KamerkringInloggen
Kamerbrief

Halfjaarlijkse rapportage uitreizigers

23 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5d065270dcc644da · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 754TerrorismebestrijdingNr. 753 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 juni 2025De terroristische dreiging vanuit het jihadisme blijft onverminderd hoog.Recente aanslagen in Europese landen en meerdere arrestaties vanpersonen die de intentie hadden om vanuit een jihadistisch motief eenaanslag te plegen, zijn illustratief voor deze dreiging. In 2024 is zowel hetaantal aanslagen als het aantal arrestaties binnen Europa toegenomen tenopzichte van voorgaande jaren. Geopolitieke veranderingen, waaronderde oorlog in Gaza en de ontwikkelingen in Syrië, worden in deze contextnauwlettend in de gaten gehouden vanwege het mogelijk aanjagendeeffect op extremisme en terrorisme. Ook binnen Nederland blijvenrelevante signalen aanleiding geven tot alertheid. Zo vond er in maart2025 in Apeldoorn een aanhouding plaats van een 20-jarige man opverdenking van deelname aan een terroristische organisatie en hetvoorbereiden van een terroristische aanslag.1 Het kabinet blijft zich, innauwe samenwerking met de betrokken (veiligheids-)partners, onver-minderd inspannen om de terroristische dreiging te mitigeren en denationale veiligheid te waarborgen.Conform de door uw Kamer aangenomen motie van de leden Michon-Derkzen (VVD) en Bikker (CU) bied ik uw Kamer, mede namens de Ministervan Buitenlandse Zaken, de Minister van Asiel en Migratie en de Staatsse-cretaris Rechtsbescherming, de achtste rapportage uitreizigers aan.2 Terinvulling van deze motie is uw Kamer halfjaarlijks geïnformeerd over destand van zaken op het terrein van uitreizigers en ontwikkelingen over deaanpak van jihadisme.Zoals aangekondigd in de vorige halfjaarlijkse rapportage3 zal ik vanaf ditnajaar uw Kamer informeren door middel van een bredere periodiekerapportage over terrorisme. Voornoemde geopolitieke ontwikkelingen, incombinatie met het veranderde speelveld maken het wenselijk om breder1Kamerstukken II, 2024–2025, 29 754, nr. 748.2Kamerstukken II, 2020–2021, 29 754, nr. 597.3Kamerstukken II, 2024–2025, 29 754, nr. 745. kst-29754-753ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7531 te kunnen rapporteren dan enkel over uitreizigers. Deze wijze vanrapporteren stelt mij in staat om u te informeren over ontwikkelingenaangaande de aanpak van terrorisme, zoals lopende strafzaken, ontwikke-lingen rond Nederlandse uitreizigers en vrijkomende terrorismeveroor-deelden die een gevaar kunnen vormen voor de nationale veiligheid.Daarnaast constateert de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst(AIVD) dat de dreiging vanuit Nederlandse uitreizigers die zich in de regioSyrië in detentie bevinden momenteel beperkt is, zolang zij zich daarbevinden.De meest impactvolle verandering van het aantal Nederlandse uitreizigersdie zich in de regio Syrië bevonden, werd in het verleden veroorzaakt doorrepatriëringen van vrouwelijke uitreizigers ten behoeve van strafzaken inNederland. Relevante wijzigingen in de dreiging die uitgaat van de groepNederlandse uitreizigers zullen, indien mogelijk, ook in deze rapportageworden opgenomen.Opbouw briefIn deze brief ga ik achtereenvolgens in op de ontwikkelingen in Syrië,lopende strafzaken, de stand van zaken betreffende het intrekken van hetNederlanderschap en de uitstroom van terrorismeveroordeelden zonderrechtmatig verblijf uit detentie.Ontwikkelingen SyriëOp 10 maart jl. heeft de Syrische overgangsregering een overeenkomstgesloten met de Koerdische Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF).Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe de overeenkomst geïmple-menteerd zal worden, noch welke impact deze heeft op de lange termijnsituatie in de kampen in Syrië.Ook in het licht van de veranderende situatie in Syrië is het terughalenvan Nederlandse uitreizigers niet aan de orde. Om te kunnen beslissenover repatriëring weegt het kabinet in iedere casus de verschillendeomstandigheden en factoren. Daarbij wordt onder meer rekeninggehouden met de nationale veiligheid, internationale betrekkingen en deveiligheidssituatie in het gebied en de veiligheid van betrokkene(n).Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat de terroristische dreigingvoor Nederland is toegenomen naar aanleiding van de ontwikkelingen inSyrië. Desalniettemin houdt het kabinet de ontwikkelingen in Syriënauwlettend in de gaten. Het blijft van groot belang om te zorgen dat hetNederlandse stelsel voldoende is uitgerust om, wanneer de dreigingtoeneemt als gevolg van de veranderende situatie in Syrië, deze dreigingte mitigeren. We blijven hierover in gesprek met alle betrokken partijen.De motie van het lid Omtzigt (NSC)4 verzoekt de regering om op zo kortmogelijke termijn aan te geven hoe zij samen met de Europese partnerspassende acties onderneemt om te zorgen dat mensen met eenEU-paspoort die momenteel in kampen in Syrië verblijven indien mogelijkberecht worden voor misdaden. Ook verzoekt de motie de regering omactie te ondernemen zodat deze personen geen gevaar vormen voor deNederlandse, Europese en Syrische samenleving. In reactie hierop kan iku melden dat veiligheidspartners alert blijven en voortdurend kijken waaren op welke wijze eventuele aanvullende maatregelen nodig zijn.Internationale samenwerking en informatie-uitwisseling zijn daarbij vangroot belang. Nederland is co-lead van de Terrorist Travel Working Group4Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-20, nr. 2241.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7532 van de Anti-ISIS Coalitie (AIC) samen met Interpol, Turkije en de VerenigdeStaten en speelt internationaal een leidende rol om te kijken hoe hetinternationale stelsel verbeterd kan worden om reisbewegingen vanIS-strijders tijdig en goed te blijven onderkennen. Met betrekking tot deberechting van deze personen kan ik u melden dat uw Kamer conform demotie Omtzigt op de hoogte gehouden zal worden door de Minister vanBuitenlandse Zaken over de Nederlandse inzet ten aanzien van deberechting van ISIS-strijders.Rechterlijke uitsprakenStrafzaken uitreizigersHet Hof Den Haag heeft in een aantal recente uitspraken5 in strafzaken vanvrouwelijke uitreizigers geoordeeld dat het enkel voeren van eengemeenschappelijke huishouding met een IS-strijder onvoldoende is omdeelname aan een terroristische organisatie bewezen te achten. In eersteaanleg werd door de rechtbank Rotterdam in deze zaken het afreizen naarSyrië en het voeren van een gezamenlijke huishouding met een IS-strijderwél als voldoende bewijs gezien voor de deelname aan een terroristischeorganisatie. Ook werden voorbereidingshandelingen aan een terroristischmisdrijf aangenomen, gelet op de uitreis, de planning daarvan en hunfaciliterende rol bij de terroristische activiteiten van hun echtgenoot.Het Hof Den Haag oordeelde in de hierboven genoemde zaken echter datde handelingen van de verdachten, het met man en kinderen afreizen naarSyrië, het verblijf in IS-gebied en het voeren van een gemeenschappelijkehuishouding, niet gezien kunnen worden als deelnemingshandelingen ofals oogmerk om de terroristische misdrijven voor te bereiden of tebevorderen. Het Hof geeft aan dat om een dergelijke conclusie te trekken,er meer informatie nodig is over de beweegredenen van de verdachte,bijvoorbeeld dat zij een bepaalde versie van de jihad aanhing en/of naarSyrië vertrok om op enigerlei wijze deel te nemen of bij te dragen aan degewapende strijd. Er dient volgens het Hof een aantoonbare relatie tebestaan tussen de deelnemingsgedraging en het oogmerk van deorganisatie. Verder wordt de deelneming voor de verdachte op zichzelfbeoordeeld.In een zaak waarin het Hof wel tot een veroordeling kwam, kondenvolgens het Hof meer feiten vastgesteld worden dan enkel in IS-gebiedverblijven en een gemeenschappelijke huishouding voeren met