KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

25 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 94c49051333b4a80 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 774Voorstel van wet van het lid Bushoff totwijziging van de Mededingingswet in verbandmet de uitbreiding van het concentratietoezicht(Wet inroepbevoegdheid ACM)Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN DEEL 1. Inleiding Ondernemingen werken samen, maken afspraken, fuseren, wordenovergenomen en samengevoegd. Schaalvoordelen kunnen zorgen voorefficiënter werken, hogere winsten, grotere marktaandelen, beterekwaliteit van producten en dienstverlening. Overnames, fusies, jointventures, in de Mededingingswet samengevat onder de noemer concen-traties, kunnen voor ondernemingen en consumenten goed uitpakken. Hetbundelen van de krachten van ondernemingen kan naast de genoemdevoordelen echter ook als keerzijde hebben dat als de concentratiegraad ineen markt te hoog wordt, het de effectieve concurrentie beperkt. Gezondeconcurrentie kan bedrijven dwingen om kwalitatief goede producten endiensten tegen een redelijke prijs en met een gevarieerd aanbod aan tebieden en nieuwe producten en diensten te blijven ontwikkelen. Eenbeperking van de effectieve concurrentie heeft als risico prijsstijgingen,slechtere kwaliteit van producten of dienstverlening, een schraler aanboden minder innovatie.Om dit te voorkomen zijn er regels die een effectieve concurrentie in standmoeten houden. In Nederland met name vastgelegd in de Mededin-gingswet. Die wet en het toezicht daarop zorgen er voor dat er geenongewenste prijs- en marktverdelingsafspraken worden gemaakt(kartelverbod) of voorkomen dat een speler misbruik van economischemachtspositie kan gaan maken. Daarnaast dient het preventief concentra-tietoezicht om te voorkomen dat ondernemingen door overnames enfusies te veel marktmacht krijgen en daarmee kunnen gaan zorgen voorongezonde concurrentieverhoudingen. Dit wetsvoorstel richt zich op eenaanvulling van de wetgeving met betrekking tot concentraties. Met dieaanvulling wordt de marktmeester Autoriteit Consument & Markt (ACM)beter in positie gebracht om marktmacht tegen te gaan en daarmee debelangen van consumenten te dienen. kst-36774-3ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 31 De meeste mededingingswetgeving kende wereldwijd als uitgangspuntdat alleen grote overnames boven bepaalde omzetdrempels een serieuzeimpact op markten kunnen hebben. Bij relatief bescheiden overnames offusies was de aanname dat daarvan geen verstorende invloed uit kangaan op de verhoudingen binnen de desbetreffende markt. Daarbij komtdat als alle concentraties, ongeacht de omvang daarvan, getoetst zoudenmoeten worden dat tot te veel en, gezien de omvang van de bedrijven,onevenredig hoge administratieve- en toezichtlasten zou leiden. Dezeuitgangspunten resulteerden er in, zeker tot voor kort, dat de landen –waaronder Nederland – in hun mededingingswetgeving hebbenopgenomen dat alleen concentraties waarbij de betrokken bedrijvenomzetten boven bepaalde drempels behalen aan toezicht onderworpenhoeven te worden.Het uitgangspunt dat alleen concentraties boven bepaalde omzetdrempelsverstorend kunnen werken, is echter niet langer houdbaar. De afgelopenjaren komen toezichthouders en andere experts steeds vaker tot hetinzicht dat ook relatief kleine concentraties wel degelijk tot gevolg kunnenhebben dat de mededinging verstoord kan raken. Zeker als het gaat omeen serie van opeenvolgende kleine overnames. Van seriële overnames issprake als een dezelfde onderneming in de loop van de tijd meerderekleinere bedrijven in dezelfde sector overneemt, samenvoegt en tot eengroot bedrijf omvormt. Het zogenaamde «kralenrijgen». Het gaat dan vaakom concentraties die ieder op zich beneden de wettelijke omzetdrempelsblijven en daardoor niet goed kunnen worden getoetst door de betref-fende mededingingsautoriteit(en). De toezichthouder heeft, als die al zichtop deze concentraties zou kunnen hebben, dan ook zelden demogelijkheid om in te kunnen grijpen.Maar niet alleen kralenrijgen kan tot problemen leiden. Ook komt voor datovernames onder de omzetdrempels in kleine lokale of niche markten totnegatieve gevolgen voor consumenten kunnen leiden. Tevens komt hetvoor dat grote bedrijven kleine innovatieve spelers, die nog maar eengeringe omzet hebben weten te behalen, in een vroeg stadium van hunontwikkeling opkopen. Zogenaamde «killer acquisitions» ontnemen desamenleving de voordelen van deze innovatieve spelers omdat hunconcurrentiekracht in de kiem wordt gesmoord.Pas als achteraf zou blijken dat een onderneming door dit soortovernames een economische machtspositie heeft gekregen én daarmisbruik van maakt, biedt de Mededingingswet enige mogelijkheid omaan dat misbruik een einde maken1. Voorafgaand aan dit stadium kan opgrond van de Mededingingswet het tot stand brengen van een concen-tratie niet worden aangemerkt als misbruik van een economischemachtpositie (artikel 24, tweede lid). Hoewel een overname op zichdaardoor niet dit misbruik kan op leveren, kan echter de uitkomst vanovernames wel zijn dat een onderneming toch een te sterke machtpositieop een markt krijgt. Op grond van Europese jurisprudentie (het Towercast-arrest)2 zou een overname die zou kunnen leiden tot misbruik van eeneconomische machtspositie wel onderzocht kunnen worden, ook als dewettelijke omzetdrempels voor het concentratietoezicht niet gehaaldworden. Omdat dit arrest botst met de Nederlandse Mededingingswet is1https://www.maverick-law.com/nl/blogs/m-a-transactie-kan-in-strijd-met-verbod-misbruik-machtpositie-zijn.html.2Arrest van het Hof van 16 maart 2023, Towercast SASU tegen Autorité de la concurrence enMinistère de l’Économie (zaak C-449/21), https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A62021CJ0449; https://www.vandoorne.com/artikelen/towercast-arrest-nog-een-manier-om-killer-acquisitions-aan-te-pakken.-wat-gebeurt-er-met-niet-meldingsplichtige-overnames-in-nederland/; New Developments in French Competition Law Pose Risk of Ex-PostChallenge to Non-Notifiable Transactions - McDermott Will & Emery (mwe.com)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 32 er een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakt om artikel24, tweede lid, te schrappen3. Mocht deze wetswijziging doorgevoerdgaan worden dan kan de ACM voortaan ook transacties onderzoeken dievanwege de wettelijke omzetdrempels niet aan het ACM concentratietoe-zicht onderworpen zijn maar wel op grond van mogelijk misbruik van eeneconomische machtpositie onderzocht kunnen worden. De initiatiefnemerwijst erop dat het concentratietoezicht en het toezicht op economischemarktspositie nu al eigenstandige bevoegdheden van de ACM betreffen.En ook als het wetsvoorstel tot het schrappen van artikel 24, tweede lid, inwerking zou treden blijft gelden dat het handhaven op grond van eeneconomische machtspositie niet eenvoudig is en bezwaarlijk kan zijn. Ermoet eerst aangetoond worden dat er sprake is van een machtspositie diede mededinging wezenlijk belemmert en er misbruik is gemaakt door eenconcentratie. Mocht het aantonen daarvan slagen dan is het tenietdoenvan de betreffende concentratie bezwaarlijk. Een concentratie achterafongedaan maken brengt kosten met zich mee («unscrambling the eggs»).In tegenstelling tot concentratiecontrole (vooraf) is het handhaven van hetverbod op economische marktpositie een punitief instrument (achteraf).Voor partijen is dat laatste instrument vrijwel altijd onaantrekkelijker danhet concentratietoezicht vooraf omdat die naast een mogelijke sanctie vande toezichthouder ook de transactie ontbonden moet worden en deondernemingen bloot komen te staan aan private schadevergoedingspro-cedures. Het is dus beter om vooraf door concentratietoezicht tevoorkomen dat een bedrijf te veel marktmacht krijgt dan dit achteraf temoeten corrigeren. Het schrappen van artikel 24, tweede lid, van de Mwbiedt daarom geen oplossing om zonder hoge kosten en veel rechtsonze-kerheid voor de betrokken bedrijven de schade aan de markt te herstellenVooral als seriële overnames onderdeel zijn van een overnamestrategievan een onderneming die daarmee bewust naar een positie streeft waarbijconcurrenten van de markt worden gehaald, een roll-up strategie, kan ditde concurrentie belemmeren of zelfs helemaal wegnemen.Richt een dergelijke overnamestrategie zich ook nog op lokale of regionalemarkten dan bestaat nog eerder het risico dat de concurrentieverhou-dingen in het geding komen.Dat geldt met name voor producten en diensten waarbij de afnemersgeen of nauwelijks de mogelijkheid hebben naar een andere aanbieder uitte wijken. In die gevallen kunnen bij een lokaal zeer beperkt aantalaanbieders van een product of dienst zelfs één of twee overnames al totverstoorde concurrentieverhoudingen zorgen. Bijvoorbeeld in de zorgwaar nabijheid van de aanbieders voor patiënten van belang is, wordt demarkt grotendeels lokaal of regionaal bepaald. En juist in de zorg zien westeeds vaker dat relatief grote ondernemingen meerdere kleinereovernemen. Binnen de zorg werd in 2023 zo’n 60 procent van alleovernames door investeringsmaatschappijen gedaan.4 Onlangs kwambijvoorbeeld huisartsenorganisatie Co-Med in het nieuws. Deze organi-satie kocht praktijken op van particuliere huisartsen. Over deze overge-nomen praktijken kwamen veel klachten over de bereikbaarheid en debeschikbaarheid van de zorg. Het kwam zelfs tot een aanwijzing van deInspectie Gezondheidszorg en Jeugd5. Bovendien geraakte de keten ookin financieel zwaar weer en moest het de zorgverlening stoppen. Nu isniet gezegd dat deze problemen per se door de overnamestrategie vanCo-Med veroorzaakt zijn. Maar omdat de overnames ieder op zichbeneden de drempels bleven, kon de marktmeester, de ACM, überhauptniet aan een concentratietoets toekomen.3Wijziging van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en enkele andere wetten op het terrein vanEZK (Kamerstukken II, 2023/24, 36 588, nr. 2).4https://jbr.nl/actueel/ma-dynamiek-in-de-gezondheidszorg/.5https://www.igj.nl/actueel/nieuws/2024/04/17/aanwijzing-co-med.