KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 24 sep 2026 · Tweede Kamer

Visie dieren buiten de veehouderij

Brontekst

Geachte Voorzitter, Huisdieren kunnen veel plezier en emotionele steun bieden, ze kunnen bijdragen aan een gezonde levensstijl en helpen eenzaamheid tegengaan. Niet voor niks heeft bijna de helft van de Nederlandse huishoudens een huisdier. De meeste mensen zorgen graag voor hun dieren en doen veel moeite om hun huisdier een gezond en gelukkig leven te geven. In gevallen waar dat niet lukt, is meestal geen sprake van opzet, maar ligt het eerder aan het maken van de verkeerde keuzes. Daarom begint verantwoord houderschap met een bewuste keuze: Past een hond wel bij mijn levensstijl, of kan ik beter voor een ander dier kiezen? Is het dier dat ik wil aanschaffen wel gezond gefokt en goed gesocialiseerd? En kan ik het betalen, ook als het dier ziek wordt? Als je de juiste kennis, tijd, geld en ruimte hebt en de dierenartskosten kunt betalen (Kamerstuk 28286, nr. 1437), kun je als eigenaar zorgen dat een huisdier een goed en gezond leven kan leiden. Daarbij is het belangrijk dat mensen weten hoe ze op een veilige manier hun huisdier kunnen houden en dat mensen geen dieren houden die niet geschikt zijn als huisdier. In deze brief schets ik mijn visie voor de komende jaren: hoe zorgen we ervoor dat elk huisdier in Nederland een mentaal en fysiek gezond leven leidt, en dat iedereen weet waar je als eigenaar aan begint? Ik focus daarbij op drie cruciale momenten: het moment van oriëntatie; de aanschaf; en het houden van een dier. Elk van deze fases vraagt weer iets anders van de (toekomstige) houders en aanbieders van dieren. Hierbij sta ik ook stil bij handhaving, dierenartskosten en bijtincidenten en positieflijsten. Met deze brief geef ik invulling aan mijn toezegging om de Kamer een brief over de omgang met huisdieren te sturen (TZ202604-056) en sluit ik aan bij de wensen die u eerder heeft geuit, onder meer in het Dierendagakkoord. Oriënteren: een huisdier kiezen dat bij je past De eerste stap naar verantwoord houderschap begint voordat iemand een dier aanschaft. Wat de reden ook is om een huisdier te willen, het vraagt om een weloverwogen keuze. Een hond wordt gemiddeld twaalf jaar oud, en een kat kan zelfs twintig jaar oud worden. Daarom zet ik in op drie concrete maatregelen om toekomstige eigenaren te helpen: onafhankelijke en deskundige informatie; een campagne die mensen aan het denken zet; cursussen voor (toekomstige) hondeneigenaren. Onafhankelijke en deskundige informatie Mensen die overwegen een huisdier aan te schaffen, zoeken vaak naar informatie. Dit bleek bijvoorbeeld uit het gedragsonderzoek naar het aanschaffen, houden en fokken van kortsnuitige honden (Kamerbrief 28 286, nr. 1397). Goed vindbare, deskundige en onafhankelijke informatie draagt bij aan het maken van een verantwoorde keuze. Daarom ondersteun ik het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG; www.licg.nl). Het LICG biedt heldere en betrouwbare informatie over welk huisdier bij iemand past, wat er komt kijken bij het houden van en zorgen voor een huisdier en waar je op moet letten bij de aanschaf. Er wordt door het LICG voor gezorgd dat zij ook goed vindbaar zijn via de (AI)-zoekmachines, zodat de informatie goed vindbaar is voor mensen die online naar informatie zoeken. Een campagne die mensen aan het denken zet In het najaar van 2026 lanceer ik een voorlichtingscampagne, specifiek gericht op toekomstige hondeneigenaren. Want een hond is niet zomaar een huisdier – het is een levenslang maatje. De campagne zet in op bewustwording door mensen na te laten denken over vragen als: Heb ik genoeg tijd om een hond uit te laten? Hoeveel kost het houden van een hond, inclusief de dierenartskosten? Welk ras past bij mijn thuissituatie? Sommige rassen hebben bijvoorbeeld veel beweging nodig, dus dan moet je als eigenaar voldoende tijd hebben om de hond vaak en lang uit te laten. En sommige rassen zijn bijvoorbeeld heel waaks of blaffen veel waardoor ze minder goed samengaan met kleine kinderen. Ook zijn er rassen waar je meer geld aan kwijt bent, bijvoorbeeld doordat ze een speciaal dieet volgen of vaak naar de dierenarts moeten. Met de campagne wil ik toekomstige diereigenaren bewust maken van een aantal aspecten rondom het houden van een hond en de keuze in het ras. Daarmee wil ik mensen helpen om een weloverwogen keuze te maken, want een huisdier blijft jarenlang bij je en wordt onderdeel van je thuis/gezinssituatie, dus die kies