Verslag van een schriftelijk overleg over de inzet van Nederland voor de 78e World Health Assembly (Kamerstuk 36600-XVI-185)
Brontekst
Versie ebbf9d30c8950d64 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2025Nr. 196 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 30 juni 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief over de brief van 16 mei 2025over Inzet van Nederland voor de 78e World Health Assembly (Kamerstuk36 600 XVI, nr. 185).De vragen en opmerkingen zijn op 5 juni 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 30 juni 2025zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-36600-XVI-196ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1961 InhoudsopgaveI. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie6II. Reactie van de bewindspersoon7 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de inzet vanNederland voor de 78e World Health Assembly (WHA) en hebben hierovernog enkele vragen en opmerkingen.De verdragstekst van het pandemieverdrag is inmiddels goedgekeurd enwanneer de laatste onderhandelingen over 12 tot 24 maanden rond zijnwordt het pandemieverdrag op de agenda van de Kamer verwachtmiddels een uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedure. Inartikel 19 van het Statuut van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)staat vermeld dat een meerderheid van twee derde van de Gezondheids-vergadering nodig zal zijn voor de aanneming van verdragen of overeen-komsten, die voor ieder Lid van kracht zullen worden, wanneer zij door ditLid zullen zijn aanvaard overeenkomstig zijn grondwettelijke procedure.Genoemde leden ontvangen graag een opsomming van de lidstaten dievoornemens zijn voor te stemmen, van lidstaten die zich (vooralsnog)hebben onthouden van stemming en welke tegen het pandemieverdraghebben gestemd?Er wordt in de brief gesteld dat «de Nederlandse inbreng in de besluitvor-mende gremia van de WHO, zoals de jaarlijkse WHA, zoveel mogelijkplaatsvindt in afstemming met de andere lidstaten van de Europese Unie(EU). Waar mogelijk spreekt de EU met één stem». Wat betekent ditconcreet? Hoe wordt dit in de praktijk vormgegeven? Zeker in het gevalwanneer niet alle EU landen het eens zijn? Wordt er dan niet met één stemgesproken? Of geldt dan alsnog, de meeste stemmen gelden? Indien dithet geval is, hoe ziet deze stemverhouding eruit?In de brief van de Minister aangaande infectieziektebestrijding (Kamerstuk25 295, nr. 2228) lezen genoemde leden dat het voor de Europese Uniemogelijk is om partij te worden bij het verdrag. Wat betekent concreet?Kan gegarandeerd worden dat de EU in de toekomst niet als één lidstaatvan de WHO wordt gemaakt? Indien nee, waarom niet?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de inzet van Nederland voor de 78e World Health Assembly,de jaarvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Debetreffende leden lezen dat het kabinet erkent dat het werk van de WHO inalgemene zin van groot belang is voor Nederland en voor het Neder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1962 landse gezondheidsstelsel een centrale, technische en coördinerendeactor vormt binnen de mondiale gezondheidsarchitectuur. Genoemdeleden delen deze opvatting en hebben dan ook zorgen over het vertrekvan de VS uit de WHO, waardoor circa 20% van het totale WHO-budgetvan 3,75 miljard euro per jaar wegvalt. Deze leden vrezen de impacthiervan op de mondiale pandemische paraatheid en de mogelijkegevolgen voor de levering van vaccins, medicatie en medische apparatuurtijdens pandemieën. Deelt de Minister deze zorgen en zullen deze ooknadrukkelijk worden geuit op de World Health Assembly?In de reactie van de Minister lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie over de verschillende rollen die de WHO wat het kabinet betreftmoet vervullen en de volgens het kabinet noodzakelijke bijdrage van deWHO aan de Nederlandse handel en economie, veiligheid en stabiliteit(waaronder pandemische paraatheid) en migratie (zoals gastlandenbijstaan in hun gezondheidsbeleid en -systemen voor migranten envluchtelingen). Ook is in het regeerakkoord afgesproken dat Nederlandactief bijdraagt aan het versterken van de multilaterale samenwerking.Tegelijkertijd schrijft de Minister dat zij niet voornemens is extra financiëlemiddelen beschikbaar te stellen aan de WHO, ook niet nu de VS geenonderdeel meer uitmaken van de gezondheidsorganisatie. Hoe strookt ditmet de grote ambities die het kabinet de WHO toedicht? Zijn dezeambities nog haalbaar met de huidige financiële middelen, zeker als ookandere landen niet bereid blijken extra financiële middelen in te zetten?Wat is de impact op het werk van de WHO als meerdere belangrijkedonorlanden hun bijdrage naar beneden bijstellen? Kan de Ministertoezeggen de WHO actief te blijven steunen, zowel op diplomatiek vlak alsdoor middel van financiële bijdragen? En deelt de Minister de mening dathet ook in ons eigen belang is om solidair te zijn met de rest van dewereld door substantieel bij te dragen aan de WHO, die gezondheidsuitda-gingen en dreigende pandemieën bij de bron kan helpen aanpakken?Wordt, tot slot, de noodzaak voor een oplossing voor de bezuinigingen oppandemische paraatheid in Nederland groter nu de WHO door deterugtrekking van de VS aan slagkracht verliest?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen daarnaast dat het procesvan onderhandelingen rondom het pandemieverdrag is afgerond en datde verwachting is dat tijdens deze Wereldgezondheidsvergadering deverdragstekst zal worden vastgesteld. Welke meerwaarde ziet de Ministerin het pandemieverdrag en welke kansen biedt het verdrag voor hetversterken van de (mondiale) pandemische paraatheid? Deelt de Ministerde opvatting dat een dergelijk verdrag hieraan kan bijdragen? Zo ja,waarom maakt de Minister dat niet meer kenbaar, ook gezien het feit dater de komende 12 tot 24 maanden nog verder wordt onderhandeld overhet verdrag en de Kamer is betrokken via een uitdrukkelijke goedkeurings-procedure?Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog een vraagover de onderwerpen met geopolitieke raakvlakken die op de agendastaan bij de WHA. Kan de Minister toezeggen dat Nederland duidelijkesteun zal uitspreken voor het werk van de WHO in Oekraïne en in deGazastrook?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met zorg kennisgenomen van debrief over de inzet van Nederland voor de 78e World Health Assembly(WHA). Het gaat dan om de inzet van Nederland voor de 78e World HealthAssembly. Maar ook op het vervolg van deze Assembly namelijk deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1963 stemonthouding bij het vaststellen van de verdragstekst van het pande-mieverdrag hebben genoemde leden enkele vragen.De Minister beschouwt de WHO als een «centrale, technische encoördinerende actor» binnen de mondiale gezondheidsstructuur en noemthet van belang dat de volksgezondheid wereldwijd zo goed mogelijk is.Klopt het dat dit een voortzetting is van de koers van de Nederlandseregering in de jaren ervoor? De Minister geeft ook aan dat er tijdens deWHA wordt gesproken over de aanpassing van de begroting en hetwerkprogramma van de WHO naar aanleiding van het terugtrekken van deVS uit de WHO. Kan zij hier een update over geven? De Minister wil geenfinanciële middelen extra beschikbaar stellen. Zijn er landen die dit welhebben gedaan en zo ja, welke zijn dat en wat is daarvan de impact?De Minister geeft aan dat Nederland zich heeft onthouden van stemmingover de verdragstekst, terwijl zij uitgebreid toelicht dat het nog tot tweejaar kan duren voor ondertekening van het verdrag aan de orde is. Wat isdan de reden dat Nederland zich heeft onthouden van stemming? Welkeandere landen hebben zich onthouden van stemming? En kan de Ministerwat nader duiden wat de invloed van de Nederlandse onthouding is op depositie van Nederland ten opzichte van andere, westerse en EU-landen?Heeft de Minister ter plaatse toelichting moeten geven op de onthoudingen zo ja, wat was haar antwoord? In hoeverre heeft de onthouding vanNederland invloed op de multi- en bilaterale afspraken die nodig zijn alshet gaat om volksgezondheid, pandemische paraatheid en weerbaregezondheidszorg? Wat doen andere, wel instemmende, landen alsNederland aanklopt voor hulp ten tijde van bijvoorbeeld een pandemie?De leden van de VVD-fractie maken zich daarnaast zorgen over hetuitblijven van concrete plannen en actie jegens pandemische paraatheid.Op welke termijn heeft de Minister daar een beleidsplan voor en inhoeverre sluit dat plan aan op de multilaterale plannen en dit verdrag?Heeft de onthouding gevolgen voor de onderhandelingspositie vanNederland? Genoemde leden lezen dat de verdere onderhandeling zeker12 tot 24 maanden kan duren. Zij vragen waarom dit zo lang moet duren.Hoe wordt de Kamer gedurende deze tijd betrokken bij de voortgang vandit proces?Tot slot willen de leden weten welke gevolgen het vertrek van de VS uit deWHO heeft op afspraken die bij de vorige WHA zijn gemaakt, onderandere over antimicrobiële resistentie (AMR) en pandemische paraatheid?