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 33 Ook in andere sectoren waaronder dierenartsen is sprake van toege-nomen concentratie. In die sector zien we grote overnametransacties dooreen aantal dierenzorgketens, een versterking van de greep van privateequity-bedrijven en tegelijkertijd een stijging van de tarieven en slechterebereikbaarheid.6 Ook in deze gevallen is niet met zekerheid te zeggen ofdit verband houdt met de concentraties en of dit tot problemen leidt in demarkt waar een marktmeester aan te pas zou moeten komen. Toezichtontbreekt door de relatief kleine omvang van deze concentraties, demarktmeester mist een instrument om preventief dergelijke overnames tetoetsen. In de markt van kinderdagverblijven neemt door overnames, metname van private equity bedrijven, de concentratiegraad toe. Hierbijvolgen de overnemende ondernemingen «een actieve groeistrategie doorandere, vaak kleinere, organisaties in de markt over te nemen – wat ookwel «kralen rijgen» wordt genoemd».7 Ook dat wil niet bij voorbaatbetekenen dat de kwaliteit of omvang van het aanbod slechter wordt8maar preventief toezicht is ook hier vanwege de relatief kleine omvangvan de overnames niet mogelijk.Al zijn seriële overnames niet nieuw, de toename van dit soort praktijkenin de afgelopen jaren leidt bij de toezichthouders tot meer aandacht voorde concurrentieschade die hierdoor kan ontstaan. In Nederland wordtdoor de ACM met enige zorg gekeken naar het kralen rijgen in bijvoor-beeld de kinderopvang, dierenklinieken of de zorg.In het kader van seriële overnames is er specifiek aandacht gekomen voorprivate equity-bedrijven. Hoewel seriële overnames niet het exclusievedomein van dergelijke bedrijven zijn, zijn die tot dusver bij de meesteroll-up-overnames betrokken.9 Ook buiten Nederland hebben mededin-gingsautoriteiten aandacht voor roll-up strategieën door private equity-bedrijven10. De vertaling van de bezorgdheid over de consolidaties diedoor kralenrijgen ontstaan in daarop toegespitste mededingingsregelsmoet meestal nog gemaakt worden.2. Internationale ontwikkelingen in mededingingswetgeving Om toch toezicht te kunnen krijgen op concentraties die beneden dewettelijk voorgeschreven omzetdrempels blijven hebben een aantallidstaten van de Europese Unie al gekozen voor aanpassing van hunmededingingswetgeving.Vaak was de Europese Concentratieverordening11 daarvoor de inspiratie.Dit concentratietoezicht ging vaak vooraf aan toen nog nauwelijksbestaande nationale regelgeving. Zo werd op Nederlands verzoek toenNederland nog geen concentratietoezicht had artikel 22 in de Concentra-tieverordening opgenomen. Dit artikel staat daarom ook wel bekend alsde Dutch clause. Op grond van artikel 22 kunnen nationale mededingings-autoriteiten een concentratie naar de Commissie verwijzen om deze te6https://pointer.kro-ncrv.nl/onderzoeken/dure-dierenartsen/media;7Britse keten koopt opnieuw Nederlandse dierenklinieken, invloed private equity groeit (fd.nl).Overnamestrategie buy-and-build vraagt om aanpassing fusietoezicht kinderopvang - ESB.8https://www.seo.nl/publicaties/de-markt-voorhttps://www.seo.nl/publicaties/de-markt-voor-kinderopvang/-kinderopvang/.9Felix Roscam Abbing, «De kunst van de onvoorspelbaarheid: hoe concentraties de speelbal vaneen politiek speelveld werden». In Markt & Mededinging 2023 | nr. 6.10Global trends in merger control enforcement 2024, p. 21; Antitrust agencies shine light onprivate capital roll-ups - A&O Shearman (aoshearman.com); https://ww.akingump.com/a/web/sYCpqHy2UND3fmn7DeG3aJ/8Q3eB4/the-road-ahead-for-private-equity-reflection-and-predictions.pdf11Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle opconcentraties van ondernemingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 34 laten onderzoeken. In het Nederlands geval kan de ACM namens deMinister van Economische Zaken de Europese Commissie verzoeken omeen concentratie te onderzoeken. De Europese Commissie kan ook eenlidstaat uitnodigen om een verzoek op basis van artikel 22 te doen. Eentoets op basis van artikel 22 kan enkel als het vermoeden bestaat dat dieconcentratie van invloed is op de handel tussen lidstaten en demededinging in de desbetreffende lidstaat ernstig dreigt te verstoren.Toen gaandeweg vrijwel alle lidstaten van de EU inclusief Nederlandeigen nationaal concentratietoezicht kregen, werd artikel 22 min of meeroverbodig. Echter is het artikel de afgelopen jaren weer in gebruikgenomen door een beleidswijziging van de Commissie. Met name als hetging om het beoordelen van overnames beneden de Europese ennationale omzetdrempels van innovatieve kleine ondernemingen doorgrote partijen. Daarbij bestaat de vrees dat machtige spelers bij voorbaatpotentiële concurrenten willen uitschakelen, de eerdergenoemde «killeracquisitions». Inmiddels heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan enbepaald dat artikel 22 alleen mag worden gebruikt in het geval een lidstaatgeen regime van preventieve fusiecontrole heeft of de lidstaat op grondvan nationale wetgeving zelf al bevoegd is om de concentratie tebeoordelen. Voor concentraties beneden de nationale omzetdrempels kanartikel 22 dus niet meer worden gebruikt tenzij de lidstaat beschikt overeen instrument om die bevoegdheid te creëren.12Een aantal EU-lidstaten heeft daarom de afgelopen jaren al zelf actieondernomen om meer wettelijke middelen te krijgen om roll-up strate-gieën te kunnen onderzoeken. Die hebben hun wetgeving aangevuld omde desbetreffende nationale mededingingsautoriteiten meer armslag tegeven. Het gaat daarbij meestal om het toevoegen van de mogelijkheidom op verzoek van die mededingingsautoriteit concentraties vooronderzoek «binnen te halen». Daarmee ontstaat een bevoegdheid om dieconcentraties zo nodig te verbieden, ook al blijven die concentratiesbeneden de omzetdrempels voor verplichte melding.De ACM verwijst in het advies13 op het voorliggend wetsvoorstel zoals datin internetconsultatie is geweest op het feit dat reeds verschillendeEuropese landen (Denemarken, Hongarije, Ierland, Italië, Letland,Litouwen, Slovenië en Zweden) en ook in niet-Europese landen (zoalsZuid-Korea, Canada, Japan en Mexico) een vorm van een inroepbe-voegdheid in hun mededingingswetgeving hebben opgenomen. En datlanden als Frankrijk, België, Finland, en Tsjechië overwegen om dezebevoegdheid in te voeren. In al deze landen zij het, aldus de ACM, de«zorgen over concentraties die tussen de mazen van het mededingings-toezicht glippen en zorgen over de schadelijke effecten daarvan» de redenvoor de aanpassing van de wet.Ter illustratie van hoe deze inroepbevoegdheid in een aantal EU-lidstatenin de wet zijn opgenomen het volgende:In Zweden gelden op grond van de nationale mededingingswet tweeomzetdrempels (een internationale en een nationale) die ieder op zichoverschreden moeten worden wil een concentratie bij de mededingings-autoriteit gemeld moeten worden. Echter in het geval er slechts maar eenvan de twee drempels wordt overschreden kan de Zweedse mededin-gingsautoriteit in het geval daar «bijzondere redenen» voor bestaan eisendat de concentratie toch gemeld moet worden. Bij die bijzondere redenendie nodig zijn om van deze inroepbevoegdheid gebruik te maken kan het12Uitspraak van het Hof van Justitie van 3/9/24 in Illumina/Commissie.https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex:62022CJ0611.13Reactie ACM op internetconsultatie Initiatiefwet inroepbevoegdheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 35 gaan om indicaties voor een verstoorde marktmacht of concurrentiever-storing. Daarbij wordt gerefereerd aan een aaneenschakeling van ieder opzich kleine overnames door een grotere partij.14Ook in IJsland is er sprake van twee wettelijke omzetdrempels. Daar geldtdat als de toezichthouder voor serieuze beperking van de mededingingvreest, die ook een concentratie mag onderzoeken ook als de partijenwereldwijd een lagere jaaromzet dan de wettelijke omzetdrempelhebben.15In Noorwegen geldt dat bij het overschrijden van een omzetdrempel eenconcentratie moet worden aangemeld. De Noorse mededingingsautoriteitkan daarnaast een onderneming opdragen een concentratie aan temelden ook al valt die onder de omzetdrempels. Deze inroep is mogelijkals de autoriteit reden heeft om aan te nemen dat de concurrentie door detransactie zal worden verstoord of als andere bijzondere overwegingenerop wijzen dat nader onderzoek nodig is.16In Italië gelden er nationale en internationale omzetdrempels die bijoverschrijding verplichten om de concentratie bij de mededingingsauto-riteit aan te melden. Daarnaast kan die autoriteit een concentratie ooklaten aanmelden als er wezenlijke risico’s voor de mededinging op denationale markt of een aanzienlijk deel daarvan bestaan. Daarbij wordttevens rekening wordt gehouden met de schadelijke gevolgen voor deontwikkeling en verspreiding van kleine ondernemingen met innovatievestrategieën.17Ook de Ierse wetgeving kent twee omzetdrempels. En mochten die nietbehaald worden kan de mededingingsautoriteit daar, door middel van eeninroepbevoegdheid, toch een concentratie laten aanmelden als naar demening van de autoriteit die concentratie gevolgen kan hebben voor deconcurrentie.18In Duitsland gelden eveneens wettelijke omzetdrempels. Daar is echtergeen sprake van een inroepbevoegdheid in de zin zoals in bovenge-noemde landen. In Duitsland kunnen bij uitzondering en onder specifiekevoorwaarden lagere omzetdrempels gelden om een kleinere concentratietoch te kunnen onderzoeken. Er moeten