KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 mei 2024, over Energieraad (formeel) d.d. 30 mei 2024

22 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b4651e5fdcf6f7d4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1081 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 22 juli 2024 De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat en de vastecommissie voor Europese Zaken hebben op 29 mei 2024 overleg gevoerdmet de heer Jetten, Minister voor Klimaat en Energie, Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d. 21 mei2024 inzake geannoteerde agenda formele Energieraad van30 mei 2024 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1070);–de brief van de Minister voor Klimaat en Energie d.d. 2 mei2024 inzake verslag informele Energieraad van 15 en 16 april2024 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1066).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zakenen Klimaat,StofferDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,BrometDe griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat,Nava kst-21501-33-1081ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10811 Voorzitter: PostmaGriffier: ReindersAanwezig zijn drie leden der Kamer, te weten: Erkens, Kröger en Postma,en de heer Jetten, Minister voor Klimaat en Energie, Vice-Minister-President.Aanvang 10.03 uur.De voorzitter:Goedemorgen allemaal. Ik wil u bij dezen hartelijk welkom heten bij devergadering van de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken.Vandaag hebben we op de agenda staan de stukken voor de formeleEnergieraad van 30 mei. Uitgenodigd hebben wij Minister Jetten voorKlimaat en Energie. Aanwezig zijn drie Kamerleden: mevrouw Kröger vanGroenLinks/PvdA, de heer Erkens van de VVD en ikzelf van Nieuw SociaalContract.Ik zou graag willen beginnen met mevrouw Kröger het woord te gevenvoor haar inbreng.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Eerst wil ik heel graag een opmerking maken dietoch een beetje procedureel is. Volgens mij is wat er in Europa gebeurt,voor ons klimaat- en energiebeleid ongelofelijk belangrijk. We hebben nueen debat. Dat ronden we zo direct plenair af en daarna gaat de Ministermeteen op pad. Dat geeft heel weinig ruimte om het debat goed tevoeren. En ik lees het in de stukken eigenlijk bij alles: de insteek van debeleidsdebatten is nog niet bekend.Het is heel belangrijk dat we goed met elkaar bespreken hoe we ervoorzorgen dat de Green Deal en het REPowerEU-programma met ambitie envaart worden uitgerold. De geannoteerde agenda vond ik daartegenafgezet wel heel arm. Ik zeg dit aan de vooravond van ongelofelijkbelangrijke verkiezingen, de Europese verkiezingen. Daarbij ligt toch echtde vraag op tafel: gaan we nou door met een stevig klimaatbeleid dat detoekomst en de geopolitieke onafhankelijkheid van Europa écht beschermtof wordt dat afgezwakt en in de ijskast gezet?Goed. Over de inhoud. Ik heb een paar vragen. Eén. In de beslisnota staatiets over het uittreden uit het Energy Charter Treaty. Is dat nou een puurjuridische formaliteit? Hoe zit het daarmee? Zit daar schot in?Dan heb ik een korte vraag over de biodieselfraude, die Frankrijk op deagenda heeft gezet. Ik zie dat Nederland dat steunt. Dat lijkt mij ongelo-felijk belangrijk. Is die in Nederland grootschalig? Valt daar iets over tezeggen? Dat zo makkelijk met biodiesel gefraudeerd kan worden, maaktdie natuurlijk heel kwetsbaar.En dan mijn belangrijkste punt: de fossiele subsidies. De Eurocommissarisheeft bij zijn aantreden gezegd: dit onderwerp wil ik echt stevig agenderenen er moet een afbouwpad komen. Ik zie het niet terug in alle stukken dienu voorliggen. Wordt dat nou gewoon onderdeel van een greendeal-agenda, om er zo echt voor te zorgen dat we de fossiele subsidiesafbouwen, die negatieve prikkel wegnemen en dat geld juist kunnengebruiken om de groene investeringen aan te jagen? Mijn vraag aan deMinister is dus: staat dit op de agenda, zet Nederland dit op de agenda?De Minister heeft vorig jaar een kopgroep gevormd. Is dat nog een groepdie nu druk zet op Europa om die fossiele subsidies echt aan te pakken?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik zou graag een interruptie willen plegen. Staan de leden dat toe? Ja.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10812 Mevrouw Kröger noemt terecht de fossiele subsidies. Zij zegt dat hetbelangrijk is om daar aandacht voor te krijgen en die op de agenda tezetten. Dat vinden wij ook. We hebben natuurlijk een kopgroep van landengeïnitieerd en we hebben de EU. Natuurlijk kan in de EU zelf gebruikworden gemaakt van een vetorecht tegen de subsidies. Hoe ziet mevrouwKröger de rol van de kopgroep ten opzichte van de rest van de EU? Ismevrouw Kröger het met NSC eens dat die kopgroep voor Nederland tochwel een mooie positie in kan nemen om te kijken of we die Europesefossiele subsidies kunnen afbouwen?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Al ons klimaatbeleid komt er alleen als er landen zijn die het durven omleiderschap te tonen. Dat geldt ook bij fossiele subsidies en dat goldnatuurlijk eerder bij de ambitieuzere doelstellingen. Helaas heeftNederland tot nu toe meer een tegen- of meestribbelrol gespeeld dan dathet echt zei: oké, we gaan in een kopgroep zitten. Ik denk dat dit nu bij defossiele subsidies wél kan. In Nederland is dit een groot maatschappelijkdebat. Het is juist belangrijk dat we zelf stappen zetten, maar ook deEuropese discussie aanjagen. Dus ja, ik hoop dat die kopgroep zowel hetpolitiek-agenderende werk als het beleidsmatige werk doet om er echtvoor te zorgen dat we een afbouw van fossiele subsidies gaan zien.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan neem ik mijn rol als voorzitter weer terug.Ik geef het woord aan de heer Erkens van de VVD.De heer Erkens (VVD):Dank u, voorzitter. Volgende week zijn de Europese verkiezingen. Het isdaarom passend om in dit debat wederom te benadrukken dat Europesesamenwerking op het gebied van klimaat en energie van groot belang is.Europese plannen en beleid zorgen voor een gelijk speelveld voor onzebedrijven en het klimaatbeleid wordt er effectiever van. De focus moet dekomende periode liggen op de uitvoering van gemaakte plannen en hetwegwerken van de knelpunten waar we nu ook in Nederland tegenaanlopen.De VVD is er positief over dat de Minister nu op basis van de motie in devorige Energieraad een stevige focus aanbrengt in Europa op de uitrol enversterking van ons stroomnet. Bij de aanleg kunnen vergunningproce-dures roet in het eten gooien. Wij zijn ook blij dat de Minister deze weekeen brief heeft gestuurd over de mogelijkheid om deze procedures totanderhalf jaar sneller te laten verlopen. De VVD is er ook positief