnog?» In opdracht van de Raad van State isvoor het tracébesluit A27/A12 een nadere onderbouwing gegeven op hetgebied van stikstof. Dit had geen betrekking op financiën. In het geactuali-seerde overzicht van financiële opgaven met betrekking tot het Mobili-teitsfonds is de A27/A12 genoemd. Daar kunt u uit opmaken dat het tekortgroter wordt ingeschat dan 500 miljoen euro. Aan de Kamer is toegezegddat nadat het herroepelijk wordt, u geïnformeerd wordt over de termijn endan wordt er ook een nieuwe raming opgesteld. Ik ben dus nog op zoeknaar 29 mol, meneer Jansen, zeg ik over uw stikstofvraag. Met 1 mol ga ikniet ... O, sorry! Dat betreft Hoevelaken. Ik haal ze even door elkaar. Er zijnnogal wat zaken die niet met 1 mol zijn opgelost.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Even precies op dit punt. De Staatssecretaris zegt dat er meer dan 500miljoen bij komt. Even in alle scherpte: is dat ten opzichte van de eerdereactualisatie van de lijst-Grinwis of ten opzichte van wat er momenteel isvrijgemaakt voor Amelisweerd?Minister Tieman:Dat is extra, meneer De Hoop.De voorzitter:U vervolgt uw beantwoording.Minister Tieman:Mevrouw Van der Plas vroeg: hoe borgt de Minister binnen het MIRT datde grensregio’s niet structureel achterblijven bij investeringen inbereikbaarheid, terwijl zij juist extra afhankelijk zijn van een goedfunctionerend netwerk? Goed functionerende netwerken zijn van grootbelang; we hebben Elke regio telt! niet voor niets. Omdat de bereikbaar-heidsopgave in iedere regio anders is, is in de Bestuurlijke OverleggenMIRT van begin januari met de regio de afspraak gemaakt om regionalebereikbaarheidsanalyses te maken. Hierin wordt expliciet een uitsnedeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3848 gemaakt voor de grensregio’s. Voor het vervolg wordt gezamenlijk eenvoorstel uitgewerkt, om de analyses te vertalen naar handelingsper-spectief. Dat kan binnen het MIRT-instrumentarium, en dat is het pad datwe nu leggen.De heer De Hoop vroeg naar de onuitvoerbare projecten: «Wat isrealiseerbaar als alternatief? Is het mogelijk een goed onderbouwde lijstvoor de komende zomer te ontvangen? Wat is de waarde van deonuitvoerbare projecten?» Het nut en de noodzaak van de gepauzeerdeprojecten staan overeind. Voor een groot deel van de gepauzeerdeprojecten zijn, in afstemming met de regiovertegenwoordigers, alalternatieve maatregelen vastgesteld of afgewogen. Hierover zijnafspraken gemaakt in het BO MIRT van het najaar van 2024. De uitvoeringvan deze alternatieve maatregelen door de regio loopt nu. Er is geenbudget beschikbaar voor aanvullende maatregelen. We zetten nu in opprojecten, de nadere realisatie en de instandhouding. Ook zetten we in opde planfase van kleine, kansrijke projecten. Ik kan u een update geven vandeze lijst met kansrijke projecten. Ik kan deze delen in de komendeMIRT-brief van juni dit jaar. Een besluit over de aanvullende middelen isaan een volgend kabinet.De heer De Hoop zei: omrijbordjes en -routes zetten de veiligheid onderdruk; waarom zetten IenW en Rijkswaterstaat niet in op meer pontjes voordergelijke situaties? Het gebruik van pontjes en vervoer over water kannatuurlijk, zou je zeggen, maar het is niet altijd een alternatief. We hebbenook te maken met de nautische veiligheid, dus het kan waar het mogelijkis, maar hierbij geldt ook: zijn er pontjes beschikbaar, zet het zoden aan dedijk qua omrijtijden en gaan mensen dan wachten op zo’n pontje, wantdat heeft ook tijd nodig om naar de overkant te gaan? Het is natuurlijk eenheel knuffelbaar onderwerp. Als dit een oplossing is en er pontjesbeschikbaar zijn, dan is dat ook logisch, want die route ligt er al alsvaarweg. Maar nautische veiligheid op vaarwegen is een belangrijkaandachtspunt. Rijkswaterstaat is daarom enigszins terughoudend mettijdelijke veerverbindingen voor de drukke vaarroutes. Voor de situatie bijde Gerrit Krolbrug wordt onderzocht wat er wel mogelijk is op dat gebied;dat heb ik vorige week ook aangegeven. Als een pontje mogelijk is metmisschien een snelheidsbeperking vanwege dat nautische aspect, kijkenwe daar zeker serieus naar.De heer De Hoop vroeg of er gekeken kan worden naar rijbaanscheidingenop de N-wegen in Drenthe en Overijssel. Het aanbrengen van fysiekerijbaanscheidingen is geen kleinschalige of eenvoudige maatregel. OnzeN-wegen kenmerken zich door een smal rijprofiel, waardoor rijbaan-scheiding in de praktijk vaak niet makkelijk inpasbaar is. Dat vraagt omeen grotere reconstructie en wegverbreding, wat vaak vraagt om eenforse financiële inzet. Helaas is er voor meer rijbaanscheiding dan nu geengeld beschikbaar. We komen zo meteen nog te spreken over een aankon-diging van mevrouw Van der Plas over de N50, maar het is aan een nieuwkabinet om met aanvullende beschikbare middelen te komen voor defysieke rijbaanscheiding voor N-rijkswegen. IenW werkt aan de ontwik-keling van een strategische agenda voor de verkeersveiligheid vanrijkswegen. Het veiligheidsaspect hebben we dus verder onderstreept.De heer Stoffer zei dat we honderden miljoenen euro’s kunnen besparen –nou, dat hoor ik graag – door risicogericht te werken met behulp vansensoren en data. Hij vroeg of we daarop inzetten. Rijkswaterstaat maarook ProRail hechten veel waarde aan innovatie en zetten daar, in het kadervan de instandhouding, stevig op in. Rijkswaterstaat werkt met kennis eneen innovatieprogramma, waarbij het onderhoud met behulp vandigitalisering, AI en zelfs robotisering kan worden geoptimaliseerd en deproductie nog verder kan worden vergroot en versneld. Ter ondersteuningheeft Rijkswaterstaat een innovatieagenda en een innovatieloket. ProRailheeft een digitaliseringsvisie opgesteld waarin datagedreven werken eencentrale plaats inneemt, onder andere bij de uitvoering van onderhoud. InTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3849 dat kader is bij BKN spoor een langjarig onderzoek afgesproken om tekijken welke mogelijkheden er zijn voor verdere besparing op dat gebied.Een ander voorbeeld, voor Rijkswaterstaat, is het datagedreven assetma-nagement, het toepassen van digital twins en het programma doelgerichtdigitaliseren.De heer Stoffer: de indexering van de rijksbijdrage aan projecten aan dehand van de generieke index bruto overheidsinvesteringen. In 2024 isinvulling gegeven aan de motie van het lid Grinwis om de prijsbijstellings-systematiek voor de fondsen te evalueren. Uit die evaluatie blijkt datvooral vanaf 2020 de prijsstijgingen in de grond-, weg- en waterbouw-sector, de GWW-sector, en de IBOI extreem uit elkaar liepen door decoronacrisis en Oekraïnecrisis. De huidige indexering en de bouwkosten-ontwikkeling lopen vanaf 2023 weer parallel aan elkaar. Het is niet uit tesluiten dat het in de toekomst weer naar elkaar toe beweegt, zoals in hetverleden ook het geval is geweest. Het kabinet heeft daarom eind 2024geconcludeerd dat er op dit moment geen wijziging nodig is in de huidigeprijsbijstellingssystematiek.Mevrouw Boelsma-Hoekstra: waarom lukt het maar niet met diemaatschappelijke effecten? Nou, die geef ik zo meteen door aan deStaatssecretaris ten aanzien van de Sustainable Development Goals, waarwe het al eerder over hadden, en andere zaken op het gebied van bredewelvaart.De heer Jansen: Defensie heeft een vast percentage; waarom wordt erniet ingezet op een vast percentage van de begroting voor infra? We ziendat de uitgave aan infrastructuur als percentage van het bbp de afgelopendecennia steeds verder is afgenomen. Ik gaf daar vorige week ookvoorbeelden van. In plaats van 2% bbp zien we nu 1,2%. Dat is eenaanzienlijke wijziging. Weet wel, in de jaren zestig is er sprake geweestvan een impuls. De keuze om budget te koppelen aan het bbp is aan eenvolgend kabinet. De Staatssecretaris en ik hebben wel heel veel ruimteaan de organisatie gegeven en ook de formatietafel geïnformeerd over destand van zaken ten aanzien van infrastructuur. Ik denk dat dit in zo’nbeetje iedere krant heeft gestaan. Daar circuleren ook de percentages. Ikkijk ook reikhalzend uit naar wat dat teweeg heeft gebracht. Maar ik benhet eens met uw zienswijze op dat onderwerp.De heer Jansen over het verhogen van de KDW, de kritische depositie-waarde: waarom wordt die stap niet ingezet door het kabinet? Ik neemaan dat hij doelt op de rekenkundige ondergrens, in plaats van de KDW.De Minister van LVVN heeft uw Kamer in december geïnformeerd over destappen die nodig zijn voor een zorgvuldige invoering. We zijn nog opzoek naar een juridische casus, onder andere. Die inzet is gericht opbesluitvorming over invoering in het eerste kwartaal van dit jaar, maarook hier weer de kanttekening dat ik met 1 mol ook maar zover kom. Bijde projecten die gepauzeerd zijn praten we echt over significant meer.Mevrouw Boelsma-Hoekstra over de reservelijst: kan ik een prioriteringgeven in de reservelijst en daarover communiceren? Er is voor gekozenom de volledige 2,2 miljard euro toe te delen aan voorstellen vangemeenten om de woningbouw te ondersteunen. Het optreden vanrisico’s tijdens de uitvoering is niet ondenkbeeldig. Op de uitvoering vanprojecten is het plan van aanpak programmabeheersing van toepassing.De Staatssecretaris zal zo meteen ook nog het een en ander hierover gaanzeggen, maar er zal eerst worden gekeken naar de lopende projecten. Alshet aan ons ligt, houden we de lijst actueel, zodat we een goede starthebben voor wanneer er, op korte termijn, nieuwe middelen wordentoegekend. Dan kunnen we met een mogelijk nieuwe wegingsfactor, diewe aan het onderzoeken zijn, deze zaken ook weer naar voren brengen. Erwaren immers ook projecten bij uit regio’s waaraan al veel geld wastoebedeeld. Daar zou je het «Elke regio telt!»-aspect nader kunnenonderbouwen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3850 De heer Chris Jansen (PVV):De heer De Groot: erkent de Minister dat een tekort aan mobiliteitsmid-delen directe gevolgen heeft voor de woningbouwopgave? Hij vroeg ookwat ik nog kan doen om zo veel mogelijk van dat knelpunt op te lossen. Ikheb al eerder aangegeven dat er te weinig middelen waren om geld toe tekennen aan alle goede voorstellen. De Staatssecretaris zal zo meteen ooknog het een en ander zeggen over de weging die wij hebben gedaan. Deingediende goede voorstellen kan een nieuw kabinet als basis gebruiken.De heer De Groot vroeg ook welke concrete maatregelen het kabinetneemt om de MIRT-projecten sneller van planfase tot uitvoering tebrengen, en waar ik ruimte zie om de procedures te versnellen zonderafbreuk te doen aan de zorgvuldigheid en het draagvlak. Het MIRT kentprojecten op het gebied van ov, spoor, wegen, vaarwegen, ruimte entransport. Veel van deze projecten vinden hun doorgang van planfasenaar uitvoering. De meeste vertraging en stilstand zit op wegenprojectenen dat komt door de stikstofproblematiek, de 25 kilometer, de beperkteuitvoeringscapaciteit en de financiële tekorten. Om dat proces waarmogelijk te versnellen, wordt in het MIRT voorrang en prioriteit gegevenaan maakbare projecten en het afmaken van lopende infrastructuurpro-jecten in de realisatie. Zo wordt capaciteit ingezet op de planuitwerkingvan de A58 Eindhoven–Tilburg en de MIRT-verkenning A27.De heer Jansen stelde een vraag over mitigerende maatregelen vanwegegepauzeerde projecten. Die maatregelen, die nodig zijn om de gevolgenvan het pauzeren enigszins te verzachten, zijn in feite allemaal uitgenut; zezijn bestemd en ze zijn ingezet. Maar het moet wel zin hebben. Als we nuzien dat ze geen zin hebben – en dat is maar een onderdeeltje van eenaantal zaken – dan kijk ik daar echt heel kritisch naar. Op een gegevenmoment moet je dan ook zeggen: we stoppen ergens mee en we zettenhet in andere zaken in. Laat dat ook helder zijn. U heeft ook een bijlageontvangen, maar het gaat van campagne tot campagne, en een campagneis slechts een van de mitigerende maatregelen.De heer Goudzwaard stelde een goede vraag over ondermijning.Investeringen in kleine zeehavens zijn alleen toekomstbestendig als daarinook ondermijning wordt meegenomen. Het Ministerie van JenV staathiervoor natuurlijk aan de lat, maar het Ministerie van IenW werkt in debestrijding van ondermijning in havens natuurlijk goed samen met JenV.Ik mocht zelf afgelopen vrijdag nog bij de Zeehavenpolitie zijn inRotterdam, maar hierbij wordt dus ook rekening gehouden met de kleinezeehavens. Tevens draagt het Ministerie van JenV bij aan de opgave tenaanzien van ondermijning via het platform kleine zeehavens. Waar nodigmaakt IenW verbinding met de MIRT-projecten.IenW kan eventueel aansluiten bij het platform waar u het over heeft,maar ik weet ook niet goed wat daarvoor geschikte zaken zijn. Ik hebhiervoor binnen het ministerie nu wel alle hens aan dek, maar het klinktsympathiek en als het behapbaar is, dan moeten we daar zeker nog eensgoed naar kijken. JenV is hier in de lead, maar IenW, geef ik u hierbij aan,zou hier wat nauwer bij betrokken kunnen worden, mits het niet te gekwordt qua bemensing et cetera. Daar ga ik dus eens induiken.De heer Goudzwaard (JA21):Dank, Minister, voor deze reactie. Als ik dit zo beluister, dan zou ik het heelerg op prijs stellen als hier een toezegging uit zou rollen en de Ministerzou zeggen: ik zoek contact met dat projectteam en ik kijk wat daarin demogelijkheden zijn om met elkaar samen te gaan werken.Minister Tieman:Gelet op de weerbaarheidsdiscussie die wij in Nederland hebben, zeg ikdaarop volmondig ja.De heer Jansen: als de bewindspersonen kijken naar de kaart vanNederland, welke regio’s zijn er dan echt tekortgedaan? Ik heb u naarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3851 aanleiding van vragen vanuit de Kamer – de heer Pierik – twee overzichtengestuurd: eerst op 20 maart vorig jaar een over de verhouding tussenRandstad en regio bij de MIRT-investeringen van de afgelopen vijf jaar totheden, en op 13 juni 2025 nog een verdieping met de daadwerkelijkgeïnvesteerde bedragen per provincie. Daaruit blijkt een redelijkevenwichtige spreiding tussen Randstad en regio. Dit weerspiegelt deaandacht van IenW voor de verschillende delen van het land niet, omdathet exclusief instandhouding is, projecten vaak in verschillende provinciesliggen en er niet gecorrigeerd is voor het prijspeil.De heer Chris Jansen (PVV):Dank voor de beantwoording.De voorzitter:Eén moment, hoor. Minister, zou u de microfoon uit willen doen?Minister Tieman:Sorry.De voorzitter:Dan kunnen mensen thuis ook de heer Jansen volgen. Gaat uw gang,meneer Jansen.De heer Chris Jansen (PVV):Dank voor de beantwoording. Kunt u misschien iets specifieker zijn over«redelijk»?Minister Tieman:Dan moet ik de rapporten van vorig jaar ... Ik heb die rapporten niethelemaal scherp op mijn netvlies, gelet op de data. Dan moet ik daarinnog eens even goed bestuderen wat dan redelijk is, kijkende naar Elkeregio telt!, maar ook kijkende naar de WoMo-discussie, waar de Staatsse-cretaris zo meteen nog wat over gaat vertellen. We zouden dus nog eenkeer even een deepdive in die rapporten moeten doen, of een afdronkdaarvan, om te weten wat daar dan de uitkomsten van zijn. Die heb ikeven niet zo paraat, maar anders kom ik daar nog op terug in de tweedetermijn.Voorzitter. De heer Jansen vroeg: waarom wordt er beknibbeld opverkeersveiligheid? Er zijn scherpe keuzes nodig, zoals u weet, maarverkeersveiligheid is echt een prioriteit van IenW. Tegelijkertijd staat hetMobiliteitsfonds zwaar onder druk, waardoor scherpe keuzes ook nodigzijn. We verbeteren de verkeersveiligheid met de huidige middelen diehiervoor beschikbaar zijn, bijvoorbeeld via de diverse MIRT-projecten.Daarnaast wordt onder andere ingezet op het verbeteren van verkeersvei-ligheid via de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid. Dat was een bedragvan 500 miljoen euro. Daarvan gaan we nu wel het laatste jaar in. Wedoen nu gewoon een bezemronde, als ik het zo mag noemen, met eencofinancieringsinstrumentarium. Dat is zeer succesvol. Hierbij is er ookecht een geografische afspiegeling, omdat de gemeenten de weg naar ditgeld ook weten te vinden. Maar denk ook aan de aanpak rijks-N-wegen enbijvoorbeeld aan het programma Meer Veilig. Het is aan een nieuwkabinet om nieuwe middelen voor na dat jaar, bijvoorbeeld voor deimpuls, veilig te stellen en te borgen.De heer Van Asten vroeg: welke eisen stelt het ministerie aan hetbeperken van privéautogebruik in een bepaald gebied, door te sturen opeen lage parkeernorm? Het ministerie stelt geen eisen aan het privéauto-bezit in nieuwe woonwijken. Gemeenten bepalen zelf hun eigen parkeer-beleid. Ik kan me nog een project herinneren, Amsterdam Bay Area,waarover een discussie was; dat is in de buurt van Almere en Amsterdam.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3852 Dat moet dan passen bij de lokale context, want ja, de Randstad is zekergeen Twente; dat moet je iedere keer goed in ogenschouw nemen.De heer De Hoop zei: multimodaliteit staat onder druk. Dat klopt, meneerDe Hoop: binnenvaart min 10%, spoor plus 0,2% en wegtransport plus10%, wanneer we het vergelijken met 2014. Ik ga dus helemaal mee metuw betoog. Maar we hebben dan ook echt 9 miljoen euro beschikbaargesteld voor de multimodaliteit, juist om te kijken of wij het spoor en debinnenvaart echt nog verder kunnen ondersteunen. «Modal optimum» ismisschien het betere woord in relatie tot een modal shift. Als u het echterheeft over andere multimodaliteit, denk dan bijvoorbeeld aan hetmeenemen van de fiets; daarvoor hebben we allerlei soorten projecten diedan ook de weg weten te vinden naar de verschillende modaliteiten.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Van Asten, vermoedelijk nog op hetvorige punt.De heer Van Asten (D66):Ja, dat gaat nog over het vorige punt. Als Rijk geven we natuurlijk eenhoop subsidie voor de ontsluiting van nieuwe, grootschalige woonge-bieden. Nu zegt de Minister: wij stellen daarbij dus eigenlijk geen eisenaan wat voor mobiliteitsbeleid een gemeente daarbij voert. Maar stel uvoor dat er een woonwijk wordt gebouwd, waarbij een gemeente zegt: bijons vinden we het belangrijk dat er twee, drie auto’s voor de deur moetenkomen. Dat betekent dan dat er een forse autotoename is in een gebied.Op het moment dat dat dan op het lijstje komt ter beoordeling vansubsidies voor ontsluiting, en het gaat erdoorheen, dan betalen wij daardus eigenlijk meer aan. Is het dan ook niet de taak van het Rijk om er juistwat meer op te sturen om efficiënt met ontsluitingsmiddelen om te gaan?Minister Tieman:De milieueffectrapportage, althans de commissie daarvan, toetst daar welop. Dat gaat dan wel terug naar de gemeente, dus als Rijk hebben we dangeen rol. Dat is een vraag die u hier stelt. Op dit moment heb ik even geenvoorbeelden paraat van schrijnende gevallen, waarbij een gemeenteraadecht een hele andere kant op gaat, ook kijkend naar de adviezen die eengemeente zelf inwint. Maar we zouden hierin nog een keer de dieptekunnen opzoeken met elkaar als het Rijk hierin een grotere rol zou moetenhebben of als er schrijnende gevallen zijn, waarin een gemeenteraadbijvoorbeeld een advies van een MER naast zich neerlegt. De Staatssecre-taris zal hier zo meteen ook nog wat over zeggen, ook kijkende naar hetov-aspect.De heer De Hoop vroeg: kan de Minister nadrukkelijk kijken naar alterna-tieven zoals andere vormen van modaliteiten, verkeersspreiding en hetdichter bij elkaar brengen van wonen en werken? Ik kom zo meteen nogop de Papendrechtsebrug en op het project dat we via de verkeersonder-neming hebben in de MRDH, maar aanvullend op mijn vorige antwoordgeef ik mee dat het kabinet op lange termijn inzet op het organiseren vannabijheid. Dat is bijvoorbeeld een belangrijk uitgangspunt van deontwerpNota Ruimte.Dan de heer Jansen. De ambitie is om elk jaar een gepauzeerd project opte starten. Hij heeft daar ook een tijdsduur aan gekoppeld. De ambitie isinderdaad nog steeds één jaar. Ook wordt gekeken of projecten gekniptkunnen worden uitgevoerd. U heeft in juni van het afgelopen jaar eenaanpak ontvangen voor de herstart van dit soort gepauzeerde projecten.Voor de herstart moet wel budget, uitvoeringscapaciteit en stikstofruimtebeschikbaar zijn. Dan ga ik toch even terug naar Hoevelaken. Daar ginghet om 1,6 miljard, 6 jaar en 29 mol. Dat is in een notendop de redenwaarom ik wel stappen wil zetten – dat doe ik met de provincie Utrecht;we hebben dat in het BO MIRT ook besproken met elkaar – om te kijken ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3853 we aan die 29 mol toch echt wat kunnen doen. Ik heb die afspraaknamelijk. Ik heb ook moties van uw Kamer gehoord, alleen kan ik ook niettot het onmogelijke worden gebracht op het soort getallen als die 29 mol.Daar hoort dus een goede verkenning bij, om te zien wat we daar dan welkunnen doen. Ik wil zeker niet stil gaan zitten. Ik heb met de heer VanSchie hierover ook de afspraak dat we elkaar, met de kennis binnen hetministerie en binnen de provincie Utrecht, wel vasthouden om stappen tegaan zetten om dit verder onder controle te krijgen of in ieder geval eenwenkend perspectief te bieden, zodat ik wél invulling kan geven aan uwmoties.De heer Grinwis (ChristenUnie):29 mol zit in stikstoftermen inderdaad behoorlijk boven die 1 mol. Ik benwel benieuwd welke van de gepauzeerde projecten potentieel onder de 1molgrens zou kunnen worden uitgevoerd. Ten tweede het volgende. Demensen die nu langs de A1 wonen en heel veel geluidsoverlast ervaren,bijvoorbeeld in Amersfoort, klagen er terecht over dat de geluidswerendemaatregelen die daar zijn getroffen, zoals geluidsschermen, gewoon nietvoldoende soelaas bieden. Is de Minister bereid om zolang dat knooppuntniet is opgelost alvast wel aan de slag te gaan met betere geluidswerendemaatregelen? De mensen daar worden namelijk hoorndol van de herrie.Minister Tieman:Op de geluidsschermen kom ik zo meteen nog terug, want die vragenzitten in een ander mapje. Ik pakte dat alleen alvast voor een anderonderwerp. En uw andere vraag? O ja, de 1 mol. Ik kom in tweede termijnterug op de vraag over de gepauzeerde projecten, maar ik antwoorddaarop nu alvast even informeel: geen enkel project. Maar dat moet ik dusnog even bevestigd zien. We praten echt over gepauzeerde projecten dieniet op 1 mol zijn gepauzeerd, maar dat ga ik zo