KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang Groen in en om de Stad (GIOS)

31 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6bb26aec0893f066 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1396 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES EN VOOR NATUUR EN STIKSTOF Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 mei 2024Hierbij bieden wij, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties en de Minister voor Natuur en Stikstof, uw Kamer de voortgangs-brief Groen in en om de Stad (GIOS) en bijbehorende rapporten aan. Wijgeven hierbij gevolg aan de in 2023 toegezegde acties1 om eenhandreiking op te stellen en een financiële en juridische verkenning tedoen. Met deze brief informeren we uw Kamer over de resultaten.Groen in en om de Stad draagt bij aan een gezonde en prettigeleefomgeving voor mens en natuurMet een groeiende bevolking en bijbehorende woningbouwopgave,achteruitgang van biodiversiteit en voortgaande verandering van hetklimaat wordt het belang van voldoende ruimte voor groen in en om destad groter. Mensen waarderen hun omgeving aan de ommetjes die zijkunnen maken en de plekken waar hun kinderen veilig kunnen spelen enmensen elkaar kunnen ontmoeten. Groene parken, straten en tuinen metwuivende bomen dragen bij aan het welzijn en de fysieke en mentalegezondheid van mensen. We ontmoeten elkaar en recreëren in het groenen komen in contact met de natuur. Voor dieren is groene ruimte met dejuiste condities cruciaal om te overleven: zonder groen en water geenfluitende vogels in de wijk en in de tuin. Een groene omgeving kan nietzonder water (blauw). In droge perioden houdt het water de bomen enplanten in leven en zorgt het voor verkoeling in de zomer, terwijl in natteperioden het groen ruimte biedt voor het opvangen en vasthouden vanwater. Waar we in het vervolg van deze brief over groen spreken, is waterdaar ook een belangrijk onderdeel van.Groen heeft bovendien een positief effect op het vestigingsklimaat en devastgoedwaarde. Groen is kortom nodig voor een welvarend en toekomst-bestendig Nederland, waar we allemaal belang bij hebben.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 813 nr. 1195 kst-32813-1396ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13961 Aanpak Groen in en om de StadMet de programmatische aanpak Groen in en om de Stad (GIOS) zettenwe ons in om voldoende groen in en om de stad te realiseren voor eengezonde en prettige leefomgeving.GIOS is erop gericht om tot eensamenhangende aanpak te komen, die optimaal bijdraagt aan deverschillende doelen van groen in de fysieke leefomgeving: zoalsgezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en leefbaarheid. De GIOSaanpak wordt vormgegeven in nauwe samenhang met de aanpak voor deLandelijke maatlat voor de groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving(landelijke maatlat), waarin groen en biodiversiteit ook als onderdelen zijnmeegenomen. Uw Kamer wordt over de voortgang van de landelijkemaatlat later dit jaar geïnformeerd.Met GIOS wordt ook bijgedragen aan biodiversiteitsherstel. Door gezondecondities voor natuur te creëren wordt basiskwaliteit natuur (BKN) buitennatuurgebieden bereikt. Dit is een niveau van natuurkwaliteit waarbijalgemene soorten algemeen blijven en worden. Met BKN werkt deMinister voor Natuur en Stikstof aan een eenduidige methodiek die erinvoorziet om dit herstel te realiseren. Hierover is de Tweede Kamer op11 april 2024 geïnformeerd2.Inhoud van de briefMet deze brief informeren we uw Kamer over:1)De Handreiking Groen in en om de Stad, die provincies en gemeen-ten handvatten en een aanpak biedt voor meer gestructureerd sturenop groen op verschillende schaalniveaus;2)Een financiële verkenning naar de kosten en baten van de groenop-gave in de stad;3)Een juridische verkenning van de groenambities op nationaal niveau.Deze drie rapporten