Kabinetsreactie en aanbieding onderzoeksrapport 'Effecten van het terugvorderingsbeleid'
Brontekst
Versie 0dcb20f36b9569e9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202617 050Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebiedvan belastingen, sociale zekerheid en subsidiesNr. 612 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN SOCIALEZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 september 2025Een goed functionerend socialezekerheidsstelsel is gebaseerd op hetuitgangspunt dat mensen krijgen waar ze recht op hebben. Onderdeelhiervan is dat onterecht verstrekt gemeenschapsgeld op een correcte entransparante wijze kan worden teruggevorderd om de rechtmatige situatiete herstellen. Dit is niet alleen belangrijk voor het maatschappelijkdraagvlak voor de sociale zekerheid1, maar ook voor de houdbaarheid enbetaalbaarheid van het stelsel. De terugvordering dient daarmee eeneigen doel. Bij het terugvorderen is het van belang expliciet oog tehebben voor de mensen die het aangaat, net als voor het vaststellen vande oorzaken en de mate van verwijtbaarheid die ten grondslag liggen aanhet onterecht verstrekte gemeenschapsgeld.2In de derde voortgangsbrief herijking handhavingsinstrumentarium is eenverdieping naar de effecten van terugvorderingen aangekondigd.3 Hetdoor Ipsos I&O opgeleverde rapport Effecten van het terugvorderings-beleid bieden wij u hierbij aan. Met deze brief wordt uw Kamer over ditonderzoek geïnformeerd en op welke wijze opvolging gegeven wordt aande aanbevelingen. Ook gaan we in op het vervolgproces.1Motivaction (2023). Het burgerperspectief op de herijking van het handhavingsbeleid in desociale zekerheid. Het burgerperspectief op de herijking van het handhavingsbeleid in desociale zekerheid | Rapport | Rijksoverheid.nl2In dit verband is ook de Rijksincassovisie relevant. Ook hierin wordt een balans gezocht tussenverschillende waarden. De overheid heeft enerzijds een rol bij het voorkomen en oplossen vanproblematische (overheids)schulden. Anderzijds heeft de overheid een inningstaak. ZieKamerstuk 24 515, nr. 724.3Kamerstuk 17 050, nr. 609. kst-17050-612ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 17 050, nr. 6121 VorderingenbeleidIndien een uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt,herziet de uitvoeringsorganisatie het besluit waarmee de uitkering istoegekend. Het bedrag aan of het recht op uitkering wordt opnieuwvastgesteld. Na de herziening besluit de uitvoeringsorganisatie of het tenonrechte of te veel uitgekeerde bedrag teruggevorderd moet worden. Alshet besluit tot terugvordering is genomen en een terugbetalingstermijn isvastgesteld, start de invordering. Invordering betreft het daadwerkelijkinnen van de schulden van de betrokken persoon. Dit heeft directe(financiële) gevolgen voor betrokkene. Na verloop van tijd komenmensen, onder voorwaarden, in aanmerking voor kwijtschelding van deresterende schuld. Als hiertoe besloten wordt kan de uitvoeringsorgani-satie geen invorderingshandelingen meer instellen.Het huidige vorderingenbeleid gaat uit van de lijn die in 1994 met de Wetboeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (WetBMTI)4 is ingezet: gemeenschapsgeld dat onterecht is verstrekt, moetworden teruggevorderd. Met de Fraudewet I5 (2012) werd het ook bijbijstandsuitkeringen verplicht terug te vorderen bij schending van deinlichtingenplicht. Waar destijds de nadruk lag op strikte (verplichte)vordering, is er nu meer ruimte voor nuance, met expliciete aandacht voorinachtneming voor de mensen die het aangaat. Het onderzoek van IpsosI&O ziet op de wijze waarop