Strategische inzet digitalisering
Brontekst
Versie 48b6d41007de6a24 · officiële bron26643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT) Nr. 1562 Brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 21 september 2026 Nederland behoort tot de meest gedigitaliseerde landen ter wereld. Dat is terug te zien in onze innovatieve bedrijven, het toonaangevende onderzoek en de breed ontwikkelde digitale vaardigheden van onze inwoners. Deze sterke digitale basis levert Nederland veel op. Het maakt onze economie productiever en draagt bij aan ons verdienvermogen, brengt mensen dichter bij elkaar en stelt de overheid in staat inwoners en ondernemers sneller en beter van dienst te zijn. Die voordelen zijn geen vanzelfsprekendheid. De wereld verandert in hoog tempo. We zien dat doorbraken op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI) elkaar razendsnel opvolgen, onze afhankelijkheid van een beperkt aantal technologiebedrijven ons kwetsbaar maakt, sociale media grote invloed hebben op de samenleving en het welzijn van kinderen, en de krapte op de arbeidsmarkt vraagt om voldoende digitale professionals en slimmer gebruik van technologie om onze toekomstige welvaart veilig te stellen. Kortom, willen we onze welvaart en welzijn en digitale relevantie behouden, dan moeten we blijven investeren en snel inspelen op deze ontwikkelingen. Want wie vandaag stilstaat, loopt morgen achter. Digitalisering houdt zich niet aan grenzen en raakt vrijwel alle onderdelen van onze samenleving en economie. Het verbindt mensen en organisaties, maar verweeft ook systemen en processen. Veranderingen op één plek hebben daardoor vaak grote gevolgen op een andere plek. Hierdoor maakt digitalisering onze samenleving en economie niet alleen innovatiever, maar ook complexer en kwetsbaarder. Verschillende acties in deze brief dragen dan ook bij aan de digitale weerbaarheid van Nederland. Juist daarom voert het kabinet regie op alle facetten van digitalisering vanuit een samenhangende digitaliseringsportefeuille. Deze portefeuille stelt de kaders voor het kabinetsbrede digitaliseringsbeleid en verbindt economische, maatschappelijke en overheidsvraagstukken met elkaar. Een belangrijke voorwaarde om die regie te voeren en de juiste keuzes voor Nederland te maken, is digitale autonomie. Dit is de rode draad in het digitaliseringsbeleid, dat bestaat uit de digitale economie, digitale samenleving en digitale overheid. Een digitaal autonoom Nederland en Europa betekent dat we de vrijheid hebben om zelf te kiezen: om over te stappen naar een andere aanbieder wanneer dat nodig is, om te bepalen wie toegang heeft tot gegevens. En ook om ervoor te zorgen dat publieke en private diensten beschikbaar blijven, ook wanneer systemen worden verstoord, en toegang tot noodzakelijke digitale technologie te borgen, wanneer wij deze niet zelf ontwikkelen. We gaan aan de slag. Daarvoor zet ik in Nederland en over de grens in op samenwerking met onze Europese en internationale partners. Ik ga verder met het bestaande digitaliseringsbeleid en de doelstellingen uit de Strategie Digitale Economie[voetnoot 1], de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS)[voetnoot 2], de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie (DOSA)[voetnoot 3], de Visie digitale autonomie en soevereiniteit overheid[voetnoot 4] en de strategie online kinderrechten[voetnoot 5] en bouw hier als coördinerend bewindspersoon verder op door. Daarnaast sluit mijn inzet aan bij de Nationale Technologie Strategie[voetnoot 6] (AI, data, cloud, cybersecurity, halfgeleiders en kwantumtechnologie), de Nederlandse Cybersecurity Strategie[voetnoot 7], de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden[voetnoot 8], de Nederlandse internationale AI Strategie[voetnoot 9], de Digitale Transformatie Strategie Defensie[voetnoot 10] en de actieagenda Slagvaardige Overheid[voetnoot 11]. Het Coalitieakkoord 2026-2030 is er een van keuzes: niet alle ambities kunnen direct worden waargemaakt. We zetten ons met een open houding en de wil om compromissen te sluiten in om nu en in de toekomst zeggenschap te behouden over hoe we in Nederland digitaal samenleven en onze toekomstige welvaart realiseren. Leeswijzer In navolging op de Beleidsbrief Economische Zaken en Klimaat (EZK)[voetnoot 12], zet ik in deze Kamerbrief de belangrijkste acties uiteen waarmee ik de ambitie van het kabinet de komende tijd wil realiseren.[voetnoot 13] Ik behandel achtereenvolgens: Bouwen aan een industrieprogramma; Kunstmatige intelligentie (AI); Digitale autonomie; Digitale infrastructuur; Cloud; Opdrachtgeverschap; Digitale identiteit en toegang; Beschermen burgers en democratie; De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS); en De Nederlandse Digitale Dienst. Ten slotte benoem ik de samenwerking met andere bewindspersonen, overheden en bedrijven en sluit ik af met de financiering. 1. Bouwen aan een Industrieprogramma Het kabinet werkt in de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat aan de randvoorwaarden voor economische groei en het wegnemen van belemmeringen daarvoor.[voetnoot 14] We zien een toename van bedrijvigheid op het terrein van AI, cybersecurity en cloud. Het is van belang voor onze welvaart en digitale autonomie om dat te koesteren en deze bedrijvigheid verder te ondersteunen. Met gericht industriebeleid voor digitale diensten en AI bouwt het kabinet voort aan de voorwaarden voor groei van onze (regionale) ecosystemen en opbouw van onze technologische nicheposities. Het kabinet verbindt met dit beleid innovatie en valorisatie, zoals eerder beschreven in de Kamerbrief Industrie met focus en de opdrachtbrief van de Taskforce.[voetnoot 15] Acties: Het kabinet werkt vanuit de Talentstrategie aan het aantrekken, opleiden, behouden en ontwikkelen van onder andere digitaal talent. Specifiek voor de sector voor digitale diensten doet het kabinet dat in samenwerking met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen. Dit beoogt bestaande versnippering in beleid te verminderen en te werken vanuit een gezamenlijke en meer gerichte agenda. Het kabinet werkt daarnaast binnen de Taskforce aan maatregelen voor het mobiliseren van financiering en ondersteunen van innovatie via de Nationale Investeringsinstelling en het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. 