bieden wij u bij deze brief aan. Hiermee wordtuitvoering gegeven aan de motie van het lid Terpstra3 en de motie van deleden Bouchallikh (GL) en Geurts (CDA)4 over het onderzoeken van hetopnemen van eisen voor groen in de openbare ruimte in en om de stadi.r.t. de leefbaarheid in de steden, dorpen en kernen en de verstedelij-kingsopgave die daar speelt. Ook wordt hiermee uitvoering gegeven aande motie Dik-Faber (CU) en Van Eijs (D66)5 die verzoekt om te onder-zoeken of de beleidsdoelstellingen voor natuur en milieu uitgewerktkunnen worden naar streefwaarden, zodat deze als omgevingswaardeleidend kunnen zijn in overwegingen en alle onder de NOVI gerangschikteplanfiguren.Vanwege het grote maatschappelijke belang van groen in en om de stadvinden wij het op zijn plaats om als Rijk een coördinerende rol te nemenbij de groenopgave. Op dit moment nemen wij geen besluit over devervolgstappen over beleidsmatige en juridische borging van GIOS.Hierna schetsen we eerst de huidige aanpak en gaan vervolgens nader inop de handreiking en informeren we u over de uitkomsten van de tweeverkenningen.2Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 576, nr. 3733Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 517, nr. 574Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 742, nr. 75Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 34 682, nr. 66Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13962 Huidige aanpak van groen in en om de stad is diversVia verschillende aanpakken worden tuinen, parken en andere openbaartoegankelijke plekken groener en leefbaarder gemaakt. Gemeentenpakken deze opgave voortvarend op door zelf uitgangspunten voorvergroening mee te geven in de vorm van richtlijnen of normen bijplanvorming. En ook door initiatieven als tegels wippen (StichtingSteenbreek), bomen uitdelen en inwoners prikkelen om bij te dragen.Vanuit inwoners zien we steeds meer buurtacties om bijvoorbeeldgeveltuintjes aan te leggen en samen hun straat te vergroenen.Ook op hoger schaalniveau wordt de opgave van groen in en om de stadmeegenomen, zoals in gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies, deruimtelijke voorstellen van de provincies en ontwikkelperspectieven vande NOVEX verstedelijkingsgebieden. Groenblauwe verbindingen tussenstedelijk gebied en landelijk gebied worden daarbij als belangrijkonderdeel gezien van dat beleid in verband met mogelijkheden voorverplaatsingen per fiets of te voet, sport en recreatie en het belang voorde biodiversiteit6.Binnen de bestaande gebouwde leefomgeving zien we grote verschillen inde aanwezigheid van groen: van hele groene wijken tot heel «stenige»wijken met weinig groen en water. Dit hangt samen met de mate vanhittestress op hete dagen7, biodiversiteitsverlies8 en gezondheidsver-schillen9. Juist in de wijken met sociale problemen is doorgaans sprakevan minder groen en een ongezondere leefomgeving10. Ook is niet elkestad even goed verbonden met het buitengebied, door fysieke barrièresen het ontbreken van doorlopende groenstructuren. Op andere plekken isde toegankelijkheid juist goed en de hoeveelheid groen voor recreatie ennatuur groot.Groen van plan tot realisatie & beheerDe opgave is om groen en de doelen die het dient op alle schaalniveausmee te laten groeien met de ruimtelijke en sociale opgaven in en om degebouwde leefomgeving. Dat groen per schaalniveau verschillendefuncties heeft, maakt het ook een complexe opgave: op buurtniveau gaathet bijvoorbeeld om zicht op groen, prettig leven, lokale biodiversiteit enhet opvangen van water, terwijl de recreatieve behoefte weer meer eenopgave op stads- of regioniveau is. Voor elk van de schaalniveaus zijnbaathebbers aan te wijzen en zijn er uiteenlopende ruimtelijke ontwikke-lingen (zowel onder- als bovengronds). Onder meer het ontbreken van eeneenduidige systematiek voor groen en natuur buiten