Lijst van vragen en antwoorden over de brief van de informateur mw. R.M. Letschert ter aanbieding van het coalitieakkoord 2026-2030 'Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland' (Kamerstuk 36848-31)
Brontekst
Versie 9267d6b91f8b3f58 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 848Kabinetsformatie 2025Nr. 55 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 24 februari 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegdaan de Minister van Financiën over de brief van 30 januari 2026 van deinformateur mw. R.M. Letschert ter aanbieding van het coalitieakkoord2026–2030 «Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland» (Kamerstuk36 848, nr. 31).De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 24 februari 2026.Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der LeeAdjunct-griffier van de commissie,Van der Steur kst-36848-55ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 551 Vragen en antwoordenVraag 1Kan worden toegelicht waar de 125 miljoen euro in 2026 en 150 miljoeneuro structureel voor de aanpak van armoede en problematische schuldenprecies naartoe gaat?Antwoord op vraag 1Er zijn in 2026 geen extra middelen beschikbaar; er is 125 miljoen euro in2027 beschikbaar en 150 miljoen euro vanaf 2028 structureel. Het kabinetgaat spoedig van start met de uitwerking van maatregelen voor dit budgeten zal uw Kamer hierover op een later moment informeren.Vraag 2Hoeveel middelen worden er gereserveerd voor de integratie vannieuwkomers, waaronder Meedoenbalies en het eerder starten mettaallessen, en waar is dit terug te vinden in de budgettaire bijlagen?Antwoord op vraag 2U wordt op een later moment geïnformeerd door de Minister van Asiel enMigratie over de verdeling van de investeringsenveloppen uit debudgettaire bijlage van het coalitieakkoord.Vraag 3Staat de 1,6 miljard euro extra korting op de EU-afdrachten nog in debegroting?Antwoord op vraag 3Het coalitieakkoord bevat geen aanpassingen aan de raming van deEU-afdrachten. De maatregel om de eerder geraamde stijging van deEU-afdrachten met 1,6 miljard per jaar te beperken blijft dus onderdeelvan de raming vanaf 2028.Vraag 4Klopt het dat de taakstelling op het postennet van kabinet-Schoof slechtsvoor ongeveer de helft wordt teruggedraaid door het kabinet-Jetten?Antwoord op vraag 4Ja, dat klopt. Het effect van de apparaatstaakstelling van Kabinet-Schoofop ambassades, consulaten-generaal en permanente vertegenwoordi-gingen in het buitenland bedroeg tien procent van het begrote budget,circa 70 miljoen euro. Het kabinet gaat 35 miljoen euro structureelintensiveren op het postennet. Daarnaast wordt het postennet in deapparaatstaakstellingen van het kabinet uitgezonderd.Vraag 5Is het kabinet voornemens om de aangekondigde sluiting van diploma-tieke posten voort te zetten of is de sluiting van diplomatieke posten voor2026 opgeschort?Antwoord op vraag 5Hier moet het kabinet nog over besluiten.Vraag 6Kan de volledige reeks van gereserveerde militaire en niet-militaire steunaan Oekraïne voor de gehele regeerperiode in een tabel wordenweergegeven?Antwoord op vraag 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 552 In 2026 staat er voor ruim 3,4 miljard euro aan Oekraïnesteun begroot,zowel militair als niet-militair. Het coalitieakkoord trekt dit bedragonverminderd door voor de jaren 2027, 2028 en 2029. De invulling van deextra steun aan Oekraïne wordt nog nader geconcretiseerd.Vraag 7Klopt het dat het kabinet niet voornemens is om te intensiveren op artikel1 Versterkte internationale rechtsorde en artikel 2 Veiligheid en stabiliteitvan de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken?Antwoord op vraag 7In het coalitieakkoord is geen intensivering op artikel 1 en 2 van debegroting van Buitenlandse Zaken voorzien.Vraag 8Hoe ontwikkelt de ODA-prestatie van Nederland zich als percentage vanhet BNI tot en met 2030?Antwoord op vraag 8Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de ODA-prestatie zien, naverwerking van de intensivering op ontwikkelingssamenwerking en dedekking voor niet-militaire steun aan Oekraïne vanuit de BHO-begroting.Hierbij wordt de additionele niet-militaire steun voor Oekraïne buitenbeschouwing gelaten, omdat de besteding en daarmee deODA-toerekening nog nader geconcretiseerd wordt. Ook de doorwerkingvan de apparaatstaakstellingen en de subsidietaakstelling zijn nietmeegenomen in de geraamde ODA-prestatie omdat aan de invullinghiervan nog wordt gewerkt. Het percentage is berekend op basis vanMEV‘2026 als meest recente macro-economische doorrekening. BijVoorjaarsnota 2026 zal het beeld worden geactualiseerd.Tabel 1 ODA-prestatie202620272028202920302031ODA-prestatie0,55%0,47%0,46%0,46%0,46%0,45% Vraag 9Herstelt deze financiële bijlage de koppeling van het ODA-budget aan deOESO-norm van het BNI zoals gevraagd door moties in de Eerste enTweede Kamer? Zo ja, kan uitgelegd worden hoe? Hoe verhoudt dat zichtot de berekening van de Algemene Rekenkamer van 19 juni 2025 dat eenherstel van de koppeling zo’n 400 miljoen euro per jaar zou vereisen,terwijl deze financiële bijlage 257 miljoen euro per jaar toevoegt?Antwoord op vraag 9Het ODA-budget is momenteel gekoppeld aan de ontwikkeling van hetbni. Dit betekent dat 1% groei of krimp van het bni leidt tot 1% groei ofkrimp van het ODA-budget. In lijn met het AIV-advies wordt hetODA-budget nu één keer per jaar bijgesteld op basis van de CEP. Deintensivering van structureel 257 miljoen euro op ontwikkelingssamen-werking betekent een structurele verhoging van het ODA-budget endaarmee de ODA-prestatie. Met deze investering zet het kabinet een staprichting de internationale OESO-norm.Vraag 10Welk effect heeft de keuze om in 2027 419 miljoen euro aan niet-militairehulp aan Oekraïne uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking tebetalen op andere programma’s? Ten koste van welke budgetten op dezebegroting gaat dit? Wat voor effect heeft dit op de ODA-prestatie? Watvoor langjarige effecten heeft het als het kabinet dit in 2027 doet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 553 Betekent dit dat de intensivering van ontwikkelingssamenwerkingdaardoor pas in 2028 ingaat? Zo nee, kan een specifieke berekening voorjaar 2027 worden gegeven?Antwoord op vraag 10Bij Voorjaarsnota 2026 zal het beeld worden geactualiseerd waarin demaatregelen uit het coalitieakkoord zijn verwerkt. De 419 miljoen euro terdekking van niet-militaire steun vanuit de BHO-begroting aan Oekraïnewordt ten laste gebracht van het ODA-budget. De gevolgen hiervan opontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s is afhankelijk van de nadereuitwerking.Vraag 11Klopt het dat in de financiële bijlage wordt gesproken over eenmaximering van 10 procent van de uitgaven voor eerstejaarsopvanggefinancierd vanuit het ODA-budget? In antwoorden op feitelijke vragenover de Najaarsnota in september 2025 is aangegeven dat in 202742% van de asielkosten uit het ODA-budget betaald zouden worden.Hoeveel levert het volgens de meest recente ramingen op als ditpercentage naar 10% daalt? Kunt u hetzelfde aangeven voor de jaren toten met 2030?Antwoord op vraag 11Met ingang van 2027 wordt maximaal 10% van het ODA-budget besteedvoor de eerstejaarsopvang van asielzoekers.Bij de budgettaire verwerking van de ramingsbijstelling voor asiel(nr. 67 t/m 69 in de budgettaire bijlage) uit het coalitieakkoord is rekeninggehouden met deze maximale bijdrage. De additionele bijdrage vanaf debegroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor eerste-jaarsasielopvang is hierdoor 106 miljoen euro in 2027 oplopend naar257 miljoen euro in 2030. Met deze bijdrage wordt 10% van hetODA-budget op stand Ontwerpbegroting 2026 ingezet voor eerstejaarsa-sielopvang.De 42% uit het antwoord1 waarnaar verwezen wordt in de vraag geeft hetpercentage van asielopvangkosten betaald uit ODA-budget weer. Het isniet dit percentage dat wordt gemaximeerd tot 10%, maar het percentagevan het totale ODA-budget dat besteed wordt aan eerstejaarsasielopvang.In het antwoord waarnaar wordt verwezen in de vraag is aangegeven datdit percentage 8,3% in 2027 is aflopend naar 6% in 2030 (op basis van destand Ontwerpbegroting 2026). Met de maatregelen (nr. 67 t/m 69) uit debudgettaire bijlage van het coalitieakkoord wordt dit aangevuld totstructureel 10% van het totale ODA-budget.De verdeling van de investeringsenvelop (nr. 67 t/m 69 in de budgettairebijlage) van het coalitieakkoord over de organisaties in de asielketen heeftinvloed op het percentage van asielopvangkosten betaald uit ODA-budget,aangezien kosten voor eerstejaarsasielopvang betrekking hebben op hetCentraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en Nidos. U wordt latergeïnformeerd over deze verdeling door de Minister van Asiel en Migratie.Vraag 12Op welke manier worden wijzigingen in de sociale zekerheid zichtbaar inde inkomensplaatjes, waaronder de gebruikelijke boxplots, voorbeeldhuis-houdens (zoals op pagina 186 van de SZW begroting) en puntenwolken?Klopt het dat wijzigingen in de sociale zekerheid hierin niet zichtbaarworden?1Kamerstukken II 2024–2025, 36 820 XVII, nr. 3, vraag 52Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 554 Antwoord op vraag 12Niet alle wijzigingen in de sociale zekerheid zijn zichtbaar in dekoopkrachtberekeningen en -plaatjes van het Centraal Planbureau en hetkabinet. Dit komt omdat in de koopkrachtberekeningen en -plaatjes destatische koopkracht wordt weergeven. De berekeningen gaan ervan uitdat mensen jaar op jaar in dezelfde situatie verkeren en isoleren zo heteffect van de loon- en prijsontwikkeling en het inkomensbeleid. Ontwikke-lingen binnen het huishouden zoals een nieuwe baan, scheiding of eengeboorte worden niet meegenomen.Het gebruik van statische koopkrachtberekeningen betekent ook dat in deberekening de arbeidssituatie, leeftijd en huishoudenssamenstelling vaneen persoon niet verandert. Als er iets in de sociale zekerheid wijzigt voornieuwe instroom, wordt dit dus in de berekeningen niet zichtbaar. Voor deuitkeringsgerechtigden in de dataset verandert er immers niets. Maatre-gelen zijn over het algemeen wel zichtbaar in de koopkrachtcijferswanneer deze effect hebben op bestaande uitkeringen (het zittendbestand). Hoewel de maatregel om het maximumdagloon te verlagen met20% ook van toepassing is op het zittend bestand, heeft het CPB deze doordatabeperkingen slechts gedeeltelijk verwerkt in de doorrekening. Deverlaging van het maximumdagloon is alleen verwerkt voor deWW-uitkeringen, voor andere uitkeringen was dit niet mogelijk. De anderewijzigingen in de sociale zekerheid zoals het afschaffen van de IVA of deaanpassing van de AOW-leeftijd worden niet zichtbaar in statischekoopkracht omdat het zittend bestand niet geraakt wordt.Vraag 13Kan een overzicht worden gegeven van de asielramingen van deafgelopen twee jaar? Hoe verhoudt de raming in de financiële bijlage(regel 67) zich tot de vorige asielraming?Antwoord op vraag 13In 2024 en 2025 is de Meerjaren Productie Prognose (MPP, de asielraming)drie keer gepubliceerd.Op 5 april 2024 is uw Kamer geïnformeerd over de MPP2024–12. Debudgettaire verwerking hiervan is opgenomen in de Voorjaarsnota 2024.Destijds heeft kabinet Rutte IV gekozen om de MPP incidenteel teverwerken tot en met 2026. Bij Miljoenennota 2025 heeft kabinet Schoofgekozen om de asielbegroting structureel met 1 miljard euro te verlagenin samenhang met maatregelen om de asielinstroom te verlagen.Op 2 december 2024 is uw Kamer geïnformeerd over de MPP2024–23. Debudgettaire verwerking hiervan is opgenomen in de Voorjaarsnota 2025.Destijds heeft kabinet Schoof gekozen om structureel 374 miljoen eurobeschikbaar te stellen voor de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) enincidenteel de MPP te verwerken tot en met 2026 voor overigeasielketenorganisaties.Op 26 september 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de MPP20254. Ditis de meest recente MPP die gepubliceerd is. Het kabinet heeft gekozenom middelen beschikbaar te stellen voor asiel ter hoogte van 2,6 miljardeuro in 2027 aflopend naar 2,1 miljard euro in 2030. Hierbij wordtaangesloten bij het basispad gehanteerd door het CPB voor de begrotingvan Asiel en Migratie bij de Concept-Macro Economische Verkenning enKeuzes in Kaart.2Kamerstukken II 2024–2025, 19 637, nr. 32393Kamerstukken II 2024–2025, 19 637, nr. 33204Kamerstukken II 2025–2026, 19 637, nr. 3478Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 555 Vraag 14Kan een berekening worden gegeven hoe de ODA-toerekening eerste-jaarsopvang tot stand is gekomen? Kan daarbij ook het verschil wordenuitgelegd met de vorige financiële bijlage van het hoofdlijnenakkoord?Antwoord op vraag 14Met ingang van 2027 wordt maximaal 10% van het ODA-budget besteedvoor de eerstejaarsopvang van asielzoekers.Bij de budgettaire verwerking van de ramingsbijstelling voor asiel(nr. 67 t/m 69 in de budgettaire bijlage) uit het coalitieakkoord is rekeninggehouden met deze maximale bijdrage. De additionele bijdrage vanaf debegroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor eerste-jaarsasielopvang is hierdoor 106 miljoen euro in 2027 oplopend naar257 miljoen euro in 2030. Met deze bijdrage wordt 10% van hetODA-budget op stand Ontwerpbegroting 2026 ingezet voor eerstejaarsa-sielopvang. Eerder was dit percentage lager vanwege de aflopendebegroting van Asiel en Migratie.Vraag 15Kan in een overzicht van 2027 tot 2030 worden weergegeven wat effectiefwordt bezuinigd op ODA? Kan hierbij de ingeboekte bezuinigingen vanhet vorige kabinet als basis worden genomen en daar de maatregelen vande financiële bijlage bij worden opgeteld?Antwoord op vraag 15Onderstaande tabel geeft een overzicht van het ODA-budget in 2027 tot enmet 2030 na verwerking maatregelen Kabinet Schoof en na verwerkingvan het coalitieakkoord. Hierbij wordt de additionele niet-militaire steunvoor Oekraïne buiten beschouwing gelaten, omdat de besteding endaarmee de ODA-toerekening nog nader geconcretiseerd wordt. Ook dedoorwerking van de apparaatstaakstellingen en de subsidietaakstellingzijn niet meegenomen in de geraamde ODA-prestatie omdat aan deinvulling hiervan nog wordt gewerkt.Tabel 2 ODA overzicht (in miljoenen euro’s)2027202820292030Stand Voorjaarsnota 20247.9808.2218.6150Per saldo maatregelen Kabinet Schoof– 2.583– 2.731– 2.741– 2.741Bijstelling bni-koppeling82114130329Overig (w.o. kasschuiven, extrapolatie)609150918.726Stand Miljoenennota 20266.0885.7546.0946.314Per saldo maatregelen Coalitieakkoord– 162257257257ODA-stand5.9266.0116.3516.571 Vraag 16Kan worden aangegeven waaraan de intensiveringen in ontwikkelingssa-menwerking van 257 miljoen euro wordt besteed? Is daar al een onderver-deling gemaakt? Zo ja, welke? Waarom worden in het coalitieakkoord(blz. 35) ook andere thema’s genoemd dan de 5 thema’s in de financiëlebijlage?Antwoord op vraag 16De intensivering wordt de komende tijd nader uitgewerkt. De Minister vanBHO zal u hierover informeren.Vraag 17Kunt u de inkomenseffecten doorrekenen van iemand in de WIA met eenIVA-uitkering ter hoogte van het maximumdagloon? Kunt u hierbij losTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 556 betrekken wat de gevolgen zijn van de maatregel om de IVA af te schaffen,het maximumdagloon te verlagen en de tegemoetkoming arbeidsonge-schikten af te schaffen? Kunt u hierbij ook de stapeling van deze gevolgenin beeld brengen? Wilt u dit uitdrukken in zowel bruto- als nettobedragen?Antwoord op vraag 17Onderstaande tabel toont de (gestapelde) inkomenseffecten van iemandmet een IVA-uitkering en een SV-loon ter hoogte van het maximumdagloon. De berekening is uitgevoerd met een raming van de parametersin het belastingstelsel en van het verwachte maximum dagloon in 2027,dit bedraagt circa 83 duizend euro op jaarbasis. In de tabel zijn demaximale inkomenseffecten weergegeven, voor mensen met een lagerSV-loon zal het inkomenseffect beperkter zijn. Bij onderstaande tabel dientopgemerkt te worden dat het afschaffen van de IVA van toepassing is opnieuwe arbeidsongeschikten. Hierdoor treedt er geen inkomenseffect opvoor het zittend bestand, maar komt de (bruto en netto) uitkering voornieuwe arbeidsongeschikten lager te liggen.Tabel 3 Inkomenseffecten maatregelen arbeidsongeschikten voor een alleenstaande met een IVA-uitkering op het maximum-dagloon, prijzen 2027, effect op jaarbasisMaatregelBrutoinkomenvoormaatregelEffect opbrutoinkomenEffect opbesteedbaarinkomenInkomens-effectmaatregelCumulatiefinkomens-effectVerlagen maximum dagloon met 20%€ 61,9 dzd€ – 12,4 dzd€ – 6,9 dzd– 18,30%– 18,30%Afschaffen tegemoetkoming arbeidsongeschikten€ 0€ – 0,2 dzd– 0,60%– 18,90%Afschaffen IVA-uitkering voor nieuwe WIA-instroom1€ 49,5 dzd€ – 3,3 dzd€ – 1,8 dzdnvtnvt1 Uitgaande van een verlaagd maximumdagloon (eerst wordt het dagloon verlaagd en dan de IVA-uitkering). Het effect op bruto en besteedbaarinkomen heeft hier betrekking op het vergelijken van een IVA-uitkering gebaseerd op het maximumdagloon en een WGA-uitkering gebaseerd op hetmaximumdagloon (zoals voor nieuwe instromers gaat gelden). Vraag 18Kan worden toegelicht waar de 50 miljoen euro in 2026 en 150 miljoeneuro structureel voor jeugd en school precies heengaat?Antwoord op vraag 18De middelen voor jeugd en school zijn in ieder geval gereserveerd voorgratis schoolfruit in het primair en voortgezet onderwijs en het uitbreidenvan het programma Kansrijke start. Over de verdeling van de beschikbaremiddelen moet nog besluitvorming plaatsvinden.Vraag 19Welke kosten zijn gemoeid met het gratis aanbieden van schoolfruit vooralle scholen in het primair en voortgezet onderwijs?Antwoord op vraag 19De kosten voor het aanbieden van gratis schoolfruit voor alle scholen inhet primair en voortgezet onderwijs hangt sterk af van de keuzes dieworden gemaakt in de uitvoering van deze maatregel.Vraag 20Kan nader worden toegelicht waar het gemeenschapsfonds voor isbedoeld?Antwoord op vraag 20Dit kabinet wil met het Gemeenschapsfonds oprichten om voorzieningenzoals buurthuizen, verenigingsgebouwen en dorpswinkels te realiseren ente behouden. De Minister van BZK zal een regeling opstellen voor hetversterken van verenigingswerk, initiatieven voor zorgzame wijken endorpen en sociale cohesie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 557 Vraag 21Is het budget van 35 miljoen euro voor medische preventie volledigtoereikend voor het uitbreiden van de wijkgerichte aanpak?Antwoord op vraag 21Vanaf 2027 is er voldoende budget voor het uitbreiden van de wijkgerichteaanpak.Vraag 22Hoeveel kost het om de wijkgerichte aanpak vaccinaties uit te breidennaar het hele land?Antwoord op vraag 22De G4-gemeenten hebben gezamenlijk 5 miljoen euro per jaar nodig omde wijkgerichte aanpak voort te zetten. Op basis van een extrapolatie vande kosten is naar schatting in totaal 35 miljoen euro per jaar nodig om deaanpak uit te breiden naar het hele land.Vraag 23Met het afschaffen van de tegemoetkoming arbeidsongeschikten (i.v.m.lager eigen risico) is 308 miljoen euro structureel bespaard, in hoeverrecompenseert de 42 miljoen euro extra met de nieuwe envelop voorchronisch zieken de stijging van het eigen risico door zowel de indexeringals de verhoging van 60 euro?Antwoord op vraag 23In hoeverre de envelop tegemoetkoming zorgkosten chronisch ziekencompenseert voor het afschaffen van de tegemoetkoming arbeidsonge-schikten en de aanvullende verhoging van het eigen risico hangt mede afvan de uitwerking van deze envelop. Dit wordt nog nader uitgewerkt.Vraag 24Is de tegemoetkoming chronisch zieken een compensatiemaatregel voorhet afschaffen van de tegemoetkoming arbeidsongeschikten?Antwoord op vraag 24De genoemde envelop wordt gereserveerd om chronisch zieken tegemoette komen in hun kosten voor zorg. De invulling van deze maatregel wordtnader uitgewerkt.Vraag 25Wat zijn de voorwaarden om aanspraak te mogen doen op de tegemoet-koming zorgkosten chronisch zieken?Antwoord op vraag 25Dit is afhankelijk van de nadere uitwerking van de tegemoetkomingzorgkosten chronisch zieken.Vraag 26Hoeveel mensen mogen aanspraak doen op de tegemoetkomingchronisch zieken?Antwoord op vraag 26Dit is afhankelijk van de nadere uitwerking van de tegemoetkomingzorgkosten chronisch zieken.Vraag 27Met hoeveel nemen de gemiddelde zorgkosten toe van iemand diechronisch ziek is, het eigen risico opmaakt, een aantal zelfzorgmedicijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 558 gebruikt, aanspraak maakt op huishoudelijke hulp en wijkverpleging doorde plannen uit het coalitieakkoord?Antwoord op vraag 27Dit is afhankelijk van de nadere uitwerking van de genoemde maatre-gelen.Vraag 28Hoe verhoudt zich de ombuiging «selectie geneesmiddelen uit hetbasispakket en strakker pakketbeheer» tot de eerdere besparing uit devoorjaarsnota op zelfzorgmedicijnen van 70 miljoen euro?Antwoord op vraag 28Dit is een aanvullende maatregel. De besparing wordt gerealiseerd inaanvulling op de eerdere taakstelling van 70 miljoen euro op zelfzorgge-neesmiddelen.Vraag 29Welke zelfzorgmedicijnen moeten er allemaal uit het basispakket wordengehaald om de ombuiging «selectie geneesmiddelen uit het basispakketen strakker pakketbeheer» van 150 miljoen euro te garanderen?Antwoord op vraag 29De opbrengst kan worden gerealiseerd door betaalbare geneesmiddelendie ook in de vrije verkoop beschikbaar zijn uit het basispakket te halen.Daarnaast kan de opbrengst worden gerealiseerd met maatregelen die dedoelmatigheid van dure geneesmiddelen vergroten. Over specifiekepakketuitnames en maatregelen om doelmatigheid van dure geneesmid-delen te vergroten moet nog worden besloten.Vraag 30Hoeveel extra zorgmijders worden er verwacht door de verhoging van heteigen risico?Antwoord op vraag 30Voor de aanvullende verhoging van het eigen risico met 60 euro wordteen remgeldeffect verondersteld van ca. 580 miljoen euro. Dit betreft hettotaal aan verwacht minder zorggebruik. Op basis van de literatuur isgeen goede schatting te maken in welke mate voorkomt dat dit ookmedisch noodzakelijke zorg is.Het Centraal Planbureau (CPB) gaat binnenkort starten met een onderzoeknaar het niet-opvolgen van een verwijzing van de huisarts, waarbij zowelgekeken wordt naar financiële als niet-financiële kenmerken. De resultatenworden in 2026 verwacht.Vraag 31Welk deel van de bezuiniging op pandemische paraatheid door hetkabinet-Schoof wordt teruggedraaid op basis van het coalitieakkoord?Antwoord op vraag 31In het coalitieakkoord wordt de bezuiniging op pandemische paraatheiddoor het kabinet-Schoof niet teruggedraaid.Vraag 32Hoe komt de ombuiging van de tranchering van het eigen risico tot stand?Antwoord op vraag 32De tranchering van het eigen risico leidt tot een derving van het eigenrisico, omdat mensen wel minder, maar nooit meer aan eigen risico zullenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 559 betalen dan in de situatie zonder tranchering. Daarnaast leidt trancheringtot lagere zorguitgaven: mensen zijn niet meer na één zorgvraag in demedisch-specialistische zorg hun eigen risico kwijt. De financiële drempelvoor een eerste zorgvraag is hierdoor lager, maar mensen zijn ook langerkostenbewust omdat voor volgende zorgvragen opnieuw het eigen risicogeldt. Dit tweede effect is groter, waardoor er per saldo sprake is vanlagere zorguitgaven.Vraag 33Waaruit blijkt dat de tranchering van het eigen risico tot een ombuigingleidt en niet tot een intensivering omdat de drempel tot zorg wordtverlaagd?Antwoord op vraag 33Zie antwoord op vraag 32.Vraag 34Hoe is het bedrag van 548 miljoen euro ombuiging op passende zorgconcreet tot stand gekomen?Antwoord op vraag 34De reeks is gebaseerd op een matiging van de verwachte groei van deuitgaven aan zorg in de Zorgverzekeringswet tot en met 2035. De hoogteis gebaseerd op een 30% beperking van de verwachte groei, metuitzondering van groei die wordt verklaard door de stijging van zorgvraagdoor de demografische ontwikkeling en de ontwikkeling van lonen enprijzen.Vraag 35Kan per maatregel onder passende zorg uitgesplitst worden hoe enhoeveel de maatregel bespaart?Antwoord op vraag 35De raming is niet uitgesplitst naar onderliggende maatregelen.Vraag 36Hoeveel minder mensen hebben recht op zorgtoeslag als gevolg van deinvoering van het verlagen van de vermogensgrenzen zorgtoeslag naarbox 3?Antwoord op vraag 36Wanneer de vermogensgrens zorgtoeslag wordt verlaagd naar hetheffingsvrij vermogen (59.357 euro voor alleenstaanden en 118.714 eurovoor partners in 2026), hebben naar verwachting – uitgaande vaninvoering in 2028 – circa 200.000 huishoudens geen recht meer opzorgtoeslag. Dit is ongeveer 4% van de zorgtoeslagontvangers.Vraag 37Wat is de gemiddelde aftrek specifieke zorgkosten?Antwoord op vraag 37Uit het rapport aftrek specifieke zorgkosten dat in 2025 aan de TweedeKamer is gestuurd, volgen de onderstaande gemiddelde bedragen perkostensoort5. De gemiddelde totale aftrek wat per gebruiker kan wordenafgetrokken van het inkomen, bedraagt 1.453 euro.5Eindrapport aftrek specifieke zorgkosten | Rapport | rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5510 Tabel 4 Gemiddelde bedragen per kostensoort in de aftrek specifieke zorgkostenType kostenMedicijnen264 euroHulpmiddelen761 euroVervoer398 euroDieetkosten921 euroKleding en beddengoed409 euroGeneeskundige hulp994 euroZiekenbezoek397 euroGezinshulp1.509 euro Vraag 38Wat is de mediaan aftrek specifieke zorgkosten?Antwoord op vraag 38Uit het rapport aftrek specifieke zorgkosten dat in 2025 aan de TweedeKamer is gestuurd, volgt het onderstaande overzicht van de medianebedragen per kostensoort6. De mediane totale aftrek wat per gebruikerkan worden afgetrokken van het inkomen bedraagt 800 euro.Tabel 5 Mediane bedragen per kostensoort in de aftrek specifieke zorgkostenType kostenMedicijnen144 euroHulpmiddelen297 euroVervoer193 euroDieetkosten950 euroKleding en beddengoed310 euroGeneeskundige hulp449 euroZiekenbezoek175 euroGezinshulp300 euro Vraag 39Hoeveel minder medisch-specialisten worden er over vijf, tien en twintigjaar verwacht als gevolg van de ombuiging op vervolgopleidingenmedisch-specialisten?Antwoord op vraag 39Het is afhankelijk van de nadere vormgeving van de maatregel of dezegevolgen heeft voor het aantal medisch specialisten dat wordt opgeleid.Vraag 40Wat zijn de gevolgen voor de toekomstige beschikbaarheid van medisch-specialistische zorg in regionale ziekenhuizen als gevolg van deombuiging op vervolgopleidingen medisch-specialisten?Antwoord op vraag 40De gevolgen zijn afhankelijk van de nadere vormgeving van de maatregel.Vraag 41Wat is het verwachte verplichte eigen risico in 2027, 2028, 2029, 2030 alsgevolg van de verhoging van het eigen risico en indexering?Antwoord op vraag 41De jaarlijkse indexatie van het eigen risico is afhankelijk van de ontwik-keling van de zorguitgaven. Volgens de huidige inzichten van het kabinetbedraagt het verplicht eigen risico 460 euro in 2027, 475 euro in 2028, 480euro in 2029 en 495 euro in 2030.6Eindrapport aftrek specifieke zorgkosten | Rapport | rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5511 Het CPB verwacht in zijn analyse van het coalitieakkoord een eigen risicovan 460 euro in 2027 en 520 euro in 2030. In de analyse van het coalitieak-koord van het CPB is bij de raming van het eigen risico nog geen rekeninggehouden met het effect van overige coalitieakkoordmaatregelen op dezorguitgaven. Deze leiden tot een lagere groei van de zorguitgaven endaarmee tot een lagere indexatie van het eigen risico. In het CentraalEconomisch Plan (CEP) wordt wel rekening gehouden met de overigecoalitieakkoordmaatregelen op de groei van de zorguitgaven, waardoorde hoogte van het eigen risico anders kan uitvallen.Vraag 42Bij het inrichten van een vangnet van 350 miljoen euro, ter compensatievan het schrappen van de huishoudelijke hulp uit de Wmo, hoeveel eurozou er per persoon beschikbaar zijn?Antwoord op vraag 42In het coalitieakkoord is een reeks opgenomen voor het tegemoetkomenvan zorgkosten van chronisch zieken ter hoogte van 350 miljoen euro. Ditstaat los van de maatregel «Huishoudelijke Hulp uit de Wmo inclusiefvangnet». Als onderdeel van deze laatste maatregel wordt een deel van deopbrengst van het schrappen van de voorziening huishoudelijk hulpgereserveerd voor het inrichten van een vangnet. Deze laatste maatregelwordt de komende tijd verder uitgewerkt. De vormgeving van het vangnetis daarom nog niet bekend.Vraag 43Hoeveel mensen die momenteel aanspraak maken op de Wmo zoudengebruik kunnen maken van het vangnet van 350 miljoen euro?Antwoord op vraag 43Zie antwoord op vraag 42.Vraag 44Hoeveel mensen maken er momenteel gebruik van de Wmo, uitgesplitstper categorie voorzieningen waar zij gebruik van maken?Antwoord op vraag 44In de onderstaande tabel is te zien hoeveel mensen in 2024 in