Plan van aanpak ‘Stop femicide!’
Brontekst
Versie 5d80f0f526d1eaf4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202428 345Aanpak huiselijk geweldNr. 278 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT EN DE MINISTERS VAN ONDERWIJS,CULTUUR EN WETENSCHAP EN VOOR RECHTSBESCHERMING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 juni 2024Femicide, fataal (gendergerelateerd) geweld tegen vrouwen, wordt inNederland hoofdzakelijk gepleegd door partners, ex-partners of familie-leden. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn in deperiode 2018–2022 maar liefst 172 van de 217 gedode vrouwenomgebracht door iemand uit hun huiselijke kring, bijna 80%. Ter verge-lijking: voor mannen die in dezelfde periode zijn omgebracht, ligt ditpercentage op 15%. Het aantal jaarlijkse slachtoffers van femicide isgedurende deze periode niet afgenomen. Deze zorgwekkende situatievraagt daarom dringend om actie.In de privésituatie zijn er vaak voorafgaande risico’s en geweldssignalendie kunnen wijzen op een escalatie met mogelijk fatale afloop. Eencruciale aanpak om femicide te voorkomen ligt daarom in het tijdigingrijpen bij huiselijk geweld en kindermishandeling. In het bijgaande planvan aanpak «Stop femicide!» versterken we voor 2024 en 2025 de aanpakvan huiselijk geweld en kindermishandeling met specifieke acties gerichtop het voorkomen van geweld, het herkennen van geweld – en specifiekde «rode vlaggen» van femicide – en het ingrijpen bij geweld om verdereescalatie te voorkomen.Naar aanleiding van de motie Mutluer1 hebben we, Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, Minister voor Rechtsbescherming enMinister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen gewerkt aan eenintegraal plan van aanpak voor de preventie van femicide. In deze brieflichten we de basis van het plan van aanpak en een aantal relevantekeuzes toe. In een bijlage wordt de voortgang en afdoening van relevantemoties en toezeggingen toegelicht. Aanvullend sturen we uw Kamer bijdeze brief een handreiking en twee recent opgeleverde rapporten diebijdragen aan de verbetering van de preventie van femicide: de1Kamerstukken II, 2023–2024, 28 345, nr. 271 kst-28345-278ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 345, nr. 2781 «Handreiking aanpak stalking» (Regioplan), het adviesrapport «Het tijdelijkhuisverbod vanuit een nieuw Perspectief» (Marieke Kleinjan) en hetonderzoeksrapport «Patroon van dwang en controle is genderspecifiek»(Verwey-Jonker Instituut).Het plan: 4 pijlers en 10 prioriteitenGesprekken met uitvoeringsorganisaties, nabestaanden, ervaringsdeskun-digen en wetenschappers hebben ons gesterkt in de overtuiging dat hetcruciaal is om de preventie van femicide niet los te zien van de aanpakvan huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarom bouwt de aanpakvan femicide voort op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishan-deling, aangevuld met inzet vanuit o.a. emancipatie- en discriminatie-beleid en specifieke acties gericht op het voorkomen van femicide. Ditheeft geresulteerd in een uitgebreid plan van aanpak waarin eerst depijlers en prioriteiten worden toegelicht, gevolgd door relevante achter-grondinformatie over de basisaanpak van huiselijk geweld en kindermis-handeling. Het tweede deel van het plan van aanpak bestaat uit eenoverzicht van alle activiteiten.Alle acties samen zijn te vatten in vier pijlers, die alle vier nodig zijn omdaadwerkelijk het verschil te kunnen maken. Daarbinnen zijn tienprioriteiten benoemd die we in 2024 en 2025 met voorrang oppakken. Webenoemen de pijlers en prioriteiten hieronder kort en bondig.Pijler 1: primaire preventieHet bevorderen van gendergelijkheid is essentieel om geweld tegenvrouwen te voorkomen. Dit vraagt een brede maatschappelijke aanpak.Het kabinet zet in op bewustwording en streeft ernaar dat schadelijkegendernormen veranderen naar gezonde en gelijkwaardige gender-normen. Specifieke doelgroepen krijgen extra aandacht om genderonge-lijkheid tegen te gaan.Prioriteit voor 2024 en 2025:•Het bevorderen van gelijkheid van mannen en vrouwen.Pijler 2: zicht op (dreigend) geweldHet is van belang om de voorstadia, de «rode vlaggen», van femicidegoed en tijdig te herkennen, zowel door professionals, (mogelijke)slachtoffers, (mogelijke) plegers als omstanders. Het creëren vanbewustwording en het bieden van duidelijke handelingsperspectieven zijnhierbij essentieel.Prioriteiten voor 2024 en 2025:•Versterken van de bewustwording in de