Verzamelbrief moties en toezeggingen najaar 2024
Brontekst
Versie bec9915b8817dc62 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 IXVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Financiën (IXB) en debegrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voorhet jaar 2025Nr. 30 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 december 2024Hierbij ontvangt u een overzicht waarmee ik uw Kamer informeer over dewijze waarop ik een aantal moties en toezeggingen op het terrein van definanciële markten heb uitgevoerd, of wat de stand van zaken is metbetrekking tot de uitvoering van de moties en toezeggingen. Ookinformeer ik uw Kamer over de stand van zaken van een Kamerverzoekbetreffende een spoedige implementatie van de richtlijn kredietservicersen kredietkopers en de stand van zaken van de periodieke rapportageFinanciële Markten. Dit is geen uitputtend overzicht van alle moties entoezeggingen op het terrein van de financiële markten.De Minister van Financiën,E. Heinen kst-36600-IX-30ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 301 Uitvoering moties, toezeggingen en Kamerverzoeken najaar2024 1. Moties (en daarbij behorende toezeggingen) BetreftReactieDe motie van het lid Van Nispen c.s.van 28 oktober 2020 verzoekt deregering de Gedragscode Behande-ling Letselschade wettelijk teverankeren.Kamerstukken II 2020–2021, 33 552,nr. 74.De Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft tijdenshet tweeminutendebat over slachtofferbeleid van6 november 2024 laten weten dat het Ministerie vanFinanciën het advies van de Afdeling advisering van deRaad van State (Afdeling) bestudeert over de wettelijkeverankering van de Gedragscode BehandelingLetselschade (GBL), zoals onderdeel van het ontwerp-Wijzigingsbesluit Financiële Markten 2024 (B24), en datik hierover nog in 2024 duidelijkheid zal geven.Aan het advies van de Afdeling is gevolg gegeven doorin de toelichting bij B24 nader tot uitdrukking tebrengen waarom de verankering van procedureleregels uit de GBL wordt voorgesteld in het BesluitGedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.Hierdoor worden de termijnen uit de GBL die geeninhoudelijk oordeel vergen, onderdeel van het toezichtvan de Autoriteit Financiële Markten op de bedrijfsvoe-ring van verzekeraars. De toezichthouder kan indiennodig sancties treffen, waaronder het opleggen vanbestuurlijke boetes. Het besluit zal naar verwachting opkorte termijn worden gepubliceerd en zal voor watbetreft de verankering van de GBL in werking tredenper 1 juli 2025.De motie van het lid Heinen c.s. van27 januari 2022 verzoekt de regeringvoorstellen te doen om de transpa-rantie van financiële producten,waaronder beleggingsverzekeringen,in de toekomst te verbeteren zodatdeze leiden tot beter inzicht voor deconsument en op een manier die ookuitvoerbaar is voor de sector.Kamerstukken II 2021–2022, 35 862,nr. 2De Minister zegt toe om:– te kijken welke elementen vanartikel 73 van het Besluit Gedragstoe-zicht financiële ondernemingenaangepast moet worden om optimaalrecht te doen aan de transparantie-plicht richting de consument.– een vervolggesprek aan te gaanmet de aanbieders van al dezeproducten om te kijken hoe zij dezeverantwoordelijkheid zelf al op eensnelle manier kunnen nemen.– in gesprek te gaan met aanbiedersom te kijken naar het begrijpelijkmaken van polissen.– met de verzekeraars te kijken wat zevrijwillig nog verder kunnen doen ommeer klanten te bereiken in het kadervan de wettelijke verplichte active-ring.– uit te zoeken wat er in anderelanden, zoals Scandinavië gedaan isaan het transparant maken vankosten.