het beleid in de praktijk wordt gebracht.Reactie op het onderzoek «Effecten van het terugvorderings-beleid»Het vorderingenbeleid draagt bij aan de rechtmatige verstrekking vanoverheidsgeld. Mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid tenaanzien van hun inkomsten, en als iemand onrechtmatig een uitkeringontvangt, wordt dit teruggevorderd. Hiermee wordt het maatschappelijkdraagvlak voor de sociale zekerheid behouden. Bovendien is het positiefdat mensen die met een terugvordering te maken hebben gehad, in detoekomst vaker relevante informatie aan de uitvoeringsorganisatiedoorgeven en beter letten op wijzigingen in wet- en regelgeving. Hieruitconcluderen wij dat het vorderingenbeleid naleving op lange termijnbevordert.De conclusie van Ipsos I&O dat 25% van de betrokkenen in het onderzoekernstige negatieve effecten ondervindt van een terugvordering isverontrustend. Bijzonder zorgwekkend is ook de bevinding dat eenterugvordering voor 5% van de mensen tot problematische schulden leidtals de invordering plaatsvindt. Dit zou niet moeten mogen en het huidigevorderingenbeleid biedt ook waarborgen om dit te voorkomen. Terugvor-dering is een verplichting, maar er is recent meer ruimte ontstaan om inbepaalde situaties geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien6.Daarnaast is er bijvoorbeeld de verplichting tot inachtneming van debeslagvrije voet. Wij gaan met UWV, de SVB en VNG verder in gesprek inhoeverre de huidige waarborgen volstaan. Van belang in dit kader is datvorderingen in de sociale zekerheid vaak niet op zichzelf staan. Veelmensen hebben niet alleen vorderingen bij UWV, de SVB of de gemeente,maar ook bij andere overheidsinstanties en/of private partijen.7 Het4Kamerstuk 23 909, nr. 2.: Met de Wet BMTI werd een volledige terugvorderingsverplichting ophet terrein van werknemers- en volksverzekeringen geïntroduceerd.5Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Kamerstuk 33 207, nr. 3).6ECLI:NL:CRVB:2024:726.7Uit onderzoek van Divosa blijkt bijvoorbeeld dat 42% van de betrokkenen met bijstands-schulden ook andere schulden heeft. Bijstand veelvoorkomende bron van schulden | DivosaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 17 050, nr. 6122 probleem van samenloop van invorderingen is daarom breder dan enkelhet terugvorderingsbeleid in de sociale zekerheid. Er is reeds aandachtvoor deze samenloop van schulden, onder andere in het NationaalProgramma Armoede en Schulden.8Het onderzoek maakt duidelijk dat er knelpunten bestaan in het huidigebeleid die moeten worden opgelost. Dit vormt aanleiding om hetvorderingenbeleid te moderniseren. Tegelijkertijd bereikt het vorderingen-beleid op andere vlakken de beoogde effecten. Tot slot maakt hetonderzoek duidelijk dat wij samen met UWV, de SVB en gemeentenstappen te zetten hebben om de wetgeving en de dienstverlening teverbeteren. Hierna zal nader worden ingegaan op verbeteringen in dewetgeving, zoals de aanbevelingen rond vereenvoudiging. De rapport-cijfers van UWV en gemeenten geven reden tot zorg. De communicatie enhet contact met mensen moeten aanzienlijk verbeteren.Knelpunten en aanbevelingen onderzoekIpsos I&O ziet knelpunten en aanbevelingen op vier niveaus. Het eersteniveau heeft betrekking op het socialezekerheidsstelsel, dat alsingewikkeld en ontoegankelijk wordt ervaren. Het tweede niveau betreftde preventieve aanpak. Hierbij dienen gegevensdeling en communicatietussen uitvoeringsorganisaties en andere (overheids)organisaties teworden verbeterd, zodat burgers tijdig en correct geholpen kunnenworden. Het derde niveau betreft de communicatie richting