Verzamelbrief naar aanleiding van het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen
Brontekst
Versie 152c41f2982400b3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 279Rechtsstaat en Rechtsorde28 345Aanpak huiselijk geweld34 843Seksuele intimidatie en geweld33 552Slachtofferbeleid31 015KindermishandelingNr. 916 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 november 2024Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid vanvrouwen op 16 oktober jl. en het Tweeminutendebat over hetzelfdeonderwerp op 23 oktober jl. sturen wij u voor de begrotingsbehandelingJustitie en Veiligheid de voorliggende brief met de volgende onder-werpen:−Een eerste reactie inzake het samenbrengen van expertise voor een«centraal meldpunt femicide» of «landelijke 24/7 hulplijn»−Nader antwoord op vragen van het lid Van Nispen over contactverbo-den−Nadere informatie over de uitvoering van de motie Van Nispen uit2020 over de laagdrempelige voorziening voor slachtoffers, inclusiefde afdoening van de aangenomen motie Van Nispen over één centraalloket bij ernstige privacy-schendingen, die tijdens het Tweeminutende-bat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen d.d. 23 oktober jl. isingediend.−Antwoord op de openstaande vragen uit het commissiedebat Zeden en(on)veiligheid van vrouwenEerste reactie inzake het samenbrengen van expertise voor een«centraal meldpunt femicide» of «landelijke 24/7 hulplijn»In bijna 80% van de moord en doodslag op vrouwen en meisjes inNederland is de pleger een (ex-)partner, een ouder of een ander familieliden is er dus sprake van fataal huiselijk geweld of fatale kindermishan-deling. Om femicide te voorkomen is het van belang dat betrokkenen,omstanders of professionals mogelijke signalen van onveiligheid engeweldsescalatie herkennen, dat zij advies vragen of melding doen én dat kst-29279-916ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9161 deze adviesvragen en meldingen adequaat worden opgepakt. Hiervoorzijn kennis, vaardigheden en goede dossieropbouw noodzakelijk.Uw Kamer heeft tijdens het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid vanvrouwen de urgentie hiervan benadrukt. Bij motie van de leden Van derWerf en Becker verzoekt uw Kamer de regering om «(met een uitgewerktplan te komen om) expertise op het terrein van femicide landelijk samente brengen ter ondersteuning van een landelijke 24/7 hulplijn, waarsignalen van rode vlaggen voor femicide sneller en beter wordenopgepakt».1 Daarnaast verzoekt uw Kamer de regering bij motie van hetlid Mutluer om «in beeld te krijgen welke structurele verbeteringen enuitbreidingen noodzakelijk zijn bij Veilig Thuis en vrouwenopvangplekkenom een veilige en toegankelijke omgeving voor alle slachtoffers vanhuiselijk geweld en mogelijk femicide te waarborgen».2Omdat bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling niet altijddirect duidelijk is om wat voor vorm van geweld het gaat (bijvoorbeeldsituationeel geweld of dwingende controle) is het belangrijk dat vroegesignalen op de juiste plek binnen komen, waar met de juiste expertise eeninschatting kan worden gemaakt van de situatie. Dit advies- en meldpunt,met expertise over diverse vormen van huiselijk geweld en kindermishan-deling en overal in het land (in 25 regio’s) en 24/7 bereikbaar, is VeiligThuis. In acute noodsituaties moet de politie, eveneens 24/7 bereikbaar,worden gebeld via 112. In de aanpak Veiligheid Voorop werken VeiligThuis en politie (en justitieorganisaties) nauw samen, zodat de juisteexpertise van deze verschillende organisaties worden samengebracht, opbasis waarvan de juiste acties kunnen worden ingezet.Veilig Thuis heeft (onder meer) als wettelijke taak om als laagdrempeligadvies- en meldpunt te fungeren. Helaas is de werkelijkheid dat mensendrempels ervaren om contact op te nemen met Veilig Thuis. Dit kankomen omdat het op zichzelf al moed vergt om advies te vragen ofmelding te doen, maar bijvoorbeeld ook omdat het niet voor iedereenduidelijk is wat Veilig Thuis wel en niet doet, het voor sommige mensenonduidelijk is wat er met een melding gebeurt of omdat ze een negatiefbeeld hebben van Veilig Thuis. Wij nemen deze ervaren drempels samenmet gemeenten zeer serieus. De oplossing ligt daarmee echter niet in hetoprichten van een nieuw meldpunt. Een nieuw meldpunt of een nieuwehulplijn heeft onder meer de volgende nadelen:−Het leidt tot een extra schakel in de uitvoering, omdat dit nieuwemeldpunt ook met Veilig Thuis (en andere partnerorganisaties) zalmoeten samenwerken, en dat kan op termijn ook weer een drempel-verhogend effect hebben.−Het leidt tot meer onduidelijkheid bij burgers en professionals overwaar men terecht kan: het kabinet wil «wildgroei» van meldpunten ende versnippering van het hulpverleningslandschap juist tegengaan.