KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 22 sep 2026 · Tweede Kamer

Tweeminutendebat LVVN-inzet in de EU (21501-32-1824) (ongecorrigeerd)

Brontekst

LVVN-inzet in de EU LVVN-inzet in de EU Aan de orde is het tweeminutendebat LVVN-inzet in de EU (21501-32, nr. 1824). De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat LVVN-inzet in de EU. Ik heet de staatssecretaris in vak K van harte welkom en geef als eerste het woord aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens de BBB. Gaat uw gang. Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u wel. Voorzitter. We hebben tot in den treure — zo zou ik het bijna willen zeggen — met elkaar gesproken over de Food and Feed Omnibus, waarover morgen in Europees verband wordt gestemd. Ik zou dus tegen de staatssecretaris willen zeggen: stem gewoon voor. Wij hadden natuurlijk nog wel wat verbeteringen willen zien, maar wat er nu voorligt, is eigenlijk min of meer prima. Alsjeblieft geen extra aanscherpingen, want het wordt boeren al zo moeilijk gemaakt. Allemaal extra aanscherpingen zouden de boerensector nog verder uithollen en daarmee het platteland. Ik heb nog wel twee extra vragen aan de staatssecretaris. Ik vraag de staatssecretaris of dit voorstel gaat brengen wat het beoogt, namelijk toegang tot innovaties voor boeren en tuinders. Ik vraag me ook af hoe de staatssecretaris ertegenover staat dat ook biologische middelen niet tot laag risico gerekend kunnen worden en dus ook niet versneld toegelaten kunnen worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Lohman namens het CDA. Gaat uw gang. De heer Lohman (CDA): Voorzitter. In mei en juni hadden we al een stevig debat over deze Omnibus. Toen hadden ik en vele partijen hier in de Kamer zowel stevige zorgen over het voorstel alsook over het proces. Ook vandaag voelen we ons toch weer enigszins overvallen. Er ligt nu een compromis. Dat is verre van perfect, maar niets doen betekent ook dat noodzakelijke verbeteringen van het Europese toelatingsstelsel uitblijven. Voor reguliere stoffen is toelating voor onbepaalde tijd van tafel. Er blijft een periodiek herbeoordelingsmoment. Het Ctgb zegt dat we anders kunnen gaan beoordelen zonder het beschermingsniveau te verlagen, mits nieuwe risico's systematisch worden gesignaleerd en stoffen tijdig opnieuw worden beoordeeld. Er zijn vele kanttekeningen: de respijtperiode en de goedkeuringstermijn die van 15 naar 10 jaar gaat in plaats van van 25 naar 15 jaar. Ik haperde wat omdat ik het snel moest opschrijven, maar in ieder geval vinden we dat nog steeds te lang. Als we ervoor zorgen dat de verlenging van deze termijn niet zorgt voor een daling wat betreft gezondheidsrisico's, moeten we zorgen voor borging. Daarom is het voor het CDA cruciaal dat het signaleringsysteem goed wordt ingericht. Het moet helder zijn wanneer nieuwe inzichten leiden tot actie. Dat mag niet bij een formaliteit blijven. Is de staatssecretaris bereid om dit te blijven benadrukken en inbrengen? Morgen wordt er gestemd over de inzet van de lidstaten in de onderhandeling. De inzet is wat betreft het CDA voldoende verbeterd om de onderhandelingen in te gaan. Wat het CDA betreft blijven in die onderhandelingen het beschermingsniveau en het sneller toegankelijk krijgen van groene alternatieven leidend. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan het lid Kostić. Mevrouw Bromet gaat eerst? Ja. Allereerst mevrouw Bromet, namens PRO. Mevrouw Bromet (PRO): Voorzitter. Het tekent wel hoe wij soms in vliegende haast een besluit moeten nemen over hele belangrijke zaken. Het vervult mij eigenlijk ook met heel veel ongenoegen. Wij zijn met een deel van de commissie de afgelopen twee dagen in Brussel geweest. Sommige dingen duren heel lang in Brussel en andere dingen gaan heel snel, veel te snel. Wij hebben namelijk vanmiddag een brief gekregen van de staatssecretaris over de inzet morgen in Brussel. We hadden afgesproken dat we daar nog als Kamer over zouden debatteren. Nou ja, dat doen we dan nu in dit tweeminutendebat. Ik heb één vraag aan de staatssecretaris. Het onhandige is dat ik het antwoord niet kan afwachten, omdat ik eigenlijk alles in één moet doen, de vraag en de motie. De vraag is eigenlijk: is het risico aanwezig dat als er nu niet ingestemd wordt met het voorstel, het dan een afzwakking wordt van het vorige voorstel, dus dat het nog slechter wordt? Daar ben ik echt benieuwd naar, want het is voor ons echt een dilemma hoe wij hiermee om moeten gaan. Voorzitter. Tot slot dien ik voor de zekerheid nog een motie in. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat 573 Europese wetenschappers een oproep hebben gedaan voor een onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van de Omnibus Food and Feed; overwegende dat zowel het kabinet als de Kamer heeft aangegeven inzicht te willen in de gevolgen van de Omnibus Food and Feed, en er voor een andere Omnibus wel een impactassessment is uitgevoerd; verzoekt de regering om zich bij het Coreper-overleg vocaal te onthouden van stemming over de Omnibus Food and Feed, en in de verklaring te stellen dat het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de gevolgen van het voorstel een randvoorwaarde is voor Nederland, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet. Zij krijgt nr. 1836 (21501-32). Mevrouw Bromet (PRO): Dit is dus niet een pleidooi voor een tegenstem, maar voor onthouding van stemming omdat we altijd in gesprek willen blijven. Dit is een poging daartoe. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Den Hollander namens de VVD. Mevrouw Den Hollander (VVD): Dank u wel, voorzitter. In de afgelopen maanden hebben we in deze zaal en andere zalen al meermaals vergaderd over de Food and Feed Omnibus. Het proces verdient geen schoonheidsprijs. Dat verwijten we het kabinet niet, maar vooral de EU door de manier waarop ze dit doen, met wisselende voorzitterschappen en door ons telkens op het laatste moment te verrassen met een stemming. Daardoor moeten we nu weer een spoeddebat inplannen. Wij vinden dat het kabinet in de afgelopen maanden heeft laten zien dat het heeft geluisterd naar de Kamer. Het kabinet heeft wijzigingen doorgevoerd en heeft ook in de EU dingen bereikt. Van ons hoeft het voorstel niet verder aangepast te worden. Wij vinden dat de staatssecretaris voor het voorstel mag stemmen. Ik wil overigens wel aangeven dat we gisteren in de EU waren, zoals mevrouw Bromet zei. Ik heb toen in het Europees Parlement aangegeven dat het het Parlement zou sieren als het een impactassessment onderdeel zou laten uitmaken van dit soort voorstellen, om dit soort discussies hier in Den Haag te voorkomen. Mevrouw Bromet (PRO): Daar wilde ik net naar vragen. We hebben in de voorbereiding en in de vorige debatten gezien dat we eigenlijk niet weten wat de effecten zijn van dit voorstel. Dat zou je toch moeten weten als je een positie inneemt? De VVD zegt: oké, we gaan ermee instemmen, maar we willen voortaan wel een impactassessment. Maar wat doen we dan met dit voorstel? We weten niet wat er gebeurt, maar er wordt wel mee ingestemd. Mevrouw Den Hollander (VVD): Een impactassessment zou een neutralere blik kunnen geven, omdat je dan veel beter kunt overzien wat de voors en tegens zijn. Tegelijkertijd zitten er heel veel voordelen in dit Omnibusvoorstel. De grootste nadelen die erin zaten, zijn inmiddels door de staatssecretaris ondervangen door onze vorige inbrengen in Europa. Nog langer aanhouden heeft ook weer allerlei nadelen. De voorzitter: Tot slot. Mevrouw Bromet (PRO): Maar de vorige keer heeft de VVD er toch ook mee ingestemd? Mevrouw Den Hollander (VVD): Dat klopt en het is alleen maar beter geworden. Kamerlid Kostić (PvdD): De Kamer en het kabinet hebben gezegd: we gaan er niet mee instemmen als de bescherming van mens, dier en milieu hierdoor achteruitgaat. We weten van onze eigen wetenschappers, van meer dan 500 internationale wetenschappers, van de vakbonden en van de waterschapsbestuurders dat dit geen goed nieuws is voor de bescherming van de gezondheid van mens en milieu. Daarom vraag ik aan de VVD: waarom stemt zij hier zo graag voor en waarom luistert ze niet naar alle geluiden uit de wetenschap en de waterschapswereld? Waarom zegt ze niet op z'n minst "laten we ons onthouden van stemming totdat we meer zekerheid hebben"? Mevrouw Den Hollander (VVD): In de afgelopen maanden is hier al heel vaak over gedebatteerd. We vallen een beetje in herhaling. We hebben net ook het CDA horen aangeven dat het CDA met ons deelt dat het proces niet fraai is en dat we het liever anders hadden gezien, maar dat de waarborgen die er nu in zitten voldoende zijn. Daar zal het lid Kostić het mee moeten doen. De voorzitter: Afrondend. Kamerlid Kostić (PvdD): Ik vraag me af welke waarborgen er dan in zitten. Volgens de SER, meer dan 500 wetenschappers en meer dan honderd waterschapsbestuurders zitten er geen waarborgen in. Zij zeggen allemaal: dit geeft hele grote risico's voor de gezondheid van mensen in Nederland. Zeker gezien het proces moet de VVD toch zeggen: misschien hebben we twijfels en vinden we sommige dingen goed gaan, maar we zien ook de zorgen en daardoor doen we even een pas op de plaats en sturen we de staatssecretaris op pad om zich te onthouden van stemming? Kan de VVD daar ten minste openlijk nog een keer naar kijken? Mevrouw Den Hollander (VVD): Nogmaals, voor ons is een pas op de plaats op dit moment niet nodig. We hebben er eerder wel voor gestemd en we zijn nu een aantal maanden verder. We zijn een stuk verder met het verwerken van de inbreng van Nederland in het uiteindelijke voorstel. Op een gegeven moment moet je ook zeggen: dit is wat het is en het komt er nu op aan. Dat is hoe wij erin staan. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Podt, die spreekt namens D66. Mevrouw Podt (D66): Voorzitter. Allemachtig. Wij zien dat de staatssecretaris alles heeft gedaan om het voorstel beter te maken, daarbij overigens niet geholpen door het proces van deze Omnibus. De nieuwe versie van de Omnibus is beter dan wat er lag, maar het voorstel is wat D66 betreft nog steeds onvoldoende. Er kleeft een groot risico aan het nu niet zetten van de volgende stap en dat is dat het voorstel nóg slechter wordt. Dat maakt dat wij eventueel bereid zijn Nederland voor te laten stemmen, mits het beschermingsniveau in Nederland op orde blijft. Daarom heb ik twee moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Omnibus lidstaten ruimere mogelijkheden geeft om van de reguliere regels af te wijken, zoals respijtperiodes tot drie jaar voor bewezen giftige middelen waarvan de goedkeuring niet wordt verlengd, het blijven zaaien van zaad dat behandeld is met ingetrokken giftige middelen en toelating van middelen met stoffen die via een derogatie voor ernstig gevaar voor de plantgezondheid zijn goedgekeurd; overwegende dat het kabinet zelf geen voorstander is van langere respijtperiodes en inzet op behoud van het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu; verzoekt de regering geen gebruik te maken van deze uitzonderingen en dit uitgangspunt nadrukkelijk te betrekken bij de afweging over steun aan het eindresultaat van de triloog; verzoekt de regering aan het Ctgb de zorgen van de Kamer over de bescherming van mens, dier en milieu bij het toepassen van deze uitzonderingen over te brengen en hen te verzoeken deze zorgen zwaarwegend te betrekken bij een update van hun beleidslijn over de respijttermijnen wanneer de verordening met dit Omnibusvoorstel wordt gewijzigd, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Podt. Zij krijgt nr. 1840 (21501-32). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Omnibus de goedkeuringstermijnen van werkzame stoffen verlengt tot maximaal 25 jaar; constaterende dat het Europese signaleringssysteem geen vaste frequentie kent en dat het voor biociden ontbreekt; overwegende dat het Ctgb nieuwe kennis hierdoor vaker zelf in middelbeoordelingen moet meenemen en dat Nederlandse monitoringsdata van waterbeheerders en drinkwaterbedrijven daarvoor onmisbaar zijn; overwegende dat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu hetzelfde moet blijven maar aspecten als de verlengde goedkeuringstermijn daar wel een risico op vormen; verzoekt de regering om met het Ctgb, het RIVM, waterbeheerders en drinkwaterbedrijven een nationaal signaleringssysteem in te richten dat jaarlijks nieuwe wetenschappelijke kennis en monitoringsdata over werkzame stoffen bundelt, deze benut bij toelating en herbeoordeling en signalen actief bij de Europese Commissie inbrengt als verzoek herbeoordeling, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Podt. Zij krijgt nr. 1838 (21501-32). Mevrouw Bromet (PRO): Die eerste motie zegt eigenlijk: ja, dan is er straks Europese regelgeving, maar we gaan het in Nederland strenger invoeren. Ik vind dat op zich een heel goed idee. Alleen, ik hoor deze coalitie altijd over zogenaamde "koppen op Europees beleid", dus is daarmee deze vreselijke discussie, dat je geen eigen verantwoordelijkheid mag nemen als land omdat je je altijd moet houden aan de Europese regels, nu beslecht? Mevrouw Podt (D66): Ik moet eerlijk zeggen dat ik zo hard gerend heb voor deze moties en dingen, dat ik mij vooral even uit ga spreken daarover. Volgens mij heeft het niet zo heel veel zin om dit nu, op dit stoom-en-kokend-watermoment, breder te gaan trekken. Ik kan hierover zeggen dat wij volgens mij allemaal zien dat deze Omnibus er op deze manier beter niet was gekomen. Yet here we are, zou ik willen zeggen. Dat betekent volgens mij dat wij alles moeten doen wat het proces ons mogelijk maakt om ervoor te zorgen dat het beschermingsniveau in Nederland op orde blijft. Dat is wat ik hier doe. De voorzitter: Mevrouw Bromet, tot slot. Mevrouw Bromet (PRO): Ja, voorzitter. Maar mevrouw Podt praat er nu wel omheen. Ze zegt eigenlijk dat wij als Nederland strenger moeten zijn dan er straks Europees voorgeschreven wordt. Ik vind dat een hartstikke goed idee. Alleen, ik ken de discussie hier in de Kamer en weet dat de staatssecretaris in