totaalgebruik maakten van een maatwerkvoorziening uit hoofde van de Wmo2015 en hoeveel mensen welke vorm van ondersteuning in hunmaatwerkvoorziening ontvingen. Omdat sommige mensen meer dan éénvorm van ondersteuning ontvangen tellen de aantallen cliënten perondersteuningsvorm niet op tot het totaal aantal cliënten voor allemaatwerkvoorzieningen in de Wmo 2015 samen.Tabel 6 Gebruik maatwerkvoorziening binnen de Wmo 2015Maatwerkvoorziening metAantal cliënten (2024)Ondersteuning thuis252.480Hulp bij het huishouden555.935Hulpmiddelen en diensten795.340Totaal (excl. verblijf en opvang)1.258.435Verblijf en opvang34.635Totaal1.283.855Bron: CBS Vraag 45Hoeveel mensen zullen er naar verwachting in 2030 gebruik maken van deWmo, uitgesplitst per categorie voorzieningen waar zij gebruik vanmaken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5512 Antwoord op vraag 45Er is geen zicht op het aantal gebruikers van de Wmo per categorievoorziening in 2030.Vraag 46Welk gevolg zal het schrappen van de huishoudelijke hulp uit de Wmohebben op de maandelijkse lasten van gebruikers van de Wmo, in hetbijzonder mensen met een beperking?Antwoord op vraag 46De maatregel «Huishoudelijke Hulp uit de Wmo inclusief vangnet» wordtde komende tijd verder uitgewerkt. Het is dan ook nu nog niet bekend watde gevolgen zijn van het schrappen van de huishoudelijke hulp uit deWmo op de maandelijkse lasten van gebruikers.Vraag 47Per wanneer zou het bestuurlijk akkoord Wlz uiterlijk ingevoerd moetenworden, gelet op het feit dat vanaf 2027 de maatregel al wordt ingeboekt?Antwoord op vraag 47Het kabinet gaat zo snel mogelijk aan de slag met het bestuurlijkeakkoord. Om de afspraken uit een akkoord te kunnen betrekken bij dezorginkoop 2027, moet deze rond juni 2026 afgesloten zijn. Als het niethaalbaar blijkt om voor die tijd een volledig akkoord te sluiten, wordtbezien hoe per 2027 invulling gegeven kan worden aan de beoogdebesparing.Vraag 48Per wanneer zou het bestuurlijk akkoord Wlz uiterlijk naar de Kamerverzonden moeten worden, gelet op het feit dat vanaf 2027 de maatregelal wordt ingeboekt?Antwoord op vraag 48Zie antwoord op vraag 47.Vraag 49Hoeveel mensen met een beperking of chronische ziekte makenmomenteel (naar schatting) gebruik van ongecontracteerde zorg?Antwoord op vraag 49Er is geen data beschikbaar over het aantal mensen met een beperking ofchronische ziekte die gebruikmaken van ongecontracteerde zorg.Vraag 50Zal het huidige Nationaal Actieprogramma Aanpak Seksueel Grensover-schrijdend Gedrag en Seksueel Geweld opgenomen worden in hettoekomstige plan Stop Geweld Tegen Vrouwen?Hoe hoog zal de eigen bijdrage wijkverpleging (gemiddeld) zijn en perwanneer zal de eigen bijdrage ingevoerd worden?Zal het afschaffen van de huishoudelijke hulp uit de Wmo gepaard gaanmet het huidige wetsvoorstel voor het afschaffen van het abonnements-tarief?Antwoord op vraag 50In het toekomstige plan Stop Geweld Tegen Vrouwen worden ervaringenen lessen vanuit eerdere programma’s meegenomen en benut, zoals hetnog lopende Nationaal Actieprogramma Aanpak Seksueel Grensover-schrijdend Gedrag en Seksueel Geweld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5513 De hoogte van de (gemiddelde) eigen bijdrage is afhankelijk van denadere vormgeving van de maatregel. De eigen bijdrage wordt ingevoerdper 2029.Het wetsvoorstel van de Wet vervanging abonnementstarief Wmo 2015 isop 25 maart 2025 aangeboden aan uw Kamer. De maatregel «Huishoude-lijke Hulp uit de Wmo inclusief vangnet» is een aanvullende maatregel diede komende tijd verder wordt uitgewerkt.Vraag 51Welke onderdelen van het Regenboogakkoord zullen via wetsvoorstellengeïmplementeerd moeten worden?Antwoord op vraag 51In het Regenboogakkoord staan maatregelen die bijdragen aan meerveiligheid, gelijke behandeling en emancipatie van lhbti+ personenwaaronder mogelijke wetswijzigingen. Welke wetsvoorstellen preciesgeïmplementeerd worden hangt af van nadere uitwerking.Vraag 52Hoeveel zou het naar schatting kosten indien er een brede consultatieonder vrouwen uitgevoerd zou moeten worden in het kader van deNationale Strategie Vrouwengezondheid? Kan hierbij ook de onder-bouwing geleverd worden?Antwoord op vraag 52Dit hangt sterk af van de manier waarop een dergelijke brede consultatiewordt vormgegeven. In de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor deNationale Strategie Vrouwengezondheid is niet voorzien in een bredeconsultatie. Tijdens de ronde tafels die georganiseerd zijn en de werkcon-ferentie Vrouwengezondheid7 die op 4 februari jl. heeft plaatsgevonden isuitgebreid aandacht geweest voor de ervaringskennis en de verhalen vanvrouwen. De inzichten van deze consultaties worden nu verwerkt in eenwerkagenda Vrouwengezondheid.Vraag 53Krijgen publieke omroepen de vrije hand bij de besteding van de50 miljoen euro die vanaf 2027 wordt geïnvesteerd? Zo nee, waar gaan diegelden dan werkelijk naar toe?Antwoord op vraag 53De precieze besteding van de intensivering van 50 miljoen voor media(artikel 15 van de OCW-begroting) wordt op dit moment nader uitgewerkt.Vraag 54Wat is de netto-intensivering of korting op het budget voor ontwikkelings-samenwerking als zowel de intensivering op het budget, de bijdrage aanOekraïne en de 10% toerekening voor eerstejaarsopvang wordenmeegenomen?Antwoord op vraag 54In het Coalitieakkoord wordt vanaf 2027 structureel 257 miljoen eurogeïntensiveerd op ontwikkelingssamenwerking. Het verwerken van deasieltoerekening is een verschuiving binnen het ODA-budget tussen deBHO-begroting en de AenM-begroting en heeft daarmee geen effect op dehoogte van het ODA-budget. Ook wordt er 419 miljoen euro ten behoevevan Oekraïne gedekt uit het ODA-budget. Per saldo betekent dit eenkorting van 162 miljoen euro in 2027 voor het ODA-budget en een7https://www.zonmw.nl/nl/artikel/samen-actie-voor-betere-vrouwengezondheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5514 intensivering in 2030 van 257 miljoen euro. De additionele niet-militairesteun voor Oekraïne wordt voor nu buiten beschouwing gelaten, omdatde besteding en daarmee de ODA-toerekening nog nader geconcretiseerdwordt. Het volledige beeld, inclusief het effect van apparaatstaakstellingenen de subsidietaakstelling op het budget van ontwikkelingssamenwerking,wordt bij Startnota gepresenteerd.Vraag 55Wat is de totale benodigde investering in de onderhoud en aanleg vaninfrastructuur tot 2030? Hoe verhoudt zich dit tot tweemaal 750 miljoeneuro voor infrastructuur?Antwoord op vraag 55Dit kabinet kiest ervoor om tweemaal 750 miljoen euro in 2028 en 2029beschikbaar te stellen voor prioritaire infrastructuurprojecten (maatregel 9budgettaire tabel). Ook stelt het kabinet 1,1 miljard euro per jaarbeschikbaar voor de jaren 2031 t/m 2035 voor beheer en onderhoud vaninfrastructuur en ontsluiting woningbouw (maatregel 8 budgettaire tabel).Vanaf 2036 is hiervoor structureel 500 miljoen euro per jaar beschikbaar.De komende periode gaat het kabinet een verdeling maken van dezemiddelen. Zoals in het coalitieakkoord aangegeven, zal de onderhouds-opgave voorrang krijgen bij het toebedelen van de beschikbare middelen.Vraag 56Wordt het hele pakket «Doen» uit het Interdepartementaal beleidson-derzoek naar de Wet en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) overge-nomen? Welke onderdelen of fiches niet? Kunt u in uw beantwoording zospecifiek mogelijk zijn?Antwoord op vraag 56Binnen het Interdepartementaal Beleidsonderzoek IBO) WIA is eenzogenoemd «doen-pakket» opgenomen met 11 concrete beleidsmaatre-gelen uitgewerkt in fiches om het arbeidsongeschiktheidsstelsel teverbeteren. Van dit pakket zijn drie maatregelen opgenomen in debudgettaire bijlage van het coalitieakkoord: het afschaffen van deInkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA), het stellen vanvoorwaarden aan herbeoordelingen en taakherschikking bij verzekerings-artsen.De volgende maatregelen uit het «doen» pakket worden ook genoemd inhet coalitieakkoord: betere samenwerking en gegevensuitwisseling tussenbedrijfsartsen en verzekeringsartsen, meer toezicht door de Arbeidsin-spectie op preventiebeleid van werkgevers, een re-integratiebudget vanhet UWV dat meegroeit met instroom in de Ziektewet en WIA en meerzekerheid bij werkhervatting vanuit de WIA door middel van eenterugvaloptie.Vraag 57Hoe lang moet je werken om in de voorgenomen plannen volledig recht tehebben op twaalf maanden WW?Antwoord op vraag 57In de voorgenomen plannen ontstaat volledig recht op twaalf maandenWW bij een arbeidsverleden van 24 jaar.Vraag 58Tussen 2000 en 2024 stegen de lonen gemiddeld 0,5% sneller dan hetcao-loon. Wettelijk is de stijging van de AOW-uitkering via hetminimumloon gekoppeld aan de stijging van het cao-loon, maar in deramingen wordt deze gekoppeld aan de gemiddelde loonstijging. Als deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5515 verhouding tussen de cao-loonstijging en de gemiddelde loonstijginggelijk blijft, hoeveel lager vallen de geraamde AOW-kosten dan uit?Antwoord op vraag 58De geraamde uitgaven aan de AOW zoals vermeld in de begroting van hetMinisterie van SZW worden in alle jaren in hetzelfde prijspeil uitgedrukt.Daarnaast staat op de begroting een post AOW nominaal om te kunnenvoorzien in de toekomstige indexatie. Deze nominaal wordt berekend opbasis van de wettelijke indexatie van de AOW. Deze volgt dus uit deontwikkeling van het wettelijk minimumloon die gekoppeld is aan decao-loonontwikkeling.Vraag 59Wanneer stokt de investeringscapaciteit van woningbouwcorporaties metde toegezegde middelen in het akkoord? Hoeveel woningen kunnen extraworden gebouwd als de corporaties een vrijstelling krijgen voor de VPB?Antwoord op vraag 59In de Nationale Prestatieafspraken (NPA) is afgesproken om vanaf 2029jaarlijks 30.000 sociale huurwoningen en 5.000 middenhuurwoningen tebouwen, met de ambitie om al in 2027 op dit niveau te zitten. Het kabinetzet de afspraken uit de NPA door. Uit de financiële doorrekening van deNPA die recent met uw Kamer is gedeeld blijkt dat woningcorporaties toten met 2034 een tekort aan investeringsruimte hebben om de NPA uit tekunnen voeren. In het coalitieakkoord zijn daarom maatregelenafgesproken om de investeringscapaciteit van woningcorporaties tevergroten.Zo is in het coalitieakkoord onder meer afgesproken dat er een faciliteit inde vennootschapsbelasting (Vpb) wordt geïntroduceerd om de Vpb-lastenvan woningcorporaties te verlagen. Hiervoor wordt taakstellend eenbedrag structureel 325 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld. Hoedeze verlaging van Vpb-lasten concreet wordt ingevuld wordt naderuitgewerkt, rekening houdend met onder andere uitvoerbaarheid enjuridische houdbaarheid, waaronder de staatssteunregels en het (overige)EU-recht. Om de gewenste hefboom te creëren op de investeringsruimtevan corporaties is het essentieel om de verlaging zo vorm te geven dat ditstructureel bijdraagt aan de mogelijkheden van woningcorporaties omextra geborgde financiering aan te trekken. Een eerste inschatting met hetNPA-rekenmodel, is dat deze voorgenomen verlaging van Vpb-lasten –afhankelijk van de precieze invulling – potentieel kan leiden tot8 tot 10 miljard euro aan extra investeringsruimte voor woningcorpo-raties. Tot hoeveel woningen deze verlaging van de Vpb-lasten leidt islastig in te schatten, ook omdat de realisatie van nieuwbouw van veelandere factoren afhankelijk is.Daarnaast is het zo dat het kabinet aanvullende maatregelen neemt om deinvesteringscapaciteit van woningcorporaties te verbeteren, onder meerdoor meer passende huurgelden te vragen in relatie tot het inkomen vanhuurders en woningcorporaties meer ruimte te geven om te bouwen voorzogeheten niet-Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB)-activiteiten. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zaluw Kamer informeren over de voorgenomen uitwerking van deze puntenen de verwachte effecten ervan op de investeringscapaciteit vancorporaties.Vraag 60Hoe wordt omgegaan met de dalende opbouwpercentages van deAOW-rechten in de ramingen van de AOW-kosten? In andere woorden,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5516 wordt in de ramingen rekening gehouden met het feit dat steeds meermensen een onvolledige AOW krijgen?Antwoord op vraag 60In de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheidworden de AOW uitgaven tot en met 2030 weergegeven. In deze jarenwordt een afloop voorzien van het gemiddelde opbouwpercentage vanAOW gerechtigden. Hierdoor neemt de gemiddelde hoogte van de AOWaf.Vraag 61Hoe worden de extra uitgaven aan Oekraïne van 3 miljard euro per jaarprecies gedekt? Kunt u een overzicht geven van alle Nederlandse,bilaterale uitgaven aan steun voor Oekraïne (uitgesplitst per jaar), zowelmilitair, niet-militair als voor de opvang van ontheemden?Antwoord op vraag 61De extra uitgaven aan Oekraïne zijn onderdeel van integrale besluit-vorming van het coalitieakkoord.Zie het antwoord op vraag 6.Vraag 62Kunt u de systematiek achter de vrijheidsbijdrage en dus achter hetbeperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelastingnader toelichten? Kunt u per inkomensgroep in zowel absolute alsrelatieve cijfers aangeven hoeveel burgers erop achteruit gaan per jaar?Hoeveel houden burgers in verschillende inkomensgroepen zowel brutoals netto minder over per jaar op hun loonstrook als gevolg van dezemaatregel?Antwoord op vraag 62De vrijheidsbijdrage voor huishoudens is vormgegeven als een beperktetoepassing van de tabelcorrectiefactor (tcf). De tcf wordt toegepast indiverse belastingmiddelen. De beperkte toepassing voor 2027 en 2028heeft alleen betrekking op de loon- en inkomstenbelasting. In artikel 10.1Wet IB 2001 is opgenomen welke bedragen in de inkomstenbelastingjaarlijks met de tcf gecorrigeerd worden. Dit zijn ook de parameterswaarvoor de beperkte toepassing geldt, samen met de daarmee corres-ponderende bedragen in de loonbelasting. Het betreft de schijfgrenzen enheffingskortingen, maar ook andere parameters zoals de hoogste grensvan het eigenwoningforfait, de maximale giftenaftrek en het reiskosten-forfait.Wanneer de tcf niet of beperkt wordt toegepast in de inkomstenbelasting,leidt dit tot lagere schijfgrenzen en heffingskortingen dan wanneer de tcfvolledig was toegepast, waardoor mensen meer inkomstenbelasting gaanafdragen. Dit werkt structureel door in de besteedbare inkomens vanmensen. Dat wil zeggen dat het verschil in het besteedbaar inkomen methet basispad in latere jaren niet wordt rechtgetrokken wanneer de tcf welweer wordt toegepast. Dit is ook de reden dat het inkomenseffect in 2028negatiever is dan in 2027; in 2028 is het inkomenseffect het gevolg vantwee jaren op rij de tcf beperkt toepassen in de inkomstenbelasting.Het beperkt toepassen van de tcf in de inkomstenbelasting heeft geeneffect op de bruto-inkomens van werkenden. De tcf wijzigt enkel deparameters in het belastingstelsel. Het bruto-inkomen is het inkomen vanmensen voorafgaand aan het betalen van inkomstenbelasting. Alleen voormensen die een bijstandsuitkering of AOW ontvangen wijzigt hetbruto-inkomen. Dit komt omdat het netto te ontvangen bedrag in dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5517 regelingen gekoppeld is aan het netto referentieminimumloon. Omdat hetnetto referentieminimumloon afneemt dalen ook de bruto bijstand enAOW.De onderstaande tabel toont het inkomenseffect van het beperkttoepassen van de tabelcorrectiefactor (tcf) in de inkomstenbelasting in dejaren 2027 en 2028. Het inkomenseffect is het effect op het besteedbaarinkomen, ten opzichte van de situatie waarin de tcf wel volledig wordttoegepast. In 2027 is dit verschil alleen de beperkte toepassing van 2027,in 2028 komt hier het effect van de beperkte toepassing in 2028 bovenop.Tabel 7 Inkomenseffect beperkt toepassen tcfInkomensgroep202720281e (<=107% WML)– 0,3%– 0,6%2e (107–173% WML)– 0,3%– 0,7%3e (173–257% WML)– 0,3%– 0,7%4e (257–380% WML)– 0,3%– 0,7%5e (>380% WML)– 0,3%– 0,7%Alle huishoudens– 0,3%– 0,7% De onderstaande tabel toont het effect in euro’s op het besteedbaarinkomen van het beperkt toepassen van de tcf in de inkomstenbelasting inde jaren 2027 en 2028 voor diverse voorbeeldhuishoudens, afgerond optientallen euro’s. Net als bij de procentuele inkomenseffecten zijn deeurobedragen in 2028 hoger dan in 2027 als gevolg van het twee jaar oprij beperkt toepassen van de tcf in de inkomstenbelasting.Tabel 8 Effect op besteedbaar inkomen van beperkt toepassen tcfHuishoudtype20272028WerkendenAlleenverdiener met kinderenModaal– 120 euro– 290 euro2x Modaal– 190 euro– 440 euroTweeverdienersModaal– 120 euro– 290 euro2x Modaal + 1/2 x modaal met kinderen– 190 euro– 440 euro2½ x Modaal + modaal met kinderen– 370 euro– 830 euroModaal + modaal zonder kinderen– 240 euro– 580 euro2 x Modaal + modaal zonder kinderen– 310 euro– 720 euroAlleenstaandeMinimumloon– 120 euro– 260 euroModaal– 120 euro– 290 euro2 x Modaal– 190 euro– 440 euroAlleenstaande ouderMinimumloon0 euro– 120 euroModaal– 160 euro– 380 euroNiet-werkendenSociale minimaPaar met kinderen– 70 euro– 150 euroAlleenstaande– 50 euro– 100 euroAlleenstaande ouder– 50 euro– 100 euroAOW alleenstaandAlleen AOW– 40 euro– 110 euroAOW + 10.000 euro– 80 euro– 200 euroAOW paarAlleen AOW– 60 euro– 120 euroAOW + 10.000 euro– 90 euro– 200 euroAOW + 30.000 euro– 180 euro– 380 euro Vraag 63Kunt u in zowel absolute als relatieve cijfers aangeven hoeveel bedrijvenper jaar achteruitgaan als gevolg van het verhogen van de aof-premie?Antwoord op vraag 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5518 De vrijheidsbijdrage voor bedrijven is in het coalitieakkoord ingevuld alstaakstellende verhoging van de Aof-premie. Daarmee moet in 20271,5 miljard euro worden opgehaald en 1,7 miljard euro in de jaren daarna.Voor bedrijven (dus zonder de overheid) is dat vanaf 2028 een lastenver-zwaring van ongeveer 1,2 miljard euro. Relatief gezien gaat het omongeveer 0,44 procent van de premieplichtige loonsom van bedrijven, enom ongeveer 0,30 procent van hun totale loonkosten.Vraag 64Het kabinet verhoogt het eigen risico met 75 euro per 2027. Welk effectheeft deze verhoging op de zorgpremie? Welke compenserende lastenver-zwaring betekent dit voor burgers en bedrijven? Wat betekent dit voor dekoopkracht van de verschillende inkomensgroepenAntwoord op vraag 64Door het verhogen van het eigen risico met 75 euro dalen de uitgaven aande zorg.8 Dit leidt tot gemiddeld 60 euro aan lagere premies. Dit zorgtervoor dat de overheidsinkomsten uit de nominale zorgpremies met 882miljoen euro dalen, en uit de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) met 364miljoen euro. Hier staat tegenover dat de overheid 134 miljoen eurominder uitgeeft aan de zorgtoeslag. Om het gewenste EMU-saldo-effect tebereiken, is een compenserende lastenverzwaring nodig van1.112 miljoen euro, waarvan 875 miljoen euro binnen de inkomstenbe-lasting. Bij dit antwoord is uitgegaan van de gebruikelijke systematiekbinnen het inkomstenkader om de doorwerking op premies te compen-seren. Daarbij vindt de lastenverzwaring zo veel mogelijk plaats bijdezelfde doelgroep die profiteert van de lagere premies, in dit geval via deeerste en tweede schijf van de inkomstenbelasting. Het tarief in de eersteen tweede schijf van de inkomstenbelasting stijgt met 0,18%-punt. Bij deMiljoenennota is het mogelijk dat er gekozen wordt voor een andereinvulling van de lastenverzwaring.Onderstaande tabel toont de inkomenseffecten van een verhoging van heteigen risico met 75 euro in 2027 voor de vijf inkomensgroepen. Hetmediane inkomenseffect van deze maatregel op alle Nederlandsehuishoudens in 2027 is – 0,2%. De verhoging van het eigen risico heefteen negatief effect op het besteedbaar inkomen. Anderzijds hebben delagere zorgpremie en de lagere IAB een positief effect op het besteedbaarinkomen. De verhoging van het tarief in de eerste en tweede belasting-schijf om het gewenste EMU-saldo-effect te bereiken heeft een negatiefeffect op het besteedbaar inkomen. De lagere zorgpremie leidt tevens toteen lagere zorgtoeslag, wat een negatief effect heeft op het besteedbaarinkomen. Per saldo leidt de maatregel tot een negatief mediaan inkomens-effect van – 0,2% in 2027. Dit betekent dat het inkomenseffect voor de helftvan de Nederlandse huishoudens negatiever is, en ook voor de helft vande huishoudens minder negatief.Het inkomenseffect in onderstaande tabel is slechts een onderdeel van hettotale koopkrachtbeeld voor de verschillende inkomensgroepen. Zie voorde mediane koopkrachtontwikkeling het antwoord op vraag 73 en 101.Tabel 9 Inkomenseffect verhoging eigen risico met 75 euro per 2027InkomensgroepInkomenseffect in 20271e (<=106% WML)– 0,2%2e (106–173% WML)– 0,2%3e (173–256% WML)– 0,1%4e (256–378% WML)– 0,2%8Zie vraag 70 voor het effect van het totale zorgpakket op de premies en lasten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5519 InkomensgroepInkomenseffect in 20275e (>378% WML)– 0,1%Alle huishoudens– 0,2% Vraag 65Hoeveel miljard bezuinigt dit kabinet in totaal per jaar (2027–2035) op dezorg en hoeveel miljard bezuinigt dit kabinet in totaal per jaar (2027–2035)op sociale zekerheid?Antwoord op vraag 65In de budgettaire bijlage van het coalitieakkoord wordt het budgettairebeeld geschetst voor de begrotingshorizon (tot en met 2031). In onder-staande tabel zijn zowel de intensiveringen als ombuigingen op hetgebied van zorg en sociale zekerheid opgenomen. Dit beeld is exclusief derijksbrede efficiencytaakstelling, de rijksbrede maatregel vernieuwingrijksdienst / slagvaardige overheid en de rijksbrede subsidietaakstelling.Tabel 10 Maatregelen coalitieakkoord op gebied van sociale zekerheid en zorgOmschrijving (bedragen in miljoenen euro, – = saldoverbetering)202620272028202920302031Struc.Sociale zekerheidCA 47. Aftrek specifieke zorgkosten Kindgebondenbud-get (SZW)00– 4– 4– 4– 4– 4CA 50. Versterking van gezinnen0300600600600600600CA 51. Leven lang ontwikkelen00100100100100100CA 52. Aanpak armoede en problematische schulden0125150150150150150CA 53. Commissie sociaal minimum BES0303030303030CA 54. WIA: IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV)6121317– 53– 179– 1.151CA 55 Vervallen Compensatie Regeling Transitievergoe-ding02– 141– 216– 222– 229– 262CA 56. Verlagen maximumdagloon met 20% per 20290010– 644– 658– 697– 813CA 57. Duurverkorting 12 maanden005– 526– 991– 1.314– 1.320CA 58. Re-integratiemiddelen00– 100– 100– 100– 100– 100CA 60. 1 op 1 koppeling AOW-leeftijd aan levensver-wachting per 1-1-2033000000– 2.772Per saldo sociale zekerheid6469663– 593– 1.148– 1.643 5.542ZorgCA 29. Jeugd en school050150150150150150CA 30. Sport0335050505050CA 31. Versterken wijken en buurten0404040000CA 32. Medische preventie0333535353535CA 33. Envelop tegemoetkoming zorgkosten chronischzieken (via gemeenten)0350350350350350350CA 34. Eigen risico niet verlagen en indexeren per 20270– 3.705– 3.926– 4.127– 4.222– 4.317– 4.766CA 35. Verhoging eigen risico met 60 euro per 20270– 1.020– 1.025– 1.030– 1.035– 1.040– 1.050CA 36. Tranchering eigen risico op 150 euro00– 200– 200– 200– 200– 200CA 37. Passende zorg (wet- en regelgeving)000– 112– 198– 266– 548CA 38. Versterken informatieplicht zorgverzekeraars0000– 110– 110– 190CA 39. Afschaffen vergoeding ongecontracteerde zorg000– 150– 150– 150– 150CA 40. Uitvoeren afspraken Aanvullend Zorg enWelzijnsakkoord (t/m 2035)07947092302302300CA 41. Selectie geneesmiddelen uit basispakket enstrakker pakketbeheer00– 35– 115– 150– 150– 150CA 42. Bestuurlijk akkoord Wlz / Scheiden wonen enzorg0– 130– 345– 560– 775– 990– 990CA 43. Vrijvallen resterende envelop ouderenzorg0– 8– 321– 320– 470– 470– 470CA 44. Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet000– 435– 435– 435– 435CA 45. Gelijktrekken vermogensgrenzen zorgtoeslagnaar heffingsvrij vermogen0– 24– 289– 299– 311– 329– 329CA 46. Eigen bijdrage wijkverpleging01515– 225– 225– 225– 225CA 47. Aftrek specifieke zorgkosten100– 66– 133– 147– 152– 154CA 48. Vervolgopleidingen medisch-specialisten000– 110– 110– 110– 110CA 49. Beschikbaarheidbijdrage academische zorg000– 100– 100– 100– 100Per saldo zorg0– 3.572– 4.858– 7.061– 7.823– 8.229– 9.2821 Deze reeks geeft de besparing op het kasbudget weer, waardoor deze verschilt van de reeks in de budgettaire bijlage. Daarnaast zijn de effectenop andere inkomensafhankelijke regelingen geen onderdeel van deze reeks.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5520 Vraag 66Op welke wijze wordt het basispakket in de zorg precies versoberd? Watvoor lastenverzwaring betekent dit voor burgers? Welke zelfzorgmedi-cijnen moeten er allemaal uit het basispakket worden gehaald om deombuiging «selectie geneesmiddelen uit het basispakket en strakkerpakketbeheer» van 150 miljoen euro te garanderen?Antwoord op vraag 66Zie antwoord op vraag 29. In algemene zin leiden lagere collectievezorguitgaven tot lagere lasten voor burgers, doordat de nominale premieminder stijgt. Bij het verkleinen van het basispakket staan hier deelsprivate zorgkosten tegenover. De omvang van deze zorgkosten isafhankelijk van de nader te besluiten aanpassing van het pakket.Vraag 67Welke financiële gevolgen heeft het verhogen van het vaste bedrag en hetverlagen van het variabele bedrag voor de kindregeling? Wat zijn hiervande financiële consequenties voor gezinnen met kinderen (per inkomens-groep en bij verschillende gezinssamenstelling) in zowel absolute alsrelatieve zin? Hoeveel euro gaan gezinnen met kleine kinderen er per jaarals gevolg van deze maatregel op vooruit of achteruit?Antwoord op vraag 67In het coalitieakkoord «Aan de slag» is opgenomen dat de kinderbijslag(AKW) en het kindgebonden budget (WKB) worden samengevoegd totéén nieuwe kindregeling met een hoger vast en een lager inkomensafhan-kelijk bedrag. Verder is opgenomen dat door toe te werken naar een hogervast bedrag de zekerheid voor ouders wordt vergroot en het risico opterugvorderingen afneemt.Het kabinet gaat spoedig van start met de uitwerking van deze maatregelen zal uw Kamer hierover op een later moment informeren. De door uwKamer gevraagde effecten zijn afhankelijk van de uiteindelijkevormgeving.Vraag 68Wat is de raming van het tekort en de schuld voor de jaren in de kabinets-periode? In hoeverre komt dit overeen met het geadviseerde tekort doorde Studiegroep Begrotingsruimte?Antwoord op vraag 68De effecten van het coalitieakkoord op de kabinetsraming van hetEMU-saldo en de EMU-schuld zijn pas definitief na de doorrekening vanhet CEP. In de Startnota wordt de nieuwe raming van het saldo en deschuld gepubliceerd.Vraag 69Wat voor gevolgen heeft het afschaffen van de IVA-uitkering? Wat gebeurter met nieuwe gevallen die normaal gesproken aanspraak zouden makenop een IVA-uitkeringAntwoord op vraag 69Deze maatregel schaft het duurzaamheidscriterium af in de WIA. Ditbetekent dat de huidige IVA-uitkering vervalt voor nieuwe gevallen. Bij deWIA-claimbeoordeling wordt niet langer vastgesteld of arbeidsonge-schiktheid duurzaam is. Nieuwe gevallen die volledig arbeidsongeschiktzijn (80–100%) ontvangen in de nieuwe situatie een WGA-uitkering voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5521 volledige arbeidsongeschiktheid. De uitkeringshoogte bedraagt voor dezegroep 70% van het (maximum) dagloon.Daarnaast kan het afschaffen van de IVA-uitkering ook tot hogereindividuele en sectorale Whk-premies leiden voor publiek verzekerdewerkgevers en meer activerings- en re-integratiekosten voor eigenrisico-dragers.Vraag 70Bij het verlagen van het maximum dagloon met 20% wordt de koppelingmet het maximum premieloon behouden, wat resulteert in lagerepremie-inkomsten. Welke lastenverzwaring wil het kabinet als gevolghiervan doorvoeren? Met hoeveel stijgen de lasten voor burgers (verschil-lende inkomensgroepen) en bedrijven?Antwoord op vraag 70In het coalitieakkoord is afgesproken dat er een compenserende lastenver-zwaring zal worden gezet tegenover de lagere inkomsten uit de premiesals gevolg van maatregelen in de sociale zekerheid en de zorg, zodat hetbeoogde effect op het EMU-saldo wordt bereikt. Op welke manier delastenverzwaring wordt ingevuld is niet besloten in het coalitieakkoord.Daarnaast is in het akkoord is opgenomen dat het kabinet met socialepartners in gesprek gaat over de invulling en uitwerking van de maatre-gelen gerelateerd aan het arbeidsongeschiktheidsstelsel. Bij de doorre-kening van het CPB is uitgegaan van de gebruikelijke systematiek binnenhet inkomstenkader om de doorwerking op premies te compenseren.Daarbij vindt de lastenverzwaring zo veel mogelijk plaats bij dezelfdedoelgroep die profiteert van de lagere premies. Bij de Miljoenennota is hetmogelijk dat er gekozen wordt voor een andere invulling van delastenverzwaring.Vraag 71Met hoeveel stijgt de AOW-leeftijd als gevolg van de 1-op-1 koppeling