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Inzetvan Nederland voor de 78e World Health Assembly». Deze leden hebbennog enkele vragen.De leden van de NSC-fractie verzoeken de Minister te verduidelijken of enzo ja, op welke wijze, de Kamer gedurende de verdere onderhandelingenover het pandemieverdrag, die de komende 12 tot 24 maanden plaats-vinden, wordt betrokken bij eventuele aanpassingen? Daarnaast vragendeze leden hoe de Minister waarborgt dat de Nederlandse inzet binnen demultilaterale samenwerking en de geopolitieke dossiers op deWHO-agenda, waaronder tijdens de WHA, daadwerkelijk goed wordtingebracht en meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1964 Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief over de Inzet van Nederland voor de 78e World Health Assembly.Genoemde leden hechten veel waarde aan het versterken van mondialesamenwerking rondom volksgezondheid. Daartoe hebben deze ledenverdere vragen.In haar brief geeft de Minister aan dat Nederland zich hard maakt voor deinzet op pandemische paraatheid en toegang tot eerstelijnszorg. Daartoevragen de leden van de D66-fractie hoe dit rijmt met de bezuinigingen diezij heeft doorgevoerd op de pandemische paraatheid en bij het weghalenvan geld bij de wijkverpleging.Daarnaast willen de leden van de D66-fractie bij deze gelegenheidnogmaals expliciet aandacht vragen voor de afgrijselijke humanitairesituatie in de Gazastrook. De beelden van ziekenhuizen die wordengebombardeerd en het structureel blokkeren van medische hulpmiddelenen noodhulp raken ook velen in de Nederlandse zorgsector diep. Hetbeperken van toegang tot medische zorg, zoals Israël dit doet, is nietalleen onmenselijk, maar ook in strijd met het humanitair oorlogsrecht ende fundamentele waarden die we in de Wereldgezondheidsorganisatiemet elkaar delen. Deze leden vragen de Minister daarom om toe te lichtenof en hoe Nederland binnen de World Health Assembly (WHA) dezeernstige schendingen van het recht op gezondheidszorg aan de orde heeftgesteld.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Inzet vanNederland voor de 78e World Health Assembly. Genoemde leden hebbende volgende vragen aan de Minister.Om te beginnen geeft de Minister aan dat Nederland steun zal uitsprekenvoor aanpassingen in de WHO-begroting en het werkprogramma2026–2027. Voor deze leden is het belangrijk dat de Kamer weet waarmeeNederland precies instemt. Kan de Minister de Kamer informeren over dewijzigingsvoorstellen van het WHO-werkprogramma en de begroting waarNederland al dan niet steun aan geeft? Welke financiële gevolgen zitten ervoor Nederland verbonden aan deze steun?Daarnaast lezen genoemde leden dat de Minister in de brief WHO-steunkoppelt aan gezondheidszorg voor migranten in gastlanden. Zij vinden datvolksgezondheid niet vermengd mag worden met migratiebeleid. Welkeinvloed hebben WHO-programma’s voor migranten en vluchtelingen opde Nederlandse beleidsruimte inzake migratie en zorgtoegang? En hoewordt voorkomen dat WHO-afspraken tot verplichtingen leiden voor onzenationale systemen?Verder lezen de leden van de BBB-fractie dat de Minister in de briefaangeeft dat Nederland inzet op een gezonde WHO-organisatie metverantwoording richting lidstaten. Op welke wijze oefent Nederlandinvloed uit op de governance en interne verantwoording binnen de WHO?Zijn er concrete voorstellen gedaan voor betere transparantie of toetsingvan beleidseffectiviteit?Ook lezen genoemde leden dat de WHO de komende 12 tot 24 maandenwerkt aan verdere uitwerking van het pandemieverdrag. De leden van deBBB-fractie zijn bezorgd dat er in deze tussenperiode informele toezeg-gingen worden gedaan, of dat internationale druk Nederland alsnog totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1965 naleving van onderdelen dwingt zonder parlementaire goedkeuring. Kande Minister toezeggen dat Nederland na de 78e WHA geen enkelepolitieke, diplomatieke of technische toezegging zal doen die vooruitlooptop de inhoud van de nog te onderhandelen bijlage bij het pandemie-verdrag, zolang de Kamer zich daar niet expliciet over heeft uitgesproken?De WHO kent namelijk krachtige lobby en diplomatie. Genoemde ledenwillen voorkomen dat er via richtlijnen, resoluties of verklaringen tochinvloed wordt uitgeoefend op nationaal beleid. Welke garanties kan deMinister geven dat Nederland geen afspraken maakt of uitvoering geeftaan WHO-resoluties of voorstellen uit het pandemieverdrag zondervoorafgaand expliciet mandaat van de Kamer? Hoe wordt deze lijnbewaakt in EU-verband?Verder geeft de Minister aan dat de WHO geen zeggenschap krijgt overnationale maatregelen tijdens een pandemie. Toch zijn deze leden bezorgdover de werking van internationale richtlijnen, verdragen en protocollen.Kan de Minister toezeggen dat de toekomstige bijlage bij het pandemie-verdrag geen bepalingen zal bevatten die op termijn toch druk uitoefenenop nationale bevoegdheden, bijvoorbeeld door financieringsvoorwaardenof druk vanuit WHO-organen?Ook hechten de leden van de BBB-fractie waarde aan een transparante enparlementaire goedkeuringsprocedure. Er mag namelijk geen sprake zijnvan onzorgvuldige of versnelde besluitvorming. Kan de Ministertoezeggen dat wanneer het volledige pandemieverdrag in zijn geheel aande Kamer wordt voorgelegd, er voldoende tijd en ruimte is voor hoorzit-tingen, deskundigenbijeenkomsten en openbare behandeling?Daarnaast stelt de Minister dat Nederland zijn inzet bij de WHO zoveelmogelijk in EU-verband afstemt. De leden van de BBB-fractie maken zichzorgen dat de Nederlandse stem ondergesneeuwd raakt in Brusselsecompromissen. Wat doet de Minister om te waarborgen dat Nederlandsebezwaren via EU-afstemming niet verloren gaan? Kan de Ministertoezeggen dat Nederland zich in dat geval onafhankelijk opstelt?Verder lezen genoemde leden dat de WHO internationale richtlijnenontwikkelt. De leden van de BBB-fractie vinden dat er criteria moeten zijnbij het wel of niet overnemen van WHO-richtlijnen in nationaal beleid.Welke criteria gebruikt Nederland bij het wel of niet overnemen vanWHO-richtlijnen in nationaal beleid? Kan de Minister toezeggen dat dezeafwegingen eerst met de Kamer worden gedeeld voordat implementatieplaatsvindt?Tot slot vraagt de leden van de BBB-fractie of de WHO niet te veel politiekis geworden en te weinig een neutraal kennisinstituut. Hoe beoordeelt deMinister de toenemende politisering van de WHO-agenda? Vindt deMinister het wenselijk dat Nederland deelneemt aan een organisatie diemeer dan ooit politiek gekleurd opereert, ook op onderwerpen die rakenaan nationale veiligheid?