2. Verder bouwen aan een AI-ecosysteem Dit kabinet gaat verder om de economische en maatschappelijke kansen van AI te benutten en AI in te zetten bij het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken. Nederland beschikt over een sterke uitgangspositie door toonaangevend wetenschappelijk AI-onderzoek, een hoogwaardige hightechindustrie met een sterke positie in chiptechnologie en expertise op het gebied van betrouwbare AI en gespecialiseerde AI-toepassingen. Daarnaast beschikt Nederland over een sterke AI-talentbasis: Nederlandse universiteiten leiden jaarlijks veel hoogopgeleide AI-specialisten op en Nederlandse AI-onderzoekers leveren internationaal toonaangevend onderzoek. Deze sterke kennis- en innovatiebasis biedt Nederland en Europa belangrijke kansen om technologisch leiderschap, economisch verdienvermogen en strategische autonomie verder te versterken. Tegelijkertijd neemt de afhankelijkheid van AI-ontwikkelingen buiten Europa toe. Toegang tot geavanceerde AI, hoogwaardige data, rekenkracht, kapitaal, talent en kritieke digitale infrastructuur wordt steeds bepalender. Als we onze toekomstige welvaart, veiligheid en publieke waarden willen behouden, moeten we nu in ieder geval deze AI-capaciteiten versterken en onze positie verder uitbouwen. De overheid vervult meerdere rollen en treedt daarbij op als financier en regelgever, toezichthouder, maar ook als gebruiker en zelfs ontwikkelaar van AI-toepassingen. Daarbij heeft het kabinet oog voor risico’s en is het zaak om waarborgen in te bouwen voor verantwoorde AI. Waar nodig zet het kabinet samen met toezichthouders in op de bescherming tegen ongewenste effecten van AI in de maatschappij. Ik ga aan de slag om ons AI-ecosysteem door publiek-private samenwerking verder te versterken binnen Nederland en internationaal. Beschikbaarheid en het delen van betrouwbare en rechtmatig verkregen data zijn cruciaal voor AI-toepassingen. Binnen de overheid zijn data ook onmisbaar bij de aanpak van grote opgaven. Data stellen overheden in staat efficiënter te werken, dienstverlening steeds meer aan te sluiten op iemands persoonlijke situatie en helpen bedrijven nieuwe diensten en verdienmodellen te ontwikkelen. Acties: Het kabinet zet voortvarend in op het versterken en opschalen van een verantwoord en innovatief AI-ecosysteem in Nederland op basis van kansrijke strategische sectoren en maatschappelijke initiatieven, zo mogelijk in verbinding met de Ministeriële Taskforces. Ik stuur u binnenkort een Kamerbrief over de gevolgen van AI op ons concurrentievermogen en de nationale veiligheid. Het kabinet stelt € 120 miljoen beschikbaar voor Nederlandse deelname aan een IPCEI voor Artificial Intelligence (AI), om innovatieve AI-technologieën, infrastructuur en toepassingen te ontwikkelen en daarmee de Nederlandse en Europese AI-waardeketen, technologische soevereiniteit en concurrentiekracht te versterken. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kunnen hieraan bijdragen met kwalitatieve grensoverschrijdende samenwerkingen. Ik ondersteun de realisatie van de AI-fabriek in Groningen met rekenkracht en expertise voor ontwikkeling en toepassing van geavanceerde AI. Ook continueer ik de inzet voor meerjarige publiek-private innovatieprogramma’s via het Nationaal Groeifonds, zoals AiNed en NOLAI, en ICAI Labs binnen het Robust programma (NWO). We werken als één overheid samen met de interne ICT-dienstverleners, private en maatschappelijke partners via de NDS aan de versnellers voor het opschalen van bewezen AI-toepassingen, het komen tot uniforme en hanteerbare kaders voor AI en versterken van de rol van de overheid als innovatief en stimulerend opdrachtgever voor AI-oplossingen. We verkennen het realiseren van een hoogwaardige gedeelde AI-infrastructuur van de overheid. Ik ga verder met het ontwikkelen van een AI-marktplaats waarvoor recent Europees budget vanuit Digital Europe toegekend is in het kader van 'Apply AI: GenAI for public administrations'. Het kabinet draagt in vier jaar €2.4 mln bij aan dit project. Hiermee kan Nederland investeren in een EU-brede publieke platforminfrastructuur, waarmee overheden veilig en verantwoord generatieve AI-bouwblokken en toepassingen kunnen laten ontwikkelen. Binnen het Actieprogramma Duurzame Digitalisering[voetnoot 16] ondersteun ik initiatieven zoals vanuit de Nationale Coalitie Duurzame Digitalisering, om AI als innovatiemotor voor verduurzaming te gebruiken. Denk daarbij daarnaast ook aan de lancering van het private initiatief Neuromorphic Computing NL[voetnoot 17] om te bouwen aan energiezuinige AI. Het kabinet heeft de Internationale AI Strategie met uw Kamer gedeeld.[voetnoot 18] Samen met de minister van Buitenlandse Zaken zet ik mij in voor een veilige en verantwoorde AI-transitie door middel van gerichte diplomatieke inzet, nieuwe coalities en partnerschappen van gelijkgezinde landen, een zogenaamde middle power coalitie, en versterking van het AI-board, de Europese AI-capaciteit en infrastructuur. Samen met de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zet ik mij ter versterking van Nederlandse ecosystemen blijvend in voor innovatie- en handelsbevordering, met behulp van het wereldwijde postennet. Het kabinet werkt verder aan de uitvoeringswet en effectieve en efficiënte implementatie van de AI-Verordening, zodat toezicht adequaat geborgd wordt. Ik werk vanuit de Data Unie Strategie van de Europese Commissie aan het opschalen van data spaces, die het delen en hergebruiken van data tussen bedrijven en publieke instellingen faciliteren. Ook werk ik aan het verbinden van data spaces met private, publieke en wetenschappelijke datasets met de AI-fabriek door middel van het opzetten van data labs. Ik geef uitvoering aan de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en bekijk hoe de Nederlandse Digitaliseringsstrategie