samenleving;•De deskundigheid van professionals vergroten;•De aard van het geweld benoemen;•Onderzoeken hoe veiligheids- en risicobeoordeling beter kan.Pijler 3: interventies en hulpverleningWanneer er vermoedens of signalen zijn van bijvoorbeeld intieme terreurof stalking, is een juiste reactie en de inzet van passende interventiescruciaal voor de bescherming van slachtoffers en de aanpak van plegers,zowel strafrechtelijk als vanuit hulpverlening.Prioriteiten voor 2024 en 2025:•Verbetering van de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld;Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 345, nr. 2782 •Bescherming van slachtoffers verbeteren;•Onderzoek naar beter hulpaanbod voor plegers.Pijler 4: inzicht in probleem en aanpakHet is nodig blijvend te leren en kennis te vergaren over femicide engendergerelateerd geweld, en deze kennis actief te integreren in deaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.Prioriteiten voor 2024 en 2025:•Goede onderbouwing van de aanpak en lerend verbeteren;•Een verkenning naar het versterken van de landelijke coördinatie.Financiële onderbouwingDe inspanningen die staan beschreven in dit plan van aanpak wordengeheel gedekt door de budgetten die beschikbaar zijn voor de geheleaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en voor het emanci-patiebeleid. Daarnaast bekostigen de Ministeries van VWS en JenV – engemeenten – organisaties die een cruciale rol vervullen in de aanpak vanhuiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder de lokale teams,Veilig Thuis, de vrouwenopvang, de politie, het Openbaar Ministerie, deRaad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instellingen, dereclassering, het Centrum Seksueel Geweld (CSG), SlachtofferhulpNederland, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), het LandelijkExpertisecentrum Kindermishandeling (LECK), het Landelijk Onderzoeks-en Expertisebureau Forensisch-Medisch Onderzoek (LOEF) en derechtspraak. Ook worden flankerende trajecten en programma’s separaatbekostigd, zoals het Nationaal Actieprogramma seksueel grensover-schrijdend gedrag en seksueel geweld en het Toekomstscenario kind- engezinsbescherming. Ten slotte bekostigt het Ministerie van OCW alliantiesdie onder meer bijdragen aan het voorkomen van geweld.De bovengenoemde financiering is gericht op brede inzet voor de aanpakvan huiselijk geweld en kindermishandeling. Specifiek voor femicidebetekent dit dat er momenteel geen ruimte is voor extra financiële inzet.Het is aan een nieuw kabinet om, mede op basis van de uitkomsten vande lopende en geplande acties die in het plan zijn opgenomen, hierinkeuzes te maken.Gemaakte keuzesDit plan van aanpak voor het voorkomen van femicide is tot standgekomen in overleg met diverse uitvoeringsorganisaties, allianties,wetenschappelijke instellingen, en nabestaanden van femicide-slachtoffers en ervaringsdeskundigen. De input uit de gesprekken was nietop alle punten eensluidend. In deze brief lichten we enkele keuzes toe diezijn gemaakt na de gesprekken met deze organisaties en betrokkenen.Landelijke coördinatie versus regionale/lokale aanpakDit plan van aanpak richt zich met name op de inzet vanuit de rijks-overheid. Mede op basis van het Verdrag van de Raad van Europa inzakehet voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijkgeweld (het Verdrag van Istanbul) is er zowel politiek als vanuit het veldopgeroepen tot landelijke coördinatie in de aanpak van huiselijk gewelden femicide. Omdat de verantwoordelijkheid voor de aanpak van huiselijkgeweld en kindermishandeling sinds 2015 voornamelijk bij gemeenten ligt(conform de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet)betekent dit dat bij het voorkomen van femicide landelijk aangestuurdeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 345, nr. 2783 organisaties nauw moeten samenwerken met lokaal aangestuurdeinstanties. Dit vraagt een goede balans tussen landelijk gestuurde inzet enruimte voor lokale invulling. De rijksoverheid vervult een faciliterende rolin het versterken van de samenwerking, waarbij gemeenten lokale vrijheidhouden binnen ons decentrale stelsel.Een voorbeeld hiervan is het verzoek van de Tweede Kamer om landelijkte sturen op de wachtlijsten van Veilig Thuis. De organisatie van de 25Veilig Thuis-organisaties is decentraal geregeld, waardoor er regionaleverschillen zijn tussen de Veilig Thuis organisaties. De landelijke monitorvan het Landelijk Netwerk Veilig Thuis naar oorzaken die ten