iemandvan IS. Het Hof stelde in die zaak vast dat de verdachte zich het radicaalextremistisch gedachtegoed eigen heeft gemaakt en dat zij vervolgens isuitgereisd naar het kalifaat waar zij getrouwd is met een IS-strijder metwie zij samen een huishouding heeft gevoerd, zij heeft de verdachteverzorgd en samen een bomgordel voorhanden gehad.Voorheen hanteerde de rechtbank Rotterdam in zaken met vrouwelijkeuitreizigers de lijn dat het enkel voeren van een gezamenlijk huishoudenmet een strijder in het voormalig IS-gebied voldoende is om deelnameaan te nemen van een terroristische organisatie. Met de vrijspraken zethet Hof Den Haag een afwijkende lijn neer. Het OM is in de meestestrafzaken tegen de uitspraak van het Hof in cassatie gegaan.Op dit moment lopen verschillende strafzaken rondom mannelijkeuitreizigers. Deze uitreizigers bevinden zich momenteel in detentie inNoordoost Syrië. Indien er relevante ontwikkelingen zijn, zal ik uw Kamerhierover separaat informeren.5Zie onder meer vonnis Gerechtshof Den Haag, d.d. 30 januari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:99Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7533 Intrekken NederlanderschapPersonen die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een terroristischmisdrijf hebben ernstige schade toegebracht aan de essentiële belangenvan ons Koninkrijk. Het gaat hier om personen die de fundamenten vanonze rechtsstaat niet accepteren – en alles waar zij voor staat – geweldaandoen.Door de onherroepelijke veroordeling voor een terroristisch misdrijfhebben deze personen hun aanspraak op het Nederlanderschapverspeeld. Daarom kán het kabinet op grond van artikel 14.2 van deRijkswet op het Nederlanderschap (RWN), het Nederlanderschap van henintrekken. Daarbij wordt in iedere zaak een individuele afweging gemaaktop basis van alle omstandigheden van het geval.Zoals in het regeerprogramma verwoord, zal het kabinet de mogelijk-heden tot uitbreiding van het intrekken van het Nederlanderschap naarandere ernstige misdrijven voor zover het Europees Verdrag inzakeNationaliteit (EVN) dit toelaat, onderzoeken. Dit onderzoek is inmiddelsdoor het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum in het onderzoeks-programma opgenomen.6Het Nederlanderschap kan ook worden ingetrokken op grond vanartikel 14, vierde lid RWN, indien deze personen zich nog in het buitenlandbevinden en uit hun gedragingen is gebleken dat zij zich hebben aange-sloten bij een terroristische organisatie die een dreiging vormt voor denationale veiligheid. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) isverantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet. De aantallen omtrentintrekken Nederlanderschap zijn opgenomen in bijlage 2.Veiligheidsrisico’s als gevolg van onrechtmatig verblijfIn het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) van december 2024wordt gesteld dat vanaf 2025 terrorismeveroordeelden vrijkomen uitdetentie die, vergeleken met veel van de eerder vrijgelaten veroordeeldenvoor terrorisme, een hoger dreigingsprofiel hebben.7 Van een deel vandeze terrorismeveroordeelden is het Nederlanderschap ingetrokken, ofheeft nooit de Nederlandse nationaliteit gehad.Indien terrorismeveroordeelden die vrijkomen uit detentie niet (langer)over rechtmatig verblijf beschikken, al dan niet als gevolg van hetintrekken van de Nederlandse nationaliteit, verblijven zij na het einde vanhun detentie illegaal in Nederland. Ten aanzien van terrorismeveroor-deelden die een hoger dreigingsprofiel hebben, brengt dit risico’s voor denationale veiligheid met zich mee, aangezien het instrumentarium omtoezicht te houden, zoals de persoonsgerichte aanpak van gemeenten ofreclasseringstoezicht, niet tot nauwelijks inzetbaar is.Met het oog hierop heeft uw Kamer op 19 december jl. de motie van hetlid Boswijk (CDA) aangenomen waarin de regering wordt verzocht om inkaart te brengen wat de knelpunten zijn bij het intrekken van het Nederlan-derschap en veroordeelde terroristen die vervolgens het land weigeren teverlaten.86Hiermee wordt de toezegging die de Minister van Justitie en Veiligheid op 25 maart jl. aan uwKamer deed afgedaan.7Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, december 2024.8Kamerstukken II, 2024–25, 29 754, nr. 743.