over datNederland zich bij onderhandelingen in Brussel inzet voor de stroom-lijning van vergunningprocedures. Graag hoor ik van de Minister wat hijhierbij nog verwacht te bereiken en hoe dit ons nationaal kan helpen bijde uitdagingen die wij hebben rondom netcongestie.Wij zien dat de Minister in de agenda aangeeft dat een capaciteitsmecha-nisme niet gewenst is. Wij hebben in de energiecrisis gezien hoekwetsbaar ons energiesysteem kan zijn. De VVD is dan ook kritisch opdeze houding, met name als we kijken naar alle waarschuwingen voor degevaren voor de leveringszekerheid vanaf 2030. Het is belangrijk dat wehet capaciteitsmechanisme verder uitwerken en verder onderzoeken,zodat we als Kamer op tijd een besluit kunnen nemen over of we ditgewenst vinden in ons energiesysteem. Graag een reactie van de Minister.Voorzitter, als laatste. We zien dat kernenergie politiek hoger en hoger opde agenda komt te staan. In de afgelopen decennia zijn we onze kennis enbedrijvigheid in de waardeketens voor bouw en exploitatie echterverloren. Daarom vraag ik de Minister of hij tijdens deze Raad zal kijken ofhet mogelijk is om met andere landen de Europese waardeketen weer opte bouwen. Het is immers niet alleen Nederland dat aan de slag gaat metkernenergie. Welke kansen ziet hij voor het Nederlandse bedrijfsleven omTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10813 een plekje in te nemen in deze waardeketens in de toekomst? Is deMinister van plan daarbij in gesprek te gaan met lidstaten over samen-werking op dit vlak? Is de Minister ook van plan om te onderzoeken welkeplek Nederland in de waardeketen kan innemen?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. U heeft een interruptie van collega Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de VVD het hebben over de uitvoering van gemaakte plannen. Datvind ik een wat cynische zin, gegeven het feit dat de VVD nu een rol speeltin de volgende coalitie, waarbij het juist gaat om het schrappen vangemaakte plannen. Dan wordt Europa eigenlijk nog belangrijker, want alsNederland zelf plannen schrapt, dan moet het dus vanuit Europa komen.Dus dit kabinet schrapt en kijkt naar Europa voor het klimaatbeleid. Inieder geval doet de VVD dat. Wat de anderen doen, valt nog even tebezien. Kijkt de VVD dan ook naar Europa om te zeggen wat het beleid isdat je Europees nodig hebt om bijvoorbeeld te zorgen dat onze industriemondiaal competitief blijft? Zou je dat dan moeten doen met meernormeren? Denk bijvoorbeeld aan verduurzaming op het gebied vanplastics, om de bijmengverplichting in Europa verder aan te jagen. Denkaan de productie van groen staal en het verder aanjagen van de bijmeng-verplichting. Is dat de route?De heer Erkens (VVD):Laat ik eerst zeggen dat het ook van belang is dat we gewoon onzenationale klimaatdoelen halen en doorgaan met het beleid op dat vlak. Ikben blij dat het grootste deel gewoon overeind staat in het hoofdlijnenak-koord, dat het Klimaatfonds blijft bestaan en dat de doelen overeindblijven. Als we daarin de komende periode moeten bijsturen, ga ik er echtwel van uit dat mevrouw Kröger ons scherp houdt in deze Kamer.In Europa draait het om twee zaken de komende periode op het gebiedvan klimaat, denk ik. De ene is uitvoering van bestaande plannen, want wezien in de praktijk dat we tegen heel veel knelpunten in de uitvoering aanlopen. Het ETS-systeem werkt en zal de komende jaren alleen maar betergaan werken. Dat betekent dus dat we de infrastructuur moetenaanleggen om ook de verduurzaming mogelijk te maken. We moeten ookde vergunningen verlenen om de projecten van de grond te krijgen, en gazo maar door. Ik denk dat mevrouw Kröger wel een mooi voorbeeldnoemde rondom circulaire plastics. Met name op de circulaire transitie iser eigenlijk nog vrij weinig Europees beleid. Daar gaan natuurlijk ookCO2-effecten van uit, met name scope 3. Daar is nog vrij weinig beleidvoor gemaakt. Ik zou het heel mooi vinden als de komende Commissie datook tot een van de belangrijke agendapunten zou maken. Dat kanbijvoorbeeld draaien om circulaire plastics, maar het gaat voor mij omnog veel meer binnen de grondstoffentransitie.De voorzitter:Een verdere interruptie van mevrouw Kröger? Gaat uw gang.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Over dat scherp houden hoeft de VVD zich absoluut geen enkele zorgen temaken, maar het is natuurlijk wel een beetje volksverlakkerij als jeopschrijft «we houden de doelen» en vervolgens allerlei maatregelenschrapt. Dat is gewoon ... Dan bereid je een heleboel mensen inNederland voor op een teleurstelling. Ik denk dat dat bijdraagt noch aanhet klimaatbeleid, noch aan het vertrouwen in de politiek.Een van de onderwerpen die genoemd wordt en waar natuurlijk veelmaatschappelijk debat over is, betreft de fossiele subsidies. In het akkoordTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10814 staat dat dat Europees moet gebeuren. Betekent dat dan ook dat de VVDzegt: oké Minister, ga op pad met een heel ambitieuze agenda omEuropees die fossiele subsidies af te bouwen?De heer Erkens (VVD):Het is heel verleidelijk om nu een debat aan te gaan over het nationaleklimaatbeleid, maar over anderhalve week hebben we een wetgevings-overleg over de Voorjaarsnota, dus laten we dan het nationale beleidbespreken en niet bij deze Energieraad.Ja, Nederland moet er een voortrekkersrol in nemen in Europa. Het staatin het hoofdlijnenakkoord dat we het Europees willen afbouwen. Wehebben als VVD ook meermaals moties gesteund dat Nederlands diekoplopersgroep vormt in Europa. Dat standpunt is dus ook niet veranderdvanuit ons.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik wil het toch heel even specifiek maken. Kijk, een koplopersgroepvormen is één ding en dat die op kop op de klimaattop lobbyt voor vanalles is prima. Waar het natuurlijk om gaat, is of de inzet van dezeEuropese Commissie is dat er een afbouwpad fossiele subsidies komt.Want dat betekent dan ook dat nationale lidstaten die afbouwpadenmoeten maken. Is dat waar we ons voor inzetten?De heer Erkens (VVD):Ik denk sowieso dat de vólgende Europese Commissie ermee aan de slagzal moeten gaan. De huidige Commissie zal nog vrij weinig kunnen doende komende periode, denk ik.Ja, het lijkt me logisch om dat inderdaad op deze manier op te pakken.Daarbij plaats ik wel de kanttekening dat de afbouw van fossiele subsidiesof fiscale regelingen die daadwerkelijke verduurzaming in de weg staat.We hebben in Nederland natuurlijk ook gezien wat er gebeurde toen deindirecte kostencompensatie wegviel. Juist bedrijven die geëlektrificeerdwerden, konden niet meer concurreren. Dat moeten we ook voorkomen.Het moet dus gericht, waar de prikkels inderdaad pervers zijn. Eénvoorbeeld daarvan is de vrijstelling op kerosine. Het is natuurlijk vrij gekdat mensen die gaan tanken bij het tankstation de volle mep betalen,maar dat de luchtvaart dat niet doet. Dus dat zou een voorbeeld kunnenzijn.De voorzitter:U heeft een mooi voorbeeld gehad. O, mevrouw Kröger wil toch meervoorbeelden van u hebben, geloof ik.