je niet zomaar. Deze campagne is een vervolg op de eerdere campagne ‘Zo schattig dat het pijn doet’, waarin de focus lag op verantwoord houderschap en het effect van schadelijke uiterlijke kenmerken op het dier. Net als in de campagne vorig jaar komt in de nieuwe campagne de overkoepelende boodschap ‘Kies bewust voor een dier, dat is beter voor jullie allebei’ terug. Een online theoriecursus voor toekomstige hondeneigenaren Naast een goede match tussen hond en eigenaar is het belangrijk dat toekomstige eigenaren het gedrag van hun hond kunnen herkennen, hun hond veilig kunnen uitlaten, en adequaat kunnen handelen in geval van een bijtincident. Daarom lanceer ik een vrijwillige, aansprekende en laagdrempelige online pre-aanschaf theoriecursus voor (toekomstige) hondeneigenaren. Deze online theoriecursus heeft als doel dat toekomstig hondeneigenaren over basiskennis beschikken over het verantwoord én veilig houden van honden. Ik verwacht deze cursus in 2027 beschikbaar te kunnen stellen. In aanvulling hierop adviseer ik alle hondeneigenaren om een praktijkcursus met de hond te volgen (zoals een puppy-, gehoorzaamheids-, of sportcursus). Op de website van het LICG staat informatie over hoe je een goede hondenschool kan vinden. Verplichte praktijkcursus voor honden met aangewezen kenmerken Voor honden met kenmerken die worden geassocieerd met een verhoogd risico op ernstige bijtincidenten ga ik echter een stap verder. Ik vind dat houders van deze groep honden een extra verantwoordelijkheid hebben om hun hond veilig te houden. Daarom wil ik voor deze groep een verplichte praktijkcursus invoeren. Ik onderzoek nu welke kenmerken bij honden hiervoor relevant zijn. Parallel aan dit onderzoek werk ik de wettelijke verplichting uit voor een praktijkcursus voor deze groep. Dit traject heeft een doorlooptijd van 2 jaar. Aanschaffen: Gezonde dieren, verantwoorde handel Als mensen eenmaal weten of en welk dier bij ze past, volgt de aanschaf. De vraag naar bepaalde type dieren bepaalt in grote mate het aanbod. Daardoor kan de populariteit van bepaalde rassen leiden tot fokpraktijken waarbij het maken van winst belangrijker is dan het welzijn van de dieren en de naleving van regels. Daarmee ligt het gevaar van malafide praktijken op de loer. Ik heb hier, net als de Kamer, zorgen over. Daarom zet ik de komende jaren de volgende stappen om verantwoorde vraag én een gezond aanbod te stimuleren, en uitwassen tegen te gaan: implementatie van de EU-verordening over het welzijn en de traceerbaarheid van honden en katten; gezond gefokte dieren; veterinaire fokscreening; terugdringen schadelijke uiterlijke kenmerken; keurmerken; tegengaan van illegale handel; online handel; vertoningsverbod. Implementatie EU-Verordening over het welzijn en de traceerbaarheid van honden en katten Vanaf 31 augustus 2028 komen er stapsgewijs nieuwe Europese regels die honden en katten in heel Europa beter beschermen. De EU-Verordening over het welzijn en de traceerbaarheid van honden en katten (hierna: de EU-verordening) regelt zaken zoals algemeen welzijn, gezond fokken, huisvesting en verzorging, identificatie en registratie, het in de verkoop en (online) handel brengen en registratie en erkenning van inrichtingen. De EU-verordening is op 10 augustus 2026 gepubliceerd (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex%3A32026R1818) en komt voor een aanzienlijk deel overeen met bestaande Nederlandse wetgeving, of aangekondigde wetswijzigingen. Nederland heeft veel inzet gepleegd om welzijnseisen en eisen rondom de traceerbaarheid te bewerkstelligen. Zowel voorafgaand aan de publicatie (als voorzitter van de werkgroep ‘Voluntary initiative on the health and welfare of pets (dogs and cats) in trade’) als sinds de publicatie van het voorstel van de Europese Commissie in december 2023. Ik ben voornemens om voor het grootste deel het implementatieschema van de EU-verordening te volgen. Op enkele onderdelen zal ik vooruitlopen, gezien het belang ervan of omdat we al ver gevorderd waren met de ontwikkeling van regelgeving of beleid. De EU-verordening bevat geen maatregelen om bijtincidenten terug te dringen, maar hier blijf ik uiteraard wel aan werken. Ik werk nauw samen met toezichthouders en stakeholders om de implementatie van de EU-verordening zo soepel mogelijk te laten verlopen. In deze brief geef ik bij de verschillende onderwerpen steeds aan wat er in de EU-verordening wordt geregeld. In de EU-verordening staan ook enkele maatregelen genoemd die ingevoerd worden, maar waar