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de inzet vanNederland voor de 78e World Health Assembly. Zij hebben hier nog enkelevragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie zien dat er een mondiale gezondheidscrisisdreigt als gevolg van het wegvallen van financiering voor ontwikkelings-programma’s op het gebied van gezondheid door de bezuinigingen opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1966 USAID. Mondiale bestrijding van voorkombare infectieziekten, waaronderhiv/aids komt hierdoor ernstig in gevaar. Is de Minister bereid ditprobleem aan de orde te stellen tijdens de World Health Assembly? Bent ubereid daarbij te bespreken op welke manier het werk van mondialegezondheidsinitiatieven, zoals The Global Fund, Gavi en UNAIDSgewaarborgd blijft?De leden van de SP-fractie constateren ook dat de wereldwijde bezuini-gingen op mondiale gezondheid vrouwen en vrouwengezondheid extrahard raken. Is de Minister bereid ook dit aan de orde te stellen tijdens deWorld Health Assembly en daarbij te bespreken hoe de steun voorvrouwen en vrouwengezondheid gewaarborgd kan blijven en bezuini-gingen kunnen worden opgevangen?II Reactie van de Bewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de inzet vanNederland voor de 78e World Health Assembly (WHA) en hebben hierovernog enkele vragen en opmerkingen.De verdragstekst van het pandemieverdrag is inmiddels goedgekeurd enwanneer de laatste onderhandelingen over 12 tot 24 maanden rond zijnwordt het pandemieverdrag op de agenda van de Kamer verwachtmiddels een uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedure. Inartikel 19 van het Statuut van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)staat vermeld dat een meerderheid van twee derde van de Gezondheids-vergadering nodig zal zijn voor de aanneming van verdragen of overeen-komsten, die voor ieder Lid van kracht zullen worden, wanneer zij door ditLid zullen zijn aanvaard overeenkomstig zijn grondwettelijke procedure.Genoemde leden ontvangen graag een opsomming van de lidstaten dievoornemens zijn voor te stemmen, van lidstaten die zich (vooralsnog)hebben onthouden van stemming en welke tegen het pandemieverdraghebben gestemd?De WHA heeft op 19 mei 2025 de verdragstekst van het pandemieverdragvastgesteld. Dit gebeurde nadat Slowakije om een stemming hadgevraagd.Van de 194 lidstaten van de WHO, hadden er op het moment vanstemming 181 lidstaten stemrecht. Tijdens de bijeenkomst van het comitéwaren 135 WHO-lidstaten aanwezig. Om het verdrag aan te nemen, waseen meerderheid van tweederde van het aantal WHO-lidstaten dieaanwezig waren in de zaal nodig. Van de 135 aanwezige lidstaten hebbener 124 vóór het vaststellen van de tekst gestemd. Geen enkele lidstaatstemde tegen. Elf lidstaten hebben zich onthouden van stemming. Ditwaren Slowakije, het Koninkrijk der Nederlanden, Italië, Polen, Bulgarije,Rusland, Iran, Israël, Jamaica, Guatemala en Paraguay.Er wordt in de brief gesteld dat «de Nederlandse inbreng in de besluitvor-mende gremia van de WHO, zoals de jaarlijkse WHA, zoveel mogelijkplaatsvindt in afstemming met de andere lidstaten van de Europese Unie(EU). Waar mogelijk spreekt de EU met één stem». Wat betekent concreet?Dit betekent dat het de inzet is om zoveel mogelijk als EU op te treden.Hiertoe bestaat een intensief Europees afstemmingsoverleg. HetEU-standpunt wordt in de regel naar voren gebracht door de EU-voorzittervan dat moment.Door als EU27 standpunten gezamenlijk uit te spreken, staan we vaaksterker dan als individuele lidstaat. Dit neemt niet weg dat we ons alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1967 Nederland nog steeds aanvullend kunnen blijven uitspreken en dat waarnodig ook doen.Hoe wordt dit in de praktijk vormgegeven? Zeker in het geval wanneerniet alle EU landen het eens zijn? Wordt er dan niet met één stemgesproken? Of geldt dan alsnog, de meeste stemmen gelden? Indien dithet geval is, hoe ziet deze stemverhouding eruit?Er wordt in alle gevallen allereerst gepoogd een compromis-standpunt tevinden, waardoor de EU-eenheid behouden kan worden en er met éénstem gesproken kan worden. Dit is de norm. In bijzondere gevallen,waarna – ook na veelvuldige pogingen en onderhandelingen – geengezamenlijke positie gevonden kan worden, wordt er geen EU-statementuitgesproken. Er wordt niet gestemd over EU-verklaringen. Ook in diegevallen kunnen lidstaten uiteraard in hun nationale hoedanigheid, hetwoord nemen.In de brief van de Minister aangaande infectieziektebestrijding (Kamerstuk25 295, nr. 2228) lezen genoemde leden dat het voor de Europese Uniemogelijk is om partij te worden bij het verdrag. Wat betekent dit concreet?De Europese Unie heeft op grond van artikel 216 van het Verdragbetreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), in bepaaldegevallen de bevoegdheid om overeenkomsten met één of meerderelanden of internationale organisaties af te sluiten. Het Pandemieverdragregelt dat regionale economische integratie organisaties (REIO), waar deEuropese Unie er één van is, partij kunnen worden bij het verdrag.Concreet betekent dit dat de Europese Unie als REIO, partij kan worden bijhet verdrag, naast de EU-lidstaten. Toetreding van de EU vergt aparteinterne besluitvorming binnen de EU, inclusief een besluit van de Raad engoedkeuring door het Europees Parlement. Het is aan de EU-lidstaten zelfom via hun geëigende nationale goedkeuringsprocedures, al dan nietpartij te worden bij het verdrag.Samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten op het gebiedvan gezondheidsbedreigingen is gewenst. Dit volgt uit het transnationalekarakter van gezondheidsbedreigingen en de aanpak daarvan. Omdat deEuropese Unie op grond van artikel 168 VWEU coördinerende, ondersteu-nende en aanvullende bevoegdheden heeft in de aanpak van transnati-onale gezondheidsbedreigingen, is het ook wenselijk dat de EuropeseUnie partij kan worden bij het Pandemieverdrag. Wie er aan de lat staatvoor de uitvoering van de bepalingen van het verdrag, volgt uit de internecompetentieverdeling tussen de Europese Unie en haar lidstaten.Kan gegarandeerd worden dat de EU in de toekomst niet als één lidstaatvan de WHO wordt gemaakt? Indien nee, waarom niet?De Europese Unie kan niet als één lidstaat van de WHO worden aange-merkt. Zoals vastgelegd in haar huidige Statuut, is de WHO een organi-satie van staten. Het lidmaatschap staat uitsluitend open voor staten,aldus artikel 3 van het Statuut. De Europese Unie is geen staat en kan opbasis van het huidige Statuut van de WHO dan ook geen lidmaatschapverkrijgen.Wel neemt de EU als waarnemer deel aan de World Health Assembly enkan zij namens de lidstaten spreken over onderwerpen waarvoor zijbevoegd is. Dit gebeurt na interne coördinatie binnen de EU. De lidstatenzijn echter volledig zelfstandig lid van de WHO, met een eigen stem enverantwoordelijkheid in het besluitvormingsproces. De EU heeft geenstem, nu zij geen lid is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1968 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de inzet van Nederland voor de 78e World Health Assembly,de jaarvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Debetreffende leden lezen dat het kabinet erkent dat het werk van de WHO inalgemene zin van groot belang is voor Nederland en voor het Neder-landse gezondheidsstelsel een centrale, technische en coördinerendeactor vormt binnen de mondiale gezondheidsarchitectuur.Genoemde leden delen deze opvatting en hebben dan ook zorgen overhet vertrek van de VS uit de WHO, waardoor circa 20% van het totaleWHO-budget van 3,75 miljard euro per jaar, wegvalt. Deze leden vrezen deimpact hiervan op de mondiale pandemische paraatheid en de mogelijkegevolgen voor de levering van vaccins, medicatie en medische apparatuurtijdens pandemieën. Deelt de Minister deze zorgen en zullen deze ooknadrukkelijk worden geuit op de World Health Assembly?Ons Koninkrijk hecht veel waarde aan internationale samenwerkingrondom het voorkomen en bestrijden van infectieziekten, waaronder diemet een pandemisch potentieel. Het vertrek van de Verenigde Staten alspartner uit bestaande samenwerkingen, ook in WHO-verband, kan opkortere en/of langere termijn gevolgen hebben voor de vroeg-signaleringvan nieuwe virussen, onder meer door vermindering van laboratoriumca-paciteiten voor het analyseren van (nieuwe) pathogenen, maar ook omdatde VS een belangrijke rol speelden in de wereldwijde crisisrespons viaorganisaties als USAID. Ook het terugtrekken van wetenschappelijkeexpertise en financiering daarvan door de VS, kan gevolgen hebben voorde wereldwijde pandemische paraatheid. Onze regering zal wetenschap-pelijke samenwerking op dit vlak waar mogelijk bepleiten en versterken,zowel in de samenwerking op dit gebied binnen Europa, maar