aanlevensverwachting in de periode 2033 tot en met 2050? Wat wordt naarverwachting de AOW-leeftijd van iemand die nu 20 jaar respectievelijk 25,30, 35 en 40 jaar oud is?Antwoord op vraag 71Indien op basis van de jaarlijkse CBS-prognoses de resterende levensver-wachting vanaf 65 jaar met een jaar toeneemt, zal vanaf 2033 deAOW-leeftijd ook met een jaar toenemen.In 2033 stijgt de AOW-leeftijd naar verwachting naar 67 en 6 maanden. In2050 is de AOW-leeftijd naar verwachting 69 en 6 maanden.Hieronder is de verwachte AOW-leeftijd volgens de 1-op-1 koppelingweergegeven van de mensen die momenteel respectievelijk 20, 25, 30, 35en 40 jaar oud zijn. Afhankelijk van geboortedatum is drie maandenverschil mogelijk voor de AOW-leeftijd.Tabel 11 Verwachte AOW-leeftijden als gevolg van 1-op-1 koppelingLeeftijdVerwachte AOW-leeftijd20 jaar72 en 6 maanden25 jaar71 en 9 maanden30 jaar71 en 3 maanden35 jaar70 en 9 maanden40 jaar70 en 3 maanden Vraag 72Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5522 Met hoeveel zullen de prijzen van producten stijgen als gevolg van deinvoering van de suikertaks? Welke producten (typen) worden hierdoorgeraakt (gaarne een opsomming). Wat betekent deze maatregel voor deinflatie?Antwoord op vraag 72In de budgettaire bijlage bij het coalitieakkoord is opgenomen om per1 januari 2030 een belasting op suikerhoudende voeding te implemen-teren. Een belasting op suikerhoudende voeding zorgt ervoor datsuikerhoudende voeding duurder en daarmee onaantrekkelijk wordt. Demaatregel heeft als doel het behalen van een taakstellende budgettaireopbrengst van 900 miljoen euro per jaar. De vormgeving en maatvoeringvan de maatregel staan nog niet vast. Het kabinet zal de exactevormgeving en maatvoering, zoals de tarieven en de te belastenproducten, van de belasting onderzoeken. Hierbij wordt ook gekeken naarde impact op bijvoorbeeld boodschappenprijzen.Vraag 73Kunt u per inkomensgroep aangeven wat de koopkracht zal zijn per jaar?Hoeveel gaan deze inkomensgroepen erop voor- of achteruit in euro’s?Antwoord op vraag 73Het CPB heeft op 20 februari de doorrekening van het coalitieakkoordgepubliceerd. In deze publicatie is de cumulatieve koopkrachtontwikkelinggemiddeld per jaar gerapporteerd voor de vijf inkomensgroepen. Dezecijfers geven een goed beeld van de koopkrachtontwikkeling over degehele kabinetsperiode, maar zijn niet representatief voor de koopkrachto-ntwikkeling in elk afzonderlijk jaar. Omdat beleidswijzigingen in verschil-lende jaren ingaan, wijkt de daadwerkelijke jaarlijkse koopkrachtontwik-keling af van de gemiddelde cumulatieve ontwikkeling per jaar. Bij depublicatie van het Centraal Economisch Plan (CEP) wordt de koopkrachto-ntwikkeling voor 2027 geraamd. Deze wordt naar verwachting half maartgepubliceerd. Op basis van de doorrekening van het coalitieakkoord doorhet CPB kan geen koopkrachtbeeld per jaar gegeven worden.De koopkrachtontwikkeling van inkomensgroepen is niet geschikt om ineuro’s weer te geven. Dit heeft te maken met twee factoren. Ten eerstehangt de koopkrachtontwikkeling in euro’s sterk af van het besteedbaarinkomen van een huishouden in het basisjaar. Binnen de inkomens-groepen bestaat een aanzienlijke spreiding van inkomens, waardoor dekoopkrachteffecten in euro’s sterk verschillen. Dit maakt het onmogelijkom een eurobedrag te plakken op het effect voor een specifieke inkomens-groep. Ten tweede is een koopkrachtontwikkeling in euro’s niet goed teinterpreteren. Dat komt omdat de koopkrachtontwikkeling niet alleen destijging van het besteedbaar inkomen weergeeft, maar ook de waarde vanhet totale besteedbaar inkomen in het basisjaar corrigeert voor inflatie.Als het inkomen van een huishouden (in absolute euro’s) toeneemt, danheeft dat een positief effect de koopkracht. Maar de prijzen stijgendoorgaans ook (inflatie), wat een negatief effect heeft op de koopkracht.Het saldo van die factoren bepaalt hoeveel een huishouden daadwerkelijkmeer of minder kan besteden. Het is lastig om dat in euro’s uit te drukken,omdat dit niet kan worden gerelateerd aan de stijging van het inkomen inabsolute euro’s. Daarom is het gebruikelijk om de koopkrachtontwikkelingin procenten te presenteren. Voor inkomenseffecten van specifiekemaatregelen kan wel het effect op het besteedbaar inkomen vanvoorbeeldhuishoudens in euro’s worden weergegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5523 Tabel 12 Koopkrachtontwikkeling gemiddeld per jaar 2027–2030InkomensgroepKoopkrachtontwikkeling 2027–2030 cumulatiefgemiddeld per jaar1e (<= 106% WML)0,0%2e (106–173% WML)0,1%3e (173–256% WML)0,2%4e (256–378% WML)0,2%5e (>378% WML)0,3%Alle huishoudens0,2% Vraag 74Blijft de begroting met de nieuwe kabinetsplannen binnen de Europeseafspraak over het tekort tot 2035?Antwoord op vraag 74Het kabinet vindt het belangrijk dat de overheidsfinanciën op orde blijvenen dat er geen rekeningen worden doorgeschoven naar de toekomst.Houdbare overheidsfinanciën zijn immers een belangrijke randvoor-waarde voor de brede welvaart van toekomstige generaties. Het kabinethoudt zich aan de Europese de Europese grenswaarden voor het tekort(3% bbp) en de schuld (60% bbp).De effecten van het Coalitieakkoord op de kabinetsraming van hetEMU-saldo en de EMU-schuld zijn pas definitief na de doorrekening vanhet CEP. In de Startnota wordt de nieuwe raming van het saldo en deschuld gepubliceerd. Voor de ontwikkeling van de overheidsfinanciën nade begrotingshorizon vaart het kabinet op cijfers van het CentraalPlanbureau (CPB). De meest recente langetermijnraming van het CPBdateert uit juli 2025 en bevat dus nog geen doorrekening van dekabinetsplannen.Vraag 75Wat verandert er in de begrotingsregels t.a.v. investeringen? Zijninvesteringen relevant voor het EMU-saldo?Antwoord op vraag 75In het coalitieakkoord staat dat de begrotingsregels worden gevolgd zoalsvoorgesteld door de 18e Studiegroep Begrotingsruimte (SBR) envastgelegd in de Wet houdbare overheidsfinanciën. Dat betekent dat debegrotingsregels ten aanzien van investeringen niet zijn gewijzigd.Uitzondering hierop is een wijziging in de meevallerformule: indien in hetfinanciënbeeld per saldo meevallers structureel van aard zijn en hetEMU-saldo zich meerjarig onder het geadviseerde tekort van de SBRbevindt (2,0% bbp), kunnen deze per saldo meevallers voor 1/3e ingezetworden voor lastenverlichting, 1/3e voor investeringen die het verdienver-mogen van Nederland verder versterken en voor 1/3e voor aflossing vande staatsschuld, zolang eveneens de Europese grenswaarde voor destaatsschuld niet wordt overschreden.De ESA-2010 richtlijnen zijn leidend bij het bepalen of een uitgaveclassificeert als investering en of uitgaven relevant zijn voor EMU-saldo.Volgens die richtlijnen is een publieke investering (ESA-2010 definitie)altijd saldo-relevant.Vraag 76Klopt het dat de toename van de WIA nu al voor een groot gedeelte komtdoor de stijging van de AOW-leeftijd?Antwoord op vraag 76Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5524 Het klopt dat een deel van de toename van de WIA-instroom in de periodetussen 2006 en 2024 komt door het langer doorwerken van ouderewerknemers door het afschaffen van vroegpensioenregelingen en hetverhogen van de AOW-leeftijd. In het Interdepartementaal Beleidson-derzoek WIA wordt 13.300 van de 69.000 extra instroom tussen 2006 en2024 toegerekend aan de instroom van 60-plussers (exclusief long-coviden 60-plus maatregel). Dit is omgerekend naar percentages ongeveer 19%.Daarnaast neemt binnen de beroepsbevolking onder de 60 jaar degemiddelde leeftijd toe en daarmee de gemiddelde instroomkans (4.000van de 69.000). Een ander groot deel van de extra instroom van mensenonder de 60 jaar (12.000) in de periode 2006–2024 kan niet wordentoegerekend aan deze oorzaak. Dit deel kan vooral worden toegerekendaan de stijging van het (relatief) jonge mensen met psychische aandoe-ningen. Verder spelen longcovid en de maatregelen vanwege dewachtlijstproblematiek bij het UWV ook een rol in de toename van deinstroom.Vraag 77Kunt u een totaaloverzicht maken van het landbouwinvesteringspakkett/m 2035 en komt dit budget in een stikstoffonds met een 100%eindejaarsmarge?Antwoord op vraag 77Onderstaande tabel bevat een totaaloverzicht van de budgettaire reeksenbehorende bij het investeringsbedrag van 20 miljard euro voor landbouw,stikstof en natuur (budgettaire bijlage bij het coalitieakkoord, pt. 13).Tabel 13 Budgettaire reeksen bij budgettaire bijlage coalitieakkoord, pt. 13: landbouw, stikstof en natuurIn mln. euro, + issaldobelastend2026202720282029203020312032203320342035StrucVrijwillige beëindi-gingsregeling01503003000350825825000Gebiedsgerichteaanpak/zonering02004006001.0001.2001.4001.4001.4001.4000Managementmaatre-gelen en innovatie0502002502502502502502502500Natuurherstel (excl.Agrarisch natuurbe-heer)100150200250250250250250250250200Agrarisch natuurbe-heer05075100125150175175175175165KRW/water002502502502502500000Flankerend beleid enuitvoering (overig)5010015015015015015015015015070Industrie en mobiliteit0505050505000000Totaal investeringspak-ket1507501.6251.9502.0752.6503.3003.0502.2252.225435Dekking begrotingLVVN (6,5 mld.)wv. Artikel 510– 107– 468– 1.528– 1.690– 282– 282– 282– 282– 282– 288wv. rode diesel0– 146– 146– 146– 146– 146– 146– 146– 146– 146– 146Netto intensiveringcoalitieakkoord1504971.0112762392.2222.8722.6221.7971.797Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5525 Het kabinet gaat nu voortvarend aan de slag met de uitwerking van deplannen. Ook de invulling van het fonds en de afspraken over deeindejaarsmarge gaan de Minister van Financiën en de Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in nauw overleg naderuitwerken.Vraag 78Kunt u een totaaloverzicht geven van het uitvoeren afspraken AanvullendeZorg en welzijnsakkoord t/m 2035?Antwoord op vraag 78De budgettaire reeks van het uitvoeren afspraken Aanvullend Zorg enWelzijnsakkoord bevat de doorbraakmiddelen voor 2027 en 2028 en eendeel van de dekking tot en met 2035 van de overige AZWA-afspraken viade VWS-begroting en de contractering (bijlage 2 en 3 van de financiëleparagraaf van het AZWA). De overige dekking voor deze afspraken isafkomstig uit andere posten op de VWS-begroting.Vraag 79Is de aanpassing van de Transgenderwet meegenomen in de begroting?Zo ja, hoe?Antwoord op vraag 79In het coalitieakkoord is geen aanpassing van de Transgenderwetopgenomen.Vraag 80In het coalitieakkoord staat dat dit kabinet het regenboogakkoord neemtals basis en wil uitvoeren. Welke middelen maakt het kabinet vrij voor eenwettelijk transitieverlof voor transgender personen en voor Roze inBlauw?Antwoord op vraag 80Hierover moet nog besluitvorming plaatsvinden.Vraag 81Wat is het budget de komende jaren met betrekking tot dierenwelzijn invergelijking tot de afgelopen jaren?Antwoord op vraag 81Op dit moment is op de begroting van het Ministerie van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur tot en met 2030 per jaar ca. 40 tot 50miljoen euro gereserveerd voor diergezondheid en dierenwelzijn, waarvanhet meeste voor dierenwelzijn. In 2024 is aan deze posten ongeveer30 miljoen euro uitgegeven. Tot de begrote middelen voor de komendejaren behoort onder andere de 51 miljoen euro (cumulatief tot en met2030) die bij Voorjaarsnota 2025 is vrijgemaakt voor dierwaardigeveehouderij. In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende middelenexpliciet geoormerkt voor dierwaardigheid.Vraag 82Wat is het budget de komende jaren met betrekking tot biologischelandbouw in vergelijking tot de afgelopen jaren?Antwoord op vraag 82Op dit moment is tot en met 2029 circa 12 miljoen euro per jaar gereser-veerd voor subsidies ter stimulering van biologische landbouw. Dit isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5526 vergelijkbaar met 2024 en 2025. In het coalitieakkoord zijn geen aanvul-lende middelen expliciet geoormerkt voor biologische landbouw.Vraag 83Wat is het budget de komende jaren met betrekking tot klimaat invergelijking tot de afgelopen jaren?Antwoord op vraag 83Een overzicht van alle klimaat gerelateerde uitgaven in de periode2024–2030 is te vinden in bijlage 12 van de Miljoenennota 2026 (Integraaloverzicht klimaat). Na verwerking van het coalitieakkoord en budgettairebesluitvorming van het kabinet wordt dit overzicht geactualiseerd bijMiljoenennota 2027. Het coalitieakkoord stelt (aanvullend) budgetbeschikbaar voor de indirecte kostencompensatie (IKC), tegemoetkomingelektriciteitsprijs bedrijven, de subsidie duurzame energie (SDE++),uitvoering klimaatbeleid medeoverheden en wind op zee.Vraag 84Wat is het budget de komende jaren met betrekking tot versterking tot hetVTH-stelsel in vergelijking tot de afgelopen jaren?Antwoord op vraag 84Gemeenten en provincies zijn bevoegd gezag voor de uitvoering van deVergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)-stelsel. Provincies engemeenten zijn dan ook verantwoordelijk voor de financiering van dezetaken. De rijksoverheid keert via het gemeente- en provinciefondsmiddelen uit voor dekking van de kosten van de bevoegde gezagen. Dezemiddelen zijn voor de provincies en gemeenten vrij besteedbaar. Sinds2022 (Coalitieakkoord Rutte IV) is daarnaast structureel 18 miljoen europer jaar beschikbaar op de begroting van IenW voor de versterking vanhet VTH-stelsel.Vraag 85Wat is het budget de komende jaren voor de ILT in vergelijking tot deafgelopen jaren?Antwoord op vraag 85Het budget voor de Inspectie Leefomgeving en Transport staat opartikel 24 «Inspectie Leefomgeving en Transport» van de IenW begroting.Onderstaande tabel laat de totale jaarlijkse uitgaven (stand ontwerpbe-groting 2026) op dit artikel zien. De bedragen zijn afgerond en inmiljoenen euro’s. Dit budget kan wijzigen na technische herverdeling vande Rijksbrede efficiencytaakstelling en de vernieuwing rijksdienst.Tabel 14 Budgetten Inspectie Leefomgeving en TransportJaar2024202520262027202820292030Uitgaven inmiljoenen euro232238231230229230229 Vraag 86Wat is het budget de komende jaren voor de NVWA in vergelijking tot deafgelopen jaren?Antwoord op vraag 86Het budget van de VWS- en de LVVN-begroting voor de NVWA van deafgelopen vijf jaar en de komende vijf jaar is hieronder weergegeven(zie tabel). Dit budget kan wijzigen na technische herverdeling van deRijksbrede efficiencytaakstelling en de vernieuwing rijksdienst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5527 Tabel 15Jaartal1202020212022202320242025202620272028202920302031BudgetVWS inmiljoenen95109112134156151155157160156150150BudgetLVVN inmiljoenen2122482622933543673333403443393383381 De bedragen voor 2020 t/m 2025 zijn realisaties. De bedragen voor 2026 e.v. zijn gebudgetteerde uitgaven. Vraag 87Wat is het budget de komende jaren voor waterkwaliteitsverbetering invergelijking tot de afgelopen jaren?Antwoord op vraag 87In 2024 is totaal 122 miljoen euro uitgegeven aan waterkwaliteit vanuit debegroting van Infrastructuur en Waterstaat en het Deltafonds. In 2025bedroegen de uitgaven 156 miljoen euro. Voor de komende jaren is meerbudget beschikbaar: in 2026 293 miljoen euro en in 2027 497 miljoen euro.Op de begroting van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuurstond voor het reguliere mestbeleid, wat voor een deel ook bijdraagt aanwaterkwaliteit, in 2024 en 2025 respectievelijk 102 en 189 miljoen euro. Dekomende jaren is tussen de 90 en de 108 miljoen euro per jaar voorzien.Tot en met 2035 wordt daarnaast door dit kabinet binnen het landbouwin-vesteringspakket 1,25 miljard euro cumulatief vrijgemaakt voor het biedenvan incidentele compensatie in de meest kwetsbare watergebieden, waarhet agrarische grondgebruik wordt geëxtensiveerd ten behoeve van dedoelen van de Kaderrichtlijn Water.Vraag 88Wat is het budget de komende jaren voor dierenwelzijn/natuur invergelijking tot de afgelopen jaren?Antwoord op vraag 88Zie met betrekking tot dierenwelzijn het antwoord op vraag 81.Op dit moment is op de begroting van het Ministerie van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur tot en met 2030 per jaar tussen de600 tot 800 miljoen euro gereserveerd voor natuur. Dit is vergelijkbaar metvoorgaande jaren. In het coalitieakkoord zijn aanvullende middelenvrijgemaakt voor natuurherstel (cumulatief 2,2 miljard euro tot en met2035 en daarna 200 miljoen euro structureel) en voor agrarisch natuur-beheer (cumulatief 1,2 miljard tot en met 2035 en daarna 165 miljoen eurostructureel).Vraag 89Hoe wil het kabinet duurzaam en verantwoord ondernemerschapstimuleren en gaat het hiervoor samenwerken met maatschappelijke enbedrijfsorganisaties met kennis en legitimiteit op het gebied van verant-woord en duurzaam ondernemerschap?Antwoord op vraag 89In het coalitieakkoord is het voornemen opgenomen om duurzaam enverantwoord ondernemerschap te stimuleren. Het kabinet zal ditvoornemen uitwerken en vervolgens de Kamer hierover informeren.Vraag 90Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5528 Kan worden geschetst aan hoeveel kostenreductie er wordt gedacht voorbedrijven die duurzaam willen ondernemen en via welke instrumenten ditgebeurt?Antwoord op vraag 90Zie het antwoord bij vraag 89.Vraag 91Wordt extra budget vrijgemaakt voor de transitie naar een circulaireeconomie?Antwoord op vraag 91In het coalitieakkoord wordt geen extra budget vrijgemaakt voor detransitie naar een circulaire economie.Vraag 92Hoeveel gaan de beleidsmatige lasten op arbeid/inkomen de komendekabinetsperiode stijgen (inclusief basispad)?Antwoord op vraag 92Het CPB heeft in se doorrekening van het coalitieakkoord de verdelinggepubliceerd van de beleidsmatige lasten tussen arbeiden en inkomen,vermogen en winst, en milieu en klimaat. Het CPB zal in de loop van ditjaar met een verfijning komen van deze indeling, in samenwerking van hetMinisterie van Financiën.In de doorrekening van het CPB stijgen de lasten op inkomen en arbeidmet 5,5 miljard euro. Dit komt voor het grootste deel door de vrijheidsbij-drage. De lasten op vermogen en winst dalen met 0,4 miljard euro. Ditkomt door de maatregelen in het woondomein. De lasten op klimaat enmilieu dalen met 0,5 miljard euro. Dit komt door het verlagen van debenzineaccijns en de envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs bedrijven.De overige lasten stijgen met 1,2 miljard euro, door het afschaffen van hetverlaagde btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten en invoerenvan een suikerbelasting.Vraag 93Hoeveel gaan de beleidsmatige lasten op vermogen/winst de komendekabinetsperiode stijgen (inclusief basispad)?Antwoord op vraag 93Zie antwoord vraag 92.Vraag 94Hoeveel CO2-reductie wil dit kabinet bereiken in 2030? HoeveelCO2-reductie gaat dit kabinet bereiken in 2030 op basis van de aangekon-digde plannen in het coalitieakkoord?Antwoord op vraag 94In het coalitieakkoord is het voornemen opgenomen om met volle krachtaan het werk te gaan om klimaatdoelen te halen. Het klimaatdoel van 2030wordt lastig, maar het kabinet houdt die ambitie vast. Het kabinet zal ditvoornemen uitwerken en vervolgens de Kamer hierover informeren.Vraag 95Hoeveel armoedereductie wil dit kabinet bereiken in 2030? Hoeveelarmoedereductie gaat dit kabinet bereiken in 2030 op basis van deaangekondigde plannen in het coalitieakkoord?Antwoord op vraag 95Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5529 Het aantal mensen in armoede is historisch gezien laag, het kabinet vindtde intensiteit (het verschil tussen het besteedbaar inkomen en dearmoedegrens) van de armoede een zorgelijke ontwikkeling. In hetcoalitieakkoord is de ambitie opgenomen zoveel mogelijk mensen uitarmoede te halen of te voorkomen dat ze erin komen. Het kabinet zet in opgerichte maatregelen om mensen in armoede te helpen. Hiervoor maakthet kabinet 150 miljoen euro vrij. Ook wil het kabinet chronisch ziekentegemoet komen in hun ziektekosten.Uit de doorrekening van het CPB blijkt dat het aandeel personen inarmoede 2,7% in 2030 is. Dat is een stijging van 0,2%-punt ten opzichtevan het basispad. Het aantal mensen in diepere armoede blijft naarverwachting vrijwel gelijk en ook het aandeel kinderen in armoede blijftgelijk vergeleken met het basispad.Vraag 96Hoeveel stikstofreductie wil het kabinet bereiken in 2030? Hoeveelstikstofreductie gaat het kabinet bereiken in 2030 op basis van deaangekondigde plannen in het coalitieakkoord?Antwoord op vraag 96In het coalitieakkoord staat dat voor de landbouw voor 2030 als streefdoeleen bandbreedte van 23–25% emissiereductie ten opzichte van 2019 wordtvastgelegd. Maatregelen daartoe worden door het kabinet verderuitgewerkt op basis van het coalitieakkoord.Vraag 97Kunt u de volledige budgettaire reeksen delen van alle maatregelen die in2030 nog niet het structurele niveau hebben bereikt?Antwoord op vraag 97Een doorkijk van de uitgaven 2035 is opgenomen in de budgettairebijlage. Zie het antwoord op vraag 77 voor de budgettaire reeksenbehorende bij het investeringsbedrag van 20 miljard euro voor landbouw,stikstof en natuur.Vraag 98Hoeveel geld is er nodig vanuit de overheid en vanuit het bedrijfslevenom de 3%-doelstelling voor R&D te behalen in 2030? Op welk percentagekomt het kabinet in 2030 op basis van dit coalitieakkoord?Antwoord op vraag 98TNO en het Rathenau Instituut hebben aangegeven te verwachten dat deR&D-uitgaven als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) in2025 uitkomt op 2,2% (waarvan 0,81% publiek en 1,39% privaat) en dat ditbij ongewijzigd innovatiebeleid uitkomt op 2% van het bbp in 2030. In deMiljoenennota 2026 is inzichtelijk gemaakt dat publieke R&D-uitgaven inNederland vergelijkbaar zijn met die in andere landen en dat privateR&D-uitgaven in Nederland internationaal gezien laag zijn. In hetcoalitieakkoord zijn aanvullende middelen gereserveerd onder de posten«economie en innovatie», «onderwijs en media» en «defensie, geopolitieken Oekraïne». De besteding van deze middelen wordt nog uitgewerkt endaarna zal duidelijker worden in hoeverre deze middelen bij zullen dragenaan de R&D-uitgaven van de publieke sector.Vraag 99In hoeverre wordt de vermogensongelijkheid in Nederland de komendejaren vergroot of verkleind door dit coalitieakkoord? Kunt u dit cijfermatigonderbouwen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5530 Antwoord op vraag 99Het coalitieakkoord bevat geen maatregelen die specifiek gericht zijn ophet vergroten of verkleinen van de vermogensongelijkheid. Het coalitieak-koord zet in op economische groei door ruimte te creëren voor onderne-merschap en het vergroten van het arbeidsaanbod en de arbeidspartici-patie in een veranderende arbeidsmarkt. Het coalitieakkoord zet daarbij inop een activerende sociale zekerheid en het hebben van inkomen uit werk.Economische groei en het hebben van inkomen uit werk kan bijdragenaan het verkleinen van vermogensongelijkheid. Uiteindelijk gaat het erombij wie de vruchten van economische groei terecht komen.Tegelijkertijd spelen veel andere factoren mee die invloed hebben op devermogensongelijkheid: nationale factoren zoals de ontwikkeling van dewoningmarkt en demografie, en mondiale factoren zoals de stand van detechnologie en internationale ontwikkelingen. Effecten van beleid op devermogensongelijkheid kunnen niet op een verantwoorde wijze wordengekwantificeerd.Vraag 100Is er wel of geen structureel geld voor maatregel 8 in de budgettairetabel?Antwoord op vraag 100Ja, er is structureel geld beschikbaar voor maatregel 8. 500 miljoen eurovanaf 2036.Vraag 101Hoeveel euro’s gaat de gemiddelde Nederlander erop achteruit door ditcoalitieakkoord (exclusief basispad)?Antwoord op vraag 101Op 20 februari heeft het CPB de doorrekening van het coalitieakkoordgepubliceerd. In deze publicatie is het effect van het coalitieakkoord op decumulatieve koopkrachtontwikkeling gemiddeld per jaar getoond.Onderstaande tabel toont dit effect voor de vijf inkomensgroepen en vooralle huishoudens. Het mediane effect van het coalitieakkoord op decumulatieve koopkracht gemiddeld per jaar is – 0,4%. Dit betekent dat heteffect van het coalitieakkoord op de koopkrachtontwikkeling voor de helftvan de Nederlandse huishoudens negatiever is, en ook voor de helft vande Nederlanders minder negatief ten opzichte van het basispad. Hethuishouden met het mediane effect is niet hetzelfde als de «gemiddeldeNederlander».Tabel 16 Koopkrachtontwikkeling gemiddeld per jaar 2027–2030, basispad encoalitieakkoordInkomensgroepKoopkrachtontwikkeling2027–2030 cumulatiefgemiddeld per jaar (basispad+ coalitieakkoord)... waarvan effect coalitieak-koord1e (<=106% WML)0,0%– 0,5%2e (106–173% WML)0,1%– 0,5%3e (173–256% WML)0,2%– 0,4%4e (256–378% WML)0,2%– 0,4%5e (>378% WML)0,3%– 0,3%Alle huishoudens0,2%– 0,4% Vraag 102Gaat de budgettaire derving van 145 miljoen euro per jaar door hetoordeel van de Hoge Raad (rente bij winstbelasting) gedekt wordenbinnen het domein vermogen/winst of wordt de rekening bij werkendemensen gelegd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5531 Antwoord op vraag 102Het kabinet heeft in de budgettaire bijlage bij het coalitieakkoord voorenkele budgettaire opgaven die zijn opgekomen na de verkiezingen, zoalsbijvoorbeeld voor de amendementen op het Belastingplan 2026, aange-geven hoe hiermee wordt omgegaan. In de Startnota zal het kabinetaangeven hoe met de derving als gevolg van de uitspraak van de HogeRaad wordt omgegaan.Vraag 103Klopt het dat de bezuinigingen op de WW kunnen leiden tot 900 euro permaand lagere uitkeringen (aldus de berekeningen van de vakbond)?Antwoord op vraag 103Voor de WW-gerechtigden waarvan op dit moment het laatst verdiendeloon op of boven het huidig geldende maximum dagloon zit, kan eenuitkering op basis van het huidige maximale dagloon inderdaad tot circamaximaal 900 euro per maand bruto lager uitkomen wanneer deze met20% verlaagd wordt. Dit betreft het maximale inkomenseffect, voormensen met een lager SV-loon zal het inkomenseffect beperkter zijn. Hethuidig geldende maximale dagloon (per 1 januari 2026) bedraagt opjaarbasis ongeveer 79 duizend euro (ongeveer 6.617 euro per maand). Demaatregel gaat op 1 januari 2029 in en het maximale dagloon wordttussentijds twee keer per jaar geïndexeerd.Vraag 104Welke onderwijsbezuinigingen van het kabinet-Schoof blijven in deboeken staan en welke worden daadwerkelijk teruggedraaid?Antwoord op vraag 104Het kabinet stelt een envelop van structureel 1,5 miljard euro beschikbaar.Deze envelop is onder meer bedoeld voor het terugdraaien van eerderebezuinigingen op onderwijs van kabinet Schoof. Over de invulling enverdeling van de envelop zal de Minister van OCW uw Kamer naderinformeren.Vraag 105Welke exacte CO2-reductiedoelen Nederland in 2030, 2040 en 2050worden nagestreefd onder dit akkoord, en hoe verhouden deze zich tot deKlimaatwet en de nieuwste KEV-ramingen?Antwoord op vraag 105In het coalitieakkoord is opgenomen dat het klimaatdoel van 2030 lastigwordt, maar dat wordt vastgehouden aan die ambitie. Verder isopgenomen om vol in te zetten op lange termijnbeleid en een slimmeEuropese aanpak en alles wat nodig is om de klimaatdoelen voor 2040 en2050 te halen. Daarom wordt in Europees verband doorgewerkt aan hethalen van de Klimaatdoelen en wordt vastgehouden aan de klimaatdoelenuit de nationale Klimaatwet. Het kabinet werkt deze voornemens verderuit en zal vervolgens de Kamer hierover informeren.Vraag 106Hoeveel van het aangekondigde budget voor landbouw, natuur en stikstofwordt ingezet voor maatregelen die ook substantieel bijdragen aanklimaatmitigatie (bijvoorbeeld veenweide, extensivering, natuurherstel)?Antwoord op vraag 106Het aangekondigde budget kan bijdragen aan klimaatmitigatie door demiddelen voor vrijwillige beëindiging, vernatting van veenweiden (bijv.met middelen voor agrarisch natuurbeheer) en het vastleggen van CO2 inbodems en bomen (bijv. met middelen voor natuurherstel). Dit hangt afTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5532 van de verdere uitwerking van de maatregelen, waarmee het kabinet aande slag gaat.Vraag 107Op welke manier zullen Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en CaribischNederland betrokken worden bij het vormgeven van het klimaatbeleid,gezien hun hoge kwetsbaarheid voor klimaatverandering?Antwoord op vraag 107Met de ACS-Landen en Caribisch Nederland is in 2024 een gezamenlijkeklimaatagenda Koninkrijk opgesteld en ondertekend die het kader vormtvoor samenwerking binnen het Koninkrijk op klimaat en energie metrespect voor de autonomie van de Landen. Zoals afgesproken in hetcoalitieakkoord voert het kabinet deze gezamenlijke klimaatagendavoortvarend uit.Vraag 108Wat is het effect op Gemeente- en Provinciefonds van de maatregelen inde budgettaire tabel?Antwoord op vraag 108De precieze effecten van de uitkomsten van het coalitieakkoord opmedeoverheden worden nog nader uitgewerkt.Vraag 109Zijn