ik in deze brief niet inhoudelijk op in ga, zoals erkenning en registratie van inrichtingen, gedragsbehoeften, of adviesbezoeken van dierenartsen aan fokbedrijven, asielen en verkoopinrichtingen m.b.t. welzijn. Deze werk ik vanzelfsprekend ook uit. Een overzicht van de maatregelen uit de EU-verordening en het bijbehorende implementatietraject staat in Bijlage I. Gezond gefokte dieren De EU-verordening bevat nieuwe vereisten voor de fokkerij. Ik ben daar blij mee, want uiteindelijk gelden dan in heel Europa dezelfde eisen. Dat draagt bij aan een gezonde populatie in Nederland, omdat honden en katten ook vanuit andere landen worden geïmporteerd. Dierenartsen hebben een belangrijke rol in de EU-verordening, want zij voeren de beoordeling uit of individuele honden en katten (nog) geschikt zijn om mee te fokken. Fokkers moeten vanaf 31 augustus 2029 fokteven van acht jaar of ouder of fokpoezen van zes jaar of ouder door een dierenarts lichamelijk laten onderzoeken en schriftelijk laten bevestigen dat er geen medische indicaties zijn om ze niet voor de fok te gebruiken. Vanaf 1 juli 2030 mag er niet meer worden gefokt met honden en katten met schadelijke uiterlijke kenmerken ("buitensporige conformatiekenmerken"). Een dierenarts beoordeelt of een hond of kat een schadelijk uiterlijk kenmerk heeft. Vanaf 1 juli 2036 geldt er ook een fokverbod voor dieren met schadelijke erfelijke ziekten (schadelijke genotypen). Het is nu nog niet duidelijk voor welke kenmerken en erfelijke ziekten dit fokverbod zal gaan gelden. Hierover is uiterlijk 30 juni 2030 meer over bekend voor de schadelijke uiterlijke kenmerken en uiterlijk 30 juni 2036 voor erfelijke ziekten. Lidstaten kunnen hiervoor technisch-wetenschappelijke informatie sturen aan de EFSA (European Food- and Safety Autority). Nederland heeft dat gedaan voor de kortsnuitige honden en katten, designerkatten, katten met vouworen en naaktkatten. Veterinaire fokscreening Vooruitlopend op de hierboven genoemde EU-verplichtingen voor fokkers en dierenartsen kom ik met een systematiek die helpt bij het fokken van gezonde dieren. Het Expertisecentrum Genetica Diergeneeskunde (EGD) heeft op verzoek van LVVN de systematiek “veterinaire fokscreening” ontwikkeld (zie Bijlage II bij deze brief). De veterinaire fokscreening bestaat uit een vragenlijst en een lichamelijk onderzoek uitgevoerd door een dierenarts, op basis waarvan de dierenarts advies uitbrengt of een fokdier gezond genoeg is om mee te fokken. Om deze screening volledig uit te kunnen voeren is een toolkit nodig. Hierin vindt de dierenarts, naast algemene informatie over gezondheidsaspecten, ook op welke erfelijke schadelijke uiterlijke kenmerken en erfelijke aandoeningen gelet moet worden. Deze toolkit is voor honden deels al ontwikkeld. Het EGD vult dit nog aan met relevante screeningsonderzoeken en relevante DNA-testen per ras. Daarnaast zal het EGD eenzelfde systematiek en toolkit ontwikkelen voor katten. Het compleet maken van de totale fokscreening voor honden en katten zal drie en een half jaar in beslag nemen. Het gedeelte voor honden dat reeds af is, kan in de tussentijd al in gebruik worden genomen. Samen met de veterinaire professionals zet ik in op een goede implementatie van dit eerste deel van de fokscreening van honden. Ik vind het belangrijk dat drempels voor gebruik (en administratieve lastendruk) daarbij zo laag mogelijk worden gemaakt voor fokkers en dierenartsen. De fokscreening kan ook kopers helpen met het maken van een goede keuze. Zij kunnen de fokker of handelaar vragen naar de uitkomst van de veterinaire fokscreening van de ouderdieren. Zo zien zij in één oogopslag of een pup of kitten bepaalde erfelijke kwetsbaarheden heeft en kunnen ze voorkomen dat ze een dier aanschaffen met een grote kans op uiterlijke of erfelijke gebreken. Daarmee voorkomen ze veel leed en mogelijk hoge dierenartskosten. De veterinaire fokscreening helpt ook mensen die met hun hond of kat willen deelnemen aan shows en tentoonstellingen. Ze kunnen aantonen dat het dier geen schadelijke uiterlijke kenmerken of erfelijke ziekten heeft (zie paragraaf over het vertoningsverbod). Door nu al op vrijwillige basis ervaring op te doen met de veterinaire fokscreening wordt gezonde fok gestimuleerd, hebben fokkers die het juiste willen doen een steuntje in de rug, en zal de overgang naar het voldoen aan de verplichtingen uit de EU-verordening makkelijker zijn. Ik heb toegezegd uw Kamer voorafgaand aan het commissiedebat Dieren buiten de veehouderij en dierproeven