KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief dierenwelzijn

24 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f3808c7595b66859 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202428 286DierenwelzijnNr. 1337 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR ENVOEDSELKWALITEIT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 juni 2024Met deze brief informeer ik de Kamer over de voortgang op een aantalmoties en toezeggingen over het welzijn van landbouwhuisdieren engezelschapsdieren. De volgende onderwerpen komen aan bod:Transport:•Motie Vestering: verlagen maximumtemperatuur voor diertransport(Kamerstuk 35 830 XIV, nr. 10);•Motie Vestering: verhogen minimale leeftijd transport kalveren(Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 66);•Verbod stroomstootapparatuur: motie Vestering en Beckerman uit 2021die opriep tot een verbod op het gebruik van drijfmiddelen die pijn ofveel stress kunnen veroorzaken bij dieren (Kamerstuk 28 286, nr. 1202)en motie Vestering en Van Campen uit 2022 die oproept tot spoedigeimplementatie van een verbod op het gebruik van stroomstootappara-tuur (Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 62);•Motie Van Dekken: wettelijke verplichting GPS-apparatuur in veetrans-portwagens (Kamerstuk 28 286, nr. 761);•Motie Ouwehand: vangen van kippen aan de poten (Kamerstuk21 501-32, nr. 1651). Met deze brief wordt ook voldaan aan het verzoekvan het lid Ouwehand om binnen twee weken een brief te ontvangenover hoe aan deze motie uitvoering zal worden gegeven.Huisvesting:•Pilotproject evacuatie van dieren;•Motie Van Campen en Michon-Derkzen Dierenwelzijn: classificatiestalbezettingen/ insluipingen (Kamerstuk 28 286, nr. 1312).Slacht:•Toezegging Cameratoezicht (Kamerstuk 28 286, nr. 1199). kst-28286-1337ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13371 Stand van zaken moties van het wetgevingsoverleg Wet dieren:•Motie Campen/Bromet: hardmaken voor verbetering dierenwelzijn inde veehouderij in EU (Kamerstuk 35 746, nr. 21);•Motie Beckerman: beperken van import van landbouwproducten metlagere dierenwelzijnseisen dan waaraan Nederlandse veehoudersmoeten voldoen (Kamerstuk 35 746, nr. 39);•Ketenafspraken over vergoedingen maatregelen dierenwelzijn enverduurzaming: motie Beckerman: vergoeding dierenwelzijnsmaatre-gelen voor de boer (Kamerstuk 35 746, nr. 37), toezegging aan Voltover regelmatig informeren rondom ketenafspraken en -samenwerkingen informatie over de Agro Nutrimonitor (AMC) naar ketenmarges (o.a.zuivel en varkensvlees).Overig:•Toekenning van GLB-subsidies voor het stoppen met couperen(Kamerstuk 28 286, nr. 1265).Gezelschapsdieren:•Huis- en hobbydierenlijst en motie leden Van der Plas en Van Campeninzake wetenschappelijke toets van het aspect domesticatie bij dedromedaris (Kamerstuk 28 286, nr. 1282);•Toezegging pilot landelijk expertisecentrum complexe honden(Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 19);•Internetconsultatie houdverbod katten met vouworen en naaktkatten(Kamerstuk 28 286, nr. 1288).TransportMaximumtemperatuur voor diertransportZoals aangegeven in de verzamelbrief dierenwelzijn van 26 oktober 2023(Kamerstuk 28 286, nr. 1315), ben ik voornemens om de maximumtempe-ratuur voor diertransport te verlagen met een beleidsregel conform demotie van het lid Vestering (Kamerstuk 35 830 XIV, nr. 10). Inmiddels is debeleidsregel in internetconsultatie geweest en heb ik impactanalysesontvangen van de relevante sectorpartijen. Na een inhoudelijke beoor-deling van de reacties op de internetconsultatie en de impactanalyses, isde beleidsregel aangepast. Er is een uitzondering voor siervissen,reptielen, consumptievissen, krabben en kreeften opgenomen. Voor dezediersoorten blijft de maximumtemperatuur voor diertransport 35 gradenCelsius. Deze uitzondering is gemaakt op basis van de fysiologie van dezedieren, de manier waarop deze dieren worden vervoerd en wetenschappe-lijke artikelen aangaande de temperaturen die deze dieren zonderproblemen kunnen weerstaan. Hierdoor heeft het verlagen van demaximumtemperatuur voor diertransport hoogstwaarschijnlijk geenpositief effect op het welzijn van deze diersoorten.De NVWA doet op dit moment een Handhaafbaarheids-,Uitvoerbaarheids-, en Fraudebestendigheidstoets (HUF-toets). Ik