KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 26 januari 2026, over Begrotingsonderdeel Politie

5 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 544dc35659358230 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor hetjaar 2026Nr. 133 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 5 maart 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 26 januari 2026overleg gevoerd met de heer Van Oosten, Minister van Justitie enVeiligheid, over:–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026(Kamerstuk 36 800 VI);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.12 november 2025 inzake verslag houdende een lijst vanvragen en antwoorden (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 15);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.17 november 2025 inzake verslag houdende een vraag en eenantwoord (Kamerstuk 36 820 VI, nr. 6);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 21 janu-ari 2026 inzake uitwerking consequenties financiële situatiepolitie 2026 (Kamerstuk 29 628, nr. 1303).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,EllianDe griffier van de commissie,Burger kst-36800-VI-133ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1331 Voorzitter: EllianGriffier: Van TilburgAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Coenradie, Diederik vanDijk, Dobbe, Ellian, Faber, Michon-Derkzen, Mutluer, Straatman, Struijs enVan der Werf,en de heer Van Oosten, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 9.45 uur.De voorzitter:Goedemorgen, allemaal. Ik open deze vergadering van de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid. Op de agenda staat een wetge-vingsoverleg. Het is volgens mij de eerste keer dat we in deze commissieeen wetgevingsoverleg hebben over het begrotingsonderdeel Politie. Hetis mooi dat we dat doen. Bij de procedurevergadering vorige week, waarvelen van u aanwezig waren, hebben we de orde van deze vergadering aleen beetje doorgenomen met elkaar, omdat het de eerste keer is dat wedit zo doen en we dit debat wel moeten zien af te ronden voor de plenairebegrotingsbehandeling. In de procedurevergadering hebben wegewisseld met elkaar dat er uiteraard ruimte is voor discussie en debat– dat is de aard van een wetgevingsoverleg – maar ik wil u nogmaalsverzoeken om te proberen de discussies onderling, hoe verleidelijk ook,een beetje te beperken. Benut dit overleg vooral als Kamer tegenover deMinister. We moeten namelijk om 14.45 uur klaar zijn, in principe ook metalle moties. Hou daar dus alsjeblieft rekening mee; ik ga er ook streng optoezien bij lange interrupties onderling.De werkwijze van onze commissie is dat we de volgorde van zitplekaanhouden. Er zijn spreektijden doorgegeven. Ik ga die timen en als hetgoed is, weet u zelf uw spreektijd ook. Uiteraard gaan we daarnaschorsen, zodat de Minister zijn antwoord kan voorbereiden. Ik gaproberen om die schorsing meteen te combineren met een mogelijkheidvoor lunch. Interrupties hoeven niet beperkt te worden bij een WGO, maarik ga dat wel doen als ik zie dat het er te veel worden.Eén vraag van mijn kant: is er een inschatting van het aantal moties? Iksnap dat misschien niet iedereen dat nu wil zeggen, maar heeft iedereenmoties? Ik zie dat dat zo is en dat het er aardig wat zijn. Ik zit zelf voor tot13.00 uur, omdat ik namens jullie straks een boek in ontvangst moetnemen. Dat moet ik dan wel doen. Dan gaat mevrouw Coenradievoorzitten; dat is superfijn. Het is denk ik goed om met elkaar af te sprekendat we de tweede termijn reserveren voor het voorlezen van die moties.Dan kan er daarna geschorst worden en kan vervolgens de Ministerreageren. Zo gaan we het allemaal redden. We gaan er iets moois vanmaken.Uiteraard heet ik iedereen welkom die er is. Ik heet ook de Minister en zijnondersteuning welkom en iedereen die dit debat volgt.We beginnen met mevrouw Faber. Aan u het woord voor uw eerstetermijn.Mevrouw Faber (PVV):Dank u wel, voorzitter. Waar ooit respect en ontzag voor de politievanzelfsprekend waren, zitten wij nu op een hellend vlak van minachting,agressie en geweld tegen de politie, met als gevolg haat in de straat. Dewettelijke taken van de politie betreffen daadwerkelijk handhaving van derechtsorde en het verlenen van hulp. Maar wat je nu ziet, is dat deze takenvertroebeld worden door linkse hobby’s, terwijl er een groot tekort is aanmenskracht en financiële middelen.Zo wordt de politie gedwongen om mee te gaan in de klimaathysterie. Hetkorps moet een CO2-reductie van 95% realiseren. De politie geeft aan datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1332 dat een probleem is dat in de nabije toekomst kan leiden tot het nietkunnen uitvoeren van alle wettelijke taken. In plaats van dat de politiemeer agenten de straat op stuurt, breken zij zich het hoofd hoe dit zwartescenario te voorkomen en gaan zij zelf op zoek naar maatregelen ombijvoorbeeld netcongestie tegen te gaan. Maar dat is toch helemaal geenpolitietaak? En wat het allemaal kost? Ik heb geen idee; van dit politiekgecreëerde probleem wordt geen inzage gegeven. Ondertussen loopt delanglopende schuld op van 2,3 miljard tot 3,2 miljard in 2030. In hoeverreis er een verband tussen deze schuldenberg en het zinloze doel van 95%CO2-reductie in 2050? Dat is over 24 jaar, terwijl nú de mensen ’s avondshun hondje niet meer durven uit te laten, terwijl je nú zomaar afgetuigdkunt worden op straat, terwijl nú vrouwen en meisje worden lastigge-vallen. Dáár moeten middelen voor worden vrijgemaakt.Zo was in de media te lezen dat op IJburg, in de lieve stad Amsterdam,groepen tuig ’s avonds de straat domineren. Zij intimideren voorbij-gangers, steken scooters en auto’s in brand. Wat volgt: huizen, kerken?Bewoners smeken om permanent cameratoezicht, meer politie op straaten strenger optreden. Maar ja, daar zijn geen middelen voor. De onvei-ligheid in onze straten neemt toe en de politie geeft zelf aan – ik citeer –«het gebiedsgebonden politiewerk is nooit af.»Toch is dit alles geen belemmering om de gebraden haan uit te hangen inhet buitenland. Politiemensen die in eigen land broodnodig zijn, wordenop missie gestuurd naar landen als Mali, Libië en Somalië om de boeldaar op orde te brengen. Dat zou allemaal goed zijn voor de rechtsstaat-ontwikkeling. Gelooft u dat nu echt zelf? Laten wij eerst maar eens zorgenvoor de rechtsorde in eigen rechtsstaat.Voorzitter. De politie geeft zelf aan dat een van de toelatingseisen omagent te worden is dat je neutraal moet zijn in hoe je handelt en wat jeuitstraalt. Maar hoe serieus neemt de politietop de door hen gesteldecriteria? Zelfs op de Politieacademie worden iftars georganiseerd en komtburgemeester Marcouch graag preken. Laten we niet vergeten dat hijdegene was die pleitte voor een superstadsdeel Nieuw-West. «Er kan eenbloeiende moslimgemeenschap ontstaan», aldus Marcouch. Verder moetje als agent neutraal zijn in je handelingen. Je dient je eigen mening envooroordelen opzij te zetten. Dat klinkt allemaal goed op papier, maar depraktijk is weerbarstiger.De politie geeft aan nadrukkelijk te willen deelnemen aan het publiekedebat. Hiermee begeeft zij zich in de politieke arena. Dan krijg je datbijvoorbeeld een sectorhoofd van de politie Flevoland, Ben NassirBouayad, eens lekker losgaat op social media over het Gazaconflict. Hijgeeft aan: stil zijn is geen optie meer. En hij is o zo blij met de Rode Lijn.Dat is een stelletje antisemieten die dolgraag alle Joden de zee in willendrijven. Het gevolg was dat er op social media ruzie ontstond tussenprominente politiemensen. De politie is een uitvoerende organisatie enmoet zich verre houden van de politieke arena. En wil je dat wel, meld jedan aan bij DENK of zo. PvdA-GroenLinks is ook een goede tweede; daarkan je gewoon je hoofddoek ophouden. Maar er is veel meer aan de hand.Ben Nassir Bouayad zou ook betrokken zijn bij gelekte tapes over eenmogelijke aanslag op een synagoge.De voorzitter:Ja, een momentje. Mevrouw Faber adresseert GroenLinks-PvdA, dus iksnap dat daar een interruptie op komt.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Nee, ik wil het graag over de inhoud hebben. We hebben hier eenwetgevingsoverleg over de politie, en ik wil graag van de PVV, die een jaarterug nog regeringsverantwoordelijkheid had, het volgende horen. Zekerals je kijkt naar de tekorten die er nu zijn, in dit geval 46 miljoen oplopendnaar om en nabij 350 miljoen in 2030, willen zij de tekorten die de politieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1333 dit jaar ondervindt weg hebben? Gaat de PVV daarmee straks onsamendement steunen?De voorzitter:Dat is een concrete vraag.Mevrouw Faber (PVV):Ik moet eerst dat amendement nog eens goed bestuderen. Zoals ik al zei,kan er gewoon gesneden worden in die duurzaamheid. Ik bedoel: het ishelemaal niet inzichtelijk wat de kosten daarvan zijn. Dat vind ik al heelbijzonder. Ik kom er later in mijn betoog nog op terug waar we ook opkunnen bezuinigen.De voorzitter:Gaat u verder, mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):GeenStijl schrijft dat Ben Nassir Bouayad ook boven aan de bellijst vanmoskeebestuurders zou staan voor als zij informatie nodig hebben overde politie. Als klap op de vuurpijl heeft hij ook nog aangifte gedaan tegeneen democratisch gekozen volksvertegenwoordiger, Geert Wilders. Datzijn allemaal gedragingen die haaks staan op het eigen politiebeleid. Endat van een sectorhoofd, waarvan je een voorbeeldrol mag verwachten.Hoe kan het dat deze agent niet op staande voet is ontslagen? Graag eenreactie van de Minister.De voorzitter:Mevrouw Faber, een klein momentje. Ik heb even geluisterd. Ik laat hetaan de Minister hoe hij wil reageren. U noemt een sectorhoofd van depolitie een paar keer bij naam. Ik twijfel even. Ik weet dat dit voor de PVVeen vrij principiële kwestie is, maar de beste man kan zich niet verde-digen. Kunnen we afspreken dat u in het vervolg, ook straks in debat metde Minister, «het sectorhoofd van de politie Flevoland» aanduidt? Datraakt dan ook de medeverantwoordelijkheid van de Minister. Zouden wedat kunnen afspreken?Mevrouw Faber (PVV):Voorzitter, ik begrijp uw opmerking en ook de positie van de Minister,maar laten we wel zijn: deze man heeft er bewust voor gekozen om deel tenemen aan het publieke debat. Het is zijn eigen gedrag dat dit heeftopgeroepen. Dat punt wil ik toch ook wel maken. Het zijn gewoon zakendie beschreven zijn.De voorzitter:Mevrouw Dobbe?Mevrouw Dobbe (SP):Het gaat niet hierover, hoor. Ik wilde alleen even melden dat de livestreamhet niet doet.De voorzitter:Ai, dat is wel vervelend. Ik vermoed dat menigeen interesse heeft in ditdebat. Dat is vervelend. Kunnen we daar even naar kijken? Dank je wel, jebent geweldig, zeg ik tegen onze gewaardeerde ondersteuning.Terug naar mevrouw Faber. Dat is ook waarom ik het heb gelaten. Ik woonzelf in Flevoland, dus ik ben bekend met de publieke uitlatingen vanbetrokkene. Ik vind het ook niet gek dat u als Kamerlid vragen stelt aan deMinister. Ik zou het fijn vinden als we hem aanduiden als «sectorhoofdvan de politie Flevoland». Kunnen we dat afspreken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1334 Mevrouw Faber (PVV):Nou, voorzitter, ik wil eerst een punt van orde maken. Dat gaat niet over uof wat dan ook, maar als de livestream het niet doet ... Dit is wel een heelbelangrijk punt. Ik weet niet sinds wanneer die livestream het niet meerdoet, maar ik wil wel dat mijn verhaal ook in de openbaarheid komt.De voorzitter:Tuurlijk, tuurlijk. Ik wacht even op onze gewaardeerde ondersteuning. Ikvrees dat de buitenwereld hier nog geen kennis van heeft kunnen nemen.We schorsen even een momentje.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik ga de vergadering heropenen, want ik krijg diverse berichten binnen dater wel gewoon meegekeken kan worden. Ik krijg nu een bericht vaniemand die zegt dat hij kijkt via Debat Direct. We houden het goed in degaten. Als het op Debat Direct staat, kunt u natuurlijk later online uwbijdrage gebruiken. Kijkt u even waar u was, mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Even kijken, dit heb ik al gehad. Dat zijn allemaal gedragingen die haaksstaan op het eigen politiebeleid. En dat van een sectorhoofd, waarvan jeeen voorbeeldrol mag verwachten. Hoe kan het dat deze agent niet opstaande voet is ontslagen? Graag een reactie van de Minister.Dergelijk gedrag is een vrijbrief voor nog meer ongewenst gedrag. OpTikTok verschijnen agenten in uniform die geen Nederlands spreken. Erwas een tijd waarin je als agent op het matje werd geroepen als je thuiseen politieke poster voor je raam had hangen. Nu zitten agenten inuniform op hun knieën op een matje in de moskee. En zit je niet in demoskee, dan is de kans groot dat je terecht kan in de gebedsruimte op hetpolitiebureau. Wat is dat allemaal voor onzin? Waarom zijn die gebeds-ruimtes er? Graag een reactie van de Minister.De politie voert een diversiteits- en inclusiebeleid. Dat begint al bij dewerving van agenten. De gehele aanpak is gericht op een diversiteitsdoelvan 35%. Ondanks dat etnische minderheden in de watten worden gelegd,blijkt uit een WODC-onderzoek dat veel rekruten binnen drie jaar naafronding van de basisopleiding de politie al verlaten. Een onevenredighoog aantal hiervan heeft een migratieachtergrond. Studies en rapportenwijzen erop dat rekruten met een diverse achtergrond zich onvoldoendeherkennen in en erkend voelen binnen de politieorganisatie. Wat eenonzin. Er wordt al van alles gedaan om ze zich thuis te laten voelen.Ondanks al dat bidden en dat iftarren geeft een groot deel gewoon nietthuis. Dus, links-liberaal Nederland: pappen en nathouden werkt voorgeen meter. Het is de hoogste tijd dat er wordt geselecteerd op compe-tentie en niet op afkomst. Iedereen is toch gelijk voor de wet? Graag eenreactie van de Minister.Voorzitter. De politie streeft ook naar transparantie. Hoe kan het dan datvanuit het veld geluiden klinken dat onderzoeken inzake inclusie endiversiteit onder de pet zouden worden gehouden? Want blijkbaar ligt hetal gevoelig. Graag een reactie van de Minister.Voorzitter. De basisteams hebben een prominente rol binnen de politie enzijn dikwijls de brug naar de burger. De Minister geeft aan dat debezuinigingen voor het jaar 2026 betreffende basisteams buitenbeschouwing worden gelaten. Maar hoe zit het met de jaren erna? Graageen reactie van de Minister.Voorzitter, ik rond af. We zitten midden in een gezagscrisis en normver-vaging, waar links beleid en de hel van de multiculturele samenleving aanhebben bijgedragen, binnen en buiten de politie. De tijd van de-escalerenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1335 is voorbij. Het is tijd om orde op zaken te stellen, te beginnen met depolitie. Die moet niet de-escaleren, maar de-islamiseren.Tot zover.Mevrouw Van der Werf (D66):Dat was een kritisch en stevig betoog van mevrouw Faber. Ik ben welbenieuwd naar wat zij en haar partij de afgelopen twee jaar hebbengedaan om de problemen die zij hier benoemt op te lossen. En dan heb ikhet niet specifiek over asiel en migratie, want dat kwam vorige week aleven voorbij.Mevrouw Faber (PVV):Ik wil toch graag de collega erop wijzen dat de VVD aan de knoppen zat bijJustitie, ook toen wij nog deelnamen aan het kabinet-Schoof I. Ik denk dusdat u deze vragen aan de VVD moet stellen, zeg ik via de voorzitter.Mevrouw Van der Werf (D66):Als dat zo is, klopt dan mijn aanname dat de PVV, ondanks dat zij 37 zetelshad in de afgelopen periode en de meeste bewindspersonen mochtleveren, blijkbaar geen enkele invloed heeft uitgeoefend op het onderdeelJustitie en Veiligheid?De voorzitter:Mevrouw Faber, nog één keer.Mevrouw Faber (PVV):Die conclusie zou ik niet te snel trekken, want u weet helemaal niet wat erin de ministerraad is besproken. Dat kan ik ook niet zeggen, want dan hebik een probleem. Daar worden wel degelijk gesprekken over gevoerd,maar de details ga ik u niet geven, zeg ik weer via de voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Van der Werf, tot slot.Mevrouw Van der Werf (D66):Het kan niet allebei tegelijk waar zijn, natuurlijk. Of de PVV heeft een paarmooie dingen geregeld voor de politie en de veiligheid van Nederland, enkan dat dan ook hier opnoemen, of de PVV heeft het volledig aan de VVDgelaten, die daar volgens mevrouw Faber in heeft gefaald. Het is een vandie twee opties.Mevrouw Faber (PVV):Ik kan ook aanraden om eens het hoofdlijnenakkoord en het regeerpro-gramma te bestuderen, en die naast het verkiezingsprogramma van dePVV te leggen. Dan ziet u zeker overeenkomsten. Maar ik denk dat u dezevraag ook aan de collega van de VVD zou moeten stellen. Ik denk dat zedat zeer goed kan verwoorden. Tot zover. Hier heb ik niks aan toe tevoegen.De voorzitter:Helder. Ik kijk even rond. We gaan snel over naar de bijdrage vanmevrouw Michon namens de VVD. Het woord is aan u.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank u wel, voorzitter. We hebben voor het eerst een apart debat over debegroting van de politie. Ik wil dit WGO beginnen met een dankwoord aanalle politiemannen en -vrouwen. Ik vind het ongelofelijk mooi enwaardevol hoe zij professioneel dag in, dag uit hun werk doen. Ik heb zelfvoor oud en nieuw een dienst kunnen meedraaien en dat zit vervolgensweer tijden in mijn hoofd. Ik heb diep respect voor het werk dat de politieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1336 doet, ook achter de voordeur. Ze ruimen de rotzooi van onze samenlevingop. Je denkt dat je daar een goed beeld van hebt, maar als je ziet wat zijallemaal meemaken, dan kun je daar alleen maar diep respect voorhebben.Dat gezegd hebbende, gaat het vandaag over de begroting van de politie.Ik kan niet anders dan hier vaststellen dat het financieel beheer van depolitie een puinhoop is. Sorry, dat ik het zo moet zeggen, maar het is eenpuinhoop. We hebben jarenlang heel weinig zicht gehad op de begrotingvan de politie. Vorig jaar heeft mijn partij een motie ingediend, die breedgesteund is, om de begroting van de politie en de Politieacademie door telichten om zo meer zicht te krijgen op de financiën. Dat heeft geleid tot devaststelling dat men binnen de politie boven budget leeft. We hebben ineen brief gelezen dat er een tekort van 850 miljoen zou zijn in 2030. Ikmeen dat er intern 500 miljoen is gevonden. Er is dus nog een tekort van350 miljoen. De eerste 46 miljoen moet dit jaar gevonden worden. Ik vindhet heel vreemd dat we op een begroting van 8,7 miljard met een tekortvan 46 miljoen zitten, waarmee de politie heel bestuurlijk Nederland overde kling jaagt. Overal wordt gevraagd: kan er een autootje minder in denacht of kan er ergens een post dicht? Dat leidt natuurlijk tot een hooponrust.Voorzitter. Laat ik heel duidelijk zijn: het huidige budget van de politie van8,5 miljard is voldoende om de operationele sterkte te betalen. De politie,de korpsleiding, maakt andere keuzes en zet daarmee de burgemeestersen de Kamer voor het blok. Dat vind ik onacceptabel. Ik wil dat het gelddat we hier beschikbaar stellen voor de politie naar het blauw op straatgaat. Wat de VVD betreft wordt er op de operationele sterkte niet gekort,dit jaar niet, volgend jaar niet en de jaren daarna niet. Ik wil van deMinister horen hoe hij de 46 miljoen die we dit jaar zoeken, op een anderemanier kan vinden dan via het korten op het blauw op straat.Voorzitter ...De voorzitter:Een momentje, mevrouw Michon. Meneer Struijs heeft een interruptie.De heer Struijs (50PLUS):Ik heb een vraag aan mevrouw Michon. U zegt dat het een puinhoop is bijde politie als het gaat om het financieel beheer en bent een hartgrondigvoorstander van het doorlichten daarvan. Toen zat ik nog niet in de Kamer.Heeft mevrouw Michon in haar analyse ook meegenomen dat er bij destart van de nationale politie direct werd bezuinigd en dat er vervolgensheel veel ontwikkelingen waren? Kijk naar de criminaliteitsontwikkelingen.Er zijn meer verwarde personen en er is meer digitale criminaliteit.Kortom, ik zie terug dat er veel geld gespendeerd is om de maatschappijeen beetje bij te houden en om de burger veilig te houden op allerleidomeinen. Is dat ook onderdeel van de analyse van mevrouw Michon?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik ben het totaal met meneer Struijs eens. Hij refereert aan de start van denationale politie in 2012. Toen werden alle bedrijfsvoeringstakengeconcentreerd en zaten we in een financiële crisis. Toen is er ook eenbezuiniging bij de politie geweest, waar we nog jarenlang last van hebbengehad. Het is vreselijk dat dat destijds nodig was, maar van 2017 tot nu isde begroting van de politie van 5,5 miljard naar ruim 8,5 miljard gegaan.Er is in de afgelopen kleine tien jaar dus 3 miljard bij gekomen. Natuurlijkheeft de politie ook meer taken; daar doe ik niets aan af. Maar ik zeg in derichting van de heer Struijs dat het mij erom gaat ... Voor elke euro moetje keuzes maken, thuis en op het werk. Elke euro die we in de politiesteken, moet in eerste instantie gaan naar het blauw op straat, naar depolitie die ons veilig houdt en die je belt als je een politieman of -vrouwnodig hebt. Daar moet de prioriteit liggen. We hebben natuurlijk per regioTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1337 formaties. Per basisteam is er een formatie. Dat moet gevuld worden. Alser dan inderdaad nog een tekort is voor allerlei andere taken, dan moetenwe het erover hebben. Ik zeg richting de heer Struijs dat we het hier ookover hebben. We hebben namelijk een parlementaire verkenning overpersonen met verward gedrag gehad. We hebben het vaak over hetvoetbalgeweld en de demonstraties, waar zo veel politie bij nodig is. Ikvoel me dus ook verantwoordelijk om een antwoord te geven op al dietaken die, niet allemaal terecht, op hun bord komen. Mijn hoofdlijn is datik vind dat de begroting die wij hier voor de politie vaststellen primairnaar de mannen en vrouwen in operationele dienst moet gaan. Dat is mijnpunt.Mevrouw Straatman (CDA):Het CDA is het helemaal eens met mevrouw Michon dat de operationeleslagkracht van de politie niet geraakt mag worden, maar mijn vraag aanmevrouw Michon is wat haar definitie van operationele slagkracht is. Ikhoor u namelijk zeggen dat dat betekent dat er niet minder blauw opstraat mag zijn, maar bent u het met het CDA eens dat digitale enfinanciële experts ook direct maken dat het blauw op straat veel effec-tiever kan optreden? Wat is dan operationele slagkracht?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik heb het zelfs over operationele sterkte. Elk basisteam en elke regio heefteen formatie. Die hebben gewoon een aantal mensen op die formatiestaan. We kampen al jarenlang met een onderbezetting, want er wasenorme vergrijzing bij de politie. We hebben hier met elkaar in de Kamerde Politieacademie, de opleiding, verkort van vier jaar naar twee jaar, omervoor te zorgen dat er genoeg mensen in de basisteams terecht kunnenkomen. Heel lang was het politieke punt in deze commissie: hoe zit hetnou met het oplossen van de onderbezetting en kunnen we genoegmensen opleiden? Nu lijkt het wel alsof niemand meer überhaupt zijn bestdoet om de onderbezetting op te lossen en te realiseren dat de teamsgevuld worden. Dat vind ik gewoon verkeerd. Ik vind dat we dan metelkaar moeten afspreken dat we hele andere formaties gaan maken. Maarwe gaan uit van een formatie per basisteam en per regio. Dat moet gevuldworden. Natuurlijk, zeg ik via de voorzitter, heeft een wijkagent nu meereen digitale component in het werk. Dat is evident, maar we kunnen nietmakkelijk afstappen van het kader dat we met elkaar hebben geschetst,namelijk de mannen en vrouwen in de basisteams en de regio’s.De voorzitter:Mevrouw Straatman is eerst en ik zie dat mevrouw Dobbe en mevrouwMutluer ook een vraag hebben, maar de vragen en de antwoordenmoeten kort.Mevrouw Straatman (CDA):Ik zal het kort houden, voorzitter. In het beheerplan van de politie lees ikook dat de politie zegt dat ze met de veranderende criminaliteitsvormenook een gediversifieerder politiebestand nodig hebben. De basisteams zijndus steeds diverser en moeten diverser zijn. Begrijp ik mevrouw Michondus goed dat ze zegt dat er meer wijkagenten op straat moeten komen,maar dat die dan ook de middelen moeten hebben? Dat kunnen dan ookdigitale en financiële experts in de basisteams zijn, als onderdeel van deoperationele sterkte. Anders laat je de politieagenten de straat op gaanzonder de middelen om daadwerkelijk te kunnen acteren.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Kort antwoord: dat ben ik met mevrouw Straatman eens. De vraag hoe jemet het aantal agenten zo effectief mogelijk je werk kan doen en wat jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1338 dan anders moet doen, gelet op de veranderende samenleving, zou eeninteressante discussie opleveren.Mevrouw Dobbe (SP):Ik wil mevrouw Michon-Derkzen toch vragen wat zij de Minister nu preciesvraagt. Wij zijn het er hier met elkaar over eens dat er meer takenterechtkomen bij de politie. Vandaag was het nieuws dat er bijvoorbeeldmeer aangifte gedaan wordt van zedendelicten. Het is op zich goed datdat aantal stijgt, want als er geen aangifte wordt gedaan, betekent het nietdat het niet gebeurt. De taken nemen toe, bijvoorbeeld op het gebied vanzeden en online. De politie heeft al enorm zitten kijken naar hoe ze elkeeuro kunnen gebruiken. Het tekort van 850 miljoen hebben ze kunnenterugbrengen naar een tekort van 350 miljoen over een aantal jaren. Ditjaar is er inderdaad een tekort van 46 miljoen. U zegt dat de Minister datniet extra mag bijpassen, maar dat er ook geen blauw op straat magverdwijnen. We hebben een brief gekregen waarin een beetje omfloerststaat dat er – hoe noemde hij het nou? – «vacatureregie» moet wordentoegepast. Volgens mij is dat gewoon een vacaturestop. Dat betekent dater mensen verdwijnen, die vacatures niet worden ingevuld en politie-posten sluiten. Zegt mevrouw Michon-Derkzen nu dat dat niet maggebeuren?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Sterker nog, we hebben met de hele Kamer al gezegd dat dat niet maggebeuren. We hebben hier met de hele Kamer in een motie gezegd: metalle financiële uitdagingen die er zijn, gaan wij niet tornen aan deoperationele sterkte bij de politie, dus het moet ergens anders vandaankomen. Ook de korpschef heeft dat bevestigd. Ik meen dat het in eenhalfjaarbericht in 2025 was. In de meest recente brief van de Minister leesik, inderdaad, net als mevrouw Dobbe, omfloerste zinnen, als waren wijtoch gaan korten op de operationele sterkte. Daarom lijkt het me goed alsde Minister daar vandaag helderheid over geeft. Wat de VVD betreft gaanwe dat dus niet doen, niet nu, want dat deden we ook niet, dat willen ookniet en dat hebben we ook uitgesproken met elkaar. Het is dus goed omdat nog eens te bevestigen.Mevrouw Dobbe (SP):Inderdaad, want die moties hebben we hier in de Kamer aangenomen. Alsje de brief leest en de begroting bekijkt, zie je volgens mij dat die nietworden nageleefd. Ik zal daar zo meteen zelf ook naar vragen in mijnbijdrage. Maar wat nu als blijkt dat deze moties niet uitgevoerd kunnenworden zonder het absolute minimum dat de politie nu zegt dat bijgepastmoet worden, die 46 miljoen? Als die echt nodig is, geeft de VVD dan ookthuis?