−Bemensing met de juiste expertise is moeilijk. Er bestaat al een groottekort aan personeel en bemensing van een nieuw meldpunt heeftbovendien het risico dat personeel wordt weggetrokken bij VeiligThuis, waardoor de wachttijden daar kunnen oplopen.−Een extra meldpunt vergt nieuwe wetgeving, onder meer voor demogelijkheid tot gegevensuitwisseling, terwijl de grondslag voorgegevensdeling tussen Veilig Thuis, politie en justitieorganisaties netwettelijk is verankerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015en per 1 januari 2025 van kracht wordt.1Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 890.2Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 895.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9162 Het kabinet kiest er dus voor om in te zetten op het versterken van hetadvies- en meldpunt dat er al is, om te zorgen voor kundige enslagvaardige medewerkers van Veilig Thuis, om de samenwerking tussende partnerorganisaties verder te versterken en om de bewustwording overwat Veilig Thuis precies doet te vergroten. Acties die hieraan moetenbijdragen staan beschreven in het plan van aanpak «Stop femicide!» enmoeten dus met prioriteit worden uitgevoerd. Dit is onder meer:−Het bevorderen van deskundigheid bij professionals over signalen(«rode vlaggen») van dreigende femicide, zodat zij deze vroegherkennen en zodat zij adequaat kunnen handelen. Naar aanleidingvan de motie van het lid Van der Werf3 wordt bezien hoe de kennishierover ook beter kan terechtkomen in de opleiding van relevanteberoepen. De langetermijnstrategie is naar verwachting eind 2025gereed. Intussen wordt binnen de afzonderlijke organisaties al gewerktaan het vergroten van de kennis over de signalen van dreigendefemicide. In november 2024 vindt hierover een landelijk congres plaatsvoor rechters, officieren van justitie en advocaten. Ook wordt op kortetermijn bekeken hoe het eerder ontwikkelde online naslagwerk(digizine) over psychisch geweld verder kan worden benut in deinterne opleidingen van de betrokken organisaties.−Het samen met onder andere politie, Veilig Thuis, vrouwenopvang enwetenschappelijke experts onderzoeken hoe veiligheids- en risicobe-oordeling kan worden verbeterd. Een eerste verkennend onderzoek zalongeveer een halfjaar duren en naar verwachting na de zomer van2025 gereed zijn. Daarna zal de verdere ontwikkeling en wetenschap-pelijke validatie van de veiligheids- en risicobeoordeling moetenplaatsvinden.−Het verbeteren van de dossieropbouw bij psychisch geweld (waaron-der intieme terreur of dwingende controle), zodat gedragspatronengoed worden herkend en vastgelegd waarmee ook het strafrechtadequaat kan worden ingezet. Samen met de betrokken organisaties,waaronder Veilig Thuis, politie, Raad voor de Kinderbescherming enreclassering, zal dit komende maanden in enkele regio’s wordenverkend en beproefd. De eerste resultaten hiervan worden na de zomervan 2025 verwacht. Het is de bedoeling dat de bevindingen daarnanaar alle regio’s worden verspreid. Tegelijkertijd werken de Staatsse-cretaris en Minister van Justitie en Veiligheid aan een wetsvoorstelvoor een aparte strafbaarstelling van psychisch geweld, zoalstoegezegd tijdens het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid vanvrouwen op 16 oktober jl. Voor de zomer van 2025 informeren we deTweede Kamer over de contouren van dit wetsvoorstel.−Het structureel ondersteunen van de samenwerking tussen VeiligThuis, politie en justitieorganisaties (Veiligheid Voorop), zodat dezewerkwijze in alle regio’s in het land wordt versterkt.Ook zetten we in op de versteviging van Veilig Thuis als expertisecentrumhuiselijk geweld en kindermishandeling. Het Landelijk Netwerk VeiligThuis heeft interne expertgroepen opgezet met kennis over specifiekegeweldsvormen, waaronder intieme terreur of dwingende controle, die alsvraagbaak fungeren voor collega’s in het hele land, van Veilig Thuis énvan partnerorganisaties. Daarnaast wordt gewerkt aan het verbeteren vande werkprocessen bij Veilig Thuis, onder meer gericht op de aanpak vande wachttijden en het verbeteren van het handelingsprotocol voor alleVeilig Thuis-medewerkers. We zijn met gemeenten en het LandelijkNetwerk Veilig Thuis in gesprek over de wijze waarop de aanbevelingenvan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) uit het rapport«Aanhoudende onveiligheid tijdens het wachten op Veilig Thuis» van3 oktober jl. over het oplossen van de problematische wacht- en doorloop-3Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 889.