verwachtde uitkomst hiervan zeer binnenkort. Daarna moet de beleidsregelgenotificeerd worden bij de Europese Commissie. Dit duurt in de regeldrie maanden. Dit betekent dat de beleidsregel augustus of septembervan kracht kan worden.Uit de impactanalyses van de sectorpartijen blijkt dat ’s nachts slachten deimpact voor de sector mogelijk kan verkleinen. Zoals aangegeven in mijnbrief van 18 april 2024 (Kamerstuk 28 286, nr. 1335) blijkt uit eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13372 onderzoek van Bureau Risicobeoordeling dat het verruimen van de slacht-en toezichttijden een winst voor het dierenwelzijn op kan leveren. Daaromvoert de NVWA in de zomer van 2024 een pilot uit samen met hetbedrijfsleven waarmee de mogelijkheid verder verkend wordt om tijdensperiodes van hitte nog eerder dan nu wordt gedaan in hete perioden testarten met het toezicht op het slachtproces. Na de zomer start deevaluatie met het bedrijfsleven. De uitkomsten van de evaluatie wordenbetrokken bij de aanpak hittestress voor 2025.Transport ongespeende kalverenIn navolging van Duitsland en conform de motie van het lid Vestering(Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 66) is ingezet op verhoging van de minimum-transportleeftijd van kalveren. Daartoe is onderzocht wat de implicatiesvan een dergelijke verhoging zijn voor de betrokken agrariërs. In deverzamelbrief dierenwelzijn van oktober 2023 (Kamerstuk 28 286, nr. 1315)gaf ik aan dat individuele melkveehouders mogelijk te maken krijgen metonder andere kosten voor fosfaatrechten en dat ik mij laat adviseren doorde Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) over mogelijkeoplossingsrichtingen. Dit advies verwachtte ik in januari 2024, maar ditheeft helaas vertraging opgelopen. Het advies van de CDM over defosfaatrechten is wel echt nodig om het beeld compleet te krijgen. Ikwacht dit advies daarom nog af en verwacht dat de Kamer direct na dezomer wordt geïnformeerd over de vervolgstappen op dit dossier.Verbod stroomstootapparatuurIn mijn brief van 23 mei 2023 (Kamerstuk 28 286, nr. 1294) heb ik deKamer laten weten dat ik werk aan een verbod op het gebruik vanstroomstootapparatuur in de veehouderij en dat ik dit verbod beoog teverbreden naar de gehele vleesketen, op het primaire bedrijf, tijdenstransport en bij en op het slachthuis, voor zover dat mogelijk is binnen deEuropeesrechtelijke kaders. De motie van de leden Vestering en VanCampen die oproept tot spoedige implementatie van een verbod op hetgebruik van stroomstootapparatuur (Kamerstuk 36 200 XIV, nr. 62) en demotie van de leden Vestering en Beckerman die oproept tot een verbod ophet gebruik van drijfmiddelen die pijn of veel stress kunnen veroorzakenbij dieren (Kamerstuk 28 286, nr. 1202), zijn uitgevoerd als dit verbod vankracht is geworden.Het gebruik van stroomstootapparatuur om dieren in de veehouderij voortte drijven wordt door middel van een algemene maatregel van bestuur(AMvB) toegevoegd aan de lijst van verboden gedragingen in artikel 1.3van het Besluit houders van dieren. Aangezien de verordening (EG)nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden maarbeperkt ruimte geeft voor strengere nationale voorschriften, wordt voorhet gebruik van stroomstootapparatuur in slachthuizen bezien of doormiddel van een beleidsregel nader uitleg kan worden gegeven aan deaanwijzingen in deze verordening voor het gebruik van stroomstootappa-ratuur.De concept-AMvB heeft verschillende toetsen doorlopen en in de zomervan 2023 is de ontwerp-AMvB ter internetconsultatie voorgelegd1. Er zijn55 openbare reacties en 13 anonieme reacties binnengekomen. Er zijn ookeen aantal reacties binnengekomen van sector-organisaties zoalsSAVEETRA (Samenwerkende VeeTransporteurs), deelmarkt van Transporten Logistiek, van ngo’s, verzamelcentra-exploitanten, veehouders entransporteurs. De reacties waren verdeeld. Voorstanders van het verbod1Overheid.nl | Consultatie Verbod stroomstootapparatuur (internetconsultatie.