KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag Landbouw- en Visserijraad van 17 november 2025

26 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bfa91a2f23ce6556 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1735 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 november 2025Op 17 november jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad)plaats in Brussel. Met deze brief informeren wij de Kamer over deuitkomsten van de Raad.I. Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 17 november 2025 Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027 – Voedselzekerheid engerichte steunDe Europese Commissie (hierna: Commissie) benadrukte dat hetGemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) essentieel blijft in de jaren na2027 voor het garanderen van voedselzekerheid in de Europese Unie (EU).Veel lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten dit en benoemdenook de rol van het GLB bij het versterken van de lange termijn veerkrachtvan de agrarische sector, de natuur en het platteland. De Minister pleittevoor behoud van de marktoriëntatie van het GLB, het gelijke speelveld envoor het gericht inzetten van het GLB voor actieve boeren. Ook benoemdede Minister dat lidstaten meer vrijheid en flexibiliteit zouden moetenhebben om te bepalen met welke instrumenten de doelen, zoals voedsel-zekerheid, het beste bereikt kunnen worden, rekening houdend metnationale omstandigheden en behoefte, zoals minder verplichte inter-venties. In dit kader noemde de Minister ook het schrappen van deondergrens van de bandbreedte voor degressieve areaal gebondeninkomenssteun. Enkele lidstaten spraken hiervoor ook steun uit. Er warenook lidstaten die de verplichte degressiviteit van de GLB inkomensonder-steuning optioneel wilden maken. Onder dit agendapunt riep Italië in zijndiversenpunt op voor het behoud van een apart GLB met twee pijlers.Verschillende lidstaten steunden Italië. kst-21501-32-1735ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17351 Handelsgerelateerde landbouwvraagstukkenZoals gebruikelijk informeerde de Commissie de Raad over de laatstehandelscijfers en de stand van zaken in lopende bilaterale onderhande-lingen over handelsakkoorden. Daarbij benadrukte de Commissie hetbelang van het opbouwen van sterke handelsrelaties met gelijkgestemdelanden, waarbij de belangen van Europese boeren worden gerespecteerd.De Commissie reflecteerde daarbij op het aangekondigde onderhandelaar-sakkoord tussen de EU en Indonesië. De teksten worden nu juridischopgeschoond en vertaald, alvorens deze door de Commissie ter besluit-vorming worden aangeboden aan de Raad. Ook blikte de Commissievooruit naar een mogelijke handelsovereenkomst met India.In den brede was er steun in de Raad voor het afsluiten van handelsak-koorden en het diversifiëren van handelsstromen. Een aantal lidstaten gafaan dat handelsakkoorden evenwichtig moeten zijn en de belangen vande EU voldoende moeten behartigen. Ook riepen enkele lidstatenwederom op om goed in kaart te blijven brengen wat de cumulatieveeffecten zijn van handelsakkoorden op de Europese markt. Enkelelidstaten spraken hun zorgen uit over de mogelijke impact van hetmechanisme voor koolstofcorrectie aan de Europese buitengrens (CBAM)en het systeem voor emissiehandel (ETS) op de sector en handelsstromen(bijvoorbeeld kunstmest).Met betrekking tot het EU-Mercosur-akkoord verwelkomde een aantallidstaten de voorgestelde operationalisering van de vrijwaringsmaatre-gelen en werd de Commissie verzocht de effecten van het Mercosur-akkoord op de Europese markt goed te monitoren.Verder sprak de Raad over nauwere relaties met Oekraïne, specifiek hetvan kracht worden van de akkoorden met Oekraïne en Moldavië totwijziging van de EU–Oekraïne brede vrijhandelsruimte (DCFTA) onder deAssociatieakkoorden met beide landen. Op basis van de gemaakteafspraken zal Oekraïne verder werken aan het overnemen en implemen-teren van de overeengekomen EU-regelgeving en standaarden. DeCommissie gaf aan dat ze het invoeren van gevoelige producten uitOekraïne zal blijven monitoren en dat er sterke vrijwaringsmaatregelenvan toepassing zijn. Veel lidstaten, waaronder Nederland, ondersteundende afgesloten akkoorden met Oekraïne en Moldavië, waarbij werdgewezen op het belang van een goede relatie en samenwerking metOekraïne. Enkele lidstaten waren kritisch over de gevolgen van het DCFTAvoor boeren en landbouwmarkten in de EU, specifiek in de grensregio’s.Daarbij riepen die lidstaten op tot een goede monitoring van de gevolgenen financiële steun bij marktverstoringen. Ook werd door een beperktaantal lidstaten de handelsrelatie met de Russische Federatie enWit-Rusland benoemd en de noodzaak deze te beperken, specifiek op hetgebied van de invoer van vis en visproducten.Verder bracht België zijn zorgen over het Chinese antidumpingonderzoeknaar varkensvlees en de recent door China ingestelde voorlopigeimportheffingen in dit kader onder de aandacht van de Commissie. Belgiëonderstreepte het belang van een krachtige, gezamenlijke EU stem enreactie. De Minister steunde, samen met een groot aantal lidstaten, dezeoproep en gaf aan dat Nederland zich nog steeds grote zorgen maakt overzowel de impact van de voorlopige Chinese antidumpingheffingen op deEU-markt, als het lopende onderzoek naar zuivelsubsidies door China. Ookheeft de Minister aangegeven dat het belangrijk blijft om de markteffectenals gevolg van zowel de voorlopige heffingen op varkensvlees als hetonderzoek naar de zuivelsubsidies nauw te blijven monitoren. Lidstatenbenoemden ook dat verdere escalatie vermeden moet worden. DeCommissie gaf aan de voorlopige antidumpingtarieven momenteel teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17352 toetsen aan de WTO-regels en alle opties te overwegen om deEU-sectoren te beschermen.Tot slot ging Italië in zijn diversenpunt in op de toekomst van deEU-rijstsector en de gevolgen van import uit derde landen voor Europeseproducenten. Hiervoor was steun van verschillende lidstaten, voorna-melijk de rijst producerende lidstaten.Gedachtewisseling over de vangstmogelijkheden voor 2026 in deAtlantische oceaan, de Noordzee, de Middellandse Zee en de Zwarte ZeeDe gedachtewisseling over de vangstmogelijkheden voor 2026 werdgeorganiseerd ter voorbereiding op de besluitvorming tijdens de Raadvan 11 en 12 december 2025. De Commissie sprak haar zorgen uit over dedalende trend van veel visbestanden. Waar mogelijk, wil de Commissieinzetten op flexibiliteit binnen de vangstadviezen en de juridische kadersom de sociaal-economische impact voor de vissers en kustgemeen-schappen zoveel mogelijk op te vangen. De Commissie benadrukte daarbijdat dit het herstel van visbestanden niet in de weg mag staan, want voorde lange termijn is juist het herstel essentieel voor goede sociaal-economische omstandigheden. Voor Nederland worden vrijwel allevisbestanden gezamenlijk beheerd met derde landen en de onderhande-lingen met deze landen lopen nog.De dalende trend van met name de Noordoost Atlantische pelagischevisbestanden zet de onderhandelingen tussen de Atlantische Kuststaten,die de afgelopen jaren toch al stroef verliepen, verder onder druk. DeCommissie betreurde dat het nog niet gelukt is om een vangsthoogte vastte stellen voor makreel die door alle partijen gedragen wordt. Voor blauwewijting is wel een vangsthoogte vastgesteld, maar helaas is er geenovereenstemming over de verdeelsleutel. Voor Atlanto-Scandische haring(ASH) hebben de kuststaten zonder de EU een vangsthoogte afgesproken.De claim van de EU op de