Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 oktober 2025, over Hulp- en geneesmiddelenbeleid
Brontekst
Versie 52465d5bf8775d57 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 477GeneesmiddelenbeleidNr. 952 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 27 oktober 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op1 oktober 2025 overleg gevoerd met de heer Bruijn, Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, over:–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 10 juni 2024inzake tijdpad verbetering preferentiebeleid geneesmiddelen(Kamerstuk 29 477, nr. 894);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 12 juni 2024inzake beantwoording vragen commissie over voortgangpakketbeheer van dure geneesmiddelen (Kamerstuk 29 477,nr. 883) (Kamerstuk 29 477, nr. 896);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 13 juni 2024inzake voortgang financiële arrangementen geneesmiddelen2023 (Kamerstuk 29 477, nr. 898);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 13 juni 2024inzake getrapte beleidswijzigingen medicinale cannabis envoornemen tot wijziging Opiumwet (Kamerstuk 29 477,nr. 897);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 20 juni 2024inzake ontwikkelingen rond lichaamsmateriaal (Kamerstuk35 844, nr. 12);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 2 september 2024 inzake berichtgeving van de IGJ(Kamerstuk 29 477, nr. 903);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 3 september 2024 inzake prijsonderhandelingen zanubru-tinib (Kamerstuk 29 477, nr. 905);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 3 september 2024 inzake voortgangsrapportage voorwaar-delijke toelating weesgeneesmiddelen, conditionals enexceptionals (Kamerstuk 29 477, nr. 904);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 4 september 2024 inzake prijsonderhandelingen daroluta-mide (Kamerstuk 29 477, nr. 906);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 10 september 2024 inzake reactie op de motie van het lidDobbe over een brede aanpak van de problemen met de kst-29477-952ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9521 levering van hulpmiddelen (Kamerstuk 29 509, nr. 78) (Kamer-stuk 29 509, nr. 84);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 september 2024 inzake reactie op verzoek van het lidKrul over vergoeding migrainegeneesmiddelen (Kamerstuk29 477, nr. 907);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 4 oktober 2024 inzake reactie op verzoek commissie overeen kabinetsvisie inzake dure geneesmiddelen en daarin meerspecifiek in te gaan op de sluis(werking) voor dure geneesmid-delen met oog op de toelating tot het basispakket (Kamerstuk29 477, nr. 909);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 14 oktober 2024 inzake advies AcICT met betrekking tothet programma Nieuw GBS van aCBG (Kamerstuk 27 529,nr. 322);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 6 november 2024 inzake Nederlandse lijst kritiekegeneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 910);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 7 november 2024 inzake continuering van de sluis voorzes geneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 911);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 8 november 2024 inzake sluiskandidaten eerste helft 2025(Kamerstuk 29 477, nr. 912);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 19 november 2024 inzake antwoorden op vragen commis-sie over het tijdelijk opheffen van de sluis voor Trodelvy(Kamerstuk 29 477, nr. 908) (Kamerstuk 29 477, nr. 913);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 22 november 2024 inzake uitspraak Raad van State overtekortenbesluiten geneesmiddelen (Kamerstuk 29 477,nr. 914);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 november 2024 inzake aanwijzing IGJ in verband methet niet handhavend optreden tegen een overtreding van dehandelsvergunningsplicht op grond van de Geneesmiddelen-wet (Kamerstuk 29 477, nr. 915);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 december 2024 inzake voortgang beschikbaarheidmedische hulpmiddelen (Kamerstuk 32 805, nr. 185);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 december 2024 inzake reactie op verzoek commissieom een stand-van-zakenbrief over de tekortenbesluiten vangeneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 917);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 december 2024 inzake vindbaarheid van patientaccess-programma’s (Kamerstuk 29 477, nr. 920);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 december 2024 inzake voortgang pakketbeheer duregeneesmiddelen tweede helft 2024 (Kamerstuk 29 477,nr. 921);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 14 januari 2025 inzake tijdelijke opheffing sluis Brukinsa(Kamerstuk 29 477, nr. 922);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 7 februari 2025 inzake antwoorden op vragen commissieover continuering van de sluis voor zes geneesmiddelen(Kamerstuk 29 477, nr. 911) en sluiskandidaten eerste helft2025 (Kamerstuk 29 477, nr. 912) (Kamerstuk 29 477, nr. 923);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9522 –de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 21 februari 2025 inzake beleids- en wetsontwikkelingenmedicinale cannabis (Kamerstuk 29 477, nr. 924);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 5 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissie overeen afschrift van het antwoord op de brief van hollandbio overmedicinale cannabis (Kamerstuk 29 477, nr. 925);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 24 maart 2025 inzake antwoorden op vragen commissieover onder andere voortgangsbrief beschikbaarheid genees-middelen (Kamerstuk 29 477, nr. 918) (Kamerstuk 29 477,nr. 932);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 december 2024 inzake voortgangsbrief beschikbaar-heid geneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 918);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.18 maart 2025 inzake Red Alert: nitazenen in illegale pijnmedi-catie (Kamerstuk 29 477, nr. 926);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 mei 2025 inzake sluiskandidaten tweede helft 2025(Kamerstuk 29 477, nr. 934);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 mei 2025 inzake procesmatige evaluatie en voort-gangsrapportage van de voorwaardelijke toelating (VT) voorweesgeneesmiddelen, conditionals en exceptionals, enbeëindiging van de VT voor Translarna (Kamerstuk 29 477,nr. 933);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 19 mei 2025 inzake voortgang financiële arrangementengeneesmiddelen 2024 (Kamerstuk 29 477, nr. 935);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 3 juni 2025 inzake eerstelijnsapotheekzorg (Kamerstuk33 578, nr. 160);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 juni 2025 inzake voortgang beschikbaarheid enleveringszekerheid (Kamerstuk 29 477, nr. 939);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 juni 2025 inzake reactie op verzoek commissie over depetitie met betrekking tot behoud van Geneesmiddelenbulletin(Kamerstuk 29 477, nr. 937);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 juni 2025 inzake ontwikkelingen in het Geneesmidde-lenvergoedingssysteem (GVS) en de Wet geneesmiddelenprij-zen (Wgp) (Kamerstuk 29 477, nr. 938);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 30 juni 2025 inzake voortgangsrapportage expertisecen-trum FAST (Kamerstuk 29 477, nr. 940);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 30 juni 2025 inzake sentimentenpeiling obesitasmedicatie(Kamerstuk 29 477, nr. 941);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 1 juli 2025 inzake stand van zaken medische technologie(Kamerstuk 32 805, nr. 188);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 3 juli 2025 inzake beleidsmatige evaluatie voorwaardelijketoelating weesgeneesmiddelen, conditionals en exceptionals(Kamerstuk 29 477, nr. 942);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 3 juli 2025 inzake burgerraadpleging Dure geneesmidde-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9523 len en voortgang programma Maatschappelijk AanvaardbareUitgaven Geneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 943);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 7 juli 2025 inzake vergoedingsdossier vosoritide (merk-naam Voxzogo) (Kamerstuk 29 477, nr. 944);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 29 augustus 2025 inzake prijsonderhandeling Hemgenix(Kamerstuk 29 477, nr. 945);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.1 september 2025 inzake reactie op verzoek commissie op depetitie met betrekking tot erkenning van obesitas als chroni-sche ziekte en de noodzaak van toegankelijke behandeling(Kamerstuk 32 793, nr. 853);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 8 september 2025 inzake vergoedingsdossier vosoritide(merknaam Voxzogo) (Kamerstuk 29 477, nr. 946);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 22 september 2025 inzake de behoefte vanuit de samenle-ving als basis voor geneesmiddelontwikkeling en -vergoeding(Kamerstuk 29 477, nr. 947);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 22 september 2025 inzake Prothya (Kamerstuk 29 477,nr. 948);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 23 september 2025 inzake update aantal acties terverbetering beschikbaarheid geneesmiddelen, beantwoordingvraag van het lid Slagt-Tichelman over informatievoorzieningpatiënten bij medische technologie en stand van zakenprogramma Medicatieoverdracht (Kamerstuk 29 477, nr. 949).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9524 Voorzitter: MohandisGriffier: SjerpAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Bevers, Bushoff, Claassen,De Korte en Mohandis,en de heer Bruijn, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Aanvang 13.30 uur.De voorzitter:Het is 13.30 uur. Ik open de vergadering. Ik heet allen hier van hartewelkom. Iedereen die dit debat op afstand volgt, en ook de Kamerleden ende Minister, heet ik van harte welkom. We gaan zo beginnen. Voordat ikdat doe, heb ik wat belangrijke mededelingen.De belangrijkste is dat om 13.45 uur de stemmingsbel gaat. Er zijn tweehoofdelijke stemmingen in de plenaire zaal. Dat betekent dat ik devergadering zal schorsen zodra die bel gaat. Alle Kamerleden moeten dannaar de grote zaal, onder wie ook uw voorzitter. Volgens mij zijn er tweestemmingen. Zodra die zijn afgelopen, hervatten we de vergadering. Danweet u dat er vandaag een extra schorsing is, die er normaal niet is.Het is ook goed om te vermelden dat dit vooralsnog – vrijwel zeker, moetik zeggen – het laatste commissiedebat van deze Kamer is. Dat geldt nietvoor de Minister, want zo werkt het in ons bestel: de Minister zit nog even.Maar bij het volgende commissiedebat na de verkiezingen is er eennieuwe Kamer, een nieuwe commissie. Er zijn vaak ook weer nieuwegezichten.Ik ga zo starten met de heer Claassen van de PVV-fractie. Voordat ik datdoe, is het ook goed om te vermelden dat de heer Bevers aanwezig is vande VVD-fractie en de heer Bushoff van GroenLinks-PvdA. U heeft vierminuten spreektijd en maximaal vier interrupties in de eerste termijn. Wezien het straks wel bij de tweede termijn. We gaan beginnen. De heerClaassen.De heer Claassen (PVV):Voordat ik naar de inhoud ga, wil ik alvast zeggen dat ik na mijn inbrengook weg moet vanwege verplichtingen, ook in dit huis. Maar goed, ik gatoch fris van start, voorzitter.Voorzitter. Iedereen wil het beste voor de patiënten, maar ik vraag mesoms echt af of dat daadwerkelijk zo is. Het medicatiebeleid gaat eroverdat dingen kosteneffectief en bewezen effectief moeten zijn, wel proef-dossier, geen proefdossier, dure geneesmiddelen – wat is duur? – eninnovatieve geneesmiddelen. Innovatieve en dure geneesmiddelenmoeten talloze hordes overwinnen en worden na onderhandelingen oppapier met VWS over de prijs uiteindelijk met forse korting toegelaten.Het gevolg is dat de beschikbaarheid van medicatie voor wie die echtnodig heeft over het algemeen slecht is of zelfs te laat komt. Een intoenemende mate falend preferentiebeleid en een niet meer werkendsluitsysteem zijn daar wat ons betreft belangrijke oorzaken van. Hetpreferentiebeleid bespaart zeker kosten op medicatie, maar het systeempiept en kraakt en staat, zoals wij dat zien, op omvallen. Er zijn nog steedstekorten, niet omdat de medicijnen er niet zijn, maar omdat het systeemvaak voorkomt dat beschikbare medicijnen worden geleverd.Voorzitter. Enkele voorbeelden. In 2025, even fictief, is medicijn X, 40milligram, preferent. Maar in 2026 wordt het vervangen door een anderpreferent medicijn Y, want dat is een breektablet van 80 milligram. Indecember liggen er dus nog forse voorraden van het eerdere preferentemedicijn X. Wat ons betreft is dat kapitaalvernietiging. Maar nogbelangrijker is dat er risico’s ontstaan op over- of onderdosering en foutiefgebruik door degenen die deze medicijnen nodig hebben. We zagenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9525 vandaag in het nieuws dat mensen vaker vallen. Door verkeerd gebruikvan medicijnen vallen mensen ook vaker. Er zou dus preventie moetenzijn, bijvoorbeeld door te zorgen dat mensen de medicijnen blijven krijgendie ze gewend zijn.Als fabrikant heb je geen reden om aan Nederland te leveren als je nietpreferent bent, want je moet jezelf uit de markt prijzen. Nederland wordtdan toch wel onaantrekkelijk. Neem salbutamol. Hieraan zijn tekorten,maar niet in het buitenland. Door het preferentiebeleid kost een pufje hier€ 3, terwijl andere landen soms € 25 voor hetzelfde middel betalen. Iksnap dus dat farmaceuten liever niet aan Nederland leveren. MaarNederland heeft die middelen wel nodig en koopt ze dan in uit hetbuitenland, niet voor € 3, maar soms voor € 6, € 10, € 12 of € 25. Dat isdus veel duurder. De vraag is: is er dan wel een tekort aan medicijnen? Ja,misschien hier in Nederland, maar wereldwijd natuurlijk niet.Het zijn twee voorbeelden – ik heb er meer – die eigenlijk laten zien dat weiets moeten doen aan dat preferentiebeleid. Ik vraag de Minister opnieuw– de motie was niet aangenomen – om ons voorstel in de motie uit tewerken, dus dat er niet één, maar twee of drie preferente middelen op demarkt zouden mogen komen. Ik zou de Minister ook willen vragen wat zíjndefinitie is van medicijntekort, want afhankelijk van wie je daaroverspreekt, wordt er gezegd: dít is medicijntekort, dát is medicijntekort. Maarik ben er wel echt benieuwd naar hoe de Minister dat zou definiëren.De aangenomen motie van mij die apothekers bij schaarste laat leverenaan elkaar en laat importeren uit het buitenland, noemt de Ministeronuitvoerbaar. De motie werd ook weggestemd in de Kamer. Dat is raar,want de partijen die deze wegstemden, zijn nu wel voor EU-hergebruik.Misschien kan de Minister uitleggen hoe dat precies zit. Ziet de Ministerniet dat er ook binnen Nederland heel veel te winnen is?Ondanks de motie van mijn collega Thiadens heeft de Minister nog geengoed overzicht van de totale tekorten. Welke verbeterpunten en-voorstellen heeft de Minister voor de distributieketen? Wat doet hij om debeschikbaarheid en distributie te verbeteren? Welke flexibiliteit verwachtde Minister van zorgverzekeraars om bij schaarste aan de zorgplicht tekunnen voldoen? De beschikbaarheid van dure en innovatieve medicijnenloopt fors achter op andere Europese landen. Macedonië bijvoorbeeldheeft meer in de sluis dan Nederland. Dat is echt niet te geloven. Vorigjaar werd mijn motie om de post-sluisperiode te verkorten unaniemaangenomen. Ik heb in het debat ook uitgelegd hoe dat verkorten eruitmoet zien. We zien eigenlijk te weinig beweging. Het blijft hordenlopenzonder te weten hoe hoog de hordes zijn of hoe lang het parcours is. Watdoet de Minister met de verbeterpunten van het Zorginstituut voorvoorwaardelijke toelating? Klopt het dat onderhandelde kortingen op duregeneesmiddelen terugvloeien naar zorgverzekeraars? En als dat niet zo is,wat gebeurt er dan wel met die middelen?Ik ga afronden, voorzitter. Ik zie uw rechterhand al naar de knop gaan.Vorige week nam de Kamer de motie-Thiadens/Claassen aan, overVoxzogo via een pilot beschikbaar maken voor kinderen met dwerggroei.Kan de Minister iets zeggen over de uitvoering en het tijdpad? Als jeonderzoek doet naar de effectiviteit van medicijnen die een directaantoonbaar effect hebben, bijvoorbeeld op pijn, dan weet je dat hetwerkt als de pijn weggaat na het geven van het nieuwe medicijn. Bijdwerggroei werkt het niet zo. De eis om aan te tonen dat het gaat werken,is natuurlijk totaal niet uitvoerbaar.De voorzitter:U bent