het volgende debat op het matje wordt geroepen omdat hij zogenaamde "koppen op Europees beleid" zet. Mevrouw Podt (D66): Volgens mij moeten we gewoon heel eventjes kijken wat er nu met deze moties gaat gebeuren. Daar ben ik in ieder geval heel nieuwsgierig naar. Dat geeft mij de mogelijkheid om ook te oordelen over hoe ik verder kijk naar dit proces. Mevrouw Van der Plas (BBB): De motie van mevrouw Podt geeft aan hoe groot de chaos is in dit kabinet, want wat mevrouw Bromet hier feitelijk zegt — zij is voor nationale koppen, wij niet — klopt wel. Er worden wel nationale koppen voorgesteld. Mevrouw Podt (D66): Nee ... De voorzitter: Hohohohoho. Mevrouw Podt (D66): Ik dacht dat ze klaar was. Mevrouw Van der Plas (BBB): D66 zit in een coalitie die in het coalitieakkoord heeft staan dat er geen nationale koppen bij moeten komen. Nu gaat D66 gewoon dwars tegen de coalitie in en dient gewoon even een motie in voor nationale koppen. Dat is gewoon een feit. Ik wil via de voorzitter aan de staatssecretaris vragen of hij daarop kan reageren in zijn appreciatie. Kan hij aangeven of het inderdaad nationale koppen zijn? Als dat zo is, zou ik met gezwinde spoed even een coalitieoverlegje doen, want D66 gaat hier gewoon volledig over de schreef. Mevrouw Podt (D66): Het is toch fijn dat we mevrouw Van der Plas hebben om ons uit te leggen wat er in het coalitieakkoord staat. Ik heb vroeger veel gezeild. Daar zaten allerlei regels omheen, over voorrang en zo. De belangrijkste regel was altijd goed zeemanschap. Dat betekent dat je hele goede afspraken met elkaar kunt maken over de manier waarop je de dingen doet op het water, maar dat één ding belangrijker is. Dat is iedere keer goed nadenken over de vraag: zijn die regels in dit geval ook het meest logische om te doen? In dit geval gaat het niet over een nationale kop; in dit geval gaat het over bescherming die we al hebben en waarvan we het heel belangrijk vinden dat we die behouden. Dat gaan we wat mij betreft doen. De voorzitter: Afrondend, kort en bondig. Mevrouw Van der Plas (BBB): Mevrouw Podt heeft mij wél nodig om uit te leggen wat er in het coalitieakkoord staat, want dat is precies wat ik hier heb aangegeven en wat ook mevrouw Bromet net aangaf. Ik geef aan dat er gewoon een complete chaos is in dit kabinet, omdat D66 gewoon lekker doet wat het zelf wil. Nogmaals, de vraag aan de staatssecretaris is om daar zo meteen op terug te komen, want ik vind het nogal wat. Mevrouw Podt (D66): Als mevrouw Van der Plas dit belangrijker vindt dan ervoor zorgen dat het beschermingsniveau voor alle Nederlanders op orde blijft, dan vind ik dat ook prima, maar ik ben het daar niet mee eens. Kamerlid Kostić (PvdD): Ik heb grote waardering voor mijn collega Podt, voor haar werk en inzet, maar dit verbaast me echt. Zij weet namelijk net zo goed als wij dat heel veel mensen in het land zich zorgen maken over landbouwgif en dat ze eerder vragen om verscherping van die regels dan om afzwakking daarvan. We hebben nu 573 wetenschappers, al die waterschapsbestuurders en vakbonden die zeggen: "Doe dit niet! Doe dit alsjeblieft niet. Dit geeft te veel risico's voor de gezondheid en ons water." Waarom zet D66 dan de stap om toch hiermee akkoord te gaan, terwijl ze donders goed weten dat er hierna echt niks meer bij te sturen is. Waarschijnlijk wordt het vanaf nu alleen maar erger. Neemt D66 dan ook de verantwoordelijkheid als straks vanzelfsprekend blijkt dat de gezondheid hierdoor inderdaad verder in gevaar is gekomen en dat we de waterkwaliteit hierdoor nog minder goed kunnen beschermen? Mevrouw Podt (D66): Het lid Kostić zegt heel erg veel dingen waar ik het mee eens ben. Er zijn heel veel mensen met zorgen in Nederland. Heel veel mensen willen een verscherping van de regels; ik ook. Er zijn risico's voor ons water. Dat is allemaal waar. Maar wat ook waar is, is dat wij gisteren bij de PV in Brussel zaten, waar wij heel uitgebreid gesproken hebben over dit onderdeel en waar het ook ging over het risico als we dit nu niet doen. Het lid Kostić zegt dat het niet meer bij te sturen is; dat is niet waar. We zetten nu een volgende stap — met pijn in het hart, zeg ik, omdat ik het niet eens ben met hoe dit gaat. Maar ik vind het risico te groot dat als we nu deze steen nog wat verder vooruit duwen, er straks nog meer mensen aan gaan bikken. Dan wordt die steen nóg kleiner. Dan wordt die bescherming nóg minder. Dan worden er nóg meer dingen uit gesloopt die u en ik allebei heel graag willen behouden. We hebben straks nog de mogelijkheid om dit via onze mensen in het Europees Parlement verder bij te sturen. Dat doe ik heel graag, maar ik wil het nu niet nog langer gevangenhouden, met als risico dat het nog, nog slechter wordt. De voorzitter: Afrondend. Kamerlid Kostić (PvdD): De mogelijkheid om dit via het Europees Parlement en onze mensen daar bij te sturen, blijft sowieso bestaan. Dat heeft niks te maken met hoe D66 hier stemt. Het is dus juist belangrijk om hier een streep te trekken en te zeggen: joh, de Kamer is eigenlijk volledig gepasseerd. We zijn nu met stoom en kokend water dit debat aan het voeren. We hebben nauwelijks voorbereidingen kunnen treffen. We hebben er de hele tijd bovenop gezeten en toch moet het weer zo last minute. 