status van kuststaat voor dit visbestand, wordtdoor de andere partijen nog niet geaccepteerd. Voor zover Nederlandweet is voor dit bestand nog geen verdeelsleutel overeengekomen.Voor de Middellandse Zee en de Zwarte Zee gaf de Commissie aan dathoewel er signalen van herstel zichtbaar zijn, voor veel bestanden devisserijdruk nog onvoldoende omlaag gebracht is. De inzet van deCommissie is er daarom op gericht om de huidige weg van herstel voortte zetten en ook hier wil ze zoeken naar flexibiliteit binnen de juridischemogelijkheden. Daarnaast wil de Commissie voortzetting van hetcompensatiemechanisme, waarbij extra visdagen worden toegewezenaan trawlers die voor selectiever vistuig kiezen of die onder een nationaleherstelmaatregel vallen.Vrijwel alle lidstaten uitten hun zorgen over de dalende trend of moeizaamherstel van veel visbestanden. Hierbij werd aangegeven dat de afgelopenjaren al veel sociaal-economische verliezen geleden zijn. Veel Europesevisserijsectoren zitten aan de ondergrens om nog op de been te blijven,wat ook impact heeft op de visverwerkende sector. Duurzaam beheer vande visbestanden is voor vrijwel alle lidstaten prioriteit, maar het regel-gevend kader is soms te rigide met het oog op proportionaliteit vanmaatregelen. Voor bestanden onder biologisch veilige grenzen moetenaanvullende herstelmaatregelen genomen worden. Verschillende lidstatenpleitten hierbij voor gedegen procedures en stakeholderbetrokkenheid. DeStaatssecretaris riep in dit kader ook op om beter in kaart te brengenwaarom visbestanden dalen of moeilijk tot herstel komen en gaf daarbijaan onder andere te willen kijken naar klimaatverandering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17353 Vrijwel alle lidstaten met visserijbelangen in de Noordoost Atlantischeregio uitten hun grote zorgen over het verloop van de onderhandelingenen betreurden met name dat het niet gelukt is een vangsthoogte voormakreel vast te stellen. De Staatssecretaris heeft verwezen naar het doorIerland aangedragen diversenpunt tijdens de Raad van oktober jl. over deurgente oproep tot actie in de EU om de Noordoost Atlantische pelagischebestanden te redden en herinnerde de Commissie aan haar toezeggingom alle nodige instrumenten in te zetten om tot oplossingen te komen. DeStaatssecretaris herhaalde hier ook zijn oproep om visserij onderdeel temaken van de bredere buitenlandse betrekkingen met de NoordoostAtlantische partnerlanden. In het kader van de dalende visbestanden heeftde Staatssecretaris tot slot aangegeven de toepassing van Haagsepreferenties, waarbij quota van Europese lidstaten aan Ierland wordenovergeheveld als de Ierse quota onder bepaalde grenswaarden komen,onwenselijk te vinden.Diversenpunt België – Oproep tot een herziening van het Gemeenschap-pelijk VisserijbeleidNederland heeft samengewerkt met vijf andere lidstaten om dit diver-senpunt te agenderen en de urgentie van een aanpassing van hetGemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) te benadrukken. Het diversenpuntkreeg tijdens de Raad veel bijval. Lidstaten benadrukten de prioriteitenvan een herziening, zoals het aanpassen van regelgeving die innovatie inde weg staat, het versterken van de stabiliteit van vangstmogelijkheden,de onwerkbaarheid van de aanlandplicht en het versterken van de externedimensie van het GVB nu na Brexit bijna alle visbestanden met derdelanden beheerd worden. De Commissie benadrukte het belang van eengedegen evaluatie vooraleer tot beleidswijzigingen over te gaan en hooptde evaluatie van het GVB in mei 2026 te kunnen presenteren.Diversenpunt Frankrijk – Visserijdimensie in het volgende MFK: Voor eenduidelijke en passende financiering van het Gemeenschappelijk Visserij-beleid en het Europees oceaanpact voor de periode 2028–2034 +Diversenpunt