Reactie op het amendement van de leden Bruins en Dik-Faber over een fonds voor wetenschappelijk onderzoek voor technologische innovatie in de visserij (Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 112) en het amendement van het lid Bruins over een Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 117)
Brontekst
Versie 4b0368bfc430850c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 34 550 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2017 Nr. 124 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 december 2016 Nadat de plenaire behandeling van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken 2017 (hierna: EZ-begroting 2017) heeft plaatsge-vonden (Handelingen II 2016/17, nr. 13, item 24; Handelingen II 2016/17, nr. 15, item 10; Handelingen II 2016/17, nrs. 25 en 27, Begroting Econo-mische Zaken (onderdeel Landbouw en Natuur)), heeft de Tweede Kamer nog twee amendementen ingediend. Hierbij geef ik, mede namens de Staatssecretaris, mijn schriftelijke reactie op deze amendementen. Amendement met Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 112 van de leden Bruins en Dik-Faber (CU): € 1 miljoen voor innovatieve visserijtechnieken Binnen het Europese Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) is tot 2023 € 20 miljoen beschikbaar voor onderzoek naar innovatie, waaronder ook overleving van vis. Van dat bedrag wordt driekwart door de Europese Commissie gefinancierd. Het overige kwart bestaat uit nationale cofinanciering. In de afgelopen vier jaar is er ten aanzien van de aanlandplicht vanuit de Europese visserijfondsen (EFMZV en voorganger EVF) al € 6,5 miljoen beschikbaar gesteld voor studies voor de overleving van platvissoorten en netinnovaties. Bij elke openstelling wordt in overleg met de sector bepaald op welke innovaties de openstelling wordt gericht. Met de wijze waarop de Staatssecretaris van Economische Zaken de regie invult, wordt gestuurd op innovatie in de visserij. Ik ben ervan overtuigd dat hierbinnen voldoende ruimte is om tegemoet te komen aan de doelen die de indiener van het amendement beoogt. Een extra fonds voor wetenschappelijk onderzoek naar technologische innovatie in de visserij specifiek om vissterfte te verminderen, zoals het amendement beoogt, acht ik daarom niet nodig. De voorgestelde dekking uit ETS-middelen acht ik niet verantwoord. Het beschikbare budget is bedoeld ter compensatie van de indirecte kosten in het kader van Emission Trading Scheme (ETS) waar energie-intensieve kst-34550-XIII-124ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 1241 bedrijven mee geconfronteerd worden. Bij Voorjaarsnota 2016 is het ETS-budget voor de jaren 2016 en 2017 verlaagd met respectievelijk € 24 miljoen en € 22 miljoen ter invulling van rijksbrede (ruilvoet)proble-matiek. De nu op de EZ-begroting beschikbare reeks is, op basis van de actuele meerjarenverwachtingen van de CO2-prijs, nodig om de indirecte kosten in het kader van ETS te kunnen compenseren. Verder reduceren van het meerjarige ETS-budget leidt op basis van de CO2-prijsverwachtingen tot tekorten in latere jaren, met als gevolg hogere lasten voor energie-intensieve industrie en het niet kunnen nakomen van de afspraak over deze compensatie in het Energieakkoord. Daarnaast rust op het meerjarige ETS-budget een betalingsverplichting van € 15 miljoen voor de regeling Regionale Investeringssteun Groningen in het kader van de versterking van het Chemiecluster Eemsdelta. In mijn brief van 17 maart 2014 over het Actieplan werkgroep versterking chemiecluster Eemsdelta is uw Kamer hierover geïnformeerd (Kamerstuk 32 637, nr. 124). Ik ontraad dan ook dit amendement. Amendement met Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 117 van het lid Bruins (CU): € 5 miljoen voor een Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw Het kabinet staat positief tegenover de wens van uw Kamer om vanuit de overheid bij te dragen aan innovatieve manieren om verduurzaming in de scheepsbouw te realiseren. Zoals ik in mijn brief van 30 november jl. (Kamerstuk 31 409, nr. 128) heb aangegeven, zet het kabinet al een breed instrumentarium in om innovatie en verduurzaming in de scheepsbouw te stimuleren. De scheepsbouw kan allereerst gebruik maken van diverse generieke innovatieregelingen en -programma’s, zoals de Wet Bevor-dering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) en het Innovatiekrediet. De scheepsbouwsector heeft bovendien een prominente plaats in de Topsector Water en maakt in dat verband intensief gebruik van de TKI-toeslagregeling (via het TKI-Maritiem) en de regeling MKB-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT). Verder heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu uw Kamer per brief van 30 september jl. (Kamerstuk 31 409, nr. 125) geïnformeerd over de diverse manieren waarop het kabinet maritiem onderzoek in den brede ondersteunt. Het onttrekken van € 5 miljoen uit de DEI-regeling voor een nieuw te ontwikkelen regeling voor scheepsbouwinnovaties binnen het daarvoor geldende Europese steunkader, doet afbreuk aan het brede karakter van de regeling en heeft een ongewenste precedentwerking richting andere sectoren. Ik wil hier dan ook niet toe overgaan. Gelet op bovenstaande ontraad ik het amendement. De Minister van Economische Zaken,H.G.J. KampTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 XIII, nr. 1242
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.