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Nu snijdt mevrouw Dobbe ook precies mijn frustratie aan, want wehebben dat zicht op de financiën van de politie niet. Ik kan dat dushelemaal niet beoordelen. Als de Minister zegt «het kan echt niet anders»,dan hebben wij niets in handen om dat te beoordelen. Sterker nog, die850 miljoen die dus op termijn te kort zou zijn bij de politie, die uit diedoorlichting komt, staat als getal in een brief vermeld, maar ik kanhelemaal niet beoordelen of dat inderdaad het getal is. Om maar wat tenoemen: de vakbonden hebben het nog steeds over een tekort van850 miljoen, maar ik lees via de Minister dat de korpsleiding het heeft overeen tekort van 350 miljoen. Alleen al dit enorme verschil maakt dat ik daaronrustig van word. Wij hebben dus als Kamer geen goed beeld van definanciën van de politie. Daarmee kunnen wij hier allemaal niet inschattenof die 46 miljoen inderdaad niet te doen is of goed te doen is. Dat kunnenwij niet inschatten, want die informatie hebben we niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 1339 De voorzitter:Tot slot, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Hoeveel waarde hecht de VVD dan aan de uitspraken van de politie zelf?Volgens mij gebruikt iedereen, ook de vakbonden, inmiddels het getal van350 miljoen, hoor, want bij die 850 miljoen is elk dubbeltje er al vanafgehaald, heb ik begrepen. Dan komen ze uit op het absolute minimum vandat bedrag, wat dit jaar uitkomt op 46 miljoen. De mensen in de uitvoeringzeggen: als dat geld er niet bij komt, krijgen we inderdaad te maken metvacaturestops – de Minister heeft dat ook in zijn brief geschreven – en methet sluiten van politieposten. Dat gaat nú gebeuren. Dan kunnen we nietwachten en dat nog eens een paar jaar lang helemaal doorlichten om tekijken wat er gebeurt, want dit gaat vanaf morgen gewoon gebeuren. Mijnvraag aan mevrouw Michon-Derkzen is nog steeds de volgende. Als wijdeze signalen krijgen van de politie, hoeveel waarde hecht zij dan aan watde politie en de uitvoering zelf zeggen, namelijk: dit geld is nodig?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik hecht er wel aan om te zeggen dat de bonden het nog steeds over850 miljoen hebben, zelfs na oud en nieuw. Dat leidde bij mij ook weer totonrust, want ik dacht dat we nu op 350 miljoen zaten. Dat getal is dus niethelder. Daar is geen eenduidigheid over. Het enige wat ik nu hoopvol vindals ik de stukken lees, is dat er nog overbezetting is in de bedrijfsvoeringen in staftaken. Ik zou dus zeggen: als er dit jaar iets moet gebeuren, moethet daar gebeuren en kan het niet worden ingelost uit de operationelesterkte, laat staan dat je daar nu een vacaturestop kan instellen. DeMinister en zijn voorganger hebben eerder ook gezegd dat de instroom bijde Politieacademie gewoon doorgaat. Er is dus geen sprake van hetontslaan van operationele agenten. Wat er gebeurt, is dat de onderbe-zetting niet wordt opgelost. Dat vind ik verkeerd. Dat vind ik een verkeerdegang van zaken. Ik hoop dat we vandaag de bakens wat dat betreft ietskunnen verleggen als Kamer, zodat we er in ieder geval voor zorgen datde operationele sterkte die we hier met elkaar hebben afgesproken, wordtopgevuld. Dan zeggen we: dat zijn de mannen en vrouwen waar wij voorstaan en waar de politie-euro’s volgens ons naartoe moeten gaan.De voorzitter:Dan ga ik naar mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Collega Michon-Derkzen begon haar bijdrage door te stellen dat het eenfinanciële puinhoop is bij de politie, zeker als het gaat om beheer. Latenwe even de hand in eigen boezem steken. Dit is niet iets nieuws. Laten weeerlijk zijn: collega Michon-Derkzen en haar partij hebben de afgelopenjaren regelmatig Ministers aangeleverd die de boel op orde moestenhouden. In het kader van zelfreflectie vraag ik: hadden de Kamer en deMinisters hiervoor niet nog beter en scherper toezicht moeten houden opde financiën? Ik wil graag even haar reflectie daarop horen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik vind dit een terechte vraag van mevrouw Mutluer. We hebben alsKamer vorig jaar de doorlichting gehad. We hebben het er ook vaker overgehad of we toe wilden naar een apart WGO over de begroting van depolitie of niet. Ik erken dus dat er bij velen van ons hier een soort onrustzat. Ik denk dat dat heel goed is geweest, want daardoor zijn we nu waarwe zijn en kunnen we vanaf hier de boel alleen nog maar weer verbeteren.Natuurlijk, over alles waar we niet tevreden over zijn, kunnen we zeggen:dat had beter gekund. Anders stonden we vandaag niet waar we staan.Maar ik hoop dat we dat nu ook gaan oplossen met elkaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13310 Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dit WGO is uiteindelijk tot stand gekomen nadat ik volgens mij twee jaarterug al het verzoek indiende om een keer apart over de begroting van depolitie te spreken. Je kan niet én roepen dat er meer blauw op straat moetkomen én nu de conclusie trekken dat het een puinhoop is en dat ze hetmaar zelf moeten gaan oplossen. Want ondanks het feit dat collegaMichon-Derkzen stelt dat er niet op de operationele slagkracht zou moetenworden bezuinigd, gaan we dat wel zien. Dat gaat namelijk gebeurendoordat er straks wordt bezuinigd op ondersteuning, staf en communi-catie. We kregen een brief van Oost-Nederland waarin zij stellen: wetrekken het al niet meer. Rotterdam en Noord-Nederland hebben precieshetzelfde probleem. Als we een gesprek hebben met de politieleiding,zeggen zij: als het zo doorgaat, kunnen er straks 3.000 agenten ontslagenworden. Hoe moet ik in dat licht de bijdrage van collega Michon-Derkzenbezien? Volgens mij gaat het echt ergens over en moeten we hierallesbehalve lichtzinnig mee omgaan.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik ben het totaal eens met mevrouw Mutluer. Die zorg deel ik totaal.Daarom vind ik het goed dat we hier vandaag bij elkaar zijn. Ik hoop datde Kamer zich eensgezind uitspreekt, vanwege de geluiden uit Rotterdam,uit Oost-Nederland en uit Noord-Nederland – die hebben we allemaalgezien en gelezen – en zegt dat de operationele sterkte in deze teams nietzal dalen en dat het budget voor de politie voldoende is. Laten we wel zijn:het budget dat we voor de politie hebben, is voldoende voor de operati-onele sterkte. Als je die als eerste financiert, dan kan je daarna dus dingenwaarschijnlijk niet meer doen. Dan moeten we hier dus met elkaarbepalen wat we niet meer doen. Maar je kan niet op voorhand zeggen– dat vind ik dus een verkeerde keuze – dat we moeten korten opoperationele sterkte omdat we een financiële kwestie hebben. Je prioriteitbij het inzetten van het politiegeld moet de operationele sterkte zijn. Daarsta ik voor, vandaag, morgen en overmorgen. Dat zal ik te vuur en tezwaard verdedigen.De voorzitter:Het laatste. Tot slot.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Tot slot. Je kan wel zeggen dat de operationele sterkte niet mag dalen,maar zonder daar financiën tegenover te stellen, zijn het in mijn belevingloze woorden. Is mijn collega het met mij eens dat er in ieder geval voordit jaar een oplossing moet worden gevonden voor dat tekort van46 miljoen? Zo komt er lucht. Dan kan men nadenken over hoe die«financiële puinhoop», zeg ik even tussen aanhalingstekens, opgelost kanworden. Die is de afgelopen jaren tot stand gekomen, mede door toedoenvan vele Ministers die aan de overkant van de zaal zaten, maar eigenlijkook door toedoen van de Kamer.De voorzitter:Dat is een beetje een herhaling, maar: mevrouw Michon, kort.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dan ga ik ook mijn antwoord herhalen.De voorzitter:Laten we dat niet doen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Het budget is voldoende voor de operationele sterkte. Dan kan jenatuurlijk ook dingen niet meer doen. Daarover moeten we het hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13311 Daarover wil ik het gesprek aangaan. Zolang er overbezetting is bijbedrijfsvoering en stafdiensten, zie ik ook een oplossing.De voorzitter:Gaat u verderMevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik vervolg mijn betoog, voorzitter.De voorzitter:Momentje, momentje. Er is nog een interruptie van meneer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik wil toch nog even in deze ronde reageren. Ik begrijp ontzettend goeddat mevrouw Michon natuurlijk niks kan zeggen over de formatiebespre-kingen, maar we mogen er toch wel van verzekerd zijn dat het belang vaneen sluitende begroting, of je dat nu doet via een herschikking van takenof dat er toch geld bij moet, hoog op de agenda staat bij de formerendepartijen?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Daar kan ik niks over zeggen, maar het spreekt voor zich dat mijn partij– «mijn club» wilde ik zeggen – zich altijd breed maakt voor veiligheid. Wehebben in het verkiezingsprogramma ook 1 miljard extra op veiligheidgezet. Dat zal dus, neem ik aan, in worden gebracht. Maar ik kan er verderniks over zeggen.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik snap het. Toch zet ik er een streep onder, omdat het wel echt bij deformatie hoort. Het grotere plaatje is natuurlijk als volgt. Misschien is erwel zo veel geld voor internationale veiligheid en defensie dat we eigenlijkgrote zorgen hebben of we het ook goed kunnen wegzetten. Het zal tochniet zo zijn dat we dan op de nationale veiligheid, het blauw op straat,moeten gaan beknibbelen?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik zal er alles aan doen. Ik hoop dat ik net heel duidelijk heb gemaakt datwe voor het blauw op straat staan. We «beknibbelen» daar niet op, zoalsde heer Van Dijk het noemde.De voorzitter:Nu gaat mevrouw Michon haar betoog afmaken.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja, voorzitter. Ik heb al veel gezegd over het tekort binnen de politie. Ikheb daar dus weinig zicht op. Ik lees de strategische visie Stevig staan eneen visie over de huisvesting van de politie, maar de koppeling metfinanciën ontbreekt. Dat is mijn bezwaar. Daar gaan wij namelijk over. Wijmoeten de begroting vaststellen, en ook de verantwoording van ditpublieke geld.Voorzitter. Hoe zitten we met het op orde krijgen van de onderbezetting? Ikheb een heel dik rapport gezien met een nieuwe verdeelsystematiek voornieuwe sterkte. Maar we hebben onderbezetting, dus wie heeft het nouover «nieuwe sterkte»? Daar begrijp ik helemaal niets van. We zijn tochmet elkaar bezig om de onderbezetting op orde te krijgen, zodat deformatie van elk basisteam en elke eenheid gewoon op 100% zit? Ik leesdingen over een krappe arbeidsmarkt, maar er is juist ontzettend veelenthousiasme om bij de politie te werken. Ik vind dat in dit geval dus eennon-argument.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13312 Opleiden. De Politieacademie heeft een monopoliepositie. We hebbendaar met elkaar een rondetafelgesprek over gehad. Ze zit natuurlijk aan demax. Is de politie dan ook daadwerkelijk bezig om op andere, creatieverewijzen mensen op te leiden? Bij de eenheden zelf gebeurt dat nu rondopsporing. Het komt moeizaam over, laat ik het zo zeggen. Ik denk juist: eris een tekort; zullen we dan in ieder geval de ramen en luiken openzettendoor mensen op een andere, nog steeds kwalitatief voldoende manier opte leiden?Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over het WODC-rapport «Met vereendekrachten?» Dat haal ik vaak naar voren. Het ziet ook op het opleiden, dat iknet al noemde. Hoe werkt de politie samen met private partners? Datbegint al met het opleiden. Wat is nu de agenda met private partners? Inhet laatste commissiedebat had ik het over winkeldiefstal, waarbij sprakeis van publiek-private samenwerking van een enorme omvang. Wehebben het eerder gehad over de samenwerking met private beveiligers.Het WODC-rapport «Met vereende krachten?» geeft aan dat er mogelijk-heden zijn. Welke agenda rolt daar nu uit, wil ik de Minister vragen.Tot slot, mijn laatste woorden. De fractie van de VVD vindt dus dat erprimair gekeken moet worden naar staf en bedrijfsvoering om diefinanciële plaat in evenwicht te krijgen. De operatie van de politie, hetblauw op straat, moet centraal staan. Diensten draaien op het gebied vanhandhaving en opsporing is de kerntaak van de politie. Daar moeten onzepolitie-euro’s naartoe. De operationeel opgeleide mensen die fit zijn,moeten dan ook diensten draaien om ervoor te zorgen dat ons land veiligblijft en veiliger wordt.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Faber heeft nog een interruptie.Mevrouw Faber (PVV):Ik had nog even een vraag over de opleiding. Ik dacht, ik laat mevrouwMichon-Derkzen eerst haar verhaal afmaken. Is mevrouw Michon-Derkzenhet met mij eens dat je moet rekruteren bij de Politieacademie op basisvan competentie in plaats van afkomst?Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Daar ben ik het mee eens. Het is ook een enorme selectie. Er zijn heel veelmensen die het willen en niet iedereen komt erdoorheen. Alleen mensendie die testen halen, worden toegelaten. En terecht.De voorzitter:Oké. Dan gaan we vliegensvlug door naar de eerste termijn van mevrouwMutluer namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Laat ik ook, traditiegetrouw, mijn waardering uitsprekenvoor de politie, want die is enorm. Juist omdat ik die waardering heel ergserieus neem, maak ik me steeds meer zorgen over de omgekeerde vraag,namelijk: zijn de politiemensen eigenlijk nog wel blij met ons, met depolitiek en met bestuurders die hun arbeidsomstandigheden bepalen?Want de samenleving verandert. De criminaliteit verandert mee. Dieverhardt, digitaliseert en wordt complex. Tegelijkertijd komt de zorg ophet gebied van onbegrepen gedrag te vaak bij de politie terecht. Ik zie ookonlinecriminaliteit exploderen, terwijl de politie en het OM werken metverouderde systemen. Bij ieder groot incident worden basisteamsleeggetrokken, met directe gevolgen voor de wijken. Dit alles gebeurt ineen organisatie die onderbezet en overbelast is, en waarvan in mijnbeleving de basis gewoon niet op orde is; dat zeg ik ook maar. Want deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13313 rek is eruit. Dat raakt uiteindelijk, hoe je het ook wendt of keert, slacht-offers. Precies daar wringt het: de opgaven groeien, maar de ruimtekrimpt.Ik ga het ook even hebben over de financiële tekorten, want die zijn nietmals. De tekorten kunnen oplopen tot 850 miljoen richting 2030. Als je dathoort, maak je je enorme zorgen. Voor dit jaar gaat het alleen al om46 miljoen euro. Ook wij stellen vast dat de Minister eerder heefttoegezegd dat de operationele slagkracht zou worden ontzien. Maar in derecente Kamerbrieven staat, bijna terloops, dat de voorziene personeleonderbezetting van 110 miljoen euro wordt opgevangen door hetniet-vanzelfsprekend 100% bezetten van de formatie. Ik vind dat deMinister gewoon eerlijk moet zijn: dat is bezuinigen op capaciteit. Hetopvangen van de Grijze Wolven verloopt al moeizaam bij de politie. Devoorgenomen nullijn zal ongetwijfeld ook de wijkagent raken. Als je gaatsnijden in ondersteuning, staf, communicatie en arbeidsvoorwaarden – ikdenk aan de PTSS-regeling of politieposten – dan raakt dat uiteindelijk deagent op straat.Wat mij bovendien grote zorgen baart, is de passage waarin staat datwanneer de personele onderbezetting lager uitvalt dan geraamd, erminder middelen beschikbaar zijn om financiële tekorten te dekken.Daardoor heb je dus een grotere begrenzing van de personele bezettingnodig. Plat gezegd: hoe groter het tekort, hoe kleiner de politiecapaciteit.Er zullen wellicht nu niet direct ontslagen vallen, maar het structureel nietinvullen van vacatures holt de politie sluipenderwijs vanbinnen uit. Zelfshet uitgangspunt dat de operationele slagkracht wordt ontzien, staat ookgewoon onder druk. Sterker nog, de politieleiding waarschuwt dat hetuitblijven van structurele oplossingen kan leiden tot wel 3.000 agentenminder. Ik zei het net al: dat is vooral het geval in de regio’sOost-Nederland, Noord-Holland en Rotterdam. Die voelen dat nu al. Ikvind dat gewoon onbestaanbaar.De Minister heeft gewoon beloofd: de operationele slagkracht binnen depolitie wordt ontzien bij noodzakelijke taakstellingen. Ook mijn vraag ishelder: wat is er nou eigenlijk van die belofte terechtgekomen? Hetgrootste probleem is dat de politie, de Minister, maar ook wij als Kamerweinig zicht hebben op de meerjarige keuzes in de politieformatie. Het iseen beetje een blackbox geworden. Niet voor niets roept de AlgemeneRekenkamer op tot een vervolgevaluatie van de Politiewet. Ik vraag deMinister of deze wet de politie nog wel voldoende ruimte biedt om deveiligheidsopgave van morgen aan te kunnen. Mijn antwoord daarop isoverigens vrij helder. Los van de verantwoordelijkheid van de politie omde basis op orde te brengen – die zie ik enorm – is er ook adequaat budgetnodig, want zonder randvoorwaarden is die waardering leeg. Daarom ligter ook een amendement van onze hand.Dan nog even iets over onlinecriminaliteit. De noodzaak tot vernieuwingzien we misschien wel het scherpst op het digitale vlak. De onlinecrimina-liteit groeit, met alle gevolgen van dien. Ik zie en lees dat met namejongeren te maken hebben met onlinecriminaliteit of -zedenzaken, terwijlde digitale weerbaarheid van de politie achterblijft. We lazen ook datRussische hackers vorig jaar de gegevens van 62.000 politiemedewerkersbuitmaakten. Daar was de politie voor gewaarschuwd, maar daar hebbenze weinig mee gedaan. Dat vraagt dus dat de politie de hand in eigenboezem steekt, maar het vraagt ook regie vanuit het kabinet. Zeker in eentijdperk van hybride dreigingen is verouderde ICT ronduit alarmerend.Daarom vraag ik aan de Minister, overigens ook op verzoek van het OM ende politie, hoe hij aankijkt tegen het instellen van een begeleidingscom-missie of een regeringscommissaris ICT voor de justitiële keten, die kanzorgen voor samenhang, tempo en structurele verbeteringen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13314 De voorzitter:Was mevrouw Mutluer al klaar? Nee? Ojee. Nee hoor, dat komt goed. Er iseen interruptie van mevrouw Michon.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik deel zeer met mevrouw Mutluer dat het onlinedeel de uitdaging is vanvandaag en de aankomende jaren. Maar is zij het met mij eens dat het ookgewoon een bevoegdhedenkwestie is? We zitten nu met een wetsvoorstelwaarbij de politie de bevoegdheid gaat krijgen om online informatie tevergaren vanuit open bronnen, want zelfs dat mag nu nog niet. Je gelooftdan toch eigenlijk je oren niet? We kunnen dus wel een regeringscommis-saris neerzetten, maar wat gaat diegene doen als we nog zo achterlopenmet de bevoegdheden die de politie heeft in het onlinedeel?De voorzitter:Een kort antwoord alstublieft, mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat de bevoegdhedendiscussie een andere discussie is. Je hebtgewoon te maken met ICT die zeer verouderd is. We zagen het recent bijhet OM toen alles een paar weken werd afgesloten omdat moest wordenuitgezocht of er sprake was van een hack of dat er iets anders wasmisgegaan. We zagen het ook bij de politie. Over het Wetboek vanStrafvordering zegt de justitiële keten dat ze het gewoon niet aankunnenals de ICT niet op orde is. Ik weet dat het heel lang duurt om iets aan tebesteden en voordat de ICT weer op orde is, maar die basis moet weleerst op orde zijn. Blijkbaar zijn ze daar zelf niet toe in staat, dus voor mijnpart ga je met hen in gesprek om te bekijken of dat ook op een anderewijze georganiseerd kan worden.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Heel kort. Dan begrijp ik het eigenlijk zo dat mevrouw Mutluer van meningis dat de politie de eigen ICT beter op orde moet hebben. Maar moet daardan een regeringscommissaris voor komen volgens mevrouw Mutluer? Ikbegrijp niet helemaal hoe zich dat verhoudt tot het zelf je eigen winkeltjeop orde hebben.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):De winkel is niet op orde, noch bij het OM, noch bij de politie, enmisschien zelfs ook niet eens bij de rechtspraak. Als je dat echt op ordewilt krijgen, dan moet je de regie pakken. Of de Minister die pakt of eenbegeleidingscommissie of een regeringscommissaris: I don’t care, als hetmaar gebeurt. Zo kan het namelijk niet verder, zeker niet als het Wetboekvan Strafvordering in werking treedt. Dan gaat het helemaal mis. Dat zienwe nu al met al die hacks die plaatsvinden. Uiteindelijk gaat het ten kostevan het werk van deze partners, en dus ook van mensen en slachtoffers.Dat kan niet meer. We leven in 2026! De ICT moet gewoon op orde zijn,zeker met de veranderde digitale samenleving.De voorzitter:Mevrouw Michon, tot slot. Houd het echt kort.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Tot slot. Als ik het goed begrijp, stelt mevrouw Mutluer hier voor dat hetop het gebied van ICT ook raadzaam kan zijn om de politie onder curatelete stellen. Dat is wat zij zegt: het kan me niet schelen hoe het gebeurt, alshet maar gebeurt. Dat kan volgens haar dus ook door externen gedaanworden. In de ogen van mevrouw Mutluer is het dus dermate ernstig dateen extern persoon of een externe organisatie de ICT bij de politie op ordeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13315 zou moeten komen brengen. Dat is in mijn ogen ondercuratelestelling.Klopt dat?De voorzitter:Klopt dat, mevrouw Mutluer?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik ga de woorden van mevrouw Michon-Derkzen van net, toen ze het hadover de puinhoop nu wat betreft het financiële beheer bij de politie, nietherhalen. Ik herhaal datgene wat zowel politiechef Knol als de heer Ottevan het OM recent in een artikel in de krant hebben geroepen. Zij zeiden:«Beste allen, ICT is een groot probleem. We zien digitale criminaliteittoenemen en wij zijn niet in staat om dat als organisatie goed te tackelen.Help ons daarbij en denk daarbij na over een eventuele regeringscommis-saris die ons daarbij kan helpen». Ik herhaal dus datgene wat zij hebbenvoorgesteld. Ik vraag aan de Minister hoe hij daartegen aankijkt. Het isprima als hij zegt dat hij de regie pakt, als het maar gebeurt.De voorzitter:We gaan straks zien wat hij zegt. Gaat u verder, mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, ik rond af. Ik heb nog één punt: de cultuurverandering. Alleswat we vandaag bespreken, raakt namelijk ook aan cultuur en leiderschap.De rapporten van Sorgdrager en Schneiders laten een patroon zien: zodrade druk afneemt, verslapt de uitvoering; cultuurverandering vraagtblijvende aandacht, niet alleen visitaties achteraf. Ik vind dat inspecties datniet alleen kunnen. Zij hebben namelijk gewoon een andere taak. Hoe gaatde Minister ervoor zorgen dat structurele monitoring en bijsturingplaatsvindt? Ook daar geldt weer de vraag of je dan externen of eenbestuurlijke commissie nodig hebt, die helpen om de boel weer vooruit tebrengen. Ook moet er vanuit de politie een takendiscussie worden gestart.Dat kwam ook nadrukkelijk aan bod toen we het gesprek hadden over deundercoverteams, de Landelijke Eenheid en leiderschap. Wat doen we welen wat doen we niet? Wat hoort bij de regio’s en wat moet je andersorganiseren?Voorzitter. Collega Michon-Derkzen heeft al het een en ander over deopleiding gezegd. Ook ik vind dat de Politieacademie weliswaar heteindniveau moet bepalen, maar dat dat niet de enige partij moet zijn diedat kan doen. We hebben namelijk gewoon opsporing en recherche nodig.Ook daarop wil ik graag een reactie van de Minister.De voorzitter:Okido. Meneer Van Dijk, met een interruptie.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik heb een korte, verhelderende vraag voor mevrouw Mutluer. Ik begreepuit de amendering dat GroenLinks-PvdA zegt dat er geld bij moet.Tegelijkertijd viel me op dat er voor een deel overlap zat tussen debijdrage van GroenLinks-PvdA en de VVD, in die zin dat u zich allebeibeklaagt over de ondoorzichtigheid en de mist rondom de organisatie enhet geld. Mevrouw Michon zegt heel stellig dat er genoeg geld is voor deoperationele sterkte. Daar kun je vragen bij stellen, maar de keerzijde isook waar. Als er namelijk zo veel ondoorzichtigheid is, hoe weet mevrouwMutluer dan dat er wel fors geld bij moet?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Als u het amendement goed leest, dan gaat het om het tackelen van46 miljoen euro voor dit jaar. Ik ben van mening dat er inzicht moetworden verkregen. Je moet de politie even lucht geven om te kijken watTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13316 wel en niet kan. Je kunt nu dus niet rücksichtslos, niet zomaar, zeggen datje akkoord gaat met die 46 miljoen, omdat dit heel veel consequentiesheeft en een grote impact heeft op de politieorganisatie. Ik zei net al datdit ten koste gaat van ondersteuning, van regelingen voor PTSS en vanregelingen om digitale criminaliteit op te sporen. Dat vind ik onverant-woord. Laten we dus eerst met elkaar gaan zitten en bekijken of we heteen en ander inzichtelijk kunnen krijgen. Geef de politie even wat lucht endan kijken we over een jaar wel verder. We moeten echter niet nu alzeggen dat we gaan korten. Ik denk namelijk dat je daarmee meerkapotmaakt dan je denkt. Daarom dien ik dit amendement in en ik hoopop steun daarvoor van de heer Van Dijk. Ik hoor buiten de microfoon nogeen uitdrukking, maar dat is een andere. Ik ben briljant in uitdrukkingen.De voorzitter:Daar gaan we het nu niet over hebben. We gaan door naar de eerstetermijn van mevrouw Coenradie. Zij spreekt namens JA21.