KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over Nivel Kennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiële redenen (Kamerstuk 29689-1273)

21 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6383bd496eb5339c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 689Herziening ZorgstelselNr. 1286 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 21 maart 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 16 december 2024 inzakeNivel Kennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien van zorg omfinanciële redenen (Kamerstuk 29 689, nr. 1273).De vragen en opmerkingen zijn op 30 januari 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 21 maart 2025zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-29689-1286ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12861 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie9II.Reactie van de Minister10 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het Nivel rapport«Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiële redenen» enhebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.Het onderzoek toont aan dat financiële redenen absoluut een redenkunnen zijn voor mensen om van zorg af te zien. Genoemde leden zijn danook erg blij dat vanaf 2027 het eigen risico fors verlaagd wordt en kijkenuit naar de dag dat het eigen risico volledig kan worden afgeschaft. Demedische situatie van mensen en niet de financiële situatie, moet watdeze leden betreft te allen tijde leidend zijn om wel of niet voor zorg ofbehandeling te kiezen. Wat zijn naast het verlagen van het eigen risico (enin de periode tot 2027) de plannen van de Minister om ervoor te zorgendat de groep zorgmijders, zowel gewenste als ongewenste zorgmijders,kleiner wordt?Wanneer mensen zorg mijden, om wat voor een reden dan ook, kan ditleiden tot hogere zorgkosten op een later moment. Kan de Minister eeninschatting maken van de toename aan zorgkosten die hiermee gepaardgaan? Waarom is er tijdens dit onderzoek geen onderscheidt gemaakttussen gewenste en ongewenste zorgmijding? Kan er een inschattinggemaakt worden van de gezondheidsschade bij mensen met eenchronische ziekte omdat uit onderzoek blijkt dat daar het percentagezorgmijders hoger ligt?De leden van de PVV-fractie lezen dat ook gezondheidskenmerken een rolspelen bij zorgmijding. Mensen met onvoldoende of beperkte gezond-heidsvaardigheden geven vaker aan af te zien van zorg dan mensen metvoldoende gezondheidsvaardigheden. Welke redenen worden daarvoorgegeven? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat het hebben vanvoldoende gezondheidsvaardigheden onder de Nederlandse bevolkinggroeit? Zijn hier al acties voor ingezet? Zo ja, welke?Uit registratiedata kan niet alle informatie worden gehaald, dit geldtbijvoorbeeld voor de reden om af te zien van een eerste huisarts bezoeken ook is er op basis van registratie niet duidelijk waarom is afgezien vanzorg. Is er in het onderzoek rekening mee gehouden dat er ook mensenzijn die mogelijk geen vast huisarts hebben? Genoemde leden kunnen zichvoorstellen dat dit een drempel opwerpt om een eerste huisarts bezoek temaken. In hoeverre draagt het niet ingeschreven staan bij een vastehuisarts bij aan het mijden van zorg? Kan de Minister aangeven hoeveelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12862 mensen in Nederland er op 1 januari 2025, nog steeds wachten opinschrijving bij een vaste huisarts? Wat heeft de Minister inmiddelsgedaan om het aantal praktijk houdende huisartsen te vergroten? Zijn erdaadwerkelijk meer praktijkhoudende huisartsen bijgekomen? HoeveelNederlanders stonden er op 1 januari 2025 op een wachtlijst om in teschrijven bij een tandarts?Uiteraard zijn er ook mensen die weloverwogen afzien van zorg en/ofbehandeling, anders dan om financiële redenen. Zijn daar tijdens hetonderzoek cijfers van bekend geworden? Zo ja, kunnen deze cijfers en deredenen hiervan gedeeld worden? Zo nee, waarom is niet meegenomenwat de reden is dat mensen afzien van zorg en/of behandeling anders danfinanciële redenen?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interessekennisgenomen van de voorliggende stukken en het onderzoek van Nivelover kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiële redenen.Genoemde leden vinden het zeer zorgelijk dat uit het onderzoek naarvoren komt dat financiële redenen ten grondslag kunnen liggen aan hetmijden van zorg, en dat dit sterker speelt bij kwetsbare groepen. Hetverminderen van deze ongelijke toegang tot zorg is voor deze leden vanenorm belang. Zij hebben hier dan ook meerdere vragen over.De Minister schrijft in de beleidsreactie dat de medische situatie vanmensen leidend moet zijn, en niet hun portemonnee. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie zijn het hier zeer mee eens, maar zien dit nog nietterugkomen in het kabinetsbeleid. Hoewel de Minister schrijft zich in tezetten voor gelijkwaardigere toegang tot zorg, zien deze leden juist dat dezorgkosten stijgen, bijvoorbeeld door de hogere zorgpremie. Wat gaat deMinister tot de verlaging van het eigen risico in 2027 doen om de toegangtot zorg te verbeteren en ervoor te zorgen dat mensen geen zorg hoevente mijden vanwege hun financiële situatie? Welk beleid wordt er in detussentijd (2025–2026) gevoerd om de toegang tot zorg gelijker te maken?En hoe wordt voorkomen dat een verlaging van het eigen risico deelsteniet wordt gedaan door een hogere zorgpremie, waardoor dezorgkosten voor veel mensen nog steeds (te) hoog blijven?Het baart de leden van GroenLinks-PvdA-fractie zorgen dat bij het mijdenvan zorg om financiële redenen de financiële situatie (kunnen rondkomen)een grotere rol speelt dan het inkomen. In hoeverre wordt in het kabinets-beleid de conclusie van Nivel meegenomen dat bij het tegengaan vanzorgmijding om financiële redenen aandacht moet zijn voor de gehelegroep mensen met een slechtere financiële situatie, en niet alleen voormensen met een laag inkomen? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen datook voor de middengroepen, die bijvoorbeeld geen toegang hebben tottoeslagen, de toegang tot zorg verbeterd wordt? Worden hier specifiekemaatregelen voor genomen en worden hier middelen voor vrijgemaakt?En hoe kijkt de Minister naar de conclusie van Nivel dat het van belang isdat maatregelen met betrekking tot het tegengaan van zorgmijdingmoeten worden ingebed in breder beleid gericht op het vergroten van debestaanszekerheid, omdat de betaalbaarheid van zorg ook afhankelijk isvan andere kosten voor levensonderhoud zoals boodschappen ofenergiekosten? In hoeverre wordt hier vanuit het Ministerie van VWS opsamengewerkt met andere departementen, bijvoorbeeld met hetMinisterie van SZW?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12863 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast meerderevragen over het mijden van zorg door kwetsbare groepen. Uit hetonderzoek van Nivel blijkt onder meer dat mensen met een slechte ofmatige ervaren gezondheid, mensen met chronische aandoeningen,mensen zonder betaald werk en mensen met een migratieachtergrondvaker afzien van zorg. Ook komt uit diverse onderzoeken die Nivelaanhaalt naar voren dat mensen die fysieke arbeid verrichten, werklooszijn of die vanwege arbeidsongeschiktheid van een uitkering moetenleven vaker zorg mijden. In de kabinetsreactie lezen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie dat de Minister zich sterk maakt voor kwetsbaregroepen. Hoe zet de Minister zich precies in voor kwetsbare groepen? Omwelke kwetsbare groepen gaat het en welk beleid wordt hierop, uitge-splitst per groep, gevoerd? Welke nieuwe voorstellen kunnen de betref-fende leden verwachten om de kwetsbare groepen die genoemd wordenin het Nivel-onderzoek te ondersteunen zodat zij minder vaak zorgmijden? Kan worden toegelicht welke specifieke maatregelen, middelenen tijdlijnen hiervoor zijn voorzien? En kan daarnaast worden ingaan opde mogelijke gevolgen van de kabinetsplannen om IVA-gerechtigden nietlanger 75% maar 70% van hun laatste loon te geven? Hoe voorkomt hetkabinet bij doorgang van de plannen dat deze groep arbeidsongeschikten,die vaak al te maken hebben met hoge woon- en zorgkosten, hierdoor(nog meer) zorg gaat mijden?De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast vragen overgroepen die niet zijn meegenomen in de studie van Nivel. Wat doet deMinister om meer inzicht te krijgen in zorgmijding onder groepen die niet-of ondervertegenwoordigd waren in het onderzoekspanel, bijvoorbeeldmensen met schuldenproblematiek of mensen zonder vaste woon- enverblijfplaats? Deelt de Minister de verwachting dat deze groepen vakerzorg mijden en dat het dus van groot belang is om in kaart te brengen inwelke mate deze groepen zorg mijden? Wordt nog nader onderzoekverricht naar de zorgmijding van deze groepen?De leden van GroenLinks-PvdA-fractie lezen daarnaast in het onderzoekvan Nivel dat ongewenste zorgmijding ertoe kan leiden dat klachtenverergeren, met mogelijke complicaties tot gevolg. Ook kan het leiden tothogere zorgkosten op een later moment. Onderkent de Minister dezerisico’s van zorgmijding? Hoe kijkt de Minister hiernaar in het licht van deforse bezuinigingen op preventie? Wat doet de Minister om ervoor tezorgen dat de combinatie van zorgmijding en bezuinigingen op preventieop termijn niet juist leiden tot hogere zorgkosten? Kan de Minister ingaanop de bevindingen uit het Nivel-onderzoek dat chronisch zieken enmensen met een slechte of matige ervaren gezondheid vaker zorg mijden,wat op termijn tot een verslechtering van hun gezondheid en daarmeehogere zorgkosten leidt? Wat doet de Minister eraan om dit te voorkomenen zoveel mogelijk terug te dringen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen tot slot dat uit eerderonderzoek naar zorgmijding, bijvoorbeeld van PatiëntenfederatieNederland uit 2023, blijkt dat voornamelijk mondzorg en fysiotherapieworden gemeden vanwege financiële redenen. Onlangs bleek uitonderzoek van promovendi van het Academisch Centrum TandheelkundeAmsterdam (ACTA) dat meer dan de helft van de tandartsen enMKA-chirurgen in Nederland tanden of kiezen trekken van patiëntenzonder dat daar een duidelijke tandheelkundige reden voor is, omdat datgoedkoper is dan bijvoorbeeld het plaatsen van een kroon1. Hoe kijkt deMinister naar deze ontwikkeling en wat doet zij om dit tegen te gaangezien de negatieve gevolgen hiervan voor patiënten?1Trekken zonder noodzaak: helft tandartsen zwicht voor patiënt - Universiteit van AmsterdamTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12864 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het onderzoeknaar de kenmerken van mensen die aangeven af te zien van zorg omfinanciële redenen. Deze leden waarderen dat nader is onderzocht hoe degrote verschillen in gerapporteerde percentages verklaard kunnen wordenen welke inzichten daaronder liggen. Zij hebben wel nog enkele vragen enopmerkingen.De gerapporteerde percentages van zorgmijding variëren sterk van 3 tot21%. Het onderzoek verklaart hoe die verschillen er zijn, maar doet geenaanbeveling welke definitie relevant is voor beleid. Momenteel isonduidelijk wat de relevante onderliggende factoren zijn die leiden totafzien van zorg om financiële redenen? Wat zijn volgens de Minister derelevante onderliggende factoren van zorgmijding? De leden van deVVD-fractie vinden dat een deel van de zorgmijding om financiële redenenniet per se slecht is: overwegen of je geld over hebt voor (niet-noodzakelijke) zorg zou heel normaal moeten zijn, of dat je daarvoor gaatsparen of afziet van de behandeling of ingreep. Wat vindt de Minister eenacceptabel percentage of acceptabele definitie van zorgmijding omfinanciële redenen? In het onderzoeksrapport wordt ook meerdere kerenaangegeven dat afzien van zorg om financiële redenen ook een gewensteffect kan zijn. Het onderzoek geeft echter niet aan om welke percentageshet dan gaat, of welke specifieke subgroepen. Is het mogelijk hier meerinzicht in te geven?De leden van de VVD-fractie hebben in debatten al vaker aangegeven datveel sociale, financiële of andere problemen van mensen te vaak op hetbordje van de zorg komen te liggen, terwijl oorzaak en oplossing buitenhet zorgdomein liggen. Een van de redenen van het invoeren van heteigen risico is dan ook om mensen bewust te maken dat zorg niet gratisis, maar geld en tijd van zorgprofessionals kost. De bedoeling is ook om tevoorkomen dat onnodig gebruik wordt gemaakt van zorg. Genoemdeleden vragen de Minister hoe zij dit ziet, ook met het oog op haar eerderewens als Kamerlid om het hele eigen risico af te schaffen.De leden van de VVD-fractie lezen dat het eigen risico een reden kan zijnom af te zien van zorg. De eigen bijdragen in Nederland behoren tot delaagste van Europa2 en meer dan 90% van de kosten van de zorg diemensen gebruiken wordt collectief betaald. De leden van de VVD-fractievragen om een overzicht van percentages zorgmijding in andereOESO-landen.Ook als zorg noodzakelijk is, zijn er mensen die zorg om financiëleredenen mijden. Dit kan leiden tot ernstigere gezondheidsproblemen ensterke vermindering van kwaliteit van leven. Is duidelijk om hoeveelmensen het gaat en hoe schadelijk dat is voor de betreffende mensen envoor de zorg in totaal? En zo ja, kan de Minister daar ook een cijfermatigereflectie op geven. Is ook bekend wat behandelaars doen om samen metmensen te beslissen over wat de consequenties zijn van bepaalde keuzesvoor wel of geen of alternatieve behandelingen en kan de Minister ookdaar inzicht en een reflectie op geven?De leden van de VVD-fractie lezen dat uit onderzoek blijkt dat ontvangersvan zorgsubsidies, waaronder de zorgtoeslag, vaker zorg mijden omfinanciële reden dan mensen die dit niet ontvangen. Hoe reflecteert deMinister hierop? Graag ook een reflectie op de effectiviteit van hetinstrument zorgtoeslag. Is het niet effectiever om in te zetten op hetdrukken van de hoogte van de nominale premie?2CBS, 23 mei 2022, 6. Vergelijking met andere landen | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12865 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met kennisgenomen van de «NivelKennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiëleredenen». Deze leden erkennen de urgentie om de mijding van zorg voorfinancieel kwetsbare mensen te verbeteren. Zij hebben hierover nogenkele vragen en opmerkingen.De leden van de NSC-fractie lezen dat de Minister de zorg toegankelijkerwil maken door het eigen risico te verlagen naar € 165 per jaar en doorhet eigen risico te trancheren naar € 50 per behandeling. Kan de Ministereen inschatting geven van de impact van deze tranchering op de hoogtevan de zorgpremie? Daarnaast constateren deze leden dat dezetranchering pas in 2027 wordt ingevoerd. Overweegt de Minister hetnemen van aanvullende maatregelen om zorg toegankelijker te makenvoor mensen die nu om financiële redenen zorg mijden, gezien deinvoering pas in 2027 zal plaatsvinden? Bovendien erkennen deze ledendat het verlagen van het eigen risico een positieve stap is. Echter, voormensen met een chronische ziekte, beperking of psychische aandoeningblijven de kosten vaak hoog door aanvullende uitgaven naast het eigenrisico. Is de Minister bereid aanvullende maatregelen te treffen om definanciële druk voor deze groepen te verlichten?De leden van de NSC-fractie constateren dat zorgmijding niet alleen wordtbeïnvloed door het inkomen, maar vooral door de bredere financiëlesituatie van mensen. Op welke manier is de Minister van plan ervoor tezorgen dat de financiële situatie van diverse kwetsbare groepen wordtmeegenomen in het beleid tegen zorgmijding?De leden van de NSC-fractie lezen dat mensen met beperkte gezondheids-vaardigheden vaker zorg mijden. Kan de Minister toelichten of één van deoorzaken hiervan is dat deze mensen zich niet bewust zijn van de zorg enfinanciële steun waarop zij recht hebben? Hoeveel mensen met eenkwetsbare financiële situatie maken momenteel geen gebruik van debeschikbare financiële steun? En is de Minister bereid om deze groepenbeter te informeren?