beschermdenatuurgebieden en uiteenlopende (maatschappelijke en economische)waardering hiervoor leiden tot het minder meenemen van groen inruimtelijke ontwikkelingen. Ook als groen wél wordt meegenomen in deplanvorming, zien we in de praktijk dat richting de realisatie groenam-bities teruggeschroefd worden. Daarom is het van belang om aandacht tehouden voor groen tot realisatie en beheer.De gevolgen van het niet meenemen van groen als apart ontwikkeldoelzijn groot: toenemende overlast door hittestress en verminderdemogelijkheid van opvangen van neerslag, afname van biodiversiteit en6Groen-blauwe netwerken in duurzame gebiedsontwikkeling | WUR7Factsheet Hittestress | TNO, Stadsklimaat | KNMI, De hittebestendige stad | HvA8Vogels in steden gaan achteruit | Nature Today, Groen in de Stad | WUR9Effect van natuur op gezondheid | WUR10Gezonde leefomgeving in kwetsbare wijken | Platform31 en Pharos, Leefomgeving engezondheidsverschillen | PharosTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13963 een toenemende lagere kwaliteit van leven door een minder groeneleefomgeving.Richtlijnen en groennormenBinnen Nederland ontbreekt het aan een uniforme aanpak voor groen inen om de stad. Verschillende «normen» en richtlijnen worden gebruikt omgroen mee te nemen in gebiedsontwikkeling op lokaal en regionaalniveau. Zo is er de 3-30-300 richtlijn11 en zijn er andere kwantitatievenormen en richtlijnen gerelateerd aan nieuwbouw. Elk van deze «normen»en richtlijnen kent een eigen invalshoek vanuit inhoud, kwantiteit, kwaliteiten doelstellingen van het groen. Tien van deze «normen», waaronder de3-30-300 richtlijn, zijn geanalyseerd door Sweco in opdracht van Natuuren Milieu, Staatsbosbeheer, ANWB en Vogelbescherming. Het rapport«Een praktische verkenning naar een Nederlandse Groennorm»12 geeftaan dat geen van de onderzochte groennormen een goede integralegroennorm is, waarbij de belangrijkste beleidsthema’s biodiversiteit,gezondheid en klimaat zijn meegenomen. Ook de kwaliteit (type vegetatiepassend bij de ondergrond en omgeving, leeftijd, variatie, inheems of nieten soort) is veelal geen onderdeel van de bestaande normen. Kwaliteitvan het groen is van belang voor zowel de belevings-en gebruikswaardeals de toekomstbestendigheid van het groen.Op dit moment ontbreekt het nog aan een nationaal kader voor GIOS. Welwordt met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) ingezet opde doelstelling van 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebiedin 2050. Via de programmatische aanpak Basiskwaliteit Natuur (BKN)worden methodieken uitgewerkt om inzichtelijk te maken welke basiscon-dities benodigd zijn in niet-natuurgebieden, ook in de stedelijkeomgeving. Diverse partijen geven aan behoefte te hebben aan meerRijkssturing specifiek op de groenopgave in en om de stad.Wat doet het Rijk zelf?Het Rijk draagt via het eigen vastgoed ook bij aan de verschillendefuncties die groen in en om de stad heeft. Het Rijksvastgoedbedrijfhanteert bijvoorbeeld bij ingrepen aan en rondom gebouwen en bijnieuwbouw de routekaart verduurzaming13. Afhankelijk van de ingreepworden daarbij onder meer de kansen voor vergroting van natuurwaardenen voor klimaatadaptatie in beeld gebracht. Door het aanpassen vanbeheer en het meenemen van concrete maatregelen in projecten leverenzowel de gebouwen zelf als de buitenruimtes een bijdrage aanvergroening van stedelijk gebied en daarmee een stap in het werken aaneen gezondere leefomgeving, herstel van biodiversiteit en het omgaanmet de gevolgen van klimaatverandering.Handreiking Groen in en om de StadMet deze brief publiceren we de eerste versie van de Handreiking GIOS(zie bijlage 1). De doelstelling van deze handreiking is om gemeenten enprovincies zowel inhoudelijke als procesmatige handvatten te bieden omgroen gelijkwaardig aan andere thema’s mee te nemen in ruimtelijkeplanvorming. In de