ook binneninternationale organisaties als de WHO en tussen haar lidstaten.Voor wat betreft de leveringszekerheid van vaccins, andere medicatie enmedische hulpmiddelen tijdens een internationale gezondheidscrisis ofpandemie zijn de gevolgen nog onduidelijk. De VS zijn een belangrijkespeler op het gebied van geneesmiddelen- en vaccinontwikkeling.Tegelijkertijd heeft tijdens de Covid-19-pandemie ook de EU fors bijge-dragen aan de mondiale beschikbaarheid van o.a. Covid-19-vaccins aande armste WHO-lidstaten.Omdat Afrika meer dan 90% van zijn vaccins en medische productenimporteert, is het bij pandemieën extra kwetsbaar voor verstoringen ininternationale toeleveringsketens. Daarom startte de Europese Commissiein 2021 het MAV+-programma, dat tot doel heeft de pandemischeparaatheid in Afrika te versterken door samen met ontwikkelingsbanken,EU-lidstaten en de private sector 1 miljard euro te mobiliseren voor delokale productie van vaccins, medicijnen en medische producten.In de reactie van de Minister lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie over de verschillende rollen die de WHO wat het kabinet betreftmoet vervullen en de volgens het kabinet noodzakelijke bijdrage van deWHO aan de Nederlandse handel en economie, veiligheid en stabiliteit(waaronder pandemische paraatheid) en migratie (zoals gastlandenbijstaan in hun gezondheidsbeleid en -systemen voor migranten envluchtelingen). Ook is in het regeerakkoord afgesproken dat Nederlandactief bijdraagt aan het versterken van de multilaterale samenwerking.Tegelijkertijd schrijft de Minister dat zij niet voornemens is extra financiëlemiddelen beschikbaar te stellen aan de WHO, ook niet nu de VS geenonderdeel meer uitmaken van de gezondheidsorganisatie. Hoe strookt ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1969 met de grote ambities die het kabinet de WHO toedicht? Zijn dezeambities nog haalbaar met de huidige financiële middelen, zeker als ookandere landen niet bereid blijken extra financiële middelen in te zetten?Wat is de impact op het werk van de WHO als meerdere belangrijkedonorlanden hun bijdrage naar beneden bijstellen?Zoals in deze brief1 aangegeven blijft Nederland de WHO steunen, zowelfinancieel als technisch-inhoudelijk. Dat gebeurt onder andere via dejaarlijkse verplichte lidmaatschapsbijdrage. In 2022 is afgesproken datdeze bijdragen de komende jaren stapsgewijs verhoogd worden omuiteindelijk de helft van het WHO basisbudget uit deze inkomsten tekunnen financieren. Tijdens de World Health Assembly (WHA) hebben delidstaten ingestemd met de verlaagde begroting. De verlaagde begrotingheeft zeker impact op de ambities van de WHO. De voor NL belangrijkeWHO-rollen, zoals de normatieve en coördinerende functie, en daarnaastgedegen financiële en bestuurspraktijken, worden echter gewaarborgd.Kan de Minister toezeggen de WHO actief te blijven steunen, zowel opdiplomatiek vlak als door middel van financiële bijdragen? En deelt deMinister de mening dat het ook in ons eigen belang is om solidair te zijnmet de rest van de wereld door substantieel bij te dragen aan de WHO,die gezondheidsuitdagingen en dreigende pandemieën bij de bron kanhelpen aanpakken?Ja, het Koninkrijk zal de WHO blijven steunen om ook voor het Koninkrijkrelevante gezondheidsuitdagingen aan te kunnen pakken. Financieel viabestaande vrijwillige bijdragen en de verplichte lidmaatschapsbijdrage endaarnaast ook technisch-inhoudelijk, onder meer via bestaande samen-werking tussen de WHO en het RIVM. Tevens zet Nederland in EU-verbandin op diplomatieke steun en financiering voor de WHO als centrale actor inde mondiale gezondheidsarchitectuur.Wordt, tot slot, de noodzaak voor een oplossing voor de bezuinigingen oppandemische paraatheid in Nederland groter nu de WHO door deterugtrekking van de VS aan slagkracht verliest?Het vertrek van de VS uit de WHO en het verminderen of beëindigen vanfinanciering voor internationale hulp op het gebied van de volksge-zondheid door de VS en verschillende andere WHO-lidstaten kan – zoblijkt uit het bovenstaande – een effect hebben op de mondiale pande-mische paraatheid. Dit uit zich in eerste instantie mogelijk niet op directerisico’s van nieuwe uitbraken, maar het kan wel de capaciteiten aantastenin getroffen landen, om een uitbraak te beteugelen. Daarnaast kan doorhet wegvallen van bijvoorbeeld antimicrobiële middelen, er ruimteontstaan voor meer antimicrobiële resistentie, een wereldwijdebedreiging voor de volksgezondheid. Bovendien kunnen een minderrobuust mondiaal surveillance- en monitoringsysteem en verminderdemogelijkheden van organisaties als de WHO om bij uitbraken snel op tekunnen treden en landen te assisteren bij een effectieve aanpak, leiden totgrotere uitbraken dan nodig (mogelijk met pandemisch potentieel). Dit iseen onveiligere situatie wereldwijd.Het is en blijft daarom belangrijk dat het Koninkrijk weerbaar is tegeninternationale gezondheidscrises, waaronder een pandemie. Het vertrekvan de VS uit de WHO onderstreept de urgentie om hier als land opvoorbereid te zijn, nu de WHO minder kan verwachten qua inzet vanmensen en middelen die voorheen uit de VS kwamen, en de mogelijkeverdere fragmentatie van noodhulp bij een nieuwe epidemie. In het kader1Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 185Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19610 van het kabinetsbrede weerbaarheidsbeleid doe ik mijn uiterste best ommiddelen voor het nationale beleid op pandemische paraatheidbeschikbaar te stellen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen daarnaast dat het procesvan onderhandelingen rondom het pandemieverdrag is afgerond en datde verwachting is dat tijdens deze Wereldgezondheidsvergadering deverdragstekst zal worden vastgesteld. Welke meerwaarde ziet de Ministerin het pandemieverdrag en welke kansen biedt het verdrag voor hetversterken van de (mondiale) pandemische paraatheid?Tijdens de COVID-19-pandemie is het belang gebleken van internationalesamenwerking bij het bestrijden van een pandemie. Het pandemieverdragbeoogt een bijdrage te leveren aan de pandemische preventie, paraatheiden respons wereldwijd, aan de samenwerking tussen de verdragspartijenop dit vlak en kan bijdragen aan het Nederlandse beleid. Een belangrijkdeel van de afspraken richt zich op de versterking van multilateralesamenwerking tussen landen en internationale instellingen. Zo worden erafspraken opgenomen over een Global Supply Chain Network (dat ziet opde bevordering van de lokale productie en effectievere verdeling vannoodvoorraden), over betere preventie van zoönose en antimicrobiëleresistentie en over de surveillance en monitoring van infectieziekten. Metandere woorden, het verdrag bevat versterkingen op het vlak vanpreventie van infectieziekten en zoönose, maar ook op het vlak van hetsnel delen van materialen en digitale sequentie informatie, hetgeen vanbelang is voor het snel opsporen van nieuwe ziekteverwekkers metpandemisch potentieel.Deelt de Minister de opvatting dat een dergelijk verdrag hieraan kanbijdragen? Zo ja, waarom maakt de Minister dat niet meer kenbaar, ookgezien het feit dat er de komende 12 tot 24 maanden nog verder wordtonderhandeld over het verdrag en de Kamer is betrokken via eenuitdrukkelijke goedkeuringsprocedure?De mate waarin een verdrag als het pandemieverdrag kan bijdragen aanbetere pandemische preventie, paraatheid en respons, zal mede afhangenvan het aantal WHO-lidstaten dat uiteindelijk partij zal worden bij hetverdrag en/of aan de mate van implementatie van de bepalingen. HetKoninkrijk heeft bij de stemming over de tekst van het pandemieverdragin de WHA, zich kenbaar onthouden van accordering van het verdrag. Ditwas in lijn met de motie Keijzer, zoals deze is aangenomen door deTweede Kamer op 21 mei 2024.2 Het is aan de Staten-Generaal om zichover het verdrag te buigen middels de uitdrukkelijke parlementairegoedkeuringsprocedure.Ons Koninkrijk zal net als in de afgelopen jaren en zoals eerder vermeld invoorgaande kamerbrieven, op constructieve wijze deel nemen aan deonderhandelingen over de bijlage bij het verdrag.Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog een vraagover de onderwerpen met geopolitieke raakvlakken die op de agendastaan bij de WHA. Kan de Minister toezeggen dat Nederland duidelijkesteun zal uitspreken voor het werk van de WHO in Oekraïne en in deGazastrook?Het Koninkrijk heeft voor twee resoluties gestemd die het werk van deWHO in Oekraïne en de Gazastrook ondersteunen. Daarnaast is innationale verklaringen steun uitgesproken voor het werk van de WHOaldaar.2Kamerstuk 25 295, nr. 2185.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19611 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met zorg kennisgenomen van debrief over de inzet van Nederland voor de 78e World Health Assembly(WHA). Het gaat dan om de inzet van Nederland voor de 78e World HealthAssembly. Maar ook op het vervolg van deze Assembly namelijk destemonthouding bij het vaststellen van de verdragstekst van het pande-mieverdrag hebben genoemde leden enkele vragen.De Minister beschouwt de WHO als een «centrale, technische encoördinerende actor» binnen de mondiale gezondheidsstructuur en noemthet van belang dat de volksgezondheid wereldwijd zo goed mogelijk is.Klopt het dat dit een voortzetting is van de koers van de Nederlandseregering in de jaren ervoor?Ja.De Minister geeft ook aan dat er tijdens de WHA wordt gesproken over deaanpassing van de begroting en het werkprogramma van de WHO naaraanleiding van het terugtrekken van de VS uit de WHO. Kan zij hier eenupdate over geven? De Minister wil geen financiële middelen extrabeschikbaar stellen. Zijn er landen die dit wel hebben gedaan en zo ja,welke zijn dat en wat is daarvan de impact?De WHO heeft tijdens de WHA haar tweejaarlijkse budget verlaagd van$ 5,3 miljard naar $ 4,2 miljard. Er zijn tijdens de WHA een aantaltoezeggingen voor extra financiering aan de WHO gedaan door bijvoor-beeld China, Tanzania, Qatar en Zweden. De omvang van de totale extrabijdrage is op dit moment nog niet volledig bekend, maar bleek voor deWHO geen aanleiding om de eerdergenoemde aanpassingen van debegroting niet door te voeren.De Minister geeft aan dat Nederland zich heeft onthouden van stemmingover de verdragstekst, terwijl zij uitgebreid toelicht dat het nog tot tweejaar kan duren voor ondertekening van het verdrag aan de orde is. Wat isdan de reden dat Nederland zich heeft onthouden van stemming?Uw motie Keijzer van 21 mei 2024. In lijn hiermee heeft het Koninkrijktijdens de plenaire vergadering van de WHA uitgesproken dat het kennisheeft genomen van het onderhandelingsresultaat, maar dat het via denationale parlementaire goedkeuringsprocedure een oordeel wil vormenover het al dan niet goedkeuren van het verdrag.3 Deze positie isbekrachtigd in de Kamerbrief van 25 april 20254. Dat betekent dat hetKoninkrijk der Nederlanden zich ook in deze fase kenbaar heeft onthoudenvan stemming over het vaststellen van de tekst van het verdrag.Zoals hierboven aangegeven, zal nu eerst onderhandeld worden over eenbijlage bij het verdrag. Dit onderhandelingsproces zal tussen de twaalf tot24 maanden kunnen duren, waarna die tekst moet worden vastgestelddoor de WHA. Pas daarna zal de Directeur-Generaal van de WHO, hetgehele verdrag voor ondertekening en ratificatie aan de WHO-lidstatenvoorleggen. Dit tekenen is een kabinetsbevoegdheid. Aansluitend zal,conform eerdere toezegging, in het Koninkrijk gelden dat de uitdrukkelijkegoedkeuringsprocedure wordt gevolgd en het parlement zal moeteninstemmen met het verdrag, alvorens Nederland tot ratificatie kanovergaan.3Kamerstuk 25 295, nr. 2185.4Kamerstuk 25 295, nr. 2228Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19612 Welke andere landen hebben zich onthouden van stemming?In totaal hebben elf WHO-lidstaten zich onthouden van stemming over hetvaststellen van de tekst van het pandemieverdrag. Naast het Koninkrijkder Nederlanden hebben vanuit de Europese Unie ook Italië, Polen,Bulgarije en Slowakije zich van stemming onthouden. Onder de reste-rende niet-EU landen bevonden zich Rusland, Iran, Israël, Jamaica,Guatemala en Paraguay.En kan de Minister wat nader duiden wat de invloed van de Nederlandseonthouding is op de positie van Nederland ten opzichte van andere,westerse en EU-landen?Voor de andere, westerse en EU-landen kwam de onthouding vanNederland niet als een grote verrassing omdat net als vorig jaar, zoalseerder aangegeven, in lijn met de motie Keijzer werd gehandeld. Dieuitleg namen andere landen voor kennisgeving aan. Omdat het verdragvoorlopig nog niet ter ondertekening en ratificatie voorgelegd zal wordenaan de WHO-lidstaten, zal dat de positie van Nederland ten opzichte vandie andere landen niet wezenlijk veranderen.Heeft de Minister ter plaatse toelichting moeten geven op de onthoudingen zo ja, wat was haar antwoord?De Minister van VWS was niet aanwezig bij de WHA en heeft zichambtelijk laten vertegenwoordigen. De delegatie van het Koninkrijk derNederlanden heeft bij de ronde met nationale posities en verklaringenover het pandemieverdrag aangegeven dat ons land kennis nam van datresultaat, om vervolgens via de nationale goedkeuringsprocedure paslater een oordeel te vormen over het goedkeuren van het verdrag. Tijdensde stemming, die door EU-lidstaat Slowakije werd aangevraagd, heeft onsland zich middels handopsteken onthouden van stemming, samen mettien andere WHO-lidstaten.In hoeverre heeft de onthouding van Nederland invloed op de multi- enbilaterale afspraken die nodig zijn als het gaat om volksgezondheid,pandemische paraatheid en weerbare gezondheidszorg?Nederland was één van de voorstanders en mede initiatiefnemers van hetstarten van onderhandelingen over een bindend pandemieverdrag. Deonthouding van het Koninkrijk heeft vragen opgeroepen bij andereWHO-lidstaten, maar met de nodige uitleg nemen andere landen onzepositie voor kennisgeving aan. Omdat het verdrag voorlopig nog niet terondertekening en ratificatie voorgelegd zal worden aan de WHO-lidstaten,is de invloed op de samenwerking van het Koninkrijk met andere landenrondom pandemische preventie, paraatheid en respons vooralsnogbeperkt.Wat doen andere, wel instemmende, landen als Nederland aanklopt voorhulp ten tijde van bijvoorbeeld een pandemie?Zoals hierboven aangegeven, zegt het feit dat ons land zich heeftonthouden van stemming bij de vaststelling van de tekst van hetpandemieverdrag tijdens de WHA, nog niets over de uiteindelijke positievan ons land en de vraag of het Koninkrijk partij wordt bij het verdrag.Wanneer ons land uiteindelijk ervoor zou kiezen om geen partij te wordenbij het verdrag, dan kan het voorkomen dat ons land niet kan deelnemenaan alle samenwerking die op basis van de bepalingen in het verdrag zalworden opgezet. Tegelijkertijd blijft ons land wel volop meedoen aanEU-samenwerkingsverbanden op dit vlak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19613 De leden van de VVD-fractie maken zich daarnaast zorgen over hetuitblijven van concrete plannen en actie jegens pandemische paraatheid.Op welke termijn heeft de Minister daar een beleidsplan voor en inhoeverre sluit dat plan aan op de multilaterale plannen en dit verdrag?De afgelopen jaren is er hard gewerkt aan het verbeteren van onzepandemische paraatheid, onder meer via het beleidsprogrammapandemische paraatheid, maar ook via intensivering van Europesesamenwerking op dit vlak. Hierbij kan gedacht worden aan het opzettenvan de nationale zorgreserve, maar ook aan de oprichting van deLandelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI), de initiatievenom de GGD’en en het RIVM te versterken en het IV-ICT landschap teverbeteren.Ik maak mij hard voor de voortzetting van deze maatregelen in het kadervan de weerbaarheid van de Nederlandse zorg. Hiervoor ben ik op zoeknaar alternatieve middelen.Heeft de onthouding gevolgen voor de onderhandelingspositie vanNederland? Genoemde leden lezen dat de verdere onderhandeling zeker12 tot 24 maanden kan duren. Zij vragen waarom dit zo lang moet duren.Hoe wordt de Kamer gedurende deze tijd betrokken bij de voortgang vandit proces?Zoals hierboven aangegeven, hebben andere WHO-lidstaten navraaggedaan waarom het Koninkrijk zich onthouden heeft van stemming. Onsland heeft altijd