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie danken de Minister voor de brief metbetrekking tot het Nivel rapport over het mijden van zorg om financiëleredenen. Deze leden vinden dat iedereen in Nederland toegang moethebben tot zorg. Het mijden van noodzakelijke zorg vanwege financiëleredenen, zou in een land als Nederland niet mogen voorkomen. Daartoehebben deze leden nog verdere vragen.Een aanbeveling uit het rapport van het Nivel is om oog te hebben voorde gehele groep mensen met een slechtere financiële situatie en nietenkel voor mensen met een laag inkomen. Kan de Minister aangeven hoezij, buiten halvering en tranchering van het eigen risico, opvolging geeftaan deze aanbeveling?De leden van de D66-fractie staan nog steeds achter haar eigen voorstelom het eigen risico vast te stellen op € 385 en op te knippen in delen van€ 150 per behandeling. De plannen hiervoor lagen klaar om in te voerenper 2025. Deelt de Minister de mening dat mensen die momenteel zorgmijden vanwege een financiële situatie, met doorgang van deD66-plannen nu al geholpen hadden kunnen worden, in plaats van dat zijmoeten wachten tot 2027? Waarom is er gekozen om pas vanaf 2027 ietsvoor mensen in een lastige financiële situatie te doen? Ten slotte vragenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12866 deze leden of de Minister een duidelijk tijdspad met bijbehorende stappentot halvering en tranchering van het eigen risico in 2027 kan schetsen.Wanneer kunnen zij de eerste voorstellen van de Minister hiervoorverwachten?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de NivelKennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiëleredenen. Deze leden hebben de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie lezen dat mensen met beperkte of onvol-doende gezondheidsvaardigheden vaker zorg mijden dan mensen metvoldoende gezondheidsvaardigheden. Dit is voor de BBB-fractie eenlogisch gevolg. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat deze groep betertoegang krijgt tot het verkrijgen, lezen, begrijpen en gebruiken vangezondheidsinformatie, zodat zij de juiste gezondheidsbeslissingenkunnen nemen en instructies voor behandelingen kunnen volgen?Daarnaast zijn de leden van de BBB-fractie bezorgd over de recenteberichtgeving over mondzorg, waarbij tanden en kiezen soms zondermedische noodzaak getrokken worden3. Er is eerder berekend dat hetopnemen van mondzorg in het basispakket ongeveer tussen de 1,2 en€ 1,9 miljard4 per jaar zou kosten. Tegelijkertijd leidt het niet behandelenvan tandziekten elk jaar tot economische schade van zo’n € 3 miljard5. Ditzou betekenen dat het opnemen van mondzorg in het basispakketuiteindelijk tussen de € 1,1 en € 1,8 miljard aan zorgkosten per jaar kanbesparen. Genoemde leden wijzen de Minister op dit onderzoek, omdat inde huidige modellen vaak wordt aangenomen dat iets pas kan wordenmeegenomen in de opbrengsten als het in het verleden al bewezen is.Volgens de leden van de BBB-fractie zou dit anders moeten. Hoe kijkt deMinister naar de recente berichtgeving rondom mondzorg waar tanden enkiezen soms getrokken worden zonder medische noodzaak? Wat vindt deMinister ervan dat het opnemen van mondzorg in het basispakket in detoekomst € 1,5 miljard aan zorgkosten zou kunnen besparen? Wat vindtde Minister van de huidige werkwijze in de modellenwerkelijkheid, waarbijiets pas wordt opgenomen in de opbrengsten wanneer het in het verledenal bewezen is, en zou deze benadering niet moeten veranderen, bijvoor-beeld in het geval van mondzorg?De leden van de BBB-fractie zijn nog steeds kritisch over de marktwerkingin het huidige zorgsysteem. In het oude systeem werd de zorg meer doorde overheid geregeld, maar nu spelen zorgverzekeraars een grote rol,omdat zij met elkaar concurreren om de beste prijs voor zorg. Sinds 2006zijn hierdoor de zorgpremies en het eigen risico flink gestegen6. In 2025 isde gemiddelde premie zelfs € 1.8807. Door deze stijgingen wordt zorgvoor veel mensen steeds minder betaalbaar, terwijl zorgaanbieders onderdruk staan om zorg goedkoper aan te bieden. De leden van de BBB-fractievindt de verlaging van het eigen risico goed, maar denkt dat het systeemanders moet. Daarom hebben genoemde leden de volgende vragen voorde Minister. Is de Minister van mening dat het huidige systeem vanmarktwerking heeft bijgedragen aan de stijgende zorgpremies en het3NOS Nieuws, 17 januari 2025, «Tanden en kiezen soms getrokken zonder medische noodzaak»4CPB, 20 juni 2016, CPB-Notitie-20juni2016-Doorrekening-mondzorg_0.pdf5Een-boek-vol-rotte-tanden.pdf & Tandzorg in Nederland kan beter - Internationale deskundigenpubliceren in The Lancet over de mondiale mondzorg - Radboudumc6Zorgwijzer, 24 december 2024, Premie zorgverzekering in vijf jaar tijd met 465 euro gestegen -Zorgwijzer7Wat kost het om een zorgverzekering af te sluiten? | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12867 hogere eigen risico? En wat vindt de Minister van de effecten vanmarktwerking op de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg?Wanneer kan de Kamer haar beloofde visie op de marktwerkingverwachten? Hoe kijkt de Minister naar de kritiek op het huidige systeemvan marktwerking? Ziet zij ruimte om het systeem te veranderen? En is deMinister bereid om, net als in het oude systeem, de zorg meer onderoverheidsbeheer te brengen om de zorgkosten beter te beheren en zorgtoegankelijker te maken voor iedereen?Tot slot hebben de leden van de BBB-fractie gelezen dat bij mijden vanzorg de financiële situatie een belangrijkere rol speelt dan het inkomen.Het rapport van Nivel vindt het daarom belangrijk om bij het tegengaanvan zorgmijding om financiële redenen aandacht te hebben voor degehele groep mensen met een slechtere financiële situatie, en niet alleenvoor mensen met een laag inkomen. Zicht op de financiële situatie vanmensen is vermoedelijk beter bekend bij gemeenten. Het is belangrijk datmaatregelen voor mensen met een slechtere financiële situatie in elkegemeente hetzelfde zijn. Hierdoor verschilt het niet per gemeente wievoor welke compensatie in aanmerking komt en dat gelijkwaardigetoegang tot zorg niet afhangt van de gemeente waarin iemand woont. Kande Minister toezeggen dat de woonplaats van mensen in een slechterefinanciële situatie niet bepalend mag zijn voor het in aanmerking komenvoor maatregelen die het afzien van zorg om financiële redenen moetentegengaan? En wat gaat zij naast de verlaging van het eigen risico doenom aandacht te hebben voor de gehele groep mensen met een slechterefinanciële situatie, en niet alleen voor mensen met een laag inkomen?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben de kennisvraag van NIVEL en dereactie van de Minister hierop gelezen. Uit dit onderzoek blijkt dat hetaantal mensen dat zorg mijdt kan oplopen tot 21%. Wat is de reactie vande Minister op dit percentage? Kan zij een beschouwing geven over deonderzoeksresultaten en de conclusies die zij hier zelf aanbindt?De leden van de SP-fractie hebben de minieme reactie van de Ministergelezen. Hoe verklaart zij dat mensen tussen de 18 en 39 vaker zorgmijden vanwege de kosten dan mensen die ouder zijn? Klopt het dat deMinister maar één voorstel doet om te zorgen voor een gelijkwaardigeretoegang tot zorg, namelijk het verlagen van het eigen risico over 2 jaar?Waarom heeft zij besloten om het opknippen van het eigen risico geendoorgang te geven? Als zij aangeeft dat de medische situatie van mensenleidend moet zijn en niet hun portemonnee, waarom schaft zij dan niet hethele eigen risico af? Welke andere voorstellen is de Minister van plan omdeze kabinetsperiode te nemen om het mijden van zorg te voorkomen?De leden van de SP-fractie weten en lezen opnieuw dat ongewenstezorgmijding kan leiden tot het verergeren van klachten, met mogelijkecomplicaties als gevolg en tot hogere zorgkosten op een later moment.Op welke manier zijn deze hogere kosten onderdeel van de afwegingenvan de Minister in haar beleid?Welk gevolg gaat de Minister geven aan het feit dat mensen met eenslechte of matige ervaren gezondheid vaker aangeven af te zien van zorgdan mensen met een uitstekende of zeer goede ervaren gezondheid? Watis uw reactie op de conclusie dat mensen met een hoog inkomen of eenbetere financiële situatie minder vaak afzien van zorg vanwege de kosten?Erkent u dat als er niet wordt ingegrepen om deze zorgmijding tevoorkomen de klassenverschillen in ons land tussen mensen nog verderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12868 wordt vergroot? Bent u bereid deze klassenverschillen te verkleinen? Kuntu uw antwoord toelichten?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het Nivel-onderzoek. Zij vinden de reactie van de Minister op hetonderzoek, die slechts verwijst naar de voorgenomen halvering van heteigen risico, nogal summier, gelet op de complexiteit van de problematiekwaarvan sprake is. Zij hebben hierover dan ook nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de SGP-fractie vinden het een belangrijke constatering vande onderzoekers dat de financiële situatie van mensen een grotere rol lijktte spelen bij zorgmijding dan hun inkomen. De leden van de SGP-fractievragen of de Minister inzichtelijk kan maken in hoeverre de halvering vanhet eigen risico ervoor zal zorgen dat mensen zorg krijgen, in plaats vandat zij zorg blijven mijden. Voor hoeveel mensen gaat de verminderingvan het eigen risico het verschil maken tussen wel of geen zorg?Kan de Minister verder aangeven wat zij doet voor mensen voor wie niethet eigen risico, maar andere betalingen of verplichte eigen bijdragen deaanleiding vormen voor zorgmijding? De leden van de SGP-fractie denkenaan zorg en ondersteuning die niet via de basisverzekering of aanvullendeverzekeringen worden vergoed, zoals relatietherapie of bepaaldemedicatie.De leden van de SGP-fractie vragen de Minister om in te gaan op hetprobleem van de kloof tussen de relatief lage eigen bijdrage in de Wmoen de veel hogere eigen bijdrage in de Wlz. Dit zorgt voor een perverseprikkel, waardoor mensen langer in de Wmo blijven dan wenselijk is. Watdoet de Minister daaraan?Ook vragen de leden van de SGP-fractie aandacht voor mensen met eenchronische ziekte of beperking die zorg mijden vanwege de stapeling vanzorgkosten. Het halveren van het eigen risico biedt voor hen onvoldoendesoelaas. Welke extra acties kunnen genoemde leden van deze Minister endit kabinet verwachten voor deze groep mensen?De leden van de SGP-fractie lezen dat het hebben van betaald werk somseen rol speelt bij zorgmijding. Indien dit het geval is, geven mensen diebetaald werk hebben minder vaak aan af te zien van zorg vanwege dekosten. De leden van de SGP-fractie vragen hoe deze informatie betrokkenwordt bij de ondersteuning van mantelzorgers, van wie bekend is dat zijrelatief vaker minder of niet werken.Uit het onderzoek blijkt dat ook de gezondheid van mensen een rol speelt.Zo blijkt uit de kwantitatieve data-analyse dat mensen met een slechte ofmatige ervaren gezondheid vaker afzien van zorg dan mensen met eenuitstekende of zeer goede ervaren gezondheid. De leden van deSGP-fractie vragen welke concrete maatregelen de Minister hiertegenneemt. De onderzoekers constateren dat gezondheidsvaardigheden vanmensen een rol spelen bij zorgmijding. De leden van de SGP-fractievragen de Minister welke maatregelen zij neemt om gezondheidsvaardig-heden te versterken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12869 II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het Nivel rapport«Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiële redenen» enhebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.Het onderzoek toont aan dat financiële redenen absoluut een redenkunnen zijn voor mensen om van zorg af te zien. Genoemde leden zijn danook erg blij dat vanaf 2027 het eigen risico fors verlaagd wordt en kijkenuit naar de dag dat het eigen risico volledig kan worden afgeschaft. Demedische situatie van mensen en niet de financiële situatie, moet watdeze leden betreft te allen tijde leidend zijn om wel of niet voor zorg ofbehandeling te kiezen. Wat zijn naast het verlagen van het eigen risico (enin de periode tot 2027) de plannen van de Minister om ervoor te zorgendat de groep zorgmijders, zowel gewenste als ongewenste zorgmijders,kleiner wordt?Ik vind het mijden van zorg om financiële redenen altijd ongewenst,omdat de portemonnee niet leidend mag zijn in de overweging omgebruik te maken van de zorg. De vraag of zorg noodzakelijk is hoort altijdplaats te vinden in het gesprek tussen zorgverlener en de patiënt, waarbijwordt uitgegaan van de stand van de wetenschap en praktijk. Dezorgverlener en patiënt bepalen samen wat iemand zelf (nog) kan doen enwelke zorg nodig is bij het verbeteren van de gezondheid. Het Kabinetvindt niet het eigen risico, maar juist andere instrumenten meer aange-wezen om te bepalen wat voor een patiënt medische noodzakelijke zorg isen of deze gezien het beperkte zorgaanbod gegeven kan worden.Het kabinet vindt dat het huidige verplicht eigen