KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie aandachtspunten Algemene Rekenkamer bij ‘Een ernstige zaak – prioritering in de opsporing’

24 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 08883a102cb4cc66 · officiële bron

29628 Politie Nr. 1347 Brief van de minister van Justitie en Veiligheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 24 september 2026 Op 22 september heeft de Algemene Rekenkamer (ARK) haar ‘Aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2027 van het ministerie van Justitie en Veiligheid’ aan uw Kamer gestuurd, waaronder over het rapport ‘Een ernstige zaak - Prioritering in de opsporing’. Voorop staat dat elke aangifte die op de plank blijft liggen er één te veel is. De politie, het Openbaar Ministerie (OM) en ik streven hierbij dezelfde doelen na: slachtoffers van criminaliteit moeten snel geholpen worden, zaken moeten tijdig behandeld worden en daders moeten effectief worden opgespoord. Het signaal dat de ARK in haar rapport deelt over benodigde verbeteringen in de opsporing wordt dan ook gedeeld en is meermaals onderkend.[voetnoot 1],[voetnoot 2] Het moet beter en daarom investeert dit kabinet €462 miljoen in de politie. Uw Kamer heeft mij bij de regeling van werkzaamheden van 22 september gevraagd om een brief met feiten en een eerste reactie op de brief van de ARK. Door middel van deze brief wil ik uw Kamer duidelijkheid verschaffen en een blik vooruit werpen op hoe ik de versterking van de opsporing – in samenwerking met de ARK – verder ga oppakken. Daarbij streven de politie, OM en ik naar hetzelfde doel: effectieve afhandeling in de opsporing van strafbare feiten en transparantie in de keuzes die gemaakt worden in de opsporing. Het rapport van de ARK helpt ons daarbij. Proces Allereerst spreek ik nogmaals mijn dank uit naar de ARK: het is waardevol dat de ARK onderzoek heeft gedaan naar de inzet van politie voor de opsporing. De ARK heeft een belangrijk rapport opgesteld over een onderwerp dat alle aandacht verdient omdat slachtoffers het verdienen dat hun zaak serieus wordt bekeken en waar mogelijk leidt tot opsporing. Gedurende het onderzoek hebben de ARK, de politie, het OM en mijn ministerie met respect voor ieders rol samengewerkt en is constructief overleg gepleegd. Op 20 april heb ik, zoals gebruikelijk, een bestuurlijke reactie gestuurd in reactie op het conceptrapport. Hierin zijn ook de opvattingen van de politie, de regioburgemeesters en het OM meegenomen. Op 2 juni heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de ARK, de korpschef en mijzelf om over deze bestuurlijke reactie van gedachten te wisselen. Zoals met de ARK besproken en eerder aan uw Kamer toegelicht, delen de politie, het OM en mijn ministerie meerdere aanbevelingen en conclusies van de ARK, en bestaat er een verschil van inzicht over het hanteren van de Crime Harm Index (CHI); onder andere op basis van welke aantallen en classificaties de ARK tot bepaalde getallen is gekomen. Ik ga hier in deze brief verder op in. Gezien het enorme belang van het versterken van de opsporing – voor rechtvaardigheid voor de samenleving en het leed van slachtoffers dat achter ieder getal zit – beschouw ik dit als een lopende gedachtewisseling met zowel de ARK als uw Kamer, en zag en zie ik die discussie ook geenszins als afgerond. Een debat met uw Kamer over het rapport van de ARK en de opvolging hiervan stond reeds op de voorraadagenda van uw Kamer. ARK-bevinding 10.000 niet-behandelde aangiften Het OM en de politie prioriteren zaken voornamelijk op basis van de Aanwijzing voor de opsporing van het OM (het gezag) en het screenings- en selectiviteitskader. Bij de toepassing daarvan spelen landelijke criminaliteitsbeelden en fenomeenanalyses, maar ook regionale en lokale context een belangrijke rol. Verder moet onder meer rekening worden gehouden met de per definitie schaarse opsporings- en vervolgingscapaciteit, de kansrijkheid en noodzaak van strafrechtelijk ingrijpen ten opzichte van andere interventies, de individuele belangen van verdachten en slachtoffers en de eventuele geschokte rechtsorde. De politie brengt binnengekomen zaken, zowel aangiften