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het is natuurlijk een beetje bizar om de indirecte kostencompensatie alsvoorbeeld te geven, terwijl dat juist bij uitstek een voorbeeld is van wat jein heel Europa zou moeten doen, want dán werkt het. Dus dan neem ikaan dat dat voor de VVD juist een voorbeeld is van een regeling die je inzo’n afbouwpad zou willen hebben.Mijn punt is eigenlijk dat de opgave duidelijk moet zijn. Het moet dus voorheel Europa en dus ook voor de lidstaten een heel duidelijke opdracht zijnom die fossiele subsidies in stappen af te bouwen. Dus het moet net zoduidelijk zijn als bij Fit for 55.De heer Erkens (VVD):Volgens mij zijn we het hierin ook niet volledig met elkaar eens. Uitein-delijk draait het om CO2-reductie en dat Europa klimaatneutraal wordt. Alsdaar fiscale regelingen in de weg staan, moet je die afbouwen. Ik vindechter het aanpassen van die fiscale regelingen geen doel op zich. Het iseen middel om te komen tot klimaatneutraliteit. Als er allemaal andereTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10815 voorbeelden zijn van zaken die daarbij in de weg staan, dan moeten wedie inderdaad gezamenlijk Europees afbouwen. Ik denk dat als je kijkt naarde IKC, het inderdaad veel slimmer was geweest om dat gezamenlijk inEuropa te doen. Dan zou het gelijke speelveld geborgd zijn in Europa. Danmoet je wel met elkaar kijken hoe je de concurrentie met bedrijven búitenEuropa nog een beetje gezond houdt. Maar goed, dat is iets waar Brusselnatuurlijk ook naar kijkt bij CBAM.De voorzitter:Volgens mij heeft u mevrouw Kröger voor vandaag tevredengesteld metuw antwoorden.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Die conclusie zou ik geheel niet trekken, zeg ik aan de voorzitter. Wehebben vier interrupties. Ik heb nog duizenden vragen aan de heer Erkens,maar daar hebben we de komende tijd de tijd voor.De voorzitter:We hebben inderdaad nog voldoende debatten voor de boeg. Ik ga ervanuit dat u dan uw interrupties in zult zetten om een goed antwoord tekrijgen van de heer Erkens. Dan ga ik vragen of een van u het voorzitter-schap wil overnemen.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Dat kan ik doen. Dan geef ik heel graag het woord aan mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):Dank, voorzitter. Goed dat we hier bij elkaar zijn om te praten over debelangrijke zaken die in Europa gebeuren. Ik zei gisteren al dat 80% vanonze wetgeving op het gebied van klimaat toch echt van Europa komt. Ikben heel blij om hier met twee andere collega’s te zitten die dat ookinzien. Ik hoop dat de andere collega’s hier volgende keer ook bijaanwezig zullen zijn, omdat ik denk dat wij als Kamer ook de plichthebben om ervoor te zorgen dat onze Nederlandse inzet in Europa eengoede is.Voorzitter. Ik kom op een aantal punten van het Belgisch voorzitterschapen de Hongaarse delegatie. Ik begrijp ook dat daar de agendapuntengedeeld gaan worden. Ik ben even benieuwd wat daar naar verwachtingop de agenda staat en naar wat de Nederlandse insteek zal zijn op diepunten.Er wordt uitgebreid gesproken over netcongestie. Goed dat dat aan deorde wordt gesteld met ook andere landen. Er zitten twee dingen in dieelkaar kunnen tegenspreken. Ik ben er daarom een beetje benieuwd naarwat onze inzet is. In eerste instantie geeft de brief aan dat we open blijvenstaan voor de opties van het gebruik van de flexibele prikkels, om vraagen aanbod optimaal te kunnen sturen. En dan is de vraag die ik daarbijheb: welke wetgeving zou dat potentieel kunnen belemmeren? Mijn fractieis van mening dat wij juist hierop goed moeten kunnen blijven sturen,zodat we ons elektriciteitsnetwerk zo optimaal mogelijk kunnen inzetten.Ergens verderop in de brief gaat het ook juist over het harmoniseren,samen met de ACER. Spreek ik dat goed uit? Ja. Harmonisatie heeft vaakvoordelen, maar het laat ook je eigen regie los. Als Nederland hebben wijtoch wel een grote elektrificatie-uitdaging, ook omdat wij vergeleken metandere landen veel meer moeten aanleggen aan infrastructuur en onselektriciteitsnet veel meer moeten gaan belasten dan tien, twintig jaargeleden. Ik wil graag horen wat onze inzet is en ook wel een beetjeinzichtelijk hebben wat de standpunten zijn van andere landen en waar dievoor ons zou kunnen knellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10816 Wat NSC betreft, houden wij graag veel meer de regie in handen vanNederland. We willen dus goed kijken wat wij zelf kunnen, met namezodat we die differentiatie goed kunnen blijven toepassen.Er stond ook een stuk in over wat ik maar even het doorrekenen van deprijzen noem, op het gebied van de infrastructuur op de Noordzee. Erstond dat enkele landen hebben toegezegd dit ook belangrijk te vinden. Ikkan zo wel inschatten dat dat ook de landen zullen zijn die Noordzee-infrastructuur hebben. Ik ben even benieuwd hoe andere landen daarinstaan. Is het de bedoeling dat we dit ook gaan doorrekenen tot ver in hetEuropese achterland of is het alleen een soort omslag over de landen dieook zee hebben?Ik kijk even of ik al bijna aan mijn tijd zit.Ik zeg nog kort iets over het ETS. Ik weet dat het niet op de agenda staat,maar samen met de heer Flach heb ik een tijd geleden vragen gesteld ofook vissers onder het ETS2 gaan vallen. Wij hoorden die geruchten.De andere vraag die ik heb is de volgende. Ik las laatst een artikel in TheEconomist. Het ging over het grote stroomgebruik voor big mining enartificial intelligence. Het stroomgebruik daarvoor gaat ook nog steedsmeer toenemen. Is daar al sprake van in de EU? Wordt erover gepraat omte kijken of we die ook onder het ETS kunnen laten vallen? Het wordennamelijk enorme grootverbruikers. NSC is toch wel benieuwd naar depositie van de Minister daarin, evenals naar de positie van andere landen.Dan ga ik nog even kort gebruikmaken van de tijd om het te hebben overdeep sea mining. We zien natuurlijk dat met de aanleg van alle windmo-lenparken die we hebben voor elektrificatie, het steeds belangrijker wordtom goed controle te hebben over grondstoffen. De discussie is aan hetoprakelen of we die uit de diepzee moeten halen met alle ecologischeeffecten van dien. Mijn fractie staat erachter en zou het zeer waarderendat wij als landen achter het moratorium gaan staan om zo deep seamining tegen te gaan. We horen dat met name in Chinese wateren veelgrondstoffen zitten en dat deep sea mining daar echt gebruikt gaatworden voor het delven van grondstoffen die wij nodig hebben voor onzeelektrificatie. Graag een reactie daarop van de Minister.