ruim over uw spreektijd. Dat betekent dat de andere collega’s datook eventueel zouden mogen. De heer Bushoff is helemaal blij. De heerBevers denkt nu: wat doet u mij aan? Nee, alle gekkigheid ... Voordat uweggaat, heeft de heer Bushoff een interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9526 De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Even over die dure innovatieve geneesmiddelen: natuurlijk kan het een enander beter. In het toelatingsproces kun je misschien kijken naarvoorwaardelijke toelating. Je kunt de effectiviteit van geneesmiddelenmeewegen in een voorwaardelijke toelating en pas daarna in eendefinitieve toelating et cetera. Dus ja, er zijn verbeterpunten. De vraag iswel welke rol farmaceuten hierin hebben. Kijk bijvoorbeeld naar hetmiddel Voxzogo. Het is de farmaceut die weigert om het dossier volledigaan te leveren bij het Zorginstituut. We zien heel vaak dat het nietbeschikbaar zijn van middelen leidt tot heel schrijnende verhalen. Dat zienwe ook hier in de Kamer, met petities, in onze mailbox, en in persoonlijkegesprekken. De frustratie is heel begrijpelijk, maar heel vaak zijn het tochde farmaceuten bij wie de bal ligt. Die weten het verdomd goed te spelenvia de media naar de Kamer, naar de politiek. Maar daar ligt dan toch ookeen verantwoordelijkheid. Ik hoop dat de PVV dat ook inziet. Ik benbenieuwd naar hun reactie daarop.De heer Claassen (PVV):Daar heeft de collega helemaal gelijk in. Ik begon mijn bijdrage ook met:iedereen wil het beste voor de patiënt. Maar ik vraag me af of hetdaadwerkelijk zo is. Het moet kosteneffectief zijn. Het moet bewezeneffectief zijn. Dan volgen er prijsonderhandelingen. Ik heb in gesprekkenweleens gezegd: wat is het raar dat je korting moet krijgen en dan weetdat je een hogere prijs gaat vragen. Dat is een pervers systeem. Vraaggewoon de prijs die het kost en hou op met die flauwekul met kortingen.In het nieuws hebben we ook over de patenten kunnen lezen. Daar heb ikover gelezen. De Minister heeft er ook op gereageerd. Ik denk dat het eenweg is die je zou kunnen bewandelen. Als je je medicijn een beetjeaanpast, kun je het patent opnieuw verlengen. Volgens mij was dat niet debedoeling van het hele vraagstuk. Tot slot deel ik ook wel dat het voor eenKamerlid op dit dossier wel een beetje spitsroeden lopen is. Volgens mijwillen wij er allemaal het beste uit halen voor de patiënt, politiek gezien.VWS wil dat ook en de farmaceut wil dat ook. In je bijdrage wil je dan nietin de val trappen dat je het voor de ene of de andere partij opneemt. Ikheb dat ook proberen te doen in mijn bijdrage. Het gaat over de hordesnemen, zoals ik zei over die dure geneesmiddelen. Er valt heel veel tewinnen.De voorzitter:Duidelijk.De heer Claassen (PVV):Dat geldt voor farmaceuten, voor VWS en voor alle andere hordes dieertussen zitten.De voorzitter:Ja, u mag nog. Ik zit wel even te kijken, want ik ga zo schorsen voor destemmingen, dus het moet wel binnen een paar minuten.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Op zichzelf is het leuke van dit antwoord op het eind dat de PVV een soortmiddenpositie inneemt, waarbij ze iedereen te vriend wil houden. Dat isop zichzelf ... Nou ja, hoe zal ik het zeggen: dat zie je niet altijd, maar indezen wel. Dat vind ik vaak een goede positie, maar hierbij vind ik het niethelemaal terecht. De farmaceutische industrie is een van de meestwinstgevende industrieën. Kijk naar de enorm hoge prijzen die ze vragen.Kijk naar het voorbeeld dat de heer Claassen van de PVV zelf ookaanhaalde over evergreening, dus kunstmatig de prijs hoog houden. Danmoeten we toch concluderen dat de farmaceutische industrie echt de mistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9527 ingaat als het gaat om het publieke belang en zeker het belang vaniedereen die de geneesmiddelen wil krijgen die ze nodig hebben.De voorzitter:Het punt is gemaakt. De heer Claassen, nog kort.De heer Claassen (PVV):Tot slot dan daarover. Het klinkt misschien vreemd uit mijn mond, maar jemoet niet iedereen over één kam scheren.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Er zitten ook goede tussen?De heer Claassen (PVV):Er zitten ook goede tussen.De voorzitter:Uw voorzitter is een hele goede. Alle gekkigheid ... We gaan schorsen,want u gaat zo weg. Ik kreeg net binnen dat de stemmingen om exact13.45 uur zijn. Dan kunnen we rustig naar de plenaire zaal lopen. Ik schorstot nader order, maar de schatting is dat het vijftien à twintig minutenduurt, gezien de stemmingslijst. Ik zie u zo terug in de zaal. Dan gaat deheer Bevers zijn inbreng doen.De vergadering wordt van 13.42 uur tot 14.06 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. De schatting van twintig minuten klopteaardig, en we gaan weer door. De heer Claassen had al aangegeven dathij andere verplichtingen heeft. Mevrouw De Korte van de NSC-fractie isnu wel aangeschoven. We gaan naar de volgende spreker van de zijde vande Kamer, de heer Bevers namens de VVD-fractie.De heer Bevers (VVD):Dank u wel, voorzitter. 48 stukken op de agenda en vele tientallenberichten met input van patiëntenorganisaties, leveranciers en produ-centen: het is vrijwel onmogelijk om alles te behandelen. Het toont ookwel aan hoe belangrijk het onderwerp is, maar ook hoe groot de belangenzijn. In 2024 bedroegen de uitgaven aan geneesmiddelen in Nederlandbijna 8,5 miljard euro. Daar komen dan de uitgaven aan hulpmiddelen nogbovenop. Het is dus belangrijk dat we dat geld zorgvuldig uitgeven. Datdoen we door nauwkeurige procedures en onder andere de sluis voordure geneesmiddelen. De VVD staat voor deze werkwijze, omdat die dezorgkosten drukt en daarmee premies betaalbaar houdt. Wat ons betreftmoeten we de politiek niet laten beslissen over individuele geneesmid-delen.Uit recente gesprekken kwam naar boven dat nieuwe innovatievemiddelen niet altijd een bewezen meerwaarde hebben. Soms lopen debedragen op tot € 70.000 of meer per patiënt. De VVD erkent dus hierbijhet grote belang van de sluis, hoe lastig dat soms ook is. Wel merken weop dat de wachttijd in de sluis steeds langer is. Welke stappen wordengezet om daar verandering in aan te brengen? Dat is mijn eerste vraagaan de Minister.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dat sommige innovatieve geneesmiddelen in de praktijk minder effectiefblijken te zijn, zien we wel vaker. Soms is dat omdat de patiëntengroepwaarop getest is anders uitpakt dan in de praktijk. Soms blijkt uit depraktijk dat de dosering aangepast moet worden. Kortom, soms geeft depraktijk aan dat een medicijn anders toegepast moet worden of dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9528 effectiviteit toch te betwijfelen valt. Zou je daarom misschien moetenkijken naar een soort voorwaardelijke toelating, waarbij tegelijkertijdwordt gekeken naar de effectiviteit van een geneesmiddel? Hoe kijkt deVVD naar een dergelijke oplossing?De heer Bevers (VVD):Bij de voorwaardelijke toelating heb je wellicht toch een probleem in deeerste periode met de prijs die gevraagd wordt. Ik ben wel benieuwd naarde reactie van de Minister daarop. Wij zien dat de sluis op een aantalpunten problemen oplevert, met name als later blijkt dat iets mindereffectief is. Maar die sluis is nu juist bedoeld om die afweging te maken. Ikvind het lastig om dat proces zomaar te doorbreken, maar ik zou welwillen weten welke mogelijkheden we daarin hebben. Ik herken zondermeer, zeker als je kijkt naar de oplopende wachttijd in de sluis, dat je somseen medicijn iets eerder wilt uitproberen. Dus ik volg u wel. Ik snap devraag, maar ik vind het wel lastig om te beoordelen, ook gezien de vraagwelke prijs we voor dat soort medicijnen in zo’n voorwaardelijke toelatingmoeten gaan betalen. Ik kijk ook even naar de Minister, als u datgoedvindt.De voorzitter:Meneer Bushoff, dit wordt uw laatste interruptie.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik snap het. Op zichzelf ben ik ook benieuwd naar die vraag. Ik ben welbenieuwd of de VVD ervoor voelt om te zeggen: dat moet natuurlijk ookmeewegen in de prijs die we bereid zijn te betalen voor een genees-middel. In eerste instantie betaal je misschien wel wat minder voor hetgeneesmiddel, omdat nog moet blijken hoe effectief dat geneesmiddel inde praktijk is. Als het heel effectief is, kun je daarna nog kijken wat dat metde prijs moet doen. Maar het is toch wel pijnlijk dat er nu nog steeds, ookna onderhandelingen, hoge prijzen worden afgesproken, terwijl hetmiddel achteraf veel minder effectief blijkt te zijn. Ik ben het met de heerBevers van de VVD eens dat het zoeken is naar wat we daartegen kunnendoen. Maar het principe dat het anders moet, deelt de VVD toch, mag ikhopen.De heer Bevers (VVD):Ja, ik zie dat probleem, maar ik zie ook een omgekeerd probleem,namelijk: wat doen we als blijkt dat het middel heel effectief is? Wat doetdat met de prijs die we uiteindelijk gaan afspreken? Daarom twijfel ikerover. U kent mij als iemand met een open mind, maar ik twijfel er welaan, omdat ik ook dat omgekeerde effect zie.De voorzitter:U gaat door met uw betoog.De heer Bevers (VVD):De VVD vindt het goed dat de NZa zorgverzekeraars aanspreekt op hunzorgplicht. De VVD ziet tegelijkertijd dat de zorgverzekeraars wel maatre-gelen nemen, maar we weten ook dat het hun heel vaak ontbreekt aaninzicht in relevante data. Gisteren kondigde Zorgverzekeraars Nederlandaan om dan maar zelf een meldpunt voor medicijntekorten op te richten,bij gebrek aan een centraal meldpunt. Om heel eerlijk te zijn begrijpt deVVD-fractie die actie wel, juist ook omdat we de zorgverzekeraarsaanspreken op hun zorgplicht. Dan moeten we ze ook in staat stellen omdie uit te voeren. Hoe kijkt de Minister naar de stap van ZorgverzekeraarsNederland met betrekking tot het meldpunt?Voorzitter. De meest recente Horizonscan liet twee ontwikkelingen zien:een flinke toename van combinatiebehandelingen en evergreening. DieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9529 term is net al even gebruikt. Ten eerste de combinatiebehandelingen. Dezebevorderen de effectiviteit voor patiënten. Dat steunen we, natuurlijk,maar het zorgt wel voor hogere kosten. Het gaat namelijk om meerderegeneesmiddelen tegelijkertijd, waardoor de kosten per behandeling hogerzijn. De combinaties vervangen bestaande behandelingen niet, maar zijnaanvullend. Hoe kijkt de Minister naar de kosteneffectiviteit van dezebehandelingen? Hoe wordt gewaarborgd dat alleen de combinatiebehan-delingen die aantoonbaar meerwaarde hebben, worden toegelaten tot hetbasispakket?Dan ten tweede, de evergreening van geneesmiddelen. Het is eenstrategie van farmaceutische bedrijven om de winstgevendheid van eenmedicijn te verlengen, zelfs nadat het oorspronkelijke patent is verlopen.Dat gebeurt door kleine wijzigingen aan te brengen aan het bestaandemedicijn. We hebben dat net al even genoemd. Daardoor komen ernieuwe patenten. Hierdoor kunnen geen generieke medicijnen metdezelfde werkbare stof op de markt worden gebracht. Dat leidt totonnodig hoge zorgkosten en het uitschakelen van concurrentie. Dat is watde VVD betreft een ongewenste ontwikkeling. Ik wil daarom van deMinister weten wat hij vanuit zijn rol kan doen om het Zorginstituut en deAutoriteit Consument & Markt te ondersteunen in het tegengaan vanevergreening, wat mij betreft zowel juridisch als beleidsmatig.Voorzitter. Dan drug repurposing. Ja, het zijn vreselijke termen. De VVDheeft zich al eerder kritisch uitgelaten over farmaceuten die de prijs vaneen middel verhogen als dat middel effectief blijkt te zijn tegen andereaandoeningen of bij andere indicaties. Wat is op dit moment de stand vanzaken met betrekking tot drug repurposing? Welke acties heeft de Ministerondernomen of gaat hij nog ondernemen op dit punt?Voorzitter. Ten slotte nog een paar korte opmerkingen over hulpmiddelen.Deze kunnen van groot belang zijn bij herstel, maar helpen ook om hetdagelijkse functioneren te verlichten. Bovendien kunnen nieuweinnovaties de komende jaren helpen om de druk op arbeid in de zorg teverlichten. Ik heb vanuit de sector begrepen dat ze nog steeds last hebbenvan zogenaamde Nederlandse koppen op Europese regelgeving. Hetmeest concrete voorbeeld dat ik recent kreeg, is dat data vanuit hetEuropese meldsysteem voor tekorten niet in Nederland worden gebruikt,maar dat er een eigen meldpunt wordt overwogen. Wat kan de Ministerons daarover verduidelijken? Is hij het met de VVD eens datdata-uitwisseling op dit soort systemen anno 2025 geen probleem meermag zijn?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik bij de volgende spreker van de zijde van deKamer. Dat is de heer Bushoff namens GroenLinks-PvdA.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Er zijn een heel aantal onderwerpen, dus ik steekook gelijk van wal. Nancy heeft € 1.200 per maand te besteden, is elk jaaraan het begin van het jaar haar eigen risico kwijt, heeft net als alle andereNederlanders te maken met een torenhoge zorgpremie van € 160 permaand, en heeft ook nog te maken met medicijnen die zij moet slikken.Daar moet zij ook nog een eigen bijdrage voor betalen. Dat laatste luktgewoon eigenlijk niet meer. Dat kan ze gewoon niet ophoesten. Dusneemt ze maar minder medicijnen, met als gevolg duizeligheid enmisselijkheid. Dat werkt dus averechts.Voorzitter. Zo zijn er veel meer mensen. Zo’n 84% van de mensen die zorghebben gemeden, geeft aan dat de klachten daardoor erger werden. 70%van die mensen geeft aan dat ze daarvan stress en onzekerheid ervaren.Ruim een kwart van de mensen die zorg mijden als gevolg van financiëleoverwegingen, heeft aangegeven dat daardoor de kwaliteit van leven ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95210 echt achteruitgaat. Als je deze feiten, deze cijfers, kent, moet je er watGroenLinks-PvdA betreft ook wat aan veranderen. Je moet ervoor zorgendat de toegang tot zorg verbeterd wordt, dat de betaalbaarheid van zorgverbeterd wordt. Maar waar ik in ieder geval heel kritische kanttekeningenbij zet en vragen over heb, is het plan van de regering om te bezuinigen –zo’n 70 miljoen, volgens mij – op zelfzorgmedicijnen. Ik vraag aan deMinister om toe te zeggen om duidelijk op papier aan de Kamer uit teleggen om welke medicijnen het gaat, hoeveel die medicijnen kosten,welke doelgroepen dit met name treft en hoeveel mensen er daardoor opachteruitgaan. Dat zou ik heel specifiek inzichtelijk willen hebben.Voorzitter. Laat ik er één voorbeeld uitlichten. Stel dat je een laag inkomenhebt en astma en hooikoorts hebt. We weten dat hooikoorts ervoor kanzorgen dat je ergere astma-aanvallen hebt. Dat verband is aangetoond.Tegelijkertijd zou het heel goed kunnen dat die hooikoortsmedicijnenstraks niet meer vergoed worden. Dat kan oplopen tot zo’n € 30 extra permaand. Als je een laag inkomen hebt en al die andere bijkomende kostenal hebt, en je, omdat die tegemoetkoming van 70 miljoen nu geschraptwordt, nog eens € 30 per maand extra moet betalen, kan het wel heel ergingewikkeld worden. Ik ben dus wel benieuwd hoe de Minister daartegenaankijkt.Voorzitter. Dan het punt van de tekorten. Er zijn op dit moment tal vanpunten waar verschillende actoren een tekort aan geneesmiddelenkunnen melden. Ik zeg met nadruk «kunnen», want er is nog geenverplichting tot melden. Het is ook bijna een ondoorgrondelijk web aanplekken waar je het kunt melden. Het gaat om groothandelaren, farma-ceuten en apothekers. Ik ben benieuwd of de Minister iets voelt voor ééngezamenlijk verplicht punt voor het melden van tekorten.Voorzitter. Tot slot over de farmaceutische industrie. Uit de Horizonscanvan het Zorginstituut bleek dat van zo’n negen geneesmiddelen het patentafloopt en dat het risico bestaat dat door een kleine wijziging van hetgeneesmiddel het patent verlengd wordt ofwel opnieuw aangevraagdwordt. Daarmee worden de prijzen kunstmatig hoog gehouden. Als Kamerweten we nog niet om welke medicijnen het gaat. Ik ben benieuwd of wedaar snel achter kunnen komen en of we erachter kunnen komen omwelke fabrikanten het gaat. Ik zou ook tegen de fabrikanten die ditoverwegen, willen zeggen: schaam je; schaam je dat je op deze manier deprijzen van geneesmiddelen kunstmatig hoog wilt houden. Ik ben ook echtbenieuwd wat we daartegen kunnen doen. Het is ontzettend kwalijk dathet gebeurt. Mijn collega haalde ook nog zo’n voorbeeld aan, namelijk vandrug repurposing. Daar zijn al vragen over gesteld.Ik wil afsluiten met nog één vraag, over het middel Voxzogo. Daar heeft deKamer een motie over aangenomen. Ik ben benieuwd hoe de Ministerdaarnaar kijkt, zeker in het licht van het feit dat we weten dat ook hierbijde verantwoordelijkheid weer met name bij de fabrikant