KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 september 2025, over Financiële markten

6 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6746ad5577d64843 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 013Toekomst financiële sectorNr. 311 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 6 oktober 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft op 11 september 2025 overleggevoerd met de heer Heinen, Minister van Financiën, over:–de brief van de Minister van Financiën d.d. 20 januari 2025inzake toezegging gedaan tijdens het commissiedebatFinanciële markten op 19 december 2024, over de visie op definanciële sector 2025 (Kamerstuk 32 013, nr. 302);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 30 januari 2025inzake geactualiseerde visie Toezicht op afstand. De relatietussen de Minister van Financiën en de zelfstandige bestuurs-organen De Nederlandsche Bank (DNB) en de AutoriteitFinanciële Markten (AFM) (Kamerstuk 32 648, nr. 16);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 3 maart 2025inzake onderzoeksrapport Waarschuwen bij beleggen (Kamer-stuk 32 013, nr. 303);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 20 maart 2025inzake non-paper over faciliteren toegang zakelijke betaalreke-ningen (Kamerstuk 22 112, nr. 4009);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 8 april 2025 inzakeuitkomsten verkenning klimaatmaatregelen financiële sector(Kamerstuk 32 013, nr. 304);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 6 mei 2025 inzakeverslag Financieel Stabiliteitscomité 24 maart 2024 (Kamer-stuk 32 545, nr. 222);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 24 april 2025inzake bancaire dienstverlening Saba en Sint-Eustatius(Kamerstuk 32 013, nr. 305);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 17 april 2025inzake nadere evaluatie Wet beloningsbeleid financiëleondernemingen (Kamerstuk 33 964, nr. 48);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 22 mei 2025 inzake reactie op verzoek commissieover een burgerbrief omtrent weigering van contante betalin-gen bij Belastingdienst (Kamerstuk 31 066, nr. 1503);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 30 juni 2025 inzakeverkennend onderzoek rol Nederlandse banken bij begeleidingvan beursgangen (Kamerstuk 32 013, nr. 308); kst-32013-311ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 3111 –de brief van de Minister van Financiën d.d. 13 juni 2025 inzakebenoeming president De Nederlandsche Bank N.V. (DNB)(Kamerstuk 32 013, nr. 307);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 12 juni 2025 inzaketoekomst bekostiging financieel toezicht (Kamerstuk 32 013,nr. 306);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 12 juni 2025 inzakeevaluatie hypothecaire leennormen (Kamerstuk 32 847, nr.1349);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 5 juni 2025 inzakewetgevingsbrieven AFM en DNB 2025 (Kamerstuk 32 545, nr.223);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 22 juli 2025 inzakeverslag Financieel Stabiliteitscomité 9 juli 2025 (Kamerstuk32 545, nr. 224);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 4 juli 2025 inzakereactie op verzoek commissie over een burgerbrief overproblemen bij het openen van een bankrekening bij ING opSint-Eustatius (2025Z14321);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 3 juli 2025 inzakeonderzoek naar de risico’s voor consumenten bij het handelenin cryptoactiva (Kamerstuk 27 879, nr. 111);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 2 juli 2025 inzakeevaluatie structurele verlaging maximale kredietvergoeding(Kamerstuk 24 515, nr. 814);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 2 juli 2025 inzakeMaatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) jaarrappor-tage 2024 (Kamerstuk 27 863, nr. 144);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 8 september 2025inzake inventarisatie van aanvullende vereisten voor definanciële sector (Kamerstuk 32 013, nr. 309).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwDe griffier van de commissie,WeeberTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 3112 Voorzitter: Nijhof-LeeuwGriffier: Van der SteurAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Inge van Dijk, Van Eijk,Faddegon, Idsinga en Nijhof-Leeuw,en de heer Heinen, Minister van Financiën.Aanvang 13.30 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Van harte welkom bij deze commissievergadering van decommissie voor Financiën. Aan de orde is een debat over de financiëlemarkten. Van harte welkom aan de Minister. Het debat staat gepland tot16.30 uur. Er is een indicatieve spreektijd van vier minuten. Ik ga het nietzoals vanochtend doen. Probeert u een beetje in de buurt van despreektijd te blijven. Als u iets meer nodig hebt, gaan we daar coulantmee om. Maakt u er geen misbruik van, want anders moet ik weer heelstreng worden, zeg ik maar gelijk even. Meneer Idsinga, u zit vooraan. Uspreekt namens NSC.De heer Idsinga (NSC):Dank u wel, voorzitter. Vandaag hebben we het over financiële markten.De laatste keer dat we hier een debat over voerden, was ergens in januari,dus alweer een tijdje geleden. We hebben van de Minister een visiemogen ontvangen. In de eerste plaats complimenten voor het feit dat zo’ndocument er ligt, want een visie is belangrijk. Dat is een belangrijkekapstok voor wat we de komende tijd gaan doen en hoe we aankijkentegen een bepaalde markt. Ik moet zeggen dat ik de visie op een aantalpunten nog wel vrij vrijblijvend vond. Ik mis op bepaalde onderdelen watconcrete doelstellingen en tijdpaden en dergelijke. Mijn vraag aan deMinister is dus: zou hij ten aanzien van alle punten die hij noemtmisschien snel concreter kunnen worden? Wanneer kunnen we watverwachten en wat gaat hij precies doen?Dan hebben we een rapport over het beloningsbeleid in de financiëlesector op de agenda staan.De voorzitter:Mag ik u even onderbreken? Er is een interruptie voor u van mevrouw VanEijk, VVD.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik volg het betoog van de heer Idsinga over de visie op de financiëlemarkten. Prima. Maar in de brief lees je volgens mij heel veel dilemma’s.Het gaat over welke doelen we nastreven, waar we tegenaan lopen, maarvervolgens ook over welke conflicten daar ontstaan. Dat vraagt volgensmij juist ook debat van de Kamer. We kunnen nu dus wel vragen hoeconcreet de Minister kan worden op al die punten, maar volgens mij heefthet kabinet dan ook iets van de Kamer nodig om te weten hoe wijbepaalde afwegingen maken. Kan de heer Idsinga daar iets over zeggen?De heer Idsinga (NSC):Sterker nog, ik heb in januari een aantal moties door deze Kamer gehaald– zo zal ik het maar even zeggen – die heel duidelijk richting geven aanwat in ieder geval de meerderheid van de Kamer wil, bijvoorbeeld tenaanzien van de spaarmarkt, van de koppelverkoop van banken, vanspaarrekeningen en betaalrekeningen. Daar kom ik straks nog even opterug, als mevrouw Van Eijck dat goed vindt. Ik heb een aantal van diekeuzes zelf, namens mijn partij en met steun van deze Kamer, namelijk algemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 3113 Dan het punt van de beloning van bankiers. Laat ik vooropstellen dat ikbegrijp dat dit een heel gevoelig onderdeel is van de discussie die wehebben gevoerd in het verleden en die we nog steeds met elkaar voeren.We hebben in Nederland een bonusbeleid dat scherper is dan wat deEuropese regels voorschrijven. Daar is destijds voor gekozen. Ik wil hiergeenszins een pleidooi houden dat bankiers meer zouden moeten wordenbeloond, integendeel, maar we moeten tegelijkertijd ook eerlijk zijn en ookniet helemaal blind zijn voor wat zich in de markt afspeelt en voor deconcurrentie die op de arbeidsmarkt plaatsvindt.Ik wil toch eens aan de Minister vragen of hij zou willen heroverwegen omons Nederlandse beleid meer in lijn te brengen met het Europese beleid.Het kan zo zijn dat er op termijn een grote consolidatieslag plaatsvindt inhet Europese bankwezen. Het zou toch heel jammer zijn als wij, doordatwij strenger zijn dan Europese regels, een aantal vestigingen of hoofdkan-toren van eventuele geconsolideerde banken in Nederland zoudenmissen. Wat zou dat voor Nederland kunnen betekenen? Nogmaals, dit isgeen pleidooi om het allemaal maar omhoog te gooien, maar ik vind weldat we dit eerlijke verhaal er in de discussie bij moeten betrekken. Het isnamelijk wel relevant. Het hebben van lokale banken in een land isgewoon belangrijk voor je economie en voor