573 wetenschappers zeggen: doe het niet. De vakbonden zeggen: doe het niet. De waterschapsbestuurders zeggen: doe het niet. Nogmaals, met alle respect voor het werk dat mijn collega doet: ik snap het echt niet. Dit is een strategisch grote fout, maar vooral een fout voor de gezondheid van mens en milieu. Mevrouw Podt (D66): Kijk, dit is het punt; ik denk dat lid Kostić het goede woord noemt. Dit is inderdaad de strategische afweging die je maakt. Dit is niet de inhoudelijke of de ideologische afweging, want inhoudelijk en ideologisch zou ik zeggen: ik had hier nooit willen zijn. Ik vind deze hele Omnibus een fiasco qua proces en qua inhoud, maar het punt is wel dat de mensen die wij gisteren spraken, tegen ons zeiden dat dit voorstel verder afkalft in iedere ronde dat zij dit in de Raad bespreken. Daarom wil ik het uit die Raad halen en richting het Europees Parlement krijgen. Daar kunnen we van alles van zeggen, maar ik doe dit omdat ik hoop dat dit het beschermingsniveau vergroot. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan lid Kostić namens de Partij voor de Dieren. Kamerlid Kostić (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Heel veel mensen maken zich terecht zorgen over landbouwgif, maar Brussel wil de regels ervoor versoepelen. Onthou dat niet verkeerd: Brussel wil de regels gewoon versoepelen. Dan is er dus minder bescherming tegen landbouwgif. Wat er hier ook wordt gezegd, de stappen die nu worden genomen, zijn een ramp voor onze gezondheid en ons water. Zij zorgen voor minder vruchtbaarheid, voor vormen van kanker en voor risico's op ziekten zoals parkinson. Het is ongelofelijk maar waar: het kabinet dreigt daar gewoon mee in te stemmen. Dit is echt een heel slecht voorstel. Dat zeggen niet alleen wij, maar 573 wetenschappers, waterschapsbestuurders, de vakbond en de Europese ombudsvrouw, die het proces "ontransparant en ondemocratisch" noemt. Ik bedoel: waar moeten we dan nog naar luisteren? Volgens mij niet naar de Europese Commissie en haar voorstel. Het is belangrijk dat de Kamer hier echt een streep trekt, juist strategisch: wanneer houdt het op als we gewoon niet eens onze eigen democratische processen kunnen waarborgen en als Brussel gewoon over ons en de gezondheid van onze kinderen heen walst? Voorzitter. De gezondheid van Nederlanders staat dus op het spel. Dan is het echt aan de Kamerleden, de volksvertegenwoordigers in dit parlement, om daarvoor op te staan en te zeggen: ho, even niet meer. Daarom deze motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat 573 wetenschappers en artsen uit de EU vragen de behandeling van de Food and Feed Safety Omnibus te pauzeren en eerst met een impactassessment te komen; constaterende dat de vakbond, waterbedrijven, waterschapsbestuurders, de Europese Ombudsvrouw en de SER hun zorgen hebben geuit; overwegende dat versoepeling grote risico's met zich meebrengt voor werknemers, omwonenden en hun kinderen, bijvoorbeeld op verminderde vruchtbaarheid, vormen van kanker en de ziekte van Parkinson; overwegende dat het compromisvoorstel dat in de volgende Coreper-meeting voorligt waarschijnlijk een verslechtering betekent voor de bescherming van mens, dier en milieu; verzoekt de regering een blocking minority te vormen met andere lidstaten zodat de regels verbeterd kunnen worden, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić. Zij krijgt nr. 1839 (21501-32). Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de staatssecretaris. De vergadering wordt van 17.25 uur tot 17.30 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen en geef het woord aan de staatssecretaris. Ik stel voor dat hij eerst zijn hele termijn afrondt en dat ik daarna nog wat ruimte geef voor interrupties. Het woord is aan de staatssecretaris. Staatssecretaris Erkens: Voorzitter. Ik zal kort inleiden over het voorstel en het proces en een aantal vragen beantwoorden, en vervolgens de moties appreciëren. Zoals een aantal Kamerleden hebben aangegeven, verdient het proces wederom niet de schoonheidsprijs. We hebben de laatste weken meermaals geruchten gehoord dat het geagendeerd zou worden. Dat