meteen nog even voor ubevestigen, meneer Grinwis.Dan de heer De Groot. Welke projecten beschouwt het kabinet als cruciaalvoor de nationale weerbaarheid en de militaire inzet, en hoe krijgen wedat als prioriteit? Er werd mij zonet ook het een en ander meegegeven alsreflectie, bijvoorbeeld: u bent toch iemand van buiten. Ik zal niet te veruitweiden, voorzitter, want ik heb u ook gehoord ten aanzien van de klok,maar toch even. Dit boek is de «boulevard of broken promises», om eenEngelse term te gebruiken. Dit moet een maakbaarheidsagenda gaanworden. Dit moet een uitvoeringsagenda gaan worden. Dat is niet aan mij,maar aan onze opvolgers. Het is aan onze opvolgers om met Defensie, datwe er graag bij hebben in zo’n MIRT-systematiek – ze ontbreken op ditmoment – wel een enorme slag te gaan maken. Maar als ik u net, in datuurtje, zo beluister, zou dit boek morgen de shredder in kunnen gaan enzouden we binnen drie notaoverleggen weer een dubbeldik boek terughebben. Ik heb uw bedragen; uw wensenlijst zou ik eigenlijk even moetenkwantificeren in geld. Laten we daar met elkaar ook goed naar kijken. Iksnap dat de gemeenteraadsverkiezingen eraan komen, maar het moethaalbaar zijn, ook financieel. Ik heb hier wel ideeën over. Die ideeën gevenwij ook mee. Wij geven mee hoe we die MIRT-systematiek – hier hebbenwe met de regio ook over gesproken – op een andere manier zoudenkunnen toepassen, maar ik wil de mensen die met elkaar aan zo’n boekgewerkt hebben ook niet tekortdoen. De realiteitszin moet daar echt interugkomen. Projecten moeten over de finishlijn getrokken worden. Totzover even mijn cri de coeur op dat gebied.De heer De Groot vroeg welke projecten het kabinet als cruciaalbeschouwt. Onze hoofdinfrastructuur is cruciaal voor de nationaleweerbaarheid en voor het kunnen verlenen van de Host Nation Support.Dat geldt zowel voor onze spoorwegen, de hoofdwegen en de vaarwegenals voor drie militaire corridors: Rotterdam, Vlissingen en de Eemshaven,de TEN-T-corridors. IenW werkt intensief met Defensie samen om in kaartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3854 te brengen wat nodig is met het oog op die weerbaarheid en het geschiktmaken van de infrastructuur voor grootschalige militaire transporten. Wekrijgen een steeds scherper beeld van wat we precies op die trans-portassen nodig hebben op het gebied van het spoor en de wegen;daarbij horen viaducten et cetera. Een met Defensie afgestemde prioritei-tenlijst is op dit moment nog niet aanwezig. Weet wel dat wij daar heelhard aan werken. Meer hierover volgt binnenkort. Daarnaast zijn er voorde uitvoering van opgaven op het terrein van weerbaarheid helaasonvoldoende financiële middelen, maar we zijn natuurlijk continu bezigmet die koppeling met die 1,5%. De Staatssecretaris zal daar zo meteenook nog wat over vertellen.In het geactualiseerde overzicht met financiële opgaven, dat uw Kamervrijdag heeft ontvangen, is specifiek het startpakket ten behoeve van devergroting van militaire mobiliteit en weerbaarheid betreffende het spoorgenoemd. Hiervoor is 600 miljoen euro nodig. Op het totale tekort van34,5 miljard euro voor instandhouding van de netwerken van Rijkswater-staat is er specifiek een tekort van circa 1 miljard euro bij vernieuwings-projecten die gelegen zijn op de militaire corridors. Dat geeft ons al eenbeeld. We zijn die plaat met u steeds scherper aan het maken. Daarbijheeft ook Europa een rol met de middelen die daar aanwezig zijn.De heer Jansen vroeg: «Ik hoor dat de capaciteit niet meer de grootstebottleneck is. Klopt dat en hoe zit het met stikstof?» In de praktijk is debottleneck een combinatie van stikstofproblematiek, de financiële plaat ende uitvoeringscapaciteit. Nu de aanlegprojecten gepauzeerd zijn, is ercapaciteit naar de instandhouding geschoven. In het MeerjarenplanInstandhouding is uiteengezet hoe Rijkswaterstaat de productie vaninstandhouding verder verhoogt. Die is inmiddels echt op stoom. Denkt uaan de treintjes en allerlei meekoppelingen. Daarmee kan Rijkswaterstaatmeer werk uitvoeren voor de instandhouding en is niet meermaakbaarheid, maar het gebrek aan financiële middelen, de eerstebeperkende factor. Voor aanleg zullen de stikstofproblematiek, deschaarse financiële middelen en de beperkte maakcapaciteit de komendeperiode nog wel beperkende factoren blijven.Voorzitter. Ik heb er nog twee voor het blokje algemeen. De heer Stoffervroeg: hoe kijkt de Minister aan tegen het nog een jaar lang niet innen vande boetes? Even kijken, ik had een paar cijfers ten aanzien van de boetesdie te maken hebben met de Blankenburgverbinding. Zo meteen kom ikdaar nog even op terug, dus die sla ik nog heel eventjes over. Diebehandel ik dan bij het mapje Zuidwest. De Blankenburgverbindingbevindt zich in het zuidwesten.De heer Jansen zei: «De benzineprijs gaat door het dak. Dat heeft eeneffect op de kosten voor automobilisten. Je staat in de file. Hoe ziet deBBB dit voor zich en wat is de reflectie op betalen naar gebruik?» Hetkabinet heeft oog voor de brandstofkosten. Ik heb daar vorige week heteen en ander over gezegd. Een paar weken voor de begrotingsbehan-deling of de behandeling van de Miljoenennota zaten we op die 1,6miljard; de heer Grinwis heeft daar ook een motie over ingediend. Wijhebben dat vanuit IenW wel verder aanhangig gemaakt bij Financiën; daaris ook op geacteerd.Maar er komen nog een aantal andere zaken. De heer Goudzwaard heeftgevraagd wat het ETS betekent. De tijdelijke accijnskorting is grotendeelsteruggetrokken.Daarnaast kijkt het kabinet ook naar de autobelastingen op de langeretermijn. In juni jongstleden heeft de Staatssecretaris van Financiën decontourenbrief hervorming autobelastingen aan de Tweede Kamergestuurd. In deze brief schetst het kabinet verschillende opgaven dieraken aan de autobelastingen, zoals de bereikbaarheid en de betaal-baarheid van automobiliteit.De heer Chris Jansen (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3855 Het probleem is het volgende; daarom kaart ik het ook aan. Op ditmoment is het verschil met Duitsland € 0,30 en met België € 0,50. Het isnu dus zelfs interessant voor iemand uit mijn woonplaats Almere omvrolijk te gaan winkelen in een van die landen en vervolgens ook te gaantanken. Hoe gaan we dit dan rechttrekken? Het is toch niet realistisch tenopzichte van de autogebruiker dat deze verschillen zo groot zijn?Minister Tieman:Ik heb ook gebruikgemaakt van de oproep van de heer Madlener in hetverleden. Hij had geschetst wat dat verschil betekent, en dat wordtmogelijk nog groter. Er moet dus wel het een en ander aangepast worden,zou je zeggen. Wij hebben hier een stap gezet om het verschil kleiner temaken; dat was in ieder geval de stap die gezet is. Als dat verschil in detoekomst groter wordt, krijg je allemaal randverschijnselen erbij, metmensen die vanuit Almere daar gaan inkopen; ik hoor dat dat zelfs vanuitKatwijk aan Zee gebeurt. Daar heb je echt een knop te bedienen. Ik weetniet of daar een Europese oplossing voor in het vooruitzicht ligt, maar ikrefereer toch even aan de autobrief en aan de plannen waarover eenvolgend kabinet wellicht afspraken gaat maken.De voorzitter:Dank u wel. Vervolgt u uw beantwoording. Tot zover? Dan geef ik hetwoord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Dank aan de Kamerleden voor hun reacties. Het is mooiom hier vandaag het laatste debat van de hele MIRT-cyclus te hebben. Ikzal zo op de inhoud ingaan. Zoals de Minister terecht zegt, hebben we diehele cyclus met z’n tweeën doorgelopen en besloten om een aantaldingen in gang te zetten. Ik denk dat de Minister terecht heeft gesprokenover de «boulevard of broken promises». We gaan het zo over definanciële situatie hebben; dan zal dat nog duidelijker blijken. Als je perproject gaat kijken hoe groot de gaten zijn, dan kun je je het volgendeafvragen. Ik zal zo iets over Deventer gaan zeggen. We zullen tussen de180 miljoen en 280 miljoen nodig hebben en er zit nu 30 miljoen in. Devraag op basis van de huidige stand van zaken is of het nog realistisch isom daar iedere keer over te praten of dat je moet besluiten om er meergeld in te stoppen of om het af te voeren. Dit is een willekeurig voorbeeld,maar het zal op andere plekken nog veel vaker terugkomen.We hebben wel gezegd dat je zult moeten kijken of je een strategischehervorming van het MIRT kan inzetten. Er zitten een aantal voordelen inde huidige systematiek, maar vooral ontbreekt er een duidelijke nationalevisie, een nationale prioritering. Dan heb ik het over onderwerpen zoals dewoningbouw, militaire mobiliteit en het economisch verdienvermogenvan Nederland. Die ontbreken fundamenteel in de systematiek die we hierhebben. Ik denk dat het heel belangrijk is om te kijken welke groteinvesteringen we moeten doen in ons land. Dat hebben we nu in ganggezet en ik hoop dat onze opvolgers dat verder kunnen oppakken. DeMIRT-systematiek is misschien niet de meest geëigende systematiek omdie vraag te beantwoorden. De MIRT-systematiek is, denk ik, geschikt omonze rijksverantwoordelijkheid te nemen in projecten die op lokaal ofregionaal niveau spelen, en dat werkt heel erg goed. Maar neem de vraagwelke investeringen we moeten doen om die 100.000 woningen inNederland te kunnen bouwen: dat doen we nu met aparte WoMo-gelden;dat zit niet fundamenteel in de MIRT-systematiek. Welke investeringenmoeten we doen om ons land veilig en weerbaar te houden? Dat zit nietfundamenteel in de MIRT-systematiek. Ja, we spreken daarover metDefensie. We hebben daar inmiddels heel goed contact over met Defensie,maar ook zij zullen geen geld uittrekken voor infrastructuurprojecten. Datzal echt binnen het Mobiliteitsfonds zelf gevonden moeten worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3856 Volgens onderzoek dat we hebben laten doen, is er 600 miljoen nodig alseen startpakket. Uiteindelijk is dat zo meteen ook een keuze. Doe je datwel, dan heb je het voordeel dat je een weerbaar en veilig spoor hebt. Doeje dat niet, dan heb je op een gegeven ogenblik die risico’s te dragen. Wijhopen de Kamer eind van dit jaar te informeren over de hervorming vandie systematiek.Voorzitter. Dan ga ik naar het financiële plaatje. Ik heb zelf jarenlang aande andere kant mogen zitten als Kamerlid. Ik weet dat het niet heel slim isom dan als bewindspersoon, en al helemaal niet als dubbeldemissionairbewindspersoon leunend op 26 zetels, de Kamer te veel tegen de haren inte strijken, maar ik ga vandaag toch een poging wagen, juist vanwege hetbelang van onze infrastructuur.Ik hoor heel veel leden hun zorgen uitspreken over de financiële situatieom vervolgens wel een rondje Nederland te doen met alle wensen diedaarbij horen. Dat snap ik vanuit het belang van al die projecten. Het isook verschrikkelijk moeilijk om die keuzes te maken. Maar als je hetallemaal optelt ... Ik hoor een aantal compleet nieuwe lijnen, stations,aquaducten, fietsbruggen, verbindingen en aftakkingen. Alles bij elkaaropgeteld gaat er nu in een paar uur bijna boven de 70 miljard over tafel,nog los van de zaken die eigenlijk de verantwoordelijkheid zijn van degemeenten en regio en de zaken rondom militaire mobiliteit. De financiëlesituatie is echt heel zorgelijk. Ik denk dat het echt belangrijk is om teonderstrepen: het geld is op. We moeten inmiddels hele pijnlijkemaatregelen nemen.Voorzitter. Een van die pijnlijke maatregelen – laat ik daar maar gelijk meebeginnen – betreft de situatie in Haarlem. Ik ben het eens met iedereen diezegt dat het hartstikke dom is om dat niet te doen, maar er is geen anderekeuze. Stel dat thuis je spaarpot op is. De aannemer komt langs om hetlekkende dak te repareren. Die zegt dan dat alleen al het repareren van hetlekkende dak meer geld gaat kosten dan je eigen spaarpot en dat je net zogoed nieuwe kozijnen en een nieuwe vloer kunt nemen. Dat is danallemaal waar, maar de spaarpot is op. Dat geldt ook hierbij. We kunnengeen geld uitgeven dat er niet is. We kunnen simpelweg geen nieuweverplichtingen aangaan als er nog grote tekorten zijn in de bestaandeprojecten.Ik zou mijn leven een stuk makkelijker maken als ik dit gewoon zoutoezeggen, maar ik weet dat ik het geld ergens anders moet weghalen alsik dat doe. Dat kun je direct doen en zeggen: dat geld reserveren we uiteen project. Een van de eerste dingen waarnaar je moet kijken, is welkeprojecten relatief vrij te besteden zijn. Dan kom je bij de aanvullende postLelylijn. Daar kun je geld weghalen. Je kunt het weghalen uit de Noord/Zuidlijn of de Zuidasdok. De tekorten bij die projecten zijn zo groot dat demaakbaarheid op een gegeven moment im Frage komt. Je kunt hetweghalen bij het aquaduct bij het Van Harinxmakanaal, waar mevrouwBoelsma naar vroeg. Voor de realisatie daarvan staat nog 75 miljoen. Devraag is ook maar wanneer je dat gaat doen. Ik noemde net al Deventer.Daarvoor is op dit moment nog 30 miljoen beschikbaar. Het gat richtingde uitvoering is vrij groot. Ik weet dat ik met al deze projecten reactiesuitlok, maar dat is wel de situatie. Het geld moet, linksom of rechtsom,ergens vandaan komen. Je kunt zeggen dat we het geld uit een volgendejaarschijf halen, maar dat is het fundament van het Mobiliteitsfonds. Hethele Mobiliteitsfonds is een kasschuif. Al het geld dat er aan de achterkantbij komt, wordt per direct naar voren gehaald om in de lopende gaten testoppen. Dat is de systematiek zoals we die nu kennen.Haarlem staat niet op zichzelf. We hebben ook in Breda, Sittard enMaastricht casussen waarin we in een identieke situatie terecht zullenkomen. Hoe graag ik het ook zou willen, dit vraagt om moedige of pijnlijkekeuzes. De beste manier om het te doen is, denk ik, door te zeggen: wedoen geen nieuwe projecten en gaan geen nieuwe verplichtingen meeraan. Haarlem, maar ook de situatie in Eindhoven, waar eerder aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3857 gerefereerd werd, is een nieuwe verplichting. Dat is onverstandig als jegeen geld hebt voor je oude verplichtingen.Volgens mij heb ik een aantal reacties uitgelokt, voorzitter.De voorzitter:Ook met het risico dat we het debat van vorige week overdoen, overhoeveel geld er tekort is en wat er allemaal wel en niet kan. Ik snap dat hetnodig is om even aan te geven hoe de vork in de steel zit, om het maareven zo te zeggen. Maar laten we dit debat niet opnieuw voeren; dathebben we vorige week al gedaan. Ik geef nu de ruimte voor specifiekevragen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Mijn wedervraag aan de Staatssecretaris is dan waarom hij in de brief diehij over Haarlem heeft geschreven geen leiderschap heeft getoond. Hijweet namelijk dat het uit de lengte of de breedte moet komen en dat hetinderdaad te makkelijk is om naar een nieuwe jaarschijf te wijzen. Dit gaatwel om een besparing van 50 miljoen. Dit speelt zich af – nu maak ik mijnatuurlijk impopulair in een deel van de regio – in dezelfde metropool-regio waar ook het Zuidasdok en de Noord/Zuidlijn spelen. Ik vind datbeide projecten gerealiseerd moeten worden. Maar de tekorten zijn op ditmoment enorm. De Staatssecretaris weet dat de maakbaarheid van dieprojecten op dit moment echt buiten proporties onder druk staat vanwegede grote tekorten. Waarom heeft de Staatssecretaris er niet voor gekozenom de benodigde middelen uit die reserveringen te halen om Haarlem,dat nu binnen een maand moet worden aanbesteed, zodanig te realiserendat die 50 miljoen wordt bespaard?Staatssecretaris Aartsen:Er zijn twee argumenten als het gaat om de vraag waarom we dat niet opdie manier hebben gedaan. Het eerste is de demissionaire status van ditkabinet. Als je zo’n groot, majeur project als de Zuidasdok of de Noord/Zuidlijn zou schrappen – dit geldt overigens ook als je het geld ervoor zouweghalen, want daarmee zou je het de facto schrappen, ook al blijft hetdan als papieren werkelijkheid overeind – dan breng je de opvolgers ookweer in gevaar, die voor 2026 al verschrikkelijk moeilijke beslissingenmoeten nemen; de Minister gaat daar zo iets meer over zeggen. Voor 2026zal het besluit moeten worden genomen om wel of niet met zo’n projectdoor te gaan, ook omdat het om een lopend project gaat waarbij definanciële tekorten zeer, zeer groot zijn. Dat is één.Dan een tweede argument. Wij hebben ervoor gekozen om de lijn tekiezen om geen nieuwe projecten aan te gaan. Je wil dit dus doen voor debestaande projecten, die al in de systematiek zitten. Haarlem is eennieuwe productstap die je mogelijk wil maken. Dat past op dit momentgewoon niet. De verplichting daarvoor is in woord aangegaan, maar nietqua financiën. Dat project past niet bij de situatie zoals die op dit momentis.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik constateer dus dat we onze teleurstelling hier zelf organiseren met z’nallen, zoals ik in de inleiding al zei. Ik schrik er wel van dat de Staatssecre-taris daarbij voorzetten vanuit de regio hier op tafel legt. Wij hebben heelduidelijk aangegeven dat we hier graag stappen op willen zien. Ik realiseerme dat die niet haalbaar zijn op dit moment. Ik denk dat de beant-woording van de Minister in die zin heel goed was dat hij aangaf dat decriteria wat betreft die woningbouwontsluiting bekeken worden, maar ditvind ik wel een teleurstelling.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3858 Nu gaan er twee dingen door elkaar lopen. Ik zal zo iets zeggen over dewoningbouwmiddelen; dat zijn incidentele middelen die los van hetMobiliteitsfonds zijn uitgetrokken om de woningbouw los te trekken. Devoorbeelden die ik net noemde, zijn projecten waarin we op de een ofandere manier onze eigen teleurstelling organiseren; ik denk dat mevrouwBoelsma daar gelijk in heeft. De Minister zei dat ook terecht. We zetten ietsin een boek. Daar zetten we vervolgens een klein beetje geld in, zodat eriets in dat boek staat; het voorbeeld waar mevrouw Boelsma aanrefereert, die 75 miljoen voor het aquaduct, is overigens uiteindelijk doorde Kamer zelf gereserveerd. Maar goed, we zetten dat geld daar neer,terwijl we weten dat de sprong die je daarna moet maken om het totaalrond te krijgen, nog enorm groot is. Dat geldt voor heel veel projecten. Ikheb er nu een aantal genoemd, maar als je doorbladert, zul je dit op heelveel plekken zien. Ik heb het over de teleurstellingen die in zo’n boekzitten.Ik denk dat we terecht met elkaar concluderen dat we daarvan af zoudenwillen. De Minister en ik vonden het te rigoureus om dat nu, dit halfjaar, tedoen. We gaan wel een proces in gang zetten om te bekijken hoe je dieteleurstelling op een andere manier vorm kunt geven, zodat je wat meernaar een «maakbaarheidsboek» in plaats van een «teleurstellingenboek»gaat. Maar goed, dit is de financiële situatie zoals die op dit moment is.Hier moeten we het mee doen. Je probeert daarbinnen dan een goede lijnte zoeken. Onze lijn is dus steeds: voeg geen nieuwe projecten toe enfocus, waar mogelijk, alleen nog maar op bestaande projecten. Veel vande antwoorden zullen er zo op neerkomen dat het zicht op volledigefinanciering nog ver weg is.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik snap een deel van de inbreng van de Staatssecretaris, maar ik zou tochop één punt wel in willen gaan. De Staatssecretaris heeft het namelijktelkens over «nieuwe projecten». Maar kijk naar Haarlem. Dat is eenproject waarover afspraken zijn gemaakt in de hoofdrailnetconcessie diede voorganger van deze Staatssecretaris gemaakt heeft. Die afsprakengingen bijvoorbeeld over de frequentie. Wij hebben namelijk gewoonverplichtingen waaraan we moeten voldoen. Als de Staatssecretaris danzegt dat hij dit ziet als een nieuw project, dan vind ik dat enigszinsbezwaarlijk. Dit zijn namelijk afspraken die vanuit IenW zijn gemaakt.Maakt de Staatssecretaris daar nog een andere afweging in, gelet op dehoofrailnetconcessie, waarin met NS en voor de reizigers afspraken zijngemaakt over frequentie en dat soort zaken? We moeten daar namelijkgewoon aan voldoen.Staatssecretaris Aartsen:Het ingewikkelde hieraan is dat die afspraak inderdaad is gemaakt inwoord, maar dat de benodigde middelen daar niet bij zijn geleverd. Datwreekt zich op dit moment. Het is belangrijk dat dit op een gegevenmoment plaats gaat vinden, maar feit is dat het geld er nu niet is. Je moetdus naar de brede situatie kijken en dit afwegen tegen andere afsprakendie je ook gemaakt hebt en waarvoor er te weinig geld is geleverd. Dat isde balans die je continu moet zoeken. Op dit moment zien wij Haarlem alseen «nieuwe productstap»; zo noemen wij dat. Voor die lijn hebben wij nugekozen. Ik denk dat het aan een nieuw kabinet is om, al dan niet metmeer of minder middelen, weer een nieuw afwegingskader te maken. Erzijn dan meerdere varianten. Je kunt de lijn kiezen die wij hebbengekozen: geen nieuwe projecten, geen nieuwe stappen. Je kunt gaanschrappen. Je kunt grote projecten gaan schrappen ten faveure van kleineprojecten. Het is echter een feit dat er gewoon te weinig geld is voor alleprojecten die op dit moment in de boeken staan. Dat is dus iets waar weop dit moment zoekende in zijn; dat is verschrikkelijk ingewikkeld. Ikbedoel: het liefst zou ik hier hebben gezegd: ja, dit gaan we doen. Maar ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3859 is helaas wel de situatie waar we in zitten. Ik vind het dan ook onverant-woord om hier zoete broodjes te gaan bakken.