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. Vorige week spraken wij hier over geweld tegen hulpverleners.Ik zeg het maar direct: dat debat was voor mij ronduit teleurstellend, nietvanwege de Kamer, maar vanwege de beantwoording van de Minister. DeMinister sprak over voldoende instrumentarium en lopende trajecten,maar de politiemensen hoorden geen urgentie, geen daadkracht en geenerkenning. De Minister zei dat hij pal achter de politie staat, maarpolitiemensen zagen een Minister die op afstand bleef. Wat ik zag, wasgeen leiderschap. Wat ik hoorde, was geen beheer. Wat ik miste, was eenMinister die begrijpt wat er nú nodig is. De dag na dat debat werd mijdoor meerdere mensen gevraagd: en, wat gaat er nu veranderen? Mijnantwoord was pijnlijk simpel: niks, nada, niente!Voorzitter. Dat is misschien wel het hardste oordeel over het optreden vande Minister. Hij is het niet oneens met de Kamer, maar er ontstaatsimpelweg geen beweging. We hebben een Minister die zegt dat hijvertrouwen heeft in de politie, maar dat vertrouwen niet vertaalt naarruimte, middelen of rugdekking, terwijl 65.000 politiemensen dagelijks vandeze Minister verwachten dat hij hen ziet, steunt en beschermt. Preciesdaarom is dit overleg zo cruciaal.De Politiewet is gedateerd. De wet is gebouwd op het uitgangspunt datveiligheid gelijkstaat aan aantallen: meer blauw op straat, meer formatie,meer mensen. De Minister zegt echter zelf steeds dat de wereld verandert,dat criminaliteit digitaliseert en dat dreigingen complexer worden. Dan isde vraag: waarom is de wet die onze politie moet ondersteunen nietmeeveranderd? De realiteit is dat veiligheid vandaag niet alleen wordtvergroot door meer agenten, maar juist door de slimme inzet vantechnologie, data-analyse en cybercapaciteit. Maar wanneer de politie opverzoek van de politiek meer inzet moet plegen op cybercriminaliteit,wordt zij belemmerd door een financieringssysteem dat vastzit in formatiein plaats van dat het gericht is op effectiviteit. De Minister zegt vertrouwente hebben in de politie. Waarom vertaalt dat vertrouwen zich dan niet inautonomie? Waarom mag de politie niet zelf bepalen hoe middelen hetbeste kunnen worden ingezet om veiligheid te realiseren? Is de Ministerbereid de Politiewet te moderniseren?Voorzitter. Dan de praktijk op straat. De Minister zegt dat hij agentenruimte wil geven, maar het handelingskader van de politie vertelt eenander verhaal. Dat kader is de afgelopen jaren alleen maar dikkergeworden: meer regels, meer uitzonderingen, meer juridische indekking.Agenten geven aan dat zij, als zij zich zorgvuldig willen voorbereiden opbijvoorbeeld een fouilleeractie, verdwalen in instructies. Dat is geen steun;dat is verlamming. Dat sijpelt door op straat. Kwaadwillenden,relschoppers, criminelen: ze voelen gewoon de ruimte. Vertrouwen in depolitie begint met minder regels voor de politie, met een handelingskaderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13317 dat uitgaat van vakmanschap en professionele oordeelskracht in plaatsvan wantrouwen en micromanagement. Vorige week sprak ik een agentuit Utrecht. Agenten krijgen daar de opdracht om bepaalde wijken zo veelals mogelijk te vermijden, omdat handhaving en aanhoudingen tot onrusthebben geleid. Dat is geen gezag; dat is terugtrekken. Dat is het failliet vanhet geweldsmonopolie. Wat vindt de Minister van zulke ontwikkelingen?Wil de Minister samen met de politie het handelingskader herzien, met alsuitgangspunt vertrouwen in expertise, vakbekwaamheid en bovenalminder regels?Dan de financiën. De Minister stelt dat er dit jaar een tekort van46 miljoen euro is, oplopend tot 350 miljoen, maar dat dit beheersbaar isen dat de operatie wordt ontzien. De politie zegt echter iets anders. Zijwaarschuwt dat bezuinigingen onvermijdelijk voelbaar worden op dewerkvloer. Wie spreekt hier nou de waarheid? Hoe kan het dat de woordenvan de Minister en de politie zo ver uiteenlopen? Hoe vaak spreekt deMinister hierover met de politieleiding en met de agenten op dewerkvloer? Waarom lukt het niet om tot één gedeeld en realistisch beeldte komen? Als de Minister zegt dat alles onder controle is, terwijl de politiezegt dat de rek eruit is, dan is dat geen nuanceverschil; dan is dat eenbestuurlijk probleem.Dan de inzet van het leger ter ondersteuning van de politie en haar taken,los van de KMar. In België wordt gewerkt aan wetgeving om dit mogelijkte maken. Is het kabinet bereid om dit voorbeeld te volgen of op z’n minstdeze optie te onderzoeken? Kijkt men überhaupt met een schuin oog naarwaar België mee bezig is? Zo niet, waarom niet?Tot slot nog een actualiteit. Deze week kwam ook naar buiten dat deoud-Griffier van de Tweede Kamer die onder vuur kwam te liggenvanwege het achterhouden en verwijderen van informatie in deArib-lekaffaire, stilletjes is vertrokken uit de politietop, maar wel aanblijftals goedbetaalde adviseur, terwijl onze politiemannen en -vrouwen opstraat op non-actief worden gesteld bij vermoedens van onbehoorlijkgedrag. Dat roept een ongemakkelijke vraag op: welke geloofwaardigheidheeft het integriteitsbeleid van de overheid als bestuurlijke misstappenaan de top niet tot consequenties leiden, maar tot een zachte landing?Tot zover.De voorzitter:Even kijken: zijn er interrupties? Oké, jongens ... Een korte. MevrouwStraatman was eerst, dacht ik.Mevrouw Straatman (CDA):Ik ben het helemaal eens met het betoog van mevrouw Coenradie dat ermeer flexibiliteit in de politieorganisatie moet komen om in te spelen opde veranderende vormen van criminaliteit. Vindt mevrouw Coenradie danook dat de politiek wat voorzichter moet zijn met het oormerken vangelden? Je hoort namelijk ook van de politieorganisatie dat wij als politiekvaak potjes geld oormerken, bijvoorbeeld voor de zedenpolitie of anderevormen, terwijl de politie eigenlijk wil inspelen op lokale punten en niet teveel gebonden wil zijn.Mevrouw Coenradie (JA21):Laat ik even vooropstellen: als wij een heel goed idee hebben met z’nallen, bijvoorbeeld ten aanzien van PTSS, waarvan wij als Kamer willendat het uitgevoerd wordt, dan moeten we daar vervolgens ook demiddelen voor beschikbaar stellen. Mevrouw Straatman was ook bij hetbezoek aan de politietop, vorige week. Daar werd gezegd: ja, we willen ditmet de beste wil goed uitrollen en we geloven in een goede nazorg voorde politie, maar we hebben de middelen eigenlijk niet volledig. Dat gaatover tientallen miljoenen. Ik vind dat we heel scherp moeten kijken naarhoe wij onze moties indienen en daarbij vooral het doel met de middelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13318 moeten bedienen, want anders zijn het eigenlijk gewoon lege hulzen voorde politie.Mevrouw Faber (PVV):Ik hoorde mevrouw Coenradie over het inzetten van het leger. Volgens mijkan ik daaruit concluderen dat JA21 daar een voorstander van kan zijn. Alsdat zo is, denk ik dat zij de motie die de PVV heeft ingediend gaat steunen.Is dat juist?De voorzitter:Er is een motie ingediend ...Mevrouw Faber (PVV):... over het inzetten van het leger.De voorzitter:Oké. Die dient u nog in, of is die al ingediend?Mevrouw Faber (PVV):Volgens mij is die afgelopen woensdag ingediend.De voorzitter:Oké, dan hebben we dat even helder voor iedereen. Er ligt een motie vande PVV over het inzetten van het leger. Mevrouw Coenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik denk dat het goed is dat het leger in ieder geval de bevoegdheid heeftom de politie te ondersteunen indien dat nodig is. Ik moet nog even goednaar die motie kijken, maar als dat is wat de motie zegt – wij zetten hetleger in ter ondersteuning van de politie als dat nodig is, bijvoorbeeld bijeen jaarwisseling, bij demonstraties of op andere momenten – dan zou ikdaar inderdaad een voorstander van zijn. Zo is dat nu ook in Belgiëgeregeld. Daarvoor ontbreekt nu alleen de juiste wetgeving, het mandaat.Dat is wel iets waarover ik vragen heb aan deze Minister. Is de Ministerüberhaupt bereid om daarnaar te kijken en worden daar ook al gesprekkenover gevoerd met België?De voorzitter:Dan gaan we naar mevrouw Van der Werf voor haar eerste termijnnamens D66.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. Twaalf jaar geleden begon ik hier in Den Haag alsgemeenteraadslid. Mijn eerste prachtige portefeuille was toen veiligheid.Ik zie mevrouw Michon glimlachen, want wij zijn daar samen aan de slaggegaan op het onderwerp politie. Hoewel dat nog steeds een onderwerpis dat ons allemaal in het hart raakt, is het mij de afgelopen twaalf jaaropgevallen hoe ongelofelijk moeizaam het is om inzicht te krijgen in depolitieorganisatie en daarin bijvoorbeeld via moties of amendementeneen verandering voor elkaar te krijgen bij het ministerie. Verzoeken envoorstellen van deze Kamer, die soms van links tot rechts wordengedeeld, blijven gewoon heel lang liggen.Voorzitter. Een voorbeeld daarvan dat ook raakt aan de discussie die net alvaker werd gevoerd, is een motie die ik samen met mevrouw Helder hebingediend. Helaas zit zij niet meer in deze Kamer, maar ik denk datiedereen haar nog wel kent. In 2022 hebben wij een motie ingediend metverzoek het begrotingsartikel van de politie uit te splitsen, omdat politiciheel lastig kunnen zien wat er nou precies gebeurt met de om en nabij8 miljard die de organisatie krijgt. Deze motie is echter nog niet uitge-voerd, terwijl de daarachter liggende wens om de Kamer meer transpa-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13319 rantie te geven gelet op het begrotingstekort en alle discussiedaaromheen buitengewoon actueel is. Hoe kan de Kamer het begrotings-tekort nou beoordelen als zij niet weet waar het nu beschikbare geldnaartoe gaat? Welke mogelijkheden ziet de Minister om de Kamer daarinmee te nemen, om die benodigde informatie wél te verstrekken?Voorzitter. Een andere breed aangenomen motie van mij wacht ook nogsteeds op uitvoering, namelijk de motie over het opstellen van een nieuweverdeelsleutel voor de politie. De Minister heeft het onderzoek naar eennieuw verdeelmodel naar de Kamer gestuurd. Daaruit blijkt dat ditinderdaad geactualiseerd moet worden, want in sommige regio’s, zoals inhet oosten, waar ik zelf geboren en getogen ben, zijn de aanrijtijdengigantisch en is de spoeling heel dun. Er is echter geen informatie waaruitblijkt of en wanneer een nieuwe verdeelsleutel wordt geïmplementeerd,terwijl wij daar al met het kabinet voor dit demissionaire kabinet meebezig waren. Welke stappen onderneemt de Minister om nu daadwerkelijkdoor te werken aan het Besluit verdeling sterkte en middelen politie?Voorzitter. Een ander punt dat raakt aan transparantie en sturing isprioritering. Er komen vanuit deze Kamer heel veel wensen, van links totrechts, voor waar de politie aandacht voor moet hebben. Maar vaak wetenwij niet ten koste van wat dat zal gaan, want die informatie hebben wijook niet. Natuurlijk kun je er suggesties voor doen. Die hebben wij ookgedaan, maar het is onduidelijk wat daar daadwerkelijk van terechtkomt.De gesprekken over de nieuwe veiligheidsagenda zijn van start gegaan. Erligt een wens van mij, en ik denk ook van meerdere collega’s, om in hetveiligheidsbeleid meer aandacht te geven aan femicide en huiselijkgeweld. Kan de Minister aangeven of hij deze onderwerpen actief betrektin de gesprekken over de veiligheidsagenda? Als hij dat niet doet, is hijdan bereid om die wens mee te nemen?Voorzitter. Wij hebben het vandaag vooral over de financiën, maar ik wilook aandacht houden voor een veilige werkcultuur binnen de politie zelf.Het verleden leert dat misstanden snel zijn gemaakt; denk aan het werkenonder dekmantel. De politie is een log schip dat niet zomaar gekeerd is.Hoe zorgt de Minister ervoor dat we ook binnen de vele opgaven die er nuliggen, aandacht houden voor de menselijke kant van de politieorgani-satie? Wij hebben het volste vertrouwen in de mensen die voor ons destraat op gaan. Zij staan elke dag voor ons op de bres. Ik wil hen daar echtvan harte voor bedanken, maar ik denk ook dat die dankwoorden leeg zijnals we er niet voor zorgen dat deze mensen op een goede manier samenkunnen werken.Voorzitter, dank.De voorzitter:Mevrouw Mutluer, kort.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Collega Van der Werf heeft ook de bijdrage van de VVD gehoord. D66 is degrootste partij en is aan het formeren. Is collega Van der Werf het eensmet haar VVD-collega dat er geen geld bij moet en dat de politie het geldvoor de tekorten waar ze mee van doen hebben maar binnen de eigenorganisatie moet vinden? Of kunnen we verwachten dat er bij de formatiewel wat middelen daarvoor vrijkomen?Mevrouw Van der Werf (D66):Ik heb de collega van de VVD niet horen zeggen dat er geen extra geld bijmoet komen. Ik vind dat dus een vreemde conclusie die mevrouw Mutluerhier nu trekt. Wat ik de VVD-collega heb horen zeggen, is dat er betergeprioriteerd moet worden en dat voor haar blauw op straat daar zwaar inweegt, om het maar even samen te vatten. Wat ik daar zelf aan toe wilvoegen, is iets wat collega Straatman hier ook al stelde, namelijk dat jeniet zo makkelijk kunt stellen dat je twee categorieën hebt binnen deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13320 politie: blauw op straat dan wel blauw achter een bureau. De nieuwecriminaliteit en uitdagingen die er zijn, vergen namelijk ook andereexpertises, andere manieren van opsporing en een ander soort mensendat daaraan kan werken. Ik denk dat we heel goed moeten kijken welkbedrag de politie daarvoor nodig heeft. De reden dat ik de motie metmevrouw Helder zo nadrukkelijk noemde, is dat ik denk dat we het nodighebben om inzicht te krijgen in de financiën en hoe we daarop kunnensturen.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik heb echt de VVD niet horen zeggen dat er extra geld bij moet. Ik heb dewoordvoerder wel horen zeggen dat de operationele sterkte niet magdalen, maar dat er moet worden gekeken binnen de eigen middelen hoe jedat probleem oplost. Deelt collega Van der Werf die mening? Zo niet,hebben we een hele interessante discussie, want er ligt wel eenamendement dat mevrouw Van der Werf misschien kan steunen.Mevrouw Van der Werf (D66):Volgens mij ligt het iets anders dan mevrouw Mutluer hier schetst. Hetamendement-Mutluer doorkruist in feite waar we nu aan de formatietafelmee bezig zijn; ik denk dat mevrouw Mutluer dat zelf ook wel weet. Hoe zijde woorden van mevrouw Michon interpreteert, moet zij vooral metmevrouw Michon uitvechten, maar ik heb mijn VVD-collega niet horenzeggen dat er per definitie geen extra geld zou moeten komen.Mevrouw Dobbe (SP):De politie zegt: het absolute minimum dat we erbij zouden moetenkrijgen, is voor dit jaar 46 miljoen. Nou is dit jaar al bezig. Dat is hetjammere van een begrotingsbehandeling die wat later komt, want danzitten we al in het jaar waar het over gaat. We kunnen dus niet al te langwachten met de besluitvorming. Ik weet natuurlijk dat de partijen aan hetformeren zijn, maar ik vraag nu naar de mening van D66. Hoe waarderenzij deze oproep van de politie? Vinden zij ook dat die 46 miljoen nodig is,los van wat er zo meteen uit de formatie komt?Mevrouw Van der Werf (D66):Het ingewikkelde van die vraag is dat die niet losstaat van de formatie. Ikdenk dat mevrouw Dobbe dat ook weet. Maar wij hebben dezelfdeinformatie als de andere Kamerleden hier aan tafel. Ik heb die 46 miljoennatuurlijk heel goed gezien, zeg ik tegen mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Maar wij moeten zo meteen wel een begroting vaststellen voor dit jaar.Wat wij nu afspreken voor dit jaar, bepaalt of de politie daarmee vooruitkan of niet. Dat bepaalt of er vacaturestops komen of niet. Dat bepaalt ofer politieposten sluiten of niet. Dat betekent dus dat wij als Kamer nu onzeverantwoordelijkheid moeten nemen. De politie geeft aan dat het absoluteminimum 46 miljoen euro erbij is, zodat ze al die zaken kan oppakken dieD66 ook heel belangrijk vindt, die wij samen heel belangrijk vinden. Daarmoeten we nu over besluiten. Ik vraag naar de mening van D66, nog losvan de uitkomst van de formatie en de onderhandelingen. Nemen zij dieoproep serieus en gaan ze het dan ook regelen?Mevrouw Van der Werf (D66):Wij nemen elke oproep heel serieus. Wij hebben hier heel goed naargekeken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13321 De voorzitter:U was ook klaar met uw bijdrage, geloof ik. Ik zou zeggen dat mevrouwCoenradie en mevrouw Van der Werf mijn woorden tijdens de procedure-vergadering zeer ter harte hebben genomen. Dat is zeer prettig.Mevrouw Straatman, aan u het woord voor uw eerste termijn namens hetCDA.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik heb de afgelopen weken als nieuw Kamerlid hetpolitievak van dichtbij mogen meemaken. Dat heeft mijn respect enwaardering voor de politiemensen alleen maar verder doen toenemen. Deafschuwelijke geweldsuitbarstingen van de afgelopen jaarwisselinghebben pijnlijk duidelijk gemaakt dat we hier als samenleving nog eenwereld te winnen hebben, maar laat duidelijk zijn dat het CDA deprofessionaliteit, betrokkenheid en immense inzet ziet waarmee politie-mensen en boa’s dag en nacht werken aan onze veiligheid op straat. Datkan niet genoeg benoemd worden.Voorzitter. De beperkte spreektijd dwingt mij vandaag om tot de kern tekomen. Hoe zorgen we dat de politie ook in de komende jaren nabij,gezaghebbend en toekomstbestendig kan opereren? Allereerst hettakenpakket. Hoe komt de politie weer toe aan de kerntaken? Hettakenpakket van de politie stapelt zich de afgelopen jaren op. We zien datveel capaciteit opgaat aan de beveiliging van demonstraties. Als demon-stranten misbruik maken van het demonstratierecht, komen zij er vaaknog straffeloos mee weg. Hoe zorgt de Minister ervoor dat de schaarseopsporingscapaciteit van de politie bij uit de hand gelopen demonstratiesverderop in de strafrechtketen een vervolg krijgt? De Minister heeft eerdertoegezegd, naar aanleiding van het WODC-rapport, met het OM om tafelte gaan. Wat is daarvan de status?Daarnaast zien wij een sterke toename van onbegrepen gedrag, vaak ophet snijvlak van zorg en veiligheid. Begrijp me goed, juist hier vervult depolitie een belangrijke signalerende rol, maar dat mag niet ten koste gaanvan de eigenlijke taak, namelijk het handhaven van de rechtsorde en hetwaarborgen van de veiligheid. De politie moet kunnen optreden wanneerde veiligheid in het geding is, maar dit mag niet het sluitstuk worden vantekortschietende zorg. Hoe voorkomen we dat politiemensen steeds vakerworden ingezet bij problematiek die eigenlijk om zorg vraagt? Deoverkoepelende vraag is dan ook: hoe kunnen we de politie ontlasten,zodat ze weer aan haar kerntaken toekomt?Voorzitter. Dan de operationele sterkte. Het tekort op de politiebegrotingbaart het CDA grote zorgen. De Minister schrijft dat de financiële opgavevoor 2026 zal worden gerealiseerd zonder de operationele slagkracht teraken. Dat is voor het CDA dan ook een principiële grens. Maar hoerealistisch is dit? In de meest recente brief verwijst de Minister naarramingen van augustus 2025. Zijn deze nog accuraat? Ervan uitgaande datde cijfers nog kloppen, schrijft de Minister in de brief dat in 2026 maatre-gelen neerslaan bij de niet-operationele capaciteit. Wat verstaat deMinister daaronder? Vallen daaronder bijvoorbeeld ook specialistenzonder volledig politiediploma, zoals digitale experts? Zo ja, raakt dat danniet ook direct de operationele slagkracht van de politie, zeker in tijdenvan digitalisering van criminaliteit? Wat is de reactie van de Ministerhierop?Wat het CDA betreft moet de politie niet alleen zichtbaar zijn in buurten enwijken, maar ook in de digitale straten, waar steeds meer criminaliteitplaatsvindt. Kan de Minister toezeggen dat de bezuinigen in ondersteunenen specialistische functies ook de operationele slagkracht in de aanpakvan digitale criminaliteit niet raken?Voorzitter. Dan wil ik de horizon verbreden voorbij 2026. De Minister geeftaan dat hij voor de jaren daarna op voorhand niets kan uitsluiten. Watbetekent dat nu voor de organisatie van de politie? Welke hervormingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13322 en investeringen kunnen door deze onzekerheid nu geen doorgangvinden?Als we spreken over de operationele sterkte, gaat het niet alleen overaantallen en formatie, maar ook over de mentale inzetbaarheid vanmensen in de frontlinie. Politiemensen worden steeds vaker geconfron-teerd met ernstig geweld, maatschappelijke onrust en ingrijpendeincidenten. Juist daarom heeft het CDA samen met D66 en GroenLinks-Partij van de Arbeid de initiatiefnota over PTSS ingediend. Wij hopen datdeze initiatiefnota in de Kamer op brede steun kan rekenen, zodat zorgvoor politiemensen net zo vanzelfsprekend wordt als hun inzet voor onzeveiligheid.Voorzitter. Dan de verdeling van politiecapaciteit. De begroting en hetbeheerplan laten zien hoe complex deze opgave is. Tegelijkertijd horen wijsignalen over toenemende druk, niet alleen in grote steden, maar ook ineconomisch vitale regio’s zoals Brainport Eindhoven. Hoe wordt eromgegaan met deze veranderende economische hubs, zoals BrainportEindhoven, die met de groei ook een nieuwe criminaliteitsdynamiekkrijgen? Hoe inzichtelijk is de verdeelsleutel voor lokale gezagen? Wordtdeze periodiek herijkt? Welke mogelijkheden ziet de Minister om capaciteitte herschikken zonder nieuwe ongelijkheid tussen regio’s te creëren?Voorzitter. Het is duidelijk dat de politie niet gratis is. De inzet vanpolitiecapaciteit is dat ook niet. Toch zien we bij sommige grootschaligeevenementen, zoals festivals en betaald voetbal, dat een specifieke groepbezoekers structureel om meer dan gemiddelde politie-inzet vraagt. In deingewikkelde puzzel die we moeten leggen, kunnen we daar niet voorwegkijken. Veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid en disproporti-onele inzet van politiecapaciteit heeft een prijs. Wat het CDA betreft is hetdan ook het verkennen waard om te kijken of organisaties die structureelom disproportionele inzet van politie vragen, een financiële bijdragekunnen leveren. Hoe kijkt de Minister hiertegen aan?Een disproportionele inzet van politiecapaciteit bij de een gaat altijd tenkoste van de ander. Heel concreet: de blijvende tekorten van politiecapa-citeit zetten de voortgang van verschillende wielerkoersen, vooral in deregio, onder druk, terwijl juist daar hard gezocht wordt naar alternatievenom de politie te verlichten, bijvoorbeeld via de burgermotorverkeersrege-laars – dat is een hele mond vol. Wat is de stand van zaken op dit punt?Wat doet de Minister om de landelijke richtlijn voor burgermotorverkeers-regelaars te bespoedigen, zodat deze koersen doorgang kunnen vinden?Voorzitter, mijn laatste punt. Het CDA maakt zich grote zorgen over deverplaatsing van criminaliteit naar het onlinedomein. De inrichting van depolitieorganisatie is daar nog onvoldoende op toegerust. Een toekomstbe-stendige organisatie moet meebewegen, maar moet daar ook ruimte enflexibiliteit voor krijgen, bijvoorbeeld voor het aannemen van technischezijinstromers. Wij krijgen signalen dat wettelijke bepalingen en uitvoe-ringsregels steeds meer knellen bij regionale politie-eenheden die snelwillen kunnen inspelen op nieuwe vormen van criminaliteit, inafstemming met lokale gezagen. Hoe kan de Minister zorgen voor meerflexibilisering bij de opbouw van regionale en lokale politieteams?Voorzitter. Veiligheid is de basis van een rechtvaardige samenleving. Datvraagt om een sterke, zichtbare en rechtvaardige politie, offline en online,voor nu en in de toekomst. Daar zal het CDA zich voor blijven inzetten.Mevrouw Faber (PVV):Mevrouw Straatman heeft het over personen met verward en onbegrepengedrag, en dat dat ten koste gaat van de politieactiviteit, terwijl dezemensen in feite een zorgvraag hebben. Ik heb hierover een vraag aanhaar. Gaat het CDA bij de coalitieonderhandelingen dan niet bezuinigenop de zorg?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13323 Mevrouw Straatman (CDA):Mevrouw Faber weet, denk ik, net zo goed als iedereen in de zaal dat ikover de formatieonderhandelingen niets kan zeggen. Het is wel eengegeven dat bezuinigingen op een terrein ook andere terreinen kunnenraken. Dat de politie op dit moment veel te veel bezig is met personen metonbegrepen gedrag, heeft dus ook te maken met bezuinigingen op enwachtlijsten bij de ggz. We zullen moeten kijken hoe we dit probleem vanzorg en veiligheid integraler kunnen aanpakken.De voorzitter:Mevrouw Faber, kort.Mevrouw Faber (PVV):Maar ik had wel begrepen dat mevrouw Straatman zei dat personen metverward en onbegrepen gedrag niet ten koste zouden mogen gaan van depolitiecapaciteit. Dan is er maar één mogelijkheid, namelijk dat er meerzorg komt. Het is het een of het ander. Ik begrijp dat u niks mag zeggenover de coalitieonderhandelingen, maar ik kan wel de vraag stellen: zethet CDA er in ieder geval wel op in dat er meer capaciteit gaat naar dezorg, zodat het niet ten koste gaat van de capaciteit van de politie?Mevrouw Straatman (CDA):Zoals ik net al zei, vraagt het om een integrale aanpak. Als je de politie wiltontlasten, zul je inderdaad op andere terreinen moeten investeren. Danzul je ervoor moeten zorgen dat mensen die een zorgvraag hebben,eerder bij de zorg terechtkunnen.De voorzitter:Zullen we het hierbij laten, mevrouw Faber?Mevrouw Faber (PVV):Oké, omdat u het zo aardig vraagt.De voorzitter:Fijn. Dit moet een bijzonder moment zijn ... O, er is nog een interruptie,van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Sorry, ik zit nog voor een bijzonder moment. Het is goed om te horen dathet CDA ons zal steunen als we gaan proberen om de bezuinigingen op dezorg terug te draaien, want dat is natuurlijk de enige conclusie die je kunttrekken als je zegt dat de politie niet met zorgtaken bezig kan zijn.Ik wilde een vraag stellen over de disproportionele inzet van de politie bijbijvoorbeeld voetbalwedstrijden, waar het CDA het over had. Er zougepraat kunnen worden over een eigen bijdrage van de evenementen ofvan degenen die op dat moment die politie-inzet vergen. Ik vraag me afwat mevrouw Straatman daar precies mee bedoelt. Als dat de kant opgaatvan het privatiseren van politietaken door die te beleggen bij beveiligings-bedrijven et cetera, dan vind ik dat een hellend vlak. Er is dan beveiligingvoor degenen die het kunnen betalen en niet voor degenen die het nietkunnen betalen. Wat bedoelt het CDA hier precies mee?Mevrouw Straatman (CDA):Ik hoor mevrouw Dobbe allerlei conclusies trekken uit woorden die ik nietheb gezegd. Ze vroeg naar een bijdrage van organisaties die disproporti-onele inzet vragen. We zien nu dat de politie een heel groot deel van haarcapaciteit kwijt is aan met name voetbalwedstrijden, maar ook aan allerleifestivalorganisaties. We hebben een financiële opgave met elkaar. Devraag is: moeten we die partijen niet ook verantwoordelijk maken voordeze disproportionele inzet? Maar dat betekent absoluut niet dat je hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13324 privatiseert. Ik noem een heel concreet voorbeeld, dat het verkennenwaard is. Ik ben heel benieuwd hoe de Minister daarnaar kijkt. Kunnenvoetbalclubs een heel kleine bijdrage leveren aan de disproportioneleinzet van de politie? Dat doen ze nu al binnen het stadion, maar buiten destadions vraagt het ook heel veel. Waarom zouden wij de politie uit dealgemene middelen moeten bekostigen als een heel klein groepje mensenveel inzet vraagt van de politie? De voetbal vraagt heel veel van de politie.Ik ben zelf een groot voetbalfan, dus ik begrijp dat dat belangrijk is. Maarbij bijvoorbeeld regionale wielerkoersen is een minimale politie-inzet nietbeschikbaar. Ik zou dit meer in balans willen brengen. Degenen die eendisproportionele inzet vragen, moeten hun maatschappelijke verantwoor-delijkheid nemen. Daar kan een financiële bijdrage tegenover staan.De voorzitter:Mevrouw Coenradie, waarschijnlijk op dit punt.Mevrouw Coenradie (JA21):Ja, voorzitter. Dan kunnen we het rijtje verder afmaken. Ik ben benieuwdhoe zij aankijkt tegen demonstraties die enorm uit de hand lopen. Denkaan Extinction Rebellion, die fanatiek op allerlei snelwegen staat of dewegen blokkeert. Hoe kijkt mevrouw Straatman daartegen aan?De voorzitter:Een korte vraag voor mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Ik denk dat dit een hele terechte vraag is van mevrouw Coenradie: hoegaan we om met demonstraties die ook steeds meer vragen van depolitiecapaciteit? Vandaar ook mijn vraag aan de Minister. Als de politiehier schaarse opsporingscapaciteit aan besteedt, dan moet dat ook leidentot straffen. Tegelijkertijd zijn demonstraties natuurlijk wel iets anders dancommerciële organisaties of commerciële evenementen. Demonstreren iseen grondrecht, dus daar kun je niet direct een financieel plaatje aanhangen. Maar wat het CDA betreft moeten relschoppers en mensen diehet demonstratierecht misbruiken wel de financiële kosten daarvandragen. We moeten de schadevergoedingen heel snel verhalen op dieraddraaiers, ofwel via het strafrecht ofwel via het civiel recht, waar wemeermaals aandacht voor hebben gevraagd.De voorzitter:Oké. Ik wilde net zeggen dat we nu naar een bijzonder moment gaan. Ikkan me voorstellen dat het begrotingsonderdeel Politie een bijzondermoment moet zijn voor meneer Struijs. Het woord is aan u.De heer Struijs (50PLUS):Dank u, voorzitter. Er zit een klein dilemma in Jan. Hij spreekt nu namens50PLUS. Ik wil duidelijk maken aan mijn collega’s, aan u, voorzitter, enzeker ook aan de Minister, waar 50PLUS in de komende tijd voor staat,zodat er een hoge mate van voorspelbaarheid zit in het verhaal dat ik aande informateur heb verteld en dat ik nu aan mijn collega’s vertel. Demeesten weten dat wel.De politie staat echt onder water. We hebben een fors probleem. Ik wiltoch even de invalshoek van de burger pakken. Er liggen heel veelbelangrijke zaken op stapel. Denk aan zedendelicten, mishandelingen ennoem het maar op. Dat ligt niet alleen op die stapel, want die stapel zitdaar nog een stukje voor. Er is geen opsporingscapaciteit om tijdig defilmbeelden van de bus op te vragen van Anja die bij bushalte ismishandeld of om een buurtonderzoek te doen. Kortom, we