verschilde dan per week en dan schoof het weer op. We hebben gisteren officieel te horen gekregen dat het onderdeel van de agenda is geworden. We hebben dus snel het Ctgb om advies gevraagd en de appreciatie vanuit het kabinet afgestemd met meerdere departementen, en u daarover zo snel mogelijk geïnformeerd. Maar ik snap dat dit wederom met stoom en kokend water is gebeurd. Daar wordt niemand vrolijk van, ook ikzelf niet. Voorzitter. In het vorige debat heb ik aangegeven dat het voorstel een verbetering was, maar wel echt nog flinke haken en ogen kende. Wij hebben daarbij als Nederland ook aangegeven dat we enkel een tweede keer voor zouden kunnen stemmen als het signaleringssysteem er komt. Dat was in het debat het belangrijkste punt vanuit de Kamer. Daarmee kunnen we ook het grootste risicobeschermingsniveau afdekken. Dat signaleringssysteem is er nu in gekomen. Dat is eigenlijk de enige grote wijziging in het huidige voorstel vergeleken met het vorige voorstel. De inzet die we gepleegd hebben, heeft dus echt tot resultaat geleid. Daar ben ik blij mee. We moeten dat signaleringssysteem inderdaad verder inrichten. Ik kan de heer Lohman dus de toezegging doen dat we daar richting de triloog verder invulling aan geven. Ik heb daar wel vertrouwen in, aangezien wij nu ook als enige lidstaat een relatief grote concessie hebben gekregen om dit te kunnen steunen. Dat geeft ook aan dat we daaraan de komende periode als gesprekspartner invulling kunnen geven. In het voorstel staan hierover bijna letterlijk de teksten die Nederland heeft aangeleverd. Dit betekent ook iets voor het proces. Als wij zeggen "wij kunnen het pas steunen als er iets veranderd wordt", is het wel zo goed voor onze effectiviteit als we het in dat geval ook inderdaad steunen. Wat zou het betekenen als het voorstel het niet redt? Dat was een vraag van het lid Bromet. Als het voorstel het niet zou redden en wij niet zouden voorstemmen, zou dat betekenen dat de Commissie en de voorzitter naar andere routes voor meerderheden gaan zoeken. Dat betreft dan meestal niet de lidstaten die het willen aanscherpen. Dat zou dus het scenario zijn waarin het voorstel het niet redt als wij er niet voor stemmen. Het andere scenario is dat wij er niet voor stemmen, maar dat het voorstel het alsnog haalt en doorgaat naar de triloog. Ik denk dat je dan moeilijker in staat bent om ook een signaliseringssysteem en andere zaken vorm te geven. Dat is dus meer het politieke proces. Kijken we feitelijk naar het voorstel, dan vergelijk ik het graag met het huidige systeem. Het huidige systeem kent ook forse nadelen. We zien inderdaad dat er nu onvoldoende duurzame alternatieven in kunnen komen. Tegelijkertijd zien we dat herbeoordelingen vaak langer op zich laten wachten, omdat het systeem vastloopt. Het is dus niet zo dat we het vergelijken met een perfect systeem waarin alles nu goed loopt. Een systeem zoals het nu voorligt biedt een verbetering. Mevrouw Van der Plas stelde ook de vraag: zorgt dit ervoor dat er meer duurzame alternatieven op de markt komen? Ja, dit zorgt daarvoor — dat geeft het Ctgb ook aan — dus dat voordeel heeft het nieuwe systeem. Het risico zat met name op beschermingsniveau, met name het ontbreken van een signaleringssysteem, ook vergeleken met oudere voorstellen. Veel stoffen worden nu alsnog regulier periodiek beoordeeld, behalve zogeheten laagrisicostoffen en stoffen waarvoor wij nu nog geen aanleiding hebben om te vermoeden dat herbeoordeling nodig is. Daarover vroeg de Kamer ook terecht: hoe zorg je ervoor dat er binnen vijf of tien jaar toch nieuw onderzoek is dat aantoont dat iets wat nu laagrisico geacht wordt te zijn wel een risico heeft? Via zo'n herbeoordelingssysteem kunnen we dat tijdig signaleren. Als we dat met elkaar goed inrichten — dat is ook de inzet van het kabinet — zou je het mogelijk daarmee op basis van signalen nog eerder kunnen herbeoordelen dan in het huidige systeem. Zoals ik net aangaf, betekent dit dat het kabinet voornemens is vóór te stemmen met die verdere inzet bij de triloogfase om dat signaleringssysteem handen en voeten te geven. Wat wij over de linie zien, is dat het een verbetering is vergeleken met het vorige voorstel, dat onze grootste zorgen weggehaald zijn en dat het ook zorgt voor die broodnodige toelating van duurzame middelen. Nu heb ik een aantal vragen al beantwoord, maar een aantal ook nog niet. Vanuit de BBB was er de vraag: kunnen biologische middelen ook als niet-laagrisico geclassificeerd worden? Ja, dat kan inderdaad. Als een biologisch middel nog steeds gevaarlijke eigenschappen heeft, dan zou het in dit voorstel onder een ander regime vallen. De vraag van het CDA heb ik beantwoord: ik