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt.Staatssecretaris Aartsen:Er zijn een aantal vragen gesteld. Deels hoop ik u in de beantwoordingdaarvan beter tegemoet te komen dan bij het vorige punt. Over dewoningbouwmiddelen en de zeer beperkte gelden voor het noorden vanNederland: ik probeerde net in mijn bijdrage al wat te schetsen over wittevlekken en zeer lichte grijze vlekken; zo noem ik ze maar even. Laat ik hierechter, ook namens de Minister, onomwonden zeggen dat ik denk dat demeeste mensen die dit hebben opgebracht, gewoon gelijk hebben:achteraf gezien hadden we scherper moeten zijn op de verdeling die er opdit moment ten opzichte van het Noorden heeft plaatsgevonden. Diegetallen spreken voor zich. De heer Grinwis en de heer De Hoop haddenuitgerekend dat het, geloof ik, 0,6% van het totale budget is. Achterafgezien, als je nu naar het hele plaatje naar kijkt, is dat niet gewenst; ikdenk dat we daar eerlijk over moeten zijn. Ik denk dat het wel goed is omte schetsen dat er niet bewust op deze uitkomst is gestuurd, maar dat hetook in dit geval echt een dilemma is geweest.Er is ongeveer een bedrag van 2,5 miljard beschikbaar geweest, waarinook hele grote brokken hebben gezeten. Kijk naar de verdeling tussen deregio en het Rijk; het overgrote deel van het budget is natuurlijk gaanzitten in de Merwedelijn. Dat was een nadrukkelijke wens van de Kamer,vorige week ook verwoord in een amendement op de begroting: bijna 600miljoen euro van die 2,5 miljard is voor de Merwedelijn. Dat is een helegrote hap. Hetzelfde geldt voor de Oude Lijn, ook een belangrijk project inde Randstad, waar 200 miljoen euro in is gaan zitten. Achteraf gezienhadden we, denk ik, dus scherper moeten zijn op de situatie in hetNoorden. Ik zeg wel: dat los je niet op door een willekeurig projectje van17 miljoen euro of zo in de Randstad niet te doen. Je had dan een anderekeuze moeten maken.Dit zijn dus twee voorbeelden die dan op het lijstje «afvallen» warengekomen, dus de Oude Lijn of de Merwedelijn. Dat zijn namelijk enormehappen van dat budget. Als je die verdeling dus een beetje evenredig wiltdoen ... De Minister zei het ook al: we proberen echt te kijken naar deprojecten die al klaarliggen. We hebben daarin ook heel erg samen met deregio gewerkt om te helpen. Complimenten voor alle ambtenaren diedaarbij hebben meegeholpen om te zorgen voor de kwaliteit van dieprojecten. Ik zeg daar ook het volgende bij. Het aanleggen van nieuwewegen voor het ontsluiten van woningbouwprojecten is in beginsel eenlokale of een regionale verplichting. Daar ligt de verantwoordelijkheid. DeWoMo-gelden, die 7,5 miljard en die 2,5 miljard, zijn vanuit het Rijk extraverschaft om het voor elkaar te krijgen. We hopen natuurlijk allemaal metelkaar, denk ik, dat er meer van dit soort initiatieven zullen komen zodat jedit soort woningbouw door kan zetten.Eén van de vragen was namelijk: erkent het kabinet dat er infrastructuur-gelden voor woningbouw nodig zijn? Ja, absoluut. Ik denk dat, juist als jewoningen wil realiseren, je moet inzetten op infrastructuurprojecten. Dieliggen dus op de plank en daar kunnen we, denk ik, ook mee verder.Dan specifieke vragen over de afgevallen projecten. Die projecten kunnenwij helaas niet delen. Dat is om twee redenen. Eén: een aantal gemeentenhebben zelf aangegeven dat ze het niet fijn vinden als die lijst metprojecten wordt gedeeld. Ik vind dat wij dat hebben te respecteren. Bij eenaantal projecten is er ook sprake van vertrouwelijke informatie, bijvoor-beeld over bedrijven die moeten worden uitgekocht of over gebieden dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3860 moeten worden heringericht. Het zou onverstandig zijn om die lijst tedelen. Helaas kan ik om die redenen die lijst dus ook niet met uw Kamerdelen.De heer Van Asten (D66):Dat laatste, dat het soms gevoelig kan liggen bij gemeentes: daar kan ik inkomen. Maar over de afdronk «er gaat te weinig geld naar het Noorden»... We hoorden, uit mijn hoofd, dat er acht projecten zijn die überhauptniet kwalificeerden en zes wel, waarvan er dan een aantal nog wel doorzijn gekomen. Zoveel zijn het er dus eigenlijk niet. Dan is het dus niet zogek dat er uiteindelijk maar weinig budget voor de regio’s opgaat. Wat isnou eigenlijk de afdronk? Ik vraag dat ook over die acht projecten.Waarom zijn die nou eigenlijk niet doorgegaan? Is er een grote gemenedeler waarom projecten voor het Noorden niet doorgaan? Met z’n allenvinden dat er te weinig geld naar het Noorden gaat is anders toch eenbeetje praten voor de bühne, als de projecten er daar misschien niet zijn?Staatssecretaris Aartsen:Ik vind het ingewikkeld om nu heel specifiek iets over afgevallen projectente zeggen. Dat zal ongetwijfeld per project verschild hebben. Ik kan daarnu niks in algemene zin over zeggen. Ik zit even na te denken over hoe ikaan uw vraag tegemoet kan komen. Laat mij hier in de tweede termijneven op terugkomen. Laten we dat doen, want ik vind het ingewikkeld omnu te gaan speculeren op basis van een aantal projecten, ook omdatgemeenten daar zelf iets over hebben aangegeven. Dat moet ik dus nietdoen. Ik kom daar in de tweede termijn, met uw goedvinden, even opterug.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik snap ook dat delen niet kan. Nog even een kleine bevestiging. Er is duswel gewoon een reservelijst met projecten die nu niet in aanmerkingkomen, maar die er wel op staan. U kunt die niet delen, maar hij is er wel.Staatssecretaris Aartsen:Ja, die is er wel. Sterker nog, wij hebben die geloof ik ook gekwantificeerden aangeboden aan de formatietafel. Dat was met de mededeling: mochtu de ambitie hebben om te investeren in woningbouw, dan zou het inieder geval volgens het ministerie verstandig zijn om geld beschikbaar testellen voor infrastructuur. Dat is een willekeurig voorbeeld. Omdat je hiernu projecten klaar hebt liggen, hoef je dus ook niks opnieuw te doen. Hetenige wat daarvoor nodig is, zijn extra middelen om te kunnen voldoenaan de doelstelling voor woningbouw.Voorzitter. Tot slot nog een aantal vragen over de multimodaliteiten. Danrefereer ik ook even aan mijn antwoord tijdens de begrotingsbehandeling.Onder anderen de heer Van Asten begon daar over het Rijk. Wij sturenvanuit het Rijk niet op wie welke modaliteit gebruikt. In die discussiewerden in het verleden modaliteiten tegenover elkaar gezet, met de autoaan de ene kant en het ov aan de andere kant, waarbij de ene kant van hetpolitieke spectrum het een zei, en de andere kant het andere. Ik denk echtdat we naar een situatie moeten waarin het en-en-en-en is. Al dievervoersmiddelen moet je faciliteren. Op de ene plek zal het ene logischerzijn. Op de andere plek zal het andere logischer zijn. Zorg er nou voor datdie complete bereikbaarheid een goede propositie heeft en dat je daar ookop inzet. Dat is wat wij proberen te doen, bijvoorbeeld door de woning-bouwontsluiting via die middelen te faciliteren.Tot zover mijn intro, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We zijn een uur verder met twee intro’s. Dat maakt me alsvoorzitter een beetje bang voor hoe we met de tijd uit gaan komen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3861 hoor hier links van mij dat we wel kunnen stoppen met het debat, want eris geen geld. Als dat de korte samenvatting van de beantwoording van devragen is, mag dat van mij ook.Staatssecretaris Aartsen:Dat scheelt wel een paar mapjes, voorzitter.De voorzitter:Goed. Ik wil graag het woord geven aan de Minister, volgens mij voorregio Oost.Minister Tieman:Klopt. Dank u wel, voorzitter. De heer Stoffer vroeg hoe de afweging isgemaakt om de N35 en de N50 nu niet op te pakken. Het klopt dat er bij deverkeersveiligheidsmaatregelen van de N50 Kampen–Ramspol sprake isvan een budgettekort. Er wordt daarom ook onderzoek gedaan naarversoberingen. Bij dit specifieke project is er geen sprake van een tekortaan personeel. Er is ook een realisatieteam aan boord, zodat de realisatiezo snel mogelijk na een besluit over het gevolg kan worden voorbereid. Ikkan nu geen concrete datum noemen, maar we zitten er tegenaan tehikken dat we dat wél kunnen doen. Dit gaat in mijn optiek dusgoedkomen.Dan de planstudies N35 Nijverdal–Wierden en de N50 Kampen–KampenZuid; dat zijn verschillende trajecten. Die liggen op dit moment stil omdatde personeelscapaciteit beperkt is en de focus nu ligt op onderhoud eninstandhouding. Dat is dan ook de meest urgente opgave. Ik heb bij hetafgelopen Bestuurlijk Overleg MIRT wel met de regionale bestuurdersaldaar afgesproken dat we gezamenlijk gaan bezien of, en wanneer, hetmogelijk is om deze projecten weer op te pakken en vlot te trekken. Erwordt overigens wel gewerkt aan de verkenning N35 Wijthmen–Nijverdalen aan meer veilige maatregelen tussen Wijthmen en Nijverdal.Mevrouw Boelsma vroeg over de N50: klopt het dat er actie wordt gezetop de wegafscheiding op het deel Kampen–Ramspol? Voor de verbredingtussen Kampen en Ramspol zijn nooit middelen beschikbaar gesteld. Dezezijn ook niet weggevallen. Er is inderdaad wel 21 miljoen euro beschikbaarvoor de rijbaanscheiding tussen Kampen en Ramspol. Voor dit specifiekeproject is geen sprake van een tekort aan personeel. Er is een realisa-tieteam aan boord. Na het besluit zullen we hier echt op terugkomen. Datgeldt ook voor de verkeersveiligheidsmaatregelen voor de N36.De heer Jansen vroeg met betrekking tot de N36 naar een eventueleplanning van een onderzoek. Mijn antwoord: ondanks de ophoging van115 miljoen euro voor de N36 bij Voorjaarsnota 2025 blijft het budgetonvoldoende om op de N36 in zijn geheel conform de veiligheidsvoor-schriften een rijbaanscheiding toe te passen. Daarom wordt er momenteelbekeken wat er binnen het huidige budget wel mogelijk is om de geheleN36 veiliger te maken. Rijbaanscheiding is één aspect, maar er zijnnatuurlijk ook andere zaken. Daar heeft de Tweede Kamer met demotie-Pierik ook om gevraagd. Dit versoberingsonderzoek is bijna gereed.Over de resultaten en het vervolg van de planstudie zijn er gesprekkenmet de regionale bestuurders, waarna een besluit wordt genomen overhet vervolg.De heer De Groot vroeg: hoe wil de Minister de A18/N18 binnen het MIRTverder brengen richting besluitvorming en uitvoering? De Kamer is er in2025 over geïnformeerd dat er 7,3 miljoen beschikbaar is voor deverbetering van de verkeersveiligheid op de N18. Ik heb ’m er net nogeven bij gepakt. Rijkswaterstaat werkt in nauwe samenwerking aan deuitwerking van deze plannen. Omdat aanvullende middelen uit een eerderamendement hebben geleid tot meer maatregelen voor verkeersvei-ligheid, hebben de maatregelen een langere voorbereidingstijd. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3862 realisatie ervan is dan ook verschoven naar 2027. Dat is mijn antwoord opdie vraag.Nog twee vragen. Mevrouw Boelsma vroeg: hoe kunnen de A28, A2 enA15 weer worden opgepakt en waar hebben de gesprekken met de regiotoe geleid? In juni 2025 heeft de Kamer een aanpak ontvangen voor deherstart van deze gepauzeerde projecten. Als onderdeel van de aanpakverkent IenW de mogelijkheid om projecten in fasen op te knippen. Voorenkele projecten zijn hierover al concrete afspraken tussen Rijk en regiogemaakt. Ik zal een voorbeeld geven. Voor het knooppunt Hoevelaken –daar komen we zo meteen nog over te spreken, over het geluid – heb ik inafstemming met de regio een plan van aanpak voor een gedeeltelijkeaanpak opgesteld. Daarnaast zijn recent afspraken gemaakt om destikstofopgave verder te verkennen en om te verkennen welkeontwerpstappen er nog mogelijk zijn, zodat er tijdig een ontwerp ligt datals basis kan dienen voor het vervolg.De heer Van Asten vroeg: willen de bewindspersonen dan ook maar gelijkin gesprek gaan met de regio over een fietsburg over de Lek bijCulemborg? O, dat was geen vraag van de heer Van Asten, maar van deheer Grinwis. In beginsel ligt de verantwoordelijkheid bij de regio zelf. Hetministerie heeft hiervoor geen budget gereserveerd binnen het Mobili-teitsfonds.Tot zover Oost-Nederland, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de Staatssecretaris voor zijn antwoordenover Oost. Ik wil nog even memoreren dat we vanaf nu de interrupties aanhet einde van elk blokje doen. Bewaar ze dus even, als u ze heeft. Laat debewindspersoon eerst even uitpraten. Daarna kunnen dan de interruptiesworden gedaan.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Ik begin bij de projecten rondom Deventer. Daar zijn eenaantal vragen over gesteld door BBB, CDA, GroenLinks-PvdA,ChristenUnie en SGP. De spoorverbinding tussen Amsterdam en Twenteen verder door naar Berlijn is natuurlijk een van de belangrijkereinternationale spoorcorridors op dit moment. ProRail heeft een aantalonderzoeken gedaan naar wat er nodig zou zijn om die te kunnenverbeteren. Daar is een drietal maatregelen uit gekomen: het vierdeperron op station Deventer, een snelheidsverhoging bij Hengelo–Oldenzaal en een snelheidsverhoging bij Amersfoort–Apeldoorn. Nu komter een zin die vaker zal voorkomen: er is op dit moment geen zicht opvoldoende budget. Er is 30 miljoen euro beschikbaar. Deze drie zakenzullen, bij elkaar opgeteld, naar schatting tussen de 180 en 280 miljoeneuro gaan kosten. Op dit moment studeert ProRail nog verder op deverkenningsfase. Die zal aan het einde van dit jaar afgelopen zijn, en danzal er moeten worden gekozen tussen de projecten of wat we «budget-spanning» noemen, namelijk of er geld voor beschikbaar is of niet.De SGP heeft mij een vraag gesteld over de intercitystations Harderwijken Utrecht Lunetten. Het is aan de NS om te bepalen welk station eenintercitystatus of een sprinterstatus krijgt. Wij maken als IenW alleenafspraken over hoe vaak per uur een trein zou moeten stoppen perstation, maar het besluit over de status van stations zelf ligt bij de NS. Ikzeg daar wel bij dat van deze twee Harderwijk waarschijnlijk het meestkansrijk is om in aanmerking te komen voor zo’n intercitystatus.Dan een vraag over het verder onderzoeken van station Barneveld Noorden station Stroe. Op dit moment loopt er een onderzoek naar nut ennoodzaak daarvan. In het kader van de verwachting lijkt het mij goed omte vermelden dat hier twee afwegingen aan ten grondslag liggen.Enerzijds de kosten die het opzetten van een nieuw station met zichmeebrengt. Er is al eerder vermeld dat er op dit moment geen budgetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3863 beschikbaar is voor dit project, of voor deze twee projecten, moet ikzeggen. Anderzijds vergt het ook nog een discussie over de vraag hoevaak een trein waar stopt en wat dat vervolgens doet met de snelheid enbereikbaarheid van andere lijnen, onder andere de corridor Amsterdam–Amersfoort–Twente.Dan de fly-over bij Arnhem Velperpoort. Inmiddels is dit MIRT-onderzoekafgerond. Op dit moment lijkt er op de spoorse zijde geen reden te zijn omeen dergelijke vrije kruising aan te leggen. Wij wachten nog op de verdereuitkomsten van ontwikkelingen over de hele corridor. Die lopen op ditmoment in het MIRT-onderzoek Utrecht–Arnhem–Duitsland. Het staatnatuurlijk de gemeente Arnhem vrij om zelf iets te doen met de ruimtelijkeontwikkeling. Ook hierbij vermeld ik dat dit project niet is voorzien vangeld op dit moment.Tot zover, voorzitter.De heer Stoffer (SGP):Dank voor de beantwoording. Dat klinkt op zich allemaal heel logisch. Ikkom even terug op de stations Barneveld Noord en Stroe. We hebbeneerder al over het knooppunt Hoevelaken gesproken, waar nogal watgefaseerd gaat. Dat lijkt niet van vandaag op morgen geregeld te zijn, ookals het gaat om het aantal mols waar straks nog op teruggekomen wordt.Het zou natuurlijk wel kunnen helpen om knooppunt Hoevelaken enorm teontlasten. Dit zit allemaal net daarvoor. Overstap van auto naar spoor. Ikgeef het maar mee. Bij de begroting zei de Staatssecretaris dat we de luxeniet meer hebben om verschil te maken tussen auto’s, treinen enzovoort.Daar ben ik het helemaal mee eens, dus dit kan helpen. Dat geef ik maarmee. En wellicht helpt dat nog om te kijken of we daar niet toch een zetjeaan kunnen geven. Het hoeven geen luxe stations te zijn. Sober is genoeg.Staatssecretaris Aartsen:Zo kennen we de heer Stoffer. Dit zal wel moeten blijken uit de nut- ennoodzaakonderzoeken die op dit moment lopen. We verwachten dat dierond de zomer afgerond zullen zijn.De voorzitter:Meneer Grinwis, u heeft nog een interruptie voor de Staatssecretaris opdit punt?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja. Ik weet niet of de Staatssecretaris het al noemde, maar ik heb ooit vantoenmalig Staatssecretaris Jansen een toezegging gekregen dat hij inoverleg zou gaan met de regio over het geluids- en trillingsvrij maken van,of in elk geval zorgen voor minder geluid en minder trillingen bij, despoorbruggen over de Maas en de Waal. Dat overleg met de regio heeftnog altijd niet plaatsgevonden, terwijl dat echt wel een zorg is in datgebied. Er worden daar steeds meer woningen bijgebouwd en er hebbendaar steeds meer mensen veel last van, terwijl de problematiek metsimpele dempers te verhelpen c.q. ernstig te verminderen is.Staatssecretaris Aartsen:Ik zit even te kijken of dat gesprek... Misschien kan de heer Jansen zelfzeggen of het heeft plaatsgevonden. We zoeken het even uit, voorzitter.Nee, alle gekheid op een stokje: ik kom er bij Zuid op terug in onze tweedetermijn.De voorzitter:Er lopen inmiddels hele rare lijnen in het gesprek hier. Ik probeer de ordeeen beetje te handhaven, Staatssecretaris.Ik wil graag het woord geven aan de Minister voor Noordwest. Gaat uwgang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3864 Minister Tieman:Dank u wel, voorzitter. De vraag van de heer Grinwis: «Waar blijft deherstart Hoevelaken? Kunnen er bij Amersfoort in de tussentijd alvast watmeer geluidswerende maatregelen genomen worden? Graag eentoezegging.» Met de regio is eerder voor 100 miljoen euro een pakket aanmaatregelen vastgesteld om de effecten van het pauzeren te mitigeren.Voor de geluidswerende maatregelen zijn toen geen afspraken gemaakt.Mocht hier een geluidsnorm niet gehaald worden, dan zullen wij dit alsRijk moeten oppakken, zo nodig afzonderlijk van het project Hoevelaken.De vraag van de heer De Groot: hoe kan het zijn dat het kabinet aan deslag gaat met de projecten in Flevoland zonder filedruk, en niet met hetknooppunt Hoevelaken, zoals de Kamer heeft verzocht? Voor hetherstarten van het project moet er echt zicht zijn op die 1,6 miljard, enafgezien daarvan ook op de uitvoeringscapaciteit en de stikstofruimte. Dehoeveelheid daarvan heb ik net aangegeven, dus daar ben ik echt verdermee met de provincie. We gaan elkaar daarin verder helpen, zodat we datzicht wel gaan krijgen. De MIRT-verkenning A27 Zeewolde–Eemnesvoldoet op het moment wél aan deze voorwaarden. De aanpassing draagtbij aan de doorstromingsknelpunten op de desbetreffende weg.Nog even over Hoevelaken. De heer De Hoop, de heer Stoffer, de heerJansen: meerdere Kamerleden hebben vragen gesteld over hoe hethiermee nu verder gaat. Laat ik daar ook nog een paar zinnen aantoevoegen. In afstemming met de regio heb ik een plan van aanpakopgesteld waarin de vervolgstappen voor de gedeeltelijke aanpak van hetknooppunt A1/A28 bij Hoevelaken zijn opgenomen. Voor het starten vande formele procedure is het noodzakelijk dat er zicht is op die stikstofop-lossing waar we het net over hadden. Dit perspectief aan de horizonontbreekt nog voor dit project, waardoor er op dit moment ook nog geenperspectief op realisatie is. De eerder aangenomen moties zijn daarom opdit moment niet uitvoerbaar. Gezien het belang van dit project blijf ik welkijken naar de mogelijkheden. Daarom verken ik met de regio demogelijkheden voor een aanpak van deze stikstofopgave. Dat is toch echtwaar de schoen knelt. Daarnaast verken ik welke ontwerpstappen er voorde gedeeltelijke aanpak nodig zijn, zodat er tijdig een ontwerp ligt voor hetvervolg. Ik verwacht de Kamer dit najaar te kunnen informeren over deuitkomst van beide verkenningen. Streep hieronder, zou ik zeggen,voorzitter. Als er zicht is op een stikstofoplossing, wordt het ookopportuun om de middelen en de capaciteit beschikbaar te stellen vooreen formele herstart.De vraag van mevrouw Boelsma: hoe wordt er omgegaan met debereikbaarheid van de A1, die in 2040 structureel dichtslibt tussenknooppunt Eemnes en Muiderberg door woningbouw in de aangrenzenderegio’s? Het klopt dat de grootschalige woningbouw in met name Utrecht,Amersfoort en ook Almere gevolgen zal hebben voor de bereikbaarheidlangs de A1 en in de bredere regio Gooi en Vechtstreek. Dit is hetafgelopen jaar ook gebleken uit de impactstudie die is uitgevoerd naar deA27 en de A1. Daarom hebben we in het Bestuurlijk Overleg MIRT 2026met de regionale partijen afgesproken dat bij de update van het multi-modaal toekomstbeeld van het programma Samen Bouwen aan Bereik-baarheid, SBaB, bekeken zal worden op welke manier de regionale enbovenregionale bereikbaarheid verbeterd kan worden. Het opstarten vande verkenning A27 Zeewolde–Eemnes is een belangrijke stap om debereikbaarheid van deze regio te verbeteren en de groei van hetautoverkeer op te vangen.De heer De Hoop had een vraag over de IJ-tunnel. De wegbeheerder vande IJ-tunnel is de gemeente Amsterdam. Hier ligt dan ook de eersteverantwoordelijkheid om maatregelen te treffen om de hinder door deafsluiting zo veel mogelijk te beperken. Het gebruik van de A10 alsomleidingsroute leidt tot een extra belasting van het hoofdwegennet. Dewerkzaamheden in de IJ-tunnel zijn voorzien vanaf het jaar 2027. Over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3865 werkzaamheden in en rondom Amsterdam vindt overleg plaats tussenonder andere de gemeente en Rijkswaterstaat via het samenwerkings-verband Amsterdam Bereikbaar.De heer Grinwis vroeg: waarom is met het herstarten van deMIRT-verkenning A27 Zeewolde–Eemnes niet ook de aloude railverbindingtussen Utrecht ... Deze geef ik even aan de Staatssecretaris; of nee, ik pak’m toch hier. De opgave is om de doorstroming op de A27 te verbeteren.De uitbreiding van de wegcapaciteit tussen Zeewolde en Eemnes wordthiervoor als oplossing gezien. In de verkenning zal breed naar demogelijke maatregelen gekeken worden. Hierbij wordt ook gekeken naarniet-infra-alternatieven. Een nieuwe spoorverbinding is echter geenoplossing voor de opgave en zit daarom niet binnen de scope van deverkenning. Meer informatie heb ik hier even niet over.Mevrouw Boelsma vroeg: kan de Minister inzicht geven in wat deconsequenties zijn ten aanzien van het gemaal bij IJmuiden en despuimiddelen in de Afsluitdijk en op welke termijn dit speelt? Ik probeerhier zo concreet mogelijk te zijn zonder meteen al de concrete raming opstraat te leggen, want we moeten echt nog naar de markt. Wij hebben duseen bandbreedte aan u gecommuniceerd. Ik heb de heer Grinwis ookgehoord. Hij vroeg wat ik nog kan doen, zoals een pleidooi houden en ereen streep onder zetten bij de begrotingsdebatten. Als we niets doen aanhet gemaal bij IJmuiden en de spuimiddelen in de Afsluitdijk, ontstaat erernstige wateroverlast. Het gemaal- en spuicomplex IJmuiden is sterkverouderd. Het komt uit 1940. Het is