KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’ en andere onderwerpen met betrekking tot het vaccinatiebeleid

21 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 779fa0913fe65989 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 811 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 februari 2025Minstens twee keer per jaar wordt uw Kamer per brief geïnformeerd overde ontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en devoortgang van acties uit de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties». Metde brief van 20 juni jl.1 bent u hierover voor het laatst geïnformeerd en ishet vaccinatiegraadrapport van het RIVM (verslagjaar 2024) aangebodenaan uw Kamer. Naast het aanbieden van het jaarlijkse vaccinatiegraad-rapport in de zomer, is het gebruikelijk dat uw Kamer aan het begin vanelk kalenderjaar tussentijds wordt geïnformeerd over de voorlopigeopkomstcijfers van de zuigelingenvaccinaties tegen bof, mazelen enrodehond (BMR) en difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP), en deHPV-vaccinatie voor tieners. Dit volgt uit de aangenomen motie van het lidVeldman d.d. 24 april 2019.2Doordat het RIVM sinds 2022 een deel van de vaccinatiegegevensanoniem ontvangt, zijn de vaccinatiegraden minder nauwkeurig danvoorheen. De duiding van (veranderingen in) de vaccinatiegraadcijfers isdaardoor complexer geworden. Deze duiding kost tijd en vergt eenuitgebreide toelichting, die in het jaarlijkse vaccinatiegraadrapport past.Ook zeggen de voorlopige (gemiddelde) cijfers, zonder duiding vanregionale verschillen, niet veel over het uiteindelijke totaalbeeld van devaccinatiegraden. Vanwege de zeer beperkte toegevoegde waarde vandergelijke voorlopige cijfers en de capaciteit die het vraagt bij het RIVMom deze te duiden, zal ik daarom geen tussentijdse opkomstcijfers meerdelen vooruitlopend op het vaccinatiegraadrapport in de zomer. Uiteraardacht ik het nog steeds zinvol om uw Kamer vaker dan eens per jaar teinformeren over de ontwikkelingen binnen het RVP en de voortgang vande aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties». In deze brief doe ik dat danook.1Kamerstuk 32 793, nr. 777.2Kamerstuk 32 793, nr. 380. kst-32793-811ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8111 Daarnaast informeer ik uw Kamer over enkele andere onderwerpen metbetrekking tot het vaccinatiebeleid. De volgende onderwerpen komen aanbod:1.Voortgang aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties»;2.Werkagenda Gezondheidsraad;3.Implementatie RSV-immunisatie voor zuigelingen;4.Stand van zaken COVID-19-vaccinatie;5.Vaccinatiezorg voor volwassenen;6.Financiële tegemoetkoming narcolepsiepatiënten.1. Voortgang aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties» Er is al enige tijd sprake van een dalende trend in de vaccinatiegraden vanhet RVP. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, omdat ernstige infectieziekten,zoals mazelen en kinkhoest, hierdoor vaker de kop opsteken. Sinds 2018wordt dan ook met een landelijke aanpak gewerkt aan het verhogen vande vaccinatiegraden van het RVP. De vaccinatiegraden onder jongekinderen lijken in verslagjaar 2024 te zijn gestabiliseerd en zijn voor deBMR- en meningokokken ACWY-vaccinatie bij kinderen van 14 maandenmisschien zelfs iets gestegen. Bij oudere leeftijdsgroepen (vanaf 9 jaar)lijkt de vaccinatiegraad echter verder te zijn gedaald.Met de huidige aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties» wordt ingezet ophet bewaken van het vertrouwen, het verstevigen van de informatievoor-ziening en het vergroten van de toegankelijkheid van het RVP. Graaginformeer ik uw Kamer over de voortgang van de verschillende actie-lijnen.Thema 1: Het bewaken en het versterken van het vertrouwenVoortgang sociaalwetenschappelijk onderzoekBinnen het onderzoeksprogramma SocioVax doet het RIVM onderzoeknaar factoren die een rol spelen in de keuzes van mensen over vaccinatie,en wat kan helpen om de vaccinatiegraden te verhogen. Daarbij wordtonder meer nauw samengewerkt met de jeugdgezondheidszorg (JGZ) ende GGD’en, bijvoorbeeld door verdiepende onderzoeken te faciliteren naarde effectiviteit van veelbelovende interventies. De resultaten van de eersteoriënterende, kwalitatieve onderzoeken zijn inmiddels beschikbaar op deSocioVax-webpagina van het RIVM.3Twee keer per jaar doet SocioVax een vragenlijstonderzoek naar devaccinatiebereidheid en -deelname, en factoren die hiermee samen-hangen (zoals percepties over vaccinaties en vertrouwen in instanties),alsook ervaringen met de dienstverlening rondom