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13373 geven als kernargument dat stroomstootapparatuur in alle gevallen pijnen stress bij het dier veroorzaakt. Tegenstanders van het verbod zien hetelektrisch drijfmiddel als een laatste redmiddel om «onwillige» dierendoeltreffend voort te bewegen en om veiligheid van eigen werknemers teborgen.De concept-AMvB is ook besproken met de sector tijdens zogehetenMKB-toetsen. Er hebben in het najaar van 2023 panelsessies plaatsge-vonden met primaire bedrijven, transporteurs en slachterijen. Tijdens desessies is het voorstel toegelicht, konden ondernemers vragen stellen enis ook gesproken over mogelijke alternatieven voor het gebruik vanstroomstootapparatuur.De panels staan kritisch tegenover het voorstel en hebben hunbezorgdheid daarover geuit omdat zij vinden dat de sector in zijn geheelniet klaar is voor dit verbod. Uit de panelsessies blijkt ook dat er in depraktijk verschillende soorten veedrijvers gebruikt worden met eenverschillend wattageniveau en dat er actief getest wordt op het effect opdierenwelzijn bij lagere wattages.Ten slotte heeft de NVWA een Handhaafbaarheid-, Uitvoerbaarheid- enFraudebestendigheidstoets (HUF-toets) uitgevoerd. De NVWA heeftgeconcludeerd dat de concept-AMvB beperkt handhaafbaar is omdat deenige manier om te handhaven op een verbod op het gebruik vanstroomstootapparatuur op heterdaad betrappingen berust. De NVWA isniet aanwezig bij het laden voor binnenlands transport en niet altijdaanwezig bij het primaire bedrijf of tijdens het lossen. Verder onderschrijftde NVWA het belang van een beleidsregel voor de uitzondering van hetgebruik van stroomstootapparatuur in de slachthuizenDe uitkomsten van de internetconsultatie, de HUF-toets en de paneldis-cussies met de gebruikers van stroomstootapparatuur heb ik afgewogentegen het effect van deze apparatuur op het dierenwelzijn van de dierenen de voorbeelden van de misstanden die ik heb gezien. De uitkomstenvan de toetsen en de internetconsultatie hebben daarbij niet tot substan-tiële wijzigingen van de concept-AMvB geleid. Het streven is om zo snelmogelijk de concept-AMvB houdende een verbod op het gebruik vanstroomstootapparatuur bij dieren in de veehouderij voor te hangen bij hetparlement.Motie GPS-apparatuur in veetransportwagensIn september 2014 is een motie van het lid Van Dekken aangenomen(Kamerstuk 28 286, nr. 761) die oproept tot het realiseren van eenwettelijke verplichting voor GPS-apparatuur in veetransportwagens eneen centrale database voor verzameling en analyse van de GPS-gegevenster verbetering van de handhaving. De huidige Europese transportveror-dening verplicht het gebruik van GPS bij lang transport (>8 uur), maarvoorziet niet in een centrale database voor opslag van de GPS-gegevens.Voor kort transport (<8 uur) bestaat geen Europese verplichting voor hetgebruik van GPS.Er is echter wel een ontwikkeling in Europa zichtbaar naar eenGPS-verplichting voor al het transport, zowel lang als kort. Dezeverplichting maakt samen met de verplichting om de GPS-gegevens op teslaan in een centrale database van de Europese Commissie onderdeel uitvan het voorstel van de Europese Commissie voor de herziening van detransportverordening. Ik pleit er dan ook voor dat deze verplichtingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13374 onderdeel uit blijft maken van het voorstel en dat het voorstel toezicht opdiertransport middels GPS mogelijk maakt. Daarmee voer ik deze motieuit.Motie Ouwehand over het vangen van kippen aan de potenBij de onderhandelingen over het voorstel met betrekking tot deherziening van de transportverordening is het belangrijk om strategisch tewerk te gaan (zoals ook toegelicht in het Tweeminutendebat Landbouw-en Visserijraad van 11 juni). Nederland is ambitieus als het gaat omdierenwelzijn. Om de Nederlandse inzet optimaal te laten weerspiegelenin de voorgestelde verordening, ben ik sterk afhankelijk van het verkrijgenvan meerderheden binnen de Raad. Helaas delen de meeste lidstaten nietdezelfde ambitie als Nederland. Daarom heb ik de motie Ouwehand overhet vangen van kippen aan de poten (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1651)ontraden. Gewoonweg om een goede onderhandelingspositie tebewaken. Het is duidelijk dat de Kamer wenst dat Nederland zich bij deherziening van de transportverordening sterk inzet voor een duidelijkverbod om kippen aan de poten te vangen. Ik zal dit dan ook inbrengen bijde onderhandelingen over het voorstel voor de herziening van detransportverordening.HuisvestingPilotproject evacuatie dierenDe