dan wel indicaties zijn dat eenvoorgenomen concentratie de concurrentie binnen een bepaaldeeconomische sector aanzienlijk kan gaan beperken. Daarvoor is nodig dater voorafgaand een onderzoek naar verhoudingen binnen de desbetref-fende sector is gedaan. Een dergelijk sectoronderzoek mag maximaal 18maanden duren. Als het sectoronderzoek is afgerond kan de toezicht-houder gedurende drie jaar bedrijven in die sector verplichten een fusieaan te melden. Daarbij geldt dan de verlaagde omzetdrempel van 50miljoen euro bij de overnemende partij en 1 miljoen euro bij de over tenemen partij.1914Swedish Competition Act (2008:579), Chapter 4 Section 7 LINK en Erik Brändt Öfverholm,Philip Thorell & Antonia Malmgren «Swedish merger control under the thresholds. The«particular grounds» rule, its implications and inevitable demise(?)». Link.1544/2005: Samkeppnislög | Lög | Alþingi (althingi.is).16https://konkurransetilsynet.no/currently-reviewed/mergers-and-acquisitions/?lang=en.17https://www.agcm.it/competenze/tutela-della-concorrenza/operazioni-di-concentrazione/legge-10-ottobre-1990-n-287.18Competition (Amendment) Act 2022, Section 15 (irishstatutebook.ie)En: Changes to theMerger Regime in Ireland - CCPC Business.19https://www.bundeskartellamt.de/DE/Aufgaben/Fusionen/Anmeldepflicht_Gegenstand/Anmeldepflicht_node.html#frage1; Gesetz gegen Wettbewerbsbeschränkungen (GWB) § 32fMaßnahmen nach einer SektoruntersuchungTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 36 3. Nederlands concentratietoezicht In Nederland is het concentratietoezicht vastgelegd in de Mededin-gingswet. De bij een overname, fusie of joint venture betrokken onderne-mingen moeten hun voornemen tot een concentratie bij de ACM meldenwanneer die ondernemingen samen een jaaromzet van meer dan € 150miljoen hebben én wanneer minstens twee van de betrokken onderne-mingen in Nederland ieder een jaaromzet van € 30 miljoen of meerhebben. Bij concentraties van Europese omvang waarbij de betrokkenondernemingen een wereldwijde miljardenomzet hebben moeten die alser een communautair belang is op grond van de Europese Concentratie-verordening bij de Europese Commissie worden gemeld.20 Dit geldt vooralle EU-lidstaten.Volgens de Mededingingswet toetst de ACM een concentratie in één oftwee fases. De meldingsfase die bedoeld is als een korte eerste beoor-deling van de concentratie. Als er na die eerste beoordeling geenmededingingsproblemen gevonden worden, mag de concentratiedoorgaan. Als de ACM die wel vermoedt kan het bepalen dat er voor eenconcentratie een vergunning nodig is. In die vergunningsfase wordt eengrondiger onderzoek naar eventuele mededingingsproblemen gedaan.Aan de eerste formele fase, de meldingsfase, kan nog een informele(vrijwillige) fase voorafgaan. Betrokken ondernemingen die twijfelen of zijop grond van de Mededingingswet wel melding moeten doen kunnenvoorafgaand daaraan vragen stellen aan de ACM of om een informelezienswijze vragen. Dat laatste houdt in dat de ACM een voorlopig eninformeel oordeel over de meldingsplicht voor de voorgenomenconcentratie geeft. Een volgende mogelijke stap voorafgaand aan hetdoen van een melding is dat partijen contact op kunnen nemen met deACM: de prenotificatiefase ter voorbereiding op de formele melding. In deprenotificatiefase kunnen partijen aangeven hoe zij een concentratiewillen vormgeven, welke markten betrokken zijn, en hoe zij de concur-rentie op die markten zien. Ook kunnen zij vragen aan de ACM welkeinformatie zij nodig heeft om de concentratie goed te kunnen beoordelen.Dat kan in de vorm van een concept-melding. Het vragenstellen, deinformele zienswijze en de prenotificatiefase zijn niet aan termijnengebonden. Ze bieden partijen en de ACM de mogelijkheid zich op eenformele melding voor te bereiden en die soepeler te doen verlopen.Na het doen van een melding gelden wel wettelijke termijnen envormvereisten. Zo moet de ACM binnen vier weken na een melding eenbesluit hebben genomen (uitstel van het besluit is onder beperktevoorwaarden mogelijk). Het besluit kan zijn dat er geen bezwaren tegende concentratie zijn of dat de ACM meldt dat er een vergunning voor deconcentratie moet worden aangevraagd. (Over het verdere verloop van deprocedure wordt hier verwezen naar de Werkwijze bij concentratiezakenvan de ACM.21)20Artikel 1 van de EU-concentratieverorderning over het toepassingsbereik van het concentratie-toezicht: Het moet gaan over concentraties «met een communautaire dimensie». Daarvan issprake bij een wereldwijde omzet van de betrokken ondernemingen van tezamen 5 mld. euroof meer; als ten minste twee van de betrokken ondernemingen ieder 250 mln. euro omzethebben tenzij elk van de betrokken ondernemingen meer dan tweederde van haar totale omzetbinnen de Gemeenschap in een en dezelfde lidstaat behaalt. Daarnaast geldt een communau-taire dimensie ook bij lagere drempels met bijkomende voorwaarden. Zie daarvoor verderdaarvoor: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32004R0139.21Ontleend aan de Werkwijze bij concentratiezaken (ACM),https://www.acm.nl/system/files/documents/werkwijze-bij-concentratiezaken.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 37 De conclusie is gerechtvaardigd dat op Nederlands niveau de wet- enregelgeving tekortschiet om overnames die mogelijk schadelijk zijn voorafte kunnen beoordelen. Dat wil niet zeggen dat dergelijke concentraties bijvoorbaat onwenselijk zijn. In tegendeel: bij de meeste concentraties zalgeen reden zijn voor nader onderzoek. Echter komt de marktmeester nunog niet eens aan de vraag toe of een concentratie beneden de drempelszelfs maar onderzocht dient te worden. Daartoe ontbreekt de inroepbe-voegdheid die in andere EU landen in verschillende vormen welvoorhanden is.De ACM heeft laten weten uitbreiding van het toezichtinstrumentariumtegen onder andere kralenrijgen wenselijk te vinden22 en wijst op het gatdat er is bij overnames «die niet bij de ACM hoeven te worden gemeld enook niet kunnen worden getoetst, maar toch concurrentieproblemenveroorzaken». De ACM wijst er op dat het overgrote deel van dieovernames niet tot marktmacht en dus mogelijke problemen leidt. Maar inhet geval de overnemende partij een grote partij is die op basis van eendoelbewuste strategie een innovatieve concurrent uit de markt haalt ofkralen aan het rijgen is door één voor één kleine spelers over te nemenkan dat anders liggen. Gewezen wordt op recente overnames door privateequity bedrijven van praktijken van dierenartsen en huisartsen via eenroll-up strategie. Die leiden weliswaar tot vragen en onrust in de media,de politiek, bij patiënten en klanten en de vraag waar de toezichthouder is,maar zoals eerder is aangehaald, die laatste staat bij dit soort overnamesmeestal buitenspel bij gebrek aan een adequaat wettelijk instrument.4. Aanpassing van de Mededingingswet 4.1 Enkele oplossingsrichtingen Om te voorkomen dat door het kralenrijgen een onderneming onder deradar van het mededingingstoezicht kan blijven en daardoor eendominante positie kan verwerven of versterken moet de wetgevingaangepast worden. Er bestaan daarvoor meerdere mogelijkheden.Door de wettelijke omzetdrempels te verlagen zullen meer concentratiesgemeld en door de ACM beoordeeld moeten worden. De vraag ishoeverre dat effectief is om de geconstateerde problemen te voorkomen.Bij een geringe verlaging van de omzetdrempels zullen veel overnamesalsnog buiten schot blijven. Bij een forse verlaging zullen nog meermeldingen gedaan moeten worden. Aangezien de meeste concentratiesniet voor concurrentieproblemen zullen zorgen leidt een forse verlagingvan de drempels onnodig tot een te grote stroom van meldingen. Metvooral meer administratieve lasten voor de (vooral kleine) bedrijven enforse verhoging van de toezichtkosten als gevolg.In het verlengde hiervan zou overwogen kunnen worden om alleen voorspecifieke sectoren lage drempels in te voeren. Namelijk voor sectorenwaarvan al eerder duidelijk is geworden dat de marktverhoudingenverstoord zijn geraakt. Hiervoor is het voorbeeld van Duitsland algenoemd.Het nadeel van lagere sectorale drempels is dat de toezichthouder dan paskan gaan ingrijpen als het feitelijk al te laat is omdat er op het moment datde drempels ingevoerd moeten worden in de desbetreffende sector alsprake is van een ongewenste belemmering van de concurrentie. Hetterugdraaien van reeds (lang geleden) afgeronde concentraties kan vrijwelniet. Wat het toezicht dan slechts rest is alleen er nog voor zorgen datnieuwe concentraties in die sector beperkt worden. Het gaat in dat geval22https://www.acm.nl/nl/publicaties/blog-martijn-snoep-kleine-overnames-grote-problemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 38 hooguit om het tegengaan van verdere verstoringen zonder dat descheefgegroeide verhoudingen rechtgetrokken kunnen worden.Bovendien speelt de problematiek van killer acquisities en seriëleovernames beneden de overnamedrempels in meerdere sectoren.Een derde oplossing om de genoemde problematiek van kralenrijgenonder omzetdrempels aan te kunnen pakken betreft het invoeren vanmarktaandeeldrempels. In Spanje kan bijvoorbeeld een concentratie ookworden getoetst als die tot een marktaandeel van 30% of meer op eenrelevante binnenlandse of regionale product- of dienstenmarkt leidt.23 Hetnadeel hiervan is dat niet altijd duidelijk is hoe de markt moet wordengedefinieerd. Vragen zoals over hoe de relevante markt kan wordenafgebakend, welke aanbieders daar zijn en wat hun marktaandeel ismoeten eerst beantwoord worden wil een concentratie op basis van eenmarktaandeeldrempel getoetst kunnen worden. In de meeste gevallen zaldit veel tijd vergen en daarmee voor veel onzekerheid bij de betrokkenondernemingen zorgen.De ACM pleit in het verlengde van wat er al in Zweden, IJsland,Noorwegen, Italië en Ierland mogelijk