Slowakije – De noodzaak van adequate steun voor deaquacultuursectorSlowakije en Frankrijk hadden beide een diversenpunt over het toekom-stige Meerjarig Financieel Kader (MFK) geagendeerd. Slowakije vroeg,met steun van zes andere aquacultuurlidstaten, om voldoende steun omde Europese groeiambitie voor de aquacultuursector te kunnen verwezen-lijken. Frankrijk vroeg om het budget voor visserij in de volgendebegrotingsperiode gelijk te houden met de huidige begrotingsperiode enom dit budget te oormerken. Het diversenpunt kreeg brede steun in deRaad. Nederland bracht zijn eigen prioriteiten naar voren onder ditagendapunt, zoals de zorgen over de financiering van controle endatacollectie, want hiervoor is vooralsnog geen budget geoormerkt. Ookbenadrukte de Staatssecretaris zijn zorg over de striktere decommiterings-regels, die naar verwachting toegankelijkheid van het MFK-fondsbelemmeren. Tot slot gaf de Staatssecretaris aan dat de richtlijnen voorhet do no significant harm-principe zo opgesteld moeten worden, dat zegeen belemmering vormen voor modernisering van de vloot.Diversenpunt Finland – Oproep tot vereenvoudiging van het EuropeesFonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuurFinland vroeg, met steun van een groot aantal lidstaten, om vereenvou-diging van de huidige verordening voor het Europees Fonds voormaritieme zaken, visserij en aquacultuur (EMFAF-verordening), om dezebeter toepasbaar te maken voor implementatie van de energietransitie enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17354 moderniseringsdoelstelling, vooral voor de kleinschalige vloot. DeStaatssecretaris heeft zich voorstander getoond van vereenvoudiging,maar aangegeven daarbij niet alleen naar de kleinschalige vloot te willenkijken. Zowel voor het huidige EMFAF als de nieuwe begrotingsperiodemoet gekeken worden naar adequate financiering voor de beleidsdoelstel-lingen van het kabinet. De Commissie gaf aan dat implementatie van hetEMFAF nu eerst prioriteit heeft en dat hij de aangedragen puntenmeeneemt in de lopende evaluatie van het GVB.Diversenpunt Duitsland – statistieken gebruik gewasbeschermingsmid-delenDuitsland waarschuwde dat de nieuwe verplichtingen uit de SAIO-verordening (statistieken over agrarische input en output) voor hetmonitoren van gewasbeschermingsmiddelen, inclusief een mogelijkeuitbreiding van de gewassenlijst, de administratieve lasten onnodigzouden verhogen en pleitte daarom voor uitstel van de rapportage tot2029. Veel lidstaten steunden de oproep van Duitsland en benadrukten dekorte overgangsperiode. De Minister gaf aan, evenals Duitsland, kritisch tezijn op de ambitie van de Commissie om de gewassenlijst, waarvoorstatistieken moeten worden verzameld, uit te breiden. Een dergelijkeuitbreiding zou betekenen dat ook voor zeer kleine teelten statistiekenmoeten worden verzameld, wat onevenredig veel capaciteit vraagt enslechts beperkte inzichten oplevert. De Minister benadrukte dat het voorNederland wel haalbaar is om de vereiste statistieken uiterlijk 2028 aan televeren, maar begrip te hebben voor uitdagingen in andere lidstaten.Diversenpunt Hongarije – De fytosanitaire risico’s voor de Europesewijnbouwproductie + Diversenpunt Duitsland – Bedreiging van delandbouw en de groenteteelt door glasvleugelcicaden + DiversenpuntItalië – Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de EUOnder dit agendapunt werden drie diversenpunten van Hongarije,Duitsland en Italië gezamenlijk besproken. Hongarije en Italië riepen op tothet betrekken van landbouwkundige overwegingen bij de toelating vangewasbeschermingsmiddelen. Hongarije ging specifiek in op de schadevan plantziektes voor de wijnbouw, waar Italië in brede zin opriep tot denoodzaak van voldoende werkzame stoffen voor landbouwers. Meerderelidstaten