ligt. Die dient nieteen compleet dossier in. Ik vind het toch zo ongelofelijk kwalijk dat de balvaak naar de politiek, de overheid wordt gespeeld. En ja, wij kunnen ookdingen beter inrichten, bijvoorbeeld als het gaat om de sluis, maar defarmaceutische industrie lijkt nooit de hand in eigen boezem te steken,terwijl er zulke hoge winsten worden gemaakt en er sprake is van hetkunstmatig hoog houden van de prijzen. Dat de toegang tot medicijnen,zoals het medicijn Voxzogo, in Nederland niet goed geregeld is omdat zeweigeren een dossier in te leveren, vind ik onverteerbaar. Ik hoor graageen reactie daarop van de Minister, ook in het licht van de aangenomenmotie.De voorzitter:Dank u wel. Ik kom bij de volgende spreker. Dat is mevrouw De Korte vanNSC.Mevrouw De Korte (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95211 Dank u wel, voorzitter. Er zijn grote geneesmiddelentekorten. Somskunnen kinderen geen pufjes krijgen, terwijl er elders ongebruikteverpakkingen liggen die teruggebracht worden naar de apotheker.Vervolgens moet de apotheker de teruggebrachte medicijnen vernietigen.Volgens de Europese regels mogen medicijnen niet hergebruikt worden.Dit mag alleen in studieverband. Uit studieverband blijkt dat we bijhergebruik van ongebruikte medicijnen vele miljoenen euro’s kunnenbesparen. Wat NSC betreft moeten we dit actief aanpakken. NSC wil meerpilotstudies starten voor verantwoord hergebruik en wil dat de Ministerzich in Europa ervoor inzet om deze regels te moderniseren. Graag eenreactie van de Minister. Is de Minister bereid om in Brussel te pleiten voormeer ruimte voor verantwoord hergebruik van medicatie?Dan incontinentiemateriaal. We krijgen als NSC klachten van wijkverpleeg-kundigen. Materialen worden soms te laat gebracht omdat het bedrijfmaar één keer in de week rijdt. En soms wordt een schuurtje vol geleverdmet incontinentiemateriaal voor terminale patiënten, waarbij uiteindelijkmaar de helft gebruikt wordt. Waarom wordt ongebruikt incontinentiema-teriaal niet teruggenomen? Waarom mag het niet teruggenomen wordenna controle? Valt dit onder de Europese wet? Wij denken van niet.Hergebruik bespaart kosten en is beter voor het milieu. Kan de Ministertoezeggen om aan de slag te gaan met terugname en hergebruik vanincontinentiemateriaal en andere zorgmiddelen?Tekorten worden volgens NSC ook veroorzaakt door het preferentiebeleid.Zorgverzekeraars wijzen steeds een ander preferent middel aan. Daardoorkunnen er geen voorraden aangehouden worden. Is de Minister bereidom met zorgverzekeraars afspraken te maken, zodat cruciale medicijnenlanger op voorraad gehouden kunnen worden en er van crucialemedicijnen niet telkens andere preferente medicijnen aangewezenworden?Ook zijn er zeer dure medicijnen voor zeldzame ziektes. De kosten kunnenoplopen tot een paar ton per patiënt per jaar. De farmaceuten lobbyen opvele manieren voor de toelating ervan op de markt, maar apothekerskunnen ze vaak veel goedkoper maken. Dat is de magistrale bereiding. Isde Minister bereid om meer ruimte te creëren voor magistrale bereidingvan zeldzame en dure medicijnen? Daarnaast heb ik begrepen dat nieuweEuropese regelgeving aangeeft dat alleen ziekenhuisapothekersmedicijnen mogen bereiden, terwijl eerstelijnsapothekers dit ook kunnen.Dat is bijvoorbeeld nodig als bij afbouw van medicatie specifiekedoseringen nodig zijn. Onze apothekers zijn daar heel goed voor opgeleid.Kan de Minister in Europa ervoor pleiten dat zelfbereiding door eerste-lijnsapothekers mogelijk blijft? Dit zorgt voor zekerheid.Ik wil het ook hebben over Bas. Bas is vorige week bij mij geweest. Hij hadeen rolstoel die met ducttape aan elkaar zat en kussentjes had om derolstoel goed aan te passen. Al maanden heeft Bas geprobeerd om via hetonderhoudsbedrijf zijn rolstoel goed afgesteld en veilig te krijgen. Tot nutoe is dat niet adequaat gebeurd. Er bestaan Europese regels voormedische hulpmiddelen, de Medical Device Regulation. Daarin staat datde distributeur klachten en gebreken moet monitoren. Als uit de risicobe-oordeling blijkt dat gebrekkig onderhoud risico’s geeft, bijvoorbeeld deuitval van remmen, een batterijdefect of brand, moet er onderhouduitgevoerd worden. Ik heb een paar concrete vragen aan de Minister. Wiecontroleert de hulpmiddelenaanbieders? Wie controleert of zij hetklachtensysteem op orde hebben? Wie controleert of de hulpmiddelen-aanbieders de elektrische rolstoelen daadwerkelijk periodiek onder-houden? Is dit de verantwoordelijkheid van de gemeente, of valt dit onderhet toezicht van de inspectie? Kan er jaarlijks misschien een apk-controlekomen voor elektrische rolstoelen, zodat gebruikers zeker weten dat derolstoel veilig is?Ten slotte. Vorige week heb ik aangegeven dat je ook moet nadenken overhet levenseinde. Mogelijk gebruiken mensen dan ook minder medicijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95212 of stoppen ze met medicatie. Vorige week heb ik de Minister gevraagd ofhij mijn proefschrift kan lezen. Daarom wil ik nu mijn proefschrift aan deMinister overhandigen.De voorzitter:Dat moet officieel via de bode, maar hartstikke goed.Mevrouw De Korte (NSC):Mag ik het zelf geven?De voorzitter:Dat had u dan ... Onder begeleiding van de bode mag het. Hartstikkegoed. Dank ook voor uw inbreng. Het proefschrift is overhandigd. Daarben ik ook wel heel erg benieuwd naar. Uw voorzitter is eigenlijk ook welbenieuwd naar het proefschrift. We geven het daarna gewoon door.We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van deKamer. De Minister heeft aangegeven ongeveer twintig minuten nodig tehebben voor een schorsing. Met het heen en weer lopen erbij stel ik voorom om 14.50 uur te hervatten. Dus om 14.50 uur hervatten we devergadering.De vergadering wordt van 14.25 uur tot 14.50 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Het woord is aan Minister Bruijn.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen wil ik graag zeggen dat ik hetbijzonder vind dat ik de laatste vergadering van deze commissie magbijwonen en er ook aan mag meedoen. We hebben maar heel kort mogensamenwerken, maar die samenwerking is voor mij een heel groot pleziergeweest, in ieder geval tot nu toe.Het tweede wat ik graag wil zeggen, is dat ik zeer verguld ben met hetproefschrift van mevrouw De Korte: Reasons and Avoidability of Hospitali-sations at the End of Life. Dit is een ontzettend belangrijk onderwerp en ikwaardeer het zeer dat u mij dat proefschrift gegeven heeft. Ik ga het ookzeker lezen. Ik kan daar eigenlijk niet mee wachten; ik zou het het liefste nugaan lezen, maar dat is natuurlijk niet helemaal gepast. Onder het motto«voor wat, hoort wat» heb ik natuurlijk ook mijn eigen proefschriftmeegenomen om te overhandigen aan mevrouw De Korte; u mocht eensdenken dat ik niet gepromoveerd zou zijn. Het verschil tussen dat van u endat van mij is dat mijn proefschrift wat minder jong is; dat stamt namelijkuit 1988. Het is ook een beetje vergeeld, maar het is wel een origineelexemplaar. Er zitten ook stellingen bij en de laatste stelling luidt – ik benzelf patholoog: hoe kleiner het biopt, hoe meer ze willen weten. Dat isnamelijk de verzuchting van de patholoog en overigens nog echt waarook.Op het gevaar af dat u misschien zou denken «wat heeft die man gedaansinds 1988?» heb ik toch ook maar even mijn afscheidscollege vanafgelopen januari meegenomen: Lessen op snijvlakken. Voor eenpatholoog natuurlijk toepasselijk, maar ook het snijvlak van de weten-schap en de politiek is een heel belangrijk snijvlak, en eigenlijk waar hetvandaag over gaat.Dus, voorzitter, ik weet dat u het niet toestaat om het te overhandigen ...De voorzitter:Bij hoge uitzondering laat ik het toe. Omdat het omgekeerd ook weleensgebeurt, zou ik zeggen: overhandig het vooral aan elkaar. Tijdens zo’nlaatste commissiedebat van deze Kamer moet dat kunnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95213 Minister Bruijn:Voorzitter, het is goed dat de Voorzitter van de Eerste Kamer hier niet is,want die zou het nooit hebben toegestaan.De voorzitter:Die is veel leuker. Maar gaat u door.Minister Bruijn:Voorzitter. Ik ga in vier blokjes antwoorden. Eerst de dure geneesmiddelenen dan de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Daarna een aantalandere onderwerpen aangaande de geneesmiddelen. Tot slot demedische technologie, dus de hulpmiddelen. Als u het toestaat, zal ik bijieder van de vier blokjes graag een inleidende tekst uitspreken en dan deindividuele vragen beantwoorden. Mocht u in de inleidende tekst uwvraag missen, dan klopt dat, want die komt daarna.Voorzitter. Als eerste de dure geneesmiddelen. Er worden nog steeds veelgeneesmiddelen ontwikkeld waar patiënten en familieleden van patiëntenhun hoop op hebben gevestigd. Het Europees Medicijnagentschap, hetEMA, beoordeelt de dossiers van de fabrikanten en beoordeelt of demiddelen werkzaam zijn, of ze iets doen – daar worden die dossiers bijbetrokken – en of dat opweegt tegen de bijwerkingen. Het lijkt eenlogische stap om zodra een middel het akkoord heeft van het EMA, datmiddel ook te gaan vergoeden, maar dat is het niet. Er is ook wettelijkvastgelegd wat er daarna nog moet gebeuren. Dat wordt ook vanuit hetveld gehuldigd; ik sta hier dus niet alleen in.Ik was afgelopen vrijdag bij het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis –zoals u weet was Antoni van Leeuwenhoek de uitvinder van de micro-scopie – en sprak daar met een aantal artsen, die mij vertelden heel blij tezijn met ons systeem van de sluizen. Ik was daar uiteraard ter voorbe-reiding ook van dit debat. Voor de goede orde: lang niet alle geneesmid-delen komen in de sluis; het zijn alleen heel dure intramurale geneesmid-delen die in de sluis komen. Dat betreft vaak oncolytica, dus middelentegen kanker. Een fabrikant van een duur geneesmiddel kan nagoedkeuring van het EMA, en zelfs als het proces bij het EMA nog loopt,een dossier indienen bij het Zorginstituut. Het Zorginstituut heeft deverantwoordelijke taak om, onder andere met input van zorgverleners, toteen goede afweging en daarmee tot een goed advies voor de Minister tekomen aangaande de bekostiging, de vergoeding, van het geneesmiddel.Het Zorginstituut kijkt daartoe naar de vier pakketcriteria die daarbijworden gehanteerd. Met uw welnemen loop ik deze kort langs. Dat is teneerste de effectiviteit: werkt het geneesmiddel even goed of beter dan degeneesmiddelen die al in het basispakket zitten voor dezelfde ziekte? Tentweede gaat het om de kosteneffectiviteit: staat de prijs van het genees-middel in verhouding tot de gezondheidswinst die het geneesmiddeloplevert? De standaardmaat hiervoor is de qaly, de quality-adjusted lifeyear. Het derde criterium is de noodzakelijkheid: is de ziekte ernstiggenoeg en is de behandeling eventueel zelf te betalen? En ten slotte deuitvoerbaarheid: is opname van het geneesmiddel in het basispakket uit tevoeren in de praktijk? Dat zijn de vier criteria die het Zorginstituut hanteertin dit wettelijk vastgelegde systeem.Tijdens mijn bezoek aan het AVL gaven de oncologen aan zelfs nog eenstap verder te willen gaan. Zij hebben als beroepsgroep de zogenoemdePASKWIL-criteria ontwikkeld, een aantal additionele criteria. De oncologenzijn eigenlijk nog kritischer dan wij al zijn op het gebruik en de toelatingvan die geneesmiddelen. Zij kijken nog scherper of een geneesmiddelgeschikt is. Het gaat er dus niet om of bijvoorbeeld alle oncolytica die opde markt zijn, ook in Nederland beschikbaar zijn; het gaat erom datmiddelen die artsen daadwerkelijk willen voorschrijven, ook beschikbaarkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95214 Ik heb de artsen daar gevraagd of deze benadering niet leidt tot heelingewikkelde gesprekken met hun patiënten, die vanzelfsprekend, zeker bijdit soort ziektes, heel veel hoop hebben op ieder nieuw middel. De artsendaar bevestigen dat die gesprekken natuurlijk niet altijd makkelijk zijn,maar verwezen mij ook naar een heel interessant artikel in The LancetOncology van december vorig jaar. Daarin is onderzocht hoe de patiëntenhiernaar kijken. Uit dat gepubliceerde onderzoek blijkt dat ook patiëntenaangeven liever wat langer te wachten op een middel dat écht wat voorhun doet, dan snel te beginnen met een middel waarvan nog helemaalniet bekend is of het werkt. Dat is natuurlijk een trade-off, maar het is eenbelangrijk onderzoek, denk ik, ook voor ons in dit debat.Voor de goede orde: als er met een geneesmiddel veel gezondheidswinstbehaald kan worden, gaan we het dus ook bekostigen; dan gaan we hetgebruiken en dan mag het ook best wat kosten. Dat is ook het systeem.Als dat niet zo is, als het geneesmiddel dus niet een significante gezond-heidswinst toevoegt, kunnen die euro’s beter besteed worden aan zorgwaar we meer gezondheidswinst voor krijgen. Je kan iedere euronatuurlijk maar één keer uitgeven. Als we dat systeem niet hadden, danzou ik het echt niet aan alle huidige en toekomstige patiënten, die ookpremiebetalers zijn, kunnen uitleggen als ik zou besluiten om een duurmiddel dat onvoldoende gezondheidswinst oplevert, zonder meer tevergoeden. Dit staat nog los van het feit dat u in de Kamer dit systeemwettelijk heeft geborgd. We willen allemaal dat premie- en belastingop-brengsten verantwoord worden besteed. Dat komt de solidariteitsge-dachte, die de basis vormt van de Zorgverzekeringswet, ten goede. Ik benervan overtuigd dat door de vergoeding van dure geneesmiddelen dieonvoldoende gezondheidswinst opleveren, op termijn de solidariteit zalworden aangetast.Ik ben het ermee eens dat het proces van de sluis beter kan, bijvoorbeelddoor in een veel vroeger stadium voorschrijvers erbij te betrekken,bijvoorbeeld door een Horizonscan van wat er straks aankomt. We zijndaar ook voor aan het werk; we zijn het systeem aan het doorontwikkelennaar een nieuw systeem. Ik zal uw Kamer daar uiteraard van op de hoogtehouden. In het nieuwe systeem kunnen ook doelmatigheidsstudies zoalsde recente SONIA-studie, die ook in Amsterdam is uitgevoerd, een plekkrijgen. Dat is een studie naar hoe je minder van een bepaald genees-middel kunt gebruiken, in dit geval bij borstkanker, met hetzelfde effect.Dat is natuurlijk een voor de hand liggende gedachte, maar het is nietvanzelfsprekend dat die studies ook worden gedaan. Dat gebeurt daar duswel.Voorzitter. Dan kom ik bij de vragen van de heer Claassen, die tot mijngrote vreugde weer aanwezig is, ondanks zijn toezegging om afwezig tezijn. De eerste vraag is: wat doet de Minister met de verbeterpunten vanhet Zorginstituut van de voorwaardelijke toelating? De voorwaardelijketoelating is een heel apart traject. Het Zorginstituut heeft een evaluatievan de voorwaardelijke toelating uitgevoerd op de uitvoeringsaspecten.Zelf heb ik een beleidsmatige evaluatie van de voorwaardelijke toelatinggedaan. Ik bestudeer op dit moment de aanbeveling van het Zorginstituuten die vanuit de beleidsevaluatie, en zeg u toe dat ik later dit jaar kom meteen integrale appreciatie van die evaluaties. Ik hoop dat u mij daar wat tijdvoor gunt.Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag van de heer Claassen of het klopt datonderhandelde kortingen op dure geneesmiddelen terugvloeien naarzorgverzekeraars. Zo niet, wat gebeurt er dan wel met die middelen? Hetantwoord is dat dit klopt. Onderhandelde kortingen vloeien inderdaadterug naar de zorgverzekeraar en komen dan natuurlijk weer ten goedeaan de premiebetaler. De zorgverzekeraar mag ze niet als winst gaanuitkeren; het gaat naar de premiebetaler. Het is wel zo dat de individueelbehaalde kortingen geheim blijven, vanuit allerlei aspecten, als onderdeelvan het arrangement met de leverancier. Dat betekent dat wij dus niet perTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95215 geneesmiddel kunnen zien wat daar is uitonderhandeld, maar dat hetsignificante bedragen zijn, macro gesproken, is wel een feit.De heer Claassen (PVV):In voorbereiding op een geneesmiddelendebat of een geneesmiddelen-en hulpmiddelendebat ontdek ik altijd nieuwe dingen. Dit is daar zo’nvoorbeeld van. Stel dat er 500 miljoen is uitonderhandeld. Dan denk je:nou goed, dan kost het allemaal 500 miljoen minder. Maar het geld komter toch – zo kijk ik ernaar – en wordt dan verdeeld over de deelnemendezorgverzekeraars. We weten niet hoeveel het is; het kan 500 miljoen zijn,het kan meer zijn, het kan minder zijn. De Minister zegt dat het gebruiktwordt voor premiedemping. Weet de Minister honderd procent zeker dathet gebruikt wordt voor premiedemping?Minister Bruijn:Ja. Ik kan daar in de tweede termijn nog wel even iets dieper op ingaan,maar uit de informatie die ik nu heb, blijkt inderdaad dat dat gebeurt. Alsde zorgverzekeraar geld overhoudt, zie je dat terug in de premie. Dit jaar isde premie ook veel minder gestegen dan voorheen gedacht en geraamdwerd. Dat heeft ook te maken met zo’n meevaller. Maar ik kom er nogeven op terug.Dan ga ik naar de vraag van de heer Bevers over dit onderwerp; ik komstraks natuurlijk nog bij de vragen van de heer Claassen over de andereonderwerpen. De heer Bevers vraagt of de wachttijd in de sluizen nietsteeds langer is. Welke stappen worden er gezet om daar verandering inaan te brengen? Dat is natuurlijk een goede vraag. Als de doorlooptijd vande sluis onnodig lang is, vinden we dat, denk ik, allemaal onwenselijk; datwillen we niet. Dus laten we even wat dieper duiken in die wachttijden,waardoor die worden veroorzaakt en wat de trend is. In 2024 was degemiddelde tijd tussen het verkrijgen van een EU-handelsvergunning vanhet EMA, het Europees Medicijnagentschap, en het indienen van eencompleet dossier bij het Zorginstituut ongeveer twaalf maanden. Dat iseigenlijk de eerste fase, dus tussen het EMA en het dossier. Daarna krijg jede beoordeling door het Zorginstituut. Die was in 2024 gemiddeld vijfmaanden. De onderhandelingen door mijn departement waren vervolgensook gemiddeld vijf maanden. Dan zit je dus op in totaal 22 maanden.In vergelijking met 2023 zijn de doorlooptijden van fase 1 en fase 2 in ’24nagenoeg gelijk gebleven en zijn die van fase 3 iets afgenomen. Dus als eral een trend heeft plaatsgevonden, was het een geringe afname – ikbetwijfel of die statistisch significant is, zeg ik in de richting van mevrouwDe Korte, die daar natuurlijk meteen die vraag bij heeft, als weten-schappers onder mekaar. Maar er is in ieder geval een afnemende trend.Ik denk dat dat een belangrijk antwoord is op uw vraag. Dus de doorloop-tijden lopen zeker niet op, althans dat deden zij niet in de afgelopen jaren.Daarnaast staan er achttien middelen in de sluis waarvan het Zorginstituutheeft geoordeeld dat die niet voldoen aan de stand van de wetenschap enpraktijk voor één of meerdere indicaties. Er staan ook nog geneesmid-delen of een specifieke indicatie voor een geneesmiddel in de sluiswaarvoor de leverancier ook na ruim één jaar helaas nog geen dossierheeft ingediend bij het Zorginstituut. Op dit moment zijn dat 33 genees-middelen waarbij we nog wachten op de leverancier.Dit neemt niet weg dat er toch mogelijkheden zijn om te kijken of hetefficiënter kan. Ik zet mij daar ook graag voor in, zeg ik in antwoord op devraag van de heer Bevers. Ik werk daarom aan een nieuw systeem om detoelating toekomstbestendiger te maken; ik refereerde er in mijnalgemene inleiding al even aan. Dat doe ik uiteraard met de veldpartijenen daar kom ik uiteraard graag bij u op terug. Nogmaals, daarin is hetuitgangspunt: snel als het kan, uitgebreid als het moet. Die snelheid wordteen belangrijker criterium dan het nu is, door vroegtijdig samen met hetveld inclusief de beroepsgroep de risico’s in kaart te brengen, en als deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95216 risico’s relatief groot zijn te bepalen welke maatregelen genomen moetenworden of genomen kunnen worden om de risico’s beheersbaar temaken. Zoals ik ook hoorde tijdens mijn bezoek aan het AVL vanafgelopen vrijdag, is hier in de beroepsgroep draagvlak voor. Ik informeeruw Kamer graag nog voor het einde van dit jaar over de voortgang.Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag van de heer Bevers hoe de Ministeraankijkt tegen de kosteneffectiviteit van combinatiebehandelingen en hoeer wordt geborgd dat alleen combinatiebehandelingen die eenaantoonbare meerwaarde hebben worden toegelaten tot het basispakket.Dit is natuurlijk een complex vraagstuk, want bij een combinatie heb jeper definitie meerdere geneesmiddelen, die worden gecombineerd. Hoebepaal je per geneesmiddel of combinatie nog de meerwaarde ervan enwat is dan je benchmark? Combinatiebehandelingen vormen dus eenuitdaging voor het pakketbeheer. Dat is wel een punt. Het is bijvoorbeeldniet altijd mogelijk voor het Zorginstituut om vast te stellen of diebehandelingen effectief of kosteneffectief zijn – twee verschillende dingen,zoals we besproken hebben – omdat daar niet altijd de juiste klinischedata voor zijn, of omdat niet bekend is of het middel waarmee het wordtvergeleken, de benchmark dus, kosteneffectief wordt ingezet. Bijcombinatietherapieën nemen de behandelkosten fors toe doordat het ommeerdere geneesmiddelen tegelijkertijd gaat, terwijl de effecten vaak inmindere mate toenemen. Dat loopt dus ook nog uit elkaar. Mede daardooris het waarschijnlijker dat combinatietherapieën niet snel kosteneffectiefzullen zijn ten opzichte van de benchmark die we nu hanteren, in iedergeval minder snel dan geneesmiddelen die in hun eentje gebruikt worden.Dat vormt bij uitstek een aanleiding om het systeem anders en toekomst-bestendiger vorm te geven, waar ik dus ook mee bezig ben – dit is dus eenadditionele reden. Door de beroepsgroep eerder te betrekken kan snellerworden gekeken wat de plaatsbepaling is van een nieuwe combinatie, dusop welk moment van de behandeling de combinatie zal worden ingezet,en bij welke patiënt en op grond van welke criteria. Ook kunnen beheers-maatregelen worden afgesproken, zoals het afspreken van gepast gebruikof nader onderzoek in de praktijk. Ten slotte kijk ik in Europees verbandmet andere landen naar mogelijke oplossingen voor dit vraagstuk en naarde vereisten voor de juiste data. Kortom, dit is een heel terecht punt vande heer Bevers en we zijn er volop mee aan de slag.Voorzitter. Dan was er een vraag van de heer Bevers en ook van de heerBushoff. Zij willen weten wat ik vanuit mijn rol kan doen, zowel juridischals beleidsmatig, om het Zorginstituut en de ACM, de AutoriteitConsument & Markt, te ondersteunen in het tegengaan van«evergreening», zoals het wel wordt genoemd. De doorontwikkeling vangeneesmiddelen kan om te beginnen natuurlijk echt waarde hebben voorpatiënten. Maar er kan ook misbruik van gemaakt worden door hetonnodig verlengen van marktexclusiviteit, waardoor het middel onnodiglang duur blijft en de zorgkosten daardoor ook hoog blijven.Als je dit onderwerp uit elkaar haalt, bestrijkt het eigenlijk twee domeinen:de Minister van Economische Zaken is beleidsverantwoordelijk voor hetintellectueel eigendom en de relevante wet- en regelgeving daarvan – hetgaat natuurlijk om patenten en octrooien – en zelf ben ik verantwoordelijkvoor de vergoedingsbeslissing voor een geneesmiddel conform hetsysteem dat we deels als besproken hebben. Ik heb als Minister vanVolksgezondheid geen directe wettelijke instrumenten om ongewenstgedrag te beïnvloeden, in ieder geval niet dit ongewenste gedrag, andersdan het maken van keuzes in het vergoedingsbeleid. Daarom heb ik nauwoverleg met mijn collega de Minister van EZ over dit onderwerp, maar ookmet het Zorginstituut en de ACM. Die vallen overigens onder Econo-mische Zaken en kan ik dus ook niet direct juridisch of beleidsmatigondersteunen; dat zou mijn collega moeten doen. Zelf zou ik een lagereprijs kunnen vergoeden of zelfs niet kunnen vergoeden als ik van meningben dat er sprake is van ongewenst gedrag. Die optie hebben we dus wel,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95217 maar dan moet het ook aantoonbaar zijn. Ik probeer meer inzicht tekrijgen in dit onderwerp en spreek er ook in internationaal verband over,want dit speelt natuurlijk ook andere landen. Nogmaals, het is ongewenst.De Tweede Kamer heeft bij de motie-Thiadens duidelijk gevraagd omnader uit te werken wat er mogelijk is om evergreening tegen te gaan. Ikheb al een aantal mogelijkheden genoemd. Ik verwacht u begin 2026 tekunnen informeren over de uitvoering van deze motie. Gezien hetinternationale karakter en de gesprekken heb ik daar wat tijd voor nodig.Ik hoop dat u met deze toezegging kunt leven. Voor een uitgebreider engedetailleerder antwoord verwijs ik u overigens naar mijn recentebeantwoording van de Kamervragen hierover van het lid Dijk van de SP.Dan heb ik nog een vraag van de heer Bushoff over evergreening,namelijk hoe ik dat ga stoppen. Nogmaals, evergreening is een complexvraagstuk. Het kan echt waarde hebben. Ik ben er internationaal mee bezigen sta ook in nauw overleg met Economische Zaken. Volgend jaarverwacht ik u te informeren. Het compleet stoppen is denk ik lastig, wanthet zijn vaak subtiele moleculaire veranderingen, maar ik ben het zeereens met de commissieleden die hier vragen over hebben gesteld dat wehier echt iets bij de hand hebben waar iets aan moet gebeuren. Nogmaals,daar ben ik dus ook druk mee bezig.Dan heb ik een vraag van de heer Bevers en de heer Bushoff. De VVDheeft zich eerder kritisch uitgelaten over farmaceuten die de prijs van eenmiddel verhogen als dat middel effectief blijkt te zijn tegen andereaandoeningen of indicaties. Dus bij hetzelfde geneesmiddel voor eennieuwe ziekte gaat de prijs ervan omhoog. Wat is de stand van zaken vandit drug repurposing? Het geneesmiddel krijgt dus een ander doel. Welkeacties zijn er door de Minister ondernomen of worden nog ondernomenop dit punt? Met drug repurposing worden nieuwe behandelingenonderzocht met de bestaande generieke geneesmiddelen. Dat is inbeginsel natuurlijk waardevol. Het is heel fijn als een bestaand genees-middel effectief is tegen een andere ziekte, dan ga je het er in beginsel ookvoor gebruiken, als het leidt tot snellere en bij voorkeur ook goedkoperetoegang tot nieuwe behandelingen, bijvoorbeeld omdat de aanloop- enontwikkelkosten voor dat geneesmiddel niet nogmaals gemaakt hoeven teworden voor de nieuwe ziekte.Daarnaast kan een farmaceut de prijzen van geneesmiddelen forsverhogen door een marktmonopolie te krijgen op indicatie-uitbreidingen,bijvoorbeeld bij weesgeneesmiddelen, dus geneesmiddelen die voor eenheel kleine groep patiënten toepasbaar zijn. Dat vind ik uiteraardonwenselijk. Er ontstaat dan een ethisch probleem. Wat rechtvaardigt diegrote prijsverhoging, zeker gezien het feit dat de aanloopkosten algemaakt waren? De meerkosten zijn vaak beperkt omdat de klinischefases minder uitgebreid zijn voor de nieuwe ziekte doordat de middelen alwaren goedgekeurd voor andere aandoeningen en ook de veiligheid enbijwerkingen vaak al goed zijn gedocumenteerd.Voor de beslissing over de vergoeding van een middel is het natuurlijkbelangrijk om te kijken naar de meerwaarde van dat middel voor depatiënt en naar wat we maatschappelijk aanvaardbaar vinden om eraanuit te geven. Dat is natuurlijk ook de achtergrond van uw terechte vraag.Naast de therapeutische waarde kijken we dus ook naar de kosteneffecti-viteit. Als een prijs niet kosteneffectief is, kan ik daar op advies van hetZorginstituut over onderhandelen, maar dan nog hoeft de prijs die daaruitkomt niet altijd acceptabel te zijn. Er kunnen ook andere redenen zijn dieeen prijs niet maatschappelijk aanvaardbaar maken. De ACM, hetZorginstituut en de NZa hebben hierover een advies opgesteld. Datverwacht ik deze maand. Dit punt hebben we dus bij de kop. Als defarmaceut misbruik maakt van zijn positie en een excessieve prijs vraagt,kan de ACM ingrijpen. Maar dat is misschien nog niet voldoende. Wewachten op het advies van de ACM, het Zorginstituut en de NZa over watTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95218 we hieraan kunnen doen en welke stappen we kunnen zetten. Uiteraardhoud ik uw Kamer daar graag van op de hoogte.Voorzitter. Dan was er een vraag van de heer Bushoff van GroenLinks-Partij van de Arbeid over Voxzogo. Hoe kijkt de Minister naar de betref-fende motie, zeker in het licht van de verantwoordelijkheid die bij defabrikant ligt voor het indienen van het dossier? De farmaceutischeindustrie steekt de hand niet in eigen boezem, zo waren de woorden vande heer Bushoff als ik me niet vergis. Het Zorginstituut is nog met defabrikant in gesprek, dus dit verhaal is zeker nog niet ten einde. Dat maghet ook niet zijn, want de patiënten lijden verschrikkelijk aan deze ziekte.Toekomstige patiënten willen natuurlijk uit alle macht proberen om dit tevoorkomen. Binnenkort staat een vervolggesprek gepland waar verderwordt gesproken over eventuele vervolgstappen. Die moeten we zetten. Ikzou heel graag willen dat dit sneller zou gaan, maar ik kan geen ijzer methanden breken. Ik wacht de uitkomsten van dat gesprek af en zal uwKamer daar zo snel mogelijk over informeren. Mocht de uitkomstteleurstellend zijn en de fabrikant dus geen dossier kunnen of willenindienen, dan kan ik daar alleen niets aan veranderen. Ik kan de fabrikantniet dwingen een dossier in te dienen. Dat maakt de motie dus in die zinmoeilijk uitvoerbaar.Voxzogo is een nieuw extramuraal middel. Het is dus geen sluismiddel;het zit niet in de sluis. Maar dat doet er verder niet toe voor de discussie.Het is namelijk wel een duur middel. Voor opname in het basispakket isnet als voor alle andere nieuwe extramurale middelen een advies van hetZorginstituut, de wettelijke pakketadviseur, nodig voor de effectiviteit. Datligt ook vast in de Zorgverzekeringswet. Maar daarvoor hebben we duswel dat dossier van de producent nodig. Het gaat ook over de kosteneffec-tiviteit. De maximale uitgaven voor dit geneesmiddel zijn volgens deHorizonscan in totaal meer dan tussen de 1 en 10 miljoen euro en perpatiënt meer dan € 50.000 per jaar, namelijk ongeveer € 200.000, en hetmiddel moet jarenlang gebruikt worden. Dat is geen reden om het niet uitte reiken, maar het is wel een reden om er goed naar te kijken. Ik hoop opeen positieve uitkomst van de gesprekken tussen het Zorginstituut en defabrikant. Want nogmaals, ik kan de frustratie van de ouders heel goedbegrijpen. Ik zal uw Kamer dus informeren over de uitkomst van degesprekken. Misschien ten overvloede, maar een voorwaardelijketoelating – dat kwam ook nog even voorbij – is mogelijk als er een dossieris ingediend en als het Zorginstituut dat kan beoordelen. Een voorwaarde-lijke toelating is dus niet een toelating zonder dat de effectiviteit beoor-deeld is. Een voorwaardelijke toelating betekent overigens natuurlijktijdelijke toelating, maar dan ook voor een veel lagere prijs. Maar ookdaarvoor moet er een dossier ingediend zijn. Dan hebben we ook nogearly access, maar dat doen we in Nederland niet, zeg ik voor devolledigheid.De voorzitter:De heer Bushoff had zijn vinger al opgestoken. Daarna de heer Claassen.