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7534 KnelpuntenHet doel van de wetgever bij intrekking van het Nederlanderschap opgrond van artikel 14, tweede lid, RWN is geweest om uitdrukking te gevenaan het feit dat iemand, die een terroristisch misdrijf heeft gepleegd, deessentiële belangen van het Koninkrijk heeft geschaad.Aangezien de intrekking van het Nederlanderschap op grond vanartikel 14 lid 2 RWN in de regel samengaat met het opleggen van eenterugkeerbesluit en inreisverbod, krijgen betreffende terrorismeveroor-deelden de status «vreemdeling zonder rechtmatig verblijf». Uit deVreemdelingenwet 2000 volgt dat – als betrokkene niet in aanmerkingkomt voor een nieuw verblijfsrecht – hij in beginsel door de IND eenterugkeerbesluit krijgt opgelegd en Nederland dient te verlaten.Aanvullend daarop kan een zogeheten «zwaar inreisverbod» wordenopgelegd, wat wil zeggen dat betrokkene na vertrek uit het Schengen-gebied voor een periode van 20 jaar niet (meer) naar het Schengengebiedmag reizen.In de praktijk lukt het in veel gevallen echter niet om terrorismeveroor-deelden zonder verblijfsrecht te laten vertrekken naar het land vanovergebleven nationaliteit of het land van herkomst, of blijkt dit eentijdrovend en complex proces. De betreffende terrorismeveroordeeldeverblijft dan na het uitzitten van zijn straf, onrechtmatig in Nederland.Veelal komt dit doordat het land van de overgebleven nationaliteit of hetland van herkomst niet meewerkt aan vertrek.Ondanks dat dit uitvoeringsknelpunt al langer speelt, neemt de urgentievoor een oplossing en/of mitigerende maatregelen toe omdat vanaf ditjaar terrorismeveroordeelden vrijkomen uit detentie die, in vergelijkingmet andere eerder vrijgelaten terrorismeveroordeelden, een hogerdreigingsprofiel hebben. Door het illegale verblijf dat in veel gevallenvolgt op het intrekken van het Nederlanderschap vervalt de toegang totvoorzieningen en hiermee ook de meeste contactmomenten met deoverheid. Hierdoor is het reguliere toezichts- en monitoringsinstrumen-tarium bij illegaal verblijf van terrorismeveroordeelden op dit momentniet of zeer beperkt inzetbaar. Dit zorgt er binnen de veiligheidsketen voordat de uitvoering van maatregelen die erop gericht zijn (toe)zicht tehouden op de terrorismeveroordeelden ernstig wordt bemoeilijkt. Datbelemmert een goede monitoring en informatiepositie bij de betrokkenorganisaties en een tijdige onderkenning van signalen.Dit is zorgelijk omdat juist het illegale verblijf van terrorismeveroor-deelden kan leiden tot een verhoogde afhankelijkheid van hun bestaandejihadistische netwerk. Daarmee beperkt de illegale verblijfsstatus, dievolgt op intrekking van het Nederlanderschap, het handelingsperspectiefen zicht op deze groep terrorismeveroordeelden en draagt het bij aan deinstandhouding van de dreiging voor de nationale veiligheid die van henuitgaat. Om dit risico zoveel als mogelijk te beperken, zijn aanvullendemaatregelen nodig. Momenteel ben ik samen met de betrokken collegabewindspersonen in overleg om tot risico-mitigerende maatregelen tekomen.Daarnaast kijk ik naar de mogelijkheden om, conform de motie van het lidBoswijk9, de maatregel van het intrekken van het Nederlanderschapgerichter uit te voeren waarbij overeenkomstig staande praktijk in iederecasus een afzonderlijke beoordeling plaatsvindt. Ondertussen blijft het9Kamerstukken II, 2024–25, 29 754, nr. 743.