constructief samengewerkt met andere lidstaten inEU-verband en binnen de Intergovernmental Negotiating Body (INB),waar de onderhandelingen gehouden werden. Omdat in artikel 31, tweedelid en artikel 32, eerste lid van het pandemieverdrag bepaald is datondertekenen en ratificeren slechts mogelijk is na vaststelling van debijlage bij het verdrag, waarover nog onderhandeld moet worden, zal ookhet uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsproces binnen het Koninkrijkniet eerder dan na die vaststelling van start kunnen gaan.De bijlage bij het verdrag, die over het Pathogen Access and BenefitSharing systeem (PABS) zal gaan is technisch complex, maar wordttegelijkertijd door veel lidstaten ook als een van de kernonderdelen vanhet verdrag gezien. Ik zal uw Kamer op de hoogte houden over eventuelebelangrijke nieuwe ontwikkelingen rondom deze bijlage en het verdrag alsgeheel, alsook over eventuele ontwikkelingen rondom het proces.Tot slot willen de leden weten welke gevolgen het vertrek van de VS uit deWHO heeft op afspraken die bij de vorige WHA zijn gemaakt, onderandere over antimicrobiële resistentie (AMR) en pandemische paraatheid?De afspraken die bij de vorige WHA zijn gemaakt veranderen niet nu deVS de WHO heeft verlaten. Wel leidt het vertrek van de VS uit de WHO toteen forse reductie qua financiering van de organisatie. Dit kan ook dewerkzaamheden rondom antimicrobiële resistentie en het werk van hethealth emergencies programma van de WHO, dat onder meer deparaatheid en respons op internationale gezondheidsbedreigingen,inclusief pandemieën, bestrijdt raken.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief «Inzetvan Nederland voor de 78e World Health Assembly». Deze leden hebbennog enkele vragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19614 De leden van de NSC-fractie verzoeken de Minister te verduidelijken of enzo ja, op welke wijze, de Kamer gedurende de verdere onderhandelingenover het pandemieverdrag, die de komende 12 tot 24 maanden plaats-vinden, wordt betrokken bij eventuele aanpassingen?Ik zal uw Kamer op de hoogte houden van eventuele belangrijke nieuweontwikkelingen rondom deze bijlage en het verdrag als geheel, alsookover eventuele belangrijke ontwikkelingen rondom het proces.Daarnaast vragen deze leden hoe de Minister waarborgt dat de Neder-landse inzet binnen de multilaterale samenwerking en de geopolitiekedossiers op de WHO-agenda, waaronder tijdens de WHA, daadwerkelijkgoed wordt ingebracht en meegenomen.Het Koninkrijk heeft op verschillende manieren en in lijn met de Neder-landse Mondiale gezondheidsstrategie5, de inzet ingebracht tijdens deWHA. Dit gebeurt via EU-verklaringen op de meeste agenda items, en(aanvullende) nationale verklaringen, bijvoorbeeld tijdens het generaldebate en de behandeling van o.a. het pandemieverdrag, Oekraïne enGaza. Het Koninkrijk heeft side events georganiseerd over suïcide-preventie en over digital health, en aan verschillende side eventsbijgedragen, o.a. over HIV/AIDS. Ook brengt het Koninkrijk de positie intijdens onderhandelingen over besluiten/resoluties en middels stempo-sities indien stemmingen worden aangevraagd. Zo heeft het Koninkrijksteun uitgesproken voor het actieplan klimaat en gezondheid en daar voorgestemd. Ten slotte maakt het Koninkrijk de beleidsprioriteiten kenbaar ingesprekken met het WHO-Secretariaat.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief over de Inzet van Nederland voor de 78e World Health Assembly.Genoemde leden hechten veel waarde aan het versterken van mondialesamenwerking rondom volksgezondheid. Daartoe hebben deze ledenverdere vragen.In haar brief geeft de Minister aan dat Nederland zich hard maakt voor deinzet op pandemische paraatheid en toegang tot eerstelijnszorg. Daartoevragen de leden van de D66-fractie hoe dit rijmt met de bezuinigingen diezij heeft doorgevoerd op de pandemische paraatheid en bij het weghalenvan geld bij de wijkverpleging.Voor wat betreft de bezuiniging op pandemische paraatheid, geldt dat weparaat moeten staan voor allerlei crises die op ons afkomen, zoals hybrideconflicten, pandemieën of een natuurramp. Deze dreigingen vragen omversterking van de weerbaarheid van onze zorg. Het kabinetsbredeweerbaarheidsbeleid wordt maanden verder uitgewerkt onder regie vande Nationaal Coördinator Terrorisme-bestrijding en Veiligheid (NCTV) enhet Ministerie van Defensie. De maatregelen die bijdragen aan pande-mische paraatheid, waaronder het versterken van de GGD’en, fungerenals fundament voor basisnoodzorg bij crisis en conflict en zullen hier danook bij worden betrokken. Zoals ik eerder heb aangegeven wordt gezochtnaar middelen hiervoor.Waar het gaat om de wijkverpleging geldt dat uit onderzoek6 blijkt datdeze zorg, ondanks de onderschrijding, goed toegankelijk is en datmensen over het algemeen snel zorg kunnen krijgen wanneer dat nodig5Kamerstuk 36 180, nr. 256Kamerstuk 23 235, nr. 241Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19615 is. Tegelijkertijd is voor cliënten met een complexe zorgvraag de toegan-kelijkheid uitdagender. Het is daarom belangrijk om in te blijven zetten opde toegankelijkheid van de eerstelijnszorg en wijkverpleging. Daartoe zijnin het IZA naast een ruime volumegroei (oplopend naar 3,5% per jaarvanaf 2026), verschillende concrete afspraken gemaakt om te investerenin de wijkverpleging.Daarnaast willen de leden van de D66-fractie bij deze gelegenheidnogmaals expliciet aandacht vragen voor de afgrijselijke humanitairesituatie in de Gazastrook. De beelden van ziekenhuizen die wordengebombardeerd en het structureel blokkeren van medische hulpmiddelenen noodhulp raken ook velen in de Nederlandse zorgsector diep. Hetbeperken van toegang tot medische zorg, zoals Israël dit doet, is nietalleen onmenselijk, maar ook in strijd met het humanitair oorlogsrecht ende fundamentele waarden die we in de Wereldgezondheidsorganisatiemet elkaar delen. Deze leden vragen de Minister daarom om toe te lichtenof en hoe Nederland binnen de World Health Assembly (WHA) dezeernstige schendingen van het recht op gezondheidszorg aan de orde heeftgesteld.Het kabinet deelt de zorgen over de catastrofale humanitaire situatie in deGazastrook en over de aanvallen op gezondheidsfaciliteiten, en heeft deblokkade van humanitaire hulp en elektriciteitsleverantie veroordeeld.Daarom heeft het Koninkrijk voor de resolutie over WHO’s werk in deGazastrook gestemd. Het Koninkrijk heeft deze zorgen in de WHAuitgesproken, zowel op nationale titel als in EU-verband.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Inzet vanNederland voor de 78e World Health Assembly. Genoemde leden hebbende volgende vragen aan de Minister.Om te beginnen geeft de Minister aan dat Nederland steun zal uitsprekenvoor aanpassingen in de WHO-begroting en het werkprogramma2026–2027. Voor deze leden is het belangrijk dat de Kamer weet waarmeeNederland precies instemt. Kan de Minister de Kamer informeren over dewijzigingsvoorstellen van het WHO-werkprogramma en de begroting waarNederland al dan niet steun aan geeft? Welke financiële gevolgen zitten ervoor Nederland verbonden aan deze steun?In de inzetbrief7 is aangegeven dat het Koninkrijk der Nederlanden denoodzaak ziet om de WHO efficiënter te laten functioneren en tehervormen nu deze, mede door het vertrek van de VS, financieel onderdruk staat. De wijzigingsvoorstellen voor het werkprogramma en debegroting 2026–2027, leiden tot een WHO-budget dat is verlaagd van$ 5,3 mld. naar $ 4,2 mld. Dit gaat gepaard met een prioriteringsexercitiewaar de resultaatgebieden uitkomen waar de WHO voorrang aan geeft, opbasis van de beoogde gezondheidswinst op landenniveau en de toege-voegde waarde en het mandaat van de WHO. In de prioritering scoort o.a.de inzet op universele gezondheidsdekking en pandemische paraatheidhoog.De voor Nederland belangrijke WHO-rollen, zoals de normatieve encoördinerende functie, en gedegen financiële en bestuurspraktijken,blijven gewaarborgd. Financieel impliceert de goedkeuring van debegroting een verhoging van de verplichte lidmaatschapsbijdragen. Destapsgewijze verhoging van verplichte lidmaatschapsbijdragen