je consumenten.Tot slot het punt van mevrouw Van Eijk. Ik heb in januari een drietalmoties ingediend. In een daarvan werd de Minister verzocht omwetgeving voor te bereiden om koppelverkoop tussen spaarrekeningen enbetaalrekeningen te verbieden. De actie van de Minister is vervolgensgeweest om een onderzoek te laten doen door PwC. Dat komt tottegenstrijdige conclusies ten opzichte van wat de ACM had geconclu-deerd. Tegenstrijdige conclusies zijn natuurlijk altijd vervelend, maar dit istypisch een punt waarvan ik vind dat je als politiek gewoon een afslagmoet nemen. Die afslag had ik genomen in een breed gesteunde motie.Dat is namelijk wetgeving voorbereiden. Ik zou dus graag van de Ministereen reflectie willen horen op de vraag waarom dat nog niet gebeurd is.Een tweede motie die ik had ingediend zag op een onderzoek naarregulering van spaarrente. Het gaat om een onderzoek. Ik zeg dus niet datik spaarrente wil reguleren, maar dat ik wil dat het onderzocht wordt. Datblijkt ook uit het rapport van de ACM. Ook die motie is door een grotemeerderheid van deze Kamer aangenomen. Ik zou graag van de Ministerwillen weten hoe het staat met de opvolging van die motie.Tot slot. Hierna hou ik mijn mond. Ik had nog een motie over de verhogingvan spaarrentes door banken en het garanderen van betaalrekeningen,met name aan zakelijke klanten, maar ook aan organisaties zoalskerkgenootschappen en noem het maar op. De motie ging ook over hetfors verlagen van de kosten die banken berekenen. Die hoeven zeuiteindelijk niet helemaal uit eigen zak te betalen, want uit het visiedo-cument van de Minister blijkt dat hij ervoor zorgt dat de kosten van debanken behoorlijk naar beneden zouden kunnen gaan doordat er watversoepelingen komen op het gebied van de witwasregels en dergelijke.Dat zou veel geld kunnen vrijmaken voor de banken. Graag een antwoordvan de Minister op de vraag hoe hij tegenover deze punten staat op ditmoment. Eén punt licht ik er even uit. Dat is het recht op een garantie vaneen basisbetaalrekening. Daarover zegt de Minister dat hij dat eerst inEuropees verband wil bespreken. Wat mij betreft is dat niet nodig. Ik zouwillen zeggen: kom gewoon met nationale wetgeving en laten we ditgewoon regelen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Idsinga. Dan kom ik bij de fractie van de PVV. De heerFaddegon.De heer Faddegon (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 3114 Dank u wel, voorzitter. We zijn hier vandaag voor het debat over definanciële markten, een debat over de toekomst van onze financiële sector.Het gaat ergens om, want het verdienvermogen van de sector staat helaasonder druk. Allereerst willen wij iets zeggen over de uitkomsten van deklimaatmaatregelen in de financiële sector. Het fundamentele probleemdat wij zien is de definiëring van het begrip «energietransitie», eencontainerbegrip waarin alles wordt gedumpt. Dat maakt het zeer lastig omresultaten te meten.Voorzitter. We zien dat er in de sector een zogenaamde zelfreguleringplaatsvindt, waarin bedrijven die niet passen in de klimaatideologieworden uitgesloten van onderdelen van die dienstverlening. Bedrijven inbijvoorbeeld de fossiele sector worden soms leningen geweigerd. De PVVis van mening dat bedrijven niet op deze ideologische gronden doorfinanciële dienstverleners geweigerd zouden mogen worden, zolang ze,en dat is vanzelfsprekend, zich aan de Nederlandse wet houden. Het kanniet zo zijn dat bedrijven die zich aan de wet houden geen leningen meerkunnen krijgen. We hebben niet voor niets wetten in dit land en diemogen nooit en te nimmer worden vervangen door ideologischemotieven van banken of andere dienstverleners. We horen graag eenreflectie van de Minister op dit punt.Voorzitter. We zien ook dat het ondernemerschap in dit land steeds verderwordt bemoeilijkt. Startende ondernemers krijgen nog steeds vaak geenzakelijke rekening geopend of het gaat zeer moeilijk. Het zou voor iedereondernemer mogelijk moeten zijn om een betaalrekening te openen eneigenlijk ook om alle andere diensten van de betreffende bank te krijgen.Daarom vragen wij de Minister hoe het staat met de aangenomen motievan 30 januari 2025 waarin een overweldigende meerderheid van deKamer aan de Minister heeft gevraagd om een acceptatieplicht in tevoeren voor alle financiële dienstverleners? Hoe staat het met deuitwerking van die motie?Dan het punt over contante betalingen bij de Belastingdienst. DeBelastingdienst geeft aan dat zij geen contant geld accepteren, omdat zevolgens de Awb geen kasfunctie hebben. Het kan toch niet zo zijn dat deoverheid ernaar streeft om contant geld te behouden, zoals eerder doordeze Minister is beaamd, maar dat een belangrijke overheidsinstantie alsde Belastingdienst vervolgens weigert om betalingen met een wettigbetaalmiddel als chartaal geld domweg te weigeren. Gelukkig zien we datin vrijwel alle stadhuizen van ons land nu wel weer contant geld wordtgeaccepteerd, maar wij zien graag dat de Minister doorvoert dat contantgeld bij alle overheidsinstanties wordt geaccepteerd als er betalingen aanverschuldigd zijn. Een wettig betaalmiddel is immers een wettig betaal-middel.Dan de beloningen bij de private financiële bedrijven. Mijn collega zeidaar ook al wat over. De evaluatie van de wet laat glashelder zien dat deregels knellen, vooral bij specialistisch personeel. Maar wat doet deMinister? Hij houdt vast aan een bonusplafond om het draagvlak niet teverliezen. Maar je kunt niet klagen over een tekort aan IT’ers of anderespecialisten en het tegelijkertijd de financiële sector onmogelijk maken omze aan te trekken. Wij zien dat deze nationale kop, volgens het hoofdlijnen-akkoord ten onrechte, wordt gehandhaafd. Wij vragen aan de Ministerdeze nationale kop dan ook direct te verwijderen, zodat er een gelijkspeelveld in de sector ontstaat en Nederland niet op achterstand wordtgezet.Wij vragen ook aandacht voor bedrijven die vanwege hun omzetplotsklaps als bank worden gedefinieerd, met alle beperkingen van dien,terwijl het overduidelijk geen banken zijn, ze geen bankactiviteitenuitvoeren, maar wel zodanig beperkt worden dat hun vertrek uitNederland slechts een kwestie van tijd lijkt te zijn. Graag zien we dat deMinister dit probleem onderkent en er oplossingen voor zoekt, wantvertrek van nog meer financiële bedrijven naar het buitenland moet onsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 3115 inziens worden voorkomen. De financiële sector in ons land levert eenwaardevolle bijdrage aan de economie en die bijdrage moet ons inziensbehouden blijven.Voorzitter. Er is bij De Nederlandsche Bank een nieuwe presidentbenoemd. Wij waren echter onaangenaam verrast toen we vernamen datdeze Minister akkoord is gegaan met een beloning voor deze nieuwetopman die ruim 80% hoger is dan wat de WNT als maximum toelaat.Banken worden beboet als ze iemand een te hoge bonus uitkeren. Dat isop zich zeer terecht als die uitkeringen niet in lijn zijn met afspraken ofregels. Maar hoe kan deze Minister dan rechtvaardigen dat een presidentdie meer dan 21 werkzame jaren heeft bij diezelfde bank, en dus op kostenvan die bank ervaring en kennis heeft opgedaan, nu ineens zo veelmeerwaarde heeft dat de WNT-regels met voeten worden getreden? Eenkleine plus boven de norm zouden wij wellicht uitlegbaar hebben kunnenvinden, maar niet een verhoging van ruim 80% boven de WNT-norm. Wijhoren dan ook graag van de Minister een duidelijk inhoudelijke verant-woording over deze gang van zaken. Welke maatregelen is de Ministertrouwens bereid te nemen om te voorkomen dat de WNT in de toekomstopnieuw zo dramatisch wordt overschreden?