vaccinaties. Devragenlijst geeft inzicht in wat mensen motiveert in hun vaccinatiekeuzeen wat eventuele praktische overwegingen zijn om wel of niet te vacci-neren. Omdat de vragenlijst wordt herhaald is het mogelijk om eventueleveranderingen in de vaccinatiebereidheid en -deelname, en de factorendie hiermee samenhangen, waar te nemen over tijd. Ook geeft het eenbeeld van verschillen tussen groepen mensen en hoe we deze verschillenkunnen verklaren. De eerste vragenlijst is in de zomer van 2024 uitgezetonder de deelnemers, gevolgd door een tweede vragenlijst in december2024. De resultaten van het eerste vragenlijstonderzoek worden naarverwachting in de eerste helft van dit jaar gepubliceerd op de SocioVax-webpagina.3Zie: https://www.rivm.nl/gedragsonderzoek/sociovaxTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8112 Resultaten onderzoek TNOIn mijn brief van 12 november jl.4 informeerde ik uw Kamer over deuitvoering van de motie van het lid Keijzer over onderzoeken of drang endwang rond het coronavaccinatieprogramma redenen zijn waarommensen nu afzien van deelname aan het RVP.5 TNO heeft onderzoekgedaan naar verklaringen voor de dalende vaccinatiegraad bij jongekinderen (tot 2 jaar) en de rol van de coronapandemie daarin. Hiervoorzijn online groepsinterviews uitgevoerd met 17 professionals uit vierJGZ-regio’s: twee waar de daling van de vaccinatiegraad sinds depandemie het meest en twee waar de daling het minst sterk was. Ook zijnonline individuele interviews afgenomen met 20 ouders, geworven viaJGZ-professionals en via sociale media. De steekproef van ouders bestaatuit ouders die twijfelen of getwijfeld hebben, dan wel hun kinderen deelsof niet (hebben) laten vaccineren.De coronapandemie speelt volgens deelnemers een belangrijke rol bij dedalende vaccinatiegraad. Deelnemers aan het onderzoek gaven aan dat depandemie een «trigger» was om niet meer alles aan te nemen, maar omkritischer na te denken over adviezen vanuit de overheid in het algemeenen vaccinaties in het bijzonder. Men geeft aan kritischer na te denken overinformatie over het nut en de noodzaak van vaccinaties en angstiger tezijn ten aanzien van bestandsdelen en bijwerkingen van vaccinaties. Decoronapandemie heeft volgens deelnemers gezorgd voor een lagervertrouwen in vaccinaties en in de overheid (inclusief het RIVM).Achterliggende redenen die worden genoemd zijn de snelheid waarmeede coronavaccins zijn ontwikkeld, de onvolledige bescherming van devaccins tegen het krijgen van een infectie met het coronavirus, het nietaltijd ernstige ziekteverloop van COVID-19, en vermeende bijwerkingenvan de vaccins (bijvoorbeeld familieleden of kennissen die eenaandoening kregen nadat zij zich hadden laten vaccineren). Daarnaastrapporteren deelnemers een toegenomen weerstand door de druk om tevaccineren en beperking van keuzevrijheid die zij ervoeren.Andere verklaringen van de dalende vaccinatiegraad zijn volgensdeelnemers de (voorgenomen) wijzigingen in het RVP die leiden totvragen en twijfels bij ouders, met name over de noodzaak van nieuwevaccinaties die worden toegevoegd aan het RVP-schema, zoals vaccinatietegen het rotavirus. Ook spelen maatschappelijke trends een rol waardoorouders meer druk en onzekerheid ervaren om hun kinderen zo goed engezond mogelijk op te voeden en twijfelen welke vaccinatiekeuze hierbijpast. In het algemeen geldt dat deze ouders met zorgen of twijfelsaangeven onvoldoende antwoorden op hun vragen te krijgen; deinformatie over vaccinaties wordt door deze groep ouders als te beperkten eenzijdig belicht ervaren. Daarnaast zouden deze ouders liever altijdens de zwangerschap geïnformeerd willen worden over vaccinaties.Ook de JGZ-professionals gaven aan te merken dat ouders zich somsovervallen voelen met informatie over vaccinaties en (te) snel tot eenkeuze moeten komen, en dat eerder informeren behulpzaam kan zijn.Ik dank TNO voor de zorgvuldige uitvoering van dit onderzoek. Devolledige resultaten van het gehele TNO-onderzoeksprogramma komennaar verwachting in maart beschikbaar en zullen vervolgens aan uwKamer worden aangeboden. Met het beschikbaar komen van de resul-taten van dit deelonderzoek beschouw ik de motie-Keijzer als afgedaan. Ikbekijk hoe de opgedane inzichten geïntegreerd kunnen worden in deverdere versteviging van de informatievoorziening over het RVP. Over de4Kamerstuk 32 793, nr. 788.5Kamerstuk 32 793, nr. 743.