van 15 oktober te informeren over maatregelen omtrent het fokken van gezonde honden en katten (TZ202607-137). Met deze uiteenzetting beschouw ik de toezegging als afgedaan. Terugdringen van schadelijke uiterlijke kenmerken Nederland loopt in Europa voorop op het vlak van het terugdringen van schadelijke uiterlijke kenmerken. Zo hebben we al een houdverbod voor katten met vouworen en naaktkatten en een beleidsregel voor het fokken met kortsnuitige honden. Ik wil deze lijn voortzetten, want ik wil niet dat dieren lijden onder hun uiterlijk, alleen omdat mensen bepaalde uiterlijke kenmerken mooi, stoer of schattig vinden. Daarmee sluit ik aan bij de wensen die de Kamer eerder heeft geuit in het Dierendagakkoord (motie Beckerman c.s. Kamerstuk 28286 nr. 1463). Het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek (BuRO) van de NVWA is gevraagd om een risicobeoordeling van schadelijke uiterlijke kenmerken bij honden en katten uit te voeren. In deze beoordeling volgens EFSA-methodiek zijn de gevaren, welzijnsconsequenties inclusief prevalenties, blootstelling aan gevaren en de uiteindelijke risico’s voor het dierenwelzijn systematisch gekarakteriseerd. Het rapport is inmiddels gepubliceerd (Uitgebrachte adviezen 2026 | NVWA). Fokkers van dieren met de kenmerken die in het BuRO-rapport staan, moeten voorkomen dat de genoemde welzijnsconsequenties worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen (artikel 3.4 Besluit houders van dieren). Het gaat hier om de schadelijke kenmerken, niet om rassen, en hoe groot de kans is dat de nakomelingen hier last van zullen hebben. Ik raad hen aan om een dierenarts te raadplegen vóórdat zij met hun hond of kat gaan fokken, die kan op basis van de veterinaire fokscreening een advies kan geven over het al dan niet inzetten van het dier voor de fok. In afwachting van de kenmerken waarmee krachtens de EU-verordening vanaf 1 juli 2030 niet meer mag worden gefokt, ga ik nu al aan de slag met de kortsnuitige katten. Ik heb het Expertisecentrum Genetica Diergeneeskunde (EGD) gevraagd om handhavingscriteria te ontwikkelen voor het fokken met kortsnuitige katten (in analogie met de beleidsregel kortsnuitige honden), zodat handhaving op dit fokverbod eenduidig plaats kan vinden. Voor kortsnuitige katten zal ik ook onderzoek laten doen naar criteria die kunnen worden gebruikt om vast te stellen of jonge dieren het resultaat zijn van verboden fokpraktijken. Keurmerken Naast de, in opdracht van LVVN, ontwikkelde veterinaire fokscreening zijn er ook meerdere private initiatieven op de markt die gezonde en verantwoorde fokkerij stimuleren, zoals het werk van de Stichting Fair2Breed (voorheen Fairdog) en de Raad van Beheer. Ik vind dat een mooie ontwikkeling. Ik heb eerder Stichting Fair2breed ondersteund met een opstartsubsidie. Dit is een samenwerkingsverband van de faculteit Diergeneeskunde, de Koninklijke Nederlandse Kennelclub Cynophilia en de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD). Ook de Raad van Beheer heeft contact met de Faculteit Diergeneeskunde en dierenartsen en zet stappen richting verantwoord fokken, zoals met de publicatie van foknormen voor alle hondenrassen op 1 juli 2026. Ik ben met deze partijen in gesprek over hun inzet, hoe de initiatieven zich tot elkaar verhouden, en op welke wijze ze vorm geven aan het doel dat ook ik nastreef: gezonde en gelukkige honden. Tegengaan van illegale handel Handel in gezelschapsdieren beperkt zich niet tot Nederland en gebeurt vaak op internationale schaal. Zoals hierboven aangegeven, gelden er buiten Nederland niet overal dezelfde regels voor het fokken van gezonde dieren. Bij het importeren van dieren met gezondheidsproblemen wordt dan ook vaak gesproken over illegale handel, terwijl dat feitelijk niet helemaal juist is. Het is illegale handel wanneer er een dier verkocht wordt, terwijl daarbij niet is voldaan aan de geldende wet- en regelgeving op EU en nationaal niveau, zoals het te jong verkopen van een dier. Omdat hier in Nederland eisen gesteld zijn aan het fokken van gezonde dieren worden onwenselijke (maar legale) praktijken van buiten Nederland nu in de volksmond vaak als illegale handel aangeduid. Op dit moment zijn deze zaken echter nog niet illegaal, want in het buitenland gelden andere regels voor fokken dan in Nederland. Met de invoering van EU-Verordening komt hier verandering in. Er komen strengere eisen voor fokkerij, welzijn en gezondheid voor alle honden en katten die op de markt worden gebracht binnen Europa, maar ook voor