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9163 tijden bij Veilig Thuis en zorg- en hulpverlening kunnen wordenopgevolgd.Aanvullend werken we momenteel met gemeenten en Veilig Thuis samenaan het vergroten van de laagdrempeligheid en toegankelijkheid vanVeilig Thuis, onder meer door het breder bekend maken van het landelijktelefoonnummer van Veilig Thuis (bijvoorbeeld door het nummer tevermelden na radio en televisieprogramma’s, documentaires of filmswaarin huiselijk geweld of kindermishandeling voorkomt) en het mogelijkuitbreiden van de chatfunctie van Veilig Thuis.Wij zullen uw Kamer in februari 2025 hierover nader informeren conformde toezegging in het Tweeminutendebat, evenals in de brief voor dezomer van 2025 over de voortgang van de prioritaire acties uit het planvan aanpak «Stop femicide!» (waaronder de hierboven beschrevenactiviteiten). Daarnaast wordt uw Kamer nog in 2024 geïnformeerd overhet traject waarin de toegang tot hulpverlening voor slachtoffers van(seksueel) geweld in afhankelijkheidsrelaties beter wordt georganiseerd.Met gemeenten en de partnerorganisaties gaan wij op korte termijn envervolgens periodiek in gesprek, op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau,om de benodigde verbeteringen in de aanpak van huiselijk geweld enkindermishandeling (waaronder femicide) te bespreken, goed te latenlanden en gezamenlijk de voortgang te monitoren. Gemeenten enuitvoeringsorganisaties hebben hierin immers een doorslaggevende rol.Zonder al die bevlogen en deskundige professionals bij politie, VeiligThuis, vrouwenopvang, lokale teams, reclassering en vele andereorganisaties blijven onze beleidsvoornemens bij voornemens. Zij kunnendaarin het verschil maken voor al die vrouwen, kinderen en anderen die temaken hebben met huiselijk geweld en kindermishandeling.Nader antwoord op vragen van het lid Van Nispen overcontactverboden1.Krijgt een slachtoffer altijd een bewijs mee van het opgelegde contact-verbod?Een slachtoffer wordt door of namens het Openbaar Ministerie altijdschriftelijk geïnformeerd over een door de officier van justitie of derechtbank opgelegd contact- of gebiedsverbod. Dit is conform de OMAanwijzing Slachtoffers in het strafproces.4 In geval van een onherroepe-lijke einduitspraak, informeert het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)het slachtoffer ook schriftelijk. De bijzondere voorwaarden, zoals locatie-en contactverboden, maken hiervan onderdeel uit.2.Wordt bij het informeren van het slachtoffer over het opgelegde contact-verbod dan ook duidelijk gemaakt waar en hoe de schending ervan kanworden gemeld?Ja, als het slachtoffer door of namens het Openbaar Ministerie wordtgeïnformeerd over het opgelegde contactverbod, dan wordt daar ook bijvermeld dat het slachtoffer zich tot de politie kan wenden als er sprake isvan een schending. Ook het telefoonnummer van de politie wordt daarbijweergegeven.3.Heeft de politie een centraal systeem van de geldende contactverboden?4Stcrt. 2024, nr. 4318 Aanwijzing slachtoffers in het strafproces (2024A001).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9164 Met de voortgangsbrief stalking die op 28 juni 2021 naar uw Kamer isverzonden5 is de eerder ingediende motie6 om contact- en locatiever-boden volledig zichtbaar te maken voor alle politiemedewerkers op straatafgedaan. Als tijdelijke oplossing is dit namelijk sinds eind 2019 georgani-seerd door een taskforce van de politie. Inmiddels is voor een deel van desanctiemodaliteiten waarin contact- en locatieverboden worden opgelegdde informatie hierover geautomatiseerd beschikbaar gemaakt door hetCJIB.4.Wordt een schending van een contactverbod altijd beoordeeld zodat ditconsequenties kan hebben?Bij overtreding van een locatie- of contactverbod maakt de politie eenmelding bij het Openbaar Ministerie zodat deze beoordeeld kan wordenen consequenties kan hebben. Het Openbaar Ministerie beoordeeltdergelijke meldingen altijd. Als het locatie- of contactverbod is opgelegdop grond van artikel 509hh Sv (gedragsaanwijzing Openbaar Ministerie) ingeval van heterdaad, kan betrokkene die zich niet aan het gebod heeftgehouden direct worden aangehouden omdat in dat geval sprake is vanovertreding van artikel 184 of 184a Sr.5.In welke gevallen kan van elektronische monitoring gebruikgemaaktworden bij het handhaven van locatieverboden?Elektronische monitoring (de enkelband) wordt, net als alle andere optieszoals gedragsinterventies en behandelingen, door de reclasseringoverwogen en waar nodig op maat geadviseerd. In de voortgangsbriefstalking die op 28 juni 2021 naar uw Kamer is verzonden is aangegevendat de reclassering vaker de inzet van een enkelband adviseert.7 Ook hetaantal adviezen voor het opleggen van een contact- en locatieverbod istoegenomen. In aanvulling daarop is de actuele situatie dat de reclas-sering in hoog-risico stalkingszaken altijd overweegt te adviseren over demogelijkheid van een contact- en locatieverbod met de inzet van eenenkelband (en de keuze motiveert voor het al dan niet toepassen van deenkelband in haar advisering). Dit naast de mogelijkheden