Reactie op verzoek commissie over veteranenstatus Koude Oorlog
Brontekst
Versie 9821751f84115b11 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 139VeteranenzorgNr. 293 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 maart 2026Op 26 januari 2026 ontving Uw Kamer een brief van een derde over hetheroverwegen van de veteranenstatus voor militairen ingezet tijdens deKoude Oorlog en andere uitzendingen. Bij brief van 17 februari 2026verzocht Uw Kamer de Minister van Defensie uiterlijk 10 maart 2026 omeen reactie op deze brief (kenmerk 2026Z01595/2026D07655). Hierbij doeik u mijn reactie toekomen.De briefschrijver verzoekt in zijn brief om aandacht te besteden aan dedefinitie en toepassing van de veteranenstatus in Nederland, in hetbijzonder waar het militairen betreft die tijdens de Koude Oorloglangdurig en herhaaldelijk zijn ingezet langs de Oost-Duitse grens. Hij steltdaarbij vragen over de definitie van veteraan, het onderscheid tussenlang- en kortdurende inzet en onderzoek naar uitbreiding van deveteranenstatus.Graag reageer ik via deze weg op zijn brief, waarbij ik het belangrijk vindom te benadrukken dat mijn erkenning en waardering uitgaat naar allemilitairen die hebben gediend voor ons land. Zij verdienen in mijn ogenwaardering; dit is niet alleen voorbehouden aan veteranen. Vooroud-dienstplichtigen en militairen die gediend hebben tijdens de KoudeOorlog biedt Defensie bijvoorbeeld reüniefaciliteiten. Dat is een vorm vanwaardering waarvan gelukkig veel gebruik wordt gemaakt. Daarbijbenadruk ik ook graag de belangrijke rol die de Koude Oorlog Verenigingvoor Militairen (KOVOM) hierbij speelt.De definitie van veteraan is – zoals u weet – bij wet vastgelegd in deVeteranenwet. De Kamer was als initiatiefnemer van deze wet de directepenvoerder van de definitie. In de wet staat beschreven dat veteranenmilitairen zijn die hebben gediend onder oorlogsomstandigheden dan welhebben deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering vande internationale rechtsorde voor zover deze missie bij Regeling van deMinister is aangewezen. Inzet tijdens de Koude Oorlog, hoe belangrijkook, valt gezien de aard van het conflict niet onder de definitie. De missies kst-30139-293ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 139, nr. 2931 die kwalificerend zijn voor de veteranenstatus staan vermeld in deRegeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO).De briefschrijver stelt verder dat in vrijwel alle NAVO-landen militairen diedienden tijdens de Koude Oorlog als veteraan worden erkend. Echter,tussen NAVO-landen bestaan essentiële verschillen in de wijze waarop hetbegrip veteraan wordt gehanteerd. In sommige landen wordt elke militairveteraan, terwijl in andere landen de kenmerken van de inzet bepalen ofde veteranenstatus wordt ontleend. Ook zijn er tussen landen groteverschillen voor wat betreft de voorzieningen die aan de veteranenstatuszijn gekoppeld. Ik vind het daarom belangrijk om te benoemen dat hetvergelijken van definities tussen landen weinig zinvol is. Zoals hierbovenomschreven heeft de wetgever in Nederland bewust gekozen voor eenzogenaamde «exclusieve definitie» waarbij de veteranenstatus voortvloeituit de vorm van inzet. Dat respecteer ik en overigens doet dit niets af aande toegang tot goede ondersteuning en zorg voor iedere militair.Zoals mijn ambtsvoorganger uw Kamer ook per brief (Kamerstuk30 139-292 van 6 januari 2026) heeft laten weten, werkt Defensiemomenteel aan een afwegingskader waarin de definitie uit de Vetera-nenwet nader wordt geduid. Dit geeft mij handvatten voor het aanwijzenvan een missie bij Regeling en daarmee het door een militair kunnenontlenen van de veteranenstatus. Op deze manier wordt binnen de kadersvan de wet duidelijk hoe Defensie de wet uniform toepast binnen zowel dehuidige als de toekomstige geopolitieke omstandigheden, waarbijexpliciet aandacht uitgaat naar gereedstelling en de eerste hoofdtaak vanDefensie (verdediging koninkrijk en bondgenootschap). Tevens wordt eenproces vastgelegd voor een heldere en transparante afweging vooraf-gaand aan de inzet.Deze werkwijze maakt beter inzichtelijk welke toekomstige inzet ik alsMinister wel en niet bij regeling aanwijs en waarom. Daarbij vind ik hetvan belang om te benadrukken dat de Veteranenwet ruimte biedt ominzetten binnen de kaders van de wet te bezien binnen de huidigetijdsgeest, waarbij we voortdurend oog hebben voor de specifiekeomstandigheden ter plaatse.Dit afwegingskader is van toepassing op huidige en toekomstige inzetten.Graag benadruk ik nogmaals dat mijn waardering uitgaat naar allemilitairen die zich hebben ingezet voor de bescherming van onzeveiligheid, dus ook alle militairen die ingezet zijn tijdens de Koude Oorlog.De Minister van Defensie,D. Yes¸ilgöz-ZegeriusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 139, nr. 2932
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.