de uitkerings-gerechtigden. Het vierde niveau ziet op terugbetaalopties, deze zijn bijmensen onvoldoende bekend. Deze punten worden met de volgendemaatregelen aangepakt en opgevolgd.StelselingrepenVereenvoudiging socialezekerheidsstelselVereenvoudiging van het socialezekerheidsstelsel staat in diverse reedsingezette trajecten centraal. Deze trajecten zijn beschreven in de Hervor-mingsagenda inkomensondersteuning.9 De Hervormingsagenda richt zichenerzijds op het vereenvoudigen van het stelsel als geheel door minderregelingen met minder voorwaarden. Dit voorkomt fouten van zowelmensen als uitvoeringsorganisaties, waardoor ook het aantal terugvorde-ringen afneemt. Anderzijds worden, zoals eveneens aanbevolen doorIpsos I&O, voorstellen gedaan om binnen het stelsel via gegevensdelingen preventie uitkeringen zo snel mogelijk correct vast te stellen. Mochteen terugvordering of nabetaling toch nodig zijn, dan gebeurt dit op eenmanier die geen verwarring of problemen veroorzaakt.Wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheidDaarnaast wordt met het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid eenaantal wijzigingen doorgevoerd die terugvorderingen beperken endaarmee bijdragen aan het opvolgen van de aanbevelingen van IpsosI&O.10 Allereerst wordt bij fouten van de overheid het uitgangspunt bijterugvordering omgedraaid: terugvordering vindt niet plaats, tenzijiemand redelijkerwijs had kunnen weten dat de uitkering te hoog ofonterecht was. Daarnaast wordt een bescherming tegen traag handelendoor de overheid ingevoerd. Een uitvoeringsorganisatie moet binnen zesmaanden reageren op een signaal van de betrokken persoon of uit een8Kamerstuk 24 515, nr. 799.9Kamerstuk 26 448, nr. 849.10Kamerstuk 36 785.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 17 050, nr. 6123 direct toegankelijk systeem, waaruit blijkt dat de uitkering te hoog isvastgesteld. Doet de uitvoeringsorganisatie dit niet, dan verspeelt zij debevoegdheid tot terugvordering over de periode na afloop van de eerstezes maanden na ontvangst van het signaal. Verder introduceert hetwetsvoorstel een maximale terugkijktermijn: een uitvoeringsorganisatiemag tot maximaal vijf jaar aan onterecht verstrekte gelden terugvorderen.In geval van misbruik is deze terugkijktermijn tien jaar.11 Tot slot codifi-ceert het wetsvoorstel de uitspraak van de CRvB van 18 april 2024 inzakede toepassing van de dringende redenen.12 Hierdoor moet de uitvoerings-organisatie bij de toets of dringende redenen aanwezig zijn een integralebelangenafweging maken tussen het belang van het stelsel en het belangvan het individu. Daarbij worden alle relevante omstandigheden meege-nomen, zoals de oorzaak van de herziening, terugvordering of sanctieop-legging en de gevolgen hiervan.Modernisering van het vorderingenbeleidAanvullend op deze lopende beleidstrajecten worden verschillendeonderwerpen binnen het vorderingenbeleid onderzocht, met als doel ditbeleid te moderniseren. Zo wordt een nabetalingsverplichting onderzocht.De socialezekerheidswetten gaan niet in op eventuele nabetaling van telaag vastgestelde uitkeringen, hiervoor is geen expliciete bevoegdheidopgenomen.Wie in het verleden te weinig ontving, krijgt dit bedrag dus op grond vande huidige wet- en regelgeving niet ambtshalve alsnog uitgekeerd. Eenwettelijke nabetalingsplicht zou garanderen dat mensen altijd ontvangenwaar zij recht op hebben, zowel bij te hoge als te lage vaststellingen.Tegelijkertijd vraagt dit om zorgvuldige afweging, omdat een nabetalingook bijvoorbeeld onbedoelde negatieve keteneffecten kan veroorzaken.Daarnaast wordt