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Het is nog heel keurig, net iets over de tijd, maar netjesgedaan.De heer Faddegon (PVV):Kijk. U kunt op mij rekenen.De voorzitter:We gaan verder naar de fractie van het CDA met mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Sinds het vorige debat staat er weer een heelaantal, vind ik altijd, interessante stukken op de agenda. Ik wil graagbeginnen met toezicht op de financiële sector. In Nederland zijn de kostenvan toezicht harder gestegen dan in andere Europese landen, terwijl dezeveelal uit nieuwe Europese wetgeving volgen. SEO heeft een goed rapportgeschreven over de bekostiging van financieel toezicht, onder andere ophet thema «vestigingsklimaat voor financiële partijen». Zij adviseren eeninternationaal vergelijkend onderzoek te doen en de Minister is daargelukkig toe bereid. Wanneer verwacht hij dat het onderzoek kan wordenafgerond? Een gelijk Europees speelveld is namelijk belangrijk.Voor een bank die zich in Nederland wil vestigen is een goede toezicht-houder een pre, maar als de kosten en administratieve druk in Nederlandhoger zijn en de interpretatie van regels strenger, dan is dat ook een redenom niet voor Nederland te kiezen. Hoe kijkt de Minister in dat kader naareen ruimer mandaat voor DNB en AFM als toezichthouder om naastfinanciële stabiliteit ook oog te hebben voor het vestigings- en investe-ringsklimaat voor de financiële sector. In de Verenigde Staten en hetVerenigd Koninkrijk hebben toezichthouders al zo’n ruimer mandaat. Hoekijkt de Minister hiernaar?Aansluitend hierop wil ik de Minister bedanken voor de lijst nationalekoppen op financiële-sectorregelgeving, die hij maandag naar de Kamerstuurde en waar ikzelf en collega De Vries vorig debat om vroegen. DeMinister zegt toe in gesprek te gaan met de sector en toezichthouders omte kijken waar aanpassingen mogelijk zijn. Wanneer denkt hij hierover tekunnen rapporteren?Voorzitter. Dan naar hypotheken. Ik heb de evaluatie van leennormengelezen. Die lijken in balans, omdat overcreditering zo veel mogelijk wordttegengegaan. Maar voor mij is dat maar een deel van de praktijk. Ik vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 3116 mij namelijk af of we hierbij voldoende oog hebben voor verschillendelevensfases van mensen. Hoe kijkt de Minister naar meer flexibiliteitgedurende de 30 jaar waarvoor een hypotheek wordt aangegaan? Zopleitte de NHG vorig jaar nog voor een hypotheek die meeademt: minderbetalen wanneer het nodig is, meer betalen wanneer het kan, zodat beterkan worden aangesloten bij de levensfase, passend bij werk, gezin,mantelzorg of pensionering. Financieel adviseurs kunnen hier eenbelangrijke rol bij spelen om samen met de klant te kijken wat gedurendede levensloop verantwoord is. Eenzelfde soort discussie hebben wegevoerd met de Minister van VRO over de optie om regels te versoepelenwanneer senioren een woning verkopen om kleiner te wonen of om tegaan huren, maar wel wat geld nodig hebben voor bijvoorbeeld eenverbouwing of inrichting. Dat levert nagenoeg nul risico op voor dezekerheidspositie van banken, maar het is in de praktijk toch vaak eenlastig proces om dat geld vervolgens te krijgen. Daardoor zien sommigesenioren af van doorstromen, terwijl we dat juist heel graag willenstimuleren. De Minister van VRO stond hier welwillend tegenover, blijktuit de beantwoording van schriftelijke vragen die wij hierover stelden. Isdeze Minister bereid om nieuwe, flexibelere vormen van hypotheekver-strekking te onderzoeken, samen met de sector en zijn collega-Ministervan VRO?De voorzitter:Ik heb een interruptie van mevrouw Van Eijk voor u.Mevrouw Van Eijk (VVD):Een korte vraag. Ik denk dat het heel positief is wat mevrouw Inge van Dijkhier zegt over het flexibiliseren van normen, want daar gaat het daneigenlijk om. Een van de ideeën die ook rondgaat, onder andere bij onzepartij, is om de looptijd van de hypotheek te verlengen. Is dat ook ietswaar het CDA over mee kan denken?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik zou zeggen: laten we die optie meenemen. Als het de Minister goed lijktom daar eens breder naar te kijken, dan zouden we die optie goed meekunnen nemen. Wat doet dat en maakt dat meer flexibiliteit mogelijk?De voorzitter:U kunt uw bijdrage vervolgen.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dan een derde thema waar ik het over wil hebben en het ook al heel vaakover heb gehad: financiële gezondheid. Meerdere onderzoeken laten ziendat de financiële gezondheid van jongeren verslechtert. Dat heeftmeerdere redenen, waaronder risicovol beleggen, onlinegokken, buy now,pay later, oftewel het normaliseren van het leven op de pof en het lopenvan financiële risico’s. De AFM pleitte onlangs voor extra beschermingvan consumenten bij buy now, pay later, terwijl Klarna doodleuk doorgaatmet uitbreiding in de winkelstraat. Hoe kijkt de Minister naar de oproepvan de AFM voor aanscherping van de grensbedragen voor kredietwaar-digheidschecks?In ons Actieplan Financiële Weerbaarheid pleiten wij ook voor financiëleeducatie in bestaande schoolvakken, zodat jongeren in de economielesmet praktische financiële kennis gevoed worden. Zo worden ze financieelweerbaarder en kunnen ze dus betere keuzes maken. Zo biedt bijvoor-beeld de non-profitorganisatie BeleggerUitlegger een laagdrempeligemodule over beleggen voor vmbo, havo en vwo. Is de Minister bereid omsamen met de Minister van Onderwijs te onderzoeken of zulkeprogramma’s kunnen worden geïntegreerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 3117 Voorzitter. Als de Minister ons verkiezingsprogramma heeft gelezen – datis vast niet zo, maar ik kan het proberen – dan weet hij dat wij blijvenpleiten voor Zilvervloot Sparen. Dat kan in de klassieke vorm, maarbijvoorbeeld ook in de vorm van een beleggingsrekening met een laagrisico, zoals de Zweedse overheid haar burgers aanbiedt, waarmeetegelijkertijd geïnvesteerd wordt in de Zweedse economie. Het gaat onserom dat jongeren gestimuleerd worden vermogen op te bouwen en zomet een veel stevigere financiële positie hun leven beginnen, zodat zijbijvoorbeeld al gespaard hebben voor een studie of de aankoop van eenhuis en hoge schulden niet per se nodig zijn. Ziet de Minister hiervan ookde meerwaarde en is hij bereid hierop stappen te zetten?Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de laatste spreker van de zijde van deKamer, mevrouw Van Eijk van de VVD.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank u wel, voorzitter. Het zal u niet verbazen, maar er zit heel veeloverlap in de onderwerpen die de verschillende fracties inbrengen. Definanciële sector is voor veel mensen niet populair sinds de crisis, maarlaten we eerlijk zijn: zonder een goed functionerende sector geenkredietverlening, geen betaalverkeer en dus ook geen gezonde economie.Voor de VVD staat daarbij één ding voorop: een sterke financiële sectordie bijdraagt aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en ruimte biedt voorondernemers.Toezicht is onmisbaar. We willen allemaal dat consumenten beschermdworden en dat ons financiële stelsel veilig is, maar toezicht mag nooit eendoel op zichzelf worden. Het moet efficiënt, doelmatig en betaalbaarblijven. Wat we nu zien, is dat de toezichtkosten jaar op jaar stijgen,ondanks eerdere afspraken dat ze niet harder mogen stijgen dan deinflatie. Kleine instellingen betalen relatief veel, terwijl de totale kosten, denieuwe taken, zoals crypto, cyber en duurzaamheid, alleen maartoenemen. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat de toezichtkosten echtworden begrensd? Hoe voorkomt hij dat juist kleine en innovatieveondernemingen onevenredig geraakt worden? Is er niet inmiddels sprakevan een toetredingsdrempel die bedrijven afschrikt of zelfs uit Nederlandwegjaagt?De VVD wil een eerlijk Europees speelveld. Nederland legt zichzelf extraregels op, de zogenaamde nationale koppen. Die schaden ons vestigings-klimaat en maken ons minder aantrekkelijk voor bedrijven en talent. Opverzoek van de VVD heeft de Minister een overzicht van de nationalekoppen voor de financiële sector naar de Kamer gestuurd. Graag hoor ikvan de Minister welke regelgeving voor de sector hij als meest belastendbeschouwt en welke vervolgstappen hij concreet gaat nemen om deregeldruk tegen te gaan. Een bonusplafond, ook genoemd door de heerIdsinga en de heer Faddegon, is een voorbeeld. De zware eisen leiden tothogere vaste salarissen, minder flexibiliteit en fintechs en specialisten dieons land links laten liggen. Ik vraag de Minister: is inmiddels zichtbaar watdit strengere regime betekent voor ons vestigingsklimaat? Is hij bereid teverkennen of een flexibeler regime mogelijk is, bijvoorbeeld voorIT-experts en fintechs?Voorzitter. Ondernemen begint, zoals ook door mijn collega’s al benoemd,bij een zakelijke betaalrekening. Toch zien we dat ondernemers nog altijdgeweigerd worden, niet omdat de wet dat voorschrijft, maar puurvanwege risicomijding of commerciële redenen van banken. Dat isonacceptabel. De VVD vindt dat weigeren alleen nog op basis van deWwft mag. Zelfregulering is prima, maar we willen tempo. Daarom devolgende vraag aan de Minister: wanneer worden de NVB-standaardendaadwerkelijk toegepast in de praktijk? Wanneer ligt er een concreetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 3118 voorstel voor bijvoorbeeld een zakelijke basisbetaalrekening? Hoevoorkomen we dat legitieme ondernemers door derisking onterechtworden uitgesloten?De VVD wil een sterke financiële sector die bijdraagt aan onze economie.Dat betekent lagere toezichtkosten, minder regeldruk, meer kansen voorstarters op de woningmarkt, geen nationale koppen die ons vestigings-klimaat ondermijnen en eerlijke toegang tot betaalrekeningen voorondernemers. Alleen zo houden we Nederland aantrekkelijk, innovatief enondernemend.