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8113 stappen die op dit thema worden gezet, geef ik hieronder een uitgebreidestand van zaken.Thema 2: Het verstevigen van de informatievoorzieningAanpak van mis- en desinformatieDe verspreiding van medische mis- en desinformatie wordt vaakgenoemd als een van de oorzaken van het dalende vertrouwen invaccinaties, en in de gezondheidszorg in het algemeen. Ik vind het danook zorgelijk dat er allerlei onjuiste en misleidende informatie overmedische onderwerpen rondgaat, bijvoorbeeld op sociale media.Tegelijkertijd is dit een complex probleem waarvan de precieze impactonduidelijk is en waar geen kant-en-klare oplossing voor is. In het kadervan de Rijksbrede strategie voor een effectieve aanpak van desinformatieheeft het Ministerie van BZK daarom eind vorig jaar een onderzoekuitgezet naar risico’s en handelingsopties met betrekking tot onlinedesinformatie en volksgezondheid. Dit onderzoek wordt uitgevoerd doorde Nieuwe Utrechtse School. Naar aanleiding van de resultaten zal ikdirect bekijken hoe het Ministerie van VWS mede invulling kan geven aankennisgedreven beleid op dit gebied. Deze worden medio 2025 verwacht.Verder is de Europese afdeling van de Wereldgezondheidsorganisatie(WHO) afgelopen jaar gestart met de Europe Infodemic Preparedness andResponse Alliance (EIPRA). Het doel van de EIPRA is om de paraatheidvoor zogeheten infodemieën6 te versterken door middel van onderlingesamenwerking. Organisaties variërend van overheden en academischeinstituten tot organisaties uit het maatschappelijk middenveld kunnen zichaanmelden. Het Ministerie van VWS en het RIVM verkennen demogelijkheid om hieraan deel te nemen.Informatie die aansluit op de behoeften van doelgroepenIn afwachting van de resultaten van het onderzoek naar risico’s enhandelingsopties met betrekking tot online desinformatie en volksge-zondheid, zet ik volop in op het nog beter beschikbaar maken vanbetrouwbare informatie over vaccinaties en het beter afstemmen van dieinformatie op de behoeften van doelgroepen. Zo heeft het RIVM, insamenwerking met communicatieadviesbureau TransCity, in het najaarvan 2024 focusgesprekken gevoerd met als doel meer inzicht te krijgen inde behoeften van doelgroepen die op dit moment minder goed wordenbereikt. Op basis van de gesprekken wordt een actieplan opgesteld voorhet bereiken van deze groepen.Sinds augustus 2024 staat de Twijfeltelefoon open voor vragen over hetRVP. Om mensen hierop te attenderen heeft het RIVM het telefoon-nummer van de Twijfeltelefoon opgenomen in de herinneringsbrievenvoor de RVP-vaccinaties en in de RVP-folders. Daarnaast is er op rijksvac-cinatieprogramma.nl een «twijfelpagina» te vinden.7 Deze pagina isvernieuwd en gaat in op mogelijke twijfels die mensen hebben overvaccineren.6Snel verspreidende hoeveelheden informatie, waaronder ook onjuiste en misleidendeinformatie, die feitelijke en betrouwbare beeldvorming over een problematiek (zoals eengezondheidsbedreiging) verhindert.7Zie: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/vaccinaties/twijfelsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8114 Ook is er een Steffie-animatie gemaakt over vaccineren.8 Steffie maakt enverspreidt animaties in eenvoudige taal over uiteenlopende onderwerpen.De animatie over vaccineren is naast het Nederlands in vijf andere talenvertaald (Engels, Pools, Turks, Arabisch en Oekraïens). Behalve opsteffie.nl, staat de animatie ook op de homepage van rijksvaccinatiepro-gramma.nl en is deze verspreid via sociale media en de JGZ-organisaties.Tot slot is het vaccinatieschema sinds dit jaar op een aantal puntengewijzigd. Het RIVM heeft ouders hier in het najaar 2024 over geïnfor-meerd via een informatieve folder, een uitgebreide webpagina en eenpubliekscampagne onder de noemer «Nu nog beter beschermd met hetnieuwe vaccinatieschema». De campagne bestaat uit posters en video’sen is onder andere verspreid onder consultatiebureaus, binnenspeel-tuinen, online platformen gericht op ouders, en podcasts over deopvoeding van kinderen. De campagne liep in oktober en november 2024.Begin 2025 is de campagne herhaald met meer focus op deBMR-vaccinatie en de ziekte mazelen.Petitie Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken (NVKP)Naar aanleiding van de petitie van de NVKP over het toezenden vanpapieren bijsluiters voor alle vaccins, heb ik in mijn brief van 13 decemberjl.9 toegezegd na te zullen gaan of en hoe informatie uit de bijsluiters nogbeter onder de aandacht kan worden gebracht bij mensen die wordenuitgenodigd voor een vaccinatie. In de uitnodigingsbrieven van het RIVMdie ouders ontvangen staat op dit moment al een alinea over de bijsluitersmet een directe link naar de webpagina waar deze