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7535 kabinet zich maximaal inzetten om vertrek van de doelgroep (alsnog) terealiseren en het zicht op de vreemdeling tot aan dit vertrek te houden.Ik informeer uw Kamer in het vierde kwartaal over de voortgang.Update Landelijk Afstemmingsoverleg Vertrek en de motie ketenmarinierHet Landelijk Afstemmingsoverleg Vertrek (LAOV) is op 6 juni 2024formeel van start gegaan als pilot gericht op het versterken van de inzetop de aanpak van terrorismeveroordeelden zonder rechtmatig verblijf. Hetdoel van het LAOV is het inzetten op het realiseren van vertrek van dezedoelgroep en het zicht houden op dit vertrek, na uitstroom uit strafrechte-lijke detentie tot aan dit vertrek. Een evaluatie heeft recent plaatsge-vonden, waaraan zowel leden van het LAOV10, als niet-leden11 hebbendeelgenomen. De evaluatie laat zien dat het overleg de samenwerkingtussen ketenpartners bevordert en bijdraagt aan het beter zicht hebben opde doelgroep tot aan vertrek en het afstemmen van de benodigdestappen. Het bevorderen van vertrek blijft in de praktijk moeilijk reali-seerbaar gezien de beperkte invloed op daadwerkelijke vertrekmogelijk-heden. Om het LAOV nog effectiever te laten zijn, biedt de evaluatie ookaanknopingspunten voor de leden om vervolg aan te geven.Ook de verkenning conform de motie Michon-Derkzen12 naar de mogelijkeeffectiviteit van de inzet van een ketenmarinier is meegenomen in deevaluatie van het LAOV. Voorafgaand hieraan zijn gesprekken gevoerdmet ketenmariniers, die worden ingezet bij de aanpak van overlastge-vende asielzoekers, de Dienst Terugkeer en Vertrek, het Ministerie vanAsiel en Migratie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ende G4. In aanvulling hierop zijn ook gesprekken gevoerd met de gemeenteArnhem. Uit de verkenning kwam unaniem een beeld naar voren dat hetaanstellen van een coördinator of ketenmarinier op terrorismeveroor-deelden die onrechtmatig in Nederland verblijven niet tot extra effectenzal leiden. Hoewel het aanstellen van een afzonderlijke ketenmariniermomenteel in de ogen van de betrokken partijen geen toegevoegdewaarde heeft, is de gedachte achter de motie nadrukkelijk meegenomenbij de voortzetting van het LAOV. De motie sluit dan ook nauw aan bij deprimaire doelstellingen van het LAOV, namelijk inzetten op realiseren vanvertrek en het zicht houden op deze doelgroep met het oog op vertrek. Degrondslagen die de Wet Coördinatie Terrorismebestrijding en NationaleVeiligheid (hierna: Wcotnv) biedt aan de NCTV om een coördinerende rolop zich te kunnen nemen, dragen ook bij aan een versterkte aanpak vanterrorismeveroordeelden zonder rechtmatig verblijf. Met het afronden vande verkenning is invulling gegeven aan de motie van het lid Michon-Derkzen (VVD).13, 14Coördinatie terrorismeveroordeelden uit detentie zonder rechtmatigverblijfHet feit dat er vanaf 2025 terrorismeveroordeelden vrijkomen uit detentiedie een hoger dreigingsprofiel hebben dan terrorismeveroordeelden die10Dienst Terugkeer en Vertrek, Immigratie- en Naturalisatiedienst, Dienst Justitiële Inrichtingen,Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel, Koninklijke Marechaussee.11Gemeente Amsterdam, gemeente Den Haag, gemeente Rotterdam, Ministerie van Binnen-landse Zaken, Politie.12Kamerstukken II, 2022–23, 29 754, nr. 685.13Kamerstukken II, 2022–23, 29 754, nr. 685.14Hiermee wordt tevens de toezegging (TZ202406-034) aan uw Kamer van 19 juni 2024volbracht. De overige onderwerpen uit de toezegging zijn in de zevende halfjaarlijkserapportage uitreizigers al aan bod gekomen (Kamerstuk 29 754, nr. 727).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7536 eerder zijn vrijgekomen15 vraagt om een intensivering van de coördinatieop terrorismeveroordeelden zonder rechtmatig verblijf. In dit kader is ereen aantal moties aangenomen in de Tweede Kamer, die ik hierondertoelicht.Motie van het lid Van Der Plas (BBB) over ruimte bieden aan AIVD, NCTVen organisaties uit de migratieketen en motie van de leden Boswijk (CDA)en Diederik van Dijk (SGP) over coördineren casuïstiekDe motie van het lid Van Der Plas (BBB)16 verzoekt de regering zo veelmogelijk ruimte te bieden aan de AIVD, organisaties uit de migratieketenen de NCTV om