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dat was de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijkheel even naar de Minister. Kunt u gelijk door?Minister Heinen:Een nadeel is dat ik hier altijd door het halve pand moet. We zouden 14.15uur kunnen doen. Dat geeft mij de gelegenheid even naar boven te lopenen de antwoorden te verzamelen.De voorzitter:Dan schors ik tot 14.15 uur de vergadering.De vergadering wordt van 13.51 uur tot 14.14 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn beland bij de eerste termijn van deMinister. Ik geef de Minister het woord.Minister Heinen:Dank u wel, en ook dank voor alle vragen die zijn gesteld. Ik vind het mooiom te zien dat in het jaar dat we in deze verhoudingen met elkaar hetdebat aangaan, de toon is veranderd naar een positievere grondhoudingover onze mooie financiële sector en het belang en behoud ervan. Vanuitdie grondhouding kunnen we kijken hoe we zowel de sector als de positievan de consument kunnen versterken. Naar mijn gevoel staan we aandezelfde kant van het touw te trekken. Het maakt me blij om dat te zien.We zitten wel een beetje in een tussenfase, want we hebben aan de startals kabinet ons doorkijkje gegeven van hoe wij tegen een aantal zakenaankijken en welk beleid we aankondigen. We zitten nu in de fase van hetuitwerken daarvan. Het debat over die visiebrief hebben we al gevoerd.We zijn het nu aan het uitwerken. Bij een aantal antwoorden ga ikvertellen dat er nog onderzoek loopt, dat we in gesprek zijn met deEuropese Commissie, en dat we de wetgeving in voorbereiding ofconsultatie hebben, omdat we precies in de fase zitten van het vertalenvan de visie naar beleid en wet- en regelgeving. Dat even als aftrap.Dan zijn er een aantal vragen gesteld. Die loop ik in de volgende volgordeaf. Ik begin bij de regelgeving, waar een aantal vragen over zijn gesteld,dan ga ik naar de toezichtkosten, betalen en sparen, enkele vragen overhypotheken, en dan naar wat ik als de categorie overig beschouw.Ik begin bij de meer fundamentele vraag van de heer Idsinga. Hij zei debrief van een jaar geleden over de visie op de financiële sector te hebbengelezen – daar hebben we het debat al over gevoerd – en vroeg begrijpe-lijkerwijs met enig ongeduld hoe het daar nu mee staat. Kortgezegd, wezijn bezig die visie op al die onderwerpen uit te werken. Eerder ben ik alingegaan op de doelstelling en de tijdslijn van de kwartalen waarinonderzoeken en wet- en regelgeving naar uw Kamer komen. Zo heb ik u inoktober vorig jaar geïnformeerd over de spaarmarkt en de reactie daarop.Op 17 maart is de inzet op de kapitaalmarktunie gedeeld. Daar zijn we nuook in Europa mee bezig. In april heb ik u een brief gestuurd over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 3119 evaluatie van de beloningsregels. Daar is een aantal vragen over gesteldwaar ik straks nader op inga. Op 14 mei heb ik uw Kamer geïnformeerdover de antiwitwasaanpak. Daar hebben we met elkaar ook al een aantaldebatten over gevoerd, waarin ik ook de tussenstand heb gegeven en hebaangegeven hoe ik u op de hoogte ga houden van de vorderingen. Ook inEuropees verband zet ik stappen en daarover rapporteer ik in alleverslagen van de Ecofin-Raad. Een daarvan is bijvoorbeeld deBaaS-betaalrekening. Ik kom daar straks op, omdat daarover specifiek eenaantal vragen zijn gesteld. We zijn er druk mee aan de slag. Ik ga er graagmee verder, maar er komen ook nog verkiezingen tussendoor. We gaanhet zien. Dit is een breed gedeelde agenda, dus ongeacht de uitslag denkik dat we hierop goede vorderingen kunnen maken. En dat is positief.Dan ga ik naar de meer specifieke vragen. Ik begin bij de regelgeving,want die ligt bij de Kamer het meest voorop als ik de vragen zo zie.Allereerst is een aantal vragen over de beloningsregels gesteld. Wehebben u een overzicht doen toekomen over koppen op Europeseregelgeving. We hebben in het hoofdlijnenakkoord ook afgesproken datwe koppen op Europese wetgeving willen verwijderen. We hebben uwKamer ook een onderzoek doen toekomen over de bonuswetgeving. Ikben blij met de vragen die u hierover heeft gesteld.De heer Idsinga trapte deze discussie terecht af. U heeft gelijk, we zien datin de hele regulering van de variabele beloningen de financiële sector aanhet vastlopen is. We wisten al dat het de positie van de financiële sectorschaadt als het gaat om investeringen die hier niet worden gedaan. Datgaat om partijen die zich hier niet vestigen vanwege deze regels. Maar wezien ook partijen vertrekken. Dat zie ik voornamelijk gebeuren in defintechsector. Ik heb veel gesprekken met partijen gevoerd het afgelopenjaar. Eigenlijk lopen ze allemaal aan tegen precies het punt dat de heerIdsinga en de heer Faddegon naar voren hebben gebracht: «Ja, ik kan nieteens een IT’er aannemen. En wat verschilt mijn bedrijf, als ik bijvoorbeeldeen fintechbetaalinstelling heb, met dat van Booking.com en Bol.com? Datzijn allemaal bedrijven die IT’ers in dienst moeten hebben en wij lopenachter ten opzichte van andere bedrijven. Dat is unfair.» Ik denk dat dit ooknooit het idee achter de invoering van deze regels is geweest.Je ziet nu dus dat de bedrijfsvoering vastloopt. Zonder partijen bij denaam te noemen, hebben in ieder geval partijen bij mij al aangekondigdNederland te gaan verlaten vanwege deze regelgeving. Dit is eeuwigzonde. We willen traditionele en grote bedrijven hier hebben, maar erontstaan in Nederland nieuwe bedrijven – we zijn daar ongelofelijksuccesvol in – en die raken we ook weer kwijt, puur omdat iemand eenIT’er niet kan aannemen vanwege knellende wet- en regelgeving. Ik vinddat eeuwig zonde.Ik had als voornemen – helaas ben ik nu demissionair en staan we aan devooravond van verkiezingen – om met u te kijken of we naar eenfintechagenda kunnen gaan waarin we in ieder geval met elkaar dediscussie kunnen aangaan over de bonuswetgeving. Wat is de diepte vande wetgeving? Hoe diep gaat het in een organisatie? Ik heb het dan nietover de topmanagers, maar gewoon over de IT’ers op de werkvloer, omhet zo maar even plat te zeggen.De reikwijdte van de wetgeving is ooit ontstaan bij banken om tevoorkomen dat daar onnodige risico’s werden aangegaan. Maar we ziende regels nu ook bij betaalinstellingen en verzekeraars neerslaan. Daarwaren die nooit voor bedoeld, maar ze lopen hier nu ook tegen aan. Ikproef bij de Kamer bereidheid om ook hiernaar te kijken. Ik denk dat erurgentie op dit dossier zit, omdat ik partijen op dit moment zie vertrekken.Dat gaat met een hoog tempo. Het houdt mij ’s nachts wakker als ik ziehoe bedrijven nu Nederland aan het verlaten zijn. En we kunnen ditgewoon aanpassen. Dus ik zou zeggen: laten we een keer met elkaar hetgoede doen en kijken of we hierop op korte termijn een stap kunnenzetten. Dat gaan we in dit debat, denk ik, niet uitdebatteren, maar ik benTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31110 wel bereid om zo dadelijk of later met u het gesprek aan te gaan over hoewe op korte termijn quick fixes kunnen uitvoeren. We hebben natuurlijkook nog een breder debat om een hele mooie sector ruimte te bieden omte kunnen ondernemen en door te groeien.