is voor het in de Mededingingswetopnemen van een «call-in bevoegdheid» (verder «inroepbevoegdheid»).Daarmee moet de ACM de bevoegdheid krijgen om binnen een bepaaldeperiode een overname die onder de omzetdrempels blijft «naar binnen tehalen» door aan te geven deze te willen onderzoeken.4.2 Voorstel op hoofdlijnen Om toezicht op concentraties beneden de drempels mogelijk te makenwordt voorgesteld om in de Mededingingswet een bepaling op te nemendat de ACM bij uitzondering op de geldende omzetdrempels debevoegdheid krijgt om melding van een concentratie te eisen waarvan deACM reden heeft om aan te nemen dat die concentratie de daadwerkelijkemededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op signifi-cante wijze zou kunnen belemmeren. Die bevoegdheid kan wordeningeroepen als daarnaast één van de bij de concentratie betrokkenondernemingen voldoet aan de omzetdrempel van € 30 mln. inNederland.Het moet de partijen bij voorgenomen concentraties tijdig duidelijkworden of die concentratie doorgang kan vinden. Zo veel als mogelijkmoet worden voorkomen dat als een concentratie eenmaal in gang isgezet of afgerond dat de ACM die achteraf nog gaat verbieden en dat dieontvlochten zou moeten worden. Bovendien moeten de administratieveen financiële lasten voor zowel de bedrijven als de toezichthouder in hetoog gehouden worden. Bij de concrete uitwerking van de hier voorge-stelde nieuwe bevoegdheid is het nodig om een evenwicht te bereikentussen enerzijds het behouden van gezonde concurrentieverhoudingen enanderzijds de belangen van de betrokken partijen om een concentratie totstand te brengen en het voorkomen van onnodige administratieve lasten.Het uitgangspunt voor toepassing van de nieuwe bevoegdheid is devoorwaarde dat er sprake moet zijn van het risico dat door een concen-tratie de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan(lokaal of regionaal bepaald) op significante wijze zou kunnen wordenbelemmerd. De criteria op grond waarvan deze bevoegdheid kan wordeningeroepen, bij welke risico’s voor de mededinging, worden niet explicietin de wet zelf opgenomen. Het is niet mogelijk om bij voorbaat aan tegeven wanneer er sprake is van genoemde risico’s. Daarvoor verschillen23Ley 15/2007, de 3 de julio, de Defensa de la Competencia. Artículo 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 39 de aard en omvang van de concentraties en de achterliggende markten teveel. In het algemeen, maar niet uitputtend, kan gesteld worden dat in hetgeval er op lokale of regionale markten een partij actief is om in korte tijdopeenvolgende overnames te plegen dat een indicatie kan zijn dat daarbelemmeringen voor de concurrentie uit voort kunnen vloeien. Hetzelfdegeldt als wanneer een al dominante onderneming een nieuwe opkomendepotentiële concurrent voor een uitzonderlijk hoog bedrag uit de markthaalt. De ACM heeft aangegeven dat in het geval de inroepbevoegdheid inde Mededingingswet wordt opgenomen, zij op dit punt guidance zal gaangeven door via een leidraad vooraf duidelijk te gaan maken waar zij op letbij het mogelijk inroepen van concentraties. Bij de criteria die kunnengelden kan men bij wijze van voorbeeld denken aan marktaandelen vande overnemende partij, de concentratie van de markt, eerdere overnamesof signalen van consumenten of andere belanghebbenden. Daarnaast kande ACM aan de hand van marktonderzoeken enige indicatie geven bijwelke markten de genoemde risico’s op concurrentieverstoringen zichkunnen voordoen. Aangezien dergelijke marktonderzoeken momentop-names zijn en marktverhoudingen snel kunnen veranderen, wordendaarmee geen markten bij voorbaat van de nieuwe bevoegdheiduitgesloten. Daarnaast zal ACM de mogelijkheid bieden om via een simpel(online) formulier vrijwillig een voorgenomen fusie of overname in eenvroeg stadium voor te leggen aan de ACM om desgewenst snel uitsluitselte krijgen of de kans aanwezig is dat de concentratie ingeroepen zalworden.Hieronder worden in hoofdlijnen de voorgestelde nieuwe bepalingen voorhet aangevulde concentratietoezicht beschreven. Die bepalingen geven deACM de bevoegdheid om concentraties die de beide omzetdrempels uithet bestaande concentratietoezicht niet overschrijden maar slechts degenoemde omzetdrempel van € 30 mln., toch aan een concentratietoets teonderwerpen. Deze inroepbevoegdheid volgt zoveel als mogelijk debestaande beoordelingsprocedure voor concentraties zoals die nu in deMededingingswet staat. Tevens worden concentraties die op basis van denieuwe inroepbevoegdheid worden onderzocht op dezelfde manierbeoordeeld als nu al het geval is namelijk door te toetsen of demededinging significant belemmerd wordt. Voor een meer gedetailleerdetoelichting van de procedures wordt verwezen naar het artikelsgewijzedeel van deze toelichting.Wanneer ACM wil onderzoeken of een concentratie de mededinging opsignificante wijze zou kunnen belemmeren en daarom wil inroepen, kande desbetreffende ondernemingen daaraan voorafgaand om gegevens endocumenten worden gevraagd.Ter wille van de ondernemingen is het zaak dat er zo kort als mogelijkonduidelijkheid blijft over de voortgang van een voorgenomen concen-tratie. Vandaar dat die gegevens of inlichtingen binnen vier weken nadata) het voornemen tot een concentratie openbaar gemaakt werd of b) deACM er kennis van nam of c) zes maanden nadat de overeenkomstwaarmee de concentratie tot stand wordt gebracht van kracht werd.Daarbij geldt de vroegste van deze tijdstippen als uitgangspuntVervolgens kan de ACM binnen vier weken na de ontvangst van degevraagde gegevens en documenten de verplichting opleggen eenvoorgenomen concentratie te melden en de totstandkoming van deconcentratie gedurende het onderzoek verbieden. Wanneer een concen-tratie wordt ingeroepen dient deze te worden gemeld. Die melding volgtvervolgens het reguliere beoordelingsproces.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 310 Na een onderzoek volgend op de melding kan de ACM bepalen dat ervoor de concentratie een vergunning moet worden aangevraagd. Eenvergunning kan onder voorwaarden worden verleend of kan wordengeweigerd.In het geval een concentratie op het moment dat de ACM daarvan hoogtekrijgt reeds tot stand is gebracht, is een wat andere procedure nodig.Aangezien de concentratie dan al bestaat is een tijdelijk verbod niet meerzinvol. De ACM kan wel de concentratie, vergelijkbaar met het bestaandeconcentratietoezicht, na een melding nader onderzoeken. De uitkomst vandat onderzoek kan betekenen dat er een vergunning nodig is of dat ergeen vergunning nodig is. De ACM kan in het geval van een besluit dat ergeen vergunning nodig is aan dat besluit voorwaarden verbinden. In hetgeval een vergunning wordt geweigerd, moet de concentratie ongedaanworden gemaakt. Voor het aanvragen van een vergunning gelden voortsde reeds in de Mededingingswet opgenomen bepalingen24.Ook de reeds bestaande artikelen in de Mededingingswet over uitzonde-ringen, ontheffingen en de handhaving van het concentratietoezicht gaanvoor bovenstaande nieuwe bepalingen gelden. Het gaat dan om hetkunnen opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsomdoor de ACM. Eveneens staan de met het huidige concentratietoezichtvergelijkbare bovenstaande besluiten open voor rechtstreeks beroep bijde bestuursrechter.5. Verhouding tot het communautaire concentratietoezicht Binnen de Europese Unie vervult nationaal concentratietoezicht eencomplementaire rol ten opzichte van het communautaire concentratietoe-zicht, dat door de Commissie wordt uitgeoefend op basis van deconcentratieverordening.25 Deze verordening is pas van toepassingwanneer hoge omzetdrempels worden overschreden. Hierdoor is voor demeerderheid van de concentraties die binnen de Europese Unievoorkomen nationaal concentratietoezicht het relevante toetsingskader.Uit het Europese recht vloeien geen dwingende eisen voort over hoe hetnationale concentratietoezicht moet worden ingevuld. Het staat delidstaten daarom vrij om te bepalen hoe zij hun nationale concentratietoe-zicht vormgeven. Nederland maakt van deze ruimte gebruik met hethuidige concentratietoezicht zoals opgenomen in de Mededingingswet.Met dit wetsvoorstel wordt dit nationale concentratietoezicht aangevuldmet een inroepbevoegdheid voor de ACM. Net als bij het huidigeconcentratietoezicht in de Mededingingswet, is bij het vormgeven van ditwetsvoorstel aangesloten bij de in het communautaire concentratietoe-zicht gebruikte begrippen. Dit draagt bij aan uniformiteit in de uitvoering.Het concentratietoezicht dat de Commissie uitoefent op grond van deconcentratieverordening raakt op twee manieren aan het nationaleconcentratietoezicht van de lidstaten en daarmee ook aan de voorgesteldeinroepbevoegdheid voor de ACM, dat immers onderdeel zal worden vanhet nationale concentratietoezicht in Nederland. In de eerste plaatsvoorziet artikel 4, vijfde lid, van de concentratieverordening in demogelijkheid voor ondernemingen om de Commissie te verzoeken hunconcentratie te onderzoeken, ook al valt die concentratie onder deomzetdrempels van de concentratieverordening. Dit kan als de betref-24Zie daarvoor ook de «Werkwijze bij concentratiezaken» van de ACM. https://www.acm.nl/system/files/documents/werkwijze-bij-concentratiezaken.pdf.25Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle opconcentraties van ondernemingen (de «EG-concentratieverordening») (PbEU 2004, L 24).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 311 fende concentratie vatbaar is voor toetsing volgens de wetgeving van tenminste drie lidstaten.In de tweede plaats voorziet de concentratieverordening in demogelijkheid voor lidstaten om de Commissie te verzoeken om eenconcentratie, die onder de omzetdrempels van de concentratieveror-dening valt, te onderzoeken (artikel 22 van de concentratieverordening).Het moet dan gaan om een concentratie die de handel tussen de lidstatenbeïnvloedt en in significante mate gevolgen dreigt te hebben voor demededinging op het grondgebied van de lidstaat of de lidstaten van welkehet verzoek uitgaat. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van deEuropese Unie volgt dat de Commissie enkel dergelijke verzoeken kaninwilligen van lidstaten die op grond van hun nationale regels inzake hetconcentratietoezicht bevoegd zijn om de in het verzoek aan de orde zijndeconcentratie te onderzoeken.266. Consultatie De initiatiefnemer heeft met dank kennisgenomen van de reacties op hetwetsvoorstel zoals dat ter internetconsultatie is voorgelegd geweest. Voorde volledige reacties verwijst de initiatiefnemer graag naar de desbetref-fende internetpagina27. In deze paragraaf gaat de initiatiefnemer in op debinnengekomen reacties.Een aantal reacties ziet de initiatiefnemer als steun in de rug voor hunwetsvoorstel. Zorgverzekeraars Nederland onderschrijven het belang vaneen versterkt instrumentarium voor de ACM om mededingingsrisico’stijdig te signaleren en te voorkomen. Zij zien het als een positieveontwikkeling voor de zorgsector als de ACM ook kleinere concentratieskan onderzoeken en waar nodig tegen kan houden, indien er een reëelrisico bestaat op significante mededingingsbeperking. ZorgverzekeraarsNederland wijst er op dat marktverstoringen door «kralen rijgen» in dezorgsector regelmatig voorkomen omdat zorgaanbieders middels eenreeks van opeenvolgende kleine overnames marktmacht opbouwenzonder dat dit onder het huidige concentratietoezicht valt. Dit kan leidentot een verschraling van het zorgaanbod en verminderde keuzemogelijk-heden voor patiënten en zorginkopers. De inroepbevoegdheid biedt ACMde mogelijkheid om ook kleinere overnames te toetsen en daarmeemarktverstoringen te voorkomen. Daarmee is de toegankelijkheid,kwaliteit en betaalbaarheid van zorg gebaat, aldus ZorgverzekeraarsNederland. De Vereniging voor Mededingingsrecht (VvM) onderkent datde mogelijkheden die de ACM op dit moment heeft om op te treden tegenmarktconcentratie beperkt zijn en dat zij via een inroepbevoegdheidsneller en doelmatiger zou kunnen ingrijpen dan nu het geval is. Prof. dr.M.P. Schinkel, van de Amsterdam School of Economics (UvA) acht hetinitiatiefvoorstel verstandig. Hij wijst er op dat het heel goed mogelijk isdat de mededinging beperkt wordt door een fusie tussen relatief kleineondernemingen, in het bijzonder wanneer die ondernemingen samen wéleen relatief groot deel van de relevante markt bedienen. Hij is van meningdat het goed is dat in zulke gevallen ondernemingen methoog-concentrerende lokale fusieplannen zich niet kunnen verschuilenachter de, op nationale markten gebaseerde hoge omzetdrempels. Met deinroepbevoegdheid kan ACM wel iets ondernemen om het concurrentie-proces en de consumenten die door de fusie geschaad zouden gaanworden te beschermen. Linklaters is van mening dat een bij wet geregeldeinroepbevoegdheid de voorkeur verdient boven het achteraf na voltooiing26Arrest van het Hof van 3 september 2024, Illumina Inc. en Grail LLC tegen EuropeseCommissie (gevoegde zaken C-611/22 en C-625/22), punt 222.27https://www.internetconsultatie.nl/inroepbevoegdheid/b1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 312 van de concentratie nog onderzoeken of een concentratie toegestaan hadmoeten worden. Deze route achteraf (de naar EU-jurisprudentiegenoemde «Towercast»-route) biedt, zo meent Linklaters, overnamepar-tijen geen enkele zekerheid, voorspelbaarheid of procedurele waarborgen.Daarom verwelkomt Linklaters, in beginsel, het initiatief om een wettelijkkader te creëren voor een inroepbevoegdheid van de ACM.Dit alles neemt niet weg dat er in de consultatiereacties door boven-staande organisaties en anderen ook kritiek is geuit op het wetsvoorstel ofdat daarover vragen zijn gerezen. De initiatiefnemer gaat daar graag alsvolgt op in.In een aantal reacties worden opmerkingen gemaakt over rechtsonze-kerheid. Ondernemingen die een fusie of overname overwegen zoudenonvoldoende vooraf in staat zijn om te kunnen beoordelen of dieconcentratie onderworpen zal worden aan de voorgestelde toets door deACM of dat die concentratie uiteindelijk al dan niet zou worden toege-staan. Deze onzekerheid belemmert onnodig het aangaan van een fusie ofdoen van een overname. Bovendien kan die onzekerheid leiden tot hogejuridische of economische advieskosten. Onder andere VNO-NCW enMKB-Nederland, de Vereniging voor Mededingingsrecht (VvM), deLandelijke Huisartsenvereniging (LHV) en andere organisaties uit degezondheidszorg, Linklaters, Maverick Advocaten, de NederlandseVereniging van Participatiemaatschappijen (NVP) hebben zich in deze zinuitgelaten. De initiatiefnemer neemt zich deze opmerkingen ter harte. Hijdeelt de mening dat een te grote rechtsonzekerheid onwenselijk is.Daartegenover blijft overeind staan dat ook relatief kleine concentratieskunnen leiden tot ongewenste verstoring van de mededinging en deMededingingswet op dat punt aangepast dient te worden. De initiatief-nemer heeft gemeend dat zij aan de genoemde opmerkingen als volgttegemoet moeten komen. En wel door in de wet een concrete drempel opte nemen namelijk dat de ACM alleen gebruik kan maken van de voorge-stelde inroepbevoegdheid in het geval één van de bij de concentratiebetrokken ondernemingen voldoet aan de omzetdrempel van € 30 mln. inNederland. Deze drempel is ontleend aan artikel 29 van de Mededin-gingswet. Met het opnemen van een dergelijke drempel wordt bepaalddat alleen concentraties waarbij ten minste één grote ondernemingbetrokken is, door de ACM ingeroepen kan worden. Daarmee vervalt demogelijkheid om een concentratie tussen twee kleine ondernemingen tetoetsen. Op deze wijze wordt naar de mening van de initiatiefnemer derechtsonzekerheid in afdoende mate weggenomen zonder demogelijkheid om ook relatief kleine concentraties te kunnen toetsengeheel weg te nemen. Het voorstel om deze omzetdrempel op te nemen isconform het advies van de ACM28 en sluit aan bij de drempels van andereEuropese landen die een inroepbevoegdheid hebben (zie daarvoorparagraaf 2. Internationale ontwikkelingen in mededingingswetgeving).Met het opnemen van deze drempel komt de inroepbevoegdheid slechtsvoor een deel van de ondernemingen in beeld. Dat zullen bovendien groteprofessionele partijen zijn die in staat geacht moeten worden om eengoede inschatting te maken van de kans dat de ACM de overname zalwillen onderzoeken en van het uiteindelijke oordeel van de ACM. Ook opdit punt kan worden verwezen naar de toevoeging aan deze memorie vantoelichting daar waar het gaat over hoe de ACM aan de hand van eenleidraad vooraf zal duidelijk maken waar zij op let bij het mogelijkinroepen van concentraties. Tenslotte kan worden verwezen naar demogelijkheid die de ACM zal bieden om via een simpel (online) formuliervrijwillig een voorgenomen fusie of overname in een vroeg stadium voor28https://www.acm.nl/system/files/documents/reactie-acm-op-internetconsultatie-initiatiefwet-inroepbevoegdheid.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 313 te leggen aan de ACM om desgewenst snel uitsluitsel te krijgen of de kansaanwezig is dat de concentratie ingeroepen zal worden. Hiermee komt deinitiatiefnemer tegemoet aan de door meerdere organisaties geuite wensten aanzien van een vrijwillige melding. Ook dit zal, naast de genoemdeomzetdrempels en leidraad, bijdragen aan het verminderen van rechtson-zekerheid voor ondernemingen. En zal de volgens sommige reacties – «teopen normen» in de wet wegnemen. De initiatiefnemer is van mening dathiermee een proportionele en doelmatige balans is gevonden tussenenerzijds de noodzaak tot het uitbreiden van het concentratietoezicht enanderzijds dit zo vorm te geven dat het doelmatig en proportioneel is inde zin dat het het (rechts)onzekerheid voor ondernemingen zo veel alsmogelijk beperkt. Daarnaast wijst de initiatiefnemer erop dat de mededin-gingsregels verder niet gewijzigd worden en dat het toetsingskaderwaaraan de ACM concentraties toetst onveranderd blijft. Ook daardoorblijft een belangrijke mate van (rechts)zekerheid voor ondernemingenbestaan.Voor de (beperking van) de administratieve lasten verwijst de initiatief-nemer naar de hier onderstaande paragraaf over dit onderwerp.Een aantal organisaties waaronder Linklaters, de VvM en de NVP zijn vanmening dat de termijnen voor de inroepprocedure te lang zouden zijn. Deinitiatiefnemer is echter van mening dat met de termijnen voor hetopvragen van informatie en voor de initiële maar zorgvuldige beoordelingof een concentratie moet worden ingeroepen, een goede balansgevonden is tussen enerzijds beperken van de onzekerheid en anderzijdseen tijdspanne die realistisch nodig is om een overname te detecteren ensnel te onderzoeken of deze voor inroepen in aanmerking zou kunnenkomen. Daarbij komt dat door de mogelijkheden om een overname in eenvroeg stadium vrijwillig kenbaar te maken snel uitsluitsel verkregen kanworden over de kans dat de concentratie ingeroepen zal worden.Een aantal organisaties drong aan op een verhoging van de omzet-drempels zoals die nu in artikel 29 van de Mededingingswet staan. DeMinister van Economische Zaken heeft aangegeven te willen bekijken ofdeze omzetdrempels kunnen worden verhoogd. Aangezien naar demening van de initiatiefnemer met de introductie van een omzetdrempelin het voorliggend wetsvoorstel en andere aanpassingen de rechtsonze-kerheid en administratieve lasten voor ondernemingen al afdoende zullenafnemen, achten zij het nu niet opportuun om de omzetdrempels teverhogen. Bovendien gaat verhoging van beide in artikel 29 Mwgenoemde omzetdrempels verder dan de reikwijdte van dit wetsvoorstel.De initiatiefnemer wacht daarom af met welke voorstellen de Minister vanEconomische Zaken komt.Enkele