als meldingen, in kaart met zogenaamde incidentcodes. Wanneer een misdrijf ter kennis komt van de politie wordt het misdrijf gescreend door een casescreener en wordt besloten of er voldoende opsporingsindicaties zijn. Bij opsporingsindicaties moet gedacht worden aan bijvoorbeeld een verdachte, camerabeelden, sporen of getuige(n). Als er onvoldoende opsporingsindicaties zijn, dan wordt de zaak afgewezen. Het proces is dus zo ingericht dat er bij binnenkomende zaken altijd wordt gekeken of er opsporingsindicaties zijn. De ARK hanteert in haar onderzoek een andere methodiek voor het in kaart brengen van de prioritering en behandeling van zaken: de Crime Harm Index (CHI). De CHI drukt de ernst van een misdrijf uit in het gemiddeld aantal detentiedagen dat voor dat type misdrijf aan first offenders is opgelegd. De niet-opgepakte zaken van ernstige misdrijven die de ARK meldt, zijn vastgesteld op basis van deze CHI. Deze systematiek is niet in gebruik in de strafrechtketen. Deze methodieken van de politie en die van de ARK verschillen. Daardoor kan de politie niet één op één uit de systemen halen welke zaken op basis van de CHI als ernstige misdrijven zijn aangemerkt. Hierdoor zit er verschil in de uitkomsten van de analyses. Tabel 1 Cijfers ARK Aangiften Totaal aantal aangiften 42.000 Behandeld 32.000 Niet behandeld 10.000 Waarvan: afgewezen 7.000 Waarvan: vroegtijdig beëindigd i.v.m. gebrek aan capaciteit 3.000 Bovenstaande tabel visualiseert de cijfers die de ARK in haar rapport uiteenzet. De ARK concludeert dat het merendeel van de 42.000 zaken die als ernstige misdrijven binnen hun CHI vallen – namelijk 32.000 – door de politie wordt behandeld. De ARK concludeert in haar rapport verder dat de politie in 2024 ruim 10.000 aangiften van ernstige misdrijven volgens de CHI niet behandelde. Van de 10.000 aangiften van ernstige misdrijven werden er, volgens de analyse van de ARK, 7.000 bij voorbaat afgewezen. Daarnaast zijn er 3.000 vroegtijdig beëindigd door tekort aan (recherche)capaciteit bij de politie en/of het OM.  Ik geef bij deze cijfers graag een nadere toelichting. Ik wil daarbij benadrukken dat er over cijfers, en in het bijzonder deze cijfers over ernstige criminaliteit, geen misverstand zou mogen bestaan. Achter ieder getal gaat een zaak met een slachtoffer schuil, dat recht gedaan moet worden. Dat neem ik uiterst serieus. Eerder heb ik er op basis van de beschikbare politiecijfers op gewezen dat het totaal van 10.000 niet alleen uit aangiften maar daarnaast ook uit meldingen bestaat. De precisering van het onderscheid tussen aangiften en meldingen heb ik bewust aangebracht, omdat een aangifte een verzoek is om strafvervolging, terwijl een melding bedoeld is om de politie op de hoogte te stellen van een situatie. Ik heb er tijdens het WGO van 23 juni jl. op willen wijzen dat er niet aan alle aangiften en meldingen opvolging wordt gegeven. Politiecapaciteit is per definitie schaars. Daarom moeten in de opsporing onder het gezag van de officier van justitie keuzes gemaakt worden. Als in de screening blijkt dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor opsporingsonderzoek, dan kunnen deze aangiften en meldingen – helaas ook als het om ernstige misdrijven gaat – niet verder in behandeling worden genomen. In mijn bestuurlijke reactie alsook tijdens het commissiedebat Politie van 9 september jl. heb ik het verschil tussen meldingen en aangiften geïllustreerd aan de hand van de zeer ernstige delictscategorie zeden. Dit heb ik gedaan omdat ik van mening ben dat dit vanwege de grote maatschappelijke impact van dit delict noodzakelijk was, zonder te willen suggereren dat dit voorbeeld iets zegt over het totaal aan aangiften en meldingen. Uit de analyse van de ARK zelf volgt dat over het totaal van de cijfers in het onderzoek in tien procent van de zaken sprake is van een melding. Omdat de methodieken van de politie en de ARK verschillen, kan ik dit percentage momenteel niet herleiden naar politiecijfers. Ik betwist deze uitspraak niet, maar kan deze ook niet verifiëren op basis van de mij beschikbare gegevens. Verder zijn de 10.000 niet behandelde aangiften in de cijfers