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Eigenlijk is het vooral een aanmoediging, want ik denk dat het heelbelangrijk is dat we dit wel door laten gaan en goed door laten gaan. Ikheb er veel vertrouwen in dat deze Minister dit serieus oppakt. Het iseigenlijk een aanmoediging om het vooral wel te doen en snel met onsdat gesprek aan te gaan.Minister Heinen:Die pak ik dan met beide handen aan. We moeten ook kijken hoe we dithet snelste kunnen doen. Als ik vanuit het kabinet wetgeving ga voorbe-reiden, zijn we anderhalf jaar verder. Maar er zijn ook kortere routes,bijvoorbeeld als het initiatief door de Kamer wordt genomen. En daar kanik dan bij helpen. Laten we kijken hoe we vaart op dit dossier kunnenmaken, waarbij u uiteraard uw kritische rol kunt behouden. Ik denk dat ikdan ook recht doe aan de oproep van de heer Idsinga, de heer Faddegon,mevrouw Van Dijk en mevrouw Van Eijk. Dat allemaal op dit dossier, endank daarvoor.De heer Faddegon heeft vragen over het kader van regelgeving. Hij zeisignalen te ontvangen dat bedrijven worden uitgesloten van leningen,voornamelijk vanwege klimaatideologie. Dat laatste herken ik niet; diesignalen heb ik niet. Maar als de heer Faddegon ze heeft, nodig ik hem uitdie door te sturen, want dan zullen we daar nader naar kijken.Meer in algemene zin kan ik zeggen dat het absoluut niet kan, ook in hetkader van de Wwft wet- en regelgeving, dat hele sectoren wordenuitgesloten. Die signalen zijn door uw Kamer vaker naar voren gebracht. Ikweet dat mevrouw Van Dijk dat in het verleden ook heeft gedaan. Dat kannatuurlijk nooit de bedoeling zijn. Over de Wwft hebben we uitgebreiddebat gevoerd. We zijn met kredietaanbieders en met banken in gesprekover wat hier nou gebeurt. De aanbieders zeggen «help ons dan ook doorde wet- en regelgeving zodanig vorm te geven dat wij daarbinnenslimmer kunnen opereren». We zijn stappen aan het zetten, maar het opvoorhand uitsluiten van hele sectoren of bedrijfstakken vind ik echt nietkunnen. Niet in algemene zin, maar ook specifiek niet vanwege, zoals deheer Faddegon zegt, een klimaatideologie; dat herken ik niet.Dan zijn er vragen gesteld over de toezichtkosten. Ik had die wel verwacht.Ook op dit punt zijn wij het snel eens. Ik vind de toezichtkosten te hoog. Ikben over het verlagen van die kosten in gesprek met De NederlandscheBank en de AFM. Aan de zijde van de toezichthouders geven zij terechtaan dat er ook begrip moet zijn voor het feit dat er vanuit de wetgeverveel extra taken op ons afkomen. We zien bijvoorbeeld regulering voorcrypto’s en we komen nog te spreken over buy now, pay later. Dat zijnallemaal nieuwe initiatieven waarop nieuw toezicht nodig is. En daar isdan weer capaciteit voor nodig. Ook vanuit Europa komt natuurlijk veelwet- en regelgeving. Daarvoor vragen zij enig begrip.Tegelijkertijd vraag ik hun begrip voor het feit dat we hier een mooiesector willen behouden en dat we die kosten wel overslaan op de sector,terwijl in andere landen de overheid een deel van die kosten op zichneemt. Daardoor kun je misschien op macroniveau zeggen dat detoezichtlasten in de pas lopen met andere landen, maar ja, wij slaan zeover de hele financiële sector waardoor ze wel meer gevoeld worden inhet bedrijfsleven. Daarover lopen de gesprekken met de toezichthouder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31111 Meer concreet nemen we ook een aantal acties. Als het gaat om legeszorg ik bij DNB en de AFM voor onder andere kostendekkende vergun-ningsaanvragen. Daardoor hoeven bestaande financiële ondernemingenminder te betalen. Dat is dan weer een voordeel. Ik voer ook een bredeinternationale vergelijking uit, naar onder andere toezichtkosten en hetvestigingsklimaat, om te kijken waar verbeteringen dan nu ook mogelijkzijn. Ik heb daarvoor specifiek oog voor die kleine sectoren, ook in hetkader van weer een goed vestigingsklimaat en het ruimte bieden aanstart-ups en scale-ups. Dit najaar laat ik ook onderzoeken hoe de toezicht-houders doelmatiger kunnen werken en welke prikkels daarbij kunnenhelpen. Dit in het kader van de Kaderwet zbo’s. Ik ga uw Kamer infor-meren over die uitkomsten. Dat wordt dan wel aan het begin van 2026.Dat zijn de acties die wij nu ondernemen.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Faddegon.De heer Faddegon (PVV):Ik heb toch een vraag aan de Minister inzake de kosten van onder anderede AFM die een kostenboek heeft van 60 pagina’s dik. Het is op zich al eenklus om je daar doorheen te worstelen. Dat heb ik een keer gedaan. Ik ziedan enorme verschillen tussen wat bedrijven per klant moeten betalen.Een hele grote bank betaalt voor een klant zeven cent voor een bepaaldiets, en een kleine onderneming betaalt soms zelfs € 63 voor diezelfdeklant. Dan krijg je dus ook binnen Nederland een heel oneerlijk concurren-tievoordeel voor de grote bedrijven. Je ziet dat heel veel kleine bedrijvenzeggen: dan ga ik wel naar het buitenland toe. Ook juist het mkb, ook indeze sector, levert ons inziens een belangrijke bijdrage aan onzeeconomie. Die willen we graag behouden.Minister Heinen:Dank voor deze interruptie. Als het om de kosten gaat, proberen we juiststartende en kleinere bedrijven te verlichten. De wat grotere zullenproportioneel wat meer moeten betalen. Vanuit dat draagvlakbeginselproberen we ondernemers te helpen. Dit punt zie ik vaker terugkomen endit loopt ook mee in het onderzoek dat wij doen. Ik vind het belangrijk datook internationaal te vergelijken, om ook hier weer een goed vestigings-klimaat te behouden.Voorzitter. Ik heb hiermee volgens mij ook gelijk de vraag van mevrouwVan Eijk beantwoord. Zij had precies op dit punt een vraag. Dan hadmevrouw Van Dijk een vraag. Zij verwees naar SEO, dat inderdaad eengoed rapport heeft geschreven over de bekostiging van financieeltoezicht, onder andere op het thema vestigingsklimaat voor financiëlepartijen. Zij adviseren een internationaal vergelijkend onderzoek te doen.Daar verwees ik net al naar. Daartoe ben ik bereid en ik zal u aan het beginvan de eerste helft van 2026 daarover informeren.Dan ga ik naar een wat breder onderwerp: betalen en sparen. Daaroverzijn veel vragen gesteld. Allereerst de toegang tot de zakelijke betaalre-kening. Dat is een terugkerend thema van de zijde van de Kamer, enterecht. Volgens mij hebben we het precies hier ook vorige week overgehad in ons commissiedebat over witwassen en de stand van zaken.Daarom heb ik u ook aangegeven dat we eigenlijk drie sporen bewan-delen. Ik vind dat dit in de eerste plaats ook Europees geregeld moetworden. Daar zijn we mee bezig. We hebben een non-paper geschrevenen ik ben aan het kijken of ik andere lidstaten ertoe kan overhalen om metons op te trekken. Ik ben met de Europese Commissie en de Eurocommis-saris in gesprek. Maar dit zijn wel trajecten van de langere termijn. Dus ikwil ook voorkomen dat we gaan zeggen «elkaar aan het einde van dehorizon te zien».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31112 We zijn ook met de sector in gesprek om te kijken wat die zelf kan. Als datgeen vaart maakt, kom ik gewoon met wet- en regelgeving. Daarover hebik aangegeven dat ik de partijen tot einde van dit jaar geef. De gesprekkenlopen op dit moment en ze gaan de goede kant op. Ik hoop u zeerbinnenkort te kunnen informeren over wat de sector zelf nu afspreekt voorhet aanbieden van een zakelijke betaalrekening. Ik vind dat als je eenbedrijf start, je ook direct moet weten waar je de zakelijke betaalrekeningkan openen. En als dat niet lukt, dat je dit dan kunt melden en dat wijdaarop actie kunnen ondernemen. Dus in die volgorde werken we. Dereden dat we dan voor de zelfregulering gaan, is dat die veel sneller gaat.Met wet- en regelgeving ben je zeker anderhalf jaar verder. Ik denk dat ditde snelste route is. Ik sluit niet uit om met wet- en regelgeving te komen,om wel goed de druk op de sector te houden. Ze moeten het wel echt metelkaar gaan organiseren.De heer Idsinga (NSC):Ik ben blij met het antwoord van de Minister. Het klinkt misschien eenbeetje zeurderig, want ik blijf op dit onderwerp terugkomen, zoals u weet.Vorige week hebben we het inderdaad ook besproken. Ik vind het gewoonheel belangrijk. Het kan mij niet snel genoeg gaan. De motie zegt ook: wijwillen dat dit gegarandeerd wordt. Dan kan je inderdaad een Europeestraject kiezen; in de regel duurt dat lang. Zelfregulering snap ik, dat iswaarschijnlijk de snelste weg. Maar houd die druk op de ketel, wil ik tegende Minister blijven zeggen. Maar goed, daar is de Minister mee bezig. Ditblijft een heel belangrijk onderwerp. Het kan niet zo zijn dat bedrijven,stichtingen, verenigingen, kerkgenootschappen en noem ze maar op geenrekening kunnen krijgen. Dat belemmert het deelnemen aan hetmaatschappelijk verkeer.Minister Heinen:Absoluut. Toen ik het gesprek hierover had met de Eurocommissaris – hijkomt zelf uit Portugal – zei hij: ik heb het zelf binnen een dag geregeld.Nou, in Nederland is dat ook mijn ideaal, maar dat duurt iets langer. Daarschrokken ze ook wel van. Maar goed, het probleem is helder en er wordthier ook wel echt aan gewerkt. De sector voelt ook wel de druk, ook vanuitons, om hier voortgang in te houden.Voorzitter. Dat was alles rond de zakelijke betaalrekening. Dan hadmevrouw Van Dijk ook vragen in het kader van buy now, pay later. Ik weetdat dit een onderwerp is waar mevrouw Van Dijk al van het begin af aanterecht aandacht voor vroeg. Ik was gisteren