te vinden zijn.10 Hierzijn ook publieksvriendelijke versies van elke bijsluiter («Vaccin in hetkort») beschikbaar. In de folders over het RVP staat eveneens een directelink en een QR-code naar de bijsluiters.11 De bijsluiters worden daarmee aluitgebreid onder de aandacht gebracht. Ik vind het dan ook niet nodig omhierin aanpassingen te maken en papieren bijsluiters met de uitnodigings-brieven mee te sturen. Hiermee beschouw ik mijn toezegging alsafgedaan.Deskundigheidsbevordering zorgprofessionalsHet RIVM inventariseert momenteel de behoeften van zorgprofessionalsmet betrekking tot deskundigheidsbevordering over het RVP. Door middelvan peilingen wordt beoogd inzicht te verkrijgen in de behoeften die erzijn op het gebied van inhoud, vorm en communicatiekanalen van descholingsmaterialen. Speciale aandacht zal hierbij uitgaan naarJGZ-professionals, huisartsen, kinderartsen, verloskundigen en kraamver-zorgenden. Per beroepsgroep kan vervolgens in kaart worden gebrachtwaar optimalisatie van het huidige scholingsaanbod nodig is. Daarnaastzal het gebruik van het bestaande scholingsaanbod, waarondere-learnings, worden geëvalueerd. De verkregen inzichten vormen inputvoor de verdere ontwikkeling en verbetering van het scholingsaanbod.8Zie: https://vaccinaties.steffie.nl/9Kamerstuk 29 477, nr. 919.10Zie: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/over-vaccineren/bijsluiters11Zie: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/brochuresTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8115 Thema 3: Het vergroten van de toegankelijkheidPilot intensivering wijkgerichte aanpakOm het halen van vaccinaties laagdrempeliger te maken, vind ik hetbelangrijk dat de voorlichting rond vaccineren en het vaccinatieaanbod zogoed mogelijk op lokale behoeften wordt afgestemd. Tijdens eenwerkbezoek aan GGD Amsterdam op 29 januari jl. ben ik in gesprekgegaan met JGZ-professionals en ouders uit de gemeente over dewijkgerichte en fijnmazige aanpak en heb ik gezien wat de effecten ensuccesfactoren van een dergelijke aanpak zijn. De aanpak werpt zijnvruchten af in Amsterdam. De opkomst voor de vaccinaties voorschoolgaande kinderen en jongeren is daar namelijk gestegen in 2024, hetsterkst in de gebieden waar extra op deze aanpak is ingezet.12 NaastAmsterdam zijn andere G4-steden bezig de fijnmazige aanpak steedsmeer uit te breiden. Zo is de gemeente Den Haag gestart met een pilot omvaccinaties te laten zetten door jeugdverpleegkundigen bij verloskundi-genpraktijken.Omdat we weten dat dit goed werkt, wil ik de aanpak «Vol vertrouwen invaccinaties» versterken met een intensivering van de wijkgerichte aanpak.Bij de stemming over de VWS-begroting in uw Kamer is een amendementvan GroenLinks/PvdA aangenomen om hier dit jaar extra werk van temaken.13 Onder voorbehoud dat de begroting ook door de Eerste Kamerwordt aangenomen, ben ik voornemens om met de G4 en het RIVM eenpilot uit te voeren om de wijkgerichte aanpak te intensiveren en uit tebreiden. Dit richt zich op:•Het laagdrempelig aanbieden van vaccinaties in gebieden met eenhoger risico op uitbraken van besmettelijke ziekten, bijvoorbeeld oplocaties dichtbij in de wijk in plaats van verder weg in grote (sport)hal-len en door het organiseren van inloopspreekuren in de wijk;•Communicatie en voorlichting, met extra aandacht voor doelgroepenen gebieden waar de vaccinatiegraden lager zijn;•Samenwerking met netwerkpartners en sleutelfiguren voor hetversterken van vertrouwen in vaccinaties;•Monitoring van de effectiviteit en het landelijk beschikbaar maken vangeleerde lessen, zodat alle gebieden met een lage vaccinatiegraaddeze kunnen benutten.Naast het landelijk beschikbaar maken van geleerde lessen uit de pilot,verken ik met betrokken partners ook actief mogelijkheden om op kortetermijn acties in te zetten die landelijk kunnen bijdragen aan het fijnma-ziger vaccineren. Hierover zal ik uw Kamer in de zomer nader informeren.Ontsluiting vaccinatiegegevens naar persoonlijke gezondheidsomge-vingenHet kabinet heeft zich ten doel gesteld dat iedere inwoner van Nederlandtoegang krijgt tot persoonlijke gegevens over de eigen gezondheid enzorg. Onderdeel hiervan is dat zij een zo compleet mogelijk overzicht vanhun vaccinaties kunnen inzien, bijvoorbeeld via een persoonlijkegezondheidsomgeving (PGO). Daartoe zijn het afgelopen jaar stappengezet, waarmee ook uitvoering wordt gegeven aan de motie-Tielen c.s.van 15 februari 2024.14 Zo is het voor mensen geboren in of na 1992inmiddels mogelijk om de vaccinatiegegevens van het RVP in te zien via12Gemeente Amsterdam (28 januari 2025). «RVP-vaccinatieopkomst schoolkinderen en jongeren2024». https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/15093578/113Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 35.14Kamerstuk 25 295, nr. 2163.