risico een te hogefinanciële drempel opwerpt. Daarom zal het kabinet het verplicht eigenrisico fors verlagen naar € 165 en voor medisch specialistische zorgtrancheren op € 50, met het doel de toegang tot zorg voor iedereen tevergroten en deze ook gelijkwaardiger te maken. Daarnaast investeert hetkabinet in het verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket,betere wachtlijstbemiddeling en triage, maar bijvoorbeeld ook eeneffectievere inzet van het bestaande zorgaanbod.Naast de verlaging, en tot die tijd bevriezing, van het eigen risico heeft hetkabinet per 2025 een pakket met wijzigingen in box 1 van de inkomstenbe-lasting ingevoerd om lastenverlichting te bereiken. Deze maatregelenleiden daarmee tot een positief koopkrachtbeeld. Er is dus aandacht voorde financiële situatie van ook andere mensen dan mensen met een laaginkomen. In aanvulling op het kabinetsbeleid zijn er andere, reedsbestaande, mogelijkheden die mensen kunnen helpen die moeite hebbenom hun zorgkosten te betalen. Denk bijvoorbeeld aan de zorgtoeslag, deondersteuning die gemeenten aan hun inwoners kunnen bieden of deaftrekpost «uitgaven voor specifieke zorgkosten» via de aangifte inkom-stenbelasting.Wanneer mensen zorg mijden, om wat voor een reden dan ook, kan ditleiden tot hogere zorgkosten op een later moment. Kan de Minister eeninschatting maken van de toename aan zorgkosten die hiermee gepaardgaan? Waarom is er tijdens dit onderzoek geen onderscheid gemaakttussen gewenste en ongewenstezorgmijding? Kan er een inschatting gemaakt worden van de gezond-heidsschade bij mensen met een chronische ziekte omdat uit onderzoekblijkt dat daar het percentage zorgmijders hoger ligt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128610 Het Nivel-onderzoek «Kennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien vanzorg om financiële redenen» maakt inderdaad, net als in andere verge-lijkbare onderzoeken, geen onderscheid tussen het afzien van noodzake-lijke als minder noodzakelijke zorg. In de praktijk is het niet goed mogelijkom dit onderscheid te maken en daarom is het ook niet duidelijk in welkemate de zorg waarvan wordt afgezien noodzakelijke zorg is. Wat noodza-kelijke en passende zorg is, is overigens per persoon verschillend enwordt in individuele gevallen in samenspraak tussen patiënt en zorgver-lener bepaald. De meeste studies naar zorgmijding concluderen alleen dátmensen om financiële redenen zorg kunnen uitstellen of hiervan afzien, endat dit kan gaan om zowel noodzakelijke als minder noodzakelijke zorg.8In bijvoorbeeld het onderzoek9 naar de gevolgen van de verhoging vanhet eigen risico destijds, is door de onderzoekers getracht een onder-scheid te maken naar waarschijnlijk gewenste en ongewenste zorgmijdingaan de hand van door de onderzoekers opgestelde criteria. Voor een grootgedeelte van de groep mensen die afzag van zorg was het ondanks de indit onderzoek gehanteerde criteria niet goed te beoordelen of er sprakewas van waarschijnlijk gewenste of ongewenste zorgmijding.Het is eveneens niet duidelijk in welke mate zorgmijding schadelijkegevolgen heeft voor de gezondheid. De gevolgen van zorgmijding zijnzeer moeilijk te onderzoeken en kwantificeren. Dit komt omdat dit effectenzijn die pas na jaren zichtbaar kunnen worden. Om dit te onderzoeken ishet nodig om mensen over vele jaren te volgen. Daarnaast zou het nodigzijn om andere gebeurtenissen die van invloed zijn op gezondheid vanmensen te scheiden van het effect van afzien van zorg op gezondheid. Ikkan daarom geen kwantitatieve onderbouwing geven van toenemendezorgkosten als gevolg van zorgmijding.De leden van de PVV-fractie lezen dat ook gezondheidskenmerken een rolspelen bij zorgmijding. Mensen met onvoldoende of beperkte gezond-heidsvaardigheden geven vaker aan af te zien van zorg dan mensen metvoldoende gezondheidsvaardigheden. Welke redenen worden daarvoorgegeven? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat het hebben vanvoldoende gezondheidsvaardigheden onder de Nederlandse bevolkinggroeit? Zijn hier al acties voor ingezet? Zo ja, welke?Ten eerste betreur ik het dat mensen met beperkte gezondheidsvaardig-heden vaker zorg mijden dan mensen met voldoende gezondheidsvaar-digheden. Het verbeteren van de gezondheidsvaardigheden van patiëntenen inwoners beschouw ik als een gezamenlijke opgave voor de gehelemaatschappij. Dit betekent dat vanuit verschillende domeinen wordtgewerkt aan het stimuleren van de gezondheidsvaardigheden.De aandacht voor gezondheidsvaardigheden is integraal onderdeel vangoede en passende zorg en is daarom structureel onderdeel van verschil-lende programma’s en afspraken binnen VWS, waarvan een aantalhieronder wordt uitgelicht. Om te zorgen dat er voldoende toegankelijkeen begrijpelijke zorg is voor iedereen ongeacht iemands achtergrond enopleidingsniveau wordt er vanuit VWS o.a. extra ingezet op een stimule-ringsaanpak voor (beperkte) gezondheidsvaardigheden, aanvullend op deafspraken uit het IZA en GALA. Zo wordt er momenteel gewerkt aanondersteuning van zorgorganisaties om toe te werken naar de gezond-8Zie bijvoorbeeld: Z.C. Brot-Goldberg, A. Chandra, B.R. Handel en J.T. Kolstad (2017). What doesa Deductible Do? The Impact of Cost-Sharing on Health Care Prices, Quantities, and SpendingDynamics. The Quarterly Journal of Economics, 132 (3), 1261–1318.9Van Dijk en Van de Vijver (2013), Keuzegedrag in zorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128611 heidsvaardige organisatie10. En neemt Nederland sinds vorig jaar weerdeel aan het Europese WHO-action netwerk M-POHL om de gezondheids-vaardigheden te meten op populatie- en organisatieniveau en deuitkomsten te vergelijken met andere EU-lidstaten. Met de onderzoeksre-sultaten kan het beleid voor (beperkte) gezondheidsvaardigheden verderworden aangescherpt voor de Nederlandse situatie. Voor betrouwbare enbegrijpelijke medicijninformatie is in 2018 het Netwerk Patiëntinformatie(NPI) opgericht in opdracht van VWS. En het Zorginstituut voert desubsidieregeling Leren gebruiken van uitkomstinformatie voor Samenbeslissen uit. Deze heeft in 2023 het thema Samen beslissen bij mensenmet beperkte gezondheidsvaardigheden gekregen en loopt tot eind 2025.Onderdeel van gezondheidsvaardigheden zijn digitale vaardigheden. Inhet Integraal Zorgakkoord is ook expliciet de afspraak opgenomen burgerste ondersteunen in het digitaal vaardig(er) worden. Zo werkt VWS samenmet onder andere het Ministerie van BZK aan de Alliantie DigitaalSamenleven. Voor hulpvragen specifiek rondom digitale zorg kunnenmensen bij de Helpdesk Digitale Zorg terecht. Ook kunnen mensen terechtbij bibliotheken voor het verbeteren van hun digitale vaardigheden. Envanuit het Ministerie van OCW wordt bijvoorbeeld ingezet op hetverhogen van basisvaardigheden van leerlingen. De Staatssecretaris voorFunderend Onderwijs voert daarvoor het Masterplan basisvaardighedenuit11.Uit registratiedata kan niet alle informatie worden gehaald, dit geldtbijvoorbeeld voor de reden om af te zien van een eerste huisarts bezoeken ook is er op basis van registratie niet duidelijk waarom is afgezien vanzorg. Is er in het onderzoek rekening mee gehouden dat er ook mensenzijn die mogelijk geen vast huisarts hebben? Genoemde leden kunnen zichvoorstellen dat dit een drempel opwerpt om een eerste huisarts bezoek temaken. In hoeverre draagt het niet ingeschreven staan bij een vastehuisarts bij aan het mijden van zorg? Kan de Minister aangeven hoeveelmensen in Nederland er op 1 januari 2025, nog steeds wachten opinschrijving bij een vaste huisarts? Wat heeft de Minister inmiddelsgedaan om het aantal praktijk houdende huisartsen te vergroten? Zijn erdaadwerkelijk meer praktijkhoudende huisartsen bijgekomen? HoeveelNederlanders stonden er op 1 januari 2025 op een wachtlijst om in teschrijven bij een tandarts?In het onderzoek dat Nivel heeft uitgevoerd is niet meegenomen ofmensen wel of geen vaste huisarts hebben. Het is inderdaad welvoorstelbaar dat het niet hebben van een vaste huisarts mogelijk eendrempel opwerpt om een huisarts te bezoeken. In hoeverre dit bijdraagtaan het afzien van zorg is in dit onderzoek echter niet onderzocht.Met de recente Kamerbrief Versterking Eerstelijnszorg12 heb ik uw Kamergeïnformeerd over het Nivel-onderzoek naar het aantal mensen dat nietstaat ingeschreven bij een huisartsenpraktijk, maar dit wel wil.13 Op basisvan dit onderzoek schat Nivel dat 36.800 volwassen mensen in Nederlandongewenst niet staan ingeschreven bij een huisartsenpraktijk. Echter, indeze steekproef waren sommige groepen ondervertegenwoordigd,waardoor het daadwerkelijke aantal naar verwachting nog iets hoger is.Recentere cijfers zijn niet bekend.10Een gezondheidsvaardige organisatie is een organisatie die toegankelijk en begrijpelijk is vooriedereen en die rekening houdt met de gezondheidsvaardigheden van de samenleving.11Kamerstukken II, 2024/2025, 31 293, nr. 77512Kamerstukken II, 2024/25, 33 578, nr. 12213Nivel, Burger over inschrijving bij een (nieuwe) huisartsenpraktijk, https://www.nivel.nl/sites/default/files/bestanden/1004665.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128612 Ik vind het belangrijk dat huisartsen meer met een vaste patiëntenpopu-latie gaan werken. Dit kan middels het praktijkhouderschap, maar ook inloondienst. Met het Integraal Zorg Akkoord is een aantal belangrijkestappen gezet om het praktijkhouderschap aantrekkelijker te maken.Hierover is uw Kamer recent geïnformeerd in de Kamerbrief VersterkingEerstelijnszorg14. Iedere huisartsenpraktijk heeft toegang tot meer tijdvoor de patiënt (MTVP) en dit is per 2025 structureel bekostigd. Daarnaastis er ingezet op betere verdeling van de verantwoordelijkheid voor hetinvullen van de avond-, nacht- en weekenduren (ANW-uren) doorpraktijkhouders én niet praktijkhouders. Ook is er, in samenwerking metde partijen15, een Handreiking huisvesting huisartsen en gezondheids-centra ontwikkeld. Deze handreiking geeft inzicht in de rollen en hande-lingsperspectieven van verschillende partijen als een huisarts methuisvestingsproblematiek kampt. Ik heb uw Kamer eerder toegezegd vóórde zomer van 2025 een geactualiseerde versie van de handreiking op televeren16. In het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord (AZWA) spreek ikmet de partijen verder over hoe we het werken met een vaste populatiedoor huisartsen kunnen stimuleren.Zoals hierboven benoemd vind ik het belangrijk dat huisartsen weer meergaan werken met een vaste patiëntenpopulatie. De vorm waarin zij datdoen – als praktijkhouder of in loondienst – is daarbij ondergeschikt.Cijfers van de Nivel-registratie van huisartsen en huisartsenpraktijkenlaten zien dat tussen 2020 en 2022 er een afname was van het aantalpraktijkhoudende huisartsen. Het totaal aantal regulier gevestigdehuisartsen (praktijkhouder, loondienst of vaste waarnemer) nam wel toe indeze periode17.Vermoedelijk wordt met de laatste vraag bedoeld hoeveel mensen op eenwachtlijst staan om ingeschreven te worden bij een huisarts, in plaats vaneen tandarts. Voor de volledigheid geef ik u ook inzicht in de wachttijdenbij tandartsen. In de mondzorg gelden geen abonnementstarieven,waardoor er vanuit de overheid geen zicht is op hoeveel mensen eringeschreven staan bij een tandartspraktijk of hoeveel mensen er opwachtlijsten staan. Om die reden kan de vraag niet concreet beantwoordworden. De KNMT houdt echter wel bij hoeveel praktijken nieuwepatiënten aannemen18. In 2023 nam 42% van de praktijken onvoorwaar-delijk nieuwe patiënten aan, 36% van de praktijken nam ondervoorwaarden nieuwe patiënten aan en 22% nam geen nieuwe patiëntenaan. Dit zijn de landelijke cijfers; regionaal kunnen hier nog veelverschillen in zitten.Uiteraard zijn er ook mensen die weloverwogen afzien van zorg en/ofbehandeling, anders dan om financiële redenen. Zijn daar tijdens hetonderzoek cijfers van bekend geworden? Zo ja, kunnen deze cijfers en deredenen hiervan gedeeld worden? Zo nee, waarom is niet meegenomenwat de reden is dat mensen afzien van zorg en/of behandeling anders danfinanciële redenen?In het Nivel-onderzoek is niet gekeken naar niet-financiële redenen om afte zien van zorg. De reden hiervoor is dat het Ministerie van VWS eenverdiepingsslag op de al bestaande infographics van Nivel heeft14Kamerstukken II, 2024/25, 33 578, nr. 12215Landelijke Huisartsen Verenging, InEen, Zorgverzekeraars Nederland, Vereniging NederlandseGemeenten, Nederlandse Zorgautoriteit en Ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties.16Kamerstukken II, 2024/25, 33 578, nr. 12317https://www.nivel.nl/sites/default/files/bestanden/1004340.pdf18Wachttijden en aannemen van nieuwe patiënten, Staat van de Mondzorg, Wachttijden intandartspraktijken - Staat van de MondzorgTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128613 gevraagd, namelijk verdieping naar de achtergrondkenmerken vanmensen die om financiële redenen afzien van zorg. In die bestaandeinformatie gaat het enkel om mensen die om financiële redenen afzienvan zorg.Nivel heeft eerder, in 2015, een onderzoek uitgebracht waarin ook andereredenen voor het mijden van zorg in kaart zijn gebracht. De redenen omniet naar de huisarts te gaan bleken divers. In dit onderzoek maakt Nivelonderscheid tussen redenen voor afzien van zowel huisartsenzorg alsvervolgzorg. Van de respondenten die een advies van de huisarts nietopvolgen, noemt meer dan de helft «opzien tegen kosten» als reden.Andere redenen om het advies van de huisarts niet op te volgen zijnvolgens Nivel de persoonlijke situatie van de patiënt. Deze redenen zijnhelaas in het onderzoek niet verder uitgesplitst. Kortom, uit dit onderzoekblijkt dat ook niet-financiële redenen ertoe kunnen leiden dat mensenafzien van zorg. Dit is overigens wel bekend voor de mondzorg19. In totaalblijkt dat circa 1,4 mln. volwassenen in Nederland niet ten minste om detwee jaar naar de tandarts gaan, waarvan circa 640.000 volwassenen ditniet doen om financiële redenen, 355.000 vanwege een gebrek aan besefvan urgentie en 426.000 vanwege angst. Financiële en niet-financiëleredenen kunnen ook stapelen en elkaar versterken.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interessekennisgenomen van de voorliggende stukken en het onderzoek van Nivelover kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiële redenen.Genoemde leden vinden het zeer zorgelijk dat uit het onderzoek naarvoren komt dat financiële redenen ten grondslag kunnen liggen aan hetmijden van zorg, en dat dit sterker speelt bij kwetsbare groepen. Hetverminderen van deze ongelijke toegang tot zorg is voor deze leden vanenorm belang. Zij hebben hier dan ook meerdere vragen over.De Minister schrijft in de beleidsreactie dat de medische situatie vanmensen leidend moet zijn, en niet hun portemonnee. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie zijn het hier zeer mee eens, maar zien dit nog nietterugkomen in het kabinetsbeleid. Hoewel de Minister schrijft zich in tezetten voor gelijkwaardigere toegang tot zorg, zien deze leden juist dat dezorgkosten stijgen, bijvoorbeeld door de hogere zorgpremie. Wat gaat deMinister tot de verlaging van het eigen risico in 2027 doen om de toegangtot zorg te verbeteren en ervoor te zorgen dat mensen geen zorg hoevente mijden vanwege hun financiële situatie? Welk beleid wordt er in detussentijd (2025–2026) gevoerd om de toegang tot zorg gelijker te maken?En hoe wordt voorkomen dat een verlaging van het eigen risico deelsteniet wordt gedaan door een hogere zorgpremie, waardoor dezorgkosten voor veel mensen nog steeds (te) hoog blijven?Het kabinet vindt dat het huidige verplicht eigen risico een te hogefinanciële drempel opwerpt en vindt ook onwenselijk als iemand vanwegefinanciële redenen afziet van noodzakelijke zorg. Het kabinet is vanmening dat niet je portemonnee, maar je medische urgentie leidend moetzijn in de toegang tot zorg. Daarom zal het kabinet het verplicht eigenrisico fors verlagen naar € 165. Er is voor de verlaging van het verplichteigen risico een wetgevingstraject van twee jaar nodig, waardoor deze opz’n vroegst vanaf 2027 in kan gaan. In 2026 bevriest het kabinet hetverplicht eigen risico op € 385. Om lastenverlichting voor burgers tebereiken heeft het kabinet daarnaast per 2025 een pakket met wijzigingen19Kamerstukken II, 2023/2024, 32 620 nr. 292Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128614 in box 1 van de inkomstenbelasting ingevoerd, waaronder een verlagingvan het tarief in de eerste schijf. De € 2,5 miljard die beschikbaar wasvanuit het hoofdlijnenakkoord voor lastenverlichting in 2025 en 2026 inaanloop naar het verlagen van het verplicht eigen risico is volledig ingezetals dekking van dit pakket.Door het verlagen van het verplicht eigen risico vanaf 2027 zal dezorgpremie stijgen. De zorgtoeslag stijgt echter ook. Verder zal het kabinetburgers en bedrijven volledig compenseren voor de eerdergenoemdestijging van de zorgpremie via de eerdergenoemde verlaging van deinkomstenbelasting en een verlaging van de AOF-premie.Het baart de leden van GroenLinks-PvdA-fractie zorgen dat bij het mijdenvan zorg om financiële redenen de financiële situatie (kunnen rondkomen)een grotere rol speelt dan het inkomen. In hoeverre wordt in het kabinets-beleid de conclusie van Nivel meegenomen dat bij het tegengaan vanzorgmijding om financiële redenen aandacht moet zijn voor de gehelegroep mensen met een slechtere financiële situatie, en niet alleen voormensen met een laag inkomen? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen datook voor de middengroepen, die bijvoorbeeld geen toegang hebben tottoeslagen, de toegang tot zorg verbeterd wordt? Worden hier specifiekemaatregelen voor genomen en worden hier middelen voor vrijgemaakt?En hoe kijkt de Minister naar de conclusie van Nivel dat het van belang isdat maatregelen met betrekking tot het tegengaan van zorgmijdingmoeten worden ingebed in breder beleid gericht op het vergroten van debestaanszekerheid, omdat de betaalbaarheid van zorg ook afhankelijk isvan andere kosten voor levensonderhoud zoals boodschappen ofenergiekosten? In hoeverre wordt hier vanuit het Ministerie van VWS opsamengewerkt met andere departementen, bijvoorbeeld met hetMinisterie van SZW?Het Kabinet zet in op het vergroten en gelijkwaardiger maken van detoegang tot zorg voor iedereen, door de forse verlaging van het eigenrisico tot € 165. Er wordt hierin geen onderscheid gemaakt naar specifiekeinkomensgroepen zoals middeninkomens. Het Kabinet is van mening datde medische urgentie, en niet je portemonnee, leidend moet zijn voor dezorgvraag.Naast de verlaging, en tot die tijd bevriezing, van het eigen risico heeft hetkabinet per 2025 een pakket met wijzigingen in box 1 van de inkomstenbe-lasting ingevoerd om lastenverlichting te bereiken. Deze maatregelenleiden daarmee tot een positief koopkrachtbeeld. Er is dus aandacht voorde financiële situatie van ook andere mensen dan mensen met een laaginkomen.In aanvulling op het kabinetsbeleid zijn er andere, reeds bestaande,mogelijkheden die mensen kunnen helpen die moeite hebben om hunzorgkosten te betalen. Denk bijvoorbeeld aan de zorgtoeslag, de onder-steuning die gemeenten aan hun inwoners kunnen bieden of de aftrekpost«uitgaven voor specifieke zorgkosten» via de aangifte inkomstenbelasting.Van deze fiscale regeling kunnen ook mensen met een midden of hogerinkomen gebruik maken. Op dit moment vindt er overigens gezamenlijkmet verschillende ministeries een ambtelijke verkenning plaats naarmogelijke aanpassingen van en alternatieven voor de fiscale regeling opde langere termijn. Dit naar aanleiding van de in 2022 uitgevoerdeevaluatie20 van de huidige «aftrek specifieke zorgkosten».20Dialogic, Evaluatie aftrek specifieke zorgkosten, 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128615 Of de zorg op individueel niveau betaalbaar is, hangt inderdaad ook af vanandere kosten voor levensonderhoud. Op het thema van bestaansze-kerheid wordt tussen de verschillende departementen samengewerkt. Zois er het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voorMensen (VIM) waar verschillende ministeries en publieke dienstverlenerssamenwerken om domeinoverstijgende knelpunten voor burgers op telossen die raken aan hun inkomensondersteuning. Verder is een interde-partementale werkgroep onder leiding van VWS in beeld aan het brengenwelke financiële regelingen er bestaan specifiek voor mensen met eenchronische ziekte en beperking. In dit traject wordt ook aandacht besteedaan het niet-gebruik van deze regelingen.Daarnaast trekt het Ministerie van VWS veel samen op met het Ministerievan SZW als het gaat over de relatie tussen bestaanszekerheid enzorggebruik, zoals bij de aanpak van problematische schulden. Bijvoor-beeld door te investeren in de samenwerking tussen zorgverleners en(schuld)hulpverleners. Ook werkt het Ministerie van VWS samen metzorgverzekeraars, zorgverleners en SZW, om de mijding van mondzorg teverminderen. Voor de korte termijn wordt hiervoor gekeken naar eenbetere inzet van gemeentelijke regelingen en de opzet van informelemondzorgnetwerken. Voor de langere termijn worden de opties voorlandelijke maatregelen in beeld gebracht.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast meerderevragen over het mijden van zorg door kwetsbare groepen. Uit hetonderzoek van Nivel blijkt onder meer dat mensen met een slechte ofmatige ervaren gezondheid, mensen met chronische aandoeningen,mensen zonder betaald werk en mensen met een migratieachtergrondvaker afzien van zorg. Ook komt uit diverse onderzoeken die Nivelaanhaalt naar voren dat mensen die fysieke arbeid verrichten, werklooszijn of die vanwege arbeidsongeschiktheid van een uitkering moetenleven vaker zorg mijden. In de kabinetsreactie lezen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie dat de Minister zich sterk maakt voor kwetsbaregroepen. Hoe zet de Minister zich precies in voor kwetsbare groepen? Omwelke kwetsbare groepen gaat het en welk beleid wordt hierop, uitge-splitst per groep, gevoerd? Welke nieuwe voorstellen kunnen de betref-fende leden verwachten om de kwetsbare groepen die genoemd wordenin het Nivel-onderzoek te ondersteunen zodat zij minder vaak zorgmijden? Kan worden toegelicht welke specifieke maatregelen, middelenen tijdlijnen hiervoor zijn voorzien?Het kabinet wil met het verlagen van het verplicht eigen risico naar € 165per 2027 bereiken dat minder mensen om financiële redenen noodzake-lijke medische zorg uitstellen of hiervan afzien. Hoewel dit een generiekemaatregel is, helpt dit met name kwetsbare mensen. Het onderzoek doorhet Nivel laat zien dat mensen met een laag inkomen, lage gezondheids-vaardigheden en/of een slechtere gezondheid relatief vaker om financiëleredenen afzien van zorg.21 Dit beeld wordt ook bevestigd door anderonderzoek.22 Onder mensen met een chronische ziekte ziet bijvoorbeeld 1op de 7 of zelfs 1 op de 5 mensen af van zorg omdat ze er voor moetenbetalen.23, 2421Rapport «Kennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiële redenen»,Nivel, 202422How does copayment for health care services affect demand, health and redistribution? Asystematic review of the empirical evidence from 1990 to 2011, Kiil & Houlberg, 201423Patiëntenfederatie Nederland. (2023). Stapeling zorgkosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128616 Ook kiest het kabinet met de verlaging van het eigen risico voor eenlagere medefinanciering en daarmee voor een grotere solidariteit tussengezonde en minder gezonde mensen. Naast de verlaging, en tot die tijdbevriezing, van het eigen risico heeft het kabinet per 2025 een pakket metwijzigingen in box 1 van de inkomstenbelasting ingevoerd om lastenver-lichting te bereiken. Het totale pakket aan betekent vooral dat mensen meteen lager inkomen en een hogere zorgvraag, er financieel op vooruitgaan.Binnen de Zorgverzekeringswet geldt dat de voorwaarden voor iedereengelijk zijn. Het is dus niet mogelijk om onderscheid te maken naarbepaalde groepen, bijvoorbeeld met een lager inkomen of die van eenuitkering leven, voor de vraag of iemand wel of geen recht heeft op zorgen welk gedeelte van de kosten voor eigen rekening komen.Er zijn wel andere mogelijkheden om mensen te helpen die moeitehebben om de zorgrekening te betalen. Zo is er bijvoorbeeld dezorgtoeslag. En kunnen financieel kwetsbare groepen worden geholpenmet gemeentelijke regelingen. Een voorbeeld hiervan is de meerkostenre-geling. Voor medicijnen, aanpassingen of andere extra’s kunnen mensenmet een chronische ziekte en/of handicap bij de gemeente de meerkosten-regeling aanvragen. Ook kunnen zij, afhankelijk van hun inkomen,bijvoorbeeld gebruikmaken van de gemeentepolis met een uitgebreideaanvullende zorgverzekering en lagere premie hierop dankzij de gemeen-telijke bijdrage. In veel gemeentepolissen is het eigen risico herverzekerden wordt een eventuele eigen bijdrage Wmo vanuit de gemeentepolisbetaald. Het is overigens aan gemeenten om te bepalen of en onder welkevoorwaarden zij deze regelingen aanbieden.En kan daarnaast worden ingaan op de mogelijke gevolgen van dekabinetsplannen om IVA-gerechtigden niet langer 75% maar 70% van hunlaatste loon te geven? Hoe voorkomt het kabinet bij doorgang van deplannen dat deze groep arbeidsongeschikten, die vaak al te maken hebbenmet hoge woon- en zorgkosten, hierdoor (nog meer) zorg gaat mijden?De hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering voor volledig enduurzaam arbeidsongeschikte (ex-)werknemers (IVA-uitkering) bedraagtmomenteel 75% van het (gemiddelde) laatstverdiende loon. In deKamerbrief van 28 januari jl.25 heeft het kabinet aangegeven dat het aantalsoorten uitkeringen binnen de wet WIA vereenvoudigd zou kunnenworden. De IVA-uitkering en de WGA-vervolguitkering zouden kunnenkomen te vervallen. Hierover heeft nog geen besluitvorming plaatsge-vonden. Bij de besluitvorming zal een afweging worden gemaakt tussenenerzijds de gevolgen voor de uitkeringsgerechtigde en diens eventueel(financieel) betrokken (ex-)werkgever en de uitvoerbaarheid en betaal-baarheid van het arbeidsongeschiktheidsstelsel anderzijds.Een gevolg van het vervallen van de IVA-uitkering kan zijn dat toekomstigevolledig arbeidsongeschikten een maximale uitkering van 70% van het(gemiddelde) laatstverdiende loon ontvangen. Wat de gevolgen hiervanzijn voor iemands persoonlijke financiële situatie hangt van diversefactoren af, zoals de hoogte van iemands (gezins-)inkomen voorafgaandaan de arbeidsongeschiktheid. Maar ook of iemand een aanvullende24Salampessy, B. H., Portrait, F. R. M., Donker, M., Ismail, I., & Hijden, E. J. E., van der (2022).How important is income in explaining individuals having forgone healthcare due tocost-sharing payments? Results from a mixed methods sequential explanatory study. BMCHealth Services Research, 22(208).https://doi.org/https://doi.org/10.1186/s12913-022-07527-z25Kamerstukken II, 2024/2025, 26 448, nr. 799Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128617 private verzekering heeft voor arbeidsongeschiktheid. Dit kan door eenwerknemer zelf worden afgesloten, maar is ook in veel cao’s opgenomen.De omvang van een inkomensval bij volledige (en duurzame) arbeidson-geschiktheid kan daarom verschillen per uitkeringsgerechtigde, evenalsde gevolgen voor zorgkosten.De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast vragen overgroepen die niet zijn meegenomen in de studie van Nivel. Wat doet deMinister om meer inzicht te krijgen in zorgmijding onder groepen die niet-of ondervertegenwoordigd waren in het onderzoekspanel, bijvoorbeeldmensen met schuldenproblematiek of mensen zonder vaste woon- enverblijfplaats? Deelt de Minister de verwachting dat deze groepen vakerzorg mijden en dat het dus van groot belang is om in kaart te brengen inwelke mate deze groepen zorg mijden? Wordt nog nader onderzoekverricht naar de zorgmijding van deze groepen?Het onderzoek van Nivel laat zien dat moeite met rondkomen een grotererol speelt bij het afzien van zorg dan de hoogte van het inkomen. Daar zouook sprake van kunnen zijn bij mensen met schulden. Het kan interessantzijn om deze conclusie in de toekomst te kwantificeren, maar ik verwachtniet dat dit tot hele nieuwe inzichten zal leiden. Ik zie op dit moment geenaanleiding om hier onderzoek naar te doen. Met de voorgenomenmaatregelen met betrekking tot het verplicht eigen risico heeft op alleverzekerden betrekking en dus ook mensen die te maken hebben metschuldenproblematiek.De groep mensen die geen vaste woon- en verblijfplaats heeft (endaardoor soms ook geen zorgverzekering), is een aparte groep. Er is alonderzoek26 beschikbaar naar zorgmijding bij de groep dak- en thuislozepersonen en de gevolgen van zorgmijding voor de gezondheid van dezegroep. Zorgmijding bij deze groep heeft vaak meerdere redenen. Het islastig om precies te kwantificeren welke reden tot welke make vanzorgmijding leidt bij deze groep. Ik heb aangekondigd te willen werkenaan maatregelen gericht op het verminderen van de problematiek metonverzekerdheid en daarmee het verbeteren van de toegang tot zorg.Daarbij wordt waar relevant de