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interruptie. Dan geef ik het voorzitterschap terugaan mevrouw Postma.Voorzitter: PostmaDe voorzitter:Hartelijk dank. Ik kijk even naar de Minister. Hoeveel tijd heeft u nodig? Ikschors de vergadering tot 10.30 uur en dan gaan we verder met de eerstetermijn van het kabinet.De vergadering wordt van 10.23 uur tot 10.30 uur geschorst.De voorzitter:Goedemorgen, we zijn weer terug. De Minister is klaar voor zijn eerstetermijn. Hij heeft al zijn antwoorden verzameld. Ik zou dus graag hetwoord willen geven aan de Minister.Minister Jetten:Dank u wel, voorzitter. Ik geef eerst een korte inleiding, zodat de laatsteantwoorden nog hiernaartoe kunnen worden gebracht door de ambte-naren.Morgen, op 30 mei, vindt in Brussel de Energieraad plaats. We hopendaarbij een akkoord te bereiken op de Raadsconclusies ten aanzien van deelektriciteitsinfrastructuur en de bevordering van de uitbouw daarvan. Wehebben daar de afgelopen anderhalf tot twee jaar vaak met elkaar overTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10817 gedebatteerd. Hoe krijgen we het energienetwerk in Europa betergeïntegreerd? Hoe kan Europese wet- en regelgeving zo wordenaangepast dat we ook in Nederland sneller een energie-infrastructuurkunnen uitbouwen die betrouwbaar en weerbaar is? Dat helpt uiteindelijkvoor de flexibiliteit op de Europese energiemarkt. Ook zorgt het voor meerstabiliteit van prijzen voor consumenten en industrie.Daarnaast behandelen we tijdens deze Energieraad ook andere thematiek.Denk daarbij aan de volgende vragen. Hoe verhouden de Green Deal enREPowerEU zich tot elkaar? Hoe kunnen die twee pakketten helpen om deduurzaamheidsambities in Nederland te bereiken, met name ten aanzienvan de integratie van CO2-vrije en hernieuwbare energie? Daarbij is er deafgelopen jaren door de schommelingen van de energieprijzen ook heelerg de component bij gekomen hoe je als land goed concurrerend blijftmet de rest van Europa. Een van de hoofdthema’s is dus betere integratie.Ik zal zo meteen nog ingaan op de vraag van de heer Erkens daarover.Allereerst is het belangrijk dat we een goede, gecoördineerde enversnelde integratie hebben van het Europese elektriciteitsnet. Die markthoudt namelijk niet op bij de grenzen. Als klein land zijn we bijvoorbeeldgevoelig voor schokken op de energiemarkten van België, Frankrijk enDuitsland. De uitvoeringsagenda, conform de motie-Erkens, helpt om deobstakels bij de uitrol beter te adresseren en te volgen, maar ook voor delobby die we richting de lidstaten en de Commissie voeren over welkehobbels we nog uit de weg geruimd willen zien.Daarnaast proberen we ook in Europees verband te kijken hoe we depublieke en de private investeringen en de financiering van het elektrici-teitsnetwerk verder kunnen uitbouwen. De laatste tijd hebben verschil-lende pensioenfondsen, onder andere in Europa, laten weten dat ze daarook een rol in kunnen spelen. Het helpt ook als je daar in Europa eengecoördineerde aanpak op hebt, omdat de kans dan groter is dat dit soortgrote private investeerders gaan instappen.Daarnaast zetten we fors in richting de Europese Commissie om eengoede analyse te krijgen van de opbouw van netwerktarieven. Op ditmoment zien we namelijk een zeer ongelijk speelveld op dat gebied.Nederland zit bij de lidstaten met vrij hoge tarieven. Dat komt onderandere omdat de tarieven in een paar grote landen, zoals Frankrijk enDuitsland, kunstmatig laag worden gehouden. Het is dan altijd de vraag:wil je tot een gelijk speelveld komen door er zelf meer geld bij te stoppenen de tarieven zo naar beneden te brengen? Of moeten juist de landen diedat ongelijke speelveld creëren een been bijtrekken, zodat er een eerlijkereprijsvorming ontstaat? Er ligt een grote taak voor de volgende EuropeseCommissie om die analyse af te ronden, zodat ook in Nederland eennieuw kabinet met uw Kamer daarover van gedachten kan wisselen.Tot slot. De uitbouw van wind op zee speelt hier natuurlijk een belangrijkerol in. Mevrouw Postma vroeg daar ook naar. De gedachte is nu dat er,vergelijkbaar met gas, op het punt van transport eventueel een verre-kening gaat plaatsvinden van de kosten die in het eigen land wordengemaakt. Dat zou dus een verrekening van de kosten betekenen vanuitNederland naar België en Duitsland. Maar wellicht dat zij op hun grenzenook weer zo’n correctieheffing doen. Dit staat wel echt nog in de kinder-schoenen en zal de komende tijd verder moeten worden uitgewerkt.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Ik heb het voorzitterschap even overgenomen, zodat mevrouw Postmaeen vraag kan stellen.Mevrouw Postma (NSC):De Minister begon net even over de netwerktarieven, die Frankrijk enDuitsland kunstmatig laag houden, waar onze bedrijven veel last vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10818 hebben. Kan de Minister een inschatting geven van hoe kansrijk het is datzij die tarieven minder kunstmatig laag gaan houden? Hoever zouden zijwillen gaan?Minister Jetten:De komende maand komt ook dat grotere advies van Draghi uit, dat inopdracht van Von der Leyen is besteld. Daar zal dit een belangrijkonderdeel van zijn, omdat de energieprijzen in Europa een grote rolspelen in de competitiviteit van de Europese industrie ten opzichte van deVS, het Midden-Oosten en Oost-Azië. Dus we hopen dat daarin een aantalaanbevelingen volgen voor hoe hiermee om te gaan. Op dit momenthoudt iedereen de kaarten nog tegen de borst.Mevrouw Postma (NSC):Hoop is altijd een mooi woord, maar inzet om die hoop te krijgen werktnatuurlijk altijd heel goed. Ik ben even benieuwd: is dit een van deprioritaire dossiers waar u zich voor inzet? Zijn er medestanders die hierook zo in staan? Ik ben even een inschatting van de kans aan het maken.Minister Jetten:Samen met Minister Adriaansens ben ik volop bezig met het maken vanons punt en de lobby richting de Europese Commissie, maar ook richtingandere lidstaten. We hebben ook brieven gestuurd naar verschillendecollega-ministers in Europa, om hen mee te nemen in deze discussie. Jeziet dat Europabreed veel landen last hebben van de grote mate waarinFrankrijk en Duitsland nu financiële industriepolitiek aan het bedrijven zijn.Wij zijn als land met een Klimaatfonds en een gezonde schatkist nogredelijk in staat om af en toe flink in de buidel te tasten, maar veel anderekleine lidstaten hebben die mogelijkheden niet. Ik verwacht dat er eendynamiek gaat ontstaan dat de wat kleinere lidstaten een blok gaanvormen om hier met de volgende Commissie toch het een en ander tebewerkstelligen.Voorzitter. Ik kom spreker voor spreker bij