handreiking presenteren we hiervoor een vrijwilligtoepasbare systematiek en stappenplan om groen integraal en opmeerdere schaalniveaus goed in beleid en uitvoering op te nemen.11Dit is een richtijn voor bouwen met stedelijk groen, met: vanuit elke woning zicht op 3 bomen,30% bladerdek in de wijk en ten hoogste 300 meter afstand tot een park of plantsoen.12Een praktische verkenning naar een Nederlandse Groennorm | Sweco13Routekaart verduurzamen | RijksvastgoedbedrijfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13964 De handreiking biedt een set van concrete normen en eisen per schaal-niveau (van gebouw/ perceel tot regio) voor de sturing op de groen-opgave in de fysieke leefomgeving om groenblauwe netwerken teversterken. Deze normen en eisen zijn verder uitgewerkt in meetbareparameters en subnormen, die aangeven waaraan je moet voldoen om degewenste normen en eisen te behalen. Ook geven we inzicht waar welkedata nodig is en welke bronnen daarvoor kunnen worden geraadpleegd.Per schaalniveau is bekeken welke wijze van sturing het meest passend is:kwalitatief, kwantitatief of beiden. De handreiking is bedoeld voor zowelde bestaande stad, als voor nieuwbouw (in- en uitbreiding).Het schaalniveau van de wijk is het meest geschikt voor kwantitatievesturing op binnenstedelijk groen. Elk wijktype heeft een eigen normafgestemd op zijn eigen kenmerkende ruimtelijke en stedenbouwkundigeeigenschappen. Hierdoor kan ingespeeld worden op de lokale context.Deze eigenschappen geven ook inzicht in de problematiek en de oplos-singsmogelijkheden op het gebied van klimaat, gezondheid en biodiver-siteit. Deze aanpak sluit aan bij conclusies uit eerdere onderzoeken vanWUR en PBL14 dat één generieke norm voorbijgaat aan de diversiteit aanfuncties en doelen van groen en de noodzaak om op verschillendeschaalniveaus te sturen.In de handreiking wordt uitgelegd welke stappen gemeenten moetendoorlopen invulling te geven aan de handreiking en deze toe te passen.De basis is daarbij het in beeld brengen van de huidige situatie met eennulscan: voor de gemeente als geheel en álle schaalniveau, om de opgaveinzichtelijk te maken en mee te kunnen geven aan de projecten waaraangewerkt wordt. Gemeentes kunnen daarbij de keuze maken om gebruik temaken van de aangeboden systematiek of daar een meer eigen invullingaan te geven. Ook hier is dus ruimte voor maatwerk om af te stemmen opde lokale situatie.Het eenduidig toepassen van de handreiking geeft ontwikkelaars enontwerpers meer duidelijkheid over de manier van werken aan de opgavevoor heel Nederland. Dit signaal sluit aan op de behoefte vanuit domeinbouw van Collectief Natuurinclusief15.De handreiking helpt provincies en gemeenten bij het zetten van stappenrichting het op duurzame wijze vergroten van groene en blauwe ruimte inen om stedelijke gebieden. Hiermee wordt ook invulling gegeven aanactiedoel 12 uit het Global Biodiversity Framework over biodiversiteits-inclusieve stadsplanning16.De handreiking is een verdieping op de vanuit programma MooiNederland recent gepubliceerde handreiking Groen en gezond leven in destad17 en vormt tevens een eerste nadere invulling van de landelijkemaatlat op de thema’s groen, biodiversiteit, hitte en wateroverlast. Descope van de handreiking GIOS is breder dan de landelijke maatlat metrecreatie en gezondheid als extra inhoudelijke thema’s en met het hogereschaalniveau van de regio.14Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 847, nr. 1195, bijlage Groennorm rapportage WUR& bijlage Groennorm rapportage PBL15In Collectief Natuurinclusief werken bedrijven, maatschappelijke organisaties, instellingen enoverheden op tien domeinen samen aan ambities en acties voor een natuurinclusievesamenleving.16De actiedoelen worden uitgewerkt in het National Biodiversity Strategies and Action Plan(NBSAP), zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 