is in 2022goedgekeurd door de WHA om de organisatie minder afhankelijk temaken van sterk geoormerkte financiering. Deze verhoging is verwerkt in7Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 185Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19616 de BHO-begroting. Voor het Koninkrijk zal met ingang van 2026 dejaarlijkse bijdrage circa € 8 miljoen bedragen. In 2025 bedroeg deze€ 7.36 mln.Daarnaast lezen genoemde leden dat de Minister in de brief WHO-steunkoppelt aan gezondheidszorg voor migranten in gastlanden. Zij vinden datvolksgezondheid niet vermengd mag worden met migratiebeleid. Welkeinvloed hebben WHO-programma’s voor migranten en vluchtelingen opde Nederlandse beleidsruimte inzake migratie en zorgtoegang? (BZ/IZ)Via ongeoormerkte bijdragen draagt het Koninkrijk der Nederlanden bijaan het WHO Health and Migration Programme. Hiermee worden landenondersteund bij het versterken van zorgsystemen die ook voor migranteneffectieve ziektepreventie en -bestrijding mogelijk maken. Het programmabiedt geïnteresseerde landen technische en operationele ondersteuningbij het verbeteren van de gezondheid van migranten. Het is eenprogramma en geen verdrag waarin landen besluiten om bindendeverplichtingen met elkaar aan te gaan. Het beïnvloedt de Nederlandsebeleidsruimte inzake migratie en zorgtoegang dan ook niet.En hoe wordt voorkomen dat WHO-afspraken tot verplichtingen leidenvoor onze nationale systemen?Afspraken in WHO-verband, zoals richtlijnen, zijn niet bindend voor delidstaten. Indien er afspraken worden gemaakt die zien op de wijzigingvan wet- en regelgeving of een verdrag, dan worden deze via de daarvoorgeijkte nationale procedures aan de Staten-Generaal voorgelegd.Verder lezen de leden van de BBB-fractie dat de Minister in de briefaangeeft dat Nederland inzet op een gezonde WHO-organisatie metverantwoording richting lidstaten. Op welke wijze oefent Nederlandinvloed uit op de governance en interne verantwoording binnen de WHO?Het Koninkrijk der Nederlanden neemt actief deel aan het sub-comité vande WHA dat zich bezighoudt met institutionele – en bestuurszaken, deProgramme Budget and Administration Committee (PBAC), en aan dewerkgroep die zich bezighoudt met hervormingen ter versterking van hetbudgettaire, programmatische en financiële bestuur van de WHO. Deafgelopen PBAC stond verder vooral in het teken van het aangepasteWHO-budget, waarbij met consensus de al in 2022 afgesproken stapsge-wijze verhoging van verplichte lidmaatschapsbijdragen door de WHAwerd aangenomen om de organisatie minder afhankelijk te maken vansterk geoormerkte financiering. Dat is ook belangrijk om goed personeels-beleid te voeren en om de toezichts- en bestuursfuncties te financieren.Zijn er concrete voorstellen gedaan voor betere transparantie of toetsingvan beleidseffectiviteit?Door de WHA is het WHO-evaluatiebeleid goedgekeurd. Daarin wordt denadruk gelegd op het bevorderen van leren binnen de organisatie. Op hetgebied van resultaatgericht werken worden verschillende aanbevelingenvan de werkgroep die zich bezighoudt met hervormingen geïmplemen-teerd. Zo is het resultatenraamwerk en het prioriteringsproces verbeterden transparant in kaart gebracht, en worden de kostenimplicaties vanresoluties weergegeven voordat deze in de WHA worden behandeld.Ook lezen genoemde leden dat de WHO de komende 12 tot 24 maandenwerkt aan verdere uitwerking van het pandemieverdrag. De leden van deBBB-fractie zijn bezorgd dat er in deze tussenperiode informele toezeg-gingen worden gedaan, of dat internationale druk Nederland alsnog totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19617 naleving van onderdelen dwingt zonder parlementaire goedkeuring. Kande Minister toezeggen dat Nederland na de 78e WHA geen enkelepolitieke, diplomatieke of technische toezegging zal doen die vooruitlooptop de inhoud van de nog te onderhandelen bijlage bij het pandemie-verdrag, zolang de Kamer zich daar niet expliciet over heeft uitgesproken?Zoals hierboven aangegeven, is tijdens de WHA de tekst van het pande-mieverdrag vastgesteld door de lidstaten van de WHO. Deze tekst zalvoorlopig echter niet aan de lidstaten worden voorgelegd ter onderte-kening en/of ratificatie. Eerst zal over de bijlage bij het verdrag wordenonderhandeld en dient de tekst daarvan door de WHA te wordenvastgesteld. Pas op dat moment zal de Directeur-Generaal van de WHOovergaan tot de formele stap om het verdrag ter ondertekening enratificatie voor te leggen aan de WHO-lidstaten. Voor het Koninkrijk derNederlanden geldt dat er pas sprake van verplichtingen kan zijn, wanneerde Staten-Generaal, na afronding van de uitdrukkelijke parlementairegoedkeuringsprocedure, de regering heeft gemachtigd het Koninkrijk aanhet verdrag te binden en de regering dat ook aan de Directeur-Generaalvan de WHO kenbaar heeft gemaakt.De lidstaten en het WHO-secretariaat zullen in de tussen tijd mogelijk welal nadenken over de implementatie van het verdrag, maar het verdrag zelfkan op basis van artikel 35, eerste lid, pas van kracht gaan op de dertigstedag na de datum waarop de zestigste lidstaat zich gebonden heeft aan hetverdrag en het verdrag is in dat geval alleen bindend voor de lidstaten diekenbaar hebben gemaakt zich aan het verdrag gebonden achten.De WHO kent namelijk krachtige lobby en diplomatie. Genoemde ledenwillen voorkomen dat er via richtlijnen, resoluties of verklaringen tochinvloed wordt uitgeoefend op nationaal beleid. Welke garanties kan deMinister geven dat Nederland geen afspraken maakt of uitvoering geeftaan WHO-resoluties of voorstellen uit het pandemieverdrag zondervoorafgaand expliciet mandaat van de Kamer? Hoe wordt deze lijnbewaakt in EU-verband?Tijdens deze WHA is de resolutie aangenomen waarmee de tekst van hetpandemieverdrag is aangenomen. Het Koninkrijk heeft – zoals hierbovenaangegeven – zich onthouden van stemming over de vaststelling van hetverdrag. De resolutie omvat ook nadere afspraken over het vervolg van deonderhandelingen over de bijlage in een nieuw op te richten Intergovern-mental Working Group (IGWG) onder de WHA. Dit is de opvolger van deIntergovernmental Negotiating Body (INB), waarvan het mandaat wasafgelopen. Het Koninkrijk zal deelnemen aan dit nieuwe onderhandelings-platform waar alle lidstaten van de WHO in vertegenwoordigd zijn.Het ligt niet in de lijn der verwachting dat er resoluties door de ExecutiveBoard (EB) van de WHO of door de WHA zullen worden aangenomen inde komende maanden en jaren waarmee vooruit gelopen wordt op deimplementatie van het verdrag. En sowieso geldt, zoals hierbovenaangegeven, dat ons land niet gebonden kan worden aan enige imple-mentatie van het verdrag zonder goedkeuring van het parlement.Verder geeft de Minister aan dat de WHO geen zeggenschap krijgt overnationale maatregelen tijdens een pandemie. Toch zijn deze leden bezorgdover de werking van internationale richtlijnen, verdragen en protocollen.Kan de Minister toezeggen dat de toekomstige bijlage bij het pandemie-verdrag geen bepalingen zal bevatten die op termijn toch druk uitoefenenop nationale bevoegdheden, bijvoorbeeld door financieringsvoorwaardenof druk vanuit WHO-organen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19618 Zoals de voormalige Minister van VWS in haar brieven van 20 december20248 en 25 april 20259 al heeft aangegeven, heeft het pandemieverdraggeen betrekking op nationale maatregelen tijdens een pandemie. Debepalingen in de nog uit te werken bijlage zijn nog niet bekend. Het isechter niet uit te sluiten dat de bijlage wel tot verplichtingen leidt voorlidstaten die partij worden bij het verdrag. Wel is duidelijk dat in de bijlagegeen afspraken zullen worden gemaakt over nationale maatregelen tentijde van een pandemie.Het verdrag en de bijlage zullen aan de Staten-Generaal wordenvoorgelegd na vaststelling van de tekst van de bijlage door de WHA ennadat de Directeur-Generaal van de WHO het integrale verdrag terondertekening en ratificatie heeft voorgelegd aan de WHO-lidstaten. Voorhet Koninkrijk der Nederlanden geldt dat de Staten-Generaal via deuitdrukkelijke goedkeuringsprocedure de regering kan machtigen om hetverdrag