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Laat ik beginnen bij het punt over evergreening, want daar had ik ook nogeen vraag over. Als Kamerleden krijgen wij te horen dat het Zorginstituutin de Horizonscan een mogelijk risico voorziet met negen geneesmiddelenwaarbij evergreening zou kunnen plaatsvinden. Daarvan heeft het de ACMop de hoogte gesteld. Meer dan dat weten wij ook niet. We weten niet omwelke geneesmiddelen of welke fabrikant het gaat. Ik ben wel benieuwd ofde Minister iets meer informatie en tools in handen heeft dan wij alsKamerleden om hier paal en perk aan te stellen of hier preventief actie opte ondernemen, voordat het te laat is. Zit het «m in het versterken van decapaciteit van de ACM, zodat zij er al wel onderzoek naar kunnen doen ennoem maar op? Ik ben dus benieuwd wat we eventueel preventief alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95219 kunnen doen om te voorkomen dat dit straks de praktijk gaat zijn bij dienegen geneesmiddelen.Minister Bruijn:Ik begrijp het punt, en ik kijk of ik hier iets meer over kan zeggen. Het isnatuurlijk vertrouwelijke informatie, maar ik ben van harte bereid omhierin te duiken en te kijken hoever ik kan gaan, tot die vertrouwelijkheids-grens. Daarover zal ik uw Kamer ook informeren. Dat zeg ik toe.De heer Claassen (PVV):Ik begrijp dat er aan eisen moet worden voldaan. Dat geldt ook voor ditverhaal als het gaat over Voxzogo. De motie verzoekt om een pilot. Je zoudit dus kunnen vertalen naar een voorwaardelijke toelating en noem maarop. Maar ik ben hierin een leek, hoor. Ik zei in mijn eerste termijn al dat hetbij dit soort medicatie heel erg lastig is om aan te tonen dat het werkt,omdat het volgens mij een vrij uitgebreid en langdurig onderzoek zoumoeten zijn. Volgens mij vraagt dat daarom. Dat zou een behoorlijkebelemmering zijn. Daarom vroeg ik om die pilot, dus de voorwaardelijketoelating. Zit ik dan op dezelfde golflengte als de Minister?De vervolgvraag over de voorwaardelijke toelating in algemene zin zouzijn – het zou voor dit medicijn kunnen gelden, maar misschien ook voorandere – om de Kamer inzicht te geven in wat er gebeurt. Ik vraag dus omer een soort casestudy van te maken en met de Kamer te delen hoe datproces verloopt, dus wat er gebeurt achter de schermen, waar wij alsKamer geen zicht op hebben.Minister Bruijn:Ik begrijp de vraag. Voorwaardelijke toelating gaat dus over weesgenees-middelen, die voor een kleine groep beschikbaar zijn. Het zijn vaakgeneesmiddelen waar nog weinig gegevens over zijn, maar die welveelbelovend zijn. Daarvoor is voorwaardelijke toelating een weg, dus wekunnen een snellere route bewandelen. Maar ook daarvoor moet er eersteen beoordeling zijn van de effectiviteit. Dat ligt vast in de wet en die kanik niet overtreden. Dan zou het stelsel moeten veranderen. Als demissi-onair Minister ga ik nu niet aan een stelselwijziging beginnen. Maar wekunnen de voorwaardelijke toelating niet toestaan zonder dossier, want deeffectiviteit moet beoordeeld zijn. Dat is helaas de grens van de wet waarik tegenaan loop. Ik zou dat heel graag anders willen zien en anders willendoen, maar dat vergt een wetswijziging.De voorzitter:Het tweede deel van de vraag ging over de pilot.De heer Claassen (PVV):Het ging over de voorwaardelijke toelating. Dat geldt ook voor anderemedicijnen. Ik zou als vertegenwoordiger in de Kamer graag willen wetenhoe dat proces verloopt en wat daar gebeurt. Ik had het over een soortcasestudy die al doorlopen is of doorlopen wordt. Ik vraag u om de Kamerdaarover te informeren.Minister Bruijn:Daar zullen we u schriftelijk over informeren.De voorzitter:Ja, dus over een mogelijke casestudy om inzichtelijk te maken hoe zo’nproces verloopt. Kan dat dan – ik zeg maar wat – in het voorjaar? Anderskan ik de toezegging niet noteren.Minister Bruijn:Voorjaar 2026, dat zeg ik toe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95220 De voorzitter:Genoteerd.Minister Bruijn:De heer Claassen vroeg nog of de onderhandelde korting zeker wordtgebruikt voor de premiedemping. Ik kom daar nu dus even op terug. Ja,de korting wordt in principe gebruikt voor premiedemping. De Neder-landse Zorgautoriteit gaat dit jaar overigens weer uitvragen bij zorgverze-keraars of dat inderdaad de communicerende vaten zijn of dat er toch nogergens een lek kan optreden en wat ze dus met de behaalde kortingendoen. We zullen dat in de gaten houden en u daarover informeren. In hetvoorjaar van 2026, zeg ik voordat u vraagt wanneer.De voorzitter:Oké, dat hebben we genoteerd. Ik zal de toezeggingen aan het einde noglangsgaan. Meneer Bevers, had u nog een interruptie in dit blok? Nee. Dangaan we naar het volgende blok. O sorry, de heer Bushoff nog.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik zat eventjes na te denken. We hebben nu een tijdje gesproken over duregeneesmiddelen en de wens op te treden tegen een aantal van diepraktijken die ons niet bevallen. Een van die praktijken is de manierwaarop we kijken naar de bekostiging van dure geneesmiddelen. Nugeven we eraan uit wat er ongeveer gevraagd wordt door de fabrikant enproberen we daar nog over te onderhandelen. Zou je voor de bekostigingvan dure geneesmiddelen niet toe moeten naar een zogenoemd cost-plus-plussysteem? Daarbij betaal je de kosten die gemaakt zijn en geef je ernog een plusje bij voor de onderzoekskosten en een plus voor eenredelijke winstmarge. Dat bepaalt dan de prijs van een geneesmiddel. Datzijn we met z’n allen ook bereid om ervoor te betalen. Zou dat niet eenveel eerlijker systeem zijn, waar we ondanks het verzet van de farmaceu-tische industrie toch naar moeten kijken?Minister Bruijn:Laat ik zeggen dat dat een hele interessante optie is, die ik zelf in iedergeval niet eerder bedacht had. We werken toe naar een toekomstbe-stendige vergoeding van dure geneesmiddelen en een aanpassing van hetsysteem. Ik zou kortheidshalve willen zeggen dat we deze optie in diediscussie gaan meenemen en dan als een geheel gaan bekijken waar ditsysteem heen gaat en hoe we dat beter en rechtvaardiger doen. Meer dandat kan ik over het specifieke voorstel van de heer Bushoff op dit momentniet zeggen, want ik heb er nog niet over kunnen nadenken. Ik kan weltoezeggen dat we dit meenemen als optie. De discussie daarover ga ikuiteraard nog met u voeren. We gaan dat systeem natuurlijk niet zomaarinvoeren; dat zal ook een heel traject zijn. Overigens kiest Nederland eenandere benadering: niet de prijsopbouw moet leidend zijn, maar de prijsdie we bereid zijn te betalen voor een bepaalde behandeling. Dat is inieder geval nu het uitgangspunt. Het gaat dus niet over de kosten van hetgeneesmiddel, maar over wat wij bereid zijn ervoor te betalen. Dat doenwe met het oog op de meerwaarde voor de patiënt, want die staatcentraal in dit systeem. Wat betekent het voor de patiënt? Dan kom je bijde qaly’s et cetera. Dat is het huidige systeem. Dat vind ik zelf ook eenrechtvaardig systeem. Ik begrijp ook dat u dit als wetgever zo heeftvastgesteld. Maar we gaan het dus evalueren en kijken of het beter kan.We gaan ook kijken of we de kosteneffectiviteit meer in balans kunnenbrengen met andere criteria, zoals gepast gebruik en financiëlewaarborgen. Daarover kom ik graag bij u terug.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95221 Ik zal het niet tot in den treure herhalen, maar als er geneesmiddelen zijn...CDCA was zo’n geneesmiddel. Dat kostte € 46 en dat werd € 14.000.Mexiletine was € 0,35 en werd 420 keer zo duur. De prijs van lenali-domide, een geneesmiddel tegen de ziekte van Kahler, zakte nadat hetpatent was afgelopen met 99,7%. Dat geeft al aan wat voor ongelofelijkemarge op die geneesmiddelen gemaakt wordt. Ik snap de voordelen vanhet systeem dat we hebben, maar ik denk dat het op dit moment toch ookin de hand werkt dat er te hoge prijzen worden betaald voor de genees-middelen. Ik zou met klem willen oproepen om ook te kijken naar datcost-plus-plusmodel voor de vergoeding van geneesmiddelen.Minister Bruijn:Dat heb ik dus net toegezegd.Voorzitter. Dan gaan we naar de beschikbaarheid van geneesmiddelen.Dat is dus een ander onderwerp dan de bekostiging. Ik begrijp de zorgenvan de leden over de aanhoudende geneesmiddelentekorten heel goed. Ikvind dat net als u een uiterst ernstig probleem. Het heeft niet alleendirecte gevolgen voor patiënten, voor wie het ontzettend vervelend is alshet geneesmiddel dat ze nodig hebben niet beschikbaar is, maar ook voorzorgverleners en apothekers is het heel frustrerend en kost het veel werk.Ondanks dat het aantal tekorten vorig jaar minder was ... Dat is dus hetgoede nieuws: het aantal tekorten is vorig jaar met ongeveer 30%gedaald. Dat zeg ik met enige nadruk, want hier wordt al lang aangewerkt, ook door mijn en uw voorgangers. Er worden dus wel successengeboekt op dit terrein. De eerste geluiden over 2025 zijn dat de tekortenverder zijn afgenomen. Maar goed, nog steeds krijgen te veel patiëntenhiermee te maken. Het feit dat de tekorten afnemen, betekent natuurlijkgeen soelaas voor de patiënten die er zelf nog steeds mee te makenkrijgen. Niemand hoeft mij ervan te overtuigen dat de situatie zeeronwenselijk is.Laat ik beginnen met een reactie op de aankondiging van de zorgverzeke-raars voor een informatiepunt voor de tekorten. Ik ga even in op eenaantal deelonderwerpen. Ik ben blij dat de zorgverzekeraars verantwoor-delijkheid voelen voor dit onderwerp. Ik wil hierover graag met hen ingesprek gaan. Ik vind het een goede ontwikkeling. We hebben in dezeKamer vaak gesproken over de versnippering van informatie over detekorten. Ik heb begin september het AZWA, het Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord, ondertekend. Daarin hebben we met alle partijen onderandere afspraken gemaakt over eenduidige definities van een tekort enover betere data-uitwisseling. Ik wil daarvoor gaan, ook in het licht van demotie-Thiadens, die zich hier natuurlijk mee bemoeit. Ik wil dit ingezamenlijkheid doen met alle partijen, zodat we iets goeds kunnenneerzetten waar we voor lange tijd gebruik van kunnen maken. Ik vind ditbelangrijk en ik neem ook graag de regie op me. We hebben nu meerderemeldpunten en het initiatief van zorgverzekeraars komt erbij, maar ik wilecht streven naar één meldpunt. Ik kom hier straks nog op terug bij debeantwoording van een aantal vragen van uw leden.Dan meer over mijn beleid in den brede. U heeft de afgelopen tijd al vaakvoortgangsbrieven ontvangen en gedebatteerd over de tekorten. U weetdat deze problemen niet alleen Nederland betreffen, maar ook vrijwel alleandere Europese landen. Zoals u ook weet, is de tekortenproblematiekcomplex en dus internationaal. Het heeft te maken met een wereldwijdegeneesmiddelenmarkt waarin verstoringen in productie, logistiek ofbeschikbaarheid van bijvoorbeeld grondstoffen direct voelbaar zijn aanonze apotheekbalie; dat gaat vaak snel. We moeten echter niet blijvenhangen in verklaringen of oorzaken. We werken hard aan structureleoplossingen. Zo is er inmiddels een operationeel team ingesteld inNederland dat tekorten in gezamenlijkheid aanpakt. Dat vindt plaats naastdat centrale meldpunt waarnaar ik streef en waarvoor ik de regie op meneem. We vergroten de voorraden van kritieke geneesmiddelen en in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95222 uiterste geval kan de inspectie een vrijstelling geven om middelen uit hetbuitenland te halenOok heb ik begin september het AZWA mee mogen ondertekenen, metdank aan alle partijen, in het bijzonder de Patiëntenfederatie. Het isnatuurlijk heel belangrijk dat de patiënten bij deze discussie rechtstreeksbetrokken zijn. In het AZWA hebben we afspraken gemaakt om debeschikbaarheid van geneesmiddelen te verbeteren. Dat doen we opallerlei manieren, bijvoorbeeld via betere data-uitwisseling, minderadministratieve lasten, duidelijke informatie voor patiënten en dat centralemeldpunt. Ik zei al dat het een Europees probleem is. We werken ook opEuropees niveau aan gezamenlijke inkoop, strategische voorraden enproductiecapaciteit. Als je dat als land alleen gaat oplossen, krijg jenatuurlijk een waterbedeffect. Dan doe je elkaar tekort en dat is geenoplossing voor de tekorten.De Critical Medicines Act komt eraan. Dat is de Europese wet die hierovergaat en die nu vorm krijgt. Het is het streven van het Deens voorzitter-schap om zelfs aan het eind van dit jaar al een gedragen voorzitterschapte hebben. Vanuit Nederland zullen wij daar ook actief de schouders onderblijven zetten. Ik deel uw frustratie over het tempo, maar de meestemaatregelen kosten tijd. Dat komt bijvoorbeeld door juridische procedures– zeker als je het Europees aanpakt, is dat complex – tegengesteldebelangen of internationale afhankelijkheden. Maar ik verzeker u dat ik metalle betrokken partijen keihard werk aan oplossingen die structureel hetverschil gaan maken. Gelukkig zien we dat de maatregelen die tot nu toegenomen zijn, in de afgelopen jaren al succes hebben opgeleverd.Voorzitter. De heer Claassen vraagt mij om het voorstel van de motie vande PVV om een, twee of drie preferente middelen op de markt te brengen,uit te werken. Voor zorgverzekeraars bestaat al de mogelijkheid ommeerdere middelen als «preferent» aan te wijzen. Het aanwijzen van tweeof drie preferente geneesmiddelen blijkt in de praktijk echter niet tewerken. Dat komt omdat er dan onduidelijkheid in de markt ontstaat: wiemoet nu welke hoeveelheid leveren en aan wie? Dan krijg je allemaalparalleltrajecten; dat is dus niet zoals we het normaal gesproken doen. Datzorgt helaas weer voor beschikbaarheidsproblemen. In lijn met de motievan Jansen en Tielen over een kosten-batenanalyse van het preferentie-beleid ben ik zeker bereid om verder te kijken naar de voor- en nadelenhiervan voor de beschikbaarheid en daar dit punt van de heer Claassen inmee te nemen, ook al ziet het er voorlopig dus niet heel hoopvol uit voormeerdere preferente middelen tegelijkertijd. Ik ben ook bereid om eenonafhankelijke evaluatie van de kosten en baten van het preferentiebeleidvoor te bereiden. Dat ben ik eigenlijk al aan het doen. Maar ik zeg u toedat ik daar energie in stop en dat we daarmee doorgaan. Het preferentie-beleid is overigens recent al aangepast door dakpansgewijs tenderen endoor de aanbestedingstermijn in te korten tot twee jaar. Dat is bedoeld omin ieder geval het risico op plotselinge tekorten te verminderen. Meerderepreferente middelen tegelijk op de markt is een interessante gedachte. Dieleggen we ook niet naast ons neer, maar voorlopig staan de stoplichtendaarvoor op oranje of rood. Maar wie weet.De heer Claassen (PVV):Als je kunt stoppen bij oranje moet je gewoon stoppen, dus dan weten weal wat de output daarvan gaat worden.Minister Bruijn:Dat heb ik anders geleerd tijdens mijn rijlessen.De heer Claassen (PVV):Dat is niet goed dan.Maar ik bracht mijn punt over het preferentiebeleid in omdat ... DeMinister geeft aan dat het aanwijzen van meerdere preferente middelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95223 problemen oplevert, maar aan de andere kant zien we in de praktijk dathet per verzekeraar kan verschillen. Het is dan afhankelijk van waar ikverzekerd ben of het middel er wel of niet is. Het ligt dan gewoon in de labij de apotheek, alleen heb ik een andere verzekeraar die de 80 milligramheeft en niet de twee tabletten van 40 milligram in een andere vorm. Datkomt voor. Volgens mij is dat het gevolg van het feit dat er maar éénmiddel preferent is en dat dat ook nog verschilt per zorgverzekeraar. Endat is precies mijn punt. De inbreng van de Minister gaat inderdaad overproductie, grondstoffen en samenwerken. Daar hebben wij eerder ook alop ingezet. Als samenwerking in Europa moet, is dat prima, maar dat kanin Nederland nog beter. Mijn punt van vandaag is dat het eigenlijk gaatover een ogenschijnlijk tekort. In het voorbeeld dat ik gaf zit dit, metandere woorden, zo: omdat het preferentiemiddel wijzigt in het nieuwejaar, kan het zomaar zijn dat er ergens gigantische voorraden van hetmiddel x liggen, terwijl dat niet meer preferent is. En dan moet je ineenstabletten van 80 milligram gaan breken, als iemand normaal gesproken 40milligram zou krijgen. Mijn fractie vindt dat echt onwenselijk. Wat kunnenwe eraan doen om dat soort problemen in de toekomst te voorkomen?Minister Bruijn:Mag ik de vraag in tweeën splitsen? Het eerste punt is: als er een tekort isbij één verzekeraar, dan wijst die een ander middel als preferent aan. Alser een ander middel is binnen het preferentiebeleid, komt er dus geenstop op de levering. Dat zou niet moeten kunnen voorkomen. Door hetpreferentiebeleid liggen er wel degelijk voorraden bij apothekers. DeKNMP, de apothekers dus, is betrokken bij de afspraken over vergoedings-termijnen. We gaan een balans zoeken tussen voldoende voorraad en hetvoorkomen van verspilling op het moment dat een nieuw contract ingaat.Het gaat dan altijd om de balans. De heer Claassen heeft daar een punt enwe nemen dat mee in de discussie met het veld.De voorzitter:Als de Minister zegt dat hij het meeneemt, dan moet ik ervan uitgaan dathet zo is.Minister Bruijn:Het gaat om de AZWA-discussies. Die hebben we nu. Overigens kom ik zometeen nog even terug op de andere vraag van de heer Claassen, devraag over de voorraden. Laten we even kijken of we daaruit komen.De voorzitter:We vervolgen het debat even. Dat lijkt me goed. Dan kunnen we strakseven kijken of er nog vragen zijn.Minister Bruijn:We hebben ook nog een tweede termijn.De heer Claassen vraagt ook wat de definitie van de Minister is van eenmedicijntekort. Zoals de heer Claassen zelf ook al aangeeft, is er op ditmoment niet één definitie van een medicijntekort. Je zou kortweg kunnenzeggen dat er bij een tekort een discrepantie is tussen vraag en aanbod,maar er wordt niet één definitie gehanteerd. Daarom heb ik binnen hetAZWA de afspraak gemaakt om nu samen met partijen wel tot eenuniforme definitie te komen. U weet dat het AZWA een onderhandelings-tafel of een samenwerkingstafel met alle zorgpartijen is. Ik was daaroverigens afgelopen maandag te gast. Dat is de plek waar je dit soortdiscussies mee naartoe neemt. Dat was het even over de definitiekwestie.Dan vraagt de heer Claassen hoe het preferentiebeleid werkt en wat heteffect daarvan op voorraden is. Dat was, denk ik, de andere vraag, die ik alaankondigde. Het preferentiebeleid ligt iets genuanceerder dan de heerClaassen lijkt te schetsen. Er blijven geen grote voorraden liggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95224 Zorgverzekeraars schrijven eens in de twee jaar tenders uit, zoals we aleven noemden, in het kader van het preferentiebeleid. Leverancierskunnen daarop inschrijven. Wanneer een leverancier een tender wint,wijst de zorgverzekeraar dit product voor twee jaar aan. Voorheen was datvier jaar. Dit betekent dat dit product vergoed wordt voor diens verze-kerden. Het voordeel voor de leverancier is een gegarandeerde afzet-markt, want die moet natuurlijk ook