26 407, nr. 14617Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 682, nr. 191, bijlage Handreiking Groen en Gezondleven in de stadTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13965 In nauwe samenwerking met diverse gemeenten, provincies, koepels,groene organisaties en natuurorganisaties, en stakeholders is dehandreiking opgesteld. Reacties van de betrokken en geconsulteerdepartijen zijn overwegend positief en sterken ons in het beeld dat dehandreiking voor gemeenten en provincies een nuttig instrument kan zijnom groen de aandacht te geven die het verdient.Leeragenda voor doorontwikkelingTen behoeve van de doorontwikkeling en concretisering van dehandreiking is een leeragenda opgesteld. Met onder meer medeover-heden, koepels en bestaande leernetwerken willen we hiermee verder aande slag. We willen de toepasbaarheid van de handreiking testen, kennishierover verspreiden en vervolgens de handreiking aanscherpen naar een2.0 versie. In de leeragenda is daarbij aangegeven op welke onderwerpenwe nu al voorzien te gaan concretiseren. Vanuit de uitwerking vanBasiskwaliteit Natuur (LNV) en Programma Gezonde Leefomgeving (VWS)zien we mogelijkheden om de handreiking op termijn inhoudelijk teverrijken. In de komende jaren zal worden gewerkt aan de doorontwik-keling van de handreiking en verdere integratie met andere programma’s.Financiële verkenning groen in de stadOm op landelijk niveau beter zicht te krijgen op de kosten en baten van degroenopgave in de stad is er een financiële verkenning uitgevoerd (ziebijlage 2 en 3). Deze verkenning geeft een eerste inzicht in de groen-opgave in de stad voor aanleg, beheer en onderhoud. De groenopgave ishierbij gekoppeld aan de woningbouwopgave die in de woondeals (tot2030) is afgesproken. Voor beheer en onderhoud zijn de kosten, net als debaten, berekend over een periode van 50 jaar die geleidelijk oplopen metde ontwikkeling van het groen.De verkenning laat zien dat de opgave omvangrijk is en meerderefinanciële en maatschappelijke baten oplevert. Er is meer onderzoek nodigom de opgave op lager schaalniveau beter in beeld te brengen, de kostenen baten te optimaliseren en met kostendragers en baathebbers totbekostiging te komen. Hieronder worden eerst de scenario’s uit definanciële verkenning toegelicht waarna er wordt ingegaan op de baten enkosten van het groen.Scenario’sIn de verkenning zijn de volgende drie scenario’s onderzocht:–Scenario 1 Compensatie (referentie): waarbij afname van groen doorde verstedelijkingsopgave wordt gecompenseerd.–Scenario 2 Groen groeit mee met de groei van de stad: waarbij 75m_groen in de stad per toegevoegde woning wordt toegevoegd.–Scenario 3 Groen groeit mee richting een gezonde en klimaatbesten-dige stad: waarbij groen bijdraagt aan klimaatadaptatie, naast debijdrage aan andere kwalitatieve doelen zoals gezondheid, biodiversi-teit en leefbaarheid. Dit scenario kent samenhang met de financiëleverkenning rondom de Landelijke maatlat voor de groene klimaatadap-tieve gebouwde omgeving, waarover uw Kamer later dit jaar wordtgeïnformeerd.Uit de gehanteerde scenario’s (1 en 2) voor compensatie en toevoegingvan 75m_ groen per nieuwe woning komt naar voren dat deze opgavefysiek mogelijk is door het verwijderen van overbodige verharding in debestaande fysieke leefomgeving. Voor het berekenen van de kosten isvoor alle scenario’s uitgegaan van hoogwaardige kwaliteit groeneTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13966 maatregelen die niet alleen leiden tot een kwantitatieve hoeveelheidgroen, maar ook kwalitatief bijdragen aan biodiversiteit en een aantrekke-lijke leefomgeving.Baten van groenIn de verkenning komt naar voren dat maatschappelijk gezien de batenvan groen in de stad groot zijn. Groen in de stad heeft gezondheidsbatendoor verbetering van luchtkwaliteit en vermindering van hittestress. Ookdraagt groen