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8116 MijnRIVM. Sinds 20 november jl. is het ook mogelijk om de bij het RIVMbekendeRVP-gegevens op te halen in de eerste PGO’s. Van mensen geboren vóór1992 zijn de vaccinatiegegevens vooralsnog niet digitaal beschikbaar. Zijkunnen een overzicht van hun vaccinaties aanvragen via de website vanhet RIVM.Samen met betrokken partijen wordt verkend of en hoe meer vaccinatie-gegevens kunnen worden ontsloten naar de PGO’s. Denk hierbij aanreisvaccinaties, beroepsvaccinaties en programmatisch aangebodenvaccinaties als de griepprik. Daarnaast loopt momenteel een onderzoekhoe RVP-gegevens vanuit de authentieke bronnen kunnen wordenontsloten (primair de JGZ-organisaties, maar ook huisartsen en zieken-huizen). Op 4 september jl.15 meldde ik uw Kamer dat het merendeel vande vaccinatiegegevens in het meest gunstige scenario eind 2025 inzich-telijk is via de PGO’s. Afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning ishet streven om in de tweede helft van dit jaar reis- en beroepsvaccinatiesvanuit de belangrijkste bronnen naar de PGO’s te ontsluiten.2. Werkagenda Gezondheidsraad De werkagenda van de vaste commissie Vaccinaties van de Gezond-heidsraad biedt inzicht in de vaccinatieonderwerpen waarover advies zalworden uitgebracht. Deze agenda wordt minimaal drie keer per jaargeëvalueerd en herzien op basis van prioriteringsoverleggen tussen deGezondheidsraad, het RIVM, Zorginstituut Nederland en het College terBeoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Hierbij wordt onder andererekening gehouden met nieuwe vaccins die op de markt komen en deepidemiologische situatie. Op basis van het prioriteringsoverleg vanafgelopen december stelt de Gezondheidsraad een nieuwe werkagendavoor. De meest actuele werkagenda, gebaseerd op de uitkomsten van hetmeest recente prioriteringsoverleg, voeg ik als bijlage bij deze brief.Op de werkagenda voor 2025 staan adviezen over COVID-19-vaccinatie,RSV-vaccinatie bij ouderen, pneumokokkenvaccinatie voor kinderen,HPV-vaccinatie, meningokokken B-vaccinatie voor kinderen, en dengue-vaccinatie in Caribisch Nederland. Voor 2026 zijn adviezen voorzien overpneumokokkenvaccinatie voor ouderen, COVID-19-vaccinatie, engecombineerde hepatitis A- en B-vaccinatie voor mannen die seks hebbenmet mannen.Met betrekking tot HPV-vaccinatie is in 2022 een motie van het lidSlootweg aangenomen over aandacht voor maximale gezondheidswinsten de mogelijke rol van polyvalente vaccins bij de nieuwe aanbestedingvoor een HPV-vaccin.16 De nieuwe aanbesteding voor HPV-vaccins start in2026. In de adviesaanvraag van 28 november jl.17 is de Gezondheidsraadgevraagd na te gaan of het HPV-vaccinatieprogramma aanpassingenbehoeft en om een uitspraak te doen over de effectiviteit van hetprogramma. Ook is de Gezondheidsraad gevraagd specifiek na te gaan ofhet doel van het programma verbreed moet worden van beschermingtegen door HPV veroorzaakte kanker naar bescherming tegen door HPVveroorzaakte ziekte. De inhoud van het advies, dat volgens planning ditjaar wordt uitgebracht, zal worden meegenomen in de aanbesteding vanHPV-vaccins. Hiermee beschouw ik deze motie als afgedaan.15Kamerstuk 25 295, nr. 2199.16Kamerstuk 32 793, nr. 625.17Zie: https://www.gezondheidsraad.nl/onderwerpen/vaccinaties/documenten/adviesaanvragen/2024/11/28/adviesaanvraag-vws-actualisatie-vaccinatieprogramma-tegen-hpvTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8117 3. Implementatie RSV-immunisatie voor zuigelingen Op 8 oktober jl.18 heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn besluit omimmunisatie tegen het respiratoir syncytieel virus (RSV) toe te voegen aanhet RVP. De voorbereidingen voor de implementatie van deRSV-immunisatie voor zuigelingen verlopen volgens planning en hetstreven blijft om te starten in het komende najaar. Dit kan mede dankzijhet harde werken van alle betrokken partijen, waaronder het RIVM, dejeugdgezondheidszorg, de JGZ-koepels (GGD GHOR Nederland en ActiZJeugd) en JGZ-beroepsverenigingen (AJN Jeugdartsen en V&VNJeugdverpleegkundigen), alsook de KNOV, NVOG, NVK, Lareb en andererelevante beroepsgroepen en stakeholders. Ik wil hierbij mijn dank enerkenning uitspreken voor hun inzet en samenwerking.In de komende maanden moeten cruciale stappen worden gezet om destart van de