daarom ook kwetsbaar. Op kortetermijn is een besluit over het gemaal nodig en daarmee ook zicht opfinanciering, binnen de bandbreedte die ik in de brief heb gemeld. Dit isaan het nieuwe kabinet. Ook de bestaande spuimiddelen zijn aan heteinde van hun levensduur. Als gevolg van de klimaatverandering is ervanaf het jaar 2035 behoefte aan een grotere afvoercapaciteit bij deAfsluitdijk, die niet door de renovatie van de bestaande objectengerealiseerd kan worden. Dat geldt dus zowel voor IJmuiden als voor despuisluizen in de Afsluitdijk. Daar is renovatie geen optie. Ook voor deAfsluitdijk is er zicht nodig op financiering. Qua ordegrootte zit je op dievan het gemaal IJmuiden, maar dan voor de hele Afsluitdijk, want daarzitten er twee. Kortom: als we niets doen, ontstaat er ernstige water-overlast. Door het uitvoeren van levensduurverlengend onderhoud binnende veiligheidsmarges is afvoer via de bestaande spuimiddelen in deAfsluitdijk de komende jaren mogelijk.Ik ga gauw verder, voorzitter. Het Zuidasdok; dit is een vraag vanuit hetCDA. In 2025 zijn er verdere stappen gezet in de realisatie van hetZuidasdok, onder andere met de Openbaar Vervoer Terminal en hetknooppunt De Nieuwe Meer. U heeft ook een mooie bijlage gekregen,toegevoegd aan alle stukken. Ik weet niet of u dat allemaal heeft bekeken,maar ik vind dit een mooie afspiegeling van wat er allemaal is gedaan.Hierbij is meer duidelijkheid ontstaan over de risico’s, de planning en dekosten. Ondanks de inzet op versoberingen en het voorkomen vanmeerkosten is het verwachte tekort helaas verder toegenomen tot eenbedrag tussen de 1,1 miljard en de 1,3 miljard. We hebben veel overlegmet de regio gehad over dit onderwerp. Er is met de regio afgesprokeneind 2026 te besluiten over de financiering van de tunnel en hetknooppunt Amstel. Eind 2026 is er meer zekerheid over de uitvoerings-prijs, alsmede over het ontwerp. Er zijn verschillende factoren. Dit projectgaat echter onder het vergrootglas. Ik kom er op den duur bij u op terughoe we bij dit soort speciale projecten de kostenoverschrijdingen beter inde vingers kunnen krijgen. We hebben nu ook echt aangegeven dat weniet verder willen versoberen. We handhaven nu dus eigenlijk de statusquo. Dat gebeurt in overleg met de regio, want die heeft er ook eigen geldin zitten.De vraag van de heer Van Asten was: wanneer stopt de versobering enkomen de uitgangspunten van het project onder hoge druk te staan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3866 Wanneer moet je dit gaan heroverwegen? Hoe kijkt men aan tegen dereikwijdte van het project voor de rest van het land? In 2025 zijn verderestappen gezet in de realisatie van het Zuidasdok; ik refereer nog even aandat document. We hebben nogmaals tegen elkaar gezegd dat we denoodzaak van het Zuidasdok... Ook de gedeputeerde van Flevoland heefthet belang van het Zuidasdok ooit gepitcht bij uw Kamer. Tot zover.De heer De Groot: hoe voorkomt u dat de capaciteitsuitbreiding van deSchipholspoortunnel stagneert in verband met de tekorten? Dat is aan eenvolgend kabinet. Voor het vergroten van de capaciteit rond Schiphol is debeoogde metro tussen Amsterdam en de Haarlemmermeer noodzakelijk;het OVAH. Het herstel van de gebreken op de hsl heeft mijn volleaandacht. Ik werk hier hard aan, samen met Infraspeed en ProRail. Voorbeide zaken geldt dat het aan het volgende kabinet is om hiervoormiddelen vrij te maken.Mevrouw Boelsma-Hoekstra: de kazerne, het munitiedepot, consequentieset cetera. De kazerne in Zeewolde volgt uit het Nationaal ProgrammaRuimte voor Defensie, het NPRD. Dat valt primair onder de verantwoorde-lijkheid van de Staatssecretaris, in dit geval van Defensie. Daarvoor zijnook gebiedsprocessen ingericht. In het kader van deze gebiedsprocessenis door Defensie in het NPRD aangegeven dat samen met de regio inbeeld wordt gebracht welke randvoorwaarden bij defensieopgaven nodigzijn, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit en doorstroming. Op ditmoment is er nog geen compleet beeld van de infraopgaven die noodza-kelijk zijn voor de defensieopgaven die volgen uit het NPRD. Weet wel –de Staatssecretaris gaf dat ook aan en ikzelf eerder ook – dat wij willen datDefensie ten aanzien van logistiek en mobiliteit gewoon standaard aantafel komt bij het BO MIRT, net als de gedeputeerde, op het juiste niveaubinnen de organisatie. IenW is op dit moment separaat met Defensie inoverleg, maar we houden elkaar echt goed vast.Tot zover noordwest, voorzitter.De voorzitter:Ik kijk even. Er zijn geen interrupties. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter.De voorzitter:Sorry, ik zie dat er toch nog een vraag is, bij de heer Jansen. Sorry,meneer Jansen, ga uw gang.De heer Chris Jansen (PVV):Ik heb inderdaad één vraag aan de Minister, over Hoevelaken. Ik bagatel-liseer niets van wat de Minister zegt over alle knelpunten die hijtegenkomt, maar de Kamer heeft toch echt in hele grote meerderheid enbij herhaling uitgesproken dat wij dit knooppunt aangepakt willen zien. Ikmag toch hopen dat dit in hoofdletters richting formatietafel is gegaan. Ikkijk daarbij ook met een schuin oog naar de Staatssecretaris. Het kan tochniet zo zijn dat iets wat de Kamer tot drie keer toe heeft uitgesproken,stagneert omdat we met een aantal knelpunten zitten? Nogmaals, ikbagatelliseer ze niet, maar ik vind het wel lastig om dit te accepteren.Minister Tieman:Wat zal ik hierop zeggen, meneer Jansen? Een aantal zaken. Een soortcrisis- en herstelinstrumentarium, zoals de heer Goudzwaard aangaf. Tenaanzien van de A2 met de ingekorven vleermuis, een voorbeeld: ik zitmeteen in het strafrecht. Dan kan ik wel bestuurlijk lef tonen, maarwanneer ik 29 mol voor mijn kiezen krijg, die ik niet heb, kan ik hier welallerlei toezeggingen doen maar... Er zijn drie moties; ik hoor wat u zegt.Hoevelaken heb ik net neergezet. Ik houd de gedeputeerde vast om eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3867 volgende stap te zetten, maar hiervoor moet wel echt een oplossingkomen. Dan kunnen wij verder. We zitten niet stil. We zeggen zeker niet:we zetten het in de kast en totdat die 29 mol is opgelost, doen wehelemaal niks. Zo zit ik niet in de wedstrijd, maar nu heb ik er echt geenzicht op en dan denk ik ook bij mezelf: er zijn andere projecten waar wélzicht op is. Maar Hoevelaken? We zijn bezig, maar ik kan niet die 1,6miljard, die zes jaar, in gang gaan zetten, gelet op dit stikstofknelpunt.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik nu wel naar de Staatssecretaris, voor noordwest.Staatssecretaris Aartsen:Wat zei u?De voorzitter:Noordwest.Staatssecretaris Aartsen:Ja, noordwest. Een beperkt aantal vragen. Er zijn een aantal vragengesteld over de Merwedelijn en de Rijnenburglijn, onder ander over hoehet met de aftakking zit en of die wordt geïntegreerd met het voorkeursal-ternatief. Op dit moment is het lastig om te zeggen of en wanneer deRijnenburgtak zal worden geïntegreerd met de Merwedelijn. Dat heeft meteen paar dingen te maken. Allereerst natuurlijk omdat er al eenMIRT-verkenning loopt om vooral snel toe te kunnen werken naar datvoorkeursbesluit. Ik denk dat dat een belangrijke stap is. Op dit momentloopt er geen uitgebreid onderzoek naar de Rijnenburgtak. We hopennatuurlijk dat we snel kunnen toewerken naar een startbeslissing voor deMIRT-verkenning Rijnenburglijn. Ook hierbij dien ik te zeggen dat er op ditmoment geen middelen beschikbaar zijn voor dat onderzoek.Dan ERTMS en de SAAL-corridor, tussen Schiphol, Almere en Lelystad; deheer Jansen en Grinwis hebben daar vragen over gesteld. Ik denk dat hetbelangrijk is om te onderkennen dat die extra treinen zullen gaan rijden, alhelemaal voor dat traject. Bij het BO MIRT zijn afspraken gemaakt met deregio over het meer mogelijk maken daarvan. Daarvoor is ERTMSinderdaad noodzakelijk. Op dit moment werken wij landelijk aan de uitrol.Wanneer het mogelijk is dat ook op dit traject te kunnen gaan doen, islastig te zeggen. We mikken op dit moment op 2032.Dan kom ik nu bij de bereikbaarheid van Almere en de IJmeerverbinding,voorzitter. Kan de Minister of Staatssecretaris uitleggen waarom er meerasfalt beschikbaar is ten opzichte van de trein in de verbinding tussenAmsterdam en Almere? Het is van belang om te zeggen dat Almere enFlevoland op dit moment multimodaal bereikbaar zijn, zowel nu als in detoekomst. Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer werkt aan hetmogelijk maken van extra treinen tussen Amsterdam en Almere. DeIJmeerverbinding is voor de ov-bereikbaarheid van het toekomstigeAlmere Pampus van en naar Amsterdam voorlopig echt nog een stip opde horizon. Op dit moment zijn er onvoldoende financiële middelenbeschikbaar om dan ook een MIRT-verkenning te starten. Dat waren despoorse zaken ten aanzien van Noordwest.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de leden. Er zijn geen interrupties. Dan geefik het woord weer aan de Minister over de regio Zuidwest.Minister Tieman:Zuidwest. Laat ik dan ook maar meteen beginnen met de Blankenburgver-binding. Als hoogheemraad mocht ik samen met de heer Madlener onderanderen aanwezig zijn bij de opening daarvan. Het hoogheemraadschaphad daar een keerschot, een veiligheidsschot, dat eruit gehaald werd. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3868 zijn inmiddels een jaar verder en we zien nu toch echt een trend, ook indie laatste maanden waarin we echt nog alles op alles zetten. We willennamelijk echt geen boetefabriek zijn. De boetes liggen nu op 1,8% en gaannaar beneden. Het was namelijk 3%.Ook kijken we echt nog even kritisch naar de bebording. We hebben extrabebordingen geplaatst bij de benzinestations, maar ik wil verder gaan dandat. Ik wil ook de bebording op de weg aanpakken. We zien ook uit decijfers van de ANWB dat we in Rotterdam, doordat we meer wegcapaciteithebben gecreëerd, voor een betere doorstroming hebben gezorgd.We hebben met elkaar nu echt een jaar neergezet van wennen. En hetwordt beter. Ik sta dan ook niet positief tegenover het voorstel om nu weereen stap verder te gaan. Dat schept namelijk onduidelijkheid voor demensen die nu zien wat er gebeurt. Wij maken echt een stap op hetgebied van de communicatie. We hebben ook echt een protocol dat, alsmensen een boete krijgen van 1,8% en daarna een tweede boete krijgen,we een stopknop hebben.De enige manier om de mensen te benaderen is via de post. Dat heeft temaken met de privacywetgeving. Dat is jammer. Anders had je het daarnamelijk iets sneller kunnen doen. We zetten een poot bij wat betreft decommunicatie. Wanneer we ook zien dat mensen een poging hebbengedaan om te betalen, is dat meteen een aanleiding om te zeggen: u heefthet in ieder geval geprobeerd en u krijgt geen boete. Dat is dus coulancevia het loket ten top. Ik denk dat dat de komende maanden nog duidelijkergaat worden. Die cijfers gaat u krijgen, bijna op weekbasis als het aan mijligt. We moeten wel kijken of dat allemaal behapbaar is. Maar we komenvan ver en het wordt steeds beter. Ook gelet op de herinnering, waardoorwe helaas toch die € 9 in rekening moeten brengen. Waarom? Dat iswettelijk bepaald. Dat zijn ook die kosten. Daarbovenop heb je natuurlijkde € 35, die daarna komt. Wij zijn geen boetefabriek. Ik wil dat het op nulkomt als dat kan. Laat dat helder zijn. Wat betreft die kosten: we gaan zometeen ook naar de ViA15, Arnhem–Nijmegen; het systeem dat we numet elkaar gebouwd hebben zonder een poortje waarvoor mensenmoeten stoppen, dupliceren we daar. Door het te verspreiden overmeerdere projecten, zullen de operationele kosten naar beneden gaan. Ikkom uit het havenbedrijfsleven. Hoe blij waren de werknemers in dehaven dat dit project toch doorgang kon vinden? Wilt u een tunnel of wiltu geen tunnel? Dan maar met tol. Het gaat om 405 miljoen euro. Als wedat nu met elkaar kwijtschelden, kan dat ook. Maar dat heb ik niet, meneerGrinwis. Ik zie een verbetering. We gaan dit conform de wet goedevalueren. In het eerste kwartaal krijgt uw Kamer daar een uitrol van.Brengt u dat dan ook nog een keer op. Deze cijfers van de laatstemaanden stemmen mij echter heel positief. Met dat extra beentje dat wijbijzetten, is het ook hierbij gewoon alle hens aan dek. Dat heb ik algezegd. Dit heeft echt mijn aandacht, want wij zijn geen boetefabriek.De heer Grinwis vroeg: de Westerscheldetunnel wordt volgend jaargerenoveerd; wat is er nog te doen aan de vier maanden afsluiting van deOostbuis richting Borsele? Volgend jaar – 2027 is dat alweer, ja – vindenherstelwerkzaamheden plaats naar aanleiding van de betonschade in deOostbuis van de Westerscheldetunnel. Het is een relatief nieuwe tunnel,maar er is toch die betonschade. De Westerscheldetunnel wordt geëxploi-teerd door de N.V. Westerscheldetunnel en is eigendom van de provincieZeeland. De planning van de werkzaamheden loopt daarom via deprovincie en niet via het Rijk. Over de geplande werkzaamheden en hetbereikbaarheidsplan vindt wel afstemming plaats met Rijkswaterstaat. Ikkom hier nog even op terug. Laat ik het zo zeggen: ik had graag wat meerwillen vertellen. Ik heb deze informatie nu even niet paraat, maar ik komhier anders zo meteen nog even op terug, meneer Grinwis.De heren Van Asten en Grinwis vroegen: «De A15 wordt niet aangepakt.Het goederenvervoer en het personenvervoer lopen vast. Kan de Ministeraan de tafel om de modal shift mogelijk te maken en afspraken teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3869 maken?» We hebben 9 miljoen euro beschikbaar. Er is ook een samenwer-kingsverband met de vervoerregio. Denk ook aan: word geen kuddedier.Dat vindt allemaal daar in de regio Rijnmond plaats. Dus specifiek wordtdit zo meteen via Connekt opengesteld. Het is nu even gepauzeerd, maardie middelen zijn in de Miljoenennota gecommuniceerd. Er loopt al enkelejaren een kortetermijnaanpak in de uitvoering van de samenwerkingsor-ganisatie Zuid-Holland Bereikbaar. Dat is waar ik naar op zoek was. Hetgaat om ritvermijding en spitsvermijdingen van de A15 en dat gaat dusverder dan alleen de campagne daaromtrent. Die is geëvalueerd. Dezezaken gaan via Breikers. Deze zaken gaan via Zuid-Holland Bereikbaar.Daar zit veel meer achter. Er is 16 miljoen euro beschikbaar om dezeaanpak voort te zetten met betrekking tot de middellange termijn. Het gaatom de A15. Het gaat om 2026–2035. Circa 5.000 ritvermijdingen en/ofspitsvermijdingen worden in overleg met het bedrijfsleven gerealiseerd.Daarbij wordt ingezet op de fiets en het openbaar vervoer.Ik heb van u ook iets begrepen over de modal shift met betrekking tot hetgoederenvervoer. Daarmee begon ik net. Dat staat dus gewoon open. Erkan ingeschreven worden op projecten via Zuid-Holland Bereikbaar enConnekt. Denk ook aan ondernemen in de Drechtsteden. Daarnaast lopener allerlei projecten die het gebruik van spoor moeten stimuleren. Er is 73miljoen euro voor de Goederenvervoeragenda die ik vorige week naar uwKamer heb gestuurd. Daar zitten onder andere truckparkings bij. Het gaatook om het vergroten van de betrouwbaarheid van de RotterdamseHavenspoorlijn. De 740-metertreinen zitten daarin. Zo kunnen we hetvergroten, met als doel die A15 verder te ontlasten. Tot zover hierover,voorzitter.Ik heb nog de antwoorden op drie vragen. De heer Grinwis vroeg of dewerkzaamheden dan ook echt binnen negen maanden afgerond zijn. Ditgaat over de Papendrechtsebrug, waarover veelvuldig wordt gesproken.Het verkeersslot duurt negen maanden. Daarna is de weg nog een paarweekenden dicht in verband met het testen. Deze negen maanden zijnopgenomen in de planning van de opdrachtgever. Het antwoord is dus: opdit moment staan alle seinen op groen en er is geen aanwijzing dat het elfmaanden of tien maanden gaat duren.De heer Stoffer vroeg: de Tunnelwet zegt dat tweerichtingsverkeer in eentunnelbuis niet mag; is de Minister bereid deze wet zo nodig aan tepassen? In het recente BO MIRT van januari 2026 hebben Rijk en regio welafspraken gemaakt om binnen de kaders van de Tunnelwet – daarvan zegtu: kunnen we dat, ook gelet op de Europese context, nog gaan oprekken?– te bekijken of in de Vlaketunnel bij calamiteiten en/of onderhoudtweerichtingsverkeer mogelijk kan worden toegelaten. De Vlaketunnel isop dit moment niet ingericht op tweerichtingsverkeer. Daarom onderzoekthet Rijk in aanloop naar renovatie welke aanpassingen nodig zijn om datwel mogelijk te maken, zodat het ook veilig kan. Ook kijkt het Rijk nu naarde aanleg van calamiteitendoorsteken. In het hoogbelaste Nederlandsewegennetwerk zijn naast de Europese regelgeving extra verscherpingen inde nationale tunnelwetgeving doorgevoerd om de veiligheid van deweggebruiker te borgen. Daar wil ik het liefst geen concessies aan doen.Veiligheid staat voorop; dat gaf u zelf ook al aan. Ik wil ook aangeven datRijkswaterstaat intensief samenwerkt met de provincie Zeeland voor dezeverkeersbegeleiding, gelet op de situaties waar we vandaan komen. Totzover mijn antwoord, meneer Stoffer. Ik ga dus kijken welke ruimte ik vanu krijg op dat gebied.De heer Stoffer (SGP):Op zich natuurlijk alle ruimte. Ik heb een motie klaarliggen, waarin ikeigenlijk de vraag stel of de regering de Kamer voor het volgendeMIRT-debat kan informeren over de mogelijkheden die er zijn voor dieaanpassing. Maar als de Minister een toezegging zou kunnen doen dat hetkabinet – dat zal wellicht de opvolger zijn – ons voor het volgendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3870 MIRT-debat kan informeren hoever dat staat enzovoorts, dan hoef ik demotie niet in te dienen.Minister Tieman:Dat is een toezegging.De voorzitter:Die gaan wij even noteren. Ik kijk even naar de leden. Zijn er nog andereinterrupties? O, de Minister heeft nog ... Ah, kijk eens aan. Er werd hiergesmokkeld; het blokje was nog niet af. Gaat uw gang, Minister.Minister Tieman:De Bodegravenboog. Daar ben ik ook geweest. In het vorige MIRT-debatheeft de Minister de volgende toezegging gedaan: de Minister gaat langsbij het project de Bodegravenboog en zal de Kamer informeren over deuitkomsten. In de MIRT-brief, onder moties en toezeggingen, op pagina26, ben ik hierop ingegaan. Op verzoek van de Kamer is de regio bezochten de problematiek besproken. Met de provincie Zuid-Holland was ik daaraanwezig met mijn collega; de heer Zevenbergen was daarbij, maar ookde wethouder was erbij. De gemeente Bodegraven–Reeuwijk heeftgeconcludeerd dat er op dit moment geen budget, personele capaciteit enstikstofruimte beschikbaar is om hem aan te leggen. De provincie heeftwel ideeën over de Bodegravenboog, dus we zijn echt nog met elkaar ingesprek. We houden ook de cijfers goed bij elkaar. Dan zou ik zeggen: nietin dit MIRT-overleg, maar wanneer we wellicht in een andere situatie zijn,komt de Bodegravenboog echt bovendrijven. Hij staat dus op mijnnetvlies. We gaan nu wat meer richting Cortelande kijken. We zijn onshuiswerk aan het doen, ook voor de gefaseerde aanlegmogelijkheden. Ikwil dan ook van de provincie, van de opvolger van de heer Zevenbergen,horen welke ideeën er dan echt zijn, want ze hebben geen gebruikgemaakt van een ander potje dat we beschikbaar hebben. Wellicht is datdus nog iets.De voorzitter:Dank u wel. Nu bent u echt aan het einde van uw blokje, hè? Dat klopt. Wehouden het tempo erin. Ik zou graag om 16.00 uur over willen gaan naarde tweede termijn, dus Staatssecretaris, doe uw best.Staatssecretaris Aartsen:Zeker, voorzitter.We hebben een paar projecten voor het openbaar vervoer en spoor als hetgaat om Zuidwest. Dan begin ik bij de Oude Lijn. Er zijn een aantal vragengesteld over de Oude Lijn, en vooral over de combinatie met de stationsrondom Dordrecht en de situatie daaromtrent. Zoals al eerder gezegd,kunnen we nu echt een stap gaan maken met de Oude Lijn. Ik denk dat datpositief is. Voor de vier nieuwe stations, waaronder dus ook DordrechtLeerpark, wordt het onderzoek eind dit jaar afgerond. Om met alle nieuwestations en ook de daarvoor nodige vier sporen verder te kunnen gaan,zijn er extra middelen nodig. Op dit moment hebben het Rijk en de regiosamen al geïnvesteerd. Het gaat om een bedrag van ongeveer 340 miljoeneuro voor de regio Dordrecht. We moeten ervoor zorgen dat daar nog watfinanciering bij komt. We kijken hiervoor ook bewust naar de regio voorcofinanciering en naar de verdeelsleutel die we daarbij normaliterhanteren.Over Wind in de zeilen zijn een aantal vragen gesteld. Welke stappenzetten we daarvoor? Er zijn destijds inderdaad afspraken gemaakt met deprovincie Zeeland. ProRail start vanaf eind 2027 met de uitvoering van eenaantal kleinere overwegmaatregelen om zo de derde trein per uur tekunnen laten rijden. Om ervoor te zorgen dat deze ook op de lange termijnkan blijven rijden, moet gezocht worden naar extra financiële middelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3871 Voor de derde trein moeten onder andere de overwegen in Goes enRoosendaal worden aangepakt. Daarnaast loopt er een onderzoek naar demogelijkheden voor een vierde trein. De uitkomsten van dit onderzoekzullen we bekijken en daarbij zullen we rekening houden met de situatie inZeeland. Ook daarbij zal moeten worden gekeken naar de financiëlemiddelen om dat mogelijk te maken.Dan het ERTMS-proefbaanvak in Zeeland. Er zijn een aantal vragengesteld over hoe het zit met de hinder daarvan. Wij spannen ons samenmet de spoorsector en Zeeuwse partijen in om de hinder van hetproefbaanvak maximaal te beperken. We snappen dat dit een vervelendesituatie is. Daarom zijn er ook afspraken gemaakt met Zeeland over eenmaatregelenpakket voor hinderbeperking en het verbeteren van debetrouwbaarheid. Deze maatregelen worden momenteel verder uitge-werkt. Aangezien het testen en de proeven op zijn vroegst in 2029 zullenbeginnen, is hier nog ruim de tijd voor. Daarnaast werken we ook samenmet Zeeuwse partijen aan de implementatie van het pakket Wind in dezeilen. Zoals ik al zei, onderzoek ik ook de mogelijkheden voor een vierdetrein per uur en voor de aansluiting op de hsl. Ik meld erbij dat daarvoorop dit moment geen middelen zijn gereserveerd.Dan Rail Ghent Terneuzen. Op dit moment bereiden wij de startbeslissingdaarvoor voor. Dit is een grensoverschrijdend project. ProRail voert nu devoorbereidingen uit voor de startbeslissing. We hopen die dit jaar tekunnen nemen. Ook zijn we intensief in gesprek met mijn Belgischecollega. Ik hoop hem volgende week tijdens een diner onder anderehierover te kunnen spreken, zodat dat we hierin een stap kunnen zetten.