leven. De leverancier kan hierdoornauwgezet plannen hoeveel er nodig is voor de Nederlandse markt totwelk moment, want hij weet hoelang de tender duurt. Dat zou dus juistverspilling voorkomen. Wanneer het preferentiebeleid wisselt na hetaflopen van het contract van twee jaar, zien we dat dit soms wel totleveringsproblemen leidt. Daar sloeg de vraag van de heer Claassen op.Het is dan waarschijnlijker dat de leverancier eerder stopt in plaats van dathij een heel grote voorraad gaat aanleggen. Nou komen we weer bij hetAZWA; dat is het mooie van die onderhandelingstafel. Bij het AZWA maakik met zorgverzekeraars en leveranciers uniforme afspraken oververgoedingstermijnen in dit verband. Dat zeg ik u toe.Dan had de heer Claassen nog een vraag in relatie tot de motie-Thiadens.Welke verbeterstappen neemt de Minister om te komen tot een overzichtvoor data rondom medicijntekorten? Ik heb de Kamer vorige weekgeïnformeerd over de invulling van deze motie. Op dit moment bestaat erniet één centraal punt – we hadden het in dit kader ook al even over hetpunt van de zorgverzekeraars – dat alle data rondom geneesmiddelente-korten verzamelt.Verschillende organisaties verzamelen deze data. Dat zijn bijvoorbeeld hetMeldpunt geneesmiddelentekorten van het CBG en de IGJ, Farmanco vande KNMP – dat zijn de apothekers – en de monitor leveringsproblemenvan de Stichting Farmaceutische Kengetallen, SFK. Die hebben allemaalslechts een stukje van de informatie. De informatie is dus nogverbrokkeld. Nu hebben ook Zorgverzekeraars Nederland een initiatiefgelanceerd. Het goede is dus wel dat al deze organisaties het belang vanmelding onderschrijven. Anders hadden ze dit niet gedaan. Daarom zet ikallereerst in op afspraken binnen het AZWA om data-uitwisseling tijdensgeneesmiddelentekorten te versnellen. Dat gaat dus over de uitwisseling,maar ik zie en hoor dat er meer nodig is. Daarom ga ik met partijen ingesprek over hoe we de informatie- en data-uitwisseling rondom debeschikbaarheid van geneesmiddelen structureel kunnen verbeteren envooral kunnen centraliseren. In antwoord op een eerdere vraag heb ik altoegezegd dat ik daarin de regie neem.Hoewel ik in deze discussie zie dat er dus veel verschillende belangen zijn,verwacht ik, gezien het belang van het onderwerp en de initiatieven die opallerlei plaatsen zijn genomen, een constructieve houding van allepartijen. Ik roep ze ook nog een keer daartoe op, want een aantal daarvanzullen dit debat zeker aan het volgen zijn. In de voortgangsbrief van hetvoorjaar 2026 informeer ik u over de voortgang op dit gebied. Dat is danweer een toezegging, voorzitter.Voorzitter. De heer Claassen van de PVV vroeg ook welke voorstellen ikheb om de beschikbaarheid te verbeteren. Ik werk langs drie lijnen:voorkomen, anticiperen en reageren op geneesmiddelentekorten, dezogenaamde VAR-aanpak. Ik denk dat de heer Claassen wel een voetbal-liefhebber is...De heer Claassen (PVV):Nee.Minister Bruijn:O, nou, ik zelf ook niet. Dat was dan een misser van de Minister, maar wekunnen elkaar daar dus wel in vinden. Ik wil natuurlijk het liefst tekortenvoorkomen, de v, en daarvoor is een gezonde Nederlandse geneesmidde-lenmarkt belangrijk. Zo bekijk ik de mogelijkheden voor meer productie inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95225 Nederland en in Europa en versterk ik de relatie met grote producerendelanden buiten Europa om tekorten tegen te gaan. Verder bekijk ik mijneigen prijs- en vergoedingsinstrumenten en worden verbeteringen in hetinkoopbeleid van zorgverzekeraars doorgevoerd. Verder wil ik onzeinformatiepositie verbeteren door betere definities en data-uitwisseling.Daar hadden we het al even over.Behalve het voorkomen van tekorten wil ik ook anticiperen op tekorten dieontstaan. Leveranciers en groothandels hebben daarom een voorraadver-plichting van zes tot acht weken voor de verschillende categorieëngeneesmiddelen en daarbovenop wordt tot vier weken extra voorraad vankritieke geneesmiddelen opgebouwd bij de groothandels. Dat is eenrecente maatregel. Wanneer er toch tekorten ontstaan, doen vooralapothekers – in het bijzonder noem ik ook de apothekersassistenten – envoorschrijvers het harde werk om nadelige gevolgen voor patiënten tevoorkomen en daarmee zijn we bij de r van het reageren. Zij kunnen hetbeste keuzes maken tussen bijvoorbeeld alternatieven. Dat valt typischonder het werk en de kennis van de apothekers. Dat gebeurt in hetOperationeel Team Geneesmiddelentekorten, dat dit coördineert, metbehulp van het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen. Kortom, erzijn op dit terrein echt stappen gezet. Dat is mijn antwoord op de vraagvan de heer Claassen.Hij vraagt ook nog welke flexibiliteit de Minister verwacht van zorgverze-keraars om bij schaarste aan de zorgplicht te voldoen. Ik verwacht van dezorgverzekeraars niet alleen flexibiliteit, maar ook dat zij bij schaarste deregie nemen vanuit hun zorgplicht die wettelijk door uw Kamer isvastgelegd en, niet te vergeten, vervolgens ook nog door de EersteKamer. Zorgverzekeraars Nederland heeft aangegeven dat zorgverzeke-raars deze verantwoordelijkheid zullen nemen. ZorgverzekeraarsNederland benadrukt wel dat zij ook afhankelijk zijn van andere partijen,zoals leveranciers, groothandels, apotheken en ook de overheid, en datgoede centrale informatie essentieel is; vandaar mijn inspanningen in dierichting. Ik onderschrijf dat we alleen samen de beschikbaarheid vangeneesmiddelen voor patiënten en zorgverzekeraars kunnen verbeteren.Daarbij moet elke partij haar verantwoordelijkheid nemen. Dat geldt ookvoor mij. Voor het centraal informatiepunt neem ik dus de regie, zoals ik ual heb toegezegd. Dat neemt niet weg dat zorgverzekeraars een resultaat-verplichting en een zorgplicht hebben naar de verzekerden toe in hetkader van die zorgplicht. De NZa houdt daar toezicht op.Dan kom ik bij een vraag van de heer Bevers, wederom over Zorgverzeke-raars Nederland en over één centraal meldpunt voor tekorten. Hij vroegwat ik daarvan vind. Zoals gezegd in mijn inleidende spreektekst voor ditblokje, ben ik daar blij om. Ik ben blij dat zorgverzekeraars verantwoorde-lijkheid voor dit onderwerp voelen. Ik had ook niet anders verwacht. Ik wildaarover ook in gesprek met de zorgverzekeraars. U weet dat dit alles inde afgelopen dagen heeft plaatsgevonden, dus ik had nog niet degelegenheid om met de zorgverzekeraars in gesprek te gaan voor ditdebat, maar ik zal dat zeker zo snel mogelijk gaan doen. We hebben indeze Kamer vaak gesproken over de versnippering van de informatie overtekorten, ondanks alle goede bedoelingen van alle betrokken partijen, watnatuurlijk een onwenselijk gegeven is. Dit past ook allemaal bij de motievan het lid Thiadens van de PVV over een onafhankelijk instituut voor dataover geneesmiddelentekorten.Begin september heb ik gezamenlijk met alle partijen het AZWA onder-tekend. Daar hebben we met alle partijen afspraken gemaakt overeenduidige definities – zie de eerdere vraag – en over beteredata-uitwisseling. Ik ga daar dus voor. Ik wil dit in gezamenlijkheid metalle partijen doen, zodat we iets goeds neerzetten, waar we voor lange tijdgebruik van kunnen maken, maar waar vooral de patiënt plezier van heeft.Ik vind het belangrijk en, nogmaals, ik neem hierin de regie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95226 Dan kom ik op de vraag van de heer Bushoff van GroenLinks-Partij van deArbeid. Wat vindt de Minister van een gezamenlijk verplicht punt voor hetmelden van tekorten? Allereerst is er wel degelijk een wettelijkeverplichting voor handelsvergunninghouders voor het melden vanverwachte leveringsonderbrekingen. Deze meldingen doen fabrikanten bijhet Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten, gecoördineerd doorhet CBG, het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, en deInspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Ik denk dat de heer Bushoff er ookop doelt dat er geen centraal punt is waar op dit moment alle datarondom geneesmiddelentekorten samenkomen. Daarom zet ik allereerstin op afspraken binnen het AZWA om data-uitwisseling tijdens genees-middelentekorten te versnellen en te verbeteren, maar ik zie en hoor dater meer nodig is. Dat blijkt ook uit een initiatief van ZorgverzekeraarsNederland. Daarom ga ik dus met partijen in gesprek over hoe we deinformatie- en data-uitwisseling rondom de beschikbaarheid vangeneesmiddelen structureel kunnen verbeteren en centraliseren. Ik vinddat belangrijk. Nogmaals, ik neem daarin de regie. Hoewel ik in dezediscussie zie dat er veel verschillende belangen zijn, verwacht ik dus eenconstructieve houding van alle betrokkenen. Ik zeg u toe dat ik de Kamerin de voortgangsbrief van het voorjaar 2026 zal informeren over devoortgang hiervan.Voorzitter. Dan ben ik bij een vraag van het Kamerlid De Korte. De vraag isof ik bereid ben om met zorgverzekeraars afspraken te maken, zodatcruciale medicijnen langer op voorraad gehouden kunnen worden en datvan cruciale medicijnen niet telkens andere preferente medicijnenaangewezen worden. Ik deel de zorg van mevrouw De Korte: zonder extravoorraden kunnen leveringsproblemen voor kritieke geneesmiddelen –daar hebben we het nu over – moeilijk worden opgevangen. Ik leg daaromeen grotere voorraad aan van kritieke geneesmiddelen. Dit is dus meerdan in de beleidsregel voor algemene geneesmiddelen verplicht is. Hetstijgt daarboven uit. In de beleidsregel staat dat van zo’n beetje allegeneesmiddelen zes weken voorraad bij de leverancier moet liggen plustwee weken bij de groothandel en in aanvulling daarop leg ik voor kritiekegeneesmiddelen extra voorraad aan. Ik geef de groothandels daarvooreen subsidie.De extra voorraden voor kritieke geneesmiddelen betreffen vier wekenvoor essentiële antibiotica en salbutamol, ook genoemd door de leden.Die liggen er overigens grotendeels al. Ook betreft dit vier weken extravoorraad voor de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen gecategori-seerd als rood en drie weken extra voorraad van de Nederlandse lijstkritieke geneesmiddelen gecategoriseerd als oranje. Ik verwacht dat ookde afspraken tussen zorgverzekeraars en leveranciers om met tweejarigepreferentiecontracten te werken en om dakpansgewijs te contracterenzullen zorgen voor meer leveringszekerheid en meer aanbieders op demarkt. Daarnaast werk ik met de zorgverzekeraars in het kader van hetAZWA aan uniforme afspraken over vergoedingstermijnen, zodat eenwisseling van preferent product minder mogelijk negatieve effecten opbeschikbaarheid heeft.Voorzitter. Dan kom ik bij een aantal andere onderwerpen aangaande degeneesmiddelen. Eerst kom ik bij een vraag van de heer Claassen van dePVV en van mevrouw De Korte van NSC, maar niet dan nadat ik u hetwoord gegeven heb, voorzitter.De voorzitter:Ik dank de oud-Voorzitter van de Eerste Kamer voor het krijgen van hetwoord.Mevrouw De Korte (NSC):Ik begrijp dat het blokje over de voorraden is afgelopen. De Minister geeftaan dat hij pleit voor langdurige voorraden. Hij verwacht dan dat ook hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95227 preferentiebeleid van de zorgverzekeraars langdurig wordt vastgesteld. Ikhoor het niet als een soort zekerheid, dus dat het echt zo gebeurt. Het zounamelijk echt heel naar zijn als er voorraden worden aangehouden en diedaarna worden weggegooid. Dat hoor ik ook uit de praktijk en wij vindenecht dat dat gestopt moet worden.De voorzitter:En daar wilt u een reactie op?Mevrouw De Korte (NSC):Graag daar een reactie op.De voorzitter:Of de Minister...Minister Bruijn:Dit is natuurlijk de balans. Enerzijds wil je van geneesmiddelen en in hetbijzonder van kritieke geneesmiddelen voldoende voorraad hebben omtekorten te voorkomen. Anderzijds wil je natuurlijk ook geen voorradenhebben die je niet gebruikt. Voor die balans zullen we met elkaar moetenblijven zorgen. De ideale wereld daarin bestaat niet. Je hebt altijd hetrisico op het een of het ander. Dat zijn samenhangende domeinen. Ik kannoch toezeggen dat we een systeem kunnen ontwikkelen waarin er nooitmeer een tekort zal ontstaan noch toezeggen dat we kunnen toewerkennaar een systeem waarin nooit een voorraad zal worden weggegooid. Wezullen echter trachten om de risico’s op beide te mitigeren. Daarin kunnenwe elkaar vinden en dat is precies wat we hier aan het doen zijn. Weblijven dus altijd in de gaten houden wat de ideale omvang van zo’nvoorraad is. Dat is ook een leerproces.Mevrouw De Korte (NSC):Toch heb ik nog even een aanvullende vraag. Ik ben wel erg benieuwd ofde Minister inzicht heeft in de voorraden die worden weggegooid omdater een ander preferent middel wordt voorgeschreven. De zorgverzekeraarszijn daar verantwoordelijk voor. Het zou heel mooi zijn om daar inzicht inte krijgen.Minister Bruijn:Ik heb alleen inzicht in onze extra voorraad, die ik dus nu aan hetaanleggen ben. Ik heb echter geen inzicht in de voorraden die er nogwaren, de klassieke voorraden dus.De voorzitter:Eigenlijk is het antwoord op de vraag dus nee.Minister Bruijn:Ik heb dus wel het inzicht in de extra voorraden, dus het is een gedifferen-tieerd antwoord, voorzitter.De voorzitter:Zeer gedifferentieerd.Minister Bruijn:Ja, een genuanceerd antwoord.De voorzitter:Maar maak ik hieruit op dat de vraag van mevrouw De Korte nog niethelemaal bevredigend is beantwoord? Of toch wel?Mevrouw De Korte (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95228 Nou, het is niet helemaal bevredigend beantwoord, maar ik heb maar eenbeperkt aantal interrupties. Het stelt me wel teleur dat de Minister hier zelfeigenlijk geen inzicht in wil hebben.De voorzitter:De Minister, tot slot op dit punt.Minister Bruijn:In die laatste opmerking zit de aanname besloten dat ik die niet zou willenhebben. Die werp ik toch van mij. Ik zou dat inzicht natuurlijk heel graagwillen hebben, maar dat stuit soms op bepaalde problemen. Ik beschouwde opmerking van mevrouw De Korte echter wel als een duw in de rug omme er maximaal voor in te zetten om dat inzicht zo groot mogelijk tekrijgen en om er ook nog eens opnieuw naar te kijken. Kunnen we daarniet wat meer aan doen? Om te voorkomen dat voorraden wordenweggegooid maken we overigens afspraken over vergoedingstermijnenmet zorgverzekeraars en apothekers. De extra voorraden lopen ook mee inde reguliere workflow. Maar nogmaals, ik denk dat we aan dezelfde kantstaan. Het is niet zo dat ik niet meer inzicht zou willen hebben, maartussen willen en kunnen zit nu wel een zekere marge.De voorzitter:Dank u wel. We waren al aangekomen bij het derde blok. Ik vraag deMinister om dat te hervatten.