immunisatie te realiseren. Een belangrijke focus ligt op hetrealiseren van de financiële randvoorwaarden, een aspect waarmomenteel veel aandacht naar uitgaat. Voldoende financiële middelenzijn een randvoorwaarde voor een kwalitatief goed en effectief immunisa-tieprogramma. Of aan deze randvoorwaarde is voldaan, wordt bezien bijde aankomende voorjaarsbesluitvorming. Voor nadere toelichting op debeleidskeuzes, verwijs ik naar de Comptabiliteitswet 2016 (CW) 3.1-kaderin bijlage 1, onderaan deze brief.4. Stand van zaken COVID-19-vaccinatie Van 16 september tot en met 6 december jl. is opnieuw een vaccinatie-ronde tegen COVID-19 georganiseerd voor specifieke doelgroepen, onderwie mensen van 60 jaar en ouder, volwassenen tussen 18 en 59 jaar diejaarlijks een uitnodiging voor de griepprik ontvangen en zorgmede-werkers. Daarnaast konden volwassenen en kinderen die niet tot degespecificeerde doelgroepen behoren, op advies van een behandelendarts of vanwege een kwetsbaar gezinslid, zich laten vaccineren. Tijdens denajaarsronde zijn ruim 2,5 miljoen vaccinaties gezet en heeft 46,6% van de60-plussers een coronaprik gehaald. De priklocaties waren beter verspreiden er waren meer locaties beschikbaar dan in het voorgaande jaar,waardoor de meeste mensen de coronaprik dichter bij huis konden halen.In deze vaccinatieronde werd gebruikgemaakt van een mRNA-vaccin datis aangepast aan de JN.1-omikronvariant van het coronavirus. In lijn metde motie-Bikker c.s. van 1 december 202119 is er tot op heden altijd naasteen mRNA-vaccin een eiwitvaccin beschikbaar geweest voor mensen diegeen mRNA-vaccin kunnen of willen ontvangen. Helaas is dit voor deafgelopen najaarsronde niet het geval geweest. Via een Europeseaanbesteding liep met fabrikant HIPRA een contract waarop eiwitvaccinszijn besteld. Echter is dit eiwitvaccin tot op heden niet goedgekeurd doorhet Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Daardoor duurt het veellanger dan initieel de verwachting was voordat er een eiwitvaccinbeschikbaar is in Nederland. In verkennende gesprekken met fabrikantNovavax is door Novavax aangegeven de beperkte hoeveelheid eiwit-vaccins die Nederland nodig heeft niet te kunnen leveren. Het streven isvooralsnog om te zorgen dat er een alternatief vaccin beschikbaar is voormensen die geen mRNA-vaccin willen of kunnen krijgen. Echter laat dehuidige praktijk zien dat dit niet altijd haalbaar is.18Kamerstuk 32 793, nr. 782.19Kamerstuk 25 295, nr. 1588.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8118 Na afloop van de najaarsronde is de capaciteit en infrastructuur bijGGD’en afgebouwd tot een basiscapaciteit van een landelijk gemiddeldevan 50 prikken per week voor mensen met een verhoogd medisch risicoen op verwijzing van een behandelend arts. Ook zal er in het najaar van2025 weer een najaarsronde worden georganiseerd. Uw Kamer is op12 november jl. over dit besluit geïnformeerd.20 Over de verdere invullingvan aankomende vaccinatieronde zal ik u later in het jaar informeren. Dezeinvulling is onder andere afhankelijk van de actualisatie van het adviesvan de Gezondheidsraad en adviezen van de WHO en het EMA omtrent devaccinsamenstelling. Voor 2025 zijn er middelen beschikbaar voor hetvaccinatieprogramma tegen COVID-19. Na 2025 zijn hier vooralsnog geenmiddelen meer voor beschikbaar. Momenteel wordt verkend of middelenvrijgemaakt kunnen worden om het COVID-19-vaccinatieprogramma in2026 voort te zetten. Dit wordt betrokken bij de aankomende voorjaarsbe-sluitvorming.Tot slot heeft de Europese Commissie op 24 januari 2025 jl. namensNederland en andere lidstaten een contract in het kader van pandemischeparaatheid ondertekend met farmaceut Moderna voor het afnemen vanCOVID-19-vaccins. Er is geen verplichte afname van vaccins op ditcontract. Dit contract draagt bij aan de pandemische paraatheid vanNederland in het geval van een nieuwe opleving van het coronavirus.Voor nadere toelichting op de beleidskeuzes, verwijs ik naar het CW 3.1-kader in bijlage 2, onderaan deze brief.5. Vaccinatiezorg voor volwassenen Tijdens het commissiedebat over medische preventie van 21 november jl.heb ik aan het lid Tielen toegezegd uw Kamer te zullen informeren over devaccinatiezorg voor ouderen.21 Het Ministerie van VWS is in samen-werking met het RIVM gestart met een verkenning naar de mogelijkhedenom de COVID-19-vaccinatie aan te bieden in combinatie met de griepvac-cinatie. In deze verkenning worden verschillende uitvoeringsmogelijk-heden onderzocht. Daarnaast heeft het ministerie een opdracht uitgezetvoor een onderzoek naar de wensen