hebben hethier over de veiligheid van de burger, in vele dimensies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13325 Dan wil ik toch ook even ingaan op de digitale criminaliteit, die zich enormontwikkelt. De ICT van de politie is zorgwekkend. Dat geldt niet alleen voorde interne ICT, maar met name voor de koppelvlakken richting de burger.We hebben bureaus gesloten, dus de digitale koppeling om snel de politiedigitaal te kunnen bereiken is heel belangrijk. Die is echter aan storingenonderhevig en zeker nog niet op orde. Dan hebben we de koppelingtussen de politie en het OM. Ik was recent nog bij een rechtbank en daarzag ik de jongens van de DSI. Ik vroeg wat zij daar deden. Ze zeiden: ineen hele zware zaak moeten wij de verbalen komen brengen, want jemoet er niet aan denken dat die verbalen onderweg onderschept worden.Mensen van de DSI brengen verbalen omdat de koppelingen anno 2026nog niet op orde zijn. We gaan het zeker over de operationele sterktehebben. Mijn vraag aan de Minister is: ziet de Minister dit ook als eenprobleem, zeker in het licht van de begrotingsdebatten die wij nu voerenover de operationele sterkte? Ik sluit me aan bij de woorden van veelcollega’s over de operationele sterkte.Ik heb nog een andere vraag over dit soort vormen van criminaliteit: zietde Minister mogelijkheden, kijkende naar cybersecurity en andere vormenvan criminaliteit die overlap hebben met Defensie, om met zijn of haarcollega van Defensie – ik weet niet wat er in de toekomst gebeurt – ditveld te verkennen en uit de begroting van Defensie extra middelen tehalen? Het mes snijdt hier namelijk aan twee kanten. Dat is een vraag aande Minister. Kortom, de pakkans van criminelen wordt steeds kleiner endie invalshoek moeten we elke keer erbij nemen. Bij de laatste demon-straties hebben mensen zich zo misdragen en zijn er echt misdrijvengepleegd, maar volgens de politiedeskundigen ligt de pakkans tussen de10% en 17%. Pak ’m beet 80% van de daders loopt dus nog steeds vrijrond. Heeft de Minister daar oog voor en ziet hij mogelijkheden, in watvoor vorm dan ook, om de pakkans te vergroten?Dan ga ik nog even terug naar het politiepersoneel zelf. Ik weet als geenander dat de waardering uit de Kamer zeer op prijs wordt gesteld, maar ikweet ook als geen ander dat dat wel boter bij de vis moet zijn. Laten weonze geloofwaardigheid hooghouden. Wij vinden dat overigens, in allemalaise die ik nu schets rondom femicide en geweld achter de voordeur,een zeer belangrijke prioriteit. Wel vraag ik de Minister om met ons oog tehouden voor de ouderenmishandeling, die ook toeneemt en waar weonvoldoende zicht op hebben. Politiemensen geven aan een gebrek aancapaciteit te hebben voor dat soort softe meldingen. Die zijn soft in de zinvan: er zijn weinig aanwijzingen, maar het is wel gebeurd. Ik vraag deMinister om daar oog voor te hebben en dat mee te nemen in de heleaanpak rondom geweld achter de voordeur, en uiteraard op straat. Kijknaar psychisch geweld. Kijk naar de babbeltrucs. We hebben de eerstedooie te betreuren. Wij gaan ons in de komende tijd dus enorm hardmaken voor de aanpak van geweld tegen ouderen.Waar het hier natuurlijk met name om gaat ...De voorzitter:Momentje, meneer Struijs. Er is een interruptie van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Er is één onderwerp waarop wij elkaar echt wel vinden. Wij kunnen hetaltijd met elkaar vinden, niet alleen op één onderwerp. Een belangrijkonderwerp is hoe we omgaan met mensen, met name ouderen, diebijvoorbeeld te maken hebben met nepagenten die voor de deur staan.We zien daarin een enorme stijging. Ook de verkoop van hele echte,authentieke politie-uniformen gebeurt veelvoudig. Die kun je gewoononline kopen. Welke acties zou de heer Struijs daarin met ons willenondernemen? We hebben daar in het verleden ook met het CDA een puntvan gemaakt, maar wellicht is het goed om ook op dit onderdeel samenop te trekken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13326 De heer Struijs (50PLUS):Wat betreft het aanpakken van de babbeltrucs wil ik graag met uoptrekken. We hebben daar informeel weleens over gesproken. Ik wil hetiets verbreden, want ze doen zich ook voor als iemand die de watermetingkomt doen of namens Ziggo komt. Ik wil dus dat we het onderwerp samenin die zin verbreden, om zo effectief middelen in handen te geven. Eentweede punt is dat wij de laagdrempelige manier van melden voorouderen, en voor iedereen die achter de voordeur zit en hier slachtoffervan kan worden, willen verbeteren. Dat zit voor een deel in een directe lijnmet de politie. Die moet niet alleen lopen via 112, maar ook via een extraknop die ingedrukt kan worden om beelden van een deurbel door tezetten naar de politie, mocht je zo’n deurbel hebben. Er zijn allerleiparticulieren die zo’n bel deurbel hebben. Op het moment dat diegene opbeeld staat, scheelt dat namelijk enorm. Ik heb een pakket van dingen dieik zou willen, maar dat gaat te ver voor deze discussie. Mijn vermoeden isdat wij elkaar daar echt op gaan vinden.De voorzitter:Gaat u verder meneer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):Ik ga verder. Ik ben ieder geval blij dat er bij veel partijen inzicht is dat ertoch wel geld bij moet, of het nou linksom of rechtsom is. Ik ben zeker nietvan de blanco cheque. Ik heb wel geconstateerd dat er binnen de politieinderdaad nog eens even naar de NOS, de niet-operationele sterkte, moetworden gekeken. Hoe verbind je dat aan elkaar? Ook ik ben licht geïrri-teerd door het vermorsen van geld bij de ICT-ontwikkelingen van delaatste jaren, maar het moet nu eenmaal op orde worden gebracht. Ik wilzeker geen blanco cheque, maar wij zullen alles steunen dat goedonderbouwd is. Wij zullen zelf ook proberen om de eerste 46 miljoen tetackelen en op termijn die 350 miljoen voor elkaar te krijgen. Nogmaals,dat is geen blanco cheque, want alle zinnige dingen uit de kritischehouding die mensen hier hebben, deel ik voor een groot deel. Kortom, depolitie staat onder water en de burgers zijn echt de klos.Ik vraag nog aandacht voor één ding. Ik ben enorm geschrokken van dewijze waarop netwerkcorruptie en corruptie in alle geledingen van onzedemocratie momenteel niet kunnen worden aangepakt. Ik heb ook bij deinfiltratiediscussie gehoord dat we er gewoon geen tijd voor hebben. Alsje dit soort dingen laat lopen, heb je echt een probleem.Dan ga ik nog even naar de demonstraties. Met de demonstraties dieaangekondigd zijn en met wat voor niet-aangekondigde demonstratieseraan komen door de onrust in de maatschappij staat de politie echtonder water. Ik sluit een beetje anekdotisch af. Gisteren speelde mijn clubuit tegen Utrecht. Een commandant van Utrecht wilde mij even appen: ikgun Sparta het allerbeste, maar laat ze niet winnen, want dan zijn we bangvoor de onrust. Dat was een cynische grap, want het dagelijkse werk vanelke politiebaas binnen de politie is het verdelen van de schaarste. Ik denkdat we hun het voordeel van de twijfel moet geven. Wij zullen elke motiesteunen die die 46 miljoen dan wel op termijn die 350 miljoen gaatgaranderen.Ik dank u wel.De voorzitter:U bedankt, meneer Struijs. Dan gaan we naar Diederik van Dijk, diespreekt namens de SGP.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. «Waakzaam en dienstbaar». Dit motto van depolitie komt steeds verder in de knel. Wie snijdt in capaciteit en middelen,raakt onvermijdelijk de kern van het politiewerk. De SGP maakt zich groteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13327 zorgen over de staat van onze politie. De politie zelf geeft aan datuitvoering en financiën niet langer in balans zijn. Dat is een belangrijkalarmsignaal. Terwijl criminaliteit verhardt, taken toenemen en demaatschappelijke druk groeit, laat de meerjarige financiële situatieoplopende tekorten zien tot honderden miljoenen euro’s per jaar. Waaromkiest het kabinet op dit moment voor een koers die de basis verder onderdruk zet? En kan de Minister concreet maken wat dit betekent voor dedaadwerkelijke inzetbaarheid van agenten op straat?Zichtbaar blauw op straat is een randvoorwaarde voor veiligheid.Wijkagenten zijn de ogen en oren in de wijk, zichtbaar aanwezig in dehaarvaten van de samenleving. Juist die laag staat onder zware druk.Wijkagenten worden structureel weggetrokken voor noodhulp. Politiebu-reaus sluiten of zijn nauwelijks open. Inwoners kennen de politie steedsminder als vertrouwd gezicht in de buurt. Kan de Minister garanderen datdeze tekorten niet leiden tot verdere afkalving van de wijkteams?Tegelijkertijd zien we dat schaarse politiecapaciteit steeds vaker wordtopgeslokt door grootschalige, uit de hand gelopen demonstraties.Agenten zijn urenlang bezig met het schoonvegen van snelwegen en hetherstellen van orde waar er al veel eerder had moeten worden begrensd.Hier wordt de besluiteloosheid van het bevoegd gezag pijnlijk zichtbaar.Wanneer bestuurders te lang aarzelen, te weinig kaders stellen en te laatingrijpen, wordt de politie ingezet als laatste vangnet. Dat gaat direct tenkoste van de beschikbaarheid in wijken en dorpen. Welke lessen trekt deMinister hieruit? Gaat hij samen met het lokaal gezag werken aan strikterekaders om eerder in te grijpen, zodat de politie niet structureel alssluitpost fungeert? En hoe wordt voorkomen dat wijkagenten en basis-teams telkens opnieuw het kind van de rekening zijn?Voorzitter. De gevolgen van structurele overbelasting zijn nu al pijnlijkzichtbaar. Te veel zaken blijven op de plank liggen. Doorlooptijden lopenop, de norm waarbinnen zaken behandeld moeten worden, wordt in demeerderheid van de gevallen niet gehaald en slachtoffers blijven inonzekerheid achter. Dat ondermijnt het vertrouwen van de samenleving inde politie en de rechtsstaat. Deelt de Minister de analyse dat het niet halenvan normen genormaliseerd dreigt te worden? Welke concrete doelenstelt hij zichzelf om te voorkomen dat achterstanden verder oplopen? Enkan hij inzichtelijk maken hoeveel zaken nu blijven liggen door capaciteits-gebrek?Daarom pleit de SGP voor conjunctuurongevoelige financiering van destrafrechtketen. Veiligheid mag geen sluitpost zijn. Politie, OpenbaarMinisterie en rechtspraak zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als erergens wordt geknepen, stokt het geheel. Is de Minister bereid om teverkennen hoe structurele, meerjarige conjunctuuronafhankelijkefinanciering vorm kan krijgen?Voorzitter. Naast geld en capaciteit wil ik graag stilstaan bij de interneorganisatie. Steeds vaker bereiken ons signalen dat de politie gebukt gaatonder managementlaag op managementlaag. Besluitvorming duurt lang,verantwoordelijkheid raakt versnipperd en de afstand tot de werkvloergroeit. Deze waterhoofdstructuur kost niet alleen geld, maar vooral ookoperationele slagkracht. Wat daarbij wringt, is dat er binnen diezelfdeorganisatie wel ruimte lijkt te zijn voor steeds verdergaand diversiteits-beleid, voor projectstructuren en voor uitgebreide aanwezigheid opzogenoemde inclusieve evenementen, terwijl de norm om zaken op telossen steeds vaker niet wordt gehaald en dossiers blijven liggen. Datroept de vraag op of de prioriteiten nog wel scherp in beeld zijn. Wat deSGP betreft keren we terug naar de kern: opsporing, handhaving enzichtbare aanwezigheid in de wijk. Is de Minister bereid om kritisch tekijken naar taken, programma’s en managementlagen die niet directbijdragen aan de kerntaak? Waar ziet hij mogelijkheden om dezewaterhoofdstructuur af te slanken?Dank u, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13328 De voorzitter:Keurig binnen de tijd. Tot slot mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. In de afgelopen paar jaar zijn door Haags afbraak-beleid uit heel veel buurten en wijken politiebureaus verdwenen. Nogmeer politiebureaus en politieposten dreigen te verdwijnen. Dit heeftgrote gevolgen, juist in de buurten waar al veel voorzieningen zijnverdwenen, waar de overheid steeds verder op afstand staat en waarmensen zich steeds minder veilig voelen, waar de samenhang van debuurt en de samenleving in de buurt onder druk staan en de sociaal-economische verschillen groot zijn. Als de politie ook steeds verder opafstand komt te staan, heeft dit gevolgen voor het vertrouwen dat mensenhebben in de politie. Ik ben met een wijkagent op stap geweest en heb hetgrote verschil gezien. In sommige buurten was het zo dat als depolitieauto verscheen, kinderen vroegen of de lampen van de autoaangezet konden worden, en misschien zelfs de sirene, want dat was cool.Maar in andere buurten reageerden de kinderen angstig. Wat kwam dieagent doen? De politie was niet cool, maar iets om bang voor te zijn. Zijzien politie alleen als er iets naars gebeurt, dus als de politie moetingrijpen. Voor de rest is de politie namelijk uit de wijken verdwenen. Metde afbraak van capaciteit en van tijd lukt het als agent dan niet meer omeen band op te bouwen met de buurt en de bewoners en om zichtbaar tezijn. Dan kan de politie alleen nog maar reageren, niet voorkomen. Zij kanniet meer weten wat er aan de hand is, wat er speelt en bij wie. Dat breektniet alleen de veiligheid in de buurten af, maar ook de veiligheid van onzepolitiemensen.In de brief van de Minister van vorige week staat weer precies hettegenovergestelde van wat hier zou moeten gebeuren. Bij iedereen diezegt veiligheid en politie belangrijk te vinden, moet dat enorme alarm-bellen laten afgaan. Verwachte onderbezetting wordt alvast inbegroot,terwijl de reactie op onderbezetting niet het alvast weghalen van geld zoumoeten zijn, maar het maken van een actieplan om deze onderbezettingweg te werken. Dat is nodig. Het tegenovergestelde gebeurt echter.Ik lees ook in de brief dat de financiële opgave onder andere moet wordeningevuld door een «strakkere vacatureregie» oftewel een vacaturestop.Lees ik de beleidstaal van de Minister goed? Hoe verhoudt zich dat metonze door de Kamer aangenomen motie, die verzoekt dat bezuinigingenniet ten koste zullen gaan van politiepersoneel? Aan de ene kant wordt hetaantal personeelsleden bij de politie ingeperkt. Ook zullen de resterendepolitiemensen het met minder mensen moeten gaan doen. Graag eenreactie.Ik lees verder in de brief: «afbouw van personele bezetting door sluitenvan al aangekondigde locaties». Ook dat is het tegenovergestelde van watnodig is. Hoe verhoudt dit zich met onze aangenomen motie om een pasop de plaats te maken bij het sluiten van politiebureaus? Ook hier graageen reactie op.De basis moet namelijk op orde zijn. Daarom dienen wij een amendementin voor 46 miljoen euro om het tekort voor de politie voor dit jaar tekunnen dichten. Dat is het minimale dat de politie zegt nodig te hebben.We zullen ook een motie indienen om te voorkomen dat tekorten oplopentot 350 miljoen in 2030. Als we dit namelijk niet doen, dan verdwijnen er3.000 banen bij de politie. Dat zijn 3.000 agenten. Dat kan niet. Dat mogenwe niet laten gebeuren.In het rapport Lokaal signaal van de Inspectie JenV staan belangrijkeconclusies. Dit rapport gaat over de kwaliteit van de opsporing vanbasisteams. Daaruit blijkt iets waarvoor wij als SP al lang waarschuwen,namelijk dat de kwaliteit van de opsporing zwaar onder druk staat. Ditgaat met name ten koste van zedenzaken, van inbraken en van overvallen.Slachtoffers zijn de dupe. In 2024 werden er al zo’n 46.000 zakenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13329 stopgezet. Voor 2025 zijn het er misschien wel meer. Dit komt met namedoordat de capaciteit niet op orde is. De gevolgen voor de samenlevingzijn groot. De taken voor agenten nemen toe – daar hebben we het net aluitgebreid over gehad – en worden complexer, maar het geld blijft uit. Hetis code rood bij onze mensen in blauw.Bij zedenzaken is dat extra pijnlijk. Slachtoffers van seksueel geweldmoeten namelijk vaak te lang wachten voordat hun zaak wordt opgepaktdoor de politie. Ondanks de inzet die er de afgelopen jaren is gedaan omdeze wachttijden te verkorten en ondanks het actieplan over de doorloop-tijden van zedenzaken, blijft het een enorm probleem. Het gaat hierbijbijvoorbeeld om vrouwen die ontzettend nare en traumatiserende dingenhebben meegemaakt en eindeloos moeten wachten op iets van rechtvaar-digheid. Dat is onrechtvaardig en heel pijnlijk. Ik vind het een rijk enwelvarend land als Nederland onwaardig hoe er met deze slachtofferswordt omgegaan en dat ze er zo lang op moeten wachten. Het is niet deschuld van de politie of van zedenrechercheurs. Zij doen wat ze kunnen. Ikweet dat ze er zelf ook enorm mee zitten dat ze het niet gedaan krijgen.Het is de schuld van de politiek. Die vertikt het om ervoor te zorgen dat ergenoeg geld en capaciteit is om het op te pakken. Graag een reactiehierop.Hetzelfde geldt voor de aanpak van online seksueel geweld. Onlineseksueel geweld is de laatste jaren namelijk gigantisch aan het groeien.Parallel hieraan moeten de investeringen bij de politie dit kunnenbijbenen. Ik hoor graag van de Minister of dat kan als we niet het absoluteminimum, dat wat de politie nodig heeft om de basis op orde te krijgen,bijpassen.Helaas zien wij op dit vlak echt te weinig gebeuren. Eerder is al een motievan onze kant, van de heer Van Nispen, aangenomen. Die motie verzochtom de resultaten uit het rapport Online seksueel geweld uit maart 2025over te nemen. Wat is de stand van zaken hiervan? Dat hoor ik graag.Dank u wel.De voorzitter:Keurig binnen de tijd. Dank, collega’s. Het is redelijk gelukt. Minister, zou ugenoeg hebben aan 35 minuten? Lukt dat?Minister Van Oosten:Ja. Als u dat zegt, gaan we dat doen.De voorzitter:Dat zou top zijn. Ik schors tot 12.00 uur. Ik adviseer de collega’s om danook nu meteen te lunchen, als ze dat willen.De vergadering wordt van 11.24 uur tot 12.03 uur geschorst.De voorzitter:Beste mensen, we gaan beginnen. Ik heropen de vergadering. We zijn nogsteeds bezig met het wetgevingsoverleg Begrotingsonderdeel Politie. Wehebben de eerste termijn van de kant van de Kamer gehad. We hebbengeschorst en de Minister is terug met zijn ondersteuning. Ik begreep netdat de Minister een inleidende tekst heeft, maar ik heb hem toch welvriendelijk gevraagd om daar niet te lang over te doen. Maar er zit eenrelevante uitleg in, aldus de Minister, dus we gaan onze oren spitsen.Welke mapjes heeft u?Minister Van Oosten:Voorzitter, dank u wel. Ondertussen wordt mij koffie gebracht; bedanktdaarvoor. Ik heb een paar mapjes. Het eerste gaat over financiën. Datkomt in de spreektekst ook voorbij. Daarna heb ik de kopjes: politietaak,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13330 capaciteit personeel en andere relevante vragen. Die lopen wat uiteen, zultu begrijpen.De voorzitter:Overige belangrijke zaken, bedoelt u.Minister Van Oosten:Overige belangrijke zaken, ja.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik heb een heel klein vraagje, puur ter informatie. Zoals u weet, liggen eral amendementen op het terrein van politie. Komen die nu aan de orde, ofgaat dat van de week plenair gebeuren?De voorzitter:Dat is aan de Minister wat mij betreft.Minister Van Oosten:De appreciatie gebeurt tijdens de begrotingsbehandeling, in lijn met hoehet ook vorig jaar is gegaan, naar ik begrijp. Als ik dat mis heb, dan moetik dat nog even van u horen.De voorzitter:Even zodat er geen verwarring is: dit gaat over de amendementen. Demoties gaat u zo meteen ...Minister Van Oosten:Ja, over de amendementen. De appreciatie van de moties komt na deindiening daarvan.De voorzitter:Helder. De amendementen zien natuurlijk op de fundamentele vraag overhet tekort van 46 miljoen. Ik neem aan dat dat helemaal verweven is in uwbeantwoording, Minister. Ik kan me voorstellen dat de collega’s daar ookwel enige duidelijkheid door kunnen krijgen. We gaan snel beginnen. Wegaan luisteren naar de Minister. Ik kan me goed voorstellen dat decollega’s een goede discussie willen hebben met de Minister. Weesalstublieft kort bij het stellen van vragen. Dat helpt ook vaak bij het krijgenvan een beter antwoord. Ik ben er tot 13.00 uur of 13.15 uur. Dan schorsenwe even en neemt mevrouw Coenradie het voorzitterschap over. De griffieen ik hebben het als volgt berekend. We hebben echt wel een uur en driekwartier om met de Minister even goed de begroting door te nemen. Alswe om 13.45 uur beginnen met de tweede termijn en alleen maar motiesindienen, schorsen en appreciëren, dan gaan we het allemaal redden.Goed? Dan gaan we snel beginnen. Minister, het woord is aan u.Minister Van Oosten:Voorzitter, dank u wel. De collega’s in de Kamer – zij hadden het er alover – maar ook ik heb ongekende waardering voor al die agenten die elkedag voor ons klaarstaan. Het vertrouwen van Nederlanders in de politie ishoog. Dat is iets om te koesteren. Het wordt elke dag opnieuw verdiend.We zijn allemaal ongekend trots op de agenten die met een ongekende,nuchtere vastberadenheid bezig zijn om Nederland veilig te houden. Danheb je het over de wijkagent die iedereen kent, de collega die een latedienst oppakt of een rechercheur die doorzet tot de waarheid boven tafelis. Hun vakmanschap en toewijding vormen het kloppend hart van hetvertrouwen in de politie.En dus – daarmee kom ik op het vraagstuk dat centraal staat – is het vancruciaal belang dat de politie financieel in balans komt. Dat is geen doelop zich, maar dat geeft rust en zorgt voor continuïteit en voorspel-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13331 baarheid. Dat is nodig om het werk goed te kunnen blijven doen. Ik noemde opsporing van bijvoorbeeld figuren, hufters, die tijdens oud en nieuwde boel aanvallen, moderne middelen die werken en de politie die klaar isvoor de toekomst. Dan kunnen agenten blijven doen waar ze voor staanen waarvoor ze zijn: aanwezig zijn als het ertoe doet, snel handelen, hetopsporen van strafbare feiten en ook menselijk blijven. Dat laatste is zobelangrijk voor het politiewerk in ons land op de momenten waarop het erecht toe doet.Als Minister ben ik verantwoordelijk voor de politie. Ik ben politiekverantwoordelijk en ik ben stelselverantwoordelijke. Dat betekent dat ikafstemming heb te zoeken met de gezagen; dat zijn de burgemeesters enhet Openbaar Ministerie. Daarmee stel ik ook de landelijke prioriteitenvast. Ik ben verantwoordelijk voor de uitbreiding van bevoegdheden endraag ook verantwoordelijkheid voor het beheer. Op financieel gebiedhoudt dat in dat ik de begroting vaststel. Daar staan we eigenlijk,goedbeschouwd, bij stil in dit wetgevingsoverleg.Zoals eerder met uw Kamer is gedeeld, heeft de politie een hele forsefinanciële opgave. Ik maak daarbij een duidelijke knip tussen de opgavevoor 2026 en de opgave vanaf 2027. We komen wel echt van heel ver. Deinitiële doorlichting van de politie liet een aanzienlijke structurele opgavezien van 850 miljoen euro. De politie heeft deze opgave zelf teruggebrachtdoor keuzes voor financieel-technische maatregelen die de taakuitoe-fening van de politie niet raken. Denk bijvoorbeeld aan het nemen vanmaatregelen rond de informatievoorziening, het binnen de kadersbrengen van huisvesting en het temporiseren van hrm-trajecten. Allemogelijke verantwoorde besparingen op posten anders dan personeel zijngedaan. Ook vanuit mijn departement is hier heel kritisch op meegekeken.Resteert de financiële restproblematiek die moet worden gedekt door depersonele bezetting te beperken. Dat is voor dit jaar 46 miljoen euro. En ja,dat loopt op tot structureel ongeveer 350 miljoen vanaf 2030. Daar hoordeik de Kamer zojuist natuurlijk ook over. Maar we zijn daar nu nog niet,want vandaag staan we stil bij de begroting voor 2026. Ik zal straks naderexpliciteren hoe die 46 miljoen euro wat mij betreft ingevuld wordt, maarer is nog heel veel in beweging. Het is pas januari; het jaar duurt nog ruimelf maanden. Ik kan de Kamer alleen meenemen in de huidige stand vanzaken. De politie is nog volop bezig om met de burgemeesters en hetOpenbaar Ministerie de exacte consequenties voor 2026 in kaart tebrengen.Voor de goede orde wil ik ook het volgende nog zeggen. Ik heb er geenvragen over gekregen, maar ik wil dit toch gezegd hebben: de totalebegroting is de afgelopen jaren toegenomen. Voor 2026 bedraagt deze8,5 miljard. Het is binnen dit financieel kader dat de financiële proble-matiek moet worden ingepast en de politie maatregelen heeft te treffen.Uit het laatst gevalideerde cijferbeeld blijkt dat in 2026 de verwachting isdat de groei van de bezetting in de meeste eenheden mogelijk blijft. Datkunt u ook zien in de tabel die ik heb meegestuurd met de Kamerbrief. Uhebt mij hier eigenlijk allemaal naar gevraagd. Bij de organisatieonder-delen Staf Korpsleiding en het Politiedienstencentrum, het centrum waarde bedrijfsvoering is ondergebracht, is de nodige begrenzing veruit – ikbenadruk: veruit – het stevigst.Dan kom ik bij het punt dat ik graag extra wil toelichten en waarvoor devoorzitter mij gelukkig enige tijd heeft gegeven. U heeft mij laten wetenbezorgd te zijn over de gevolgen voor de operationele slagkracht van depolitie. Laat mij daar zo veel duidelijkheid als mogelijk over verschaffen.Bij de dekking van het resttekort van 46 miljoen geldt dat de korpschef vanmijn ambtsvoorganger de volgende opdracht heeft meegekregen. Debasisteams, de gebiedsgebonden politie en de opsporing in de basis-teams worden helemaal buiten beschouwing gelaten. Hiermee wordtgeborgd dat de aanwezigheid van de politie in buurt, wijk, stad engemeente en de opsporing in de basisteams niet geraakt worden. MetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13332 andere woorden: wij komen in 2026 niet aan het blauw op straat. Ik hoormenigeen van u dat wel stellen. Ik haal graag dat misverstand weg. Depolitie gaat dus niet komen aan personeel dat belast is met noodhulp, deafhandeling van 112-meldingen, heterdaadoptreden en eerste hulp bijlevensbedreigende situaties. De politie gaat ook niet komen aan personeeldat gaat over wijkgericht politiewerk, zoals de wijkagenten en deinformatiepositie voor opsporing. Hetzelfde geldt voor de informatiepo-sitie van burgemeesters in het kader van de openbare orde, voor zorg enveiligheid, voor het signaleren van ondermijning, voor jeugdproblematieken voor contacten met scholen, ondernemers en buurtverenigingen. Depolitie gaat ook niet komen aan personeel dat gaat over de basisop-sporing van diefstal, mishandeling, vernieling, buurtonderzoek, eersteverhoren en dossiers voor het Openbaar Ministerie, openbareordehand-having, optreden bij evenementen, het ondersteunen bij noodbevelen vanburgemeesters en samenwerking met boa’s en gemeenten. Er wordt in2026 ook niet getornd aan de instroom van aspiranten. Er worden geenmensen ontslagen. Ik wil ook benadrukken dat er in 2026 posten zijn dieworden gefinancierd met bijzondere bijdragen. Ook die zijn buitenbeschouwing gelaten. We hebben het dan over de politie-inzet voorbewaken en beveiligen, de Dienst Speciale Interventies, ondermijning,versterking van landelijke eenheden en de bijzondere bijdragen inzakezedenzaken, waar velen van u ook op hebben aangedrongen.Aan de basisteams en de bijzondere bijdragen komt de politie dus niet.Daar wordt ook geen begrenzing van de bezetting doorgevoerd, dus ookniet op blauw op straat. De korpschef gaf aan dat bijvoorbeeld desamenwerking in de opsporing van criminele samenwerkingsverbandenen high impact crimes doorgaat. Wat dan wel? Mijn beginpunt enuitgangspunt is dat de 46 miljoen euro gevonden moet worden bij debesparing op de niet-operationele personele capaciteit. Het Politiedien-stencentrum, de korpsleiding en de staf zullen fors moeten besparen. Datgeldt ook voor de bedrijfsvoering in de eenheden. Denk hierbij aan hetniet invullen van vacatures die er al zijn of die ontstaan in staf, onder-steuning, communicatie, management en coördinerende functies. Daarwaar slimmer en efficiënter kan worden gewerkt, wordt dat ook doorge-voerd. In dat kader – ik kom tot een afronding van mijn inleiding – ben ikook tevreden en blij met het verzoek van de korpschef om de korpsleidingmet een CFO uit te breiden. Ik steun haar daarin van harte. Ik verwachtnamelijk dat de korpschef, en via haar de CFO, prioritair gaat sturen op deoplossing van de financiële problematiek, namelijk de 46 miljoen euro vandit jaar. Ik verwacht daarbij dat ze er samen met de gezagen gericht opstuurt dat de besparing maximaal wordt ingezet op de niet-operationelecapaciteit.Ten slotte. Ik gaf al aan dat we aan het begin van het begrotingsjaar staan.Ik kan niet uitsluiten dat de totale politiebegroting bij de realisatie tochweer wat anders uitvalt dan in de ramingen. De korpsleiding en de CFOgaan dit ook nauwgezet volgen en zullen mij daarover informeren. Ik wilook maximaal transparant met u zijn. De korpschef zorgt daarom eind meidit jaar voor een voortgangsrapportage die inzicht geeft in het actuelebeeld, de voortgang en de effecten. Ik ga die met uw Kamer delen.Voorzitter, ik heb nog een laatste opmerking. U mag mij erop afrekenenals blijkt dat – ik meen dit echt – de basisteams, de posten en het blauw opstraat onder de bijzondere bijdrage voor 2026 niet buiten beschouwingblijven.De voorzitter:Helder. Ik heb het volgende voorstel. Ik hoorde dat de Minister het over devolgende blokjes had: financiën, politietaken, capaciteit van personeel enoverig. Ik denk dat er in de uitleg van de Minister al best wel veeltoelichting specifiek op die 46 miljoen zat. Laten we eerst die 46 miljoenals onderwerp bij de kop pakken. Ik kijk even wie er allemaal een vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13333 heeft op dat onderwerp. Met een beetje mazzel hebben we dan ook al watdingen uit de andere mapjes behandeld. We gaan het zo in goede banenleiden. Mag ik even alle handen zien? Mevrouw Faber, mevrouw Michon,mevrouw Coenradie ... Oké, ik geloof dat ik van iedereen een hand zie.Vinden jullie het goed als ik gewoon aan deze kant begin?Mevrouw Faber, gaat uw gang.Mevrouw Faber (PVV):Ik heb een hele korte vraag. De Minister heeft het enkel over 2026, maarhoe gaat het ná 2026 met de basisteams?Minister Van Oosten:Ik ben daar in mijn inleiding duidelijk over geweest. Vanaf 2026 loopt hetop naar 350 miljoen. Ik kan dat in mijn demissionaire status niet veran-deren. Voor 2026 zeg ik u dat we van de basisteams en het blauw op straatafblijven.