van de ARK nader onderverdeeld in twee categorieën, hiervan zijn er 3.000 in het overzicht van de ARK vroegtijdig beëindigd door tekort aan (recherche)capaciteit bij de politie en/of het OM. Ik heb eerder in mijn bestuurlijke reactie en in debatten met uw Kamer aangegeven dat die mij aan het hart gaan. Hoewel altijd wordt gehandeld in schaarste en dit een harde realiteit is, is dit een blijvend aandachtspunt waar ik mij samen met het OM en de politie ten volste voor inzet. Voorts classificeert de ARK de overgebleven 7.000 als bij voorbaat afgewezen. De redenen voor het niet oppakken van deze zaken heb ik in mijn bestuurlijke reactie en de met uw Kamer gevoerde debatten, vanuit het perspectief van de politie en het OM, willen nuanceren en preciseren. Hiermee heb ik de constateringen van het rapport in zijn totaliteit niet willen bagatelliseren en dit verdient nadere toelichting. Voor de 7.000 die door de ARK zijn geclassificeerd als bij voorbaat afgewezen, geldt dat de politie zo goed mogelijk heeft proberen te achterhalen om welke zaken dit volgens de eigen systemen gaat. In de bestuurlijke reactie heb ik hierover aangegeven dat volgens de politie van verreweg de meeste gevallen vroeg in het screeningsproces is geconcludeerd dat ze op dat moment niet in behandeling genomen konden worden vanwege het ontbreken van aanknopingspunten voor de opsporing. Dat geldt niet voor alle zaken, dus het is terecht dat de ARK ook aandacht vraagt voor deze categorie. Ik illustreer voorgaande punten aan de hand van onderstaande tabel. Zoals eerder aangegeven in deze brief, werken het OM en de politie niet met de CHI. Daardoor kan de politie niet één op één uit de systemen halen welke zaken als CHI-hoog zijn aangemerkt door de ARK. De onderstaande tabel bevat de categorieën zaken die de politie in de eigen systemen heeft kunnen achterhalen, in een poging de uitsplitsing van de 10.000 aangiften van de ARK te benaderen. Tabel 2 Cijfers politie[voetnoot 3] Type zaak Totaal niet-behandeld[voetnoot 4] Met aangifte Zonder aangifte Percentage zonder aangifte High Impact Crime (exclusief zeden en diefstallen) 921 550 371 40% Zeden 228 113 115 50% High Impact Crime (diefstallen) 282 212 70 25% Ondermijning – mensenhandel 18 0 18 100% Overig (brandstichting en identiteitsfraude)[voetnoot 5] 5.028 4.737 291 6% Zoals in de tabel te zien is, maakt de analyse van de politie duidelijk dat het aantal aangiften en meldingen sterk verschilt per delictsoort. Bijvoorbeeld in het geval van brandstichting kan een aangifte nodig zijn in verband met de verzekering. Deze aangiften hoeven niet direct iets te zeggen over dader- en opsporingsindicatie. Ik heb bij de ARK aangegeven dat de CHI een nuttig reflectiekader is en ons dus helpt in het verbeteren van inzicht, maar dat het gezag bij de prioritering binnen de opsporing noodzakelijkerwijs een veelheid aan dimensies betrekt. Dat betekent dat het gezag de zwaarte van een zaak anders kan wegen dan de CHI. Vervolgproces ARK De politie, het OM en ik willen op de juiste manier recht doen aan slachtoffers van criminaliteit. De zorgen die de ARK heeft geuit neem ik serieus. Ik heb naar aanleiding van de aandachtspunten van de ARK uiteraard contact gezocht met de ARK en ik ben blij dat we met elkaar een proces voor ogen hebben dat gericht is op een gedeelde zienswijze. Daarbij heb ik onderstreept dat ik aan de slag ben gegaan met een groot deel van de aanbevelingen uit het rapport van de ARK. In nadere (ambtelijke) gesprekken zullen zowel de politie, het OM en mijn ministerie bovenstaande actiepunten met de ARK periodiek bespreken, zodat de ARK ook goed zicht houdt op welke stappen er gezet worden in het kader van de verbeteringen en versterkingen in de opsporing. Daarbij gaan we met de ARK in overleg om te bezien of we de cijfermatige beelden kunnen harmoniseren. Ik informeer uw Kamer daar nader over bij de begrotingsbehandeling. Maatregelen opsporing Al het bovenstaande doet er uiteraard niet aan af dat ik – ook naar aanleiding van het rapport van de ARK – verder inzet op versterking van de opsporing. Daarnaast heb ik in het commissiedebat Politie van 9 september jl. uw