grondslagliggen aan de wachtlijsten laat zien dat er grote regionale verschillen zijn,die niet vanuit landelijke sturing kunnen worden opgelost, omdat delokale zorg in elke regio anders is. Vanuit het Landelijk Netwerk VeiligThuis worden nu eenduidige afspraken gerealiseerd over het monitorenvan wachtlijsten en het landelijk oppakken waar kan, maar met ook lokaleverschillen waar nodig.Op dit moment is voor de inzet van de rijksoverheid voor het voorkomenvan femicide de Staatssecretaris van VWS als coördinerend bewinds-persoon het eerste aanspreekpunt. Vanuit de gesprekken met allebetrokken organisaties rijst de vraag of deze manier van coördinatietoereikend is om de gewenste resultaten te behalen. Vanuit de gespreks-partners is er een sterke vraag voor externe coördinatie van de aanpakvan huiselijk geweld en kindermishandeling, zodat de focus op versterkingvan beleid en uitvoering op dit thema geborgd is. We hebben deze oproepgehoord en nemen die ook ter harte. Om hier uitspraken over te kunnendoen, laat het kabinet dit jaar onderzoeken op welke wijze landelijkecoördinatie van beleid en aanpak van huiselijk geweld en kindermishan-deling vorm kan krijgen in relatie tot de Nederlandse inrichtingsstructuur,zoals vereist door het Verdrag van Istanbul. Dit vraagstuk is opgenomen inprioriteit 10.De inbreng van nabestaanden en ervaringsdeskundigenDe gesprekken met nabestaanden van femicide-slachtoffers en ervarings-deskundigen op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandelinghebben ons duidelijk gemaakt dat het van groot belang is hun blijvend tebetrekken. We onderzoeken daarom hoe hun kennis en ervaring op eenmeer structurele wijze ingezet kan worden om het beleid en de aanpak teverbeteren. Uit deze gesprekken zijn belangrijke aandachtspunten naarvoren gekomen die noodzakelijk zijn voor een effectievere aanpak vanfemicide, zowel op het gebied van preventie en vroegsignalering als ophet gebied van hulpverlening en interventies. We waarderen het zeer datde nabestaanden en ervaringsdeskundigen met ons in gesprek zijngegaan. De aangedragen aandachtspunten zijn meegenomen bij hetopstellen van dit plan van aanpak en worden meegenomen in het vervolghiervan.Een deel van de inbreng van de nabestaanden ging over de periode na demoord. Dit waren aangrijpende ervaringen, die laten zien dat (hiaten in)wet- en regelgeving, beleid en uitvoering (o.a. bejegening) mensen in depraktijk hard kunnen raken. Voorbeelden hiervan zijn erfenissen die alleentoekwamen aan de familie van de dader die zichzelf had omgebracht nahet vermoorden van zijn partner en het niet tijdig informeren vannabestaanden over hun rechten tijdens het strafproces. Hoewel we ervoorgekozen hebben de onderwerpen die gaan over de periode na de moordniet binnen de scope van dit plan van aanpak te laten vallen, hebben wehet wel benoemd in het plan van aanpak. Het is belangrijk dat ook dezepunten worden opgepakt, daarom brengen we deze onderwerpen onderTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 345, nr. 2784 de aandacht binnen aanpalende beleidsdomeinen, zoals het beleid datvoor alle slachtoffers van strafbare feiten door dit kabinet wordt uitge-voerd. Over dit beleid wordt in de Meerjarenagenda slachtofferbeleidjaarlijks aan uw Kamer gerapporteerd.Aparte strafbaarstelling psychisch geweldPsychisch geweld, zoals dwingende controle en intieme terreur, is eenernstige vorm van huiselijk geweld met ingrijpende gevolgen voorslachtoffers. Intieme terreur en/of dwingende controle gaan vaak voorafaan femicide. Vanuit maatschappelijke organisaties en nabestaandenklinkt de roep om psychisch geweld vaker te vervolgen en hiervoor eenaparte strafbaarstelling te creëren.We delen het standpunt dat in de praktijk te weinig vervolging plaatsvindtvoor psychisch geweld en dat dit moet verbeteren. Om een effectieverestrafrechtelijke aanpak te realiseren en slachtoffers zo beter tebeschermen, richt het kabinet zich binnen dit plan van aanpak daarom op–het vergroten van de kennis over psychisch geweld en over demogelijkheden die het strafrecht biedt,–het versterken van de veiligheids- en risicobeoordeling,–het verhogen van de instroom van zaken bij het Openbaar Ministerie,–het verbeteren van de bewijsvoering en de dossiervorming en hetinzetten van wetenschappelijke expertise over de schadelijke effectenvan psychisch geweld in strafzaken.Dit jaar start een WODC-onderzoek naar de strafrechtelijke aanpak vanpsychisch geweld, die in 2027 zal worden herhaald. Ook