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank voor deze inleiding. Het was kraakhelder, en dat was ook nodig.Dank u wel, zeg ik via de voorzitter richting de Minister.Ik heb een vraag. De Minister zegt dat hij stelselverantwoordelijk is, maarhij is de beheerder van de politie. De Minister voert beheer over de politie.Zou er in dat kader dan eigenlijk geen CFO ten behoeve van de politie ophet ministerie moeten zitten?De voorzitter:Een duidelijke vraag.Minister Van Oosten:Wij hebben een afdeling FEZ. Dat zijn voor mij kritische geesten dieprecies volgen hoe het met de financiën binnen de politie gesteld is.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik hoor een soort van schets. De Minister schetst een wensbeeld van wathij allemaal niet wil, maar ik denk dat de praktijk veel weerbarstiger zalzijn. Als de Minister zelf in de Kamerbrief zegt dat de voorziene personeleonderbezetting opgevangen wordt door het niet vanzelfsprekend 100%bezetten van de formatie, dan zegt hij eigenlijk: we gaan een vacaturestopinvoeren en ondertussen gaan we kijken of we kunnen korten op dearbeidsvoorwaarden, de omstandigheden waarbinnen de agenten moetenwerken. Ze moeten dus met minder mensen veel meer doen. Dat raaktuiteindelijk toch ook de operationele slagkracht? Daar kunnen we tochgewoon eerlijk over zijn, Minister?Minister Van Oosten:Ik begrijp deze vraag van mevrouw Mutluer. In de Kamerbrief stonden eenaantal dingen die enkele Kamerleden terecht onder mijn aandacht hebbengebracht. Zij vroegen: hoe zit dat nou precies ten aanzien van deoperationele slagkracht? De term was «maximaal». Ik ben hier gewoonmaar even heel eerlijk in. Ik ga niet voor mijn kap nemen dat, als we46 miljoen euro gaan vinden in bijvoorbeeld de bedrijfsvoering, in deniet-operationele capaciteit, dit dan gaat om werk dat niet bijdraagt aan dealgemene slagkracht van het politiewerk. Daarom heb ik er problemenmee om in zijn algemeenheid te zeggen dat ik nergens aan kom, want alsje ergens 46 miljoen vindt, dan zit je ergens aan. Dat is de reden waaromik dit zeg. Ik probeer ook te expliciteren hoe dit zit in verband met hetpolitiewerk op straat, met het blauw op straat. Misschien had ik datstrakker moeten doen in de brief, dus ik ben blij dat ik dat dan langs dezeweg recht kan zetten. Ik snap heus dat er in de discussie die we met elkaarvoeren, een verschil zit tussen politiemensen, maar ik vecht net zo hardTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13334 voor de agenten die werk achter de schermen doen als voor de mensendie op straat lopen. Ik realiseer me heel goed dat de mensen achter deschermen ook een cruciale bijdrage leveren aan de slagkracht van deoperaties.De voorzitter:Dat is op zich een helder antwoord, dus kort mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):In mijn beleving ontslaat dat de Minister er niet van om regie te voeren.Hij verwijst naar de afdeling FEZ. Dan denk ik: waar was die de afgelopenjaren? Ik snap dat er een CFO komt. Eigenlijk had het niet eens zoverhoeven komen als de regie beter was opgepakt door het ministerie. Totslot wil ik daarop nog zeggen dat ik verwacht dat de bezuinigingen van46 miljoen van tafel gaan totdat meer inzichtelijk is gemaakt waar hetprobleem zit. Ik denk dat je daarna echt een betere discussie kan voeren.Begrijpt hij die wens van een aantal van de Kamerleden hier? Zij zeggen:«Maak nou een pas op de plaats. Ga eerst even kijken waar het probleemqua bedrijfsvoering, qua financiën en qua beheer nou zit. Dat is namelijkecht aan onderhoud toe. Ga daarna kijken welke taakstelling je wel of nietbij de politie neerlegt.»De voorzitter:Collega Mutluer, u weet dat de Minister niet in de hij-vorm wordtaangesproken, maar als «de Minister». Dus: begrijpt «de Minister» het?Dat gaan we nu zien.Minister Van Oosten:De eerste opmerking van mevrouw Mutluer zag op de medewerkers vande afdeling FEZ. Als er bezwaar is of als er commentaar wordt geleverdten aanzien van de gevoerde regie, dan ligt die verantwoordelijkheid bijmij en nooit bij iemand anders. Dat wil ik algemeen opgemerkt hebben.Er is ontzettend hard gewerkt om van 850 miljoen terug te gaan naar350 miljoen. Daar begon ik mee en daar begon ook deze hele discussiemee. Ik ben eerlijk en duidelijk: dat bedrag van 350 miljoen is niet van tafelmet de begroting die we nu hebben, maar dit jaar spreken we over46 miljoen. Ik geef heel duidelijk de kaders mee voor hoe ik daarop stuuren voor hoe dus ook mijn mensen binnen het ministerie daarop sturen.Dat brengt mij tot het tweede deel van de vraag. Dat bedrag van46 miljoen is niet van tafel. Ik zou ons allemaal ongelofelijk veel rustgunnen, maar dat bedrag is er nu eenmaal. Ik zou mijn kop in het zandsteken als ik daar niet serieus mee aan het werk zou gaan. Ik zeg u dus watvolgens mij het uitgangspunt moet zijn om dat op te lossen en ik ga udaar maximaal transparant over blijven informeren. Dat hebben we nodig,want de politie moet ook weten waar ze aan toe is. Er vinden nu veelconstructieve overleggen plaats met de gezagen, met de burgemeesters.Geef dat dus ook de mogelijkheid om tot ontwikkeling te komen.Mevrouw Coenradie (JA21):We kunnen in ieder geval stellen dat het één grote puinbak is en dat erecht geen regie is. Er is gewoon helemaal geen regie. We praten nu overeen CFO, en dat na al die jaren dat de politie überhaupt bestaat. Dan denkik: wat is er al die jaren gebeurd? Dat staat los van het feit dat ik letterlijkzwart-op-wit van de politie heb gekregen dat voor de bezuiniging van46 miljoen met voorrang wordt gekeken naar in ieder gevalniet-operationele functies als staf en bedrijfsvoering, maar dat niet hetvolledige bedrag daarvandaan komt. Dat heb ik hier voor mijn snufferd.Volgens de politie is het dus simpelweg niet waar dat dat bedrag van46 miljoen niet ook de operationele slagkracht aangaat. Hoe kan het noudat ik deze mail heb gekregen en dit antwoord krijg van de Minister? IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13335 verwijs weer naar mijn spreektekst: wie spreekt hier toch in vredesnaamde waarheid?Minister Van Oosten:Ik mag verwijzen naar het antwoord dat ik net richting mevrouw Mutluergaf wat betreft de algemene slagkracht van het politiewerk. Daarnaastgeldt – misschien is het goed om dat ook te benadrukken – dat er ook welwat werkzaamheden zijn die volgens de politie mogelijk onder deoperationele inzet vallen, maar die specifiek geen basisteamwerk zijn enniet onder blauw op straat vallen. Denk daarbij aan de teams dieinformatieproducten voor de politieorganisatie maken. Dat is ookbelangrijk werk. Om binnen de kaders te blijven gaan we daar voor dit jaarin feite een personele begrenzing op zetten door te sturen op vacatures.Als je dat doet, heeft dat natuurlijk effect op het team. Dat is misschienheel goed op te vangen door het met elkaar te hebben over hoe je datgaat oplossen. Dat is veel te operationeel voor onze tafel. Ik ga echter ookniet zeggen dat het helemaal geen effect kan hebben op de operationeleslagkracht. In die zin zijn het beeld dat mevrouw Coenradie heeft gekregenen het beeld dat ik u geef misschien helemaal niet zo uiteenlopend.Alleen, we kunnen nog onvoldoende zeggen waar het toe leidt aan heteinde van het jaar, of zich dat ook daadwerkelijk openbaart en of het ookzo ernstig is als mevrouw Coenradie vreest.Mevrouw Coenradie (JA21):Tot slot, hoor. Ik vind het echt heel vervelend als we hier semantischediscussies voeren en er toch ruimte is voor ruis, want dan moeten we ditsoort zaken inderdaad op micromanagementniveau met elkaar gaanbetwisten. Alleen al dat gegeven geeft me gewoon geen prettig gevoel bijde beantwoording over wat hier nu werkelijk de situatie is en wat we danmet die 46 miljoen moeten. Laat staan wat we moeten doen met die350 miljoen waar we nog met elkaar over moeten praten. Ik vind het totnu toe vrij onbevredigend.De voorzitter:Wilt u reageren, Minister?Minister Van Oosten:Daar hoor ik geen vraag in, voorzitter.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik zou toch nog wat meer duidelijkheid willen. De Minister geeft net aandat het blauw op straat en de basisteams worden ontzien. Maar er zitnatuurlijk nog een hele categorie tussen bestuur, staf en ondersteuning ende twee precieze groepen die de Minister net noemde. Ik denk bijvoor-beeld aan opsporing, bepaalde recherchetaken en bepaalde ICT-mensen.Die hebben natuurlijk een heel grote invloed op blauw op straat en debasisteams. Zegt de Minister nu dat hij ook die ontziet? Of stelt hij die bijdezen gelijk aan de afdeling communicatie die hij net noemde, de mensendie folders maken voor de politie zelf? Volgens mij is dit de kern. Vanwelke mensen kunnen we het komend jaar nog het salaris gaan betalen?Minister Van Oosten:Om te beginnen vallen er geen ontslagen. Mogelijk suggereert de laatsteopmerking van mevrouw Van der Werf voor de toehoorder dat dit wel aande orde zou zijn, maar er vallen geen ontslagen. Beginpunt enuitgangspunt zijn de niet-operationele personele capaciteit. Dat gaf ik netook aan. Daarbij heb ik ook aangegeven waarop u mij mag afrekenen. Ikluister heel goed naar wat u zegt. U maakt zich allemaal terecht druk omblauw op straat, de basisteams et cetera – mevrouw Van der Werf breidtdat net als mevrouw Straatman uit naar wat andere onderdelen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13336 politieorganisatie – maar daar tornen we niet aan. Tegelijkertijd zei ik netin mijn antwoord op de opmerking van mevrouw Mutluer en mevrouwCoenradie dat de slagkracht van de politieorganisatie als geheel natuurlijkwel op de een of andere manier die 46 miljoen euro moet dragen en dat erook functies zijn buiten het zicht van de, zeg maar, actieve politie opstraat. De voorbeelden die mevrouw Van der Werf noemt, kunnen daartheoretisch gezien onder vallen. Dat kan ik niet allemaal compleetuitsluiten, maar beginpunt en uitgangspunt zijn dat we het vinden binnende niet-operationele personele capaciteit. We staan aan het begin van hetjaar. Ik stuur daar zelf ook op. Ik laat u zien of dat lukt of niet lukt. Ik maakmet de korpschef afspraken, ook over de terugkoppeling via de CFO. Datis wat ik u kan bieden. Ik kan echter niet alles compleet uitsluiten, want ikheb wel te maken met een financieel kader en het is ook mijn taak omdaar regie en sturing op te geven. Dat mag u van mij verwachten, en datis ook precies wat ik doe.Mevrouw Van der Werf (D66):Wat de Minister van deze commissie mag verwachten, is dat zij duide-lijkheid heeft en kan krijgen over het politiewerk. De vraag of er ontslagenvallen of niet, is natuurlijk niet de enige vraag. De vraag is ook of depolitieorganisatie de vraag uit de maatschappij aankan en bijvoorbeeldhet gestegen aantal zedenmisdrijven op een fatsoenlijke manier kanafhandelen. Er is geen antwoord op die vraag als de Minister bij debasisteams en blauw op straat blijft. Ook nu geeft hij geen duidelijkheidover waar het dan wél een tandje minder kan om te voorkomen dat we opdeze manier mensen en agenten raken.Minister Van Oosten:In de tabellen wordt een heel klein lettertype gebruikt; daarom zet ik evenmijn bril op. Ik denk dat het goed is om tegen mevrouw Van der Werf tezeggen dat daarin te zien is dat de meeste eenheden kunnen groeien. Datziet precies op het werk waar mevrouw Van der Werf op doelt. En ja, definanciële kaders zijn strak; dat weet ik wel. Er zijn wel drie eenheden waarde personeelsbegrenzing nog strakker wordt gevoeld dan bij andereeenheden, maar daarvan zijn blauw op straat, het gebiedsgebonden werkenzovoort dus uitgezonderd. Dus dan zul je nog strakker regie moetenvoeren om het elders te vinden. Het is dus niet zo dat de politieorganisatiestilstaat. Het is ook niet zo dat er niet verder wordt gegaan met de enormeinvesteringen die we allemaal de afgelopen jaren in de politie hebbengedaan. Ik heb alleen wel te maken met de kaders die er zijn en met die46 miljoen euro waarvan het begin- en uitgangspunt die niet-operationelecapaciteit is; daar ben ik heel duidelijk over geweest.De voorzitter:Vindt u dat voldoende? Ja. Dan gaan we naar mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Ik heb een vervolgvraag op de vraag die mevrouw Van der Werf stelde,om het nog meer toe te spitsen op de opsporing. De Minister zegt dat hetniet de gebiedsgebonden politie en de opsporing raakt. Maar hij plaatstdat telkens in de sleutel van de basisteams. Heel concreet: wat betekentdat voor de districtsrecherche, wat betekent dat voor de regionalerecherche en wat betekent dat voor de landelijke opsporing?Minister Van Oosten:Wat betreft de algemene opsporing heb ik van de korpschef de toezegginggekregen dat de opsporing van criminele samenwerkingsverbanden,high-impact crime, echt buiten het basisteam zit en dat het districtswerk,waar mevrouw Straatman ook op doelde, onverminderd doorgaat.Hetzelfde geldt voor de aanpak van ondermijning en het versterken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13337 landelijke eenheden die juist een bijdrage leveren aan die aanpak. U zietdat overigens ook in de tabel. Dat blijft dus doorgaan. Maar ik kan ook niethelemaal niks doen, want dan kom ik niet uit met die 46 miljoen. Wat ikdus net heb geprobeerd te zeggen in de richting van twee van uwcollega’s is dat als ik 46 miljoen ga vinden, ik niet kan volhouden dat datin het geheel die slagkracht niet zou raken, ook al vind ik dat bedrag metname bij bedrijfsvoering et cetera. Ook is het zo dat als er een vacature isbij met name teams die achter de schermen aan het werk zijn, bijvoor-beeld met die informatieproducten – dat is onderdeel van het gesprek datplaatsvindt met de gezagen – die vacature wellicht dit jaar niet wordtingevuld.Mevrouw Straatman (CDA):Voorzitter, ik denk dat het aan mij ligt, maar ik begrijp het gewoon echtniet. Ik denk dat er drie categorieën zijn en dat die nu de hele tijd doorelkaar heen lopen. De eerste categorie waar de Minister het de hele tijdover heeft, betreft de bedrijfsvoering, de communicatieafdeling, dehrm-afdeling. Dat daarin wordt gesneden, is duidelijk. Ik denk dat dat heelindirect de operationele slagkracht kan raken, maar ik begrijp heel goedvan de Minister dat het niet direct die operationele slagkracht raakt. Detweede categorie betreft de technische experts en de digitale experts. Ikdenk dat daarin snijden direct maakt dat het werk van de wijkagent veelminder effectief kan zijn. Wat gebeurt er met die categorie? Dan heb jenog de derde categorie. Die betreft gewoon heel direct de mensen opstraat en in de opsporing. Begrijp ik nou goed van de Minister dat zelfs indeze derde categorie, de categorie die de operationele sterkte het meestdirect raakt, er mogelijk gesneden gaat worden in de opsporing?De voorzitter:Minister, kunt u ingaan op die drie categorieën?Minister Van Oosten:Ik ben een beetje voorzichtig met die categorieën, maar ik heb heel netheel duidelijk genoemd dat we niet zitten aan de lokale opsporing vanuitde basisteams. We zitten niet aan die basisteams. Maar wat mevrouwStraatman categorie 2 noemt, kan tegemoetkomen aan het voorbeeld datik gaf. Daarin heb je teams van specialisten die bijvoorbeeld informatie-producten maken. Daar kan ik het niet helemaal uitsluiten. Maar het is dusiets anders dan het blauw op straat. Het is ook een gesprek dat met degezagen plaatsvindt.De voorzitter:U bent de enige met een derde interruptie, mevrouw Straatman. Ik wil udaar wel op wijzen. Alle collega’s hebben zich aan twee interruptiesgehouden.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik doe dat omdat het gewoon onduidelijk blijft. Alshet gaat om de opsporing focust de Minister de hele tijd op de opsporingin de basisteams. Maar de opsporing is gewoon veel breder. Zou deMinister om een herhaling van veel dezelfde vragen te voorkomen, heelduidelijk kunnen maken aan de Kamer, misschien op papier of later in eeninformatiebrief, welke precieze categorieën en welke functies er binnen deoperationele slagkracht vallen en welke niet? Dat blijft namelijk, in iedergeval voor mij, heel onduidelijk.De voorzitter:Is het mogelijk die informatie zo te verschaffen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13338 Minister Van Oosten:Ik heb al toegezegd dat ik maximale transparantie wil geven. Ik ga usowieso een voortgang geven, ik dacht in mei. Dan kan ik wellicht ook ditwat meer duiden. Verder verwijs ik naar wat ik net heel duidelijk hebuitgesproken. Ik heb echt van de korpschef bevestigd gekregen dat allewerkzaamheden, ook die we vanuit de bijzondere zaken bijdragen – datziet voor een heel deel op wat mevrouw Straatman bedoelt; dat vind ikalthans – onverkort voortgezet worden. Ik zal het meenemen in de brief.Daarin zal ik zo veel mogelijk proberen om de duiding te geven diemevrouw Straatman vraagt, maar belangrijker nog is dat u dan allemaalzicht kunt hebben op de realisatie van wat ik het beginpunt en hetuitgangspunt vind van hoe je die 46 miljoen euro gaat vinden bij deniet-operationele capaciteit.De voorzitter:Oké. We proberen dit ook te noteren, zodat de collega’s later weten watwe dan krijgen.De heer Struijs (50PLUS):Ik richt me alleen op de 46 miljoen. Mocht het lukken – ik weet dat er nuverdergaande plannen worden uitgewerkt – om binnen de operationelesterkte de stafdienst van de korpsleiding, het Politiedienstencentrum ende stafeenheden binnen de eenheden bij elkaar te brengen en daar eenforse bezuinigingsslag op te maken, dan spreken wij van een reorgani-satie, met alle terechte arbeidsvoorwaarden van dien. De kortstereorganisatie die ik heb meegemaakt binnen de politie duurde twee jaaren twee maanden. Ik deel de analyse van de Minister dat je dit jaar die46 miljoen niet gaat vinden op basis van de huidige spelregels enarbeidsvoorwaarden.Minister Van Oosten:Ja, zeg ik via de voorzitter tegen meneer Struijs, ik ga niet aan de voorkantop mijn rug liggen. Dit is mijn inzet. Hier ga ik voor. Ik ben het met u eensdat er nog veel werk te verzetten valt. Maar daar zeg ik wel bij dat er alheel veel is gedaan. We zijn van 850 miljoen naar 350 miljoen gegaan.Maar we zijn nog niet weg. Ik hoor uw Kamer heel duidelijk. U zegt tegenmij, terecht, dat ik aan een heleboel dingen niet mag komen. Dat wil ik ookniet, en daar mag u mij op afrekenen. Dan moet ik het ergens andersvinden, bijvoorbeeld daar waar de heer Struijs op doelt.De heer Struijs (50PLUS):Dit is mijn laatste interruptie. Ik ken niemand binnen de politie of in dedirecte omgeving die deze analyse niet steunt. Wij gaan geen 46 miljoenvinden in deze jaarbegroting. Ik waarschuw de Minister voor dezerisicoanalyse, want hij doet een toezegging aan de Kamer. Ik als volksver-tegenwoordiger in een controlerende functie geef deze waarschuwingheel nadrukkelijk.De voorzitter:Oké. Die waarschuwing is ontvangen.Minister Van Oosten:Dank u wel. Daarom benadruk ik ook dat dat mijn inzet is. Ik realiseer meheel goed dat een inzet iets anders is dan dat het zich ook per definitieopenbaart. Dat is wat ik moet laten zien. Dat is ook wat u van mij magverwachten. Ik bied u maximale transparantie. We zijn nog aan het beginvan het jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13339 De heer Diederik van Dijk (SGP):Het is in ieder geval goed dat we deze discussie voeren. De Minister, endat begrijp ik heel goed, redeneert heel sterk vanuit die bezuinigingsdoel-stelling van 46 miljoen voor dit jaar. Het liefst zouden we natuurlijk willenredeneren vanuit legitieme behoeften en taken, en zouden we willen dathet budget volgend is. De Minister zegt ook terecht dat slagkracht brederis dan alleen blauw op straat. Dan rijst de volgende vraag. Als 46 miljoenbezuinigen neerkomt op het wegsnijden van vet, dan zal iedereen in deKamer daar ja tegen zeggen. Maar, zoals ook de Minister terecht zegt, alshet toch het inleveren van slagkracht betekent, dan is het een heel anderverhaal. Dan zal deze Kamer misschien zelfs zeggen dat er geld bij moet.Hoe krijgen we dat nou scherp in de besluitvorming, zodat we zien wat diebezuiniging van 46 miljoen doet als het gaat om slagkracht, of dat nou opstraat is of daarbuiten? Hoe gaan we dat doen?Minister Van Oosten:Zoals ik al toegezegd heb, blijf ik de Kamer heel goed informeren. Ik hebin de tabel de ramingen gegeven waar we naar werken. De uitwerkingdaarvan gebeurt in de eenheden met de burgemeesters. Hoe dat uitvalt?De heer Struijs heeft mij ook kritisch bevraagd rondom de inzet die ik zelfwil plegen om dat echt te realiseren binnen de niet-operationelecapaciteit. Het is aan mij om u te laten zien hoe dat zich vertaalt, maar hetis aan ons allemaal, of aan u, om een begroting vast te stellen, waarbij iku kaders meegeef die maken dat je financieel uitkomt. Beter kan ik heteigenlijk niet maken. Dat is waar ik op stuur. Dit betekent wel dat er bijdiverse eenheden onverkort, maar wel minder dan aanvankelijk, groei inhet politiewerk kan blijven plaatsvinden. Het is wel belangrijk om ons datte blijven realiseren.Mevrouw Dobbe (SP):Even over een aantal basistaken van de politie. We hebben het gehad overde wijkagenten, hoe belangrijk de wijkagenten zijn in de buurt om contactte houden met de buurt, om te weten wat er speelt, om dicht bij mensente staan, om te zorgen dat het vertrouwen in de overheid niet daalt maarstijgt et cetera. We hebben het gehad over het belang van wijkagenten. Altijdenlang zien we dat die wijkagenten er onvoldoende zijn en dat zeonvoldoende aan die taken toekomen. Hetzelfde zien we bijvoorbeeld metzedendelicten. Als een vrouw wordt verkracht of aangerand, blijft eenaangifte vaak veel te lang op de plank liggen. Dat is niet omdat de politiehet niet wil oppakken, maar omdat ze dat niet kunnen wegens capaciteits-gebrek. Datzelfde zien we vandaag met het gestegen aantal aangiften alshet gaat om zedendelicten, vooral online. De politie loopt daarmee achter,niet omdat ze het niet willen, maar omdat ze het niet kunnen. Hoe moet ikdat rijmen? Wij verwachten daar oplossingen voor. Ik denk dat de heleKamer hier oplossingen voor verwacht. Hoe moet ik dat dan rijmen methet verhaal van deze Minister? Terwijl de politie zegt dat ze minimaal46 miljoen euro nodig heeft om in die taken te blijven voldoen, zegt dezeMinister dat dat helemaal niet zal uitmaken voor deze taak.Minister Van Oosten:Om te beginnen met de wijkagenten: daar komen we dus niet aan, wantdat valt echt binnen de basisteams. Dat blijft dus zo in 2026. Er werd in hetbijzonder gerefereerd naar zedenzaken, maar die bijzondere bijdrage blijftook bestaan. Waar we wel ... Maar dat is eigenlijk een ander vraagstuk.Dat relateert in the end natuurlijk wel aan de financiën, in theorie zelfs inpositieve zin, waar ik overigens niet heel gelukkig mee ben, zeg ik er gelijkeven bij. Als je vacatures hebt binnen de opsporing, bijvoorbeeld op hetgebied van zedenspecialisten, kan dat financieel positief uitpakken. Maarhet is veel belangrijker dat we de goede mensen daar krijgen, want daarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13340 hebben we ook echt werk in te verzetten. Dat relateert aan de opsporing inhet algemeen. Dat werk is zeker nog niet af.Mevrouw Dobbe (SP):De Minister spreekt zichzelf tegen. De Minister zegt in dit antwoordnamelijk ook: ik kan nu niet garanderen dat deze bezuinigingen deoperationele slagkracht niet raken. Dat zegt de Minister ook. Hij kan datniet garanderen, want dat is natuurlijk niet zo. De functies waarvoor nuvacatures worden stilgezet, zijn niet overbodig. Als er 46 miljoen aancompleet overbodige functies bij de politie bestaat, had hij ons wel wateerder mogen waarschuwen, want dan hadden we die eerder kunnenwegsnijden. Maar dat is natuurlijk niet zo. Alles hangt met alles samen.Mijn vraag staat dus nog steeds. Deze Minister – daar wil ik bevestigingvan – kan dus gewoon niet garanderen dat de operationele slagkracht bijwijkagenten, zedendelicten en allerlei andere taken van de politie nietwordt geraakt. Het is onverantwoordelijk om te zeggen «we gaan het in degaten houden en we zien het aan het einde van het jaar wel» als we ditvan tevoren al weten. Is de Minister het daarmee eens?Minister Van Oosten:Ik heb net al aangegeven in antwoord op vragen van collega’s vanmevrouw Dobbe dat ik het natuurlijk met u allemaal eens ben datwanneer je 46 miljoen euro binnen de politieorganisatie gaat vinden, ookal vind je dat primair – want dat is het uitgangspunt – in deniet-operationele capaciteit ... Ik ga als Minister van Justitie en Veiligheid,verantwoordelijk voor de politie, niet voor mijn kap nemen dat dat niet inzijn totaliteit de slagkracht van het politiewerk kan raken. Het zijn namelijkallemaal, stuk voor stuk, mensen die ongelofelijk belangrijk werk doen inhet hele politieapparaat. Maar u heeft mij hier ook met een opdrachtneergezet om uit te komen binnen die 46 miljoen euro. Ik luister heel goednaar wat u zegt. U wilt dat dat niet gehaald wordt bij het blauw op straatet cetera. Dat is dus ook waar ik voor insta en waar u mij aan het eind vanhet jaar op mag afrekenen.De voorzitter:Collega’s. De 46 miljoen en de invulling daarvan waren een belangrijkdeel voor eenieder. De Minister had een kopje financiën. Ik wil de Ministervragen: welke andere onderwerpen zitten nog in het blokje financiën? Hetis een dikker pak dan ik zou denken, maar ...Minister Van Oosten:Ja, maar heel veel is al gezegd. Over informatiedeling heb ik gezegd dat ikdat meeneem in de brief in mei et cetera. Als het gaat om amendementen,nemen we de integrale afweging mee bij de Justitiebegroting.Mevrouw Coenradie had een vraag over de autonomie van de politie.Misschien is die nog onvoldoende aan de orde is gekomen. Eigenlijkvraagt mevrouw Coenradie: kan de politie niet meer autonomie krijgen enzelf bepalen waar ze de capaciteit inzetten? Men treedt natuurlijk op onderhet gezag van de burgemeester en het Openbaar Ministerie. Als Ministerga ik daar niet over. Tegelijkertijd lijkt het me belangrijk – dat illustreertdeze discussie ook – dat u ook de Minister goed kan bevragen op wat erfinancieel staat te gebeuren.Ik heb volgens mij al het een en ander gezegd over de ramingen. In derichting van de heer Van Dijk is mogelijk de vraag over het conjunctuurge-halte in voldoende mate bevestigd.Mevrouw Straatman had een vraag over de situatie na 2027. Dat heb ikniet gezegd omdat ik me erg focus op ’26, vanuit de rol die ik als demissi-onair Minister heb. Maar het is natuurlijk wel zo dat als het gaat omkeuzes om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting vanaf ’27 opbasis van de huidige cijfers, de korpschef met de gezagen voorberei-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13341 dingen treft. Daar mag u van uitgaan, want dat heb je als ordentelijkbestuur te organiseren.Ik kijk even naar mijn rechterhand. Ben ik op het punt van financiën nogiets vergeten? Dat lijkt niet het geval te zijn.De voorzitter:Oké. Dat is top. Het mapje financiën is afgedaan wat de Minister betreft.Perfect. Dan kijk ik even naar de collega’s wat betreft de invulling van de46 miljoen en de hele discussie daarover. Ik heb veel collega’s de ruimtegegeven, dus denk goed na of hierover nog een vraag nodig is. MevrouwMichon en mevrouw Straatman hebben nog een vraag. Daarna ga ikstrakker voorzitten ten aanzien van mogelijke vragen. Mevrouw Michon.