de vragen en antwoordendaarop. Ik begrijp de procesopmerking waar mevrouw Kröger mee begon.We hebben tijdens dit halfjaar te maken met een Belgisch voorzitterschapdat natuurlijk in een beetje een rare tijd de Raad moet leiden. Europeseverkiezingen zijn in aantocht. Het Europees Parlement komt niet meerbijeen. De Europese Commissie is ook niet meer ambitieus nieuwe zakenaan het oppakken. Wij worden ook geconfronteerd met vrij dunneagenda’s, die vaak op een heel laat moment worden voorbereid, als erüberhaupt echt uitgebreide voorbereiding bij zit. Dan krijgt u van mij ookeen zeer minieme geannoteerde agenda. Ik verwacht overigens – ik pakmeteen de vraag van mevrouw Postma erbij – dat dit de komende tijd nietheel veel beter gaat worden, want het Hongaars voorzitterschap heeft nogweinig een doorkijk gegeven naar wat zij het komende halfjaar willengaan oppakken. Mijn inschatting is dat zij zitten af te wachten wat deuitslag van de Europese verkiezingen gaat zijn en dat ze op basis van datkrachtenveld onderwerpen al dan niet gaan oppakken. Hopelijk hebbenwe kort voor het zomerreces wel meer zicht op de inzet van de Hongaren.Dan zullen we u daar uiteraard over informeren.Dan het ECT, het Energy Charter Treaty. Dat is dat grote mondiale verdragdat we decennialang geleden hebben afgesloten voor investeringsze-kerheid in de energiesector. Dat verdrag is alleen wel heel erg op hetfossiele tijdperk gebaseerd. Ook de modernisering die de afgelopen jarenis uitonderhandeld, sluit wat het Nederlandse kabinet en de Kamer betreftonvoldoende aan op het Parijsakkoord. Daarom hebben we al een hele tijdgeleden gezegd dat we uit dat verdrag willen stappen. Daar zit nu eindelijkschot in. Het compromisvoorstel van het Belgisch voorzitterschap is datde EU en Euratom uit het ECT treden en dat lidstaten dat zelfstandigkunnen doen. Een enkel aantal lidstaten zal dan zelfstandig lid blijven vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10819 het ECT, omdat zij de modernisering wel goed genoeg vinden en/of omdatze in nationale wetgeving geen goed terugvalalternatief hebben. Mijninschatting is dat na deze Raad niet alleen de EU en Euratom gaanbeginnen met het uittredingsproces, maar met Nederland ook veel anderelidstaten. Het kabinet is dus ook van plan om met dit compromisvoorstelin te stemmen en dan snel de vervolgstappen te gaan nemen.Die biodieselfraude ...Voorzitter: PostmaDe voorzitter:U heeft een vraag van het lid Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):En hoe snel is Nederland dan uitgetreden?Minister Jetten:De formele handeling kan heel snel, want dat heb ik samen met deMinister van BZ en BuHa helemaal klaarliggen. Dan volgt er een opzegpe-riode, die ik nu even niet helemaal uit mijn hoofd weet. Wij zorgen er inieder geval voor dat de formele handeling op de kortst mogelijke termijngedaan is.Dan biodieselfraude. Het agendapunt van Frankrijk is gebaseerd opsignalen uit Frankrijk, Duitsland en België. Er zijn zorgwekkende signalenvan toch vrij grootschalige fraude die daar plaatsvindt. In Nederland zijnde meeste biobrandstoffen afkomstig van de Aziatische markt. Ruim 40%komt bijvoorbeeld uit China. Er is dus een wat minder directe link metdeze fraudezaken in Frankrijk, Duitsland en België, maar om dit zeker teweten heeft het Ministerie van IenW een onderzoek naar de situatie inNederland ingesteld. U wordt daar binnenkort door de Minister van IenWover geïnformeerd.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Maar het gaat toch juist om biodieselfraude vanuit China? Als wij dus hetgrootste deel, 40%, uit China halen, dan gaat het ons toch juist ontzettendaan?Minister Jetten:In dat geval is dat zeker waar, ja. Dat staat hier niet op mijn antwoord-blaadje.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het staat wel in uw beslisnotitie.Minister Jetten:Ah, oké. Ik zit niet zo goed in dit onderwerp omdat Minister Harbers hierecht bovenop zit. Dat onderzoek in Nederland loopt dus al. U krijgt daarbinnenkort een update van. Het is nuttig dat de Fransen dit hebbengeagendeerd, want dan horen we in ieder geval wat zij inmiddels hebbenachterhaald. Dat kan ook voor Nederland nuttig zijn.Dan fossiele subsidies. Dank aan mevrouw Kröger dat zij dit puntopbrengt, want dat geeft mij de gelegenheid om u even kort bij te pratenover wat wij aan het doen zijn en om een oproep te doen aan de volgendeCommissie. Wij hebben tijdens COP28 inderdaad een initiatief gelanceerdmet een aantal like-minded landen om op gelijke wijze de transparantieten aanzien van fossiele subsidies beter in kaart te brengen, allemaal viadezelfde methodologie, en de gegevens te analyseren, zodat je daarna deuitfaseringsstrategieën met elkaar kunt afstemmen. We verwachten datrichting de volgende COP meer landen zullen toetreden tot dit initiatief. Delaatste maanden hebben we er, met een voortrekkersrol van Nederland enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 108110 Canada, voor gezorgd dat de landen die zich hierbij aansluiten, ookambtelijk worden gebriefd en getraind, zodat zij op eenzelfde wijze dieanalyses en inventarisaties kunnen maken. Met name met de Europeselidstaten die hieraan deelnemen, kijken we hoe we gezamenlijk kunnenoptrekken richting Brussel om die discussie in Europa vlot te krijgen.Na de grote beloftes van de heer Hoekstra, die alles klaar zou zetten voorde volgende Commissaris, ga ik ervan uit dat er veel klaarligt als devolgende Commissaris begint. Wat mij betreft zou de volgende Commis-saris dan ook, subsidie voor subsidie, de discussie met de Europeselidstaten moeten aangaan. Wat is per subsidie een logische termijn om dituit te faseren? Hoe doe je dat zo veel mogelijk in een gelijk speelveld? Watmoet er eventueel voor in de plaats komen aan meer groene onder-steuning, zodat de duurzame alternatieven echt rendabel en aantrekkelijkzijn voor de overstap?Naast dat je dat subsidie voor subsidie doet, speelt ook de EnergyTaxation Directive, de Europese Energiebelastingrichtlijn, nog. Die wordtuitonderhandeld door de Ministers van Financiën. We hopen een beterondersteunend raamwerk voor elkaar te krijgen en een aantal forsehervormingen om de Europese belastingwetgeving fors te verduurzamen.Hiervoor is alleen wel unanimiteit vereist. Dat is tot nu toe steeds nietgelukt. We hadden grote hoop toen de Zweden voorzitter waren. Nu,tijdens het Belgische en het Hongaarse voorzitterschap, verwacht ik daargeen doorbraken, dus daar zullen we in de ronde daarna dan weer volopop moeten inzetten. Het is dus echt wel een taak voor de volgendeMinister van Financiën om hier net zo voortvarend mee aan de slag tegaan als de huidige Minister.