de Regeling geringe bedragen13 geëvalueerd.Bij het vorderingenbeleid speelt het volgende spanningsveld: Een rechtmatige besteding van gemeenschapsgeld versus hettoepassen van de menselijke maat. Afzien van (een deel van) de terugvordering kan in een individueel gevalgewenst zijn met het oog op de menselijke maat. Hierdoor komt erimmers een minder zware financiële last bij deze betrokkene te liggen. Ditgaat echter ten koste van een rechtmatige besteding van overheidsgeld.De betrokkene had geen recht op de onterecht verstrekte uitkering. Beideperspectieven zijn van belang, maar gaan niet steeds samen.Met de modernisering van het vorderingenbeleid wordt getracht eenbalans te vinden tussen beide belangen. Het uitgangspunt blijft dat een teveel betaalde uitkering wordt teruggevorderd. Binnen dit uitgangspuntworden wijzigingen overwogen om in hogere mate rekening te houdenmet maatwerk. In 2026 wordt uw Kamer nader geïnformeerd over deuitwerking van de onderwerpen ter modernisering van het vorderingen-beleid.11Kamerstuk 17 050, nr. 609.12ECLI:NL:CRVB:2024:726. Dit gebeurt naar aanleiding van amendement van het lid Ceder op deParticipatiewet in balans, Kamerstuk 36 582, nr. 25.13Regeling terugvordering geringe bedragen, Ministeriële regeling, geldend van 01-01-2015 t/mheden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 17 050, nr. 6124 Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat terugvordering niet alleenplaatsvindt naar aanleiding van regelovertreding of een fout van hetbestuursorgaan, maar ook kan voortvloeien uit de werking van het stelsel.Mensen hebben soms inkomsten die niet direct in de uitkering verwerktkunnen worden. De betrokken persoon werkt bijvoorbeeld een wisselendaantal uren of is zelfstandige. Het is aan de betrokkene zelf om informatiehierover zo snel mogelijk door te geven aan de uitvoeringsorganisatie. Deuitvoeringsorganisatie keert een voorschot uit. Als de uitkering definitiefwordt vastgesteld op een lager bedrag dan iemand aan voorschotontvangen heeft, volgt een terugvordering. Op het moment dat deuitkering op een hoger bedrag wordt vastgesteld dan het voorschot datiemand ontvangen heeft ontvangt de betrokkene een nabetaling.Bruto terugvorderingenEen knelpunt binnen het vorderingenbeleid is de bruto-netto proble-matiek. UWV heeft dit knelpunt genoemd in haar knelpuntenbrief14 en eris een motie15 aangenomen om uitkeringen alleen netto – dat wil zeggen,het bedrag dat iemand daadwerkelijk op diens rekening ontvangen heeft –terug te laten betalen. In het regeerakkoord16 is daarom het voornemenuitgesproken om bij mensen ter hoogte van netto terug te vorderen.Het knelpunt bestaat eruit dat uitkeringen na inhouding van loonheffingnetto worden uitbetaald aan de burger. Als er te veel is uitgekeerd, wordtbruto teruggevorderd. In de meeste gevallen wordt de invordering van deloonheffing door dienstverlening ondervangen. Zo zijn terugvorderingenvanuit de Participatiewet altijd netto binnen het jaar van ontstaan. UWVverrekent binnen het jaar van ontstaan de terug te betalen loonheffingmet reeds afgedragen loonheffing. Ook na de jaargrens wordt bijverrekening met een lopende uitkering de af te dragen loonheffing directverminderd, waardoor geen problemen ontstaan. In zo’n 60.000 gevallen,waarvan veruit het grootste deel bij UWV, moeten mensen de afgedragenloonheffing zelf terugbetalen.Dit is fiscaal te verklaren. Afgedragen loonheffing is onderdeel van hetteveel ontvangen inkomen. De meeste mensen krijgen dit verschil ookterug doordat terugbetalingen als negatief inkomen gelden bij de aangifteinkomstenbelasting. Toch