de honden en katten die worden geïmporteerd van buiten de EU. Dat betekent dat honden en katten die straks worden geïmporteerd moeten zijn gefokt en gehouden in overeenstemming met de voorschriften uit de EU-verordening, waaronder een fokverbod voor schadelijke uiterlijke kenmerken en erfelijke ziekten, vergelijkbaar met hoe we dat nu in Nederland kennen. Hiermee zal de EU-verordening deels invulling geven aan de motie-Graus en Kostić (Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 36), die de regering verzoekt een handel- en houdverbod in te stellen voor dieren die niet mogen worden gefokt in Nederland. Een hond of kat die in Nederland niet mag worden gefokt, mag dan immers ook niet elders in de EU worden gefokt én niet uit derde landen geïmporteerd worden. Veel praktijken die onwenselijk zijn worden hiermee verboden in de hele EU en daarmee daadwerkelijk illegaal. Vanaf 31 augustus 2030 worden op Europees niveau ook eisen gesteld aan de traceerbaarheid van honden en katten. Dat betekent dat alle honden en katten die op de markt worden gebracht vanaf dat moment geregistreerd moeten zijn in het Identificatie en Registratiesysteem voor honden/katten (I&R hond/kat). Voor particulieren die hun hond of kat houden, en niet op de markt brengen (niet aan een ander overdragen), geldt de registratieplicht respectievelijk vanaf 31 augustus 2036 (hond) en 31 augustus 2041 (kat). Deze regelgeving, die voor veel lidstaten nieuw is, is in Nederland voor honden al verplicht. Sinds 2021 geldt in Nederland dat je alleen een hond mag kopen en verkopen als die gechipt is, een geldig paspoort heeft en is geregistreerd in I&R-hond. Registratie voor katten wordt naar verwachting per 2028 verplicht. Daarvoor zal een wijziging van het Besluit houders van dieren in procedure worden gebracht. De Europese Commissie zorgt dat er per 2031 een interoperabele index database is, zodat registraties van honden en katten uit alle EU-lidstaten in één database komen. De hiervoor door EU-lidstaten aan te leveren verplichte velden/ specificaties worden in 2029 bekend. Particulieren die met hun hond of kat buiten de EU reizen, moeten dit vanaf 2036 melden bij de databank van de ‘Unie voor reizigers met gezelschapsdieren’. Zodra de welzijnsverplichtingen en registratieverplichtingen zijn ingevoerd kan dit de NVWA en LID helpen om samen met andere lidstaten beter op te treden tegen illegale praktijken waarbij dieren niet goed gefokt zijn. De interoperabele database en de databank van de ‘Unie voor reizigers met gezelschapsdieren’ kunnen helpen om informatie te achterhalen over dieren die niet volgens de wettelijke vereisten zijn gefokt. Online handel De EU-verordening zal ook eisen stellen aan de online verkoop van dieren. Er zullen bijvoorbeeld eisen worden gesteld aan de verificatie van het dier en aan de informatievoorziening bij verkoop. In Nederland zijn afspraken gemaakt tussen de NVWA en Marktplaats om onwenselijke en illegale online handel in huisdieren aan te pakken door verkopers beter traceerbaar te maken, aanvullende informatie in advertenties te verplichten en advertenties die niet aan de regels voldoen te verwijderen. Ik wil ook andere platforms oproepen om hetzelfde te doen. Ik heb daarnaast gekeken naar best practices in het buitenland op het gebied van regulering en verbod van de onlinehandel in dieren, zoals motie Kostić en Grinwis vroeg (Kamerstuk 36800-XIV-64). Uit een eerste inventarisatie blijkt dat een aantal lidstaten de online verkoop heeft verboden, tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Zo moet bijvoorbeeld de identiteit van het dier, het moederdier en/of de fokker bekend zijn. De EU-Verordening verplicht vanaf 31 augustus 2031 iedereen die een hond of kat via een online advertentie aanbiedt om een uniek verificatietoken te vermelden in de advertentie. Hiermee kunnen kopers verifiëren of de hond of kat gechipt en geregistreerd is. Op deze wijze kunnen alleen nog gechipte en geregistreerde honden en katten online aangeboden worden. De Europese Commissie komt met een online verificatiesysteem om deze tokens te genereren. Uiterlijk 31 augustus 2029 moet duidelijk zijn hoe dit systeem er uit zal zien. Ik onderzoek of het haalbaar is alvast te starten met het beschikbaar stellen van de technische oplossing die door Ierland wordt gebruikt (Veripet), en zo ja, hoe dit kan worden gerealiseerd. Hiermee sluit ik aan bij de wens van de Kamer om waar mogelijk nationaal beleid aan te scherpen op basis van best practices uit het buitenland