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Dat noopt tot interrupties.De heer Van Asten (D66):Ik heb in het kader van de Oude Lijn nog een vraag over het pact waarovergesproken werd in de stukken. Wat gaan wij daar als Kamer overmeekrijgen? Hoe worden wij daarover geïnformeerd?De voorzitter:U kunt hier ook op terugkomen in de tweede termijn, Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:We kunnen hierop terugkomen in de volgende MIRT-brief als we uitge-sproken zijn met de regio over dat pakket.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik weet dat de provincie en het Rijk in goed overleg zijn over een pakketmet flankerende maatregelen om de hinder van de ERTMS-proef inZeeland tot het minimale te beperken. Maar ik hoor toch ook dat onder-wijsinstellingen in Zeeland, zoals de hogeschool, nu al merken dat nieuwestudenten zich niet inschrijven in Zeeland maar aan de Brabantse kant,omdat de trein in 2029 een aantal maanden niet zal rijden. Het klinktallemaal nog heel ver weg, maar het is wel erg belangrijk om vanaf nuheel duidelijk te communiceren over het maatregelenpakket en jongerendie een studie moeten gaan kiezen ertoe te verleiden hun keuze voorZeeland niet op een lager pitje te zetten. Ziet de Staatssecretaris dezeopgave? Met een kleinere bevolking en wat minder onderwijsinstellingenzijn de marges in Zeeland vrij dun.Staatssecretaris Aartsen:Dat is zeker bekend. Daarom is het ook belangrijk om te blijven herhalendat we een maatregelenpakket hebben afgesproken. De uitwerkinghiervan vergt wel wat tijd. Nogmaals, het gaat over 2029, dus we hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3872 ook nog wel eventjes. Maar ik snap de zorg. Laat ik daarom duidelijkherhalen: het is en blijft de bedoeling dat Zeeland ook tijdens deze proefbereikbaar zal blijven. We gaan dus ook alles op alles zetten om zo minmogelijk hinder te laten ontstaan. Dat is natuurlijk waar we naartoewerken.De voorzitter:Ik dank u wel. Dan is het woord aan de Minister voor Noord. Dat zal metbelangstelling gevolgd worden door een aantal leden hier. Gaat uw gang.Minister Tieman:Zeker, Noord. Laat ik ’m dan ook maar meteen bij de hoorns vatten: dehaven van Terschelling. De heer De Hoop, mevrouw Van der Plas, de heerGoudzwaard en ook mevrouw Boelsma-Hoekstra hebben daar vragenover gesteld. Ik heb daar vorige week natuurlijk ook het een en ander overgezegd. Daar zat een dag tussen. In maart is er een vervolgoverleg tussende partijen. In december is er overleg geweest tussen de gemeente, deprovincie, het Ministerie van BZK en het Ministerie van IenW. Wij hebbenkennis en kunde. Er zijn verschillende varianten. Een daarvan heeft temaken met een betonningslocatie van Rijkswaterstaat; de vraag is of dathandig is om te doen of niet. We zijn daarover nog niet uitgesproken,maar ik wil in maart verder spreken. Ik wil ook voor maart een brief sturennaar de Minister van BZK om vanuit die kant het belang, de noodzaak, vandie kade onder zijn of haar ogen te brengen. Ik zal dat op korte termijndoen. Ik wil een dezer weken een brief uitdoen naar BZK, zodat wij dit alsRijk goed voorbereid hebben wanneer we de regio tegemoet treden. Ik gadaar ook de provincie bij betrekken. Het wordt ook een bestuurlijk overlegals het aan mij ligt. We moeten even kijken of dat dan meteen in maart isof vlak daarna, maar er gaat geen lange periode overheen.Hier moet zo snel mogelijkheid duidelijkheid over komen, maar gezien dejuridische aspecten moet ik het wel ergens vandaan zien te halen. Ik zieook dat de gemeente hierop bewogen heeft. Dat is hartstikke goed. Ik gadie puzzel proberen te leggen, maar dat betekent wel dat we ’m ergensvandaan moeten gaan halen. Het is de uitdaging aan het Ministerie vanIenW om dat in overleg met de regio te realiseren en u hierover ook eenterugkoppeling te geven, want ik kreeg deze van verschillenden van u hierterug. Ik ga dus mijn uiterste best doen op dit onderwerp.Het werkbezoek aan Ameland en de watertaxi. Het rapport van MARINgaat een dezer dagen naar u toe. Daarin staat dat wij onder bepaaldevoorwaarden een snelheidsverhoging zouden kunnen doorvoeren voor denacht. Veiligheid staat voorop; daarom ook het rapport van MARIN. Ik hebde aanbevelingen al gezien in een vergaande conceptvariant. Ik ga inoverleg met de ondernemers in kwestie. Ik wil daar een mooie strikomheen doen en binnen de kaders dat gesprek ook met u gaan voeren,zodat we dit dossier kunnen afronden.De heer Jansen vroeg om een reflectie op de vaarverbinding Ameland enHolwerd. «We maken ons zorgen over de vaarweg. Gaarne een reflectie.»Dat betreft niet het snelvaren, maar de vaarweg. In september 2025 heb ikde Kamer geïnformeerd over het programma van eisen concessies FrieseWaddenveren vanaf 2029. Wat dat betreft is het besluit genomen voor hetuitvoeren van een MIRT-verkenning Bereikbaarheid Ameland. Voor deverkenning en het oplossen van de problematiek van de vaargeul heefthet ministerie 250 miljoen euro gereserveerd.Mevrouw Boelsma vroeg of de Eemshaven een rol gaat spelen in hetkader van Defensie en, zo ja, of er mogelijkheden zijn binnen deMIRT-verkenning om financiering met Europees geld in het kader van dualuse mee te nemen. Ja, de Eemshaven speelt reeds een rol in het kadervan Defensie. Op dit moment, as we speak, worden externe financierings-bronnen onderzocht. De Eemshaven is net als Rotterdam en North SeaPorts in Vlissingen aangewezen als Host Nation Support-haven enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3873 onderdeel van het Europese netwerk TEN-T. Wij onderzoeken of ermogelijkheden zijn voor financiering met Europees geld voor hetversterken van deze drie militaire corridors.De heer Van Asten en mevrouw Boelsma vroegen hoe het verder moetmet de Gerrit Krolbrug. De essentie van het antwoord is: ik ga hier echtnog even goed naar kijken. U heeft ook de plaatjes gezien. Er zijn nogmeer bruggen. Daar ga ik het zo meteen ook nog over hebben. Er speeltwat; laat ik het zo formuleren. Ik wil ook echt aangeven dat ik het ergvervelend vind voor de regio dat er zoveel aanvaringen hebben plaatsge-vonden. De verzekering van rederijen reikt maar zo ver. De heer De Hoophad het over 36 aanvaringen vanaf het jaar 2000. Dat kan niet debedoeling zijn. Ik ga dus echt met de sector in overleg over wat ermogelijk is. Dit moet tot een einde gaan komen. Deze cijfers moeten echt,echt naar beneden. Nul bestaat wellicht niet, maar ik schrik gewoon vandeze cijfers en van de financiële bedragen en de hinder die dit veroor-zaakt.We hebben natuurlijk ook te maken met een aantal technische zaken, dusik wil alles even in bredere zin pakken. Ik ga dus ook voor de GerritKrolbrug, net als in Terschelling, kijken wat we kunnen doen. U heeft decijfers ook tot u kunnen nemen: 11 miljoen euro voor een tijdelijkeoplossing. Ik zou dat geld voor het Noorden liever betitelen als geld vooriets wat structureel duurzaam is. «Duurzaam» betekent daarbij dat hetlang meegaat. Alle opties liggen op tafel alvorens wij dat gesprek in hetNoorden gaan voeren. Het is niet zo dat we al iets uitsluiten. Ik zal ook nogeens naar die pontjes kijken, zodat we ook het gesprek daarover op hetjuiste niveau met de regio kunnen voeren met elkaar.Mevrouw Boelsma vroeg waar het aquaduct over de Skarster Rien isgestrand. In 2013 heeft het kabinet besloten te bezuinigen op hetInfrastructuurfonds. Daarbij is eveneens het aquaduct geschrapt. Tot zoverde geschiedschrijving. Het project is de afgelopen jaren niet naar bovengekomen als mogelijke opgave, mede gezien de financiële ruimte. Totzover het antwoord.De Friese bruggen. Nou, nu hebben we een onderwerp te pakken! Denoodzaak voor het aanpakken van de Friese bruggen is volkomenduidelijk. Daarom is op 29 januari aanstaande, komende donderdag, eenextra bestuurlijk overleg gepland met de provincie Friesland en debetrokken gemeenten om het te hebben over de aanpak en de planning.Zoals ik net al aangaf, vind ik het erg vervelend – hier is het laatste woordzeker nog niet over gezegd – dat mensen moeten omlopen, omfietsen ofomrijden. Rijkswaterstaat kijkt naar alle plekken. In die gevallen is ernauwe samenwerking met de regio om de hinder zo veel mogelijk tebeperken.Gelet op het veelvoud aan bruggen werken we met een portfolioaanpak.Dat betreft het gebundeld aanpakken van deze beweegbare bruggen omze zo snel maar ook zo efficiënt mogelijk aan te pakken. Dat is «meekop-pelen». Bij een ander onderwerp was de vraag: waarom pak je nietmeteen wat mee? Dit is een mooi voorbeeld van zo’n portfolioaanpak. Ditvraagt om voorbereidingstijd. Dat werkt door in de vervangingsdata. Wegaan daarna ook, zoals een exponentiële curve vroeger bij wiskunde, tijdgoedmaken. We nemen nu dus net wat meer tijd voor die eerste brug,maar die tijd gaan we zo meteen verder inlopen.Ondanks deze portfolioaanpak en de exponentiële versnellingscurvehebben we toch echt een deadline van 2030. Het zal niet voor die tijdgerealiseerd zijn, maar in de jaren daarna. We willen hier wel zo goedmogelijk aan vasthouden. We communiceren het als het langer lijkt tegaan duren. Ik zeg u hierover deze zomer een brief toe, waarmee deKamer inzicht krijgt in de planning. Daarbij pakken we dus de planningvan die bruggen.Dan heb ik er nog eentje, en dat is het zuurtje: de brug Schuilenburg. Dezebrug is niet in dit bruggenportfolio meegenomen omdat deze nog niet zoTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3874 ver in het MIRT-proces is gevorderd als de andere vier. Er is tijd nodigvoor een goede voorbereiding, het regelen van de veiligheid en debereikbaarheid voor zowel het weg- als het vaarwegverkeer. Daarbij heb ikook echt een zorgvuldige afstemming nodig met de bestuurlijke partners.Op de 29ste praten we daar dan ook verder over.Over de bruggen in Friesland heb ik zo het idee, voorzitter, dat het laatstewoord ook nog niet uitgewisseld is met uw commissie.Kornwerderzand. De heren Grinwis en De Hoop spraken hierover.Kornwerderzand is een zeer belangrijk thema, maar ook een onderwerpwaarbij ik u vraag om goed naar de ingenieurs van het ministerie teluisteren. Een aantal van u hebben zo’n studie ook genoten; dit wordtuitdagend. Aan de andere kant: wij draaien niet weg voor een uitdaging,maar wij praten hier niet over zomaar iets. Ik actualiseer momenteel deramingen voor verruiming van het sluiscomplex Kornwerderzand, samenmet de provincies Friesland, Flevoland en Overijssel. Daarbij speelt eenbehoorlijke verziltingsopgave, die gewoon complex is. Daar hebben wenog net wat meer in de vingers nodig. In het tweede kwartaal van dit jaarzijn de ramingen hiervoor bekend. De ingenieurs zijn bezig. Dan kan ik, deMinister, het besluit nemen met de verschillende regionale bestuurdersover de scope, de risicoverdeling alsmede de dekking. Aan de bestaandespuimiddelen wordt op dit moment levensverlengend onderhouduitgevoerd, maar ik geef hierbij een beetje de winstwaarschuwing dat ditzomaar eens wat kostbaarder zou kunnen zijn dan we op dit moment nogdenken. Maar in Q2 zijn die ramingen gemaakt.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Meneer Grinwis, u heeft geen interrupties meer. Ik zou er graag wel éénextra willen toestaan sowieso. Dat doe ik dan bij iedereen als dat nodig is.Gaat uw gang, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel voor uw coulance. Een vraag aan de Minister, wantover Kornwerderzand zei hij een beetje met een zorgelijk gezicht dat weheel goed moeten gaan luisteren naar wat technisch mogelijk is. Vanwaardeze zorgen? Tot nu toe was het iedere keer: ja, we hebben in het verledengeld gereserveerd, maar dat was te weinig. Vorig jaar hadden we de dealwaarin de Lelylijnpot is geplunderd, maar waarin wel een aantal mooieprojecten van geld is voorzien, zoals een Nedersaksenlijn, maar ookKornwerderzand. Dan kunnen we dat toch eindelijk eens gaan realiseren?Maar nu zie ik een bezorgde frons op het gezicht van de Ministerverschijnen. Wat is hier aan de hand? Gaat het veel meer kosten of is hetmisschien technisch zo ingewikkeld dat we misschien helemaal geenbredere en langere sluis krijgen in Kornwerderzand? Wat bedoelt deMinister precies te zeggen?Minister Tieman:U vraagt, wij draaien. De regio wil dit ook, dus ik ga echt die extra mijl omdat plaatje goed te schetsen. Maar als ik kijk naar de situatie waarin we nuzitten, zitten we technisch echt op het uiterste. We hebben hier te makenmet de zoetwaterbuffer van Nederland, het IJsselmeer. Daar maak ik mezorgen over, gelet op de zoutproblematiek die we bijvoorbeeld inAmsterdam en IJmuiden hebben gezien. We praten hier echt over eenenorme verbreding en verdieping met enorme bruggen, met een tijdslijn.Aan de andere kant: u roept, wij draaien. Wij gaan die plaat voor u leggen,zeker ook gelet op de geste die u heeft gedaan met de middelen. Maar hetzou zomaar eens kunnen dat we hier een andere plaat voor u gaanneerleggen. Dat is dan het echte verhaal, dat ik u dan ook ga voorleggen.Mijn zorgen zitten in die ordegrootte. We hebben te maken met dezoetwaterbuffer van Nederland. Dan zal u, meneer Stoffer, als civielTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3875 ingenieur, of u, vanuit de WUR, zo meteen die plaat kunnen leggen. Wijschetsen daar gewoon een technisch verhaal. Ik ga hier niet zeggen datniks mogelijk is, absoluut niet. Het is een uitdaging en hier gaat u het dekomende tijd ook nog over hebben. En dan heb ik de ramingen. Ik heb eentop drie op het gebied van water: IJmuiden, Afsluitdijk, Kornwerderzand.Daar word ik af en toe weleens wakker van.De voorzitter:Nou, ik zou lekker blijven slapen; dat is voor iedereen het beste. Maar iksnap wat u bedoelt. Mevrouw Boelsma heeft nog een interruptie.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dank voor de heldere, eerlijke beantwoording. Ik heb nog een kleinevervolgvraag over Terschelling en de Gerrit Krolbrug. Heb ik goedgehoord dat u zegt: blijf even op uw handen zitten, want ik ga daar heelhard mee aan de slag en ik denk ook wel dat ik het rondkrijg? Zo voelt hetbij mij wel een beetje. Kunnen wij daarvan uitgaan? Of ben ik nu teenthousiast?Minister Tieman:Nee, hoor. Ik ga hier echt met open vizier in. Ik hoor u ook. Er zijn ookzoveel partijen die dit aanhangig hebben gemaakt. Ik geef even geengaranties, maar ik zeg wel toe dat ik tot het uiterste ga.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst dank ik de Minister voor de beantwoording en het feit dat hijeen handreiking doet over verschillende dossiers in Noord-Nederland enmet verschillende overheden in gesprek wil gaan. Over Terschelling zou iktoch nog één vraag willen stellen, want ik heb een beetje zorgen over hettijdspad. In juni moeten er al financiële besluiten worden genomen,omdat anders het vervoer van goederen maar misschien ook wel vanmensen naar Terschelling in het geding komt. Dus zou de Minister in debrief die hij naar de Kamer stuurt een tijdspad willen schetsen, waarin hijhopelijk mijn zorgen wegneemt dat die financiering niet op tijd rondkomt,zodat wij een beeld hebben bij hoe hij dat tijdspad met BZK ziet?Minister Tieman:Dit zou net kunnen qua tijdspanne. Met de regio hebben we hier ook overgesproken. Het wordt wel krap. Dat zetten we op papier. Mochten daarnog kinken in de kabel komen, dan wordt u geïnformeerd, maar dietijdsplanning zal ik meteen meegeven zodra dit bestuurlijke overleg heeftplaatsgevonden. Alles is erop gericht om dat, gelet op het aspect dat u netnoemde, te voorkomen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de Staatssecretaris over Noord.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Ik begin bij de Lelylijn. Daar hebben we al vaak overgesproken. Ik zal dus niet herhalen wat ik daarover vorige week en deweek daarvoor heb gezegd, maar ik kijk uit naar het rapport van KlaasKnot om daarmee weer hernieuwd perspectief te bieden aan de mensenin het Noorden. Er zijn wel een aantal vragen gesteld over de ramingen.Op dit moment zitten de ramingen voor het traject Lelystad naarGroningen ongeveer tegen de 15 miljard aan. Dat is een dure lijn om aante leggen, over het veengebied. Dat zorgt ervoor dat het wel ingewikkeldis. Op dit moment staat er op de aanvullende post nog een bedrag van657 miljoen euro voor de Lelylijn. Dat zijn dus de ramingen waar rekeningmee is gehouden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3876 Ook zijn er vragen gesteld over de ramingen ten aanzien van Groningen–Duitse grens. Ook dit gaat om forse bedragen. Er is geen exacteberekening gedaan, maar dan spreek je over een bedrag tussen de 3,3miljard en de 12,1 miljard voor in ieder geval het Nederlandse deel.Mevrouw Van der Plas vroeg mij nog naar de inschatting van de kostenvan het traject Drachten–Groningen. Dan heb je het over een bedrag van 4miljard.Dan de vragen over de Nedersaksenlijn. Die loopt op dit moment volgensplanning. De startbeslissing daarover is inmiddels genomen. Er loopt nueen zienswijzeprocedure, waarbij iedereen kan aangeven wat hij of zijdaarvan vindt. Die procedure loopt nog vier weken. Daarna wordt er eenreactienota opgesteld. ProRail is inmiddels aan de slag voor de aanbe-steding van het ontwerp van de lijn. We hopen dat volgens planning deMIRT-verkenning eind 2028 zal worden afgerond.De heer Van Asten vroeg naar de koppeling met de woningbouw. Op ditmoment is niet duidelijk hoe de lijn exact zal gaan lopen. We weten dusnog niet waar de stations zullen komen en waar dus het best woningbouwkan worden gepleegd. Als dat bekend is, zal vervolgens ook vanuit VROen de regio worden gekeken hoe je de lijn het best kan laten aansluiten opde te plannen woningbouw. Daarbij wijs ik erop dat het in principe deverantwoordelijkheid van gemeenten zelf is om de ontsluiting vanwoningbouwgebieden, ook rondom stationsgebieden, goed te latenverlopen.Dan de vragen die zijn gesteld over het HRMK-spooraquaduct. Het tekortis op dit moment 214 miljoen euro. We zijn in gesprek met de regio.Vanuit het Rijk is er 75 miljoen euro gereserveerd en vanuit de regio ietsmeer dan 25 miljoen. Op dit moment is het beschikbare budget dusontoereikend voor het starten van een MIRT-verkenning. Tijdens het BOMIRT 2025 is met de regio afgesproken om te verkennen welke mogelijk-heden er zijn ter vervanging van dit project, binnen het bestaande budget.We hebben afgesproken dat we bij het BO MIRT 2026 een stap gaan zettenen een besluit gaan nemen over de toekomst van dit project.Dan de flessenhals Meppel, voorzitter. Dit jaar begint ProRail met dewerkzaamheden aan het spoor om het robuuster te maken. We hopen dathierdoor storingen in de toekomst zullen afnemen. De aanleg van hetvierde perronspoor is op dit moment in voorbereiding. De huidigeplanning is dat het projectbesluit kan worden genomen in 2029, waarnade aanleg van het vierde perronspoor zal kunnen starten. Dat kan door demiddelen die zijn vrijgemaakt bij de voorjaarsnotabesluitvorming vanafgelopen jaar.Tot slot het station Staphorst. Daarover is een vraag gesteld door de heerGrinwis. Binnen de huidige dienstregeling en ook met de huidigeinfrastructuur is het gewoonweg fysiek, dus niet financieel maar fysiek,niet mogelijk om een nieuw station in te passen en toe te voegen op delijn naar Groningen. Daarover hebben we de Kamer eerder al geïnfor-meerd.Tot zover, voorzitter.De heer Van Asten (D66):Met het gevaar dat ik geen recht doe aan het werk dat op dit momentwordt gedaan door ProRail, de provincies en de gemeenten rondom deNedersaksenlijn: ik meen de Staatssecretaris te horen zeggen dat degemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor het ontsluiten van woning-bouwgebieden en dat er op dit moment gewoon stations worden gepland.Die twee, woningbouw en de mobiliteit van de Nedersaksenlijn, lijken nietgoed op elkaar aangesloten te zijn. Daar ging mijn bijdrage juist over. Hetantwoord leidt niet tot heel veel geruststelling. Ik mag toch hopen dat wede nieuwe stations, als die er komen, dadelijk wel precies daar in hetgebied aanleggen waar we in de betreffende regio grootschaligewoningbouwlocaties gaan inrichten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3877 Staatssecretaris Aartsen:We kijken nu vooral waar je het beste de trein kan laten lopen. Dat zallogischerwijs ook te maken hebben met dorpen, daar waar woningbouwis. Maar dit is natuurlijk wel een enorme investering en je moet slimnadenken over hoe je die trein vervolgens laat lopen, zodat uitvoering ookkansrijk is. Je zult een balans moeten vinden tussen enerzijds debestaande plannen en anderzijds de logica van zo’n lijn. Dat gebeurt inzo’n verkenning. Dan ga je met elkaar nadenken over wat je waar gaatneerleggen. Daar zit woningbouw ongetwijfeld ook bij. Maar dat moet zichuiteraard wel allemaal zetten. Dat moet je met elkaar doen en dat gebeurtin zo’n verkenning. Vandaar dat we nu de hele procedure doorlopen vanzienswijze, van inspraakbijeenkomsten et cetera, et cetera; het heleparticipatietraject.De heer Goudzwaard (JA21):Een korte vraag aan de Staatssecretaris. Op de website van ProRail wordtnu heel duidelijk gesteld dat het totale maatregelenpakket rondom Meppelin 2030 wordt opgeleverd. Als ik luister naar wat de Staatssecretaris zegtover dat vierde perron, dat een buitengewoon belangrijke component isvoor de aanpak van de flessenhals, vraag ik me af of ProRail wel nakomtdat het totale maatregelenpakket in 2030 wordt opgeleverd. Kan deStaatssecretaris daar concreet op reageren?Staatssecretaris Aartsen:De kortetermijnmaatregelen hebben inderdaad 2030 als jaar van realisatie.Dan gaat het over de verhoging van de robuustheid. Bij de middellange-termijnmaatregelen hebben we het over realisatie in 2032. Dan heb je hetover snelheidsverhoging, korte reistijden en de mogelijkheid van nieuwetreinstations in de dienstregeling, op het traject. Bij de langetermijnmaat-regelen hebben we het over realisatie na 2030. Dan gaat het over defrequentieverhoging van en naar Groningen naar vier treinen in de spits.Uw vraag ging specifiek over het vierde perron. Dat wordt in 2032opgeleverd.De voorzitter:Dank u wel. Ja, we