blijkt deze systematiek moeilijk te begrijpenvoor mensen. Dit wordt bevestigd in het onderzoek van Ipsos I&O.Daarnaast kan het lang duren voordat mensen een vergelijkbaar bedragterugkrijgen. Dit gebeurt immers pas na verwerking van de aangifteInkomstenbelasting. Bovendien krijgt niet iedereen een even hoog bedragterug als het bedrag aan loonheffing. Bijvoorbeeld in gevallen waarin mente weinig belasting heeft betaald om iets terug te krijgen. Ook verschillenbelastingtarieven per situatie en per jaar.De bruto-netto problematiek ontstaat doordat inkomen fiscaal is vastge-steld, maar in de sociale zekerheid achteraf kan wijzigen. Welke oplos-singsrichting structureel het beste resultaat sorteert met zo min mogelijknegatieve effecten is vooralsnog niet duidelijk. Omdat het invorderen vanafgedragen loonheffing veruit het meest voorkomt bij UWV17, verkennen14UWV (2022). Knelpuntenbrief 202215Kamerstuk 35 925 XV, nr. 9116Regeerprogramma, p. 1517Bij SVB wordt door de langdurige aard van uitkeringen 65% van de gevallen verrekend,waardoor er geen problemen met bruto terugbetalingen ontstaan. Van de vorderingen was50% onder de 300 euro met ook lagere bedragen aan loonheffing. In de Participatiewet zijnvorderingen binnen het jaar altijd netto. Na de jaargrens matigen gemeenten vorderingen totnetto indien de schuld niet door de inwoner is ontstaan. Ook hier is de loonheffing laag enleidt lage terugbetaalcapaciteit tot veel kwijtscheldingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 17 050, nr. 6125 wij samen met UWV een tijdelijke oplossingsrichting in de vorm van eenpilot. UWV zal op korte termijn categoraal bruto vorderingen matigen meteen bedrag ter hoogte van de loonheffing. Voorwaarden bij de categoralematiging zijn dat vorderingen niet binnen de jaargrens wordeningevorderd en niet worden verrekend. Enkel in andere situaties ontstaanproblemen rond begrijpelijkheid en liquiditeit. Voor deze werkwijze ismomenteel geen wettelijke grondslag. Daarom krijgt UWV hierbijtoestemming om per 2026 buitenwettelijk begunstigend beleid toe tepassen. De kennis die wordt opgedaan met deze pilot wordt benut voorhet uitwerken van een structurele oplossing.18De matiging van bruto vorderingen kent ook nadelen. Vorderingen geldennog steeds als negatief inkomen, waardoor een financieel voordeelontstaat. Dit is onwenselijk, maar vanuit burgerperspectief is dit voor dekorte termijn wenselijker dan voortbestaan van de huidige bruto-nettoproblematiek. Dit financieel voordeel en het gebrek aan een wettelijkegrondslag zijn redenen om de matiging van vorderingen tijdelijk tehanteren tot een structurele oplossing is gevonden. Planning is om in Q42025 een uitvoeringstoets uit te voeren voor de pilot en in Q3 2026 testarten met de matiging. De pilot duurt tot en met 2028. Voor de periodeerna worden structurele oplossingen verkend. In 2026 wordt uw Kamerover de stand van zaken van de pilot en de uitwerking van de structureleoplossing geïnformeerd.Keteneffecten bij nabetalingenMensen ontvangen geregeld een nabetaling van een (overheids)organi-satie, bijvoorbeeld door een fout van de overheid, een beslissing na eenberoepsprocedure of ten gevolge van de herberekening van eenvoorschot. Deze nabetaling veroorzaakt een eenmalige piek in hetinkomen in het jaar van de nabetaling. Dit kan voor mensen doorwerkinghebben in allerlei inkomensondersteunende regelingen en andereondersteuningsvormen waar iemand gebruik van maakt (ook wel«keteneffecten» genoemd). Mensen ondervinden financiële gevolgen,(financiële) onzekerheid en administratieve lasten door deze ketenef-fecten. Soms