de maatregelen die taken van decentrale overheden raken, zoalsbijvoorbeeld het afschaffen van de huishoudelijke hulp in de Wmo, methen besproken gedurende de formatie? Zo nee, waarom niet – mede geletop art. 7 van de Code Interbestuurlijke Verhoudingen en het recenteadvies van de Studiegroep over dit onderwerp?Antwoord op vraag 109Tijdens de formatie is er uiteraard gesproken met de vertegenwoordigersvan de medeoverheden. Bij de uitwerking van de maatregelen zal hetkabinet in ieder geval, zoals ook aangekondigd in het coalitieakkoord, demedeoverheden betrekken in lijn met het advies van StudiegroepInterbestuurlijke Verhoudingen (onder leiding van dhr. Polman) en deCode Interbestuurlijke Verhoudingen.Vraag 110Uit het coalitieakkoord volgt dat huishoudelijke hulp als maatwerkvoor-ziening binnen de Wmo 2015 wordt geschrapt vanaf 1 januari 2029(maatregel 44), maar in de toelichting is vermeld dat mensen die de hulpniet zelf kunnen regelen wel nog hulp vanuit de gemeenten ontvangen.Hoe zal die hulp via gemeenten geregeld worden? Is dat via de bijzonderebijstand, nog steeds via de Wmo 2015 of via een andere vorm?Antwoord op vraag 110De maatregel «Huishoudelijke Hulp uit de Wmo inclusief vangnet» wordtde komende tijd verder uitgewerkt. De vormgeving van het vangnet isdaarom nog niet bekend.Vraag 111Als de huishoudelijke hulp wordt geschrapt, op welke grond dienengemeenten dan compensatie te bieden aan huishoudens die zelf dekosten niet kunnen dragen?Antwoord op vraag 111Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5533 De maatregel «Huishoudelijke Hulp uit de Wmo inclusief vangnet» wordtde komende tijd verder uitgewerkt. De vormgeving van het vangnet isdaarom nog niet bekend.Vraag 112Uit het coalitieakkoord blijkt dat wordt verwacht dat het schrappen vanhuishoudelijke hulp 435 miljoen euro structureel wordt bespaard. Waaropis dat bedrag gebaseerd? Op het Houdbaarheidsonderzoek WMO 2025,waarin uitgegaan wordt van een besparing van 400 mln. Inclusiefweglekeffecten en compensatiegelden? Of op de Ombuigingenlijst 2025,waarin uitgegaan wordt van 460 mln.? Of baseert men zich op andereonderzoeken?Antwoord op vraag 112De opbrengst is een geactualiseerde berekening gebaseerd op deberekening in de Eindrapportage Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015. Inde berekening wordt rekening gehouden met weglekeffecten en is eenreservering getroffen voor het inrichten van een vangnet.Vraag 113Hoeveel wordt er nu landelijk in totaal uitgegeven aan huishoudelijkehulp?Antwoord op vraag 113Uit cijfers van het CBS blijkt dat gemeenten in 2024 in totaal ongeveer1,81 miljard euro uitgaven aan huishoudelijke hulp.Vraag 114Hoeveel mensen maken er nu landelijk gebruik van huishoudelijke hulp?Antwoord op vraag 114Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2024 in totaal 555.935 personen eenmaatwerkvoorziening ontvingen met huishoudelijke hulp.Vraag 115Uit de budgettaire tabel blijkt niet dat de besparing via maatregel 44invloed heeft op de uitkering van het gemeentefonds? Is dat juist?Antwoord op vraag 115De opbrengst opgenomen in de budgettaire bijlage is een gesaldeerdbedrag. De maatregel heeft effect op de uitkering van het Gemeentefonds,op de uitgaven in de Zvw en op de uitgaven in de Wlz. In de Startnotawordt uw Kamer nader geïnformeerd over deze mutaties.Vraag 116In hoeverre wordt rekening gehouden met «weglekeffecten» bij hetschrappen van huishoudelijke hulp? Het Houdbaarheidsonderzoek WMO2025 (p. 127) gaat uit van het weglekken naar begeleiding (3,5%),wijkverpleging (19,6%) en verpleeghuiszorg (6,3%). Daarnaast is het goedmogelijk dat inwoners zelf hulp gaan betalen en daardoor in financiëleproblemen komen, wat extra druk legt op armoede- en schuldenrege-lingen bij gemeenten. Hoe wordt hiermee rekening gehouden in debudgettaire tabel?Antwoord op vraag 116In de budgettaire tabel bij het coalitieakkoord is bij de maatregel«huishoudelijke hulp uit de Wmo 2015» verondersteld dat van de cliëntenvoor wie huishoudelijke hulp wegvalt, een deel zal uitstromen naarbegeleiding, wijkverpleging of de Wlz (zorg thuis). Daarbij zijn – overeen-komstig het Houdbaarheidsonderzoek (blz. 126) – voor cliëntgroepen metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5534 een verschillende zorg- en ondersteuningsvraag verschillende uitstroom-percentages verondersteld. De in de vraag opgenomen percentagesverwijzen naar een ouder onderzoek van het SCP.In het coalitieakkoord is afgesproken dat voor de mensen die niet zelf hulpkunnen regelen, de gemeente daarin blijft voorzien («vangnet»). In deberekening is niet verondersteld dat de maatregel zal leiden tot extra drukop armoede- en schuldenregelingen bij gemeenten.Vraag 117Hoe wordt de interactie gezien tussen het schrappen van de huishoude-lijke hulp (maatregel 44) en maatregel 42? En hoe verhouden dezebezuinigingen zich tot het bestuurlijk akkoord Wlz/Scheiden wonen enzorg?Antwoord op vraag 117Op basis van het coalitieakkoord wil het kabinet met het bestuurlijkakkoord Wlz inzetten op meer zorgzame buurten en gemeenschapsontwik-keling waardoor ouderen en mensen met een beperking langer thuiskunnen wonen. Daarbij geldt ook een passende inzet van zorg enondersteuning. Bij maatregel 44 «het schrappen van de huishoudelijkehulp met vangnet» is er in de budgettaire reeks rekening mee gehoudendat een deel van de cliënten voor wie huishoudelijke hulp wegvalt zaluitstromen naar de Wlz (zorg thuis).Vraag 118Hoe verhoudt zich de besparing van maatregel 44 op huishoudelijke hulptot de besparing die al ingeboekt is voor het afschaffen van hetabonnementstarief?Antwoord op vraag 118De besparing die samenhangt met de invoering van de inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo (ivb) is reeds onderdeelvan het basispad. De besparing bijbehorend bij het uit de Wmo 2015halen van de huishoudelijke hulp is additioneel op deze besparing.Vraag 119Klopt het dat er geen intensivering in de budgettaire bijlage is opgenomenvoor de kosten van jeugdzorg?Antwoord 119Het klopt dat er in het coalitieakkoord geen intensivering is opgenomenvoor de kosten van jeugdzorg. Op 30 januari 2025 heeft de Deskundigen-commissie Hervormingsagenda Jeugd haar advies uitgebracht. Naaraanleiding hiervan is besloten cumulatief circa 3,7 miljard eurobeschikbaar te stellen voor gemeenten in de jaren 2025–2027. Daarnaastwordt de reikwijdte van de Jeugdwet aangepast. Lichte (opvoed)ondersteuning wordt niet meer gefinancierd. Op deze manier blijftjeugdzorg beschikbaar voor kinderen die het echt nodig hebben.Vraag 120Betekent het terugdraaien van de bezuinigingen op onderwijs ook dat dekorting op de SPUK Onderwijsachterstanden wordt teruggedraaid?Antwoord op vraag 120Het kabinet stelt een envelop van structureel 1,5 miljard euro beschikbaarvoor onderwijs. Over de precieze invulling zal de Minister van OCW uwKamer nader informeren.Vraag 121Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5535 Wat is de reden dat de middelen voor het NPLV alleen voor 2029 en 2030worden ingeboekt, terwijl in de begeleidende tekst staat dat de middelenstructureel tot 2035 beschikbaar zijn?Antwoord op vraag 121De tabel in het coalitieakkoord presenteert de bedragen tot en met 2030,maar de middelen voor het Nationaal Programma Leefbaarheid enVeiligheid (NPLV) lopen door tot en met 2035, waarbij het gaat om 135miljoen euro per jaar. Dit is opgenomen in de doorkijk van de uitgaven tot2035 onder de budgettaire tabel van het coalitieakkoord. Het tabelkopje«struc» geeft een bedrag van 0 weer omdat de middelen na 2035 nietmeer beschikbaar worden gesteld.Vraag 122Welke prioritaire infrastructuurprojecten worden bedoeld en waar is detwee keer 750 miljoen euro op gebaseerd?Antwoord op vraag 122Prioritaire projecten zijn lopende infrastructuurprojecten en infrastructuur-projecten die op korte termijn kunnen starten, zoals aangegeven in hetcoalitieakkoord. Bij de prioritering wordt gekozen voor projecten dieaantoonbaar bijdragen aan woningbouw, bereikbaarheid en economischeontwikkeling. De tweemaal 750 miljoen euro is een politieke keuze van hetkabinet. Zie ook antwoord vraag 55.Vraag 123Staat de taakstellende korting op de BDU-middelen voor openbaarvervoer na 2027 nog steeds in de boeken? Zo ja, wat betekent dit voor hetOV in en rond de grote steden?Antwoord op vraag 123Ja, de taakstellende korting van 110 miljoen euro op de Brede Doeluit-kering (BDU) Verkeer en Vervoer werkt na 2027 structureel door op deIenW-begroting. Voor 2027 wordt voor de korting voor een-derde-deelongedaan gemaakt ten laste van het Mobiliteitsfonds. Een-derde deel isopgevangen door verhoging van de tarieven en/of vermindering van hetaanbod en een-derde deel wordt door de vervoersregio’s gedekt. Devervoerregio’s geven aan dat als de korting na 2027 blijft bestaan, zijverwachten dat verdere verhoging van de tarieven en/of vermindering vanhet aanbod ten opzichte van 2027 nodig is.Vraag 124Wat is het te verwachten effect op de woningbouw door woningbouwcor-poraties van het bedrag behorende bij de post investeringscapaciteitwoningbouwcorporaties (vpb) (nr. 10)? Hoeveel extra woningen kunnenhiermee naar verwachting worden gebouwd?Antwoord op vraag 124Zie antwoord op vraag 59.Vraag 125Kunnen de investeringen van 1,5 miljard euro structureel voor hetonderwijs worden uitgesplitst?Antwoord op vraag 125Het kabinet stelt een envelop van structureel 1,5 miljard euro beschikbaar.Deze envelop is onder meer bedoeld voor het terugdraaien van eerderebezuinigingen op onderwijs van kabinet Schoof, het regionaal investe-ringsfonds mbo, het verbeteren van kwaliteit en meer leraren voor deklas, het versterken van de Inspectie en voor investeringen in onderzoekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5536 en wetenschap en aan de koopkracht van studenten. Over de preciezeinvulling en verdeling van deze envelop zal de Minister van OCW uwKamer nader informeren.Vraag 126Waar is de vier keer 50 miljoen euro voor het gemeenschapsfonds opgebaseerd? Hoe wordt dit bedrag over gemeenten verdeeld?Antwoord op vraag 126De Minister van BZK zal een regeling opstellen voor het versterken vanverenigingswerk, initiatieven voor zorgzame wijken en dorpen en socialecohesie.Vraag 127Uit welk potje wordt de transitie naar dierwaardige veehouderij gefinan-cierd en hoeveel budget is beschikbaar?Antwoord op vraag 127Zie het antwoord op vraag 81.Vraag 128Waar is het bedrag voor de subsidietaakstelling van 189 miljoen europrecies op gebaseerd? Hoe wordt de taakstelling precies verdeeld over debestaande subsidies? En welke subsidies betreft het precies?Antwoord op vraag 128De subsidietaakstelling is onderdeel van integrale besluitvorming van hetcoalitieakkoord. De taakstelling wordt verdeeld naar rato van de subsidieuitgaven per departement. De departementen gaan zelf over de verdelingvan deze taakstelling, dit wordt zichtbaar in de eerste suppletoirebegrotingen.Vraag 129Waar zijn de bedragen bij de post vernieuwing rijksdienst/slagvaardigeoverheid precies op gebaseerd? Hoe verhouden deze getallen zich tot detaakstelling van het kabinet-Schoof op de Rijksdienst?Antwoord op vraag 129De efficiencytaakstelling is onderdeel van integrale besluitvorming vanhet coalitieakkoord. In het coalitieakkoord is op pagina 6 en 7 onder «eenproductievere overheid» opgenomen welke voornemens het kabinetdaarbij heeft. De taakstelling is aanvullend op de taakstelling van hetkabinet-Schoof.Vraag 130Waar zijn de bedragen bij de post efficiencytaakstelling (nr. 61) precies opgebaseerd? Hoe verhouden deze getallen zich tot de taakstelling van hetkabinet-Schoof op de Rijksdienst?Antwoord op vraag 130De efficiencytaakstelling is onderdeel van integrale besluitvorming vanhet coalitieakkoord. De grondslag voor de efficiencytaakstelling betreft deapparaatskosten van de Rijksoverheid. De efficiencytaakstelling bestaat uittwee delen. Deel een betreft ca. 0,5% in 2027 en 1% in 2028 e.v. opuitvoering. Dit deel gaat in vanaf 2027 en geldt alleen voor uitvoeringsor-ganisaties omdat deze niet meeliepen in de grondslag voor de taakstellinguit het hoofdlijnenakkoord Schoof. Deel twee gaat om ca. 0,5% in 2029 en1% in 2030 e.v. voor kerndepartement én uitvoering.Vraag 131Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5537 Kan worden toegelicht hoe de post vernieuwing van de rijksdienst/slagvaardige overheid (62) zich precies verhoudt tot de post efficiency-taakstelling (61)? Kan hierbij (met voorbeelden) worden toegelicht watprecies onder beide posten moet worden verstaan?Antwoord op vraag 131Zoals in de budgettaire bijlage is toegelicht, is de grondslag voor deverdeling van de taakstelling vernieuwing Rijksdienst/slagvaardigeoverheid hetzelfde als die van de efficiencytaakstelling. De korting van detaakstelling Slagvaardige overheid is een miljard euro en het Ministerievan BZK coördineert de komende jaren de vernieuwing van de Rijksdienst.De efficiencytaakstelling begint met 92 miljoen euro in 2027 en loopt optot 392 miljoen euro in 2030. Het kabinet werkt de invulling van dezeefficiencytaakstelling komende tijd uit. In het coalitieakkoord is op pagina6/7 onder «een productiever overheid» opgenomen welke voornemenshet kabinet daarbij heeft.Vraag 132Welke vorm krijgt de Nederlandse Digitale Dienst? Op welke termijn wordtde Kamer geïnformeerd over de vorm van deze nieuwe dienst?Antwoord op vraag 132Dit betreft een uitwerking van het coalitieakkoord en zal verder wordenuitgewerkt.Vraag 133Welke budgettaire voordelen heeft het samenvoegen van ICT-expertisebinnen één Digitale Dienst? Is dit berekend?Antwoord op vraag 133Dit betreft een uitwerking van het coalitieakkoord en zal verder wordenuitgewerkt.Vraag 134Wat is de geraamde financiële impact van het schrappen en vereenvou-digen van jaarlijks minimaal 500 regels op rijksinkomsten en uitvoerings-kosten?Antwoord op vraag 134De financiële impact is niet één op één te koppelen aan een willekeuriggeschrapte regel en daarmee ook niet op voorhand te ramen.Vraag 135Is voor het opstellen en realiseren van targets per ministerie voorregeldrukreductie aanvullende capaciteit of budget geraamd en hoeverhoudt dit zich tot de generieke taakstelling op de rijksdienst?Antwoord op vraag 135Er is in het coalitieakkoord geen aanvullende capaciteit of budgetgeraamd voor het opstellen en realiseren van targets per ministerie voorregeldrukreductie. In lijn met het antwoord op vraag 134 is een directekoppeling van taakstellingsbedragen aan het aantal te schrappen regelsniet mogelijk.Vraag 136Welke middelen zijn gereserveerd voor de oprichting van de digitaledienst en het aantrekken van IT-talent, en hoe verhouden deze zich tot degenerieke taakstelling op de rijksdienst? Kunt u daarbij ook het huidigeaandeel externe inhuur aangeven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5538 Antwoord op vraag 136In het coalitieakkoord zijn geen additionele middelen gereserveerd voorde oprichting van de digitale dienst en het aantrekken van IT-talent. Het isdaarom ook niet mogelijk aan te geven hoe de middelen zich verhoudentot de generieke taakstelling op de Rijksdienst. In 2024 was 44% van deuitgaven aan externe inhuur ICT gerelateerd.Vraag 137Welke middelen zijn gereserveerd om de «verantwoorde inzet van data enAI binnen de overheid» mogelijk te maken?Antwoord op vraag 137In het coalitieakkoord zijn geen additionele middelen gereserveerd voorde verantwoorde inzet van data en AI binnen de overheid.Vraag 138Wat is de netto structurele besparing of intensivering die voortvloeit uithet terugbrengen van externe inhuur naar 10%, rekening houdend methogere vaste personeelskosten en mogelijke aanpassingen van de Wetnormering topinkomens?Antwoord op vraag 138Departementen hebben een apparaatsbudget waarbinnen zij zowel deeffecten van de WNT als de externe inhuur dienen in te passen. Er isdaarmee geen direct budgettair effect van het terugbrengen van externeinhuur op aanpassingen in de WNT.Vraag 139Hebben taakstelling 61 (efficiencytaakstelling) en taakstelling 62 (additi-onele taakstelling vernieuwing rijksdienst) gevolgen voor rijksbrede ICT-en digitaliseringsbudgetten, waaronder beheer, vernieuwing en cyberse-curity gezien deze niet staan vermeld onder de uitzonderingen?Antwoord op vraag 139De invulling van de taakstellingen moet nog plaatsvinden. Het kabinetwerkt de invulling van deze taakstellingen de komende tijd uit.Vraag 140Wat zijn de geraamde kosten van de oprichting en exploitatie van eenlandelijke antidiscriminatievoorziening met fysieke loketten?Antwoord op vraag 140Vanuit de envelop goed bestuur van het kabinet Schoof is 7 miljoen eurostructureel gereserveerd voor de versterking van de aanpak van discrimi-natie. Onderdeel hiervan is het oprichten van landelijke fysieke loketten(wetsvoorstel Wet bijstand bij discriminatie).Vraag 141Welke middelen zijn gereserveerd voor de versterking van politienet-werken zoals Roze in Blauw en het Joods Politienetwerk?Antwoord op vraag 141Het kabinet zal aan de slag gaan met de verdere verdeling van decoalitieakkoordmiddelen voor (nationale) veiligheid, inclusief de politie.Over de precieze verdeling van deze middelen informeert de Minister vanJustitie en Veiligheid u op een later moment.Vraag 142Wat is de financiële omvang van de aparte begroting voor de rechtspraaken vanaf welk jaar wordt deze ingevoerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5539 Antwoord op vraag 142De financiële omvang is op dit moment nog niet vast te stellen. Ook hetexacte moment van invoering van een aparte begroting voor de recht-spraak kan nog niet worden aangegeven. De uitwerking van ditvoornemen vraagt nadere analyse van de juridische en organisatorischeconsequenties.Vraag 143Hoeveel middelen worden structureel overgeheveld naar de apartebegroting voor de rechtspraak?Antwoord op vraag 143Zie het antwoord op vraag 142.Vraag 144Wordt bij de instelling van een aparte begroting voor de rechtspraak ookextra budget toegevoegd of betreft het uitsluitend een administratieveherschikking?Antwoord op vraag 144Zie het antwoord op vraag 142.Vraag 145Kunt u uitsplitsen naar welke onderdelen van de politie de extra gereser-veerde middelen gaan en hoeveel geld er per onderdeel wordtuitgegeven?Antwoord op vraag 145Zie het antwoord op vraag 141.Vraag 146Op basis van welke indicatoren kan worden geconcludeerd dat deprogramma’s Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid enPreventie met Gezag succesvol zijn?Antwoord op vraag 146Beide programma’s monitoren hun voortgang op basis van een aantalindicatoren. Voorbeelden hiervan zijn onder meer de samenstelling van dewoningvoorraad, energielabels van woningen, het percentage bijstands-gerechtigden en definitieve schooladviezen. Voor al deze indicatorenwordt data verzameld en een meerjarig beeld opgesteld. Een belangrijketool hiervoor is onder andere de zogenaamde «Leefbarometer», en hetopenbare dashboard www.zichtopwijken.nl. Ook publiceren beideprogramma’s regelmatig voortgangsrapportages die ook de data over de(kern)indicatoren laten zien. De informatie hierover wordt met uw Kamergedeeld en is ook openbaar beschikbaar, bijvoorbeeld op de sitewww.leefbaarenveilig.nl of in de halfjaarsbrief ondermijning (Halfjaarbriefondermijnende criminaliteit december 2025 | Kamerstuk | Rijksover-heid.nl).Vraag 147Op pagina 11 staat dat er meer gedaan gaat worden aan verwardepersonen. Tegelijkertijd staat er dat de ggz moet hervormen en wordtonder kopje 42 van de financiële tabel gesproken over mogelijke extrafinanciering van de ggz. Wat is er financieel nodig om de ggz en/of anderepartners te ondersteunen bij de hulp aan verwarde personen en hoeverhoudt dit zich tot de vrijgemaakte middelen?Antwoord op vraag 147Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5540 Het kabinet zet in op het voorkomen van overlast, door mensen metverward of onbegrepen gedrag beter te helpen. Het kabinet zal deze inzetvormgeven binnen de daarvoor beschikbare financiële middelen.Vraag 148Wat zijn de geraamde opbrengsten van het aangekondigde boetesysteemvoor clubs bij inzet van politie in en om het stadion?Antwoord op vraag 148De geraamde opbrengsten van het aangekondigde boetesysteem zijn opdit moment nog niet bekend. Het boetesysteem zal de komende periodenader worden uitgewerkt door de Minister van Justitie en Veiligheid,inclusief de geraamde opbrengsten.Vraag 149Welke middelen zijn geraamd voor investeringskosten, waarondernieuwbouw, verbouw en extra personeel die samenhangen met deuitbreiding van de celcapaciteit?Antwoord op vraag 149Voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is 75 miljoen euro beschikbaargesteld in 2027 oplopend naar structureel 100 miljoen euro vanaf 2028voor het beschikbaar houden van cellencapaciteit. De exacte bestedingvan deze middelen wordt nader uitgewerkt. U wordt hier later overgeïnformeerd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.Vraag 150Klopt het dat in de budgettaire bijlage geen afzonderlijke middelen zijnopgenomen voor uitbreiding van de celcapaciteit maar alleen voor hetbeschikbaar houden van cellencapaciteit?Antwoord op vraag 150Zie het antwoord op vraag 149.Vraag 151Hoeveel extra capaciteit wordt met dit geld gerealiseerd en hoeveeldaarvan is bestemd voor renovaties?Antwoord op vraag 151Zie het antwoord op vraag 149.Vraag 152Hoe verhouden de gereserveerde bedragen voor DJI zich tot de geraamdecapaciteitsvraag?Antwoord op vraag 152De capaciteitsbehoefte voortkomend uit de het meest recente Prognose-model Justitiële Ketens laat een stijging zien9. Voor de Dienst JustitiëleInrichtingen (DJI) is 75 miljoen euro beschikbaar gesteld in 2027 oplopendnaar structureel 100 miljoen euro vanaf 2028 voor het beschikbaar houdenvan cellencapaciteit. Daarnaast worden in het coalitieakkoord ookinhoudelijke maatregelen aangekondigd, zoals versobering en aparteregimes voor beperkt risico gedetineerden. Over de exacte besteding vande middelen, de uitwerking van de inhoudelijke maatregelen en hoe zichdit verhoudt tot de geraamde capaciteitsvraag zal de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid u op een later moment informeren.Vraag 1539Kamerstuk II 2024–2025, 24 587, nr. 1054Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5541 Is er op basis van de toegewezen middelen voor DJI een nieuwe ramingof een gewijzigd afbouwpad voor het eerder vrijlaten van veroordeelden?Antwoord op vraag 153Nee. Er is op dit moment geen nieuwe raming of een gewijzigdafbouwpad beschikbaar voor het eerder vrijlaten van veroordeelden. UwKamer wordt periodiek over deze en andere maatregelen geïnformeerdvia de voortgangsrapportage Capaciteit DJI door de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid.Vraag 154Is de verlaging van de griffierechten in de budgettaire bijlage verwerkt alsstructurele derving en, zo ja, welk bedrag betreft dit?Antwoord op vraag 154Het kabinet zal aan de slag gaan met de verdere verdeling van decoalitieakkoordmiddelen voor rechtsstaat. De precieze verdeling van dezemiddelen volgt op een later moment.Vraag 155Wat is het tijdpad voor een eventuele wetswijziging om een eigen bijdragein de forensische zorg te realiseren?Antwoord op vraag 155In het coalitieakkoord wordt genoemd dat veroordeelden voor forensischezorg een eigen bijdrage gaan betalen. In de meest recente voortgangsbriefforensische zorg is aangegeven dat hiervoor impactanalyses wordenuitgevoerd, onder andere door het Centraal Administratie Kantoor (CAK)en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).10 Uw Kamer wordthierover periodiek geïnformeerd via de voortgangsbrieven forensischezorg door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.Vraag 156Hoe is het kabinet van plan de 10 miljoen euro voor femicide te besteden?Antwoord op vraag 156Het kabinet zal aan de slag gaan met de uitwerking van de besteding vande middelen voor femicide. Deze uitwerking volgt op een later moment.Vraag 157Welke middelen zijn gereserveerd voor uitbreiding van defensieve enoffensieve cybercapaciteiten (incl. actieve cyberverdedigingsmaatregelen)en de benodigde digitale infrastructuur?Antwoord op vraag 157Het kabinet zal aan de slag gaan met de verdere verdeling van decoalitieakkoordmiddelen. De precieze verdeling van deze middelen volgtop een later moment en de Kamer wordt hier nader over geïnformeerd.Vraag 158Hoe verhouden de stikstofdoelen uit het coalitieakkoord zich tot deuitspraak in de Greenpeace-zaak? Ligt Nederland hiermee op koers omaan de uitspraak in deze zaak te voldoen?Antwoord op vraag 158De uitspraak van de rechter van 22 januari 2025 dwingt tot stikstofdepo-sitie op beschermde natuur, en in het bijzonder op een specifieke lijst vanmeest urgente habitats. In het coalitieakkoord is als onderdeel van de10Kamerstuk II 2024–2025, 33 628, nr. 110Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5542 vier-sporenaanpak een generieke emissiereductie door verschillendesectoren opgenomen evenals een nog verder uit te werken gebiedsge-richte aanpak. Hoe dit zich vertaalt in stikstofdepositie op natuurgebiedenin het algemeen en de gerechtelijke uitspraak in het bijzonder wordt nogverder in kaart gebracht bij nadere uitwerking van beleid.Vraag 159Wat is het geraamde effect op de btw-opbrengsten van wijzigingen innettarieven als gevolg van de voorgestelde tariefprikkels?Antwoord op vraag 159De vormgeving van de voorgestelde tariefprikkels moet nog wordenuitgewerkt. Als deze worden vormgegeven via niet-fiscale maatregelenwordt er in het inkomstenkader geen rekening gehouden met demogelijke effecten op de btw-inkomsten. Alleen bij fiscale beleidswijzi-gingen wordt in bepaalde gevallen in het inkomstenkader rekeninggehouden met direct samenhangende fiscale kruiselasticiteiten (zie p. 5418e rapport Studiegroep Begrotingsruimte11). Als bijvoorbeeld deenergiebelasting (EB) wordt gewijzigd, wordt er rekening gehouden metde btw die over deze energiebelasting verschuldigd is.Vraag 160Wat is de volledige meerjarige uitgavenreeks tot en met 2050 voor alleonderdelen onder het cluster Energie en Klimaat (maatregelen 14 tot enmet 18) in de budgettaire tabel, inclusief de doorloop na 2035?Antwoord op vraag 160In de budgettaire bijlage van het coalitieakkoord zijn de meerjarigeuitgavenreeksen t/m 2035 gepresenteerd. Sommige reeksen lopen langerdoor dan 2035. In onderstaande tabellen wordt een doorkijk gegeven t/m2050.Tabel 17 Beschikbare middelen klimaat- en energie en energie coalitieakkoord (2026 t/m 2035)In miljoenen2026202720282029203020312032203320342035CA 14. Indirectekostencompensatie (IKC)2026 t/m 2035192223355505505505505505505505CA 15. Envelop tegemoet-koming elektriciteitsprijsbedrijven (2028 t/m 2035)––495495495495495495495495CA 16. SDE++ zes nieuwerondes 2027 t/m 2032––81143496589611.248CA 17. continueringuitvoering klimaatbeleidmedeoverheden (2031t/m 2040)–––––800800800800800CA 18. Wind op zee(uitbreiding tot 40 GW in2040)77888117911823761.1171.7972.406 Tabel 18 Beschikbare middelen klimaat- en energie en energie coalitieakkoord (2036 t/m 2044)In miljoenen203620372038203920402041204220432044CA 14. Indirecte kostencom-pensatie (IKC) 2026 t/m 2035–––––––––CA 15. Envelop tegemoetko-ming elektriciteitsprijsbedrijven (2028 t/m 2035)CA 16. SDE++ zes nieuwerondes 2027 t/m 20321.5091.6771.7221.6921.6581.6391.6221.6021.04711Rapport_18e_Studiegroep_Begrotingsruimte.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5543 In miljoenen203620372038203920402041204220432044CA 17. continuering uitvoe-ring klimaatbeleid medeover-heden (2031 t/m 2040)800800800800800––––CA 18. Wind op zee (uitbrei-ding tot 40 GW in 2040)3.0453.5933.9674.5654.6874.4744.3094.1413.968 Tabel 19 Beschikbare middelen klimaat- en energie en energie coalitieakkoord (2045 t/m 2050)In miljoenen204520462047204820492050CumulatiefStrucCA 14. Indirecte kostencompensatie(IKC) 2026 t/m 2035––––––4.305CA 15. Envelop tegemoetkomingelektriciteitsprijs bedrijven (2028 t/m2035)––––––3.960CA 16. SDE++ zes nieuwe rondes2027 t/m 2032––––––17.506CA 17. continuering uitvoeringklimaatbeleid medeoverheden (2031t/m 2040)––––––8.000CA 18. Wind op zee (uitbreiding tot40 GW in 2040)3.7933.6143.3252.7712.2231.77760.511139 Vraag 161Wat zijn de cumulatieve uitgaven tot en met 2050 die voortvloeien uit demaatregelen 14 tot en met 18 onder Energie en Klimaat in de budgettairetabel?Antwoord op vraag 161Zie antwoord op vraag 160.Vraag 162Welke middelen zijn gereserveerd voor de voorgestelde CrisiswetNetcongestie en versnelling van net-uitbreidingsprocedures?Antwoord op vraag 162In het coalitieakkoord zijn geen middelen gereserveerd voor de CrisiswetNetcongestie en versnelling van de net-uitbreidingsprocedures. In hetMeerjarenprogramma Klimaatfonds 2026 zijn voor verschillendemaatregelen die toezien op netcongestie middelen toegekend. Zo is22,5 miljoen toegekend voor de expertpool energie-infrastructuur omsnellere ruimtelijke inpassing van infrastructuur te bevorderen. Voorgebiedsinvesteringen voor ruimtelijk inpassen van het hoogspanningsnetis 197 miljoen toegekend. Hiermee wordt getracht vertraging in deprocedures voor het inpassen van hoogspanningsprojecten door eengebrek aan draagvlak te voorkomen. Voor een pakket noodmaatregelennetcongestie is 13 miljoen toegekend en voor de projectaanpak netcon-gestie is 36 miljoen toegekend.Vraag 163Hoe worden Contracts for Difference voor wind op zee budgettairverwerk?Antwoord op vraag 163Op dit moment wordt het instrument Contract for Differences (CfD) naderuitgewerkt. Het kabinet zal de Kamer hier nader over informeren.Vraag 164Welke middelen zijn er tot 2035 gereserveerd voor productie en leveringvan groene waterstof en groen gas?