– bij de toegezegde brief in te gaanop de naleving van art. 73 BGfo enhet toezicht.Plenair debat van 27 januari 2022over Burgerinitiatief «Tijd voortransparantie».Vanaf 2006 kwam de problematiek rondom verborgenhoge kosten bij beleggingsverzekeringen aan het licht(de «woekerpolisaffaire»). In 2020 dienden enkeleinitiatiefnemers het Burgerinitiatief «Tijd voor transpa-rantie» in, dat opriep tot verbeterde kostentransparantiebij dergelijke verzekeringen.Ter uitwerking van dit burgerinitiatief, de motie Heinenc.s. uit 2022 en een aantal toezeggingen aan de Kamer,zijn gesprekken gestart met de initiatiefnemers van hetburgerinitiatief en het Verbond van Verzekeraars. Dezegesprekken verliepen constructief en naar tevredenheidvan alle betrokkenen. Terwijl dit proces liep, publi-ceerde de Europese Commissie in mei 2023 het RetailInvestment Package (het «RIP»), dat eveneensvoorstellen bevat om transparantie van financiëleproducten te verbeteren. Het RIP overlapt met debedachte oplossingen van zelfregulering. Het ismomenteel nog niet duidelijk waar de onderhandelin-gen over het RIP precies zullen eindigen wat betreft(precontractuele) transparantieverplichtingen voorfinanciële producten, waaronder beleggingsverzekerin-gen. Ik vind het onwenselijk om middels zelfreguleringop het RIP vooruit te lopen. Het is immers aannemelijkdat eenmaal doorgevoerde zelfregulering kort nadoorvoering zou moeten worden herzien wegens deinwerkingtreding van het RIP. Het opvolgen van hetburgerinitiatief en de motie Heinen c.s. wil ik daaromverder oppakken in het kader van de implementatie vanhet RIP. Deze route is besproken met de initiatiefnemersen het Verbond van Verzekeraars. Zij kunnen zich hierinvinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 302 BetreftReactieDe motie van het lid Van der Lee van27 mei 2024 verzoekt het kabinet omdit jaar alle implicaties van hetuitkeren door de AFM van tipgeld tervoorkoming van marktmisbruik inkaart te brengen, hierop een regelingte ontwerpen en deze nog in 2024 inconsultatie te brengen, en daarna tebezien of dit in wetgeving aan deTweede Kamer kan worden voor-gelegd.Kamerstukken II 2023–2024, 36 442,nr. 12Effectief toezicht op marktmisbruik is van groot belang.Ik ben met de AFM en andere stakeholders in overlegover de vormgeving van een tipgeldregeling. Deuitvoering hiervan is juridisch complex. Zo is het – methet oog op de effectiviteit van de regeling – de vraag opwelke wijze de bescherming van de identiteit van detipgever het beste kan worden geborgd, waarbijtegelijkertijd de belangen van de vermeende overtrederom zich adequaat te kunnen verweren in afdoendemate worden gerespecteerd. Daarnaast vergen andereaspecten met het oog op de effectiviteit naderonderzoek, zoals de (lange) duur van de proceduretotdat het tot uitkering van tipgeld kan komen. Ditvraagt om een zorgvuldig proces. Een tipgeldregelingvoor marktmisbruik is uniek in Europa, waardoor ergeen precedenten zijn waarbij kan worden aangesloten.Het is daarom niet haalbaar gebleken om al in 2024 eenregeling in consultatie te brengen. Ik streef ernaar omin het voorjaar van 2025 de consultatie te starten. 2. Toezeggingen BetreftReactieDe Minister zegt toe de resultatenvan de evaluatie van de Wetbekostiging financieel toezicht 2019voor het eind van 2024 met de Kamerte delen.Kamerstukken 2023–2024, 32 545, nr.197De Wet bekostiging financieel toezicht 2019 wordt op ditmoment geëvalueerd. Er is meer tijd nodig om deevaluatie zorgvuldig af te ronden. Ik zal de resultatenvan de evaluatie en mijn reactie daarop in het eerstekwartaal van 2025 met uw Kamer delen.De Minister zegt toe om uw Kamertenminste voor het einde van 2024 teinformeren over de uitkomsten vanstap 1 van beleidscyclus vitaal (hetidentificeren van vitale processen ende aanbieders daarbinnen).Kamerstukken 2023–2024 30 821, nr.207Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer op 26 maart2024 geïnformeerd over het versneld uitvoeren van stap1 uit de beleidscyclus vitaal (het identificeren van vitaleprocessen en aanbieders daarbinnen). Er is meer tijdnodig om deze eerste stap nauwkeurig af te ronden. Ditkomt mede doordat informatie rondom vitale instellin-gen en criteria voor het aanwijzen van vitale instellingengevoelige en vertrouwelijke informatie is. Het streven isom de resultaten van de beleidscyclus in het eerstekwartaal van 2025 met uw Kamer te delen.De Minister zegt toe een brief testuren naar de Eurocommissaris overde stand van dit dossier (over deingewikkelde spagaat dat detoezichthouder geen praktischemogelijkheid heeft om testaankopente doen) en stuurt een afschrift vandeze brief en van de reactie van deEurocommissaris naar de Kamer. Hijdoet dat vóór 1 januari 2025. Ook zalde Kamer worden geïnformeerd of eruit de gesprekken met toezichthou-ders nog meer oplossingen zijnaangedragen.TZ202406–006Wetgevingsoverleg Wijzigingswetfinanciële markten 2024, 27 mei 2024(Kamerstuk 36 442, nr. 14).U bent op 10 juni 2024 geïnformeerd over de brief dieaan Eurocommissaris McGuinness is gestuurd.