zijn de negatieve financiële gevolgen van de keteneffectenzelfs groter dan de nabetaling zelf.De voorgestelde oplossingsrichting is dat de nabetaling wordt uitge-zonderd van het toetsingsinkomen van inkomensafhankelijke regelingen.Daarmee wordt een belangrijk deel van de keteneffecten voorkomen. Welwordt er belasting betaald over de nabetaling. Deze oplossingsrichtingwordt verder onderzocht.Actualisering van vorderingenbeleid UWV, SVB en gemeentenTot slot werken UWV, de SVB en gemeenten aan een actualisering vanhun vorderingenbeleid. De SVB heeft binnen de huidige wet- en regel-geving onder meer versoepeling in haar beleidsregels over herziening,terugvordering en kwijtschelding aangebracht. Ook UWV werkt innavolging van deze recente jurisprudentie aan een actualisering van zijnbeleidsregels. Gezamenlijk met UWV, de SVB, gemeenten en de VNGonderzoeken wij bovendien welke wijzigingen in hun beleidsregels nodigzijn voor implementatie van de wijzigingen in het wetsvoorstelHandhaving sociale zekerheid.18Zie voor een meer specifieke uitwerking van deze pilot bijlage 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 17 050, nr. 6126 PreventieIn het kader van de aanbevelingen van Ipsos I&O op het gebied vanpreventie speelt het volgende dilemma: Gegevensuitwisseling versus privacy vanbetrokkenen. Terugvorderingen kunnen voorkomen worden door sneller en vakerinformatie uit te wisselen tussen overheidsorganisaties. Met gegevensuit-wisseling kan echter de privacy van mensen in het geding komen. Dewerkagenda SUWI richt zich op zorgvuldige gegevensuitwisseling. Ditdilemma speelt hierbij een prominente rol.Met de derde voortgangsbrief herijking handhavingsinstrumentarium isuw Kamer geïnformeerd over het eindadvies van Team Preventie, eenmultidisciplinair team dat onderzocht heeft hoe fouten in de socialezekerheid voorkomen kunnen worden.19 Voor de implementatie van deaanbevelingen van Team Preventie hebben VNG, de SVB, UWV en SZWinhoudelijke thema’s gekozen die in de praktijk vaak tot regelovertredingleiden. Deze thema’s worden verder verkend. Onderwerpen zijn onderandere het niet of te laat doorgeven van vakantie of verblijf in hetbuitenland en fouten door betrokkenheid van tussenpersonen. Het doel isom praktische en/of wettelijke oplossingen te verkennen die regelover-treding en daarmee terugvorderingen voorkomen of verminderen.Op het niveau van preventie doet Ipsos I&O tot slot de aanbeveling omuitkeringen met terugwerkende kracht uit te keren. Dit zou voorkomen dater gewerkt moet worden met voorschotten. Het is niet mogelijk dezeaanbeveling over te nemen. In bepaalde gevallen kan het aanvullendeinkomen naast de uitkering namelijk niet met zekerheid worden vastge-steld, bijvoorbeeld wanneer iemand als zelfstandige werkt of wisselendeinkomsten heeft. Het is daardoor niet uitvoerbaar om uitkeringen metterugwerkende kracht toe te kennen, omdat het vaak geruime tijd duurtvoordat de inkomsten van deze groep definitief zijn vastgesteld. Al dezetijd zitten mensen dan zonder voldoende inkomen. Binnen het huidigestelsel zijn voorschotten daarom onmisbaar om te waarborgen datmensen tijdig in hun levensonderhoud kunnen voorzien.Wel is het van groot belang dat mensen begrijpen dat sprake is van eenvoorschot, hoe het voorschot tot stand komt en dat zij zich ervan bewustzijn dat een voorschot later kan leiden tot een terugvordering ofnabetaling. Dit vraagt om duidelijke en transparante communicatie,waarbij inzichtelijk wordt gemaakt hoe het maandinkomen wordtvastgesteld en welke gevolgen dit kan hebben voor de hoogte van deuiteindelijke