van eenzogenaamd Dadelijk Uitvoerbaar Toezicht waarbij de voorwaarden directal hun werking hebben, zelfs als de verdachte in hoger beroep of cassatiegaat tegen de uitspraak. Daarnaast vraagt de reclassering in de adviezenaandacht voor het opnemen van een realistisch en handhaafbaargebiedsverbod. De aanbeveling is bij slachtoffer-gerelateerde gebiedsver-boden een straal van vijf kilometer. Daarmee ontstaat voldoendereactietijd om in te grijpen als het verbod wordt overtreden ten behoevevan bescherming van het slachtoffer.Nadere informatie over de uitvoering van de motie Van Nispen uit2020 over de laagdrempelige voorziening voor slachtoffersTijdens het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen heeftde Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid toegezegd in te gaan op dereactie van het lid Van Nispen over de afdoening van zijn motie over eenlaagdrempelige voorziening bij ernstige privacy-schendingen.8 Daarnaastheeft de Tweede Kamer een daaraan gerelateerde motie van het lid VanNispen c.s. aangenomen over één duidelijk loket voor mensen dieslachtoffer zijn van ernstige privacy-schendingen op het internet, dietijdens het Tweeminutendebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen5Kamerstukken II, 2020–2021, 29 279, nr. 660.6Kamerstukken II, 2019–2020, 29 279, nr. 565.7Kamerstukken II, 2020–2021, 29 279, nr. 660.8Kamerstukken II, 2019–2020, 34 602, nr. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9165 d.d. 23 oktober jl. is ingediend.9 Hierbij wordt, in overleg met de Ministervan Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris Rechtsbescherming,invulling gegeven aan de gedane toezegging en wordt de motieVan Nispen c.s. over één duidelijk loket afgedaan.Aan beide moties wordt zo veel mogelijk voldaan door het aanwijzen enondersteunen van Helpwanted als laagdrempelige meldvoorziening waarslachtoffers van internetcriminaliteit en ernstige privacy-schendingen zichkunnen melden voor snel en goed advies, de privacy-schending opinternet snel namens hen beëindigd kan worden en zo mogelijk eenaanvang kan worden gemaakt met het strafrechtelijke traject.Helpwanted fungeert hiermee als laagdrempelige meldvoorziening, dieook dienstdoet als voorportaal in een hecht netwerk van de politie,platformen en hulporganisaties. Door de volledig anonieme en gratismeldmogelijkheid bij Helpwanted, door middel van chatten, bellen ofmailen, kunnen slachtoffers laagdrempelig in contact komen metmedewerkers van de meldvoorziening die slachtoffers handelingsper-spectief bieden. Bij meldingen wordt een luisterend oor geboden, wordenslachtoffers direct voorzien van alle relevante informatie en worden zijgeadviseerd over hoe ze het beste met de situatie om kunnen gaan enwelke vervolgstappen genomen kunnen worden.Helpwanted verwijst in sommige gevallen door naar relevante samenwer-kingsinstanties, zoals het Centrum Seksueel Geweld, Fier, huisartsen ende politie. In veel van deze gevallen is er sprake van een warmeoverdracht waarbij een melder diens verhaal niet opnieuw hoeft te doen.Deze manier van doorverwijzen is vergelijkbaar met het doorverwijzenvan bijvoorbeeld de politie naar gespecialiseerde hulpinstanties en vindtdus pas plaats nadat de Helpwanted-medewerkers snel en goed advieshebben geboden. Bij ruim driekwart van de meldingen kunnenHelpwanted-medewerkers zelf alle benodigde hulp leveren die doormelders wordt gevraagd.Naast het bieden van hulp zorgt Helpwanted ervoor dat het schadelijkemateriaal verwijderd wordt als er sprake is van strafbare dan wel evidentonrechtmatige content. Ongeveer 85 procent van de verwijderverzoekenwordt gehonoreerd en in veruit de meeste gevallen gebeurt dit binnen24 uur. Vanwege de (nu nog informele) status van Helpwanted als«betrouwbare flagger» worden verwijderverzoeken van Helpwantedprioritair verwerkt door de platformen. Met het wetsvoorstel Uitvoe-ringswet digitaledienstenverordening (DSA) krijgt Helpwanted naarverwachting ook een formele status.Een melding bij de laagdrempelige meldvoorziening resulteert dus inzowel handelingsperspectief in de vorm van snel en goed advies voorslachtoffers als het verwijderen van illegale content. Momenteel wordt bijHelpwanted bezien hoe de doorverwijzing van een hulpvraag verderverbeterd kan worden.Het starten en uitlopen van de opsporing blijft voorbehouden aan depolitie en het Openbaar Ministerie. Daarbij is het van belang dat voor deopsporing een verdenking van een strafbaar feit nodig is. Dat verhoudtzich niet tot een directe rol van de overheid bij het beoordelen van allecontent die online voorbijkomt. De vrijheid van meningsuiting, ook online,is een groot goed en elke schijn van overheidscensuur dient voorkomen teworden. Bovendien is het van toegevoegde waarde, en daarom vanbelang, dat de nieuwe meldvoorziening straks als een «betrouwbare9Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 892.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9166 flagger» in de zin van de DSA wordt aangewezen. Daarom is er bij deaanwijzing van de laagdrempelige meldvoorziening voor gekozen om ditbij een onafhankelijke partij te beleggen. Dit sluit beter aan bij debestaande systematiek van de zelfregulering van online platforms, waarinwij in Nederland hebben gekozen voor publiek private samenwerking.Verder is het in het kader van de bescherming van persoonsgegevens nietwenselijk dat alle meldingen per definitie onder de aandacht van politieworden gebracht. Tijdens de pilotfase bij Helpwanted was in minder dan15% van de meldingen sprake van strafbare of onrechtmatige contentwaarvoor een verwijderverzoek kon worden ingediend bij de platformen.Het aantal meldingen waarvoor een opsporingstraject kan worden gestartis naar verwachting nog veel lager. Ook is het onwenselijk vanwege hetwettelijke verbod op verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens.Mede daarom is het niet wenselijk om binnen een meldpunt de opsporingen vervolging te integreren.Wel zorgen de medewerkers van Helpwanted ervoor dat, als er sprake isvan strafbare content, het strafrechtelijke traject wordt gefaciliteerd, ondermeer door ervoor te zorgen dat eventueel bewijs wordt verzameld enopgeslagen. Ook ondersteunt Helpwanted slachtoffers in de aanloop naarde aangifte. Hiermee wordt, zoals de motie verzoekt, zo mogelijk eenaanvang gemaakt met het strafrechtelijke traject.Antwoord op de openstaande vragen uit het commissiedebatZeden en (on)veiligheid van vrouwenVraag van het lid BruyningWelke samenwerking loopt er momenteel tussen Nederland en anderelanden van Europa of eventueel daarbuiten om best practices en kennisover gendergerelateerd geweld te delen?Het Verdrag van Istanbul is het verdrag van de Raad van Europa inzakehet voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijkgeweld. De landen die het Verdrag van Istanbul hebben geratificeerdkomen twee tot drie keer per jaar bijeen in de Committee of the Parties inStraatsburg. Tijdens deze vergaderingen komen verschillende bestpractices naar voren en wordt informatie tussen landen uitgewisseld overde aanpak van gendergerelateerd geweld.Daarnaast komen twee keer per jaar in de High Level Group on gender-mainstreaming vertegenwoordigers van de lidstaten bijeen, die verant-woordelijk zijn voor gendergelijkheid en gendermainstreaming opnationaal niveau. De bijeenkomst wordt gezamenlijk georganiseerd doorhet land dat het Europese voorzitterschap bekleedt en de EuropeseCommissie. Deze bijeenkomsten zijn vooral gericht op coördinatie en hetuitwisselen van informatie over de uitvoering van de EU-strategie voorgendergelijkheid en de activiteiten van de voorzitterschappen.De Europese Commissie organiseert verder drie keer per jaar mutuallearning seminars waar lidstaten best practices uit kunnen wisselen meteen focus op de prioritaire thema’s uit de EU-strategie voor genderge-lijkheid. In aanvulling hierop is door de Commissie in het najaar van 2023een netwerk opgezet ter preventie van geweld tegen vrouwen en huiselijkgeweld. Dit netwerk komt twee keer per jaar samen om kennis en bestpractices met elkaar uit te wisselen en bestaat uit vertegenwoordigers vande lidstaten en experts die afhankelijk van het thema van de bijeenkomstworden uitgenodigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9167 Vragen van het lid BeckerHoe gaat u ervoor zorgen dat potentiële daders sneller in een verplichtbehandeltraject komen en kan snelrecht daar wellicht ook een rol inspelen?Ten eerste door te onderzoeken hoe veiligheids- en risicotaxatie kanworden verbeterd, zoals beschreven in het plan van aanpak «Stopfemicide!». Als we daarin slagen, kan dat ertoe bijdragen dat potentiëledaders eerder naar de juiste hulp worden verwezen. Hiermee kan snellerinzichtelijk worden dat bestuursrechtelijke, civielrechtelijke of strafrechte-lijke interventies nodig zijn, waaronder verplichte behandeling.Ten tweede door uitbreiding van het hulpaanbod in vrijwillig kader. DeStaatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg onderzoektmomenteel wat gemeenten nodig hebben om overal een passendhulpaanbod voor plegers te organiseren. Hierbij kan gedacht worden aano.a. steun- en lotgenotengroepen en aan de verkenning naar de inzet vande BORG-gedragstraining ook buiten het strafrechtelijk kader.Ten derde door beschermende interventies zoals het tijdelijk huisverbodvroegtijdiger te gaan inzetten; niet alleen in acute crisissituaties, maar ookbij structurele onveiligheid. Het tijdelijk huisverbod moet altijd gepaardgaan met de inzet van passende hulp, ook voor plegers, om herhaling van(dreigend) geweld te voorkomen.Tenslotte worden huiselijk geweld-zaken waarin een verdachte isopgepakt in het strafrecht afgedaan op de ZSM-tafels (Zorgvuldig, Snel enOp maat). Daar wordt bepaald welke afdoening het beste bijdraagt aan deveiligheid.Wat betreft de inzet van het snelrecht: het Openbaar Ministerie bepaalt (insamenspraak met politie en Rechtspraak) welke zaken via het snelrechtworden afgedaan. Dat kan in principe ook bij huiselijk geweld. In zijnalgemeenheid geldt daarvoor dat het moet gaan om zaken die eenvoudigvan aard zijn, waar het bewijsrechtelijk gemakkelijk is en/of waar deverdachte bekent. Juist bij ernstige vormen van huiselijk geweld is vaakmeer nodig. Een advies van de reclassering bijvoorbeeld over welkebijzondere voorwaarden er nodig zijn voor de dader. Een ander belangrijkaspect om in acht te nemen is dat de snelrechter (politierechter) geengevangenisstraf hoger dan één jaar kan opleggen. Zeker bij huiselijkgeweld is het van belang dat de verdachte een passende straf krijgt.Snelrecht systematisch inzetten bij ernstige vormen van huiselijk geweldis dus niet per se wenselijk.Kunt u aangeven hoe opvolging wordt gegeven aan de aanbevelingen uithet inspectieonderzoek naar aanleiding van de dood van Hümeyra?Op 11 januari 2024 publiceerde de Inspectie van Justitie en Veiligheid(hierna: de Inspectie) het rapport Gestalkt. Gezien. Gehoord? Vervolgon-derzoek op «De aanpak van de stalking door Bekir E. (2019)». Ditonderzoek naar de aanpak van (ex-)partnerstalking is het vervolg op hetkritische rapport van de Inspectie uit september 2019 naar aanleiding vande stalking van en moord op Hümeyra in Rotterdam. Op 26 maart 2024hebben de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming en de Ministervan Justitie en Veiligheid, mede namens de Staatssecretaris van VWS inde beleidsreactie aan uw Kamer10 verbeteracties aangekondigd. Wijinformeren uw Kamer hieronder per verbeteractie over de stand vanzaken.10Kamerstukken II, 2023–2024, 29 279, nr. 848.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9168 1. Blijven investeren in de aanpak Veiligheid Voorop met explicieteaandacht voor stalking Veiligheid Voorop is de vroegtijdige en systeemgerichte aanpak van dezorg-strafpartners Veilig Thuis, politie, Openbaar Ministerie, reclasseringen de Raad voor de Kinderbescherming met als doel het zorgen voorveiligheid in gezinnen en huishoudens. Het kabinet ondersteunt, insamenwerking met de VNG, de organisaties en de regio’s hierbij.Stand van zakenInvesteren in een goed werkend Actieoverleg in alle regio’sIn het rapport wordt een van de kernactiviteiten binnen Veiligheid Voorop,het zogenaamde Actieoverleg, als succesfactor benoemd. Het Actie-overleg is een belangrijk moment van vroegtijdige afstemming in eenzaak tussen de betrokken partners, bij dreigend gevaar of risico op gevaar,als er (nog) geen verdachte is aangehouden. Bijvoorbeeld na eeneerste melding bij Veilig Thuis. De partners delen de relevante informatiedie zij hebben en gezamenlijk spreken zij af wie welke actie gaat onder-nemen. Uit het rapport blijkt dat in de regio’s waar het Actieoverleg goedloopt, de regie op stalkingszaken vaak ook goed is. Maar dit is nog niet inalle regio’s het geval. Daarom hebben de op landelijk en strategischniveau betrokken netwerkpartners (het Landelijk Netwerk Zorg-Straf), inaanvulling op het reguliere contact met de regio’s, in september een startgemaakt met het bezoeken van de regio’s waar het Actieoverleg effec-tiever kan worden. Op basis van die bevindingen worden in heteerste kwartaal van 2025 extra ondersteunende activiteiten in gang gezet.Verbeteren samenwerking Slachtofferhulp Nederland en VeiligheidVooropVoor het verbeteren van de samenwerking tussen Veiligheid Voorop enSlachtofferhulp Nederland (hierna: Slachtofferhulp) hebben de netwerk-partners op landelijk niveau en Slachtofferhulp inmiddels concreteafspraken gemaakt. Zij hebben in beeld gebracht dat de toegevoegdewaarde van Slachtofferhulp in de aanpak Veiligheid Voorop met name dejuridische dienstverlening aan slachtoffers is. Omdat dit vooral in depraktijk vorm moet krijgen, is Slachtofferhulp vanaf dit najaar met denetwerkwerkpartners in de regio’s in gesprek over (het verbeteren van) desamenwerking. Momenteel brengen de netwerkpartners en Slachtoffer-hulp Nederland gezamenlijk de meerwaarde van Slachtofferhulp onder deaandacht in alle regio’s.2. Borgen van specialistische functies en kennis De Inspectie heeft specifiek voor de politie aanbevolen om de taakom-schrijving van de casusregisseur te concretiseren, te zorgen voor betereborging en een meer uniforme invulling van deze rol binnen iederbasisteam.Stand van zakenDe politie heeft in de formalisering van de functie «regisseur zorg enveiligheid», waar dus ook de aanpak van stalking onder valt, een landelijkkader uitgewerkt om te voldoen aan meer eenduidigheid in de regie-voering. Bij iedere casus met toenemende, voortdurende of ernstigezorgen wordt toegewerkt naar het aan deze casus verbinden van eenkwalitatief goede en opgeleide regisseur binnen de politie. Het doel is omsamen met partners effectieve en op elkaar aansluitende interventies in teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9169 zetten. De politie verkent momenteel hoe regievoering er binnen eeneenheid uit kan zien. Alle eenheden hebben nu de opdracht om na te gaanwat passend is om regie te borgen en hier ook een plan op te maken. UwKamer wordt over de stand van zaken geïnformeerd in de brief over devoortgang van het plan van aanpak «Stop femicide!» voor de zomer van2025.3. Verbeteren risico-inschatting Bij meldingen over stalking werkt de politie, indien mogelijk met VeiligThuis, met het screeningsinstrument Screening Assessment for Stalkingand Harassment (SASH). De politie gaat erop toezien dat het SASH-instrument wordt ingevuld door getrainde medewerkers. Daarnaast zienalle betrokken organisaties, mede op basis van het inspectierapport,mogelijkheden voor verbetering op het gebied van veiligheids- enrisicotaxatie.Stand van zakenHet SASH-instrument wordt door de politie ingevuld, waar mogelijksamen met Veilig Thuis, zodra een zaak als stalking is herkend. Er wordtbinnen de politie stevig gestuurd op het invullen van een SASH bij iederemelding over stalking. De kwaliteit vraagt doorlopende aandacht. HetSASH-instrument wordt alleen ingevuld door een medewerker die daarinis getraind. Zoals in de beleidsreactie en in het plan van aanpak «Stopfemicide!» is aangegeven, zien de betrokken organisaties meer in hetalgemeen kansen om de veiligheids- en risicotaxatie bij huiselijk geweld,inclusief stalking, en kindermishandeling in samenhang te verbeteren.Zoals eerder in deze brief vermeld: wij laten onderzoeken hoe veiligheids-en risicobeoordeling beter kan, zodat stalkings- en geweldsdynamiekeerder in beeld komt. Wij informeren uw Kamer over de stand van zakenin de brief over de voortgang van het plan van aanpak «Stop femicide!»voor de zomer van 2025.4. Communicatie met slachtoffers Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de keten enaansluitend op de behoeften van slachtoffers wordt verkend wat nodig isin de communicatie met slachtoffers en wat de verbetermogelijkhedenzijn binnen de taak van de betrokken organisaties. Hierbij wordt ondermeer bekeken wat een heldere rol- en taakbeschrijving is van een vastaanspreekpunt voor slachtoffers, welke taken de betrokken organisatieshebben richting slachtoffers en waar verbetermogelijkheden liggen. Ookde motie van Mutluer en Lahlah wordt hierbij betrokken.11Stand van zakenDeze verbeteractie maakt ook onderdeel uit van het plan van aanpak«Stop femicide!». De verkenning is in april 2024 gestart. De eerste fasevan deze verkenning is afgerond. De betrokken organisaties, inclusief deslachtofferadvocatuur en Slachtofferhulp Nederland, hebben met elkaargeconcludeerd dat alle betrokken organisaties, waaronder de politie, eenverantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat het contact met eenslachtoffer van stalking tijdens het volledige traject goed verloopt. Demanier waarop en hoe de organisaties dat in samenhang met elkaar doen,wordt nu door hen verder uitgewerkt. Wij ondersteunen hen daarbij. Wijinformeren uw Kamer over de uitkomst in de brief over de voortgang vanhet plan van aanpak «Stop femicide!» voor de zomer van 2025.11Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 VI, nr. 49.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 91610 Kan de Staatssecretaris met een plan komen om het kind centraler tezetten als het gaat om het contact of omgang met de (verdachte)dader-ouder na partnerdoding?Een situatie waarin de ene ouder de andere ouder doodt is voor allebetrokkenen, en zeker voor de kinderen, een zeer traumatische ervaring.Het is daarom belangrijk dat er een wet is – de Wet clausulering recht opcontact of omgang na partnerdoding – die waarborgt dat telkens als eenkind wordt geraakt door een geval van partnerdoding, er op eenzorgvuldige manier door de kinderrechter wordt afgewogen of contact inhet belang van het kind is. Deze wet ligt op het terrein van het personen-en familierecht en valt in de portefeuille van de Staatssecretaris Rechtsbe-scherming.Namens de Staatssecretaris Rechtsbescherming kunnen wij hieroveraangeven dat uit de wetsevaluatie blijkt dat er altijd in het belang van hetkind door de kinderrechter een zorgvuldige afweging wordt gemaakt overde vraag of contact of omgang in het belang van het kind is.12 Ook blijktdat het vastgestelde handelingsprotocol in de meeste gevallen wordtgevolgd, maar dat professionals ervan afwijken als zij in het belang vanhet kind zien dat er meer ruimte