die volwassenen hebben en barrièresdie zij ervaren bij het halen van een vaccinatie. De verwachting is dat ditonderzoek meer inzicht geeft in hoe en waar volwassenen hun vaccinatiewillen halen. De resultaten van dit onderzoek zullen worden meegenomenin de besluitvorming over de vaccinatiezorg voor ouderen. Ik streef ernaaruw Kamer in het derde kwartaal van dit jaar over de resultaten van deverkenning en het onderzoek te informeren.6. Financiële tegemoetkoming narcolepsiepatiënten Op 19 april 2023 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerdover schikkingen met een kleine groep narcolepsiepatiënten die in 2009met Pandemrix of Focetria is gevaccineerd tegen de Mexicaanse griep.22Het ging om patiënten bij wie op jonge leeftijd uitzonderlijk ernstigeneurologische klachten ontstonden binnen dertien maanden na devaccinatie. Een oorzakelijk verband tussen de vaccinatie en de lateropgetreden narcolepsie werd door externe medische deskundigenbeoordeeld als onwaarschijnlijk, maar niet volledig uitgesloten. In overlegmet deze patiënten heeft mijn ambtsvoorganger besloten hen eenonverplichte financiële tegemoetkoming toe te kennen. Uitbetaling heeftplaatsgevonden en deze dossiers zijn reeds afgewikkeld.20Kamerstuk 32 793, nr. 788.21Kenmerk TZ202411-088.22Kamerstuk 36 200 XVI, nr. 217.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8119 Recent heb ik, op basis van een zorgvuldige medische beoordeling doorexterne deskundigen, besloten ook een financiële tegemoetkoming toe tekennen aan een klein aantal patiënten bij wie eveneens op jonge leeftijdernstige neurologische klachten ontstonden na vaccinatie met Pandemrix.In deze gevallen geldt dat de causaliteit tussen de vaccinatie en deopgetreden narcolepsie onwaarschijnlijk is. Daarbij ontstonden deneurologische klachten kort na de termijn van dertien maanden na devaccinatie. Wel is vast komen te staan dat deze jonge patiënten verge-lijkbare beperkingen ondervinden als de patiënten met wie in 2023 eenregeling is getroffen. Gelet op de jonge leeftijd waarop deze patiëntennarcolepsie hebben ontwikkeld, zullen zij als gevolg van de narcolepsieeen leven lang beperkingen blijven ervaren.De getroffen regeling is in overleg met de patiënten tot stand gekomen enhet bedrag behelst verlies van verdienvermogen, zorg- en begeleidings-kosten, smartengeld en overige schadeposten. De hoogte van detoegekende financiële tegemoetkomingen is, gelet op de causaliteitsonze-kerheid, echter anders dan bij de in 2023 afgewikkelde gevallen. De Staaterkent met deze schikkingen eveneens geen aansprakelijkheid. Er is danook geen sprake van volledige schadevergoeding, maar van een onver-plichte financiële tegemoetkoming. Met deze financiële tegemoetko-mingen beoog ik bij te dragen aan een verbetering van de (financiële)situatie van deze patiënten.Tot slotTijdens het vragenuur van 11 februari jl. heeft de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg aan het lid Slagt-Tichelmantoegezegd dat met het RIVM zal worden overlegd of het nodig is om dereisadviezen met betrekking tot mazelen aan te passen. Het RIVM heeftbevestigd dat de reisadviezen met betrekking tot mazelen actueel zijn. Opde websites van het RIVM23 en het Landelijk CoördinatiecentrumReizigersadvisering (LCR)24 is te vinden in welke landen een verhoogdmazelenrisico geldt. Voor reizen naar deze landen is het belangrijk omgevaccineerd te zijn tegen mazelen, en soms is het verstandig om deBMR-vaccinatie vervroegd te halen. Ouders kunnen zich hierover latenadviseren door de JGZ.De toename van het aantal gevallen van mazelen laat zien dat ernstigeinfectieziekten vaker de kop opsteken. Dit zijn zeker geen onschuldigekinderziekten. Een hoge vaccinatiegraad is de beste bescherming tegen(uitbraken van) deze ziekten; dit blijft een prioriteit, maar vergt ook eenlange adem. De goede resultaten van de wijkgerichte en fijnmazigeaanpak in Amsterdam stemmen hoopvol. Ik blijf mij dan ook inzetten vooreen versterking en verbreding van deze aanpak. Daarvan houd ik uwKamer op de hoogte.