houden het tempo erin. We hebben nog een kleine tienminuten en dan gaan we door naar de tweede termijn. Nu het laatsteblokje, Zuid als het goed is.Minister Tieman:Zuid, ja. De heer De Hoop zegt dat op de website van Rijkswaterstaatenkel de start vermeld staat en verder niks over de A27 Houten–Hooipolder. Op de website is aangegeven dat onbekend is wanneer hetproject gereed zal zijn. Dat heeft ermee te maken dat de afronding van deontwerpfase, inclusief de prijsplanning van de verschillende onderdelen,nog moet plaatsvinden. Ik verwacht dat de afronding van de ontwerpfase,inclusief de prijsvorming, medio 2026 gereed zal zijn. Na die afrondingmedio 2026 zal de Kamer geïnformeerd worden over de financiëleeffecten. Ik heb dit medio oktober ook gemeld aan de regio in eenreactiebrief die u in afschrift heeft gekregen. Naar verwachting zal deplanning meerdere jaren naar achteren schuiven, zoals ook aan de Kameris gemeld in de Voorjaarsnota van het jaar 2025.Dan mevrouw Boelsma over de A27 Houten–Hooipolder en hinder doorlangere doorlooptijd: «Door extra fasering van de werkzaamheden neemtde doorlooptijd toe en daardoor de hinder op de wegen, waaronder ookhet sluipverkeer. Kan ik op korte termijn perspectief bieden en eentijdspad schetsen?» De zorgen worden herkend en ook gedeeld. Metfasering van de realisatie zal de hinder langer duren. De grootsteknelpunten zullen daarom als eerste worden aangepakt. Zo wordt erenorm hard gewerkt om met de beschikbare middelen zo veel mogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3878 voortgang te creëren, zoals afgelopen zomer bij knooppunt Hooipolder.Een mooi staaltje, al zeg ik het zelf. Hier is binnen 100 uur een completeonderdoorgang ingeschoven. In een reactiebrief aan de regio heb ikaangegeven dat de regio medio dit jaar geïnformeerd wordt over denieuwe planning.De heer Grinwis zegt: er is aandacht nodig voor de N57 maar ook de N59;ook de capaciteit van de N57 in relatie tot woningbouw vergt meer inzetvan IenW. Er wordt ruim 18 miljoen euro geïnvesteerd in de N57 vanuit debeschikbare pot van 280 miljoen euro voor kleine verbeteringen van hetautonetwerk en/of doorstroming. Dat is ook het potje, zeg ik tegenmevrouw Boelsma, waaruit voor de Bodegravenboog een aanvraag zoukunnen worden gedaan. Het betreft de aansluiting N57 Nieuweweg.Capaciteitsuitbreiding van de N57 en N59 is niet mogelijk vanwege eengebrek aan budget, personele capaciteit en stikstofruimte.De heer Jansen vraagt: wat is de stand van zaken van de verkenningA2/N2 Brainportlijn? De verkenningen van de A2/N2 en de Brainportlijnzijn gestart en de eerste participatiebijeenkomsten hebben plaatsge-vonden. Voor de A2/N2 wordt gewerkt aan het uitwerken van kansrijkeoplossingsrichtingen. Belangrijk daarbij is de vraag of een tracé voor deBrainportlijn over de A2/N2 zal gaan lopen. De bestuurlijke kerngroep overdeze verkenningen voert daar in februari het gesprek over. De planning isom in het jaar 2027 een voorkeursalternatief vast te stellen en deverkenning af te ronden. Over de voortgang zal uw Kamer op de regulieremomenten worden geïnformeerd.De laatste, voorzitter. Mevrouw Boelsma vraagt: «Ten aanzien van hetknooppunt Zoomland bij Bergen op Zoom is het op dit moment helaasniet mogelijk om een studie te doen naar dat traject. Zijn er inmiddels welmogelijkheden hiervoor?» Op dit moment zijn er geen budget, personelecapaciteit en stikstofruimte beschikbaar om de capaciteit van knooppuntZoomland uit te breiden. Ik acht het daarom op dit moment nietopportuun om een onderzoek te doen naar knooppunt Zoomland. Ja, hetis een beetje een jammerlijke afdronk als laatste, maar we doen ook heelveel dingen wel, mevrouw Boelsma.De voorzitter:Ik dank u wel. Dat leidt niet tot interrupties van de leden. Dan zou ik graaghet woord willen geven aan de Staatssecretaris voor zijn laatste blokje.Doet u wat u allemaal nog te melden heeft in dit blokje, alstublieft.Staatssecretaris Aartsen:Ik heb nog een blokje overig.De voorzitter:Daar mag u gelijk mee doorgaan.Staatssecretaris Aartsen:Gaat u nou de regio Zuid in het blokje overig ...De voorzitter:Nee, hoor. Ik laat u eerst even het blokje Zuid doen en daar doet u danoverig gelijk achteraan. Gaat uw gang.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Er zijn een aantal vragen gesteld over de bereikbaarheidvan de Brainportregio. Het is belangrijk om te melden dat de Brainport-regio Eindhoven economisch gezien een belangrijke factor voorNederland is en dat daarom de infrastructuur daar dient te wordenaangepast. Samen met de Minister werken we dan ook aan een doorstartvan de planuitwerking A58 Eindhoven–Tilburg en de verkenning A2/N2.We willen het station Eindhoven Centraal aanpakken en ook aanvullendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3879 mobiliteitsmaatregelen nemen zoals bus-op-vluchtstrook en een werkge-versaanpak.Ten aanzien van de spoorknoop Eindhoven kreeg ik de vraag waarom dieniet integraal kan worden opgepakt. Ook hier is het antwoord weerfinancieel. We begrijpen de wens om het integraal aan te pakken, maarextra geld gaat uiteindelijk ten koste van investeringen elders. We hebbenop dit moment besloten vooral extra budget te gebruiken voor de eerstestap en dus niet voor de derde stap qua uitbreiding. We hebben echtgekeken wat nu strikt noodzakelijk is. Dat is de eerste stap. Uit financiëleoverwegingen kunnen we die andere stap op dit moment niet zetten.Er is gevraagd naar de verbinding Eindhoven–Düsseldorf. We werken metde regio en ook met Duitsland samen aan de start van de verbindingEindhoven–Düsseldorf, eind 2026. We hopen dat de investeringenhiervoor gereed zijn in 2026. Voor Venlo zijn de maatregelen voorzien in2030 en we onderzoeken momenteel welke tijdelijke maatregelen werondom Venlo kunnen nemen om die internationale trein sneller te latenrijden.Dan de vraag over Weert–Hamont, voorzitter. Dit is een langgekoesterdewens. Aan het begin van de vergadering zei ik al – en ik heb dit vakerbenoemd – dat we ook echt willen kijken naar nationale projecten binnende nationale MIRT-strategie. We willen kijken hoe je economisch gezien deboel kan versterken. Dit is daarin wel een heel bijzondere, omdat wij op ditmoment bezig zijn met onderzoek naar wat je kunt met de verbindingtussen Brainport en Brussel. Dat is zo’n economisch traject. De Brainport-regio is economisch gezien van enorm belang voor ons land, maar als jemet het openbaar vervoer naar Brussel zou willen vanaf Brainport, ben jemet de trein vaak drieënhalf uur onderweg en moet je drie of vier keeroverstappen. Het liefst heb je daar natuurlijk een rechtstreekse verbinding.Op dit moment zijn we aan het onderzoeken hoe je dat kunt combinerenmet Weert–Hamont. Ik spreek daar binnenkort ook over met mijnBelgische collega, om te kijken of er een rechtstreekse verbinding tussenBrainport en Brussel mogelijk is via de verbinding Weert–Hamont. Danzou je dus de Brainport-Brussellijn krijgen. Dat is een van die nationaleprojecten die we in het kader van de strategische hervormingen van hetMIRT op dit moment aan het onderzoeken zijn. Daarmee beantwoord ikook gelijk de vraag van de heer De Hoop over hoe ik mijn verleden alsvoorzitter van de Nederland-Belgiëcommissie hier in het parlement vormaan probeer te geven: door te kijken of we dit nog op de rails kunnenzetten, om maar met een metafoor te spreken.Over de spoorbrug bij Maastricht lopen op dit moment nog gesprekken.Dat besluit is in het verleden genomen, niet omdat we het leuk vinden omspoorbruggen af te breken of spoorrails op te doeken, maar omdat debrug op dit moment een nautisch knelpunt vormt. Er is daar op ditmoment een probleem met de bevaarbaarheid. Tegelijkertijd zien we datde rails daar al lange tijd buiten gebruik zijn en er op dit moment ook nulinitiatief is om daar tot een spoorverbinding te komen. Dan is de vraagwat je daarmee doet wel gerechtvaardigd. Laat je dat nautische knelpuntbestaan met de illusie dat daar ooit nog een trein gaat rijden, zonder datdaar concrete plannen voor liggen? Dat is nu het vraagstuk. In hetverleden hebben we gezegd dat we die brug gingen slopen. Je ziet datdaar nu wat bezwaren, belemmeringen en emoties over vrijkomen. Datwordt op dit moment gewogen met de internetconsultatie. Ook hierspreken we binnenkort over met de Belgen en met Limburg om te kijkenwelk besluit we moeten nemen. Het is een lastige situatie, maar ik wijsheel bewust op de situatie op het gebied van de nautische veiligheid diezich daar op dit moment voordoet.Dan de nog niet uitgevoerde toezegging van mijn voorganger, Staatsse-cretaris Jansen, om met de regio in gesprek te gaan over de trillings-overlast. De uitvoering van het werk aan het project PHS Meteren-Boxtel,waar op dit moment de spoorbruggen liggen, is gestart. ProRail treft opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3880 deze corridor de wettelijk verplichte maatregelen tegen geluid en trillingenen daarbovenop is er zo’n 15 miljoen euro ingezet voor bovenwettelijkemaatregelen, onder andere tegen geluid. IenW doet met de regionalepartners veel aan hinderbeperking, al begrijp ik ook dat daarmee niet alleoverlast en hinder bij omwonenden kunnen worden weggenomen. Dithebben we overigens in het contact met de regio hierover wel uitgelegd.Het aanbod van mijn voorganger voor een gesprek hierover met de regiostaat dan ook nog steeds.Dan het station Acht, Eindhoven. Er werd gevraagd of er bestuurlijkcommitment is vanuit de regio en vanuit ons. Het antwoord daarop is: ja,dat commitment ligt er. Het is nu natuurlijk alleen de vraag hoe je dat opeen goede manier vormgeeft. Daarom zijn wij aan de slag met eenintegrale gebiedsvisie Eindhoven-Noordwest, Best, Veldhoven.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Volgens mij heeft u nog een blokje, maar dit gaat de goeie kant op; hierben ik blij mee!Staatssecretaris Aartsen:Ik heb inderdaad nog een blokje over, voorzitter. Maar dit was in iedergeval Zuid.De voorzitter:Gaat u door.Staatssecretaris Aartsen:Het kopje overig, voorzitter.De uitfasering van dieseltreinen. Ja, we zetten flinke stappen in deverduurzaming van het spoor. Dat doen we mede met het geld uit hetKlimaatfonds. Zo hebben we een bestuursovereenkomst getekend voor deelektrificatie Almelo-Mariënberg. We kijken op dit moment welkevervolgstappen er nodig zijn. Daar komt allereerst de techniekstap bijkijken. Het gaat dan onder andere om de lijnen Leeuwarden–Meppel enGroningen–Meppel. Ook hier wijs ik erop dat deze ambitie op dit momentfinancieel niet gedekt is. Als je dit dus uiteindelijk wil gaan doen, zul jedaar ook een behoorlijke hoeveelheid geld voor moeten uittrekken.Dan de kosten van het hsl-herstel. We werken op dit moment nog aan eentotale kostenraming. We hebben van ProRail nog geen formele raminggekregen. Die hopen we op korte termijn te krijgen. Op dit momentonderzoeken we ook de aansprakelijkheid verder. Vooruitlopend daaropheb ik al een brief gestuurd om partijen in gebreke te stellen en aanspra-kelijkheid te claimen.Hoe zit het met de veiligheid van het openbaar vervoer, zeker ingemeentes met een azc? Dat was een vraag van de heer Jansen. Ik hebhet al vaker gezegd: voor mij is de veiligheid in het openbaar vervoer eenenorm belangrijk speerpunt. Vandaar ook dat ik heb besloten om daarextra geld voor uit te trekken, onder andere ook geld voor het beveiligenvan het station Maarheeze – ik kon even niet op die naam komen – omdaar extra beveiliging mogelijk te maken. Samen met de Minister vanAenM zetten we ook flinke stappen om het openbaar vervoer veiliger temaken. De Minister en ik hebben onder andere besloten tot brederetoegangverlening tot het vreemdelingenregister, zodat er makkelijker ensneller boetes kunnen worden uitgedeeld.De heer Van Asten vroeg mij nog of woningbouw voorloopt op de komstvan een HOV Groningen–Drenthe en naar de uitspraak «de eerste paal iseen haltepaal». Uit de ingediende voorstellen voor de woningbouw en demobiliteit blijkt dat de meeste gemeenten bereikbaarheid en vooralopenbaar vervoer als een goede randvoorwaarde zien voor woningbouw.Dit is ook terug te zien in de toekenningen. Er zijn veel... Bijna 52% van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3881 voorstellen in het kader van de WoMo-gelden is openbaar vervoergeweest.De vragen over de Oude Lijn en de Lelylijn heb ik al beantwoord, dus ditwas het kopje varia, voorzitter.De voorzitter:Hartstikke fijn. Kijk eens hoe snel het dan gaat, hè! Dan gaan we evenkijken of het kopje Zuid of het kopje overig/varia van de Staatssecretarisnog tot interrupties leidt. Ik zie dat dat niet het geval is. Dan zijn we aanhet einde gekomen van de beantwoording van de kant van het kabinet, deMinister en de Staatssecretaris. Ik schors voor vijf minuten. Dan gaan wijdoor naar de tweede termijn van de kant van de Kamer. Vijf minuten, dusniet allemaal weglopen. Blijf in de buurt!De vergadering wordt van 16.08 uur tot 16.14 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, ik wil het debat hervatten. We zijn toegekomen aan detweede termijn van de kant van de Kamer in dit notaoverleg MIRT. Wehebben hier een lijstje met de spreektijden per Kamerlid die nogopenstaan. Ik zou willen voorstellen om elk lid gewoon het woord tegeven, vermoedelijk voor moties of om de laatste vragen te stellen. Alshet nodig is, zal ik korte vragen aan elkaar toestaan. Laten we kijken of wede tweede termijn snel kunnen doen met elkaar, zodat we straks nog evenkunnen schorsen en dit debat voor de dinerpauze kunnen afronden. Ik kijknaar de heer De Hoop om te zien of hij er klaar voor is.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat ben je natuurlijk nooit helemaal, maar ik zal mijn best doen, voorzitter.Ik ga eerst mijn moties voorlezen en daarna zal ik nog iets anders zeggen.Ik begin met de Gerrit Krolbrug. Ik ben heel blij met de beweging die deMinister de afgelopen week heeft gemaakt om het gesprek met de regioaan te gaan. Daarom heb ik met een aantal leden een motie opgesteld omde Minister daar verder toe te bewegen. Hopelijk leidt dat tot eenuitkomst.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Gerrit Krolbrug in Groningen al in 2021 is aange-varen, maar de vervanging nog een aantal jaar op zich laat wachten;constaterende dat 16.000 fietsers per dag gebruikmaken van de brug ende bereikbaarheid voor veel Groningers onder druk komt te staan;overwegende dat er sinds 2000 alleen al in Groningen maar liefst 36bruggen zijn aangevaren;verzoekt het kabinet samen met de lokale overheden te komen tot eentijdelijke oplossing die recht doet aan de impact die het ontbreken van eenoeververbinding voor fietsers heeft op de stad Groningen;verzoekt het kabinet tevens om hierbij een tijdelijke brug of desnoods eenpontje te heroverwegen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3882 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Grinwis, Stoffer enGoudzwaard.Zij krijgt nr. 20 (36 800-A).De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan de tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de rijksoverheid voor de instandhouding en voorMIRT-projecten in beginsel indexeert volgens IBOI-systematiek, maar datdit onder de indexatie ligt van de daadwerkelijke kosten volgens deGWW-index die ProRail hanteert en dat het kabinet besloten heeft om ookop de IBOl-indexering te bezuinigen;constaterende dat er door het niet adequaat indexeren een structureeltekort ontstaat van circa 150 miljoen euro per jaar tot 2040 en dat oplangere termijn de onderhoudskosten hierdoor juist hoger zullen zijn;verzoekt de regering om in afstemming met ProRail in gesprek te gaanover de toekomstige indexering en de risico’s van niet-adequateindexering in kaart te brengen, en de Kamer hierover voor de behandelingvan de Voorjaarsnota te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Grinwis, Goudzwaarden Stoffer.Zij krijgt nr. 21 (36 800-A).De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan mijn laatste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de ov-knoop Brainport Eindhoven van cruciaal belangis voor de economische ontwikkeling en de woningbouw in de regioEindhoven en breder in de regio Zuidoost-Nederland;overwegende dat de ov-knoop Brainport Eindhoven van groot belang isvoor het verbeteren van de internationale spoorverbinding tussenEindhoven en het Duitse Ruhrgebied;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3883 verzoekt de regering om op korte termijn met de regio Eindhoven ingesprek te gaan over de vervolgstappen en financiering, en de Kamerhierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Stoffer, Goudzwaard enGrinwis.Zij krijgt nr. 22 (36 800-A).De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik nog even, dus ik wil een aantal zaken nog langslopen.Allereerst de noordelijke lijnen. Ik hoorde de Staatssecretaris zeggen datde lijnen Groningen–Meppel en Leeuwarden–Meppel geëlektrificeerdzouden worden, maar het waren toch echt andere lijnen. Het gaat namelijkom de lijn Harlingen–Sneek–Stavoren en de lijn Groningen–Leeuwarden,als ik het goed zeg, of Groningen naar ... Er was in ieder geval verwarringover de lijnen die de Staatssecretaris noemde. Alleen dat al is reden omdaar nog een keer de aandacht op te vestigen. Een andere reden is dat er8,5 miljoen liter diesel per jaar wordt gebruikt door die treinen. Datbetekent dat er 11,6 miljoen kilo CO2 en 267.000 kilo stikstof wordtuitgestoten. We moeten voor 2035 voldoen aan nul emissie, ook op hetspoor, dus dat vergt volgens mij nog extra inzet.Ik ben geschrokken van de 500 miljoen extra, weer, bij Amelisweerd; dat isnog heel wat extra op het budget. Dat is nóg een reden om dat teheroverwegen.Ten aanzien van Terschelling ben ik heel blij dat de Minister dehandschoen oppakt om op korte termijn met de regio te kijken wat wekunnen doen om die verbinding in stand te houden, zowel voor goederenals voor alle mensen die naar het eiland willen, ook deze zomer weer.Dank, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas namens deBBB-fractie. U heeft drie minuten.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel. Afgelopen voorjaar, bij de Voorjaarsnota, is de N50 ereigenlijk net buiten gevallen om te kijken naar financiering. We hebbenheel veel voor de regio’s geregeld. Het spijt mij echt nog steeds heel zeer,zeg ik nu tegen de vertegenwoordigers van de gemeente Kampen die hierzitten en tegen de burgemeester en de inwoners, dat de N50 er net afviel.Maar ik heb direct, ook tegen de burgemeester, gezegd dat ik er bij deeerste de beste gelegenheid voor ga proberen te zorgen dat de N50 welaangepakt kan worden. Die belofte wil ik graag vandaag met een motieinlossen. Ik hoop dat de Minister die motie oordeel Kamer kan geven,want het is dringend nodig dat de N50 wordt aangepakt. De motie luidt alsvolgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3884 constaterende dat er voor de A27 tussen Zeewolde en Eemnes bestuur-lijke afspraken zijn gemaakt over een MIRT-verkenning waarvoor 200miljoen euro klaarstaat;overwegende dat de N50 een zeer onveilige weg is met veel ongelukken,en dat een fysieke rijbaanscheiding noodzakelijk is om meer ongelukkente voorkomen;overwegende dat voor de start van een MIRT-verkenning het grootste deelvan de benodigde middelen al beschikbaar moet zijn en dit voor de A27inmiddels het geval is;overwegende dat dit de mogelijkheid geeft om binnen het gereserveerdebedrag van 200 miljoen euro ook ruimte te maken voor het verbeteren vande veiligheid op de N50;verzoekt de regering te kijken of binnen dit bedrag voor deMIRT-verkenning A27 Zeewolde–Eemnes 150 miljoen euro kan wordengereserveerd voor de verkenning, en 40 miljoen euro kan worden ingezetvoor een fysieke rijbaanscheiding op de N50 tussen Kampen en Ramspol,en de Kamer hierover tijdig te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Stoffer.Zij krijgt nr. 23 (36 800-A).Mevrouw Van der Plas (BBB):Mag ik nog één motie voorlezen?De voorzitter:Er is hier eerst nog een vraag over van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Deze motie klinkt volgens mij als een creatieve oplossing. Als ik mevrouwVan der Plas goed begrijp, zit het als volgt. Er is voor de aanpak van deA27 200 miljoen nodig. 75% daarvan is 150 miljoen. Als je nu de boelfinancieel voor 75% en niet voor 100% dekt, kan je dus 40 miljoenvrijspelen. Is dat de redenering?Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja.De heer Grinwis (ChristenUnie):Oké. Nou, dat is creatief. Steun.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, u heeft nog een minuut.Mevrouw Van der Plas (BBB):Het is heel fijn om te horen dat hier vanuit de Kamer steun voor is.Ik heb nog één laatste motie.