ben bereid het signaleringssysteem als prioriteit mee te nemen in de triloogfase. De vraag van PRO heb ik volgens mij beantwoord. Die vraag ging over het risico van verdere afzwakking als wij niet voorgaan. Dan kom ik bij de moties. De voorzitter: Ja. Staatssecretaris Erkens: De motie op stuk nr. 1836 moet ik ontraden; ik verwijs hierbij naar mijn eerdere uitleg. Als we als Nederland voor stemmen, denk ik dat we a voorstemmen op een voorstel wat een verbetering brengt in vergelijking met het huidige systeem en b ook onze invloed in de triloogfase zullen vergroten om dat signaleringssysteem echt goed handen en voeten te geven. De voorzitter: De motie op stuk nr. 1836 is ontraden. De motie op stuk nr. 1837. Staatssecretaris Erkens: Dan de motie op stuk nr. 1837. Ik zou het lid Podt willen verzoeken om de motie ten dele te wijzigen. Aan het eerste deel van het dictum kan ik geen uitvoering geven. De voorzitter: Heeft u het dan over het eerste dictum, waarin staat "verzoekt de regering" tot en met "de triloog"? Staatssecretaris Erkens: Ja. Dat is een bevoegdheid van het Ctgb en daaraan kan ik geen uitvoering geven; dat is de ordening. Als het tweede deel van het dictum het enige deel zou zijn, zou ik 'm "oordeel Kamer" kunnen geven. Dat zou ik ook als verwijzing naar mevrouw Van der Plas in het interruptiedebatje willen aangeven. Het betekent dat je de beleidslijn van het Ctgb aan gaat passen en die moeten ze sowieso aanpassen naar aanleiding van deze Omnibus. Dan komt er dus geen nationale kop op deze wijze, zou ik willen zeggen tegen mevrouw Van der Plas. Mevrouw Podt (D66): U weet dat we net ongeveer drie minuten hadden om twee moties te tikken, dus dit is een foutje dat erin is geslopen. Wat mij betreft mag het eerste verzoek inderdaad uit deze motie worden geschrapt. De voorzitter: Ik kijk naar de griffier om te zien of dat nog even per e-mail moet worden bevestigd. Bij dezen is het geregeld. De gewijzigde motie-Podt (21501-32, nr. 1840, was nr. 1837) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt: De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Omnibus lidstaten ruimere mogelijkheden geeft om van de reguliere regels af te wijken, zoals respijtperiodes tot drie jaar voor bewezen giftige middelen waarvan de goedkeuring niet wordt verlengd, het blijven zaaien van zaad dat behandeld is met ingetrokken giftige middelen, en toelating van middelen met stoffen die via een derogatie voor ernstig gevaar voor de plantgezondheid zijn goedgekeurd; overwegende dat het kabinet zelf geen voorstander is van langere respijtperiodes en inzet op behoud van het beschermingsniveau voor mens, dieren milieu; verzoekt de regering aan het Ctgb de zorgen van de Kamer over de bescherming van mens, dier en milieu bij het toepassen van deze uitzonderingen, over te brengen en hen te verzoeken deze zorgen zwaarwegend te betrekken bij een update van hun beleidslijn over de respijttermijnen wanneer de verordening met dit Omnibusvoorstel wordt gewijzigd, en gaat over tot de orde van de dag. Zij krijgt nr. 1840, was nr. 1837 (21501-32). U vervolgt. Staatssecretaris Erkens: Voorzitter. De motie op stuk nr. 1838 kan oordeel Kamer krijgen, mits ik het als volgt mag lezen: we halen nationale signalen op en voeden die aan het Europese signaleringssysteem. Het moet dus niet zo zijn dat we los daarvan een parallel systeem oprichten, maar het gaat erom dat we bij deze partijen de signalen ophalen. Ik zie geknik. De voorzitter: De motie op stuk nr. 1838 krijgt oordeel Kamer. Tot slot de motie op stuk nr. 1839. Staatssecretaris Erkens: De motie op stuk nr. 1839 moet ik ontraden onder verwijzing naar de uitleg van zonet. De voorzitter: Even ter bevestiging zeg ik dat in de motie op stuk nr. 1837 het eerste dictum, namelijk "verzoekt de regering geen gebruikte maken van deze uitzonderingen, en dit uitgangspunt nadrukkelijk te betrekken bij de afweging over steun aan het eindresultaat van de triloog" is geschrapt. Daarmee wordt deze motie aan het oordeel van de Kamer gelaten. Kamerlid Kostić (PvdD): Ik heb eerst een vraag over die motie. De voorzitter: Welke motie? Kamerlid Kostić (PvdD): Over mijn eigen motie, de laatste motie. De voorzitter: Ja. Kamerlid Kostić (PvdD): Het gaat eigenlijk over de strategie en de inzet van deze staatssecretaris. Hij zit hier heel zelfverzekerd te vertellen dat het de juiste weg is om gewoon lekker voor te stemmen. Toen we hierover moesten stemmen in de eerste ronde, had de staatssecretaris precies hetzelfde verhaal. Toen hebben wij ook al gezegd dat het niet alleen ideologisch, maar ook strategisch een foute keuze is. Juist door je uit te spreken kun je een voorbeeld geven en de rest meenemen