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. Karremans23Zie: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/vaccinaties/bmr (onder het kopje «Eerder vaccinerenbij bezoek aan het buitenland»)24Zie: https://lcr.nl/landenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81110 – CW 3.1-kader RSV-immunisatieBeleidskeuzes uitgelegdOnderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)Doel(en)Het doel is het voorkomen van ernstige ziekte en ziekenhuisopnames vankinderen in hun eerste levensjaar als gevolg van een infectie met hetRS-virus.Beleidsinstrument(en)Opname van immunisatie tegen RSV in het Rijksvaccinatieprogrammavoor kinderen die geboren worden in het RSV-seizoen, en voor zuigelin-gen die hun eerste RSV-seizoen ingaan (catch-up).Financiële gevolgen voor hetRijkMiddels de voorjaarsnota 2024 zijn financiële middelen voor RSV-immunisatie toegekend. In 2025 is € 19,2 miljoen beschikbaar, in 2026 en2027 € 25,9 miljoen en vanaf 2028 € 25,6 miljoen structureel. De totalebesparing op zorgkosten wordt geschat op circa € 16 miljoen jaarlijks.Financiële gevolgen voormaatschappelijke sectorenN.v.t.Nagestreefde doeltreffendheidEen seizoensgebonden aanbod van RSV-immunisatie, inclusief catch-upvoor zuigelingen die hun eerste RSV-seizoen ingaan, levert de meestegezondheidswinst op. Hiermee zou 55% van de ziekenhuisopnames (circa1.980) en de helft van het aantal huisartsbezoeken door RSV (circa 13.000)voorkomen kunnen worden.Nagestreefde doelmatigheidEen seizoensgebonden aanbod van RSV-immunisatie is kosteneffectieverdan een programma waarbij het hele jaar passieve immunisatie wordtaangeboden.EvaluatieparagraafMonitoring en evaluatie van het Rijksvaccinatieprogramma wordtuitgevoerd door het RIVM. Bijlage 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81111 – CW 3.1-kader COVID-19-vaccinatieBeleidskeuzes uitgelegdOnderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)Doel(en)Het doel is het voorkomen van ziekenhuisopnames, IC-opnames en sterftedoor COVID-19.Beleidsinstrument(en)Het aanbieden van een jaarlijkse (re)vaccinatie tegen COVID-19 aanmedische risicogroepen en aan zorgmedewerkers die in contact komenmet kwetsbare patiënten.Financiële gevolgen voor hetRijkIn 2025 zijn er middelen beschikbaar voor de uitvoering van COVID-19-vaccinaties: € 70 miljoen voor de GGD’en, € 38 miljoen voor het RIVM, en€ 46,5 miljoen voor GGD GHOR Nederland. De beschikbare middelen zijngrotendeels bestemd voor de uitvoering van een najaarsronde in 2025.Daarnaast is een klein gedeelte bestemd voor de uitvoering van hetvaccineren buiten de najaarsronde, gedurende de rest van het jaar. Voorhet afnemen van de contractueel overeengekomen af te nemen vaccindo-ses is in 2025 € 49,3 miljoen beschikbaar. Na 2025 zijn voor COVID-19-vaccinaties geen middelen meer beschikbaar. Momenteel wordt verkendof middelen vrijgemaakt kunnen worden om het COVID-19-vaccinatieprogramma in 2026 voort te zetten.Financiële gevolgen voormaatschappelijke sectorenN.v.t.Nagestreefde doeltreffendheid(Re)vaccinatie tegen COVID-19 biedt goede bescherming tegen ernstigeziekte en sterfte. Tijdens de najaarsronde in 2024 zijn ruim 2,5 miljoenvaccinaties gezet en heeft 46,6% van de 60-plussers een coronaprikgehaald. De priklocaties waren beter verspreid en er waren meer locatiesbeschikbaar, waardoor mensen de coronaprik dichter bij huis kondenhalen. Het samenvallen van de COVID-19-vaccinatie met de jaarlijksegriepvaccinatie kan mogelijk tot een nog hogere vaccinatieopkomstleiden.Nagestreefde doelmatigheidDe afgelopen jaren is er op verschillende manieren gewerkt aan hetdoelmatiger aanbieden van de vaccinatie tegen COVID-19. Zo wordtgebruikgemaakt van kleinschalige vaak goedkopere locaties en wordt dedoelgroep in het najaar gevaccineerd, waardoor de basiscapaciteit in derest van het jaar laag kan blijven. Met uitvoerende partijen wordtgesproken over de uitvoering en we zien dat de kosten van alle partijendalen ten opzichte van het vorige jaar. Momenteel is het kostprijsonder-zoek voor de uitvoering van COVID-19-vaccinaties in de laatste fase.Daarnaast wil het Ministerie van VWS verkennen of vaccinatieprogram-ma’s voor volwassenen nog (kosten)effectiever kunnen worden uitge-voerd, bijvoorbeeld door de uitvoering van de griep- en COVID-19-vaccinatie te combineren. Naast kostenefficiëntie is ook detoegankelijkheid van de griep- en COVID-19-vaccinaties een belangrijkaspect binnen deze verkenning.EvaluatieparagraafMonitoring en evaluatie van het COVID-19-vaccinatieprogramma wordtuitgevoerd door het RIVM. Bijlage 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81112

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0c7b3792f194d3a9

14 okt 2026 · 051c685049c21f56

13 okt 2026 · f459461253392834

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

  • Voortgang aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’ en andere onderwerpen met betrekking tot het vaccinatiebeleidActuele officiële versie

    Versie 3 · 26 feb 2025

Bijlagen

Bij dit hoofddocument

Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie