Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 maart 2025, over Woningbouwopgave en koopsector
Brontekst
Versie f9f5d8813921d112 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1323 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 22 april 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeftop 19 maart 2025 overleg gevoerd met mevrouw Keijzer, Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Vice-Minister-President, over:−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 10 maart 2025 inzake uitrol Nationaal FondsBetaalbare Koopwoningen (NFBK) (Kamerstuk 32 847,nr. 1289);−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 18 februari 2025 inzake uitvoering van degewijzigde motie van het lid De Hoop c.s. over nestgelegen-heid niet uit het Besluit bouwwerken leefomgeving halen(Kamerstuk 32 847, nr. 1234) (Kamerstuk 32 847, nr. 1286);−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 3 februari 2025 inzake aanpassing Meerjarigestimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen (Kamer-stuk 32 847, nr. 1245);−de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 24 januari 2025 inzake ontwikkeling Kronen-burg (Kamerstuk 32 847, nr. 1244);−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 20 december 2024 inzake tweede voortgangs-rapportage modernisering grondbeleid november 2024(Kamerstuk 34 682, nr. 208);−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 20 december 2024 inzake evaluatie 2024Leegstandwet (Kamerstuk 31 560, nr. 54);−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 19 december 2024 inzake voortgang financiëleregelingen woningbouw (Kamerstuk 32 847, nr. 1239);−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 11 december 2024 inzake Nationale Prestatieaf-spraken 2024 (Kamerstuk 29 453, nr. 574);−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 10 december 2024 inzake diverse ontwikkelin-gen in het woonbeleid (Kamerstuk 32 847, nr. 1236); kst-32847-1323ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13231 −de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 22 november 2024 inzake kabinetsreactie opinterdepartementaal beleidsonderzoek Woningbouw en grond(Kamerstuk 32 847, nr. 1216).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PostmaDe griffier van de commissie,De VosTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13232 Voorzitter: PostmaGriffier: MorrinAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Beckerman, Flach,Grinwis, Peter de Groot, De Hoop, Mooiman, Postma, Vedder, Vijlbrief, DeVos, Welzijn en Wijen-Nass,en mevrouw Keijzer, Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening, Vice-Minister-President.Aanvang 13.29 uur.De voorzitter:Een hele goede middag. Ik heet u van harte welkom bij het debat van devaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Er staanflink wat punten op de agenda deze keer. We gaan het hebben over dewoningbouwopgave en de koopsector. Ik heet de mensen op de publieketribune en degenen die thuis meekijken speciaal welkom. Welkom aan deMinister en haar staf. Welkom aan de Kamerleden. Ik ga ze evenopnoemen: de heer De Hoop van GroenLinks-PvdA, mevrouw Wijen-Nassvan BBB, de heer Mooiman van de PVV, mevrouw Welzijn van NSC, deheer Vijlbrief van D66, mevrouw De Vos van Forum voor Democratie en deheer Peter de Groot van de VVD.We hebben net afgesproken dat we in de eerste termijn vier interruptiesdoen. Het verzoek is de interrupties en de antwoorden kort te houden. Danhebben we straks ruim de tijd om dit debat mooi af te ronden en de eerstetermijn van de Minister mooi te behandelen. Ik wil graag starten door hetwoord te geven aan de heer De Hoop, die het woord zal voeren namensGroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. De woningbouwopgave is gigantisch. Honderdduizendenmensen in ons land zoeken naar een betaalbare woning, een plek om dedag te beginnen, om na het werk tot rust te komen en om te dromen. Erzijn dringend woningen nodig. De woningbouw moet uit het slopgetrokken worden. De nodige aantallen halen we nog lang niet. Een vande oorzaken waardoor de teller blijft steken, werd vorige week duidelijk;de bouwsector maakte inzichtelijk hoe erg het stikstofprobleem op debouw drukt. Van de 631.000 woningen die in de pijplijn zitten, dreigen er244.000 niet af te komen. Dat is meer dan een derde.Deze Minister moet 100.000 woningen per jaar realiseren. Een van degrootste obstakels blijkt nu haar eigen collega te zijn. Gaat zij haar collega,de Minister van LVVN, ervan overtuigen dat alle geitenpaadjes enuitwegen inmiddels wel bewandeld zijn? Het stikstofprobleem lossen weop één manier op en dat is door de stikstofuitstoot te verminderen. Delandbouwsector moet nu zijn fair share gaan leveren. Gaat u uw collegavan Landbouw tot actie aansporen? Als er keuzes gemaakt moetenworden over hoe we dit kleine land met elkaar delen, welke keuze maaktde Minister dan? Worden het koeien en varkens of worden het huizen?Wat ons betreft gaat het recht op wonen voor. Ik hoor graag een beves-tiging dat de Minister daar ook zo over denkt.De stikstofuitstoot moet omlaag en dat moeten we met z’n allen doen, dusook de luchtvaart moet krimpen. In dat kader heb ik een vraag overKronenburg, want er moesten 2.500 studentenwoningen wordengerealiseerd en dat worden nu noodgedwongen 500 woningen en 2.000shortstays, omdat het ongezond is om langer in de omgeving vanSchiphol te wonen. Ondertussen wil uw collega, Minister Madlener, dekrimp van Schiphol afzwakken. Dat is toch van de zotte? Dus nu is weer devraag: wat kiest dit kabinet binnen die schaarse stikstofruimte, woningenof vliegtuigen? GroenLinks-Partij van de Arbeid kiest voor woningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13233 Voorzitter. Ruimte is in ons kleine land zeldzaam. De bouw van woningenblijft achter omdat betaalbare bouwgrond schaars is. Mijn fractie wordtdaarom echt ongeduldig als we lezen dat de Minister de plannen vooractief grondbeleid nog steeds aan het uitwerken is. Het voornemen omeen grondfaciliteit te realiseren, was er al onder de vorige Minister. Vooreen planbatenheffing staan de seinen al meer dan een jaar op groen; ikheb het nog even opgezocht. Een motie van mijzelf met D66 en deChristenUnie die in mei werd aangenomen, vroeg de Minister om voor dezomer met een uitwerking te komen. Bij de motie-Beckerman is hethetzelfde verhaal: die vroeg de Minister om voor de zomer van 2025 meteen uitwerking te komen. Die hebben we nog steeds niet. Ik heb dus eenbeetje een déjà vu naar het debat in november. Toen vroeg ik er ook alom. Waar blijven die plannen? Wanneer kunnen we de invoeringverwachten?Als de gemeente grond voor bouwen heeft bestemd, gebeurt het nog tevaak dat de eigenaar van de grond treuzelt. Daarom zeggen gemeenten:om de druk op te voeren, willen wij een belasting kunnen heffen oponbenutte grond. Waarom wil de Minister pas op een later moment naarzo’n belasting kijken? De bouw moet nu toch versnellen? Hoe kijkt zij naarde mogelijkheden van een bouwplicht of van boetes als er niet binnen eenbepaalde periode wordt begonnen met bouwen?Minstens zo schandalig als ongebruikte grond zijn ongebruikte huizen,leegstand, huizen die leegstaan terwijl mensen snakken naar een huis.GroenLinks-Partij van de Arbeid vindt dat echt niet te verkroppen in eenwooncrisis. 26 gemeenten hebben nu een leegstandverordening. InUtrecht zijn daardoor 167 woningen in gebruik genomen. In Amsterdamgaat het om 430 woningen. Is de Minister van plan om meer gemeentenaan te sporen om met zulk beleid te gaan komen? Gemeenten vechtenmet man en macht tegen leegstand, maar gemeenten zeggen ook al meerdan vijftien jaar: we hebben meer mogelijkheden nodig om de leegstandaan te pakken. Waar ze mee geholpen zijn, is de mogelijkheid om eenleegstandbelasting te heffen. Nu lees ik dat de Minister die niet wilinvoeren. Dat is onbegrijpelijk. Ik proef...De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Peter de Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ik heb GroenLinks-Partij van de Arbeid vaker iets horen roepen over eenbelasting of een boete op bouwen. Als er niet gebouwd wordt, danmoeten we boetes uitdelen. De VVD gelooft er sowieso niet zozeer in datmensen door boetes ineens gaan doen wat ze voor die tijd niet voorelkaar kregen. Is het niet veel slimmer om dan met hen te gaan praten enom te gaan nadenken over wat eigenlijk de reden is waarom er nietgebouwd wordt? Het is natuurlijk veel interessanter om daarnaar te kijken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):In gelul kun je in ieder geval niet wonen. Ik denk wel dat als je braaklig-gende grond belast, je grondeigenaren forceert om daar snel wat te doen.Dat vind ik niet alleen; gemeentes geven aan dat zij dit echt nodig hebbenals prikkel om die bouw op gang te brengen. Woningbouwcorporatiesgeven dat aan, en heel veel bouwers. Er is een Kamermeerderheid voor.De Minister weet dat al een jaar. Ze zegt al een jaar: we gaan bezig meteen uitwerking. Die is er nog niet. Ik vind het heel erg frustrerend als wijhier een ruime Kamermeerderheid hebben, dat die uitwerking er nogsteeds niet is. De heer De Groot kan anders over het voorstel denken,maar die Kamermeerderheid is er. Dan verwacht ik van de Ministerurgentie om daarmee aan de slag te gaan. Die zie ik niet.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13234 De heer De Groot wil nog een vervolgvraag stellen.De heer Peter de Groot (VVD):Ja, want dat was eigenlijk geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag gingover het beboeten van niet bouwen. Dat is wat anders dan dat je zegt datwe bij bouwontwikkeling een heffing of andere dingen doen. Dit gaat echtspecifiek over het punt: laten we mensen die grond hebben en die nogniet tot bouw kunnen komen – want dat is vaak zo – nou een boete geven.Je zou daar toch willen kijken hoe het komt dat daar niet gebouwd wordt?Die vraag stelde ik net ook al. Komt dat doordat er een onhaalbarebusinesscase is, doordat er een waterprobleem is of doordat er allerleiandere factoren spelen waardoor je niet zou kunnen bouwen? Dit kabinetzet namelijk juist in op een realisatiestimulans, wat eigenlijk een bevor-dering is om te komen tot bouwen. Ik zit dus een beetje in die discussie.Wat gaat een boete helpen – even los van een planbatenheffing, wat ietsanders is?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Eigenlijk zou ik daarin twee dingen willen scheiden. Ik ben zelf namelijkook voor die realisatiestimulans. Mijn fractie heeft die voorstellengesteund en heeft daar zelf ook voorstellen voor gedaan in de vorigeperiode. Maar je ziet dat nu een heel groot deel van die bouwsubsidiesterechtkomt bij grondeigenaren. Het afgelopen jaar heeft, geloof ik, hetCBS daar nog een heel rapport over geschreven. Je ziet dus dat een heelgroot deel van de subsidies die wij in de bouw steken, op de verkeerdeplek terechtkomt, namelijk bij de grondeigenaren. Ik denk dus niet dat datgoed werkt. Ik denk wel dat het nodig is om iets te forceren, maar dat datniet de meest efficiënte manier is om dat te doen.Dan over die boetes. Ik ben natuurlijk niet voor lukraak boetes uitdelen.Maar als gemeentes constateren dat er braakliggende grond is waar teweinig gebeurd is en zij aangeven dat er weinig middelen zijn en dat eenboete zou kunnen helpen, dan ben ik ervoor om dat te forceren, omdat ikhet onverkropbaar vind dat er zo veel braakliggende grond is inNederland. Ik vind ook... Laat ik het zo zeggen: ik heb bij deze coalitie, ditkabinet en deze Minister weleens het gevoel dat het recht op eigendomzwaarder weegt dan het recht op wonen. Dat stoort mij. Ik vind dat wijdaar verder in mogen gaan. Dan is beboeten een uiterlijke mogelijkheidom daar iets in de forceren. Daar staat mijn fractie voor.De voorzitter:U mag verdergaan met uw betoog. U heeft nog 1 minuut 20.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Het ging over 30.000 woningen die jarenlang leegstaan in onsland. De Minister schrijft in een brief dat dat wel meevalt of dat ze datbegrijpelijk vindt. Nou, ik vind dat niet meevallen. Het gaat hier omgebouwen die jaren achtereen leegstaan in tijden van een wooncrisis. Isde Minister het met mij eens dat iedere leegstaande woning er gewoonéén te veel is en dat iedere maatregel die leegstand tegengaat nodig is?Waarom is ze dan tegen de leegstandheffing?Voorzitter. De tijd waarin we de woningbouw overlieten aan de markt,moet echt voorbij zijn. De regering moet regie pakken. Regie pakkenbetekent in schaarste ook keuzes maken. Kiezen we voor vluchten ofkiezen we voor woningen? Kiezen we voor stikstofuitstoot of kiezen wevoor woningen? Kiezen we voor speculanten en het eigendomsrecht,waarmee zij huizen en grond leeg laten staan, of voor maatregelen zodatde woningbouw in turbo op gang kan komen? Onze keuzes zijn duidelijk,maar ik moet eerlijk zeggen dat ik de keuzes van het kabinet nog steedsniet helemaal duidelijk vind. Ik zou graag willen dat de Minister daarstevig aan de slag gaat. Een uiterst scenario is dat het Europees ComitéTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13235 voor Sociale Rechten net als wij vandaag in Vlaanderen zagen, misschienook hier vernietigend oordeelt over hoe wij met de woningbouw, metbetaalbare woningen omgaan. Ik maak mij grote zorgen. Het woningtekortis enorm. Ik wil een Minister die keuzes maakt en echt doorpakt. Wijhebben daar genoeg voorstellen voor gedaan. Ik hoop dat de Ministerdaar nu echt mee aan de slag gaat.Dank u.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik nu het woord geven aan mevrouw Wijen-Nass, dienamens de BBB zal spreken.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Starters vinden geen woning enouderen kunnen niet verhuizen naar een passende woning. En eenhuurwoning? Daar sta je jarenlang voor op de wachtlijst. De kalender metwoningzoekenden is al heel vaak voorbijgekomen. Die is ook weltekenend voor hoeveel mensen op zoek zijn naar een woning. Dewoningmarkt piept en kraakt aan alle kanten. Vandaag wil ik de Ministergraag een aantal punten meegeven.Als we kijken naar de bevindingen uit de Monitor Ouderenhuisvesting2024, zien we dat daar een groeiend belang is van zelfstandig wonen oplatere leeftijd en de noodzaak van geschikte woningen en woonomge-vingen voor senioren. Een voorbeeld van zo’n woonoplossing is deknarrenhof. Dat is een gemeenschap van mensen, vaak ouderen, diebewust kiezen voor een plek waar noaberschap, omzien naar elkaar, weerde norm is. Eigen woningen, ja, maar met gezamenlijke voorzieningen.Denk aan een gezamenlijke tuin, ontmoetingsruimten of een klusplaats.Dat is een heel goede manier om zelfstandig te blijven wonen, maar methet geruststellende idee dat er altijd iemand is om even mee te praten ofom een handje te helpen. De BBB ziet zo’n soort complex als deknarrenhof ook wel als een antwoord op de problemen die vandaag dedag op ons bord liggen. Ik ben heel benieuwd hoe de Minister hiernaarkijkt, maar ook hoe zij kijkt naar de nadelen van zo’n knarrenhof, wantdaar moet je wel lid van zijn en dan kun je je niet inschrijven. Het zou watons betreft wel goed zijn als er op dit soort projecten vrij in te schrijvenzou zijn, zodat iedereen zou kunnen deelnemen.Dan kom ik op de regio. De woningmarkt is niet overal in Nederlandhetzelfde. In steden zie je dat er best wel weinig ruimte is, maar in dorpenis er ook echt wel behoefte aan woningbouw. Niet dat we al die dorpennou helemaal moeten gaan volbouwen, want dat lijkt me ook niet deoplossing, maar het is wel belangrijk dat er in de regio ook gebouwd gaatworden. Ik ben heel benieuwd wat de Minister daar concreet aan gaatdoen.Ik weet niet of de Minister de volgende vraag vandaag kan beantwoorden,maar ik ben met betrekking tot de vakantiewoningen wel benieuwdwanneer we die instructieregel kunnen verwachten. Ik krijg heel veelmailberichten van bewoners die daar met smart op wachten en willenweten wat nou precies de bedoeling gaat zijn. Ik dacht dus: ik vraag aande Minister of zij wellicht weet wanneer zij met die instructieregel gaatkomen.Ik las in de brief van de Minister dat flex- en transformatiewoningen ookeen belangrijke rol kunnen gaan spelen in het versnellen van dewoningbouw en dat zij dat ook flink heeft aangescherpt. Ze voegttopprojecten toe, verhoogt het bedrag van € 7.800 naar € 14.000 perwoning en het loket blijft doorlopend open om dat extra te stimuleren. Hetis heel goed dat die aanpassingen worden gedaan en ik hoop ook dat dieecht gaan leiden tot meer aanvragen. Ik heb ook eerder aandachtgevraagd voor die flexwoningen. We blijven het nauwgezet volgen. Ik benTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13236 wel nog benieuwd of de Minister de regeling voor de flexwoningen ookspecifiek onder de aandacht van de gemeenten brengt.Dan kom ik op een laatste punt, mevrouw de voorzitter. De regelgeving ende procedures – ik heb het dan zowel over het traject voordat er eenvergunning verleend wordt als over de procedures daarna – zorgen voorellenlange vertragingen. Ik ben wel benieuwd wat de Minister concreet wilgaan doen aan het voortraject, want wat mij betreft duurt het nu allemaalveel en veel te lang.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. U heeft een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Mevrouw Wijen-Nass had het in haar bijdrage over versnellen. Volgensmij willen we allemaal de woningbouw versnellen. We kunnen heel veelplannen maken en versnellen, maar op het moment dat de woningbouwniet door kan gaan door de stikstofproblematiek, zijn we wel allemaal desjaak: 244.000 woningen gaan mogelijk niet door. Ik zou toch graag meerwillen horen van mevrouw Wijen-Nass over hoe zij daarnaar kijkt en hoezij ertegen aankijkt dat de Minister van Landbouw deze Minister eigenlijkin haar greep houdt door nu geen scherpe keuzes te maken. Ik zou daardus toch iets meer over willen horen van BBB.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Nou, ik hoorde de heer De Hoop in zijn eerste termijn een heel betooghouden dat de Landbouwminister de Minister van VRO in haar greep zouhouden. Ik zie dat zelf anders, want ik denk dat we na de uitspraken diegedaan zijn met z’n allen moeten gaan kijken hoe we uit die stikstofpro-blemen gaan komen. Daarom is die ministeriële commissie ingesteld. Ikheb ook dat kaartje gezien van Bouwend Nederland. Daar zie je ook destikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en hoe die van invloed zijn op dewoningbouw in Nederland. Ik ben zelf eigenlijk wel benieuwd – dat is ookgelijk een vraag aan de Minister, die zij misschien dadelijk kan beant-woorden – of de Minister goed in beeld heeft om welke woningen datprecies gaat. Ik ga hier niet het hele stikstofdebat overdoen; dit lijkt medaarvoor niet de juiste plek. Maar als BBB hebben we natuurlijk wel eenvoorstel gedaan voor die ondergrens van 1 mol. Dat zou niet alleen dePAS-melders helpen, maar ook heel veel woningbouwprojecten.De voorzitter:De heer De Hoop heeft een vervolgvraag.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben benieuwd naar elke brief die vanuit het kabinet komt, maar ditweten we niet pas net; dit wisten we vorige periode ook al. De keuzes diegemaakt moeten worden, worden nog steeds niet gemaakt. Zelfs als wenaar die 1 mol gaan, zitten we met schaarse stikstofruimte. Binnen dieschaarse stikstofruimte moet je keuzes maken. En de keuzes die wijzouden maken, zijn glashelder. Maar ik hoor nog steeds geen keuze vanBBB. Dan vraag ik u nu toch: welke B weegt zwaarder? Ben je bereid omiets minder te vliegen als je in die schaarse ruimte moet kiezen? Ben jebereid om iets minder landbouw te bedrijven? Daar zou ik toch wel eenuitspraak van mevrouw Wijen-Nass over willen horen.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Nou, dat ga ik niet op die manier zeggen. Want voor ons is niet alleen deeerste B, de boer, heel belangrijk, maar ook de burger. De heer De Hoopzou dat moeten weten, want ik heb me al vanaf het begin heel erg ingezetvoor het woondossier. Er wordt een enorme tegenstelling gecreëerd, alsofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13237 we zouden moeten kiezen tussen wonen, boeren en ondernemers. Watmij betreft is dat hierbij totaal niet aan de orde. Ik denk dat er eenrealistisch voorstel is gedaan. Volgens mij is dat ook naar de Raad vanState gestuurd. Ik wacht op de uitkomsten daarvan. We gaan zien of datinderdaad direct het woningbouwprobleem gaat oplossen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik moet toch wel ... Ik zal het woord «lachen» niet gebruiken, maar ik vindhet toch opmerkelijk dat BBB zegt: er wordt een tegenstelling gecreëerd. Ikhoor dit kabinet namelijk tegenstelling na tegenstelling na tegenstellingcreëren. We zouden door statushouders niet aan woningen kunnenkomen. Nou, 2% van de corporatiewoningen gaat naar statushouders. Ikhoor dit kabinet zeggen dat we opeens woningen gaan bouwen als we dievogelnestjes niet beschermen en we iets minder aan milieumaatregelendoen. Nee, de meest daadkrachtige manier om woningbouw te forceren,is ingrijpen in de stikstofproblematiek in de landbouw. Dit is dus geenschijntegenstelling. De Minister neemt tot nu toe telkens symbolischemaatregelen, die nergens op ingrijpen. Ik wil nu echt ook een keer vanBBB horen hoe u wonen op één gaat zetten, want u bent woordvoerderWonen. U moet dat woningtekort ook zien. Ik verwacht dat u een keuzemaakt. U bent geen toeschouwer meer. Het is ook besturen, en besturen iskeuzes maken. Ik zou het heel fijn vinden...De voorzitter:Uw vraag is?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):... als we na een jaar een keer een keuze krijgen te horen van BBB.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Volgens mij heb ik heel erg duidelijk toegelicht waar wij ons als BBBmomenteel voor inzetten. In heel Europa heb je stikstofgevoelige natuur,maar alleen in Nederland hebben we dit probleem. Dat komt gewoondoor onze wet- en regelgeving. Dat hebben we onszelf aangedaan.Daarover hebben we als BBB gezegd: dat gaan we gewoon aanpakken. Deheer De Hoop noemt zojuist het voorbeeld van mogelijkheid voornestgelegenheden in nieuwbouwhuizen. Nou, meneer De Hoop, als juristkan ik u vertellen: op elke nieuwe regel kun je bezwaar aantekenen of inberoep gaan. U zegt – het is misschien fijn als u niet buiten de microfoongaat praten – dat dat geen nieuwe regel is, maar dat was het wel. Het iswél een nieuwe regel. Die stond nog niet in het nieuwe Bbl, maar daarheeft de Minister over gezegd: die gaan we niet invoeren, want elke regelkan weer leiden tot een bezwaarprocedure, een beroepsprocedure of zelfseen hogerberoepsprocedure. En dat is nou precies wat wij in Nederlandniet meer willen.De voorzitter:U heeft ook een interruptie van de heer Flach van de SGP, die net als deheer Grinwis van de ChristenUnie zojuist is aangesloten bij dit debat. Vanharte welkom.De heer Flach (SGP):Ik heb een vraag aan mevrouw Wijen-Nass over de instructieregel voorpermanent wonen op vakantieparken. Mevrouw Wijen-Nass gaf aan dat zijveel mailtjes krijgt van bewoners van die parken die zich daar zorgen overmaken. Krijgt mevrouw Wijen-Nass ook mailtjes van gemeentes die zichdaar zorgen over maken? Het klinkt natuurlijk mooi, als een korteter-mijnklap die we kunnen maken. Natuurlijk zijn mensen daar blij mee.Maar er zitten ook allerlei schaduwzijden aan. Ik hoop daar in mijnbijdrage straks op in te gaan. Veel van die plekken zijn niet eens vastgoed.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13238 Die kunnen dus heel makkelijk zonder notaris van eigenaar wisselen.Ondermijning en criminaliteit liggen op de loer. Gemeenten maken zichdaar grote zorgen over. Is mevrouw Wijen-Nass het met de SGP eens dathet heel belangrijk is dat er duidelijke uitzonderingen worden vastgelegdin de instructieregel? Zou het ook niet veel beter zijn om gemeentendaarin de keuze te laten maken?Mevrouw Wijen-Nass (BBB):De vakantiewoningen. Ik heb daar destijds aandacht voor gevraagd, ook inmijn motie, omdat we de ambitie hadden om te kijken welke vakantie-parken die permanente bewoning kunnen gaan toestaan. In sommigeparken is dat gewoon prima mogelijk. Dan kom je natuurlijk in de situatiedat mensen hun vakantiehuisje uitgezet worden en vervolgens blijkt dat zetoch hadden kunnen blijven. Dat vind ik niet goed. Ik vind ook niet dat jemensen dat kunt aandoen. Ik heb de Minister toen opgeroepen – die motieis ook Kamerbreed gesteund – om zolang die regel en die exacteduidelijkheid er niet zijn alsjeblieft die mensen niet uit die huisjes tezetten.Wat ik wel met de heer Flach eens ben, is dat er zeker ook een keerzijdeaan het verhaal zit, in die zin dat er wellicht ook parken zijn die uiteindelijkniet geschikt blijken om permanent te wonen, maar ook dat er zichbijvoorbeeld criminaliteit afspeelt. Dat blijven wonen op zo’n vakantieparkin het kader van eventuele legalisatie staat wat mij betreft totaal los vanhet aanpakken van criminaliteit. Dat is een totaal andere grondslagwaarop je iemand zou verwijderen uit z’n huisje. Dus ik denk dat we datpunt heel snel geparkeerd hebben.Maar ik denk ook dat we in tijden van woningcrisis – we hebben het erzojuist over gehad en ik hoorde het de heer De Hoop vanGroenLinks-PvdA ook zeggen, maar ik denk dat alle sprekers na mij ooknog zullen volgen – enorm veel mensen hebben die op zoek zijn naar eenwoning en dat het bijna niet mogelijk is om een woning te vinden. Ik vinddan niet dat we het kunnen maken om die mensen uit zo’n vakantie-woning te zetten die er op dat moment permanent verblijven, vaak algedurende geruime tijd, en te zeggen: zoek het maar uit. Ik vind dat wedaarin wel een rol hebben, en zeker in tijden van woningcrisis betekentdat dan soms ook dat je vanuit Den Haag dan maar iets moet opleggen.Ja, zeker.De voorzitter:Dank u wel. Ik wil u allen verzoeken om toch wat korter en krachtiger teantwoorden en te vragen. De heer Flach.De heer Flach (SGP):Een korte vervolgvraag inderdaad. De laatste zin bracht me weer wat inverwarring. Ik ben het best op een aantal onderdelen eens met mevrouwWijen-Nass, alleen de keuze voor welk park wel geschikt is en welkniet – waar is criminaliteit sterk aan de orde, waar voldoen woningenhelemaal niet aan het bouwbesluit en noem maar op – kun je toch hetbeste en primair gemeentelijk maken? Moeten wij echt vanuit de TweedeKamer hier met een generieke maatregel komen waardoor de gemeentenmaar met de problemen blijven zitten? Zouden we dat toch niet veel meeraan gemeenten moeten overlaten?De voorzitter:Dank u wel. Goed voorbeeld van een krachtige, korte vraag.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Allereerst ben ik heel benieuwd naar die instructieregel, naar wat daarexact in gaat staan. Laat dat vooropstaan. Ik denk we daarop moetenwachten. Wat gaat daar precies in staan en hoe gaat dat uitpakken in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 13239 praktijk? Voor nu vind ik in ieder geval dat we wel vanuit het Rijk moetenzeggen: het lijkt ons voor nu geen goed idee om die mensen uit te zetten.Vandaar ook mijn motie. Daarna is er nog een extra motie overheengekomen, onder andere samen met de heer Mooiman van de PVV, om tezeggen: nu in ieder geval niet. Wij vinden dat we dat vanuit het Rijkmoeten uitspreken.De voorzitter:Dank u wel. Volgens mij was u klaar met uw inbreng. Ik check dat even.Ja. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Mooiman, die namensde PVV zal spreken.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. Vandaag hebben we het over de woningbouw-opgave en de koopsector, onderwerpen die we vaak bespreken. Goed datwe het doen. We hebben immers te maken met een enorme woningnood.Momenteel ligt het woningtekort op meer dan 400.000 woningen en, zoalsal eerder in debatten gezegd, dat heeft enorme consequenties. Je leest erdagelijks over. Zo is het voor veel mensen vrijwel onmogelijk gewordenom aan een woning te komen, in het bijzonder voor jongeren en startersen al helemaal als je dan ook nog eens alleenstaand bent. Hiermeeworden mensen op allerlei manieren geremd in hun leven. Het is dan ookvan groot belang om de doelstellingen die dit kabinet heeft gesteld tehalen, en het liefst meer. Tegelijkertijd zagen we recent prognoses waaruitbleek dat het tekort mogelijk verder zal stijgen, naar 450.000 woningen.Het is hoog tijd dat we grip krijgen op vraag en aanbod en in de NotaRuimte, waarover we vorige week al hebben gesproken, keuzes maken dieervoor zorgen dat er voldoende locaties zijn.Voorzitter. Zoals eerder gezegd, is de bouw van woningen van grootbelang. Er moet en kan veel gebeuren om het tekort terug te dringen.Denk aan zaken als buitenstedelijk bouwen, snellere procedures,optoppen, splitsen en het tegengaan van bepaalde duurzaamheidseisenen bijbehorende rapportageverplichtingen, maar ook zeker grip krijgen opasiel en migratie. Immers wordt 45% van alle nieuwbouwwoningen tot2038 gebouwd om de bevolkingsgroei op te vangen, die voor 95% bestaatuit migratie. En wat je politieke kleur ook mag zijn, het is duidelijk dat datin ieder geval niet zo door kan gaan.Daarbij is het voor de PVV ook van groot belang dat de Minister vaartmaakt met het verbod op voorrang voor statushouders bij de toewijzingvan sociale huurwoningen. Dit verbod is hard nodig. Zo bleek recent uitcijfers van het CBS weer dat er in 2022 een aantal van 40.420 socialehuurwoningen vrijkwam voor starters, de instromers op de woningmarkt,maar dat daarvan 6.860 woningen met voorrang naar statushoudersgingen. En dat is 17%. Deze praktijk moet stoppen. Het wetsvoorstel lagtot 16 maart in consultatie en we willen dat de Minister dit voorstel zospoedig mogelijk voorlegt ter behandeling. Kan de Minister het voorstelnog voor april naar de Raad van State sturen? Wat is daar de tijdlijn?Voorzitter. Ook klinken in een aantal gemeenten geluiden om de wetmisschien wel helemaal niet uit te voeren. Een slechte zaak. Gemeentenhebben juist nu de taak om zich voor te bereiden op de invoering van dezewet. Deelt de Minister deze mening en wat gaat zij doen met gemeentendie straks weigeren om de wet uit te voeren?De voorzitter:De heer De Hoop heeft een interruptie voor u. Dat is uw laatste interruptie,meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja. Dat doe ik met alle liefde, want de heer Mooiman zei iets wat pertinentonjuist is. Het rapport van het CBS schreef dat er 2,1 miljoen corporatie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132310 woningen zijn en dat 2,1% daarvan in het bezit van statushouders is. Datzijn 46.000 woningen. Van de vrijgekomen woningen is 7%, dus niet 17%,naar statushouders gegaan.Maar als we het dan toch over huurwoningen hebben en betaalbarewoningen, ben ik benieuwd. Ik hoorde de heer Wilders de afgelopen weekweer zeggen dat hij de huren wil bevriezen. Ik heb er weer tweet na tweetna tweet over gezien. U heeft het de afgelopen keer tegengehouden. Gaatu voor de spoedwet stemmen? Want dan regelen we het. Dan is het dezemaand geregeld, worden de huren bevroren. Ik vraag nu dus toch maareen keer of de woorden op Twitter wat waard zijn. Kunnen wij dan nueindelijk op de steun van de PVV rekenen, zodat we de huren kunnenbevriezen?De heer Mooiman (PVV):Ik moet de heer De Hoop toch corrigeren. Nogmaals, de heer De Hoopgebruikt het frame dat ook weleens in de media wordt gebruikt van alleverhuringen. Dat staat ook in het wetsvoorstel zelf, maar het gaatnatuurlijk om instromers in de woningmarkt. Het gaat om mensen die nunog geen sociale huurwoning hebben, die dus wel van de voorraadafnemen en zelf niks achterlaten. Dat is dezelfde groep die met startersconcurreert en dat gaat dus om 40.420 sociale huurwoningen, waarvan er6.860 met voorrang naar statushouders gingen en dat is 17%. Dat is heteerlijke verhaal en het zou ook fijn zijn als GroenLinks-PvdA dat erkent.En waar het gaat om de huren: zeker. We moeten gaan naar meerbetaalbaardere huren. We hebben daar ook een groot debat met elkaarover gehad, waarin we ook onze inzet als PVV hebben benadrukt dat werichting de Voorjaarsnota met de partijen afspraken gaan maken om dehuren te verlagen, te bevriezen. Daar zetten we nog steeds op in en datgaat u de komende tijd zien.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog.De heer Mooiman (PVV):Yes. Dank u wel, voorzitter. Nogmaals, over de gemeenten die potentieelde wet over het verbod op voorrang voor statushouders willen weigeren.Dat is natuurlijk een slechte zaak. Deelt de Minister die mening en watgaat zij straks doen met gemeenten die weigeren uitvoering te geven aande wet?Voorzitter. Ik wil ook nog even aandacht spenderen aan de ontwikkelingenin de makelaardij en meer specifiek het biedlogboek. Recent is een motievan de PVV aangenomen om het biedlogboek beter beschikbaar te makenen dit tot norm te verheffen. Ook zijn er gesprekken geweest tussenverschillende partijen over nieuwe uniforme biedregels. Die gesprekkenzijn geklapt. We vinden het van belang dat het biedproces eerlijker entransparanter wordt en dat richtlijnen en regels worden opgevolgd.Hoewel er tussen aantal partijen daarover onenigheid is, zijn er in iedergeval een aantal zaken waarop nu al stappen kunnen worden gezet. Zowillen wij dat er voor de makelaardij op z’n minst een beroepsstandaardin het leven wordt geroepen om de kwaliteit in z’n algemeenheid teverbeteren. Ook de markt zelf is hiervoor. Ook dienen makelaars die nogniet bij de branchevereniging aangesloten zijn, afspraken te maken om datuniforme gebruik van dat biedlogboek daadwerkelijk in de voeren en dieook na te leven, zelfs als ze niet tot een branchevereniging behoren. Hoekijkt de Minister daarnaar?Daarbij laat ik het voor de eerste termijn, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Ik zie dat u twee interrupties heeft. Mevrouw De Vos wasnet iets eerder, dus ik geef haar het woord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132311 Mevrouw De Vos (FVD):Ik heb een vraag aan de heer Mooiman. Hij sprak al even over het feit datde bevolkingsgroei eigenlijk een-op-een het gevolg is van massaleimmigratie en dat dat dan ook de oorzaak is van deze wooncrisis.Tegelijkertijd hoor ik hem vooral spreken over het blijven bijbouwen vanwoningen. Maar we weten dat er ook uit prognoses voor de komendejaren blijkt dat er nog 100.000 mensen naar Nederland komen. Het tekortaan woningen zal dus blijven toenemen. Ik vraag me eigenlijk af watuiteindelijk de structurele oplossing van de PVV is. Je kan blijvenbijbouwen tot je een ons weegt, maar op deze manier is dat op langetermijn geen oplossing.De heer Mooiman (PVV):De structurele oplossing is natuurlijk tweeledig: je moet én bouwen énervoor zorgen dat je grip krijgt op asiel en migratie, zoals ik zei. Daar is ditkabinet ook mee bezig. Minister Faber is er natuurlijk mee bezig. Er wordtbreed in het kabinet aan gewerkt. Het is ook goed om te zien dat er recentvoorstellen door de ministerraad zijn gekomen. Het is van belang dat wedaarop blijven inzetten. Maar tegelijkertijd zullen we moeten blijvenbouwen. We hebben nu een acuut probleem. Het is hartstikke belangrijkdat onze mensen gewoon een woning kunnen vinden. Daarom is het dusen-en.De voorzitter:Mevrouw De Vos heeft een vervolgvraag.Mevrouw De Vos (FVD):Met «en-en» ben ik het tot op zekere hoogte eens. Als je het tekorteenmaal hebt, zul je daar toch op korte termijn iets aan moeten doen. WatForum voor Democratie betreft zetten we vooral in op het stoppen van deinstroom en op remigratie. Maar als het een feit is dat we die instroomblijven hebben, hoeveel woningen wil de PVV dan blijven bijbouwen?Waar ligt de balans? Waar ligt dan de grens?De heer Mooiman (PVV):Zoals ik net al zei, zijn er op dit moment al 400.000 woningen te weinig. Decijfers die ik aanhaalde, namelijk dat 45% van de nieuwbouw nodig is omde bevolkingsgroei op te vangen, gaan over de periode tot 2038. Dan hebik het dus nog niet eens over het woningtekort van 400.000. Kortom, wemoeten nu wat doen aan de woningen die we nu tekortkomen, maar wemoeten er zeker ook voor zorgen dat we vraag en aanbod op de langetermijn in balans brengen. Dat is te lang niet gebeurd. Te lang zijn erkabinetten geweest die aan een kant de volkshuisvestelijke taak hebbenlaten versloffen. Ze hebben ministeries opgeheven. Tegelijkertijd hebbenze de grenzen wagenwijd opengezet. Ze wilden geen maatregelen nemenom asiel en migratie in te dammen. Gelukkig hebben we nu een kabinetdat dat wel doet. Nogmaals, het is en-en. Dat is nodig voor de acuteproblematiek en voor de lange termijn.Mevrouw De Vos (FVD):Dat is toch niet helemaal een antwoord op mijn vraag. Ik vroeg vrijconcreet hoeveel woningen de PVV erbij wil bouwen. Nederland isnamelijk al hartstikke vol, dus iedere woning die we erbij bouwen, gaatten koste van leefruimte die we voor iets anders zouden kunnengebruiken.De heer Mooiman (PVV):In Nederland is 13% van de totale oppervlakte bebouwd. Slechts 7% isbestemd voor woningbouw. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de 35% natuur,is dat helemaal niet zo veel. Wij vinden het vooral belangrijk dat al dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132312 mensen, inclusief al die jongeren en al die starters, die nu geen woningenkunnen vinden en soms wel tot hun 30ste thuis moeten blijvenwonen – het is te zot voor woorden! – een woning kunnen vinden. Het isgewoon hartstikke belangrijk dat we daar nu voor aan de slag gaan. Jehebt een woning niet gebouwd in twee jaar. Daar moet je nu plannen voormaken. Je moet nu aan de slag om continu woningen op te blijvenleveren.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw De Vos.Mevrouw De Vos (FVD):Tot slot. Er is in Nederland geen natuurlijke aanwas, geen natuurlijkebevolkingsgroei. Is de PVV het met Forum voor Democratie eens dat als jede instroom helemaal zou stoppen, het woningtekortprobleem dat we nuhebben zich op termijn vanzelf zou oplossen?De heer Mooiman (PVV):Natuurlijk vermindert het enorm de vraag als je nu grip op asiel enmigratie krijgt. Het is ook goed dat dat gebeurt. Dat ben ik dus helemaalmet mevrouw De Vos eens. Ik denk dat het goed is dat dat zo is. Maartegelijkertijd hebben we dus nu al een acuut tekort aan woningen. Daarmoeten we echt op blijven inzetten.De voorzitter:U had volgens mij nog een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dit verhaal van de heer Mooiman over migratie is natuurlijk bekend,evenals het standpunt dat statushouders geen voorrang mogen hebbenbij de toewijzing van sociale huurwoningen. Dat is op zich een begrijpelijkstandpunt. Het is namelijk heel zuur voor al die starters die ik-weet-niet-hoelang als reguliere woningzoekende op zo’n lijst staan. Tegelijkertijd isen blijft er voor gemeenten natuurlijk een wettelijke huisvestingsopdrachten -taakstelling om statushouders te huisvesten. Zolang er mensen onsland binnenkomen en een status krijgen, zullen ze ook gehuisvest moetenworden. Wat is dan, na deze a die gezegd wordt, de b? Huisvesting vanstatushouders in Nederland, mensen die het recht hebben om hier teverblijven en te wonen?De heer Mooiman (PVV):Om toch iets te verduidelijken het volgende. Juist met deze coalitiepar-tijen is na het Catshuisoverleg de afspraak gemaakt om de taakstelling diegemeenten op dit moment hebben om statushouders te huisvesten, tegaan schrappen. Dat is onder andere ook een verantwoordelijkheid vandeze Minister van VRO. Zij gaat daarmee aan de slag; daar hebben weeerder al naar gevraagd. Daarnaast is het natuurlijk wel zo dat je status-houders en asielzoekers die je hier hebt – nogmaals: we moeten het liefstzo snel mogelijk grip op migratie krijgen en daardoor een forse vermin-dering – niet op straat kunt laten slapen. Er zal dus een grotere druk oplocaties in het land komen, waar mensen opgevangen moeten worden.Dat moet in ieder geval niet in sociale huurwoningen en wat ons betreftook niet met een taakstelling voor gemeenten. Het is vooral een kwestievan grip krijgen op migratie om dat probleem op de lange termijn op telossen.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Grinwis, we beginnen een beetje te gaan richting eenmigratiedebat. Houd het bij «wonen», alstublieft. Wat is uw interruptie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132313 De heer Grinwis (ChristenUnie):Maar mijn vraag was een woonvraag. Ik krijg namelijk weer de letter a alsantwoord, maar niet de letter b. Ik wil graag weten hoe statushoudersmoeten worden gehuisvest als je dus én voorrangverlening schrapt én detaakstelling voor gemeenten schrapt. Ik vind het winst in het antwoordvan de heer Mooiman dat hij zegt dat ze natuurlijk niet op straat terechtmogen komen. Grip op migratie willen we hier allemaal, misschien inverschillende toonaarden gezegd, maar grip willen we allemaal. Tegelij-kertijd worden we voorlopig nog geconfronteerd met veel statushoudersdie moeten uitstromen uit de locaties. Waar moeten die wordengehuisvest? Gemeenten kregen de afgelopen jaren de flexwoningenaangeboden: hier heb je ze; zet daar maar statushouders in. Tot nu toekomt dat niet van de grond want het is allemaal moeilijk, moeilijk, moeilijkmet de locaties waar gemeenten die feitelijke flexwoningen moetenplaatsen. De flexwoningen staan volgens mij nog hoog opgetast in deachtertuin van Hugo de Jonge. Wat is de letter b, wat is het echteantwoord op deze huisvestingsvraag? Dingen schrappen kunnen wenamelijk allemaal. Migratie wegtoveren willen misschien wel meerpartijen, maar hoe ga je de mensen met een status met wie je geconfron-teerd wordt, huisvesten?De heer Mooiman (PVV):Toch twee dingen. Allereerst vind ik het echt belangrijk om tebenadrukken dat het hoog tijd is dat de mensen die al zo lang op diewachtlijsten staan ook daadwerkelijk een eerlijke kans hebben om eenwoning te krijgen. Dat zijn dus die Nederlandse burgers die er al zo langop wachten. Ten tweede: natuurlijk is het zo, zoals ik al zei, dat je mensen,als je ze hier hebt, niet op straat gaat laten slapen. Ik bedoel: dat zouniemand doen en dat is onmenselijk. Juist dat soort praktijken wil je dusvoorkomen. We hebben een viertal richtingen gezien in het wetsvoorsteldat de Minister in ieder geval ter consultatie heeft gelegd, bijvoorbeeld devraag hoe je juist dan met die huisvesting omgaat. Daar kwam onderandere «flexibele woningen» in voor. Er kwamen ook een aantalwoonvormen in voor. Men zal – daarbij zal het kabinet aan zet zijn – inieder geval iets moeten doen om ervoor te zorgen dat die mensen openige manier ergens terechtkunnen, maar in ieder geval niet in die socialewoningen.De voorzitter:Dank u wel. Ik wil nu ook mevrouw Vedder van het CDA en mevrouwBeckerman van de SP welkom heten. We zijn hier met een hele grote club,dus ik wil alle Kamerleden nogmaals op het hart drukken: interruptiesgraag kort en vragen graag kort, korter dan 30 seconden. De heer Grinwisdeed al een mooie poging; hij was er bijna, maar het was net te lang. Ookelkaar graag kort antwoorden, want dan gaan we echt de tweede termijnkunnen afmaken. Ik denk dat we dat allemaal met elkaar willen. Ik kijkeven naar de heer Mooiman. Volgens mij was u klaar met uw betoog, dusik wil nu graag naar mevrouw Welzijn gaan, die het woord zal voerennamens Nieuw Sociaal Contract.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. We spreken in deze commissie regelmatig over dewooncrisis. Ik noem het zelf «een crisis in een crisis». Er is een acuutwoningtekort van ruim 400.000 huizen. Dat zijn dus ongeveer 1 miljoenmensen, als je ervan uitgaat dat een gemiddeld huishouden in Nederlandiets meer dan twee personen groot is. Er zijn dus 1 miljoen mensen diehun leven niet kunnen leiden zoals zij dat willen. Jonge stellen moetenkun kinderwens uitstellen. We lezen in diverse nieuwsitems wat deuitwassen van deze crisis zijn. Mensen die een huis hebben, voelen zichvaak kwetsbaar tegenover de lelijke daden van hun verhuurder. MoeilijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132314 doen betekent misschien wel: huis kwijt. En dan? Dan ben je letterlijk nogverder van huis.We blijven met elkaar de ernst van de situatie delen, want omdat wijallemaal na het werk weer heerlijk naar huis gaan, ervaren wij dewooncrisis niet zelf. De verhalen moeten we dus blijven vertellen. Maar,zoals een jongeman van een jongerenorganisatie mij vertelde: we willengewoon dat het wordt opgelost. Dat staat ons dus te doen.Ook vorige week was ik weer in gesprek met onze jongeren, dit keer inDelft. Ook daar weerklinken de verhalen van jonge mensen: die ervarenveel stress en hun studieprestaties leiden daar ook onder. Dit alles moetenwe aanpakken. Laten we de oproep van onze jongeren dus ter hartenemen en dit gewoon oplossen.Voorzitter. NSC doet hier continu concrete voorstellen toe. Dank aan dezecommissie voor de steun om de oplossingen samen, iedere keer weer,een stukje dichterbij te brengen. Hiervoor gaat het aloude gezegde op:alleen ga je snel, maar samen kom je verder. Ik hoop dat we dit gezegdekunnen amenderen, zodat we uitkomen op: alleen samen gaan we snelleren verder.Voorzitter. Een belangrijke oplossing voor het oplossen van de wooncrisiszit in de grond. Dure grond is dure bouw. Het is mijn fractie daarom ookveel waard dat we concreet kunnen gaan starten met de planbatenheffing,het taxeren op basis van huidig gebruik en het door de overheid helpendragen van risico’s bij gebiedsontwikkeling. Een technische briefing ishelaas op verzoek van het ministerie uitgesteld. Mijn eerste vraag aan deMinister is dan ook wanneer we op dit vlak concrete actie kunnenverwachten. Het opzetten van een grondinstrumentarium is namelijk nietbepaald een quick win. Dat vergt veel tijd en is ingewikkeld. Ook moet erveel afgestemd worden met veel verschillende partijen. Om klaar tekunnen staan voor nieuwe gebiedsontwikkelingen als gevolg vanbijvoorbeeld de nieuwe Nota Ruimte, moeten we echt aan de bak.Wanneer kunnen we dus concreet iets van de Minister verwachten?Voorzitter. We moeten ook zuinig omgaan met de huizen die we alhebben. Daarom ben ik ook verbolgen over het gegeven dat er lieden zijndie frauderen met huizen. Dat kan echt niet. Een voorzichtige inschattingvan de politie is dat er landelijk bij 8.000 huizen sprake is van hypotheek-fraude. Zoals de Minister in haar beantwoording al aangaf, is criminaliteitper definitie heimelijk. We weten dus helemaal niet of deze 8.000 huizenhet hele verhaal vertellen. Daarom wil mijn fractie, Nieuw SociaalContract, van de Minister weten hoe gemeenten geholpen kunnen wordenbij de opsporing van misbruik van huurwoningen die gekocht wordendoor criminelen. Zelf vroegen wij ons af of er binnen de Huisvestingswetmisschien een koppeling tussen de Bibob en de verhuurvergunningsaan-vragen gemaakt kan worden.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Dank aan mevrouw Welzijn voor haar woorden over de planbatenheffing.Ik meen mij te herinneren dat wij het daar kortgeleden, in een van de velewoondebatten, over gehad hebben. Toen heeft de Minister een toezegginggedaan en iets gezegd over «voor de zomer». Ik wil aan mevrouw Welzijnvragen of zij het met mij eens is dat er voor de zomer niet alleen een soortafwegingskader moet komen te liggen. Wil zij, net als ik, ook graag voorde zomer een voorstel hebben liggen? We moeten hier namelijk tempomee gaan maken.Mevrouw Welzijn (NSC):Aan de heer Vijlbrief, aan iedereen hier en thuis: als het gaat over dezewooncrisis, zou ik willen dat alles gisteren af was. Tegelijkertijd is hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132315 vormgeven van een grondinstrumentarium wel echt ingewikkeld; dat gafik ook al aan in mijn spreektekst. Tegelijkertijd is hetgeen wat de heer DeHoop aangaf, ook waar: dit ligt al een jaar te wachten op verdere invulling.Ik verwacht dus zeker dat er straks meer dan een raamwerk ligt.De voorzitter:U kunt verder met uw betoog.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik was aangekomen bij een woord van dank aan de Minister en haarambtenaren voor de beantwoording van de vragen die mijn fractie deafgelopen periode gesteld heeft. De kwaliteit van de beantwoording isgedegen. Dat maakt dat we telkens weer een stapje verder komen. Watwel opvalt in de beantwoording, is dat er voor best veel dingen geen databeschikbaar zijn. Daarvoor hebben we ook al allerlei acties met elkaaropgezet.Ik heb over een aantal onderwerpen nog een vervolgvraag. Allereerst ishet woonbeleid een heel eind op orde gebracht. We zien uiteraard nogsteeds schaarste-effecten en het lelijke gedrag dat daar kennelijk meegepaard gaat: een dubieuze inzet van shortstaycontracten en huurbemid-delingssites die de hoofdprijs vragen voor – ik formuleer het neutraal – demeest onduidelijke dienstverlening. Handhaven is nu dus belangrijk, nietper se nog meer wetten maken. Misschien moeten we zelfs gaan bekijkenof er ook wetten zijn die intussen niet meer nodig zijn; ik durf het bijnaniet te zeggen. Heeft de Minister zicht op de eerste resultaten van de Wetbetaalbare huur en de Wet goed verhuurderschap? Bereiken wemisschien – ik formuleer het voorzichtig – binnenkort het punt waarop weons kunnen afvragen of de wet met betrekking tot de tijdelijke huurcon-tracten in de huidige vorm überhaupt nog nodig is? Ik heb er zelf geenonderzoek naar kunnen doen, maar ik vraag me wel af of de Minister datzou willen doen. Ik ontvang graag een reactie van de Minister.Een ander open eindje is dat de Minister aangaf in haar antwoorden ...De voorzitter:Komt u zo tot een afronding?Mevrouw Welzijn (NSC):Ja. Ik heb nog wat open eindjes, maar daar kan ik misschien ook deinterrupties voor gebruiken. Maar over de Pensioenfederatie heeft deMinister in haar antwoorden aangegeven dat daar nog vervolggesprekkenmee gepland worden. Mocht ik door mijn tijd heen zijn, rond ik nu af metde vraag of de Minister kan aangeven of dat in de tussentijd nog tot ietsgeleid heeft.De voorzitter:Dank u wel. U heeft twee interrupties. Ik zag de heer Mooiman als eerste.Wellicht kunt u uw verhaal daar nog kwijt.De heer Mooiman (PVV):Ik heb inderdaad een vraag aan mevrouw Welzijn. Ik denk dat mevrouwWelzijn hier zeer terecht oppert ten aanzien van de vaste huurcontractendat we daar iets mee moeten en dat zij de Minister terecht vraagt om haarvisie daarop. Ik denk dat er vanuit beide kanten, zowel de verhuurder alsde huurder, negatieve effecten zijn ontstaan, bijvoorbeeld in de beschik-baarheid van middenhuurwoningen en juist die problematiek metshortstay, waar ook via een motie aandacht voor is gevraagd. Maarbegrijp ik dan goed dat, mocht daar aanleiding toe zijn, NSC in ieder gevalook bereid is om daarover te praten?Mevrouw Welzijn (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132316 Ik heb mijn best gedaan om het zo voorzichtig mogelijk te formuleren. Datis omdat alles, de kracht van de Wet betaalbare huur en van de Wet goedverhuurderschap, valt of staat met de manier waarop die gehandhaafdkunnen worden. Maar we hebben nu best veel huurbeschermingopgetuigd, terecht. Nieuw Sociaal Contract staat daar voor honderdprocent achter en vraagt zich tegelijkertijd af of er inmiddels wettengeheel of gedeeltelijk overbodig zijn geworden.De voorzitter:Helder. Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Grinwis, die ik gauitdagen om binnen de 30 seconden te blijven.De heer Grinwis (ChristenUnie):Box 3 is volgens mij het belangrijkste ventiel om iets te doen aanontspanning op de huurmarkt aan de kant van de verhuurder. Mijn vraagis de volgende. Toen de Wet vaste huurcontracten werd ingesteld, was datal duidelijk. De Wet goed verhuurderschap was toen al aangenomen ofwerd toen ongeveer aangenomen en de Wet betaalbare huur was alaangekondigd c.q. was ook al in voorbereiding. Het heeft dus op zich eenander doel, omdat de uitzondering die in 2016 door Stef Blok is ingesteld,namelijk «in het uiterste geval een tijdelijk contract», meer regel danuitzondering werd. Wat wil mevrouw Welzijn nou dus preciesopentrekken? Is dat inderdaad de fundamentele discussie over de helewet of een aantal uitzonderingen die al in de wet zitten, maar diemisschien nog moeten worden uitgebreid, zoals rondom hospitaverhuur,shortstay en misschien over een woning op je eigen erf zetten? Of wil zijecht fundamenteel het hele vaste huurcontract aan de orde stellen?Mevrouw Welzijn (NSC):Het gaat mij erom of de wet in zijn huidige vorm alle doelen dient die uzelfook noemt. We hebben intussen met elkaar bedacht dat het mogelijk moetzijn dat mensen inderdaad ook op het eigen erf woongelegenheid biedenaan mensen. En misschien past daar wel beter bij dat je daarin meerflexibiliteit hebt in het soort huurcontract dat je kunt bieden. We hebbenintussen ook met elkaar bedacht dat we veel meer willen met hospita-verhuur. Een van de grote belemmeringen voor kandidaat-hospita’s,geïnteresseerde hospita’s, is dat je het huis deelt met iemand met wie jeniet zozeer een huishouden vormt. Dat doet iets met je privacy, dus dat wilje ook niet permanent. Is er dus meer mogelijk in het soort tijdelijkehuurcontracten dat je kunt bieden? De zoektocht is dus naar een vorm vandeze wet die ook deels nieuwe doelen die we met elkaar gesteld hebben,adresseert.De voorzitter:Dank u wel. Even kijken. Kort, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, ik wil daar even op terugkomen. Ik ben op zich blij met dezeclausulering. Toen de Wet vaste huurcontracten werd aangenomen, wasde afspraak al dat er een wet zou komen om hospitaverhuur makkelijker temaken. Die wet ligt nog steeds niet in de Kamer. Dat is dus gelijk ook mijnoproep: stuur ’m snel naar de Kamer. Ik ben het er dus mee eens dat jegoed moet kijken naar dit soort punten, maar generiek de tijdelijkecontracten weer herintroduceren ... Ik concludeer uit de beantwoordingdat mevrouw Welzijn dat ook niet wil. Want dat is toch wel de kern van deWet vaste huurcontracten, dat je die generieke mogelijkheid niet meermoet hebben.Mevrouw Welzijn (NSC):Ja.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132317 De voorzitter:Dat was lekker kort. Dank u wel. Hartstikke goed. U was klaar met uwbetoog. Dan wil ik het woord geven aan... O, mijn excuses, de heer Peterde Groot heeft nog een interruptie.De heer Peter de Groot (VVD):Ik wil even naar de analogie van de Wet vaste huurcontracten en de Wetbetaalbare huur. Het doel van de Wet betaalbare huur was meer huurwo-ningen beschikbaar krijgen voor middeninkomens: excessen tegengaanen meer huurwoningen beschikbaar krijgen. Die doelen worden nietgehaald. Hoe kijkt mevrouw Welzijn daar dan tegen aan? Inmiddels zijn ernamelijk al 50.000 huurwoningen verdwenen.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik dacht al: waar blijft die vraag nou? Die komt altijd op tafel. Hetantwoord heb ik meerdere malen gegeven en dat verandert op ditmoment niet direct. Ik vind, zoals we dat trouwens ook hebbenafgesproken met elkaar, dat we die wet goed moeten evalueren en goedmoeten bekijken wat die doet en wat die niet doet. Maar iedere schijn vaninformatie dat de woningen die op dat moment, dus vóór de Wetbetaalbare huur, aan middeninkomensgroepen werden verhuurdüberhaupt een betaalbare huurprijs hadden, verwijs ik naar het land derfabelen. Een deel van die woningen was veel en veel te duur. We hebbenin de memorie van toelichting ook met elkaar kunnen constateren dat hetdeel van hun inkomen dat mensen aan die woningen kwijt waren wel konoplopen tot 40%. Daarnaast hebben we tussen 2015 en 2022 gezien datmensen die graag hun eerste woning hadden willen kopen of misschienwel hadden willen doorstromen, niet aan bod kwamen omdat diewoningen bij bosjes werden opgekocht en ze die duurder mochtenterughuren. Een deel van de mensen die al die tijd gewacht hebben,hebben nu eindelijk hun eerste huis kunnen kopen. Ik kan de heer DeGroot dus geen «ja of nee»-antwoord geven, maar ik zeg wel dat wehuurbescherming hebben georganiseerd met deze wet. Dat was wat mijbetreft het hoofddoel van deze wet.De voorzitter:Ik wil de heer Peter de Groot aanmoedigen net zo’n korte vraag te stellenals hij net deed – dat ging prima – en mevrouw Welzijn om toch de vraagwat korter te beantwoorden.De heer Peter de Groot (VVD):We kunnen praten over waarom u voor die wet gestemd heeft en waaromu nu ook goedpraat dat die woningen verkocht worden, maar mijn vraagging over het volgende. Het doel van de wet was meer huurwoningenbeschikbaar houden. Dat was het doel van de wet. Daar refereerde u aanbij de Wet vaste huurcontracten. Dat doel wordt nu niet gehaald, want diehuurwoningen verdwijnen gewoon en die zijn overigens ook niet vooriedereen goed betaalbaar. Die woningen verdwijnen, dus de wet voldoetniet aan het doel. Daar zou ik graag een reactie op willen.Mevrouw Welzijn (NSC):Nou, uitgedaagd door de voorzitter houd ik het inderdaad kort. De wetvoldoet aan het doel, want er zijn meer betaalbare huurwoningengekomen én we moeten ook iets doen met de fiscaliteit. Als verhuurderheb je namelijk maar twee knoppen waaraan je kunt draaien om jebusinesscase rond te krijgen: ofwel meer inkomsten, ofwel minder lasten.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik ga toch nog eventjes door op die Wet betaalbare huur. Het is namelijkgeen geheim dat BBB daar vanaf het begin fel tegenstander van isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132318 geweest. Ik meen hier bij mevrouw Welzijn van NSC toch wel een soortopening te horen. Ze zegt: stel nou dat inderdaad uit die evaluatie komtdat het toch allemaal niet zo rooskleurig is, dat het het doel voorbijschieten dat we nu ook al zien dat er heel veel middenhuurwoningenverdwijnen omdat die simpelweg worden verkocht. Klopt het dat daarineen opening zit?Mevrouw Welzijn (NSC):Nee, ik denk dat daar misschien wat wishful hearing tussen gezeten heeft,want dat is zeker niet wat ik heb aangegeven. Ik geef aan dat hetbelangrijk is om ervoor te zorgen dat we met behoud van de huurbe-scherming die we met elkaar geregeld hebben, er tevens voor zorgen datonze verhuurders ook een nette boterham kunnen verdienen. Deoplossing daarvoor zie ik aan de kant van de fiscaliteit. Die zie ik niet aande kant van de huurknop toch weer gaan opendraaien.De voorzitter:Volgens mij is er een vervolginterruptie van mevrouw Wijen-Nass. Nee,toch niet. Helemaal goed. Dan wil ik nu wel het woord geven aan de heerVijlbrief voor zijn inbreng namens D66.De heer Vijlbrief (D66):Dank u wel, voorzitter. Het kabinet beloofde 100.000 woningen per jaar.Het volgende bericht verscheen vorige week in de krant. Ik heb daar eenmondelinge vraag over ingediend, maar die heb ik niet mogen stellen. Hetis het bericht waar de heer De Hoop net ook al naar verwees. Er gaan244.000 woningen af ... Jongens, het gaat niet zo fijn als er mensendoorheen praten. Er gaan 244.000 woningen af door de stikstof. Degevolgen zijn dus enorm. De tijd van geitenpaadjes is voorbij. Arno Visser,de voorzitter van Bouwend Nederland – hij is ook voorzitter geweest vande Rekenkamer – zegt: je kunt niet beredeneren dat we louter een juridischprobleem hebben. Dat leert dit kaartje ook. Er is een stikstofcrisis. PremierSchoof kondigde op 24 januari aan dat we binnen twee maanden hetstikstofplan van het kabinet zouden krijgen. Ik heb vanmorgen zittenrekenen, en er staan nog vijf dagen op de klok. Nu begreep ik dat deministerraad niet vrijdag vergadert, maar maandag. Laat dat nou preciesacht weken zijn vanaf 24 januari. Ik heb drie vragen aan de Minister. Watvindt de Minister ervan dat het oplossen van dit fundamentele probleemvoor haar portefeuille uitgesteld wordt tot de laatste dag van de deadline?Is ze het met D66 eens dat verder uitstel dan aanstaande maandagabsoluut ondenkbaar is? Kan de Minister klip-en-klaar duidelijk maken datwe niet opnieuw een juridische trukendoos krijgen? Dat hebben we deafgelopen decennia geprobeerd en het werkte niet.Voorzitter. Een tweede punt: ov-investeringen en woningbouw. Ik hoordelaatst iemand uit de woningbouwsector zeggen: als je extra woningen wilbouwen, moet je vooral extra investeren in infrastructuur. Dat isoverdreven, maar we moeten wel bouwen en tegelijkertijd infrastructuuraanleggen. We weten van grote projecten dat dat een belemmering is.Erkent de Minister dat de ov-investeringen cruciaal zijn voor het halen vande doelstelling? Kan de Minister onderbouwen dat de 2,5 miljard uit hethoofdlijnenakkoord voldoende is om dit te doen?Een derde punt is het doorstromen in de koopsector. Hoe snel we ookwillen bouwen, beter benutten gaat beter. Doorstroom is daarbij bijzonderbelangrijk. Ik denk dan vooral aan doorstroom van senioren. We hebbenhet daar eerder over gehad. Nu zijn daar in allerlei steden initiatievenvoor. De Woonbond, ouderenorganisaties en lokale raadsleden zeggen:als maatregelen werken, dan moeten ze in het hele land ingevoerdworden en niet als eenmalige regeling of pilot, maar als structureel beleid.Wil de Minister haar best doen om te zorgen dat er structureel beleid komtvoor de doorstroom van ouderen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132319 Voorzitter, ten slotte de jongeren en de studenten. Die waren niet welkombij de Woontop, maar zitten wel precies in de hoek waar de klappenvallen. De Minister ontraadde mijn motie over het betrekken van jongeren,studenten en starters bij het maken van de afspraken, maar de Kamerheeft die motie aangenomen. Ik zou van de Minister willen weten wat zesinds het aannemen van die motie eigenlijk heeft gedaan om die uit tevoeren.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Er is een interruptie voor u van de heer Flach.De heer Flach (SGP):Ik ben benieuwd wat de heer Vijlbrief bedoelt met structureel beleid, datdan nationaal zou moeten worden vastgelegd, om doorstroming vanouderen te bevorderen. Ik mag toch hopen dat er voor onze ouderen devrijheid blijft om te wonen in het huis waarin ze willen wonen? Het laatstewat ik zou willen, zeg ik even vanuit de SGP, is woonschaamte, datmensen zich op een gegeven moment te veel voelen omdat ze in een huiswonen met vier slaapkamers. Die kant wil de heer Vijlbrief toch niet op?De heer Vijlbrief (D66):Nee, want anders zou ik direct mijn huis uit moeten! Dat moeten we niethebben. Dat is het laatste wat ik zou willen.(Hilariteit)De heer Vijlbrief (D66):Ja, hospitaverhuur! Nee, waar ik aan denk, is het volgende. Gemeentenhebben allerlei stimuleringsregelingen. Ik ga een paar voorbeelden geven.Er zijn bijvoorbeeld gemeenten die een simpele en ruimhartige verhuis-vergoeding voor ouderen hebben ingevoerd, er zijn gemeenten metbegeleiding op maat voor mensen die dat willen hebben en er zijngemeenten die zorgen dat er een geschikte woning wordt gezocht voorouderen die willen uitstromen. Aan dat soort dingen denk ik, en zeker nietaan dwang. Dank voor de vraag, want dan is dat misverstand gelijk weg.De voorzitter:Ik zie geen verdere interrupties. Dan wil ik het woord geven aan mevrouwDe Vos, die namens Forum voor Democratie zal spreken.Mevrouw De Vos (FVD):Dank u wel, voorzitter. De afgelopen tien jaar steeg het inwonertal van onsland van bijna 17 miljoen naar meer dan 18 miljoen, een groei die vrijweluitsluitend voor rekening komt van de massale immigratie. Sterker nog,zonder immigratie zou onze bevolking krimpen. Een van de gevolgen vandeze groei is een regelrechte wooncrisis. We komen inmiddels 400.000woningen tekort. De gemiddelde verkoopprijs bedroeg vorig jaar maarliefst € 450.000. Voor 2025 verwachten hypotheekadviseurs een verderestijging naar € 490.000. De generatie van mijn grootouders kon van éénlerarensalaris een vrijstaand huis kopen. De generatie van mijn ouderswas gemiddeld voor minder dan vier keer een modaal salaris voorzienvan een eigen woning. Mijn generatie heeft daar inmiddels meer dan tienkeer een modaal inkomen voor nodig.Wat zijn we erop achteruitgegaan, voorzitter. Wie al in staat is een huis tekopen, mag zijn handen dichtknijpen, maar gaat vervolgens voor eengroot deel van zijn verdere leven gebukt onder een torenhoge hypotheek-schuld. Starters blijven vastzitten in een te kleine huurwoning of blijvennoodgedwongen tot na hun 30ste bij hun ouders wonen. Ze kunnen geengezin beginnen, niet verder met hun leven. Het is opmerkelijk dat ook ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132320 kabinet verwacht dat het aantal mensen dat een woning zoekt dekomende jaren zal blijven toenemen. Minister Keijzer wil om die redenjaarlijks 100.000 woningen bijbouwen. Zoals ik al aangaf, is er geennatuurlijke aanwas en is deze verwachte bevolkingsgroei uitsluitend hetgevolg van de massale immigratie. Hoe verhoudt dit zich tot het doorcollega-minister Faber aangekondigde strengste asielbeleid ooit? Is deverwachting van dit kabinet nog steeds dat er zoveel immigranten onsland binnen zullen komen dat onze bevolking ondanks de natuurlijkekrimp zal blijven groeien? Is de Minister het met Forum voor Democratieeens dat we die 100.000 woningen per jaar dan in feite bouwen voorimmigranten? Graag een reactie hierop van de Minister.De voorzitter:Voordat u verdergaat: u heeft een interruptie van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik hoorde mevrouw De Vos zeggen dat zonder de migratie de bevolkingzou krimpen. Dat klopt. Toch hebben we ook dan meer huizen nodig omhet simpele feit dat steeds meer mensen een eenpersoons- of eentweepersoonshuishouden vormen, de zogeheten huishoudensver-dunning. Ik vroeg mij af of Forum voor Democratie huishoudensver-dunning ook ziet als oorzaak van dat we meer huizen nodig hebben.Mevrouw De Vos (FVD):Het zou inderdaad kunnen dat dat ook bijdraagt aan het woningtekort. Datsluit ik zeker niet uit. Maar volgens mij is het wel een feit dat het overgrotedeel van het woningtekort een-op-een het gevolg is van de bevolkings-groei. Als je die bevolkingsgroei zou stoppen door te stoppen met demassale immigratie, dan krijg je een natuurlijke krimp van de bevolking enzal er vanzelf meer ruimte komen op de woningmarkt.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog.Mevrouw De Vos (FVD):Voorzitter. De huidige situatie stelt mijn partij voor een dilemma.Natuurlijk wil Forum voor Democratie het nijpende woningtekortoplossen, zodat Nederlanders weer voor een betaalbare prijs een huiskunnen kopen. De vraag is hoe we dat doen. Met 435 inwoners pervierkante kilometer is Nederland een van de dichtstbevolkte landen terwereld. Het bijbouwen van 100.000 woningen per jaar gaat onvermijdelijkten koste van onze leefruimte, van onze natuur en van al die anderedingen die we naast wonen op de postzegel die Nederland heet willendoen. De beste oplossing zou daarom zijn om de massale immigratie tebeëindigen en in te zetten op vrijwillige remigratie. Dan komt er vanzelfruimte op de woningmarkt en houden we daarnaast ruimte over voorallerlei andere activiteiten. Wij zullen altijd voor deze voorkeursoplossingblijven pleiten.Maar als de immigratiestroom niet stopt, is het wat ons betreft helaasonvermijdelijk dat er toch meer woningen worden bijgebouwd, en sneleen beetje. Op dit moment wordt de bouw consequent belemmerd doorenerzijds de stikstofregels, die het verlenen van nieuwe bouwvergun-ningen onmogelijk maken, en anderzijds de klimaatmaatregelen, zoals hetvan-het-gas-afbeleid en de sturing op elektrificatie, die aansluiting op hetoverbelaste elektriciteitsnet bemoeilijkt. Dat is nog een reden om destikstofnormen te schrappen en ook het klimaatbeleid te beëindigen. Ikhoor graag de visie van de Minister hierop.Voorzitter. De huidige wooncrisis is een-op-een het gevolg van verkeerdebeleidskeuzes. Het huizentekort is het directe gevolg van de massaleimmigratie. De bouwvertraging is het directe gevolg van stikstofnormenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132321 en klimaatregels. Zolang dit kabinet deze drie kernproblemen niet echtaanpakt, vreest Forum voor Democratie dat verlichting van de woning-markt buiten bereik ligt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Dan ga ik nu naar de heer Peter de Groot, dienamens de VVD het woord zal voeren.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Het woningtekort in Nederland blijft onverminderdgroot. We kunnen dit alleen oplossen door flink meer te gaan bouwen,niet alleen huurwoningen maar vooral ook betaalbare koopwoningen.Palen in de grond slaan en sleutels overhandigen, dat is wat nodig is.Ondanks de inzet van het Rijk zien we nog steeds dat er te weinig huizenworden opgeleverd. Ook de vergunningverlening blijft achter. Zelfshebben we nu gezien dat wanneer er veel vergunningen wordenafgegeven, dat nog echt niet hoeft te betekenen dat er daadwerkelijkhuizen worden gebouwd. Hoe zorgen we ervoor dat mensen die wachtenop een woning niet langer moeten wachten? Hoe voorkomen we dat zehelemaal niet meer aan een woning komen? Hoe gaan we dat oplossen?Hoe reageert de Minister op de berichtgeving van Bouwend Nederlanddat stikstof heel duidelijk een probleem wordt voor de woningbouw? Hetis daar al heel vaak over gegaan.Voorzitter. De VVD vindt het een goede ontwikkeling dat we eindelijk gaandoorpakken op grootschalige woningbouwlocaties, want op die manierkunnen we echt grote slagen maken en relatief grote aantallen woningenrealiseren. Er is een doorkijk nodig voor deze locaties na 2030. Ik ben danook blij dat de Kamer mijn motie heeft gesteund voor nieuwe buitenstede-lijke doorbraaklocaties. De Minister ontraadde de motie echter. Daaromwil ik graag van de Minister weten hoe zij toch gaat kijken naar dezelocaties. Voorzitter, dat vraag ik via u. Ook na 2030 moeten we namelijkflink door blijven bouwen, want alleen zo werken we de grote krapte weg.Om de Minister alvast een handje op weg te helpen een aantal suggesties.Vechtpoort bij Zwolle-Noord: 20.000, 25.000, 35.000 woningen wellicht.Amersfoort-Noord, Nijkerk-Zuid: 15.000 woningen. Arnhem-Zuid: 40.000woningen. Amsterdam-Noord boven de A10: in potentie misschien wel40.000 woningen. Daarnaast volstaat de vraag hoe het met de versnel-lingen in Flevoland, Pampus en Oosterwold gaat, met in potentie richtingde 40.000 woningen.Voorzitter. Het is gewoon te veel om allemaal op te noemen. De VVD heeftdaarbij nog niets gezien voor extra aanvullende bouwlocaties in Limburg,Zeeland en het Noorden. Graag een reactie van de Minister op dezeuitwerking van meer locaties, doorbraaklocaties, en hoe de Minister diemotie gaat uitvoeren.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Dank aan de heer De Groot. Interessant dat hij al die locaties noemt. Tocheven een punt dat ik net in mijn eigen tekst probeerde te maken rond derelatie met vervoer daar en infra. Ik en de heer De Groot ook komen op aldie locaties. Daar horen we steeds hetzelfde van die wethouders. Diezeggen eigenlijk: het is allemaal heel vrolijk dat jullie hier willen bouwen,maar de wegen staan al vol en het spoor zit al vol. Is hij het dus met mijeens dat dat waarschijnlijk een hoger budget vergt dan die 2,5 miljard dienu in het hoofdlijnenakkoord staat? Dat is zo op.De heer Peter de Groot (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132322 Daar moeten we zeker naar kijken. Dat zou het eerste antwoord zijn. Het isniet alleen die 2,5 miljard. Het is natuurlijk ook nog de 7,5 miljard van hetvorige kabinet. Dat maakt 10 miljard. Maar dit gaat ook over na 2030. Ikweet dat heel veel van het geld al bestemd is om huidige woningbouw-ontwikkelingen mogelijk te maken. Daarom is het ook zaak om slim tekijken naar waar je deze locaties wilt plotten, om het even heel technischte zetten. Ik noem Amsterdam-Noord aan de A10. Nou, het scheelt al als jehet daar doet. Dat geldt ook voor de andere locaties die genoemd worden,dus Pampus en Oosterwold aan de A6. Maar daar zal zeker nog meermoeten gebeuren. Je kunt niet zomaar groeien met zo veel woningen opdie locaties zonder dat er ook budget voor bereikbaarheid beschikbaar is.De voorzitter:Gaat u verder met uw... Ah, eerst is de heer Grinwis nog met een korteinterruptie. O, wacht even. Hoho. Nee, excuses, meneer Grinwis, ik zie datu al vier interrupties gehad heeft. We hadden er vier, dus helaas.(Hilariteit)De voorzitter:Excuses. Ik moet het woord weer teruggeven aan de heer Peter de Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Voorzitter, misschien even ter verduidelijking het volgende. Ik had naar deheer Grinwis het grapje gemaakt: we wilden misschien beginnen met zes,maar omdat jij nu aanschuift, hebben we er maar vier. Het is dus helemaalop mijn conto dat de heer Grinwis denkt dat hij zes interrupties heeft.Maar we kunnen dat onder elkaar wel hebben, denk ik. Ik moet nu evenbijkomen van het lachen, sorry.Voorzitter. Ik heb nog een aantal onderwerpen over de koopmarkt.Allereerst de ozb. We hebben gezien dat een heel aantal gemeenten deozb flink hebben verhoogd. Uiteraard heeft de VVD er begrip voor datgemeenten die te maken hebben met stijgende kosten en minderinkomsten, ook daarnaar kijken. Maar we zien ook wel op heel veelplekken dat de knop flink gedraaid wordt. Neem Amsterdam: 27%. Degemeente Edam-Volendam, welbekend bij de Minister: een stijging van35%. Los van die discussie is mijn vraag aan de Minister als volgt. Wehebben in het hoofdlijnenakkoord afgesproken om te gaan kijken om deozb op een verantwoordelijke manier te maximeren. Ik heb een vraag aande Minister. Is zij al samen met de Minister van BZK stappen aan hetondernemen om dit uit te werken? Ik ben benieuwd naar het antwoordvan de Minister.De voorzitter:Voordat u verdergaat, heeft u nog een interruptie. Maar voordat ik hetwoord geef, het volgende. Het was niet persoonlijk aan u gericht, heerGrinwis, dat we van zes naar vier interrupties zijn gegaan. Maar er zijn ervier nog bij geschoven, dus we dachten anders niet tot de tweede termijnte komen. Daarom dus de vier interrupties. Heel goed. Dan wil ik nu hetwoord geven aan de heer Flach voor zijn laatste interruptie richting deheer De Groot.De heer Flach (SGP):Ik kan me toch niet meer inhouden na deze ozb-ontboezeming van de heerDe Groot, want die is toch best wel verregaand. Het is toch ook de partijvan de heer De Groot zelf die heeft meegewerkt aan het verkleinen van deinkomsten van gemeenten. Het ravijnjaar 2026 kent u ook. Het is ook dezecoalitie die heeft gezegd: weet je wat, laten we 10% van de specifiekeuitkeringen weghalen. Terwijl gemeenten op hun tandvlees nog proberenbegrotingen sluitend te krijgen, zegt de VVD hier in de Kamer dat we deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132323 ozb moeten gaan maximeren. Dat is toch het miskennen van de lokaleautonomie? We gaan richting de gemeenteraadsverkiezingen. Neemt deVVD de lokale democratie nog wel serieus?De heer Peter de Groot (VVD):Zeker. Alles wat u net daarvoor noemde, is bekend. Daar zitten heleprangende discussies onder. Maar mijn vraag is gericht aan de Minister,want in het hoofdlijnenakkoord is afgesproken om dat te gaan uitwerken.Het staat in het hoofdlijnenakkoord. Om discussies die niet prettig zijn endie we niet met elkaar moeten voeren misschien voor te zijn, moeten wedie uitwerking natuurlijk op tafel hebben. Dat moet samen met de Ministervan BZK gebeuren, juist om die discussie op een goede en redelijkemanier met elkaar te kunnen voeren. Wees dus niet gerust, zou ik tegencollega Flach willen zeggen, want ik vraag het juist om de discussie op hetgoede moment met elkaar te voeren en ook een goede discussie tehebben. Het staat nou eenmaal in het hoofdlijnenakkoord; vandaar mijnvraag. We kunnen wachten tot er een brief komt in februari 2026 en allegemeentes in de boom zitten, maar volgens mij moeten we dat niet willenmet elkaar. Daarom stel ik hier aan de Minister de vraag hoe het daarmeestaat.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog een vraag van de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Ik ben nu in totale verwarring, want ik geloof dat de ozb-stijging van eenpaar weken geleden de hoogste is van de afgelopen jaren. De heer DeGroot wil nare discussies voorkomen. Ik weet niet of hij heeft gekekennaar de uitzending van Buitenhof met de voorzitter van de VNG. Die narediscussies zijn volop gaande. We zeggen tegen de gemeentes: je krijgtminder geld en je mag, by the way, je eigen heffingen ook niet verhogen.Dat betekent gewoon dat de gemeentes moeten snijden in alles watburgers direct raakt. Is dat wat de VVD hier nu voorstelt?De heer Peter de Groot (VVD):Nee, nu wordt er een karikatuur van gemaakt. Er wordt nu gezegd dat erhelemaal geen verhoging meer zou mogen worden toegepast. Dat staat erniet. Er staat: in samenspraak te gaan kijken naar een ozb die behapbaar isvoor mensen die een huis hebben. Dat is de andere kant. Het is altijd eenweging tussen het algemeen belang en de taken van gemeentes en aande andere kant de individuen die nu geconfronteerd worden met enormeverhogingen. Daar hebben we als coalitie afspraken over gemaakt, maardie moeten uitgewerkt worden. Dan kunnen we daar het debat overvoeren, zou ik tegen collega Vijlbrief willen zeggen.De heer Vijlbrief (D66):Afsluitend. Ik constateer gewoon – dat is helemaal niet tegen de heer DeGroot gericht – dat het kabinet, waarvoor de VVD de Minister vanFinanciën levert, de hoogste ozb-verhoging van de afgelopen jarendoorvoert. Dat is gewoon wat er gebeurt. Dan is het een beetje moeizaamom hier te zeggen: ja, we willen graag dat het gemaximeerd wordt. Ja, datwillen we allemaal wel. Ik wil het zelfs verlagen; prima. Ja, ik vind het ookmooi, maar u levert het geld er niet bij. Je moet er geld bij leveren aan diegemeentes, maar dat doet u niet. Dus ja, het is een ongedekte kreet.De heer Peter de Groot (VVD):Ja, nee, een ongedekte kreet ... Hier zit het hart van de discussie. Je kuntde discussie voeren of een stijging van 35% in Edam-Volendam eenverhoging is die je met elkaar wil. Of zijn er andere mogelijkheden om metelkaar te kijken naar de gemeentelijke financiën op die plek? Ik ben zelfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132324 gemeenteraadslid geweest in Harderwijk. Tijdens de financiële crisishebben gemeentes het ook heel zwaar gehad. Toen hebben we vanuit deraad ook hele harde keuzes moeten maken om de gemeentefinanciën oporde te houden. Het leven is niet allemaal zo makkelijk, ook niet als je inde politiek zit, maar we moeten die discussie wel met elkaar voeren. Is derekening enkel en alleen leggen bij mensen met een huis nou het middelof kunnen we die rekening ook op een andere manier met elkaar betalen?Daar gaat de discussie over.De voorzitter:Dank u wel. Dit was het helaas, meneer Vijlbrief. U kunt geen interruptielenen van de heer Grinwis. Meneer De Groot, gaat u verder.De heer Peter de Groot (VVD):Voorzitter. Ik had nog een tweetal andere vragen over de koopsector.Collega Mooiman refereerde al aan de motie over het biedlogboek, die ikook medeondertekend heb. De VVD is groot voorstander van ditbiedlogboek, want hierdoor krijgen kopers veel inzicht in het koopproces.Ook gaan we met dat boek foute prijsopdrijvende tactieken juist tegen. Devraag aan de Minister is of zij ook bekend is met de bezwaren van deNVM. Welke mogelijkheden ziet zij om bijvoorbeeld met wetgeving demakelaardij mee te krijgen om te komen tot een transparant koop- enbiedproces? Is de Minister bereid om naar dit wetgevingstraject te kijkenof dit op te starten? De VVD heeft in de achterzak namelijk ook eeninitiatiefnota over de makelaardij. Deze is nog niet geactiveerd, maar daardenken we wel aan, om te kijken hoe we dit verder vorm kunnen geven.Welke stappen ziet de Minister naast een uniform biedlogboek om tekomen tot een nog transparanter en eerlijker koopproces? Daar schortnamelijk nog wel veel aan.Voorzitter. De laatste vraag gaat over het Nationaal Fonds BetaalbareKoopwoningen. Dit fonds gaat gelukkig – ik zou met collega Grinwis bijna«eindelijk» zeggen – op 1 juli aanstaande de lucht in. Er is in totaal100 miljoen beschikbaar: 30 miljoen uit 2022, 40 miljoen uit 2023 en30 miljoen geregeld door de Kamer uit 2024. Ik heb echter met steun vande Kamer eerder een motie ingediend om te bekijken hoe we dit budgetverder kunnen vergroten. Mijn oog viel op het feit dat de Minister bijvoorbaat al gesprekken met NHG uitsluit. Er staat heel veel geld bij NHG.Het gaat mij er echt niet om dat we al het geld daarvoor zouden moeteninzetten. Er wordt maar heel mondjesmaat en heel weinig gebruikgemaaktvan het garantiegeld dat bij NHG staat. Ik zou dus graag een reactie vande Minister willen waarom zij bij voorbaat, voordat zij de gesprekkenopstart, dat stukje uit de motie niet gaat uitvoeren.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik nu graag naar de heer Grinwis gaan voor zijninbreng namens de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Stikstof was altijd het kleinste probleem van dewoningbouw. Personeelstekorten, explosieve stijgingen van debouwprijzen, te weinig bouwlocaties, te weinig vergunningen, dedecibelcratie in actie met al die talloze bezwaren, dát waren de echteproblemen. Maar dit kabinet vond het nog niet ingewikkeld genoeg enverwees dus het NPLG naar de prullenbak, zonder een alternatief.Vervolgens verwees de Raad van State het intern salderen naar diezelfdeprullenbak. De eindstand is nu gitzwart. Bouwend Nederland becijferdedat stikstof de bouw van 244.000 woningen op slot zet en er dreigt eeneconomische schade van 93,5 miljard euro. «regering, regeer! Sta op,acteer!», is mijn oproep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132325 De woningnood is reëel, dat weet deze Minister als geen ander. MaarMinister, ga dan ook op uw strepen staan. Sla met uw vuist op tafel. Depraatgroep van de regering, de Ministeriële Commissie Economie enNatuurherstel, moet snel een daadgroep worden en met een overtuigendplan komen, want praatjes vullen gaan gaatjes. De aangekondigdezelfopgelegde deadline van twee maanden is aanstaande maandag24 maart voorbij; collega Vijlbrief zei het ook al. De commissie is24 januari ingesteld, 24 maart is het dus voorbij. Er is dan een minis-terraad. Ik verwacht dan echt een doortimmerd plan vol met acties om hetvergunningenslot bij de woningbouw, maar ook in het hele land, teverhelpen. Ik kijk daar zeer naar uit. Ik hoop dat er serieuze maatregelenzullen worden aangekondigd, die waar nodig zo spoedig mogelijk zullenworden verankerd in regelgeving. Dit is niet alleen mijn oproep, maarvooral ook die van de woningbouwers, van de infrabedrijven en van deboeren in dit land. Graag een reactie op deze oproep en deze vragen. Ikben heel benieuwd wat de inzet van de Minister is in die ministeriëlecommissie en wat zij er aanstaande maandag uit gaat slepen.Voorzitter. De Minister heeft de wind er goed onder op het ministerie. Inhet tweede kwartaal van 2025 moet het gebeuren, dan komen er onder-zoeken naar buiten naar een plan waterheffing, naar de baatbelasting,naar verbetering van het kostenverhaal, naar verbetering van de inbreng-waarde van grond en naar een rijksgrondfaciliteit. Het wordt kortom eendruk voorjaar op het departement. Ik kijk ernaar uit. Zijn de wetsvoor-stellen dan ook in voorbereiding? Hoe en wanneer wordt een grondbe-lasting precies uitgewerkt? Ik lees in de brief dat het kabinet ernaar kijkt,maar dat klinkt toch een beetje als: het is wel afgesproken, maar ik heb ereigenlijk geen zin in.Voorzitter. Ik zag de Minister een beetje afkeurend kijken en buiten demicrofoon een opmerking maken. Sommige vragen worden soms heelsnel beantwoord...(Hilariteit)De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, mijn spreektijd loopt ondertussen door, dus ik ga snel verder.Het is goed nieuws dat het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningeneindelijk opengaat. Mijn bovenste beste buurman De Groot en ik hebbendaar flink aan getrokken. Helaas zijn er nog geen private partijenbetrokken bij het fonds. Wanneer kan de Minister een update geven overtoetreding van bijvoorbeeld pensioenfondsen? Wat is nu precies zo lastigaan het aanpassen van het beleggingsstatuut van de NHG, om de vraagvan collega De Groot bij te vallen en misschien ook wat te preciseren?Hoe staat het met de motie over het vestigen van voorkeursrechten op degrootschalige woningbouwlocaties? Welke rol pakt het Rijksvastgoedbe-drijf of de toekomstige rijksgrondfaciliteit hierbij? En wat is de stand vanzaken van de motie over een sociale grondprijs voor gemeenten? Het isessentieel dat corporaties meer grondposities krijgen.Voorzitter. De Minister kiest niet voor een leegstandsbelasting. Ik heb hetonderzoek van RIGO tot mij genomen. Zij bevelen aan om eerst werk temaken van een last onder dwangsom. Dat doet de Minister ook, waarvoordank. Maar volgens mij sluit het een het ander niet helemaal uit. Erkent deMinister dat? Zou een leegstandsbelasting zoals in Vlaanderen in degereedschapskist van gemeenten van toegevoegde waarde kunnen zijn?Het is best wel ergerniswekkend dat er 12.000 leegstaande woningen zijn.Het aantal leegstaande kantoorpanden neemt ook toe. Zou zo’n belastingook niet een zet in de goede richting van transformatie kunnen geven?Voorzitter. Dan heb ik nog wat zorgen over de Regeling huisvestingaandachtsgroepen. In maar liefst 21% van de doorlopende projecten uitde laatste tranche dreigt de regeling niet volgens de afspraken te wordenuitgevoerd. Het gaat hier om woningen voor bijvoorbeeld daklozen ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132326 mensen met een beperking. Het is essentieel dat deze woningen er welkomen. Ik wil hier graag duidelijkheid over. Waar loopt het spaak? Wat isnodig om bij te sturen? En hoe staat het met de nieuwe tranches naaraanleiding van aangenomen amendementen? Wanneer gaan die open?Dan over ouderenwoningen en zorggeschikte woningen. Kan de Ministereen update geven over de realisatie hiervan? In hoeverre spant zij zich inom zorgwoningen dementievriendelijk te realiseren? Een motie van dehand van collega’s De Groot, Geurts, Den Haan en mij ligt ook alweertwee jaar op dit departement. Met name kleinere gemeenten blijvenworstelen met te weinig vergunningverleners, en zonder vergunningengeen woningbouw. Maar ook het kostenverhaal vraagt om best wel watexpertise, die niet altijd aanwezig is bij kleinere gemeenten of grotegemeenten met veel kleine kernen en dus veel kleinere projecten.De voorzitter:Komt u tot een afronding?De heer Grinwis (ChristenUnie):Wat kan de Minister betekenen voor deze gevallen? Ten slotte is mijnvraag waar het wetsvoorstel voor de vereenvoudiging van de hospita-verhuur blijft.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie geen verdere interrupties, dus dan gaik naar de heer Flach voor zijn inbreng namens de SGP.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. Ik sla mijn inleiding over. Ik wil maar direct ter zakekomen, want we hebben met de bouwopgave nog een lange weg te gaan.Ik begin met de dingen die goed gaan in de ogen van de SGP. HetNationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen wordt binnenkort openge-steld. Mijn beide buurmannen hebben daar al uitgebreid over gesproken.Dat gaat de positie van starters versterken. Ik roep de Minister met hen opom actief op zoek te gaan naar nieuwe financiers, zoals pensioenfondsen.Extra geld blijft nodig om dat fonds ook structureel goed te laten werken.Er wordt gewerkt aan een wet om hospitaverhuur te bevorderen en hetbouwen van mantelzorg- en familiewoningen wordt makkelijker. Ooksteekt het kabinet veel geld in de realisatiestimulans. Dat is hard nodig. Ikhoop dat die snel ingezet kan worden. Kan de Minister aangeven hoe hetmet de uitwerking daarvan staat? Recent heb ik een motie ingediend omhet budget zo vroeg mogelijk uit te keren aan gemeenten, zo mogelijk alvoor de bouw. Hoe staat het met de uitvoering van die motie?Voorzitter. Tijdens de behandeling van de woonbegroting heeft de SGPeen amendement ingediend om de Impulsaanpak winkelgebieden teverlengen. Helaas is dat amendement verworpen, maar dat heb je somsmet ideeën die hun tijd ver vooruit zijn. De kansen om winkelgebieden tetransformeren zijn daarmee natuurlijk niet weg. Gelukkig maar, want erliggen veel kansen om binnenstedelijk te transformeren. De Minister heefteen brief gestuurd waarin ze toelicht hoe de Stimuleringsregeling flex- entransformatiewoningen wordt uitgebreid. Ik hoop dat hiermee bijvoor-beeld ook leegstaande panden in winkelgebieden kunnen wordengetransformeerd. Deelt de Minister de mening dat het geld ook daarvooringezet zou moeten worden? Wil ze erop toezien dat de regeling daarvoorpassend is en, zo niet, dat die passend gemaakt wordt?Voorzitter. Een punt dat hieraan raakt, is leegstand. Dat is ook al door eenaantal collega’s genoemd. Elke woning die onnodig leegstaat, kun je nuniet verantwoorden. Ook bij kantoorpanden liggen daar kansen. Het isgoed dat de Minister de experimenten uit de gemeenten Amsterdam enUtrecht wil uitbreiden. Ook gemeenten doen al hele slimme dingen op hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132327 gebied van ozb voor bedrijfspanden en kantoorpanden. Daardoor kansneller worden geacteerd op leegstand en kunnen de woningen weerworden ingezet. Ik las dat de Minister hier een wetsvoorstel overvoorbereidt. Ik ben wel benieuwd hoe dit dan vorm gaat krijgen.Voorzitter. De Minister zet ook vol in op recreatiewoningen. De mogelijk-heden om permanent in recreatiewoningen te wonen worden forsuitgebreid, als het aan de Minister ligt. Zeker, soms kan dat een goede enpassende oplossing zijn. Sommige vakantieparken lenen zich daar echtgoed voor, ook qua woningen die erop staan. Toch heb ik zorgen, en heelveel gemeenten met mij, gezien de protesten die uit de gemeenten komenna het verzoek om niet te handhaven op permanente bewoning. Ik begrijpdie zorgen. Als je op sommige parken komt – ik ben bij een aantal parkengeweest – ervaar je aan den lijve dat permanente bewoning soms echtonwenselijk is. Daarmee geef je criminaliteit en kans en ligt verloederingop de loer. Wat de SGP betreft blijft dit dan ook echt een bevoegdheid vangemeenten. Zij kennen de lokale situatie en weten wat lokaal passend is.De Minister komt in het eerste kwartaal met een instructieregel. Datkwartaal is bijna voorbij. Er worden gelukkig uitzonderingen envoorwaarden in die instructieregel opgenomen. De Minister heeft zakenopgenoemd in de brief en er vinden ook nog gesprekken plaats metandere belanghebbenden, maar waar denkt de Minister nog meer aan?Recent is er een motie van de heer Mooiman aangenomen over hetbiedlogboek. De SGP heeft die medeondertekend. Dat biedlogboek biedttransparantie in het biedproces en helpt onder andere woningzoekenden.Uit de sector begrijp ik dat er helaas nog geen overeenstemming is overdat logboek. Vooral makelaarsvereniging NVM lijkt nog niet akkoord tezijn. Kan de Minister hierop een toelichting geven? Is op dit punt geenregie van de Minister nodig, zodat verschillende partijen zo snel mogelijktot een gedragen voorstel komen?Ik ben bijna klaar, voorzitter; dit is mijn laatste punt. Voor de zomer krijgenwe nog een apart debat over bouwregelgeving. Ik heb nog één vraag,gekoppeld aan een aangenomen motie. Die motie stelt dat een zienswijzeverplicht is bij het instellen van beroep. De Minister gaf aan onderzoek tedoen naar de mogelijkheden om bezwaar- en beroepsprocedures teverkorten. Wanneer komt dat onderzoek? En wanneer komt de uitwerkingvan die motie?De voorzitter:Hartelijk dank. U heeft een interruptie van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):De heer Flach heeft zijn zorgen geuit over het permanent wonen in eenrecreatiewoning. Ik heb een vraag aan de heer Flach. We hebben echt alleoplossingsrichtingen nodig om maar enigszins een oplossing te kunnenbieden voor de wooncrisis, die nu gaande is. Als hij die deur dichtdoet,welke andere oplossing ziet hij dan? Want die mensen wonen daar enkunnen er natuurlijk niet zomaar uit gezet worden, want waar moeten zijdan naartoe? Er is niet echt een alternatief.De heer Flach (SGP):Gezien de tijd snap ik het, maar dat is wel een erg korte samenvatting vanwat ik heb gezegd. Het kan wel degelijk een oplossing zijn in bepaaldesituaties, maar ik heb benadrukt dat het vooral een lokale afweging moetzijn. Er zijn namelijk heel veel zaken die daarbij een rol spelen. Delandelijke regel fietst daar eigenlijk dwars doorheen. Het is nu al zo datmensen met een recreatiewoning vaak toch nog een andere woningernaast hebben. Die getallen moeten dus echt netto bezien worden. Ik hebonlangs, ook in deze commissie, een agenda met tien actiepuntengenoemd om de aanpak van de woningcrisis mee te versnellen. Daar zouik naar willen verwijzen als het gaat om de vraag: waar kijk je dan welTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132328 naar? Dit kan voor een deel helpen, maar we moeten het niet generiekdoen, want daar zitten talloze nadelen aan.De voorzitter:U heeft nog 40 seconden spreektijd over. Maar ik zie dat u ook nog eeninterruptie heeft van mevrouw Wijen-Nass, die ik even voor wil latengaan.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik wil even terugkomen op de vakantieparken. Ik hoor de heer Flachzeggen: het gaat maar over een aantal mensen die op zo’n vakantieparkwonen. Maar volgens mij gaat het echt om behoorlijke aantallen. Ik meendat het gaat om 60.000 mensen. Daarvan weten we het tenminste zeker,maar naar schatting zijn het er waarschijnlijk nog veel meer en gaat hetmisschien wel om 100.000 mensen die daar wonen. We hebben het ervandaag over dat er enorme tekorten zijn. Dan ben ik wel benieuwd waarde heer Flach even 100.000 mensen wil laten.De heer Flach (SGP):Volgens mij heb ik niet gezegd dat het om weinig mensen gaat, want ikheb die getallen ook gezien. Ik moet mevrouw Wijen-Nass teleurstellen: ikkan ook niet toveren. Maar dat wil niet zeggen dat we daarmee elkeoplossing maar zouden moeten accepteren. Wat ik hier soms wel eenbeetje mis, is het vertrouwen dat dit urgentiebesef ook op lokale schaal isdoorgebroken. Ook in gemeenteraden beseffen mensen heel goed dat demensen die nu op zo’n vakantiepark wonen, daar soms vastzitten. Daarheb ik zeker een gevoel bij, maar die afwegingen kunnen prima lokaalgemaakt worden. Denk aan zaken rondom het Bouwbesluit en witwassen.Wat denkt u van het hebben van maar één toegangsweg? Dat zouden wein een normale woonwijk nooit toestaan, maar omdat het een recrea-tiepark is, is er maar één toegangsweg. Dat betreft dus de veiligheid. Erzijn allerlei zaken die daar een rol in spelen. En dan heb ik het er nog nieteens over dat er volgens mij ook een financiële claim onder zou kunnenwegkomen. Daar zijn de coalitiepartijen volgens mij heel gevoelig voor,merk ik, want elke motie waarin een euroteken staat, wordt collectiefweggestemd. Maar op het moment dat mensen een recreatiewoningpermanent gaan bewonen, komen ze in aanmerking voor eenhuurtoeslag. Dat leidt tot allerlei extra kosten, die op dit moment nietgedekt zijn. Met andere woorden: er zitten heel veel haken en ogen aan,waardoor ik er absoluut geen voorstander van ben om dat nu met éénlandelijke instructieregel mogelijk te maken.De voorzitter:Dank u wel. Als u wil, heeft u nog 40 seconden voor uw inbreng, meneerFlach.De heer Flach (SGP):Ik had uw lichte interventie van zojuist opgevat als een aanmoediging omte stoppen met mijn bijdrage, dus ik heb die heel snel afgerond en heb nuniks meer te zeggen, voorzitter.De voorzitter:Bij dezen mijn excuses daarvoor. Maar volgens mij heeft u de inhoudkunnen overbrengen aan de Minister en dat is daarbij het belangrijkste.Dan wil graag het woord geven aan mevrouw Vedder, die namens hetCDA zal spreken.Mevrouw Vedder (CDA):Dank, voorzitter. Het CDA wil niet stenen stapelen maar gemeenschappenbouwen. Gemeenten kunnen via de huisvestingsverordening nu alTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132329 voorrang geven aan inwoners met een lokale binding. Dat is belangrijkvoor gemeenschapszin. Mijn vraag aan de Minister is of zij kan inventari-seren hoeveel gemeenten dit al in de huisvestingsverordening hebbenopgenomen en hoe ze gemeenten die dit nog niet hebben gedaan kanhelpen dit te de doen.Voorzitter. Ik was recent op werkbezoek in Markelo, waar veel inwonerszorgen hebben over uitbreidingsplannen van een grote veevoerfabriek diemidden in het dorp staat. We kennen dit soort fabrieken in een heleboelkleine steden en dorpen. In Nijkerk zag ik dat met behulp van de Woning-bouwimpuls op de plek van een grote fabriek heel veel woningengebouwd gaan worden. Als dat passend en getrapt gebeurt, dus insamenspraak met inwoners in de wijk, dan kun je op dat soort plekkenbest goed de hoogte in. Minister, veel van de financiële regelingen staangereed, maar toch lukt het op dit soort locaties midden in het dorp of ineen middelgrote stad vaak niet om het proces een kickstart te geven.Eigenlijk wil je dat er een boost komt op het punt waar Nijkerk een paarjaar geleden stond. Ik heb daar een open vraag over aan de Minister: zietzij haakjes om bij dit soort locaties in die dorpen en middelgrote stedendie boost aan dit soort projecten te kunnen geven?In dat kader heb ik ook een vraag naar de voortgang van onze motie overhet helpen van gemeenten bij het opstarten van parallel plannen. Over hethelpen van gemeenten gesproken: het onderuithalen van het verdien-model op leegstand begint bij een gesprek tussen de gemeenten eneigenaren. De Minister had in het vorige debat ook al gerefereerd aanbijvoorbeeld de mogelijkheid van een andere bestemming of de redenwaarom er leegstand is. Welke haakjes ziet de Minister om gemeenten tehelpen deze drempel zo laag mogelijk te leggen, zodat er zo veel mogelijkvan dit soort gesprekken gevoerd kunnen worden? Op dit momenthebben slechts 26 gemeentes een leegstandverordening. Hoe zouden wijzo veel mogelijk gemeentes kunnen helpen of ertoe aanzetten om eenleegstandverordening met een leegstandsregister te hanteren? Moetenwe hiervoor dan de Leegstandwet aanpassen?Voorzitter. Ik heb zorgen over het feit dat woningen die in een eerdere fasereeds een Woningbouwimpulsbijdrage of andere regelingen hebbenontvangen, wellicht niet mee zouden tellen voor de realisatiestimulans.Dat zou namelijk betekenen dat gemeenten die in complexe projecten aleen groot aandeel betaalbaar hebben gebouwd, nu worden benadeeld tenopzichte van gemeenten die vooral duur hebben gebouwd en om diereden geen gebruik hebben kunnen maken van de Woningbouwimpuls.Hoe kijkt de Minister hiernaar? Ook in zijn algemeenheid: de Wet regiedwingt straks een boel zaken af, maar ziet nog niet op betaalbare koop.Welke tools ziet de Minister om ook regie te voeren op de realisatie vanvoldoende betaalbare koop? Zou de Minister ook in kaart willen brengenwelke opties er zijn om de vennootschapsbelasting op gemeentelijkegrondexploitaties te verlagen of misschien zelfs geheel af te schaffen? Alsde woningcrisis oplossen niet alleen het sneller stapelen van stenen ismaar ook het bouwen van gemeenschappen, dan moeten we dat vooralook via de gemeenten willen aanjagen. Daar is dit een belangrijkedrempel in. In dat kader wil ik eigenlijk dezelfde vraag stellen overvennootschapsbelasting voor wooncorporaties. We zien namelijk datcorporaties soms letterlijk de bouwgrond in handen hebben, maar geenfinanciële ruimte hebben om te investeren. Is de Minister het met het CDAeens dat ook voor corporaties de vennootschapsbelasting eigenlijkafgeschaft zou moeten worden?Voorzitter. Tot 2039 stijgt het aantal 75-plussers met 800.000 mensen. Datis een toename van 47%. Nu al zorgt de kostendelersnorm ervoor datoudere vriendinnen die vanwege eenzaamheid samen willen wonen, apartblijven wonen uit angst om gekort te worden. Dat terwijl volgens mij bestwel veel mensen de laatste fase van hun leven willen «goldengirlsen», omhet zo maar te noemen. Al jaren ligt er de motie-Palland, die de vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132330 omdraait: wat levert dit nu op aan woonruimte? Zou de Minister dat willenonderzoeken?Bij de begroting heb ik ook een motie ingediend over het mogelijk makenvan meergeneratiewonen, ook wanneer er nog geen zekerheid is over eentoekomstige mantelzorgrelatie. Kan de Minister ons vertellen wanneer deconceptbeleidsregel beschikbaar is, zodat gemeentes hiermee aan degang kunnen? Welke voortgang wordt er geboekt op nieuwe, groot-schalige locaties? De voorganger van deze Minister heeft nieuweNOVEX-gebieden aangewezen. Kan de Minister toelichten wat er aanvoortgang is geboekt, bijvoorbeeld bij de NOVEX-locatie Limburg-Centraal?Ik zie de voorzitter mijn kant op kijken, dus ik sluit ermee af dat ik mij vanharte aansluit bij de oproep van collega Grinwis om straks met eenvoortvarend en daadkrachtig stikstofpakket te komen. Ik vind het eigenlijkmaar moeilijk te verkroppen dat we het nemen van maatregelen op diecrisis nu zo lang vooruit hebben geschoven dat die zich nu in dewooncrisis heeft gewurmd. Ik hoop dat de Minister zich daar heel hardvoor maakt in de Commissie en dat we straks achteroverslaan van devoortvarende aanpak van beide crises.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik als laatste het woord geven aan mevrouwBeckerman van de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter, dank. Excuses dat ik later binnenkwam. Ik zat in het debatHerstel Groningen. Dat gold overigens voor meer sprekers. Ik wil even watcynischer beginnen en daarna kom ik meteen met een positief punt.Vanochtend had ik het debat Herstel Groningen. Wat ik lastig vind aan ditsoort debatten, is dat de echt grote doorbraken die nodig zijn, deze weekgewoon niet gaan komen. Dat is aan de ene kant logisch, omdat wewachten op een Voorjaarsnota, maar aan de andere kant maakt dit hetwerk van de Kamer wel erg complex. Juist met een coalitie die beloofdhad dat er een grotere rol voor de Kamer zou liggen, is dat bestingewikkeld. Velen hebben al gewezen op het kwart miljoen woningen datnu in gevaar is door de stikstofproblemen. We wachten nog steeds.Maandag is de deadline afgelopen, dus eigenlijk zouden we dit debatvolgende week moeten hebben en niet nu, denk ik. Hetzelfde geldt voorde door ons zo gewenste huurbevriezing die zo hard nodig is, omdat zoveel mensen problemen hebben met het betalen van de huren. Ookdaarop zijn we nog steeds aan het wachten. De Kamer of in ieder geval decoalitiepartijen willen blijkbaar niet hun nek uitsteken door dit nu al teregelen. Dat was mijn toch wat ingewikkelde verhouding met de debattenvan deze week, voorzitter.Voorzitter. Dan kom ik op de positieve kant. Wij dachten: wij kunnen nietwachten. De wooncrisis is gigantisch. Daarom hebben we een eigen wetgeschreven. Het is misschien een klein beetje ongebruikelijk, maar ik bener wel trots op. De wet gaat deze week in consultatie. Het is een wet terbevordering van de wooncoöperaties. Wooncoöperaties kunnen echtmede een oplossing zijn in de wooncrisis. Wooncoöperaties zijn mensendie zeggen dat ze zelf hun huizen gaan beheren of dat ze die zelf samenwillen bouwen of kopen. Niet al te lang geleden heb ik er samen met mijncollega’s Grinwis en Boulakjar voor gezorgd dat er een wat groter fonds isom wooncoöperaties financieel te steunen. We organiseerden toen ookgezamenlijk een soort rondetafelgesprek hier.Nog los van de financiën waren er eigenlijk twee problemen waarwooncoöperaties tegenaan liepen. Het eerste was de definitie in de wet.Het tweede was het verwerven van grondposities en ook: onbekend maaktonbemind, want veel gemeenten hebben nog geen beleid voor coöpe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132331 raties. Die twee punten heb ik geprobeerd te vatten in deze wet. Ik wil diegraag via de bode ronddelen aan de Minister en aan de aanwezigeKamerleden. De wet gaat in consultatie. Met de twee problemen diedaarin behandeld worden, heb je nog niet alle problemen opgelost. Maarik dacht: wat is nou leuker dan dat we één keer een groot debat hebbenover die coöperaties, zodat we gezamenlijk ook nog andere voorstellenkunnen doen?We hebben deze wet vrijdag al gepresenteerd en toen hoorden we zulkemooie verhalen van coöperaties die bezig zijn. Cooplink is een fantas-tische organisatie die zich inzet voor de bevordering hiervan en die ookgeholpen heeft bij de tekst voor de wet. Ook zijn er groepen mensen diezeggen: wij zijn er helemaal klaar voor, maar het gaat zo moeizaamvanwege de overheid, door de manier waarop de overheid dit georgani-seerd heeft. Vandaar deze wet.Voorzitter. Nog twee punten. Grondbeleid. De SP heeft al vaak aandachtgevraagd voor het verbeteren van grondbeleid. Nu komt 60% van denieuwbouwwaarde van een woning door de grondprijs en het is gewoonnoodzakelijk om in te grijpen. Ik sluit me toch aan bij de vragen van deheer Grinwis. Het lijkt toch wel alsof dat heel erg achteruitgeschovenwordt, zeker die planbatenheffing en de belasting op bouwgrond. Erkentde Minister de praktijk van rent seeking door grondeigenaren, die hunproject uit de markt trekken om te wachten op gunstigere omstandig-heden? Daarbij wordt winst belangrijker dan de aanpak van de wooncrisis.Zo zijn er tienduizenden woningen die wel vergund zijn, maar niet wordengebouwd. Wat wil de Minister doen om te zorgen dat deze woningen welworden gebouwd? Moeten gemeenten niet meer instrumenten krijgen omhiertegen op te treden? Kan in de wet bijvoorbeeld worden opgenomendat projecten die een omgevingsvergunning hebben gekregen, binneneen bepaalde tijd daadwerkelijk gebouwd moeten worden? Dat vondenwij een nuttige extra suggestie.Ik zie dat ik nog een paar seconden heb. De aanpak van leegstand. Ookdaar heeft mijn partij vaak aandacht voor gevraagd, zoals met onze tweeverworpen moties voor een leegstandsheffing. We moeten ook zorgen datmeer gemeenten een leegstandsverordening krijgen. Welke stappen wilhet kabinet extra zetten om leegstand aan te pakken en te zorgen dat meergemeenten zo’n leegstandsverordening krijgen?Dank u wel.De voorzitter:Ik wil u hartelijk danken voor uw inbreng, maar ook voor het initiatief datu heeft genomen. Mooi om te zien dat u als Kamerlid en als fractie hierecht de tijd voor heeft genomen. Ik weet zeker dat alle collega’s en deMinister het met genoegen zullen lezen en dat we vervolgens over zullengaan tot een passende behandeling en waardering ervan. Hartelijk dank.Ik zie dat u een interruptie heeft van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik vind dat als een partij met een wet komt, zeker tijd moet wordengenomen om alvast wat woorden daarover te kunnen spreken. Ik vind hetecht heel mooi om dit van mevrouw Beckerman te mogen ontvangen. Weproberen al een poosje om wooncoöperaties van de grond te trekken,maar je komt inderdaad best veel bottlenecks tegen. Wat is zeg maar déoplossing die de SP gevonden heeft in deze wet? Misschien kan mevrouwBeckerman daar alvast iets over vertellen.Mevrouw Beckerman (SP):Dank. Het is natuurlijk helemaal niet gebruikelijk om een wet zo rond tedelen, maar wij gaan niet die stap van consultatie overslaan. Hij gaat dusdeze week in consultatie. Ik ga ook graag met collega’s in gesprek, wantTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132332 dan kan het nog een betere wet worden. Ik wil ook graag samenwerken.Het is niet zo dat ik per se deze wet alleen wil doen.Wat hebben we gedaan met deze wet? Ik vertelde er al iets over. Ik hebeerder met collega’s, met toenmalige collega Boulakjar en collegaGrinwis, een rondetafelgesprek georganiseerd. Ik denk dat ik dat alleenmet Boulakjar heb gedaan, maar dat maakt niet uit. Daar kwamen eigenlijkeen heleboel bottlenecks uit, maar drie waren er heel cruciaal. Een wasfinanciering. Daar hebben we vervolgens met z’n drieën een amendementvoor gemaakt, zodat er een soort revolverend fonds ontstaat. Ik ben ookbenieuwd wat de stand van zaken daarvan is.De tweede was definitie, want daar lopen heel veel coöperaties tegenaan.De wet heeft heel mooi de beheercoöperatie geregeld, maar niet devastgoedcoöperatie. En wat gebeurt er dan? Als je dan als groep mensenbijvoorbeeld financiering wil regelen en ook verzekeringen wil regelen ofdingen als uitkeringen als individuele bewoner of toeslagen als indivi-duele bewoner, dan loop je snel vast. Het is eigenlijk heel gek dat zo’nwoordje in de wet of de definitie in de wet al tot problemen leidt, maar datwas wel in het rondetafelgesprek een van de ervaren problemen.En een volgende, de derde. Die is eigenlijk belangrijker, want dat is eengrotere wijziging. Alle gemeenten maken plannen voor volkshuisvesting,maken plannen voor wat ze waar willen bouwen. Nu is het nog niet zo datze daarbij rekening moeten houden met wooncoöperaties. Dat verandertin deze wet. Daar zit een soort samenloopbepaling in omdat het uitmaaktof de Wet regie al geldt of nog niet. Dat is echt wetstechniek. Wij zeggendat alle gemeenten daar rekening mee moeten houden. Dat betekent nietdat alle gemeenten direct coöperaties moeten gaan oprichten, maar weldat ze in hun planvorming hierover na moeten denken.Is dat genoeg? Nou, Cooplink heeft veel meer bottlenecks benoemd. Ditzijn de drie grootste: financiering, definitie en zorgen dat er positieskomen. Die andere vinden wij ook heel erg relevant en interessant, maarwe dachten: hiermee forceren we ook dat er een groot debat over gaatontstaan.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen verdere interrupties. Ik heb begrepen dat deMinister een halfuur schorsing nodig heeft. Dat is voor ons ook even fijn.Ik wil voorstellen dat we om 15.45 uur weer terugkomen en dan startenmet de eerste termijn van het kabinet.De vergadering wordt van 15.13 uur tot 15.45 uur geschorst.De voorzitter:Een hele goede middag. Hierbij wil ik de vergadering weer heropenen. Hetis nu tijd voor de eerste termijn van de zijde van het kabinet. We zijn metheel veel mensen en hebben heel weinig tijd op de klok. Dat betekent datik vier interrupties toe wil staan aan de zijde van de Kamer. Máár, let op,hier komt ie: ik ga ze ook timen. Dus als u over de 30 seconden heen gaat,dan ga ik er twee rekenen. Ik zal even een gebaar maken als de interruptieaan haar einde komt. Ik heb ook de Minister gevraagd om kort en bondigte antwoorden, zodat we met elkaar ook een tweede termijn kunnen doen.Ja? Zijn jullie er allen klaar voor? O, dan moet ik nog even zeggen dat deMinister de beantwoording doet in een aantal blokken. Die zal ze zooplezen. Mijn voorstel is dat we eerst het blok afmaken en daarna deinterrupties doen. Dan weten we zeker dat we alle vragen over datonderwerp beantwoord hebben. Dan kunnen we het debat met elkaaraangaan. Het woord is aan de Minister.Minister Keijzer:Dank, voorzitter. Wij zijn hier vandaag aanwezig voor het commissiedebatWoningbouwopgave en koopsector. Dit gaat natuurlijk uiteindelijk over deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132333 woningnood en over hoe we ervoor zorgen dat uiteindelijk iedereen eeneigen plek onder de zon, een dak boven zijn of haar hoofd, weet te vinden.Dat was ook uiteindelijk de onderliggende boodschap die naar vorenkwam in alle vragen, opmerkingen en betogen. Dat is wel wat ons hierallemaal met elkaar verbindt, hoezeer de sprekers soms ook verschillenover de oplossing van de problematiek. Dat is gewoon een goedeconstatering.Ik dank de fractie van de SP voor het initiatiefwetsvoorstel over hetbevorderen van woningcoöperaties. Het is altijd goed om te zien hoe eronder eigen verantwoordelijkheid voorstellen worden gemaakt om zakenvlot te trekken. Ik weet hoeveel tijd daarin gaat zitten. Ik zie uit naar hetdebat daarover.De blokjes waarlangs ik alle vragen ga proberen te beantwoorden, zijn devolgende: grond, leegstand, makelaars, financiële regelingen,woningbouw voor ouderen en jongeren, versnellen regie en locaties, enstikstof. Ik zal eindigen met het blokje overig.Voorzitter. Elk huis bouw je op grond. Daarom heb ik dit blokje als eerstegekozen. Het leek me gewoon mooi om daarmee te beginnen. Tegelij-kertijd ga ik streng zijn, omdat u mij dat gevraagd heeft, voorzitter. Wehebben vorige week een debat gehad. Daarin is ook heel veel gesprokenover grond. Ik heb uw Kamer toen toegezegd dat ik nog voor de zomer gakomen met een dilemmanotitie. Op uw verzoek zal ik daarin ook opnemenwelke kant ik denk dat die hele discussie op moet. Dus daar ga ik vandaagniet nog een keer over beginnen, want dan zou ik in herhaling vallen.Gezien de tijd lijkt me dat gewoon niet verstandig.Voorzitter. Door mevrouw Beckerman werd gevraagd hoe ik aankijk tegeneen bouwplicht. Publiekrechtelijk is het opleggen van een bouwplicht nietmogelijk. Dat zou een veel te grote inbreuk zijn op het eigendomsrecht,blijkt uit een onderzoek uit 2019 naar aanleiding van een motie. Privaat-rechtelijk, wanneer de gemeente grond uitgeeft, is wel een bouwplichtmet een boetebeding mogelijk. Verschillende gemeenten doen dat ook.Gemeenten hebben instrumenten om ervoor te zorgen dat er wordtgebouwd, zoals het vastleggen van de fasering in een exploitatieplan ofhet opnemen van een boetebepaling in een anterieure overeenkomst.Wordt er desondanks niet gebouwd, dan kan je uiteindelijk onteigenen.Meneer Vijlbrief zei dat zachtjes vorige week; ik zeg het nu gewoonhardop. Maar we weten ook met z’n allen wat voor traject daar vervolgensaan vastzit.Ik zie trouwens dat marktpartijen over het algemeen willen bouwen. Als zedat niet doen, zijn daar vaak goede redenen voor. Een bouwplicht isvolgens mij dan ook niet de oplossing om te zorgen dat er snel gebouwdgaat worden.Voorzitter. Over grondbelasting heb ik in de brief aan de Kamer gezegdeerst te komen met een dilemmanotitie, vanwege het simpele feit dat ikook geen blikken met ambtenaren heb die ik open kan trekken, en met eenvoorstel voor een planbatenheffing of een vergelijkbaar systeem. Als wedie discussie met elkaar afgerond hebben, ga ik aan dat andereonderwerp beginnen.Hoe staat het met de uitwerking van de grondfaciliteit, vroeg de heer DeHoop aan mij. Actief grondbeleid kan zeker impact hebben op hetontwikkeltempo en de betaalbaarheid van gebiedsontwikkeling. Ik wilgemeenten dan ook stimuleren om dat te gaan voeren, door een deel vanhet risico op de grond ook te gaan dragen. Voor de periode 2026–2029 hebik 390 miljoen gereserveerd voor dit instrument, maar dit geld kan snel opzijn als je veel grond gaat aankopen. Een effectieve inzet is dus ooknoodzakelijk. Daarom ben ik nu ook bezig met een verkenning van demogelijkheden. Voor de zomer deel ik de contouren van dit instrument.Ik zit even te kijken. De heer Grinwis heeft nog aan mij gevraagd hoe hetzit met de sociale grondprijs voor gemeenten. Wat is de stand van zaken?Het is essentieel dat corporaties meer grondpositie krijgen en dat hieroverTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132334 eenduidigheid komt tussen gemeenten. Als je sociale huur wilt bouwen, ishet wel handig dat je betaalbare grond hebt; daar zijn we het over eens. Ikstart samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Aedes, dekoepel van corporaties, een traject om tot een handreiking te komen voorhoe je bepaalt wat een sociale grondprijs is. Deze handreiking isonderdeel van de nationale prestatieafspraken die ik vorig jaar innovember heb gemaakt.Wat betreft één sociale grondprijs voor alle gemeenten het volgende. Dehandreiking zal inzicht bieden in gangbare methodieken, zonder verplichtevoorschriften op te leggen, en doet daarmee recht aan de lokale beleids-vrijheid en de specifieke omstandigheden in de desbetreffende gemeente.De planning voorziet dat die handreiking sociale grondprijzen eind Q3 ofbegin kwartaal 4 klaar is.Dan vroeg de heer Grinwis nog naar zijn motie over het vestigen vanvoorkeursrecht op grootschalige woningbouwlocaties. Hoe staat hetdaarmee? Het proces rond het aanwijzen van enkele nieuwe grootschaligewoningbouwlocaties, aanvullend op de zeventien grootschalige woning-bouwgebieden, loopt. Ik wil die gaan vastleggen in de Nota Ruimte. Ditdoe ik uiteraard in afstemming met de gemeenten. De geselecteerdelocaties zullen dus ook geen verrassing zijn voor de betrokken gemeenten,want ik overleg met ze. Dit geldt overigens ook voor de marktpartijen,omdat het veelal over bestaande openbare plannen gaat. Met hetaanwijzen maak je alleen wel een einde aan de discussie. Dat discussiërendoen we in dit land veel te veel, soms tien of vijftien jaar. Dat is gewoonzonde van de tijd. Voor het vestigen van voorkeursrecht zijn stappennodig bij het vaststellen van omgevingsplannen. Ik zal gemeenten ookvragen en stimuleren om strategisch grondbeleid te voeren voor delocaties die nog niet openbaar bekend zijn.Mevrouw Vedder vraagt of ik de mogelijkheid in kaart wil brengen omvennootschapsbelasting op gemeentelijke grex af te schaffen. Devennootschapsbelasting voor commerciële activiteiten van gemeentenheeft ook te maken met Europese staatssteunkaders. We willen dat ervoor gemeenten en ontwikkelaars een gelijk speelveld is. Ontwikkelaarsbetalen vennootschapsbelasting en daarmee gemeenten ook. Los daarvanmoet je, als je belastingen wilt afschaffen, ook nadenken over waar je dedekking dan vandaan haalt. Dit gaat over honderden miljoenen bij elkaaropgeteld. Dat heb ik in het vorige debat trouwens ook gezegd. Dus ja, datis sowieso al een punt.Voorzitter. Dan kom ik bij het mapje leegstand.De voorzitter:Ik kijk eerst even rond. We zijn aan het eind gekomen van het blokje,hartstikke goed. Ik zie dat de heer De Hoop en mevrouw Welzijn eeninterruptie hebben. Als eerste de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Toch even over de grond. In de inleiding zei de Minister dat zij vorigeweek in het debat – dat was dan met de woordvoerders ruimtelijkeordening, denk ik – heeft gezegd dat er een dilemmanotitie aankomt. Omeerlijk te zijn heb ik geen idee wat een dilemmanotitie is, maar dat kan deMinister vast uitgebreider toelichten. De Kamer heeft vorig jaar rond dezetijd, in april 2024, een motie aangenomen van mij, maar ook van mevrouwBeckerman, die vroeg om voor de zomer van 2024 al met een uitwerkingte komen. Ik kan mij herinneren dat ik daar in november een debat overheb gehad met de Minister. Toen zei de Minister: wacht nou even, ergensin Q2 kom ik met een uitwerking. Maar nu moeten we dus wachten tot dezomer. Ik vind dat echt lang duren. Ik zou van de Minister toch iets meerstappen daarin willen. Als het in juni zou worden, vind ik dat rijkelijk laat.Dat is meer dan een jaar nadat die motie zou worden uitgevoerd. Ikverwacht van de Minister dus wat meer haast dan «voor de zomer».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132335 Minister Keijzer:Voorzitter, u moet het zeggen, maar hier hebben we vorige week ook metelkaar over gedebatteerd. Het is een dilemmanotitie omdat hier nogal wathaken en ogen aan zitten. Het is ook zeer de vraag of het ertoe leidt dat jeer een jaar na invoering opbrengsten van hebt. Ik heb hier uitgebreid tijdaan besteed. Ik denk dat ik op uw verzoek het nu hierbij laat, hoezeer ikook de betrokkenheid van de heer De Hoop op dit onderwerp waardeer.En «Q2» is voor mij, in mijn agenda «voor de zomer», omdat de Kamer op6 juli, uit mijn hoofd gezegd, met reces gaat. Zo kunt u er volgens mij zelfsal een debat over inplannen, als u dat zou willen.De voorzitter:Het is belangrijk om te proberen bij de interrupties onder de 30 secondente blijven. Ik ga ze zo meteen ook timen. Neem ook in ogenschouw dat weal eerder debatten hierover gevoerd hebben. Hou daar rekening mee. Hetwoord is aan de heer De Hoop voor een vervolgvraag.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Er zijn wel meer onderwerpen die overlappen tussen de verschillendedebatten. Ik zou het jammer vinden als we geen recht doen aan deinbreng in dit debat omdat het punt ergens anders al is behandeld. Ik wilde Minister toch voorstellen om voor het meireces hiermee te komen. Danis het een jaar sinds de motie. Ik zou zeggen dat dat moet kunnen. Ik hoopdat de Minister deze toezegging kan doen.Minister Keijzer:Ik heb vorige week aan de Kamer de toezegging gedaan dat ik zal zorgendat voor de zomer de dilemmanotitie met een voorstel van mij in uwKamer ligt. Ik probeer daarbij echt om er rekening mee te houden dat uwKamer er dan ook een debat over kan inplannen. Ik zou onrecht doen aande collega’s van de heer De Hoop als ik nu opeens «voor het meireces»zou zeggen, nog los van de vraag of dat realistisch is. Ik ga mijn uiterstebest doen, maar om een klein beetje consequent met elkaar het debat tevoeren vind ik dit toch een lastig verzoek, hoezeer ik dit ook een belangrijkonderwerp vind. Ik houd vast aan wat ik vorige week, echt een weekgeleden, heb toegezegd, in een zaaltje hier vlakbij.De voorzitter:Een kort punt van orde.De heer Vijlbrief (D66):Ik was daar ook bij. De afspraak die we daar toen gemaakt hebben, wasals volgt. Er zou een notitie komen voor de zomer zodanig dat we ookvoor de zomer het gesprek daarover konden hebben. Vandaar dat ikzojuist even interrumpeerde op mevrouw Welzijn. Volgens mij hebben wetoen ook afgesproken dat we niet alleen maar een notitie zouden krijgenmet interessante ideeën, maar dat we ook echt een debat erover zoudenkunnen voeren, zodat we tot een voorstel zouden kunnen komen. Dat wasvolgens mij de inhoud van het debat.De voorzitter:Dank u wel voor het punt van orde. Dit is ook wat ik hier hoor. Volgens mijhoorde ik spreken over een dilemmanotitie die voor de zomer komt. En ikhoorde dat er ruimte is voor een debat. Dus bij dezen wil ik het zo evenlaten. Ik geef mevrouw Welzijn de ruimte voor haar interruptie.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik ben heel blij te horen van de Minister dat er samen met de VNG enAedes gewerkt wordt aan een sociale grondprijs, wat daar dan de definitievan zou moeten zijn et cetera. Mijn vraag is simpelweg of die socialeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132336 grondprijs ook geldt voor het Rijksvastgoedbedrijf in zijn rol alsgebiedsontwikkelaar.Minister Keijzer:Dit vind ik een lastige vraag, omdat ik niet weet wat er uiteindelijk uit dieafspraken gaat komen en omdat hiervoor geldt dat je ook altijd goed opmoet letten wat de consequenties zijn voor eigendomsposities. Dat is een.Twee. Het Ministerie van Financiën houdt mij scherp op een goedebedrijfsvoering ten aanzien van het Rijksvastgoedbedrijf. Ik snap heelgoed waar de vraag vandaan komt. Maar ik kan daar nu op dit momentniet zomaar even ja op zeggen, want ik weet niet precies wat er uit diediscussie gaat komen.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Ja, een korte vervolgvraag inderdaad. Ik snap wat de Minister zegt.Tegelijkertijd zeg ik op mijn beurt dat het ook gek zou zijn als er eenhandreiking zou komen die voor ieder ander geldt, maar niet voor het Rijkzelf. Ik vind dat het Rijk daarin ook een voorbeeldfunctie heeft. Dus als ermogelijkheden zijn om dat naar voren te brengen in de gesprekken die deMinister hierover voert, roep ik haar daar graag toe op, maar volgens mijis dat zelfs niet eens nodig.Minister Keijzer:Ik snap waar deze vraag vandaag komt, want heel veel grond – nou ja, nietheel veel grond in zijn algemeenheid in Nederland, maar zeker in depolders die ooit ontstaan zijn, zoals Flevoland – is eigendom van hetRijksvastgoedbedrijf. Als je daar sociaal wilt bouwen – dat is eendoelstelling van rijksbeleid – dan realiseer ik me heel goed dat dat effectheeft op die grondposities. In zijn algemeenheid sluit het Rijksvastgoedbe-drijf aan bij hoe gemeenten hiermee omgaan, maar ik kan hier nietzomaar in zijn algemeenheid ja zeggen op deze vraag inhoudelijk, wel opde vraag procedureel. Want dat wij hier het gesprek over voeren, staatbuiten kijf, ook vanuit het belang dat onder de vraag van mevrouw Welzijnzit.De voorzitter:Ik zie geen verdere interrupties. Dan kunnen we door met het tweedeblokje, leegstand.Minister Keijzer:Ja, het leegstandverhaal. Er staan 12.000 woningen leeg, zonder dat weprecies weten waarom. En hoewel die 12.000 woningen 0,2% of 0,3% zijnvan de totale hoeveelheid huurwoningen in Nederland, deel ik compleetde opvatting van de heer De Hoop, die daar een vraag over stelde, net alsmevrouw Beckerman, dat dat eigenlijk jammer is. Tegelijkertijd loopt daarbeleid op. Ik heb u daarover een uitgebreide brief gestuurd, waarin isopgenomen dat blijkt dat het experiment dat onder de Crisis- enherstelwet gevoerd is goed werkt en dat gemeentes daar ook graag meeaan het werk zijn.Nadat ik die brief had verstuurd, zijn Rotterdam, Den Haag en Tilburg ookop de lijn gekomen om te kijken hoe zij gebruik kunnen maken van deaanbevelingen van de RIGO-evaluatie die u in die brief heeft aangetroffen.Deze zijn: veranker de aanvullende instrumenten van het experiment in deLeegstandwet, gezien de goede ervaringen in Amsterdam en Utrecht, enzorg dat je complexgewijze afgifte van vergunningen voor tijdelijke huurin de Leegstandwet opneemt, zodat daarvan gebruikgemaakt kan worden.Tegelijkertijd is ook uit dat experiment gebleken dat een leegstandbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132337 lasting niet nodig is. Zoals ik vorige keer ook al tegen uw Kamer hebgezegd: ook al leg je een leegstandbelasting op, dan woont er nog nietiemand in. Want ja, je betaalt een leegstandbelasting, dus waarom zou jedan nog gaan verhuren als je dat toch al niet wilde? Over datgene wat ikin die brief aan u heb laten weten, is dus goed nagedacht en daar houd ikmij dan ook aan.Welke haakjes zijn er voor gemeenten om overleg voeren over leegstandmet een eigenaar en het gebruik van de leegstandverordening tebevorderen? Daar vroeg u ook naar. In de Leegstandwet is er demogelijkheid voor gemeenten om naar aanleiding van de meldplicht eenverplicht gesprek te voeren. Dat wordt ook toegepast door gemeenten. DeLeegstandwet voorziet hierin. Gemeenten houden zelf een register bijnaar aanleiding van de meldingen van leegstand. Daarvoor hoeft de wetin ieder geval niet aangepast te worden. Maar ik ga dus wel de wetwijzigen door extra mogelijkheden toe te voegen. Zoals ik net al zei, is deverwachting dat gemeentes zo’n leegstandverordening willen gaanmaken. Ik zorg dat het ook loont voor gemeenten om een leegstandveror-dening te hebben. Vervolgens kan je namelijk ook iets gaan doen aan deleegstand. Ik laat met de VNG een handreiking opstellen om het gebruikvan zo’n leegstandverordening aan te moedigen. Zoals ik geen blik metambtenaren heb, hebben ze die bij gemeenten ook niet. Ook daar kiezenze dus waar ze op inzetten. Door duidelijk te maken welke mogelijkhedenze hebben, wordt het ook aantrekkelijk om een leegstandverordening temaken. Dan moet je natuurlijk wel een substantiële leegstand hebben,want ook op gemeentelijk niveau is het natuurlijk toch een afweging waarje je beperkte capaciteit op inzet.Voorzitter. Hiermee heb ik ook aangegeven richting de SGP en de PvdAhoe ik de wijziging van de Leegstandwet wil vormgeven. Daarmee heb ikantwoord gegeven op vragen over het onderwerp leegstand.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst mijn complimenten voor het feit dat de Minister hiermee bezigis. Het is zeer fijn dat hier zo veel aandacht voor is, want we zijn hetvolgens mij allemaal met elkaar eens dat leegstand in deze tijd niet teverteren is. We zien ook dat een leegstandverordening in heel veelgemeenten gewoon werkt. De voorbeelden Utrecht en Amsterdam zijngenoemd; zo’n verordening heeft daar echt effect. Ik heb daar toch eenvraag bij. Zelfs de gemeenten waar het werkt, zeggen dat ze echtgeholpen zijn met de mogelijkheid van een leegstandbelasting. Waaromwil de Minister die optie dan toch niet meenemen? Kunt u die optie nietmeenemen?Minister Keijzer:Omdat ook ik beperkte capaciteit heb. Als je een evaluatie doet waaruitblijkt dat andere instrumenten effectiever zijn, zet ik liever daarop in danop een leegstandbelasting. Uit de evaluatie blijkt dat die niet substantieelgaat helpen. Dat staat nog los van het feit dat op het moment dat je eenleegstandbelasting oplegt ... Stel dat je het hele instrumentarium hebtgehad: je hebt een leegstandsverordening, je hebt het gesprek gevoerd.Op grond van de wetswijziging krijgt de gemeente aanvullend instrumen-tarium, waardoor de eigenaar de woning in gebruik moet nemen en degemeente de huurprijs kan bepalen; dat zijn de instrumenten die we danmogelijk gaan maken. Als dat allemaal niet helpt, dan zie ik niet hoe eenleegstandbelasting gaat helpen. Dan is er dus wat anders aan de hand.Dan kom ik weer terug bij het begin van de evaluatie: het gesprekaangaan over wat er aan de hand is en waarom er leegstand is. Want alsje een pand hebt dat je kan verhuren en waar je huurpenningen voor kanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132338 krijgen, en het toch niet doet, wat is er dan aan de hand? Dan is er ietsanders aan de hand.Ik geloof echt veel meer in het uitzoeken waarom er leegstand is dan inhet opleggen van een leegstandbelasting. Want over hoeveel woningengaat het dan nog? Dan gaat iemand die er inmiddels hélemaal klaar meeis een leegstandbelasting betalen en woont er nog niemand in diewoning.De voorzitter:Ik zie de heer Grinwis en mevrouw Beckerman. Ik weet niet wie er eerderwas. Wilt u, meneer Grinwis?De heer Grinwis (ChristenUnie):Wat de Minister zegt, is helder. De heer Flach noemde in zijn bijdrage defacto een andere vorm van leegstandbelasting, namelijk de ozb zovormgeven dat je de leegstand van kantoren helemaal op de eigenaarverhaalt. Met zo’n prikkel is het niet meer interessant om een kantoor leegte laten staan, wat het omzetten van leegstaande kantoren naar woningenextra kan bevorderen. Ik begreep van mijn buurman dat dat wordttoegepast in bijvoorbeeld Ridderkerk. Wat vindt de Minister daarvan? Kandat niet breder worden toegepast?Minister Keijzer:Bij mij komt nu het woord «transformatie» op. Ja, zegt de heer Grinwis.Dan hebben we dus hetzelfde beeld hierbij. Daar is natuurlijk ook eenstimulans voor. Er is sowieso een subsidieregeling die in gemeentes moetwerken. Deze werkt ook. Tegelijkertijd zijn de makkelijke vaak alaangepakt. Maar dat er door mijn ministerie op wordt ingezet, spreektvoor zich. Want het zijn weliswaar kantoren, maar ze staan wel leeg. Hetzou geweldig zijn als er omgezet wordt naar wonen, daar waar het kan.Mevrouw Beckerman (SP):De Minister zegt eigenlijk: «We gaan nu aan de slag. We hebben eenpakket aan maatregelen tegen leegstand. Die extra maatregel diegemeenten zo graag willen en waarvoor linkse partijen hier al een tijdpleiten, hoeft er eigenlijk niet bij.» Waarom, vraag ik de Minister, luistertzij niet naar de gemeenten? Zij willen namelijk zelf heel graag een extraleegstandheffing, niet als enige maatregel, maar als deel van een pakketaan maatregelen.Minister Keijzer:Ik verval in herhaling. 20 december heb ik uw Kamer geïnformeerd overde uitkomsten van de evaluatie van de Leegstandwet die door RIGO isuitgevoerd. Die evaluatie heeft u gehad. RIGO heeft naar aanleiding vandie evaluatie aangegeven eerst in te zetten op de tijdelijke instrumentenwaarmee onder de Leegstandwet is geëxperimenteerd. Dat hebben ze nietin splendid isolation gedaan; dat doen ze uiteraard in overleg met degemeenten. Het gaat om kortere termijnen, verplichte ingebruikname vande woning door de eigenaar-verhuurder, het kunnen bepalen van dehuurprijs en een last onder dwangsom. Daarom zet ik in op het veran-keren van deze instrumenten in de Leegstandwet. Daarbij kijk ik naar deverbreding naar ander vastgoed. Daar had ik met de heer Grinwis net aleen kort debatje over. Deze voorstellen zijn getoetst op het eigendoms-recht. We hebben het hier namelijk wel over eigendom van mensen. Daarkunnen we met elkaar een mening over hebben – die heb ik soms zelfook – maar het gaat wel om het recht van eigendom. Dat dient ookbeschermd te worden. Gelukkig, want het is toch een van de ankers ondereen rechtsstaat.De Leegstandwet is het laatste redmiddel om de schaarste aan te pakken.Daar zet ik echt op in. Het is namelijk gewoon zonde als iets leegstaatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132339 terwijl het niet hoeft. Soms helpt het om een gesprek aan te gaan met eeneigenaar en die te vertellen wat de mogelijkheden zijn om een woningtijdelijk te verhuren. Ik noem maar een dwarsstraat: als de woning op denominatie staat om gesloopt of gerenoveerd te worden of als men inafwachting is van iemand die snel uit het buitenland terugkomt. Ik zet daardus echt op in. Daarnaast hebben mij geen signalen bereikt datgemeentes echt op dit instrument zitten te wachten. Hier ziet u drie van devoortreffelijke ambtenaren die ik tot mijn beschikking heb. Zij klonen nietals vanzelf. Ik moet ze dus echt inzetten op zaken die een grote bewegingtot stand brengen. Dat geldt naar mijn mening niet voor het mogelijkmaken van een leegstandbelasting. Dat is niet alleen volgens mij zo, maarook volgens de evaluatie die ik aan de Kamer heb gestuurd.Mevrouw Beckerman (SP):Ik merk bij de Minister een klein beetje irritatie dat ze deze vraag weermoet beantwoorden, maar het staat vandaag echt op de agenda. Wij zijnhier natuurlijk erg volhardend in. Toen de Leegstandwet, «de wet tegenhet kraken», ooit werd ingevoerd, werd beloofd dat men kraken nietlanger ging toestaan – dat debat wil ik echt niet opnieuw voeren – maardat men dan wel heel effectief leegstand ging aanpakken. Zoveel jaar laterstaan er nog steeds 64.000 woningen langdurig leeg en is er 16 miljoenvierkante meter leegstand in kantoren. Dat is een gigantisch aantal. Datwas niet de belofte toen die wet werd ingevoerd. Dat is de reden dat wezeggen: «Natuurlijk, een goed gesprek! Hartstikke leuk. Heel goed. Erzitten in die kist goede maatregelen. Maar waarom wordt er niet gekekennaar hoe je dat hele arsenaal zo effectief mogelijk kan maken?» Want latenwe wel wezen, een gesprek is gewoon niet altijd genoeg. Soms moet jeinderdaad zeggen dat het recht op wonen belangrijker is dan heteigendomsrecht.De voorzitter:Voordat we naar de Minister gaan: we hadden een afspraak om het rondde 30 seconden te houden. Deze interruptie was er iets overheen. Hetwoord is aan de Minister.Minister Keijzer:Ik ben uitgebreid ingegaan op het waarom. We hebben 3,5 miljoenhuurwoningen in dit land. Daarvan staan er 12.000 leeg zonder dat weweten waarom. Dat is afgerond 0,3%. En ja, elke woning is er een. Maar ikmoet mijn middelen wel gericht inzetten. Daarnaast worden in deevaluatie het gesprek aangaan en zorgen dat de mogelijkheden omtijdelijk te verhuren uitgebreid worden, als het meest effectiefaangewezen.De voorzitter:Dan hebben we hierbij het tweede blokje, leegstand, afgerond. We gaannaar blokje drie, de makelaars.Minister Keijzer:Daar zijn door de fracties van de VVD, de SGP en de PVV vragen overgesteld. Ben ik bekend met de bezwaren van de NVM? Waar gaan dieover? Uiteraard ben ik ermee bekend. De NVM wil dat de verkoper en zijnmakelaar tijdens een gesloten biedproces de verzegelde biedingenkunnen inzien. De overige partijen zijn van mening dat de inhoud van debiedingen verzegeld moeten zijn, voor zowel koper als verkoper, tot aande deadline. De NTA is van de sector zelf. Daar ben ik geen partij in. Ik wilwel graag met alle partijen in gesprek over hoe we verdergaan.Het biedlogboek. Wat was dat nou? Het biedlogboek was een van deonderdelen van het verbeterplan dat in 2022 is ondertekend met allebranchepartijen. Het biedlogboek alleen zorgt er niet voor dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132340 koopproces altijd eerlijk verloopt. Het is slechts een van de onderdelenvan het verbeterplan. De implementatie van het verbeterplan heb ik latenevalueren. Ik ga u daarover binnenkort informeren. Aan de hand daarvanwil ik met partijen uit het veld bespreken wat de extra stappen zijn.Ook hier is de vraag: is dit de oplossing? Op zichzelf heeft het allerleivoors en tegens. Uiteindelijk gaat het over wat een verkoper die zijn eigenwoning verkoopt, mag. Natuurlijk moet je, als je voor de gesloten biedingkiest, zorgen dat dat proces transparant is, zodat je als potentiële koperweet hoe dat proces verloopt. Dat spreekt voor zich. Ik wil dan ook metpartijen in gesprek gaan over wat er nodig is om hieruit te komen. Overhet grootste gedeelte van de NTA is namelijk geen discussie, alleen overdit onderdeel. Als je een NVM-makelaar bent, is het ook de vraag hoe deconcurrentie van makelaars die daar geen onderdeel van uitmaken,eruitziet. Waar komt die vandaan? Wat is daaraan te doen? En hoe zorg jeervoor dat iedereen zich realiseert dat een verkoper altijd mag zeggen: ikverkoop het toch niet aan de hoogste bieder of aan degene die aan eenbepaalde voorwaarde voldoet? Dat is het voorrecht van de verkoper diezijn huis wil verkopen. Het maakt niet uit wat je regelt: aan het end heb jete maken met de verkoper, de eigenaar van een woning, die het voorrechtheeft om uiteindelijk wel of niet te gunnen. In dat hele ingewikkeldeproces heeft het biedlogboek een goede functie. Maar hoe komen we hiernou verder met elkaar? Daar ga ik de komende tijd mee aan het werk. Ikga er ook over in gesprek met betrokken partijen.De voorzitter:Er is een interruptie voor u van de heer Mooiman.De heer Mooiman (PVV):Dank voor de toelichting over de stand van zaken. De Minister gaf aan datwij nog geïnformeerd worden over hoe nu verder na de evaluatie.Wanneer kunnen we die informatie verwachten? Dat ten eerste.Minister Keijzer:Eind deze maand.De heer Mooiman (PVV):Dank. Dan heb ik nog een vervolgvraag. De discussie over de geslotenbiedingen is misschien een andere dan die over het beschikbaar maken enhouden van het biedlogboek. Het was de bedoeling dat dat altijdbeschikbaar zou zijn voor potentiële kopers. Dat is nog lang niet het geval.Daar ging inderdaad ook de motie over die is ingediend door mijn partij,de VVD, de SGP en een aantal andere mede-indieners. Is de Minister hetermee eens dat bewerkstelligd moet worden dat dat altijd aan beschikbaaris en dat er dus ook een bepaald kwalitatief basisniveau moet zijn in demakelaardij?Minister Keijzer:Een gesloten inschrijving, waar hebben we het dan over? Dan hebben wehet over biedingen. Die worden aangenomen onder gesloten envelop. Naafloop van de deadline ontvangen de makelaar en de verkoper inzicht inde biedingen. Uiteindelijk wordt dit via het biedlogboek ook aan allekopers duidelijk. Dit wordt afgesloten met gunning of niet-gunning doorde verkoper, want die heeft dat voorrecht. Transparantie krijg je door hetbiedlogboek te verschaffen aan iedereen die betrokken is geweest. Alleen,dat moet via zelfregulering tot stand komen. De NVM heeft nu gezegd ditop deze manier niet te zien zitten. Ik wil er echt het gesprek over aangaanwaarom ze dat niet willen, want volgens mij helpt het altijd om goed metelkaar door te akkeren waarom iets zo is. Als je dat gedaan hebt, weet jenamelijk ook waar de pijn zit en wat je moet doen of niet – dat kan ook eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132341 uitkomst zijn – om dit vlot te trekken. Dat is uiteindelijk in het belang vande transparantie richting de potentiële kopers.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dat is een heldere beantwoording van de Minister. Uiteindelijk gaat het ernatuurlijk om dat die transparantie volledig aanwezig is, ook na afloop vandat proces. Het gaat erom dat niet door tussenkomst van de makelaar eenextra ophoging van het biedproces kan plaatsvinden. Daarom is het ooknodig. De Minister heeft het over zelfregulering. Ik heb gevraagd: bent ubereid om een wetgevingsproces te starten? Dat gaat dan nog komen.Eerst maar eens de gesprekken, zou ik willen zeggen. Dat wacht ik danrustig af. Naast dat de verkoper dat recht natuurlijk helemaal zelf heeft,gaat het er uiteindelijk om dat de potentiële kopers volledige transparantiehebben en dat het prijsopdrijvende effect van tussenkomst en tussenbie-dingen stopt; dat is een ander doel. Er zijn eigenlijk twee doelen. Ik zoudus aan de Minister willen vragen dit mee te nemen in de gesprekken.Dan komen we later nog wel te spreken over de vraag of er wetgevingnodig is.Minister Keijzer:Dat biedlogboek zit al in de afspraken. Tegelijkertijd wordt dat nu nietaltijd op de correcte manier gedaan. Handhaven is daarbij gewoon eenprobleem. Zelfs als je het in een wet zou gieten, is de vraag wie dit gaathandhaven. Dat is dan een vraag die je met elkaar te beantwoorden hebt.Daarnaast gaat dit over regulering van een vrij beroep. Dan krijg je temaken met Europese wet- en regelgeving, waarbij je ook goed moetnadenken over de manier waarop je daarmee omgaat. Dit zijn ook demomenten waarop ik verzucht: als iedereen zich nou gewoon eens evennetjes zou gedragen ... Dat zou enorm schelen, zegt mevrouw Beckermanbuiten de microfoon. Dat deel ik compleet met haar. In die gebrokenschepping, zeg ik dan maar, en er zijn een aantal mensen die nu met mijmee knikken, moeten wij proberen met elkaar de weg te vinden.De voorzitter:Met die woorden gaan we naar het volgende blokje: de financiëleregeling.Minister Keijzer:Dit is echt een verzuchting van me. «Potverdikkie», zou ik bijna willenzeggen, maar goed.De financiële regelingen: het realisatiestimulansfonds, betrouwbare koop,flex, aandachtsgroepen en investeringsklimaat. Wat is de stand van zakenbij de uitwerking van de realisatiestimulans vraagt de heer Flach. Dierealisatiestimulans werk ik momenteel uit. Hierbij wordt ook uw motiemeegenomen over wat het beste moment van uitkeren is, voor een zoeffectief mogelijk instrument, gegeven de incidentele middelen die er zijnen met een minimale verantwoordingsplicht, want elke euro die je gaatbesteden aan administratie, wordt niet besteed aan vierkante meterswonen. In het voorjaar zal ik uw Kamer informeren over de nadereuitwerking hiervan.Mevrouw Vedder vroeg aan mij: krijgen woningen die eerder een bijdragevan het Rijk hebben gekregen voor bijvoorbeeld de Woningbouwimpulsstraks ook een bijdrage via de realisatiestimulans? De realisatiestimulansis alleen een bijdrage aan het realiseren van betaalbare woningen.Projecten die al een bijdrage van de Woningbouwimpuls hebbenontvangen, zouden nu zonder extra subsidie van start moeten kunnengaan, dus het antwoord op de vraag is nee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132342 Ziet de Minister mogelijkheden om bij locaties in dorpen of middelgrotesteden de locatie een boost te geven daar waar de WBI niet van de grondkomt? We weten allemaal wat een langdurig en wispelturig procesgebiedsontwikkeling is, daarom debatteren we immers zo vaak met elkaar.Financiële haalbaarheid is een belangrijke voorwaarde, vandaar ook al diefinanciële instrumenten. Maar ook met een sluitende businesscase is hetniet altijd zo dat er snel gebouwd wordt, zoals in Nijkerk. In zulke gevallenga ik met gemeenten in gesprek over de reden hiervoor.Met de inzet van het Expertteam Woningbouw wordt de haalbaarheidverbeterd, bijvoorbeeld door de gesprekken tussen stakeholders vlot tetrekken of parallel te gaan plannen. Er zijn ook verschillende Woontopaf-spraken daarover, bijvoorbeeld dat parallel plannen gewoon een van devoorwaarden wordt voor rijkssubsidie. We weten dat het werkt, het iseerder vertoond, doe het dan ook. Maar niets menselijks is ons allenvreemd: als we een experiment gedaan hebben, zijn we blij dat het eensucces is en vervolgens gaan we weer over tot de orde van de dag. Zozitten we allemaal in elkaar en dat moeten we dus een boost gaan geven,in de woorden van mevrouw Vedder.Wat ook gaat helpen, is de Landelijke Versnellingstafel Woningbouw.Waarom stagneert iets? Als dat is om een reden waarover we bij deWoontop hebben afgesproken dat we dat niet meer zouden doen, kom ikop een gegeven moment op de koffie, samen met het instrumentariumdat u mij al heeft gegeven of nog gaat geven in het kader van de Wetregie.Waarom blijven de aanvragen voor de Stimuleringsregeling flex- entransformatiewoningen achter, ondanks alle aanpassingen die al zijngedaan? Door het vorige kabinet zijn de voorwaarden voor de SFTaangescherpt. Ik heb geconstateerd dat dat resulteerde in een forseafname van de aanvragen. Ik heb dus de voorwaarden weer verruimd.Daarmee ben ik tegemoetgekomen aan de wensen van gemeenten encorporaties, waardoor ik een toename verwacht van de aanvragen.Gemeenten zijn hier ook van op de hoogte. Concreet krijgen gemeentennu anderhalf jaar om de bouw te starten, in plaats van een jaar om dewoningen te realiseren, en de bijdrage per woning is verhoogd van€ 7.800 naar € 14.000. Ook is het mogelijk om een bijdrage te krijgen vooroptoppen.Kan de SFT ook worden ingezet voor winkelgebieden, vraagt de heerFlach. Gemeenten konden al gebruikmaken van de SFT voor winkel-panden. De voorwaarden hiervoor zijn versoepeld. Daarnaast kan ook detransformatiefaciliteit worden ingezet. Dit is een revolverend instrumentwaarmee leningen aan ontwikkelaars worden verstrekt. Bij de Najaarsnotais onlangs 70 miljoen toegevoegd aan de transformatiefaciliteit, waardoorhet totale budget uitkomt op 150 miljoen. Samen met de collega vanEconomische Zaken bekijken wij hoe we meer gemeentes kunnenstimuleren. Er zijn overal in Nederland pareltjes van voorbeelden hoe jewinkelgebieden transformeert en een boost geeft door het toevoegen vanwoningen.De ChristenUnie vroeg het volgende aan mij. Maar liefst 21% van delopende projecten van de laatste tranche van de Regeling huisvestingaandachtsgroepen dreigt niet volgens de afspraak uitgevoerd te worden.Hoe komt dat en hoe kan je bijsturen? Het klopt dat voor een deel vandeze RHA-projecten binnen twee jaar geen onomkeerbare stappen zijngezet. Projectaanvragen worden in een vroeg stadium gedaan, waardoordiverse onzekerheden en ontwikkelingen de planning kunnenbeïnvloeden. De verwachting is dat deze projecten de afgesprokenopleveringsmomenten wél zullen halen. Dit hou ik nauwlettend in degaten door voortgangsgesprekken met de gemeenten te voeren en waarnodig het zojuist al genoemde RVO-Expertteam Woningbouw in te zetten.Hoe staat het met de nieuwe RHA-tranches naar aanleiding van deamendementen van de heer Grinwis? Dank voor die amendementen; datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132343 zeg ik maar weer een keer. Wanneer gaan die tranches open? Ik streefernaar deze laatste en extra tranches nog deze maand in consultatie tebrengen, zodat het loket voor aanvragen in juni wordt geopend.Mevrouw Welzijn van de fractie van NSC vraagt mij wat ik kan zeggenover de gesprekken die na de Woontop zijn gevoerd met de Pensioenfede-ratie. Naar aanleiding van de afspraak met investeerders ben ik samenmet de Staatssecretaris van Financiën aan de slag gegaan met eenonderzoek naar het investeringsklimaat voor middenhuurwoningen. Voordit onderzoek zullen onderzoekers spreken met een begeleidingscom-missie met marktpartijen, vertegenwoordigers van mijn ministerie, hetMinisterie van Financiën, medeoverheden, het CPB, De NederlandscheBank en onafhankelijke experts. Vorige maand kwam deze begeleidings-commissie voor het eerst bij elkaar. Ook de Pensioenfederatie en hetVerbond van Verzekeraars zijn vertegenwoordigd in de begeleidingscom-missie.De VVD en de ChristenUnie vragen mij: waarom wil de Minister niet ingesprek met de NHG over het vullen van het Nationaal FondsBetrouwbare Koopwoningen? Het fondsvermogen van de NHG is betaalddoor consumenten die een NHG-hypotheek hebben afgesloten. Dit isbedoeld om mogelijke restschulden van deze consumenten af te dekken.Het voor andere doelstellingen inzetten van het fondsvermogen van deNHG past niet bij het risicoprofiel van de NHG. Het wordt zorgvuldig engespreid belegd om de risico’s beperkt te houden. Hoe blij ik ook ben metuw steun voor het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen, het pastniet bij investeringen vanuit het NHG-fonds.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat u aan het einde bent gekomen van het blokjefinanciële regelingen. Ik zag de heer Peter de Groot als eerste, daarna deheer Flach en dan mevrouw Welzijn.De heer Peter de Groot (VVD):Nog even een vraag over het mogelijk kunnen aanwenden van een deelvan de NHG-reserve, want die is heel groot. Het was dus vanuit datprincipe bedacht. Het gaat niet om het hele vermogen. Dat lijkt me nietslim, want de NHG heeft inderdaad wat af te dekken. Ik zou de Ministertoch willen vragen om minimaal het gesprek met de NHG te voeren, overhoe zij hier zelf naar kijken en of zij misschien ook zelf met voorstellenkunnen komen over wat zij wel of niet zouden kunnen doen voor ditfonds. Dat is eigenlijk de vraag aan de Minister.Minister Keijzer:Natuurlijk wil ik deze vraag stellen aan de NHG. Als dat de vraag is, wil ikdat doen, maar ik hou wel van het temperen van verwachtingen. De redenwaarom ik hier terughoudend in ben, heeft te maken met wat ik u zojuistzei. Maar ik wil met alle liefde aan de NHG vragen hoe die hiernaar kijkt.Vervolgens heb ik ook altijd te maken met het risicoprofiel. Je moet goedin de gaten houden dat je niet in problemen komt als het op een gegevenmoment, bijvoorbeeld door een crisis, anders loopt dan gedacht.Voorzitter. Dan het kopje ...De voorzitter:Helder.Minister Keijzer:O, excuus.De voorzitter:De heer Flach heeft ook een interruptie. Ik wil het woord dus aan de heerFlach geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132344 De heer Flach (SGP):Ik heb even een checkvraag. Heb ik de Minister goed beluisterd dat deStimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen nu al kan wordentoegepast om bijvoorbeeld leegstaande winkelpanden te transformerennaar woningen? Dat haalde mijn fractie niet uit de brief die de Ministerhierover had gestuurd. Maar de beantwoording leek positief, dus ik checkdat graag even.Minister Keijzer:Ja, als er maar woningen van gemaakt worden.De voorzitter:Volgens mij is de heer Flach een gelukkig mens met dit antwoord. Dan ishet woord nu aan mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Ook nu ben ik weer ontzettend blij met het antwoord van de Minister. VoorNieuw Sociaal Contract en veel andere partijen hier, denk is, zijn depensioenfondsen en de Pensioenfederatie echt behoorlijk interessantegesprekspartners. Wat ik mij wel afvraag, is of de Staatssecretaris en deMinister ook iets in de achterzak hebben zitten als het gaat om hetinvesteringsklimaat in bredere zin.Minister Keijzer:De vraag is wat mevrouw Welzijn dan precies zou willen dat er in dieachterzak zit. Er zit ook weleens een koffiebon in, maar ik denk niet dat zedat bedoelt. O, koffiedrinken? Koffiedrinken, zeker. Dan gaan we dat doen.De voorzitter:De vraag is beantwoord met een bijzonder antwoord: er wordt koffiege-dronken. Dan kunnen we verder met het volgende blokje, dat volgens mijgaat over woningbouw voor specifieke doelgroepen.Minister Keijzer:Om te beginnen, ik weet niet precies wie zei – het is misschien ook maargoed dat ik het vergeten ben – dat jongeren niet welkom waren op deWoontop. Het tegenovergestelde is het geval. Ik heb op de Woontop zelfsgesproken met woningzoekenden die in ieder geval in mijn boekje onderde categorie jongeren vallen. Er is een kalender aangeboden waar velejongeren op staan. Elke dag scheur ik een blaadje af en kijk ik weer in hetgezicht van een woningzoekende die wanhopig op zoek is naar een plekje.Soms zijn het ouderen, maar heel vaak ook jongeren. De Woontop gingonder andere ook over jongeren. Ik denk dat het goed is dat ik dit nogeens heel nadrukkelijk zeg. In de aanloop naar de Woontop is er ook eengesprek gevoerd met de Woonbond. Ik heb zelf ook nog gesproken meteen jongerenalliantie, waarbij ik gewoon de wanhoop voelde die zijhebben. Het tegenovergestelde is dus het geval.Tegelijkertijd zijn woningen die we gaan bouwen voor starters niet veelanders dan andere woningen. Daarom is het niet zinvol om specifiekewoningbouwaantallen op te nemen voor starters. Niet elke starter wil ineen sociale huurwoning, om maar iets te noemen; die wil iets kopen.Daarvoor geldt weer dat gemeenten dat uiteindelijk moeten realiseren. Jehebt ook nog de categorie starters die student zijn. Die willen eenstudentenwoning hebben, een studentenkamer in een gemeenschappe-lijke studentenflat. In afspraak 17 van de Woontop staat dat corporaties enmarktpartijen ernaar streven versneld 25.000 studentenkamers terealiseren. Ik denk dat ik hiermee wel duidelijk ben geweest over hoebelangrijk deze groep is, al was het maar omdat ik zelf nog een paarstarters heb die op zoek zijn naar hun eigen plekje onder de zon, maar datvolledig terzijde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132345 De fractie van de ChristenUnie vroeg of ik een update kan geven over hetbouwen van ouderenwoningen en zorggeschikte woningen. Bouwen voorouderen heeft mijn volle aandacht en die van de Minister van VWS. Wijzijn ook samen op pad om dat voor elkaar te krijgen. Wij zijn voornemensom op korte termijn een voortgangsbrief te sturen. De planning is: voorhet meireces. Mijn voorganger heeft in de brief van 8 februari 2024aangegeven hoe hij invulling geeft aan het dementievriendelijk bouwenvan zorgwoningen. We sturen daar op verschillende manieren op,bijvoorbeeld door in de subsidieregeling te wijzen op de noodzaak omdementievriendelijk te bouwen en door het delen van handreikingen eninstrumenten die daarvoor nodig zijn. Ook hebben we in het kader van dewoondeals aan alle gemeenten gevraagd om woonzorgvisies op testellen, zodat elke gemeente nadenkt over wat er in de desbetreffendegemeente nodig is aan zorgwoningen, waaronder woningen voorouderen.Kan de Minister inzetten op een uniforme landelijke aanpak voordoorstroom van ouderen? Ik was blij met het interruptiedebatje met deheer Vijlbrief, die in mijn ogen helemaal niet zo oud is. Zo zie je maarweer: het is allemaal een kwestie van perspectief. Hij gaf aan dat hij nietbedoelt om mensen hun woning uit te dwingen, want dat zou al te barzijn. Het is goed om dat hier te zeggen. Wat wel soms helpt, is dat jemensen helpt die stap te zetten. Zeker als je al 20, 30 jaar in een woningzit, daar kinderen hebt gekregen die daar opgegroeid zijn en uitgevlogenzijn, is dat een grote stap. Dan kan het gewoon helpen – dat doengemeenten en corporaties ook – om daar verschillende instrumenten voorin te zetten, zoals doorstroommakelaars, verhuiscoaches en financiëleregelingen om te verhuizen naar een passende woning wanneer mensendaar zelf de middelen niet voor hebben. Want als je een prachtige woningverkoopt voor een tonnetje of zes, lijkt het mij zonde om daar eenverhuisvergoeding voor in te zetten, maar dat is mijn mening. Ik vind hetbelangrijk dat gemeentes daarmee aan de slag gaan. Daarom is dedoorstroomaanpak een onderwerp in de volkshuisvestingsprogramma’sdie zijn opgenomen in de Wet regie, die nu in uw Kamer ligt. Nationaleprestatieafspraken kennen een inspanningsverplichting voor eendoorstroomaanpak. Deze kan het beste worden afgestemd op de lokalesituatie, de lokale woningvoorraad en inwoners. Daarom ben ik geenvoorstander van een uniforme landelijke aanpak, maar stimuleer ikgemeenten en corporaties wel om dat te doen.Hoe kijk ik naar de potentie van knarrenhofjes, vroeg mevrouwWijen-Nass van de BBB aan mij. Ik ben het met mevrouw Wijen-Nass eensdat het concept een heel mooi voorbeeld is van een woonvorm waarouderen samen kunnen wonen in een bekende omgeving. Samen met deMinister van VWS ondersteun ik de ontwikkeling van dergelijke geclus-terde en zorggeschikte woningen. Stichting Knarrenhof helpt ouderen omals collectief te bouwen. Het is dan ook logisch dat deze ouderen zichdaarvoor kunnen inschrijven. Er zijn naast deze knarrenhofjes ook anderegeclusterde woonvormen waar ouderen kunnen gaan wonen en waarvoorze zich niet hoeven in te schrijven.Voorzitter. Ik ben nog op zoek naar hoe dit zich verhoudt tot vrijkomendestallen. Ik heb nog niet helemaal zicht op hoe in de verschillendeprovincies daarmee omgegaan wordt en of provinciale regelgevingonnodig beperkend is, maar daar ga ik op een gegeven moment ookduidelijkheid over verschaffen.Mevrouw Vedder vroeg: kan de Minister onderzoeken wat het afschaffenvan de AOW-korting bij samenwonen kan opleveren aan woonruimte? DeMinister van SZW onderzoekt de maatschappelijke kosten en baten vanhet aanpassen van het partnerbegrip in de AOW. Het onderzoek is naarverwachting voor de zomer van dit jaar afgerond, maar ook dit heeftnatuurlijk een financieel plaatje.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132346 De voorzitter:Dank u wel. U zei dat u dat de Kamer zal informeren over de kwestie vanvrijkomende stallen. De vraag is dan: wanneer?Minister Keijzer:Dat vind ik nog even lastig, want dit vergt wel iets. Dan moet je dus ookachterhalen hoe dat in al die verschillende provincies zit. Dat vind ik tocheven lastig. Ik kom er in tweede termijn op terug.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even of er interrupties zijn over het blokjewoningbouw voor specifieke doelgroepen. Ja, ik zie mevrouw Vedder. Dankrijgt u het woord, mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):Ik had ook een vraag gesteld over de conceptbeleidsregel over meergene-ratiewonen, waar een aangenomen motie over ligt. Daar was ik evenbenieuwd naar. Ik kom nog even terug op de kostendelersnorm. Wat mijbetreft zou je dat niet alleen moeten bekijken bij de AOW. De motie-Palland vraagt om in een veel bredere context te kijken naar wat demaatschappelijke baten zijn van het loslaten van de kostendelersnorm, losvan dat er ook kosten zijn; daar ben ik me van bewust.Minister Keijzer:Volgens mij heb ik net ook gezegd dat er een maatschappelijke kosten-batenanalyse komt. Dat doet de Minister van SZW, maar ik stel mij zo voordat dit een onderdeel daarvan is. Hij zal zich, net als ik, moeten verhoudentot aangenomen Kamermoties. Maar het is wel een onderwerp dat in decommissie voor SZW thuishoort, dus ik kan daar nu niet zomaar antwoordop geven. Ik weet namelijk niet precies hoe hij hier vorm en inhoud aangeeft.Er was een vraag over de premantelzorgwoningen. Ik wil de premantel-zorgwoningen stimuleren. Ik wil het dus vergunningvrij maken dat er inachtertuinen woningen komen voor familieleden. Dan heb je ook geenmantelzorgverklaring meer nodig. Wat je vervolgens in die woning doet,is dan aan jezelf.De voorzitter:Volgens mij is die voldoende beantwoord, toch? Nee, ik zie dat mevrouwVedder toch nog een vraag heeft.Mevrouw Vedder (CDA):Wanneer kunnen we daar meer over verwachten?Minister Keijzer:Ik ben bezig met het vormgeven van die instructieregel. Die kan ik dewereld insturen als u de Wet regie heeft behandeld, en bij voorkeur ookheeft geaccordeerd, want dan kan ik het aan uw Kamer voorleggen. Datbesluit hangt namelijk onder dat wetsvoorstel. Als het wetsvoorstel isaangenomen, zal het besluit bij beide Kamers worden voorgehangen.De voorzitter:Volgens mij zijn er dan geen vragen meer over dit blokje. Dan gaan wenaar het blokje versnellen, regie en locaties.Minister Keijzer:Ja, voorzitter. Een tijdje geleden heeft er, ik geloof in het magazine dat bijHet Financieele Dagblad zit, een artikel gestaan over waar mensentegenaan lopen. Misschien stond het in De Telegraaf; het was een van detwee. U begrijpt wat ik lees op zaterdagochtend. Het was een heel verhaalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132347 over waar mensen tegenaan lopen als ze zo’n mantelzorgwoning willenrealiseren. Voorwaar, dat is geen sinecure, dus laten we dat met elkaareen stukje makkelijker maken. Dat scheelt ook weer ambtelijke capaciteit;zo moet u het maar zien.Voorzitter. Dan kom ik nu bij het kopje versnellen, regie en locaties. Tothoeveel woningen tellen de doorbraaklocaties op? Bij de Woontop, indecember van vorig jaar, hebben we afgesproken dat we twintig kansrijkegebieden gaan selecteren voor een doorbraakaanpak, samen metgemeenten en marktpartijen, die moet bijdragen aan de versnelderealisatie van minimaal 100.000 woningen. Aan de uitwerking hiervan benik momenteel, samen met NEPROM en Aedes, aan het werk. Ik verwachtuw Kamer eind april of begin mei te informeren over de shortlist vanlocaties die hiervoor in beeld zijn.Voorzitter. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat er meer betaalbarekoopwoningen komen? Dat is een terechte vraag, die de heer De Groot enmevrouw Vedder aan mij stelden. Toen ik aantrad, was ik eigenlijk bestwel verbaasd over het feit dat het altijd over huur ging. Als je kijkt naar debehoefteonderzoeken van ABF – dat is de goede; ik gooi af en toe watafkortingen door elkaar – zie je dat er veel meer mensen op zoek zijn naareen betaalbare koopwoning dan naar een betaalbare huurwoning. Waar ikvandaan kom, is dat een «duh». Maar blijkbaar is dat niet altijd eenvanzelfsprekend onderwerp van discussie geweest.Het doel, zoals dat ook is neergelegd in de Wet regie en in het hoofdlijnen-akkoord, is dat twee derde van de te realiseren woningen betaalbaarmoeten zijn voor de lagere- en middeninkomens. Dat gaat ook overkoopwoningen. De wettelijke verankering zit dus in die Wet regie, met eenbovengrens voor betaalbare koopwoningen. Die bovengrens is inmiddels€ 405.000. Dat is een smak geld die heel veel mensen zich helemaal nietkunnen veroorloven. Daarom ben ik ook zo blij met uw steun voor hetNationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen, die dit voor mensen meerbinnen bereik maakt.De gewenste samenstelling van huur- en koopwoningen in het middens-egment moet lokaal bepaald worden. Dit hangt ook ontzettend af van water nodig en mogelijk is in de desbetreffende regio. Gemeenten kunnensturen op de bouw en de instandhouding van betaalbare koopwoningenvia het omgevingsplan en via privaatrechtelijke overeenkomsten, waarvanook non-speculatiebedingen onderdeel moeten uitmaken. Je wil gewoonniet in de situatie komen dat iemand ingeloot wordt en zijn gesubsidi-eerde woning meteen weer met flinke winst verkoopt. Dat is de bedoelingniet.Voorzitter. Wat ga ik doen aan lange vergunningsprocedures? Ookhierover hebben we het vorige week echt uitgebreid met elkaar gehad.Daar wil ik het dus voor nu bij laten.Met het programma STOER ben ik echt bezig met sneller, meer engoedkoper bouwen. Ik heb een peek review gehad van waar diecommissie mee bezig is, en ik krijg daar ongelofelijk veel energie van.Heerlijk. Wij doen hier natuurlijk bijna niets anders dan nieuwe regelsbedenken, maar regels schrappen is eigenlijk minstens zo leuk. Daar hebik straks uiteraard wel uw steun bij nodig, maar volgens mij komt dat welgoed.Over parallel plannen heb ik zonet al het een en ander gezegd. Opschalingdaarvan gebeurt middels standaardisatie, kennisdeling en beleidsmatigeen organisatorische inbedding. Ik organiseer de komende maandenkennissessies, ook met de VNG, om medewerkers die actief zijn op teleiden in deze methode. Dus ja, ik ga het afdwingen via een subsidiere-geling, maar ik wil ze natuurlijk ook helpen om het voor elkaar te krijgen.Voorzitter. Over de nieuwe buitenstedelijke doorbraaklocaties heb ik hetvolgens mij ook al gehad ... Nee, dit gaat over de motie van de heer DeGroot voor nieuwe buitenstedelijke doorbraaklocaties na 2030. Ik heb diemotie ontraden, en toch trekken de heer De Groot en ik aan dezelfde kantTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132348 van het touw. Wat mij betreft moet de focus liggen op het realiseren vande huidige afspraken, waarvan al een groot deel buitenstedelijk is. Erlopen een aantal trajecten die raken aan de motie. Deze zijn het opstartenvan een doorbraakaanpak, waarover ik net al wat gezegd heb, en hetaanwijzen van enkele potentiële nieuwe grootschalige woningbouwlo-caties in de Nota Ruimte. Het is een illusie om te denken dat we hetbinnenstedelijk voor elkaar gaan krijgen als we toegroeien naar 20 miljoenmensen. En dan hebben we al echt ons best gedaan voor het beperkenvan migratie. Ook zijn we de woondeals nog aan het actualiseren endoorontwikkelen. Wat is er nodig voor na 2030? Daar moet ook overnagedacht worden door gemeentes. Dat voelt af en toe een beetje als«laten we vooral wat we nú al in de pijplijn hebben, zo snel als mogelijkrealiseren», maar regeren is vooruitzien, dus ook na 2030 moeten erlocaties zijn. De straatjes en wijkjes erbij zijn ook buitenstedelijk.Voorzitter, tot slot. De heer Vijlbrief vroeg naar de investeringen in hetopenbaar vervoer. Hij heeft helemaal gelijk. Als jij grootschalig wilt gaanbouwen, moet je ook nadenken over hoe je die locaties ontsluit. Deels zitdat geld al in de 7,5 miljard van het vorige kabinet. Daarnaast heb ik,samen met de collega van IenW, nog 2,5 miljard gekregen. Wij zijn daarnu mee bezig. Ik verwacht dat heel snel. Volgens mij gaan we aanstaandemaandag in de ministerraad proberen vast te stellen langs welke lijnen wijdie 2,5 miljard willen gaan besteden.Is dat genoeg, vroeg de heer Vijlbrief. Nee, dat is niet genoeg. Zeker als jegrootschalige woningbouwlocaties wilt gaan realiseren, heb je gewoonveel meer geld nodig. Daartoe heeft het kabinet eind december, in delaatste ministerraad, een onderzoeksopdracht vastgesteld voor eenontwikkelingsstrategie grootschalige infrastructuur. Dat heb ik vorigeweek ook al gezegd. Wat heb je daarvoor nodig? Hoeveel geld heb jedaarvoor nodig en hoe ga je dat uiteindelijk financieren? Daar proberenwij richting de Nota Ruimte duidelijkheid over te geven.De voorzitter:Ik inventariseer even. Ik zie de heer Vijlbrief en ik zie de heer Peter deGroot. Eerst is het woord aan de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Dank aan de Minister voor het antwoord. Het is natuurlijk begrijpelijk watik nu ga vragen. Mijn vraag kwam voort uit het feit dat ik weet datbijvoorbeeld de ontsluiting van Rijnenburg – zo heet het, dacht ik – bijUtrecht, heel veel geld kost, als je dat op een nette manier wilt doen. Endat weet de Minister ook, dat soort voorbeelden. Ik vroeg mij dit af. Zijzegt dat ze dat richting de Nota Ruimte gaat doen, maar dan zitten wevolgens mij verder in het jaar. Ik denk dat het fijn is om wat eerder van deMinister te horen over wat zij net vertelde over dat onderzoek. Dat wist ikeigenlijk niet en het verheugt me dat zij dat aan het doen is, maarwanneer kunnen wij daarover horen?Minister Keijzer:Dat is dan toch jammer. Ik heb dat afgelopen woensdag verteld, en dan zitde heer Vijlbrief gewoon niet naar mij te luisteren; dat is toch ongelofelijkeigenlijk! Maar het is u vergeven, zeg ik richting de heer Vijlbrief. Het is debedoeling dat we die Nota Ruimte, het ontwerp ervan, toch echt nog voorde zomer de wereld in sturen. Dan wil ik ook die duidelijkheid verschaffenover het uitzoekwerk dat we met elkaar gedaan hebben. Dus daar gaan wede Kamer over informeren.De voorzitter:Ik zie de heer Vijlbrief knikken. Dan het woord aan de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132349 Dank aan de Minister voor de beantwoording over die buitenstedelijkelocaties na 2030. Natuurlijk goed om te horen dat we aan dezelfde kantvan het touw trekken, laat ik daarmee beginnen. We praten ook weleensover locaties en dan is dat oude wijn in nieuwe zakken. Over Rijnenburgen zo praten we al vijf jaar in de Kamer. Dat is precies de reden waaromikzelf kwam met een aantal suggesties om daarbij mee te nemen:Amersfoort-Noord, Nijkerk-Zuid, maar ook Amsterdam-Noord boven deA10, dat ik heb genoemd in dat debat. Ik zou heel graag willen dat bij deuitvoering van die motie echt wordt gekeken naar nieuwe locaties. U komtvoor de zomer met de Nota Ruimte, met die locaties. Mijn motie riep ookop om voor de zomer met een nieuwe lijst potentiële buitenstedelijkedoorbraaklocaties te komen. Ik ga ervanuit dat die motie gewoonuitgevoerd wordt conform die verzoeken.Minister Keijzer:Aan de ene kant heb ik de actualisatie van de woondeals, waarover deKamer uiteraard geïnformeerd wordt. Aan de andere kant hebben we deNota Ruimte, waarover de Kamer uiteraard geïnformeerd wordt. Enrichting de zomer wil ik komen met een actualisatie van de uitwerking vande afspraken bij de Woontop, waar ook locaties in zitten. Dus bij elkaargaat de Kamer gewoon geïnformeerd worden. Deze Minister ziet gewoonde opgave die er ligt. Mevrouw De Vos had het in haar termijn over degroei van de Nederlandse bevolking. Er ligt een rapport van de Staats-commissie Demografische Ontwikkelingen met daarin een drietalscenario’s, waarmee we, als we gaan ingrijpen, de groei van de Neder-landse bevolking weten te beperken tot 20 miljoen. Het is dan een illusieom te denken dat je die hoeveelheid mensen kunt huisvesten binnen degrenzen van de bebouwde kom zoals die er nu liggen. Dat is gewoon eenillusie. Je zult buiten de bebouwde kom moeten gaan bouwen, en daarmoeten locaties voor worden aangewezen.Ik was afgelopen week in Hardenberg. Ik vond het mooi om te zien dat hetgemeentebestuur daar, dus ook in kleine dorpen maar ook dáár,mondjesmaat gewoon woningen toevoegt; soms in het dorp, somsdaarbuiten. En dat is op zichzelf natuurlijk ook helemaal niet erg. Degedachte dat het altijd fout is om buiten de bebouwde kom te bouwen... Ikzie dat niet, ik snap het niet. Als je kijkt naar de Nederlandse bevolking,naar mensen die zoals ik gewoon geboren en opgegroeid zijn op een stukweiland waar mijn opa nog op geboerd heeft... Dat is iets wat van alletijden is. En ja, je moet zuinig omgaan met je grond, dus waar je binnen-stedelijk kunt verdichten, wat betekent de hoogte in, moet je dat ook doen.Dat gebeurt ook, daar zit 70% van de opgave in. Maar buitenstedelijk zal jeook moeten gaan bouwen.De voorzitter:Hartelijk dank. We hebben nog twee blokjes over. Ik wil even wijzen op detijd. Het is inmiddels 17.00 uur. We hebben nog een halfuur. Ik zou deKamer graag een tweede termijn gunnen, dus laten we de antwoordenallemaal kort en krachtig houden. De vragen waren al kort, dus dat ginggoed. De heer De Groot heeft nog een interruptie.De heer Peter de Groot (VVD):Ik ben het helemaal eens met het betoog van de Minister, maar ik wil ookboter bij de vis. Ik vind dat we niet alleen maar naar herijkingen moetenkijken. Dat hoor ik de Minister ook niet zeggen, hoor. De Minister zegt ookheel nadrukkelijk: ik kom in de Nota Ruimte echt met locaties. Ik vind datwe concreet moeten worden. Nu is niet het moment. Dat moment zal danvoor de zomer zijn, wanneer we dat met elkaar bespreken. Een beetjeambitie voor na 2030, want voor we op die buitenstedelijke locatiesgebouwd hebben, zijn we heel wat jaren verder. Ik vind gewoon dat wemoeten zeggen: pak Amsterdam-Noord boven de A10 mee, pakTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132350 Amersfoort-Noord. Ik ben heel erg van: waar gaan we dat dan doen? Dankan Nederland zich er ook alvast een beetje op voorbereiden. Ik vind datwe dat soort uitspraken gewoon met elkaar moeten doen, dat we dieruimte nodig hebben om door te kunnen bouwen.De voorzitter:Ik hoorde niet echt een vraag, maar meer een verzoek.Minister Keijzer:Het is en-en-en. Ik moest even wat eten, want anders ga ik van mijngraatje. Excuus daarvoor. Het is echt en-en-en. Om speculatie niet in dehand te werken moet je geen locaties noemen die nu nog niet terdiscussie staan en die nooit eerder onderwerp van gesprek zijn geweest.Daarbij moeten we ons ook realiseren dat er geen stukje grond is inNederland dat niet al een keer van hand tot hand gegaan is. Als het gaatom doorbraaklocaties, dat zijn locaties waar gedoe over is. Daar wordt nuover gesproken en een broedende kip moet je niet storen. Dat is waaromik daar voorzichtig mee ben. Dat is de voorzichtigheid die u bij mijbeluistert. Maar we trekken echt allemaal – dus niet alleen de heer DeGroot en ik, maar allemaal – aan hetzelfde touw, namelijk locaties,bouwen en een beetje snel.De voorzitter:Helder. Dan wil ik nu graag door naar het volgende blokje en dat isstikstof.Minister Keijzer:Ja, dan heb ik stikstof. Wat is het toch jammer dat we blijkbaar nog steedsin een discussie zitten waarin we boeren tegenover bouwen zetten. Ik vindhet echt eeuwig zonde. Als je kijkt naar wat er aan de hand is in de wereld,moeten wij zuinig zijn op onze agrarische sector. Dat zijn degenen die onsvoeden. En denken dat we zonder kunnen omdat het buitenland het welvoor ons kan oppakken – ik heb bijvoeglijke naamwoorden in mijn hoofd,maar die ga ik niet gebruiken – vind ik gewoon onverstandig. We moetendus gaan kijken of er oplossingen te bedenken zijn om dit vlot te trekkenmet elkaar.Met de beste bedoelingen zijn er keuzes gemaakt in het verledenwaardoor we nu in de situatie zitten waarin we zitten. Ik ben zeer, zeergemotiveerd om dit vlot te trekken, samen met mijn collega’s in hetkabinet. Dat is niet alleen de Minister van LVVN, maar ook de Minister vanIenW, de Minister van Defensie en ikzelf als het gaat over woningbouw. Ikkan daar nog veel en veel meer over zeggen. U kent de Kamerbrief waarinstaat langs welke sporen wij dit doen. Die zijn ook alle vier evenbelangrijk, namelijk kijken naar het wettelijk systeem, kijken welkemaatregelen er nodig zijn om de emissies naar beneden te brengen, kijkenwat er nodig is in spoor 3 ten aanzien van de terugwerkende kracht dievoortvloeit uit de uitspraak van Raad van State en kijken wat er eventueelnog te doen is in het Europese spoor. Dat alles bij elkaar om Nederland uitdeze vreselijke situatie te krijgen. Hier is niemand bij gebaat; naar mijnovertuiging ook de natuur niet, die ook belangrijk is voor ons allemaal.Want als je ergens woont, wil je ook een mooi natuurgebied in kunnen.De voorzitter:Volgens mij bent u klaar met het blokje. Ik heb al vier interruptiesgenoteerd. Ik begin even bij mevrouw Vedder. Daarna heb ik mevrouwBeckerman. Ik heb ook de heer De Hoop en de heer Vijlbrief genoteerd.Mis ik dan iemand? Ja, de heer Grinwis. Dan wil ik beginnen bij mevrouwVedder.Mevrouw Vedder (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132351 De Minister begon het stikstofblokje er net mee dat het zo jammer was dater weer boeren tegenover huizen worden gezet, maar dat is volgens mijnou net niet gebeurd in deze commissie. Daar was ik eerlijk gezegd heelerg blij mee. Of ik moet een stukje gemist hebben. Dat kan natuurlijk, wantik zat net bij het debat over Groningen. Als boerin wil ik in ieder gevalzeggen dat de oproep van mijn kant, en ik vermoed ook van de kant vande heer Grinwis, die een enorme binding heeft met de landbouw, juist isdat boeren net zo hard zitten te springen om een oplossing uit ditstikstofdrama als iedereen die graag een dak boven zijn hoofd wil hebben.Ik hoor nog niet heel duidelijk van de Minister hoe zij zich in de uitge-breide commissie-Schoof neerzet om tot een oplossing te komen. Dat isnamelijk wel nodig.Minister Keijzer:Met alles wat in mij zit. Nederland zit op slot. Allerlei dingen die belangrijkzijn, die wij belangrijk vinden met elkaar, zoals voedselzekerheid,woningbouw, defensie, industrie, economie en natuur, zitten op slot. Alleszit op slot. Ik noem twee voorbeelden. Het is inmiddels zelfs zo erg dat eenboer die wil stoppen, geen sloopvergunning krijgt. Zo gestoord is hetinmiddels. De renovatievergunning van het Binnenhof staat ter discussievanwege intern salderen. Toen ik dat hoorde, ging bij mij het licht uit. Erverandert daar niks. We renoveren daar de tent. Het enige wat daarverandert, is dat er meer mensen naartoe komen doordat de bevolkinggroeit. Dat staat ter discussie. Dat zijn twee voorbeelden van de situatiewaarin wij zitten.Op zichzelf was iedereen die het stikstofdossier een beetje kent, nietverbaasd over het kaartje van Bouwend Nederland. Hoe dichter je bij eenstikstofgevoelig Natura 2000-gebied bent, hoe groter het probleem is omlos te trekken. Dat betekent tegelijkertijd dat hoe verder je van stikstofge-voelige natuur bent, hoe minder groot het probleem op het gebied vanstikstof is. Alsof dat de enige drukfactor is, trouwens! Dat hebben we metelkaar zo georganiseerd, met goede bedoelingen, daar doe ik niks aan af.Met alles wat in mij zit, heb ik inmiddels doorgrond ... Nou ja, het zouarrogant zijn om het zo te zeggen, maar ik heb inmiddels in grote lijnenduidelijk waardoor wij in deze situatie gekomen zijn. Met de collega’s inhet kabinet gaan wij nu dus kijken hoe wij hieruit kunnen komen.Ten aanzien van de woningbouw gaat de aanpassing van de rekenkundigeondergrens helpen. Dat is eerder in een motie van de heer Holman doorde Kamer uitgesproken. Ik meen dat dat ook een motie van mevrouwVedder was, maar dat weet ik niet meer zeker. O nee, dat was de motie-Holman/Hertzberger. Volgens mij is die bijna unaniem aangenomen. Het isdus echt te hopen dat de Raad van State daar snel mee komt, want datgaat een heleboel zaken vlot trekken.Voorzitter. Een aantal woordvoerders hadden het over geitenpaadjes. Nee,dat station is gepasseerd. We zullen fundamenteel moeten bekijken, datzijn we ook aan het doen, hoe we hier gekomen zijn, en nog veelbelangrijker, hoe wij hier weer uit gaan komen, samen met al de sectorendie belangrijk zijn in Nederland. Mijn motivatie zit op twee dingen: wathebben we elkaar aangedaan en hoe kunnen we Nederland zo snel alsmogelijk van het stikstofslot halen, zodat die woningen weer gebouwdkunnen gaan worden en de wegen om die te ontsluiten weer neergelegdkunnen gaan worden?De voorzitter:Helder. Ik kijk even naar de klok. Het is inmiddels 17.08 uur. We hebbennog vier interrupties. Die wil ik ook graag toestaan, maar we moeten echtkorter zijn. Dat geldt zowel voor de vragen als voor de antwoorden. Dangaan we nu naar mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman?Mevrouw Beckerman (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132352 Excuus, ik probeerde te horen wat de heren naast mij zeiden. Ik zie eenhele bevlogen Minister, die het wil oplossen. En toch heb ik het gevoel datdit het antwoord is van zevenenhalve week geleden, op het stukje over derekenkundige ondergrens na. Daarover hebben wij als landbouwwoord-voerders een debat hebben gehad. We weten ook dat dit alleen maar kanals er een heel groot pakket naast ligt. Kan de Minister nu al meer zeggen?Want het zijn gewoon 244.000 woningen die op slot zitten en niet kunnenworden gebouwd. Kan de Minister nu al meer zeggen? Zo niet, wanneerdan wel? Is het maandag of is het... Nou, dat is de vraag.Minister Keijzer:Ik heb net antwoord gegeven. Er kan ook een hele hoop wel. Dat heb iknet ook gezegd. Voor de rest is dit geen stikstofdebat en is het ook nietaan mij om een stand van zaken te geven ten aanzien van waar deministeriële commissie aan werkt. Ik kan daar op dit moment dus gewoonniet op ingaan. U zult daar echt nog even geduld voor moeten hebben, ofpremier Schoof of mevrouw Wiersma, de Minister van LVVN, op moetenbevragen. U heeft aan mij gevraagd hoe ik in dit dossier zit. Daar ben ikduidelijk over geweest. Ten aanzien van de woningbouw heb ik ookrichtingen aangegeven waar de oplossing op de korte termijn kan liggen.Mevrouw Beckerman (SP):Maar zeggen dat dit geen stikstofdebat is, is natuurlijk zeer problematisch.Dit debat heet namelijk letterlijk Woningbouwopgave. 244.000 woningenkunnen nu niet worden gebouwd. Dus hoe we het ook wenden of keren,helaas is dit wel een stikstofdebat. Ik probeer het toch nog één keer, wantde Minister zegt nu: u moet wachten op de commissie. Komt datmaandag? Er is tegen de Kamer gezegd: binnen acht weken. Die termijnloopt maandag af. We weten dat er maandag een ministerraad is. Komtdat maandag of is daar echt niks over te zeggen?Minister Keijzer:Ik heb erover gezegd wat ik erover gezegd heb. Het is niet aan mij omdaar nu mededelingen over te doen. Daarvoor zult u echt het debat aanmoeten gaan met en een verzoek moeten doen aan de Minister van LVVNof de Minister-President. Zij zijn degenen in het kabinet die als eerste deKamer hierover informeren.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het moet mij toch wel van het hart dat het mij een beetje stoorde dat deMinister hier een tegenstelling agendeerde terwijl die niet uit decommissie kwam. Er zijn een aantal vragen gesteld over wat voor keuzesje maakt binnen de schaarse stikstofruimte. Mijn fractie vroeg: zet jewonen dan op één? Daar heb ik vier, vijf vragen over gesteld en geenantwoord op gekregen. Ik denk ook niet dat het toeval is dat stikstof hetlaatste blokje is. Ik denk namelijk dat de Minister het hier gewoon nietover wil hebben en deze keuzes niet wil maken. Ik verwacht van dezeMinister dat zij in de gesprekken met de Minister-President en de Ministervan Landbouw wonen op één zet. Op de deelvragen die ik gesteld heb,krijg ik geen antwoord, maar ik mag toch hopen dat de Minister begrijptdat dit zo’n belangrijk onderdeel is, ook van dit woningbouwopgave-pakket, omdat het over zo veel woningen gaat en omdat we in dieschaarse stikstofruimte zitten.Minister Keijzer:Ik had het net in algemene termen over het tegenover elkaar zetten vansectoren, maar het was precies de heer De Hoop die aan mij vroeg omduidelijkheid te verschaffen over vliegtuigen versus huizen of koeienversus huizen. Daar heb ik over gezegd wat ik daarover gezegd heb: ikvind dat jammer. Ik betreur dat gewoon. Dat staat nog los van het feit datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132353 wonen niet een op zichzelf staande activiteit is. Mensen werken, hebbenbanen nodig. Mensen willen op vakantie. Mensen gaan soms in vlieg-tuigen op vakantie. Mensen willen eten. Het zijn allemaal functies die indit land een plek hebben, een plek nodig hebben en wat mij betreft ookeen plek verdienen.Ik ben verantwoordelijk voor woningbouw. Ik ben samen met mijn collegavan IenW verantwoordelijk voor het zorgen dat er geld is om wegen neerte kunnen leggen en de ruimtelijke procedures voor die wegen te draaien.Dat is mijn verantwoordelijkheid. Die draag ik. Ik ben heel veel uren in deweek bezig om dat voor elkaar te krijgen. Maar ik kijk er wel integraal naar,holistisch zo u wil. Ik kijk er niet naar in de zin van: we stapelen een zooitjestenen op, daar mag iemand dan in wonen, twee derde betaalbaar, envervolgens is het klaar. Nee, al die andere functies hebben ook een plek inNederland nodig. Dat is mijn verantwoordelijkheid in het kader vanruimtelijke ordening. Daar hebben we vorige week met elkaar overgesproken. Dat is wat we met elkaar te doen hebben. Dat is ook waar umij op aan kunt spreken. Maar het is niet aan mij om hier mededelingen tedoen over de ministeriële commissie. Hoe betrokken ik daar ook bij ben,daarvoor ligt de verantwoordelijkheid bij de collega’s die ik net al twee ofdrie keer genoemd heb.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, een persoonlijk feit.De voorzitter:Dit is geen persoonlijk feit. We hadden het er net al even over. Dit is nietde definitie van een persoonlijk feit. Ik geef het woord aan de heerVijlbrief.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan een punt van orde, voorzitter. De Minister laat de context erbuiten enik vind dat zij daarmee op geen enkele manier recht doet aan de bijdragedie ik heb geleverd, omdat het over de schaarse stikstofruimte gaat. Als zijdat niet zegt, vind ik dat geen recht doen aan mij bijdrage.De voorzitter:Ik ga u even interrumperen. U heeft een tegenstelling neergelegd in uwbijdrage. Dat is op een bepaalde manier geïnterpreteerd, daar is eenreactie op gegeven. Ik wil graag verdergaan met het debat.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan doe ik het in tweede termijn, maar dit doet geen enkel recht aan mijnbijdrage.De voorzitter:Dat kan in de tweede termijn. Ik wil nu graag het woord geven aan de heerVijlbrief, die een interruptie heeft.De heer Vijlbrief (D66):Ik ga het maar doen in de vorm van een constatering en niet van eenvraag, want de Minister gaat geen antwoord geven – dat is duidelijkgeworden – op de vraag die wij terecht hebben. Ik vind dat gewoon eenterechte vraag. Er verschijnt een artikel en in dat artikel staat: de stikstof-problematiek veroorzaakt echt een enorme deuk in het aantal woningendat je kunt bouwen. Het kabinet, waarvan de Minister vicepremier is, heeftacht weken geleden beloofd dat het met een stikstofstuk zou komen en wijstellen de volstrekt normale vraag aan de Minister van VRO wanneer datstuk gaat komen, omdat dat van belang is voor de woningbouw. En dangeeft het geen pas om een denkbeeldige vijand hier te gaan zitten creëren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132354 Geef gewoon antwoord op de vraag. Ik denk namelijk dat het antwoord is:het komt niet maandag.Minister Keijzer:Ik herhaal wat ik gezegd heb, voorzitter. Het is niet aan mij om dat met u tedelen. U overvraagt mij nu gewoon. De Minister van LVVN informeert deKamer. Ik begrijp dat u volgende week of de week daarna een debatgepland hebt. Het is gewoon niet aan mij om uw Kamer daarover teinformeren. Ik kan het niet mooier maken. Maar dat de betrokkenheid eris, daar is geen twijfel over mogelijk.De voorzitter:Dank u wel. Dan heeft de heer Grinwis nog een interruptie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, want met veel tromgeroffel en fanfaremuziek is op 24 januari 2025 deMinisteriële Commissie Economie en Natuurherstel ingesteld, met daarbijde mededeling van de Minister-President: binnen twee maanden willenwij met een pakket maatregelen komen om langs vier sporen metoplossingen te komen om Nederland weer onder andere van hetstikstofslot te krijgen qua vergunningverlening. Jarenlang was stikstof hetkleinste probleem voor de woningbouw. Grotere problemen warenpersoneelstekort, prijsstijgingen, te weinig vergunningen, te weiniglocaties, te weinig personeel, de decibelcratie, maar nu is stikstof een heelgroot probleem. Ik ben zo bang – ik denk dat dat de vrees is bij veel vanmijn collega’s die een interruptie hebben gepleegd – dat de MCEN geencommissie is die met oplossingen komt, maar dat het een beetje eenkletsclub is waarin geen keuzes worden gemaakt. Mijn dringende oproepaan de Minister is om op de kortst mogelijke termijn – het liefst volgendeweek, in aanloop naar het stikstofdebat op 2 april – als kabinet, natuurlijkonder verantwoordelijkheid van haar collega Wiersma, een brief naar deKamer te sturen over welke maatregelen op tafel liggen en waaraan wordtgedacht om Nederland weer van het stikstofslot te krijgen. Want ik ben zobang dat het alleen die rekenkundige ondergrens is. Als dat werkt, helptdat 99% van de bouwprojecten. Eens. Maar doordat die ook op ammoniakziet, ben ik zo bang dat het niet van de grond komt. Terwijl je als je hetpuur op NOx zou doen nog best een casus zou kunnen neerleggenwaarmee het juridisch uitkomt en waarmee je 99% van die woningen welgaat bouwen.De voorzitter:De Minister mag reageren.Minister Keijzer:Ja, daar zijn we met elkaar over bezig. Iedereen die mij ook maar een kleinbeetje kent, weet dat ik keuzes maak. En met mij het kabinet, want we zienallemaal wat hier aan de hand is. Dat hebben we geërfd en daar moetenwe mee aan de bak, om Nederland van het slot te krijgen. Ik kan het nogeen aantal keren herhalen, maar dit is wat het is.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de heer Grinwis. Kort, graag.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, ik zal het nu korter doen. Dat van net was een preek, dat weet ik ookwel. Oké. Tot nu toe val ik de heer Vijlbrief bij in zijn conclusie dat ermaandag niks komt en dat keuzes worden doorgeschoven. Dat isnatuurlijk een beetje een flauw woordgrapje. Dan is mijn oproep aan dezeMinister: laat dan zien, het liefst komende week, dat dit kabinet wel keuzesmaakt. Ik ga echt niet hier verkondigen dat het heel eenvoudig is omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132355 Nederland van het stikstofslot te krijgen. Dat is juridisch buitengewooningewikkeld. Dat hebben we het onszelf gemaakt, maar het is ookingewikkeld. Maar alsjeblieft, maak de keuzes. En als het daarvoor nodigis om die rekenkundige ondergrens ietsje kleiner te implementeren, doedat.De voorzitter:Kijk, dat ging goed. De heer Grinwis zat weer op de preekstoel.Minister Keijzer:Dit voelt voor mij trouwens ook als ondersteuning om met die keuzeskomen. Iedereen die hier een klein beetje in zit en geïnteresseerd is in ditdossier – de heer Grinwis, mevrouw Vedder en de heer De Groot horendaarbij – weet namelijk dat er gekozen moet gaan worden, maar ook dathet huidige juridische systeem dat buitengewoon ingewikkeld maakt.U kent mij een beetje: ik benader dingen in eerste instantie ook juridisch.Zo werkt mijn hoofd. Daar ben ik voor opgeleid. Dat moeten we dus metelkaar doen. De rekenkundige ondergrens kan binnen het bestaandesysteem verlichting geven. Daarom was ik blij dat mijn collega daarmeeaan de bak kan. Het kan namelijk voor veel woningbouwlocaties eenoplossing zijn. Er komen dus oplossingen, want het kan niet anders. Hoekan het dat je overal in Europa natuurgebieden hebt die KDW’s onder-steunen, maar dat wij in Nederland in deze situatie zitten? Dat heeft ook temaken met de keuzes die in het verleden zijn gemaakt. Daar doe ik niksaan af. Dat is in die tijd met de beste bedoelingen gebeurd, maar wij zittennu met de gebakken peren. En dat gaan wij met elkaar aanpakken. Wemoeten.De voorzitter:Ik kijk even naar de klok. We hebben nog één blokje, overig. Heeft de heerMooiman nog een interruptie? Nee? Heel goed. We gaan met het blokjeoverig beginnen. We hebben nog acht minuten.Minister Keijzer:Als de brandweer! De instructieregel recreatiewoningen. Het streven isom deze begin Q2 in consultatie te brengen. Ik heb al een aantal kerengezegd wat ik daarover te zeggen heb. We moeten rekening houden metrevitalisering, transformatie, de veiligheid van het wonen aldaar, risico’svan ondermijnende criminaliteit en milieuonderwerpen zoals externeveiligheid.Mevrouw Welzijn vroeg: kan de Minister het mogelijk maken om eenvergunning onder de Huisvestingswet 2014 te weigeren als niet wordtvoldaan aan de voorwaarden van de Wet Bibob? Dit is reeds mogelijk opgrond van artikel 15, vijfde lid van de Huisvestingswet.Dan kom ik bij hypotheekfraude: hoe kunnen gemeenten geholpenworden bij misbruik van huurwoningen die gekocht worden doorcriminelen door middel van hypotheekfraude? Het Financieel ExpertiseCentrum heeft naar aanleiding van de aandacht voor dit fenomeen eenproject hierop voorzien. Dit wordt met een aantal partners uitgevoerd. Deuitkomsten van dit onderzoek vormen een belangrijke basis voor de in demotie verzochte verkenning, die door de Minister van JenV wordtuitgevoerd.Voorzitter. Heb ik zicht op de eerste effecten van de Wet betaalbare huuren de Wet goed verhuurderschap? Ik heb tijdens het vragenuurtje het eenen ander over de Wet goed verhuurderschap gezegd. We hebben almeerdere keren het een en ander met elkaar gedeeld over de Wetbetaalbare huur. Eind maart, begin april kom ik met een oordeel over deeerste effecten. De Wet vaste huurcontracten is nog geen jaar geleden inwerking getreden. Ik maak me wel zorgen over de inflexibiliteit van dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132356 wet. Daarom heb ik al aangekondigd dat ik op een aantal onderwerpenmet wijzigingsvoorstellen kom, waaronder hospitaverhuur.Voorzitter. De NSC-fractie vraagt: zijn er wetten die geheel of gedeeltelijkoverbodig zijn? Dat hangt af van wie je het vraagt. De een is een groterefan van de ene wet dan de ander, en vice versa. Veel van de wet- enregelgeving is de laatste jaren in werking getreden. Ik zie dat de Wetopkoopbescherming in zijn huidige vorm wellicht niet meer nodig is,mede omdat de Wet betaalbare huur nu de aanvangshuur regelt. Dat isdus een voordeel daarvan. De Wet vaste huurcontracten is ooit geborenonder het gesternte van het opzeggen van tijdelijke huurcontracten enwoningen voor een veel hogere prijs verhuren. Je kunt je ook afvragen ofhet nog wel op deze manier moet.Kan de Minister inventariseren hoeveel gemeentes in de huisvestingsver-ordening hebben opgenomen dat mensen met een lokale bindingvoorrang hebben? De laatste cijfers zijn uit 2020. Toen waren er 102gemeentes die dat hadden gedaan. Sinds 1 januari vorig jaar zijn demogelijkheden om voorrang te verlenen op basis van lokale bindinguitgebreid naar maximaal 50%. Mijn verwachting is dat dit door veelgemeentes als interessant wordt gezien. Ik laat de cijfers uit 2020actualiseren en ik hoop u in Q3 van dit jaar te kunnen informeren.Voorzitter. De wetgeving op de hospita.De voorzitter:Ik wil even vragen hoeveel u er nog heeft. We hebben namelijk nog tweeminuten.Minister Keijzer:Een stuk of zes vragen, als ik het zo bekijk.De voorzitter:De heer Mooiman... Ja, we willen allemaal weg om 17.30 uur; iedereenheeft een afspraak. Heeft u de vraag van de heer Mooiman al beant-woord?Minister Keijzer:Wat was zijn vraag? Verbod op voorrang?De voorzitter:Ja, verbod op voorrang, denk ik. Het waren twee vragen.Minister Keijzer:Daar is de internetconsultatie van afgerond. Er zijn positieve en negatievereacties. Die ben ik allemaal tot mij aan het nemen. Met de collega diegaat over de inburgering ben ik goed aan het kijken wat het betekent voorde inburgering als mensen niet meer met voorrang in een gemeentekomen. Ik ben van plan om dit allemaal te verwerken en dan zo snelmogelijk via de ministerraad naar de Raad van State te sturen. Daarbijmoet ik natuurlijk wel ingaan op alle aspecten die in de internetconsultatietot mij gekomen zijn. Maar dank voor de steun, zeg ik richting de heerMooiman.De voorzitter:U wou hier een vraag over stellen. Dat sta ik even snel toe, omdat u om17.30 uur weg moet. Ik wil de vergadering ook om 17.30 uur sluiten, duskort.De heer Mooiman (PVV):Zeker, voorzitter. Ik heb daar twee korte vragen over. Eén. Wanneer gaatdit nou precies naar de Raad van State? Ik zou daarvoor toch eentijdsindicatie van de Minister willen. Twee. Ik heb ook nog een vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132357 gesteld over weigergemeentes, dus gemeentes die nu al zeggen dat zijweigeren de wet te gaan uitvoeren. Hoe gaat u daartegen optreden?Minister Keijzer:De wet geldt voor iedereen, dus ook voor gemeentes. Op het moment datdit een wet is, hebben gemeentes zich daar ook aan te houden. In dereacties die ik gekregen heb – dat heeft u ook allemaal in de krant kunnenlezen – vragen heel veel gemeentes zich af hoe ze mensen moetenhuisvesten als het niet meer met voorrang in een sociale huurwoning kan.Daar zijn verschillende opties voor. Die zal ik ook meenemen in hetvoorstel. Ik verwacht dat in een week of zes te kunnen verwerken. Danmoet ik nog naar de ministerraad om toestemming te vragen om het stuknaar de Raad van State te sturen.De voorzitter:Er werd ook om een datum gevraagd.Minister Keijzer:Dat is lastig, want ik moet het allemaal verwerken. Ik moet daarover ingesprek met mijn collega die over inburgering gaat, mevrouw Coenradie.Ik vind dat dus gewoon lastig. Het zou met een maand of twee kunnen,maar ik zeg dit met een gigantisch voorbehoud, want ik ga hier niet inmijn eentje over.De voorzitter:Helder. We hebben nog twee minuten.Minister Keijzer:Ja, voorzitter, u mag het zeggen.De voorzitter:Het gaat goed met uw snelheid, hoor.Minister Keijzer:Er werd gevraagd of ik de ozb wil maximeren. In het overhedenoverlegvan 17 maart jongstleden hebben wij het gesprek gevoerd over de balanstussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskrachten. Over deuitkomst van dit gesprek zal uw Kamer volgende week worden geïnfor-meerd. Volgens mij is er nog niet gesproken over de maximering van deozb.Over de vpb heb ik al het een en ander gezegd. Dat ga ik hier nietherhalen.Dan wat betreft de coöperaties. We hebben uitvraag gedaan voor eenfondsuitvoerder. De voorstellen van de partijen beoordeel ik de komendemaanden. Ik zal uw Kamer voor de zomer informeren, zeg ik richtingmevrouw Beckerman. Dan is de verwachting dat er in 2026 een fondsoperationeel is.Voorzitter. De heer Flach vroeg mij nog naar zijn motie over de zienswijzeen hoe je daarmee om zou moeten gaan. Hij vindt dat als je geenzienswijze hebt ingediend, je niet in beroep mag. Ik heb de vorige keer algezegd dat het ingewikkeld is, omdat we het Verdrag van Aarhus hebbenondertekend. Als het bij bezwaar of beroep gaat om belangen die vallenonder het Verdrag van Aarhus, mag je mensen niet uitsluiten van bezwaaren beroep. Je zou het verdrag op kunnen zeggen, maar ik weet niet of datde bedoeling is van de heer Flach. Tot dat moment zijn wij bezig om tebekijken hoe wij dat moeten vormgeven in het procesrecht. Dat isbuitengewoon ingewikkeld, zoals ik de vorige keer al aangaf. Het is zoingewikkeld dat ik bang ben dat gemeenteambtenaren uiteindelijkiedereen gewoon maar toegang geven tot bezwaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132358 Voorzitter. Over hospitaverhuur heb ik ook al eerder iets gezegd. Daar isde planning van bekend.Tot slot een vraag van mevrouw De Vos. Daar heb ik trouwens bij eenandere interruptie al het een en ander over gezegd. Ik heb namelijkverwezen naar het rapport van de Staatscommissie DemografischeOntwikkelingen.De voorzitter:Heel veel dank. Ik kijk even rond om te zien of er interrupties zijn. Ik zageerst mevrouw De Vos. Ik zie ook de heer Flach voor een interruptie. Danben ik compleet, volgens mij.Mevrouw De Vos (FVD):Dit was wel een heel beknopt antwoord op mijn vraag. Het klopt dat deMinister heeft gerefereerd aan dat rapport, maar ik zou wel graag willenhoren hoe zij daarnaar kijkt en wat haar langetermijnvisie is voor dekomende jaren. Er blijven meer mensen bij komen. Dat is de enige redenwaarom woningen bijgebouwd zullen moeten worden. Hoe ziet deMinister dat precies?Minister Keijzer:Volgens de Primos-prognose van ABF hebben we de komende vijftien jaar1,3 miljoen woningen nodig. Ik heb het op een bierviltje proberen uit terekenen. Als wij toe groeien naar 20 miljoen mensen, komen er zo’n300.000 woningen bij. 45% van die woningen is nodig om de bevolkings-groei op te vangen. Die groei komt vrijwel geheel voort uit een positiefmigratiesaldo. Deze woningen zijn nodig voor arbeidsmigranten,asielmigranten, studiemigranten, gezinsmigranten en terugkerendeNederlanders. De overige woningen zijn nodig omdat er steeds meermensen alleen wonen. Die zijn nodig om de afname van het aantalpersonen per huishouden op te vangen. Het daalt van gemiddeld 2,23personen in 2009 naar 2,11 personen in 2024, tot 2,03 personen – ik denkdat het dan gaat om een voet – in 2039. Ze zijn ook nodig om sloop tecompenseren. Je hebt dus ook voor andere taken woningen nodig. In dieprognose is geen rekening gehouden met alle inzet van mijn collega Faberom de migratie naar beneden bij te stellen. Nul migranten zou ik mevrouwDe Vos niet aanraden, want wie gaat dan de woningen bouwen en dewegen neerleggen of komt straks, voor degene die in de gelukkigeomstandigheid is om een horeca-etablissement te bezoeken, een drankjebrengen? Want ook daar werken heel veel arbeidsmigranten.De voorzitter:Mevrouw De Vos heeft nog een interruptieMevrouw De Vos (FVD):Mijn vraag ging natuurlijk niet zozeer over de arbeidsmigranten, maarvooral over de asielzoekers die hiernaartoe komen. Dat is, denk ik, wel eenwezenlijk verschil. De Minister geeft aan dat het beleid van Minister Faberniet is meegenomen in deze prognoses, maar dat is eigenlijk precies waarmijn vraag over ging. Kan zij daar dan iets over zeggen? De prognoses diezojuist zijn voorgelezen, ken ik namelijk.Minister Keijzer:Ze zijn niet meegenomen, dus wat wil mevrouw De Vos dan dat ikdaarover zeg?De voorzitter:Dat is kort en krachtig.Mevrouw De Vos (FVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132359 Ik ben benieuwd naar wat de Minister zelf denkt dat de prognoses zijn opdit gebied. Vindt zij het een goede ontwikkeling dat er woningen bijge-bouwd moeten worden omdat er nog steeds heel veel mensen dit landbinnenkomen, ondanks het strengste asielbeleid ooit van Minister Faber?Is er een bepaald punt dat die twee stromen elkaar misschien zullenkeren? Wanneer zal dat zijn?Minister Keijzer:Ik steun collega Faber zeer in haar inspanningen om iets te doen aan deinstroom van migranten, vluchtelingen. Een groot gedeelte daarvan krijgtnamelijk uiteindelijk een status. Die mensen moeten ook een dak bovenhun hoofd hebben. Maar ik heb geen prognose als het gaat om watprecies de afname zal zijn. Ik hoop dat het haar gaat lukken en dat er inbeide Kamers steun is voor de wetten die zij naar de Kamer heeftgestuurd. Volgens mij heeft ze die al gestuurd.De voorzitter:Volgens mij gaan we in herhaling vervallen met deze vraag, is dit hetantwoord dat u krijgt en komt er geen ander antwoord. Ik doe dit evenomwille van de tijd. Ik wil de heer Flach de gelegenheid geven voor eenkorte interruptie.De heer Flach (SGP):Twee korte feitelijke vragen. De Minister zei dat ik zou vinden dat het goedis dat een zienswijze verplicht is, maar het is een meerderheid van deKamer dit dat vindt. Ik reken er dus echt op dat de Minister welwillendkijkt wat er wel mogelijk is. Dat het moeilijk is, was me al duidelijkgeworden bij de appreciatie van de motie destijds. Ik reken dus op deMinister, ook in dezen.Ten tweede een vraag over het tijdstip. De instructieregel voor permanentwonen in recreatiewoningen was aangekondigd in Q1. Ik hoor nu beginQ2. Ik zou het iets preciezer willen horen, omdat mensen er al een beroepop kunnen doen zonder dat die er ligt. Dat vind ik een onwenselijkesituatie.Minister Keijzer:Ik ben bezig met het uitwerken van die instructieregel en pas op hetmoment dat die er is, kan je er een beroep op doen. Ik vraag me dus afwat de heer Flach nu van mij verlangt.En om het dan maar gelijk nog een keer te vertellen: wat ik allemaal insplendid isolation verzucht als ik geconfronteerd word met uitspraken diehet alleen nog maar weer ingewikkelder maken in het procesrecht, dat alzo ingewikkeld is, houd ik maar bij mijzelf. Er wordt momenteel gewerktaan het Varkens in Nood-arrest, met een wijziging naar onder meer deAwb en de Omgevingswet. Hoezeer ik ook houd van juristerij, toen ik hetlas, dacht ik bij mezelf: nou, gooi het maar in m’n pet. Ik ben benieuwdhoe dit uiteindelijk uit gaat pakken, maar je hebt er gewoon mee temaken. Op grond van het Verdrag van Aarhus zijn er regels die gaan overtoegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden. Doordat onzeOmgevingswet integraal vormgegeven is, zitten er bij omgevingsvergun-ningen ook milieuaangelegenheden en heb je dit dan gewoon te regelen.Simpeler wordt het er allemaal niet op. Dat is waarom ik een beetje bangben dat dan maar de meest brede variant gekozen wordt, om tevoorkomen dat je uiteindelijk bij de rechter strandt. Dat is een debat datwe nog met elkaar gaan voeren op het moment dat mijn collega, deMinister van Justitie, dit wetsvoorstel naar de Kamer zal sturen. En dan ishet uiteindelijk aan u om te beoordelen of het voldoet aan hetgeen uwenselijk acht.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132360 Dank. Ik wil kijken of ik toch tot een afronding kan komen. Heeft u een zeerprangende vraag, meneer Flach?De heer Flach (SGP):Nou, een verduidelijking.De voorzitter:Een korte verduidelijking dan.De heer Flach (SGP):Ik wijs de Minister op haar eigen brief van 19 december waarin staat datondanks dat die instructieregel er nog niet is, die al wel doorwerkt in deimplementatie van het omgevingsplan. Ik lees het niet helemaal goedvoor, maar daar wijs ik op. Vandaar dat ik vraag om zo snel mogelijk metdie instructieregel te komen.Minister Keijzer:Dank, zeg ik richting de heer Flach. Nu snap ik waar zijn vraag vandaankomt. Buitengewoon gemotiveerd. Einde Q2 wil ik dit met uw Kamerdelen en ik hoop echt – dat heb ik ook al eerder gezegd – dat gemeentenniet mensen uit hun vakantiewoningen zetten als ze door hun oogharenkijkend zien dat hier geen sprake is van een van de situaties die ik netopsomde waar de instructieregel niet voor gaat gelden, en om daar waardat wel het geval is op een menselijke manier om te gaan met de mensendie daar wonen. Want de reden waarom uw Kamer in meerderheid hiermoties over aangenomen heeft, zijn de schrijnende situaties. Want er zijngewoon geen alternatieven.De voorzitter:Dank. Volgens mij is dit opgehelderd, dus dit is al ietsje beter. Ik kijk evennaar mevrouw Welzijn. Die heeft nog een interruptie.Mevrouw Welzijn (NSC):Ja, de laatste. We hebben ook geen tijd meer. Ik ben blij met de duidingwaar ook alweer stond dat het kon, de koppeling maken vanuit de Bibobmet de Huisvestingswet. Dat scheelt. Dan hoef ik alleen nog maar aan deMinister te vragen of zij in haar bestuurlijke gesprekken met de VNGmisschien nog een keertje, desnoods in de nazit, op tafel kan leggen datdit dus kan. Want als we bij 8.000 woningen met hypotheekfraude temaken hebben, zijn we misschien even vergeten dat het kan.Minister Keijzer:Ik vraag me af of dat aan mij is. Ik heb net – ik ben even aan het zoekenwaar dat precies was – verteld dat de Minister van Justitie hiermee bezigis. Ik probeer ook echt dit deel van de wetgeving, dat niet bij mij hoort,maar elders hoort, daar te laten waar het is.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn vanhet kabinet. We hebben geen tijd meer voor een tweede termijn. Ik kijk weleven naar mijn linkerzijde om te zien of de heer De Hoop misschien eentweeminutendebat wil aanvragen. En zo ja, dan hoor ik ook graag overwelk onderwerp.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, onder andere over leegstand en ik denk ook over bereikbaarheid.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132361 Hartelijk dank daarvoor. Dan wil ik bij dezen de toezeggingen op gaannoemen. Ik concludeer dat er een tweeminutendebat is aangevraagd isdoor het lid De Hoop van GroenLinks-PvdA.–Met betrekking tot het biedlogboek informeert de Minister de Kamerbinnenkort over de implementatie van het verbeterplan.Dat is een toezegging aan de heer Mooiman. Ik hoor graag nog wanneerdat komt.Minister Keijzer:Dat heb ik volgens mij net al gezegd, voorzitter. Einde Q1, dus heel snel.De voorzitter:Heel snel, einde Q1, noteren we. Ik heb nog een toezegging genoteerd.–De Minister informeert de Kamer voor de zomer over de uitwerkingvan het fonds wooncoöperaties, dat in 2026 operationeel zal zijn.Dat is een toezegging aan mevrouw Beckerman. Ja? Dan zijn bij dezenbeide akkoord. Heb ik een toezegging gemist? Ik kijk even snel naar uallen. Nee.Dan wil ik jullie allen hartelijk danken voor deze vergadering. Ik wil deMinister en haar ondersteunende staf bedanken voor de antwoorden. Ikwil de mensen op de tribune en de mensen thuis bedanken voor hun tijd.Ik wil de bode hartelijk danken voor de heerlijke thee en koffie en deKamerleden voor de inspirerende inhoud en het debat dat we hier metelkaar hebben gevoerd. Dank u wel. Dan sluit ik hierbij de vergadering.Sluiting 17.40 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 132362
Gerelateerde bronnen
- Woningbouwopgave en koopsector
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 maart 2025, over Woningbouwopgave en koopsector
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.