hierop kan versnellen. Met de IBDS wil het kabinet het potentieel van data benutten bij maatschappelijke opgaven op een manier die juridisch houdbaar, ethisch verantwoord en maatschappelijk uitlegbaar is. 3. Digitale autonomie van Nederland meer prioriteit De digitalisering van de maatschappij heeft ons afhankelijk gemaakt van een klein aantal technologiebedrijven. Deze afhankelijkheid vindt plaats in onze economie, samenleving en overheid. Statelijke en niet-statelijke actoren vinden steeds meer manieren om onze afhankelijkheden tegen ons te gebruiken, terwijl geopolitieke ontwikkelingen voor toenemende onvoorspelbaarheid zorgen. Om deze dreigingen zo veel mogelijk tegen te gaan is het nodig om onze digitale autonomie meer prioriteit te geven, onder meer via open source en open standaarden. Zo houden we grip op onze digitale infrastructuur en kunnen we onze democratische waarden borgen. Voor zover niet vermeld bij andere prioriteiten in deze brief, zoals autonomie bij inkoop, werk ik aan de volgende acties. Acties: Het kabinet steunt de ambities uit het Tech Sovereignty Package (TSP) van de Europese Commissie ten aanzien van open source[voetnoot 19] en Open Source Programmabureaus (OSPO’s). Hierbij wordt onder de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid ook het oprichten van een nationale OSPO en haar positionering in het CIO-stelsel verkend.[voetnoot 20] Ik nodig organisaties en bedrijven uit om OSPO's in te richten. We ontwikkelen in Europees verband digitale gemeenschapsgoederen[voetnoot 21], zodat we risicovolle strategische afhankelijkheden kunnen afbouwen. Nederland is als voorzitter van de Digital Commons EDIC (Europees Consortium voor digitale infrastructuur) goed gepositioneerd om gezamenlijke alternatieven te ontwikkelen. Het kabinet regelt met de uitvoeringswet voor de Cyber Resilience Act (CRA), die voorschrijft dat fabrikanten producten met digitale elementen cybersecure-by-design produceren, en deze de hele verwachte gebruiksduur veilig houden - met gratis veiligheidsupdates en een meldplicht bij ernstige beveiligingsincidenten of actief misbruikte kwetsbaarheden, het toezicht op de naleving hiervan. Het kabinet stelt financiering beschikbaar voor cybersecurity-innovatieonderzoeken in nauwe samenwerking met NWO en Digital Holland, waarin het principe ‘secure-by-design’ centraal staat. Denk hierbij aan de subsidie van ruim € 2.5 miljoen vanuit EZK van het Cybersecurity Innovation Fund voor het vergemakkelijken van migraties naar nieuwe, kwantumveilige encryptiealgoritmes, of een bijdrage aan de € 9 miljoen voor het wetenschappelijke programma ‘Nationale Wetenschapsagenda’ naar het (vanaf het ontwerp) weerbaar maken van digitale ecosystemen. Het kabinet zet bij de Europese onderhandelingen over de herziening van de Cyber Security Act (CSA) in op versterking van het Europese stelsel voor cybersecuritycertificering van ICT-producten, -diensten, processen en entiteiten, evenals op een risico-gebaseerd Europees kader om cybersecurityrisico’s in ICT-toeleveringsketens effectief en proportioneel te kunnen adresseren. 4. Hoogwaardige en weerbare digitale infrastructuur als strategische voorziening Een hoogwaardige en weerbare digitale infrastructuur is een voorwaarde voor het functioneren van onze economie, samenleving en overheid. De positie van Nederland als digitaal knooppunt staat echter onder druk door technologische ontwikkelingen, ruimtebeperkingen en actuele hybride dreigingen. Uitval of verstoring van digitale infrastructuur of het digitale verkeer leidt al gauw tot economische schade en maatschappelijke onrust. Ook overheden en maatschappelijke organisaties zijn kwetsbaar voor acute en langdurige uitval van ICT-diensten door hybride dreigingen.[voetnoot 22] Dat schaadt de stabiliteit en betrouwbaarheid van de overheid en brengt gegevens in gevaar. Nieuwe zeekabelaanlandingen dragen direct bij aan de veiligheid en weerbaarheid van de EU. Bestaande routes naar bijvoorbeeld Azië lopen door risicogebieden met beperkte redundantie en routediversiteit. Het is van belang om meer kabels aan te leggen onder Europees eigenaarschap. Rekenkracht- en datacentercapaciteit zijn belangrijke randvoorwaarden voor onderzoek en innovatie in Nederland. Zo stimuleert de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het versterken van de digitale onderzoeksinfrastructuur en in het bijzonder het waarborgen van rekencapaciteit door de investering in de opvolger van de nationale supercomputer.[voetnoot 23] Het kabinet werkt ook aan beschikbare, betrouwbare en betaalbare digitale connectiviteit. Voor draadloze communicatie, plaatsbepaling, jammen en waarnemingen is frequentieruimte nodig. Het kabinet streeft daarbij naar een maatschappelijk optimale beschikbaarstelling van de beschikbare frequentieruimte. Acties: Ik zet in op samenwerking in de Zeekabel Coalitie om de aanlanding van nieuwe strategische zeekabelroutes te stimuleren. Over de mogelijkheden van twee Trans-Atlantische kabels (de Arctische en Caribische route) wordt uw Kamer volgens uw moties respectievelijk met deze brief en begin 2027 geïnformeerd. Het kabinet maakt in lijn met het amendement Dassen c.s.[voetnoot 24] 18 miljoen euro vrij voor het zeebodemonderzoek voor de beoogde Nederlandse aanlanding van de pan-Arctische zeekabel.[voetnoot 25] Ik werk aan een meer geïntegreerde aanpak en een sterkere regierol voor de Rijksoverheid voor het ontwikkelen van datacentercapaciteit. Dat doe ik in samenspraak met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de minister van Klimaat en Groene Groei, medeoverheden en de sector. Dit najaar zal ik die aanpak met uw Kamer delen. Ik streef ernaar dat de uitvoeringswet van de Europese gigabitinfrastructuurverordening (GIA)[voetnoot 26] in het eerste kwartaal van 2027 in werking zal treden voor een soepele uitrol van gigabitnetwerken. Daarnaast zet ik in op vernieuwing van het Antenneconvenant. Ik werk aan verschillende projecten waarin de beschikbaarstelling van frequentieruimte in Nederland verder wordt geoptimaliseerd. Denk aan: het stroomlijnen van het frequentiebehoefteproces van het Ministerie van Defensie met het oog op de defensiegereedheid en het onderzoeken van de mogelijkheden om extra frequentieruimte voor landelijke en niet-landelijke draadloze netwerken (5/6G, en mogelijk ook wifi) vanwege de groeiende databehoefte van consumenten en zakelijke gebruikers. Daarnaast zijn er vele andere frequentiegebruikers die grote maatschappelijke waarde genereren en wier frequentiebehoeften ook vragen om inpassing in het nationale en internationale frequentiegebruik en daarom uiteraard deel uitmaken van de te maken keuzes. Ik zet met de Europese onderhandelingen over de Digital Networks Act (DNA) in op een toekomstbestendige digitale infrastructuur in de EU en het versterken van de digitale interne markt.