[1] 1 In debijgevoegde reactie geeft de Europese Commissie aandat zij voorlopig geen aanleiding ziet om de anti-witwasregelgeving aan te passen om het mogelijk temaken voor toezichthouders om anonieme aankopen tedoen (bijlage 1). Mijn ministerie voert, samen met hetMinisterie van Economische Zaken, binnenkort verderoverleg met de toezichthouders en banken om hetprobleem nader te definiëren en te bekijken welkepraktische oplossingen mogelijk zijn, gegeven dezereactie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 303 BetreftReactieDe Minister zegt toe om de Kamereind dit jaar te informeren over devoortgang van de opvolging van deaanbevelingen van de kwartierma-kers toekomst accountancysector.Kamerstukken II 2023–2024, 33 977,Nr. 47De Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie vanAccountants (NBA) heeft als publiekrechtelijkeberoepsorganisatie de verantwoordelijkheid genomenom de opvolging van een groot aantal aanbevelingenvan de kwartiermakers aan te jagen. Daarnaast is ookonder meer de NBA door de kwartiermakers genoemdom de voortgang van de aanbevelingen en aanmoedi-gingen levend te houden. Ik voer dan ook periodiekegesprekken met de NBA en andere partijen over devoortgang van de opvolging van deze aanbevelingen.De accountancysector is weliswaar bezig met deuitvoering van de aanbevelingen, maar het is nog tevroeg om uitspraken te doen over concrete resultaten.De aanbevelingen richten zich op langdurige verander-trajecten, waaronder het versterken van de kwaliteitsge-richte cultuur binnen de sector, het bevorderen van eenprofessioneel-kritische houding bij accountants(bijvoorbeeld ten aanzien van frauderisico’s encontinuïteit) en het opvolgen van de adviezen van deExpertgroep Educatie.Op het gebied van educatie heeft de NBA een KernteamHerijking Beroepsprofiel ingesteld. Het kernteam richtzich op de herziening van het huidige beroepsprofielvan de accountant en kijkt daarbij naar de toekomstbe-stendigheid, haalbaarheid, uitvoerbaarheid en deaantrekkelijkheid van het beroep. Daarnaast heeft deCommissie Eindtermen Accountancysector eenKerngroep Herziening Eindtermen heeft ingesteld. Diericht zich op de herziening van de eindtermen voor deaccountantsopleidingen. Hiervoor stellen zij eenvernieuwd raamwerk voor de eindtermen op datrekening houdt met ontwikkelingen op het gebied vanonder andere duurzaamheid, fraude, ICT, data-analyse,kunstmatige intelligentie en de herziening van deberoepsprofielen voor de accountants. Ik voer gesprek-ken met beide partijen over de voortgang van dezetrajecten.Ik ben voornemens om te onderzoeken of de kwaliteitvan het huidige stelsel van beroepsreglementeringvoldoende geborgd is. Zo niet, dan zal ik bezien watnodig is om dit te verbeteren. Ik ben hierover in gesprekmet de NBA zelf en met betrokken stakeholders. Naarverwachting start het onderzoek in 2025.De Minister zegt toe te kijken naar deuitvoerbaarheid van het aanstellenvan een onafhankelijke procescoördi-nator, het opstellen van eenprocesreglement en het beteraansluiten van buitengerechtelijke opgerechtelijk procedures. de TweedeKamer voor het einde van 2024 teinformeren over de op dat momentgemaakte voortgang over deopvolging van het evaluatierapportover collectief schadeherstel.Kamerstukken II 2023–2024, 29 507,nr. 162Mijn ministerie is in gesprek gegaan met betrokkenpartijen om te kijken naar de uitvoerbaarheid van deopties die geschetst zijn in de Kamerbrief van 16 mei jl.Hun kennis van de praktijk en bereidheid om deel tenemen is een essentieel vereiste voor het succesvolimplementeren van versterkingen in buitengerechtelijketrajecten. Sindsdien is gesproken met zowel vertegen-woordiging vanuit de financiële ondernemingen alspartijen die consumentenbelangen behartigen. Metdeze partijen wordt overlegd over de mogelijke rol entaak van de coördinator collectieve schade financiëlesector. Ook de institutionele inbedding is een aspect dathierbij wordt bekeken. Deze gesprekken zijn nog nietafgerond en worden de komende periode