bij aan meer beweging en sociale cohesie. Op het gebiedvan natuur draagt het bij aan het herstel van biodiversiteit, mits wordtvoldaan aan de juiste condities voor algemene soorten (basiskwaliteitnatuur). Rond klimaatadaptatie draagt een groenere leefomgeving bij aande lokale opvang van regenwater, minder waterberging- en zuiverings-kosten en vermindering van wateroverlast. Groen heeft economischgezien onder meer een waarde door vastgoedwaardestijging, aantrekke-lijker woon- en werkomgeving en gunstig effect op de arbeidsproducti-viteit en energieverbruik door afname van hitte(stress). Het opslaan vanCO2 draagt bij aan klimaatdoelstellingen.Niet alle baten zijn op dit moment in geld uit te drukken (monetari-seerbaar). Dit geldt voor de waarde van het versterken van biodiversiteit,meer sociale cohesie en meer beweging in een gezonde leefomgeving.De grootte van de baten is onder andere afhankelijk van de lokalevormgeving van groene maatregelen in de stad. Met de in de financiëleverkenning gehanteerde uitgangspunten zijn de jaarlijkse monetari-seerbare baten uit de scenario’s lager dan de jaarlijkse kosten, berekendover een periode van 50 jaar. De baten die in geld kunnen wordenuitgedrukt kennen afhankelijk van het ambitieniveau een bandbreedtetussen de € 4,6–8,9 miljard over een periode van 50 jaar.Kosten van groenDe kosten voor de aanleg van groene maatregelen kennen eenbandbreedte van € 3,6–7,1 miljard. Dit is exclusief jaarlijkse kosten voorbeheer en onderhoud à € 83,6 mln. Beheer en onderhoud is van belangvoor de instandhouding van de verschillende functies die het groenvervult.De hierboven beschreven kosten zijn verspreid over meerdere jaren,gekoppeld aan de planning van de woningbouwopgave. Gemeenten enprovincies zijn verantwoordelijk voor aanleg, beheer en onderhoud vangroen. In een vervolgstap zal worden onderzocht wat de opgave aan extramiddelen vraagt ten opzichte van de groenopgave die er al is.Optimalisatie van kosten en batenZowel aan de kosten- als de batenkant kan optimalisatie plaatsvinden. Aande kostenkant kan flink bespaard worden door maatregelen voorvergroening uit te voeren op logische momenten in samenhang met deaanpak van andere opgaven in de leefomgeving, zoals groot onderhoud,vervanging van riolering, ingrepen rondom de energietransitie en anderegebiedsontwikkelingen. Optimalisatie van baten kan door de manierwaarop groene maatregelen worden vormgegeven en daarmee meer bijkunnen dragen aan bijvoorbeeld klimaatadaptatie, natuurkwaliteit entoegankelijkheid voor beweging en sociale cohesie dan waarmee in dezeverkenning rekening is gehouden. In nadere verkenningen op regionaal oflokaal schaalniveau kunnen deze verhoudingen beter in beeld wordengebracht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13967 De kosten zijn bovendien niet per definitie kosten die door de overheidgedragen moeten worden. Zo kunnen bijvoorbeeld bij vastgoed- engebiedsontwikkelingen afspraken over de kostenverdeling van deinrichting van de (aangrenzende) openbare ruimte worden gemaakt via degrondexploitatie of een anterieure overeenkomst. Hiermee worden dekosten bij de ontwikkelende partij gelegd, die tevens baathebber is van devergroening.Medeoverheden en terreinbeheerders vragen aandacht voor de toene-mende structurele kostencomponent van beheer en onderhoud. Kostenvan gebouw- en perceelsgebonden maatregelen zoals groene daken engevels liggen logischerwijs eerder bij vastgoedeigenaren.Het globale inzicht in kostendragers en baathebbers vormt één van debouwstenen om verdere afwegingen te maken rondom inzet vaninstrumentarium voor realisatie en stimuleren van groen in en om destad. Onder meer de rioolheffing wordt door sommige gemeenten alingezet voor de gedeeltelijke bekostiging van groene maatregelen diebijdragen aan vermindering van de wateropgave. Ook worden door de EUTaxonomie18 (op