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Mevrouw De Korte vroeg: is de Minister bereid ommet zorgverzekeraars afspraken te maken, zodat cruciale medicijnenlanger op voorraad gehouden kunnen worden en dat van crucialemedicijnen niet telkens andere preferente medicijnen worden aange-wezen? Ik deel de zorg dat zonder extra voorraden leveringsproblemenvan kritieke geneesmiddelen moeilijk kunnen worden opgevangen endaarom leg ik dus een grotere voorraad aan van kritieke geneesmiddelen.Dat is meer dan de beleidsregel verplicht. Ik heb u al verteld hoe groot devoorraden zijn. In het AZWA maak ik afspraken hierover. Daar zittengelukkig alle betrokken partijen regelmatig aan tafel. Dankzij de regie vande fantastische ambtenaren op VWS – ik mocht er afgelopen maandageven bij zijn – is dat de plek om dit te bespreken en te monitoren.Voorzitter. Dan kom ik op een vraag van mevrouw De Korte en vanmevrouw Claassen. Uh, de heer Claassen! Mijn excuus, voorzitter.De voorzitter:Ik was ook al even aan het kijken of er iets had plaatsgevonden, maar hetis nog steeds meneer Claassen.Minister Bruijn:Ik ben patholoog en geen clinicus. Dan krijg je dat. De heer Claassen enmevrouw De Korte hebben mij gevraagd naar het hergebruik vangeneesmiddelen. Ze noemden onder meer het starten van pilotstudiesvoor verantwoord hergebruik en de Europese stand van zaken. De heerClaassen heeft het er al even over gehad. Nu gaat het over hergebruik. Ikdenk dat de heer Claassen en mevrouw De Korte heruitgifte bedoelen. Datdenk ik. Ik meen aan de reactie van beiden te zien dat ik het daarmee bijhet juiste eind heb, dus daar vallen we elkaar weer snikkend in de armen.Bij «hergebruik» klinkt het alsof een geneesmiddel al eerder is gebruikt,terwijl bij heruitgifte een ongeopende verpakking – dat is redelijk cruciaal– opnieuw wordt uitgegeven aan een andere patiënt. Even scherp zijn!Meer pilotstudies voor heruitgifte van geneesmiddelen zijn op dit momentniet nodig en ook niet wenselijk. Ik ben ervan overtuigd dat het een goedeontwikkeling is. Zoals aangetoond in wetenschappelijk onderzoek datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95229 sinds 2020 plaatsvindt in Nederlandse ziekenhuizen, kan dat onder striktevoorwaarden inderdaad veilig plaatsvinden.Daarnaast pleit ik al voor aanpassing van de huidige Europese wetgevingdie nodig is om nieuwe studies te kunnen toestaan. Wij zetten hier ookstappen op. Bij de onderhandelingen van de herziening van de Europesegeneesmiddelenwetgeving span ik mij in om ervoor te zorgen datheruitgifte wél een wettelijke basis krijgt, want natuurlijk is dat eenlogische gedachte. Het Raadsmandaat dat nu voorligt, maakt heruitgiftemogelijk door middel van extra voorwaarden en controles door deapotheker. Daarbij geef ik wel de winstwaarschuwing dat deze wetstekstenpas na de zogenaamde trilogen tussen de Raad, het Europees parlementen de Europese Commissie definitief worden. Als je dit goed wilt regelen,dan moet je het natuurlijk Europees regelen. Zodra de wettelijke basisgeregeld is, ga ik kijken naar de mogelijkheden in Nederland voorhaalbare en veilige opties voor heruitgifte. Ik ben ervan overtuigd dat hierveel mee te winnen is op het gebied van duurzaamheid en kostenbe-sparing, en bij tekorten van geneesmiddelen.Voorzitter. Ik kom bij de vraag van de heer Bushoff over de bezuinigingvan 70 miljoen op zelfzorgmiddelen. Kan de Minister toezeggen dat hijaan de Kamer zal melden om welke medicijnen, welke zorgkosten enwelke doelgroep het gaat en hoeveel mensen er daardoor op achter-uitgaan? Laat ik om te beginnen zeggen dat ook ik mij er zorgen overmaak als de zelfzorgmedicatie uit het pakket gaat. Ik deel die zorgen. Ikbreng daarom momenteel samen met de veldpartijen, zoals de KNMP, dezorgverzekeraars en het Zorginstituut, de mogelijkheden in kaart. Ik voerook overleg met het Ministerie van Financiën om te kijken of we eendekking kunnen vinden. De besluitvorming hierover zal plaatsvinden in devoorjaarsbesluitvorming van 2026. Dat streef ik in ieder geval na. Ik zal deKamer hier uiteraard over informeren, waar mogelijk ook over de concreteeffecten op patiënten dan wel over de mogelijkheid om die bezuiniging opeen of andere manier te dekken. Ik kan dat op dit moment onmogelijktoezeggen, maar misschien blijkt hieruit wel dat dit mijn volle aandachtheeft. Ik doel op zowel de dekking zelf als op de eventuele gevolgen intermen van de vraag die de heer Bushoff stelt.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dit wordt mijn laatste, schat ik zo in.De voorzitter:Ja, ik ga een beetje handhaven.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Heel goed.De voorzitter:Dit wordt uw laatste. Ik probeer straks nog een veegronde te doen. Dit isuw vierde. De heer Claassen heeft er officieel ook nog één.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank voor de toezegging van de Minister. Stel dat er helemaal geenprobleem zou zijn. Waarom zouden we dan niet een besparing vantientallen miljoenen doorvoeren? Maar ook gegeven dit antwoord krijg iktoch enigszins het gevoel dat er een bedrag is gekozen waarvan we nogniet weten wat de gevolgen zijn voor de patiënten. Precies daarom hechtik er veel waarde aan dat ruimschoots voor de voorjaarsbesluitvorming,maar het liefst al eerder, nog dit jaar, in kaart is gebracht wat de gevolgenzijn voor individuele patiënten, om welke inkomsten het gaat et cetera.Dat moeten we weten voordat we hierover een besluit kunnen nemen. Devoorjaarsbesluitvorming is eigenlijk nog te laat, want ik kan meTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95230 voorstellen dat we om bepaalde redenen ergens begin of half novemberheel veel behoefte hebben aan deze informatie.Minister Bruijn:Het Zorginstituut kijkt nu naar de effecten voor patiënten. Ik kan nietnamens het Zorginstituut toezeggen wanneer dat komt, maar ik kan u weltoezeggen dat ik zal aandringen op een spoedige rapportage.Voorzitter. Mevrouw De Korte vroeg: is de Minister bereid om meer ruimtete creëren voor magistrale bereidingen van zeldzame en dure medicijnen?Magistrale bereidingen zijn bereidingen door de apotheker zelf voor eenkleine groep patiënten. Het antwoord is: nee, die kant wil ik niet op. Datmoet ook kunnen. Mijn voorkeur gaat in beginsel uit – daar is het helestelsel overigens ook op gericht – naar het gebruik van geregistreerdegeneesmiddelen, omdat die meer waarborgen kennen voor kwaliteit,veiligheid en werkzaamheid. Apotheekbereidingen kunnen een goede enmooie rol spelen wanneer generieke geregistreerde geneesmiddelen nietadequaat beschikbaar zijn. Ze maken in die zin dus wel onderdeel uit vanhet stelsel. Het gaat dan vooral om geneesmiddelen waarvan de juistedosering of toedieningsvorm niet op de markt is. Bij magistrale berei-dingen leveren apotheken aan de eigen patiënten. Bij collegiaal doorle-veren – dat is net iets anders – gaat het om het leveren tussen apotheken.De beleidsregel voor collegiaal doorleveren is inmiddels in werkinggetreden. Ik werk op dit moment aan de beleidsregel voor magistralebereidingen. Het belang daarvan onderschrijf ik wel degelijk – we werkendaar ook aan – maar het kan wat mij betreft niet in de plaats komen vanhet gebruik van geregistreerde geneesmiddelen. Ik zet mij er overigensook in Europa voor in, bij de herziening van de farmawetgeving, omcollegiaal doorleveren wettelijk te verankeren.Voorzitter. Mevrouw De Korte vroeg: kan de Minister er in Europa voorpleiten dat zelfbereiding door eerstelijnsapothekers mogelijk blijft? Dievraag hangt hier natuurlijk mee samen. Nogmaals, magistrale bereidingdoor eerstelijnsapothekers blijft mogelijk, maar het Europees parlementwil dat alleen ziekenhuisapothekers een voorraad van die productenmogen aanleggen. Daar zit de nuance. Dat vind ik niet acceptabel. Ik vinddat ook extramurale apothekers dat prima kunnen doen, want zij vallenook onder allerlei kwaliteitscriteria. Als het gaat om magistrale bereiding,dan wil Nederland samen met andere EU-landen dat alle apothekers eenvoorraad mogen maken en dus niet alleen de ziekenhuisapothekers. Datstaat ook in het Raadsmandaat voor de onderhandelingen over de nieuwefarmaceutische wetgeving. Dat heeft uw Kamer voor de zomer ontvangen.Ik zal de voorzitter van de Raad vragen om hier niet op toe te geven in deonderhandelingen met het parlement.Voorzitter. Ik kom bij mijn laatste blokje, over medische technologie. Ikvroeg laatst aan iemand: van hoeveel soorten intra- en extramuralehulpmiddelen wordt in Nederland gebruikgemaakt? Ik mag natuurlijk nietvragen of iemand op de publieke tribune het weet, maar ik denk dat demensen ook heel blij zijn dat ik dat niet mag vragen. Ik mag het ook nietaan de leden vragen. Het zijn er 500.000. Er zijn 500.000 soorten intra- enextramurale hulpmiddelen. Waar moet je dan aan denken? Denk aansensoren om mensen thuis te kunnen monitoren, 3D-geprinte engepersonaliseerde implantaten, AI bij borstkankerscreening, chirurgischerobotica en zaken als hechtdraad, hechtnaalden, katheters en ga zo maardoor. Die ondersteunen zorgverleners uiteraard bij operaties. Het zijn500.000 soorten. Ik vind dat in ieder geval een enorm groot aantal.Ze spelen een essentiële rol in onze gezondheidszorg. Ze gevengebruikers de mogelijkheid om volledig mee te draaien in de samenlevingof ze kunnen het werk van zorgpersoneel uit handen nemen. Denk aankantelbedden. We kennen ook het kantellaken uit de gezondheidszorg.Deze hulpmiddelen moeten daarom veilig, beschikbaar, betaalbaar en hetliefst ook zo duurzaam mogelijk zijn. Dat laatste is weer een andereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95231 discussie. Zoals zo vaak zien we dat die doelen elkaar soms bijten. DeEuropese regels voor medische hulpmiddelen, de Medical DeviceRegulation, de MDR, hebben onze producten de hoogste veiligheid terwereld gegeven, maar dat heeft natuurlijk ook meteen een keerzijde.Daardoor zijn er voor fabrikanten soms hoge drempels ontstaan om eenhulpmiddel op de Europese markt te brengen. Dat heeft, samen met deschaarse grondstoffen, de gestegen kosten en de ingewikkelde toeleve-ringsketen, weer negatieve gevolgen voor de beschikbaarheid enleveringszekerheid. Dat zijn samenhangende zaken, die elkaar somstegenspreken.Ik werk hier uiteraard hard aan, zowel op nationaal als Europees niveau.Zo hebben we tegenwoordig een nationaal meldpunt voor tekorten. Dat isniet te verwarren met de meldpunten voor geneesmiddelen, waarvan weer een aantal hebben, maar waarbij we naar één streven. Voor de tekortenaan hulpmiddelen hebben we één nationaal meldpunt. Dat wordtgeorganiseerd door het Zorg Inkoop Netwerk Nederland. Dat is natuurlijkhartstikke mooi. Zij staan zorgaanbieders bij in de zoektocht naar eengeschikt alternatief als er onverhoopt een tekort is. Het gaat dus nietalleen om het melden, maar ook om het zoeken naar een oplossing.Ook is sinds begin dit jaar de Europese meldplicht van kracht, diefabrikanten verplicht om onderbrekingen van leveringen te melden inEuropa. Dat geeft zorgpartijen meer tijd om op zoek te gaan naaralternatieven of om andere mitigerende maatregelen te nemen. Zoals uweet, wil ik deze meldingen ook breder beschikbaar maken, zodat de helezorg zich beter kan voorbereiden op een eventueel tekort aan eenhulpmiddel. Dat is belangrijk, maar natuurlijk pakken we het liefst de kernvan het probleem aan, hoe moeilijk dat ook is. Daarom ben ik blij dat deevaluatie van de Europese medischehulpmiddelenwetgeving isvervroegd. Ik heb namens Nederland aangegeven dat ik het belangrijkvind om een betere balans te vinden tussen veiligheid, beschikbaarheiden innovatie in de wetgeving. U kunt erop vertrouwen dat ik dit procesmet aandacht volg.Ik kom bij een vraag van het lid Bevers van de VVD. Hij zei: «De datavanuit het Europees meldsysteem voor tekorten aan medische hulpmid-delen zouden niet in Nederland gebruikt worden. Een nationaal meldpuntwordt overwogen. Wat kan de Minister ons daarover vertellen? Is hij hetmet de VVD eens dat data-uitwisseling anno 2025 geen probleem meermag zijn?» Ik ben het in ieder geval met de heer Bevers eens dat het anno2025 geen probleem meer zou mogen zijn, maar dat is natuurlijk een kleinnuanceverschil. Het Europees meldsysteem, waar de VVD naar verwijst,wordt wel gebruikt. Hier komt alle informatie in vanuit de Europesemeldplicht. Dat noemde ik al in mijn inleiding. Die informatie wordt ooknu al gedeeld met alle lidstaten en met de klanten van de fabrikant. Datgeldt ook voor Nederland. Wij zijn daar onderdeel van. Ik wil dat dieinformatie ook voor andere partijen beschikbaar komt, zodat de zorg zichnog beter kan voorbereiden op naderende tekorten, want die informatie isnu nog besloten.Als die meldingen openbaar zijn, kan ook het Zorg Inkoop NetwerkNederland daarmee aan de slag. Zij helpen zorginstellingen met hetaandragen van alternatieve producten en het coördineren bij tekorten,met subsidie van mijn ministerie. Mede daarom heb ik recent eenwetsvoorstel naar uw Kamer gestuurd, waardoor ik informatie uit deEuropese meldingen openbaar kan maken en kan publiceren. Dit kostfabrikanten geen extra werk, dus de administratieve lasten lopen niet op.Maar ik ben graag bereid om dit in mijn volgende overleg met defabrikanten verder toe te lichten, want ook daarmee heb ik natuurlijk eenongoing discussie. Dit is mijn antwoord op de vraag van de heer Bevers.De heer Bevers (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95232 Ik geloof dat ik bij nummer één begin, voorzitter. Ik probeer dit even goedin beeld te krijgen. Zit het besloten in het Europees systeem dat het nietopenbaar is of is dat een keuze van de leveranciers? Dat kan ik niethelemaal helder krijgen. Wat is er de oorzaak van dat dat nog niet kan?Minister Bruijn:Dat zit besloten in het Europees systeem.Voorzitter. Ik kom bij een vraag van mevrouw De Korte van NSC.«Waarom mag ongebruikt incontinentiemateriaal, waarvan de kostenoplopen tot 140 miljoen euro per jaar, niet teruggenomen worden enhergebruikt worden na controle? Kan de Minister toezeggen dat hij aan deslag gaat om de terugname en het hergebruik van incontinentiemateriaalen andere zorgmiddelen mogelijk te maken?»De voorzitter:Ik laat dit nu toe omdat dit het laatste commissiedebat is. Na het reces zalik u vragen om niet elke keer de hele vraag te herhalen die al gesteld is,maar om alleen mevrouw De Korte en het onderwerp te benoemen, enom daarna antwoord te geven. Dat doen we in het vervolg.Minister Bruijn:Prima, voorzitter. Ik kan dat meteen invoeren, als u dat wenst.De voorzitter:Graag.Minister Bruijn:Mevrouw De Korte had een vraag over de incontinentiematerialen. Het isaltijd al toegestaan om ongebruikt incontinentiemateriaal terug te nemenen na controle weer uit te geven. Ik zet mij ervoor in om het hardnekkigemisverstand over de heruitgifte van medische hulpmiddelen de wereld uitte helpen, onder andere via de communicatiekanalen van de Green DealDuurzame Zorg. Ik ben het wel eens met mevrouw De Korte dat dit in depraktijk nog niet gaat zoals we willen. Het retour nemen van incontinentie-materiaal kost leveranciers veel werk. Denk aan het ophalen en aan deadministratie omdat de vergoeding uit de Zorgverzekeringswet retourmoet. Dat is ingewikkeld. Ik zeg u toe dat ik met de zorgverzekeraars,ActiZ, de branchevereniging voor ouderenzorg en chronisch zieken, en deleveranciers zal bespreken wat we nog meer kunnen doen om debelemmeringen hiervoor weg te nemen.Voorzitter. Mevrouw De Korte had ook nog een vraag over elektrischerolstoelen. Ik wil mevrouw De Korte graag bedanken voor het delen vanhet verhaal van Bas. Dat is een indrukwekkend verhaal. Ik ken dezesignalen. Dit soort situaties gaan ook mij zeer aan het hart. Samen met deStaatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg werk ik eraan omdeze in de toekomst te voorkomen. De Staatssecretaris heeft recent metuw Kamer gesproken over de Werkagenda VN-verdrag Handicap. In diewerkagenda zijn verschillende maatregelen opgenomen om de positie vanmensen met een beperking te verbeteren, waaronder maatregelen voortoegankelijke en beschikbare hulpmiddelen, waar het hier over gaat. Ommeer antwoord te geven op de vraag zelf: bij rolstoelen die vanuit deWmo worden verstrekt in de thuissituatie is het aan de gemeenten – wantu vroeg naar het toezicht – om contractuele afspraken te maken met dehulpmiddelenleveranciers over de service aan hulpmiddelen. Het is ookaan de gemeenten om de leveranciers daaraan te houden. De gemeen-teraad is de toezichthouder. Die moet erop toezien dat het college op eenpassende manier invulling geeft aan de Wmo. Dat is mijn antwoord op devraag van mevrouw De Korte.Voorzitter. Mevrouw De Korte had nog een vraag, over de controle op dehulpmiddelenaanbieders en het klachtensysteem. Het antwoord daarop is:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95233 dat is de taak van de IGJ. De IGJ is toezichthouder op de naleving van deEuropese regels – want daar hebben we het hier over – voor medischetechnologie, de MDR, de Medical Device Regulation, en de IVDR, de InVitro Diagnostics Regulation. Die laatste gaat bijvoorbeeld over zwanger-schapstesten. In de MDR en de IVDR is wettelijk vastgelegd dat distribu-teurs en fabrikanten een klachtenregister moeten bijhouden. Nogmaals,de IGJ is daarop de toezichthouder.Voorzitter. Mevrouw De Korte stelde een vraag over de jaarlijkse apk voorelektrische rolstoelen. Voorzitter, ik begin het al een beetje te leren om eensamenvatting te geven. Ik zie dat u ervan onder de indruk bent. Derolstoelen in de thuissituatie worden geleverd vanuit de Wmo en vallendaarmee onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De Wmo isnamelijk een gedecentraliseerde wet. Daarom hebben de gemeenten debeleidsruimte om hun ondersteuning zo te organiseren dat die het besteaansluit bij de behoefte van hun inwoners. Dat geldt ook voor deafspraken over reparatie en periodiek onderhoud. Daarnaast heb ikbegrepen dat helaas ook deze arbeidsmarkt te maken heeft met krapte,wat een onbedoeld negatief effect zou kunnen hebben op de algemenewachttijden voor urgente reparaties. Het punt van mevrouw De Korte isdus juist. Ik kan als Minister van VWS niet afdwingen dat er een jaarlijkseapk voor rolstoelen komt, want dat ligt decentraal, maar ik zeg naaraanleiding van de vraag van mevrouw De Korte wel toe dat ik dit signaalga delen met de Staatssecretaris. Die zit bij mij op de gang, dus ik hoefdaar niet ver voor te lopen. Zij kan dit dan meenemen in de gesprekkendie zij voert met de VNG.Voorzitter, dat was mijn antwoord op de laatste vraag.De voorzitter:Dat roept een vraag op bij mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dat maakt het voor mensen met een handicap natuurlijk