organisaties, waaronder de LHV, zijn van mening dat de zorgspeci-fieke concentratietoets zoals die in Wet marktordening gezondheidszorg(Wmg) is opgenomen volstaat om concentraties te kunnen controleren,dan wel dat de door de initiatiefnemer voorgestelde inroepbevoegdheid inde Wmg zou dienen te worden opgenomen. De initiatiefnemer zou inreactie daarop er op willen wijzen dat de zorgspecifieke concentratietoetsdie de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) uitvoert op de kwaliteit, continu-ïteit en toegankelijkheid van de zorgverlening ziet. Dit is een andere toetsdan de ACM op grond van het concentratietoezicht uitvoert. De ACMonderzoekt of als gevolg van de overname(s) marktmacht ontstaat dieschadelijk is voor patiënten, verzekeraars en collega-zorgaanbieders. Hetvoorliggende wetsvoorstel verandert niets aan die rolverdeling tussenNZa en ACM. Daarmee blijft ook onveranderd dat voor zorgonderne-mingen eerst de Nederlandse Zorgautoriteit toestemming voor eenconcentratie moet geven voor dat een melding bij de ACM kan wordengedaan. Bovendien geldt de zorgspecifieke toets slechts voor zorgver-leners met meer dan 50 werknemers, veel seriële overnames van kleinereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 314 aanbieders zullen daarbuiten vallen. Wellicht ten overvloede op dit punt:de voorgestelde inroepbevoegdheid gaat verder dan alleen zorgonderne-mingen. Met een uitbreiding van alleen de zorgspecifieke toets met eeninroepbevoegdheid wordt daarom niet bereikt wat de initiatiefnemer voorogen staat.Linklaters en de VvM zijn – kortweg – van mening dat in het geval de ACMhet concentratietoezicht uitoefent dat er daarna niet alsnog ook getoetstmoet kunnen worden op het verbod van het hebben van economischemachtspositie. De initiatiefnemer is echter van mening dat het concentra-tietoezicht en toezicht op economische marktmacht naast elkaar dienen teblijven bestaan. In de toelichting in paragraaf 1 hierboven hebben zijaangegeven waarom zij de mening van Linklaters en de VvM ten aanzienvan het in stand houden van artikel 24, tweede lid, van de Mw niet delen.De Dutch Startup Association en VNO-NCW zijn van mening dat derechtsonzekerheid die de inroepbevoegdheid zou meebrengen, belem-merend werkt voor startups. Hierboven is de initiatiefnemer al ingegaanop hoe zij die rechtsonzekerheid willen wegnemen. Door invoering van dedaar genoemde omzetdrempel komen alleen overnames waarbij minstenseen grote partij betrokken is in beeld. Overnames waarbij alleen relatiefkleine startups betrokken zijn blijven buiten scope van de inroepbe-voegdheid. De initiatiefnemer is van mening dat een inroepbevoegdheidjuist kan bijdragen aan een gunstig startup- en innovatieklimaat. Dezebevoegdheid belemmert op geen enkele manier investeringen in startupsof exits daaruit. De enige potentiële uitzondering daarop is een situatiewaarbij een dominante onderneming een startup zou willen overnemenmet als doel de dienst of het product uit de markt te halen of een markt temonopoliseren, een «killer acquisition». Effectief concentratietoezichtvoorkomt marktmacht waardoor juist innovatieve ondernemingen enstartups meer kansen hebben omdat zij niet geconfronteerd worden metmachtige afnemers, toeleveranciers of concurrenten die hen uit de marktdrukken. Door het tegenhouden van een «killer acquisition» krijgenstartups dus juist de kans zich wel verder te ontwikkelen en samenwerkingmet andere bedrijven te zoeken. Dat is niet alleen goed voor de startupsmaar ook voor de concurrentie in de betreffende markten. Concurrentiezorgt voor lagere prijzen, betere kwaliteit en – relevant voor het startupklimaat – meer innovatie.Zowel VNO-NCW als de VvM menen dat de nieuwe bevoegdheid een voorondernemers belemmerende nationale kop op Europees beleid gaatvormen. Zij wijzen er onder andere op dat een afzonderlijk nationaalmededingingsbeleid schadelijk zou zijn voor grensoverschrijdendetransacties binnen Europa. De initiatiefnemer zou er op willen wijzen datmet de introductie van een inroepbevoegdheid Nederland niet bepaaldalleen staat. Vergelijkbare inroepbevoegdheden bestaan al in verschil-lende Europese landen (Denemarken, Hongarije, Ierland, Italië, Letland,Litouwen, Slovenië en Zweden) en ook in niet-Europese landen (zoalsZuid-Korea, Canada, Japan en Mexico). Daarnaast overwegen landen alsFrankrijk, België, Finland en Tsjechië ook om deze bevoegdheid in tevoeren. Net zoals in Nederland geldt in alle bovengenoemde landen dat ersprake was van dezelfde aanleiding voor de invoering van dezebevoegdheid namelijk de daar levende zorgen over concentraties dietussen de mazen van het mededingingstoezicht glippen en zorgen over deschadelijke effecten daarvan. Enkele organisaties zijn van mening dat Inplaats van deze nationale inroepbevoegdheden een Europese inroepbe-voegdheid de voorkeur zou hebben. De initiatiefnemer heeft geenbezwaren tegen een Europese inroepbevoegdheid maar – behalve dat datniet in Nederlandse wetgeving te regelen valt – zien zij daarin geenrealistisch alternatief voor de overnames die in het kader van eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 315 nationale inroepbevoegdheid onderzocht kunnen worden. Overnames dieonder de voorgestelde nationale inroepbevoegdheid moeten gaan vallen,hebben namelijk veelal geen effect op het handelsverkeer tussen lidstatenvan de EU. Zij hebben effecten binnen de nationale landsgrenzen of zelfsuitsluitend op lokale markten. Het detecteren, onderzoeken en beoordelenvan dergelijke concentraties is bij uitstek een taak voor de nationalemededingingsautoriteit.7. Financiële paragraaf Dit wetsvoorstel biedt de ACM een uitbreiding van de mogelijkheden omtoezicht op concentraties te houden. De inroepbevoegdheid die met dezewet in het leven wordt geroepen betreft een bevoegdheid waarvan deACM, binnen de kaders van deze wet, zelf kan beoordelen hoe en waar zijdie wenst in te zetten.Om enig houvast te krijgen over de het beslag dat deze nieuwebevoegdheid kan gaan hebben op de capaciteit van de ACM, heeft deinitiatiefnemer overleg gevoerd met deze toezichthouder. De ACM ziet hetinitiatiefwetsvoorstel als verbetering van het instrumentarium om haarmededingingstaak beter te kunnen invullen. Deze toezichthouder voorzietdat zij door prioritering binnen de bestaande toezichtsinstrumenten voorde uitvoering van de inroepbevoegdheid per saldo geen extra middelennodig heeft. De ACM heeft aangegeven te verwachten dat in dit voorstelde toezichtskosten voor de ACM per saldo nauwelijks zullen veranderen.De ACM gaat er volgens hun best mogelijke inschatting van uit dat er 5 tot10 overnames op basis van de nieuwe wettelijke bevoegdheid ingeroepenzullen worden. Zij gaan daarbij ook uit van een preventieve werking.Derhalve zal de ACM ook geen beroep doen op extra financiële middelenvoor de uitoefening van deze bevoegdheid29.De initiatiefnemer volgt deze zienswijze van de ACM. Echter vanuit hetoogpunt van zorgvuldigheid en adequaat toezicht is het wenselijk om tebezien of de verwachting van de ACM na een jaar na inwerkingtreding vande wet in de praktijk daadwerkelijk zo uitpakt. Daarom wordt voorgesteldom na een jaar een invoeringstoets te houden waarbij ook de financiëleconsequenties van dit wetsvoorstel duidelijker kunnen worden.7.1 Administratieve lasten Gezien het feit dat er een concrete omzetdrempel in dit wetsvoorstelwordt opgenomen en de mededingingsregels het kader waaraanconcentraties verder worden getoetst niet veranderen is de verwachtingvan de ACM dat het slechts een gering aantal concentraties op basis vanhet voorliggend wetsvoorstel jaarlijks gaat toetsen, het feit dat de ACM viaeen leidraad vooraf duidelijk zal maken welke uitgangspunten zij hanteertbij het mogelijk inroepen van concentraties en de mogelijkheid voorondernemingen om door middel van een simpel (online) formulier sneluitsluitsel kan krijgen over een voorgenomen fusie of overname, gaat deinitiatiefnemer uit van slechts geringe administratieve lasten voor eenbeperkt aantal grote ondernemingen die een concentratie overwegen.Deze lasten zullen opwegen tegen de baten namelijk dat met de inroepbe-voegdheid er meer mogelijkheden ontstaan om een te grote marktmachtte voorkomen die prijsopdrijving of een slechtere kwaliteit tot gevolg kanhebben.29Reactie ACM op internetconsultatie Initiatiefwet inroepbevoegdheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 316 II. ARTIKELSGEWIJS DEEL Artikel I, onderdeel AMet onderhavig onderdeel wordt een nieuwe paragraaf 4a met regelsover het voorgestelde «inroep»-instrument toegevoegd aan hoofdstuk 5van de Mededingingswet, dat regels bevat met betrekking tot debeoordeling van concentraties. Vanwege de inzichtelijkheid is er voorgekozen om deze bepalingen in een aparte paragraaf op te nemen en dezeniet te integreren in de bestaande bepalingen over het concentratietoe-zicht.Het uitgangspunt van dit wetsvoorstel is dat de beoordeling van concen-traties op grond van de bestaande regels van de Mededingingswet en opgrond van voorgestelde inroepbevoegdheid zo veel mogelijk gelijk zijn,zowel inhoudelijk als procedureel. Dit gebeurt in de eerste plaats door aante sluiten bij de begrippen die worden gebruikt in het bestaande concen-tratietoezicht, zoals de definitie van het begrip «concentratie» (zie deartikelen 27 en 28 van de Mededingingswet) en het begrip «concentratiesdie de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deeldaarvan op significante wijze [zouden kunnen] belemmeren, met name alshet resultaat van het in leven roepen of versterken van een economischemachtspositie». Door het gebruik van deze begrippen wordt ook aange-sloten bij de betekenis die deze begrippen hebben in het Europesemededingingsrecht. In de tweede plaats gebeurt dit door waar mogelijkde relevante bepalingen van het bestaande concentratietoezicht