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):De Minister heeft het al over de grote woorden van de huidige Eurocom-missaris. Kan hij een beeld schetsen van wat er op het gebied van fossielesubsidies vanuit Europa is voorbereid? We hebben het al best een tijdjeover dit onderwerp, dus wat ligt er klaar?Minister Jetten:Wat ligt er klaar, is de vraag. De Europese Commissie neemt deel aan dekopgroep die wij hebben geïnitieerd om die transparantie voor elkaar tekrijgen. Er is veel werk achter de schermen gedaan, ook door ambtenarenvan de Europese Commissie, om die analyses goed te maken, maar degrote vraag, het cruciale punt, zal nu zijn: wat ga je vervolgens doen metdie inzichten? Vandaar mijn oproep aan de nieuwe Commissie om dit echtvoortvarend op te pakken. Het past volgens mij ook heel goed in deindustrieagenda die Draghi aan het maken is. Wil je echt een goedecompetitieve industrie in Europa opbouwen, zorg er dan voor dat dietoekomstbestendig is en niet te veel leunt op fossiele subsidies.Ik krijg overigens via de hulplijn nog door dat het kabinet zo snel gaat datde formele opzegging voor het ECT inmiddels in de Tweede Kamer ligt. Ukunt dat dus wellicht als hamerstuk afhandelen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Nog even over die fossiele subsidies. Eén stuk gaat inderdaad over detransparantie. Een ander stuk zou over een afbouwpad gaan, waarbij eendeel in Europese regelgeving zal zitten en een deel in de eigen wet- enregelgeving van de landen. Zien we al contouren van dat tweesporen-beleid? Wordt dat al ingezet vanuit Europa?Minister Jetten:Dit is vooral iets van de lidstaten onderling. We delen bijvoorbeeldervaringen over wat we hier de afgelopen paar jaar in de belasting-plannen hebben verwerkt en hoe we daarmee omgaan. Er is bijvoorbeeldook interesse in het nieuwe tarief dat we straks introduceren voorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 108111 hernieuwbare waterstof. Hoe kun je in je energiebelastingen bijvoorbeeldfossiele bronnen zwaarder belasten, om daarmee het gebruik vanwaterstof en elektriciteit verder te bevorderen? Daarover is dus wel echtkennisuitwisseling tussen de aangesloten landen, maar een echteactieagenda vanuit de Commissie ligt er nu nog niet.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Wat zouden wat deze Minister betreft de onderdelen van zo’n actieagendamoeten zijn? Gaat het zowel om het afbouwpad op Europees niveau voorregelingen die Europees geregeld zijn als om bepaalde doelstellingenvoor lidstaten om zelf aan de slag te gaan? Hoe ziet de Minister dat voorzich?Minister Jetten:In het achtste milieuprogramma komen straks ook verplichtingen voorverdere afbouw van fossiele voordelen. Dat is dus een heel goed haakjeom dit onder te gaan hangen. Wat mij betreft gaan we op Europeesniveau kijken naar die ongeveer 50% aan fossiele subsidies die vastzittenin Europese verdragen en afspraken en internationale afspraken. Daarvoorwil je het liefst op Europees niveau einddata afspreken. Als de volgendeEurocommissaris dat voor elkaar krijgt, zal dat echt een hele belangrijkedoorbraak zijn. Het zou, denk ik, ook nuttig zijn om niet alleen maar via hetvrijwillige initiatief dat wij bij COP28 hebben geïnitieerd, maar ook via deEuropese coördinatie te inventariseren wat elke lidstaat afzonderlijk doetom de nationale subsidies uit te faseren. Daarin kan de Commissieeventueel ook een monitorrol vervullen.Dan kom ik bij de vergunningverlening ten aanzien van de energie-infra-uitbouw. We zetten als Nederland op Europees niveau, samen met eenaantal andere lidstaten, zwaar in op het beter stroomlijnen van devergunningverlening, omdat het versnellen van die vergunningverleningenorm kan helpen om de infrastructuur op tijd af te krijgen. U heeftgisteren in de krant kunnen lezen dat we in Nederland een belangrijkestap zetten in de hoop zo’n anderhalf jaar tijdwinst bij de vergunningver-lening te boeken, met name aan de achterkant van het vergunningverle-ningsproces. Ik ben blij dat we die onorthodoxe maatregel nu ook echt inde praktijk kunnen gaan toepassen, maar er zit echt heel veel winst aan devoorkant van de vergunningverlening. Daarbij moeten we natuurlijk ookvoldoen aan de Europese kaders voor milieu en natuurwetgeving. Daarbijis zorgvuldigheid van belang. Het is ook van belang dat we laten zien datde natuur wel degelijk verbetert. Daar ligt, zeker voor Nederland, eenduidelijke taak en opdracht.De afgelopen tijd heb ik, onder anderen met mijn collega Habeck uitDuitsland, ook het punt geagendeerd bij de Commissie en de anderelidstaten dat we zien dat aangescherpte Europese natuurwetgeving somsconflicteert met andere afspraken, bijvoorbeeld de afspraak die wehebben gemaakt dat de energietransitie zo’n belangrijke maatschappelijketransitie is dat die voorrang zou kunnen en moeten krijgen op anderetrajecten. Daarbij krijgen we nog weinig guidance vanuit de EuropeseCommissie. Dit is iets wat we blijven agenderen. Elke keer krijgt eenandere Minister dit onderwerp weer met een brief op de agenda, dus zowisselen we dat een beetje af. Nederland, Duitsland en Denemarken zijnvaak wel de trekker om dit op de agenda te houden. Vorige week heb ik demedeoverheden gemeld dat we nu ook in Nederland die go-to area’skunnen gaan aanwijzen. Ik heb ze geïnformeerd over het proces waarin zijzelf voorstellen kunnen doen voor de go-to area’s die zij in hun regio voorde hand vinden liggen, zodat we daar hopelijk vanaf 2025 ons voordeelmee kunnen doen. Dat is dus echt al een stap waarmee Europa ons helptbij de versnelling hiervan, hoop ik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 108112 De heer Erkens (VVD):Ik ben blij te horen dat de go-to area’s nu ook in de praktijk kunnenworden aangewezen. Als ik het goed begrijp, kunnen decentraleoverheden daar voorstellen voor doen. Kunnen die dan in 2025 verwerktworden door het Rijk? Hoe gaat dat proces eruitzien?Minister Jetten:U krijgt volgens mij een afschrift van deze brieven van mij aan demedeoverheden. Maar, inderdaad, de medeoverheden kunnen op basisvan hun Regionale Energiestrategieën en hun Cluster Energiestrategieënvoorstellen doen voor go-to area’s, zodat wij die daarna samen met henofficieel kunnen aanwijzen en kunnen kijken hoe we versneld eenvergunning kunnen verlenen. In de komende jaren doen we dat dus heelerg hands-on met projecten die in de pijplijn zitten, zodat we daar meteende vruchten van kunnen plukken.Voorzitter. Dan het capaciteitsmechanisme.De voorzitter:Nu we het over de go-to area’s hebben: hoe zit dat met de Noordzee?Wordt die één grote go-to area?Minister Jetten:Ja, we hebben voor de Noordzee, voor offshore, inderdaad een apartregime. Die hoeven we dus niet meer apart als een go-to area aan tewijzen. Dat scheelt, maar zoals u weet, spelen wat betreft de