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3885 gehoord de beraadslaging,constaterende dat volledige aanleg van de Lelylijn in één keer financieelonhaalbaar en voor wat betreft de besluitvorming complex is;overwegende dat een gefaseerde aanleg een realistische manier is omdaadwerkelijk van start te gaan;overwegende dat het traject Groningen–Drachten een logisch, overzich-telijk en uitvoerbaar eerste deel vormt;verzoekt de regering de gefaseerde aanleg van de Lelylijn als serieuzeoptie uit te werken met het traject Groningen–Drachten als eerste fase;verzoekt de regering uiterlijk vóór de zomer van 2026 de Kamer teinformeren over de benodigde stappen om dit traject planologisch enfinancieel startklaar te maken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.Zij krijgt nr. 24 (36 800-A).Mevrouw Van der Plas (BBB):Dan wil ik mij alleen nog excuseren. Het is niet heel erg chic, maar we zijneen kleine fractie en hebben vandaag grote debatten. Ik moet nu weerterug naar het Mediadebat, dus ik ga weg. Mijn beleidsmedewerker kijktvanzelfsprekend mee. Ik groet u allemaal en ik wens u een veiligethuiskomst.De voorzitter:Ja hoor, alle begrip. Dank u wel. Meneer Stoffer, u heeft welgeteld tweeminuten.De heer Stoffer (SGP):Dat moet goedkomen. Ik heb namelijk ook twee moties. Maar ik zal eerstde Minister en Staatssecretaris bedanken voor de beantwoording. Wehadden natuurlijk veel meer gewild dan de 70 miljard die de Staatssecre-taris aankondigde enzovoorts, maar wie weet wat we met moties nogallemaal loskrijgen. We gaan het zien. Dank voor de beantwoording. Iksnap heel goed in welk spectrum we zitten. De eerste motie luidt als volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat budget is gereserveerd voor het project Rail GhentTerneuzen, maar dat een startbeslissing uitblijft;verzoekt de regering in afstemming met de Vlaamse regering zo snelmogelijk, liefst binnen een maand, een startbeslissing te nemen voor hetproject Rail Ghent Terneuzen,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3886 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Grinwis, De Hoop enGoudzwaard.Zij krijgt nr. 25 (36 800-A).De heer Stoffer (SGP):De tweede motie luidt als volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de komst van station Dordrecht Leerpark bijdraagt aande noodzakelijke vermindering van de verkeersdrukte op de A15, waar debeoogde verbreding is gepauzeerd;overwegende dat budget is gereserveerd voor realisatie van het stationDordrecht Leerpark;van mening dat de procedure voor realisatie van station DordrechtLeerpark niet onnodig afhankelijk gemaakt moet worden van andereprojecten binnen het MIRT-project Oude Lijn en onnodige vertragingvoorkomen moet worden;verzoekt de regering op korte termijn te starten met de procedure voordaadwerkelijke realisatie van station Dordrecht Leerpark,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Grinwis, De Hoop enGoudzwaard.Zij krijgt nr. 26 (36 800-A).De heer Stoffer (SGP):Dat was het, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Ruim binnen de tijd. Qua snelheid is dit een soort van tweeminutendebat,zou ik willen zeggen, binnen een commissiedebat. Netjes.We gaan door naar de heer Van Asten namens D66. U heeft nog vijftienminuten, dus ik verwacht heel veel vuurwerk.De heer Van Asten (D66):Gaat u er even voor zitten, voorzitter. Nee, ik zal die spreektijdwaarschijnlijk niet helemaal nodig hebben.Ik dank de Minister en de Staatssecretaris voor hun antwoorden. Respectvoor de rondjes Nederland die op hoog tempo moesten worden gemaakt,met alle wegnummers die voorbijkwamen, de kanalen en de rivieren deslands; daar kwam toch weer even de topo van de lagere school voorbij.Het laat zien dat we een enorme waslijst aan projecten hebben in dit landen dat eigenlijk het gros van die projecten nu een beetje in de problemenbegint te komen, vanwege stikstof, vanwege budgetten die ontoereikendzijn of vanwege een fasering die ontoereikend is. Dat vraagt natuurlijkeigenlijk om een groot debat over de manier waarop wij dit soortprojecten aanvliegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3887 Nu beginnen we overal in het land gesprekken en gaan dan naar die 75%toe om te kijken of we echt een verkenning kunnen starten, maar daarbegint vaak het ongemak: vaak is het namelijk niet te realiseren en datkomt soms ook door ons als Kamer. Als we eindelijk het geld hebben vooreen bepaald project, zul je net zien dat er een motie wordt ingediend omtoch weer een stapje terug te gaan doen naar die 75%, zodat we ietsanders kunnen financieren met dat geld. Dat zegt niets over het andereproject, maar eigenlijk zetten we daarmee alweer een hypotheek op detoekomst. Dat moet echt anders en daar moeten we wat uitgebreider detijd voor nemen dan in dit debat mogelijk is, want dat lukt ook mij niet inmijn vijftien minuten spreektijd. Maar dat gesprek moet wel gevoerdworden, want anders gaan we alleen nog chagrijniger naar elkaar zittenkijken en gebeurt er uiteindelijk niet zo veel. Dat is misschien wel heelnegatief gezegd, want er gebeurt natuurlijk behoorlijk wat goeds, met alleprojecten die we wel uitvoeren.Voorzitter. Ik heb twee moties klaarliggen maar ga die nu niet indienen,want het zijn moties die zien op een verandering van het systeem. Hetgaat over de twee onderwerpen die ik heb aangedragen, ten eerste demobiliteitsmaatregelen bij de woningbouwlocaties. Ik had een discussiemet de Staatssecretaris over welke mobiliteitsmix gemeentes nu gaaninzetten om ervoor te zorgen dat zij woningbouw op een goede manierkunnen realiseren en welk bedrag zij tekortkomen voor mobiliteitsmaatre-gelen. Die twee gaan natuurlijk wel hand in hand, want op het momentdat daar door gemeentes of door regio’s keuzes in worden gemaakt dieeigenlijk betekenen dat wij meer geld zouden moeten neerleggen voor dieextra maatregelen, zou je toch kunnen denken dat dat beter moet.Ik hoorde de Staatssecretaris zeggen – ik hoop dat ik hem juist parafraseer– dat het een kwestie is van «en-en-en-en-en». Ik heb er vijf geteld.Misschien waren het er vier; misschien waren het er zes. Maar ik vind inmobiliteitsland een «en-en-oplossing» al een heel groot risico. Ik heb hetvaak ook in de Haagse raad meegemaakt. Dan was het «verkeer enveiligheid is belangrijk én volledige toegang voor de auto». En-en bestaatvaak niet. Daarover moeten we dus nog eens goed de degens gaankruisen. Dat doe ik graag. Volgens mij staat er in april een strategischdebat over het MIRT gepland. Dan ga ik daarop door; wie weet zal diemotie dan alsnog het levenslicht zien.Hetzelfde geldt voor de andere motie die ik daarbij had. Die ging over «deeerste paal is een haltepaal». De Staatssecretaris gaf aan dat 52% van deaanvragen met ov te maken heeft. Dat vind ik eigenlijk nog te weinig. Hetzouden er meer mogen zijn. Maar goed, dat ligt ook aan de aanvrager.Maar dat was niet zozeer het punt dat ik hier wilde maken. Het punt wasdat ov-voorzieningen moeten worden aangevraagd voordat dewoningbouw er is. Bij heel veel van dit soort projecten zit het ov er wel in,maar komt het er pas na afloop van het bouwproject. Ik zeg direct «handin eigen boezem», want bij de Binckhorst hier in Den Haag ligt detrambaan er ook nog niet, terwijl de huizen wel opgeleverd worden. Datlevert problemen op en zeker ook veel ongemak bij de bewoners. Datmoeten we beter kunnen doen. Daar gaan we strategisch over doorpratenop 22 april. Vandaar dat ik deze motie dan ook nog even in de zak hou.Tot slot, voorzitter. Nogmaals dank. Ik schrik van enkele getallen die hierzijn genoemd: de 500 miljoen die we op de A7 tekortkomen, de 29 molstikstof die op Hoevelaken staat. Het land zit vast en daar moeten we echtdoorheen.Tot allerlaatste slot de Gerrit Krolbrug. Ik ben blij dat de Minister hieringing op wat hij nog van plan is om te doen om te zorgen dat er toch eenoplossing komt voor de vele, vele fietsers en wandelaars die hier dagelijksgebruik van maken.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3888 Ik dank u wel. Op 22 april is er inderdaad een debat over strategischekeuzes bereikbaarheid gepland als start van de MIRT-cyclus in deze Kamer.Meneer Grinwis, twee minuutjes.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik heb drie moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering samen met alle betrokken partijen in Nederland enBelgië onderzoek te doen naar de kansen van de Maasspoorbrug alsonderdeel van een toekomstige hernieuwde spoorverbinding Maastricht–Hasselt, de Kamer te informeren over de resultaten en zolang ditonderzoek loopt en er nog geen conclusies aan zijn verbonden, niet overte gaan tot het schrappen van deze spoorbrug uit de hoofdspoorweginfra-structuur,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Stoffer, Goudzwaard enDe Hoop.Zij krijgt nr. 27 (36 800-A).De heer Grinwis (ChristenUnie):Motie twee.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat op het laatste moment noodzakelijk vervangendonderhoud en de afgesproken vernieuwing van emplacement Haarlemniet gecombineerd dreigen te worden, met als gevolg dat hierdoor op eenlater moment het station en de rails nogmaals intensief moeten wordenverbouwd om voor de hele corridor Amsterdam–Haarlem–Den Haag tekunnen voldoen aan het in de concessie hoofdrailnet opgenomen aantaltreinen per uur;constaterende dat door een verbouwing in twee stappen de hinder voorreizigers toeneemt en de kosten ruim 50 miljoen euro hoger komen teliggen dan het geval zou zijn bij een aanpassing in één keer;overwegende dat de gemeente Haarlem bereid is het nu ontbrekendebedrag van 62 miljoen euro zo nodig voor te financieren;verzoekt de regering de dreigende verspilling van 50 miljoen euro tevoorkomen en binnen de meerjarenbegroting de komende tijd nogmaalste zoeken naar ruimte om emplacement Haarlem in één keer toekomstbe-stendig te verbouwen en zo de komst van extra treinen mogelijk te maken,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3889 en hierover voor de aanbesteding begint duidelijkheid te verschaffen aanRijk en regio,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, De Hoop, Stoffer enGoudzwaard.Zij krijgt nr. 28 (36 800-A).De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. We stemmen pas nadat het coalitieakkoord het licht heeftgezien, dus dan zal de dekking ook aan de horizon verschijnen.Voorzitter. Ten slotte de laatste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland nog geen 1%van de recent door het kabinet voor woningbouw en bereikbaarheidtoegewezen middelen ontvangen, en dat bijvoorbeeld de RegioGroningen–Assen slechts 0,06% van de beschikbare 2,5 miljard voorbereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties tegemoet mag zien,terwijl hij voorziet in 3,2% van de landelijke woningbouwopgave;overwegende dat er een lijst is met afgevallen projecten waar geenWoKT-middelen (Woningbouw op Korte Termijn) meer voor beschikbaarwaren;van mening dat elke regio telt en dat ook kleinere gemeenten met kleinerewoningbouwopgaven in aanmerking moeten kunnen komen voorlandelijke ondersteuning;verzoekt de regering binnen de lijst met afgevallen projecten voorWoKT-middelen, zodra er weer middelen vrijvallen dan wel beschikbaarkomen, voorrang te geven aan woningbouwprojecten in Drenthe, Fryslân,Groningen en Zeeland;verzoekt de regering bij eventuele volgende investeringsrondes inwoningbouw en de daartoe noodzakelijke infrastructuur regionale, dusgebundelde lokale, aanvragen mogelijk te maken, zoals dat bij deWoningbouwimpuls ook het geval is, zodat de kans groter wordt datfinanciële ondersteuning van het Rijk evenwichtiger over ons land wordtgespreid,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, De Hoop, Stoffer, Peterde Groot, Goudzwaard, Boelsma-Hoekstra en Van Asten.Zij krijgt nr. 29 (36 800-A).De heer Grinwis (ChristenUnie):Tot zover, voorzitter. Ik dank ook de beide bewindspersonen voor debeantwoording in eerste termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3890 De voorzitter:En uw collega’s mag u ook bedanken voor een klein beetje extra tijd.(Hilariteit)De voorzitter:We weten dat u altijd lang van stof bent, maar drie moties ... Wat eenlange moties!De heer Grinwis (ChristenUnie):Mijn tip is: altijd de langste motie voor het laatst bewaren.De voorzitter:Ja, want als iemand eenmaal begonnen is met lezen, is het toch moeilijkafkappen. Ik dacht: waar blijft die mooie motie toch? Gelukkig kunnen weook een beetje plezier hebben vandaag; dat is altijd mooi. MeneerGoudzwaard, u bent aan de beurt. Gaat uw gang.De heer Goudzwaard (JA21):Dank, voorzitter. Er zijn twee moties van mijn kant. De eerste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat georganiseerde ondermijnende criminaliteit zich intoenemende mate verplaatst van grote mainports naar kleinere zee- enbinnenhavens;constaterende dat het Rijk via het MIRT investeert in infrastructuur enlogistieke voorzieningen in kleine zeehavens, maar dat veiligheids- enweerbaarheidsaspecten daarbij niet standaard expliciet wordenmeegewogen;overwegende dat investeringen in haveninfrastructuur alleen toekomstbe-stendig zijn wanneer zij gepaard gaan met adequate aandacht voorveiligheid, weerbaarheid en de aanpak van ondermijning;overwegende dat effectieve borging van deze aspecten vraagt omstructurele afstemming tussen het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat en het Ministerie van Justitie en Veiligheid;verzoekt het kabinet om bij MIRT-investeringen in kleine zeehavensstandaard een veiligheids- en weerbaarheidstoets toe te passen, insamenhang en afstemming met het Ministerie van Justitie en Veiligheid,en de uitkomsten hiervan te betrekken bij besluitvorming over dezeinvesteringen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Goudzwaard, Grinwis en Stoffer.Zij krijgt nr. 30 (36 800-A).De heer Goudzwaard (JA21):Dan de laatste.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3891 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Lelylijn van groot nationaal belang is voor debereikbaarheid, de economische ontwikkeling en de leefbaarheid vanNoord- en Oost-Nederland;constaterende dat in eerdere besluitvorming middelen die warengereserveerd voor de Lelylijn zijn aangewend voor andere doelen,waardoor het vertrouwen in de continuïteit van deze reservering isgeschaad;overwegende dat het behalen van de vereiste 75% financiering vraagt ombestuurlijke zekerheid, voorspelbaarheid en langjarige financiële borgingvanuit het Rijk;overwegende dat het Mobiliteitsfonds ruimte biedt voor het aanhoudenvan geoormerkte reserveringen, waarbij het begrotingsrecht van deKamer volledig van toepassing blijft;verzoekt het kabinet de middelen voor de Lelylijn als aparte, explicietgeoormerkte reservering in het Mobiliteitsfonds op te nemen en deze nietaan te wenden voor andere doelen zonder voorafgaande explicieteinstemming van de Tweede Kamer,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Goudzwaard, Grinwis en DeHoop.Zij krijgt nr. 31 (36 800-A).De heer Goudzwaard (JA21):Dat was het, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Kijk eens aan. Dank u wel. Mevrouw Boelsma, gaat uw gang.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie, maar ik wil eerst in het algemeeniets zeggen. Ik begon mijn betoog met de vraag of we hier niet onze eigenteleurstelling organiseren. Volgens mij hebben we het daarover gehad. Iktel mijn zegeningen altijd, dus ik zal de positieve puntjes even uitlichten. Ikwil de Minister en de Staatssecretaris bedanken voor de beantwoording,voor de eerlijke beantwoording. Ik denk dat het eerlijke verhaal heelbelangrijk is; daarmee komen we verder. We moeten elkaar wel serieusnemen. Dank dus daarvoor.Dan de positieve zaken die ik nog even wil benadrukken voor de verslag-geving en om daar de focus op te leggen. Allereerst het feit dat wordtgekeken naar de wegingsfactoren voor de WoKT-middelen en dat dezevoor een eventuele volgende tranche goed met de regio wordenbesproken. Ik vind het heel mooi dat dat opgepakt wordt, dus dankdaarvoor.Het tweede punt betreft de Gerrit Krolbrug en Terschelling. Ik heb heelgoed geluisterd naar de Minister. Volgens mij is het zijn intentie om het teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3892 regelen. Dat vind ik hartstikke mooi, dus daar ben ik hem dankbaar voor;ik denk dat dat ook geldt voor de gebieden die het betreft. Daarnaast hebik ook de zorg over bruggen in het algemeen van de Minister gehoord endat hij daarmee aan de slag gaat. Dank voor de beantwoording en voor delichtpuntjes in een MIRT-debat waarbij we eigenlijk met z’n allen op onzehanden zitten, de tribune heel erg vol is, maar we wel heel eerlijk moetenzijn dat het lastig is om iets te realiseren.Ik wil één motie indienen en lees die nu even voor. De motie gaat over degrootschalige woningbouwprojecten van steden die tussen wal en schipzijn geraakt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Alkmaar, Apeldoorn, Hengelo–Enschede en Helmondzijn aangewezen als nieuwe, grootschalige woningbouwgebieden en zedaarmee geen aanspraak meer maken op financiering vanuit deWoKT-gelden voor de infrastructurele ontsluiting van deze gebieden;overwegende dat er voor deze vier gemeenten ook nog geen perspectiefis op financiering vanuit de middelen voor de infrastructurele ontsluitingvan grootschalige woningbouwlocaties;overwegende dat deze vier woningbouwgebieden daarmee tussen wal enschip vallen wat betreft financiering voor de noodzakelijke infrastructureleontsluiting;overwegende dat de woningbouw in deze vier gebieden daardooronnodig vertraging kan oplopen;verzoekt de regering ervoor te zorgen dat zodra er aanvullende middelenvoor mobiliteit bij grootschalige woningbouw beschikbaar wordengesteld, deze vier woningbouwgebieden als eerste in aanmerking komenvoor toekenning van deze middelen, zodat de woningbouw op dezelocaties niet onnodig vertraagd wordt,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Boelsma-Hoekstra, Peter deGroot, Van Asten, Heutink, Stoffer en Grinwis.Zij krijgt nr. 32 (36 800-A).Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Tot zover.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Jansen.De heer Chris Jansen (PVV):Dank u wel, voorzitter. Dank aan beide bewindspersonen. Volgens mij hebik nog een aantal minuten over, maar ik ga ze niet allemaal gebruiken. Deheer Grinwis kon moeiteloos wat seconden van mij lenen, voorzitter.Net als de heer Van Asten van D66 zal ik geen moties indienen, maar mijnmotivatie hiervoor is iets anders. Als we kijken naar de huidige situatie,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3893 zien we dat dit kabinet al een tijdje op sterven na dood is. Ik ben benieuwd– «benieuwd» is misschien niet het goede woord; misschien is «huiverig»beter – naar de voorstellen van het nieuwe kabinet, met alle negatievegevolgen voor bijvoorbeeld de automobilist, dat een kneiterlinks beleid opons zal gaan afvuren. Ik bewaar mijn moties dus graag voor de nieuwesituatie.De voorzitter:Dank u wel. Dan vraag ik nog even aan de heer De Hoop of hij hetvoorzitterschap kan overnemen.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Dat zal ik doen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Peter de Grootnamens de VVD-fractie.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Allereerst hartelijk aan de Minister en Staatssecre-taris voor de beantwoording van de vragen. De meeste vragen zijnbeantwoord, maar ik heb toch een drietal moties voorbereid, die watrichting geven aan de uitwerking. Die gaan er niet zozeer over dat ikverwacht dat er geschoven gaat worden met geld of anderszins, maar zijbetreffen alvast wat voorbereidende werkzaamheden voor de komendemaanden.De eerste gaat over woningbouw en mobiliteit. Er zijn al twee goedemoties ingediend, die ik ook mede heb ingediend. Die gaan over deregio’s, het Noorden en het Zuiden van het land en over de grootschaligewoningbouwgebieden. Aanvullend daarop heb ik nog een motie die gaatover de middelgrote gemeenten en over een prioritering daarvan, zodatwe er zicht op krijgen welke gemeentes een goed bod hebben gedaan. Demotie luidt als volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat snelle woningbouw alleen gerealiseerd kan worden alsde bijbehorende mobiliteitsmaatregelen tijdig worden uitgevoerd;constaterende dat bij de recente verdeling van WoKT-middelen voormobiliteit bij woningbouw meerdere gemeenten met inhoudelijkvoldoende en goed voorbereide aanvragen geen toekenning hebbengekregen vanwege budgettekort;verzoekt de regering een lijst van gemeenten te maken met afgewezenmaar inhoudelijk voldoende aanvragen voor mobiliteitsmaatregelen bijwoningbouw, zoals de gemeente Tiel;verzoekt de regering deze lijst te prioriteren naar snel te realiserenwoningbouw en de Kamer hierover te informeren bij de eerstvolgendeMIRT-voortgangsrapportage,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3894 Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Grinwis,Boelsma-Hoekstra en Van Asten.Zij krijgt nr. 33 (36 800-A).De heer Peter de Groot (VVD):De tweede motie gaat over knooppunt Hoevelaken.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Kamer eerder moties heeft aangenomen waarinknooppunt Hoevelaken is aangemerkt als prioriteit binnen de gepauzeerdeMIRT-projecten;constaterende dat in vervolg hierop is verzocht om een gefaseerdeaanpak, inclusief het inrichten van een projectteam en afspraken met deregio;overwegende dat knooppunt Hoevelaken van cruciaal belang is voor dedoorstroming op de A1 en de A28, en voor de bereikbaarheid vanOost-Nederland;verzoekt de regering uiterlijk bij de volgende MIRT-brief een gefaseerdeaanpak uit te werken en concreet inzicht te geven in de planning, faseringen besluitmomenten voor knooppunt Hoevelaken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Stoffer.Zij krijgt nr. 34 (36 800-A).De heer Peter de Groot (VVD):De derde motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat infrastructuur een essentiële randvoorwaarde vormtvoor nationale weerbaarheid en militaire inzetbaarheid en wegen,bruggen en oeververbindingen cruciaal zijn voor de verplaatsing vanmilitair materieel, personeel en strategische voorraden;constaterende dat in de regio Flevoland sprake is van de ontwikkeling vangrootschalige defensievoorzieningen met een aanzienlijke mobiliteit-simpact;overwegende dat de oeververbinding bij de sluis van Nijkerk (deNijkerkerbrug) een cruciale schakel vormt in de verbinding tussenGelderland en Flevoland en deze verbinding niet alleen economisch enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3895 regionaal van belang is, maar ook strategisch in het kader van nationaleveiligheid en militaire mobiliteit;verzoekt de regering de oeververbinding bij de sluis van Nijkerk alsstrategische infrastructuur aan te merken en samen met de regio en hetMinisterie van Defensie te bezien welke investeringen noodzakelijk zijn omdeze verbinding toekomstbestendig en robuust te maken, en de Kamerhier dan over te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.Zij krijgt nr. 35 (36 800-A).De heer Peter de Groot (VVD):Tot zover.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage, meneer De Groot, namens de VVD-fractie.Dan draag ik het voorzitterschap weer aan u over.