wel ingewikkeld.Enerzijds houdt de IGJ klachtensystemen bij en anderzijds wordt eraangeklopt bij de gemeente, die uiteindelijk niks doet. De IGJ doet ookniks en ondertussen zit zo iemand als Bas heel erg vervelend in eenrolstoel. Hij moest zelfs een paar maanden op bed liggen, omdat hij erhelemaal niet goed in kon zitten. Mensen worden echt van het kastje naarde muur gestuurd. Dat heeft misschien te maken met de decentralisatie,maar bij dit soort complexe rolstoelen zou er eigenlijk landelijk aange-stuurd moeten worden. De gemeenten zijn er ook niet zo mee bekend.Mijn vraag is dus toch of hier wat actiever vanuit het ministerie naargekeken kan worden.De voorzitter:Volgens mij heeft de Minister dat wel gezegd.Minister Bruijn:Dat is lastig, want we hebben de Wmo natuurlijk heel bewust gedecentra-liseerd. We hebben het bij de gemeenten zelf gelegd, zodat het maatwerkdicht bij de burger geleverd kan worden. Dat is de ene kant. Aan deandere kant erken ik natuurlijk dit punt. Ik neem dit ter harte. Naaraanleiding van het verhaal van Bas ga ik de Staatssecretaris vragen of zijdit punt wil meenemen in haar gesprekken met de VNG, zodat dit ook echtaandacht krijgt. Dat doe ik naar aanleiding van het verhaal van Bas en vanhet signaal van mevrouw De Korte.De voorzitter:Helder. Ik kijk nog even naar de anderen. We gaan richting de tweedetermijn. Ik dank de Minister voor de uitvoerige beantwoording en voor hetsamenvatten van de vragen. Dat waardeert de voorzitter zeer. We komenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95234 nu bij de tweede termijn van de Kamer. Ik begin bij de heer Claassen. Ik ziteven naar de minuten te kijken. U heeft 1 minuut en 20 seconden.De heer Claassen (PVV):Dat zou moeten lukken.Ik heb nog één dingetje. Ik heb nog een heleboel vragen, want dit issowieso een neverending story. Dat is ook goed. Ik vraag bij dezen eentweeminutendebat aan, want ik merk dat we met moties het vliegwiel aande gang houden om de geneesmiddelenbeschikbaarheid steeds beter temaken en om daar met elkaar over te praten.Eén ding puzzelt me nog. Ik heb hem al een tijdje niet meer gezien, maarik ben fan van Jos Burgers. Google hem maar. Hij heeft hele leukefilmpjes. Hij heeft het over klanten krijgen en klantenbinding. Een van zijnvoorstellen en van de dingen die hij vertelt, is om de klant nooit korting tegeven maar de eerlijke prijs. Geef vanaf het begin een duidelijke prijs. Hetvolgende puzzelt mij. Als ik het goed beluisterd heb, dan krijg je kortingals men een hoge prijs vraagt. Je weet dan waar je uitkomt. Je vraagt alsfarmaceut dus een hogere prijs. Het mooie daarvan is dat het geld van diekorting waarschijnlijk in bijna alle gevallen gebruikt wordt voor premie-demping. Dan zou je bijna zeggen: vraag de hoogst mogelijke prijs, wantdat is des te beter voor de premie. Dat zou een logisch gevolg zijn. Dusmijn voorstel zou zijn om te zeggen: «Farmaceuten, houd op met dieflauwekul. Stel een eerlijke prijs vast. Dan gaan de onderhandelingen ookduidelijker en sneller. Houd op met alle marges die eromheen zitten.» Ikben benieuwd wat de Minister zo meteen van mijn voorstel vindt.De voorzitter:Dat horen we straks in de tweede termijn van de Minister. De heer Bevers.De heer Bevers (VVD):Dank, voorzitter. Ik moet nog even nadenken over de rekensom die collegaClaassen maakte.De heer Claassen (PVV):Niet doen!De heer Bevers (VVD):Maar dat horen we vanzelf.Dank aan de Minister voor de heldere en uitgebreide beantwoording. Devragen die ik heb gesteld, zijn wat mij betreft duidelijk beantwoord.Collega Claassen heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Ik zie nietzozeer reden om moties in te dienen, maar ik heb zomaar het idee dat ditnog enige tijd duurt, dus ik kan daar nog over nadenken.Tot zover mijn opmerkingen.De voorzitter:De heer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Minister en zijn ondersteuningvoor de beantwoording van de vragen.Ik heb een aantal problemen aangekaart over de betaalbaarheid vangeneesmiddelen voor het individu. Ik heb enkele zorgen geuit en vragengesteld over de voorgenomen bezuinigingen op zelfzorgmiddelen. Het isfijn dat de Minister heeft toegezegd dat hij de Kamer daarover zo snelmogelijk meer inzicht zal verschaffen. Dat is een fijne toezegging.Ik heb ook gehoord dat de Minister zich verantwoordelijk voelt voor degeneesmiddelentekorten en dat hij daarin een sturende en coördinerenderol op zich wil pakken om te kijken of we in overleg met de partners totéén meldpunt kunnen komen. Ik denk dat het goed is dat de Minister daarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95235 voortvarend mee aan de slag gaat. We wachten de terugkoppelingdaarvan af.Tot slot. Het ging over de farmaceutische industrie. Er worden fantastischegeneesmiddelen uitgevonden door de farmaceutische industrie, maar erzijn ook hele grote problemen binnen deze industrie. Die hebben wegelukkig benoemd en die moeten we blijven benoemen, in de hoop dat erook vanuit de farmaceutische industrie ooit een keer een beweging wordtgemaakt naar het publieke belang en het patiëntenbelang.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot mevrouw De Korte.Mevrouw De Korte (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Minister voor de uitgebreidebeantwoording.Het zou erg mooi zijn als de heruitgifte van medicijnen veel uitgebreiderkan plaatsvinden. Er zijn in Nederland al een paar pilots. De Minister zei:er komen niet meer pilots. Wat ons betreft komen die er wel. Ik hoop dathij daar aandacht aan wil besteden, want dat helpt. Het is duurzaam enhet leidt tot bezuinigingen.Het is fijn dat de Minister er in Europa voor pleit dat eerstelijnsapothekersaan magistrale bereiding mogen blijven doen, want ook zij hebben somsallerlei verschillende doseringen van medicijnen. Het zou fijn zijn als zedat kunnen blijven doen.Ik denk dat de heruitgifte van incontinentiemateriaal behoorlijk onbekendis. We hopen dat meer bekend wordt dat dit opnieuw uitgegeven kanworden. Er is een soort mismatch tussen wat mag en wat mensen weten.Ook dank aan de Minister dat hij aandacht wil besteden aan hetonderhoud van rolstoelen, zoals Bas heeft ervaren.De voorzitter:Ik dank ook mevrouw De Korte. Daarmee zijn we aan het einde gekomenvan de tweede termijn aan de zijde van de Kamer. We schorsen voor tienminuten en dan gaan we luisteren naar de tweede termijn van de Minister.Ik schors kort, tot 16.22 uur.De vergadering wordt van 16.13 uur tot 16.24 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. De Minister.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen dank ik de leden voor hetplezierige en voor mij ook leerzame debat.De heer Claassen stelde een vraag over de heer Burgers. Hij had het overnooit een korting geven, een eerlijke prijs en premiedemping. «Kunnenwe... « O nee, ik mocht niet de hele vraag voorlezen. Het systeem is heelingewikkeld, maar laat ik eerst zeggen: we onderhandelen natuurlijk nietzomaar in het duister. Op grond van de qaly en de kosteneffectiviteit is erwel degelijk een hard en objectief prijsniveau bij een bepaald effect vaneen geneesmiddel. Dan heb je het over de qaly. Als een geneesmiddel éénjaar toevoegt in goede gezondheid, dan hoort daar een bepaalde prijs bij.Die wordt afhankelijk van de ziektelast. Dat zijn concrete prijzen: € 20.000,€ 40.000 en € 80.000. Je onderhandelt dus niet in den blinde. Als eenfabrikant minder vraagt dan die prijs, dan onderhandel je niet. Dat is heteerste deel van het antwoord aan de heer Claassen. We onderhandelenniet zo veel mogelijk omlaag.We hebben met elkaar afgesproken – dat is zelfs wettelijk vastgelegd – datdit de prijs is die we bereid zijn om vanuit de collectieve lasten te betalenvoor dat medische effect. De realiteit is dat firma’s niet bereid zijn tot eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95236 openbare prijsverlaging, maar alleen tot een vertrouwelijke korting. Dat isbijna wereldwijd het geval. Daar heeft de heer Claassen helemaal gelijk in.Je weet dus in feite niet wat er gebeurt. Het is wel zo dat het ziekenhuis delijstprijs, de hoge prijs, betaalt en die vervolgens bij de zorgverzekeraardeclareert. Vervolgens krijgt de zorgverzekeraar het verschil terug. Het isdus een beetje vestzak-broekzak of je hoog of laag begint. De premie-demping wordt daardoor niet groter of kleiner. Dat leek een beetjebesloten te zitten in de vraag van de heer Claassen, maar dat is dus nietzo. Maar goed, zolang het systeem van die korting vertrouwelijk is,kunnen we niet meer doen dan dit. Maar het is dus niet zo dat we in hetluchtledige onderhandelen. Dat is het mooie van het Nederlandsesysteem: we hebben wel degelijk een hele duidelijke richtprijsafgesproken die we bereid zijn om te betalen voor een toegevoegd jaar ingoede levenskwaliteit.Ik dank de heer Bevers voor de prettige discussie. Dat geldt ook voor deheer Bushoff. Ik heb inderdaad de sturende rol op mijn schouders geladenof op die van mijn opvolger, meneer Bushoff.Mevrouw De Korte had het over de heruitgifte van geneesmiddelen. Pilotszijn er om aan te tonen of iets werkt en of iets veilig is. De pilots hebbendit al aangetoond voor heruitgifte. We wachten nu op de EU-wetgeving,de farmawetgeving, waarmee dit mogelijk wordt. We zitten nu in detrilogen. We zijn het stadium van de pilots dus al voorbij. Die studies zijngedaan en hebben dit aangetoond. Maar we nemen uw vraag mee overde voorraden en het weggooien daarvan bij wisselend preferentiebeleid.Dat doen we overigens al in de evaluatie naar de kosten en baten van hetpreferentiebeleid, conform de motie-Jansen/Tielen.Dat was het, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u zeer. Het gaat steeds vlotter. Dat vind ik heel fijn, ook alsvoorzitter. Dank.We zijn aan het einde gekomen van de tweede termijn aan de zijde vanhet kabinet. Ik ga proberen om de toezeggingen met elkaar door te nemendie wij hebben bijgehouden, samen met mijn onmisbare ondersteuning.Ik vraag de Kamerleden en de Minister om even mee te luisteren om tezien of het klopt wat wij hebben genoteerd.Voordat ik naar de toezeggingen ga, stel ik nog even vast dat de heerClaassen een tweeminutendebat heeft aangevraagd. Dat geleiden wedoor. Dat gaat sowieso plaatsvinden met de nieuwe Kamer, want morgenis de laatste vergaderdag en de agenda zit vol. Een nieuwe Kamerbetekent nieuwe kansen op dit onderwerp. Zie het positief.Ik kom bij de toezeggingen.–Punt één. De Kamer ontvangt later dit jaar een integrale appreciatievan de ZIN-evaluatie over de procedure voor de voorwaardelijketoelating van medicijnen.–Twee. In het voorjaar van 2026 wordt de Kamer geïnformeerd over decontouren van een nieuw systeem omtrent de toelating van medicij-nen, inclusief het verzoek van de heer Claassen met betrekking tot decasestudie, om het maar even zo te noemen.Minister Bruijn:Dat gaat over de voortgang.De voorzitter:Zeker, met de aanvulling van de heer Claassen.–Punt drie. De Kamer wordt begin 2026 geïnformeerd over de ever-greening van medicijnen en de ontvoering ... Excuus, dat zou wat zijn!Over de uitvoering van de motie-Thiadens.–De Kamer wordt nader bericht over het advies van de ACM, de NZa enhet Zorginstituut over drug reperposing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95237 Minister Bruijn:«Repurposing».De voorzitter:«Repurposing».Minister Bruijn:Dit ging over maatschappelijk aanvaardbare uitgaven, denk ik. Ik ziesteeds meer mensen knikken.De voorzitter:Als het net iets anders moet zijn, dan wil ik het nu horen, want danhebben we het gelijk goed. Het ging dus over «repurposing».De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Een van de dingen die ik vroeg, was om naar een maatschappelijkaanvaardbare prijs te kijken. Ik dacht: misschien komt dat nog. Het hadook bij een van die andere punten gekund, maar misschien kan hetonderdeel worden van de toezegging over het voorjaar.De voorzitter:Ik stel voor dat ik ze eerst allemaal even langsloop, meneer Bushoff.Misschien komt het nog aan de orde.–Ik kom bij punt vijf. De Kamer wordt zo snel mogelijk geïnformeerdover de uitkomsten van het gesprek tussen het Zorginstituut en defabrikanten van het geneesmiddel Voxzogo.–Punt zes. In de voortgangsbrief die de Kamer in het voorjaar van 2026ontvangt, wordt de Kamer onder meer geïnformeerd over de voort-gang van de data-uitwisseling rondom medicijnentekorten/debeschikbaarheid van geneesmiddelen.–Tot slot hebben wij punt zeven genoteerd. De Kamer wordt bij devoorjaarsbesluitvorming, zo mogelijk eerder, nader bericht over devoorgenomen bezuinigingen op de zelfzorggeneesmiddelen.Deze zeven hebben wij genoteerd. Als er nog iets...Minister Bruijn:Wat betreft nummer vier: dat gaat over de maatschappelijk aanvaardbareuitgaven aan geneesmiddelen. Dat is iets anders dan drug repurposing,maar het was wel naar aanleiding van drug repurposing.De voorzitter:Naar aanleiding ervan. Check. Dan hebben we die aangepast.Minister Bruijn:Klopt dat?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Volgens mij wel. Dit kan meegenomen worden in de andere toezegging.Het ging inderdaad over het cost-plus-plusmodel et cetera.Minister Bruijn:Ja, dat is oké. Voorzitter, zou nummer twee nog een keer herhaald kunnenworden? Dat geeft in mijn kamp enige beroering.De voorzitter:Dat is geen probleem. Punt twee hebben wij als volgt genoteerd.– In het voorjaar van 2026 wordt de Kamer geïnformeerd over decontouren van een nieuw systeem omtrent de toelating van medicijnen,inclusief het verzoek van de heer Claassen met betrekking tot hetinzichtelijk maken door middel van een casestudie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95238 Als ik het niet goed heb samengevat, moet de heer Claassen mij evenaanvullen.De heer Claassen (PVV):Ik was hier inderdaad ook even naar op zoek. De voorzitter combineert ertwee. Dat kan wat mij betreft. Ik had gevraagd naar de uitvoering van demotie over het versnellen van de sluisgeneesmiddelen.Minister Bruijn:De werkwijze van de voorwaardelijke toelating zou daarin meegenomenkunnen worden.De heer Claassen (PVV):Ja, en de werkwijze aan de hand van een case en de uitleg daarvan. Hetgaat om die combinatie. Ik had twee toezeggingen, maar dat is er nu één.De voorzitter:De voorwaardelijke toelating was punt één. Die luidde als volgt.– De Kamer ontvangt later dit jaar een integrale appreciatie van deZIN-evaluatie over de procedure voor de voorwaardelijke toelating vanmedicijnen.Als daar een dubbeling in zit, dan...Minister Bruijn:Punt twee gaat over hoe de procedure eruitziet. Eén is de evaluatie entwee is: hoe ziet de procedure eruit?De voorzitter:Ja. Akkoord?Minister Bruijn:Akkoord. Dank u wel.De voorzitter:Dat is altijd heel belangrijk, want dan begrijpen we elkaar en gaat het nietmis. De heer Claassen heeft nog iets wat we wellicht niet hebbenopgeschreven.De heer Claassen (PVV):Ja, dat vraag ik me af. Ik heb hier onderstreept: «uniforme afspraken overde vergoedingstermijnen als een medicijn overgaat van preferent naar ...»Er komt een ander preferent medicijn en dan is er sprake van eenovergang in de vergoedingstermijn. Daar was een toezegging over.De voorzitter:De Minister heeft gezegd: dat neem ik mee.Minister Bruijn:In het AZWA.De voorzitter:Maar dat heb ik niet als toezegging opgeschreven.Minister Bruijn:Uw vraag was: waar neemt u het mee? Het antwoord is: aan deAZWA-tafel. Ik kan toezeggen dat ik het daar meeneem. Maar ik kan er ookin de voortgangsbrief op terugkomen.De heer Claassen (PVV):Precies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95239 De voorzitter:Welke voortgangsbrief? Want ik heb een paar voortgangsbrievengenoemd. U bedoelt gewoon dé voortgangsbrief, toch? Over de beschik-baarheid. Dan voegen we dat laatste punt toe: in de voortgangsbrief overde beschikbaarheid. Is dat akkoord zo? Dan zijn we weer rond. Helemaalgoed. Dank u wel.Dan wil ik nogmaals iedereen hier en iedereen die dit op afstand heeftgevolgd, bedanken. Ik dank alle Kamerleden, de Minister en iedereen diehet ons mogelijk heeft gemaakt om dit debat te kunnen voeren. Dit istevens de laatste commissievergadering van deze commissie, wantmorgen zijn er geen commissievergaderingen meer van de commissievoor VWS. Ik zeg tegen iedereen die dit debat heeft gevolgd: u ziet straksna de verkiezingen een nieuwe commissie voor VWS. Dan gaan we weerdoor waar we zijn gebleven. Ik dank u allen zeer. Ik sluit de vergadering.Sluiting 16.35 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 95240
Gerelateerde bronnen
- Hulp- en geneesmiddelenbeleid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 oktober 2025, over Hulp- en geneesmiddelenbeleid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.