over het reguleren en verbieden van onlinehandel (motie Kostić en Grinwis, Kamerstuk 36800-XIV-64). Ik beschouw hiermee de motie als afgedaan. Vertoningsverbod De EU-verordening stelt vanaf 31 augustus 2028 regels aan het vertonen van honden en katten met verminkingen of schadelijke uiterlijke kenmerken. Deze dieren mogen niet meer meedoen aan schoonheidsshows, -tentoonstellingen en -wedstrijden. Ten aanzien van verminkingen is Nederland strenger dan de EU-verordening; de AMvB met een verbod op deelname aan wedstrijden, tentoonstellingen en keuringen met rechtmatig gecoupeerde paarden en honden wordt binnenkort voorgelegd aan de Raad van State voor advies. Het is goed dat het verbod op het vertonen van honden en katten met schadelijke uiterlijke kenmerken in de EU wordt gereguleerd, omdat deze shows vaak internationaal zijn en ik het belangrijk vind dat er gelijk speelveld is in Europa. Zoals eerder aangekondigd onderzoekt de Stichting Reclame Code (SRC) daarop vooruitlopend de mogelijkheid tot het maken van vrijwillige afspraken over het niet meer tonen van deze dieren in reclame-uitingen op zowel reguliere als sociale media. Het houden van een huisdier Na een fase van oriëntatie, voorbereiding en de aanschaf, wordt het dier onderdeel van het huishouden. Dit kan vele jaren duren en vraagt dus om verantwoordelijkheid. Ook voor deze fase stelt de EU-verordening straks eisen, maar wil ik zelf ook maatregelen nemen om huisdiereigenaren te ondersteunen. Het gaat om de volgende zaken: identificatie en registratie (hond en kat); trainen van dieren en hulp- en trainingsmiddelen; bijtincidenten dierenartskosten handhaving Bij het houden van dieren gaat het er ook over dat je alleen dieren houdt die daarvoor geschikt zijn. Dit wordt geregeld met het systeem van positieflijsten. Positieflijsten staan al sinds lange tijd in de Wet dieren. Met de invoering van de huis- en hobbydierenlijst in 2024 is een eerste stap gezet (Kamerstuk 28 286, nr. 1337). Sindsdien mogen alleen nog zoogdiersoorten worden gehouden die hiervoor geschikt zijn. Als dieren niet op de lijst staan, brengt het houden te veel risico met zich mee voor het welzijn van het dier en de gezondheid van de mens. Onlangs heeft het CBb geoordeeld dat de huis- en hobbydierenlijst op een transparante, objectieve en deskundige manier tot stand is gekomen. Ik werk op dit moment aan de volgende stap: de invoering van een positieflijst voor reptielen. Ik informeer de Kamer in meer detail over de dit onderwerp in een aparte brief die voorafgaand aan het commissiedebat dieren buiten de veehouderij en dierproeven wordt gestuurd. Identificatie en registratie (hond en kat) In Nederland moet je hond te identificeren (met een chip) zijn en je moet je hond geregistreerd hebben (I&R hond). Ik wil stappen zetten om dit ook voor katten te laten gelden vanaf 2028. I&R helpt om illegale handel terug te dringen, maar ook om je hond of kat snel terug te vinden als deze kwijt is. Jaarlijks raken er namelijk tienduizenden katten vermist. Als deze katten niet herenigd worden met hun eigenaar, zorgt dat voor veel leed bij dier en eigenaar. De EU-verordening zal vanaf 31 augustus 2030 verplichtingen stellen rondom de identificatie en registratie van alle honden en katten in Europa. Ik wil daar niet op wachten en bereid daarom een eerdere invoering van een nationale chip- en registratieplicht voor katten voor. De conceptregelgeving zal ik dit najaar voor internetconsultatie aanbieden en het chippen en registreren wordt naar verwachting in 2028 verplicht. Trainen van dieren en hulp- en trainingsmiddelen Het is belangrijk je huisdier op de juiste manier te trainen. Dit moet op een diervriendelijke manier gebeuren. Bij honden en paarden gebruiken eigenaren vaak een hulp- of trainingsmiddel daarvoor. Helaas gaat dit niet altijd goed. Hulp- en trainingsmiddelen worden soms verkeerd en met onvoldoende kennis van leerprincipes en gedrag ingezet, waardoor het welzijn van het dier wordt aangetast. Het is daarom essentieel dat houders zich in het correct gebruik van hulp- en trainingsmiddelen bekwamen en kritisch zijn op de kennis en kunde van een trainer of gedragstherapeut die zij in de arm nemen. Op de website van het LICG staat informatie over hoe je een goede hondenschool of gedragstherapeut kan vinden. Voor paardrij-instructeurs is het belangrijk dat deze beschikt over een Opleiding Ruiterfederatie Nederland (ORUN)-diploma van het juiste niveau (zelfstandig lesgeven mag vanaf niveau 3). Daar waar het risico op welzijnsaantasting