Kamer een technische briefing over de politiebegroting aangeboden. Ik werk samen met de politie aan meerdere sporen om de opsporing te verbeteren. Zoals aangegeven in het coalitieakkoord, zet dit kabinet zich in voor het versterken van de operationele slagkracht en organisatie van de politie. Zoals aangegeven richting uw Kamer wordt hierbij geïnvesteerd in de basis op orde bij de politie. Op een aantal terreinen zie ik noodzaak om specifieke versterkingen, onder andere in de opsporing, aan te brengen. Het gaat hierbij onder andere om meer agenten in de wijk (41 miljoen euro), meer capaciteit voor de aanpak van zeden (15 miljoen euro) en de bestrijding van online criminaliteit (44,5 miljoen euro). Deze middelen worden vanaf 2027 aan de politiebegroting toegevoegd. Het vergroten van de formatie is een randvoorwaarde voor het verder laten groeien van de daadwerkelijke capaciteit. De politie zet zich in op het vergroten van de bezetting. Dit gebeurt onder andere door inzet op het behoud van personeel met name bij gespecialiseerde teams als zeden en online criminaliteit en werving van nieuw personeel. Zoals eerder richting uw Kamer aangegeven wordt hierbij bijvoorbeeld ingezet op specialistische zij-instroom in de opsporing. Capaciteit in de strafrechtketen is per definitie schaars. Op meerdere beleidsterreinen zetten we daarom nadrukkelijk in op een brede en integrale aanpak, met bijvoorbeeld een combinatie van strafrechtelijke, bestuurlijke en andersoortige interventiemogelijkheden. Dit doen we om zoveel mogelijk recht te doen aan slachtoffers van criminaliteit. Daar waar strafrecht de meest passende oplossing is, wordt daar op ingezet binnen de mogelijkheden. Hoe spijtig ook, niet alle meldingen en aangiften kunnen worden opgepakt. Ik acht het van groot belang dat gemaakte keuzes en de onderbouwing daarvan inzichtelijker worden. Ik ben hierover met de gezagen in gesprek. Het OM en politie actualiseren uitgangspunten voor opportuniteit en selectiviteit, zodat de instroom van veelvoorkomende criminaliteit beter aansluit op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en veranderingen in het criminaliteitsbeeld. Tot slot: in gesprek met de gezagen en het departement werkt de korpschef aan een toekomstbestendige organisatievisie en doorontwikkeling van de organisatie. De opsporing is daar expliciet onderdeel van. De sturing en werking van de opsporing staan daarbij de komende jaren hoog op de agenda. De politie werkt dag en nacht om ons veilig te houden. Ik houd continu voor ogen dat achter alle cijfers en feiten, verhalen en slachtoffers van serieuze misdrijven zitten. Het is daarom niet de bedoeling dat verschillende methodieken voor het in kaart brengen van de prioritering van de opsporing tot discussie hebben geleid. Ongeacht de exacte aantallen niet opgepakte zaken, betreur ik elk ernstig misdrijf waar geen opvolging aan wordt gegeven. Ik zet me er samen met de gehele strafrechtketen voor in dat op een passende wijze aan slachtoffers recht wordt gedaan. Ik hoop u met deze brief voldoende opheldering te hebben geboden en ga hier graag met u over in debat. De minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel Kamerstukken II, 2025/26, 29628, nr. 1345. Reactie minister van JenV op het rapport Een ernstige zaak - Prioritering in opsporing door politie | Algemene Rekenkamer Deze tabel bevat zaken die de politie in de eigen systemen heeft kunnen achterhalen, in een poging de uitsplitsing van de 10.000 aangiften van de ARK te benaderen. Het betreft hier zaken die zijn afgewezen en vroegtijdig beëindigd i.v.m. capaciteit. Tevens toont de tabel dat de politie in haar eigen systemen een groot aantal zaken brandstichting en identiteitsfraude aantreft. Deze categorieën kennen een hoog aantal aangiften. Een voorbeeld is: in het geval van brandstichting kan een aangifte nodig zijn in verband met de verzekering. Deze zaken hoeven niet direct iets te zeggen over dader- of opsporingsindicatie.

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8b1287a887a28bf9

14 okt 2026 · 9ebd9af2493c70eb

13 okt 2026 · f53a12648ad1ab93

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.