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5544 Antwoord op vraag 164In het Meerjarenprogramma Klimaatfonds 2026 is in totaal 2,6 mld.gereserveerd of toegekend onder voorwaarden voor waterstof. Zie ookbijlage 12 van de Miljoenennota 2026 voor het Integraal Overzicht Klimaat.Vraag 165Welke middelen zijn er gereserveerd voor het «versterken nucleairecluster», het versnellen van het SMR-programma en het doorwerken aanten minste vier nieuwe kerncentrales?Antwoord op vraag 165In het Meerjarenprogramma Klimaatfonds 2026 is er 13,5 miljardgereserveerd in het perceel Kernenergie. Zie ook bijlage 12 van deMiljoenennota 2026 voor het Integraal Overzicht Klimaat.Vraag 166In het regeerakkoord staat: «We versterken het Nationaal ProgrammaCirculaire Economie, aan wat voor soort versterking wordt gedacht?Antwoord op vraag 166In het coalitieakkoord is hierover opgenomen dat het kabinet dit doet doorinnovatie en marktontwikkeling te stimuleren, de concurrentiepositie vanEuropese en Nederlandse ondernemers te versterken en bedrijven langetermijnzekerheid en investeringsruimte te bieden. Daarnaast focust hetkabinet op de uitvoering en concrete opschaling van circulaire oplos-singen in de praktijk, bijvoorbeeld door als overheid launching customerte zijn, een gelijk speelveld te creëren door knelpunten weg te nemen.Deze plannen worden de komende tijd verder uitgewerkt door het kabinet.Vraag 167Hoe ziet het kabinet de rol van de circulaire hefboom (motie van het lidWingelaar c.s. over wettelijke borging van de circulaire hefboom;Kamerstuk 32 852, nr. 387) in het opschalen van de duurzame en circulairemaakindustrie?Antwoord op vraag 167Zoals aangegeven door het vorige kabinet in reactie op deze motie12,loopt een onderzoek naar de vormgeven van de circulaire hefboom,waarbij er gekeken wordt naar welke wetgeving aangepast zou moetenworden, hoe de uitvoering er uit kan zien en wat de verwachte ecolo-gische en economische effecten van de circulaire hefboom zijn. Ditkabinet heeft hier nog geen besluit over genomen. Daarbij zal het kabinet(conform de begrotingsregels) terughoudend zijn bij het explicietoormerken van inkomsten voor uitgaven. Om een goede afweging tekunnen maken tussen de (kosten van) verschillende beleidsdoelstellingenis het oormerken van inkomsten voor uitgaven niet wenselijk.Vraag 168Welke ruimte voor extra gaswinning laten «alle bestaande sectorak-koorden» toe? Welke nieuwe vergunningen zijn onder deze akkoordenmogelijk?Antwoord op vraag 168Het sectorakkoord Gaswinning in de Energietransitie13 en de aanvullendeafspraken sectorakkoord gaswinning op land14 laten qua technischpotentieel een ruimte zien van ruwweg 200 miljard m3, waarvan12https://open.overheid.nl/documenten/a3e73ad8-d4d0-4125-a920-3fa55853ce7b/file13Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 129314Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1368Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5545 150 miljard m3 op de Noordzee en 50 miljard m3 op land. De verwachtingis dat met de verdere uitwerking van de maatregelen uit het sectorakkoordin totaal circa 100 miljard m3 economisch winbaar volume nog te winnenvalt op de Noordzee.Vraag 169Waar is de financiering voor het Noodfonds Energie in de financiële tabelterug te vinden? Hoeveel geld wordt hier jaarlijks voor vrijgemaakt, enhoeveel huishoudens kunnen hiermee worden geholpen, en binnen welkefinanciële range?Antwoord op vraag 169In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende middelen gereserveerd voorhet noodfonds energie. Op de SZW-begroting is incidenteel in totaal90 miljoen euro gereserveerd als cofinanciering voor het beoogdepublieke energiefonds als onderdeel van de Nederlandse aanvraag bij hetSocial Climate Fund (SCF). Uit het SCF vraagt Nederland 249,5 miljoeneuro aan. Het totale budget in de periode 2026–2032 komt daarmee opcumulatief 339,5 miljoen euro.Vraag 170Betekent «binnen de huidige financiële kaders» dat geen aanvullendemiddelen worden vrijgemaakt voor het overnemen van private warmtebe-drijven? Welke bestaande middelen worden hiervoor ingezet?Antwoord op vraag 170Er zijn geen middelen vrijgemaakt in het coalitieakkoord voor hetovernemen van private warmtebedrijven. Het kabinet zal de passage inhet coalitieakkoord verder uitwerken en zal vervolgens de Kamerinformeren.Vraag 171Zijn de kosten van de stimulering en normering van hybride warmte-pompen vanaf 2029 volledig verwerkt in de budgettaire bijlage en, zo ja,welk bedrag betreft dit?Antwoord op vraag 171Er zijn in het coalitieakkoord geen extra middelen vrijgemaakt voor destimulering en normering van hybride warmtepompen vanaf 2029.Hybride warmtepompen worden gestimuleerd vanuit de Investeringssub-sidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) op de KGG-begroting.Hiervoor is in 2026 509 miljoen euro beschikbaar aflopend naar347 miljoen euro in 2030.Vraag 172Is in de budgettaire bijlage rekening gehouden met hogere uitgaven voorhet noodfonds energie bij versnelling van de energietransitie? Welkbedrag is hiervoor gereserveerd?Antwoord op vraag 172Zie het antwoord op vraag 169.Vraag 173Welke middelen zijn er gereserveerd voor de normering en stimuleringvan hybride, slimme warmtepompen per 2029, en welke subsidierege-lingen horen daarbij?Antwoord op vraag 173Zie het antwoord op vraag 171.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5546 Vraag 174Hoe wordt de capaciteitsmarkt budgettair verwerkt?Antwoord op vraag 174Het kabinet zal de vormgeving en financiering van de capaciteitsmarktverder uitwerken en hierover de Kamer informeren.Vraag 175Welke middelen zijn er gereserveerd voor het Nationaal Isolatie Offensief,kunt u dit uitsplitsen naar het beoogde aantal woningen en de gemiddelderijksbijdrage per woning aangeven?Antwoord op vraag 175Voor het isoleren van woningen en andere gebouwen zijn, binnen dezekabinetsperiode, verschillende regelingen beschikbaar in de huidigeRijksbegroting. Dit gaat om het Nationaal Isolatie Programma, deInvesteringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE), deSubsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH),de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars(SVVE) en Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed(DUMAVA). Er zijn in het Coalitieakkoord geen aanvullende middelengereserveerd voor isolatie.Vraag 176Kunt u aangeven wat de budgettaire opbrengstderving is van hetafschaffen van de nationale CO2-heffing, inclusief de verwerking hiervanin het inkomstenbeeld en eventuele compensatie elders in het pakket?Antwoord op vraag 176De CO2-heffing industrie geldt op dit moment voor Emission TradingSystem (ETS) 1-broeikasgasinstallaties, lachgasinstallaties en afvalver-brandingsinstallaties. Met het Belastingplan 2026 is de CO2-heffing voorafvalverbrandingsinstallaties aangescherpt en losgeknipt van deCO2-heffing voor ETS1-broeikasgasinstallaties en lachgasinstallaties. Debudgettaire opbrengst van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstal-laties gaat naar de algemene middelen.De opbrengst van de CO2-heffing voor ETS1-broeikasgasinstallaties enlachgasinstallaties ging oorspronkelijk naar het Klimaatfonds, waardoorgeen budgettaire opbrengst was ingeboekt. Met het Belastingplan 2026 ishet heffingstarief voor deze groep bedrijven echter sterk verlaagd en dehoeveelheid vrijgestelde uitstoot juist verruimd. In de Miljoenennota 2026werd daarom geen opbrengst meer verondersteld, omdat de verwachteETS-prijs hoger ligt dan het tariefpad.In het coalitieakkoord is het voornemen afgesproken om de CO2-heffing afte schaffen. Er is geen budget opgenomen om de CO2-heffing voorafvalverbrandingsinstallaties af te schaffen.Het zo snel mogelijk afschaffen van de CO2-heffing ETS1- en lachgasin-stallaties kan ertoe leiden dat bedrijven geen carry back (inzet vanovertollige dispensatierechten om betaalde belasting uit eerdere jarenterug te krijgen) meer kunnen toepassen, voor zover betaalde belastingniet reeds terug is ontvangen in 2026. Dit zou in theorie kunnen leiden toteen budgettaire opbrengst. Verwachte inkomsten ten tijden van eenwetsaanpassing worden echter gestort in het klimaatfonds, waardoor ditper saldo niet leidt tot extra inkomsten. Het afschaffen van de CO2-heffingvoor ETS1- en lachgasinstallaties heeft daarom geen budgettair effect aande inkomstenkant van de begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5547 De CO2-heffing industrie is vastgelegd in het Herstel- en Veerkrachtplan(HVP). Een afschaffing raakt direct mijlpaal 3 en 4 uit het HVP vanNederland, die betrekking hebben op de introductie van de CO2-heffing enhet vaststellen van de minimumtarieven. Deze mijlpalen zijn reedsbehaald. Indien Nederland gedurende de looptijd van het HVP (tot en met31 december 2026) de CO2-heffing industrie afschaft zal dit worden gezienals een terugdraai en zal de Europese Commissie Nederland zeerwaarschijnlijk korten op de middelen die voor Nederland gereserveerdstaan in het kader van HVP. Deze korting kan oplopen tot maximaal 600miljoen euro per mijlpaal, dus in totaal maximaal 1,2 miljard euro.Vraag 177Kunt u een limitatieve lijst geven van de «financiële prikkels voor fossielebrandstoffen» die worden afgebouwd, met per maatregel de geraamdebudgettaire opbrengst/derving?Antwoord op vraag 177In bijlage 13 van de Miljoenennota 2026 is een overzicht te vinden vanfinanciële prikkels voor fossiele brandstoffen, inclusief het budgettairebelang. In het coalitieakkoord is afgesproken dat het kabinet werkt aan hetafbouwen van deze financiële prikkels voor fossiele brandstoffen en ditzoveel mogelijk in Europees verband doet. Er is geen besluit genomenover specifieke maatregelen.Vraag 178Welke middelen zijn op dit moment vrijgemaakt voor de doelen op hetterrein van Klimaat & Groene Groei? Zijn deze vrijgemaakte middelenvoldoende om de huidige doelen te halen of wordt verwacht dat er in dekomende jaren nog middelen aan toegevoegd moeten worden en zo ja:welke orde van grootte en wanneer?Antwoord op vraag 178Een overzicht van alle klimaat gerelateerde uitgaven in de periode2024–2030 is te vinden in bijlage 12 van de Miljoenennota 2026 (Integraaloverzicht klimaat). Na verwerking van het coalitieakkoord en budgettairebesluitvorming van het kabinet wordt dit overzicht geactualiseerd bijMiljoenennota 2027. Het coalitieakkoord stelt (aanvullend) budgetbeschikbaar voor de indirecte kostencompensatie (IKC), tegemoetkomingelektriciteitsprijs bedrijven, de subsidie duurzame energie (SDE++),uitvoering klimaatbeleid medeoverheden en wind op zee. Zie hetantwoord op vraag 105 voor een reactie op de klimaatdoelen.Vraag 179Welke middelen worden vrijgemaakt voor het versterken van hetNationaal Programma Circulaire Economie en het stellen van (sectorale)circulaire doelen?Antwoord op vraag 179Binnen de IenW begroting staan de middelen voor het stimuleren van eencirculaire economie op artikel 21 «Circulaire Economie». De tabelhieronder laat zien hoeveel middelen hier jaarlijks voor beschikbaar zijn.Tabel 20(bedragen x 1.000 euro)20262027202820292030Begroting IenWArtikel 21 «CirculaireEconomie»69.73470.71463.27653.47453.552 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5548 In het coalitieakkoord worden geen extra middelen vrijgemaakt voor hetNationaal Programma Circulaire Economie en het stellen van (sectorale)circulaire doelen.Vraag 180Op welke manier wordt elektrisch rijden fiscaal voordelig gehouden?Hoeveel middelen zijn hiervoor gereserveerd?Antwoord op vraag 180Recent zijn een aantal maatregelen genomen om elektrisch rijden fiscaalvoordelig te houden. Ten eerste is de korting in de motorrijtuigenbelastingvoor elektrische personenauto’s verlengd tot en met 2029. Het kortings-percentage bedraagt 30% in 2026 t/m 2028 en 25% in 2029. Ten tweedewordt de zakelijke markt voor personenauto’s per 2027 genormeerd via depseudo-eindheffing. Vanaf dan is de norm dat personenauto’s diewerkgevers aan werknemers ter beschikking stellen voor privégebruik(inclusief woon-werk) volledig elektrisch zijn. Ten derde is de korting in debijtelling voor elektrische auto’s verlengd t/m 2027. Het verlaagdebijtellingspercentage bedraagt 18% in 2026 en 20% in 2027 en geldt voorde eerste 30.000 euro van de cataloguswaarde. De afspraak in hetcoalitieakkoord om elektrisch rijden fiscaal voordelig te houden, betrekthet kabinet daarnaast in de uitwerking van de hervorming van deautobelastingen. Hiervoor zijn geen middelen gereserveerd.Vraag 181Welke middelen zijn gereserveerd voor laadinfrastructuur?Antwoord op vraag 181In totaal staat er tot en met 2030 ca. 1,3 miljard gereserveerd voorlaadinfrastructuur op de begrotingen van IenW en het Mobiliteitsfonds.Op artikel 14 van de begroting van Infrastructuur en Waterstaat staat toten met 2030 667 miljoen gereserveerd voor laadinfrastructuur. Dezemiddelen zijn afkomstig uit het Klimaatfonds. In het kader van hetMeerjarenprogramma Vrachtwagenheffing staat tot en met 2030546 miljoen op artikel 15 van de begroting van Infrastructuur en Water-staat gereserveerd voor laadinfrastructuur. Als laatst staat er op hetMobiliteitsfonds tot en met 2032 66 miljoen gereserveerd. Deze middelenzijn bedoeld voor Stopcontact op Land en zijn afkomstig uit hetKlimaatfonds.Vraag 182Hoeveel geld gaat er naar het noodfonds energie per jaar, tot het eindevan dit fonds?Antwoord op vraag 182Zie het antwoord op vraag 169.Vraag 183Welke middelen zijn beschikbaar voor negatieve emissies/koolstofverwijdering (onderzoek, pilots, opschaling)?Antwoord op vraag 183Er is 50 miljoen euro uit het Klimaatfonds toegekend voor het opzettenvan een stimuleringsprogramma voor innovatieve koolstofverwijderings-technieken, zoals mariene CO2-opslag, biochar, biomaterialen, bioCCS,DACCS en mineralisatie.Vraag 184Welke middelen worden gereserveerd voor het kenniscluster CarbonManagement?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5549 Antwoord op vraag 184In het coalitieakkoord zijn geen middelen gereserveerd voor het kennis-cluster Carbon Management.Vraag 185Hoeveel publieke middelen/garanties zijn gemoeid met het doorzetten enuitbreiden van maatwerkafspraken voor verduurzaming?Antwoord op vraag 185Binnen het perceel Verduurzaming industrie van het Klimaatfonds is510,8 miljoen euro gereserveerd voor de maatwerkafspraken. Zie ookpagina 31 van de Beantwoording feitelijke vragen Commissie Klimaat enGroene Groei over de begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat enGroene Groei (XXIII) voor het jaar 2026. Daarnaast is 2 miljard euro ondervoorwaarden gereserveerd ten behoeve van de maatwerkafspraak metTata Steel Nederland.Vraag 186Wat is de financiële omvang van het «Pakket voor Groene Groei»?Antwoord op vraag 186Zie het antwoord op vraag 83.Vraag 187Kunt u toelichten hoe de kapitaalstorting/het kernkapitaal voor deNationale Investeringsinstelling (3 tot 5 miljard euro) budgettair wordtverwerkt?Antwoord op vraag 187Bij Startnota 2026 zullen de middelen voor het opzetten van een NationaleInvesteringsinstelling worden verwerkt en toegelicht.Vraag 188Wanneer wordt de tegemoetkoming arbeidsongeschikte afgeschaft?Antwoord op vraag 188Het kabinet werkt aan het wetsvoorstel om per 2027 de tegemoetkomingarbeidsongeschikten af te schaffen. Het streven is om dit voorstel zospoedig mogelijk naar de Kamer te sturen.Vraag 189Is bij de geraamde opbrengst van de taakstellende verhoging van dearbeidsongeschiktheidsfonds-premie rekening gehouden metdoorwerking in cao-lonen en arbeidskosten van het rijk?Antwoord op vraag 189Bij de raming van de opbrengst van deze maatregel is het uitgangspuntdat dit inclusief de Aof-premie is die wordt opgebracht door de overheidals werkgever. Dit heeft er onder andere mee te maken dat de loonruimtevan een groot deel van de overheid (centrale overheid, zorg, onderwijs)wordt bepaald via de referentiesystematiek. Daarbij volgt die loonruimtede ontwikkeling van de loonkosten van de marktsector. Het grootste deelvan de inkomsten van decentrale overheden volgt de ontwikkeling van hetnationaal product. Overheidswerkgevers krijgen de hogere premietarievendus niet automatisch vergoed, en zullen net als marktwerkgevers dehogere werkgeverslasten moeten inpassen in het beschikbare budgetvoor arbeidsvoorwaarden.Vraag 190Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5550 Bij wie slaat de taakstellende verhoging van dearbeidsongeschiktheidsfonds-premie uiteindelijk neer: bij werkgevers, bijwerknemers of bij beiden?Antwoord op vraag 190In de ex-ante verdeling van de beleidsmatige lastenontwikkeling naar wiede belasting afdraagt, wordt de AOF-premie toegerekend aan bedrijven.De betaler van een belasting is echter niet noodzakelijk degene die delasten uiteindelijk draagt. De inkomstenbelasting waarvoor de werknemerbelastingplichtig is, en de premies die de werkgever afdraagt voor dewerknemersverzekeringen, zijn economisch sterk met elkaar verweven,omdat beide leiden tot een verschil tussen de bruto loonkosten en hetnettoloon. Vanuit dat perspectief is het onwaarschijnlijk dat de last van depremie alleen bij de werkgever terechtkomt, of die van de inkomstenbe-lasting uitsluitend bij de werknemer. Een verhoging van de AOF-premiezal daarmee naar verwachting bij zowel werkgevers als werknemersneerslaan. De verdeling hangt af van verschillende individuele factoren,zoals onderhandelingsmacht en prijsgevoeligheid.Vraag 191Kunt u aangeven met hoeveel procentpunt(en) het lage en hoge aof-tariefworden verhoogd onder de vrijheidsbijdrage voor bedrijven, welkeloonsomgrondslag is gebruikt en welke opbrengst per tariefschijf wordtgeraamd (2027 en structureel)?Antwoord op vraag 191De precieze omvang van de tariefmutatie die nodig is om het gewenstebedrag op te halen is nog niet bekend. Zoals aangekondigd in hetCoalitieakkoord zal over de invulling van de vrijheidsbijdrage zal nogoverleg plaatsvinden met ondernemersorganisaties. Pas als tot eenpremiewijziging is besloten wordt de daadwerkelijke tariefmutatieberekend met de meest recente raming van het CPB over de premie-grondslag.Vraag 192Per wanneer wordt het nieuwe box 3-stelsel doorontwikkeld naar eenvermogenswinstsystematiek? Wat zijn de geraamde uitvoeringskosten enbudgettaire gevolgen van de overgang naar een vermogenswinstsyste-matiek? Waarom zijn de kosten van deze doorontwikkeling nietopgenomen in de budgettaire bijlage?Antwoord op vraag 192In het coalitieakkoord is opgenomen dat het nieuwe box 3-stelsel wordtdoorontwikkeld naar een vermogenswinstsystematiek. Bij de behandelingvan het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 zijn de moties Ingevan Dijk c.s15en Vermeer16ingediend, die oproepen om een stappenplan teontwikkelen voor het doorontwikkelen naar een volledige vermogens-winstbelasting en om uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een voorstelhiervoor te presenteren. Hierbij zal in overleg met ketenpartners zoalsbanken in kaart worden gebracht op welke termijn invoering van eenvermogenswinstbelasting mogelijk is. Ook zullen de budgettaire gevolgenin kaart worden gebracht inclusief dekkingsopties. De derving van eenvolledige vermogenswinstbelasting hangt af van de parameters diegekozen worden. In de Kamerbrief van 8 september 2023 is een eersteinschatting gemaakt dat de derving van een volledige vermogenswinstbe-lasting kan oplopen tot ruim boven de 5 miljard euro in de eerste 5 jaar.1715Kamerstukken II, 2025/26, 36 748, nr. 27.16Kamerstukken II, 2025/26, 36 748, nr. 35.17Kamerstukken II 2022/23, 32 140, nr. 170.Kamerstukken II 2022/23, 32 140, nr. 170Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5551 Vraag 193Hoeveel middelen worden er vrijgemaakt door uitbreiding van de WBSOvoor AI en technologie?Antwoord op vraag 193In de budgettaire tabel bij het coalitieakkoord zijn geen additionelemiddelen gereserveerd voor een uitbreiding van de Wet BevorderingSpeur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) op het terrein van artificialintelligence (AI) en technologie. In de uitwerking zal worden bekeken opwelke wijze aan deze doelstelling van het kabinet kan worden voldaan,binnen de afgesproken regels van het inkomstenkader. Hierbij is relevantdat de afgelopen jaren sprake is geweest van onderuitputting van hetbudget.Vraag 194Kunt u de budgettaire vertaling geven van het werken «conform hetNationaal AI-Deltaplan» aan een AI-Rekenkrachtplan en het wegnemenvan structurele barrières (ruimte, energie, vergunningen) voor digitale(AI-)infrastructuur?Antwoord op vraag 194In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende middelen gereserveerd voorhet werken aan een AI-Rekenkrachtplan en het wegnemen van structurelebarrières voor digitale infrastructuur. Deze plannen zullen verder wordenuitgewerkt binnen reeds beschikbare middelen.Vraag 195Klopt het dat in de budgettaire bijlage geen rekening is gehouden methogere of lagere Nederlandse EU-afdrachten in het kader van het nieuweMeerjarig Financieel Kader?Antwoord op vraag 195Het coalitieakkoord bevat geen aanpassingen aan de raming van deEU-afdrachten. In de raming van de EU-afdrachten op de begroting vanhet Ministerie van Buitenlandse Zaken is vanaf 2028 al wel rekeninggehouden met een stijging van de EU-afdrachten, onder andere als gevolgvan de economische ontwikkeling en de aflossing- en rentebetalingen vanhet coronaherstelfonds NGEU. Dit is toegelicht in de ontwerpbegrotingvan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van 2024.18 De raming van deEU-afdrachten wordt periodiek bijgesteld als gevolg van o.a. de econo-mische ontwikkeling. Zoals aangegeven in het verslag van de Eurogroepen Ecofinraad van 11 en 12 december 2025 heeft de Europese Commissienieuwe meerjarige economische cijfers gepubliceerd.19 Deze nieuweeconomische groeicijfers zullen conform de bestaande werkwijze bij eenregulier begrotingsmoment in de raming van de EU-afdrachten op debegroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden verwerkt.Vraag 196Kunt u de totale rentelasten en risico’s in kaart brengen van alle gemeen-schappelijke Europese leningen waarvoor Nederland naar rato van zijneconomie garant staat, inclusief het Europees Defensiefonds en hetSAFE-instrument?Antwoord op vraag 196Het Nederlandse aandeel in de garanties die afgegeven zijn voor deEuropese leningen worden verantwoord op artikel 4 Internationale18https://www.rijksfinancien.nl/memorie-van-toelichting/2026/OWB/V/onderdeel/795952819https://open.overheid.nl/documenten/a6aa37e9-74c5-417e-bf88-1a723773190f/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5552 financiële betrekkingen van het Ministerie van Financiën.20 De tabelhieronder geeft een overzicht van de garanties per MJN26. De in de tabelgetoonde garanties worden gebaseerd op het Nederlandse aandeel(gebaseerd op het bni-aandeel van Nederland in de EU, momenteel 6,4%met uitzondering van SURE21) in de totale maximale uitleencapaciteit vanhet financiële instrument en, indien van toepassing, de geschatterentelasten. Bij wijzigingen in het Nederlands bni-aandeel, wijzigingen inde inschatting van de rentelasten en/of aanpassingen van de maximaleuitleencapaciteit zal de omvang van een garantie wijzigen.Tabel 21 Totale verstrekte Eurpopese garanties in mld. Euro (stand MJN2026)Kredieten EU-betalings-balanssteun (BoP-faciliteit)4,1European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)2,8Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)6Bilaterale garantie Macro-financiële bijstand (MFB)0,2Oekraïne MFB headroomgarantie1,1Oekraïne-faciliteit2,1Ukraine Loan Cooperation Mechanism (Oekraïne MFB-ULCM)3,5SAFE15,3Next Generation EU (NGEU)30,3European Stability Mechanism (ESM)38,6European Financial Stability Facility (EFSF)34,2 Onlangs is uw Kamer geïnformeerd over een nieuwe garantie voor deUkraine Support Loan (ULS). Deze garantie wordt bij een eerstvolgendbegrotingsmoment verwerkt in de Financienbegroting. De totale uitleen-capaciteit voor de ULS bedraagt 90 mld. euro en het Nederlandse aandeelin de garantie 6,6%.Vraag 197Kunt u nader toelichten welke inzet u voor ogen heeft met betrekking totde hervorming van het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte en wat metbetrekking tot die hervorming bedoeld wordt met «binnen de financiëlekaders»?Antwoord op vraag 197In het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet hecht aan construc-tieve samenwerking met de sociale partners. Het kabinet wil met hen ingesprek over de invulling en uitwerking van de maatregelen van dewerkagenda waaronder loondoorbetaling bij ziekte. Het kabinet gaatstarten met deze gesprekken. Zoals opgenomen in het coalitieakkoordvraagt dit om serieuze inspanningen van alle partijen. In het coalitieak-koord is opgenomen dat de hervorming van het stelsel van loondoorbe-taling bij ziekte onderdeel uitmaakt van een hervorming van het stelselvan arbeidsongeschiktheidsregelingen. Het kabinet wil in gesprek over deinvulling en uitwerking van de maatregelen in het coalitieakkoord,waaronder loondoorbetaling bij ziekte en WIA. Daarbij hanteert hetkabinet het uitgangspunt dat de invulling en uitwerking van de maatre-gelen binnen de voorgenomen financiële kaders blijft.Vraag 198Wat betekent de zin «Zo bieden we meer ruimte voor de menselijke maatin het afspiegelingsbeginsel bij ontslagprocedures waarbij persoonlijkeomstandigheden meer meegewogen kunnen worden»?20https://www.rijksfinancien.nl/memorie-van-toelichting/2026/OWB/IX/onderdeel/981670721Naast het feit dat SURE door lidstaten wordt gegarandeerd middels de headroom, zijn erbilaterale garanties afgegeven door lidstaten van totaal 25 mld. euro. Hiervoor staat Nederlandvoor 5,78% garant (staat vast in de bilaterale garantieovereenkomst en is dus ook nietafhankelijk van bni-ramingen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5553 Antwoord op vraag 198Het afspiegelingsbeginsel zorgt ervoor dat ontslagen eerlijk overleeftijdsgroepen worden verdeeld bij bedrijfseconomische ontslagen.Zoals beschreven in het coalitieakkoord wil het kabinet verkennen of ermeer ruimte kan komen voor de menselijke maat, zodat persoonlijkeomstandigheden van werknemers kunnen worden meegewogen, zonderdat de uitgangspunten van gelijke behandeling, transparantie enrechtszekerheid worden aangetast.Vraag 199In passages van het coalitieakkoord (pagina 43) en van de budgettairebijlage daarbij (punt 55) worden verschillende zaken benoemd metbetrekking tot het hervormen van de transitievergoeding. Kunt u eencompleet overzicht geven van de nu al bekende maatregelen die hetkabinet hierin wilt treffen, inclusief bijbehorende budgettaire gevolgen, ende zaken waarover het gesprek nog zal worden aangegaan?Antwoord op vraag 199Zoals in het coalitieakkoord staat, wordt er gewerkt aan het hervormenvan de bestaande transitievergoeding zodat deze doet waar hij voorbedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk. Het kabinet zal ditvoornemen verder uitwerken. Voor het treffen van maatregelen zijn geenextra middelen beschikbaar ten opzichte van de budgettaire bijlage vanhet coalitieakkoordVraag 200Kunt u meer in brede zin nader duiden wat onder punt 57 van debudgettaire bijlage concreet bedoeld wordt met de aankondiging dat hetkabinet met sociale partners in gesprek gaat over de invulling enuitwerking van deze maatregelen over WW, transitievergoeding en vanwerk naar werk binnen de financiële kaders? Wat is de (financiële)speelruimte binnen deze gesprekken?Antwoord op vraag 200Het kabinet hecht aan een constructieve samenwerking met de socialepartners en nodigt hen uit om samen te werken aan een ambitieuzesamenwerkingsagenda. Het kabinet wil in gesprek over de invulling enuitwerking van de maatregelen in die agenda, in het bijzonder inzake deWW, transitievergoeding van werk naar werk en loondoorbetaling bijziekte en WIA. Daarbij hanteert het kabinet het uitgangspunt dat deinvulling en uitwerking van de maatregelen binnen de voorgenomenfinanciële kaders blijft.Vraag 201Wat zijn de gevolgen van een 1-op-1 koppeling van de AOW-leeftijd op deinstroom in de WIA?Antwoord op vraag 201De 1-op-1 koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting zal totmeer instroom in de WIA leiden in vergelijking met een 2/3 koppeling.Mensen moeten langer doorwerken voor zij de AOW-gerechtigde leeftijdbereiken en zijn daardoor ook langer voor de WIA verzekerd. In deberekening van de besparing van de maatregel is rekening gehouden metextra uitgaven aan de WIA, zowel als gevolg van extra instroom, alsdoordat bestaande WIA-gerechtigden langer aanspraak maken op eenuitkering.Vraag 202Wat zijn de gevolgen van een 1-op-1 koppeling van de AOW-leeftijd op desterfte?