voert de OpenUniversiteit momenteel een internationale rechtsvergelijking uit naaraparte strafbaarstellingen van psychisch geweld, waarvan de resultaten in2025 worden verwacht. Op basis van deze bevindingen en voortbouwendop de concrete stappen die het kabinet nu zet ter verbetering van de inzetin de praktijk, kunnen eventuele verdere stappen worden overwogen.Apart landelijk telefoonnummerNabestaanden en een deel van de uitvoeringsorganisaties pleiten voor hettoevoegen van een apart telefoonnummer voor (mogelijke) slachtoffersvan intieme terreur of dwingende controle, naast het telefoonnummer vanVeilig Thuis. Deze vorm van huiselijk geweld is erg ingrijpend en om hulpvragen is een grote drempel. Er zou daarom een laagdrempelig puntmoeten zijn waar vrouwen in deze situaties mee kunnen bellen.Sinds 2015 is Veilig Thuis ingericht als laagdrempelig advies- enmeldpunt, óók voor vrouwen die te maken hebben met intieme terreur.Veilig Thuis heeft een landelijk telefoonnummer en de mogelijkheid omvia chat om advies te vragen. Dat Veilig Thuis niet door iedereen alslaagdrempelig wordt beschouwd, is iets waar we op moeten inzetten omsamen met Veilig Thuis te verbeteren.Voor alle slachtoffers, hun naasten en ook voor plegers van diversevormen van geweld (o.a. seksueel grensoverschrijdend gedrag, geweld ofmisbruik, huiselijk geweld, kindermisbruik- of mishandeling, mensen-handel, schadelijke praktijken of ritueel seksueel misbruik) geldt dat hetbelangrijk is dat snel goede hulpverlening vindbaar én beschikbaar is. Uitonderzoek van o.a. het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat, ondanks eenuitgebreid bestaand aanbod, slechts een deel van de slachtoffers de juistehulp of ondersteuning goed kan vinden. Vanuit de wens tot één ingang tothulpverlening en betere samenwerking, werken de Ministeries van VWSen JenV daarom samen met de VNG en betrokken ketenpartners uit hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 345, nr. 2785 zorg- én veiligheidsdomein toe naar een voor slachtoffers en plegershelder, laagdrempelig en toegankelijk aanbod van advies-, meld-, ensteunpunten. In dit traject past ook de vraag of en zo ja hoe een aparttelefoonnummer voor situaties van intieme terreur hierin een plek zoukunnen krijgen. Daarom wordt momenteel nog niet gekozen voor de inzetvan een apart telefoonnummer, maar er wordt niet uitgesloten dat dit inde toekomst wel zou kunnen worden ingezet als uit bovenstaandetrajecten blijkt dat dit echt de beste oplossing is.Tot slotDit plan vormt een belangrijke stap in de aanpak van femicide. Met eenstevige basis en concrete prioriteiten gaan we gezamenlijk aan de slag omdit afschuwelijke geweld terug te dringen. De uitvoering van het plan zalin de komende jaren worden gemonitord en de aanpak zo nodig bijgesteldom effectief te blijven. De Tweede Kamer wordt over de voortgang vaneen aantal acties al geïnformeerd, bijvoorbeeld in de periodieke Kamer-brief huiselijk geweld en kindermishandeling, de Kamerbrief Emancipatie,en de Kamerbrieven over de voortgang van het Nationaal Actiepro-gramma aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueelgeweld. Over de voortgang van de prioriteiten van dit plan van aanpak»Stop femicide!» zullen we uw Kamer voor de zomer van 2025informeren.Met de inzet van alle betrokken partijen, van het kabinet, gemeenten, veleuitvoeringsorganisaties, maatschappelijke organisaties en nabestaandenvan femicide-slachtoffers, streven we naar een samenleving waariniedereen veilig is en gelijke kansen heeft. De weg voorwaarts is duidelijk:met vasthoudendheid, samenwerking en continue evaluatie zullen weblijven werken aan het terugdringen van (fataal) geweld tegen vrouwen.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. van OoijenDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.H. DijkgraafDe Minister voor Rechtsbescherming,F.M. WeerwindTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 345, nr. 2786
Gerelateerde bronnen
- De minister stuurt de contouren van het integrale plan van aanpak in het voorjaar van 2024 naar de Kamer, en gaat in dit integrale plan in op de volgende punten
De minister stuurt de contouren van het integrale plan van aanpak in het voorjaar van 2024 naar de Kamer, en gaat in dit integrale plan in op de volgende punten: de afzonderlijke strafbaarstelling van femicide, de uitkomsten van de afspraken met de uitvoeringsorganisaties over deskundigheidsbevorder
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.