Noordzeewat andere uitdagingen. Een afschrift van de brieven die ik zojuistnoemde, krijgt de Kamer morgen. Dan kunt u dat dus ook tot u nemen.Dan het capaciteitsmechanisme. Tegen de heer Erkens zou ik wat betreftde geannoteerde agenda willen zeggen: daarmee bedoel ik niet te zeggendat we tegen een capaciteitsmechanisme zijn. We zijn alleen maar heelkritisch op de wijze waarop sommige andere EU-lidstaten dat voor zichzien. Met name een aantal lidstaten in het zuiden en het oosten van deUnie ziet het capaciteitsmechanisme namelijk als volgt: in Brussel moet ereen heel grote pot met geld komen die wordt gefinancierd door Noord-Europa, zodat wij ons capaciteitsmechanisme kunnen betalen. Dat is nietwaar het Nederlandse kabinet om staat te springen, maar we moeten metelkaar wel goed nadenken over de vraag hoe we met name voor de jarenna 2030 omgaan met het flexibel opgesteld vermogen in Europa en hoewe, op momenten dat er marktverstoringen zijn, het capaciteitsmecha-nisme ook goed kunnen inzetten als prijsmechanisme.Het borgen van die leveringszekerheid is dus echt iets voor het eind vandit decennium en de jaren daarna. We hebben dus even de tijd om datgoed te regelen. Nederland wil eigenlijk vooral voorkomen dat nuoverhaaste besluiten worden genomen die niet in het belang zijn van deNederlandse belastingbetaler. U bent recentelijk geïnformeerd over demonitor leveringszekerheid voor Nederland. Eind dit jaar, zo verwacht ik,zal mijn opvolger de analyse voor wat betreft het flexibel opgesteldvermogen in Nederland met de Kamer kunnen delen en aangeven wat eenbeter regime is qua financiering om dat flexibele vermogen ook echt in delucht te houden. Mevrouw Kröger en de heer Grinwis hebben daarvolgens mij eerder ook een motie over ingediend, maar dat onderzoekkomt eind dit jaar. In de loop van 2025 kunt u dus keuzes maken: wat is debeste wijze om dat flexibele vermogen in Nederland overeind te houden?De voorzitter:Ik had zelf een vraag over dat capaciteitsmechanisme en dan met nameover het geldpotje. Is het een vast onderdeel van de voorstellen dat ditgeldpotje er gaat komen? Of staat dat nog als een van de onderhandel-punten ter discussie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 108113 Minister Jetten:Zover zijn we inderdaad nog niet, maar gewoon even terugkijkend naar dediscussie die we tijdens de energiecrisis hebben gehad, verwacht ik datlanden zoals Spanje en Portugal wel echt gezamenlijk voorstellen hiervoorgaan doen. Het lukte hun de vorige keer ook vrij makkelijk om daar eenbrede coalitie achter te krijgen. Dat speelveld zal zich de komende tijd dusverder gaan ontwikkelen, verwacht ik.In Europa gaat de ontwikkeling op het gebied van kernenergie inderdaadhard. Niet alleen Nederland, maar ook verschillende andere EU-lidstatenhebben concrete plannen voor het bouwen van nieuwe kerncentrales. Datbiedt ook kansen voor de Europese maakindustrie. Binnen de NucleaireAlliantie, waar Nederland lid van is, bekijken we nu heel nadrukkelijkwelke stappen we komende jaren moeten zetten voor het opbouwen enversterken van die Europese waardeketen. Dat wordt echt getrokken doorFrankrijk. Daarbij zet ik mij er actief voor in om Nederlandse marktpartijente koppelen aan die Nucleaire Alliantie, maar ook aan de industriëlealliantie voor SMR’s. Dat is een nieuw initiatief van de EuropeseCommissie. We zien dat er met name onder de Nederlandse kennisinstel-lingen een aantal organisaties en bedrijven zijn die daar echt een goederol in kunnen spelen. Nederland heeft natuurlijk geen bedrijven die echthoofdaannemer zijn bij het bouwen van kerncentrales, maar bijvoorbeeldbij de bouw van twee nieuwe centrales in Borssele kunnen wel heel veelNederlandse bedrijven een rol spelen bij de toelevering. Het gaat danpuur om de constructieve bouw, maar ook om het delen van de techno-logie die daarvoor nodig is. Het zou interessant zijn om na te gaan of ditsoort bedrijven eventueel ook elders in Europa aan de slag kunnen als zedie ervaring en expertise rond Borssele hebben opgedaan. Maar ik denkdat het allerbelangrijkste nu is om met de Nucleaire Alliantie te kijken naarwaar echt nog grote afhankelijkheden zitten buiten de EU – dan doel ik opbedrijven uit de Russische Federatie, uit China, uit de VS en uit Korea – enof er eventueel Europese bedrijven zijn die in dat gat zouden kunnenstappen om zo wat weerbaarder te zijn als Europa.De heer Erkens (VVD):Logisch; dat kan ik volgen. Ik ben wel benieuwd – dit antwoord mag ookover een aantal weken volgen, als we dit wat uitvoeriger behandelen metelkaar in het debat over kernenergie – of we bij de aanbesteding ookvragen hoe de Nederlandse industrie erbij betrokken kan worden en oftoeleveranciers een plekje kunnen krijgen bij de bouw, zodat ze ervaringkunnen opdoen voor toekomstige projecten.Minister Jetten:Dat doen we zelfs nu al. In de technische haalbaarheidsstudies die de driepotentiële bouwers uitvoeren, hebben we verschillende vragen gesteld.Dan gaat het om het beperken van impact in de regio, maar we laten ookdoorschemeren: wie gaat dat voor je doen, hoe ziet dat eruit? Dat kanrichting het aanbestedingsproces zeker verder worden geconcretiseerd.Voorzitter. Dan de flexibiliteitsprikkels in het kader van de netcongestie. InNederland is inmiddels steeds meer ook wettelijk mogelijk voor flexibili-teitsopties in de strijd tegen netcongestie. Het is ook een van de aanbeve-lingen van de Europese Commissie om niet alleen maar te focussen opbouwen, maar vooral ook te kijken naar hoe je netbenutting kuntoptimaliseren en hoe je bedrijven ook kunt belonen als ze flexibiliteitsop-lossingen bieden. De Commissie belemmert hierin niet. Het is aan deonafhankelijke toezichthouders – in Nederland is dat de ACM – om despelregels daarvoor vast te stellen. De ACM heeft hierin de afgelopen tijdal forse stappen gezet en denkt in een aantal casussen ook mee: komenwe nu tot een goede prijsstelling of moet er meer ruimte aan de netbe-heerders worden geboden om dit soort flextenders op een goede manierte kunnen afsluiten? Dat gaat volgens mij goed.