uitkering.CommunicatieUWV heeft in het kader van het verbeteren van de dienstverleninginclusief communicatie verschillende initiatieven ontplooid. In een«Brievenchallenge» zijn onder andere de vorderingsbrieven geanalyseerd,waarbij de ervaren knelpunten van uitkeringsgerechtigden zijn aangepakten de brieven beter begrijpelijk en leesbaar zijn geworden. De OnlineDienstverlening Invorderen is uitgebreid, waardoor mensen met een19Team Preventie (2024). Preventie – Een kwestie van doen! Eindadvies Team Preventie:Preventie - Een kwestie van doen! | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 17 050, nr. 6127 UWV-uitkering hun vorderingen via MijnUWV kunnen inzien. Naast dezedigitale uitbreiding blijft het mogelijk om via klantadviseurs van TeamGeldzorgen een betalingsregeling te treffen bij vorderingen. Via deMenselijke Maat Monitor brengt UWV in beeld hoe mensen de dienstver-lening ervaren en waar verbeteringen nodig zijn, ook op vlak vanterugvorderingen. Tevens zijn er integrale klantreizen opgestart omsamenhang aan te brengen in contacten voor mensen die in aanrakingkomen met UWV en knelpunten vanuit dat perspectief aan te pakken.Verder is onderzoek gedaan naar de doenlijkheid van het invorderings-proces, naar aanleiding daarvan worden verbeteringen ingezet. Dezelopende initiatieven zal UWV aanscherpen en nader uitwerken met deuitkomsten en aanbevelingen uit het onderzoek van Ipsos I&O.Voor VNG bevestigen de uitkomsten van het onderzoek dat gezamenlijkstappen gezet moeten worden om de communicatie met mensen teverbeteren. Het rapport van Ipsos I&O toont aan dat veel inwoners dereden voor en berekening van de terugvordering onvoldoende begrijpenen zich daardoor vaak overvallen voelen. VNG acht heldere en toeganke-lijke communicatie essentieel om dit te voorkomen. In het wetsvoorstelHandhaving sociale zekerheid zijn hiervoor voorstellen opgenomen. Hetgaat daarbij onder meer om het tijdig en begrijpelijk informeren vanmensen om terugvorderingen te voorkomen en het aanbieden vanduidelijke informatievoorziening die helpt vergissingen zoveel mogelijk tevermijden. Passend informeren maakt het daarnaast mogelijk om dereden van een terugvordering helder toe te lichten en mensen handvattente geven om herhaling te voorkomen. De verplichting tot passendinformeren biedt hiermee kansen om de aanbevelingen van Ipsos I&O ophet gebied van communicatie concreet in te vullen.De dienstverlening omtrent terugvorderingen van de SVB wordt alsvoldoende beoordeeld. De SVB besteedt veel aandacht aan de communi-catie naar burgers. Mensen kunnen de SVB bellen met vragen en krijgendan een medewerker met kennis van zaken aan de lijn die hen kan helpen.De correspondentie die de SVB verstuurt, wordt met enige regelmaatvoorgelegd aan een klantenpanel om de inhoud van brieven nog beter afte stemmen op hun behoeften. De correspondentie die betrekking heeftop terug- en invorderen maakt daar deel van uit. Voorts nemen demedewerkers van de SVB proactief contact op met de burger bij groteterugvorderingen en nabetalingen om extra toelichting te geven,eventuele vragen te beantwoorden en om afspraken te maken over dewijze van terugbetalen bij terugvorderingen.BetalingsregelingenTot slot worden enkele aanbevelingen gedaan ten aanzien van ervaringenrond betalingsregelingen. Het invorderings- en kwijtscheldingsbeleiddraait om het leveren van maatwerk, waarbij een balans gevonden wordttussen het belang van de individuele schuldenaar en het maatschappelijkbelang dat gediend wordt met de invordering. De schuldenaar heeft baatbij mogelijkheden om betaalafspraken te maken en, op lange