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5554 Antwoord op vraag 202Uit de zesde editie van de AOW monitor 2025 blijkt dat de recenteverhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd geen meetbaar effect heeft opde gezondheid van ouderen. Er is een lichte stijging zichtbaar in het aantalgezonde levensjaren. Er is geen indicatie dat een 1-op-1 koppeling van deAOW-leeftijd invloed heeft op de sterfte.Vraag 203Hoeveel werkenden halen naar verwachting de AOW-leeftijd niet door devoorgenomen stijging? Kunt u dit willen uitsplitsen naar inkomenskwin-tielen en opleidingsniveau?Antwoord op vraag 203Op dit moment is de AOW-leeftijd in 2033 67 jaar en 3 maanden. De AOWleeftijd in 2033 zou 67 jaar en 6 maanden worden bij een 1-op-1 koppelingaan de levensverwachting in plaats van de huidige 2/3 koppeling. Zieverder het antwoord op vraag 202.Er zijn geen cijfers bekend over de uitsplitsing naar inkomenskwintielen ofopleidingsniveau.Vraag 204Wat voor impact heeft de 1-op-1 koppeling van de AOW-leeftijd op hetaantal arbeidsongeschikten, uitgesplitst naar leeftijd en het hebben vaneen zwaar beroep?Antwoord op vraag 204De 1-op-1 koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting zalleiden tot meer arbeidsongeschikten (zie ook vraag 201). Naast eenhogere instroom in de WIA is er nog een tweede effect: mensen die in deWIA zitten blijven er ook langer in zitten voor zij uitstromen naar de AOW.Dit laatste effect leidt niet tot een hoger aantal unieke arbeidsonge-schikten, maar wel tot een hoger WIA-bestand. Een uitsplitsing naar(voormalig) beroep valt niet te geven, aangezien er geen cijfers wordenbijgehouden van het voormalige beroep van WIA-gerechtigden.Bovendien is er geen eenduidige definitie van wat een zwaar beroep is.Een uitsplitsing naar leeftijd valt ook niet te geven, omdat niet bekend ishoe groot het aantal werkenden in de betreffende leeftijden zal zijn in detoekomst.Vraag 205Kunt u zowel wat betreft de beoogde hervormingen met betrekking tot deAOW als wat betreft het bevriezen van de aftoppingsgrens voor pensi-oenen zo gedetailleerd mogelijk weergeven hoe de implementatie vandeze maatregelen is voorzien (inclusief budgettaire effecten)?Antwoord op vraag 205De invoering van de 1-op-1 koppeling in de AOW vereist een wetswij-ziging en kan per 1 januari 2033 in werking treden. Hierbij geldt eenaankondigingstermijn van 5 jaar (gerekend vanaf 1 januari 2028). Demaatregel is uitvoerbaar voor de SVB. Aanpassing van de AOW-leeftijdvergt beperkte aanpassingen in de systemen van de SVB en communi-catie uitingen.Het niet indexeren van de aftoppingsgrens is voorzien voor de jaren 2027tot en met 2032. De budgettaire opbrengst hiervan is ingeboekt vanaf2027. Deze maatregel zal opgenomen worden in het Belastingplan 2027zodat deze in werking kan treden met ingang van 1 januari 2027.De bijbehorende budgettaire effecten zien er als volgt uit:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5555 Tabel 22 Budgettaire effecten AOW maatregelenMaatregelen (x € 1 mln.)2027202820292030Struc.1-op-1 koppeling AOW0000– 2.772Bevriezen aftoppingsgrensvoor 6 jaar– 95– 192– 296– 407113 Vraag 206Kunt u dit tevens doen ten aanzien van de beoogde hervormingen in deWIA?Antwoord op vraag 206Het kabinet gaat spoedig van start met de uitwerking van deze maatre-gelen en zal uw Kamer hierover op een later moment informeren.Vraag 207Kunt u de meest recente kostenraming en het voorziene moment vaninvoering van de bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders geven?Antwoord op vraag 207Het kabinet werkt aan een nieuw financieringsstelsel voor kinderopvang,wat eenvoudig is voor ouders, hen zekerheid biedt en kinderopvang voorveel ouders beter betaalbaar maakt. De beoogde invoeringsdatum is1 januari 2029. In de jaren voor 2029 worden al stappen gezet binnen hethuidige stelsel, zodat de kinderopvangsector tijd heeft om het aanbodgeleidelijk mee te laten groeien met een stijgende vraag. In 2027 en 2028worden verdere stappen gezet en in 2029 moet het nieuwe stelsel inwerking treden. De structurele meerkosten aan programma-uitgaven doorde invoering van het nieuwe stelsel worden geraamd op circa 2,4 miljardeuro.Vraag 208Wat zijn de beoogde budgettaire effecten van de genoemde hervormingenbinnen de Participatiewet?Antwoord op vraag 208Er zijn geen middelen gereserveerd voor het hervormen van de Participa-tiewet. Het kabinet gaat spoedig van start met de uitwerking van degenoemde hervormingen en zal uw Kamer hierover op een later momentinformeren.Vraag 209Kunt u alle voorziene/geraamde kosten rond het in stand houden van deSpreidingswet specificeren?Antwoord op vraag 209Binnen de begroting van Asiel en Migratie is op dit moment circa25 miljoen euro structureel beschikbaar voor de uitvoeringskosten van dewet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (de«spreidingswet»). Hierbij is geen rekening gehouden met de specifiekeuitkeringen aan gemeenten die volgen uit deze wet, aangezien dereservering hiervoor op de Aanvullende Post is vrijgevallen met hetHoofdlijnenakkoord PVV-CDA-NSC-BBB uit 2024, waarin het voornemenwas opgenomen om de spreidingswet in te trekken.Vraag 210Heeft u bij de ramingsbijstelling van de asielbegroting of bij andereasielgerelateerde zaken in deze stukken (direct of indirect) gerekend metcijfers met betrekking tot de spreidingswet die nog niet officieel zijnvastgesteld of gedeeld met de Kamer (bijvoorbeeld de (concept)capaci-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5556 teitsraming voor de tweede cyclus)? Zo ja, kunt u deze cijfers aan deKamer verstrekken?Antwoord op vraag 210Nee, er is niet gerekend met cijfers die niet gedeeld zijn met de Kamer. Op26 september 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de MeerjarenProductie Prognose (MPP) 202522. Dit is de meest recente MPP diegepubliceerd is. Het kabinet heeft gekozen om middelen te reserverenvoor asiel ter hoogte van 2,6 miljard euro in 2027 aflopend naar2,1 miljard euro in 2030. Hierbij wordt aangesloten bij het basispadgehanteerd door het CPB voor de begroting van Asiel en Migratie bij deConcept-Macro Economische Verkenning en Keuzes in Kaart.De MPP geeft input voor besluitvorming over de financiering van deorganisaties in de asielketen en de capaciteitsraming zoals benoemd in dewet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (de«spreidingswet»). De capaciteitsraming uit de spreidingswet heeft dusniet direct invloed op de financiering van asielketenorganisaties, maarbeide worden beïnvloed door de MPP. In het voorjaar van 2026 zal deupdate van deze MPP worden gedeeld met uw Kamer door de Ministervan Asiel en Migratie met uw Kamer, de zogenoemde MPP kernprognose.Op 5 februari 2026 heeft de toenmalige Minister van Asiel en Migratie uwKamer geïnformeerd dat zij besloten heeft de capaciteitsraming zoalsvoorgeschreven in de spreidingswet niet te publiceren omdat dit volgenshaar aan haar opvolger is.Vraag 211Wat houdt de hervorming van de brede brugklassubsidie in?Antwoord op vraag 211Het doel van de hervorming van de subsidie brede brugklassen is om eenvoldoende dekkend aanbod aan brede brugklassen te garanderen. Deinvulling van de hervorming moet nog nader uitgewerkt worden.Vraag 212Met hoeveel euro gaat uitwonende beurs omhoog?Antwoord op vraag 212De exacte hoogte van het bedrag wordt op dit moment verder uitgewerkt,er is namelijk een wetswijziging nodig om dit te regelen. Dat moetzorgvuldig worden voorbereid, voordat het kabinet specifieke bedragenkan delen.Vraag 213Wat betekent het «verbeteren van de financiële positie van bbl-studenten»concreet?Antwoord op vraag 213Het is op dit moment niet te zeggen wat de verbetering van de financiëlepositie van bbl-studenten concreet betekent. Dit vergt nog nadereuitwerking.Vraag 214Welke budgettaire consequenties worden voorzien voor de plannen voordigitalisering en ICT?Antwoord op vraag 21422Kamerstukken II 2025–2026, 19 637, nr. 3478Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5557 Dit betreft een uitwerking van het coalitieakkoord en zal door het kabinetverder worden uitgewerkt. Er zijn in het coalitieakkoord geen additionelemiddelen hiervoor gereserveerd.Vraag 215Welke aanvullende middelen worden geïnvesteerd in sleuteltechnologieënzoals AI en uit welke budgetten wordt dit gefinancierd?Antwoord op vraag 215In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende middelen gereserveerd voorAI. Wel zijn er bestaande budgetten die worden ingezet voor dit doel,bijvoorbeeld voor AI-pilots ter verbetering van de dienstverlening.Vraag 216Is in de formatie uitgevraagd wat de voor- en nadelen zijn van een nieuwop te richten Ministerie van Digitale Zaken? Kunnen deze voorbereidendefiches worden nagezonden?Antwoord op vraag 216De Ministeries van Financiën, BZK en EZ hebben hierover geen vraag vande formatie ontvangen of beantwoord.Vraag 217Wat zijn de financiële gevolgen van het nieuw op te richten salarispadvoor IT-specialisten? Hoeveel ICT-functies worden hiermee opgewaar-deerd?Antwoord op vraag 217Dit betreft een uitwerking van het coalitieakkoord en zal na het aantredenvan het nieuwe kabinet verder worden uitgewerkt.Vraag 218Welke onderdelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties zullen overgeheveld worden naar het Ministerie vanEconomische Zaken in de nieuwe verdeling? Hoe is deze afweginggemaakt? Welke budgettaire gevolgen heeft dit?Antwoord op vraag 218Dit wordt nog uitgewerkt. Op basis hiervan wordt bekeken welke gevolgendit heeft voor de organisatie van beide departementen. Meer informatie isbeschikbaar is het eindverslag van de formateur23 en de portefeuillever-deling24.Vraag 219Kunt u de budgettaire uitwerking geven van «digitale autonomie» alsuitgangspunt voor de overheid, inclusief de kosten voor afbouw strate-gische afhankelijkheden in cloud/data/cruciale systemen (migratie,exitkosten, contractaanpassingen)?Antwoord op vraag 219Er zijn in het coalitieakkoord geen aanvullende middelen gereserveerdvoor digitale autonomie. Er zijn ook geen bestaande budgetten specifiekvoor digitale autonomie gereserveerd.Vraag 22023Eindverslag formateur Jetten | Kabinetsformatie24Portefeuilleverdeling kabinet Jetten (file)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5558 Kunt u toelichten wat er in de stukken onder «nationale aanpak voordigitale infrastructuur» valt en in een tabel aangeven welke rijksmiddelendaarvoor zijn gereserveerd?Antwoord op vraag 220In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende middelen gereserveerd voorde nationale aanpak voor digitale infrastructuur. Wel zijn er zijn er aleerder investeringen gedaan in digitale infrastructuur, bijvoorbeeld bijregionale campussen.Vraag 221Kunt u de budgettaire uitwerking geven van «actieve voorbereiding opgrootschalige digitale aanvallen», uitgesplitst naar (i) oefenprogramma’soverheid/mkb/vitale sectoren, (ii) stimulering ethische hackers, en(iii) infrastructuur/organisatie voor snelle dreigingsinformatie-uitwisseling?Antwoord op vraag 221Het kabinet zal aan de slag gaan met de verdere verdeling van decoalitieakkoord middelen voor (nationale) veiligheid. De preciezeverdeling van deze middelen volgt op een later moment en de Ministervan Justitie en Veiligheid zal de Kamer hier nader over informeren.Vraag 222Welke extra middelen worden voorzien om «voldoende ruimte» te gevenvoor het aantrekken van talent en innovatie t.b.v. digitale handhaving enhoe verhouden deze zich tot structurele taken uitNIS2/cyberbeveiligingswet?Antwoord op vraag 222Zie het antwoord op vraag 221.Vraag 223Welke middelen zijn geraamd voor strenger toezicht op grote onlineplatforms (transparantie over algoritmes/inkomsten, moderatie illegalecontent, verbod op specifieke algoritmes en uitvoering van verwijderbe-velen binnen één uur)?Antwoord op vraag 223Zie het antwoord op vraag 221.Vraag 224Kunt u de budgettaire uitwerking geven van de aanpak van deepfakes,inclusief kosten voor actualiseren wetgeving en het opzetten/exploiterenvan een centraal en laagdrempelig meldpunt (personeel, ICT, onder-steuning slachtoffers)?Antwoord op vraag 224Zie het antwoord op vraag 221.Vraag 225Welke middelen zijn gereserveerd voor het versterken van de aanpak vanonline fraude (incl. publiek-private samenwerking, preventie en onder-steuning van slachtoffers bij schadeafhandeling)?Antwoord op vraag 225Zie het antwoord op vraag 221.Vraag 226Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5559 Wat betekent de passage in het coalitieakkoord over infrastructuur enbereikbaarheid onder het eerste bolletje: «Veel bruggen, tunnels,spoorwegen en sluizen naderen het einde van hun levensduur. Om heelNederland veilig, bereikbaar en economisch sterk te houden zal deonderhoudsopgave de komende jaren voorrang krijgen in het toebedelenvan beschikbare middelen. Daarbij benutten we de strategische kansenvan dual-use met defensie, en wordt onderhoud waar mogelijk gekoppeldaan verbeteringen in verkeersveiligheid, regionale bereikbaarheid endoorstroming.»Betekent dit dat de gelden uitgetrokken voor defensie onder punt 1 van debudgettaire tabel (Investering in NAVO-norm defensie 2,8% in 2030 en3,5% in 2035) eventueel ook beschikbaar zijn voor infrastructuurprojectendie van fundamenteel belang zijn voor de activiteiten en inzetbaarheid vandefensie?Antwoord op vraag 226Mogelijk moet de komende decennia infrastructuur worden aangepastzodat Defensie er gebruik van kan maken, naast de reguliere gebruikervan de infrastructuur zoals de automobilist of treinreiziger. Denk bijvoor-beeld aan het versterken van bruggen zodat tanks erover kunnen rijden.Hoe dual-use precies wordt vormgegeven en benut, gaat het kabinet dekomende periode nader uitwerken.De NAVO-norm voor de militaire uitgaven (3,5% norm in 2035) betreftvoornamelijk uitgaven die ten goede komen aan het realiseren enonderhouden van militaire capaciteiten.25 Daarnaast is sprake van1,5% bbp aan bredere veiligheid en defensie-gerelateerde uitgaven. Deze1,5% bbp uitgaven worden gevonden binnen de huidige begroting. Het ismogelijk dat infrastructuurprojecten die een faciliterende rol vervullenvoor de krijgsmacht logischer hieronder geschaard kunnen worden.26 DeNAVO-lidstaten bepalen gezamenlijk welke uitgaven toegerekend kunnenworden aan de NAVO-norm.Vraag 227Valt de bij het vijfde bolletje (onder het kopje infrastructuur en bereik-baarheid) genoemde 1 miljard euro voor investeringen «in andere grote(prioritaire) verkeersprojecten» onder de twee maal 750 miljoen aanprioritaire infrastructuurprojecten zoals opgenomen onder punt 9 van debudgettaire tabel?Antwoord op vraag 227Nee, dit budget valt daar niet onder. Zie ook antwoord vraag 55.Vraag 228Is de tweemaal 750 miljoen euro zoals te vinden onder punt 9 van de tabelvoldoende voor het voortzetten van alle van deze 17 projecten?Antwoord op vraag 228Nee, dit budget is daar niet voldoende voor. Aan de Kamer is in aanloopnaar het NO MIRT gemeld dat hiervoor ten minste 4,7 miljard euro voornodig is. De herstart van de 17 gepauzeerde projecten wordt betrokken bijde verdeling van alle middelen die dit kabinet investeert in infrastructuur.Zie ook antwoord vraag 55.25Een niet-uitputtende lijst van relevante uitgaven t.b.v. de NAVO-norm is te raadplegen viaDefence expenditures and NATO’s 5% commitment.26Zie hiervoor ook de communiqué over de NAVO-top 2025 in Den Haag via The Hague SummitDeclaration.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5560 Vraag 229Uit de budgettaire tabel volgt dat de 500 miljoen euro structureel voor«beheer en onderhoud van infrastructuur en ontsluiting woningbouw»pas vanaf 2036 beschikbaar is. En dat het incidenteel in de jaren2031–2035 beschikbaar is. Betekent dit dat er gedurende de komenderegeerperiode niet meer geïnvesteerd wordt in beheer en onderhoud danal beschikbaar was, gezien de verder lege regel bij punt 8 van debudgettaire tabel?Antwoord op vraag 229Er zijn geen specifieke middelen gereserveerd in het coalitieakkoord voorbeheer en onderhoud t/m 2030. De komende periode gaat het kabinet eenverdeling maken van de middelen uit het coalitieakkoord. Zoals in hetcoalitieakkoord aangegeven, zal de onderhoudsopgave voorrang krijgenbij het toebedelen van de beschikbare middelen. Zie ook antwoord vraag55.Vraag 230Kunt u een overzicht verstrekken van de huidige hoogte van de Neder-landse vliegbelasting en havengelden in vergelijking met andereEU-lidstaten, inclusief een vergelijking met Duitsland?Antwoord op vraag 230SEO Economisch Onderzoek voert jaarlijks een benchmark naar luchtha-vengelden en overheidsheffingen uit in opdracht van het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat. 27De benchmark geeft een indicatie van hetniveau van de kosten voor luchtvaartmaatschappijen op Schiphol entwaalf belangrijke concurrerende luchthavens, waaronder de luchthavensvan Frankfurt, München en Düsseldorf in Duitsland. De kosten bestaan uitluchthavengelden, Air Traffic Control (ATC-)heffingen en overheidshef-fingen. Uit de benchmark van 2024 blijkt dat drie luchthavens een hogerprijsniveau hebben dan Schiphol. De luchthavens met een hoger prijspeilzijn Londen Heathrow, Frankfurt en Londen Gatwick. Negen luchthavenshebben een lager prijspeil. Deze benchmark heeft betrekking op 2024 endaarom is de voorgenomen verhoging van de luchthavengelden per april2025 nog niet meegenomen. Of deze verhoging zal leiden tot een anderepositie van Schiphol in de rangorde hangt ook af van de ontwikkeling vanhet prijspeil op de andere luchthavens en zal blijken uit de benchmark van2025. De benchmark van 2025 wordt in het tweede kwartaal van 2026 metde Kamer gedeeld.Hieronder vindt u een overzicht van de tarieven in de vliegbelasting inNederland en andere Europese landen.Tabel 23 Tarieven vliegbelasting in Nederland en andere Europese landenLandVormgevingTariefNederland (tot 1-1-2027)Alle Original Destination (OD)-vluchten, per passagier: 30,25 euro30,25 euroNederland (per 1-1-2027,prijspeil 2026)Korte afstand (bijlage A, tot ca. 2.000 km):30,25 euroMiddellange afstand (bijlage B, ca. 2.000 km–5.500 km):48,61 euroLange afstand (overig, vanaf ca. 5.500 km):72,91 euroBelgië1Korte afstand (≤500 km):10,00 euroOverig (>500km):5,00 euro27SEO (2025), Benchmark luchthavengelden en overheidsheffingen, onderzoek uitgevoerd inopdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, februari 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5561 LandVormgevingTariefDenemarken2, 3Korte afstand (binnen Europa):4,02 euroMiddellange afstand4:34,81 euroLange afstand:42,84 euroDuitsland5Korte afstand (tot 2.500 km):15,53 euroMiddellange afstand (2.500 km–6.000 km):39,34 euroLange afstand (>6.000 km):70,83 euroFrankrijkStandaardtariefKorte afstand (EU, EER of < 1.000 km):7,40 euroMiddellange afstand (1.000 km–5.500 km):15 euroLange afstand (>5.500 km):40 euroTarief «met aanvullende diensten»6Korte afstand (EU, EER of < 1.000 km):30 euroMiddellange afstand (1.000 km–5.500 km):80 euroLange afstand (>5.500 km):120 euroTarief voor zakenvluchten met propellervliegtuigenKorte afstand (EU, EER of < 1.000 km):210 euroMiddellange afstand (1.000 km–5.500 km):675 euroLange afstand (>5.500 km):1.025 euroTarief voor zakenvluchten met vliegtuigen met straalmotorKorte afstand (EU, EER of < 1.000 km):420 euroMiddellange afstand (1.000 km–5.500 km):1.015 euroLange afstand (>5.500 km):2.100 euroItaliëChartervluchten (privévluchten)<100 km:10 euro100 km–<1.500 km:100 euro≥1.500 km:200 euroNoorwegen7Binnen Europa:Buiten Europa:5,42 euro31,11 euroOostenrijk< 350 km:30 euro≥ 350 km:12 euroPortugal> 19 zitplaatsen:2 euro≤ 19 zitplaatsen:Formule ≤ 19 zitplaatsenTotale belasting (niet per passagier) =TC * CP * S * (D+1)TC = Tarief van € 2CP = Emissie coëfficiënt van 10S = Maximum aantal zitplaatsen in het vliegtuigD = Afstand in km gedeeld door 1.000 en afgerond op de eerste decimaalzie formuleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5562 LandVormgevingTariefVerenigd Koninkrijk8, 9Gereduceerd tarief voor laagste reisklasseBinnenlandse vluchten:8,03 euroBuitenland (tot 3.200 km):14,92 euroBuitenland (3.200 km–8.850 km):103,28 euroBuitenland (>8.850 km):107,87 euroStandaardtarief voor andere reisklassenBinnenlandse vluchten:16,07 euroBuitenland (tot 3.200 km):32,13 euroBuitenland (3.200 km–8.850 km):247,87 euroBuitenland (>8.850 km):257,05 euroHoog tarief voor vliegtuigen met maximaal 19 passagiers én zwaarder dan 20 tonBinnenlandse vluchten:96,39 euroBuitenland (tot 3.200 km):96,39 euroBuitenland (3.200–8.850 km):742,46 euroBuitenland (>8.850 km):772,29 euro1 Het tarief van de vliegbelasting in België wordt (naar verwachting) per 1-1-2027 geharmoniseerd op 10 euro.2 eense Kroon – Euro wisselkoers van 17 februari 2026.3 De tarieven van de vliegbelasting in Denemarken worden tot 2030 jaarlijks verhoogd naar tarieven per 2030 van 6,69, 41,50 en 54,88 euro.4 De Deense vliegbelasting hanteert – net als Nederland per 1-1-2027 – bijlagen bij de wet waarin specifieke bestemmingen zijn opgenomen ennoemt geen expliciete afstanden per categorie.5 De tarieven van de vliegbelasting in Duitsland worden (naar verwachting) per 1-7-2026 verlaagd naar 12,48, 31,61 en 56,91 euro.6 Dit tarief geldt wanneer de passagier zonder bijbetaling on-board services, die niet voor alle passagiers beschikbaar zijn (bijvoorbeeld lunch),krijgt, zonder bijbetaling.7 Noorse Kroon – Euro wisselkoers van 17 februari 2026.8 Great British Pounds – EUro wisselkoers van 17 februari 2026.9 De tarieven van de vliegbelasting in het Verenigd Koninkrijk worden per 1-4-2026 verhoogd naar 9,18, 17,21, 117,05 en 121,64 euro (gereduceerdtarief), 18,36, 36,72, 280,00 en 290,33 euro (standaardtarief) en 162,95, 162,95, 1.258,85 en 1.309,34 euro (hoog tarief). Vraag 231Welke analyse heeft u gemaakt van de effecten van de huidige nationalevliegbelasting en havengelden op de totale kosten van vliegen vanuitNederland voor burgers en bedrijven?Antwoord op vraag 231Het is inherent aan een belasting dat deze de kostprijs van hetgeen datwordt belast, namelijk vliegen, laat toenemen. Dit geldt ook voor devliegbelasting. Wel geldt dat de vliegbelasting wordt geheven pervertrekkende passagier en niet per vliegticket. Hierdoor is het voorluchtvaartmaatschappijen mogelijk om de belastingdruk zelf te verdelenover verschillende vliegroutes en soorten tickets, bijvoorbeeld business-class of economy class. Het kabinet heeft daarom geen inzicht in dedaadwerkelijke allocatie van de vliegbelasting per vlucht, stoel ofreisklasse en daarmee de exacte mate van kostenverhoging van vlieg-tickets door de vliegbelasting.Wat betreft de differentiatie naar afstand van het tarief van de vliegbe-lasting per 2027 kan ik hierover het volgende zeggen. De effecten van dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5563 maatregel zijn namelijk uitgebreid onderzocht door CE Delft.28 In ditonderzoek is ook rekening gehouden met de vliegbelastingen enhavengelden in andere Europese landen. Het onderzoek van CE Delft geeftinzicht in de effecten van de maatregel op de hoogte van de ticketprijzen.Het onderzoek laat zien dat de gemiddelde ticketprijzen voor kortevluchten naar verwachting zullen dalen met ongeveer 0,4%, en deticketprijzen voor langere vluchten buiten de EU naar verwachting met 1%tot 2% zullen stijgen.Daarnaast komt uit het onderzoek naar voren dat deimpact op aantallen vluchten en passagiers zeer beperkt is. Zo neemt hettotaal aantal passagiers dat vliegt van een Nederlandse luchthaven naarverwachting slechts af met 0,2%.Ongeveer een kwart van deze 0,2% kiest ervoor om uit te wijken naar eenluchthaven over de grens, het merendeel kiest er echter voor om nietmeer te vliegen of gebruik te maken van een andere vervoersmodaliteit.Het totaal aantal vluchten vanaf Nederlandse luchthavens blijft gelijk. Devoornaamste reden hiervoor is de knellende capaciteit op het grootstedeel van de Nederlandse luchthavens. Het kabinet verwacht gelet op hetvoorgaande dat de maatregel geen significante impact heeft op hetvestigingsklimaat of de concurrentiepositie van Nederland. Tegelijkertijd ishet kabinet zich wel bewust dat het voor de concurrentiepositie van deluchtvaart in Nederland en het belang van het bestemmingennetwerkvoor de economie, belangrijk is dat er een level playing field is. Om dezereden is ook in het coalitieakkoord opgenomen dat we inzetten op eenEuropese vliegbelasting. Uiteraard zullen de effecten van nationalevliegbelasting structureel gemonitord worden. Ook zal de vliegbelasting inzijn geheel worden geëvalueerd in 2030.Vraag 232Is onderzocht wat de gevolgen zijn van een eventuele Europese geharmo-niseerde vliegtaks voor de concurrentiepositie van Nederland ten opzichtevan omringende landen?Antwoord op vraag 232De effecten van een geharmoniseerde Europese vliegbelasting zijn nogniet onderzocht. Deze effecten hangen namelijk af van de uiteindelijkevormgeving en maatvoering van de belasting. Het kabinet zet zich daaromin voor een geharmoniseerde Europese vliegbelasting, om zo een gelijkspeelveld te creëren binnen de EU.Vraag 233Kunt u aangeven wat de budgettaire gevolgen zouden zijn van eenverlaging van de vliegbelasting tot het huidige niveau van Duitsland?Antwoord op vraag 233De Nederlandse vliegbelasting kent op dit moment een vlak tarief van30,25 euro per vertrekkende passagier. De Duitse vliegbelasting kentdaarentegen drie verschillende tarieven, afhankelijk van de gevlogenafstand. Per 1 januari 2027 wordt het tarief van de Nederlandse vliegbe-lasting eveneens afhankelijk van de gevlogen afstand en per 1 januari2030 worden separate tarieven voor vliegtuigen met 19 of minderzitplaatsen geïmplementeerd. Nederland zal daarbij echter andereafstandscategorieën hanteren dan Duitsland.Door het verschil in afbakening van de afstandsgrenzen is het lastig omnauwkeurig vast te stellen wat de budgettaire gevolgen zouden zijn van28CE Delft (2025), Effecten van een afstandsafhankelijke vliegbelasting, onderzoek uitgevoerd inopdracht van het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat,mei 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5564 een aanpassing van de Nederlandse tarieven naar het Duitse tariefniveau.Voor een dergelijke aanpassing van de tarieven is daarom op korte termijngeen raming beschikbaar. Los van de budgettaire gevolgen zal het effectvan een aanpassing van de Nederlandse tarieven naar het Duitsetariefniveau op bijvoorbeeld het aantal vliegbewegingen of passagiersnaar verwachting beperkt zijn.Vraag 234Kunt u toelichten welke financiële middelen binnen de huidige begrotingbeschikbaar zijn voor de opschaling van productie en bijmenging vanSustainable Aviation Fuel (SAF)? Indien hiervoor geen specifieke middelenzijn gereserveerd, op welke wijze wordt de uitvoering van de ambitie omde productie en bijmenging van SAF uit te breiden financieel onder-steund?Antwoord op vraag 234Om de productie van Sustainable Aviation Fuels (SAF) te bevorderen staater tot en met 2030 circa 143 miljoen euro gereserveerd op de IenWbegroting voor de maatregelen «Duurzame luchtvaartbrandstoffen»(57 miljoen euro) en «Alcohol-to-Jet» (86 miljoen euro). Deze middelenzijn afkomstig uit het klimaatfonds. De maatregel Alcohol to Jet (ATJ) zietspecifiek toe op het stimuleren van de productie van ATJ-brandstoffen. Demaatregel duurzame luchtvaartbrandstoffen is bedoeld om de productievan SAF in den brede te stimuleren.Vraag 235Op welke manier is invulling gegeven aan de aanbevelingen uit hetrapport-Wennink29 met betrekking tot de stimulering van SAF-productie inNederland?Antwoord op vraag 235Het rapport Wennink beveelt aan om de opbrengsten van de vliegbe-lasting in zetten om het gebruik en de productie van duurzame luchtvaart-brandstoffen te stimuleren. Zoals in het Coalitieakkoord staat opgenomenzet Nederland zich samen met de sector in op het uitbreiden vanbijmenging van duurzame vliegtuigbrandstof en het stimuleren van deproductie van Sustainable Aviation Fuels in Nederland. Vanuit hetcoalitieakkoord worden hier geen extra middelen voor vrijgemaakt.Vraag 236Welke instrumenten (bijvoorbeeld fiscale maatregelen, subsidies,garanties of publiek-private samenwerkingen) worden ingezet ofoverwogen om investeringen in SAF te bevorderen?Antwoord op vraag 236Om de productie van SAF te bevorderen staat tot en met 2030circa 143 miljoen euro gereserveerd op de IenW begroting voor desubsidiemaatregelen «Duurzame luchtvaartbrandstoffen» en «Alcohol-to-Jet». Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 234.Vraag 237Kunt u een overzicht verstrekken van de verwachte financiële conse-quenties van:−het vastleggen van 478.000 vliegbewegingen in het luchthavenver-keersbesluit;−de uitvoering van de Balanced Approach-procedure;−de beoogde geluidsreductie in de nachtperiode, inclusief de nachtslui-ting tussen 00.00 en 05.00 uur; en29https://www.rapportwennink.nl/bijlagen/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5565 −de reductiedoelstelling voor CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van2024?Antwoord op vraag 237De financiële consequenties zijn afhankelijk van welke maatregelen uit denieuwe Balanced Approach-procedure met deze doelstellingen volgen enhoe deze geïmplementeerd kunnen worden. De Balanced Approach-procedure brengt een inventarisatie van maatregelen en hun impact enkosteneffectiviteit met zich mee. De kosten zijn sterk afhankelijk van deaard van een maatregel en de termijn waarop de maatregel genomenmoet worden. Dit is momenteel nog niet uitgewerkt. Het is daarom op ditmoment niet mogelijk om uitspraken te doen over de verwachte kosten.Vraag 238Welke kosten worden verwacht voor Schiphol, luchtvaartmaatschappijen,de rijksoverheid en eventuele andere betrokken partijen?Antwoord op vraag 238Zie antwoord op vraag 237.Vraag 239Hoe verhouden deze kosten zich tot de gereserveerde middelen,waaronder het omgevingsfonds van 50 miljoen euro?Antwoord op vraag 239Deze vergelijking is nu niet te maken, zie vraag 237. De kosten staan losvan het omgevingsfonds Schiphol. Dat is een fonds dat is gefinancierddoor Schiphol met als doel de verbetering van de kwaliteit van deleefomgeving van de Schipholregio in de brede zin. Het is geen onderdeelvan de Rijksbegroting.Vraag 240Wat is de reden dat de financiële consequenties van deze beleidsvoor-nemens niet afzonderlijk zijn opgenomen in de budgettaire bijlage?Antwoord op vraag 240De financiële consequenties zijn sterk afhankelijk van welke maatregelenuit de nieuwe Balanced Approach-procedure met deze doelstellingenvolgen en hoe deze geïmplementeerd kunnen worden. Daarmee is hetniet goed mogelijk hier nu exacte bedragen voor op te nemen.Vraag 241Waaruit blijkt dat het kabinet geen rekening doorschuift naar de toekomsten wat is er nodig om te borgen dat de voorgenomen incidentelemiddelen op bijvoorbeeld klimaat en energie incidenteel blijven en nietstructureel worden?Antwoord op vraag 241Het kabinet vindt het belangrijk dat de overheidsfinanciën op orde blijvenen dat er geen rekeningen worden doorgeschoven naar de toekomst.Houdbare overheidsfinanciën zijn immers een belangrijke randvoor-waarde voor de brede welvaart van toekomstige generaties. In hetcoalitieakkoord wordt het begrotingstekort aan het einde van de kabinets-periode (ex ante) geraamd op 2,1% in 2030. Dit is gelijk aan de standMiljoenennota, waarmee er geen additionele rekeningen wordendoorgeschoven naar toekomstige generaties.De voorgenomen incidentele middelen blijven incidenteel in de begrotingstaan, tenzij expliciet wordt besloten om deze structureel te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5566 Vraag 242Wat wordt de handelwijze van het kabinet indien parlementaire besluitenniet in lijn zijn met de begrotingsregels?Antwoord op vraag 242De begrotingsregels zorgen voor gezonde overheidsfinanciën envoorkomen het doorschuiven van rekeningen naar toekomstigegeneraties. Dit is belangrijk voor macro-economische stabiliteit en zorgtvoor een goed investeringsklimaat. Onderdeel van de begrotingsregelszijn het inkomsten- en uitgavenkader, die zorgen dat de overheidsfi-nanciën beheersbaar blijven en dat eventuele nieuwe wensen voorzienmoeten worden van deugdelijke financiële dekking. Hier invulling aangeven ziet het kabinet als een gezamenlijke opgave met het parlement.Vraag 243Zullen de begrotingsregels zelfstandig als beoordelingskader dienen bijhet ontraden van amendementen?Antwoord op vraag 243Bij het indienen van amendementen met budgettaire gevolgen zal hetkabinet toetsen op deugdelijke dekking. Indien een amendement in strijdis met de begrotingsregels zal het kabinet dit in het oordeel verwerken. Inhet oordeel van het kabinet worden daarnaast ook inhoudelijke beleids-doelstellingen en uitvoerbaarheid meegewogen.Vraag 244Hoe gaat het kabinet om met parlementaire besluiten die het voorafvastgestelde uitgaven- of inkomstenkader overschrijden?Antwoord op vraag 244Zie vraag 242.Vraag 245Hoe gaat het hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar er concreetuitzien, hoe en wanneer wordt de Kamer bij de keuzes betrokken en watbetekent dit voor de publicatie van de Miljoenennota en het Belas-tingplan?Antwoord op vraag 245Zoals beschreven in het Coalitieakkoord is er één hoofdbesluitvormings-moment in het voorjaar. In het hoofdbesluitvormingsmoment wordt eenintegrale afweging gemaakt van alle meevallers, tegenvallers en beleids-wensen. Middels de Voorjaarsnota en het Voorjaarsnotadebat wordt deKamer hierbij betrokken. De koopkrachtbesluitvorming en het definitiefsluiten van het inkomstenkader wordt in augustus gedaan en verwerkt inde miljoenennota.De Miljoenennota en het Belastingplan worden zoals elk jaar op Prins-jesdag aangeboden aan het parlement waarna hierover in debat wordtgegaan met de Kamer.Vraag 246Hoe wordt het budgetrecht van de Kamer geborgd bij de instelling vanfondsen?Antwoord op vraag 246Artikel 2.11 van de Comptabiliteitswet regelt dat de instelling vanbegrotingsfondsen middels een instellingswet geschiedt. Nadat deinstellingswet door het parlement is aangenomen wordt jaarlijks deontwerpbegroting van een begrotingsfonds, zoals het Defensiematerieel-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5567 begrotingsfonds, gelijk aan departementale begrotingen als begro-tingswet ingediend en ter autorisatie voorgelegd aan het parlement.Middels suppletoire begrotingen worden bijstellingen gedurende het jaarter autorisatie aan het parlement voorgelegd.Vraag 247Welke lessen worden meegenomen van eerdere fondsen bij de instellingvan de nieuwe begrotingsfondsen en het opstellen van de bestedings-plannen daarbij?Antwoord op vraag 247Bij het instellen van nieuwe begrotingsfondsen en het opstellen vanbestedingsplannen worden de uitkomsten van reeds uitgevoerdeevaluaties, zoals die van het Nationaal Groeifonds30, meegenomen.Vraag 248Hoeveel jaar moet het EMU-saldo zich onder het geadviseerde tekort vande Studiegroep Begrotingsruimte (– 2,0% bbp) bevinden voordat demeevallerformule in werking treedt?Antwoord op vraag 248De meevallerformule treedt in werking indien meevallers structureel vanaard zijn én het EMU-saldo zich meerjarig onder het geadviseerde tekortvan de SBR (– 2,0%) bevindt. De meevallerformule zal in werking tredenals het EMU-saldo in de raming van het kabinet gedurende alle jarenwaarvoor een raming beschikbaar is, beter is dan – 2% bbp.Vraag 249Hoe realistisch acht u het dat het EMU-saldo gedurende deze kabinetspe-riode meerjarig onder de grens van – 2,0% bbp komt, zodat de meevaller-formule kan worden toegepast?Antwoord op vraag 249Zoals in het coalitieakkoord staat toegelicht komt het begrotingstekort aanhet einde van de kabinetsperiode ex ante uit op 2,1% bbp (ten opzichtevan stand Miljoenennota 2026). Indien gedurende de kabinetsperiodeaanzienlijke financiële of economische meevallers plaatsvinden is hetmogelijk dat het EMU-saldo meerjarig uitkomt onder de grens van – 2%.Het is niet te zeggen hoe groot de kans is op een dergelijk scenario.Vraag 250Hoe wordt de Kamer meegenomen bij de herbestemming van per saldomeevallers en wat is de rol van de Kamer bij deze herbestemming vanmede-budgetverantwoordelijke?Antwoord op vraag 250Volgens de begrotingsregels en het trendmatig begrotingsbeleid wordenalle mee- en tegenvallers in het voorjaar bij elkaar genomen en integraalgewogen. De uitkomsten van de integrale besluitvorming presenteert hetkabinet in de Voorjaarsnota. Dit vormt dan de basis voor het gesprek methet parlement. Middels de (suppletoire) begrotingen worden deuitkomsten ter autorisatie voorgelegd aan het parlement.Vraag 251Wat is het geraamde effect op de Nederlandse netto-betalingspositie,indien de nationale korting op de EU-afdrachten niet behouden blijft?Antwoord op vraag 25130Kamerbrief bij rapportage evaluatie NGF | Kamerstuk | rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5568 Afschaffing van het correctiemechanisme op de bni-afdracht (bni-korting)verslechtert de Nederlandse netto-betalingspositie naar verwachtingjaarlijks met circa 0,15 procentpunt van het geraamde gemiddeldeNederlandse bni over de looptijd van het volgende MFK. Het geraamdenegatieve netto effect hiervan bedraagt gemiddeld circa 2 mld. euro perjaar.Vraag 252Wat is het financiële risico voor Nederland indien lidstaten structureelafwijken van het Stabiliteits- en Groeipact en sancties uitblijven, en hoewordt dit risico meegenomen in de begrotingsramingen?Antwoord op vraag 252Indien een land zijn tekort en schuld onvoldoende beheerst, kunnen erzorgen ontstaan over de houdbaarheid van de schuld en kan de rente opde schuld oplopen. Dit kan zich tevens vertalen in hogere rentes voorlanden die daar financieel-economisch mee verweven zijn. Als de zorgenover de houdbaarheid van de schuld toenemen kan een land uiteindelijkin acute financieringsproblemen komen, wat negatieve spillovers elders inde EU kan veroorzaken. Mede om dit scenario te voorkomen hebbenlidstaten in de Europese Unie (EU) afspraken gemaakt over de coördinatievan hun economisch en begrotingsbeleid, zoals vastgelegd in o.a. hetStabiliteits- en groeipact (SGP). Als lidstaten structureel afwijken van deeisen van het SGP zullen de hierboven beschreven financiële risico’s nietdirect materialiseren, maar wel toenemen. De afspraken over dehandhaving van het SGP zijn erop gericht het begrotingsbeleid vanlidstaten tijdig weer op het goede pad te brengen, door onder ander hetformuleren van een correctief uitgavenpad en verscherpt toezicht.Sancties vormen daarbij een van de instrumenten.De begrotingsramingen houden geen rekening met potentiële financiëlerisico’s die zich kunnen voordoen indien landen in de EU structureelafwijken van de regels van het SGP. Risico’s rondom de euro, Europeseschulden en uitstaande garanties worden wel jaarlijks geanalyseerd bij deMiljoenennota.Vraag 253Welke maatregelen is Nederland bereid te steunen of te initiëren, indienlidstaten zich niet houden aan de grenswaarden van het Stabiliteits- enGroeipact?Antwoord op vraag 253Het Stabiliteits- en Groeipact omvat verschillende maatregelen die kunnenworden getroffen als een lidstaat zich niet aan de grenswaarden houdt.Daarbij heeft de Commissie het recht van initiatief om voorstellen te doen.Deze voorstellen worden verondersteld te worden aangenomen door deRaad, tenzij een gekwalificeerde meerderheid van lidstaten zich tegen hetCommissievoorstel uitspreekt. De Commissie kan om te beginnenonderzoek doen naar de aanwezigheid van een buitensporig tekort als hetbegrotingstekort de referentiewaarde van 3% overschrijdt, of als deoverheidsschuld de referentiewaarde van 60% overschrijdt én deafwijkingen van het netto uitgavenpad de jaarlijkse en/of cumulatievedrempelwaarden overschrijden. De Raad kan vervolgens op voorspraakvan de Commissie vaststellen dat er sprake is van een buitensporig tekort,waarna een lidstaat in een buitensporigtekortprocedure komt. Lidstaten ineen buitensporigtekortprocedure staan onder verscherpt toezicht enworden aangespoord door de Raad om maatregelen te nemen om hetbuitensporig tekort te corrigeren. Indien een lidstaat van de eurozonevervolgens herhaaldelijk verzuimt de aanbevelingen van de Raad op tevolgen, kan de Raad de lidstaat aanmanen om binnen een bepaaldeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5569 termijn maatregelen te nemen om het tekort te verminderen. Blijftnaleving uit, dan kan de Raad op voorspraak van de Commissie devolgende maatregelen opleggen of intensiveren: (1) verplichting totopenbaarmaking van door de Raad vastgestelde financiële informatie;(2) herziening van het kredietbeleid van de Europese Investeringsbankvoor de betreffende lidstaat; (3) aanhouden van een niet-rentedragendbedrag bij de EU; of (4) oplegging van passende boetes. Bovendien kan deCommissie een voorstel doen aan de Raad voor het opschorten vanEU-middelen wanneer een lidstaat herhaaldelijk geen effectieve actieonderneemt om een buitensporig tekort te corrigeren, de zogenoemdemacro-economische conditionaliteit. Indien de Commissie voorstellendoet voor de hiervoor beschreven maatregelen op basis van de grondendie het SGP hiervoor biedt, is Nederland in algemene zin bereid deze testeunen.Vraag 254Wat wordt bedoeld met deze zin «De uitvoering van toeslagen onder deWet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) brengen,zodat tussen uitvoeringsinstanties gegevens kunnen worden uitgewisselden dienstverlening kan worden verbeterd»? Gaat de uitvoering van detoeslagen dan naar UWV? Of alleen verwijzing in de wet zodat gegevensmakkelijker uitgewisseld kunnen worden?Antwoord op vraag 254In het coalitieakkoord staat opgenomen dat het kabinet wil inzetten opbetere uitwisseling van gegevens en verbetering van dienstverlening. Deprecieze invulling hiervan zal de komende tijd verder worden uitgewerkt.Het is niet beoogd om de uitvoering van toeslagen bij het UWV onder tebrengen. Wel is het wenselijk te werken naar meer uniforme regelgevingop het gebied van gegevensdeling tussen partijen in de SUWI keten enDienst Toeslagen, maar ook tussen SUWI-partijen onderling. Daarinkunnen wijzigingen in zowel de wet SUWI als de AWIR wenselijk zijn.Vraag 255Welke middelen zijn geraamd voor het afronden van de moderniseringvan het ICT-landschap binnen de Belastingdienst en Dienst Toeslagen?Antwoord op vraag 255De modernisering van het ICT-landschap wordt voortgezet binnen dehiervoor beschikbare middelen op de Financiënbegroting en is eendoorlopend traject. Voor 2026 is circa 100 miljoen euro beschikbaar.Initiatieven worden als «essentiële modernisering» geclassificeerdwanneer de modernisering gericht is op het technisch op orde brengenvan de basis en uitstel ervan leidt tot ernstige continuïteitsrisico’s. Doorhet Life Cycle Management (LCM) goed in te regelen en systemenplanmatig te onderhouden zorgt de Belastingdienst ervoor dat eenlangdurig moderniseringstraject in de toekomst niet meer nodig is. UwKamer wordt halfjaarlijks op de hoogte gehouden van het vorderen vandeze werkzaamheden middels de «stand van zakenbrief»31Vraag 256Wat is de projectie van de schuld en het saldo na 2030? Graag hierbij allejaartallen tot en met 2060 weergeven.Antwoord op vraag 256Voor de ontwikkeling van de overheidsfinanciën na de begrotingshorizonvaart het kabinet op cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Op vrijdag31Kamerbrief over stand van zaken Belastingdienst | Kamerstuk | rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5570 20 februari heeft het CPB een doorrekening van het coalitieakkoordgepresenteerd, inclusief een doorkijk naar de schuld in 2060. In dezedoorrekening raamt het CPB een schuldquote van 137% bbp in 2060.Vraag 257Kan worden toegelicht hoeveel van de beoogde 1 miljard euro (Kamerstuk26 643, nr. 1435) die nodig is voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategieis ingeboekt?Antwoord op vraag 257Er zijn in het coalitieakkoord geen middelen gereserveerd voor deNederlandse Digitaliseringsstrategie. Het is nog niet duidelijk in hoeverrede Nederlandse Digitaliseringsstrategie uit bestaande middelen gefinan-cierd kan worden.Vraag 258Welk jaar geldt in de budgettaire tabel als structureel niveau voor degepresenteerde maatregelen?Antwoord op vraag 258Maatregelen kennen verschillende ingroeipaden. Na het ingroeipadworden de maatregelen structureel verondersteld.Vraag 259Waarom is voor de verlenging van de accijnskorting op benzine geenstructurele dekking opgenomen?Antwoord op vraag 259De maatregelen uit het Coalitieakkoord zijn als geheel besloten. Daarmeeis er geen specifieke dekking voor individuele maatregelen. Daarbij geldtdat de verlenging van de accijnskorting op benzine geen structurelemaatregel is. De korting loopt tot en met 2027.Vraag 260Wat is het tarief van de suikertaks voor producenten en wat is hetgeraamde effect daarvan op de prijzen van boodschappen voorconsumenten?Antwoord op vraag 260Zie antwoord op vraag 72.Vraag 261Kunt u voor de «envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs bedrijven»aangeven of hier overlap zit met IKC?Antwoord op vraag 261In het coalitieakkoord zijn van 2026 tot en met 2035 middelen gereser-veerd voor de Indirecte kostencompensatie (IKC). De IKC is een subsidievoor een deel van de energie-intensieve industrie. Daarnaast is in hetcoalitieakkoord een envelop gereserveerd voor tegemoetkoming van deelektriciteitsprijzen van 2028 tot en met 2035. De envelop zal wordeningezet voor het verlagen van de elektriciteitsprijs van de (basis) industriedie veel elektriciteit verbruikt. Doel van de envelop is het creëren van eenmeer gelijk speelveld in het belang van strategische autonomie. Er zitoverlap in het beleidsdoel: zowel de IKC als de envelop worden gericht ophet verlagen van de elektriciteitsprijs van de energie-intensieve industrie.De envelop kan echter niet worden besteed aan een ophoging van hetIKC-budget, aangezien hier een maximum aan zit dat is vastgesteld doorde Europese Commissie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5571 Vraag 262Met betrekking tot punt 44: op basis van welke criteria is bij de opbreng-stenraming bepaald welke huishoudens geacht worden zelf hun huishou-delijke hulp te kunnen betalen?Antwoord op vraag 262De maatregel «Huishoudelijke Hulp uit de Wmo inclusief vangnet» wordtde komende tijd verder uitgewerkt. De vormgeving van het vangnet isdaarom nog niet bekend.Vraag 263Is voorzien in aanvullende rijksmiddelen, indien de zorgvraag binnen hetvangnet hoger uitvalt dan geraamd, en zo nee, waarom wordt dit risico bijgemeenten belegd?Antwoord op vraag 263In het coalitieakkoord is opgenomen dat voor de mensen die niet zelfhuishoudelijke hulp kunnen regelen, de gemeente daarin blijft voorzien,waarbij geldt dat de beoogde besparing taakstellend is. De maatregelinclusief vangnet wordt de komende tijd nader uitgewerkt.Vraag 264Hoe verhoudt de voorgenomen verlaging van de beschikbaarheidsbij-drage voor vervolgopleidingen van medisch specialisten zich tot debestaande en verwachte personeelstekorten in de zorg? Wat is hetgeraamde effect van deze verlaging op de opleidingscapaciteit per jaar?Antwoord op vraag 264Het is afhankelijk van de nadere vormgeving van de maatregel of dezegevolgen heeft voor het aantal medisch specialisten dat wordt opgeleid.Vraag 265Waarop is de reservering van 500 miljoen euro voor het NationaalAgentschap voor Disruptieve Innovatie gebaseerd?Antwoord op vraag 265In het coalitieakkoord is 500 miljoen euro (niet-saldorelevant) gereser-veerd voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Hetkabinet zal dit uitwerken en vervolgens de Kamer hierover informeren.Vraag 266Op welk tijdspad (wanneer welke tenders en opleveringen; met hoeveelgeld en GW per keer) zijn de reeksen Wind op Zee gebaseerd?Antwoord op vraag 266Er zijn investeringsmiddelen vrijgemaakt voor het behalen van 40GigaWat(GW) wind op zee, met name voor investering via Contracts for Difference(CfD). Het kabinet zal dit uitwerken en vervolgens de Kamer hieroverinformeren.Vraag 267Op welke manier wordt het overgangsrecht vormgegeven bij demaatregel WIA: IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV)? Voor welkegroepen gaat deze maatregel gelden? Geldt deze maatregel alleen voornieuwe gevallen of ook voor lopende uitkeringen?Antwoord op vraag 267Deze maatregel gaat alleen gelden voor nieuwe instroom in de IVA.Mensen die op het moment van invoering al een IVA-uitkeringenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5572 ontvangen, behouden hun recht. De exacte vormgeving van dezemaatregel moet nog verder uitgewerkt worden.Vraag 268Op welke manier wordt het overgangsrecht vormgegeven bij demaatregel Verlagen maximumdagloon met 20% per 2029? Voor welkegroepen gaat deze maatregel gelden? Geldt deze maatregel alleen voornieuwe gevallen of ook voor lopende uitkeringenAntwoord op vraag 268Het verlagen van het maximumdagloon met 20% per 2029, zoalsopgenomen in het coalitieakkoord, geldt zowel voor het zittend bestandals nieuwe instroom. Bij de uitwerking ervan zal nader ingegaan wordenop de gevolgen voor verschillende groepen.Vraag 269Wanneer treedt de maatregel «WIA: IVA afschaffen (incl. taakherschikkingUWV)» in werking? Wanneer moet de wetgeving hiervoor aangepastworden?Antwoord op vraag 269In de budgettaire bijlage bij het coalitieakkoord is opgenomen dat dezemaatregel per 2030 in werking treedt. De IVA-uitkering vervalt vanaf danvoor nieuwe aanvragen. Om invoering per 2030 mogelijk te maken moetde wetgeving uiterlijk voor januari 2028 aangepast zijn. Voor taakher-schikking wordt uitgegaan van inwerkingtreding per 2028. Bij deuitwerking wordt onderzocht wat hiervoor nodig is, ook qua aanpassingvan wet- en regelgeving en op welke termijn dat kan. Voor de zomerwordt de Kamer hierover geïnformeerd.Vraag 270Wanneer moet de wetgeving aangepast worden zodat de maatregel«Verlagen maximumdagloon met 20% per 2029» in 2029 in werking kantreden?Antwoord op vraag 270In de budgettaire bijlage bij het coalitieakkoord is opgenomen dat dezemaatregel per 2029 in werking treedt. Met deze maatregel wordt hetmaximum dagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen verlaagd met20% (nieuwe en bestaande gevallen). Om invoering per 2029 mogelijk temaken moet de wetgeving uiterlijk voor januari 2028 aangepast zijnVraag 271Klopt het dat de maatregel om de IVA af te schaffen uit de budgettairetabel (nr. 54) correspondeert met fiche 1, 2 en 3 uit het IBO WIA, zowel alshet gaat om het budget als het gaat om de vormgeving van de maatregel?Zitten hier ook nog andere fiches uit IBO WIA in?Antwoord op vraag 271Het klopt dat de maatregel om de IVA af te schaffen uit de budgettairetabel correspondeert met fiche 1,2 en 3 uit het Interdepartementaalonderzoek (IBO) naar de WIA. Er zitten verder geen andere fiches uit hetIBO WIA in deze maatregel uit de budgettaire tabel.Vraag 272Wat is het verschil tussen maatregel Vervallen Compensatie RegelingTransitievergoeding (nr. 55) in de budgettaire bijlage en fiche 28 uit deombuigingslijst 2025?Antwoord op vraag 272Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5573 Verschillen in geraamde budgettaire gevolgen zijn met name het gevolgvan bijstellingen van de geraamde uitgaven aan de CRTV op basis vanuitvoeringsinformatie, die zich hebben voorgedaan in de periode tussende ramingsmomenten van de genoemde stukken.Vraag 273Zit in het budgettaire beslag van de maatregel Vervallen CompensatieRegeling Transitievergoeding (nr. 55) ook al de wet «Wetsvoorstel voorbeperken compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag doorlangdurige arbeidsongeschiktheid»?Antwoord op vraag 273Bij de raming van de maatregel Vervallen Compensatie RegelingTransitievergoeding (nr. 55) is rekening gehouden met het feit dat devoorgenomen beperking tot kleine werkgevers van de compensatiere-geling transitievergoeding bij ontslag door langdurige arbeidsonge-schiktheid al onderdeel is van de begroting.Vraag 274Wordt de wet «Wetsvoorstel voor beperken compensatieregelingtransitievergoeding bij ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid»aangehouden en gewijzigd zodat maatregel Vervallen CompensatieRegeling Transitievergoeding (nr. 55) in de budgettaire bijlage hierin ookwordt meegenomen? Is hier al besluitvorming over geweest?Antwoord op vraag 274Bij de raming van de maatregel Vervallen Compensatie RegelingTransitievergoeding (nr. 55) is rekening gehouden met de voorgenomenbeperking tot kleine werkgevers van de compensatieregeling transitiever-goeding bij ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid. Het exactewetgevingstraject dat voor deze maatregel zal worden voorgesteld, is nogniet bekend.Vraag 275Klopt het dat de maatregel Verlagen maximumdagloon met 20% per 2029(nr. 56) correspondeert met fiche 19 uit het IBO WIA (tweemaal dezehoogte), zowel als het gaat om het budget als om de vormgeving van demaatregel? Wat is het gevolg als dit fiche twee keer zo sterk wordttoegepast?Antwoord op vraag 275Ja, de maatregel «verlaging maximumdagloon met 20% per 2029» (nr. 56)sluit qua vormgeving aan bij fiche 19 uit het InterdepartementaalBeleidsonderzoek (IBO) WIA. Het verschil is dat fiche 19 uitgaat van eenverlaging van 10%, terwijl de maatregel in het coalitieakkoord eenverlaging van 20% betreft.Een verlaging met 20% in plaats van 10% betekent dat de effecten groterzijn voor mensen met een inkomen rondom of boven het huidigemaximum dagloon, en dat aanzienlijk meer mensen geraakt worden doorde verlaging. Hierdoor worden de inkomenseffecten groter en vallen meermensen onder het (nieuwe) maximumdagloon. Dit betreft personen meteen uitkering op grond van de WIA, WAO, WW, WAZO, WIEG en WBO dieboven of rond het maximumdagloon zitten, alsook mensen met eenloondoorbetaling bij ziekte. Ten aanzien van de verlofregelingen geldt datindien het loon van de werknemer boven het nieuwe maximumdagloonuitkomt, kan de vergoeding lager zal uitvallen. In cao’s kunnen afsprakenworden gemaakt voor aanvullingen op deze uitkering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5574 Omdat het maximum premieloon mee daalt met het maximumdagloon,betalen werkgevers minder premie over inkomens boven het nieuwemaximum dagloon.Vraag 276Klopt het dat de maatregel Verlagen maximumdagloon met 20% per 2029(nr. 56) zowel gaat om de IVA, WGA, WAO, WW, ZW WAZO, WIEG en WBOuitkeringen? Wat betekent dit concreet voor mensen die deze uitkeringontvangen? Klopt het dat de vergoeding bij verlof daalt?Antwoord op vraag 276Zie antwoord 275.Vraag 277Op welke manier wordt het overgangsrecht vormgegeven bij demaatregel «Duurverkorting 12 maanden. Aanscherpen referte-eis,vertraagde opbouw, 80% uitkeringshoogte in de eerste twee maanden»?