terrorismeveroordeelden die zijn vrijgekomen uit detentiein de gaten te houden en risico’s voor de nationale veiligheid te minimali-seren. Daarnaast verzoekt de motie van de leden Boswijk en van Dijk17 deregering de NCTV opdracht te geven om te coördineren bij en de regie tevoeren op casussen van terrorismeveroordeelden die vrijkomen uitdetentie met een hoog risicoprofiel, ten behoeve van het borgen van denationale veiligheid. Beide moties sluiten aan op de Wcotnv. Er wordtgebruikgemaakt van processen die hiervoor zijn ontwikkeld. Binnen dezeprocessen behoudt elke partner zijn of haar eigen rol en verantwoorde-lijkheid. Met het oog op de motie en de inwerkingtreding van de Wcotnvkan de NCTV een coördinerende rol op zich nemen indien terrorismever-oordeelden zonder rechtmatig verblijf vrijkomen uit detentie en er sprakeis van een hoog dreigingsprofiel. Doel is zicht te houden op vrijgekomenterroristen en risico’s voor de nationale veiligheid te minimaliseren.Hiermee wordt uitvoering gegeven aan deze moties.Motie van de leden Diederik van Dijk (SGP), Boswijk (CDA), Michon-Derkzen (VVD) en Eerdmans (JA21) over de inzet Tijdelijke wet bestuurlijkemaatregelen terrorismebestrijdingIn lijn met de hierboven benoemde motie van de leden Boswijk (CDA) enDiederik van Dijk (SGP) over coördineren casuïstiek, verzoekt de motie vanhet lid Diederik van Dijk (SGP) c.s. van 19 december 2024 de regering deTijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (hierna:Twbmt) in te zetten om zicht te houden op vrijgekomen terrorismever-dachten met een hoog dreigingsprofiel die een gevaar vormen voor onzenationale veiligheid.18 De Twbmt kan ingezet worden in situaties waar hetstrafrecht (nog) geen handelingsperspectief biedt en heeft tot doel hetbeschermen van de nationale veiligheid tegen terroristische dreigingen.De Tijdelijke wet biedt de mogelijkheid tot het opleggen van eenmeldplicht, contactverbod, uitreisverbod, gebiedsverbod en/of hetintrekken of weigeren van beschikkingen inzake subsidies, vergunningen,erkenningen of ontheffingen. De motie van het lid Diederik van Dijk c.s.over de inzet van de Twbmt is geheel in lijn met de uitgangspunten engrondslagen van de Twbmt en de wet kan dan ook als zodanig wordeningezet op zowel terrorismeverdachten, als terrorismeveroordeelden dievrijkomen uit detentie en door hun verhoogde dreigingsprofiel nog steedseen gevaar vormen voor de nationale veiligheid. Hiermee geef ik ookinvulling aan deze motie. Daarnaast kijk ik samen met betrokken partnershoe deze bestuurlijke maatregelen – na het van rechtswege aflopen vandeze wet op 1 maart 2027 – een bijdrage kunnen blijven leveren aanterrorismebestrijding, ook gegeven de veranderlijke dreiging. Deconclusies en aanbevelingen uit het evaluatierapport van medio 2024 naar15Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, december 2024.16Kamerstukken II, 2022–2023, 29 754, nr. 672.17Kamerstukken II, 2024–2025, 29 754, nr. 742.18Kamerstukken II, 2024–2025, 29 754, nr. 744.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7537 de werking van deze wet, worden hierin meegenomen.19 Hiermee werkenwe verder aan het toekomstbestendig houden van ons instrumentariummet oog op de huidige en toekomstige terroristische dreiging. Uw Kamerzal nader worden geïnformeerd over de vervolgstappen.Tot slotDe dreiging van het jihadisme blijft onverminderd hoog en manifesteertzich op meerdere manieren. De onverminderd hoge dreiging vraagt omcontinue alertheid en het kabinet blijft zich dan ook, samen met alleveiligheidspartners, voortdurend inzetten voor de bescherming van onzesamenleving tegen deze aanhoudende dreiging.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel19Kamerstukken II 2024–2025 29 754, nr. 730.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 754, nr. 7538

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 61286084520486ca

14 okt 2026 · 45ee04d446ce30ac

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.