door het gebruik van hulp- en trainingsmiddelen té groot is, ga ik stappen zetten om het gebruik van deze middelen te verbieden. Dit is al het geval voor de stroomband en pinnenhalsband bij honden, waarbij er een beperkte uitzondering geldt voor het kortdurend gebruiken van stroomstootapparatuur bij honden door overheidsorganisaties gericht op veiligheidstaken (politie, Defensie, Douane en Dienst Justitiële Inrichtingen). Hiermee loopt Nederland vooruit op het in de EU-verordening opgenomen verbod op het gebruik van stroomhalsbanden en wurghalsbanden zonder stop dat ingaat op 31 augustus 2028. Aanvullend ben ik voornemens om ter uitvoering van de motie-Teunissen bepaalde vormen van dieronvriendelijk gebruik van hulp- en trainingmiddelen bij honden en paarden aan te wijzen als verboden gedraging. Deze ontwerp-Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) zal later worden voorgelegd ter internetconsultatie. Zoals toegezegd tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van het Nederlandse verbod op het gebruik van stroomstootapparatuur bij honden (Kamerstuk 28 286, nr. 1168) is het verbod én de uitzondering voor overheidsinstanties geëvalueerd door adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) [Bijlage III]. Hiermee beschouw ik de toezegging als afgedaan. Uit de evaluatie blijkt dat het verbod doeltreffend is geweest als normstellend instrument, en dat de uitzondering voor Defensie, Dienst Justitiële Inrichtingen en de Douane vanaf 2027 kan komen te vervallen. De politie heeft enorme stappen gezet in het terugdringen van het gebruik van stroomstootapparatuur bij honden, maar geeft aan voor een specifieke groep honden (nog) niet volledig zonder te kunnen. In lijn met de adviezen van AEF zal ik de uitzondering voor de politie tijdelijk, beperkt en onder voorwaarden voortzetten. Hoe dit er precies uitziet zal in overleg met het ministerie van JenV en de politie worden afgestemd. Voor het consumentenverbod is het advies onder andere om het verbod uit te breiden naar bezit en de mogelijkheden te verkennen tot het verbieden van verkoop van stroomstootapparatuur. Gezien dit advies onderzoek ik ter uitvoering van de motie-Kostić, Beckerman en Graus (Kamerstuk 28 286, nr. 1418) of het mogelijk is om ook het bezit en verkoop van stroomhalsbanden en pinnenhalsbanden te verbieden. Bijtincidenten Op de website van het LICG staat veel informatie over het verantwoord houden van gezelschapsdieren. Specifiek over honden heeft het LICG op de website minderhondenbeten.nl informatie staan over veilige omgang, handelen bij gevaarlijke situaties, en andere praktische informatie - ook voor kinderen. Dit kan hondeneigenaren helpen om hun hond bijvoorbeeld veilig te begeleiden op straat. Als eigenaar ben je daar immers verantwoordelijk voor. Bij onveilige situaties of een bijtincident met honden, is de gemeente als eerste aan zet. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid en hebben soms een meldpunt of aanvullende regels voor inbeslagname van honden na een bijtincident. Ik kijk samen met gemeenten hoe ik verschillen tussen gemeentelijk beleid weg kan nemen. Zo werk ik aan een bevoegdheid waarmee burgermeesters een aanlijn- en muilkorfplicht kunnen opleggen die ook buiten de gemeentegrenzen van kracht is. Nu kunnen burgermeesters dat alleen voor hun eigen gemeente. Hiermee, en met de uitwerking van de eerdergenoemde pre-aanschaf cursus voor toekomstig hondeneigenaren, geef ik invulling aan de motie Kostić die verzoekt om ook prioriteit te geven aan de geplande landelijk geldende muilkorf- en aanlijnplicht voor honden die gevaarlijk gedrag vertonen en de geplande maatregel om kennis bij eigenaren te vergroten, waaronder een cursus (Kamerstuk 28286 nr. 1363). Ik beschouw daarmee deze motie als afgedaan. Daarnaast start ik een pilot met gemeenten om te kijken hoe we geanonimiseerde data over bijtincidenten structureel met elkaar kunnen uitwisselen. Sinds 13 januari 2026 is er een Landelijk meldpunt hondenbeten op rijksoverheid.nl. Zoals toegezegd informeer ik de Kamer met deze brief over de eerste bevindingen (Kamerstuk 2026Z11495). In de eerste maanden sinds de lancering zijn er 1.236 meldingen binnengekomen, waarvan 1.213 meldingen afzonderlijke incidenten betreffen. Van de melders is 80% zelf, of diens dier, slachtoffer. Ook blijkt dat hulpverleners het meldpunt weten te vinden, wat ik toejuich. Uit de gegevens bleek niet dat een specifieke leeftijdsgroep vaker betrokken is bij een incident dan andere groepen. Het