[voetnoot 27] Ik verken voor Caribisch Nederland de mogelijkheden voor een gelijkwaardig digitaal voorzieningenniveau waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden op de eilanden. Samen met de bewindspersonen van Klimaat en Groene Groei versterk ik de relatie tussen digitaliserings- en de energietransitie om zo beide te versnellen. 5. Soevereiner op Cloud Cloud technologie en voorzieningen zijn in korte tijd onmisbaar geworden in onze economie, overheid en in onze samenleving. Het gebruik biedt grote voordelen en gebruiksgemak. Dit heeft echter ook geleid tot strategische afhankelijkheden van enkele grote niet-Europese cloudaanbieders. Dat brengt onder andere risico’s met zich mee op het gebied van beschikbaarheid, betrouwbaarheid van dienstverleners en eigenaarschap van gegevens. Mijn inzet richt zich op het versterken van onze digitale autonomie door risicovolle strategische afhankelijkheden af te bouwen en aanbod van Europese bodem te bevorderen. Open source en open standaarden spelen hierin een belangrijke rol. Acties: Ik zet in de tweede helft van 2026 vervolgstappen in de realisatie van de soevereine overheidscloud, en ik werk in ieder geval verder aan een proof of concept met open source als uitgangspunt.[voetnoot 28] Het kabinet heeft het cloudbeleid van het Rijk herzien[voetnoot 29] en daarmee de regels voor het gebruik van clouddiensten aangescherpt. Dit onder meer om de autonomie van het Rijk te versterken. Ik ga de komende tijd met de medeoverheden in gesprek om te komen tot een overheidsbreed cloudbeleid. Het kabinet zet daarnaast in op de mogelijkheden voor het vergroten van keuzemogelijkheden op het gebied van cloud via IPCEI CIS (Important Projects of Common European Interest). Ik steun een realistisch voorstel van de Europese Commissie, dat past binnen de kabinetslijn, tijdens de onderhandelingen dit jaar over de Cloud & AI Development Act[voetnoot 30]. 6. Vraag beter benutten: innovatief en stimulerend opdrachtgeverschap voor digitale technologie De (semi-)publieke sector is één van de belangrijkste afnemers van digitale diensten en technologie. Dat geeft de overheid de macht om veilige standaarden af te dwingen bij leveranciers en te sturen op security-by-design, zero-trust, soevereiniteit, open source, open standaarden en ketenveiligheid. Het kabinet wil als opdrachtgever innovatie stimuleren. Hierbij ligt de focus enerzijds op bundeling van inkoop bij projecten waar de overheid nu al behoefte aan heeft, zoals soevereine clouddiensten of AI-rekenkracht, en anderzijds op de ontwikkeling van innovatieve en verantwoorde digitale toepassingen zodat scale-ups in de Nederlandse (en Europese) techsector zich kunnen ontwikkelen en bijdragen aan ons toekomstig verdienvermogen. Het strategisch benutten van de inkoopmacht van de overheid is expliciet met behoud van de voordelen van een open markt. Nederland heeft veel baat bij een sterke en onafhankelijke Europese technologiesector, ook omdat dit bijdraagt aan ons toekomstige verdienvermogen.[voetnoot 31] In dit kader wordt in Europees verband ook gesproken over een mogelijk EU-voorkeursprincipe. Hierbij is het kabinetsstandpunt over een Europees voorkeursprincipe in publieke aanbestedingen dat met uw Kamer is gedeeld nog altijd relevant.[voetnoot 32] Acties: Ik geef samen met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit het Rijk overzicht en inzicht aan bedrijven en overheidsorganisaties over de ruimte die er bestaat voor digitale autonomie binnen de regels voor aanbestedingen en markttoegang. Tijdens de onderhandeling van de wetsvoorstellen in het Tech Sovereignty Package, zoals de Cloud and AI Development Act, zet ik samen met internationale partners in op het realiseren van praktische handvatten voor beslissingsvrijheid van inkopers, handzame soevereiniteitseisen en mogelijkheden voor innovatieve overheidsinkoop. Ik werk binnen de huidige capaciteit en middelen nauw samen met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de medeoverheden op de interventie IT-sourcing en bundeling inkoopkracht uit de NDS, zodat we alle overheidsorganisaties handvatten kunnen geven om te profiteren van het gezamenlijk inkopen van elkaars digitale diensten. We leren daarbij van koplopers, zoals verschillende gemeenten en SURF.[voetnoot 33] 7. Digitale identiteit en toegang voor burgers en bedrijven toekomstbestendig regelen Steeds meer mensen regelen hun zaken online. Daarom is het belangrijk dat zij zich veilig, betrouwbaar en eenvoudig digitaal kunnen identificeren. De Europese Digitale Identiteitswallets (EDI-wallets) maken dat straks mogelijk, zowel in Nederland als in andere EU-landen. Het gebruik van de EDI-wallets is vrijwillig. De herziene eIDAS-verordening verplicht lidstaten om ten minste één wallet uit te geven of erkennen. Nederland ontwikkelt een eigen publieke NL-wallet en werkt aan de voorbereidingen van het opzetten van het EDI-stelsel in Nederland (bijvoorbeeld uitgifte van Persoonlijke identificerende gegevens). Daarnaast zet ik in op de onderhandeling van de verordening Europese Business Wallets om veilige en interoperabele gegevensuitwisseling voor bedrijven mogelijk te maken. Hiermee worden (nalevings)kosten voor bedrijven verlaagd en wordt bijgedragen aan administratieve lastenverlichting. Acties: Om het gebruik van EDI-wallets in Nederland mogelijk te maken werkt het kabinet aan de inrichting van een betrouwbaar, veilig en privacy vriendelijk EDI-stelsel. Het kader hiervoor vormt de herziene eIDAS verordening en de nationale uitvoeringswet. Ik streef ernaar de uitvoeringswet eind 2026 ter consultatie te brengen. De ambitie is om ook private wallets, die gecertificeerd zijn, op termijn toe te laten. Hiervoor is naast de uitvoeringswet een aanpassing van de Wet digitale overheid nodig. Vanuit de Nederlandse belangen en positie werken we mee in de ontwikkeling van de Europese verordening tot het instellen van Europese Business Wallets. In navolging daarop zal nationale uitvoeringsregelgeving geïmplementeerd worden. Daarnaast geven we leiding aan het WEBUILD-consortium waarin door large scale pilots het ecosysteem rondom European Business Wallets wordt gebouwd. 