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Wat betreft de financiën vind ik het dunne lijntje waarop we lopen,onprettig. Ik heb in mijn eigen bijdrage gezegd dat ik de bonden nogsteeds hoor praten over een tekort van 850 miljoen. Ik hoor nu van deMinister dat het 350 miljoen is. Kunnen we wat preciezere informatiekrijgen over de financiële doorkijk? Wat is er nodig om dat preciezer teweten, zodat we allemaal wat meer houvast hebben? Ik denk dat veel vanhet ongemak vandaag zijn basis heeft in het feit dat we niet een preciesoverzicht hebben. Daar krijgen we een unheimisch gevoel van.Minister Van Oosten:Misschien mag ik de vraag van mevrouw Michon als volgt uitleggen. Umag erop rekenen dat ik mijn best doe om daar in de brief van mei naderinzicht in te geven. Anders mag u mij corrigeren. Dat wil ik zelf ook, wantwij hebben die 46 miljoen euro in te vullen. Het beginpunt en hetuitgangspunt heb ik duidelijk vermeld.Mevrouw Straatman (CDA):Ik had nog één verduidelijkende vraag, die de Minister volgens mij nogniet beantwoord heeft. De cijfers zijn nu gebaseerd op de personeleonderbezetting op basis van ramingen uit augustus 2025. Is dat nu ooknog de stand van zaken of zijn er op dit moment meer accurate ramingen?Want dat heeft direct invloed op het bedrag.Minister Van Oosten:Ik heb naar mijn beste weten geen accuratere ramingen, maar er isnatuurlijk nog wel heel veel in beweging. Dat heb ik net gezegd en datstaat ook in de brief. We staan aan het begin van het jaar. Ik heb in mijninbreng duidelijk willen overbrengen dat ik, via de CFO, ook van dekorpschef verlang dat ik daarvan heel goed op de hoogte word gehouden,want dat heeft alles te maken met de realisatie van die 46 miljoen op eenmanier die mij en u aanstaat. Daar houd ik u dus echt goed van op dehoogte.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb nog een korte vraag. Misschien heb ik het gemist in de inleiding. Inde brief van de Minister staat dat de bezuinigingstaakstelling of-doelstelling ingevuld zal worden door het sluiten van politielocaties. Mijnvraag is: worden er dit jaar nog politiebureaus of politieposten geslotenom die bezuinigingsdoelstelling te halen? Als dat niet dit jaar is, wat wordter dan in 2017 voorzien? Kunnen we dat in februari of maart 2017verwachten?De voorzitter:Mevrouw Dobbe bedoelt 2027.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13342 Mevrouw Dobbe (SP):Sorry, 2027. 2017 is al voorbij.Minister Van Oosten:Dat moet ik nagaan. U moet zich voorstellen dat de huisvestingsplannenlopen via de gezagen. Daar kunnen hele goede redenen voor zijn, waar ikverder niet over ga speculeren. Misschien kan ik dat meenemen in diebrief. Als dat voor u te lang duurt, dan moet ik kijken langs welke weg ik udat eerder kan laten weten. Ik durf nu niet zomaar ja of nee te zeggen.Daarmee zou ik uw vraag geen recht doen. Ik wil het kritisch bekijken.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, kort.Mevrouw Dobbe (SP):Dat is voor ons wel belangrijk om te weten. De Minister zegt: het zoukunnen dat bepaalde locaties worden gesloten of niet doorgaan. Maar hetgaat ons natuurlijk om politiebureaus en politieposten. Dat willen we heelprecies weten, want het jaar is al begonnen.De voorzitter:Politiebureaus en politieposten.Minister Van Oosten:Ik neem dat op me en ik ga u daarover rapporteren in de brief die iksowieso ga sturen. Als dat aan de orde is, dan kunt u dat daar heel preciesin lezen en dan kunt u zien hoe u dat zelf weegt.De heer Diederik van Dijk (SGP):Heel kort. Ik wil even doorgaan op wat mevrouw Michon-Derkzen zegtover de behoefte om meer inzicht te krijgen in de financiën van de politie.Er is aan deze kant van de tafel gesuggereerd dat het misschien helpt omhet begrotingsartikel voor de politie wat verder op te knippen om zo meerinzicht te krijgen. Hoe ziet de Minister dat soort oplossingen?De voorzitter:De oude «knip het artikel op»-discussie.Minister Van Oosten:...De voorzitter:Uw microfoon, Minister.Minister Van Oosten:Sorry, ik dacht dat ik op de knop drukte. Volgens mij was er nog een vraagover de evaluatie van de Politiewet. Ik ben er nu geen voorstander van omin één keer van alles te veranderen. Dat leidt af van de opgaaf die wehebben. Dat is, even flauw gezegd, het realiseren van 46 miljoen op eenmanier die ons aanstaat.De voorzitter:Oké. Is het blokje financiën, in ieder geval wat betreft de 46 miljoen,oplopend naar 350 miljoen, nu afgerond? Dan kunnen we namelijk doornaar andere onderwerpen. Minister, u had een mapje financiën. Wat mijbetreft is dat bij dezen afgedaan.Minister Van Oosten:Wilt u door naar het mapje politietaak?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13343 De voorzitter:Ik vroeg me het volgende af, Minister. U had een mapje capaciteitpersoneel. Kunt u dat nog even duiden? Het zorgt namelijk bij ons voorverwarring. Wat bedoelt u daarmee?Minister Van Oosten:In dat blokje ga ik een vraag behandelen over de Politieacademie,aspiranten et cetera.De voorzitter:Check. Helder. Dank. Dank.Minister Van Oosten:Zal ik daar anders mee beginnen? Dan hebben we dat afgewikkeld.De voorzitter:Dat is prima. Dan begint u daarmee.Minister Van Oosten:Er is gevraagd of er andere manieren zijn om mensen op te leiden etcetera. Het woord «zijinstromers» viel bij een aantal van u. MevrouwMichon-Derkzen en mevrouw Mutluer hebben daarnaar gevraagd. DePolitieacademie maakt voor onderdelen van een aantal specifiekeopleidingen, namelijk opleidingen voor zijinstromende specialisten en deboa-opleidingen, gebruik van inhuur van derde partijen. De verantwoorde-lijkheid van examinering en trainingen ligt wel bij de Politieacademie,vanwege het geweldsmonopolie. Voor het opleiden van breed executievepolitiemedewerkers maken we maximaal gebruik van de opleidings- enbegeleidingscapaciteit van de academie.Mevrouw Faber vraagt naar het selecteren van aspiranten op compe-tenties; laat ik het daar even bij laten. Wat mij betreft is het heel helder:aanstellingseisen gelden voor alle toekomstige aspiranten, ongeacht dediverse achtergrond.De voorzitter:Mevrouw Faber heeft een vraag.Mevrouw Faber (PVV):In de stukken is ook te lezen dat men wel selecteert aan de hand van eendiversiteitsbeleid. Ze hebben namelijk een doel van 35% wat betreftpersonen met een etnischeminderheidsachtergrond. In eerste instantieheeft dat dus de voorkeur, waarna er pas verder wordt gekeken. Moetenwe niet gewoon kijken wie er de beste persoon op de beste plek is? Als wekijken in het WODC-rapport, lezen we dat «eerder onderzoek laat zien datveel rekruten binnen drie jaar na afronding van de basisopleiding depolitie verlaten. Een onevenredig hoog aantal hiervan heeft een migratie-achtergrond.» Er wordt een voorkeursbeleid gevoerd, maar aan de anderekant, als ze zover zijn, blijkt dat een onevenredig groot deel van dezemensen de politie verlaat. Span je dan niet het paard achter de wagen? Jestopt er namelijk heel veel energie en geld in, maar het resultaat is dantoch minder dan verwacht; laat ik het zo stellen.Minister Van Oosten:Het WODC-rapport laat ook iets anders zien. Althans, als we het overhetzelfde WODC-rapport hebben. Er zijn er namelijk meer. Het laat ookzien dat het voor onze samenleving van belang is dat de politie toontmidden in de samenleving staan. Je kan er dus op verschillende manierennaar kijken. Voor mij als Minister staat uiteindelijk het feit dat je ervan uitkan gaan dat elke politieagent die door de eisen heen is gekomen, voldoetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13344 aan de hoge normen die we van onze politieorganisatie mogenverwachten. Ik twijfel daar niet aan.Mevrouw Faber (PVV):In het WODC-rapport Samen sterker staat toch echt wat ik u al zei.Vanwege de tijd ga ik het niet allemaal herhalen. Ik vraag me wel af: moetje daarvoor zo veel effort inzetten? Het is natuurlijk prima als mensensolliciteren, maar je hoeft niet per se naar etnische achtergrond te kijken.Je kan toch gewoon de sollicitatie innemen en dan naar de competentiekijken? De rest maakt dan in feite niet uit. Als ik dit rapport van het WODCmag geloven, wordt er aangekoerst op een diversiteitsdoel van 35%. Ikverzin het allemaal niet zelf. Of het WODC-rapport moet niet kloppen,maar daar ga ik toch niet van uit.Minister Van Oosten:Er worden een paar onderwerpen bij elkaar gehaald. De aanstellingseisengelden wat mij betreft onverkort voor iedereen. Daarnaast is deinspanning er natuurlijk in de algemeenheid van de organisatie op gerichtdat je de mensen die je hebt opgeleid en aan het werk hebt, aan het werkhoudt. Het is voor mij nu onvoldoende inzichtelijk in hoeverre dat wel ofniet altijd een succes is, maar wat mij betreft gelden er onverkort evenhoge normen voor de mensen die aan het werk zijn bij de politie. Het iswat mij betreft ook niet de bedoeling dat je aan de voorkant allerleiselecties laat plaatsvinden, anders dan de algemene aanstellingseisen dieje hebt.Voorzitter, als u mij toestaat ...De voorzitter:Heel kort nog, mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Er staat toch echt een koersdoel van 35% in. Daar doe je dus iets mee,want dat zet je er niet voor niets in.Minister Van Oosten:Dat kan ik hooguit verklaren door de stelling dat de politie ook eenorganisatie is die midden in de samenleving moet staan. Onze samen-leving is heel divers en dat kan dus ook vorm krijgen binnen de politieor-ganisatie. Dat neemt niet weg – ik voel mee een beetje een grammofoon-plaat – dat die aan dezelfde eisen dient te voldoen. Daar wordt wat mijbetreft ook niet in toegegeven.De voorzitter:Oké. De Minister gaat verder.Minister Van Oosten:De vraag van de heer Van Dijk over de operationele slagkracht et ceteraheb ik al behandeld, denk ik. Die schuif ik dus terzijde.Mevrouw Faber vroeg nog naar de inclusie en diversiteit. Dat hebben wemisschien net ook al besproken. De politie is een organisatie vooriedereen. Waakzaam en dienstbaar. Iedereen heeft te handelen naardezelfde beroepscode en de gedragscode lifestyle-neutraliteit.Mevrouw Faber vraagt ook naar de gebedsruimte bij de politie.Mevrouw Faber (PVV):Dat zijn eigen regels van de politie, maar in de praktijk zie je dat die regelsworden overtreden. Ik heb ook het voorbeeld gegeven van de korpschefuit Flevoland, die zich gewoon helemaal mengt in de politieke discussie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13345 Minister Van Oosten:Op dat punt kan ik het volgende zeggen. Ik had die vraag nog liggen, maarlaat ik die gelijk meepakken. Ik ben heel terughoudend in het recenserenvan wat politiemedewerkers al dan niet voor een microfoon hebbengezegd. Het is wel zo dat als daar een goede reden voor is, die ermisschien kan zijn, het aan de eenheidsleiding is om daarover in gesprekte gaan met betrokkenen. Dat kan bijvoorbeeld gaan over hoe je socialemedia vormgeeft. Maar de politie is en blijft neutraal en treedt neutraalop. De beroepscode en de gedragscode lifestyle-neutraliteit zijn deleidraad. Punt.De voorzitter:Ik ga mevrouw Faber de kans geven hierop door te vragen, want het waseen essentieel onderdeel van haar betoog. Graag kort. Dat doet u prettig.Mevrouw Faber (PVV):Deze korpschef geeft op het internet gewoon zijn eigen mening, onderandere over Gaza en pro-Palestina. Hij heeft het zelfs over het kabinet,over een bepaalde bijzonderheid van het kabinet en over niet wegkijken.Dan heb ik het ook nog gehad over die taps en die aanslag op desynagoge. Ik heb hier een heel feitenrelaas. Dat kan ik allemaal welopnoemen, maar dat klopt gewoon niet. Hij is een aanspreekpunt vooreen moskee. Hij staat op de bellijst. Als ze wat willen weten van de politie,dan bellen ze hem. Dat staat op die taps. Dat kan toch gewoon niet? Danga je toch wel heel erg ver, hoor.Minister Van Oosten:Net als iedereen hebben ook politiemedewerkers recht op hun eigenmening. Dat is een feit. Gelijktijdig staat de neutraliteit van de politievoorop. Dat benadruk ik. Er is een gedragscode. Hierin zijn de kadersvastgelegd voor wat je wel en niet zegt. Vervolgens ga je daar alseenheidsleiding over in gesprek met de betrokkene. Dat past bij goedwerkgeverschap. Men moet zich ook realiseren wat zoiets al dan nietteweeg gaat brengen. Maar ik ga het voorbeeld dat mevrouw Faber hieropbrengt echt niet recenseren. Dat vind ik niet mijn rol.De voorzitter:Mevrouw Coenradie, wilt u ook iets zeggen over dit punt?Mevrouw Coenradie (JA21):Ja, eigenlijk wel.De voorzitter:Een momentje, mevrouw Coenradie. Ik kan me wel voorstellen ... Rustigaan, jongens. Ik kan me namelijk best voorstellen, Minister, dat dit watonbevredigend overkomt op de collega’s. Ik snap dat de Minister niet eensectorhoofd wil recenseren, maar ik denk dat dit voor een aantal collega’seen fundamenteel punt is. Mevrouw Coenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik moet collega Faber toch eventjes bijvallen wat betreft het koersdoel uithet WODC-verhaal. Mijn vraag is namelijk ook wel in hoeverre depolitietop scherp heeft wat er nou precies nodig is op de werkvloer, als dathele koersdoel zo ontzettend belangrijk is. Het gaat namelijk niet alleenom de formulering in zo’n rapport; het heeft ook een doorwerking in deorganisatie. Er zijn allerlei diversiteitstrainingen en inclusiviteitstrainingen,waar heel veel geld mee gemoeid is. Dit staat dus niet alleen op dit papiergedrukt; dit werkt door in de hele organisatie. Als je het hebt over focusen de juiste prioriteiten stellen, dan kun je je afvragen of hiermee de juisteprioriteiten gesteld worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13346 De voorzitter:Kunt u die vraag beantwoorden, Minister?Minister Van Oosten:Daarmee gaan we eigenlijk terug naar de vorige vraag. Met uw welnemenkom ik ook nog even terug op mevrouw Faber, want daar vroeg u ookaandacht voor.De voorzitter:Graag, als dat kan.Minister Van Oosten:Met betrekking tot het koersdoel zeg ik even dat de opleidingseisen voormij onverkort bovenaan staan. Als politieorganisatie die er voor iedereenen alles is, probeer je goed in de samenleving herkend te worden. Daarneem ik kennis van, maar het blijft een feit dat de opleidingseisen en watje van de politie mag verwachten op het gebied van neutraliteit – daarmeesla ik een bruggetje naar mevrouw Faber – onverkort bovenaan staan. Ikzeg het volgende richting mevrouw Faber en ook richting u, meneer devoorzitter, omdat u mij de kans geeft om mijn antwoord op dit punt nogwat aan te scherpen. Ik wil als politiek verantwoordelijke voor de politie indit land dat de politie ook echt die neutraliteit uitstraalt. Ik zou hetvervelend vinden als u daaraan zou twijfelen. Ik hoop alleen dat u erbegrip voor kunt opbrengen dat ik vanuit mijn rol als Minister niet op destoel van de werkgever ga zitten. Maar op het punt van mevrouw Faberzeg ik u toe dat ik dit punt in zijn algemeenheid terugkoppel in hetperiodieke gesprek dat ik binnenkort weer met de korpschef zal hebben:hoe borgt de politie de neutraliteit en hoe borgt de politie het naleven vanhet handelingskader ten aanzien van lifestyle, of – hoe noemde ik het netnou zo mooi? – de gedragscode lifestyle-neutraliteit. Dat zeg ik u toe.De voorzitter:Dank voor de toezegging. Op welke manier krijgen we dat dan te horen?Minister Van Oosten:Dat neem ik mee in de halfjaarbrief, in de reguliere halfjaarbrief.De voorzitter:Dan doen we dat. Momentje, mevrouw Faber. Dit is uw vierde interruptieop dit punt, maar gaat uw gang.Mevrouw Faber (PVV):Ik zal het heel kort houden. Ik wil graag dat er dan ook op tafel komtwaarom deze persoon aangifte heeft gedaan tegen volksvertegenwoor-diger Geert Wilders. Dat is volgens mij helemaal niet de taak van eenpolitieman in functie.Minister Van Oosten:Ik laat mij nooit uit over individuele zaken, dus ook op dit punt niet. Daarmoet ik echt mijn beperking in vinden. Ik hoop dat u dat respecteert. Maarik heb u wel mijn toezegging gedaan. Die ga ik gestand doen.De voorzitter:Momentje. Ik denk dat mevrouw Coenradie nog op die 35% wil ingaan.Mevrouw Coenradie?Mevrouw Coenradie (JA21):Ik heb eigenlijk toch wel moeite met iets wat in mijn optiek een beetjecontrair is. Aan de ene kant zeggen we dat de politie neutraal moet zijn enaan de andere kant roepen we dat iedereen zich moet herkennen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13347 politie. Dat betekent ook iets voor het diversiteitsbeleid. Ik vind datcontrair aan elkaar. Iedereen herkent de politie. Je herkent ze simpelwegaan hun uniform. Dat is bij iedereen hetzelfde. Ik vraag me dus af waaromwe toch nog zo ontzettend ons best doen voor het diversiteitsbeleid. Westellen er geld voor beschikbaar en we maken er focuspunten van, terwijler voor de veiligheid van de samenleving toch echt andere prioriteitengesteld moeten worden. Ik ben heel erg benieuwd in hoeverre de Ministerdaarin wil doorpakken richting de politieorganisatie.Minister Van Oosten:Diversiteit is een streven. Het is geen doel op zichzelf. Ik probeer wel aante geven dat de politieorganisatie als geen ander – ik denk dat we datallemaal wel met elkaar eens zijn – echt midden in de samenleving staat.Die samenleving is heel divers. Waarop ik wil en blijf doorpakken, is dat erniet getornd wordt aan de opleidingseisen. Ik stuur erop dat die onverkortvan kracht blijven en dat je van elke politieagent, van elke politieman ofpolitievrouw, in dit land mag verwachten dat die op dezelfde manierhandelt binnen de kaders die hem meegegeven zijn.Ik had nog een vraag en dan ben ik klaar. Die gaat over de gebedsruimtevan mevrouw Faber. Ik rond het blokje even af, als u het goedvindt,voorzitter. Ik weet niet of er nou een bevestiging werd gevraagd, maar depolitie heeft inderdaad algemene stilte- en gebedsruimtes beschikbaar opsommige politielocaties, voor zover daar behoefte aan en belangstellingvoor is. Dat is overigens bij meer werkgevers het gebruik.Ten slotte nog een vraag van mevrouw Coenradie. Zij vroeg naar eenspecifieke casus waarbij iemand uit de korpsleiding is weggegaan. Hetklopt dat betrokkene uit de korpsleiding is gegaan, maar het is niet aan mijom daar verder op in te gaan. Ik verwijs naar de berichtgeving van dekorpschef. Die gaat daar als werkgever over.De voorzitter:Oké, even kijken. Mevrouw Mutluer was volgens mij eerst, of niet?Momentje, collega’s. Mevrouw Mutluer mag als eerste.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik wil even terug naar de beantwoording door de Minister van mijn vraagover de politieopleiding. We hebben hier rondetafelgesprekken gehad enwe zijn heel erg kritisch geweest op, onder andere, de Politieacademie, dieeen beetje een monopoliepositie blijkt te hebben. We hebben nadrukkelijk,via drie moties, gevraagd om met een aparte rechercheopleiding tekomen. Ik zie in Kamerbrieven ook dat de instroom op zich wel goed isgeregeld, via de Politieacademie, maar dat de doorstroom niet goed loopt.Ik stel dus nogmaals de vraag of de Minister bereid is om het gesprek metde politie nog een keertje te voeren en na te gaan of er een aparterechercheopleiding kan komen. Daarmee doel ik op de samenwerking metprivate partijen en, nog nadrukkelijker, met de universiteiten.Minister Van Oosten:Ik ga dat toezeggen. Ik wil er namelijk gewoon even meer van weten. Iksluit niet uit dat het alweer van iets langer geleden is. Ik ga het met dekorpsen bespreken en me laten bijpraten door mijn departement. Dangeef ik u een terugkoppeling, ik denk in die brief waar we het net al overhadden. Ik moet er even in duiken. Het spijt me. Ik vind «daar kom ik opterug in de tweede termijn» net te makkelijk.De voorzitter:Oké. Dus in de halfjaarbrief komt het terug. We gaan dit noteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13348 Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dan hoop ik, zeg ik via u, voorzitter, dat de Minister zich niet laatwegsturen met de opmerking: die moties zijn afgedaan, want de Politie-academie gaat het allemaal oppakken. Mijn kritische punt, en ik denk ookdat van mijn collega’s, is dat de PA dit niet alleen aankan. Dit moet je veelbreder bekijken, eventueel in samenwerking met andere partijen. Wehebben de opsporing, met name de lokale opsporing, brood- enbroodnodig.De voorzitter:Helder.Minister Van Oosten:Mijn toezegging ga ik gestand doen. Ik moet daarin duiken.De voorzitter:Precies. Bij het halfjaarbericht politie komen we erop terug. Dan kan deKamer ook zien hoe de moties zijn opgevolgd.Mevrouw Faber en mevrouw Coenradie hadden nog interrupties. Heeft uop dit specifieke punt een vraag, mevrouw Michon? Ja, zie ik. Als jullie hetgoed vinden, gaan we dan eerst even mevrouw Michon doen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Op dit punt, voorzitter. Ik deel de vragen en opmerkingen van mevrouwMutluer over de Politieacademie. In mijn bijdrage vroeg ik of de Ministernog steeds voornemens is om de onderbezetting op te lossen. We hebbenstructurele onderbezetting. We hebben het er al jaren over dat de formatieen de bezetting weer in lijn moeten komen. Nu zijn we een beetje aan hetwegdraaien van de discussie, omdat we geld zoeken. Maar kan deMinister bevestigen dat we nog steeds met elkaar bezig zijn om deonderbezetting op te lossen en er dus voor te zorgen dat de politie opvolle sterkte werkt?De voorzitter:Kan de Minister dat bevestigen?Minister Van Oosten:Wij zoeken onverkort mensen. Maar we hebben ze nog niet altijd overalgevonden. Dat grijpt terug op de discussie waar we mee begonnen. Ukunt ook zien, voorzitter, dat die groei bij diverse eenheden ook geprogno-tiseerd is.De voorzitter:Oké. Mevrouw Coenradie had een ander punt. U bent oké? Oké. MevrouwFaber.Mevrouw Faber (PVV):Even over de gebedsruimtes. De Minister noemt het stilteruimtes. Maardat is natuurlijk om het een beetje af te vlakken, in mijn ogen; laat ik hetbij mezelf houden. Waarom is dat zo? Dat kan toch gewoon afgeschaftworden? Je gaat toch niet naar je werk om daar te bidden? Wat zie je dusook? Er worden hele provocerende filmpjes gemaakt van agenten die inzo’n ruimte op hun knieën op een gebedskleedje zitten. Dan vragen ze:hoe is het bij jullie geregeld? Dat is in mijn ogen alleen maar provoceren.Moeten we daar niet gewoon mee stoppen? Moeten ze niet gewoonboeven gaan vangen?Minister Van Oosten:Ik val in herhaling. De politie heeft als werkgever ook goed te zorgen voorhet personeel. Dit is een keuze die gemaakt is vanuit goed werkgever-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13349 schap. Daar wil ik verder ook niet aan tornen. Ik ben het overigens weleens met het uitgangspunt dat we van onze agenten verwachten dat ze destraat op gaan om – ik citeer mevrouw Faber – «de boeven te vangen», endat doen ze ook allemaal, stuk voor stuk.De voorzitter:Ik kijk even rond. We hebben het derde kopje over capaciteit personeelgehad. Dan resteert politietaak en belangrijke overige vragen. Ik denk nietdat dat een heel dik mapje is, toch?Minister Van Oosten:Nee. Dat loopt nogal uiteen.De voorzitter:Oké. Is er nog iemand die een vraag heeft over capaciteit personeel? Nee?Oké. Met jullie welnemen ga ik jullie verlaten om iets anders te doennamens jullie, namelijk een boek in ontvangst nemen. Ik schors even.Mevrouw Coenradie gaat zo voorzitten. Ik vertrouw jullie met de verant-woordelijkheid om dit goed af te ronden tot 14.45 uur en hoop daarop.Uiteraard dank ik de Minister. Ik schors voor een enkel ogenblik.