(nr. 57)? Voor welke groepen gaat deze maatregel gelden? Geldt dezemaatregel alleen voor nieuwe gevallen of ook voor lopende uitkeringen?Of verschilt dit per onderdeel?Antwoord op vraag 277De wijzigingen van de WW- en loongerelateerde WGA-uitkering geldenalleen voor mensen die na de datum van inwerkingtreding nieuw eenuitkering ontvangen. Rechten die voor de datum van inwerkingtreding zijnontstaan worden niet gewijzigd. Dat zou betekenen dat per 1 januari 2028de maximale WW-duur voor nieuwe gerechtigden 12 maanden is. Per1 januari 2030 zou dan de aangescherpte referte-eis, vertraagde opbouwen 80% uitkeringshoogte in de eerste twee maanden gaan gelden voornieuwe WW-uitkeringen. Alle wijzigingen vergen een wetswijziging. Dewetstrajecten moeten voor de ingangsdatum zijn afgerond.Vraag 278Wanneer treedt de maatregel «Duurverkorting 12 maanden. Aanscherpenreferte-eis, vertraagde opbouw, 80% uitkeringshoogte in de eerstetwee maanden»? (nr. 57) in werking? Wanneer moet de wetgevinghiervoor aangepast worden?Antwoord op vraag 278Zie het antwoord op vraag 277.Vraag 279Klopt het dat de maatregel «Duurverkorting 12 maanden. Aanscherpenreferte-eis, vertraagde opbouw, 80% uitkeringshoogte in de eerste tweemaanden»? (nr. 57) correspondeert met fiches 5 (met andere uitkerings-hoogtes), 6 en 7 uit de ombuigingslijst 2025, zowel als het gaat om hetbudget als het gaat om de vormgeving van de maatregel?Antwoord op vraag 279Het pakket WW-maatregelen correspondeert met maatregelen 4, 6, en 7op de ombuigingslijst. Het verhogen van de uitkeringshoogte in de eerstetwee maanden is niet in de ombuigingslijst opgenomen. De vormgevingvan de maatregelen in het coalitieakkoord wijkt af van vormgeving van demaatregelen op de ombuigingslijst. De budgettaire effecten wijkendaarmee ook af.Voor de maatregelen op de ombuigingslijst gelden andere inwerkingtre-dingsdatums dan in het coalitieakkoord. Daarnaast geldt bij alle wijzi-gingen van de WW uit het coalitieakkoord dat deze wijzigingendoorwerken op de loongerelateerde Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeids-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5575 geschikten (WGA) uitkering. Dit is in de budgettaire effecten op deombuigingslijst niet meegenomen.Voor de maatregel uit het coalitieakkoord wordt de maximale WW-duur inéén keer verkort naar 12 maanden. In de ombuigingslijst staat een varianthierop waarbij de maximale WW-duur getrapt wordt afgebouwd.Bij maatregel 6 van de ombuigingslijst wordt de vertraagde opbouw vanWW-rechten enkel toegepast op de nieuw gewerkte jaren na inwerking-treding van de maatregel. Bij maatregel 57 uit het coalitieakkoord geldt desystematiek van vertraagde opbouw ook voor eerder gewerkte jaren.Tot slot omvat het budgettaire effect in het coalitieakkoord ook hetinteractie-effect tussen de verschillende WW-maatregelen.Vraag 280Kunt u het budgettair beslag van de maatregel «Duurverkorting12 maanden. Aanscherpen referte-eis, vertraagde opbouw, 80% uitke-ringshoogte in de eerste twee maanden» (nr. 57) uitsplitsen naar deverschillende onderdelen (duurverkorting doorwerking WW, duurver-korting doorwerking WGA, aanscherpen referte-eis, vertraagde opbouw,80% uitkeringshoogte) en daar zo nodig ook een los interactie-effect bijopnemen?Antwoord op vraag 280De tabel hieronder geeft de budgettaire effecten van de verschillendemaatregelen weer als deze afzonderlijk van elkaar zouden wordeningevoerd. De reeks voor het interactie-effect geeft het verschil weer alsalle maatregelen samen doorgevoerd worden om te komen tot hetbudgettaire effect dat is opgenomen in de budgettaire bijlage van hetcoalitieakkoord.Voor alle maatregelen geldt dat ze van toepassing zijn op de WW- enloongerelateerde WGA-uitkering. In onderstaande tabel zijn daarom detotale budgettaire effecten van een maatregel opgenomen (inclusiefhogere uitgaven aan de bijstand, effect op de Toeslagenwet en lagereuitvoeringskosten doordat het aantal WW-uitkeringen afneemt).Tabel 24 Budgettaire effecten maatregelen WW hervormingBudgettaire effecten in mln. €20262027202820292030Structureel(2033)80% uitkeringshoogte eerste tweemaanden00008391Duurverkorting 12 maanden000– 531– 711– 722Vertraagde opbouw0000– 83– 463Aanscherpen referte-eis0000– 287– 541Reservering extra uitvoeringskosten UWV005522Interactie tussen maatregelen00006313Totaal effect005– 526– 991– 1.320 Vraag 281Wat is de definitie van «bedrijven» in «vrijheidsbijdrage voor bedrijven»(nr. 6)?Antwoord op vraag 281De vrijheidsbijdrage voor bedrijven is ingevuld als taakstellendeverhoging van de aof-premie (met dezelfde verhouding tussen het lage enhoge tarief). Over de invulling zal overleg plaatsvinden met ondernemers-organisaties mede in het licht van het vestigingsklimaat. Voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5576 aof-premie geldt dat deze wordt betaald door werkgevers (inclusiefoverheid).Vraag 282Klopt het dat de voorgenomen vrijheidsbijdrage voor bedrijvenwerknemers duurder maakt ten opzichte van ZZP’ers? Hoe groot is ditverschil gemiddeld per werknemer en in totaal?Antwoord op vraag 282Dat klopt. De vrijheidsbijdrage voor bedrijven is ingevuld als taakstellendeverhoging van de aof-premie. Over de invulling zal overleg plaatsvindenmet ondernemersorganisaties mede in het licht van het vestigingsklimaat.Als de vrijheidsbijdrage wordt ingevuld als verhoging van de werkgevers-premies dan worden werknemers relatief duurder ten opzichte vanniet-werknemers. De Aof-premie zou ongeveer 0,44 procentpunt moetenstijgen om het structurele bedrag van 1,7 miljard euro op te halen. UWVraamt voor 2026 een gemiddelde loonsom van 43.300 per werknemer. Depremiestijging is dus ongeveer 195 euro per werknemer. In totaal gaat hetvoor bedrijven om een lastenverzwaring van ongeveer 0,3 procent vanhun totale loonkosten (zie antwoord 63).Vraag 283Klopt het dat het verhogen van de AOF-premie ervoor zorgt datwerknemers met een inkomen onder het maximum premieloon relatiefduurder worden t.o.v. werknemers met een inkomen boven het maximumpremieloon?Antwoord op vraag 283Dat klopt.Vraag 284Wat zijn de meest recente cijfers waarmee u rekent ten aanzien van deMPP-raming, de incidentele meerkosten voor crisisnoodopvang en dekosten van het solidariteitsmechanisme?Antwoord op vraag 284Op 26 september 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de MeerjarenProductie Prognose (MPP) 202532. Dit is de meest recente MPP diegepubliceerd is. Het kabinet heeft gekozen om op de aanvullende postmiddelen te reserveren voor asiel ter hoogte van 2,6 miljard euro in 2027aflopend naar 2,1 miljard euro in 2030. Hierbij wordt aangesloten bij hetbasispad gehanteerd door het CPB voor de begroting van Asiel enMigratie bij de Concept-Macro Economische Verkenning en Keuzes inKaart. U wordt op een later moment geïnformeerd door de Minister vanAsiel en Migratie over de verdeling van de investeringsenveloppen uit debudgettaire bijlage van het coalitieakkoord.Vraag 285Welke vormgeving is er voorzien bij maatregel 50 (Versterking vangezinnen)? Is uit te sluiten dat er groepen op achteruit gaan?Antwoord op vraag 285Maatregel 50 (Versterking van gezinnen) betreft de samenvoeging van dekinderbijslag (AKW) en het kindgebonden budget (WKB) tot één kindre-geling met een hoger vast en een lager variabel bedrag. Hiermee wordtbeoogd de ondersteuning voor gezinnen eenvoudiger en zekerder temaken. De maatregel vermindert onder meer het aantal regelingen en hetrisico op terugvorderingen.32Kamerstukken II 2025–2026, 19 637, nr. 3478Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5577 Het kabinet gaat spoedig van start met de uitwerking van deze maatregelen zal uw Kamer hierover op een later moment informeren.Vraag 286Vereist het verlagen van het maximumdagloon een wetswijziging?Antwoord op vraag 286Ja, deze maatregel vereist een wetswijzing.Vraag 287Welk aandeel van de re-integratiebudgetten of re-integratiemiddelen bijUWV wordt nu wegbezuinigd?Antwoord op vraag 287De invulling van de 100 miljoen euro bezuiniging op dere-integratiemiddelen is nog niet bekend. Het kabinet gaat spoedig vanstart met de uitwerking van deze maatregel en zal uw Kamer hierover opeen later moment informeren.Vraag 288Waarom is gekozen voor een referte-eis van 42 weken op 52 weken? Watis de onderbouwing van het getal 42 t.o.v. 43 of 41 of andere getallen?Antwoord op vraag 288Het kabinet gaat spoedig van start met de uitwerking van deze maatregelen zal uw Kamer over de onderbouwing van de wijziging van dereferte-eis op een later moment informeren.Vraag 289Is de keuze voor een referte-eis van 42 weken op 52 weken puurgebaseerd op budgetten?Antwoord op vraag 289Het kabinet gaat spoedig van start met de uitwerking van deze maatregelen zal uw Kamer over de onderbouwing van de wijziging van dereferte-eis op een later moment informeren.Vraag 290Welke groepen zullen nu niet meer in aanmerking komen voor de WWgezien de nieuwe referte-eis van 42 weken op 52 weken? Kunt u dezegroepen omschrijven op basis van verschillende kenmerken, in iedergeval: geslacht, leeftijd, type arbeidscontract en inkomen?Antwoord op vraag 290Het CBS heeft voor de WW-instroom in 2022 en 2023 onderzocht welkegroepen niet meer in aanmerking komen voor een WW-uitkering wanneerde referte-eis wordt verlengd naar 42 uit 52 weken.1 Het onderzoek laatzien dat een verlenging van de referte-eis ertoe leidt dat qua leeftijd naarverhouding jongeren tot en met 24 jaar minder in aanmerking komen voorde WW. Daarnaast betreft het vaker mensen met een flexibele arbeidsre-latie en de lagere inkomensgroepen. Op basis van geslacht is geenduidelijk onderscheid zichtbaar.Vraag 291Klopt het dat het verlagen van het maximum dagloon deels de verhogingvan de AOF-premie compenseert bij werkgevers met veel medewerkersmet lonen boven het maximum premieloon?Antwoord op vraag 291Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5578 Het maximumpremieloon is in 2026 gelijk aan 79.409 euro. Bij eenverlaging met 20 procent zou dat 63.527 euro zijn. Werkgevers waarbijniemand meer verdient dan dat bedrag profiteren niet van de verlagingvan het maximumpremieloon. Werkgevers met veel medewerkers bovenhet maximumpremieloon hebben profijt van de grondslagverkleining. Allewerkgevers gaan meer premies betalen, zowel werkgevers met veelwerknemers boven het maximumpremieloon als daaronder.Vraag 292Hoeveel daalt de totale werkgeversbijdrage door de voorgenomenverlaging van het maximum dagloon met 20 procent, exclusief voorge-nomen veranderingen in premies?Antwoord op vraag 292De precieze geraamde daling van de werkgeversbijdragen als gevolg vaneen lager maximumpremieloon moet nog worden vastgesteld.Vraag 293Waar zitten de huishoudens in de gestandaardiseerde inkomensverdeling,die door de verlaging van het maximumdagloon een lagere uitkeringzouden ontvangen? In welke mate zijn dit middengroepen? In hoeverrezijn dit huurders en in welke mate bezitters van een koopwoning?Antwoord op vraag 293Het maximumdagloon is een bruto inkomensbegrip en een uitkering opbasis van dit loon is in het huidige stelsel (zonder aanpassing) ongeveergelijk 185% van het minimumloon (uitgaande van een uitkeringsnorm van70%). Onderstaande tabel toont de bruto inkomensverdeling vanhuishoudens zoals het Centraal Planbureau (CPB) die hanteert in dekoopkrachtramingen in de CEP en MEV. Een alleenstaande valt in hetderde inkomenskwintiel en huishoudens met een partner met inkomenzitten daarboven. Na de verlaging zal een deel van de huishoudens in hettweede kwintiel terecht komen.Tabel 25 Inkomensgrenzen voor indeling van huishoudens in kwintielen(20%-groepen) op basis van bruto huishoudinkomenInkomensgroepInkomensgrens1e 20%-groep<= 106% WML2e 20%-groep106–173% WML3e 20%-groep173%–256% WML (uitkering op basis van max dagloon)4e 20%-groep256–378% WML5e 20%-groep>378% WMLBron: koopkrachtramingen CPB In welke mate de personen die te maken krijgen met een het verlagen vanhet maximumdagloon in een huur- of koopwoning wonen is op basis vande beschikbare gegevens nu niet aan te geven.Vraag 294In hoeverre zorgen de bezuinigingen op de WW dat de stabiliserendewerking van deze uitkeringen bij economische schokken verminderd is?Antwoord op vraag 294De voorgestelde maatregelen ten aanzien van de WW, waaronder eenhogere uitkering aan het begin en een verkorting van de duur naar 1 jaar,leiden per saldo tot een besparing op de WW-uitgaven. De verwachting isdat hierdoor over het algemeen de stabiliserende werking van de WW bijeconomische schokken zal verminderen, al is de mate waarin niet opvoorhand te zeggen. Dit hangt namelijk onder meer af van de econo-mische situatie op dat moment, zoals de conjunctuur en situatie op deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5579 arbeidsmarkt. De voorgestelde maatregelen in de WW zijn onderdeel vaneen breder pakket aan maatregelen die de arbeidsmarkt activerendermaken en ervoor zorgen dat werknemers zich blijven ontwikkelen en sterkstaan in een veranderende economie. Dit kan eraan bijdragen dat mensensneller passend nieuw werk vinden.Vraag 295In welke mate worden jongeren harder geraakt dan andere leeftijds-groepen door de verandering van de referente-eis van 26 van de 36 naar42 van de 52 weken bij de WW?Antwoord op vraag 295Het CBS heeft voor de WW-instroom in 2022 en 2023 onderzocht welkegroepen niet meer in aanmerking komen voor een WW-uitkering wanneerde referte-eis wordt verlengd naar 42 uit 52 weken. Het onderzoek laatzien dat een verlenging van de referte-eis ertoe leidt dat naar verhoudingjongeren tot en met 24 jaar minder vaak in aanmerking komen voor eenWW-uitkering. De duurverkorting van de WW treft vaker ouderewerknemers die met hun arbeidsverleden meer WW-recht opgebouwdhebben.Vraag 296Voor een positief effect om het emu-saldo zullen bezuinigingen op dezorg, zoals de verhoging van het eigen risico, en de sociale zekerheid,zoals het verlagen van het maximale dagloon, nog gekoppeld moetenworden met een extra lastenverzwaring. Hoe hoog is deze lastenver-zwaring naar schatting en klopt het dat deze nog niet is ingevuld? Hoe isde nieuwe coalitie voornemens om deze in te vullen?Antwoord op vraag 296Zie antwoord vraag 70.Vraag 297Hoeveel werknemers worden geraakt door de verlaging van hetmaximumdagloon (in percentage en absoluut)?Antwoord op vraag 297De verlaging van het maximumdagloon werkt door in de hoogte vanverschillende uitkeringen, te weten de ziekte-, arbeidsongeschiktheids-,werkloosheids- en verlofregelingen. Werknemers zijn verzekerd voorinkomensverlies indien een van deze situaties zich voordoet. Op basis vande meest recente inzichten zullen in het jaar van invoering van demaatregel (2029) naar verwachting circa 1,5 miljoen mensen één van dezeuitkeringen ontvangen. Op basis van de meest recente inzichten zalgrofweg 18% hiervan een lagere uitkering ontvangen vanwege deverlaging van het maximumdagloon. Dat zijn grofweg 260.000 mensen.Daarnaast kan de verlaging doorwerken in de loondoorbetaling bij ziekte.Het maximale loon waarover een werkgever 70% loon moet doorbetalenbij ziekte is wettelijk gemaximeerd op het maximum premieloon. Hetmaximum premieloon daalt mee met de verlaging van het maximum-dagloon. Veel CAO’s kennen hier echter weer bovenwettelijke aanvul-lingen op. Het is mede daardoor niet goed in te schatten hoeveel mensendit daadwerkelijk raakt.Vraag 298Hoeveel werknemers zijn er die nu op of boven het maximumdagloonzitten en hoeveel worden dat er meer met de verlaging van het maximum-dagloon met 20 procent?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5580 Antwoord op vraag 298Dit antwoord is gebaseerd op de verwachtingen voor 2029, omdat dat hetjaar van invoering is van de maatregel. Op basis van de meest recenteinzichten zijn er in 2029 grofweg 110.000 mensen met een ziekte-,arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids- of verlofuitkering die gebaseerdis op het huidige maximumdagloon. Inclusief de verlaging van hetmaximumdagloon met 20 procent zal dit naar verwachting grofweg260.000 mensen betreffen. Daarnaast werkt de verlaging door in hetmaximumdagloon bij loondoorbetaling bij ziekte. Zie hiervoor ookvraag 297. Er zijn geen cijfers beschikbaar over hoeveel mensen ditbetreft.Vraag 299Wat is gemiddeld genomen het bruto-inkomen per maand (dus zondervakantiegeld, eindejaarsuitkering en andere eventuele toeslagen) dathoort bij het huidige maximumdagloon en welk bruto maandinkomen isdat voor het verlaagde maximumdagloon?Antwoord op vraag 299In (prijsniveau) 2027 is het totale bruto maximum dagloon op jaarbasisongeveer gelijk aan 82,5 dzd. euro. Zonder vakantiegeld komt dit neer opbruto 76,4 dzd. euro op jaarbasis, en bruto 6,4 dzd. euro op maandbasis.Na de maatregel is dit ongeveer 5,1 dzd. euro op maandbasis.Vraag 300Kan voor drie voorbeeldinkomens die geraakt worden (1. halverwege hetoude en het nieuwe maximumdagloon, 2. halverwege die helft en hetnieuwe maximumdagloon en 3. halverwege de helft en het oudemaximumdagloon) door de verlaging van het maximumdagloon deberekening worden gemaakt hoeveel zij met gewoon werken zoudenverdienen, hoe hoog hun WGA-uitkering zou zijn in de huidige situatie enhoe hoog bij verlaging van het maximumdagloon? Kunt u dit schematischop 3 rijen weergegeven?Antwoord op vraag 300Onderstaande tabel toont hoe hoog de WGA-uitkering is voor dedrie gevraagde voorbeelden in de huidige situatie en na verlaging van hetmaximumdagloon, uitgaande van een bruto uitkering van 70% van hetdagloon. De tabel toont tevens het bruto loon bij een inkomen van 100%van het dagloon.Tabel 26 Hoogte bruto uitkering op jaarbasis (dzd. euro’s) in verschillende situatiesWGA-uitkering en bruto loon (dzd. euro’s), prijzen 2027Bij een WGA-uitkering (70% dagloon)Bij inkomen uitarbeid (100%dagloon)VoorbeeldHuidige situatieNa maatregelHuidigesituatie/namaatregelSituatie 1:€ 52,00€ 46,20€ 74,30halverwege het oude en hetnieuwe maximumdagloonSituatie 2:€ 49,10€ 46,20€ 70,10halverwege die helft en hetnieuwe maximumdagloonSituatie 3:€ 54,90€ 46,20€ 78,40halverwege die helft en hetoude maximumdagloon Vraag 301Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5581 Kan voor drie voorbeeldinkomens (1. halverwege het oude en het nieuwemaximumdagloon, 2. halverwege die helft en het nieuwe maximum-dagloon en 3. halverwege die helft en het oude maximumdagloon) eenberekening worden gemaakt voor de situatie waarin sprake is van eenIVA-uitkering? Kan daarbij schematisch op drie rijen worden weergegevenhoe hoog de IVA-uitkering in de huidige situatie zou zijn en hoe hoog bijverlaging van het maximumdagloon, en kan in een vierde rij aanvullendworden weergegeven wat de inkomenseffecten zijn wanneer zowel hetmaximumdagloon wordt verlaagd als de IVA-uitkering wordt verlaagd van75% naar 70%?Antwoord op vraag 301Onderstaande tabel toont hoe hoog de IVA-uitkering is voor de driegevraagde voorbeelden in de huidige situatie en na verlaging van hetmaximumdagloon, uitgaande van een bruto uitkering van 75% van hetdagloon.De tweede tabel toont de inkomenseffecten van iemand met eenIVA-uitkering en een SV-loon (het brutoloon waarover in Nederlandbelasting en sociale premies worden berekend) in de verschillendevoorbeelden. De berekening is uitgevoerd met de parameters in hetbelastingstelsel in 2027. Bij de tweede tabel dient opgemerkt te wordendat het afschaffen van de IVA van toepassing is op nieuwe arbeidsonge-schikten. Hierdoor treedt er geen inkomenseffect op voor het zittendbestand, maar komt de (bruto en netto) uitkering voor nieuwe arbeidson-geschikten lager te liggen.Tabel 27 Hoogte bruto uitkering op jaarbasis (dzd. euro’s) in verschillende situatiesIVA-uitkering, prijzen 2027Bij een IVA-uitkering (75% dagloon)Nieuwe instroomVoorbeeldHuidige situatieNa maatregelNa verlagenIVA-uitkering naar70% dagloonSituatie 1:€ 55,70€ 49,50€ 46,20halverwege het oude en hetnieuwe maximumdagloonSituatie 2:€ 52,60€ 49,50€ 46,20halverwege die helft en hetnieuwe maximumdagloonSituatie 3:€ 58,80€ 49,50€ 46,20halverwege die helft en hetoude maximumdagloon Tabel 28 Inkomenseffecten verlagen max dagloon en afschaffen IVA-uitkering, vooreen alleenstaande met een IVA-uitkering in verschillende situaties, prijzen 2027,effect op jaarbasisMaatregelEffect opbrutoinkomenEffect opbesteedbaarinkomenInkomenseffectmaatregelSituatie 1:€ – 6,2dzd€ – 3,5 dzd– 10,10%halverwege het oude en het nieuwemaximumdagloonSituatie 2:€ – 3,1dzd€ – 1,7 dzd– 5,30%halverwege die helft en het nieuwemaximumdagloonSituatie 3:€ – 9,3dzd€ – 5,2 dzd– 14,40%halverwege die helft en het oude maxi-mumdagloonTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5582 MaatregelEffect opbrutoinkomenEffect opbesteedbaarinkomenInkomenseffectmaatregelAfschaffen IVA-uitkering voor nieuweWIA-instroom1€ – 3,3dzd€ – 1,8 dzdn.v.t.1 Uitgaande van een verlaagd maximumdagloon (eerst wordt het dagloon verlaagd en dan deIVA-uitkering). Het effect op bruto en besteedbaar inkomen heeft hier betrekking op het verge-lijken van een IVA-uitkering gebaseerd op het maximumdagloon en een WGA-uitkeringgebaseerd op het maximumdagloon (zoals voor nieuwe instromers gaat gelden). Vraag 302Waar is het budgettaire beslag bij de verlaging van het maximumdagloonop gebaseerd? Is dit op nieuwe uitkeringen of ook op bestaandeAntwoord op vraag 302Het verlagen van het maximumdagloon werkt door in alle loongerela-teerde uitkeringen, te weten de IVA, WGA, WAO, WW, ZW, WAZO, WIEGen WBO. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkeringkrijgen. Uitgangspunten van de raming zijn invoering per 2029 voor zowelhet zittend bestand als nieuwe instroom. De verlaging van 20%, zoalsopgenomen in het coalitieakkoord, geldt direct voor iedereen.Vraag 303Welk percentage van de instroom in een WGA-uitkering stroomt,gemiddeld genomen over de afgelopen vijf jaar, in de huidige situatie(qua opbouw/duur loongerelateerde uitkering) door naar een vervolguit-kering?Antwoord op vraag 303De door u gevraagde cijfers zijn binnen de beantwoordingstermijn nietbeschikbaar.Vraag 304Wat is de huidige verdeling van uitkeringsgerechtigden die een vervolguit-kering krijgen over de vier verschillende categorieën/hoogten van devervolguitkering?Antwoord op vraag 304Op peildatum 1-6-2025 was de verdeling van de uitkeringsgerechtigdenmet een vervolguitkering in de WGA over de 4 uitkeringscategorieën alsvolgt:Tabel 29 Verdeling uitkeringsgerechtigden vervolguitkering in de WGA28% van het minimumloon (35–45% arbeidsongeschikt)29%35% van het minimumloon (45–55% arbeidsongeschikt)28%42% van het minimumloon (55–65% arbeidsongeschikt)23%50,75% van het minimumloon (65–80% arbeidsongeschikt)20% Vraag 305Welk percentage van de WGA-uitkeringsgerechtigden stroomt door naarde vervolguitkering als de duur/opbouw van de loongerelateerde uitkeringconform coalitieakkoord wordt aangepast?Antwoord op vraag 305Deze gegevens zijn niet exact bekend, maar bij de doorrekening van hetgecombineerde effect van de duurverkorting en de vertraagde opbouwvan WW-rechten is verondersteld dat ca. 18,5% van de mensen die deWGA instromen na afloop van de loongerelateerde uitkering minder danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5583 50% van hun resterende verdiencapaciteit benut, en daarom doorstroomtnaar een vervolguitkering.Vraag 306Als de voorgestelde aanpassing van de duur/opbouw van de loongerela-teerde uitkering al in 2025 voor de populatie in de WGA-uitkering hadgegolden, hoeveel daarvan waren dan de vervolguitkering ingestroomd?Antwoord op vraag 306Op peildatum 1-6-2025 waren er circa 5.200 mensen in de WGA 35–80 metrecht op meer dan 12 maanden loongerelateerde fase. Deze mensenzouden eerder in de vervolgfase komen als de loongerelateerde fasemaximaal 12 maanden zou bedragen.Vraag 307Geldt de aanpassing van de duur/opbouw van WW- en WGA-rechten ookvoor mensen die al in de uitkering zitten?Antwoord op vraag 307Nee, de aanpassing van de duur en opbouw van WW- en loongerela-teerde WGA-rechten is alleen van toepassing op mensen die na de datumvan inwerkingtreding nieuw een uitkering ontvangen.Vraag 308Welk percentage van de huidige WW-uitkeringsgerechtigden stroomt nudoor naar een bijstandsuitkering en hoe gaat dat veranderen als de duuren de opbouw van de WW-rechten wordt aangepast?Antwoord op vraag 308De tabel hieronder geeft het percentage mensen weer dat vanuit deWW-uitkering doorstroomt naar een bijstandsuitkering voor de jaren 2020t/m 2024. Hierbij is een uitsplitsing gemaakt naar de doorstroom alspercentage van alle WW-uitstroom en de doorstroom als percentage vande groep uitkeringsgerechtigden voor wie de WW-uitkering wordtbeëindigd vanwege het bereiken van de maximale WW-duur. Hetpercentage neemt naar verwachting toe als gevolg van de verwachtingdat de werkloosheid de komende jaren toeneemt, de arbeidsmarkt ietsontspant en omdat mensen door de kortere WW-periode minder tijdhebben om een nieuwe baan te vinden. Hier is bij de berekening van debesparing van de WW-maatregelen rekening mee gehouden.Tabel 30 Doorstroom van WW naar bijstand voor 2020 t/m 2024Percentage doorstroom bijstand20202021202220232024Van alle WW-uitstroom5,50%3,70%2,90%3,70%3,70%Na bereiken maximaleWW-duur12,60%9,50%7,40%8,50%8,80% Vraag 309Hoeveel minder WW en WIA wordt er verstrekt als gevolg van deaanpassing van de referte-eisen?Antwoord op vraag 309Op basis van het CBS-onderzoek naar het aanscherpen van de referte-eiswordt uitgegaan van ongeveer 12% van de WW-instroom die niet meer inaanmerking zou komen voor een WW-uitkering. Voor de loongerelateerdeWGA-uitkering wordt uitgegaan van ongeveer 3%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5584 Dit leidt tot de budgettaire effecten in onderstaande tabel. Hierbij geldt dater een interactie-effect is tussen het pakket aan maatregelen. Hetantwoord op vraag 280 geeft de interactie tussen de maatregelen weer.Hierdoor valt de totale besparing lager uit. De totaalreeks in onderstaandetabel bevat naast de verwachte effecten op de WW en WGA ook deverwachte effecten op onder andere de bijstand, Toeslagenwet enuitvoeringskosten.Tabel 31 Budgettaire effecten aanscherpen referte-eisen voor WW en WGABudgettaireeffecten in mln. €20262027202820292030Struc-tureel(2033)Totaal0000– 287– 541w.v. WW0000– 318– 595w.v. WGA0000– 8– 18 Vraag 310Gaan de sociale premies in gelijke mate omlaag nu de bijhorende rechtenworden versoberd en zo nee, welke juridische risico’s zijn daarbij teduiden?Antwoord op vraag 310In het Coalitieakkoord zijn geen verlagingen van de premietarievenopgenomen. De voorgenomen maatregelen in de sociale zekerheid zorgenop termijn wel voor minder uitgaven ten laste van de door UWVbeheerder fondsen. Het saldo van baten en lasten van de fondsen zal dusverbeteren, en daarmee neemt het in de fondsen opgebouwde vermogenverder en sneller toe.Vraag 311Wat is de derving aan premie-inkomsten door de verlaging van hetmaximumdagloon/maximumpremieloon?Antwoord op vraag 311Zie antwoord vraag 70.Vraag 312Wat is de derving aan belastinginkomsten als gevolg van de verlaging vanhet maximumdagloon?Antwoord op vraag 312Zie antwoord vraag 70.Vraag 313Als de opbouw van de WW wordt vertraagd en de duur van de uitkeringwordt verkort, wanneer bouwt iemand volledige WW op? Wanneer heeftiemand één maand meer dan de minimale WW-duur? Hoe zit dat nu?Graag schematisch weergeven.Antwoord op vraag 313Op dit moment geldt dat tegenover alle jaren arbeidsverleden t/m 2015één maand WW-uitkering staat. Voor alle jaren na 2015 geldt een opbouwvan een hele maand WW-uitkering voor de eerste tien jaren arbeidsver-leden, en een opbouw van een halve maand voor de jaren arbeidsver-leden daarna. De opbouw zoals die geldt voor jaren arbeidsverleden t/m2015 faseert hiermee dus langzaam uit, tot het moment dat er geenwerknemers meer zijn met arbeidsverleden in of voor 2015 (de structurelesituatie). Het huidige beleid is met de Wet werk en zekerheid tot standgekomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5585 De tabel hieronder geeft de huidige structurele situatie weer ten opzichtevan de situatie zoals beoogd met het coalitieakkoord. Hieruit volgt dat demaximale WW-duur van 12 maanden wordt bereikt bij een arbeidsver-leden van 24 jaar. Vanaf 7 jaar arbeidsverleden is de WW-duur hoger dande minimale WW-duur van 3 maanden. Op dit moment is dit reeds na4 jaar arbeidsverleden het geval. Om in aanmerking te komen voor eenuitkeringsduur langer dan de minimale duur, moet een werknemer 4 vande 5 kalenderjaren voorafgaand aan werkloosheid gewerkt hebben. Dezevoorwaarde wijzigt niet.Tabel 32 Opbouw WW-recht in huidige situatie en na maatregelen uit hetCoalitieakkoordOpbouw WW-recht (inmaanden)Arbeidsverleden (in jaren)Huidige situatieNa maatregelen uit CA1, 2 of 3 jaar33443553663773,5884994,5101051110,55,5121161311,56,5141271512,57,5161381713,58,5181491914,59,52015102115,510,52216112316,511,52417122517,5122618122718,5122819122919,5123020123120,5123221123321,5123422123522,5123623123723,512382412 Vraag 314Zit bij het bedrag van de WW-duurverkorting ook het bedrag behorendebij de eerder voorgenomen duurverkorting tot 18 maanden? Hoeveelbedraagt de eerder voorgenomen duurverkorting tot 18 maanden en perwanneer staat deze in de boeken?Antwoord op vraag 314Nee, het bedrag van de duurverkorting naar 18 maanden is al verwerkt inde begroting zoals deze gepresenteerd is in de Miljoenennota. Hierbij isuitgegaan van invoering van de duurverkorting per 1 januari 2028. In hetcoalitieakkoord is alleen de extra besparing opgenomen van eenduurverkorting naar 12 maanden ten opzichte van 18 maanden in hetbasispad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5586 Tabel 33 Budgettaire gevolgen WW-duurverkorting van 24 naar 18 maandenx € mln. (prijspeil2025)20262027202820292030Struc-tureelBudgettairegevolgenduurverkorting 24naar 18 maanden05– 5– 141,5– 471,5– 392,2 Vraag 315Waarom is het huis van de Koning uitgezonderd van de taakstelling op deoverheid?Antwoord op vraag 315De taakstelling is doorgevoerd op apparaatsuitgaven per departement enuitvoering. Hieronder valt het huis van de Koning niet.Vraag 316Wat doet het uitstel van ETS2 met de planning van het EnergieNoodfonds? Klopt het dat deze hierdoor cofinanciering vanuit hetklimaatfonds misloopt? Heeft dat juridische en financiële gevolgen, en zoja, welke?Antwoord op vraag 316Het uitstel van de invoering van ETS2 heeft geen invloed op het bedrag uithet Social Climate Fund (SCF) waar Nederland aanspraak op kan maken.Nederland heeft onder andere een voorstel ingediend voor SCF-middelenvoor een publiek energiefonds. De voor Nederland beschikbare middelenuit het SCF blijven gelijk en daarmee ook de financiering zoals beoogdvoor het publiek energiefonds. Er is geen cofinanciering uit het Neder-landse Klimaatfonds voor de maatregel publiek energiefonds van hetSocial Climate Fund. Wel betekent uitstel van ETS2 naar 2028 dat extraonderbouwing nodig is richting de Europese Commissie om compensatievoor energiekosten voorafgaand aan 2028 te legitimeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 848, nr. 5587
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.