voortgezet. Ikinformeer uw Kamer op een later moment nader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 304 BetreftReactieDe Minister zegt toe om in gesprekmet het BKR over de perceptie dat opdit moment verwijderingsverzoekenaltijd worden afgewezen, en of hetBKR bijvoorbeeld mogelijkheden zietom haar dienstverlening ten aanzienvan de verwijderingsverzoeken teverbeteren.Aanhangsel Handelingen II 2023/24,nr. 2348In november 2024 vond een gesprek plaats tussen hetministerie en het BKR. Hierin heeft het BKR aangegevendat de strekking van de berichtgeving in de mediafeitelijk onjuist was, omdat het BKR verzoeken totverwijdering van registraties niet standaard afwijst. In2024 zijn tot op heden 33% van de verwijderingsverzoe-ken toegekend en vond vervolgens verwijdering vaneen registratie of een deel daarvan plaats. De beoorde-lingswijze van het BKR verschilt niet wezenlijk van dewijze waarop kredietverstrekkers oordelen over eenbezwaar. Het enige verschil is dat behandeling vaaklanger duurt omdat het BKR veel informatie moetopvragen bij de betreffende kredietverstrekker, terwijlde kredietverstrekkers deze tussenstap niet zetten endus spoediger kunnen overgaan tot een inhoudelijkebeoordeling van het bezwaar. Op de website van BKR iseen online formulier beschikbaar waarmee de consu-ment laagdrempelig een verwijderverzoek kan indienen,en hierbij stap voor stap wordt geholpen in dit proces.Periodieke rapportage FinanciëleMarktenKamerstukken II 2022–2023, 31 935,nr. 81.Al het beleid wordt periodiek geëvalueerd om inzicht teverkrijgen in dedoeltreffendheid en doelmatigheid ervan en om tebezien welke mogelijkheden er zijnom de kans op doeltreffendheid en doelmatigheid tevergroten. De afgelopen periode is artikel 2 van debegroting van Financiën geëvalueerd. Zoals aangege-ven in de Kamerbrief van 5 juli 2023 was het streven omde stukken uiterlijk 1 december 2024 aan de TweedeKamer aan te bieden. De verzending zal echter iets laterplaatsvinden. De verwachting is dat de periodiekerapportage begin 2025 aan uw Kamer zal wordenaangeboden.1 Kamerstukken II 2023/24, 32 545, nr. 207. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 305 3. Overig BetreftReactieWetsvoorstel Implementatiewetrichtlijn kredietservicers en kredietko-persBrief van de Vaste CommissieFinanciën uit de Tweede Kamer van1 maart 2024, betreffende Verzoekspoedige implementatie Richtlijn(EU) 2021/2167Kamerstuk 21 109, nr. 264/2024D07509Het wetsvoorstel Implementatiewet richtlijn kredietser-vicers en kredietkopers is recent met het advies van deRaad van State ter zake en het Nader Rapport ingediendbij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel implementeertde richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees parlementen de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservi-cers en kredietkopers (richtlijn) in de Wet op hetfinancieel toezicht en Boek 7 van het BurgerlijkWetboek.De richtlijn biedt een regelgevend kader voor (i) deoverdracht door banken van niet-renderende kredieto-vereenkomsten (non-performing loans: NPL’s) in de zinvan de richtlijn of van de rechten voortvloeiende uitdergelijke overeenkomsten alsmede voor (ii) het beheervan dergelijke overeenkomsten en rechten doorzogenoemde kredietservicers. De richtlijn beoogt eenbijdrage te leveren aan de strategie van de EuropeseUnie om het volume aan NPL’s op bankbalansen teverlagen.Omdat de uiterste implementatiedatum van de richtlijn,29 december 2023, en de datum waarop lidstaten debepalingen uit de richtlijn moeten toepassen,30 december 2023, zijn verstreken, is Nederland door deEuropese Commissie in gebreke gesteld vanwege de telate implementatie van de richtlijn.Gelet op de brief van de Commissie van Financiën uitde Tweede Kamer van 1 maart 2024, waarin wordtverzocht om een spoedige implementatie van derichtlijn, hoopt het kabinet op een spoedige parlemen-taire behandeling van het wetsvoorstel.De algemene maatregel van bestuur die eveneens strekttot implementatie van de richtlijn, die momenteel wordtvoorbereid, zal zo spoedig mogelijk ter adviseringworden voorgelegd aan de Raad van State. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 306
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.