beschikbare literatuur gebruikt. Ik vind eenaanvullend onderzoek naar zorgmijding bij deze groep op dit moment nietzinvol.Over mensen met schulden bij de zorgverzekeraar is het goed om op temerken dat zij ten alle tijde verzekerd blijven voor de basisverzekering diezij hebben afgesloten. Ook als zij worden aangemeld bij het CAK voor deregeling betalingsachterstand zorgpremie en zelfs als zij de bestuursrech-telijke premie niet betalen. Ik kan mij voorstellen dat de stress vanschuldenproblematiek leidt tot gezondheidsklachten en soms ook tot hetmijden van de zorg. Het is daarom belangrijk dat we blijven inzetten ophet voorkomen en snel oplossen van schulden. Het kabinet zet in op hetterugdringen van het aantal mensen met problematische schulden enheeft hiervoor in het Regeerprogramma het Nationaal programmaArmoede en Schulden aangekondigd. In de Kamerbrief «voortgangsbriefarmoede en schulden»27 van 19 december 2024 heeft de Staatssecretarisvan Sociale Zaken en Werkgelegenheid uw Kamer geïnformeerd over devoortgang.26Slockers M, Laere I van, Muijsenbergh M van den. Gezondheidsproblemen bij daklozen.Huisarts Wet 2017; 60(7): 360-227Kamerstuk 24 515, nr. 779Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128618 De leden van GroenLinks-PvdA-fractie lezen daarnaast in het onderzoekvan Nivel dat ongewenste zorgmijding ertoe kan leiden dat klachtenverergeren, met mogelijke complicaties tot gevolg. Ook kan het leiden tothogere zorgkosten op een later moment. Onderkent de Minister dezerisico’s van zorgmijding? Hoe kijkt de Minister hiernaar in het licht van deforse bezuinigingen op preventie? Wat doet de Minister om ervoor tezorgen dat de combinatie van zorgmijding en bezuinigingen op preventieop termijn niet juist leiden tot hogere zorgkosten? Kan de Minister ingaanop de bevindingen uit het Nivel-onderzoek dat chronisch zieken enmensen met een slechte of matige ervaren gezondheid vaker zorg mijden,wat op termijn tot een verslechtering van hun gezondheid en daarmeehogere zorgkosten leidt? Wat doet de Minister eraan om dit te voorkomenen zoveel mogelijk terug te dringen?Het verplicht eigen risico kan een te hoge financiële drempel worden voormensen die zorg nodig hebben en leiden tot het uitstellen of afzien vanmedische zorg die noodzakelijk is. Patiënten kunnen daardoor duurdereen ziekere patiënten worden.Het is echter op basis van wetenschappelijk onderzoek niet duidelijk inwelke mate dit leidt tot hogere zorgkosten op een later moment. Dat komtomdat een negatief of positief effect op de gezondheid zich meestal pasop een (veel) later moment uit. Dat betekent dat er voor het onderzoek eenhele lange tijdsperiode nodig is waarin mensen gevolgd worden. In dielange periode vinden er echter ook veel andere gebeurtenissen plaats inhet leven van mensen die hun gezondheid ook beïnvloeden en het ismoeilijk het effect van het eigen risico van het effect van deze gebeurte-nissen te scheiden. Maar ondanks dat het moeilijk te kwantificeren is,vindt het kabinet dat het huidige verplicht eigen risico een te hogefinanciële drempel opwerpt en vindt het kabinet het ook onwenselijk alsiemand vanwege financiële redenen afziet van noodzakelijke zorg. Hetkabinet is van mening dat niet je portemonnee, maar je medische urgentieleidend moet zijn in de toegang tot zorg en verlaagt daarom het verplichteigen risico fors naar € 165. Het kabinet verwacht dat door deze forseverlaging van het verplicht eigen risico mensen minder vaak zorg zullenmijden en dat dit tot een betere gezondheid op lange termijn zal leiden. Ikverwacht dus juist voor deze groep een positief effect van de forseverlaging van het eigen risico op hun gezondheid. Verder merk ik op datmet namechronisch zieken die op dit moment elk jaar hun eigen risico van€ 385 vol maken profiteren van de verlaging naar € 165, omdat ze mindereigen risico kwijt zijn.In de Kamerbrief van 21 oktober 2024 van de Staatssecretaris van Jeugd,Preventie en Sport, en van mij, heeft dit kabinet de bezuiniging oppreventie toegelicht. Dit kabinet zet in op het ontwikkelen van systemenen kaders om toekomstige investeringen in preventie beter te kunnenonderbouwen en effectiever in te zetten. Hieronder vallen ook inspan-ningen gericht op het voorkomen van ziekten of het tijdig signaleren ervanom behandeling te starten.Kortom, ik herken de risico’s die de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieschrijven en meen dat ik door dit beleid juist inzet op het voorkomen vanhogere zorgkosten later.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen tot slot dat uit eerderonderzoek naar zorgmijding, bijvoorbeeld van PatiëntenfederatieNederland uit 2023, blijkt dat voornamelijk mondzorg en fysiotherapieworden gemeden vanwege financiële redenen. Onlangs bleek uitonderzoek van promovendi van het Academisch Centrum TandheelkundeAmsterdam (ACTA) dat meer dan de helft van de tandartsen enMKA-chirurgen in Nederland tanden of kiezen trekken van patiëntenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128619 zonder dat daar een duidelijke tandheelkundige reden voor is, omdat datgoedkoper is dan bijvoorbeeld het plaatsen van een kroon28. Hoe kijkt deMinister naar deze ontwikkeling en wat doet zij om dit tegen te gaangezien de negatieve gevolgen hiervan voor patiënten?Ik vind het verdrietig als mensen hun tanden laten trekken, omdat zij geengeld hebben voor een goede behandeling. Tegelijkertijd kan ik niet alleproblemen die mensen ervaren met het betalen van hun zorgrekening inéén keer oplossen.Het speerpunt van dit Kabinet is het substantieel verlagen van het eigenrisico, waar ik vol op inzet. Verder zorg ik ervoor dat voor een volgendKabinet de opties rondom mondzorg voor minima goed in beeld zijn. Zoheb ik het Zorginstituut gevraagd een onderzoek te doen naar verschil-lende mogelijkheden voor het opnemen van mondzorg in het basispakket.En ook brengt het Ministerie van VWS in 2025, samen met de mondzorg-sector en zorgverzekeraars, de opties voor een gerichter alternatief voormensen met een smalle beurs in beeld. Hierover wordt uw Kamer in hetnajaar geïnformeerd, zoals ik eerder heb toegezegd.Ook ontvangt uw Kamer, zoals ik al eerder aangaf, in het voorjaar eenbrief met daarin de geleerde lessen uit de gemeentepilots waaraan 15gemeenten deelnamen en die tot doel hebben de toegang voor minimatot mondzorg te verbeteren. Deze pilots zijn gestart na het adviesrapportvan de projectgroep «mijding mondzorg door minima om financiëleredenen».Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het onderzoeknaar de kenmerken van mensen die aangeven af te zien van zorg omfinanciële redenen. Deze leden waarderen dat nader is onderzocht hoe degrote verschillen in gerapporteerde percentages verklaard kunnen wordenen welke inzichten daaronder liggen. Zij hebben wel nog enkele vragen enopmerkingen.De gerapporteerde percentages van zorgmijding variëren sterk van 3 tot21%. Het onderzoek verklaart hoe die verschillen er zijn, maar doet geenaanbeveling welke definitie relevant is voor beleid. Momenteel isonduidelijk wat de relevante onderliggende factoren zijn die leiden totafzien van zorg om financiële redenen? Wat zijn volgens de Minister derelevante onderliggende factoren van zorgmijding? De leden van deVVD-fractie vinden dat een deel van de zorgmijding om financiële redenenniet per se slecht is: overwegen of je geld over hebt voor (niet-noodzakelijke) zorg zou heel normaal moeten zijn, of dat je daarvoor gaatsparen of afziet van de behandeling of ingreep. Wat vindt de Minister eenacceptabel percentage of acceptabele definitie van zorgmijding omfinanciële redenen? In het onderzoeksrapport wordt ook meerdere kerenaangegeven dat afzien van zorg om financiële redenen ook een gewensteffect kan zijn. Het onderzoek geeft echter niet aan om welke percentageshet dan gaat, of welke specifieke subgroepen. Is het mogelijk hier meerinzicht in te geven?Het verdiepende onderzoek door het Nivel laat zien dat kwetsbaregroepen mensen, zoals mensen met een laag inkomen, lage gezondheids-28Trekken zonder noodzaak: helft tandartsen zwicht voor patiënt - Universiteit van AmsterdamTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128620 vaardigheden en/of een slechtere gezondheid vaker om financiële redenenafzien van zorg.29Dit kan gaan om zowel noodzakelijke als minder noodzakelijke zorg.30 Hetis niet mogelijk om deze subgroepen en de mate waarin zij afzien vannoodzakelijke zorg of dit uitstellen te kwantificeren. Uw vraag naar eenacceptabele definitie of percentage kan ik daarmee niet beantwoorden.Ik vind het onwenselijk dat de hierboven beschreven groepen vaker afzienvan zorg. Mede daarom verlaagt het kabinet het eigen risico fors.Dit kabinet vindt dat andere instrumenten dan het eigen risico meeraangewezen zijn om te bepalen wat voor iemand medisch noodzakelijkezorg is. Daarom investeert het kabinet bijvoorbeeld in het verbeteren enverbreden van de toets op het basispakket, betere triage, maar bijvoor-beeld ook een effectievere inzet van het bestaande zorgaanbod. Ook kiesthet kabinet met de verlaging van het eigen risico voor een lageremedefinanciering en daarmee voor een grotere solidariteit tussengezonde en minder gezonde mensen.De leden van de VVD-fractie hebben in debatten al vaker aangegeven datveel sociale, financiële of andere problemen van mensen te vaak op hetbordje van de zorg komen te liggen, terwijl oorzaak en oplossing buitenhet zorgdomein liggen. Een van de redenen van het invoeren van heteigen risico is dan ook om mensen bewust te maken dat zorg niet gratisis, maar geld en tijd van zorgprofessionals kost. De bedoeling is ook om tevoorkomen dat onnodig gebruik wordt gemaakt van zorg. Genoemdeleden vragen de Minister hoe zij dit ziet, ook met het oog op haar eerderewens als Kamerlid om het hele eigen risico af te schaffen.Eigen betalingen, en ook het eigen risico, leiden tot lagere collectievezorguitgaven (het remgeldeffect), en vice versa. Dit is vaak wetenschap-pelijk onderzocht en aangetoond, zowel in Nederland als bijvoorbeeld inde Verenigde Staten.31, 32, 33, 34, 35, 36 Dit kan gaan om zowel noodzakelijkeals minder noodzakelijke zorg.37 Het kabinet vindt dat de portemonneegeen rol mag spelen, omdat dit dus ook kan betekenen dat mensen afzienvan noodzakelijke zorg of dit uitstellen. Dit zijn met name mensen met eenslechtere financiële situatie en lagere gezondheidsvaardigheden. Voor devragen wat voor een patiënt medisch noodzakelijke zorg is en of deze29Rapport «Kennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiële redenen»,Nivel, 202430Z.C. Brot-Goldberg, A. Chandra, B.R. Handel en J.T. Kolstad (2017). What does a DeductibleDo? The Impact of Cost-Sharing on Health Care Prices, Quantities, and Spending Dynamics.The Quarterly Journal of Economics, 132 (3), 1261–1318.31Remmerswaal, M., J. Boone, M. Bijlsma en R. Douven, 2019, Cost-sharing design matters: acomparison of the rebate and deductible in healthcare, Journal of Public Economics, vol. 170:83–97.32Remmerswaal, M., J. Boone, en R. Douven, 2023, Minimum generosity levels in a competitivehealth insurance market, Journal of Health Economics, vol. 90.33Klein, T.J., Salm, M. en S. Upadhyay, 2022, The response to dynamic incentives in insurancecontracts with a deductible: Evidence from a differences-in-regression-discontinuities design,vol. 210.34Vliet, R.C. van, 2004, Deductibles and health care expenditures: empirical estimates on pricesensitivity on administrative data, International Journal of Health Care Finance and Economicsvol. 4(4): 81–94.35J.P. Newhouse en co-auteurs, 1993, Free for All? Lessons from the RAND Health insuranceexperiment.36Brot-Goldberg, Z.C., Chandra, A., Handel, B.R. en J.T. Kolstad, 2017, What does a deductibledo? The Impact of cost-sharing on health care prices, quantities, and spending dynamics, TheQuarterly Journal of Economics, vol. 132(3): 1261–1318.37Z.C. Brot-Goldberg, A. Chandra, B.R. Handel en J.T. Kolstad (2017). What does a DeductibleDo? The Impact of Cost-Sharing on Health Care Prices, Quantities, and Spending Dynamics.The Quarterly Journal of Economics, 132 (3), 1261–1318.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128621 gezien het beperkte zorgaanbod gegeven kan worden, zijn andereinstrumenten meer aangewezen. Daarom investeert het kabinet bijvoor-beeld in het verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket,betere triage, maar bijvoorbeeld ook een effectievere inzet van hetbestaande zorgaanbod. Ook kiest het kabinet met de verlaging van heteigen risico voor een lagere medefinanciering en daarmee voor eengrotere solidariteit tussen gezonde en minder gezonde mensen.Het kabinet vergroot hiermee de toegankelijkheid van de zorg. Ook wordthiermee de zorg gelijkwaardiger gemaakt. Het vaststellen van de hoogtevan het verplicht eigen risico is een afweging tussen betaalbaarheid,solidariteit en toegankelijkheid van zorg en het kabinet kiest daarmee vooreen andere balans tussen deze drie elementen.De leden van de VVD-fractie lezen dat het eigen risico een reden kan zijnom af te zien van zorg. De eigen bijdragen in Nederland behoren tot delaagste van Europa38 en meer dan 90% van de kosten van de zorg diemensen gebruiken wordt collectief betaald. De leden van de VVD-fractievragen om een overzicht van percentages zorgmijding in andereOESO-landen.Ook als zorg noodzakelijk is, zijn er mensen die zorg om financiëleredenen mijden. Dit kan leiden tot ernstigere gezondheidsproblemen ensterke vermindering van kwaliteit van leven. Is duidelijk om hoeveelmensen het gaat en hoe schadelijk dat is voor de betreffende mensen envoor de zorg in totaal? En zo ja, kan de Minister daar ook een cijfermatigereflectie op geven. Is ook bekend wat behandelaars doen om samen metmensen te beslissen over wat de consequenties zijn van bepaalde keuzesvoor wel of geen of alternatieve behandelingen en kan de Minister ookdaar inzicht en een reflectie op geven?De OECD-data presenteert een internationale vergelijking van hetpercentage van de volwassen bevolking dat in de voorgaande 12maanden wel eens afzag van zorg vanwege de kosten gemeten (zie detabel).39 De Nederlandse gegevens komen uit het ConsumentenpanelGezondheidszorg van Nivel.Afzien van zorg vanwege kosten naar soort zorgBezoek aanarts (%)Onderzoek/behandeling (%)Medicijnenophalen (%)Verenigde Staten (2020)26,826,423,1Zwitserland (2020)18,314,39,1Nieuw-Zeeland (2020)12,98,46,7Australië (2020–21)14,413,95,6Estland (2019–2022)12,94,1Zweden (2020)6,35,26,6Oostenrijk (2019)5,23,3Canada (2020)5,25,79,3Verenigd Koninkrijk (2020)4,63,55,6Nederland (2022)5,03,32,5Duitsland (2020)3,54,26,2Noorwegen (2020)3,455,8Frankrijk (2020)3,36,25,1Zuid-Korea (2022)1,13,31,7 Het is niet duidelijk in welke mate zorgmijding schadelijke gevolgen heeftvoor de gezondheid. Dat komt omdat dit zeer moeilijk is om te onder-zoeken en kwantificeren. Dat komt omdat een negatief of positief effect opde gezondheid zich meestal pas op een (veel) later moment uit. Dat38CBS, 23 mei 2022, 6. Vergelijking met andere landen | CBS39OECD.Stat 2024 & VZinfoTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128622 betekent dat er voor het onderzoek een hele lange tijdsperiode nodig iswaarin mensen gevolgd worden. In die lange periode vinden er ook veelandere gebeurtenissen plaats in het leven van mensen die hungezondheid ook beïnvloeden en het is moeilijk het effect van het eigenrisico van het effect van deze gebeurtenissen te scheiden.Ik ben het met u eens dat patiënten samen met hun zorgverlener moetenbeslissen. Binnen de gezondheidszorg wordt bijvoorbeeld al langergebruik gemaakt van Shared Decision Making, ook wel Samen beslissengenoemd, waarbij de zorgverlener en de patiënt in gezamenlijkheidbeslissen welke behandeling het beste is voor de patiënt. Ik ben vanmening dat beide partijen hier baat bij hebben.De leden van de VVD-fractie lezen dat uit onderzoek blijkt dat ontvangersvan zorgsubsidies, waaronder de zorgtoeslag, vaker zorg mijden omfinanciële reden dan mensen die dit niet ontvangen. Hoe reflecteert deMinister hierop? Graag ook een reflectie op de effectiviteit van hetinstrument zorgtoeslag. Is het niet effectiever om in te zetten op hetdrukken van de hoogte van de nominale premie?Het Nivel-onderzoek citeert een onderzoek waaruit blijkt dat er eenpositieve correlatie is tussen het ontvangen van een zorgtoeslag en hetmijden van zorg om financiële redenen. Dit betekent echter niet dat er ookeen oorzakelijk verband is. Het Nivel-onderzoek schrijft dat dit oorzakelijkverband waarschijnlijk loopt via de eigenschappen laag inkomen en laagopleidingsniveau. Er is dus geen aanleiding om te denken dat hetontvangen van de zorgtoeslag ervoor zou zorgen dat mensen meer zorggaan mijden. Varianten voor het effectiever vormgeven van dezorgtoeslag zullen meelopen in het hervormingstraject belasting- entoeslagenstelsel40.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met kennisgenomen van de «NivelKennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiëleredenen». Deze leden erkennen de urgentie om de mijding van zorg voorfinancieel kwetsbare mensen te verbeteren. Zij hebben hierover nogenkele vragen en opmerkingen.De leden van de NSC-fractie lezen dat de Minister de zorg toegankelijkerwil maken door het eigen risico te verlagen naar € 165 per jaar en doorhet eigen risico te trancheren naar € 50 per behandeling. Kan de Ministereen inschatting geven van de impact van deze tranchering op de hoogtevan de zorgpremie? Daarnaast constateren deze leden dat dezetranchering pas in 2027 wordt ingevoerd. Overweegt de Minister hetnemen van aanvullende maatregelen om zorg toegankelijker te makenvoor mensen die nu om financiële redenen zorg mijden, gezien deinvoering pas in 2027 zal plaatsvinden? Bovendien erkennen deze ledendat het verlagen van het eigen risico een positieve stap is. Echter, voormensen met een chronische ziekte, beperking of psychische aandoeningblijven de kosten vaak hoog door aanvullende uitgaven naast het eigenrisico. Is de Minister bereid aanvullende maatregelen te treffen om definanciële druk voor deze groepen te verlichten?De financiële effecten van het verlagen en trancheren van het verplichteigen risico hangen sterk met elkaar samen en interacteren ook metelkaar. Daarom worden de effecten zoveel mogelijk in samenhanggepresenteerd. Het trancheren van het eigen risico leidt tot een derving40Kamerstukken 2024/25, 32 140, nr. 211Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128623 van de opbrengst van het eigen risico; dit zorgt voor een iets hogerepremie. Daarnaast is de verwachting dat het trancheren leidt tot eengroter remgeldeffect, dit leidt tot lagere zorguitgaven en daarmee eenlagere premie41. Per saldo is de verwachting dat het trancheren van heteigen risico leidt tot een € 5 lagere premie per verzekerde per jaar,gegeven de verlaging van het eigen risico in 2027.Er is voor de verlaging van het verplicht eigen risico een wetgevings-traject van twee jaar nodig, waardoor deze maatregel op z’n vroegst vanaf2027 in kan gaan. In 2026 bevriest het kabinet het verplicht eigen risico op€ 385. Om lastenverlichting voor burgers te bereiken heeft het kabinetdaarnaast per 2025 een pakket met wijzigingen in box 1 van de inkomsten-belasting ingevoerd, waaronder een verlaging van het tarief in de eersteschijf. De € 2,5 miljard die beschikbaar was vanuit het hoofdlijnenakkoordvoor lastenverlichting in 2025 en 2026 in aanloop naar het verlagen vanhet eigen risico is volledig ingezet als dekking van dit pakket.Juist chronisch zieken die op dit moment elk jaar hun eigen risico van€ 385 vol maken profiteren van de verlaging van het verplicht eigen risiconaar € 165, omdat ze minder eigen risico kwijt zijn. Verdere aanvullendemaatregelen zijn nu niet voorzien. Overigens zal ik de stapeling van eigenbijdragen, waaronder ook het eigen risico, jaarlijks blijven volgen in demonitor stapeling eigen bijdragen.42Ik wil daarnaast nog wel wijzen op het bestaande beleid om mensen meteen lager inkomen en/of bredere financiële problemen te helpen.Bijvoorbeeld de zorgtoeslag voor mensen met een lager inkomen, enlokale maatwerkmogelijkheden, zoals de gemeentepolis waarin vaak heteigen risico is herverzekerd. De gemeentepolis kan vanwege de gemeen-telijke bijdrage een interessante optie zijn en bijdragen aan het vermin-deren van zorgmijding. Ook zijn onder voorwaarden bepaalde zorgkostenaftrekbaar in de inkomstenbelasting via de «aftrekpost specifiekezorgkosten».De leden van de NSC-fractie constateren dat zorgmijding niet alleen wordtbeïnvloed door het inkomen, maar vooral door de bredere financiëlesituatie van mensen. Op welke manier is de Minister van plan ervoor tezorgen dat de financiële situatie van diverse kwetsbare groepen wordtmeegenomen in het beleid tegen zorgmijding?Met de voorgenomen maatregelen met betrekking tot het verlagen entrancheren van het verplicht eigen risico, en de lastenverlichting wordenalle verzekerden geholpen. Ik wil daarnaast nog wijzen op de bestaandelokale maatwerkmogelijkheden om mensen met een lager inkomen en/ofbredere financiële problemen te helpen. Bijvoorbeeld de gemeentepoliswaarin vaak het eigen risico is herverzekerd. De gemeentepolis kanvanwege de gemeentelijke bijdrage een interessante optie zijn enbijdragen aan het verminderen van zorgmijding.Ik kan mij voorstellen dat de stress van schuldenproblematiek leidt totgezondheidsklachten en soms ook tot het mijden van de zorg. Het isdaarom belangrijk dat we blijven inzetten op het voorkomen en sneloplossen van schulden. Het kabinet zet in op het terugdringen van hetaantal mensen met problematische schulden en heeft hiervoor in hetRegeerprogramma het Nationaal programma Armoede en Schulden41Voor een inschatting van het remgeldeffect baseren we ons op de recent gepubliceerdedoorrekening van het CPB: https://www.cpb.nl/doorrekening-beleidsopties-voor-het-eigen-risico.42Kamerbrief analyse monitor stapeling eigen bijdragen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128624 aangekondigd. In de Kamerbrief «voortgangsbrief armoede enschulden»43 van 19 december 2024 heeft de Staatssecretaris van SocialeZaken en Werkgelegenheid uw Kamer geïnformeerd over de voortgang.Specifiek ten aanzien van mondzorg werkt het Ministerie van VWS samenmet onder andere zorgverzekeraars en zorgverleners om de mijding vanmondzorg om financiële redenen te verminderen. Voor de korte termijnwordt gekeken naar een betere inzet van gemeentelijke regelingen en deopzet van informele mondzorgnetwerken. Voor de langere termijn wordende opties voor landelijke maatregelen in beeld gebracht.De leden van de NSC-fractie lezen dat mensen met beperkte gezondheids-vaardigheden vaker zorg mijden. Kan de Minister toelichten of één van deoorzaken hiervan is dat deze mensen zich niet bewust zijn van de zorg enfinanciële steun waarop zij recht hebben? Hoeveel mensen met eenkwetsbare financiële situatie maken momenteel geen gebruik van debeschikbare financiële steun? En is de Minister bereid om deze groepenbeter te informeren?Het is niet bekend in hoeverre specifiek mensen in een kwetsbarefinanciële situatie geen gebruik maken van de ondersteuning waar zijrecht op hebben. In algemene zin is er inderdaad sprake van niet-gebruikvan regelingen. Het zou kunnen dat mensen zich niet bewust zijn van demogelijkheden waar zij recht op hebben. Het Ministerie van VWS werktsamen met de Dienst Toeslagen om niet-gebruik van de zorgtoeslag terugte dringen. Zo zijn er afgelopen jaar 150 duizend brieven verstuurd naarmensen die hoogstwaarschijnlijk recht hadden op zorgtoeslag maar dezenog niet aangevraagd hebben.Verder is een interdepartementale werkgroep onder leiding van VWS inbeeld aan het brengen welke financiële regelingen er bestaan specifiekvoor mensen met een chronische ziekte en beperking. In dit traject wordtook aandacht besteed aan het niet-gebruik van deze regelingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie danken de Minister voor de brief metbetrekking tot het Nivel rapport over het mijden van zorg om financiëleredenen. Deze leden vinden dat iedereen in Nederland toegang moethebben tot zorg. Het mijden van noodzakelijke zorg vanwege financiëleredenen, zou in een land als Nederland niet mogen voorkomen. Daartoehebben deze leden nog verdere vragen.Een aanbeveling uit het rapport van het Nivel is om oog te hebben voorde gehele groep mensen met een slechtere financiële situatie en nietenkel voor mensen met een laag inkomen. Kan de Minister aangeven hoezij, buiten halvering en tranchering van het eigen risico, opvolging geeftaan deze aanbeveling?Het Kabinet zet in op het vergroten en gelijkwaardiger maken van detoegang tot zorg voor iedereen. Daarom kiest het kabinet ervoor om hetverplicht eigen risico fors te verlagen naar € 165. Om de premiestijgingals gevolg van deze verlaging te compenseren is lastenverlichtingopgenomen. Deze is vormgegeven door een verlaagd tarief in de eerstebelastingschijf in te voeren vanaf 2025. Hierdoor profiteren burgers ook alin de aanloop naar het verlagen van het eigen risico. Daarnaast blijft in2025 en 2026 het eigen risico bevroren op € 385. Deze maatregelen leidendaarmee tot een positief koopkrachtbeeld. Er is dus aandacht voor de43Kamerstuk 24 515, nr. 779Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128625 financiële situatie van ook andere mensen dan mensen met een laaginkomen.In aanvulling op het kabinetsbeleid zijn er andere, reeds bestaande,mogelijkheden die mensen kunnen helpen die moeite hebben om hunzorgkosten te betalen. Denk bijvoorbeeld aan de zorgtoeslag of deondersteuning die gemeenten aan hun inwoners kunnen bieden.De leden van de D66-fractie staan nog steeds achter haar eigen voorstelom het eigen risico vast te stellen op € 385 en op te knippen in delen van€ 150 per behandeling. De plannen hiervoor lagen klaar om in te voerenper 2025. Deelt de Minister de mening dat mensen die momenteel zorgmijden vanwege een financiële situatie, met doorgang van deD66-plannen nu al geholpen hadden kunnen worden, in plaats van dat zijmoeten wachten tot 2027? Waarom is er gekozen om pas vanaf 2027 ietsvoor mensen in een lastige financiële situatie te doen? Ten slotte vragendeze leden of de Minister een duidelijk tijdspad met bijbehorende stappentot halvering en tranchering van het eigen risico in 2027 kan schetsen.Wanneer kunnen zij de eerste voorstellen van de Minister hiervoorverwachten?De tranchering van het eigen risico vergt een wijziging van het Besluitzorgverzekering (Bzv) die voorgehangen dient te worden in beide Kamers.Het vorige kabinet had inderdaad een voorstel uitgewerkt voor hettrancheren van het eigen risico op € 150 per prestatie in de medisch-specialistische zorg en dat voorstel was al voorgehangen bij de Eerste enTweede Kamer. Dit kabinet heeft echter besloten het verplicht eigen risicofors te verlagen naar € 165 euro en het eigen risico te trancheren op € 50per behandeling in de medisch-specialistische zorg. Dat is dus een anderpakket van maatregelen dan het voorstel van het vorige kabinet.Bovendien zou het trancheren op € 150 in 2025 en 2026 heel belastendzijn voor de uitvoering. Er is dus om zowel inhoudelijke als uitvoerings-technische redenen gekozen om de tranchering in 2025 en 2026 niet doorte laten gaan.De verlaging kan op z’n vroegst vanaf 2027 in gaan, omdat er eenwetgevingstraject van twee jaar nodig is. Het wetsvoorstel is voorgelegdvoor internetconsultatie. Deze consultatie is op 29 januari afgelopen. Opdit moment worden de reacties vanuit de internetconsultatie verwerkt.Daarna wordt het wetsvoorstel aan de Raad van State voorgelegd. Ikstreef ernaar om het wetsvoorstel vóór het zomerreces van 2025 naar deTweede Kamer te sturen en het wetstraject eind 2025 af te ronden.De amvb met de tranchering van het eigen risico is gelijktijdig met hetwetsvoorstel van het verlagen van het eigen risico voorgelegd voorinternetconsultatie. Ik streef ernaar om de amvb vóór het zomerreces van2025 voor te hangen bij de Eerste en Tweede Kamer, de amvb in hetnajaar van 2025 voor te leggen aan Raad van State voor advisering en hettraject eind 2025 af te ronden. Op die manier is er dan nog een jaar tijd(geheel 2026) voor zorgverzekeraars om hun ICT-systemen aan te passenen kan er ook op tijd gestart worden met informatievoorziening richtingverzekerden.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de NivelKennisvraag: Kenmerken van mensen die afzien van zorg om financiëleredenen. Deze leden hebben de volgende vragen aan de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128626 De leden van de BBB-fractie lezen dat mensen met beperkte of onvol-doende gezondheidsvaardigheden vaker zorg mijden dan mensen metvoldoende gezondheidsvaardigheden. Dit is voor de BBB-fractie eenlogisch gevolg. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat deze groep betertoegang krijgt tot het verkrijgen, lezen, begrijpen en gebruiken vangezondheidsinformatie, zodat zij de juiste gezondheidsbeslissingenkunnen nemen en instructies voor behandelingen kunnen volgen?Ten eerste betreur ik het dat mensen met beperkte gezondheidsvaardig-heden vaker zorg mijden dan mensen met voldoende gezondheidsvaar-digheden. Het verbeteren van de gezondheidsvaardigheden van patiëntenen inwoners beschouw ik als een gezamenlijke opgave voor de gehelemaatschappij. Dit betekent dat vanuit verschillende domeinen wordtgewerkt aan het stimuleren van de gezondheidsvaardigheden.De aandacht voor gezondheidsvaardigheden is integraal onderdeel vangoede en passende zorg en is daarom structureel onderdeel van verschil-lende programma’s en afspraken binnen VWS, waarvan een aantalhieronder wordt uitgelicht. Om te zorgen dat er voldoende toegankelijkeen begrijpelijke zorg is voor iedereen ongeacht iemands achtergrond enopleidingsniveau wordt er vanuit VWS o.a. extra ingezet op een stimule-ringsaanpak voor (beperkte) gezondheidsvaardigheden, aanvullend op deafspraken uit het IZA en GALA. Zo wordt er momenteel gewerkt aanondersteuning van zorgorganisaties om toe te werken naar de gezond-heidsvaardige organisatie44. En neemt Nederland sinds vorig jaar weerdeel aan het Europese WHO-action netwerk M-POHL om de gezondheids-vaardigheden te meten op populatie- en organisatieniveau en deuitkomsten te vergelijken met andere EU-lidstaten. Met de onderzoeksre-sultaten kan het beleid voor (beperkte) gezondheidsvaardigheden verderworden aangescherpt voor de Nederlandse situatie. Voor betrouwbare enbegrijpelijke medicijninformatie is in 2018 het Netwerk Patiëntinformatie(NPI) opgericht in opdracht van VWS. En het Zorginstituut voert desubsidieregeling Leren gebruiken van uitkomstinformatie voor Samenbeslissen uit. Deze heeft in 2023 het thema Samen beslissen bij mensenmet beperkte gezondheidsvaardigheden gekregen en loopt tot eind 2025.Onderdeel van gezondheidsvaardigheden zijn digitale vaardigheden. Inhet Integraal Zorgakkoord is ook expliciet de afspraak opgenomen burgerste ondersteunen in het digitaal vaardig(er) worden. Zo werkt VWS samenmet onder andere het Ministerie van BZK aan de Alliantie DigitaalSamenleven. Voor hulpvragen specifiek rondom digitale zorg kunnenmensen bij de Helpdesk Digitale Zorg terecht. Ook kunnen mensen terechtbij bibliotheken voor het verbeteren van hun digitale vaardigheden. Envanuit het Ministerie van OCW wordt bijvoorbeeld ingezet op hetverhogen van basisvaardigheden van leerlingen. De Staatssecretaris voorFunderend Onderwijs voert daarvoor het Masterplan basisvaardighedenuit45.Daarnaast zijn de leden van de BBB-fractie bezorgd over de recenteberichtgeving over mondzorg, waarbij tanden en kiezen soms zondermedische noodzaak getrokken worden46. Er is eerder berekend dat hetopnemen van mondzorg in het basispakket ongeveer tussen de 1,2 en€ 1,9 miljard47 per jaar zou kosten. Tegelijkertijd leidt het niet behandelen44Een gezondheidsvaardige organisatie is een organisatie die toegankelijk en begrijpelijk is vooriedereen en die rekening houdt met de gezondheidsvaardigheden van de samenleving.45https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024D47664&did=2024D4766446NOS Nieuws, 17 januari 2025, «Tanden en kiezen soms getrokken zonder medische noodzaak»47CPB, 20 juni 2016, CPB-Notitie-20juni2016-Doorrekening-mondzorg_0.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128627 van tandziekten elk jaar tot economische schade van zo’n € 3 miljard48.Dit zou betekenen dat het opnemen van mondzorg in het basispakketuiteindelijk tussen de € 1,1 en € 1,8 miljard aan zorgkosten per jaar kanbesparen. Genoemde leden wijzen de Minister op dit onderzoek, omdat inde huidige modellen vaak wordt aangenomen dat iets pas kan wordenmeegenomen in de opbrengsten als het in het verleden al bewezen is.Volgens de leden van de BBB-fractie zou dit anders moeten. Hoe kijkt deMinister naar de recente berichtgeving rondom mondzorg waar tanden enkiezen soms getrokken worden zonder medische noodzaak? Wat vindt deMinister ervan dat het opnemen van mondzorg in het basispakket in detoekomst € 1,5 miljard aan zorgkosten zou kunnen besparen? Wat vindtde Minister van de huidige werkwijze in de modellenwerkelijkheid, waarbijiets pas wordt opgenomen in de opbrengsten wanneer het in het verledenal bewezen is, en zou deze benadering niet moeten veranderen, bijvoor-beeld in het geval van mondzorg?Net als de BBB-fractie vind ik het verdrietig als mensen hun tanden latentrekken, omdat zij geen geld hebben voor een goede behandeling.Tegelijkertijd kan ik niet alle problemen die mensen ervaren met hetbetalen van hun zorgrekening in één keer oplossen.Het speerpunt van dit Kabinet is het substantieel verlagen van het eigenrisico, waar ik vol op inzet. Ik wil er wel voor zorgen dat voor een volgendKabinet de opties rondom mondzorg voor minima goed in beeld zijn. Ikheb het Zorginstituut gevraagd een onderzoek te doen naar het opnemenvan mondzorg in het basispakket. Zij hebben inmiddels al de kosten vaneventuele pakketmaatregelen voor mondzorg in beeld gebracht. Devolgende stap is een onderzoek naar de gezondheidswaarde vanpakketmaatregelen. Hierbij wordt ook gekeken naar de bredere baten. Ookwordt in 2025 samen met de mondzorgsector en zorgverzekeraars eengerichter alternatief voor financieel kwetsbare mensen uitgewerkt.Het beoordelen van de bredere baten van maatregelen om de mondzorgtoegankelijker te maken is ingewikkeld. Ten algemene kan wel gesteldworden dat het terugdringen van mondziekten bredere baten kent.Onderzoeken tonen bijvoorbeeld aan dat mondziekten een wisselwerkinghebben met onder andere diabetes en hart- en vaatziekten en dat er eencausaal verband bestaat met depressieve klachten. Ook kan wordengesteld dat het verbeteren van de mondgezondheid bijdraagt aan betere(arbeids)participatie. Het is echter zeer lastig om deze bredere baten tekoppelen aan individuele maatregelen. Het is niet zo dat het opnemen vanmondzorg in het basispakket een besparing oplevert van € 3,5 miljard. Ditbedrag is de waarde van het aantal verloren gezonde levensjaren (DALY’s)als gevolg van mondziekten in heel Nederland, dus ook bij mensen diewel naar de mondzorg gaan.49 Geen enkele maatregel kan ervoor zorgendat geen enkele Nederlander te maken krijgt met mondziekten.De leden van de BBB-fractie zijn nog steeds kritisch over de marktwerkingin het huidige zorgsysteem. In het oude systeem werd de zorg meer doorde overheid geregeld, maar nu spelen zorgverzekeraars een grote rol,omdat zij met elkaar concurreren om de beste prijs voor zorg. Sinds 2006zijn hierdoor de zorgpremies en het eigen risico flink gestegen50. In 202548Een-boek-vol-rotte-tanden.pdf & Tandzorg in Nederland kan beter - Internationale deskundigenpubliceren in The Lancet over de mondiale mondzorg - Radboudumc49«Global-, Regional-, and Country-level Economic Impact of Dental Diseases in 2015»,A. Righol, M. Jevdjevic, W. Marcenes, and S. Listl, 2018.50Zorgwijzer, 24 december 2024, Premie zorgverzekering in vijf jaar tijd met 465 euro gestegen -ZorgwijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128628 is de gemiddelde premie zelfs € 1.88051. Door deze stijgingen wordt zorgvoor veel mensen steeds minder betaalbaar, terwijl zorgaanbieders onderdruk staan om zorg goedkoper aan te bieden. De leden van de BBB-fractievindt de verlaging van het eigen risico goed, maar denkt dat het systeemanders moet. Daarom hebben genoemde leden de volgende vragen voorde Minister. Is de Minister van mening dat het huidige systeem vanmarktwerking heeft bijgedragen aan de stijgende zorgpremies en hethogere eigen risico? En wat vindt de Minister van de effecten vanmarktwerking op de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg?Wanneer kan de Kamer haar beloofde visie op de marktwerkingverwachten? Hoe kijkt de Minister naar de kritiek op het huidige systeemvan marktwerking? Ziet zij ruimte om het systeem te veranderen? En is deMinister bereid om, net als in het oude systeem, de zorg meer onderoverheidsbeheer te brengen om de zorgkosten beter te beheren en zorgtoegankelijker te maken voor iedereen?Ik ben het niet eens met de stelling de zorgpremies zijn gestegen doordatzorgverzekeraars met elkaar concurreren. De zorgkosten stijgen doorallerlei redenen die onafhankelijk zijn van het stelsel, zoals demografischeontwikkelingen. Het is daarbij een politieke keuze in hoeverre het eigenrisico meestijgt met de groeiende zorgkosten. Zoals in het regeerpro-gramma is opgenomen, ben ik van plan het eigen risico fors te verlagen.Ten aanzien van de stijgende zorgkosten is het zo dat concurrentie tussenzorgverzekeraars er juist voor zorgt dat zij een prikkel hebben om polissenmet een zo aantrekkelijk mogelijke premie aan te bieden voor hunverzekerden. In de toegezegde Kamerbrief zal ik uitgebreider ingaan opmarktwerking in de zorg, waarbij ik ook inga op de effecten op detoegankelijkheid en betaalbaarheid. Ik streef ernaar deze brief voor hetdebat over het medisch zorglandschap van 20 maart naar uw Kamer testuren.Tot slot hebben de leden van de BBB-fractie gelezen dat bij mijden vanzorg de financiële situatie een belangrijkere rol speelt dan het inkomen.Het rapport van Nivel vindt het daarom belangrijk om bij het tegengaanvan zorgmijding om financiële redenen aandacht te hebben voor degehele groep mensen met een slechtere financiële situatie, en niet alleenvoor mensen met een laag inkomen. Zicht op de financiële situatie vanmensen is vermoedelijk beter bekend bij gemeenten. Het is belangrijk datmaatregelen voor mensen met een slechtere financiële situatie in elkegemeente hetzelfde zijn. Hierdoor verschilt het niet per gemeente wievoor welke compensatie in aanmerking komt en dat gelijkwaardigetoegang tot zorg niet afhangt van de gemeente waarin iemand woont. Kande Minister toezeggen dat de woonplaats van mensen in een slechterefinanciële situatie niet bepalend mag zijn voor het in aanmerking komenvoor maatregelen die het afzien van zorg om financiële redenen moetentegengaan? En wat gaat zij naast de verlaging van het eigen risico doenom aandacht te hebben voor de gehele groep mensen met een slechterefinanciële situatie, en niet alleen voor mensen met een laag inkomen?Naast de forse verlaging van het eigen risico is in het hoofdlijnenakkoordeen (compenserende) lastenverlichting opgenomen. De genomenmaatregelen leiden tot een positief koopkrachtbeeld over alle aanko-mende jaren. Om lastenverlichting voor burgers te bereiken heeft deregering per 2025 een pakket met wijzigingen in box 1 van de inkomsten-belasting ingevoerd, waaronder een verlaging van het tarief in de eersteschijf. Zowel de € 2,5 miljard uit het hoofdlijnenakkoord die beschikbaarwas voor lastenverlichting in 2025 en 2026 in aanloop naar de verlagingvan het eigen risico in 2027 als de € 3 miljard die beschikbaar was voor51Wat kost het om een zorgverzekering af te sluiten? | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128629 compenserende lastenverlichting voor premiestijging vanaf 2027 zijningezet voor de dekking van dit verlaagde tarief. De eerste schijf daalttussen 2025 en 2028 verder en bedraagt in 2028 35,36%. Van de verlaagdeeerste schijf in de inkomstenbelasting profiteren met name huishoudensmet middeninkomens. Huishoudens met lage inkomens hebben vooralprofijt van de extra toeslagmiddelen (huurtoeslag en kindgebondenbudget) omdat zij beperkt inkomstenbelasting betalen.In aanvulling op het kabinetsbeleid zijn er andere, reeds bestaande, optiesdie mensen kunnen helpen die moeite hebben om hun zorgkosten tebetalen. Op landelijk niveau zijn bepaalde vormen van zorg uitgezonderdvan het eigen risico en ook ontvangen mensen met lagere inkomenszorgtoeslag. Hiervoor maakt het niet uit waar iemand woont. Ookgemeenten kunnen een rol spelen. Gemeenten hebben sinds 2014 dewettelijke verantwoordelijkheid om financieel maatwerk te bieden aanchronisch zieken en gehandicapten en ontvangen daar, in het huidigeprijspeil, zo’n 370 mln euro voor. Het behoort tot de bevoegdheid enverantwoordelijkheid van gemeenten om te bepalen hoe zij deze steunvormgeven. Dit kan bijvoorbeeld via de gemeentepolis, maar ook opandere manieren, zoals een meerkostenregeling52 voor chronisch ziekenen gehandicapten. Vanwege de gedecentraliseerde bevoegdheid vangemeenten hebben zij hierin beleidsvrijheid en kunnen er verschillen zijntussen gemeenten in de wijze waarop zijn de aanvullende inkomensonder-steuning van bijvoorbeeld zorgkosten vormgeven.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben de kennisvraag van NIVEL en dereactie van de Minister hierop gelezen. Uit dit onderzoek blijkt dat hetaantal mensen dat zorg mijdt kan oplopen tot 21%. Wat is de reactie vande Minister op dit percentage? Kan zij een beschouwing geven over deonderzoeksresultaten en de conclusies die zij hier zelf aanbindt?Ik vind het onwenselijk als mensen om financiële redenen afzien van zorg,ongeacht wat daar de precieze achterliggende factoren voor zijn. Hetkabinet is van mening dat niet je portemonnee, maar je medische urgentieleidend moet zijn in de toegang tot zorg. Uit het Nivel onderzoek blijkt datde omvang van mensen die zorg mijden vanwege financiële redenenuiteenloopt van 3% tot 21%. Hierbij wil ik opmerken dat het percentagevan 21% voortkomt uit een vragenlijst onder een panel van mensen metchronische aandoeningen. Dit is geen representatieve steekproef van deNederlandse samenleving en het is voorstelbaar dat deze panelledenmeer gebruik maken van zorg dan de gemiddelde Nederlander endaardoor ook vaker een financiële afweging maken. Dat neemt niet wegdat ook hier sprake is van het afzien van zorg om financiële redenen. Metde voorgenomen maatregelen met betrekking tot het verlagen entrancheren van het verplicht eigen risico, en de lastenverlichting, wordenalle verzekerden bereikt.De leden van de SP-fractie hebben de minieme reactie van de Ministergelezen. Hoe verklaart zij dat mensen tussen de 18 en 39 vaker zorgmijden vanwege de kosten dan mensen die ouder zijn? Klopt het dat deMinister maar één voorstel doet om te zorgen voor een gelijkwaardigeretoegang tot zorg, namelijk het verlagen van het eigen risico over 2 jaar?Waarom heeft zij besloten om het opknippen van het eigen risico geendoorgang te geven? Als zij aangeeft dat de medische situatie van mensenleidend moet zijn en niet hun portemonnee, waarom schaft zij dan niet het52Artikel 2.1.7 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128630 hele eigen risico af? Welke andere voorstellen is de Minister van plan omdeze kabinetsperiode te nemen om het mijden van zorg te voorkomen?In het Nivel-onderzoek komt naar voren dat mensen tussen de 18 en 39jaar vaker afzien van zorg om financiële redenen dan oudere