termijn) investeerders en ontwikkelaars gestimuleerd om«groene» projecten te realiseren.Groen om de stadDe opgave van groen óm de stad is niet meegenomen in bijgaandefinanciële verkenning, omdat hier eerder onderzoek naar is gedaan.Hierover is uw Kamer in de genoemde brief van maart 2023 geïnformeerd.In dit onderzoek zijn de kosten voor realisatie, beheer en onderhoud vantoegankelijk groen om de stad in beeld gebracht. De in dit onderzoekberekende kosten zijn fors en afhankelijk van de gehanteerde ambitieni-veaus. Deze hoge kosten zijn mede ingegeven door kostbare maatregelendie zijn meegenomen voor betere verbindingen voor mens en dier tussengroen in de stad en groen om de stad. Baten zijn in dat onderzoek niet inbeeld gebracht.Naast de verkenning op nationaal niveau wordt op regionaal niveau inNOVEX-gebieden Metropoolregio Amsterdam en Utrecht-Amersfoortgedetailleerder ingegaan op de groenopgave en mogelijke business caseshierin, mede naar aanleiding van in 2023 gemaakte afspraken in hetBestuurlijk Overleg Leefomgeving. Uit deze verdiepingen komen naarverwachting aanvullende inzichten rondom kosten en baten in beeld, ookvoor groen om de stad.VervolgDeze en eerdere financiële verkenningen maken duidelijk dat de baten vangroen groot zijn, maar dat realisatie ook een bekostigingsopgave is. Dezeopgave ligt zowel bij publieke als private partijen en vergt het sliminzetten van bestaande en toekomstige middelen. Diverse instrumentenstaan overheden al tot de beschikking om groene maatregelen tebekostigen, zoals via grondexploitaitie bij gebiedsontwikkelingen enrioolheffing. Samen met deze overheden onderzoeken we welke (nieuwe)bekostigingsarrangementen werken om meer groen te realiseren.De komende maanden brengen we in kaart hoe de bekostiging nu loopten of – en op welke termijn – er extra investeringen nodig zijn. Bij18De EU Taxonomie verplicht investeerders en grote bedrijven te rapporteren hoe hun activi-teiten bijdragen aan duurzaamheidscriteria.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13968 realisatie van de GIOS opgave is, naast het beter betrekken vanbaathouders, meer inzicht nodig wat dit van overheden vergt.We moeten ons niet laten afschrikken door de kosten voor vergroening,want de verkenning laat zien dat de financiële- en maatschappelijke batensamen hoger zijn dan de kosten. Ook uit de Europese en nationaleimpactanalyse voor de EU Natuurherstelverordening blijkt dat demaatschappelijke baten van natuurherstel flink hoger zijn dan demaatschappelijke kosten, en de maatschappelijke kosten van «niets doen»aan biodiversiteitsherstel een veelvoud zijn van de kosten van wélhandelen19.Juridische verkenning Groen in en om de StadParallel aan de financiële verkenning is een juridische verkenning (ziebijlage 4) uitgevoerd over hoe het instrumentarium van de Omgevingswetop nationaal niveau ingezet kan worden om de inzet op groen in en om destad te versterken. Deze juridische verkenning laat zien dat er diversemanieren zijn om te sturen op groen en dat deze afhankelijk zijn van deambitie, mate van concreetheid en de soort sturing.Volgens de juridische verkenning zijn de meest kansrijke manieren vansturen:1)het opstellen van eigen beleid;2)het maken van interbestuurlijke afspraken;3)het stellen van Rijksregels.Deze zijn onderstaand beknopt nader toegelicht.De uitkomsten van de verkenningen en eerdere onderzoeken leiden totverschillende denkrichtingen om groen in en om de stad op nationaalniveau beleidsmatig en juridisch te borgen. Dat begint bij de eigen visie.In de NOVI is het belang van voldoende groen benoemd en wordt met eenbeleidskeuze ingezet op versterking van dit groen, o.a. door het ontwik-kelen van een samenhangende aanpak voor groen in en om de stad. DeHandreiking GIOS geeft hier onder meer invulling aan. Bij het toewerkennaar een nieuwe Nota Ruimte kunnen de ambities voor GIOS