nodig is voor een beslissing op maat.De uitkomsten van de wetsevaluatie laten zien dat het belang van het kindcentraal staat bij de uitvoering. Een plan om het kind centraler te zettenheeft derhalve geen toegevoegde waarde. Om ervoor te zorgen dat ermeer transparantie komt over de manier waarop uitvoering wordtgegeven aan het belang van het kind is de Raad voor de Kinderbe-scherming door de Staatssecretaris Rechtsbescherming gevraagdduidelijker te motiveren wanneer er, in het belang van kind, van de wetwordt afgeweken. De Raad voor de Kinderbescherming is hiermee aan deslag en wijst in alle regio’s de betrokken professionals erop dat in dekinddossiers nadrukkelijk aandacht is voor het opnemen van de wijzewaarop het belang van het kind is meegenomen in het gezags- enomgangsonderzoek.Is het nog steeds mogelijk voor partijen, zoals gemeenten, om een beroepte doen op de middelen die voor de uitvoering van de Wet seksuelemisdrijven zijn gemaakt, bijvoorbeeld om handhavers in te zetten voor dehandhaving van deze wet?Zoals ik, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, tijdens hetcommissiedebat van 16 oktober jl. heb toegelicht is voor de uitvoeringvan de Wet seksuele misdrijven, dankzij de motie Hermans, eenaanvullend, structureel bedrag van 20 miljoen euro beschikbaar gesteldvia de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit is vooralbedoeld om de verwachte toename van het aantal zaken als gevolg van deinvoering van de Wet seksuele misdrijven door organisaties in de(strafrecht)keten zoals de politie, het Openbaar Ministerie en het CentrumSeksueel Geweld te kunnen opvangen. Deze aanvullende middelen zijn opbasis van een kostenraming verdeeld, waarbij gebruik is gemaakt van hetPrognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) en van inschattingen vanorganisaties zelf, en zijn inmiddels opgenomen in de reguliere financie-ringslijnen van de desbetreffende organisaties. Er is geen budgetbeschikbaar waar partijen, waaronder gemeenten, een beroep op kunnendoen. Samen met de Minister van Justitie en Veiligheid zullen deontwikkelingen in de praktijk nauwlettend worden gevolgd, onder andereom te bezien of een bijstelling van de toegekende bedragen nodig is.12Kamerstukken II, 2023–2024, 34 518, nr. 14.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 91611 Wat betreft de handhaving van seksuele intimidatie in het openbaar(artikel 429ter) waar het lid Becker in haar vraag aan refereert, kan wordenopgemerkt dat de handhaving wordt uitgevoerd door de politie, bijvoor-beeld in het geval dat er melding en/of aangifte wordt gedaan van (online)seksuele intimidatie of in heterdaadsituaties op straat. De inzet van depolitie op de handhaving van seksuele intimidatie in de fysieke publiekeruimte wordt door het lokaal gezag bepaald en in het lokale driehoeks-overleg besproken. Aanvullend wordt er sinds 1 juli jl. in drie gemeenteneen pilot uitgevoerd die gericht is op de handhaving van de strafbaar-stelling van seksuele intimidatie in de fysieke publieke ruimte door boa’s.Het Ministerie van Justitie en Veiligheid faciliteert deze gemeentenfinancieel in het (aanvullend) opleiden van de boa’s die deze strafbaar-stelling handhaven.De inzet van boa’s in het kader van deze pilot wordt door de drie koploper-gemeenten – als werkgevers van de boa’s – zelf bepaald op basis van de albeschikbare handhavingscapaciteit. Hier zijn geen extra kosten aanverbonden; het gaat om het anders inzetten van de beschikbare handha-vingscapaciteit. In die gevallen dat gemeenten extra handhavingscapa-citeit nodig zouden hebben, is het ook aan de gemeenten zelf om hiervoorextra middelen vrij te maken.Vragen van het lid KrulWanneer is het onderzoek naar de vraag in hoeverre Nederland al voldoetaan de minimum gestelde normen die de EU-Richtlijn stelt en de vraag ofaanvullende wet- en regelgeving nodig is, afgerond?Momenteel wordt in kaart gebracht wat de EU-Richtlijn ter bestrijding vangeweld tegen vrouwen en huiselijk geweld voor gevolgen heeft voor denationale wet- en regelgeving. Het kabinet streeft ernaar om hetonderzoek naar de vraag in hoeverre Nederland al voldoet aan deminimale normen van de EU-richtlijn, en of aanvullende wet- en regel-geving nodig is, dit jaar af te ronden. Vervolgens zal het implementatie-wetsvoorstel, naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 inconsultatie gaan, waarna organisaties kunnen reageren op het concept-wetsvoorstel.Het kabinet heeft als doel om het implementatiewetsvoorstel vervolgensin het najaar van 2025 in te dienen bij de Tweede Kamer.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,I. CoenradieDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V. MaeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 91612
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.