mensen. Inhet onderzoek is niet gekeken naar de redenen waarom.Het kabinet wil met het verlagen van het verplicht eigen risico naar € 165bereiken dat minder mensen om financiële redenen noodzakelijkemedische zorg uitstellen of hiervan afzien. De zorgvrager met de grootstemedische urgentie dient als eerste te worden behandeld. Het kabinet vindtdat de portemonnee geen rol mag spelen bij de vraag of iemand met zijnzorgvraag tijdig kan worden geholpen. Voor de vragen wat voor eenpatiënt medisch noodzakelijke zorg is en of deze gezien het beperktezorgaanbod gegeven kan worden, zijn andere instrumenten meeraangewezen. Daarom investeert het kabinet bijvoorbeeld in het verbe-teren en verbreden van de toets op het basispakket, betere triage, maarbijvoorbeeld ook een effectievere inzet van het bestaande zorgaanbod.Het kabinet kiest met deze maatregelen voor minder zorgmijding en eentoegankelijke en gelijkwaardigere zorg.De verlaging het eigen risico naar € 165,– is gebaseerd op de beschikbarefinanciën in de Rijksbegroting (gegeven al andere beleidswensen). Hetverlagen (en trancheren) van het eigen risico kost naar verwachting in2027 € 4,1 miljard en in 2028 € 4,3 miljard.Het vorige kabinet had inderdaad een voorstel uitgewerkt voor hettrancheren van het eigen risico op € 150 per prestatie in de medisch-specialistische zorg en dat voorstel was al voorgehangen bij de Eerste enTweede Kamers. Dit kabinet heeft echter besloten het verplicht eigenrisico te verlagen naar € 165 en het eigen risico te trancheren op € 50 perbehandeling in de medisch-specialistische zorg. Dat is dus een anderpakket van maatregelen dan het voorstel van het vorige kabinet.Bovendien zou het trancheren op € 150 in 205 en 2026 heel belastend zijnvoor de uitvoering. Er is dus om zowel inhoudelijke als uitvoeringstech-nische redenen gekozen om de tranchering in 2025 en 2026 niet door telaten gaan.De leden van de SP-fractie weten en lezen opnieuw dat ongewenstezorgmijding kan leiden tot het verergeren van klachten, met mogelijkecomplicaties als gevolg en tot hogere zorgkosten op een later moment.Op welke manier zijn deze hogere kosten onderdeel van de afwegingenvan de Minister in haar beleid?Het verplicht eigen risico kan een te hoge financiële drempel worden voormensen die zorg nodig hebben en leiden tot het uitstellen of afzien vanmedische zorg die noodzakelijk is. Patiënten kunnen daardoor duurdereen ziekere patiënten worden.Het is echter op basis van wetenschappelijk onderzoek niet duidelijk inwelke mate dit leidt tot hogere zorgkosten op een later moment.Onderzoek hiernaar is zeer lastig, omdat een negatief of positief effect opde gezondheid zich meestal pas op een (veel) later moment uit. Datbetekent dat er voor het onderzoek een hele lange tijdsperiode nodig iswaarin mensen gevolgd worden. In die lange periode vinden er echter ookveel andere gebeurtenissen plaats in het leven van mensen die hungezondheid ook beïnvloeden en het is moeilijk het effect van het eigenrisico van het effect van deze gebeurtenissen te scheiden. Maar ondanksdat het moeilijk te kwantificeren is, vindt het kabinet dat het huidigeverplicht eigen risico een te hoge financiële drempel opwerpt en vindt hetkabinet het ook onwenselijk als iemand vanwege financiële redenen afzietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128631 van noodzakelijke zorg. Het kabinet is van mening dat niet je porte-monnee, maar je medische urgentie leidend moet zijn in de toegang totzorg en verlaagt daarom het verplicht eigen risico fors naar € 165. Hetkabinet verwacht dat door deze forse verlaging van het verplicht eigenrisico mensen minder vaak zorg zullen mijden en dat dit tot een beteregezondheid op lange termijn zal leiden. Ik verwacht dus juist voor dezegroep een positief effect van de forse verlaging van het eigen risico ophun gezondheid.Welk gevolg gaat de Minister geven aan het feit dat mensen met eenslechte of matige ervaren gezondheid vaker aangeven af te zien van zorgdan mensen met een uitstekende of zeer goede ervaren gezondheid? Watis uw reactie op de conclusie dat mensen met een hoog inkomen of eenbetere financiële situatie minder vaak afzien van zorg vanwege de kosten?Erkent u dat als er niet wordt ingegrepen om deze zorgmijding tevoorkomen de klassenverschillen in ons land tussen mensen nog verderwordt vergroot? Bent u bereid deze klassenverschillen te verkleinen? Kuntu uw antwoord toelichten?De Nederlandse Zorgautoriteit constateerde in 2022 dat als we niets doenwe afstevenen op een harde tweedeling. Aan de ene kant staan dan demensen voor wie de zorg nog steeds beschikbaar is, omdat zij de wegkennen en over voldoende middelen beschikken. Aan de andere kantstaan dan de mensen die niet over voldoende middelen beschikken en deweg niet kennen. Dit gegeven grijpt het kabinet aan. Alle Nederlandersbetalen verplicht zorgpremie en hebben recht op zorg. Het kabinet is ookvan mening dat niet je portemonnee, maar je medische urgentie leidendmoet zijn in de toegang tot zorg. Daarom zal het kabinet het verplichteigen risico fors verlagen naar € 165, met het doel de toegang tot zorgvoor iedereen te vergroten en deze ook gelijkwaardiger te maken.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het Nivel-onderzoek. Zij vinden de reactie van de Minister op hetonderzoek, die slechts verwijst naar de voorgenomen halvering van heteigen risico, nogal summier, gelet op de complexiteit van de problematiekwaarvan sprake is. Zij hebben hierover dan ook nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de SGP-fractie vinden het een belangrijke constatering vande onderzoekers dat de financiële situatie van mensen een grotere rol lijktte spelen bij zorgmijding dan hun inkomen. De leden van de SGP-fractievragen of de Minister inzichtelijk kan maken in hoeverre de halvering vanhet eigen risico ervoor zal zorgen dat mensen zorg krijgen, in plaats vandat zij zorg blijven mijden. Voor hoeveel mensen gaat de verminderingvan het eigen risico het verschil maken tussen wel of geen zorg?Uit veel onderzoek blijkt dat mensen vanwege financiële redenen, dus ookhet verplicht eigen risico, afzien van zorg. Ook blijkt uit veel onderzoek hetverband tussen het eigen risico en de vraag naar zorg. Op dit momentmaakt ongeveer de helft van de bevolking het eigen risico vol. Deverlaging zal dus voor een grote groep betekenen dat ze minder eigenrisico hoeven te betalen. Een forse verlaging van het verplicht eigen risicozal dus naar verwachting zorgmijding verminderen. Ik kan op voorhandniet aangeven voor hoeveel mensen dit verschil gaat maken, dat zal detijd uitwijzen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128632 Kan de Minister verder aangeven wat zij doet voor mensen voor wie niethet eigen risico, maar andere betalingen of verplichte eigen bijdragen deaanleiding vormen voor zorgmijding? De leden van de SGP-fractie denkenaan zorg en ondersteuning die niet via de basisverzekering of aanvullendeverzekeringen worden vergoed, zoals relatietherapie of bepaaldemedicatie.Het is een weloverwogen en zorgvuldige beslissing welke zorg wel en nietin het basispakket wordt vergoed. Hierin spelen verschillende afwegingeneen rol. Voor sommige vormen van zorg geldt dat een aanvullendeverzekering afgesloten kan worden. Er is verder geen aanvullend beleidvoorzien op dit punt.De leden van de SGP-fractie vragen de Minister om in te gaan op hetprobleem van de kloof tussen de relatief lage eigen bijdrage in de Wmoen de veel hogere eigen bijdrage in de Wlz. Dit zorgt voor een perverseprikkel, waardoor mensen langer in de Wmo blijven dan wenselijk is. Watdoet de Minister daaraan?Op dit moment betalen mensen die gebruik maken van maatwerkvoorzie-ningen of algemene voorzieningen met een duurzame hulpverlenersre-latie op grond van de Wmo 2015 het abonnementstarief van € 21 permaand. Bij Voorjaarsnota 2023 heeft het vorige kabinet aangekondigd hetabonnementstarief Wmo 2015 te zullen vervangen door een inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb). De beoogde implementatie-datum van de wijziging is 1 januari 2027. Deze wijziging is nodig omondersteuning vanuit de Wmo 2015 beschikbaar te houden juist voordegenen die er het meest afhankelijk van zijn, zeker in het licht van devergrijzing en de krapte op de arbeidsmarkt.Met de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage dragenmensen naar financiële draagkracht bij in de kosten van de voorzieningenwaar zij gebruik van maken. De hoogte van de eigen bijdrage is immers,onder andere, gebaseerd op het inkomen en vermogen van de gebruikervan de Wmo-ondersteuning (en diens partner). Door de invoering van deinkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage is de eigen bijdragein de Wmo 2015 daarnaast ook meer in lijn met de eigen bijdrage voor deWlz.Ook vragen de leden van de SGP-fractie aandacht voor mensen met eenchronische ziekte of beperking die zorg mijden vanwege de stapeling vanzorgkosten. Het halveren van het eigen risico biedt voor hen onvoldoendesoelaas. Welke extra acties kunnen genoemde leden van deze Minister endit kabinet verwachten voor deze groep mensen?Uit de monitor stapeling eigen bijdragen53 blijkt dat het bedrag datpersonen met meerdere eigen bijdragen per maand betalen aan eigenbijdragen is gedaald van € 117 per maand in 2016 tot € 84 in 2021. Degemiddelde hoogte van (stapeling van) eigen bijdragen is dus afgenomen.Daar komt de voorgenomen forse verlaging van het verplicht eigen risicovanaf 2027 nog bovenop. Juist chronisch zieken die op dit moment elkjaar hun eigen risico van € 385 vol maken profiteren van de verlaging vanhet verplicht eigen risico naar € 165, omdat ze minder eigen risico kwijtzijn. Dat is speerpunt van mijn beleid, en ik ben niet voornemensdaarnaast in deze sfeer extra beleid te voeren.53Kamerbrief analyse monitor stapeling eigen bijdragen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128633 De leden van de SGP-fractie lezen dat het hebben van betaald werk somseen rol speelt bij zorgmijding. Indien dit het geval is, geven mensen diebetaald werk hebben minder vaak aan af te zien van zorg vanwege dekosten. De leden van de SGP-fractie vragen hoe deze informatie betrokkenwordt bij de ondersteuning van mantelzorgers, van wie bekend is dat zijrelatief vaker minder of niet werken.Er zijn geen cijfers bekend over het mijden van zorg in relatie tot hetgeven van mantelzorg. Dit onderwerp speelt dan ook geen rol bij deondersteuning van mantelzorgers. Wel wordt aan mantelzorgers in bredezin ondersteuning geboden door zowel gemeenten als werkgevers. HetSociaal en Cultureel Planbureau (2019) geeft aan dat in 2019 één op tienmantelzorgers minder is gaan werken, met name als er sprake is vanintensieve mantelzorg. De Sociaal Economische Raad (SER) is mededaarom gevraagd naar oplossingsrichtingen voor een betere balans in decombinatie van een baan met (mantel)zorg en andere informele activi-teiten in de toekomst. Het advies van de SER wordt verwacht rond hetvierde kwartaal van 2025.Uit het onderzoek blijkt dat ook de gezondheid van mensen een rol speelt.Zo blijkt uit de kwantitatieve data-analyse dat mensen met een slechte ofmatige ervaren gezondheid vaker afzien van zorg dan mensen met eenuitstekende of zeer goede ervaren gezondheid. De leden van deSGP-fractie vragen welke concrete maatregelen de Minister hiertegenneemt. De onderzoekers constateren dat gezondheidsvaardigheden vanmensen een rol spelen bij zorgmijding. De leden van de SGP-fractievragen de Minister welke maatregelen zij neemt om gezondheidsvaardig-heden te versterken.Ten eerste betreur ik het dat mensen met beperkte gezondheidsvaardig-heden vaker zorg mijden dan mensen met voldoende gezondheidsvaar-digheden. Het verbeteren van de gezondheidsvaardigheden van patiëntenen inwoners beschouw ik als een gezamenlijke opgave voor de gehelemaatschappij. Dit betekent dat vanuit verschillende domeinen wordtgewerkt aan het stimuleren van de gezondheidsvaardigheden.De aandacht voor gezondheidsvaardigheden is integraal onderdeel vangoede en passende zorg en is daarom structureel onderdeel van verschil-lende programma’s en afspraken binnen VWS, waarvan een aantalhieronder wordt uitgelicht. Om te zorgen dat er voldoende toegankelijkeen begrijpelijke zorg is voor iedereen ongeacht iemands achtergrond enopleidingsniveau wordt er vanuit VWS o.a. extra ingezet op een stimule-ringsaanpak voor (beperkte) gezondheidsvaardigheden, aanvullend op deafspraken uit het IZA en GALA. Zo wordt er momenteel gewerkt aanondersteuning van zorgorganisaties om toe te werken naar de gezond-heidsvaardige organisatie54. En neemt Nederland sinds vorig jaar weerdeel aan het Europese WHO-action netwerk M-POHL om de gezondheids-vaardigheden te meten op populatie- en organisatieniveau en deuitkomsten te vergelijken met andere EU-lidstaten. Met de onderzoeksre-sultaten kan het beleid voor (beperkte) gezondheidsvaardigheden verderworden aangescherpt voor de Nederlandse situatie. Voor betrouwbare enbegrijpelijke medicijninformatie is in 2018 het Netwerk Patiëntinformatie(NPI) opgericht in opdracht van VWS. En het Zorginstituut voert desubsidieregeling Leren gebruiken van uitkomstinformatie voor Samenbeslissen uit. Deze heeft in 2023 het thema Samen beslissen bij mensenmet beperkte gezondheidsvaardigheden gekregen en loopt tot eind 2025.54Een gezondheidsvaardige organisatie is een organisatie die toegankelijk en begrijpelijk is vooriedereen en die rekening houdt met de gezondheidsvaardigheden van de samenleving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128634 Onderdeel van gezondheidsvaardigheden zijn digitale vaardigheden. Inhet Integraal Zorgakkoord is ook expliciet de afspraak opgenomen burgerste ondersteunen in het digitaal vaardig(er) worden. Zo werkt VWS samenmet onder andere het Ministerie van BZK aan de Alliantie DigitaalSamenleven. Voor hulpvragen specifiek rondom digitale zorg kunnenmensen bij de Helpdesk Digitale Zorg terecht. Ook kunnen mensen terechtbij bibliotheken voor het verbeteren van hun digitale vaardigheden. Envanuit het Ministerie van OCW wordt bijvoorbeeld ingezet op hetverhogen van basisvaardigheden van leerlingen. De Staatssecretaris voorFunderend Onderwijs voert daarvoor het Masterplan basisvaardighedenuit55.55https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024D47664&did=2024D47664Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 128635

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · fde3dcfe78b034b6

14 okt 2026 · c1340d9e8909e2b6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.