8. Versterken en beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in onze digitale samenleving De digitale samenleving moet een veilige en gezonde plek zijn, waarin iedereen kan meedoen. Dat is het nu te vaak niet. Verslavende algoritmes, schadelijke content en gebrekkig toezicht ondermijnen welzijn en veiligheid. Ook heeft niet iedereen gelijke toegang, vaardigheden of vertrouwen om volwaardig deel te nemen aan de digitale samenleving. Een samenleving is pas echt digitaal sterk als iedereen kan meedoen. Ik vind het als coördinerend bewindspersoon belangrijk dat mensen mee kunnen komen in een digitale wereld. Specifiek om kinderen te beschermen voert dit kabinet een onlinekinderrechtenbeleid uit. De digitale publieke ruimte heeft unieke eigenschappen die het democratische debat online sterk kunnen beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan de ontwerpkeuzes van platforms en de rol van generatieve AI. Deze bepalen grotendeels welke informatie mensen te zien krijgen en hoe content gemodereerd wordt. Zo dragen op interactie gerichte algoritmen van populaire sociale media platforms bij aan de verspreiding en zichtbaarheid van schadelijke content. Hoewel AI-content slechts een klein deel is (circa 1,3%), bereikt het een groot publiek en heeft het 23 keer meer interactie dan berichten zonder AI.[voetnoot 34] Het huidige ontwerp van de online omgeving met commercieel gedreven algoritmische aanbevelingen maakt het ook mogelijk voor kwaadwillende actoren om onze democratie te beïnvloeden, het vertrouwen in instituten te ondermijnen en schade toe te brengen aan onze samenleving. Het kabinet wil dit aanpakken door het gebrek aan transparantie, ontoereikende contentmoderatie en online discriminatie te verminderen. We werken daarom aan een online publieke ruimte die past bij Europese democratische waarden, waarin iedereen op een veilige, toegankelijke en verantwoorde manier online kan meedoen aan het publieke debat. Acties: Om kinderen te beschermen is het kabinet voorstander van het instellen van een Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media met effectieve en privacyvriendelijke leeftijdsverificatie, zolang sociale media niet veilig zijn.[voetnoot 35] Het kabinet heeft hierover recent een non-paper gepubliceerd.[voetnoot 36] Het kabinet heeft daarnaast een onderzoek laten doen door de Universiteit van Amsterdam naar de juridische inrichting van een Europese minimumleeftijd.[voetnoot 37] Het kabinet zet ook in op het terugdringen van ongezonde schermtijd bij kinderen. Daarbij roepen we de hulp in van ouders via de publiekscampagne “Blijf in beeld”. De staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie is met de onderwijssector in gesprek om de landelijke afspraken over mobieltjes op scholen voor het huidige schooljaar, 2026/2027, aan te scherpen. Het streven is dat telefoons de gehele schooldag ‘thuis of in de kluis’ gaan, met de mogelijkheid tot noodzakelijke uitzonderingen. Uw Kamer wordt later dit jaar via een brief geïnformeerd over de uitkomsten van deze gesprekken. Ik zet actief in op een voortrekkersrol in de EU bij de totstandkoming van de Digital Fairness Act (DFA), waaronder de regulering van handelspraktijken in games en verslavend ontwerp (in-game aankopen).[voetnoot 38] Ik laat onderzoek doen naar de technische haalbaarheid, maatschappelijke wenselijkheid en juridische inbedding van mogelijke maatregelen gericht op platformontwerp en het aanpakken van schadelijke content. Ik verwacht uw Kamer hierover in de eerste helft van 2027 te kunnen informeren. In samenwerking met de minister van OCW en publieke en private mediapartijen ben ik voornemens te werken aan de verbinding tussen media- en technologiebeleid, uitmondend in een Mediapact tussen de overheid en sectorpartijen. De minister van OCW zal uw Kamer hierover informeren. Ik steun zowel experimenten als opschaling van verantwoorde online publieke ruimtes die gebruikmaken van soevereine alternatieven, zoals Mastodon en Voxit (voorheen Polis). Dit helpt om minder afhankelijk te worden van grote platforms. Ik verken hoe we de digitale weerbaarheid van burgers kunnen versterken, bijvoorbeeld via een digitaal noodpakket. Ik zal voor het tweede kwartaal van 2027 nader ingaan op de aanpak en beleidsinzet voor digitale inclusie, waarin ook duidelijk wordt hoe ik mijn coördinerende rol binnen het kabinet voor me zie. Het kabinet voert het plan van aanpak tegen online discriminatie onverkort uit.[voetnoot 39] Daarvoor start ik onder meer deze zomer met een maatschappelijke dialoog over online discriminatie, zowel online als op fysieke locaties. Ik wil meer grip krijgen op de invloed van AI op de online publieke ruimte door te investeren in onderzoek naar maatschappelijke effecten. Dit onderzoek start binnenkort en ik zal u in de eerste helft van 2027 nader informeren over de uitkomsten. Verder wil ik burgers gaan helpen AI gegenereerde content beter te herkennen. Hierover zal ik u begin 2027 informeren. 