termijn,perspectief op financiële verlichting door het kwijtschelden van de(rest)schuld. In dit kader is ook de maatschappelijke impact van problema-tische schulden van belang. De maatschappij heeft baat bij een recht-matige besteding van overheidsgelden, waar terugvorderingen aanbijdragen. Geld dat onrechtmatig besteed is, kan uiteindelijk niet verstrektworden aan een ander die daar recht op heeft. De betrokkene moethiertoe de schuld zoveel mogelijk aflossen en de uitvoeringsorganisatiemoet kwijtschelding van de schuld niet te snel toepassen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 17 050, nr. 6128 Het invorderingsbeleid is voor UWV en de SVB geregeld in de Regelingtenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigdebetalingen (hierna: Regeling). Deze Regeling is recent gemoderniseerd20.Doel van de modernisering was om uitvoeringsorganisaties meer ruimtete geven om betalingsregelingen af te sluiten. Concreet hebben UWV ende SVB nu meer mogelijkheden om langere betalingsregelingen af tesluiten en om akkoord te gaan met voorstellen voor betalingsregelingenvan de betrokkene. Medio 2026 voeren UWV en de SVB een invoerings-toets uit op de vernieuwde Regeling. Gemeenten maken eigeninvorderingsbeleid.De termijnen waarna UWV, de SVB of de gemeente een schuld kunnenkwijtschelden zijn geregeld in de socialezekerheidswetten. Met hetwetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid worden de kwijtscheldingster-mijnen bij vorderingen ontstaan door een schending van de inlichtingen-plicht21 in lijn gebracht met de termijnen bij vorderingen die wegensandere redenen worden ingesteld. Bij de modernisering van het vorderin-genbeleid wordt bezien of deze wijziging het beoogde effect heeft.Passende betalingsregelingen zijn noodzakelijk om te borgen dat mensenmet schulden voldoende overhouden om rond te komen. UWV is sinds1 juli 2024 aangesloten bij de Betalingsregeling Rijk. Het doel van deBetalingsregeling Rijk is dat mensen op één plek één betalingsregelingkunnen afspreken voor al hun vorderingen bij de Rijksoverheid.Het is tevens van belang dat een inwoner structureel uit de schulden kanblijven. Indien er sprake is van problematische schulden kan de inwonerzich wenden tot de gemeente voor ondersteuning in de vorm vanschuldhulpverlening. Binnen het Nationaal Programma Armoede enschulden wordt ingezet op de «Basisdienstverlening schuldhulpverlening»die onder andere invulling geeft aan het bieden van financiële begeleidingen nazorg aan de inwoner.22AfsluitendDe uitkomsten van het onderzoek Effecten van het terugvorderingsbeleidonderstrepen het belang van een modernisering van het vorderingen-beleid. Hierbij streven wij naar een evenredig vorderingenbeleid, dat rechtdoet aan de verschillende belangen en effecten van dit beleid. Hieroverblijven wij met uw Kamer en met de maatschappelijke partners ingesprek. In 2026 doen wij uw Kamer de uitwerking van de onderwerpenbinnen de modernisering van het vorderingenbeleid, gezamenlijk met eenbeleidsvoorstel, toekomen.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M.L.J. PaulDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel20Op 1 januari 2025 is de «Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvorderingonverschuldigde betalingen» in werking getreden.21De inlichtingenplicht houdt kortgezegd in dat een betrokkene alle informatie moet verschaffendie relevant is voor de hoogte, duur of rechtmatigheid van de uitkering.22Kamerstuk 24 515, nr. 799.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 17 050, nr. 6129
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.