met onze majesteit, deKoningin, bij een mbo-instelling in het kader van Wijzer in geldzaken. Datbestaat nu vijftien jaar. Meer dan de helft van de 15-jarigen is nu ookfinancieel in aanraking gekomen met het educatieve programma vanWijzer in geldzaken. Door wat ik allemaal geleerd heb in deze rol die ik numag vervullen, ben ik ook wel onder de indruk van wat daar allemaalgebeurt. Het is ook echt met dank aan de majesteit dat zij dit onder deaandacht brengt. Maar ook als ik gesprekken heb met de docenten blijktdat de aandacht die er op opleidingsniveau voor is, echt heel goed is. Zijzien ook dat de technieken heel erg veranderen.Waar in het begin het gesprek ging over jongeren, jongvolwassenen, diete maken krijgen met ontzettend veel rekeningen: zorgpremie, toeslagen,noem maar op, verschuift de discussie nu inderdaad heel erg naar buynow, pay later of crypto’s of gokken, dat toeneemt. Dat is niet goed, wantonze jeugd start gewoon met schulden. Mevrouw Van Dijk vraagt daarterecht aandacht voor. Ik zie dat daar nu heel veel aandacht voor is oponderwijsinstellingen. Ik juich dat ook toe. Ik vind dat we dit traject ookmoeten voortzetten.Maar er komen ook zaken naar voren... Ik sprak gisteren met een docentdie rekenkunde geeft en die zei: eigenlijk is het rekenonderwijs ook nietgoed. Wij kunnen hele discussies met elkaar voeren dat het verstandig isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31113 om maar zoveel procent van je budget aan iets uit te geven, maar als jeniet weet wat een procent is, dan wordt het heel lastig. Dat is wel waar wenu in Nederland staan. Dat betekent dat we ook in het onderwijs op diebasisvaardigheden, rekenen, lezen, schrijven, moeten inzetten. Dus hetbegint met die basisvaardigheden. Dan moeten we onze jongerenfinancieel ook helpen om volwassen te worden als het gaat om geldzaken.Dat zit ook bij buy now, pay later. Ik zie dat dat gesprek daar plaatsvindt,maar dat is te weinig. Er moet ook regulering plaatsvinden. Dus we doenhet op al deze stappen.Wat regulering betreft sluiten we nu aan bij de herziene Europese Richtlijnconsumentenkrediet. We hadden er al een, maar daar viel buy now, paylater niet in. In de herziene, dus de tweede richtlijn, wel. We hebben dierichtlijn nu in consultatie, zodat de richtlijn daarna naar de Raad van Statekan en geïmplementeerd kan worden. Dan hebben we volgend jaar ookecht het wetgevend gesprek met elkaar, en dat is heel goed. Daar doen weecht een aantal stappen, met dank ook aan mevrouw Van Dijk die daarveel moties over heeft ingediend. Dan heb je het over leeftijdsgrenzen – ikdenk dat dat wel een van de belangrijkste is – en BKR-toetsen bijvoor-beeld, en ook over waar je verantwoordelijkheden legt. Dat wordt nuallemaal uitgewerkt. We willen graag dat het sneller gaat, omdat we deproblematiek zien. We hebben het al in de wetgeving opgenomen en dieis nu in consultatie. Dan kan het snel naar de Raad van State en kunnenwe het ook hier invoeren. Dat is even alles als het gaat om dit belangrijkethema.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank, want ik voel toch ook wel een stukje intrinsieke motivatie bij dezeMinister op dit onderwerp. Dat vind ik fijn. Uit de gesprekken weet ik ookzeker dat er suggesties komen over wat we nu nog wel zouden kunnendoen om die problematiek te verkleinen. Ik spreek natuurlijk ook metbanken en de Minister vast ook. Die zien natuurlijk van alles op dierekening gebeuren en zeggen: wij schrikken echt. Ik ben er wel naar opzoek of er nog dingen zijn die we nu wel kunnen doen om erger tevoorkomen.Minister Heinen:We zijn natuurlijk zelf met die «buy now, pay later»-diensten in gesprek.We zijn ook in de winkelstraat in gesprek, ook naar aanleiding van eerderemoties. Is dit nou wat je met elkaar moet willen? In datzelfde platformwaar we gisteren bij elkaar waren, waren ook vertegenwoordigers vanfinanciële instellingen en grote banken. Die hebben hier ook zorgen over.Die nemen zelf ook initiatieven om hun klanten hiertegen te beschermen.Dat zijn soms voorlichtingscampagnes. Een erg mooie campagne dieeraan komt – is die al openbaar? Ja, die Kater – is de voorkom een «buynow, pay later»-kater. De «Betaal Later Kater» moet ik zeggen, dan rijmthet leuker. Die gaat letterlijk over het voorbeeld: we willen nu naar hetfestival; zelfs het festivalkaartje kan je op afbetaling doen. Maar ja, dierekening komt wel en doe je dit een aantal keer, dan loopt het natuurlijkhelemaal vast. Als je het nu niet kunt betalen, dan kan je het volgendemaand natuurlijk ook niet betalen. Daar zijn publiekscampagnes meebezig. Dus iedereen ziet dit wel.Ik maak af en toe ook de vergelijking met een creditcard. Dat is natuurlijkook op afbetaling. Ik vind niet dat we weer helemaal naar de kant moetengaan dat überhaupt iets op krediet kopen slecht is, omdat onze helesamenleving daar natuurlijk ook op gebaseerd is. We lenen allemaal ombepaalde diensten af te nemen. Maar vooral als het gaat om die microkre-dieten, de kleine consumptie, vooral bij jongeren, dan gaat het gewoonTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31114 niet goed. Daarom is die leeftijdsverificatie zo goed. De BKR-toets is zobelangrijk dat ook de betaalinstellingen dit scherp hebben; we hebben depubliekscampagnes met Wijzer in geldzaken. Het is echt een maatschap-pelijk fenomeen en dat kunnen we ook alleen zo aanpakken. Dat is eveneen antwoord op de vraag van mevrouw Van Dijk. Als er nog suggestiesof tips zijn, geef ze alsjeblieft door, dan kunnen wij deze ook met depositie die het Ministerie van Financiën hierin heeft, meenemen in al dezeplatforms.Dan was er ook een vraag van de heer Idsinga. Waar Mevrouw Van Dijkaltijd aandacht vraagt voor buy now, pay later, doet de heer Idsinga dit alshet om spaarmarkten gaat. Hij heeft er ook moties over ingediend en hijkomt er in elk debat op terug. Misschien is het goed om de stand vanzaken met elkaar door te nemen. De heer Idsinga vroeg daar ook naar ennaar aangenomen moties op dat punt. Ik ben aan de slag gegaan met deopvolging ten aanzien van de spaarmarkt en alle discussies die daaroverplaatsvinden, ook naar aanleiding van moties die daarover zijn ingediend.Ik heb onderzoek laten doen naar de gevolgen van het verbod opkoppelverkoop. Dat was ook een van de moties van de heer Idsinga. Deuitkomsten – daar refereerde de heer Idsinga ook aan – heb ik met deKamer gedeeld. Het was inderdaad tegenstrijdig, want die onderzoekersconcludeerden juist dat de maatregel niet in het belang van de consumentis. De ACM zei eigenlijk het tegenovergestelde.We zijn nu ook in gesprek gegaan met de ACM over waar deze verschillennu in zitten en hoe het komt dat je op basis van onafhankelijk onderzoektot een andere conclusie komt. Daar zal ik de Kamer ook over informeren.De heer Idsinga heeft gelijk dat je je daar uiteindelijk ook als politiek overzal moeten buigen. Dit gesprek vindt plaats en het lijkt me goed dat ik deKamer informeer over de uitkomsten ervan. Dan heeft u beide onder-zoeken en wij zullen ons oordeel ook daarbij geven. Dan is het uiteindelijknatuurlijk aan de politiek.Ik denk dat we allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben, maar hetverbod op koppelverkoop is denk ik niet direct de heilige graal, zeg ik erook gelijk bij. Het kan ook zijn dat bijvoorbeeld betaalpakketten weerduurder worden, of andere zaken. Niets is gratis in het leven. Maar goed,ik heb de heer Idsinga en de Kamermotie echt wel gehoord, dus wij gaaner nu verder het gesprek over aan en dan informeren wij de Kamerhierover. Voor het einde van het jaar moet u die informatie hebben.Daarnaast hebben we natuurlijk wel alle Europese trajecten lopen die iknet beschreef.Dan kom ik op de Zilvervloot, ook een mooie. Hoe kan ik die vergeten?Mevrouw Van Dijk vraagt vaak aandacht voor Zilvervloot Sparen, ook naarZweeds model.