9. Uitvoeren van de prioriteiten in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) Om digitalisering effectief in te zetten voor een slagvaardige overheid, waarbij digitale autonomie centraal staat, willen we als één overheid versnellen. Deze noodzaak en urgentie wordt breed gevoeld en is ook meermaals door uw Kamer benoemd. De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) vormt de leidraad voor de versterking van onze digitale overheid en de interbestuurlijke samenwerking die daaraan ten grondslag ligt. In het uitvoeringsprogramma van de NDS zijn met alle betrokkenen stappen gezet en de eerste resultaten opgeleverd. Voorbeelden zijn de visie digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid en de succesvolle opschaling van AI-toepassingen zoals OmgevingsChat en Gemchat.[voetnoot 40] En bovenal, met de NDS is een beweging met energie in gang gezet waarmee overheidsbrede samenwerking steeds meer de norm wordt. Daarmee draagt de NDS invulling bij aan de in het coalitieakkoord geformuleerde ambitie van het kabinet om koploper te worden in de digitale wereld en stappen te zetten op het gebied van digitale autonomie, weerbaarheid en AI. In de Kamerbrief Stand van zaken Investeringsagenda NDS[voetnoot 41] is een eerste inzicht geboden in de kosten om de NDS te kunnen realiseren. Tegelijkertijd constateer ik dat er geen aanvullende middelen beschikbaar zijn. Dit betekent dat met de huidige dekking niet alle acties uitgevoerd kunnen worden op het ambitieniveau zoals uiteengezet in Kamerbrief Stand van zaken Investeringsagenda NDS. Als gevolg hiervan is het nodig om de aanpak van de NDS aan te scherpen en keuzes te maken, voor slimme realisatie op basis van de bestaande middelen. In de afgelopen maanden zijn in nauwe samenwerking met de betrokken overheden al stappen gezet in een aanscherping en prioritering. Door te prioriteren binnen de structuur van de NDS, houd ik vast aan de bestaande prioriteiten en interventies, maar maak ik scherpe keuzes over het ambitieniveau. De bestaande NDS-doelen dienen daarbij als stip op de horizon, maar ik maak keuzes welke acties afgeschaald, uitgesteld of op andere wijze aangepakt moeten worden. De jaarrapportage NDS zal hier inzicht in geven. Ook wil ik de komende periode samen met de betrokken overheden en publieke dienstverleners onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om wel voortgang te kunnen blijven boeken. Elementen die ik hierin wil meenemen zijn: 1. Slim gebruik maken van samenwerking met de markt en het benutten van bestaande kennis, capaciteit en innovatie binnen en buiten de overheid. Dit betekent dat de overheid niet alles zelf ontwikkelt, maar actief andere mogelijkheden verkent. 2. Verder wil ik wil samen met het Rijk, publieke dienstverleners en betrokken medeoverheden bespreken of de gezamenlijke inzet van mensen en middelen mogelijk en wenselijk is. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de opgaven op gebied van digitale weerbaarheid, Cloud en het verbeteren van overheidsdienstverlening. Hierin samen optrekken is effectiever en efficiënter dan wanneer elke organisatie dit afzonderlijk zou doen. Ook kijk ik naar het benutten van Europese fondsen (zoals het ECF), het versterken van samenwerking met interne dienstverleners en het aangaan van publiek-private samenwerking met marktpartijen. 3. Bijstellen van ambities. Activiteiten waar onvoldoende dekking voor is worden afgeschaald, uitgesteld of anders aangepakt. Dit betekent dat we scherpe prioriteiten moeten stellen en niet alle ambities op het gebied van digitalisering en AI gelijktijdig kunnen realiseren. Op het gebied van AI kunnen we een beperkt aantal toepassingen opschalen, waarbij uw Kamer eerder is geïnformeerd dat we ons focussen op zes toepassingsgebieden: productiviteit van ambtenaren, bezwaar en beroep, open overheid, publieke ruimte en leefomgeving, interactie met burgers en bedrijven en toegankelijkheid. Ook binnen deze gebieden zullen we keuzes moeten maken en zal er niet op elk toepassingsgebied opgeschaald kunnen worden. Wat betreft cloud kunnen we zonder extra centrale middelen de soevereine overheidscloud niet in productie nemen, maar kunnen we wél de realisatie van de overheidscloud voorbereiden. Dit doen we op basis van het opgestelde architectuurontwerp, met de gerealiseerde Proof of Concept als blauwdruk en waar mogelijk in samenwerking met de markt. Acties: Ik ben op dit moment in gesprek met de NDS-partners over de uitwerking van bovengenoemde voornemens. In de jaarrapportage NDS informeer ik uw Kamer nader over al bereikte resultaten, de stappen die we de komende tijd zetten, wat het bijstellen van de aanpak concreet betekent of, en op welke manier, de gestelde ambities doorgang kunnen vinden en de laatste stand van zaken betreffende financiering van de NDS. Met de jaarrapportage NDS ben ik voornemens om inhoudelijk uitvoering te geven aan de motie Kathmann[voetnoot 42] en de motie Vermeer.[voetnoot 43] Het tijdspad zoals geschetst in de motie Vermeer, namelijk om deze informatie voor Prinsjesdag te verstrekken, was echter niet haalbaar. Zoals ook aangegeven tijdens het WGO Digitale Zaken van 18 juni jl. zou ik daarmee het proces van afstemming met de medeoverheden en publieke dienstverleners doorkruisen. Ik verwacht de jaarrapportage NDS eind 2026 met uw Kamer te delen. 10. De Nederlandse Digitale Dienst In het coalitieakkoord is afgesproken dat we een Nederlandse Digitale Dienst oprichten. De Digitale Dienst versnelt de digitalisering van de overheid, borgt kwaliteit en vermindert onze afhankelijkheid van externe leveranciers. De dienst realiseert dit langs drie lijnen: een doorbraakfunctie op prioritaire projecten, het aanjagen van standaarden zodat de overheid meer als één werkt, en richtlijnen voor modern en verantwoord ontwikkelen en inkopen van IT. De startnotitie van de Digitale Dienst is op 17 juni vastgesteld in de Ministeriële Taskforce Slagvaardige Overheid. Deze heb ik bijgevoegd, zodat uw Kamer als verzocht[voetnoot 44] inzicht krijgt in de ambities en de tijdlijn van de oprichting van de Digitale Dienst. De Digitale Dienst werkt op drie prioritaire projecten die meerwaarde opleveren voor burgers, ondernemers en de overheid zelf: Fundament richt zich op een werkend ontwerp van een schaalbare, soevereine overheidscloud en is in lijn met het