van(overeenkomstige) toepassing te laten zijn. Dit wordt hierna nadertoegelicht bij de desbetreffende artikelen.Hierna worden de voorgestelde nieuwe artikelen afzonderlijk toegelicht.Artikel 49aIn dit artikel wordt de reikwijdte van de inroepbevoegdheid bepaald. Dezebevoegdheid is in de eerste plaats beperkt tot concentraties die niet onderde reikwijdte van het bestaande concentratietoezicht vallen. Die reikwijdteis bepaald in artikel 29 van de Mededingingswet, waarin het reguliereconcentratietoezicht wordt beperkt tot concentraties waarbij de gezamen-lijke omzet van de bij de concentratie betrokken ondernemingen hoger ligtdan de twee in dat artikel bepaalde cumulatieve omzetdrempels. Daarbij isbepaald dat de omzet in het voorgaande kalenderjaar van ten minste eenvan de betrokken ondernemingen hoger moet liggen dan € 30.000.000. Ditis nader toegelicht in het algemene deel van deze memorie vantoelichting. De artikelen 30 en 31 van de Mededingingswet, waarin regelsstaan over de bepaling van omzet van bij concentraties betrokkenondernemingen, zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.Artikel 49bEerste lidOnderhavig artikel bevat de regels die gelden in de eerste fase van dezogeheten inroepbevoegdheid. In deze fase maakt ACM kenbaar dat zijeen concentratie wil onderzoeken.De ACM start het gebruik van de inroepbevoegdheid door een verzoek omgegevens of documenten te doen bij de bij de concentratie betrokkenondernemingen. Het moet daarbij gaan om gegevens of documenten dieredelijkerwijs nodig zijn voor de ACM om te kunnen beoordelen of eenconcentratie de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 317 een deel daarvan op significante wijze zou kunnen belemmeren, metname als het resultaat van het in het leven roepen of versterken van eeneconomische machtspositie. Dit laatste criterium is ook het centralecriterium in het huidige concentratietoezicht (zie artikel 37, tweede lid, enartikel 41, tweede lid, van de Mededingingswet).Tweede lidHet startpunt van de voorgestelde inroepprocedure is het moment dat deACM een verzoek om gegevens doet. In het onderhavige lid wordt debevoegdheid om een dergelijk verzoek te doen in de tijd beperkt. De ACMheeft op grond van dit lid vier weken de tijd om een dergelijk verzoek tedoen na de vroegste van drie mogelijke tijdstippen: het tijdstip dat deconcentratie publiek bekend is gemaakt (onderdeel a), het tijdstip dat deACM kennis verkrijgt van het voornemen om de concentratie tot stand tebrengen (onderdeel b) of zes maanden nadat de overeenkomst waarmeede concentratie tot stand wordt gebracht van kracht wordt (onderdeel c).De soorten concentraties die onder het toepassingsbereik van devoorgestelde inroepbevoegdheid vallen, zijn divers van aard. De wijzewaarop die concentraties tot stand kunnen komen en welke regelsdaarvoor gelden, zijn daarmee ook divers van aard. Dat betekent ook dater geen algemene uitspraken kunnen worden gedaan over welke van dedrie tijdstippen van toepassing zal zijn. Dat zal van geval tot geval bepaaldmoeten worden. Op basis van de ervaringen in het buitenland is deverwachting dat partijen die twijfelen of de ACM een transactie naarbinnen zal roepen zullen kiezen voor een vrijwillige «kenbaarmaking» aande ACM.Tot slot volgt uit dit lid dat het verzoek van de ACM gedaan kan wordennadat de concentratie tot stand is gebracht. Het moment waarop eenconcentratie tot stand wordt gebracht zal in beginsel bepaald worden inde overeenkomst tot het aangaan van de concentratie. Gelet op detijdelijke rechtsonzekerheid die hiervan het gevolg kan zijn, is gekozen omde termijn voor het doen van het verzoek door de ACM te houden opmaximaal zes maanden na de totstandkoming van de concentratie. Dezetermijn is niet onredelijk omdat partijen er ook voor kunnen kiezen om deACM vrijwillig in kennis te stellen van hun voornemen (onderdeel b). Eenkortere termijn geeft partijen een reële optie om de concentratie enige tijdgeheim te houden, zodat de ACM de mogelijkheid verliest om die teonderzoeken. Met een termijn van zes maanden wordt een redelijkebalans gevonden tussen het voorkomen van misbruik door geheim-houding en rechtszekerheid.Het gegeven dat de ACM ook na totstandkoming van een concentratie kaningrijpen heeft tot gevolg dat dit wetsvoorstel ook voorziet in eenprocedure voor de beoordeling door de ACM van reeds tot standgebrachte concentraties.Derde en vierde lidOp grond van het voorgestelde derde lid stelt de ACM, als zij een verzoekom gegevens of documenten op grond van het eerste lid heeft gedaan,een redelijke termijn waarbinnen de gegevens of documenten moetenworden aangeleverd. Het zal van geval tot geval verschillen welkegegevens of documenten de ACM nodig zal hebben om te kunnenbeoordelen of de concentratie significante gevolgen voor de mededingingop de Nederlandse markt of een deel daarvan zou kunnen hebben en ookhoeveel tijd een onderneming nodig heeft om die gegevens te kunnenverstrekken. Het is daarom aan de ACM om een termijn te bepalen waarinde betrokken ondernemingen de gegevens redelijkerwijs zouden moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 318 kunnen leveren. Indien niet alle gegevens zijn verstrekt of als de gegevensonvoldoende blijken te zijn om de benodigde beoordeling te kunnenmaken, kan de ACM voorts om aanvulling van de gegevens verlangen (hetvoorgestelde artikel 49b, vierde lid).Artikel 49cEerste lidDe voorgestelde artikelen 49c en 49d bevatten de bepalingen die geldenvoor de beoordeling van concentraties waarbij het uitgangspunt is dat dieconcentraties nog niet tot stand zijn gebracht (zie voor concentraties diewel tot stand zijn gebracht het voorgestelde artikel 49e en de toelichtinghierbij). Bij de vormgeving van deze bepalingen is zo veel mogelijkaangesloten bij het bestaande concentratietoezicht, dat enkel vantoepassing is op de beoordeling van concentraties die niet tot stand zijngebracht. Belangrijk element van het bestaande concentratietoezicht is dateen verbod op het tot stand brengen van de concentratie geldt totdat aande meldingsplicht is voldaan en de daaropvolgende beoordeling van deconcentratie heeft plaatsgevonden (artikel 34, eerste lid, van de Mededin-gingswet). Op grond van de Mededingingswet gelden de meldingsplichten dat verbod van rechtswege. Bij het onderhavige inroepinstrument ishet aan de ACM om te bepalen of zij het nodig acht om een concentratiete beoordelen. Dat doet zij door aan de bij een dergelijke concentratiebetrokken ondernemingen een meldingsplicht op te leggen (het voorge-stelde artikel 49b, eerste lid, onderdeel a, van de Mededingingswet) eneen verbod op het tot stand brengen van de concentratie (het voorge-stelde artikel 49c, eerste lid, onderdeel b, van de Mededingingswet). Ditverbod geldt totdat de melding is gedaan en vervolgens vier weken zijnverstreken. Hiermee geldt materieel hetzelfde als voor concentraties dievallen binnen het toepassingsbereik van het bestaande concentratietoe-zicht. Het tot stand brengen van een concentratie in strijd met dit verbodkan bestuursrechtelijk gesanctioneerd worden (zie de voorgesteldewijziging van artikel 74 van de Mededingingswet). Het gevolg is in datgeval tevens dat eventuele rechtshandelingen gericht op het tot standbrengen van de concentratie nietig zijn.Tweede en derde lidDe ACM kan de verplichting tot melding en het tijdelijke verbod tot het totstand brengen van de concentratie opleggen als zij van oordeel is dat eraanleiding bestaat dat de concentratie de daadwerkelijke mededinging opde Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zoukunnen belemmeren, met name als het resultaat van het in het levenroepen of versterken van een economische machtspositie. Voor debeoordeling maakt de ACM gebruik van de gegevens en documenten diekrachtens het voorgestelde artikel 49a van de Mededingingswet aan haarzijn verstrekt door de bij de concentratie betrokken partijen. Het opleggenvan de meldplicht en het verbod dient plaats te vinden binnen vier wekennadat de termijn verlopen is die de ACM op grond van het voorgesteldeartikel 49a, derde lid, van de Mededingingswet heeft gesteld (artikel 49c,tweede lid, van de Mededingingswet). Die termijn wordt opgeschort alsde ACM om aanvullende gegevens verzoekt met toepassing van hetvoorgestelde artikel 49b, vierde lid, van de Mededingingswet (hetvoorgestelde artikel 49c, derde lid, van de Mededingingswet).