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Nee, ik had het over de beleggersrekening.Minister Heinen:Ja, de beleggersrekening; daar kom ik ook op. Want daar heb ik alinitiatieven op genomen. Allereerst is het goed om het even over de feitenen de cijfers te hebben, denk ik. Daar zijn we natuurlijk ook van. Als wekijken naar de financiële stimulering door de overheid van sparen opzichzelf met belastinggeld, dan is daar niet direct aanleiding voor, omdat90% van de 16- tot 20-jarigen spaart. Dat is meer dan vroeger blijkt uitNibud-onderzoek. Op zichzelf is daar geen aanleiding voor.Mevrouw Van Dijk vroeg of er ook een variant mogelijk is waarbij je zegt:we gaan ook meer nationaal beleggen stimuleren. Daar hebben we in hetkader van de kapitaalmarktunie stappen in gezet. Een aantal maandengeleden was er een bijeenkomst in Parijs. Ik kon daar toen niet bij zijn,maar we hebben wel het voorstel medeondertekend om eenEU-beleggingsrekening te openen. Er waren ook vertegenwoordigers vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31115 Nederlandse banken aanwezig. Daar moet dus een regelgevend kadervoor komen, een standaardisatie. Lidstaten – het is wel vrijwillig – kunnendan, zoals we dat nu bijvoorbeeld doen bij box 3 met groenbeleggen,korting geven als je spaart en dat beleggingsgeld in Europa wordt belegd.Daar zit natuurlijk een regelgevend kader onder. Wat betekent beleggen inEuropa dan? We zijn dit met een kopgroep van landen gestart. Onderandere de Spanjaarden hadden hier het initiatief met hun labs om tebekijken of er nu stappen zijn die we zelf los van de Commissie kunnenzetten om die kapitaalmarktunie bij elkaar te brengen. Dit is natuurlijk ookweer niet de heilige graal, maar het zijn allemaal kleine stappen naar eenkapitaalmarktunie, voornamelijk om meer durfkapitaal los te maken inEuropa. Dus hier hebben we eigenlijk de stappen al gezet. U zult bijPrinsjesdag zien of hier ook budget voor is vrijgemaakt, want dat isnatuurlijk de keerzijde. De mogelijkheid is er, maar dan vergt het ook eengesprek met elkaar over waar we dan de dekking gaan vinden om dekorting bijvoorbeeld in box 3 te laten plaatsvinden. Dat is waar we nustaan.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Wordt er dan ook gekeken naar hoe we dergelijke producten op eenverantwoorde manier toegankelijk kunnen maken voor de iets jongereleeftijdscategorie of alleen maar voor 18-plus?Minister Heinen:In alle eerlijkheid: zover zijn we nog niet. Maar ik ben er graag toe bereidom daar met de banken over in gesprek te gaan. Uiteindelijk is de idealesituatie dat als je spaargeld hebt, je eigenlijk wilt kunnen aanvinken: belegmaar in de EU. Dat je daar een fiscaal voordeel bij hebt en dat er meerdurfkapitaal vrijkomt. Maar nogmaals, het is vrijwillig. We leggen niks op,maar de mogelijkheid wordt geboden en het is aan de nationale lidstatenom daar gebruik van te maken. In Nederland zie je die noodzaak ietsminder omdat wij al heel veel sparen, ook via onze pensioenfondsen envia de verzekeraars. Juist bij landen als Duitsland, Frankrijk maar ookSpanje was er veel meer behoefte aan zo’n construct om meer belegdvermogen in Europa vrij te maken.De voorzitter:U hoeft de interruptie niet uit te lokken.Minister Heinen:Nee, ik hoef hem niet uit te lokken, maar soms kan je ook doornon-verbale communicatie denken: daar komt een interruptie aan.Dan had de heer Faddegon... Misschien was dat het, dus dat hij denkt:waar blijft mijn vraag over de acceptatieplicht van contant geld voorpubliekrechtelijke instellingen? Dat is een terecht punt. We werken op ditmoment aan de uitwerking van de motie-Flach/Dijk. Ik onderzoek of hetmogelijk is om de acceptatieplicht ook te laten gelden voor overheidsin-stanties. Ik informeer de Kamer over de opvolging van de motie bij devoorhang van het uitzonderingsbesluit bij de acceptatieplicht. Deacceptatieplicht is reeds geamendeerd, maar daarbij heb ik aangegevendat we ook moeten kijken naar uitzonderingen, omdat de acceptatieplichtanders te ver reikt. Dan zou je ook bij onbemande tankstations contantmoeten kunnen betalen of bij de pizzabezorger of de maaltijdbezorger, ofde collectant zou ook weer met cash over straat moeten.Ik proefde heel duidelijk, ook aan de zijde van de Kamer, dat dat weer netniet de bedoeling is. Dus dat vergt een aantal uitzonderingen. Je wil ookbekijken of veiligheid een uitzonderingsgrond is. Dat zijn we aan hetuitwerken en als dat wordt voorgehangen, dan kom ik ook precies op ditpunt terug. Er zitten ook wel weer haken en ogen aan. Je wilt voorkomendat er allerlei checks moeten plaatsvinden. Het ging bijvoorbeeld in ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31116 geval om belastinggeld afstorten. Maar ja, je wilt niet dat iemand met eenton in een sporttas aankomt en dat de belastingambtenaar denkt: oké,waar komt dat contante geld vandaan et cetera? Er zitten meer haken enogen aan, maar we nemen het mee. Het punt is helder. Ook bij overheids-instellingen zou je dan contant moeten kunnen betalen. Uit de Kamerwaren het vooral voorbeelden als bij het aanvragen van een paspoort endergelijke. Deze variant had ik nog niet eerder gehoord, maar die nemenwe mee als we het naar de Kamer sturen.Voorzitter. Dan ben ik al toegekomen aan het volgende onderwerp: dehypotheken. Ik was even mijn administratie op orde aan het brengen.Over hypotheken zijn ook een aantal vragen gesteld. Onder anderemevrouw Van Dijk vroeg of ik bereid ben flexibelere vormen vanhypotheekverstrekking, meeademend en voor ouderen, te onderzoekensamen met de sector en met de collega van VRO.De Minister van Wonen, de Minister van VRO, is al in gesprek met desector over mogelijke verbeteringen voor ouderen om een hypotheek teverkrijgen. Ik zie het ook als rol van de sector om de markt te bedienenmet hypotheekvormen voor verschillende levensfases. Het moet welbinnen de gestelde kaders. We hebben natuurlijk wel, moet ik erbijzeggen, wettelijke kaders die die flexibiliteit ook weer enigszins beperken,bijvoorbeeld als het gaat om de aflossingseis bij de hypotheekrenteaftrek.We gaan het even na en ik zal ook aan de Minister van VRO vragen om deKamer te rapporteren over de uitkomsten van deze gesprekken. Diegesprekken lopen nu ook, begreep ik.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik had dat inderdaad begrepen naar aanleiding van de schriftelijke vragendie we hierover hadden gesteld. Maar dat is maar een aspectje. Ik zou hettoch mooi vinden als we wat breder zouden kijken naar levensfasesversus hoe we de hypotheken hebben ingericht. Mijn collega vroeg ook alof we naar die 40 jaar kunnen kijken. Ik zou het dus wel graag wat brederwillen zien. Als u zegt «mijn collega van VRO voert dat volledige, bredegesprek», dan wacht ik dat af. Maar ik ben bang dat we dadelijk weermaar zo’n stukje van het gesprek hebben.Minister Heinen:Dat is natuurlijk rammend irritant, want dan moet je weer doorvragen endan ben je weer een jaar verder. Ik zal dus de stand opvragen. Als hetgesprek niet in deze breedte wordt gevoerd, dan zal ik vragen dat wel tedoen, want anders blijft u de hele tijd maar achter die punten aanlopen. Ikzal de Minister van VRO vragen u hierover te informeren.Voorzitter. Dan waren er, ook bij mevrouw Van Dijk, nog een aantaloverige vragen. We hebben het net wat uitgebreider gehad over de «buynow, pay later»-vraag. Mevrouw Van Dijk vroeg naar het ActieplanFinanciële Weerbaarheid, dat is opgesteld door haar fractie. Ik hoop diteigenlijk net al beantwoord te hebben in alles wat we doen rond Wijzer ingeldzaken. Ik zie het actieplan dat daarop is opgesteld dan ook als eenstimulans.Dan had mevrouw Van Dijk een vraag over het mandaat van toezicht-houders DNB en AFM voor het verbreden van de opdracht om ookinnovatie en concurrentie te bevorderen. Ik ben erg blij met deze vraag. Ikzal deze ook meenemen in de zbo-evaluatie waar ik net aan refereerde.Die wordt nu aanbesteed. We kunnen dat daar dan mooi in meenemen.Dan was er ook nog een vraag van, uit mijn hoofd, de heer Faddegon overde benoeming van de DNB. Ja, die kwam van de heer Faddegon. Wijhebben het salaris bij de benoeming van de nieuwe president van DeNederlandsche Bank al neerwaarts bijgesteld. Van de heer Knot was hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31117 salaris 527.000. Dat hebben we nu naar 450.000 teruggebracht, om het inlijn te brengen met de rest van de directie. We hebben het dus reeds forsnaar beneden bijgesteld in het kader van de WNT-norm, maar ik wilnatuurlijk ook enigszins marktconforme salariëring. Je wilt namelijk ookgewoon de toppers in het bestuur van de DNB hebben.