recent herziene rijksbrede cloudbeleid. MijnOverheid Zakelijk maakt het voor ondernemers eenvoudiger om zaken te doen met de overheid en vermindert zo de ervaren regeldruk. RegelRecht werkt uit hoe wetgeving kan worden vertaald naar uitvoerbare code, zodat de verbinding tussen een wet en digitale uitvoering directer wordt. Acties: De Digitale Dienst gaat via een test- en leeraanpak aan de slag langs de lijn zoals beschreven in deze brief en de met uw Kamer gedeelde startnotitie. In het najaar van 2026 kan op basis van wat er is geleerd een eerste beeld worden gegeven van wat wel en niet werkt; begin 2027 rapporteer ik uitgebreider over de geleerde lessen, waarna besluitvorming volgt over het uiteindelijke mandaat, de opdracht, de organisatievorm en financiering van de dienst. Hierbij neem ik de motie Zwinkels[voetnoot 45] mee. Samenwerking: over grenzen heen Zoals bovenstaande onderwerpen en acties laten zien vereist mijn coördinerende rol op digitalisering nauwe samenwerking, zowel binnen het kabinet als met ons bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Ik sluit aan bij de inzet van de minister van Economische Zaken en Klimaat op structurele economische groei en het verhogen van de productiviteit en weerbaarheid van onze economie. De staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid is beleidsverantwoordelijk voor digitale dienstverlening, open overheid en het identiteitsstelsel. Verder is hij stelselverantwoordelijk voor de digitalisering van de rijksoverheid en het bevoegd gezag voor de sector overheid voor de Cyberbeveiligingswet, en de minister van Justitie en Veiligheid is coördinerend bewindspersoon voor cybersecurity. Tenslotte werk ik samen met mijn collega bewindspersonen die verantwoordelijk zijn voor sectorale digitaliseringsopgaven, zoals defensie, onderwijs, zorg en landbouw.[voetnoot 46] Ik heb bijzondere aandacht voor de samenwerking met medeoverheden en publieke dienstverleners, met wie het Rijk steeds meer gezamenlijk als één digitale overheid optrekt. Ik zet de lijn die we samen in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie hebben ingezet, onverminderd voort: minder versnippering, meer versimpelen en samen zoeken naar hoe het wél kan. De samenwerking tussen alle overheden vormt hierin, samen met effectieve regie, de sleutel tot succes. Dit gaat ook om de samenwerking met de openbare lichamen in Caribisch Nederland. Daarnaast zet ik vol in op Europese en internationale samenwerking. Digitaliseringsbeleid is inherent internationaal van aard. De Europese Unie is hierin cruciaal: de schaal van de interne markt biedt kansen voor Europese digitale alternatieven en innovatie, en wet- en regelgeving is het meest effectief als deze voor de gehele Unie wordt gerealiseerd en gehandhaafd. Daarnaast steunen we de Europese Commissie onverminderd in het handhaven van Europese wetgeving. Buiten Europa versterken we de banden met gelijkgestemde en strategisch relevante landen via publiek-private partnerschappen, in een hechte samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook blijf ik actief in internationale organisaties, zoals de VN en de OESO, waar we onder andere inzetten op versimpeling en de-duplicering en het behoud van een open en veilig internet. Tot slot is samenwerking met bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties essentieel om met digitale economie en soevereiniteit aan de slag te gaan. Ik wil vanaf het begin samen met iedereen die de samenleving vormgeeft aan de slag om alle kennis en kunde te mobiliseren. Alleen dan kunnen we doordacht en gericht resultaat boeken. Daarom ga ik aan de slag met een Stakeholderoverleg voor digitale economie, overheid en samenleving, waarbij ik vier keer per jaar een gericht thema wil aanpakken. Financiering Met digitalisering investeren we in de toekomst van Nederland. De ambities in deze brief dragen bij aan een productieve en weerbare economie, een weerbare samenleving en een slagvaardige overheid. De implementatie van de acties kan vele jaren in beslag nemen. De genoemde acties in deze brief worden ingepast binnen de bestaande budgetten op de departementale begrotingen of de ambities worden bijgesteld. Dit kan scherpe keuzes vragen. Het kabinet wil hiervoor – naast generieke handels- en financieringsinstrumenten - aansluiten op al bestaande instrumenten: Generieke innovatie-instrumenten. Bestaande subsidies en fiscale maatregelen, zoals de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) en de Privaat-publiek samenwerking innovatieregeling (PPS), kunnen door ondernemers worden gebruikt voor onderzoek en innovatie waar digitale technologie onderdeel van is. De PPS-regeling kan bijvoorbeeld de twee digitaliseringssporen binnen de Nationale Technologiestrategie stimuleren. Innovatieve inkoop. De Rijksoverheid kan voor vraagzekerheid zorgen voor startups en bedrijven met innovatieve oplossingen vanwege het inkoopbudget voor ICT. Door dit budget strategischer in te zetten kan marktontwikkeling worden gestimuleerd waardoor er alternatieven kunnen ontstaan in sectoren waar nu risicovolle strategische afhankelijkheden bestaan.[voetnoot 47] [voetnoot 48] Door waar nodig in te kopen bij Europese bedrijven versterken we onze digitale economie waardoor het verdienvermogen wordt versterkt. Hierbij moeten we ook blijven kijken waar het samenvoegen van budgetten binnen het Rijk én met de medeoverheden kan leiden tot meerwaarde. Samen met de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige overheid zal ik deze rol effectief en strategisch inzetten. Europese (co)financiering. Door deel te nemen aan Europese programma’s voor onderzoek en innovatie kunnen kennisinstellingen, bedrijven en overheden in (grensoverschrijdende) samenwerkingsverbanden financiering ophalen voor strategische projecten. Vaak is nationale cofinanciering een vereiste, zoals bij Digital Europe, CEF Digital, EuroHPC en het nieuwe European Competitiveness Fund. Met nationale cofinanciering kunnen we partnerschappen sluiten en een stevige hefboom creëren. Nederland is hierin sterk: voor elke euro die