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Ik dank u wel. Ik denk dat we alle leden in de tweede termijn van de kantvan de Kamer hebben gehoord. Ik kijk even naar de Minister om te wetenhoeveel tijd er nodig is voor de schorsing voor het voorbereiden van deappreciatie van de moties.Minister Tieman:Tien minuten. Ik heb ook nog twee zaken waar ik nog heel even op kanterugkomen, waar ik net geen antwoord op had.De voorzitter:Ja, dat mag in de tweede termijn, zo meteen. Ik stel voor dat we danschorsen tot 16.55 uur. Ik schors de vergadering tot 16.55 uur.De vergadering wordt van 16.42 uur tot 16.57 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, ik heropen dit notaoverleg MIRT. We zijn toe aan detweede termijn...Minister Tieman:Voorzitter, dank u wel. Ik zou nog kort terugkomen op de vraag van deheer Grinwis over de Westerscheldetunnel: wat is er nog te doen aan deafsluiting van vier maanden van de Oostbuis richting Borsele? Volgendjaar – in 2027 leven we dan – vinden de herstelwerkzaamheden plaats vande betonschade in de Oostbuis. Tijdens de herstelwerkzaamheden aan deOostbuis is alleen de Westbuis beschikbaar voor verkeer. Hoe de hindertijdens deze vier maanden beperkt kan worden, is momenteel nog inonderzoek. De Westerscheldetunnel is een belangrijke verkeersader, dieZeeuws-Vlaanderen met de rest van de provincie Zeeland en Nederlandverbindt. De tunnel heeft daarbij een belangrijke functie voor de bereik-baarheid van het gebied. Om Zeeland zo optimaal mogelijk bereikbaar tehouden en de hinder zo veel mogelijk te beperken, worden de werkzaam-heden in de Westerscheldetunnel afgestemd op de door Rijkswaterstaatuit te voeren werkzaamheden, zoals die aan de Vlaketunnel. De impact opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3896 de beschikbaarheid van de tunnel en daarmee de bereikbaarheid van hetgebied is voor de N.V. Westerscheldetunnel een belangrijk aandachtspunt.Dan nog de vraag van de heer Grinwis over de gepauzeerde projecten vanminder dan 1 mol. Ik zat er eigenlijk net naast, want van de gepauzeerdeprojecten hebben alleen de A6 Almere–Lelystad en de Van Brienenoord-corridor een stikstofbijdrage onder de 1 mol. Als we die uitspraak hebben,zouden deze twee er dus vrij snel overheen kunnen gaan.Tot zover, voorzitter. Dan kan ik nu overgaan tot de appreciatie van demoties. Ik begin bij de motie op stuk nr. 20, over de Gerrit Krolbrug. Metdien verstande dat ik echt nog op zoek moet naar de financiële middelen,die ik dus niet heb, kan ik deze motie oordeel Kamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 20 krijgt oordeel Kamer.Minister Tieman:Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 23, over de N50. Die is creatief. Wehebben hier eerder over gesproken, net voor de zomer, en dit had toenook de steun van mevrouw Veltman. Oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 23 krijgt oordeel Kamer. Er is een vraag van de heerVan Asten.De heer Van Asten (D66):Ik ging hier in mijn bijdrage zonet ook op in. Niks ten nadele van de N50,die natuurlijk moet worden aangepakt, maar nu wordt er wel geld uit hetA27-budget gehaald. Betekent dit dus gewoon dat we dat traject dan nietkunnen doen? Is dat hierbij dan tot nader order uitgesteld of uitgesloten?Die 40 miljoen is namelijk ook niet op een andere manier te halen. Daarhebben we namelijk de hele dag het debat over: er is geen geld. Er is nudus ook geen geld meer om dit project uit te voeren.Minister Tieman:Met dit geld was het project sowieso niet uitgevoerd, want er is nog veelmeer nodig. Die verkenning loopt dus. Je moet daar dan op den duur welweer andere middelen bij suppleren, maar dan zouden we hier nu eenbeweging op kunnen maken. Die verkenning loopt. Dat geld moet er opeen gegeven moment wel bijgeplust worden, maar er gaat nu niks deijskast in. Er loopt een verkenning.De heer Van Asten (D66):Nog één verduidelijkende vraag. Zijn er dan nog meer van die projectenwaar we eigenlijk vrijelijk geld uit kunnen halen omdat ze toch nietworden uitgevoerd omdat er nog behoorlijk wat geld te halen is? Zo ja,dan hebben we hier namelijk nog wat moties liggen die we daarmee gelijkkunnen dekken.De voorzitter:Nou, er liggen hier natuurlijk geen andere moties, behalve de moties dieingediend zijn.Minister Tieman:Dit was ook echt de afweging van de verkeersveiligheid voor die N-weg,waar we al een hele lange tijd over spreken. Wat ik destijds van de BBB envan de VVD vernam bij dat overleg, is dat de verbinding opeens vrij vernaar voren kwam. Vandaar deze creatieve oplossing. Maar we gaangewoon door met de verkenning. Daar zal wellicht volgende maandalweer een oplossing voor zijn; wie weet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3897 Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Een kleine verduidelijkende vraag. Ik heb zelf nog gevraagd naar derijbaanscheiding. Toen noemde u ook al een bedrag dat ervoorbeschikbaar was. Of heb ik u verkeerd gehoord? Ik zit even te zoeken. Is diteen aanvulling? U had het over 29 miljoen, maar ik weet niet of dat ... Mijnvraag is dus eigenlijk: wat is er nodig, is dit een plus daarop? Was er dan69 miljoen nodig?Minister Tieman:21 miljoen is beschikbaar en daar komt dit bovenop.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Wat is er dan precies nodig?Minister Tieman:Een rijbaanscheiding en een constructie tussen de banen.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik bedoel het bedrag eigenlijk.Minister Tieman:Als er te veel is, zouden we dat weer terug kunnen stoppen, maar 40miljoen lijkt ruim voldoende. Maar dat kunnen we dan ook weer terug-brengen, hè. Het is niet zo dat we dat helemaal alloceren op datonderwerp.De voorzitter:Mevrouw Boelsma, ik zie u heel verward kijken. Misschien heeft u nog eenvraag.Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):Ik ben zelf een beetje van de duidelijkheid; u ook, Minister, heb ik in deeerste termijn gehoord. Wat is er echt nodig, zodat we ook weten wat eropgeplust moet worden op die 21 miljoen? Want dan weten we hetbedrag en kunnen we daar gericht naar kijken.De voorzitter:Wellicht kan de Minister met een brief hierover komen voor destemmingen.Minister Tieman:Ja, laten we dat doen. Ik kom met een brief voor de stemmingen. Dat lijktme uitstekend. Ik geef u nu hier mee dat ik doorkrijg dat het circa 40miljoen is.De voorzitter:Dan noteren we dat in ieder geval. Vervolgt u de appreciaties alstublieft.Minister Tieman:De motie op stuk nr. 30 van Goudzwaard, Grinwis en Stoffer: oordeelKamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 30 krijgt oordeel Kamer.Minister Tieman:De motie op stuk nr. 34 van de heren De Groot en Stoffer. Als ik de motiezo mag lezen dat het voor het einde van het jaar is, dan kan ik de motieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3898 oordeel Kamer geven. Het kwam nu net iets te vroeg. Ik heb tot het eindevan het jaar nodig. Als ik de motie zo mag lezen, dan geef ik ’m oordeelKamer.De voorzitter:Dit gaat over de motie op stuk nr. 34, hè?Minister Tieman:Ja, correct.Dan de motie op stuk nr. 35, ten aanzien van de Nijkerkersluis, de brug enhet munitiedepot. Het is niet onze brug, ik heb ook het geld niet enDefensie gaat erover, maar wij gaan in ieder geval in overleg metDefensie. Met die opmerkingen die ik net heb gemaakt, kan ik ’m oordeelKamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 35: oordeel Kamer.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik heb nog een vraag over de motie op stuk nr. 34. Als de motie wordtaangenomen, betekent dit dan dat de Minister of zijn opvolger ook inzichtgeeft in wat de consequenties zijn en of het nodig is om de 29 mol-opgaveop te lossen? Dat staat niet met nadruk genoemd in de motie, maar ikneem aan dat dit er wel bij hoort.Minister Tieman:Ja. We zullen op dat moment meenemen wat we weten. We gaan dattraject nu ook verder in. We nemen dat dan mee.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga er voor het gemak even van uit dat de andere motiesallemaal door de Staatssecretaris worden geapprecieerd. Dat is niet zo’nhele gekke aanname, denk ik. Ik kijk nog even één keer naar de Minister ofal het werk gedaan is door hem. Ja? Dank u wel daarvoor. Dan geef ik hetwoord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Een paar dingen nog vooraf. Voor de heer De Hoop moetik inderdaad een correctie toepassen op de geëlektrificeerde lijnen, wantin Noord-Nederland betreft het alle lijnen, behalve inderdaadLeeuwarden–Meppel en Groningen–Meppel. «Behalve» is een belangrijktussengevoegd woordje, waar je soms overheen kan lezen in een zin.Behalve die lijnen moeten dus inderdaad alle lijnen in Noord-Nederlandworden geëlektrificeerd.Voorzitter. Voor de rest dank ik de heer Van Asten voor de goede analyseover de MIRT-systematiek. Ik heb het idee dat hij het heel mooi samen-vatte, ook als het gaat om het gevoel van mevrouw Boelsma overzelfgecreëerde teleurstellingen bij alle projecten die we hebben staan inhet projectenboek. Soms is er een beetje geld om iets in leven te houden,maar je moet ook eerlijk en realistisch zijn over de vraag of iets deeindstreep gaat halen zonder politieke keuzes, gelet op het bestaandebudget. Ik vond dat de heer Van Asten dat mooi samenvatte. Dat biedtvolgens mij ook goede hoop voor het onderzoek dat we nu doorzettennaar de hervorming van de MIRT-systematiek. Ik kijk in ieder geval uit naarde strategische discussie in april. Ik denk echt dat het belangrijk is omen-en-en-en-en te hebben als het gaat om zowel met het openbaarvervoer als met de auto kunnen rijden in ons land.Voorzitter. Dan de moties. De motie op stuk nr. 21 gaat over indexatie. Datis een verzoek van de Kamer, dus dat gaan we netjes uitvoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 3899 De motie op stuk nr. 22 gaat over de spoorknoop. Die motie moet ikontraden. We zijn namelijk al in gesprek geweest met de regio Eindhovenover de vervolgstappen. Dat is allemaal al bekend. Het enige wat hier nogontbreekt, is geld om het te doen. Dus ja, deze motie kan ik vrij sneluitvoeren, want we hebben dat overleg al gehad. Hier ontbreektsimpelweg geld. Ik moet die motie dus ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 22: ontraden.Staatssecretaris Aartsen:Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 24. Er ontbreekt 4 miljard eurovoor de dekking van deze stap.De voorzitter:De motie op stuk nr. 24: ontraden.Staatssecretaris Aartsen:De motie op stuk nr. 25 kan ik wel oordeel Kamer geven, als ik de ruimtekrijg van de heer Stoffer om het niet binnen een maand te doen, want wekunnen niet toveren. Als het binnen vier tot zes maanden mag, dan hoopik op zijn coulance en kunnen we die stap zeker zetten, want het isabsoluut onze ambitie om die startbeslissing te kunnen nemen.De voorzitter:Ik zie dat de heer Stoffer knikt. Daar zijn geen woorden voor nodig.Staatssecretaris Aartsen:Mijn dank is groot. Dan kunnen we de motie oordeel Kamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 25: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 26.Staatssecretaris Aartsen:De motie op stuk nr. 26 moet ik helaas wel ontraden. Om te kunnenstarten met de daadwerkelijke realisatie is 100% financiering nodig. Erontbreekt op dit moment nog 25 miljoen euro.De voorzitter:De motie op stuk nr. 26: ontraden.Staatssecretaris Aartsen:De motie op stuk nr. 27 vind ik een heel ingewikkelde, omdat hier ook echtserieus iets speelt ten aanzien van de nautische veiligheid. Ik zou dezemotie graag als oordeel «ontijdig» willen geven, of eigenlijk het verzoekwillen doen om die aan te houden. Laat mij dan nog even een brief sturen,ook in overleg met de Minister, over wat er ten aanzien van die brugspeelt als het gaat om de nautische veiligheid en de doorvaarroute. Als jedit doet, breng je de andere kant weer in de problemen. Laat ons dat heeleven netjes op papier zetten en dan komen we daar nog even op terug.Het verzoek is dus om de motie aan te houden of ontijdig te laten zijn.De voorzitter:Ik kijk even naar de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat wil ik op zich wel doen, maar stel dat de brug onderdeel zal blijvenvan het ov-gebeuren, dan is die natuurlijk ook iets op te hogen. Er zijndaar nog meer bruggen, die volgens mij nog meer problemen voor denautische veiligheid opleveren. Het is dus geen exclusief argument voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 38100 deze brug. Dat wil ik wel terugzeggen. Maar oké, ik ben de beroerdste niet,dus ik houd de motie bij dezen aan. Wil de Staatssecretaris dan ook wel inogenschouw nemen dat deze brug dus niet geïsoleerd als een enormprobleem zou moeten worden neergezet? Want andere bruggen kunnenmisschien nog wel grotere problemen opleveren.Staatssecretaris Aartsen:Ik zal zorgen voor een uitgebreide brief waarin al deze aspecten wordenmeegenomen.De voorzitter:U heeft een toezegging gekregen en houdt de motie aan totdat de brief erligt.Op verzoek van de heer Grinwis stel ik voor zijn motie (36 800-A, nr. 27)aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Aartsen:Dan de motie op stuk nr. 28, voorzitter. Ik wil niet flauw doen, maar zoubijna zeggen: ik mis de dekking van deze motie. Ik moet deze motienamelijk ontraden omdat er op dit moment geen geld beschikbaar is omdit te doen. Als de motie wordt aangenomen, kom ik een beetje...Mevrouw Boelsma zei het heel mooi: zijn we hier niet zelf teleurstellingenaan het creëren? Dat is met deze motie toch wel een beetje het geval. Alsde motie wordt aangenomen, heb ik zo meteen twee keuzes. Als ik demotie naast me neerleg, is iedereen blij met de Kamer en boos op hetkabinet. Volgens mij is dat ook niet goed voor het vertrouwen. Ik benvanaf het begin heel duidelijk geweest over de financiële situatie. Ik kande motie ook uitvoeren, maar dan hoor ik ook graag waar we het geldvandaan moeten halen. Ik heb al aangegeven dat je het dan binnen deregio zelf kunt zoeken. Dat is een rationale. Dan moet je het geld bij hetZuidasdok of de Noord/Zuidlijn vandaan halen. Je zou kunnen zeggen: wehalen het uit de algemene post Lelylijn. Dat is een nog niet gealloceerddeel buiten het Mobiliteitsfonds. Daar moet je aan denken voor dit soortbedragen, maar ik hoor dan wel graag van de Kamer waar zij denkt dat wedat geld vandaan moeten halen.De voorzitter:Ik kijk even naar de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Als mevrouw Van der Plas de motie zou indienen,zou zij «A27» zeggen en dan zou de collega van deze Staatssecretaris ’moordeel Kamer geven. Ik heb zelf natuurlijk overwogen of ik het wel of nietzou inzetten. We krijgen natuurlijk aanstaande vrijdag een coalitieakkoordmet een financiële bijsluiter, hopelijk met iets meer lucht voor IenW. Als erconcreet gekozen zou moeten worden, vind ik het in de rede liggen datdeze motie inderdaad wordt uitgevoerd binnen het kader van de regio. Alser dus in schaarste gekozen moet worden, binnen de huidige middelen,dan zou ik zeggen: kijk naar de noordelijke tunnel van het Zuidasdok, wantdaar zit nu het grote tekort. Daarom wordt die noordelijke tunnelvoorlopig niet aangelegd, terwijl de zuidelijke tunnel van het Zuidasdokwel wordt aangelegd. Dat zou ik mee willen geven als interpretatie bijdeze motie.De voorzitter:Ik kijk even naar de Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 38101 Staatssecretaris Aartsen:Laat mij dan even een compliment uitdelen, want het siert de heerGrinwis dat hij dat duidelijk maakt. We zullen de motie dan ook op diemanier interpreteren. Als de Kamer deze motie aanneemt, zullen we hetgeld daarvandaan halen. Dan moet het kabinet afwegen of het die motiegaat uitvoeren, maar dan is de interpretatie van de motie in ieder gevalduidelijk. Desalniettemin blijft ie ontraden.De voorzitter:Het oordeel blijft ontraden, begrijp ik. Meneer De Hoop, wilde u nog eenpunt maken?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Als dat de interpretatie van de motie is, dat het gedekt moet worden uithet Zuidasdok, wil ik niet meer mede-indiener van de motie zijn, want datis niet de dekking die ik voor mij zie.De voorzitter:De afstemming gaat nog niet vloeiend.Staatssecretaris Aartsen:Welke suggestie doet de heer De Hoop dan voor een dekking, zou ikzeggen. De Lelylijn misschien?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog ideeën voor hogere lasten op vermogens, maar die laat ik hiermaar even buiten.De voorzitter:Laat ik als voorzitter het volgende concluderen. De motie op stuk nr. 28wordt ontraden. Of u de motie wel of niet wilt blijven ondertekenen, kuntu met de indiener verder kortsluiten. Nee, ik sta geen verdere toelichtingop dit punt toe. Vervolgt u uw appreciatie, Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. We hebben een paar moties zoals de motie op stuk nr. 29. Wehebben er even over zitten wikken en wegen, omdat we wel sympathiehebben voor de verzoeken. Desalniettemin moeten we ’m wel ontijdiggeven, gewoon gelet op de situatie op dit moment, dat wij demissionairzijn. Dit is, denk ik, echt een keuze die je aan een nieuw kabinet wilt laten.Ik vind het ook niet chic, niet netjes, om over je graf heen te regeren. Wijhechten er beiden wel echt aan, gelet op wat we net al zeiden overterugwerkende kracht en dat we misschien iets beter hadden moetenkijken naar het Noorden. Dat hebben we ook gewoon ruiterlijk toege-geven. We kijken er dus sympathiek naar, maar nogmaals: gelet op het feitdat er wellicht over een kleine drie weken een nieuw kabinet zit, is het welzo chic om het aan hen over te laten. Het staat de Kamer natuurlijk vrij omdaar zelf een oordeel over te vellen, maar wij geven oordeel ontijdig.De voorzitter:Hij krijgt oordeel ontijdig. Helder. Vervolgt u de appreciatie.Staatssecretaris Aartsen:De motie op stuk nr. 31 wil ik, eigenlijk met dezelfde argumentatie, ook«ontijdig» geven. Op dit moment wordt er gewerkt aan een masterplan enaan een rapport van de heer Klaas Knot. Het is echt aan een nieuw kabinetom daar een stap op te zetten. We hebben simpelweg spelregels als hetgaat om de aanvullende post en het Mobiliteitsfonds. Ik moet deze motiedus het oordeel «ontijdig» geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 38102 De voorzitter:De motie op stuk nr. 31 krijgt «ontijdig». Ik zie dat de heer Goudzwaard ’mtoch gewoon indient.Staatssecretaris Aartsen:De motie op stuk nr. 32 over de WoMo-middelen krijgt met dezelfderedenering ontijdig. Het is wel zo chic om dat over te laten aan een nieuwkabinet.De voorzitter:«Ontijdig» voor de motie op stuk nr. 32.Staatssecretaris Aartsen:Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 33, voorzitter. Die is sympathiekmaar wel ontijdig. We laten het graag over aan een nieuw kabinet.De voorzitter:De motie op stuk nr. 33 krijgt «ontijdig». Die is overigens mede-ingedienddoor de heer Van Asten, maar dat is al aangegeven bij de Griffie.We gaan richting de afronding van dit debat. Dat doen we niet zonder datwe de verdere administratie even op orde hebben gebracht. Dat zijn detoezeggingen die zijn gedaan. Die nemen we even door. We kijken even ofdie zowel door de leden als door de Minister en Staatssecretaris wordenherkend.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de Kamer in deMIRT-voorjaarsbrief te informeren over de actuele ontwikkelingen entrends in het programma Woningbouw en Mobiliteit, vooruitlopend opde voortgangsrapportage die aan het einde van het jaar verschijnt.Ik hoor dat de Minister daarmee akkoord is.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe om in hetBestuurlijk Overleg MIRT met de medeoverheden te spreken over detiming van de voortgangsrapportage, aangezien deze pas laat in hetjaar verschijnt, en daarover terug te koppelen aan de Kamer.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe te onderzoekenwelke mogelijkheden er zijn voor nauwere samenwerking met hetMinisterie van Justitie en Veiligheid in het platform kleine zeehavensop het gebied van het tegengaan van ondermijning bij die kleinerezeehavens. Dit is een toezegging aan de heer Goudzwaard.Ik hoor dat de Minister daarmee akkoord is.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe de Kamer voorhet volgende MIRT-debat te informeren over de mogelijkheden tot hethanteren van een calamiteitenoversteek in de Vlaketunnel. Dat is eentoezegging aan de heer Stoffer.Ik hoor dat de Minister daarmee akkoord is.–De Kamer wordt voor de zomer door de Minister van Infrastructuur enWaterstaat schriftelijk geïnformeerd over de planning van hetvervangen van de bruggen tussen Lemmer en Delfzijl.–De Minister van Infrastructuur en Waterstaat zal de Kamer voor dezomer een brief sturen met de uitkomsten van het bestuurlijk overlegover de werkzaamheden die nodig zijn in de haven van Terschelling.Hierbij wordt de Kamer ook geïnformeerd over de planning.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik hoorde de Minister nadrukkelijk «maart» zeggen en niet «voor dezomer». Misschien heb ik dat verkeerd begrepen, maar gezien het debat ishet goed om scherp te hebben wanneer dat precies zal zijn.De voorzitter:Ik hoor «zo snel mogelijk». Dan passen we dat aan. Dat is niet heel smart,want dat kan heel lang duren. Dan is het alsnog zomer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 38103 –De Minister van IenW laat de Kamer voor de stemmingen over demoties – het is goed om te vermelden dat dat volgende week dinsdagis – schriftelijk weten hoeveel budget er nodig is voor het aanbrengenvan de rijbaanscheiding op de N50. Deze toezegging is gedaan naaraanleiding van vragen van mevrouw Boelsma.Dit waren de toezeggingen. We zijn aan het einde van dit debat gekomen.O, de heer Grinwis heeft nog een vraag.De heer Grinwis (ChristenUnie):Wordt de brief over de spoorbrug bij Maastricht en nautische veiligheid etcetera als een aparte toezegging genoteerd?De voorzitter:Die kunnen we wel noteren als een aparte toezegging. Dan schrijven wedie op als de achtste toezegging.We hebben het lijstje met toezeggingen gedaan. Ik wil nog evenmemoreren dat we volgende week dinsdag 3 februari stemmen over devandaag ingediende moties.We zijn aan het einde gekomen van dit debat. Ik wil iedereen op depublieke tribune hartelijk danken voor de aanwezigheid en de belang-stelling. Ik wil ook de mensen die dit debat op afstand hebben gevolgdhartelijk danken. Nogmaals dank aan de Minister, de Staatssecretaris ende ambtelijke ondersteuning voor vandaag. Dank aan de leden en dankaan de griffie en de bodes voor het mogelijk maken van deze vergaderingvandaag. Ik wens u allen verder een mooie dag. Ik sluit het debat.Sluiting 17.20 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 38104

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 871fd2fd7e3509f6

14 okt 2026 · 3e23cd3f5ae13c94

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.