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Faddegon.De heer Faddegon (PVV):Ik verbaas me toch over het antwoord van de Minister: het enigszinsbijstellen. Er is een WNT die gewoon een norm stelt. Ik dacht dat die op246.000 ligt op dit moment. Dan is de stap, denk ik, wel heel erg kleingeweest. Ik zei in mijn bijdrage ook dat ik me een kleine top boven hetWNT nog had kunnen voorstellen. Maar zoals ik heb berekend, zitten weinmiddels nog steeds ruim 80% boven de WNT-norm. We vragen ons af ofdit soort salarissen in deze tijd, waarin iedereen de broekriem moetaanhalen en waarin mensen hun energierekening niet meer kunnenbetalen, werkelijk nog houdbaar zijn voor een toezichthoudende instelling.Minister Heinen:Wij denken dat het wel goed is om het op deze manier vorm te geven.Nogmaals, we hebben het al naar beneden bijgesteld, maar ik vind ookdat het in relatie moet zijn met de rest van het bestuur. We hebben deKamer hierover geïnformeerd.We hebben nog een bredere discussie lopen in het licht van de staatsdeel-nemingen over salarisnormen en de WNT. Het is namelijk ook eendiscussie die wij in het commissiedebat Staatsdeelnemingen hebbengevoerd. Ik heb de Kamer gevraagd of we die discussie ook kunnenvoeren als het gaat om de raad van commissarissen, dus niet alleen omde raad van bestuur. We zien namelijk ook dat er een keerzijde is en dathet steeds lastiger is om mensen te vinden die in de raad van commissa-rissen willen plaatsnemen. We willen dat staatsdeelnemingen goedworden bestuurd. Als het niet meer loont... Ik ben het met u eens: het zijnastronomische salarissen. Maar in de concurrentie om talent en goedetoezichthouders... Als het aantrekkelijker is om in de private sector tewerken dan in de publieke sector of bij staatsdeelnemingen, dan raak jegewoon goede mensen kwijt.We hebben deze discussie gevoerd. Ik snap beide zienswijzen: hetenerzijds zoeken naar marktconforme benaderingen en anderzijds hetrekening houden met het feit dat het hier gaat om publieke middelen enstaatsdeelnemingen die in overheidshanden zijn. We hebben tegen elkaargezegd: laten we dit onderzoek nog een keer doen. Dat loopt op ditmoment ook. Ik vervolg deze discussie graag nog een keer met u als wede uitkomst van dit onderzoek hebben en als we het weer over staatsdeel-nemingen hebben in het commissiedebat Staatsdeelnemingen. Ik weetniet wanneer dat gepland staat, maar dan kunnen we dit vervolgen.Voorzitter. Dat waren de vragen die ik heb genoteerd.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even of er geen vragen zijn blijven liggen. Dat is niet hetgeval. Dan kijk ik naar de Kamerleden om te zien of iemand een tweedetermijn wenst. De heer Idsinga.De heer Idsinga (NSC):Heel kort. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik wil heel kortnogmaals het belang benadrukken – volgens mij zijn we het hier in dezecommissie wel over eens en is de Minister het er ook mee eens – dat demaatschappelijke verankering van de banken echt versterkt moet worden.Dat zit hem deels in een stukje beloningsbeleid, waardoor ze bijvoorbeeldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31118 de goede IT’ers kunnen aannemen. Dat is allemaal uitgebreid aan de ordegeweest.Ik vind ook dat de kostenbesparingen – dat heb ik al eerder gezegd – diede banken zullen realiseren doordat we toch op een andere manier gaanaankijken tegen witwassen en dat soort zaken... Er worden astronomischebedragen genoemd van 1,4 miljard die daar op dit moment mee gemoeidzijn. Hopelijk weten we de banken echt te bewegen om dat geld om tezetten in dienstverlening richting de klanten. Dat kan zijn in de vorm vanhet makkelijker beschikbaar stellen van bankrekeningen, van hogerespaarrente, of noem het maar op, maar in ieder geval moet het ten gunstevan de klant worden ingezet. Ik ben blij om van de Minister te horen dathij de juiste stappen daartoe op dit moment aan het zetten is.Ik heb verder geen vragen. Ik heb ook geen behoefte aan een tweeminu-tendebat. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Faddegon.De heer Faddegon (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ook mijn dank voor de beantwoording van devragen. Ik kan niet zeggen dat ik met alle antwoorden tevreden ben, maardat hoort ook bij de politiek, denk ik.Ik wil nog wel wijzen op het volgende. Ik denk dat dit belangrijk is. Ik denkdat deze Minister dat zelf ook inziet. Wij zien dat de sector langzaamleegloopt. We zien hoeveel bedrijven er vertrekken. Dat is helaas nietalleen in de financiële sector zo, want we zien dat het verdienvermogenvan Nederland helemaal terugloopt. Op grond daarvan zou ik de Ministertoch willen manen om snelle acties te ondernemen. Snelheid is niet altijdgoed, maar in dit geval willen we voorkomen dat bedrijven weggaan. Alsbedrijven namelijk eenmaal weggaan, komen ze meestal niet meer terug.Laten we dus alsjeblieft zorgen dat we de sector op peil houden engezond blijven maken.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank voor de antwoorden. Op heel veel onder-werpen vinden we elkaar hier in de commissie gelukkig goed. Ik ben ookecht blij met de stappen die worden gezet. De Minister heeft natuurlijkhelemaal gelijk dat het belangrijk was dat de toon over de financiëleinstellingen, maar ook de manier waarop we met elkaar praten, zouveranderen. Ik denk dat dat een goede zaak is.Dan de financiële weerbaarheid. Ik blijf erover aan de gang. Ik snap dat deMinister zegt: we zien dat 16-jarigen sparen. We zien aan de andere kantook forse schulden. Die balans is gewoon heel fragiel. Ik maak me danzorgen over de toekomst, want gedrag dat je nu aanleert, neem je welmee naar later. Maar goed, volgens mij trekken we ook hier aan dezelfdekant van het touw.Ik ben blij met het antwoord over de hypotheken. Ik hoop dat we hier ookmooie stappen kunnen zetten. Het is namelijk wel heel bijzonder dat je ophet moment dat je ouder bent en zo veel vermogen vast hebt zitten,eigenlijk niks kunt met dat vermogen terwijl je wel kosten moet maken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan kom ik nu bij mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31119 Dank je wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording vande vragen. Ik ben erg blij met de toezegging voor de fintechagenda. Latenwe daar dus vooral stappen in blijven zetten. Een agenda uitwerken kostwaarschijnlijk redelijk wat tijd, dus laten we ook op korte termijn kijkenwat we samen met de Kamer op dit punt kunnen bereiken als het gaat omhet aanpassen van een stukje wet- en regelgeving. Dat zou enorm helpenom het vertrek van de bedrijven in ieder geval een halt toe te roepen. Ikvoel namelijk echt wel die urgentie hier met elkaar.Dan het punt van de toezichtskosten. Er komt nog heel veel informatienaar de Kamer toe, onder meer over de internationale vergelijking en deKaderwet zbo. Ik doe wel de oproep om ervoor te zorgen dat we ook echtiets kunnen met de resultaten. Je kan namelijk wel iets vergelijken, maarals de kern van het model heel anders is – de Minister raakt het volgensmij precies op de kern ten aanzien van wel of geen overheidsbijdrage –dan maakt dat wel wat uit. Die oproep zou ik hier dus graag nog willendoen.De voorzitter:Dank u wel. De Minister.Minister Heinen:Die oproep neem ik uiteraard ter harte. Laat ik, als het gaat om defintechagenda – ik vat het even zo samen – bij u op de lijn komen om tekijken wat we daar kunnen doen. Ik kan dan uiteraard ook de technischeassistentie leveren vanuit het ministerie, om te kijken of initiatieven vanuitde Kamer misschien sneller gaan dan vanuit een kabinet. Daarover kom ikdus nog bij u op de lijn.Ik dank mevrouw Van Dijk voor haar strijd tegen de schulden. Ik denknamelijk dat dat een taboe is en dat daar te weinig over gesproken wordt.Maar als je met schulden kampt, loop je tegen veel meer aan in het leven.Het beperkt je echt. Vooral bij jongeren is het gewoon dieptriest als je datmet je meesleept. Dus ook dank daarvoor.De heer Faddegon als laatste. Hij had het over het vestigingsklimaat enhet vertrek van bedrijven. Hij riep op om er alles aan te doen om ze hier tehouden. Laat ik dan afsluiten met een oproep die ik in ieder geval heelvaak vanuit het bedrijfsleven hoor. Van hen hoor ik namelijk dat ze ookgraag stabiliteit van beleid en stabiele regeringen willen. Laat ik met dieoproep hier een punt zetten.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het eind gekomen van het debat. We hebbengeen toezeggingen genoteerd. We hebben geen harde toezeggingengehoord. Dat komt dan vanzelf, in het lopende proces. Ik wens iedereenverder een goede vergaderdag toe. Ik sluit hierbij de vergadering.Sluiting 14.55 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 013, nr. 31120

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9cbe53190ef9c48a

14 okt 2026 · bd2d08e84dc95be8

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingFinanciële markten
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 september 2025, over Financiële markten

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.