merendeel van de gemelde incidenten vond plaats in de openbare ruimte (84%), ten opzichte van 16% op privéterrein. Daarbij moet er rekening mee worden gehouden dat incidenten in de privésfeer waarschijnlijk minder snel worden gemeld. Om het meldpunt nog beter te benutten en meer inzicht te krijgen in de locaties waar incidenten in de openbare ruimte plaatsvinden, bijvoorbeeld het type omgeving (landelijk, stedelijk), zal ik het meldformulier aanpassen. Het is nog te vroeg om inhoudelijke conclusies aan de opgehaalde informatie te verbinden. Om een betrouwbaar beeld te kunnen geven zijn er meer meldingen nodig, ook vanuit onder andere de gemeenten, over een grotere tijdsperiode. Ik verwacht dat als iedereen blijft melden er een steeds beter beeld ontstaat. Aanvullend roep ik mensen op om bij problemen op tijd naar de dierenarts, een gediplomeerde trainer of een gediplomeerde diergedragstherapeut te gaan. Op de website van het LICG is meer informatie hierover te vinden. Dierenartskosten Voor dieren, diereigenaren en veterinaire professionals is het van belang dat goede zorg beschikbaar is en toegankelijk blijft, nu en in de toekomst. Onderzoek van zowel Ecorys als de Autoriteit Consument & Markt (ACM) geven aan dat er risico’s zijn ontstaan voor het functioneren van de markt met gevolgen voor de keuzevrijheid van de consument en de autonomie van dierenartsen. Ik heb de Kamer onlangs geïnformeerd (Kamerstuk 28286, nr. 1437) over de Uitvoeringsagenda diergeneeskundige zorg waarmee huisdiereigenaren beter beschermd worden tegen de risico’s op hogere prijzen en overbehandeling. Daarmee worden stappen gezet zodat mensen een transparante keuze kunnen maken in de zorg voor hun dier en het heeft als doel bij te dragen aan goede, beschikbare en toegankelijke (spoed)zorg en een betere bescherming van de consument. Ik geef daarmee uitvoering aan het ACM-rapport en de motie van het lid Beckerman c.s. over uitvoering van het Dierendagakkoord (Kamerstuk 28286, nr. 1419). Het komende half jaar werk ik met de betrokken partijen de uitvoering nader uit in een routekaart en streef ik ernaar deze routekaart begin 2027 met uw Kamer te delen. Handhaving Helaas zijn er ook gevallen waarin diereigenaren geen of onvoldoende verantwoordelijkheid (kunnen) nemen om het welzijn van hun dier te borgen en is er sprake van ernstige verwaarlozing of mishandeling. Daar moeten we dieren tegen beschermen. Daarom houden de NVWA en de LID in samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) toezicht op het dierenwelzijn, zowel bij particulieren als bij fokkers. Deze organisaties zetten actief in op voorlichting over de problemen die zij tegenkomen. Bij overtreding volgt passende handhaving. Eerder is door mijn voorganger toegezegd om met de LID in gesprek gaan over efficiëntie en de werklast van inspecteurs (toezegging TZ202510-065). Ik ben mee geweest met de LID op inspectie en zie dat zij veel werk verzetten en waardeer dat enorm. De gesprekken met de LID over werklast en efficiëntie lopen momenteel en zodra de uitkomsten bekend zijn, zal ik ze met de Kamer delen. Ik verwacht de uitkomsten hiervan in het eerste kwartaal van 2027 te kunnen delen. Ik beschouw daarmee deze toezegging als afgedaan. Tot slot: Samen verantwoordelijkheid nemen Een huisdier houden is voor veel mensen een van de mooiste dingen die er zijn. Daarnaast is het ook een grote verantwoordelijkheid – voor jaren. Als hondeneigenaar weet ik dat als geen ander. Als eigenaar moet je bereid zijn om die verantwoordelijkheid te dragen: in tijd, geld en aandacht. En als samenleving moeten we ervoor zorgen dat huisdieren een goed leven kunnen hebben. De maatregelen die ik in deze brief aankondig, dragen bij aan dat doel. Ze helpen (toekomstige) eigenaren om betere keuzes te maken, zorgen ervoor dat gezonde dieren worden gefokt en verhandeld, en beschermen dieren die in de knel komen. Wij bieden daarmee de kaders en stellen normen, maar uiteindelijk vragen we ook van baasjes zelf om goed na te denken en goed te zorgen voor hun huisdier. Zo dragen we de verantwoordelijkheid voor onze huisdieren samen: overheid, eigenaren, fokkers, dierenartsen en u als Kamer. Ik nodig u uit om met mij in gesprek te gaan over deze plannen. Want alleen als we samen optrekken, kunnen we ervoor zorgen dat huisdieren in Nederland een goed leven leiden. Hoogachtend, Silvio P.A. Erkens Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Versie 156c319a-f88a-4ed4-b392-fae7e5ed9c69 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.