wordenopgenomen.Dit kan eventueel worden vervolgd met een nationaal programma onderde Omgevingswet. Een dergelijk programma is voor het Rijk zelfbindenden werkt met name stimulerend richting medeoverheden in het sturen opgroen in en om de stad. Een programma bevat daarbij nadere invullingqua acties en maatregelen die bijdragen aan het behalen van nationaleambities.Het maken van interbestuurlijke afspraken is een andere manier om teborgen dat er gezamenlijk aan een gedragen ambitie wordt gewerkt. Hetis bijvoorbeeld denkbaar dat interbestuurlijke afspraken worden gemaaktover toepassing van de handreiking GIOS en inhoudelijke ambities zoalskwantiteit van groen in en om de stad. Dit ligt dichtbij de huidige praktijk,waar gemeenten en provincies een uiteenlopende aanpak hebben.Het opstellen van Rijksregels in bijvoorbeeld de vorm van een landelijkegroennorm of het stellen van een omgevingswaarde is eveneens eendenkbare richting. Dit is voor het Rijk een manier om doelstellingenrondom GIOS juridisch te borgen en te zorgen voor een meer gelijkeaanpak. Rijksregels kunnen betrekking hebben op bevoegdheden van19Kamerstuk 21 501-08, nr. 935Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 13969 medeoverheden of gericht zijn aan burgers en bedrijven. Een vorm vaneen nationale norm kan zowel op nationaal, provinciaal en lokaal niveauduidelijkheid scheppen over werkwijze en/of te realiseren doelen.Tegelijkertijd heeft het stellen van Rijksregels ook de meest directe impact.Rijksregels kunnen meer open of gesloten van aard zijn. Bij een openregel kan het bijvoorbeeld gaan over het goed meewegen van groen inruimtelijke ontwikkelingen of het toepassen van de handreiking GIOS. Eengesloten regel kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het realiseren vaneen bepaalde kwantiteit en kwaliteit stedelijk groen in en om de stedelijkeomgeving. Hierbij is ook denkbaar dat onderscheid wordt gemaakt tussenambities voor de bestaande gebouwde omgeving enerzijds en ambitiesgekoppeld aan nieuwe ontwikkelingen anderzijds. Opgaven zoals dewoningbouwopgave zouden daarbij als vliegwiel kunnen fungeren voorrealisatie van meer groen in en om de stad. Binnen het instrumentariumvan de Omgevingswet is het stellen van instructieregels in het Besluitkwaliteit leefomgeving (Bkl) een denkbaar instrument voor stellen vanregels gericht aan medeoverheden, maar keuzes hierin zijn aan hetnieuwe kabinet.VervolgstapDe voortvarendheid waarmee de groenopgave wordt opgepakt is aan hetnieuwe kabinet. De met deze brief meegezonden rapporten en denkrich-tingen bieden de nodige houvast voor vervolgstappen naar een nationaalkader, waar juridische borging onderdeel van kan zijn.Voor verdere uitwerking is een zorgvuldig proces noodzakelijk, waarin wenauw zullen blijven samenwerken met de medeoverheden en koepels,maar ook natuurorganisaties en andere relevante stakeholders betrekken.Denk bijvoorbeeld aan de bouwsector en groenbedrijven. Uitgangspunthierbij is dat de vervolguitwerking en eventuele juridische borging vanGroen in en om de Stad niet leiden tot belemmering van de woningbouw-productie en rekening houden met uitvoerbaarheid van medeoverheden.Verdere uitwerking wordt in samenhang bezien met de verdere uitwerkingvan de landelijke maatlat.Tot slotMet deze brief hebben we uw Kamer geïnformeerd over de voortgang vanGIOS om voldoende groen in en om de stad te realiseren voor eengezonde en prettige leefomgeving. Met de handreiking bieden we partijeneen concrete methodiek om daarmee aan de slag te aan.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M. de JongeDe Minister voor Natuur en Stikstof,Ch. van der Wal-ZeggelinkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 813, nr. 139610

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5091545dbcc435d3

14 okt 2026 · 0c5ce82fa372bf5c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.