voor die gezondheid van mens, dier en milieu, waarvan we allemaal gezegd hebben dat het belangrijk is om die te beschermen. De voorzitter: Uw vraag? Kamerlid Kostić (PvdD): Hoe komt de staatssecretaris erop dat dit nu strategisch is, terwijl in een vorige ronde ook al bleek dat zijn keuze daarin niet de beste was? Staatssecretaris Erkens: Iedereen mag het anders evalueren, maar vergeleken met het vorige voorstel is de enige grote aanpassing het verzoek dat Nederland gedaan heeft, namelijk het signaleringssysteem, en ik ben blij dat dat gelukt is. Kamerlid Kostić (PvdD): Dan ga ik door op een ander belangrijk punt. Ik denk dat van de mensen die hiernaar luisteren, niemand begrijpt wat de staatssecretaris allemaal zegt. Het zijn namelijk allemaal technische, ambtelijke woorden. Maar het komt erop neer dat het huidige beschermingsniveau van mens, dier en milieu er gewoon op achteruitgaat; het kan niet eens worden geborgd. 573 wetenschappers hebben tegen de staatssecretaris gezegd: doe dit niet. Hetzelfde geldt voor de vakbond en de waterschapsbestuurders. Dan is mijn vraag aan de staatssecretaris: waarom kiest hij ervoor om toch door te zetten met zo'n slecht plan? Staatssecretaris Erkens: Laat ik het dan niet te technisch verwoorden: dat klopt gewoon niet. We hebben het Ctgb, de wetenschappers die we hiervoor aangesteld hebben, gevraagd om advies. Daarin zat gewoon een genuanceerd beeld, namelijk dat het nieuwe systeem haken en ogen kent en tegelijkertijd een verbetering is. Daar baseert het kabinet zich op. Dus ja, het beeld dat we lekker voorstemmen en grote risico's nemen, klopt gewoon niet. Mevrouw Bromet (PRO): We zijn hier zo fel op, omdat een heleboel mensen zich zorgen maken over het gebruik van bestrijdingsmiddelen als er in de buurt gespoten wordt. In de argumenten om voor of tegen te stemmen ontbreekt het impactassessment, waarmee je precies weet wat voor gevolgen het gaat hebben. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: ziet hij nog kans om zo'n impactassessment in de triloog te fietsen? Staatssecretaris Erkens: Ik heb geen signalen opgevangen dat die mogelijkheid er is, maar ik ben wel bereid om te kijken of er een mogelijkheid zou kunnen zijn. Ik acht het alleen niet kansrijk, maar ik snap wel waar de vraag vandaan komt. Mevrouw Van der Plas (BBB): Ik ben blij dat de staatssecretaris de nationale kop uit de motie-Podt heeft laten slopen. Of het nou een foutje was of … De voorzitter: Het was een fout in de motie. Mevrouw Van der Plas (BBB): Ja. In ieder geval … Staatssecretaris Erkens: We blijken het allemaal gewoon goed eens te zijn. Mevrouw Van der Plas (BBB): Hij is er in ieder geval uit. Maar mijn vraag ging niet alleen over duurzame middelen. Ik had specifiek gevraagd of deze Omnibus doet wat hij beoogt: toelating van innovaties van boeren en tuinders. Daar heb ik nog geen antwoord op gehad. Staatssecretaris Erkens: Nee. Wat dit voorstel inderdaad doet, is het sneller toegelaten krijgen van nieuwe innovatieve middelen. Daar zorgt het voor. Andere innovaties op het gebied van integrated crop management, die niet gerelateerd zijn aan de stoffen, moeten we echt nationaal oppakken via het convenant gewasbescherming. De voorzitter: Meneer Lohman nog en dan gaan we stemmen. De heer Lohman (CDA): Ik heb nog een korte aanvullende vraag. Het belangrijke onderdeel is of het nou zorgt voor een verslechtering of een verbetering voor mens, dier en milieu. Ik hoor veel van boeren dat die toelating, het op de markt brengen van nieuwe producten, hiermee wel gaat verbeteren. Zou de staatssecretaris nog een keer kunnen toelichten in hoeverre dat tot verbetering van de algehele situatie zou kunnen leiden? Staatssecretaris Erkens: Het toelaten van nieuwe alternatieven die schoner zijn en minder schadelijke effecten kennen, zou ervoor moeten zorgen dat we ook eerder van schadelijke middelen af kunnen. Dat zou betekenen dat inderdaad ook de negatieve gevolgen zouden moeten afnemen. De voorzitter: Ik dank de staatssecretaris. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: Ik schors tien minuten. Dat is dus tot … Neeneeneeneenee, mevrouw Den Hollander, we kunnen niet gelijk door. We hebben ook nog een bureaucratie te organiseren, zodat u zich goed kunt voorbereiden op stemmingen. Zeventien fracties moeten de gelegenheid hebben om zich te kunnen uitspreken. Ik schors tot 17.52 uur en dan gaan we stemmen. De vergadering wordt van 17.41 uur tot 17.52 uur geschorst.

Versie 3224d27923ed50ae88e3c9d376e603ac7f8312e436f8ea3f2d0930197c3d575a · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 08df4dd2de94a704

13 okt 2026 · 9802b10e5cfffae1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.