steunden de oproep van Hongarije en Italië en gaven aan dat ersteeds meer ziektes zijn, door onder andere klimaatverandering, en dathet aantal beschikbare gewasbeschermingsmiddelen afneemt. Daarbijwerd opgeroepen tot meer investeringen en onderzoek naar doeltreffendemiddelen. Nederland gaf aan dat het essentieel is dat meer alternatievemiddelen en maatregelen beschikbaar komen, maar dat het uitgangspuntvan de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen het beschermenvan mens, dier en milieu moet zijn. Enkele lidstaten benoemden ook hetbelang van drones bij het detecteren van plantziektes.Duitsland waarschuwde in zijn diversenpunt voor grote teeltrisico’s doorde snel uitbreidende glasvleugelcicade. Veel lidstaten erkenden detoenemende risico’s van de glasvleugelcicade. Nederland gaf aan dat deglasvleugelcicade ziektes kan overbrengen die een aanzienlijk risicovormen voor de teelt van suikerbieten en aardappels. Daarbij benoemdeNederland de goede samenwerking met de Duitse autoriteiten opverschillende niveaus, onder andere over hoe om te gaan met deze ziekte,en Nederland riep op verder samen op EU-niveau te verkennen welkeaanvullende mogelijkheden er zijn om de risico’s te beperken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17355 Diversenpunt Europese Commissie – Jaarlijks voortgangsrapport vanEurocommissaris voor gezondheid en dierenwelzijn VárhelyiEurocommissaris voor gezondheid en dierenwelzijn Várhelyi informeerdede Raad in een jaarlijks voortgangsrapport over zijn inzet op het gebiedvan vereenvoudiging, uitvoering en handhaving op het vlak vangezondheid, voedselveiligheid, dierenwelzijn en plantgezondheid. Decommissaris benoemde dat verlichting van lasten cruciaal is enbenadrukte het belang van de aankomende omnibus (food and feed safety– simplification omnibus) om het concurrentievermogen van delevensmiddelen- en diervoedersector te versterken, met oog voor hetbehoud van hoge veiligheidsnormen. Nederland gaf aan ook uit te ziennaar deze omnibus, in het bijzonder het voorstel om de toelating vanbiologische gewasbeschermingsmiddelen te versnellen. Daarnaast gafNederland aan de inzet van de Commissie te waarderen om bij derdelanden aandacht te vragen voor de Europese regelgeving over devaccinatie van pluimvee tegen vogelgriep. Veel lidstaten benadrukten hetbelang van het prioriteren van dierenwelzijn. Nederland zei in dit kader tehopen op een spoedig voorstel van de Commissie voor dierwelzijnsregel-geving op het boerenbedrijf.Diversenpunt Europese Commissie – Internationale normstellingDe Commissie benoemde de afstemming die plaatsvindt met de lidstatenover internationale normstelling, waarbij de Commissie het belang vanEU-standaarden onderstreepte. De EU draagt volgens de Commissiesignificant bij aan de vaststelling van mondiale normen, onder andere bijde wereldorganisatie voor dierengezondheid (WOAH) via technischeexpertise en door het verstrekken aan financiële steun. Ook benoemde deCommissie de rol van de EU op het gebied van plantgezondheid als lidvan de internationale conventie voor plantenbescherming (IPPC). Enkelelidstaten onderstreepten het belang van het harmoniseren van interna-tionale standaarden en bedankten de Commissie voor haar inzet op ditgebied.Diversenpunt Europese Commissie – One Health conferentieHet Deens voorzitterschap informeerde de Raad over de One Healthconferentie die heeft plaatsgevonden in Kopenhagen. Er zijn stevigeaanbevelingen gedaan voor betere samenwerking, afgestemd beleidtussen verschillende disciplines en geïntegreerde datasystemen.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 17356

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3fc899ded64c7e18

14 okt 2026 · 25e14ca9f4867c04

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.