te ratificeren.Ook hechten de leden van de BBB-fractie waarde aan een transparante enparlementaire goedkeuringsprocedure. Er mag namelijk geen sprake zijnvan onzorgvuldige of versnelde besluitvorming. Kan de Ministertoezeggen dat wanneer het volledige pandemieverdrag in zijn geheel aande Kamer wordt voorgelegd, er voldoende tijd en ruimte is voor hoorzit-tingen, deskundigenbijeenkomsten en openbare behandeling?Zoals door de voormalige Minister van VWS en daarvoor door devoormalige Minister voor Medische Zorg aan uw Kamer is toegezegd, zalhet verdrag via de uitdrukkelijke goedkeuringsprocedure aan uw Kamerworden voorgelegd.10, 11, 12, 13Daarnaast stelt de Minister dat Nederland zijn inzet bij de WHO zoveelmogelijk in EU-verband afstemt. De leden van de BBB-fractie maken zichzorgen dat de Nederlandse stem ondergesneeuwd raakt in Brusselsecompromissen. Wat doet de Minister om te waarborgen dat Nederlandsebezwaren via EU-afstemming niet verloren gaan? Kan de Ministertoezeggen dat Nederland zich in dat geval onafhankelijk opstelt?In maart 2022 heeft de Raad van de Europese Unie een onderhandelings-mandaat en bijbehorende richtsnoeren vastgesteld conform artikel 218van het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie (WVEU). Hetmandaat en de richtsnoeren geven de onderhandelingsruimte aan voor deEuropese Commissie die namens de EU-lidstaten het voortouw neemt inde onderhandelingen over het pandemieverdrag. Er wordt in voorbe-reiding op en tijdens de verschillende onderhandelingsrondes voort-durend afgestemd tussen het EU-onderhandelingsteam van de EuropeseCommissie en de vertegenwoordigers van de lidstaten. De EU-lidstatenhebben redelijk vergelijkbare verwachtingen en wensen ten aanzien vanhet pandemieverdrag. Ons land is op actieve en constructieve wijzebetrokken bij deze interne coördinatiemomenten en schroomt niet omeventuele bezwaren of knelpunten te benoemen wanneer dat nodig is.Verder lezen genoemde leden dat de WHO internationale richtlijnenontwikkelt. De leden van de BBB-fractie vinden dat er criteria moeten zijnbij het wel of niet overnemen van WHO-richtlijnen in nationaal beleid.8Kamerstuk 25 295, nr. 21849Kamerstuk 25 295, nr. 222810Kamerstuk 25 295, nr. 216611Kamerstuk 25 295, nr. 218412Kamerstuk 25 295, nr. 222813Kamerstuk 25 295, nr. 2217Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19619 Welke criteria gebruikt Nederland bij het wel of niet overnemen vanWHO-richtlijnen in nationaal beleid? Kan de Minister toezeggen dat dezeafwegingen eerst met de Kamer worden gedeeld voordat implementatieplaatsvindt?WHO-richtlijnen omvatten vaak aanbevelingen over specifieke gezond-heidsproblematieken, die door wetenschappers vanuit de WHO zelf, maarook vanuit lidstaten worden geformuleerd. WHO-lidstaten, maar ookberoepsgroepen in de zorg of wetenschappelijke instituten kunnenkennisnemen van dergelijke stukken en daarbij een eigen afweging makenof ze geschikt en/of van toepassing zijn voor vertaling naar de praktijken/of nationaal beleid. Dit kan over breed gedragen en mondiaal in dezorg gebruikte, gestandaardiseerde classificaties van ziekten en aandoe-ningen gaan zoals de ICD-1114, maar ook over aanbevelingen op hetgebied van de publieke gezondheid, bijvoorbeeld rondom tabak engezondheid. Het overnemen van richtlijnen is niet verplicht.Tot slot vraagt de leden van de BBB-fractie of de WHO niet te veel politiekis geworden en te weinig een neutraal kennisinstituut. Hoe beoordeelt deMinister de toenemende politisering van de WHO-agenda? Vindt deMinister het wenselijk dat Nederland deelneemt aan een organisatie diemeer dan ooit politiek gekleurd opereert, ook op onderwerpen die rakenaan nationale veiligheid?De WHO wordt internationaal en door de WHO-lidstaten gezien als eenbetrouwbare, gerenommeerde en normstellende organisatie, metspecifieke kennis van zaken die lidstaten desgewenst kunnen gebruiken inhun nationale beleid. Ik hecht eraan het belang van het bestaan vandergelijke organisaties te benadrukken, zonder daarmee discussies overnoodzakelijke verbeteringen in het werk van de WHO te willen bagatelli-seren.Voor Nederland is en blijft het van groot belang dat we ons voorbereidenop internationale gezondheidscrises zoals epidemieën en pandemieën, deWHO blijft daarom bij uitstek de mondiale organisatie die ons daarover demeest actuele informatie kan verstrekken.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de inzet vanNederland voor de 78e World Health Assembly. Zij hebben hier nog enkelevragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie zien dat er een mondiale gezondheidscrisisdreigt als gevolg van het wegvallen van financiering voor ontwikkelings-programma’s op het gebied van gezondheid door de bezuinigingen opUSAID. Mondiale bestrijding van voorkombare infectieziekten, waaronderhiv/aids komt hierdoor ernstig in gevaar. Is de Minister bereid ditprobleem aan de orde te stellen tijdens de World Health Assembly?Zowel in de verklaring van het Koninkrijk als de gezamenlijke Europeseverklaringen is expliciet verwezen naar de financiële kwetsbaarheid vande WHO, die mede het gevolg is van de koerswijziging van de VS. In hetkader van de herprioritering van WHO’s meerjarige werkprogrammahebben het Koninkrijk en de Europese Unie daarnaast het belangbenadrukt van robuuste WHO-inzet op beheersing van gezondheidscrisesen bestrijding van infectieziekten.14ICD-11 is dé internationale standaard voor het systematisch vastleggen, analyseren, interpre-teren, rapporteren en vergelijken van data over ziekte en sterfte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19620 Besloten is om het totale budget met 20% te verlagen, van de oorspron-kelijk goedgekeurde $ 5,3 miljard naar $ 4,2 miljard. Binnen deze algehelebezuiniging zijn de middelen voor toegang tot zorg voor infectieziekten,niet-overdraagbare ziekten en mentale gezondheid met een bezuinigingvan circa 10% zoveel mogelijk ontzien.Bent u bereid daarbij te bespreken op welke manier het werk vanmondiale gezondheidsinitiatieven, zoals The Global Fund, Gavi enUNAIDS gewaarborgd blijft?Zowel in de verklaringen van het Koninkrijk als de Europese Unie is hetbelang van de rol van de WHO als coördinerende en normstellendeautoriteit binnen mondiale gezondheid benadrukt. Daarbij is ook hetbelang onderstreept van gecoördineerde inzet van alle relevante actorenbinnen het mondiale gezondheidsecosysteem. Die samenwerking omvatook initiatieven als het Global Fund, Gavi, UNAIDS en het recent opgerichtPandemic Fund.De leden van de SP-fractie constateren ook dat de wereldwijde bezuini-gingen op mondiale gezondheid vrouwen en vrouwengezondheid extrahard raken. Is de Minister bereid ook dit aan de orde te stellen tijdens deWorld Health Assembly en daarbij te bespreken hoe de steun voorvrouwen en vrouwengezondheid gewaarborgd kan blijven en bezuini-gingen kunnen worden opgevangen?Zowel in verklaringen van het Koninkrijk als de Europese Unie is steunuitgesproken voor het behoud van een focus op seksuele en reproduc-tieve gezondheid en rechten (SRGR) en gendergelijkheid. Ook heeft de EUtijdens een bespreking van een rapport over de mondiale strategie overde gezondheid van vrouwen, kinderen en jongeren in een verklaringnamens alle EU-lidstaten zorgen uitgesproken over de stagnatie in dedaling van moedersterftecijfers. Daarbij is specifiek aandacht gevraagdvoor het belang van verbeterde toegang tot kwalitatieve zorg voormoeders en seksuele en reproductieve gezondheidszorgdiensten, hetinvesteren in zorgpersoneel en gezondheidssysteemversterking. Ook heeftde EU hier het belang onderstreept van gendergelijkheid om universelegezondheidsdekking te realiseren.Daarnaast heeft het Koninkrijk tijdens de WHA een constructieve rolgespeeld in de herziening van de budgetverdeling binnen hetWHO-werkprogramma voor de periode 2026–2027. Binnen deze algehelebezuiniging zijn de middelen voor de seksuele en reproductievegezondheid alsook de gezondheid van moeders, kinderen, tieners ensenioren met een verlaging van 15% relatief ontzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 19621
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.