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 319 Vierde lidIn onderhavig lid worden verschillende bepalingen, die in demeldingsfase van het bestaande concentratietoezicht gelden, vanovereenkomstige toepassing verklaard op een melding die wordt gedaanter nakoming van een krachtens het eerste lid opgelegde meldplicht.Hierbij gaat het onder meer over de inhoud van de melding. Het is goedvoorstelbaar dat het hierbij deels dezelfde gegevens en documentenbetreft die al naar aanleiding van het verzoek (het voorgestelde artikel49b, eerste lid, van de Mededingingswet) met de ACM zijn gedeeld.Vijfde lidNet als bij het bestaande concentratietoezicht (artikel 37, eerste lid, van deMededingingswet), bepaalt dit voorgestelde artikellid dat de ACM naaraanleiding van een melding mededeelt of er een vergunning is vereistvoor het tot stand brengen van de concentratie. De overige bepalingenover de mededeling in het huidige concentratietoezicht zijn van overeen-komstige toepassing verklaard op de mededeling die op grond van dit lidwordt gedaan. Dit betekent onder meer dat ook in het kader van hetvoorgestelde inroepinstrument aan de mededeling dat er geenvergunning is vereist, voorwaarden kunnen worden verbonden.Artikel 39 van de Mededingingswet is niet van overeenkomstigetoepassing verklaard. Artikel 39, eerste lid, van de Mededingingswet is denationaalrechtelijke evenknie van artikel 7, tweede lid, van deEG-concentratieverordening. Met deze bepalingen is beoogd te regelendat concentraties die tot stand komen via een openbaar overnamebod ofvia een reeks van transacties met effecten om daarmee zeggenschap vanmeerdere verkopers te verkrijgen kan plaatsvinden als deze concentratiedirect daarna alsnog aan de ACM wordt gemeld. Onder het voorgesteldeinroepinstrument zal in deze gevallen de betreffende melding altijdgebeuren na een dergelijk openbaar overnamebod. Wel kan het zijn dat deovername in een dergelijk geval al heeft plaatsgehad voordat de meldingis gedaan. Het voorgestelde artikel 49e van de Mededingingswet bevateen voorziening voor de beoordeling van dergelijke tot stand gebrachteconcentraties.Artikel 49dEerste lidDe ACM beoordeelt een melding die wordt gedaan ter nakoming van eenopgelegde meldingsplicht op het criterium of er naar haar oordeelaanleiding bestaat om aan te nemen dat die de daadwerkelijkemededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op signifi-cante wijze zou kunnen belemmeren, met name als het resultaat van hetin het leven roepen of het versterken van een economische machtspositie.Net als bij het bestaande concentratietoezicht (artikel 37, eerste lid, van deMededingingswet), bepaalt dit voorgestelde artikellid dat de uitkomst vandie beoordeling een mededeling aan de betrokken ondernemingen is. Alser reden is om aan te nemen dat de mededinging op significante wijze zoukunnen worden belemmerd, dan deelt de ACM mede dat een vergunningvereist is. Is die reden er niet, dan deelt de ACM mede dat geenvergunning vereist is. Laatstgenoemde mededeling kan ondervoorwaarden worden gedaan. Wordt niet of onvoldoende gehandeldovereenkomstig die voorwaarden, dan geldt alsnog de verplichting omeen vergunning aan te vragen. Het voorgestelde eerste lid van het nieuweartikel 49d van de Mededingingswet bevat de benodigde regels. Dezeregels komen overeen met de regels die in het bestaande concentratietoe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 320 zicht gelden voor het beoordelen van gemelde concentraties. Om diereden zijn verschillende bepalingen uit de huidige Mededingingswet vanovereenkomstige toepassing verklaard.Tweede lidIndien de ACM op grond van het voorgestelde eerste lid de mededelingheeft gedaan dat voor een concentratie een vergunning is vereist, dangeldt op grond van onderhavig artikellid een verbod om de concentratietot stand te brengen zonder vergunning. Deze bepaling komt overeen metartikel 41, eerste lid, van de Mededingingswet.Derde lidOp grond van dit lid zijn de bepalingen over het verlenen van devergunning uit het bestaande concentratietoezicht van overeenkomstigetoepassing op het verlenen van een vergunning in het kader van hetvoorgestelde inroepinstrument. Hierbij gaat het om bepalingen over debeoordeling van de aanvraag (artikel 41, tweede tot en met vierde lid, vande Mededingingswet), over de aanvraag (artikel 42 van de Mededin-gingswet), de beslistermijn (artikel 44 van de Mededingingswet), eengrondslag voor het intrekken van de vergunning (artikel 45 van deMededingingswet) en de mogelijkheid dat de Minister van EconomischeZaken de vergunning verleent nadat de ACM de aanvraag heeft geweigerd(artikel 47 tot en met 49 van de Mededingingswet).Artikel 49eEerste lidOnderhavig artikel heeft betrekking op de situatie dat de concentratie altot stand is gebracht op het moment dat de ACM besluit dat de concen-tratie gemeld moet worden op grond van het voorgestelde artikel 49c,eerste lid. Bij de formulering van deze bepaling is aangesloten bij deformulering van het huidige artikel 39 van de Mededingingswet, die voorhet huidige mededingingstoezicht een voorziening bevat voor eenconcentratie die wordt gemeld bij de ACM nadat die tot stand is gebracht(dit betreft concentraties die tot stand komen via een openbaarovernamebod of via een reeks van transacties met effecten om daarmeezeggenschap van meerdere verkopers te verkrijgen).In deze gevallen, waarin de concentratie tot stand is gebracht, heeft eenverbod op het tot stand brengen van de concentratie geen toegevoegdewaarde. Om die reden is in het voorgestelde eerste lid van artikel 49e vande Mededingingswet bepaald dat het verbod op het tot stand brengen vande concentratie in de meldingsfase (het voorgestelde artikel 49c, eerstelid, onderdeel b, van de Mededingingswet) en in de vergunningsfase (hetvoorgestelde artikel 49d, tweede lid, van de Mededingingswet) niet vantoepassing zijn op die concentraties.Tweede lidIn het voorgestelde tweede lid is bepaald, overeenkomstig het huidigeartikel 39, tweede lid, van de Mededingingswet, welke gevolgen deinroepprocedure kan hebben voor de tot stand gebrachte concentratie. Inhet geval een vergunning wordt vereist, zijn er twee relevante situaties. Inde eerste plaats als de ACM geen vergunning verleent voor de concen-tratie, omdat de aanvraag wordt geweigerd of ingetrokken of als er geenvergunning wordt aangevraagd. In die gevallen moet de concentratiebinnen dertien weken na die gebeurtenis ongedaan worden gemaaktTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 321 (artikel 49e, tweede lid, onderdeel a). In de tweede plaats kan devergunning onder beperkingen worden verleend of kunnen aan devergunning voorschriften worden verbonden. In die gevallen moet deconcentratie binnen dertien weken na het verlenen van de vergunning inovereenstemming worden gebracht met die beperkingen of voorschriften(artikel 49e, tweede lid, onderdeel b).Naast deze twee soorten gevallen waarin de uitkomst is dat de concen-tratie ongedaan moet worden gemaakt of worden aangepast, bestaat erook de mogelijkheid dat de concentratie ongemoeid kan worden gelaten.Dit is het geval als de ACM mededeelt dat geen vergunning is vereist enals de ACM de vergunning zonder beperkingen of voorschriften verleent.Voor deze gevallen is geen regeling in het wetsvoorstel nodig. Eenbijzonder geval is als de ACM de mededeling dat geen vergunning isvereist onder voorwaarden doet. Als aan de voorwaarden wordt voldaan,dan zijn er geen gevolgen. Wordt niet aan de voorwaarden voldaan, dan issprake van een overtreding. In dat laatste geval kan de ACM op grond vanhet huidige artikel 75 van de Mededingingswet een boete opleggen enpartijen alsnog de voorwaarden laten naleven met een last onderdwangsom.Artikel 49fEerste lidHet huidige mededingingstoezicht voorziet in de mogelijkheid omontheffing te verkrijgen van de stand still verplichtingen in demeldingsfase en de vergunningsfase (zie de artikelen 40 en 46 van deMededingingswet). Deze mogelijkheid is bedoeld voor situaties waarin hetwachten met het tot stand brengen van de concentratie tot schade leidt,die niet kan worden voorkomen door het wachten op de uitkomst van deprocedure. Deze ontheffingsmogelijkheden zijn voor de inroepprocedurein het voorgestelde artikel 49f, eerste lid, van de Mededingingswetopgenomen.Tweede en derde lidUit het oogpunt van uniformiteit zijn de relevante bepalingen uit hetreguliere mededingingstoezicht van overeenkomstige toepassingverklaard. Het betreft de mogelijkheid om de ontheffing onder beper-kingen te verlenen of voorschriften aan de ontheffing te verbinden (deartikelen 40, tweede lid, en 46, tweede lid, van de Mededingingswet). Ookis bepaald dat de concentratie binnen dertien ongedaan moet wordengemaakt als uiteindelijk geen vergunning wordt verleend (de artikelen 40,derde lid, onderdeel a, en 46, derde lid, van de Mededingingswet). Tot slotmoet de concentratie binnen dertien weken in overeenstemming wordengebracht met eventueel aan een vergunning verbonden beperkingen envoorschriften (de artikelen 40, derde lid, onderdeel b, en 46, vierde lid, vande Mededingingswet).Artikel I, onderdeel BArtikel 73 van de Mededingingswet geeft de bevoegdheid aan de ACM omeen bestuurlijke boete op te leggen als een onderneming onjuiste ofonvolledige gegevens verstrekt bij het melden van een concentratie of bijeen aanvraag om een vergunning voor een concentratie. Middelsonderhavige wijziging wordt deze bevoegdheid uitgebreid naar hetverstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens in het kader van hetvoorgestelde inroepinstrument.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 322 Artikel I, onderdeel CArtikel 74 van de Mededingingswet geeft de bevoegdheid aan de ACM omeen bestuurlijke boete op te leggen bij overtredingen van de verschillendeverplichten en verboden die gelden op grond van het bestaande mededin-gingstoezicht. Middels onderhavige wijziging wordt deze bevoegdheiduitgebreid naar de verplichtingen en verboden die gelden in het kader vanhet voorgestelde inroepinstrument.Artikel IIBijlage 1 bij de Algemene wet bestuursrecht bevat een opsomming vanbesluiten waartegen geen bezwaar mogelijk is. De besluiten op grond vanhet huidige concentratietoezicht staan in die opsomming. Dit vanwege hetfeit dat het hier geen punitieve besluiten betreft waartegen altijd bezwaaren beroep in twee instanties mogelijk moet zijn en omdat hiermee de duurvan de procedure wordt verkort, hetgeen in het belang is van alle partijen.Met onderhavige geldt deze voorziening ook voor besluiten in het kadervan het voorgestelde inroepinstrument.Artikel IIIOp grond van dit voorgestelde artikel zal inwerkingtreding van de wetgeschieden bij koninklijk besluit. Dit maakt het mogelijk om de inwerking-treding af te stemmen op het kabinetsbeleid inzake de vaste verandermo-menten en de minimale periode tussen publicatie en inwerkingtreding vanwetten. Hierbij zal met name ook rekening gehouden worden met eenvoldoende voorbereidingstijd voor de ACM en de betrokken onderne-mingen.BushoffTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 774, nr. 323

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bf53698437171d27

14 okt 2026 · 07baac34a247d077

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.