overstromingen in Limburg in de zomer van 2021 hebben laten ziendat een goede voorbereiding op evacuatie van dieren bij rampen cruciaalis. Het evacueren van veehouderijen bij rampen is een belangrijke encomplexe uitdaging. Op 26 oktober 2023 heb ik de Kamer geïnformeerdover het pilotproject evacuatie dieren2.Graag laat ik de Kamer weten dat het pilotproject op 14 februari jl. isafgerond3. Het ontwikkelde voorspellingsmodel geeft inzicht in de wijzewaarop een ramp zich kan ontwikkelen, door informatie te bieden over demate van kwetsbaarheid van een veehouderij ten opzichte van eenoverstroming. Deze verkregen informatie biedt een handelingsperspectiefvoor alle betrokken partijen, met betrekking tot het tijdig informeren over,voorbereiden op en evacueren van gehouden dieren. Dit pilotproject heeftaangetoond dat veiligheidsregio’s en veehouders samen met een concreteinformatiepositie beter in staat zijn om tijdig dieren in veiligheid tebrengen en zo de impact van een overstroming, op het bedrijf in hetalgemeen en het dierenwelzijn in het bijzonder, aanzienlijk te beperken. Erwordt momenteel verkend op welke manier een vervolg gegeven kanworden aan deze pilot.Motie Van Campen en Michon-Derkzen Dierenwelzijn: classifi-catie stalbezettingen/ insluipingenTijdens het Tweeminutendebat Dieren in de veehouderij van 12 september2023 hebben de leden Van Campen en Michon-Derkzen een motieingediend, welke vervolgens is aangenomen, die verzoekt om hetbinnendringen van stallen primair in de registratiesystemen van de politiete classificeren als huisvredebreuk/inbraak in plaats van een verbodentoegang overtreding. In dat kader zijn gesprekken gevoerd met hetOpenbaar Ministerie en Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland.2Kamerstuk 28 286, nr. 13153Eindrapport pilotproject Evacuatie dieren | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13375 De politie heeft in een eerder stadium een handelingskader opgesteld metdaarin operationele adviezen voor de politie in het hele land in het gevalvan stalinsluipingen of bezettingen4. Een stalbezetting heeft veel impactop de betrokkenen, omdat vaak het bedrijf en het woonhuis van deslachtoffers zich op hetzelfde erf bevinden. Naar aanleiding van dezemotie zal dit handelingskader van de politie worden verrijkt met eenparagraaf waarin wordt beschreven hoe benadeelden gewezen dienen teworden op de mogelijkheid van het doen van aangifte van huis-, lokaal oferfvredebreuk (artikel 138 Sr).Het is vervolgens aan het Openbaar Ministerie om, afhankelijk van deomstandigheden, te bepalen of vervolging aangewezen is en – zo ja –welke feiten ten laste worden gelegd. Verder is het aan de rechtervoorbehouden om de meest aangewezen straf – naar soort, lengte ofomvang en modaliteit – te bepalen. Hij weegt daarbij alle factoren tegenelkaar af die hij voor het bepalen van de straf van belang acht.Ik wil alle slachtoffers hierbij wel nadrukkelijk oproepen om altijd aangiftete doen, en een oproep doen aan de daders te stoppen en ervan bewust teworden dat de impact op de boeren en hun gezinnen groot is. Dit geldtvoor alle vormen van criminaliteit. Denk aan bedreiging, vernieling,inbraak, et cetera. Deze aangiftes zijn niet alleen in het belang vooropvolging en vervolging van een verdachte, maar geven ook een beeldvan de mate waarin incidenten voorkomen zodat ik, samen met deMinister van Justitie en Veiligheid, daarop het juiste preventieve beleidkan voeren en indien nodig aanpassingen kan doen.SlachtCameratoezichtInmiddels werkt de NVWA al 4 jaar succesvol met vrijwillig cameratoezichtop dierenwelzijn in slachthuizen. Zoals eerder aan de Kamer gemeld(Kamerstuk 28 286, nr. 1199) bereid ik, mede op uitdrukkelijk verzoekvanuit uw Kamer, een wetsvoorstel voor om cameratoezicht in slacht-huizen en op verzamelcentra wettelijk te verplichten, zodat dit toezicht-middel nog effectiever en efficiënter kan worden ingezet. Ik heb hetwetsvoorstel ter wijziging van de Wet dieren, waarmee cameratoezicht opslachthuizen en verzamelcentra verplicht wordt, in mei aangeboden voorinternetconsultatie. Hiermee is een belangrijke stap genomen in hetwetgevingstraject. Tegelijk met de internetconsultatie wordt aan de NVWAeen Handhaafbaarheids-, Uitvoerbaarheids-, en Fraudebestendigheids-toets toets (HUF) gevraagd en wordt het wetsvoorstel voor adviseringaangeboden aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en aan hetAdviescollege toetsing regeldruk (ATR).Met dit wetsvoorstel geef ik uitvoering aan de volgende moties:•Ouwehand (PvdD) verzoekt de regering, in te zetten op cameratoezichtin alle Nederlandse slachthuizen en verplichting daartoe niet uit tesluiten (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1008).