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 108114 De vraag over het harmoniseren van de marktregels is heel relevant, denkik. Verdere harmonisering, zo heeft ECA aangetoond, leidt uiteindelijk totextra maatschappelijke welvaart. De schatting is dat het in de heleEuropese Unie zo’n 34 miljard euro per jaar zou kunnen opleveren als wetot betere harmonisatie van de Europese elektriciteitsmarkt komen. Maarik ben het met u eens dat we wel heel goed moeten kijken naar hoe dieharmonisatie er dan uitziet en wat dat betekent voor de nationalebeleidsruimte die overblijft, zodat je daarin een goede politieke wegingkunt maken. In het begin van het debat hadden we het even overnetwerktarieven en de wijze waarop Frankrijk en Duitsland hiermeeomgaan. Mijn beeld is dat verdere harmonisatie vooral voordelig is voorlanden als Nederland en met name nadelig is voor wat meer geslotenlanden zoals Frankrijk. Elke keer als dit soort harmonisatievoorstellenkomen, zullen we daar een goede impactanalyse van maken op Europeesniveau en op Nederlands niveau, zodat de Kamer kan beoordelen of zij diteen verstandige stap vindt.Ten aanzien van ETS2 kan ik meteen geruststellen: daarover heeft hetkabinet bij de Voorjaarsnota besloten om de Nederlandse visserij daar nietonder te laten vallen. Er komt dus een opt-out voor de visserijsector. Ikheb daartoe besloten met Minister Adema omdat we eigenlijk te weinigalternatieven zagen voor de visserijsector. Qua technologie- en brandstof-ontwikkelingen zul je de komende jaren nog een forse stap moeten zettenom dit een verstandige prikkel te laten zijn.Bitcoin mining en artificial intelligence zullen de komende jaren forstoenemen. Als we de Europese verkiezingen zo volgen, is iedereen vanplan om daar een forse en ambitieuze agenda onder te leggen. Datbetekent dat AI en bitcoin mining meer en meer een grootverbruiker vanelektriciteit zullen worden. De elektriciteitsproductie an sich valt sinds2005 onder het EU-ETS, dus indirect betalen ook dit soort groteenergieslurpers in de digitale sector mee voor hun CO2-uitstoot. Hopelijkgaan we snel toe naar een volledig CO2-vrije elektriciteitsproductie, maarik vind het wel een interessante gedachte om de komende jaren, als ereen nieuwe Europese digitale agenda komt, een van de pijlers van dieagenda te laten zijn hoe we dit zo energie-efficiënt mogelijk kunneninrichten. We kennen de voorbeelden van Nederlandse datacenters enweten wat dat allemaal heeft losgemaakt.Voorzitter. Dan tot slot diepzeemijnbouw. Op 4 juli vorig jaar heb ik, ooknamens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister voor Buiten-landse Handel, de Minister van Economische Zaken en de Minister voorNatuur en Stikstof, en ik denk ook de Minister van IenW, dus zeg maar hethalve kabinet, u laten weten dat Nederland heel kritisch aankijkt tegendiepzeemijnbouw, omdat er heel weinig onderzoek naar is gedaan. Deonderzoeken die zijn gedaan, zijn bovendien niet heel geruststellend overde schade die diepzeemijnbouw aan het diepzeeleven veroorzaakt. Wijwillen dus dat de focus veel meer wordt gelegd op circulariteit, ophergebruik, van reeds beschikbare grondstoffen of op beter ontwerp vanproducten, zodat daar alternatieve grondstoffen voor worden gebruikt inplaats van te kiezen voor de toch relatief makkelijke oplossing, namelijknog meer mijnbouw, vanwege de enorme impact die dat heeft. Samenmet een aantal andere landen voeren we in internationaal verbandgesprekken om het moratorium dat er tot nu is, zo veel mogelijk in standte houden en om tot strenge internationale regels te komen. Ik ben ookzeer bereid – uw vraag voel ik dan maar even als ondersteuning – om dielobby vol te houden, juist ook richting landen als China, maar ook richtingeen paar andere landen die van plan zijn om de komende tijd wél aandiepzeemijnbouw te gaan doen, en om hen erop aan te spreken daarmeete wachten totdat we in internationaal verband goede regels met elkaarhebben afgesproken.Dank u wel, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 108115 De voorzitter:De heer Erkens heeft een vraag.De heer Erkens (VVD):Heel kort, over diepzeemijnbouw. Laten we niet nu het hele debat gaanvoeren, maar ik heb één vraag hierover. Nederland zou bijdragen aanmeer onderzoek op dat vlak, omdat we hier kennis hebben. Heeft hetkabinet dat uitgezet? Volgens mij is daar namelijk een tijd terug ook eenmotie over ingediend. Maar dat kan ook in de tweede termijn, als dieinformatie niet voorhanden is.Minister Jetten:Ja, er loopt iets, maar dat ga ik even checken.De voorzitter:Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn. Ik kijk even ofer nog behoefte is aan een tweede termijn. Ja, mevrouw Kröger wenstgraag een tweede termijn.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ja, ik zou graag een tweede termijn willen, al was het maar om eentweeminutendebat aan te vragen, want daar is alleen een vooraankon-diging van geweest.De voorzitter:O, heel goed. U heeft helemaal gelijk. Bij dezen stellen wij vast datmevrouw Kröger een tweeminutendebat aanvraagt. Dat is eigenlijk ook alingepland op de plenaire agenda.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ja.De voorzitter:En vrij snel ook.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ja, precies. Ik dank de Minister voor de antwoorden en ook voor de uitlegwaarom er eigenlijk zo weinig ligt. Ik moet wel zeggen dat ik me daar watzorgen over maak, als je ziet hoe belangrijk het is dat we juist in Europagrote stappen zetten op klimaat en energie.Met betrekking tot fossiele subsidies blijft mijn vraag toch wat er nu noggedaan kan worden om te zorgen dat er zo veel mogelijk klaarligt, zodateen Eurocommissaris daar voortvarend mee aan de slag kan. Dan gaat hetinderdaad zowel om de inventarisatie van subsidies die er zijn als om deregelgeving die nodig is om ze af te schaffen. Ik zou graag van de Ministernog iets meer over willen horen over de tussentijd, want anders zijn we zoweer een halfjaar verder en is er weinig gebeurd.De voorzitter:De heer Erkens. Nee? De heer Erkens wenst geen tweede termijn.Voor mij even heel kort. Ik wil de Minister hartelijk danken voor deantwoorden. Wij zullen de netcongestie scherp blijven volgen, zoalsiedereen denk ik, maar volgens mij gaat de inzet de goede kant op. Dankook voor het antwoord over de diepzeemijnbouw. Voor de rest heb ikgeen vragen meer.Ik kijk even hoeveel tijd de Minister nodig heeft. U kunt meteenantwoorden? Prima.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 108116 Minister Jetten:Ja, voorzitter. Ik zal zo meteen in het tweeminutendebat nog eventerugkomen op de vraag over onderzoek bij diepzeemijnbouw.Ten aanzien van de fossiele subsidies zal ik het volgende doen. Ik zal ditnogmaals onder de aandacht brengen bij Eurocommissaris Hoekstra envragen wat hij concreet heeft klaarliggen voor zijn opvolger, om nogmaalshet belang daarvan bij hem te onderstrepen en hem ook te herinneren aanzijn ondersteuning van het COP-initiatief dat we hebben genomen. Dat zalik dus oppakken, zeg ik richting mevrouw Kröger.Dank u wel voor dit debat, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan sluit ik hierbij de vergadering.Sluiting 11.06 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 108117

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 84c385cea55e9276

14 okt 2026 · 948ceac763d876c4

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.