Rapport 79 over de inzet van virtuele agenten door de AIVD en MIVD
Brontekst
Versie 21f30ae874a43cdf · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 924Toezichtsverslagen AIVD en MIVDNr. 264 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES EN VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 september 2024InleidingHierbij bieden wij u rapport nr. 79 van de Commissie van Toezicht op deInlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) aan over de inzet van virtueleagenten door de AIVD en MIVD. Wij zijn de CTIVD erkentelijk voor hetgedegen onderzoek dat betrekking heeft op operaties waarbij in eenonline omgeving agenten worden ingezet. Wij onderschrijven deconclusies van de CTIVD voor een groot deel en nemen twee van de drieaanbevelingen in het geheel over. De derde aanbeveling nemen wegedeeltelijk over.AlgemeenOp grond van artikel 41 van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheids-diensten 2017 (Wiv 2017) hebben de diensten de mogelijkheid tot hetinzetten van agenten, alsmede virtuele agenten. Een agent is eennatuurlijk persoon die doelbewust door de diensten wordt ingezet enaangestuurd om gericht informatie te verzamelen die voor de taakuit-voering van de diensten van belang is. De diensten kunnen de agentbe-voegdheid ook inzetten in een online omgeving. In dat geval is er sprakevan een virtueel agent, een werkwijze die een belangrijke bijdrage levertvoor het vergaren van informatie ten behoeve van de diensten.Wij zijn blij met de constatering van het algemene beeld van de CTIVD datdoor de diensten rechtmatig wordt gehandeld bij de inzet van virtueleagenten, hetgeen laat zien dat de diensten op een zorgvuldige wijzeomgaan met de inzet hiervan. De CTIVD constateert dat het beleid van dediensten voorziet in de technische en organisatorische maatregelen diehiervoor nodig zijn. Ook de zorgplicht voor de virtuele agenten, vanveiligheid tot geheimhouding van bronnen, verloopt rechtmatig. kst-29924-264ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 924, nr. 2641 AanbevelingenDe eerste aanbeveling van de CTIVD is dat het beleid van de diensten voorde inzet van virtuele agenten op elkaar aan moet sluiten. Deze aanbe-veling nemen wij over. Wij onderschrijven het belang van een consistentbeleid. Er zijn inmiddels al stappen gezet om het beleid beter op elkaar afte stemmen.De tweede aanbeveling komt voort uit een vastgestelde onrechtmatigheidten aanzien van de MIVD. De onrechtmatigheid heeft betrekking op het feitdat in een specifieke casus door een virtueel agent een strafbaar feit isgepleegd zonder dat daarvoor vooraf toestemming was verleend, doordatdit per abuis niet was opgenomen in het verzoek tot verlenging van deinzet van de virtueel agent. In artikel 41, vierde lid van de Wiv 2017 wordtvoorzien dat een agent na toestemming kan worden belast met, kortgesteld, (medewerking verlenen aan) het plegen van een strafbaar feit.Nadat dit is opgemerkt is in het verlengingsverzoek voor de volgendeinzetperiode alsnog toestemming gevraagd en verkregen. De aanbevelingvan de CTIVD is dat indien een virtueel agent een strafbaar feit pleegtwaar geen toestemming voor is verleend of wanneer de virtueel agentbuiten de instructie voor het plegen van strafbare feiten treedt, dediensten dienen te heroverwegen of de inzet doorgang kan vinden. Wijachten dit een waardevolle toevoeging aan het beleid om onrechtmatig-heden in de toekomst te voorkomen en nemen deze aanbeveling over.De derde aanbeveling is tweeledig. Ten eerste stelt de CTIVD dat indienvirtuele agenten worden aangestuurd op het verwerven van bulkdatasets,dit vastgelegd moet worden in de aanvraag voor de inzet van deagentbevoegdheid waarin het doel van de inzet wordt beschreven. Ditdeel van de aanbeveling nemen wij over. Ten tweede stelt de CTIVD dat nade verwerving van een bulkdataset, ongeacht op welke wijze deze isverworven, dient te worden beoordeeld of alle typen gegevens daadwer-kelijk noodzakelijk zijn om de in de motivering beschreven doelen tebereiken. Een dergelijke afweging dient voor de herleidbaarheid teworden vastgelegd. Gegevens die niet noodzakelijk zijn, moeten met hetoog op dataminimalisatie worden vernietigd. Deze aanbeveling nemen wijgedeeltelijk over.In lijn met de Wiv 2017 en de nieuwe bulkregeling onder de Tijdelijke wetcyberoperaties zijn bulkdatasets naar hun aard langdurig en voormeerdere onderzoeken van de diensten van grote waarde. Dat is dus nietenkel beperkt tot de onderzoeksopdrachten en doelen die in de verwer-vingslasten zijn genoemd. Dat laat onverlet dat het uitgangspunt van dediensten is dat zij na verwerving van een bulkdataset de typen gegevenswaarvan duidelijk is dat zij niet noodzakelijk zijn voor enig lopendonderzoek van de diensten vernietigen. In bepaalde gevallen is het echter,bijvoorbeeld vanwege de omvang of de complexiteit van een bulkdataset,technisch niet mogelijk om specifieke typen gegevens in een bulkdatasette vernietigen. Tot slot is het soms niet mogelijk om na verwerving directvast te stellen welke typen gegevens in een bulkdataset noodzakelijk zijn.Over de technische haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze aanbe-veling, zullen de diensten met de CTIVD in gesprek gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 924, nr. 2642 Over de voortgang van de implementatie van de andere aanbevelingengaan de diensten eveneens met de CTIVD in gesprekDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M. UitermarkDe Minister van Defensie,R.P. BrekelmansTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 924, nr. 2643
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.