•Vestering (PvdD), verzoekt de regering te borgen dat de NVWA zelfmag bepalen waar de camera’s in slachthuizen worden geplaatst en tevoorkomen dat er dode hoeken bestaan (Kamerstuk 28 286, nr. 1240).•Van Campen (VVD) c.s. verzoekt de regering dat bij in voorbereidingzijnde wetgeving binnen de kaders van de Algemene Verordeninggegevensbescherming (AVG) cameratoezicht die realtime op afstandkan worden uitgelezen als basisvoorwaarde uit te werken (Kamerstuk28 286, nr. 1250).4Kamerstuk 29 628, nr. 1174Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13376 •Van Campen (VVD) c.s. verzoekt de regering bij alle voorbereidendewet- en regelgeving expliciet aandacht te hebben voor maatwerkregelsvoor zelfslachtende slagers (Kamerstuk 28 286, nr. 1251).•Graus (PVV) en Eerdmans (JA21) verzoekt de regering om permanentcameratoezicht (naast fysieke controles) in slachthuizen ten behoevevan de NVWA (Kamerstuk 28 286, nr. 1257).•Eerdmans (JA21) verzoekt de regering te waarborgen dat de NVWAfysieke inspecties blijft uitvoeren in slachthuizen, omdat er naast slimcameratoezicht ook menselijk toezicht in slachthuizen moet blijven(Kamerstuk 28 286, nr. 1252).Met het wetsvoorstel wordt de wettelijke basis gelegd om de plaatsingvan camera’s in slachthuizen en verzamelcentra te verplichten, dezecamera’s in werking te hebben en beelden op te nemen voor het toezichtop dierenwelzijn, aanvullend op het fysieke toezicht van de NVWA.Daarnaast creëert het wetsvoorstel de mogelijkheid om in de toekomstook innovatieve systemen voor het toezicht te verplichten, zoals sensor-technologie en kunstmatige intelligentie om camerabeelden te analyserenen te selecteren. Dit met het oog op de veelbelovende ontwikkeling vandit zogenaamde «slimme cameratoezicht».Het wetsvoorstel heeft aanzienlijke gevolgen voor de privacy vanmedewerkers en andere personen die in de genoemde bedrijvenaanwezig zijn. De zorgvuldigheid die benodigd was om te voldoen aan derelevante verdragen en wetgeving rondom privacy heeft ervoor gezorgddat het opstellen van het wetsvoorstel langer heeft geduurd danoorspronkelijk voorzien.Stand van zaken moties van het wetgevingsoverleg Wet dierenOp 4 en 11 maart 2024 vond het wetgevingsoverleg plaats over de notavan wijziging ten aanzien van artikel 2.1. van de Wet dieren. In het kadervan dit overleg zijn meerdere moties ingediend en aangenomen.Hieronder geef ik van diverse moties de huidige stand van zaken van deuitvoering daarvan aan.Motie Vedder over transitiefondsDe motie Vedder (Kamerstuk 35 746, nr. 26) verzoekt de regering teonderzoeken hoe maatregelen op het gebied van dierenwelzijn een plekkunnen krijgen in het Transitiefonds en te bekijken hoe pilots metbetrekking tot dierwaardige veehouderij vanuit het Transitiefonds kunnenworden gefinancierd. Ik heb hier voorwerk voor verricht. Op dit momentconstateer ik dat de formerende partijen van plan zijn het Transitiefonds telaten vervallen. In het licht hiervan vind ik het niet voor de hand liggen omdit onderzoek nu voort te zetten. Ondertussen worden wel de nodige enmogelijke voorbereidingen getroffen voor het kunnen uitvoeren vanpilots, zodat het nieuwe kabinet hier desgewenst snel mee van start kan.Ik beschouw deze motie daarmee als afgedaan.Motie Van Campen/Bromet: hardmaken voor verbetering dieren-welzijn in EU en motie Beckerman: beperk import landbouwpro-ducten met lagere welzijnsstandaardIk heb mij in Europa continu ingezet voor het verbeteren van dieren-welzijn. Tijdens de Landbouw- en Visserijraad van 26 maart jl. heb ik bij deCommissie aangedrongen op een snelle publicatie van de eerderaangekondigde voorstellen, in het bijzonder de voorstellen voor hetwelzijn van productiedieren en het welzijn van dieren bij het doden(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1635).