wordt geïnvesteerd, komt twee euro naar Nederland terug. Zo hebben we via Digital Europe de afgelopen jaren €75 miljoen gealloceerd en geïnvesteerd op prioritaire onderwerpen uit de Strategie Digitale Economie. Ten slotte Nederland behoorde de afgelopen decennia tot de meest gedigitaliseerde landen ter wereld. En dat heeft ons veel opgeleverd. Het maakte onze economie productiever, brengt mensen dichter bij elkaar en stelt de overheid in staat inwoners en ondernemers sneller en beter van dienst te zijn. Maar onze welvaart, welzijn en relevantie is geen vanzelfsprekendheid. Dit vraagt om onze volle inzet op digitalisering die onze samenleving en economie verder helpt. Daarom voert het kabinet de regie op alle facetten van digitalisering vanuit een samenhangende digitaliseringsportefeuille. Daarbij blijft een goede samenwerking met het bedrijfsleven, medeoverheden, publieke dienstverleners, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties onmisbaar. Door gezamenlijk te investeren in de digitalisering van Nederland, zorgen we voor een sterke economie, slagvaardige overheid en een veilige en gezonde onlinewereld. De staatssecretaris van Economische Zaken, W.J.M. Aerdts Bijlage bij: Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1309 Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1366 Bijlage bij: Kamerstukken II 2023/2024, 36 259, nr. 21 Bijlage bij: Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1450 Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1392 Bijlage bij: Kamerstukken II 2023/2024, 33 009, nr. 140 Bijlage bij: Kamerstukken II 2022/2023, 26 643, nr. 925 Bijlage bij: Kamerstukken II 2022/2023, 30 821, nr. 178 Bijlage bij: Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1543 Bijlage bij: Kamerstukken II 2024/2025, 36 592, nr. 23 Kamerstukken II 2025/2026, 29 362, nr. 406 Kamerstukken II 2025/2026, 36 800 XIII, nr. 41 Hiermee geef ik uitvoering aan de motie van de leden Kathmann en Ceder (Kamerstuk 36 800 VII, nr. 72) en toezegging TZ202604-187 Kamerstukken II 2025/2026, 36630, nr. 3 Kamerstukken II 2025/2026, 29 826, nr. 277 en bijlage bij Kamerstukken II 2025/2026, 36 848, nr. 106 Bijlage bij: Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1436 https://nc-nl.nl/ - Neuromorphic Computing NL. Dit private initiatief wordt door BZ ondersteund. Bijlage bij: Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1543 Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4395 Een OSPO is bedoeld om interne belemmeringen voor opensource werken weg te nemen en bijvoorbeeld te ondersteunen bij de inkoop van soevereine digitale diensten. Verschillende organisaties en bedrijven, zoals het UWV, Siemens en Alliander, zetten OSPO's al succesvol in. Zie https://opensourcewerken.nl/blog/view/ea5e42ec-03e1-4efc-a46b-6a85c859e80c/de-tijd-van-vrijblijvende-ospos-is-voorbij Dit is in lijn met de Europese Economische Veiligheidsstrategie en de Tech Sovereignty Package van de Europese Commissie. Kamerstukken II 2024/2025, 29 362, nr. 388 Kamerstukken II 2025/2026, 31 288, nr. 1265 Kamerstukken II 2025/2026, 36 915 XIII, nr. 7 Hiermee is tevens uitvoering gegeven aan de motie Van den Berg c.s. (Kamerstuk 36800-VII, nr. 79), de motie Kathmann c.s. (Kamerstuk 22 112, nr. 4174) en toezegging TZ202604-184 over het informeren over de mogelijkheden voor een Nederlandse aftakking van de zeekabel op de Arctische route. Wetsvoorstel 36 942 BNC-fiche Kamerstuk 22112, nr. 4281 Het kabinet heeft de resultaten van de verkenning naar de realisatie van een overheidsbrede soevereine clouddienst aan uw Kamer verstuurd: Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1537 Kamerstukken II 2025/2026, 26 643, nr. 1541 Kamerstukken II 2025/2026, 22 112, nr. 4395 Standpunt inzake het Europees voorkeursprincipe in publieke aanbestedingen | Rijksoverheid.nl Bijlage bij Kamerstukken II 2024/2025, 21 501-30, nr. 680 SURF is de ICT-coöperatie van het Nederlandse onderwijs en onderzoek. https://www.heio.nl/wp-content/uploads/2026/01/260115-HEIO-Final-Report.pdf Voor de leeftijdsverificatie verkent het kabinet momenteel of de EU-blauwdruk app in Nederland geïmplementeerd kan worden of dat er andere mogelijkheden zijn voor implementatie van leeftijdsverificatie. Kamerstukken II 2025/2026, 22112, nr. 4435 https://open.overheid.nl/details/898e8718-ffd4-4ed1-a754-438768373722 Dit is opgenomen in het implementatiewetsvoorstel herziene richtlijn consumentenkrediet (CCDII). Kamerstukken II 2024/25, 30 950, nr. 461 Zo zijn in het afgelopen jaar 30 gemeenten aan de slag gegaan met Gemchat. Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1435 Motie Kathmann verzoekt de regering om nog vóór de verkiezingen met een voorstel te komen voor een investeringsagenda voor digitalisering – Kamerstukken II 2024/2025, 36 740 VII, nr. 21 Motie Vermeer verzoekt de regering om voor Prinsjesdag een overzicht te sturen waarin per onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie wordt aangegeven wat wordt uitgevoerd of uitgesteld en welke middelen daarbij horen. – Kamerstukken II 2025/2026, 36 945 VII, nr. 16. 2026Z15083. Motie Zwinkels verzoekt de regering om de Nederlandse digitale dienst zodanig in te richten dat deze beschikt over een duidelijk bestuurlijk mandaat en voldoende bevoegdheden om rijksbrede ICT-standaarden te bevorderen, kennis en expertise te bundelen, strategische leveranciersafhankelijkheden te adresseren en waar nodig departementsoverstijgende regie te voeren - Kamerstukken II 2025/26, 36 945 VII, nr. 9 Een voorbeeld betreft de recente Kamerbrief van mijn collega bewindspersonen van OCW over het versterken van de digitale autonomie in het onderwijs. Kamerstuk II 2025/2026, 32 034, nr. 83. https://www.acm.nl/system/files/documents/de-route-naar-digitale-autonomie.pdf https://research-and-innovation.ec.europa.eu/strategy/support-policy-making/shaping-eu-research-and-innovation-policy/new-european-innovation-agenda/innovation-procurement/benchmarking-innovation-procurement-investments-and-policy-frameworks-across-europe_en
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.