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.Voorzitter: CoenradieDe voorzitter:Omwille van de tijd gaan we gelijk aan de slag, voordat iedereen op mij zitte wachten. We gaan nu naar het kopje politietaak, als ik het goed hebbegrepen, in de beantwoording van de Minister. Omwille van de tijd wil ikeigenlijk alleen de broodnodige interrupties of misschien helemaal geeninterrupties meer toestaan, want we hebben natuurlijk ook nog de motiesdie we met elkaar moeten doornemen en de schorsing die daartussenvalt. We moeten even goed kijken hoe we die tijd indelen. Als eerste geefik het woord aan de Minister.Minister Van Oosten:Dank u, voorzitter. Ik zeg u toe dat ik ga proberen om kort en krachtig tezijn. Er is al veel voorbijgekomen. De heer Van Dijk vroeg of ik kritisch wilkijken naar politieactiviteiten die niet direct raken aan de kerntaken. Dat iseigenlijk de discussie die we net hebben gehad rondom deniet-operationele capaciteit. Ik heb wel benadrukt dat ook die een bijdragelevert aan de slagkracht van de politieorganisatie als geheel.Mevrouw Straatman vroeg naar de kerntaken van de politie. Daarvoor iser een strategische agenda, Stevig staan in deze tijd, opgebracht dooronze korpschef. Het streven is om de keuzes die worden gemaakt, sluitendte krijgen met de meerjarenbegroting.De heer Struijs vroeg naar digitale criminaliteit: de stand van zaken van deICT, de koppeling tussen het Openbaar Ministerie en burgers, enzovoort.Ik denk dat dat een heel thema op zichzelf is, als ik heel eerlijk ben. Hetwordt nu in de behandeling van één vraag meegenomen. Het volgendezal de heer Struijs ongetwijfeld weten, maar ik durf niet te zeggen datiedereen daar even goed van op de hoogte is. Dat geldt in elk geval nietvoor mijzelf, want het is al van even geleden. Er heeft een uitgebreidonderzoek plaatsgevonden rondom de informatievoorziening van de zijdevan de politie, de dempende effecten en maatregelen die al dan nietmoeten worden genomen en het korpsportfolio-office dat op dit ogenblikdoor de politie wordt ontwikkeld ter versterking van de veranderopgavebinnen het korps, juist op het gebied van de informatievoorziening. Ik zouu op dit punt willen voorstellen om er op een later moment meer rechtaan te doen. Dat zeg ik niet om het nu zomaar af te doen, maar ik zal hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13350 een passage geven in de halfjaarbrief die sowieso standaard komt. Dan isiedereen weer even bijgepraat over het onderzoek waarover ik het nethad, want ik weet niet of iedereen dat weet. Aan de hand daarvan, enwellicht aan de hand van het initiatief van de heer Struijs, kunnen wemeer inhoudelijk verder praten met elkaar. Het is de langetermijnagenda,begrijp ik van de heer Struijs, dus het hoeft ook niet in een maandopgelost te worden.De voorzitter:Ik zie dat de heer Struijs daar toch nog een opmerking over wil maken.De heer Struijs (50PLUS):Ik wil ermee akkoord gaan onder de volgende voorwaarde. Het isinderdaad voor de lange termijn, maar er is ook een kortetermijnstrategie.Die raakt ons in de capaciteit en de financiën, want hier zit winst in. Zou udan ook de relatie en de samenwerking met Defensie rondom cyber-dreiging en cybercriminaliteit willen meenemen? Ik weet dat daar watbeweging in zit. Politiemensen en militairen zeggen dat er meer uit tehalen is, zeg ik even huiselijk. Zou u dat kort mee willen nemen in uwzesmaandenverslag?Minister Van Oosten:Ik kom zo nog terug op Defensie. Het zal langs die lijn zijn dat we nog eenseven goed moeten bekijken wat we daar mogelijk kunnen toevoegen.Mevrouw Straatman vroeg naar de verplaatsing naar de onlinewereld.Ook dat is een thema waar we wat mij betreft op een later moment watuitgebreider over moeten praten, want dat is ontzettend in ontwikkeling.Het doet het onderwerp geen recht als we het met de discussie in ditWGO geheel afdoen. De aanpak van onlinecriminaliteit moet versterktworden; dat ben ik geheel met mevrouw Straatman eens. Er komt ook eenvoorziening die zorgt voor landelijk inzicht en overzicht van onlinecrimina-liteit en voor samenhang. Die voorziening ondersteunt de regionaleeenheden bij het gericht opzetten van opsporingscapaciteit. Verderworden de medewerkers in de basisteams getraind en uitgerust metmiddelen voor digitale opsporing. Daar is dus echt wel oog en hart voor,maar ik denk dat we daar nog niet over uitgepraat zijn naar de toekomsttoe.De heer Struijs vroeg dus naar cybersecurity en Defensie. Defensie is eenvan onze partners. Ik zeg dus graag toe dat ik dit meeneem in dathalfjaarbericht; we zouden dat al dan niet in de sfeer van een verkenningop dat punt kunnen toevoegen.Mevrouw Michon-Derkzen stelde nog een vraag over opleidingen – daarhebben we het vorige keer ook over gehad volgens mij – maar ook overwinkeldiefstallen et cetera. Welke agenda wordt uitgerold naar aanleidingvan het WODC-rapport «Met vereende krachten?», was haar vraag. Daarinkomen knelpunten en reflecties op dilemma’s rondom de publiek-privatesamenwerking ook naar voren. Ik meen dat we deze vraag in decemberook gekregen hebben, maar ik weet het even niet zeker. Op dit ogenblikverkent mijn departement met de politie in hoeverre lessen nog naderkunnen worden uitgediept en toegepast bij andere vormen van publiek-private samenwerkingen die nog niet door het WODC zijn onderzocht. Ookwordt door de politie verkend op welke gebieden nog meer strategischepartnerschappen kunnen worden ontwikkeld. Ik heb er zelf ook wel eengoed gevoel bij dat dit mogelijk moet zijn. Ik meen dat mevrouwStraatman hier ook naar vroeg in het grotere geheel, maar je kunt ook opkleinere schaal bepaalde vraagstukken misschien veel meer met privatepartners oplossen. Dat kan ook een bijdrage leveren als de politiecapa-citeit schaars is. Ik stel voor dat we dat voorlopig een vast onderdeel latenzijn van het halfjaarbericht, zodat het niet vergeten wordt en ik de standvan zaken kan vertellen. Dan zijn we even wat verder in de tijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13351 Ik ga snel door naar de volgende vraag, namelijk over femicide enhuiselijk geweld. Volgens mij vroeg mevrouw Van der Werf daarnaar.Terecht, want het is een zeer aangelegen punt. De veiligheidsagenda stemik altijd af met de regioburgemeesters en het Openbaar Ministerie. Dat isas we speak going on, zeg ik maar even in fout Engels. Ik mag nietvooruitlopen op wat daar precies in komt te staan, maar u mag wel wetendat het thema natuurlijk aan niemand voorbij is gegaan. We moeten evenkijken hoe dat zich doorvertaalt. Maar ik mag hier niet zeggen wat deveiligheidsagenda specifiek wordt, zoals u vraagt, omdat dat niet alleenaan mij is.Mevrouw Van der Werf (D66):Mijn indruk is dat de Minister daar best een stempel op kan zetten. Is hetook niet zo dat dit onderwerp per definitie in tegenstelling is metbijvoorbeeld meer regionale speerpunten of zaken die de mensen inzouden kunnen dienen die de Minister net noemt? Volgens mij leggen wehierbij ook een heel breed gedeeld sentiment in de Kamer bij de Ministerneer.Minister Van Oosten:Mevrouw Van der Werf mag erop rekenen, en daarmee ook de burge-meester, dat het Openbaar Ministerie natuurlijk niet blind is voor dat water in de samenleving speelt en welke heftige incidenten er hebbenplaatsgevonden. U mag er dus van uitgaan dat huiselijk geweld, femicide,vrouwengeweld et cetera nadrukkelijk worden meegenomen in debespreking die we op dit ogenblik voeren.Dan kom ik bij een ander thema. De heer Struijs vraagt namelijk naarouderenmishandeling. Dat is absoluut een belangrijk thema, waar depolitie ook aandacht voor heeft. Dit onderwerp is onderdeel van de bredeaanpak van huiselijk geweld van de politie.Dan had mevrouw Straatman nog een vraag rondom de zorgproble-matiek. Ook dat is een aangelegen thema. Het kwam van de week al evenvoorbij, maar heel binnenkort, op 12 februari, gaan we samen met anderebewindspersonen hierover in commissieverband met uw Kamer ingesprek. Op dit moment wordt dit onderwerp in interdepartementaalverband – ik vind dat een vreselijk woord, maar het is nou eenmaal wathet is – en met diverse procesregies opgepakt. Dit is gewoon een heelaangelegen punt. We weten ook allemaal wel dat de politie-inzet hieropdoor de politieschaarste wordt beïnvloed. We gaan daarover praten metelkaar.Mevrouw Mutluer vroeg nog naar de ruimte binnen de Politiewet voor deveiligheidsopgaven. Even los van het antwoord wat u daar al dan nietwenselijk op vindt, gaat er een vervolgevaluatie van de Politiewet 2012van start. Dat wilde ik eigenlijk eerder zeggen, want dat komt ooktegemoet aan mevrouw Coenradie, die het ook over de Politiewet had.Daar zou misschien een antwoord kunnen worden gegeven op uw vraag.Of dat antwoord u dan bevalt, is weer het volgende. Daar gaan we meeaan de slag. De eerste stap is nu dat er op dat punt een WODC-onderzoekgaat plaatsvinden. Dat gaat wel nog even wat tijd innemen, maar ditthema zal zeker in uw Kamerperiode terugkomen.Mevrouw Straatman had een vraag rondom demonstraties en de schaarseopsporingscapaciteit. Zoals u weet heeft daar ook een onderzoek naarplaatsgevonden. Ik kom daar later, samen met mijn collega van Binnen-landse Zaken, nog nader bij u op terug om te bespreken welke maatre-gelen daar al dan niet nog op moeten volgen. U krijgt die reactie voor hetkomende meireces. Ik heb dat eerder bij een ander debat in een anderesetting al toegezegd. Datzelfde geldt dan dus ook voor het gesprek methet Openbaar Ministerie ten aanzien van het WODC-rapport rondomTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13352 demonstratierecht. Dat heb ik uw Kamer ook toegezegd. Ik zal dat dus ookmeenemen in de inhoudelijke beleidsreactie die u nog van mij tegoedheeft.Dan kom ik bij de wielerkoersen in het bijzonder. Ik zal daar vervolgenseen brug slaan tussen de al dan niet disproportionele inzet bij groteopgaven. Als het specifiek gaat om de wielerkoersen, zeg ik dat deevenementenorganisator verantwoordelijk is voor een goed en veiligverloop. Dat zie je overigens bij allerlei evenementen die je organiseert, ofdat nu feesten, partijen, sportevenementen et cetera zijn. Als daarpolitie-inzet voor nodig is, dan is het altijd aan het lokale gezag om daartoestemming voor te geven. Ik herinner mij uit eigen ervaring dat je daarbinnen een regio aan de hand van een agenda afspraken over probeert temaken. Burgermotorverkeersregelaars kunnen de druk op de politieverlichten. De KNWU is bezig met het ontwikkelen van een richtlijn voordeze groep. Het Ministerie van VWS heeft daarvoor een subsidie versterkt.Met mijn collega van VWS en de wielerunie ben ik in gesprek over devoortgang van deze richtlijn. Daar ga ik u van op hoogte houden, maar ikweet even niet wanneer. Ik weet niet wanneer dat past. Misschien loopt dithet beste via VWS.Dan sla ik de brug naar de al dan niet disproportionele inzet. Moetdaarvoor een financiële bijdrage worden geleverd? Het is misschien goeddat ik u meegeef dat we dit eerder hebben verkend aan de hand van eenmotie van mevrouw Bikker uit 2022. Wellicht kunt u daar nog een keerinduiken. Daar valt van alles over te zeggen. Ik ben zelf wat terughoudendhierin, zeg ik eerlijk. Ik snap alle vragen en opmerkingen wel evenals desentimenten die kunnen ontstaan, maar als ik het helemaal platsla, zou ikervoor willen waken dat we politie-inzet ook afhankelijk laten worden vancommercie, al is het maar voor een stukje. Zo van: degene die het kanbetalen, mag rekenen op de politie. Dat is misschien ook niet de samen-leving waarnaar we verlangen. Wellicht is het ook niet wat mevrouwStraatman vraagt, maar het kan wel een effect hiervan zijn. Daarom bendaar wat terughoudend in. Zoals ik net in het antwoord over de wieler-koers aangaf, moet iedereen in principe in afstemming met het lokaalgezag kunnen rekenen op politie-inzet. Ik ben het echter met mevrouwStraatman eens dat ik me, als ik gewoon naar de televisie kijk ofüberhaupt in de buurt van een voetbalstadium kom, de vraag stel: goh, bijdit specifieke evenement staan wel heel veel meer agenten dan bij eenander evenement. Dat zal de noodzakelijkheid van het moment zijn.Mevrouw Van der Werf en mevrouw Mutluer vragen nog naar de ...De voorzitter:Excuus, mevrouw Straatman heeft een vraag. Kort graag!Mevrouw Straatman (CDA):De Minister zei dat het de noodzakelijkheid van het moment is dat erergens veel meer politie-inzet is. In de vraag en het idee om het teverkennen zit niet dat je het weer wilt vercommercialiseren, absoluut niet.Je wilt juist de maatschappelijke verantwoordelijkheid aanwakkeren vande partijen die gewoon disproportioneel veel inzet vragen. Het is precieszoals de Minister zegt: de wielrenkoersen doen heel veel en zoeken naaralternatieven om via allerlei burgerinitiatieven de veiligheid op orde tebrengen. Zouden we niet ook voetbalclubs een bepaalde prikkel moetengeven om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om bijvoorbeeldhun achterban onder controle te houden in plaats van dat we dat allemaalafwentelen op politiemensen?Minister Van Oosten:Ja, maar dat gebeurt natuurlijk al. Van voetbalclubs mag je al heel veelverwachten. Dat zie je niet alleen bij professionele clubs, maar ook bijamateurclubs. Voor nu ga ik dat niet specifiek zo oppakken. Ik heb u welTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13353 een handreiking gegeven, waar u wellicht meer informatie in kan vinden.Ik wacht even af of er eventueel van uw zijde iets komt.Mevrouw Van der Werf en mevrouw Mutluer vroegen nog naar demonitoring van de professionalisering in het heimelijk domein. Daarhebben we het eerder al over gehad. Ik mag verwijzen naar de visitatie-commissie die is ingesteld. Die bestaat uit experts met inhoudelijke kennisen expertise, maar wel met afstand tot de praktijk. U mag erop rekenendat ik als Minister dit proces nauwlettend blijf volgen en dat ik hieroverdoorlopend in gesprek ben met de korpschef. Ik denk dat het goed is datwe ook dit punt en het verloop van de gesprekken met de korpschef latenterugkomen in de halfjaarbrief. Het voelt een beetje flauw om elke keernaar die halfjaarbrief te verwijzen, maar het zijn toch punten die blijventerugkomen.De voorzitter:Kort, mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Hier ligt gewoon een patroon onder. Als je dat niet voldoende monitort ende druk ervan afgaat, dan verslapt de boel. Dat was de boodschap die wijkregen tijdens het openbare gesprek met de heer Schneiders en mevrouwSorgdrager. Dit gaat dus niet alleen over undercoveragenten, maar ookover de Landelijke Eenheid en de eisen die wij na heel veel rapportenhebben gesteld. Ik verwacht dus meer dan een visitatiecommissie, die éénkeer in het jaar even de boel controleert, of een inspectie, die in mijnbeleving een andere taak heeft. Er werd nadrukkelijk gevraagd om diedruk. Ik vraag nu weer aan de Minister: hoe gaat hij daarvoor zorgdragen? Dat is meer dan alleen: ik ga over een halfjaar wel met berichtenkomen over hoe ze dat vorm gaan geven. Het antwoord kan ik zo raden.Minister Van Oosten:Maar dan vult u in hoe ik mijn werk achter de schermen doe. Ik rapporteerin die halfjaarbrief aan u, maar ik heb elke zes weken een gesprek met dekorpschef. Daar is dit ook onderwerp van gesprek. Ik wil daaroverbijgepraat blijven. Dat zeg ik u toe en daarover kan ik dus aan u terugrap-porteren in die brief. Dan kunt u ook controleren of ik dat heb gedaan. Watbetreft de visitatiecommissie vind ik, met uw permissie, voorzitter, dat u ...Ik heb vertrouwen in de werking van deze visitatiecommissie en in deexperts waarmee die gaat worden gevuld. Het moet momentum kunnenkrijgen.Mevrouw Faber vroeg nog of politie in het buitenland bijdraagt aan derechtsstaat in Nederland. Ik zou willen zeggen: ja. Ik hoor mevrouw Faberdie vraag stellen, maar in de paar maanden dat ik Minister ben geweest,heb ik zelf ook een aantal bezoeken aan het buitenland mogen brengen. Ikwil daar misschien bij de begrotingsbehandeling nog iets meer oververtellen. Daar heb ik ook regelmatig politieliaisons mogen ontmoeten. Ikben ongelofelijk onder de indruk van het werk dat men daar doet en debelangen die men daar dient. Dat geldt ook voor liaisons van hetOpenbaar Ministerie die we in het buitenland hebben. Voor de bestrijdingvan georganiseerde criminaliteit, waar wij hier in Nederland echtongekend veel last van hebben, is het cruciaal voor je informatiepositiedat je goede contacten in het buitenland hebt.Mevrouw Coenradie stelde een vraag over een verkenning naar struc-turele civiel-militaire ondersteuning. U vroeg niet naar de KMar, maar dieis wel een onderdeel van Defensie, zeg ik er even bij, en daar kunnen weeen beroep op doen. Politiebijstand heeft altijd een incidenteel karakter enkan nodig zijn om verschillende redenen, bijvoorbeeld omdat er onvol-doende capaciteit is om een taak uit te kunnen voeren et cetera. Dankunnen er extra mensen of middelen bij wijze van bijstand wordeningezet. De KMar is dan het eerste waar je aan denkt, maar het kan ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13354 een ander defensieonderdeel zijn. Ik heb het zelf ook weleens meege-maakt toen de explosievendienst moest worden ingeschakeld bij mensendie van alles en nog wat in elkaar hadden gesleuteld. Dat gebeurt dus.Voor structurele bijstand zie ik geen aanleiding. Ik heb wel toegezegd datik best eens een keer wil verkennen met de collega van Defensie hoe menelkaar kan versterken. Daar ben ik toe bereid en daar kom ik op terug. Datziet wel op iets anders dan waar mevrouw Coenradie specifiek op doelt,denk ik. Het is misschien niet helemaal wat u bedoelt, maar het kanwellicht een haakje zijn om daar later weer over door te praten.Mevrouw Dobbe van de SP stelde een vraag over online seksueel geweld.Hoe zorgen we ervoor dat we dit kunnen blijven bijbenen? Het aantalmeldingen maakt dat het kabinet nadrukkelijk inzet op een integraleaanpak van online seksueel kindermisbruik en dan met name op nauwesamenwerking. Dat ziet op van alles: preventie, signalering, strafrechte-lijke aanpak. De politie is daarmee een van de partijen die daar absoluuteen rol in speelt. Ik mag u ook verwijzen naar de maatregelen diebijvoorbeeld in Europees verband op dat vlak worden genomen.Voorzitter. Daarmee heb ik dit blokje, meen ik, af.De voorzitter:Oké. Ik zie een hand omhooggaan. Volgens mij heeft mevrouw Dobbe eenvraag.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, over online seksueel geweld. Dank aan de Minister voor het antwoord,maar het was niet helemaal waar ik naar vroeg. Ik heb namelijk specifiekgevraagd naar de resultaten van het rapport Online seksueel geweld. Er iseen motie van de heer Van Nispen aangenomen waarin is verzocht deaanbevelingen die daarin zijn gedaan, over te nemen. Ik snap dat er eenintegrale aanpak is die, in de woorden van de Minister, «op van alles ziet»,maar hoe zit het met de resultaten van dat rapport?Minister Van Oosten:Het spijt me. Dat antwoord moet ik u nu schuldig blijven. Misschien lukthet in de tweede termijn. Zo niet, dan moet ik de terugkoppeling andersorganiseren. Dat kan ik even niet overzien, maar u heeft wel recht op eengoed antwoord.De voorzitter:Minister, dan gaan we volgens mij naar het laatste kopje. Ik zit een beetjete duwen gelet op de tijd, maar dat heeft er alles mee te maken dat hetmooi zou zijn als we om 13.45 uur met de tweede termijn zouden kunnenbeginnen, want dan is daarvoor nog voldoende ruimte. Dus als het nietheel prangend is, mevrouw Faber ...Mevrouw Faber (PVV):Ik laat de motie het werk wel doen.De voorzitter:Oké. Dan zou ik de Minister graag het woord willen geven voor, bij mijnweten, het laatste kopje.Minister Van Oosten:Ja, dat klopt, voorzitter. Ik doe echt mijn best om snel te praten en kort enbondig te blijven, maar u moet het ook kunnen verstaan.Onder anderen mevrouw Straatman en mevrouw Van der Werf vroegennaar het nieuwe verdeelmodel. De verdeelsleutel heb ik met u gedeeld inhet tweede halfjaarbericht 2025. Maar goed, dan hebben we het wel overde nieuwe sterkte, en dat is in de toekomst. Maar «die kunt u kennen». Isdat goed Nederlands? Die heb ik u in elk geval toegezonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13355 Mevrouw Coenradie vroeg nog wat de Minister ervan vindt dat agentende instructie zouden krijgen om bepaalde wijken niet in te gaan om daarte controleren et cetera. Ja, dat trek ik mij wel aan. Ik heb dus meteengeverifieerd of dat zo is; dat hebben we net nog gedaan. Als ik lieg, lieg ikin commissie, maar ik heb niet begrepen dat er een instructie op die wegligt. Het zou mij ook verbazen als dat wel zo is, want de overheid inNederland geeft nooit op. Ik heb eerder in antwoord op vragen van eenvan u ook gesteld dat er in het kader van de acties die je hebt te onder-nemen, de veiligheid van de politiemensen et cetera, soms reden kan zijnom even een stap terug te doen, maar dat gebeurt altijd om daarna weereen stap vooruit te zetten, want de overheid geeft nooit op.De voorzitter:Minister, er is een interruptie. Om even hierop in te gaan: iedereen kan ditzien; het is dus een heldere boodschap. Ik zou graag aan mevrouwMichon-Derkzen het woord willen geven voor, denk ik, een interruptie ophet vorige punt.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja, over de nieuwe verdeelsystematiek. Daar had ik in eerste termijn ookeen vraag over. Uit de stukken begreep ik dat de nieuwe verdeelsyste-matiek ziet op een nieuwe sterkte. Maar wie heeft het over nieuwe sterkteals we nog over de volle breedte met onderbezettingen kampen? Ik vraagmij dus zeer af of de nieuwe verdeelsystematiek überhaupt wel in Fragekomt als we met elkaar nog zo ons best moeten doen om überhaupt opsterkte te komen. Laat staan dat we het over een nieuwe sterkte kunnenhebben, en dat geldt zowel voor mensen en opleiden als voor geld.Minister Van Oosten:Ik hoor mevrouw Michon-Derkzen deze vraag stellen. Ik geef u netjesterug wat de afspraak is rondom de nieuwe verdeelsleutel. Dit is ook zobesproken in wat we het LOVP noemen, de samenwerking met deregioburgemeesters. Ik wil niet in herhaling vervallen, maar mijn inzet iser nu op gericht die 46 miljoen zo te organiseren dat we uitkomen binnende kaders die we hebben gesteld. Dit is inderdaad wat mevrouw Michon-Derkzen zegt: toekomstgericht.Mevrouw Coenradie stelde een vraag over de herziening van hetHandelingskader Professioneel Controleren begin 2025. De korpschef en ikzien geen aanleiding om het opnieuw te herzien. Dat was, meen ik, haarvraag.De heer Van Dijk vroeg nog welke doelen de Minister voor zichzelf ziet omachterstanden et cetera verder te voorkomen. Hoeveel zaken zouden ereventueel blijven liggen? Ik maak er geen geheim van dat er vragen zijnrondom doorlooptijden en voorraden in bijvoorbeeld zedenzaken,jeugdzaken en bij veelvoorkomende criminaliteit. Dat moet dus onverkortaandacht blijven krijgen. Op 16 december jongstleden heb ik u daar nogeen brief over gestuurd met de precieze cijfers. U vroeg daarnaar. Van de800.000 misdrijfzaken in 2024 zijn er 137.000 vroegtijdig beëindigd. Dat is17%. Daar kunnen echter allerlei redenen voor zijn, bijvoorbeeld ook dathet geen vervolgbare zaak is of omdat er gekozen voor eenniet-strafrechtelijke interventie. In de Strafrechtmonitor wordt u daar altijdover op de hoogte gebracht.Ik heb nog twee vragen liggen, mevrouw de voorzitter. Mevrouw Dobbestelde een vraag over de huisvesting van de politie. Ik heb toegezegd datik dit preciezer wil uitzoeken in het licht van het punt in de motie van deheer Van Nispen. Daar gaat u op een later moment dus iets over horen.Dan de vraag van mevrouw Straatman naar de politiecapaciteit in zijnalgemeenheid. Het is aan de lokale driehoek om de schaarse politiecapa-citeit op de juiste wijze in te zetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13356 De voorzitter:Oké. Daarmee bent u aan het eind van uw beantwoording, als ik zo goednaar u kijk. Dan hebben we ruimte om te schorsen voor de tweedetermijn, als daar behoefte aan is. Ik kijk even rond. Ik zie dat daar geenbehoefte aan is. Dat is mooi; dan kunnen we gelijk door naar de tweedetermijn. Dan zal er zo meteen wel behoefte zijn om even te schorsen voorde appreciatie.Ik zou graag als eerste het woord willen geven aan mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Dank u, voorzitter. Ten eerste wil ik natuurlijk de Minister bedanken voorzijn beantwoording. Ik zal er verder niet inhoudelijk op reageren, maaralleen mijn moties indienen, zoals is afgesproken. De eerste is een motievan Wilders en Faber.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Marokkaans tuig keer op keer onze Nederlandse stratenterroriseert met vernielingen, geweld en gerichte aanvallen tegen politieen hulpverleners;verzoekt de regering Marokkaans tuig terug te sturen naar Marokko doorover te gaan tot denaturalisatie,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Faber en Wilders.Zij krijgt nr. 44 (36 800 VI).Mevrouw Faber (PVV):Dat was een motie die er nog lag van afgelopen woensdag, toen ik dieniet kon indienen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat een van de kerntaken van de politie de beschermingvan de rechtsorde is;constaterende dat de islam in strijd is met de democratische rechtstaat;verzoekt de regering islamitische gebedsruimtes op politiebureaus teverbieden,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13357 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Faber en Wilders.Zij krijgt nr. 45 (36 800 VI).Mevrouw Faber (PVV):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er jaarlijks politiemensen op missie worden gestuurdnaar het buitenland, naar landen zoals Libië, Mali en Somalië, tenbehoeve van hun rechtsstatelijke ontwikkeling;constaterende dat de politie kampt met zowel grote personeelstekortenals een tekort aan financiële middelen;constaterende dat de onveiligheid in Nederland allengs maar toeneemt;van mening dat de bestaande politiecapaciteit broodnodig is voor de inzetin Nederland;verzoekt de regering te stoppen met de uitzending van politiemensen naarhet buitenland,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.Zij krijgt nr. 46 (36 800 VI).Mevrouw Faber (PVV):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de politie een diversiteitsdoel van 35% nastreeft;overwegende dat uit het WODC-rapport Samen sterker blijkt dat veelrekruten binnen drie jaar na afronding van de basisopleiding de politie alverlaten en dat een onevenredig hoog aantal hiervan een migratieachter-grond heeft;verzoekt de regering de politie de opdracht te geven te selecteren opcompetentie in plaats van afkomst,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.Zij krijgt nr. 47 (36 800 VI).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13358 Mevrouw Faber (PVV):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de politie in haar beleid harde eisen stelt voor detoelating tot de politieorganisatie, waaronder neutraliteit, wat inhoudt dateen politieagent neutraal dient te zijn in zowel uitstraling als handelen;overwegende dat men aan gepubliceerd beleid rechten kan onttrekken;constaterende dat er talloze praktijkvoorbeelden zijn waarin de politie niethandelt naar het eigen beleid, zoals deelname aan het politieke debat, hetindienen van een aangifte tegen een volksvertegenwoordiger, hetorganiseren van iftars en agenten in uniform die bidden in de moskee;verzoekt de regering de politie erop te wijzen dat zij haar eigen gepubli-ceerde beleid ook in de praktijk dient uit te voeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.Zij krijgt nr. 48 (36 800 VI).Mevrouw Faber (PVV):Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Goed, dank. Mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Voorzitter. Ik dank de Minister voor zijn beantwoording van de vragen vande Kamer. Ik denk dat zijn statement aan het begin van zijn betoogkraakhelder en ook nodig was. Ik wil hem iets vragen op twee puntenwaarvan hij zegt erop terug te komen in de eerste halfjaarrapportage inmei. Ik meen dat dat dezelfde is. Ik hoor hem positief over die publiek-private samenwerking, maar wil hij daar dan echt een agenda voorneerleggen, zodat wij ook weten wat we samen met de politie en privatepartijen gaan doen? Hetzelfde geldt eigenlijk voor het ervoor zorg dragendat we de onderbezetting oplossen en dus formatie en bezetting in lijnkrijgen. Wat gaan we daarvoor doen? Op die twee punten zou ik graag eenagenda zien in de eerstvolgende brief die wij van de Minister krijgen, ofvan zijn opvolger. Wie zal het zeggen?Dan heb ik twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13359 constaterende dat de Kamer het budgetrecht heeft en voor 2026 debegroting van de politie van 8,8 miljard euro vaststelt;constaterende dat het politiebudget primair moet worden ingezet voor deoperationele sterkte, in lijn met de geldende wet- en regelgeving,waaronder artikel 4a van het Besluit verdeling sterkte en middelen politie;constaterende dat de Kamer bij motie-Michon op stuk nr. 1282 (29 628)heeft aangegeven dat tekorten binnen de politie niet neer mogen slaan opde operationele politieorganisatie;overwegende dat de korpsleiding niettemin andere keuzes maakt enmededeelt aan het LOVP waardoor de operationele slagkracht in 2026wordt beperkt;verzoekt het kabinet om de eigen regels en uitspraken van de Kamer teeerbiedigen en te garanderen dat de financiële problematiek niet wordtafgewend op de operationele sterkte,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Michon-Derkzen, Coenradie,Straatman en Struijs.Zij krijgt nr. 49 (36 800 VI).Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Voorzitter. Mijn tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Kamer heeft gevraagd om een doorlichting van depolitiebegroting inclusief de Politieacademie, met de motie op stuk nr. 80(36 600 VI);van mening dat deze motie tot nu toe niet op een volledige en juistemanier is uitgevoerd;constaterende dat uit de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) van hetkabinet blijkt dat de Politiewet 2012 in 2026 wordt geëvalueerd;verzoekt het kabinet om in het kader van deze evaluatie in overleg tetreden met de Algemene Rekenkamer om de eerdergenoemde motiealsnog volledig en juist uit te voeren en te betrekken bij de geplandeevaluatie van de Politiewet 2012, zodat de Kamer nog scherper zicht kankrijgen op de financiën van de politie en de Kamer voor de zomer over deopzet en inrichting van deze evaluatie te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Michon-Derkzen, Mutluer,Coenradie, Straatman, Struijs en Van der Werf.Zij krijgt nr. 50 (36 800 VI).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13360 Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. «De politie heeft groot politiek onderhoud nodig», zo kopt deNRC in een column. Ik ben het daar volledig mee eens. Bij dat politiekonderhoud hoort in mijn beleving ook stevige regie. Ik vind het zelfonverantwoord om dit jaar al die grote taakstelling op de politie neer telaten slaan, terwijl we niet concreet weten hoe dat uiteindelijk gaat landenen wat dat voor de politie en de operationele slagkracht gaat betekenen.Daarom hebben wij eerder een amendement ingediend, waarvan ik deappreciatie bij de begroting verwacht.Voor de rest wil ik inzichtelijk hebben gemaakt wat de meerjarige keuzesin de politieformatie en de gevolgen daarvan zijn, vandaar deze motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de financiële tekorten bij de politie structureel oplopenen worden opgevangen door het niet volledig bezetten van de formatie;constaterende dat dit leidt tot een sluipende afname van politiecapaciteit,terwijl is toegezegd de operationele slagkracht te ontzien;verzoekt de regering de Kamer voor het zomerreces inzichtelijk te makenen te informeren over de meerjarige keuzes in de politieformatie en degevolgen daarvan voor operationele functies per regio, en daarbijexpliciet aan te geven in hoeverre en op welke wijze de operationelepolitieslagkracht wordt ontzien, en de Kamer te betrekken bij de vervolg-evaluatie van de Politiewet 2012,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer, Michon-Derkzen,Straatman, Coenradie en Diederik van Dijk.Zij krijgt nr. 51 (36 800 VI).Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Er is ook een opmerking gemaakt over onlinecriminaliteit. Ik vind dat deregie op ICT strakker mag en moet. Daarom roep ik de Minister op hetvolgende te doen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13361 constaterende dat onlinecriminaliteit snel toeneemt, terwijl politie enOpenbaar Ministerie werken met verouderde ICT, waardoor de digitaleweerbaarheid onvoldoende is;van mening dat deze digitale kwetsbaarheid in een tijd van hybridedreigingen een direct risico vormt voor de opsporing en de rechtsstaat envraagt om duidelijke regie binnen de justitiële keten;verzoekt de regering te onderzoeken hoe de centrale regie op ICT binnende justitiële keten kan worden versterkt, waarbij expliciet de optie van eenregeringscommissaris of onafhankelijke begeleidingscommissie ICT wordtbetrokken, en de Kamer hierover te informeren voor het einde van 2026,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Mutluer.Zij krijgt nr. 52 (36 800 VI).Heel goed. Met jullie welbevinden ga ik als laatste in deze huidige rol. Ikga nu dus naar mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank, voorzitter. Ik heb één motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat per 1 januari 2027 de nieuwe veiligheidsagenda metdaarin de landelijke doelstellingen ten aanzien van de politie opnieuwwordt vastgelegd;constaterende dat geweld tegen vrouwen en intieme terreur eenhardnekkig en diepgeworteld probleem zijn in de Nederlandse samen-leving en prioritering essentieel is om de aanpak daarvan te verbeteren;verzoekt de regering femicide en huiselijk geweld expliciet mee te nemenin de gesprekken over de veiligheidsagenda en geweld tegen vrouwen opte nemen in de landelijke beleidsdoelstellingen van de Veiligheidsagenda2027–2030,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Mutluer,Straatman, Becker en Coenradie.Zij krijgt nr. 53 (36 800 VI).Mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de Minister voor de beantwoording. Ikdenk dat in de hele discussie die we hebben gehad over de 46 miljoenheel duidelijk werd dat er nog onduidelijkheid bestaat over wat operati-onele slagkracht is in dit digitale tijdperk, vandaar mijn eerste motie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13362 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van dePolitiewet 2012 verantwoordelijk is voor de vaststelling van de politiebe-groting en voor de verdeling van sterkte en middelen over depolitie-eenheden;overwegende dat effectief politiewerk in toenemende mate vraagt omflexibiliteit in de inzet van personeel, materieel en informatievoorziening,mede gezien veranderende criminaliteitsvormen, regionale veiligheidsop-gaven en de behoefte aan specifieke expertise;overwegende dat uit signalen uit de politiepraktijk blijkt dat bestaandewettelijke kaders of uitvoeringsregels de flexibele inzet van politiecapa-citeit soms beperken;verzoekt de regering om in kaart te brengen welke wettelijke bepalingenof uitvoeringsregels in de praktijk belemmerend werken voor een flexibeleen doelmatige inzet van politiecapaciteit;verzoekt de regering de Kamer hierover te informeren vóór het meireces,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman, Coenradie, Van derWerf, Struijs en Mutluer.Zij krijgt nr. 54 (36 800 VI).Mevrouw Straatman (CDA):Voorzitter. Ik heb nog een andere motie over de wielrenkoersen. Dat lijktmisschien een klein onderwerpje in het geheel waar we het vandaag overhebben. Tegelijkertijd wil ik organisaties belonen die zich maximaalinzetten om de politie te ontlasten, vandaar mijn tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat door aanhoudende tekorten aan politiecapaciteitmeerdere regionale wielrenkoersen in 2026 dreigen te worden afgelast;constaterende dat in opdracht van onder meer het Ministerie van JenVonderzoek is gedaan naar alternatieven voor politie-inzet bij wielren-koersen, waaruit blijkt dat burgermotorverkeersregelaars ondervoorwaarden taken van de politie kunnen overnemen;constaterende dat met het amendement-Van Dijk c.s. middelen zijnvrijgemaakt voor de landelijke uitrol van een richtlijn voor de inzet vanburgermotorverkeersregelaars;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13363 overwegende dat regionale koersen en andere sportevenementen vangrote maatschappelijke en regionale waarde zijn;overwegende dat een doelmatige en evenwichtige inzet van schaarsepolitiecapaciteit vraagt om structurele oplossingen die de politieontlasten;verzoekt de regering om samen met de Koninklijke NederlandscheWielren Unie (KNWU) en in overleg met de nationale politie en andereveiligheidspartners, de landelijke richtlijn voor de inzet van burgermotor-verkeersregelaars met prioriteit te bespoedigen en landelijk te implemen-teren, zodat de politie-inzet bij wielrenkoersen kan worden verminderd enregionale wielrenkoersen doorgang kunnen blijven vinden;verzoekt de regering tevens de Kamer hierover vóór het zomerreces van2026 te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman en Inge van Dijk.Zij krijgt nr. 55 (36 800 VI).De heer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):Voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording. Ik heb nog maaréén motie over, want op mijn vragen over de samenwerking met Defensieen ouderenmishandeling heeft u antwoorden gegeven waar wij op zittente wachten. Mijn motie luidt als volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat ouderen worden opgelicht door nepagenten diebeschikken over online gekochte politie-uniformen en -uitrusting;overwegende dat dit misbruik het vertrouwen in de politie ernstigondermijnt;verzoekt de regering:–te regelen dat politie-uniformen en herkenbare politie-uitrusting nietlanger online te koop zijn voor onbevoegden;–te zorgen voor landelijke voorlichting over het herkennen vannepagenten, met speciale aandacht voor ouderen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Struijs en Mutluer.Zij krijgt nr. 56 (36 800 VI).Meneer Struijs, u mag uw microfoon uitzetten, waarna ik graag het woordgeef aan de heer Van Dijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13364 De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik hebtwee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de kerntaak van de politie opsporing, handhaving enzichtbare aanwezigheid in de wijken is;overwegende dat doorgeschoten managementlagen en projecten,waaronder een omvangrijke diversiteitsagenda, middelen onttrekken aandeze kerntaak;verzoekt de regering om overbodige managementlagen en projectenkritisch te beoordelen en de vrijkomende middelen structureel teheralloceren naar blauw op straat, en de Kamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.Zij krijgt nr. 57 (36 800 VI).De heer Diederik van Dijk (SGP):Dan mijn tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat politie, Openbaar Ministerie en rechtspraak gezamenlijkde strafrechtketen vormen en dat een stabiele financieringsbasisnoodzakelijk is voor het tijdig en effectief uitvoeren van hun taken;overwegende dat de strafrechtketen de afgelopen jaren structureel meeren zwaardere taken heeft gekregen, terwijl de financiële kaders daarbijonvoldoende zijn meegegroeid, wat leidt tot oplopende werkdruk,capaciteitsproblemen en achterstanden;verzoekt de regering om uiterlijk bij de eerstvolgende begrotingscyclusconcrete voorstellen te doen om de begroting van de strafrechtketenstructureel, meerjarig en conjunctuurongevoelig in overeenstemming tebrengen met de taken, en deze zodanig in te richten dat de kerntaken vanpolitie, Openbaar Ministerie en rechtspraak zonder structurele tekortenkunnen worden uitgevoerd,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13365 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.Zij krijgt nr. 58 (36 800 VI).De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Kamer de motie-Van Nispen heeft aangenomen omeen pas op de plaats te maken en geen politiebureaus meer te sluiten;constaterende dat de Kamer de motie-Van Nispen heeft aangenomen omeventuele bezuinigingen niet ten koste te laten gaan van het personeel enom ze niet te laten leiden tot minder inzetbaarheid en zichtbaarheid, eenhogere werkdruk, minder collega’s of minder veiligheid van politie-mensen;overwegende dat het kabinet aankondigt dat er een vacaturestop wordtingesteld en er politielocaties zullen sluiten om te kunnen voldoen aan definanciële opgave bij de politie;verzoekt de regering deze aangenomen moties uit te voeren en te borgendat er geen generieke vacaturestop zal komen bij de politie, dat er inzet zalzijn om de onderbezetting bij de politie op te lossen en dat er geenpolitiebureaus meer gesloten zullen worden, en de Kamer te informerenop welke manier de Minister hier invulling aan zal geven,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 59 (36 800 VI).Mevrouw Dobbe (SP):Mijn excuses, want ik heb er het een en ander bij geschreven. Ik hoop datu het allemaal kunt lezen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13366 constaterende dat de politie aangeeft dat zelfs na eigen bezuinigingsmaat-regelen de politie met structurele tekorten zal kampen die oplopen tot350 miljoen euro in 2030;overwegende dat als dit begrotingsgat niet zal worden gedicht, dit optermijn zal betekenen dat er 3.000 banen verloren zullen gaan;overwegende dat een politie op goede sterkte essentieel is voor deveiligheid van Nederland en het onacceptabel is dat de doorlooptijden inbijvoorbeeld zedenzaken verder zullen gaan oplopen en dat onlinecrimina-liteit of georganiseerde criminaliteit niet goed aangepakt kan worden;verzoekt de regering ervoor te zorgen dat tekorten bij de politievoorkomen worden en dit in de komende begrotingen te verwerken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 60 (36 800 VI).Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb er bewust voor gekozen om geen bedrag te noemen, juist omdat ikhoor dat het 350 miljoen kan zijn of misschien wel minder.De voorzitter:Goed. Dank. Tot slot heb ik zelf nog drie moties, niet in mijn rol alsvoorzitter, maar namens JA21. Die zou ik graag willen indienen, waarnawe overgaan tot een kwartier schorsing. We zullen om 14.05 uur weerterug zijn.Voorzitter: Michon-DerkzenMevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat veel politieagenten op de werkvloer aangeven een groteafstand te ervaren tot de politietop;overwegende dat deze afstand kan leiden tot een mismatch tussenbeleidskeuzes en de dagelijkse praktijk van het politiewerk;verzoekt de regering het gesprek aan te gaan met de politietop met hetdoel de afstand tussen de politieleiding en de werkvloer te verkleinen, ende Kamer te informeren over welke concrete vervolgstappen hieruitvolgen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.Zij krijgt nr. 61 (36 800 VI).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13367 Mevrouw Coenradie (JA21):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de politie werkt met een handelingskader voor hoe tehandelen in diverse situaties;overwegende dat dit handelingskader dikker en dikker wordt en ervoorzorgt dat de agent verdwaalt in regels;verzoekt de regering in samenspraak met onze agenten dit handelings-kader te vereenvoudigen en de uitkomsten met de Kamer te delen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.Zij krijgt nr. 62 (36 800 VI).Mevrouw Coenradie (JA21):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat geweld tegen hulpverleners een ernstig probleem is endat beeldmateriaal cruciaal kan zijn voor het opsporen en vervolgen vandaders;overwegende dat privacy geen absoluut recht is en kan worden beperktten behoeve van strafrechtelijke handhaving;verzoekt de regering ervoor te zorgen dat bij de opsporing en vervolgingvan geweld tegen hulpverleners het belang van opsporing explicietzwaarder weegt dan privacybelangen, en zo nodig wet- of regelgeving teverduidelijken om beeldmateriaal rechtmatig te kunnen gebruiken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.Zij krijgt nr. 63 (36 800 VI).Mevrouw Coenradie (JA21):Tot zover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13368 Voorzitter: CoenradieDe voorzitter:We gaan een kwartier schorsen. Oftewel: om 14.05 uur zijn we hierallemaal weer terug. Bedankt.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Goed, we gaan over tot de appreciatie door de Minister. Omwille van detijd – we gaan om 14.45 uur uit deze zaal – wil ik vragen of de commissiekan instemmen met het volgende. De Minister zal wat voortvarend doorde appreciaties heen gaan. Als er toch vragen zijn zonder dat er enigetoelichting aan vooraf is gegaan, dan moet er aangegeven worden dat erwat verduidelijking nodig is. Anders gaat de Minister gewoon door deappreciaties heen. Het piepsysteem, zullen we maar zeggen.Minister Van Oosten:Voorzitter. Ik heb nog één openstaande vraag, van mevrouw Dobbe van deSP. Die ging over de beleidsreactie op het rapport Online seksueel geweld.U heeft daar op 11 november jongstleden een beleidsreactie overontvangen. Een voorbeeld daaruit is dat er door de politie en hetOpenbaar Ministerie een landelijk sturingsmodel wordt opgesteld datondersteunt in de sturing op zedenzaken. Ik kan mij voorstellen, zeg ik viade voorzitter tegen mevrouw Dobbe, dat u na het lezen van de beleidsre-actie weer vragen et cetera heeft, maar ik mag er wel eerst naar verwijzen.Uit ervaring weet ik dat we altijd óf met mij óf met de Staatssecretaris vanJustitie debatten hebben over zedenzaken. Daarin kan dat aan de handvan vragen uwerzijds wellicht een vervolg krijgen.Dan kom ik bij de moties. De motie op stuk nr. 44, van mevrouw Faber ende heer Wilders, ontraad ik.De motie op stuk nr. 45 ontraad ik ook, met klem. Dat wil ik er toch evenbij zeggen. Die motie gaat over het verbieden van islamitische gebeds-ruimtes op politiebureaus. Ik wil daarbij opmerken dat politiemedewerkersin het kader van veilig en gezond werken de mogelijkheid moeten hebbentot bezinning in het algemeen, ongeacht de religie. Ik wil ook benadrukkendat dat ook is omdat ze soms hele heftige dingen meemaken.De motie op stuk nr. 46, van mevrouw Faber, ontraad ik. Er wordt heelbelangrijk werk gedaan, dat ook voor de bestrijding van de criminaliteit inNederland van betekenis is. Ik gaf dat net al aan.De motie op stuk nr. 47 beschouw ik als overbodig.De motie op stuk nr. 48 beschouw ik eveneens als overbodig.Bij de motie op stuk nr. 49 moet ik iets heel specifieks noemen, dus geeft umij die gelegenheid, voorzitter. Als ik de motie mag uitleggen zoals ik ’mnu ga voorlezen, kan ik ’m oordeel Kamer geven. Anders dien ik ’m teontraden. De motie op stuk nr. 49 is van Michon-Derkzen en anderen. Ikheb er een strakke duiding bij te geven en ik hoop dat mevrouw Michon-Derkzen die deelt. Ik spreek de duiding nu uit. Wat betreft de operationelesterkte en de 46 miljoen heb ik in mijn eerste termijn gezegd dat u mijerop kunt afrekenen dat de basisteams en de posten onder de bijzonderebijdrage buiten beschouwing blijven in 2026. Blauw op straat blijft dusook buiten beschouwing. Uitgangspunt en beginpunt is besparingenmaximaal vinden in niet-operationele personele capaciteit. Dat is waar umij aan kunt houden. In mijn eerste termijn heb ik eerlijk aangegeven datik niet geheel kan uitsluiten dat de operationele capaciteit op enigerleiwijze geraakt wordt. Ik zie de motie als een inspanningsverplichting om ditwaar mogelijk te voorkomen. Als ik de motie zo mag duiden, dan geef ik’m oordeel Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13369 De voorzitter:Ik kijk naar mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Mag ik nog een keer de laatste zin van de Minister horen? Waarvoor spanthij zich dan in? Hij is er heel duidelijk over dat de operationele sterkte in’26 niet wordt aangetast. Dank daarvoor.Minister Van Oosten:Dat ziet op de slagkracht, de operationele sterkte. Daarover heb ik onderandere met mevrouw Mutluer een discussie gehad. Ik herhaal wat ik inmijn eerste termijn eerlijk aangegeven heb, namelijk dat ik niet geheel kanuitsluiten dat de operationele capaciteit op enigerlei wijze geraakt wordt.Daarom zie ik de motie op dit punt als een inspanningsverplichting om ditwaar mogelijk te voorkomen. Ik heb hier ook aangegeven waar mijnbeginpunt, mijn uitgangspunt ligt als het gaat om het bereiken van dedoelstelling. Ook heb ik heel duidelijk aangegeven, zeg ik in het bijzondervia de voorzitter tegen mevrouw Michon-Derkzen, dat ik mijzelf heelprecies in de positie heb gebracht dat u mij allemaal mag afrekenen ophet blauw op straat en de basisteams in het bijzonder. Dat zijn precies dewoorden die mevrouw Michon-Derkzen eraan heeft gegeven. Voor de restkan ik het niet geheel uitsluiten – daarin heb ik mevrouw Mutluer gelijkgegeven – omdat iemand dat zomaar kan vinden, maar mijn inzet is hetniet.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik begrijp het en ik breng de motie in stemming. Dank voor de toelichtingvan de Minister.Minister Van Oosten:Dan hou ik dus oordeel Kamer aan.De motie op stuk nr. 50, ook van mevrouw Michon-Derkzen en anderen,ziet op de doorlichting van de politiebegroting et cetera. Laat ik het voorhet gemak even zo zeggen. Mijn verzoek aan de indieners zou zijn om ’maan te houden. Er komt binnenkort namelijk een rapport van de Reken-kamer en het lijkt me heel wenselijk om dat goed te bekijken en te bezienof er dan aanleiding is om daarnaar te vragen waarnaar wordt gevraagden of dat verder uitgewerkt moet worden et cetera. Mijn verzoek zou duszijn om ’m tot dan even aan te houden. Hier heb ik de datum ook: degeplande publicatiedatum van het onderzoek is 17 juni 2026. Dat is dusnabij.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ja, maar ik vraag in deze motie juist om van die evaluatie, die we sowiesomoeten houden over de Politiewet, de opdracht en invulling met deKamer te delen. Dat is dus ook voor de zomer. Dan hebben we ook hetonderzoek van de Rekenkamer voor de zomer en dan brengen wij dat hiersamen. Volgens mij kan het juist naast elkaar bestaan. Voor de zomergaan we er dan, met alles wat we dan hebben, met elkaar over in debat. Ikhou ’m dus niet aan.Minister Van Oosten:Dan moet ik ’m nu ontraden, vanwege de samenloop in het geheel.De voorzitter:Goed. U vervolgt.Minister Van Oosten:De motie op stuk nr. 51 van mevrouw Mutluer en verder over structurelepolitiecapaciteit: oordeel Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13370 De motie op stuk nr. 52 van mevrouw Mutluer alleen, over ICT algemeen:oordeel Kamer, met dien verstande dat u eind 2026 bedoelt en er rekeningwordt gehouden met de onafhankelijkheid van de rechtspraak en derechtsstatelijke positie van het Openbaar Ministerie. Dat spreekt voor zich,zegt mevrouw Mutluer erbij.De motie op stuk nr. 53 van mevrouw Van der Werf en verder: oordeelKamer. Die ziet op geweld tegen vrouwen et cetera; dan weet iedereeneven waar ik ben.Dan de motie op stuk nr. 54 van mevrouw Straatman en anderen. Om ditop een gedegen manier in kaart te brengen, zou ik hier graag iets meertijd voor nemen en uw Kamer informeren in het eerste halfjaarberichtpolitie 2026. Met die toelichting kan ik de motie oordeel Kamer geven.De voorzitter:Ik zie dat dit akkoord is.Minister Van Oosten:De motie op stuk nr. 55 van mevrouw Straatman en mevrouw Van Dijkover de Wielren Unie, om het even algemeen te zeggen: oordeel Kamer.Mijn ambtsgenoot van VWS is hiermee aan de slag. Ik verwijs naar wat ikdaar net over zei.Dan de motie op stuk nr. 56 van de heer Struijs en mevrouw Mutluerinzake politie-uniformen en inzake voorlichting. Daar heb ik toch tweeopmerkingen over. Ik wil de motie oordeel Kamer geven, maar ik wil daarwel bij opmerken dat ik het dan als een inspanningsverplichting voormijzelf beschouw ten aanzien van de eerste bullet, die ziet op het nietlanger online te koop laten zijn van politie-uniformen et cetera. Daar wil ikecht even goed in duiken. Ik laat u weten of het me lukt of niet. Tenaanzien van het tweede punt, over landelijke voorlichting met specialeaandacht voor ouderen: «overbodig» vind ik flauw klinken, want het isnog niet klaar, maar landelijke voorlichting vindt al plaats. Zo is er eencampagne met Omroep MAX. Ik hoorde dat er daarmee ook een prijs isgewonnen.De voorzitter:Wat is dan nu de appreciatie?Minister Van Oosten:Oordeel Kamer, maar het zijn twee verschillende onderwerpen, waarbijhet ene echt al wel gebeurt en voor het andere geldt dat ik daar even inmoet duiken.Dan de motie op stuk nr. 57. Even heel precies richting de heer Van Dijk:hoewel ik het niet eens ben met de stelling dat er overbodige manage-mentlagen zijn, zal ik het idee met de korpschef bespreken. Daarmee kanik de motie oordeel Kamer geven, als u zich daarin kunt vinden. Ik zie deheer Van Dijk knikken.De motie op stuk nr. 58 van de heer Van Dijk ontraad ik, want u stelt voorom de begroting te verhogen en dat vereist dekking.De motie op stuk nr. 59 van mevrouw Dobbe ontraad ik. Ik verwijs naar debrief van mijn ambtsvoorganger van 12 juni vorig jaar en mijn eerstetermijn.De motie op stuk nr. 60, ook van mevrouw Dobbe, ontraad ik ook. Debegroting van de politie moet sluitend zijn.De motie op stuk nr. 61 van mevrouw Coenradie om in gesprek te gaanmet de politietop et cetera acht ik overbodig, want de politieleiding staatin goed contact met de werkvloer. Daar sta ik ook voor in. Men legtdiverse bezoeken af et cetera.De voorzitter:Maar dat betekent dus: ontraden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13371 Minister Van Oosten:Overbodig. Ik heb even hulp nodig. Sorry, mevrouw de voorzitter.De appreciatie «overbodig» mag ik ook geven, begrijp ik. Dan gebeurt hetal.De voorzitter:Ik heb mij dit laten ingeven door de griffie; vandaar dat er even een beetjeverwarring was. Overbodig dus. Ik heb in het verleden zelf ook nogweleens andere appreciaties gebruikt.Minister Van Oosten:Het komt er eigenlijk op neer dat we er hetzelfde over denken. We doenhet al, dus in die zin zijn we het met elkaar eens.De motie op stuk nr. 62 ontraad ik.Ten slotte de motie op stuk nr. 63. Die is ook overbodig, omdat het alstrafbaar is, de officier van justitie dit zwaarder kan laten wegen,beeldmateriaal kan worden gebruikt, et cetera.Dank u wel, voorzitter. Daarmee heb ik alle moties gehad, meen ik. Demotie op stuk nr. 62 was ontraden, en de motie op stuk nr. 63 overbodig.De voorzitter:Dank, Minister. Dan wil ik tot slot het woord nog even geven aan de heerVan Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik moest mijn eigen motie nog even teruglezen, omdat ik een beetjeverrast werd door de reactie. De Minister heeft het erover dat er eenverhoging van budget in de motie op stuk nr. 58 zou zitten, maar dat isniet het geval. In die zin gaat zijn verhaal over ontbrekende dekkingen ookniet op. Het gaat simpelweg om de vraag om ervoor te zorgen dat debegroting van de strafrechtketen spoort met de taken die we aan de politiegeven. Dit is dus geen verzoek voor meer geld aan de voorkant.Minister Van Oosten:Zo kan je ’m ook lezen, zeg ik dan via de voorzitter aan de heer Van Dijk. Ikontraad de motie nog steeds, omdat zij vraagt om de hele begrotinganders vorm te geven. Voor dit jaar ben ik echt bezig – mag ik dat evenzeggen? – om die 46 miljoen te organiseren. Met de korpsleiding, degezagen et cetera stuur ik het zo dat we de jaren hierna binnen de kadersvan de huidige begroting uit kunnen komen. Als we deze discussie metelkaar willen voeren, zou ik dat liever op een ander moment doen dan aande hand van deze specifieke motie. Ik voel me genoodzaakt om ’m teontraden, ook omdat ik het geheel niet helemaal kan overzien.De heer Diederik van Dijk (SGP):We komen er van de week wellicht nog op terug. Bedankt.Minister Van Oosten:Ik had al het vermoeden.De voorzitter:Goed. Over deze week gesproken: de verdere behandeling van de overigeonderdelen van de JenV-begroting wordt deze week plenair voortgezet.Dan voorziet de Minister ook de amendementen van een advies. Destemming over de moties is voorzien op dinsdag 3 februari. Dat is dusvolgende week. De stemming over de amendementen en het wetsvoorstelis voorzien op 10 maart dit jaar.Tot slot wil ik de toezeggingen formuleren.–Eind mei 2026 stuurt de Minister de Kamer de voortgangsrapportagemet betrekking tot de financiële situatie van de politie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13372 –In het volgende halfjaarbericht politie informeert de Minister de Kamerover het volgende. Eén: een terugkoppeling van zijn gesprek met dekorpsleiding over de gedragscode lifestyle-neutraliteit. Twee: hetopleiden van politiepersoneel en de Politieacademie. Drie: de standvan zaken rondom digitalisering en cybersecurity politie. Vier: de standvan zaken rondom heimelijk werk en de visitatiecommissie. Vijf: destand van zaken rondom het huisvestingsbeleid van de politie.Tot zover.Ik wil iedereen hartelijk danken: de Minister, de medewerkers van deMinister, aan mijn linkerzijde de griffie en alle mensen uit de commissie,de mensen op de tribune, de mensen die hebben meegekeken enuiteraard de ondersteuning voor alle koffie en thee. Veel dank.Sluiting 14.19 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 13373

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a2d82a7bac494bfd

14 okt 2026 · 1d7271b4839a8048

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingBegrotingsonderdeel Politie
    Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 26 januari 2026, over Begrotingsonderdeel Politie

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.