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13377 Tijdens de Landbouw- en Visserijraad van 18 september 2023 en van29 april jl. heb ik, in het kader van besprekingen over handelsgerelateerdelandbouwvraagstukken, de Commissie gevraagd om bij de nieuwevoorstellen voor EU-dierenwelzijnswetgeving ook te kijken naar (geïmpor-teerde) producten uit derde landen (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1581 ennr. 1642). Deze oproepen heb ik nogmaals gedaan, naar aanleiding vaneen door Slovenië ingebracht diversenpunt over dierenwelzijn, tijdens deLandbouw- en Visserijraad van 27 mei jl.Eerder heb ik al in de Landbouw en Visserijraad aangegeven dat ik hetvoornemen van de Commissie onderschrijf om te onderzoeken ofdierenwelzijnsregels voor producten uit derde landen kunnen wordenopgesteld die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van de EU, metinachtneming van de WTO-regels (zie Kamerstuk 28 286, nr. 1287).Ketenafspraken over vergoedingen maatregelen dierenwelzijn enverduurzamingTijdens de behandeling van de LNV begroting op 1 februari 2024 heb iktoegezegd op verzoek van het lid Koekkoek (Volt) om de Kamer regelmatigte informeren over afspraken in de keten die toezien op verduurzaming inde landbouw en vergoedingen daarvoor. Tijdens het wetgevingsdebat van11 maart 2024 is de motie van het lid Beckerman aangenomen, waarin deregering onder meer is verzocht om in het pakket maatregelen voordierenwelzijn, de ketenpartijen zoals de supermarkten en voedselindustriedringend te adviseren om nieuwe bindende afspraken te maken met deboer, waarbij zij hun producten voor een hogere prijs kunnen afzetten(Kamerstuk 35 746, nr. 37).Binnen de Mededingingswet is er ruimte voor het maken van duurzaam-heidsafspraken, maar specifiek voor de landbouw biedt vooral deVerordening Gemeenschappelijke marktordening voor landbouwpro-ducten (EU) 1308/2013) die ruimte, omdat het uitzonderingen biedt op demededingingswet. Dit biedt goede mogelijkheden voor ketenpartijen ommet agrarische ondernemers afspraken te maken over bovenwettelijkemaatregelen gericht op verduurzaming of het vergroten van dierenwelzijnen over bijpassende vergoedingen.In gesprekken met ketenpartijen benadruk ik dit voortdurend en blijf ikpartijen actief informeren over deze mogelijkheden. Ik sta in nauw contactmet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over het informeren overdeze mogelijkheden en de voorwaarden. De ACM heeft de LeidraadSamenwerking Landbouwers5 geactualiseerd en verder verduidelijkt. DeACM heeft verder aangegeven bereid te zijn ondersteuning te bieden doorinformatie te geven, regels te verduidelijken en om vragen te beant-woorden. Recent heeft Stichting Milieukeur (SMK) aangegeven eenduurzaamheidsvergoeding in te voeren voor producenten van groentenen fruit met het keurmerk On the Way to PlanetProof (OPP Keurmerk).Voorafgaand aan deze aankondiging heeft SMK aan de ACM gevraagd ditinitiatief te toetsen aan concurrentieregels. De ACM heeft gepubliceerddat SMK deze duurzaamheidsvergoeding mag invoeren, en hieroverafspraken mag maken met supermarkten. Dit is een praktijkvoorbeeld vanhet tot stand komen van ketenafspraken. Ook andere initiatieven kunnenbij de ACM nagaan of concrete plannen of ideeën passen binnen deconcurrentieregels. Ik werk daarnaast aan de organisatie van verschil-5https://www.acm.nl/nl/publicaties/leidraad-samenwerking-landbouwers-vernieuwd-voor-duurzaamheidsinitiatievenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13378 lende bijeenkomsten om met agrariërs en ketenpartijen kennis eninspiratie uit te wisselen over de mogelijkheden van dergelijke afspraken.Om zicht te houden op de prijsvorming in het algemeen en de verdelingvan marges in de keten heb ik de ACM verzocht om het onderzoek in devorm van de Agro-Nutri Monitor voort te zetten. Komend jaar zal de ACMenkele producten volgen in de plantaardige en de dierlijke keten – teweten zuivel en varkensvlees- en de resultaten eind 2025 publiceren.Evenals de eerdere Agro-Nutri monitor, uitgevoerd door de ACM insamenwerking met Wageningen Economic Research, zal de ACM ook deverschillen in marges monitoren tussen producten die gangbaar,biologisch of onder een privaat duurzaam keurmerk zijn geproduceerdzoals Beter Leven. Daarnaast onderzoekt de ACM kansen en belemme-ringen voor samenwerking in de keten die bijdragen aan verduurzamingen het verhogen van dierenwelzijn.OverigGLB-regeling stoppen met het couperen van varkensstaartenIn mijn brief van oktober 2023 (Kamerstuk 28 286, nr. 1315) heb ik ugeïnformeerd over de subsidieregeling waarmee de varkenssector,vooruitlopend op regelgeving om fysieke ingrepen te verbieden ofmaximaal in te perken, ondersteuning kan krijgen bij het geleidelijkstoppen met couperen van staarten van biggen. Eind mei zijn zesprojecten goedgekeurd waarbij samenwerkingsverbanden van minimaalvijf varkenshouders en één of meer slachterijen en afzetkanalen vanvarkensvlees (waaronder supermarkten) ervaring gaan opdoen methouden van varkens met hele staarten.Ook gaan zij werken aan een verdienmodel om de investeringen tebekostigen die nodig zijn om vanuit het belang van dierenwelzijn op eenverantwoorde wijze varkens met hele staarten te kunnen houden. Ik benpositief over de belangstelling voor de regeling in de varkensketen; dietoont aan dat ketenpartijen zich gezamenlijk willen inzetten om hetcouperen uit te faseren. Het voornemen is om deze subsidieregeling innovember van dit jaar voor een tweede keer open te stellen. In totaal is ereen bedrag van 5 miljoen euro voor deze regeling gereserveerd.GezelschapsdierenHuis- en hobbydierenlijst en motie leden Van der Plas en VanCampen inzake wetenschappelijke toets van het aspect domesti-catie bij de dromedarisDe huis- en hobbydierenlijst is op 1 mei 2024 gepubliceerd in deStaatscourant. Op 1 juli 2024 zal de lijst in werking treden. Dit betekent datvanaf 1 juli alleen dieren van soorten die op de lijst staan gehoudenmogen worden. Deze lijst geldt alleen voor zoogdieren. Het invoeren vandeze lijst is een belangrijke stap in het beschermen van het welzijn vandieren en de veiligheid van mensen.Er geldt overgangsrecht. Mensen die op 1 juli 2024 al een dier van eensoort hebben die niet op de lijst staat, mogen dat dier houden totdat hetdier overlijdt. Dit geldt ook voor de jongen waarvan een dier drachtig is ophet moment dat de lijst in werking treedt. De dieren die op deze manieruitgezonderd zijn van de huis- en hobbydierenlijst, mogen nog verhandeldworden. Er mag niet met deze dieren worden gefokt vanaf 1 juli. Dierenvan soorten die niet op de lijst staan en vanaf 1 juli 2024 uit het buitenlandnaar Nederland komen, mogen niet in Nederland worden gehouden. ErTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 13379 geldt ook een aantal vrijstellingen van de lijst, bijvoorbeeld voor dieren-tuinen met een dierentuinvergunning en voor het houden van damhertenen edelherten.Ik informeer de Tweede Kamer in deze brief ook over de uitvoering van demotie Van der Plas en Van Campen over de dromedaris (Kamerstuk28 286, nr. 1282). De motie verzocht om, op het moment dat de lijst in wet-en regelgeving is verankerd maar voor het in werking treden van dezelijst, een objectieve wetenschappelijke toets van de dromedaris voor dehuis- en hobbydierenlijst te laten uitvoeren door het adviescollege. Hetverzoek was hierbij om de door de dromedarishouder aangedragenwetenschappers op het gebied van domesticatie van de dromedaris teraadplegen en, in het geval deze als gedomesticeerd zou wordenbeschouwd, de dromedaris voor het in werking treden van de lijst toe tevoegen.Het Adviescollege huis- en hobbydierenlijst heeft de wetenschappersgeraadpleegd die door de dromedarishouder zijn aangedragen. Er heefteen uitwisseling plaatsgevonden en het adviescollege heeft het aspectdomesticatie opnieuw bezien, waarbij de argumenten van de aange-dragen wetenschappers zijn meegewogen. Het oordeel van het advies-college over de dromedaris is niet gewijzigd. Voor het beoordelen vandomesticatie voor de huis- en hobbydierenlijst is een op wetenschappe-lijke literatuur gebaseerd toetsingskader gebruikt. Domesticatie is eencontinu proces en met behulp van het toetsingskader kan wordenvastgesteld of populaties van een soort zich in een vergevorderd stadiumvan domesticatie bevinden. Dit toetsingskader is gebruikt om tewaarborgen dat de beoordeling van de diersoorten wetenschappelijkonderbouwd is.De conclusie is dat de dromedaris zich weliswaar in het proces vandomesticatie bevindt, maar van vergevorderde domesticatie kan nog nietworden gesproken. De soort wordt dus niet op de huis- en hobbydieren-lijst geplaatst. Voor de houder die in Nederland dromedarissen houdt voorproductie geldt een vrijstelling, waarover ik de Tweede Kamer in mijn briefvan 19 januari 2023 heb geïnformeerd (Kamerstuk 28 286, nr. 1256). Dehouder mag het bedrijf ook overdragen. Hiermee beschouw ik deze motieals afgedaan.Pilot landelijk expertisecentrum complexe hondenSommige honden hebben door hun achtergrond, gedrag of gezondheidextra zorg en aandacht nodig. Deze honden noemen we complexehonden. Als ze niet de juiste zorg krijgen, kan dit slecht zijn voor hunwelzijn en kan het gevaarlijk zijn voor de omgeving. Reguliere Neder-landse opvangcentra zijn niet ingericht op het opvangen van dezecomplexe honden. Daarom heeft de Hogere Agrarische School Den Bosch(HAS) onderzocht hoe een landelijk expertisecentrum kan helpen bij deopvang en training van deze honden. In een pilot is getest of het welzijnvan honden die in beslag zijn genomen na een bijtincident beter gewaar-borgd kan worden in een gespecialiseerde opvang. Zoals toegezegd aande Kamer (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 19) deel ik hierbij het onderzoeks-rapport en de resultaten van de pilot.Aan de pilot hebben 11 honden meegedaan die in beslag waren genomenna een bijtincident. Deze honden werden opgevangen volgens eenhuisvestings- en behandelprotocol van de Hondencampus, dat tijdens depilot werd ontwikkeld en verbeterd. In dit protocol staat bijvoorbeeldopgeschreven welke expertise en faciliteiten aanwezig moeten zijn enworden de verschillende behandelfases in details beschreven. OokTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 133710 dierenopvangcentra en asielen kunnen deze protocollen gebruiken om deveiligheid en het welzijn van complexe honden te verbeteren.Resultaten pilotAlle honden hebben tijdens de pilot vooruitgang geboekt, zowel emoti-oneel als in gedrag. Twee honden mochten na behandeling terug naarhun eigenaar en vier honden zijn herplaatst als werkhond of huishond.Helaas had bijna de helft van de honden matige tot ernstige fysiekegezondheidsproblemen, waardoor drie honden moesten wordengeëuthanaseerd. Dit benadrukt het belang van expertise bij de verzorgingvan deze honden. Twee andere honden werden geëuthanaseerd vanwegeonherstelbare gedragsproblemen door genetische factoren en slechtesocialisatie.De resultaten tonen aan dat met het toepassen van het huisvestings- enbehandelprotocol het gedrag en de gezondheid van honden die in beslagzijn genomen na een bijtincident goed gewaarborgd kan worden. Daaromwordt aangeraden om dit protocol meteen toe te passen bij alle hondendie in beslag zijn genomen naar aanleiding van een bijtincident. Ik ben blijmet dit positieve resultaat. Daarom wil ik, in overleg met de Rijksdienstvoor Ondernemend Nederland, kijken of we aanvullende eisen – in lijnmet de protocollen – kunnen stellen aan de organisaties die deze hondenopvangen. Zo kunnen zowel de veiligheid van mensen als het welzijn vande honden goed gewaarborgd worden.Internetconsultatie houdverbod katten met vouworen en naakt-katten (Kamerstuk 28 286, nr. 1288)Het aangekondigde houdverbod voor katten met vouworen (Kamerstuk28 286, nr. 1303) is in internetconsultatie gegaan. In deze algemenemaatregel van bestuur is daarnaast een houdverbod voor naaktkattenopgenomen. Deze katten hebben door het ontbreken van een (functionele)vacht, snor- en tastharen een grotere kans op gezondheidsproblemen enzijn zintuiglijk beperkt.Het houdverbod houdt in dat er geen nieuwe katten met vouworen ennaaktkatten meer gekocht mogen worden, het fokken van katten met dezekenmerken is al verboden. Huidige houders van katten met vouworen ennaaktkatten mogen hun dier houden, maar moeten hun kat van een chipvoorzien en mogen niet meer naar wedstrijden en shows met deze katten.Als de reacties op de internetconsultatie zijn verwerkt zal de AMvB aan deTweede Kamer worden aangeboden en de regels gelden zodra de AMvBinwerking treedt.De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,P. AdemaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 286, nr. 133711

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1ded9fe77b276a13

14 okt 2026 · b89f13cc91415c81

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.